Nu woningprijzen de pan uit rijzen en steeds meer mensen kampen met eenzaamheid, wint co-living aan populariteit. Is dat een bewuste keuze of een woonvorm die projectontwikkelaars ons opleggen? En moeten we ons ertegen verzetten of moeten we het juist omarmen?
Nee: ‘Het is een stap in de richting van ernstige sociale achteruitgang’
Michael Clifford is in The Irish Independent niet erg te spreken over de opkomst van co-living. Sterker nog, volgens hem is ‘de introductie van een woonvorm die privacy, ruimte en zelfs waardigheid devalueert een stap in de richting van ernstige sociale achteruitgang’.
Hij trekt de vergelijking met het klooster in zijn geboortedorp. De nonnen beperkten hun privéruimte tot kleine kamers en brachten het grootste deel van hun tijd door in het bijzijn van hun medegelovigen. ‘Ze kozen er bewust voor om comfort en bepaalde persoonlijke behoeften op te geven. Vandaag zouden we zeggen dat ze aan co-living deden.’ Alleen gebeurt het niet meer uit geloofsovertuiging, zoals bij de nonnen, maar vaak uit economische noodzaak.
Het co-livingconcept wordt volgens hem vooral aangestuurd door projectontwikkelaars omdat het een beter rendement zou opleveren. ‘Projectontwikkelaars spelen een belangrijke rol bij het huisvesten van mensen, en huisvesting speelt dan weer een belangrijke rol bij het vormgeven van een samenleving.’ Dat zou volgens hem niet mogen afhangen van de markt of financieel gewin.
‘Wat begon als een hip alternatief voor twintigers, zal uitgroeien tot een standaard vorm van huisvesting’
Voor menig twintiger klinkt co-living als een prima optie: iedereen onder één dak, gezellig samen eten en regelmatig samen biertjes drinken. Maar Clifford denkt dat het concept zich niet zal beperken tot de twintiger. ‘Zodra het concept in de maatschappij is verankerd, zal het zich razendsnel vermenigvuldigen.’
Clifford vreest dat co-living zal worden gepresenteerd als enige realistische optie voor mensen die recht hebben op sociale huisvesting. Ook zullen sommige senioren die momenteel in zelfstandige woningen wonen volgens hem worden aangespoord om dit ‘trendy co-living-concept’ te omarmen. ‘Wat begon als een hip en tijdelijk alternatief voor twintigers, zal uitgroeien tot een standaard vorm van huisvesting. Voor sommigen zal het zelfs de enige optie zijn.’
Volgens Clifford is co-living geen duurzame oplossing voor de chronische huisvestingscrisis en bestaat er bovendien de kans dat de prijs van ‘normale’ appartementen alleen maar zal blijven stijgen. Kwalijk, vindt Clifford, aangezien ‘het dichten van de kloof tussen arm en rijk de hoogste prioriteit moet krijgen’.
Michael Clifford is een Ierse auteur en onderzoeksjournalist die momenteel werkzaam is als speciaal correspondent bij The Irish Examiner. In 2016 werd hij tijdens de The Irish Journalism Awards uitgeroepen tot Journalist van het jaar.
Ja: ‘Mensen worden steeds eenzamer en wantrouwiger’
‘Ik ben een getrouwde vrouw van eenenveertig die uit vrije keuze aan co-living doet. In plaats van zo snel mogelijk op zoek te gaan naar zo veel mogelijk ruimte en privacy, besloten mijn man en ik het tegenovergestelde te doen’, schrijft Elizabeth Oldfield in The New York Times. Ze wonen in Londen samen met hun twee kinderen, een koppel dat een baby verwacht en een vrouw met haar kat. Ze leggen het grootste deel van hun geld bij elkaar en verdelen de huishoudelijke taken.
Het tekort aan woningen, de snelle opwarming van de aarde en de manier waarop kunstmatige intelligentie de arbeidsmarkt verandert, zouden ons volgens Oldfield moeten aanzetten tot het heroverwegen van het traditionele huisje-boompje-beestjetoekomstbeeld. ‘Als de mensheid zo doorgaat, zullen de allerrijksten ruimte en hulpbronnen blijven opeisen en toe-eigenen. Maar ik geloof dat deze situatie ons juist kan dwingen te leven op een manier die echt goed voor ons is.’ Hoewel meer ruimte je geluksgevoel tijdelijk kan vergroten, raak je er snel aan gewend. Sterke relaties daarentegen zijn van grote invloed op een aanhoudende tevredenheid en een beter welzijn.
‘We zijn vergeten hoe we op een gezonde manier confrontatie kunnen aangaan’
Oldfield begrijpt dat niet iedereen meteen enthousiast wordt van het idee om met huisgenoten te wonen. ‘In het geïndustrialiseerde Westen hebben we steeds meer van onze dagelijkse behoeften uitbesteed aan de markt en vermijden we vaker persoonlijke uitwisselingen, omdat we kiezen voor gemak in plaats van persoonlijke betrokkenheid.’ Denk maar aan zelfscankassa’s, en datingapps. Het gevolg is dat we minder tijd met elkaar doorbrengen, minder vaak om hulp vragen en het moeilijker vinden om verbintenissen aan te gaan. Politiek theoreticus Sarah Stein Lubrano vergelijkt dit proces met atrofie: ‘Het resultaat is een generatie die eenzaam en wantrouwig is.’
Gedurende het grootste deel van de geschiedenis leefden mensen in kleine, vaste gemeenschappen. ‘Nu we steeds meer afstand kunnen creëren, zijn we vergeten hoe we op een gezonde manier confrontatie kunnen aangaan en compromissen kunnen sluiten. We zouden er goed aan doen om die vaardigheden te behouden, niet alleen voor ons collectieve voortbestaan, maar ook voor onze persoonlijke ontwikkeling.’
Elizabeth Oldfield is een Britse schrijver en podcastmaker. Ze werkte als journalist bij de BBC en was tien jaar lang directeur van Theos, een religieuze denktank.
Emigranten uit Oost-Europa kopen massaal vastgoed in Spanje. Dit doen ze niet alleen vanwege oorlogsdreiging, maar ook vanwege toenemende welvaart in het oosten en de gunstige Spaanse woningmarkt.
Spanje staat van oudsher bekend als een populaire bestemming voor investeringen in vastgoed. Vanwege zijn warme klimaat, ontwikkelde infrastructuur, lekkere eten en culturele verscheidenheid is het land een toeristenparadijs en een trekpleister voor investeringen. Normaal gesproken waren Britten, Duitsers en Fransen het meest actief op de vastgoedmarkt. Sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne zijn er echter ook steeds meer Polen die in Spanje een woning aanvragen.
Vooral in 2022 toonden Polen de meeste belangstelling voor vierkante meters aan de Spaanse kust: het percentage steeg toen naar 161 procent. Sindsdien vestigen kopers uit Polen ieder jaar weer een nieuw record qua hoeveelheid aangeschafte woonruimte. Dit beursspel heeft niet alleen te maken met de behoefte om naar een veel warmer gebied te verhuizen. Veel mensen die in Spanje een huis of appartement hebben gekocht, zijn bang dat de oorlog tussen Rusland en Oekraïne ook Polen zal raken. Zij investeren in vastgoed in vakantieoorden in de hoop een veilige plek te vinden voor het geval de oorlog verder escaleert.
Volgens gegevens van Bank Pekao S.A. hebben Polen alleen al in de eerste negen maanden van 2022 in Spanje 2300 onroerende goederen gekocht, 102 procent meer dan in heel 2021. Dit verklaart waarom de Spaanse woningmarkt toen het hoogste niveau in de laatste vijftien jaar bereikte: in 2022 werden er in totaal zo’n 700.000 huizen en appartementen verkocht. Spanje is tevens een populair land onder Oekraïense huizenkopers. Alleen al in de eerste zes maanden na het begin van de oorlog hebben Oekraïners in het land 1237 onroerende goederen aangekocht; 60 procent meer dan het gemiddelde van de laatste vijftien jaar.
Angst voor oorlog
Tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïne en de toegenomen welvaart kopen Polen al een aantal jaren appartementen en villa’s in Spanje op. In 2022 schaften ze 2300 onroerende goederen aan, twee keer zo veel als in 2021. In 2023 stond de teller al op 3118. In 2024 hebben Poolse kopers 4000 transacties gesloten en dit aantal zal in 2025 naar verwachting nog verder oplopen. Dankzij deze explosief toegenomen investeringsdrang staan de Polen nu op de vierde plaats qua aantal transacties met buitenlands vastgoed, na de Britten, Duitsers en Fransen. Poolse huizenkopers lopen zelfs voor op de Amerikanen en de Russen.
Het aandeel van de Polen onder de buitenlanders die actief zijn op de Spaanse vastgoedmarkt, groeit gestaag: waar dit aandeel in 2019 nog 1,6 procent bedroeg, was dit percentage tegen 2023 verdubbeld. In de regio’s Marina Baja en Marina Alta aan de Costa Blanca doen Poolse kopers meer investeringen in nieuwbouw dan de Spanjaarden zelf.
De gemiddelde prijs per vierkante meter aan woonruimte zat in Spanje eind 2022 op 1700 euro. Met de vraag naar woningen stegen ook de kosten: in de tweede helft van 2023 moesten niet-ingezetenen gemiddeld 2715 euro neertellen per vierkante meter. Polen betalen doorgaans alles in één keer, zonder een hypotheek af te sluiten, en kiezen vaker voor een appartement (65 procent van alle transacties) dan voor een villa of huis. Mensen die een villa kopen, kiezen voor een villa met een oppervlakte tussen de 250 en 600 vierkante meter en een zwembad. De meeste kopers gaan voor een villa met een prijs die tussen 350.000 en 1,5 miljoen euro ligt. Polen kiezen in de meeste gevallen voor de Costa del Sol en de Costa Blanca. Onder rijke kopers zijn Barcelona, Madrid, Valencia, Marbella, Malaga en Calpe geliefd.
