Het spel moet het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de DVK vergroten
In Seoul is een nieuw soort escaperoom gebouwd die de ervaring van het overlopen uit Noord-Korea simuleert. Dat schrijft NK News. De tijdelijke installatie nabij het Gwanghwamun-plein wil de ervaring van het vluchten uit Noord-Korea nabootsen om zo het bewustzijn over de mensenrechtenkwesties in de Democratische Volksrepubliek Korea (DVK) bij een jonger publiek te vergroten.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Escaperooms, een interactief spel op een fysieke locatie waarbij deelnemers samenwerken om aanwijzingen te vinden, puzzels op te lossen en taken uit te voeren om binnen een beperkte tijd te ‘ontsnappen’, zijn populair sinds 2010.
Maar de nieuwe escaperoom in het centrum van Seoul, gecreëerd door de Citizens’ Alliance for North Korean Human Rights en gefinancierd door het ministerie van Eenwording van Seoul, heeft tot doel meer te bieden dan alleen een leuke ervaring met vrienden.
“Als het gaat om educatieve inhoud over de Noord-Koreaanse mensenrechten, wordt het grootste deel ervan gegeven via seminars of lezingen”, vertelde Miri Cha, de maker van de escaperoom voor Citizens’ Alliance, aan NK News. “Maar dit is een goede gelegenheid voor families en vrienden om op een zinvollere manier na te denken over de mensenrechtenschendingen in Noord-Korea, zoals ze nog nooit eerder hebben gedaan.”
Door het selectieve antimigratiebeleid en de vijandigheid tegenover buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika. De Rwandese journalist Eleneus Akanga zet zijn eigen ervaringen in groter perspectief.
Ik was 24 toen ik in 2007 van Rwanda naar het Verenigd Koninkrijk vluchtte. Als succesvol verslaggever was ik net hoofdredacteur geworden van de onderzoeksjournalistieke publicatie The Insight, die in Rwanda steeds meer waardering oogstte. Ik had een wekelijkse column over actuele sociale kwesties in The New Times, ‘The Municipal Watchdog’, en ik schreef voor Reuters, Al-Jazeera, Xhinua en Associated Press. Dit was mijn leven, en ik genoot er met volle teugen van.
Ondertussen begon zo’n 6500 km verderop in Groot-Brittannië, onder andere in Glasgow, de stad die inmiddels mijn nieuwe thuis was, een langdurige haatcampagne tegen mensen zoals ik. Het land had al tien jaar een Labour-regering en hoewel de partij het economische tij van het land had gekeerd, trad langzaam maar zeker een sociale malaise in. Door machtshonger gedreven oppositiepolitici (van met name de Conservatieve Partij en UKIP) wakkerden samen met de populaire media de woede van de bevolking aan over twee kwesties: immigratie en welzijn. Het immigratiedebat verhardde en kreeg steeds vaker een racistische ondertoon. De BBC zond ‘The Poles are Coming!’ uit, een aflevering van de documentaireserie White, waarin filmmaker Timothy Samuels het groeiende anti-immigratiesentiment onderzoekt.
‘Je hoeft tegenwoordig niet ver te reizen om een stukje Polen of Oost-Europa in je stad aan te treffen,’ zegt hij, om er meteen aan toe te voegen: ‘Maar voor sommige mensen in Peterborough is het allemaal te veel.’
In de documentaire zit een scène van een overvolle dokterswachtkamer en dito school, gevolgd door een shot waarin een zichtbaar geïrriteerde Brit van middelbare leeftijd zegt: ‘Peterborough wordt volledig overspoeld.’ In het volgende beeld stelt een gemeenteraadslid dat de maat vol is.
De zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten blijven knagen
Ik weet nog dat ik de documentaire op mijn eenkamerflatje in Glasgow zag en dat de angst me om het hart sloeg. Je denkt dat je het hoofdstuk kunt afsluiten wanneer jou asiel wordt verleend. Hoewel dit enigszins klopt, is het toch verre van de waarheid. De eenzaamheid, de zorgen over iedereen die je hebt achtergelaten die maar blijven knagen. Niets is ooit zeker. Het hangt ook af van wat je allemaal hebt meegemaakt. Ik ken mensen, onder wie ikzelf, die jaren nadat ze asiel hebben gekregen, nog altijd over hun schouder kijken – want je weet maar nooit. De vraag die zich aan me opdrong was: als de Oost-Europeanen, met hun witte huid en hun blauwe ogen, al zo worden behandeld, wat kunnen wij Afrikanen dan verwachten?
Per slot van rekening woonde ik al in een flatgebouw met bewoners uit alle hoeken van de wereld, onder anderen drugsverslaafden en ex-verslaafden. Maar het leven gaat door. Ondanks wat burenoverlast kon ik het goed vinden met mijn verslaafde buren, en in de zes maanden dat ik er woonde werd ik nooit beledigd of ook maar enigszins lastiggevallen.
Niet aankloppen
Wat ons asielzoekers voortdurend voor de voeten wordt geworpen, is de vraag waarom we niet aankloppen bij het eerste het beste veilige land waar we binnenkomen. ‘Frankrijk is een prima land, daar hadden ze toch heel goed kunnen blijven,’ hoor ik Britten regelmatig zeggen over de vluchtelingen die het Kanaal oversteken in rubberbootjes. Er zijn natuurlijk talloze redenen waarom sommige mensen geen asiel aanvragen in de landen waar ze doorheen reizen. Ze willen zich vestigen in landen waar ze iemand kennen, waar vrienden of familieleden wonen, of omdat ze de taal spreken.
Ik ben door Oeganda en Kenia en via Nederland gereisd voordat ik op Heathrow landde. Tijdens mijn gesprekken met de Britse immigratiedienst vroegen ze waarom ik geen asiel had aangevraagd in Oeganda of Kenia. Mijn antwoord luidde: Rwanda heeft goede relaties met de omliggende landen, met Oeganda delen ze zelfs een grens. Hoe dichter je bij het land blijft dat je bent ontvlucht en hoe beter diens betrekkingen met je gastland, des te groter de kans dat het slecht voor je uitpakt. Bovendien zijn vluchtelingen niet wettelijk verplicht asiel aan te vragen in de veilige landen waar ze doorheen reizen. Door dat niet te doen, diskwalificeren ze zich niet voor een vluchtelingenstatus.
De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent
Veel van dit soort ideeën komen voort uit een gebrekkig begrip van de veelvormigheid van de Afrikaanse migratie. Als je debatten over de migratie van Afrikanen naar het noordelijk halfrond volgt, krijg je de indruk dat het Westen de bulk moet opvangen. Maar uit onderzoek blijkt dat dit helemaal niet het geval is. De meeste Afrikaanse migranten blijven op het eigen continent. Ongeveer 21 miljoen gedocumenteerde Afrikanen wonen in een ander Afrikaans land, waarbij Nigeria, Zuid-Afrika en Egypte favoriete bestemmingen zijn. Door het specifiek op Afrikanen gerichte antimigratiebeleid, dat zich onder andere vertaalt in zeer strenge visumeisen, en een algeheel klimaat van vijandigheid jegens buitenlanders in Europa en Noord-Amerika, wijken steeds meer Afrikaanse migranten uit naar nieuwe bestemmingen als China, Turkije, het Midden-Oosten en, in sommige gevallen, Zuid-Amerika.
Eigen ervaring
Uit eigen ervaring als voormalig asielzoeker weet ik dat migranten niet noodzakelijkerwijs op de vlucht zijn voor oorlog of armoede. Degenen die me in de ochtend van 22 juli 2007 op Heathrow zagen landen, dachten misschien dat ik de zoveelste Afrikaanse immigrant was die armoede en ziekte probeerde te ontvluchten. Maar dat was bij mij, en bij het merendeel van de Afrikanen die naar Europa trekken, helemaal niet het geval. Ik behoorde tot de gelukkigen die aan de strenge visumeisen kunnen voldoen, die zich peperdure vliegtickets kunnen veroorloven, die de gok kunnen wagen om naar landen te gaan waarbij we, of we nu asiel zoeken of niet, niet zeker weten hoe het uitpakt. Voor Afrikanen bij wie het water echt aan de lippen staat, is dit een veel te grote hobbel, vooral wanneer het buurland of een van de omringende landen je voor minder geld dan de kosten van een Brits visum verwelkomen en onderdak geven. Afrikanen zullen pas naar het noordelijk halfrond migreren als ze de ambitie en de middelen hebben om dit te realiseren.
In de aanloop naar het brexitreferendum – dat sterk werd beïnvloed door wat de voorstanders van uittreding stug de ‘ongebreidelde immigratie’ bleven noemen – waren er meer Oost-Europeanen in het Verenigd Koninkrijk dan Afrikaanse en Aziatische migranten bij elkaar. Toch werd de hele campagne gedomineerd door discussies over illegale immigratie – waarbij opzettelijk een beeld werd geschetst van een land dat wordt overspoeld door buitenlanders, van wie velen al onderworpen worden aan ultrastrenge visumeisen. Zelfs de beruchte Breaking Point-poster van Nigel Farage, waarvoor – terecht – aangifte werd gedaan wegens haatzaaierij, liet bewust een rij vluchtelingen met donkere huidskleur zien, als om te benadrukken dat mi-gratie van zwarte mensen veel erger is dan migratie van witte mensen.
‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter?’
Een paar weken geleden had ik een discussie met een van mijn buren – een zoon van Ieren die in de jaren vijftig naar Birmingham waren geëmigreerd. Hij heeft Ierland maar twee keer in zijn leven bezocht en hoewel hij zichzelf als Ier beschouwt, heeft hij niet het gevoel dat anderen hem zo zien. Hij heeft een Birminghams accent en woont inmiddels al meer dan dertig jaar in Zuidoost-Engeland. Ik geloof niet dat hij een racist is, hoewel een aantal van zijn standpunten over ‘die eeuwig klagende buitenlanders’ makkelijk als racistisch kunnen worden opgevat. ‘Waarom steken alleen jonge mannen het kanaal over?’ wilde hij weten. ‘Als de situatie in hun land zo slecht is dat ze moeten vluchten, waarom laten ze dan vrouw en kinderen achter? Zou jij je vrouw en kinderen achterlaten om vermoord te worden, of verkracht? Ik niet.’ Toen ik hem vroeg wat híj zou doen als hij bijna al zijn bezittingen had verkocht en met dat geld maar één persoon van een gezin van vier kon laten vertrekken, antwoordde hij: ‘Ik weet het niet. Maar ik zou er iets op verzinnen.’ Toen ik hem het vuur na aan de schenen legde, zei hij nog eens: ‘Ik weet het niet.’
Dit geeft mooi weer hoe dwaas die enge migratieretoriek van rechtse politici en de populaire media is. Een zoon van Ierse ouders die Ierland verlieten voor een beter leven in Birmingham en die tijdens The Troubles hoogstwaarschijnlijk als IRA-sympathisanten werden beschouwd en gediscrimineerd, zet anderen die precies hetzelfde doen als zijn ouders jaren geleden hebben gedaan weg als onwelkome vreemdelingen.
‘We kunnen niet iedereen binnenlaten,’ zegt hij. Maar dat doen we dus ook helemaal niet.
President Gotabaya Rajapaksa vlucht naar Malediven
Na verschillende mislukte pogingen om het Sri Lankaanse grondgebied dinsdag te verlaten, is president Gotabaya Rajapaksa er woensdagochtend eindelijk in geslaagd de Malediven te bereiken. Naar verwachting zal hij van daaruit zijn aftreden aankondigen, meldt CNN.
Rajapaksa en zijn vrouw vlogen met een militair vliegtuig van de Sri Lankaanse luchtmacht naar Malé, op de Malediven. De plaatselijke luchtverkeersleiding weigerde eerst het vliegtuig te laten landen, ‘tot de tussenkomst van de voorzitter van het parlement van de Malediven en zijn voormalige president Mohamed Nasheed‘, aldus de zender.
Uren nadat de president Sri Lanka ontvluchtte, heeft premier Ranil Wickremesinghe in het hele land de noodtoestand uitgeroepen, nu betogers de straten van de hoofdstad Colombo zijn opgegaan. Ook gaf Wickremesinghe het ministerie van Defensie opdracht om in Colombo en de rest van de westelijke provincie van het land een avondklok in te stellen.
Duizenden Russen zijn de afgelopen weken hun land ontvlucht uit onvrede met het politieke klimaat of uit financiële noodzaak vanwege de zware sancties. De onafhankelijke Russische nieuwsorganisatie Meduza sprak met enkele achterblijvers. Wat zijn hun redenen om niet te vertrekken?
Duizenden mensen zijn de afgelopen weken Rusland ontvlucht, in de hoop de binnenlandse politieke, sociale en economische gevolgen van de oorlog te ontlopen. Maar zij zijn in de minderheid: niet iedereen kan zo snel naar een nieuw land verhuizen, al zouden ze dat nog zo graag willen. Sommigen blijven in Rusland vanwege familie, anderen kunnen het zich niet veroorloven om te vertrekken, terwijl weer anderen uit principe blijven waar ze zijn.
‘Mijn familie en ik dachten erover om te emigreren maar zien dat uiteindelijk niet zitten. Wat heeft het voor zin om ergens heen te gaan waar we niet kunnen blijven? Het zou alleen maar moeilijker worden om terug te keren. Ik ben er niet klaar voor om ergens als een illegale immigrant te leven. Nog niet.
Als we via de officiële weg ergens legaal zouden kunnen wonen, dan zou ik vertrekken. Ik denk dat dit land donkere tijden te wachten staan. Hopelijk maakt de Russische bevolking de laatste stuiptrekkingen van haar grote leider mee.’
Tatjana – Werkt voor een IT-bedrijf, regio Perm
’Mijn ouders zijn bejaard en mijn partner werkt in overheidsdienst. Om die redenen kan ik niet weg. Bovendien denken we dat de Europese Unie binnenkort waarschijnlijk ook in een grote crisis zit, en dan zal het in Rusland makkelijker overleven zijn.
Vanwege de russofobie die nu overal heerst, is het onveilig om nu buiten Rusland te wonen. Om nog maar te zwijgen over het feit dat alles duur is geworden daar. De kosten voor levensonderhoud zijn zodra de migratie begon omhoog geschoten.’
Elizaveta – Werkt in de pr en marketing, Angarsk
‘Ik heb overwogen om te vertrekken, en eigenlijk wil ik dat nog steeds. Ik ben dertig jaar oud en kom uit een kleine stad in Siberië. Ik begon net echt te leven in plaats van te overleven: ik had genoeg geld om lekker te eten, mooie spullen te kopen en met mijn man reizen te maken. En nu duwt mijn land mij terug de armoede in, terug naar de tijd toen reizen naar het buitenland alleen maar in onze verbeelding bestond.
‘Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland’
Ik wil niets te maken hebben met dit agressorland. Het past niet in mijn wereldbeeld. We blijven hier omdat we de voogdij over een kind hebben, en we op dit moment niet het recht hebben haar mee het land uit te nemen. Bovendien hebben we nog niet genoeg tijd gehad om te sparen voor een verhuizing. Maar we zijn begonnen met het leren van een vreemde taal. Zo kunnen we alvast een basis leggen.’
Meduza & 360
360 gaat samenwerken met de onafhankelijke Russischtalige nieuwssite Meduza.
Sinds de Russische inval in Oekraïne hebben de autoriteiten Meduza afgesloten voor Russische internetgebruikers. Ook hebben veel buitenlandse correspondenten en media het land verlaten na een controversiële mediawet die het verspreiden van ‘nepnieuws’ sanctioneert met een gevangenisstraf die kan oplopen tot vijftien jaar. 360 breekt al jaren een lans voor onafhankelijke en vrije journalistiek. Met deze samenwerking wil 360 een platform bieden aan onafhankelijke en kritische geluiden uit Rusland, zodat ook de Nederlandse nieuwsvolger op de hoogte kan blijven van wat er speelt aan de Russische kant van het front.
Aidar – Programmeur, Kazan
‘Ik heb me suf gedacht, en ik zal blijven twijfelen, ofwel tot ik vertrek, ofwel voor de rest van mijn leven. Er zijn verschillende redenen waarom ik blijf. Ik ben de oudste zoon en mijn broer werkt in het buitenland. Mijn ouders kunnen niet weg, tenminste niet op korte termijn. Het was niet meer dan logisch dat de jongste zoon naar een rijker land zou gaan om te werken, en dat de oudste zoon voorlopig bij onze ouders in dit totalitaire land zou blijven.
De andere reden is mijn vriendin, hopelijk mijn toekomstige vrouw. Het is voor mij geen optie om weg te gaan terwijl zij hier achterblijft, en er zijn geen garanties als je in het buitenland bent. Ook niet als je hier blijft, trouwens. Als deze twee factoren niet meespeelden, zou ik vertrekken, zelfs zonder spullen en met een onzekere toekomst. Ik denk dat ik het in het buitenland best zou redden als ervaren programmeur, maar diezelfde garantie kan ik mijn dierbaren niet geven. Zij hebben me hier waarschijnlijk harder nodig.
‘Deelnemen aan een protestactie zou te gevaarlijk zijn’
Ik zie niet voor me dat we in Rusland een comfortabel leven kunnen leiden. Een minder comfortabel leven in het buitenland lijkt me aantrekkelijker. Bovendien voel ik me elke dag dat de oorlog voortduurt indirect verantwoordelijk voor wat er gebeurt, en misschien ben ik dat ook wel: als burger ben je maar een klein beetje verantwoordelijk, maar niettemin verantwoordelijk voor wat jouw land aan het doen is. Deelnemen aan een protestactie en een gevangenisstraf riskeren, waardoor ik mijn dierbaren niet zou kunnen helpen of het land niet zou kunnen verlaten, zou te gevaarlijk zijn.’
