Tag: wonen

  • De coöp: Zwitserse bewoners vinden een middenweg tussen huren en kopen

    De coöp: Zwitserse bewoners vinden een middenweg tussen huren en kopen

    Zwitserse coöperaties beweren een ‘derde weg’ tussen kopen en huren te hebben gevonden. Coöperaties en non-profitorganisaties bieden goedkope appartementen om de huisvestingcrisis te bestrijden.

    Een paar straten afstand van de oever van het meer van Genève laat Claude Waelti aan een gast zijn appartement zien in een van de meest begeerde buurten van Lausanne, de Zwitserse stad met breed uitzicht op de Franse alpen aan de overkant van het meer. Er zijn twee slaapkamers, een kleine studeerkamer, een balkon op het zuiden – en het kost 1760 frank (ongeveer 1900 euro) per maand, ongeveer de helft van de normale huurprijs in de buurt.

    Zwitserland is notoir duur, maar door het hele land zijn betaalbare appartementen te vinden zoals die van Claude. Deze zogenoemde ‘coöperatieven’ worden gebouwd en beheerd door non-profitorganisaties en belichamen een soort ‘middenweg’ in de klassieke keuze tussen huren of kopen. Voorstanders verwachten dat dit model de wereldwijde kijk op betaalbare huisvesting kan veranderen, vooral in de grote steden.

    De details lijken misschien vreemd voor veel westerse mensen, waar het opbouwen van eigen vastgoedbezit ingebakken is in het systeem. Maar de centrale gedachte is simpel: Wat als er geen winstbejag of vermogensgroei bij huiseigenaarschap komt kijken?

    Aandelen in coöp

    In de Zwitserse, op lidmaatschap gebaseerde coöperatieve huizen kopen bewoners aandelen om toegang te krijgen tot het gebouw en om stemrecht te krijgen in de corporatie, onafhankelijk van het aantal aandelen dat ze bezitten. De coöp gebruikt dit geld om het gebouw te onderhouden, de huur onder de marktprijzen te houden en vaak voor gemeenschappelijke voorzieningen, zoals kinderopvang.

    Als een bewoner verhuist krijgt deze de nominale waarde van de gekochte aandelen terug. Er is geen vermogenswinst.

    Hoewel de meeste Zwitserse coöps zichzelf financieren, krijgen veel nieuwe coöps opstarthulp van de overheid, die grondgebied goedkoper kan aanbieden, lagere rentes vraagt voor leningen en soms aandelen koopt in ruil voor woonplekken voor bewoners met lage inkomens. De huur is zo berekend dat alleen de werkelijke kosten worden gedekt. Er wordt geen winst op gemaakt door een eigenaar of projectontwikkelaar.

    ‘Er is geen sprake van winstbejag,’ bevestigt Isabelle del Rizzo, secretarisgeneraal van Armoup, een coöperatieve huizenvereniging in het Franstalige gebied van Zwitserland. In tegenstelling tot in een gangbaar huurgebouw, waar een eigenaar je wooneenheid kan verkopen of opeisen, ‘weten mensen dat ze veilig zijn in hun appartement en dat niemand ze op straat zet’.

    ‘Hier weten mensen dat ze veilig zijn in hun appartement en dat niemand ze op straat zet’

    Coöps zijn anders dan andere goedkope opties in Europa, zoals sociale huurwoningen. Ze zijn bijvoorbeeld niet specifiek bestemd voor mensen met een laag inkomen. Waelti, die nu met pensioen is, was directeur bij een handelsfirma in grondstoffen. Er staan BMW’s en Mercedessen in de garage van zijn gebouw. Volgens Wüest Partner, een adviesbureau voor vastgoed, bedraagt de gemiddelde huur in deze buurt 3600 frank (3900 euro), het dubbele van wat hij betaalt.

    ‘We kunnen vakanties betalen en opleidingen voor onze kinderen,’ aldus de drieënzestigjarige Waelti, die sinds 1991 in zijn appartement woont – de huur was toen 1638 frank per maand – en nu voorzitter is van de coöp die het beheert. Nieuwe leden moeten 4500 frank aan aandelen kopen, wat ook als borg dient.

    Zwitserland is lang voorloper geweest op het gebied van coöp-huizen, aldus Alice Pittini, onderzoeker bij Housing Europe, een groep die publieke, coöperatieve en sociale huizenverenigingen vertegenwoordigt in heel Europa. Dat lijkt misschien een paradox, gezien Zwitserse kapitalistische inborst, maar ongeveer 8 procent van de woningen in Lausanne, een stad met ongeveer 140.000 inwoners, is een coöp. Waelti’s coöp, de grootste van de stad, bedraagt honderdéén appartementen met in totaal vijfduizend bewoners. Er staan duizend mensen op de wachtlijst.

    Deelethos

    Coöps zijn slechts een deel van de Zwitserse verzorgingsstaat, die weinig dakloosheid en goede bescherming voor huurders kent. (Het merendeel van de Zwitserse bevolking is huurder, deels omdat huizenprijzen zo hoog zijn.) Zelfs in Zürich, de financiële hoofdstad, is bijna een vijfde van de appartementen een coöp, en de gemeente wil dat dat in 2050 een derde wordt.

    En toch weten veel mensen weinig van de coöperaties, of ze hebben er een negatief beeld bij. Isabelle del Rizzo vertelt dat het imago van het model werd aangetast door de financiële crisis van 2008, toen een aantal ervan kopje onder ging. Ook zien veel mensen coöps als toevluchtsoorden voor ‘oude hippies en free love-volk’, aldus Del Rizzo. ‘Ik weet nog dat ik iemand uit de vastgoedwereld ontmoette en toen ik het onderwerp coöps in de mond nam, zei hij: “Nee bedankt, ik wil geen douche met iemand delen.”’

    Hoewel veel Zwitserse coöps vervuld zijn van een kibboetsachtige deelethos, zien andere zoals die van Waelti eruit als een doorsneeappartementencomplex, waar buren elkaar vaak helemaal niet kennen. Een van de nieuwere coöps in Lausanne, genaamd Le Bled, biedt veel mogelijkheden voor betrokkenheid bij de gemeenschap. Deze is opgericht door architecten en bevat een bioscoop, een muziekstudio, een bibliotheek, een wasserette en een houtwerkplaats. Kinderen dwalen vaak van appartement naar appartement en spelen samen tot de bel voor het avondeten klinkt. De elfjarige tweeling Hortense en Victoire Decosterd geven slaapfeestjes voor hun vrienden. Voor Halloween hebben ze een speurtocht georganiseerd.

    EUR Coop compressed
    Sociale bewonerscoöperatie in de ecowijk Plaines-du-Loup, Lausanne. Met 77 huur- en koopappartementen. – © Tribu-architecture.ch

    ‘In het weekend gaan ze om acht uur ’s ochtends het huis uit, zoeken ze hun vrienden op en komen ze om drie uur terug voor de lunch met nog drie andere meiden,’ vertelt hun stiefmoeder Rania Zambrano Ovalle.

    De vijfenvijftigjarige Ovalle zegt dat haar buren nog steeds een zekere afstand van elkaar bewaren, hoewel bewoners van Le Bled wel appgroepen hebben aangemaakt om elkaar bijvoorbeeld te helpen met boodschappen of kinderopvang. Ze koestert die broederschap. ‘De wereld kent niet alleen een woningcrisis, maar ook een eenzaamheidscrisis,’ zegt ze.

    Toch blijft het grootste voordeel aan de coöp volgens Zambrano Ovalle en haar man Jean-Gilles Decosterd de huur: 2400 frank (ongeveer 2600 euro) per maand voor hun lichte woning met drie slaapkamers. ‘We berekenden dat een commercieel appartement van dezelfde grootte ongeveer duizend frank duurder zou zijn,’ vertelt ze.

    Een voorwaarde: het stel moest ongeveer 25.000 frank (ongeveer 27.000 euro) aan aandelen kopen. Dat is meer dan een gebruikelijke borgsom, maar niets vergeleken met een aanbetaling voor een soortgelijk huis.

    ‘We berekenden dat een commercieel appartement van dezelfde grootte ongeveer duizend frank duurder zou zijn’

    Een gast zou Le Bled makkelijk kunnen verwarren voor een van de vele dure Zwitserse koopflats die vooral zijn bestemd voor rijkere bevolkingsgroepen. Het is in 2023 afgebouwd, heeft grote ramen en is afgewerkt met lariks, een dure, speciale houtsoort. Vanaf het dakterras is de besneeuwde top van de Mont Blanc aan de overkant van het Meer van Genève te zien.

    De coöp gedijt dankzij een mengeling van rijkere bewoners die hun units hebben gekocht en zo geld in het project pompten, en arbeiders wier appartementen worden gesubsidieerd door de gemeente, aldus Laurent Guidetti, een architect die hielp bij het ontwerp van het gebouw, en tevens een van de leiders van de coöp. Volgens hem wonen er muzikanten, docenten, elektriciens, ingenieurs, een wijnverkoper, een econoom, een journalist, een psycholoog, een schoonmaker en gepensioneerden.

    De gemeente Lausanne gaf de coöp een huurcontract van negentig jaar dat voordeliger was dan andere woonprojecten en kocht aandelen in de coöp voor huurders met een laag inkomen. Natacha Litzistorf, gemeenteraadslid in Lausanne en hoofd huisvesting, architectuur en milieu, zei dat coöperatieve huisvesting de extreme segregatie van arm en rijk kan tegengaan en de stad ‘met zichzelf kan leren leven’.

    ‘Als mensen elkaar tegenkomen en elkaar leren kennen, zijn ze minder bang voor elkaar en is er minder risico op geweld in de buurt,’ aldus Litzistorf.

    Ook om milieuredenen voelde de gemeente zich aangetrokken tot het project. Le Bled, waar tweehonderddertig mensen wonen, heeft een warmtepomp die warm water levert aan het hele gebouw. Een derde van de elektriciteit wordt opgewekt door zonnepanelen. Daktuinen krijgen hun water van gerecycled regenwater. Bewoners mogen geen wasmachine hebben in hun appartement en zijn aangewezen op de machines in de wasserette.

    Koopje

    De vierenvijftigjarige Guidetti maakt meubels in de houtwerkplaats in de kelder en experimenteert met een composterend toilet. Hij kocht zijn eigen appartement van 140 vierkante meter in 2023 voor 950.000 frank (ongeveer een miljoen euro) in plaats van maandelijkse huur te betalen. Het was een koopje voor een gloednieuw gebouw in deze buurt, waar de gemiddelde huizenprijs tussen de 1,9 en 2,3 miljoen frank (2 en 2,5 miljoen euro) ligt, aldus Wüest Partner. Als hij het verkoopt, kan dat alleen tegen de oorspronkelijke koopprijs plus inflatie. Dat de coöp werkt, is vooral te danken aan de sociale visie van Guidetti en zijn medeoprichters. ‘We hebben Le Bled gebouwd om de woningspeculatie tegen te gaan,’ zegt hij.

