Hoe de zoveelste diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, tot slachtoffer maakte van een grimmige lastercampagne.
Het is een kerel wiens bescheidenheid en eenvoud door iedereen, zijn vijanden in-begrepen, worden geprezen. Een uitstekende voetballer die zijn berichten, brieven en e-mails altijd beëindigt met hoffelijke ‘sportieve groeten’. Abdeslam Ouaddou, voormalig aanvoerder van het Marokkaanse voetbalelftal, houdt zich totaal niet bezig met de politiek in zijn land. Hij heeft geen ideologische voorkeur en wanneer hij het over de koning heeft, bezigt hij het eer-biedige en gebruikelijke predicaat ‘Zijne Majesteit’.
Nooit heeft hij onderwerpen aangeroerd als ernstige mensenrechtenschendingen door het Marokkaanse regime, de onderdrukking van de Sahrawi (het volk van de Westelijke Sahara), de wandaden tegen de mijnwerkers van Jerada, de activisten van Sidi Ifni, de leden van de protestbeweging Hirak in het noordelijke Rifgebied, die werden gemarteld en in de cel gegooid, de zware gevangenisstraffen voor journalisten, youtubers of doodgewone internetters, enkel omdat zij zogeheten gevoelige onderwerpen durfden aan te snijden.
‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement’
‘Ik ben sportman, ik heb geen verstand van dat soort dingen,’ zegt hij, en daarmee is voor hem de kous af. Hij benadrukt dat hij zich als MRE (Marocain résidant à l’étranger, Marokkaan die in het buitenland woont) niet al te bewust is van wat er in zijn land gebeurt. ‘We hebben niemand die ons vertegenwoordigt in het parlement.’
Als het om liefdadigheidsactiviteiten gaat, is het een ander verhaal. Toen Marokko in 2020 hard werd getroffen door corona, schonk Ouaddou 1 miljoen dirham (bijna 100.000 euro) aan een bijzonder fonds voor de beheersing van de pandemie. Hij is ook bepaald niet te beroerd om computers en tablets te schenken aan schoolkinderen in zijn douar (dorp) of andere gebieden in Marokko, om benefietwedstrijden ter plaatse te organiseren of om een gezin in financiële nood te helpen.
Alles gegeven
Abdeslam was twee jaar oud toen zijn vader, die zich in 1970 in Frankrijk vestigde, hem in 1980 in het kader van de gezinshereniging liet overkomen. Zijn integratie in Frankrijk verliep naar verluidt voorspoedig. In een lokaal pupillenteam, werd hij opgemerkt door AS Nancy-Lorraine, dat hem inlijfde. Later speelde hij in Frankrijk onder meer voor Stade Rennais en Valenciennes FC. Ook in het buitenland bouwde hij een mooi cv op: hij kwam uit voor het Londense Fulham, voor Olympiakos Piraeus en voor andere grote clubs.
Zijn carrière in Marokko begon in 1998 bij het Olympisch team dat deelnam aan de Spelen van Sydney, in de zomer van 2000. Daarna maakte hij zijn debuut voor het Marokkaanse elftal. ‘Tien jaar international, tachtig keer geselecteerd, een jaar lang aanvoerder: ik heb alles gegeven voor mijn team, voor mijn land,’ meldt hij telefonisch vanuit Nancy, zijn woonplaats in Frankrijk.
Tijdens het toernooi om de Afrika Cup in 2004, in het Taïeb Mhiri-stadion in Sfax, Tunesië, scoorde de jonge Ouaddou in de 75ste minuut een doelpunt tegen Benin. Dat was een moment van groot geluk en trots. Een paar dagen later won zijn team in hetzelfde stadion afgetekend met 3-1 van Algerije. Marokko bereikte de finale, maar moest daarin buigen voor Tunesië: 1-2.
De eer was echter gered. Iedereen in Marokko besefte dat het nationale team een uitstekende prestatie had geleverd. Koning Mohammed VI nodigde staf en spelers uit in het koninklijk paleis in Agadir.
In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten een brief aan het schrijven waren
Eén gebeurtenis uit die periode staat hem nog levendig bij. In het vliegtuig naar Marokko viel het Ouaddou op dat de meeste van zijn teamgenoten, ‘minstens 80 procent van de aanwezigen’, een brief aan het schrijven waren. Hij vroeg wat er aan de hand was en kreeg te horen dat de ontmoeting met de vorst een ideale gelegenheid was om een ‘verzoek’ in te dienen. Hij begreep er niets van. Desgevraagd legde een van zijn medespelers uit dat dit het moment was om het staatshoofd een gunst te vragen: onroerend goed, een licentie voor een taxi- of busbedrijf, een vergunning voor het een of ander, een voordeeltje.
Deed hij mee aan deze bedelactie? ‘Nee!’ klinkt het stellig. ‘Ik had geen douceurtjes nodig. Ik verdiende goed bij mijn club (Stade Rennais) en van de Marokkaanse voetbalbond kon ik een bonus tegemoet zien voor mijn deelname aan de Afrika Cup. Ik vond toen, net als nu, dat er mensen waren die het harder nodig hadden dan ik.’
