Tag: vervuiling

  • VK: onderzoekers slaan alarm om PFAS-vervuiling voor Engelse kust

    VK: onderzoekers slaan alarm om PFAS-vervuiling voor Engelse kust

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amnesty: aantal doodstraffen in 2025 wereldwijd sterk toegenomen

    » VS: Elon Musk verliest rechtszaak tegen OpenAI

    De stoffen kunnen allerlei gezondheidsproblemen veroorzaken

    Uit een nieuwe studie blijkt dat concentraties PFAS – chemische stoffen die nauwelijks afbreken in de natuur – in delen van de Solent, de zeestraat tussen het Isle of Wight en het Engelse vasteland, tot dertien keer boven de veilige grenswaarden liggen, aldus The Guardian. De stoffen werden aangetroffen in onder meer vissen, zeegras, schaaldieren en zelfs in bruinvissen.

    Onderzoekers denken dat de vervuiling afkomstig is van riooloverstorten, afvalwaterzuiveringsinstallaties, historische stortplaatsen en militaire locaties in de regio. Hoewel sommige monsters afzonderlijk binnen de wettelijke limieten bleven, overschreden ze gezamenlijke toxiciteitstests wanneer meerdere PFAS-stoffen samen werden gemeten.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    PFAS worden gebruikt in producten zoals antiaanbakpannen, waterafstotende kleding en voedselverpakkingen. De stoffen worden gelinkt aan verschillende gezondheidsproblemen, waaronder kanker, vruchtbaarheidsproblemen en verstoringen van het immuunsysteem.

    Milieuorganisaties pleiten al langer voor een breed verbod op PFAS in het Verenigd Koninkrijk. De studie verschijnt op een moment dat de Britse overheid werkt aan nieuwe regelgeving rond waterkwaliteit en chemische vervuiling. Critici vinden de huidige aanpak onvoldoende en waarschuwen dat de vervuiling zich waarschijnlijk veel verder uitstrekt dan alleen de Solent-regio.

  • VS: afname aantal vleermuizen leidt tot meer pesticidegebruik en kindersterfte

    VS: afname aantal vleermuizen leidt tot meer pesticidegebruik en kindersterfte

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Politie verijdelt aanslag op Israëlisch consulaat in München

    » Trump wil Musk de leiding geven over drastische hervormingen

    Onder vleermuizen heerst het zogeheten witte-neus-syndroom

    In de Verenigde Staten is door de achteruitgang van het aantal vleermuizen het gebruik van pesticiden en de kindersterfte toegenomen. Eyal Frank, de auteur van de studie die donderdag werd gepubliceerd in het tijdschrift Science, baseerde zijn bevindingen op de plotselinge opkomst van een dodelijke ziekte bij deze zoogdieren, het witte-neus-syndroom. De onderzoeker volgde de verspreiding van de ziekte in het oosten van de Verenigde Staten en vergeleek het gebruik van pesticiden in getroffen en niet getroffen county’s.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij ontdekte dat in county’s waar de vleermuispopulatie was afgenomen, boeren 31 procent meer pesticiden hadden gebruikt omdat door de afname van deze roofdieren het aantal insecten toenam. Met meer pesticiden steeg ook het kindersterftecijfer met bijna 8 procent, omdat deze chemicaliën via verontreinigd water en lucht van de akkers in het menselijk lichaam terechtkwamen. Dit onderzoek is een aanvulling op de reeks studies die de domino-effecten van de verdwijning van wilde dieren op ecosystemen laten zien.

  • Wat stofdeeltjes ons vertellen over de wereld

    Wat stofdeeltjes ons vertellen over de wereld

    Niemand staat stil bij stof, en toch is het een onontkoombaar fenomeen. Als we goed opletten, kunnen we de grootste dingen – tijd, dood en het leven zelf – waarnemen in deze kleine zwevende deeltjes. Dit is een bewerkt fragment uit Dust: The Modern World In a Trillion Particles van Jay Owens.

    Twee eeuwen lang waren de gebouwen in Londen zwart. Een zwavelhoudende roetmist van verbrande steenkool – de beruchte Londense ‘erwtensoep’– legde een dun laagje koolstof over elk oppervlak in de stad. Londen was zo smerig dat men zich niet kon herinneren dat het ooit anders was geweest. Tijdens de restauratie in 1954 van Downing Street 10 [de ambtswoning van de Britse premier] bleek dat de beroemde donkere gevel oorspronkelijk helemaal niet zwart was, maar van gele baksteen. Een te grote schok voor de Britten, en het nieuwe, schone gebouw werd zwart geschilderd om het oude, vertrouwde uiterlijk te behouden.

    Eind jaren tachtig en begin jaren negentig vond er een reusachtig grote schoonmaak plaats. Meer dan tien jaar lang stonden monumenten als St. Paul’s Cathedral in de steigers. Hogedrukreinigers spoten het vuil weg, waarna het in het riool verdween. Tegenwoordig zie je in de stad roodbruine, lichtgrijze, zilverglanzende en blauwgroene tinten – de kleuren van baksteen, kalksteen en glas. De vervuiling is nu polychroom: het belangrijkste residu dat zich aan gevels hecht is niet het zwarte roet van koolstof, maar de warmere bruingele kleur van organische koolwaterstoffen die in benzine en diesel voorkomen. Naarmate de uitstoot van sulfaat door het verkeer afneemt, worden de gebouwen misschien zelfs groen omdat mossen en korstmossen er weer kunnen groeien.

    Toch kunnen niet zomaar alle monumenten in Londen worden schoongespoten. Westminster Hall is het oudste parlementsgebouw en werd ongeveer negenhonderd jaar geleden gebouwd door William Rufus, zoon van de Normandische veroveraar. In 2007 ontdekten restaurateurs dat de muren waren aangetast door luchtvervuiling en vocht. Volgens hen was het gebouw in tweehonderd jaar nooit schoongemaakt. Het werd wel eens tijd.

    Zorgvuldig

    Maar hoe doe je dat zorgvuldig, met aandacht voor het materiaal waaruit het gebouw is opgetrokken? Kalksteen is poreus en lost op als het met de hogedrukspuit onder handen wordt genomen. Gelukkig bestaan er subtielere methoden. Delicaat materiaal kan worden gereinigd met een smeersel, een soort kleimasker voor stenen, dat hardnekkige zouten en vlekken verwijdert. Dunne laagjes latex zijn een andere optie: deze worden opgebracht met een kwast of een spray. Ze absorberen het vuil van de stenen, waarna de latex met vuil en al wordt losgetrokken.

    Nieuws over het grootse schoonmaakproject van Westminster Hall bereikte een New Yorkse kunstenaar, die toestemming kreeg om de latexvellen te bewaren die waren gebruikt om het steen schoon te maken. De kunstenaar, Jorge Otero-Pailos, toonde ze vervolgens op de tentoonstelling The Ethics of Dust. Toen ik in juni 2016 Westminster Hall binnenliep, stond ik voor een doorschijnend, fonkelend gordijn van vijftig meter lang en vijf meter hoog, opgehangen aan de oude dakbalken: een huidachtige lappendeken bedekt met het vuil van de hele stad.

    Sinds het begin van de moderne tijd hebben mensen geklaagd over stof in de lucht, maar maatregelen ertegen kwamen pas decennia of eeuwen later, als ze al kwamen. De kolenmijnen en fabrieken die de industriële revolutie van Groot-Brittannië aandreven, maakten de kapitalistische klasse heel erg rijk, terwijl de arbeiders de prijs moesten betalen met hun lichaam, longen en bloed. Voor mij ging The Ethics of Dust over menselijke aanwezigheid die zichtbaar werd gemaakt. Het gebouw van kalksteen en glas met de houten dakconstructie werd niet zozeer beschreven in grote abstracte bewoordingen als geschiedenis, traditie en macht, maar veeleer in de vorm van de materiële sporen van miljoenen lichamen, hun arbeid en hun levensonderhoud. De expositie verbond de polis, het volk, rechtstreeks met het parlement – en keek ook naar de bron van de historische welvaart van Groot-Brittannië.

    Niemand denkt normaal gesproken na over stof, over wat het kan doen of waar het naartoe zou moeten; stofdeeltjes zijn zo klein en zo volkomen alledaags dat ze buiten ons blikveld vallen. Maar als we er met aandacht naar kijken, kunnen we de wereld erin zien.

    Als we met aandacht naar stof kijken, kunnen we de wereld erin zien

    Stof wordt niet gedefinieerd op basis van de materiële herkomst, maar door de vorm (kleine vaste deeltjes), de transportwijze (door de lucht) en de inherente vormeloosheid. Als we precies wisten waar het van gemaakt was, zouden we het misschien geen stof noemen, maar huidschilfers, cement of pollen. Maar ‘kleine rondvliegende deeltjes’ kan volstaan als praktische startdefinitie.

    Tegenwoordig wordt er elk jaar wereldwijd 8,5 miljoen ton verbrande ‘zwarte koolstof’ uitgestoten, waarvan het meeste niet van natuurlijke oorsprong is, maar afkomstig van dieselmotoren, hout gestookte kooktoestellen en gecontroleerde branden om land vrij te maken voor landbouw. Zwarte koolstof heeft een krachtige invloed op het klimaat, omdat het de warmte van de zon absorbeert en aanzienlijk bijdraagt aan de opwarming van de aarde. Het is ook een belangrijk bestanddeel van fijnstofvervuiling, bekend als PM2,5 (deeltjes kleiner dan 2,5 micrometer).

    Deze microdeeltjes dringen tot diep in de longen door. Hun nog kleinere neefjes, de ultrafijne PM0,1’s, kunnen via de longblaasjes in de bloedbaan terechtkomen, waar ze naar elk orgaan worden getransporteerd en mogelijk schade toebrengen aan alle cellen in het menselijk lichaam. Luchtvervuiling veroorzaakt niet alleen ademhalingsaandoeningen, maar ook hartaandoeningen, kanker, onvruchtbaarheid en zelfs neurodegeneratieve ziekten zoals Alzheimer. Het is de vijfde doodsoorzaak ter wereld, goed voor 4,2 miljoen overlijdensgevallen per jaar. Als de lucht in Londen zou voldoen aan de normen van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) voor PM2,5, zouden de inwoners gemiddeld 2,5 maand langer leven.

    Stedelijk stof is echter veel meer dan alleen roet afkomstig van verbranding: overal is er wrijving tussen mens en milieu. Remmen van auto’s, bussen en treinen schuren tegen banden die miljoenen keren per dag tegen wegen en rails drukken, waardoor materialen worden belast en kleine stukjes metaal, rubber en asfalt afslijten. 

    Metro

    In 2019 wees een onderzoek van Financial Times uit dat de Londense metro ‘de smerigste plek in de stad’ is; delen van de Central Line tussen Bond Street en Notting Hill Gate hebben meer dan acht keer de WHO-limiet voor PM2,5. Metrostof bevat vooral veel ijzeroxide afkomstig van metalen remmen en rails, maar er zit meer in. ‘Veel van het stof in deze omgeving komt van de passagiers zelf,’ zei Alno Lesch, operationeel manager voor reiniging van het spoor, tegen Financial Times, terwijl hij een zwart kluwen onder het perron vandaan plukte. Een pluk menselijk haar.

    Meer dan duizend mensen werken ’s nachts in de ondergrondse tunnels als de treinen stilstaan. Ze borstelen en stofzuigen de oppervlakken om stof te verwijderen en spuiten een fixeermiddel om wat achter is gebleven op zijn plaats te houden. Maar dat werkt niet altijd optimaal: afstoffen is tenslotte een proces waarbij deeltjes die eerst hun eigen gang gingen, worden losgemaakt. Toen Transport for London de Bakerloo-lijn schoonmaakte werd er 6,4 ton aan vuil en pluis verwijderd. Toch werd er na afloop op negen van de vijftien stations meer PM2,5 gemeten in plaats van minder.

    Technische oplossingen volstaan zelden om onze rommel op te ruimen. Wat betreft stof op de wegen blijken elektrische auto’s niet schoner te zijn dan de traditionele benzinevervuilers. Elektrische auto’s produceren ongeveer 75 procent minder remstof dan benzineauto’s, maar meer bandenstof en wegslijtage, en ze woelen meer vuil van de weg los, omdat ze door hun accu’s gemiddeld zwaarder zijn. Straatstof is een belangrijke wereldwijde bron van microplastics, de minuscule plastic deeltjes van minder dan vijf millimeter groot die het afgelopen decennium een steeds groter milieuvervuilingsprobleem zijn geworden. Elk jaar wordt er ongeveer 6,1 miljoen ton aan deeltjes door bandenslijtage gegenereerd – plus nog eens een half miljoen ton deeltjes door remslijtage. Daarmee is straatstof de bron van meer dan een derde van de microplastics in onze oceanen.

    Perfect afstoffen bestaat niet

    En dan heb ik het nog niet eens gehad over het stof in mijn flat. Stof is ontzettend moeilijk te verwijderen. Perfect afstoffen bestaat niet. Maar wanneer en waarom gingen we onszelf deze onmogelijke taak opleggen? In Europa en de VS werd het huishoudelijke landschap aan het begin van de twintigste eeuw bepaald door hout, kolen en ouderwets poetswerk. In haar autobiografie uit 1934 schrijft de Amerikaanse auteur Edith Wharton: ‘Ik ben geboren in een wereld waarin telefoons, motoren, elektrisch licht, centrale verwarming (behalve door heteluchtovens), röntgenstralen, bioscopen, radium, vliegtuigen en draadloze telegrafie niet alleen onbekend maar grotendeels ook onvoorzien waren.’ Tegen de tijd dat ze haar memoires schreef, waren deze eens zo opzienbarende nieuwigheden gemeengoed geworden.

    Maar hoe groot deze technologieën de wereld ook leken te maken – de dag werd langer, je kon je vrijer en verder verplaatsen – de gevolgen voor het leven van vrouwen waren vaak precies het tegenovergestelde. In plaats van vrouwen te bevrijden van huishoudelijke karweitjes, zorgden deze technologieën alleen maar voor meer werk in huis. Helder licht betekende dat stof en vuil nu beter zichtbaar waren en dus moest er grondiger en vaker worden schoongemaakt. Kleren moesten na een dag of twee worden gewassen; de kinderen ook.

    Huisvrouwen

    ‘Huishoudelijk werk zoals wij dat kennen, wordt niet door de grenzen van het menselijk immuunsysteem bepaald. In feite werd het rond de eeuwwisseling uitgevonden om vrouwen uit de middenklasse iets te doen te geven,’ schrijft auteur en activist Barbara Ehrenreich in 1993. ‘Toen voedselverwerking en kledingproductie van huis naar fabriek verhuisden, vielen de huisvrouwen uit de middenklasse in een ongemakkelijk gat. Moesten ze zich dan maar aansluiten bij de feministen? De arbeidsmarkt op gaan en met mannen concurreren? “Te veel vrouwen,” schreef Ladies’ Home Journal in 1911, “zijn gevaarlijk lui.” En zo ontstonden de huishoudelijke experts, een groep dames die, mocht er een feministische hel bestaan, eeuwig gemarteld zouden worden met plumeaus. Vrouwen die er een carrière van maakten om andere vrouwen te vertellen dat ze geen carrière konden maken omdat het huishouden al een hele klus op zich was.’