    Le Bled had nooit gebouwd kunnen worden zonder steun van de gemeente en zonder de goedkope leningen van overheidsbanken. Maar veel oudere Zwitserse wooncoöperaties kunnen nieuwe projecten inmiddels grotendeels uit eigen middelen financieren en zijn daardoor minder afhankelijk van de overheid.

    Waelti’s coöp, de Société Coopérative d’Habitation Lausanne, was opgericht in 1920 en heeft voldoende middelen achter de hand. Haar honderdeen gebouwen zijn naar schatting honderden miljoenen franks waard, die als onderpand kunnen dienen voor nieuwe projecten. Er worden twee nieuwe appartementencomplexen gebouwd. De coöp heeft geen uitbreidingsplicht, maar volgens Waelti is dat wel onderdeel van hun missie. ‘We willen ons kapitaal inzetten om meer te kopen,’ zei hij. ‘We hebben een verplichting tegenover de Zwitserse samenleving om meer woningen te realiseren die goedkoper zijn dan de marktprijs.’

  • Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Zo zien onze huizen er in 2050 uit: meer data, meer hout en meer abonnementen

    Wacht ons in de toekomst een duurzamer, efficiënter en gemakkelijker leven of zullen onze huizen worden overgenomen door veiligheidssystemen en controlerende apparatuur?

    Stel je, als je kunt, een kleine, blauwige kamer voor. Snoeren, schermen, sensoren. Een paar aandenkens aan de oude wereld. De bewoonster van de kamer, aan huis gekluisterd door een zoönotische pandemie, greenwasht vanuit haar bed een bedrijf voor datamining [gegevensdelving]. De overheid heeft haar verboden de deur uit te gaan.

    Aan het eind van de gang is een gemeenschappelijke keuken, die ze deelt met een paar onbekenden die ze online heeft ontmoet, maar meestal bestelt ze haar maaltijden via een interface en eet ze die hier op. Microfoons registreren haar interacties. Een bewegingssensor om haar pols herinnert haar eraan dat ze haar activiteit moet optimaliseren. Uit verlangen naar de stervende wereld buiten heeft ze een paar regenwoudplanten gekocht om de ruimte wat op te fleuren. Haar zaksurveillanceapparaat herinnert haar eraan dat ze die water moet geven. Ze vangt een nieuwsflits op: de rijkste man ter wereld heeft zojuist de atmosfeer van de aarde verlaten.

    Tot zover het huis van 2021. En het huis van 2050? Zou dat een hoopvoller visioen van huiselijkheid bieden dan de dystopische nachtmerrie die sommigen van ons de afgelopen jaren hebben beleefd? Stevenen we onverbiddelijk af op een wereld van surveillance, klimaatcrisis en woningcrisis, en verdrinken we in eenzaamheid terwijl onze Metaheadset de data uit onze ziel zuigt.

    ‘Onze woonsituatie wordt steeds geraffineerder aangepast aan onze eigen wensen en behoeften’

    Misschien allebei een beetje, zegt Sarah Douglas, directeur van de designadviesbureau The Liminal Space. Zij stond aan de basis van de expositie Tomorrow’s Home in het Museum of the Home in Londen, die liet zien hoe we over drie decennia misschien zullen wonen. ‘Het huis van de toekomst zou ons kunnen helpen onze woonsituatie steeds geraffineerder aan te passen aan onze eigen wensen en behoeften,’ zegt ze. ‘Maar het wordt een hele klus om te leren omgaan met de enorme voordelen en de ethische problemen die gepaard gaan met nieuwe, interactieve technologieën.’

    Natuurlijk zullen we niet elke toekomstige trend met open armen ontvangen. ‘Het kan zijn dat je een groep mensen krijgt die overal voor in is, een groep die erachteraan sukkelt en een groep die zich geheel en al afzijdig houdt,’ zegt Rachel Coldicutt, directeur van Careful Industries, dat onderzoek doet naar de interactie tussen technologie en mensen. Mensen die hun huis als een privéheiligdom blijven zien, zullen het niet gemakkelijk krijgen, waarschuwt ze. De machtigste techbedrijven ter wereld hebben hun focus al verlegd van telefoons naar huizen: Google heeft zijn scala aan Nest-producten op het gebied van intelligente veiligheidssystemen, Amazon heeft octrooi aangevraagd op apparatuur die onze ‘emotionele data’ kan lezen en Facebook lanceert zijn metaverse.

    Surveillance

    Deze technologieën weten de aanvankelijke bedenkingen die we er misschien tegen hebben op de een of andere manier weg te nemen. ‘Mensen kopen Alexa [de virtuele assistent van Amazon] niet omdat het een surveillanceapparaat is,’ zegt Coldicutt. ‘Ze kopen het omdat het fijn is om een handsfree tijdschakelaar in de keuken te hebben. Maar het blijft een surveillanceapparaat.’

    Sommigen van ons zullen zich erbij neer moeten leggen. Als er in de toekomst sociale huisvesting bestaat, zouden de betrokken bewoners zich dan enigerlei vorm van monitoring moeten laten welgevallen om te ‘bewijzen’ dat ze van die huisvesting gebruik mogen maken? Als je in de toekomst een bijstandsuitkering geniet en je ligt om half negen nog in bed, wordt dat dan een probleem? Coldicutt denkt van wel.

    ‘De huizen zullen harder hun best moeten doen’

    Maar vanbuiten zullen huizen er tenminste nog grotendeels hetzelfde uitzien. Er is geen reden om aan te nemen dat de Britse voorliefde voor victoriaanse rijtjeshuizen in 2050 verdwenen zal zijn. ‘De huizen zullen alleen harder hun best moeten doen,’ zegt architect Piers Taylor. ‘Er zullen werkruimtes en wellnessruimtes komen, evenals plekken om te eten en te slapen, en die zullen ook flexibeler moeten worden.’

    Ongeveer 80 procent van de CO2-uitstoot bij de bouw komt van beton en staal, dus zullen er in nieuwe huizen duurzamere materialen zoals hout worden gebruikt en zal er lager worden gebouwd. Taylor: ‘Alles minder dan twee verdiepingen is niet compact genoeg, alles meer dan vijf vergt te veel grondstoffen.’ We zullen modulaire interieurs nodig hebben die snel kunnen veranderen om berekend te zijn op bijvoorbeeld gezinsuitbreiding, of op de komst van een klimaatvluchteling. En zoals we nu op Netflix geabonneerd zijn, zullen we in de toekomst misschien abonnementen nemen bij bedrijven die meubilair, huishoudelijke apparatuur en voertuigen leveren.

    Het huis van de toekomst zou er als volgt uit kunnen zien.

    De woonkamer 

    Sensoren, microfoons, camera’s, beeldschermen: allemaal zullen ze tot 2050 waarschijnlijk hand over hand toenemen, maar wel in een veel discretere vorm; in een kandelaar of een vaas. Alexa zou kunnen inhaken op de trend om meer natuurlijke materialen te gebruiken (hout, hennep, stro et cetera) en ze zal niet alleen meer reageren op wat je zegt, maar ook op de toon en het volume van je stem, zodat ze weet wanneer je tegen je kinderen schreeuwt.

    Maar zolang we de baas blijven over onze eigen data hoeft dat allemaal niet zo erg te zijn. ‘We kunnen ons hier concentreren op de dystopische aspecten,’ zegt Yvonne Rogers, hoofd Computerwetenschap van University College London, ‘maar als we abstracter nadenken over hoe we de data kunnen gebruiken die deze apparaten verzamelen, kunnen we er allerlei interessante dingen mee doen.’ Zoals digitaal behang maken dat zijn kleur aanpast aan de emoties in huis. Het zou een liveopname kunnen tonen van een stuk regenwoud dat door jouw huishouden wordt gesponsord. Misschien zal het ook reageren op de aanwezigheid van een baby of een huisdier.

    Misschien kunnen we zelfs overleden dierbaren op onze bank projecteren

    Nu wij steeds meer thuiswerken (of werkloos thuiszitten als gevolg van de automatisering) en misschien minder kunnen reizen, zullen we naar nieuwe manieren zoeken om virtueel contact te leggen. Star Wars-achtige hologramprojecties van dierbaren in 3D zijn niet meer zo ver weg. ‘Nu kun je met behulp van augmented reality al Ikea-meubels in je eigen woonkamer uitproberen. Die technologie zal zich verder ontwikkelen. Er zal misschien nog steeds een augmentedrealitybril aan te pas komen, maar het aanbrengen van een digitale laag in een fysieke ruimte zal vermoedelijk steeds meer ingang vinden,’ zegt Rogers.

    Misschien zullen we zelfs overleden dierbaren op onze bank kunnen projecteren. Dit zou een manier kunnen zijn om de eenzaamheid van een vergrijzende bevolking te verlichten. ‘Je kunt je voorstellen dat je voor zoiets een abonnement kunt nemen bij een bigtechbedrijf,’ zegt Douglas. ‘En dat je daarbij kunt worden verleid tot een upgrade als je ook gesprekken wilt kunnen hebben over voetbaluitslagen, of over een filosofische theorie.’

    De keuken 

    Dit deel van het huis heeft in de afgelopen generaties ingrijpende veranderingen ondergaan: van een kombuisachtig vertrek, ontworpen voor een bediende, tot een grote, gemeenschappelijke ruimte die het middelpunt van het gezinsleven vormt en de eetkamer overbodig maakt. Niet dat we meer zijn gaan koken. Door dronebezorging, kweekvlees en voedingstechnisch geoptimaliseerde kant-en-klaarmaaltijden zal de bevolking het koken steeds meer verleren en wordt het een nog exclusievere hobby dan nu. En dieren eten? Dat wordt mogelijk net zoiets als roken eerder al werd: passé, ongezond en een beetje rebels.

    Of stel je voor dat je vuilnisbak zou kunnen berekenen hoeveel je weggooit en je beloont met korting op de afvalstoffenheffing (of je straft met een verhoging). Een andere tentoongestelde innovatie is de ‘slimme mok’, een drinkbeker die je vitale functies checkt en het verraadt als je verboden middelen hebt gebruikt.

