Braziliaanse president heeft nog niet gereageerd op verlies
De Braziliaanse president Jair Bolsonaro heeft zijn rivaal Lula nog niet gefeliciteerd met zijn overwinning bij de presidentsverkiezingen van afgelopen zondag. Bolsonaro, die in aanloop naar de verkiezingen repte over mogelijke fraude bij de stembusgang, heeft nog niet gereageerd op de uitslag. The New York Times noemt zijn stilte ‘zorgwekkend’, juist vanwege de vele kritiek die Bolsonaro eerder uitte op het Braziliaanse kiessysteem.
Hoewel verschillende politieke medestanders van Bolsonaro de winst van Lula al openlijk hebben toegegeven, zou er onder aanhangers van de rechtse president het vermoeden bestaan dat er fraude zou zijn gepleegd. Op sociale media gaan ongeverifieerde berichten rond van gemanipuleerde stemmachines en in sommige steden gingen aanhangers de straat op nadat de uitslag bekend was geworden.
Meerdere wereldleiders hebben Lula gelijk gefeliciteerd met zijn overwinning. De Amerikaanse president Joe Biden zei dat Lula ‘vrije, eerlijke en geloofwaardige verkiezingen had gewonnen’. Premier Mark Rutte wenste Lula succes en zei uit te kijken naar het verdiepen van de relaties tussen Nederland en Brazilië.
Uruguay heeft, in tegenstelling tot veel buurlanden, een grote maatschappelijke consensus en een stabiel partijenstelsel. Het land produceert ook nog eens 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide.
Luister dit artikel:
Direct na aankomst in Montevideo wordt duidelijk dat je hier een ander Zuid-Amerika binnenkomt. Op de stijlvolle luchthaven in de voorstad Carrasco vind je geen mensenmassa’s, geen rijen bij immigratie of de douane. De rit naar het stadscentrum 20 kilometer verderop langs de Atlantische kust verloopt rustig, zonder file. In vergelijking met het chaotische, overvolle São Paulo of Buenos Aires krijg je – ondanks de 1,8 miljoen inwoners – het gevoel in een kuuroord te zijn beland.
In tegenstelling tot de meeste Zuid-Amerikaanse miljoenensteden staan hier weinig glinsterende kantoor- of woontorens. Zelfs de zakenwijken worden regelmatig afgewisseld door wijken met huizen of kleinere woon- of bedrijfsgebouwen. Het centrum rond de haven en de oude binnenstad zijn hier en daar gerestaureerd. Maar het oude stadsgedeelte is gedeeltelijk ook aan renovatie toe en straalt met zijn bric-à-bracwinkeltjes een charme uit van vijftig jaar geleden. Het is tekenend dat er hier trots op gewezen wordt dat tijdschrift Readers Digest, dat zijn beste dagen heeft gehad, Uruguay het leefbaarste en groenste land van Noord- en Zuid-Amerika noemde.
Twee derde is middenklasse
De statistieken bevestigen deze indruk van een conservatieve middenklasse. Anders dan in de meeste Latijns-Amerikaanse samenlevingen bestaat Uruguay niet uit enkele superrijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Twee derde van de 3,6 miljoen Uruguayanen behoort tot de middenklasse. Weinig mensen leven onder de armoedegrens. De verhouding rijk-arm is de laagste in Latijns-Amerika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is met 17.000 dollar per jaar het hoogste in de regio.
Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’
In de straten van Montevideo ontbreken luxeauto’s zoals in de metropolen van de buurlanden, waar de rijken graag met hun rijkdom pronken. Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’. Zo kan het gebeuren dat de nationale voetbalster Diego Forlán ongestoord tussen de andere gasten in een café zit – iets wat bij een Neymar in Brazilië totaal ondenkbaar zou zijn.
Je vraagt je af hoe dit voor Zuid-Amerika kleine land – half zo groot als Duitsland, met nauwelijks half zoveel inwoners als Zwitserland – het voor elkaar krijgt sociaal en economisch succesvol te zijn in de onmiddellijke nabijheid van zulke grote en politiek verscheurde staten als Brazilië en Argentinië. Hoe is dit land erin geslaagd zich te isoleren en te onderscheiden van zijn buurlanden, ondanks een sterk overeenkomstige samenleving, geschiedenis en geografie?
Populisten zijn kansloos
Eén antwoord levert de politiek. Uruguay is een van de stabielste democratieën ter wereld. Op de democratie-index van de Economist Intelligence Unit (EIU) staat Uruguay op de dertiende plaats, drie plaatsen onder Zwitserland en twee boven Duitsland. Volgens deze index is Uruguay de enige volwaardige democratie in Zuid-Amerika, een continent waar de EIU al enkele jaren een gestage achteruitgang in de kwaliteit van democratieën vaststelt. Uruguay gaat in tegen de regionale trend, aldus de EIU. Het land is een van de weinige staten ter wereld die hun democratie al meer dan vijftien jaar voortdurend verbeteren. Op de corruptie-index van Transparency International staat Uruguay met zijn achttiende plaats van de honderdtachtig landen eenzaam aan de top in Latijns-Amerika, twee plaatsen boven Frankrijk.
Politicoloog Sebastian Grundberger van de Konrad-Adenauer-Stiftung constateert in Uruguay in tegenstelling tot in de rest van Latijns-Amerika een grote maatschappelijke consensus, het stabielste partijenstelsel in de regio, met sterkere democratische afweerkrachten dan in de buurlanden. Populisten hebben hier geen kans, zegt Grundberger.
Hoe soepel de politiek in Uruguay functioneert, werd eind maart duidelijk bij een referendum. Toen stemden de Uruguayanen over de vraag of 135 van in totaal 476 wetsartikelen ongeldig moeten worden verklaard. Deze waren onderdeel van een wetgevingspakket dat de centrumrechtse regering van president Luis Lacalle Pou kort na haar aantreden in 2020 in het Congres had aangenomen. Centrale thema’s waren veiligheid en onderwijs; thema’s die de regering doortastender wil aanpakken. Bovendien moet de macht van de vakbonden worden ingeperkt en de dominantie van staatsmonopolies, bijvoorbeeld in de telecommunicatie, worden teruggedrongen.
