Tag: verkeer

  • Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Moeten er nummerborden op fietsen komen?

    Hoewel de fiets een milieuvriendelijk en gezond vervoersmiddel is, zorgt ze ook voor verkeersonveilige situaties. Leidt het registreren van fietsen tot veiliger verkeer? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    Ja: ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben’

    Een commentaar van auteur, historicus, biograaf en columnist bij The Sunday Telegraph Simon Heffer

    ‘De meeste fietsers gedragen zich goed, maar de argumenten voor regulering zijn sterk gezien het slechte gedrag van een roekeloze minderheid,’ aldus Simon Heffer in The Telegraph. Hij schrijft zijn artikel naar aanleiding van het incident in Regent’s Park in Londen, waarbij een oudere vrouw werd aangereden door een fietser op een racefiets die sneller ging dan was toegestaan. Ze overleed uiteindelijk aan haar verwondingen. ‘Toch werd er geen zaak tegen de fietser aangespannen, omdat er volgens de politie onvoldoende bewijs was voor een reële kans op een veroordeling’, schrijft Heffer. ‘Je zou denken dat de dode vrouw, het onbetwiste feit dat ze overleed nadat ze werd aangereden, en de wetenschappelijk onderbouwde bevinding dat de fietser 46 kilometer per uur reed, bewijs genoeg zou zijn.’

    Sommige parlementsleden willen dood door gevaarlijk fietsen strafbaar stellen, aangezien dit niet het eerste incident in het Verenigd Koninkrijk was. ‘In 2017 werd een man door een rechter in de Old Bailey veroordeeld tot achttien maanden gevangenisstraf op grond van een wet uit 1861 die het “roekeloos besturen” van een voertuig, inclusief een fiets, strafbaar stelt’, schrijft Heller. ‘Zijn slachtoffer, een vierenveertigejarige vrouw, overleed aan hoofdwonden toen hij haar raakte toen ze een straat overstak in Londen. Hij beging een overtreding omdat hij geen voorrem had. Uiteindelijk werd hij vrijgesproken van doodslag.’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien’

    ‘Degenen die, net zoals ik, veel door Londen of welke grote stad dan ook lopen, hebben het allemaal gezien. Fietsers rijden door rood, meestal met hoge snelheid, terwijl onschuldige voetgangers oversteken bij een groen licht. Ik werd afgelopen donderdag nog bijna omver gereden.’ En daar blijft het volgens Heller niet bij. ‘Ze fietsen op de stoep, de verkeerde kant op door eenrichtingsstraten of op de linkerkant van een straat met tweerichtingsverkeer.’ Een automobilist die zoiets doet, komt al snel in aanraking met de politie. ‘En dan niet omdat er een agent in de buurt is, want meestal is die er niet, maar omdat een bezorgde burger het kenteken noteert en een telefoontje pleegt’, schrijft hij. ‘Misschien is dat de oplossing.’

    ‘Alle fietsen op de openbare weg zouden een nummerplaat achterop moeten hebben, die gemakkelijk zichtbaar is voor diegenen die zojuist bijna overreden zijn,’ gaat hij verder. ‘Het Departement van Transport zou bescheiden registratiekosten moeten heffen om de bureaucratische kosten te dekken (hoewel aanvragen online kunnen gebeuren) en om meer politie te werven om overtreders op heterdaad te betrappen. Degenen die schuldig worden bevonden aan overtredingen kunnen, net als automobilisten, een boete krijgen, voor een bepaalde tijd van de weg worden verbannen of opgesloten, of alle drie.’ 

    Nee: ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is minder fietsers’

    Een commentaar van adjunct-politiek redacteur voor The Guardian en auteur van het boek The Miracle Pill Peter Walker.

    ‘Zwitserland heeft het een tijdje geprobeerd. Argentinië heeft het ooit een kans gegeven, net als verschillende steden in de VS. Maar de enige plek waar het idee is blijven hangen, is Noord-Korea’, schrijft Peter Walker in The Guardian. Hij geeft toe dat het registreren van fietsen in eerste instantie verleidelijk lijkt. Fietsers zijn, net als auto’s, weggebruikers, ze kunnen wetten overtreden en doen dat soms ook, en ze kunnen anderen ernstig letsel toebrengen. Dus waarom zouden ze vrijgesteld moeten worden van identificatie en handhaving? ‘De reden is heel eenvoudig: praktisch gezien zou het enorm moeilijk zijn om te handhaven – en gebleken is dat het weinig oplevert.’

    Er komen enkele logistieke hindernissen kijken bij het registreren en identificeren van fietsers. ‘Een nummerplaat moet groot genoeg zijn om leesbaar te zijn, wat op zichzelf al lastig is. Het zou ook alleen de fiets zelf identificeren, niet de persoon erop.’ Sommige voorstanders hebben het idee geopperd fietsers in genummerde hesjes te steken. ‘Maar nogmaals, iets wat groot genoeg is om gezien te worden zou enorm onpraktisch zijn – te warm in de zomer en onmogelijk over een jas heen te krijgen in de regen of kou.’

    ‘Het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg’

    Het is volgens Walker dus geen realistische oplossing. ‘En als er al een half werkbare administratieve truc gevonden zou worden, stuit je op het andere opvallende nadeel van een dergelijke regeling: er is zeer sterk bewijs dat deze geen netto voordeel oplevert voor de verkeersveiligheid of het algemene nationale welzijn. In feite gebeurt het tegenovergestelde. het identificeren van weggebruikers neemt gevaren in het verkeer niet weg.’ 

    Volgens het Motor Insurers’ Bureau zijn er in het Verenigd Koninkrijk naar schatting een miljoen onverzekerde bestuurders en elke dag komen ongeveer zeventig mensen om in het verkeer of lopen mogelijk levensgevaarlijke verwondingen op. ‘Bijna alle verkeersslachtoffers worden veroorzaakt door auto’s. De concentratie op fietsen zou betekenen dat je je concentreert op een groep die gemiddeld twee doden per jaar veroorzaakt, tegenover de zeventienhonderd levens die elk jaar verloren gaan bij auto-ongelukken’, schrijft Walker. ‘Het enige wat je zou krijgen van deze draconische maatregelen is waarschijnlijk minder fietsers. Verplichte helmwetten in landen als Australië – een veel minder zware administratieve barrière – blijken het aantal fietsers ook al te onderdrukken.’ En bij minder fietsers is niemand gebaat. ‘Dan krijg je een slechtere volksgezondheid, meer vervuiling, meer opstoppingen – en meer verkeersdoden.’

  • Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    Zelfrijdende auto’s lossen niet het echte probleem op: overvolle en gevaarlijke wegen

    De toenemende populariteit van zelfrijdende taxi’s heeft een keerzijde. Ze zijn vervuilend, creëren soms gevaarlijke situaties en eisen ruimte op. Ruimte die steden ook kunnen gebruiken voor een beter openbaarvervoersnetwerk, aldus transportonderzoeker David Zipper.

    Toen de software-ingenieur Dan Afergan een paar weken geleden in San Francisco met wat vrienden in het café zat, kwam er iemand binnen die zei: ‘Er staat buiten een geblokkeerde Cruise met een pylon op de motorkap.’ Afergan ging meteen even kijken en inderdaad: een van de zelfrijdende taxi’s van Cruise, een dochter van General Motors, stond met knipperende lichten midden op straat met een oranje verkeerskegel op de motorkap. ‘Ik dacht dat het gewoon een flauwe grap was,’ zegt Afergan. ‘Maar een vriend zei: “Nee, ik heb hiervan gehoord.” Zelf had ik geen idee dat er ook mensen zijn die tegen zelfrijdende auto’s protesteren.’

    Dit ‘kegelen’ is onderdeel van een campagne van Safe Street Rebel, een lokale actiegroep voor veilig verkeer die nu robottaxi’s op de korrel neemt. Volgens officiële cijfers rijden er in Californië 571 zelfrijdende taxi’s rond van Cruise en zijn rivaal Waymo, een dochter van Googles moederbedrijf Alphabet. Je bestelt zo’n taxi met een app en ze rijden vooral in San Francisco en omgeving. Door die gemeente zijn de twee taxibedrijven aan diverse beperkingen gebonden en daar willen ze nu vanaf. Dit stuit weer op bezwaren van de politievakbond, het gemeentelijke verkeersdepartement en de brandweer, die waarschuwen dat de robottaxi’s verontrustend vaak het verkeer ophouden en daarmee de hulpdiensten hinderen.

    Toen de mensen van Safe Street Rebel doorhadden dat je zo’n geavanceerde auto vleugellam maakt door een pylon op de motorkap te zetten, spoorden ze met een filmpje op TikTok burgers aan om dat ook te doen. Dit wegwuiven als het zoveelste voorbeeld van weerstand tegen technologie zou een miskenning zijn van het belang van deze ophef. Voor het eerst voeren burgers, techbedrijven en ambtenaren nu een debat over of, en zo ja hoe je zelfrijdende auto’s in een dichtbevolkte stad kunt laten rondrijden. Dit is een gesprek dat hoognodig is, nu de technologie van zelfrijdende voertuigen nog in ontwikkeling is en voordat de robottaxi het leven in San Francisco en de rest van stedelijk Amerika verandert.

    Veiligheid

    In de utopische versie van het verhaal worden ritjes met een robottaxi zo gemakkelijk en goedkoop dat mensen zelf geen auto meer willen. Het meest aansprekende argument voor de robottaxi is de feilbaarheid van mensen achter het stuur. In een opiniestuk in de San Francisco Chronicle hemelde een van de CEO’s van Waymo vorige maand de veiligheid van zijn auto’s nog op, en Cruise beweerde in een paginagrote advertentie in The New York Times en andere kranten dat hun technologie de oplossing was voor de 42.795 verkeersdoden die vorig jaar in de VS zijn gevallen. (Beide bedrijven zijn niet scheutig met cijfers over hun bedrijfsvoering, wat het voor onafhankelijke onderzoekers lastig maakt om er een objectief oordeel over te vellen.) Maar zoals het nu staat leveren de robottaxi’s de handhavers in San Francisco vooral veel extra werk op. De voertuigen hebben rijstroken geblokkeerd, bussen en trams gehinderd, over een brandslang gereden en wegwerkzaamheden verstoord. Sinds juni 2022 zijn er bijna zeshonderd gevallen gemeld van robottaxi’s die spontaan stil bleven staan op de openbare weg, soms urenlang. En dat zijn alleen de gevallen waarvan melding is gemaakt bij de autoriteiten: het werkelijke aantal zou veel hoger kunnen liggen.

    ‘Die auto’s doen het goed in eenvoudige woonwijken, maar ze krijgen het moeilijk als de verkeerssituatie ingewikkelder wordt, en zeker in onverwachte situaties,’ zegt Jeffrey Tumlin, hoofd van het verkeersdepartement van de gemeente. Volgens Steven Shladover, een onderzoeker van UC Berkeley die Californische overheden over zelfrijdende voertuigen adviseert, zijn de auto’s heel geavanceerd. Maar, zegt ook hij, ‘je zult beslist situaties zien waarin de auto zich als een onervaren bestuurder gedraagt. Het is een jongere, nog geen volwassen automobilist.’

    Cruise en Waymo pareren de kritiek door te wijzen op de staat van dienst van hun auto’s, die volgens hen veel minder brokken maken dan menselijke bestuurders. ‘Elke dag dat de inzet van deze levensreddende technologie wordt uitgesteld, heeft negatieve gevolgen voor de verkeersveiligheid,’ stelt Waymo.

    Ondanks de huidige problemen wordt de zelfrijdende technologie steeds beter en worden er nieuwe lessen getrokken uit de enorme hoeveelheden data die zijn verzameld van voertuigen die de openbare weg op gaan. Maar ook al reden ze echt foutloos, hoe zou het leven eruitzien in een stad waarin het wemelt van de robottaxi’s?

    Verkeersinfarct

    Al voor de komst van de benzineauto was het op de straten van Amerika een drukte van belang. Voetgangers, koetsen en fietsers krioelden er door elkaar en je zag kinderen knikkeren en honkballen op straat. In de jaren 1920 namen miljoenen mensen nog de tram en telde het land meer dan 70.000 kilometer tramspoor. De auto was aanvankelijk alleen voor rijkelui weggelegd. Maar met de introductie van de T-Ford steeg de verkoop van auto’s in de VS van 181.000 in 1910 naar 4,5 miljoen in 1929. Ze gingen harder dan alle andere voertuigen op straat en vormden al snel een groot gevaar voor voetgangers en kinderen. In 1927 stierven 25.800 mensen bij auto-ongevallen, veel meer per hoofd van de bevolking dan tegenwoordig, hoewel toen veel minder Amerikanen een auto hadden.

    De opkomst van de auto was funest voor de tram, die geen kant op kon als een auto het spoor blokkeerde. In de jaren vijftig was er van de Amerikaanse tramlijnen niet veel meer over. In 1960 vond nog maar 12 procent van het woon-werkverkeer plaats met het openbaar vervoer, in 2019 nog maar 5 procent.

    Doordat de auto lang centraal stond in het beleid, zijn steden steeds viezer, gevaarlijker en minder aantrekkelijk geworden. In veel binnensteden gaat meer dan de helft van het oppervlak op aan wegdek en parkeerruimte voor auto’s, die daarmee ruimte innemen die anders beschikbaar zou zijn voor woningen, winkels, speeltuinen en parken. Veel steden proberen daar nu iets aan te doen. In Denver is per referendum besloten miljoenen vrij te maken voor het opknappen van trottoirs. En de hoofdsteden Phoenix en Madison willen beginnen met een snelbus om hun openbaar vervoer concurrerender te maken. De vooruitgang gaat met kleine stapjes, maar vooruitgang is er.

    De gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie

    Alleen wordt die vooruitgang bedreigd door de komst van zelfrijdende auto’s, omdat dat toch gewoon auto’s blijven. Of ze nu door mensen of software worden bestuurd, ze zijn vervuilend, ze hebben wegen nodig en ze vormen een gevaar voor voetgangers en fietsers. Peter Norton, historicus aan de universiteit van Virginia, ziet reden tot zorg: ‘Als de straten eenmaal gevuld zijn met robottaxi’s, loop je het risico dat een gemeente het niet meer nodig acht om voor goed openbaar vervoer te zorgen.’

    En de gedachte dat deze auto’s de algehele verkeerssituatie zullen verbeteren, lijkt een illusie. In het kader van een onderzoek kregen dertien vrijwilligers in San Francisco een paar jaar geleden een week lang de beschikking over een auto met chauffeur, om zo het bezit van een zelfrijdende auto na te bootsen. In die ene week legden de proefpersonen nota bene 83 procent meer kilometers af dan voorheen. Als zelfrijdende auto’s ook zoveel meer vervoersbewegingen opleveren, zijn ze een ecologische ramp en kunnen ze een verkeersinfarct van ongekende omvang veroorzaken.

    De afgelopen eeuw leert ons dat mensen met andere vervoermiddelen er bekaaid van afkomen als de openbare ruimte vooral op auto’s wordt ingericht. En dan maakt het waarschijnlijk niet uit of die auto’s zichzelf kunnen besturen of niet.

    Lees ook:

  • New York deelt boetes uit aan luidruchtige voertuigen

    New York deelt boetes uit aan luidruchtige voertuigen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » SUV met pepperspray uitgebracht op Amerikaanse consumentenmarkt

    » Delen van Turkije en Syrië opgeschrikt door zware aardbeving

    Geluidsmeters moeten verkeerslawaai inperken

    Na Parijs, dat er een jaar geleden mee begon, doet nu ook New York pogingen om de onophoudelijke kakofonie van het verkeer tot bedaren te brengen: de stad heeft verkeerscamera’s geïnstalleerd die zijn uitgerust met geluidsmeters. Daarmee kunnen opgevoerde auto’s en motorfietsen worden gesignaleerd die een illegale hoeveelheid straatlawaai produceren, meldt AP News. Tijdens de proefperiode van een jaar hebben inmiddels al zeker eenenzeventig bestuurders een boete gekregen voor het overtreden van de geluidsregels. 

    ‘Voertuigen met illegaal aangepaste dempers en uitlaten die extreem veel lawaai maken zorgden de afgelopen jaren voor een groeiend probleem,’ aldus gemeenteraadslid Erik Bottcher, die de komst van de meters toejuicht. 

    Er zijn duidelijke aanwijzingen dat lawaai niet alleen het gehoor aantast, maar ook het humeur en de geestelijke gezondheid

    Afgelopen voorjaar werd al een wet van kracht die het aanpassen van dempers en knalpijpen verbiedt, maar vanwege ontbrekende handhaving haalde dat niet zoveel uit. Daar moeten de nieuwe geluidsmeters verandering in brengen. Net als bij snelheidsovertredingen registreren de apparaten het nummerbord van de overtreder. Die kan een boete krijgen van 800 dollar [735 euro] tot wel 2625 dollar [ruim 2400 euro].

    Er zijn duidelijke aanwijzingen dat lawaai niet alleen het gehoor aantast, maar ook het humeur en de geestelijke gezondheid; ook bestaat er mogelijk verband met verhoogde risico’s op hart- en vaatziekten. Bedrijven die gespecialiseerd zijn in architectonische akoestiek doen het dan ook goed in New York. Het ontwerpen van nieuwe gebouwen of het uitrusten van oude gebouwen met geluiddempende technologie is inmiddels booming business. 

    Lees ook:

  • Senegal in rouw na zwaar busongeluk

    Senegal in rouw na zwaar busongeluk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bolsonaro-aanhangers bestormen parlement in Brasilia

    » Republikein Kevin McCarthy eindelijk verkozen tot voorzitter Huis

    Tientallen mensen overleden bij botsing

    In Senegal zijn drie dagen van nationale rouw afgekondigd nadat zeker veertig mensen om het leven kwamen bij een zwaar busongeluk tussen twee bussen. Bij de stad Kaffrine botsten de twee bossen vol op elkaar. Nog eens tientallen mensen raakten gewond, schrijft Africa News.

    Volgens lokale media ontstond het ongeluk nadat een regionale bus een klapband kreeg en daardoor op de andere weghelft belandde. Vervolgens ontstond er een zware botsing met een andere bus, die op hoge snelheid vanaf de andere kant kwam aanrijden. Hoewel zware verkeersongelukken vaker voorkomen in Senegal, is het lang geleden dat er zo veel doden en gewonden vielen bij een ongeluk in het Afrikaanse land.

    De Senegalese president Macky Sall heeft zijn medeleven betuigd aan de families en nabestaanden van de slachtoffers en gezegd dat hij op ministerieel niveau gaat kijken naar maatregelen om de verkeersveiligheid, het openbaar vervoer en de infrastructuur in het land te verbeteren.

    Lees ook:

  • Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Tranen, pijn, ongelukken: dit is het krankzinnigste kruispunt van Berlijn

    Wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen aspiratie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt bij het kruispunt op het Museumsinsel in Berlijn. ‘Het is volslagen idioot hier.’

    Vanaf de Ebertsbrücke tussen de Tucholskystraße en de zuidelijke oever van de Spree heb je een schilderachtig uitzicht op Berlin-Mitte. Naar het oosten toe strekt zich een adembenemend panorama uit. Amateurfotografen zijn gek op deze plek.

    Bij zonsondergang staan er tientallen met hun camera’s in de aanslag. Het Bode-Museum, het Museumsinsel, dat werelderfgoed is, en de televisietoren van Berlijn worden dan door de avondzon in een unieke gloed gehuld, zoals je meestal alleen op ansichtkaarten ziet. Beneden glinstert de Spree in het laatste restje daglicht. Op geen enkele andere plek is de meest opwindende stad van Duitsland op dit tijdstip zo mooi.

    De verkeerssituatie leidt al meer dan dertig jaar tot woede, afschuw, machteloosheid en onverschilligheid

    Maar schijn bedriegt. Want deze plek, vooral het kruispunt aan de zuidkant van de brug die de Torstraße moet verbinden met de prachtige boulevard Unter den Linden, wordt door Berlijners gehaat. De verkeerssituatie hier roept al meer dan dertig jaar woede, afschuw, machteloosheid of onverschilligheid op en leidt soms zelfs tot tranen en pijn.

    ‘Wij zijn één Berlijn’ luidt de fantasieloze reclameslogan van Berlijn, bedoeld om de hoofdstad te bevrijden van het groezelige imago een ‘mislukte stad’ te zijn. Maar wie wil begrijpen waarom er meer dan dertig jaar na de val van het communisme nog steeds een diepe kloof gaapt tussen ambitie en realiteit, hoeft eigenlijk alleen maar te bestuderen wat er gebeurt op dat kleine kruispunt tussen Am Weidendamm, Kupfergraben en Geschwister-Scholl-Straße.

    Het is zeven uur ’s morgens op een gewone woensdag. Over een paar minuten barst de storm op het kruispunt los. Nu ziet het er nog overzichtelijk uit. Een eenzame kraai zit op de versleten stalen relingen. Die zorgen er in theorie voor dat voetgangers op alle hoeken van het kruispunt de rijbaan alleen maar kunnen oversteken door een omweg van een paar honderd meter te maken. Om precies te zijn gaat het om 152 meter massieve, buikhoge stalen leuningen die in beton zijn gegoten. En deze stalen relingen, hoe onbeduidend ze ook mogen lijken, zijn exemplarisch voor een geschiedenis van ongelukken, ambtelijk falen en slordigheden.

    De brug

    Op de brug is de chaos nu begonnen. Terwijl verderop in de Geschwister-Scholl-Straße een gestreste chauffeur in een Ford Ka luid toetert en ‘Lazer op!’ roept naar een jonge fietser, is het al weer zover. Een ongeluk. Vanuit de Tucholskystraße kwam een jonge vrouw in stevige pas aangelopen. Ze wilde over het trottoir van de Ebertsbrücke richting Unter den Linden lopen. Even stond ze in verwarring voor de stalen reling, maar na een onhandige sprong staat ze nu plotseling op de rijweg. Een aanstormende fietser probeert te remmen. Zijn verse remspoor voegt zich bij de vele andere op het asfalt. Te laat. De uitwijkmanoeuvre eindigt met een knal tegen de reling.

    De man ligt als een insect op het wegdek en grijpt naar zijn arm. Een druppel bloed druipt van zijn elleboog op de weg. De jonge vrouw helpt de man overeind. Terwijl de twee bij de reling staan, het hoofd schuddend en nogal geschrokken, maakt een familie uit Los Angeles gebaren aan de overkant van de straat, ook hoofdschuddend. Onderweg van de Friedrichstraße naar het Pergamon Museum hebben ze besloten niet over de reling te springen. In plaats daarvan kiezen ze voor een 169 meter lange omweg langs de hekken. De veiligere, maar moeilijkere weg.

    We zien een man met een zonnebril, een beige trenchcoat en klassieke herenschoenen, die behendig over de reling klimt en doelgericht over de rijbaan langs geparkeerde auto’s richting Unter den Linden loopt. We spreken hem aan. Zijn naam is Fabian von Ritter, hij is advocaat insolventierecht en legt deze route minstens drie keer per week af. Hij rekent ons voor: met minstens 180 keer oversteken per jaar is hij in de vijf jaar dat hij in de Tucholskystraße woont al zeker 900 keer over de reling gesprongen. Voor zijn werk. Daarbovenop, zegt hij, deed hij dat privé nog eens 500 keer. Dat zijn minstens 1400 sprongen over de reling.

    ‘Het is volslagen idioot hier’

    Als het regent en hij schoenen met leren zolen draagt, gaat hij soms onder de reling door, want ‘dan is het te gevaarlijk om eroverheen te springen’. Von Ritter laat ons precies zien waar hij zijn sprong maakt. ‘Dit is waar de pro’s het doen. Hier is de middelste sport van de reling iets lager,’ zegt hij. ‘Dat maakt het makkelijker voor de gewrichten.’ We zien dat de leuningen niet uit één stuk bestaan. Hier en daar, zo lijkt het, zijn er later onderdelen toegevoegd, getuige de onafgewerkte lasnaden. Een man in een blauwe overall wijst geërgerd naar de tegenoverliggende hoek Am Weidendamm/Geschwister-Scholl-Straße: ‘Tien jaar geleden was daar nog een opening in het hekwerk.’

    In de loop van ons onderzoek zal duidelijk worden dat de man gelijk heeft. Waarom voetgangers inmiddels deze beperking is opgelegd, is op dit moment voor de betrokkenen onduidelijk. We vragen de advocaat in de regenjas naar zijn mening. ‘Het is volslagen idioot hier,’ zegt Von Ritter. Hij ziet hier regelmatig ongelukken. Een week geleden maakte een oude vrouw die terugkwam van een bezoek aan het kerkhof een zware val en brak haar arm.

    Von Ritter zegt allang aan deze toestand gewend te zijn, maar het is voor hem onbegrijpelijk dat in de dertig jaar sinds de bouw van de provisorische brug niemand op het idee is gekomen de situatie voor de bewoners  te verbeteren: ‘Vooral omdat onze voormalige bondskanselier Angela Merkel hier slechts honderd meter verderop aan de Kupfergraben woont. Alleen al het feit dat dit zich onder haar ogen afspeelt, zet me aan het denken en maakt me boos.’

    Provisorische brug

    Sleutelwoord: provisorische brug. Om te begrijpen waarom deze oversteekplaats zo gevaarlijk is, is het de moeite waard een blik te werpen op de turbulente geschiedenis van deze plek. We leren dat in 1820 een zekere heer Ebert, die destijds de grond aan de oevers van de Spree bezat, de brug aanlegde om tol te kunnen vragen. Aanvankelijk stond hier een eenvoudige houten jukbrug, die later door de stad werd vervangen door een prachtige stenen brug naar een ontwerp van Karl Friedrich Schinkel. Toen hier in de jaren dertig ondergronds de huidige S2-spoorlijn werd aangelegd, werd de Schinkelbrug in 1937 vervangen door een stalen brug.

    Bijna alle Berlijnse bruggen over de Spree werden in het voorjaar van 1945 opgeblazen door de Wehrmacht als onderdeel van Hitlers Nero-bevel – bedoeld om te voorkomen dat het Rode Leger zou oprukken. Dat lot trof ook de Ebertsbrücke. Tot 1946 kon de S2 niet rijden omdat door het opblazen van de brug de tunnel eronder was beschadigd en volgelopen met water. Gedurende de DDR-tijd was er ruim veertig jaar lang helemaal geen Ebertsbrücke. Uiteindelijk werd in 1992 een noodbrug over de Spree aangelegd, steunend op twee elektriciteitsmasten. Deze vorm van de brug is nog altijd in gebruik.

    Toen in 1992 de Weidendammer Brücke tussen Friedrichstadtpalast en station Friedrichstraße gerenoveerd moest worden, werd het verkeer omgeleid over de nieuwe tijdelijke Ebertsbrücke. Maar wat was bedoeld als een tijdelijke oplossing, is nu al meer dan dertig jaar permanent. En zo zijn waarschijnlijk de relingen in kwestie verschenen. Het onheil kon beginnen.

    We hebben een afspraak met Roland Stimpel voor een korte rondleiding door de buurt. Stimpel, ronde nikkelen bril, T-shirt en witte krullen à la Rainer Langhans [een bekende Duitse activist, acteur, schrijver en filmmaker], kent de buurt goed, want hij woont in de Planckstraße, één straat verderop. En nog belangrijker voor ons onderzoek: Stimpel is een professional. Hij is bekend van Der Tagesschau [het Duitse achtuurjournaal] in zijn hoedanigheid als woordvoerder van de Duitse vereniging voor voetgangersverkeer (Fuss e.V.) en dus als ‘Duitslands belangrijkste pleitbezorger voor voetgangers’.

    In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is

    ‘In 1986 waren die relingen er nog niet.’ Dat vertelde zijn kwieke buurvrouw van tachtig hem. Waarom zijn ze er eigenlijk? vragen we ons af. We kijken rond met Roland Stimpel. We onderzoeken samen de leuningen, kijken een tijdje naar het verkeer. In 30 seconden tellen we 26 sprongen over de stalen buizen en helpen we een fietser overeind die gevallen is.

    We zien een enorme wooncontainer voor bouwvakkers van drie verdiepingen die het voetpad verspert, helemaal aan het einde van de reling. Kennelijk goedgekeurd door het stadsdeelbestuur. Doordeweeks worden hier tot aan de kruising auto’s geparkeerd door Poolse arbeiders die aan de andere kant van de Spree op een van de grote bouwterreinen rond het oude telegraafkantoor aan het werk zijn. Achter de container zit een grote kuil in het trottoir. Al weken liggen hier stroomkabels bloot. Niet ongevaarlijk.

    En niet alleen de leuningen bij de kruising zijn een curiositeit. Tegenover het Bode-Museum, een paar honderd meter naar het oosten, zien we gaten van vijf meter lang waar de prachtige balustrades uit de keizertijd langs de Spree ooit met grof geweld zijn afgebroken. Die plekken werden later opgevuld met stukken lelijk groen tuinhek. Waarom?

    Een inwoner weet het antwoord. In de extreem strenge winter van 1979/80 had het in Berlijn zo hard gesneeuwd dat de straten in heel Oost-Berlijn met zwaar materieel werden schoongeveegd. De sneeuw belandde in de Kupfergraben, waar deze vijf meter hoog werd opgetast. Ambtenaren besloten dat de sneeuwmassa’s gewoon met bulldozers door de oude hekken geduwd konden worden, maar met de bevroren sneeuwmassa’s werden hele stukken reling gewoon mee de Spree in geduwd. Hoewel die later door duikers zijn geborgen, werden ze niet teruggeplaatst. Blijkbaar was het Berlijnse bestuur ook vóór de val van het communisme niet ideaal.

    ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden’

    Maar goed, terug naar ons kruispunt. Een jonge vrouw op een Ferrari-rode scooter rijdt voorbij. Ze vertelt dat door de grote container en het hekwerk de voorrangsregels hier niet echt inzichtelijk zijn. Iedereen doet maar wat hij wil, zegt ze. Als je een ongeluk wilt vermijden, kun je maar het beste stapvoets rijden. ‘Ik heb al vijf keer bijna iemand aangereden.’

    Wij zetten onze wandeling met Stimpel van Fuss e.V. voort en houden de rondzwervende toeristen en voorbijgangers in de gaten. ‘Deze hoek is volkomen absurd. Iedereen probeert hier over te steken, vooral degenen die hier onbekend zijn,’ zegt Stimpel. Sommigen klimmen over twee relingen, anderen over drie, sommigen lopen 100 meter over de rijweg. ‘Iedereen probeert op de een of andere manier langs dit volstrekt ongeplande verkeerspunt te komen. Hier is geen seconde over nagedacht. Waarom is het in dertig jaar bij niemand opgekomen die relingen weg te halen en de stoepranden gewoon te verlagen?’ vraagt Stimpel zich af.

    Een typische Berlijnse straathoek

    Helaas is dit een typische Berlijnse straathoek, zegt Stimpel. De burgers zijn eraan gewend geraakt dat de politiek geen verantwoordelijkheid neemt. ‘Hier ben je op jezelf aangewezen. In Berlijn zijn het altijd de mensen die de meeste hulp en bescherming nodig hebben, mensen in een rolstoel, met een kinderwagen, of oude en zieke mensen, die de sjaak zijn. Het gebeurt hier zo vaak dat de zwaksten het moeten ontgelden.’

    En inderdaad: terwijl een gepensioneerde in zijn elektrische karretje nog dapper diagonaal over de kasseien (à la Via Appia) op het kruispunt rijdt, begeleid door woest getoeter van auto’s, hebben drie leerkrachten van een dertigkoppige klas van een speciale school uit Bad Dürkheim in Rijnland-Palts hun handen eraan vol hun geestelijk en lichamelijk gehandicapte leerlingen veilig van A naar B te brengen. In een lange rij staan de bange kinderen op de rijweg, met één hand aan de reling, terwijl ze er in kleine groepjes overheen worden geleid.

    ‘Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven’

    Vanaf de overkant van de straat beziet de 85-jarige Oost-Berlijnse Marianne Irler de problemen van de groep. ‘Ik moet hier regelmatig oversteken om bij de dokter in de Geschwister-Scholl-Straße te komen,’ zegt de vermoeide gepensioneerde met gebloemde blouse en rollator. ‘In de Tucholskystraße kom ik de stoepranden al niet meer op. Ik wil gewoon de straat oversteken, maar dat kan dus niet.‘ In plaats daarvan moet ze een omweg van 86 meter maken. ‘En op mijn leeftijd,’ zegt ze, ‘ben ik al zo uitgeput van het lopen dat ik de kracht niet meer heb om me erover op te winden. Het stadsdeel heeft ons oude mensen opgegeven.’

    Een licht gedeukte Opel Zafira van de Berlijnse politie komt de hoek om. We spreken de bebaarde agent en zijn blonde collega aan. Officieel en onder hun echte namen, mogen ze ons geen informatie geven, maar anoniem kunnen ze wel iets zeggen. Al met al is het goed geregeld, zegt de officier terwijl zijn collega knikt. ‘Een reling is als een verkeersbord. Die geeft duidelijk aan dat je eromheen moet. Eroverheen springen is verboden.’ Iedereen moet zich eraan houden, en wie dat niet doet begaat een overtreding.

    Wij wijzen de politie erop dat deze reling voor geen van de voorbijgangers zin heeft en dus gewoon wordt genegeerd. Het ijskoude antwoord: ‘Het maakt me niet uit wat mensen ervan vinden, regels zijn regels.’ Wij staan nogal perplex en vragen ons af of het oude adagium ‘de politie, uw vriend en helper’ nog steeds geldt in het moderne Berlijn. Wat zou Marianne Irler hierop te zeggen hebben?

    Poolse bouwvakkers

    Pas laat op de avond komt alles zodanig samen dat we ons een duidelijk beeld kunnen vormen. We ontmoeten twee Poolse bouwvakkers (precies, die uit de wooncontainer) die over de brug schuifelen met emmers verf. We vragen hun als vakmannen om hun oordeel. Ze zeggen dat het vrij duidelijk is waarom alle mensen hier ondanks het verbod over de reling springen. ‘Deze reling is niet van Pruisische degelijkheid,’ zegt er een. ‘De lasnaden zijn slecht, de verbindingspunten slordig, en alles is krom en scheef,’ voegt de ander toe. Ze schudden hun hoofd. En geen van beiden kan zich voorstellen dat dit het werk van een Duitse overheidsinstelling is. ‘Berlijn is veel chaotischer dan Warschau,’ lacht de eerste. ‘Niets doet het,’ vult de tweede aan.

    We hebben genoeg gezien. Tijd voor navraag bij de bevoegde Berlijnse autoriteiten. En omdat je in Berlijn nooit precies weet wie wáárvoor verantwoordelijk is, moeten we onze e-mails met vragenlijsten wijd rondstrooien. Wij geven de autoriteiten een redelijke termijn van 72 uur om te antwoorden. Al snel hebben we in de gaten welke afdeling waarschijnlijk niet verantwoordelijk is. Binnen 25 minuten ontvangen we een vriendelijke afwijzing van het Departement voor Stedelijke Ontwikkeling. Iedere Berlijner hunkert naar zo’n snel antwoord van de autoriteiten wanneer er iets moet worden opgehelderd.

    ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand niet is verholpen in dertig achtereenvolgende jaren’

    Beetje bij beetje druppelen de antwoorden binnen. Bij het ter perse gaan hadden wij van de Berlijnse politie nog geen informatie ontvangen over ongevallenstatistieken. We vernemen dat het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumentenbescherming en Klimaatbescherming verantwoordelijk is voor de brug. Het zegt: ‘We weten niet waarom deze nogal bizarre toestand, met relingen die een voetpad blokkeren, in dertig achtereenvolgende jaren niet is verholpen.’

    Stadsdeelkantoor Berlin-Mitte is verantwoordelijk voor het kruispunt. Om precies te zijn: gemeenteraadslid voor Verkeer Almut Neumann van de Groenen zei bij haar aantreden eind 2021 in een YouTube-video: ‘Ik zie het als mijn verantwoordelijkheid om goed werk te leveren voor u.’ En verder: ‘Ik wil grotere verkeersveiligheid (…), vooral voor kinderen en ouderen, door veilige kruispunten, meer ruimte op de trottoirs, beschermde fietsstroken en voetgangerszones.‘

    Het officiële antwoord

    We geloven het raadslid op haar woord. Maar waarom zijn die relingen er dan? Het omvangrijke officiële antwoord van de autoriteit: ‘Als gevolg van bouwtechnische beperkingen door de brugconstructie zorgt hoogteverschil aan de zuidkant voor een structureel ongebruikelijk en daardoor onvoorspelbaar trede-effect voor voetgangers in het gebied direct naast de rijbaan, dat zonder passende beschermende maatregelen een hoog risico op ongevallen zou betekenen en ook in strijd zou zijn met de in Berlijn geldende beginselen van toegankelijkheid.’

    En verder: ‘Aangezien het verlagen of ombouwen van stoepranden op alle vier de hoeken van het kruispunt momenteel niet mogelijk is vanwege de hierboven uiteengezette structurele omstandigheden en beperkingen, bestaat het risico dat met name medeburgers met beperkte mobiliteit op deze punten struikelen en zich bezeren; het is daarom moeilijk om deze oversteekplaats als zodanig zonder beveiliging aan te bieden aan weggebruikers die willen oversteken.’

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden

    Aha, dus de hoge stoepranden zijn de reden. Maar waarom was de reling dan open tot ten minste 2008, zoals te zien is op Google Streetview? We zoomen in. Aan de zuidkant van de kruising zijn zelfs kleine treden ingebouwd om het ‘hoogteverschil’ te overbruggen, waardoor men er gemakkelijk zonder leuningen kan lopen. Bovendien zouden volgens de logica van het stadsdeelbestuur dan bijna alle trottoirs aan de oevers van de Spree van leuningen moeten worden voorzien (zoals erg populair was in de DDR, die niet bekendstond om haar liberale principes). In tegenstelling tot wat de autoriteiten beweren, zijn de stoepranden daar – de Berliner Zeitung heeft het met een liniaal nagemeten – soms wel tien centimeter hoger dan op het kruispunt.

    En in de aangrenzende Tucholskystraße in het noorden zou dan ook een reling moeten worden aangebracht bij de oversteekplaats bij de twee trappen naar de oevers van de Spree. Want ook hier is veel bedrijvigheid en staan veel voorbijgangers verward om zich heen te kijken. Hier zijn de stoepranden zelfs tot acht centimeter hoger dan bij het kruispunt. Kortom, de relingen op het kruispunt hebben wat ons betreft geen enkele zin.

    Volgens het gemeenteraadslid is de afzetting op de Ebertsbrücke ‘bizar, en als voorbijganger heb ik me er in het verleden eerlijk gezegd aan geërgerd’, maar ‘de situatie structureel aanpassen is zeer complex vanwege de structurele beperkingen van het brugsysteem en lijkt niet haalbaar op korte of middellange termijn’.

    Is dat echt zo? We vragen het aan iemand die het zou moeten weten. Bernhard Strecker is de bekendste bruggenbouwer van Berlijn. De 82-jarige speelde een belangrijke rol bij het in oude luister herstellen van veel bruggen in Berlijn-Mitte die in 1945 door de Wehrmacht waren opgeblazen. Strecker ontwierp onder meer de noordelijke Monbijoubrücke, die direct naast de Ebertsbrücke ligt, en de Neue Friedrichsbrücke naar Museumsinsel, en hij is voor de hoofdstad het meest competente aanspreekpunt in zaken die de Ebertsbrücke betreffen. Al jaren vraagt hij de autoriteiten en met name de stadsdeelburgemeester om de ‘verschrikkelijke toestand’ rond de Ebertsbrücke te verhelpen.

    ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost’

    Door de lastige verkeerssituatie onder de brug is het niet mogelijk om de huidige brug te vervangen door een ‘prachtige overbrugging’, aangezien de aanleg de steunmuren van de onderliggende S-Bahn-tunnel zou kunnen beschadigen. Dat laat onverlet dat het na ruim drie decennia hoog tijd is dat het bovengrondse gebied eindelijk eens goed wordt aangepakt. De stadsdeelburgemeester mag zich niet langer achter de brug verschuilen, zegt hij. ‘Het zijn allemaal slappe excuses,’ mompelt Strecker. ‘Dit zou op korte termijn met weinig geld binnen een paar weken kunnen worden opgelost.’

    Actie ondernemen

    Mevrouw Neumann, de eerste verantwoordelijke ambtenaar sinds de bouw van de brug in 1992, kondigt in een e-mail aan dat zij nu eindelijk actie zal ondernemen. ‘Persoonlijk kan ik me bijvoorbeeld voorstellen dat de relingen worden verwijderd. In plaats daarvan kunnen we met waarschuwingsborden en andere markeringselementen wijzen op de aanwezigheid van hoogteverschillen. Maar dat moeten we eerst rustig bespreken.’ Ook zij wil een ‘oplossing die redelijk snel kan worden uitgevoerd’.

    In Berlijn kan ‘redelijk snel’ dertig jaar betekenen

    De Berliner Zeitung vreest echter dat ‘redelijk snel’ in het Berlijns een eufemisme is voor nog eens dertig jaar nietsdoen en biedt daarom graag nu al hulp aan. Wij stellen graag drie redacteuren ter beschikking die gedurende twee dagen op z’n minst de verwijdering van de relingen voor hun rekening kunnen nemen. De kosten voor het stadsdeel zijn overzichtelijk. Bij bouwmarkt Hellweg koop je een haakse slijper voor minder dan 100 euro. Een zak cement om de gaten te vullen kost 3,29 euro en bij Robben & Wientjes kun je een vrachtwagen huren voor 44 euro per dag. Ook de kosten voor de catering zijn te overzien: bij bakkerij Backmühle in de Tucholskystraße kost een filterkoffie 1,70 euro en een half broodje vlees slechts 1,50 euro.

    En omdat de redactie van de Berliner Zeitung niet bestaat uit boeven en de relingen eigendom zijn van het stadsdeelbestuur, hebben we ook uitgezocht waar het overtollige staal heen kan. We hebben een expert het gewicht van de 152 meter lange stalen buizen laten schatten. Die kwam op vier tot vijf ton staal. De schrootprijzen zijn op dit moment niet slecht. Door het hekwerk te verkopen aan bijvoorbeeld de schroothandel in Marzahn-Hellersdorf tegen de huidige dagprijs van 1,45 euro per kilo V2A-staal, kan het stadsdeel tussen de 5800 en 7250 euro verdienen.

    Dat geld zou mevrouw Neumann dan weer kunnen steken in de door haar gewenste verkeersverbeteringen in de hoofdstad, zoals pop-upfietspaden en houten zitjes en banken voor de nieuwe voetgangersgebieden die geleidelijk aan overal in Berlin-Mitte de vele parkeerplaatsen moeten gaan vervangen. 

    Hoewel de twee Poolse arbeiders beweren dat zij de stoepranden op de kruising binnen een week verwijderd hebben, zal er de komende jaren waarschijnlijk geen bevredigende oplossing komen voor Marianne Irler met haar rollator. Zal ze het nog meemaken? Het is onduidelijk, want bij het Gemeentelijke Departement voor Milieu, Mobiliteit, Consumenten en Klimaatbescherming krijgen we off the record te horen: ‘Stoepranden zijn heilig’. Het verplaatsen van stoepranden of zelfs het verlagen ervan vereist een moeizaam en langdurig planningsproces. Op korte termijn kan er niets worden gedaan.

    In de loop van ons onderzoek hebben wij natuurlijk ook een verzoek gestuurd aan onze voormalige bondskanselier, die in het zicht van het knooppunt Am Kupfergraben woont. Wij wilden weten of zij zelf door de relingen wordt beperkt en of de situatie haar stoort. De ex-kanselier liet onze vragen echter onbeantwoord, ook al bevinden de obstakels zich pal op weg naar haar favoriete Edeka-supermarkt op station Friedrichstraße (naast de Hit-Ullrich-supermarkt op Mohrenstraße 69). Of mevrouw Merkel een omweg om de afzettingen maakt, er moedig overheen springt of onder de buizen door duikt, blijft dus vooralsnog onbekend.

  • 2. Het Duitse dieseldilemma

    2. Het Duitse dieseldilemma

    Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.

    De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.

    Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’

    Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’

    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van  etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image
    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image

    Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015. Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.

    Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.

    Nietsdoen geen optie

    In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.

    In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’

    Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’

    “Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”

    Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’

    Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.

    Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.

    Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’

    Auteur: Griff Witte
    Vertaler: Piet Meeuse

    The Washington Post 
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • 5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    Zelfrijdende auto’s zouden de behoefte aan parkeerplaatsen drastisch kunnen verminderen. Zelfs in Detroit, de autohoofdstad van Amerika, wordt er al over nagedacht.

    Stedenbouwkundigen leren altijd dat je nooit genoeg parkeerplaatsen kunt hebben. Dat is een van de redenen waarom Amerikaanse steden, ook Detroit, ontsierd worden door al die lelijke betonnen parkeergarages. En waarom historische gebouwen vaak aan de slopershamer ten prooi vallen zodra een parkeerterrein meer geld belooft op te brengen. Maar de komst van de zelfrijdende auto kan misschien korte metten maken met de behoefte aan parkeerruimte die steden als Detroit in een wurggreep heeft. De meeste voorstanders van zelfrijdende auto’s voorspellen dat die behoefte zal dalen, omdat zelfrijdende auto’s praktisch nooit geparkeerd hoeven te worden, hooguit ’s nachts. In plaats van de hele dag werkloos te wachten op een parkeerterrein of in een parkeergarage, kunnen ze de hele dag rondrijden om andere passagiers of spullen rond te brengen.

    Revolutie in stedenbouw

    Samen met de groeiende populariteit van diensten als Uber en Lyft, nieuwe fietsverhuurprogramma’s als MoGo, nieuwe vervoersmiddelen zoals de tram van Qline en de trend om in het centrum te gaan wonen, kan dat leiden tot een drastische daling van de behoefte aan parkeergelegenheid in de stad. En dat zou een revolutie in het ontwerp van steden kunnen betekenen. Amerikaanse stedenbouwkundigen werken al lang met voorschriften voor de minimale hoeveelheid parkeerplaatsen bij gebouwen. Die voorschriften verhogen de prijs van nieuwbouw en leiden tot een stadslandschap dat ontsierd wordt door lelijke parkeerkolossen en grote parkeerterreinen. Uit het oogpunt van stedenbouw zou het een zegen zijn als daar minder behoefte aan komt.

    Maar reken er niet op dat dit heel snel gaat gebeuren. De laatste trend wijst eerder op een stijging dan een daling van de behoefte aan parkeerruimte in Detroit en voorsteden als Birmingham en Ferndale. Eén oorzaak daarvan is dat werkgevers als gevolg van de grote recessie in hun vastgoedkosten snijden. Dat doen ze door meer werknemers in dezelfde of kleinere ruimtes te proppen, wat in de praktijk neerkomt op meer benodigde parkeerruimte voor dezelfde oude gebouwen. En de recente populariteit van wonen in het centrum drijft die behoefte nog verder op. Medewerkers van hypotheekverstrekker Dan Gilbert schatten dat ze met Quicken Loans en zijn dochterbedrijven sinds 2010 zo’n 17.000 werknemers aan huisvesting in het centrum van Detroit hebben geholpen. Sommigen van hen, merendeels twintigers, gaan lopend of op de fiets naar hun werk. Maar er zijn er ook genoeg die een plekje voor hun auto willen. Dat is een van de redenen waarom ook verder afgelegen parkeerterreinen en de straten rondom het centrum tegenwoordig vol staan met auto’s.

    Dat tij kan worden gekeerd door de opkomst van zelfrijdende voertuigen en openbaar vervoer. Dus beginnen sommige architecten en stedenbouwkundigen na te denken over de mogelijke gevolgen. Eén intrigerende mogelijkheid: bij het ontwerp van parkeergarages voortaan rekening houden met de mogelijkheid dat het gebouw later zal worden gebruikt voor bewoning, kantoorruimte of andere doeleinden, al naargelang de behoefte. Zo’n vreemd idee is dat niet: in steden worden oude fabrieken en pakhuizen al heel lang tot loftwoningen verbouwd, in oude kerkgebouwen komen brouwerijcafés en in de kantoorgebouwen van begin twintigste eeuw aan Woodward Avenue zitten nu appartementen, winkels, restaurants en een verdwaalde nachtclub.

    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.
    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.

    Maar om parkeergarages daarvoor geschikt te maken, moeten ze anders worden gebouwd. De licht hellende vloeren die ze meestal hebben (zodat regen- en smeltwater goed wegloopt), moeten waterpas worden gemaakt om geschikt te zijn voor ander gebruik. Ook de plafonds moeten hoger als er mensen komen wonen. En woningen en kantoorruimte zijn meestal zwaarder dan geparkeerde auto’s, dus de constructie zal steviger moeten worden. Ook moeten architecten alvast ruimte uitsparen voor ramen en leidingwerk, ook als de garage in de voorzienbare toekomst niet zal worden omgebouwd. Dit is niet louter fantasie. In Seattle, Boston, Denver, Miami en Atlanta denken stedenbouwkundigen hier al over na. Al blijft het voorlopig bij denken.

    Ook het beeld van winkelcentra die baden in een zee van asfalt zal verdwijnen. Ze kampen nu al met de concurrentie van onlinewinkels en zullen in de toekomst lang niet zoveel parkeerruimte nodig hebben als vroeger. Het idee is dat zelfrijdende auto’s de klant daar afzetten en vervolgens niet naar een parkeerplekje gaan zoeken, maar doorrijden om iemand anders te vervoeren. Michael Osment, vicevoorzitter van Taubman Co., een ontwikkelaar van chique winkelcentra uit Bloomfield Hills, zei onlangs op een vervoerscongres in Southfield dat er een andere bestemming moet worden gevonden voor tientallen hectaren grond rondom winkelcentra, omdat online winkelen en zelfrijdende auto’s de vraag naar parkeerruimte doen kelderen.

    De gemeente Sterling Heights heeft het architectenbureau Archive DS al gevraagd een plan uit te werken om de Lakeside Mall in deze geest te renoveren. Mark Nickita, een van de architecten, toonde een voorlopig ontwerp waarin de huidige parkeerterreinen worden opgevuld met nieuwe gebouwen en een uitbreiding van de vijver, zodat alles beter beloopbaar wordt. ‘We laten de grote blokkendozen staan, halen het binnenwerk eruit en creëren een omgeving voor gemengd gebruik,’ zegt Nickita.

    Laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje

    Het zijn nog maar plannen. Maar dat geldt voor zoveel waar het de toekomst van het parkeren betreft. Veel voorspellingen van pleitbezorgers van zelfrijdende voertuigen blijven hoogst speculatief. Op een recente vervoersconferentie in Southfield voorspelde Richard Wallace, hoofd Vervoersanalyse bij het Center for Automotive Research van de Universiteit van Michigan, dat de meeste zelfrijdende auto’s privébezit zullen zijn, net zoals gewone auto’s nu. Maar Robert Feldmaier, hoofd van het Center for Advanced Automotive Technology van Macomb Community College, voorspelde juist het tegenovergestelde. Hij zei dat zelfrijdende voertuigen vooral terecht zullen komen in wagenparken van verhuurdiensten, en niet in handen van particulieren.

    Gaan zelfrijdende auto’s straks meer of minder kilometers maken dan auto’s waarin we zelf achter het stuur zitten? Beide voorspellingen worden gedaan. Gaan zelfrijdende auto’s over twee of over twintig jaar de weg op? Analisten bieden argumenten voor beide mogelijkheden. Dus laten we nog maar niet juichen over het einde van de behoefte aan parkeerruimte in steden. Parkeren mag dan een enorme verspilling zijn – volgens sommige schattingen staan de meeste auto’s 95 procent van de tijd stil – maar laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje. Zoals de grote twintigste-eeuwse architectuurcriticus Lewis Mumford ooit zei: ‘De huidige Amerikaanse manier van leven berust niet alleen op gemotoriseerd vervoer, maar op de religie van de auto; en de offers die mensen voor die religie willen brengen, vallen buiten het domein van de rationele kritiek.’

    Auteur: John Gallagher
    Vertaler: Frank Lekens

    Detroit Free Press
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 235.000

    Grootste krant van Detroit. Besteedt behalve aan het gewone stadsnieuws veel aandacht aan de auto-industrie. Won tien Pulitzerprijzen en vier Emmy Awards. Motto: On Guard For 187 Years.

  • De auto is passé. Maar kunnen we wel zonder?

    De auto is passé. Maar kunnen we wel zonder?

    Waar de auto vroeger symbool stond voor vrijheid, wordt hij tegenwoordig vooral geassocieerd met vervuiling en fileleed. Maar betekent dit ook dat we ons vertrouwde vervoermiddel kunnen missen?

    Keuze uit het archief

    Door het conflict in het Midden-Oosten zijn de gas- en benzineprijzen fors gestegen. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) adviseert onder meer om thuis te werken en met het openbaar vervoer te reizen zodat er minder benzine verbruikt wordt.
    Het zal nog niet meevallen om de auto vaker te laten staan en desnoods van de hand te doen, als we dit artikel van The Guardian moeten geloven. Onze liefde voor vrijheid wint het vooralsnog van de nadelen die aan de auto kleven, zoals files en milieuvervuiling.

    Dit zijn, zo willen tal van stemmen ons doen geloven, de bitterzoete nadagen van onze langdurige liefdesrelatie met de auto. In Los Angeles, de stad met de meeste verkeersopstoppingen ter wereld, zat de gemiddelde automobilist vorig jaar 102 uur vast in de spitsdrukte. In Londen waren bestuurders drie dagen kwijt aan verkeersopstoppingen.

    In Amerika bereikten het autobezit en het aantal jaarlijks gereden kilometers vijftien jaar geleden een hoogtepunt dat waarschijnlijk nooit meer zal worden geëvenaard. Jonge mensen, voor wie de auto ooit onmisbaar was als symbool van onafhankelijkheid en een eigen identiteit, om avonturen te beleven, te laten zien wie je was en (vaak seksuele) betrekkingen aan te knopen, hebben gekozen voor een ander vrijheidsapparaat: de smartphone. Het aantal jonge Amerikanen met een rijbewijs bedroeg in 1984 92 procent; sindsdien is dat aantal gedaald naar 77 procent. Ook in het Verenigd Koninkrijk is het aantal jonge automobilisten drastisch gedaald.

    En jonge mensen zijn niet de enigen. Op een toon die varieerde van bezorgd tot dystopisch is de afgelopen twee decennia de wereldwijde crisis becommentarieerd die wordt veroorzaakt door onze toewijding aan voertuigen met een verbrandingsmotor, die bijna een kwart van de wereldwijde CO2-emissie uitbraken en ongeveer 1,3 miljoen levens per jaar kosten. Milieuactivisten bezingen de dood van de auto, terwijl in de hoofdkantoren in Detroit, Tokio en Wolfsburg de angst regeert.

    Onlangs bepaalde een van de hoogste rechtbanken in Duitsland dat zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit het centrum van Stuttgart en Düsseldorf mogen worden geweerd. En dit zijn lang niet de enige steden die het verkeer en de daarmee gepaard gaande milieuvervuiling proberen in te dammen. Maar het zou voorbarig zijn auto’s af te schrijven, omdat ze in veel landen nog altijd bepalend zijn voor het leven van alledag. In de VS is ‘automobiliteit’ al een manier van leven sinds de eerste auto’s van de lopende band begonnen te rollen.

    Koninkrijk van de auto

    Hoewel de automobiliteit zich ook in Duitsland, Engeland, Frankrijk en Japan al in een vroeg stadium ontwikkelde, werd Amerika door zijn weidse landschappen, zijn beperkte openbaar vervoer en zijn individualistische aard het ideale koninkrijk voor de auto. De aanleg van het interstatelijke snelwegennet in de jaren vijftig betekende een geweldige steun in de rug voor de olie-, automobiel- , rubber- en cementindustrie en voor bouwbedrijven en verzekeringsmaatschappijen. In vier decennia drong de automobiliteit door tot in alle uithoeken van de bebouwde omgeving en drukte ze een stempel op werk en vrije tijd.

    De toegenomen belangstelling voor autorijden werd vaak toegeschreven aan het verlangen van mensen om gebruik te maken van de nuttige uitvinding die Henry Ford met zijn Model T betaalbaar maakte. Henry’s kleinzoon Henry Ford III verdedigde de dominante positie van de auto op transportgebied als de weerspiegeling van een ‘overweldigend publiek mandaat’. Maar deze bewering versluiert zowel de politieke invloed van de auto-industrie op het beleid – denk aan de road gang, de groep auto-industriëlen die in de jaren vijftig de toenmalige president Eisenhower adviseerde – als de manier waarop de auto werd gepromoot als een effectieve manier om mensen politiek te trainen.

    Net als nu paste de praktijk van het autorijden perfect in het kapitalistische landschap: individualisme, concurrentie, gehoorzaamheid. Het gevoel van autonomie, zeggenschap en vrijheid dat we geacht worden te ervaren als we autorijden, sluit direct aan bij de manier waarop het kapitalisme wil dat we onszelf zien: als zelfstandige gebruiksartikelen die kunnen worden ingezet voor arbeid.

    De massale, door de staat gefinancierde automobilisering van het Amerikaanse leven vond plaats in de schaduw van de Koude Oorlog, toen de regering erop gebrand was de onafhankelijkheid te tonen die burgers van de ‘vrije wereld’ genoten. Foto’s van automobilisten die in hun ‘vrijheidsmachines’ over de snelwegen raasden zonder, zoals Chuck Berry zong, ‘een speciale plek om naartoe te gaan’, dienden als propaganda. De fysieke immobiliteit van de burgers van communistische landen, daarentegen, toonde de verdorvenheid van regimes naar Sovjetmodel.

    screenshot 2018 07 13 08 28 20

    China is momenteel bezig zijn landschap te automobiliseren met een snelheid en omvang die wedijveren met die van de VS halverwege de vorige eeuw. Ook daar maakt de automobiliteit bij burgers kapitalistische gevoelens los. In de berichten van westerse media over het toenemende autogebruik in China getuigen tal van Chinese automobilisten van de vrijheid die ze achter het stuur ervaren. En door zijn reusachtige bevolking en zijn milieuproblematiek wordt China er sterk toe aangezet auto’s de technologische upgrade te geven die ze nodig hebben: het invoeren van zelfrijdende systemen en het vervangen van fossiele brandstoffen door rendabeler alternatieven. Hoe automobiliteit 2.0 er ook uit zal zien, ze zal bijna zeker ontstaan in een nadrukkelijk kapitalistisch China en de waarden daarvan uitstralen.

    Het voorbeeld van China’s ambitieuze automobiliseringsplannen verwijst naar de tweede reden waarom automobiliteit niet zal verdwijnen – of worden gerevitaliseerd – in de VS: politieke afkalving. Bij het huidige politieke klimaat in de VS kun je je moeilijk voorstellen dat de federale regering iets als een interstatelijk snelwegennet realiseert. Het zal niet eens de infrastructuur financieren die nodig is om de zo bewierookte zelfrijdende auto’s te laten rijden.

    Ondertussen hebben velen van ons die in de VS wonen en werken weinig andere keus dan ons leven rond de auto te structureren, ook al weten we dat die gevaren, opstoppingen en kosten met zich meebrengt. We houden niet meer van onze auto – als we dat al ooit hebben gedaan – maar we blijven ermee getrouwd.

  • Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    De Thaise hoofdstad Bangkok slibt dicht. Daarom wil men de kanalen nieuw leven inblazen die de stad ooit de bijnaam ‘het Venetië van het Oosten’ opleverden.

    Op straat lopen in Bangkok is verschrikkelijk. Autorijden in de stad is al niet veel beter, maar dan vermijd je tenminste de trottoirs, die een soort vieze, kapotte hindernisbanen zijn. Ook betekent autorijden minder directe blootstelling aan de lucht die almaar vervuilder wordt – voor een deel vanwege al die auto’s.

    Hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden? Stel dat je, als je zo’n twee kilometer verderop moet zijn, door een groene corridor van bomen en stromend water zou kunnen lopen of fietsen in plaats van de motor of een taxi te nemen? Het klinkt misschien als een onwaarschijnlijke fantasie, maar het kan bereikt worden door terug te keren naar Bangkoks verleden en de kanalen, die zijn verwaarloosd of onder het asfalt begraven liggen om de auto ruim baan te geven, in ere te herstellen.

    Dat is het idee achter een proefproject om het uitgebreide netwerk van khlong, of kanalen, waardoor de hoofdstad ooit het ‘Venetië van het Oosten’ werd genoemd, nieuw leven in te blazen. Door die waterwegen op te knappen en ze aan te sluiten op het transportnetwerk ziet het Cycling Canal and Community Project mogelijkheid een einde te maken aan de verkeersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok wegglijdt in een onleefbare, vieze dystopie.

    ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden’

    ‘Bangkok is gebouwd op netwerken van rivieren en kanalen,’ zegt Kanjanee Budhimedhee, hoofd van het project. ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden. Ze worden verstopt door vuilnis en ze verspreiden een smerige stank.’

    Het doel is te beginnen met een autovrije route langs de tien kilometer aan kanalen in zuidwest-Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat een succes wordt, zouden zo’n tienduizend mensen in ongeveer tien gemeenschappen van die doorgang kunnen profiteren. ‘Dit soort corridors langs kanalen bestaat al door heel Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt Kanjanee.

    Als de corridors aaneengeschakeld worden en gaan dienen als toevoerwegen naar het transportsysteem in de stad – boten, bussen en treinen – zullen ze volgens haar ‘een belangrijk alternatief en een wezenlijke optie vormen voor mensen’ die geen gebruik willen maken van de auto. Het zou ook meer veilige en efficiënte vormen van lokaal vervoer betekenen, terwijl de mensen tegelijkertijd worden aangemoedigd om te lopen en te fietsen, waardoor het aantal auto’s op straat zal afnemen. En als de kanalen worden opgeknapt, zal ook de khlong-stank afnemen.


    Het is een idee dat succesvol is gebleken in steden over de hele wereld, waar men in onbruik geraakte rivieren en kanalen heeft opgeknapt om de kwaliteit van het leven te verhogen – en daarmee ook de waarde van het onroerend goed.

    Tien jaar geleden veranderde Seoel zijn extreem vervuilde rivier de Cheonggyecheon in een wonder van groen dat de natuur terugbracht naar bewoners in het hart van de asfaltjungle. Daardoor daalde ook de temperatuur, nam de vervuiling af en bloeide het dierenleven weer op.

    Iets dergelijks hoopt Kanjanee te bereiken met haar initiatief. Nadat het project in 2016 werd goedgekeurd en er geld voor werd vrijgemaakt, is het team erachter nog steeds in onderhandeling met lokale partijen over het ontwerp en de constructie.

    ‘We hebben vaak geprobeerd het er in districten door te krijgen bij het bestuur, maar er zijn veel conflicten. Sommige routes die we hadden uitgekozen, stuitten op onvrede bij de mensen die er woonden,’ vertelt Kanjanee. ‘We hebben tegen het bestuur gezegd dat we, als zij dat goed vinden, zo nodig met elk huishouden daar willen gaan praten.’


    Bangkoks oude, op water gebaseerde vervoersnetwerk ‘was niet voorbereid op straten en trottoirs’ en nu ‘kunnen we geen ruimte meer vinden voor wegen’, zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaande landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in stadsplanning.

    Straten beslaan slechts zeven procent van de grond in Bangkok, terwijl dat percentage volgens een studie van het Urban Design and Development Center of Chulalongkorn University in de meeste steden twintig tot vijfentwintig bedraagt.

    Gevangen in de auto

    Hij vindt dat de hoofdstad mensen ontmoedigt om te lopen of gebruik te maken van het openbaar vervoer, waardoor velen te lang gevangen zitten in hun auto. Die factoren zorgen er weer voor ‘dat we te weinig andere mensen ontmoeten’ en geen kans krijgen om ons in de stad op ons gemak te voelen. ‘We missen mogelijkheden om deel te nemen aan het stadsleven,’ voegt hij eraan toe.

    Meer wegen aanleggen is geen duurzame oplossing en de ruimte terugeisen van auto’s zal ook niet werken. Kanjanee zegt dat ze, in de tien jaar dat ze nu in stadontwikkeling werkt, heeft gemerkt dat pogingen om meer voetgangers- en fietszones aan te leggen door de ruimte te confisqueren die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, ‘niet werken’. Daarom zag ze een potentiële oplossing in de veronachtzaamde gebieden langs de 1161 kanalen in de hoofdstad die wel 2200 kilometer lang zijn.

    Hoewel het project maar langzaam vordert, blijft Kanjanee van mening dat de voordelen – en de lage kosten – de steun van de lokale inwoners zullen krijgen.

    Yossapon meent dat het meer investeringen in gedeelde ruimten zal opleveren als je mensen zover krijgt dat ze de auto laten staan. ‘Als het publiek veel gebruikmaakt van de openbare ruimte, dan is de regering verplicht die in goede staat te houden,’ zegt hij. ‘Dat zal uiteindelijk leiden tot een verbetering van de stadsomgeving.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai

    Openingsbeeld: Kinderen spelen in een kanaal bij een sloppenwijk in het centrum van Bangkok. – © Getty Images

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khaosod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Zijn zelfrijdende auto’s gevaarlijk?

    Zijn zelfrijdende auto’s gevaarlijk?

    Na het dodelijke ongeluk met een zelfrijdende auto van Uber in Arizona, laait het debat over de veiligheid van de voertuigen weer op.

    JA

    Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een voetganger doodgereden. Een vrouw in Arizona overleed nadat ze was aangereden door een Uber-auto. Hoe kon dat gebeuren? Zelfrijdende auto’s waren toch veiliger dan auto’s bestuurd door feilbare mensen? Of zijn ze dat ook? Zoals veel mensen schreven op sociale media, werden er in 2016 meer dan 37.000 mensen gedood door auto’s met menselijke bestuurders. Daarbij vergeleken is één dode voetganger, hoe droevig ook, nog niet zo’n slechte score. Maar hoe aantrekkelijk dit argument misschien ook klinkt, het is helaas onjuist.

    Dodelijke auto-ongelukken worden berekend op basis van afgelegde ‘voertuigkilometers’. In 2016 was er 0,73 dode te betreuren voor elke 100 miljoen kilometer die Amerikaanse auto’s reden. Dat klinkt als heel weinig, maar aangezien alle Amerikaanse auto’s in dat jaar samen zo’n 5 biljoen kilometer aflegden, komt dat toch neer op tienduizenden doden. Om uit te vinden of zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan traditionele, moeten we weten hoeveel kilometers zij reden voordat ze hun eerste dodelijke ongeluk maakten. Het antwoord is: veel minder dan 100 miljoen. Marktleider Waymo maakte kort geleden bekend zijn 6 miljoenste kilometer op de weg te hebben afgelegd. Die ritjes vonden veelal plaats in westelijke Amerikaanse staten, waar de rijomstandigheden gunstig zijn. Uber haalde onlangs met zijn autonome programma de 3 miljoen kilometer. Er werken ook andere bedrijven aan autonome voertuigen, maar al hun ritjes bij elkaar opgeteld komen lang niet aan de 100 miljoen.

    Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn

    Eén dode bij dit geringe aantal gereden kilometers wijst er niet bepaald op dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan mensen. Integendeel: het lijkt eerder een flinke stap terug te zijn.

    Dat wil niet zeggen dat we het autonome rijden maar beter kunnen vergeten. Er zijn allerlei andere voordelen aan verbonden, en het is de moeite waard om daaraan te blijven werken, ongeacht of deze auto’s op het moment misschien minder veilig zijn dan auto’s met menselijke chauffeurs.

    We weten niet eens goed welke veiligheidsrisico’s er aan deze manier van rijden verbonden zijn. De veelgehoorde bewering dat zelfrijdende auto’s veiliger zijn dan door mensen bestuurde auto’s mag dan ongefundeerd zijn – maar een tegenreactie die roept dat ze duidelijk gevaarlijker zijn, is dat evengoed.

    Gelukkig kan software verbeterd worden, en als zelfrijdende auto’s momenteel nog niet veiliger zijn dan door mensen bestuurde, dan zijn ze dat op een dag zonder twijfel wel. We hebben die toekomst alleen geen dienst bewezen door de indruk te wekken alsof we al zo ver zijn. Als we mensen gaan vertellen dat zelfrijdende auto’s hartstikke veilig zijn, en dat blijkt dan niet het geval, dan kan dat een felle tegenreactie uitlokken. Het uiteindelijk resultaat kan zijn dat zij, nog voordat ze zichzelf kunnen bewijzen, van de weg gehaald worden.

    Auteur: Megan McArdle

    The Washington Post   | Washington D.C.

    Megan McArdle werkt voor de opinieredactie van The Washington Post. Eerder schreef ze voor onder meer The Economist, The Atlantic, Newsweek/The Daily Beast en Bloomberg View.

    1. Megan McArdle; 2. Michael Krüger.
    1. Megan McArdle; 2. Michael Krüger.

    NEE

    Vroeger of later moest het gebeuren. Voor het eerst heeft een zelfrijdende auto een mens gedood. Een testauto van het taxibedrijf reed een vrouw op de fiets aan, die kort daarna overleed. Software-ontwikkelaars en managers waarschuwden al lang dat dit stond te gebeuren, al schreeuwden ze het niet van de daken. De interactie tussen de vele verkeersdeelnemers is immers zo complex dat een ongeluk onmogelijk valt uit te sluiten.

    Degenen die sceptisch zijn over zelfrijdende auto’s zullen dit als een bevestiging zien. Ze kunnen zelfs nog een argument aan hun principiële bezwaren toevoegen. Hier ging het immers niet om de situatie waar ethici zo vaak over spreken, dat de computer moet beslissen of een onvermijdelijke botsing nu de overstekende vrouw, een willekeurige omstander of de passagier zelf treft.

    Toch bewijs je de verkeerszekerheid geen dienst als je dit ongeval aangrijpt om nu een kruistocht tegen de zelfrijdende auto te beginnen. Want over één ding zijn ingenieurs, verkeersveiligheidsexperts en verzekeringswiskundigen het eens: de sensoren of de software van een robotauto maken misschien wel fouten, maar de kans dat een menselijke bestuurder dat doet ligt dramatisch veel hoger.

    Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen

    Experts gaan ervan uit dat het aantal ongelukken met negentig procent zou dalen als alleen computers auto’s zouden besturen. Aan dit cijfer ligt een simpele observatie ten grondslag: negentig procent van alle ongelukken zijn te wijten aan menselijke fouten.

    Een computerchauffeur is zo veel betrouwbaarder dan zijn menselijke tegenhanger dat je je eigenlijk niet moet afvragen of computers auto’s mogen besturen, maar waarom ze dat nog steeds niet doen.

    Bij het recente ongeluk met de Uber-testauto uitte de politie na een eerste inspectie van het bewijsmateriaal twijfel of een menselijke bestuurder dit ongeluk wel had kunnen verhinderen. De vrouw duikt op de beelden van de camera van de Uber-auto pas in de allerlaatste seconde op. Politiechef Sylvia Moir vertelde de San Francisco Chronicle dat de video laat zien dat ‘de vrouw direct uit de schaduw de rijweg’ op kwam. ‘Het is duidelijk dat deze botsing in alle gevallen, of het nou met een autonome of een door een mens bestuurde auto was, moeilijk te voorkomen was geweest.’ Het is overigens ook aan de moderne techniek te danken dat de oorzaken van dit ongeluk precies kunnen worden opgehelderd (en in de toekomst in vergelijkbare situaties met extra programmaregels eventueel verhinderd). Een bestuurder van vlees en bloed was waarschijnlijk pas na ruggespraak met zijn advocaat met een zorgvuldig geformuleerde statement gekomen, om zo te proberen zijn verantwoording voor het ongeluk te ontlopen.

    Auteur: Michael Krüger

    Der Spiegel | Hamburg

    Michael Krüger is journalist van Der Spiegel.

    Vertaler: Valentijn van Dijk

  • Moet Duitsland de maximumsnelheid verlagen?

    Moet Duitsland de maximumsnelheid verlagen?

    Om het aantal verkeersdoden terug te dringen wil de Franse regering de snelheid op provinciale wegen terugbrengen van 90 naar 80 kilometer per uur. Moet het land van de Autobahn dit voorbeeld volgen?

    JA

    Gemiddeld komen elke dag bij een verkeersongeluk op provinciale wegen in Duitsland vijf mensen om het leven. In 2016 waren het er 1853, dat is meer dan de helft van alle doden in het verkeer. Doorgaans is dit te wijten aan mensen die riskant inhalen of te hard rijden.

    De Franse regering wil het groeiende aantal verkeersdoden niet langer voor lief nemen: per 1 juli verlaagt ze de maximumsnelheid op provinciale wegen van 90 naar 80 km/u. Franse automobielclubs lopen storm tegen de maatregel. Ook 59 procent van de Fransen is volgens een enquête tegen. Maar minister-president Édouard Philippe trekt zich daar niets van aan. Hij denkt jaarlijks 400 mensenlevens te kunnen redden.

    Ook in Duitsland woedt een discussie of de snelheidslimiet van 100 km/u voor provinciale wegen wel adequaat is. ‘De Duitse Verkeersveiligheidsraad (DVR) eiste al in 2014 dat de maximumsnelheid op smalle provinciale wegen naar 80 km/u zou worden teruggebracht,’ vertelt Julia Fohmann van de DVR. Dat betreft de meeste provinciale wegen in Duitsland.

    Gevaarlijke kruisingen kunnen worden veranderd in rotondes of veiliger gemaakt door voorsorteerstroken of stoplichten

    De vraag is alleen: hoeveel levert zo’n maatregel op – worden er echt levens door gered? Studies naar de exacte effecten zijn er niet, geeft ook Fohmann toe. ‘Maar het is niet onwaarschijnlijk dat het aantal verkeersdoden daalt, tenslotte blijkt uit de statistieken dat veel mensen als gevolg van een te hoge snelheid om het leven komen.’ Bovendien is het natuurkundig gezien gewoon zo dat bij een lagere snelheid de remweg korter is, waardoor ongelukken vermijdbaar of in elk geval minder ernstig zijn. Maar de concrete aantallen zoals de Franse minister-president die noemt, kan Siegfried Brockmann, hoofd ongevallenonderzoek bij het Verbond van Verzekeraars (UDV) onmogelijk serieus nemen: ‘Dat zijn schijncijfers.’

