Onderwerpen: Autoritarisme

  • Trump heeft enkel nog zijn eigen toestemming nodig, niet die van het congres

    Trump heeft enkel nog zijn eigen toestemming nodig, niet die van het congres

    Oorlog en vrede kunnen niet worden overgelaten aan één man. En zeker niet deze man.

    Acht minuten. Zolang duurde het filmpje waarmee president Trump op sociale media zijn oorlog met Iran aankondigde. Hij ging niet naar het Congres. Hij vroeg niet om een resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Nee, hij zette misschien wel de meest monarchale stap die hij in zijn toch al monarchale tweede termijn heeft gezet: hij gaf simpelweg bevel tot een oorlog.

    Ik doe voor niemand onder in mijn afkeer van het Iraanse regime. Ik zal geen traan laten om de dood van de hoogste leider ayatollah Khamenei, die zaterdag omkwam bij een luchtaanval. Mijn woede over het Iraanse bewind is persoonlijk. Toen ik in 2007 en 2008 in Irak in het leger diende, werden mannen die ik kende daar gedood of zwaar verwond door milities die door Iran werden gesteund, met wapens die door Iran waren geleverd.

    Maar mijn persoonlijke afkeer gaat niet boven de grondwet, en dat zou voor iedereen moeten gelden. Zoals ik op zaterdag in een debat hierover met medecolumnisten al zei, ben ik bang dat veel mensen nu zullen zeggen: ‘Ach ja, in een ideale wereld had Trump dit eerst aan het Congres gevraagd, maar dat is een gepasseerd station.’ En zo moeten we deze oorlog juist níét benaderen.

    Er zijn goede redenen waarom de beslissingsbevoegdheid over oorlog en vrede geregeld is in de grondwet

    Uiteindelijk komt het simpelweg hierop neer: Trump had het Congres om toestemming moeten vragen voor een aanval op Iran of hij had van een aanval moeten afzien. Zonder die toestemming verkleint hij de kans dat deze oorlog uiteindelijk een succes wordt en vergroot hij de kans dat we dezelfde fouten maken die wij, net als andere machtige landen, al vaker hebben gemaakt.

    Door hierop te wijzen offer je het landsbelang niet op aan juridische proceduredwang, maar herinner je Amerikanen aan de goede redenen waarom de beslissingsbevoegdheid over oorlog en vrede zo geregeld is als in onze grondwet.

    De grondwet van 1787 was vooral bedoeld om een republikeinse staatsvorm te vestigen. Daarvoor moesten de traditionele bevoegdheden van de vorst uiteengerafeld worden om ze onder te brengen bij verschillende takken van de overheid. Voor militaire aangelegenheden werd in de grondwet de bevoegdheid om een oorlog uit te roepen in andere handen gelegd dan het opperbevel over de strijdkrachten. Simpel gezegd mag Amerika eigenlijk alleen ten strijde trekken op last van het Congres, maar berust het opperbevel van de strijdkrachten in zo’n geval bij de president.

    Dit grondwettelijke kader dwingt een regering ook om haar beleid te verantwoorden

    Het belangrijkste van deze grondwettelijke taakverdeling is dat vrede vooropstaat. Ons land kan alleen oorlog gaan voeren als de regering een meerderheid van het Congres ervan weet te overtuigen dat een oorlog in het landsbelang is. En dit geldt zowel voor een directe oorlogsverklaring als voor de daaraan nauw verwante toestemming voor de inzet van militair geweld, zoals bij Desert Storm in de eerste Golfoorlog, operatie Enduring Freedom in Afghanistan en operatie Iraqi Freedom in Irak.

    Maar dit grondwettelijke kader doet nog veel meer: het dwingt een regering ook om haar beleid te verantwoorden. Als een president het Congres toestemming vraagt om oorlog te voeren, moet hij daarvoor niet alleen schetsen wat zijn redenen zijn, maar ook welke doelen hij zich stelt. Zo kunnen eventuele zwaktes in het pleidooi voor die oorlog worden aangewezen, en kan de slaagkans dan wel het risico op mislukking worden ingeschat.

    Mij bekruipt bijvoorbeeld een akelig gevoel van déjà vu bij de suggestie dat het verzwakken van regeringstroepen door middel van luchtaanvallen zal leiden tot de omverwerping van het regime door ongewapende (of toch grotendeels ongewapende) burgerdemonstranten en de vorming van een nieuwe regering. Aan het einde van Desert Storm hadden de VS het Iraakse leger weggevaagd en veel meer slachtoffers gemaakt dan Israël en de VS dit weekend in Iran. Het Iraakse volk kwam in opstand en de hoop bestond dat de dictator zou worden afgezet en de democratie zou zegevieren. Maar Saddam Hoessein had nog steeds meer dan genoeg vuurkracht en genoeg trouwe aanhangers om de opstand neer te slaan, nog ruim tien jaar aan de macht te blijven en tienduizenden tegenstanders te vermoorden.

    Vooruitzicht

    Het Iraanse regime verdient zijn ondergang, maar ik ben bang dat we niet meer dan de voorwaarden scheppen voor een nog groter bloedbad onder burgers, zonder dat we tegenstanders van het regime ook maar enig redelijk vooruitzicht op succes bieden.

    En als het regime al bezwijkt, dan is er geen garantie dat het resultaat naar onze zin zal zijn. Van Irak tot Syrië en Libië hebben we al gezien dat burgeroorlog leidt tot chaos, extremisme, terrorisme en destabiliserende migratiegolven.

    In een openbaar debat in het Congres hadden deze punten allemaal afgewogen kunnen worden. De regering had ons kunnen voorbereiden op de consequenties, zoals verlies van mensenlevens en economische ontwrichting. In plaats daarvan zei Trump zaterdag in zijn summiere toespraak: ‘Dit kan moedige Amerikaanse helden het leven kosten, er kunnen slachtoffers vallen. Zo gaat dat vaak in een oorlog.’ Ja, dat kun je wel zeggen. Maar daar blijft het niet bij, verre van. Het Amerikaanse volk had meer informatie moeten krijgen. Daar had het recht op.

    Er waren goede redenen om Iran aan te vallen.

    DOS Trump trap compressed edited
    De Amerikaanse president stapt uit Air Force One op Palm Beach International Airport, Florida. – © Getty Images

    Iran heeft een verdorven regime dat Amerika vijandig gezind is en militair agressief, zoals medecolumnist Bret Stephens betoogt. Het is al decennialang met de VS in conflict. Vanaf de gijzelingscrisis van 1979, toen Amerikaanse diplomaten en ambassademedewerkers 444 dagen door de Iraniërs werden gegijzeld, heeft Iran de Verenigde Staten talloze malen direct en indirect aangevallen.
    Door Iran gesteunde terroristen pleegden in 1983 de bomaanslag op een kazerne in Libanon die 241 Amerikanen het leven kostte. Door Iran gesteunde terroristen waren verantwoordelijk voor de dood van 19 Amerikanen bij de bomaanslag op het wooncomplex Khobar Towers in Saoedi-Arabië in 1996. Door Iran gesteunde milities hebben in Irak honderden Amerikaanse militairen gedood.

    Sinds de tweede Irakoorlog worden Amerikaanse troepen in Irak onophoudelijk door milities van Iran belaagd. Je mag wel stellen dat Iran al decennialang onvermoeibaar bezig is Amerikanen aan te vallen en te doden.