    Maar een echt intelligent huis zou niet per se vol glanzende, nieuwe gadgets hoeven te staan. De nieuwe ‘recht op reparatie’-wetgeving toont aan dat gekozen leiders eindelijk bereid zijn onze spilzieke consumptiemodellen aan de kaak te stellen. ‘Dit zal waarschijnlijk leiden tot het gebruik van meer natuurlijke en herbruikbare materialen, en tot een grotere tweedehandscultuur,’ zegt Bishop, door items zodanig te ontwerpen dat ze gemakkelijker gerepareerd kunnen worden.

    De badkamer 

    De toekomst wordt gewoonlijk afgeschilderd als een glanzende, witte, steriele ruimte. Maar het zijn de ‘schone witte ruimten van het modernisme’ waartegen we moeten vechten, zegt Richard Beckett, die prijzen heeft gewonnen met wat hij ‘probiotische architectuur’ noemt. ‘Nu we zo’n 90 procent van onze tijd binnenshuis doorbrengen, missen we de blootstelling aan wat we de “diverse natuur” noemen, waarin we in de loop van honderdduizenden jaren zijn geëvolueerd,’ zegt hij. ‘We krijgen niet de bacteriologische diversiteit die ons lichaam nodig heeft, en dat leidt tot veel nieuwe chronische ziekten.’

    Om dit tegen te gaan ontwikkelt hij bouwmaterialen die de natuur binnenshuis brengen: denk aan badkamertegels die sporen met heilzame microben bevatten, het keramische equivalent van zuurkool. ‘Bouwmaterialen moeten misschien weefselachtiger, poreuzer worden,’ zegt hij. ‘En we zouden misschien anders moeten omgaan met onze muren of oppervlakken. Zoals we onze planten met water besproeien, zouden we onze muren met voedingsstoffen kunnen besproeien. Ondertussen zal je slimme wc natuurlijk zich ervan vergewissen dat je darmflora en hormonen in orde zijn. 

    ‘Maar wat verliezen mensen als ze ervoor kiezen die dingen niet te gebruiken? Als je je data niet doorgeeft aan het toiletbedrijf, loop je dan de verstrekking van magnesiumsupplementen mis?’

    De slaapkamer 

    Hoe je slaapt zal in de gaten worden gehouden door je deken of misschien je matras. ‘Als we momenteel aan draagbare technologie denken, denken we aan iPhone-achtige apparaten met een scherm,’ zegt Sarah Douglas. ‘Maar in werkelijkheid zullen we zien dat deze data-verzamelende items steeds menselijker worden.’

    Ook voorziet Douglas een grote toekomst voor abonnementen. In plaats van online snelle mode te kopen, zullen we volgens haar ‘gemeenschappelijke kleerkasten’ krijgen, virtuele kasten die ons in staat stellen gemakkelijk kleding te ruilen met vrienden en buren. ‘Het zou heel nuttig zijn om te kijken of we een punt kunnen bereiken waarop huishoudtechnologie echt huiselijke problemen oplost,’ zegt Coldicutt. ‘Een van de moeilijkste technische dingen ter wereld is lakens opvouwen. De was doen blijft een activiteit die fysieke inmenging vereist. Een robot die bij elkaar passende sokken sorteert, lijkt verre toekomstmuziek. Dus zullen we de dingen blijven doen die robots niet kunnen.’ 

    De speelkamer 

    Als computerwetenschapper is Yvonne Rogers geneigd tot optimisme. ‘Er is zo veel technologie die is ontworpen rond traceren en tellen,’ zegt ze. ‘Het zou goed zijn om na te denken over apparaten die echt iets toevoegen aan het spel en kinderen creatief laten zijn in hun kamer.’ Ze denkt dat speelgoed nog veel leuker zal worden dankzij de steeds vagere scheidslijnen tussen fysiek en digitaal. Stel je voor dat je een zee op je slaapkamervloer kunt projecteren, of een kleed als vliegend tapijt kunt gebruiken; of dat je interactieve knuffels kunt maken, wat een grote troost voor zieke kinderen zou zijn. ‘Het zou echt goed zijn om te bedenken hoe we thuisleren leuker kunnen maken en technologie kunnen ontwikkelen die kinderen stimuleert om nieuwsgieriger en creatiever te worden.’

    Ook de tomeloze energie van kinderen hoeft niet verloren te gaan. Kathryn Bishop van het Future Laboratory wijst op het werk van een laboratorium in Zürich, dat hout heeft ontwikkeld dat statische elektriciteit opslaat wanneer je eroverheen loopt. ‘Leg zoiets op de vloer van een kinderspeelkamer en je hebt energie voor een paar speeltjes,’ zegt ze.

    De tuin 

    Misschien zullen we ook meer voedsel zelf verbouwen. En we zouden zulke dingen vaker gemeenschappelijk kunnen doen. In de ruimten tussen huizen liggen volgens architect Taylor de meest veelbelovende oplossingen. ‘Ook al hebben we nog auto’s, zal het idee van eigenaarschap zal moeten veranderen,’ zegt hij. Zodra je ze weghaalt, worden steden er een stuk leefbaarder op.

    Tomorrow’s Home was te zien in het Museum of the Home in Londen, museumofthehome.org.uk 
    Meer weten? Luister naar futureoflivingpodcast.com

  • ‘We kunnen u de woning niet verkopen, omdat u christen bent’

    ‘We kunnen u de woning niet verkopen, omdat u christen bent’

    In Caïro verkopen christenen hun huizen alleen aan christenen, en moslims alleen aan moslims. Een fenomeen dat terrein wint in chique wijken van de stad. ‘Het geloof van de nieuwe eigenaar is een voorwaarde om door de bewoners te worden geaccepteerd.’

    Mariam wilde een appartement kopen. De wijk Al-Daher, hartje Caïro, waar veel kopten wonen en dus ook veel kerken te vinden zijn, leek haar wel wat. Haar vriendin Chayma, die in deze oude buurt woont, vergezelde haar naar woningen in aanbouw. Een ervan was eigendom van een christen, de bewoners en de conciërge waren dat eveneens.

    ‘Het is beter dat ik niet met je meega, want de conciërge zou kunnen denken dat ik de koper ben en de verkoop kunnen dwarsbomen omdat ik moslim ben,’ zei Chayma. ‘De moslims zijn hier een vervolgde minderheid, jij behoort tot de meerderheid.’ Dat laatste zei ze lachend, maar het is in Egypte maar al te waar, vooral in buurten met een koptische meerderheid, ook al wist Mariam daar niets van. Islamitische huizenbezitters staan erop dat alle bewoners moslim zijn; evenzo willen christelijke eigenaren van onroerend goed alleen iets te maken hebben met geloofsgenoten. Het fenomeen wint terrein in de beste buurten van Caïro. 

    ‘U zou zich toch niet op uw gemak voelen, de bewoners hier zijn allemaal moslims’

    De Egyptenaren geven graag hoog op van wijken die ze beschouwen als voorbeelden van vreedzame religieuze co-existentie, waar minaretten en kerktorenspitsen elkaar gebroederlijk flankeren. Toch wonen kopten meestal in de buurt van een kerk en moslims naast een moskee. En verder voel je in zo’n gemengde wijk wel degelijk een diepe polarisatie. 

    Chérine Chérif, een jonge koptische journalist, vertelt dat ze ooit met een makelaar een van de chicste wijken van Nieuw-Caïro in ging om er een pand te kopen. ‘Ik trof de eigenaar en zijn zus, en we werden het eens over de prijs. Diezelfde avond kreeg ik een telefoontje van de echtgenoot van de zus: ‘We kunnen u de woning niet verkopen, omdat u christen bent.’ Hij voegde eraan toe: ‘U zou zich toch niet op uw gemak voelen, de bewoners hier zijn allemaal moslims.’

    Façade 

    Majdi Sameh had besloten om een appartement te huren in de wijk Ain Al-Shams. Op het terrein stond een kruis. Bij de ingang, vlak bij de lift, waren afbeeldingen van heiligen opgehangen. ‘Nadat ik het appartement had bezocht en met de eigenaar alle bijzonderheden had nagelopen, spraken we af dat ik diezelfde avond nog het contract zou ondertekenen. Mijn verloofde kwam mee om het appartement te bekijken waar we na onze bruiloft zouden gaan wonen. De eigenaar reageerde als door een adder gebeten toen hij zag dat mijn verloofde gesluierd was, alsof ik hem voor de gek had gehouden. Hij vroeg me wat mijn achternaam precies was en toen hij hoorde dat die eindigde op ‘Hussein’, verbrak hij de huurovereenkomst. Hij zou ineens hebben besloten te verkopen.’

    Shubra is een chique buurt met een op het oog onberispelijke diversiteit, waar evenveel kopten als moslims wonen. In de straten staan kerken en moskeeën zij aan zij, restaurants en patisserieën adverteren met ‘speciale levensmiddelen voor de vasten’ – dat wil zeggen: zonder dierlijke vetten voor de kopten. Maar deze façade verbergt een heel andere werkelijkheid. ‘Het geloof van de nieuwe eigenaar is een voorwaarde om door de bewoners te worden geaccepteerd,’ zegt Nabil Hakim, makelaar in Shubra. 

    Aanslagen 

    Volgens de 86-jarige makelaar Ahmad Abdel Fattah ‘zijn de kopten begonnen zich te isoleren en te hergroeperen rond de kerken, in panden die vaak familiebezit zijn, na de religieus gemotiveerde aanslagen in 1981 in Al-Zawiya Al-Hamra. Daarbij kwamen tientallen kopten om het leven en werd een aantal gebouwen van hen verbrand. Moslims zijn zich pas gaan afzonderen na de aanslagen op het World Trade Center.’

    Assem Ad-Dassouki, hoogleraar hedendaagse geschiedenis, wijst erop dat Egypte voor de Britse kolonisatie in 1882 nooit religieuze discriminatie had gekend. ‘De Britten probeerden hetzelfde regime in te stellen als ze in India hadden gedaan tussen hindoes en moslims. Toen in 1952 de revolutie uitbrak, werd de nationale eenheid tussen alle bevolkingsgroepen bevestigd, en deze hield min of meer tot stand tot Sadat, die in 1970 aan de macht kwam, artikel 2 invoerde. Daarin werd vastgelegd dat de islam de staatsgodsdienst was en de sharia de bron van wetgeving.’

