Tag: Washington

  • Singapore vs. Hongkong: the battle

    Singapore vs. Hongkong: the battle

    De succesvolle Aziatische metropolen Hongkong en Singapore worden vaak in één adem genoemd. Toch hebben de twee steden tegengestelde kapitalistische modellen: de een is ultraliberaal, de ander ultradirigistisch. Le Monde legde de rivalen langs de meetlat.

    De rivaliserende steden Hongkong en Singapore vergelijken zich onophoudelijk met elkaar. Er gaat geen week voorbij of er is een enquête of peiling waarin ze met elkaar wedijveren, of het nu over de beheersing van het Engels gaat (voorsprong Singapore), over het aantal beursintroducties (voorsprong Hongkong) of zelfs over het gemiddelde IQ (gelijkspel: de twee steden zouden tot de wereldtop behoren). De kleinste nieuwtjes van de een worden angstvallig in de gaten gehouden door de ander.

    Zo lanceerde de Michelingids in 2016 een editie voor Singapore – zeven jaar na Hongkong, het werd tijd! Eind februari maakte de pers in Hongkong melding van een sterke stijging van de watertarieven in Singapore, en vroeg zich meteen af of zo’n maatregel er ook in zat voor Hongkong.

    De rivaliteit strekt zich uit tot alle sectoren, met name die van de ‘FinTech’ (nieuwe financiële technologieën). Hongkong hield van 7 tot 11 november 2016 zijn FinTech Week. Singapore ging daar drie dagen later overheen met zijn FinTech Festival. Hongkong groter, Singapore schoner; Hongkong Chinezer, Singapore kosmopolitischer; Hongkong dynamischer, Singapore ordelijker – aan het spelletje ‘zoek de verschillen’ tussen de Aziatische schijntweeling komt nooit een eind.

    Tegenovergestelde modellen

    Beide steden wekten in de eerste helft van de negentiende eeuw de hebzucht van de Britse kroon. De twee ‘parels van de Oriënt’, gescheiden door 2600 kilometer zee, waren strategisch gelegen langs de maritieme zijderoute: Singapore met de Straat van Malakka, Hongkong met de Parelrivierdelta. Hun identiteit is daarom sterk getekend door de internationale vrijhandel, en beide hebben hun essentiële rol daarin weten te behouden. In 2005 onttroonde Singapore Hongkong als grootste containerhaven ter wereld, om in 2010 zelf naar de tweede plaats te worden verwezen door Shanghai. Hongkong nam revanche door de grootste luchthaven voor vrachtverkeer te wereld te worden.

    Ten tijde van de kolonisatie was hun geringe omvang een voordeel. ‘De 
twee gebieden waren gemakkelijk te besturen voor het Verenigd Koninkrijk, dat dan ook flink investeerde in infrastructuur (opslagplaatsen, wegen, waterleiding) en openbare instellingen (rechtbanken, scholen, ziekenhuizen). Daarna zijn er andere initiatieven genomen, zoals een enorm programma voor sociale huisvesting,’ aldus Donald Low van de Lee Kuan Yew-school voor Openbaar Bestuur van de Nationale Universiteit van Singapore. Ook het rechtssysteem is een erfenis van de Britse kolonisator. ‘De rechtsstaat die beide steden kennen onderscheidt ze van alle andere landen in de regio,’ voegt Low eraan toe. ‘Alleen op die manier konden ze uitgroeien tot geloofwaardige financiële centra.’ Zowel Singapore als Hongkong richtte een agentschap op om corruptie te bestrijden. Dit weerhoudt beide er 
overigens niet van om te flirten met 
de status van belastingparadijs.

    Beide voormalige parels aan de Britse kroon hebben hun bijzondere ontwikkeling natuurlijk mede te danken aan hun geografische ligging, aan het uiterste noorden en zuiden van de Zuid-Chinese Zee. Hongkong, dat zich in 1997 bij de Volksrepubliek China aansloot (volgens het principe ‘een staat, twee systemen’), is altijd sterk 
op China georiënteerd geweest. Het is inmiddels een belangrijk financieel centrum voor grote Chinese bedrijven. Singapore is de onontkoombare 
metropool van Zuidoost-Azië en het Zuid-Pacifische gebied geworden.

    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH
    1. Skyline Singapore; 2. Skyline Hongkong. Welke vindt u mooier? – © HH

    Na twee eeuwen parallelle ontwikkeling behoren de twee steden tot de wereldtop op het gebied van moderniteit en technologie. Toch hebben ze 
ook de nodige crises en epidemieën gekend. Bovendien zijn ze tussen 1941 en 1945 door de Japanners bezet. 
Hun wegen scheidden zich met het uitroepen van de Republiek Singapore in 1965, nadat de stad zich in 1963 had afgescheiden van de Federatie van Maleisische Staten en onafhankelijk was geworden. Hoewel de microstaat zich aan de Britse betutteling heeft ontworsteld, zijn de Britse instituties en het architecturale erfgoed er behouden gebleven, evenals het Engels als lingua franca, waarvan de gesproken variant met zijn speciale intonatie 
zich tot het singlish (Singapore English) heeft ontwikkeld. Het Engels dat er gesproken wordt is nog altijd van een hoger niveau dan dat in Hongkong, dat weliswaar tot 1997 Engels is gebleven maar waar slechts 6 procent van de bevolking de taal voldoende beheerst en slechts 1,5 procent deze vloeiend spreekt, volgens een studie van de 
Universiteit van Hongkong uit 2015.