‘Veel mensen belden ons met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen’
Volgens Agnieszka Marciniak-Kostrzewa, die werkzaam is als vastgoedbeheerder aan de Costa del Sol, weerspiegelt de plotselinge stijging van de vraag naar woningen de onrust in Polen vanwege de oorlog in Oekraïne en de angst dat de gevechten zich naar Pools grondgebied zullen uitbreiden. ‘Ik kan twee perioden aanwijzen waarin de belangstelling voor de aankoop van vastgoed razendsnel steeg. De eerste was februari 2022, direct na het begin van de oorlog. De tweede begon in februari 2024, toen Rusland zijn offensief aan het front intensiveerde,’ vertelt ze.
In februari 2024 zei Trump dat hij tijdens zijn eerste termijn eens had gedreigd ‘Rusland aan te moedigen’ om een van de NAVO-leden aan te vallen die hun financiële verplichtingen tegenover het bondgenootschap niet nakomen. Deze uitspraak was volgens haar een wake-upcall voor de Polen. Ook de waarschuwingen van de Poolse premier Donald Tusk voor een ‘vooroorlogs tijdperk’ in Europa brachten veel Polen op de gedachte om een huis over de grens aan te schaffen. ‘Na die uitspraken van Trump en Tusk hebben veel mensen ons gebeld met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen en hoeveel tijd de sleuteloverdracht in beslag zou nemen,’ vertelt Marciniak-Kostrzewa.
De advocaat María Ruis López, die zowel in Spanje als in Polen werkt, zegt dat de vraag naar de diensten van notarissen en juristen in drie jaar tijd ‘ongelooflijk hard’ is toegenomen. ‘Onze cliënten zeggen dat de belangrijkste reden om appartementen en huizen in Spanje aan te schaffen de angst voor de oorlog is. Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben,’ legt ze uit.
‘Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben’
Verkopers en tussenpersonen geven toe dat Polen zich bij hun beslissing om een woning te kopen soms laten leiden door hun emoties. Marciniak-Kostrzewa vertelt dat een van haar cliënten, uit angst dat de oorlog zich naar Polen zou uitbreiden, een appartement in Spanje kocht en vroeg of hij het mocht verhuren op voorwaarde dat hij er binnenkort in zou kunnen wonen. Toen ze hem uitlegden dat het uitzetten van een huurder enige tijd in beslag neemt, antwoordde hij: ‘Laat het dan maar leegstaan.’
Tegen de achtergrond van een dreigende aanval van Rusland op de Baltische staten investeren ook steeds meer Litouwers en Esten in huisvesting in Spanje. Liivia Illak, een vastgoedmakelaar in Tallinn die appartementen in Spanje verkoopt, vertelt dat ze in 2023 heel wat meer van dat soort aanvragen heeft gekregen. ‘Ik kreeg steeds meer aanvragen binnen voor heel kleine appartementen, omdat mensen in Estland en Litouwen een plek hebben om snel naartoe te kunnen verhuizen. We zitten natuurlijk in de NAVO, maar in werkelijkheid zijn veel mensen erg bang voor een oorlog.’
Economische factoren
De vraag naar woningen stijgt mede als gevolg van de toegenomen koopkracht van de Polen. Dat Polen economisch succes boekt, blijkt uit het feit dat het bbp per hoofd van de bevolking is verdrievoudigd, aldus Marcin Piątkowski, hoogleraar aan de Koźmiński-universiteit. ‘Meer dan dertig jaar na de val van het communisme zijn de Polen rijker dan ooit tevoren. Veel mensen die begin jaren negentig een zaak zijn begonnen, willen nu met pensioen. En het thuiswerken dat door de pandemie gebruikelijk is geworden, heeft ervoor gezorgd dat jongeren een zorgelozer leven kunnen leiden en voor het warmere klimaat van Spanje kiezen,’ zegt hij.
Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid. Over het algemeen zijn er twee redenen waarom ze vastgoed in Spanje kopen: ze willen erin gaan wonen, of ze willen het verhuren. Het potentieel van verhuur voor de korte termijn groeit: het aantal toeristen nam in de eerste helft van 2024 met 13 procent toe ten opzichte van diezelfde periode in 2023. Poolse kopers worden aangetrokken door de niet al te hoge levenskosten, het warme klimaat en de ontwikkelde sociale infrastructuur. Agnieszka Durlik, werkzaam bij de Poolse Kamer van Koophandel, noemt behalve de veiligheid ook de voordelige prijzen en de behoefte aan een warmer klimaat als de belangrijkste redenen waarom Polen meer interesse in Spanje hebben gekregen.
Een vierkante meter woonruimte is in Spanje een paar duizend zloty’s goedkoper dan in Polen. Zo heb je aan de Spaanse oostkust voor 400.000 zloty’s (ongeveer 95.000 euro) een appartement van zestig vierkante meter. Bovendien ligt het tempo waarin de vastgoedprijzen stijgen in Polen naar schatting hoger dan in Spanje. Daar komt bij dat de koers van de zloty sinds september 2023 sterker is dan die van de euro, wat de aankoop van vastgoed in het buitenland nog voordeliger maakt.
Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid
De volgende factor is de staat van de economie. Hoewel Spanje hard werd getroffen door de wereldwijde crisis van 2008 en de eurocrisis van 2012, is het land nu weer de weg naar dynamische ontwikkeling ingeslagen. Ook heeft de toeristische sector zich weer hersteld van de coronacrisis. Daarnaast is het mogelijk om bij een ontwikkelaar vastgoed te kopen waar je meteen in kunt gaan wonen. Een investeerder uit het buitenland hoeft alleen maar het meubilair aan te schaffen zonder nog allerlei andere grote investeringen te hoeven doen (zoals het controleren van ingehuurde werknemers).
Een andere oorzaak waardoor de vraag is toegenomen, is de soepele verkeersverbinding. Zo is het vier uur vliegen van Warschau naar Malaga. Ook de toegang tot kwalitatief hoogstaande medische zorg trekt investeerders aan. De meeste Poolse investeerders vallen in de leeftijdscategorie 35-plus, velen van hen hebben een gezin en daarom is goede medische zorg voor hen een prioriteit. Behalve openbare ziekenhuizen zijn er in het land ook veel privéklinieken, vooral aan de Costa del Sol.
De lokale vastgoedmarkt zou voor Polen nog aantrekkelijker kunnen worden nu de Spaanse regering voor de sector nieuwe regels heeft ingevoerd. In januari kondigde premier Pedro Sánchez een reeks maatregelen aan die huisvesting toegankelijker moeten maken. Een van de geplande maatregelen is de verhoging van de belasting op de verhuur van vastgoed aan toeristen en een belastingheffing van 100 procent op de aankoop van woonruimte door niet-ingezetenen van buiten de EU. Volgens Sánchez hebben niet-ingezetenen van buiten de EU alleen al in 2023 27.000 onroerende goederen aangeschaft, niet om erin te wonen, maar om winst te maken. Daardoor is er een tekort aan woonruimte ontstaan voor de Spanjaarden zelf.
Belastingverhogingen geven Polen een voordeel, terwijl niet-ingezeten kopers lijden onder de inperking van het ‘gouden visum’-programma. Dankzij dit programma kunnen mensen een verblijfsvergunning krijgen op voorwaarde dat ze investeren in vastgoed ter waarde van minimaal 500.000 euro. Bovendien hebben Polen er geen moeite mee om zich in Spanje aan te passen. In het land worden Poolse scholen geopend en in alle regio’s van het land kun je emigranten uit Polen aantreffen. Daar komt bij dat Polen groot fan zijn van de mediterrane leefstijl met zijn zonnige weer, dat een schril contrast vormt met de gure Poolse winters. Zes van de tien zonnigste steden van Europa liggen in Spanje.
Trekpleister voor Oekraïners, Polen en Russen
Het Canadese dagblad The Globe and Mail, dat eveneens de toegenomen belangstelling van Oost-Europese kopers voor vastgoed in Spanje beschrijft, haalt het voorbeeld aan van Torrevieja, een kleine stad aan de Costa Blanca in de provincie Alicante die is uitgegroeid tot een heuse trekpleister voor Polen, Oekraïners en Russen. Een recente volkstelling toonde aan dat bijna de helft van de 100.000 inwoners van de stad buitenlanders zijn, van wie Polen, Oekraïners en Russen tot de grootste etnische groepen behoren.
Vastgoedmakelaars beamen dat ze het aantal aanvragen vanuit deze drie gemeenschappen maar nauwelijks kunnen bijbenen. ‘Het is gewoon gekkenwerk. Ze verhuizen niet allemaal hierheen, maar ze willen hun geld uit een gevaarlijk gebied halen en het investeren in een veiligere plek,’ verklaart Katarzyna Stadnicka, van het makelaarskantoor RO Spain Real Estate. De vraag naar huisvesting in de provincie Alicante is het hoogst onder de Polen. In 2023 hebben ze daar 2160 huizen gekocht, bijna drie keer zo veel als in 2021.
Ook het aantal Russen in de regio neemt toe. Ondanks de sancties die in 2022 en 2023 zijn ingevoerd, zijn ze erin geslaagd bijna 2500 villa’s en appartementen aan te schaffen. Oekraïners kopen er in Alicante ook gretig op los: in 2022 kregen ze de eigendom van 1036 onroerende goederen, in 2023 waren dat er 1400. Ter vergelijking: in 2021 sloten ze slechts 376 transacties.
Het doorsnee profiel van een Oekraïner die een luxe onroerend goed aanschaft, is een gezin dat op zoek is naar een villa met een terras en een huis met een tuin in de buurt van Barcelona of in een groene regio. De gemiddelde verkoopprijs ligt boven de 500.000 euro, zeggen ze bij het makelaarskantoor Uniko International Real Estate.
Fraude en okupas
Hoewel het aantrekkelijk is om in Spaans vastgoed te investeren, waarschuwen marktdeelnemers voor wijdverbreide frauduleuze praktijken. Het is in Spanje al meer dan eens voorgekomen dat frauderende ontwikkelaars buitenlanders bedrogen, waarbij ze handig profiteerden van het feit dat een notariële akte in het Spaans moet worden opgesteld. Daarbij bestaat het risico dat, als een huis of appartement een tijdlang leegstaat, ze worden ingenomen door illegalen, de zogeheten okupas (krakers). Okupas handelen uit verschillende motieven: soms zijn ze wanhopig op zoek naar een dak boven hun hoofd, in andere gevallen hebben ze winst voor ogen.