    ‘Vandaag de dag zien we ook discriminatie binnen sociale klassen en beroepsgroepen, zelfs tussen mensen met hetzelfde beroep’

    Saoussan Al-Fayed, hoogleraar sociale psychologie, zegt dat gezamenlijke ​​actie van instellingen op het gebied van onderwijs, media en cultuur essentieel zijn. ‘Vandaag de dag zien we ook discriminatie binnen sociale klassen en beroepsgroepen, zelfs tussen mensen met hetzelfde beroep.’ Volgens advocaat Hoda Nasrallah is er geen wet die een eigenaar verbiedt om een koper op grond van welke criteria dan ook uit te kiezen. De eigenaar kan wel een boete krijgen, alleen moet wel bewezen kunnen worden waarom de koop niet doorging. En dat is niet eenvoudig.

  • Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Van kantoorkolossen naar woontorens. De transformatie van de wolkenkrabber

    Lange tijd werd de wolkenkrabber gezien als ‘ouwe, nutteloze meuk’. Toch zal de wereld eind dit jaar 133 gebouwen rijker zijn van meer dan 200 meter hoog. Tegenwoordig zijn het vooral woontorens die aan de wolken krabben – voor de rijken.

    In de tijd dat de architect Mohammed Atta vlucht nummer 11 van American Airlines in de noordelijke toren van het World Trade Center boorde, leek het idee van de wolkenkrabber een overblijfsel uit de twintigste eeuw, ouwe, nutteloze meuk. ‘De wolkenkrabber was het product van een geëxalteerd machtsparadigma,’ schrijft José Antonio Tallón in zijn proefschrift, getiteld Van Rem Koolhaas tot Gordon Matta-Clark. ‘Het idee werd op een bepaald moment in de geschiedenis omarmd, maar vanaf de jaren 1970 begon het inzicht door te dringen dat het een karakterloos product was van de rationalistische architectuur, bestemd voor het tabula rasa van een disfunctionele, generieke stad.

    In zijn proefschrift ontvouwt Tallón de theorie dat de wolkenkrabber zich in de loop van de twintigste eeuw heeft ontwikkeld tot een soort architectonisch niets, even expansief en destructief als de ivoren toren in Het oneindige verhaal van Michael Ende. Het beste voorbeeld van deze decadentie waren de Twin Towers, die vernietigd werden in een van de ergste terroristische aanslagen die ooit in de westerse wereld werden gepleegd.

    Negatief imago

    In 2001 waren er in de hele wereld 263 gebouwen van meer dan 200 meter hoog. Ze werden als ondoelmatig beschouwd (vanaf 150 meter worden ze vanwege problemen met stijfheid en onderhoud onrendabel) en ze kregen een negatief imago. ‘In de opeenvolgende crises van de twintigste eeuw ontwikkelden de middenklassen een antipathie tegen wolkenkrabbers, ze zagen in hun monumentaliteit een bedreiging van hun manier van leven, die in verval raakte,’ stelt Juan Antonio Roche, hoogleraar sociologie aan de Universiteit van Alicante. ‘Denk aan het beeld van King Kong: het is geen toeval dat de mensaap, die staat voor de eenling, de getergde kwetsbare ziel, zich tegen het Empire State Building keert, midden in de crisis van de jaren dertig, die vooral de middenklasse hard trof.’

    Twintig jaar na 11 september, negentig jaar na King Kong en midden in een andere grote, wereldwijde crisis, heeft de Council on Tall Buildings and Urban Habitat (een genootschap ter promotie van wolkenkrabbers) aangekondigd dat er in 2021 in de hele wereld 133 nieuwe torens van meer dan 200 meter bij zullen komen, wat heel dicht het record van 2017 nadert (146 nieuwe torens). Het verbazende aspect van dat getal is dat New York, de stad die symbool staat voor zowel de glorie als het falen van de wolkenkrabber in de twintigste eeuw, nu in twee opeenvolgende jaren de hoogste toren, hoger dan die van de steden in China en de Perzische Golf, laat verrijzen. En ook is daar nu voor het tweede jaar op rij de hoogste toren een luxe woontoren: de wolkenkrabber op het adres 111 West 57th Street (435 meter boven op de Steinway Hall van 48 meter, in totaal 483 meter) zal in 2021 de Central Park Tower uit 2020 (472 meter) de loef afsteken. De twee gebouwen zijn in principe bestemd voor luxe appartementen, beide kijken uit over Central Park en staan op percelen waar tot voor enkele jaren kantoorpanden stonden.

    Nog een paar feiten. Het Isle of Dogs, een voormalig havendepot aan de Theems, dat zich tussen 1987 en 1991 ontpopte als de tweede City, wordt gerecycled tot een woonwijk. In 2010 telde het stadsdeel nog 12.000 inwoners, maar in 2019 waren dat er al 19.000, en voor het eerst dook het in enquêtes op als de Londense wijk met de hoogste kwaliteit van leven. Verwacht wordt dat het Isle of Dogs over ongeveer tien jaar 100.000 inwoners zal tellen.

    Zelfs in Spanje zitten de hoge woontorens in de lift. Na jarenlange vertraging in de bouw zal de gigantische Torre Intempo in 2021 ingewijd worden als de op één na hoogste woontoren in Europa (200,2 meter). In Barcelona (Edificio Antares), Madrid (Torres Skyline) en Malaga (AQ Urban Sky) staan gebouwen gepland van rond de 100 meter hoogte en we hebben ook de Torre Bolueta in Bilbao, die al af is. Veel van die gebouwen zijn luxe-objecten midden in atypische wijken: het penthouse van de Edificio Antares in Barcelona, bijvoorbeeld, ging voor negen miljoen euro van de hand, terwijl het ver buiten de chique wijken staat.

    ‘Eigenlijk zijn het maar deels luxe-objecten,’ zegt Edgar Caridad, commercieel directeur van AQ Acentor, de onderneming die AQ Urban Sky heeft laten bouwen. ‘In Malaga bieden we de appartementen op de hoogste verdiepingen aan in het luxe segment van de markt en die op de vijfde verdieping zijn bestemd voor de middeninkomens.’

    De prijzen lopen van 158.000 euro tot een miljoen, en dat is interessant voor de aanbieder, want zo kan hij zijn publiek diversificeren,’ zegt Caridad. ‘Het imago van hoge woontorens is veranderd. In de jaren 1970 hing er een aura omheen van speculatie en lage kwaliteit. Maar tegenwoordig zijn veel constructieproblemen opgelost. Door prefab te bouwen wordt het bouwterrein een stuk kleiner en is het gebouw duurzamer. De ecologische voetafdruk bijvoorbeeld, is erg gering en dat is in deze tijd een heel aantrekkelijk criterium. Het motief echter om hoge woontorens te bouwen is niet de lage kosten, maar de symbolische waarde van het product. Mensen vinden het leuk om in een gebouw te wonen dat iedereen in de stad kent.’

    Exhibitionisme

    Wat is er tussen 2001 en nu veranderd? ‘Een heleboel factoren komen bij elkaar,’ legt José Antonio Tallón uit. ‘Wolkenkrabbers blijven problematisch, maar de technologische vooruitgang gaat wel door. De Central Park Tower is na de oplevering gesloten vanwege structurele problemen.’

    Maar wat nog zwaarder weegt dan de technologie is volgens hem de combinatie van economie en de cultuur van het exhibitionisme. ‘In 2001 zaten we al in het tijdperk van de starchitects, architecten met een sterstatus, waarin vraag was naar symbolische gebouwen,’ zegt hij. ‘Natuurlijk drukte een deel van die cultuur zich uit in wolkenkrabbers, en dat aspect raakte vervlochten met de opkomende economieën, vooral in Azië.

    Nieuwe economieën die geen last hadden van de Europese aversie tegen machtsvertoon. ‘De derde factor is de gentrificatie, de overname van de wijken in de binnensteden door mensen met hoge inkomens,’ gaat Tallón verder. ‘En dat leidt tot hoge woontorens in de zakelijke districten van steden als Hongkong, Tokio, Londen of New York.’

    De crisis van 2020 is een extra factor die bijdraagt aan de mutatie van kantoorkolossen in luxe woontorens. De krimp in de economie en de toename van online werken maakt dat overal in de wereld tegenwoordig kantoorpanden leeg staan. Wat moet je ermee? Een andere bestemming geven.

    ‘In de Verenigde Staten liepen de zakenwijken al vóór de pandemie leeg,’ zegt Emily Remus, hoogleraar aan de Universiteit van Notre Dame in Indiana, specialist in de geschiedenis van stedenbouw. ‘Er was een uittocht van ondernemingen die op zoek gingen naar goedkopere locaties en de dienstverlenende bedrijven in de buurt – fitnesscentra, restaurants, winkels – kwamen in grote problemen. In bijna alle steden werd de oplossing voor dat probleem gezocht in het ombouwen van de kantoorruimtes tot woonruimtes.’

    Woonruimtes voor mensen met hoge inkomens. ‘Ja, de woningen in de zakendistricten worden gebouwd voor de hogere inkomens,’ zegt Remus. ‘Deels is dat omdat de grond nog steeds duur is, maar dat is niet het enige. In de VS concurreren de steden met elkaar om consumenten te lokken met een dikke portemonnee die de meeste belasting betalen. De gemeentebesturen spannen zich in om grote verdieners aan te trekken en aarzelen niet om de gezinnen met lagere inkomens naar de buitenwijken te verbannen. Het resultaat is een steeds grotere tweedeling in de steden.’

    Verticaliteit is in alle culturen een uitdrukking van macht

    Een stukje literatuur: In de roman High Rise (De torenflat) van J.G. Ballard lijkt alles aan het begin van het verhaal alleen maar dolce vita voor de bewoners van een torenflat, maar het eindigt in een guerrillaoorlog tussen de bewoners van de hogere en die van de lagere verdiepingen. In Maximum City van Suketu Mehta komt de verteller uit Engeland in Mumbai aan, waar hij in een torenflat gaat wonen die hem de levensstijl belooft van de discreet comfortabele Europese middenklasse. Niks doet het: de liften niet, de airconditioning niet, er komt geen water uit de kraan. In Our Fathers (Onze vaders) van Andrew O’Hagan is het toneel een hoge torenflat met sociale woningen in het Schotland van de jaren 1970, die zowel materieel als sociaal aftakelt en op het punt staat afgebroken te worden. En de mythe van Icarus kennen we allemaal wel.

    De conclusie ligt voor de hand: wonen op de tweeëndertigste verdieping was tientallen jaren lang een taboe.

    Nachtmerrie

    ‘Wonen in een torenflat werd idealistisch voorgesteld als het toppunt van efficiëntie en technologisch vernuft, die het leven aangenamer maakte, maar juist daardoor veranderde het in de nachtmerrie van totale afhankelijkheid van technologie,’ betoogt Juan Antonio Roche. ‘Ook was het een toonbeeld van macht: verticaliteit is in alle culturen van de wereld een uitdrukking van macht. En het symboliseert de overwinning van de beschaving op de natuur. Maar in die idealisering schuilt de angst voor de wraak van de natuur.’

