Tag: verdeeldheid

  • De Arabische wereld verandert

    De Arabische wereld verandert

    Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. De Arabische wereld raakt steeds meer verdeeld tussen zij die alles verliezen en zij die alles bezitten. ‘Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’

    De afgelopen maanden heeft zich een pijnlijk nieuw ritueel ontwikkeld bij ontmoetingen tussen mensen uit bepaalde Arabische landen. Het is een empathische manier om na te gaan hoe iemand ervoor staat: ‘Hoe gaat het met je? Waar is je familie? Ik hoop dat je veilig bent, dat zij veilig zijn. We zijn er voor je.’

    Deze woorden bieden troost, maar brengen ook ongemak. Troost, omdat de solidariteit oprecht is en van onschatbare waarde. Ongemak, omdat het leed dat velen treft te groot is om in woorden te vatten. Alles lijkt doordrenkt met overlevingsschuld, maar ook met een besef: de rampen die onze naties verscheuren, hebben de afstanden tussen ons verkleind.

    Palestina vormt het hart van deze gedeelde pijn – een open wond die voortdurend aan de oppervlakte komt. Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. Daarbovenop komt de situatie in Libanon. Voor het staakt-het-vuren vertelde een Libanese vriend dat het vreemd voelde om mogelijk geen land meer te hebben om naar terug te keren. Een ander reageerde kort maar krachtig toen ik vroeg hoe het ging met haar familie in Beiroet: ‘Shit.’ Meer woorden wijdden we er niet aan.

    Wrede oorlog

    Ondertussen verkeert Soedan al anderhalf jaar in een wrede oorlog. Zelfs in de bezette Westelijke Jordaanoever vroegen bijna alle Palestijnen die ik sprak naar Soedan. Hun besef van de oorlog aldaar werd versterkt door hun eigen ervaringen. ‘Het is zo’n schande,’ zei een man, ‘en zo onnodig. Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’ Het voelt als één grote oorlog, met complexe oorzaken, maar eenvoudige gevolgen: overal hetzelfde menselijke leed.

    Kijk je breder, dan lijkt de situatie in de Arabische wereld somberder dan ooit. Overal woeden brandhaarden, groot en klein. Libië, Irak, Jemen en Syrië worden verscheurd door aanhoudende conflicten – met in Syrië opnieuw een escalatie – of zuchten onder humanitaire crises.

    De afgelopen jaren hebben een ontstellend hoge tol geëist. Niet alleen in termen van leven en dood, maar ook van ontheemding. Honderdduizenden Libanezen zijn de afgelopen maanden gevlucht, een tragisch beeld dat zich in de hele regio herhaalt. Voor velen is het leven een onzekere aaneenschakeling van verplaatsingen en moeizame hervestigingen. Bijna elke Soedanees die ik ken, leeft met familieleden opeengepakt in tijdelijke onderkomens, uit koffers, wachtend op de volgende verhuizing. En zij behoren tot de gelukkigen, beschermd tegen de etnische zuiveringen en hongersnood die elders in het land plaatsvinden.

    Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar

    Een ander verlies speelt zich af op de achtergrond. Al gaat het hier niet om leven en dood, het is niet minder schrijnend: de vernietiging van cultureel erfgoed. Grote historische steden worden verwoest en gaandeweg worden beschavingen weggevaagd. Alle UNESCO-werelderfgoederen in Syrië zijn beschadigd of vernietigd. Gaza’s Grote Omari-moskee, waarvan de fundamenten teruggaan tot de vijfde eeuw, werd door Israëlische bombardementen verwoest. De oude stad Sanaa in Jemen, al meer dan 2500 jaar bewoond, staat sinds 2015 op de lijst van bedreigd werelderfgoed. En in Soedan zijn dit jaar tienduizenden artefacten geroofd, sommigen daterend uit de tijd van de farao’s. Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar.

    Zelfs stabiele landen als Egypte ontkomen hier niet aan. Erfgoedlocaties worden gesloopt voor stedelijke ontwikkeling door een regering die Egypte zo snel mogelijk wil moderniseren, zoals je ook zou verwachten van het eenzijdige militaire bewind. Het is een metafoor voor de regio: om macht te consolideren, vernietigt de politieke elite doodleuk de identiteit van het volk. 

