Om witwassen tegen te gaan moet zowel de overheid als de techsector zich minder dogmatisch opstellen, vindt specialist cybercriminaliteit Geoff White. ‘Zowel overheden als techneuten zullen wat water bij de wijn moeten doen.’
De nieuwste financiële technologieën worden in rap tempo een belangrijke steunpilaar voor de georganiseerde misdaad, omdat ze de gevaarlijkste boeven ter wereld in staat stellen hun illegale buit te verplaatsen en aan het oog te onttrekken. Dat zal alleen maar erger worden als overheden en de industrie de handen niet ineenslaan.
De geschiedenis van het witwassen van geld is bijna net zo oud als de misdaad zelf. Maar de technieken werden sterk verfijnd in de jaren tachtig, het tijdperk van de cocaïnecowboys, toen Amerika werd overspoeld met drugs.
Het witwasproces van de drugssmokkelaars kende drie fasen: storting (placement), verhulling (layering) en integratie. Storting is het toevoegen van het zwarte geld aan de geldstroom van een legaal bedrijf. De contanten uit de drugshandel kunnen bijvoorbeeld vermengd worden met de inkomsten van een restaurant of een casino. Maar als de drugshandel wordt opgerold, zou de opbrengst ervan getraceerd kunnen worden via de bank die zakendoet met het legale bedrijf. Vandaar de tweede fase, verhulling: crimineel geld wordt eindeloos van rekening naar rekening gesluisd, opgenomen en opnieuw gestort en in andere valuta omgezet, om zo ervoor te zorgen dat de politie het spoor bijster raakt. In de laatste fase, integratie, plukt de crimineel de vruchten van zijn werk: dan zijn alle verbanden tussen het geld en zijn criminele oorsprong uitgewist en kan het besteed worden, idealiter aan zaken met een goed langetermijnrendement zoals kunst of vastgoed.
Hackers
Wat ten opzichte van de jaren tachtig vooral is veranderd, is de digitale revolutie in de financiële wereld: de aanhoudende innovatie in betalingssystemen, virtueel bankieren en dergelijke. Daarnaast leiden de nieuwe technologieën ook tot een nieuwe geldinfrastructuur buiten de traditionele financiële wereld, van cryptomunten tot NFT’S tot virtuele marktplaatsen in videogames, waarop inmiddels ook enorme bedragen omgaan.
Door die voortsnellende financiële digitalisering is voor sommige criminelen de eerste fase van het witwasproces, het storten, minder belangrijk geworden. Dat is immers vooral van belang voor vormen van straatcriminaliteit zoals drugshandel en prostitutie, waarin veel contant geld omgaat. Het belang van verhulling en integratie van de geldstromen is navenant gegroeid. In een wereld waarin financiële transacties steeds meer digitale sporen achterlaten, is het moeilijker geworden om de buit uit handen van de opsporingsdiensten te houden.
De mensen die daar de meeste ervaring mee hebben, zijn hackers. Zij hebben nieuwe manieren gevonden om gestolen geld weg te sluizen, mede met dank aan bitcoin en andere cryptovaluta, waarmee je overschrijvingen niet alleen praktisch anoniem (of op zijn minst onder een schuilnaam) kunt doen, maar ook grotendeels buiten het zicht van de toezichthouders die over de traditionele financiële wereld waken. Ook andere misdaadorganisaties beginnen de voordelen van digitaal witwassen daarom in te zien. Zelfs in de meer traditionele vormen van misdaad rukt het digitale domein op – van de drugshandel die steeds meer via het darkweb plaatsvindt tot de wildgroei aan online prostitutie. En dat leidt tot nieuwe witwasroutes.
Door de explosieve groei van de digitale witwaspraktijken raakt de technologiesector steeds meer bij criminaliteit betrokken. Dat komt niet alleen doordat criminelen gebruikmaken van de nieuwste technologische vondsten. Op een dieper niveau komen de aspiraties van de technologievernieuwers en de wensen van de witwassers met elkaar overeen.
Virtuele vluchtauto
Witwassers willen in wezen drie dingen: een financiële omgeving met koortsachtig veel activiteit en wild schommelende prijzen, zodat ze veel geld kunnen rondpompen zonder argwaan te wekken. Een wereldomspannend systeem dat het makkelijk maakt om crimineel geld in pakweg Los Angeles te storten en in Londen op te nemen. En geen of minimale regelgeving. Dezelfde drie factoren dus waar techbedrijven bij gedijen. De overgrote meerderheid daarvan stimuleert de financiële wanpraktijken niet bewust, maar ook zij hebben baat bij grote en instabiele markten waarop geld makkelijk van land naar land stroomt en waar ze kunnen profiteren van mazen in de regelgeving.
Iets anders wat beide partijen gemeen hebben is een libertaire inslag. Als het gezag oproept tot meer regelgeving om te voorkomen dat criminelen van de nieuwe technologie gebruikmaken, komen programmeurs en start-upondernemers meteen in het geweer tegen wat zij beschouwen als betutteling, en beschuldigen ze ‘trad-fi’ (de traditionele financiële wereld) van een slinkse campagne om de concurrentie van nieuwkomers te dwarsbomen.
Een goed voorbeeld van deze tegenstellingen zie je in het verhaal van Tornado Cash. In maart 2022 werd door hackers die vermoedelijk banden hadden met Noord-Korea voor 625 miljoen dollar aan cryptovaluta gestolen uit de cryptogame Axie Infinity. Een groot deel van dat geld werd witgewassen met behulp van Tornado Cash, een zogenaamde cryptomixer. Zo’n cryptomixer vermengt de door gebruikers gestorte cryptovaluta met andere, waarna bij opname van het geld de herkomst niet meer te achterhalen is. Er kunnen goede privacyredenen zijn om van zo’n mixer gebruik te maken, maar voor de hackers die bij Axie Infinity hadden ingebroken, was het in feite een virtuele vluchtauto.
De Amerikaanse overheid greep snel in: Tornado Cash kreeg sancties opgelegd waardoor het werd buitengesloten van het Amerikaanse banksysteem, en de twee softwareontwikkelaars die deze mixer zouden hebben opgezet werden aangeklaagd wegens witwassen en het overtreden van sancties. De reactie uit de techsector was al even direct. Cryptoactivisten spanden een proces aan tegen het Amerikaanse ministerie van Financiën omdat gebruikers door de sancties volgens hen werden beroofd van een essentieel privacyhulpmiddel. En critici vonden in het algemeen dat het Amerikaanse optreden een gevaarlijk precedent schiep voor softwareontwikkelaars wereldwijd. De mensen achter Tornado Cash mochten volgens hen niet verantwoordelijk worden gehouden voor het misbruik van hun product.
De autoriteiten en de techwereld staan hier dus tegenover elkaar. Overheden willen paal en perk stellen aan een volgens sommigen volledig losgeslagen technologiesector die innovaties uitrolt zonder zich om de maatschappelijke schade te bekommeren. Maar de cryptoliefhebbers hameren erop dat strenger toezicht funest zal zijn voor het technologische fundament waarop hun disruptieve nieuwe wereld rust. Het lijkt op de debatten rond de versleuteling van het berichtenverkeer in apps als WhatsApp en Telegram. Overheden willen een of andere vorm van wettelijke toegang tot de berichten op die platforms. Volgens de techwereld maakt zo’n voet tussen de deur uiteindelijk alle versleuteling zinloos.
Om die patstelling te doorbreken zullen beide partijen wat water bij de wijn moeten doen. Overheden en toezichthouders moeten zich beter verdiepen in de technologie waarop deze innovaties berusten en meer moeite doen om te doorgronden hoe ze precies werken. Alleen dan hebben ze volgens de techwereld recht van spreken. En de techneuten moeten inzien dat ze elke discussie bij voorbaat verloren hebben zolang hun dogmatische verdediging van innovatie door tegenstanders kan worden neergezet als bereidheid om grootschalige financiële misdaad te faciliteren. Ergens in het midden tussen die twee standpunten ligt de toekomst van de fintech-sector.
Uit een rapport van consultancybureau EY blijkt dat in 2023 de schade van de financiële criminaliteit voor de wereldeconomie 3,5 biljoen dollar bedraagt. Dat is meer dan het bbp van het Verenigd Koninkrijk, schrijft El País.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Een van de in het oog springende financiële misdaden van de afgelopen jaren is het FTX-schandaal, waarbij de 31-jarige oprichter Sam Bankman-Fried samen met een hedgefonds een plan opzette om zijn klanten 14 miljard dollar afhandig te maken. Hij werd in november vorig jaar schuldig bevonden door een jury en kan voor tientallen jaren de gevangenis in gaan.
Maar buiten de spotlights vinden misschien wel de grootste financiële malversaties plaats. Zo kosten cyberaanvallen de wereld, volgens het Center for Strategic and International Studies, zo’n 945 miljard dollar per jaar en geven financiële instellingen jaarlijks 214 miljard dollar uit om zich te beschermen tegen cyberaanvallen. Om nog maar te zwijgen over belastingontwijking.
‘Financiële misdaden kosten ook levens’
Volgens Mark Bou, hoofd communicatie bij Tax Justice Network, verliest Europa 181 miljard dollar aan belastingen omdat miljonairs en grote bedrijven via belastingparadijzen hun winst wegsluizen. Dit komt overeen met bijna 12 procent van de uitgaven voor volksgezondheid in Europese landen. Daron Acemoğlu, economieprofessor aan het MIT en herhaaldelijk genomineerd voor Nobelprijs, waarschuwt: ‘Belastingparadijzen zijn vooral handig voor mensen die hun rijkdom hebben vergaard door omkoping, diefstal en manipulatie; het is een groot probleem. (…) Het is duidelijker dan ooit voor overheden – met de Russische invasie in Oekraïne en de opkomst van terrorisme – dat deze financiële misdaden ook levens kosten.’
Maar weinige overheden lijken deze waarschuwing ter harte te nemen, aldus El País. Het Verenigd Koninkrijk, Nederland, Luxemburg, Ierland en Zwitserland staan toe dat er via hun financiële infrastructuur op grote schaal belasting kan worden ontweken en ontdoken. Volgens het Tax Justice Network is heel Europa jaarlijks verantwoordelijk voor het verlies van 236 miljard dollar aan belastingen elders ter wereld.
Recente invallen en politieonderzoek in Thailand wijzen op banden tussen Chinese gangsters en Thaise lokale functionarissen. Chinese criminelen wisten ongestraft honderden miljoenen dollars te verdienen met mensenhandel, kinderprostitutie en drugssmokkel.
Een privéjet, auto’s van de buitencategorie, drugs en woonpaleizen: allemaal in Thailand verdiend door Chinezen die van criminele activiteiten worden verdacht. Roofgoed dat inmiddels in beslag is genomen, maar wel netelige vragen opwerpt, zoals: hoe konden buitenlandse misdadigers zo vrijelijk met miljoenen illegale dollars in het koninkrijk smijten?
Het schandaal begon zich eind oktober te ontrafelen, toen de Thaise politie tijdens een landelijke antidrugsoperatie een illegale nachttent ontdekte. De club Jinling ging schuil achter een autowasserette in het zakendistrict Sathorn in Bangkok.
De clientèle bestond vrijwel uitsluitend uit Chinezen. Die deden zich tegoed aan zakken ketamine en andere partydrugs in karaokekamers waar de hele nacht werd doorgehaald. En als het de gasten niet lukte al hun drugs in één sessie te consumeren, konden ze die ter plekke opbergen voor later gebruik.