Populaire president
Het invloedrijke verbond van vakverenigingen had zich hiertegen gemobiliseerd. Maar anders dan in de buurlanden waren er in de aanloop naar het referendum geen woedende protesten en zelfs geen gewelddadige confrontaties. Ook op de zondag van de stemming wandelden gezinnen met kalebaskommetjes over de Rambla, de boulevard van Montevideo, om hun maté te drinken.
Dat de regering zich met een flinterdunne marge heeft kunnen handhaven en de wetten dus geldig blijven, is vooral te danken aan de populariteit van de president. De 49-jarige jurist Lacalle Pou is telg uit een politieke familie die sinds het begin van de vorige eeuw de Uruguayaanse politiek bepaalt. Zijn vader was president van 1990 tot 1995. Maar Lacalle Pou ging zelf pas de politiek in toen hij al bijna dertig was. Hij had lange tijd de reputatie van surfboy; pas bij zijn tweede poging in 2019 slaagde hij erin met een nipte meerderheid te worden gekozen.
Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt
Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt. Herhaaldelijk legde hij de nadruk op vrijheid en burgerlijke verantwoordelijkheid. Een lockdown is er nooit geweest. Soms werd thuisonderwijs voorgeschreven. Het land beschikte al over een goede breedbandvoorziening en een digitale infrastructuur. Bars en restaurants hoefden pas om middernacht te sluiten. Uruguay werd na Chili al snel het land met de meeste gevaccineerde mensen in Latijns-Amerika. Halverwege zijn ambtstermijn beoordeelde 52 procent van de bevolking Lacalle Pou positief. Daarmee was hij de populairste president sinds lange tijd. Ook de groei van de economie na enkele jaren van stagnatie geeft Pou een steuntje in de rug.
Referentiepunt voor burgerkrachten
Voor de president is het referendum vergelijkbaar met het winnen van tussentijdse verkiezingen. De kans is groot dat Pou samen met de presidenten van Ecuador en Paraguay aan het eind van het jaar tot het selecte clubje conservatieve staatshoofden in Zuid-Amerika behoort. In een regio die politiek gezien naar links afdrijft, wordt hij steeds meer een referentiepunt voor burgerkrachten, zegt politicoloog Grundberger.
Dit geldt ook voor ondernemingen in Zuid-Amerika; de stabiliteit van Uruguay trekt ze aan. De laatste jaren staken vooral veel ondernemers uit Argentinië de Río de la Plata over. Bijvoorbeeld Marcos Galperín, oprichter van Mercado Libre, het succesvolste internetplatform van Latijns-Amerika, met zijn hele managementteam. Venancio Trigo, advocaat bij advocatenkantoor Guyer & Regules in Montevideo, meldt dat nu ook detailhandelaren uit Chili overwegen hun hoofdkantoor naar Uruguay te verplaatsen. In Chili zijn ondernemers verontrust door de groeiende linkse tendens in de politiek.
In het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig
Het wordt spannend om te zien wat Pou, nu het referendum zijn beleid heeft bekrachtigd, de resterende twee jaar zal doen. Op de agenda staan hervormingen van het pensioenstelstel en het onderwijs. Vooral in het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig. Verouderde leerplannen en een personeelsbeleid voor leraren waarbij de vakbonden de banen volgens het senioriteitsprincipe invullen zouden hiervan de voornaamste redenen zijn.
Software als exportproduct
Voor Uruguay is dit een tikkende tijdbom. Het land exporteert een recordhoeveelheid software per inwoner. Het is een belangrijke vestigingsplaats voor startende ondernemingen in de regio geworden. Fintechbedrijf dLocal uit Uruguay is op Wall Street nu zo’n 10 miljard dollar waard. Bezorgdienst PedidosYa is inmiddels overgenomen door de Duitse Delivery Hero. Maar er is een groeiend tekort aan ingenieurs en programmeurs. ‘Uruguay zou met zijn geavanceerde digitalisering het Estland van Zuid-Amerika kunnen worden,’ zegt Mischa Goh, directeur van de Duits-Uruguayaanse Kamer van Koophandel en Fabrieken.
Econoom Augustín Iturralde hoopt op verdergaande economische hervormingen. De directeur van het Centro de Estudios para el Desarrollo, een liberaal economisch instituut, is kritischer over het concurrentievermogen dan de meeste gesprekspartners. Institutioneel gezien is Uruguay een hoogontwikkelde democratie, maar in de economie regeert de middelmaat. Het land heeft een achterstand op het gebied van zakendoen, het is niet ondernemersvriendelijk. Staatsmonopolies in de telecommunicatie worden getolereerd. Uruguay is dus een dure vestigingsplaats. De productiviteit moet hoger, anders verliest Uruguay zijn aantrekkelijkheid. ‘We zijn een klein land,’ zegt Iturralde, ‘we moeten meer bieden.’
97 procent groene stroom
Maar Uruguay zou wel eens geluk kunnen hebben. De wereldwijde energietransitie en de geopolitieke verschuivingen zijn in het voordeel van het land aan de Río de la Plata. Want Uruguay heeft zijn elektriciteitssysteem met massale investeringen in windmolenparken in tien jaar omgevormd tot een van de duurzaamste ter wereld. Sindsdien draaien er windturbines op de heuvels in het verlaten binnenland. Tegenwoordig produceert het land 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide. Dit betekent ook dat Uruguay binnenkort een strategisch belangrijke leverancier van groene waterstof kan worden, als vervanger van de energiebronnen olie, kolen en gas.
‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren’
De Duitse ingenieur en econoom Aram Sander, die in Uruguay al windmolenparken heeft opgezet en operationeel gemaakt, zegt: ‘Door het Oekraïneconflict komen er met de vraag naar voorzieningszekerheid geheel nieuwe argumenten op tafel.’ Vertrouwen is daar een van. Er is geen land in de regio dat zijn contracten zo betrouwbaar nakomt als Uruguay, volgens Sander, die nu wereldwijd waterstofprojecten promoot voor het Duitse bedrijf Enterdreg. Het grote vertrouwen in Uruguay is af te meten aan de lage rentetarieven. In Zuid-Amerika heeft alleen Chili een hogere kredietwaardigheid. Ontwikkelingsbanken verstrekken Uruguay graag kredieten. Sander is er zeker van: ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren.’
Een andere aanwijzing voor de stabiliteit waarom Uruguay bij beleggers bekendstaat, is de groeiende belangstelling van family offices, rijke vermogensbeheerders, uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in Uruguay, constateert financieel adviseur Thomas Logemann uit Hamburg. Ze waren niet op zoek naar weekendhuisjes in het mondaine vakantieoord Punta del Este, zegt Logemann, die opgroeide in Uruguay. Ze wilden professioneel investeren in boerderijen en landerijen.
Tien procent van de Chileense bevolking heeft geen fatsoenlijk dak boven het hoofd. Tijdens de pandemie stichtten drieduizend gezinnen ten zuiden van hoofdstad Santiago illegaal een ministad, inmiddels de grootste nederzetting in het land.
Op 13 juli, in de winter van 2020, rende Inés Fuentes op blote voeten haar huurhuis uit, om er nooit meer terug te keren. Haar precaire financiële situatie dwong haar haast te maken. Een groep buurtbewoners had zich verzameld om het privéterrein te bezetten aan de overkant van haar straat in een volksbuurt van Cerrillos, ten zuidwesten van de Chileense hoofdstad Santiago. Fuentes (54), een alleenstaande moeder van vijf kinderen, besteedde haar halve salaris, 250 dollar, aan de huur van haar huis. Vandaar dat ze deze ‘kans’ niet wilde laten lopen. Ze pakte vier palen en markeerde een vierkant op de vuilnisbelt. ’s Avonds zette ze een tent op en ontstak samen met haar nieuwe buurtgemeenschap een vreugdevuur. Die nacht waren ze met tachtig gezinnen. Drie dagen later waren het er al driehonderd, en een maand later vijftienhonderd. ‘De Haïtianen kwamen met hordes tegelijk,’ vertelt Fuentes in de woonkamer van haar huis van 49 vierkante meter, gebouwd van pallets.
Fuentes is een van de frontvrouwen van de toma [bezet gebied] – zoals een nederzetting wordt genoemd voordat die formeel is opgenomen in het Kadaster. Er wonen tussen de acht- en tienduizend mensen, zo’n drieduizend gezinnen, aldus de kadastergegevens van de Fundación Techo Chile (‘Stichting Een dak voor Chili’), en is daarmee de grootste illegale nederzetting van het land.
In het Zuid-Amerikaanse land met negentien miljoen inwoners maken meer dan twee miljoen mensen – zeshonderdduizend gezinnen – geen kans op een fatsoenlijke woning. Tachtigduizend van die gezinnen wonen in tentenkampen, het hoogste aantal sinds 1996. Daarvan is 30 procent migrant, iets meer dan een verdubbeling ten opzichte van tien jaar geleden. ‘De tentenkampen vormen nog maar het topje van de ijsberg,’ zegt Sebastián Bowen, algemeen directeur van Déficit Cero (‘Nul Woningtekort’), een organisatie die als doel heeft voor 2030 het woningtekort op te lossen. ‘Veel gezinnen wonen bij familieleden en zitten op elkaars lip. Bovendien hebben Chilenen er weinig vertrouwen in dat de overheid hun probleem gaat oplossen, dus nemen ze het heft zelf in handen.’
Ministad
De toma Nuevo Amanecer (‘Nieuwe Dageraad’) staat bekend als ‘de ministad van de 10 procent’, sinds de Fundación de Centros de Estudios Públicos (‘Centra voor Maatschappelijke Studies’) een bijeenkomst belegde over dit onderwerp. Tot op zekere hoogte is het ook een stadje; op het ongeasfalteerde terrein van 11 hectaren verrijzen ijzerwinkels, kappers en restaurantjes van uiteenlopende nationaliteiten (de migrantenpopulatie ligt tussen de 70 en 80 procent). Maar ook is er criminaliteit. De bewoners vertellen dat sommige mensen misbruik maakten van de situatie door het terrein dat ze hadden bezet plus de huizen die ze daar hadden gebouwd voor wel 2500 dollar te verkopen.
De burgemeester van Cerrillos, Lorena Facuse, vertelt via de telefoon dat er bij haar aantreden in mei 2021 bordelen en illegale discotheken waren. Samen met het departement voor Misdaadpreventie wisten ze de situatie onder controle te krijgen, ‘al zijn er ’s nachts nog steeds plekken waar in drugs en wapens wordt gehandeld’, aldus Facuse. Ze zegt erop te vertrouwen dat wanneer de toma binnen een paar weken de status van nederzetting krijgt, de regering-Boric voor betere basisvoorzieningen zal zorgen. ‘Gezien de omvang zal de nederzetting zeker tien jaar lang bestaan, er zal dus elektriciteit moeten komen. Als er brand uitbreekt sterven er honderden mensen, inclusief kinderen,’ waarschuwt ze.
Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili
Die ‘10 procent’ uit de bijnaam van Nuevo Amanecer slaat op het feit dat de meeste bewoners hun huis hebben gebouwd van de 10 procent die ze van hun gespaarde pensioen mochten opnemen. Vanwege de impact op de economie was het een omstreden regeringsmaatregel, die desondanks door het Congres werd goedgekeurd om de Chilenen tijdens de pandemie financieel meer armslag te geven. Met het eerste deel heeft Fuentes haar huis ingericht, het tweede was bestemd voor een steviger dak en met het derde deel kon ze een krediet krijgen voor een auto. Fuentes is niet bang dat ze zonder geld komt te zitten als ze straks met pensioen gaat. ‘Mocht ik oud worden, dan hoop ik dat mijn kinderen, voor wie ik krom heb gelegen om ze groot te brengen, mij ondersteunen,’ zegt ze. Al haar vijf kinderen hebben een baan en een eigen huis.
