Tag: vervuiling

  • Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    Bangkok wil kanalen in ere herstellen

    De Thaise hoofdstad Bangkok slibt dicht. Daarom wil men de kanalen nieuw leven inblazen die de stad ooit de bijnaam ‘het Venetië van het Oosten’ opleverden.

    Op straat lopen in Bangkok is verschrikkelijk. Autorijden in de stad is al niet veel beter, maar dan vermijd je tenminste de trottoirs, die een soort vieze, kapotte hindernisbanen zijn. Ook betekent autorijden minder directe blootstelling aan de lucht die almaar vervuilder wordt – voor een deel vanwege al die auto’s.

    Hoe kan die vicieuze cirkel doorbroken worden? Stel dat je, als je zo’n twee kilometer verderop moet zijn, door een groene corridor van bomen en stromend water zou kunnen lopen of fietsen in plaats van de motor of een taxi te nemen? Het klinkt misschien als een onwaarschijnlijke fantasie, maar het kan bereikt worden door terug te keren naar Bangkoks verleden en de kanalen, die zijn verwaarloosd of onder het asfalt begraven liggen om de auto ruim baan te geven, in ere te herstellen.

    Dat is het idee achter een proefproject om het uitgebreide netwerk van khlong, of kanalen, waardoor de hoofdstad ooit het ‘Venetië van het Oosten’ werd genoemd, nieuw leven in te blazen. Door die waterwegen op te knappen en ze aan te sluiten op het transportnetwerk ziet het Cycling Canal and Community Project mogelijkheid een einde te maken aan de verkeersnachtmerrie en te voorkomen dat Bangkok wegglijdt in een onleefbare, vieze dystopie.

    ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden’

    ‘Bangkok is gebouwd op netwerken van rivieren en kanalen,’ zegt Kanjanee Budhimedhee, hoofd van het project. ‘Kanalen waren een uniek kenmerk van Bangkok, maar we hebben ze afgedankt toen we wegen ontwikkelden. Nu zijn de kanalen een probleem geworden. Ze worden verstopt door vuilnis en ze verspreiden een smerige stank.’

    Het doel is te beginnen met een autovrije route langs de tien kilometer aan kanalen in zuidwest-Bangkok, tussen de districten Thung Khru en Chom Thong. Als dat een succes wordt, zouden zo’n tienduizend mensen in ongeveer tien gemeenschappen van die doorgang kunnen profiteren. ‘Dit soort corridors langs kanalen bestaat al door heel Bangkok, maar ze zijn niet met elkaar verbonden,’ zegt Kanjanee.

    Als de corridors aaneengeschakeld worden en gaan dienen als toevoerwegen naar het transportsysteem in de stad – boten, bussen en treinen – zullen ze volgens haar ‘een belangrijk alternatief en een wezenlijke optie vormen voor mensen’ die geen gebruik willen maken van de auto. Het zou ook meer veilige en efficiënte vormen van lokaal vervoer betekenen, terwijl de mensen tegelijkertijd worden aangemoedigd om te lopen en te fietsen, waardoor het aantal auto’s op straat zal afnemen. En als de kanalen worden opgeknapt, zal ook de khlong-stank afnemen.


    Het is een idee dat succesvol is gebleken in steden over de hele wereld, waar men in onbruik geraakte rivieren en kanalen heeft opgeknapt om de kwaliteit van het leven te verhogen – en daarmee ook de waarde van het onroerend goed.

    Tien jaar geleden veranderde Seoel zijn extreem vervuilde rivier de Cheonggyecheon in een wonder van groen dat de natuur terugbracht naar bewoners in het hart van de asfaltjungle. Daardoor daalde ook de temperatuur, nam de vervuiling af en bloeide het dierenleven weer op.

    Iets dergelijks hoopt Kanjanee te bereiken met haar initiatief. Nadat het project in 2016 werd goedgekeurd en er geld voor werd vrijgemaakt, is het team erachter nog steeds in onderhandeling met lokale partijen over het ontwerp en de constructie.

    ‘We hebben vaak geprobeerd het er in districten door te krijgen bij het bestuur, maar er zijn veel conflicten. Sommige routes die we hadden uitgekozen, stuitten op onvrede bij de mensen die er woonden,’ vertelt Kanjanee. ‘We hebben tegen het bestuur gezegd dat we, als zij dat goed vinden, zo nodig met elk huishouden daar willen gaan praten.’