Volgens gegevens van het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn er in 2024 16.426 gevallen vastgesteld waarin mensen illegaal een woning binnendrongen – 7,4 procent meer dan in 2023. Catalonië staat ruim bovenaan de ranglijst illegale huisbezettingen met 7000 ingediende klachten – dat is meer dan 40 procent van alle gevallen. In deze situatie moest de overheid wel ingrijpen. In april 2025 werd een hervorming van het strafrecht van kracht die een verandering moet aanbrengen in de manier waarop de strijd tegen de krakers wordt gevoerd. De rechtszaken worden sindsdien behandeld volgens de ‘versnelde gerechtelijke procedure’.
‘Daardoor is een snellere uitzetting mogelijk in gevallen waarin krakers een huis binnenvallen of illegaal eigendommen in bezit nemen. Het is een overgang van een traag en bureaucratisch naar een sneller proces dat het in theorie mogelijk maakt om mensen binnen vijftien dagen uit te zetten. Ja, het rechtssysteem is traag en problematisch, dat zal niet onmiddellijk verholpen zijn, maar het zal een stuk sneller gaan dan eerst,’ legt advocaat Xavi Abat uit.
Onder de nieuwe wet kan de rechtbank, als het oordeel in het nadeel van de krakers uitvalt, een gebod tot uitzetting uitvaardigen waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Er wordt een concrete datum vastgesteld en vertegenwoordigers van de rechtbank zien erop toe dat de krakers uiterlijk op die datum worden uitgezet. In maart gaf de rechtbank huizenbezitters een extra drukmiddel in handen: het wettelijke recht om elektriciteit, water en gas in een gekraakt huis uit te schakelen zonder dat ze hoeven te vrezen voor strafrechtelijke vervolging. Nu zijn eigenaars van gekraakte huizen niet verplicht om de rekening voor water, gas of stroom te betalen zolang de krakers in hun huis wonen.
In veel grote steden is een koophuis voor jonge mensen vaak buiten bereik, maar de Zwitserse huizenmarkt spant de kroon. ‘Als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’
In menig ander land zou Philip Skiba, een goedbetaalde analist in de financiële sector, niet aarzelen om een huis te kopen. Maar in de stad waar hij woont, aan de rand van Zürich, gaan zelfs de lelijke huizen, zoals hij ze zelf noemt, voor miljoenen over de toonbank. Vorig jaar stond een eenvoudig, beige gestuct huis in zijn buurt te koop. De prijs? 7,5 miljoen Zwitserse frank, omgerekend zo’n 7,8 miljoen euro.
‘Mijn eerste gedachte was dat het belachelijk was, bijna een belediging,’ zegt Skiba (41), die een huurappartement deelt met zijn vriendin. Toen het huis enkele weken later werd verkocht, werd hij geconfronteerd met de realiteit van het Zwitserse huiseigenaarschap. Een eengezinswoning kopen in de buurt van Zürich is niet zomaar een luxe. ‘Het is meer dan luxe,’ zegt Skiba. ‘Twee kinderen, een huis, een tuin, twee auto’s – ik ken niemand die dat heeft.’
De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders. In toenemende mate worden zelfs stedelijke professionals uitgesloten van de vastgoedmarkt. De gemiddelde prijs voor een studio in Zürich is volgens onderzoeksbureau Wüest Partner meer dan een miljoen euro. Per vierkante meter is Zürich ongeveer 80 procent duurder dan Parijs.
Terwijl veel jonge mensen op plekken als Californië en New York geen uitzicht op een koophuis hebben, biedt Zwitserland een glimp van een maatschappij waar huizenbezit nagenoeg onmogelijk is. Ongeveer 36 procent van de Zwitsers heeft een eigen huis of appartement, het laagste percentage in het Westen en ver onder het gemiddelde in de Europese Unie (70 procent) en in de Verenigde Staten (67 procent). Hoewel veel jonge Zwitsers de voordelen van een leven lang huren zeggen te zien – minder gedoe en minder verplichtingen – geven ze tegelijkertijd toe dat ze boos zijn dat ze geen keuze hebben.
Ouderwets
‘Ik denk dat de meeste mensen in Zwitserland nog altijd dromen van een eengezinswoning en een tuin,’ zegt Andreas Weber (36), die in Zürich werkt. ‘Maar het is gewoon niet meer mogelijk.’ Weber is directeur van Corefinanz, een hypotheekmakelaardij, maar ook hij is huurder: hij woont in een appartement dat met de trein een halfuur van het centrum van Zürich verwijderd is. ‘Ik ben nog niet zover,’ zegt hij over het kopen van een eigen huis. De gemiddelde leeftijd waarop mensen in Zwitserland hun eerste huis kopen is achtenveertig jaar, vijftien jaar ouder dan in buurland Frankrijk.
In de Verenigde Staten en veel andere landen wordt woningbezit aangemoedigd door de overheid, en over het algemeen wordt het beschouwd als een rite de passage [verandering in de sociale status]. In Zwitserland bestaat de grond voor 70 procent uit bergen. Al generaties lang is de hoeveelheid bebouwbare grond beperkt en het onroerend goed duur. Een leven lang huren wordt daarom niet gezien als een persoonlijke mislukking of een tekortkoming van het systeem.
‘Ik ken veel mensen die nooit zouden willen kopen,’ zegt Alice Hollenstein, een psycholoog die gespecialiseerd is in stedelijke kwesties. ‘Ze hechten gewoon geen waarde aan huiseigenaarschap. Ze vinden het ouderwets.’
Er wordt ook minder over geoordeeld. Zwitserse huurders zeggen geen preken te krijgen over het belang van het opbouwen van vermogen. ‘De meerderheid huurt en er ligt geen stigma op,’ zegt Christian Hilber, een inwoner van de Noord-Zwitserse stad Basel die zich aan het specialiseren is in vastgoed aan de London School of Economics. ‘Mensen zeggen eerder: “Heb jij een koopwoning? Waarom?”’
Zwitserland is sinds het einde van de Tweede Wereldoorlog overwegend een huurland en in sommige opzichten is dat goed geweest. In 2008, toen de Verenigde Staten door onverantwoorde leningen en wanbetalingen in een crisis terechtkwamen, waren er nauwelijks gevolgen voor de Zwitserse economie. De Zwitserse financiële autoriteiten eisen dat leners grondig gescreend worden. Subprime leningen [tegen minder voordelige condities] voor debiteuren met een minder gunstige kredietgeschiedenis komen in het woordenboek niet voor.
De 9 miljoen inwoners van Zwitserland behoren tot de rijkste mensen ter wereld – toch zijn de meesten van hen huurders
Toch botst een voorkeur voor huren hier met een grimmige financiële realiteit: uit nationale onderzoeken blijkt dat Zwitserse huiseigenaren de afgelopen decennia beter af waren als het aankomt op welvaart. Het gemiddelde vermogen van een Zwitserse huiseigenaar in de dertig is zes keer hoger dan dat van een huurder van dezelfde leeftijd. En de welvaartskloof wordt alleen maar groter met de leeftijd. Zwitserse huiseigenaren in de zeventig zijn elf keer zo rijk als huurders van hun leeftijd, volgens een studie van Ursina Kuhn van de Zwitserse Stichting voor Onderzoek in Sociale Wetenschappen in Lausanne.
Het addertje onder het gras is dat je alleen huiseigenaar kunt worden ‘als je genoeg rijkdom hebt om meer rijkdom te vergaren’, zoals Kuhn het uitdrukt.
Martin Hoesli, een professor aan de Universiteit van Genève die al tientallen jaren huizenbezit in Zwitserland bestudeert, zegt dat huizenbezit op de lange termijn gunstig is, maar dat veel Zwitsers zich in eerste instantie niet eens een aanbetaling kunnen veroorloven. Die bedraagt wettelijk minimaal 20 procent van de aankoopprijs. Als je daar de 4 procent overdrachtskosten aan toevoegt, komt de minimale aanbetaling voor een gemiddeld geprijsd huis (volgens Wüest Partner momenteel 1,3 miljoen euro) uit op zo’n 314.000 euro.
Dat is een ontmoedigend bedrag voor This Schälchli (37), die eigenaar is van een koffiehuisje op een druk kruispunt in Zürich. Schälchli serveert meer dan tweehonderd kopjes koffie per dag, vertelt hij, maar met de inkomsten kan hij nauwelijks zijn huur van 1900 frank (1975 euro) betalen. Hij heeft een appartement met één slaapkamer, dat hij deelt met zijn vriendin en hun baby.
‘Aan het einde van de maand is mijn geld op,’ zegt Schälchli over zijn persoonlijke financiën. Hij durft niet te dromen van een eigen huis. ‘De hoeveelheid geld die je in een mensenleven uitgeeft aan huur – het is echt krankzinnig,’ zegt hij. ‘Maar er is op dit moment geen voor de hand liggende oplossing voor mij. Mijn familie heeft geen geld. Ik denk dat ik de rest van mijn leven zal huren.’
Behoorlijk saai
Tot voor kort dacht Hollenstein, de psycholoog, er hetzelfde over, maar om andere redenen. Huren heeft voordelen in Zwitserland: verhuurders mogen de huur niet zonder reden verhogen (denk aan een rentestijging of renovatie). Huren stelt mensen in staat om in populairdere gebieden te wonen. Hollenstein (41) huurt een prachtig appartement in het hart van Zürich. ‘Je hoeft niet voor het gebouw te zorgen,’ zegt ze. ‘Als de verwarming het niet doet, hoef je alleen maar iemand te bellen. Het is niet je bezit.’
