Tag: vrouwenhaat

  • Zuid-Koreaanse 4B-beweging waait over naar de VS

    Zuid-Koreaanse 4B-beweging waait over naar de VS

    Vrouwen in de feministische 4B-beweging zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks. Het is een duidelijke waarschuwing naar een alsmaar vrouwonvriendelijker klimaat in de Verenigde Staten.

    In de aanloop naar de inauguratie van Donald Trump spreekt een aanzienlijk aantal jonge vrouwen in de VS zich online uit over de noodzaak om de zogeheten 4B-beweging van Zuid-Korea te volgen, waarbij de 4 B’s staan voor bihon (geen heteroseksueel huwelijk), biyeonae (niet daten met mannen), bichulsan (geen kinderen) en bisekseu (geen seksuele relaties met mannen). Veel anderen in de Verenigde Staten bekritiseren deze nogal radicale afwijzing van mannen. Wat bereik je ermee? Hoe gaat dit ons verder helpen? Is dit niet gewoon het zich toe-eigenen van andermans cultuur?

    Voor mij is de 4B-beweging, ongeacht waar deze plaatsvindt, een ernstig waarschuwingssignaal. Als journalist die de Zuid-Koreaanse feministische bewegingen al jaren volgt, is deze onbedoelde export van weer een ander ‘K-cultuur’-product zowel fascinerend als hartverscheurend. Fascinerend vanwege de verschillen: het feit dat niet-Koreaanse vrouwen dit Koreaanse idee overnemen. Hartverscheurend vanwege de overeenkomsten: elke voorstander van de 4B-ideeën wordt uiteindelijk geregeerd door wanhoop, angst en, ondanks alles, hoop.

    In de kern is de 4B-beweging een noodkreet. De vraag is hoe en of deze gehoord zal worden.

    Middelpunt

    In de VS groeit de 4B-beweging als een directe reactie op de strijd voor de reproductieve rechten van vrouwen, die nu Trump opnieuw aan de macht is nog meer risico lopen. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.

    TikTok en andere onlineplatforms vormen het belangrijkste strijdtoneel, sommige 4B-content is hier al miljoenen keren bekeken.

    In Zuid-Korea is de beweging ook online ontstaan, hoewel het al meer dan vijf jaar geleden is dat ze viraal ging in de mainstream media. Het is het Koreaanse publiek uiteraard niet ontgaan dat de beweging momenteel is overgeslagen naar de VS. Reacties variëren van ‘Huh? Is dat nog steeds een ding?’ tot meer introspectieve beschouwingen over de erfenis van 4B binnen Zuid-Korea. ‘Toen de politiek en de instellingen er niet in slaagden om adequaat te reageren op discriminatie van en geweld tegen vrouwen, werden [4B-aanhangers] gedwongen om op hun eigen terrein actie te ondernemen,’ schreef Sohn Heejung, een cultuurcriticus en feministisch onderzoeker, in de Koreaanse krant Hankyoreh.

    Toen 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort

    4B is in Zuid-Korea altijd een marginale beweging geweest, die wordt uitgedragen door een kleine groep mensen die hun persoonlijke leven bewust zien als een politieke daad van verzet. De aanhangers ervan worden vaak over één kam geschoren met de vele andere jonge Zuid-Koreanen die weigeren te trouwen en/of kinderen te krijgen – het land heeft het laagste vruchtbaarheidscijfer ter wereld –, maar bij die laatste groep zijn de redenen vaak eerder economisch dan uitgesproken feministisch of politiek van aard.

    De wortels van 4B zijn in Korea niet zo duidelijk aan te wijzen als in de VS. 4B dook rond 2015 voor het eerst op als een trend in onlinegemeenschappen die vooral op vrouwen waren gericht. Dit was een kritieke periode in het Zuid-Koreaanse feminisme waarin jonge vrouwen zich verenigden in de nasleep van een angstaanjagend incident: in 2016 werd een willekeurige vrouw van in de twintig door een man neergestoken in de buurt van het Gangnam-station in Seoul. ‘Ik deed het omdat vrouwen me altijd hebben genegeerd,’ zou de 34-jarige man hebben gezegd. De politie ontkende dat het incident het gevolg was van vrouwenhaat en verwees naar de psychische stoornissen van de moordenaar.

    Veel van mijn vrienden, die in de twintig en dertig zijn, herinneren zich deze periode als een keerpunt in hun leven. Ze schrokken van de gedachte dat dit elke vrouw had kunnen overkomen. Dus gingen ze naar herdenkingen in Gangnam en twitterden ze hashtags om andere vrouwen een hart onder de riem te steken. Dit was het moment waarop veel jonge vrouwen zich gingen identificeren als feminist, als reactie op de krachten in de Zuid-Koreaanse samenleving die buiten hun macht leken te liggen. Uit deze gedeelde paniek – en wanhopige pogingen tot empowerment – ontstond een beweging als 4B.

    Een paar jaar na het incident in Gangnam leek het feminisme zijn hoogtijdagen te beleven. De #MeToo-beweging zorgde ervoor dat mannen met machtige functies hun baan kwijtraakten, toenmalig presidentskandidaat Moon Jae-in verklaarde zichzelf in 2017 feminist en in 2018 gingen historische aantallen vrouwen de straat op om te protesteren tegen illegaal opgenomen ‘spycam’-beelden. In de tijd dat 4B viraal ging in de mainstream media, gooiden drommen vrouwen hun make-up weg en knipten hun haar kort, waarmee ze de patriarchale druk om er mooi uit te zien van zich afwierpen. Ze kwamen bekend te staan als de ‘ontsnap aan het korset’-beweging.

    Vies woord

    Toen kwam de tegenreactie. Enige context: ik leef in een kleine progressieve bubbel in Seoul. Mijn sociale kringen zijn veilige plekken voor feministen, waar we regelmatig frustraties delen over wijdverspreide vrouwenhaat en conservatieve gendernormen. Zuid-Korea heeft de hoogste loonkloof tussen mannen en vrouwen van alle OESO-landen; vrouwen zijn nauwelijks vertegenwoordigd in hogere en leidinggevende functies en vrouwonvriendelijke microagressie is de norm.

    Buiten mijn bubbel, in grotere delen van Zuid-Korea, is feminisme steeds meer een vies woord geworden en wordt het gezien als een taboe. Bij de meest recente presidentsverkiezingen in 2022 profiteerde de inmiddels afgezette president Yoon Suk Yeol van het antifeministische sentiment onder jonge mannelijke kiezers – een wereld van verschil met de vorige verkiezingen.

    Feministische bewegingen zoals 4B zijn door velen bestempeld als ‘extremistisch’ of ‘te radicaal’ en worden gezien als vergif voor de samenleving. Ik betwijfel ten zeerste of een Zuid-Koreaanse 4B-aanhanger daar in het openbaar voor uit zou komen zonder enige tegenreactie te verwachten. Het is dan ook ironisch dat 4B zo veel aandacht heeft gekregen in de VS – de grote broer van Zuid-Korea – terwijl feministen in het land waar de beweging is ontstaan te maken hebben met toenemende censuur.

    Deze negatieve reacties en gevaren voor vrouwenrechten zijn nog wijdverbreid. Helaas hebben Zuid-Korea en de VS nog een andere realiteit gemeen: veel jonge mannen zien zichzelf als slachtoffer. Doordat ze niet begrijpen wat de werkelijke oorzaken zijn van hun weinig stabiele omstandigheden, richten ze onterecht hun woede op vrouwen en andere minderheden.

    Neem mannen als Elon Musk en Nick Fuentes. In de nasleep van Trumps overwinning zijn deze boegbeelden van overwegend mannelijke proteststemmen nog harder gaan schreeuwen. Fuentes tweette onlangs in een post die viraal ging: ‘Jouw lichaam, mijn keuze. Voor altijd.’ The New Yorker noemde dit onheilspellend een ‘slogan die misschien het komende tijdperk van achteruitgang op het gebied van genderkwesties inluidt’.

