Onder de gevangenen bevinden zich mensenrechtenactivisten
De Amerikaanse gezant John Coale kondigde donderdag de versoepeling van de sancties tegen Belarus en de vrijlating van 250 gevangenen in het land aan, na onderhandelingen met president Aleksandr Loekasjenko, aldus Radio Free Europe / Radio Liberty.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
‘De Verenigde Staten hebben de sancties tegen verschillende Belarussische entiteiten opgeheven’, waaronder het ministerie van Financiën en bedrijven die actief zijn in de potassector, een grondstof voor de productie van kunstmest.
Onder de vrijgelaten gevangenen – een ‘belangrijke humanitaire doorbraak’, aldus Coale – bevinden zich verschillende politiek gevangenen en mensenrechtenactivisten, meldt de website. ‘Vijftien gevangenen zijn overgebracht naar buurland Litouwen, terwijl de anderen binnen Belarus zijn vrijgelaten.’
Aleksandr Loekasjenka is aan zijn zevende ambtstermijn begonnen. Hoewel hij onaantastbaar lijkt te zijn, vreest de ‘laatste dictator van Europa’ nog steeds voor een onwaarschijnlijke omverwerping, volgens een analyse van de Tsjechische website Irozhlas.
Minsk, augustus 2020. Alexandr Loekasjenka is voor de zesde keer op rij tot president gekozen en de straten van de Wit-Russische hoofdstad stromen vol met honderdduizenden demonstranten. Net als bij de vorige verkiezingen zou het zelfbenoemde staatshoofd ongeveer 80 procent van de stemmen hebben gewonnen, een uitkomst die door de oppositie en vervolgens door de Europese Unie aan de kaak werd gesteld.
In de menigte heeft de speciale antioproermacht, de Omon, tienduizenden arrestaties verricht. Angstaanjagende getuigenissen van demonstranten en foto’s van gewonde en bebloede mensen die getuigen van de wreedheid van de interventies circuleerden op sociale netwerken en in de media. Nog geen vijf jaar later geeft de wet de veiligheidstroepen toestemming om mensen neer te schieten.
Svetlana Tichanovskaja, tegenkandidaat van Loekasjenka en volgens de oppositie de winnaar van de verkiezingen, staat voor een duivels dilemma: in Wit-Rusland blijven en in de gevangenis belanden, of het land verlaten. In het belang van haar kinderen geeft ze er de voorkeur aan zich in Vilnius, Litouwen, te vestigen en de functie van president in ballingschap op zich te nemen. Hoewel er in het land enkele van de grootste demonstraties uit zijn geschiedenis hebben plaatsgevonden, zijn deze, onder invloed van al even ongekende repressieve maatregelen, geleidelijk weggeëbd.
Een impasse
Sindsdien bevinden de democratisch gezinde Wit-Russen zich in een impasse en deze keer lijkt alles erop te wijzen dat de straten van Minsk, na wat de oppositie de ‘speciale verkiezingsoperatie’ noemde, leeg zullen blijven. Loekasjenka heeft alles uit de kast gehaald om een herhaling van het scenario van 2020 te voorkomen.
De lijst van repressies is zo lang als je arm. Terwijl ‘Batka’ (‘Kleine Vader’), zoals Loekasjenka graag wordt genoemd, gratie heeft verleend aan een aantal politieke gevangenen, heeft hij in de herfst een nieuwe golf van arrestaties ontketend in de aanloop naar de verkiezingen, zijn straffeloosheid en die van zijn familie gegarandeerd door een wetswijziging goed te keuren, kiezers bedreigd met zware boetes als ze een foto van hun stembiljet maakten en degenen tegen wie de autoriteiten een strafrechtelijke of administratieve procedure hadden aangespannen verboden zich kandidaat te stellen voor de verkiezingen. Zijn doelen zijn duidelijk: de macht behouden, de oppositie het zwijgen opleggen en verdere demonstraties voorkomen.
‘Repressie is nog steeds aan de orde van de dag, ook in de ergste vormen. Oppositieleden worden geïsoleerd en zijn ondergedoken, zitten in de gevangenis of leven in ballingschap. Iemand gratie verlenen betekent niet dat hij gerehabiliteerd wordt en de regering weigert te erkennen dat er politieke gevangenen zijn. Het is een spelletje met het Westen. Hij verwacht iets terug voor zijn “welwillende gebaren”, bijvoorbeeld een verlichting van de sancties,’ zegt Anaïs Marin, voormalig speciaal rapporteur van de Verenigde Naties voor de mensenrechtensituatie in Wit-Rusland.
Zonder tegenstanders
Alexandr Loekasjenka is van huis uit boer en voormalig directeur van de sovchozen, de staatsboerderijen van de Sovjet-Unie.
Hij regeert Wit-Rusland, een land met 9,3 miljoen inwoners dat wordt beschouwd als een vazal van Rusland, met ijzeren vuist sinds 1994, de datum van de eerste en laatste vrije presidentsverkiezingen na de onafhankelijkheid drie jaar eerder. Al snel nadat hij aan de macht was gekomen, werd hij geconfronteerd met forse oppositie vanwege zijn weigering om liberale hervormingen door te voeren. ‘De oudste dictator van Europa,’ zoals CT24, de nieuwswebsite van de Tsjechische publieke televisie, hem noemt, heeft sindsdien zijn gezag steeds verder versterkt.
De vorige verkiezingen, die van 2020, waren zeer controversieel vanwege de wijdverspreide fraude bij de stembusgang; hij won officieel met een score van 80 procent, terwijl Svetlana Tichanovskaja, de belangrijkste oppositiekandidaat, dacht dat ze de meerderheid van de stemmen had gewonnen. Het leidde tot enorme demonstraties in de straten van Minsk. Deze demonstraties werden gewelddadig onderdrukt door de politie en waren voor Loekasjenka aanleiding om de strop nog strakker aan te trekken, waardoor elke vorm van protest vrijwel werd uitgebannen.
Tegen deze achtergrond van terreur, in een land dat volgens de Wit-Russische mensenrechten-ngo Viasna meer dan 1200 politieke gevangenen telt, werden op zondag 26 januari verkiezingen gehouden. Hoewel vier andere kandidaten zich kandidaat stelden, waaronder Sergei Syrankov, eerste secretaris van het Centraal Comité van de Communistische Partij, zijn het allemaal slechts stromannen. Geen van hen komt uit de gelederen van de oppositie.
Loekasjenka, al ruim dertig jaar aan de macht, is voor de zevende keer ‘verkozen’ tot president voor een nieuwe termijn van vijf jaar.
Volgens Arkady Moshes, een Rusland-specialist aan het Finse Instituut voor Internationale Betrekkingen, hebben we te maken met ‘een dictator die zich ongemakkelijk voelt bij het idee dat hij in 2020 een groot deel van zijn legitimiteit heeft verloren en die zijn toevlucht neemt tot oude listen’. Ook hij gelooft dat de vrijlating van politieke gevangenen bedoeld is om het Westen te laten zien dat hij bereid is om het gesprek aan te gaan. ‘Maar op hetzelfde moment dat sommige mensen gratie krijgen, worden anderen gevangengezet. Repressie is een handelsmerk geworden.’
Toen Loekasjenka aankondigde dat hij van plan was zich kandidaat te stellen voor een zevende termijn omdat, in zijn woorden, ‘een verantwoordelijk staatshoofd het volk dat hij leidt niet in de steek laat’, zei hij tegen de oppositie dat hoe meer druk ze op hem en de samenleving uitoefenden, hoe leuker hij het zou vinden om zich kandidaat te stellen. Tichanovskaja antwoordde daarop dat hij zich ook ‘kon laten kronen als hij dat wilde’.
Veel waarnemers, zoals Arkady Moshes, benadrukken dat Loekasjenka zo veel belang hecht aan de verkiezingen vanwege het ‘trauma’ dat de demonstraties in 2020 hebben veroorzaakt. ‘Hij ziet ze als een mechanisme om zijn legitimiteit te herstellen. Het maakt niet uit als ze niet eerlijk zijn. Door te winnen kan hij zijn macht tonen.’
Velen zijn er ook van overtuigd dat de president zich, naarmate zijn regime zich consolideerde en verhardde, steeds meer heeft opgesloten in een bubbel, waardoor zijn visie op de werkelijkheid vertekend is geraakt en hij zich niet kan voorstellen dat iemand anders dan hijzelf het land zou besturen. Ook al hebben de demonstraties zijn angst aangewakkerd dat het ook anders zou kunnen gaan.
‘Hij is zeventig jaar oud en neuronen werken misschien een beetje anders op die leeftijd’
‘Natuurlijk kan ik niet zien wat er in zijn hoofd omgaat, maar hij is zeventig jaar oud en neuronen werken misschien een beetje anders op die leeftijd. Hij heeft veel meegemaakt en daarom leeft hij met de angst voor een mogelijke omverwerping. Dus om problemen te voorkomen stopt hij mensen preventief in de gevangenis. Maar in tegenstelling tot Poetin ging Loekasjenka de straat op en zag hij, zelfs daar waar hij het niet verwachtte, een menigte die hem opriep om te vertrekken. Hij was geschokt en de beslissing om de repressie op te voeren was volkomen voorspelbaar voor een dictatuur als deze,’ legt Anaïs Marin uit. Deze angst spreekt ook uit het feit dat, in tegenstelling tot 2020, geen van zijn tegenstanders dit jaar de kleuren van een ander kamp dan het zijne verdedigt.
Hoewel hij voor de vorige verkiezingen dezelfde methodes gebruikte om zijn potentiële rivalen uit te schakelen, was hij onaangenaam verrast toen drie vrouwen uit hun entourage de krachten bundelden om de campagne van de oppositie voort te zetten. Valeri Tsepkalo, die noodgedwongen naar Rusland vluchtte, werd vertegenwoordigd door zijn vrouw Veronika. Maria Kolesnikova, die aan het hoofd stond van Viktor Babariko’s team totdat hij gearresteerd werd, nam het stokje over van Babariko. Svetlana Tichanovskaja, tot dan toe lerares Engels, werd kandidaat na de gevangenneming van haar man, de beroemde dissident en blogger Sergei Tichanovsky. Uiteindelijk koos de oppositie haar als leider. En we weten hoe dat afliep…
Aanvankelijk maakte Loekasjenka de fout dat hij haar niet als een bedreiging zag. Hij beweerde dat een vrouw zou ‘bezwijken’ onder het gewicht van het presidentiële ambt en stuurde Tichanovskaja zelfs meerdere keren ‘terug naar de keuken’. Maar toen haar populariteit groeide, besefte hij hoe onzeker zijn positie was en begon hij haar aan te vallen via de regeringsgezinde media.