    Nu dit soort eeuwenoude gebouwen verdwijnen, voel ik mijn eigen culturele identiteit ook vervagen. Daarmee verdwijnen ook andere zaken: het gevoel ergens thuis te horen, continuïteit, toekomstperspectief. Als ik naar mijn kinderen kijk, besef ik dat de topografie van Soedan en de Arabische wereld zoals ik die ken, voor hen onbekend zal blijven. De banden die mij met mijn ouders verbonden, worden bij hen verbroken.

    Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering

    Nu kom ik zeker nostalgisch over, alsof ik het verleden idealiseer, terwijl dat altijd verre van perfect is geweest. En met mijn verhalen over vroeger irriteer ik vast de nieuwe generatie, maar ooit was ikzelf die nieuwe generatie die luisterde naar ouderen, terwijl zij sigaretten rookten en theedronken. Hun woorden: ‘Jullie hadden erbij moeten zijn toen we gratis medicijnen studeerden in Bagdad, naar het theater gingen in Damascus, Malcolm X verwelkomden in Omdurman. Toen we grote uitgeverijen hadden en een pan-Arabische solidariteit.’ Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering.

    Nu het centrum van macht en welvaart verschuift naar de olierijke Golfstaten, waar hyperconsumptie en moderniteit hoogtij vieren, hoor ik mezelf dezelfde woorden uitspreken: ‘Het is niet altijd zo geweest.’ Het waren niet altijd modespektakels in Riyad of grootse sportevenementen die de aandacht opeisten, terwijl elders geweld oplaaide. We voelden niet altijd de behoefte om ons te bewijzen aan grootmachten of onze internationale smaak tentoon te spreiden.

    Schaduwmachten

    Ik begrijp die oudere generaties nu beter, kan het ze vergeven. Hun falen was onderdeel van een groter geheel: wereldwijde en binnenlandse allianties die volksopstanden onderdrukten of vernietigden. Elke strijd was er een tegen schaduwmachten.

    Een Iraakse vriendin bood recent wat troost. Bagdad, zei ze, voelt voor het eerst in twintig jaar weer enigszins normaal. De situatie is verre van ideaal, maar er is een mogelijkheid dat er een nieuwe start komt, binnen enkele decennia. Misschien is dat wel het beste waarop we kunnen hopen: een nieuwe start, geen herstel van het verleden. Tot die tijd kunnen we niet veel anders dan onze hoop met elkaar delen: ‘Ik hoop dat je veilig bent. Ik hoop dat het goed met je gaat. We zijn er voor je.’ 

  • Ze waren de politiek in hun staat zat en verhuisden – net als steeds meer Amerikanen

    Ze waren de politiek in hun staat zat en verhuisden – net als steeds meer Amerikanen

    De familie Noble uit Iowa verhuisde naar het Minnesota van de Democraten. Het gezin Huckins uit Oregon verhuisde naar het Missouri van de Republikeinen. Hun verhuizing illustreert de verdeeldheid in de Verenigde Staten.

    ‘Ik dacht dat ik tot mijn dood in Oregon zou blijven,’ zegt Steve Huckins (59). ‘Het is een prachtige staat. De bergen, de meren, de rivieren, de stranden. Maar alles wordt overschaduwd door het maatschappelijke en politieke klimaat.’ Huckins en zijn vrouw Ginger vertrokken uit Portland, een van de progressiefste steden in de Verenigde Staten. De tolerantie van Portland voor kampementen voor daklozen, plus het openlijk gebruik van harddrugs en de stijgende criminaliteit, maakte hen wanhopig. Dus trokken ze ruim 3000 kilometer naar het oosten, naar het dieprode platteland van Missouri [rood is de kleur van de Republikeinse Partij]. Als ze in juni door hun nieuwe woonplaats rijden, ongeveer een uur buiten St. Louis, kijken ze vol bewondering naar de oude victoriaanse huizen en zien ze hoe een tractor met minder dan de minimumsnelheid over de snelweg rijdt. ‘Wat ik leuk vind aan Missouri: het hangt er vol met Amerikaanse vlaggen,’ zegt Huckins terwijl hij om een rotonde rijdt waar de stars-and-stripes vrolijk aan een paal wapperen. ‘In Portland werd de Amerikaanse vlag al snel gezien als een belediging.’