    4B lijkt voor velen misschien een absurde beweging. Veel vrouwen, waaronder ikzelf, zien nog steeds de waarde in van (goed, veilig) mannelijk gezelschap. Maar het is niet moeilijk te begrijpen waarom 4B vandaag de dag bestaat. De wereld waarin we leven lijkt absurder te worden. De 4B-beweging is daar slechts een symptoom van.

  • Iran: president Pezeshkian belooft zedenpolitie aan banden te leggen

    Iran: president Pezeshkian belooft zedenpolitie aan banden te leggen

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Myanmar: dodental als gevolg van overstromingen stijgt naar 226

    » Amazon eist van medewerkers dat ze fulltime naar kantoor terugkeren

    De president wil daarmee zijn verkiezingsbelofte inlossen

    De Iraanse president Masoud Pezeshkian beloofde maandag te zullen voorkomen dat de zedenpolitie vrouwen die in het openbaar geen sluier dragen ‘lastigvalt’. ‘Het is niet de bedoeling dat ze de confrontatie met hen aangaat’, verklaarde de hervormingsgezinde Pezeshkian maandag in Teheran ter gelegenheid van de tweede verjaardag van het overlijden van Mahsa Amini, de Iraanse vrouw die werd doodgeslagen omdat ze haar hijab niet goed droeg. Tijdens zijn verkiezingscampagne beloofde de president de zedenpolitie, die erop toeziet dat vrouwen de verplichte sluier dragen, van de straat te verwijderen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Tekenen van een potentieel meer ontspannen houding ten opzichte van de strikte dresscode van het land (…) waren maandag zichtbaar op de persconferentie van Pezeshkian, waar sommige vrouwelijke journalisten losse sluiers droegen’, merkt de BBC op. ‘Dit is een opmerkelijke verandering ten opzichte van eerdere officiële evenementen waarbij vrouwelijke journalisten volledig bedekt moesten zijn met de hijab.’ In september 2022 leverde Pezeshkian, destijds lid van het Iraanse parlement, stevige kritiek op de politie vanwege de dood van Mahsa Amini.

  • Waarom wordt geweld tegen vrouwen alleen maar erger?

    Waarom wordt geweld tegen vrouwen alleen maar erger?

    ‘We begrijpen nog steeds niet waarom sommige mannen zo’n hekel hebben aan vrouwen – maar we kunnen wel de manier waarop vrouwenhaat wordt bestreden veranderen,’ schrijft The Guardian-columnist Gaby Hinsliff.

    Natalie Fleet was pas vijftien toen ze zwanger werd van een oudere man. Ze vertelt dat ze destijds niet echt wist hoe ze wat er gebeurde moest beschrijven; ze zag zichzelf niet als iemand die werd gegroomd of als iemand die niet oud genoeg was om in te stemmen. Ze was eerder bang dat zij degene was die iets verkeerd had gedaan, aangezien zij degene was die een slet en een sloerie werd genoemd. Pas nu, meer dan twintig jaar later, voelt het nieuw gekozen Labour-parlementslid voor Bolsover zich in staat om publiekelijk te verklaren dat deze ervaring, waarover ze blijkbaar nog steeds nachtmerries heeft, een verkrachting van een minderjarige was.

    Ik heb deze buitengewoon krachtige vrouw vijf jaar geleden ontmoet toen ze zich voor het eerst zonder succes kandidaat stelde voor de verkiezingen, en ik ben verbaasd maar niet verrast door haar moed om vrijwillig een verhaal te vertellen dat perfect illustreert hoe ingewikkeld het kan zijn om verkrachting te onderzoeken en hoe vreselijk gewoon misbruik is – tenminste, als iedereen even bereid was er openlijk over te praten.

    Geweld tegen vrouwen is in een nieuw rapport van de National Police Chiefs’ Council (NPCC) uitgeroepen tot nationale noodsituatie, wat aanvoelt als een merkwaardig late verklaring van wat pijnlijk voor de hand ligt. In 2022-23 lag het aantal gemelde gevallen van huiselijk en seksueel geweld, stalking, intimidatie, uitbuiting en kindermishandeling in Engeland en Wales 37 procent hoger dan in 2018-19. Deze sprong is slechts gedeeltelijk te verklaren door een grotere bereidheid in de tijden na #MeToo om gebeurtenissen te melden die, zoals Fleet zegt, vroeger misschien niet altijd als misdaad werden gezien.

    Een op de zes jonge mannen onder de negenentwintig zegt dat feminisme meer kwaad dan goed heeft gedaan

    Wat anders, afgezien van een grotere bereidheid om bekend te maken wat er altijd achter gesloten deuren gebeurde, verklaart waarom het leven voor vrouwen gevaarlijker lijkt te worden in plaats van minder gevaarlijk? De waarschuwing van plaatsvervangend korpschef Maggie Blyth, dat jonge mannen worden geradicaliseerd door misogynen die online agressieve berichten over vrouwen rondbazuinen, haalde de krantenkoppen en het is zeker een giftig fenomeen dat we serieus moeten nemen. Natuurlijk kunnen ouders en leraren meer doen om deze schijnbare terugslag tegen te gaan. Hetzelfde geldt voor de grote tech-platforms, die zoals altijd te weinig en te laat in actie kwamen om zich te distantiëren van de schandelijke YouTuber Andrew Tate, die nu terechtstaat op beschuldiging van verkrachting en mensenhandel in Roemenië en het Verenigd Koninkrijk. Natuurlijk is het onheilspellend dat een op de zes jonge mannen onder de negenentwintig zegt dat feminisme meer kwaad dan goed heeft gedaan, volgens onderzoek van King’s College London, of dat jongeren onder de vijfentwintig zich volgens een onderzoek van het Openbaar Ministerie minder vaak dan gepensioneerden realiseren dat mensen misschien niet altijd de vrijheid voelen of in staat zijn om in te stemmen met seks, zelfs als er geen fysiek geweld wordt gebruikt. Sommige jongens die opgroeien in een openlijk feministische wereld lijken opvattingen te ontwikkelen waar hun grootvaders zich voor zouden schamen. 

    Maar Tate is aantoonbaar meer een symptoom dan de oorzaak van een vrouwenhaat die nog steeds diepgeworteld is, en volgens het NPCC-rapport is de gemiddelde leeftijd van daders van verkrachting, seksueel geweld of huiselijk geweld zevenendertig, en dus beslist geen tienerleeftijd. Hoewel daders jonger worden, zijn het voor het grootste deel volwassen mannen, geen kwajongens die vrouwen herhaaldelijk en systematisch aanvallen, lastigvallen en in hun macht proberen te krijgen. Elk jaar is een schokkende een op de twintig volwassenen in Engeland en Wales – dus ongeveer 2 miljoen – dader en een op de twaalf vrouwen slachtoffer. De lastige vraag die dit rapport niet beantwoordt is hoeveel daders het vooral doen omdat het kan, met andere woorden, omdat het nog steeds onwaarschijnlijk is dat ze worden gepakt.

    Hoop

    Hoewel het aantal arrestaties en aanklachten in verkrachtingszaken volgens de bevindingen van het NPCC gelukkig lijkt te stijgen, zitten de rechtbanken zo hopeloos vol dat slachtoffers van geweld in al zijn vormen jaren op gerechtigheid kunnen wachten. Ondertussen zullen sommigen er onvermijdelijk voor kiezen om hun zaak te laten vallen in plaats van te moeten leven met zoiets traumatisch dat eindeloos boven hun hoofd hangt. Reclasseringsdiensten zijn overbelast, gevangenissen zitten vol, opvanghuizen voor vrouwen en sociale diensten zijn ondergefinancierd en de politie is zo overbezet dat moeilijke, delicate onderzoeken nog steeds vaak worden overgelaten aan onervaren agenten. Uit een apart onderzoek naar stalkingdelicten dat deze week werd gepubliceerd door de Londense commissaris voor slachtoffers, Claire Waxman – een elfvoudige stijging in de hoofdstad sinds 2016-17, deels door een verandering in de manier waarop huiselijke intimidatiezaken worden geregistreerd – bleek dat slechts 9 procent eindigde in een aanklacht, waarschuwing of een andere vorm van niet-justitiële strafbeschikking. Er is hier genoeg waar de nieuwe kanselier, Rachel Reeves, rekening mee moet houden in haar doorlopende onderzoek naar alles wat misgaat onder de motorkap van de Britse overheidsdiensten. En dan hebben we het nog niet eens over de veelbesproken tekortkomingen – en in sommige gevallen schokkende veroordelingen – van politieagenten zelf. Er is iets vreemds aan het feit dat de politie geweld tegen vrouwen beschrijft als een uitdaging die het hele systeem aangaat en die ze niet alleen kan oplossen, hoe waar dat ook is, terwijl de politie soms letterlijk een deel van het probleem is. 