Poetins marionet
Sindsdien zitten Viktor Babariko, Sergei Tichanovskaja (die campagne voerde onder de slogan ‘Stop, kakkerlak!’) en Maria Kolesnikova allemaal veroordeeld tot lange straffen, in de gevangenis, vaak zonder dat hun familie contact met hen kan opnemen.
Terwijl hij de vervolgingen van tegenstanders opvoert, blijft de ‘laatste dictator van Europa’ zijn persoonlijke en gouvernementele banden met Rusland versterken, die essentieel zijn voor het voortbestaan van zijn regime. De oorlog die al bijna drie jaar aan de gang is in Oekraïne en die de aandacht afleidt van Wit-Rusland, blijft in zijn voordeel werken. Temeer daar Loekasjenka wapens levert aan Poetin.
Aan de andere kant is het al lang een publiek geheim dat Poetin weinig op heeft met zijn Wit-Russische tegenhanger en hem alleen goed kan gebruiken. Ten eerste heeft Loekasjenka geen vervanger en ten tweede werkt de ‘symbiose’ tussen de twee mannen, gebaseerd op een relatie tussen meester en marionet, nog steeds, al is het maar aan de oppervlakte.
‘Poetin kan van Wit-Rusland alles krijgen wat hij wil. Hij had het nodig om Oekraïne binnen te vallen en hij moet het grondgebied en luchtruim kunnen controleren. Hij is misschien niet helemaal gelukkig met Loekasjenka, maar hij kan met hem leven zoals hij de afgelopen dertig jaar heeft gedaan. Hem vervangen zou te riskant zijn voor Rusland, deels omdat er dan nog steeds verkiezingen moeten worden gehouden en deels omdat Wit-Rusland een structuur heeft waarin Loekasjenka elke ambtenaar kiest en controleert. Niet alleen zou het huidige systeem zonder hem niet erg levensvatbaar zijn, ik kan ook niemand bedenken die pro-Russischer is dan Loekasjenka,’ concludeert Arkady Moshes.
Volgens een officiële exit poll won de Wit-Russische president Aleksandr Loekasjenka zondag 87,6 procent van de stemmen. Er wordt geen oppositie getolereerd in deze voormalige Sovjetrepubliek, die hij sinds 1994 met ijzeren vuist regeert. Volgens de EU en ngo’s die zich inzetten voor de mensenrechten zijn de verkiezingen in scène gezet.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Wit-Russen reageerden zondag ‘bedeesd’ op de uitslag, ‘in tegenstelling tot de verkiezingen van 2020, toen duizenden de straat op gingen om te protesteren tegen het regime van Loekasjenka’, merkt Politico op. Deze verzetsbeweging ‘werd (…) zo zwaar onderdrukt dat het op dit moment niet mogelijk is om in het land actie te voeren’, vertelde de verbannen Wit-Russische activist Art Balenok aan de site.
Rusland gaat tactische nucleaire wapens in Belarus plaatsen. Dat heeft de Russische president Vladimir Poetin gezegd, meldt The Moscow Times. Volgens Poetin is de stap van Rusland niet ongebruikelijk en doen de Verenigde Staten en andere NAVO-landen al decennialang hetzelfde.
Desondanks is het besluit van Rusland opmerkelijk, omdat sinds het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in 1991 geen kernwapens meer in buurlanden waren gestationeerd. De beslissing wordt dan ook gezien als een manier om de dreiging richting Oekraïne op te voeren. Eerder gebruikten Russische strijdkrachten Belarus al om een offensief tegen Oekraïne te lanceren. Ook zijn er al Russische bommenwerpers in het land die tactische nucleaire wapens kunnen afvuren.
De NAVO ziet echter geen verandering in het Russische kernwapenbeleid. De EU heeft bij monde van EU-buitenlandchef Josep Borrell aangegeven wel te zullen reageren als Rusland de plannen doorzet. Zowel Belarus als Rusland kan dan nieuwe sancties verwachten, zei Borrell.
De afgelopen dagen is het geschil tussen het Internationaal Olympisch Comité en Oekraïne opgelaaid door uitspraken van het IOC over eventuele Russische en Belarussische deelname aan de Spelen in 2024. Zelensky roept het comité op om atleten uit Rusland en Belarus de toegang tot de Spelen in Parijs te weigeren, maar Thomas Bach, het hoofd van het comité, wil daar niet in meegaan. Hij houdt de mogelijkheid open dat atleten uit Rusland en Belarus onder neutrale vlag aan de Spelen mee zullen doen, bericht The Guardian.
Bach stelde dat het niet aan overheden is om te bepalen wie wel en niet mee mag doen aan sportwedstrijden, omdat dat het einde zou betekenen van de Olympische Spelen zoals we die nu kennen. ‘De missie van sport is mensen verenigen, en niet nog meer confrontaties en escalaties uitlokken,’ aldus de IOC-voorzitter.
Meerdere landen overwegen de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen
Oekraïne stelt daartegenover dat Moskou zal proberen politiek gewin te halen uit deelname aan de Spelen en heeft gedreigd dat het zich zal terugtrekken als Rusland mee mag doen. ‘Dit kan niet worden weggemoffeld met zogenaamde neutraliteit of een witte vlag. Rusland is op dit moment een land dat alles met bloed besmeurt, zelfs de witte vlag,’ aldus Zelensky afgelopen vrijdag tijdens een online top met sportministers.
De Mensenrechtenraad van de VN maakt ernstige bezwaren tegen de uitsluiting van atleten ‘puur op grond van hun paspoort’, omdat dit een schending van hun rechten is, aldus Bach. Er zijn al verschillende sporten, zoals tennis, waaraan Russen mogen deelnemen, zij het onder neutrale vlag. In Europa zijn echter meerdere landen tegen Russische deelname, bepaalde landen overwegen zelfs de Spelen te boycotten als Rusland zou meedoen.
Duizenden in erbarmelijke omstandigheden vastgehouden
Mensenrechtenorganisatie Viasna is met een rapport over de situatie rondom politieke gevangenen in Belarus in 2022 naar buiten gekomen gekomen. Volgens de organisatie werden afgelopen jaar bijna 6400 mensen vastgehouden. De schattingen zijn dat het totale aantal politieke gevangenen hoger ligt, omdat Viasna niet van alle arrestaties en aanhoudingen op de hoogte is.
Mensen werden aangehouden vanwege protesten tegen de regering van autoritair leider Loekasjenka, maar ook omdat ze tegen de oorlog in Oekraïne demonstreerden of foto’s zouden hebben genomen en verspreid van Russisch militair materieel. In sommige gevallen werden arrestanten na vrijlating opnieuw gearresteerd zonder aanklacht, puur om hen onder druk te zetten.
Viasna schrijft ook over martelingen door de Belarussische politie. In veel gevallen werden gevangenen geslagen met stokken of ze kregen elektrische schokken toegediend. Sommige gevangenen zitten al vast sinds de protesten in 2020 in overvolle cellen waar het licht altijd brandt en waar ze op de grond moeten slapen. Ook zou het ontbreken aan hygiënische middelen en medische hulp.
Oekraïne vreest dat de twee landen samen een invasie lanceren
De Russische president Vladimir Poetin heeft maandag voor het eerst in drie jaar een bezoek gebracht aan Belarus. Daar ontmoette Poetin met zijn bondgenoot Aleksandr Loekasjenka. Rusland en Belarus houden al lange tijd intensieve militaire oefeningen en in Oekraïne wordt gevreesd dat Belarus verder betrokken zal worden bij de oorlog.
Poetin hintte er tijdens het bezoek aan Loekasjenka op dat de landen gezamenlijke vijanden hebben. Naast een nauwere economische samenwerking willen de twee voormalige Sovjetlanden nog meer samenwerken op militair gebied. Rusland wil het land echter zeker niet absorberen, zo stelde Poetin volgens het Russische persbureau Interfax.
Loekasjenka benadrukte de vriendschap tussen de twee landen en bedankte Poetin voor het feit dat Rusland Belarus van goedkope gas en olie voorziet. Volgens de Belarussische dictator kan zijn land niet zonder de hulp van Rusland. Tijdens de grootschalige protesten in 2020 zou Rusland Loekasjenka ook indirect hebben bijgestaan, om te voorkomen dat de leider werd afgezet.
Wat er met Maria Kolesnikova aan de hand is, is onduidelijk
De bekende Belarussische oppositieleider Maria Kolesnikova is maandag opgenomen op de intensive care, meldt BBC. Volgens andere oppositieleden die het autoritaire regime in het land ontvlucht zijn, is er veel onduidelijk aan wat er met Kolesnikova aan de hand is. Ze zat sinds vorig jaar in een isolatiecel vanwege haar politieke verzet tegen de Belarussische dictator Loekasjenko.
Kolesnikova werd in september 2020 vastgezet nadat ze had geweigerd het land te verlaten. Ze werd vervolgens veroordeeld tot 11 jaar cel omdat ze een belangrijke rol had gespeeld in de hevige protesten tegen Loekasjenko eerder dat jaar. Andere oppositieleden en medestanders van Kolesnikova werden ook opgepakt in nasleep van die protesten.
Een van de oppositieleiders die het land wel ontvluchtte, is Svetlana Tichanovskaja, die uitweek naar Litouwen. Zij zegt dat ook de advocaat van Kolesnikova geen toegang krijgt tot de veertigjarige politica en dat de situatie zeer verontrustend is.
De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’
De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’
Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?
Ze greep haar tas en holde de deur uit.
Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.
Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?
Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.
‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’
‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.
‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’
Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’
20 jaar gevangenisstraf
Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.
Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.
Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’
Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’
Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden
Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.
‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.
Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.
Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.
‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’
We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.
‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’
Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.
‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’
Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’
Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.
Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.
Moeders 328
De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.
De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.
Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.
Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.
De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.
Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’
‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’
Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’
‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’
De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.
‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’
Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.
Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.
Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:
Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;
Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;
Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;
Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;
Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.
Striemen
Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.
‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’
Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.
Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.
Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.
‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’
Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.
Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.
‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.
Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken
Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.
Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.
‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).
Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.
Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.
Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’
De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’
Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.
OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep
‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’
Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’
Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).
‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.
‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).
Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’
Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’
150 gevangenen in een cel
Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.
In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.
‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.
‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’
Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.
‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’
Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut.
‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’
Boeken
Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.
‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’
De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.
‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’
In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.
Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.
‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.
Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.
Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.
Hongerstaking
Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.
Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.
Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.
Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?
‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’
‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.
‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’
In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.
De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.
Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.
Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’
Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.
Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.
‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’
Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.
Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.
‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’
Roosjes van crème
Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’
Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.
Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.
De Belarussische president Aleksander Loekasjenka houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. De Poolse reporter Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek en dook in het onthutsende verleden van de autoritaire leider, ook wel ‘Pappie’ geoemd. Zijn verhaal helpt ons zowel de persoonlijkheid van de brute dictator, alsook de recente ontwikkelingen in Belarus beter te begrijpen.