    Bangkoks oude, op water gebaseerde vervoersnetwerk ‘was niet voorbereid op straten en trottoirs’ en nu ‘kunnen we geen ruimte meer vinden voor wegen’, zegt Yossapon Boonsom, een vooraanstaande landschapsarchitect die al meer dan tien jaar werkzaam is in stadsplanning.

    Straten beslaan slechts zeven procent van de grond in Bangkok, terwijl dat percentage volgens een studie van het Urban Design and Development Center of Chulalongkorn University in de meeste steden twintig tot vijfentwintig bedraagt.

    Gevangen in de auto

    Hij vindt dat de hoofdstad mensen ontmoedigt om te lopen of gebruik te maken van het openbaar vervoer, waardoor velen te lang gevangen zitten in hun auto. Die factoren zorgen er weer voor ‘dat we te weinig andere mensen ontmoeten’ en geen kans krijgen om ons in de stad op ons gemak te voelen. ‘We missen mogelijkheden om deel te nemen aan het stadsleven,’ voegt hij eraan toe.

    Meer wegen aanleggen is geen duurzame oplossing en de ruimte terugeisen van auto’s zal ook niet werken. Kanjanee zegt dat ze, in de tien jaar dat ze nu in stadontwikkeling werkt, heeft gemerkt dat pogingen om meer voetgangers- en fietszones aan te leggen door de ruimte te confisqueren die oorspronkelijk voor auto’s was bedoeld, ‘niet werken’. Daarom zag ze een potentiële oplossing in de veronachtzaamde gebieden langs de 1161 kanalen in de hoofdstad die wel 2200 kilometer lang zijn.

    Hoewel het project maar langzaam vordert, blijft Kanjanee van mening dat de voordelen – en de lage kosten – de steun van de lokale inwoners zullen krijgen.

    Yossapon meent dat het meer investeringen in gedeelde ruimten zal opleveren als je mensen zover krijgt dat ze de auto laten staan. ‘Als het publiek veel gebruikmaakt van de openbare ruimte, dan is de regering verplicht die in goede staat te houden,’ zegt hij. ‘Dat zal uiteindelijk leiden tot een verbetering van de stadsomgeving.’

    Auteur: Jintamas Saksornchai

    Openingsbeeld: Kinderen spelen in een kanaal bij een sloppenwijk in het centrum van Bangkok. – © Getty Images

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 950.000

    Khaosod (‘vers nieuws’ of ‘actueel nieuws’) is de derde krant van Thailand. Het dagblad richt zich op een groot publiek, maar focust behalve op misdaad, lokaal nieuws en entertainment ook op politieke en sociale thema’s. Er is ook een Engelstalige editie.

  • Planten ‘praten’ niet meer met elkaar door vervuiling

    Planten ‘praten’ niet meer met elkaar door vervuiling

    Planten communiceren door het afscheiden van geurstoffen. Zo kunnen ze elkaar waarschuwen voor insecten. Of deze juist aantrekken als ze last hebben van bladluis. Maar door de luchtvervuiling wordt deze ‘geurentaal’ verstoord.

    In de klassieke postapocalyptische roman The Day of the Triffids terroriseren reusachtige vleesetende planten de mensheid. Triffids kunnen lopen en hebben giftige angels, maar zijn vooral gevaarlijk omdat ze met elkaar communiceren en tegen ons samenspannen. Hoe vergezocht ook, sinds de publicatie van John Wyndhams boek in 1951 zijn sommige 
aspecten van dit verhaal bewaarheid geworden. Planten blijken echt met elkaar te kunnen praten. Als je tijdens een boswandeling diep inademt, kun 
je hun ‘woorden’ ruiken: complexe vluchtige verbindingen als bèta-
pineen, een frisse dennengeur. Planten produceren duizenden van zulke stoffen en kunnen door ze te combineren echte ‘zinnen’ vormen.

    Deze geurentaal wordt echter bedreigd. Luchtvervuiling verstoort bloemen- en plantengeuren, waardoor hun boodschappen niet langer te ontcijferen zijn. Dat maakt het niet alleen voor planten moeilijk om te overleven, het is al even slecht nieuws voor bestuivende insecten – en daarmee ook voor ons. Het beïnvloedt immers gewasopbrengsten en de geur van bloemen. Gelukkig bestaat er een manier waarop we onze groene vrienden kunnen helpen terug te vechten.