    Een dag eerder, één staat verderop, is bij een stel dat eveneens om politieke reden gaat verhuizen een andere vlag te zien: een pridevlag op een T-shirt. In een buitenwijk in Iowa laden Jennie en Jeff Noble hun bezittingen in een bestelbus. Jennie Noble (37), die het prideshirt draagt, en haar man hebben besloten Iowa te verruilen voor Minnesota. Hun enige kind, Julien, kwam op elfjarige leeftijd uit de kast als transgender. Julien is nu zestien en gebruikt testosteron op recept. Nadat Iowa geslachtsbevestigende medische zorg voor minderjarigen had verboden, waardoor de behandeling van hun zoon strafbaar werd, besloot de familie Noble, die al haar hele leven in Iowa woonde, dat het tijd was om te vertrekken. ‘We gaan weg vanwege de lokale politiek die van invloed is op onze zoon,’ zegt Jennie Noble. ‘We verhuizen naar Minnesota, waar de wetten gunstiger zijn.’

    Steeds verdeelder

    Amerikanen raken als volk steeds verdeelder en sommigen zetten nu een opmerkelijke stap: ze verhuizen om te ontsnappen aan een politiek of sociaal klimaat dat ze verafschuwen. Democraten vertrekken uit Iowa, Texas en andere rode staten, terwijl Republikeinen Californië, Oregon en andere blauwe staten verlaten [blauw is de kleur van de Democratische Partij]. Vaak is dat een verhuizing die samen hangt met hun mening over zaken als abortus, transgenderrechten, de invulling van het onderwijs, wapens en rassenkwesties. Er bestaan geen precieze cijfers van het aantal Amerikanen dat vanwege politieke en sociale kwesties is verhuisd. Maar uit interviews met demografen en met mensen die zijn verhuisd of overwegen dat te doen, als ook uit peilingen en berichten op sociale media, blijkt dat het hier niet om uitzonderingen gaat. In maart zeiden vier op de tien volwassenen in een enquête van de Two Americas Index dat het enigszins tot zeer waarschijnlijk was dat ze zouden verhuizen naar een staat die meer overeenkomt met hun politieke overtuigingen. Uit de enquête bleek dat een meerderheid van de volwassenen, 54 procent, waarschijnlijk zou verhuizen als hun staat wetten aanneemt die negatieve gevolgen voor hen zouden hebben. ‘Ik denk dat Amerikanen laten zien dat politiek een rol speelt bij de uiterst belangrijke keuzes die je maakt bij het bepalen van je woonplaats,’ zegt Justin Gest, professor aan de George Mason-universiteit en adviseur van de Two Americas Index.

    De familie Huckins en de familie Noble hebben elkaar nog niet ontmoet, maar hun verhuizingen – van het blauwe Oregon naar het rode Missouri en van het rode Iowa naar het blauwe Minnesota – zijn elkaars spiegelbeeld. Het ene gezin verhuisde vanwege één enkele kwestie, de beperkingen op transgenderrechten, terwijl het andere van mening was dat een breed scala aan progressieve beleidsmaatregelen hun levenskwaliteit had aangetast. Maar beide families geven opvallend genoeg hetzelfde antwoord als je hun vraagt wat de belangrijkste overweging is voor hun besluit: een behoefte aan persoonlijke veiligheid. Voor de familie Huckins werd Portland ‘onveilig, ongezond en eng,’ zegt Steve Huckins. ‘We hadden vijf of zes beveiligingscamera’s in ons huis hangen.’ Voor de familie Noble was het de veiligheid van hun zoon die hun zorgen baarde, omdat de Republikeinen in Iowa antitransgenderwetten hadden aangenomen en in hun ogen ontmenselijkende retoriek gebruikten.

