Om jonge Iraniërs te laten lezen over de Holocaust, en om antisemitische desinformatie tegen te gaan, zorgde filmmaker en journalist Maziar Bahari voor een Perzische vertaling van Het dagboek van Anne Frank. In stripvorm.
De Iraans-Canadese journalist, filmmaker en activist Maziar Bahari zette zich al langer in om zijn landgenoten bewust te maken van wat er tijdens de Holocaust was gebeurd. Iraniërs die na de [islamitische] revolutie zijn geboren, hebben een verkeerde voorstelling van zaken; ze krijgen verkeerde, antisemitische informatie, zei hij tegen het Israëlische dagblad Haaretz. ‘Dat is alles wat ze horen.’
Om tegenwicht aan die desinformatie te bieden werkte Bahari mee aan het Sarardi Project dat – samen met het U.S. Holocaust Memorial Museum – de Perzische vertaling van Anne Franks dagboek in stripvorm presenteerde op de Internationale Herdenkingsdag, afgelopen 27 januari.
Het project is in het leven geroepen om Iran bewust te maken van de Holocaust, door artikelen en video’s te verspreiden over de grotendeels onbekende rol van Iran als toevluchtsoord voor joden die in de Tweede Wereldoorlog voor de nazi’s waren gevlucht. Abdol Hossein Sarardi was een Iraanse diplomaat, die tijdens de Duitse bezetting van Frankrijk consul in Parijs was. Ook wel bekend als de Schindler van Iran, omdat hij duizenden Joden aan een paspoort hielp.
Holocausteducatie
Volgens Bahari is een ‘Holocausteducatie’ broodnodig: ‘De ontkenning van de Holocaust moet worden tegengegaan en we moeten weerwoord bieden aan de antisemitische retoriek van de Iraanse regering.’ Zijn eerste film, The Voyage of the Saint Louis (1995), ging over het schip met joodse vluchtelingen dat in mei 1939 de toegang tot Cuba en de VS werd ontzegd en dat moest terugkeren naar Europa. Meer dan een kwart van de passagiers zou uiteindelijk omkomen. Vanaf 1988, toen Bahari naar Canada emigreerde, heeft de Holocaust hem niet meer losgelaten. Hij leerde dat ook in zijn adoptieland joden waren vervolgd: er waren quota voor joden op universiteiten en de meeste joodse vluchtelingen werden in Canada geweigerd.
Een historicus die als adviseur bij het project betrokken was, vertelde dat kinderen in Iran op de lagere school wel les krijgen over de Tweede Wereldoorlog, inclusief het naziregime, Hitler en de overwinning van de geallieerden, maar dat er met geen woord wordt gerept over joden. De Holocaust komt in het onderwijsmateriaal niet voor.
Veel Iraniërs hebben er geen idee dat er destijds duizenden Joden naar Iran zijn gevlucht
Het is belangrijk, benadrukt Bahari in al zijn werk, dat er kennis is van wat de Holocaust inhield. Veel Iraniërs hebben er geen idee van, ook niet dat er destijds duizenden joden naar Iran zijn gevlucht. Door wat hij zelf leerde over de genocide kon hij de tragedies in eigen land beter begrijpen, vooral sinds de islamitische revolutie en de machtsovername door Khomeini in 1979. ‘Dat wil ik doorgeven.’
Bahari, ook een van de oprichters van het journalistieke platform IranWire, was dus de aangewezen persoon om te betrekken bij het Sarardi Project, schreef het dagblad Haaretz. Tot nog toe was de Holocaust niet eerder toegankelijk en interessant gemaakt voor jonge Iraniërs in Iran en de diaspora. De graphic novel van het dagboek van Anne Frank in het Perzisch veranderde de zaak. Het probleem is volgens Bahari dat de meeste Iraniërs, zelfs als ze Engels lezen, het moeilijk vinden om complexe kwesties zoals de Holocaust te begrijpen. In hun eigen taal, het Farsi of Perzisch, is dat veel makkelijker.
Diplomaat Hossein Sardari, de naamgever van het project, verloor zijn pensioen en al zijn bezittingen aan de ayatollahs. Hij stierf in 1981 in armoede in Londen, waar hij na zijn pensionering was gaan wonen.
Particulieren die intieme filmpjes van pornosites willen verwijderen, of zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken kunnen voor een flinke som geld hun reputatie witwassen. Bedrijven als Eliminalia zetten dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen in om artikelen van het internet te laten halen.
Qurium, een organisatie die hostingdiensten levert voor mensenrechtenorganisaties en onafhankelijke nieuwsmedia, kreeg in februari 2021 een lange e-mail van iemand wiens ondertekening de indruk wekte dat hij voor de juridische afdeling van de Europese Commissie werkte. In een mail vol juridisch jargon eiste deze ‘Raúl Soto’ dat er actie werd ondernomen tegen teksten op de door Qurium gehoste website The Elephant, een Keniaans platform voor onderzoeksjournalistiek. Het betreffende artikel ging over een onderzoek naar vermeende corruptie, maar dat was niet waar de mail van Soto over ging. Hij beweerde alleen dat het stuk inbreuk maakte op de Algemene Verordening Gegevensbescherming van de EU (AVG), waarin geregeld is welke persoonsgegevens een website mag verzamelen en opslaan.
De medewerkers van Qurium vertrouwden het niet. Ze kwamen er al snel achter dat het postadres in de ondertekening niet het adres van de Europese Commissie was, maar van een commercieel kantoorpand in Brussel. In een openbare database zagen ze dat er rond dezelfde tijd bij verschillende zoekmachines een verzoek was ingediend om een artikel op The Elephant wegens plagiaat te verwijderen en uit de zoekindex te halen, zodat het niet meer op de eerste pagina’s van de zoektreffers zou voorkomen.
Het domein van waaraf Soto’s e-mail was verzonden, voerde Qurium naar het reputatiemanagementbedrijf Eliminalia, dat hoofdkantoren heeft in Barcelona en Kyiv en in 2013 is ingeschreven door de Spaanse ondernemer Diego ‘Dídac’ Sánchez. Eliminalia specialiseert zich in het van internet verwijderen van informatie. ‘We Erase Your Past, We Help You Build Your Future’ luidt hun slogan, waarbij ze ‘100 procent discretie’ beloven.
Documenten in het bezit van Rest of World werpen een nieuw licht op deze bedrijfstak en onthullen de werkwijze van Eliminalia en soortgelijke bedrijven, die dubieuze copyrightclaims en loze juridische aanmaningen inzetten om artikelen van internet te laten halen waarin hun cliënten in verband worden gebracht met zaken als belastingontduiking, corruptie en drugshandel. Het voorbeeld van The Elephant is wellicht maar een van de duizenden.
Controle op informatie
Op basis van de metadata, de bestandsnamen en de interne informatie die deze documenten bevatten, waaronder contactgegevens en verwijzingen naar bedrijfsbeleid, hebben wij de indruk dat ze echt van Eliminalia afkomstig zijn. Naast namen van personen die als cliënt worden genoemd bevatten ze URL’s die deze cliënten van internet of uit zoekmachines wilden verwijderen. We hebben verschillende mensen en mediaorganisaties gesproken wier websites in de documenten worden genoemd, en zij bevestigden dat ze zijn benaderd door mensen die banden hadden met of werkten voor Eliminalia.
Tot de duizenden mensen die in de documenten als cliënt worden genoemd, behoren een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek, iemand die in Argentinië is aangeklaagd voor zijn rol in een piramidespel met cryptomunten, en mensen van overal ter wereld die zijn beschuldigd van corruptie. Allemaal willen ze blijkbaar graag informatie over zichzelf van internet verwijderd zien. De documenten bevatten 17.000 URL’s die het bedrijf tussen 2015 en 2019 namens de cliënten op de korrel heeft genomen. Het is niet duidelijk of dit de volledige klantenlijst van het bedrijf is, maar hij omvat in ieder geval personen en bedrijven uit Latijns-Amerika, Europa, het Midden-Oosten en Afrika. Het illustreert hoezeer dit soort diensten voor de rijken der aarde een manier zijn geworden om controle uit te oefenen op de informatie die op internet te vinden is.
Magalis Camellón, het hoofd van Eliminalia’s juridische afdeling, schreef in een e-mail dat het bedrijf met geen van de in dit verhaal genoemde personen ‘een contractuele relatie’ had: ‘Helaas voeren concurrenten in naam van Eliminalia ongeoorloofde acties uit (DMCA) om ons bedrijf in een kwaad daglicht te stellen.’ DMCA, de Digital Millennium Copyright Act, is een Amerikaanse wet tegen copyrightschendingen op internet. Op grond van die wet kunnen rechthebbenden eisen dat bepaalde content van internet wordt verwijderd. Nadere details wilde Camellón niet geven.
Bekende cliënten en bedrijven betalen soms wel twintig- tot dertigduizend dollar
Sommige mensen die als cliënt in de documenten staan, zijn particulieren die intieme filmpjes van pornosites verwijderd willen hebben. Maar de dienst wordt toch vooral gebruikt door zakenmensen en politici die online kritiek onschadelijk willen maken. Uit een contract met een cliënt uit 2021 dat door ons is ingezien, blijkt dat het bedrijf voor het van internet halen en uit zoekmachines verwijderen van elke link 2500 euro vraagt. In 2016 zei Sánchez in een interview dat bekende cliënten en bedrijven soms wel twintig- tot dertigduizend dollar betalen. In de documenten is te zien dat sommige cliënten blijkbaar honderden artikelen en internetpagina’s willen laten verwijderen.
Een van de namen is Miguel Octavio Vargas Maldonado, die een voormalig minister van Buitenlandse Zaken van de Dominicaanse Republiek blijkt te zijn. Bij zijn naam staan meer dan vijfhonderd links naar nieuwsartikelen, berichten op blogs en sociale media en YouTube-filmpjes die hij blijkbaar wilde laten weghalen. Het betrof veelal artikelen waarin vraagtekens werden gezet bij de manier waarop hij geld had ingezameld voor politieke campagnes, en ook beschuldigingen dat hij geld had gekregen van iemand die later zou worden veroordeeld wegens drugshandel. Sommige van de links op zijn lijst staan nog steeds online, maar bij andere stuit je nu op een 404-melding of ‘pagina niet gevonden’. Maldonado was niet bereikbaar voor commentaar. E-mails aan zijn partij, waarvan de website momenteel uit de lucht is, zijn gebouncet. Tijdens zijn ambtsperiode heeft hij altijd alles ontkend.
Ook staat in de documenten ene José Antonio Gordo Valero vermeld, die een aantal artikelen wilde laten verwijderen over de val van OneCoin, een in Bulgarije gevestigd bedrijf dat uiteindelijk een piramidespel met cryptomunten bleek te zijn en naar verluidt zo’n vier miljard dollar binnenharkte voordat het werd ontmaskerd. De oprichter, Ruja Ignatova, is ergens in 2017 van de radar verdwenen, maar werd in de VS bij verstek veroordeeld wegens witwassen, telefoonfraude en de beraming van effectenfraude. De ondernemer José Gordo kwam in 2015 bij OneCoin werken en zijn naam komt voor in een aanklacht tegen de OneCoin-zwendel in Argentinië. De artikelen die volgens de documenten op zijn wensenlijstje staan, bevatten verwijzingen naar zijn rol bij het bedrijf. We hebben Gordo meermaals om een reactie gevraagd, maar nooit antwoord gekregen.
Rechtse bewegingen
Een andere naam in de documenten is Diego Adolfo Marynberg. Dat lijkt de Marynberg te zijn die in verband wordt gebracht met de financiering van rechtse bewegingen, waaronder organisaties die ijveren voor de kolonisten in Israël. Er zijn ook rapporten waarin wordt beweerd dat zijn bedrijf een voorkeursbehandeling kreeg bij de uitgifte van miljoenen dollars aan Argentijnse staatsobligaties. Bij zijn naam staan meer dan 70 URL’s, waaronder pagina’s van de Israëlische kranten The Times of Israel en Haaretz en van Clarín, een van de grootste Argentijnse nieuwssites. Marynberg reageerde niet op een verzoek om commentaar en ook een bericht aan een van zijn op de Kaaimaneilanden gevestigde fondsen werd niet beantwoord.
De documenten bevatten ook veel links naar verhalen over Venezuela. Een van de namen is Majed Khalid Majzoub. Gezien de verhalen die deze man verwijderd wil hebben, is zijn naam vermoedelijk verkeerd gespeld en gaat het om Majed Khalil Majzoub, een invloedrijke zakenman die nauwe banden onderhoudt met de regeringen van verschillende landen, waaronder die van de Venezolaanse president Nicolás Maduro. Bij de naam van Majzoub staan meer dan 180 URL’s, merendeels van onafhankelijke nieuwsorganisaties. Van de twee links naar artikelen in Der Spiegel levert de ene inmiddels een foutmelding op; de andere URL, die een artikel lijkt te beloven over de banden tussen Venezuela en Colombia, leidt nu naar een heel ander verhaal over Brexit. Majzoub was niet bereikbaar voor commentaar. Der Spiegel heeft niet gereageerd op onze vragen.
Een van de nieuwsbronnen die volgens de documenten geregeld op de korrel wordt genomen is Infodio.com, een site van de in Londen gevestigde Venezolaanse onderzoeksjournalist Alek Boyd. Boyd liet ons weten dat hij herhaaldelijk te maken heeft gekregen met valse claims van copyrightschendingen op grond van de DMCA, en dat hij berichten heeft gekregen waarin pr- en reputatiebedrijven met juridische stappen dreigen. Hij zegt dat hij in minstens twee gevallen benaderd is door mensen met een mailadres van Eliminalia die voor dat bedrijf zeggen te werken en die eisten dat hij een artikel zou verwijderen.
Organisaties die waken over de vrijheid van meningsuiting hebben al eerder aan de bel getrokken over het werk van Eliminalia voor Venezuela. In 2017 waarschuwde Freedom House in zijn jaarlijkse Freedom on the Net-rapport op basis van gegevens van Lisseth Boon van Runrun.es dat Eliminalia betrokken was geweest bij pogingen om ‘het blazoen op te poetsen’ van politici en zakenlui in dat land. Boyd zegt ook bij sociale media, opsporingsinstanties en toezichthouders aan de bel te hebben getrokken om hen op deze praktijken te wijzen, maar zonder succes. Hij zegt een tikje defaitistisch te worden van mensen met geld en macht die zulke reputatiebureaus inschakelen: ‘Als iedereen met een beetje geld zijn eigen werkelijkheid en de werkelijkheid die de wereld te zien krijgt kan veranderen, wat heeft het dan allemaal nog voor zin?’
De Mexicaanse politiek is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad
Verschillende klanten die in de documenten worden genoemd, lijken de dienst te hebben ingeschakeld om de schade te beperken die ze konden oplopen door de publicatie van de zogenaamde Panama Papers, waarin het gebruik van belastingparadijzen door politici en andere prominente personen van overal ter wereld aan het licht werd gebracht. Ook lijkt een aantal van hen, al dan niet bewust, bij Eliminalia te zijn beland via een ander reputatiemanagementbureau, ReputationUp, dat geregistreerd staat in Spanje en actief is in Latijns-Amerika. De topman van ReputationUp, Andrea Baggio, liet ons weten dat zijn bedrijf een ‘samenwerkingsverband’ met Eliminalia heeft gehad dat ‘op staande voet verbroken’ is. ‘We besloten geen zaken meer met hen te doen toen we beseften dat hun werkwijze niet strookt met onze opvattingen en onze gedragscode,’ zegt Baggio. Hij wilde niet zeggen op welke datum de samenwerking precies was beëindigd.
De documenten bevatten vooral ook een lange lijst namen uit Mexico. Meer dan tweeduizend van de voor verwijdering voorgedragen links stonden op de verlanglijst van cliënten uit dat land, onder wie zakenlui en mensen met politieke connecties die artikelen wilden laten weghalen bij grote nieuws-organisaties als La Jornada en Proceso. Volgens de Mexicaanse nieuwssite Animal Político is Eliminalia sinds 2015 in Mexico actief. Een jaar later pochte Sánchez in een interview al dat hij er vierhonderd klanten had.