    Tegenwoordig onderscheiden de steden zich vooral door hun diametraal tegenovergestelde maatschappijmodellen. Het ‘dirigistische’ model van Singapore, waarvan de resultaten overal ter wereld bewondering afdwingen, behoort tot de meest geavanceerde en vreemdste van de planeet. Alles wordt er berekend, geanalyseerd, voorzien 
en gemonitord. ‘Planning’ is het sleutelwoord. De stad belichaamt orde, properheid, veiligheid, excellentie en perfectie. Singapore is tegenwoordig 
de ‘smartste’ van de ‘smart cities’: 
up-to-date, doelmatig, duurzaam en toonaangevend op onderzoeksgebied.

    De openbare orde lijkt er tot het uiterste doorgedreven, zoals blijkt uit het beroemde verbod op kauwgum. 
Ook het milieu is een prioriteit. In Hongkong zijn het de burgers die, geconfronteerd met de apathie van 
de overheid, het initiatief nemen om de stranden schoon te maken. Wie in Singapore afval niet in een vuilnisbak deponeert, riskeert de eerste keer een boete van 1350 euro, de tweede keer 
het dubbele en de keer daarna vijf keer zoveel. Hardnekkige overtreders 
worden gedwongen te werk gesteld 
bij de gemeentereiniging.

    Sinds de onafhankelijkheid heeft 
Singapore nauwelijks sociale conflicten gekend, afgezien van twee stakingen (in 1986 en 2012) die beide nog geen twee dagen duurden. De Hongkongers gaan meerdere keren per jaar massaal de straat op. In de herfst van 2014 transformeerde de jeugd verschillende wijken in de stad tot surrealistische kampen om te protesteren tegen het plan van Beijing om de invloed van stemmingen te beperken. Dit zogeheten ‘parapluprotest’ duurde 79 dagen, wat in de tuinstad ondenkbaar zou zijn. ‘Singapore is het eerste land ter wereld dat het communisme in de marxistische zin van het woord heeft gerealiseerd,’ chargeert Jake van der Kamp, commentator van de ultraliberale 
South China Morning Post. ‘Zo’n 85 procent van de woningen wordt gesubsidieerd door de staat, de regering houdt naast andere belastingen 37 procent van alle salarissen in voor een collectief verzekeringsfonds en de hele zakenwereld staat onder overheidstoezicht.’

    De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn

    De Singaporese regering bestuurt haar volk met dezelfde chirurgische precisie. Het geboortebeperkingsbeleid van de jaren zeventig, dat niet gespeend was van eugenetische trekjes, was zo doeltreffend dat de tegenovergestelde opdracht, aan het eind van de jaren tachtig, niet aansloeg. Om in de behoeften van de plaatselijke economie te voorzien moet de stad sindsdien mensen van buiten laten komen. Inmiddels is 40 procent van de bevolking van buitenlandse afkomst, wat 
het toch al multiculturele, Chinees-Indonesisch-Maleise Singapore een veel kosmopolitischer gemeenschap maakt dan Hongkong, dat voor 95 procent door Chinezen wordt bevolkt. De buitenlanders mogen maar twee soorten werk doen: werk waarvoor de Singaporezen hun neus optrekken of werk waarvoor kwalificaties zijn vereist die ter plekke niet voorhanden zijn. Nieuwe ondernemingen die zich er komen vestigen worden actief ondersteund.

    Waar de dynamische Singaporese overheid altijd tuk is op verbeteringen, is het gebrek aan visie bij de overheid in Hongkong een vast thema onder lokale zakenlui. Hongkong zou zijn critici kunnen antwoorden dat het zijn dynamiek en aantrekkelijkheid dankt aan zijn bewoners en zijn markteconomie, en niet aan de overheid. In tegenstelling tot Singapore hangt Hongkong het ultraliberalisme aan. De economie zou er zelfs de liberaalste ter wereld zijn, volgens de zeer conservatieve Amerikaanse denktank Heritage Foundation. De werkloosheid van maar 3 procent (tegen 2 procent in Singapore) lijkt aan te tonen dat dit recept ook werkt.

    Behalve vanwege de vrijheid en faciliteiten voor ondernemers is Hongkong ook aantrekkelijk vanwege zijn belastingstelsel. Door de geringe douanebarrières is het bijna een vrijhaven. Een beroemd voorbeeld blijft de afschaffing van de accijns op geïmporteerde wijn in 2008, die de ontwikkeling van een hele economische sector mogelijk maakte. Een ander voorbeeld is de markt voor moderne kunst die bloeiender is dan in Singapore, waar toch forse subsidies bestaan. Binnen enkele jaren hebben zich internationaal gerenommeerde galeries en grote veilinghuizen in Hongkong gevestigd, evenals een beurs voor moderne kunst, Art HK, die al snel werd opgekocht door wereldleider Art Basel. ‘De dynamiek van Hongkong is onvergelijkbaar. Dat is voor 
een groot deel te danken aan buurman China,’ bevestigt een ondernemer die beide steden goed kent. De energie 
die wordt geleverd door de nabijheid van China is onmiskenbaar. Singapore, daarentegen, is een beetje provinciaals. ‘De Hongkongers komen naar Singapore om op adem te komen; de 
Singaporezen gaan naar Hongkong om zichzelf weer te motiveren,’ zo vat een Singaporese taxichauffeur de situatie samen op grond van zijn dagelijkse observaties.