    Daarnaast heeft Iran een van de meest agressieve en destabiliserende regimes ter wereld. Het steunt Hamas, Hezbollah en de Houthi’s, drie van de meest geduchte terroristische milities ter wereld, het vuurt raketten af op Israël en heeft Rusland drones geleverd voor zijn illegale invasie van Oekraïne.
    En de eigen bevolking wordt hardhandig onderdrukt. Het regime drukt alle kritiek de kop in, ontneemt vrouwen de meest elementaire mensenrechten en deinst er niet voor terug om bij protesten de eigen burgers bij duizenden af te slachten.

    Als je een lijst wilt maken van landen die vooral niet de beschikking moeten krijgen over een kernwapen, eindigt Iran heel hoog, zo niet bovenaan. Verhinderen dat Iran een kernwapen kan inzetten moet een van onze hoogste nationale veiligheidsprioriteiten zijn.

    Zware wissel

    Maar er waren ook goede argumenten tegen een aanval. Zoals mijn collega Eric Schmitt eerder berichtte, is Trump door zijn stafchef, generaal Dan Caine, gewaarschuwd dat er een groot risico bestaat op slachtoffers en dat een campagne tegen Iran een zware wissel trekt op de voorraad precisiewapens, net nu die hard nodig zijn om China te weerhouden van eventuele manoeuvres tegen Taiwan.

    Bovendien komt Iran nu misschien tot de overtuiging dat het zich niet meer hoeft in te houden, maar simpelweg zo veel mogelijk slachtoffers moet gaan maken onder de Amerikaanse strijdkrachten (en misschien zelfs onder Amerikaanse burgers). Het heeft al verschillende landen in de Golfregio aangevallen. Tot dusver hebben die aanvallen niet veel schade aangericht, maar het is te vroeg om daaruit op te maken dat Iran de VS of onze bondgenoten geen pijn kan doen.

    En als we die verliezen lijden zonder dat we een eind maken aan een nucleair programma waarvan Trump bovendien eerder gezegd heeft dat het al ‘weggevaagd’ wás, zonder dat er uiteindelijk een nieuw regime komt (ook al is de hoogste leider nu dood) en zonder dat we demonstrerende burgers ook maar enige bescherming kunnen bieden, dan hebben we straks in feite een zinloze, dodelijke oorlog verloren.

    Laat u door niemand wijsmaken dat we aan Trump eisen stellen die we aan niemand anders stellen

    Laat u door niemand wijsmaken dat moderne presidenten het Congres nu eenmaal overslaan. Dat we aan Trump eisen stellen die we aan niemand anders stellen. Het ministerie van Justitie liet president Bush in 2002 weten dat hij beschikte over ‘afdoende wettige en grondwettelijke gronden voor de inzet van geweld tegen Irak’, ook zonder expliciete toestemming van het Congres of een nieuwe resolutie van de VN-Veiligheidsraad. Toch vroeg Bush eerst om die toestemming en die resolutie (die hij ook kreeg), net zoals zijn vader eerder had gedaan met operatie Desert Storm tegen Saddam Hoessein.

    Hoe je ook denkt over operatie Iraqi Freedom (ik stond er toen en sta er nog steeds achter), onze troepen trokken ten strijde in het besef dat een meerderheid van het Amerikaanse volk achter hen stond. Ze wisten dat politici aan beide kanten van het politieke spectrum voor die strijd hadden gestemd.

    Nu zijn miljoenen Amerikanen verbijsterd door de gebeurtenissen. Er is geen nationale consensus over het besluit om Amerikaanse levens op het spel te zetten. Er is zelfs geen consensus onder de Republikeinen. Er is alleen een individuele consensus, van een grillige man die zo is losgezongen van de realiteit dat hij op Truth Social daadwerkelijk een artikel heeft doorgelinkt met de kop: ‘Iran probeerde in 2020 en 2024 de verkiezingen te verstoren om een zege van Trump te verhinderen, en kan nu weer oorlog met de VS verwachten’. Maken Trumps complottheorieën hem ook meer bereid om oorlog te voeren?

    Na afloop van de Amerikaanse oorlog met Mexico schreef het kersverse Congreslid Abraham Lincoln in 1848: ‘Altijd hebben koningen hun volk meegesleept in en armer gemaakt door oorlogen, waarbij ze doorgaans, zij het niet altijd, pretendeerden dat die oorlogen in het belang van dat volk werden gevoerd. Dit vonden onze grondleggers de meest schadelijke van alle vormen van koninklijke onderdrukking, en ze besloten daarom de grondwet zo te formuleren dat niemand de macht kreeg om ons aan deze vorm van onderdrukking te onderwerpen.’ Dat waren toen wijze woorden en dat zijn ze nog steeds. Trump is geen koning, hoe hij daar zelf ook over moge denken. Maar door Amerika op eigen houtje een oorlog in te slepen, gedraagt hij zich wel zo.

  • Wereldbeeld: de Kims gaan samen uit

    Wereldbeeld: de Kims gaan samen uit

    De Noord-Koreaanse leider Kim Jong-un inspecteerde samen met zijn dochter Kim Ju-ae op een niet nader genoemde locatie meerdere ballistische raketten.

    Het is niet de eerste keer dat hij zijn dochter meeneemt naar militaire demonstraties, volgens deskundigen een poging om haar geleidelijk te introduceren als politieke erfgenaam en symbool van dynastieke continuïteit. Ze verscheen voor het eerst in de openbaarheid in 2022, eveneens bij een rakettest.

    WB Noord Korea compressed
  • De misvorming van MAGA’s Republikeinse partij

    De misvorming van MAGA’s Republikeinse partij

    De aanhangers van de beweging die onder leiding van hun president Amerika weer groot willen maken, richten zich vooral op het aanwakkeren van woede en wrok.

    De ‘Make America Great Again’-beweging is het kloppende hart van de Grand Old Party [bijnaam van de Republikeinse Partij], de dominante politieke partij in de Verenigde Staten. Daarmee is MAGA de belangrijkste politieke beweging ter wereld, en dat maakt bepaalde recente ontwikkelingen binnen die beweging zo zorgwekkend.

    In maart stelden de College Republicans of America (CRA), een van de oudste jeugdorganisaties die gelieerd zijn aan de Republikeinse Partij, Kai Schwemmer aan als politiek directeur. Schwemmer had in het verleden banden met Nick Fuentes, antisemiet en aanhanger van witte suprematie, en diens beweging Groyper, een los netwerk van wit-nationalistische activisten en internettrollen die zich verzamelen rond online-influencers, met name Fuentes.

    ‘WOKE meute’

    Martin Bertao, de voorzitter van de CRA, verdedigde de aanstelling op X door te schrijven dat hij over de beslissing had nagedacht en ervoor koos ‘aan NIEMAND excuses aan te bieden’, om eraan toe te voegen: ‘CRA zal nooit zwichten voor de WOKE meute!’ Schwemmer vertelde op zijn beurt aan Fox News Digital dat CRA en hij ‘het zat zijn om mee te werken aan de cancelcultuur die verdeeldheid zaait en alleen maar linkse mensen bevoordeelt’.