Uit de roulatie
De manier waarop een onderzoek van de site Página 66 werd weggehaald, illustreert dat bedrijven zoals Eliminalia weleens verantwoordelijk kunnen zijn voor een patroon waarin Mexicaanse onderzoeksjournalistiek plotseling en zonder enige verklaring uit de roulatie werd gehaald. In januari 2018 publiceerde Página 66 een verhaal over lokale bestuurders die het op een akkoordje hadden gegooid met een dochter van de Grupo Altavista, een conglomeraat met belangen in de infrastructuur, cybersecurity en bewakingstechnologie. Enkele maanden later kreeg Página 66 van zijn hostingprovider te horen dat er op grond van dat artikel een klacht tegen hen was ingediend wegens schending van intellectueel eigendom. Er volgden meer aanmaningen, met juridisch klinkende e-mails, dreigende berichten op sociale media en meer, om met een beroep op de DMCA het artikel van de site te krijgen. Daar staat het nu ook niet meer op. Op een verzoek om commentaar heeft Página 66 niet gereageerd.
De link naar het betreffende artikel op hun site staat in de documenten die wij hebben ingezien, evenals een link naar een verklaring over deze kwestie van Article 19, een organisatie die zich inzet voor transparantie. Die tekst staat op het moment van schrijven nog wel online. De persoon voor wie Eliminalia de links moest weghalen is volgens de documenten Humberto Herrera Rincón Gallardo. Herrera is een zogenaamde expert in ‘personal branding’ en volgens zijn website wordt hij in de zakelijke pers van Mexico vaak geciteerd over het thema reputatiemanagement. Herrera zou volgens de documenten ook hebben gevraagd om het weghalen van verschillende artikelen over de Grupo Altavista. Verder komt zijn naam voor in een tegen Página 66 ingediende klacht over copyrightschendingen. Ondanks herhaalde verzoeken om commentaar hebben Herrera en Altavista niets van zich laten horen.
Priscilla Ruiz, de juridisch coördinator voor digitale rechten bij de Mexicaanse afdeling van Article 19, moet lachen als ze te horen krijgt dat die pagina van hun organisatie in de documenten voorkomt, maar ze klinkt ook vrij gelaten. ‘Zo gaat dat hier,’ zegt ze. Het wijdverbreide gebruik van diensten als Eliminalia in Mexico baart haar zorgen. De politiek van het land is al decennia in de greep van de corruptie en de georganiseerde misdaad. En nu kunnen machtige mensen op deze manier proberen schandalen uit hun verleden in de doofpot te stoppen en hun blazoen op te poetsen, zodat het voor de kiezer moeilijker wordt om ze af te rekenen op wangedrag of corruptie. ‘Journalisten zijn de enige bron [van informatie],’ zegt ze. ‘Informatie zoals [Página 66] die publiceerde is belangrijk voor ons, om te kunnen zien hoe het bedrijfsleven invloed uitoefent op de politiek.’
Selfmade man
Eliminalia werd in Spanje opgericht door Sánchez en maakt deel uit van de Maidan Holding, de in Kyiv en Barcelona gevestigde holding waarin Sánchez zijn zakelijke belangen heeft ondergebracht. Op de website van Maidan wordt hij beschreven als een selfmade man die in zijn jeugd is weggehaald bij zijn ouders en nooit gestudeerd heeft, maar desondanks al op jonge leeftijd zijn eerste bedrijf opzette. ‘In korte tijd ontpopte “Dídac” Sánchez zich al op zijn vijfentwintigste tot een voorbeeld voor jonge ondernemers,’ staat er te lezen. Op Instagram heeft hij meer dan 40.000 volgers.
De site van Maidan staat vol wand-tegelteksten als ‘Verantwoordelijkheid moet je niet geven, maar nemen’ en ‘Kleine dingen leiden tot grotere’. Sánchez heeft ook een stichting die zich inzet voor de strijd tegen armoede en sociale uitsluiting in Spanje. De holding telt verder onder meer een vruchtbaarheidskliniek met betaalde draagmoeders, een nog op te richten kliniek voor cosmetische chirurgie, een betaaldienst en verschillende pr- en reputatiemanagementbedrijven, waaronder dus Eliminalia.
Reputatiemanagement is een sector die de afgelopen tien jaar enorm is gegroeid, dankzij de opkomst van nieuwe wetten over het ‘recht op vergetelheid’ (zoals de Europese AVG, die particulieren enige zeggenschap moet geven over de gegevens die online over hen te vinden zijn) en de enorme behoefte om sporen van vroegere misstappen van internet te halen. De sector gedijt mede dankzij de effectiviteit, het gemak en de lage kosten-drempel van het indienen van een klacht op grond van de Amerikaanse DMCA. Het ontbreekt hostingproviders vaak aan de middelen en de bereidheid om elke klacht diepgaand te onder-zoeken, terwijl ze volgens die wet wel aansprakelijk kunnen worden gesteld voor medeplichtigheid aan de copyrightschending, als die uiteindelijk wordt bewezen – en dan kan het in de papieren lopen. Daarom voldoen ze vaak maar gewoon aan het verzoek om iets weg te halen.
‘En wat nou bijna magisch is: zodra ze dat doen, is de hostingprovider klaar. Die heeft dan zijn straatje schoongeveegd en kan nergens meer verantwoordelijk voor worden gehouden,’ zegt Adam Holland, hoofd van de Lumen database, een project van het Berkman Klein Center for Internet & Society aan Harvard University, dat DMCA-verzoeken bijhoudt. ‘Je wordt alleen maar gestimuleerd om het weg te halen. Want waarom zou je moeilijk doen? Dan kun je juridisch aansprakelijk worden gesteld, terecht of niet.’ Sommige zoekmachines en grotere hostingbedrijven wijzen dergelijke verzoeken weleens af, maar ‘aan de overweldigende meerderheid wordt nog steeds bijna onmiddellijk gehoor gegeven’, zegt Holland.
Legitieme redenen
Er kunnen natuurlijk legitieme redenen zijn om een klacht in te dienen over inbreuk op je auteursrecht of om een reputatiemanagementbureau in te schakelen, maar het kan ook worden misbruikt om bewijzen van eerdere misstappen te verdoezelen.
Toen Qurium zich over de bovengenoemde klacht van Eliminalia tegen The Elephant boog, leek de aantijging van plagiaat aanvankelijk te kloppen. De tekst van het betreffende artikel bleek ook te vinden op verschillende andere websites, allemaal met domeinnamen die de indruk wekten dat het om Afrikaanse nieuwssites ging en een publicatiedatum die de indruk wekte dat deze artikelen eerder waren gepubliceerd dan het origineel. Maar die sites stonden op servers van het bedrijf World Intelligence Limited in het Engelse Manchester. En Sánchez staat in het Britse handelsregister vermeld als de enige directeur van World Intelligence Limited.
John Githongo, een ervaren anticorruptieactivist en de uitgever van The Elephant, liet ons weten dat het een kleine organisatie als de zijne veel tijd en geld kan kosten om zich tegen zo’n klacht te verweren. En dat is volgens hem ook precies de bedoeling. ‘Zij bereiken hun doel al door je bezig te houden en je te dwingen geld uit te geven dat je niet hebt,’ zegt hij. Volgens Githongo zijn die reputatiemanagementbedrijven in de manier waarop ze te werk gaan ‘in feite net afpersers die met een zogenaamd beroep op westerse wetgeving proberen jou van publicatie te weerhouden’.
Volgens Tord Lundström, hoofd digitale forensische techniek bij Qurium, zijn de nepsites ter ondersteuning van een klacht over copyrightschendingen inmiddels alweer veel geraffineerder en moeilijker te ontmaskeren. Ze hebben al meer dan tweehonderd nieuwe domeinnamen gevonden die volgens hen zijn opgezet door aan Eliminalia gelieerde bedrijven om DMCA-claims te ondersteunen of zoekresultaten te manipuleren. Eliminalia heeft niet gereageerd op vragen over dat nieuwe netwerk van websites en over de beschuldiging dat het misbruik maakt van het DMCA-proces.
‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden’
Volgens Lundström is er dringend behoefte aan regelgeving voor de reputatiemanagementsector. Want hiervoor waren de DMCA en de AVG niet bedoeld. Maar zowel in de VS als in Europa hebben politiek en rechtspraak nog geen grote stappen gezet om deze sector aan te pakken. ‘Valse namen gebruiken, ongegronde DMCA-klachten, teksten van internet halen: er wordt misbruik gemaakt van het recht op vergetelheid. Een gerechtshof moet eens met een duidelijke uitspraak komen dat het recht op vergetelheid niet bedoeld is om het blazoen van [corrupte] mensen op te poetsen,’ zegt hij. Nu lijkt het recht om je verleden van internet te wissen soms voor-behouden aan een klein groepje rijkelui. ‘Het is maar net hoeveel geld je hebt. Heb je genoeg, dan heb je het recht om vergeten te worden.’
Zelfs in een cultuur die zo openstaat voor afwijkende seksuele identiteiten, moeten sommigen hun ware aard verborgen houden. ‘Ik ben geen jongensachtige vrouw, ik ben een man’, schrijft een Zuid-Indiase transseksueel.
Voorbij het onderscheid tussen man en vrouw
‘Over de hele wereld komt het voor: de ziel van een man in het lichaam van een vrouw, of andersom. Hoe erop wordt gereageerd – door wie het overkomt maar ook door diens omgeving – verschilt van continent tot continent. In het Oosten lijkt de minste kramp te heersen, in het Westen loopt de emancipatie van de transseksueel nog ver achter bij die van de homo. Dat een jongen (Andrej Pejic) bh-model is (voor de Hema) verandert daar nog niks aan.’
Zo luidde de inleiding van ons dossier over genderidentiteit in januari 2012. We noemden de tijden toen al ‘transseksueel’ en beschreven in zes artikelen hoe op verschillende plekken in de wereld met het onderwerp werd omgegaan. Als archiefstuk vandaag kozen we deze hartekreet van een Indiase transseksuele man die werkt bij LesBiT, een steungroep voor lesbiennes, biseksuele vrouwen en vrouw-naar-man transseksuelen.
In Zuid-India bestaan meerdere (trans)-seksuele identiteiten. Zo is daar de vrouw-naar-man identiteit Thirunambigal in Tamil Nadu, Magaraidu in Andhra Pradesh en Gandabasaka in Karnataka. En ook de man-naar-vrouw identiteit zoals de kothi, hijra (ook wel genoemd Aravanis en Thirunangaigal in Tamil Nadu), Jogappa in Noord-Karnataka, Jogatha in Andhra Pradesh en Shiva Shakti in Maharashtra en Andhra Pradesh.
Niet al deze identiteiten zijn zo bekend als de hijra, die synoniem is geworden met transseksualiteit. Dat komt voornamelijk door de historische zichtbaarheid van deze gemeenschap die voor zichzelf een culturele en sociale ruimte heeft gecreëerd via het guru-chela (leraar-leerling) systeem. Dat is een steun voor veel jonge hijra’s/kothi’s die uit huis zijn gegaan om zich bij een van de zeven gharanas (huizen) te voegen als ‘dochters’ of ‘leerlingen’ van hun goeroes. Een hijra/kothi zie je vaak bij stoplichten staan bedelen – een van de weinige manieren om zich staande te houden in een vijandige en discriminerende maatschappij.
Het geld dat India ontvangt om hiv/aids te bestrijden is aangewend om door het hele subcontinent ngo’s op te zetten die zich richten op de kothi als primaire drager van de infectie. Maar de genderidentiteit van de kothi wordt verdoezeld doordat de door ngo’s gehanteerde term MSM (mannen die seks hebben met mannen) vaak gebruikt wordt voor kothi’s. Maar kothi’s zijn geen mannen. Ze hebben een mannenlichaam, maar voelen zich vrouw.
Bemiddelaars
Jogappa’s zijn jonge jongens, meestal afkomstig uit de kaste van de onaanraakbaren (dalit) of uit een andere ‘achterlijke’ kaste, soms zelfs uit moslimgezinnen in Noord-Karnataka, die de godin Yellamma zijn toegedaan. Ze dragen vrouwenkleren en treden op als bemiddelaars tussen gelovigen en de godin. Ze mogen niet trouwen.
De Jogappa is geen uitsluitend uit transseksuelen bestaande categorie, maar een ruimte waarin van oudsher transgendergedrag is toegestaan. Veel transseksuele vrouwen vinden hier een legitieme plek om hun identiteit, die niet overeenkomt met de heersende normen, toch in de maatschappij tot uiting te brengen.
Ik voel me een Thirunambi, een vrouw-naar-man transseksueel. Lang voordat ik wist wat ik was, wist ik al dat ik in het verkeerde lichaam zat. Pas onlangs vond ik de woorden die het best beschrijven wat ik ben en trof ik mensen die net zo in elkaar zitten als ik: iemand die geboren is als vrouw, maar met de genderexpressie van een man. Ik heb jarenlang geprobeerd onder woorden te brengen wat ik ben, en getracht mijn familie, vrienden en geliefden te vertellen dat ik geen jongensachtige vrouw ben, maar een man.
Transseksuele mannen zijn er in allerlei soorten en maten. Sommigen van ons willen een geslachtsoperatie, anderen niet; sommigen voelen zich heteroseksueel, anderen lesbisch of homo, en weer anderen multiseksueel. Er zijn er die soepeler omgaan met hun genderidentiteit dan anderen. Sommigen zijn door hun familie gedwongen te trouwen met een man, terwijl het anderen is gelukt zich los te maken en elders een beperkte vorm van vrijheid te vinden.
Maar hoe verschillend ook, allemaal hebben we te maken gehad met onderdrukking vanwege onze ‘afwijkende’ genderexpressie.
Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken
De mate waarin varieert natuurlijk naar gelang de positie die we binnen onze kaste en klasse innemen. Ik schrijf als een Engelssprekende Nair vrouw-naar-man transseksueel uit de middenklasse. Ik schrijf voor mijn niet- Engelssprekende vrouw-naar-man dalit-broeders uit de arbeidersklasse. Ik schrijf omdat onze stemmen nooit worden gehoord. Ons wordt het zwijgen opgelegd voor we kunnen spreken. We hebben dubbel te lijden omdat we naast onze nonconformistische genderexpressie ook nog eens als vrouw zijn geboren. We hebben geen systeem zoals de hijra’s.
We hebben geen goeroes die voor ons zorgen als we weggaan bij onze familie. We zijn onzichtbaar omdat we geconditioneerd zijn om in het openbaar ‘door te gaan’ voor een man, om te zeggen dat ons lichaam er niet toe doet omdat we ons ervan afgesneden voelen.
Is dat lichaam dat maandelijks bloedt, dat lichaam met borsten dat wordt beschouwd als vrouwelijk, míjn lichaam? Dat is een vraag waar wij allemaal mee geworsteld hebben.
Het is voor ons moeilijk om te veranderen met behoud van respect voor ons lichaam, omdat de maatschappij zich amper bewust is van onze genderidentiteit. Het medische establishment is grotendeels niet op de hoogte van onze behoeften en geslachtsveranderingsoperaties zijn niet te betalen voor als vrouw geboren transseksuelen uit de arbeidersklasse. Sommigen van ons hebben lesbische relaties gehad zonder te kunnen verwoorden dat we mannen zijn.
Sluipen
Er zijn maar weinig fondsen beschikbaar voor onze strijd om erkenning. Zelfs feministische groeperingen sluiten ons uit en bestempelen ons als anti-feministisch omdat we de kant van de onderdrukker kiezen doordat we ons man voelen. Dat is een beperkend feminisme dat voorbijgaat aan onze ervaringen in een vrouwenlichaam. Een feminisme dat niet erkent hoe moeilijk het voor ons was om weg te gaan bij onze families om uitdrukking te geven aan onze genderidentiteit.
We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben
We trekken geen aandacht, we sluipen langs de muren in de angst dat er geweld zal volgen als mensen merken dat we een vrouwenlichaam hebben, omdat ze nu eenmaal bang zijn voor transseksuelen. We moeten naar urinoirs waar mannen staan te plassen. We worden in elkaar geslagen als we naar een damestoilet gaan, door vrouwen die denken dat we voyeurs zijn.
