Tag: verzet

  • Overleven wordt in Cuba verkocht als patriottisch verzet

    Overleven wordt in Cuba verkocht als patriottisch verzet

    In het geteisterde Cuba wordt dagelijks overleven voorgesteld als een daad van patriottisme. Toegeven aan de schaarste komt erop neer dat je het ‘imperium’ gelijk geeft.

    Cuba maakt een meervoudige crisis door: het vrijwel volledige stilvallen van het stroomnet, een suikeroogst die herinnert aan historische minima van eind negentiende eeuw en een druk op de essentiële toevoer van brandstoffen waardoor het land wordt gedwongen tot strenge rantsoenering. Het komt allemaal door een combinatie van aanhoudende tekorten, een verouderde infrastructuur uit het Sovjet-tijdperk en het uitblijven van eigen investeringen wat de samenleving meer dan ooit tot de rand van de afgrond brengt. Het dreigende voedseltekort verplaatst het debat over het voortbestaan van het regime van een terrein dat de geopolitiek overstijgt naar dat van de mensenrechten en morele verantwoordelijkheid, zowel binnen als buiten het land.

    Creatief verzet

    Enkele weken geleden zond de staatstelevisie een opmerkelijke persconferentie uit met haar eerste politieke vertegenwoordiger, Miguel Díaz-Canel. Hij spreekt niet vaak in het openbaar, maar deed dat dit keer op een toon die fluctueerde tussen epiek en fatalisme. Zijn ‘opwachting’ bij regeringsgezinde media was bedoeld om de maatregelen toe te lichten die worden getroffen om de kritieke situatie te verlichten.

    Na een toespraak van twee uur kondigde hij de terugkeer van Cuba naar de negentiende eeuw aan onder de noemer ‘creatief verzet’. Met dit officiële narratief probeert hij de ineenstorting van het systeem dat hij leidt – samen met het militaire conglomeraat Gaesa, een soort ‘bureaucratische aristocratie’ die het hele eiland controleert – te veranderen in een toonbeeld van verheven trots met een flinke scheut nationalisme. Daarbij grijpt hij terug op de sociale politiek van midden jaren negentig, terwijl hij opnieuw de blokkade en het ‘Trump-corollarium’ – Trumps draai aan de Monroe-leer – aanhaalt om drie decennia van economische afhankelijkheid, bevoordeling van een kleine bovenlaag en bestuurlijke stagnatie te verbloemen.

    Cuba was gedurende een groot deel van de negentiende en twintigste eeuw de voornaamste suikerexporteur ter wereld, met een economie die sterk was geconcentreerd op suikerriet en suikerproductie. In 1989 bedroeg de productie zo’n 8 miljoen ton en vormde suiker een zeer belangrijk deel van de totale export van het land. Voor de ineenstorting van de Sovjet-Unie in 1991 bestond zo’n 75 procent of meer van Cuba’s exportinkomsten uit suiker.

    Na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie verloor het eiland zijn voornaamste afzetgebieden en financiële steunpunten, wat leidde tot een flinke daling van de suikerproductie en -export. Tussen 1991 en 1993 liep de productie terug van meer dan 7 miljoen ton naar ongeveer 4,4 miljoen ton. Gaandeweg namen ook de hoeveelheid gecultiveerde grond, de productieve efficiëntie en de beschikbaarheid van hulpmiddelen en grondstoffen sterk af.

    Vanwege dat rampscenario riep Fidel Castro persoonlijk op tot een massale discussie over de benodigde acties. Tussen januari en maart 1994 werden daarom de zogenaamde arbeidersparlementen ingesteld, wat resulteerde in ongeveer 500.000 suggesties die als input moesten dienen voor maatregelen die later aan de Nationale Assemblee van de Volksmacht werden voorgelegd.

    Slecht bestuur

    De vraag blijft waarom Cuba, ondanks zulke offers en maatschappelijke krachtsinspanningen, en ondanks periodes van relatieve economische stabiliteit dankzij inkomsten uit toerisme en de export van rum en tabak, nog steeds onderontwikkeld is en economisch niet van de grond komt.

    Dat Díaz-Canel de discussie over ‘creatief verzet’ uit de kast haalt, is een opportunistische en perverse retorische truc, omdat hij zo de verantwoordelijkheid van de Staat om een bestuurlijk probleem op te lossen bij de gewone burger legt. Het volk wordt gevraagd ‘creatief’ te zijn om te overleven, waarmee de hachelijke situatie wordt gerechtvaardigd als een vorm van patriottisch heldendom. Tegelijkertijd wordt verhuld dat het systeem, geleid door een handjevol machthebbers, niet in staat is een echte markteconomie of grootschalig privébezit toe te laten, uit angst voor de gevolgen die zichtbaar werden in de voormalige Sovjetstaten.

    Er tekenen zich dus minstens drie constanten af in de strategische berichtgeving, waarin het – uiteraard ernstige – economische embargo alle schuld van de rampspoed krijgt. Iets wat het regime paradoxaal genoeg goed uitkwam, omdat het zo het zelfbeeld van ‘heroïsch verzet’ kon versterken en kon verhullen dat de bevolking in stilte lijdt onder slecht bestuur. In politieke termen heet dat de verantwoordelijkheid afschuiven op een ander.

    In de officiële berichtgeving wordt het embargo van de VS, vooral met de aanscherping van de ‘nul-oliepoltiek’, voorgesteld als een almachtige variabele. Door het als enige oorzaak naar voren te schuiven, verstomt het debat over de lage landbouwproductiviteit – Cuba importeert ondanks de vruchtbare grond 80 procent van wat het consumeert – en over de desastreuze monetaire eenwording van een paar jaar geleden. Zo wordt bewerkstelligd dat de burger zijn frustratie niet richt op het interne beleid, maar op een externe en machtige vijand die moet worden bestreden.

    Politiek schild

    Het zogenoemde Belegerde Plein-syndroom waarop Díaz-Canel zijn toespraak van 5 februari baseerde, berust op een psychologisch verdedigings- en cohesiemechanisme met directe gevolgen voor de sociale identiteit. Nu het land zich meer bedreigd voelt dan ooit, moeten de interne verschillen worden geminimaliseerd en moet de trouw aan de leiders worden versterkt. In zo’n situatie is iemand met een andere mening geen criticus meer, maar een verrader. Volgens Díaz-Canel bevindt Cuba zich immers in een oorlogssituatie: ‘Dat is de zwerm voorstanders van annexatie die we hier hebben, degenen die beginnen te wankelen, die blijken van lafheid of zwakte beginnen te vertonen vanwege depressie en de psychologische oorlog die tegen ons wordt gevoerd.’

    Het strategische doel is duidelijk. Er wordt een vorm van defensieve nationalistische trots gekweekt, waarbij burgers het gevoel krijgen dat toegeven aan de schaarste zou neerkomen op het gelijk geven van het ‘imperium’. Zo wordt dagelijks overleven voorgesteld als een daad van patriottisme.

    De blokkade fungeert zo als narratief en politiek schild bij ieder fiasco, omdat elk mislukt beleid kan rekenen op dezelfde ‘ontsnappingsclausule’. Daardoor ontstaat een vicieuze cirkel: het defensieve nationalisme voedt de trots van de bevolking, terwijl diezelfde trots verhindert dat burgers aandringen op de interne efficiëntie die het land echt uit de onderontwikkeling zou kunnen en moeten halen.

    Embargopolitiek

    Het is een feit dat de politiek van de VS jegens Cuba al meer dan vijfenvijftig jaar gericht is op het beperken van de economische mogelijkheden van het eiland, met als expliciet doel een democratische opening af te dwingen. Bij de hernieuwde activering van de Monroe-leer moet strategisch worden nagegaan of genoemd doel al dan niet is bereikt. Het regime houdt immers al decennialang stand, terwijl vooral de bevolking de gevolgen draagt. Als die economische straf is uitgegroeid tot een structurele conditie die het leven van miljoenen mensen aantast, terwijl de machthebbers buiten schot blijven, dan is er duidelijk iets misgelopen in die embargopolitiek.

    Als de schaarste aan basisbehoeften niet langer een bijeffect is, maar een ongewis mechanisme wordt, zoals nu gebeurt, houdt het debat op politiek en ideologisch te zijn en verandert het in iets ethisch – misschien wel in een moreel dilemma voor de VS zelf.

    En dat is niets nieuws. Hannah Arendt wees al op een van de grootste gevaren van de moderne politiek: de banalisering van het al dan niet bijkomstige kwaad, waarbij de doelen de middelen heiligen. Toegepast op de Cubaanse situatie dreigt het acute gevaar dat het dagelijks lijden van haar inwoners verandert in een legitiem politiek drukmiddel om de onbekwaamheid en laksheid van hun eigen politieke en militaire leiders te breken.