    Er verscheen een nieuwe generatie handleidingen voor huishoudelijk werk om vrouwen te instrueren in houding, gedrag en angsten die horen bij de rol van huisvrouw. Het abc van Good Housekeeping, gepubliceerd in 1949, bood de huisvrouw een werkschema van 7 uur ’s ochtends tot 7 uur ’s avonds. Om 9.30 uur begon het afstoffen, wanneer de slaapkamers moesten worden afgestoft en opgeruimd. Om 10.15 uur werden de woonkamer, eetkamer, overloop en trap geveegd en afgestoft. Tussen 11.30 en 12.30 uur en van 15.00 tot 16.00 uur kreeg de huisvrouw ‘speciale weektaken’ toegewezen, wat betekende dat vier van de zes dagen bepaalde kamers grondiger moesten worden afgestoft en schoongemaakt. Daarnaast moesten alle vloeren in huis elke dag worden geveegd of afgestoft. Tapijten moesten wekelijks worden gestofzuigd. Meubels kregen een dagelijkse afstofbeurt en werden ‘opgewreven’. Zelfs muuroppervlakken moesten wekelijks worden afgestoft.

    Hun leven werd gereduceerd tot dienstbaarheid

    In haar polemiek The Feminine Mystique uit 1963 beschrijft Betty Friedan hoe ‘miljoenen vrouwen hun leven modelleerden naar het beeld van die mooie foto’s van de Amerikaanse huisvrouw uit de voorsteden: hoe ze hun man gedag kussen, met hun stationcar hun kinderen op school afzetten en daarna glimlachend hun nieuwe elektrische waxer over de smetteloze keukenvloer laten glijden’. Hun leven werd gereduceerd tot dienstbaarheid, stelt ze, hun eigen ambities en belangen werden opzijgezet ten gunste van de behoeften van hun gezin. Friedan noemde het ‘een probleem zonder naam’, een zielsziekte die wordt veroorzaakt door een leven vol onbenullige taken en een sterk beperkte horizon. Denk aan Betty Draper, de perfecte blonde huisvrouw uit de televisieserie Mad Men. Haar handen worden gevoelloos van onderdrukte psychosomatische woede als ze de afwas en andere huishoudelijke klusjes moet doen. Als ze de dag ziet wegglijden in leegte, pakt ze een pistool en gaat ze de tuin in om op de duiven van de buren te schieten omdat die het lef hebben te genieten van de luchtige vrijheid die zij mist.

    Critici beweren dat Friedan de benarde situatie van de wanhopige huisvrouw overdrijft. Alle vrouwen over wie ze níét schreef – vrouwen van kleur en vrouwen uit de arbeidersklasse; alleenstaande moeders, lesbiennes en alleenstaanden – voerden hun eigen strijd, die in veel gevallen veel serieuzer was dan verveling. Toch schuilt er een sterke symboliek in dit cultuurfenomeen: de perfecte witte huisvrouw uit de voorsteden die gek wordt van een beetje stof.

    Interventies van negentiende-eeuwse sanitaire hervormers en de ‘huishoudkundemanie’ van rond de eeuwwisseling werden vaak gekenmerkt door klassevooroordelen. Adrian Forty, emeritus-hoogleraar architectuurgeschiedenis aan het University College in Londen, verbindt ‘de fetisj voor hygiëne’ met ‘burgerlijke angsten om sociale en politieke autoriteit kwijt te raken’. Hij schrijft: ‘Angst voor vervuiling ontstaat wanneer de buitengrenzen van een samenleving worden bedreigd.’ Verstedelijking en industrialisatie brachten de gevestigde sociale orde aan het wankelen en creëerden een nieuwe stedelijke arbeidersklasse die deelnam aan protesten, arbeidersstakingen en revoluties – in Frankrijk en Duitsland – om een eerlijk loon, betere arbeidsomstandigheden en stemrecht op te eisen.

    Status

    Hygiëne werd een middel om de ‘goede’, ‘respectabele’ armen te onderscheiden van het gespuis. Degenen die de regels van de maatschappelijk werkers voor de volksgezondheid naleefden, zouden een nieuw onderkomen kunnen krijgen als hun sloppenwijk met de grond gelijk werd gemaakt; degenen die minder volgzaam waren, werden uitgezet. De onfortuinlijken verbleven letterlijk op de vuilnisbelt, de grote, Londense vuilnisbelten, waar ze moesten zien rond te komen van wat er werd weggegooid. En de middenklasse moest op haar beurt een show van huishoudelijke netheid opvoeren om zichzelf te onderscheiden van degenen die ‘vuil werk’ deden.

    Stof – of liever: de afwezigheid ervan – bleef in het midden van de twintigste eeuw een teken van status en respect voor arbeidersgemeenschappen in het Verenigd Koninkrijk. Vrouwen in rijtjeshuizen in de binnenstad schrobden dagelijks of wekelijks hun stoepje, ze poetsten de treden voor hun voordeur op met rode boenwas en wreven tot ze blonken. Zelfs de straat werd geveegd om stof en vuil tegen te houden (belangrijk in industriegebieden) en over het trottoir werd een emmer zeepsop uitgegoten. ‘Zo liet je zien dat je keurig was,’ vertelde Margaret Halton, (destijds 85) in 1997 aan Lancashire Telegraph. ‘Je kon zien wie er proper was en wie niet, gewoon door naar de stoep te kijken.’ In deze smalle straatjes en hechte gemeenschappen waren alle ogen op jou gericht. Onder moeilijke omstandigheden onberispelijke netheid handhaven, was de manier om je trots te tonen.

    In Londen kan het je onmogelijk ontgaan dat de meerderheid van de schoonmakers in huizen en kantoren mensen van kleur zijn. De geschiedenis van de twintigste-eeuwse reinheid is niet alleen een geschiedenis van gender- en klassenonderscheid, maar ook van raciale ongelijkheid.

    Vrouwen in rijtjeshuizen in de binnenstad schrobden dagelijks of wekelijks hun stoepje

    Properheid is zelden gewoon properheid, zelden het praktische, functionele proces van het stofzuigen van tapijten en het wassen van je handen met zeep. Het is altijd beladen met extra betekenis. De ogenschijnlijk vanzelfsprekende voordelen van reinheid raken vertroebeld als je beseft dat het begrip al te vaak wordt gebruikt om onderscheid aan te brengen tussen mensen: de deugdzame burger tegenover de gemarginaliseerde. Vooral vrouwen worden terechtgewezen met woorden als ‘slet’, ‘slons’ en ‘sloddervos’ – begrippen die seksuele immoraliteit koppelen aan zaken als vuilheid en slordigheid. ‘Goede vrouw’ is nog altijd synoniem van ‘schone’, oppassende huisvrouw.

    Maar blijf alsjeblieft stofzuigen. Huisstofmijt veroorzaakt astma en de hormoonontregelende, brandvertragende chemicaliën die uit je bank vrijkomen naarmate deze ouder wordt, zijn nadelig voor de gezondheid. Weldoeners op het gebied van de sanitaire hervormingen uit de negentiende eeuw hebben daadwerkelijk iets goeds gedaan voor de volksgezondheid. Maar kunnen we ooit de morele verschrikkingen van stof wegnemen?

    Stof is tegelijkertijd een symbool van tijd, van verval en van dood, maar het is ook het residu van het leven. De betekenis is nooit zwart of wit, maar grijs en wat vaag. Leven met stof – en dat moeten we – is een langzame les in het omarmen van tegenstrijdigheden: schoonmaken, maar je niet identificeren met reinheid; de materiële behoefte aan hygiëne respecteren, terwijl je deze als sociale metafoor diep wantrouwt.

  • Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Waarom eindigen zoveel fietsen in het water?

    Over de hele wereld belanden de vreemdste dingen in het water: verkeersborden, matrassen, wasdrogers en paspoppen. Maar vooral fietsen. ‘Een fiets in het water gooien lijkt een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft.’

    Zo om de tien jaar legt de stad Parijs het Canal Saint-Martin droog. De bijna vijf kilometer lange waterweg, die in zuidelijke richting over de Rive Droite loopt, werd ooit aangelegd om Parijs schoon te houden en de door cholera en dysenterie geplaagde stad van vers water te voorzien. Maar in de twee eeuwen dat het kanaal bestaat, heeft het vaak een ander, tegengesteld doel gediend. Het is een stortplaats, een vloeibare vuilnisbak. Het periodieke droogleggen is om die reden ook onthullend. Het water wijkt, en ineens zie je de spullen die er in de paar duizend nachten ervoor in zijn geschopt, gegooid of stiekem gedumpt.

    Toen het kanaal in 2016 werd leeggepompt, stonden hele menigten op de voetgangersbruggen en langs de kaden te kijken hoe de schoonmaakploegen door de modder sjokten om de troep op te ruimen. Er lag van alles: matrassen, koffers, verkeersborden en -kegels. Een wasdroger, een paspop, tafels en stoelen, badkuipen, toiletten, oude radio’s, computers. Ook werden er allerlei voertuigen uit het slik getrokken, waarvan er geen enkele bedoeld was om over water te gaan: kinderwagens, winkelwagentjes, ten minste één rolstoel en meerdere brommers. De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    De meest voorkomende voorwerpen in het kanaal – naast wijnflessen en mobieltjes – waren fietsen.

    Negen jaar eerder, in 2007, was in Parijs een deelfietsplan gelanceerd, Vélib’, bij gelegenheid waarvan 14.500 huurfietsen over de hele stad werden uitgezet. Toen het water was afgevoerd, werd op de kanaalbodem het skelet van tientallen half in de modder begraven Vélib’-fietsen zichtbaar. Er waren ook andere fietsen van verschillende merken en soorten, waarvan sommige verminkt leken te zijn voor ze hun waterige graf in waren gestuurd. Er waren fietsen bij met verbogen of verdraaide wielen, of helemaal zonder wielen. Er waren er ook waarbij wielen en frame in orde waren, maar die weer een stuur misten: lijken zonder hoofd. 

    Mogelijk zijn sommige van die fietsen per ongeluk in het kanaal beland. Er zijn een heleboel scenario’s denkbaar waarbij een fiets onopzettelijk in het water terechtkomt. Fietsers die in het donker verdwaald zijn of gedesoriënteerd door de mist hun fiets van het jaagpad af het kanaal in loodsen. Dronken fietsers die van bruggen tuimelen. Dieven die op de vlucht voor de politie richting rivier zwenken. De gelukkigste slachtoffers slagen erin zichzelf – en soms hun fiets – weer op het droge te krijgen, maar dit soort incidenten kan rampzalige gevolgen hebben.

    Een duik in de krantenarchieven levert akelige verhalen op met aansprekende koppen: ‘Jongen verdrinkt in kanaal: gevonden met zijn fiets’, ‘Vrouwelijke fietser verdronken: over de reling van de kanaalbrug gewaaid’, ‘Kanaal ingereden na black-out: man uit Gloucester verdronken terwijl hij naar zijn werk fietste’, ‘Fietser verdronken, oorzaak onbekend’. Sommige mistroostige zielen zijn willens en wetens de diepte in getrapt. In de herfst van 2016 liet een achtendertigjarige vrouw een afscheidsbriefje achter in haar appartement in DeWitt, in de staat New York, niet ver van de stad Syracuse. Ze vertrok naar een nabijgelegen park, waar ze op een mountainbike een meer inreed. Haar lichaam werd, nog steeds op haar fiets, een week later gevonden. 

    Willekeurig vandalisme

    Wat de fietsen in het Canal Saint-Martin betreft: je mag rustig aannemen dat de meeste daarvan niet door een ongeluk en ook niet onder tragische omstandigheden in het water terecht zijn gekomen. Voor wie geneigd is tot willekeurig vandalisme – en misschien de drang voelt om levende wezens te kwetsen door levenloze dingen die hij toevallig tegenkomt te vernielen – is een fiets een uitnodigend doelwit. Door de groei van het fenomeen deelfiets, zoals Vélib’, is het aantal fietsen in steden wereldwijd toegenomen. En misschien zien vandalen ze als een makkelijke prooi, omdat het in dit geval niet gaat om iemands eigendom. De invoering van de huurfiets zonder vaste standplaats, die dus eerder te vinden is op de stoep dan veilig en wel in een stalling, heeft ieder beletsel weggenomen voor vormen van zelfexpressie zoals het vernielen van wielen, het mollen van frames en het doorknippen van remkabels. Sommige vandalen gaan grilliger te werk en laten fietsen bungelen op ijzeren hekken, leggen ze op verkeerslichten en bushokjes, of hangen ze aan een hoge boomtak. 

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft

    Een fiets in het water gooien is een specialistische sport die zijn eigen bijzondere vorm van bevrediging geeft. Op sociale media zie je filmpjes waarin kwajongens fietsen vanaf de oever in een meer laten rijden, over de reling langs een kade kiepen of in wild stromend water smijten. In één video kijkt een tiener in de camera terwijl hij een verweerde blauwe BMX vasthoudt. ‘Mike, dit is jouw fiets,’ zegt hij. ‘Hij stond in mijn garage, maar ik hoef hem niet. Dus ik ga hem van de schans de vijver in gooien. Hoop dat je het niet erg vindt.’ Met een flinke aanloop duwt de jongen de fiets zonder berijder vervolgens over een houten plank het water in. Op de achtergrond is hoerageroep en gelach te horen, terwijl de nerveuze camera het snelle overlijden van de fiets vastlegt. Het achterwiel dobbert nog even boven de oppervlakte, voor het door de plas wordt verzwolgen – een slapstickmoord. Ik zal het niet ontkennen: het ziet er lollig uit.

    Dat is het duidelijk voor velen: lol. Op sommige plekken is het epidemisch. Een Engelsman die opgroeide in Peterborough herinnerde zich dat in 1960 jongens uit die stad fietsen stalen om te gaan joyriden; de escapade eindigde steevast met het rituele dumpen van de fietsen in de Nene, de plaatselijke rivier. Deze praktijk kwam aan het licht toen ‘een boot vastliep op … een berg fietsen onder water.’ 

    Amsterdam

    In Amsterdam hoopten de verdronken fietsen zich op een bepaald moment zo hoog op in de 165 grachten van de stad, dat ze tegen de platte bodem van voorbijvarende bootjes schuurden. De remedie was ‘fietsen vissen’. Vroeger werd deze taak vervuld door vuilnismannen die de grachten in roeiboten afschuimden en stokken met een haak gebruikten om de fietsen te verschalken en ze als oud ijzer te verkopen. In de jaren zestig nam het Amsterdamse waterbeheer de taak van het fietsen vissen op zich. Tegenwoordig gaat een korps gemeentewerkers op jacht naar verdronken fietsen op boten die zijn toegerust met kranen met hydraulische grijpers. Het probleem is minder groot dan vroeger, maar de ‘vissers’ halen nog steeds ieder jaar vijftienduizend fietsen uit de grachten. Het is een uniek Amsterdams spektakel, dat onveranderlijk een hoop toeschouwers trekt: de grote metalen klauw die uit het water komt met een druipende vangst wielen, frames en fietsmandjes. De fietsen worden overgeheveld naar vuilnisschuiten en voor recycling overgebracht naar een schroothandel. Naar men zegt wordt een groot deel van de gerecyclede fietsen omgevormd tot bierblikjes.

    In Amsterdam weet net zo min als in Parijs iemand precies waarom of hoe zo veel fietsen in het water belanden. Ambtenaren schrijven het probleem vaag toe aan vandalisme en diefstal. Alcohol speelt zeker een rol en er kan best een soort ecosysteem in het spel zijn: een fiets wordt uit de gracht gehaald en gerecycled tot een bierblikje, waarvan de inhoud wordt genuttigd door een Amsterdammer die, naar huis waggelend na een losbandige nacht, een fiets ziet staan en ineens de drang voelt om het ding in de gracht te smijten.

    Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats

    Pete Jordan wijdt in zijn aardige boek over Amsterdam en de fiets, In the City of Bikes, diverse bladzijden aan te water geraakte tweewielers en legt een verband met de tumultueuze politieke geschiedenis van de stad. In de jaren dertig bakten communisten de fascisten een poets door hun fietsen in de Prinsengracht te gooien; tijdens de Duitse bezetting in de Tweede Wereldoorlog riepen verzetsleiders Amsterdammers op hun rijwiel in de gracht te dumpen om te voorkomen dat ze in handen zouden vallen van de nazi’s, die fietsen confisqueerden. Jordan noemt ook het Nederlandse boek Fietsen naar de maan (1963), waarin het verzuipen van fietsen wordt gezien als een ingewikkelde vorm van diefstal: een fietsenvisser duwt ’s nachts stiekem fietsen in een Amsterdamse gracht; de volgende ochtend komt hij terug om ze er weer uit te halen en aan een heler te verkopen. 

    De situatie in Amsterdam is misschien het best te verklaren met een simpele rekensom. De stad telt naar schatting 2 miljoen fietsen en 50 kilometer aan waterwegen, en de logica gebiedt dat er een zekere overloop moet zijn. Als een Amsterdammer van een oude fiets af moet, is een gracht of kanaal de handigste stortplaats. 

    Tokio

    Maar het gaat niet alleen om een Nederlands verschijnsel. In 2014 merkte het parkentoezicht in Tokio dat er exotische vissen waren uitgezet in de grote vijver in Inokashira Park, in een westelijke voorstad. De vissen, die waarschijnlijk in het water waren gegooid door hun voormalige eigenaren, veroorzaakten milieuschade; er werd besloten het water te laten weglopen om hen te elimineren. Maar toen de plas gedempt was, stuitte men op een heel andere invasieve soort: tientallen fietsen. De ontdekking was voor velen in Tokio een verrassing. Schoonmakers klaagden allang over fietsen die op straat en op parkeerterreinen werden achtergelaten. Maar het dumpen van fietsen in water was een nagenoeg onbekende – en per definitie verborgen – gewoonte.  

    Een deelfietsbedrijf stopte met zakendoen in Rome, toen bleek dat veel van zijn fietsen in de Tiber waren gegooid. ‘Huurfietsen blijven maar onder water eindigen’, meldde The Boston Globe in 2018, vlak na de komst van deelfietsfirma’s in Boston en voorsteden. In februari 2019 werd in New York een stadsfiets, die duidelijk enige tijd in de Hudson had gelegen, teruggezien in een huurfietsenstalling in de Upper West Side van Manhattan. De fiets zat onder de eendenmosselen en weekdieren; de spaken waren bedekt met zeewier. Een expert, belast met het toezicht op de Hudson, werd door de website Gothamist verzocht te taxeren hoelang het rijwiel onder water had gelegen. ‘Gezien de oesters op het stuur schatten we dat hij al minstens sinds augustus, mogelijk sinds juni in de rivier heeft gelegen,’ was het antwoord. 

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China

    Hetzelfde probleem doet zich voor in Melbourne, Hongkong, San Diego, Seattle, Malmö, en nog veel meer steden. In Groot-Brittannië zijn huurfietsen uit kanalen in Londen en Manchester gevist, alsook uit de Theems, de Cam, de Avon en de Tyne. In 2016 gaf de Canal & River Trust, die toezicht houdt op de waterwegen in Engeland en Wales, een onder water opgenomen video vrij met vissen die loom over de bodem van een kanaal zwommen langs met algen begroeide fietsenwielen.

    De alarmerendste berichten over het dumpen en opdreggen van fietsen komen uit China. In 2016 en 2017 visten de destijds grootste deelfietsbedrijven van de wereld, Ofo en Mobike, duizenden van hun huurfietsen uit rivieren in Zuid-China. Op een veel gedeelde video was een man te zien die vanaf een drukke voetgangersbrug bezig was Mobikes te gooien in de Huangpu, een rivier in Shanghai. Op andere filmpjes die viraal gingen was onder meer vastgelegd hoe een groep kinderen deelfietsen aan het vernielen was en hoe een oudere vrouw met een hamer op een deelfiets inbeukte. Deelfietsen werden gestolen en gestript van onderdelen, onder auto’s gegooid, op bouwplaatsen verstopt of in brand gestoken. Het vandalisme heeft in China een zekere introspectie op gang gebracht. ‘Je hoort mensen de deelfiets vaak beschrijven als een meedogenloze spiegel die de ware aard van het Chinese volk aan het licht heeft gebracht’, berichtte The New York Times in 2017. 

    Misschien geeft die spiegel wel verder strekkende waarheden over onze tijd prijs. De man die werd gefilmd terwijl hij in Shanghai fietsen in de rivier gooide, was een migrant uit Hongkong die aan journalisten vertelde dat hij nog eens negen andere Mobikes met een hamer had vernield. Hij zei woedend te zijn over de schending van de privacy van de gebruikers door het bedrijf. ‘De chips in Mobikes zijn onveilig en slaan persoonlijke gegevens van de gebruikers op, zoals hun locatie.’

    Deelfietsproject

    In theorie wordt van zo’n deelfietsproject het leven in de stad niet alleen makkelijker en plezieriger, maar ook duurzamer en rechtvaardiger, eerlijker en vrijer. In de praktijk gaat het veelal om half-particuliere, half-publieke initiatieven, gesponsord door internationale banken die met hun logo opzichtig aanwezig zijn op de spatborden. De deelfietsindustrie is veelal in handen van technologiebedrijven die straten en stoepen vaak al volstouwen met fietsen voordat de regels goed en wel zijn vastgesteld. De meeste systemen werken met apps en zijn gebaseerd op een in het digitale tijdperk vertrouwde ruil: gemak en gerief ten koste van privacy. De app verzamelt persoonlijke data over de bestuurder en er wordt gebruikgemaakt van ingebouwde gps-chips en draadloze verbindingen die de locatie van de bestuurder om de zoveel seconden doorgeven. Een fiets die zijn berijder bespioneert: dat is een forse plotwending voor het vervoermiddel dat ooit – eind negentiende eeuw, toen de fiets insloeg als een bom – een voorheen ondenkbare persoonlijke vrijheid in het vooruitzicht stelde. 

    In China hebben meer dan zeventig start-ups, ondersteund met ruim 1 miljard dollar aan durfkapitaal, in 2016 en 2017 miljoenen deelfietsen in de steden gepompt. Het aanbod overstemde de vraag en de fietsen hoopten zich letterlijk op. Aan de rand van Beijing, Shanghai, Xiamen en andere steden liggen op uitgestrekte percelen tienduizenden in beslag genomen, vaak gloednieuwe fietsen, in reusachtige stapels die zeven tot acht meter boven de grond uittorenen. Deze plekken zijn weleens ‘fietsenkerkhoven’ genoemd, maar op luchtfoto’s en filmpjes die met een drone zijn gemaakt lijken het vaak eerder bloemenvelden, vanwege de fel geel, oranje en roze gekleurde frames die als een spookachtig tapijt een halve hectare land bedekten. 

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme

    De fiets is niet het enige vervoermiddel dat onderhevig is geweest aan golfbewegingen, ook qua vandalisme. Recentelijk leidde de introductie van elektrische deelscooters in steden tot woede van voetgangers, die ervan balen dat die dingen de stoep blokkeren, en ook van motorrijders, die ze liever niet op de weg zien. Van over de hele wereld komen de berichten binnen: in Los Angeles zijn e-scooters in openbare toiletten geduwd, in het zand begraven, in de oceaan gegooid; in Keulen ontdekte een duikploeg op de bodem van de Rijn honderden e-scooters die de rivier vervuilden met hun lekkende accu’s. De ‘scooterwoede’ heeft grote e-scooterbedrijven als Bird en Lime gedwongen nieuwe, verbeterde modellen te produceren om wie van plan was de remkabels door te snijden, QR-codes te wissen of andere vormen van sabotage te plegen te slim af te zijn. 

    Dit soort agressie kun je rustig zien als guerrilla-activiteiten in een grotere oorlog: een wereldwijd gevecht om het recht op de rijweg. Die heeft de laatste jaren een nieuwe impuls gekregen, nu steden hun relatie tot de auto heroverwegen, een fietsvriendelijke infrastructuur aanleggen en openstaan voor deelfietsprojecten en andere initiatieven die ‘micromobiliteit’ bevorderen. Misschien is de opmerkelijkste ontwikkeling wel de komst van e-bikes – fietsen met een accu – waarvan de verbazingwekkende populariteit over de hele wereld doet vermoeden dat een nieuwe fietsrevolutie – qua potentie de belangrijkste sinds de beroemde fiets-boom van eind negentiende eeuw – nabij is. In China alleen al rijden er 300 miljoen e-bikes, en de herleving van de Chinese deelfietsindustrie na het debacle van een aantal jaren geleden is grotendeels gebaseerd op de introductie van elektrische deelfietsen. 

    Tom Waits

    Waar gaan fietsen naartoe als ze sterven? Een fiets is een duurzaam goed, maar ook een gebruiksvoorwerp: als je het niet erg vindt om een beetje asociaal te zijn, doe je er makkelijk afstand van. In het wel-varende Westen hoeft een fiets althans niet veel te kosten; en als hij kapot gaat of als er een nieuwe wordt gekocht, zal de eigenaar de oude veelal van de hand doen – hem ergens buiten achterlaten waar hij door een voorbijganger kan worden meegenomen, of worden weggehaald door de stadsreiniging. 

    En dan heb je de fietsen die op eenzamere locaties worden aangetroffen, waar ze in toenemende staat van ontbinding rondslingeren terwijl de tijd en de elementen hun tol eisen. In steden zie je vaak fietsen die verlaten zijn maar wel op slot zitten; met oude kettingen of beugelsloten zijn ze vastgemaakt aan een paal of hek. Gewoonlijk schieten gieren erop af om in de karkassen te pikken en weg te graaien wat ze maar kunnen – een wiel, of twee wielen, of een stuur. Zulke geplunderde fietsen kunnen een trieste aanblik bieden. De ketting hangt uit de vernielde kettingkast, kapotte reflectoren liggen aan stukken op de grond en de remkabels zien eruit als een warrige haardos uit de cartoons van George Booth. Ik denk aan dat geweldige nummer van Tom Waits, Broken Bicycles: ‘Broken bicycles/ old busted chains/ with rusted handlebars/ out in the rain…/ laid down like skeletons/ out on the lawn.’ De tekst is metaforisch – het is een lied over vergane liefde, maar het klinkt als een reportage. Als die fietswrakken in het gras net zo zijn als de meeste fietsen, zullen ze grotendeels gemaakt zijn van staal of een aluminium-legering, wat betekent dat ze oorspronkelijk uit de grond komen, als erts of afzettingsgesteente dat is gedolven in een mijn. Nu keren kleine stukjes van de fiets terug naar de aarde: de schilfers verroest staal en de kleine krijtachtige deeltjes op het oppervlak van geoxideerd aluminium kunnen door de wind worden verspreid en in een regenstorm het riool in worden gespoeld. 

    Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen

    Sommige onbeheerde fietsen krijgen een tweede leven. Vanaf de schroothandel aan het eind van mijn straat worden de blokken metaal naar recycling-bedrijven vervoerd. Daar wordt het afval schoon-gemaakt en gesorteerd, in ovens gestopt en verhit tot het gaat smelten, en onderworpen aan reinigingsprocessen. Uiteindelijk wordt het metaal tot platen geplet of uitgerold en opnieuw in omloop gebracht. Staal en aluminium behoren tot de meest gerecyclede materialen op aarde. Soms, zoals in Amsterdam, krijgt een gesloopt fietsframe een tweede leven als bierblikje of conservenblik. Gerecycled staal en aluminium worden gebruikt bij de bouw van straatmeubilair, huizen en appartementengebouwen. En ook bij de bouw van vliegtuigen, auto’s en, jawel, fietsen. 

    De mysticus in mij vindt het leuk zich een stadsgezicht voor te stellen dat gemaakt is van oude fietsen: fietsers rijdend op rijwielen die zijn gereïncarneerd uit vroegere fietsen en trappend langs wolkenkrabbers die worden gestut door gordels, balken en wapening die zijn gemaakt van recyclede fietsframes, terwijl uit gesloopte fietsen samengestelde straaljagers hoog boven hun hoofd vliegen. Het recyclen van metaal gaat gepaard met verspilling die schadelijk is voor het milieu, maar sommige bijproducten kunnen worden gerecycled en weer in omloop worden gebracht. De restanten of slakken die overblijven van aluminiumgietsel worden soms gebruikt als vulmiddel in asfalt en betonmengsels. Op sommige plekken is de weg zelf dus een soort fietsenkerkhof en rijden fietsers op hun zondagse ritje over een landschap van nieuw samengestelde beenderen. 

  • Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Colombia verklaart Stille Oceaan tot beschermd gebied

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van deze week:

    » DRC: blauwhelmen openen vuur aan de grens met Oeganda

    » Libanon: beschadigde silo’s in geplaagde haven van Beiroet storten in

    Visserij en oliewinning zullen verboden worden

    De Colombiaanse president Iván Duque heeft vlak voor zijn aftreden aangekondigd dat zijn land als eerste op het westelijk halfrond 30 procent van zijn oceaangebied tot beschermd gebied zal verklaren, wat betekent dat visserij en oliewinning verboden zullen worden, meldt Axios.

    Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld

    Die stap is belangrijk, want volgens wetenschappers worden de oceanen aangetast door overbevissing, vervuiling, verblekende koraalriffen, zeespiegelstijging en hogere temperaturen als gevolg van klimaatverandering. De kans op sterfte, overstromingen en verlies van voedselbronnen gaat daardoor drastisch omhoog. Oceanen produceren de helft van alle zuurstof in de wereld en absorberen 31 procent van door de mens geproduceerde kooldioxide.

    Negen landen die grenzen aan de Stille Oceaan (VS, Mexico, Chili, Peru, Ecuador, Canada, Panama, Costa Rica en Colombia) hebben in juni op de top van Noord-, Midden- en Zuid-Amerika een verklaring ondertekend waarin ze beloven meer samen te werken en sneller maatregelen te nemen voor de bescherming van oceaangebieden.

    Lees ook:

  • Canada: wegwerpplastic vanaf december verboden

    Canada: wegwerpplastic vanaf december verboden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Engeland hoort op 5 september wie Boris Johnson opvolgt als premier

    » VN: steeds meer Oekraïners keren terug naar huis

    Canada verbiedt als eerste land ook uitvoer van plastic

    Canada heeft bekendgemaakt dat er een definitief verbod komt op plastic zakjes, rietjes, verpakkingen voor afhaalmaaltijden en ander wegwerpplastic, meldt The Guardian. ‘Slechts 8 procent van het plastic afval wordt gerecycled,’ aldus de Canadese minister van Volksgezondheid Jean-Yves Duclos. Hij voegde eraan toe dat jaarlijks 43.000 ton plastic voor eenmalig gebruik in het milieu terechtkomt, voornamelijk in waterwegen.

    Het verbod op de productie en invoer van plastic wegwerpzakjes, bestek, rietjes, roerstaafjes, bekertrays en meeneemverpakkingen gaat december dit jaar in en het verbod op de verkoop daarvan een jaar later. Eind 2025 gaat Canada ook de uitvoer verbieden; het is daarmee het eerste land dat dit internationaal doet, volgens een persbericht van de regering.