    Het geval van Schwemmer staat nauwelijks op zichzelf. Afgelopen jaar berichtte Politico over gelekte Telegram-chats tussen leiders van Republikeinse jeugdafdelingen in meerdere staten gedurende een periode van zeven maanden. Het ging om voorzitters, vicevoorzitters en commissieleden die racistische en antisemitische berichten met elkaar uitwisselden.

    Terwijl sommige figuren binnen de Republikeinse Partij kritiek hadden op die uitingen, nam vicepresident JD Vance het voor de jeugdafdelingen op door te zeggen dat ‘kinderen nu eenmaal stomme dingen doen, vooral jongens’. Hij vervolgde: ‘Ze vertellen elkaar grappen die op het randje zijn, of net erover. Dat doen kinderen.’ Maar de grofste opmerkingen waren meer dan eens afkomstig van dertigers.

    Een paar maanden later onthulde The Miami Herald dat gelekte chats van een Republikeinse groepering aan Florida International University lieten zien hoe deelnemers racistische beledigingen hadden geuit. Zo hadden ze meerdere malen hun wens kenbaar gemaakt om gewelddadige aanvallen te plegen op zwarte mensen en hadden ze vrouwen ‘hoeren’ genoemd. In de chatberichten stonden grappen over gaskamers, slavernij en verkrachting. In talloze berichten werd Adolf Hitler geprezen. Dat gebeurde zo vaak dat de groep op een bepaald moment werd omgedoopt tot ‘Nazi Heaven’.

    Normalisering

    Dergelijke incidenten geven blijk van de normalisering van suprematistische en neonazistische retoriek onder jonge Republikeinse activisten.

    Onder de oudere generaties binnen de MAGA-beweging woedt een felle strijd tussen vooraanstaande media en politieke persoonlijkheden, onder wie enerzijds mensen als Tucker Carlson, Candace Owens en Matt Walsh en anderzijds Ben Shapiro en Mark Levin. Er is ook een strijd gaande tussen Laura Loomer en Elon Musk, Musk en Steve Bannon, Bannon en Dinesh D’Souza, en D’Souza en Carlson. Het gaat maar door, zonder dat er een einde in zicht is. De MAGA-beweging is, net als eerdere radicale politieke bewegingen, bezig zichzelf te verslinden.

    In januari 2016 was ik nog een trouwe Republikein die had gediend in de regeringen van Reagan, George H.W. Bush en George W. Bush. Die maand schreef ik in The New York Times dat Republikeinen onder geen beding voor Trump moesten stemmen, zelfs niet als Hillary Clinton zijn tegenstander was. Ik omschreef hem als een ‘kwaadaardige combinatie van onkunde, emotionele instabiliteit, demagogie, solipsisme en rancune’. Maar ik ging nog een stapje verder. Trumps nominatie, schreef ik, zal een bedreiging vormen voor de toekomst van de Republikeinse Partij, want hoewel Clinton de partij bij de verkiezingen kon verslaan, zou alleen Trump haar kunnen herdefiniëren. Ik voegde eraan toe: ‘De aanwezigheid van Trump bij de verkiezingen van 2016 heeft al schadelijke effecten gehad, maar dat is niets bij wat er gebeurt als hij de vaandeldrager van de Republikeinen zou worden. De genomineerde is immers de leider van de partij, hij geeft haar vorm en inhoud. Als Trump de Republikeinse Partij aanvoert, zal ze niet langer een conservatieve partij zijn, maar een boze, bevooroordeelde, populistische partij. Trump zou een dramatische breuk met en een fundamentele aanval op de beste tradities van de partij betekenen.’

    de ranzigheid van de MAGA-beweging valt niet alleen Trump te verwijten

    In de afgelopen tien jaar hebben we gezien dat die grootste angsten zijn uitgekomen. Voor de duidelijkheid: de ranzigheid van de MAGA-beweging valt niet alleen Trump te verwijten. De ideeën die we nu naar buiten zien komen bestonden al lang voordat hij de politiek inging. Maar die ideeën waren voor het grootste deel beperkt tot de marge. Republikeinse presidenten en andere politieke leiders deden wat ze konden om dat zo te houden.

    Maar vanaf het moment dat Trump in de zomer van 2015 zijn kandidaatschap aankondigde, heeft hij zijn best gedaan om de lelijkste hartstochten binnen de Republikeinse Partij aan te wakkeren en aan te moedigen door de smeulende haat met kerosine te overgieten. Een van de ingrijpendste gevolgen daarvan is dat hij het temperament en het karakter van vrijwel de hele Republikeinse Partij heeft misvormd. Het was opvallend om te zien: juist die kanten van Trump waarbij Republikeinen, onder wie evangelische en fundamentalistische christenen, zich voorheen ongemakkelijk voelden, zijn sindsdien door hen geaccepteerd en omarmd. Trump heeft hun morele kompas opnieuw afgesteld.

    Ik wil niet suggereren dat de Republikeinse Partij vóór het Trump-tijdperk ook maar in de buurt van perfectie kwam. Net als elke andere politieke partij had ze haar gebreken en beschikte ze over een wisselvallige staat van dienst. Maar onder Trump is ze een totaal andere partij geworden, met veel meer kwaad in de zin. In alle gelederen van de partij heeft Trump wreedheid en grensoverschrijdend gedrag acceptabel gemaakt. En ondertussen heeft hij ook het Amerikaanse conservatisme de das omgedaan.

    DOS Trump poster compressed edited
    Trump in een SS-uniform op een muur in Margate. Hij is een van de internationale politici en zakenlieden in een reeks satirische posters met de titel ‘The Turd Reich’. – © Getty Images

    Trump heeft veel aloude conservatieve beleidsprincipes overboord gegooid: steun voor vrijhandel, hervorming van sociale voorzieningen, steun aan buitenlandse hulp om levens te redden en Amerikaanse belangen te behartigen, steun aan de NAVO, verzet tegen Russische onderdrukking in eigen land en agressie in het buitenland. Maar de diepere en langdurigere schade die hij heeft aangericht, betreft het conservatisme als ideologie.

    Een van de belangrijkste figuren uit de geschiedenis van het conservatisme is Edmund Burke, een Ierse staatsman en filosoof uit de achttiende eeuw. In zijn beroemdste werk, Reflections on the French Revolution (Bespiegelingen over de revolutie in Frankrijk), waarschuwt hij voor de gevaren van een revolutionair enthousiasme dat een beschaving totaal op de schop wil nemen. Terecht was Burke bang dat dit destructieve driften en gruwelijk geweld zou ontketenen. Hij geloofde dat de rede alleen niet verheffend was. Hij waarschuwde dat wanneer de ‘decent drapery of life’ zou worden afgerukt, barbaarsheid het gevolg zou zijn.

    Een paar jaar later, in Letters on a Regicide Peace, schreef Burke: ‘Omgangsvormen zijn belangrijker dan wetten. Daarvan zijn wetten voor een groot deel afhankelijk. Met de wet hebben we slechts hier en daar en zo nu en dan te maken. Het zijn de omgangsvormen die ons irriteren of kalmeren, bederven of zuiveren, verheffen of verlagen, barbaars maken of beschaven, met een constante, gestage, onmerkbare werking, zoals die van de lucht die we inademen.’