Wij strijden voor een samenleving waarin een ‘afwijkende’ identiteit niet als abnormaal wordt veroordeeld. We willen ons losmaken uit de marge en een plek in het midden opeisen, waar we niet bang hoeven te zijn en ons niet hoeven te verdedigen. Dit is een oproep om het bestaan te erkennen van transseksuelen die geen hijra zijn. Dit is een verzoek om steun aan mensen die hetero, homo, lesbisch, feministisch, multiseksueel of anderszins seksueel geaard zijn. Een oproep tot vernietiging van genderidentiteit zoals wij die nu kennen.
De Merriam-Webster, de Amerikaanse Van Dale, heeft aangekondigd de definitie van het woord ‘racisme’ te gaan verruimen. Taalkundige John McWhorter vindt dit ‘hoog tijd’ worden nu er meer aandacht is voor institutioneel racisme. ‘Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert.’
Keuze uit het archief
Afgelopen week bleek uit onderzoek in dertien EU-landen dat het aantal mensen van Afrikaanse afkomst dat discriminatie en racisme ervaart is toegenomen. Het is een probleem waar we maar niet van afkomen en dat zich al jarenlang voortsleept.
In dit artikel van The Atlantic uit 2020 legt taalkundige John McWhorter uit hoe de term ‘racisme’ ontstaan is, hoe de betekenis ervan in de loop der jaren veranderd is en hoe belangrijk het is dat woordenboekmakers de huidige ontwikkelingen in de gaten houden. Waar racisme eerst nog stond voor het denkbeeld dat het ene ras superieur is aan het andere, heeft het de afgelopen jaren een nieuwe betekenis erbij gekregen: alle vormen van sociale ongelijkheid die gebaseerd zijn op ras, aldus McWhorter. ‘Als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden,’ zo besluit hij.
De woordenboekmakers van Merriam-Webster werken aan een nieuwe definitie van ‘racisme’. Gaat de Great Awokening [‘woke’ betekent je bewust zijn van racisme en andere onderdrukkende structuren in de samenleving] nu al zo ver dat het woordenboek ervoor moet worden herschreven? Nee, maar de manier waarop het woord ‘racisme’ in de samenleving wordt gebruikt, valt al heel lang niet meer binnen de gangbare woordenboekdefinitie, en het is hoog tijd dat de woordenboekmakers dat doorkrijgen.
In de Merriam-Webster werd racisme altijd gedefinieerd met wat je betekenis 1.0 zou kunnen noemen: de definitie die je voorleest aan een nieuwsgierig kind. Het gaat dan om wat we in het Engels vroeger prejudiced noemden: ‘de opvatting dat de eigenschappen en capaciteiten van een mens in hoofdzaak door raciale verschillen worden bepaald en dat één ras superieur is aan de andere’.
Institutioneel racisme
Maar al sinds de jaren zestig kom je ook begrippen tegen als ‘maatschappelijk racisme’ of ‘institutioneel racisme’, ter aanduiding van de maatschappelijke structuren die mensen van ondergeschikte rassen benadelen, door het collectieve effect van racistische denkbeelden. Zo zou je kunnen zeggen dat maatschappelijk racisme verantwoordelijk is voor de teloorgang van de infrastructuur in bepaalde wijken wanneer het wegtrekken van witte bewoners daar tot lagere belastingopbrengsten leidt.
Omdat zo’n begrip een hele mond vol is, wordt het natuurlijk vaak afgekort tot racisme, en zo krijgt dat woord zijn definitie 2.0. Daarin voorziet het lemma in de Merriam-Webster ook al, want dat stelt dat racisme ook ‘een op racisme berustend politiek of maatschappelijk systeem’ kan zijn.
Maar de pas afgestudeerde, 22-jarige Kennedy Mitchum heeft de woordenboekmakers gemaild om te vragen het lemma nog verder uit te breiden, zodat ook recht wordt gedaan aan de bredere betekenis die het woord inmiddels heeft gekregen met betrekking tot ‘maatschappelijke en institutionele macht’. Want racisme is, zoals Mitchum schreef, ‘een systeem van bevoordeling op basis van huidskleur’.
Hier gaat het niet zozeer om denkbeelden als om het resultaat daarvan. Alle maatschappelijke ongelijkheid tussen witte mensen en andere bevolkingsgroepen wordt als racisme betiteld, wat dan een soort afkorting is voor de racistische denkbeelden die aan die ongelijkheid ten grondslag liggen. Deze betekenis 3.0 is inmiddels wijdverbreid. De populaire auteur Ibram X. Kendi, die ook voor The Atlantic schrijft, bestempelt alle op ras gebaseerde sociale ongelijkheid als onwenselijk racisme. Deze betekenis van het woord is in de sociale wetenschappen inmiddels gemeengoed en vormt de grondslag voor het moderne debat over ras en racisme. Zo zullen veel mensen zeggen dat de lagere prestaties van zwarte studenten op gestandaardiseerde tests betekenen dat die tests racistisch zijn, in de zin dat ze zwarte studenten benadelen.
Mitchum was het zat dat mensen haar in debatten over racisme verweten dat haar gebruik van het woord racisme niet klopte omdat die betekenis 3.0 niet ‘in het woordenboek staat’. En haar irritatie is terecht. Ze zoog die betekenis niet uit haar duim – overal in ons land wordt het woord door massa’s mensen, met name hoogopgeleiden, in die betekenis gebruikt.
Woordenboeken kunnen achterlopen op de maatschappelijke ontwikkeling. Het idee dat een woord altijd onmiskenbaar ‘betekent’ wat er in het woordenboek staat, is dan ook veel te makkelijk. Het is onvermijdelijk dat de betekenis van woorden voortdurend verandert, en niet alleen in groepstaal en jargon. Wie dat niet gelooft, moet maar eens letten op het gebruik van het woord fantastic in oude films of oude afleveringen van de tv-serie The Twilight Zone: toen bedoelden ze niet fantastisch in de zin van ‘geweldig’, maar in de zin van ‘fantasierijk, imaginair’. De betekenis is geleidelijk verschoven. Maar in onze echte, fantasie-arme wereld hebben mensen de neiging om te denken dat de kille letters in een woordenboek een onveranderlijke waarheid uitdrukken. We kunnen dus niet toelaten dat de definities van zulke belangrijke woorden als ‘racisme’ bevroren blijven in de tijd van Watergate en zitkuilen. Want wreed en zo, maar we zijn alweer een heel stuk verder, weetjewel.
Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk
Maar de waaier aan betekenissen die het woord ‘racisme’ nu heeft, kan natuurlijk ook verwarrend zijn. Ik voorzie al een lang gesprek met mijn kinderen als ze over een tijdje met vragen komen omdat ze het woord in een betekenis hebben gehoord die veel verder reikt dan de simpele oude betekenis van prejudiced, mensen met ‘vooroordelen’.
Het is op zichzelf niet ongebruikelijk dat de definitie van een woord uitdijt van de eigenschap van een individu naar die van een hele samenleving.
De ontwikkeling van racisme 1.0 naar racisme 2.0 volgt een lijn van metaforisch denken die al dateert van de oude Grieken. Ook zij zagen een samenleving als individu in een macrokosmos. De conceptuele stap van een gezonde persoon naar een gezonde samenleving is dan niet zo groot, net zomin als die van een racistisch mens naar een racistische samenleving.
Ongelijkheid
Maar die stap is alleen klein als je discriminatie, dus actieve achterstelling, nog steeds als de essentie van racisme beschouwt. De stap van racisme 2.0 naar racisme 3.0 is een minder gebruikelijk soort taalverandering. In betekenis 3.0 spreekt het vanzelf om maatschappelijke ongelijkheid als racisme te bestempelen omdat die ongelijkheid ontegenzeggelijk voortvloeit uit een door vooroordelen ingegeven achterstelling. Zo zullen velen zeggen dat de gezondheidsstatistieken van zwarte Amerikanen slechter zijn doordat ze minder toegang hebben tot goede gezondheidszorg en supermarkten. In zo’n geval wordt ook vaak van racisme gesproken als actieve discriminatie niet (of niet meer) de directe oorzaak van de verschillen is.
In de sociale wetenschappen is dit een algemeen aanvaard uitgangspunt, maar in de samenleving als geheel lijkt deze gedachte nog niet op algemene instemming te kunnen rekenen. Eén struikelblok is daarbij dat sommige maatschappelijke belemmeringen, die weliswaar voortkwamen uit racisme 1.0 en 2.0, inmiddels tot het verleden behoren, zoals de postcodediscriminatie (‘redlining’), waardoor zwarte wijken vanzelf overbevolkte achterstandswijken werden. Er zullen vast mensen zijn die zich verzetten tegen een definitie van racisme waarin ook denkbeelden en daden nawerken van mensen die allang overleden zijn.
Taalkundigen schrijven anderen niet voor hoe ze de taal moeten gebruiken. Wij zijn als Chauncey Gardiner in Being There: we kijken graag toe. Maar taalkundigen zijn ook mensen, dus ik heb wel mijn voorkeuren. Zo houd ik niet van wanorde.
Als ik mijn zin kreeg – maar dat gaat niet gebeuren – zouden we toestaan dat ‘racisme’ nu ook slaat op een samenleving en daarnaast het woord prejudiced uit de mottenballen halen om het racisme van individuen mee aan te duiden. Ooit was prejudiced immers hét Amerikaanse woord voor ‘racistisch’. Pas vanaf 1970 begon dat plaats te maken voor het woord ‘racistisch’ (racist), dat na 1980 sterk opkwam. Neem de manier waarop Sammy Davis Jr. in 1972 in All in the Family de spot drijft met Archie Bunker. Zijn gebruik van ‘prejudiced’ in deze passage is verouderd, daar zou je nu gewoon racist zeggen:
If you were prejudiced, you’d go around saying you were better than anyone else in the world, but I can honestly say, after spending these marvelous moments with you, you ain’t better than anybody!
In dezelfde periode waarin prejudiced het veld ruimde voor racist, begon chauvinist [seksistisch] plaats te maken voor sexist, om dezelfde redenen: heftige begrippen moeten soms ververst worden om hun kracht te behouden, zeker als ze veel gebruikt worden. Daardoor maakt het woord racism nu steeds vaker plaats voor white supremacy. Het is een kwestie van tijd voordat het daardoor is verdrongen, en woordenboekmakers moeten daar rekening mee houden.
Vooroordelen
Ik ken geen voorbeelden van verouderde woorden die met succes zijn afgestoft voor hernieuwd dagelijks gebruik, maar hemeltje – wat zou prejudiced tegenwoordig goed van pas komen. Daarmee doe je een heldere bewering over een persoon en diens denkbeelden: dat het iemand is die vooroordelen koestert. Het zou raar voelen om van een samenleving te zeggen dat die vol vooroordelen zit – je blijft dan toch denken aan die ene persoon, die mopperende racist op de veranda.
In den beginne was het woord ‘racist’ voor velerlei uitleg vatbaar. Is dat iemand die lid is van een bepaald ras? Die voor andere rassen opkomt? Of iemand die aandacht vraagt voor het bestaan van verschillende rassen? Of slaat ‘racistisch’ vooral op een bepaald beleid? Dat laatste is de richting waarin de betekenis zich heeft ontwikkeld. Maar in mijn ideale taal leggen mensen vooroordelen aan de dag en geeft een samenleving blijk van racisme.
Helaas voegt de taal zich nooit volledig naar je wensen. Woorden zijn net mensen, hun ontwikkeling is vaak wanordelijk. ‘Letterlijk’ kan ook precies het tegenovergestelde betekenen, evenals het Engels voor ‘snel’ (zo heb je run fast, hardlopen, tegenover stuck fast, vastzitten). En wat kan ‘daten’ wel niet allemaal betekenen?
Hoe het ook zij, als woordenboeken een afspiegeling moeten bieden van hoe de taal daadwerkelijk wordt gebruikt, moet dit erin verdisconteerd worden. Dus laten we blij zijn dat ook de lexicografie woke wordt over racisme.
De moord op generaal Qassem Soleimani zal ingrijpende gevolgen hebben voor de Amerikaanse, Iraakse en Iraanse politiek, aldus hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi. Toch acht hij de kans klein dat het tot een escalatie van het conflict in het Midden-Oosten zal leiden.
Keuze uit het archief
Bij een dubbele bomaanslag werden woensdag meer dan 103 mensen gedood in de Iraanse stad Kerman. Het bloedbad vond plaats tijdens de herdenking van de dood van de Iraanse militair leider Qassem Soleimani, die op 3 januari 2020 werd vermoord door een Amerikaanse aanval in Bagdad. Een dag later eiste Islamitische Staat de aanslag op.
In dit artikel, dat enkele dagen na zijn dood gepubliceerd werd, bespreekt hoogleraar politicologie Mehrzad Boroujerdi welke rol Qassem Soleimani speelde in Iran en de impact van zijn moord op het conflict in het Midden-Oosten, dat recent weer tot een kookpunt is gekomen.
Generaal Soleimani (1957-2020) was al 22 jaar commandant van de geduchte Quds-brigade van de Revolutionaire Garde en daarmee de belangrijkste militaire leider van de Islamitische Republiek Iran.
De man die tot de Iraanse Revolutie van 1979 de kost had verdiend als metselaar en medewerker van het gemeentelijke waterbedrijf, bewees vervolgens zijn moed in de oorlog met Irak en groeide daarna uit tot de meest gevreesde Iraanse generaal van de afgelopen vijftig jaar. In 2005 noemde de opperste leider ayatollah Khamenei hem een ‘levende martelaar’, en hij wordt gezien als het brein achter belangrijke militaire overwinningen van Iran en zijn bondgenoten in Irak, Syrië en elders.
Soleimani had in Iran de status van een superheld, en was voor de Amerikaanse strijdkrachten in Irak een belangrijk doelwit. Zijn liquidatie wordt een complicerende factor in de Iraakse politiek. Als vergelding voor de aanslag op hem en op Abu Mahdi al-Muhandis, plaatsvervangend commandant van Hashd al-Shaabi [de overkoepelende organisatie van sjiitische volksmilities], gaan sjiitische milities ongetwijfeld meer aanvallen op de Amerikaanse strijdkrachten uitvoeren. Vanuit de bevolking en de politiek zal de druk op het parlement toenemen om bij wet te eisen dat de Amerikaanse strijdkrachten zich terugtrekken. Zelfs de ayatollahs Sistani en Moqtada al-Sadr, twee sjiitische geestelijken die tegen Iraanse inmenging zijn, staan nu onder druk om deze aanslag te veroordelen.
Interim-premier Adil Abdul-Mahdi zal waarschijnlijk het veld moeten ruimen voor een meer pro-Iraanse politicus. De demonstranten die tegen de corruptie betogen, zullen merken dat hun protesten overschaduwd worden door de repercussies van Soleimani’s liquidatie en de onontkoombare dynamiek van de Amerikaans-Iraanse rivaliteit in Irak.
Martelaar
Als militaire operatie is de actie van de VS zonder meer geslaagd, maar de politieke consequenties zien er minder rooskleurig uit. Er doemen grote vragen op: hoe zal de VS omgaan met woedende menigtes? Hoe zal het reageren op de in heel de islamitische wereld te verwachten golf van aanvallen op zijn strijdkrachten, instellingen en belangen? Is Trumps regering straks gedwongen nog meer troepen naar de regio te sturen, in een verkiezingsjaar? De Amerikanen hebben een ernstige inschattingsfout gemaakt door de complexiteit van de Iraakse politiek te reduceren tot het probleem van Iraanse inmenging. Ze hebben misschien een of twee grote vijanden uit de weg geruimd, maar daarmee Iran een grote politieke overwinning in Irak op een presenteerblaadje gegeven.