    In de nieuwe regelgeving ontbreekt een verbod op plastic verpakkingen voor consumptiegoederen – de belangrijkste bron van plastic afval wereldwijd – maar Canada belooft ervoor te zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 voor zeker de helft uit gerecycleerd materiaal zullen bestaan.

    Lees ook:

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’

  • Duurzame mode bestaat niet

    Duurzame mode bestaat niet

    Iedere consument zou moeten weten dat er 7500 liter nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek. En dat de kledingindustrie een van de vervuilendste industrieën ter wereld is. Niet de voetafdruk maar de prijs bepaalt nog altijd het dwangmatige koopgedrag van het winkelend publiek.

    Onderzoek wijst uit dat de kledingindustrie haar ecologische voetafdruk moet verkleinen. Een verplichting die een ingrijpende verandering vereist van de productie- en marketingmethodes van de branche, maar ook van ons consumptiegedrag.

    De cijfers over de CO2-afdruk van de mode-industrie zijn het gesprek van de dag op Instagram en TikTok. De sector is goed voor 10 procent van de mondiale uitstoot van broeikasgas. Het is waarschijnlijk een van de vervuilendste industrieën ter wereld, na de energie- en de voedingsmiddelensector. Iedere consument zou moeten weten hoeveel water er nodig is voor de productie van zijn spijkerbroek: 7500 liter. De stranden van Ghana zijn vervuild door tonnen gebruikte kleding, terwijl de Atacama-woestijn in Chili een treurige reputatie geniet als gigantische dumpplaats van tweedehandskleding, het niet-gerecyclede overschot van de 59.000 ton aan kledingstukken die jaarlijks in de haven van Iquique arriveert. Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand. 

    Volgens een studie van de Verenigde Naties uit 2019 wordt er in de woestijn elke seconde een vuilniswagenlading textiel begraven of verbrand

    Het woord ‘duurzaam’ ligt tegenwoordig op ieders lippen. De Franse start-up Circle Sportswear, in 2019 opgericht door Romain Trébuil, maakt zijn kleding van ‘gerecyclede of recyclebare materialen’, waaronder lyocell, een stof die gemaakt is van cellulose. ‘Het milieu zo min mogelijk belasten, dat is de plicht van onze generatie,’ zegt Adrien Garcia, oprichter van de modesite Réuni die gespecialiseerd is in pre-orderverkoop. En om hun clientèle te behouden die haar consumptie steeds meer wil vergroenen, beginnen ook de grootste kledingfabrikanten en -distributeurs op het gebied van ‘fast fashion’ zich aan te passen.

    De Amerikaanse jeansfabrikant Levi’s heeft sinds april 2021 een nieuwe slogan: ‘Buy better, wear longer’. ‘Wereldwijd is de kledingconsumptie de afgelopen vijftien jaar verdubbeld. Dat kunnen we helpen veranderen door te mikken op betere kwaliteit,’ aldus de fabrikant van de 501 in een reclamespot. ‘We hebben het nu voor het eerst openlijk over duurzaamheid. Maar daar is onze bedrijfscultuur al meer dan dertig jaar op gericht,’ verzekert Diana Dimitian, adjunct-directeur van Levi’s Zuid-Europa. Het Spaanse Inditex, het grootste kledingbedrijf ter wereld, nodigt zijn klanten uit om hun oude kleding voor recycling in te leveren bij een van zijn acht ketens, waaronder Zara. Het Zweedse H&M, ook een grote speler op de fastfashionmarkt, heeft eveneens bakken neergezet die bestemd zijn voor recycling. Geef ons uw oude spijkerbroek in ruil voor een tegoedbon, aldus de distributeur van goedkope kleding.

    En alle grote merken verzekeren dat ze hun toevlucht zullen nemen tot minder vervuilende materialen. Inditex belooft vanaf 2023 in al zijn Zara-winkels alleen nog maar duurzame katoen aan te bieden en vanaf 2025 alleen nog linnen of gerecyclede polyester. H&M zal tussen nu en 2030 volledig overstappen op duurzame materialen. Het Duits-Nederlandse C&A gebruikt al meer dan tien jaar biokatoen, om ‘ons milieu, de katoenproducenten en hun leefomgeving te beschermen’. Het Japanse Fast Retailing belooft aanpassingen op het gebied van zijn beroemde gewatteerde Uniqlo-jacks; in 2020 heeft het merk een voor 100 procent gerecycled jack gelanceerd. Het moederbedrijf garandeert dat zijn CO2-uitstoot in 2050 zal zijn teruggebracht tot nul, en dat in 2030 de helft van de kleding deels van gerecyclede vezels zal worden gemaakt.

    Taboeonderwerp

    Het meest luxe en modieuze segment blijft niet achter. Het LIFE-programma van de Franse groep LVMH (Louis Vuitton Moët Hennessy) richt zich met name op de strijd tegen klimaatverandering en belooft een groter beroep te zullen doen op de kringloopeconomie, terwijl Kering (met onder andere Balenciaga, Brioni, Gucci en Yves Saint Laurent) zegt zich ‘vooral op de aanvoerketen te concentreren’, omdat ‘het behoud van de biodiversiteit en het verkleinen van onze ecologische voetafdruk beginnen bij het “sourcen” van grondstoffen’.

    Toch gaan er steeds meer stemmen op, onder meer van Maxine Bédat van de Amerikaanse denktank New Standard Institute, die zeggen dat dit allemaal niet genoeg is. ‘Omdat duurzame mode geen kwestie van grondstoffen is,’ verduidelijkt Guillaume Declair, medeoprichter van het Franse merk Loom. ‘De hele sector geeft hoog op van de kringloopeconomie en het gebruik van milieuvriendelijke materialen. Maar als je ziet hoe weinig van alles wat er wordt verkocht gerecycled is, is kringloopmode geen oplossing. Er is een paradigmaverschuiving nodig, een andere manier van produceren,’ meent Elisabeth Laville, oprichter van het adviesbureau Utopies, dat bedrijven begeleidt bij de transitie naar een duurzame toekomst.

    Akkoord van Parijs

    Om zich te houden aan het Akkoord van Parijs van 2015, dat bepaalt dat de gemiddelde temperatuur van de planeet ten opzichte van het pre-industriële tijdperk met niet meer dan 2 graden mag stijgen, zou de kledingproductie tot 2050 met twee derde moeten worden teruggebracht. Maar welk merk is bereid om zijn productie en verkoop te verminderen? Om zich van zijn gematigde kant te laten zien? ‘De groei van het aantal verkochte producten blijft de norm,’ zegt Dimitri Caudrelier, algemeen directeur van adviesbureau Quantis; hij pleit ervoor ‘vraagtekens te zetten bij de businessmodellen van de industrie’. Volgens deze specialist op het gebied van de klimaatstrategie van bedrijven ‘is het onderwerp volume 
    nog altijd taboe in de bedrijfstak’.

    Dat blijkt wel uit het Fashion Pact dat in 2019 werd ondertekend op instigatie van de Franse president Emmanuel Macron, na de G7-top in Biarritz. Meer dan tweehonderd internationale merken zegden toe ‘hun gebruik van milieuvriendelijke materialen tot 2025 met 25 procent te verhogen, en hun gebruik van duurzame energie tot 2025 met 50 procent en tot 2025 met 100 procent’. De overige afspraken gaan over biodiversiteit en de bescherming van de oceanen ‘door beperking van de hoeveelheid plastic verpakkingsmateriaal’. Tot de ondertekenaars behoorde een aantal luxe merken, zoals Chanel, Saint Laurent en Gucci, maar ook merken voor een groter publiek, zoals Adidas, Decathlon, Mango en H&M.

    ‘Maar het Fashion Pact rept met geen woord van fast fashion,’ zegt Elisabeth Laville. ‘Die term komt niet eens in de tekst voor. Dit pact is hooguit een poging om de milieu-impact van fast fashion te beperken. Het lijkt wel of ze hun economische model willen bestendigen zonder er vraagtekens bij te zetten. Dat is ontoelaatbaar,’ zegt ze, verwijzend naar ‘de grote jongens die hun businessmodel niet willen loslaten, ook al is het achterhaald’. Oftewel de grootschalige productie in lage-lonenlanden en de permanente vernieuwing van hun winkelcollecties.

    Ook bij Quantis leeft ergernis. ‘Leidt het Fashion Pact tot een vermindering van de ecologische voetafdruk? Ja, dat is het voornaamste doel. Maar tot een volumeverlaging? Nee,’ zegt Dimitri Caudrelier geïrriteerd. Alma Dufour, woordvoerder van de Franse milieu- en mensenrechtenbeweging Amis de la Terre, noemt het Fashion Pact ‘de grootste grap van de sector. Wie kan geloven dat ze hun CO2-uitstoot zullen reduceren door het gebruik van meer biokatoen en meer ledlampen in hun winkels?’ 

    Prijs bepaalt

    Wat moet er dan gebeuren? De kleding-productie terugverhuizen naar Europa? ‘Door in Frankrijk te produceren in plaats van in China kunnen we de CO2-voetafdruk van de kledingindustrie halveren,’ stelt het Franse verbond van kledingproducenten. Op papier heeft ‘made in France’ alleen maar voordelen. Sommige Franse producenten hebben hun productie al terugverhuisd, in navolging van FashionCube, een groep kledingmerken van het Franse familiebedrijf Mulliez dat afgelopen februari een jeansfabriek heeft geopend in de buurt van de Noord-Franse stad Tourcoing.

    Maar veel Franse merken lopen tegen aanvoerproblemen op. ‘De nationale leveranciers van onze basismaterialen blijven in gebreke,’ zegt een vertegenwoordiger van een confectiebedrijf. Bovendien bieden niet alle sectoren van de kledingmarkt ruimte voor de extra kosten van productie in eigen land. Zo kosten de jeans van FashionCube in Tourcoing 60 euro, wat tweeënhalf keer zo duur is als de gemiddelde vrouwenjeans die in Frankrijk worden verkocht.

    Kunnen we nu zeggen dat de duurzame mode is aangepast aan de economische realiteit van de kledingmarkt? Want de keus van de consument wordt nog altijd bepaald door de prijs. Voor 41 procent van de Fransen is de prijs het eerste aankoopcriterium, terwijl maar 4 procent de voorkeur geeft aan het ecologische en ethische aspect. Tweedehandskleding, die vaak als een middel tegen milieukwalen wordt gezien, ontsnapt niet aan dit fenomeen: 70 procent van de Fransen koopt die om economische redenen.

    Dat is niet erg, volgens Elisabeth Laville, die voorspelt dat de prijs ‘geen obstakel zal zijn voor een duurzamer aankoopgedrag’. Als we haar mogen geloven, zou in de toekomst ‘om zowel economische als ecologische redenen’ kunnen worden gekozen voor een duurzamere modeconsumptie, zoals dat op vervoersgebied met autodelen gebeurt. Alles zou in dat geval afhangen van de mate waarin het consumptiegedrag kan worden aangepast.

    Overconsumptie

    Eenvoudig zal dat niet zijn. Want de goedkope mode heeft ons gedrag ingrijpend veranderd. De marketingmethodes van de fast fashion op sociale media zetten ertoe aan om te kopen zonder rekening te houden met je behoeften, dus tot overconsumptie. En de neurowetenschap heeft aangetoond hoezeer die methodes ons zelfbeeld strelen en onze dopamine, het hormoon van de onmiddellijke behoeftebevrediging, activeren. Onze hersenen ‘zijn een vijand van de planeet’, oppert neurowetenschapper Sébastien Bohler in zijn essay Le bug humain. 

    Er moet een remedie komen tegen ‘dwangmatig koopgedrag’, zegt Dimitri Caudrelier. En een manier om de consumenten te genezen van de boulimie die zich van hen meester kan maken wanneer ze de Primark binnenlopen, het Ierse merk dat ‘ongelooflijke mode voor ongelooflijke prijzen’ belooft, of wanneer ze op de Chinese site Shein klikken, het walhalla voor pubers.

    Diverse milieubewegingen beijveren zich ervoor de sector aan banden te leggen. Zo bepleit Greenpeace een verbod op reclame die schadelijk is voor het milieu ‘door het creëren van kunstmatige waarden, zoals het associëren van koop- en consumptiegedrag met zelfverwezenlijking en plezier’. Het collectief En Mode Climat, afkomstig uit de Franse kledingsector zelf, dringt ook aan op ‘bestraffing van strategieën die de consumptie sterk aanwakkeren’. Bijna vierhonderd Franse kledingbedrijven hebben zich aangesloten bij deze in 2021 opgerichte beweging, die ‘meer regulering’ eist en voorstelt de huidige Franse milieubijdrage van 6 cent per kledingstuk te verhogen tot 5 euro in 2025 voor de vervuilendste kledingmerken.

    Zijn dit allemaal zoete dromers in een gemondialiseerde sector? De Ellen MacArthur Foundation, opgericht door en vernoemd naar de voormalige Britse zeilster, pleit voor een andere weg, die van de persoonlijke kringloopeconomie: ze roept consumenten op te dragen wat ze in hun kast hebben hangen of liggen. Vaker en langer. 

  • Tunesische president stuurt premier en parlement weg | Vrachtschepen grote vervuiler

    Tunesische president stuurt premier en parlement weg | Vrachtschepen grote vervuiler

    Tunesische president doet greep naar de macht

    Kaïs Saïed ‘neemt het lot van het land in handen’, kopte Kapitalis op zondag 25 juli. De Tunesische president had zojuist tijdens een avondtoespraak aangekondigd dat hij de werkzaamheden van het parlement voor dertig dagen zou bevriezen en de regeringsleider, Hichem Mechichi, zou ontslaan, na een dag van demonstraties tegen de Tunesische regering.

    ‘Na de protesten die vandaag uitbraken in alle steden van het land en de botsingen met de ordetroepen, in een context van een ernstige economische en gezondheidscrisis, heeft president Kaïs Saïed zich uiteindelijk neergelegd bij het activeren van artikel 80 van de grondwet van 2014, om te proberen het land te redden van aangekondigde wanordelijkheden‘, schrijft het Franstalige nieuwsportaal.

    Zijn rivalen beschuldigen de president van een ‘staatsgreep’

    Terwijl sommigen op straat het besluit van de president uitzinnig verwelkomden, zo meldt Al-Jazeera, beschuldigden zijn rivalen hem van een ‘staatsgreep’, waaronder de voorzitter van het Tunesische parlement en leider van de islamistische partij Ennahda, Rached Ghannouchi.

    Het Qatarese nieuwskanaal legt uit: ‘Dit is de grootste uitdaging tot nu toe voor een grondwet uit 2014 die de bevoegdheden verdeelt tussen de president, de premier en het parlement.’

    Vooropgezet plan

    De acties van de president komen drie maanden nadat nieuwssite Middle East Eye ‘een brief onthulde die geschreven was door Saïeds topadviseurs waarin hij aandrong op het overnemen van de macht in het land’. De president ontkende destijds dat hij van plan was om wat toen een ‘constitutionele staatsgreep’ werd genoemd, te plegen.

    De aankondiging van zondag, aldus de in Londen gevestigde pan-Arabische nieuwssite, ‘ging verder dan het plan dat in mei werd geschetst, in die zin dat de president aankondigde dat hij premier Mechichi had ontslagen en het parlement had geschorst, hetgeen niet voorzien is in de grondwet’. In mei kreeg het staatshoofd geen steun van de Tunesische veiligheidstroepen, die verklaarden dat zij niet bij het politieke proces wilden worden betrokken, aldus Middle East Eye.