    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images
    Gardens by the Bay in Singapore. Het park bestaat onder meer uit een futuristisch bos van metalen bomen (‘Supertree grove’) en twee grote kassen. – © Getty Images

    De Hongkongers koesteren hun vrijheden en aarzelen niet om daarvan te profiteren, tot leedwezen van Beijing. ‘De ironie wil dat de burgers in Hongkong het recht hebben om te betogen en hun ongenoegen te uiten maar dat ze niet hun eigen leiders kunnen kiezen, terwijl in Singapore, waar kritiek amper wordt getolereerd, de burgers het recht hebben om naar de stembus te gaan,’ constateert Cherian George, hoogleraar Journalistiek.

    Paradoxaal genoeg hebben deze zeer verschillende systemen tot soortgelijke resultaten geleid, en tot soortgelijke gebreken. Geen enkele ontwikkelde 
economie ter wereld kent momenteel zulke grote verschillen tussen rijk en arm als deze twee steden. Op de grote avenues van Hongkong duwen dubbelgevouwen oude vrouwtjes karretjes met kartonnen dozen voor recycling voort tussen glimmende Ferrari’s en Tesla’s. Huisvesting is zo duur voor wie geen toegang heeft tot sociale woningbouw, dat een Chinese ondernemer op het idee is gekomen om ‘capsuleappartementen’ te introduceren, een moderne versie – met wifi – van de oude ‘kooiwoningen’, stapelbedden met tralies ervoor die dienst deden als onderkomen.

    De twee steden blinken ook uit in 
crony capitalism, nepotistisch kapitalisme. Op een ranglijst van de grootste plutocratieën ter wereld die in 2014 werd opgesteld door het Britse weekblad 
The Economist, prijkte Singapore op de vijfde en Hongkong zelfs op de eerste plaats. Onder het mom van grote economische vrijheid is Hongkong in vijftig jaar tijd uitgegroeid tot een oligarchie waar maar enkele families de dienst uitmaken in 
de belangrijkste economische sectoren.

    Als we de balans opmaken van het voortdurende duel tussen de twee 
steden, lijken economische argumenten zwaarder te wegen dan elke andere politiek-filosofische overweging. De vrees voor een braindrain van Hongkong naar Singapore is een steeds terugkerend thema in de pers van Hongkong. Met als reden de exorbitant hoge huren, de luchtvervuiling en de toenemende bemoeienis van China. Of, doodeenvoudig, het charmeoffensief van de Singaporese regering. Singapore lijkt zich plotseling te bevrijden van zijn lichte minderwaardigheidscomplex. 
De periode van beroering die de wereld momenteel doormaakt, heeft de kritiek op het sociale en politieke model doen verstommen. Dat doet weliswaar 
verstikkend aan, maar als puntje bij paaltje komt is het behaaglijk en geruststellend.

    Auteur: Florence de Changy

    Openingsbeeld: © HH

    Le Monde
    Frankrijk | dagblad | oplage 345.000

    In 1944 opgericht op initiatief van De Gaulle. Iconische krant, gehecht aan zijn onafhankelijkheid (maar sinds 2010 wel eigendom van drie private investeerders).

    uss buffalo and uss stethem depart changi naval base for the at sea 28506939156

    CONTEXT: Washington of Beijing? Een dilemma voor Singapore

    De stadstaat ging een keus tussen de supermachten altijd slim uit de weg, maar dreigt nu voor het blok te worden gezet.

    Washington of Beijing: voor Singapore, dat 14.000 keer kleiner is dan China en een militaire bondgenoot van de VS, is het lastig kiezen. Beijing sluit overal in Zuidoost-Azië bondgenootschappen, terwijl Washington met twee monden blijft spreken over de duur van zijn betrokkenheid bij de regio. Lee Kuan Yew, de stichter van de in 1965 uitgeroepen Republiek Singapore, onderhield uitstekende betrekkingen met zowel Henry Kissinger, als met Deng Xiaoping, van 1956 tot 1967 secretaris- generaal van de Communistische Partij van China. Lee Kuan Yew bracht zelfs zijn ‘vakantie’ door in Taiwan; dat ging allemaal probleemloos. Maar de tijden zijn veranderd.

    ‘Binnen drie tot vijf jaar dreigt Singapore moeilijke keuzes te moeten maken,’ voorspelt Donald Low van de Nationale Universiteit van Singapore. Tot overmaat van ramp hebben de Verenigde Staten op 23 januari jl. het Trans-Atlantisch Partnerschap (TPP) geannuleerd, een verkiezingsbelofte van Donald Trump. ‘Dat heeft de Singaporese regering ernstig in verlegenheid gebracht,’ bevestigt een diplomaat. ‘Hier is de vrijhandel meer dan een religie, het is het hart van het systeem. Als de internationale handel tot stilstand komt, gaat Singapore dicht.’ In werkelijkheid beschikt Singapore nog altijd over een twintigtal bilaterale vrijhandelsverdragen, met onder andere de VS, Japan en China. Dat neemt niet weg dat de houding van Washington weinig goeds belooft voor het regionale evenwicht en dat Singapore beseft hoe kwetsbaar zijn positie is.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt

    In augustus 2016 verzekerde president Barack Obama: ‘Singapore is de ankerplaats van onze aanwezigheid in de regio.’ Dit bondgenootschap berust op een memorandum van overeenstemming. ‘De marinebasis van Changi ontvangt Amerikaanse vliegdekschepen, het commando van de Amerikaanse strijdkrachten in de Grote Oceaan heeft zijn logistieke basis in Sembawang (aan de noordkant van Singapore) en de VS beschikken over een eskader op de luchtmachtbasis Paya-Lebar,’ aldus Eric Frecon, onderzoeker aan het marine-instituut en coördinator van het Observato- rium voor Zuidoost-Azië.