Voorraden methamfetamine lagen opgeslagen in peperdure appartementen in Bangkok
Ook invallen in de badplaats Pattaya hebben het sterke vermoeden gewekt dat Chinese criminelen via een netwerk van Thaise stromannen contacten onderhielden met overheden die deze uitbundige nachtgelegenheden blijkbaar niet hadden opgemerkt, hoewel ze elke avond duizenden gasten trokken.
En bij nog meer invallen in de daaropvolgende weken werden opzienbarende bezittingen aangetroffen, allemaal verdiend met deze illegale uitgaansgelegenheden – zoals een landhuis ter waarde van 5,7 miljoen dollar, auto’s van de buitencategorie, miljoenen dollars aan baar geld, en voorraden methamfetamine die in peperdure appartementen in Bangkok lagen opgeslagen, kennelijk voor verkoop in de clubs.
113 miljoen dollar
Uit allerlei arrestaties kan de conclusie worden getrokken dat vermoedelijk vijf Chinese bendes criminele ondernemingen runden met behulp van studentenvisa en onder een valse Thaise identiteit. Een van de verdachte leiders, die begin november is opgepakt, had zelfs een nepauto van de Chinese ambassade en een politiemotor voor escortes.
De schijnwerpers zijn echter gericht op één verdachte in het bijzonder: Tuhao, die ook wel bekendstaat als Chainat Kornchayanan. Deze Chinees met Thais staatsburgerschap gaf zich op 23 november aan bij de politie. De tegen hem ingebrachte beschuldigingen van drugshandel en witwassen van geld wijst hij van de hand.
‘Tuhao is getrouwd met de nicht van politie-generaal en voormalig minister van Justitie Pracha Promnok,’ aldus de prominentste politiechef van Thailand, luitenant-generaal Surachate Hakparn, die leiding geeft aan het stevige justitiële optreden. ‘Het is dus niet zo gek dat hij veel politiemensen en oud-ministers kent, dat is bepaald geen geheim.’
‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben
Hij voegt eraan toe dat de gangsters met hun Thaise identiteitsbewijzen kennelijk een manier hebben gevonden om de strikte Thaise immigratiewetten te omzeilen. ‘We moeten erachter zien te komen welke lokale ambtenaren hen geholpen hebben. We zoeken het tot op de bodem uit. Wie er ook schuldig is aan deze illegale praktijken, hij zal de wettelijke gevolgen voelen. Niemand ontloopt de dans.’
Van Tuhao zijn ruim vijf miljard baht (113 miljoen dollar) aan bezittingen in beslag genomen, waaronder een vliegtuig, grond en drie landhuizen. Ondertussen wordt onderzocht of zijn zakenpartners iets te maken hebben met het Chinese eigendom van tientallen luxewoningen in Bangkok.
Nuldollartoerisme
Tuhao zou een wegbereider zijn geweest van het ‘nuldollartoerisme’, dat Chinezen in de jaren vóór de pandemie massaal naar Thailand lokte. Het concept stuwde Chinese bezoekersaantallen in niet meer dan een paar jaar naar een record van ongeveer tien miljoen. Daaraan kwam in 2018 abrupt een einde nadat een overvolle veerboot in Phuket zonk en tientallen Chinese toeristen stierven – toen pas kwam een businessmodel van goedkope arrangementen aan het licht, waarbij Chinese bedrijven geld naar elkaar doorsluizen, daarvan weinig in Thailand achterlaten, maar het wel gebruiken om een groot aantal vakantieoorden op te kopen.
‘Deze mensen hebben te veel macht,’ zegt een ervaren gids in Pattaya, een van de voornaamste bestemmingen van de ‘nuldollartours’. ‘Ze zijn dan wel gearresteerd, maar als de media dit niet serieus nemen, het niet blijven volgen, ben ik bang dat ze weer snel vrij komen.’
Volgens de Thaise politie heeft Tuhao zijn zakelijke activiteiten tijdens de pandemie gediversifieerd. Hij is zich onder meer op het nachtleven gaan focussen, heeft bedrijven opgericht en onroerend goed gekocht waarvoor hij Thaise stromannen inzette. Zijn connecties met machtsdragers zijn inmiddels onder de loep genomen.
De regerende Phalang Pracharat-partij erkende eind oktober dat Tuhao via legitieme kanalen ongeveer 100.000 dollar had gedoneerd. De kiescommissie buigt zich momenteel over de zaak.
‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit’
De politie onderzoekt hoe Tuhao het Thaise staatsburgerschap heeft kunnen krijgen na een verblijf van slechts enkele jaren in het land en speurt naar andere verborgen activa en bankrekeningen. In het hele land worden de gangen nagegaan van politiemensen en andere functionarissen, en neemt de reikwijdte van Tuhao’s netwerk af.
‘Bedenk wel dat we het opnemen tegen superrijken, met enorm veel bezit,’ aldus politie-luitenant-generaal Surachate. ‘We moeten dus heel grondig te werk gaan om bewijs te vinden waarmee we ze voor de rechter kunnen slepen.’
Van een rechtbank in Bangkok mocht Tuhao niet op borgtocht vrij. Hij stelt dat hij in het proces zijn onschuld zal aantonen.
Straffeloosheid
Al die jaren van kennelijke straffeloosheid werpen pijnlijke vragen op voor de Thaise overheid: corruptie, beïnvloeding, verlening van gunsten aan mensen met geld die een loopje wilden nemen met de regels, waren kennelijk aan de orde van de dag.
‘De samenleving zou mijn voorbeeld moeten nemen door zich af te vragen hoe iemand als Tuhao in slechts tien jaar tijd ruim vijf miljard baht heeft kunnen opstrijken,’ zegt Chuwit Kamolwisit, een voormalige tycoon in de uitgaansindustrie, tegenwoordig parlementariër en parttime corruptiebestrijder.
Chuwit heeft een voortrekkersrol gespeeld in het aanklagen van de Chinese gangsters, onder andere met theatrale, vrijwel dagelijkse persconferenties waarin hij de vermeende rijkdom, connecties en financiën van de hoofdverdachten breed uitmeet.
Hij beweert dat de bendes tijdens de pandemie een list hebben bedacht om in het koninkrijk te blijven en duizenden landgenoten binnen te loodsen. Thaise immigratieambtenaren zouden geld hebben ontvangen zodat de Chinezen nepstichtingen konden oprichten, die ze vervolgens hebben gebruikt om vrijwilligersvisa te bemachtigen.
Ten minste drieduizend Chinezen zijn via deze route het koninkrijk binnengekomen, aldus Chuwit, en velen zijn illegale bedrijven gaan bestieren en hebben zwart geld witgewassen. ‘Hoe is het mogelijk dat het Thaise volk niet werd beschermd, hoe kon men deze smerige Chinese bedrijven binnenlaten?’
‘Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens’
De vlammende aantijgingen van Chuwit – vele gestaafd door de Thaise politie, andere nog onbewezen – hebben in ieder geval de aandacht gevestigd op de greep van illegaal Chinees geld over hele delen van de regionale economie.
Er viel zelfs een zeldzame repliek in de media te noteren van Zhao Wei: achter deze publiciteitsschuwe miljardair gaat een van de beruchtste Chinese schurken van de Mekong-regio schuil. Hij is de grote man achter het Kings Romans Casino in de Speciale Economische Zone van de Gouden Driehoek in Laos, aan de grens met Thailand.
‘Wie is die Chuwit dan wel?’ aldus Zhao. ‘We hebben elkaar nooit ontmoet, dus wat bezielt hem om mij te beschuldigen?’ verzuchtte de magnaat tegen de Thaise tv-zender The Nation on Monday in een zeldzaam interview. ‘Ik ben gewoon een Chinese zakenman die dit gebied heeft ontwikkeld en het welvaart heeft gebracht. Hoezo zou ik mij met duistere zaakjes bezig houden? Bewijs dat maar eens.’
Mensenhandel en kinderprostitutie
Feit blijft dat het Amerikaanse ministerie van Financiën Zhao Wei in 2018 heeft gesanctioneerd voor het leiden van een criminele organisatie die zich bezighoudt met ‘een reeks afschrikwekkende illegale activiteiten, waaronder mensenhandel en kinderprostitutie, drugshandel en handel in wilde dieren’.
Naarmate de naargeestige onthullingen van misdadige activiteiten in Thailand zich blijven opstapelen, groeien ook de zorgen over hoe Chinees geld – zowel legitiem als illegaal – Thaise burgers uit de markt kan stoten.
Recent stelde de Thaise regering voor om de wet te wijzigen zodat buitenlanders niet meer dan ongeveer een vijfde hectare land kunnen bezitten, maar dat wekte zo veel woede onder de bevolking dat het plan werd ingetrokken. De angst bestond dat de Chinese investeerders de prijs zo zouden opdrijven met hun gespeculeer, dat gewone Thai het financieel niet meer zouden kunnen bijbenen.
De hashtag #ChineseGreyBusinessMoney is al weken viraal op Thaise Twitteraccounts, waar de woede over de criminele activiteiten door buitenlanders toeneemt.
‘Hoe is het mogelijk dat deze mensen tientallen huizen konden kopen zonder argwaan te wekken?’ schreef een Twitter-gebruiker in een post die meer dan vijfduizend keer werd gedeeld. ‘Deze gasten gedragen zich in het hele land alsof het Thai zijn.’
Bannon lichtte Amerikanen op met ‘We Build The Wall’-campagne
Hoewel ‘Bannon aan vervolging leek te zijn ontsnapt dankzij een presidentieel pardon in 2021’, schrijft The New York Times, is de voormalige adviseur van voormalig president Donald Trump donderdag aangeklaagd wegens het oplichten van Amerikanen die wilden bijdragen aan de bouw van een muur op de grens tussen de Verenigde Staten en Mexico. Bannon wordt beschuldigd van het witwassen van geld, samenzwering en verduistering in verband met de particuliere campagne genaamd ‘We Build The Wall’, en riskeert volgens de krant ‘een maximumstraf van vijf tot vijftien jaar op de zwaarste aanklacht’.
Volgens de aanklagers in Manhattan sluisde Bannon meer dan 100.000 dollar aan donaties door naar de voorzitter van de organisatie, Brian Kolfage, die herhaaldelijk had beloofd geen salaris aan te nemen. Ook zou Bannon zich persoonlijk hebben verrijkt.
Peña Nieto mogelijk betrokken bij witwassen en corruptie
Het Mexicaanse Openbaar Ministerie heeft dinsdag aangekondigd dat het een onderzoek instelt naar voormalig president Enrique Peña Nieto ‘wegens vermogensdelicten, witwassen van geld en corruptie’, meldt El Universal. In het bijzonder zal het OM onderzoek doen naar mogelijke misdrijven waarbij de Spaanse bouwgigant OHL betrokken is.
De aankondiging komt bijna een maand na een rapport van de financiële inlichtingeneenheid van het ministerie van Financiën, waaruit bleek dat de voormalige president (2012-2018), die momenteel in Madrid verblijft, meer dan 1 miljoen dollar had ontvangen via illegale overmakingen. Peña Nieto ontkent elke illegale activiteit.
Particulieren die intieme filmpjes van pornosites willen verwijderen, of zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken kunnen voor een flinke som geld hun reputatie witwassen. Bedrijven als Eliminalia zetten dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen in om artikelen van het internet te laten halen.