De aanslag op Soleimani heeft ook gevolgen voor Iran. De dood van een man met zo veel kennis van de militaire verhoudingen in de regio en zo’n goede band met veel militieleiders in Iran, Irak en Syrië is een groot verlies. De martelaar Soleimani zal door de Iraanse staat worden bewierookt op een wijze die niet meer gezien is sinds de dood van ayatollah Khomeini. Velen zullen daarbij even vergeten dat Soleimani een van de 24 commandanten van de Revolutionaire Garde was die in 1999 in een dreigende brief eisten dat de hervormingsgezinde president Khatami harder optrad tegen studentenprotesten. En zijn dood zal ook het nieuws over de gewelddadige onderdrukking van de demonstraties vorige maand naar de achtergrond drukken. Bovendien zal het regime in Irak nu meer maximalistische doelen nastreven. En indachtig het gezegde dat wraak een gerecht is dat je het best koud serveert, zullen ze zelf een tijdstip bepalen om de dood van Soleimani te wreken.
Betekent dit alles dat we onherroepelijk op een oorlog afstevenen? Niet per se. Een escalerende oorlog in het Midden-Oosten is wel het laatste wat Trump in een verkiezingsjaar kan gebruiken. En de Iraanse machthebbers zijn ook slim genoeg om te beseffen dat ze geen oorlog kunnen voeren met een lege schatkist en een bevolking die zich steeds meer van hen afkeert. Bovendien willen ze, met al hun retoriek over de martelaar Soleimani, hun politieke voordeel in Irak niet verspelen. De oven van het Midden-Oosten is dus flink opgestookt, maar het staat nog niet vast dat hij ook op ontploffen staat.
Venezuela handelt in illegaal goud, beschermt actieve Hezbollah-cellen en staat onder directe invloed van Cuba – om maar wat te noemen. Generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera, voormalig hoofd van de Venezolaanse inlichtingendienst en Maduro-getrouwe, klapt uit de school.
Keuze uit het archief
Afgelopen maand werd er een akkoord gesloten tussen de VS en Venezuela. Daarin tekende laatstgenoemde een overeenkomst met oppositieleiders om te komen tot vrije en eerlijke presidentsverkiezingen in 2024. De VS hieven als reactie daarop enkele economische sancties tegen Venezuela’s olie-industrie op. Er lijkt dus meer toenadering te komen tot Venezuela van de kant van onder andere de VS.
Is toenadering tot een land met Nicolás Maduro aan het roer echter wel mogelijk? Het ziet er namelijk niet naar uit dat zijn regering een einde zal maken aan de schendingen van mensenrechten. Dat Maduro jarenlange ervaring heeft met corruptie, schendingen van mensenrechten en zelfverrijking, blijkt wel uit dit artikel van The Washington Post, waarin het voormalig hoofd van Maduro’s inlichtingendienst uit de school klapt. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij.
In een paleis dat naar verluidt is vergeven van de intriganten, overlopers en dieven, was er één iemand op wiens loyaliteit de Venezolaanse president Nicolás Maduro kon blindvaren: generaal Manuel Ricardo Cristopher Figuera. De gespierde 55-jarige geloofde met hart en ziel in de revolutie. Hij stond meer dan tien jaar aan het hoofd van de veiligheidsdienst onder Hugo Chávez, grondlegger van de Venezolaanse socialistische staat en leidsman van Maduro. Van hem leerde hij het vak.
Vorig jaar oktober bereikte de generaal het toppunt van zijn macht, toen hij werd benoemd tot hoofd van Maduro’s inlichtingendienst, de gevreesde Sebin.En toch: toen de door de Amerikanen gesteunde oppositieleider Juan Guaidó op 30 april zijn oproep deed tot een revolte, met de bedoeling Maduro buiten spel te zetten, bleek Figuera tot veler verbazing een van de samenzweerders. Toen de staatsgreep mislukte, zag hij zich ineens genoodzaakt te vluchten naar buurland Colombia, waar hij zijn lot in handen legde van de Amerikaanse geheime dienst.
In Bogota hield hij zich bijna twee maanden schuil en werd dag en nacht bewaakt. Onlangs arriveerde Figuera in de Verenigde Staten, gewapend met verschillende beschuldigingen aan het adres van Maduro en zijn regering, zoals illegale goudhandel, Hezbollah-cellen die in Venezuela actief zijn, de verstrekkende invloed van Cuba binnen Maduro’s paleis Miraflores.
De couppoging mislukte en Maduro bleef aan de macht. Maar Figuera heeft er geen spijt van dat hij zich tegen zijn baas heeft gekeerd. ‘Ik ben trots op wat ik heb gedaan,’ liet hij vorige week weten vanuit een hotelkamer in het centrum van Bogotá. ‘Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen.’Voor de oppositie en de Amerikanen is het in zekere zin een overwinning dat Figuera is overgelopen – het bewijs, zeggen ze, dat hun beleid effect sorteert en dat hun inspanningen lonen, zelfs na het mislukken van de opstand.
Als hoofd van de sebin leidde Figuera een organisatie die is beschuldigd van willekeurige opsluiting en marteling. Figuera was een van de vijf hoge Venezolaanse ambtenaren aan wie in februari door de regering-Trump sancties zijn opgelegd. Dat men hem zover heeft weten te krijgen over te lopen, zegt iets over de morele knieval die Maduro’s tegenstanders bereid waren te doen.
Figuera verdedigt wat hij heeft gedaan om het chavismo vooruit te helpen. Maar de uitwassen zegt hij te betreuren. ‘Ik sta zwaar in het krijt bij de mensen die nog in de gevangenis zitten,’ zegt hij, vechtend tegen zijn tranen. ‘De mensen van wie familieleden zijn gestorven, zonder dat ze zelfs maar afscheid hebben kunnen nemen – daar ben ik kapot van.’ En hij vervolgt: ‘Er zitten veel mensen tussen die onschuldig zijn, bij hen sta ik in het krijt. Ik heb niet genoeg gedaan. Ik dacht dat ik Maduro tot rede zou kunnen brengen, maar dat was niet het geval.’
Op de zwoele avond van 28 maart zetten de samenzweerders tegen Maduro in Caracas een van hun grootste waagstukken in gang. Cesar Omaña, een 39-jarige Venezolaanse arts, zakenman en avonturier, loopt gespannen het torenhoge hoofdkwartier van de Sebin binnen, met de bedoeling het hoofd van de dienst te laten overlopen naar de oppositie.
Omaña, die officieel in Miami woont, leeft in twee werelden. Hij is goed bevriend met een van Chávez’ dochters en met enkele hooggeplaatste medewerkers van Maduro, maar ook met leden van de antiregeringsgezinde oppositie. In tegenstelling tot andere Venezolaanse zakenlieden die in het complot zitten, is hij niet beschuldigd van misdaden en valt hij niet onder Amerikaanse sancties. Maar hij is diep geraakt door de teloorgang van zijn land onder Maduro.
“Nu is het regime ons te slim af geweest. Maar dat kan elk moment veranderen”
In november stond Omaña in nauw contact met Amerikaanse functionarissen, zeggen zowel Omaña zelf als de betreffende functionarissen. Hij had inmiddels ook een goed contact, om niet te zeggen een ontluikende vriendschap, opgebouwd met oppositieleider Leopoldo López, op dat moment de beroemdste politieke gevangene van Venezuela, en de raadsman van Guaidó.
Omaña was gespannen voor de ontmoeting met Figuera. ‘De op twee na machtigste man van het land,’ zei hij, toen hij vorige week in Bogotá naast Figuera zat, met een zwart Top Gun-petje en Yohji Yamamoto-sneakers. ‘Hij had me zo kunnen laten oppakken.’De Amerikanen hadden Figuera al in de peiling. Door de sancties waren al zijn Amerikaanse tegoeden bevroren – hoewel hij die naar eigen zeggen niet had – en mochten Amerikanen geen zaken meer met hem doen. Amerikaanse functionarissen hebben in het openbaar gezegd dat voor Maduro-getrouwen die zich tegen hem keren, de sancties wellicht worden opgeheven.
Tussen Omaña en Figuera ontspon zich een kat-en-muisspel, waarbij ze allebei de ander uit de tent probeerden te lokken.
“‘Vertel me eens iets wat ik nog niet weet,” zei ik tegen hem,’ aldus Figuera. Omaña begon over de plannen van de oppositie, die op dat moment nog uitgewerkt moesten worden.‘We hadden het over Zuid-Afrika en Mandela,’ zegt Omaña. ‘En uiteindelijk kwamen we te spreken over het aanvankelijke plan, een verzoeningswet, Maduro overhalen op te stappen.’
‘Ik zei dat ik Maduro inmiddels het liefst zag vertrekken,’ zegt Figuera.‘En ik zei: “Ja, jij kijkt hoe de wedstrijd verloopt, maar zonder zelf mee te spelen,”’ zegt Omaña. ‘Toen was het ijs gebroken…’‘Dat was het moment waarop de samenzwering vorm kreeg.’
Laten overlopen
Ondertussen was een andere groep samenzweerders al tot actie overgegaan. In februari had een groep Venezolaanse zakenmannen, onder wie mediabons Raúl Gorrín, aan wie ook sancties waren opgelegd door Washington en die op grond van de Amerikaanse wet was aangeklaagd wegens witwassen, de Amerikanen benaderd met een plan. De kern van dat plan, volgens enkele ingewijden: enkele belangrijke Maduro-getrouwen laten overlopen, onder wie de opperrechter van het Venezolaanse hooggerechtshof, Maikel Moreno.
Deze mannen hadden eerder opgetreden als bemiddelaars tussen de regering-Trump en leden van het regime, volgens mensen die op de hoogte waren van de plannen, en ze wilden niets liever dan hun eigen banden aanhalen met de Verenigde Staten, waar hun kinderen naar school gingen en waar hun echtgenotes in het weekend konden winkelen.Volgens een hooggeplaatste regeringsfunctionaris werd de zakenmannen te verstaan gegeven dat wanneer ze niet in hun missie zouden slagen, het reisverbod weer zou worden ingesteld en de tegoeden weer zouden worden bevroren. De regering zou zich niet mengen in aangelegenheden van het ministerie van Justitie, dat ging over het intrekken van de aanklachten, maar men zou wel een goed woordje doen voor diegenen die werkelijk hadden geholpen.
‘Het enige wat we kunnen doen, is hun zaak voorleggen aan het ministerie,’ aldus de betreffende functionaris, die net als alle anderen alleen met ons over deze gevoelige politieke kwesties wilde praten als zijn anonimiteit zou zijn gewaarborgd. Gorrín heeft nooit gereageerd op ons verzoek om commentaar.
De zakenmannen probeerden de opperrechter zover te krijgen dat hij zich tegen Maduro zou keren. Hun plan, volgens verschillende mensen die ervan op de hoogte waren: Moreno zou een uitspraak doen die de macht zou herstellen van het Lagerhuis, dat in handen was van de oppositie. Het Lagerhuis had Guaidó al erkend als interim-president. Maduro zou naar de zijlijn worden gedwongen.
Volgens enkele ingewijden zouden overheidsfunctionarissen in Washington op de hoogte worden gehouden van de voortgang van het plan en met enige regelmaat adviseren over de volgende stap. Maar het plan zelf, zeggen zowel Venezolaanse samenzweerders als Amerikaanse functionarissen, was uitgedacht in Venezuela. Moreno zou mogen aanblijven als opperrechter in een overgangsregering. Maar volgens mensen die bij de gesprekken betrokken waren, zou Moreno ook tientallen miljoenen dollars hebben geëist om bepaalde stemmen binnen de rechterlijke macht te kopen en om een vangnet voor zichzelf te installeren. Figuera zegt dat hij WhatsAppgesprekken heeft onderschept waaruit blijkt dat het totale bedrag dat Moreno eiste de honderd miljoen overschreed.
Een van de zakenlieden die betrokken waren bij dit vermeende bod, zegt dat de Amerikaanse functionarissen ervan op de hoogte waren. Volgens hem stonden de Amerikanen er niet echt achter, maar maakten ze ook geen bezwaar. Twee hooggeplaatste Amerikaanse ambtenaren hebben ontkend vóór 30 april van het aanbod te hebben geweten. Pas na het mislukken van de revolte zou Washington te horen hebben gekregen dat Moreno om geld had gevraagd, zegt een van hen.
Na zijn ontmoeting met Omaña, zegt Figuera, had hij een sprankje hoop. Hij had al vele jaren bij de militaire inlichtingendienst gewerkt. Maar in zijn nieuwe baan, als hoofd van de Sebin, was hem pas goed duidelijk geworden hoe door en door verrot Maduro’s regering was. ‘Tijdens mijn laatste zes maanden kreeg ik een scherper beeld dan ooit van de situatie waarin het land verkeerde en van de corruptie binnen de overheid,’ zegt hij. ‘Het werd me al snel duidelijk dat Maduro aan het hoofd staat van een criminele organisatie, waarin ook zijn familie een rol speelt.’
Figuera onderzocht enkele aanklachten over een bedrijf dat was opgezet door een assistent van Maduro’s 29-jarige zoon, Nicolás Maduro Guerra. Hij zegt dat het bedrijf een monopolie had verworven op het kopen van goud van kleine goudwinners in het zuiden van het land. Het goud werd met hoge kortingen aangekocht en voor veel meer verkocht aan de centrale bank van Venezuela. Hij was van plan om met die informatie naar Maduro te gaan, zegt hij, maar dat werd hem afgeraden door een van Maduro’s naaste medewerkers.
Figuera zegt dat hij witwaspraktijken aan het licht had gebracht waarbij de toenmalige vicepresident Tareck El Aissami was betrokken, die inmiddels is benoemd tot minister van Industrie en Nationale Productie. Tegen El Aissami zijn sancties opgelegd en in de Verenigde Staten lopen aanklachten tegen hem wegens drugshandel.
El Aissami heeft in het openbaar verklaard niets te hebben misdaan. Noch El Aissami noch een van de andere functionarissen die door Figuera zijn genoemd hebben gereageerd op het verzoek dat wij hebben neergelegd bij het Venezolaanse ministerie van Communicatie om een reactie op de aantijgingen in dit artikel. The Washington Post heeft geen onafhankelijke bronnen kunnen vinden die Figuera’s aantijgingen bevestigen.
Figuera zegt dat hij over informatie beschikte die erop wees dat bepaalde illegale groeperingen die in Venezuela actief waren, werden beschermd door de regering. Dat ging onder meer om leden van de Colombiaanse guerrillagroepering ELN, die actief is in goudwingebieden in het zuiden van de staat Bolívar en die een eerste verdedigingslinie zou kunnen vormen, mocht een buitenlandse macht Venezuela binnenvallen. Hij zegt ook over informatie te beschikken dat Hezbollah actief is in Maracay, Nueva Esparta en Caracas, kennelijk met de bedoeling via illegale activiteiten geld bij elkaar te krijgen om operaties in het Midden-Oosten te financieren. ‘Het werd me duidelijk dat ik de drugshandel en de guerrilla’s met rust moest laten,’ zegt Figuera.
Raúl Castro
Maar wat hem vooral moedeloos stemde, waren de machinaties binnen een disfunctionele regering met verschillende koninkrijkjes van functionarissen die onderling strijd leverden. Hij herinnert zich een bijeenkomst met Iris Varela, Maduro’s felle minister van het Gevangeniswezen, en Vladimir Padrino López, Maduro’s minister van Defensie. Hij zegt dat Varela dertigduizend geweren wilde om haar eigen privéleger op te zetten. ‘Ze zei dat ze getrainde mannelijke gevangenen had,’ aldus Figuera. ‘Ze zei dat zij hun aanvoerder was.’
Ondertussen verliet Maduro zich op zo’n vijftien tot twintig Cubanen om over zijn veiligheid te waken. Sommige waren militaire bewakers, aldus Figuera. Maar drie Cubanen, ook wel ‘de psychologen’ genoemd, deden dienst als speciaal adviseurs en analyseerden Maduro’s toespraken om in te schatten in hoeverre ze het publiek zouden weten te raken.
Figuera zag Maduro een paar keer per week, tijdens kabinetsvergaderingen. Toen hij op zeker moment om een privéonderhoud verzocht, werd hem te verstaan gegeven dat hij dat moest regelen met ‘Aldo’ – een Cubaan. ‘Ik dacht: wat zullen we nou krijgen? Ik ben het hoofd van zijn geheime dienst en ik moet aan een Cubaan vragen of ik hem te spreken kan krijgen?’