    Amerikaans offensief

    Het Amerikaanse ministerie van Justitie heeft Raúl Castro (94), voormalig Cubaans president en broer van ‘máximo lider’ Fidel, formeel aangeklaagd bij de federale rechtbank in Florida. Hij zou verantwoordelijk zijn voor de dood van vier piloten van de humanitaire organisatie Hermanos al Rescate, van wie twee vliegtuigen op 24 februari 1996 in het internationale luchtruim van de Straat van Florida werden neergeschoten door Cubaanse straaljagers.
    De huidige Cubaanse president Díaz-Canel noemde de aanklacht politiek gemotiveerd en juridisch ongegrond. Hij beschouwt de aanval als legitieme zelfverdediging en noemt de beschuldiging van de VS als het zoveelste offensief om de socialistische Cubaanse regering ten val te brengen. Vorige week deed het koppel Rubio-Trump er nog een schepje bovenop door Cuba als ‘nationaal veiligheidsrisico’ af te schilderen en geen heil te zien in de weg van diplomatie. Ondertussen wordt al langer gezinspeeld op een militaire interventie om Cuba te breken en een pr-gestuurde Amerikaanse regimewissel te forceren.
    Bruno Rodríguez, de Cubaanse minister van Buitenlandse Zaken, zegt dat Rubio militaire agressie probeert uit te lokken. ‘De Amerikaanse regering is juist systematisch agressief met haar handelsblokkade. Het Cubaanse volk lijdt dagelijks onder urenlange stroomstoringen, extreme voedselschaarste en gebrek aan drinkwater. Mexico en Uruguay vervoerden onlangs 1600 ton aan voedsel en hygiëneproducten die in eerste instantie verdeeld worden onder kinderen, gepensioneerden en kwetsbare groepen.
    Díaz-Canel noemt het handelsembargo uit 1960 een ‘genocidale blokkade’ en waarschuwde dat een militaire invasie zou uitlopen op een ’bloedbad’.

  • Nog veel onduidelijkheid over onrust in Belgorod

    Nog veel onduidelijkheid over onrust in Belgorod

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Republikein Ron DeSantis gaat presidentskandidatuur bekendmaken

    » Massaal misbruikschandaal in Rooms-Katholieke Kerk in Illinois ontdekt

    De regio werd aangevallen door onbekende groeperingen

    Rusland claimt weer de controle te hebben over de regio Belgorod, waar maandag gevechten uitbraken tussen nog onbekende strijders en Russische militairen, meldt het Russische staatspersbureau TASS. Ondertussen blijft nog veel onduidelijk over die aanval, waar meerdere gewonden bij vielen en die werd uitgevoerd door groeperingen die vanuit Oekraïne de grens waren overgestoken.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zowel Oekraïne als Rusland hebben toegegeven dat de gevechten hebben plaatsgevonden, maar de landen geven tegengestelde verklaringen. Zo zegt Oekraïne dat er twee Russische rebellenbewegingen, te weten Het Legioen voor de Vrijheid van Rusland en het Russische Vrijwilligerskorps, bij de aanvallen betrokken waren. Het Legioen voor de Vrijheid van Rusland gaf de betrokkenheid zelf toe. Beide groeperingen bestaan uit Russische vrijwilligers die het naar eigen zeggen opnemen tegen het Kremlin.

    Rusland kwam met een andere lezing. Zij spraken van Oekraïense militaire groeperingen die Rusland waren binnengetrokken. Onder meer Dmitri Peskov, woordvoerder van het Kremlin, gaf aan dat er veiligheidstroepen richting Belgorod waren gestuurd om de verzetsstrijders te neutraliseren. Welke van de twee lezingen ook waar is: volgens internationale experts gaat het om de grootste aanval op Russisch grondgebied sinds het begin van de oorlog.

    Lees ook:

  • ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    De Libanese schrijver en activist Joumana Haddad gaat tijdens een interview met Muwatin zonder omwegen in op de vrouwelijke seksualiteit en de ‘verwrongen’ kijk op viriliteit in de Arabische wereld. ‘Mannen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte.’

    De Libanese en Arabische cultuur verdeelt vrouwen gewoonlijk in twee groepen: vrouwen die mooi maar dom zijn en vrouwen die intelligent zijn maar hun uiterlijk verwaarlozen. Wat vindt u daarvan?

    ‘Dat hokjesdenken behoort tot de dingen die onuitroeibaar lijken in onze samenlevingen. Noch de ontwikkelingen om ons heen, noch de grotere publieke aanwezigheid, noch de kennisrevolutie, noch de humanistische feministische strijd heeft daarin verandering kunnen brengen. Deze link tussen vorm en inhoud is een van de talloze manieren waarop het machisme overal op de wereld, maar in het bijzonder in onze regionen, vrouwen onder de duim houdt.

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent. Zowel jongens als meisjes groeien op met deze waandenkbeelden, waar ze nooit meer van loskomen.

    Het vergt veel tijd, veel verschillende stadia, veel goede wil en wilskracht om de zware strijd tegen onwetendheid te voeren. Wij zijn voor het merendeel nog ‘robots’ die moeten voldoen aan de normen die ons thuis, op school, door het godsdienstonderwijs, de televisie en de sociale media zijn opgelegd. Die botsen met het individueel bewustzijn en beperken de mogelijkheid om jezelf vragen te stellen en voor jezelf te beslissen.’

    De studenten

    In zijn eerste officiële reactie, achttien dagen na de dood van Mahsa Amini op 16 september, heeft de opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei, de Verenigde Staten, ‘het zionistische regime’ (Israël) en hun ‘agenten’, evenals ‘enkele in het buitenland gevestigde Iraanse verraders’ ervan beschuldigd de protesten aan te wakkeren en heeft hij de ordetroepen opgeroepen ‘de criminelen het hoofd te bieden’. In de straten gaan de vrijwel dagelijkse betogingen door ondanks heftige repressie.

    Op zaterdag 1 oktober hebben de studenten zich bij de beweging aangesloten en diverse bijeenkomsten georganiseerd. Sinds het begin van de betogingen zijn er volgens de in Noorwegen gevestigde ngo Iran Human Rights (IHR) minstens 92 mensen gedood en honderden gearresteerd. Buiten het land zijn talrijke steunmanifestaties gehouden, van Los Angeles tot Mexico-Stad en van Belgrado tot Beiroet.

    In datzelfde kader worden vrouwen ofwel als ‘heilige’ ofwel als ‘prostituee’ bestempeld. Vanwaar die versimpelende tegenstelling?

    ‘Zowel mannen als vrouwen moeten ophouden de sensuele vrouw als tegendeel van de deugdzame vrouw te projecteren. De tegenstelling “heilige versus prostituee” bestaat niet. Ze is schadelijk voor de onderlinge betrekkingen en maakt die oppervlakkig. Elke prostituee is een heilige, elke sensuele vrouw is een deugdzame vrouw. Wij hebben het recht en zijn in staat om allebei tegelijk te zijn. Vooral mannen maar ook vrouwen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte. Die begeerte is weliswaar onbedwingbaar, maar juist daarom kan ze een onuitputtelijke bron van generositeit, van plezier en nieuwe ervaringen vormen. Laten we daar liever van profiteren!’

    Kan de oosterse man volgens u van een opstandige vrouw houden of is hij bang voor haar?

    ‘Nee, hij kan niet van haar houden, omdat hij haar niet begrijpt. Je zou beter kunnen zeggen dat hij haar begeerlijk vindt. Ze trekt hem aan als een magneet, maar tegelijkertijd stoot ze hem af. Omdat ze een vrije vrouw is, en omdat alles wat vrij is de oosterse en machistische man angst aanjaagt.

    In wezen beeldt dit soort mannen zich in dat het viriel is om degenen die lichamelijk, economisch, politiek of sociaal het zwakst zijn te onderwerpen, en soms geweld aan te doen. Ze denken dat ze daarmee hun angst kunnen maskeren. Maar dat is een verwrongen kijk op viriliteit. Het is een toevlucht tot iets wat het volstrekte tegendeel is van viriliteit.’

    In uw boek Superman est arabe schrijft u dat u atheïst bent. Bent u niet bang daarmee sympathisanten te verliezen?

    ‘Ik schrijf niet, ik denk niet en ik leef niet om sympathiek te worden gevonden of me populair te maken. Ik doe het om gehoor te geven aan mijn overtuigingen, aan mijn principes, aan mijn dromen en aan de talloze stemmen die in mij klinken. Ik denk en ik schrijf omdat ik het recht heb degene te zijn die ik ben, zonder opsmuk, zonder pluimstrijkerij, zonder concessies.

    Ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn

    Ik geloof dat vrouwenrechten onverenigbaar zijn met religies. En ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn. Net zoals gelovige vrouwen het recht hebben te denken en te zeggen dat religies vrouwen in ere houden. Waar ze niet het recht toe hebben, zij noch iemand anders, is om mij en anderen het recht te ontzeggen bepaalde meningen of overtuigingen aan de kaak te stellen.’

    Laat het Iraanse volk niet in de steek

    Zonder steun van de grote mogendheden en de VN zal deze opstand in bloed worden gesmoord, onderstreept de hoofdredacteur van Independent Persian die kritisch staat tegenover de Iraanse machthebbers.

    De opstand van het Iraanse volk na de dood van Mahsa Amini, die een symbool is geworden van alle onrechtvaardigheid, onderdrukking en chaos in het land en van de vernedering en het geweld waaraan de bewoners van dit grondgebied worden blootgesteld, gaat door.

    Er wordt geprotesteerd tegen een regime dat er de afgelopen veertig jaar alleen maar op uit is geweest om een leger van repressieve en paramilitaire groeperingen te vormen, zowel in Iran als in de rest van het Midden-Oosten, en zo zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Een regime dat is gegrondvest op het bloed van het Iraanse volk en dat zijn macht heeft versterkt door het massaal executeren van tegenstanders.

    De afgelopen jaren, tijdens andere protesten van het Iraanse volk, heeft dit regime honderden zo niet duizenden betogers gedood.Naast het leger, de paramilitaire troepen en de Revolutionaire Garde, een militaire elite-eenheid, beschikt Teheran over brigades uit het buitenland (Irak, Libanon, Afghanistan, Pakistan), die bij de huidige opstand kunnen worden ingezet om het volk te onderdrukken.