    Terecht was Burke bang dat een revolutie destructieve driften en gruwelijk geweld zou ontketenen

    Burke geloofde dat omgangsvormen en zeden, gewoonten en normen, gedragscodes en schoonheid zelf het leven menselijker maakten. Hij had zijn critici, zoals Mary Wollstonecraft, die meende dat zijn pleidooi voor de schoonheid van traditie erop gericht was om onderdrukking en ongelijkheid draaglijk te maken. Maar Burkes belangrijkste inzicht was dat wanneer je beschavingen van hun schoonheid en gevoel voor eerbied beroofde, dit zou leiden tot geestelijke verarming en uiteindelijk tot terreur. En net als zijn tijdgenoot Adam Smith geloofde hij dat het cultiveren van menselijke empathie, inclusief het vermogen om het lijden van anderen te voelen, essentieel was voor een goede samenleving.

    Zo’n anderhalve eeuw na Burke betoogde de invloedrijke Britse filosoof Michael Oakeshott in zijn essay On Being Conservative dat conservatisme ‘geen geloofsovertuiging of doctrine is, maar een gezindheid’. Voor Oakeshott betekent conservatief zijn dat je geneigd bent op een bepaalde manier te denken en handelen. De conservatieve gezindheid, zo schreef hij, ‘wekt verbondenheid en genegenheid op’.
    ‘De mens met deze gezindheid,’ aldus Oakeshott, ‘begrijpt dat het de taak van een regering is om hartstochten niet aan te wakkeren en van nieuwe voeding te voorzien, maar om in de activiteiten van reeds al te hartstochtelijke mensen een element van gematigdheid aan te brengen; om te beteugelen, te temperen, te kalmeren en te verzoenen; niet om het vuur van verlangens op te stoken, maar om het te dempen. En dit alles niet omdat hartstocht een ondeugd is en gematigdheid een deugd, maar omdat gematigdheid onmisbaar is als gepassioneerde mensen willen voorkomen dat zij verstrikt raken in wederzijdse frustratie.’

    Brits conservatisme

    Het Britse conservatisme verschilt enigszins van het Amerikaanse. Dat laatste is van oudsher iets vooruitstrevender, iets meer gericht op rechten en ideologie, en meer gefocust op het individu dan op de gemeenschap. Maar er zijn veel overeenkomsten, zoals respect voor traditie en orde, het belang van instituties, de rechtsstaat en de complexiteit van de menselijke samenleving, samen met een wantrouwen tegen radicale verandering. En beide erkennen het belang van karaktervorming, het cultiveren van fatsoen en het beteugelen van duistere hartstochten. MAGA staat niet alleen haaks op het conservatisme; het is ermee in oorlog.

    Het is belangrijk te erkennen dat veel gewone MAGA-stemmers niet bewust het conservatisme dat ik beschrijf hebben verworpen. Zij stemden op Trump en hebben zich om uiteenlopende redenen, waaronder economische ontwrichting en gevoelens van culturele vervreemding, aangesloten bij de MAGA-beweging. Maar al lang geleden werd duidelijk waar zij zich bij aansloten. In de kern van het MAGA-project en het trumpisme liggen ontwrichting en vernietiging, het delegitimeren en afbreken van instituties, en een gewelddadige houding tegen opponenten. De leider ervan, de president, misbruikt zijn macht, doet onschuldigen kwaad aan en bespot de doden nog voordat hun familie is begonnen met rouwen.

    Direct nadat het overlijden van Robert Mueller was bekendgemaakt, schreef Trump op Truth Social: ‘Mooi, ik ben blij dat hij dood is. Nu kan hij geen onschuldige mensen meer kwaad doen!’ Enkele maanden daarvoor had Trump uitgehaald naar Hollywoodacteur en -regisseur Rob Reiner – ‘Ik was helemaal geen fan van hem. Hij was gestoord’ – nadat Reiner en zijn vrouw in hun huis waren doodgestoken.

    Ontmenselijking

    De MAGA-ethiek verheerlijkt ontmenselijking. Ze is wetteloos, grof en strijdlustig. Het hele ecosysteem – sociale media, podcasts en radio – is gericht op het verspreiden van leugens en complottheorieën, op het aanwakkeren van woede en wrok. De aanhangers van de beweging kenmerken zichzelf veel meer door wat ze haten dan door wat ze liefhebben. Met revolutionair fanatisme voeren zij een cultuurstrijd, terwijl ze tegelijkertijd onze maatschappelijke cultuur vernielen.

    Als een publieke figuur vandaag de dag zou spreken zoals conservatieven dat ooit deden – over de deugd van mededogen, het belang van een goed karakter bij onze leiders en het weerstaan van onze oerdriften, over de noodzaak om beleefdheid en fatsoen aan te moedigen en omgangsvormen en moraal te verfijnen – zou hij worden bespot, en ‘woke’ worden genoemd, of een zwakkeling, een cuck [slapjanus, vaak gebruikt voor mensen met gematigde of progressieve denkbeelden].

    De MAGA-beweging vertegenwoordigt het verraad aan de temperamentvolle traditie van het conservatisme. En als gevolg van de misvorming van de Republikeinse Partij is het conservatisme politiek dakloos geworden. Dat is een groot verlies voor de Republikeinen, en een nog groter verlies voor Amerika.

    Zelfs mensen die zich niet als conservatief identificeren en blinde vlekken zien binnen die traditie, kunnen volgens mij de bijdragen van het conservatisme in zijn beste vorm erkennen: de omarming van bescheidenheid als het gaat om de eigen waarneming en scepsis tegenover utopisch denken; het belang dat het hecht aan instituties en het maatschappelijk middenveld; de prioriteit die het geeft aan karaktervorming en het instinct om datgene te behouden wat anderen radicaal willen veranderen. De conservatieve denker Yuval Levin zegt dat conservatisme begint met een visie op wat we liefhebben in de wereld, en wordt gedreven door de verdediging van wat het beste is aan die wereld.

    Trump en de sleutelfiguren binnen de MAGA-beweging hebben het conservatisme niet verworpen omdat ze het niet goed genoeg begrepen, maar omdat ze het juist maar al te goed begrepen. Als het conservatisme ooit weer een thuis vindt binnen de Republikeinse Partij, zal dat komen doordat de partij besluit dat het ware, het goede en het schone inderdaad het behouden waard zijn. Op dit moment is ze daar lichtjaren van verwijderd, en wie het conservatisme koestert zou dat ook moeten uitspreken.

  • Dossier: Machtsvertoon

    Dossier: Machtsvertoon

    Genocide, oligarchie, autocratie, extreem geweld, nieuwe wapenwedlopen, spierballentaal in Oost en West, het valt onder één noemer: bot machtsvertoon zonder enige rechtvaardiging of morele verantwoording.

    In het dossier Machtsvertoon:

    1. Individuele consensus van een grillige man
    2. Epische woede
    3. De misvorming van MAGA’s Republikeinse partij
    4. Pedro Sánchez, de aartsvijand van Donald Trump

  • Wereldbeeld: internationale solidariteit met Iran

    Wereldbeeld: internationale solidariteit met Iran

    Betogingen tegen het repressieve regime van ayatollah Ali Khamenei kunnen ook buiten Iran op steun rekenen.

    Voor het Amerikaanse consulaat in Milaan stak een demonstrant een sigaret aan met een brandend stuk papier waarop de hoogste leider staat afgebeeld. Bij de dappere protesten zijn volgens mensenrechtenorganisaties inmiddels zeker 4500 doden gevallen.