    ‘Sommige voorbeelden zijn echt bizar,’ zegt Tallón. ‘Zoals de ommuurde stad Kowloon in Hong Kong, die een soort gigantische verticale soek vol miniflatjes is. In elke stad betekent een torenflat wel weer iets anders. In São Paulo, bijvoorbeeld, betekent wonen in een wolkenkrabber veiligheid. In Tokio zijn de flatjes in de woontorens piepklein, een model dat heel natuurlijk past in de Japanse wooncultuur. Maar in de hele wereld is er een tendens naar gelijkvormigheid: het lijkt me niet waarschijnlijk dat de wolkenkrabbers van het AZCA Complex in Madrid tot woontorens worden omgebouwd, maar wel zijn er al een stuk of vier bouwprojecten met torenflats van 30 verdiepingen in de Nudo Norte en Madrid Rio van start gegaan.’

    En hoe zit het met de vorm? ‘De toren wordt transparant. De stenen wolkenkrabber verandert in een wolkenkrabber met transparante pretenties,’ zegt Juan Antonio Roche. ‘Waar het op neerkomt is dat er waarden worden toegevoegd, een parallel discours dat pure schmink is, want het blijft een monoliet. Op sommige van die torens worden op het dak tuinen aangelegd die een ‘postvegetale’ betekenis willen suggereren. Goed, dat zijn eigenlijk maar tamelijk gekunstelde probeersels die het probleem van het tabula rasa niet oplossen,’ besluit José Antonio Tallón. ‘Wat zijn nu de nieuwe torens in Manhattan? Micronaalden met op elke verdieping hetzelfde stramien, zo hoog als maar kan. Er zijn ook al een paar voorbeelden van rebellie: de Torres Blancas van de architect Sáenz de Oíza in Madrid en de Torre Cube van Carmen Pinós in Mexico. Maar dat zijn uitzonderingen.’ 

    Luis Alemany

    El Mundo  | Madrid  

    El Mundo

    Spanje | dagblad | oplage 390.831

    Na concurrent El País de grootste van het land. Uitgesproken rechts. Sinds de oprichting laat de krant zich kritisch uit over de Spaanse socialistische partij en separatisten in regio’s als Catalonië en het Baskenland.

  • Fotodossier: Een huis op twee benen

    Fotodossier: Een huis op twee benen

    We beginnen er al vroeg mee, hutten bouwen in de woonkamer. En eigenlijk stoppen we nooit meer. Een greep uit de meest eigenzinnige onderkomens van over de hele wereld.

    Rond, vierkant, transparant, een dak boven je hoofd in de vorm van een octopus of een iglo op twee mensenbenen: er is weinig wat deze curieuze huizen van over de hele wereld met elkaar gemeen hebben. Ze zijn er voor alle 
klassen en in verschillende soorten en maten, en ieder jaar komen er meer bij. De trend om in verbouwde fabrieken, kerken, vuurtorens en andere bedrijfspanden te gaan wonen, is niet nieuw maar blijft verbazen. Er bestaat een huis met glijbanen in plaats van een trap, en in Californië wordt de residentiële grot van The Flintstones bewoond. Soms worden de pieremegoggels uit noodzaak geboren, maar vaak zijn het individuele creaties waarbij 
de begrenzingen van een dak en vier muren als 
hopeloos ouderwets worden beschouwd.

    © Getty
    © Getty

    Indonesië

    In de Indonesische stad Yogyakarta staan zeventig koepelvormige huisjes, neergezet door de VS voor gezinnen uit het dorp Sumberharjo die hun huis verloren bij de aardbeving van 2006.

    © Getty
    © Getty

    Frankrijk

    Het Palais Bulles ligt op een heuveltop bij Théoule-sur-Mer, aan de Franse Rivièra. 
De villa is ontworpen door de Hongaarse architect Antti Lovag. De Franse modeontwerper Pierre Cardin was de tweede eigenaar van het paleis, dat tussen 1975 en 1989 werd gebouwd. Het telt twaalf kamers, drie zwembaden, verschillende tuinen en een amfitheater met vijfhonderd zitplaatsen.

    Getty
    Getty

    Japan

    Deze geodome in de vorm van een voetbal kan drijven en is sterk genoeg om elke aardbeving te overleven. Het ontwerp is van Kimidori Housing en kost ongeveer 15.000 dollar.

    © HH
    © HH

    Servië

    Dit huis werd in 1968 gebouwd op een rots in de rivier de Drina, vlak bij de Servische stad Bajina Basta. Volgens de eigenaars is het een ideale hideout.

    © HH
    © HH

    Zweden

    Het Treehotel in de Zweedse plaats Harads biedt keuze uit verschillende boomhotelkamers, waaronder The Cabin (vanaf 400 euro). Voor ‘designbewuste reizigers’, zo meldt het hotel.

    © AP
    © AP

    Verenigde Arabische Emiraten

    Het appartement ‘Floating Seahorse’, dat door de liefhebber kan worden geboekt, maakt deel uit van het ambitieuze offshoreproject ‘The Heart of Europe’, een kunstmatige archipel voor de kust van Dubai. De slaapkamer en de badkamer bevinden zich onder water, met zicht op koraalriffen.

    © HH
    © HH

    China

    Liu Lingchao, bijgenaamd ‘De Slak’, loopt met zijn huis op zijn rug de snelweg van Nanning naar Wuzhou af, in de county Teng. Liu woont sinds tien jaar in dit huisje van bamboe met gekleurde linten en plastic bloemen. Nadat zijn vader stierf en zijn vrouw hem verliet, wilde hij niet meer thuis wonen.

  • Roemeens dorp biedt gratis woningen tegen ontvolking

    Roemeens dorp biedt gratis woningen tegen ontvolking

    Het dorp Concesti, in het noorden van Roemenië, dreigde langzaam uit te sterven. Daarom biedt de gemeente er sinds kort gratis huizen aan. De belangstelling is enorm.

    Het project had maar één doelstelling: ervoor zorgen dat de gemeente Concesti, in het departement Botosani, niet verder vergrijst en van de kaart verdwijnt ten gevolge van de ontvolking. Het ging eind 2015 van start, toen de gemeente aankondigde een gratis woning te willen aanbieden aan ieder gezin dat bereid was zich in het dorp te vestigen. Veel mensen dienden een aanvraag in, en de gemeente moest dus het principe ‘wie het eerst komt, die het eerst maalt’ toepassen.Zo kwamen er gezinnen uit de departementen Alba, Hunedoara, Iasi en Neamt, met andere woorden uit bijna het hele land. Twee jaar later zeggen de mensen die een nieuwe start wilden maken in Concesti dat ze een waar paradijs hebben aangetroffen in vergelijking met de plaats waar ze vroeger woonden. Ook de plaatselijke autoriteiten zijn blij. ‘De mensen hebben zich aangepast, ze houden van werken. Ze hebben hier trouwens kinderen gekregen en de bevolking is gegroeid. Iedereen is gelukkig,’ aldus Constantin Grosu, loco-burgemeester van Concesti.De gemeente, die vlak bij de grens met Oekraïne en Moldavië ligt, leeft voornamelijk van de akkerbouw en de veehouderij. Zoals elk dorp in deze streek heeft Concesti last van de vergrijzing. In 2016 telde de gemeente 2250 inwoners, van wie de meerderheid ouder was dan zestig. Het geboortecijfer bleef gestaag dalen. ‘Het was een hopeloze situatie en we moesten iets doen om niet simpelweg van de kaart te verdwijnen,’ aldus Grosu.In datzelfde jaar verwierf de gemeente eerst vijf leegstaande huizen met 250.000 lei [53.600 euro] van de gemeentelijke begroting. De huizen waren geërfd door kinderen van overleden dorpsbewoners die in de stad of in het buitenland waren gaan wonen. De aldus aangekochte huizen werden vervolgens gratis weggegeven, na een openbare bekendmaking die gericht was aan iedere Roemeen die naar Concesti wilde verhuizen. De enige twee criteria waren dat de kandidaten bereid moesten zijn aan het werk te gaan en dat ze kinderen moesten hebben. ‘Dat laatste was een absolute voorwaarde, want langzamerhand moesten we onze scholen gaan sluiten, omdat er te weinig leerlingen waren,’ zo legt Grosu uit. De huizen en de bijbehorende grond werden aan de begunstigden aangeboden voor de duur van hun gehele leven, zonder huur. Ze waren eerst met geld van de gemeente gerenoveerd en voorzien van de basisvoorzieningen voor een modern leven, zoals elektriciteit.

    Nieuwe bewoonster Valentina Sotir (42) met vijf van haar acht kinderen voor hun huis in Concesti. Valentina is een alleenstaande moeder die slachtoffer werd van huiselijk geweld. Voor haar was Concesti een uitkomst. – © Daniel Mihailescu / AFP / Getty
    Nieuwe bewoonster Valentina Sotir (42) met vijf van haar acht kinderen voor hun huis in Concesti. Valentina is een alleenstaande moeder die slachtoffer werd van huiselijk geweld. Voor haar was Concesti een uitkomst. – © Daniel Mihailescu / AFP / Getty

    Sindsdien wordt het gemeentehuis overspoeld met aanvragen voor huizen. In twee jaar tijd hebben er honderden Roemenen een huis aangevraagd. De gemeente heeft het er niet bij laten zitten, en nog eens vijf huizen gerenoveerd, zodat er nu tien van deze ‘immigranten’-gezinnen wonen.‘Het herbevolkingsproject heeft de gewenste gevolgen gehad,’ verzekert de gemeente. Het belangrijkste, positieve, gevolg is dat de scholen zijn gered. Deze gezinnen zijn met meer dan vijftig kinderen gearriveerd, allemaal in de schoolgaande leeftijd. Het aantal leerlingen is bijna verdubbeld. De nieuwe inwoners hebben dus voor een demografische verjongingskuur gezorgd. ‘Overal in het departement daalt het aantal leerlingen. Het project heeft zijn vruchten afgeworpen, dat weten we, omdat met die vijftig nieuwe kinderen het aantal leerlingen is verdubbeld en de gemeente is verjongd.’De nieuwe inwoners en met name de gezinnen met meerdere kinderen hebben zich snel aangepast aan het dorpsleven. Het zijn allemaal akkerbouwers en veehouders, zoals de rest van de inwoners. Ze werken over het algemeen op plaatselijke bedrijven. En het aantal aanvragen voor Concesti neemt niet af. De gemeente Concesti beschikt niet over de middelen om nog meer huizen aan te kopen en te renoveren. Maar zodra het zover is, zal het project een nieuwe fase ingaan.