Elizaveta – Accountant, Moskou
‘Ik dacht eraan om weg te gaan toen ik nog studeerde – mijn seksuele geaardheid speelde een rol –, maar ik had de moed niet. En nu is die kans verkeken. Mijn moeder heeft een beroerte gehad, ik heb een puppy om voor te zorgen en ik ben blut. Om nog maar te zwijgen over mijn beroep, dat niemand in het buitenland zou interesseren.
Ik denk dat er in de toekomst veel armoede in het land zal zijn door de hoge inflatie, werkloosheid en het sluiten van bedrijven. Wie arm is, zoals ik, zou dan wel eens van honger kunnen omkomen.’
Alija – Werkt in een galerie voor moderne kunst, Moskou
‘Ik wil wel weg, maar mijn man niet. Hij denkt niet dat we in het buitenland werk zullen vinden zonder de taal te spreken of speciale vaardigheden te hebben. Dan is er ook nog de kwestie van mijn ouders en mijn oude, tweeënnegentigjarige grootmoeder, voor wie ik moet zorgen. Ik ben heel bang, maar mijn familie achterlaten kan ik niet. Ik denk dat het erg uit de hand gaat lopen: tirannieke wetshandhaving, armoede, banditisme, en misschien een burgeroorlog.
‘Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan’
We hebben een vakantiehuisje in een dorp, en als alles in duigen valt, zullen we daarheen moeten verhuizen. Ik heb geen enkele mogelijkheid meer om me beroepsmatig verder te ontwikkelen en plezier te hebben in mijn werk. Dat is me afgepakt. Niemand zit op kunst te wachten als er oorlog is, of in de nasleep ervan.’
Alisa – Werkt in de dienstensector, Krasnodar
‘Ik denk er vaak over na om weg te gaan. Ik doe mijn uiterste best om een manier te vinden om mijn ouders mee te krijgen. Maar hoogstwaarschijnlijk blijf ik hier om dicht bij mijn dierbaren te zijn. Ik kan het niet over mijn hart verkrijgen om ze achter te laten.
Soms denk ik terug aan de verhalen van mijn vader, die vertelde hoe moeilijk het was in de jaren negentig. Nu voorzie ik een toekomst die veel erger is dan toen: veel mensen komen zonder werk te zitten, honger wordt een ernstig probleem en de criminaliteit zal de pan uit rijzen. We zitten op de Titanic, en die heeft net de ijsberg geraakt.’
Nastya – Verkoopt producten op een markt, Moskou
‘Ik popelde om naar Georgië te gaan of naar een ander GOS-land [verbond van voormalige Sovjet-Unielanden]. Maar ik ben tweeëntwintig, die stomme leeftijd waarop ik wel een spaarpotje heb maar niet genoeg om alles te laten vallen en voor onbepaalde tijd naar een land te verhuizen waar ik niet kan werken.
‘Ik wil gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen’
Ik ben ook bang om mijn grootmoeder en vader achter te laten, die in de Samara-regio wonen. Ik moet mijn oma gaan helpen om de meest noodzakelijke levensbehoeften in te slaan. Ik vrees dat haar pensioen niet genoeg is, of dat er een tekort aan producten zal zijn. Bovendien wil ik gewoon niet weg. Dit is mijn land en ik ben ervan overtuigd dat we iets kunnen veranderen. Vooral nu, nu het regime in Rusland bijzonder kwetsbaar is. Als we deze crisis overleven, kunnen we een nieuw Rusland opbouwen. Ik probeer er het beste van te maken en te doen wat ik kan.’
Oleg – Werkt op een universiteit, Jelets
‘Ik heb nagedacht over weggaan. Ik weet niet hoe ik op morele wijze verder kan leven. Ik denk er nog steeds over na, maar… Ik heb hier een dochter, die bij mijn ex-vrouw woont. En hier is ook het graf van mijn moeder.’
Jevgeni – Werkt in een autozaak, Vladivostok
‘Vijf jaar geleden besloot ik te blijven en sindsdien ben ik niet van gedachten veranderd. Even overwoog ik te vertrekken toen mijn vrienden meteen na 24 februari begonnen te praten over emigreren. In paniek sloot ik me aan bij enkele immigratiegroepen op internet. Ik had zelfs al een vliegticket naar Istanboel, voor begin maart. Ik had het al gekocht lang voordat dit allemaal gebeurde, wat een gelukkig toeval leek. Toch ben ik uiteindelijk niet in dat vliegtuig gestapt.
‘Ik maak vaak het grapje dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik’
Ik heb in mijn leven al veel in het buitenland gewoond en heb genoeg ervaring opgedaan om te begrijpen hoezeer ik mijn thuis en mijn land waardeer. Ik hou echt van Rusland en de mensen hier. Ik heb hier geleerd wat vriendschap en liefde zijn, hier ben ik geworden wie ik ben, hier heb ik mijn belangrijkste waarden en de zin van mijn leven leren kennen, en daarom zal ik blijven. Ik denk dat vrijheid het waard is om voor te vechten. Ik maak vaak het grapje met mijn therapeut dat er uiteindelijk drie mensen in dit land over zullen blijven: Navalny, Poetin en ik.’
Meer dan 33.000 Noord-Koreanen hebben de afgelopen decennia hun leven geriskeerd om de oversteek naar Zuid-Korea te maken. Een op de vijf zegt overwogen te hebben terug te gaan.
Het is nog niet lang donker op de avond van Nieuwjaarsdag als een kleine, tengere man bij een van de zwaarst bewaakte grenzen ter wereld een plek uitkiest en over een 3 meter hoog hek klimt, zo’n 400 meter van de dichtstbijzijnde militaire post. Waarschuwingslichten flitsen, een alarm loeit. De man loopt haastig over het ruwe, met sneeuw bestoven terrein en zoekt zijn weg, hopend verborgen landmijnen te vermijden die hier na een oorlog in de vorige eeuw zijn achtergebleven. Zijn bewegingen worden af en aan geregistreerd door warmtecamera’s. Tegen middernacht heeft hij de overkant van de 4 kilometer brede gedemilitariseerde zone (DMZ) bereikt. Hij is weer thuis. In Noord-Korea.
Enkele uren later beseffen Zuid-Koreaanse soldaten, die de beroering van de afgelopen avond als vals alarm beschouwden, dat ze de voetafdrukken van de man hebben gemist, net als de plukjes dons van zijn winterjack, die aan het prikkeldraad boven op het grenshek zijn blijven hangen.
Meer dan 33.000 Noord-Koreanen hebben de afgelopen decennia hun leven geriskeerd om hun repressieve thuisland te ontvluchten, met achterlating van de verzwakte economie, de angst die wordt gekweekt door de politieke goelags en de al drie generaties beslaande persoonlijkheidscultus die onvoorwaardelijke eerbied eist voor leider Kim Jong-un en zijn voorouders. De nieuwjaarshekklimmer, wiens naam niet bekend is gemaakt, behoorde tot het veel kleinere aantal mensen dat naar de geïsoleerde communistische staat terugkeert, na aan het leven in de buitenwereld te hebben geroken.
Honderden
Officieel is volgens de Zuid-Koreaanse inlichtingendienst van dertig Noord-Koreanen bekend dat ze zijn teruggegaan nadat ze zich in het Zuiden hadden gevestigd. Onderzoekers en advocaten denken dat het werkelijke aantal veel hoger ligt, misschien wel in de honderden loopt. Soms wordt iemand die terugkeert een propaganda-instrument voor het Noord-Koreaanse regime en verschijnt dan in video’s of op persconferenties om in tranen zijn spijt over zijn vertrek te betuigen. Een handjevol verandert vervolgens weer van gedachten en ontsnapt nog een keer.
‘Het is lastig een schatting te maken, maar waarschijnlijk zijn het er veel meer,’ zegt Baek Nam-seol, hoogleraar aan de Korean National Police-universiteit, die met Noord-Koreaanse vluchtelingen heeft gewerkt en onderzoek naar hen heeft gedaan. ‘Er zijn er zeker die niet door de Noord-Koreaanse autoriteiten worden opgemerkt. Wij krijgen alleen een bevestiging wanneer Noord-Korea ervoor kiest om er publiciteit aan te geven.’
Dat de man de grens over had weten te komen, zorgde in Zuid-Korea voor onrust over gebreken in de grensbewaking, helemaal toen bekend werd dat de man in november 2020 via dezelfde route Zuid-Korea was binnengekomen en dus twee keer aan de aandacht van de Zuid-Koreaanse militairen was ontsnapt. Maar voor mensen die zich in hun werk of onderzoek bezighouden met de integratie van Noord-Koreanen in het Zuiden, toont zijn besluit om al na een jaar weer terug te gaan vooral aan hoe moeilijk het voor Noord-Koreanen is om zich aan hun nieuwe thuisland aan te passen, zeker nu de pandemie hun isolement en economische problemen alleen maar vergroot.