Qurium, een organisatie die hostingdiensten levert voor mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke nieuwsmedia, kreeg in februari 2021 een lange e-mail van iemand wiens ondertekening de indruk wekte dat hij voor de juridische afdeling van de Europese Commissie werkte. In een mail vol juridisch jargon eiste deze ‘Raúl Soto’ dat er actie werd ondernomen tegen teksten op de door Qurium gehoste website The Elephant, een Keniaans platform voor onderzoeksjournalistiek. Het betreffende artikel ging over een onderzoek naar vermeende corruptie, maar dat was niet waar de mail van Soto over ging. Hij beweerde alleen dat het stuk inbreuk maakte op de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU (AVG), waarin geregeld is welke persoonsgegevens een website mag verzamelen en opslaan.
De medewerkers van Qurium vertrouwden het niet. Ze kwamen er al snel achter dat het postadres in de ondertekening niet het adres van de Europese Commissie was, maar van een commercieel kantoorpand in Brussel. In een openbare database zagen ze dat er rond dezelfde tijd bij verschillende zoekmachines een verzoek was ingediend om een artikel op The Elephant wegens plagiaat te verwijderen en uit de zoekindex te halen, zodat het niet meer op de eerste pagina’s van de zoektreffers zou voorkomen.
Het domein van waaraf Soto’s e-mail was verzonden, voerde Qurium naar het reputatiemanagementbedrijf Eliminalia, dat hoofdkantoren heeft in Barcelona en Kyiv en in 2013 is ingeschreven door de Spaanse ondernemer Diego ‘Dídac’ Sánchez. Eliminalia specialiseert zich in het van internet verwijderen van informatie. ‘We Erase Your Past, We Help You Build Your Future’ luidt hun slogan, waarbij ze ‘100 procent discretie’ beloven.
Documenten in het bezit van Rest of World werpen een nieuw licht op deze bedrijfstak en onthullen de werkwijze van Eliminalia en soortgelijke bedrijven, die dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen inzetten om artikelen van internet te laten halen waarin hun cliënten in verband worden gebracht met zaken als belastingontduiking, corruptie en drugshandel. Het voorbeeld van The Elephant is wellicht maar een van de duizenden.
Controle op informatie
Op basis van de metadata, de bestandsnamen en de interne informatie die deze documenten bevatten, waaronder contactgegevens en verwijzingen naar bedrijfsbeleid, hebben wij de indruk dat ze echt van Eliminalia afkomstig zijn. Naast namen van personen die als cliënt worden genoemd bevatten ze URL’s die deze cliënten van internet of uit zoekmachines wilden verwijderen. We hebben verschillende mensen en mediaorganisaties gesproken wier websites in de documenten worden genoemd, en zij bevestigden dat ze zijn benaderd door mensen die banden hadden met of werkten voor Eliminalia.
Tot de duizenden mensen die in de documenten als cliënt worden genoemd, behoren een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek, iemand die in Argentinië is aangeklaagd voor zijn rol in een piramidespel met cryptomunten, en mensen van overal ter wereld die zijn beschuldigd van corruptie. Allemaal willen ze blijkbaar graag informatie over zichzelf van internet verwijderd zien. De documenten bevatten 17.000 URL’s die het bedrijf tussen 2015 en 2019 namens de cliënten op de korrel heeft genomen. Het is niet duidelijk of dit de volledige klantenlijst van het bedrijf is, maar hij omvat in ieder geval personen en bedrijven uit Latijns-Amerika, Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Het illustreert hoezeer dit soort diensten voor de rijken der aarde een manier zijn geworden om controle uit te oefenen op de informatie die op internet te vinden is.
Magalis Camellón, het hoofd van Eliminalia’s juridische afdeling, schreef in een e-mail dat het bedrijf met geen van de in dit verhaal genoemde personen ‘een contractuele relatie’ had: ‘Helaas voeren concurrenten in naam van Eliminalia ongeoorloofde acties uit (DMCA) om ons bedrijf in een kwaad daglicht te stellen.’ DMCA, de Digital Millennium Copyright Act, is een Amerikaanse wet tegen copyrightschendingen op internet. Op grond van die wet kunnen rechthebbenden eisen dat bepaalde content van internet wordt verwijderd. Nadere details wilde Camellón niet geven.
Bekende cliënten en bedrijven betalen soms wel twintig- tot dertigduizend dollar
Sommige mensen die als cliënt in de documenten staan, zijn particulieren die intieme filmpjes van pornosites verwijderd willen hebben. Maar de dienst wordt toch vooral gebruikt door zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken. Uit een contract met een cliënt uit 2021 dat door ons is ingezien, blijkt dat het bedrijf voor het van internet halen en uit zoekmachines verwijderen van elke link 2500 euro vraagt. In 2016 zei Sánchez in een interview dat bekende cliënten en bedrijven soms wel twintig- tot dertigduizend dollar betalen. In de documenten is te zien dat sommige cliënten blijkbaar honderden artikelen en internetpagina’s willen laten verwijderen.
Een van de namen is Miguel Octavio Vargas Maldonado, die een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek blijkt te zijn. Bij zijn naam staan meer dan vijfhonderd links naar nieuwsartikelen, berichten op blogs en sociale media en YouTube-filmpjes die hij blijkbaar wilde laten weghalen. Het betrof veelal artikelen waarin vraagtekens werden gezet bij de manier waarop hij geld had ingezameld voor politieke campagnes, en ook beschuldigingen dat hij geld had gekregen van iemand die later zou worden veroordeeld wegens drugshandel. Sommige van de links op zijn lijst staan nog steeds online, maar bij andere stuit je nu op een 404-melding of ‘pagina niet gevonden’. Maldonado was niet bereikbaar voor commentaar. E-mails aan zijn partij, waarvan de website momenteel uit de lucht is, zijn gebouncet. Tijdens zijn ambtsperiode heeft hij altijd alles ontkend.
Ook staat in de documenten ene José Antonio Gordo Valero vermeld, die een aantal artikelen wilde laten verwijderen over de val van OneCoin, een in Bulgarije gevestigd bedrijf dat uiteindelijk een piramidespel met cryptomunten bleek te zijn en naar verluidt zo’n vier miljard dollar binnenharkte voordat het werd ontmaskerd. De oprichter, Ruja Ignatova, is ergens in 2017 van de radar verdwenen, maar werd in de VS bij verstek veroordeeld wegens witwassen, telefoonfraude en de beraming van effectenfraude. De ondernemer José Gordo kwam in 2015 bij OneCoin werken en zijn naam komt voor in een aanklacht tegen de OneCoin-zwendel in Argentinië. De artikelen die volgens de documenten op zijn wensenlijstje staan, bevatten verwijzingen naar zijn rol bij het bedrijf. We hebben Gordo meermaals om een reactie gevraagd, maar nooit antwoord gekregen.
Rechtse bewegingen
Een andere naam in de documenten is Diego Adolfo Marynberg. Dat lijkt de Marynberg te zijn die in verband wordt gebracht met de financiering van rechtse bewegingen, waaronder organisaties die ijveren voor de kolonisten in Israël. Er zijn ook rapporten waarin wordt beweerd dat zijn bedrijf een voorkeursbehandeling kreeg bij de uitgifte van miljoenen dollars aan Argentijnse staatsobligaties. Bij zijn naam staan meer dan 70 URL’s, waaronder pagina’s van de Israëlische kranten The Times of Israel en Haaretz en van Clarín, een van de grootste Argentijnse nieuwssites. Marynberg reageerde niet op een verzoek om commentaar en ook een bericht aan een van zijn op de Kaaimaneilanden gevestigde fondsen werd niet beantwoord.
De documenten bevatten ook veel links naar verhalen over Venezuela. Een van de namen is Majed Khalid Majzoub. Gezien de verhalen die deze man verwijderd wil hebben, is zijn naam vermoedelijk verkeerd gespeld en gaat het om Majed Khalil Majzoub, een invloedrijke zakenman die nauwe banden onderhoudt met de regeringen van verschillende landen, waaronder die van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. Bij de naam van Majzoub staan meer dan 180 URL’s, merendeels van onafhankelijke nieuwsorganisaties. Van de twee links naar artikelen in Der Spiegel levert de ene inmiddels een foutmelding op; de andere URL, die een artikel lijkt te beloven over de banden tussen Venezuela en Colombia, leidt nu naar een heel ander verhaal over Brexit. Majzoub was niet bereikbaar voor commentaar. Der Spiegel heeft niet gereageerd op onze vragen.
Een van de nieuwsbronnen die volgens de documenten geregeld op de korrel wordt genomen is Infodio.com, een site van de in Londen gevestigde Venezolaanse onderzoeksjournalist Alek Boyd. Boyd liet ons weten dat hij herhaaldelijk te maken heeft gekregen met valse claims van copyrightschendingen op grond van de DMCA, en dat hij berichten heeft gekregen waarin pr- en reputatiebedrijven met juridische stappen dreigen. Hij zegt dat hij in minstens twee gevallen benaderd is door mensen met een mailadres van Eliminalia die voor dat bedrijf zeggen te werken en die eisten dat hij een artikel zou verwijderen.
Organisaties die waken over de vrijheid van meningsuiting hebben al eerder aan de bel getrokken over het werk van Eliminalia voor Venezuela. In 2017 waarschuwde Freedom House in zijn jaarlijkse Freedom on the Net-rapport op basis van gegevens van Lisseth Boon van Runrun.es dat Eliminalia betrokken was geweest bij pogingen om ‘het blazoen op te poetsen’ van politici en zakenlui in dat land. Boyd zegt ook bij sociale media, opsporingsinstanties en toezichthouders aan de bel te hebben getrokken om hen op deze praktijken te wijzen, maar zonder succes. Hij zegt een tikje defaitistisch te worden van mensen met geld en macht die zulke reputatiebureaus inschakelen: ‘Als iedereen met een beetje geld zijn eigen werkelijkheid en de werkelijkheid die de wereld te zien krijgt kan veranderen, wat heeft het dan allemaal nog voor zin?’
De Mexicaanse politiek is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad
Verschillende klanten die in de documenten worden genoemd, lijken de dienst te hebben ingeschakeld om de schade te beperken die ze konden oplopen door de publicatie van de zogenaamde Panama Papers, waarin het gebruik van belastingparadijzen door politici en andere prominente personen van overal ter wereld aan het licht werd gebracht. Ook lijkt een aantal van hen, al dan niet bewust, bij Eliminalia te zijn beland via een ander reputatiemanagementbureau, ReputationUp, dat geregistreerd staat in Spanje en actief is in Latijns-Amerika. De topman van ReputationUp, Andrea Baggio, liet ons weten dat zijn bedrijf een ‘samenwerkingsverband’ met Eliminalia heeft gehad dat ‘op staande voet verbroken’ is. ‘We besloten geen zaken meer met hen te doen toen we beseften dat hun werkwijze niet strookt met onze opvattingen en onze gedragscode,’ zegt Baggio. Hij wilde niet zeggen op welke datum de samenwerking precies was beëindigd.
De documenten bevatten vooral ook een lange lijst namen uit Mexico. Meer dan tweeduizend van de voor verwijdering voorgedragen links stonden op de verlanglijst van cliënten uit dat land, onder wie zakenlui en mensen met politieke connecties die artikelen wilden laten weghalen bij grote nieuws-organisaties als La Jornada en Proceso. Volgens de Mexicaanse nieuwssite Animal Político is Eliminalia sinds 2015 in Mexico actief. Een jaar later pochte Sánchez in een interview al dat hij er vierhonderd klanten had.