    Als de wereld het Iraanse volk niet op dezelfde manier steunt als het Oekraïense, zullen deze regering en haar militaire apparaat duizenden mensen afslachten.Het Iraanse volk heeft internet nodig om de wereld duidelijk te maken wat er gebeurt, maar meer nog dan internet heeft het meer solide steun nodig van andere regeringen en de Verenigde Naties om dit regime te kunnen veranderen.

    Alle sympathiebetuigingen van wereldleiders, alle tweets en alle sancties tegen mensen die met het regime worden geassocieerd zijn niet voldoende. Het Iraanse volk moet door de wereld worden gehoord. Laat het Iraanse volk niet in de steek in de strijd tegen zijn onderdrukkers.

    GettyImages 1425892421
    In veel landen zijn mensen de straat op gegaan om het protest te steunen tegen het tirannieke bewind in Iran. Symbool voor het verzet is het offeren van een haarlok. – © Chris McGrath / Getty Images

    In de Arabisch-islamitische wereld wordt seksuele vrijheid vaak geassocieerd met zedeloosheid, onreinheid of prostitutie. Wat vindt u daarvan?

    ‘Onreinheid bestaat niet op seksueel gebied. Iedereen mag vrijelijk over zijn eigen lichaam beschikken. Onreinheid, onzedelijkheid, prostitutie – echte prostitutie – bestaat alleen op intellectueel, politiek, economisch, ideologisch en religieus niveau. Onreinheid en onzedelijkheid zijn gelegen in tirannie, in onderdrukking, in corruptie, in het plunderen van natuurlijke hulpbronnen, in hersenspoeling, in het demoniseren van de ander.

    Op diezelfde manier is een “verantwoordelijk” seksleven geen seksleven dat “morele normen respecteert”. Voor mij is de verantwoordelijkheid gelegen in het feit dat je je tegen bepaalde seksueel overdraagbare ziektes of een ongewenste zwangerschap beschermt.

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet, of ze een seksuele relatie wil hebben met duizend mannen, of vrouwen, of met helemaal niemand.’

    Vrouwenbesnijdenis wordt tegenwoordig zwaar bestraft en hersteloperaties aan de clitoris komen veelvuldig voor. Betekent dat een erkenning van de vrouwelijke begeerte, in dezelfde mate als die van mannen?

    ‘Wat voor erkenning? Van welke begeerte? Als er niet herhaaldelijk internationale campagnes tegen besnijdenis waren gevoerd, zou alles bij het oude zijn gebleven. Wie in hoge Arabische kringen bekommert zich nu werkelijk om vrouwelijke begeerte of het recht van vrouwen op seksueel genot? De machistische mentaliteit die bepalend is voor onze regimes en samenlevingen impliceert dat alleen de man genot ervaart. Voor hem is dat een “recht” dat is vastgelegd in de religieuze wetten. En de vrouw heeft alleen tot taak hem dat te verschaffen, dat is haar “heilige plicht”. Er zijn maar weinig partners die het genot van de vrouw belangrijk vinden. En dan vaak alleen om hun eigen potentie bevestigd te zien, niet omdat ze echt begaan zijn met het genot van de vrouw.’ 

  • Meinummer | Verzet

    Meinummer | Verzet

    » Lees dit nummer online

    Met onder andere:

    » ‘De oorlog in Oekraïne herinnert ons eraan wat de gevolgen van een illiberale dictatuur zijn’

    » De voorbeeldige culturele integratie van döner kebab

    » Omwenteling in de kunsthandel

    » Wat gebeurt er allemaal in El Salvador?

    Illiberalisme

    Redactioneel

    Het kan grootmoedig zijn om de hand in eigen boezem te steken, maar ook een verkapte blijk van vermeende morele superioriteit, zo maakt de Poolse auteur en journalist Katarzyna Wężyk ons duidelijk via een vlijmscherpe column in het links-liberale dagblad Gazeta Wyborcza. Ze fileert berichten van denkers als Naomi Klein, Yanis Varoufakis, Jeffrey Sachs en onthult wat daaraan ten grondslag ligt: een neerbuigende, postkoloniale kijk op Oost- en Centraal-Europa, waarmee de auteurs in sommige gevallen zelfs klakkeloos de propaganda van het Kremlin overnemen. ‘Blijkbaar kunnen sommige vertegenwoordigers [van politiek links] geen twee simpele dingen tegelijk: ze zijn niet in staat én het Amerikaanse imperialisme aan de kaak te stellen én het Russische imperialisme te zien voor wat het is’, concludeert ze fel.

    Met een Westen dat kritiek uit op de eigen daden maar er ondertussen alles aan doet vooral de eigen vrijheid in stand te houden, neemt de afstand tot de zogenaamde rest van de wereld enkel toe, zo luidt de boodschap. In een uitvoerig essay benadrukt Fukuyama dan ook het belang van een ‘liberale wereldorde’, die we al haast voor lief waren gaan nemen. Het begrip liberalisme, legt hij uit, is langzaam uitgehold en ‘wordt het meest gewaardeerd als mensen ervaren hoe het is om te leven in een illiberale wereld’.

    Wie chronisch moe is, is minder politiek betrokken, uitgesloten van veel maatschappelijke activiteiten en blootgesteld aan risico’s

    Een kloof waar minder vaak bij stil wordt gestaan is die tussen degenen met een goede nachtrust en de chronisch vermoeiden. Programma’s als Nachtdieren en De slapenlozen tonen weliswaar erkenning voor het feit dat niet ieders ritme feilloos aansluit op dat van de maatschappij, maar Jonathan White richt zich in zijn artikel in het onvolprezen Aeon op degenen die hierin niets te kiezen hebben. Uberchauffeurs die een paar uur slapen op een parkeerterrein, artsen die tussen operaties door noodgedwongen in de personeelsruimte gaan liggen. De gevolgen zijn groot. Wie chronisch moe is of ’s nachts werkt is minder politiek betrokken, uitgesloten van veel maatschappelijke activiteiten en blootgesteld aan risico’s. Het komt voor dat werknemers na een lange shift achter het stuur in slaap vallen, of zelfs tijdens een dutje tussen ploegendiensten door een hartaanval krijgen.

    Whites voorstellingen van een wereld waarin deze ‘slaapkloof’ is gedicht, waarin ‘de uitgerusten het voor de onuitgerusten opnemen’, lezen als een futuristische, soms haast naïeve roman. En toch zijn ze niet onmogelijk. Zoals ook het scenario dat The Economist ons voorrekent niet ondenkbaar is, waarin Oekraïne uiteindelijk ‘beter’ zal worden opgebouwd dan het voor de oorlog was; welvarender, gelijker, minder corrupt. Liberaler.

    Laura Weeda

    weeda@360international.nl

    Cover 360 207
  • Fotografisch verzet

    Fotografisch verzet

    De Britse Fotograaf Mark Neville wilde al veel langer internationale steun verwerven voor de onafhankelijkheidsstrijd van Oekraïne en aandacht vragen voor de Russische agressie in de Donbas. En dat was niet alles, hij hoopt desinformatie uit het Kremlin tegen te gaan met echte portretten van echte Oekraïners.

    Mark Neville verhuisde in 2020 van Londen naar Kyiv om daar zijn werk Stop Tanks with Books voort te zetten. Om een verdere opmars van de Russische troepen aan de Oekraïense grens een halt toe te roepen, wilde de fotograaf Oekraïnes aanvraag van het NAVO-lidmaatschap ondersteunen. Het was voor hem de enige manier, zei hij, om vorm te geven aan zijn verzet tegen de Russische invasie. Animo om het boek in productie te nemen was er nog niet direct, maar eind november 2021 zag uitgeverij Nazraeli Press in Californië de urgentie van het werk, evenals Mas Matbaa in Istanboel, dat het boek drukte en meewerkte aan de distributie ervan.

    Cover Neville Mark 1
    Mark Neville, Stop Tanks with Books

    In Londen, Parijs, Berlijn, Brussel en New York werden kantoren op-gezet om de 750 gratis exemplaren te verzenden, de hoeveelheid die Neville zich kon veroorloven. Vier dagen voor de Russische invasie in Oekraïne waren er ongeveer 150 tot 200 exemplaren verstuurd. 

    De fotograaf vraagt iedereen die iemand in een machtspositie kent of zelf politieke invloed kan uitoefenen, contact met hem op te nemen. Een gratis exemplaar van zijn boek is dan onderweg. 

  • Thaise jongeren laten zich niet langer het zwijgen opleggen

    Thaise jongeren laten zich niet langer het zwijgen opleggen

    De generatie Thaise jongeren die geboren is in de jaren negentig pikt het autoritaire en conservatieve systeem niet langer. Ze uitten massaal hun onvrede, online én offline.

    Dossier De straat op

    Overal ter wereld zijn gefrustreerde burgers de afgelopen jaren straat op gegaan om hun politieke of economische eisen kracht bij te zetten. In de meeste landen is men woedend over de ongelijkheid en de schaamteloze corruptie van de politieke klasse, terwijl met name de jongere generatie met moeite het hoofd boven water kan houden. De coronapandemie heeft de sociale tegenstellingen – maar ook de urgentie om hier iets aan te veranderen – alleen maar vergroot.

    Dit artikel verscheen eerder op 30 april in nummer 197 van 360 Magazine.

    De sfeer in het holle, donkere pakhuis aan een druk verkeerspunt in Bangkok was geladen, het was een zondagavond en het begon al te schemeren. Het publiek scandeerde slogans tegen de gevestigde orde in reactie op de provocerende hiphop op het podium: het nummer Prathet Ku Mee (‘Wat mijn land te bieden heeft’) van hoofdact Rap Against Dictatorship (RAD). Het nummer, een woedende aanklacht tegen de Thaise overheid, is het lijflied geworden van jongeren die de buik vol hebben van jarenlange politieke en economische chaos.

    In de tekst wordt de hoofdstad een ‘killing field’ genoemd en het aan de leiband van de junta lopende parlement een ‘speeltuin voor militairen’. De bijbehorende clip, online sinds oktober 2018, werd in de eerste week ruim 17 miljoen keer bekeken. Inmiddels gaat het om ruim 77 miljoen views. Nutthapong ‘Liberate P’ Srimuong, een van de voormannen van RAD, schudt zijn hoofd uit ongeloof over het succes van het nummer. ‘We hadden nooit gedacht dat we de jonge Thai zo zouden raken,’ vertelt hij na afloop van het concert. ‘Als je de social media volgt, voel je hun frustratie. En wij geven die een stem.’

    Het succes van Prathet Ku Mee staat symbool voor de groeiende ontevredenheid onder jonge Thai, die zijn opgegroeid in een tijdperk van permanente crisis. Wie in de jaren negentig in Thailand werd geboren, heeft de nasleep van de financiële crisis in Azië meegemaakt, twee staatsgrepen en ingrijpende grondwetshervormingen, terwijl het land sinds het leger in 2014 aan de macht kwam wordt overspoeld door een golf van autoritarisme en conservatisme. In plaats van zich stil te houden, verheffen Thaise jongeren nu hun stem, op internet en bij evenementen, zoals het optreden van RAD. ‘Als je niet openlijk kritiek uit, loop je uit de pas; het is tegenwoordig cool onder jonge Thai om verontwaardigd, boos en gefrustreerd te zijn over wat er in het land gebeurt,’ zegt Kan Yuenyong, directeur van Siam Intelligence Unit, een denktank uit Bangkok.

    Het kost de regering, met aan het hoofd de voormalig coupleider, generaal Prayuth Chan-ocha, moeite de onvrede te beteugelen. Daarom gebruikt ze klassieke autoritaire tactieken, zoals het illegaal verklaren van een politieke jongerenpartij en het optuigen van een inlichtingendienst die uitingen van onvrede nauwlettend in de gaten houdt. Maar waar vorige generaties zich lieten intimideren, gaat het deze keer anders, aldus Kan. ‘Na jaren te hebben gezwegen, staan de jonge generaties nu op een keerpunt.’

    Toenemende rebellie

    Onlangs verliet Chotiros Naksut op een vrijdagavond haar kantoor in Pathumwan, het zakendistrict van Bangkok. Ze droeg een T-shirt met daarop in koeienletters ‘Fuck Prayuth and if you like Prayuth fuck you too’. Zulke openlijke provocaties zijn niet zonder risico. De door Prayuth geleide junta en de gekozen regering bedienen zich van autoritaire middelen om aan de macht te blijven. Politieke activiteiten en openbare bijeenkomsten zijn aan banden gelegd. Critici worden ter ‘correctie’ van hun denkbeelden naar legerkampen afgevoerd. Social media worden gecensureerd en burgers die er kritische opmerkingen achterlaten worden aangeklaagd wegens poging tot opruiing. Democratisch gezinde activisten worden op klaarlichte dag aangevallen. De aanvallers ontlopen meestal hun straf, waardoor een sfeer van wetteloosheid ontstaat.

    Chotiros is vrienden kwijtgeraakt vanwege haar politieke opvattingen en is constant op haar hoede voor woedende reacties. ‘In het begin was ik bang en moest ik me verweren tegen figuren die me discrimineerden vanwege mijn sekse en omdat ik me uitspreek over seksualiteit,’ zegt ze, terwijl ze haar paars gekleurde lokken naar achteren veegt. ‘Maar nu niet meer. Grove taal maakt duidelijk dat we ons ergeren aan de toestand van ons land.’

    Haar eigen politieke bewustwording begon toen de junta aan de macht kwam. Chotiros, 28 jaar, zegt dat ze zich al op de middelbare school kwaad maakte over Thailands conservatieve genderbeleid. ‘Ik wilde aan de kaak stellen dat meisjes in onze maatschappij hun mond moeten houden over seks, politiek en godsdienst.’ Ze kwam in verzet door erotische fictie te schrijven, door seks te gebruiken als manier om maatschappelijke en culturele thema’s te verkennen. Haar debuut, de verhalenbundel Black Cherry, verscheen vorig jaar april in Thailand. Sindsdien is het aantal mensen dat haar op Facebook volgt gestegen tot ruim 21.000. Chotiros: ‘We moeten de conservatieve cultuur en het beeld dat de autoriteiten van Thailand voorspiegelen ter discussie stellen: dat het een land is van glimlachende, blije mensen. Dat is zowel een mythe als door het Thaise ministerie van Toerisme bedreven propaganda.’

    Jongeren zoeken nieuwe manieren om te protesteren

    Steeds meer jonge Thai nemen hun toevlucht tot provocaties, ondanks het gevaar van repercussies. ‘Ze nemen een risico door openlijk alles te bekritiseren wat hun toekomst in de weg staat,’ zegt Orapin Yingyongpathana, hoofdredacteur van The Momentum, een van de voornaamste Thaistalige digitale nieuwsplatforms. ‘Ze vinden dat Thailand vastloopt.’

    Dat geldt in elk geval voor de economie. De groei van het Thaise bruto binnenlands product, die de afgelopen jaren ondanks de politieke beroering relatief stabiel bleef, begint te haperen. In 2019 groeide de economie met slechts 2,5 procent. Dit jaar wordt een krimp verwacht, omdat de toerismesector wordt getroffen door de uitbraak van het coronavirus. Van 2009 tot 2019 nam de schuld per huishouden volgens de centrale bank van Thailand toe van 377.100 tot 552.500 baht (12.000 tot 17.600 dollar). De totale schuld bedraagt nu bijna 80 procent van het bbp.
    Tegelijkertijd vindt de hoger opgeleide stedelijke bevolking moeilijk werk.

    Volgens het Thailand Development Research Institute (TDRI), een gezaghebbende denktank, bedraagt de werkloosheid onder jonge Thai met een diploma of bacheloropleiding (7,3 tot 9,5 procent van de beroepsbevolking), respectievelijk 4,7 en 17,2 procent. ‘Ik verwacht dat die verder stijgt zolang de economische groei blijft dalen,’ zegt Yongyuth Chalamwong, onderzoeksdirecteur personeelsbeleid van TDRI. Berichten over aannamestops, minder orders en een dip in de consumentenbestedingen zorgen voor spanningen onder pas afgestudeerden die de arbeidsmarkt op willen.

    De 23-jarige Aomthip Kerdplanant, die in zijn laatste jaar aan de Chulalongkorn-universiteit in Bangkok zit en protesten tegen de luchtvervuiling
    in de stad heeft geleid, verwoordt de toenemende wanhoop. ‘We zeggen weleens dat we zijn geboren tijdens de financiële crisis en nu moeten
    solliciteren tijdens een economische crisis,’ aldus Aomthip. ‘We raken gestresst van die uitzichtloze toestand.’

    Maar die wanhoop levert wel creatieve manieren van demonstreren op. Half januari kwamen bijna veertienduizend mensen bijeen in een park in het noorden van Bangkok voor de 6 kilometer lange ‘Run Against Dictatorship’. Prathet Ku Mee schetterde uit speakers en veel hardlopers maakten met drie vingers het gebaar dat sinds de coup van 2014 geldt als teken van protest. ‘De afgelopen zes jaar werden geregeerd door angst. De mensen zijn bang geworden om op de traditionele manier te demonstreren. Daarom verzonnen we iets creatiefs voor wie niet bang is om kritiek te uiten,’ zegt Nutta Mahattana, een van de organisatoren van de loop. ‘We werden overweldigd door reacties van jongeren die nieuwe manieren zoeken om te laten merken dat ze genoeg hebben van het regime.’

    ‘Ik ben hier om te protesteren tegen de hypocriete politiek van Prayuth en de militairen die hem steunen,’ zei een deelnemer van in de twintig die in de technologiesector van Bangkok werkt. ‘De mensen hier weten dat de macht altijd uitvalt in het voordeel van één partij en onze hoop de grond in boort.’

    Achter deze evenementen in de echte wereld wordt de massa online gemobiliseerd. Thailand heeft met 57 miljoen internetgebruikers en 51 miljoen socialmediagebruikers een hoogwaardige digitale infrastructuur, blijkt uit cijfers van We Are Social, een mondiaal socialmediabedrijf. De Thaise antiautoritaire beweging heeft eigen influencers die actief zijn op social media, onder wie Khai Maew. Deze cartoonist, die werkt onder een schuilnaam, uploadt wekelijks minstens drie politieke spotprenten op zijn Facebookpagina met meer dan een half miljoen volgers. Vaak neemt hij Prayuth op de hak, die hij steevast afbeeldt met een hitlersnorretje. ‘Ik teken om de onderdrukking aan de kaak te stellen, niet om me erbij neer te leggen,’ zegt hij in een interview per e-mail. ‘Mijn belangrijkste thema’s zijn mensenrechten, vrijheid, corruptie en cliëntelisme.’

    Screen Shot 2021 04 14 at 7.44.25 PM

    Het toenemende ressentiment baart de Thaise overheid zorgen. Ze bedient zich van juridische middelen en aanpassingen van de grondwet om haar macht te verstevigen. Maar door met harde hand te regeren lijkt ze haar greep op de middenklasse te verspelen. ‘Vooral daarom komen mensen massaal in verzet,’ zegt James Buchanan, die aan de City University in Hongkong onderzoek doet naar maatschappelijke bewegingen in Thailand. ‘De afgelopen tien jaar heeft de gevestigde macht zo duidelijk laten blijken dat ze zich misdraagt dat jongeren uit de middenklasse het niet meer pikken.’