Keuze uit het archief
Deze week hielden Belarus en Rusland nucleaire oefeningen en kondigde Oekraïne aan zijn noordgrens te versterken uit angst voor een mogelijk nieuw front in Noord-Oekraïne. Zelensky vreest dat Belarus zich weleens in de oorlog zou kunnen mengen, ook al wordt dat door de Belarussische president Aleksandr Loekasjenka tegengesproken.
Wie is deze man eigenlijk, die ook wel bekendstaat als ‘de laatste dictator van Europa’? De Poolse journalist Grzegorz Szymanik bezocht zijn geboortestreek, sprak met oude kennissen van hem en verdiepte zich in zijn verleden. Deze reportage van Gazeta Wyborcza vormt de weerslag van zijn ervaringen.
Dat Belarus het land van de zon is, wordt door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt, zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap: ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofdletters: ‘IK HOUD VAN MIJN LAND’, ‘BELARUS – EEN FIJN THUIS’, ‘BELARUS – MIJN LIED’.
Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.
Hoe ver kan Loekasjenka gaan?
Na de spectaculaire kaping van een Ryanair-vliegtuig in Minsk en de arrestatie van een Belarussiche oppositielid aan boord, heeft Loekasjenka de toorn van zowel de EU als de VS op zijn hals gehaald.
De leiders van de Europese Unie hebben besloten het luchtruim van Belarus te mijden en een nieuwe reeks sancties in te voeren tegen het regime van Aleksander Loekasjenka. Ook de VS veroordelen de ‘schandalige’ gebeurtenis. Beide machtsblokken eisen de onmiddellijke vrijlating van de gearresteerde journalist Roman Protasevitsj.
Volgens de Russische krant Vedomosti probeert Loekasjenka de EU en de VS te provoceren tot het opleggen van zeer strenge sancties om zo de steun van Rusland te winnen. ‘Deze strategie is erg in de stijl van Loekasjenka’, aldus de krant.
Die stijl van Loekasjenka komt in dit artikel helder naar voren. Zo windt de president zich op dat hij ‘zoveel doet voor de mensen‘, maar dat ze desondanks klagen dat hij ze ook wel eens ‘een pak rammel geeft’. Er komt een uitgever van een kritisch krantje met nog geen 300 lezers aan het woord, die net die dag ontslagen is. Een oude kennis van Loekasjenka kreeg van hem een baan aangeboden: krantenredacties sluiten.
De situatie lijkt de afgelopen tien jaar, sinds de auteur de reportage maakte, niet veel veranderd. Tegenstanders werden vergiftigd, vermoord of verdwenen. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook’, aldus een journalist in het artikel. Desondanks blijven velen Loekasjenka trouw. Want Pappie, dan ben je toch zeker voor altijd?
Dit verhaal verscheen eerder op 360magazine.nl in december 2020.
Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.
‘Waar gaat u heen, omaatje?’
‘Naar de jacuzzi.’
Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.
Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?
Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.
Zoals Pappie.
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’
Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president er zelf aan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.
Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.
De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd zijn verjaardag officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.
Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.
‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kan omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen, als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj tenminste glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’
‘Maar is het beter nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’
‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’
‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel’
Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?
Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd, beval hij het plat te gooien. Op die plek staan nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.
‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met zijn hoofd krabben. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’
De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’
Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.
‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’
‘Dat interesseert me niets!’
‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan het me veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier een op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat ze bezoeken? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet leg je er wel een explosief onder.’ Nikolaj knijpt zijn ogen dicht.
Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Dze Besarionis Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.
Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.
Sasja uit Sjklov
In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoeringscomité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.
Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij een first lady? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?
Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is het koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs een standbeeld in Sjklov. Glimlachend houdt een manshoog augurkenmannetje een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president, die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.
Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.
‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlak bij Sjklov gelegen huisje, dat bedekt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is 21 jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren. Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.
‘Misja, wat is er gebeurd?’
‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’
Want nu heerst er, volgens Misja, vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient 500 dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka heeft gewerkt, krijgt een salaris van 260.000 Belarussische roebels, dat wil zeggen 90 dollar). En dan op zondag naar de sauna en vrienden zien. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.
‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.
In geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken
Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de geboortegrond van de president zijn er egoïsten die hem niet als Vader willen.
‘In het vlak bij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’ vertelt journalist Anatol Gulajeu, een oude kennis van Loekasjenka.
‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.
Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijde van de Sovjet-Unie]. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.
‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’
Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.
‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik de laan uitgestuurd?’
Ja, hij geeft de onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).
Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid, die informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.
Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu, Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijk team op te zetten).
En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.
Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?
Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op zolder bevindt zich ‘het museum van de oppositie’.
Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.
In Pappies streek zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.
Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen). Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Belarussen die vlak bij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land laat Pappie geld bijdrukken.
De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. In een T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel en drukt op de knop.
Klik.
‘… het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, winst begon te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’
Klik.
‘… en acht miljoen ton aardappelen.’
Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim
‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’
Klik.
De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.
Klik.
De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.
‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.
‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar,’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna er somber aan toe.
Aleksander uit de Haradzjets sovchoz
‘Wanneer hij een toespraak hield, grepen de directeuren, ouderen en hoogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.
Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.
‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had,’ voegt Goelajeu eraan toe.
‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”’ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussisch Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlak bij Haradzjets.
‘Ik kreeg toen de baan van bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenka’s glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’
Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators
Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek.
‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlak bij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs zou zeggen over een Duitse leider, of dat nou Hitler of iemand anders was, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’
‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderden hem bij het organiseren van bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd. Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven, uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins heeft geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.’
Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Belarussische Socialistische Sovjetrepubliek. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al bij de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’
‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractorbestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijk pak rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen tevoorschijn, het ene nog smoezeliger dan het andere. Ik vroeg: “Heeft hij je geslagen?” “Hij heeft me geslagen, op de grond gesmeten en geschopt. Ik heb de anderen erbij hehaald. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij ook door Loekasjenka waren geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zo veel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen!”’
In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten
Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.
Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zo veel goeds en moet jullie soms, als een vader, een pak rammel geven.’
In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj is onlangs teruggekomen uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn heeft gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.
Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj heeft genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.
Pappie uit Minsk
Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet-mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Belarussisch geld met diertjes erop. In de winkels was een tekort aan alles, terwijl de prijzen als spoetniks steil omhoogschoten. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.
Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, orde op zaken stellen.
‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van landbouw. Pas later kregen we door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.
En dat werd hij in 1994.
In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Belarus verwijzen.
In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.
‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter
Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.
Daarna waren er geen demonstraties meer.
Want er waren geen lichamen om te begraven.
Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).
In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president, die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.
‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine,’ constateert de 21-jarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg, die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.
‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met oude rivalen uit de Sjklov-regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen. Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over zijn relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik heb geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka heeft me gevraagd om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”’
‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet terug. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom, zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van vrijheid worden ze misselijk.’
Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u het maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ikzelf? Waarom zo veel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”’
In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui aan over zijn T-shirt met de tekst ‘De waarheid overwint’ en kijkt op tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?
‘Nee, dat doet hij niet,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski vol overtuiging. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’
‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen. ‘Hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’
‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Belarussisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.
Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan?
Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik schaamde me zo toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’
‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.
‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Belarussich gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.’
Het is voldoende om geen geweten te hebben.
In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen die door andere jochies aan zijn oren werd trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.
De transcriptie van namen is vanuit het Belarussisch.
Deze reportage verscheen oorspronkelijk in de Gazeta Wyborcza in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken opgenomen in Szymaniks boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015).
Algerije kampt met een tekort aan consumeerbare olie
Terwijl de ramadan over minder dan een maand plaatsvindt, is in Algerije een essentieel ingrediënt bijna niet te vinden in de schappen van de supermarkt: tafelolie. Dit vergroot nog eens de bezorgdheid en onvrede in een land dat toch al door een grote economische crisis gaat, schrijft Tout sur l’Algérie.
Dagblad El Watan maakte een ‘trip naar de minimarkten’ in het centrum van de hoofdstad: ‘Er waren amper een paar flessen van een of twee liter te koop. De andere assortimenten van het product, met name de blikken van vijf liter, zijn nergens te vinden.’ In het stadje Boumerdes, 45 kilometer ten oosten van Algiers, moest de politie zelfs ingrijpen om orde te scheppen in een chaotische rij.
Handelaars vs. producenten
Mustapha Zebdi, voorzitter van de vereniging voor de bescherming en begeleiding van consumenten, vertrouwt Tout sur l’Algerie toe: ‘Uit officiële bron heb ik vernomen dat er op nationaal grondgebied nog 134.000 ton aan grondstoffen zijn, wat overeenkomt met drie maanden productie en consumptie van eetbare olie.’
Vanwaar dan al die lege schappen? Aan de basis van het probleem ligt een patstelling tussen handelaren en producenten, legt El Watan uit. De productiekosten zijn erg gestegen, waardoor de verkoopprijs voor de handelaren de afgelopen weken omhoogschoot. Maar ze kunnen deze niet doorrekenen aan kopers, omdat de prijzen door de overheid worden gecontroleerd. Daarom kopen ze het product liever helemaal niet.
Tot het prijsplafond voor tafelolie werd in 2011 besloten, na ‘sociale onrust’, aldus El Watan. De Algerijnse minister van Financiën Aymen Benabderrahmane blijft het beleid van zijn land op dit gebied verdedigen. Ook geeft hij aan dat de nationale munteenheid niet in een situatie van ineenstorting verkeert ‘zoals sommigen vermoeden’, meldt de krant Liberté Algerije.
Maar zijn uitspraken stellen niet gerust. De waardevermindering van de Algerijnse dinar leidt tot een ‘duidelijke erosie’ van de koopkracht, volgens nieuwssite Observ’Algérie.De krant Reporters beaamt dit en stelt dat ‘het jaar 2020 pijnlijk zal zijn geweest voor kleine en middelgrote beurzen’ en dat ‘de versnelling van de erosie van de koopkracht en de verarming van de kansarme lagen geen twijfel leiden’.
De zingende meisjes van Afghanistan
Het Afghaanse ministerie van Onderwijs lijkt terug te komen op een besluit om een landelijk zangverbod voor schoolmeisjes op te leggen.
In een brief aan schoolbesturen vorige week, die naar de media werd gelekt, zei de onderwijsafdeling van Kaboel dat meisjes van twaalf jaar en ouder niet langer zouden kunnen zingen bij openbare evenementen, tenzij de evenementen alleen door vrouwen werden bijgewoond. In de brief stond ook dat meisjes niet konden worden opgeleid door een mannelijke muziekleraar.
De reden voor het besluit was dat studenten zo konden focussen op hun studie. Maar de aankondiging veroorzaakte wijdverbreide verontwaardiging, waarbij velen de regering ervan beschuldigden sympathie te hebben voor de taliban en discriminatie op grond van geslacht te bevorderen, schrijft The Guardian.