Omdat de bewoners konden beschikken over extra pensioengeld, is Nuevo Amanecer anders dan soortelijke nederzettingen in Chili. Tussen de honderden huizen staan uit cement, hout of baksteen opgetrokken bouwwerken. Een aantal heeft twee verdiepingen en een veranda. Het elektriciteitsbedrijf Enel heeft een verbinding aangelegd, zodat het overgrote deel van de woningen een (instabiele) stroomvoorziening heeft. De bewoners hebben de elektriciteitskabels slordig doorgetrokken, wat de kans op brand vergroot. Ook hebben ze een systeem uitgedokterd om illegaal toegang te krijgen tot stromend water – dat in het weekend opraakt. Voor de badkamer en het toilet gebruiken ze septic tanks.
Falend woonbeleid
Een van de steunpilaren van de bewonersorganisatie is kunstenaar Tomás Ives (41), die de taak van secretaris op zich heeft genomen. ‘Strikt genomen strookt Nueva Amanecer niet met het idee dat de elite van een nederzetting heeft,’ zegt hij. ‘Het gaat hier niet om vier palen met een zinken dak erop. Dit is een nederzetting van mensen die een baan hebben, die soms zelfs meer verdienen dan het minimumloon (430 dollar), maar die door falend woonbeleid genoodzaakt zijn zich hier te vestigen, ook al betalen ze belasting.’
‘Je kunt het probleem niet oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’
Om deze huizencrisis het hoofd te bieden heeft de nieuwe minister van Wonen en Ruimtelijke Ordening, Carlos Montes, begin april in het Congres een Noodplan Wonen afgekondigd, met als doel om de komende vier jaar 260.000 woningen te bouwen. Sebastián Bowen van Déficit Cero is het eens met het officiële standpunt over deze crisis, maar benadrukt dat ‘je het probleem niet kunt oplossen door meer van hetzelfde te doen, maar dan sneller’.
Videostills van Nuovo Amanecer (Nieuwe Dageraad), ‘de ministad van de 10 procent’. Die bijnaam doelt op de 10 procent die de meeste bewoners van hun gespaarde pensioen mochten opnemen om een huis van te bouwen.
Woonsubsidies
De overheid verleent woonsubsidies, die onder meer afhankelijk zijn van het inkomen en de gezinssamenstelling. Het ministerie van Wonen en Ruimtelijke Ordening heeft de afgelopen vijf jaar jaarlijks twintig- à dertigduizend subsidies (van in totaal 30 miljoen dollar) voor nieuwe woningen verstrekt. De Chilenen die zo’n subsidie kregen, behoren tot de kwetsbaarste 40 procent van de bevolking.
‘Ons woningbeleid richt zich op het subsidiëren van de vraag naar woningen. Dat is niet afdoende,’ aldus Bowen. De oud-directeur van Techo Chile vindt dat het beleid moet worden uitgebreid met maatregelen die het huren, zelf bebouwen en intensiever gebruiken van bebouwde percelen stimuleren. Een van de prioriteiten zou het creëren van tijdelijke opvang moeten zijn voor wie geen subsidie kan krijgen en illegaal wonen als enige optie ziet.
Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar
De Peruaanse Pamela Santisteban (33) loopt door de nederzetting en groet bijna iedereen die ze tegenkomt: Haïtianen, Dominicanen, Colombianen. Onder het aanhoudende lawaai van bouwwerkzaamheden en vrachtwagens die gasflessen verkopen vertelt ze dat ze vroeger met zes mensen op een ‘postzegel’ woonde. Zij was de enige met werk: ze verdiende 280 dollar per maand en de huur bedroeg 300 dollar. ‘Ik kwam niet rond, dus moest ik wel met mijn moeder en dochters hiernaartoe komen.’ Ze vroegen 600 dollar per perceel (ze kocht er twee, haar moeder woont in het huis naast haar).
In de afgelopen drie jaar, met onder meer de protesten van 2019 en de pandemie, is het aantal nederzettingen bijna verdubbeld. De stijgende vraag naar woningen, grotendeels als gevolg van een toename van het aantal vluchtelingen en de stijging van de grondprijs doordat er meer in woningen wordt geïnvesteerd, heeft de droom van een eigen huis – een diep in de Chileense cultuur verankerd verlangen – voor de kwetsbaarste gezinnen in rook doen opgaan. Met een gestage stijging van de inflatie (9,4 procent), duurdere hypotheken en een gefrustreerde arbeidsmarkt wijst alles erop dat een steeds groter deel van de bevolking zonder huis zal komen te zitten.
Het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens (IACHR) heeft woensdag de Peruaanse justitie gevraagd de vrijlating van voormalig president Alberto Fujimori (83) uit te stellen, meldt El Comercio. Op 17 maart herstelde het Grondwettelijk Hof de presidentiële gratie die in 2017 was verleend aan Fujimori en na de beslissing van de rechtbank op maandag, leek zijn vrijlating aanstaande.
Maar het IACHR wil eerst de uitspraak afwachten op het beroep dat is ingediend door de slachtoffers van de massamoorden, die werden gepleegd tijdens het presidentschap van het voormalige staatshoofd (1990-2000). In 2009 werd hij hiervoor tot vijfentwintig jaar gevangenisstraf veroordeeld.
Met drie presidentskandidaten, tientallen gouverneurs, honderden congresleden en miljoenen volgelingen krijgt de evangelische beweging steeds meer politieke invloed in Latijns-Amerika.
Onlangs waren de ogen van heel de wereld gericht op de begrafenis van Billy Graham, een van de invloedrijkste predikers van de twintigste eeuw. In het Capitool in Washington bewezen de meest vooraanstaande figuren van het land hem de laatste eer, terwijl op sociale media mensen van de statuur van Bill Clinton, George W. Bush en Barack Obama ‘de predikant van de Verenigde Staten’ hun laatste groet brachten.