    ‘Mensen in Portland wilden progressief beleid, en dat hebben ze gekregen’

    Op een woensdag aan het eind van augustus, vier maanden na hun verhuizing naar Missouri, rijden Ginger Huckins en haar man naar een boerderij met de naam Shared Bounty, op enkele kilometers van hun nieuwe huis in Troy, een stadje met vijftienduizend inwoners. Ze zijn vijftien jaar getrouwd. Hij ging vorig jaar vanwege hartproblemen met pensioen, na een logistieke baan bij het geniekorps van het Amerikaanse leger; zij is de dochter van een dominee en runde een kinderdagverblijf. In Portland woonden ze aan de oostkant, in de wijk Centennial, waar de criminaliteit volgens de politie hoog is in vergelijking met de rest van de stad. Hun huis van één verdieping met bruine gevel fungeerde als woonhuis en bedrijfsruimte tegelijk: Ginger runde er 33 jaar lang Ginger’s Joyful Day Care. In de tuin stonden een schommel en andere speeltoestellen voor kinderen. Binnen, in de bont beschilderde kamers, stonden kindermeubelen en bakken met speelgoed. Hoewel hun kleine buitenterrein was afgezet met een afrastering, stond Huckins erop om het terrein elke dag te inspecteren voordat ze de kinderen naar buiten liet gaan om te spelen. ‘Ik wilde er zeker van zijn dat er niet door een of andere verslaafde een naald in de tuin was gegooid,’ zegt ze. Toen een dief de katalysator uit de truck van Steve had gestolen, hingen ze beveiligingscamera’s op, waarvan er twee de voordeur in de gaten hielden. Ze zetten de truck achter een hek, dat ze afgrendelden met een hangslot.

    ‘Mensen in Portland wilden progressief beleid, en dat hebben ze gekregen,’ zegt Steve Huckins. ‘Het daklozenprobleem is uit de hand gelopen. Het probleem met fentanyl is uit de hand gelopen. En er is te weinig politie.’ Het echtpaar zegt dat de leefbaarheid in Portland, en ook in hun eigen buurt, verslechterde na maanden van – soms gewelddadige – protesten die volgden op de moord op George Floyd in 2020. ‘Er waren rellen vlak bij ons huis,’ zegt Steve. In 2020 stemden de kiezers in Oregon voor een maatregel om het bezit van harddrugs voor persoonlijk gebruik te decriminaliseren. Dakloosheid, een probleem in veel steden, tiert welig in Portland, waar het kamperen in tenten op de stoep jarenlang werd gedoogd. Na oproepen tot het ‘ontmantelen’ van de politie werd er in 2020 ruim 15 miljoen dollar bezuinigd op het budget van het politiekorps.

    Tolwegen

    De druppel voor Steve en zijn vrouw om Portland te verlaten was het voornemen van de staat om tol te heffen op de snelwegen in de stad. Dat kwam volgens hen boven op een verdrievoudiging van de onroerendgoedbelasting. In hun ogen werden huiseigenaren door progressieve politici gedwongen te betalen voor programma’s die dakloosheid en criminaliteit in de handwerkten. ‘Ze bezuinigden op míjn politiemacht voor hún agenda,’ zegt Steve Huckins. Al jarenlang moedigde Stacee Hord, de dochter van Ginger Huckins uit haar eerste huwelijk, haar moeder en stiefvader aan om naar Missouri te verhuizen, waar zij zich met haar jonge gezin had gevestigd. Toen Ginger en Steve eind vorig jaar besloten om uit Portland te vertrekken, lag Missouri vanwege hun drie kleinkinderen het meest voor de hand. De dag na Nieuwjaar zette Steve een bericht op Facebook over hun ophanden zijnde verhuizing. ‘Het is spannend, eng en ontregelend’, schreef hij. Sinds zijn verhuizing naar Troy is hij gestopt met het lezen van alle nieuwsberichten over Portland, die hem in Oregon zo op de zenuwen werkten. Op Facebook postte hij vrolijk de rekening van 9 dollar die hij wekelijks betaalt voor de vuilnisophaaldienst van Missouri, met als commentaar: ‘In Portland betaalden we 60 dollar per maand.’ Hun nieuwe huis staat in The Hamptons, een wijk met brede straten en trottoirs, tussen de maïsvelden. ‘Mijn pick-uptruck stond drie of vier dagen niet op slot,’ zegt Steve. ‘Niemand heeft ’m aangeraakt, hij is niet gestolen.’