Uit de roulatie
De manier waarop een onderzoek van de site Página 66 werd weggehaald, illustreert dat bedrijven zoals Eliminalia weleens verantwoordelijk kunnen zijn voor een patroon waarin Mexicaanse onderzoeksjournalistiek plotseling en zonder enige verklaring uit de roulatie werd gehaald. In januari 2018 publiceerde Página 66 een verhaal over lokale bestuurders die het op een akkoordje hadden gegooid met een dochter van de Grupo Altavista, een conglomeraat met belangen in de infrastructuur, cybersecurity en bewakingstechnologie. Enkele maanden later kreeg Página 66 van zijn hostingprovider te horen dat er op grond van dat artikel een klacht tegen hen was ingediend wegens schending van intellectueel eigendom. Er volgden meer aanmaningen, met juridisch klinkende e-mails, dreigende berichten op sociale media en meer, om met een beroep op de DMCA het artikel van de site te krijgen. Daar staat het nu ook niet meer op. Op een verzoek om commentaar heeft Página 66 niet gereageerd.
De link naar het betreffende artikel op hun site staat in de documenten die wij hebben ingezien, evenals een link naar een verklaring over deze kwestie van Article 19, een organisatie die zich inzet voor transparantie. Die tekst staat op het moment van schrijven nog wel online. De persoon voor wie Eliminalia de links moest weghalen is volgens de documenten Humberto Herrera Rincón Gallardo. Herrera is een zogenaamde expert in ‘personal branding’ en volgens zijn website wordt hij in de zakelijke pers van Mexico vaak geciteerd over het thema reputatiemanagement. Herrera zou volgens de documenten ook hebben gevraagd om het weghalen van verschillende artikelen over de Grupo Altavista. Verder komt zijn naam voor in een tegen Página 66 ingediende klacht over copyrightschendingen. Ondanks herhaalde verzoeken om commentaar hebben Herrera en Altavista niets van zich laten horen.
Priscilla Ruiz, de juridisch coördinator voor digitale rechten bij de Mexicaanse afdeling van Article 19, moet lachen als ze te horen krijgt dat die pagina van hun organisatie in de documenten voorkomt, maar ze klinkt ook vrij gelaten. ‘Zo gaat dat hier,’ zegt ze. Het wijdverbreide gebruik van diensten als Eliminalia in Mexico baart haar zorgen. De politiek van het land is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad. En nu kunnen machtige mensen op deze manier proberen schandalen uit hun verleden in de doofpot te stoppen en hun blazoen op te poetsen, zodat het voor de kiezer moeilijker wordt om ze af te rekenen op wangedrag of corruptie. ‘Journalisten zijn de enige bron [van informatie],’ zegt ze. ‘Informatie zoals [Página 66] die publiceerde is belangrijk voor ons, om te kunnen zien hoe het bedrijfsleven invloed uitoefent op de politiek.’
Selfmade man
Eliminalia werd in Spanje opgericht door Sánchez en maakt deel uit van de Maidan Holding, de in Kyiv en Barcelona gevestigde holding waarin Sánchez zijn zakelijke belangen heeft ondergebracht. Op de website van Maidan wordt hij beschreven als een selfmade man die in zijn jeugd is weggehaald bij zijn ouders en nooit gestudeerd heeft, maar desondanks al op jonge leeftijd zijn eerste bedrijf opzette. ‘In korte tijd ontpopte “Dídac” Sánchez zich al op zijn vijfentwintigste tot een voorbeeld voor jonge ondernemers,’ staat er te lezen. Op Instagram heeft hij meer dan 40.000 volgers.
De site van Maidan staat vol wand-tegelteksten als ‘Verantwoordelijkheid moet je niet geven, maar nemen’ en ‘Kleine dingen leiden tot grotere’. Sánchez heeft ook een stichting die zich inzet voor de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting in Spanje. De holding telt verder onder meer een vruchtbaarheidskliniek met betaalde draagmoeders, een nog op te richten kliniek voor cosmetische chirurgie, een betaaldienst en verschillende pr- en reputatiemanagementbedrijven, waaronder dus Eliminalia.
Reputatiemanagement is een sector die de afgelopen tien jaar enorm is gegroeid, dankzij de opkomst van nieuwe wetten over het ‘recht op vergetelheid’ (zoals de Europese AVG, die particulieren enige zeggenschap moet geven over de gegevens die online over hen te vinden zijn) en de enorme behoefte om sporen van vroegere misstappen van internet te halen. De sector gedijt mede dankzij de effectiviteit, het gemak en de lage kosten-drempel van het indienen van een klacht op grond van de Amerikaanse DMCA. Het ontbreekt hostingproviders vaak aan de middelen en de bereidheid om elke klacht diepgaand te onder-zoeken, terwijl ze volgens die wet wel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor medeplichtigheid aan de copyrightschending, als die uiteindelijk wordt bewezen – en dan kan het in de papieren lopen. Daarom voldoen ze vaak maar gewoon aan het verzoek om iets weg te halen.
‘En wat nou bijna magisch is: zodra ze dat doen, is de hostingprovider klaar. Die heeft dan zijn straatje schoongeveegd en kan nergens meer verantwoordelijk voor worden gehouden,’ zegt Adam Holland, hoofd van de Lumen database, een project van het Berkman Klein Center for Internet & Society aan Harvard University, dat DMCA-verzoeken bijhoudt. ‘Je wordt alleen maar gestimuleerd om het weg te halen. Want waarom zou je moeilijk doen? Dan kun je juridisch aansprakelijk worden gesteld, terecht of niet.’ Sommige zoekmachines en grotere hostingbedrijven wijzen dergelijke verzoeken weleens af, maar ‘aan de overweldigende meerderheid wordt nog steeds bijna onmiddellijk gehoor gegeven’, zegt Holland.
Legitieme redenen
Er kunnen natuurlijk legitieme redenen zijn om een klacht in te dienen over inbreuk op je auteursrecht of om een reputatiemanagementbureau in te schakelen, maar het kan ook worden misbruikt om bewijzen van eerdere misstappen te verdoezelen.
Toen Qurium zich over de bovengenoemde klacht van Eliminalia tegen The Elephant boog, leek de aantijging van plagiaat aanvankelijk te kloppen. De tekst van het betreffende artikel bleek ook te vinden op verschillende andere websites, allemaal met domeinnamen die de indruk wekten dat het om Afrikaanse nieuwssites ging en een publicatiedatum die de indruk wekte dat deze artikelen eerder waren gepubliceerd dan het origineel. Maar die sites stonden op servers van het bedrijf World Intelligence Limited in het Engelse Manchester. En Sánchez staat in het Britse handelsregister vermeld als de enige directeur van World Intelligence Limited.
John Githongo, een ervaren anticorruptieactivist en de uitgever van The Elephant, liet ons weten dat het een kleine organisatie als de zijne veel tijd en geld kan kosten om zich tegen zo’n klacht te verweren. En dat is volgens hem ook precies de bedoeling. ‘Zij bereiken hun doel al door je bezig te houden en je te dwingen geld uit te geven dat je niet hebt,’ zegt hij. Volgens Githongo zijn die reputatiemanagementbedrijven in de manier waarop ze te werk gaan ‘in feite net afpersers die met een zogenaamd beroep op westerse wetgeving proberen jou van publicatie te weerhouden’.
Volgens Tord Lundström, hoofd digitale forensische techniek bij Qurium, zijn de nepsites ter ondersteuning van een klacht over copyrightschendingen inmiddels alweer veel geraffineerder en moeilijker te ontmaskeren. Ze hebben al meer dan tweehonderd nieuwe domeinnamen gevonden die volgens hen zijn opgezet door aan Eliminalia gelieerde bedrijven om DMCA-claims te ondersteunen of zoekresultaten te manipuleren. Eliminalia heeft niet gereageerd op vragen over dat nieuwe netwerk van websites en over de beschuldiging dat het misbruik maakt van het DMCA-proces.
‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden’
Volgens Lundström is er dringend behoefte aan regelgeving voor de reputatiemanagementsector. Want hiervoor waren de DMCA en de AVG niet bedoeld. Maar zowel in de VS als in Europa hebben politiek en rechtspraak nog geen grote stappen gezet om deze sector aan te pakken. ‘Valse namen gebruiken, ongegronde DMCA-klachten, teksten van internet halen: er wordt misbruik gemaakt van het recht op vergetelheid. Een gerechtshof moet eens met een duidelijke uitspraak komen dat het recht op vergetelheid niet bedoeld is om het blazoen van [corrupte] mensen op te poetsen,’ zegt hij. Nu lijkt het recht om je verleden van internet te wissen soms voor-behouden aan een klein groepje rijkelui. ‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden.’
Om überhaupt een reputatie te krijgen online bestaat een wildgroei aan bedrijven die voor een aanzienlijk honorarium een socialmediaplan opstellen waarmee u of uw onderneming boven aan een zoekmachine komt te staan. De klantenkring van deze commerciële branche bestaat vooral uit grote merken en beroemdheden, laten we zeggen partijen met voldoende budget om het digitale reputatiemanagement voortdurend bij te houden. Want dat loopt in de papieren.
Maar stel dat die jarenlange opgebouwde naam en faam opeens nogal slecht uitkomen? Zakenlui en politici kunnen daar bijvoorbeeld nog wel eens last van hebben. In eigen land worstelde een actrice met een filmpje dat viraal ging, wat he-le-maal niet de bedoeling was. Probeer die digitale sporen maar eens uit te wissen.
Wat de witwassers met geen mogelijkheid weggewassen krijgen is dat er gewassen wordt
Wereldwijd zijn er in de afgelopen jaren talloze witwasbedrijven uit de grond gestampt die voor 2500 dollar een onwelgevallige url van het web kunnen halen. Sinds 2014 hebben inwoners van de Europese Unie namelijk ‘het recht om vergeten te worden’, wat betekent dat ze bij Google een nogal omslachtig verzoek moeten indienen om privacy-gevoelige desinformatie over zichzelf te laten verwijderen. Daar wordt door particulieren vrijwel geen gebruik van gemaakt omdat de criteria die Google hanteert nogal complex zijn en veel tijd in beslag nemen. Commerciële bedrijven zagen een gat in de markt en boden hun diensten aan om straatjes schoon te vegen. De vraag rijst dan al snel of het ethisch te verantwoorden is, en waar die grens dan ligt. En wie dat bepaalt.
Het zal niemand verbazen dat de moraal in deze bedrijfstak ver te zoeken is, ‘ja hoor ’ns even, we zijn geen rechters’, en dat zijn ze inderdaad niet. Of de werkwijze van de door Rest of World op de korrel genomen witwasserette Eliminalia (sinds 2013 met hoofdkantoren in Barcelona en Kyiv) door de beugel kan, valt te betwijfelen. Copyrightclaims en loze juridische aanmaningen inzetten om artikelen van internet te laten halen waarin cliënten in verband worden gebracht met belastingontduiking, corruptie en drugshandel, mag dat?
