Tag: woningnood

  • En toch is het geen politiek speerpunt

    En toch is het geen politiek speerpunt

    Nederland kampt met een ernstig huizentekort. Over hoe dat moet worden opgelost verschillen de politici nogal van mening.

    Om Nederlandse stemmers er voor de verkie- zingen van te overtuigen dat ze het nationale huizentekort van 400.000 huizen kunnen dichten, raakten Nederlandse politici in een biedoorlog verwikkeld. De meesten kunnen maar op één ding focussen: meer bouwen. Maar hoewel ze de behoefte aan meer huizen allemaal inzien, verschillen ze nogal van mening over hoe ze hieraan tegemoet kunnen komen.

    De extreemrechtse anti-immigratiepoliticus Geert Wilders, die vooraan staat in de peilingen, wil alle NPO-gebouwen met de grond gelijk maken om er een woonwijk te plaatsen, GroenLinks-PvdA wil twee vliegvelden in woongebieden veranderen en, in een land waar meer dan een kwart van het grondgebied onder zeeniveau ligt, wil D66 zelfs een nieuwe polder stichten, naast Almere.

    Ambitieuze plannen

    Volgens wethouder Caroline van Brakel (CDA) van de gemeente Veldhoven, waar de huizencrisis extra nijpend is, is het niet nodig om vliegvelden te sluiten of nieuwe eilanden te creëren om het ruimteprobleem op te lossen. ‘We bouwen vierhonderd huizen per jaar, dat was ooit minder dan tweehonderd,’ vertelt Brakel in oktober aan Politico op een bouwterrein tegenover het hoofdkwartier van ASML, het meest waardevolle techbedrijf in Europa en voorloper op het gebied van chipproductiemachines. Er passen best meer huizen in de steden en dorpen, meent ze.

    Van Brakel is wethouder op het gebied van wonen in Veldhoven, een gemeente met snelwegverbinding naar Eindhoven, en heeft ambitieuze plannen om de vier dorpen in een heuse stad te veranderen.

    Er zullen veel huizen tussen de lege bouwplaats en de witte torens van ASML gepropt moeten worden. ‘De rivier maakt zijn herintrede in een groene strook, er komt een sneltrein naar Eindhoven en we bouwen 2800 nieuwe wooneenheden,’ aldus Van Brakel. Veldhoven ligt in een van de snelst groeiende gebieden van Nederland. ASML is het kloppende hart, maar je vindt er ook andere grote techbedrijven, een automotivecampus en een van de drie Nederlandse technische universiteiten in deze regio, die ook wel bekendstaat als de brainport.

    Stikstofvervuiling vanuit de vee-industrie is een probleem waar opeenvolgende regeringen weinig aan hebben weten te veranderen.

    Bijna overal in Nederland heerst een ernstige woningcrisis. In het hele land, dat de op twee na grootste landbouwexporteur ter wereld is – moeten boeren mogelijk worden uitgekocht vanwege een te hoog stikstofgehalte in de lucht. Stikstofvervuiling vanuit de vee-industrie is een probleem waar opeenvolgende regeringen weinig aan hebben weten te veranderen. Het elektriciteitsnetwerk is overbelast, defensie heeft meer ruimte nodig en distributiecentra veranderden het landschap in een ‘blokkendoos’. Nederland is al het dichtst bevolkte land in Europa (op kleine landen zoals Malta na). De bevolking van 18 miljoen mensen zal naar schatting in 2037 de 19 miljoen bereiken en net als in heel Europa oefenen de gerelateerde crises van woongelegenheid en woningprijs druk uit op politici.

    Vastgoedprijzen zijn in de laatste dertig jaar verviervoudigd, terwijl lonen slechts zijn verdubbeld. Uit een recent onderzoek door onderzoeksbedrijf Gallup blijkt dat tevredenheid met de beschikbaarheid van betaalbare huizen tussen 2017 en nu is gekelderd van 65 naar 29 procent. Van de ondervraagden tussen de 15 en 29 jaar was slechts 14 procent tevreden. Mensen die net boven het minimumloon verdienen en op zoek zijn naar een huis, kunnen zich geen koopwoning veroorloven, maar verdienen tegelijk te veel om in aanmerking te komen voor een sociale huurwoning, terwijl die in Nederland het grootste deel van de huurmarkt uitmaken.

    Net als in de rest van Europa stijgt het aandeel aan eenpersoonshuizen. Ouderen worden gedwongen om zo lang mogelijk alleen te blijven wonen vanwege de hoge kosten van verzorgingshuizen, waardoor kwalitatief goede woningen langer bezet blijven. Ten slotte wordt het probleem verergerd door lakse regels die investeerders vrij baan geven om op de woningmarkt te speculeren. De problemen zijn zo vergevorderd dat een simpele oplossing niet langer volstaan. En toch heeft ‘geen enkele partij [huisvesting] als voornaamste speerpunt’, aldus Asher van der Schelde, senior onderzoeker bij Ipsos. ‘Ze zeggen allemaal ongeveer hetzelfde, namelijk: we moeten veel meer huizen bouwen.’

    Inbreiden

    Een van de kopers van een appartement tegenover ASML, een vierentwintigjarige projectmanager bij een bedrijf, genaamd Bart, zegt dat hij liever op een wachtlijst van twee jaar voor een nieuw huis staat dan dat hij een te duur huis koopt dat aan verbouwing toe is.

    ‘De huur is hier erg hoog en alles lijkt vol te zijn. Toch moeten de meeste mensen nu iets vinden, zodat ze niet op nieuwe projecten kunnen wachten,’ aldus Bart, die zijn achternaam liever niet vermeldt.
    Veldhoven heeft geen treinstation, waardoor er een heleboel verkeersdrukte is rondom ASML. Van Brakel vertelt dat de gemeente steun ontvangt vanuit Den Haag om een buslijn naar Eindhoven aan te leggen. Maar om die buslijn te bewerkstelligen zullen kleine en middelgrote bedrijven moeten wijken.
    Deze maatregelen passen in het kader van het oude Nederlandse gebruik van het ‘inbreiden’ (in plaats van uitbreiden) van stadsgrenzen om niet te hoeven bouwen in zeldzame groene gebieden. ‘We moeten het landelijke mozaïek beschermen,’ aldus Van Brakel. ‘Een aantal grote steden en voor de rest kleinere plaatsen en groen tussen de dorpen.’

    De bouw van de nieuwe appartementencomplexen in Veldhoven is pas net begonnen – zeven jaar nadat de eerste vergunningen zijn aangevraagd. In de tussentijd vonden vier landelijke verkiezingen plaats [2017, 2021, 2023 en 2025]. Het huizentekort is in die tijd alleen maar gegroeid en de huizenprijzen stegen in 2021 als nooit tevoren.

    Als er elke twee jaar verkiezingen zijn is er minder reden voor politici om plannen op de lange termijn te maken.

    ‘De politiek kan de technologie en de economie tegenwoordig nauwelijks bijbenen,’ vertelt professor filosofie Bart Zantvoort van de Universiteit van Leiden. Als er elke twee jaar verkiezingen zijn is er minder tijd om beleid te veranderen en minder reden voor politici om plannen op de lange termijn te maken. ‘Burgers hebben vaak moeite met de inherente traagheid van de democratische politiek, met meer ontevredenheid tot gevolg,’ aldus Zandvoort. Volgens hem verklaart dit ook waarom veel Wilders-stemmers de politicus nog altijd steunen, ondanks het feit dat hij de coalitie deze zomer heeft laten instorten.

    Andere partijen gebruiken bij gebrek aan beter Wilders-achtige tactieken, zoals de sloop van vliegvelden of landbouwgrond om woningen te bouwen. ‘Op dit moment hebben alle varkens in Nederland een dak boven het hoofd, terwijl een student of een starter nog niet eens een bezemkast kan vinden,’ aldus D66-leider Rob Jetten in een recent debat.