Maar vier jaar geleden veranderde ze van gedachten toen zij en haar partner hun eerste kind kregen en zich realiseerden dat ze een meer permanent onderkomen wilden. Ten oosten van Zürich, op 25 minuten met de trein, vonden ze een huis van 140 vierkante meter voor 2,1 miljoen frank (zo’n 2,2 miljoen euro). Ze zijn van plan om het te betrekken als ze klaar zijn met de renovatie. Het huis, zegt Hollenstein, ‘is mooi – en behoorlijk saai’.
Ze moet nog steeds bijkomen van het feit dat ze tientallen jaren aan spaargeld in één investering heeft gestoken. ‘Op het moment dat we het huis kochten, dacht ik: Ik ben mijn vrijheid kwijt. Ik vond het doodeng,’ zegt ze.
Ze schaamde zich een beetje toen ze haar vrienden, van wie de meesten huurders zijn, vertelde dat het haar gelukt was om een huis te kopen. ‘Hun reactie was niet “Wow, geweldig!”’ zegt Hollenstein. ‘Het was meer van: “Echt waar?”’
Veel Zwitsers die zich een huis kunnen veroorloven zijn daarbij wel afhankelijk van voortdurende herfinanciering. Zwitserland is het land van luxe horloges, chique chocolaatjes – en levenslange hypotheken. Het is niet ongewoon dat leners hun leningen verlengen tot aan hun dood, wat voordelig is omdat hypotheekrente fiscaal aftrekbaar is. Het levert de Zwitserse banksector bovendien veel werk op.
Voor een toerist die door dit betoverende Alpenland rijdt, is het niet moeilijk te begrijpen waarom de huizenprijzen zo astronomisch zijn. De eeuwenoude stenen steegjes in steden als Bern en Zürich zijn levende musea – intact en onaangetast door wereldoorlogen. De skyline van Zürich bestaat uit hoge, met sneeuw bedekte bergen. Het meer dat de stad omringt is zo ongerept dat mensen soms direct vanaf de trottoirs en promenades het water in duiken.
Toen Andreas Fuhrer (43), een deeltjesfysicus die werkzaam is bij een bank op het gebied van risicobeheer, besloot een huis te zoeken in Bern, besefte hij dat hij voor de aanbetaling zijn familie om hulp zou moeten vragen. Hij en zijn partner, Siwat Chuencharoen (37), een pianoleraar, gingen op zoek naar een plek waar Siwat kon oefenen zonder dat de buren er last van zouden hebben. Ze bezochten vijftien huizen en deden op vijf een bod. Maar dat werd steeds weer overtroffen.
‘Het is deprimerend,’ zegt Fuhrer. ‘Je loopt het huis binnen en zegt: “Dit is onze droom,” en dan krijg je het niet.’
Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar
Toen ze een huis vonden dat ze wilden kopen, gingen ze er helemaal voor. Het huis was bijna 200 vierkante meter en bevond zich net buiten de stadsgrenzen van Bern, aan de overkant van de spoorweg. Het werd aangeboden voor 1,25 miljoen frank (1,3 miljoen euro), maar na verschillende biedrondes kocht het stel het voor 1,52 miljoen frank. Naast de aanbetaling van 300.000 frank (zo’n 312.000 euro), waarbij de familie hielp, financierden ze de aankoop met drie aparte leningen met een looptijd van acht, tien en twaalf jaar. De schuld is zo gestructureerd dat het grootste deel van wat ze terugbetalen rente is, en niet de hoofdsom. Ze zijn van plan om de lasten tientallen jaren te blijven betalen.
‘Een huis kopen in dit land is niet voor iedereen weggelegd,’ zegt Siwat, die in 2010 als muziekstudent vanuit Thailand naar Zwitserland verhuisde. ‘Ook al verdien je vrij goed en heb je een goed leven, alles is hier duur.’
Voor Skiba, de analist uit de financiële sector, is een koophuis nog ver weg. Hij betaalt 6000 frank (ruim 6200 euro) per maand voor zijn appartement op een heuvel boven de Goudkust met herenhuizen aan een meer die gezegend zijn met avondzon. Tina Turner huurde in de buurt een chateau tot aan haar dood eerder dit jaar.
In het kantoor van Skiba werken zo’n dertig mensen. De meesten van hen verdienen een jaarsalaris van minstens 100.000 frank, zegt hij, maar slechts twee van hen bezitten een eigen huis. Hij zou zich een huis op het platteland buiten Zürich kunnen veroorloven. Zestig kilometer verderop staan huizen die verkocht worden voor 1,5 miljoen. Maar hij wil niet zo ver van zijn kantoor en vrienden in de stad wonen. ‘Ik denk dat het bij mensen hoort om graag een huis te willen bezitten,’ zegt hij. ‘Maar als je in een Zwitserse stad wilt wonen, is huren op dit moment de enige optie.’
De door overheidssubsidies explosief gestegen huizenprijzen leiden in Rusland tot tweespalt aan de top. Met de verkiezingen in aantocht verwachten economen echter niet dat de regering de hypotheeksubsidies snel zal afbouwen, ondanks de nadelen die eraan kleven.
Als zoethoudertje voor burgers die de oorlog moe zijn deelt de Russische staat miljarden dollars aan goedkope leningen uit om een huis te kopen. Al dat geld leidt nu tot een economisch probleem dat maar weinigen hadden voorzien: een snelgroeiende vastgoedzeepbel. Terwijl in Oekraïne de strijd doorwoedt, zorgen de steeds hogere huizenprijzen en de snel stijgende inflatie voor verdeeldheid in de hogere Russische echelons. Aan de ene kant heb je de strenge centrale bank die over de financiële stabiliteit van het land moet waken, aan de andere kant het Kremlin, dat in de aanloop naar de presidentsverkiezingen van 2024 vooral aan zijn populariteit werkt.
President Poetin zei vorige week dat hij zeker tot het einde van 2024 wil doorgaan met de populaire hypotheeksubsidies, waardoor gezinnen met kinderen goedkoper geld kunnen lenen. Maar Elvira Nabioellina, de president van de Russische centrale bank, roept juist op tot het afbouwen ervan; zij waarschuwt dat deze subsidies fnuikend zijn voor de pogingen van de centrale bank om de vraag te drukken en de inflatie af te remmen. Vorige week verhoogde de centrale bank de belangrijkste rentevoet naar 16 procent, meer dan het dubbele van afgelopen juni.
Russen staan van oudsher argwanend tegenover hypotheken, die in de volksmond worden betiteld als ‘schuldslavernij’; ze kopen hun huizen liever zonder te lenen. Dat begon te veranderen in 2020, toen de overheid hypotheeksubsidies voor nieuwbouw begon te verstrekken als steunmaatregel in de pandemie. Sinds de Russische inval in Oekraïne heeft de interesse voor dat programma een hoge vlucht genomen. Direct na de inval kelderde het aantal hypotheken aanvankelijk nog, maar dat veranderde toen banken minder eisen gingen stellen, de subsidies voor burgers werden verhoogd en rijkere Russen als gevolg van de sancties minder bestedingsmogelijkheden hadden voor hun geld.
Nieuw jaarrecord
Volgens cijfers van de centrale bank is het Russische hypotheekvolume tot oktober 2023 met 72 procent gegroeid tot bijna 70 miljard dollar, een nieuw jaarrecord. Dankzij de overheidssteun is het merendeel van die hypotheken verstrekt tegen een rente die ver onder het marktpercentage ligt. De bijbehorende nieuwbouw heeft de economie een impuls gegeven.
Rusland heeft de sancties beter doorstaan dan het Westen voor mogelijk had gehouden; in 2024 wordt er zelfs weer gerekend op economische groei. De pijlers waar deze economische activiteit op rust zijn de nog immer hoge olieopbrengsten, de enorme toename van de defensiebestedingen en cadeautjes voor de gewone burger in de vorm van pensioenverhogingen en goedkope leningen. Het hypotheekprogramma is daar een belangrijk onderdeel van.
Maar economen zien verontrustende signalen van oververhitting van de economie als gevolg van al die hoge uitgaven en leningen. Volgens de Russische krant Vedomosti rekent de regering voor dit jaar op een verviervoudiging van de kosten van het subsidieprogramma tot 454 miljard roebel, oftewel zo’n 5 miljard dollar. Dat ook de regering zich van de risico’s bewust is, blijkt uit het feit dat ze de verplichte eigen inleg bij de aanschaf van een huis heeft verhoogd van 20 naar 30 procent.
Rusland heeft de sancties beter doorstaan dan het Westen voor mogelijk had gehouden
Voor veel Russen is onroerend goed een van de weinige zaken waar ze hun spaargeld in kunnen steken ter bescherming tegen de hoge inflatie die al decennialang met tussenpozen in Rusland woedt. De economische sancties drukken de aandelenhandel, en door de deviezenbeperkingen en westerse maatregelen is het ook moeilijk om geld naar het buitenland te sluizen.
Maar door de versoepeling van de hypotheekeisen stijgen de nieuwbouwprijzen. Een nieuwbouwappartement is in Rusland nu gemiddeld 40 procent duurder dan een appartement dat wordt doorverkocht. Vóór de komst van het hypotheekprogramma bedroeg dat verschil nog geen 10 procent. En die grote kloof betekent dat mensen er geld op kunnen verliezen als ze hun nieuw gekochte woning proberen te verkopen. ‘De spaartegoeden van mensen worden door de hypotheekrentesubsidies weggevaagd,’ zegt Olga Bytsjkova van onderzoeksbureau Moody’s Analytics.
Met de betalingsachterstanden valt het tot nog toe mee; daarvan is volgens cijfers van de centrale bank slechts sprake bij 0,4 procent van de hypotheken. Maar economen vrezen dat er onder de oppervlakte toch sprake is van financiële stress. Volgens Bytsjkova besteedt pakweg de helft van de nieuwe hypotheeknemers 80 procent of meer van het inkomen aan het aflossen van hun schuld, bijna tweemaal zoveel als twee jaar geleden.