Nog wel. Terwijl het recht om vergeten te worden een recht is voor iedereen die zijn of haar naam wil zuiveren, blijkt uit documenten dat het toch vooral corrupte politici zijn die soms honderden artikelen en internetpagina’s voor grof geld willen laten verwijderen. Wat de witwassers met geen mogelijkheid weggewassen krijgen, is dat er gewassen wordt. Hoewel ze daar in sommige landen een uitgebreid wapenarsenaal voor hebben.
Juan Carlos lag onder vuur vanwege illegale commissies
Zwitserland sluit het onderzoek naar de tegoeden van de voormalige Spaanse koning Juan Carlos. ‘Dit is het einde van de rechtsgang’ in een zaak ‘die Spanje op het puntje van zijn stoel heeft gehouden’, vat Tribune de Genève samen. Na een onderzoek van drie jaar heeft de rechtbank van Genève de zaak betreffende de tegoeden van de voormalige monarch, waaronder 100 miljoen dollar die door Saoedi-Arabië zijn betaald, gesloten.
De rechters hadden een strafzaak geopend wegens ‘witwassen met verzwarende omstandigheden’
Op 6 augustus 2018 hadden de rechters een strafzaak geopend wegens ‘witwassen met verzwarende omstandigheden’, nadat verschillende media hadden gemeld dat de voormalige koning van Spanje illegale commissies had ontvangen. Vermoed werd dat deze financiële transacties iets te maken hadden met zakendeals die Spaanse bedrijven sloten in Saoedi-Arabië. Zo kreeg de Spaanse spoorwegindustrie een contract voor de aanleg van een hogesnelheidsspoorlijn tussen de steden Medina en Mekka.
Het Openbaar Ministerie kondigde maandag aan de zaak te seponeren omdat ‘het onderzoek onvoldoende heeft aangetoond dat er een verband bestaat tussen het uit Saoedi-Arabië ontvangen geld en het sluiten van contracten voor de aanleg van de hogesnelheidstrein’.
De familie van de Azerbeidzjaanse president Ilham Aliyev verrijkte zichzelf in het geheim door middel van een uitgebreid netwerk van offshorebedrijven, die in handen waren van een klein groepje vertrouwelingen, zo blijkt uit de Pandora Papers.
Onderzoeksplatform OCCRPdook in de Pandora Papers, die begin oktober van dit jaar werden geopenbaard, en ontdekte dat drie kinderen en twee naaste medewerkers van Ilham Aliyev, president van Azerbeidzjan, geheime offshorebedrijven gebruikten om luxueuze penthouses, commerciële kantoorruimte en zelfs een oude taverne in het hart van Londen te verwerven. De eigendommen werden beheerd door een onderling verbonden netwerk van vierentachtig offshorebedrijven.
‘Al eeuwenlang is Londen een van ’s werelds topbestemmingen om te winkelen, te dineren en te genieten van het goede leven. En de onroerendgoedhausse van de afgelopen decennia heeft het aanbod aan aantrekkelijke mogelijkheden alleen maar uitgebreid.
Woningbouwprojecten met namen als The Knightsbridge en Thornwood Gardens verrezen op een steenworp afstand van warenhuis Harrods en het wereldberoemde Hyde Park. Soms, als dergelijke projecten van eigenaar wisselden, haalden de tientallen miljoenen ponden die ermee gemoeid waren het nieuws.
Maar deze indrukwekkende gebouwen in de Britse hoofdstad hebben één ding gemeen, iets wat zelfs goed ingevoerde lokale vastgoedjournalisten niet weten: ze zijn of waren eigendom van mensen die uiterst dicht bij de dictatoriale president Ilham Aliyev van Azerbeidzjan stonden.’
Dat schrijven OCCRP-journalisten Miranda Patrucic, Ilya Lozovsky, Kelly Bloss, and Tom Stocks in een artikel waarin ze de geheime Britse vastgoedbelangen van de familie Aliyev ter waarde van miljoenen euro’s ontrafelen.
Verborgen vastgoed
De twee dochters van Aliyev, zijn zoon, zijn schoonvader en twee naaste zakenpartners van de familie bezaten op het hoogtepunt onroerend goed in Londen met een waarde van maar liefst 429 miljoen Britse pond, ruim een half miljard euro. Daaronder bevonden zich prominente historische gebouwen, commercieel vastgoed en luxeappartementen in prestigieuze buurten. Het eigendom van dit vastgoedimperium bleef jarenlang systematisch verborgen achter offshorebedrijven met generieke namen als Sheldrake Six en Fliptag Investments.
Maar dankzij de Pandora Papers, het lek van offshoredocumenten die in handen kwamen van het International Consortium of Investigative Journalists (ICIJ) en dat werd gedeeld met OCCRP en andere media, hebben verslaggevers de sluier van geheimhouding die deze bedrijven omringt, kunnen doorbreken.
In totaal ontdekte OCCRP op de Britse Maagdeneilanden vierentachtig geregistreerde, voorheen onbekende offshorebedrijven die sinds 2006 eigendom zijn van de familie Aliyev en hun medewerkers.
De bedrijven lijken te werken als een hecht systeem: keer op keer blijkt uit de gelekte gegevens dat ze op dezelfde dag documenten indienen of van directeur veranderen. Binnen dezelfde kleine groep mensen wisselden eigenaars en bestuurders regelmatig van functie.
Zijn zoon Heydar nam zijn eerste offshorebedrijf over toen hij nog op de lagere school zat
Een aantal van de bedrijven werd opgericht tijdens de eerste termijn van Ilham Aliyevs presidentschap, dat in 2003 begon. Hij is nu ver in zijn vierde termijn, als hoofd van een steeds autocratischer regime dat leunt op het gevangenzetten van journalisten, advocaten en activisten, frauduleuze verkiezingen en massale corruptie.
Zijn zoon Heydar nam zijn eerste offshorebedrijf over toen hij nog op de lagere school zat. Zijn dochter Arzu, die psychologie studeerde in Londen, was net negentien geworden toen ze er zelf een kocht.
Behalve wat vage omschrijvingen als ‘een rekening openen’ of ‘handel drijven in Azerbeidzjan en Europa’, is het onduidelijk wat deze bedrijven doen, maar één ding is wel duidelijk: ze bezitten enorme hoeveelheden eigendom in de Britse hoofdstad en daarbuiten.
Verslaggevers ontdekten dat ten minste acht van die bedrijven miljoenen dollars in contanten ontvingen van enorme witwas- en overdrachtssystemen die al eerder door OCCRP waren ontdekt, waaronder de Azerbeidzjaanse, Russische en Trojka-witwaspraktijken. De oorsprong van het ontvangen geld is onbekend; van deze systemen is bekend dat ze zowel legitieme als onwettige fondsen hebben verwerkt.
Terwijl sommige van deze offshorebedrijven de afgelopen jaren zijn gesloten en sommige van hun eigendommen zijn verkocht, droegen de Aliyevs in 2017 bijna 150 miljoen euro aan onroerend goed over aan een geheime trust die werd opgezet en gecontroleerd door de schoonvader van de president.
Schaamteloos
De heerschappij van de familie Aliyev over Azerbeidzjan begon met Ilhams vader Heydar Aliyev, een doorgewinterde Sovjetfunctionaris die de controle over het land overnam twee jaar nadat het in 1991 onafhankelijk werd.
De oudere Aliyev was een autoritaire leider en onder zijn toezicht begon Azerbeidzjan zich te ontwikkelen tot een corrupte oliestaat. Maar zijn regime was anders dan dat van zijn zoon.
‘Heydar Aliyev handhaafde een zeer strikte controle op corruptie’, aldus Richard Kauzlarich, de Amerikaanse ambassadeur in Azerbeidzjan tussen 1994 en 1997. ‘Hij was zeker niet zo schaamteloos als Ilham, zijn vrouw Mehriban en hun families tegenwoordig zijn. Ik bedoel, die doen het eigenlijk allemaal voor zichzelf.’
De verandering begon nadat Ilham in 2003 het presidentschap bekleedde. Binnen een paar jaar was zijn jongste dochter Arzu, slechts negentien jaar oud, al aandeelhouder van Strahan Holding and Finance, een offshorebedrijf met een Zwitserse bankrekening dat drie appartementen verwierf ter waarde van 6 miljoen euro in de Londense wijk Knightsbridge.
De dochter van een president had onmiddellijk extra waakzaamheid en aandacht moeten wekken bij Trident Trust, de offshore dienstverlener die het bedrijf voor haar opzette. Maar het was pas drie jaar later, in 2009, dat Trident Trust een in Londen gevestigd due diligence-bureau de opdracht lijkt te hebben gegeven om haar antecedenten te onderzoeken. Een rapport van het bedrijf dat in de gelekte gegevens opduikt, verklaart waarom geld dat met de jonge vrouw is verbonden, als potentieel verdacht moet worden beschouwd.
Trident Trust had al minstens zestien offshorefirma’s voor Arzu Aliyeva opgericht
In het rapport staat verder dat ‘als een klant een relatie met Arzu Aliyeva wil aangaan, elke transactie waarbij zij betrokken is, moet worden onderworpen aan uitgebreid en grondig onderzoek en verificatie’.
Maar op dat moment was zo’n relatie al lang gevestigd: Trident Trust had al minstens zestien offshorefirma’s voor Arzu Aliyeva opgericht. Naast de drie appartementen in het Londense Knightsbridge hadden deze firma’s een penthouse in hetzelfde gebouw en groot commercieel vastgoed in Roemenië verworven.
In hetzelfde jaar nam Trident Trust ook Arzu’s oudere zus Leyla en haar elfjarige broer Heydar aan als klant: Leyla werd eigenaar van een door Trident bestuurd bedrijf met een groot kantoorgebouw in de buurt van het wereldberoemde Regent Street in Londen, terwijl de jonge Heydar de ‘verhuurder’ werd van een restaurant met een Michelinster, een kunstgalerie en het hoofdkantoor van Condé Nast.
In een reactie op vragen van verslaggevers schreef een vertegenwoordiger van Trident Trust dat ‘alle trust- en zakelijke dienstverleningsbedrijven van Trident opgezet zijn volgens de regels die gelden in het rechtsgebied waar ze actief zijn en zich volledig committeren aan naleving van alle geldende regels. Trident werkt samen met elke bevoegde autoriteit die om informatie vraagt.’ Maar, voegde de dienstverlener eraan toe, ‘Trident bespreekt zijn klanten niet met de media’.
Carrières in de kunst en de media
In 2010 onthulden OCCRP en andere media al de rijkdom van de kinderen van Aliyev. Deze verhalen over offshore-imperiums, mijn- en telecommunicatiebedrijven stonden in schril contrast met hun ogenschijnlijke carrières in de kunst en de media.
Arzu studeerde psychologie in Londen en maakte verschillende documentaires. Ze is nu voorzitter van een mediaproductiebedrijf in Bakoe, verder is er weinig bekend is over haar leven.
Haar oudere zus Leyla trouwde met een Russische popzanger en woonde enkele jaren in Moskou, waar ze een glossy cultuurtijdschrift oprichtte. Ze was ook nog filmproducent, werkzaam in de kunstwereld, diende als vicepresident van een liefdadigheidsinstelling en schreef zelfs een ode aan haar overleden grootvader die terechtkwam in een leerboek voor basisschoolkinderen.
Het minst is bekend over Heydar, de waarschijnlijke opvolger van zijn vader. Hij studeerde in 2018 af aan de Azerbeidzjaanse Diplomatieke Academie, die wordt geleid door de oom van zijn moeder.
