Tag: woningcrisis

  • De krakersbeweging is terug van nooit weggeweest

    De krakersbeweging is terug van nooit weggeweest

    Krakers leggen opnieuw hun vingers op de zere plek. Een huis zou geen businessmodel moeten zijn, iedereen verdient een gelijke kans op de woningmarkt.

    De inmiddels overleden Nederlandse schrijver en holocaust-overlever Marga Minco schreef ooit over een leegstaand Amsterdams huis waar zij samen met een groep kunstenaars en studenten onderdak zocht na de Tweede Wereldoorlog. Afgelopen maand werd het huis waar zij decennialang heeft gewoond, bezet door een nieuwe berooide generatie. Op de dure, overvolle Amsterdamse huizenmarkt, waar huizen per vierkante meter gemiddeld duurder zijn dan in Londen, zijn de krakers terug van weggeweest.

    Ze zijn een bijverschijnsel van een op hol geslagen crisis waarin men terecht boos is vanwege een schrikbarende en onhoudbare oneerlijkheid. De kosten van royale Nederlandse belastingvoordelen voor huiseigenaren – meer dan de helft van de bevolking – worden door hardwerkende huurders getorst. De terugkeer van het kraken wijst erop dat een groot deel van de bevolking steeds bozer wordt vanwege het gebrek aan oplossingen. En nu er op 29 oktober verkiezingen voor de deur staan, kan deze woede een politiek kantelpunt vormen.

    Kraken werd in Nederland strafbaar gesteld, deels als reactie op de Vondelstraatrellen in 1980, waarbij voor het eerst sinds de oorlog tanks door de straten rolden om het tegen de krakers op te nemen. Vandaag de dag gaat er nauwelijks een maand voorbij zonder een melding van ME’ers die een kraakpand ontruimen.

    Eigendomsmiljonairs

    In juni ontruimde de ME een pand in de Pijp. De gekraakte woning stond meer dan twee jaar leeg. Een paar dagen nadat Minco’s oude huis werd gekraakt werd een ander pand, op de Plantage Kerklaan, geruimd door de ME. De overheid hoeft niet op te kijken van deze ontwikkeling, aangezien het aantal eigendomsmiljonairs groter is dan ooit, wat ten koste gaat van belastingbetalers en een generatie zonder enige kans op een koophuis.

    Zo sprak ik laatst met de achtentwintigjarige Raoul. Hij heeft een universitair diploma en komt uit een familie van huiseigenaren. Toch kan hij nergens wonen, dus is hij kraker geworden. Zoals veel leeftijdsgenoten is Raoul goed opgeleid, heeft hij werkervaring en zoekt hij een baan. Toch weet hij dat het vinden van een baan geen garantie is dat hij een betaalbare woning voor de langere termijn kan vinden. Zijn verhaal is misschien anekdotisch, maar hij heeft het idee dat de krakersbeweging, die in de jaren zestig begon en in de jaren tachtig een anarchistische uitstraling kreeg, terug is. ‘Dat is tenminste de bedoeling,’ zegt hij. ‘De omstandigheden zijn hetzelfde. De behoefte aan woonruimte is groot, misschien zelfs groter dan toen. Het mag dan wel verboden zijn, maar kraken is terug.’

    De cijfers zijn minder subjectief. Ze tonen aan dat Nederland meer dan 400.000 huizen tekortkomt en dat 81.000 mensen naar een eerste woning zoeken. Nu de prijzen hoger liggen dan ooit en er nieuwe regulaties zijn omtrent verhuur besluiten duizenden privéverhuurders de woningmarkt te verlaten. Daardoor staan er misschien meer panden te koop, maar voor prijzen die veel andere Europeanen absurd zullen vinden, zeker gezien het inzakkings- en overstromingsgevaar. Voor veel jongeren zijn de enige opties ille- gaal onderhuren of een exorbitant hoge huur betalen voor een kamer.