    Steve en zijn vrouw brengen nu een groot deel van hun tijd thuis door met tv-kijken vanuit hun luie stoel. In hun nette woonkamer staan allerlei beeldjes en voorwerpen uit de poppenhuizen van Ginger. De keuken hing zo vol met haar koelkastmagneten dat er inmiddels tientallen zijn verbannen naar de achterkant van de deur naar de garage. Haar kleinkinderen van tien, acht en drie jaar komen vaak op bezoeken spelen in de knutselkamer die ze in de kelder heeft ingericht. ‘Dit is echt een heel andere omgeving,’ zegt Steve. ‘We hebben nieuwe dromen, nieuwe vooruitzichten, nieuwe ideeën.’ Ze hebben geen spijt van hun verhuizing. ‘Het is hier allemaal zo veel beter – financieel, emotioneel, mentaal.’ Als ze aan mensen vertellen dat ze uit Oregon komen, krijgen ze vaak dezelfde reactie: ‘Welkom in onze rode staat.’ Onlangs ontmoette Steve een plaatselijke politieagent aan wie hij vertelde dat hij vanuit Oregon naar Missouri was verhuisd. De agent rolde met zijn ogen en kon een verwensing niet onderdrukken.

    ‘Als ik moet wachten tot ik achttien ben, dan zou ik nog eens zes jaar achterlopen’

    Begin maart namen Republikeinse beleidsmakers in Iowa een wet aan die geslachtsbevestigende zorg voor minderjarigen verbood. Voorstanders voerden aan dat kinderen onder de achttien nog niet in staat zijn om beslissingen te nemen over behandelingen zoals puberteitsblokkers, geslachtsspecifieke hormonen en operaties. Toen het nieuws bekend werd, stuurde Julien Noble – die als zestienjarige op doktersvoorschrift testosteron gebruikt – een berichtje aan zijn ouders: ‘Kunnen we naar Minnesota verhuizen?’ Bijna vijf jaar daarvoor, op de dag voor Moederdag, had Julien zijn ouders verteld dat hij transgender was. Voor zijn moeder was het een schok, maar instinctief steunde ze hem meteen. ‘Natuurlijk komt bij zoiets ook verdriet kijken, dat is logisch,’ zegt Jennie Noble. ‘Maar ik wist dat hij zo veel gelukkiger zou zijn. ’Als hij zijn medische behandeling zou moeten uitstellen tot hij voor de wet volwassen is, zegt Julien, zou de ellende doorgaan die hij al voelde sinds hij in zijn vroege puberteit zijn ware identiteit had ontdekt. ‘Ik was zo zeker van mezelf toen ik elf of twaalf was,’ vertelt hij. ‘Als ik moet wachten tot ik achttien ben, dan zou ik nog eens zes jaar achterlopen en me nergens zeker over voelen.’ Door de behandelingen, voegt hij eraan toe, ‘kan ik bijvoorbeeld naar de supermarkt zonder bang te zijn voor opmerkingen als: “Dat is een meisje!”’

    De transitie, die op de middelbare school was begonnen met het kortknippen van zijn haar en het oefenen van een lagere stem, kreeg vorig jaar een vervolg met de wettelijke verandering van zijn naam. De kinderarts van het gezin wilde dat Julien een jaar lang psychotherapie zou ondergaan, voordat hij hormooninjecties zou krijgen. ‘Maar wij zagen dat Julien niet van gedachten zou veranderen,’ zegt Jessie Noble. ‘Dit is wie hij is.’ Juliens ouders trouwden net na de middelbare school in het landelijke noordwesten van Iowa. Jeff Noble werkte op de vleesafdeling van een supermarkt. Jessie Noble studeerde online voor juridisch medewerker. In hun jeugd liep Iowa voorop op het gebied van burgerrechten; in 2009 werd het homohuwelijk gelegaliseerd en in 2007 legde de staat bescherming voor transgenders vast in de wet. Voor hun gevoel waren er amper links-rechtstegenstellingen in hun county. ‘Ik kan me niet herinneren dat dit soort zaken voor politieke discussies zorgden, het was gewoon geen issue,’ zegt Noble (38), die inmiddels in de IT werkt. ‘Ik dacht altijd dat ik hier mijn hele leven zou willen wonen omdat de mensen zo aardig zijn.’