    Singapore wordt inmiddels ook het hof gemaakt door China. De economische betrekkingen tussen de twee nemen een hoge vlucht. En Beijing duldt geen kritiek meer van deze stadstaat die het als Chinees beschouwt. In november 2016 liet China zijn ongeduld blijken door negen Singaporese pantservoertuigen die terugkwamen uit Taiwan, waar Singapore al meer dan veertig jaar zijn troepen laat oefenen, tijdens een tussenstop in Hongkong in beslag te nemen. De voertuigen werden teruggegeven ter gelegenheid van het Chinees Nieuwjaar. Er was minstens één geheime missie naar Beijing nodig om dat voor elkaar te krijgen.

    Een andere bron van Chinese ergernis is het feit dat Singapore in juli 2016 het Hof van Arbitrage heeft ingeschakeld in het conflict over de Zuid-Chinese Zee. Als reactie daarop voerde de Global Times, de propagandatabloid van de Communistische Partij van China, een felle lastercampagne tegen Singapore. Sommigen mompelen dat de boodschap is doorgekomen: de oefeningen in Taiwan zijn opgeschort, in elk geval ‘voorlopig’. Hoe dan ook lijkt de ergste kou tussen de landen uit de lucht. De vergadering van de bilaterale samenwerkingsraad, die in 2016 wegens spanningen was geannuleerd, is op maandag 27 februari jl. alsnog gehouden in Beijing.

  • Te wapen tegen Washington

    Te wapen tegen Washington

    Sinds 2008 heeft de Amerikaanse ‘Patriot Movement’ de wind stevig in de zeilen. De leden van de beweging willen zich zo nodig met geweld verzetten tegen de ‘tirannie’ van de Amerikaanse overheid. ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’

    B.J. Soper richt zijn semi-automatische geweer, een AR-15, en schiet een keer of tien op het getekende silhouet van een menselijke figuur. Zijn vrouw en hun zestienjarige dochter oefenen hoe je een pistool trekt. Daarna leert Soper zijn dochtertje van vier – roze gympen en een paardenstaart – handig om te gaan met een kaliber 22-geweer.

    Diep in het hart van een gigantisch trainingscomplex van het Amerikaanse leger in Redmond (Oregon), omringd door lege kogelhulzen en aan flarden geschoten jeneverbomen, houdt de Central Oregon Constitutional Guard zijn wekelijkse schietoefening. ‘De bedoeling is dat we samenwerken en ons verdedigen als het erop aankomt,’ zegt Soper, een veertigjarige aannemer en de zelfverklaarde leider van een groeiende beweging die de federale overheid wantrouwt en steeds vaker betrokken is bij gewapende conflicten met de autoriteiten.

    Degenen die tot de beweging behoren, betitelen zichzelf als patriotten. Ze eisen dat de federale overheid zich aan de grondwet houdt en niet langer, zoals zij het zien, systematisch de rechten op grondbezit, wapenbezit, vrijheid van meningsuiting en andere verworvenheden aantast. Medewerkers van gerechtelijke instanties noemen deze mensen gevaarlijk en zeggen dat hun aantal groeit door een golf van woede die is aangezwollen sinds in 2008 de eerste zwarte president van Amerika werd gekozen en er een verlammende recessie begon.

    Tweede golf

    Twee jaar geleden richtte Soper zijn groep – ongeveer dertig mannen, vrouwen en kinderen van een handvol gezinnen – op als ‘verdedigingseenheid’ tegen ‘alle buiten- én binnenlandse vijanden’. Met dat laatste doelt hij vooral op de federale overheid, die volgens hem ongeoorloofde agressie tegen haar eigen bevolking begaat.

    De leden van de groep zijn bouwvakker, vloerenlegger, verpleegkundige, schilder of middelbare scholier. Ze hamsteren levensmiddelen, oefenen zich in vaardigheden om te overleven en in ‘basale infanterietactieken’, leren hoe je in de strijd opgelopen verwondingen verzorgt, bestuderen de grondwet en houden schietoefeningen met hand- en aanvalswapens. ‘In de grondwet staat niet dat je niet voor jezelf mag opkomen of je niet mag verdedigen,’ zegt Soper. ‘We hebben de overheid toegestaan een grens te overschrijden door ons te besturen – en dat is nooit de bedoeling van dit land geweest.’

    Rechtsgeleerden en instanties met een waakhondfunctie die de zelfverklaarde ‘patriottische’ groeperingen in de gaten houden, noemen hen antioverheidsgezinde extremisten, leden van een militie, gewapende activisten of zelfs binnenlandse terroristen. Sommige tegenstanders van de overwegend blanke en op het platteland opererende groeperingen noemen hen ‘Y’all-Qaida’ of ‘Vanilla ISIS’.

    Mark Potok van het Southern Poverty Law Center, dat extremisme in de VS in kaart brengt, zegt dat er in 2008 ongeveer honderdvijftig van dergelijke groeperingen bestonden, tegen duizend op dit moment. Potok en andere waarnemers beweren dat ze enkele honderdduizenden aanhangers hebben, te oordelen naar degenen die hun steun betuigen via bijvoorbeeld de sociale media. Zo heeft de Facebookpagina van de Oath Keepers, een groep voormalige politie- en legerfunctionarissen, meer dan 525.000 likes.

    Het progressieve beleid van president Obama en de zware economische tijden hebben het anti-overheidsgezinde sentiment doen oplaaien, hetzelfde soort woede waar Donald Trump garen bij spint tijdens zijn presidentiële campagne, zegt Mark Pitcavage, die voor de Anti-Defamation League werkt en het extremisme al meer dan twintig jaar op de voet volgt.