    De Amsterdammers hebben zichzelf buitenspel gezet

    Er zijn strikte regels voor huurprijzen in gedeelde woningen, waardoor huisbazen niet graag verhuren. En de universiteiten bie- den studenten geen huisvesting. ‘Het wordt steeds moeilijker,’ vertelt Maaike Krom, voorzitter van de Landelijke Studentenvakbond (LSV b). ‘We hoorden een verhaal van een student die drie uur moest reizen omdat niet alle steden alle studies aanbieden. Men beseft niet wat al die stress over reizen, de zoektocht naar woonruimte, geldproblemen met jonge mensen doet… terwijl ze over vijf jaar deel moeten uitmaken van de economie en een toekomst moeten opbouwen.’

    Wat is hieraan te doen? Gelukkig bestaat er een brede consensus dat de belastingvoordelen voor huiseigenaren moeten worden uitgefaseerd. De huizenprijzen kunnen stijgen doordat in Nederland de totale hypotheekschuld ten opzichte van het bbp zo hoog is, de hoogste van de EU. De Europese Commissie heeft Nederland al vijf keer opgeroepen de riskante hypotheekschuld te beperken en de hypo- theekrenteaftrek af te schaffen – de laatste keer was in juni – en ze krijgt bijval van de Nederlandsche Bank, vooraanstaande huisvestingexperts en economen. Maar de grootste mentaliteitsverandering moet worden teweeggebracht onder Nederlandse huiseigenaren, die 57 procent van de bevolking uitmaken.

    Totdat de rijke burgerij accepteert dat ze geen recht heeft op subsidie door middel van de hypotheekrenteaftrek, die ongeveer 11,2 miljard per jaar kost en de belasting voor de gemiddelde belastingbetaler met anderhalf procentpunt verhoogt, gaat Nederland een toekomst tegemoet waarin de bezitlozen nog minder te verliezen hebben.

    Buitenspel

    In plaats van in hun handen te wrijven over hun toenemende rijkdom ‘op papier’ moeten ze inzien dat hun kinderen indi- rect zullen moeten opdraaien voor elke 100.000 euro die ze aan hun huis ‘verdienen’. Zo is Amsterdam een stad geworden waarin alleen de rijkste expats zich een huis kunnen veroorloven. Nederlandse kiezers hebben in feite gekozen voor beleid waarbij ze zichzelf buitenspel hebben gezet. Schrijver en ondernemer Jona van Loenen ziet het als bedreiging voor de Nederlandse welvaart wanneer banken blijven investeren in hypotheken in plaats van beginnende bedrijven en wanneer het bezitten van een huis een beter verdienmodel is dan het opzetten van een bedrijf. In zijn woorden: ‘We hebben gezorgd voor een van de allerslechtste stimulansen die je als maatschappij kan hebben: mensen worden in feite aangemoedigd om te zitten niksen in plaats van hun armen uit de mouwen te steken.’ Natuurlijk wordt er bij een huizentekort ook meer gebouwd; Nederland is van plan om vóór 2030 ruim 1 miljoen woningen te bouwen – maar deze plannen schuren nu al met de belangen van bestaande huiseigenaren.

    Je kunt zien waar een gebrek aan actie toe leidt, als je in aanmerking neemt dat een gezin met een modaal inkomen inmiddels maar 4,5 procent van de Nederlandse huizen zou kunnen betalen, aldus het Kadaster. In 2017 kon een doorsneegezin 23 procent van de huizen betalen. De prijzen zijn in de afgelopen tien jaar bijna verdubbeld.

    Sinds 2014 is de Nederlandse bevolking met ongeveer 1 miljoen gegroeid door migratie – maar dit is vooral werkmigratie. In tegenstelling tot wat extreemrechts wil doen geloven zijn er de afgelopen twee jaar steeds minder asielaanvragen en ligt Nederland op het gebied van asielopvang onder het EU-gemiddelde. De ruimhartige opvang van Oekraïense vluchtelingen heeft de huizendruk drastisch verhoogd, bovendien is de Nederlandse industrie afhankelijk van ongeveer 850.000 arbeidsmigranten, die vaak worden onderbetaald en volgens de arbeidsinspectie soms worden uitgebuit. Hoogopgeleide expats verhogen de druk op de huizenmarkt in plaatsen als Amsterdam en Eindhoven, aldus een speciale rapporteur van de VN, maar Nederlandse bedrijven zeggen dat het land geen mondiale techindustrie kan behouden zonder buitenlands talent.