    WB Ayatollah compressed
    © ANP

  • Wat zij zeggen over het ICE-optreden in Minneapolis

    Wat zij zeggen over het ICE-optreden in Minneapolis

    Wat schrijven internationale commentatoren over get optreden van ICE in Minneapolis? ‘De VS staan op de rand van een autoritaire machtsovername.’

    Francine Prose – lid van de Amerikaanse Academie van Kunsten en Letteren

    The Guardian

    ‘De VS staan op de rand van een autoritaire machtsovername. In Minneapolis werden een onschuldige dichter en een IC-verpleger van een veteranenziekenhuis in koelen bloede vermoord door federale agenten (…). Intimidatie en geweld worden ingezet tegen de inwoners van Minneapolis, van wie sommigen bang zijn hun huis te verlaten uit angst om geslagen, gearresteerd en geboeid te worden, of ze nu Amerikaanse staatsburgers zijn, asielzoekers of buitenlanders die hier al tientallen jaren vreedzaam wonen en werken. Dáár moeten we aandacht aan besteden. Al het andere is slechts afleiding.’


    Hoofdredactioneel commentaar

    The Washington Post

    ‘De onrechtmatige dood van Alex Pretti, een 37-jarige verpleger in Minneapolis, markeert een keerpunt in de tweede ambtstermijn van Donald Trump. Zijn massale deportatiecampagne is een morele en politieke mislukking gebleken, waardoor Amerikaanse burgers zich woedend en onveilig voelen (…) De meeste Amerikanen willen een veilige grens en vinden dat gewelddadige criminelen moeten worden uitgezet. Dat is een belangrijke reden waarom Trump terugkeerde naar het Witte Huis. De buitensporige acties van het afgelopen jaar zouden echter zijn presidentschap kunnen ondermijnen en tot meer tragedies kunnen leiden.’


    Redactioneel commentaar

    Le Monde

    ‘De verontwaardiging na de dood van Alex Pretti had moeten leiden tot meer bewustwording van de misstanden van de ICE (..) Helaas is dit absoluut niet gebeurd. Trump lijkt vastbesloten om de situatie nog verder op te stoken (…) Massale protesten zouden hem in staat stellen de Insurrection Act in te roepen, een uitzonderlijke wet die de inzet van gewapende troepen voor politieoperaties mogelijk maakt (…) Tien maanden voor de tussentijdse verkiezingen, die traditioneel ongunstig uitpakken voor de partij in het Witte Huis, is zo’n chantageactie zeer verontrustend.’


    Nicole Russell – columnist

    USA Today

    ‘Ik ben woedend over de dood van Renée Good. Maar ik ben ook woedend dat de gekozen leiders van Minnesota zich onmiddellijk tegen de ICE hebben gekeerd. Dat is geen goed teken voor de inwoners van Minnesota, die geneigd zijn tot rellen (…). Wat er met Good is gebeurd, is verschrikkelijk. Maar ICE-agenten zijn niet “op eigen houtje” te werk gegaan. Ze handhaven de bestaande immigratiewetgeving. Democraten in Minnesota zouden er goed aan doen deze in­ spanningen te steunen, in plaats van ertegen in te gaan en burgers zelfs aan te moedigen tot verzet.’

  • Krachtpatserij is iets anders dan kracht

    Krachtpatserij is iets anders dan kracht

    Echte kracht wordt verward met eenvormigheid, terwijl het meer een kwestie is van flexibiliteit, van veerkracht. Het zijn juist de vrije, niet totalitaire samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven, volgens deze auteur.

    Zowel bij nieuw rechts als in het kamp van klimaatlinks heerst momenteel de opvatting dat juist de kwaliteiten waarop de Verenigde Staten zich vroeger lieten voorstaan, het land in feite verzwakken. Pluralisme, zo hoor je vaak, leidt tot een verdeelde en onbestuurbare samenleving. De regels van de rechtsstaat zitten de overheid in de weg bij de aanpak van grote problemen. En door de wispelturigheid van de kiezer moeten politici vaak alweer weg voordat ze de kans hebben gehad blijvende verandering door te voeren.

    Sommige populisten voor wie een zwakke staat een groter schrikbeeld is dan een totalitaire staat, zouden de diversiteit van onze samenleving graag verruilen voor volstrekte eendracht. Onder milieuactivisten neigt men tot de gedachte dat de omvang van de klimaatcrisis geen ruimte meer laat voor de keuzevrijheid van de democratische rechtsstaat.

    Nieuw rechts

    Maar al deze critici zien kracht voor zwakheid aan. Vooral bij nieuw rechts zien velen het verschil niet tussen krachtpatserij en echte kracht. Ze denken dat onze vijanden ons voorbij dreigen te streven, dat Rusland en China de toekomst hebben en dat de VS en het hele Westen onherroepelijk in verval zijn. Maar echte kracht is vaak meer een kwestie van flexibiliteit dan van eenvormigheid. Een open samenleving is meestal buigzamer dan een gesloten samenleving. In een tijd waarin de lokroep van de gesloten samenleving onverbiddelijk aanzwelt, moeten we niet vergeten dat we dit scenario in de loop van de twintigste eeuw al zo vaak hebben zien aflopen met de ondergang van gesloten samenlevingen, of die nu fascistisch of communistisch waren. Het is goed om in deze tijd voor ogen te houden hoe robuust open samenlevingen in feite zijn, en waarom er zo’n hardnekkige neiging bestaat om hun veerkracht te onderschatten.

    Nassim Nicholas Taleb, de derivatenhandelaar die ook filosoof is en boeken schrijft over onzekerheid, geeft het voorbeeld van de muis en de olifant. De olifant is veel en veel groter. Maar als een olifant van tweemaal zijn eigen hoogte valt, breekt hij alle botten in zijn lijf. Een muis kan van tien keer zijn eigen hoogte vallen en daarna doodleuk wegrennen. Omdat onze soort geëvolueerd is in een omgeving waarin grootte gelijkstond aan kracht, hebben we de neiging een autoritair regime dat zich grootmaakt ook sterk te wanen. We beseffen niet hoe broos de botten van de olifant zijn. Taleb betoogt dat ons gezond verstand (het primitieve deel van onze hersenen) ons vaak in de weg zit in de uiterst complexe omgevingen waarin we nu leven.

    Dat we behoefte hebben aan een andere manier van denken, die meer uitgaat van redundantie, risicospreiding, openheid en misschien nog het voornaamst van al: een diepe laag nederigheid.

    En het is inderdaad opvallend dat telkens opnieuw dezelfde denkfout wordt gemaakt. In de twintigste eeuw waren er altijd wel vooraanstaande commentatoren die verkondigden dat de vrije wereld in verval was en autocratie de toekomst had. Zij bleken het telkens bij het verkeerde eind te hebben, en toch blijft die oude voorspelling de kop opsteken.

    COL Orwell groot hergecomprimeerd
    George Orwell achter zjin schrijfmachine. – © Getty Images

    Zelfs tegenstanders van totalitarisme waren bang dat die staatsvorm toch onvermijdelijk was. Iets van die fascinatie met autocratisch machtsvertoon zie je ook in James Burnhams boek The Managerial Revolution (1941), dat in sommige rechtse kringen nu weer populariteit geniet. Burnham dacht dat het kapitalisme zou plaatsmaken voor een nieuwe ‘managersklasse’, die een geleide economie zou opleggen. Elders in zijn werk stelde hij het ‘fanatisme’ van de nazi’s tegenover de veronderstelde ‘apathie’ van Frankrijk en Groot-Brittannië. Uit al zijn werk spreekt de vrees dat vrije samenlevingen te zwak zijn om zich tegen een sluipend despotisme te verzetten.