    De steun van Thaise jongeren – en de toorn van de overheid – richt zich op de Future Forward Party (FFP), die in maart 2018 werd opgericht en een jaar later meedeed aan de verkiezingen. De partij, geleid door de 41-jarige mediagenieke miljardair Thanathorn Juangroongruangkit, deed haar best om in de smaak te vallen bij jonge kiezers. Ze streefde naar grondwetshervorming, een einde aan de Thaise oligarchieën en een minder groot, minder machtig leger. Vooral het voorstel om een einde te maken aan de militaire dienstplicht voor mannen van boven de 21 vond veel weerklank.

    De FFP herschreef ook de regels van het politieke spel. In plaats van te vertrouwen op vrijwilligers die langs de deur gaan om stemmen te werven en op netwerken van begunstigers – van oudsher manieren om stemmen te trekken tijdens Thaise verkiezingen – stopte de FFP haar geld in campagnes op social media, waarmee ze zich richtte op stedelijke gebieden en universiteitssteden. ‘We proberen de kracht van onlineplatforms maximaal uit te buiten. Veel “futuristas” hebben ons daarbij geholpen door ons te hashtaggen en onze content te delen,’ zegt Pannika Wanich, woordvoerder van de partij, in een interview. ‘In steden hebben de mensen liever niet dat er iemand aan de deur komt en staan ze meer open voor nieuwe politieke partijen.’

    Het militaire establishment, dat de verkiezingen hoopte te gebruiken om zijn positie in het hart van de politiek te verstevigen, maakte zich niet druk om de aanpak van de FFP. Volgens bronnen binnen de Thaise militaire inlichtingendienst gaf het leger de onlinecampagne van de nieuwe partij weinig kans. Ze schatten op grond van peilingen dat die tien tot twintig zetels zou opleveren. ‘De FFP gebruikte geen traditionele wervingsmethoden en we hebben er nooit naast gezeten met onze voorspellingen,’ aldus een bron. ‘Dus was de uitslag een complete verrassing. De jonge kiezers die de FFP steunden bewezen ons ongelijk en het werd duidelijk hoe groot de impact van social media op de Thaise politiek is.’ De FFP won 81 van de 500 parlementszetels, werd de op twee na grootste partij en al tijdens haar eerste verkiezingen een geduchte politieke tegenstander.

    Thanathorn schrijft die aardverschuiving toe aan de vormende jaren van de jonge Thai. Die werden geboren in de nasleep van de ‘Tom Yam Kung’-crisis van 1997 – genoemd naar het intens hete, populaire nationale gerecht – die de Thaise economie deed krimpen. In de kwakkelende jaren daarna was het een komen en gaan van protestbewegingen en waren de jongeren getuige van bloedige confrontaties tussen demonstranten en het leger. Sindsdien zagen ze dat de uitslag van twee verkiezingen door het leger ongedaan werden gemaakt. ‘Dus als je nu in het laatste jaar van je studie zit, begin je te begrijpen dat er iets goed mis is in je land,’ zegt Thanathorn. ‘Nog belangrijker is het als je beseft dat wat je op school en tijdens je studie leert niet strookt met de werkelijkheid.’

    Het succes van de FFP leidde tot verzet onder de ultraconservatieven, die manieren bedachten om de legitimiteit van de partij in twijfel te trekken. In november verloor Thanathorn zijn parlementszetel, nadat de rechtbank hem schuldig had verklaard aan overtreding van de regel dat deelnemers aan de verkiezingen geen belang in mediabedrijven mogen hebben.

    Thanathorn zei dat hij zijn aandeel in V-Luck Media had verkocht voordat zijn campagne begon, maar volgens de rechtbank ontbrak het aan bewijs dat hij het bedrijf had overgedragen. De partij zelf voorkwam ternauwernood dat ze in januari werd ontbonden, nadat een rechtbank had geoordeeld dat ze de monarchie niet had ondermijnd, zoals werd beweerd.

    In totaal spanden bondgenoten van de ultraconservatieven ruim 25 rechtszaken tegen de FFP aan. Eind februari ging het mis, toen het Constitutionele Hof oordeelde dat Thanathorn voorafgaand aan de verkiezingen in maart 191 miljoen baht zou hebben ontvangen. De partij werd ontbonden. Van tevoren had Thanathorn gezegd: ‘Als ze ons ontbinden, gooien ze deur naar een vreedzame democratische overgang in het slot, wat gevaarlijk is. Thailand zal dan geen politieke rust kennen.’

    Een andere tactiek van de veiligheidsdiensten is beproefde autoritaire middelen in de strijd te gooien om de ziel van de Thaise jeugd voor zich te winnen. De binnenlandse veiligheidsdienst (ISOC), die ten tijde van de Koude Oorlog werd opgericht om op communisten te jagen, heeft onder Prayuth weer aan gezag gewonnen. De dienst roept jongeren op zich aan te sluiten bij patriottische organisaties die de monarchie en het boeddhisme als grondslag van de Thaise identiteit beschouwen.

    ‘Elke ISOC-afdeling moet haar doel halen: een x-aantal mensen ronselen voor trainingen,’ zegt Puangthong Pawakapan, een Thaise politicoloog en auteur van het binnenkort te verschijnen Infiltrating the Society: The Thai Military’s Internal Security Affairs (‘Infiltreren in de samenleving: de binnenlandse veiligheidsdienst van het Thaise leger’). Een groot deel van het budget van de veiligheidsdienst gaat op aan monarchistisch-nationalistische programma’s, zegt ze. ‘Die mogen ze inrichten zoals ze willen, bijvoorbeeld een eendaags programma voor een man of honderd of een lezing van een paar uur voor een gehoor van drieduizend deelnemers.’

    James Bond-afdeling

    Het militaire establishment bewandelt ook nieuwe wegen en heeft zelfs een Facebookpagina opgetuigd – ‘ISOC007’, in veiligheidskringen gekscherend de ‘James Bond-afdeling’ genoemd – om ‘inlichtingen’ van burgers te verzamelen. De door het leger geleide controletak ‘Ro.Dor.Cyber’ luistert duizenden studenten af ‘om onpatriottische onlineactiviteiten in de gaten te houden’, aldus een hooggeplaatste bron uit legerkringen. Daarnaast heeft de overheid een ministerieel ‘crisiscentrum’ ingericht om ‘nepnieuws’ te volgen. Tot slot probeert ze onlineactiviteiten af te schilderen als een gevaar voor de nationale veiligheid. ‘Social media zijn machtiger dan de wapens van het leger,’ waarschuwde opperbevelhebber generaal Apirat Kongsompong vorig jaar april in een toespraak.

    Het lijkt onwaarschijnlijk dat de Thaise militaire regering met oude tactieken de nieuwe problemen zal kunnen oplossen, want traditionele machtsmiddelen boeten aan kracht in. ‘Jongeren willen een andere relatie tot de Thaise politiek, met een nieuwe generatie leiders die rechtstreeks in contact staat met jonge kiezers,’ zegt Penchan Phoborisut, een Thaise communicatiewetenschapper van de California State University in Fullerton. Online durven jongeren zelfs het koningshuis uit te dagen, iets wat lange tijd taboe was. Twitteraars stellen openlijk het afsluiten van wegen en vakantiecomplexen voor de koninklijke huishouding ter discussie, ondanks eventuele zware gevangenisstraffen wegens majesteitsschennis.

    Eind 2019 liet de overheid merken dat ze zich bewust was van het veranderende culturele tij toen ze een veiligheidsplan publiceerde. ‘De nieuwe generaties hebben geen band meer met het koningshuis, want ze zijn zich er niet goed van bewust dat de monarchie de ziel vormt van het land,’ aldus het plan, dat afkomstig was van de Raad voor de Nationale Veiligheid. Volgens een ingewijde staat het militaire establishment, dat maatschappelijke en politieke tegenstellingen – conservatief tegenover hervormingsgezind, arme kiezers tegenover extreem rijke – uitbuit
    om de Thaise democratie in zijn greep te houden, voor een onmogelijke uitdaging. ‘Het wordt geconfronteerd met een nieuwe scheidslijn in de Thaise politiek: die tussen de generaties,’ aldus de bron. ‘De politieke scheidslijn loopt niet langer tussen stad en dorp of tussen hoofdstad en provincie, maar wordt gevormd door social media. En de jongere generatie is die slag aan het winnen.’

    Chotiros verwacht dat de generatiekloof steeds dieper zal worden als de heersende klasse zich doof houdt voor de woede van de Thaise jeugd. ‘We willen eerlijke antwoorden op de vraag waarom dit land in het slop is geraakt,’ zegt ze. ‘Door het handelen van de machthebbers is het de afgelopen tien jaar de verkeerde kant op gegaan. Onze generatie laat dat niet stilzwijgend aan zich voorbijgaan.’

  • Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    Víctor Jara leeft in Chili nog altijd voort als symbool van verzet

    De complete Chileense culturele sector steunt de protesten van de bevolking tegen het regeringsbeleid van president Sebastián Piñera en voor een gelijke verdeling van de welvaart in het land. De muziek van de vermoorde zanger Víctor Jara brengt het protest tot uiting.