Uit protest namen vrouwen uit het hele land, waaronder veel prominente Afghaanse leiders, video’s op waarin ze zongen en plaatsten deze op sociale media met de hashtag #IAmMySong.
‘Met prachtige resultaten’, aldus de site FranceInter. Zoals dit nummer dat over Afghanistan gaat en op Twitter is gepost door de broer van dit jonge meisje genaamd Nila, die dertien jaar oud is en aan het einde van het nummer benoemt hoe onzinnig de nieuwe regel is en over vrijheid spreekt.
‘De meisjes hebben dus gewonnen’, aldus de site. ‘Maar het is een ambivalente overwinning. De vraag is waarom de stad Kaboel zich op dit gebied waagde? Het antwoord is tragisch: omdat momenteel onderhandelingen met de taliban plaatsvinden onder auspiciën van de Verenigde Staten.’
Het idee is om een eenheidsregering te creëren tussen de taliban en de huidige autoriteiten. Weliswaar dus een tijdelijke regering, maar sommigen zien het de verkeerde kant opgaan en ‘zenden radicale signalen naar toekomstige leiders van het land’.
Ondertussen worden veel meisjes ook door hun eigen familie bedreigd of gevraagd om met de campagne te stoppen. Maram Abdallah, achttien, een pianiste die op het punt staat af te studeren aan het Afghaanse Nationale Muziek Instituut, vertelt bijvoorbeeld aan The Guardian: ‘Ik ben opgegroeid in Egypte, waar mijn ouders naar de universiteit gingen en ik begon met pianospelen toen ik vijf jaar oud was, maar toen we terugkeerden naar Afghanistan mocht ik er van mijn vader niet mee doorgaan.’ Abdallah’s vader noemde druk vanuit de samenleving als reden voor zijn verbod.
Ahmad Sarmast, de oprichter van muziekinstituut, die de #IAmMySong-campagne begon, noemt het decreet ‘niet alleen een schending van de muzikale rechten van Afghaanse meisjes en een ontneming van de genezende kracht van muziek, maar ook een schending van de Afghaanse grondwet, kinderbeschermingswetten en de internationale conventie voor kinderrechten’.
Svetlana Tichanovskaja blaast het protest in Belarus nieuw leven in
In een video die op 18 maart op YouTube is gepost, lanceert Svetlana Tichanovskaja een nieuw initiatief: de voormalige Belarussische presidentskandidaat van augustus 2020, nu in ballingschap, roept haar landgenoten op om deel te nemen aan een soort online referendum over de noodzaak om onderhandelingen te beginnen met president Aleksander Loekasjenka: ‘Ieder van jullie weet dat het land door een crisis gaat. Maar we kunnen het op een vreedzame manier regelen door middel van onderhandelingen onder leiding van internationale instanties.’
De VN en de OVSE hebben hun akkoord al gegeven. Nog dezelfde dag spraken 500.000 mensen zich uit voor dergelijke onderhandelingen op het Belarussische platform Golos (Voice). Op 24 maart om 12.00 uur hadden meer dan 700.000 burgers zich uitgesproken voor het initiatief.
De onafhankelijke Belarussische site Intex-press legt uit dat de stemming ‘de burgers een gevoel van steun en solidariteit moet geven’, en dat het niet is georganiseerd om straatacties te vervangen, maar om ‘te zien met hoevelen we zijn’. Voor Svetlana Tichanovskaja is het doel van deze stemming vooral om ‘zo snel mogelijk een einde te maken aan het geweld’ en om ‘degenen die de afgelopen maanden om politieke redenen zijn gearresteerd, vrij te laten’.
De oppositie zet erop in dat tegen mei of al eerder Alexander Loekasjenka onder internationale en binnenlandse druk ‘verplicht zal zijn een dialoog aan te gaan’. Externe druk zal volgens Tichanovskaja de vorm aannemen van ‘nieuwe sancties, de vermindering van contracten met Belarussische overheidsbedrijven, het politieke isolement van Loekasjenka, de opschorting van westerse financiering voor verschillende programma’s en investeringsprojecten’.
Het uiteindelijke doel van de oppositie is om voor het einde van het jaar nieuwe presidentsverkiezingen te houden. Als de Belarussische regering de dialoog weigert, overweegt het Tichanovskaja-team zes scenario’s, meldt de site, waaronder die van een ‘externe interventie’.
Het Russische dagblad Nezavissimaïa Gazeta herinnert eraan dat de repressie sinds augustus 2020 niet is gestopt, en dat het protest deze winter aanzienlijk is afgenomen. De kou, het politiegeweld, de gerechtelijke procedures, maar ook de pandemie, ‘waarvan men zich de omvang alleen maar kan voorstellen, omdat de autoriteiten er niet over spreken en er geen beperkingen zijn opgelegd’, hebben het moreel beïnvloed.
Het Tichanovskaja-initiatief werd op het juiste moment gelanceerd om de bevolking aan te moedigen actief deel te nemen aan de volgende protestactie, gepland op 25 maart. Deze ‘Vrijheidsdag’ is de verjaardag van de oprichting van de Volksrepubliek Belarus in 1918, die meestal alleen wordt gevierd door de nationalistische democratische oppositie. Voor Loekasjenka komt de nationale feestdag overeen met de dag van de afkondiging van de onafhankelijkheid van het land van de USSR op 25 augustus 1991.
In het hele land kondigden de oppositie en lokale activisten massale protesten tegen de autoriteiten aan voor 25 maart. Zoals te verwachten was, kregen ze hiervoor geen toestemming. ‘De acties van 25 maart zullen dus illegaal zijn, wat een gewelddadig scenario voorspelt’, vreest het Russische dagblad.
De laatste dictator van Europa, Aleksander Loekasjenka, houdt zijn land al ruim 25 jaar in een wurggreep. Grzegorz Szymanik dook in het onthutsende verleden van de Belarussische president. Hij was ambitieus, licht ontvlambaar en leed aan depressies. Droomde ervan eerste partijsecretaris te worden en vond een nieuw doel toen de Sovjet-Unie uiteen viel: president worden.
Dat Belarus het land van de zon is, is door de staat bekrachtigd. Ongeacht van welke kant je het land binnenrijdt zie je de affiches ‘Welkom in het land waar de zon altijd schijnt’. Vervolgens om de haverklap “Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, ‘Het land van de zon’, meiden tussen het graan, arbeiders met helmen op. Militairen. Allemaal spreken ze glimlachend in de hoofd-etters: ‘IK HOUDVANMIJNLAND’, ‘Belarus – EENFIJNTHUIS’, ‘Belarus – MIJNLIED’.
Dit alles om het gebod ‘eer uw vaderland als uw moeder’ niet te vergeten. Eer uw vader.
Vandaag verdwijnt het land van de zon onder een pak sneeuw. Alle erven zijn eronder bedolven, verdomme, je kunt je stulp niet uit. De koe, nog niet gemolken, loeit in de stal. Een oud vrouwtje fietst over de weg. De wind blaast haar in het gezicht, en blaast haar bijna omver.
‘Waar gaat u heen, omaatje?’
‘Naar de jacuzzi.’
Ah, die mooie jacuzzi die Pappie heeft laten bouwen. Waarom zou hij het zijn streekgenoten niet gunnen? Hij ging hier naar school, hij beheerde een
sovchoz [collectieve boerderij in handen van de staat ten tijde van de Sovjet-Unie]. De makker die met dezelfde melk werd grootgebracht.
Tegenwoordig doen zelfs excursies het gebied tussen Vitebsk en Mohylev aan, waar Sjklov, Kopys en het piepkleine Aleksandrja liggen. Men wil de geboortegrond van de president zien. Hoe is het daar?
Nou, het is er onverbiddelijk. Net als de president zelf. Wie niet naar de grond luistert, zal geen brood hebben. Maar getoonde trouw wordt beloond. Hij is haatdragend. En onveranderlijk.
Zoals Pappie.
‘Hij was al zo toen hij hier woonde,’ zullen de meesten zeggen. ‘Hij was goed, charosjij, hield vast aan discipline.’
‘Hij was al zo toen hij hier woonde’, zullen weinigen zeggen. ‘Een stuk verdriet was hij. Maar wie had gedacht dat hij ons ging vermoorden?’
Waar kwam Aleksander vandaan? Zijn moeder, Katsiaryna Loekasjenka, ging werken in Orsja en kwam met de president in haar buik terug. Wie was zijn vader? Een zigeuner, zeggen ze. De eenogige chauffeur Grisja uit de linnenbewerkingsfabriek, zeggen ze. ‘Mijn vader kwam om in de Grote Vaderlandse Oorlog,’ voegt de president zelf eraan toe. Maar de laatste schoten vielen negen jaar voordat hij werd geboren. Heeft hij zo lang in zijn moeders buik liggen wachten? Een wonder? Het is onbekend.
Wat wel bekend is, is het volgende: Kopys, 1954, augustus.
De 30ste of 31ste augustus? Dat is dan weer onbekend. Vroeger werd het officieel op de 30ste gevierd, maar sinds twee jaar geldt een nieuwe verordening: de president is jarig op 31 augustus, net als zijn jongste zoon Kola.
Hij kreeg de naam Aleksander, de beschermer van de mensheid, en groeide op in het nabije dorp Aleksandrja, aan de andere rivieroever.
‘Ik zat met mijnheer de president samen in de eerste klas van de basisschool,’ zegt Aleksander Aleksijevitsj, leunend tegen een verrot deurkozijn van de veranda, zo verrot dat het elk ogenblik kon omvallen en de ruit doen sneuvelen. Dat wil zeggen als in de ramen van het huis van Aleksander Aleksijevitsj glas zou zitten. Er zit folie in. Aleksander Aleksijevitsj trekt zenuwachtig aan zijn sigaret in een sigarettenpijpje van gedraaid aluminium. ‘Wie had gedacht dat hij president zou worden? Ik voetbalde met hem in de modder. En nu komt hij langs met een auto, chique gekleed, gaat even wandelen. Waarom zou ik hem proberen te benaderen? Wat voor hulp heb ik nodig? Nou ja, ik heb geen verwarming, maar ik stook met hout, het gaat prima.’
‘Maar is het beter als nu Pappie regeert of was het beter onder de Sovjets?’
‘Ik heb hoofdletsel. Wat ik me kan herinneren, herinner ik me.’ Aleksander Aleksijevitsj krabt op zijn hoofd alsof hij dichter bij zijn herinneringen zou willen komen. ‘Om een of andere reden kan ik me dat niet herinneren.’
Nog maar weinigen in het dorp kunnen zich de president herinneren. Allemaal forensen. Een goede plek, ‘de geboorteplaats van presidenten’, er komen steeds meer huizen bij. Ze hebben niet gezien in wat voor armoede Pappie leefde, hoe de jochies aan zijn oren trokken omdat hij geen vader had. Wat kunnen ze vertellen?