In maart dit jaar kwam heel Venezuela plat te liggen door een stroomstoring. Figuera en andere hooggeplaatste ambtenaren zaten in een bespreking met Maduro, toen Raúl Castro belde, vertelt Figuera. Maduro ging naar een hoekje van de kamer om het gesprek met de voormalige president van Cuba te voeren.
Na afloop van het telefoontje leek Maduro opgelucht, herinnert Figuera zich. Castro had beloofd een team Cubaanse technici te sturen om te helpen het probleem op te lossen. ‘Raúl Castro was een soort adviseur voor Maduro,’ zegt Figuera. ‘Het maakte niet uit in wat voor bespreking hij zat, als Castro belde, moest alles wijken.’
In april, zegt Figuera, moest hij Maduro een boodschap brengen in een gesloten koffertje. Alleen hij en Maduro beschikten over de code. Figuera noemde de situatie van het land deerniswekkend en opperde om nieuwe verkiezingen uit te schrijven. De volgende dag stuurde Maduro hem een berichtje. ‘Hij noemde me een lafaard, een defaitist,’ zegt Figuera. ‘Op dat moment begreep ik dat ik in actie moest komen.’
Revolte
In de dagen na het bezoek van Omaña, aldus Figuera, sprak hij enkele keren met Omaña’s voornaamste bondgenoot binnen de oppositie, Leopoldo López. Die zat al sinds 2014 gevangen, afwisselend in een cel of thuis met huisarrest. Figuera kon moeiteloos toegang tot hem krijgen; als hoofd van de Sebin was hij degene die López gevangenhield. Figuera zegt dat hij tijdens die gesprekken hoorde van de plannen voor de revolte die was gepland voor 1 mei. Moreno zou de wet bekendmaken die het Lagerhuis weer macht zou geven. Padrino, de minister van Defensie, zou zich achter de wet scharen en Maduro dwingen afstand te doen van de macht.
Volgens Figuera hadden de samenzweerders allemaal een codenaam. Figuera, een Afro-Venezolaan, was Black Panther. Omaña was Superman. Mauricio Claver-Carone, het hoofd van de Amerikaanse National Security Council voor het Latijns-Amerikabeleid, was Comeniños – de Kindereter.
Maar naarmate 1 mei naderde, sloegen de zenuwen toe, zegt Figuera. Tijdens een bijeenkomst op 23 april in Moreno’s huis in Caracas leek de opperrechter bedenkingen te hebben. Volgens enkele van de mensen die bij die bespreking aanwezig waren, stelde Moreno voor dat híj president zou worden, in plaats van Guaidó.
Op 27 april had Figuera een ontmoeting met Moreno en Padrino, bij Padrino thuis. ‘Het was een kort gesprek,’ zegt Figuera. ‘Ze wierpen elkaar nerveuze blikken toe.’ De volgende dag belde Figuera Padrino om zich ervan te verzekeren dat de minister van Defensie nog aan boord was. Maar Padrino zat naar Avengers: Endgame te kijken, zegt Figuera, en wilde hem niet te woord staan. Moreno noch Padrino hebben gereageerd op een verzoek om een reactie.
Leden van de oppositie hebben gezegd dat ze de datum van de hele operatie een dag hebben vervroegd omdat ze geruchten hadden opgevangen dat Guaidó gearresteerd zou worden. Volgens Figuera is hij degene geweest die meer vaart achter het plan heeft gezet.
Op 29 april werd duidelijk, aldus Figuera, dat Maduro’s gevreesde colectivos [linkse organisaties vanuit de gemeenschap] een grootschalige aanval voorbereidden, op 1 mei, de Dag van de Arbeid, die zou kunnen uitmonden in een ‘bloedbad’. Hij stelde Padrino zelf op de hoogte van het nieuwe tijdpad.
‘Ben je niet goed snik?’ reageerde die, als we Figuera mogen geloven. ‘En die wet dan? Hoe wou je dat klaarspelen?’
‘Het moet gebeuren,’ zou Figuera naar eigen zeggen hebben geantwoord. ‘Anders loopt 1 mei uit op een bloedbad. We moeten snel handelen.’Figuera en enkele andere samenzweerders zeggen dat ze over informatie beschikten dat Moreno bereid was op 30 april zijn uitspraak bekend te maken. Maar na de sceptische reactie van Padrino besloot Figuera nog enkele andere militaire figuren te benaderen.
Hij erkent Guaidó als leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij chavista
Het plan, zo hield hij vol, moest eerder in gang worden gezet. Maar toen dat uiteindelijk gebeurde, in de vroege uurtjes van 30 april, ging er van alles mis.
Guaidó verleende López gratie en hief zijn huisarrest op. Guaidó en López maakten triomfantelijk hun opwachting op de militaire basis La Carlota in Caracas en riepen het leger en het volk op om in opstand te komen.
Figuera reed rond in Caracas om te kijken wie zich bij hen aansloot. Zijn telefoon ging. Het was zijn baas. ‘Maduro was heel gespannen,’ zegt Figuera. ‘Hij vroeg steeds maar: “Wat gebeurt er allemaal?”’ Maduro bleef maar bellen. Uiteindelijk, zo rond 6:30 uur, zei Maduro dat Figuera zich moest melden bij de beruchte gevangenis El Helicoide. ‘Ik heb mijn vrouw gebeld en gezegd dat ik mezelf moest aangeven.’
Barbara Reinefeld, Figuera’s vrouw, was bij familie in Miami toen haar mobiele telefoon ging. Haar man praatte haar snel bij over de mislukte coup en de laatste order van Maduro. Zij drong erop aan dat hij zichzelf niet zou aangeven, maar zou proberen de grens over te steken.
Twee maanden eerder, tijdens een uitstapje naar San Juan, in Puerto Rico, was Reinefeld benaderd door twee mannen die zichzelf hadden bekendgemaakt als fbi-agenten. Ze hadden met haar gepraat, vertelt ze, en een systeem opgezet om in het geheim contact met haar te onderhouden. Figuera zegt dat hij dolgelukkig was met deze achterdeur, maar dat hij zelf geen contact had onderhouden met de Amerikanen.
Niet lang na het telefoontje van haar man, op 30 april, namen Venezolanen in Miami contact op met Reinefeld. Een van hen was een familielid van Guaidó. Een hooggeplaatste functionaris binnen de regering-Trump was zich bewust van haar penibele situatie, zo kreeg ze te horen, en men bood aan in Washington met haar te praten.
Op 1 mei vloog ze naar Washington en kreeg daar de verzekering dat haar man niets zou overkomen als hij naar Colombia zou vluchten. Figuera wist het land te ontvluchten door gebruik te maken van militaire contacten op de grond. Op 2 mei kwam hij aan in de grensstad Cúcuta, waar hij werd opgevangen door agenten van de Colombiaanse geheime dienst. De dag daarna zat hij in Bogotá, waar hij met Amerikaanse functionarissen sprak.
Moreno, Padrino en andere Maduro-getrouwen hebben publiekelijk verklaard geen aandeel te hebben gehad in de samenzwering. Twee dagen na de mislukte couppoging verscheen Padrino samen met Maduro in het openbaar en impliceerde dat hij de avances van de oppositie had afgeslagen. ‘Probeer ons niet in te palmen met valse voorstellen, wij hebben ook onze waardigheid,’ zei hij.
Spijt
Binnen een week nadat Figuera in Colombia was aangekomen, trok de regering-Trump alle sancties tegen hem in. Figuera zegt dat hij het zwaar te verduren heeft gehad tijdens zijn eerste debriefings met de Amerikanen. Hij heeft Guaidó erkend als de rechtmatige leider van Venezuela, maar diep in zijn hart blijft hij een chavista. Hij en anderen zijn ervan overtuigd dat hij gevaar loopt te worden vermoord door Colombiaanse guerrilla’s die banden hebben met de Venezolaanse overheid. Omaña is vorige week in Bogotá aangekomen om te onderhandelen over een veilige overtocht van Figuera naar de Verenigde Staten.
Figuera is gevormd door de socialistische regering die hij jaren heeft gediend. Hij zegt spijt te hebben van veel, maar niet van alles wat hij in hun naam heeft gedaan. ‘Als ik zou zeggen dat ik Moeder Theresa was, zouden jullie me niet serieus nemen,’ zegt hij.
Voor het eerst ziet de reisindustrie zich geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad: de oorspronkelijke bewoners, die meer dan ooit klagen dat ze hun stad niet meer terug kennen. Eindelijk worden er maatregelen genomen om de aantallen toeristen in te perken.
Keuze uit het archief
Hoewel de klimaatverandering de nodige invloed zal hebben op het toerisme, dat zich bijvoorbeeld steeds vaker naar het Verenigd Koninkrijk en de Scandinavische landen zal verplaatsen, zullen de meesten zich er niet van laten weerhouden te reizen. De velen die afhankelijk zijn van de toeristenindustrie zijn daar blij mee, maar voor de meeste anders ‘locals’ geldt dit niet, zoals te lezen is in dit stuk uit 2018.
Het duurt niet lang of de mevrouw van de hotelreceptie haalt de stadsplattegrond van Porto tevoorschijn. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘dit is de binnenstad met de Douro, daar is de haven en hier … (nu klinkt er trots door in haar stem)… de mooiste boekhandel ter wereld: Livraria Lello!’
Dat klinkt fantastisch en het ziet er op de foto’s ook fantastisch uit. Een pand van twee verdiepingen in neogotische stijl. Veel donker hout, veel oude boeken, ornamenten en gekleurd glas, en een monumentale trap in het midden. De boekhandel, geopend in 1906, is een kathedraal vol boeken, een droom voor leergierigen uit de hele wereld. Een plek met een magische aantrekkingskracht. Op reis wil je toch op zoek naar schoonheid, die eerder in het verleden dan in het heden te vinden is. Misschien wil je zelfs ook een boek kopen, vakantielectuur voor ’s avonds aan de Atlantische Oceaan. J.K. Rowling zou vaak in de Livraria zijn geweest toen ze begin jaren negentig in Porto woonde, waar ze Engels doceerde en ook Harry Potter bedacht.
Porto is geen grote stad, telt maar iets meer dan 200.000 inwoners en de binnenstad is compact. Het eerste dat er van Livraria Lello te zien is, zijn de lange rijen mensen voor de deur. Jonge Japanse meisjes, Scandinavische backpackers, gezinnen uit Frankrijk, stelletjes uit China, Amerikanen en ook Duitsers. Uiteraard.
Roofkever
Een imposante portier bewaakt de toegang. Alleen zij die in de winkel ernaast voor 5 euro een voucher hebben gekocht, met daarop een portret van Fernando Pessoa, de beroemdste Portugese dichter, mogen naar binnen. Ook voor die winkel staat een rij, tussen afzetbanden als bij de incheckbalie op een luchthaven. Het publiek schuifelt er langs rekken met souvenirs, ansichtkaarten en sleutelhangers, het gebruikelijke assortiment.
De boekhandel zelf is in werkelijkheid al even mooi als op de foto’s. Ook al is het eigenlijk helemaal geen boekhandel meer. Nauwelijks iemand bladert en snuffelt er in de boeken, iedereen heeft de smartphone in de hand om foto’s te maken. Foto’s die er net zo uitzien als de meer dan zevenduizend plaatjes die al op TripAdvisor zijn gezet, de grootste toeristensite ter wereld, die de Livraria als een van de topbezienswaardigheden van de stad opvoert.
Vier jaar geleden nog dreigde Livraria Lello failliet te gaan, zoals dat eigenlijk voor het hele land gold na de financiële crisis. De boekhandel werd toen al goed bezocht, maar boeken werden steeds minder verkocht. Iemand opperde op een dag om dan maar gewoon 5 euro entree te gaan heffen. Dat klonk idioot, maar inmiddels komen er gemiddeld vierduizend mensen per dag binnen, en in de zomermaanden zelfs vijfduizend. In 2017 bedroeg het totale aantal bezoekers van Livraria Lello 1,2 miljoen en beliep de omzet ruim 7 miljoen euro.
Wie een boek wil kopen – want ook dat schijnt voor te komen – vindt hier de Portugese klassiekers in vertaling en natuurlijk ook Harry Potter. De voucher wordt op het aankoopbedrag in mindering gebracht. Livraria Lello zou model hebben gestaan voor Klieder & Vlek, de boekhandel waar Harry Potter zijn toverboeken koopt. Een museum, een decor, maar als plek met een magische aantrekkingskracht duidelijk ontsproten aan een rijke fantasie. En een symbool voor het moderne toerisme dat als een roofkever alle mooie plekjes aanvreet. Maar voor de inwoners van Porto staat de boekhandel symbool voor de opleving van een land dat een paar jaar geleden nog tot de crisisgebieden van Europa behoorde.
Wanneer zou er eigenlijk voor het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?
Dat herstel heeft Portugal mede te danken aan het toerisme, dat met dubbele cijfers groeit, ook in het vroegere arme noorden rond Porto. Ryanair en EasyJet vliegen al jaren op de stad, die allang is uitgegroeid tot nieuwe hotspot van het stedentoerisme. Afgelopen jaar kwamen er ongeveer 2,5 miljoen buitenlandse toeristen naar deze streek, van wie een op de twee een bezoek bracht aan Livraria Lello. Porto is nog niet zo ver als Barcelona of Amsterdam, steden waarvan de bewoners zich inmiddels teweerstellen tegen de toeristen die de stad overnemen, maar er is allang een Porto van de toeristen en een Porto van de bewoners. Wanneer zou er eigenlijk voor het laatst een inwoner van Porto in de Livraria zijn geweest? En moest die ook in de rij staan en 5 euro betalen?
Er zijn tijden geweest dat de reusachtige toeristenhotels nabij de stranden van Benidorm, El Arenal op Mallorca en aan de Adriatische kust in Italië symbool stonden voor de lelijkheid van het moderne massatoerisme. Achteraf beschouwd waren dat rustige tijden. Benidorm en El Arenal zijn steden ‘uit de reageerbuis’, gebouwd zodat Europa in de zomermaanden aan het strand kon liggen. Kunstmatige reservaten, niet mooi, maar doelmatig, toeristenfabrieken die men vroeg of laat ook weer had kunnen ontmantelen.
Tegenwoordig zijn die reservaten niet meer toereikend. Handdoek aan handdoek verdringen zich de zonaanbidders op de stranden van Zuid-Europa. De kleine baaien van Mallorca zouden vanwege overbezetting eigenlijk gesloten moeten worden. Ook aan de Noord- en Oostzee, op Sylt, op Rügen, zijn hotels en pensions volgeboekt.
Toch maken strandgangers nog maar nauwelijks de helft uit van het moderne toerisme in Europa – de andere helft wordt gevormd door cruisevaarders en stedentrippers. Al lange tijd wordt het beeld in de mooie, bijzondere steden van Europa meer door toeristen bepaald dan door de oorspronkelijke bewoners. Steden veranderen in musea en amusementsparken, ontwikkelen speciale zones voor toeristen, waar de stedelingen niet wonen maar alleen werken. In de traditionele restaurants zitten toeristen, die geringschattend toekijken hoe andere toeristen wachten tot er iets gaat gebeuren. Staren is er de belangrijkste bezigheid en gezelligheid is ver te zoeken. Het is als een overval. Ze komen, ze blijven maar even en dan zijn ze weer weg – maar ze doen in tussentijd alsof de stad die ze bezoeken van hen is.
Reizen is van luxe tot gemeengoed geworden, het snel stijgende aanbod van goedkope reizen via internet heeft nieuwe klantenlagen aangeboord voor de toeristische sector: wie een paar dagen in Palma, in Barcelona of op het strand wil doorbrengen, vindt met een paar muisklikken een geschikte vlucht en onderdak. En vaak nog voor een spotprijs ook.