    We zijn nog ver verwijderd van een strafrechtsysteem waarin vrouwen erop vertrouwen dat ze serieus worden genomen

    Toch biedt dit nieuwste plan hoop. Het besluit van de vorige regering om geweld tegen vrouwen en meisjes aan te merken als een nationale bedreiging was een van de betere ideeën van een conservatief Home Office. Het spoorde de politie aan om het probleem aan te pakken als een strategische uitdaging op hoog niveau, zoals terrorisme of georganiseerde misdaad, in plaats van als een onverklaarbare enorme stroom van ongerelateerde zaken. Yvette Cooper, de nieuwe minister van Binnenlandse Zaken, is zeer geïnteresseerd in een project van de Metropolitan-politie om de honderd gevaarlijkste overtreders in Londen te identificeren en te vervolgen. De politie van Essex experimenteert met een preventief programma, waarbij gedragspatronen worden geïdentificeerd die een hogere waarschijnlijkheid hebben te zullen uitmonden in huiselijk geweld zodat vroegtijdig kan worden ingegrepen; daders krijgen dan hulp om hun gedrag te veranderen in ruil voor nauwlettend toezicht om potentiële slachtoffers te beschermen. Het succes wordt afgemeten aan de afname van het aantal gedupeerde vrouwen, niet aan het aantal veroordelingen. Maar we zijn nog ver verwijderd van een strafrechtsysteem waarin vrouwen erop kunnen vertrouwen dat ze serieus worden genomen en waarin verstokte daders echt bang zijn om te worden gepakt. Dat is het ontbrekende stukje van de puzzel voor een nieuwe premier die ons er steeds aan herinnert dat hij ooit directeur was van het Openbaar Ministerie.

    Vrouwen vragen zich vaak af waarom sommige mannen ons zo lijken te haten, alsof we er op de een of andere manier een einde aan kunnen maken door het te begrijpen. Maar bij gebrek aan een bevredigend antwoord op die pijnlijke vraag, kunnen we ons focussen op het glasheldere feit dat misdaad floreert als ze onbestraft blijft. De cultuur waarin onze zonen opgroeien is belangrijk; natuurlijk is dat zo. Maar het is strenge wetshandhaving die ervoor kan zorgen dat de dingen die sommige mannen vrouwen aandoen zichtbare, onverbiddelijke gevolgen hebben. Laten we eens kijken hoe snel de cultuur verandert als dat eenmaal het geval is.

  • Vrouwen in de Amerikaanse verkiezingen zijn het doelwit van bedreigingen vol vrouwenhaat

    Vrouwen in de Amerikaanse verkiezingen zijn het doelwit van bedreigingen vol vrouwenhaat

    In het merendeel van de verkiezingen in de VS spelen vrouwen een hoofdrol, maar sinds 2020 hebben zij te maken met toenemend seksueel geweld, aanvallen op hun gezin en kritiek op hun professionele capaciteiten.

    De Republikeinse verkiezingsmedewerkster Carly Koppes hield haar zwangerschap zo lang mogelijk verborgen voor het publiek uit angst dat de aanvallen op haar nog eens zouden versterken.

    Toen Koppes, die de verkiezingen leidt in Weld County, Colorado, media-interviews gaf, vroeg ze journalisten om haar zo te filmen dat haar groeiende buik niet zichtbaar was, uit angst dat haar belagers de beelden zouden zien en opmerkingen zouden maken over haar toekomstige kind. Ze had ‘in geen miljoen jaar’ verwacht dat ze ooit een zwangerschap zou moeten verbergen, vertelt ze. 

    Toen het eenmaal bekend was, kreeg ze berichten als: ‘Ik ga bidden voor je kind omdat zijn moeder een demon is.’

    ‘Ik ben blij te kunnen melden dat hij niet met horens naar buiten kwam, hij zag er meer uit als een engeltje,’ zegt Koppes lachend. ‘Dus bedankt voor de gebeden, ze hebben duidelijk gewerkt.’

    Maatschappelijke schade

    Koppes maakt deel uit van de 80 procent, het percentage vrouwen dat verkiezingen organiseert in de VS, een overheidstak die consequent door vrouwen wordt gedomineerd. Dit terrein heeft sinds 2020 ook steeds meer te maken met bedreigingen en intimidatie, grotendeels door degenen die geloven dat Donald Trump dat jaar eigenlijk de verkiezingen heeft gewonnen. Vrouwen in gekozen posities rapporteren over het algemeen hogere niveaus van bedreigingen en intimidatie dan hun mannelijke tegenhangers, en mensen van kleur krijgen er vaker mee te maken dan hun witte tegenhangers.

    Aan de hand van anekdotes vertellen vrouwen die aan verkiezingen meedoen dat ze te maken hebben gehad met seksisme, bedreigingen met (seksueel) geweld, aanvallen op hun gezin en de kritiek dat ze hun vak niet verstaan.

    Behalve de individuele schade is er ook maatschappelijke schade – vrouwen kunnen hun ambt neerleggen en dus niet doorstromen naar een hoger ambt. De uitingen kunnen het functioneren van de democratie zelf bedreigen.

    ‘De gezondheid van de democratie is gebouwd op een politiek discours waarin mensen, zelfs mensen zonder macht, ook gevoelige onderwerpen kunnen bespreken en hun ideeën, meningen en ervaringen kunnen delen,’ zegt Sarah Sobieraj, een professor aan Tufts University die misbruik en intimidatie van ambtenaren bestudeert en erover schrijft. ‘En wanneer we die gevarieerde stemmen en perspectieven verliezen, dan heeft dat gevolgen voor wat we wel en niet kunnen weten.’

    Deze mannen willen dat vrouwen zich kwetsbaar gaan voelen, zo is het altijd geweest

    Koppes houdt in haar dagelijks leven rekening met de belagers, vooral omdat een van hen tegenover haar kantoor woont. Ze parkeert elke dag op een andere plek, en arriveert en vertrekt altijd op verschillende tijden. Het is een running gag geworden dat Koppes altijd ronddwaalt op de parkeerplaats, op zoek naar haar auto. De belager die in de buurt woont kan niet worden tegengehouden in het gebouw waar ze werkt, aangezien hier ook zaken als vergunningen worden geregeld. Ze krijgt een waarschuwing als hij langskomt.

    Ze houdt haar kind weg van sociale media en vraagt vrienden en familie om geen foto’s van verjaardagen of vakanties te posten. De pesterijen komen met vlagen en ze verwacht dat ze na de verkiezingen dit jaar zullen toenemen.

    ‘Na de verkiezingen van 2020, begin 2021, heeft de man die tegenover mijn kantoor woont een foto genomen van mijn paarden en is daar… een beetje creatief mee omgegaan,’ zegt Koppes, die ook rodeo queen is geweest. ‘Dat mag absoluut niet gebeuren met een foto van mijn kind.’ 

    Koppes weet niet zeker of ze wordt lastiggevallen omdat ze een vrouw is, omdat ze een Republikein is die opstaat tegen haar eigen partij, of allebei. Maar, zegt ze tijdens een door Issue One georganiseerde paneldiscussie over vrouwen die meedoen aan verkiezingen, ze lijkt meer denigrerende opmerkingen en minder respect te krijgen dan haar mannelijke tegenhangers. 