    Bij een recent ‘niet te koop’-protest voor de deur van een van de vele socialehuurwoningen die in de verkoop gaan, pakt Jan Leegwater een megafoon. ‘Ze vragen er 600.000 euro voor omdat er mogelijkheid is tot uitbouw,’ zegt hij. ‘En als je dit over een paar jaar weer verkoopt, verdien je er meer aan dan als je gewoon had gewerkt… We zijn belazerd en we zitten vast in dit systeem.’
    Veel woede is ten onrechte gericht op asielzoekers en andere migranten. Het zijn niet de immigranten die verantwoordelijk zijn voor deze crisis, maar de rijke Nederlandse huizenbezitters en kiezers die jaar in, jaar uit een systeem hebben verdedigd dat hun eigen belangen behartigt. Totdat er verandering komt in die mindset zullen hun kinderen alleen maar bozer worden en kunnen we verwachten dat nog meer krakers het recht in eigen hand nemen.

  • Moeten ouderen hun huis beschikbaar stellen aan jonge gezinnen?

    Moeten ouderen hun huis beschikbaar stellen aan jonge gezinnen?

    In Duitsland hebben ouderen de meeste ruimte: 27 procent van de alleenstaande senioren woont op minimaal 100 vierkante meter. Dit staat In schril contrast tot jongeren en gezinnen met kinderen. Moeten ouderen plaatsmaken voor starters? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, of ze nu oud of jong van hart zijn, is onmenselijk’

    Een commentaar door Claudia Fromme, redacteur bij Süddeutsche Zeitung. 

    ‘Een huis is meer dan een dak boven je hoofd en een flat is meer dan de vier muren eromheen. Wie tientallen jaren in dezelfde huurflat heeft gewoond, kan er net zo’n emotionele band mee ontwikkelen als met een koophuis’, schrijft Claudia Fromme. ‘De kinderen zijn er opgegroeid en uit huis gegaan. De partner is daar overleden. Mensen hebben hier gelachen en gehuild, ze willen hier oud worden.’

    Fromme vraagt zich af waarom je deze mensen uit hun vertrouwde omgeving zou halen: ‘Ze kunnen hier een praatje met bekende buren maken en hebben de vertrouwde dokter op loopafstand zitten. Het is een omgeving waarin ze zich hebben geworteld, als een oude boom die in symbiose leeft met zijn omgeving, die neemt en geeft. Die boom kun je niet verplanten.’ Tegelijkertijd liegen de cijfers er niet om. De generatie van 65-plussers heeft gemiddeld 68,5 vierkante meter woonruimte per persoon. Volgens het Federale Bureau voor de Statistiek woont 27 procent van de alleenwonende senioren zelfs op minstens 100 vierkante meter. Daarentegen bedroeg de woonruimte in huishoudens met ten minste vier leden, meestal gezinnen, 29,9 vierkante meter per persoon. ‘De krappe woningmarkt, vooral in grote steden, wakkert afgunst aan’, gelooft ze. ‘Veel senioren betalen minder per vierkante meter dan hun jongere buren omdat de huur nog in een vergeeld contract vaststaat.’ Als een huisbaas de huur te veel wil verhogen, worden ze beschermd door het huurplafond. ‘Maar dat is geen reden om ze te straffen door, zoals vastgoeddeskundigen in Regensburg eisen, hun huur zo hoog te laten oplopen dat ze gedwongen worden te vertrekken. Dan kunnen ze met alleenstaanden en stellen vechten om een flat die veel meer kost dan hun oude flat. Gefeliciteerd!’

    Ze ziet deze ‘huisvestingsnijd’ als een gevolg van politici die hun bouwbeloften niet waarmaken. ‘Waar zijn de vierhonderdduizend flats die elk jaar in Duitsland gebouwd zouden moeten worden? En waarom zijn er geen nieuwe gebouwen met flexibele plattegronden?’ Dat zou volgens Fromme een creatieve oplossing kunnen zijn. ‘Een ongebruikte kamer kan dan indien nodig worden toegewezen aan een naburige flat, zodat niemand hoeft te verhuizen.’ De linkse parlementaire groep – gesteund door de Duitse huurdersvereniging – stelde voor om in het huurrecht het recht op woningruil op te nemen. De huurprijs per vierkante meter zou overeen moeten komen met de oude. ‘Een goed idee zolang het op vrijwillige basis gebeurt. Maar het is moeilijk te verwerkelijken.’

    ‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op’

    Er zijn gevallen waar senioren hun grote flat hebben opgegeven, hun huis hebben verkocht aan familie en nu gelukkig zijn omdat ze in een leeftijdsgeschikte flat wonen. Maar dit is volgens Fromme een uitzondering. Zelfs wanneer coöperaties aanbieden om dezelfde huurprijs per vierkante meter te garanderen, ruilen veel mensen niet. ‘Het alternatief staat dan in een andere buurt of bevindt zich op de vierde verdieping zonder lift. Verhuizen is duur en veel mensen zijn gehecht aan hun flat.’ Ze wijst er ook op dat verhuizen mensen mentaal zwaar kan belasten.

    ‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op.’ Ze schrijft dat tijdens de pandemie het idee dat jongeren te verkiezen zijn boven oude patiënten in ziekenhuizen, weer populair is geworden. Daarentegen worden jongeren vaak beschuldigd van gebrek aan solidariteit als ze meer vrije tijd willen dan werken, omdat ze minder bijdragen aan de pensioenfondsen. ‘Het spel kan natuurlijk eindeloos doorgaan: afgunst creëert verdeeldheid en het lost niks op.’

    Mensen leven in cycli. Een oudere in een grote flat was ooit ook jong en had in veel gevallen ook een gezin. ‘Hoe zit het met degenen die eisen dat senioren die alleen wonen hun grote flats moeten verlaten? Moeten zij zelf ook verhuizen als ze ergens al dertig jaar wonen en plaatsmaken voor nieuwe gezinnen?’ Volgens Fromme is dat een uitzonderlijk slecht idee. ‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, ongeacht of ze oud of jong van geest zijn, is onmenselijk.’


    ‘Er zijn ook ouderen die graag op een andere, nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier willen leven’

    Een commentaar door Gerhard Matzig, redacteur bij Süddeutsche Zeitung.

    Gerhard Matzig schrijft dat de woningcrisis geen crisis is, maar een woningnood met ingrijpende sociale en economische gevolgen. De laatste keer dat het tekort zo ernstig was, was na de oorlog, toen steden in puin lagen. Dit probleem beperkt zich niet alleen tot de grote steden en het raakt ook de middenklasse. ‘Ouderen worden gedwongen om in te grote flats te blijven wonen die vaak niet in hun behoeften voorzien, terwijl jonge gezinnen en mensen met lagere inkomens juist in te kleine woningen vastzitten,’ legt Matzig uit. Dit maakt het moeilijker voor mensen om te verhuizen naar plekken met werk, scholen en medische voorzieningen. ‘Huisvesting is geen economisch goed, het is een mensenrecht.’

    Volgens Matzig ligt het probleem bij kortzichtig, neoliberaal beleid en in het feit dat mensen zijn gaan geloven in valse aannames en loze beloften. ‘Er werd veel te lang gezegd dat Duitsland voldoende woonruimte had. Maar dat was een illusie,’ stelt hij. Er werd geen rekening gehouden met het leeglopen van het platteland, de groei van steden, het falen van de bouwsector en wereldwijde crises en migratiestromen. Daardoor is de woningcrisis uitgegroeid tot een noodsituatie, en die noodsituatie heeft geleid tot een grootschalig distributieprobleem. ‘Het is nu een strijd geworden tussen mensen die al een woning hebben en mensen die op zoek zijn naar woonruimte – en dat is het sociale explosief van onze tijd,’ schrijft hij.