De infrastructuur ter plaatse kan de toestroom van reizigers echter niet meer aan, zowel op de bestemmingen als in het land van herkomst. Op de Duitse luchthavens ontstonden er deze warme zomer soms chaotische toestanden. Mensen verdrongen zich zenuwachtig voor de beeldschermen met vluchtinformatie. Het aantal uitgevallen vluchten was in het eerste halfjaar met 146 procent gestegen, het aantal vertraagde vluchten met 31 procent. In München en Frankfurt kwam in een tijdsbestek van enkele dagen het hele vliegverkeer tot stilstand, omdat nog niet gecontroleerde passagiers door een veiligheidssluis waren gelopen.
Overbelaste infrastructuur, overvolle steden en stranden: de reisbranche lijkt aan het eigen succes ten onder te gaan. Naar schatting 670 miljoen mensen waren afgelopen jaar in Europa op pad. Alleen al in deze zomermaanden reisden er waarschijnlijk bijna 200 miljoen toeristen over het continent. Niet alleen Europeanen die elkaars landen verkennen, maar ook de winnaars van de globalisering en vertegenwoordigers van de nieuw ontstane middenklassen in Rusland, het Verre Oosten en de Arabische landen zorgen voor de groei van het mondiale toerisme.
En voor groeiende problemen, want de sterke toename kent ook verliezers. En die komen steeds vaker in verzet, zoals onlangs de piloten van Ryanair, wier werkgever dankzij hun slechte arbeidsomstandigheden en lage lonen een prijsvechtersstrategie kan voeren.
Verliezers, dat voelen zich vooral ook de inwoners van de steden en regio’s die de stroom van bezoekers nog maar nauwelijks aan kunnen. Mensen die uit hun woning worden verdrongen, omdat het voor de eigenaar veel lucratiever is om die ruimte per dag of per week aan toeristen te verhuren. Mensen die zich in overvolle vervoermiddelen moeten persen, omdat toeristen bezit hebben genomen van bussen en treinen. Mensen die zich niet meer thuis voelen in hun wijk, omdat ze in hun vertrouwde cafés en restaurants tot een minderheid behoren. Áls ze daar al een plekje kunnen vinden – en zich de stijgende prijzen nog kunnen veroorloven.
Private winsten en maatschappelijke verliezen
De toeristenindustrie ziet zich plotseling geconfronteerd met een groep waarvoor ze tot nog toe geen aandacht heeft gehad. Ze had steeds oog voor de gasten en was de gastgevers simpelweg vergeten. ‘Het toerisme is een fenomeen met veel private winsten en veel maatschappelijke verliezen,’ zegt Christian Laesser, hoogleraar toerisme aan de universiteit van het Zwitserse Sankt Gallen.
De winsten komen vaak ten gunste van enkelen, de verhuurders en hoteleigenaren; slechts een gering deel gaat naar de vaak slechtbetaalde werknemers in de reissector. De grote rest wordt opgescheept met alleen het lawaai, de rommel, de hoge huren en het gevoel een vreemde in eigen land te zijn, een figurant in een soort Disney World voor toeristen.
Dat gevoel is op veel plekken omgeslagen in openlijke vijandigheid: ‘Tourists go home’, spuiten activisten in veel toeristenbolwerken op de muren, en op Mallorca hebben ze een ‘summer of action’ uitgeroepen, met protestacties op de luchthaven en in hotels. In Palma worden toeristen met paardenvijgen bekogeld, in Barcelona worden ze van hun fiets geduwd en in cafés lastiggevallen, in Venetië hebben zelfbenoemde piraten de toegang tot cruiseschepen geblokkeerd.
De reisindustrie heeft inmiddels ingezien dat het eigen succes het fundament van het businessmodel steeds meer aan het uithollen is. ‘Overtoerisme’ is de leus die momenteel de congressen van de branche beheerst. Besproken wordt hoe de toeristenstromen zodanig kunnen worden gespreid dat ze niet meer als een bedreiging worden ervaren.
Maar hoe doe je dat als tegelijkertijd het aantal toeristen blijft toenemen? In de opkomende landen in Azië treden jaar in jaar uit miljoenen mensen toe tot de nieuwe middenklasse. Zij kunnen het zich plotseling veroorloven om verre reizen te maken. En dat doen ze dan ook. Volgens schattingen van de branche zal het aantal toeristen tot 2030 wereldwijd toenemen met 500 miljoen, van wie de helft Chinezen. Velen van hen zullen ook Europa en de bezienswaardigheden daar bezoeken.
Toerisme is op dit moment waarschijnlijk de belangrijkste bedrijfstak ter wereld, veel groter dan de olie-industrie en de automobielbranche. De omvang wordt geschat op circa 7000 miljard euro per jaar, 10 procent van het bruto mondiaal product. Bij dit enorme bedrag inbegrepen zijn behalve de directe omzetten ook die van aanverwante bedrijfstakken als het hotelwezen, het transportwezen met al zijn vliegtuigen, cruiseschepen en touringcars, en de souvenir- en de reisbureaubranche.
‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt’
In vakantieland Spanje draagt de reisindustrie zelfs 14,9 procent bij aan het bruto binnenlands product. In veel landen is het aantal bezoekers groter dan het aantal inwoners, zoals in Griekenland, Portugal, Spanje, Frankrijk en Tsjechië. Dat creëert banen en een bescheiden welvaart, maar maakt ook afhankelijk – en dat is gevaarlijk zodra reizigers wegblijven, zoals de afgelopen jaren het geval was in Turkije en Egypte. Beide landen zien evenwel geleidelijk aan een terugkeer van de toeristen, omdat dat grotendeels vergeetachtige wezens zijn die gevaren als terreuraanslagen verdringen en schendingen van mensenrechten negeren – als het weer maar goed is en de prijs laag.
Goedkoop moet het zijn en goedkoop is reizen geworden, vooral dankzij de digitalisering. Reisportals als Expedia, Trivago en Booking.com hebben de gevestigde reisbureaus gemarginaliseerd en bedreigen ook concerns als TUI en Thomas Cook, die tot nog toe de markt beheersten. Doorlopend bieden ze vluchten en overnachtingen tegen bodemprijzen.
Anders dan de vakantieaanbieders uit het catalogustijdperk runnen de digitale concurrenten geen eigen hotels en hebben ze geen vliegtuigen, cruiseschepen en reisbureaus, maar verdienen ze alleen aan de bemiddeling bij diensten van anderen. Ze kunnen via hun platforms prijzen nagenoeg ‘realtime’ bijsturen en optimaliseren doorlopend hun algoritmen om winst te genereren. Doelgericht verzamelen ze gegevens over de voorkeuren van klanten, en inmiddels krijgen ze het zelfs voor elkaar om op het optimale moment op maat gesneden aanbiedingen te sturen.
Reizen is dankzij de goedkope vliegtickets een soort allemansrecht geworden, zoals goedkope T-shirts en winkelen bij een discounter. Een weekendje Berlijn of Barcelona was opeens een alternatief voor een uitstapje in eigen land, met dramatische gevolgen voor de verschillende bestemmingen. Barcelona heeft zich bijvoorbeeld ontwikkeld van geheimtip tot massabestemming; het marktaandeel van de prijsvechters is daar bijna 70 procent. Op de luchthaven Berlijn-Schönefeld zijn die goed voor bijna 90 procent van de vliegbewegingen. Alleen al in de voorbije tien jaar is het aantal vertrekkende passagiers daar verdubbeld, van circa 6 naar bijna 13 miljoen.
De Duitse hoofdstad is een favoriete bestemming in Europa geworden en moet alleen nog Londen en Parijs voor laten gaan in populariteit. ’s Avonds en in het weekeinde trekken honderden op feest beluste jongeren uit heel Europa door het stadsdeel Mitte. Ze laten meestal niet veel geld achter in de stad, maar wel een hoop afval en lege bierflessen.
Jarenlang zag het ernaar uit dat het traditionele overstap- en het prijsvechtersverkeer onverminderd naast elkaar verder konden groeien. Maar deze zomer loopt dit model voor het eerst tegen grenzen aan. Geannuleerde vluchten, vertragingen en omboekingen zijn aan de orde van de dag. Volgens berekeningen van de wereldluchtvaartorganisatie IATA zijn de vertragingen in het luchtverkeer boven Europa alleen al in het eerste halfjaar van 2018 toegenomen met 133 procent. Sommige luchthavens, zoals Frankfurt, Düsseldorf en Berlijn, verzoeken de reizigers inmiddels dringend om drie uur voor vertrek op de luchthaven aanwezig te zijn om de mensenmassa te kunnen verwerken.
Dat reizen een bezigheid vol stress is geworden, ergert de toeristen, maar het schrikt ze niet af. Paolo Giuntarelli, socioloog, weet ook waarom: ‘Massatoerisme is een fenomeen van onze postmaterialistische maatschappij. Bezit is niet meer het belangrijkst, we willen worden vermaakt.’ Giuntarelli is manager van het verkeersbureau van de Italiaanse regio Lazio. Zijn kantoor bevindt zich in Rome. Hij houdt daar tamelijk eenzaam de wacht, want veel Romeinen zijn deze weken naar het platteland getrokken omdat het hun in de stad te warm werd.
Maar de bezoekers van Rome laten zich niet afschrikken door de temperatuur.
Er zijn weken dat Rome compleet onder de voet wordt gelopen. Zoals eind juli, toen 60.000 misdienaars uit heel Europa de stad binnentrokken, van wie 50.000 uit Duitsland. Het motto van hun pelgrimsreis was: ‘Zoek de vrede en jaag haar na!’ Maar wat ze vooral najoegen, waren de bezienswaardigheden.
Op dinsdagavond waren de altaarjongens bij de paus. Toen tegen achten de audiëntie ten einde liep, was het Sint-Pietersplein bezaaid met plastic flesjes, A4-tjes met liedteksten, lege Haribozakjes en bananenschillen. Hetzelfde gold voor het aangrenzende Piazza Papa Pio XII. De vuilniszakken in de houders langs de straat puilden allang uit, of waren gescheurd. Ook vrome mensen produceren afval.
Rome: dat zijn lange avonden op de piazza’s, met pasta, rode wijn en vrolijke liedjes. Later op de avond moeten de toeristen het inmiddels doen zonder wijn en bier, want sinds 2017 mag er in Rome na tienen buiten geen alcohol meer worden gedronken. Het verbod, uitgevaardigd door burgemeester Virginia Raggi, is van juli tot oktober van kracht.
In 2017 schuifelden 14,7 miljoen bezoekers door de straatjes van Rome, oftewel een op de vier bezoekers van Italië. Wie in de stad overnacht, blijft gemiddeld tweeënhalve dag, en dat is vergelijkbaar met andere Europese metropolen.
Lazio
In Frascati, Tivoli of andere steden in de regio Lazio raken de bezoekers maar zelden verzeild. Giuntarelli zou de toeristenstroom graag willen laten afbuigen, de regio in, naar een van de kleinere plaatsen. Daar zouden ze kennis kunnen maken met de Italiaanse manier van leven, ‘goed eten, goede wijn’. Of het Franciscuspad kunnen lopen dat door Lazio voert.
In krantenadvertenties en radiospots prijst Giuntarelli Lazio aan, op vakantiebeurzen deelt hij folders uit. Een daarvan presenteert Lazio als trouwlocatie, een andere maakt reclame voor de warmwaterbaden van de regio. Ook als golfbestemming wil Giuntarelli de regio groot maken – ‘we werken eraan’.
Omdat Lazio niet alleen staat met zijn problemen, heeft de regio zich aangesloten bij NecsTour, een netwerk van 37 Europese regio’s die zich verplichten tot duurzaam toerisme, een vorm van reizen die vakantiegangers en economie gelukkig maakt zonder schadelijk te zijn voor het milieu. Dus ongeveer het tegenovergestelde van cruises. ‘Dat is niet het toerisme dat we willen stimuleren,’ zegt Giuntarelli.
De reusachtige schepen stoten massaal smerigheid uit en leveren de regionale handel en horeca nauwelijks iets op. De passagiers zijn maar een paar uurtjes in de stad, overnachten aan boord en nemen bij het passagieren vaak zelf proviand mee. Ze laten nauwelijks geld achter, maar wel veel afval. ‘Cruisetoerisme is alleen goed voor de aanbieders van cruises,’ zegt Giuntarelli met een laatdunkend glimlachje.
In het Kroatische Dubrovnik geven cruisepassagiers gemiddeld slechts 24 euro per dag uit, andere gasten daarentegen ongeveer 160 euro. De stad heeft bijzonder te lijden onder de toestroom van toeristen. Sinds de schilderachtige binnenstad het decor was van de serie Game of Thrones, zijn de bezoekersaantallen exponentieel gestegen. Maar daarvan komen er jaarlijks 800.000 met de boot.
Het aantal bezoekers van Dubrovnik moet worden teruggedrongen naar achtduizend per dag
Dubrovnik heeft 42.000 inwoners, die het liefst thuisblijven als de cruiseschepen binnenvaren. Niet alleen de inwoners hebben te lijden, maar ook het middeleeuwse centrum van de stad, en daarom moet het aantal bezoekers worden teruggedrongen naar achtduizend per dag. Anders, zo heeft Unesco gedreigd, raakt de stad zijn status als cultureel werelderfgoed kwijt.
‘Er is een herbezinning gaande – weg van het eenzijdige groeidenken dat het toerismebeleid in de meeste steden tot nog toe heeft gekenmerkt,’ zegt planoloog Johannes Novy, die op dit moment aan de Universiteit van Westminster in Londen onderzoek doet naar stadsontwikkeling en toerisme. ‘Te lang ging het alleen maar om de vraag: hoe krijgen we meer toeristen in de stad? Andere doelen werden niet besproken, en ook niet hoe je negatieve gevolgen zou kunnen tegengaan.’ Niet altijd is het toerisme als zodanig overigens het probleem, zegt Novy, soms zijn het bepaalde verschijningsvormen ervan, ‘zoals het in veel steden om zich heen grijpende partytoerisme, of de lange tijd ongebreidelde stijging van het aanbod van vakantiewoningen’.
Steeds vaker doen de verantwoordelijken hun best om de ‘groeipijnen’ van het toenemende aantal reizigers te bestrijden: ze willen de stroom van toeristen laten afbuigen, zoals in Rome, of zelfs aan banden leggen, zoals in Dubrovnik. Barcelona geeft geen toestemming meer voor nieuwe hotels, Parijs heeft Airbnb en andere woningbemiddelaars sterk gereguleerd, Palma de Mallorca heeft de verhuur van vakantiewoningen via dat platform zelfs helemaal verboden. Maar er is geen stad die zo rigoureus optreedt tegen het overtoerisme als Amsterdam.
En toch zijn ze er nog, de plaatsen en regio’s waar toeristen welkom zijn die elders niet meer zo graag gezien zijn en waar niemand zich opwindt over langdurige party’s en zuiprituelen. Daniel Stefanov staat op een podium, ingeklemd tussen de weg en het strand, en kijkt hoe de menigte in het schuim verdwijnt. Er staan twee sneeuwkanonnen op de dansvloer van Megapark Dolphin, een reusachtig partycomplex dat Stefanov samen met zakenpartners is begonnen in het Bulgaarse Zlatni Pjasatsi (Goudstrand), een vakantieoord aan de Zwarte Zee. Uit het ene kanon daalt het schuim als vlokken taartdeeg op de feestende vakantiegangers neer, uit het andere regent het fijne wolkjes zeepsop. De menigte juicht en staat tot kniehoogte in het schuim. Daniel Stefanov is weer een stuk dichter bij zijn doel gekomen om van Goudstrand een vaste bestemming van Duitse feesttoeristen te maken, als alternatief voor El Arenal en Playa de Palma.
Zon, strand en zuipen
Vijftien jaar geleden openden Stefanov en zijn 44-jarige partner Sava Daritkov in Zlatni Pjasatsi de openluchtdiscotheek Megapark Dolphin, een zwemparadijs met aangrenzende dansvloer. Acht jaar geleden kwam daar de Partystadl bij, waar schlagers worden gedraaid en een halve liter bier omgerekend 2 euro kost.
Stefanov en Daritkov hebben veel geïnvesteerd in hun droom. Ze importeerden witbier uit Duitsland, huurden zangers in die anders in de Bierkönig en de Oberbayern op Mallorca optraden en gingen schuimparty’s organiseren. Sindsdien krijg je hier op dinsdag en zaterdag voor 20 euro entree een uur lang cocktails naar keuze en schuim uit het kanon.