Sleutelfiguren
Gezien de jonge leeftijd van de kinderen van Aliyev en hun gebrek aan aantoonbare zakelijke ervaring, en gezien het officiële inkomen van hun vader, rijst natuurlijk de vraag waar hun enorme sommen geld vandaan komen. Voordat Ilham Aliyev president werd, was hij vicepresident van SOCAR, de staatsoliemaatschappij van Azerbeidzjan. Zijn huidige verdiensten als president zijn niet bekend, maar zijn laatst gepubliceerde officiële salaris, in 2015, was ongeveer 200.000 euro per jaar.
Noch Aliyev, noch zijn vrouw, Mehriban, hebben ooit inzage in hun vermogen gegeven en de Azerbeidzjaanse wet vereist niet dat ze dit doen, ook al verstrekten enkele andere presidentskandidaten dergelijke informatie wel vrijwillig.
Op zoek naar verklaringen voor hun rijkdom hebben journalisten jarenlang onderzoek gedaan naar de connecties tussen de familie Aliyev en de oligarchen die rijk zijn geworden in Azerbeidzjan onder het bewind van Ilham.
Twee sleutelfiguren, beide voormalig functionarissen van het ministerie van Belastingen, kwamen daarin naar voren: Fazil Mammadov en Ashraf Kamilov. Zij zijn verbonden met de presidentiële familie van Azerbeidzjan via een zakenconglomeraat genaamd AtaHolding, dat een waarde heeft van honderden miljoenen dollars en dat onder meer belangen in bank-, bouw- en verzekeringswezen heeft.
Mammadov nodigde de familie Aliyev uit om deel te nemen in het bedrijf, waardoor de basis werd gelegd voor een innig zakelijk en politiek partnerschap
Als onderdeel van onderzoek van de Panama Papers liet OCCRP zien dat het bedrijf, dat Mammadov startte en dat Kamilov zou gaan leiden, werd opgericht maanden vóór de verkiezingen die de heerschappij van Aliyev zouden bestendigen. Ook werd aangetoond hoe Mammadov de familie Aliyev uitnodigde om deel te nemen in het bedrijf, waardoor de basis werd gelegd voor een innig zakelijk en politiek partnerschap.
Dus hoewel de exacte bronnen van het fortuin van de familie Aliyev onbekend zijn, is het duidelijk dat hun financiële succes verweven is met dat van AtaHolding en zijn scheppers. De Pandora Papers laten zien dat Kamilov nauwer verweven is met het offshore-imperium van de familie Aliyev dan iemand ooit heeft beseft.
Hij komt voor in vijfendertig van de vierentachtig offshorebedrijven die worden onderzocht, waaronder tien waarin hij en leden van de familie beide als aandeelhouders opduiken. In drie gevallen was het Kamilov die een bedrijf op de Britse Maagdeneilanden verwierf, waardevol onroerend goed vergaarde en dat vervolgens overdroeg aan de familie Aliyev.
Een andere belangrijke figuur in deze structuren is Gafar Gurbanov, een voormalig ambtenaar van het ministerie van belastingen die ook als voorzitter van AtaHolding heeft gediend. Hij was directeur van de meeste van de vierentachtig met elkaar verweven offshorebedrijven.
Veel van de activiteiten van de bedrijven zijn onbekend, maar uit documenten van hun beheerder, Trident Trust, blijkt dat sommigen zijn opgericht voor het bezit van bankrekeningen in Zwitserland en Tsjechië. Anderen worden aangemerkt als investeringsvehikels of handelsondernemingen. Enkele bezaten werkende bedrijven in Azerbeidzjan.
Bekend is is dat sommigen van hen waardevolle activa bezaten: in totaal tientallen vastgoedprojecten, bijna uitsluitend in Londen, met op hun hoogtepunt een waarde van 510 miljoen euro. De meeste ervan werden contant betaald.
Een van de meest opmerkelijke gevallen betreft zoon Heydar, die vier gebouwen in Maddox Street in Mayfair bezat toen hij nog maar elf jaar oud was.
Het duurste vastgoed van een lid van de familie Aliyev was een commercieel vastgoedproject aan Conduit Street, dat door Kamilov werd verworven voor 42,2 miljoen euro en dat enkele weken later werd overgedragen aan Arzu Aliyeva, die toen tweeëntwintig jaar oud was.
Een kwart miljard euro
En dan is er natuurlijk nog het vastgoedproject Holborn Links, met een waarde van bijna een kwart miljard euro, dat zich over verschillende blokken in het hart van Londen uitstrekt. Het omvat een historische pub genaamd Bloomsbury Tavern op een steenworp afstand van het British Museum. Voordat het in 2016 werd verkocht, was de ontwikkeling in handen van een bedrijf dat eigendom was van Kamilov.
In de meeste gevallen bevatten de uitgelekte documenten van Pandora Papers geen informatie over hoe geld het offshore-imperium van de Aliyevs en hun medewerkers binnenkwam.
Maar in 2013 ontving het bedrijf dat later Holborn Links kocht, Perez International, meer dan 1,2 miljoen dollar van Westburn Enterprises, een van de drie belangrijkste lege vennootschappen in het hart van het Russische witwas- en transfersysteem van 20 miljard dollar. Drie andere Kamilov-bedrijven ontvingen ook geld van Westburn, zo’n 16,6 miljoen dollar aan Russische witwasoperaties. En zo zijn er nog een aantal witwasoperaties die in de miljoenen lopen.
2015 markeert het begin van een financiële crisis voor Azerbeidzjan, met dalende olieprijzen en massale devaluatie van de munt
Na jaren van gestage vermogensopbouw lijkt het erop dat de zaken rond 2015 een hoogtepunt hebben bereikt. Dat jaar markeert het begin van een financiële crisis voor Azerbeidzjan, met dalende olieprijzen en massale devaluatie van de munt. Gewone Azeri’s leden er het meest onder, maar zelfs de elite van het land begon te vechten om een steeds kleiner wordende taart. AtaBank, een belangrijk onderdeel van AtaHolding, ging enkele jaren later failliet.
Het offshore-imperium van de Aliyevs en hun medewerkers lijkt ook getroffen te zijn. Veel van hun bedrijven raken in onbruik want ze zijn blijkbaar niet meer nodig. Drie van hun commerciële investeringen, waaronder het enorme vastgoedproject Holborn Links, worden verkocht.
Maar ze verkochten niet alles, verre van dat. Kamilov en Gurbanov behielden een aanzienlijk deel van hun bezit. En de Aliyevs droegen 191 miljoen dollar aan eigendommen over, waaronder het luxeappartement in Knightsbridge waar de Aliyevs dochters lijken te wonen, naar een geheime familietrust die werd beheerd vanuit het eiland Man.
Blijkbaar om het spoor te verhullen, werden de bedrijven die deze eigendommen bezaten eerst overgenomen door de bejaarde schoonvader van Ilham Aliyev, Arif Pashayev, nu zevenentachtig. Hij bracht ze vervolgens over naar een ander bedrijf, dat als enige doel had ze te verwerven en ze vervolgens onder te brengen in de trust.
Door deze manoeuvres leek het alsof de eigendommen waren overgedragen. Als niet dat ene document door journalisten was aangetroffen in de Pandora Papers, waren de eigendommen uit het zicht van het publiek verdwenen in de trust, die wordt beschermd door de strikte wetten rond bedrijfsgeheim van het eiland Man. Maar Pashayev diende een aangifteformulier in bij Trident Trust toen hij de eigendommen verplaatste, waarbij hij de waarde van de activa van de trust schatte op een slordige 120 miljoen euro en aangaf dat hij de bron van het geld was. Dat is waar het spoor van de eigendommen doodloopt.
In een van de laatste documenten in de Pandora Papers waarvan bekend is dat ze betrekking hebben op de familie Aliyev en hun medewerkers, vraagt Trident Trust om meer informatie over Arzu Aliyeva van haar zaakvoerders:
‘Tijdens onze gebruikelijke, doorlopende screening, werd de uiteindelijk gerechtigde van bovengenoemde bedrijven aangegeven als Politiek Prominent Persoon’, aldus een e-mail van november 2018. ‘Het betreft de dochter van de president van de nationale regering van Azerbeidzjan. We hebben de volgende documenten nodig om te voldoen aan onze vereiste voor verscherpte due diligence: bankreferentie, professionele referentie, cv.’
De zaakvoerders van Aliyeva antwoordden dezelfde dag en voegen een oude referentie van Aliyeva’s bank in Azerbeidzjan bij. ‘Mevrouw Arzu Aliyeva staat al meer dan tien jaar goed bekend bij ons’, staat in het antwoord. ‘We beschouwen bovengenoemd persoon als betrouwbaar en zijn ervan overtuigd dat ze geen enkele verplichting zal aangaan die ze niet zal kunnen nakomen.’
Het Italiaanse dagblad Il Sole 24 Ore onderzocht hoe de ’Ndrangheta haar tentakels over de hele wereld heeft uitgestrekt. Zo is Rotterdam een een belangrijke aanvoerlijn voor de cocaïnehandel in Europa.
Dit artikel verscheen eerder in #176
Woensdag verscheen het eerste artikel van dit tweeluik over de ’Ndrangheta. Op 13 januari begon het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen deze Calabrese ‘familie’.
Sanne de Boer, auteur van het onlangs verschenen Mafiopoli, over het proces:
Op 13 januari begon in een speciaal gebouwde bunker het grootste maffiaproces van de afgelopen dertig jaar tegen de ‘Ndrangheta, tegen maar liefst 355 verdachten. Het proces kreeg de naam Rinascita, ‘Wedergeboorte’, als een gebaar naar de bewoners van de prachtige regio Calabrië, die gebukt gaat onder de verstikkende invloed van de clans.
Het gigantische strafproces is op een andere manier hoopgevend dan het succesvolle maxiproces tegen de Siciliaanse maffia van eind jaren tachtig, omdat in Rinascita niet de top van de Calabrese Ndrangheta terechtstaat, zoals tien jaar geleden in het proces Crimine, maar het uitgebreide netwerk van een aantal machtige clans, waarvan de Mancuso-clan uit Vibo Valentia de belangrijkste is. Opvallend aan het aangeklaagde netwerk is het grote aantal witte boorden (ondernemers, lokale, regionale en nationale politici en bestuurders, en zelfs politiecommandanten) en de nationale en internationale reikwijdte.
Zo vonden de arrestaties eind 2019 niet alleen plaats in elf verschillende Italiaanse regio’s, maar ook in Duitsland, Zwitserland en Bulgarije. Het is illustratief voor de ‘Ndrangheta-succesformule: infiltratie in alle lagen van de Italiaanse maatschappij, en een steeds steviger voet aan de grond in het buitenland.
Als het megaproces slaagt, kan dat hoopgevend zijn voor Calabrië – maar let wel: alleen als het bewustzijn over de invloed van de Ndrangheta ook in de rest van Europa groeit.
Sanne de Boer woont als Nederlandse journaliste sinds eind 2006 deels in Calabrië en is auteur van het onlangs verschenen boek Mafiopoli: Een zoektocht naar de ’Ndrangheta, de machtigste maffia van Italië (zie ook onder aan dit artikel).
Rijker dan Deutsche Bank, met een hogere omzet dan McDonald’s: over de ’Ndrangheta doen veel duistere verhalen de ronde, maar het meest genoemd worden de fabuleuze inkomsten van de organisatie.