Het massaevenement waarmee zijn afscheid gepaard ging, vormt het bewijs dat het meer dan zeventig jaar lang prediken van het woord van God in 185 landen zijn vruchten heeft afgeworpen. Niet alleen neemt het aantal volgelingen van de evangelische beweging nog steeds toe, maar ook op andere terreinen worden de evangelisten belangrijker en invloedrijker, met name in de politiek.
Latijns-Amerika is een van hun belangrijkste bolwerken. In deze regio is het katholicisme zijn vijfhonderd jaar oude geloofsmonopolie in slechts drie decennia kwijtgeraakt. Twintig procent van de Latijns-Amerikanen is evangelist, de grens tussen wat van God is en wat van de keizer vervaagt steeds meer. Tot de beweging behoren presidenten als Jimmy Morales (Guatemala) en presidentskandidaten als Fabricio Alvarado (Costa Rica), Jair Bolsonaro (Brazilië) en zelfs Javier Bertucci (Venezuela). En hoewel alle ogen op deze grote namen zijn gericht, ligt de werkelijke macht van de evangelische beweging vooral bij de burgemeesters, ministers, afgevaardigden, congresleden, adviseurs en andere hoge overheidsfunctionarissen.
Door het groeiende aantal evangelisten in Latijns-Amerika is de religieuze beweging een belangrijke politieke speler geworden. In Peru, Ecuador, Colombia, Venezuela, Argentinië en Panama is meer dan vijftien procent van de bevolking evangelist, in Brazilië, Costa Rica en Puerto Rico twintig procent en in landen van Midden-Amerika zoals Guatemala, Honduras en Nicaragua zelfs veertig procent.
Al vormen ze in geen enkel Latijns-Amerikaans land een meerderheid, vanwege het gemak waarmee evangelisten hun populariteit weten om te zetten in stemmen zijn ze van grote politieke waarde. Zoals Javier Corrales, politicoloog en docent aan het Amherst College (Massachusetts), uitlegt: ‘Evangelisten zijn uiterst gedisciplineerd en gehoorzaam, ze gaan regelmatig naar de kerk (ze luisteren dus naar politieke boodschappen), ze roeren zich in de traditionele media en op sociale media én ze zijn enorm bedreven in het mobiliseren van mensen.’
Daarom jagen presidentskandidaten op hun stem. In Brazilië, een land met 42 miljoen evangelisten, speelde de alliantie (én breuk) van oud-president Dilma Rousseff met de evangelische kerk Iglesia Universal del Reino de Dios een cruciale rol bij haar overwinning en daaropvolgende afzetting. En in Chili bewees het feit dat Sebastián Piñera vier predikanten als campagneadviseurs had dat hij dit deel van het electoraal aan zich wilde binden tijdens de presidentsverkiezingen van 2017.
Conservatieve allianties
Toch beperkt de invloed van de evangelisten zich niet tot hun electorale potentieel. Ze veranderen de politiek in Latijns-Amerika met een agenda die meer wegheeft van een moreel dan van een politiek project.
In Costa Rica belandde evangelist, presentator en zanger Fabricio Alvarado Muñoz bovenaan in de peilingen toen het Inter-Amerikaans hof voor de Mensenrechten (CIDH) zich uitsprak vóór het homohuwelijk. Alvarado beloofde vervolgens om het CIDH niet langer te erkennen, en op deze manier het gezin en het leven te beschermen. Dat leverde hem nog eens een flinke sprong in de peilingen op. Zijn beoogde vicepresident, Francisco Prendas, moest onlangs [na felle reacties uit de LHTB-beweging] zijn excuses aanbieden omdat hij had gezegd dat hij nooit een homoseksueel op een hoge post zou benoemen aangezien hij de meerderheid van de bevolking niet voor het hoofd wilde stoten. [Nadat hij de eerste ronde had gewonnen, werd Fabricio Alvarado op 1 april verslagen door zijn rivaal en naamgenoot Carlos Alvarado Quesada. Maar intussen wordt het politieke debat nog steeds gedomineerd door het homohuwelijk.]
Het grote aantal evangelische partijen, presidentskandidaten en stemgerechtigden geeft een nieuwe impuls aan de conservatieve beginselen van andere politieke en religieuze groeperingen in Latijns-Amerika. Onderwerpen als abortus, gelijke rechten voor man en vrouw binnen het huwelijk en de slecht gemunte term ‘genderideologie’ hebben evangelisten en katholieken verenigd in een gezamenlijke strijd.
Met leuzen als ‘handen af van onze kinderen’ stroomden duizenden gelovigen, die zulke vrijheden zien als een bedreiging, de straten op van Colombia, Paraguay, Ecuador, Peru, Mexico en Chili. De enorme druk die hiermee werd uitgeoefend vertaalde zich vrijwel meteen in maatregelen op overheidsniveau: in Paraguay is een docentenhandboek ter preventie van vrouwenmishandeling op school geschrapt. Hun enorme invloed betaalt zich politiek uit. Bijvoorbeeld in Colombia, waar het Nee-kamp triomfen vierde tijdens het referendum [over vrede met guerrillabeweging FARC].
De relatie tussen politiek en geloof wordt steeds nauwer. Terwijl conservatieve partijen weer opleven en nieuwe kiezers winnen voor hun politieke programma’s, winnen de evangelisten electoraal terrein door parlementaire fracties te vormen en allianties te smeden met conservatieve partijen, aldus Andrew Chesnut, hoofd Catholic Studies aan de Virginia Commonwealth University [in de VS].
Het meest in het oog springende voorbeeld van zo’n alliantie is de omstreden kandidatuur van Jair Bolsonaro voor het presidentschap van Brazilië. Bolsonaro is oud-militair en hoewel hij publiekelijk nooit heeft verklaard evangelist te zijn, wordt zijn politieke boodschap, die aanschuurt tegen rechtsextremisme, gesteund door de christelijke Partido Social Cristiano. Met uitspraken als: ‘Gays zijn het gevolg van drugsgebruik’, ‘Je verdient het niet eens verkracht te worden’, en ‘De vergissing van de dictatuur was dat er gemarteld werd in plaats van gedood’, wist Bolsonaro de tweede plek te veroveren in de peilingen, achter president Lula, die vleugellam is vanwege corruptieschandalen.
In Brazilië, het grootste land van Latijns-Amerika, is de opmars van de evangelisten het meest zichtbaar. Ze kunnen er intussen bogen op negentig congresleden, het burgemeesterschap van Rio de Janeiro (de meest kosmopolitische en multiculturele stad van het land) en rond de veertienduizend nieuwe kerken per jaar. En hun economische positie is gigantisch. Volgens het Amerikaanse tijdschrift Forbes overstijgt het opgetelde vermogen van de vijf rijkste Latijns-Amerikaanse predikers de 1,5 miljard dollar.
De steeds sterkere aanwezigheid van het geloof in de politiek vormt een grote uitdaging voor de democratieën in Latijns-Amerika. ‘Het is niet altijd zo, maar áls ze invloed willen uitoefenen op de manier waarop we ons gedragen kunnen ze met hun extreme opvattingen over zonde en moraal de vijand worden van de vrije gedachte, de privacy en de vrije wil,’ aldus politicoloog Corrales. ‘We moeten hun macht niet onderschatten en niet vergeten dat de evangelisten achter de verbijsterende overwinning van Donald Trump zaten.’
Alberto Camargo was tweemaal president van Colombia. Tussendoor richtte hij dit tijdschrift op. Het ging in 1961 ter ziele maar werd opnieuw gelanceerd. Semana geldt als een van de beste bladen uit Latijns-Amerika. Onafhankelijk en altijd goed geïnformeerd.
Sinds de spectaculaire arrestatie in 2015 van een van de machtigste zakenmensen van Brazilië, is de opschudding over de corruptiezaak rondom bouwbedrijf Odebrecht nauwelijks afgenomen.
De Braziliaanse zakenwereld trilde op zijn grondvesten toen een rechercheteam Marcelo Odebrecht arresteerde in zijn luxueuze huis in São Paulo. En de politieke wereld niet minder. Sindsdien is de opschudding echter niet afgenomen. Odebrecht, de kleinzoon van de oprichter van de het grootste bouwbedrijf van Latijns-Amerika – en inmiddels de directeur – kent genoeg geheimen om op het hele continent presidenten tot aftreden te dwingen en regeringen ten val te brengen. Het bedrijf heeft 168.000 werknemers en is actief in 28 landen, waaronder Venezuela, Colombia, Peru en de Verenigde Staten.
Vergiftigd cadeautje
Maandenlang weigerde de zelfverzekerde en koppige Odebrecht het vergiftigde cadeautje van het Braziliaanse Openbaar Ministerie te accepteren: alles vertellen wat hij wist – en dan vooral wie hij allemaal steekpenningen had toegestopt in ruil voor lucratieve contracten – om zo zijn strafmaat te verminderen. Maar zijn bedrijf was in een vrije val geraakt en dreigde niet meer aan publieke aanbestedingen mee te mogen doen. Dit gevaar, tezamen met het door de onderzoekers verzamelde bewijsmateriaal, deed hem uiteindelijk toch buigen. Een door een secretaresse vergeten dossier met daarin alle namen van politici die geregeld betalingen hadden ontvangen, was een van de meest doorslaggevende bewijsstukken.
Odebrecht besloot uit de school te klappen in ruil voor een verlaging met tien jaar van de hem in maart 2016 opgelegde gevangenisstraf van negentien jaar. In navolging van hun chef besloten nog 77 andere hoge functionarissen van het bedrijf alle namen, periodes en exacte geldbedragen waarvan zij op de hoogte waren aan de politie te melden, in ruil voor jaren van vrijheid.
De Odebrecht-groep bood publiekelijk zijn verontschuldigingen aan en betaalde de hoogste boete die een bedrijf ooit wegens corruptie kreeg opgelegd: 3,5 miljard dollar. De Verenigde Staten en Zwitserland deelden in dit bedrag, aangezien ook zij de corrupte praktijken van Odebrecht waren gaan onderzoeken. Door de straf te accepteren mocht het bedrijf weer meedingen bij publieke aanbestedingen van grote bouwprojecten, de belangrijkste bron van inkomsten.
Toen het onderzoek eenmaal in gang was gezet, kon niets verhinderen dat de vloedgolf aan onthullingen allerlei publieke figuren met zich meesleurde. Buiten Brazilië staan de Colombiaanse president Juan Manuel Santos en de Peruaanse ex-president Alejandro Toledo onder verdenking van de Amerikaanse autoriteiten en van justitie in eigen land. Volgens de Amerikaanse hoofdofficier van justitie Sung-Hee Suh beschikte ‘het bedrijf Odebrecht over een geheime maar zeer effectieve eenheid – zeg maar een smeergeldafdeling – die systematisch honderden miljoenen dollars aan steekpenningen betaalde aan regeringsfunctionarissen uit landen op drie verschillende continenten’.
Niets wijst erop dat de storm overtrekt, integendeel: de bekentenissen van de 77 topfunctionarissen (en die van Marcelo Odebrecht) worden in Brazilië nu nog beschermd door regels van justitiële geheimhouding. Maar deze bescherming zal binnenkort worden opgeheven, en vroeger of later zullen de verklaringen op straat liggen. De Braziliaanse pers heeft ze niet geheel onterecht tot ‘de bekentenis van het einde van de wereld’ bestempeld. Een maand geleden kwam de verklaring van een van deze topfunctionarissen al naar buiten – slechts van eentje. Deze Claudio Melo Filho bekende tegenover de politie dat zijn werk eruit bestond Braziliaanse politici onder druk te zetten (en te betalen) om zijn bedrijf te begunstigen bij wetswijzigingen en de toekenning van contracten. Hij verklaarde ook de huidige president Michel Temer op het terras van het presidentieel paleis 10 miljoen real (ruim 3 miljoen dollar) te hebben overhandigd voor zijn verkiezingskas.
Te verwachten valt dat de verklaring van Marcelo Odebrecht, die in meerdere landen kind aan huis was bij presidenten en ministers, zal inslaan als een bom. Dit is wat tot nu toe uit het onderzoek is gebleken:
COLOMBIA
Bouwbedrijf Odebrecht heeft toegegeven in Colombia 11 miljoen dollar aan smeergeld te hebben betaald. De mogelijkheid dat ook de Colombiaanse president Juan Manuel Santos bij ‘de zaak-Odebrecht’ is betrokken, veroorzaakte de afgelopen weken een politieke wervelstorm in het Zuid-Amerikaanse land. Het Openbaar Ministerie verklaarde dat een deel van het bedrag waarmee een oud-senator werd omgekocht, zou zijn toegekomen aan de campagnekas van Juan Manuel Santos bij de race om het presidentschap in 2014. De dienst maakte dit voorbehoud naar eigen zeggen omdat het zich daarbij uitsluitend baseerde op de verklaring van de oud-senator; fysiek bewijs was er niet. Een verzoek om nader onderzoek naar de kwestie werd door de president ingewilligd. Op 14 januari van dit jaar werd een oud-parlementslid van de liberale partij, Otto Bula, gearresteerd onder verdenking van het aannemen van 4,6 miljoen dollar aan steekpenningen om Odebrecht de opdracht voor de bouw van een snelweg te gunnen.
BRAZILIË
Volgens de aanklagers in de rechtszaak tegen de Braziliaanse staatsoliemaatschappij Petrobras is er in totaal ongeveer 20 miljard real (6 miljard euro) achterovergedrukt; 7 miljard real (2,1 miljard euro) daarvan is in de zakken van Odebrecht terechtgekomen. Om de hand op deze bedragen te leggen, betaalde de multinational op zijn beurt 1 miljard real (300 miljoen euro) aan steekpenningen aan politici en andere ambtenaren, meestal in de vorm van donaties aan verkiezingscampagnes.
De strafzaak tegen Odebrecht wachtte nog op juridische goedkeuring van de deals met de 77 topmanagers die bekentenissen hebben afgelegd. Op 30 januari jl. gaf het hooggerechtshof hieraan inderdaad zijn zegen. De bekentenissen zijn nog geheim, maar de Braziliaanse pers heeft de namen van een aantal sleutelfiguren al naar buiten gebracht, waaronder die van de huidige president Michel Temer en zijn voorgangers Dilma Rousseff en Luiz Inácio Lula da Silva. Ook zijn er leiders van de Braziliaanse Sociaal-Democratische Partij (PSDB) bij, onder wie de huidige minister van Buitenlandse Zaken José Serra en de gouverneur van São Paulo Geraldo Alckmin, die zich warmloopt voor de presidentsverkiezingen van 2018.
PERU
De anticorruptie-eenheid van het Peruaanse Openbaar Ministerie heeft achttien maanden gevangenisstraf geëist tegen Alejandro Toledo, president van Peru van 2001 tot 2006. Toledo [die in december in Parijs opdook en sindsdien onvindbaar is] wordt ervan beschuldigd 20 miljoen dollar aan smeergeld te hebben ontvangen van Odebrecht. In ruil daarvoor hielp hij het bedrijf aan de opdracht voor een snelweg van Peru naar Brazilië, die de Stille Oceaan moet verbinden met de Atlantische Oceaan. Vanuit de Franse hoofdstad gaf hij een interview aan het programma Cuarto Poder waarin hij ontkende ooit smeergeld te hebben aangenomen.
Overigens is Toledo niet de enige Peruaanse oud-president die door het corruptieschandaal rond Odebrecht is besmet. Ook de vorige president, Ollanta Humala, kwam in juridische problemen, toen de Braziliaanse krant Folha de São Paulo onthulde dat het bedrijf 3 miljoen dollar had bijgedragen aan zijn presidentscampagne. Vóór deze onthulling was de Peruaanse justitie sowieso al bezig met een onderzoek naar Humala wegens illegale campagnefinanciering.
De Braziliaanse bouwgigant heeft niet alleen door corruptie de Peruanen het leven zuur gemaakt
Verder werd op 31 januari bij terugkomst uit de Verenigde Staten Jorge Cuba aangehouden, de Peruaanse staatssecretaris van Communicatie tijdens de tweede ambtsperiode van Humala’s voorganger Alan García. Cuba wordt ervan beschuldigd 1,8 miljoen euro te hebben gekregen om een contract voor de aanleg van een aantal metrolijnen aan Odebrecht te gunnen.
De Braziliaanse bouwgigant heeft niet alleen door corruptie de Peruanen het leven zuur gemaakt. Peru moest vorige week een contract annuleren voor de constructie van een gaspijplijn, met een budget van 6,6 miljard euro het grootste infrastructurele project uit de geschiedenis van het land. Het voor de aanleg verantwoordelijke consortium onder leiding van Odebrecht kon de financiering voor de uitvoering niet rond krijgen. Hiervoor kreeg het bedrijf een fikse boete.
In Argentinië leeft het idee dat ‘de zaak-Odebrecht’ een probleem was van de regeringen van het echtpaar Kirchner. In de dertien jaar dat Nestor en Christina Kirchner aan de macht waren, deed de Braziliaanse multinational er goede zaken en doneerde volgens het justitiële onderzoek 33 miljoen euro aan ‘tussenpersonen’ in Buenos Aires, waardoor het contracten ter waarde van 263 miljoen euro binnenhaalde. Het schandaal nam onlangs een onverwachte wending, toen ook de entourage van de huidige president Mauricio Macri bij de corruptie betrokken bleek.