De eigenaren draaien het beste seizoen ooit. Allereerst kwamen aan het begin van de zomer de eindexamenkandidaten uit Duitsland, vervolgens de voetbalverenigingen en kegelclubs, en daarna de vrouwen, maar vooral mannen van begin tot midden twintig, die naar eigen zeggen voor vakantiegeluk maar drie dingen nodig hebben: ‘zon, strand en zuipen’. Het seizoen zou weleens tot eind september kunnen doorgaan, denkt Daritkov. En er is nog iets wat hij per se kwijt wil: ‘Wij zijn blij met onze gasten.’
Het is een zinnetje dat een nieuwe betekenis heeft gekregen sinds de ‘Ballermann’ [strandbar Balneario 6 op Mallorca] niet meer zo goed uit de voeten kan met de feestende massa’s. Mallorca wil geen feesteiland meer zijn en heeft de nachtelijke zuippartijen en seks op het strand verboden. Goudstrand, zo luidt de boodschap, is niet alleen de goedkopere, maar ook de ‘betere Ballermann’.
Niklas, Marvin en Marcel staan aan de bar in Megapark Dolphin met in de hand een glas vodka peach en een felgroen shirt aan met het motto van hun trip van vorig jaar: ‘Malle 2017. Einer für alle. Alle für Malle’. Daar [Mallorca] zijn ze met zo’n tien vrienden geweest. De nieuwe verordeningen op het eiland zijn een van de redenen dat ze deze zomer naar Bulgarije zijn gegaan, zegt de 24-jarige vrachtwagenmonteur Niklas. In El Arenal hebben ze gezien hoe de Spaanse politie met drie auto’s kwam aanscheuren toen er ondanks het verbod een emmer sangria op het strand verzeild was geraakt. Dat vonden ze wel een beetje overdreven.
Op Goudstrand is dat anders. Omwonenden zouden hun beklag kunnen doen over de drukte. Maar omwonenden zijn er hier niet.
Dit dossier werd samengesteld door Der Spiegel -redacteuren Dinah Deckstein, Lothar Gorris, Sebastian Hammelehle, Nils Klawitter, Alexander Kühn, Armin Mahler, Martin U. Müller, Ann-Kathrin Nezik, Raniah Salloum en Robin Wille.
Mag je massamoordenaars monsters noemen? Ja, vindt hoogleraar filosofie Stephen T. Asma. ‘Monster is een woord dat we gebruiken voor mensen van wie we gedrag, motieven, denkpatronen vrijwel niet of totaal niet kunnen begrijpen.’
Keuze uit het archief
Ook al is het in liberale samenlevingen not done om mensen te demoniseren, stelt filosoof Stephen T. Asma in dit artikel uit 2017, toch zijn er nog steeds monsters onder ons. Zoals massamoordenaar Stephen Paddock, die in 2017 zestig mensen doodschoot tijdens een countryconcert in Las Vegas. Hoe gaan we om met dit soort mensen van wie de daden buiten ons voorstellingsvermogen liggen?
Wat is een monster eigenlijk?
‘Het woord komt van het Latijnse werkwoord monstrare, waarschuwen. Met name in de antieke Griekse en Romeinse cultuur werd het woord bijvoorbeeld gebruikt voor een baby die was geboren als Siamese tweeling, of die een arm of been miste, of er juist een extra had. Zo’n kind werd beschouwd als een monster. De Grieken noemden hen teratos. Ze dachten dat het een gruwelijke straf was voor immoreel gedrag – een idee dat ook de middeleeuwse christenen graag toepasten om allerlei voorspellingen te doen. Het was een teken dat er onheil dreigde voor de staat of voor de keizer van dat moment of voor een bepaalde veldslag. Een monster is een mengeling van natuurlijke rampspoed en bovennatuurlijke betekenis.’
Zijn monsters een uiting van weerzin?
‘Ja, er komt ook altijd een emotioneel en affectief aspect bij kijken. Een interessante filosoof, Noël Carroll, laat zien dat monsters, vooral moderne monsters uit het horrorgenre, altijd slijm uitscheiden of extra aanhangsels en tentakels hebben. Ze hebben iets wat ingaat tegen ons gevoel voor lichaamsbarrières of lichaamsbegrenzingen. Dat veroorzaakt vaak het gevoel van walging. Daarom zijn monsters vaak politiek zo nuttig. Een beschaving die ten oorlog trekt, zal altijd de tegenstanders demoniseren of “monsteriseren”. Die worden dan neergezet als onbeschaafd en walgelijk, bijvoorbeeld als het gaat om hun seksuele hygiëne. Ze worden een mikpunt van afkeer.’
Dus in sociologische termen zijn zij de ‘outgroup’?
‘Juist: jij bent anders dan wij. Vreemdelingenhaat loopt als een rode draad door de geschiedenis van monsters. Als jij anders bent dan wij, dan reageren we met walging of zijn we bang en op onze hoede. Dat zie je in de antieke wereld, in de middeleeuwen en ook nu nog in het heden, aan de manier waarop wij onze vijanden neerzetten.’
Heeft religie een rol gespeeld in het vormen van monsters?
‘Religie bouwt nooit alleen maar een pantheon van goden. Die goden zijn altijd een antwoord op een dreiging die wordt gepresenteerd via een of ander monsterverhaal. Als je naar de oudste verhalen kijkt, of dat nu in de hindoeïstische, de Chinese of de Mesopotamische literatuur is, zoals de Gilgamesj, altijd kom je er wel een monsterheld of heldmonster tegen. Dit moet wel te maken hebben met een evolutionaire strategie voor het vormen van fictieve familiegroepen. Hoe zorg je dat grote aantallen mensen die geen bloedverwanten zijn toch samenwerkende groepen worden? Daarvoor heb je dit soort verhalen nodig.’
Frankenstein
Hebben monsters een evolutionaire functie?
‘Anderen wegzetten als monsters kan een uiterst nuttige aanpassing geweest zijn voor de eigen overleving als groep. De natuur was geen warm, gezellig holletje. Zulke horrorverhalen hadden nut omdat mensen erdoor gingen oppassen voor echte vijanden – zowel voor dieren als voor menselijke vijanden. Het folkloristische weerwolfverhaal was wijdverbreid in Europa. Dat is logisch, want de wolven in Noord-Europa waren een bedreiging voor Europeanen. In de Amerika’s bestaat een weerbeerfolklore, omdat oorspronkelijke Amerikanen zich zorgen maakten over echte beren en bang waren opgegeten of aangevallen te worden door beren. Als je naar de monsters van die werelden kijkt, zie je dat ze eenzelfde transformatiefunctie hebben. Het dier dat je kunt worden, of waarvoor je bang moet zijn, is het plaatselijke roofdier.’
U schrijft dat er nog een andere kant aan het verhaal zit. Welke is dat?‘
Dat gaat om een interessant gegeven dat niet veel aandacht krijgt. Daarbij gaat het niet om xenofobie, maar om xeno-nieuwsgierigheid. Een klassiek voorbeeld is dat van Sint-Augustinus. Hij weet dat monsters geacht worden in Afrika en het Oosten te leven. Daartoe behoren ook cyclopen en cynocehali, wezens met een hondenkop, en de blemmyes, wezens zonder hoofd maar met hun gezicht op hun borst. Iedereen denkt dat deze monsters incarnaties van het kwaad zijn, de kinderen van Kaïn: doorboor hun hart en ze zijn er geweest. Maar Augustinus benadrukt de “wonderlijke” kant van deze schepsels. Hij zegt: “Deze wezens zijn griezelig, maar als we met ze kunnen praten en als dan blijkt dat ze een bepaald vermogen tot redelijk denken bezitten, kunnen ze misschien gered worden, dan kunnen ze misschien deel uitmaken van de Verlossing.”’
‘Volgens het moderne, liberale standpunt heeft het monster een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen’
Hoe is deze traditie door de jaren heen overgeleverd?
‘Het is typisch iets voor het westerse liberale denken om de kring van tolerantie uit te willen breiden naar degenen die anders zijn dan jij. Vanuit het moderne liberale standpunt is het heel verkeerd om een afkeer te hebben van vreemdelingen. Je hoort anderen niet te monsteriseren of demoniseren, je hoort geen walging van hen te voelen. Zo kun je ook Frankenstein interpreteren. Als ze op middelbare scholen Frankenstein behandelen, gebruiken ze dat verhaal om te laten zien dat je agressie en geweld oproept door geen verschillen in je groep toe te laten. Dat is een liberale interpretatie van het monster. Het monster is niet het kwaad. Het monster heeft een knuffel nodig, begrip en redelijke onderhandelingen.’
Wanneer werd ‘monster’ een term voor een mens?
‘Dat is echt een interessant onderwerp. Er zijn een paar lijnen die we kunnen volgen. Een loopt naar de oude Grieken, die het verschijnsel van een monsterlijk verlangen kenden. Je kon een verlangen in je hebben dat zo overweldigend was dat het je van jezelf vervreemdde. Dat Medea haar kinderen vermoordt, dat de ene persoon de andere doodt of dat liefde je krankzinnig maakt, komt doordat Eros je monsterlijke dingen laat doen. Het was een bezetenheid van binnenuit, een psychologisch vermogen dat je niet goed had gekanaliseerd. Ik denk dat die lijn doorloopt tot Freud en het idee van een “id” dat ons ware zelf is. In ons allemaal zit iets wat zorgvuldig moet worden beheerst. Anders pleegt het psychopathologische daden. Dat zie je nu met de schutter van Las Vegas. We willen weten waarom hij het deed. Is er iets in onszelf dat ons ook iets dergelijks kan laten doen als we het niet in de hand houden?’
Zou u Stephen Paddock, de schutter van Las Vegas, een monster noemen?
‘Jazeker. Daar komt de term “monster” nog steeds goed van pas. Hij verwijst naar een categorie monster dat we niet kunnen begrijpen. Zodat we zeggen “Dit gaat er bij mij echt niet in. Hier snap ik helemaal niks van.”’
Waarom komt de term ‘monster’ dan goed van pas?
‘Veel mensen denken: Ach, het woord monster is niet meer van deze tijd, je moet het niet meer gebruiken; je moet mensen en hun drijfveren begrijpen. Ik ben van mening dat de term monster nog steeds goed bruikbaar is wanneer je met iemand als Stephen Paddock te maken krijgt. Een van de kenmerken van een monster is dat het niet iemand is met wie je rationeel kunt onderhandelen. Met een vijand kun je nog raakvlakken vinden, zijn er dingen die je kunt volgen. Je vijand haat je misschien. Misschien heeft het conflict een economische achtergrond. Monster is een woord dat we alleen gebruiken voor mensen met wie niet onderhandeld kan worden. Het is vrijwel, zo niet geheel onmogelijk om hun gedrag, hun motieven, hun denkpatroon te begrijpen. Ons gebruikelijke inlevingsvermogen werkt bij deze mensen niet. “Monster” roept negatieve associaties op, en daar valt over te discussiëren. Maar in dit geval is het volkomen terecht om het woord te gebruiken.’
Moeten we ons eenvoudigweg neerleggen bij het feit dat mensen monsterlijk kunnen zijn?
‘Dat is een lastige vraag. Ik heb eens een rechter geïnterviewd die zich dertig jaar lang had beziggehouden met de beestachtigste misdadigers waarover wij alleen maar in de krant lezen. Hetzelfde geldt voor mijn broer, die als detective voor een advocatenkantoor werkt. Allebei zeggen ze hetzelfde: soms ondervraag je iemand die gevangenzit omdat hij zijn kinderen heeft vermoord of iets anders gruwelijks heeft gedaan, maar zodra je met zo iemand in gesprek raakt, wordt het heel moeilijk om hem als monster te blijven zien. Mijn broer vertelde me een keer over zijn gesprek met een man die algemeen gezien wordt als een monster. Na een paar uur komt het gesprek op muziek. Het blijkt dat ze dezelfde muzikale smaak hebben. Misschien roken ze samen een sigaret. Plotseling heb je met zo iemand een natuurlijke menselijke relatie. Dat verandert wel iets aan je neiging om deze persoon alleen maar als een monster te zien.
‘In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: ‘Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad’’
De rechter maakte een onderscheid. Hij zei: “Ik vind hun daden monsterlijk, maar ik zie de persoon niet als een monster.” Volgens mij maakt de wet daar nog een extra onderscheid bij. In de rechtspraak bestaat de mogelijkheid om te zeggen: “Oké, je was dronken of high van iets en werd woedend en pleegde toen een gruwelijke misdaad.” Het Amerikaanse recht kent nog een categorie mens, die wordt aangeduid met die prachtig negentiende-eeuws klinkende term: iemand die een “kwaadaardig hart” heeft. Dat is echt een juridische term, want hij maakt deel uit van de juridische definitie van malice – boze opzet – en staat in de Californische strafwet. Het betekent dat het een karakterkwestie is. Deze persoon heeft de bedoeling een ander pijn te doen, en geniet daar mogelijk van. Ik vind het interessant dat de wet erkent dat er mensen zijn die gewoon door en door slecht zijn en ingeperkt moeten worden. Het is niet zo dat ze een moment van monsterlijkheid hadden of een monsterlijke daad pleegden. Dit zíjn monsters.’
Maar kun je een persoon scheiden van zijn of haar daden? Het is toch een en hetzelfde brein dat erachter zit.
‘Ja, dit zijn typeringen die voortkomen uit de folklore, neem ik aan. Maar folklore is vaak overheersend in de wet. Aan de andere kant, als je er alleen vanuit de neurowetenschap naar kijkt, kan ik me voorstellen dat je al snel naar determinisme neigt. Wat zouden we tegenkomen wanneer we in de hersens van iemand als Stephen Paddock keken? Vinden we dan een tumor? Er is nog geen ander motief opgedoken, dus neig ik in die richting. Misschien was het iets dergelijks. De zaak is nog niet afgerond. We hebben meer informatie nodig. Maar je hebt gelijk: kan een beestachtige daad worden gescheiden van de persoon, is de persoon niet de som van zijn daden? Aan de andere kant hebben we wel enig onderscheid nodig tussen iemand die iets doet terwijl hij tijdelijk de controle over zichzelf kwijt is, en iemand die bewust een gruweldaad bedenkt en tot in de details uitwerkt. Daarom is een term als “karakter” nog steeds bruikbaar in de menswetenschappen. In termen van de neurowetenschap, tja, er zal heus geen afzonderlijk mensje in de hersens zitten, maar er is misschien wel een verhaal te vertellen over het falen van het systeem dat de impulsen moet beheersen.’
Is elk mens in staat tot monsterlijkheid?
‘Ik denk dat elk mens in staat is tot het plegen van monsterlijke daden, maar echte monsters zijn vrij zeldzaam. Onze darwiniaanse erfenis heeft ons allemaal evolutionair gevormde vormen van agressie meegegeven, maar onze roofdierneigingen worden getemperd door verzorging en culturele opvoeding. Bij psychopathische persoonlijkheden spelen een gebrek aan goed ouderschap en culturele opvoeding vaak een rol, in combinatie met hersenafwijkingen. Toch kunnen ook bepaalde ideologieën zoals het jihadisme of het imperialisme een normaal gesproken empathisch persoon in een monster veranderen. Slechte ideeën kunnen onze prosociale gevoelens een andere richting geven en een kwaadaardig hart scheppen.’
Wie of wat maakt een leider monsterlijk?