Een belangrijke groep burgers die deelt in de vastgoedhausse betreft de familie van gesneuvelde of gewond geraakte soldaten, zegt Alexandra Prokopenko, een voormalig medewerker van de Russische centrale bank die nu als extern onderzoeker verbonden is aan het Carnegie Russia Eurasia Center in Berlijn. Nabestaanden van in Oekraïne gesneuvelde soldaten kunnen rekenen op 5 miljoen roebel van de staat (circa 56.000 dollar), plus nog eens miljoenen aan steun van regionale overheden en uitkeringen van pensioenen en verzekeringen. Volgens Prokopenko gebruiken veel mensen dat geld om vastgoed mee te kopen. ‘Mensen voelen zich rijker,’ zegt ze. ‘Dat is een heel belangrijke politieke factor, dat mensen kunnen zien dat het ze beter gaat.’
Vastgoedcrisis
Prokopenko zegt dat er een vastgoedcrisis kan ontstaan als de overheid haar ruimhartige steunregelingen afschaalt of beëindigt. Dat kan tot betalingsachterstanden bij hypotheeknemers leiden en de banken opzadelen met oninbare schulden. ‘Die overheidssubsidies zijn niet voor eeuwig. Dat is een enorm risico,’ zegt ze. ‘Het is onduidelijk hoe mensen deze schulden over drie of vijf jaar moeten afbetalen.’
Hypotheeksubsidies worden door Rusland ook ingezet om mensen over te halen dienst te nemen in het leger, te gaan werken in bepaalde sectoren zoals de ICT, of te verhuizen naar regio’s die de overheid wil ontwikkelen, zoals het uiterste oosten en het poolgebied. Die subsidieprogramma’s worden vaak ook nog aangevuld met bedragen aan contant geld. In het kader van het programma ‘Wonen in de poolcirkel’ kunnen kopers van een huis in die regio tot wel anderhalf miljoen roebel (circa 17.000 dollar) krijgen.
Hypotheeksubsidies worden door Rusland ook ingezet om mensen over te halen het leger in te gaan
De hypotheekgroei komt voor een groot deel op het conto van steden als Moskou en Sint-Petersburg, maar ook in andere regio’s wordt druk geleend. Op de in 2014 door Rusland geannexeerde Krim, de regio die Oekraïne nu probeert terug te veroveren, is volgens cijfers van de centrale bank het volume aan hypothecaire leningen het afgelopen jaar verdubbeld. In Toeva, een afgelegen regio in Siberië, is het hypotheekvolume gestegen met 233 procent, al was het aanvangsvolume daar laag. Aangezien er in maart verkiezingen zijn, waarvoor Poetin in december zijn kandidatuur heeft bevestigd, verwachten economen niet dat de regering de hypotheeksubsidies snel zal afbouwen. Ze blijven ‘heel populair, dus ik verwacht vóór de verkiezingen geen grote veranderingen, ondanks de neveneffecten,’ zegt Vasily Astrov van het Weens Instituut voor Internationaal Economisch Onderzoek.
Net als in Nederland hebben starters op de woningmarkt in Groot-Brittannië het uiterst moeilijk. In een Brits tv-programma over onroerend goed beweerde presentator Kirstie Allsopp dat jongeren die er niet in slagen hun eerste huis te kopen, er niet genoeg moeite voor doen. Haar uitspraak ontketende een fel debat.
Presentator Kirstie Allsopp van het programma Location, Location, Location trakteerdejongeren op advies over hoe ze hun eerste huis konden kopen. Ze zei ‘woedend’ te worden als mensen beweren dat ze het zich niet kunnen veroorloven om een huis te kopen. Haar oplossing? Trek in bij je ouders, geef ‘luxe’ op, zoals lidmaatschap van de sportschool, Netflix-abonnementen en vakanties in het buitenland, en verhuis naar een goedkoper deel van het land.
De uitspraak van Allsop leidde tot een stortvloed aan commentaren en ook de Britse pers boog zich over de zaak. Twee kranten, The Independent en The Daily Telegraph stonden lijnrecht tegenover elkaar.
Harriet Williamson schreef in The Independent:‘Een nieuwe dag, en een nieuwe variatie op de misvatting “geef gewoon iets op dat je leuk vindt en je kunt een huis kopen”.’
‘Weet je waar ik woedend van word?’, gaat Williamson verder. ‘Van enorm bevoorrechte mensen – Allsopp is de dochter van niemand minder dan de zesde Baron Hindlip en goed voor zo’n 16 miljoen pond – die keer op keer dezelfde onwaarheden herhalen over de “offers” die we zouden moeten brengen om te stijgen op de bezitsladder.
Sinds 2000 zijn de huizenprijzen in het VK ruimschoots voorbij de loongroei geschoten: uit gegevens van het Office for National Statistics (ONS) blijkt dat een gemiddeld huis in maart 2021 ruim 65 keer meer kostte dan een gemiddeld huis in januari 1970. In dezelfde periode stegen de gemiddelde weeklonen slechts 35,8 keer.
‘De loongroei heeft geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen’
Een standaard huis kost nu zeven keer meer dan het gemiddelde jaarsalaris van 31.596 Britse pond [37.579 euro], maar in delen van Londen en in het zuidoosten kan dat oplopen tot 27 keer het gemiddelde jaarloon. Een echtpaar met kinderen in Engeland zou nu 44.000 pond [52.822 euro] extra per jaar verdienen als de lonen net zo snel waren gestegen als de huizenprijzen, volgens een analyse van liefdadigheidsinstelling Shelter.
Dat veel jonge mensen het zo moeilijk hebben om een eigen huis te kopen, komt dus niet door het geld dat ze uitgeven aan Netflix, aan de sportschool of aan hun Starbucks-koffie ’s ochtends. Het komt doordat de loongroei geen gelijke tred heeft gehouden met de huizenprijzen en omdat velen van ons in een “huurval” zitten: we zijn gedwongen om exorbitante huurbedragen te betalen aan particuliere eigenaren en dat belemmert ons vermogen om te sparen voor een eigen huis.’
Privileges
Williamson vindt dat Allsop ‘ver buiten de werkelijkheid staat’ als ze zegt dat jonge mensen gewoon bij hun ouders moeten blijven wonen totdat ze genoeg geld hebben gespaard voor een aanbetaling.
‘Wat betreft haar suggestie om naar een goedkoper deel van het land te verhuizen, denk ik dat ze aanneemt dat we onze niet makkelijk te vinden banen in dure plaatsen zoals Londen maar moeten schrappen en ons naar Middlesbrough of Barnsley zouden moeten haasten? Dat is lang niet altijd mogelijk.
Ik heb genoeg van mensen als Kristie Allsopp die zonder het te weten zeggen dat we zus en zo moeten opgeven om eigenaar te kunnen worden van een huis. Ze geven de jongeren graag de schuld, omdat dat waarschijnlijk makkelijker is dan kijken naar de rampzalige toestand van de huizenmarkt in dit land en je afvragen hoe het zover heeft kunnen komen.
Kristie Allsopp kocht op eenentwintigjarige leeftijd met behulp van haar familie haar eerste huis, in een tijd dat een huis gemiddeld 51.000 pond, circa 60.700 euro, kostte. Haar opmerkingen zijn niet alleen onnodig, ze zijn ronduit hypocriet en tonen aan dat ze zich niet bewust is van haar eigen privileges.’
En dan besluit Williamson: ‘Volgens de Halifax-bank is de gemiddelde aanbetaling voor een eerste aankoop 59.000 pond [70.000 euro]. Ik ben niet lid van een sportschool, ik ga niet vaak naar Starbucks en ik ben al tijden niet meer op vakantie geweest. Welke oplossing raadt Kirstie mij onder deze omstandigheden aan? Blijf in ieder geval af van mijn Netflix-abonnement van 5,99 pond!’
Jongeren kunnen wel degelijk een huis kopen
Gemma Bird, die met tienduizenden volgers op Instagram bekend is als ‘Money Mum’, is in The Daily Telegraph een hele andere mening toegedaan. Ze neemt zichzelf als voorbeeld om aan te tonen dat het wel degelijk mogelijk is om op jonge leeftijd een woning aan te schaffen.
‘Ik kocht mijn eerste huis toen ik vierentwintig was. Het lijkt tegenwoordig bijna ondenkbaar, maar ik was op mijn achttiende begonnen met sparen en ik deed daar ook alles voor. Ik had ook het geluk dat ik zes jaar zonder huur bij mijn ouders kon wonen en in een kroeg werkte om mijn salaris als beginnend makelaar aan te vullen, en dat heeft me enorm heeft geholpen.
Ik ging niet op vakantie en omdat ik nooit een zware drinker ben geweest, heb ik mijn salaris niet vergooid aan alcohol. Integendeel, ik zette elke cent opzij in afwachting een toekomstige aanbetaling te kunnen doen. En zo kon ik in 2004 een huis kopen in Waltham Abbey, Essex [in het noordoosten van Londen], met de persoon waar ik toen mijn leven mee deelde. We waren er met z’n tweeën in geslaagd om 30.000 pond opzij te zetten [36.000 euro tegen de huidige koers], waardoor we een aanbetaling van 5 procent konden doen. Ik verdiende ongeveer 25.000 pond [30.000 euro] per jaar, en het huis kostte 165.000 pond [197.000 euro]. Ik wist dat als ik huiseigenaar wilde worden, ik daarvoor alles opzij zou moeten zetten. En dat is wat ik deed.
‘Het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden’
Mijn bewuste spaarzaamheid zou kunnen worden gerekend tot de “enorme offers” die door Kirstie Allsopp worden genoemd. In plaats van constant nieuwe kleren te kopen, ruilde ik veel met mijn zus. Ik hou van mooie auto’s, maar ik reed in een veel goedkoper model dan mijn droommodel.
Ik ben niet naïef, en ik weet dat het zelfs met mijn spaarzaamheid soms meer dan zes jaar kan duren om genoeg geld te hebben voor een aanbetaling op een huis. En het kopen van een huis heeft vandaag niet dezelfde implicaties als dertig jaar geleden. Een aanbetaling van 20 procent vertegenwoordigt nu 110 procent van een voltijdsalaris. In 1995 waren de totale kosten van een huis 2,1 keer het gemiddelde loon. Tegenwoordig is dat 5,5 keer.