    Verlaging van de maximumsnelheid leidt niet tot het grote tijdverlies dat velen vrezen. Wie de hele tijd 100 km/u rijdt, legt een afstand van 50 km af in 30 minuten. Bij 90 km is dit 3 minuten en 20 seconden meer, bij 80 km duurt het 37,5 minuut. Een hogere veiligheid is die wat langere duur van de rit wel waard.

    Brockmann waarschuwt wel voor een al te grote focus op snelheid. ‘Voorkomen dat er botsingen tegen bomen plaatsvinden, bijvoorbeeld door het aanbrengen van vangrails, heeft op het aantal verkeersdoden een veel groter effect.’

    Ook de DVR ziet in aanpassing van de maximumsnelheid niet het enige middel om de wegen veiliger te maken. De slogan van de DVR luidt: de weg moet fouten voorkomen. Daaronder valt behalve het aanbrengen van vangrails bijvoorbeeld ook het regelmatig snoeien van struiken.

    Gevaarlijke kruisingen kunnen worden veranderd in rotondes of veiliger gemaakt door voorsorteerstroken of stoplichten. Zulke aanpassingen zijn waarschijnlijk doeltreffender dan alleen het vervangen van de borden met de maximumsnelheid.

    Bron: Die Zeit | Hamburg
    Auteur: Matthias Breitinger

    Matthias Breitinger 
is redacteur van Die Zeit. Eerder werkte 
hij voor Netzeitung, de Berliner Zeitung en Die Welt. Ook schreef hij een boek over het Eurovisiesongfestival: Europe, 12 points.

    1. Matthias Breitinger; 2. Ulf Poschardt.
    1. Matthias Breitinger; 2. Ulf Poschardt.

    NEE

    Opnieuw klinkt in Duitsland de roep om aanscherping van de maximumsnelheid – terwijl het aantal verkeersdoden daalt en vertragen geen oplossing is. Rijden betekent vrijheid. En dat moet zo blijven.

    Duitsland is een overgereguleerd land, waar mensen die elke vrijheidsdrang verloren hebben zich geroepen voelen om nieuwe verboden te bepleiten. Bij voorkeur ook voor dat verstopte vrijheidspaadje, de autobaan.

    In Frankrijk heeft Emmanuel Macron de maximumsnelheid op provinciale wegen verlaagd van 90 naar 80 km/u en onmiddellijk zet een koor vrienden van de snelheidsbeperking het Hooglied van vertragen in – hoewel het aantal verkeersdoden afneemt en het aantal verkeersongevallen als gevolg van mobiel telefoneren en alcohol- of drugsgebruik groeit. Vaak genoeg gaat het om dezelfde figuren die belastingverhoging voor grootverdieners willen, terwijl de staat zwemt in zijn geld.

    Vaak draait het bij mensen die luidkeels snelheidsbeperkingen eisen niet zozeer om een effectieve oplossing als wel om agressie

    Vaak draait het bij mensen die luidkeels snelheidsbeperkingen eisen niet zozeer om een effectieve oplossing als wel om agressie. Herverdelen en afremmen zijn één pot nat: de woede richt zich tegen degenen die er een hoog levenstempo op nahouden en zich snel wensen voort te bewegen.

    Wie langzaam is mist immers ook niets: hij hoeft niet af te remmen en ook niet meer belasting te betalen. Hij is voorstander omdat het hem niet aangaat. Hij houdt verveling voor ontspanning. Het goede nieuws voor zulke mensen is: binnenkort zijn er auto’s die hen heel ontspannen van A naar B brengen, volautomatisch.

    De mondigheid van de verkeersdeelnemer moet net zo serieus genomen worden als die van de burger. Afgezien van verkeerscriminelen zoals de veroordeelde snelheidsmaniakken van de Kudamm [Hamdi H. en Marvin N. hielden een straatrace waarbij ze met 170 km/u over de Kurfürstendamm scheurden. Hamdi H. kwam in botsing met een 69-jarige man, die overleed. Beiden werden wegens moord tot levenslang veroordeeld] valt van zedenverval weinig te bespeuren. Niettemin blijft de openbare weg een plek waar verschillen in sociale en mentale positie elkaar tegenkomen. Daarbij hebben we burgerdeugden nodig als oog hebben voor anderen en gevoel voor stijl.

    Dit appèl is gericht aan beide partijen: zwakke en langzame mensen verdienen solidariteit, maar dat geldt ook voor de mensen die sneller willen en hierin zo graag door onbezoldigde verkeersopvoeders met dwang worden afgeremd. Onze provinciale wegen kennen snelheidsbeperkingen op plekken waar dat zinvol is. Om dat overal terug te brengen tot 80 km/u heeft weinig zin. Camera’s op gevaarlijke punten waar een snelheidsbeperking geldt, kunnen helpen. Want berouwvolle verkeerszondaren leren hoe snel en hard de reactie op snelheidsovertredingen is.

    Daarbij zou het in Duitsland moeten blijven.

    Bro: Die Zeit | Berlijn
    Auteur: Ulf Poschardt

    Ulf Poschardt is hoofdredacteur van Die Welt. Voorheen was hij chef van het magazine van de Süddeutsche Zeitung, van Welt am Sontag, en van de Duitse edities van Vanity Fair en Rolling Stone.

  • Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Wat er gebeurt als je de stoplichten in Amsterdam uitzet

    Amsterdamse fietsers trekken zich weinig aan van een rood stoplicht, wat vaak leidt tot chaos. Maar als je de stoplichten weghaalt, gaan ze opeens wel rekening met elkaar houden, zo blijkt uit een proef.

    Op een mistige maandagochtend in mei 2016 stonden veertien gemeentefunctionarissen, ambtenaren en ingenieurs nerveus bij elkaar op het Amsterdamse Alexanderplein, een druk kruispunt vlak bij het centrum met drie tram- en buslijnen, waar veel mensen lopen, rijden en fietsen. Met één druk op de knop werden de verkeerlichten voor alle verkeerstypen in alle richtingen uitgeschakeld.

    Deze live-proef is een antwoord op de snelle groei van het aantal fietsers in een aantal Amsterdamse buurten. Bijna zeventig procent van alle verkeersbewegingen naar het stadscentrum gaat per fiets, dus er is meer ruimte nodig voor het fietspadennetwerk. Om aan de behoefte tegemoet te komen, wijken verkeersontwerpers af van de gebruikelijke handboeken. Zo worden beschermende barrières verwijderd en wordt de maximumsnelheid voor auto’s verlaagd. Ook worden complete routes tot fietsstraat bestempeld.

    Het uitschakelen van alle verkeerslichten op een druk kruispunt is echter wel een hele radicale maatregel. Zelfs in Amsterdam wakkerde de proef de discussie tussen ingenieurs en politici aan.

    Operatie

    ‘Het heeft achttien maanden gekost om deze operatie te plannen,’ zegt Iris van der Horst, voormalig programmamanager fiets- en verkeersveiligheid. ‘We moesten alle belangengroepen meekrijgen, inclusief de politie en het GVB. Iedereen wilde zeker weten dat de verkeersveiligheid niet in het geding kwam.’

    De proef vormt onderdeel van een grotere mobiliteitsstrategie in de hele stad om meer ruimte te creëren voor fietsers en voetgangers. Dit betekent dat personenauto’s minder toegang en ruimte krijgen.

    ‘De publieke ruimte in Amsterdam is beperkt,’ zegt locoburgemeester voor verkeer, Pieter Litjens, die de proef meteen goedkeurde. ‘We moeten strategisch en bedachtzaam omgaan met wie en wat die ruimte gebruikt.’

    De stad mat de impact van de ingreep aan de hand van een technisch onderzoek waarin veiligheid, conflicten en doorstroming werden meegenomen. Daarnaast bestudeerde het Urban Cycling Institute de effecten op menselijk gedrag, de percepties en ervaringen.

    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty
    Fietsers voor een stoplicht in Amsterdam. © Halil Sagirkaya / Getty

    In de weken voorafgaand aan het uitzetten van de verkeerslichten onderschepten we zo’n tweehonderd fietsers op weg naar en van hun werk. Een meerderheid had een hekel aan de kruising en klaagde dat het ‘chaotisch’ en ‘een puinhoop’ was, ‘niemand zich wat van rood aantrok’ en ‘de lichten allemaal tegelijkertijd op groen stonden’.

    Op de vraag of de verkeerslichten nodig waren, gaf eenderde aan dat ze ‘absoluut noodzakelijk’ waren, slechts vijf procent zei het tegenovergestelde en de meerderheid twijfelde. Het was duidelijk een vraag waar men nog nooit over had nagedacht.

    Volgens de gedragsanalyse keken de fietsers voor de stopstreep dreigend naar het rode licht, alsof ze het tot groen wilden dwingen. De lichamen waren naar voren gericht; hoofd en ogen bewegingloos. De meeste fietsers leken uitdrukkingsloos. Het moeten stoppen voor dit licht leek een moment te verschaffen om de gedachten even te laten afdwalen, telefoons te checken, de bel of pedalen recht te zetten. Er vond zeer weinig interactie plaats, zowel tussen fietsers onderling als met bestuurders van andere vervoermiddelen.

    Nadat de lichten waren uitgeschakeld, werden zo’n 150 fietsers geïnterviewd. We constateerden dat niet alleen minder mensen een hekel hadden aan de kruising, maar dat zestig procent zelfs vond dat de verkeerssituatie was verbeterd.

    ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt’

    Zonder uitzondering klaagden de respondenten minder over de infrastructuur en spraken ze meer over menselijke interactie. ‘Mensen letten beter op,’ zei een man. ‘Het is ongelooflijk dat het zichzelf regelt,’ zei een jonge vrouw. ‘Het is een beetje eng, maar je hoeft nooit te stoppen en niemand is chagrijnig,’ zei een tiener. Niemand kon echter meer zeggen over het hoe en waarom.

    Het gedrag was duidelijk anders. De meeste fietsers remden af bij het naderen van de kruising en communiceerden met andere fietsers en automobilisten met hun ogen, gebaren, gezichtsuitdrukkingen en stemmen. Er vond veel meer onderhandeling plaats, maar niet zonder wrijving. In één geval begaf een moeder met haar kind in een voorzitje zich langzaam op het kruispunt. Toen ze halverwege was, kwam er een auto van rechts. Volgens de verkeersborden heeft de automobilist voorrang, maar de moeder maakte oogcontact met de chauffeur, ze glimlachten naar elkaar en de automobilist liet haar voorgaan.

    In de nieuwe opzet werden mensen gedwongen zich met de omgeving bezig te houden. Om zich aan te passen, moesten ingesleten gedragsrituelen worden veranderd. Deze aanpassing kost tijd en is een complex cognitief proces: hersenneuronen maken overuren, de zintuigen zijn alerter en er moeten meerdere informatieniveaus worden ontward.

    Zodra nieuwe rituelen zijn gevormd, worden snelle beslissingen weer onbewust genomen en wordt de beweging van het lichaam ingezet om een machine aan te drijven en te besturen.

    Dergelijke interactie en ‘onderhandeling in beweging’ klinken misschien veeleisend, zoals sommige respondenten opmerkten, maar hoe groot is die inspanning eigenlijk? Met fietsen gebruiken we onze spieren en dat is gezond. En als dit soort inspanning nou eens goed zou zijn om onze hersenen te trainen?

    In de hele stad overgenomen

    Na verloop van tijd worden fietsers steeds behendiger in het automatisch oplossen van deze puzzel. Die ontwikkeling werd na twee weken observatie al waargenomen op het Alexanderplein. De proef was zo succesvol dat er tot verlenging werd besloten, en een paar maanden later werden de verkeerslichten helemaal verwijderd.

    Nu wordt het Alexanderplein geherprofileerd en wordt het idee in de hele stad overgenomen, met steun van de beleidsmakers. ‘Deze proef toonde aan dat minder regulering tot verantwoordelijk en alert weggedrag kan leiden,’ zei Litjens.

    Er zijn inderdaad minder vertragingen, zonder verlies van veiligheid. Maar belangrijker nog is waarschijnlijk dat we aantoonden dat mensen zich bewuster werden van anderen en hun besluitvormingsproces op subtiele manieren aanpasten. Het bewijst dat mensgericht ontwerp van kruispunten een manier kan zijn om interactie, cohesie en vervolgens zelfs maatschappelijk kapitaal te vergroten.

    Auteur: Meredith Glaser

    Meredith Glaser is onderzoeker bij het Urban Cycling Institute van de Universiteit van Amsterdam. Ze bestudeert kennis- en beleidsoverdracht van Nederlandse fietspraktijken naar andere delen van de wereld.

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Amsterdam 
op de fiets: 
wie remt, verliest

    Het hectische fietsverkeer in Amsterdam kan intimiderend zijn voor buitenstaanders. Kun je als toerist meekomen? De Duitse journaliste Katja Schnitzler neemt de proef op de som.

    Op de eerste brug kom ik erachter dat mijn fiets niet remt. Van links komt een Amsterdammer op zijn rijwiel, dat men hier ‘fiets’ noemt, aan sjezen. Niet alleen aan mijn gezicht ziet hij dat we elk moment op elkaar zullen gaan knallen. De fietsverhuurder had zo-even nog gezegd dat elke Amsterdammer liever een terugtraprem heeft dan een handrem: ‘Die kan gewoon beter tegen een stootje en hoeft niet constant gerepareerd te worden.’ Toen wist ik nog niet dat ook hij het kennelijk te veel moeite vond om de handremmen van mijn huurfiets te repareren.

    Bij de brug trapt de Amsterdammer dus terug, zo hard hij kan, terwijl ik met mijn schoenzolen over de straat schuur. Maar goed dat ik ze de komende twee dagen niet al te veel ga belasten. Ik wil Amsterdam niet lopend, maar fietsend verkennen. Welke stad zou zich daar beter voor lenen?

    Onze voorwielen raken elkaar bijna als we tot stilstand komen. Typisch geval van een toerist. Alleen die houden zich niet aan de ongeschreven fietsersregels van Amsterdam:

    1. Geremd wordt er niet.
    2. Ook niet ingeval van kleinigheden zoals andere fietsers, zebrapaden of voorrang voor rechts.
    3. Of een rood stoplicht.
    4. Obstakels worden hooguit omzeild, maar zijn geen reden om te stoppen.

    Zelfs de politie vindt het niet nodig om met de fiets te stoppen enkel en alleen omdat het licht op rood gesprongen is: kennelijk hebben fietsers in Amsterdam altijd voorrang – en proberen zij uit hoe ver ze op de kruising kunnen komen. Pas vlak voor een motorkap houden ze in en laten ze de automobilist welwillend voor gaan. Voor hen betekenen voetgangers bewegende slalomstangen die, in het geval van toeristen, af en toe recht voor de banden springen. Alles stroomt, en hard ook.