    Keuze uit het archief

    Afgelopen maandag werd in Chili een aantal oud-soldaten van het Pinochet-regime vijftig jaar na dato veroordeeld voor de moord op de populaire zanger Víctor Jara. Ze werden schuldig bevonden aan het martelen en vermoorden van dit icoon van de Latijns-Amerikaanse populaire muziek in 1973. Als lid van de Chileense Communistische Partij was Víctor Jara fervent aanhanger van president Salvador Allende, die in 1970 de verkiezingen won en slachtoffer werd van een door de CIA gesteunde militaire staatsgreep op 11 september 1973. Dit artikel uit El País van vier jaar geleden laat zien hoe belangrijk Víctor Jara nog steeds is voor de Chileense bevolking, die in 2019 en masse de straat op ging. Jara’s muziek klonk tijdens elke demonstratie en voorzag de onvrede van de Chilenen met het regeringsbeleid van woorden. Zelfs vijftig jaar later is de nagedachtenis aan Jara nog altijd springlevend in Chili.

    Toen de Chileense singer-songwriter Mon Laferte tijdens de uitreiking van de Latin Grammy’s op de rode loper haar jurk van haar schouders liet glijden was voor de hele wereld de protestboodschap op haar borst zichtbaar: ‘Chili martelt, moordt en verkracht’. Haar daad was slechts het topje van de ijsberg. De complete Chileense culturele sector steunt de demonstraties van de bevolking, die de ongelijke verdeling van de welvaart in het land niet langer pikt. Alle kunstdisciplines hebben zich verenigd, graffiti-artiesten die de muren in de stad beschilderen staan zij aan zij met ’s lands succesvolste schrijver Isabel Allende. Iedereen doet mee.

    ‘Nooit werd er in Chili naar aanleiding van sociale onrust zo veel nieuwe muziek gemaakt in zo’n korte tijd,’ zegt muziekjournalist en schrijver Marisol García.

    ‘In Chili zijn muziek en politiek en soms ook politiek activisme altijd al nauw met elkaar verweven, maar het leek alsof die traditie een beetje was ingezakt. De demonstraties begonnen op 18 oktober en vanaf die dag komen artiesten bijna dagelijks met nieuwe liedjes. Rappers, techno-dj’s, iedereen laat van zich horen,’ aldus García. Nog maar een paar dagen geleden was op een steenworp afstand van het epicentrum van de burgerprotesten te zien hoe kunstenaars zich manifesteren. Daar, op het Plaza Baquedano, pal voor haar thuisbasis het Teatro de la Universidad, gaf het Orquesta Sinfónica Nacional een concert. ‘Wij strijden voor dezelfde zaak als het Chileense volk en voor ons is muziek de manier om ons te uiten,’ vertelde violist Daniel Zelaya.

    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH
    Muzikanten te midden van een anti-regeringsprotest in Santiago op 22 oktober. Het protest tegen het regeringsbeleid van president Piñera wordt breed gesteund onder muzikanten, filmmakers, kunstenaars en schrijvers. – © Esteban Felix / AP Photo / HH

    Een van de symbolen van deze protestmaand was het lied ‘El derecho de vivir en paz’ (Het recht op leven in vrede) van singer-songwriter Víctor Jara, die kort na de militaire staatsgreep in 1973 werd vermoord. Wat dit lied losmaakte, kun je vergelijken met de impact van de humoristische cartoons tijdens de dictatuur van Pinochet. Meer dan een miljoen mensen hadden zich verzameld voor een mars in Santiago de Chile. Ze gaven gehoor aan de oproep van het collectief Mil guitarristas para Víctor Jara [Duizend gitaristen voor Víctor Jara], dat zich voor de Biblioteca Nacional had verzameld om zijn liederen te spelen.

    Dit lied werd ook uitgekozen door achttien Chileense musici uit alle delen van de wereld – Israël, Duitsland, New York – om op sociale media te verspreiden. Cellist Daygoro Serón, die in Oostenrijk woont en werkt, vroeg elke musicus om het stuk te spelen terwijl ze zichzelf filmden. Alle opnames werden in een enkele video gemonteerd, die was te zien op sociale media. ‘Het stemt hoopvol dat diverse maatschappelijke en politieke sectoren spontaan de handen ineen slaan om te strijden tegen ongelijkheid,’ vindt gitarist Emmanuel Sowicz, die in Londen woont en deelnam aan het initiatief.

    ‘President Piñera, vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was, er is geen weg meer terug,’ zegt Isabel Allende aan het begin van een video van het Chileense schrijfsterscollectief AUCH! die in de begindagen van de protesten circuleerde op sociale media. Een maand later zijn als gevolg van de protesten 23 burgers omgekomen en 2391 gewond geraakt, aldus het Instituto Nacional de Derechos Humanos [Nationaal Instituut voor Mensenrechten]. De overheid zegt dat 1974 agenten verwondingen opliepen. De uitspraak van de beroemde schrijver van Het huis met de geesten kreeg bijval van auteurs van over de hele wereld.

    De Nicaraguaanse schrijver Gioconda Belli en de Peruaanse schrijver Santiago Roncagliolo riepen op tot ‘waardigheid, geen kogels’. Zowel in binnen- als buitenland heeft de literatuur haar stem laten horen. ‘Er zijn steunbetuigingen opgesteld, handtekeningen verzameld, opiniecolumns geschreven, de sociale media zijn ingezet, er zijn lezingen op openbare plekken georganiseerd en spontane bijeenkomsten opgeluisterd,’ somt de jonge romanschrijver Alejandra Costamagna op. Dit alles dient maar één doel: de roep om een rechtvaardige samenleving, een samenleving waar sociale verworvenheden geen handelswaar zijn maar rechten,’ zegt Costamagna, auteur van de bekroonde roman El sistema del tacto

    Solidariteit in de kunsten

    Al laten de letteren flink van zich horen, misschien wordt het nieuwe Chili, waarvan de huidige protesten en demonstraties een uiting zijn, de laatste jaren wel het beste verbeeld door toneelschrijvers als Guillermo Calderón of Luis Barrales. Maar ook de filmwereld heeft zich deze dagen geroerd. De productiemaatschappij Fábula, van filmmaker Pablo Larraín, riep tijdens een bijeenkomst van vakgenoten op tot een ‘moment van bezinning’.

    Tegelijkertijd documenteren verschillende collectieven, zoals Registro Callejero, wat er zich op straat afspeelt. Actrice en regisseuse Manuela Martelli, die met haar camera de straat op is gegaan om de demonstraties te filmen, zegt dat ‘in Chili het gevoel overheerst dat er sprake is van machtsmisbruik, dat er ongelijkheid is en dat Chili welvarender wordt maar dat niet iedereen daarvan profiteert’.

    ‘Vanuit alle delen van de wereld hebben schrijvers gezien dat Chili niet langer is wat het ooit was’

    Ook de grotere musea manifesteren zich. Claudia Zaldívar, directrice van het Museo de la Solidaridad Salvador Allende, vertelt dat het museum zijn deuren sloot toen de noodtoestand werd uitgeroepen en het leger de straat op ging. ‘We hebben een bijeenkomst georganiseerd voor de buurtbewoners. Het museum staat in dienst van de gemeenschap en is een plek voor de dialoog,’ verduidelijkt Zaldívar.

    De kunstvereniging Arte Contemporáneo Asociado – bestaand uit kunstenaars, theoretici en conservators – trok de publieke ruimte in. Op 25 oktober organiseerden ze een massale mars langs zes monumenten in Santiago de Chile die symbool staan voor de geschiedenis, de cultuur en de grote verhalen van Chili. Ze bedekten de monumenten met doeken als waren het lijkwades. Volgens kunstcriticus en bestuurslid Diego Parra ‘proberen kunstenaars vanuit hun eigen discipline, dat wil zeggen de verbeelding, een tegengeluid te laten horen’. 

  • 5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    5. Polen maakt jacht op communistische symbolen

    Of het nu om Lenin gaat of Karl Marx, de regerende Poolse conservatieve partij is vastbesloten alle herinneringen aan het communistische verleden uit te wissen.

    Dankzij een in de lente van 2016 aangenomen wet hadden de Poolse steden tot 2 september van dit jaar om alle straten, gebouwen en openbare plekken om te dopen die ‘personen, organisaties, evenementen of data eren die gelieerd zijn aan het communisme of een ander totalitair regime’.

    Deze wet past bij de manier waarop de ultraconservatieve partij Recht en Rechtvaardigheid (Pis), die sinds bijna twee jaar in Polen aan de macht is en het vaste voornemen heeft de revolutie van 1989 te vervolmaken, omgaat met het verleden. Volgens de PiS werd er tijdens de onderhandelingen die destijds tot een vreedzame overgang van communistische dictatuur naar democratie leidden, onvoldoende gebroken met het oude systeem en werd de verantwoordelijkheid van mensen die zich aan misdaden hadden schuldig gemaakt verzwegen. Al had Polen in het begin van de jaren negentig iedere verwijzing naar de meest controversiële figuren, zoals Lenin en Stalin, uit de publieke ruimte verwijderd, de journalistieke onderzoekssite OKO-press noemt een aantal andere namen die, hoewel ze gelieerd waren aan het communisme, niet per se in ongenade hoeven te vallen: Karl Marx, de verdedigers van Stalingrad of de Poolse vrijwilligers in de jaren dertig van de vorige eeuw.

    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty
    ‘De kabouters van Wroclaw’: een serie bronzen kabouters ter ere van verzetsbeweging Oranje Alternatief, die de kabouter als symbool gebruikte. Sinds 2001 worden de beeldjes verspreid door de stad geplaatst. – © Michael Gottschalk/Photothek/Getty

    De oppositiekrant Gazeta Wyborcza onthult welke strategie sommige steden volgen om de wet te omzeilen. In Warschau, waar de liberalen de meeste zetels hebben in de gemeenteraad, ‘zullen zes straten van naamgever veranderen. De nieuwe naamgevers hebben dezelfde achternaam maar een andere voornaam en een andere biografie.’