Bovendien, benadrukt hij, was hij bereid om onbetaald voor Marokko te spelen. ‘De ontmoeting met Zijne Majesteit, die zei erg trots te zijn op de wijze waarop wij het land hadden vertegenwoordigd, was al een grote eer voor mij.’
Belangeloze houding
Deze in Marokko zeldzame belangeloze houding, zijn toewijding aan zijn team en zijn bescheidenheid konden hem in 2021 echter niet behoeden voor een agressieve campagne in de Marokkaanse pers en op sociale media. Hem werd verweten de kandidatuur van [de Algerijn] Kheireddine Zetchi voor hoofd van de Confédération Africaine de Football (CAF, de Afrikaanse voet-balbond) te hebben gesteund, in plaats van die van [zijn landgenoot] Fouzi Lekjaa. Hij werd gesommeerd zijn voorkeur voor de voorzitter van de Algerijnse voetbalbond boven de machtige baas van de Marokkaanse voetbalbond toe te lichten, maar weigerde tekst en uitleg te geven.
En dat om één simpele reden: van Marokkaanse supporters wilde hij kritiek voor deze keuze naar eigen zeggen wel accepteren, maar de wekenlange belastering door een georganiseerde bende die ertoe opriep zijn Marokkaanse paspoort in te trekken en hem zijn Marokkaanse nationaliteit te ontnemen – dat ging hem veel te ver.
Aan deze golven van haat heeft Ouaddou onprettige ‘herinneringen’ over-gehouden. Zo worden er online allerlei berichten gepost en opmerkingen geplaatst, vaak met kwaadaardige beelden en kwetsende woorden: ‘verrader’, ‘buitenlandse agent’, ‘klootzak’ en andere fraaie teksten – als hij al niet wordt vergeleken met een ‘aap’.
‘
Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land’
‘Ik verkeer nog steeds in shock. Het is alsof mijn wereld is ingestort,’ klinkt het verbluft. ‘Ik kon niet bevroeden dat onverdraagzaamheid en boosaardig racisme zo ingebakken, zo virulent zijn in mijn land.’ En dan hij heeft nog niet eens gelezen wat er in het Arabisch over hem is geschreven.
Net als zijn ouders is Ouaddou Berbertalig. Het Darija, een mix van Arabisch, Berbers, Frans en Spaans die de lingua franca is van veel Marokkanen, verstaat hij wel maar beheerst hij niet tot in de puntjes. Het Arabisch schrift kan hij al helemaal moeilijk ontcijferen.
Adressenlijst
Om de lawine aan haat tot stilstand te brengen zocht Ouaddou in zijn adressenlijst de namen op van enkele Marokkaanse sportjournalisten, maar geen van hen reageerde. ‘Ze lieten me allemaal barsten. Niemand wilde me vragen stellen of was geïnteresseerd in mijn reactie of mijn kant van de zaak. Het was alsof ik van de ene op de andere dag niet meer voor hen bestond,’ verzucht hij.
De honderden trollen op internet hebben maar één doel: hem vernederen
Op sociale media probeert hij het gesprek aan te gaan met zijn criticasters, ook als ze hem hebben geschoffeerd. Tevergeefs: door het grote aantal tegenstanders ziet hij zich gedwongen de strijd te staken. De honderden trollen, de accounts van Moorish – een racistische en extreemrechtse clandestiene organisatie die zou zijn voort-gekomen uit de Marokkaanse geheime diensten – hebben maar één doel: hem vernederen.
Maar vanwaar dan al dit tumult – vooral als je bedenkt dat de voormalige Algerijnse international Lakhdar Belloumi zichzelf zonder problemen kon uitroepen tot ‘ambassadeur van Marokko’ voor het WK van 2026?
Antwoord: omdat Ouaddou in de zoveelste politieke en diplomatieke crisis tussen Marokko en Algerije beland raakte, over een eeuwigdurend conflict: dat van de Westelijke Sahara. Met deze keer als pikant extraatje het Marokkaanse besluit om de diplomatieke betrekkingen met Israël te normaliseren. Een soeverein besluit van het koninkrijk, dat door het buurland als een bedreiging wordt gezien, wegens – in de woorden van de Algerijnse regering – de ‘installatie’ van Israël voor haar deur.
Nog zo’n onderwerp dat, net als de mensenrechten, zijn pet te boven gaat, maar waarvan hij het belang wel degelijk inziet, gezien het enorme aantal bots onder zijn lasteraars. Het feit dat hij in de pers hevige kritiek te verduren kreeg van voormalige Marokkaanse internationals, bevestigt zijn bange vermoeden dat deze vloedgolf van smaad is georkestreerd.
Deze oud-spelers, met wie hij ooit goed meende te kunnen opschieten, geeft hij lik op stuk. Noureddine Naybet? ‘Welk opleidingsniveau heeft deze meneer en wat doet hij tegenwoordig precies?’ Youssef Chippo? ‘Welke meerwaarde heeft hij gehad voor het Marokkaanse voetbal?’ Mustapha El Haddaoui? ‘Die is al vijftien jaar coach van het nationale beachvoetbalteam en voorzitter van de Marokkaanse Unie van Professionele Voetballers [UMFP]. Op welke resultaten mag hij zich laten voorstaan?’