    Uniek chemisch bouquet

    Het is al langer bekend dat zowel bestuivende als schadelijke insecten planten uit elkaar kunnen houden 
op basis van hun unieke chemische bouquet. Het idee dat planten deze stoffen gebruiken om onderling te communiceren, is echter nieuw. 
‘Planten verspreiden vluchtige chemische verbindingen in de lucht die veel weghebben van taaluitingen. De plant die het stofje uitstoot is de “spreker” en de plant die het oppikt en erop reageert de “luisteraar”,’ vertelt chemisch ecoloog James Blande van de Universiteit van Oost-Finland.

    Veel planten waarschuwen elkaar als er schadelijke insecten in de buurt zijn. Wanneer een tomatenplant bijvoorbeeld door aardrupsen wordt belaagd, laat hij een cocktail van vluchtige 
stoffen ontsnappen die door planten in de buurt wordt opgepikt. Zodra deze tomatenplanten de waarschuwing ‘horen’, reageren ze door glycoside te produceren, dat er weer voor zorgt dat er een gifstof vrijkomt die de hongerige rupsen afschrikt. Weer andere planten-soorten roepen met hun geuren 
nuttige insecten te hulp. Wanneer sojaplanten bijvoorbeeld last hebben van bladluizen, laten ze een chemische pendant van een “inbraakalarm” klinken, dat lieveheersbeestjes aantrekt.

    Maar luchtvervuiling blijkt deze communicatie te kunnen verstoren. Blande en zijn collega’s lieten hommels los in een ruimte vol papieren bloemen die precies op die van de zwarte mosterdplant leken. Toen de onderzoekers 
in deze ruimte vervolgens de geur 
verspreidden van echte zwarte 
mosterdbloemen die ofwel in een schone of in een vervuilde omgeving hadden gegroeid, liet de reactie van 
de hommels niets te raden over: ze gingen recht op de niet-vervuilde geur af, terwijl de geur van bloemen uit 
vervuilde lucht hen koud liet.

    Planten in de stad
Links: trappen naar een tramstation in Manchester. – 
© Getty Images 
Rechts: verticale tuin in Madrid. 
– © Getty Images/Vetta
    Planten in de stad
Links: trappen naar een tramstation in Manchester. – 
© Getty Images 
Rechts: verticale tuin in Madrid. 
– © Getty Images/Vetta

    Hoe kan dat? De laatste jaren is duidelijk geworden dat vooral ozon en 
stikstofoxiden plantencommunicatie in de war sturen. Auto’s en elektriciteitscentrales stoten deze stoffen uit; diesel is het ergst. Zowel ozon als stikstofoxide reageren met de vluchtige verbindingen die de planten verspreiden. Daardoor verandert de geur van hun bouquet, want sommige stoffen 
in het mengsel raken eerder verstoord dan andere. Als het monoterpeen limoneen, een bekend ‘woord’ voor sinaasappel, in aanraking komt met ozon, vormt het bijvoorbeeld wel 1200 verschillende andere stoffen.

    Deze verstoring kan heel snel gaan. Ecoloog Robbie Girling en zijn collega’s van de Universiteit van Reading in Engeland vermengden acht vluchtige plantenstoffen met dieseluitlaatgas. ‘Er traden veel sneller reacties op dan we hadden verwacht,’ vertelt hij. ‘Binnen één minuut, kortere tijdspannen konden we niet meten, was van een van de verbindingen niets meer over – die werd in één klap ondetecteerbaar.’

    Niet alleen de betekenis van de 
plantentaal raakt verstoord, ook het ‘volume’. Plantengeuren kunnen in vervuilde lucht simpelweg niet even ver komen als in schone. Om uit te vinden hoe sterk dit sinds het pre-industriële tijdperk veranderd is, maakten José Fuentes en zijn collega’s van de Universiteit van Virginia een computermodel waarin ze historische luchtvervuilingsniveaus meenamen. Er bleek uit dat plantengeuren die vroeger tot op kilometers afstand waarneembaar waren, nu nog maar 200 meter ver reiken.
    Ook tussen schone en vieze omgevingen van nu verschilt de draagwijdte van het signaal aanzienlijk. Wanneer bijvoorbeeld een limabonenplant door spintmijten wordt aangevallen, zendt die een chemisch signaal uit dat naburige planten ertoe aanzet om meer 
suikerachtige nectar uit te scheiden. Dit trekt dan weer roofmijten aan, die de aanvallers opeten. Blande merkte dat de bonen in schone lucht zonder problemen met buren op 70 centimeter afstand konden communiceren. Maar als de ozonconcentratie boven 
de 80 deeltjes per miljard (parts per billion, ppb) uitkwam, was hun waarschuwings-signaal maar tot op 20 centimeter te horen.