    De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd

    Omafietsen worden alleen buiten Amsterdam gezapig bereden, in deze grachtenstad moet het pijlsnel. Niet vanwege de hectiek van de grote stad, maar vanwege de bruggen. Om niet bij elk van de vele stenen bogen over een gracht weer vaart te moeten trappen, zijn de lokale fietsers simpelweg constant in ijltempo op pad. Op het moment dat ik denk dat ik wel zo’n beetje aan de plaatselijke maximumsnelheid zit, word ik losjes voorbij gefietst door een hooggehakte vrouw in een mantelpakje.

    Ondanks het hoge tempo draagt niemand hier een helm. Zelfs kleine kinderen laten hun haren in de wind wapperen terwijl ze op eigenhandig aangelaste stangen boven het voorwiel van vaders fiets met de armen over elkaar geslagen staan te mokken omdat papa gewoon de ijssalon voorbij is gesuisd.

    Na een paar minuten is het echt leuk om per fiets de oude wijken van Amsterdam te verkennen – tenminste, als je doorhebt hoe het moet. Amsterdam is de ideale stad voor fietsers: de straatstenen zijn vlak en vaak in visgraadmotief gelegd, zelden laten gaten in het wegdek de bestuurder voelen dat zijn fiets vrijwel elke vering ontbeert. In de smalle straten herinneren drempels je er steeds weer aan om niet al te hard te rijden – maar ook deze oneffenheid is maar een lichte golfje dat niet doet afremmen.

    Met name de grachtengordel rond het oude centrum met de rosse buurt heeft veel weg van een versteende zee met huizen die tegen elkaar leunen. De gevels buigen voorover, wat het gevoel van beweging nog versterkt. Deze smalle huizen van machthebbers en gegoede burgers lijken zich welwillend te keren naar de mensen op straat. Daartussen flitsen de fietsers als haringen in een school. En die komen toch ook niet met elkaar in botsing.

    Alvorens zelf in die zee te duiken, kun je het best even op een terrasje gaan zitten en kijken: twee fietsers naderen elkaar pijlsnel, negeren natuurlijk ‘rechts heeft voorrang’, de een suist vlak voor de ander over de kruising zonder dat een van hen ook maar een ietsepietsje inhoudt. Een kwestie van centimeters – nee, millimeters. Waar men elders tekeer zou gaan, dreigen, schreeuwen, haalt men hier niet eens de schouders op.

    © Herman Wouters / HH
    © Herman Wouters / HH

    De Heren-, Keizers- of Prinsengracht zijn geschikt om te oefenen. Niet alleen vanwege de schitterende grachtenhuiscoulisse. Het verkeer is overzichtelijk, automobilisten proberen deze smalle straten zo veel mogelijk te vermijden. Algauw ben ik erachter dat mijn fiets toch langzamer gaat als ik met alle kracht de punten van mijn handremmen helemaal omhoog trek. En wanneer ik een brug sneller moet nemen om net voor een andere fiets het volgende straatje in te suizen.

    Bovendien leer ik heel snel: wie stoppen wil, geeft dat aan door zijn hand uit te steken, zoals elders wanneer je afslaat. Alleen toeristen remmen zonder dat aan te geven en veroorzaken zo bijna-kop-staartbotsingen, wanneer ze weer eens iets bezienswaardigs hebben ontdekt. Dus ongeveer elke twintig meter.

    Omdat Amsterdam zo rijk is aan mooie gebouwen, gevels, façades, bruggen en kerken – de stad is tijdens de Tweede Wereldoorlog grotendeels voor bombardementen gespaard gebleven – komen toeristen niet alleen voortdurend tot stilstand. Ze zwenken onder het rijden ook nog eens heen en weer, omdat ze van verbazing vergeten te sturen.

    Gelukkig is een Amsterdammer niet alleen ontspannen, maar altijd – ook op de fiets – uiterst vriendelijk en voorkomend. De slingerende toerist wordt zachtjes bij de schouder gepakt, weer in het juist spoor gebracht en terug richting stoep geduwd. Dat alles natuurlijk in het voorbijrijden, een reden tot remmen is het zeker niet.

    Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden

    En automobilisten? Die rijden voorzichtig omdat overal, vanuit alle richtingen fietsers zouden kunnen komen. Terwijl in Duitsland heel veel bestuurders erop vertrouwen dat een fietser graag wil blijven leven en daarom zelf wel goed op zal letten, weet de Amsterdammer dat automobilisten hier slechts geduld worden.

    Onderweg door smalle en brede straten, over bruggen en via ruime, rood gemarkeerde fietspaden wordt duidelijk wat de werkelijke reden is dat Amsterdammers niet zonder terugtraprem kunnen: ze hebben geen handen over om te remmen. Ze eten een ijsje, roken, zijn in de weer met hun smartphone of rijden hand in hand. Echt gelukkig lijken ze alleen te zijn als ze zich op twee wielen kunnen voortbewegen.

    Ouders die met gespannen gezicht een kinderwagen over de schuin liggende trottoirs duwen, lijken aan het eind van hun Latijn. Dat in tegenstelling tot de stralende moeder die haar baby in een draagdoek heeft gebonden en daarmee in het gebruikelijke tempo door de straten flitst. Amsterdamse kinderen groeien letterlijk op op de fiets, ze zijn ware natural born bikers.

    Later kunnen ze de fiets van hun ouders overnemen, het zou niet eens opvallen: vrijwel alle fietsen zijn van stevig materiaal en vertonen duidelijke sporen van gebruik. Een licht lopende mountainbike zie je zelden. Niet alleen omdat bergen ontbreken, maar ook omdat het hoogst diefstalgevoelig zou zijn. Zelfs een oude rammelkast wordt hier minstens twee maal op slot gedaan.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn

    Zelfs na vijftien uur op pad te zijn geweest doen mijn voeten geen pijn, op de pedalen kunnen ze uitrusten van de wandelingen door grachtenhuizen en musea. In plaats van maar een paar punten af te lopen kun je zo de stad echt leren kennen. Wie het op de enkele niet zo mooie hoeken in Amsterdam niet bevalt, rijdt gewoon verder – bijvoorbeeld ’s ochtends door de rosse buurt die naar alcoholpis stinkt en waar, vlak achter de Oude Kerk, vrouwen in lingerie zich in etalages te koop aanbieden.

    Een paar minuten later ben ik in een andere wereld. Hij ligt maar een klein stukje verderop, achter de grachten, in de voormalige arbeidersbuurt de Jordaan. Ergens anders zou dit een prachtwijk zijn: op de begane grond zijn winkeltjes en woonhuizen als uit een designcatalogus, alleen is het hier gemoedelijk en zijn de ingangen door rozen omrankt. Je ziet hier maar weinig toeristen, want afgezien van de Noorderkerk zijn er geen afzonderlijke bezienswaardigheden – maar de buurt op zich is alleszins de moeite van het ontdekken waard. Alleen is het lopend geen doel dat toeristen na het naburige Anne Frank-huis of de Westerkerk zomaar even mee zouden nemen.

    Als fietser rij ik recht onder het Rijksmuseum door naar het Museumplein. Lopend zou je opnieuw een stevige – en als je niet meer dan twee dagen hebt, tijdrovende – mars voor de boeg hebben en zou je je wellicht liever op het grasveld voor de musea werpen dan van kunstwerk naar schilderij en sculptuur stappen. Maar op de fiets doet hooguit het achterwerk pijn, en niet eens al te erg. De typerende zin van een stadstoerist – ‘ik kan geen stap meer verzetten’ – is aan de fietstoerist niet besteed.

    Ik maak mijn slot los – het ziet eruit, klinkt en weegt ook bijna net zo veel als een ankerketting – en flits verder naar het Vondelpark voor een snack in het theehuis. Dat heeft veel weg van een blauwwitte ufo die een tijdje geleden tussen de fraai aangelegde vijvers is geland en meteen maar is gebleven.

    Scooters

    Slechts enkele minuten later is een fietstoerist terug in het centrum om met een drankje aan zijn favoriete gracht de middag af te sluiten, de diversiteit aan gevels en façades te bestuderen en te observeren hoe er steeds meer vrijetijdsverkeer komt: de Amsterdammers steken van wal in kleine bootjes, voorzien van bier, wijn en zitkussens, ze toeren even achteloos door de grachten als eerder per fiets over de bruggen.

    Alleen voor een uitstapje in de schemering per boot blijft de fiets staan, maar niet lang: op een zachte avond is het ook vlak voor middernacht nog leuk om met de fiets over de parallel lopende Prinsen-, Keizers- en Herengracht te flitsen.

    Alles dus oké in de Amsterdamse fietserswereld? Eigenlijk wel. Als er tenminste geen scooters zouden zijn. Die noemt men hier naar het geluid dat ze maken bromfiets en zij eisen dezelfde ruimte op als de fietsen: ook zij rijden over de fietspaden langs de doorgangswegen, ook zij slingeren tussen groepjes voetgangers door, ook zij remmen niet. De bromfietsers suizen rond zonder zich ook maar enigszins in te spannen, zogezegd de watjes tussen alles op twee wielen in Amsterdam. Ook zij doen het zonder helm. Alleen: ze zijn veel lawaaiiger. Geen wonder dat de Amsterdammer wel eens zijn onverstoorbaarheid verliest als zo’n knetterende bromfiets echt op zijn voorrang staat en zo een vrouw op een fiets uit haar evenwicht brengt.

    In de zee zou een bromfiets de vis zijn die eenvoudigweg dwars door de school heel zwemt. De klemgereden vrouw en ik wisselen veelbetekenende blikken. Wij fietsers in Amsterdam zitten nou eenmaal op dezelfde golflengte.

    Auteur: Katja Schnitzler
    Vertaler: Marten de Vries

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | dagblad | oplage 445.000

    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.

  • ‘Visionaire’ burgemeester verandert São Paulo in smart city

    ‘Visionaire’ burgemeester verandert São Paulo in smart city

    São Paulo stond altijd bekend als een autobolwerk. Maar in de afgelopen drie jaar heeft de progressieve burgemeester Fernando Haddad de metropool omgeturnd tot een slimme stad met ruimte voor fietsers en openbaar vervoer.

    ‘Hé communist, rot op naar Cuba!’ klinkt het vanuit een SUV die langzaam langs een fietspad rijdt. Een hand verschijnt door het raampje en smijt een waterfles naar de man van middelbare leeftijd en zijn partner die daar fietsen. Terwijl de twee geschrokken hun evenwicht proberen te hervinden, krijgen ze nog meer scheldwoorden naar hun hoofd, voordat de auto weer met een noodgang verdwijnt. ‘Playboys,’ mompelt de man, terwijl hij zijn weg vervolgt door de weelderig groene wijk van São Paulo, de Braziliaanse megalopool van negentien miljoen inwoners. ‘Fietsen in deze stad brengt nu een nieuw gevaar met zich mee: de woede van automobilisten,’ zegt Ricardo Nunes (46), een consultant die altijd op de fiets naar zijn werk gaat. ‘Maar daar laat ik me niet door afschrikken. Fietsen verbetert onze kwaliteit van leven. De wegen zijn niet alleen van de auto’s.’

    São Paulo, een uitgestrekte stedelijke agglomeratie en de motor van de Braziliaanse economie, blijft maar groeien en is qua inwoneraantal de vijfde stad van de wereld. In reismagazines is deze grootste – en rijkste – stad op het zuidelijk halfrond vaak te zien als een tropisch Manhattan met grote auto’s, glanzende wolkenkrabbers en luxe helikopters. Maar de laatste drie jaar heeft de stad een ingrijpende verandering ondergaan. Er zijn felgekleurde fietsstroken gekomen, wandelpaden, snelbusbanen en maximumsnelheden voor auto’s. Zelfs tijdens het spitsuur kan het verkeer tegenwoordig rustig doorstromen.

    Een gevolg is wel dat São Paulo, waar een auto altijd als onontbeerlijk werd beschouwd, nu in de greep is van een hoog oplopend debat, namelijk dat van auto’s versus fietsen. Centraal in dit debat staat burgemeester Fernando Haddad, die in het buitenland wordt bejubeld als ‘stedelijk visionair’. In zijn eigen stad noemen sommigen hem echter een ‘communist die van São Paulo een nieuw Cuba wil maken’.

    Haddad, die als kandidaat van de linkse Arbeiderspartij werd gekozen, heeft juist geprobeerd die kloof te overbruggen door alle openbare ruimte open te stellen voor alle burgers

    Maar Haddad, voormalig hoogleraar Politieke wetenschappen aan de Universiteit van São Paulo, lijkt vastbesloten om zich aan zijn beloften uit zijn verkiezingscampagne in 2012 te houden en van São Paulo een cidade inteligente oftewel een ‘smart city’ te maken. In zijn kantoor op de vijfde verdieping van het stadhuis werpt de 52-jarige burgemeester een snelle blik op de drie enorme beeldschermen aan de muur tegenover zijn werktafel. Op één scherm is de toestand van het verkeer in de stad te zien. Op het tweede kan hij waarschuwingen voor overstromingsgevaar in de gaten houden. En het derde scherm vertoont beelden van ‘Crackland’, een plein dat ooit berucht was om zijn drugsverslaafden, maar waar nu druk wordt gewinkeld.

    Haddad is een rustige, serieuze man die geen grote woorden gebruikt. Hij zegt dat hij alleen maar bezig is zijn belofte te vervullen om de stad democratischer te maken en de sociale samenhang te vergroten. ‘Tijdens mijn campagne ging de discussie vooral over het openbaar vervoer. Acht jaar voordat ik burgemeester werd, was alle aandacht in de stad gericht op auto’s. De begroting, investeringen – alles draaide om auto’s. Ik heb beloofd die situatie om te buigen en de openbare ruimte te democratiseren,’ zegt Haddad. ‘Het draait allemaal om democratisering,’ voegt hij er op zachte toon aan toe, meer als onderwijzer dan als politicus.

    Sommige mensen werpen tegen dat São Paulo nu een verdeelde stad is. Maar de stad is altijd verdeeld geweest: tussen rijk en arm, tussen ommuurde luxeappartementen en sloppenwijken, en tussen de mensen met een auto en de mensen die zijn aangewezen op het openbaar vervoer. Haddad, die als kandidaat van de linkse Arbeiderspartij werd gekozen, heeft juist geprobeerd die kloof te overbruggen door alle openbare ruimte open te stellen voor alle burgers. Maar dat leidde aanvankelijk tot een bittere terugslag.