    ‘Daar, in Deleni, moest ik alles wat ik verdiende afgeven aan hun vader voor sigaretten en drank. Concesti is mijn redding geweest’

    De gemeente heeft een aantal alleenstaande moeders met kinderen zien komen. Valentina Sotir, 44 jaar, is afkomstig uit het gehucht Deleni, in het departement Iasi. Ze heeft acht kinderen en heeft haar toevlucht in Concesti gezocht om te ontsnappen aan het leven dat zij leidde met hun vader. Ze zijn gewoon gevlucht op een mooie dag, na de bekendmaking te hebben gelezen in de krant. ‘We woonden in een huurappartement en het was zwaar. Hier betaal ik geen huur, het is warm, het is prima, en het geld dat ik verdien, gebruik ik voor mijn kinderen. Daar, in Deleni, moest ik alles wat ik verdiende afgeven aan hun vader voor sigaretten en drank. Concesti is mijn redding geweest. De gemeente helpt ons ook met kleine dingen, vooral met brandhout in de winter,’ aldus een enthousiaste Valentina.Een stukje verderop woont Brandusa Budeanu, een moeder met vier kinderen. ‘Ik huurde iets in Darabani, met mijn man en kinderen. Het leven was zwaar, we hadden niet veel, en de huur was enorm hoog. Hier is het echt geweldig, we hebben alles wat we nodig hebben – water, elektriciteit. Mijn man werkt en ik zorg voor de kinderen. ’s Zomers werk ik ook, in de landbouw. We willen hier nooit meer weg.’

    screenshot 2018 04 05 15 12 30
  • Huisgenoot wordt big business

    Huisgenoot wordt big business

    Groepswoningen zijn niks nieuws. Maar in dure steden als New York en San Francisco gaan er intussen miljoenen in om.

    Vlak achter de voordeur van Euclid Manor ligt een berg schoenen. De eigenaars 
wonen verspreid over het huis van 
580 m2 in Oakland, Californië. 
Er komt muziek uit de keuken waar Sarah Cabell en Kailey-Jean Clark, 
twee van de permanente bewoners, een maaltijd bereiden voor ongeveer vijfentwintig mensen – huisgenoten 
en vrienden.

    Op het eerste gezicht ziet Euclid Manor er niet veel anders uit dan ieder ander huis dat door vrienden wordt gedeeld. Maar als je beter kijkt, vallen een paar dingen op. Op een deur tegenover de ingang hangt een bordje waarop staat: ‘Alleen voor bewoners’. De ingang zelf heeft twee bordjes met instructies voor iedereen om af te sluiten bij aankomst en vertrek. De reden: Euclid Manor is een groepswoning, oftewel een woongemeenschap.

    Met de bevroren lonen en de pan uit rijzende huren kiezen steeds meer jonge mensen in New York, San Francisco en andere populaire (lees ‘dure’) steden ervoor om samen een huis te betrekken. Het aantal mensen van 
tussen de 18 en 35 met huisgenoten is sinds 1980 verdubbeld. Jonge mensen hebben altijd wel huisgenoten gehad, vooral in slechte tijden. Maar deze keer is het anders. Een nieuwe generatie bedrijven die zich op het groepswonen heeft gestort probeert daarvan een miljoenenzaak te maken.

    Euclid Manor maakt deel uit van OpenDoor, een groepswoningbedrijf opgericht door Jay Standish, 31, en 
Ben Provan, 32. Het duo runt drie groepswoningen: Canopy (520 m2) voor twaalf mensen, Farmhouse (560 m2) voor zestien mensen en Euclid Manor, waar ze vorig jaar juli in zijn getrokken. Euclid Manor telt nu acht permanente bewoners, en dat zullen 
er uiteindelijk tien worden.

    The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley.  –  © OpenDoor
    The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor

    De huizen zijn autonoom, Provan en Standish bemoeien zich indien nodig alleen met conflicten. Idealiter zouden de huizen ‘zelfsturende, onafhankelijke organismes’ moeten zijn waarbij bewoners allerlei taken en rollen op zich nemen.

    ‘Deel uitmaken van een woongroep is net zoiets als deel uitmaken van een relatie. Daarvoor moet je moeite doen, goed communiceren en proactief zijn,’ vertelt Standish. ‘Er zitten veel voordelen aan die levensstijl. Wie wil er nu alleen leven?’

    In twee woongemeenschappen in Brooklyn, die worden gerund door Common, een ander groepswoningbedrijf, worden de huishoudelijke taken, zoals het kopen van toiletpapier en meubelen en het schoonmaken van de gemeenschappelijke ruimtes, door het bedrijf geregeld.


    Brad Hargreaves, 29, kreeg het idee voor Common toen hij leiding gaf
 aan General Assembly, een mondiaal educatiebedrijf. Studenten en docenten van GA deelden vaak een woning in dure steden als New York, San Francisco en Los Angeles, maar hun huizen waren niet ontworpen als groepswoning.

    Groepswoningbedrijven zoals Common, OpenDoor en Pure House willen daar verandering in aanbrengen. ‘Het grootste misverstand met betrekking tot groepswonen is dat mensen denken dat het een totaal waanzinnig nieuw idee is. Dat is het niet. Mensen wonen al heel lang met anderen in één huis. Zo wonen veel mensen in de stad,’ aldus Hargreaves. ‘Het enige wat we doen is deze manier van wonen 
verbeteren, iets ontwerpen voor wat mensen eigenlijk al doen.’

    Ook de insolvabel geachte vastgoedmakelaar WeWork probeert een voet aan de grond te krijgen bij het groepswonen. De huisbaas van een nieuwe generatie van tech-start-ups (en het kantoor van The Guardian in New York) hoopt zijn geschatte waarde van 16 miljard dollar te rechtvaardigen door groot te worden in het groepswonen met behulp van WeLive. Hun concept – zeg maar ‘studentenhuis 2.0’ – is om ruimte te huren van een huisbaas, 
die te verbouwen tot eenvoudige slaapkamers met een gemeenschappelijk ruimte – om een gemeenschapsgevoel te kweken – en deze op maandelijkse basis te verhuren aan leden.

    Vorig jaar lekte online een presentatie voor beleggers uit waarin werd geschat dat in 2018 WeLive 16 miljoen dollar binnengehaald zou hebben en begin dit jaar bevestigde Adam Neumann, oprichter van WeWork, tegen The Guardian dat hij verwacht dat WeLive zo’n 34.000 leden zal hebben.


    WeWork wilde geen commentaar geven bij dit verhaal, behalve dat ze ‘net begonnen zijn aan een bètatest van een nieuw, op woongroepen gebaseerd woonconcept in New York City’ en nu de feedback uit de woongroep verzamelt. De eerste groepswoning, waar ongeveer 80 werknemers en leden van WeWork wonen in 45 appartementen, is gevestigd op Wall Street 110 en zal naar 
verwachting 600 mensen huisvesten, verspreid over 20 verdiepingen.

    Voor sommigen doen dat soort getallen en die eenvoudige kamers denken een studentenhuizen voor volwassenen, maar zij die in een woongroep hebben gewoond vinden dat niet het juiste 
etiket. Het woord studentenhuis heeft ‘een negatieve connotatie als je de twintig bent gepasseerd’, zegt Ash, 28, die in het tweede gebouw van Common in Brooklyn woont. Het huis waarin hij woont – met tien slaapkamers, vanaf 1500 dollar per maand – lijkt helemaal niet op een studentenhuis, vindt hij. ‘Het is alsof je in een gebouw komt te wonen waarvan je al weet dat de mensen er aardig zijn. Vroeger kwam je in een gewoon appartementsgebouw en kreeg je die vervelende periode waarin je moest rondlopen en de deuren langs moest om mensen te ontmoeten en vrienden te maken,’ zegt hij. ‘Hier hoeft dat allemaal niet. Je houdt nog wel je privacy en je eigen appartement, maar je bent van het probleem verlost hoe je in een grote stad mensen kan leren kennen.’

    In The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor
    In The Farmhouse, een groepswoning voor zestien mensen in Berkeley. – © OpenDoor

    De groepswoningen zijn geen feesthuizen en worden niet alleen maar bewoond door IT-ondernemers en computerprogrammeurs. Ash werkte vroeger op booreilanden in de Golf 
van Mexico tot de olieprijs inzakte 
en hij werd ontslagen. Nu zit hij in 
de vezeloptica.

    ‘Als ik naar ons ledenbestand kijk heeft minsten 80 procent fulltime banen in New York City,’ zegt Hargreaves. ‘Het zijn meestal geen mensen die vanuit huis werken.’

    Commons volgende project in Williamsburg, Brooklyn, bestaat uit vier gebouwen van vier verdiepingen die met elkaar verbonden zijn en zo 2000 m2 woonruimte creëren met 51 slaapkamers.
De meeste appartementen zullen bestaan uit vier slaapkamers, twee badkamers en een woonkeuken. 
De leden hebben ook toegang tot gemeenschappelijke ruimtes in de 
kelder en op het dak. Het project gaat later dit voorjaar van start met slaapkamers van 1800 dollar per maand voor minimaal twaalf maanden.

    Gedifferentieerde prijzen zullen er zijn voor verblijven van zes of drie maanden of zelfs van één maand. Of het gemeenschapsgevoel en de vriendschappelijke sfeer in zo’n groot gebouw gekopieerd kunnen worden, valt nog te bezien.

    Onverzadigbare vraag

    Met de onverzadigbare vraag naar woonruimte in gebieden als New York en San Francisco, kan schaalvergroting verleidelijk zijn. ‘We zien een enorme vraag,’ vertelt Hargreaves, en hij wijst erop dat Common ‘tot nu toe meer 
dan tweehonderd aanvragen heeft ontvangen voor de eerste dertig plekken’.

    Toch waarschuwt hij dat groepswoningbedrijven die te snel groeien, daar risico mee lopen. Het nu ter ziele Campus bijvoorbeeld – een van de eerste groepswoningstart-ups die volgens Hargreaves ‘veel agressiever groeide’. Campus sloot in augustus 2015 zijn dertig groepswoningen waardoor in New York en San Francisco honderdvijftig mensen een nieuw onderkomen moesten zoeken. Tom Currier, de oprichter van Campus, schreef in een bericht op de website van het bedrijf dat hij ‘van Campus geen economisch levensvatbaar bedrijf kon maken’.

    Met behulp van investeerders en 
projectontwikkelaars die hopen een voet aan de grond te krijgen in de groepswoningmarkt proberen sommige van de groepswoningbedrijven hun businessmodel te perfectioneren en aan te passen. Common haalde vorig jaar zomer 7,35 miljoen dollar binnen om uit te breiden. Bij Euclid Manor werken de oprichters van 
OpenDoor ook met investeerders.

    ‘We zijn twee jaar bezig geweest met het perfectioneren van het model en het verbeteren van ons trackrecord,’ aldus Standish. ‘We weten nu goed 
hoe groepswonen in de praktijk werkt. We kunnen overleggen met projectontwikkelaars en hen adviseren over praktische details van een gebouw omdat wij weten hoe het werkt.’ In 
de toekomst willen de oprichters van OpenDoor al vanaf de start van een nieuw project samenwerken met projectontwikkelaars – vergelijkbaar met de manier waarop Common dat heeft gedaan bij de locatie met 51 slaapkamers in Williamsburg.

    ‘Dan kun je de indeling van het gebouw helemaal afstemmen op het groepswonen,’ legt Provan uit. ‘Als je bestaande gebouwen gebruikt, is de indeling niet echt geschikt en moet je die achteraf aanpassen aan het groepswonen. Voordat in Euclid Manor groepswoningen kwamen, was het een B&B. Iedere kamer heeft zijn eigen sfeer en weerspiegelt de persoonlijkheid van de bewoner.’

    Alles 
wat meer woningen oplevert in een ontzettend krappe woningmarkt is goed

    Groepswonen is nu zo populair, de rente staat zo laag en de huren zijn zo hoog – al die factoren lijken gunstig voor nieuwe huisbazen. Maar zal 
door alle concurrentie en de hype eromheen niet een nieuwe bubbel 
op de huizenmarkt ontstaan?

    Hoe meer bedrijven zich gaan bezighouden met groepswoningen, hoe beter, vindt Provan, want verschillende gebouwen en verschillende bijbehorende diensten trekken verschillende groepen mensen aan.

    ‘Ik maak me geen zorgen [over concurrentie],’ zegt ook Hargreaves. ‘Alles 
wat meer woningen oplevert in een ontzettend krappe woningmarkt is goed. De enige manier waarop we elkaar als concurrenten kunnen benadelen is door zo veel woningen op de markt te brengen dat we uit concurrentieoverwegingen gedwongen zijn om onze prijzen te verlagen. En als dat het effect is van de inspanningen van Common en WeWork, gaan de kosten voor het levensonderhoud in New York City omlaag. Dat zou toch te gek zijn?’ voegt hij er met een grijns aan toe.

    Auteur: Jana Kasperkevic
    Vertaler: Paul Bruijn

    Beeld bovenaan: Buitenaanzicht van The Farmhouse, het oudste gebouw in de buurt. – © OpenDoor

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Zijn wooncontainers echt de toekomst?

    Een verslaggever van The Guardian bracht een bezoek aan de Amsterdamse Wenckehof, het grootste containerdorp ter wereld. ‘Hoe is het nou om in zo’n ding te wonen?’

    Van Londen tot Amsterdam en Mumbai worden scheepscontainers geroemd als een goedkope en gemakkelijke manier om prefabwoningen te realiseren. Maar hoe is het om erin te wonen, en kunnen ze de pop-upstatus overstijgen en een permanente oplossing worden?

    Het is even wennen om in een stalen doos te wonen. In eerste instantie leek het Timothy Ader helemaal niets om in de Wenckehof, een studentendorp van duizend hergebruikte scheepscontainers in Amsterdam, te wonen. Maar drie jaar later heeft hij geen spijt van zijn verhuizing.

    ‘Mijn eerste indruk van de containers was: daar zou ik niet intrekken,’ vertelt de 24-jarige. ‘Maar ik kwam regelmatig bij een vriend die hier woonde en begon het leuk te vinden. Toen ben ik zelf hierheen verhuisd. Ik zit hier heel comfortabel in m’n container en ik heb een hoop ruimte voor mezelf. Ik zou op dit moment nergens anders willen wonen.’

    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’
    ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor’

    De Wenckehof, die in 2006 gereedkwam, is nog steeds het grootste bouwproject van dit type ter wereld. Ooit bedoeld als tijdelijk huisvestingsexperiment, bleek het zo populair dat de gemeente Amsterdam het in 2011 een permanente status gaf. Het succes heeft de belangstelling van architecten en woningcorporaties gewekt, die op zoek zijn naar goedkope oplossingen voor de woningnood in steden over de hele wereld.

    In Berlijn zijn hergebruikte scheepscontainers ingezet voor studentenhuisvesting en onlangs ook om asielzoekers van onderdak te voorzien. In Londen is Forest YMCA begonnen jonge werkende mensen die de hoge huren niet kunnen opbrengen en het gevaar lopen dakloos te worden, onder te brengen in containers in Walthamstow, hoewel de bewoners daar maximaal maar een jaar mogen wonen.

    Voorstanders van scheepscontainerwoningen zeggen dat het door de bouwsnelheid, kostenbesparingen op materiaal en de mogelijkheid de units elders opnieuw te gebruiken een serieuze optie is voor stedelijke woningbouw.

    Gezellig

    Dus hoe is het om echt in zo’n ding te wonen? Volgens Ader is zijn Amsterdamse container gezellig: elke container heeft een woonruimte, badkamer en balkon. In de winter wordt hij warm gehouden met geïsoleerde wandplaten en radiators. Privacy was nooit een probleem. Sterker nog, Ader vond het te stil. Hij heeft meegewerkt aan de organisatie van blokfeesten en eet-met-je-burenevenementen om de Wenckebachweg wat levendiger te maken.

    Het is ook goedkoop. Huurders betalen hier 450 euro per maand en komen ook nog in aanmerking voor een huursubsidie van 140 euro per maand. Dat is veel minder dan de 600 euro die studenten volgens Ader elke maand moeten betalen voor een kamer in het centrum van Amsterdam.

    ‘Er zijn niet veel nadelen,’ vindt Ader. ‘Ik zou hier niet met m’n vriendin willen samenwonen, daar is de container een beetje te klein voor. Ik denk dat dit soort woningen het best werkt voor alleenstaanden die iets goedkopers nodig hebben.’


    De architect van de Wenckehof is Quinten de Gooijer. Zijn bedrijf Tempohousing heeft ook containerwijken met meerdere verdiepingen gebouwd voor het Amsterdamse Leger des Heils en een ‘werkhotel’ voor Poolse arbeidsmigranten in de stad. De Gooijer geeft toe dat zijn klanten tot nog toe op zoek waren naar iets voor de korte termijn. ‘Onze klantenbasis wil eenvoudige basishuisvesting,’ zegt hij. ‘Omdat het een rendabele oplossing is.’

    ‘Je kunt er allerlei bekleding en daken op doen, maar dat kost allemaal extra,’ zegt hij verder. ‘We moeten nog van het idee af dat een stalen doos geen goede leefplek is. Mensen denken dat bakstenen en cement het eeuwige leven hebben, maar dat is niet zo. Langzaam maar zeker is de mentaliteit aan het veranderen. Ik denk dat we in de toekomst veel meer woningbouwprojecten met containers gaan krijgen.’

    De kostenbesparingen verdwijnt zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen

    Architecten dromen al over grote projecten. Of liever gezegd, hoge projecten. CRG Architects heeft een voorstel bekendgemaakt waarbij armoedige woningen in ontwikkelingslanden worden vervangen door ‘containerwolkenkrabbers’: enorme torens van vrolijk gekleurde containers die zo zijn gestapeld dat de torens cilindrisch lijken. Weer een ander ontwerp voor hoogbouw containertorens heeft tot doel de druk op de sloppenwijk Dharavi in Mumbai te verlichten.

    Niet iedereen is ervan overtuigd dat hoog op elkaar gestapelde containers de massahuisvesting van de toekomst zijn. Mark Hogan, hoofdarchitect bij OpenScope in San Francisco, vindt dat het grote onzin is om scheepscontainers voor huisvesting te gebruiken. Voornamelijk omdat de kostenbesparingen verdwijnen zodra je gaat stoeien met de basisstructuur van containers, ze aan elkaar probeert te koppelen of kunstzinnig te stapelen. De Gooijer van Tempohousing geeft toe dat het veel goedkoper is de eenheden keurig op elkaar te stapelen. ‘Als je ze als Lego behandelt, moet je dure substructuren toevoegen om stabiliteit te creëren,’ zegt hij.

    Auteur:Adam Forrest
    Vertaler: Martinette Susijn

    Beeld bovenaan: De binnenplaats van de Wenckehof in Amsterdam. – © www.tempohousing.com

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

  • 4. Projectontwikkelaars buitenspel

    4. Projectontwikkelaars buitenspel

    De initiatiefnemers van een nieuw coöperatief woonproject in Madrid hopen zich te wapenen tegen speculanten.

    Het wordt een appartementencomplex waar bewoners in 
de lift niet alleen een praatje maken over het weer, of wat zout of een kurkentrekker bij elkaar komen lenen. Een appartementencomplex waar iedereen verantwoordelijkheid draagt voor de gemeenschappelijke ruimtes en waar beslissingen met zijn allen worden genomen. Een appartementencomplex met een moestuin, een speelzaal voor kinderen en een bibliotheek. Dat is wat de coöperatie Entre Patios in Madrid in de Calle Milagros wil bouwen. De twintig toekomstige bewoners van de wooneenheden (vrijgezellen en stellen, soms met kleine kinderen, in leeftijd variërend van dertig tot zestig jaar) zoeken nog vijf belangstellenden voor de resterende wooneenheden om de utopie werkelijkheid te laten worden.

    Je kunt je appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom

    Waar in de traditionele woningbouw de projectontwikkelaar het voor het zeggen heeft – er wordt gebouwd en vervolgens naar kopers gezocht – beslist nu een aantal personen allereerst ‘waar ze willen wonen, welke woonvorm ze kiezen, hoe ze het project gaan financieren (in dit geval is dat met de Triodos Bank) en welke bestemming de gemeenschappelijke ruimtes krijgen,’ zegt Leo Bensadón van Lógica Éco, een consultancybedrijf voor duurzaam ondernemen dat Entre Patios begeleidt bij de ontwikkeling en het aan de man brengen van het project.

    Schets van Entre Patios.
    Schets van Entre Patios.