Het boerenhuisje, waar de president op een aardappeldieet groeide als kool, is er ook niet meer. Toen hij president werd beval hij het plat te gooien. Op die plek staan er nu een houten wachthuisje, een bank en een tafeltje. Je kunt er even gaan zitten, een slokje thee uit je thermosfles nemen, op een augurkje uit het koninkrijk der augurken knabbelen en een blik werpen op het land van de zon.
Geschiedenisleraar
‘De oude schoolarts zou zich hem kunnen herinneren,’ herinnert Aleksander Aleksijevitsj zich en stopt met krabben aan zijn hoofd. ‘Hij zou iets kunnen vertellen.’
De schoolarts Nikolaj Danilovitsj Jelski: ‘Ik zeg niets! Waarom zijn jullie hier aan het snuffelen? Onze president is een goed mens, hij bevalt ons wel,’ zweert hij en vervolgt: ‘Natuurlijk kan ik het me herinneren! Mijn vrouw Tamara Ivanovna heeft samen met hem gewerkt. ‘Zo was het toch, Tamara Ivanovna?’
Tamara Ivanovna fatsoeneert haar bloemetjeshoofddoek, tikt met haar wandelstok en verdwijnt in een andere kamer.
‘Toen hij hier voor het eerst als president kwam, vroeg hij: “Hoe gaat het met jullie, streekgenoten?” “Goed hoor, Aleksander Grigorjevitsj!” antwoordde ik, waarop de president zei: “Ga dan aan het werk en leef!” En dus werk ik. Ik heb een koe en konijnen. En ik leef. En ik heb het goed. Tamara Ivanovna, zeg eens wat!’
‘Dat interesseert me niets!’
‘Tamara was de mentor van de eerste klassen van de basisschool toen Pappie hier geschiedenisles gaf. Ik heb dertig jaar als arts gewerkt. Mijn pensioen bedraagt zevenhonderdduizend Belarussische roebels. In de winkels is alles te koop, worsten, vleeswaren, ik kan me het veroorloven. We hebben hier ook een zwembad, een sauna, een jacuzzi. Hij heeft een school voor ons laten bouwen, en een sportcomplex en asfaltwegen. O, er reed een auto voorbij! Tegenwoordig heeft hier één op de drie een auto. Er is ook een hotel en een volgende is in aanbouw. Want er komen excursies hierheen uit Minsk en zelfs uit Rusland! Wat bezoeken ze? Er is een museum, een zaal in de oude school waar de president op zat. Ik ga het even laten zien, maar alleen van de straatkant, want anders moet je met een militieagent komen en er toestemming voor hebben. Wie weet, leg je er wel een explosief onder,’ Kola knijpt zijn ogen dicht.
Sasja uit Sjklov
Door de ruit zijn de netjes opgestapelde boeken te zien. Alsof de kleine Sanja, zoon van een melkboerin en een onbekende vader, gisteren nog met de neus in de boeken aandachtig zat te lezen over de kleine Ioseb Besarionis Dze Dzjoegasjvili, zoon van de schoenmaker Vissarion en de wasvrouw Jekaterina.
Hij moest wel van de geschiedenis houden aangezien hij naar Mohylev vertrok om er geschiedenis te gaan studeren.
In het land van de zon, het koningrijk der augurken, opgesloten in een kasteel, woont prinses Halina. De prinses is al met pensioen, maar ze verdient nog wat bij bij een Regionaal Uitvoerings-comité. Ze organiseert de verblijven in de sanatoria. Ze heeft Sasja leren kennen op de basisschool. Vier kilometer legde hij af om bij haar te zijn. Ze was zo gewoontjes en rustig. En ook hij was vroeger zo gewoon. Later niet meer.
Hij vertrok naar Minsk om het land te besturen, zij bleef achter op de boerderij met de koeien. ‘Echtgenotes horen zich niet te bemoeien met de zaken van de staatsambtenaren,’ zei hij. Waarom deed ze het dan? Ze liet aan de journalisten zien hoe ze de koe Milka aan het melken was. Een koe aan de tieten trekken, zoiets hoort toch niet bij de Eerste Dame? Pappie verbood contacten met de pers en sloot de prinses in het kasteel op: om een groen huisje in Rizkovitsje (tegenwoordig een wijk van Sjklov) liet hij een muur bouwen. Er is een controlepost naast geplaatst. Als er iemand stopt en te lang blijft kijken, dan wordt er meteen gecontroleerd: Wie is het? Wat wil hij? Wat voor een verdacht gezicht is dat? Waarom zulke lange armen? Waarom zulke onrustige ogen? Waarom glimlacht hij? Is er iets om te lachen? Voor wie is hij bang? Misschien heeft hij een reden om bang te zijn?
Het zestienduizend inwoners tellende stadje Sjklov nabij Aleksandrja is een koninkrijk der augurken. De hele regio staat bekend om de augurken die er worden verbouwd en verwerkt. De augurk heeft zelfs zijn standbeeld in Sjklov. Manshoog, glimlachend, houdt hij een met augurken gevuld mandje vast. In het plaatselijke museum bevindt zich een wand die aan de president is gewijd. Vanaf de foto’s blinkt het gebit van de president die door de lokale notabelen wordt verwelkomd.
Pappie en augurken zijn de symbolen van Sjklov. Sasja is hierheen gekomen omdat hij geen tractorchauffeur wilde worden zoals de andere jongens van het dorp. Maar hij wist nog niet wat hij wel wilde gaan doen. Hij gaf geschiedenisles, hij probeerde het in het leger als politruk [ambtenaar van de Communistische Partij die is aangesteld om de communistische ideologie te versterken in het leger]. Hij was op zoek naar zijn roeping, naar iets waarin hij goed zou zijn.
Iets aangekruist
‘Je kunt toch geen slechte herinneringen aan de president hebben?’ verbaast Misjka zich in zijn vlakbij Sjklov gelegen huisje, dat beplakt is met sneeuw als dumplings met dikke room. Misjka is eenentwintig jaar oud en gedurende zijn hele jonge leven steunde hij Loekasjenka. Maar de laatste tijd is er bij Misjka een revolutie te bespeuren.
Men zegt dat hij tijdens de presidentsverkiezingen op Sannikau heeft gestemd, degene die in de gevangenis werd gezet.
‘Misja, wat is er gebeurd?’
‘Ik heb op Sannikau gestemd. Of misschien op Niaklajeu? Ik kan het me niet herinneren. Ik had haast toen ze met de stembus langskwamen. Ik heb snel iets aangekruist zonder goed te kijken. Later, toen ze op de televisie lieten zien wat er op het plein in Minsk aan de hand was, de protesten en rellen, toen kreeg ik er spijt van. Zo’n land hebben we niet nodig.’
Want nu, volgens Misja, heerst er vrede en rust, wat wil je nog meer. Hij heeft werk en hij wordt naar de bouwplaats gebracht. Hij verdient vijfhonderd dollar per maand. Nou ja, Misja heeft dat geld nog niet gezien, maar dat werd hem beloofd (Misjka’s moeder, die vroeger in een sovchoz met Loekasjenka werkte, krijgt een salaris van tweehonderd zestigduizend Belarussische roebels, dat wil zeggen negentig dollar). En dan op zondag een sauna en vrienden. Een prima leven. Daarom wordt Misja voorzichtiger bij de volgende verkiezingen.
‘En degenen die niet van hem houden, koesteren zij misschien om een of andere reden wrok tegen hem?’ vraagt Misjka zich af.
Natuurlijk zijn die er ook, zelfs op de presidentiële grond zijn er egoïsten
die hem niet als Vader willen.
‘In het vlakbij Sjklov gelegen dorp Dobrejka woont Pjotr Migoerski. Wat |is hij allemaal niet aan het doen, hoe strijdt hij niet tegen het regime! Een moedige, harde werker. Verbazingwekkend dat hij nog niet is ontslagen,’
vertelt journalist Anatol Gulajeu, de oude kennis van Loekasjenka.
‘Kom, we gaan een glaasje drinken want ik ben vandaag ontslagen,’ zegt Pjotr Migoerski.
Migoerski was ooit leidinggevende, zoals Loekasjenka, maar dan van een kolchoz [collectieve boerderij bestuurd door de boeren zelf ten tijden van de Sovjet-Unie. De kolchoz heette De overwinning. Migoerski dronk wodka met Pappie, ze voetbalden met elkaar. Vandaag de dag is Loekasjenka, oud-directeur van een sovchoz, de president en hij ontslaat op staande voet Migoerski, oud-directeur van een kolchoz, doctor in de economie in Mohylev.
‘De decaan riep me naar zich toe en zei tegen me: “Neem zelf maar ontslag, anders zal ik je moeten ontslaan.” Die decaan is een goede vent, maar hij kan niet anders.’
Waarom? – zo luidt de titel van een vertelling van Tolstoj over de familie Migoerski, de Poolse bannelingen in Siberië. Volgens Migoerski uit Dobrejka gaat het over zijn voorouders. Zijn overgrootmoeder was de maîtresse van de schrijver en daarom had hij over hen geschreven.
‘Waarom?’ vraagt Migoerski nu in navolging van Tolstoj. ‘Waarom werd ik uit mijn werk gegooid?’
Ja, hij geeft een onafhankelijke krant Sjklov Info uit (oplage tot driehonderd exemplaren).
Ja, hij neemt deel aan de beweging Zeg de Waarheid die de informatie over de ware toestand van de Belarussische staat verzamelt en verspreidt.
Ja, hij gaf in de regio leiding aan de campagneteams van Niaklajeu,
Sannikau, Rymasjeuski en Kastoesiou (het kan niet anders, de oppositie is hier te klein om voor elke kandidaat een afzonderlijke team op te zetten).
En het allerbelangrijkste: ja, tijdens de laatste verkiezingen was hij de rechterhand van de kandidaat Niaklajeu.
Hij is schuldig aan zo veel misdrijven. Vanwaar dus die verbazing?
Een verbetering zit er ook niet in: bij Pjotr Migoerski op de zolder bevindt zich “het museum van de oppositie”.
Om de wit-rood-witte vlag van het onafhankelijke Belarus liggen de insignes van het verzet: een bordje met daarop de paus (uit Krakau), de balpen van Sjoesjkievitsj, de handtekening van Milinkievitsj. En een sjaal van Manchester United.
Op Pappies grond zijn er maar weinigen die ‘wrok’ koesteren (zoals Misja het zou hebben gezegd). Het is hier geen Minsk.