Buitenbeentje
Bijna een op de vijf Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea zegt overwogen te hebben om terug te gaan, volgens een onderzoek uit 2021 door het Database Center for North Korean Human Rights, een Zuid-Koreaanse non-profitorganisatie. De meesten gaven als reden dat ze hun eigen stad of hun familie misten. Sommigen zeiden dat ze zich gediscrimineerd voelden in Zuid-Korea, of dat ze de kapitalistische samenleving te competitief vonden.
‘Elke gemeenschap kent buitenbeentjes en dat geldt ook voor de Noord-Koreaanse vluchtelingengemeenschap’
Joo Seong-ha, die in 2002 uit Noord-Korea is weggegaan en nu vooraanstaand journalist is bij een Zuid-Koreaanse krant, zegt dat hij nog steeds aan thuis terugdenkt: ‘Ik heb erover gedacht. Als je daar familie hebt, hoe kun je er dan niet over denken?’ Toch lukt het de meeste Noord-Koreanen na een paar jaar wel om zich te wortelen en hun weg te vinden in hun nieuwe land. ‘Elke gemeenschap kent buitenbeentjes en dat geldt ook voor de Noord-Koreaanse vluchtelingengemeenschap. Dit buitenbeentje besloot de DMZ over te steken.’
Volgens Park Young-ja, onderzoeker bij de door de Zuid-Koreaanse regering gefinancierde denktank Korea Institute for National Unification, is het voor mensen die geen familieleden in het Zuiden hebben moeilijker om zich aan te passen. Dat zij tegen problemen blijven aanlopen – hoewel er al tientallen jaren duizenden Noord-Koreanen in Zuid-Korea leven, op televisie verschijnen, kandidaat zijn bij verkiezingen en eigen bedrijven beginnen – bewijst volgens hem dat de Zuid-Koreaanse samenleving veel meer moeite moet doen om hen te omarmen. ‘Het laat zien hoeveel belemmeringen er bestaan tussen Noord- en Zuid-Koreanen. Uiteindelijk is er integratie van het hart nodig.’
Verschillen
De beide Korea’s mogen dan een gemeenschappelijke taal, eetgewoonten en cultuur delen, in de zeven decennia sinds de Korea-oorlog zijn de verschillen in het leven aan beide kanten van de grens alleen maar toegenomen naarmate het Zuiden welvarender werd en Noord-Korea verder geïsoleerd raakte. Boven op de internationale economische sancties vanwege Kims nucleaire en militaire ambities heeft het Noord-Koreaanse regime ook nog eens strenge coronabeperkingen ingevoerd en daarmee een nog sterkere greep gekregen op de bevolking en op informatie die het land in- of uitgaat.
Na een korte periode van dooi in de onderlinge betrekkingen in 2018, waarin Kim een ontmoeting had met de Zuid-Koreaanse president en beide kanten wat wachtposten in de gedemilitariseerde zone ophieven als blijk van goede wil, heeft Kim alle toenaderingspogingen en aanbiedingen voor hulp door de Zuid-Koreaanse regering van de hand gewezen.
Kims vader, Kim Jong-il, die zeventien jaar aan de macht was, had weinig op met vluchtelingen: dat waren in zijn ogen verraders. Maar niet lang nadat zijn zoon in 2011 de macht had over-genomen, begon Noord-Korea een bewuste campagne om gevluchte landgenoten tot terugkeer te verleiden; ze kregen amnestie aangeboden en een gemakkelijk leventje in ruil voor informatie over Noord-Koreaanse vluchtelingen in Zuid-Korea.
‘Er werd veel meer moeite gedaan om mensen op andere gedachten te brengen en ze te verleiden terug te keren’
‘Onder Kim Jong-un ging het regime de vluchtelingen in Zuid-Korea zien als een bedreiging voor zijn erfelijke leiderschap,’ zegt Kim Yun-young, universitair docent aan de Universiteit van Cheong en voormalig onderzoeker bij het Police Science Institute. ‘Er werd veel meer moeite gedaan om mensen op andere gedachten te brengen en ze te verleiden terug te keren, waarbij hun achtergebleven familieleden soms als gijzelaars werden gebruikt.’
In een video uit 2016, gepost door een aan de Noord-Koreaanse regering gelieerde website, vertelt een veertigjarige man die was teruggekeerd uit bezorgdheid om zijn echtgenote die hij had achtergelaten, dat hij last had gehad van discriminatie en economische beproevingen toen hij in Zuid-Korea een nieuw bestaan probeerde op te bouwen. ‘Ik ben maar anderhalf jaar in Zuid-Korea geweest, maar elk moment daar voelde als tien jaar en elke dag was een hel,’ zei Kang Chul-woo in de video, gekleed in een donker Mao-pak met ter hoogte van zijn hart een button waarop de gezichten van Kim Jong-uns vader en grootvader stonden afgebeeld. ‘Overal waar ik kwam, werd ik minachtend en arrogant behandeld, omdat ik een Noord-Koreaanse vluchteling was.’
Diezelfde man ontsnapte acht maanden later weer uit Noord-Korea, zo blijkt uit Zuid-Koreaanse rechtbankverslagen. Hij werd tot drieënhalf jaar cel veroordeeld omdat hij de Noord-Koreaanse autoriteiten informatie over medevluchtelingen had gegeven.
Wanhoop
In andere rechtszaken rond Noord-Koreaanse terugkeerpogingen klinkt de wanhoop door die ontsnapten ertoe drijft om weer terug te gaan. Een man die als dagloner in de bouw werkte, was voor zo’n 44.000 euro opgelicht en werd achtervolgd door deurwaarders. Iemand anders was de aanbetaling voor zijn huis kwijtgeraakt toen hij een schuld van 700 euro niet kon terugbetalen aan de man die zijn aanvankelijke ontsnapping had geregeld. Een man van in de zestig had een beroerte gehad en wilde zijn vrouw en zoon nog één keer zien voor hij stierf; volgens rechtbankgegevens beklaagde hij zich erover dat hij in Zuid-Korea als een gastarbeider werd behandeld.
‘In hoeverre was Zuid-Korea echt bereid om deze vluchtelingen te verwelkomen en te accepteren?’
Sommigen hadden een groot bedrag aan contant geld bijeengebracht om ‘loyaliteitsgeld’ aan de heersende Arbeiderspartij van Noord-Korea te kunnen betalen. Ze hoopten zo vergiffenis te krijgen voor het feit dat ze het land hadden verlaten, iets waarvoor mensen normaal gesproken tot een strafkamp of dwangarbeid worden veroordeeld.
De nieuwjaarshekklimmer, die rond de dertig was en onderzoekers zou hebben verteld dat hij turner was geweest in Noord-Korea, werkte als conciërge en kon maar moeilijk rondkomen, volgens berichten in plaatselijke media.
De economische narigheid waarmee Noord-Koreaanse vluchtelingen soms te kampen krijgen, bleek in 2019 nog eens extra duidelijk toen een alleenstaande moeder en haar zesjarige zoon dood werden aangetroffen in hun flat in Seoel, mogelijk omgekomen van de honger. De dood van deze moeder en zoon werd voor hun medevluchtelingen een symbool voor het protest tegen hun situatie.
Teken aan de wand
Zuid-Korea biedt vluchtelingen de eerste vijf jaar geld om zich een nieuwe plek te verwerven, maar de meesten houden daar niets van over nadat ze de mensensmokkelaars hebben afbetaald. Ze vinden maar heel moeilijk een vaste baan. Volgens Jeon Su-mi, die als advocaat Noord-Koreaanse vluchtelingen bijstaat, raken velen van hen gedesillusioneerd door het individualisme en kapitalisme van hun zuiderburen. Dat vluchtelingen ervoor kiezen om vrijwillig terug te gaan, zou Zuid-Korea aan het denken moeten zetten, vindt zij. ‘In hoeverre was Zuid-Korea echt bereid om deze vluchtelingen te verwelkomen en te accepteren? Zij hebben hun leven gewaagd om hierheen te komen en riskeren het dan nog eens om weer weg te gaan. Dat zou een teken aan de wand moeten zijn.’
Jack Barsky groeide op in Oost-Duitsland en liet zijn moeder, broer, vrouw en zoon in de steek om te gaan spioneren voor de KGB. In de VS stichtte hij een tweede gezin. Hij waande zich slimmer dan wie ook – tot alles in elkaar donderde. The Guardian sprak de voormalig geheim agent na zijn carrière.
Keuze uit ons archief
Onlangs bleek uit inlichtingen van de Tsjechische autoriteiten en onderzoek van Bellingcat dat KGB-agenten betrokken waren bij een explosie in een Tsjechisch wapendepot in 2014, waarbij twee doden vielen. Dit interview uit The Guardian met voormalig geheim agent Albert Dittrich, alias Jack Barsky, laat zien hoe de Russische inlichtingendienst in de nadagen van de Sovjet-Unie opereerde.
Intrigerend aan het beeld van de KGB dat naar voren komt, zijn zowel de grondige voorbereiding en de complexe communicatiekanalen, als het amateurisme en de gebrekkige kennis over de grote vijand: de VS.
Dit artikel verscheen eerder in nummer 115 van 360 Magazine, februari 2017.
Op een koude decemberochtend in 1988 neemt Jack Barsky net als anders de metro naar zijn werk op Madison Avenue in Manhattan, nadat hij in Queens zijn vrouw en dochtertje gedag heeft gezegd. Op het moment dat hij het metrostation inloopt, registreert hij met een schok iets opmerkelijks: een klodder rode verf op een stalen balk. Barsky is al jarenlang gespitst op dit teken: het wil zeggen dat hij een ongekend ingrijpende beslissing moet nemen, en snel ook.
Barsky weet wat er staat te gebeuren. De rode verf is een waarschuwing dat hij in direct gevaar verkeert, dat hij als een speer geld en nooddocumenten moet ophalen op een vooraf afgesproken plek. Vervolgens zal hij de grens met Canada overgaan en contact opnemen met de Russische ambassade in Toronto. Hij zal het land uit worden gesmokkeld. Hij zal niet langer Jack Barsky zijn. De Amerikaanse identiteit die hij zich tien jaar eerder heeft aangemeten zal als sneeuw voor de zon verdwijnen en hij zal terugkeren naar zijn eerdere bestaan: dat van Albrecht Dittrich, een scheikundige en KGB-agent, een man met een vrouw en een zeven jaar oud zoontje, die geduldig op hem wachten in Oost-Duitsland.
Barsky denkt aan zijn Amerikaanse dochtertje, Chelsea: kan hij haar echt in de steek laten? Maar als hij dat niet doet, hoelang zal hij dan uit handen weten te blijven van zowel de KGB als de Amerikaanse contraspionagediensten?
Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen
Nu, op een ongebruikelijk warme middag in januari, komt Barsky mijn hotel binnenlopen in Atlanta, de hoofdstad van de staat Georgia. Hij drukt me stevig de hand. Barsky is inmiddels 67 en hij leeft al zo’n dertig jaar een min of meer doorsneebestaan. Maar de jaren die hij undercover heeft geleefd hebben hun tol geëist, zowel van hem als van zijn naasten. Pas onlangs heeft hij in het reine kunnen komen met zijn verleden.
Het was een ongekende opluchting toen hij eindelijk de waarheid kon vertellen, zegt Barsky. ‘Al die jaren zat er hier een klein mannetje,’ zegt hij, waarbij hij wijst naar het peper-en-zoutkleurige haar dat met een scheiding over zijn schedel is gekamd. ‘Dat hield voortdurend alles wat ik zei heel scherp in de gaten, en maakte me duidelijk dat sommige onderwerpen verboden terrein waren. Ineens was dat mannetje omgelegd, en dat voelde als een explosie.’ Tegenwoordig is Barsky iemand die geanimeerd praat, die nauwelijks aansporing nodig heeft.
‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij’
Barsky’s verhaal is ineens weer actueel, en maakt duidelijk hoe ver de Russen tijdens de Koude Oorlog bereid waren te gaan teneinde agenten in vijandelijk gebied te stationeren. Van hacking was toen nog geen sprake, en het was veel ingewikkelder om heen en weer te reizen tussen Moskou en het Westen. ‘Het voelt allemaal heel onwerkelijk, zoals ik er nu over praat,’ zegt hij over zijn ingewikkelde reis van Oost-Duitsland naar Amerika. ‘Het is bijna alsof het over iemand anders gaat. Maar het gaat over mij.’
Albrecht Dittrich werd geboren in 1949, in een klein Oost-Duits plaatsje niet ver van de Poolse grens. Zijn vader was onderwijzer en een overtuigd marxist-leninist. Barsky omschrijft zijn moeder als een intelligente vrouw die hem nauwelijks knuffelde. ‘Op mijn veertiende stuurde ze me naar een kostschool, en ik heb haar geen seconde gemist.’ Niet veel later gingen zijn ouders uit elkaar en verloor hij het contact met zijn vader.
Dittrich is een uitstekende leerling en hij gaat scheikunde studeren aan de Universiteit van Jena. Tijdens het vierde jaar van zijn studie klopt er iemand bij hem op de deur om te vragen of hij belangstelling heeft voor een baan bij Carl Zeiss, de lenzenmaker. De onbekende legt al snel zijn masker af: hij is van de Stasi, de Oost-Duitse veiligheids- en inlichtingendienst. Dittrich wordt uitgenodigd voor een etentje in een restaurant, waar hij wordt voorgesteld aan een andere man, Herman, die Duits spreekt met een vaag Russisch accent. Herman zegt dat ze overwegen hem klaar te stomen voor werk als undercoveragent. Dittrich gaat gewoon door met zijn studie, maar hij zal Herman elke maandagochtend ontmoeten, eerst in de auto van de agent en later in een zogeheten safehouse.
Als Dittrich zijn studie heeft voltooid en aan zijn promotieonderzoek is begonnen, stuurt Herman hem drie weken naar Oost-Berlijn met de instructie om daar ene Boris te treffen. Na een training van enkele weken wordt hij naar een Russische legerbasis aan de rand van de stad gebracht, waar Boris en hij iemand spreken die naar Dittrichs idee een hooggeplaatste KGB-agent is. De Sovjet-Unie heeft alleen behoefte aan gemotiveerde spionnen, zegt de man, en het staat Barsky vrij om ja of nee te zeggen. Hij krijgt 24 uur de tijd om te beslissen.
Dittrich was een overtuigd communist, maar Barsky geeft eerlijk toe dat ego en een romantisch beeld van het leven als spion een veel grotere rol speelden bij zijn beslissing dan ideologische overwegingen. ‘Ik beschouwde mezelf als een intellectueel en ik meende slimmer te zijn dan wie ook,’ vertelt hij me, terwijl hij wat aan zijn leesbril met zwart montuur frunnikt. ‘Ze hebben me voor een belangrijk deel over de streep weten te trekken door in te spelen op die eigendunk.’ Hij klinkt het merendeel van de tijd als een onvervalste Amerikaan van de oostkust, maar als ik de opnamen afspeel, hoor ik, naarmate de uren verstrijken, toch iets van een Duitse intonatie in zijn stem kruipen. Zo nu en dan ontsnapt er een heuse Teutoonse R aan zijn keel. Rroom. Rruminate.
In februari 1973 zegt Dittrich tegen zijn moeder dat hij stopt met zijn studie en naar Berlijn gaat verhuizen, waar hij een opleiding zal volgen tot diplomaat. In Berlijn begint zijn KGB-training, meestal uitgevoerd door Russen die hun instructies in het Duits laten vertalen door een instructeur. Hij krijgt les in morse en cryptografie, zodat hij via de kortegolfradio gecodeerde berichten kan ontvangen. Er wordt hem geleerd hoe hij kan voorkomen dat hij wordt gevolgd, hij leert dead drops uitvoeren (pakjes verstoppen en ophalen), en hij wordt geschoold in diverse andere aspecten van de klassieke kunst van het spioneren. Hij krijgt Engels als tweede taal toegewezen en volgt vele uren privéles. ‘In mijn vrije tijd ging ik naar het theater, de opera en musea, en de KGB betaalde de rekening,’ vertelt Barsky.
Moskou
In 1975, op zijn zesentwintigste, wordt hij voor het eerst naar Moskou gestuurd. Daar wordt zijn Engels getoetst door twee vrouwen: een hoogleraar van de Universiteit van Moskou en een ‘depressief ogende’ Amerikaanse van middelbare leeftijd. ‘Jaren later heeft de FBI me een foto van haar laten zien. Ze wisten wie ze was. Ze was verliefd geworden op een Rus, naar het scheen, maar ze was een toonbeeld van treurigheid. Ze was totaal niet geassimileerd.’
Later komt er een groepje KGB-mannen naar Dittrichs appartement voor een uitgebreid en met drank overgoten etentje, waar de man die de hoogste in rang lijkt te zijn een mededeling doet: Dittrich zal deel gaan uitmaken van het Russische ‘illegalenprogramma’ in de VS, het geheimste en meest prestigieuze onderdeel van de KGB-operaties. Illegalen kunnen opereren op een manier die voor agenten met een diplomatieke dekmantel niet is weggelegd. Ze krijgen ook de instructie mee om op elk moment paraat te zijn voor de zogeheten ‘speciale periode’, een mogelijke totale oorlog tussen de Sovjet-Unie en de Verenigde Staten, waarin alle diplomatieke banden verbroken zouden worden.
Nu, tijdens ons gesprek, zegt Barsky dat hij nooit geïnformeerd is over zijn rol in dit overkoepelende programma. ‘Ik heb altijd alleen op tactisch niveau geopereerd. Ik werd op geen enkele manier geïnformeerd over hoe ik in een groter plaatje zou passen.’ Maar hij kan wel een zeer gedetailleerde beschrijving geven van het ultrageheime trainingsprogramma.
De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet
Nadat hij twee jaar lang dag in dag uit in Berlijn was getraind, zat hij nog twee jaar in Moskou, een periode die hij als moeilijk en eenzaam ervaarde. ‘Daarvoor, thuis, was ik iemand. Daar kende ik mensen – ik was gek op scheikunde en ik vond het heerlijk om les te geven. Daar moest ik allemaal afscheid van nemen om me ergens te vestigen waar ik niemand kende, behalve mijn instructeurs. Ik sprak de taal niet en het was onmogelijk om vriendschappen te sluiten.’ Zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij als diplomaat werkzaam is op de Oost-Duitse ambassade, brengt hem een kort bezoek. Hij boekt een hotel voor haar en laat haar de stad zien. Hun gids is in werkelijkheid een KGB-instructeur.
Dittrich wordt een op een getraind, meestal bij hem thuis. Hij heeft geen contact met andere ‘illegalen’ en hij heeft nooit een KGB-agent in uniform gezien. Er zijn dagen dat de KGB hem laat volgen door een team van acht mensen, maar er zijn ook dagen dat hij niet wordt gevolgd. Hij moet leren vast te stellen wanneer hij wordt gevolgd. Hij krijgt lessen taekwondo om zich te kunnen verdedigen, en nog meer Engelse lessen om zijn accent te perfectioneren.
In juni 1978 is hij er bijna klaar voor. Sovjetagenten zijn in Maryland op een grafsteen gestuit van een jongen die op zijn tiende is overleden – Jack Barsky – en hebben een geboorteakte weten te bemachtigen. In Moskou gaat hij met zijn instructeur aan de slag om het ‘levensverhaal’ van Barsky te schrijven: ‘Op welke scholen hij had gezeten, waar hij allemaal had gewoond. We besloten hem een van oorsprong Duitse moeder te geven, ter verklaring van de laatste zweem Duits in zijn accent.’
Missie
Dittrich krijgt een missie: contact leggen met buitenlandse, politieke denktanks, en in het bijzonder met president Carters nationale veiligheidsadviseur, Zbigniew Brzezinski. Hij krijgt nauwelijks aanwijzingen hoe hij dat zou moeten aanpakken, of zelfs maar hoe hij het beste zou kunnen opgaan in de Amerikaanse samenleving. De mensen die hem hadden getraind, hadden geen flauw idee hoe de Amerikaanse samenleving er in de praktijk uitziet, hadden geen weet van de tastbare, niet-kwantificeerbare kanten van het leven daar. ‘Het was alsof ze heel lang naar een aquarium vol vissen hadden gekeken, en je vervolgens wilden leren om een vis te zijn,’ zegt Barsky. ‘Maar ze hadden eigenlijk geen enkel benul hoe het is om echt een vis te zijn.’
Voordat Barsky naar Moskou was verhuisd, had hij de relatie met zijn vriendin Gerlinde verbroken. Maar nu hij terugkeert naar huis, voordat hij wordt uitgezonden, zegt ze dat ze nog altijd van hem houdt. Dittrich vraagt de KGB of hij de relatie mag voortzetten. Zijn instructeurs trekken Gerlinde na en geven hun goedkeuring – wat misschien sympathieker lijkt dan het is, want een agent die thuis nog een vriendin heeft is, in ieder geval in theorie, minder geneigd om over te lopen.
Hij mag Gerlinde een versie van de waarheid vertellen, maar hij liegt tegen zijn moeder, die een document van de Sovjetregering ontvangt waarin staat dat haar zoon op een vijfjarige missie naar het Kosmodroom van Bajkonoer is gestuurd, het zenuwcentrum van het Russische ruimteprogramma. Het is een afgesloten stad, slechts toegankelijk met toestemming van de regering; dit keer zou ze hem niet kunnen verrassen met een bezoekje.
Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis
Voordat hij naar de Verenigde Staten vertrekt, krijgt Dittrich een stapel witte vellen papier, om een aantal brieven te schrijven aan zijn moeder en zijn jongere broer. Er zal er elke maand eentje worden verstuurd. Aan het einde van elke brief laat hij ruimte over, zodat een KGB-agent daar nog wat kan schrijven over actuele gebeurtenissen, of antwoord kan geven op eventueel gestelde vragen. En dan gaat hij op weg naar het vliegveld.
Dittrich, die dan 29 is, vliegt van Moskou naar Belgrado, waar hij een trein neemt naar Rome en vervolgens naar Wenen. In Oostenrijk krijgt hij een Canadees paspoort, op naam van William Dyson. Hij koopt een vliegticket naar Mexico-Stad, via Madrid. In Mexico koopt hij een ticket naar Toronto, via Chicago. Eindelijk staat hij dan op het punt het vijandelijk gebied binnen te dringen.
‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”’
Barsky omschrijft zijn aankomst in Chicago op 8 oktober 1978 als ‘het spannendste uur van mijn leven’. Hij heeft een ultramoderne kortegolfradio bij zich en 7000 dollar aan contanten. ‘Ik had het gevoel alsof ik een neonbordje om mijn nek had hangen met “Deze man is niet te vertrouwen”.’ Maar de douaniers slikken het verhaal dat hij alleen een tussenstop maakt van een paar dagen, om de stad te bekijken, voordat hij terugkeert naar Canada. Ze zetten een stempel in zijn paspoort en hij mag Amerika in. Twee dagen later, in een hotelkamer in Chicago, verbrandt hij zijn Canadese paspoort en zijn ticket voor het vervolg van zijn reis: William Dyson is weer even snel van de aardbodem verdwenen als hij was opgedoken.
Barsky, zoals hij nu heet, verhuist naar New York, met zijn nieuwe geboorteakte op zak. Daarmee vraagt hij een lidmaatschapspasje aan bij het Natural History Museum. Vervolgens regelt hij een bibliotheekpasje en een rijbewijs. Hij laat zijn handen en gezicht helemaal groezelig worden door zich dagenlang niet te wassen voordat hij een social security card aanvraagt – die had hij daarvoor nooit nodig gehad omdat hij als dagloner op boerderijen had gewerkt, zegt hij. En men gelooft hem.
Zijn weg naar de wereld van de beleidsmakers op hoog niveau lijkt lang en kronkelig. ‘Ze hadden me nooit uitgelegd hoe ik in die kringen diende te infiltreren,’ zegt Barsky met een glimlach. ‘De vooronderstellingen waren op z’n zachtst gezegd merkwaardig.’ Hij neemt een baantje als fietskoerier om zo de stad te leren kennen. Een man die van zichzelf zegt dat hij een enorme eigendunk heeft, een topstudent, iemand die jaren en jaren is getraind door de KGB, fietst met pakjes door New York: viel de afgedwongen nederigheid hem niet zwaar?
Barsky krabt zachtjes achter zijn oor en glimlacht. ‘Ik herinner me nog een aantrekkelijke vrouw die riep: “De boodschappenjongen staat voor de deur!” Ik zat er niet mee. Ik heb nooit echt gedacht: Je moest eens weten.’ Maar omdat dit beeld me bijna veertig jaar later nog zo scherp voor de geest staat, vraag ik me nu toch af of ik me daar niet in vergis.’
Hij keert elke twee jaar terug naar Moskou en Oost-Duitsland, waar ingewikkelde paspoort- en documentenverwisselingen bij komen kijken, via dead drop. De eerste keer dat hij naar huis terugkeert, in 1980, trouwt hij met Gerlinde. Een paar dagen later schuift hij de trouwring weer van zijn vinger en verdwijnt opnieuw twee jaar uit beeld.
Maar negen maanden later klinkt er een echo van zijn andere leven door op een van de gecodeerde radioberichten die hij elke donderdagavond ontvangt. Hij is vader geworden. Twee jaar later ziet hij zijn zoon, Matthias, maar hij vindt het moeilijk om iets van verbondenheid te voelen. Zijn relatie met Gerlinde lijkt afstandelijker dan ooit. ‘Ik schoof alle gedachten voor me uit,’ zegt Barsky. ‘Op een dag zou ik voorgoed terugkeren, dan zouden we het vuur weer kunnen oprakelen.’