Financiële realiteit
Weinig aspirant-huiseigenaren hebben het geluk door hun ouders te kunnen worden geholpen bij een aanbetaling. Dat gezegd hebbende, als je echt eigenaar wilt worden, moet je offers brengen en een aanzienlijk bedrag vergaren, waarschijnlijk over meerdere jaren. Dus ja, je zult je dagelijkse uitgaven moeten minderen. Het gaat er niet om een jeugd te hebben zonder genoegens, maar om het juiste evenwicht te vinden tussen spaarzaamheid en tevredenheid.
Ik hoor jonge mensen vaak klagen over de exorbitante prijs van onroerend goed tegenwoordig, vergeleken met hun inkomen, en dat is volkomen begrijpelijk. Voor hen lijkt de strijd bij voorbaat verloren.
Alles zou waarschijnlijk gemakkelijker zijn als we het onderwerp “financiële realiteit” op school zouden gaan behandelen. Jongeren beginnen hun professionele leven zonder te weten wat een hypotheek is of wat rood staan betekent. Het is te makkelijk om ze de schuld te geven en ze te verwijten dat ze hun geld hebben verspild aan nutteloze aankopen, terwijl niemand ze heeft geleerd hoe ze moeten kiezen, hoe ze hun inkomen moeten besteden, noch hoe ze hun financiën moeten beheren.’
Bird laat uiteraard de kans niet liggen om afsluitend haar eigen boek aan te prijzen in The Daily Telegraph: ‘In mijn boek Save Yourself Happy leg ik uit dat het leven niet moet gaan over proberen net zoveel te bezitten als je buurman of je zorgen te maken over wat anderen doen. Het doel is veeleer om je sterk genoeg te voelen om die financiële keuzes te maken die bij je passen. We moeten allemaal realistischer omgaan met geld. Dat is de enige manier waarop we ons kunnen redden in het licht van een uit de hand gelopen vastgoedmarkt.’
Huizenprijzen in de VS zijn het afgelopen jaar met 20 procent gestegen
Nieuwe kopers telden onlangs 1.025.000 dollar, circa 904.000 euro, neer voor een huisje van 30,5 vierkante meter in het Californische Santa Cruz, bericht Business Insider. De gemiddelde verkoopprijs van huizen in de VS is het afgelopen jaar met ongeveer 20 procent gestegen en vooruitblikkend voorspelt Goldman Sachs dat de prijzen in 2022 met nog eens 16 procent kunnen stijgen.
Niet alleen in Nederland, maar ook in de VS wordt het steeds duurder om een huis te kopen. De huizenprijzen kenden in mei de grootste jaarlijkse stijging sinds ruim twee decennia, door een tekort aan onroerend goed en lage rentes op leningen die de vraag aanwakkeren, aldus The Wall Street Journal. Volgens de National Association of Realtors (NAR), de Amerikaanse makelaarsvereniging, bedroeg de gemiddelde verkoopprijs van bestaande woningen in mei voor het eerst 350.000 dollar, ruim 293.000 euro. Dat is bijna 24 procent hoger dan een jaar geleden.
Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen
De verkoopprijzen zijn sinds afgelopen zomer sterk gestegen, toen coronamaatregelen in het hele land werden versoepeld en veel mensen zich haastten om meer ruimte en grotere huizen te vinden. Mensen die vanuit huis kunnen werken, grepen de kans om naar een goedkopere stad te verhuizen. De prijsstijging zorgt voor vertraging in het tempo van woningverkopen. De verkoop van bestaande woningen daalde in mei met 0,9 procent ten opzichte van april, waarmee de vierde opeenvolgende maand van dalende verkopen een feit is, aldus NAR.
Veel aanmeldingen voor European Space Agency
European Space Agency (ESA) is verrast door het aantal mensen dat zich heeft aangemeld om lid te worden van het astronautenkorps, schrijf BBC. In totaal vulden 22.589 personen een online formulier in, tweeënhalf keer zoveel als bij de laatste oproep van ESA in 2008. Het aantal aanmeldingen van vrouwen steeg aanmerkelijk: 5419 aanvragen vergeleken met 1287 in 2008.
‘Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden’
‘Meer dan 22.000 sollicitanten is nogal wat’, aldus Josef Aschbacher, directeur-generaal van ESA. ‘We zijn allemaal stomverbaasd. Het toont de interesse en het enthousiasme van mensen in Europa om astronaut te worden.’
Er zijn aan vier tot zes mensen contracten te vergeven om zich fulltime bij het astronautenkorps te voegen. Daarnaast wordt een reservebestand van maximaal 20 personen gemaakt voor het geval er zich andere kansen voordoen. Het zou bijvoorbeeld kunnen dat een lidstaat van ESA een ‘nationale missie’ wil vliegen buiten de afspraken die het agentschap heeft met het International Space Station (ISS).
Polen wil kernenergie
Parlementsleden van vier uiteenlopende politieke partijen in Polen vragen premier Mateusz Morawiecki in een brief om partij-overschrijdend overleg over de bouw van kerncentrales. Het is een zeldzaam vertoon van samenwerking in de verdeelde Poolse politieke arena, volgens Notes from Poland. De parlementariërs stellen dat de plannen meerdere parlementaire termijnen zullen beslaan en dus een langdurige samenwerking tussen politieke groeperingen vereist.
Volgens de officiële nucleaire strategie van de regering, die onderdeel vormt van plannen om gaandeweg over te schakelen van steenkool naar energiebronnen met lage of geen uitstoot, zal de eerste reactor van Polen tegen 2033 in bedrijf moeten zijn. In 2043 zullen er dan nog vijf kerncentrales volgen. Het ministerie van klimaat liet vorig jaar weten dat het streven is om een totale nucleaire capaciteit van ongeveer 6 tot 9 GW te hebben, tegen een geschatte kostprijs van 80 miljard zloty (17 miljard euro). Sommige experts vrezen dat de voorgestelde tijdlijn te optimistisch is.
12,833 biljoen
Door de val van de roepie daalde het aantal dollarmiljonairs in India in 2019 van 764.000 tot 698.000, bericht het Indiase nieuwsportaal YourStory. Hun cumulatieve vermogen bedroeg 12,833 biljoen dollar, een daling van 594 miljard dollar of 4,4 procent ten opzichte van het voorgaande jaar, volgens een rapport van het onderzoeksinstituut van Credit Suisse.
Argentinië hervat vleesexport
Vanwege enorme prijsstijgingen en een tekort aan aanbod stelde Argentinië medio mei een exportverbod van een maand in op rundvlees om de prijzen te verlagen. Dat verbod is nu voorbij en Argentijnse fokkers mogen weer rundvlees exporteren, meldt Der Spiegel. Tot augustus blijft het toegestane exportvolume echter wel beperkt tot 50 procent van de gemiddelde export van vorig jaar.
In 2020 exporteerde Argentinië 819.000 ton vlees en leer
Argentinië is de vierde grootste exporteur van rundvlees ter wereld. In 2020 exporteerde het land 819.000 ton vlees en leer, goed voor zo’n 2,8 miljard euro, voornamelijk naar China, Duitsland, Chili en Israël. Rundvlees maakt ongeveer 5 procent uit van de totale export van Argentinië.
Draghi is positief gestemd
Italië kan zich verheugen op een periode van sterke groei na de economische aardbeving die werd veroorzaakt door de pandemie, zo liet premier Mario Draghi woensdag aan het Italiaanse parlement weten. ‘De economische situatie in Europa en Italië verbetert enorm’, aldus Draghi. ‘Volgens de prognoses van de Europese Commissie zal Italië in 2021 en 2022 met respectievelijk 4,2 en 4,4 procent groeien, net als de rest van de EU. Veel indicatoren geven aan dat ons herstel waarschijnlijk nog duurzamer zal zijn.’
De premier zei dat een sterkere groei het mogelijk zou maken om ‘de verhouding tussen schuld en bruto binnenlands product te verlagen‘, bericht ANSA.
Het gebeurt niet elke dag dat de lidstaten van de Europese Unie eensgezind stemmen. Maar maandag in Luxemburg besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen unaniem om het regime van Aleksander Loekasjenka aan te pakken. De maatregelen zijn zeldzaam volgens de internationale pers.
‘Een regen van sancties daalt neer op dictator Loekasjenka’, kopt het Belgische dagblad Le Soir. De EU heeft met name de activa bevroren van zeven bedrijven die worden gerund door familieleden van Aleksander Loekasjenka. De zoon van de president, Dmitri, en de vrouw van zijn oudste zoon Viktor, Lilia Loekasjenka, zijn op de zwarte lijst van de EU gezet.
Kalium
De ministers bevestigden vervolgens unaniem de reeks maatregelen die gevolgen hebben voor zeven sectoren van de Belarussische economie. Deze sancties omvatten ‘financiële diensten en verzekeringen, een embargo op petrochemische producten en de handel in kalium en tabak’, aldus L’Echo. Ook is een verbod ingesteld op nieuwe bankleningen aan de staat, de centrale bank, en overige banken en organisaties die voor het merendeel in handen van de staat zijn.
‘De export van kalium, een belangrijk ingrediënt voor het bemesten van landbouwgrond, is een onmisbare bron van inkomsten voor Belarus’, schrijft The New York Times . Het staatsbedrijf Belaruskali beweert 20 procent van de wereldvoorraad te produceren.
Volgens L’Echo vereisten de financiële sancties een overeenkomst met Oostenrijk, aangezien Belarussische activa zijn ondergebracht bij Oostenrijkse banken.
‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken’
‘Het instellen van economische sancties, een maatregel die zelden door Europa wordt genomen, is lang verworpen door de 27 staten, die de voorkeur gaven aan individuele beperkende maatregelen’, merkt Le Soir op. ‘Economische sancties werden tot dusver uitgesloten omdat ze “een negatieve impact op de bevolking” zouden kunnen hebben. Een ander argument was dat Loekasjenka alleen maar verder in de armen van Poetin zal worden geduwd als de Belarussische economie op de knieën wordt gedwongen. Daarnaast maakte elk van de 27 EU-landen de rekening op door een inschatting te maken van wat ze te verliezen hadden door hun zakelijke belangen met Minsk op te geven’, is de analyse van het Belgische dagblad.