    De verstoring van de geurentaal van planten, en de nadelige effecten daarvan op bestuivers en de planten zelf, dreigt hele ecosystemen te destabiliseren

    Bij een vervuiling van rond de 80 ppb beginnen de problemen. Dat is slecht nieuws, want in stedelijke gebieden komt de ozonconcentratie geregeld boven de 100 ppb uit en bereikt soms wel 200 ppb. Minder duidelijk is 
wanneer stikstofoxideniveaus problematisch worden, maar het lijdt geen twijfel dat stikstofdioxide uit dieseluitlaatgassen in geïndustrialiseerde landen flinke schade aanricht. Omdat deze stof ook schadelijk is voor de 
menselijke gezondheid, is er een grens gesteld aan de uitstoot ervan, maar 
die wordt vaak overschreden. Zo mag in Engeland de stikstofdioxideconcentratie hooguit achttien keer per jaar boven de 200 microgram per kubieke meter uitkomen, maar in 2017 werd dat aantal in Londen al vroeg in het jaar bereikt. Stadsbewoners met een tuin merken daar de effecten van. ‘Deze vervuiling heeft zeker invloed 
op plantengeuren,’ zegt Blande. Stikstofoxiden zorgen ervoor dat sommige plantengeuren veel minder lang in de lucht blijven hangen, in plaats van wel achttien uur soms maar vijf minuten. Sterk geurende bloemen als rozen hebben volgens Blande in steden niet dezelfde sterke geur als in landelijke gebieden. Je moet heel dichtbij komen om ze überhaupt te ruiken en zelfs 
dan neem je het volle aroma niet waar, omdat stoffen als het kruidnagelachtige bèta-caryofylleen snel door de 
vervuiling worden afgebroken.

    Niet alleen onze neus en dichterziel hebben onder de afbraak van plantengeuren te lijden. ‘Het lijkt me geen overdreven suggestie dat luchtvervuiling ook een belangrijke factor in de afname van het aantal vliegende insecten is,’ zegt Girling. Insectenaantallen zijn wereldwijd sterk afgenomen, een situatie die in 2017 prominent in het nieuws kwam toen duidelijk werd 
dat het aantal insecten in Duitse natuurgebieden in 27 jaar met een schokkende 75 procent was gedaald.

    Miscommunicatie tussen bloemen 
en insecten bedreigt vooral bestuivers als bijen, al weet niemand hoe sterk 
dit de omvang van bijenpopulaties beïnvloedt. Maar Girling ontdekte dat de veelvoorkomende vluchtige verbinding myrceen razendsnel door dieseluitlaatgas wordt afgebroken en dat dat honingbijen uit koers kan brengen. Toen hij samen met zijn collega’s het myrceen uit bloemengeuren weghaalde, kon nog maar 37 procent van de bijen die bloemen herkennen.

    De verstoring van de geurentaal van planten, en de nadelige effecten daarvan op bestuivers en de planten zelf, dreigt hele ecosystemen te destabiliseren. Dat heeft ernstige consequenties voor de natuur en voor de landbouw. 
Er wordt weliswaar aan gewerkt om het gehalte vervuilende stoffen in onder andere diesel te reduceren, maar dat gaat erg langzaam.

    Remedie: teel planten

    Het goede nieuws is dat er een eenvoudige manier bestaat om planten het communiceren te vergemakkelijken: teel planten die de vervuilende stoffen uit de lucht kunnen halen. Sommige planten zijn daar beter in dan andere; onderzoek laat zien dat vooral 
herbebossing daarbij een goede optie is, want bomen kunnen door hun grootte veel ozon en stikstofdioxide uit de atmosfeer halen.