    ‘Het is momenteel nagenoeg onmogelijk om een politieke beweging te beginnen die op een brede consensus berust,’ zegt Zandvoort. Hij legt een verband tussen het prikkelbare politieke klimaat en de toenemende sociale polarisatie die het ‘geven en nemen’, dat ooit het Nederlandse poldermodel karakteriseerde, ondermijnt – niet alleen in Nederland, maar in democratieën door heel Europa. Ondertussen vertelt Bart uit Veldhoven dat hij zijn toekomstige appartement heeft gekocht via een zogenoemde Duokoop-constructie: hij koopt de woning zelf en betaalt daarnaast een bescheiden maandelijkse huur voor de grond. ‘Dat schrikt investeerders af en zorgt er voor dat niet alles binnen een paar dagen is weggekocht.’

  • Spanje, het land waar je ongestraft een woning kunt bezetten

    Spanje, het land waar je ongestraft een woning kunt bezetten

    Door de hoge woningnood in Spanje is er een toename aan krakers, of okupas, die woningen innemen en claimen. Deze huisbezettingen zorgen voor veel sociale onrust en hevige politieke debatten, maar zijn niet in strijd met de Spaanse huurwetten. Wie te lang weg blijft, moet maar hopen dat zijn huis niet wordt gekraakt.

    Stadsdeel Carabanchel is de dichtstbevolkte wijk van Madrid; hier leven ongeveer een kwart miljoen mensen aan de zuidwestelijke rand van de hoofdstad. In de tijd van Franco was er in Carabanchel een beruchte gevangenis. Het is geen dure wijk, maar ook geen probleemwijk. De woningprijzen stijgen ook hier, net als in de rest van de stad. Aan de zuidrand van de buurt, tussen een militaire kazerne en de ringweg M-40, is een splinternieuw woonwijkje van ongeveer 170 appartementen ontstaan.

    Een prijs voor architectuur zullen de zwart-witgestreepte blokkendozen in de Calle Excelente niet winnen. De een- en tweekamerwoningen zijn aan de kleine kant. Maar de verhuurder lokt huurders met faciliteiten als een padel/tennisveld, een gym, een zonnebank en een speelplaats. Een paar appartementen hebben een dakterras, sommige een stukje tuin. De huren variëren van bijna 900 tot rond de 1500 euro, voor Madrileense begrippen redelijk betaalbaar.

    ‘We moeten bergen papieren inleveren,’ zegt een huurder die er in de herfst met haar beide zonen is komen wonen. Bovendien moet ze drie maanden borg betalen. In het begin was ze tevreden met haar nieuwe huis, onder andere vanwege de praktische parkeerplaatsen in de ondergrondse garage. Maar intussen, zegt ze, is ze alleen nog maar bang.

    Ze is bang dat ‘die lui’ zien dat ze met een journalist spreekt

    Dat komt door wat er sinds december gaande is in het wooncomplex. Ze wil dan ook in geen geval met haar naam in de krant; het gesprek vindt voorzichtigheidshalve plaats in het café om de hoek. Ze is bang dat ‘die lui’ zien dat ze met een journalist spreekt.

    ‘Die lui’, dat zijn de nieuwe buren. Het zijn ongeveer 130 mensen, de meesten komen uit Peru, zo is gebleken. Die nieuwkomers zijn in een weekend in december ’s nachts het woonblok ingetrokken. Ze kwamen met meubels en huisraad en bezetten 27 – andere bronnen zeggen 28 – van de nog lege woningen zonder legaal huurcontract. Sindsdien heerst er chaos.

    Op social media en de Spaanse tv-zenders worden voortdurend beelden en video’s uit de flat vertoond. Er wordt ’s nachts luidkeels gevloekt op de binnenplaats. Er zijn beelden van mensen die reusachtige luidsprekers naar binnen dragen, video’s van een flinke vechtpartij in het trappenhuis.  Als de vrouw in het café vertelt wat er in haar flat aan de hand is, probeert ze zakelijk te blijven. Steeds weer drukt ze haar handpalmen tegen elkaar: ‘Ik voel me gevangen in mijn eigen huis.’ Als het kon, zou ze weer verhuizen. Een paar van de nieuwe buren zijn wel fatsoenlijk, dat zijn heel normale gezinnen, zegt ze, maar sommige andere woningen noemt ze ‘een hel’. Er wordt gefeest, er is geschreeuw en veel nachtelijk bezoek. Sommige van de bezetters zouden kamers onderverhuurd hebben, wat tot ruzies leidt. Regelmatig komt de politie langs. Inmiddels heeft zich een harde frontlinie gevormd tussen de reguliere huurders en de huisbezetters, die in Spanje okupas heten.

    48 uur

    Dat begrip is in het hele land bekend. De gebeurtenissen in Carabanchel zijn maar een voorbeeld van een in Spanje intussen alomtegenwoordig fenomeen. Dat heeft allemaal niets te maken met de herkomst van de mensen. Latijns-Amerikanen zijn er zowel onder de reguliere als onder de illegale bewoners.

    Het kraken van woonruimte is in Spanje aan de orde van de dag. Het begon ten tijde van de financiële crisis en de jeugdwerkloosheid als een radicale sociale beweging. Okupa is afgeleid van het Spaanse woord ocupación, bezetting. Met hun acties wilden ze de maatschappelijke misstanden aan de kaak stellen en het recht op woonruimte afdwingen. Ze kregen steun van linkse politici zoals de voormalige burgemeester van Barcelona, Ada Colau. Maar steeds vaker onderscheiden de nieuwe okupa’s zich van de krakers, die leegstaande afbraakpanden of fabrieksruïnes innemen. De okupa’s daarentegen kraken lang niet alleen maar onbenutte woonruimte. Onder het mom van maatschappelijke betrokkenheid zijn bovendien steeds vaker ook georganiseerde bendes actief.

    Zo ging het vermoedelijk ook in Carabanchel. Een paar van de huisbezetters vertelden in de Spaanse media hetzelfde verhaal: dat ze in een kantine voor daklozen waren aangesproken. Daar zouden hun woningen zijn aangeboden. Voor ongeveer 2500 euro contant, soms iets meer, soms iets minder, zouden ze een eenzijdig huurcontract en een sleutel voor de appartementen in Calle Excelente nummer 6 in handen krijgen.

    Was het naïviteit? Dachten die huisbezetters echt dat ze voor 2500 euro contant een splinternieuwe woning konden betrekken? Het lijkt er eerder op dat ze begrepen wat hier aan de hand was, en bovendien van één ding heel goed op de hoogte waren: het Spaanse huurrecht.

    In het ergste geval dreigt er enkel een boete voor hen; de bezetting zelf is geen strafbaar feit

    Dat is namelijk, kort gezegd, nogal riskant voor vastgoedbezitters. Het vastgoedplatform dat in Spanje het meest gebruikt wordt, Idealista, beschrijft het zo: ‘Volgens de Spaanse wet is een huisbezetting niet uitdrukkelijk toegestaan, maar onder bepaalde voorwaarden kunnen huisbezetters een zekere rechtspositie krijgen. Wanneer een pand bijvoorbeeld niet adequaat beveiligd is en onbewaakt wordt gelaten, kan het bezet worden. Wanneer de huisbezetters eenmaal binnen zijn, kunnen ze aanspraak maken op de woonruimte, wat het ontruimingsproces voor de eigenaar bemoeilijkt.’

    48 uur: zo veel tijd hebben de eigenaars of reguliere huurders om hun aanspraak op de eigen woning te doen gelden. In die 48 uur moeten ze de bezetting bij de politie en de autoriteiten melden en de eigendomsverhoudingen bewijzen. Wanneer eigenaars of huurders een bezetting niet tijdig signaleren, staan de autoriteiten en de politie machteloos – tot de uitspraak van een rechtbank de doorslag geeft. En dat kan maanden duren, zo niet jaren.

    Al die tijd kunnen de okupa’s dus gratis in de woonruimte van anderen leven. En in het ergste geval dreigt er enkel een boete voor hen; de bezetting zelf is geen strafbaar feit. Over dit onderwerp raken de gemoederen in Spanje regelmatig verhit. Het is al voorgekomen dat een gepensioneerde na een ziekenhuisopname haar woning bezet aantrof. En zelfs eigenaars die binnen de limiet van 48 uur blijven, kunnen in het ongelijk worden gesteld.