In de praktijk is het schatten van de winst van een criminele organisatie een onderneming vol valkuilen en onzekerheden: moeten alleen de vruchten van clandestiene operaties worden meegerekend, of ook die van de legale activiteiten die, helaas, plaatsvinden onder toezicht van de maffiaclan? De nationale maffia-aanklager Federico Cafiero de Raho heeft verklaard dat in de Italiaanse maffiabusiness jaarlijks in totaal 420 miljard euro omgaat, waarvan 220 miljard in de illegale economie. Er wordt voor ongeveer 97 miljard aan belasting ontdoken, en de drugshandel alleen is al goed voor een omzet van 60 miljard.
’Ndrangheta
De oorsprong van het woord is aan discussie onderhevig. Het zou kunnen zijn afgeleid van het Griekse andragatos, dat met ‘moedige man’ of ‘verdienstelijk man’ kan worden vertaald.
Deze maffiaorganisatie, zoals de Siciliaanse Cosa Nostra en de Napolitaanse Camorra, ontwikkelde zich in de tweede helft van de negentiende eeuw en trok daarbij profijt uit de nieuwe machtsdynamiek die was ontstaan door de Italiaanse eenheid (1861). Het staat niet vast op welk moment de ’Ndrangheta ontstond, maar de maffiaclan uit Calabrië heeft zijn eigen ontstaansmythe. Hij voedt de ‘legende’ dat zijn wortels teruggaan tot de vijftiende eeuw. In die tijd ontvluchtten drie Spaanse edellieden, Osso, Mastrosso en Carcagnosso het Iberisch schiereiland nadat hun zuster was verkracht, en zij emigreerden naar het zuiden van Italië. Het drietal ging vervolgens uiteen en stichtte, ieder voor zich, de Siciliaanse maffia, de Camorra in Napels en de ’Ndrangheta in Calabrië.
’Ndrina en locale
De maffia uit Calabrië organiseert zich in zogeheten ’ndrine in verschillende gebieden.
Een ’ndrina is dus een soort lokale afdeling van de ’Ndrangheta, die beschikt over een grote mate van zelfstandigheid in het regelen van zijn zaken. Elke ’ndrina is gewoonlijk verbonden met een maffiafamilie, die haar naam aan de afdeling geeft.
Een locale is een een onderdeel van de ’Ndrangheta waarin verschillende ’ndrine zijn verenigd die in eenzelfde wijk, eenzelfde stad of eenzelfde gebied opereren.
Alleen al in de provincie Reggio di Calabria onderscheidt men 72 locali. Er zijn er meer dan 100 in heel Italië (waarvan 30 alleen al in Lombardije, de regio rond Milaan). Er zijn buiten de Italiaanse landsgrenzen ook talloze locali werkzaam. In Duitsland bijvoorbeeld zijn er enkele tientallen.
Terwijl de Cosa Nostra heeft geboet voor haar in de jaren negentig door een te hiërarchisch gestructureerde cupola gelanceerde uitdaging aan de staat, en de Camorra te kampen heeft met anarchistische invloeden, heeft de ’Ndrangheta aangetoond in de pas te lopen met de tijd. Ze heeft zich voorzien van een schimmige en tegelijkertijd onbetwistbare top, die zich ertoe beperkt de fundamenten te leggen voor een ‘criminele grondwet’, zonder zich te bemoeien met de zaken van de afzonderlijke clans: de raad van bestuur van McDonald’s houdt zich immers ook niet bezig met het functioneren van een restaurant aan een of andere afgelegen snelweg, maar eist een zekere winst van elk knooppunt in zijn netwerk, en kan – in het geval van improductiviteit of een overtreding van de centrale regels – mechanismen activeren die leiden tot onmiddellijke sluiting. Ten slotte is de – uit een volk van emigranten voortgekomen – ’Ndrangheta een organisatie van internationale omvang, en misschien maakt juist die wereldwijde uitstraling het fenomeen nog gevaarlijker.
Europa
Midden-Europa, en met name Duitsland, zijn niet langer alleen een investeringsgebied waar men met zijn illegale handel terecht kan. Steden zoals Wiesbaden en Duisburg zijn inmiddels heuse operationele bases, waar clans hun business opzetten, waarbij ze gebruikmaken van tweetalige en biculturele personen die in staat zijn zich onder de Duitsers te mengen en betrekkingen met het moederbedrijf in Calabrië te onderhouden.
In fictie
De films die over de maffia van Siciliaanse oorsprong gaan, zijn niet meer te tellen en in de film, het boek en de tv-serie Gomorra komt de Napolitaanse Camorra uitgebreid aan bod. Weinig filmmakers hebben echter de maffia uit Calabrië tot onderwerp genomen. Maar de faam van die organisatie als discrete multinational kan voor inspiratie zorgen. Zo is de nieuwe televisieserie ZeroZeroZero van Canal+ gebaseerd op een gedocumenteerde roman van Roberto Saviano over de wereldwijde smokkelroutes voor cocaïne vanuit Calabrië, waar een leider van de ’Ndrangheta een leverantie van 5000 kilo van het witte poeder naar Mexico voorbereidt met Amerikaanse tussenpersonen.
Still uit de Italiaanse televisieserie ZeroZeroZero.
De wijdverbreidheid van de multinational die de ’Ndrangheta is, heeft kwetsbare democratieën in Oost-Europese landen geschaad – zoals in Slowakije, waar ’Ndrangheta-clans hun ervaring inzake fraude deelden met corrupte politici, met alle gevolgen van dien voor de fondsen van de EU. Ook worden er cellen geïnstalleerd in Nederland en België, de ingedommelde centra van de Europese drugshandel. En langs de Spaanse kust maken langdurige overeenkomsten met drugskartels het de ’Ndrangheta mogelijk te zorgen voor een continue stroom aan cocaïneleveringen.
Latijns-Amerika
Elke zichzelf respecterende multinational heeft zijn eigen landmanagers, mensen die al jaren in een vreemd land wonen, vooral als dat een land is dat grondstoffen en commodity’s levert. De ’Ndrangheta beschikt al lang over mensen die in contact staan met Latijns-Amerikaanse drugskartels, mensen zoals Rocco Morabito, beter bekend als ‘Il Tamunga’, voortvluchtig sinds 1995, gevangen genomen in 2017 en in juni 2019 opnieuw ontsnapt uit een gevangenis in Montevideo. Il Tamunga wordt beschouwd als een van de machtigste cocaïnemakelaars ter wereld: hij heeft tientallen jaren gependeld tussen Uruguay en Brazilië en heeft partijen cocaïne met een waarde van honderden miljoenen euro’s verscheept, allemaal naar verschillende Europese havens.
Maar Morabito staat niet alleen: onder de Calabrese drugshandelaren die vruchtbare en duurzame relaties met kartels kunnen aangaan, bevinden zich ook Vincenzo Roccisano en zijn neef Giulio Schirripa, die als een van de eersten in het begin van de jaren 2000 een rechtstreeks kanaal met het gevreesde Golfkartel in Mexico opende. Naast deze drie figuren bevinden ook een heleboel andere leden van de ’Ndrangheta zich al generaties lang op het immense Latijns-Amerikaanse continent.
Noord-Amerika
In de American dream van de ’Ndrangheta spelen de Verenigde Staten wel een rol, maar het echte land van onbegrensde mogelijkheden is Canada: volgens onderzoeken uit de vroege jaren tien beschikt Toronto over ten minste negen ’Ndrangheta-cellen. Vanuit Toronto en zijn satellietsteden spannen families als de Musitano’s, de Luppino’s en vooral de Commisso’s zich in om Montreal te veroveren, de belangrijkste haven van Canada, die ze al jaren proberen te ontfutselen aan de Cosa Nostra.
Sinds het begin van deze eeuw heeft die strijd in rustige buitenwijken in Ontario en Quebec tot een aanzienlijke reeks liquidaties geleid.
Maar de Canadese ’Ndrangheta-clans verwaarlozen hun oude bazen niet, net zomin als de controle over transportvakbonden, het gokken en – natuurlijk – de drugshandel: in het kader van een lang onderzoek naar de wereld van het wegtransport en de handel in verdovende middelen werd eind juni 2019 zelfs nog de oude boss Cosimo Commisso gearresteerd.
Azië
Een mysterieus en cultureel vijandig continent, maar de bazen van de Calabrese clans zijn erin geslaagd om zelfs te profiteren van het economisch meest dynamische gebied ter wereld: onderzoek door de Milanese maffiabestrijding heeft aangetoond dat bazen die actief zijn in het Milanese achterland verschillende financieringsmaatschappijen in cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong hebben gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen en terug te brengen naar Europa, klaar voor de volgende investering.
Afrika
Een nuttige logistieke basis voor drugshandel als de Europese en Latijns-Amerikaanse havens te veel de aandacht trekken van de Europese politiemachten. De hiervoor genoemde Rocco Morabito, die voor sommige transporten Ivoorkust gebruikte, weet daar alles van. Maar dat geldt ook voor mensen als de 74-jarige Angelo Filippini, die zich meer dan twintig jaar verborgen hield in Temara, een stad aan de Marokkaanse kust op een paar kilometer van Rabat, waarvandaan hij partijen hasj verhandelde.
Australië
De ’Ndrangheta is al sinds minstens drie generaties in Australië aanwezig en kan er bogen op oude politieke banden. Onderzoeken van eind jaren tachtig hebben aangetoond dat de opbrengsten van ontvoeringen door clans uit Platì opnieuw zijn geïnvesteerd in de aankoop van grond in Griffith in New South Wales, een van de vruchtbaarste gebieden van Australië. Van daaruit heeft de ’Ndragheta belangrijke betrekkingen aangeknoopt met vooraanstaande figuren als Al Grassby, minister van Immigratie van de Labour Party, die in de jaren tachtig tot ereburger van Platì werd benoemd.
Cruciale financiële knooppunten als Dubai en Hongkong worden gebruikt om illegaal kapitaal wit te wassen
In 2007 werd Pasquale ‘Pat’ Musitano gearresteerd in verband met de grootste lading xtc aller tijden, vier ton, afkomstig uit Italië, in beslag genomen in de haven van Melbourne. In 2018 is rijzende ster van de Liberal Party Matthew Guy te gast bij een fondsenwervingsdiner dat is georganiseerd door Tony Madafferi, een later aangeklaagde ondernemer in de voedingsmiddelensector. Het evenement vindt plaats in een exclusief restaurant dat kreeft serveert, en het voorval zal de geschiedenis ingaan als ‘Lobster with the mobster’.
Recent Italiaans onderzoek heeft aangetoond dat de ‘Ndrangheta een alomtegenwoordig fenomeen is. Ogenschijnlijk gezonde omgevingen worden geïnfiltreerd, er wordt geknoeid met aanbestedingen, de politiek wordt voortdurend vervuild.
Op dit moment is het niet zozeer van belang om de omzet van de ’Ndrangheta vast te stellen, als wel om te erkennen wat de organisatie in feite is: een virus dat zichzelf kan aanpassen aan de omstandigheden van het moment. En dat kortsluiting dreigt te veroorzaken in de mechanismen van open economieën.
De heerschappij van de Siciliaanse maffia is voorbij
‘Ik herinner het me als de dag van gisteren: 23 mei 1992, de dag waarop het leven van de Sicilianen voorgoed veranderde. Ik herinner me de tranen van mijn moeder bij de aanblik van een verwoesting die leek op een aardbeving.’