    Koppes beoefent ook sinds haar derde karate en heeft familie in de politiek. Ze laat zich niet snel intimideren. Zich terugtrekken vanwege pesterijen van haar Republikeinse collega’s is sowieso geen optie. Ondanks de ongewenste aandacht blijft haar gevoel voor humor overeind. En ze is in ieder geval blij dat er zoveel meer mensen betrokken zijn bij de verkiezingen, ook al loopt die betrokkenheid soms uit de hand.

    ‘Ik heb te horen gekregen dat er een cel op me wacht in Guantánamo Bay,’ zegt ze. ‘Ik zou niet zomaar misdaden begaan, maar oorlogsmisdaden.’

    Kwetsbaar

    Kathy Boockvar, voormalig staatssecretaris in Pennsylvania, werd tijdens het betreden van die functie maar al te bekend met laster. 

    ‘“Kut” en “hoer” werden veelvuldig gebruikt,’ vertelt ze. ‘Voor het mannelijke geslacht zijn er niet eens vergelijkbare woorden. “Sterf, communistische hoer”, “kut”, “trut”, “brand in de hel, hoer”, “jij kromme teef” kwamen heel vaak terug. En dan kwamen er ook nog “haakneuswijf” en “kroeshaarkut” bij. Deze mannen willen dat vrouwen zich kwetsbaar gaan voelen, zo is het altijd geweest.’ 

    Boockvar moest haar huis verlaten en door wetshandhavers gebracht worden als ze ergens moest zijn. Daarna verbleef ze meer dan een maand in de residentie van de gouverneur omdat die 24/7 werd bewaakt. Ze kreeg het advies om niet alleen in haar appartement te blijven als ze voor haar werk naar Harrisburg reisde. Als ze haar hond uitliet, droeg ze hoeden en sjaals om haar identiteit te verbergen.:

    Ook haar moeder en dochter werden bedreigd. Een van de ergste gevallen, vertelt ze, vond plaats nadat ze haar ambt had neergelegd. In 2022 nam iemand contact op met haar volwassen dochter. Hij noemde haar een ‘stomme hoer’ en zei dat haar leven heel moeilijk zou worden door de acties van haar moeder.

    ‘Dat was twee jaar na de verkiezingen van 2020,’ zegt Boockvar. ‘Het is steeds hetzelfde taalgebruik – opzettelijk misogyn, waardoor een vrouw in het bijzonder zich kwetsbaar en onveilig voelt. De dreigementen zijn naar mijn idee heel anders dan de dreigementen die mannen ontvangen.’ 

    De seksistische aanvallen op verkiezingsfunctionarissen hebben te maken met hun identiteit, niet met hun beleid

    Het overwicht van vrouwen in verkiezingsfuncties is uitzonderlijk. Het cijfer van 80 procent komt uit een onderzoek van 2020 Democracy Fund/Reed College onder lokale verkiezingsfunctionarissen. Onderzoekers daar stellen dat deze rol traditioneel werd gezien als meer administratief en om die reden werd gedelegeerd aan vrouwen. Mogelijk kozen vrouwen vaak ook zelf voor deze functie, want hogerop klimmen kon meestal niet. Volgens sommige deelnemers aan het onderzoek stelde deze functie hen in staat om werk en gezin beter te combineren.

    Koppes zorgt dat ook een voorliefde voor detail en gerichtheid op de gemeenschap ervoor zorgt dat deze tak goed bij vrouwen past. Boockvar beaamt dit. Maar, voegt ze eraan toe, deze tak is ook van oudsher onderbetaald en onderbemand, en dat kan er volgens haar ook mee te maken hebben.

    Het Bridging Divides Initiative aan de Princeton University heeft samen met CivicPulse enquêtes gehouden onder mensen in lokale functies die een ‘onacceptabel grote hoeveelheid bedreigingen en intimidatie’ hebben gerapporteerd, maar er is een significant verschil tussen de ervaringen van mannen en die van vrouwen, aldus Shannon Hiller, uitvoerend directeur van het initiatief.

    ‘Zelfs als je rekening houdt met andere factoren, zoals de politieke partij of de grootte van de gemeente, is de kans aanzienlijk groter dat vrouwen beledigd, lastiggevallen of bedreigd worden tijdens de uitoefening van hun ambt,’ aldus Hiller.

    Uit een onderzoek van het Brennan Center for Justice onder alle soorten staats- en lokale ambtsdragers, niet alleen bij verkiezingen, bleek dat een groter deel van de vrouwen de afgelopen jaren te maken kreeg met laster en drie tot vier keer meer kans had op gendergerelateerde opmerkingen dan mannen. Mensen van kleur liepen ook meer kans om te maken te krijgen met mishandeling op basis van ras dan hun witte tegenhangers. Ook werd vaker het gezin bij de beledigingen betrokken.

    Terwijl ongeveer 40 procent van de lokale ambtenaren minder bereid was om opnieuw een ambt te bekleden als gevolg hiervan, waren de percentages hoger onder vrouwen, van wie ongeveer de helft het minder waarschijnlijk achtte dat ze een openbaar ambt zou blijven bekleden, rapporteerde het Brennan Center.

    Vooral bij verkiezingen is de uittocht reëel: een onlangs gepubliceerd onderzoek van het Bipartisan Policy Center toonde aan dat het personeelsverloop omstreeks verkiezingen de afgelopen twee decennia gestaag is toegenomen; in 39 procent van de gevallen was er in 2022 een nieuw persoon aan het hoofd. Volgens het rapport zou deze toename een combinatie zijn van toegenomen vijandigheid, toenemende complexiteit van de baan en een vergrijzende beroepsbevolking.

    Ook mannen die toezicht houden op de verkiezingen hebben met de laster te maken. Bill Gates, toezichthouder in Maricopa County, Arizona, heeft jaren van bedreigingen en pesterijen moeten doorstaan. In één geval schreef iemand online dat ‘zijn dochters verkracht zouden moeten worden’, volgens The Washington Post. Brad Raffensperger, staatssecretaris van Georgia, deelde publiekelijk dat zijn vrouw ‘walgelijke’ en ‘vulgaire’ bedreigingen had ontvangen. Ook werd er ingebroken in het huis van zijn schoondochter, wat bedoeld zou zijn om hem te intimideren, meldde Reuters. 

    De seksistische aanvallen op verkiezingsfunctionarissen en hun gezinnen hebben te maken met hun identiteit, niet met hun ideeën of beleid, zegt professor Sobieraj. Hun lichaam wordt vaak onderdeel van het commentaar. ‘Hoewel de pesterijen en agressie heel persoonlijk overkomen, komen ze voort uit een structurele woede,’ aldus Sobieraj.

  • In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In India zijn heksenjachten een middel om vrouwen te onderdrukken

    In sommige delen van India zijn heksenjachten nog aan de orde van de dag. Vroeger werd deze wrede praktijk grotendeels ingegeven door bijgeloof, vandaag de dag wordt ze vooral ingezet als middel om vrouwen te onderdrukken. ‘Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?’

    Ze duwden de jonge vrouw hun huis binnen en sloten de deur achter haar. ‘Je bent een heks!’ schreeuwde een vrouwelijke aanvaller. Ze sloeg en trapte de zesentwintigjarige vrouw in haar buik, gezicht en borst. Haar ouders en haar oom deden mee.

    Toen de afranseling na bijna twee uur eindelijk was afgelopen, werd de jonge vrouw aan haar haren naar buiten getrokken, door haar dorp gesleept en bewusteloos naast een tempel gedumpt. Haar kleren bedekten haar gehavende lichaam nauwelijks.

    Deze mishandeling vond plaats in 2021 in de oostelijke Indiase deelstaat Jharkhand. Nog altijd heeft India moeite om het eeuwenoude kwaad van de heksenjacht uit te roeien, ondanks een reeks van wetten en andere initiatieven.