    ‘We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig’

    Matzig ziet enkele oplossingen voor dit probleem. ‘Ten eerste volkshuisvesting. We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig.’ En daarnaast wordt van de woonruimte die er nu is, geen optimaal gebruik gemaakt. ‘Er is lege woonruimte op het platteland. Maak het platteland aantrekkelijker!’ Maar ook in steden moet het anders. ‘Woningen worden vaak verkeerd bewoond.’ In cijfers: 6,5 procent van de huurhuishoudens in grote steden met meer dan 100.000 inwoners woont krap. Een even groot aantal, namelijk 6,2 procent, heeft onevenredig veel ruimte, zoals een eenpersoonshuishouden in een vierkamerflat. Dit zijn vaak oudere huurders. ‘Dat is niet hun fout. Het heeft te maken met de natuurlijke levensloop, met kinderen die zijn verhuisd of partners die zijn overleden. Niemand die in een te grote flat woont doet dat om puur asociale redenen. Hij of zij doet dat vaak omdat de woningnood ook betekent dat niemand zijn huis verlaat.’ Dit komt mede door het lock-ineffect. De angst dat ze uiteindelijk meer moeten betalen voor een kleinere flat. 

    De derde oplossing zou de bevordering van woningruil zijn. ‘Wanneer bijna evenveel mensen in te grote als te kleine flats wonen, ligt het voor de hand dat de lokale autoriteiten een ruil organiseren. Niet als wondermiddel, maar als stelschroef,’ legt Matzig uit. ‘Het lijkt me ook duidelijk dat dit alleen mogelijk is met een goed uitgedacht ruilsysteem en absolute vrijwilligheid. Het zou onmenselijk zijn om mensen door middel van een planeconomie te dwingen te verhuizen.’

    Er zijn echter ook goede redenen voor oudere mensen om naar kleinere, maar even dure of zelfs goedkopere kleinere flats te verhuizen. Dit zijn onder andere de hoge energiekosten voor grotere flats, de schoonmaakwerkzaamheden en het feit dat nieuwere, en dus meestal kleinere, flats eerder drempelvrij en seniorvriendelijk zijn dan oudere gebouwen onder de eveneens recente huisvestingswetten. ‘Wie zegt eigenlijk dat oude mensen niet kunnen of willen verhuizen? Het zijn geen oude bomen.’ Er zijn volgens hem genoeg ouderen die graag anders willen wonen, op een nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier. ‘Ze zijn van nature niet immobiel. Maar de markt is dat wel. Daar moeten we beginnen.’

  • In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In Zwitserland hebben de meeste mensen hun hele leven lang een huurwoning

    In veel grote steden is een koophuis voor jonge mensen vaak buiten bereik, maar de Zwitserse huizenmarkt spant de kroon. ‘Als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

    In menig ander land zou Philip Skiba, een goedbetaalde analist in de financiële sector, niet aarzelen om een huis te kopen. Maar in de stad waar hij woont, aan de rand van Zürich, gaan zelfs de lelijke huizen, zoals hij ze zelf noemt, voor miljoenen over de toonbank. Vorig jaar stond een eenvoudig, beige gestuct huis in zijn buurt te koop. De prijs? 7,5 miljoen Zwitserse frank, omgerekend zo’n 7,8 miljoen euro.

    ‘Mijn eerste gedachte was dat het belachelijk was, bijna een belediging,’ zegt Skiba (41), die een huurappartement deelt met zijn vriendin. Toen het huis enkele weken later werd verkocht, werd hij geconfronteerd met de realiteit van het Zwitserse huiseigenaarschap. Een eengezinswoning kopen in de buurt van Zürich is niet zomaar een luxe. ‘Het is meer dan luxe,’ zegt Skiba. ‘Twee kinderen, een huis, een tuin, twee auto’s – ik ken niemand die dat heeft.’

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders. In toenemende mate worden zelfs stedelijke professionals uitgesloten van de vastgoedmarkt. De gemiddelde prijs voor een studio in Zürich is volgens onderzoeksbureau Wüest Partner meer dan een miljoen euro. Per vierkante meter is Zürich ongeveer 80 procent duurder dan Parijs.

    Terwijl veel jonge mensen op plekken als Californië en New York geen uitzicht op een koophuis hebben, biedt Zwitserland een glimp van een maatschappij waar huizenbezit nagenoeg onmogelijk is. Ongeveer 36 procent van de Zwitsers heeft een eigen huis of appartement, het laagste percentage in het Westen en ver onder het gemiddelde in de Europese Unie (70 procent) en in de Verenigde Staten (67 procent). Hoewel veel jonge Zwitsers de voordelen van een leven lang huren zeggen te zien – minder gedoe en minder verplichtingen – geven ze tegelijkertijd toe dat ze boos zijn dat ze geen keuze hebben.