    Maar Burnhams betoog werd eigenlijk al grotendeels ontkracht door de gebeurtenissen in zijn eigen tijd, zoals George Orwell in 1946 opmerkte in zijn essay ‘Bedenkingen bij James Burnham’. Hij schreef:

    ‘Overdreven ontzag voor macht vertroebelt de politieke blik, omdat het bijna onvermijdelijk uitloopt op de overtuiging dat de huidige trends zich onveranderd zullen voortzetten. (…) Dat moet wel tot verkeerde voorspellingen leiden, want zelfs al wordt de richting van de ontwikkelingen juist ingeschat, het tempo zal verkeerd worden ingeschat. Binnen vijf jaar tijd voorspelde Burnham zowel dat Duitsland door Rusland zou worden bedwongen als het omgekeerde. In beide gevallen volgde hij hetzelfde instinct: het instinct om te buigen voor de overwinnaar van het moment, om de huidige trend als onomkeerbaar te beschouwen.’

    Trend

    Wat Orwell bij Burnham constateert, zie je tegenwoordig terug bij schrijvers die betogen dat Amerika is uitgeteld en dat er een vorm van ‘postliberalisme’ nodig is om onze verkalkte cultuur nieuw leven in te blazen. Denkers zoals Burnham zagen de trend van het moment – zwakke democratieën, de schijnbaar niet te stuiten opkomst van totalitaire staten – en gingen ervan uit dat aan die trend nooit meer een einde zou komen. Tekenen van verdeeldheid en balkanisering zijn voor de hedendaagse tegenhangers van Burnham in de VS niet moeilijk te vinden. Alleen trappen ze in dezelfde valkuil als hij door er klakkeloos van uit te gaan dat die trends zich in een rechte lijn zullen doorzetten en onze ondergang moeten inluiden.

    Maar zo werkt de geschiedenis niet. Crises zijn meestal onvoorzien, evenals de oplossing ervan. In een levendige en dynamische samenleving als de onze, waarin plaats is voor een breed scala aan verschillende instituties, is er ook meer kans dan in een centraal geleide samenleving dat de elementen al voor handen zijn om een crisis te weerstaan en er zelfs sterker uit te komen. In zijn boek Antifragiel: Dingen die baat hebben bij wanorde (2012) probeerde Taleb deze schijnbare paradox te verklaren vanuit het verschil tussen de relatief eenvoudige omgevingen waarin het ‘gezond verstand’ van de mens is ontstaan en de veel complexere omgevingen waarin we tegenwoordig leven: omgevingen waarin de kans op ‘zwarte zwanen’ steeds groter wordt en waarin je systemen nodig hebt die ‘antifragiel’ zijn. Een perfect voorbeeld van het tekortschieten van gezondverstandoplossingen is ‘het stelselmatig voorkomen van bosbranden “voor de veiligheid”, wat de grote bosbranden juist veel erger maakt’.

    Gezondverstanddenken

    Zo is ons beleid vaak in de greep van een achterhaald soort gezond verstand dat onze samenleving veel kwetsbaarder maakt. We denken dat we de economie beschermen door de staat er meer macht over te geven, maar in feite werpen we zo alleen maar belemmeringen op voor het aanpassen van die economie wanneer interne of externe schokken dat vereisen.

    De remedie is volgens Taleb om af te stappen van ons gezondverstanddenken en de primitieve behoefte alles in de hand te houden, en om te leren enige mate van willekeur en onvoorspelbaarheid te accepteren. De vrije markt, tegenpool van een geleide economie, is niet alleen beweeglijker en flexibeler en daardoor beter in staat om schokken op te vangen, maar vermijdt ook de versterkende effecten die in strak gereguleerde markten schering en inslag zijn en die een kleine crisis kunnen aanwakkeren tot een systeemcrisis. Redundantie, de spreiding van macht en de vrijheid om te innoveren zijn eigenschappen die een samenleving bestand maken tegen schokken waar een geharnast en met dwang geleid systeem aan ten onder gaat.

    laat je niet verblinden door de illusie van macht

    De critici van de vrije samenleving hebben gelijk als ze zeggen dat zo’n samenleving alle kanten tegelijk op wordt getrokken door vakbonden, het bedrijfsleven, de kerken, maatschappelijke organisaties, universiteiten, non-profitorganisaties en duizenden andere instellingen. Ze hebben gelijk als ze zeggen dat autocratische samenlevingen een vorm van eendracht aan de dag leggen waaraan het ons ontbreekt, of ze nu doelen op het Rusland van Poetin of het Italië van Mussolini. Maar ze zitten ernaast als ze denken dat verscheidenheid de vrije samenleving zwakker maakt, of dat eenvormigheid een gesloten samenleving sterker maakt. Het zijn juist de vrije samenlevingen die beter zijn toegerust om in een onzekere toekomst te overleven en zelfs te gedijen, en de gesloten samenlevingen die hun zwakte verhullen.

    Dat wil niet zeggen dat vrije samenlevingen altijd van gesloten samenlevingen zullen winnen, of dat de historische ontwikkeling altijd in de richting van meer vrijheid gaat. Mensen zullen waarschijnlijk dezelfde fouten blijven maken die we in de loop van de geschiedenis altijd hebben gemaakt. Maar aan iedereen die in naam van de kracht nu onze vrijheid wil afdanken: laat je niet verblinden door de illusie van macht.

  • Hoe wen je aan de democratie?

    Hoe wen je aan de democratie?

    ‘David’ vluchtte in 2012 op negentienjarige leeftijd naar Zuid-Korea. Daar maakte hij voor het eerst mee dat burgers door te stemmen zelf een president konden kiezen. Ook andere democratische vanzelfsprekendheden bleven hem verrassen. ‘Als Noord-Koreaanse vluchteling was ik diep geschokt toen ik ontdekte dat de president hier niet alle macht heeft – dat niemand absolute macht kan bezitten.’

    De tijd vliegt: het is al dertien jaar geleden dat ik in Zuid-Korea aankwam. Ik herinner me nog levendig het verbijsterde gezicht van de ondervrager van de Gukjeongwon, de inlichtingendienst. Tijdens mijn verhoor hoorde hij mij eretitels gebruiken voor de leden van de familie Kim, die sinds 1948 Noord-Korea leidt. Hij legde uit dat ik nu in een land leefde waar ik, dankzij de vrijheid van meningsuiting, mocht zeggen wat ik wilde. Zelfs de president bekritiseren was toegestaan.

    Ik arriveerde in december 2012 en kon toen voor het eerst met eigen ogen zien hoe een democratische presidentsverkiezing verliep; tot dan toe had ik er alleen vaag over gehoord. Als nieuwkomer had ik nog geen stemrecht. Ik moest wachten tot ik het volledige staatsburgerschap had verkregen. Daardoor kon ik het hele proces als buitenstaander observeren.