    Het brandmerken van heksen werd eeuwenlang vooral door bijgeloof gedreven. Als een oogst mislukte, een bron droogviel of een familielid ziek werd, zochten de dorpelingen iemand uit – bijna altijd een vrouw – die ze de schuld gaven van het kwaad, waarvan ze de oorzaak niet begrepen.

    Heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen

    Nog steeds is het bijgeloof niet verdwenen. Maar vaak zijn de aantijgingen van hekserij nu gewoon een middel geworden om vrouwen te onderdrukken, aldus mensen die de slachtoffers steunen. Het motief kan zijn om een stuk land te bemachtigen of een rekening te vereffenen. Of heksenjacht wordt simpelweg als excuus gebruikt om geweld te rechtvaardigen.

    Over de zaak in Jharkhand zegt Durga Mahato, de aangevallen jonge vrouw, dat de problemen begonnen toen ze de seksuele avances van een prominente man in het dorp afwees. Hij, zijn broer, zijn vrouw en hun dochter verklaarden vervolgens dat Mahato een heks was, lokten haar naar hun huis en vielen haar aan.

    Mahato, haar echtgenoot Nirmal en een plaatselijke politieagent gaven een beschrijving van de aanranding. De vooraanstaande man dreigde haar ook te verkrachten, vertelt ze. De man en zijn broer zijn op borgtocht vrijgelaten na enkele maanden in de gevangenis te hebben doorgebracht. Voor Mahato eindigde de heksenjacht niet met de afranseling. Ze mocht niet meer baden in het meertje in het dorp en mocht geen water meer halen uit de dorpspomp. Rond haar huis werd een houten hek gebouwd om te voorkomen dat ze het dorp in zou gaan. 

    Dorpsbewoners geven haar de schuld van ongeluk, zoals de dood van een koe. Slechts enkele mensen praten nog met haar. Ze heeft nog steeds pijn in haar middel en haar rug.

    ‘Wat heb ik misdaan dat God mij zo vreselijk straft?’ zegt ze op een avond, gezeten op een knalgele charpoy – een geweven bed – buiten haar stenen huis. ‘Van mij mogen ze me heks noemen, als ze dat zo graag willen,’ voegt ze eraan toe, terwijl ze in huilen uitbarst. ‘Ik heb drie jonge kinderen. Ik durf geen zelfmoord te overwegen.’

    Heksenjachtpreventieteams

    De heksenjacht bestaat nog in een tiental Indiase staten. De praktijk komt vooral voor in het midden en oosten van het land, in gebieden waar inheemse stammen wonen, aldus deskundigen. Veel deelstaten hebben wetten tegen dergelijke praktijken aangenomen. In sommige staten, waaronder Assam, zijn de straffen verscherpt – daar kunnen nu levenslange gevangenisstraffen worden opgelegd. Andere staten, waaronder Odisha, hebben aan hun wetgeving initiatieven toegevoegd om bewustzijn te creëren. Zo worden er bij de politiebureaus gedenktekens opgericht voor slachtoffers.

    Bij vrouwen die tot heks werden verklaard, werden de nagels uitgetrokken. Ze werden gedwongen om uitwerpselen te eten, naakt tentoongesteld of bont en blauw geslagen. Sommige komen op de brandstapel of worden gelyncht. Volgens het Nationaal Bureau voor registratie van Criminaliteit werden in India tussen 2010 en 2021 meer dan vijftienhonderd mensen vermoord na beschuldigingen van hekserij.

    Heksenjachten komen vaak voor in Jharkhand, een staat die rijk is aan mineralen maar waar armoede heerst en waar inheemse stammen ongeveer een kwart van de bevolking uitmaken. De aanval op Mahato was een van de 854 gevallen van hekserij die in 2021 in de deelstaat werden geregistreerd, waarvan 32 een dodelijke afloop hadden.

    Jharkhand heeft gekozen voor een praktische aanpak om de plaag uit te roeien. Onder de naam Project Garima heeft de overheid zo’n vijfentwintig ‘heksenjachtpreventieteams’ opgezet, die met straattheater het bewustzijn trachten te vergroten. Beschermingscomités op dorpsniveau geven steun aan overlevenden van geweld. Er zijn centra voor juridische bijstand opgericht waar slachtoffers korte tijd kunnen verblijven. Medewerkers van een helpdesk bellen met overlevenden om op de hoogte te blijven van hun psychologische en economische toestand.

    Maar de rechtshandhaving is nog niet streng genoeg. Madhu Mehra, oprichter van een juridische hulpgroep voor vrouwen, zegt dat haar organisatie bij een onderzoek naar heksenjachten in drie staten, waaronder Jharkhand, heeft vastgesteld dat de politie meestal alleen optreedt in geval van moord of poging tot moord. Dat, en de moeilijkheid om diepgewortelde overtuigingen te veranderen, heeft ertoe bijgedragen dat de praktijken blijven bestaan, zeggen activisten.

    De staat had 2023 als streefjaar gesteld voor het uitroeien van de heksenjacht, maar volgens ambtenaren wordt dat nu met minstens drie jaar opgeschoven. 

    Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren

    In het geval van Mahato kwam de belangrijkste hulp niet van de regering, maar van een ander slachtoffer van de heksenjacht, Chhutni Mahato. Haar inspanningen om de praktijken uit te bannen worden door de Indiase regering erkend en gesteund. Een tante van Durga Mahato had gehoord over het werk van Chhutni Mahato (de twee vrouwen zijn geen familie van elkaar). Nadat ze twee weken in het ziekenhuis had gelegen kreeg Durga wekenlang onderdak in het lemen huis van Chhutni.

    De gebroken tanden van Chhutni Mahato getuigen van de verschrikkingen die ze heeft ondergaan nadat dorpelingen haar de schuld hadden gegeven van de ziekte van een jong meisje. Ze ging ervandoor en begon jaren later te werken voor een niet-gouvernementele organisatie. Regelmatig valt ze politiebureaus binnen om actie te eisen tegen heksenjachten en aan de telefoon scheldt ze dorpshoofden uit. Slachtoffers komen via mond-tot-mondreclame bij haar terecht en inmiddels heeft ze meer dan honderdvijftig vrouwen in de staat geholpen.

    Een van hen is Dukhu Majhi, die in een pittoresk dorpje woont op een paar honderd kilometer afstand. Majhi werd verdacht gevonden omdat ze niet voldeed aan de verwachtingen van de buren. Dorpelingen vroegen zich af hoe een ‘normale vrouw’ alleen met haar jonge kinderen diep in het bos kon leven, terwijl haar man weg was voor zijn werk. Uiteindelijk bestempelden ze haar tot heks.

    ‘Heeft iemand buikpijn of hoofdpijn, dan krijg ik de schuld. Ze stonden voor mijn huis te roepen: “Zij is de heks die ons al deze ellende bezorgt”,’ zegt Majhi. ‘Ik reageerde met “Ben ik nu een heks omdat jullie dat zeggen?”’ 

    Afgelopen juli zaten dorpelingen haar achterna met bijlen en stokken. Ze rende haar huis binnen; de dorpelingen bonkten op de deur en probeerden die open te breken. ‘Ik hield mijn kinderen dicht tegen me aan gedrukt. We zaten allemaal te trillen van angst,’ vertelt Majhi.

    Zij en haar man gingen naar de politie om een klacht in te dienen, maar Pintu Mahato, een plaatselijke politiefunctionaris, bagatelliseert de zaak. Mahato zei onlangs, gezeten op een plastic stoel buiten het politiebureau, dat de zaak door de dorpsoudsten was opgelost en dat iedereen weer harmonieus samenleefde. Hij was duidelijk niet op de hoogte, want kort na de aanval verliet Majhi haar huis. Zij kon met haar familie enkele dagen bij Chhutni Mahato schuilen, waarna ze een kamer vond in de buurt van een grotere stad. Haar man heeft een nieuwe baan gevonden.

    Af en toe bezoeken ze hun huis in het bos, om te zien hoe hun schamele bezittingen en hun moestuin erbij staan, en om hun kinderen de kans te bieden even lekker op de bedden van charpoy te gaan liggen.