Volgens een Europese diplomaat die met Le Soir sprak, was de kaping van de Ryanair-vlucht doorslaggevend. ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken, en tegelijk zo min mogelijk de Europese belangen en die van de Belarussische bevolking aantasten’, zei hij.
Verandering
Deze economische sancties ‘markeren een stap voorwaarts in de strijd tegen het autoritaire regime van Loekasjenka’, merkt Financial Times op. De EU had al sancties opgelegd aan 88 leden van het regime, waaronder president Aleksander Loekasjenka zelf en zijn zoon. Maar deze individuele sancties hebben vooral geleid tot verdere repressie. Met de nieuwe economische sancties hopen de EU-leiders nu het regime tot verandering te dwingen.
Om de strafmaatregelen nog meer gewicht te geven, hebben de EU-landen maandag in samenwerking met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada ook nog eens sancties opgelegd aan tientallen personen en bedrijven die nauw samenhangen met de macht in Minsk.
Andrew ‘Basisinkomen’ Yang toch niet de nieuwe burgemeester van New York
De uitslag is nog niet definitief, maar gisteren waren in New York de Democratische voorverkiezingen voor de burgemeesterspost van New York. In een stad met meer dan zes keer zoveel Democraten als Republikeinen, is een overwinning in die voorverkiezing bijna een garantie voor het burgemeesterschap.
Als pleitbezorger van optimisme en een universeel basisinkomen, viel ondernemer Andrew Yang al op als kandidaat tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Hij heeft zich kandidaat gesteld als burgemeester van New York met dezelfde ideeën, schrijft The Wall Street Journal.
Toen Andrew Yang zich in de strijd om de Democratische voorverkiezingen stortte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van november 2020, na enkele jaren steun voor zijn project voor een basisinkomen te hebben vergaard, logenstrafte hij alle peilingen en hield hij het langer vol dan veel anderen, zo schrijft The Wall Street Journal. Hij gooide uiteindelijk de handdoek in de ring na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari 2020.
Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar
Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar, ongeveer 820 euro, aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar. Dankzij zijn energie en de interesse die hij destijds opwekte, was Andrew Yang een van de favorieten in de race om het burgemeesterschap van New York, maar zijn voorsprong werd al in de laatste peilingen kleiner. De voorlopige uitslag van dinsdagnacht wijst erop dat zijn rivaal Eric Adams hem voorbij is gestreefd en een grote kans maakt de Democratische kandidaat voor het burgermeesterschap van New York te worden, bericht The New York Times.
Yangs kandidaatstelling voor het burgemeesterschap heeft de verkiezingscampagne door elkaar geschud en op slag werd hij het doelwit van tegenstanders, die hem bekritiseren omdat hij niet de nodige ervaring zou hebben om New York te leiden, vooral in deze periode van heropening na de pandemie.
Andrew Yang, 46, is een van de dertien Democratische kandidaten die hopen de zittende burgemeester Bill de Blasio, ook een Democraat, op te volgen. Deze laatste zal aan het einde van dit jaar aftreden, aangezien hij het maximum aantal toegestane mandaten, twee periodes van vier jaar, heeft bereikt.
Toen Yang in januari zijn kandidatuur aankondigde, waren het management en de politiek van de stad hem volkomen vreemd, in tegenstelling tot sommige van zijn tegenstanders, zoals het huidige Hoofd Financiën van New York Scott Stringer, voormalig directeur Stadssanering Kathryn Garcia en Eric Adams, de huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn.
Yang genoot echter al grote bekendheid, gevoed door zijn presidentiële kandidatuur, twee boeken die hij publiceerde en zijn optredens op CNN als politiek commentator. Hij had een campagnebudget van meerdere miljoenen dollars en de steun van ten minste drie politieke actiecomités om zijn campagne te financieren.
Hij bracht bondgenoten uit alle lagen van de bevolking samen, zoals Ritchie Torres en Grace Meng, beide Democratische afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden in Washington, en verschillende leiders van de ultraorthodoxe joodse gemeenschap in de stad, die hem veel stemmen zouden opleveren.
‘Ik wil deze baan omdat ik denk dat ik de politiek in New York kan helpen verbeteren’, zei Yang, die in Hell’s Kitchen in het westen van Manhattan woont met zijn vrouw, Evelyn, en hun twee jonge zoons, Christopher en Damian.
Basisinkomen in het klein
De belangrijkste strekking van zijn campagne was het opzetten van een breed programma voor directe financiële hulp, een soort verkleinde versie van het universele basisinkomen, waar hij zijn presidentiële campagne omheen had gebouwd. Met dit programma zou 6 procent van de meest behoeftige New Yorkers, zo’n 500.000 mensen, gemiddeld zo’n 2000 dollar per jaar krijgen, ofwel ongeveer 140 euro per maand.
In eerste instantie dacht hij deze kosten, die op 1 miljard dollar per jaar worden geschat, te financieren via de stadskas en gulle donoren. Maar in mei zei hij uitsluitend gemeentelijke financiering te overwegen.
Hij wilde zijn project financieren door een einde te maken aan de vrijstelling van onroerendgoedbelasting die bepaalde gebouwen is vergund, zoals Madison Square Garden, de beroemde sporttempel en evenementenhal, en door andere inefficiënties op te sporen in het stadsbudget van ruim 98 miljard dollar. Een deel van het geld zou kunnen komen van bestaande sociale programma’s, die met de nieuwe aanpak hun nut zouden verliezen.
‘We hoeven daartoe slechts de effecten van die programma’s vast te stellen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn om mensen te vertellen dat we bepaalde sociale programma’s niet meer nodig hebben omdat we een systeem van directe financiële hulp gaan invoeren.’
Misstappen
In de straten van New York staan mensen in de rij om met hem op de foto te gaan. Sommigen bedanken hem voor zijn kandidatuur want ze willen dat dingen veranderen. Maar zijn gebrek aan ervaring in gemeentelijk management heeft ertoe geleid dat hij verschillende misstappen maakte in enkele belangrijke kwesties.
Zo stelde hij vorige maand voor dat de stad New York het openbaar vervoer weer in handen neemt, dat momenteel wordt beheerd door de staat New York, maar zijn voorstellen bleven vaag. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak hij zich ook uit voor de oprichting van opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld. Dergelijke plekken bestaan echter al.
Meer recentelijk, toen hij zijn plannen voor de hervorming van de politie verdedigde tijdens een persconferentie, raakte hij in verwarring toen een journalist hem om zijn mening vroeg over de intrekking van artikel 50-a. Die wet, enkele decennia oud, verhinderde het grote publiek om toegang te krijgen tot tuchtrechtelijke dossiers van de politie. Intrekking van die wet is een van de grootste strafrechtelijke hervormingen van het afgelopen jaar.
‘Andrew Yang is even pragmatisch, vooruitstrevend en bezorgd over deze kwesties als elke andere kandidaat voor deze functie, en New Yorkers die naar hem luisteren, malen er niet om of hij de juiste naam van bepaalde wetten kan opdreunen’, zo verdedigde woordvoerder Jake Sporn zijn campagne.
Voorbeeld voor Aziatische Amerikanen
Als we zijn aanhangers mogen geloven, is het vooral dankzij zijn energie dat hij zoveel kiezers voor zich heeft gewonnen. John Liu, Democraat en Senaatslid voor New York, steunt de kandidatuur van Andrew Yang. Yang is een inspiratie geweest voor veel Aziatische Amerikanen, vooral in New York, sinds zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen, zegt hij.
‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’
‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’, verklaarde Liu, de eerste politicus van Aziatische afkomst die een zetel in de gemeenteraad verwierf en vervolgens in 2009 Hoofd Financiën van New York werd. ‘Hij biedt nationale zichtbaarheid aan Aziatische Amerikanen’, aldus Liu.
Hij zei onder de indruk te zijn van de voorstellen van Andrew Yang, vooral die over onderwijs en de politie. Gevraagd naar het gebrek aan politieke ervaring van Yang, benadrukte hij diens praktijkervaring, die zeker zo belangrijk is. ‘Andrew Yang heeft veel ideeën om deze stad vooruit te helpen na de moeilijke en ongekende tijden die we net hebben doorgemaakt’, aldus Liu.
Dinsdagnacht verklaarde Yang naar aanleiding van de voorlopige uitslag, dat hij geen kans meer maakt op de Democratische kandidatuur en gaf hij zijn verlies toe, meldt The New York Times. De huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn, Eric Adams, gaat met 84 procent van de stemmen geteld aan de leiding met 31,7 procent. Yang zelf blijft steken op 11,7 procent en ziet zich ook voorbijgestreefd door Maya Wiley en Kathryn Garcia, die beide nog kans maken om de eerste vrouwelijke burgermeester van New York te worden.
‘We geloven nog steeds dat we kunnen helpen, maar niet als burgemeester en first lady’, zei Yang, die had gehoopt de eerste Aziatische Amerikaanse burgemeester van de stad te worden, dinsdagnacht, geflankeerd door zijn vrouw Eve.
Motie van wantrouwen werpt Zweedse regering omver
Het Zweedse parlement heeft een motie van wantrouwen tegen premier Stefan Löfven aangenomen, zo meldtBBC. In totaal stemden 181 van de 349 parlementsleden voor de motie, met 51 onthoudingen. Het is de eerste keer in de Zweedse geschiedenis dat een premier met een dergelijke stemming wordt afgezet.
De regering van Löfven moest opstappen nadat een geschil over huurbescherming ertoe leidde dat de Linkse Partij haar steun aan de coalitie introk. Dit betekende een ineenstorting van de minderheidscoalitie van de sociaaldemocraten en de Groene Partij.
De sociaaldemocratische leider heeft nu een week om af te treden of vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als Löfven besluit af te treden, moet de voorzitter van het parlement met alle partijen gaan onderhandelen om een nieuwe regering te vormen. Een mogelijk nieuwgevormde regering zal aanblijven tot de algemene verkiezingen, die in september volgend jaar zullen plaatsvinden.