    Ouderwets

    ‘Ik denk dat de meeste mensen in Zwitserland nog altijd dromen van een eengezinswoning en een tuin,’ zegt Andreas Weber (36), die in Zürich werkt. ‘Maar het is gewoon niet meer mogelijk.’ Weber is directeur van Corefinanz, een hypotheekmakelaardij, maar ook hij is huurder: hij woont in een appartement dat met de trein een halfuur van het centrum van Zürich verwijderd is. ‘Ik ben nog niet zover,’ zegt hij over het kopen van een eigen huis. De gemiddelde leeftijd waarop mensen in Zwitserland hun eerste huis kopen is achtenveertig jaar, vijftien jaar ouder dan in buurland Frankrijk.

    In de Verenigde Staten en veel andere landen wordt woningbezit aangemoedigd door de overheid, en over het algemeen wordt het beschouwd als een rite de passage [verandering in de sociale status]. In Zwitserland bestaat de grond voor 70 procent uit bergen. Al generaties lang is de hoeveelheid bebouwbare grond beperkt en het onroerend goed duur. Een leven lang huren wordt daarom niet gezien als een persoonlijke mislukking of een tekortkoming van het systeem.

    ‘Ik ken veel mensen die nooit zouden willen kopen,’ zegt Alice Hollenstein, een psycholoog die gespecialiseerd is in stedelijke kwesties. ‘Ze hechten gewoon geen waarde aan huiseigenaarschap. Ze vinden het ouderwets.’

    Er wordt ook minder over geoordeeld. Zwitserse huurders zeggen geen preken te krijgen over het belang van het opbouwen van vermogen. ‘De meerderheid huurt en er ligt geen stigma op,’ zegt Christian Hilber, een inwoner van de Noord-Zwitserse stad Basel die zich aan het specialiseren is in vastgoed aan de London School of Economics. ‘Mensen zeggen eerder: “Heb jij een koopwoning? Waarom?”’

    Zwitserland is sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog overwegend een huurland en in sommige opzichten is dat goed geweest. In 2008, toen de Verenigde Staten door onverantwoorde leningen en wanbetalingen in een crisis terechtkwamen, waren er nauwelijks gevolgen voor de Zwitserse economie. De Zwitserse financiële autoriteiten eisen dat leners grondig gescreend worden. Subprime leningen [tegen minder voordelige condities] voor debiteuren met een minder gunstige kredietgeschiedenis komen in het woordenboek niet voor.

    De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders

    Toch botst een voorkeur voor huren hier met een grimmige financiële realiteit: uit nationale onderzoeken blijkt dat Zwitserse huiseigenaren de afgelopen decennia beter af waren als het aankomt op welvaart. Het gemiddelde vermogen van een Zwitserse huiseigenaar in de dertig is zes keer hoger dan dat van een huurder van dezelfde leeftijd. En de welvaartskloof wordt alleen maar groter met de leeftijd. Zwitserse huiseigenaren in de zeventig zijn elf keer zo rijk als huurders van hun leeftijd, volgens een studie van Ursina Kuhn van de Zwitserse Stichting voor Onderzoek in Sociale Wetenschappen in Lausanne.

    Het addertje onder het gras is dat je alleen huiseigenaar kunt worden ‘als je genoeg rijkdom hebt om meer rijkdom te vergaren’, zoals Kuhn het uitdrukt.

    Martin Hoesli, een professor aan de Universiteit van Genève die al tientallen jaren huizenbezit in Zwitserland bestudeert, zegt dat huizenbezit op de lange termijn gunstig is, maar dat veel Zwitsers zich in eerste instantie niet eens een aanbetaling kunnen veroorloven. Die bedraagt wettelijk minimaal 20 procent van de aankoopprijs. Als je daar de 4 procent overdrachtskosten aan toevoegt, komt de minimale aanbetaling voor een gemiddeld geprijsd huis (volgens Wüest Partner momenteel 1,3 miljoen euro) uit op zo’n 314.000 euro.