    De juridische vorm is een mengeling van kopen en huren. Bij ‘traditionele’ coöperaties verwatert de samenwerking als het gebouw er eenmaal staat. Hier blijft de coöperatie altijd eigenaar van het appartementencomplex. De leden zijn allemaal actief betrokken bij de coöperatie en hebben daarnaast recht op het gebruik van de gemeenschappelijke ruimtes zoals een washok of een grote eetzaal die ze kunnen reserveren voor feesten en partijen. ‘Je kunt je 
appartement niet verkopen, want het is niet je eigendom. Als je vertrekt, besluit de coöperatie volgens criteria die door de meerderheid zijn vastgesteld wie de volgende bewoners worden. Zo blijft het gemeenschappelijke project voortbestaan en werk je speculatie niet in de hand,’ vat Bensadón samen.

    De praktijk

    Hoe vertaal je dit naar de praktijk? Is de aankoop van de bouwgrond eenmaal geformaliseerd, dan legt elk lid een bedrag in van ongeveer 45.000 euro. Vervolgens betaal je maandelijks rond de 650 euro voor een appartement van tussen de 70 en 75 vierkante meter. 
In de statuten van Entre Patios is de bepaling opgenomen dat niemand 
de coöperatie de eerste vijf jaar mag verlaten. Is die termijn eenmaal verstreken en besluit een van de leden te vertrekken, dan krijgt hij of zij het ingelegde geld terug. Overlijdt hij of zij, dan vervalt het recht op gebruik aan de erfgenamen. Deze woonvorm, die in Spanje nauwelijks bekend is, bestaat al meer dan vijftig jaar in Noorwegen, Duitsland en Denemarken, waar meer dan 10 procent van de woningbouw op deze manier tot stand komt.

    In Spanje lopen intussen meer dan honderd van dit soort bouwprojecten. Het aantal wooneenheden schommelt 
bijna overal tussen de acht en de vijfentwintig. Op één uitzondering na: de coöperaties voor ouderen. Veel ouderen die hun kinderen niet tot last willen zijn en bedanken voor een bejaardenhuis, hebben zelf initiatieven ontwikkeld. Een voorbeeld is El Centro Trabensón, in een berggebied rondom Madrid, of de nog maar enkele maanden oude Cooperativa Convivir, in Horcajo de Santiago (Cuenca).


    Nacho García, lid van het eerste uur en oprichter van het Instituto Internacional Acción No Violenta [Internationaal Instituut voor Geweldloze Actie], licht de verschillende fasen van een project toe. ‘Eerst had je de beginfase, waarin alles nog een droom was en we ons probeerden voor te stellen hoe we deze droom werkelijkheid konden laten worden. We organiseerden workshops over architectuur, economie en vloeren leggen. Toen kwam de overlegfase en het samenstellen van werkgroepen.’ Een daarvan is de werkgroep werving, die belangstellenden probeert te overtuigen door ze te laten zien dat ze deel gaan uitmaken van iets wat het individu overstijgt. Een aanpak die zich bijvoorbeeld vertaalt in een solidariteitsfonds, waarop je een aantal maanden een beroep kunt doen als je werkeloos wordt.

    Auteur: María Crespo
    Vertaler: Henriëtte Aronds

    Beeld bovenaan: © Hajo

    El Mundo
    Spanje, dagblad, oplage 266.290
    Opgericht in 1989 met de missie serieuze onderzoeks- journalistiek te bedrijven, maar slaat soms door naar de sensationele kant. Kiest geen duidelijk standpunt in het
    politieke spectrum, wat soms verrassende inzichten oplevert.

  • 3. Een woongroep voor 1200 man

    3. Een woongroep voor 1200 man

    Zürich loopt voorop als het gaat om coöperatieve woningen. De laatste aanwinst is een complex van 380 appartementen, compleet met meditatieruimte, filmzaal en wintertuin.

    Het grote gemeenschappelijke terras op de achtste verdieping, uitgerust met barbecues, heeft vrij uitzicht op de heuvels rondom Zürich. En als het weer zich niet leent voor een barbecue met de buren, kunnen de bewoners nog altijd hun toevlucht nemen tot de sauna die voor iedereen toegankelijk is en bereikbaar via dezelfde overloop. We zijn in Schwamendingen, een wijk ver van de hippe cafés in het centrum, waar afgelopen zomer een van de meest innovatieve woningprojecten van Zwitserland is opgeleverd. Projectontwikkelaars, openbare instanties en architectuurstudenten uit binnen- en buitenland haasten zich om een bezoek te brengen aan dit immense coöperatieve project met 380 appartementen en 1200 bewoners, verdeeld over dertien gebouwen.

    ‘We wilden een innovatief laboratorium voor duurzaam wonen creëren, met een redelijke huurprijs en veel sociale interactie,’ zegt Claudia Thiesen, lid van de directie van de coöperatieve vereniging Mehr als wohnen. Iedereen beschikt 
er over 35 vierkante meter, terwijl het Zwitserse gemiddelde rond de 50 vierkante meter ligt, een manier om de ecologische en economische doelstellingen te verwezenlijken. Het feit dat de privéruimten kleiner zijn wordt gecompenseerd door de aanwezigheid van talrijke gedeelde ruimten. Zo kent de coöperatie tien gemeenschappelijke zalen die de bewoners naar eigen inzicht kunnen bestemmen. Een ervan is een meditatieruimte geworden, een andere een reparatieatelier, een derde een filmzaal. Nog een voorbeeld: een van de gebouwen, dat niet over een balkon beschikt, heeft een grote wintertuin en een binnenplaats voor iedereen.

    ‘De meeste bouwers gaan nog uit van het traditionele gezinspatroon.’ – © Andreas Hofer
    ‘De meeste bouwers gaan nog uit van het traditionele gezinspatroon.’ – © Andreas Hofer

    Mehr als wohnen heeft ook extra 
ruimtes beschikbaar die door bewoners gehuurd kunnen worden naargelang hun behoefte. Zo zijn er in sommige gebouwen kantoren waarvoor een huurcontract voor een bepaalde tijd kan worden aangegaan. Hetzelfde principe geldt voor kamers met een badkamer. ‘Die hebben we bedacht als interessante oplossing voor gezinnen die enige tijd een bejaarde ouder in huis willen nemen,’ legt Thiesen uit. ‘Maar momenteel worden de meeste bewoond door jongeren die onafhankelijk van hun familie willen wonen zonder helemaal het huis uit te gaan.’ Ook zijn er vier ruimtes om muziek te maken die per uur door de bewoners kunnen worden gereserveerd. Ten slotte zijn er in het gebouw bij de ingang van het complex, dat tevens dienstdoet als hotel, 22 logeerkamers te huur.

    Deze nieuwe scheiding tussen gemeenschappelijk en privé wordt het duidelijkst geïllustreerd door een vijftiental appartementen dat volgens het ‘clusterprincipe’ is gebouwd: private wooneenheden (bestaande uit twee kamers, een badkamer en een kitchenette) die worden verbonden door een ruimte met een grote woonkamer en een keuken erin. ‘Wij bieden een groot scala aan woonvormen, variërend van studio en cluster tot meer conventionele appartementen in ieder formaat,’ aldus Claudia Thiesen.

    Ook andere coöperatieve verenigingen in Zürich hebben de afgelopen jaren voor soortgelijke projecten gekozen, 
zij het op kleinere schaal. In Franstalig Zwitserland wint deze nieuwe organisatie van de ruimte langzaam terrein. De coöperatieve woonvereniging Codha speelt daarbij een pioniersrol door in 
al haar nieuwe projecten clusters op te nemen. De eerste zullen worden opgeleverd in de Geneefse wijk Chêne-Bougeries, in 2017, en het jaar daarop in de ecowijk La Jonction in diezelfde stad.

    Kleinere privéruimten worden gecompenseerd door talrijke gedeelde ruimten

    ‘De meeste bouwers gaan nog uit van het traditionele gezinspatroon van twee ouders en twee kinderen. Maar dat voldoet nog maar aan 30 procent van de woonbehoefte,’ constateert architect Yves Dreier van bureau Dreier Frenzel in Lausanne, dat een voortrekkersrol vervult bij de ontwikkeling van de ecowijk La Jonction. ‘De uitdaging bestaat erin dat je rekening houdt met de woonbehoeften van alleenstaanden, stellen, woningdelers, eenoudergezinnen en nieuw gevormde gezinnen van wisselende omvang, en met het feit dat de gezinsstructuren ongeveer om de tien jaar veranderen.’


    Bij Codha is de ontwikkeling in gang gezet door een groep senioren. ‘Zij hadden geen zin om in hun eentje in een te groot appartement te wonen, maar wilden ook weer niet een te kleine woning waar ze geen familiemaaltijden konden organiseren of een weekend hun kleinkinderen konden ontvangen,’ aldus Rosanna Ulmi, architect van Codha. ‘Wat dat betreft biedt de clusteroplossing een grote flexibiliteit.’

    Meer flexibiliteit

    Uiteindelijk sprak het idee niet alleen de oorspronkelijke groep aan, maar ook gezinnen met studerende kinderen die gecharmeerd waren van deze nieuwe gemeenschappelijke woonvorm, waarbij de autonomie groter 
is dan bij woningdelen. Zo kan een appartement plaats bieden aan een gezin van vier mensen, of aan twee senioren en drie jongeren. De plannen zijn aangepast om aan de verschillende eisen te kunnen voldoen. Sommige clusters krijgen een logeerkamer, andere een gedeelde kantoorruimte. ‘Door kleine appartementen op deze manier samen te voegen kun je economischer omspringen met de hoeveelheid vierkante meters,’ onderstreept architect Yves Dreier.

    Voorlopig ontwikkelen deze initiatieven zich bijna uitsluitend binnen een coöperatief kader. In Zürich is in een gebouw dat in 2011 is neergezet door architect Vera Gloor ook een clusterappartement opgenomen. En projectontwikkelaars raken steeds meer geïnteresseerd, omdat ze een markt zien voor jonge expats die mensen willen ontmoeten zonder afstand te doen van een bepaalde mate van comfort. ‘Maar het blijft een niche, al constateren we toenemende belangstelling van de publieke sector,’ aldus Yves Dreier. ‘In tegenstelling tot de coöperatieve verenigingen die, vooral dankzij hun participerende benadering, de wensen en aspiraties van hun leden kennen, blijft het herverdelen van ruimtes een riskante zaak voor de privé-investeerder.’ Toch sluit de architect niet uit dat het concept zich zal uitbreiden als de eerste experimenten zich hebben bewezen.

    Auteur: Sophie Gaitzsch
    Vertaler: Peter Bergsma

    Beeld bovenaan: © Hajo

    Le Temps
    Zwitserland | dagblad | oplage 49.000
    Opgericht in 1998, voortgekomen uit een fusie van Nouveau Quotidien, Journal de Genève en Gazette de Lausanne. Rechts van het midden, populair bij leidinggevenden, krant voor Franstalige Zwitsers.