Hoe vaak de VS onder president Donald Trump ook over de schreef gaan en internationale afspraken schenden, een boycot van het WK voetbal dat deze zomer in Amerika, Mexico en Canada wordt georganiseerd, zit er in de verste verte niet in.
Vanaf de openingswedstrijd op 11 juni zullen alle gekwalificeerde nationale teams keurig aan de aftrap verschijnen. Alleen over Irans deelname bestaat vooralsnog onduidelijkheid.
Sport en politiek dienen strikt gescheiden te blijven, luidt het belangrijkste argument van regeringsleiders en voetbalbonden om een boycot bij voorbaat te verwerpen. Dat FIFA-baas Gianni Infantino eind vorig jaar Trump een speciale Vredesprijs uitreikte wordt daarbij gemakshalve over het hoofd gezien.
Nóg belangrijker zijn de gigantische geldstromen die gepaard gaan met het eindtoernooi om de wereldbeker. The Guardian schat de inkomsten van de FIFA uit reclame, sponsoring en televisierechten op 11 miljard US dollar. Aanzienlijk meer dan de 7,5 miljard die de FIFA na het eindtoernooi in 2022 kon bijschrijven. Volgens Merca levert het WK voetbal een impuls van ruim 80 miljard US dollar voor de wereldeconomie op.
De enige serieuze boycot uit de sportgeschiedenis deed zich voor in 1980 tijdens de Olympische Spelen in Moskou. Rusland was eerder dat jaar Afghanistan binnengevallen en op instigatie van de VS hielden 60 landen uit protest hun atleten thuis. Maar bij WK-eindtoernooien bleef het bij woorden. Al was er een hoogst omstreden militaire junta aan de macht, het WK in Argentinië ging gewoon door. Zoals er ondanks hoogopgelopen diplomatieke en politieke spanningen geen wanklank viel te horen tijdens het WK in Rusland van 2018. En vier jaar later verschenen weliswaar rapporten over de erbarmelijke arbeidsomstandigheden tijdens de bouw van de stadions in Qatar met honderden dodelijke slachtoffers en was er volop kritiek op het strenge regime, het voetbaltoernooi verliep geheel volgens plan. Zelfs het protest met de One Love-aanvoerdersband werd in de kiem gesmoord door de wereldvoetbalbond FIFA die daar onherroepelijk gele kaarten voor zou laten trekken.
In Haïti is een boycot van het grootste sportevenement ooit, met 6 miljard tv-kijkers, wel het laatste dat opkomt bij politici en bestuurders. Terwijl de inwoners in elk geval rond de drie groepswedstrijden ontsnappen aan alle chaos en ellende, kan het land zich internationaal eindelijk op een andere manier onderscheiden.
Of de strijd om de wereldbeker dan tenminste verbroedert en voor culturele verbinding zorgt? Afgaand op een artikel in het Mexicaanse El Universal heeft de gezamenlijke organisatie van het grootste sportevenement de drie gastlanden juist verder uit elkaar gedreven.
In dit dossier:

