Tag: ziekenhuis

  • Brazilië: president Lula is ontslagen uit het ziekenhuis

    Brazilië: president Lula is ontslagen uit het ziekenhuis

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Helft populatie zeekoeten in Alaska uitgeroeid door opwarmende oceaan

    » Twee Russische olietankers vergaan voor de kust van de Krim

    Lula was opgenomen vanwege de gevolgen van een val

    De Braziliaanse president Luiz Inácio Lula da Silva heeft zondag het ziekenhuis in São Paulo verlaten. Dat bericht Folha de São Paulo. Hij was op 10 december opgenomen met een bloeding in de buurt van de hersenen na een val in oktober jongstleden. Hij droeg een jas en een hoed die de littekens van de operatie verhulden en brak in tijdens de persconferentie die zijn artsen hielden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Ik realiseerde me niet hoe ernstig het was totdat de operatie voorbij was,’ vertelde hij de media voordat hij terugkeerde naar zijn huis in São Paulo. Hij zal daar moeten blijven ‘tot donderdag, wanneer hij een scan zal ondergaan’, aldus de krant uit São Paulo. Daarna kan hij terugkeren naar het presidentieel paleis in Brasilia.

  • Brazilië: Lula is herstellende van een operatie aan een schedelbloeding

    Brazilië: Lula is herstellende van een operatie aan een schedelbloeding

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Syrië: rebellenleider belooft misdaden van het Assad-regime te zullen straffen

    » Soedan: bijna 180 doden na twee dagen bombardementen

    Lula kwam in oktober ten val in zijn badkamer

    De 79-jarige Braziliaanse president ligt ‘onder observatie’ op de intensive care van een ziekenhuis in São Paulo, zoals zijn arts dinsdag uitlegde. De operatie, die ‘zonder complicaties’ werd uitgevoerd, maakte de ‘drainage van een bloeduitstorting als gevolg van een bloeding in de hersenen’ mogelijk. Lula heeft ‘geen bijwerkingen’, maar moet 48 uur op de intensive care blijven en zou volgende week uit het ziekenhuis ontslagen moeten worden, aldus het medische team.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De bloeding houdt verband met een val in zijn badkamer in oktober. Met minder dan twee jaar te gaan voor de volgende presidentsverkiezingen, heeft Lula’s operatie de vraag opgeworpen over zijn politieke toekomst, aldus Folha de São Paulo.

    ‘Lula, die al sinds de oprichting in 1980 de leider is van de PT [Arbeiderspartij], heeft nog nooit iemand naar voren geschoven die hem naar verluidt zou kunnen opvolgen,’ aldus het Braziliaanse dagblad. Zijn gezondheidsproblemen herinneren hem eraan ‘hoe precair de politieke positie van links is’ in Brazilië, concludeert de krant.

  • VS: Hamas heeft commandocentrum onder Al-Shifa-ziekenhuis

    VS: Hamas heeft commandocentrum onder Al-Shifa-ziekenhuis

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Huis van Afgevaardigden sluit akkoord om ‘shutdown’ af te wenden

    » Biden maakt zich op voor top met Xi in Californië

    Het ziekenhuis is al dagen doelwit van Israëlische beschietingen

    De VS hebben dinsdag gezegd dat het over informatie beschikt dat Hamas het grootste ziekenhuis in Gaza, Al-Shifa, gebruikt om militaire operaties uit te voeren en waarschijnlijk ook om wapens op te slaan. Dat meldt de BBC. Volgens een woordvoerder van het Witte Huis komt dat neer op een oorlogsmisdaad.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Hij zei dat Amerikaanse inlichtingendiensten informatie hadden dat Hamas en de Palestijnse Islamitische Jihad ziekenhuizen in de Gazastrook, waaronder Al-Shifa, gebruiken om militaire operaties aan te sturen en gijzelaars vast te houden. Het classificatieniveau van de inlichtingen zou zijn verlaagd om deze met verslaggevers te kunnen delen.

    Volgens de VS betekenen de acties van Hamas in de ziekenhuizen niet dat Israël niet langer verantwoordelijkheid draagt om burgers te beschermen. ‘Voor alle duidelijkheid: we zijn er geen voorstander van een ziekenhuis vanuit de lucht aan te vallen. We willen geen vuurgevecht zien in een ziekenhuis, waar onschuldige mensen proberen de zorg te krijgen die ze verdienen,’ aldus de woordvoerder.

    Lees ook:

  • ‘Minstens 500 doden bij luchtaanval op ziekenhuis in Gaza-stad’

    ‘Minstens 500 doden bij luchtaanval op ziekenhuis in Gaza-stad’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Finse veiligheidsdienst ziet cybercrime vanuit Rusland toenemen

    » Huis van Afgevaardigden nog zonder voorzitter na eerste stemming

    Volgens Palestijnse autoriteiten zit Israël achter de aanval

    Bij een luchtaanval op een ziekenhuis in Gaza-stad zijn dinsdag zeker vijfhonderd mensen om het leven gekomen. Volgens Palestijnse autoriteiten werd het bombardement uitgevoerd door Israëlische strijdkrachten. Het ziekenhuis fungeerde, naast medisch centrum, als opvangplek voor gevluchte families, schrijft Al Jazeera.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Het Israëlische leger legt de verantwoordelijkheid in een eerste reactie bij Hamas, en zegt dat de aanval door een ‘afgezwaaide raket’ van de terreurbeweging is veroorzaakt. Als de luchtaanval inderdaad door Israël komt, dan zou het gaan om het dodelijkste bombardement door Israël in decennia.

    Het nieuws over de luchtaanval komt aan de vooravond van het bezoek van de Amerikaanse president Joe Biden aan Israël, terwijl de Duitse bondskanselier Olaf Scholz het land op dinsdag aandoet. Meerdere wereldleiders hebben de aanval meteen veroordeeld. In meerdere Arabische landen zijn gelijk grootschalige protesten uitgebroken, waaronder bij Israëlische ambassades.

    Lees ook:

  • Italië: Silvio Berlusconi in ziekenhuis opgenomen met longproblemen

    Italië: Silvio Berlusconi in ziekenhuis opgenomen met longproblemen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Schotland: man ex-premier gearresteerd in onderzoek naar partijdonaties

    » VS: vijf doden door tornado in Missouri

    De oud-premier zou aan leukemie lijden

    De zesentachtigjarige Italiaanse ex-premier Silvio Berlusconi is woensdag opgenomen op de intensive care van een hartchirurgieafdeling in Milaan vanwege een longinfectie die hem ernstige ademhalingsproblemen opleverde. ‘De toestand van de voorzitter van Forza Italia baart veel zorgen’, vat La Stampa samen. Familieleden hebben hem reeds bezocht. ‘Silvio’s toestand is stabiel. Hij is een kei, hij komt er ook deze keer wel doorheen,’ verzekerde zijn broer Paolo na zijn bezoek.

    Deze nieuwe medische noodsituatie komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi

    Hij kwam rond twaalf uur ’s middags aan bij het Milanese San Raffaele-ziekenhuis, werd onderzocht en vervolgens onmiddellijk overgebracht naar de intensivecareafdeling. Zijn toestand werd omschreven als ‘fragiel’, maar San Raffaele heeft nog geen medisch rapport uitgegeven of verdere details verstrekt, schrijft La Gazzetta dello Sport.

    Deze nieuwe medische noodsituatie, ‘gekoppeld aan een longinfectie die niet is opgelost’, komt bovenop de talrijke gezondheidsproblemen van Berlusconi. Zo onderging hij in 2016 een openhartoperatie en in 2019 een operatie om een darmobstructie te behandelen.

    Corriere della Sera bracht vanmorgen naar buiten dat de ex-premier zou lijden aan leukemie. De longproblemen zouden complicaties zijn van deze ernstige vorm van bloedkanker. Veel Italiaanse nieuwssites hebben dit bericht overgenomen.

  • Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Paus Franciscus in ziekenhuis met luchtweginfectie

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Negen militairen omgekomen bij aanval ELN op leger Colombia

    » EU neemt wet aan om CO2-uitstoot van auto’s tot nul te reduceren

    De 86-jarige paus kwakkelt al langer met zijn gezondheid

    Paus Franciscus is opgenomen in het ziekenhuis met een infectie aan zijn luchtwegen. Dat schrijft Vatican News. De paus had al meerdere dagen last bij het ademen en moet de komende dagen in het ziekenhuis blijven om te herstellen.

    De zesentachtigjarige Franciscus zou naast ademhalingsproblemen ook hartklachten hebben gehad. Hij werd met een ambulance naar een speciale afdeling voor pausen gebracht in een ziekenhuis in Rome. De paus kwakkelt al langer met zijn gezondheid: naast darmproblemen heeft Franciscus last van zijn knieën, waardoor hij steeds vaker in het openbaar in een rolstoel verschijnt.

    De komende week staat er met Pasen een drukke week op de agenda van de paus, en het is nog onzeker of de leider van de Rooms-Katholieke Kerk aanwezig is bij de vieringen. Franciscus is inmiddels tien jaar paus en heeft al eerder gezegd niet in het harnas te willen sterven, maar te zullen terugtreden als hij niet meer de kracht heeft om zijn taken uit te voeren.

    Lees ook:

  • Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Artsen Zonder Grenzen schaalt activiteiten in Haïti verder af

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Georgië trekt omstreden ‘Russisch’ wetsvoorstel in na grote protesten

    » Primeur in Zwitserland: eerste gevangene beëindigt leven onder begeleiding

    De organisatie sluit voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis

    Aanhoudend bendegeweld in Haïti heeft ervoor gezorgd dat de internationale hulporganisatie Artsen zonder Grenzen (AzG) voor de tweede keer dit jaar een ziekenhuis sluit, schrijft persbureau AFP. Volgens de organisatie is de situatie rondom het ziekenhuis dermate gevaarlijk dat de veiligheid van ziekenhuispersoneel en patiënten niet gegarandeerd kan worden. Activiteiten van de organisatie bij een medische post in een buitenwijk worden flink teruggeschroefd.

    Haïti wordt al maandenlang geteisterd door bendes die elkaar naar het leven staan en proberen hun territorium uit te breiden. Daarnaast worden er op het eiland grote protesten gehouden door de bevolking, die betere levensomstandigheden eist, en door politieagenten, die het geweld zat zijn.

    In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels

    In alle opzichten kent het land zware crises. In juli 2021 werd de president van het land, Jovenel Moïse, omgebracht in zijn privéwoning door een groep grotendeels Colombiaanse huurlingen. Daar kwam een zware aardbeving bovenop die het eiland in 2021 trof.

    Hulporganisaties als Artsen zonder Grenzen trekken ook steeds vaker de stekker uit hun activiteiten. Hoewel AzG zegt actief te blijven in het land, en met name vrouwen en kinderen ondersteunt, worden ziekenhuizen en hulpposten gesloten. Eerder dit jaar werd een patiënt doodgeschoten toen hij net van de eerste hulp kwam. In het ziekenhuis dat nu sluit zijn patiënten overleden omdat ze moesten schuilen voor kogels.

    Lees ook:

  • Door de oorlog amputeren deze kinderarts en plastisch chirurg nu armen en benen

    Door de oorlog amputeren deze kinderarts en plastisch chirurg nu armen en benen

    In Oekraïne behandelen artsen in plaats van de gebruikelijke patiënten nu oorlogsslachtoffers. Revista 5W ging langs bij een ziekenhuis in Odessa en een in Dnipro, waar veel zorgmedewerkers gebukt gaan onder de verschrikkingen die ze dagelijks te zien krijgen.

    ‘Dit is andere koek,’ zegt Irakli Belestov. Iets waaraan noch hij, noch zijn collega’s in het kinderziekenhuis in Odessa kunnen wennen. Dit zijn geen baby’s met een aangeboren ziekte, geen kinderen met hartproblemen. Het gaat niet om breuken bij jongeren door ongelukken – die genezen ze al jaren. 

    Wat de hoofdchirurg van dit ziekenhuis bedoelt, is dat hij nu kinderen ontvangt die een ander soort letsel hebben opgelopen. Met ‘andere koek’ bedoelt hij: oorlog. ‘Gisteren konden ze voetballen en vandaag moeten ze een been of arm laten amputeren. Het is een schok voor de artsen, maar vooral voor de ouders. Het is moeilijk om aan te zien. Het is niet normaal. We zijn gewend aan patiënten met andere problemen. Maar dit is iets anders.’

    Belestov is nog niet gewend geraakt aan deze verschrikkelijke nieuwe situatie. Misschien gebeurt dat ook nooit. Misschien is het een cliché om te denken dat professionals – een chirurg, een journalist, een boer, een taxichauffeur – kunnen wennen aan de dagelijkse pijn van oorlog. Belestov zegt dat sinds het begin van de Russische invasie in Oekraïne tussen de vijftien en twintig minderjarige patiënten met oorlogswonden in zijn ziekenhuis zijn behandeld. Een veel groter aantal moest worden doorverwezen naar andere ziekenhuizen.

    ‘Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het’

    Deze gevallen achtervolgen hem en zijn collega’s en herinneren hen, ook op de rustige dagen in Odessa, aan de gebeurtenissen aan het front en in gebieden die regelmatig onder vuur liggen. ‘Ik ben niet alleen arts, maar ook een mens, ik ben een vader. We doen alles wat we kunnen om patiënten te helpen, omdat we willen dat ze in de toekomst een normaal leven kunnen leiden. Het is psychologisch erg zwaar om hiermee om te gaan, maar als wij het niet doen, doet niemand het.’

    Er is een overvloed aan werk in dit ziekenhuis, dat niet alleen Odessa bedient, maar ook het zwaar getroffen Mykolajiv verder naar het oosten, en de rest van Zuid-Oekraïne. Doordat andere ziekenhuizen in de regio in onbruik zijn geraakt, is dit ziekenhuis, dat goed staat aangeschreven, een referentiepunt geworden voor medische zorg aan minderjarigen. De metamorfose van dit ziekenhuis komt niet alleen door de komst van oorlogsgewonden – die vormen een minderheid – maar vooral door de zorg voor zwangere vrouwen en kinderen die bescherming zochten tegen bommen. Alle contradicties die gepaard gaan met het streven naar medische dienstverlening in een land dat in oorlog is, in een gebied dat soms niet in oorlog lijkt te zijn, komen hier samen.

    Mickey Mouse

    Het is een groot ziekenhuiscomplex, met een kinderspeelplaats bij de ingang, een kiosk en zelfs enkele winkels. Er is geen sprake van luxe, uitbundigheid of decadentie. Binnen zijn er lange gangen met stickers van Mickey Mouse en SpongeBob op de deuren. Afdelingen voor hart-, thorax- en buikchirurgie. Aquarellen van bijen, vissen, galopperende paarden met landschappen op de achtergrond. Een afdeling neonatale intensive care met open couveuses en dekens met beertjes en kleuren. ‘De situatie is verbeterd, omdat we hulp kregen,’ zegt Natalia Sivolap, hoofd van de afdeling. Ze heeft halflang blond haar en om haar nek hangen een stethoscoop, een parelketting en een gouden kruis.

    Langs haar loopt een verpleegster in roze pyjama en hemelsblauw schort naar een van de baby’s. Sivolap onderstreept dat ze nog steeds behoefte aan hulp hebben, en ze legt uit aan wat precies. Als ze door het ziekenhuis loopt, is het nagenoeg onmogelijk om haar bij te houden: je moet bijna rennen. Ze wordt begroet door artsen, verpleegkundigen en patiënten. Een dame zegt haar gedag, pakt haar hand, betuigt genegenheid en deelt haar kennelijk iets mee in vertrouwen. Het gebeurt snel en Sivolap, die ook de waarnemend medisch directeur van het ziekenhuis is, vervolgt alweer haar tocht door de ingewikkelde gangen van het gebouw.

    ‘Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?’

    ‘De eerste keer dat ik hier kwam, verdwaalde ik,’ grapt ze. Als we in een vergaderzaal gaan zitten om te praten, wordt ze ernstiger. ‘Veel kinderen in het ziekenhuis komen niet alleen uit Odessa, maar ook uit [het door Rusland bezette] Cherson of Mykolajiv. Er staat dus grote druk op de medische staf. De situatie zorgt voor problemen met hun geestelijke gezondheid. Er zijn kinderen die hier komen nadat ze hun huis en hun familie hebben verloren. Het medische personeel heeft psychologische steun nodig, net als de ouders van kinderen die oorlogsverwondingen hebben opgelopen. Als je een kind ziet dat opzettelijk is verwond, dan is dat erg pijnlijk. Het maakt me woedend, net als iedereen in het ziekenhuis. Het is moeilijk te bevatten waarom dit gebeurt. Als je met oorlogsgewonden werkt, vraag je je af: Waarom? Waarvoor?

    Sivolap herinnert zich een nacht waarin twee kinderen in het ziekenhuis aankwamen die gewond raakten door Russische beschietingen. Ze herinnert zich een meisje dat een aanval in de buurt van Odessa meemaakte en waarvan beide voeten moesten worden geamputeerd. Ze herinnert zich een kind uit Mykolajiv met beschadigde inwendige organen, dat uiteindelijk naar een ander ziekenhuis werd doorverwezen. ‘Maar andere ziekenhuizen hebben nog ernstiger problemen.’

    Oorlogsziekenhuis

    Sivolap plaatst alles in een context. Een paar dagen geleden woonde ze een webinar waar Oekraïense deskundigen vreselijke verwondingen van soldaten lieten zien die zij hier niet heeft gezien. Dit is nog steeds een ziekenhuis voor moeder en kind en geen oorlogsziekenhuis. Natalia pretendeert niet de stress en druk van haar werk te kunnen vergelijken met dat van een militair hospitaal.

    Doorgaans is de gedachte dat oorlog bestaat uit gevechten en bombardementen en dat degenen die direct lijden de oorlogsslachtoffers zijn. De rest is slechts een neveneffect. Maar dat moet hoognodig worden herzien, want als de middelen en de aandacht naar elders verschuiven, wordt ‘de rest’ plotseling te veel. Om het bij de gezondheidszorg te houden: kanker- en hartpatiënten en mensen die aan zeldzame ziekten lijden of die een operatie of gynaecologische zorg nodig hebben, kunnen geen van allen wachten tot een oorlog voorbij is.

    Soms loopt alles door elkaar. De negentienjarige Diana Roesina ligt met haar baby in een kamer met vier bedden. Het is nog niet koud in Odessa, maar de verwarming draait al op volle toeren. Roesina is een paar dagen geleden bevallen, ze was al zwanger toen de oorlog begon. Ze woonde in een klein dorp in de provincie Cherson en wist te ontsnappen aan de Russische bezetting. ‘We werden wakker op 24 februari en ze belden ons om te vertellen dat de oorlog was begonnen. We geloofden het niet.’

    ‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger…’

    ‘We waren bang omdat het luchtalarm steeds afging en daarna was er vuur, klonken schoten… We besloten in de kelder te schuilen. Het was koud en er waren voedseltekorten. De buren hielpen ons, we deelden voedsel. We hebben zeven dagen en zeven nachten in de kelder geschuild, maar dat kon niet langer vanwege de kou, dus begonnen we een deel van de dag boven door te brengen bij het vuur. Uiteindelijk besloten we Cherson te verlaten. We vonden een man met een auto die mensen hielp met evacueren. Alles ging goed, maar bij de laatste controlepost in het door Rusland bezette gebied stonden enkele Tsjetsjeense soldaten, die op auto’s en mensen begonnen te schieten.’

    Roesina kwam uiteindelijk met haar moeder aan in Mykolajiv, op twee uur rijden van Odessa. Haar man bleef achter in door Rusland bezet gebied, maar had ook alle reden om te vluchten. ‘Op een dag zochten soldaten hem op, sloegen hem, deden een zak over zijn hoofd, bonden zijn handen vast, richtten een pistool op zijn slaap. Ze namen hem mee naar een weiland en ontdeden hem van zijn kleren. Ze plunderden ons huis, namen alles mee.’

    Roesina’s man moest bij sommige controleposten betalen om verder te mogen. Hij wist uit de door Rusland gecontroleerde gebieden te komen en kwam in Odessa aan om zich bij Diana te voegen. Het ergste was achter de rug. ‘Sommige ziekenhuizen in Cherson zijn verwoest, en de ziekenhuizen die nog functioneren zijn er alleen voor het Russische leger… Ik was ingeschreven bij een ziekenhuis en had er tot 24 februari medische controle, maar vanaf dat moment tot aan mijn aankomst in Odessa niet meer.’

    In het ziekenhuis in Odessa kon Diana terecht voor gynaecologische controles en daar is ze ook bevallen. Cherson ligt iets meer dan tweehonderd kilometer verderop, maar lijkt te bestaan in een parallelle dimensie, omdat het door Rusland is bezet. Maar Roesina legt zich er niet bij neer. Deze ontheemding is tijdelijk, veel mensen die de oorlog zijn ontvlucht denken zo. ‘We hopen dat Oekraïne Cherson zal heroveren en als dat gebeurt gaan we terug, omdat we daar ons huis en ons werk hebben. Ik hoop dat dat in de nabije toekomst zal zijn, hopelijk voor Kerstmis.’ Tijdens ons gesprek huilt de baby een paar keer met gesloten ogen. Diana kijkt naar hem. Even lijkt het of hij wakker wordt, maar dan slaapt hij verder.

    Vrijwillig chirurg

    Ziekenhuizen veranderen en artsen veranderen. Vjatsjeslav Dolenko had een privékliniek in Kyiv en woonde in Irpin, aan de rand van de hoofdstad. Hij was onder andere cosmetisch chirurg. Hij had een flat gekocht, zijn leven liep op rolletjes. Maar na 24 februari veranderde alles. Hij raakte zijn werk kwijt, de kliniek verdween, zijn huis werd vernietigd. Zijn vrouw en zoon verlieten het land en hij ging naar Vinnytsja, in het hart van Oekraïne. Daar werkt hij nu in een militair hospitaal. ‘Nu ben ik vrijwillig chirurg. Ik word niet betaald, ons land is in oorlog en ik begrijp dat ik nodig ben. Ik werk met soldaten en burgers die schotwonden hebben of verwondingen door explosies.’

    De vrijwilligersnetwerken gingen op volle toeren draaien toen de Russische invasie begon. Zij ondersteunen ontheemden, autoriteiten en strijdkrachten. De grens tussen civiel en militair is vervaagd en overal wordt alles ingezet wat voorhanden is. ‘Ik ben niet de enige, er zijn meer chirurgen en verpleegkundigen in het land die gratis werken – omdat het nodig is en omdat we geen keus hebben,’ zegt Dolenko. ‘Als we het niet doen, verliezen we ons land.’

    ‘Ik ben verrast door wat er gebeurt. Toen de oorlog begon, verdwenen alle problemen. Hiervoor hadden we ieder onze eigen conflicten of geschillen, met de buurman, met andere klinieken, met een of ander bedrijf, we concurreerden met elkaar – maar dat hield allemaal op en we werden één geheel dat werkt voor hetzelfde.’ Er is meer dan een half jaar verstreken, maar zowel de persoonlijke als gemeenschappelijke omstandigheden die de chirurg beschrijft wijzen op een noodsituatie die niet afneemt. Hij zegt dat hij geen last heeft van stress, hij begrijpt niet hoe hij het allemaal doet, maar hij blijft werken. ‘Ik hoop terug te gaan naar plastische chirurgie. Maar nu moet ik dit doen.’

    Sinds het begin van de Russische invasie heeft de WHO 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd

    In elke oorlog is gezondheidszorg een van de sectoren die het meest te lijden heeft. Oekraïne is geen uitzondering. Sinds het begin van de Russische invasie heeft de Wereldgezondheidsorganisatie 550 aanvallen op medische voorzieningen in Oekraïne geregistreerd. De behoefte aan voorraden is het grootst in gebieden die door de gevechten worden getroffen, maar ook in gebieden zoals Odessa, waar een deel van de zeven miljoen mensen wordt opgevangen dat door het conflict in Oekraïne ontheemd is geraakt.

    ‘Sinds het begin van de oorlog zijn veel gezondheidswerkers naar Europa vertrokken,’ zegt Pavel Vasiljevitsj, directeur van het kinderziekenhuis van Odessa. ‘Degenen die zijn gebleven hebben nu meer patiënten, maar ze weten waarom ze hier werken, ze kennen hun prioriteiten: de mensen, de regio en het land.’ In zijn kantoor legt hij kalm de situatie in het ziekenhuis uit. Hij is zo iemand die je met zijn ogen gerust weet te stellen. Een vaardigheid die hem helpt bij het uitvoeren van een van zijn taken als directeur: zorgen voor de geestelijke gezondheid van het zorgpersoneel. Hij vertelt dat hij de meest gestreste werknemers een week vrij probeert te geven, hij zorgt voor versnaperingen tijdens de vergaderingen en stimuleert dat ze elke gelegenheid aangrijpen om elkaar te steunen, om samen te werken.

    ‘Misschien begint Rusland morgen nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken’

    ‘Het is heel belangrijk dat we humanitaire hulp krijgen. Niet alleen fysiek, maar ook mentaal; anders voelt het alsof we er alleen voor staan. Er zijn veel artsen uit het Verenigd Koninkrijk, Spanje of Italië die mij gebeld hebben en hulp hebben aangeboden. Sommigen kwamen ons met de auto voorraden brengen. Dankzij dat soort hulp voelt het medisch personeel zich gesteund, het zorgt ervoor dat ze meer en beter kunnen werken.’

    Zijn ziekenhuis is een van de Oekraïense ziekenhuizen die steun hebben ontvangen van Farmamundi, een ngo die grote voorraden geneesmiddelen en medische benodigdheden naar het hele land heeft gestuurd. Een ander is het Mechnikov-ziekenhuis, in de stad Dnipro die wordt doorkruist door de gelijknamige rivier, in het centrum van Oekraïne. Net als Odessa bedient dat ziekenhuis nu niet langer alleen de eigen provincie, maar ook andere door de oorlog getroffen gebieden. Gewonde patiënten – zowel burgers als militairen – komen er uit verschillende delen van Oost- en Zuid-Oekraïne heen voor een operatie. Het belang van dit ziekenhuis was al voor de oorlog van 2022 bekend.

    ‘Dit ziekenhuis heeft een geschiedenis, het was belangrijk tijdens de Eerste en Tweede Wereldoorlog,’ zegt het hoofd van de medische afdeling; zijn naam en die van zijn collega’s verschijnen om veiligheidsredenen niet in dit verslag. ‘Nu is het opnieuw een strategische plek.’

    Geen keuze

    Het werk is sterk toegenomen sinds Rusland zijn invasie van Oekraïne begon. Het ziekenhuis is vol, bevestigt ook de hoofdzuster terwijl ze dozen met medicijnen uitlaadt in het magazijn. ‘Al tijdens de pandemie werkten we hard. Nu is het type patiënten veranderd; vroeger was het ziekenhuis gericht op corona en nu is het er voor oorlogsgewonden. Ze komen uit Mykolajiv, Donetsk, Charkiv… Eerst krijgen ze medische zorg en als het nodig is, worden ze hierheen gebracht. Als ze aan de beterende hand zijn, verwijzen we ze door naar andere centra.’

    Zij en haar collega’s berusten in de toegenomen werkdruk die de oorlog met zich meebrengt. Ze herhalen op verschillende manieren steeds dezelfde opvatting: het is wat het is, er is geen andere keuze, we hebben geen andere optie. ‘We werken hard, net als de monteurs, de ingenieurs… Het is moeilijk, maar niet onmogelijk.’ Ze wil benadrukken dat de inspanning collectief is: dat was zo tijdens de ergste maanden van de pandemie en nu is dat weer zo. De beheerder van de apotheek, die heen en weer loopt om de dozen met medicijnen te controleren, zegt: ‘Aan het begin van de oorlog werkten we vierentwintig uur per dag, zeven dagen per week en hadden we geen vakantie,’ zegt ze. ‘Nu is de situatie stabieler en hebben we wat meer tijd… Maar wie weet? Misschien begint Rusland morgen wel nieuwe aanvallen en moeten we weer 24/7 werken.’

    ‘Morgen’ werd het niet, maar wel kort erna. Dit gesprek vond plaats op 23 september. Op 10 oktober – een dag nadat Vladimir Poetin Oekraïne beschuldigde van de explosie op de brug die zijn land met de Krim verbindt – lanceerde Rusland een gecoördineerde aanval met 83 raketten op verschillende plekken in Oekraïne, waaronder Dnipro.

    Deze reportage werd mogelijk gemaakt dankzij een samenwerking met de ngo Farmamundi.

    Toen de Russische invasie in Oekraïne begon, stelde Farmamundi haar noodprotocol in werking en richtte zich op twee hoofdzaken: levering van medicijnen en medische voorraden en directe humanitaire actie in het land, in samenwerking met de lokale ngo’s Gender Bureau en IDC.

    Naast de eerste distributie van voedsel- en hygiënepakketten verleent de ngo ook psychische steun en juridisch advies aan vluchtelingen in Oekraïne en asielzoekers in Moldavië en Servië. In de komende vijftien maanden zal Farmamundi zich concentreren op het opzetten en bestieren van centra voor tijdelijk verblijf voor binnenlandse ontheemden. Daarbij wordt prioriteit gegeven aan geestelijke gezondheidszorg en psychosociale steun, met de nadruk op vrouwen en kinderen.

  • De held van Boenj

    De held van Boenj

    Evan Atar is medisch directeur en tevens de enige chirurg van het ziekenhuis in Boenj, in Zuid-Soedan. Hij heeft het tot zijn levenstaak gemaakt deze gewelddadige uithoek van de wereld van medische hulp te voorzien.

    Al bedient het ziekenhuis in Boenj, Zuid-Soedan, een gemeenschap van zo’n tweehonderdduizend zielen, het is er een kale bedoening. Smoezelige muren, een ernstig tekort aan medische hulpmiddelen en slechts één operatietafel, moederziel alleen in een wit betegelde ruimte. Omdat er maar 120 bedden zijn, ligt of zit het merendeel van de patiënten op matjes en doeken op de keurig geveegde cementen vloer. Langs de wanden van de gangen binnen het ziekenhuiscomplex staan rijen patiënten in afwachting van een behandeling. Maar ondanks de netelige omstandigheden en de drukkende hitte draait het ziekenhuis op volle toeren.

    Het is niet verrassend dat dr. Evan Atar, de medisch directeur en enige chirurg van het ziekenhuis, nauwelijks tijd heeft om te praten. Zijn rol is niet die van een directeur die vanuit zijn kantoor bevelen uitdeelt, vertelt hij. ‘Ik heb niet eens een kantoor; we hebben het zo druk dat er nauwelijks tijd is om ergens te gaan zitten.’ Atar heeft een ijzersterk geheugen voor namen en data. Hij herinnert zich nog de naam van de medewerker van Artsen zonder Grenzen die hem een set chirurgische instrumenten gaf toen hij in juli 1997 bij een ziekenhuis in Koermoek, Soedan, begon. Hij herinnert zich nog precies hoe lang het duurde om in 1998 de landingsstrook in Yaboes, Soedan, aan te leggen. Het Soedanese Volksbevrijdingsleger (toen een guerrillabeweging, nu de krijgsmacht van Zuid-Soedan), ngo-medewerkers en vrijwilligers hadden zeven dagen voor het project uitgetrokken. Het werden er acht.

    Voor Atar geven deze trivia een zekere houvast in de chaos waarin hij opereert. Pas na een halfuur heeft de dokter even tijd om rustig te gaan zitten. Eenmaal gezeten achter een bureau in een ruimte die een wachtkamer lijkt te zijn, wordt hij voortdurend aangeklampt, zowel door patiënten als door personeel, totdat hij uiteindelijk vriendelijk te kennen geeft dat hij werk heeft te doen.

    Maban

    Boenj ligt in de door Soedan en Ethiopië ingeklemde provincie Maban, in noordoostelijk Zuid-Soedan. Het geweld lijkt alomtegenwoordig. In Zuid-Soedan is een machtsstrijd gaande die dreigt uit te monden in regelrechte genocide. Het land maakte zich in juli 2011 los van Soedan en is sinds december 2013 verwikkeld in een burgeroorlog die zowel politiek als etnisch van aard is. Tegelijkertijd woedt vlak over de grens in de Soedanese deelstaat Blauwe Nijl een burgeroorlog tussen het regeringsleger en de rebellen van het Soedanese Volksbevrijdingsleger-Noord in een conflict dat op nog twee andere fronten wordt uitgevochten: in het Noeba-gebergte en in het internationaal bekendere Darfoer. De bevolking uit het Blauwe Nijlgebied vocht met de Zuid-Soedanezen voor onafhankelijkheid, maar werd buitengesloten toen in 2011 de grenzen werden getekend. De huidige gevechten zijn min of meer een voortzetting van de vijftigjarige strijd die tot de onafhankelijkheid van Zuid-Soedan heeft geleid.

    Door grondoorlogen, hevige bombardementen en een onvermijdelijke humanitaire crisis zijn 135.000 Soedanezen uit de door rebellen gecontroleerde Blauwe Nijl over de grens gevlucht, waar ze in Maban in vier gemilitariseerde vluchtelingenkampen leven. (Vluchtelingen meldden dat er in mei 35 doden vielen bij politieke gevechten in de kampen.) Stress en de beperkte hoeveelheid bestaansmiddelen in het gebied zorgen voor spanningen tussen de ontheemden en de gastgemeenschap die zich met slechts 60.000 zielen zwaar in de verdrukking voelt. Gevechten tussen de lokale bevolking en de vluchtelingen leidden vorig jaar met kerst tot meer dan dertig doden. Los van de 135.000 vluchtelingen zijn er ook de talloze Soedanezen die heen en weer reizen tussen Soedan en Zuid-Soedan. Ook zij zijn op het ziekenhuis aangewezen. Blauwe Nijl is straatarm: er is geen elektriciteitsnet, er zijn geen medische voorzieningen en er zijn slechts een paar functionerende scholen. Op de markten is nauwelijks iets te koop; hier en daar een handjevol rijst of wat tomaten in hergebruikte plastic zakken. Maban is een levenslijn voor voedsel, benzine en andere levensmiddelen.

    Tijdens het afscheidsfeestje in Egypte probeerden zijn collega’s op hem in te praten niet naar Soedan te vertrekken. “Het wordt je dood,” hielden ze hem voor

    Atar heeft het tot zijn levenstaak gemaakt deze gewelddadige uithoek van de wereld van medische hulp te voorzien. Opgegroeid in Torit in het zuiden van Zuid-Soedan (op dit moment het toneel van hevige gevechten) ontving Atar in 1988 een beurs om medicijnen te studeren in Egypte. Na de zesjarige studie en een jaar coschappen in Alexandrië werd hij door een kapelaan aangesteld bij het Victoria Hospital in Caïro om keizersneden uit te voeren bij vrouwen die daartoe waren overgehaald om ze het geld uit de zak te kloppen. Na een half jaar zittend op een groene plastic stoel in de operatiekamer te hebben doorgebracht, werd Atar eind jaren negentig overgeplaatst naar Soedan, waar de burgeroorlog op dat moment in volle gang was. Tijdens het afscheidsfeestje in Egypte probeerden zijn collega’s op hem in te praten niet naar Soedan te vertrekken. ‘Het wordt je dood,’ hielden ze hem voor. Hij antwoordde: ‘De dood ligt niet in mijn handen maar in de handen van God.’ Zijn collega’s gooiden het over een andere boeg en vroegen hem wat hij er zou gaan eten. ‘Als geneesheer ben ik daar om mensen te behandelen. Ik eet wat zij eten,’ luidde zijn antwoord. ‘Uiteindelijk beseften ze dat mijn besluit vaststond.’ Er klinkt lichte triomf door in zijn stem.

    Atar werd uitgezonden naar Koermoek in de deelstaat Blauwe Nijl (tegenwoordig zuidoostelijk Soedan) en kwam aan bij wat op papier een ziekenhuis heette te zijn, maar waar in werkelijkheid niets was. ‘Er was niet eens pen of papier,’ vertelt hij. Een week later ontving Atar van Artsen zonder Grenzen de set chirurgische instrumenten om amputaties mee uit te voeren. Hij opereerde voornamelijk mensen die op landmijnen waren gestapt. In de tien jaar die volgden breidde Atar het ziekenhuis door middel van fondsenwerving uit met een tbc-afdeling en een hiv-centrum.

    Kort na de afscheiding van Zuid-Soedan, in 2011, brak in Blauwe Nijl een burgeroorlog uit tussen het Soedanese regeringsleger en de overgebleven rebellen. Terwijl het bommen regende en het regeringsleger Koermoek naderde, besloot Atar het ziekenhuis te verhuizen. Met vereende krachten werd de gehele inboedel in vier vrachtwagens en een tractor geladen en overgebracht naar het Zuid-Soedanese stadje Boenj, dat in handen was van het Volksbevrijdingsleger. ‘Het was geen rechtstreekse reis,’ vertelt Atar over de omweg die ze vanwege de gevechten moesten maken. De groep trok langzaam van plek naar plek, lopend en dragend wat nodig was, met de tractor en de wagens voorop. Wat normaal gesproken niet meer dan zeven à acht uur zou moeten duren, nam een volle maand in beslag. Ze kwamen in een complete chaos aan. Er waren al 110.000 ontheemden in het gebied en er was een massale vlucht zuidwaarts gaande. De vluchtelingen vertrokken niet vrijwillig. ‘Ze werden verjaagd. We kregen ongelofelijk veel schotwonden te behandelen,’ vertelt Atar. ‘Zelf zijn we ook meermaals met bommen bestookt.’

    Evan Atar in zijn operatiekamer. – © Alex Pritz
    Evan Atar in zijn operatiekamer. – © Alex Pritz

    De eerste patiënt die hij in Boenj opereerde had schotwonden. De hele buikwand lag open en de kogel zat nog in het lichaam. Er was op dat moment nog geen operatiezaal, dus Atar en een assistent voerden de operatie op een gewone tafel uit. De man overleefde het – en werd uiteindelijk beveiliger van het ziekenhuisterrein.

    Atar is sinds die fatale oktobermaand in 2011 niet meer naar Blauwe Nijl teruggekeerd; het ziekenhuis heeft in Boenj permanent een nieuw thuis gevonden. De Soedanese president, Omar al-Bashir, heeft verkondigd dat alle hulporganisaties die in het rebellengebied opereren als collaborateurs worden beschouwd en als zodanig behandeld. Als gevolg daarvan zijn er nauwelijks internationale hulporganisaties of journalisten werkzaam in Blauwe Nijl. In de afgelopen vijfenhalf jaar zijn er meer dan vierduizend bommen gedropt op zowel militaire als burgerdoelen. Ziekenhuizen worden niet gespaard. Tegenwoordig strompelen de gewonden uit de Soedanese deelstaat de grens over naar het ziekenhuis in Boenj.

    Toch overlijden er in het ziekenhuis maar weinig mensen aan hun verwondingen. ‘Voornamelijk doordat de meesten niet hier in Zuid-Soedan sterven; ze sterven in Blauwe Nijl, verstoken van medische hulp. Iemand met schotwonden die niet meteen worden verbonden bloedt binnen twee à drie uur dood,’ zegt Atar. De ergste verwondingen worden veroorzaakt door de geïmproviseerde bommen die de Soedanese luchtmacht vanuit Antonov-vrachtvliegtuigen van Russische makelij afwerpt, de zogenaamde vatenbommen die simpelweg uit het laadruim worden geschoven. ‘Olievaten vol schroot en explosieven waarmee mensen aan flarden gaan.’

    Een van de slachtoffers is de vijftienjarige Jima Pame, die in het ziekenhuis wacht op een huidtransplantatie. Zijn rug raakte ernstig verbrand bij een bombardement in november 2015. Hij mag nog van geluk spreken: twee vrouwen lieten bij hetzelfde bombardement het leven. De vatenbommen zijn lastig te richten en je kunt de vliegtuigen horen aankomen, dus je hebt nog tijd om te vluchten. Maar in het afgelopen jaar heeft de Soedanese regering Soechoj-straaljagers aangeschaft, een sneller, wendbaarder soort gevechtsvliegtuig dat veel nauwkeuriger kan bombarderen. ‘De bombardementen gaan maar door, en het lijkt alleen maar erger te worden,’ zegt Atar. Hij is ervan overtuigd dat de Soedanese regering iedereen in Blauwe Nijl probeert uit te schakelen. ‘Dat is overduidelijk. Ze willen iedereen in het gebied die niet buigt uit de weg ruimen.’

    Atar is de enige Zuid-Soedanese chirurg in het land. Waar Oegandese en Keniase collega’s komen en gaan, is hij al deze oorlogsjaren gebleven. Internationale ngo-medewerkers zijn in de tussentijd al vier of vijf keer geëvacueerd, en hoogstwaarschijnlijk zou Atar ondanks zijn lokale paspoort zonder enige tegenwerking kunnen vertrekken, maar hij kiest ervoor te blijven. Hij weet ook dat hij meer geld kan verdienen in de Zuid-Soedanese hoofdstad Joeba. Collega’s sporen hem regelmatig aan te verkassen. ‘Dan zeg ik: wat moet ik in Joeba?’ vertelt Atar. ‘Alleen werken voor het geld? Daar gaat het mij niet om. Ik ben liever hier dan op een plek waar je hoort dat mensen elders lijden, zonder iets te kunnen doen.’

    Auteur: Amanda Sperber
    Vertaler: Astrid Staartjes

    screenshot 2017 11 15 10 42 06

    Roads & Kingdom
    VK | roadsandkingdoms.com

    Tijdschrift voor eten, politiek, reizen en cultuur. Begon in Myanmar met de focus op Birmees nieuws maar wordt inmiddels gemaakt in New York en Barcelona. Werkt o.a. samen met Slate.

  • Namibië verwelkomt eerste lichting lokaal opgeleide artsen

    Namibië verwelkomt eerste lichting lokaal opgeleide artsen

    Tot voor kort kende Namibië geen eigen artsenopleiding. Maar de aidsepidemie van begin deze eeuw onderstreepte het belang van lokaal opgeleide dokters. Onlangs studeerden de eersten van hen af.

    Na een reis van drie uur, eerst met twee taxi’s en het laatste stuk hotsend en botsend in de laadbak van een oude pick-uptruck, kwam Simon Antindi aan bij het staatsziekenhuis waar zijn vader was opgenomen. De elfjarige jongen kon zijn ogen nauwelijks geloven. Het ziekenhuis in Oshakati, in het uiterste noorden van Namibië, was het grootste bouwwerk dat hij ooit had gezien: een verzameling lage groene en blauwe gebouwen die naar alle kanten uitwaaierden. Eenmaal binnen dwaalde hij door een doolhof van gangen en ziekenzalen vol patiënten en bezorgde bezoekers. Artsen fluisterden met elkaar in vreemde talen en er hing een zurige geur – een mengeling van schoonmaakmiddel en braaksel.

    En dan zijn vader. Nog nooit had die er zo hulpeloos bij gelegen. ‘Op dat moment wist ik dat ik dokter wilde worden,’ zegt Antindi, inmiddels 31 jaar oud. Maar de gedachte was nog niet in hem opgekomen of hij schoof haar alweer terzijde. ‘Niemand in mijn dorp, of zelfs daarbuiten, werd dokter.’ Terwijl Antindi om zich heen keek naar de Cubanen, Russen en Zuid-Afrikanen die zich over de patiënten ontfermden, dacht hij ontmoedigd: misschien doen Namibiërs dit soort werk niet. Misschien kunnen wij dit niet. In een oogwenk was zijn droom weer vervlogen.

    De landen bezuiden de Sahara dragen 25 procent van de wereldwijde ziektelast, maar tellen slechts 3,5 procent van het totale aantal gezondheidswerkers en maar 1,7 procent van alle artsen

    Zo’n 700 kilometer zuidwaarts, in de hoofdstad Windhoek, bogen veel topmedici zich op een ander niveau over deze kwestie. Het was eind jaren negentig, bijna tien jaar nadat Namibië zich van Zuid-Afrika had losgemaakt, en nog altijd had het land geen medische faculteit. Alle artsen waren ofwel in het buitenland opgeleid – in Zuid-Afrika, Finland of Rusland, waar ze een studie volgden die veelal nauwelijks aansloot op de situatie in hun geboorteland – of voor veel geld aangetrokken uit het buitenland. ‘Het was hoog tijd dat we zelf artsen gingen opleiden die voeling hadden met de lokale praktijk en bereid waren op die plekken te werken waar de nood het hoogst was,’ zegt prof. dr. Filemon Amaambo, destijds in overheidsdienst maar inmiddels voorzitter van de universiteitsraad van de Universiteit van Namibië (UNAM).

    Het probleem beperkte zich niet alleen tot Namibië. De landen bezuiden de Sahara dragen 25 procent van de wereldwijde ziektelast, maar tellen slechts 3,5 procent van het totale aantal gezondheidswerkers en maar 1,7 procent van alle artsen, volgens een artikel uit 2012 in het gratis toegankelijke onlinetijdschrift Human Resources for Health. Aan de universiteiten in de regio de zware taak om die leemte te vullen. Er zijn welgeteld 175 medische faculteiten in zwart Afrika, op een totaal van 1 miljard inwoners, tegenover 488 medische faculteiten voor 743 miljoen Europeanen. Zes Afrikaanse landen (Kaapverdië, Djibouti, Equatoriaal-Guinea, Lesotho, Sao Tomé en Principe en Swaziland) hebben helemaal geen medische faculteit, blijkt uit gegevens die zijn verstrekt door de Wereldgezondheidsorganisatie.

    Volgens Amaambo was het dus niet verbazingwekkend dat academici en overheidsfunctionarissen na de pas verworven onafhankelijkheid wilden onderzoeken of het haalbaar was om op eigen bodem een medische faculteit te openen. De kosten bleken echter te hoog voor het piepjonge land en het project werd op de lange baan geschoven. Maar terwijl het debat nog gaande was, werd Namibië opgeschud door een ernstige gezondheidscrisis. Toen Simon Antindi zijn vader in het ziekenhuis van Oshakati bezocht, waarde in zijn geboortedorp Ondjamba en talloze andere dorpen in de regio een onbekende ziekte rond. ‘Mensen zagen eruit als wandelende geraamtes,’ vertelt Antindi. Vrienden en buren bezweken. ‘Ze kwijnden voor onze ogen weg, zonder dat iemand wist wat er aan de hand was. We waren doodsbang.’

    De grootste schok was nog wel dat zelfs medici klaarblijkelijk machteloos stonden. Zieken verlieten het dorp voor een behandeling in het ziekenhuis, herinnert Antindi zich, en keerden terug om te sterven. Tegen de tijd dat aidsremmers in het eerste decennium van deze eeuw beschikbaar kwamen in Namibië, was hiv doodsoorzaak nummer 1. De aidsepidemie onderstreepte de noodzaak om juist mensen uit lokale gemeenschappen, met name in de uithoeken van het land, tot arts op te leiden, meende Amaambo.

    Een student krijgt uitleg in het ziekenhuis van Windhoek. – © Ryan Leonora Brown
    Een student krijgt uitleg in het ziekenhuis van Windhoek. – © Ryan Leonora Brown

    Gesteund door de regering en met hulp van de uit Kenia afkomstige dr. Peter Nyarang’o, expert op het gebied van volksgezondheid, maakte de Universiteit van Namibië een opzet voor ’s lands eerste medische faculteit. De UNAM startte om te beginnen met een tweejarig voorprogramma voor studenten Geneeskunde in spe. Uitblinkers zouden een beurs ontvangen om aan een buitenlandse universiteit verder te studeren. Toen het programma in 2003 van start ging, had Simon Antindi toevallig net zijn eindexamen achter de rug. Bij het invullen van het aanmeldingsformulier voor de UNAM aarzelde hij bij het aangeven van de gewenste studierichting. ‘Destijds had ik nog nooit een Namibische arts gezien,’ vertelt hij, ‘dus het ontbrak me aan zelfvertrouwen.’ Toch besloot hij het erop te wagen.

    Hij werd afgewezen.

    En zo vertrok Antindi naar Windhoek om Algemene Wetenschappen te studeren, zijn tweede keus, en liet hij zijn droom om arts te worden varen. Totdat hij in 2009, zojuist afgestudeerd, op de campus een wervingsposter zag voor het allereerste studiejaar Geneeskunde en zijn oude wens opnieuw werd aangewakkerd. ‘Ik dacht weer terug aan die dag dat ik machteloos aan het bed van mijn vader stond.’ Hij schreef zich in, en zes jaar later was het zover: in een hotel in Windhoek betrad hij het podium om samen met de andere afgestudeerden – de allereerste lichting artsen van de Universiteit van Namibië – zijn bul in ontvangst te nemen.

    Hoewel dit succes alom werd bejubeld, is de impact op het gezondheidszorgsysteem vooralsnog vrij beperkt: 35 nieuwe artsen in een land dat maar liefst vijfduizend artsen nodig heeft. ‘In dit tempo hebben we meer dan honderd jaar nodig om de achterstand in te halen,’ merkt Amaambo op.

    Inmiddels een jaar verder is een tweede lichting artsen afgestudeerd, is de instroom van nieuwe studenten verdriedubbeld, en volgend jaar vindt de aftrap van de studie Tandheelkunde plaats. Voor veel van de pas afgestudeerde artsen is dit het begin van een leven waarvan ze nooit hadden durven dromen. ‘Voor bijna ieder van ons geldt dat we de eerste dokter in de familie zijn,’ zegt Llewellyn Titus, een laatstejaars student Geneeskunde. Zijn ouders runnen een geiten- en schapenboerderij in de binnenlanden van Namibië.

    Een van hen

    Voor Antindi betekende het afronden van zijn studie maar één ding: hij pakte zijn diploma samen met de rest van zijn spullen in en koerste met zijn oude Corolla noordwaarts, naar Ondjamba. ‘Ik wist al die tijd dat ik naar mijn dorp zou terugkeren,’ zegt hij. ‘Je gaat naar Windhoek om te studeren, maar daarna kom je terug. Je bent het verplicht aan je eigen gemeenschap.’ Dat is precies wat het land nodig heeft: artsen die in afgelegen gebieden willen werken.

    Net als in Zuid-Afrika kent de gezondheidszorg in Namibië een enorme, groeiende ongelijkheid. Splinternieuwe privéklinieken voor de rijken schieten als paddenstoelen uit de grond, terwijl de staatsziekenhuizen kraken in hun voegen. Een ander knelpunt, ook voor de omringende landen, is de braindrain. Meer dan eenvijfde van de lokaal opgeleide artsen verlaat binnen vijf jaar na afstuderen het continent en slechts 8,6 procent is werkzaam voor overheidsklinieken op het platteland, zo bleek uit een onderzoek uit 2010 naar medische opleidingen in landen bezuiden de Sahara. Wellicht kan dit tij inderdaad het beste worden gekeerd door artsen op te leiden die afkomstig zijn uit gemeenschappen waar de roep om gezondheidszorg het grootst is.

    Antindi heeft de afgelopen achttien maanden zijn co-schappen gelopen in het ziekenhuis waar hij als elfjarige zijn vader kwam bezoeken. Nu wandelt hij in een smetteloos witte doktersjas met een zeker overwicht door de gangen, iets wat hij als kind niet voor mogelijk had gehouden. En als een van de weinige artsen op de ziekenhuisvloer kan hij zijn patiënten in hun eigen taal aanspreken. Veel artsen moeten verpleegsters inschakelen om te tolken, wat de afstand tot de toch al geïntimideerde patiënt verder vergroot. ‘Ik voel me iedere dag thuis als ik naar mijn werk ga,’ zegt Antindi. ‘Het maakt niet uit of ik met een collega praat, met een patiënt of met een schoonmaker – ik ben een van hen. Hier ben ik op mijn plek.’

    Na het afronden van zijn co-schappen, aan het einde van het jaar, wil hij het liefst in de regio blijven. Een definitieve keuze voor een specialisatierichting heeft hij nog niet gemaakt, maar hij neigt naar verloskunde en gynaecologie. ‘Ik weet uit ervaring hoeveel vrouwen en baby’s in dit deel van het land in het kraambed sterven. Dat raakt me diep. Maar nog belangrijker: van alles wat ik tot nu toe in de praktijk heb meegemaakt, is er niets mooiers dan het horen van het eerste geluid van een pasgeborene. Om als eerste te mogen zeggen: “Dag baby, welkom op de wereld.”’

    Auteur: Ryan Lenora Brown

    Mail & Guardian
    Zuid-Afrika | weekblad | oplage 41.000

    Opgericht in 1985 als Weekly Mail en in 1990 vlot getrokken door The Guardian in Londen. Sinds 2002 eigendom van de Zimbabwaanse krantenuitgever Trevor Ncube. De duidelijk links georiënteerde krant ijvert voor een toleranter Zuid-Afrika.