    De burgemeester van Gdańsk, ook een liberaal, weigert vierkant de wet toe te passen, die hij zowel ‘absurd als strijdig met het principe van plaatselijke autonomie en de wil van de burgers’ noemt. De opstandige gemeenten zullen het moeten opnemen tegen de regioprefecten, die allemaal door PiS zijn benoemd toen de partij eind 2015 aan de macht kwam. De laatsten kunnen met de wet in de hand het omdopen van openbare plekken forceren als het Instituut voor Nationale Herinnering dat nodig acht.

    Met het risico dat je straten met twee namen krijgt? Het nationalistische weekblad Gazeta Polska looft niettemin het Poolse ‘model’ en legt uit ‘hoe Polen Oost-Europa van de communistische smet zou moeten ontdoen’, met name Oekraïne, de Baltische staten en Moldavië.

    Vertaler: Peter Bergsma

    Courrier International
    Frankrijk | weekblad | oplage 205.000

    De Franse 360. Sinds twintig jaar een begrip in de kiosk. Bijgenaamd het Pentagon van de journalistiek, omdat Courrier nauwlettend in de gaten houdt wat er over de hele wereld wordt geschreven door de media.

  • Bloggen in Vietnam doe je op eigen risico

    Bloggen in Vietnam doe je op eigen risico

    De Vietnamese regering vervolgt haar critici met harde hand, en aarzelt niet om dissidente journalisten op te sluiten. De Thaise website Khaosod sprak in Ho Chi Minhstad met twee activistische Vietnamese bloggers.

    Het was halverwege de ochtend toen twintig politieagenten van de Veiligheidsdienst van de Volksrepubliek Vietnam een kleuterschool in het centrum van Saigon binnenvielen op zoek naar Pham Chi Dung. Voor de ogen van de geschrokken ouders, leraren en kinderen, onder wie zijn driejarige zoon, werd hij weggevoerd.

    Dit was een van de drie keer in 2015 dat Dung, vijftig, zomaar werd gearresteerd door de politie in Ho Chi Minhstad. Hij werd in hechtenis genomen en onderworpen aan een urenlange ondervraging waarbij psychologische druk op hem werd uitgeoefend. Dit alles in de hoop dat hij toe zou geven of bewijs zou leveren dat hij een misdaad had gepleegd die in de meeste landen wordt beschouwd als een mensenrecht.

    ‘Ze deden alsof ik een terrorist was,’ zegt hij.

    ‘Op dit moment zitten er drie politieagenten in de coffeeshop naast mijn huis die mijn doen en laten in de gaten houden en me volgen’

    Dung is een dissidente blogger die het aandurft om de staatscontrole op de media te tarten, en de draconische wetten inzake kritiek op de regering te trotseren. Hij en nog een activistische blogger gaven recentelijk, na een reeks acties tegen Vietnamese bloggers, een aantal interviews om hun strijd toe te lichten, de Vietnamese censuur te vergelijken met die van Thailand en de rol van de internationale gemeenschap in hun strijd voor een vrije pers uiteen te zetten.

    Dung was dertig jaar lid van de Vietnamese Communistische Partij, maar viel uit de gratie wegens zijn onomwonden uitspraken. Maar hij liet zich niet het zwijgen opleggen. Toen hij werd vrijgelaten, bleef hij onregelmatigheden van de regering aan de kaak stellen. Hij hielp bij de oprichting van de Vietnamese Onafhankelijke Journalistenvereniging, waarvan hij nu voorzitter is en die tot doel heeft mensenrechtenschendingen van de Communistische Partij aan het licht te brengen.

    De vereniging heeft opmerkelijke partijschandalen geopenbaard waarbij nepotisme, landtoe-eigening en corruptie een rol spelen. Hun website, de Vietnam Times, veroordeelde onlangs de aanhouding van twee activistische dissidente bloggers: Nguyen Ngoc Nhu Quynh, alias ‘Me Nam’, en Ho Van Hai. Zij werden in oktober gearresteerd en op 2 november aangeklaagd wegens propaganda tegen de staat onder Artikel 88 van het Wetboek van Strafrecht. Daarvoor zouden ze een gevangenisstraf van twintig jaar kunnen krijgen.

    ‘Dat is normaal,’ zegt Dung, omdat er volgens hem tegen het eind van het jaar meer mensen werden gearresteerd. ‘De politie wil het jaar afsluiten met een “prestatie”, dus volgen er arrestaties.’

    Toch heeft Dung het gevoel dat er verandering op komst is in het land. Volgens hem treden de autoriteiten ook zo streng op tegen critici omdat ze bang zijn voor een opstand. Maar strafexpedities tegen dissidenten, zegt hij, werken alleen maar averechts. ‘Het moedigt anderen aan tot acties. Het verlangen naar meer democratie is heel sterk. Het gaat slecht met de economie, er is veel corruptie en de mensen leven al heel lang in een dictatuur. De vijf procent aan de top gaan over de economie en mensen haten de regering, maar ze zwijgen. Ze kunnen zich niet uiten omdat ze bang zijn vervolgd te worden.’

    Met die vervolging levert Dung dagelijks strijd. Voor de mensen die hem steunen zijn hij en zijn kameraden vrijheidsstrijders, maar de regering ziet hen als een bedreiging voor de stabiliteit van het land. ‘Op dit moment zitten er drie politieagenten in de coffeeshop naast mijn huis die mijn doen en laten in de gaten houden en me volgen,’ zegt Dung, die bijna klinkt alsof hij een leven waarin hij constant in de gaten wordt gehouden heeft geaccepteerd.

    Dit soort situaties maken dat Vietnam slecht scoort op het gebied van transparantie, en dat het wordt beschouwd als een van de slechtste landen om journalist te zijn. ‘Ze willen de invloed van de Journalistenvereniging verminderen om te vermijden dat mensen geïnformeerd worden over wat er zich in werkelijkheid afspeelt in dit land,’ zegt Dung.

    Blogger en activist Pham Chi Dung.
    Blogger en activist Pham Chi Dung.

    Dinh Cong Le (48) is een medestander van Dung in de strijd om de vrijheid van meningsuiting. Deze voormalige advocaat stelde al in 2003 mensenrechtenschendingen aan de kaak. Hij werd gearresteerd, en in 2009 werd zijn licentie als advocaat ingetrokken nadat hij en vier andere activisten beschuldigd werden van propaganda voeren tegen de staat. Een van hen kreeg een straf van zestien jaar en zit nog steeds in de gevangenis. ‘Ik kreeg vijf jaar, maar dankzij druk van de internationale gemeenschap werd ik een jaar eerder vrijgelaten. Wel kreeg ik nog drie jaar huisarrest opgelegd,’ vertelt Le.

    Le is ook een vooraanstaande blogger die de persvrijheid verdedigt. Hij wordt veel gevolgd door internetgebruikers binnen en buiten Vietnam, en zijn kritische Facebook-posts krijgen binnen enkele uren duizenden likes.

    Maar zo veel roem heeft een prijs. Le heeft te kampen met dezelfde problemen als Dung. ‘Ik word overal gevolgd. Als ik naar andere regio reis, zoals naar het noorden van Saigon, volgen ze me. Vandaag ben ik vrij, maar morgen kan ik weer in de gevangenis zitten.’

    Een tijdje geleden was hij op weg naar de havenstad Vung Tau om een conferentie te bezoeken. ‘Plotseling verschenen meer dan honderd agenten om onze groep van dertig mensen te arresteren,’ vertel hij. Le en zijn mensen werden herhaaldelijk geslagen, gearresteerd en tien uur lang in hechtenis gehouden. Na te zijn onderworpen aan een slopend verhoor was hij de laatste die werd vrijgelaten. Het was na middernacht. ‘Ze lieten ons om één uur ’s nachts vrij midden op een donkere snelweg. Ik wist niet hoe ik terug moest komen naar Vung Tau omdat ze me mijn telefoon en bagage hadden afgenomen. Ik moest een halfuur over de donkere weg lopen voor ik een taxi vond.’

    Internationale steun

    Gevraagd om de censuur in Vietnam te vergelijken met die in de rest van Zuidoost-Azië, en in het bijzonder Thailand, zegt Dung dat Artikel 88 minder abstract is dan Thailands Artikel 112, waarin het beledigen van een lid van de koninklijke familie bestraft kan worden met maximaal vijftien jaar gevangenisstraf per vergrijp. Die wet op majesteitsschennis wordt in Thailand al ruimer toegepast, maar in Vietnam heeft hij betrekking op de hele regering. ‘Thailand heeft ten minste een geschiedenis van een meerpartijendemocratie. Hier mogen we geen kritiek hebben op de Communistische Partij. Kritiek op die partij in Vietnam staat gelijk aan kritiek op de koning in Thailand,’ zei Le. Volgens hem is het fundamentele verschil dat de ene wet toezicht uitoefent op het hele politieke systeem, terwijl de andere apolitiek is.

    Le en zijn collega’s moeten vanuit huis opkomen voor hun zaak; de regering vindt hen namelijk bedreigend genoeg om ze te verbieden te reizen. ‘Afgelopen augustus was ik uitgenodigd voor een conferentie over de burgermaatschappij in Oost-Timor. Ik stond op het punt in het vliegtuig te stappen, toen ik te horen kreeg dat ik geen toestemming had om te vertrekken.’