Mensen hier houden van dit soort bestuur. Men houdt hier van salarisverhogingen (al worden ze direct opgevolgd door prijsverhogingen; de prijzen worden door de staat gereguleerd en altijd in dezelfde volgorde: eerst stijgen de salarissen, daarna de prijzen, zodat men nooit over te veel geld kan beschikken en zou ophouden met aards denken, maar ook zo dat men niet te veel honger zou lijden om in opstand te komen).
Men houdt van goed bevoorrade winkels (wat maakt het uit dat de prijzen zo hoog zijn, dat de Wit- Russen die vlakbij de Poolse grens wonen voor hun boodschappen naar Polen afreizen, alleen de sigaretten zijn hier goedkoper, maar met tabak eet je je buikje niet rond). Men houdt hier van een stabiele uitbetaling van pensioenen (een hongerpensioen, maar altijd op tijd binnen). Het studeren is gratis (wat maakt het uit dat je het later moet afbetalen door drie jaar lang te werken op het terrein rond Tsjernobyl of in de landbouw). En in geval van een geldtekort in het land, laat Pappie geld bijdrukken.
Yoghurt
De wodka raakt op. Pjotr Migoerski herinnert zich ineens dat hij geen werk meer heeft. Hij haalt de schilderijen van de muur af en wil ze gaan verkopen om brood te kunnen kopen. Hij doet zijn overhemd uit, want naast de kachel is het heet. Met een T-shirt aan met daarop ‘De waarheid overwint’ neemt hij plaats voor het tv-toestel Vitjaz en drukt op de knop.
Klik.
‘…het is nog geen jaar geleden dat de sovchoz Zabielsjin, tegenwoordig Oma’s Binnenplaats, begon winst te maken. De melkproductie in de sovchoz steeg toentertijd …’
Klik.
‘…en acht miljoen ton aardappelen.’
‘Waar zijn die aardappelen, waar is die melk?’ vraagt Migoerski. ‘Er is van alles, ja. Op papier. Ze schrijven er cijfers bij om het mooier te doen lijken. Een lage ambtenaar schrijft er wat bij, een belangrijke chef schrijft er wat bij en ook de minister. Vandaag weet eigenlijk niemand hoeveel graan, aardappelen, melk en vlees we werkelijk produceren. De melkverkoopcijfers zijn een staatsgeheim.’
Klik.
De president is aan het woord! Hij heeft het over yoghurt, een zaak van staatsbelang. Danone wil Belarus bestelen. Hij schreeuwt. De gezichten van de ministers verbleken. Bij al dat geschreeuw staan ze voorovergebogen en verontschuldigen zich.
Klik.
De Egyptische meute steekt een papieren gezicht van Moebarak in brand. Wanneer het vuur Moebaraks neus en wangen verorbert, beginnen Migoerski’s ogen te schitteren.
‘Hij is al tachtig. Hij hoort met zijn kleinkinderen te spelen en niet het land te besturen. Dit is een waarschuwing aan de onze,’ zegt Pjotr Migoerski vrolijk.
‘Maar die Egyptische Pappie regeert al dertig jaar lang en onze Pappie pas zeventien jaar’ voegt zijn vrouw Valentina Filipovna somber aan toe.
Aleksander uit de Haradzjets sovchoz ‘wanneer hij een toespraak hield grepen de directeuren, ouderen en oogopgeleiden naar hun hoofd. Maar anderen vonden het leuk,’ vertelt Anatol Goelajeu, journalist uit Minsk, oud-kennis van Pappie uit Sjklov.
Op zijn eerste werkdag in de sovchoz had hij gezegd:
“Ik ben jullie Führer!”
Daar houdt men van met de arm dreigend zwaaien, keihard met de vuist op tafel slaan. En zo was Sasjka uit Sjklov toen hij Aleksander werd, directeur van de Haradzjets sovchoz. Besnord en breedgeschouderd, oude makker, wapperend met zijn armen alsof hij naar Minsk zou willen vliegen.
‘Niemand wilde hem als directeur, maar hij hield voet bij stuk. Hij kreeg die baan omdat men genoeg van hem had’ voegt Goelajeu eraan toe.
‘Mijn vrouw kwam naar me toe en zei: “Er is een nieuwe directeur, hij is jong, belooft weelde en stelt orde op zaken,”‘ herinnert zich Vladimir Olejnikov, bosbouwkundige en voorzitter van het oppositionele Belarussische Volksfront (BNF) in de regio. We warmen onze handen in het houten huisje vlakbij Haradzjets.
‘Ik kreeg toen een baan van de bijenhouder in de sovchoz aangeboden. Aan het begin had ik een goed contact met de president. Maar later verdween mijn honing uit het magazijn. Loekasjenkas glimlach verdween eveneens. Pas toen ik stopte met werken hoorde ik dat de tonnetjes met honing in het kabinet van zijn plaatsvervanger stonden. Mijn vrouw vertelde dat hij op zijn eerste werkdag in de sovchoz had gezegd: “Kameraden, ik ben jullie Führer!” Dat zei hij zonder een valse gedachte erbij.’
Lavon Barsjtsjeuski, schrijver, aanhanger van de oppositie, was in 1990 samen met Loekasjenka gedeputeerde in de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus.
Andere dictators
‘Waarom wordt Stalin door Loekasjenka zo verheerlijkt? Waarom ontkent hij diens misdrijven, waarom bouwt hij voor hem een museum vlakbij Minsk? Een dictator voelt altijd, onderbewust, sympathie voor andere dictators. En hoe ging het met het interview waarin hij het efficiënte beheer van Hitler de hemel in prees? Volgens hem was dat een compliment. Hij dacht dat als hij iets positiefs over een Duitse leider, hetzij Hitler, hetzij een andere, zou zeggen, dat een Duitse journalist als muziek in de oren zou klinken.’
‘Hij hield een piepklein kopje in zijn enorme handpalm. Hij zat bij me in
de keuken en smeekte om hulp,’ herinnert journalist Goelajeu zich. ‘Het was 1988, perestrojka, de verkiezingen voor het Congres van de Volksgedeputeerden van de Sovjet-Unie waaraan hij deelnam. De lokale autoriteiten hinderde hem bij het organiseren van de bijeenkomsten omdat hij zichzelf had gekandideerd.
Toentertijd werkte ik als correspondent voor de Moskouse krant Idyllisch Leven uitgegeven door het Centraal Comité van de Communistische Partij. Oplage van twaalf miljoen. Ik ging op stap langs verschillende dorpen. En ik zag, inderdaad, dat hij werd gehinderd. Ik publiceerde een artikel dat hem enigszins had geholpen, maar de verkiezingen verloor hij alsnog. We werden echter vrienden. Hij kwam me op mijn datsja opzoeken, bracht cognac mee en we dronken. Hij stelde zijn vriendinnen aan me voor. Geen enkele sloeg hij over.
Een jaar later waren er verkiezingen voor de Hoogste Raad van de Socialistische Sovjetrepubliek Belarus. Loekasjenka doet weer mee. En opnieuw komt hij bij Goelajeu langs. Al vanaf de voordeur roept hij: ‘Ik heb niemand geslagen!’
‘Er was in de sovchoz een zekere Vladimir Bandoerkov, een tractor-bestuurder,’ licht Goelajeu toe. ‘Bandoerkov beklaagde zich dat hij van de directeur een behoorlijke rammel had gekregen. Loekasjenka kon er drie tot acht jaar voor krijgen. Dus ging ik bij Bandoerkov langs. Een armoedig huis, vijf kinderen kwamen te voorschijn, het ene nog meer besmeurd
dan het andere. Ik vroeg: Sloeg hij?
“Hij sloeg, smeet me op de grond en schopte. Ik haalde de anderen erbij. Er waren twaalf tractorchauffeurs in de sovchoz. Acht van de twaalf zeiden dat zij door Loekasjenka ook werden geslagen.” “Nou, Sasja, hoe zit dat?” vroeg ik hem. Hij antwoordde: “Wat een smeerlappen! Ik heb zoveel voor hen gedaan en ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen.”
Maar deze verkiezingen werden door Loekasjenka wel gewonnen. De zaak werd gesloten.
Pak rammel
Pappie vertrok naar Minsk, maar was niets veranderd. De demonstranten
op het plein horen nu ook: ‘Ik doe voor jullie zoveel goeds en moet ik soms, als een vader, jullie een pak rammel geven.’
In het koninkrijk der augurken doet nog een verhaal de ronde. Een zekere Ivan Joesjkievitsj, landbouwkundig mecanicien, blijft met zijn collega’s buiten op het veld lunchen. ‘Wat doet die wodka bij de lunch?’ schreeuwt Loekasjenka. Maar Joesjkievitsj kwam onlangs terug uit Tiumeni in Siberië, waar hij in een kopermijn had gewerkt. Als je daar niet voor jezelf opkomt, dan overleef je het niet. Hij vuurt een scheldkanonnade af richting Loekasjenka. Loekasjenka grijpt Joesjkievitsj bij zijn overhemd. Joesjkievitsj grijpt naar een rubberen buis. De rubberen buis knalt op de rug van Loekasjenka.
Ze kunnen maar niet vergeten dat ik ze een keer op hun bek heb geslagen
Hoe ouder Ivan werd, hoe banger hij was daarover te vertellen. Hij overleed een jaar geleden. Zijn buren uit het koninkrijk der augurken vragen zich af waarom Pappie nooit wraak op Joesjkievitsj had genomen, terwijl de anderen voor kleinere vergrijpen er flink van langs kregen.
Pappie vertrok om het vaderland te besturen, maar de Sovjet mogendheid viel uit elkaar. Men maakte zich zorgen of er geen oorlog zou komen. Nu moest Belarus zichzelf gaan besturen. Helemaal alleen, o, o wat eng. We
kregen een nieuwe vlag, een nieuw embleem en nieuw, Wit-Russich geld met diertjes erop. In de winkels waren tekorten aan alles, terwijl de prijzen als de Sovjet spoetniks recht de hemel invlogen. Er moesten nullen aan het geld worden toegevoegd en er moesten nieuwe bankbiljetten met nieuwe diertjes worden bijgedrukt. Uiteindelijk kwam men diertjes tekort. Er heerste een gigantische chaos: wie was wie, voor wie moest men buigen en voor wie niet? Niemand die het wist.
Maar daar, in het verre Minsk, gaat de directeur van de sovchoz uit Sjklov, een goede gozer, de orde op zaken stellen.
‘Hij was heel ambitieus,’ zegt Lavon Barsjtsjeuski. ‘En we hadden iemand nodig die verstand had van de landbouw. Pas later kregen we het door dat hij er niet veel verstand van had. Maar hij hield ervan om erover te praten. Ook over het feit dat hij adviseur van Gorbatsjov was. Vaak waren we samen aan het voetballen. Hij was spits en schoot keihard, maar de bal vloog meestal langs het doel. Dan werd hij boos en maakte een overtreding. We hielden er niet van om met hem te spelen, want hij schreeuwde en schold zoals hij dat bij zijn onderdanen in de sovchoz deed, terwijl er kinderen langs de kant stonden. Hij leed destijds aan depressie. Hij droomde ervan om de eerste partijsecretaris te worden, maar de Sovjet-Unie viel voor zijn ogen uiteen. Zijn droom spatte uit elkaar. Maar al snel vond hij een nieuw doel: president worden.