    De president van de republiek heeft nu wel onmiddellijk het leger ingezet om de uitvoering van de aangekondigde besluiten te verzekeren. De militairen hebben met name de controle overgenomen van het parlement, dat nu voor iedereen verboden terrein is, ook voor parlementsleden. De door ziekte verzwakte voorzitter van het Parlement, Rached Ghannouchi, begaf zich niettemin om 2 uur ’s nachts naar de ingang van het Parlement, vergezeld door vicevoorzitter, Samira Chaouachi. In een surrealistische scène, live gefilmd, werd Rached Ghannouchi de toegang geweigerd tot de instelling waarvan hij voorzitter is.

    ‘Wij hebben gezworen de grondwet te beschermen’, zegt de vice-president tegen de soldaat, die onmiddellijk terugslaat: ‘Wij hebben gezworen het land te beschermen’, is te horen op de video, die werd verspreid door Business News.

    Algemeen ongenoegen

    Eerder die dag, op de vierenzestigste verjaardag van de proclamatie van de Tunesische Republiek, had een ‘opstandige jeugd’ op straat uiting gegeven aan haar ‘algemeen ongenoegen met de verslechterde de situatie in het land’, meldt Kapitalis in een ander artikel. Er vonden in Tunis, Sousse, Gafsa, Bardo, waar het parlement is gevestigd, ‘en in andere Tunesische steden’ demonstraties ‘tegen de regering en het politieke systeem van na 2011 [datum van de Tunesische revolutie]’ plaats.

    De ‘voornaamste doelwitten’ waren de islamistische partij Ennahda – de belangrijkste partij in het parlement – en voorzitter Rached Ghannouchi, maar ook ‘Hichem Mechichi en Kaïs Saïed kregen ervan langs’, aldus Kapitalis.

    De regeringsleider, Hichem Mechichi, heeft maandag verklaard mee te werken aan een machtsoverdracht met de toekomstige premier die door de president wordt aangewezen, meldt La Presse.

    ‘Mechichi verklaarde dat hij aan de kant stond van het Tunesische volk en hun keuzes, en dat hij terugtrad uit elke verantwoordelijke functie’, aldus de Tunesische krant. Op maandag heeft president Kaïs Saïed ook de ministers van Defensie en Justitie ontslagen.

    ‘De VS hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië’

    De regering-Biden is ‘bezorgd over de ontwikkelingen in Tunesië’, zei Jen Psaki, woordvoerster van het Witte Huis, maandag, en riep op tot respect voor ‘democratische beginselen’. Indien de Amerikaanse regering de gebeurtenissen als een staatsgreep zou beschouwen, ‘zou de Amerikaanse hulp aan Tunesië op losse schroeven kunnen komen te staan’, schrijft The Washington Post. ‘De Verenigde Staten hebben sinds de revolutie van 2011 meer dan 1,4 miljard dollar aan hulp toegezegd aan Tunesië, waaronder honderden miljoenen aan militaire steun.’

    ‘Was het een machtsgreep van de president of een tijdelijke maatregel om het land weer op de rails te krijgen?’ vraag BBC. ‘Hoe snel een nieuwe premier wordt benoemd – en hoe snel een nieuw plan voor de toekomst wordt gecommuniceerd – zal van cruciaal belang zijn voor wat er daarna gebeurt.’

    ‘Staatsgreep of niet, de islamisten hadden het verdiend!‘ aldus het Tunesische Business News, ‘De regering is een echokamer geworden voor de besluiten van de islamisten van Ennahdha‘, verklaart de krant.

    Lees ook:


    Vrachtschepen zijn grote vervuiler

    Uit een rapport van Pacific Environment en Stand.earth blijkt dat vijftien bedrijven, waar onder Walmart, Ikea en Amazon, verantwoordelijk zijn voor miljoenen tonnen aan milieuvervuiling en CO2-emissies, schrijft Gizmodo. De verontreiniging is te wijten aan de import van goederen middels vrachtschepen. Het rapport over de milieuschade, dat dinsdag werd gepubliceerd, is gebaseerd op moeilijk toegankelijke gegevens over internationale scheepvaart.

    De scheepvaart is verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde CO2-emissie

    Tegenwoordig wordt ongeveer 80 procent van de mondiale handel gedistribueerd door ongeveer 50.000 schepen en die aantallen zullen verder toenemen. In 2050 zullen vrachtvolumes met maar liefst 130 procent groeien naarmate Amazon een groter deel van de wereld verovert en transport over de wereld op grotere schaal beschikbaar wordt. Vrachtschepen varen op extreem vuile en goedkope brandstof, de zogenoemde ‘bunkerbrandstof’, die veel verontreinigende stoffen genereert. Geschat wordt dat de zeescheepvaart verantwoordelijk is voor 10 tot 15 procent van de wereldwijde emissies van zwaveloxide en distikstofmonoxide. Daarnaast is de scheepvaart verantwoordelijk voor 2,2 procent van de wereldwijde koolstofemissie.


    Tekort van 3,5 miljard dollar

    MTA, de organisatie voor openbaar vervoer in en om New York en de grootste van de Verenigde Staten, rekent voor de jaren 2024 en 2025 op een tekort van 3,5 miljard dollar (bijna 3 miljard euro), gezien de verwachting dat het moeilijk zal worden om passagiers terug te winnen na de pandemie, bericht Bloomberg.

  • Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    Dit bedrijf dumpt jaarlijks vijf miljoen ton fosfor in de Middellandse Zee. De gedupeerden willen er werken

    De Tunesische regio Gabès, ooit een idyllisch gebied aan de Middellandse Zee, is gaandeweg geruïneerd sinds er in de jaren zeventig chemische industrie werd gevestigd. Het milieu op het land en in de zee is zwaar verontreinigd en bewoners kampen met gezondheidsklachten die uiteenlopen van ademhalingsproblemen tot kanker. Diezelfde bewoners eisen werk in de chemische fabrieken.

    Abdellah Nouri is al ruim twee jaar niet meer op zee geweest. Bij de visser uit de stad Ghannouch in de Tunesische kustregio Gabès, werd in 2018 kanker vastgesteld en zijn ziekte en de behandeling ervan hebben hem aan huis gebonden. Nouri vist al op de Middellandse Zee sinds zijn zeventiende. Hij gelooft dat zijn gezondheidsproblemen worden veroorzaakt door vervuiling afkomstig van het nabijgelegen industriecomplex.

    ‘De industrie heeft mij, mijn gezondheid en mijn levensonderhoud vernietigd’, citeert de Tunesische journaliste Layli Foroudi Nouri in haar verslag over de desastreuze invloed van de chemische industrie op de regio Gabès aan de Tunesische Middellandse Zeekust. 

    ‘Zittend op de grond in zijn woonkamer wijst hij [Nouri] in de richting van een grote fabriek van het staatsbedrijf Groupe Chimique Tunisien (GCT), die ruw fosfaatgesteente verwerkt. Imposante schoorstenen blazen enorme wolken de lucht in en jaarlijks loost de fabriek miljoenen tonnen giftig zwart slib in de zee.’ 

    Fosfaatindustrie

    Ooit was het Tunesische Gabès, een gebied van ruim 7000 vierkante kilometer met 400.000 inwoners aan de Middellandse Zee, beroemd om zijn overvloedige zeeleven, granaatappelbomen, hennaplanten en dadelpalmen. Een ideaal gebied om te ontwikkelen voor toerisme, maar mogelijke plannen daartoe gingen definitief in rook op toen de regering in de jaren zeventig besloot dat Gabès het belangrijkste centrum van de Tunesische fosfaatindustrie moest worden. Fosfaat is essentieel voor de productie van meststoffen en conserveringsmiddelen.

    Een elektronisch display zou de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot

    Industriële vervuiling door GCT heeft de kustgemeenschappen van Gabès verwoest. Bewoners kampen in hoge mate met luchtwegaandoeningen en kanker en de oogsten van lokale akkerbouwers zijn karig geworden. In Gabès, de hoofdstad van de provincie, zou een elektronisch display de niveaus van zwaveldioxide, stikstofdioxide en ammoniak in de lucht moeten aangeven, maar het ding is al jaren kapot.

    Het bord is van GCT, met drie fabrieken de grootste vervuiler. Daarnaast zijn er in het gebied nog zo’n twintig zeer vervuilende particuliere fabrieken in bedrijf. Ze produceren onder meer aluminiumfluoride dat wordt gebruikt in metaalgieterijen, en fosfaatzout dat nodig is voor de productie van wasmiddelen en keramiek.

    GCT verwerkt jaarlijks 3,5 miljoen ton ruw fosfaat uit fosfaatgesteente, dat zo’n 160 kilometer verderop wordt gedolven, in de heuvels van de Gafsa. Het fosfaat wordt vervolgens met containerschepen geëxporteerd naar tientallen landen over de hele wereld. De chemische industrie biedt werk aan bijna 5000 mensen, waarvan 2800 werkzaam bij GCT.

    Hoewel het bedrijf dus voor broodnodige banen in het gebied zorgt, zijn de effecten van vervuiling desastreus. Het stuk strand tussen de stad Chott Salem en de industriële zone, die op minder dan anderhalve kilometer ligt, is bedekt met een dikke, zwarte laag fosforgips, een afvalproduct dat ontstaat tijdens de productie van fosforzuur. Uit een rapport van de Europese Unie uit 2018 blijkt dat GCT elk jaar ongeveer vijf miljoen ton daarvan in de Middellandse Zee dumpt.

    Fosforgips is licht radioactief en bevat zowel uranium als radium. Volgens een overheidsstudie uit 2012 is de visvangst aan de kust tussen 1997 en 2006 met meer dan dertig procent gedaald als gevolg van het chemische afval. In het rapport wordt vastgesteld dat het mariene ecosysteem ‘ernstig is beschadigd en dat een situatie is ontstaan die nu volledig onomkeerbaar is’.

    Ontmanteling

    Nouri zegt dat de lokale vissers een dramatische inkomensdaling hebben gezien. ‘Sinds de jaren negentig is hier niets meer. Vroeger nam je op één dag bijna zeventig kilo inktvis mee naar huis’. Volgens hem is de gemiddelde dagvangst nu gedaald tot drie kilo. Hij verhuurt zijn kleine boot inmiddels aan een visser uit een andere stad en betaalt zijn behandelingen tegen kanker met donaties van zijn buren. Hij mist zijn oude leven. ‘Mijn hart ligt op zee. Ik ben er kapot van.’

    Volgens natuurbeschermingsgroep BirdLife TunisiaAir heeft luchtverontreiniging gezorgd voor een afname van de vogelpopulatie. Onder de lokale bevolking circuleren geruchten over dalende vruchtbaarheidscijfers en frequente miskramen.

    ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote’

    Ondertussen houdt Moez Haddad, de secretaris-generaal van GCT, tijdens een telefoongesprek vol dat er geen bewezen schadelijke gevolgen zijn van het dumpen  van fosforgips in zee. ‘Een paar onderzoeken tonen aan dat er wat kleine problemen zijn, maar geen grote,’ beweert hij. Hij erkent wel dat GCT van plan is om in overeenstemming met internationale normen het dumpen ‘uit voorzorg’ te beëindigen. Gevraagd naar de hoge percentages kanker en ademhalingsproblemen bij inwoners in de regio Gabès, zegt hij dat ‘er geen officiële onderzoeken zijn die een oorzakelijk verband aantonen tussen gezondheidsproblemen en de effecten van Groupe Chimique Tunisien op het milieu.’

    In 2017 beloofde de Tunesische regering om de bestaande GCT-fabrieken te ontmantelen en te verhuizen naar een nieuwe locatie, ver weg van de woonwijken. Ook het dumpen van fosforgips in zee zou stoppen. Daarna werd het stil.

    Na de recente dood van vijf arbeiders bij een brand in een asfaltfabriek in de industriezone doen lokale milieuactivisten inmiddels opnieuw oproepen voor meer regelgeving en verhuizing van de fabrieken. ‘We zijn bang dat er van Gabès op een dag niets anders meer overblijft dan as’, zegt Haifa Bedoui, een activist van de lokale campagnegroep Stop Verontreiniging, tegen honderden mensen die zich hebben verzameld bij het kantoor van Mongi Thameur, de gouverneur van Gabès. Tijdens een bezoek na de brand erkende president Kais Saied de milieucrisis in de regio en beloofde hij een centrum voor kankerbehandeling voor de bewoners. De Tunesische regering zegt een onderzoek te zullen starten om de oorzaak van de brand vast te stellen.

    Langdurige gezondheidsproblemen

    De inwoners van Chott Salem en Ghannouch kunnen de vervuiling van de chemische fabrieken in hun huizen zien en ruiken. Traditionele huizen in de regio zijn gebouwd rond een open binnenplaats. Die gemeenschappelijke ruimte is bedoeld voor mensen om samen te komen en voor kinderen om te spelen. Nu zeggen ouders tegen hun zoons en dochters dat ze in hun slaapkamers moeten blijven.

    In 2017 werden negen leerlingen van een basisschool in Bouchema, een stad op iets meer dan anderhalve kilometer afstand van de fabrieken, naar het ziekenhuis gebracht met verstikkingsverschijnselen nadat gassen waren vrijgekomen bij de verwerking van zwavelzuur en ammoniumnitraat. De plaatselijke gouverneur wuifde zorgen van de bewoners weg als louter ‘paniek’.

    Dit terwijl lokale gezondheidswerkers patiënten behandelen die langdurige gezondheidsproblemen hebben die het gevolg lijken te zijn van de verontreiniging. Dr. Hamida Kwass, werkzaam op de afdeling Luchtwegaandoeningen van het regionale ziekenhuis Mohammed Ben Sassi in Gabès, zegt dat astma vooral voorkomt bij kinderen uit de stad Ghannouch. ‘De fabrieken staan bijna in hun huizen’, zegt ze.

    Kwass wil een studie uitvoeren naar luchtverontreiniging en de effecten daarvan op inwoners. ‘Er zijn vervuilende deeltjes uit de chemische industrie waarvan bekend is dat ze verband houden met een toename van luchtwegaandoeningen. Ze veroorzaken ziekte of zijn een verergerende factor.’

    Awatef Mansour, dertig, woont in Ghannouch en gaat elke maand ongeveer zes keer naar het regionale ziekenhuis. Haar drie kinderen van drie, zes en zeven jaar hebben allemaal astma. ‘Als de wind van richting verandert en uit de richting van het industrieterrein komt, hebben mijn kinderen ademhalingsproblemen.’ Ze merkte dat de gezondheidsproblemen van haar kinderen vorig jaar weg waren, toen ze met haar familie kort tijd in Zarzis woonde, een stad aan de kust op 130 kilometer afstand van de fabrieken. ‘Volgens de arts komen de allergieën door activiteiten op het bedrijventerrein.’

    Gebrekkige informatie

    Volgens Samir Aloulou, hoofd van de kankerafdeling van het Mohamed Ben Sassi-ziekenhuis, is de verspreiding van nasofaryngeale kanker schrikbarend hoog in Chott Salem en Ghannouch. Deze specifieke vorm van kanker, waar ook Nouri aan lijdt, tast het deel van de keel aan dat de achterkant van de neus met de mond verbindt. Aloulou is van mening dat het moeilijk is om een ‘honderprocentrelatie’ te leggen tussen de prevalentie van deze vorm van kanker en de chemische industrie. ‘Er is zeker verband tussen vervuiling en kanker, maar kanker heeft meerdere oorzaken. Behalve vervuiling spelen ook roken, voedsel en zwaarlijvigheid een rol’, zegt hij.