    Stadsplanners bewegen zich in de goede richting. Zo krijgen steeds meer steden verticale tuinen en levende wanden. In de buurt van Victoria Station in Londen staat bijvoorbeeld een twintig meter hoge muur waar meer dan tienduizend planten op groeien. 
Er worden zelfs bomen geplant op de zijkanten van gebouwen. In 2014 
verrees in Milaan de eerste boswolkenkrabber, met achthonderd bomen erop en maar liefst twintigduizend andere planten. En in China worden momenteel de Nanjing Green Towers gebouwd, met 1100 bomen en duizend andere planten. In Luzhou bestaat zelfs het plan voor een hele bosstad.

    In zulke groene steden bemoeilijkt de vervuiling de communicatie tussen de planten natuurlijk wel. Toch kunnen deze planten de nadelige effecten op andere planten een heel stuk beperken. Bovendien hoeven de planten, als ze zo dicht op elkaar staan, minder hard te praten – niet geheel onlogisch.

    Toch noemt Fuentes ook een complicatie. Hij wijst erop dat sommige planten allerlei organische moleculen produceren die voorlopers zijn van ozon, en 
dus in vieze stadsvlucht de zaak alleen maar verergeren. ‘Eiken, populieren – die moet je absoluut niet hebben,’ vertelt hij.

    En hoe zit het met het platteland? Alhoewel plattelandsgebieden vaak schoner zijn, veroorzaken vervuilende stoffen ook daar veel narigheid, 
vanwege de impact die ze hebben op gewassen. De oplossing is volgens Fuentes om meer bloemen rondom akkers te planten – hij raadt vooral petunia’s aan. Die kunnen niet alleen de vervuilende stoffen opruimen die de plantencommunicatie verstoren, maar trekken ook bestuivers aan. En als die bloemen ook nog eens lekker ruiken, hebben onze neuzen er ook nog wat aan. Een win-win-winsituatie dus.

    Auteur: Marta Zaraska
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Openingsbeeld: © Getty Images / EyeEm

    New Scientist
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 82.000

    Een van de beste en meest toegankelijke wetenschapstijdschriften ter wereld. Stimulerend, met veel aandacht voor het milieu en industriële vernieuwing. Onderdeel van Reed Elsevier.

  • Kenia doet plastic tas in de ban

    Kenia doet plastic tas in de ban

    Kenia sluit zich aan 
bij enkele andere Afrikaanse landen en verbiedt de plastic tas, 
die tot gigantische milieuvervuiling leidde.

    In de afgelopen veertig jaar hebben ecologen en dierenrechtenactivisten in Kenia twee grote overwinningen behaald. In mei 1977 verbood Kenia de jacht op wilde dieren om de toenemende stroperij tegen te gaan. 
En op 28 augustus van dit jaar dwongen ecologen een verbod af op plastic tasjes. Sindsdien worden de winkels overspoeld met stoffen tassen uit China, wat niet goed is voor de verkoop van lokaal geproduceerde papieren tassen.

    Ecologen gingen voorop in de strijd tegen de plastic tas. Zee-ecologen hadden al jaren gewaarschuwd dat plastic zakken schadelijk zijn voor het zeemilieu, omdat dieren het plastic vaak voor voedsel aanzien. Plastic is onverteerbaar en kan hun spijsvertering verstoren, zodat ze van honger kunnen sterven. Het meest frappante voorbeeld is dat van schildpadden, 
die plastic tassen vaak aanzien voor kwallen.

    Verantwoordelijk voor overstromingen

    Specialist oceaanvervuiling Habib El-Habr werkt voor het milieuprogramma van de Verenigde Naties (UNEP) in Nairobi. Eind augustus legde hij aan persagentschap Reuters uit dat ‘het tussen de vijfhonderd en duizend jaar kost om plastic af te breken’. Uiteindelijk komt het ook in onze voedselketen terecht, en niet alleen als we vis eten. In abattoirs in Nairobi bleken sommige dieren wel twintig plastic zakken in hun maag te hebben.

    Maar ecologen maken zich vooral zorgen over de plastic tassen die in meren en oceanen terechtkomen. Onderzoekers van UNEP voorspellen dat er, als wij niets doen, ‘in 2050 meer plastic in de oceaan zal zitten dan vis’.

    Niemand weet precies hoeveel plastic tassen er al in de natuur terecht zijn gekomen. Een indicatie geeft de stad Kigali in Rwanda, met 900.000 inwoners. Een paar jaar geleden verzamelde men daar bij een schoonmaakactie maar liefst een miljoen plastic tassen. Tegenwoordig is Rwanda een van de schoonste landen ter wereld en heeft het de import en fabricage van polyethyleentassen verboden [net als Zuid-Afrika, Senegal en Ivoorkust].