    Op het lichaam van een van de agenten lieten ze een briefje achter met de tekst: ‘Dit is het begin van de revolutie’

    De oorsprong van de beweging is grotendeels te herleiden tot de confrontaties in de jaren negentig tussen burgers en federale politiemensen in Ruby Ridge, in de staat Idaho, en in Waco, Texas. Die hadden negentig dodelijke slachtoffers tot gevolg. Timothy McVeigh haalde beide incidenten aan voordat hij werd geëxecuteerd wegens de bomaanslag die hij in 1995 in Oklahoma pleegde, waarbij 168 mensen omkwamen. McVeigh voegde eraan toe dat hij bewust had gekozen voor een overheidsgebouw.

    Nu spoelt een ‘tweede golf’ over het land, vooral in het westen, gevoed door internet en de sociale media. J.J. MacNab, schrijver en in extremisme gespecialiseerd onderzoeker aan de George Washington University in Washington D.C., beweert dat mensen of groepen zoals die van Soper dankzij de sociale media veel invloedrijker zijn dan in de jaren negentig, toen zij hun boodschap nog verspreidden via bijeenkomsten in plaatselijke restaurants en per fax.

    De beweging kreeg een enorme impuls door de confrontatie bij de ranch van veefokker Cliven Bundy in Nevada, in 2014, waarbij federale agenten en honderden gewapende aanhangers van Bundy tegenover elkaar stonden omdat Bundy zijn vee op federale grond liet grazen en weigerde daarvoor een vergoeding te betalen. Toen de agenten de aftocht bliezen om een bloedige strijd te voorkomen, eisten de aanhangers van Bundy de overwinning op; dit moedigde hen het afgelopen jaar aan tot soortgelijke gewapende opstootjes bij goudmijnen in Oregon en Montana. In januari bezetten tientallen van hen, onder leiding van Bundy’s zonen Ammon en Ryan, het hoofdkwartier van het Malheur National Wildlife Refuge, nabij het landelijk gelegen Burns in de staat Oregon. Die actie resulteerde in de dood van een van de bezetters, Robert ‘LaVoy’ Finicum. Hij werd doodgeschoten door agenten van de staatspolitie.

    Demonstranten te paard verzamelen zich in Bunkerville, Nevada, waar rancher Cliven Bundy in aanvaring kwam de overheid. – © Jim Urquhart / Reuters
    Demonstranten te paard verzamelen zich in Bunkerville, Nevada, waar rancher Cliven Bundy in aanvaring kwam de overheid. – © Jim Urquhart / Reuters

    Soper neemt een tussenpositie in. Hij zegt dat hij een gematigder geluid laat horen in een beweging die bekendstaat om zijn heetgebakerde aanhang. Hij sliep in Burns een maand lang in zijn camper, in een poging de bezetters ertoe te bewegen zich terug te trekken.

    Twee dagen na Sopers laatste bezoek aan het wildreservaat kwam Finicum om tijdens een operatie waarbij de Bundy’s werden gearresteerd. Uit onafhankelijk plaatselijk onderzoek werd geconcludeerd dat de schietpartij rechtmatig was, hoewel het Amerikaanse ministerie van Justitie onderzoekt of enkele FBI-agenten wel juist hebben gehandeld. Soper beschouwt de dood van Finicum als ‘moord’.

    Kort na de confrontatie bij de ranch van Bundy doodden diens aanhangers Jerad en Amanda Miller twee politieagenten en een burger, waarna ze zelf omkwamen bij een wilde schietpartij in Las Vegas. De politie zegt dat het stel een briefje achterliet op het lichaam van een van de agenten, die ze van dichtbij hadden neergeschoten. De tekst luidde: ‘Dit is het begin van de revolutie.’

    Een eenvoudiger Amerika

    Tot twee jaar geleden nog was B.J. Soper zowat verslaafd aan de sportzender ESPN. Nadat hij tussen zijn twintigste en dertigste professioneel rodeorijder was geweest, streek hij met zijn tweede vrouw en hun twee dochters neer op een idyllisch stuk land met paarden, honden, katten, kippen en een schitterend uitzicht op het besneeuwde Cascade-gebergte. Hij sleet zijn dagen met het bouwen van schuren en andere timmerklusjes en keek in het weekeinde naar sport op tv. Hij honkbalde, jaagde en viste. Hij volgde de wijze raad van zijn moeder op en hield zich ver van de politiek.

    Toen het tv-nieuws beelden van de Bundy-ranch toonde, was hij geschokt. Ambtenaren beweerden dat Bundy misbruik maakte van het recht om zijn vee te laten grazen en daar al twintig jaar lang geen vergoeding voor betaalde. Vandaar dat ze ten slotte gewapende agenten hadden gestuurd om vee van Bundy bijeen te drijven dat op federale grond graasde. Ze zeiden dat ze zich zeer terughoudend en met veel geduld jegens Bundy hadden opgesteld.

    Maar Soper kreeg de indruk dat ze Bundy intimideerden. Hij vroeg zich af: richten bewapende federale agenten echt hun wapens op mensen en dreigen ze die te doden vanwege een paar koeien? Wat is er in godsnaam aan de hand?

    Hij ging op internet op onderzoek uit en kwam er al snel achter dat duizenden mensen vonden dat de overheid de grondwettelijke beperkingen van haar macht uit het oog was verloren. Hoe meer hij las, des te meer hij ervan overtuigd raakte dat de overheid ‘niet meer in bedwang’ te houden was. En hij verbaasde zich erover dat er zo veel mensen waren die er net zo over dachten.