    ‘Er is een flagrant gebrek aan geloofwaardige informatie en data van de Tunesische autoriteiten’, aldus Mounir Majdoub, een econoom die meewerkte aan het EU-rapport uit 2018 over de luchtkwaliteit in de regio Gabès. Het rapport meldt dat verhoogde niveaus van deeltjes die gemakkelijk in de longen terecht kunnen komen verband houden met kanker en hart- en luchtweginfecties. ‘De conclusies van het rapport onthullen niet zozeer de daadwerkelijke gezondheidssituatie als gevolg van vervuiling, maar laten vooral zien dat er behoefte is aan gedegen studies’, zegt hij.

    ‘Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’

    Andere ziekten zijn gemakkelijker in verband te brengen met de chemische industrie. Rachid Ben Othman werkte vroeger als monteur voor Flourine Chemical Industries (ICF), een privébedrijf dat aluminiumfluoride produceert. Hij kan zijn elleboog maar gedeeltelijk krommen, verder buigen lukt hem niet. Hij lijdt aan fluorose, veroorzaakt door overmatige blootstelling aan fluor. ‘Het begon in mijn polsen en daarna in mijn ellebogen. Het is verkalking van de gewrichtsbanden. Soms houdt mijn knie er gewoon mee op. Als een auto zonder benzine’.

    Othman werd zich in 2000 voor het eerst bewust van het probleem. Zijn gewrichten waren zo stijf dat hij ze niet volledig kon strekken of buigen. Het werd moeilijker om te werken en uiteindelijk ook te moeilijk om nog handschoenen aan te trekken. Maar pas in 2011 werd fluorose daadwerkelijk gediagnosticeerd.

    Hij zegt dat hij een van de weinige ICF-werknemers is die met succes een compensatie wist te eisen voor zijn handicap. Hij ontvangt nu 115 euro per maand en van zijn medische rekeningen wordt veertig procent voor hem betaald. Othman vermoedt dat sommige van zijn collega’s ook fluorose hebben. ‘Ze vertellen me over pijn in hun schouders, pijn hier en daar, verkalking. Ik ken de symptomen.’

    Taboe-onderwerp

    Behalve de inactiviteit van de overheid, laten ook organisaties die zouden moeten opkomen voor de veiligheid en het welzijn van werknemers het afweten. Leidinggevenden van de lokale afdeling van de Tunesische Algemene Vakbond (UGTT) zeggen het niet als hun taak te zien om zich uit te spreken over kwesties als volksgezondheid en vervuiling.

    Tijdens een gesprek over de omstandigheden in de regio met twee leiders van de regionale vakbond in Gabès en een manager van een van de GCT-fabrieken, lacht de laatste zachtjes en zegt: ‘Dat is een taboe-onderwerp.’ Een van de vakbondsleiders laat weten dat hij niet over vervuiling wil praten omdat de fabrieken hebben gezorgd voor de ontwikkeling van de regio en werkgelegenheid bieden aan duizenden mensen.

    Werkloosheid

    Hoewel Tunesië lange tijd een van ’s werelds grootste fosfaatexporteurs is geweest, is de industrie de afgelopen jaren gekrompen als gevolg van politieke instabiliteit en door frequente protesten van werkloze jongeren die banen eisen in de fosfaatmijnen.

    Volgens Habib Wahachi, adjunct-secretaris-generaal van de Gabès-afdeling van de UGTT, bedroeg de jaarproductie van Groupe Chimique Tunisien sinds de revolutie van 2010 gemiddeld minder dan een derde van wat het daarvoor was. Tunesië moest afgelopen oktober zelfs voor het eerst fosfaten importeren uit buurland Algerije.

    GCT heeft sinds 2017 geen nieuwe medewerkers meer aangenomen in de regio. De werkloosheid in Tunesië bedraagt momenteel 17,4 procent. Maar in Gabès is in totaal 24 procent werkloos en van de jongeren zit de helft zonder werk.

    Honderden jongeren uit Gabès blokkeerden van eind november tot december vorig jaar de industriezone in Ghannouch en het GCT-administratiegebouw in het stadscentrum van Gabès. Ze hekelden de vervuiling maar eisten tegelijkertijd banen in de fabrieken.

    ‘Geef me een baan zodat ik kan overleven. Wij zijn degenen die rechtstreeks door de verontreiniging worden getroffen’, stelde Youssef Hajej, een werkloze universitair afgestudeerde uit Ghannouch. Hij betoogde dat de GCT de lokale bevolking werk verschuldigd is ter compensatie van alle verwoestingen die het bedrijf heeft aangericht in de regio en de vernietiging van traditionele industrieën. ‘Ze vernietigen alles en het is dan ook normaal dat mensen hier vragen om daar in ieder geval een klein beetje van mee te kunnen profiteren.’

  • Hoe de Taj Mahal zijn kleur verliest

    Hoe de Taj Mahal zijn kleur verliest

    Het marmer van India’s beroemdste monument slaat als gevolg van vervuiling groen en geel uit. Milieuactivist M.C. Mehta pleit voor maatregelen.

    Onlangs oordeelde het hooggerechtshof dat de Archaeological Survey of India (ASI) ‘aan de kant moet worden gezet’, als we de Taj Mahal nog willen redden. De dienst antwoordde het hof dat het internationale experts wilde gaan inschakelen om het zeventiende-eeuwse monument voor de ondergang te behoeden. Het hof had al eerder zijn zorgen geuit over de kleurverandering van de Taj. Het vroeg zich af hoe het had kunnen gebeuren dat het witte marmer eerst geel was geworden, en vervolgens bruin en groen begon uit te slaan. Het hof had een pleidooi aangehoord van M.C. Mehta, misschien wel India’s bekendste milieuactivist, die eiste dat de Taj Mahal tegen luchtvervuiling beschermd zou worden. Al in 1996 had het hof, in een vergelijkbare zaak van Mehta, een scala aan maatregelen bevolen, onder andere de sluiting van fabrieken in de omgeving, om het monument te beschermen. Nu, meer dan twintig jaar later, vertelt Mehta hoe opeenvolgende regionale en nationale regeringen, evenals de Archaeological Survey of India, na deze beslissing van het hof nalieten maatregelen te nemen. Daardoor konden de stervende rivier de Yamuna en de insecten die zich erin voortplanten de Taj langzaam vermoorden.

    IE: Waardoor is het marmer van de Taj Mahal verkleurd?

    M.C. Mehta: ‘De verkleuring is aan meerdere factoren te wijten. Ten eerste zorgen de vervuilende industrieën en uitlaatgassen in de Taj Trapezium Zone [een gebied rondom de Taj Mahal waar strenge milieuregels gelden] voor aanslag op het gebouw. Ten tweede is de rivier de Yamuna, die er direct achterlangs stroomt, extreem vervuild geraakt. Er is geen enkel leven meer in het water, wat leidt tot algengroei en een insectenplaag aan de oevers.’

    Hoe vervuilen deze insecten de Taj?

    ‘De bron van het probleem is de uitgedroogde Yamuna, die geen gezonde ecologische doorstroming meer heeft. Zoals beschreven in het rapport van de Archaeological Survey of India vermenigvuldigen insecten zich in de vervuilde drek van de vroegere rivier, waarna ze ’s avonds de Taj Mahal aanvallen. Vroeger zwommen er vissen in de rivier, die de insecten en hun larven opaten, maar door de ernstige vervuiling van het water zijn er nu geen waterdieren meer over.’

    En waar komen de vlekken op het marmer van de Taj dan precies vandaan?

    ‘Zoals vermeld in het rapport Insect Activities at Taj Mahal and Other Monuments van de ASI, worden de groene en zwarte vlekken veroorzaakt door een bepaald type insecten. Ze zitten vooral aan de noordkant van de Taj Mahal. Ook andere gebouwen langs de Yamuna, zoals de tombe van Itimad-ud-Daulah, de Mehtab Bagh en ook gedeeltes van het fort van Agra, hebben onder de insecten te lijden.’

    De Taj Mahal. – © Pexels
    De Taj Mahal. – © Pexels

    Hoe erg is het met de luchtvervuiling?

    ‘Door de laksheid van landelijke en regionale overheden is Agra uitgegroeid tot de op zeven na meest vervuilde stad ter wereld, gemeten naar PM2,5-niveaus [fijnstofdeeltjes die kleiner zijn dan 2,5 micrometer]. Dat schrijft de Wereldgezondheidsorganisatie in een onlangs verschenen rapport. Het parlementair comité voor Wetenschap, Technologie, Milieu en Bossen concludeerde in 2015 dat de vervuiling niet alleen zorgwekkend is vanwege de gezondheidsschade die ze oplevert, maar ook vanwege de schade die ze toebrengt aan ons cultureel erfgoed. Dit alles wordt nog verergerd door ongebreidelde bebouwing en inperking van het areaal van deze monumenten.’

    Het hooggerechtshof oordeelde dat de ASI ‘aan de kant moet worden gezet’, als we de Taj nog willen redden. Wat kunnen buitenlandse experts voor de Taj doen dat de ASI zelf niet zou kunnen bewerkstelligen?

    ‘Feit is dat de situatie er de laatste tijd niet beter op is geworden, maar zelfs slechter, en nu echt een kritiek punt heeft bereikt. Er moet een grondig onderzoek en een plan van aanpak komen, van erkende internationale experts en instellingen op het gebied van conservatie en erfgoedbehoud. De Taj Mahal staat op de Werelderfgoedlijst. Voor een breder perspectief en een gefundeerde visie is het noodzakelijk de mening van zowel Indiase als buitenlandse experts te horen.’

    Hoe is de situatie nu, in vergelijking met het moment dat u de problemen met de Taj Mahal voor het eerst onder de aandacht bracht?

    ‘In 1984, toen er voor het eerst bij het Hooggerechtshof werd geëist dat de Taj Mahal beschermd zou worden, was de situatie veel beter dan nu. Het hof stelde een duidelijk plan van aanpak op en stelde maatregelen voor, zoals het uitroepen van de stad Agra tot nationaal erfgoed. Als de nationale en deelstaatregeringen die we sinds die tijd hebben gehad Agra inderdaad tot nationaal erfgoed hadden uitgeroepen, was de situatie nu misschien wel optimaal.’

    Vandaag, 35 jaar nadat u het Hooggerechtshof inschakelde, lijkt het over precies dezelfde thema’s te gaan als toen. Wat is er misgegaan bij onze pogingen om deze monumenten te behouden?

    ‘In plaats van maatregelen te nemen, zoals het uitroepen van Agra tot Erfgoedstad, hebben de autoriteiten vervuilers alle ruimte gegeven en projecten laten doorgaan die haaks stonden op de doelstelling het milieu te beschermen en de gebouwen in de Taj Trapezium Zone te behouden.’

    Auteur: Somya Lakhani
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    The Indian Express
    India | dagblad | oplage 550.000

    Deze zelfbenoemde ‘enige krant van India’ is de grootste concurrent van The Times of India. Staat bekend om zijn strijdlust en journalistieke moed en duikt graag in politieke en financiële schandalen. De zondagseditie heeft extra aandacht voor cultuur.

  • 2. Het Duitse dieseldilemma

    2. Het Duitse dieseldilemma

    Als eerste Duitse gemeente weert Hamburg sinds eind mei vervuilende dieselauto’s uit een deel van de stad. Een opmerkelijke stap in een land dat zichzelf graag als groen ziet, maar ook verweven is met de auto-industrie.

    De Stresemannstrasse is een straat als zovele: lelijk, lawaaiig en vol auto’s en vrachtwagens die dag en nacht giftige dampen uitbraken. Maar per 31 mei wordt deze belangrijke verkeersader in de welvarende en progressieve havenstad Hamburg een proeftuin: hier gaan de autominnende Duitsers kijken wat er gebeurt als je zwaar vervuilende dieselvoertuigen uit de stad bant. Voor Duitsers is een verbod op diesel – in de negentiende eeuw uitgevonden door een Duitse ingenieur en tot op de dag van vandaag zwaar gepromoot door hun geliefde auto-industrie – bijna even onvoorstelbaar als een verbod op bier of Bratwurst. Maar het land kampt met een gespleten persoonlijkheid: voortrekker op het gebied van groen beleid én de grootste producent van alles wat vroem-vroem doet.

    Het dieselverbod in Hamburg blijft beperkt tot een gedeelte van twee straten en geldt niet voor nieuwe, schonere dieselauto’s. Maar voor milieuactivisten en groen georiënteerde politici is het een doorbraak in de strijd voor schonere lucht in de stad. Een zeldzame overwinning op een industrie die in eigen land bijna niet lijkt te worden bestraft voor het grootscheepse gesjoemel met de uitstoot van haar auto’s. ‘Symbolisch is het een grote stap,’ zegt Manfred Braasch, de lokale leider van milieuorganisatie Bund für Umwelt und Naturschutz Deutschland (BUND). ‘Dit is van oudsher een dieselland.’

    Het verbod in Hamburg, de op een na grootste stad van het land, vindt waarschijnlijk snel navolging in andere steden. In februari heeft de hoogste bestuursrechter bepaald dat steden het recht hebben vervuilende dieselwagens uit stadskernen te weren. En gemeenten zijn bezig hun regelgeving af te stemmen op de strikte EU-richtlijnen voor uitstoot van vervuilende stoffen, voordat ze daartoe gedwongen worden via de Europese rechter. Ondertussen heeft de Bondsregering moeite om tot landelijk beleid te komen. In theorie wil de overheid dat de zwaarste vervuilers onder de 15 miljoen Duitse dieselwagens door de autofabrikanten schoner worden gemaakt middels het plaatsen van roetfilters, zoals ook in de VS is gebeurd. ‘We geloven in het principe dat de vervuiler betaalt,’ zegt Nikolai Fichtner, woordvoerder van het ministerie van Milieu. ‘Wie is er verantwoordelijk voor het probleem? De auto-industrie. Die heeft auto’s verkocht waarvan de consument dacht dat ze schoon waren. En dat zijn ze ook in het laboratorium – maar niet op de weg.’

    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van  etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image
    Mannen plakken post-its op een foutgeparkeerde auto in Heidelberg in 2016. Ze vroegen hiermee aandacht voor het vrijhouden van etspaden. – © Uwe Anspach / AFP / Getty Image

    Vanwege haar voortrekkersrol bij de wereldwijde strijd tegen broeikasgassen mag Angela Merkel dan bekendstaan als ‘de klimaatkanselier’, als het om diesel gaat aarzelt ze. Vorige week zei ze dat de auto-industrie verantwoordelijkheid moet nemen voor haar fouten, doelend op het schandaal met de sjoemelsoftware van Volkswagen in 2015. Maar ze liet ook merken dat ze het niet billijk vindt om alleen de autofabrikanten – in Duitsland goed voor 800.000 banen – te laten opdraaien voor de kosten van die roetfilters, die naar schatting in de miljarden zullen lopen. En ze heeft zich uitgesproken tegen een verbod. Daarmee loopt Duitsland uit de pas met andere grote Europese landen, zoals Groot-Brittannië en Frankrijk. Die hebben allebei aangekondigd de verkoop van nieuwe diesel- en benzine-auto’s vanaf 2040 te verbieden, als onderdeel van een beoogde transitie naar hybride en elektrische auto’s.