    Naar rechts gekanteld

    Maar sinds de presidentsverkiezingen van 2016, toen Donald Trump de staat met gemak veroverde, is Iowa sterk naar rechts gekanteld. De staat nam in 2018 een van de strengste abortuswetten van het land aan, en sinds 2021 is het volwassenen toegestaan om zonder vergunning een handwapen te kopenen te dragen. De Republikeinse gouverneur Kim Reynolds zette de afgelopen twee jaar beperkingen voor transgenderjongeren centraal op haar agenda. In reactie op Juliens berichtje in maart zeiden zijn ouders dat ze de wetgeving over een verbod op behandelingen voor minderjarigen in de gaten zouden houden. Ze hielden nog rekening met de mogelijkheid dat de gouverneur de wet niet zou ondertekenen. Maar ondertussen overwogen ze om inderdaad uit Iowa te verlaten. Ze hadden zeven gelukkige jaren doorgebracht in Ankeny, een snelgroeiende voorstad van Des Moines, waar ze een hoekhuis hadden gekocht in de wijk White Birch. Minnesota was dichtbij en vertrouwd, op maar drie uur rijden. En de buitenwijken van Minneapolis waren vergelijkbaar met die van Des Moines, hoewel ze politiek gezien eerder blauw dan rood waren. Op dezelfde dag in maart dat de wetgevers in Iowa in actie kwamen, vaardigde Tim Walz, de Democratische gouverneur van Minnesota, een decreet uit om geslachtsbevestigende behandelingen voor minderjarigen in zijn staat te beschermen.

    De familie Noble overwoog eerst nog of ze nog kon wachten tot Julien achttien was en tot die tijd om de week naar Minneapolis kon rijden voor zijn testosteroninjecties. Op die manier kon hij zijn laatste jaar op Ankeny High School afmaken, waar hij vrienden had die hem steunden. Tijdens een bezoek aan Jeffs ouders in Cherokee County vertelden ze dat ze erover dachten te vertrekken vanwege de wetgeving. Charles Noble, Jeffs zeventigjarige vader, zei dat hij en zijn vrouw volledig achter een verhuizing stonden om Juliens geluk te waarborgen. ‘Jules is nog steeds ons kleinkind en we houden nog altijd net zo veel van hem,’ zei Charles.

    ‘Het was heel ongemakkelijk geweest als hij naar het meisjestoilet had gemoeten’

    Maar al snel namen de wetgevers inIowa nog een ander wetsvoorstel aan. De Republikeinse meerderheid verbood scholieren om gebruik te maken van toiletten voor het andere biologische geslacht. Deze ‘toiletwet’ gaf voor de familie Noble de doorslag. Sinds Julien was begonnen met het gebruik van testosteron, was zijn stem lager geworden en zijn baardgroei begonnen. ‘Het was heel ongemakkelijk geweest als hij naar het meisjestoilet had gemoeten,’ zegt zijn moeder. Eind maart ondertekende gouverneur Reynolds beide wetsvoorstellen. Die avond besloten de familie Noble hun huis te koop te zetten. Ze kozen een verhuisdatum in juni, een paar dagen na het einde van Juliens schooljaar. Ze waren van plan om hun baan te behouden en vanuit huis te gaan werken. In Apple Valley, een buitenwijk van de Twin Cities [Minneapolis en Saint Paul], waar ze een huis hadden gehuurd, zou Julien naar een nieuwe school gaan om aan zijn laatste jaar te beginnen. Zoals elke nieuwe leerling was hij nerveus. ‘Het varieert per dag, per uur, hoe ik me voel,’ zegt hij. ‘Minnesota is geweldig. Het is er veilig en het is er mooi. En ons nieuwe huis is cool. Maar ik moest naar een nieuwe school, ik moest helemaal opnieuw beginnen en nieuwe vrienden maken.’