En hij werd dat in 1994.
In 1995 introduceert hij een vlag en een embleem die naar het communistische Wit- Rusland verwijzen.
In 1996 wijzigt hij de grondwet, ontbindt de Hoge Raad en vervangt deze door het aan hem ondergeschikte parlement.
‘Een deel van de intelligentsia, zoals Karpienka en Hantsjar, heeft hem geholpen om president te worden,’ aldus Lavon Barsjtsjeuski. ‘Wij wilden geen presidentieel systeem, maar zij hielden voet bij stuk: “We hebben
een sterke president nodig om de hervormingen door te kunnen voeren, we zullen hem begeleiden.” “Jullie zullen nog huilen door voor zo iemand te kiezen,” zeiden we. Maar ze zullen niet eens meer huilen. Ze zijn er niet meer.’
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter
Als eerste werd Hienadz Karpienka vergiftigd. Hij raakte in coma na koffie te hebben gedronken en overleed in april 1999. Zijn begrafenis groeide uit tot een demonstratie van de oppositie.
Daarna waren er geen demonstraties meer. Want er waren geen lichamen om te begraven.
Binnen een paar maanden losten in de Belarussische lucht de belangrijkste oppositieleden op: Joerij Zacharanka (mei 1999), Viktar Hantsjar (september 1999), Anatol Krasouski (september 1999).
In juli 2000 verdween Dzmitrij Zavadski, de persoonlijke cameraman van de president die Pappie had verruild voor de Russische televisiezender ORT.
De opgedroogde bloedvlekken en de verlaten auto’s bleven achter.
‘Ik zeg het eerlijk, er is orde in het land onder Loekasjenka. Hij houdt vast aan discipline. De oppositie is hier niet nodig, noch de chaos zoals in Oekraine’ constateert eenentwintigjarige Misja uit Sjklov en zet zijn pet weer goed. De wind blaast de sneeuw weg die van het huisje verdwijnt als de room van de dumplings.
‘Drie keer kreeg ik van de president een baan aangeboden,’ vertelt journalist Goelajeu. Hij kijkt uit het raam. ‘Drie keer heb ik geweigerd. Ik zou me bezig moeten gaan houden met de sluiting van de krantenredacties. Later ging ik kritische artikelen schrijven over de manier waarop hij met de oude rivalen uit de Sjklov regio was omgegaan. Toen werd hij boos op mij. Omdat ik hem een keer had geholpen dacht hij dat ik dat mijn hele leven lang zou gaan doen.
Aan het begin van zijn presidentschap kreeg ik bezoek van buitenlandse journalisten. Ze wilden een boek schrijven over de relatie met zijn vrouw Halina. Ik wist er veel van. Ze boden me geld aan, maar ik had het geweigerd. Destijds was ik een huisvriend van de Loekasjenka’s, dat zou een schurkenstreek zijn geweest. Ze zijn met niets vertrokken. Binnen de kortste keren verscheen de hoofdredacteur van de krant Sovjet Belarus en zei tegen me: “Aleksander Loekasjenka vroeg om aan u door te geven dat hij niet op u is gesteld, maar dat hij u wel respecteert.”‘
‘Wij, vogelverschrikkers,’ constateert bijenhouder Olejnikov. ‘Men wijst met de vinger naar ons: “Kijk eens hoe die oppositieleden leven.” Maar ik heb de vrijheid leren kennen en ik kan niet meer anders. Vijftien jaar werkte ik in de bossen. Elk jaar werd er een zaak tegen me aangespannen of ik moest voor de rechter verschijnen. Ik heb mijn brood leren verdienen. Ze hebben me met rust gelaten. Binnen de oppositie van ons district is er sprake van een ware pogrom zodat we geen enkele bedreiging voor hen vormen. De mensen van hier zijn als kinderen. Ze hebben een vader nodig. Ongeacht of en hoe erg hij hen zou bedriegen en oplichten, ze zullen hem blijven geloven. Van de vrijheid worden ze misselijk.’
Tijdens de laatste verkiezingen werkte Olejnikov als waarnemer en dus zag hij van alles. ‘We komen langs bij een oud vrouwtje. “Pakt u maar een stembiljet. U kunt wel of niet stemmen, maar pakt u die maar.” Ik zat een uur te wachten en liet niet toe dat iemand anders voor haar ging stemmen. Maar ze was zelf niet in staat om dat te doen. Ze zat te staren naar dat stembiljet, het witte vlak deed pijn aan de ogen. “Ik zelf? Waarom zoveel namen? Konden ze niet maar één kandidaat voorleggen zodat je er niet zo moe van werd?”
De waarheid overwint
In het land van de zon, in het koninkrijk der augurken sneeuwt het. Pjotr Migoerski trekt een warme trui over zijn t-shirt met daarop ‘De waarheid overwint’ en kijkt naar de tv hoe Egypte kookt. Hoe het borrelt en overstroomt. Hij kijkt naar Egypte, maar denkt aan Belarus: zal Loekasjenka de troon afstaan?
‘Nee, dat doet hij niet,’ Lavon Barsjtsjeuski weet het zeker. ‘Tijdens de laatste demonstraties van de oppositie op 19 december was het ijzig koud. Als hij even had gewacht, waren de mensen vanzelf naar huis gegaan. Maar hij is een lafaard. Hij vreest dat men hem Hantsjar en Zacharanka niet zal vergeven en dus liet hij de demonstranten met de knuppel bewerken.’
‘Waarom zou hij de troon afstaan?’ zullen de anderen uit het koninkrijk der augurken vragen, ‘hij is toch een vader voor het leven? Een vader kun je niet veranderen. Alleen ontaarde kinderen breken met hun vader.’
‘Is dat gespuis beter dan Pappie?’ vraagt Nikolaj Danilovitsj Jelski, de dokter uit Aleksandrja. ‘Ik zag de oppositieleden op de televisie: “Als ik president word, dan verzeker ik jullie van alles!” En waar haal je het vandaan, sukkel? “Halasavac za mianie. Ja prezident!” Hij spreekt Wit-Russisch. Wat voor een president. Jij, een stuk ongeluk!’ zegt dokter Jelski boos.
Het oude vrouwtje op de fiets (dat naar de jacuzzi gaat) zet haar nat van de sneeuw geworden muts weer netjes op. ‘Mijn God, Gospodi, ik moest me zo schamen toen ik hen op de televisie zag. Ze kunnen niet praten! Later zag ik hoe in Minsk hun ruggen met de knuppels werden bewerkt. “Harder, harder!” schreeuwde ik zelfs.’
‘Onze Sasjka uit Aleksandrja is niets veranderd,’ zegt dokter Jelski.
‘Het is moeilijk voor de mens om na zijn veertigste nog te veranderen,’ bevestigt journalist Goelajeu. ‘Vergaf hij vroeger niet, dan vergeeft hij nu ook niet. Was hij vroeger onverbiddelijk jegens zijn opponenten, dan is hij dat nu ook. Maar hij is geen beest. Hij is zoals de anderen. Als men aan iemand anders de absolute macht zou geven, wat zou hij dan hebben gedaan? Men vraagt me weleens of Loekasjenka
wijs is. Nee, niet echt. Er bestaat een Wit-Russisch gezegde: dom of niet, maar wel sluw. Om de macht tot elke prijs te behouden is wijsheid niet nodig.
Het is voldoende om geen geweten te hebben.
In het land van de zon, het koninkrijk der augurken, sneeuwt het niet meer. In de verte doemt een kaal geraamte op, een hotel in aanbouw. In het dorp doet de roddel de ronde dat ook de president hier zijn residentie aan het bouwen is. Hij komt voor zijn oude dag terug naar de Dnjepr. Naar het koninkrijk der augurken. Niet meer als Sanja, de zoon van een melkboerin, de jongen aan wiens oren andere jochies trokken, maar als mijnheer Aleksander Ryhoravitsj Loekasjenka, president van de Republiek Belarus. Degene die zelf geen pappie had, Pappie van ons allen.
Grzegorz Szymanik
Journalist Grzegorz Szymanik is verbonden aan de Poolse krant Gazeta Wyborcza.
_Zijn reportage verscheen oorspronkelijk in deze krant in april 2011 onder de titel ‘Kameraden, ik ben jullie Führer!’ (Towarzysze, jestem waszym Führerem!) en is onder de titel ‘Alexanderroman uit het koninkrijk der augurken’ opgenomen in Szymanik’s boek De motoren achter de revoluties (Motory rewolucji, Czarne 2015). _
Forge is opgericht ‘om onze constante strijd te onderzoeken om meer gedaan te krijgen, creatiever te zijn en ook nog eens gelukkig’. Over lifestyle en levenskunst. De leuze luidt: ‘Beat Yesterday’
Belarussische demonstranten werden systematisch gemarteld
‘De brute onderdrukking van vreedzame protesten en elke vorm van afwijkende mening in Belarus duurt al maanden en is geëscaleerd naar een nieuw niveau’, zegt Jovanka Worner van Amnesty International Duitsland tegen Deutsche Welle. ‘Het gerechtelijk apparaat in Belarus heeft over de hele linie gefaald bij de vervolging van de verantwoordelijken. Daarom moet de internationale gemeenschap nu zorgen voor gerechtigheid.’
In een nieuw rapport toont de mensenrechtenorganisatie hoe honderden vreedzame demonstranten in de voormalige Sovjetrepubliek op brute wijze werden opgepakt en gemarteld. Volgens het rapport werden de slachtoffers ‘gedwongen zich uit te kleden, krijgen ze slaag en moeten ze lange tijd in stressvolle houdingen blijven staan’. Bovendien kregen zij vaak dagenlang geen voedsel, geen drinkwater en geen medische zorg.
‘Amnesty International beschikt over foto’s, video-opnamen en getuigenissen van gearresteerden, slachtoffers en ooggetuigen’
‘Groepen mensen werden op hun knieën en met hun handen tegen de muur door de politie met stokken geslagen. Anderen werden gedwongen het volkslied te zingen terwijl ze werden geslagen. De omstandigheden in een horrorgevangenis in Minsk worden bevestigd door filmfragmenten die buiten zijn opgenomen – het geschreeuw van mensen is duidelijk te horen op straat’, schrijft Svenska Dagbladet.