Met deze woorden, die de moord op rechter Giovanni Falcone beschrijven – samen met zijn echtgenote en drie leden van zijn staf gedood door een lading van drie kilo explosieven waarmee zijn auto werd opgeblazen – begint de correspondent van de Britse krant The Guardian zijn reportage over de Siciliaanse maffia.
Het verhaal van een neergang. De journalist, die is opgegroeid in een tijd waarin kinderen op straat voetbalden ‘onder het toezicht van soldaten met machinegeweren’, vertelt over het verval van de organisatie van Totò Riina. Sinds de moord op Falcone arresteerde de Italiaanse politie meer dan 4000 maffiosi, en het gevangenisregime van eenzame opsluiting van gedetineerde maffialeden heeft een klein legertje van ‘spijtoptanten’ op de been gebracht.
Beroofd van zijn charismatische leider is de Siciliaanse organisatie, die in de jaren zeventig 30 procent van de heroïne voor de Amerikaanse markt produceerde, ook de controle kwijtgeraakt over de drugssmokkel, die is overgegaan in handen van de smokkelaars uit Calabrië. Bijna dertig jaar na de gebeurtenissen van 1992 ‘is Palermo uit de as herrezen’, constateert The Guardian.
‘Indringend portret van de grootste criminele multinational ter wereld’ – de Volkskrant.
Lange tijd werd de ’Ndrangheta beschouwd als ouderwets en genegeerd door de media. Die tijden zijn voorbij sinds de Calabrese maffia de Siciliaanse Cosa Nostra van de troon stootte. Inmiddels bouwde deze ‘familie’ een internationaal netwerk dat onderwereld en bovenwereld met elkaar verbindt.
Dit artikel verscheen eerder in #176
Het proces tegen de ’Ndrangheta
Vanaf vandaag (13 januari) staan in Italië meer dan 350 leden van de Calabrese maffiaorganisatie ’Ndrangheta voor de rechter, onder hen bevinden zich politici, ondernemers en maffiosi. Ze staan terecht voor onder andere drugshandel, witwassen en fraude. Het is de grootste rechtszaak tegen de maffia in 30 jaar.
Het proces vindt plaats in een zwaarbeveiligde bunker in de Calabrese plaats Lamezia Terme, die speciaal voor deze gelegenheid gebouwd is. ‘Het is belangrijk om het proces in Calabrië te voeren,’ aldus hoofdaanklager Nicola Gratteri – zelf Calabrees – in La Repubblica.
De ene operatie na de andere. Een golf van 334 arrestaties in Vibo Valentia en elders in Europa [in december 2019]. Vervolgens het nieuwe onderzoek dat de Piemontese regionale wethouder Roberto Rosso ten val brengt vanwege het kopen van stemmen van de maffia. Elke dag weer worden we geconfronteerd met grote en kleine onderzoeken naar de enorme macht van de Calabrese clans, die niet alleen het zuiden van Italië verstikken maar inmiddels ook al tientallen jaren geleden voet aan de grond hebben gekregen in het voor hen vruchtbaardere noorden, met name in Lombardije en Piemonte. De ’Ndrangheta wordt vandaag de dag beschouwd als de machtigste, rijkste en meest wijdvertakte maffiaorganisatie ter wereld. Terwijl de Palermitaanse Cosa Nostra haar opkomst dankte aan de emigratie naar Noord-Amerika in de eerste helft van de vorige eeuw, zijn de Calabrese clans inmiddels overal aanwezig: van Australië tot Canada, via Brazilië, Venezuela, Argentinië, Oost-Europa en Rusland. Een expansie die in gang is gezet met het geld van de ontvoeringen in de jaren zeventig en tachtig, en die tegenwoordig wordt versterkt door de wereldhegemonie van de ’Ndrangheta in de cocaïnehandel. Maar is de ’Ndrangheta vandaag de dag sterker dan de Cosa Nostra, de maffia die de Italiaanse staat in de jaren tachtig en negentig uitdaagde tot op het hoogste niveau?
Zeker, al zijn de ‘Sicilianen’ niet verdwenen, maar nemen ze steeds vaker van de ’Ndrangheta-clans de vaardigheid over om het staatsapparaat binnen te dringen zonder opzien te baren, zonder te schieten en zonder dat het nodig is hun spierballen of hun meest gewelddadige gezicht te laten zien. De ’Ndrangheta heeft er altijd de voorkeur aan gegeven instituties niet uit te dagen, maar erin te infiltreren. Dat geldt voor het ondernemerschap en de politiek, maar (in sommige gevallen) ook voor de rechterlijke macht en het politieapparaat.
Open armen
Door deze aanpak kon een maffia die te lang is beschouwd als een allegaartje van boerenfamilies en herders de controlekamer betreden. Om zo, en op verbluffende wijze, haar eigen ‘sociale kapitaal’ te laten groeien. De ‘Ndrangheta heeft het noorden niet besmet als een kwaadaardig virus, maar werd zowel in Milaan als in Genua, zowel in Modena en Reggio Emilia als in Aosta en Turijn met open armen ontvangen door degenen die profiteerden van de gunsten van de bazen die er veelal naartoe waren verbannen: van zwart werk tot afvalverwerking, van de bouw tot valse facturen.
Het geld van de clans zit tegenwoordig in alle bedrijfssectoren: de bouw, de horeca, financiën, onlinegames, autohandel en zelfs de gezondheidszorg.
De ‘Ndrangheta heeft hoofdzakelijk door drie factoren de top van de mondiale maffia bereikt.
Ten eerste heeft de organisatie, in tegenstelling tot de Cosa Nostra, geen echte koepel, maar een crimine, die hoofdzakelijk verbindingsfuncties uitvoert, terwijl de clans autonoom werken (en zich autonoom bewegen), zij het binnen gemeenschappelijke regels en grenzen. Een soort franchise avant la lettre.
Daarnaast is doorslaggevend geweest dat het de ’Ndrangheta is gelukt de hegemonie in de drugshandel te doorbreken, door eigen mensen in de cocaïneproducerende landen neer te zetten en verbonden te sluiten – mede door middel van gearrangeerde huwelijken – met de erfgenamen van de kartelbazen. Dezelfde archaïsche mechanismen dus, maar dan verplaatst naar de andere kant van de planeet.
‘De onzichtbaren’
Het Italiaanse weekblad L’Espresso wijdde op 12 januari 2020 de titelpagina aan ‘de onzichtbaren’ van de ’Ndrangheta, waarbij de nadruk werd gelegd op de banden die deze tak van de maffia onderhoudt met de vrijmetselarij. In Calabrië, zo becijferde het Italiaanse weekblad, ‘bestaan 178 loges van vrijmetselaars met gezamenlijk 9000 leden. Ze worden druk bezocht door advocaten, leiders van bedrijven, leden van de ordebewakende instanties, en maffiabazen en hun afgevaardigden’. Maar ook door ‘vrijmetselaars uit de geestelijke stand’, zoals ‘de machtige pastoor van San Luca, die prat gaat op de steun van het Vaticaan’. In Calabrië zijn politiek, vrijmetselarij en ’Ndrangheta nauw verweven, zoals in het geval van Giancarlo Pittelli, vrijmetselaar en voormalig volksvertegenwoordiger, die onlangs is gearresteerd.
Ondermijning
Ten slotte was de ’Ndrangheta in staat om zichzelf te vernieuwen, door van zevenhonderd doden in de tweede maffiaoorlog (1985-91) over te gaan op de strategie van de ondermijning. Met name na het bloedbad in Duisburg – zes doden in augustus 2007 – hebben de clans er bewust voor gekozen die zeer gewelddadige fase achter zich te laten en liquidaties en misdrijven met chirurgische precisie te beperken. Het motief? Precies het tegenovergestelde van de bloedbadstrategie van Totò Riina: wanneer de staat daarop reageert, doet die dat zo hard en vastberaden dat het de maffiaorganisatie in ernstige moeilijkheden brengt. Om die reden is het beter om de staat niet uit te dagen, maar om ermee te versmelten, om te vermijden dat de organisatie wordt gezien als de grootste bedreiging voor de veiligheid van het land (wat die in werkelijkheid wél is). De ’Ndrangheta weet wanneer die kan schieten en wanneer het beter is dat niet te doen, om te voorkomen dat de aandacht van de staat wordt getrokken, en ook om te voorkomen dat de burgers worden gealarmeerd, die in plaats van door de clans moeten worden ‘afgeleid’ door andere kwesties. Een marketingstrategie die haar weerga niet kent.
Maar er is nog een andere, laatste en wellicht doorslaggevende factor, die door Nicola Gratteri, officier van justitie van Catanzaro, en wetenschapper Antonio Nicaso wordt gesignaleerd in hun nieuwste boek La rete degli invisibili (Het netwerk van de onzichtbaren). In haar contacten met de ontspoorde vrijmetselarij heeft de ’Ndrangheta een vliegwiel gevonden dat haar heeft binnengeloodst in de hoogste staatsapparaten van het land. Een geheim netwerk van onverdachte mensen – rechters, journalisten, politici, ondernemers, wetshandhavers – dat de macht heeft om alles te beïnvloeden. Een scenario dat uit een sciencefictionfilm lijkt te komen, in de ogen van degenen die de ’Ndrangheta beschouwen als een maffia van herders, riten en uitgebreide maaltijden met geroosterd geitenvlees in Aspromonte. Maar het is de zeer verontrustende werkelijkheid, zoals die uit de meest recente gerechtelijke onderzoeken naar voren komt.
De tijd van de ontvoeringen
Tussen de jaren zeventig en het begin van de jaren negentig genereerde de ’Ndrangheta veel inkomsten uit ontvoeringen.
Het eerste ‘beroemde’ slachtoffer was John Paul Getty III, zoon en kleinzoon van Amerikaanse miljardairs, die vijf maanden werd vastgehouden. Hij werd tegen een losgeld van drie miljard lires vrijgelaten, en raakte bovendien een deel van zijn rechteroor kwijt.
In 1988 werd Cesare Casella 741 dagen vastgehouden; voor Carlo Celadon duurde de lijdensweg 831 dagen.
De gang van zaken bij deze ontvoeringen is vaak identiek: de ontvoeringen worden doorgaans gepleegd in het rijke noorden van het land, de ‘gijzelaars’ worden vastgehouden in de Aspromonte in het zuiden, waar ze in piepkleine ruimtes worden opgesloten.
Soms slagen gevangenen erin te ontvluchten. Een van hen, in 1984, is Carlo de Feo, die zijn toevlucht zoekt tot een dorpje, maar prompt door de bewoners wordt uitgeleverd aan zijn ontvoerders uit angst voor represailles. In twintig jaar tijd ontvoert de ’Ndrangheta zo 139 mensen, van wie sommigen nooit worden teruggevonden. Het losgeld stelt de ontvoerders in staat vaste voet aan de grond te krijgen in de cocaïnesmokkel, maar ook in de bouwsector, zoals blijkt uit de naam van een wijk in de stad Bovalino, aan de voet van de Aspromonte, die de bijnaam ‘Paul Gettywijk’ draagt, naar de eerste ontvoerde.
All the Money in the World is een Amerikaanse film uit 2017, geregisseerd door Ridley Scott, gebaseerd op het waar-gebeurde verhaal van de ontvoering van John Paul Getty III.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.