Wat Mohammed Sahil en anderen betreft: die zegt hij niet te kennen, maar hij neemt aan dat ze verplicht zijn hem aan te vallen om de ontvangen voordeeltjes te rechtvaardigen – dezelfde voordeeltjes die hij weigerde op te strijken na de wedstrijd tegen Tunesië in 2004.
Ontslag
Direct na zijn aankomst in Oujda kreeg Ouaddou te maken met spelers die staakten omdat ze hun loon niet uit-betaald kregen. Pijnlijker nog is dat hij beweert te zijn ‘geïntimideerd’ door de bestuurder van de regio Oriental, Mouaad Jamai, die hem naar verluidt tijdens een door de club georganiseerde lunch verweet dat hij de spelers steunde en ‘de club gijzelde’.
‘De club gijzelen omdat spelers uit hun woning worden gezet vanwege een huurachterstand die ze buiten hun schuld niet meer konden ophoesten?’ vraagt hij ironisch. ‘Sommigen hadden niet eens genoeg te eten,’ zegt Ouaddou, die erop wijst dat ook hij en zijn staf niet werden betaald. Dit wordt bevestigd door de uitgebreide correspondentie tussen zijn Parijse advocaat, Alexis Rutman, en de directie van MCO.
Zijn weigering om de plaatselijke bestuurder en de voorzitter van Mouloudia ter wille te zijn en te aanvaarden dat zijn contract van vier naar één jaar werd teruggebracht, leidde uiteindelijk tot zijn ontslag. Hij verliet de stad met een bittere smaak in zijn mond en nog een laatste leuke ‘herinnering’: een door de chauffeur van de spelersbus uitgelokt handgemeen, waardoor hij vijfentwintig dagen niet kon werken.
‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’
Steunde Ouaddou daarom Zetchi in plaats van Lekjaa? De oud-international ontkent het ten stelligste. Bovendien, zo rechtvaardigt hij zichzelf, had hij ruim voor zijn aanstelling bij Mouloudia d’Oujda de Marokkaanse bond gevraagd of hij ergens stage mocht lopen om zo een trainersdiploma te kunnen behalen. Diverse keren schreef hij de bond aan, maar zonder resultaat.
Daarop wendde hij zich tot de Algerijnse voetbalbond (FAF), via Djamel Belmadi, de coach van het Algerijnse nationale team. En zie, de deuren van de deze bond zwaaiden wél voor hem open. Dat viel niet goed bij een aantal bobo’s van het Marokkaanse voetbal.
De beschuldigingen op sociale media konden natuurlijk niet uitblijven: ‘Waarom steun je de Algerijnen?’ ‘Ben je tegen de Marokkaanse Sahara?’
Maar, zo bezweert hij, hij wil echt een einde te maken aan deze zaak. Dat hij Zetchi steunde en niet Lekjaa, is niet uit ressentiment of wraak, maar puur uit sportieve overwegingen. Voor hem heeft de Algerijn een project in gedachten, een visie voor het Afrikaanse voetbal die hij volledig onderschrijft. Algerije won in 2019 de Afrika Cup met een nationaal team dat voor 70 procent bestond uit spelers uit de Algerijnse competitie; de Marokkaanse kampioen telde voor 98 procent spelers die in het buitenland actief waren. Van een jeugdopleiding die de kans op toekomstig succes van het Marokkaanse voetbal kon vergroten, was geen sprake.
Verduistering
Daarnaast wijst Ouaddou erop dat Fouzi Lekjaa de secondant was van de Malagassiër Ahmad Ahmad, de voorzitter van de CAF die werd geschorst wegens ‘het aanvaarden en uitdelen van geschenken en andere voordelen’, ‘machtsmisbruik’ en ‘verduistering’. Die veroordeling maakte zijn herverkiezing onmogelijk.
‘Lekjaa heeft veel gedaan voor infrastructuur en stadions in Marokko, maar vergeten wordt dat hij voor Ahmad werkte, die een tekort van 10 miljoen euro in de schatkist van de CAF achterliet. Als we daarbij optellen dat er in Marokko duizend profspelers zijn uit de eerste en tweede divisie die geen sociale zekerheid hebben, dan geeft dat te denken,’ zo stelt een sportjournalist die anoniem wenst te blijven uit angst voor represailles.
En zoals Abdeslam Ouaddou hardop zegt, wekt dit enkel wrevel bij de Marokkaanse voetbalbond.
En verder, zegt hij, terwijl hij zich excuseert omdat hij zijn vliegtuig moet halen: ‘Als Zijne Majesteit of de hoge autoriteiten van mijn land van mening zijn dat ik een verrader ben en dat ik het niet verdien om Marokkaan te zijn, dan ben ik bereid mijn paspoort bij het dichtstbijzijnde consulaat in te leveren’.


