‘De tirannieke man heeft aantrekkingskracht voor mensen die zich bedreigd voelen of voor een staat die zich bedreigt voelt. Dat zie je telkens weer. Sociologen en antropologen noemen dit het verschijnsel van de “sterke man”: een groep voelt zich bedreigd, hun basisbehoeften worden niet vervuld, en er komt een charismatische, tirannieke figuur op. Zo ging het met Hitler. Zo ging het met Stalin. Ik heb in Cambodja gewoond en weet veel over het verhaal van de Rode Khmer en Pol Pot. Maar zelfs Plato zei het al in zijn Republica. Het interessante is dat het moeilijk is kritiek op zo iemand te leveren of er tegenwicht aan te bieden, omdat de tiran of de monsterlijke leider alleen maar agressief hoeft te zijn. Dat is zijn enige taak. Jij kunt wel zeggen dat hij irrationeel is of onlogisch, of moeilijk om mee samen te werken, maar dat maakt niets uit. Dat zijn gewoon de “deugden” van een monsterlijke leider. Neem het gedoe tussen Donald Trump en “Little Rocket Man”, zoals hij Kim Jong-un tegenwoordig noemt. De aantrekkingskracht van Trump op zijn aanhangers is denk ik dat Trump nu gestoord lijkt en dat andere grote mannen, grote bazen, misschien wel een andere gestoorde man zullen erkennen en respecteren. Dit zou een afschrikkend effect kunnen hebben. Het zou deels ook kunnen verklaren waarom een monsterlijke man aan de macht blijft.’
Wat bedoelt u als u schrijft dat monsters een morele functie hebben?
‘Monsters kunnen deel uitmaken van de morele verbeelding als manier om te laten zien wat we niet willen zijn. Een duidelijk voorbeeld is dat van de jihadi die een journalist onthoofdt. Maar er zijn ook subtiele vormen, zoals Ebenezer Scrooge. Onze literatuur en cultuur scheppen iconen van immoraliteit en die dragen bij aan de vorming van ons gedrag en ons denken. Veel mensen genieten van horror in bijvoorbeeld The Walking Dead, omdat het een soort generale repetitie is. Ik verwacht geen zombieapocalyps, maar ik vraag me wel af wat er zou gebeuren als het netwerk uitviel en wij geen elektriciteit hadden en er opeens voedselgebrek zou zijn. Wat zou er gebeuren als de moderne samenleving knarsend tot stilstand kwam? Veel monsterscenario’s zouden een vervangende training kunnen zijn voor wat er tussen mensen zou kunnen gebeuren.’
Wat is uw monster? ‘Ik ben bang voor diep, donker water. Het is een bijna verlammende angst voor zeemonsters, wat een volkomen irrationele en belachelijke angst is. Daardoor ben ik me gaan afvragen hoe het nou eigenlijk zit.’
En, hoe zit het?
‘Als je filosofie studeert, ben je behept met het vooroordeel van dit vakgebied tegen irrationaliteit. Zijn de knopen eenmaal ontward, dan moet rationaliteit het grote licht van de psyche zijn. Dat licht schijnt naar binnen en verklaart bovennatuurlijkheid en irrationele angsten. Je hoeft alleen maar je geest goed te trainen en dan kun je de kelder van je psyche uitruimen bij het heldere licht van de rede. Ik begon te beseffen dat dat niet klopt. De rede is niet het grote besturingssysteem. De psyche is gebaseerd op een veel groter en ouder besturingssysteem, namelijk het emotionele besturingssysteem. Uit veel onderzoek blijkt dat rationele of cognitieve gedragstherapie mensen nauwelijks helpt om over echte, verlammende fobieën heen te komen. Het lijkt er echt op dat het iets anders of diepers is.’
Waar komt die verlammende angst dan vandaan?
‘Dat zullen we de komende twintig jaar nog niet precies weten, maar ik denk wel dat het werk van affectieve neurowetenschappers als Jaak Panksepp, die helaas overleden is, Antonio Damasio, Kent Berridge en Richard Davidson uiteindelijk het antwoord zal opleveren. Zij geloven dat we een aangeboren emotionele bedrading hebben die flexibel genoeg is om verschillende gebeurtenissen en ervaringen te verwerken. Ik denk dat die zienswijze juist is, al komt er nu kritiek op van mensen als [neurowetenschapper, psycholoog en auteur van het boek How Emotions Are Made] Lisa Feldman Barrett. Maar ik ben het echt niet eens met haar theorie van geconstrueerde emoties. Ik denk dat ze veel te veel bezig is met de conceptuele ruimte van de geest.’
In haar visie zijn emoties geen kant-en-klare circuits in het brein die worden getriggerd door ervaringen. Het zijn constructies, manieren van het brein om de wereld te begrijpen.
‘Ja, en ik denk dat wat zij beschrijft wel klopt voor een bepaald domein van het geestelijk leven, namelijk voor een puur menselijk domein daarvan. Maar als het om de geest gaat ben ik te veel darwiniaan om te denken dat dit voor meeste emoties opgaat. De meer subtiele soorten emoties, zoals het gevoel van vrees of verveling, passen misschien goed in Barretts visie. Maar ik denk dat we homologisch gezien basale affectieve systemen gemeen hebben met andere zoogdieren. Zij ontkent dat, en daarin ben ik het dus niet met haar eens. Ze intellectualiseert emoties zo sterk – door ze als concepten te zien – dat ze dierlijke emoties of emoties van baby’s niet kan verklaren. Uiteindelijk moet het verhaal van angst, fobie en horror geworteld zijn in de oudere emotionele systemen.’
Hoe hebben monsters u ertoe gebracht om over verbeeldingskracht te schrijven?
‘Ik had veel nagedacht over beelden. Lang voordat we beschikten over geschreven talen en verhalen, hadden we in ons brein al beelden als gevolg van de waarneming. We moeten ooit een communicatievorm hebben gehad met beelden en lichamelijke gebaren, voordat we taal hadden. Daardoor ging ik me afvragen hoe oud de verbeeldingskracht eigenlijk is. Is die meegekomen met de taal of konden we allang met beelden communiceren voordat we taal hadden? Volgens mij zijn er veel manieren om kennis te hebben en met anderen te communiceren, die niet linguïstisch zijn maar te maken hebben met lichaamstaal, in de vorm van dansen, of via tekenen of beeldend werk, zoals de grotschilderingen in Lascaux of Chauvet. Al vóór het propositioneel denken bestond er een hele taal van verbeeldingskracht en geestelijk leven.’
Leeft dat oude verbeeldende leven nog steeds in ons?
‘Volgens mij wel, ja. Het wordt overschaduwd doordat het propositioneel denken overheerst. We zijn nu in ons brein sterk uitvoerend georganiseerd. Dat is wat je doet als je een kind opvoedt. Je legt een neocorticaal besturingssysteem over de wirwar aan meer associatieve motorische waarnemingsprocessen heen. We leren allemaal onze geest te disciplineren, zoals we leren ons gedrag te disciplineren. Maar we kunnen die neocorticale controleur het zwijgen opleggen via creatieve activiteiten, zoals kunst, en uitstapjes maken naar deze vroegere vorm van denken.’
Wat zou u zijn als u geen hoogleraar filosofie was?
‘Ik twijfel tussen muziek en visuele kunst, maar hoe dan ook zou ik kunstenaar zijn. Ik bén nog steeds kunstenaar. Ik word er alleen niet meer voor betaald.’
Het vluchtelingendebacle heeft z’n hoogtepunt nog niet bereikt. Eén nieuwe geweldsexplosie en het aantal migranten kan verdubbelen. Met meer dan vijf miljoen Palestijnen in vluchtelingenkampen is de noodzaak een politieke oplossing te vinden voor het Palestijnse conflict groter dan ooit.
Keuze uit het archief
Een van de hete hangijzers in de huidige politieke debatten is de vluchtelingenproblematiek, de kwestie waarover kabinet Rutte-IV in juli dit jaar viel. Iedere politieke partij die serieus een kans wil maken bij de verkiezingen in november zal zich over het onderwerp moeten uitspreken.
Met de uitbraak van de oorlog in Israël lijkt het probleem alleen maar groter te worden. Als Europa wil voorkomen dat er nog meer migranten naar het continent komen, moet het werken aan een vreedzame oplossing van het Palestijnse conflict, zo luidt de conclusie van dit artikel van El País van begin 2016.
‘Ik ben hier geboren. Hier heb ik mijn hele leven doorgebracht. Maar ik kom ergens anders vandaan.’ Hatim Mighiz is 49 jaar, nooit heeft hij een voet buiten de Gazastrook gezet. En toch, als je hem vraagt waar hij vandaan komt, zal hij altijd antwoorden: Al-Jiyya, een dorp in de buurt van Ashkelon.
Wie daar wel echt heeft gewoond is zijn vader Ibrahim, totdat in 1948 de Arabisch-Israëlische oorlog uitbrak, waarna Israël het gebied bezette en de Palestijnen verjoeg. Ibrahim werd naar het zuiden gestuurd, naar vluchtelingenkamp Beach aan de kust van Gaza. Daar sleet hij de rest van zijn dagen en daar wachten zijn nakomelingen het moment af om terug te keren.
Voor een groot deel van de publieke opinie in Europa zijn vluchtelingen een fenomeen dat dit jaar is ontstaan, toen het geweld Syriërs met honderdduizenden tegelijk naar de Middellandse Zeegebied dreef en de vluchtelingen wereldnieuws werden. Maar voor Hatim is ‘vluchteling’ zoiets als een nationaliteit. Zo werd hij geboren. En misschien gaat hij ook zo dood.
Toekomstdromen
Beach lijkt niet op de vluchtelingenkampen die je op tv ziet. In ruim zes decennia veranderde het van een kamp in een dorp van beton en asfalt. Als de muren niet vol stonden met Arabische leuzen zou het net zo goed een sloppenwijk in Lima of Bogota kunnen zijn. De vluchtelingen krijgen kinderen, die op hun beurt weer kinderen krijgen – het zijn er nu al meer dan 1.300.000, zo’n twee derde van de bevolking van de Gazastrook –, maar de ruimte neemt niet als bij toverslag toe. De bevolkingsdichtheid in Gaza is een van de hoogste ter wereld.
Toen Hatim trouwde metselde hij een scheidingsmuur in de flat van zijn ouders, en samen met zijn vrouw trok hij bij hen in. Hij werkte in een textielfabriek. Hij had toekomstdromen. Maar de loop van de geschiedenis scheurde die aan flarden. Toen zijn tweede dochter Ola werd geboren brak de tweede intifada uit. Waseem, zijn derde kind, kwam ter wereld toen Israël een muur om Gaza heen bouwde.
Niemand mocht Gaza meer zonder toestemming in of uit. Handeldrijven werd vrijwel onmogelijk en de fabriek moest haar deuren sluiten, waardoor Hatim zijn baan verloor. Bij de geboorte van Lama, zijn vijfde kind, nam de extremistische Palestijnse Hamasbeweging met geweld de macht over in de Gazastrook en raakte het gebied nog verder geïsoleerd.
Hatim, zijn vrouw en hun zeven kinderen wonen nu opgepropt in twee kamers. In de Gazastrook is de werkeloosheid opgelopen naar 42 procent, het hoogste percentage ter wereld. De VN voorspellen dat Gaza als gevolg van luchtvervuiling en overbevolking over vijf jaar onbewoonbaar is.
Er wonen meer dan vijf miljoen Palestijnse vluchtelingen in dezelfde omstandigheden als Hamit in kampen in Syrië, Libanon, Jordanië en in Palestina onder de vlag van de United Nations Relief and Works Agency (UNRWA). Noch Israël noch de Arabische Staten erkennen deze paria’s als burgers. Voor Palestijnse vluchtelingen komt de UNRWA nog het meest in de buurt van een staat. De organisatie voorziet in scholing, gezondheidszorg, eten, een beetje infrastructuur en doet aan sociale dienstverlening zoals het oprichten van vrouwencentra en het verstrekken van kredieten aan kleine bedrijfjes. Bovendien is het de grootste werkgever: 29.000 tot 30.000 duizend van de UNRWA-werknemers zijn zelf vluchteling.
Het probleem is dat na 65 jaar – waarvan 15 jaar volledig isolement – het geduld opraakt en de druk toeneemt. Dat geldt niet alleen voor Gaza, op de Westelijke Jordaanoever drijft de Joodse nederzettingenpolitiek de Palestijnse bedoeïenen in het nauw. Hun gezinnen hebben geen water. Hun huizen worden systematisch gesloopt. Zodra ze buiten de almaar krimpende dorpsgrenzen komen, wordt hun vee geconfisqueerd.
Dit moeras is een broeinest van geweld: regelmatig komen jongeren van de Westelijke Jordaanoever in opstand en gooien stenen of stokken naar de andere kant van de muur. Sommigen delen messteken uit. De Israëlische militairen antwoorden met kogelschoten. In twee jaar tijd is het aantal vluchtelingen dat door een kogel is geraakt met 139 procent gestegen. In 2014 stierven 53 Palestijnen aan schotwonden, 21 van hen waren vluchtelingen. En alleen al in oktober van dit jaar kwamen 71 Palestijnen en 8 Israëli’s om bij gewapende aanslagen.
De UNRWA heeft met haar aanwezigheid een gewelddadige opstand of een exodus van de Palestijnse bevolking weten te voorkomen. Met een jaarlijks budget van zo’n 2500 miljoen dollar – vergelijkbaar met dat van een arm land – slagen ze er telkens weer in kansen te creëren, een aantal burgergrondrechten te waarborgen en de rust te bewaren. Maar het geweld in Syrië laat de status quo stilletjes aan uit zijn voegen barsten. Het geweld ontwricht de Syrische vluchtelingenkampen, waardoor er minder overblijft voor andere kampen. Dit jaar moest er een noodfonds van nog eens 420 miljoen dollar in de UNRWA worden gepompt. Volgend jaar moet er 81 miljoen dollar bij.
Vluchteling worden is zoiets als springen uit een brandende wolkenkrabber: dat doe je alleen als achterblijven erger is
Afgelopen zomer stonden de vluchtelingen aan de rand van de afgrond: het scheelde maar weinig of de scholen in de vluchtelingenkampen konden vanwege een tekort van 101 miljoen hun deuren niet openen. Behalve dat de toekomst van miljoenen mensen in rook zou zijn opgegaan, zouden vanwege de gesloten scholen duizenden jongeren verveeld op straat zijn gaan rondhangen, met als enig tijdverdrijf het botvieren van hun frustratie op Israëlische militairen. Of de muur over klimmen.
Het tij werd ternauwernood gekeerd met een flinke financiële injectie van de Europese Unie, de Verenigde Staten, een aantal Europese landen die bijdroegen op persoonlijke titel en verschillende Arabische landen. Zij zorgden ervoor dat het financiële gat net op tijd werd gedicht. De scholen gingen open. Het lont werd net op tijd uit het kruitvat gehaald. Toch is een nieuwe crisis slechts een kwestie van tijd. De kosten en de druk blijven toenemen.
Is dit een kwestie die alleen Israëli’s en Palestijnen aangaat? Is dit een probleem dat het Midden-Oosten moet oplossen? Nee. Vanaf dit jaar is het ook, en vooral, een Europees probleem.
De grote stroom vluchtelingen die naar Europa trok bedroeg bijna een miljoen mensen. Maar in de vluchtelingenkampen van de UNRWA zitten er nog eens vijf miljoen. Als een geweldsexplosie hen dwingt te vluchten, en slechts 20 procent van hen probeert een toekomst te vinden binnen de Europese Unie, dan zal het aantal vluchtelingen in het Middellandse Zeegebied verdubbelen. De organisatie schat dat zo’n 52.000 bewoners van Syrische vluchtelingenkampen inmiddels naar het Westen geëmigreerd zijn. En daar moet je de volksverhuizingen bij op tellen die de tegen IS gerichte bombardementen veroorzaken.
Vredesakkoord
Vluchteling worden is zoiets als springen uit een brandende wolkenkrabber: dat doe je alleen als achterblijven erger is. In het Midden-Oosten is het onmogelijk om de vluchtelingenstroom uit de door geweld geteisterde gebieden een halt toe te roepen. Wat de internationale gemeenschap wel kan doen, is druk uitoefenen op de betrokken partijen om eindelijk een politieke oplossing te vinden voor het Palestijnse conflict. Alleen met een vredesakkoord voorkom je nieuwe geweldsescalaties en een regionale exodus. En daarmee zou je grote sommen geld een andere bestemming kunnen geven, en bijvoorbeeld in het nieuwe vluchtelingenprobleem kunnen steken.
De familie van Hatim wacht al 65 jaar op deze oplossing. Nu heeft Europa deze oplossing ook nodig.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.