De Linkse Partij riep vorige week op tot de motie van wantrouwen na een ruzie over voorstellen om een huurplafond voor nieuwbouw op te heffen. Hoewel de partij van Löfven die maatregel niet steunt, heeft zij ermee ingestemd de plannen te overwegen om oppositiepartijen gunstig te stemmen.
Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden
De vertrouwensstemming werd voorgesteld door de extreemrechtse Zweedse Democraten en werd gesteund door twee centrumrechtse oppositiepartijen.
Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden, dat kampt met woningnood. Maar tot vorige week hadden maar weinig politieke waarnemers voorspeld dat de kwestie de huidige regering ten val zou kunnen brengen.
De ironie is dat de centrumlinkse premier van Zweden, Stefan Löfven, zelf voorstander is van de bestaande huurbeperkingen. Zijn coalitie stemde alleen in met het idee om te onderzoeken of de beperking in geval van nieuwbouw zou kunnen worden afgeschaft, om twee kleine centrumrechtse oppositiepartijen tegemoet te komen en zo de fragiele minderheidsregering overeind te houden.
Maar daardoor verloor Löfven uiteindelijk de steun van een oude bondgenoot, de Linkse Partij. Die trok vorige week zijn steun aan de regering in, wat de weg vrijmaakte voor de motie van wantrouwen.
Een tweede ironische wending is dat het huisvestingsdebat nu wel eens veel verder in de onderste regionen van de politieke agenda zou kunnen belanden. Nieuwe verkiezingen of een nieuwe regering zullen namelijk meer gefocust zijn op wat de centrumrechtse tegenstanders van Löfven als dringender kwesties beschouwen, zoals economisch herstel van het land na de pandemie, het toenemende aantal geweldsmisdrijven en immigratie.
In de Amerikaanse stad Seattle is de woningmarkt zo oververhit dat veel oude huizen moeten plaatsmaken voor nieuwe. De oude woningen verhuizen per schip naar een betaalbare bestemming buiten de stad.
Een groepje buurtbewoners heeft zich in een buitenwijk van Seattle langs de waterkant opgesteld om een 35-jarige woning uit hun straat te zien vertrekken. In dit geval vereist de verhuizing hydraulische liften, een hijskraan en een aak. ‘Ik heb nog op dat huis gepast,’ zegt een vrouw hoofdschuddend, terwijl 750 vierkante meter grijs hout en glas traag van de fundering loskomt. Toen werklui het huis eerst kwamen losmaken ontdekten ze dat het veel steviger aan de fundering was bevestigd dan gebruikelijk, met verankeringen om de 30 centimeter. ‘De oorspronkelijke eigenaar, een bouwkundig ingenieur, had ervoor gezorgd dat het huis muurvast stond,’ zegt Dan Wozniak, de hoofdaannemer die is ingehuurd om een nieuwer, groter en duurder huis op deze plek neer te zetten. ‘Hij zou nog raar opkijken,’ grinnikt Wozniak.
Een woning die in zijn geheel is opgelicht is een vreemd gezicht. Dit huis balanceert, zo nu en dan wankel, op balken die als een Jenga-toren op een enorme trailer zijn gestapeld. De doorgaans verborgen onderzijde is nu voor iedereen zichtbaar en nergens aan verbonden: je ziet een plaatstalen buis die nergens heen gaat en een loshangende plastic waterleiding met de isolatie er nog omheen.
Peter Teutsch, een van de buren die het spektakel komt bekijken, denkt terug aan de jaren tachtig, toen zijn huis werd gebouwd. In die tijd, zegt hij, stond deze wijk van Kirkland, gelegen aan Lake Washington, recht tegenover Seattle, bekend om zijn bungalows, meestal kleine, ongeïsoleerde zomerhuizen op ruime percelen. ‘Waar de wijk nu om bekendstaat?’ reageert Teutsch lachend op mijn vraag. ‘Oude huizen die het veld moeten ruimen voor nieuwe huizen.’
Florerende economie
Dat geldt tegenwoordig voor heel Seattle en omstreken. Met een florerende economie, drijvend op techgigant Amazon, schieten de huizenprijzen sneller omhoog dan waar ook in de VS. Aannemers verdringen zich om aan de groeiende vraag te voldoen – en om hun graantje mee te pikken. Met als resultaat dezelfde ontwikkeling die zich in andere steden langs de westkust aftekent: een schrikbarende toename van dakloosheid, autochtone inwoners die noodgedwongen moeten verhuizen of uren kwijt zijn aan forenzen, en de teloorgang van een gemengde gemeenschap. Via de hashtag #NoticeofProposedLandUseAction uiten bewoners in Seattle hun frustraties over de openbare kennisgevingen die weer een nieuwe sloop aankondigen.
Tawny Davis ziet in alle sloopvergunningsaanvragen juist een gouden kans. Als regionale verkoopmedewerker voor Nickel Bros spoort ze huizen op die op de nominatie staan voor sloop maar die nog in goede staat verkeren. Terwijl de sloopvergunning nog in behandeling is, probeert zij de aannemer over te halen om haar een nieuwe bestemming voor het huis te laten vinden. (Nickel Bros bestaat al sinds de jaren vijftig en was oorspronkelijk gericht op verhuizingen van bedrijfspanden; pas sinds kort is het verhuizen van woonhuizen een aantrekkelijke markt gebleken.) Vervolgens zoekt Davis naar kopers die willen betalen om het huis te verplaatsen – meestal naar goedkopere grond. ‘Ik noem het landontginning,’ zegt ze. ‘Ik verhuis talloze huizen uit Seattle; er zijn maar weinig huizen die hier blijven.’
Dit werk biedt een wonderlijke inkijk in de huizenmarkt van Seattle. Volgens Davis willen de meeste mensen een groter huis, maar ze maken een uitzondering voor de iconische houten Craftsman-bungalows. Is het huis per aak te verplaatsen – dat wil zeggen: bevindt het zich op een locatie in de nabijheid van water, zonder viaducten of bovengrondse hoogspanningslijnen – dan zijn de mogelijkheden legio. Kan het huis de stad niet verlaten, dan vist Davis achter het net. (Behalve als een vrijstaand huisje klein genoeg is om voor luxe tuinhuis door te gaan.)
Sommige mensen denken dat er iets mankeert aan de huizen die Davis te koop aanbiedt, maar de nieuwe realiteit is dat huizen op percelen met een bouwvergunning ‘ongeacht de staat waarin ze verkeren worden neergehaald’, aldus Davis. In Seattle gaan huizen regelmatig tegen de vlakte om plaats te maken voor twee huizen, of een appartementencomplex dat letterlijk het hele perceel bestrijkt.
Steden verkeren altijd in een borgesiaans veranderingsproces: mensen trekken erheen of trekken weg, oude gebouwen maken plaats voor nieuwe. Seattle zal dichter moeten worden bebouwd, wil de stad niet alleen maar duurder en exclusiever worden. Hoe dan ook vormen de vertrekkende huizen voor sommige achterblijvers een pijnlijke herinnering aan alle mensen die, net als hun huizen, uit de stad zijn verjaagd, op zoek naar een betaalbare woonplaats elders. Vorig jaar, toen een lokale blog in West-Seattle meldde dat Nickel Bros van plan was zes huizen uit de wijk te verhuizen, luidde een van de commentaren: ‘Onroerend goed is hier zo onbetaalbaar geworden dat zelfs de huizen verkassen!’
De kosten voor de nieuwe eigenaar? Eén dollar voor het huis en 249.999 dollar voor de verhuizing
Onder het oog van de steeds grotere groep toeschouwers wordt het wiebelende huis naar de wachtende aak verplaatst. Werklui in felgekleurde overalls leiden het hele proces in goede banen en zorgen ervoor dat het huis stabiel en waterpas blijft. Een passerende speedboot mindert vaart om het spektakel te bekijken. Een drone die de verhuizing filmt moet uit de lucht worden gehaald omdat hij wordt aangevallen door een visarend. In de middag zal het huis over Lake Washington en Lake Union worden gesleept, de sluizen naar Puget Sound passeren en vervolgens op een grotere aak worden geplaatst voor de laatste tocht naar een fjord in British Columbia, driehonderd kilometer noordwaarts.
Uit het financiële plaatje blijkt maar weer dat het bij onroerend goed allemaal draait om locatie: met de torenhoge grondprijzen hebben de nieuwe eigenaren 3,3 miljoen dollar betaald voor een huis dat, als Davis niet tijdig lucht had gekregen van de sloopvergunning, tegen de vlakte was gegaan. Wozniak schat dat de kopers nog eens zo’n zelfde bedrag zullen neertellen voor de bouw van een nieuw huis, inclusief garage, van om en nabij 3500 vierkante meter. Ondertussen vertrekt het grijze huis naar British Columbia, een gebied dat gebied dat bekendstaat om zijn zomerhuizen, waar een bouwploeg het op een gloednieuwe fundering zal plaatsen. De kosten voor de nieuwe eigenaar? Eén dollar voor het huis en 249.999 dollar voor de verhuizing.
De dieplader met het grijze huis staat inmiddels goed en wel op de aak, en in de verte verschijnt de sleepboot die ze zal wegslepen. De buurtbewoners, met lege koffiebekers in de hand, druppelen langzaam weg. Peter Teutsch leidt me rond door de buurt. ‘Alles verandert,’ zegt hij terwijl hij huizen aanwijst. ‘Die twee woningen zijn nieuw. Dat huis wordt over een half jaar neergehaald.’ Hij wijst naar een licht geschilderd huis met een groen dak aan de overkant van een kleine inham. Hij herinnert zich nog dat het huis hier rond 1980 op een aak arriveerde, vlak voordat het grijze huis werd gebouwd. Destijds, vermoedt hij, stond het huis met het groene dak elders op de nominatie voor sloop en vond het hier, ver van huis, een betaalbare verblijfplaats.
In 2014 opgericht magazine dat wordt geleverd aan abonnees van onder meer de LA Times en de San Francisco Chronicle. Brengt verhalen over het westen van de VS, Latijns-Amerika en Azië.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.