    Toerisme en immigratie

    Zo berichtte onlangs een huiseigenaar uit de Catalaanse provincie Girona over okupa’s die het zich gemakkelijk maakten in zijn pand, dat hij wilde verbouwen. Toen de politie kwam, werden er drie ‘bewoners’ aangetroffen, alsmede vuilnis en beddengoed op de vloer. De bezetters konden naar het schijnt met filmpjes op hun mobieltje aannemelijk maken dat ze daar woonden. Het is het woord van de een tegen dat van de ander, stelde de politie vast. Uiteindelijk dreigden de agenten zelfs om hem te arresteren als hij zijn eigen woning niet zou verlaten, klaagde de boze huiseigenaar in een post op X.

    Behoefte aan onderdak staat hier tegenover bescherming van eigendom. Inderdaad wordt dit conflict in Spanje niet alleen uitgevochten tussen eigenaren en krakers, maar ook op het politieke toneel. Naar aanleiding van de bezetting in Carabanchel leverden rechtse en linkse politici de laatste tijd luidruchtige gevechten in Spaanse tv-debatten. De Europese parlementariër van de linkse Podemos-beweging en voormalig minister voor emancipatie Irene Montero zette het publieke debat op scherp met een video waarin ze spotte met het okupaprobleem en in plaats daarvan de exploderende huurprijzen en het hoge aantal toeristenappartementen aan de kaak stelde. Dáár waren de echte okupa’s volgens haar te vinden.

    Het probleem is: ze hebben allemaal gelijk. De woningschaarste in Spanje is nijpend, ook vanwege het toerisme. Maar de toestanden in de flats in Carabanchel zijn niet de oplossing.

    De leiders van beide volkspartijen in Spanje, premier Pedro Sánchez met zijn sociaaldemocratische PSOE en de oppositieleider Alberto Núñez Feijóo van de Partido Popular, overtroeven elkaar met aangekondigde maatregelen en programma’s om de woningnood te lenigen. Er moet een staatswoningbouwbedrijf komen, er moet belastingverlichting voor verhuurders komen, belastingverhoging voor buitenlandse kopers, er is behoefte aan meer inspecteurs die illegale vakantiewoningen moeten opsporen. De regering wil bovendien grond vrijgeven voor nieuwe huurwoningen. Maar dat alles kan de acute woningtekorten niet opheffen. Temeer omdat de regering sinds jaar en dag twee dingen op grote schaal stimuleert: toerisme en immigratie. Beide verhogen de druk op de woningmarkt.

    Het grootste deel van de nieuwkomers is simpelweg op zoek naar een nieuw, beter leven

    Al jaren ligt het geboortecijfer in Spanje onder het sterftecijfer. Maar de bevolking groeit. De 47.000 Afrikanen die alleen al in het afgelopen jaar onder de gevaarlijkste omstandigheden met boten op de Canarische eilanden zijn aangekomen, vormen slechts een deel van de toename. De belangrijkste route van de migranten loopt eveneens over de Atlantische Oceaan, maar per vliegtuig. Luchthaven Madrid Barajas is Spanjes grootste toegangspoort voor migratie.

    Alleen al in groot-Madrid leven meer dan een miljoen mensen uit Latijns-Amerika. Onder hen zijn rijken en welgestelden die liever in Madrid wonen dan in de jachthaven van Miami. Venezolanen zijn op de vlucht voor de socialistische dictatuur thuis. Maar het grootste deel van de nieuwkomers is simpelweg op zoek naar een nieuw, beter leven. En naar werk, dat ze in het economisch bloeiende Spanje in overvloed vinden, temeer omdat de taalbarrière hier geen rol speelt.  

    De meeste latina’s en latino’s werken in bars en restaurants, als hulp in de huishouding, als schoonmaker, fietskoerier of bouwvakker. Migratie staat op het programma van de links-socialistische regering van Pedro Sánchez. Met succes. De toename van vlijtige arbeidskrachten draagt er flink aan bij dat Spanjes economie viermaal zo sterk groeit als het gemiddelde in de EU, zoals economen recent hebben berekend.

    Na twee jaar kunnen Latijns-Amerikanen hun verblijfsvergunning verlengen en na nog een paar jaar het staatsburgerschap aanvragen. Met de immigratie uit Latijns-Amerika stemmen zelfs de rechtse partijen in. Men beschouwt elkaar als Spaanse broedervolken.

    Sleutels

    Maar de nieuwe inwoners hebben woningen nodig, zoals ieder ander. En die vinden ze vaak net zo moeilijk als veel, vooral jonge Spanjaarden. Het is dus geen wonder dat menigeen toehapt wanneer, zoals in het geval van Carabanchel, de sleutel van een woning wordt aangeboden tegen een contant bedrag.

    Wat die sleutels betreft, voor de hoofdingang tot het wooncomplex in de Calle Excellente hebben de bezetters geen sleutel ontvangen. Daarom hebben ze maar een eigen poortwachtersdienst ingesteld. Achter het traliewerk van de hoofdingang staat een jongeman met een diep over het gezicht getrokken capuchon. Zodra een van zijn medebezetters naar binnen wil, opent hij de deur. Als hij wordt aangesproken, buigt hij zijn hoofd en wendt zich mompelend af.

    De officiële portiers zitten daar vlak naast achter glas. Zij kunnen niets doen tegen het illegale komen en gaan: Spaanse huurbescherming. Alleen een gerechtelijk vonnis kan de okupa’s uit het gebouw verdrijven. En dat kan, zoals gezegd, jaren duren.

    Zo lang wilde de woningbouwvereniging Vivenio in Carabanchel niet wachten. Na de bezetting in december greep ze naar een in Spanje inmiddels gangbaar middel: ze gaf een speciaal bedrijf opdracht tot ontruiming. Maar de actie eindigde in een debacle. De ontruimingsploeg, potige kerels van middelbare leeftijd, was in de minderheid en werd door de okupa’s met slaag en stokken de flat uit gejaagd.

    Intussen is in de Calle Excellente een tweede bedrijf aan het werk, genaamd Servi-okupas. Hun website belooft het herstel van ‘juridisch correcte verhoudingen’ met een team van ‘hooggekwalificeerde vaklieden’. De firma liet meerdere aanvragen voor een gesprek onbeantwoord.  

  • Moeten ouderen hun huis beschikbaar stellen aan jonge gezinnen?

    Moeten ouderen hun huis beschikbaar stellen aan jonge gezinnen?

    In Duitsland hebben ouderen de meeste ruimte: 27 procent van de alleenstaande senioren woont op minimaal 100 vierkante meter. Dit staat In schril contrast tot jongeren en gezinnen met kinderen. Moeten ouderen plaatsmaken voor starters? Twee redacteuren van Süddeutsche Zeitung gaan met elkaar in debat.

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.

    ‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, of ze nu oud of jong van hart zijn, is onmenselijk’

    Een commentaar door Claudia Fromme, redacteur bij Süddeutsche Zeitung. 

    ‘Een huis is meer dan een dak boven je hoofd en een flat is meer dan de vier muren eromheen. Wie tientallen jaren in dezelfde huurflat heeft gewoond, kan er net zo’n emotionele band mee ontwikkelen als met een koophuis’, schrijft Claudia Fromme. ‘De kinderen zijn er opgegroeid en uit huis gegaan. De partner is daar overleden. Mensen hebben hier gelachen en gehuild, ze willen hier oud worden.’

    Fromme vraagt zich af waarom je deze mensen uit hun vertrouwde omgeving zou halen: ‘Ze kunnen hier een praatje met bekende buren maken en hebben de vertrouwde dokter op loopafstand zitten. Het is een omgeving waarin ze zich hebben geworteld, als een oude boom die in symbiose leeft met zijn omgeving, die neemt en geeft. Die boom kun je niet verplanten.’ Tegelijkertijd liegen de cijfers er niet om. De generatie van 65-plussers heeft gemiddeld 68,5 vierkante meter woonruimte per persoon. Volgens het Federale Bureau voor de Statistiek woont 27 procent van de alleenwonende senioren zelfs op minstens 100 vierkante meter. Daarentegen bedroeg de woonruimte in huishoudens met ten minste vier leden, meestal gezinnen, 29,9 vierkante meter per persoon. ‘De krappe woningmarkt, vooral in grote steden, wakkert afgunst aan’, gelooft ze. ‘Veel senioren betalen minder per vierkante meter dan hun jongere buren omdat de huur nog in een vergeeld contract vaststaat.’ Als een huisbaas de huur te veel wil verhogen, worden ze beschermd door het huurplafond. ‘Maar dat is geen reden om ze te straffen door, zoals vastgoeddeskundigen in Regensburg eisen, hun huur zo hoog te laten oplopen dat ze gedwongen worden te vertrekken. Dan kunnen ze met alleenstaanden en stellen vechten om een flat die veel meer kost dan hun oude flat. Gefeliciteerd!’

    Ze ziet deze ‘huisvestingsnijd’ als een gevolg van politici die hun bouwbeloften niet waarmaken. ‘Waar zijn de vierhonderdduizend flats die elk jaar in Duitsland gebouwd zouden moeten worden? En waarom zijn er geen nieuwe gebouwen met flexibele plattegronden?’ Dat zou volgens Fromme een creatieve oplossing kunnen zijn. ‘Een ongebruikte kamer kan dan indien nodig worden toegewezen aan een naburige flat, zodat niemand hoeft te verhuizen.’ De linkse parlementaire groep – gesteund door de Duitse huurdersvereniging – stelde voor om in het huurrecht het recht op woningruil op te nemen. De huurprijs per vierkante meter zou overeen moeten komen met de oude. ‘Een goed idee zolang het op vrijwillige basis gebeurt. Maar het is moeilijk te verwerkelijken.’

    ‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op’

    Er zijn gevallen waar senioren hun grote flat hebben opgegeven, hun huis hebben verkocht aan familie en nu gelukkig zijn omdat ze in een leeftijdsgeschikte flat wonen. Maar dit is volgens Fromme een uitzondering. Zelfs wanneer coöperaties aanbieden om dezelfde huurprijs per vierkante meter te garanderen, ruilen veel mensen niet. ‘Het alternatief staat dan in een andere buurt of bevindt zich op de vierde verdieping zonder lift. Verhuizen is duur en veel mensen zijn gehecht aan hun flat.’ Ze wijst er ook op dat verhuizen mensen mentaal zwaar kan belasten.

    ‘Wie eist dat oude mensen hun woning aan jongere mensen moeten geven, zet generaties tegen elkaar op.’ Ze schrijft dat tijdens de pandemie het idee dat jongeren te verkiezen zijn boven oude patiënten in ziekenhuizen, weer populair is geworden. Daarentegen worden jongeren vaak beschuldigd van gebrek aan solidariteit als ze meer vrije tijd willen dan werken, omdat ze minder bijdragen aan de pensioenfondsen. ‘Het spel kan natuurlijk eindeloos doorgaan: afgunst creëert verdeeldheid en het lost niks op.’

    Mensen leven in cycli. Een oudere in een grote flat was ooit ook jong en had in veel gevallen ook een gezin. ‘Hoe zit het met degenen die eisen dat senioren die alleen wonen hun grote flats moeten verlaten? Moeten zij zelf ook verhuizen als ze ergens al dertig jaar wonen en plaatsmaken voor nieuwe gezinnen?’ Volgens Fromme is dat een uitzonderlijk slecht idee. ‘Mensen vertellen dat ze hun huis moeten verlaten, ongeacht of ze oud of jong van geest zijn, is onmenselijk.’


    ‘Er zijn ook ouderen die graag op een andere, nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier willen leven’

    Een commentaar door Gerhard Matzig, redacteur bij Süddeutsche Zeitung.

    Gerhard Matzig schrijft dat de woningcrisis geen crisis is, maar een woningnood met ingrijpende sociale en economische gevolgen. De laatste keer dat het tekort zo ernstig was, was na de oorlog, toen steden in puin lagen. Dit probleem beperkt zich niet alleen tot de grote steden en het raakt ook de middenklasse. ‘Ouderen worden gedwongen om in te grote flats te blijven wonen die vaak niet in hun behoeften voorzien, terwijl jonge gezinnen en mensen met lagere inkomens juist in te kleine woningen vastzitten,’ legt Matzig uit. Dit maakt het moeilijker voor mensen om te verhuizen naar plekken met werk, scholen en medische voorzieningen. ‘Huisvesting is geen economisch goed, het is een mensenrecht.’

    Volgens Matzig ligt het probleem bij kortzichtig, neoliberaal beleid en in het feit dat mensen zijn gaan geloven in valse aannames en loze beloften. ‘Er werd veel te lang gezegd dat Duitsland voldoende woonruimte had. Maar dat was een illusie,’ stelt hij. Er werd geen rekening gehouden met het leeglopen van het platteland, de groei van steden, het falen van de bouwsector en wereldwijde crises en migratiestromen. Daardoor is de woningcrisis uitgegroeid tot een noodsituatie, en die noodsituatie heeft geleid tot een grootschalig distributieprobleem. ‘Het is nu een strijd geworden tussen mensen die al een woning hebben en mensen die op zoek zijn naar woonruimte – en dat is het sociale explosief van onze tijd,’ schrijft hij.

    ‘We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig’

    Matzig ziet enkele oplossingen voor dit probleem. ‘Ten eerste volkshuisvesting. We bouwen tanks, maar we hebben flats nodig.’ En daarnaast wordt van de woonruimte die er nu is, geen optimaal gebruik gemaakt. ‘Er is lege woonruimte op het platteland. Maak het platteland aantrekkelijker!’ Maar ook in steden moet het anders. ‘Woningen worden vaak verkeerd bewoond.’ In cijfers: 6,5 procent van de huurhuishoudens in grote steden met meer dan 100.000 inwoners woont krap. Een even groot aantal, namelijk 6,2 procent, heeft onevenredig veel ruimte, zoals een eenpersoonshuishouden in een vierkamerflat. Dit zijn vaak oudere huurders. ‘Dat is niet hun fout. Het heeft te maken met de natuurlijke levensloop, met kinderen die zijn verhuisd of partners die zijn overleden. Niemand die in een te grote flat woont doet dat om puur asociale redenen. Hij of zij doet dat vaak omdat de woningnood ook betekent dat niemand zijn huis verlaat.’ Dit komt mede door het lock-ineffect. De angst dat ze uiteindelijk meer moeten betalen voor een kleinere flat. 

    De derde oplossing zou de bevordering van woningruil zijn. ‘Wanneer bijna evenveel mensen in te grote als te kleine flats wonen, ligt het voor de hand dat de lokale autoriteiten een ruil organiseren. Niet als wondermiddel, maar als stelschroef,’ legt Matzig uit. ‘Het lijkt me ook duidelijk dat dit alleen mogelijk is met een goed uitgedacht ruilsysteem en absolute vrijwilligheid. Het zou onmenselijk zijn om mensen door middel van een planeconomie te dwingen te verhuizen.’

    Er zijn echter ook goede redenen voor oudere mensen om naar kleinere, maar even dure of zelfs goedkopere kleinere flats te verhuizen. Dit zijn onder andere de hoge energiekosten voor grotere flats, de schoonmaakwerkzaamheden en het feit dat nieuwere, en dus meestal kleinere, flats eerder drempelvrij en seniorvriendelijk zijn dan oudere gebouwen onder de eveneens recente huisvestingswetten. ‘Wie zegt eigenlijk dat oude mensen niet kunnen of willen verhuizen? Het zijn geen oude bomen.’ Er zijn volgens hem genoeg ouderen die graag anders willen wonen, op een nieuwe, moderne en bij hun leeftijd passende manier. ‘Ze zijn van nature niet immobiel. Maar de markt is dat wel. Daar moeten we beginnen.’

  • EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    EU-sancties tegen Belarus | Zweedse regering valt over huurplafond

    Ongekende economische sancties tegen Belarus

    Het gebeurt niet elke dag dat de lidstaten van de Europese Unie eensgezind stemmen. Maar maandag in Luxemburg besloten de ministers van Buitenlandse Zaken van de 27 EU-landen unaniem om het regime van Aleksander Loekasjenka aan te pakken. De maatregelen zijn zeldzaam volgens de internationale pers.

    ‘Een regen van sancties daalt neer op dictator Loekasjenka’, kopt het Belgische dagblad Le Soir. De EU heeft met name de activa bevroren van zeven bedrijven die worden gerund door familieleden van Aleksander Loekasjenka. De zoon van de president, Dmitri, en de vrouw van zijn oudste zoon Viktor, Lilia Loekasjenka, zijn op de zwarte lijst van de EU gezet.

    Kalium

    De ministers bevestigden vervolgens unaniem de reeks maatregelen die gevolgen hebben voor zeven sectoren van de Belarussische economie. Deze sancties omvatten ‘financiële diensten en verzekeringen, een embargo op petrochemische producten en de handel in kalium en tabak’, aldus L’Echo. Ook is een verbod ingesteld op nieuwe bankleningen aan de staat, de centrale bank, en overige banken en organisaties die voor het merendeel in handen van de staat zijn.

    ‘De export van kalium, een belangrijk ingrediënt voor het bemesten van landbouwgrond, is een onmisbare bron van inkomsten voor Belarus’, schrijft The New York Times . Het staatsbedrijf Belaruskali beweert 20 procent van de wereldvoorraad te produceren.

    Volgens L’Echo vereisten de financiële sancties een overeenkomst met Oostenrijk, aangezien Belarussische activa zijn ondergebracht bij Oostenrijkse banken.

    ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken’

    ‘Het instellen van economische sancties, een maatregel die zelden door Europa wordt genomen, is lang verworpen door de 27 staten, die de voorkeur gaven aan individuele beperkende maatregelen’, merkt Le Soir op. ‘Economische sancties werden tot dusver uitgesloten omdat ze “een negatieve impact op de bevolking” zouden kunnen hebben. Een ander argument was dat Loekasjenka alleen maar verder in de armen van Poetin zal worden geduwd als de Belarussische economie op de knieën wordt gedwongen. Daarnaast maakte elk van de 27 EU-landen de rekening op door een inschatting te maken van wat ze te verliezen hadden door hun zakelijke belangen met Minsk op te geven’, is de analyse van het Belgische dagblad.

    Volgens een Europese diplomaat die met Le Soir sprak, was de kaping van de Ryanair-vlucht doorslaggevend. ‘We moeten nu het regime en de staatsoligopolies die verbonden zijn met Loekasjenka aanpakken, en tegelijk zo min mogelijk de Europese belangen en die van de Belarussische bevolking aantasten’, zei hij.

    Verandering

    Deze economische sancties ‘markeren een stap voorwaarts in de strijd tegen het autoritaire regime van Loekasjenka’, merkt Financial Times op. De EU had al sancties opgelegd aan 88 leden van het regime, waaronder president Aleksander Loekasjenka zelf en zijn zoon. Maar deze individuele sancties hebben vooral geleid tot verdere repressie. Met de nieuwe economische sancties hopen de EU-leiders nu het regime tot verandering te dwingen.

    Om de strafmaatregelen nog meer gewicht te geven, hebben de EU-landen maandag in samenwerking met de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Canada ook nog eens sancties opgelegd aan tientallen personen en bedrijven die nauw samenhangen met de macht in Minsk.

    Lees ook:


    Andrew ‘Basisinkomen’ Yang toch niet de nieuwe burgemeester van New York

    De uitslag is nog niet definitief, maar gisteren waren in New York de Democratische voorverkiezingen voor de burgemeesterspost van New York. In een stad met meer dan zes keer zoveel Democraten als Republikeinen, is een overwinning in die voorverkiezing bijna een garantie voor het burgemeesterschap.

    Als pleitbezorger van optimisme en een universeel basisinkomen, viel ondernemer Andrew Yang al op als kandidaat tijdens de presidentsverkiezingen van 2020. Hij heeft zich kandidaat gesteld als burgemeester van New York met dezelfde ideeën, schrijft The Wall Street Journal.

    Toen Andrew Yang zich in de strijd om de Democratische voorverkiezingen stortte voorafgaand aan de presidentsverkiezingen van november 2020, na enkele jaren steun voor zijn project voor een basisinkomen te hebben vergaard, logenstrafte hij alle peilingen en hield hij het langer vol dan veel anderen, zo schrijft The Wall Street Journal. Hij gooide uiteindelijk de handdoek in de ring na de voorverkiezingen in New Hampshire in februari 2020.

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar

    Zijn campagne draaide om één project: een maandelijkse uitkering van 1000 dollar, ongeveer 820 euro, aan alle Amerikanen tussen de 18 en 64 jaar. Dankzij zijn energie en de interesse die hij destijds opwekte, was Andrew Yang een van de favorieten in de race om het burgemeesterschap van New York, maar zijn voorsprong werd al in de laatste peilingen kleiner. De voorlopige uitslag van dinsdagnacht wijst erop dat zijn rivaal Eric Adams hem voorbij is gestreefd en een grote kans maakt de Democratische kandidaat voor het burgermeesterschap van New York te worden, bericht The New York Times.

    Yangs kandidaatstelling voor het burgemeesterschap heeft de verkiezingscampagne door elkaar geschud en op slag werd hij het doelwit van tegenstanders, die hem bekritiseren omdat hij niet de nodige ervaring zou hebben om New York te leiden, vooral in deze periode van heropening na de pandemie.

    Andrew Yang, 46, is een van de dertien Democratische kandidaten die hopen de zittende burgemeester Bill de Blasio, ook een Democraat, op te volgen. Deze laatste zal aan het einde van dit jaar aftreden, aangezien hij het maximum aantal toegestane mandaten, twee periodes van vier jaar, heeft bereikt.

    Toen Yang in januari zijn kandidatuur aankondigde, waren het management en de politiek van de stad hem volkomen vreemd, in tegenstelling tot sommige van zijn tegenstanders, zoals het huidige Hoofd Financiën van New York Scott Stringer, voormalig directeur Stadssanering Kathryn Garcia en Eric Adams, de huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn.

    Yang genoot echter al grote bekendheid, gevoed door zijn presidentiële kandidatuur, twee boeken die hij publiceerde en zijn optredens op CNN als politiek commentator. Hij had een campagnebudget van meerdere miljoenen dollars en de steun van ten minste drie politieke actiecomités om zijn campagne te financieren.

    Hij bracht bondgenoten uit alle lagen van de bevolking samen, zoals Ritchie Torres en Grace Meng, beide Democratische afgevaardigden in het Huis van Afgevaardigden in Washington, en verschillende leiders van de ultraorthodoxe joodse gemeenschap in de stad, die hem veel stemmen zouden opleveren.

    ‘Ik wil deze baan omdat ik denk dat ik de politiek in New York kan helpen verbeteren’, zei Yang, die in Hell’s Kitchen in het westen van Manhattan woont met zijn vrouw, Evelyn, en hun twee jonge zoons, Christopher en Damian.

    Basisinkomen in het klein

    De belangrijkste strekking van zijn campagne was het opzetten van een breed programma voor directe financiële hulp, een soort verkleinde versie van het universele basisinkomen, waar hij zijn presidentiële campagne omheen had gebouwd. Met dit programma zou 6 procent van de meest behoeftige New Yorkers, zo’n 500.000 mensen, gemiddeld zo’n 2000 dollar per jaar krijgen, ofwel ongeveer 140 euro per maand.

    In eerste instantie dacht hij deze kosten, die op 1 miljard dollar per jaar worden geschat, te financieren via de stadskas en gulle donoren. Maar in mei zei hij uitsluitend gemeentelijke financiering te overwegen.

    Hij wilde zijn project financieren door een einde te maken aan de vrijstelling van onroerendgoedbelasting die bepaalde gebouwen is vergund, zoals Madison Square Garden, de beroemde sporttempel en evenementenhal, en door andere inefficiënties op te sporen in het stadsbudget van ruim 98 miljard dollar. Een deel van het geld zou kunnen komen van bestaande sociale programma’s, die met de nieuwe aanpak hun nut zouden verliezen.

    ‘We hoeven daartoe slechts de effecten van die programma’s vast te stellen. Maar het zal niet gemakkelijk zijn om mensen te vertellen dat we bepaalde sociale programma’s niet meer nodig hebben omdat we een systeem van directe financiële hulp gaan invoeren.’

    Misstappen

    In de straten van New York staan mensen in de rij om met hem op de foto te gaan. Sommigen bedanken hem voor zijn kandidatuur want ze willen dat dingen veranderen. Maar zijn gebrek aan ervaring in gemeentelijk management heeft ertoe geleid dat hij verschillende misstappen maakte in enkele belangrijke kwesties.

    Zo stelde hij vorige maand voor dat de stad New York het openbaar vervoer weer in handen neemt, dat momenteel wordt beheerd door de staat New York, maar zijn voorstellen bleven vaag. Tijdens een openbare bijeenkomst sprak hij zich ook uit voor de oprichting van opvangcentra voor slachtoffers van huiselijk geweld. Dergelijke plekken bestaan echter al.

    Meer recentelijk, toen hij zijn plannen voor de hervorming van de politie verdedigde tijdens een persconferentie, raakte hij in verwarring toen een journalist hem om zijn mening vroeg over de intrekking van artikel 50-a. Die wet, enkele decennia oud, verhinderde het grote publiek om toegang te krijgen tot tuchtrechtelijke dossiers van de politie. Intrekking van die wet is een van de grootste strafrechtelijke hervormingen van het afgelopen jaar.

    ‘Andrew Yang is even pragmatisch, vooruitstrevend en bezorgd over deze kwesties als elke andere kandidaat voor deze functie, en New Yorkers die naar hem luisteren, malen er niet om of hij de juiste naam van bepaalde wetten kan opdreunen’, zo verdedigde woordvoerder Jake Sporn zijn campagne.

    Voorbeeld voor Aziatische Amerikanen

    Als we zijn aanhangers mogen geloven, is het vooral dankzij zijn energie dat hij zoveel kiezers voor zich heeft gewonnen. John Liu, Democraat en Senaatslid voor New York, steunt de kandidatuur van Andrew Yang. Yang is een inspiratie geweest voor veel Aziatische Amerikanen, vooral in New York, sinds zijn kandidatuur voor de presidentsverkiezingen, zegt hij.

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’

    ‘Hij belichaamt onze hoop, onze droom’, verklaarde Liu, de eerste politicus van Aziatische afkomst die een zetel in de gemeenteraad verwierf en vervolgens in 2009 Hoofd Financiën van New York werd. ‘Hij biedt nationale zichtbaarheid aan Aziatische Amerikanen’, aldus Liu.

    Hij zei onder de indruk te zijn van de voorstellen van Andrew Yang, vooral die over onderwijs en de politie. Gevraagd naar het gebrek aan politieke ervaring van Yang, benadrukte hij diens praktijkervaring, die zeker zo belangrijk is. ‘Andrew Yang heeft veel ideeën om deze stad vooruit te helpen na de moeilijke en ongekende tijden die we net hebben doorgemaakt’, aldus Liu.

    Dinsdagnacht verklaarde Yang naar aanleiding van de voorlopige uitslag, dat hij geen kans meer maakt op de Democratische kandidatuur en gaf hij zijn verlies toe, meldt The New York Times. De huidige stadsdeelvoorzitter van Brooklyn, Eric Adams, gaat met 84 procent van de stemmen geteld aan de leiding met 31,7 procent. Yang zelf blijft steken op 11,7 procent en ziet zich ook voorbijgestreefd door Maya Wiley en Kathryn Garcia, die beide nog kans maken om de eerste vrouwelijke burgermeester van New York te worden.

    ‘We geloven nog steeds dat we kunnen helpen, maar niet als burgemeester en first lady’, zei Yang, die had gehoopt de eerste Aziatische Amerikaanse burgemeester van de stad te worden, dinsdagnacht, geflankeerd door zijn vrouw Eve.


    Motie van wantrouwen werpt Zweedse regering omver

    Het Zweedse parlement heeft een motie van wantrouwen tegen premier Stefan Löfven aangenomen, zo meldt BBC. In totaal stemden 181 van de 349 parlementsleden voor de motie, met 51 onthoudingen. Het is de eerste keer in de Zweedse geschiedenis dat een premier met een dergelijke stemming wordt afgezet.

    De regering van Löfven moest opstappen nadat een geschil over huurbescherming ertoe leidde dat de Linkse Partij haar steun aan de coalitie introk. Dit betekende een ineenstorting van de minderheidscoalitie van de sociaaldemocraten en de Groene Partij.

    De sociaaldemocratische leider heeft nu een week om af te treden of vervroegde verkiezingen uit te schrijven. Als Löfven besluit af te treden, moet de voorzitter van het parlement met alle partijen gaan onderhandelen om een nieuwe regering te vormen. Een mogelijk nieuwgevormde regering zal aanblijven tot de algemene verkiezingen, die in september volgend jaar zullen plaatsvinden.

    De Linkse Partij riep vorige week op tot de motie van wantrouwen na een ruzie over voorstellen om een huurplafond voor nieuwbouw op te heffen. Hoewel de partij van Löfven die maatregel niet steunt, heeft zij ermee ingestemd de plannen te overwegen om oppositiepartijen gunstig te stemmen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden

    De vertrouwensstemming werd voorgesteld door de extreemrechtse Zweedse Democraten en werd gesteund door twee centrumrechtse oppositiepartijen.

    Het al dan niet afschaffen van huurplafonds is al lang een heet hangijzer in Zweden, dat kampt met woningnood. Maar tot vorige week hadden maar weinig politieke waarnemers voorspeld dat de kwestie de huidige regering ten val zou kunnen brengen.

    De ironie is dat de centrumlinkse premier van Zweden, Stefan Löfven, zelf voorstander is van de bestaande huurbeperkingen. Zijn coalitie stemde alleen in met het idee om te onderzoeken of de beperking in geval van nieuwbouw zou kunnen worden afgeschaft, om twee kleine centrumrechtse oppositiepartijen tegemoet te komen en zo de fragiele minderheidsregering overeind te houden.

    Maar daardoor verloor Löfven uiteindelijk de steun van een oude bondgenoot, de Linkse Partij. Die trok vorige week zijn steun aan de regering in, wat de weg vrijmaakte voor de motie van wantrouwen.

    Een tweede ironische wending is dat het huisvestingsdebat nu wel eens veel verder in de onderste regionen van de politieke agenda zou kunnen belanden. Nieuwe verkiezingen of een nieuwe regering zullen namelijk meer gefocust zijn op wat de centrumrechtse tegenstanders van Löfven als dringender kwesties beschouwen, zoals economisch herstel van het land na de pandemie, het toenemende aantal geweldsmisdrijven en immigratie.

    Lees ook:

  • ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    ‘Yimby’ pikt de woningnood niet langer

    Na de nimby’s heb je nu ook de yimby’s (yes, in my backyard). Deze snelgroeiende beweging van boze millennials eist dat er betaalbare woningen worden gebouwd. Oók als daarvoor een moestuintje moet sneuvelen.

    Toen een vrouw deze zomer tijdens een gemeenteraadsvergadering van de stad Berkeley opstond en met een courgette zwaaide, terwijl ze klaagde dat haar moestuin door een nieuw woningbouwproject geen zonlicht meer zou krijgen, ging 
ze er waarschijnlijk van uit dat haar medeburgers aan haar kant zouden staan. Het waren tenslotte haar soort klachten – kleinschalig, zinnig, herkenbaar – die overal ter wereld jarenlang stedelijke woningbouwprojecten hadden tegengehouden.

    De toorn van de yimby’s viel haar koud op haar dak. ‘Hebt u het over courgettes? Echt waar? Want ik kan mijn huur nauwelijks opbrengen,’ foeterde een verontwaardigde Victoria Fierce tijdens die vergadering op 13 juni. Fierce voegde eraan toe dat juist door het tekort aan nieuwe woningen de huren in San Francisco de pan uit rijzen, zodat ze het zich nauwelijks nog kan permitteren in de Bay Area te wonen.

    Victoria Fierce leidt een afdeling van een nieuwe beweging die in tal van steden de kop opsteekt, van Seattle tot Sydney en van Austin tot Oxford, en die niet tégen nieuwbouw lobbyt maar ervóór. Ze zeggen dat hun leven wordt bedreigd door de woningnood en de torenhoge huurprijzen. Ze noemen zichzelf ‘yimby’s’, een afkorting van ‘yes, in my backyard’. En aan courgettes hebben ze maling.

    Schreeuwen

    De beweging teert op de woede van jongeren van de millenniumgeneratie, van wie velen nu achter in de twintig of begin dertig zijn. In plaats van lijdzaam te zwijgen terwijl ze uit alle macht betaalbare woonruimte proberen te vinden, bezoeken ze en masse inspraakbijeenkomsten om te betogen voor meer huisvesting – bij voorkeur het soort opvulprojecten in dichtbebouwde binnensteden waartegen 
dikwijls heftig werd geprotesteerd 
door nimby’s (‘not in my backyard’).

    De geboorteplaats van de yimby-beweging, de San Francisco Bay Area, kent de hoogste huurprijzen van Amerika. Volgens schattingen van de staat Californië kwamen er tussen 2010 en 2013 circa 307.000 banen bij in het gebied, maar nog geen 40.000 nieuwe woningen. ‘Er is duidelijk een woningtekort, en het antwoord is nieuwbouw,’ zegt Lara Foote Clark, die leiding geeft aan het in San Francisco gevestigde Yimby Action. ‘Beleid dwing je af als je over dingen gaat schreeuwen.’

    Clark en andere leden van yimby-bewegingen beschouwen zichzelf als progressief en milieubewust, maar ze zijn niet bang om af en toe de knuppel in het gebruikelijke linkse hoenderhok te gooien. Ze richten hun pijlen veelvuldig op eigenaren van ruimteslurpende eengezinswoningen en brengen antikapitalistische groeperingen in verwarring door de kant van projectontwikkelaars te kiezen, zelfs ontwikkelaars van luxeprojecten. Ze zijn een ‘klaag de buitenwijken aan’-campagne begonnen tegen steden die geen grote woningbouwprojecten goedkeuren.

    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images
    San Francisco, de geboorteplaats van de yimby-beweging, kent de hoogste huurprijzen van de VS. – © David Paul Morris / Getty Images

    Door hun bereidheid om te lobbyen voor vrijesectorwoningen in traditionele minderheidswijken zijn ze afgeschilderd als loopjongens van projectontwikkelaars. Ook heeft hun voorkeur voor vrijesectoroplossingen hun een reputatie opgeleverd van ‘libertariërs’ die uitgaan van het ‘economische doorsijpeleffect’ [een theorie die zegt dat belastingvoordeel voor de rijken uiteindelijk ten goede komt aan iedereen].

    Tijdens een yimby-conferentie, afgelopen zomer in Oakland, werd geprotesteerd door Gay Shame, een radicale groep homoactivisten. Een stuk of tien van hen stonden buiten leuzen te roepen als ‘Homo’s vermoorden tech-yuppen’ en ‘Het is jullie achtertuin niet’. Maar van dat gescheld trekken de yimby’s zich niets aan. Na die gemeenteraadsvergadering in Berkeley hebben ze de courgette als mascotte voor 
hun woede gekozen. Ze maken online courgettegrappen, geven tips voor het kweken van courgettes in de schaduw en deelden zelfs een foto van een jager met een geweer op ‘de openingsdag van het courgetteseizoen’.

    ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’

    Sonja Trauss (35), een voormalige 
wiskundelerares die in San Francisco woont, zegt dat de woningnood waarmee veel grote westerse steden kampen niet financieel, technisch of het gevolg van materiële tekorten is. ‘De reden van onze huidige woningnood 
is honderd procent politiek’, schreef Trauss in 2015 in een bericht op internet, wat haar hielp een leger volgelingen op te bouwen die spreken tijdens inspraakbijeenkomsten, brieven sturen en online steun verwerven voor woningbouw.

    Het idee verspreidde zich razendsnel. De yimby-beweging, die Trauss in 2013 startte als een brievenschrijfcampagne, heeft overal ter wereld navolging gevonden. In Oakland hielpen plaatselijke yimby-organisatoren om plannen goedgekeurd te krijgen voor een 24 verdiepingen hoge woontoren in de buurt van het metrostation MacArthur, waar alleen maar laagbouw stond. In Seattle hebben activisten het stadsbestuur er mede toe gedwongen dichtere bebouwing toe te staan in bepaalde wijken, zoals het University District.

    In Vancouver organiseren yimby-groeperingen rondleidingen langs delen van de stad waar de meeste ruimte wordt verspild, zoals een chique wijk waar maar vierhonderd mensen wonen op 60 hectare. Engeland kent inmiddels groepen in Londen, Oxford en Cambridge die kijken hoe de overheid ertoe kan worden bewogen meer nieuwbouw toe te staan. In Australië proberen pas opgerichte yimby-groepen wetten te veranderen zodat mensen de vliering boven hun garage kunnen verhuren.

    In Californië hebben yimby-activisten de Democraten geholpen om er een ingrijpend pakket nieuwe staatswetten door te drukken dat de bouw van betaalbare woningen mogelijk maakt. In San Francisco is zelfs een politieke yimby-partij opgericht; Sonja Trauss heeft zich voor 2018 kandidaat gesteld voor een plaats in de Raad van Toezichthouders van het gelijknamige district.

    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images
    Potentiële huizenkopers in San Francisco na een bezichtiging in de populaire wijk Castro. – © David Paul Morris / Getty Images

    David Chiu zegt dat toen hij nog voorzitter was van de Raad van Toezicht van het district San Francisco, bewoners maar zelden voorstander waren van plaatselijke woningbouwprojecten. ‘De enige stemmen die we hoorden waren vaak van buren die ertegen waren,’ zegt Chiu, die dit jaar de steun van de yimby-beweging inriep om wetten voor betaalbare woningbouw goedgekeurd te krijgen. ‘Ik denk dat 
ze een nieuw tegenwicht bieden. Ze hebben de discussie in andere banen geleid, zowel op plaatselijk niveau 
als op staatsniveau.’

    Yimby-groeperingen willen de behoefte aan auto’s verminderen door middel van geconcentreerde woningbouw in de buurt van het openbaar vervoer. 
Ze willen af van de weids opgezette buitenwijken. En vóór alles willen ze een plek om te wonen. Die eenvoudige roep om huisvesting kan in de praktijk allerlei complicaties met zich meebrengen. In de loopgraven van de 
lokale politiek kan elk gevecht om 
één enkel project in een genadeloze buurtoorlog ontaarden.

    Nergens zijn deze gevechten verbitterder geweest dan in het Mission District in San Francisco, traditioneel een buurt met voornamelijk latino’s met lage inkomens, die zich in hoog tempo heeft ontwikkeld tot een enclave voor voornamelijk blanke, gefortuneerde werknemers van de techindustrie. Het gigantische aantal techbanen dat in San Francisco en het nabije Silicon Valley is gecreëerd heeft de huren in het Mission District opgedreven tot gemiddeld 4250 dollar per maand. Deels als gevolg van huisuitzettingen en het gebrek aan betaalbare woningen is het aantal latino’s in de wijk drastisch gedaald. Volgens een studie uit 2014 zullen tussen 2000 en 2020 meer dan tienduizend latino’s, oftewel eenderde van de Latijns-Amerikaanse bevolking van de Mission, uit de wijk verdwenen zijn.

    Boze betogers

    Boze betogers hebben gezworen de gentrificatie een halt toe te roepen door alle nieuwbouwprojecten tegen 
te houden die niet in een aanzienlijk aantal sociale huurwoningen voorzien. Yimby-groeperingen hebben onmiddellijk op deze discussie ingespeeld door te betogen dat elk nieuwbouwproject beter is dan helemaal geen project. Op 14 september hebben Trauss en andere yimby-activisten bij de Commissie Ruimtelijke Ordening van San Francisco gepleit voor plannen voor de bouw van een project van 75 woningen in de Mission die voornamelijk voor de vrije sector bestemd zullen zijn. Latinoactivisten protesteerden daartegen. ‘Van de woningen die zullen worden gebouwd, zal 89 procent buiten het inkomensbereik vallen van de 
overgrote meerderheid van de latinobevolking van het Mission District,’ zei Carlos Bocanegra van La Raza Centro Legal, een organisatie die rechtsbijstand aan latino’s verleent.

    Maar Trauss wierp tegen dat niet bouwen geen antwoord op het woningtekort is. ‘Het honderdtal mensen met hogere inkomens dat niet in dit project gaat wonen als het niet wordt gebouwd, gaat ergens anders wonen,’ zei ze. ‘Ze zullen ergens anders iemand verjagen, want de vraag zal niet verdwijnen.’

    Yimby-groeperingen hebben financiële steun ontvangen van oprichters van diverse hightechbedrijven, waaronder 10.000 dollar van Jeremy Stoppelman, medeoprichter van Yelp, en van het Open Philantropy Project, dat mede gefinancierd wordt door Dustin Moskovits, een van de oprichters van 
Facebook.

    Deepa Varma, directeur van de Huurdersbond van San Francisco, zegt dat het frustrerend is geweest om latino’s die voor het behoud van hun buurt vochten, door een nieuwe groepering afgeschilderd te zien worden als nimby’s. ‘Ze hebben de zaak omgedraaid. Het zijn voornamelijk blanke, voornamelijk jonge, voornamelijk gezonde mensen die suggereren dat bewoners van arbeidersbuurten nimby’s zijn,’ zegt Varma.

    Wat tegenstanders van gentrificatie ook irriteert, is dat yimby’s vaak lobbyen voor projecten die ver van hun bed zijn. ‘Het helpt om je buurt een tijdje te kennen voordat je besluit hem te veranderen,’ zegt Andy Blue, een activist van Plaza 16 Coalition, een groepering die de latinocultuur van 
de Mission probeert te behouden. 
‘De mensen in de Mission voelen zich enorm geschoffeerd door die mensen die hun vertellen wat goed voor ze is.’


    Volgens Young Invincibles, een onderzoeks- en advocatenkantoor in Washington, is de nettorijkdom van de millennials in de VS momenteel ongeveer half zo groot als die van de generatie van hun ouders – de babyboomers – in 1989, toen die ongeveer net zo oud waren. De typische millennial heeft voor ongeveer 29.000 dollar aan bezittingen verzameld, terwijl babyboomers in 1989 gemiddeld 61.000 dollar bezaten. ‘Ze verdienen minder, hebben meer studieschuld en komen moeilijker aan een koophuis,’ zegt Tom Allison, adjunct-directeur Beleid en Onderzoek van Young Invincibles. Maar hij voegt eraan toe dat ze meer dan andere generaties bereid zijn om de wereld te veranderen. ‘Deze generatie is veerkrachtig. Ze reageren op tegenslagen door dingen te veranderen. Dat is de zonnige kant van het verhaal.’

    Greg Magofna (33), een werknemer van een non-profitorganisatie, is opgegroeid in de lommerrijke stad Alameda in de East Bay. Hij heeft zijn eigen yimby-afdeling opgericht in zijn geboortestad, omdat hij financieel het hoofd bijna niet meer boven water kon houden. Hij heeft het geluk dat de instanties in Berkeley erop toezien dat de huur van zijn minuscule appartementje van 28 vierkante meter beperkt blijft tot 1200 dollar per maand. Maar hij kan zich nog steeds geen auto permitteren en zijn fietsen, koelkast, ketel en lievelingsstoel vechten om ruimte langs één overvolle muur van zijn woning. ‘Er is een generatiekloof. Veel mensen van de oudere generatie zien niet in dat de wereld veranderd is,’ 
zegt hij, om eraan toe te voegen dat 
het nogal confronterend kan zijn voor yimby’s om naar een openbare bijeenkomst te gaan waar tegenstanders hen voor gentrificeerders of erger uitmaken. ‘De wereld verandert en er is veel om boos over te zijn,’ zegt hij. ‘De yimby’s zeggen: “Wij kunnen er wat aan doen.”’

    Auteur: Erin McCormick

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.

    CONTEXT: Yimby’s in drie soorten

    Niet alle groepen die zich achter het vaandel van ‘yimby’ 
scharen (of die daar door de media toe worden gerekend) lijken op elkaar. Sommige lopen te hoop tegen ongelijkheid tussen 
de generaties, terwijl andere zich bezighouden met het lot van de meest kwetsbaren, los van hun leeftijd. Sommige richten zich vooral op de volkshuisvesting, andere willen op een breder front de problemen van de jeugd aanpakken.

    Lobbyisten. Generation Squeeze (de ‘Uitgeperste Generatie’) wil ‘de problemen van de millennials (de generatie geboren tussen begin jaren tachtig en medio jaren negentig) onder de aandacht van de politiek brengen’, zo legt The Toronto Star uit. De oprichter van de beweging, Paul Kershaw, is lector aan de Universiteit van Brits-Columbia. Geïnspireerd door diens werk over de ongelijkheid tussen de generaties, wil Generation Squeeze vooral opkomen voor de belangen van de generatie onder de veertig op het gebied van huisvesting, maar ook met betrekking tot salaris, openbaar vervoer en kinderopvang. In 2015 was de beweging vooral bezig op Twitter om, onder de hashtag #donthaveonemillion, de exorbitant hoge huizenprijzen in Vancouver aan de kaak te stellen.

    Altruïsten. ‘Praten over manieren om wonen betaalbaarder te maken spoort mensen er niet noodzakelijkerwijs toe aan om maatregelen te steunen die de bouw stimuleren’, schrijft The Atlantic. Volgens het blad is de beweging voor betere huisvesting niet louter een optelsom van de individuele klachten van jongere werknemers die zich druk maken om hun eigen toekomst. Het gaat ook om het streven naar sociale rechtvaardigheid. Het blad citeert Clayton Nall, een politicoloog aan de Stanford-universiteit, die stelt dat er ‘een sterk verband is 
tussen mensen die menen dat de rijken zwaarder belast moeten worden, en mensen die streven naar voor iedereen betaalbare huisvesting’.

    Deze progressieve filosofie ligt bijvoorbeeld ten grondslag aan het project A Place for You, dat wordt uitgevoerd door Multnomah County in de Amerikaanse staat Oregon, waaronder de stad Portland valt. Het project financiert de bouw van kleine zelfstandige woningen op het terrein van een handvol grondbezitters, die zich vrijwillig hebben aangemeld. Die moeten in ruil daarvoor een dakloos gezin (doorgaans een eenoudergezin) vijf jaar lang gratis huisvesten, meldt de plaatselijke website Willamette Week. Als het project aanslaat, zal het worden uitgebreid.

    Festivalgangers. Yimby Town in Oakland (Californië), het Yimby Festival in Toronto en zelfs Yimby Con in de Finse hoofdstad Helsinki: de laatste jaren wemelt het van bijeenkomsten waar de schaarste aan betaalbare huisvesting centraal staat, met inbegrip van manieren om daar een einde aan te maken. Zoals de website Citylab meldt, trok de tweede versie van Yimby Town (de eerste werd in 2016 georganiseerd in Boulder in Colorado) in de voorbije zomer ‘honderden deelnemers uit alle landen, onder wie onderzoekers, mensen van techbedrijven en zelfs leden van de Senaat van Californië, die debatteerden over de politiek achter en de oplossingen voor de huidige crisis in de volkshuisvesting.

    ‘De term nymby wordt steeds vaker in ongunstige zin gebruikt’

    CONTEXT: ‘Niet in mijn achtertuin’

    Het acroniem ‘nimby’ (voor: not in my backyard – letterlijk: niet in mijn achtertuin) wordt in de Angelsaksische wereld gebezigd ter aanduiding van een bewonersgroep die wordt gevormd om een woningbouw- of infrastructuurproject tegen te houden. Zoals het Amerikaanse weekblad The Atlantic onderstreept wordt de term steeds vaker in ongunstige zin gebruikt om groepen aan te duiden die het erom te doen is ‘de waarde van vastgoedbezittingen hoog te houden, maar ook om via de huisvesting de scheiding tussen inwonersgroepen in stand te houden’ (bijvoorbeeld door ervoor te zorgen dat scholen in de buurt uitsluitend door kinderen uit eenzelfde milieu worden bezocht).

    Het letterwoord ‘yimby’ (voor: yes in my backyard) wordt gebruikt voor een nieuw soort actievoerders, die proberen een einde te maken aan wat zij beschouwen als plaatselijke vormen van egoïsme. Sommige schrijvers over het onderwerp zien desalniettemin positieve kanten aan bepaalde vormen van protest die als nimby worden bestempeld. In haar boek This Changes Everything: Capitalism vs The Climate (in het Nederlands verschenen onder de titel No Time: verander nu voordat het klimaat alles verandert) ziet de Canadese journaliste Naomi Klein lokale protestbewegingen tegen grote infrastructurele projecten die als een gevaar voor het milieu worden beschouwd ‘niet als een nimby-achtige uitdrukking van verontwaardiging, maar als een absoluut moreel gebod’, benadrukt de Canadese krant The Globe and Mail (Toronto).