    Maar Hamburg laat zien dat de Duitse steden Merkels zegen niet afwachten. En het vooruitzicht van een lappendeken aan lokale dieselverboden blijkt, bovenop de gevolgen van het Volkswagen-schandaal, nu al catastrofaal uit te pakken voor de Duitse dieselmarkt. De verkoop van nieuwe dieselwagens is gekelderd en tweedehands diesels staan weg te roesten bij de dealers. In 2015 reed de helft van alle in Duitsland verkochte auto’s nog op diesel. Begin dit jaar was dat nog maar eenderde, en de verkoop daalt nog steeds. Een dramatische daling voor een brandstof die in Europa lange tijd een veel grotere rol speelde dan in de VS en Azië.

    Nietsdoen geen optie

    In de jaren negentig begonnen Europese fabrikanten diesel aan de man te brengen als een schoner alternatief voor benzine, vanwege de lagere CO2-uitstoot. Omdat CO2 als de belangrijkste menselijke factor in de klimaatverandering wordt beschouwd, werd dieselgebruik door overheden gestimuleerd middels accijnsverlagingen. Maar diesel is ook een belangrijke bron van lokale luchtvervuiling. De populariteit van diesel heeft de gezondheidsrisico’s door luchtvervuiling in alle Europese steden omhooggedreven. De door dieselmotoren uitgestoten stikstof- en fijnstofdeeltjes zijn medeverantwoordelijk voor veel luchtwegaandoeningen en hart- en vaatziekten, die bijdragen aan het vroegtijdig overlijden van naar schatting zo’n 400.000 Europeanen per jaar, waaronder 75.000 Duitsers.

    In zo’n zeventig Duitse steden voldoet de luchtkwaliteit niet aan de EU-normen voor stikstof. Hamburg is een van die steden. De politici die het verbod nu hebben ingevoerd, zeggen dat met tegenzin te hebben gedaan, nadat was gebleken dat andere maatregelen tegen luchtvervuiling niet hielpen. ‘Ik had het fijner gevonden als we hier niet toe gedwongen waren geweest,’ zegt Jens Kerstan, wethouder Milieu in Hamburg. ‘Maar we nemen de maatregelen die nodig zijn om de gezondheid van onze burgers te beschermen.’

    Kerstan is van de Groenen, en persoonlijk lijkt een dieselverbod voor het hele centrum hem zinvoller. Maar hij zegt te hopen dat de beperkte nieuwe maatregel in ieder geval de aandacht trekt van de Bondsregering en de auto-industrie. Want die laatste heeft volgens hem ‘geen zin om roetfilters in bestaande auto’s te zetten en voelt niets voor dieselverboden. Maar ze kunnen niet ontkennen dat steden een probleem hebben. Nietsdoen is geen optie.’

    “Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek”

    Volgens critici is het middel erger dan de kwaal: een inrijverbod voor dieselauto’s in sommige straten zou contraproductief zijn, de tijd verspillen van de agenten die moeten toezien op de naleving en de vervuiling simpelweg doorschuiven naar naburige straten. ‘Het is heel ondoelmatig,’ zegt Roland Heintze, de lokale leider van Merkels conservatieve CDU. En het is ook ‘heel oneerlijk’ voor autobezitters, zegt hij: ‘Als je een dieselauto hebt, word je hier niet vrolijk van.’ Veli Fistikci is zo’n dieselbezitter. De taxi waarin hij voor zijn werk rijdt, valt als relatief nieuwe en schone Mercedes buiten het verbod. Maar met zijn eigen auto, een oude Ford, mag hij straks bepaalde delen van de Stresemannstrasse en de aangrenzende Max-Brauer-Allee niet meer in – cruciale verkeersaders in Hamburg. Daarom heeft hij zijn auto maar verkocht, tegen een verlies van 1500 euro. Nu heeft hij geen eigen auto meer voor zijn gezin, terwijl ze volgende maand een kind verwachten. ‘Niemand wil nog een diesel,’ zegt hij. ‘Ik zou wel een hybride auto willen, maar die zijn zo duur.’

    Duitse autofabrikanten blijven volhouden dat diesel ten onrechte is verguisd. Bernhard Mattes, voorzitter van de autofabrikantenkoepel VDA, zei vorige maand dat de nieuwste modellen dieselmotoren significant minder stikstof uitstoten en dat hun relatief lage CO2-uitstoot van cruciaal belang is voor het halen van Duitslands ambitieuze klimaatdoelen.

    Op de lange termijn zal Duitsland van zowel diesel- als benzineauto’s af moeten, zegt Volker Matthias van het Helmholtz-instituut voor materiaal- en kustonderzoek: ‘We moeten veel meer vaart maken met de transitie naar elektrische auto’s, bussen en fietsen.’ Een verbod zoals in Hamburg helpt volgens hem nauwelijks. ‘Om het probleem op te lossen, moet je de uitstoot verminderen en niet alleen doorschuiven naar een andere plek,’ zegt hij.

    Maar voor mensen als Stefan Recknagel, een 47-jarige medewerker in een opslagcentrum, doet het verbod er wel degelijk toe. Hij woont al 25 jaar in de Stresemannstrasse en schrijft zijn chronische hoest toe aan het verkeer dat daar dagelijks doorheen raast. ‘In de zomer merk je het echt. Je ruikt het gewoon,’ zegt Recknagel. ‘Nu proberen ze tenminste iets te doen.’

    Auteur: Griff Witte
    Vertaler: Piet Meeuse

    The Washington Post 
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 359.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de invloedrijkste dagbladen ter wereld. Sinds 2013 eigendom van Amazon-baas Jeff Bezos.

  • 3. Chinese steden zetten in op bus en fiets

    3. Chinese steden zetten in op bus en fiets

    Zwaar vervuilde metropolen als Beijing en Shanghai proberen de lucht- en levenskwaliteit te verbeteren door te kiezen voor minder auto’s, slimmer en beter openbaar vervoer en deelfietsen.

    De door verkeersopstoppingen en vervuiling geplaagde Chinese steden onderzoeken manieren van vervoer die minder belastend zijn voor het milieu en de sociale omgeving. Sommige steden zijn daarin wereldwijd toonaangevend geworden, zoals Hangzhou, ten zuidwesten van Shanghai, dat in 2017 een internationale prijs won met zijn stedelijke deelfietsproject. Meer recent heeft Shenzhen, een grote stad ten noorden van Hongkong, al zijn stadsbussen elektrisch gemaakt.

    China heeft de afgelopen veertig jaar een snelle verstedelijking ondergaan. In de jaren tachtig maakte het toenmalige ‘koninkrijk van de fiets’ een economische ontwikkeling door, die tot gemotoriseerd vervoer leidde. Nu verandert het land opnieuw, ditmaal in de richting van modern, duurzaam vervoer. Je kunt tegenwoordig met je mobieltje het slot van een deelfiets openmaken, over een speciaal aangelegd fietspad naar het dichtstbijzijnde busstation rijden, de fiets parkeren en naar je volgende bestemming reizen. Zoiets is in veel Chinese steden al de gewoonste zaak van de wereld.

    Als grootste ontwikkelingsland ter wereld zijn de ervaringen die China opdoet met grootschalige vervoersexperimenten en het toepassen daarvan van enorme waarde voor andere ontwikkelingslanden. China begon in 2004 met de aanleg van stedelijke spoorverbindingen en snelle buslijnen, de zogeheten BRT (Bus Rapid Transit). In het derde kwartaal van 2017 hadden 29 Chinese steden enigerlei vorm van stedelijke spoorverbinding zoals metro, lightrail, monorail of het geautomatiseerde transportsysteem APM, met 118 lijnen die zich uitstrekken over 3862 kilometer en jaarlijks 17,68 miljard passagiers vervoeren.

    De stedelijke spoorverbindingen in Shanghai en Beijing zijn langer dan die in Londen en drukker dan die in New York en Parijs. In sommige Chinese steden nemen de spoorverbindingen ongeveer de helft van al het openbaar vervoer voor hun rekening.

    BRT-systemen

    Maar vervoer per spoor is duur. De Wereldbank adviseert ontwikkelingslanden zich te richten op BRT-systemen – een benadering die ook de voorkeur heeft van Chinese stadsbestuurders. Het ontwerp van het in 2005 gelanceerde BRT-systeem van Beijing maakte gebruik van in Latijns-Amerikaanse landen opgedane ervaringen, zoals de speciale busbanen voor BRT-bussen in Brazilië, dichte stations, snelle en frequente diensten, ticketverkoop buitenboord en goede informatie voor passagiers. Sinds begin 2018 beschikken 32 Chinese steden over een BRT-systeem en wordt in nog tien andere aan het ontwerp of de bouw ervan gewerkt. Het BRT-systeem in het Zuid-Braziliaanse Curitiba was van grote invloed op de eerste ontwerpen voor China’s eigen systemen.

    In de begindagen leverde de Chinese toepassing van Latijns-Amerikaanse BRT-systemen nogal wat integratieproblemen op met bestaande busroutes en moest het ontwerp worden aangepast aan de specifieke structurele behoeften van Chinese steden. China had een groter aantal bestaande busroutes dat over BRT-busbanen liep, zodat de invloed van de nieuwe rijbanen beperkter was, terwijl in Curitiba slechts een klein aantal routes via de busbanen mocht lopen.

    In 2009 lanceerde de provincie Guangzhou een model dat ook andere dan BRT-bussen toestond de busbaan te gebruiken, en tegelijkertijd BRT-bussen toestond zich ook buiten de baan te begeven, zodat de reistijd verbeterde.

    Het BRT-systeem van Guangzhou heeft ook een transportcorridor, die verschillende vormen van vervoer combineert. De corridor kan op piekmomenten 28.000 passagiers per uur verwerken – meer dan de meeste metro’s en alle lightrailsystemen waar ook ter wereld. In 2011 won het BRT-systeem van Guangzhou de Sustainabable Transport Award en de UN Lighthouse Award.

     Een stalling voor deel etsen in Beijing. – © Zhang Peng / Getty Images
    Een stalling voor deel etsen in Beijing. – © Zhang Peng / Getty Images

    Als reactie op de schade die door het gemotoriseerde vervoer wordt toegebracht aan stedelijke mobiliteit, luchtkwaliteit en gezondheid, zijn Chinese steden begonnen de stedelijke ruimte opnieuw in te richten, met meer aandacht voor de manier waarop mensen interageren en leven.

    In 2016 publiceerde Shanghai de Shanghai Street Design Guide, een stedenbouwkundige blauwdruk waarin de aandacht verschoof van auto’s naar mensen. De gids legde de nadruk op lopen en fietsen, en op minder ruimte voor auto’s. De bedoeling was prioriteit te geven aan langzamere vormen van vervoer, ruimte te scheppen voor voetgangers, de doorstroming van fietsen te bevorderen en zodoende een aangenamere leefomgeving te creëren.

    Behalve Shanghai en Guangzhou werken inmiddels ook tientallen andere steden, waaronder Wuhan en Nanjing, aan hun eigen stedenbouwkundige gids. Steeds meer steden sluiten zich aan bij de revolutie.

    Fietsen

    Omdat China blijft verstedelijken, hebben forenzen nieuwe vormen van vervoer nodig. Elektrische fietsen en de recentere deelfietsprojecten hebben het land overspoeld. Ze beantwoorden aan de algemene behoefte aan zowel snelheid als gemak. Maar de toestroom van fietsen wordt ook verantwoordelijk gesteld voor de verstopping van de trottoirs en andere vormen van openbare overlast.

    In 2014 had China meer dan tweehonderd miljoen elektrische fietsen, die voor talloze huishoudens het belangrijkste vervoermiddel waren. Vanaf mei 2015 zijn er in Chinese steden meer dan tien miljoen fietsen uitgezet als onderdeel van een deelfietsproject, met meer dan honderd miljoen geregistreerde deelnemers die samen goed zijn voor ruim een miljard ritten. Dit heeft volgens particuliere bedrijven en overheden geleid tot een drastische verlaging van de uitstoot van koolmonoxide.

    Elektrische fietsen stoten geen vervuilende stoffen uit, nemen weinig ruimte in beslag op de weg en zijn geschikt voor korte en middellange ritten. Ze zijn sneller dan gewone fietsen, minder vermoeiend en redelijk goedkoop. De mogelijkheid om zonder veel beperkingen deelfietsen te huren en te parkeren heeft het gebruik ervan in steden bevorderd. De elektrische fiets is een uitstekende optie in steden met slecht openbaar vervoer, terwijl deelfietsen kunnen helpen om ‘de laatste kilometer’ af te leggen – het laatste stukje tussen een ov-station en huis – en daarmee korte autoritten overbodig maken. Volgens gegevens van het deelfietsenbedrijf Mobike wordt 81 procent van de deelfietsen in Beijing in de buurt van ov-stations gebruikt. In Shanghai is dit zelfs 90 procent.

    Maar deze zich snel ontwikkelende vormen van vervoer stellen stedenbouwkundigen voor uitdagingen. Elektrische fietsen zijn relatief snel en hun aantal neemt in rap tempo toe, maar ze zijn ook een belangrijke oorzaak voor verkeersongelukken geworden. Tussen 2013 en 2017 werden er in China 56.200 ongelukken veroorzaakt door elektrische fietsen, waarbij 8431 mensen omkwamen en 63.500 mensen gewond raakten. Het grootste probleem met deelfietsen is inmiddels het lukraak parkeren, dat het gevolg is van een gebrek aan infrastructuur en het almaar uitblijven van wetgeving omtrent fietsgebruik.

    Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn

    De nieuwe vormen van vervoer zijn dus vaak reden voor conflicten met stadsbestuurders. Maar de overheid probeert daar iets aan te doen. Zo beperkte China aanvankelijk de snelheid en het gewicht van elektrische fietsen – een controversiële maatregel die slecht viel bij het publiek. Sommige stadsbesturen verboden of beperkten simpelweg het gebruik ervan.

    Deze pogingen leidden uiteindelijk tot het ‘Nanning-model’, genoemd naar de stad in de zuidelijke provincie Guangxi bij de grens met Vietnam, dat alle verboden ophief en in plaats daarvan de verkeerslichten, wegbebakening en voorlichting over veilige verkeersdeelname optimaliseerde. Dit leidde tot een vreedzame co-existentie tussen de stad en de elektrische fiets.

    Op diezelfde manier heeft de centrale regering regelgeving ingevoerd om de snelle groei van deelfietsprojecten in goede banen te leiden, in plaats van hun toename te beperken. Ook zijn sommige steden begonnen met het verbeteren en uitbreiden van hun infrastructuur, zoals fietspaden, om ‘fietsvriendelijkheid’ te bevorderen.

    Prettige woonomgeving

    Andere landen die zich in eenzelfde ontwikkelingsfase bevinden, kunnen waardevolle lering trekken uit de Chinese overstap op duurzamer openbaar vervoer in de steden. Om de uitstoot van koolmonoxide te beperken, moet het openbaar vervoer concurreren met auto’s, wat betekent dat het snel, gemakkelijk en comfortabel moet zijn. Goed openbaar vervoer is niet enkel een kwestie van meer lijnen. Belangrijker is dat het goed is opgezet en zo functioneert dat meer mensen er baat bij hebben. Dat uitgangspunt stond in sommige Chinese steden voorop bij het beperken van het autogebruik en het bevorderen van een snelle overstap op duurzamere middelen van vervoer.

    In de Braziliaanse stad São Paulo maakt 25 procent van de inwoners gebruik van openbaar vervoer met een hoge capaciteit (metro’s, trams en BRT). In Beijing bedraagt dit aantal 60 procent, wat betekent dat bepaalde vormen van privévervoer met succes zijn vervangen.