Arrogant
Albrecht Dittrich mocht dan zijn afgestudeerd in scheikunde, Jack Barsky heeft geen noemenswaardige opleiding genoten. Dus schrijft hij zich in op het Baruch College in New York en volgt avondonderwijs om een diploma te halen. In 1984 krijgt hij een baan als programmeur bij MetLife, een verzekeringsmaatschappij. Hij past zich gemakkelijk aan: hij heeft geen moeite met de taal en de dagelijkse maskerade. Wel zijn er bepaalde omgangsvormen die lastiger onder de knie te krijgen zijn. ‘Een goede vriend nam me op een keer apart en zei: “Weet je, iedereen vind je een eikel. Je gaat overal tegenin, je neemt geen blad voor de mond en je bent arrogant.” Terwijl ik dacht dat ik heel aardig was.’ Pas jaren later is hij enigszins in staat naar de omgangsvormen van zijn vroegere Duitse vrienden te kijken door de ogen van een Amerikaan. ‘Het was alsof er ergens in mijn hoofd een lampje begon te branden: O, mijn God, dat ben ik!’ Het zijn dergelijke subtiele cultuurverschillen, zegt Barsky, waar de KGB je niet op wist voor te bereiden.
Hij is elke week een paar uur in de weer met het decoderen van berichten uit Moskou. Soms bevatten ze een opdracht: zo moet hij een keer naar Californië om het huisadres van een overgelopen Sovjetwetenschapper te achterhalen en door te geven. (De nare bijsmaak van die missie verdwijnt pas wanneer hij er jaren later achter komt dat de bewuste wetenschapper 85 jaar is geworden.) In de meeste gevallen zijn de radioberichten weinig opwindend. ‘Het irritantste is wanneer je uren hebt zitten zwoegen om iets te decoderen, en dan blijken het alleen groeten en goede wensen te zijn.’
Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren
Antwoorden is nog ingewikkelder. Daartoe schrijft Barsky om te beginnen een nietszeggende brief aan een verzonnen vriend, op een vel papier dat is geïmpregneerd met speciale chemicaliën. Vervolgens wordt dat papier op een spiegel of een glasplaat gelegd; daarbovenop komt een vel speciaal contactpapier, en dan weer een vel normaal papier. Het geheime bericht wordt heel licht op het bovenste vel geschreven, dat vervolgens wordt vernietigd. Door de chemicaliën worden de woorden in het onderste vel geïmpregneerd. Vervolgens wordt de brief naar een adres in Europa gestuurd, waar een betrouwbare handlanger hem doorspeelt naar een KGB-agent, die hem met de diplomatieke post naar Moskou stuurt, waar hij in een laboratorium wordt ontwikkeld. Het duurt ongeveer drie weken om een bericht van New York naar Moskou te krijgen.
Barsky’s berichten zijn vaak profielen van mensen die hij heeft ontmoet en van wie hij denkt dat ze ontvankelijk zullen zijn voor een bezoek van Sovjetagenten. Hij besteedt aandacht aan aspecten die bij de rekrutering van belang kunnen zijn. Ideologie is een van die aspecten; zwakke plekken en financiële problemen zijn ook het vermelden waard. Tot slot kijkt hij of er nog ergens lijken in de kast zitten, alles wat eventueel ooit gebruikt zou kunnen worden om iemand te chanteren.
Agnosticisme
Ik vraag hem hoe hij denkt over de niet-geverifieerde aantijgingen dat president Trump zich tijdens zijn bezoeken aan Rusland op compromitterende wijze heeft gedragen. Het dossier met deze aantijgingen, samengesteld door voormalig MI6-medewerker Christopher Steele, is net een paar dagen voor onze afspraak naar buiten gekomen. ‘Chantage is zonder meer een wapen in het KGB-arsenaal,’ zegt Barsky schouderophalend. ‘Als ze het kunnen gebruiken, zullen ze het niet laten. De enige vraag is of onze president echt zo dom is geweest om dat soort dingen te doen.’ De Russische geheime dienst anno nu lijkt in grote lijnen nog precies zo te denken als zijn oude instructeurs bij de KGB, zegt hij. ‘Dat zie je eigenlijk bij vrijwel alle grote organisaties: die veranderen niet zo snel.’
In de jaren tachtig zijn het vooral radicaal-rechtse ideologen op wie Barsky zijn pijlen richt; in Amerika zouden Sovjetagenten zich voordoen als radicaal-rechtse activisten. ‘Van één iemand over wie ik verslag heb uitgebracht, weet ik zeker dat hij door de knieën zou zijn gegaan, want hij was heel erg rechts,’ zegt hij. Maar Barsky weet niet of die mensen van enige waarde zijn gebleken voor de KGB; de operationele procedures schrijven voor dat de agent die het profiel opstelt niet dezelfde mag zijn als degene die de rekrutering doet. Barsky blijft profielen opstellen en versturen; het vervolg onttrekt zich volledig aan zijn blikveld.
‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad’
Vanuit New York kan Barsky op geen enkele manier contact opnemen met Gerlinde. Hij wordt eenzaam en gaat uit, loopt uiteindelijk Penelope tegen het lijf, een stewardess uit Guyana. Zij moet trouwen om aan een verblijfsvergunning te komen, en Barsky is bereid haar te helpen.
Hij heeft dan al zo lang een dubbelleven geleid, legt hij uit, dat het ethische dilemma van twee huwelijken er ook nog wel bij kan. Zijn twee identiteiten nemen elk een ander deel van zijn hersenen in beslag en voor zijn gevoel is noch Jack Barsky noch Albrecht Dittrich ooit ontrouw geweest. ‘De Duitser en de Amerikaan waren twee verschillende mensen. Geen van beiden heeft ooit iets met meer dan één vrouw tegelijk gehad.’
In 1986 gaat Barsky voor de laatste keer naar Moskou. Hij maakt kennis met iemand die zich bezighoudt met bedrijfsspionage, en die raadt hem aan te gaan stelen. ‘Hij was er heel open over. Hij zei dat de Sovjet-Unie het zwaar had. “We hebben behoefte aan hardware, software, alles wat je maar kunt vinden.”’ Barsky levert software die bij hem op het werk wordt gebruikt, via dead drop, maar hij heeft geen idee of er ooit iets mee is gedaan.
In 1988, een jaar na de geboorte van Chelsea, krijgt Barsky het bericht van de KGB dat hij moet vluchten. Hoewel hij inmiddels is afgeknapt op het Sovjet-communisme, heeft hij nooit overwogen over te lopen, zegt hij, en hij is dan ook niet van plan om nu naar de FBI te stappen. ‘Ik had me teruggetrokken in een soort agnosticisme. Ik denk dat ik mezelf een socialist zou noemen, maar ik probeerde er niet al te veel over na te denken.’
Hij slaat de waarschuwing in de wind. Er volgen meer berichten, steeds dringender, op zijn kortegolfradio. Een paar weken later wordt hij op een metroperron aangeklampt door een onbekende, die zegt dat hij er is geweest als hij niet terugkeert naar huis. Het is voor het eerst dat er binnen Amerika iemand van de Sovjetkant contact met hem legt.
Maar Barsky is vastberaden om te blijven. Hij stuurt een bericht naar Moskou en schrijft de KGB dat hij aids heeft opgelopen van een vrouw met wie hij iets heeft gehad en van wie hij een profiel heeft opgesteld, en dat hij een behandeling moet ondergaan die alleen in Amerika beschikbaar is; hij is absoluut niet van zins over te lopen. Opmerkelijk genoeg lijkt zijn list te werken. De Sovjets zijn als de dood voor hiv, de USSR kan elk moment uit elkaar vallen en door Michael Gorbatsjovs nieuwe politiek van openheid staat de KGB onder grote druk. De mensen aan de top hebben vermoedelijk andere dingen aan hun hoofd; een losgeslagen agent opsporen heeft geen prioriteit.
Barsky stort zich op het gezinsleven. Penelope en hij krijgen nog een kind, een zoon, Jessie, maar het huwelijk begint scheurtjes te vertonen. Hij besluit zijn vrouw de waarheid te vertellen in de hoop zijn huwelijk te redden. ‘Weet je wat ik allemaal voor jou op het spel heb gezet? Ze hadden me kunnen vermoorden of gevangennemen,’ zegt hij tegen haar. Ze reageert eerder boos dan opgelucht: als hij illegaal in het land is, dan is Penelope zelf ook illegaal, wat betekent dat ze haar kinderen kan kwijtraken.
‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij’
Dit gesprek, dat plaatsvindt in 1997, blijkt in meerdere opzichten een keerpunt. Barsky wordt al jaren gevolgd door de FBI. Zijn naam is opgedoken in papieren die zijn gekopieerd uit de KGB-archieven door Vasili Mitrokin, een archivaris die in 1991 de Engelse ambassade in Riga binnen is gestapt om zijn geheimen aan te bieden. Barsky’s huis wordt al langere tijd in de gaten gehouden door FBI-agenten, soms verkleed als vogelaars; zijn auto wordt doorzocht en wanneer Penelope Londen bezoekt wordt ook zij gevolgd, door MI5. De FBI heeft zelfs het huis naast dat van Barsky gekocht en daar hebben zich twee agenten geposteerd, die steeds gefrustreerder worden omdat hij zo’n volkomen alledaags bestaan leidt. Misschien is hij een slapende cel, die wacht op een teken uit Moskou.
Uiteindelijk wordt er afluisterapparatuur geplaatst. Als Barsky alles opbiecht aan Penelope, concludeert de FBI dat hij de actieve dienst heeft verlaten en besluiten ze toe te slaan. Barsky wordt met zijn auto aan de kant gezet en krijgt te horen dat hij misschien niet naar de gevangenis hoeft – maar dan moet hij wel meewerken. ‘Ik zei meteen ja. Ik vertelde ze alles wat ik wist,’ zegt hij. In 2009 krijgt hij een green card, en in augustus 2014 een echt Amerikaans paspoort, op naam van Jack Barsky, de identiteit die de KGB voor hem had gestolen.
Nadat Barsky’s huwelijk met Penelope is stukgelopen huilt hij zichzelf elke avond in slaap, zegt hij. ‘Mijn bestaan had geen enkele zin meer. Ik was in de vijftig, mijn kinderen waren het huis uit, mijn huwelijk was gestrand. Wat had het nog voor zin?’ Het is dan al meer dan tien jaar geleden dat hij voor het laatst contact heeft gehad met zijn Duitse vrouw Gerlinde en hun zoon Matthias.
De FBI-agent die op Barsky’s zaak zat, is uitgegroeid tot een goede vriend
Hij rolt van het ene baantje in het andere, werkt voor verschillende bedrijven, eerst als programmeur, later als hoofd IT. Hij begint een voorzichtige affaire met zijn assistente, Shawna, met wie hij later trouwt. Ze wonen nu ergens buiten Atlanta, met hun dochtertje van zes, Trinity. Via Shawna heeft Barsky God gevonden en zijn geloof vult het gat dat is ontstaan toen het communistische vuur doofde. Joe Reilly, de FBI-agent die op Barsky’s zaak zat en die de ondervragingen deed, is uitgegroeid tot een goede vriend en de peetvader van Trinity.
Shawna, een Jamaicaanse die iets meer dan tien jaar geleden naar de Verenigde Staten is gekomen, vertelt met een glimlach over haar eerste afspraakje met Barsky. Hij besluit haar alles over zijn verleden te vertellen, waardoor zij een van de weinigen buiten de FBI is die zijn ware verhaal kent. Maar ze lacht alleen maar. ‘Ik was daarvoor getrouwd geweest met een man die alles aan elkaar loog,’ zegt ze, ‘dus ik wilde het eigenlijk helemaal niet horen. Ik vond hem nogal zonderling, en ik dacht: ik vind het best, hoor, als jij in een fantasiewereld wilt leven – maar ik hoef het allemaal niet te horen.’ Pas jaren later, vertelt ze, dringt tot haar door dat zijn verhaal, dat hij in Duitsland is opgegroeid, weleens waar zou kunnen zijn.
Barsky leeft een aangenaam burgerbestaan en speelt overtuigend de rol van een ‘geboren Amerikaan’ – precies waarvoor hij ooit op missie is gestuurd – maar hij heeft een paar eigenaardigheden overgehouden aan zijn KGB-tijd. Soms, wanneer hij tijdens het hardlopen een auto geparkeerd ziet staan op een merkwaardige plek, begint hij te zigzaggen om mogelijke achtervolgers af te schudden. Meestal blijkt het om vogelspotters te gaan (en dan dit keer echte) of vrijende stelletjes. Hij is ook nog niet helemaal losgekomen van het patroon van dead drops en geheime schuilplekken, al leeft hij zich nu uit op koekjes. ‘Ik weet dat ik geen koekjes zou moeten kopen, dus ik verstop ze. Op verschillende plekken – er valt geen patroon in te ontdekken. Shawna zegt dat ik ze niet hoef te verstoppen, maar ik kan het gewoon niet laten.’
In 1988 sloeg hij een bevel van hogerhand in de wind, zegt hij, vanwege zijn pasgeboren dochtertje – hij verkoos haar boven Gerlinde en Matthias. ‘Ik weet niet of ik hetzelfde had gedaan als Chelsea een jongetje was geweest. Voor mijn gevoel zijn vrouwen betere mensen.’
Verklaring
Maar er zijn minstens twee mensen in zijn leven voor wie die beslissing bijzonder pijnlijk is. Gerlinde krijgt van de KGB te horen dat haar man is overleden aan aids, en zijn moeder, die in de overtuiging verkeert dat hij naar Bajkonoer is gestuurd, wordt in het ongewisse gelaten. Barsky zet zijn Duitse gezin uit zijn hoofd, vastbesloten om nooit meer contact met hen op te nemen.
Wanneer Chelsea achttien wordt, vertelt hij haar over zijn verleden. Zij blijkt er heel anders tegenaan te kijken: wanneer ze hoort dat ze een halfbroer in Duitsland heeft, gaat ze naar hem op zoek. In 2014 gaat ze samen met Barsky naar Duitsland om een bezoek te brengen aan Matthias, die inmiddels in de dertig is. Gerlinde leeft nog, maar wil hem niet zien. Ze heeft meer dan een kwarteeuw in de veronderstelling geleefd dat de vader van haar zoon dood was. Barsky zegt wel zich schuldig te voelen, maar zegt ook dat een excuus niet meer zou zijn dan loze woorden. ‘Als we elkaar spreken, zal ik zeker zeggen dat het me vreselijk spijt; maar hoe je het ook wendt of keert, ik heb domweg niet voor haar gekozen. Ik heb niet gekozen voor een andere vrouw, ik heb gekozen voor een kind.’
Zijn moeder heeft zich jaren en jaren vertwijfeld afgevraagd wat er van haar vermiste zoon is geworden. Ze heeft zowel Gorbatsjov als de eerste Oost-Duitse kosmonaut geschreven, om te vragen of zij iets wisten van een jonge diplomaat die op een geheime missie naar Bajkonoer is gestuurd. Jaren later leert ze op safari een Duitse wetenschapper kennen. De wetenschapper vertelt haar dat hij binnenkort naar Rusland gaat en als Barsky’s moeder hem vertelt over haar vermiste zoon, belooft hij een oproep te doen op de Russische televisie. Zoals te verwachten komt er geen enkele reactie. Barsky’s moeder overlijdt zonder te weten hoe het hem is vergaan.
Barsky vertelt het zonder zichtbare emotie. ‘Het klinkt hard, maar ze heeft het aan zichzelf te danken,’ zegt hij. ‘In de band tussen ouder en kind moet de ouder het zaadje van de emotionele verbintenis planten. Ze heeft me nooit geknuffeld. Daarmee wil ik niet goedpraten dat ik tegen haar heb gelogen. Het is geen excuus, maar wel een verklaring.’
Wat zijn drie jaar jongere broer betreft, die weet Barsky op te sporen in Berlijn. Ze mailen elkaar, maar uiteindelijk zegt de broer dat hij Barsky niet wil zien, hij kan hem niet vergeven dat hij hun moeder de laatste jaren van haar leven zo heeft laten lijden. Barsky haalt zijn schouders op, alsof hij die beslissing onbegrijpelijk vindt. ‘Hij moet het zelf weten. Hij had naar Amerika kunnen komen om me op te zoeken. Ik heb hem nooit kwaad gedaan. We hadden nauwelijks een band. Hij was altijd een matige leerling.’
Deze onverschillige opmerkingen over zijn Duitse familie botsen met Barsky’s gebruikelijke jovialiteit. Gaat hij echt niet gebukt onder schuldgevoel, voelt hij zich echt niet verantwoordelijk? Hij haalt zijn schouders op. ‘Ik zou waarschijnlijk sympathieker overkomen als ik iets anders zei, maar het is zoals het is. Ik voel er gewoon niets bij.’ Na een leven dat van leugens aan elkaar hing, kan hij nu niet anders dan eerlijk zijn.
Ik vraag hem wat Jack Barsky zou zeggen tegen de jonge Albrecht Dittrich, als hij terug zou kunnen gaan in de tijd, naar een moment voordat de man van de Stasi op zijn deur klopte. Hij aarzelt geen moment. ‘Ga er niet op in. Je bezorgt jezelf alleen maar ellende. De hele opzet is gedoemd te mislukken, en in de meeste gevallen loopt het dan ook op niets uit; en het is bij lange na niet zo spannend als het lijkt. Undercoverwerk is behoorlijk saai: 99 procent van het werk bestaat uit wachten, en 1 procent uit actie. Het is een eenzaam bestaan.’
Maar, zegt hij, alles verloopt volgens Gods plan, en in de nadagen van zijn bestaan heeft hij eindelijk rust en harmonie gevonden. ‘Ik heb altijd dit kinderlijke gevoel gehouden dat alles uiteindelijk wel goed zou komen,’ zegt hij, met een zweem van nostalgie. ‘En in zekere zin is dat ook het geval.’
Deep Undercover: My Secret Life And Tangled Allegiances As A KGB Spy in America, door Jack Barsky, is verschenen bij uitgeverij Tyndale Momentum.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.