    Le meent dat er in zoverre vooruitgang is geboekt dat er nu druk op de regering wordt uitgeoefend om in elk geval naar andere opinies te luisteren. Hij vertelt over de onderdrukte woede van de Vietnamezen over schandalen die onbestraft zijn gebleven, zoals het dumpen van zwaar giftig afval, en beschrijft het politieke systeem als zwak en op het punt van instorten.

    Politiemensen voor het gerechtsgebouw in Ho Chi Minhstad waar blogger Dinh Cong Le werd veroordeeld tot vijf jaar cel. – © Reuters
    Politiemensen voor het gerechtsgebouw in Ho Chi Minhstad waar blogger Dinh Cong Le werd veroordeeld tot vijf jaar cel. – © Reuters

    Le: ‘De regering is bang dat we onze stemmen blijven verheffen. Op 22 oktober waren er protesten tegen de Formosa Plastic Group [een bedrijf dat uiteindelijk 500 miljoen dollar schadevergoeding moest betalen wegens het veroorzaken van een milieuramp] die de regering niet onder controle kon krijgen. Ze willen niet dat dit nog verder escaleert. We zijn een blok aan hun been omdat we de kwestie niet laten rusten. Het fenomeen mag zich niet verspreiden naar andere regio’s of steden.’

    Le zegt dat hij niet bang is voor een nieuwe arrestatie omdat hij al eens een gevangenisstraf heeft uitgezeten en niets te verliezen heeft. ‘Niemand wil gearresteerd worden. Maar als ik weer in hechtenis wordt genomen voor het verspreiden van mijn ideeën, dan bewijst dat dat de regering niet van plan is te veranderen. Ik ben bezorgd over mensen die nog nooit in de gevangenis hebben gezeten, want zij zijn wel bang. Ze kijken altijd om zich heen als ze iets willen zeggen.’

    Ondanks het huidige klimaat zien beide bloggers redenen om optimistisch te zijn. Dung denkt dat zijn organisatie uiteindelijk erkend zal worden door de regering en openlijk te werk zal kunnen gaan. ‘Misschien in 2017,’ zei hij met een hoopvolle blik. ‘We willen een centrum zijn voor de strijd om vrijheid van meningsuiting als voorwaarde voor een burgermaatschappij in het toekomstige Vietnam.’

    Le, overtuigd van het belang van zijn actiegroep voor een vrije pers, vertelt dat de bloggersgemeenschap telkens groter wordt en vergelijkt zijn inspanningen met het ontkiemen van een zaadje, dat hopelijk ooit tot bloei zal komen. ‘Op de dag dat onze ideeën zullen floreren, zal de Vietnamese maatschappij veranderen. Bloggers en activisten zoals ik hebben een wankele toekomst. We weten nooit wanneer we gearresteerd zullen worden. Maar onze ideeën zijn onwankelbaar. Ooit zullen ze werkelijkheid worden.’

    Auteur: Lobsang Dundup Sherpa Subirana
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Khaosod
    Thailand | dagblad | oplage 300.000

    Opgericht in 1991. ‘Vers nieuws’ is een nationale Thaise krant. Gematigd, liberaal. Breed georiënteerd en ‘upcountry-focused’.

  • Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Onrust in Hongkong is China’s schuld

    Veel jongeren in Hongkong willen dat de stad zich losmaakt van China. En als Beijing volhardt in zijn onbuigzame houding, zal hun aantal alleen maar groeien, waarschuwt een Occupy-leider.

    De afgelopen maanden zijn er in onze stad diverse politieke organisaties opgericht door jonge mensen. Hun politieke streven – zelfbeschikking en onafhankelijkheid voor Hongkong – zou twintig jaar geleden waarschijnlijk als ondenkbaar zijn beschouwd. Hoewel de organisaties gericht zijn op de periode na 2047 en niet vragen om onmiddellijke zelfbeschikking of onafhankelijkheid, hebben ze in de ogen van Beijing al een grens overschreden.

    Zelfbeschikking en onafhankelijkheid verschillen fundamenteel van elkaar. Zelfbeschikking verwijst vaak naar 
een situatie waarin een bepaalde 
groep mensen die dezelfde culturele 
of etnische identiteit delen, het grondwettelijke recht opeisen om hun 
eigen overheidszaken te regelen en hun eigen besluiten te nemen over bepaalde kwesties. Ze willen dus 
eigenlijk autonomie en niet zozeer 
een onafhankelijke staat, dit in tegenstelling tot diegenen die volledige onafhankelijkheid eisen.

    Zelfbeschikking

    Zelfbeschikking is vaak het resultaat van een referendum, terwijl onafhankelijkheid door een referendum óf revolutie bereikt kan worden. Wat Hongkong betreft zijn mensen die voor zelfbeschikking zijn het niet per se eens met de pro-onafhankelijkheidsbeweging. Sommigen van hen zijn wellicht tegen het idee van afscheiding van China, vooral de gematigder kiezers, zoals velen in de middenklasse. Zij zien Hongkong nog steeds als deel van de Volksrepubliek China, maar zijn kwaad over Beijings constante inmenging in kwesties die Hongkong betreffen en China’s schending van het principe van ‘één land, twee systemen’; en dus zoeken ze een manier om onze autonomie te verdedigen die bekrachtigd is in de Basiswet, en om de zaken recht te zetten.

    Pro-onafhankelijkheidsorganisaties daarentegen vragen om de afscheiding van Hongkong van het vasteland en willen een zelfstandige stadstaat worden zoals Singapore. In dit artikel wil ik geen standpunt innemen over zelfbeschikking of onafhankelijkheid, en ook de haalbaarheid van die opties niet analyseren.

    Hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler of zelfs gewelddadiger ze worden

    Ik wil alleen proberen te verklaren wat de oorzaak is van die plotselinge opkomst van pro-zelfbeschikkings- 
en pro-onafhankelijkheidsgevoelens 
in Hongkong. De snelle groei van dat sentiment heeft zijn wortels in de zogenoemde ‘Resolutie 831’, die op 31 augustus 2014 werd aangekondigd door het Permanente Comité van het Nationale Volkscongres, betreffende 
de regeling van de verkiezingen van Hongkongs topfunctionaris in 2017. 
De ontbinding van de daarna ontstane burgerlijkeongehoorzaamheidsbeweging Occupy Central heeft bijgedragen aan die gevoelens. Pas toen het Comité met ‘Resolutie 831’ kwam, begonnen veel mensen in Hongkong te beseffen dat Beijing niet van plan was ons enig algemeen stemrecht te gunnen. Erger nog, de democratisering van onze stad is voor onbepaalde tijd tot stilstand gekomen, nadat het verkiezingsvoorstel van de overheid vorig jaar werd verworpen in de Wetgevende Raad.

    Als gevolg daarvan raakten veel mensen teleurgesteld in ‘één land, twee systemen’ en geloofden 
ze niet langer dat de Basiswet ons echte democratie zou garanderen. Het waren dat bittere verraad, de desillusie, verontwaardiging, frustratie en onmacht en het ongeduld van het publiek over de huidige stand van zaken en de toekomst van de democratisering in onze stad die uiteindelijk hebben geleid tot het idee van zelfbeschikking en zelfs van afscheiding van China: als Beijing ons niet geeft wat we willen, waarom gaan we dan niet gewoon uit elkaar?

    Tien jaar geleden was het totaal ondenkbaar dat mainstreammedia de mogelijkheid bespraken dat Hongkong zijn eigen toekomst zou bepalen en zich zelfs, tegen de wil van Beijing in, onafhankelijk zou verklaren. Met andere woorden: die separatistische sentimenten in onze stad zijn ontstaan door Beijings onhandigheid en de weigering om ook maar een duimbreed toe te geven wat betreft de regeling voor 
de verkiezingen in 2017.

    Als Beijing zijn standpunt over Hongkongs stemrecht niet verzacht, denk ik dat er de komende tijd hoe langer hoe meer inwoners zullen worden aangetrokken door het idee van zelfbeschikking of zelfs van onafhankelijkheid. En hoe harder Beijing hen aanpakt, hoe radicaler 
of zelfs gewelddadiger ze worden, waardoor onze stad in een gevaarlijke cirkel van constante onderdrukking en verzet terecht zal komen.

    Auteur: Benny Tai
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Benny Tai is hoogleraar Rechten aan de Universiteit van Hongkong. Hij werd in 2013 bekend als initiatiefnemer van de Occupy Central-beweging, die streed voor vrije verkiezingen in de voormalige Britse kroonkolonie.

    Hong Kong Economic Journal
    Hongkong | dagblad | oplage 65.000

    Financiële en liberale krant voor de elite in Hongkong. Wil het Chinese equivalent van de Financial Times en The Wall Street Journal zijn, met gerenommeerde schrijvers.

    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH
    Activist Joshua Wong en leden van de nieuwe politieke partij Demosisto, die ijvert voor een referendum over de Hongkongse soevereiniteit. – © Vincent Yu / HH

    CONTEXT: Resolutie 831

    Volgend jaar kiezen de inwoners van Hongkong een nieuwe leider. Bij het vertrek van de Britten in 1997 werd overeengekomen dat Hongkong vijftig jaar lang een Speciale Bestuurlijke Regio zou blijven. De Chinees-Britse afspraken werden vastgelegd in een Basiswet, met als voornaamste beginsel: één land, twee systemen. Maar sindsdien is de druk van Beijing om Hongkong in het Chinese systeem te trekken steeds groter geworden. Zo werd in 2014 Resolutie 831 aangenomen, die Beijing stevige zeggenschap geeft in de kandidaatstelling voor de verkiezing van volgend jaar. Een groot deel van de zeven miljoen inwoners van Hongkong verzet zich sindsdien tegen de sluipende inlijving door Beijing, en eist meer autonomie.