    Ook verstopt plastic vaak afwateringssystemen. Het materiaal wordt verantwoordelijk gehouden voor overstromingen in Bangladesh waarbij tussen 1988 en 1998 duizenden mensen de dood vonden. Twee derde van het land stond onder water en daarom besloot Bangladesh in 2002 als eerste land ter wereld om plastic tassen te verbieden – hoe handig ze ook waren voor de boodschappen.

    Een marktkraam in Nairobi, vóór de ingang van het plastictas-verbod. – © HH
    Een marktkraam in Nairobi, vóór de ingang van het plastictas-verbod. – © HH

    De ellende begon in de jaren zestig, toen het Zweedse bedrijf Celloplast een patent deponeerde voor een plastic zak uit één stuk, met handvatten eraan. Plastic werd weliswaar al gebruikt sinds het eind van de negentiende eeuw, maar tot in de jaren zestig was het als verpakkingsmateriaal weinig populair. Vanaf dat moment begonnen plastic tassen de papieren varianten in hoog tempo te vervangen.

    Jarenlang had Celloplast het monopolie op de verkoop van plastic tassen, totdat het Amerikaanse bedrijf Mobil naar de rechter stapte en het patent aanvocht. Vanaf dat moment lag de markt open, met een ecologische ramp als gevolg. Inmiddels worden er jaarlijks ongeveer een biljoen plastic zakken geproduceerd en achtergelaten in de natuur, in zeeën en oceanen.

    In Kenia kwam het fenomeen plastic zak in het midden van de jaren tachtig op, toen supermarktketens papieren zakken door plastic exemplaren begonnen te vervangen. Zo rond 2004 waren rivieren ernstig vervuild geraakt met compacte massa’s bijeengedreven plastic tassen. De toenmalig minister van Buitenlandse Zaken Moses Wetangula besloot zich toen actief met het thema te gaan bezighouden. Op dienstreis naar Venezuela zag hij hoe dat land, dankzij een verbod op de plastic tas, de bosbouwsector een stimulans had gegeven. ‘We moeten het gebruik van bosbouwproducten als houtpulp en papier voor verpakkingen stimuleren en het gebruik van plastic tassen verbieden,’ verklaarde hij.

    In Kenia werden vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen gebruikt

    Toch zou een verbod dus nog dertien jaar op zich laten wachten. In 2007 besloot de Keniaanse regering al om bepaalde typen plastic tassen te verbieden. Een paar parlementsleden vroegen de minister van Milieu en Grondstoffen echter om ‘creatiever te zijn en zich niet tot een eenvoudig verbod te beperken’. Zij voelden meer voor een belasting op plastic tassen, waarvan de opbrengst gebruikt zou kunnen worden om het afval op te ruimen. In 2008 diende een andere parlementslid, Charles Kilonzo, een wetsvoorstel in om productie, distributie, gebruik, recycling en verwerking van plastic tassen beter te reguleren.

    Ook de Green Belt Movement (GBM) speelde een rol. De beweging berekende dat er in Kenia vóór het verbod maandelijks 24 miljoen plastic tassen werden gebruikt. Als deze worden weggegooid, voegen ze zich bij allerlei bronnen van afval, met een reusachtig afvalprobleem in grote steden en in rivieren als gevolg. De inmiddels overleden oprichter van de GBM en winnares van de Nobelprijs voor de Vrede in 2004, Wangari Maathai, begon lokaal actie te voeren voor een verbod op de plastic tas. Beslissend was een rede in het parlement in 2007, waarin zij sprak over de bedreiging die wegwerpplastictassen voor het milieu betekenen, en haar zorg uitsprak over het feit dat er nog steeds geen wetsvoorstel lag voor een verbod.

    Auteur: John Kamau
    Vertaler: Valentijn van Dijk

    Daily Nation
    Kenia | dagblad | oplage 220.000

    Deze meest gelezen krant van Kenia schroomt niet om zich kritisch uit te laten over de regering en andere autoriteiten in Nairobi. Daily Nation is onderdeel van Nation Media Group, het grootste onafhankelijke mediaconcern van Centraal- en Oost-Afrika.