    Het volledig integreren van fietsen en openbaar vervoer bevordert een gecoördineerde ontwikkeling van het openbaar vervoer. Het wordt aantrekkelijker voor het publiek en lost het probleem van de ‘laatste kilometer’ op.

    Na eerst in de val te zijn getrapt van het omtoveren van straten in reusachtige ruimtes voor auto’s, beginnen Chinese steden zich nu te realiseren dat steden in de eerste plaats een prettige woonomgeving voor mensen moeten zijn. Dit heeft ertoe geleid dat bij stedenbouwkundige ontwerpen de mens nu centraler staat.

    Met het vorderen van wetenschap en technologie zijn er in China nieuwe vormen van vervoer en reizen ontstaan, zoals elektrische fietsen met accu’s met een lange levensduur en openbare deelfietsprojecten op basis van ‘fintech’-betalingssystemen. Deze overgang is niet zonder problemen verlopen, maar de innovatie heeft de overstap naar duurzaam vervoer uiteindelijk wel bevorderd.

    Auteur: Liu Shaokun
    Vertaler: Peter Bergsma

    Chinadialogue
    China / Verenigd Koninkrijk / VS | chinadialogue.net

    Deze in 2006 opgerichte site wil de dialoog bevorderen tussen China en de rest van de wereld ten aanzien van milieukwesties. De artikelen worden gepubliceerd in het Chinees en het Engels, evenals de commentaren van de lezers.

  • 4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    4. Bangkok zoekt de oplossing op en langs het water

    Om de druk op zijn stratennetwerk te verlichten en meer ruimte te bieden aan fietsers en voetgangers, wil de Thaise hoofdstad zijn historische waterwegen in ere herstellen.

    Lopen in Bangkok is een ramp. Autorijden is er ook geen pretje, maar altijd nog beter dan dat je de vieze, slecht onderhouden hindernisbanen moet trotseren die hier voor trottoirs doorgaan. Bovendien heb je in de auto iets minder last van de lucht die steeds zwaarder vervuild is – mede door al die auto’s.

    Hoe valt die vicieuze cirkel te doorbreken? Stel dat je voor een afstandje van een kilometer of twee niet de motor of de taxi hoeft te pakken, maar gewoon kunt lopen of fietsen langs stromend water omzoomd door vegetatie. Het mag klinken als een sprookje, maar het kan: door terug te keren naar Bangkoks verleden en de historische waterwegen in ere te herstellen die zijn verwaarloosd of gedempt om ruimte te scheppen voor de auto.

    Dat is de gedachte achter een proefproject voor het herstel van het uitgebreide netwerk van khlongs (grachten), waaraan de Thaise hoofdstad ooit zijn bijnaam ‘Venetië van het Oosten’ dankte. Door deze waterwegen op te knappen en in de infrastructuur te integreren hoopt het Cycling-Canal-Community Project een eind te maken aan de vervoersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok een onleefbare, dystopische smogstad wordt. ‘Bangkok is gebouwd rond een netwerk van grachten en rivieren,’ zegt projectleidster Kanjanee Budhimedhee. ‘Die grachten waren een uniek stadskenmerk, maar we hebben ze gedempt om wegen aan te leggen. De resterende grachten veroorzaken nu vooral problemen. Die zijn een vergaarbak van afval en een bron van stank.’


    Een watertaxi in Bangkok.
    Een watertaxi in Bangkok.

    Kanjanees eerste doel is een autovrije looproute langs 10 kilometer grachtkant in het zuidwesten van Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat lukt, is het een potentiële verbindingsroute voor tienduizend bewoners in tien wijken. ‘Dit soort grachten liggen overal in Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt ze. Als die kanalen weer op elkaar kunnen worden aangesloten en op de grote openbaarvervoersnetwerken in de stad – boten, bussen en treinen – kan het volgens Kanjanee ‘een geweldig alternatief worden, en een reële optie’ voor mensen die niet afhankelijk willen zijn van auto’s. Het kan ook een uitbreiding betekenen van het aantal vervoersopties, mensen aanmoedigen om meer te lopen en te fietsen, en zodoende het aantal auto’s op straat terugdringen. Bovendien zal het helpen de stank van de khlongs te verminderen.

    Elders ter wereld heeft de methode haar succes al bewezen. Er zijn meer steden waar verwaarloosde grachten en rivieren ‘herontdekt’ en gerestaureerd zijn, met verhoging van de levenskwaliteit – en de vastgoedprijzen – als gevolg. Tien jaar geleden werd de zwaar vervuilde stadsbeek Cheonggyecheon in Seoul omgetoverd tot een groene oase die de inwoners van deze betonjungle wat natuur biedt. De groenstrook biedt verkoeling en zorgt voor minder vervuiling en meer stadsfauna.

    Dat effect streeft Kanjanee met haar initiatief ook na. In 2016 is het project goedgekeurd en gefinancierd, maar het team is nog steeds met lokale bestuurders in onderhandeling over de precieze uitvoering. ‘We hebben wel geprobeerd om het in een of twee wijken door te drukken, maar we stuiten steeds op verzet. Dat de bewoners langs de grachten bijvoorbeeld bezwaar maken tegen de route,’ zegt Kanjanee. ‘Maar we hebben de overheid al gezegd dat wij desnoods bij iedereen willen langsgaan om erover te praten.’

    Vergeten en verwaarloosd

    De oude waterwegen van Bangkok ‘waren niet berekend op straten en voetpaden’ en tegenwoordig ‘is er geen ruimte meer voor wegen,’ zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaand landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in de stedenbouw. Straten beslaan maar 7 procent van het oppervlak van Bangkok, terwijl het gemiddelde in de meeste steden tussen de 20 en 25 procent ligt, volgens een studie door het Centrum voor Stedenbouw en ontwikkeling van de Chulalongkorn-universiteit. Yossapon zegt dat lopen en reizen met het openbaar vervoer in de hoofdstad ontmoedigd worden door de infrastructuur, zodat mensen veel te lang opgesloten zitten in hun auto. Dat verhindert ‘dat we andere mensen ontmoeten’ en in harmonie met de stad leven, zegt hij: ‘We missen kansen op betrokkenheid.’

    Meer wegen aanleggen is geen oplossing, maar ruimte afpakken van de auto ook niet, zegt Kanjanee. Dat heeft ze in haar tien jaar als stadsontwikkelaar wel gemerkt: voetgangers en fietszones instellen door ruimte ‘in te pikken’ die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, dat ‘werkt niet’. Vandaar dat ze de oplossing zoekt in de vergeten en verwaarloosde stukjes van het 2200 kilometer lange netwerk van 1161 grachten. Het project vordert traag, maar Kanjanee blijft hopen dat ze dankzij de evidente voordelen – en de lage kosten – bewoners over de streep kan trekken. Naarmate mensen minder in de auto zitten en meer gebruikmaken van de openbare ruimte, zal daarin ook meer worden geïnvesteerd, denkt Yossapon. ‘Als mensen er veel gebruik van maken, is de overheid wel verplicht om er goed voor te zorgen,’ zegt hij. ‘Dat heeft uiteindelijk invloed op de hele leefomgeving van de stad, die er alleen maar beter van zal worden.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai
    Vertaler: Frank Lekens

    Dit artikel verscheen eerder in iets andere vorm in 360 # 139.

    Khao Sod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khao Sod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • 5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    5. Een stad zonder parkeerplaatsen

    Zelfrijdende auto’s zouden de behoefte aan parkeerplaatsen drastisch kunnen verminderen. Zelfs in Detroit, de autohoofdstad van Amerika, wordt er al over nagedacht.

    Stedenbouwkundigen leren altijd dat je nooit genoeg parkeerplaatsen kunt hebben. Dat is een van de redenen waarom Amerikaanse steden, ook Detroit, ontsierd worden door al die lelijke betonnen parkeergarages. En waarom historische gebouwen vaak aan de slopershamer ten prooi vallen zodra een parkeerterrein meer geld belooft op te brengen. Maar de komst van de zelfrijdende auto kan misschien korte metten maken met de behoefte aan parkeerruimte die steden als Detroit in een wurggreep heeft. De meeste voorstanders van zelfrijdende auto’s voorspellen dat die behoefte zal dalen, omdat zelfrijdende auto’s praktisch nooit geparkeerd hoeven te worden, hooguit ’s nachts. In plaats van de hele dag werkloos te wachten op een parkeerterrein of in een parkeergarage, kunnen ze de hele dag rondrijden om andere passagiers of spullen rond te brengen.

    Revolutie in stedenbouw

    Samen met de groeiende populariteit van diensten als Uber en Lyft, nieuwe fietsverhuurprogramma’s als MoGo, nieuwe vervoersmiddelen zoals de tram van Qline en de trend om in het centrum te gaan wonen, kan dat leiden tot een drastische daling van de behoefte aan parkeergelegenheid in de stad. En dat zou een revolutie in het ontwerp van steden kunnen betekenen. Amerikaanse stedenbouwkundigen werken al lang met voorschriften voor de minimale hoeveelheid parkeerplaatsen bij gebouwen. Die voorschriften verhogen de prijs van nieuwbouw en leiden tot een stadslandschap dat ontsierd wordt door lelijke parkeerkolossen en grote parkeerterreinen. Uit het oogpunt van stedenbouw zou het een zegen zijn als daar minder behoefte aan komt.

    Maar reken er niet op dat dit heel snel gaat gebeuren. De laatste trend wijst eerder op een stijging dan een daling van de behoefte aan parkeerruimte in Detroit en voorsteden als Birmingham en Ferndale. Eén oorzaak daarvan is dat werkgevers als gevolg van de grote recessie in hun vastgoedkosten snijden. Dat doen ze door meer werknemers in dezelfde of kleinere ruimtes te proppen, wat in de praktijk neerkomt op meer benodigde parkeerruimte voor dezelfde oude gebouwen. En de recente populariteit van wonen in het centrum drijft die behoefte nog verder op. Medewerkers van hypotheekverstrekker Dan Gilbert schatten dat ze met Quicken Loans en zijn dochterbedrijven sinds 2010 zo’n 17.000 werknemers aan huisvesting in het centrum van Detroit hebben geholpen. Sommigen van hen, merendeels twintigers, gaan lopend of op de fiets naar hun werk. Maar er zijn er ook genoeg die een plekje voor hun auto willen. Dat is een van de redenen waarom ook verder afgelegen parkeerterreinen en de straten rondom het centrum tegenwoordig vol staan met auto’s.

    Dat tij kan worden gekeerd door de opkomst van zelfrijdende voertuigen en openbaar vervoer. Dus beginnen sommige architecten en stedenbouwkundigen na te denken over de mogelijke gevolgen. Eén intrigerende mogelijkheid: bij het ontwerp van parkeergarages voortaan rekening houden met de mogelijkheid dat het gebouw later zal worden gebruikt voor bewoning, kantoorruimte of andere doeleinden, al naargelang de behoefte. Zo’n vreemd idee is dat niet: in steden worden oude fabrieken en pakhuizen al heel lang tot loftwoningen verbouwd, in oude kerkgebouwen komen brouwerijcafés en in de kantoorgebouwen van begin twintigste eeuw aan Woodward Avenue zitten nu appartementen, winkels, restaurants en een verdwaalde nachtclub.

    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.
    Een Japanse Hikimi-puzzel met als thema ‘parkeren’.

    Maar om parkeergarages daarvoor geschikt te maken, moeten ze anders worden gebouwd. De licht hellende vloeren die ze meestal hebben (zodat regen- en smeltwater goed wegloopt), moeten waterpas worden gemaakt om geschikt te zijn voor ander gebruik. Ook de plafonds moeten hoger als er mensen komen wonen. En woningen en kantoorruimte zijn meestal zwaarder dan geparkeerde auto’s, dus de constructie zal steviger moeten worden. Ook moeten architecten alvast ruimte uitsparen voor ramen en leidingwerk, ook als de garage in de voorzienbare toekomst niet zal worden omgebouwd. Dit is niet louter fantasie. In Seattle, Boston, Denver, Miami en Atlanta denken stedenbouwkundigen hier al over na. Al blijft het voorlopig bij denken.

    Ook het beeld van winkelcentra die baden in een zee van asfalt zal verdwijnen. Ze kampen nu al met de concurrentie van onlinewinkels en zullen in de toekomst lang niet zoveel parkeerruimte nodig hebben als vroeger. Het idee is dat zelfrijdende auto’s de klant daar afzetten en vervolgens niet naar een parkeerplekje gaan zoeken, maar doorrijden om iemand anders te vervoeren. Michael Osment, vicevoorzitter van Taubman Co., een ontwikkelaar van chique winkelcentra uit Bloomfield Hills, zei onlangs op een vervoerscongres in Southfield dat er een andere bestemming moet worden gevonden voor tientallen hectaren grond rondom winkelcentra, omdat online winkelen en zelfrijdende auto’s de vraag naar parkeerruimte doen kelderen.

    De gemeente Sterling Heights heeft het architectenbureau Archive DS al gevraagd een plan uit te werken om de Lakeside Mall in deze geest te renoveren. Mark Nickita, een van de architecten, toonde een voorlopig ontwerp waarin de huidige parkeerterreinen worden opgevuld met nieuwe gebouwen en een uitbreiding van de vijver, zodat alles beter beloopbaar wordt. ‘We laten de grote blokkendozen staan, halen het binnenwerk eruit en creëren een omgeving voor gemengd gebruik,’ zegt Nickita.

    Laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje

    Het zijn nog maar plannen. Maar dat geldt voor zoveel waar het de toekomst van het parkeren betreft. Veel voorspellingen van pleitbezorgers van zelfrijdende voertuigen blijven hoogst speculatief. Op een recente vervoersconferentie in Southfield voorspelde Richard Wallace, hoofd Vervoersanalyse bij het Center for Automotive Research van de Universiteit van Michigan, dat de meeste zelfrijdende auto’s privébezit zullen zijn, net zoals gewone auto’s nu. Maar Robert Feldmaier, hoofd van het Center for Advanced Automotive Technology van Macomb Community College, voorspelde juist het tegenovergestelde. Hij zei dat zelfrijdende voertuigen vooral terecht zullen komen in wagenparken van verhuurdiensten, en niet in handen van particulieren.

    Gaan zelfrijdende auto’s straks meer of minder kilometers maken dan auto’s waarin we zelf achter het stuur zitten? Beide voorspellingen worden gedaan. Gaan zelfrijdende auto’s over twee of over twintig jaar de weg op? Analisten bieden argumenten voor beide mogelijkheden. Dus laten we nog maar niet juichen over het einde van de behoefte aan parkeerruimte in steden. Parkeren mag dan een enorme verspilling zijn – volgens sommige schattingen staan de meeste auto’s 95 procent van de tijd stil – maar laten we niet vergeten dat weinig dingen een mens zo hebberig kunnen maken als een parkeerplekje. Zoals de grote twintigste-eeuwse architectuurcriticus Lewis Mumford ooit zei: ‘De huidige Amerikaanse manier van leven berust niet alleen op gemotoriseerd vervoer, maar op de religie van de auto; en de offers die mensen voor die religie willen brengen, vallen buiten het domein van de rationele kritiek.’

    Auteur: John Gallagher
    Vertaler: Frank Lekens

    Detroit Free Press
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 235.000

    Grootste krant van Detroit. Besteedt behalve aan het gewone stadsnieuws veel aandacht aan de auto-industrie. Won tien Pulitzerprijzen en vier Emmy Awards. Motto: On Guard For 187 Years.