    Toen ze op een dag op weg was naar een barbecue in Minneapolis, zag Jessie Noble tot haar vreugde pride- en BlackLives Matter-borden staan. Net als de familie Huckins volgt de familie Noble het politieke nieuws uit haar oude staat niet meer op de voet. Als mensen vragen waarom ze zijn weggegaan, houdt ze zich wat op de vlakte, zegt Jessie. Dan zegt ze dat de nieuwe staat simpelweg beter bij haar gezin past. ‘Ik heb sommige mensen wel de echte reden verteld,’ zegt ze. ‘Maar het is moeilijk. Ik bedoel, er is zo veel haat en veel mensen tonen zo weinig begrip.’

    Jeff Noble is nog steeds verbijsterd dat de politiek in het Amerika van 2023 een gezin ertoe kan aanzetten zijn heil buiten de staatsgrenzen te zoeken. ‘Ik begrijp niet echt hoe het zo uit de hand heeft kunnen lopen,’ zegt hij. Als kind wist hij niet eens of zijn ouders voor de Democraten of de Republikeinen stemden. Zijn zoon is meer bezig met de gevolgen dan met de oorzaak. ‘Op papier zijn we één land,’ zegt Julien. ‘Maar in realiteit is dat niet zo.’

  • De knip in 2017

    De knip in 2017

    Dit is alweer het laatste nummer in 2016. Over twee weken stuurt deze wereld voor miljoenen euro’s vuurwerk de lucht in, en is het gesuis en geknal van munitie één keer dit jaar een feestelijk geluid.

    De terugblikken worden nu koortsachtig geschreven, de lijstjes samengesteld en de foto’s geselecteerd. Het was wat je noemt een bumpy ride. Maar volgens het toonaangevende blad The Economist gaan we er in 2017 allemaal iets op vooruit. Dat ‘iets’ is dan voor de een iets meer van iets, en voor de ander iets meer van niets. Politieke onvrede, of onvrede met de politiek, vertaald in populistische oneliners, schijnt helemaal niet goed te zijn voor de economische groei, en toenemende onzekerheid leidt volgens het IMF tot een mondiale hand op de knip. Als je al een knip hebt.

    Over een knip gesproken: van alle bekenden en onbekenden die de afgelopen maanden hun laatste adem uitbliezen, bracht de dood van Fidel Castro, zo eloquent beschreven door Alma Guillermopriet, bij mij een knip-gerelateerde herinnering terug.

    Met verse dollars kon ze naar de “alles-1-dollar-winkel” in “el chopi”, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum

    Tijdens de período especial – een eufemisme voor de diepe crisis waarin Cuba in de jaren negentig was beland – logeerde ik bij de familie Cruz in Havana. Hun naar Mexico – waar ik destijds woonde – uitgeweken zoon Ricky had een enorme sporttas met cadeaus meegegeven. Ze trokken het plastic geval letterlijk uit elkaar. De babykleertjes vlogen in het rond. Veel te grote gymschoenen – maar wat hinderde dat nou, een paar proppen watten aan de voor- en achterkant en hup, trots de straat op. Moeder Gloria wachtte op haar knip, die steeds leeg heen en vol weer terug werd gestuurd. Met verse dollars kon ze naar de ‘alles-1-dollar-winkel’ in ‘el chopi’, de net geopende shopping mall even verderop. Ze had al een plastic schaal, twee paar pantoffeltjes, drie kaarsen, een haarknip en een flesje mierzoete parfum. Alles van zeer slechte kwaliteit. Wat maakte het uit, het kostte maar 1 dollar en het ging erom die dollars uit te kunnen geven. Want van kopen word je gelukkig, ook al is het maar even. Ricky stuurde meestal wel een knip mee, maar deze keer? Gloria stortte zich als laatste op de tas en trok met een felle ruk de bodem eruit. ‘De money, nada!’ riep ze woedend, de schommelstoel in de hoogste versnelling.

    Voor haar en iedereen die naar een knip verlangt, hopen we dat The Economist het goed heeft, en dat de hernieuwde diplomatie met de VS in Cuba tot een lichte welvaartsstijging zal lijden.

    Een gelukkiger 2017 alvast.

    Auteur: Katrien Gottlieb
    gottlieb@360international.nl