    Lees ook:

  • ‘Breng jezelf in veiligheid’

    ‘Breng jezelf in veiligheid’

    Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.

    ‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.

    Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.

    Forbidden Stories

    Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?

    Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.

    Lastercampagnes

    Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.

    Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.

    Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.

    Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’

    Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.

    ‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.

    De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.

    Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)

    Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.

    Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.

    Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.

    Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.

    Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’

    Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.

    Telegram-kanaal

    Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’

    Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.

    Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.

    Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.

    Maria Ressa, 59 (Filipijnen)

    Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.

    Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.

    ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’

    Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’

    Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.

    Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)

    Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.

    Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.

    Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’

    Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.

    Maandenlang

    Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’

    Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?

    Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.

    ANP 425609280
    Politie patrouilleert in Belfast, Noord-Ierland waar reporter Patricia Devlin verschillende doodsbedreigingen heeft ontvangen. – © AFP/Paul Faith

    Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.

    Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.

    Marion Reimers, 37 (Mexico)

    Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.

    Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’

    Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen

    Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.

    Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’

    Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.

    Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.

    Zwijgen over aanvallen

    Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.

    De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.

    Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.

    Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?

    De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.

    Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.

    Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.

  • Mannelijke Staat: de akeligste online actiegroep van Rusland

    Mannelijke Staat: de akeligste online actiegroep van Rusland

    Een bende online vrouwenhaters in Rusland laat op allerlei duistere kanalen van zich horen. Bellingcat deed onderzoek naar de beweging en legde extreme intimidatie van vrouwen bloot, die helaas in Rusland geen uitzondering is.

    In een rechtszaal in Nizjni Novgorod leek op 18 oktober 2021 de toekomst op het spel te staan van een bende online vrouwenhaters die zich in het Russisch Moezjskoje Gosoedarstvo noemt, ofwel Mannelijke Staat. Enkele weken eerder had het Openbaar Ministerie de rechter in die Russische stad gevraagd om een verbod op Mannelijke Staat omdat het een extremistische groepering zou zijn. Met tienduizenden leden ageren ze in Rusland tegen gendergelijkheid en halen ze met hun acties geregeld de voorpagina’s in binnen- en buitenland.

    Rechter Anna Belova was niet erg onder de indruk van de verdediging door advocaat Dzjambolat Garabajev. ‘Dit zijn vrouwen die zelf het mannelijk deel van de bevolking in diskrediet wilden brengen,’ luidde zijn reactie op bewezen intimidatiecampagnes tegen vrouwen. Na enkele minuten beraad bepaalde Belova dat Mannelijke Staat moet worden aangemerkt als extremistische organisatie, waardoor de beweging in Rusland geen activiteiten meer mag ontplooien. Naar verluidt wil Mannelijke Staat in beroep gaan.

    Het is het sluitstuk van een bijzonder druk jaar voor de beweging. Alleen al in de afgelopen maanden hebben leden diverse winkelketens bekritiseerd en bedreigd vanwege advertenties waarin zwarte fotomodellen figureerden, hebben ze de contactgegevens gepubliceerd van een lid van de feministische protestband Pussy Riot, die vervolgens veel haatmail kreeg, en zouden ze ook bedreigingen hebben gestuurd naar Russische vrouwen die een relatie met niet-Russische mannen hebben.

    Die groeiende agressiviteit wekte steeds meer afkeer in delen van de Russische samenleving en dat leidde tot een roep om maatregelen. Het is onduidelijk of de groep in haar huidige vorm kan voortbestaan. Maar hun methode is makkelijk te kopiëren: extreme intimidatie, mede mogelijk gemaakt door sociale media zoals Telegram, die het verwijt krijgen dat ze dit soort haatzaaierij mogelijk maken. Mannelijke Staat heeft alle berichten op zijn Telegramaccount van voor september 2021 onlangs verwijderd. Maar onderzoekers van Bellingcat hadden alles al opgeslagen, ook de berichten uit een besloten groepschat, en daaruit rijst het beeld van een archetypische online groepering voor vrouwenhaat zoals die in Rusland helaas geen uitzondering is.

    ‘Manosphere’

    De groep is opgezet door fitnessfanaat en gesjeesd medicijnenstudent Vladislav Pozdnjakov, die van meet af aan vooral naar publieke erkenning leek te snakken. Volgens zijn voormalige rechterhand Dmitri Popov waren ze aanvankelijk uit op online aandacht en inkomsten uit online advertenties, en merkten ze al snel dat dat het beste lukte met ‘berichten waarin meisjes worden aangepakt’. Vrouwen die ruzie hadden met een lid van Mannelijke Staat, of die iets online hadden gezet wat de groep onwelgevallig was, merkten dat hun foto’s, filmpjes en privégegevens ineens zonder hun toestemming binnen de groep werden gedeeld. Vaak met online intimidatie tot gevolg. Het taalgebruik in de groep staat bol van de stoere praat uit de zogenaamde ’manosphere’, compleet met verhalen over alfa-, beta- en omegamannen die berusten op allang ontkrachte biologische theorieën over diergedrag.

    Daarnaast leggen de leden van Mannelijke Staat en hun leider Pozdnjakov ook een bijzondere haat aan de dag jegens Russische vrouwen die een relatie hebben met wat zij zien als niet-witte mannen, met name zwarte mannen. Vrouwenhaat is de kern van hun wereldbeeld, maar het gedachtegoed van Mannelijke Staat is uitgegroeid tot iets wat ze zelf ‘nationaal patriarchaat’ noemen. In naam van dat patriarchaat gaan ze tekeer tegen wat zij zien als de verloedering en degeneratie van Rusland door toedoen van een aantal duidelijke vijanden die uiteenlopen van feministen en lhbt-activisten tot Russen uit Centraal-Azië en de Kaukasus. Die cocktail van extreemrechtse standpunten komt niet uit de lucht vallen. 

    butylka 2
    Een bericht op Telegram van 29 maart 2021 waarin in grove taal de noodzaak wordt beschreven van een ‘nationaal patriarchaat‘ om te voorkomen dat vrouwen schande over Rusland spreken.

    Volgens Tanja Lokot, een mediawetenschapper die onderzoek doet naar het Russischtalige internet, zijn de ideeën die Mannelijke Staat aanhangt, zoals vrouwenhaat, homohaat en een diep geloof in traditionele rolpatronen, in het maatschappelijk en politiek debat in Rusland allang genormaliseerd, al worden ze niet altijd zo radicaal verwoord.

    In 2017 werden er in verschillende steden cellen van Mannelijke Staat gevormd. Zo ook in Chabarovsk, in het verre oosten van Rusland. Die cel werd geïnfiltreerd door een informant van de Russische veiligheidsdienst FSB. Vier leden van de cel werden in december van dat jaar aangehouden en uiteindelijk veroordeeld voor extremisme. Ondanks mediaberichten dat Pozdnjakov de groep aanstuurde en zijn naam vaak opdook in het onderzoek, is hij nooit voor verhoor opgeroepen. Tijdens het WK voetbal in Rusland in 2018 zette Pozdnjakov foto’s en filmpjes online van Russische vrouwen die volgens hem en zijn volgelingen het land ‘te schande maakten’ door aan te pappen met buitenlanders die naar de wedstrijden kwamen kijken. Daarna werden die vrouwen zowel online als in het echt lastiggevallen en bedreigd. Dat ging de autoriteiten te ver en in september 2018 werd Pozdnjakov aangeklaagd wegens het aanzetten tot vrouwenhaat. Hij kreeg twee jaar voorwaardelijk, maar dat vonnis werd nietig verklaard toen de feiten waarvoor hij was veroordeeld in 2019 deels uit het strafrecht werden gehaald.