De ongekende massale protesten tegen president Aleksander Loekasjenka waren het gevolg van de presidentsverkiezingen van begin augustus, legt Die Zeit uit. De afgelopen maanden zijn meer dan 30.000 mensen gearresteerd en honderden gewond geraakt. Verschillende mensen zijn gedood door de ordetroepen, schrijft het Duitse dagblad. ‘Amnesty International beschikt over foto’s, video-opnamen en getuigenissen van gearresteerden, slachtoffers en ooggetuigen die als bewijs dienen van ernstige mensenrechtenschendingen.’
In Thailand is kritiek op het vaccinatiebeleid majesteitsschennis
De vaccinatiecampagne in Thailand zal naar verwachting op 14 februari officieel van start gaan. Momenteel zit het land in een tweede golf, maandag werden er twee nieuwe sterfgevallen als gevolg van covid-19 geregistreerd. Van het vaccin van AstraZeneca, dat vorige week door middel van een spoedprocedure door de overheid werd goedgekeurd, zijn 61 miljoen doses besteld, meldt dagblad Khaosod.
Maar de laatste dagen is er toenemende kritiek op de vaccinatiestrategie, die lijkt te worden beïnvloed door industriële belangen, aldus critici. Zo is het bedrijf Siam BioScience, dat het vaccin in Thailand gaat produceren, volledig in handen van het Thaise koningshuis, schrijft Khaosod.
Volthai – een anonieme polemist – spreekt zich in een opinieartikel in Thai Enquirer uit tegen het besluit van de regering om het aanbod van India om onmiddellijk 2 miljoen doses AstraZeneca-vaccin te sturen, af te wijzen. ‘Ze kosten 3 dollar per stuk, minder dan de 5 dollar die hetzelfde vaccin geproduceerd door Siam BioScience kost.’
Er zijn in dit verband elf klachten wegens majesteitsschennis ingediend
Thanathorn Juangroongruangkit, een politicus wiens partij Future Forward in februari 2020 werd ontbonden, heeft ook vraagtekens bij dit besluit geplaatst. Het aan BioScience verleende monopolie op de productie van het AstraZeneca-vaccin garandeert BioScience een contract ter waarde van 6 miljard baht [meer dan 160 miljoen euro], aldus Khaosod.
De kritiek van Juangroongruangkit op het beleid leidde ertoe dat hij door regeringsfunctionarissen werd aangeklaagd voor belediging van de monarchie.
Er zijn in dit verband elf klachten wegens majesteitsschennis tegen hem ingediend. Enkele dagen eerder werd een voormalig ambtenaar nadat ze in 2015 audiofragmenten op Facebook en Youtube had gedeeld die kritiek uitten op de in 2016 overleden koning Bhumibol en zijn zoon prins Vajiralongkorn, veroordeeld tot 43 jaar gevangenisstraf, schrijft Khaosod.
In Israël rellen orthodoxe jongeren tegen de coronamaatregelen
Niet alleen in Nederland gaan gefrustreerde jongeren ’s avonds de straat op om de boel kort en klein te slaan. Ook in Israël moesten de ordediensten op zondag 24 januari optreden tegen jongeren die zich verzetten tegen de coronamaatregelen. Alleen gaat het daar om jongeren uit een hele specifieke gemeenschap: ultraorthodoxe charedim.
Dit weekend leken sommige Israëlische steden wel een oorlogsgebied: een brandende bus in Bnei Brak; een politieman die in de lucht schiet om de menigte die hem omringt af te schrikken; stungranaten die naar demonstranten worden gegooid in de wijk Méa Shearim in Jeruzalem, schrijft het dagblad Maariv.
Israël oogst wereldwijde bewondering met een razendsnelle vaccinatiecampagne, maar kent ook nog steeds stijgende besmettingscijfers.
De rellen liggen volgens Haaretzin het verlengde van een decennialange strijd tussen de Israëlische regering en de ultraorthodoxe gemeenschap, die een hoge mate van autonomie nastreeft. Zo weigert een deel van de ultraorthodoxe joden zich te houden aan de coronamaatregelen, omdat die in veel gevallen botsen met religieuze bijeenkomsten en gebruiken.
Begin september hielden Russische en Wit-Russische strijdkrachten hun tweejaarlijkse militaire oefening in Wit-Rusland. Buurlanden maken zich zorgen over de ongekende omvang van de operatie.
De militaire manoeuvres met de naam Zapad (Westen) zijn een traditie geworden voor Wit-Rusland en Rusland. De oefening wordt afwisselend op het grondgebied van een van beide bondgenoten gehouden. De omvang van Zapad 2017 kende zijn weerga niet.
De afgelopen vier jaar is de houding van de internationale gemeenschap ten opzichte van Rusland aanzienlijk gewijzigd. Na de annexatie van de Krim en de interventie in de Donbas wordt het Kremlin beschouwd als een gevaar voor alle landen waar Russische vliegtuigen en ‘groene mannetjes’ [een verwijzing naar de soldaten die, zonder insignes of militaire rang, in maart 2014 door Rusland werden ingezet op de Krim] kunnen opduiken.
In de westerse pers beweren sommigen dat Rusland tijdens Zapad 2017 zijn aanvalsplannen tegen Europese landen heeft geperfectioneerd. In juni gaf de opperbevelhebber van de Amerikaanse strijdkrachten in Europa, generaal Ben Hodges, in een interview met het persbureau Reuters uiting aan zijn bezorgdheid over een mogelijke Russische interventie aan de grens met de Baltische staten tijdens de oefening.
‘Toen Rusland de Krim binnenviel, werd dat ook gedaan in het kader van een oefening,’ aldus Hodges. En hij voegde eraan toe dat de Verenigde Staten tijdens de manoeuvres extra troepen in de Baltische staten paraat hadden.
Ten aanzien van de oefeningen van dit jaar is de grote vraag hoeveel troepen Rusland heeft ingezet. Officieel namen er dertienduizend manschappen aan deel, waaronder ‘slechts’ drieduizend Russen. Maar uit officieuze tellingen blijkt dat het om aanzienlijk meer troepen ging, waarbij aantallen van zestig- tot honderdduizend worden genoemd in documenten die werden aangehaald in The New York Times en The Washington Post.
De Oekraïense inlichtingendiensten hebben meermalen gewaarschuwd voor het gevaar dat Zapad 2017 voor Oekraïne betekende. In april verzekerde de Wit-Russische president Aleksander Loekasjenko zijn Oekraïense ambtgenoot Petro Porosjenko dat de gezamenlijke oefeningen geen voorbereiding waren voor een interventie in Oekraïne. Maar andere Wit-Russen met wie wij hebben kunnen spreken, waarschuwen dat Batka [‘Vadertje’ – de bijnaam van de Wit-Russische president] in deze kwestie weinig te vertellen heeft.
‘Het Wit-Russische leger gaat niet ten strijde trekken tegen het Russische leger als dat probeert de controle over Wit-Rusland over te nemen of gebruik te maken van het Wit-Russische grondgebied om aanvallen uit te voeren op buurlanden. Derhalve hebben de toezeggingen van Loekasjenko weinig waarde,’ zegt Andrej Egorov, directeur van het Centrum voor Europese Transformatie. ‘Als Poetin het echt wil, kan hij praktisch alles gedaan krijgen van Loekasjenko,’ meent de Wit-Russische oppositieleider Mykola Statkevitsj.
In februari 2017 verklaarde de Litouwse president Dalia Grybauskaite dat Zapad 2017 aantoont dat Rusland zich voorbereidt op een oorlog tegen het Westen. Vanwege deze oefeningen hebben de Baltische staten zich moeten wenden tot hun partners van de NAVO om meer waarborgen te krijgen voor hun veiligheid. Daarop kregen de Baltische staten Amerikaanse militaire versterking.
In het Westen deden verschillende scenario’s over een eventuele Russische aanval de ronde. In een van die scenario’s werd ervan uitgegaan dat Rusland zou proberen een corridor aan te brengen met het grondgebied van Kaliningrad, waardoor de landverbindingen tussen de drie Baltische staten en hun NAVO-bondgenoten zouden worden afgesneden langs de Pools-Litouwse grens (de Suwalki-strook). Dit jaar heeft de NAVO voor het eerst manoeuvres georganiseerd om te bestuderen hoe op een dergelijk scenario zou kunnen worden gereageerd.
Geen nieuw Russisch materiaal
De Oekraïense website InformNapalm benadrukt dat er geen nieuw Russisch materieel is overgebracht naar Wit-Rusland: ‘Het is alleen maar oude Sovjet-meuk. In een rechtstreeks conflict met de NAVO heb je niets aan dit wapentuig, tenzij het in grote hoeveelheden wordt ingezet. Je ziet alleen maar T-72’s, 2S1 Gvozdika’s, 2S3 Akatsiya’s en BTR-80’s. Maar er is wel nieuw luchtafweergeschut.’ De specialisten vestigen ook de aandacht op het feit dat er ook geen aanvalstroepen werden gevormd. Maar als al het materieel ter plaatse is, hebben de Russen aan een maand genoeg om over te gaan tot een operationele fase.
De NAVO-landen en Oekraïne staan klaar om de strijd aan te gaan met Rusland als het aanvalt, maar de Wit-Russen kunnen zich dat niet * veroorloven. Een van de gevaren van deze oefening was dat ze zou uitmonden in een echte bezetting van het land door het Russische leger. De meeste Wit-Russen zijn amper bezorgd over de Russische manoeuvres, aldus politicoloog Egorov. De Wit-Russische samenleving volgt vooral de Russische media en accepteert het officiële standpunt van Moskou en Minsk.
Officieus bereiden het Wit-Russische leger en de Wit-Russische regering zich voor op een eventueel gevaar, zegt Dmytro Timtsjoek, coördinator van het Oekraïense project Information Resistance. Zij houden zich met name bezig met de mogelijkheid dat ze moeten reageren op de potentiële wens van het Kremlin om zijn militairen na afloop van de manoeuvres ter plaatse te laten. ‘Loekasjenko begrijpt dat Wit-Rusland en hij persoonlijk in sommige scenario’s in gevaar kunnen komen. Daarom stelt hij alles in het werk om te verhinderen dat die scenario’s werkelijkheid worden,’ aldus Timtsjoek.
In feite bevindt Wit-Rusland zich in een slechtere situatie dan Oekraïne aan het begin van 2014. Het land is economisch volledig afhankelijk van Rusland, in alle organen van het staatsapparaat en het leger krioelt het van agenten van het Kremlin, en het leger is niet bij machte zich te verzetten tegen een aanval van de Russische Federatie. In dergelijke omstandigheden ligt het lot van de bondgenoot van Moskou na de militaire oefening volledig in handen van Poetin.
Opgericht op de dag van het referendum voor de nieuwe Oekraïense grondwet, 16 april 2000. Zowel Engelstalige als Russische artikelen, met de nadruk op de politiek in eigen land. De regering van Oekraïne deed herhaaldelijk pogingen de persvrijheid van de site in te perken.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.