    ‘Ik was erg teleurgesteld in mezelf,’ zegt hij. ‘Ik kreeg in de gaten dat we in hetzelfde schuitje zaten als het land als geheel, doordat mijn generatie, en die van mijn ouders, niets heeft gedaan. We hebben het laten gebeuren. We zijn gewend geraakt aan ons comfortabele leventje, waarin alles van een leien dakje gaat. We zijn vergeten waar het om gaat. We zijn vergeten wat vrijheid en onafhankelijkheid écht betekenen.’ Het was alsof hij uit een levenslange slaap ontwaakte: ‘Vóór 2014 was ik blind. Ik sliep, ik zat niet op te letten. Maar de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy hebben me wakker geschud.’

    Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest

    Plotseling leken de weekeinden waarin hij naar de San Francisco 49’ers of de Portland Trail Blazers keek een middel dat hem verdoofde tegen het echte leven. ‘Van mijn achttiende tot de gebeurtenissen bij de ranch van Bundy leefde ik zoals 90 procent van alle Amerikanen: onwetend van alles wat er aan de gang was,’ zegt hij. ‘Ik dacht meteen: ik kan niet achterover gaan leunen en het maar over me heen laten komen. Ik moest iets doen. Ik voelde me verantwoordelijk voor wat er gebeurde, want ik had er mijn hele leven niets tegen ondernomen.’

    Zijn antwoord was de oprichting van de Central Oregon Constitutional Guard, volgens hem deels uit bescherming tegen de overheid en deels om terug te keren naar een veel eenvoudiger Amerika. ‘Toen ik nog jong was, was het leven overzichtelijk,’ zegt hij op de website van de groep. ‘Geen zorgen, nauwelijks gevaren. Ik fietste urenlang met vriendjes door de buurt, speelde en kwam zonder problemen voor het avondeten weer opdagen.’

    Critici beweren dat er een naïeve hang leeft naar het Amerika van de jaren vijftig, dat hoe dan ook nooit een ongerept paradijs is geweest. En ze zeggen dat de groepen die in reactie daarop ontstaan veel gevaarlijker zijn dan Soper en anderen doen voorkomen.

    Sopers onderzoek bracht hem ook bij enkele populaire samenzweringstheorieën op internet, waaronder een zogenaamd complot van de Verenigde Naties om de wereld een centrale overheid op te leggen. Evenals vele anderen in de ‘patriottische’ beweging ging Soper erin geloven. Hij vermoedt dat de VN via een programma dat ‘Agenda 21’ zou worden genoemd de wereldbevolking wil terugbrengen van zeven miljard inwoners tot iets minder dan één miljard. Volgens hem stimuleert de overheid abortus in het buitenland als onderdeel van het complot en verstrekt zij bewust vaccins die kinderen autistisch maakt, omdat autistische ouders minder kinderen krijgen.

    Patriot-leider B.J. Soper maakt een schietschijf om op te gaan oefenen. © Matt McClain / The Washingingtoon Post via Getty
    Patriot-leider B.J. Soper maakt een schietschijf om op te gaan oefenen. © Matt McClain / The Washingingtoon Post via Getty

    Soper zegt dat hij bovendien niet kan uitsluiten dat de overheid achter de aanslagen van 9/11 zat. Hij denkt dat de overheid en de ‘medische gemeenschap’ al jaren een remedie tegen kanker hebben, maar die niet willen vrijgeven omdat farmaceutische bedrijven veel winst maken op medicijnen. ‘Ik beweer niet dat het zo is,’ zegt hij, ‘maar ik houd graag alle opties open.’ Hij weet dat veel mensen zulke ideeën waanzin vinden, maar, zegt hij lachend, ‘het laat zien dat ik mijn overheid gewoon niet vertrouw.’

    Degenen die dergelijke groeperingen volgen, zeggen dat paranoïde samenzweringstheorieën en gewapende bezettingen de statuur ondermijnen van geschillen met de federale overheid die volkomen rechtmatig zijn. Tom Gorey, woordvoerder van het Amerikaanse Bureau of Land Management (BLM), de drijvende kracht achter het treffen bij de Bundy-ranch, zegt dat Soper en de zijnen ‘er een agressieve, antifederale en anti-BLM-gezinde houding op nahouden vanwege hun bizarre en schaamteloze interpretatie van de Amerikaanse grondwet en hun paranoïde ideeën over de federale overheid’.

    Donald Trump

    Onlangs sprongen vlak voor zonsondergang tien mensen uit pick-uptrucks in een berm langs Route 97 in Redmond; ze begonnen afval te rapen nabij een bord met ‘Adopt-a-Highway’ waaronder ‘Central Oregon Constitutional Guard’ stond.

    Volgens Soper brengt het ‘patriot’ zijn met zich mee dat je soms een paar uur lang flessen, blikken en zelfs rottende kadavers van aangereden wild moet opruimen, en hij doet dat met – niet zichtbaar – een kaliber 45-pistool op zijn heup. ‘Het is net als met die slogan van American Express: ga nooit zonder van huis,’ zegt Soper. Zijn vrouw Lisa werkt ook in de berm, met net zo’n pistool in haar spijkerbroek. Voorbijgangers toeteren en steken een duim op.

    Er stopt een witte BMW. De chauffeur komt op Soper af. ‘Zijn jullie van de Central Oregon Constitutional Guard?’ vraagt hij.

    ‘Yep,’ zegt Soper. ‘Belangstelling?’