    ‘Vijanden van ons volk’

    Pozdnjakov beweert kort daarna Rusland te hebben verlaten. In juli 2020 werd Mannelijke Staat met 160.000 leden in het Verenigd Koninkrijk verboden wegens het aanzetten tot geweld. Daarna verplaatsten ze hun activiteiten naar Telegram, waar een wirwar van kanalen rond Mannelijke Staat en Pozdnjakov ontstond. ‘We hopen dat jullie onze trouwe strijdmakkers worden in de informatieoorlog tegen de vijanden van ons volk,’ schreef Mannelijke Staat in augustus 2021 op zijn Telegramkanaal, bij wijze van welkomstbericht aan de vele nieuwe volgers die waren toegestroomd als gevolg van media-aandacht. ‘Ons doel is het samenbrengen en verenigen van de Slavische volkeren: Russen, Oekraïners en Wit-Russen, Polen en andere Slaven,’ ging de tekst verder. ‘In blanke gezinnen het patriarchaat terugbrengen, want alleen zo kunnen gezinnen orde en welvaart kennen. Moraal en fatsoen in ere herstellen en afrekenen met de onzin die ons wordt opgedrongen door tolerante liberale kletspraat. De geesten van onze kinderen vrijwaren van alle uitingen van lhbt-bagger en andere linkse smetten.’

    Het gevaar dat hun extreem vrouwonvriendelijke denkbeelden doorsijpelen in de mainstream kwam in juli 2021 weer naar voren toen Russische activisten beweerden dat er bij een instantie binnen het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken sprake is van ‘actieve samenwerking’ met Mannelijke Staat. Een lijst met persoonsgegevens van activisten die Mannelijke Staat publiceerde, en die ertoe leidde dat die activisten werden lastiggevallen, was volgens hen identiek aan een lijst met persoonsgegevens in een rapport van het ministerie. Dat werd opgepikt door het toenmalige parlementslid Oksana Poesjkina, een voormalig tv-presentatrice die van 2016 tot 2021 voor Poetins partij Verenigd Rusland in de Doema zat, maar die zich opvallend profileerde met haar pro-lhbt-standpunten. Zij vroeg het ministerie officieel om opheldering over deze aantijgingen. Het ministerie, wettelijk verplicht om daarop te antwoorden, ontkende alle betrokkenheid.

    image4
    Een inmiddels verwijderd bericht op het kanaal van Mannelijke Staat van 9 januari 2021, waarin volgelingen wordt verteld dat ‘een vrouw instinctief bij een leider of een dominant iemand wil zijn, niet bij een gelijke’ en nog een feit volgens de groep is dat ‘hoe minder we van een vrouw houden, hoe meer ze van ons houdt’ – dit laatste is mogelijk een verwijzing naar een passage uit Aleksandr Poesjkins Jevgeni Onegin.

    ‘Zodra een of ander initiatief in Rusland enorm populair wordt, rijst altijd het vermoeden dat de overheid erachter zit. Maar ik weet zeker dat Mannelijke Staat een zelfstandig project was, aangestuurd van bovenaf,’ zegt Aleksandr Verchovski, directeur van het Russische mensenrechtencentrum SOVA, dat nationalisme en vreemdelingenhaat in Rusland in kaart brengt. (SOVA is in Rusland inmiddels aangemerkt als ‘buitenlandse agent’.) ‘Je hebt natuurlijk radicalen die niet gevaarlijk en soms zelfs nuttig zijn voor de autoriteiten, en je hebt kleine splintergroepjes van radicalen die de overheid tot in lengte van dagen kan blijven gedogen,’ zegt Verchovski. Maar Mannelijke Staat viel volgens hem in geen van beide categorieën. ‘Die werd te populair, kreeg te veel leden, en ging te veel over de tong. De beweging kon de regering niet meer tot nut zijn. De regering kan wel maatregelen nemen tegen feministen, maar niet zo openlijk tegen vrouwen in het algemeen, dat zou waanzin zijn. Mannelijke Staat was gewoon te radicaal.’ Wat de politieke motivering van het verbod ook was, het vonnis kwam voor de mensenrechtenactivist niet als een verrassing. ‘Het ging om reële bedreigingen. Ze zetten expliciet aan tot geweld en andere strafbare feiten,’ concludeert hij.

    Privékanaal

    Nadat Mannelijke Staat in juli 2020 ook in het Verenigd Koninkrijk werd verboden en zich op Telegram vestigde, was het hoofdkanaal, simpelweg Mannelijke Staat geheten, aanvankelijk openbaar toegankelijk. Maar in augustus 2021 werd het een privékanaal: je kunt er alleen op uitnodiging lid van worden via een speciale link en het is niet zichtbaar in de openbare zoekresultaten op Telegram. Maar de inhoud van het kanaal, inclusief verwijderde berichten, kon in oktober 2021 nog steeds worden bekeken en geanalyseerd via sites zoals telemetr.io. Van circa 27.000 in januari 2021 groeide het aantal abonnees eerst gestaag tot 29.000 in mei 2021. Maar in de zomer vertoonde die groei een sterke piek als gevolg van de publiciteit die enkele haatcampagnes met zich meebrachten. In augustus telde het kanaal al 40.000 abonnees, en begin oktober 46.000. Daarnaast is er ook nog een besloten groepschat, met in oktober 2021 bijna 2300 leden, waarop duizenden berichten per dag worden uitgewisseld.

    De naam van de groep werd een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’

    Nadat Mannelijke Staat in Rusland in opspraak kwam en er pogingen werden ondernomen om de groep te verbieden, verloren ze in het najaar van 2021 ruim honderd abonnees. Dat ontlokte aan het kanaal een woedende reactie in de vorm van een beledigend bericht aan de groepsverlaters, dat inmiddels weer is verwijderd. In oktober 2021 verwijderde Mannelijke Staat bijna al zijn oude berichten op het kanaal: van vóór september 2021 is er niets meer te lezen. In de uren nadat de groepering op 18 oktober door de Russische rechter werd verboden, werden ook de profielfoto en de naam van de groep een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’. In de 24 uur na het vonnis haakten er weer ruim 1500 abonnees af en vervolgens verwijderde het kanaal alle berichten van vóór 17 oktober, dus de dag voor de uitspraak.

    Maar Mannelijke Staat is meer dan alleen het officiële Telegramkanaal dat tot voor kort die naam droeg en waarvan Pozdnjakov overigens onlangs ontkende dat hij het beheert. Zijn persoonlijke kanaal, dat hij in 2017  begon, bleek nog veel populairder dan dat van zijn beweging. In januari 2021 had hij daar zo’n 82.000 abonnees en dat aantal groeide eerst vrij langzaam verder, in juli 2021 had hij er 83.000, tot het in augustus 2021, op het hoogtepunt van diverse haatcampagnes van Mannelijke Staat, ineens piekte tot bijna 100.000. Net als bij Mannelijke Staat besloot Pozdnjakov er een gesloten kanaal van te maken omdat Apple en Google het in de ban dreigden te doen, waardoor het niet meer toegankelijk zou zijn op apps uit de App Store en de Google Play Store. In oktober 2021 was het zover, en die maand verwees Pozdnjakov zijn abonnees door naar zijn backup-kanaal. Half oktober had dit kanaal, zijn nieuwe hoofdplatform, alweer meer dan 63.000 abonnees. Daarna heeft hij nog een ander backup-kanaal opgezet, dat binnen één dag meteen 17.000 abonnees had. En zijn oorspronkelijke kanaal is ook nog steeds toegankelijk voor wie de Telegram-app niet downloadt uit de appstores van Apple of Google. Pozdnjakov heeft zijn volgelingen een handleiding gegeven voor hoe ze op die app toegang kunnen houden tot zijn oorspronkelijke kanaal, een kanaal waarop hij beloofd heeft binnenkort ‘aanvallen’ te gaan organiseren.

