De zeespiegel stijgt in de Stille Oceaan sneller dan het mondiale gemiddelde
De secretaris-generaal van de VN heeft een ‘wereldwijd SOS’ afgegeven in verband met de stijgende zeespiegel in de Stille Oceaan. António Guterres onthulde dinsdag tijdens de top van het Pacific Islands Forum (PIF) een onderzoek waaruit blijkt dat de zeespiegel daar sneller stijgt dan het wereldwijde gemiddelde, aldus The New Zealand Herald. ‘Een wereldwijde catastrofe bedreigt dit paradijs in de Stille Oceaan’, zei de VN-chef.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Volgens een nieuw rapport van de Wereld Meteorologische Organisatie (WMO) is de zeespiegel de afgelopen dertig jaar in bepaalde delen van de Stille Oceaan met zo’n 15 centimeter gestegen. Het wereldwijde gemiddelde is volgens het onderzoek 9,4 centimeter. In Tuvalu is het landoppervlak al zo klein dat kinderen het asfalt op het internationale vliegveld als speelplaats gebruiken. Volgens deskundigen kan Tuvalu zelfs bij een gematigde stijging van de zeespiegel binnen dertig jaar volledig onder water staan.
De inwoners van het Senegalese schiereiland Langue de Barbarie worden uit hun huizen verdreven door de stijgende zeespiegel. De overheid probeert hun nieuwe onderkomens te verschaffen. Maar bijna niemand wil verhuizen.
Terwijl Madicke Sène een paar krabben grilt die hij eerder die ochtend heeft gevangen, kijkt hij uit over het kalme water van de ochtendlijke Atlantische Oceaan.
‘Toen ik klein was, liep het strand helemaal door tot daar.’ Hij wijst naar een punt ergens voorbij een handvol felgekleurde vissersbootjes, die zo’n honderd meter zee-inwaarts liggen. En nu zit hij op een matje op een onlangs aangelegde zeewering, en komen de golven bij vloed aanrollen tot op minder dan 25 meter van waar hij zit.
Zijn matje, de barbecue, de krabben, het doek dat hij boven zijn hoofd heeft opgehangen om wat schaduw te creëren – dit alles bevindt zich boven op wat vroeger zijn huis was, een huis met wel tien kamers, dat in 2018 werd opgeslokt door een wel heel hoog opgezweepte zee. Achter hem bevinden zich de restanten: de laatst overgebleven slaapkamer, een badkamer en een houten schaapskooi.
We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders’
De buren van meneer Sène hebben soortgelijke constructies. Dit is het resultaat van de stijgende zeespiegel en het water dat inbeukt op Langue de Barbarie, een schiereiland dat deel uitmaakt van de stad Saint-Louis, zo’n 140 kilometer van Dakar, de hoofdstad van Senegal.
Zo’n 3200 inwoners van het drukke vissersgedeelte van het schiereiland, Guet Ndar, zijn verdreven door de steeds onstuimigere zee, die van tijd tot tijd het hele schiereiland overspoelt, waarbij het zeewater soms zelfs de rivier de Sénégal aan de andere kant bereikt. Daarom heeft de overheid in 2019 tijdelijke kampen voor ontheemden neergezet, twaalf kilometer landinwaarts. Het is de bedoeling dat deze kampen uiteindelijk worden vervangen door een nieuw dorp. Maar mensen als meneer Sène hebben helemaal geen zin om te verhuizen.
‘Hier ben ik geboren en hier zal ik oud worden,’ zegt hij. ‘De zeelucht hier, die vind je nergens anders. We weten niet hoe we het land moeten bewerken, we kunnen domweg niets anders – de zee, dat is waar wij verstand van hebben.’
Schadelijke gevolgen
De regering van Senegal voert een tweeledig beleid in de strijd tegen de schadelijke gevolgen van klimaatverandering in Saint-Louis. Er zijn projecten om een zo groot mogelijk deel van de kustlijn zo lang mogelijk te behouden, maar tegelijkertijd bereidt de overheid zich voor op het uiteindelijke verdwijnen van het schiereiland. Voor de inwoners is het ook een balanceeract: ze proberen zich een voorstelling te maken van – en zich tegelijkertijd te verzetten tegen – een leven waarin ze hun culturele en economische identiteit als visser moeten loslaten.
‘We begrijpen het – het is hun natuurlijke plek,’ zegt Ousmane Ndiaye, gespecialiseerd in sociale integratie, verbonden aan het Municipal Development Agency, een van de Senegalese organisaties die, samen met de Wereldbank, het voortouw neemt bij het bouwen van de permanente onderkomens. De onderhandelingen zullen doorgaan zolang als nodig is, zegt hij. ‘Dat is een bekend probleem bij alle projecten voor ontheemden.’
In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen
De effecten van de klimaatcrisis zijn al voelbaar in de kuststeden van West-Afrika, van Lagos tot Abidjan. Die steden hebben lange tijd een grote aantrekkingskracht gehad dankzij alle economische mogelijkheden; het zijn enkele van de dichtstbevolkte gebieden. In 2050 zullen naar verwachting op het hele continent zo’n 113 miljoen mensen zich gedwongen zien te verhuizen, door de gevolgen van de klimaatverandering, zoals de stijgende zeespiegel.
Saint-Louis, dat bekendstaat om de pastelkleurige huizen uit de koloniale tijd, zal vermoedelijk zwaar worden getroffen. Het bestaat uit een schiereiland, een echt eiland en een dichtbevolkt gedeelte op het vasteland. Momenteel lopen zo’n twaalfduizend inwoners het gevaar uit hun huis te worden verdreven door het stijgende water en de erosie van de kustlijn. Volgens een onderzoek zullen in 2080 naar verwachting 150.000 mensen moeten verhuizen, en is er een aanzienlijk risico dat 80 procent van de stad jaarlijks onder water zal komen te staan.
Zeewering
De nieuwe promenades op het eiland en het schiereiland, die nauwelijks boven zeeniveau liggen, zijn voorzien van heuphoge muren. Volgens de plaatselijke bevolking heeft de zeewering bij het huis van meneer Sène de schade tijdens stormvloeden weten te beperken.
Maar zelfs met dit soort beschermende maatregelen komen er meer en meer ontheemden. Ontruimingsbevelen vanuit de overheid worden niet afgedwongen. Vrijwel alle mensen die zijn verhuisd, hebben dat gedaan omdat ze geen andere mogelijkheid meer zagen.
Zo’n vijftienhonderd van die voormalige schiereilandbewoners leven nu in barre omstandigheden, in tijdelijke onderkomens in het ontheemdenkamp Diougop. De tentachtige onderkomens hebben kleine zonnepanelen, maar geen opslagcapaciteit. Douches, toiletten en waterkranen zijn voor gezamenlijk gebruik. Er zijn wat mensen die groente verkopen, tussen de steriele rijen met onderkomens, maar er zijn nauwelijks baantjes.
‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte’
‘Er is hier helemaal niets,’ zegt Mamadou Gueye, die vorig jaar in Diougop is komen wonen. Zoals veel inwoners van het kamp gaat meneer Gueye nog altijd vissen – maar nu moet hij – met langzame bussen of dure taxi’s – naar Guet Ndar reizen en weer terug, een rit die wel twee uur kan duren als er veel verkeer is.
‘Het is lastig. Daar [in Guet Ndar] is iedereen – de hele gemeenschap, familie, vrienden,’ zegt hij.
Er staan nog meer huizen – en verbeteringen – op stapel. Op een leeg stuk land, dat momenteel dienstdoet als voetbalveld, komt binnenkort een markt. Er is ook een stuk land bestemd voor een school. Sommige inwoners zijn al begonnen een nieuw leven op te bouwen.
‘Het is hier prima. Het was ook prima in Guet Ndar, maar daar hadden we niet dit soort werk,’ zegt Ndeye Coumba Gueye, die het haar van haar collega’s vlecht in een salon die is ingericht in een scheepscontainer. In Guet Ndar was Ndeye Coumba Gueye werkloos, maar nu heeft ze gebruikgemaakt van een door de overheid gesubsidieerde opleiding tot schoonheidsspecialiste – een van de vele ideeën waar de Senegalese overheid mee is gekomen om de bittere pil van de verhuizing enigszins te verzachten. Anderen hebben een baantje in een buurtwinkeltje – dat ook in een scheepscontainer zit – of ze verbouwen groente in een minituintje.
‘Ik hoop dat als die huizen er eenmaal staan, mensen uit Guet Ndar hierheen zullen komen,’ zegt ze. ‘In Guet Ndar is het overvol, hier is veel meer ruimte.’
Dilemma
De opmerkingen van Ndeye Coumba Gueye raken aan het dilemma van Diougop: Als er meer mensen komen wonen, komen er meer banen, en zal er iets van gemeenschapszin ontstaan. Maar niemand wil ernaartoe verhuizen zolang dat nog niet het geval is.
Dankzij steunprogramma’s, zoals de opleiding tot schoonheidsspecialiste, hebben sommige mensen zich weten aan te passen. Maar het is niet genoeg om mensen te verleiden er te gaan wonen zolang het nog niet echt hoeft. Sterker nog, veel vrouwen die uit Guet Ndar zijn vertrokken, zijn inmiddels werkloos, omdat ze niet langer de vis die elke dag van het strand komt, kunnen drogen en verkopen.
‘Ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie’
Maar zelfs bij de mensen die optimistischer zijn over Diougop, blijft de zee trekken. En het is niet moeilijk om een dubbele boodschap te zien in de zeewering op het schiereiland. Zolang de muur de reep zand versterkt, zal hij mensen sterken in het verlangen om te blijven – dezelfde mensen die door de overheid worden aangemoedigd om te vertrekken. Maar aan de andere kant is het gedeeltelijke behoud van het schiereiland een van de weinige dingen die het kleine beetje hoop in Diougop in stand houden.
In 2019 heeft de zee het grootste deel van het huis van de familie van Michelle Gueye verzwolgen. Daarop is zij ingetrokken bij haar zus, in een andere buurt, maar ze gaat elke dag op en neer naar Diougop voor haar werk. Ze is van plan zich volgend jaar voorgoed te vestigen in Diougop, als de permanente onderkomens klaar zijn.
‘Het is mogelijk om hier solidariteit te kweken. Daar zijn we al mee begonnen,’ zegt Michelle Gueye, die geen familie is van Mamadou of Ndey Coumba. ‘Maar ik zal altijd blijven terugkeren naar Langue de Barbarie. Daar ligt mijn hart.’
Zeespiegel stijgt met minimaal 27 cm door smeltende ijskap
Wetenschappers hebben ontdekt dat een sterke stijging van de zeespiegel als gevolg van het smelten van de Groenlandse ijskap onvermijdelijk is, zelfs als de verbranding van fossiele brandstoffen die de klimaatcrisis veroorzaakt van de ene dag op de andere zou stoppen, bericht The Guardian.
Uit het onderzoek, dat is gepubliceerd in Nature Climate Change, blijkt dat de opwarming van de aarde tot op heden alleen al door het smelten van 110 ton ijs op Groenland een absolute minimumstijging van het zeeniveau van 27 centimeter zal veroorzaken. Met de aanhoudende CO2-uitstoot, het smelten van andere ijskappen en de thermische uitzetting van de oceaan, lijkt een zeespiegelstijging van meerdere meters waarschijnlijk.
Miljarden mensen leven in kustgebieden, waardoor overstromingen als gevolg van de stijgende zeespiegel een van de grootste langetermijngevolgen van de klimaatcrisis zijn. Als Groenlands recordsmeltjaar 2012 later deze eeuw een routineverschijnsel wordt, wat mogelijk is, dan zal de ijskap zorgen voor een ‘duizelingwekkende’ zeespiegelstijging van 78 centimeter, aldus de wetenschappers.
In 2009 vergaderde de regering van de Maldiven onder water, in duikerspak. Daarmee wilde zij de aandacht vestigen op de stijging van de zeespiegel, die een groot gevaar vormt voor de eilandengroep. De Ierse auteur en VN-adviseur Robert Templer richt zich tot de Maldiviër in ballingschap, als het land al lang verzwolgen is door de Indische Oceaan.
Beste Maldiviër in ballingschap,
Ik weet niet waar ik deze brief naartoe moet sturen, omdat ik geen idee heb waar je je bevindt. Misschien woon je ergens in de krap bemeten hoogbouw op een van de kunstmatige eilanden voor de kust van Nieuw-Zeeland, als je een van de gelukkigen bent. Of misschien woon je in een drijfnat vluchtelingenkamp buiten Thiruvananthapuram, als je pech hebt. Ik weet in elk geval waar je niet bent: Shanghai, New York, Mumbai, Singapore, Ho Chi Minhstad, Rangoon. Die grote handelscentra, door de koloniale machten riskant aan het water gebouwd, zullen slechts enkele decennia na de Maldiven onder water zijn komen te staan.
Denk je vaak terug aan je oude huis? Voordat de golven je eilanden verzwolgen waren het prachtige oorden. Ze lagen zo plat in zee dat de hemel een enorm blauw gewelf was, dat zich bij zonsondergang vulde met torenhoge roze wolken. Het witte koraalzand was er zo puur dat zelfs het diepste water blauwtinten vertoonde die je nergens anders zag. Glinsterende zilverblauwe scholen vis zwommen over de riffen waaruit de eilanden in de loop van duizenden jaren waren verrezen.
Elk jaar zwermden reuzenmanta’s met een spanwijdte van ruim een meter de lagunes binnen om zich tegoed te doen aan de overvloed aan micro-organismen, waarbij het leek alsof ze van pure vreugde uit het water sprongen. Het koraal ging enkele tientallen jaren nadat ik dit schreef dood; het was zo kwetsbaar dat het de stijgende temperaturen en de zuurtegraad van het water niet overleefde.
Waterschaarste
Toen ik in 2019 een tijdje op jullie eilanden verbleef, waren de voortekenen al zichtbaar. In de stad Addu zag je waterplassen op straat, brakke witte poelen die maar niet opdroogden. Er was geen zoet water meer, want dat was verdrongen door het stijgende zeewater en vervuild geraakt.
Er viel steeds minder regen, waardoor het dunne laagje zoet water niet langer werd aangevuld. In de twintigste eeuw kon je nog bijna overal een put slaan en je had drinkwater. In Malé, ooit jullie hoofdstad, vestigden de mensen hun hoop op een ontziltingsinstallatie. Toen die door een brand werd uitgeschakeld, moesten er vanuit India flessen water worden ingevlogen. Er braken gevechten uit toen de mensen dachten dat de flessen opraakten.
Nu je door toedoen van het klimaat in ballingschap verkeert, heb je misschien Carbon Ideologies van William T. Vollmann gelezen, een tweedelige, 1500 pagina’s tellende brief voor iedere toekomstige aardbewoner over de vraag hoe het zover heeft kunnen komen met de aarde. Je hebt je er misschien doorheen geworsteld, niet alleen vanwege de dikte, de ondoorgrondelijke tabellen en de oeverloosheid, maar ook omdat het zo pijnlijk moet zijn om te lezen.
Het laat zien dat we dom en zelfzuchtig waren, dat we weigerden te zien wat zich pal voor onze neus afspeelde, dat we de wetenschap afwezen en achter charlatans aanliepen. Het veroordeelde jullie tot dagen met temperaturen van in de 50 graden en elk jaar zware buien die anders eens in de duizend jaar voorkwamen. De meeste mensen hebben nog een land, een verbrand, geslonken land dat wordt geteisterd door branden en overstromingen, maar jij hebt er geen. Jullie zullen je eilanden op een gegeven moment hebben verlaten, met alleen nog een paar mensen op drijvende platforms die verankerd waren aan het dode koraal.
Heb jij nog steeds een paspoort? Bestaat je land nog in enigerlei vorm? Bestaat jullie grondgebied alleen nog uit ambassades? Wetenschappers begonnen al dat soort vragen te stellen. Zouden de Maldiven nog een land zijn met een zetel in de Verenigde Naties, een landnummer en een vlag, zodra ze geen grondgebied meer hadden en de bevolking niet meer in één gebied woonde? Wanneer hield een land eigenlijk op te bestaan?
Volgens de zogeheten Montevideo-conventie beschikt een staat over grondgebied waar het merendeel van de bevolking woont. Wanneer een staat iemand weigert te erkennen, wordt diegene stateloos burger, een categorie waar de wereld al mee worstelde lang voordat jouw land verdween. Maar wanneer je staat verdwijnt, ben je niet officieel stateloos, je bestaat alleen niet meer volgens het internationaal recht. Toen ik dit schreef, hadden we nog geen antwoord op de vraag wat jij bent. We waren er zelfs niet eens naar op zoek.
Vervullend toerisme
Aan het begin van de eenentwintigste eeuw nam jouw land een gewaagde gok. De Maldiven omarmden een vorm van toerisme die waarschijnlijk tot de meest kooldioxide uitstotende behoorde. Vliegtuigen van de allergrootste typen voerden bezoekers aan vanaf bestemmingen op gemiddeld zo’n tien uur vliegen. De toeristen werden met krachtige motorsloepen of draagvleugelboten naar resorts gebracht waar 24 uur per dag ontziltingsinstallaties en generatoren draaiden.
Al het eten werd geïmporteerd, grotendeels via de lucht. In het hoogseizoen waren er zo veel privévliegtuigen dat ze naar Colombo moesten uitwijken om te worden gestald. Het droeg allemaal bij aan de uitstoot van broeikasgassen die de oceaan opwarmden en deden uitzetten. De ongeveer honderd resorts, stuk voor stuk op een eigen eiland, boden elk een eigen mate van luxe om de gasten zich op een ongerept, verlaten eiland te laten wanen, tegen bakken geld én de hoge prijs van een enorme uitstoot aan broeikasgassen. Door villa’s à 65.000 dollar per nacht en onderwatersuites aan Russische oligarchen en Saoedische prinsen te verhuren, hoopte de bevolking genoeg geld binnen te halen om de eilanden op de een of andere manier te laten voortbestaan.
Het mislukte. Niet omdat er niet genoeg geld was, maar omdat het ontbrak aan de wil om het op een zinnige manier te besteden. Jullie land was het rijkste van Zuid-Azië, een soort gedroomd ontwikkelingsland, gemeten naar de groei van het bruto binnenlands product. Maar jullie hadden te veel corrupte politici, te veel inhalige oligarchen en te veel gewelddadige bendes, terwijl jullie inwoners eronder gebukt gingen dat ze in een van de drukste, volste landen ter wereld leefden. Het was alsof Malé elk moment tot stilstand zou kunnen komen doordat het overal zó druk was op straat dat brommers, mensen en bestelbusjes elkaar nauwelijks meer konden passeren. De Malediviërs, geduldig en terughoudend als altijd, zouden simpelweg voor altijd stil blijven staan.
Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen
De Maldiven, een land van vissers, boeren, koop- en zeelui die verspreid leven over 180 eilandjes (van de ongeveer duizend in totaal), kwamen razendsnel in aanraking met de moderniteit. In nog geen vijftig jaar werd het van een afgelegen, bijna onbekend land een oord waar toeristen met vier tegen een in de meerderheid waren tegenover de plaatselijke bevolking. De tsunami van Kerst 2004 spoelde over de eilanden heen, een waarschuwing van wat komen zou.
Velen zochten troost in het geloof. Steeds meer vrouwen bedekten het hoofd, steeds meer mannen bezochten de moskee. Pas in 2008 deed de democratie haar intrede, maar na tientallen jaren dictatuur bleek ze broos en weerspannig. De eerste door het volk gekozen president werd afgezet. Die erna manipuleerde de verkiezingen, bracht de vriendjes van de dictator opnieuw aan de macht en plunderde de staatskas. Door zijn inhaligheid en incompetentie leed hij algauw een verkiezingsnederlaag, waarna degenen die voor een opener, tolerantere samenleving waren weer aan de macht kwamen.
Corruptie
Maar het kwaad was al geschied. De corruptie had wortel geschoten. Degenen die economisch gezien de touwtjes in handen hadden, zaten ook achter de bendes, de drugs, de rechtspraak, de tv-zenders, de religieuze leiders en het parlement. De machinerie van het landsbestuur beschikte over alle tandwielen die nodig waren voor een moderne samenleving, maar ze grepen niet in elkaar en er gebeurde niets. Het bleek een onhaalbare kaart om tegelijkertijd het land te hervormen en de steeds grotere schuld aan China af te lossen.
En zo kwam het dat de Maldiven geen plan hadden om zich aan te passen aan de stijgende zeespiegel. Degenen aan de top kochten een uitwijkmogelijkheid in Londen, Colombo, Parijs of Sydney. Er verdween steeds meer geld naar het buitenland. Er werden enorme toeristenresorts gebouwd, die onder de aandacht werden gebracht van een wereldwijde elite die een vakantie wilde in schitterende afzondering, ver weg van de giftige dampen van Beijing of New Delhi. Malé werd een stad van eilanden en torens, de riffen van de Faafu-atol werden een kring van bruggen en steeds vollere eilanden.
Jullie religieuze leiders wuifden de milieuproblemen weg. God zou ze verhoeden. ‘Er zijn altijd evenveel vissen in zee geweest als er regendruppels op het water vallen,’ zei een van hen. Het land verbruikte elk jaar meer olie, de uitstoot nam toe, maar stelde nog altijd niets voor vergeleken bij de wereldwijde uitstoot. Jullie land was niet de oorzaak van de klimaatverandering. Dat was vooral het Westen, hoewel jullie leven aan het begin van de eenentwintigste eeuw werd gedicteerd door India, jullie beschermheer en naaste buur, en door China, jullie donorland, eigenaar van de resorts en goed voor de meeste toeristen.
Zeventig jaar voordat jullie eilanden onder water kwamen te staan, wisten we dat de klimaatverandering een verwoestende uitwerking zou hebben. In 1990 bracht het klimaatpanel van de Verenigde Naties zijn eerste rapport over de verandering uit, een behoedzaam geformuleerd wetenschappelijk compendium dat er bij alle landen op aandrong de uitstoot van kooldioxide te beperken. Sommige landen troffen ingrijpende maatregelen, maar door de mondiale stijging van de welvaart was de uitstoot in 2014 alsnog 60 procent hoger dan een kwarteeuw eerder.
Te abstract
Het ontbrak ons niet aan kennis; het kon ons gewoon niets schelen, of we beseften de gevolgen van onze daden niet. De communicatie was onderdeel van het probleem, naast de beperkingen van ons denken en de wens om maar niet over het onbekende te hoeven nadenken. Klimaatverandering werd wel een ‘hyperobject’ genoemd: een onderwerp dat te groot en te ingewikkeld was om te bevatten. Het zorgde allemaal voor een gevoel van machteloosheid dat leidde tot lusteloosheid. Vollmanns uitputtende opsomming van feiten over koolstof en de dodelijke gevolgen ervan waren een afspiegeling van de klimaatverandering zelf: te groot en te deprimerend om te overzien, te overweldigend en te angstaanjagend om je ermee bezig te kunnen blijven houden.
Maar zelfs het dunnere De onbewoonbare aarde van journalist David Wallace-Wells, een overzicht van de meest geavanceerde kennis over wat er tot 2019 allemaal was gebeurd, inclusief betrouwbare voorspellingen van wat ons nog te wachten stond, riep het verlangen op de ogen te sluiten voor de verschrikkingen. Halverwege het boek vroeg Wallace-Wells zich zelfs af of zijn lezers niet al waren afgehaakt.
Het ging ons op een abstracte manier aan het hart, maar niet genoeg om de reële problemen aan te pakken. We waren geobsedeerd door de stijging van de zeespiegel: iedereen wist dat jullie land ten dode was opgeschreven. Alleen al in 2017 verdween er op Antarctica 200 miljard ton ijs. Maar we hadden veel minder aandacht voor andere problemen die aan klimaatverandering werden toegeschreven: de steeds vaker voorkomende hittegolven die aan jong én oud het leven kostten, de slinkende oogsten en alarmerend lage voedingswaarde van gewassen, de stijgende temperaturen en steeds langere droogte die het aantal zelfmoorden onder Indiase boeren met elke graad verder opstuwden, de watertekorten die steden overal ter wereld troffen doordat het grondwaterpeil daalde en de 28.000 Chinese rivieren die in slechts tien jaar tijd zouden zijn verdwenen.
Het probleem was in zekere zin een gebrek aan verbeelding. Verschillende schrijvers wezen daarop, onder wie vooral Amitav Ghosh in zijn The Great Derangement. Hij beklaagde zich erover dat geen enkele fictieauteur zich succesvol met klimaatverandering bezighield. Maar zoals Wallace Wells opmerkte, barstte het in films en op tv van beelden over een grimmige toekomst: de ‘Winter Is Coming’-voorspelling uit Game of Thrones en de veel realistischer droogte van de vervolgen op Mad Max en Blade Runner. Maar die deden eerder dienst als afleiding dan als waarschuwing.
Geen film of roman kon de schaal van de klimaatverandering bevatten, die bovendien niet paste bij de conventies van de roman. Er was geen eenzame held en geen kans op verlossing, geen beweging die de wereld veranderde, geen duidelijke spanningsboog, geen pakkend verhaal over een betere toekomst. Een roman die uitweidde over het gegeven dat we al zo veel koolstof de atmosfeer in hadden gepompt dat we de aarde onherroepelijk veranderden, zou de aandacht van de lezers maar moeilijk kunnen vasthouden. Zelfs toen de wetenschap nog preciezer werd – de computermodellen werden in de eerste decennia van de eenentwintigste eeuw veel beter – wendden we onze blik af.
Elk jaar leidden bitcoins tot evenveel uitstoot als een miljoen trans-Atlantische vluchten
Dus we wisten wat jullie te wachten stond, maar we konden ons er op de een of andere manier niet toe zetten om zelfs maar de schade te beperken. Al in 2018 was het waarschijnlijk te laat om de stijging van de temperatuur met 2 graden tegen te houden, want kooldioxide en methaan kunnen eeuwenlang in de atmosfeer blijven. Maar we hadden de rampzalige verdere stijging kunnen voorkomen. In plaats daarvan strompelden we onnadenkend voort als klimaatzombies die niet in staat waren de toekomst die we schiepen te overdenken.
Als we in 2000 waren begonnen, dan hadden we de uitstoot van kooldioxide kunnen beperken met een hanteerbare 3 procent per jaar om de temperatuurstijging tot 2 graden te beperken. Als we in 2019 waren begonnen, zou dat 10 procent per jaar zijn geweest. Dat zou ons jaarlijks ongeveer 3 biljoen dollar aan investeringen in schone energie hebben gekost, zodat we de opwarming tot 1,5 graad zouden beperken. Dat is een enorm bedrag, maar nog altijd minder dan de ongeveer 5 biljoen per jaar aan subsidies voor fossiele brandstoffen.
Wallace-Wells becijferde dat de wereldwijde kooldioxide-uitstoot met 35 procent had kunnen worden beperkt, als de rijkste 10 procent van de wereldbevolking zijn uitstoot zou hebben beperkt tot het gemiddelde niveau in de Europese Unie. Ons gebrek aan politieke wil, in combinatie met leiders die publiekelijk elke poging om het probleem ook maar enigszins in te dammen belachelijk maakten, maakte dat onmogelijk. Als we op de weg zouden blijven die we waren ingeslagen, dan zou het vierhonderd jaar duren om de groene-energierevolutie tot stand te brengen die een einde zou maken aan fossiele brandstoffen, iets dat we binnen dertig jaar hadden moeten doen.
Niet alleen kleunden we politiek mis en waren we bevooroordeeld, we geloofden ook, heel dom, dat het dankzij de technologie wel goed zou komen. (‘Elon Musk zal ons redden, en zo niet, dan brengt hij ons met een raket naar een andere planeet!’) Terwijl we op onze techmessias zaten te wachten, begonnen we paradoxaal genoeg de wetenschap te wantrouwen. ‘Deskundigen’ wilden vlees eten verbieden en onze SUV’s vervangen door veel kleinere autootjes: koekblikken.
Bitcoins
We waren dommer dan dom. We waren roekeloos en vergoelijkend op een manier die je stuitend zult vinden. Iemand vond een nieuwe munteenheid voor speculanten en witwassers uit, de bitcoin. Om die te produceren, moesten hallen vol energievretende computers codes kraken, iets wat mining heet, ‘delven’, maar in feite een volledig kunstmatig proces was dat kon worden beheerst door het algoritme enigszins te herschrijven. De hoeveelheid energie die het kostte was verbijsterend: een munteenheid maken die geen enkel publiek doel diende, kostte evenveel energie als werd verkregen uit alle zonnepanelen die tot 2018 wereldwijd waren geïnstalleerd. Elk jaar leidden bitcoins tot de uitstoot van evenveel kooldioxide als een miljoen trans-Atlantische vluchten.
Met een verspilling op een dergelijke schaal leek het niet langer de moeite om de veranderingen in gang te zetten die we moesten doorvoeren. We zouden allemaal in elektrische autootjes kunnen gaan rijden en vegaburgers kunnen gaan eten, maar de voordelen zouden bij lange na niet opwegen tegen de uitbreiding van alleen al de kolenindustrie van India. China stortte aan het begin van de eenentwintigste eeuw in drie jaar tijd evenveel beton als de Verenigde Staten in de hele eeuw daarvoor. En dat gebeurde vooral om ervoor te zorgen dat de Communistische Partij de groei kon volhouden die ze nodig achtte om in het zadel te blijven. Alles wat we als individu hadden kunnen doen, werd totaal nutteloos door de beslissingen van het Politburo.
Elke poging om de uitstoot te verminderen of de opwarming tegen te gaan bracht kosten met zich mee die we niet konden opbrengen. Biobrandstof betekende dat er meer bos werd gekapt, waardoor de koolstof vrijkwam die erin lag opgeslagen. Zwaveldioxide in de atmosfeer brengen om de aarde te laten afkoelen, zoals dat bij vulkaanuitbarstingen gebeurt, betekende zure regen en nog meer verstoringen van het weer. Kooldioxide van kolencentrales afvangen zou betaalbaar zijn geweest als we een belasting op uitstoot hadden kunnen opleggen; het scheen politici iets nagenoeg onmogelijks toe.
Maar kooldioxide daadwerkelijk uit de atmosfeer halen met behulp van zogeheten negatieve-emissietechnologie klonk als toekomstmuziek: het kostte zo’n 1000 dollar per ton kooldioxide [in Nederland werd in 2017 zo’n 163 miljoen ton kooldioxide uitgestoten]. Door ons vermogen tot magisch denken zagen we over het hoofd wat Howard Herzog in zijn korte gids over koolstofopslag schreef: ‘De beste manier om CO₂ uit de lucht te halen is ervoor te zorgen dat die er niet in komt.’
Laatste generatie
Ik zat op een breed strand op het eiland Kinolhas, onderdeel van de Raa-atol, een gebied in het noorden van de Maldiven dat door de Verenigde Naties is uitgeroepen tot World Biosphere Reserve, naar bleek een zinloze aanduiding. Het was vroeg in de avond, de zon ging onder en gezinnen zaten op het witte zand. Op de Maldiven werd de warmte rond de evenaar altijd getemperd door de zee en de wind.
De temperatuur van lucht en water was perfect. Een catamaran lag zo’n honderd meter voor anker uit de kust, bij het onbewoonde ‘picknickeiland’ naast Kinolhas, waar de plaatselijke bewoners palmbladeren en kokosnoten vandaan haalden. Het Nederlandse gezin dat het schip had gehuurd was er gebakken rijst met tonijn komen eten en gaan snorkelen boven het rif. In de loop van duizenden jaren hadden papegaaivissen zich een weg door het koraal gevreten en het vermalen tot het talkachtige zand waaruit het eiland bestond; elke vis was goed voor zo’n half pond zand per dag.
Waarschijnlijk denk je met weemoed aan je oude vaderland terug. De Maldiven van vroeger waren zeker geen paradijs. Je had er werkloosheid, heroïneverslaving, corruptie en bekrompenheid. Saoedische geestelijken legden hun harde normen op aan mensen die hadden geleerd dat compromissen sluiten van groot belang was wanneer je op een eilandje op elkaars lip leefde. Maar laat in de middag op Kinolhas was het leven onweerstaanbaar loom en vredig.
Palmen en grote moringastruiken onttrokken de huizen op het eiland aan het zicht, waarvan de meeste een eind van het strand af waren gebouwd. De muren van koraal die de binnenplaatsen en de huizen tegen de wereld beschermden, waren fuchsiapaars en wit geschilderd. Een jongetje hielp zijn moeder de bougainvilles water te geven die in potten rond het huis stonden en werd natter dan de planten. Terwijl hun moeders stonden te praten, zaten de kinderen elkaar tussen de palmen achterna. Die kinderen zouden de laatste generatie zijn die deze wereld zou kennen.
In #117 publiceerden wij een voor de European Press Prize genomineerd artikel van oorlogsverslaggeefster Francesca Borri. Borri schreef dat de Maldiven minder paradijselijk zijn dan ze lijken. Het eilandenrijk telt het hoogste aantal Syriëgangers per hoofd van de bevolking, de doodstraf is heringevoerd, de sharia geformaliseerd en op het stelen van een mango staat een lange celstraf.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.