    Autolobby

    Toen Haddad in 2013 burgemeester werd en aan het openbaar vervoer begon te werken, kwam hij onmiddellijk onder vuur te liggen. Het vorige stadsbestuur had de vrije busbanen afgeschaft om meer ruimte te maken voor auto’s. Toen Haddad die banen weer instelde, plaatste een populair tijdschrift een foto van een file naast een geheel lege busbaan, onder de kop: ‘De puinhopen van Haddad.’ Het was een boodschap van de autolobby: de wegen zijn van ons. Maar Haddad gaf niet toe. ‘Deze verandering heeft altijd op mijn programma gestaan. Maar na de protestdemonstraties van 2013, toen mensen beter openbaar vervoer eisten, besloot ik om het proces te versnellen. Die demonstraties hebben als katalysator gewerkt. Binnen twee jaar zijn mensen anders tegen de dingen aan gaan kijken.’

    De veranderingen zijn zichtbaar, São Paulo ondergaat een gedaanteverwisseling. In 2014 gebruikte 56 procent van alle burgers elke dag een auto, volgens een onderzoek. Nu is dat cijfer gedaald naar 45 procent. Tegelijkertijd is het aantal ritten per bus en metro sterk gestegen. ‘We zijn getuige van een transportmigratie. Er zijn nu meer fietsen. Meer mensen reizen per openbaar vervoer of te voet. Ze denken na over hun manier van leven. Het aantal ongelukken neemt af. Het aantal verkeersdoden in de eerste helft van dit jaar ligt 15,5 procent lager dan vorig jaar. We verwachten het aantal verkeersdoden in 2020 met 50 procent te hebben teruggedrongen.’

    São Paulo is een van die typische laatkapitalistische steden waar auto’s en snelheid synoniem zijn met succes en sociale mobiliteit. Wat 450 jaar geleden, toen de Europeanen hier aan land kwamen, nog een indiaans dorpje was, groeide begin twintigste eeuw uit tot het hart van de Braziliaanse economie. Halverwege de jaren vijftig had de stad twee miljoen inwoners, gevangen in een web van staal, beton en glas. De stad moedigde het gebruik van de auto aan. Burgemeesters besteedden nauwelijks aandacht aan het openbaar vervoer, en wie zich per fiets op straat waagde, deed dat op eigen risico.

    ‘Stedelijk visionair’, burgemeester Fernando Haddad. – © Aloisio Mauricio / Hollandse Hoogte
    ‘Stedelijk visionair’, burgemeester Fernando Haddad. – © Aloisio Mauricio / Hollandse Hoogte

    Dit alles begon te veranderen in 2013, toen Haddad zijn intrek nam in het stadhuis. Om het fietsen aan te moedigen volgde hij een simpele gedachtegang: in een stad die meer ruimte en infrastructuur voor fietsers biedt, gaan de mensen vanzelf wel fietsen. Nu gebruikt volgens een recent onderzoek 70 procent van de fietsers de fiets niet alleen om te sporten, maar ook voor woon-werkverkeer, om boodschappen te doen of om naar school te gaan. ‘We wilden altijd al graag gaan fietsen, maar de omstandigheden daarvoor waren nooit goed. We moesten wel met de auto gaan. Nu zijn er fietspaden en speciale verkeersborden voor ons. Deze stad is op een heel positieve manier aan het veranderen,’ zegt Nunes, de fietsende consultant.

    Een grote verandering is het gemak waarmee de stadsbussen zich nu via de speciale busbanen kunnen verplaatsen. Tot die in 2013 in gebruik werden genomen, was het verkeer hier hopeloos. In het weekend kon er wel 180 kilometer file staan. Ondanks de negatieve pers zette Haddad zijn plannen om de beruchte files tegen te gaan door.

    ’Elke burgemeester krijgt te maken met verzet. Maar nu staan de mensen achter de maatregelen die ik heb genomen. Toen we vrije busbanen instelden, werd er woedend gereageerd. Nu is 90 procent er blij mee. De fietspaden, die onlangs pas zijn aangelegd, worden minder enthousiast ontvangen, maar dat zal met de tijd veranderen,’ zegt Haddad met de overtuiging van een man die niet aan zijn eigen beleid twijfelt.

    De grotendeels blanke middenklasse van São Paulo blijft zich verzetten tegen alles wat progressief beleid is

    Na dertien jaar links bestuur is er in Brazilië op sociaal vlak veel verbeterd, maar de grotendeels blanke middenklasse van São Paulo blijft zich verzetten tegen alles wat progressief beleid is. De staat en de stad São Paulo vormen het hart van het Braziliaanse conservatisme. De stad, die zesde staat op het lijstje van ‘tien grootste miljardairssteden’ van het blad Forbes, telt meer dan vijfhonderd helikopters, die samen meer dan tweeduizend vluchten per dag maken. In deze stad, waar sommige straten meer helipads hebben dan bushaltes, is het beleid van Haddad niets minder dan een revolutie. Geen wonder dus dat Haddad in de conservatieve pers en op sociale media wordt uitgemaakt voor ‘communist’ (een scheldwoord dat is terug te voeren op de jaren zestig, toen het leger de toenmalige president afzette onder het voorwendsel dat hij van Brazilië een communistisch land à la Cuba wilde maken.)

    Haddad glimlacht alleen maar als hij dit soort insinuaties hoort. Voor iemand die politiek en academisch in de linkse traditie is opgevoed – zijn promotieonderzoek heette ‘Van Marx tot Habermas: het Historisch Materialisme en zijn eigen paradigma’ – is het nauwelijks een belediging om communist genoemd te worden. ‘Als je een academische achtergrond hebt, ben je beter tegen dit soort aanvallen bestand,’ zegt Haddad, en hij voegt eraan toe dat hij geen orthodox marxist is. ‘Ik houd van open marxisten, niet van dogmatische. Dat is nog erger dan liberalisme, het beperkt de kritische analyse. Ik houd van David Harvey, die wel marxist is maar in een traditie die mij bevalt. Mijn traditie is de Frankfurter Schule. Mijn favoriete schrijvers zijn Adorno en Marcuse. Dat zijn de beste denkers van de twintigste eeuw.’

    Briljant hoogleraar

    Haddad is de zoon van een Libanese migrant die in 1947 in Brazilië aankwam. Hij maakte eind vorige eeuw naam als briljant hoogleraar aan de Universiteit van São Paulo. Van 2005 tot 2012 was hij minister van Onderwijs in de federale regering onder president Lula en diens opvolger Dilma Rousseff. Daarna besloot hij om zich kandidaat te stellen voor de burgemeesterspost van São Paulo – ‘om verandering in de stad teweeg te brengen’. Een van zijn eerste besluiten als burgemeester was om Crackland, dat vlak bij het stadhuis ligt, schoon te vegen. Burgemeesters waren gekomen en gegaan, maar de drugshandelaren en verslaafden waren altijd gebleven.

    In plaats van de politie erop af te sturen, stelde Haddad een ‘Open Armen-programma’ in, waarin hij 1000 dollar per persoon besteedde aan medische behandeling en educatie. Zoals verwacht vielen de conservatieven hem daarop aan, maar hij hield vol. ‘De oorlog tegen drugs wordt vervangen door een andere benadering. We hadden hier vijftienhonderd verslaafden, nu zijn het er nog driehonderd. We hebben ze niet verdreven. Ze zijn er allemaal op vooruit gegaan. Twee jaar geleden kregen we veel kritiek; dat wordt minder, nu de drugshandel afneemt. Het zou een grote vergissing zijn om op die programma’s te bezuinigen,’ zegt Haddad, terwijl hij naar het beeldscherm met livebeelden van Crackland wijst.

    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte
    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte

    Burgemeesters hebben in Brazilië veel te vertellen. Het lokale bestuur heeft altijd een sterke positie gehad, onafhankelijk van de staats- of federale overheid. Maar tot voor kort beperkten de burgemeesters zich tot het ‘efficiënt’ runnen van hun stad, zonder veel aandacht te besteden aan sociale rechtvaardigheid. Dat begon eind jaren tachtig te veranderen, toen sociale bewegingen en vakbonden in het hele land protestdemonstraties organiseerden, waarin ze meer participatie voor de bevolking in het bestuur eisten.

    De Arbeiderspartij is zelf voortgekomen uit een vakbond; toen Haddad in 2013 burgemeester werd, zette hij dan ook het grootste programma voor participatieve ontwikkeling ter wereld op, waarbij hij honderdduizenden burgers van São Paulo betrok bij de besluitvorming in hun stad. Als onderdeel van het proces kwamen bewoners met 117 voorstellen voor aanpassing van de stedelijke infrastructuur, waaronder fietspaden en betere bussen. Gewapend met het mandaat van de bewoners ging Haddad aan de slag om meer democratische ruimte te creëren. Hij ging ook aan het werk om van São Paulo een smart city te maken, wat naar zijn mening een kwestie is van investeren in openbare dienstverlening en kiezen voor eerlijke groei, speciaal voor de mensen in de marge van de samenleving.

    Volgens Haddad gaat het er bij een smart city niet om de sleutels van de stad over te dragen aan bouwbedrijven en hightechcorporaties. Het gaat om, wat hij noemt, ‘intelligente interventies’. ‘Je kunt een smart city ontwikkelen met innovaties die weinig kosten. Het is ongelooflijk wat je zonder al te veel kosten kunt doen in een stad. Het belangrijkste is dat je weet wat mensen van hun stad verlangen,’ zegt hij.

    Onder Haddad is São Paulo een voorbeeld geworden op het gebied van innovaties die alle bevolkingsgroepen ten goede komen. De stad heeft gratis wifi geïnstalleerd op 120 openbare pleinen, voornamelijk in arme wijken. Volgende maand gaat de burgemeester naar de feestelijke opening van een systeem waarmee een hele sloppenwijk wordt verlicht met ledlampen. Dit soort maatregelen maakt nu al een verschil. ‘We hebben elke dag 85.000 gratis wifigebruikers. De meesten daarvan wonen aan de buitenrand van de stad. Zij hebben nauwelijks geld. De stad garandeert ze hun digitale rechten. In de wijken met ledverlichting gaan mensen nu ’s avonds de deur uit. Dat deden ze voorheen niet. We betalen deze investering uit het geld dat we besparen door diezelfde ledlampen, die 50 procent zuiniger zijn,’ zegt Haddad. ‘Het is dus duurzaam én goed voor de sociale samenhang.’

    Stedelijk visionair

    De afgelopen paar jaar hebben verschillende steden – New York, Barcelona, Madrid, Parijs en Bogotá – een burgemeester gekozen die ervoor kiest om betaalbare openbare dienstverlening te bieden in plaats van die te privatiseren. Haddad vindt dat er een dialoog nodig is tussen deze steden om ervaringen uit te wisselen. Hij is vooral benieuwd naar de stedenbouwkundige planning en innovaties in China en India – waar zich enkele van de allergrootste steden ter wereld bevinden. ‘We hebben een samenwerkingsverband met veel Latijns-Amerikaanse steden die op zoek zijn naar alternatieven voor het huidige systeem. In Latijns-Amerika is er, afgezien van Mexico-Stad, geen stad die zo groot is als São Paulo. Dus we moeten beter kijken naar steden als Shanghai, Mumbai, New Delhi en Tokio.’

    Haddad wil graag een voorbeeld nemen aan andere steden. Onlangs, toen Parijs een autovrije dag hield, vloog de burgemeester naar Frankrijk (zoals altijd economyclass, want dat is ‘wat de stad zich kan permitteren’) om deel te nemen aan een debat met de Parijse burgemeester Anne Hidalgo aan het Institut d’études politiques in die stad. Tijdens dit debat over de sociale en milieuvraagstukken van grote steden kreeg Haddad een groot compliment van zijn Franse collega. Toen hem tijdens het debat werd gevraagd of hij met zijn beleid zijn herverkiezing op het spel zette, zei de Parijse socialistische burgemeester, nog voordat Haddad kon antwoorden, dat zij ‘op hem zou stemmen’ als ze kon.

    In 2016 voert Haddad campagne voor zijn herverkiezing. De messen zijn al geslepen in de oorlogszone die São Paulo is. De burgemeester van deze stad is de op twee na machtigste persoon in het land, na de Braziliaanse president en de gouverneur van de staat São Paulo. De functie is altijd een springplank geweest naar een rol op nationaal niveau. Als opkomende ster in de Arbeiderspartij wordt Haddad door velen gezien als een toekomstige presidentskandidaat. Zelfs The Wall Street Journal, die zelden iets positiefs te melden heeft over Brazilië, noemde hem onlangs een ‘stedelijk visionair’. Maar de verkiezingen lijken tot nu toe de minste zorg voor Haddad. Hij maakt zich meer zorgen om zijn beleid.

    ‘Traditionele politici durven soms geen maatregelen te nemen die bij bepaalde mensen een sterke reactie oproepen. Vier jaar is niet genoeg. Verkiezingen kun je verliezen. Maar als je een verkiezing verliest vanwege een goede zaak, is dat goed. Je wordt een gevangene van de macht als je niet de juiste stappen zet. Maar ben je niet gehecht aan het pluche, dan kun je maatregelen nemen die op de middellange termijn begrip zullen vinden,’ zegt hij zonder ook maar een sprankje bezorgdheid op zijn gezicht. ‘Dus wij gaan ons richten op het beleid en niet op de verkiezingen. Als we die twee dingen kunnen scheiden, is dat goed voor de stad.’

    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte
    Fietsers vieren de opening van een fietspad door burgemeester Haddad in de zomer van 2015. – © Bruno Fernandes / Hollandse Hoogte

    Wie weet werpen die maatregelen straks toch hun vruchten af. In de trendy wijken van de stad zijn de fietsenstallingen waar mensen via hun mobiele telefoon een fiets kunnen huren heel populair geworden. In Pinheiros, een chique buurt, zijn gloednieuwe fietscafé’s gekomen, waar mensen hun fiets kunnen laten repareren en ondertussen koffie drinken en een broodje eten. En in boekwinkels in de hele stad gaan boeken als Eu amo bike (Ik houd van fietsen) en Eu sou a mudança (Ik ben de verandering) als zoete broodjes over de toonbank. Haddads beleid heeft niet alleen tot een geheel nieuwe bedrijfstak geleid, maar ook de mentaliteit – en de politiek – verandert in delen van de stad die normaal nooit voor een kandidaat van de Arbeiderspartij zouden stemmen. De burgemeester is uiterst populair aan de buitenranden van de stad, maar heeft nu misschien ook aanhangers gevonden in de bovenlaag van de bevolking. 
Nunes, die bij de verkiezingen van 2012 niet op Haddad heeft gestemd, aarzelt nog om te zeggen naar wie zijn voorkeur in 2016 uitgaat. Maar dan geeft hij toch een hint: ‘Ik kan me niet voorstellen dat ik op dezelfde partij zal gaan stemmen als die playboys die mij uitschelden.’

    Auteur: Shobhan Saxena
    Vertaler: Annemie de Vries

    Shobhan Saxena is als onafhankelijk journalist gevestigd in Brazilië. Hij woont afwisselend in Rio de Janeiro en São Paulo.

    The Wire
    India | thewire.in
    Indiase website gericht op vrijheid van meningsuiting, democratie, onafhankelijkheid en kwaliteit, begrippen die in de Indiase media volgens de oprichters weinig centraal staan in de journalistiek.