De chef van de Argentijnse geheime dienst, Gustavo Arribas, een goede vriend van de president – die hem zelfs zijn luxeappartement verhuurde voor hij het presidentieel paleis betrok – moest voor de Argentijnse justitie verschijnen om uitleg te geven over betalingen van bijna 600.000 dollar die hij in 2013 ontving van Leonardo Meirelles, de man die veel van Odebrechts steekpenningen uitbetaalde.
De Argentijnse krant La Nación, die dit nieuws naar buiten bracht, vermoedt dat dit smeergeld bestemd was voor de aanbesteding van de bouw van de Sarmiento-trein, waar Macri’s neef Ángelo Calcaterra graag aan mee wilde doen. De Argentijnse regering wees deze hypothese verontwaardigd van de hand en Macri verdedigde zijn vriend: ‘Ik begrijp niet waar ze die link met Odebrecht vandaan halen, het is een sprookje.’
MEXICO
Odebrecht heeft toegegeven 9,8 miljoen euro aan steekpenningen te hebben betaald aan ‘topfunctionarissen van een door de Mexicaanse staat geleid bedrijf’. Het Braziliaanse bouwbedrijf vertelde de Amerikaanse juridische autoriteiten dat het dit smeergeld tussen oktober 2013 en eind 2014 betaalde om contracten binnen te slepen met een niet bij name genoemd bedrijf. SFP, de dienst die in Mexico beschuldigingen van overheidscorruptie onderzoekt, heeft aangegeven de zaak te bekijken.
De aan de staat gelieerde oliemaatschappij Petróleos Mexicanos (Pemex) maakte bekend drie grote aan Odebrecht toegekende contracten, waar 37 miljoen euro aan smeergeld voor werd betaald, te willen herzien. Een daarvan is voor de 450 kilometer lange gasleiding Los Ramones, in het noorden van het land, en voor het bouwklaar maken van een stuk land in Tula, in de staat Hidalgo, waar een raffinaderij komt te staan.
In de tijd dat de steekpenningen werden betaald, was Pimex een belangrijke speler bij het openbreken van de Mexicaanse energiemarkt. Eind januari zei het hoofd van de SFP, Arely Gómez, dat het door Odebrecht aan Mexicaanse ambtenaren betaalde smeergeld een van haar prioriteiten is, maar ze liet niets los over de voortgang van het onderzoek.
In de aanklacht van de Amerikaanse justitie staat vermeld dat in Venezuela 93 miljoen euro werd betaald aan tussenpersonen die toegang tot bepaalde overheidsdiensten hadden. Odebrecht wilde zo geheime informatie over nieuwe infrastructurele projecten in handen krijgen om zich van concessies te verzekeren.
DOMINICAANSE REPUBLIEK
Odebrecht zal de Dominicaanse overheid de komende acht jaar 174 miljoen euro betalen, ter compensatie van de steekpenningen die het bedrijf in het land betaalde om opdrachten voor publieke werken in de wacht te slepen. Volgens het Spaanse persbureau EFE maakte het Openbaar Ministerie op 2 januari details bekend van deze met het Braziliaanse bedrijf gesloten deal. De Dominicaanse Republiek is ‘tot op heden het enige Latijns-Amerikaanse land naast Brazilië dat een terugbetaling van maar liefst twee keer de hoogte van het betaalde smeergeld ontvangt’.
ECUADOR
Ook Ecuador is niet aan het schandaal ontsnapt. Regeringsfunctionarissen ontvingen tussen 2007 en 2016 voor 31,7 miljoen euro aan smeergeld. Momenteel loopt er een verzoek van het Ecuadoraanse Openbaar Ministerie aan Spanje om Rodrigo Tecla Durán te ondervragen, een op Spaanse bodem opgepakte verdachte die mogelijk meer informatie heeft over Odebrechts praktijken in Ecuador, zo meldt persbureau EFE. Durán wordt verdacht van het witwassen van geld, omkoping van ambtenaren en deelname aan een criminele organisatie.
PANAMA
Net als in de Dominicaanse Republiek heeft de firma Odebrecht ook met de Panamese autoriteiten een mondeling akkoord gesloten. Het bedrijf moet een schadevergoeding betalen voor omkopingspraktijken in de periode 2010-2014 en volledig meewerken aan het onderzoek. De Panamese procureur-generaal maakte 12 januari jl. bekend dat het Braziliaanse bouwbedrijf 59 miljoen dollar aan schadevergoeding zal betalen.
Auteur: Antonio Jiménez Barca
Vertaler: Valentijn van Dijck
Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.
CONTEXT: Razendsnelle ontwikkelingen
Sinds het artikel in El País verscheen, volgden de ontwikkelingen zich razendsnel op. Een kleine greep:
Colombia. Volgens de krant El Tiempo heeft Otto Bula op 14 februari ontkend dat het geld in de verkiezingskas van president Santos terecht is gekomen.
Brazilië. Op 1 maart vertelde Marcelo Odebrecht aan justitie dat zijn groep in 2014 150 miljoen real (45 miljoen euro) stortte in de campagnekas van Dilma Rousseff en Michel Temer. Hij liet onvermeld of het om illegale bijdragen ging, aldus de krant O Globo.
Argentinië. Het bedrijf BTP van Ángelo Calcaterra, de neef van president Mauricio Macri, heeft inderdaad steekpenningen van Odebrecht ontvangen, zo onthulde O Estado do São Paulo. Odebrecht wilde deelnemen aan de bouw van een ondergrondse trein in de agglomeratie Buenos Aires.
Venezuela. Justitie verdenkt een van de belangrijkste oppositieleiders, Henrique Capriles, ervan bijna 3 miljoen aan ‘gratificaties’ van Odebrecht te hebben ontvangen toen hij nog gouverneur was, schrijft El Economista. Capriles ontkent.
Mexico. Justitie onderzoekt een lijntje dat leidt naar oud-president Felipe Calderón (2006-2012). Medewerkers van Odebrecht zouden een ontmoeting tussen Calderón en Lula hebben gearrangeerd, waarin deze laatste een lans zou hebben gebroken voor Braziliaanse investeerders, schrijft Animal Político.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.