    Pozdnjakovs andere hoofdkanaal heet Boetylka (fles), met als openbare naam butylka1488: een getal met symboolwaarde in neonazikringen. Dit in juli 2020 aangemaakte kanaal had in januari 2021 al zo’n 45.000 abonnees, onderging in juli en augustus dezelfde groeispurt als andere aan Mannelijke Staat gelieerde kanalen en bereikte in oktober 2021 een piek van 60.000 abonnees. Nog weer een ander en kleiner aan Pozdnjakov gelinkt Telegramkanaal is NAP (‘Nationalism and Patriarchy’) dat is opgericht in oktober 2020 en dat een jaar later  9100 abonnees telde. Daarnaast heeft Pozdnjakov nog een persoonlijk kanaal dat vooral gericht is op fitness; dat telde in oktober 2021 zo’n 32.000 abonnees.

    image9 1
    Een typisch bericht op Telegram van de groep in september waarin zij lhbt, feminisme en ‘kinderlozen’ gelijkstelt aan extremisme. Geen kinderen krijgen is volgens hen een ideologische stellingname die moet worden bestreden.

    Als je de berichten op al die Telegramkanalen leest, daal je af in de donkerste krochten van het Russischtalige internet. Het is één lange aaneenschakeling van scheldpartijen, tegen vrouwen, tegen lhbt’ers, tegen leden van minderheden en tegen iedereen die als vijand van de groep wordt beschouwd. De groepsleden kramen allerlei racistische en andere discriminerende taal uit tegen iedereen die zij als niet-wit beschouwen. Vooral mensen uit de Kaukasus en Centraal-Azië en mensen van Afrikaanse afkomst krijgen de grofste verwensingen naar het hoofd geslingerd. Alle praatjes over ‘Slavische eenheid’ ten spijt worden ook Oekraïners niet gespaard. En het is niet moeilijk om antisemitische teksten te vinden op de kanalen en in de chatgroepen.

    Het gedrag van Mannelijke Staat op Telegram in september en oktober 2021 lijkt erop te wijzen dat de groepering zich zorgen maakt over haar toekomst en al voorzag dat ze mogelijk als extremistische groep zou worden aangemerkt. Pozdnjakov heeft er zelfs afstand van proberen te nemen door te beweren dat hij al ruim een jaar niet meer aan het hoofd staat. Toch riep hij zijn volgelingen in oktober 2021 nog op om ‘een maandje wat minder aanvallen uit te voeren zodat de storm wat gaat liggen’ en beloofde hij op zoek te gaan naar nieuwe geldbronnen.

    Pavel Doerov, de topman van Telegram, weigerde vorige maand nog het kanaal te verbieden. Volgens hem ontbraken daarvoor de juridische gronden. Terwijl diezelfde Doerov enkele weken eerder wel sommige Telegrambots verboden had, zoals de ‘Smart Voting’-chatbot van de aanhangers van de gevangengezette oppositieleider Aleksej Navalny. Volgens Doerov werd hij daartoe gedwongen door Apple en Google, die eerder ook al het omstreden besluit hadden genomen de Smart Voting-app uit hun appstore te halen.

    In augustus 2020 werd een vrouwelijke blogger op straat in haar gezicht geslagen door een man die zei dat ze dat verdiende omdat ze ‘schunnige video’s’ had gepost. Pozdnjakov merkte later op dat de belager geabonneerd was op zijn Telegramkanaal. Toen de Russische sushiketen Yobidoyobi in augustus 2021 adverteerde met foto’s waarop zwarte fotomodellen te zien waren, zette hij zijn volgelingen tot actie aan. Hij zette in zijn teksten driedubbele haken om de naam van het bedrijf (antisemitische codetaal om aan te geven dat iemand van Joodse afkomst is) en spoorde zijn lezers aan Yobidoyobi met nepbestellingen te bestoken en excuses en intrekking van de advertenties te eisen. De eigenaar van het bedrijf werd bedreigd, en nadat Pozdnjakov de contactgegevens van de modellen in de advertentie had gepubliceerd, ontvingen ook zij bedreigingen. Verder werd de website van het bedrijf gehackt. Uiteindelijk verontschuldigde Yobidoyobi zich ervoor dat ‘het publiek’ aanstoot had genomen aan hun advertenties. Vervolgens nam Mannelijke Staat een andere sushiketen op de korrel, Tanuki, omdat die steun had betuigd aan Yobidoyobi. Dat resulteerde niet alleen in een stortvloed aan haatmail, bedreigingen en pogingen om de website van het bedrijf uit de lucht te halen, maar de filialen van Tanuki in Moskou ontvingen zelfs bommeldingen, waarvan Pozdnjakov zich trachtte te distantiëren. Maar Tanuki bond niet in en schreef op Instagram dat er altijd ‘leden van verschillende geloven, nationaliteiten, rassen en oriëntaties’ in hun advertenties zouden staan.

    Ook Aljona Sjvets, een van de populairste vrouwelijke muzikanten in Rusland, werd mikpunt voor Pozdnjakov en zijn Mannelijke Staat. In juni 2021 spoorde hij zijn volgelingen aan om vanwege vermeende ‘lhbt-propaganda’ in haar muziek aangifte tegen haar te doen bij de afdeling van het departement van Binnenlandse Zaken dat verantwoordelijk is voor de strijd tegen extremisme. Dit is hetzelfde departement dat er door activisten van wordt beticht met Mannelijke Staat samen te werken. Pozdnjakov jutte zijn volgers op om te proberen haar aankomende concert in de stad Astrachan geannuleerd te krijgen. En dat lukte.

    Online vrouwenhaat

    Er zijn nog veel meer gevallen bekend van vrouwen die door Mannelijke Staat zijn belaagd, geïntimideerd en bedreigd. ‘Eerst haalde ik er mijn schouders over op,’ vertelde een vrouw die anoniem wilde blijven aan journalist Anton Danilov van Wonderzine. ‘Maar toen kwam ik erachter dat Pozdnjakov zijn abonnees opjut om hun slachtoffers ook echt op te zoeken. En toen begon ik het eng te vinden. Het is eng omdat je niet weet hoe ver die lui willen gaan om Pozdnjakov te behagen.’

    Wat de slachtoffers van Mannelijke Staat en vergelijkbare groeperingen over zich heen krijgen, kun je niet afdoen als ‘alleen maar’ online pestgedrag, zo waarschuwen deskundigen. ‘Er is geen harde grens, geen simpele schakelaar die je omzet waardoor online intimidatie ineens omslaat in fysieke intimidatie,’ zegt Nina Jankowicz, onderzoeker aan het Wilson Center, die binnenkort een boek publiceert over online vrouwenhaat. ‘Online intimidatie en scheldpartijen zijn bedoeld om vrouwen offline te houden en te voorkomen dat ze meedoen aan het openbaar debat.’

    Hoewel Pozdnjakov zelf beweert dat hij niets meer met Mannelijke Staat te maken heeft, wordt hij alom nog als de leider van de beweging beschouwd. Als je de Russische media moet geloven, bevindt hij zich nu in Polen, of in Duitsland, of op Noord-Cyprus. Maar over dat soort zaken heeft hij wel vaker gelogen. In september 2021 gaf hij bijvoorbeeld toe dat het verhaal over zijn arrestatie aan de grens met Azerbeidzjan een verzinsel was. En in juni 2020 zette hij zelfs zijn eigen dood in scène bij wijze van publiciteitsstunt, zoals hij later toegaf. Bellingcat wilde hij niet te woord staan. ‘Met zulke vragen hoepel je maar op,’ kregen we binnen tien minuten te horen nadat we hem via Telegram een lijstje vragen hadden gestuurd.

    ‘Wat betekent het om een organisatie te verbieden wanneer er geen organisatie als zodanig bestaat? Als er geen kantoor of bankrekening is die je kunt sluiten?’ vraagt Verchovski van SOVA zich af. Toch denkt hij dat de vrees voor vervolging op grond van de strenge Russische wetgeving tegen extremisme de leden ervan kan weerhouden door te gaan met Mannelijke Staat. Maar de denkbeelden van de groepering blijven bestaan, waarschuwt hij. ‘Mannelijke Staat zal wel een langzame dood sterven. Maar dit zijn populaire denkbeelden en er zijn aantoonbaar effectieve methoden om ze te verspreiden,’ zegt Verchovski. ‘Er is niet veel voor nodig om een Telegramkanaal aan te maken, dat kan iedereen.’