    ‘Ik zag jullie op Facebook,’ antwoordt Glenn Golter, 42 jaar, eigenaar van een bedrijf dat vloeren legt, zijn kleren onder het stof na een dag werken. ‘Goed dat jullie voor onze grondrechten opkomen.’

    Soper nodigt Golter uit om meteen na de opruimactie naar de maandelijkse bijeenkomst van de groep in een plaatselijk pizzarestaurant te komen. En zo hebben ze er zomaar ineens een nieuw lid bij.

    Ze rijden naar de Straw Hat Pizza, in een winkelcentrum aan de rand van Redmond, een woestijnplaatsje met 30.000 inwoners in de uitlopers van de Cascades. Lisa haalt bij de saladebar wat gezonde groente voor haar man terwijl de kinderen en de andere leden van de groep dikke, rijkelijk met kaas belegde pizza’s eten.

    Aan de andere kant van de tafel zegt Alex McNeely, 25, bouwvakker en ‘fanatieke YouTuber’, dat hij via internet geïnteresseerd is geraakt in de beweging en zich erbij heeft aangesloten met het idee zijn land te verdedigen. ‘In Washington denken ze dat je gevaarlijk en tegen de overheid bent als je voor je rechten opkomt,’ zegt McNeely, die een tatoeage van een kalasjnikov op zijn onderarm heeft. ‘Maar als m’n rechten worden afgepakt, wat moet ik dan? Maar gewoon blijven zitten en het voor zoete koek slikken? Of ga ik iets doen?’

    In de Constitutional Guard, zegt McNeely, ‘heb ik het idee dat we opkomen voor mensen die niet over de middelen beschikken om voor zichzelf op te komen. Ik heb een grote aandrang om mensen te helpen.’

    De groep heeft meer dan tweeduizend exemplaren van de grondwet in zakformaat uitgedeeld, die volgens Soper 500 dollar hebben gekost. Ook hebben ze voedsel en kleren gestuurd naar slachtoffers van bosbranden in de staten Washington en Oregon, en kerstcadeautjes uitgedeeld aan veertig arme kinderen.

    ‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn. En we willen de schapen beschermen’

    Toen McNeely van school kwam, overwoog hij om in het leger te gaan, maar hij werd achttien in de maand waarin Obama in 2008 tot president werd gekozen. Vanwege Obama’s ‘socialistische beleid’ accepteerde hij hem niet als opperbevelhebber. ‘Het bevalt me helemaal niet dat hij Amerika diepgaand wil veranderen,’ zegt McNeely.

    De leden van de groep zijn politiek conservatief, hebben niets op met de voormalig minister van Buitenlandse Zaken Hillary Clinton en steunen over het algemeen Donald Trump. Soper zegt dat hij bijna iedereen liever heeft dan Clinton, maar zal bij de presidentsverkiezingen niet gaan stemmen. Stemmen is volgens hem ‘tijdverspilling’, omdat de politiek in Oregon toch wordt gedomineerd door de Democraten.

    Soper neemt nog een slok van zijn frisdrank, en zijn dochtertje Kalley vraagt hem om nog een paar muntjes voor de speelautomaat. Hij geeft er haar een paar terwijl hij spottend zijn ogen ten hemel slaat. ‘Wij zijn degenen die de wolven zien zoals ze zijn,’ zegt hij als hij haar weg ziet huppelen. ‘En we willen de schapen beschermen.’

    MacNab, de onderzoeker aan de George Washington University, zegt dat Trump een grote rol speelt in de rekrutering van leden van groeperingen die boos zijn op de overheid. ‘De Tea Party heeft bruggetjes geslagen tussen de periferie en de grote meute,’ zegt ze. ‘Door Trump is het een achttienbaanssnelweg geworden. Hij zegt letterlijk dat ze het bij het rechte eind hebben.’ Een van de aangeklaagden in de zaak-Bundy is Gerald DeLemus, vicevoorzitter van Veterans for Trump in de staat New Hampshire. Campagnemedewerkers van Trump erkennen dat hij plaatsvervangend afgevaardigde van deze staat is voor de Republikeinse Nationale Conventie in Cleveland.

    Sopers nekharen gaan rechtovereind staan als critici hem antioverheidsgezind noemen. Hij zegt dat hij de overheid steunt maar wil dat die zich aan de grondwet houdt. En zijn groep ‘gewapend’ noemen is even relevant als zeggen dat de leden schoenen dragen, want het Tweede Amendement van de grondwet geeft toch elke Amerikaan het recht om een wapen te dragen?

    Soper en familie tijdens een schiettraining. – © Matt McClain / The Washington Post via Getty
    Soper en familie tijdens een schiettraining. – © Matt McClain / The Washington Post via Getty

    Volgens Soper geeft de grondwet, waarvan hij altijd een kopie op zak heeft, de federale overheid niet het recht land in bezit te hebben. Ook zou de steeds grotere nadruk die de overheid legt op milieuwetten mijnwerkers, houthakkers en anderen werkloos maken en de plaatselijke economie om zeep helpen. ‘We moeten ons voedsel kunnen verbouwen,’ zegt hij. ‘De welvaart komt van het land. Ik wil best rekening houden met een bedreigde kikkersoort, maar zo’n kikker mag niet belangrijker worden dan het voortbestaan van de mens.’

    Iedereen in de groep heeft voor dertig dagen voedsel en noodvoorraden tot zijn beschikking. De leden leren voedsel te verbouwen en vee te houden. Ze kamperen en leren survivaltechnieken, bijvoorbeeld hoe je een noodonderkomen maakt, hoe je voedsel en water vindt en een vuur aanlegt. McNeely en Lisa Soper volgen een medische cursus om te leren hoe ze wonden kunnen verzorgen, ook als die in de strijd zijn opgelopen. Ze proberen allemaal een vergunning te krijgen voor een kortegolfzender, voor het geval het mobiele netwerk uitvalt.