    Dat is een ontmoedigend bedrag voor This Schälchli (37), die eigenaar is van een koffiehuisje op een druk kruispunt in Zürich. Schälchli serveert meer dan tweehonderd kopjes koffie per dag, vertelt hij, maar met de inkomsten kan hij nauwelijks zijn huur van 1900 frank (1975 euro) betalen. Hij heeft een appartement met één slaapkamer, dat hij deelt met zijn vriendin en hun baby.

    ‘Aan het einde van de maand is mijn geld op,’ zegt Schälchli over zijn persoonlijke financiën. Hij durft niet te dromen van een eigen huis. ‘De hoeveelheid geld die je in een mensenleven uitgeeft aan huur – het is echt krankzinnig,’ zegt hij. ‘Maar er is op dit moment geen voor de hand liggende oplossing voor mij. Mijn familie heeft geen geld. Ik denk dat ik de rest van mijn leven zal huren.’

    Behoorlijk saai

    Tot voor kort dacht Hollenstein, de psycholoog, er hetzelfde over, maar om andere redenen. Huren heeft voordelen in Zwitserland: verhuurders mogen de huur niet zonder reden verhogen (denk aan een rentestijging of renovatie). Huren stelt mensen in staat om in populairdere gebieden te wonen. Hollenstein (41) huurt een prachtig appartement in het hart van Zürich. ‘Je hoeft niet voor het gebouw te zorgen,’ zegt ze. ‘Als de verwarming het niet doet, hoef je alleen maar iemand te bellen. Het is niet je bezit.’

    Maar vier jaar geleden veranderde ze van gedachten toen zij en haar partner hun eerste kind kregen en zich realiseerden dat ze een meer permanent onderkomen wilden. Ten oosten van Zürich, op 25 minuten met de trein, vonden ze een huis van 140 vierkante meter voor 2,1 miljoen frank (zo’n 2,2 miljoen euro). Ze zijn van plan om het te betrekken als ze klaar zijn met de renovatie. Het huis, zegt Hollenstein, ‘is mooi – en behoorlijk saai’.

    Ze moet nog steeds bijkomen van het feit dat ze tientallen jaren aan spaargeld in één investering heeft gestoken. ‘Op het moment dat we het huis kochten, dacht ik: Ik ben mijn vrijheid kwijt. Ik vond het doodeng,’ zegt ze.

    Ze schaamde zich een beetje toen ze haar vrienden, van wie de meesten huurders zijn, vertelde dat het haar gelukt was om een huis te kopen. ‘Hun reactie was niet “Wow, geweldig!”’ zegt Hollenstein. ‘Het was meer van: “Echt waar?”’

    Veel Zwitsers die zich een huis kunnen veroorloven zijn daarbij wel afhankelijk van voortdurende herfinanciering. Zwitserland is het land van luxe horloges, chique chocolaatjes – en levenslange hypotheken. Het is niet ongewoon dat leners hun leningen verlengen tot aan hun dood, wat voordelig is omdat hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is. Het levert de Zwitserse banksector bovendien veel werk op.

    Voor een toerist die door dit betoverende Alpenland rijdt, is het niet moeilijk te begrijpen waarom de huizenprijzen zo astronomisch zijn. De eeuwenoude stenen steegjes in steden als Bern en Zürich zijn levende musea – intact en onaangetast door wereldoorlogen. De skyline van Zürich bestaat uit hoge, met sneeuw bedekte bergen. Het meer dat de stad omringt is zo ongerept dat mensen soms direct vanaf de trottoirs en promenades het water in duiken.

    Toen Andreas Fuhrer (43), een deeltjesfysicus die werkzaam is bij een bank op het gebied van risicobeheer, besloot een huis te zoeken in Bern, besefte hij dat hij voor de aanbetaling zijn familie om hulp zou moeten vragen. Hij en zijn partner, Siwat Chuencharoen (37), een pianoleraar, gingen op zoek naar een plek waar Siwat kon oefenen zonder dat de buren er last van zouden hebben. Ze bezochten vijftien huizen en deden op vijf een bod. Maar dat werd steeds weer overtroffen.

    ‘Het is deprimerend,’ zegt Fuhrer. ‘Je loopt het huis binnen en zegt: “Dit is onze droom,” en dan krijg je het niet.’

    Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar

    Toen ze een huis vonden dat ze wilden kopen, gingen ze er helemaal voor. Het huis was bijna 200 vierkante meter en bevond zich net buiten de stadsgrenzen van Bern, aan de overkant van de spoorweg. Het werd aangeboden voor 1,25 miljoen frank (1,3 miljoen euro), maar na verschillende biedrondes kocht het stel het voor 1,52 miljoen frank. Naast de aanbetaling van 300.000 frank (zo’n 312.000 euro), waarbij de familie hielp, financierden ze de aankoop met drie aparte leningen met een looptijd van acht, tien en twaalf jaar. De schuld is zo gestructureerd dat het grootste deel van wat ze terugbetalen rente is, en niet de hoofdsom. Ze zijn van plan om de lasten tientallen jaren te blijven betalen.

    ‘Een huis kopen in dit land is niet voor iedereen weggelegd,’ zegt Siwat, die in 2010 als muziekstudent vanuit Thailand naar Zwitserland verhuisde. ‘Ook al verdien je vrij goed en heb je een goed leven, alles is hier duur.’

    Voor Skiba, de analist uit de financiële sector, is een koophuis nog ver weg. Hij betaalt 6000 frank (ruim 6200 euro) per maand voor zijn appartement op een heuvel boven de Goudkust met herenhuizen aan een meer die gezegend zijn met avondzon. Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar.

    In het kantoor van Skiba werken zo’n dertig mensen. De meesten van hen verdienen een jaarsalaris van minstens 100.000 frank, zegt hij, maar slechts twee van hen bezitten een eigen huis. Hij zou zich een huis op het platteland buiten Zürich kunnen veroorloven. Zestig kilometer verderop staan huizen die verkocht worden voor 1,5 miljoen. Maar hij wil niet zo ver van zijn kantoor en vrienden in de stad wonen. ‘Ik denk dat het bij mensen hoort om graag een huis te willen bezitten,’ zegt hij. ‘Maar als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’

  • Het VK wil gebruik van tenten door daklozen aan banden leggen

    Het VK wil gebruik van tenten door daklozen aan banden leggen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » FARC-dissidenten schorten vredesbesprekingen op

    » Soedan: minstens 20 doden bij bombardement op markt in Khartoem

    Volgens minister is het slapen in een tent voor velen een keuze

    De Britse minister van Binnenlandse Zaken, Suella Braverman, stelt nieuwe wetten voor om het gebruik van tenten door daklozen aan banden te leggen. Volgens Braverman zien velen van hen dit als een ‘lifestylekeuze’. Dat schrijft de BBC. Het voorstel heeft bij veel Britten tot verontwaardiging geleid.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Braverman verklaarde: ‘De regering zal altijd steun verlenen aan mensen die daadwerkelijk dakloos zijn’, maar voegde eraan toe: ‘We kunnen niet toestaan dat onze straten worden overspoeld door rijen tenten, bewoond door mensen, velen van hen afkomstig uit het buitenland, die ervoor kiezen om op straat te leven.’ Ze waarschuwde dat als er geen actie wordt ondernomen, Britse steden hetzelfde pad zouden kunnen inslaan als steden in de Verenigde Staten, zoals San Francisco en Los Angeles, waar ‘zwak beleid heeft geleid tot een toename van criminaliteit, drugsgebruik en verloedering’.

    De burgemeester van Londen, Sadiq Khan, noemde het voorstel ‘zeer deprimerend’ en schreef op X: ‘De regering zou meer moeten investeren in sociale huisvesting, huursubsidies moeten verhogen en huisuitzettingen zonder geldige reden moeten verbieden.’

    Polly Neate, de directeur van de liefdadigheidsinstelling voor huisvesting Shelter, zei over de voorstellen van de minister: ‘Op straat leven is geen lifestylekeuze. Dakloosheid ontstaat wanneer het huisvestingsbeleid tekortschiet en is het gevolg van mensen die zich geen woning kunnen veroorloven.’ Ze voegde eraan toe: ‘De huurprijzen in de particuliere sector zijn nog nooit zo hoog geweest, huisuitzettingen nemen toe en de  bestaanszekerheidscrisis blijft voortduren.’

    Lees ook: