Tag: zelfmoord

  • Rusland: voormalig Transportminister pleegt zelfmoord

    Rusland: voormalig Transportminister pleegt zelfmoord

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran: ayatollah Khamenei voor het eerst sinds oorlog met Israël en public gezien

    » Syrië en het Verenigd Koninkrijk hervatten hun diplomatieke betrekkingen

    Hem hing een mogelijke strafzaak boven het hoofd

    Roman Starovoit, tot maandagochtend nog minister van Transport van Rusland, is dood aangetroffen in zijn auto in de buurt van Moskou. De politie vermoedt dat hij zelfmoord heeft gepleegd met een vuurwapen. Zijn ontslag uit de regering was ‘s ochtends bekendgemaakt, maar volgens Meduza is hij waarschijnlijk eerder overleden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De reden voor de zelfmoord zou een mogelijke strafzaak kunnen zijn, schrijft Radio Svoboda onder verwijzing naar het Telegramkanaal Mash. Volgens een bron van het kanaal werd Starovoit, die vóór zijn benoeming tot minister van Transport gouverneur van de regio Koersk was, verdacht van grootschalige fraude en verduistering van overheidsgeld in verband met de bouw van vestingwerken in Koersk.

    De Russische krant Komersant schrijft, eveneens onder verwijzing naar bronnen, dat de voormalige minister maandagavond al gearresteerd had kunnen worden. Eerder werd Starovoits opvolger als gouverneur van de regio, Aleksej Smirnov, al gearresteerd.

  • Zuid-Korea: ex-Defensieminister doet zelfmoordpoging in gevangenis

    Zuid-Korea: ex-Defensieminister doet zelfmoordpoging in gevangenis

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » FIFA wijst organisatie WK voetbal 2034 toe aan Saoedi-Arabië

    » Georgië: opnieuw demonstraties in Tbilisi tegen de regeringspartij

    Zijn toestand is momenteel stabiel

    De voormalige Zuid-Koreaanse minister van Defensie Kim Yong-hyun, die een week geleden nog in functie was tijdens de kortstondige staat van beleg, probeerde dinsdag laat in zijn cel een einde aan zijn leven te maken, meldt The Korea Times. Hij probeerde zichzelf op te hangen, aldus het ministerie van Justitie in een verklaring aan AFP.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zuid-Korea verkeert in grote politieke chaos sinds de mislukte poging van president Yoon Suk-yeol om in de nacht van 3 op 4 december de staat van beleg af te kondigen. Onder druk van het parlement, dat was overgenomen door soldaten, en van de straat werd hij gedwongen om de wet amper zes uur later weer in te trekken.

  • Brazilië: man geladen met explosieven sterft voor het Hooggerechtshof

    Brazilië: man geladen met explosieven sterft voor het Hooggerechtshof

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Franse minister annuleert reis naar COP29 wegens spanningen met Bakoe

    » RN-proces: gevangenisstraf en onverkiesbaarheid geëist tegen Marine Le Pen

    Hij probeerde tevergeefs het gebouw binnen te dringen

    Woensdagavond hebben de Braziliaanse autoriteiten melding gemaakt van een mislukte ’aanslag’ op het gebouw van de hoogste gerechtelijke instantie van Brazilië in de hoofdstad Brasília. De dader stierf nadat hij tevergeefs had geprobeerd het gebouw binnen te dringen. Hij werd dood aangetroffen na twee explosies in de buurt van het Hooggerechtshof.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens voorlopige informatie was er hier sprake van zelfmoord, zei de gouverneur van Brasília, Celina Leão. ’Er waren geen gewonden’, voegde ze eraan toe. De federale politie maakte bekend dat ze een onderzoek heeft ingesteld.

    Het incident heeft ’bezorgdheid gewekt onder de politieke en gerechtelijke klasse van de federale hoofdstad’, een jaar en tien maanden nadat duizenden aanhangers van Jair Bolsonaro het parlement op het Plein van de Drie Machten bestormden en plunderden, aldus Folha de São Paulo.

  • Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Spanje: vrouw krijgt factuur van reddingsoperatie na verijdelde zelfmoordpoging

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Chinese miljardair gearresteerd in New York vanwege fraude

    » Meer dan twee ton natuurlijk uranium vermist in Libië, aldus nucleaire waakhond

    De vrouw wilde zelfmoord plegen vanwege geldproblemen

    Het zal je maar gebeuren: je onderneemt een zelfmoordpoging, wordt tegen je zin in door de brandweer gered en vervolgens krijg je een factuur met de kosten van de reddingsoperatie op de deurmat. Het overkwam een vrouw uit de Spaanse stad Alicante, schrijft El Mundo. Toen iemand uit haar omgeving in de gaten kreeg dat ze zelfmoord wilde plegen, belde die persoon het alarmnummer, waarop de brandweer werd ingeschakeld.

    De vrouw moest voor haar redding een rekening van 211 euro betalen, onder andere voor het laten uitrukken van acht brandweermannen, twee bluswagens en twee autoladders. Het wrangst is nog wel dat de vrouw uit het leven wilde stappen vanwege geldnood. Ze kon de factuur dan ook niet betalen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, daardoor worden ze opnieuw slachtoffer’

    De vrouw heeft bezwaar aangetekend bij de afdeling Financiën van de gemeente Alicante, waarvan ze de brief met de factuur ontvangen had. Het gemeentehuis beloofde de zaak te heroverwegen en ervoor te zorgen dat ze het bedrag niet zou hoeven te betalen. Ook zou het protocol van de gemeente worden aangepast om herhaling van dit soort situaties in de toekomst te voorkomen.

    De politieke partij Unides Podem (‘Samen kunnen we het’) heeft het voorval aangegrepen om herziening van de fiscale regelgeving te eisen ‘om wrede sancties tegen kwetsbare mensen te voorkomen’. De regelingen zouden op dit moment nog geen onderscheid maken op grond van de financiële situatie en mentale gezondheid van mensen.

    ‘Kwetsbare mensen worden onmenselijk behandeld, aangezien ze nadat ze een bezwaar hebben ingediend tegen een factuur aan moeten tonen dat ze een laag inkomen hebben en gezondheidsverklaringen moeten laten zien. Daardoor worden ze opnieuw slachtoffer,’ aldus de coalitiepartij.

    Lees ook:

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen.


    MUZIEK | Opdat wij niet vergeten

    Dik in de zestig maar niet minder enthousiast

    Dik in de zestig zijn ze en hun grootste hits scoorden ze in de jaren tachtig. Maar dat weerhoudt The Simple Minds er niet van om de draad weer op te pakken. Kevin Cooper schrijft voor UK Music Reviews dat een onbekende Zwitser de bandleden in ruil ‘voor een hoop geld en twee Toblerone-repen’ wist over te halen om een akoestisch album op te nemen met hun bekendste liedjes.

    Vorige zomer, veertig jaar na de oprichting, verscheen de plaat, gevolgd door een wereldtournee. Volgens Andrew Baillie in The West Australian heeft de stem van bandleider Jim Kerr niets aan kracht ingeboet en is zijn ‘maatje’ Charlie Burchill nog altijd een van de beste gitaristen van zijn generatie: ‘Decennia later is hun enthousiasme er niet minder op geworden. Kerr had zelfs iets ondeugends in zijn optreden. Met een gewaagd salsadansje zette hij iedereen op het verkeerde been. Net als de oudere oom op een bruiloftsfeest.’

    Hannah Francis vond in The Sydney Herald dat The Simple Minds een ‘solide en energieke show’ gaven. Al kan de band in het vervolg de achtergrondzangeressen beter thuis laten: ‘Gehuld in korte jurkjes en visnetten versterkten ze de indruk dat ze niet vanwege hun zangkwaliteiten op het podium stonden.’

    Fiona Shepherd was verrast door de akoestische nummers tijdens het concert in Glasgow, schrijft ze in 
The Scotsman: ‘Hoewel de epische kracht van hun muziek onvermijdelijk wordt ondermijnd, blijft de spirit van de band intact. Ontdaan van elektronische bombast klinken ze nu eens droefgeestig, dan weer met iets te veel galm.’

    Maar bij ‘Don’t You (Forget About Me)’, een van de allergrootste hits, maakte dat volgens Shepherd niets uit omdat de zaal het refrein massaal meebrulde. Naar eigen zeggen kost het Kerr steeds meer moeite 
om het nummer aan te kondigen: ‘Op mijn leeftijd zijn die woorden toch een beetje tricky.’

    DS


    FILM | Zesjarige aan zelfkant van de samenleving

    Intelligent, zonder pretenties en nergens neerbuigend

    Hoewel de onderliggende thematiek niet vrolijk stemt, is The Florida Project lang geen deprimerende film. Daar zijn de beelden te kleurrijk en sprankelend voor. Bovendien kiest regisseur Sean Baker nadrukkelijk voor het onbevangen perspectief van een zesjarig meisje. Zo krijgt de kijker impliciet maar daardoor des te genadelozer het failliet van de sociale zekerheid in de VS voorgeschoteld. Waar haar omgeving dagelijks worstelt met geldproblemen, dakloosheid of verslaving, probeert de jonge hoofdpersoon Moonee aan de zonnige kant van het bestaan te blijven.

    Plaats van handeling in The Florida Project is een shabby motel op steenworp afstand van Disney World, Orlando. Daar haalt Moonee met haar vriendinnetjes kattenkwaad uit terwijl haar veel te jonge moeder Halley, die ergens in haar puberteit is blijven steken en het liefst elke voorbijganger op haar middelvinger trakteert, zich minstens zo onverantwoord gedraagt. Alleen motelmanager Bobby (William Dafoe, alom getipt als Oscarwinnaar) kan hen nog enigszins in het gareel houden.

    De film viel de afgelopen maanden een juichende ontvangst in de Engelstalige pers ten deel. Zo schaart Donald Clarke van The Irish Times de film onder de beste speelfilms die ooit over de kindertijd zijn gemaakt: ‘In de traditie van Ingmar Bergmans Fanny & Alexander en Richard Linklaters’ Boyhood.’

    Leigh Paatsch schrijft in de Australische krant The Herald Sun over ‘een van de beste films uit 2017. Meesterlijk, prachtig en hartverscheurend. Juist omdat het zonder pretenties is gemaakt’.

    Volgens filmcriticus David Sims van het Amerikaanse maandblad The Atlantic biedt de film een ‘intelligente, nergens neerbuigende kijk op het leven aan de absolute onderkant van de maatschappij’. Sims roemt de manier waarop Baker met een grotendeels onervaren cast te werk is gegaan. ‘Daar komt bij dat Dafoe de beste rol uit zijn loopbaan speelt. Hij geeft zijn personage een authentieke laag waardoor hij diep-empathisch overkomt.’

    Ook Ann Hornaday is zeer te spreken over Dafoes rol, maar in The Washington Post plaatst ze ook kritische kanttekeningen. Ze vindt dat Baker zijn onervaren acteurs overmatig heeft geregisseerd en veel te vaak over de top laat spelen. ‘De film komt gevaarlijk dicht in de buurt van de “geësthetiseerde armoede-porno” waar eerder The Beasts of the Southern Wild en American Honey van waren doortrokken.’

    *_The Florida Project,_ Ned. première IFFR, vanaf 8 febr. in de bioscoop *

    © Wikimedia
    © Wikimedia

    LITERATUUR | Wie dit leest, pleegt zelfmoord

    Surreëel meesterwerk van de vader van de Iraanse literatuur

    Ooit was Iran het land waar elke taxichauffeur een gedicht voor je kon declameren en waar frasen van grote Perzische schrijvers de taal van alledag doorvlochten. Maar sinds de in 2005 aangetreden regering-Ahmadinejad erop toeziet dat boeken niet in tegenspraak zijn met de islam, is van die voorliefde voor literatuur nog weinig over, schrijft Saeed Kamali Dehghan in The Guardian. Werken van grote schrijvers als Dostojevski, Faulkner en Woolf zijn moeilijk te verkrijgen en ook namen 
als Dan Brown en Woody Allen belandden op de zwarte lijst.

    Hetzelfde lot onderging de Perzische klassieker Boof-e Koor (De blinde uil) van Sadegh Hedayat (1903-1951), volgens The Guardian ‘een van de meest fascinerende en meeslepende Iraanse romans die er zijn’. In het boek stelt Hedayat onder meer het gebrek aan meritocratie in zijn geboorteland aan 
de kaak: ‘Teneinde de mensen in het gareel te kunnen houden, moeten zij hongerig, behoeftig, ongeletterd en bijgelovig worden gehouden.’

    Volgens Porochista Khakpour, de Iraans-Amerikaanse auteur die een introductie schreef bij de Engelse vertaling, werd het boek om andere redenen verboden. ‘Als je dit boek leest, pleeg je zelfmoord’, gaf haar bezorgde vader uiteindelijk als reden nadat hij lange tijd geheimzinnig over het boek had gezwegen – wat Khakpours nieuwsgierigheid uiteraard enkel prikkelde. Sinds ze het toch in handen kreeg, is ze niet meer gestopt met lezen, schrijft ze op boekensite The Rumpus: ‘Het vraagt om herlezing na herlezing (…) met zijn ondoorgrondelijke symbolisme, verwrongen psychologie en onwereldse thematiek.’ Ze ziet Hedayat als de vader van de Iraanse literatuur, die zijn tijd met onderwerpen als dierenleed en de status van de vrouw in een door mannen gedomineerde maatschappij ver vooruit was.

    De roman biedt een inkijk in de psyche van een gestoorde man, een ‘gepijnigde, afgezonderde misantroop die aan hallucinaties leidt’, aldus Bloomsbury; ‘zijn onwerkelijke verhaal is gelaagd, vicieus, gedreven door zijn eigen krankzinnige logica en onderbroken door macabere, surrealistische episodes als de ontdekking van een verminkt lichaam’. Surrealist André Breton was dan ook groot bewonderaar van Hedayats werk; ‘Als er zoiets bestaat als een meesterwerk, dan is dit het’, verkondigt hij in Le Medium.

    De angst van Khakpours vader kwam voort uit Hedayats grote belangstelling voor de dood, die terugkomt in zijn werk. De publicatie van Boof-e Koor in 1941 bracht een golf zelfmoorden op gang, en zelf maakte de auteur nadat hij van een langdurig verblijf in Parijs was teruggekeerd naar zijn eigen land tien jaar later een einde aan zijn leven.

    (LW)

    De blinde uil, vertaald door Gert J.J. de Vries, uitgeverij Jurgen Maas

    Auteurs: Diederik Samwel en Laura Weeda

  • De dichter is gestorven voor uw telefoon

    De dichter is gestorven voor uw telefoon

    Overdag staan ze aan de lopende band, maar in de spaarzame vrije uren wordt er heel wat afgedicht door de Chinese arbeidsmigrant. De poëzie, een van de meest gekoesterde en gerespecteerde vormen van klassieke kunst in China, biedt tegenwicht aan de harde realiteit van het moderne bestaan.

    Er zullen maar weinig plekken op aarde zijn waar het een slimme carrièrestap is om dichter te worden, maar het geldt zéker voor de armste mensen met de minste kansen, die voet aan de grond proberen te krijgen in de mallemolen van China’s speciale economische zones.

    De afgelopen jaren zijn er talloze documentaires gemaakt over de ontberingen van Chinese arbeidsmigranten, maar Iron Moon uit 2015 vestigt de aandacht op een wel heel specifieke groep: de dichtende arbeidsmigrant. De documentaire volgt enkele jonge schrijvers die kampen met economische en culturele vooroordelen in hun poging veertienurige diensten aan de lopende band in poëzie te gieten. We zien de jonge, gevoelige Wu Niaoniao (wiens naam merel betekent), die in Guangzhou, op de reusachtige banenmarkt van Zuid-China, in de felle neonverlichting van het ene naar het andere kraampje slentert en informeert naar een positie binnen de redactie van een fabriekskrant. Met een afgewogen mengeling van fatalisme en hoop, die de poëzie van de Chinese migrantenarbeiders typeert, leest hij een gedicht voor en wacht met een schaapachtige glimlach de reacties af.

    ‘Ik weet dat jonge mensen hun droom willen waarmaken, maar…’ zegt een cynische recruiter, die zijn zin niet afmaakt. Een ander kijkt over zijn brilletje heen en zegt: ‘Maar wat dóé je? Met een opleiding kun je heel veel geld verdienen. Zonder opleiding kom je niet aan het werk, hè.’ Een andere recruiter vraagt zich onomwonden af of Wu weleens heeft geprobeerd iets vrolijkers te schrijven.

    Hoewel in de drie decennia maoïstisch bewind de arbeider, boer en soldaat een centrale positie zouden innemen binnen de fictie, leverde dit slechte, door de staat gecontroleerde literatuur op die weinig van doen had met de feitelijke levens van hen die erin gerepresenteerd zouden worden

    De uitzichtloze toestand van de migranten van het platteland is niet nieuw binnen de Chinese fictie. De New Culture Movement uit de jaren tien en twintig van de vorige eeuw, voortgekomen uit de vraag hoe China te moderniseren en die mensen vooruit te helpen die in het oude, feodale stelsel in de verdrukking waren geraakt, maakte de weg vrij voor Lu Xun, misschien wel de grootste Chinese schrijver van de twintigste eeuw, die met zijn vernieuwende gebruik van spreektaal in De waarachtige historie van Ah Q het leven van een boer in de stad in kaart bracht. Hij werd gevolgd door Lao She’s plattelands-wees in Bejing in Rickshaw Boy en Zhang Lepings langlopende animatieserie over de ‘dolende ziel’ San Moa in de jaren dertig en veertig. Maar toch, dat waren allemaal verhalen over migranten, opgetekend van een zekere afstand. En hoewel in de drie decennia maoïstisch bewind die daarop volgden de arbeider, boer en soldaat een centrale positie zouden innemen binnen de fictie, leverde dit slechte, door de staat gecontroleerde literatuur op die weinig van doen had met de feitelijke levens van hen die erin gerepresenteerd zouden worden.

    Platteland

    Dat alles veranderde in de jaren tachtig. Sinds de hervormingen in China, die gepaard gingen met meer openheid en een landbouwkundige decollectivisering, een industriële privatisering en een overgang naar een zelf vormgegeven markteconomie, zijn naar schatting 274 miljoen Chinese arbeiders weggetrokken van het platteland om te gaan werken in de mijnen, of ergens aan een lopende band. De positie van de arbeider, die tijdens de communistische revolutie zo’n belangrijke positie had ingenomen, verslechterde in razend tempo, en het sociale vangnet verdween. Dit wordt prachtig verbeeld in een gedicht van de voormalig bouwvakker Xie Xiangnan, waarin een jonge migrant het luisterrijke beeld van ‘Lenin op het podium’ uit zijn schooltijd vergelijkt met de aanblik van de hordes berooide migranten op het station van Guangzhou, die hun hele hebben en houwen meedragen in een plastic zakje, ‘als explosieven’.

    Maar toch was er in die vroege postsocialistische jaren niet altijd sprake van een dergelijke ontgoocheling. De poëzie van de arbeidsmigranten (niet te verwarren met de propagandistische arbeiderspoëzie van de Grote Sprong Voorwaarts) was een van de vele genres die opkwamen in het braakliggende culturele landschap na Mao’s dood in 1976. Maar in tegenstelling tot de meer bekende en meer elitaire genres met (veelal bedrieglijke) namen als ‘littekenliteratuur’ en ‘mistige poëzie’, is dit een genre dat, tot voor kort, goeddeels over het hoofd is gezien. Als je kijkt naar de vroegste uitingen, is dat misschien ook wel enigszins begrijpelijk.

    Na tientallen jaren van diepgewortelde trouw aan de partij weerspiegelde de vroege arbeidsmigrantenliteratuur voornamelijk een aanhoudende betrokkenheid bij de staatspolitiek. Begin jaren tachtig betekende dat massaproductie, volgens een bepaalde formule geschreven zelfhulpachtige verhalen over succes dat is verkregen met hard werken, geheel overeenkomstig het beleid van de overheid om de mensen naar de stad te lokken. Anzi’s Posthouse of Youth: The True Life of Migrant Women in the Special Economic Zone is misschien wel het meest indrukwekkende voorbeeld. (Anzi groeide uit tot een vrouwelijke modelarbeider, door wier succes als ondernemer de stedelijke droom realiteit werd.) Deze autobiografieën en verhalen van sociale mobiliteit in Shenzhen werden door kranten en overheidstelevisiekanalen bejubeld en heel handig gepresenteerd als bewijs dat de arbeiders van het platteland, die de zwaarste last droegen van de economische omwenteling in het land, er ook bij gebaat waren. Maar zoals het vaker gaat met literatuur die volgt op een door de staat geleide literaire zuiveringsactie, is het merendeel eerder van antropologische dan van literaire waarde. Zoals Xie weeklaagt in zijn gedicht ‘Production, the Middle of Production, is Soaked by Production: ‘a floating country can’t pillow a broken dream’ (een dobberend land kan geen verloren droom dragen).

    Arbeiders aan de lopende band in het Foxconn complex in Shenzhen, China. – © AP /Kin Cheung
    Arbeiders aan de lopende band in het Foxconn complex in Shenzhen, China. – © AP /Kin Cheung

    De beroemdste arbeidsmigrantendichter van dit moment is de vierentwintigjarige Xu Lizhi, die in 2014 zelfmoord heeft gepleegd. Hij werkte in Foxconn City, de elektronische megafabriek in Shenzhen waar niet alleen onze Apple-producten worden gemaakt, maar waar in 2010 ook een record aantal zelfmoorden werd gepleegd, wat een nieuw licht wierp op de lugubere mythe van maatschappelijke kansen en sociale mobiliteit aan de lopende band: ‘Sterven is de enige manier om te bewijzen dat we hebben geleefd,’ schreef een blogger binnen de fabriek. (Foxconn heeft vervolgens netten opgehangen, niet om de wanhoop tegen te gaan, maar om het aantal sterfgevallen terug te dringen). Maar toen Xu vier jaar later van de zestiende verdieping van een gebouw sprong, nadat hij een groot deel van zijn werk online had gezet, was het niet zijn dood die de krant haalde, maar zijn talent als dichter.

    In Time verscheen een artikel over het korte leven dat hij naast zijn werk had geleid, met als titel: ‘De dichter die is gestorven voor uw telefoon.’ In een Chinese talkshow verbaasde de presentator zich in al zijn naïviteit over de diepe gedachten van deze ongeschoolde arbeider. Xu gaf zijn ervaringen vorm in poëzie, en liet scherp zien hoe wij de mensen die de kleren maken die we dragen, of de telefoons die we gebruiken, haast hebben ontmenselijkt, zoals valt te lezen in de laatste regels van zijn gedicht ‘Terracotta Army on the Assembly Line’:

    (…) deze arbeiders die geen verschil zien tussen dag en nacht
    dragen
    elektrostatische kleren
    elektrostatische hoeden
    elektrostatische schoenen
    elektrostatische handschoenen
    elektrostatische armbanden
    staan allemaal klaar
    wachten zwijgend hun orders af
    wanneer de bel gaat
    worden ze teruggestuurd naar de Qin

    In 1956 waarschuwde Erich Fromm: ‘Het gevaar van het verleden was dat mensen slaven werden. Het gevaar van de toekomst zou weleens kunnen zijn dat mensen robots worden.’ De migrantenarbeiders in Xu’s poëtische universum staan voor de voetsoldaten van de oude Qin-dynastie én, als ze aan het werk zijn, voor de robots van de toekomst. Ze zijn uitgegroeid tot een ontmenselijkte, huiveringwekkend gesynchroniseerde belichaming van Fritz Langs ooit zo futuristische Metropolis.

    Iron Moon

    Deze maand zal de eerste vertaalde bundel van migrantenarbeiderspoëzie uitkomen, tegelijk met de documentaire, beide onder auspiciën van dichter en criticus Qin Xiaoyu. De bundel, knap vertaald door Eleanor Goodman, telt éénendertig werken van dichters (geselecteerd uit de meer dan honderd gedichten in de Chinese uitgave). Stuk voor stuk onweerlegbaar bewijs dat de mythe van de sociale mobiliteit onderuit is gehaald; men is zich bewust van het feit dat men wordt uitgebuit, is zich bewust van de economische drijfveren die de menselijke waarden onderuithalen. Sinds halverwege de jaren negentig hebben de ervaringen van machteloosheid de fictie iets vernieuwends verleend, een intimiderende kracht en oprechtheid. De titel van de bundel luidt ook Iron Moon, een visuele metafoor ontleend aan een van de bekendste gedichten van Xu Lizhi:

    Ik slikte een ijzeren maan
    die een schroef werd genoemd

    Ik slikte afvalwater van de fabriek en 
werkloosheidsformulieren
    gebogen over machines is onze jeugd vroeg gestorven

    Ik slikte arbeid, ik slikte armoede
    slikte voetgangersbruggen, slikte dit sleetse bestaan

    Ik kan niet meer slikken
    alles wat ik heb geslikt roert zich in mijn keel

    Ik verspreid over mijn land
    een gedicht van schaamte

    Gezien de prominente plaats die de maan inneemt binnen de Chinese poëzie – een beeld van eenzaamheid, romantiek, vriendschap –, betekent de verbinding met ijzer, aldus Goodman, ‘een frontale botsing van de traditionele Chinese cultuur met een explosief kapitalisme, van menselijkheid met mechanisatie, romantiek met een prozaïsche wereld – het wordt een amalgaam van extremen. En deze dichters gaan hier allemaal zeer bewust mee om.’ Ze gebruiken de poëzie, een van de meest gekoesterde en gerespecteerde vormen van klassieke kunst in China, om tegenwicht te bieden aan de realiteit van het moderne bestaan, die mensen ontmenselijkt.

    Zheng Xiaoqiong, een van de beste dichters in deze verzameling, heeft haar eigen kenmerkende ‘esthetiek van ijzer’ ontwikkeld: een plooibare en haast grenzeloze metafoor om een leven te vangen dat meedogenloos hard en koud is. Na jaren in een metaalbewerkingsfabriek te hebben gewerkt en een machine te hebben bediend die gaten maakt, blijkt al uit de eerste zinnen van ‘Language’ hoe ze de fysieke en intellectuele symbiose van mens en metaal naadloos samenvoegt:

    Ik spreek een scherp-gerande, geoliede taal
    van gietijzer – de taal van stille arbeiders
    een taal van vastgedraaide schroeven het krimpen en 
herinneren van metalen platen
    een taal als eeltplekken sterk huilend ongelukkig
    pijnlijk gretige taal terugslag van de bulderende machines beroepsziekten
    taal van verloren vingers de oertaal van het leven op die duistere plek van werkeloosheid
    tussen de klamme stalen spijlen deze treurige talen
    ……. ik spreek ze fluisterzacht

    Het is een thema dat in de hele bundel terugkeert, zoals ook in ‘Demolitions Mark’, van Chen Nianxi, waarin hij schrijft: ‘Ik durf nauwelijks naar mijn leven te kijken / het is zwaar en metalig zwart / gekromd als een pikhouweel.’


    Zoals er ook duidelijk sprake is van een tweedeling tussen de rijke, complexe beeldspraak in sommige gedichten en een uitgebeend gebruik van spreektaal in andere gedichten, is er ook een opvallend verschil in kwaliteit. Maar daarnaast zijn er fascinerende verbindende elementen: een nostalgie naar een leven dat niet is geleefd, de ontoereikendheid van taal (‘het is ondraaglijk om onze tranen en onze pijn te verwoorden in onze brieven… De onbeschreven plekken van vele jaren’, schrijft Xie), een verdriet om verloren lichaamsdelen en een afgeknotte jeugd: ‘Mijn beste jaren zijn opgeslokt door een machine’, voegt Xie eraan toe. ‘Ik zag die vijf jeugdige jaren weer tevoorschijn komen uit de / kont van het apparaat – in de vorm van elliptisch plastic speelgoed.’

    Zoals het besef van tijd in Engeland volkomen is veranderd door de Industriële Revolutie, doordat arbeid niet langer was verbonden met de seizoenen, spreken deze dichters van verstoorde menstruatiecycli, het in elkaar overvloeien van dag en nacht en een gevoel van ontheemding, waarbij zowel stad als platteland onbewoonbaar zijn geworden (sommigen verwijzen naar zichzelf als een weerloze prooi, verminkt en niet in staat de reis terug naar huis te ondernemen). Ze zijn natuurlijk niet de enigen die zich druk maken om het spirituele vacuüm van de nietsontziende kapitalistische Chinese economie of de verwoestende gevolgen voor het milieu, maar wat hun eco-poëzie zo indringend maakt is dat ze niet schrijven vanaf een zekere afstand, maar vanaf de werkvloer zelf.

    Ze maken hels lange dagen, hebben geen enkele zekerheid, drinken water uit rivieren terwijl ze zien dat er afvalstoffen en chemicaliën in worden gedumpt, ademen lucht in die is verontreinigd met giftige gassen. Ze lopen het risico te worden verwond door nietsontziende machines, die als een soort vampiers niet alleen hun jeugd verslinden, maar ook hun ledematen (in 2005 was er naar schatting sprake van zo’n veertigduizend afgehakte vingers in de economische zones van Zuid-China). En toch weten ze nog tijd te vinden naast hun veertienuursdiensten, en ruimte in hun overvolle slaapzalen, om te schrijven over hun leven en om hun gedichten te publiceren met behulp van een eenvoudige mobiele telefoon (van de vele fora waarvan ze gebruikmaken is de grootste de Worker’s Poetry Alliance). Dit unieke raakvlak van de Chinese industrialisatie en de toegankelijkheid van het internet creëert ongekende mogelijkheden voor de literatuur van de arbeidersklasse.

    De gedichten zorgen ervoor dat wij niet langer gemakzuchtig met een opgeheven vingertje beginnen over de mensenrechtensituatie in China

    Natuurlijk is niemand jaloers op hun situatie. Zoals Goodman laat zien, hebben ze niet alleen te kampen met discriminatie omdat ze geen opleiding hebben genoten, ze worden ook geconfronteerd met een ‘diepgeworteld vooroordeel dat mensen zonder officiële scholing geen poëzie kunnen schrijven. Poëzie heeft altijd onderdeel uitgemaakt van het officiële onderwijsprogramma; het was onderdeel van de examens voor wie ambtenaar wilde worden. Wanneer je met Chinezen praat is men zich er altijd van bewust of iemand al dan niet culturele bagage heeft – in de ogen van de brede bevolking hebben deze arbeiders geen “culturele bagage”.’

    Dit beeld speelt, al dan niet bewust, in alle lagen van de bevolking, zelfs voor de vader van Xu Lizhi, die nog altijd rouwt om zijn zoon die drie jaar terug is overleden. Hij heeft er weinig vertrouwen in dat poëzie de levens kan veranderen van de laagste klassen – in geestelijk noch economisch opzicht. ‘Als dit [zijn dood] niet was gebeurd,’ zegt hij in de documentaire, met tranen in zijn ogen, ‘zouden we nooit hebben geweten dat hij gedichten schreef. Maar ik geloof niet dat poëzie een toekomst heeft. Het kan niet tippen aan wetenschap en technologie. Poëzie was belangrijk ten tijde van de dynastieën, toen het deel uitmaakte van het examen voor de ambtenarij… je kon pas ambtenaar worden als je mooie gedichten kon schrijven. Maar de maatschappij is ingrijpend veranderd. Niet dat ik niet achter hem sta, maar als je tegenwoordig geen geld of macht hebt, is het leven zwaar.’

    De meer ‘intellectuele’ schrijvers van de Chinese avant-garde, zoals Mo Yan, Su Tong, Yu Hua en Can Xue maken gebruik van een kafkaësk surrealisme of magisch realisme om netelige kwesties aan te snijden. Maar als je Iron Moon leest, wordt duidelijk hoe intiem en persoonlijk het werk van deze jongen migrantenschrijvers kan zijn. Hun microverhalen over mechanisatie, waarin ze zichzelf identificeren met een schroef, een spijker, een weggegooide steen, een stofatoom, klinken tezamen als een krachtig koor. Ze vormen een diepere en betekenisvollere schakel tussen het grootse verhaal van de economische voorspoed en de ongehoorde verhalen van de miljoenen die hun gezondheid, jeugd en geestelijk welzijn offeren voor ons genot.

    Een van de meest vergevingsgezinde en optimistische arbeidsmigrantendichters is Wu Xia, met haar hartverscheurend ontwapenende zachtmoedigheid jegens diegenen die profiteren van haar arbeid:

    ik wil de bandjes platdrukken
    zodat ze niet in je schouders snijden
    en dan strijken vanaf de taille omhoog
    zo’n ranke taille
    waar iemand een slanke hand kan leggen
    en op de lommerrijke laan
    een ingetogen liefde tonen
    ik strijk de jurk glad
    maak alle plooien even breed
    zodat jij aan het meer of in het gras kunt zitten
    wachtend op een briesje
    als een bloem

    Alleen al het schrijven van deze gedichten is een manier om het eigen bestaan te bevestigen, een manier voor mensen die zelf geen stem hebben om de vervreemding tegen te gaan die ze voelen van elkaar, van hun werk, van de producten die ze maken, en een manier om iets van hun eigen waardigheid te herwinnen. De gedichten zorgen er ook voor dat wij niet langer gemakzuchtig met een opgeheven vingertje beginnen over de mensenrechtensituatie in China, maar dat we gaan nadenken over de rol die wij, zonder daar ook maar even bij stil te staan, spelen in de erbarmelijke situatie van deze arbeiders. Hun welbespraakte toewijding aan de poëzie biedt ons een andere manier om te begrijpen wat de prijs is van het werk in deze sweatshops, en dan niet in kille, gevoelloze termen van economische waarde.

    Auteur: Megan Walsh

    The Literary Hub
    Verenigde Staten | lithub.com

    The Literary Hub is een Amerikaanse website over (Engelstalige) boeken, opgezet in 2015 vanuit de uitgeverswereld met als achterliggende gedachte dat kranten en niet-gespecialiseerde tijdschriften steeds minder aandacht besteden aan literatuur. De site is een initiatief van de onafankelijke (ander woord voor kleine) uitgever Morgan Entrekin van Grove Atlantic in New York en de non-profitwebsite Electric Literature. LitHub werkt samen met ‘partners’: anno 2017 hebben vrijwel alle grote Engelstalige uitgeverijen, van Knopf tot Penguin Press, naast de kleinere branchegenoten die status verworven. The Literary Hub wordt dus op de been gehouden door de uitgeverswereld zelf. Of zoals Andy Hunter, de oprichter van Electric Literature zegt; ‘Lit Hub ondersteunt het hele ecosysteem dat literatuur nodig heeft om te bloeien, van auteurs tot uitgevers klein en groot, tot boekwinkels en lezers. Onze culturele conversatie voeren we in deze tijd online, en de literaire cultuur behoort daar een belangrijke rol in te spelen.’