    Maar de kern van hun missie is een bewapende, getrainde paramilitaire groep te worden. Soper zegt dat de leden ‘basisvaardigheden van de infanterie’ leren: ‘Deel uitmaken van een patrouille, patrouilleren met een voertuig, als je op de vijand stuit jezelf kunnen beschermen en eraan ontsnappen. Wij zijn geen soldaten, maar we beheersen de basis.’

    Volgens Soper is de groep voorbereid op een aardbeving of een andere natuurramp, maar hij maakt zich vooral zorgen over ‘door de mens veroorzaakte rampen’ – en dan vooral door de overheid. ‘Volgens mij is het helemaal niet zo vergezocht om te beweren dat de economie is ingestort,’ zegt hij. ‘De dollar is tegenwoordig een behoorlijk riskante investering. China koopt al het goud op. Als mensen honger en dorst krijgen en niets meer te eten hebben, worden ze wanhopig.’

    Ook Carol Cox steunt haar neef Cliven Bundy. – © David Becker / Getty
    Ook Carol Cox steunt haar neef Cliven Bundy. – © David Becker / Getty

    In april 2015 trok Soper zijn camouflagepak aan, pakte zijn AR-15 en stond een paar weken ‘op wacht’ bij de Sugar Pine-mijn in het zuidwesten van Oregon, waar mijnwerkers overhoop liggen met het BLM. Het bureau had twee mijnwerkers bevolen hun activiteiten te staken, omdat ze bouwsels op het terrein hadden neergezet die niet vielen onder de vergunning waarmee ze op federale grond mijnbouw mochten bedrijven. De mijnwerkers beweerden dat de federale overheid hun probeerde werk afhandig te maken en hun bezittingen in te pikken. Ze beweerden ook dat de medewerkers van het BLM wapens op hen hadden gericht. Gorey, woordvoerder van het BLM, zegt dat geen enkele medewerker een wapen heeft getrokken.

    Medestanders van de mijnwerkers riepen via YouTube vrijwilligers landelijk op om te komen helpen. Soper ging. ‘De overheid is komen opdagen en heeft wapens op de mijnwerkers gericht,’ zegt hij. ‘Wat zou jij doen als je in hun schoenen stond? Als je vreest voor je leven heb je het recht jezelf te verdedigen!’

    Gorey zegt dat de procedures in Sugar Pine correct zijn gevolgd en dat er niemand is bedreigd. ‘We dienen als zondebok voor deze militiemannen, die maar wat graag tegen de overheid ten strijde trekken,’ zegt hij.

    ‘Het laatste wat ik wil is een pistool op een mede-Amerikaan richten,’ zegt Soper. ‘Maar als het BLM de wapens tegen ons opneemt, op welk moment mogen wij onszelf dan verdedigen?’

    ‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren’

    Onlangs zat Soper op een vrijdag al om vijf uur ’s ochtends een boze brief naar de sheriff van zijn district te schrijven. Hij was wakker geworden met het nieuwsbericht dat overheidsfunctionarissen een man of tien hadden gearresteerd in verband met de belegering van de ranch van Bundy. Dat betekende dat in totaal negentien mensen, onder wie Cliven Bundy, een aanklacht wegens obstructie van het recht en verboden wapenbezit boven het hoofd hing, hetgeen volgens Soper oneerlijk is. Hij was ook woest omdat Bundy’s zoons nog steeds zonder mogelijkheid tot een borgtocht vastzitten vanwege de bezetting van het wildreservaat. ‘Er worden mensen zonder eerlijk proces vastgehouden,’ zegt hij. ‘Dat druist tegen Amerikaanse waarden in.’

    Als Bundy en zijn aanhangers iets ten laste wordt gelegd, dan moet dat ook gelden voor de federale agenten die tegenover hen stonden, vindt Soper. ‘Waarom zou voor gerechtsdienaren een andere norm gelden?’ ‘Het laatste wat ik wil is geweld,’ schreef hij. ‘Maar ik hoop dat ze inzien dat er in dit land steeds meer bloed zal worden vergoten als we verdergaan op de ingeslagen weg.’

    Het antwoord op de grieven tegen de overheid, zegt Soper, is onderhandelen, en niet geweld. Maar hij zegt ook dat wanneer federale agenten zonder reden wapens tegen burgers gebruiken, die het recht hebben geweld met geweld te beantwoorden. ‘We hebben het recht ons te verdedigen tegen mogelijk gevaar of de dood,’ aldus Soper. ‘Daar valt rechtshandhaving ook onder. Als zij hun werk niet rechtmatig doen, vind ik dat je je mag verweren.’

    Soper bleef maar tikken en waarschuwde de overheid en passant dat zij haar ‘gezonde verstand’ heeft verloren. ‘Ik bid dat de overheid het weer terugkrijgt, anders wacht ons een sombere toekomst, en die is niet heel ver weg’, schreef hij. En hij voegde eraan toe: ‘Sheriff, er gaan doden vallen.’

    Auteur: Kevin Sullivan
    Vertaler: Nico Groen

    The Washington Post
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 700.000

    Bewees zich met het publiceren van de Pentagon Papers. Eerste krant die zeven dagen per week verscheen (sinds 1980). Een van de meest invloedrijke kranten ter wereld. Centrum-rechts georiënteerd met een grote focus op de Amerikaanse politiek.