    Op 19 december 2012 werd voor het eerst een vrouw tot president van Zuid-Korea verkozen. Ik herinner me nog goed hoe ik die avond de uitslag volgde op de televisie in Hanawon, het opvangcentrum voor Noord-Koreaanse vluchtelingen. Mijn verbazing was groot, ik was diep onder de indruk. En ik was niet de enige, ook de andere Noord-Koreanen in het centrum waren uitzinnig van vreugde.

    Dat burgers door te stemmen een president konden kiezen, was in mijn geboorteland ondenkbaar. Ik heb er nooit kunnen stemmen. Al zou het juister zijn te zeggen dat ik nooit aan de voorwaarden voldeed om te mogen stemmen.

    ‘Iedereen stemt ja’

    In Noord-Korea heb je stemrecht vanaf je achttiende. Ik ging echter op mijn achttiende meteen het leger in, en heb dus nooit als burger kunnen stemmen.

    Toch weet iedereen die in Noord-Korea op school heeft gezeten hoe het eraan toegaat: vóór de verkiezingen moeten alle scholieren de wijken in met spandoeken met daarop de tekst ‘Iedereen stemt ja’. We moeten die leus luidkeels herhalen en de mensen tegelijkertijd oproepen om hun stem uit te brengen.

    Destijds vond ik dat volkomen normaal. Het was geen activiteit waar je naar uitkeek, maar een collectieve taak waaraan iedereen moest deelnemen. Er viel niet aan te ontkomen.

    Bij Noord-Koreaanse verkiezingen was er maar één kandidaat, op wie je verplicht was te stemmen. Stemde je tegen, dan werd je bestempeld als ‘ideologisch problematisch’ en liep je het risico op allerlei sancties.

    AZ Korea compressed edited scaled
    Ambtenaren van het Zuid-Koreaanse Centrale Verkiezingscomité tellen stemmen tijdens de presidentsverkiezingen in juni 2025, Seoel. – © Getty Images

    Vrijwel niemand haalde dat dan ook in zijn hoofd, en de kandidaat behaalde steevast honderd procent van de stemmen. Ook dat vond ik als kind volkomen normaal. Wanneer mijn ouders gingen stemmen dacht ik altijd dat ik later hun voorbeeld zou volgen..

    Na mijn schooltijd ging ik het leger in. Daar hoorde ik geruchten over de aanstaande presidentsverkiezingen in Zuid-Korea en de favoriete kandidaat, Park Geun-hye. Zij ontving destijds felle kritiek van de Noord-Koreaanse autoriteiten.

    In datzelfde jaar verliet ik het land. En toevalligerwijs zag ik op televisie hoe diezelfde, door het regime zo gehate kandidaat president werd. Het was een wonder, een droom die uitkwam: leven in een land waar de president rechtstreeks wordt gekozen!

    Maar de verrassingen hielden niet op. Je kon de president bekritiseren en zelfs demonstreren als hij zijn werk niet goed deed. Een paradijs op aarde!

    Een president afzetten, kon dat echt?

    Terwijl ik me volledig richtte op mijn integratie in Zuid-Korea, had ik geen idee dat de werkelijkheid nog wonderlijker kon zijn. Op een dag hoorde ik dat de president zou worden afgezet en dat er nieuwe verkiezingen zouden komen. Dat was voor mij volstrekt onvoorstelbaar.

    Een president afzetten, kon dat echt? Als jonge Noord-Koreaanse vluchteling zonder enige interesse in politiek, vond ik het fenomeen fascinerend. Ik dacht dat ik droomde, maar het was mijn nieuwe realiteit. En dankzij die afzettingsprocedure mocht ik voor het eerst stemmen – eerder dan verwacht!

    De afzetting van Park Geun-hye gaf me de kans om voor het eerst in mijn leven mijn stem uit te brengen. Sindsdien heb ik aan nog twee presidentsverkiezingen deelgenomen. Dat deze verkiezingen zo’n diepe indruk op me hebben gemaakt, komt misschien doordat ze volgden op twee afzettingsprocedures. [De mislukte impeachment van Roh Moo-hyun in 2004 en de succesvolle afzetting van Park Geun-hye in 2017.]

    De Zuid-Koreaanse president moet zich aan de wet houden. Voor u klinkt dat misschien volkomen normaal, maar in Noord-Korea staat de leider boven de wet. Als Noord-Koreaanse vluchteling was ik dan ook diep geschokt toen ik ontdekte dat de president hier niet alle macht heeft – dat niemand absolute macht kan bezitten. Dat principe verwerd voor mij tot de kern van de democratie.

    Zonder oordeel

    De verkiezingen na de afzetting van Yoon Suk-yeol brachten een nieuwe president aan de macht [Lee Jae-myung, gekozen in juni 2025]. Vanzelfsprekend ontbrandde er een publiek debat tussen voor- en tegenstanders van de afzettingsprocedure. Maar dat deze uiteenlopende meningen zo vrij geuit konden worden, was voor mij niet minder dan een wonder.

    De democratie is voor mij het systeem waarin de meest uiteenlopende meningen naast elkaar kunnen bestaan, zonder een oordeel over wie er gelijk heeft. In de dertien jaar dat ik als Noord-Koreaanse vluchteling in Zuid-Korea verblijf, heb ik vier verkiezingen meegemaakt. Tegenwoordig studeer ik politicologie en ik blijf leren van de reizen die ik naar vele landen maak. Nog altijd vervult de Zuid-Koreaanse democratie me met vreugde, maar ook met een beetje bitterheid; ze moet wat mij betreft nog volwassen worden.

    Maar bovenal moet de Noord-Koreaanse dictatuur zo snel mogelijk ten val komen. Ik kijk reikhalzend uit naar de dag dat de vlag van de vrijheid wappert boven de pleinen van Pyongyang. Pas dan kan ik herenigd worden met mijn familie en vrienden. En kunnen we in alle vrijheid een president kiezen die deze titel verdient.

  • VS: Witte Huis verdedigt ICE-agent die vrouw doodschoot

    VS: Witte Huis verdedigt ICE-agent die vrouw doodschoot

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Venezuela kondigt vrijlating aan van meerdere politieke gevangenen

    » Grok verwijdert functie voor afbeeldingen wegens seksuele manipulatie

    De oppositie noemt de verklaring ‘propaganda’

    Vicepresident JD Vance hield donderdag vol dat de politieagent die woensdag de 37-jarige Amerikaanse vrouw Renée Good doodschoot, handelde om zijn eigen leven en dat van zijn collega’s te beschermen toen het slachtoffer hen probeerde aan te rijden met haar auto. Deze versie wordt echter fel betwist door de lokale Democratische oppositie, die spreekt van ‘propaganda’ van de conservatieve regering en daarbij verschillende video’s aanhaalt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ook politici en handhavingsfunctionarissen in Minnesota hebben donderdag scherpe kritiek geuit op het besluit van de federale autoriteiten om het Bureau voor Strafrechtelijk Onderzoek van de staat uit te sluiten van een gezamenlijk onderzoek met de FBI naar de moord op Renée Good, meldt The Minnesota Star Tribune.

    Gouverneur Tim Walz hekelde het gebrek aan transparantie van de Trump-regering. In het westen van het land, in Portland, Oregon, raakten donderdag twee mensen gewond door geweervuur ​​van federale politieagenten. Het federale ministerie van Binnenlandse Veiligheid, dat toezicht houdt op de betrokken agenten, schreef op X dat de twee personen in een auto zaten en probeerden ‘de politie aan te rijden’, waarop de politie reageerde – een officiële verklaring die overeenkomt met die in Minneapolis.

  • VS: agent schiet vrouw dood tijdens ICE-operatie

    VS: agent schiet vrouw dood tijdens ICE-operatie

    Lees ook het andere korte nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » De Trump-regering overweegt Groenland te kopen

    » Marokko: ontdekking fossielen werpt nieuw licht op oorsprong mensheid

    De agent zou hebben gehandeld uit zelfverdediging

    Het ministerie van Binnenlandse Veiligheid beweerde woensdag dat ‘relschoppers probeerden
    agenten te blokkeren’. Het beschuldigde een van de demonstranten ervan ‘haar voertuig als wapen te
    gebruiken en te proberen onze wetshandhavers te overmeesteren met de intentie hen te doden –
    een daad van binnenlands terrorisme’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een ICE-agent ‘vuurde schoten af uit zelfverdediging’, voegde het ministerie eraan toe. De bestuurster
    van het voertuig, de 37-jarige Nicole Good, overleed na de schietpartij. Maar volgens de lokale krant,
    The Star Tribune, ‘ondersteunen verschillende video’s die door getuigen zijn gemaakt de versie van
    de Trump-regering niet’.

    Op de beelden zijn agenten rond de auto te zien terwijl de bestuurster achteruitrijdt en vervolgens
    vooruit rijdt. Een agent lijkt meerdere schoten op het voertuig af te vuren. Hij werd vervolgens gezien
    terwijl hij ‘wegliep nadat hij de fatale schoten had afgevuurd’, aldus The Star Tribune. Volgens de krant beweerde de Trump-regering dat hij door het voertuig was geraakt en vervolgens in
    het ziekenhuis was behandeld. In de afgelopen maanden zijn er meerdere keren mensen
    omgekomen tijdens ICE-controles.

  • Blijven geloven in Amerika

    Blijven geloven in Amerika

    De gelauwerde Amerikaanse schrijver George Packer wil vasthouden aan het idee dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

    Van je land houden in het Amerika van Trump voelt alsof je in een rechtszaal zit waar een dierbare voor een afschuwelijke misdaad wordt berecht. Naarmate de berg met gruwelijk bewijsmateriaal zich dagelijks ophoopt, neemt schaamte de overhand en begin je je af te vragen hoe je in godsnaam nog iets om deze persoon kunt geven. Wordt het geen tijd om te accepteren dat je naaste reddeloos verloren is? Toch blijf je komen, blijf je naar je dierbare lachen en zwaaien, blijf je hopen dat er ontlastend materiaal aan het licht komt, probeer je te geloven dat je land in wezen wel fatsoenlijk is. Vaderlandsliefde is al net zo’n veelgelaagd en ingewikkeld fenomeen als familieliefde. Het is een gevoel dat volstrekt onwrikbaar en onvoorwaardelijk kan zijn, of juist kan meebewegen – of zelfs volledig wegsterven – met de golfbeweging van het morele karakter van je land. Het kan verbonden zijn aan een huis, een graf, een landschap, een bloedband, een gedeeld verleden, een etnische of religieuze identiteit, een groep geestverwanten of een bepaald gedachtegoed. Toen Alexis de Tocqueville in de jaren 1830 door de Verenigde Staten reisde, meende hij een verschil te zien tussen het patriottisme in Amerika en de vaderlandsliefde in het aan tradities vastgebakken, hiërarchische Europa, waar de mens ‘aan zijn geboorteplaats gebonden’ was door een ‘instinctief, belangeloos en ondefinieerbaar gevoel’.

    In de jonge republiek zag Tocqueville eerder een ‘bezonnen patriottisme’, meer verstandelijk strevende burgerzin dan passie: ‘Het gaat gelijk op met de verspreiding van kennis, wordt gevoed door de wet, groeit door de uit- oefening van burgerrechten en wordt uiteindelijk verward met het individuele belang van de burger.’ Dit democratisch patriottisme berustte volgens Tocqueville op een geloof in gelijkheid, onvervreemdbare rechten en de instemming van het volk – kortom, op het gedachtegoed en de uitwerking van de Onafhankelijkheidsverklaring. Maar dat universele credo kan niet bestaan bij de gratie van abstracte begrippen alleen. Wil het iets te betekenen hebben, en überhaupt kunnen voortbestaan, dan vereist het de actieve deelname van burgers.

    Abraham Lincoln

    Ook Abraham Lincoln wees er in zijn befaamde toespraak bij Gettysburg op dat zelfbestuur alleen behouden blijft als vaderlandslievende burgers ervoor willen vechten. Zijn politieke rivaal in de Senaatsverkiezingen van 1858, Stephen A. Douglas, was een voorstander van slavernij die alleen de afstammelingen van Britse kolonisten tot het Amerikaanse volk wilde rekenen. In de verkiezingscampagne zette Lincoln hem te kijk als iemand die de Onafhankelijkheidsverklaring te schande maakte door de helft van de bevolking uit te sluiten: al die immigranten die hun band met de VS niet dankten aan hun afstamming, maar aan de stichting van die republiek zelf. ‘Zij mogen zich er met evenveel recht mee verbonden voelen als waren zij van hetzelfde bloed en hetzelfde vlees als de schrijvers van de Onafhankelijkheidsverklaring, en dat doen zij ook,’ zei Lincoln. ‘Dat is de stroomkabel die de harten van alle vaderlandslievende en vrijheidslievende mensen verbindt, en die vaderlandslievende harten zal blijven verbinden zolang er nog liefde voor de vrijheid in de hoofden van mensen op aarde leeft.’

    De tekst van de Onafhankelijkheidsverklaring vormde de grondslag voor Lincolns vaderlandsliefde en de recht- vaardiging voor zijn politiek. Hij noemde Thomas Jefferson ‘de man die in de heksenketel van het streven naar de nationale onafhankelijkheid van één volk de koelbloedigheid, de vooruitziende blik en de bekwaamheid bezat om aan een louter revolutionair document een abstracte waarheid toe te voegen die van toepassing was op alle mensen van alle tijden, en die waarheid daarin zo te verankeren dat ze nu en voor altijd als verwijt en hinderpaal op het pad staat van elke nieuwe voorbode van tirannie en onderdrukking’. Het was op grond van die waarheid dat Lincoln de slavernij afschafte en de Burgeroorlog won.

    Al sinds de stichting van de republiek laait geregeld de vraag op of patriottisme een kwestie is van democratisch idealisme of van Amerikaanse afkomst. De scheidslijn in dat debat valt niet altijd simpelweg samen met die tussen links en rechts. Een groot deel van de Democratische partij kenmerkte zich tot halverwege de vorige eeuw door een combinatie van economisch populisme en wit superioriteitsdenken. De belangrijkste conservatieve politicus van de afgelopen eeuw, Ronald Reagan, zwoer bij de staatsrechtelijke visie van Amerika’s grondleggers. Bijna tweehonderdvijftig jaar na de Onafhankelijkheidsverklaring zitten we nu weer midden in een strijd om wat het betekent Amerikaan te zijn. Een strijd die ditmaal des te moedelozer maakt omdat geen van beide kampen een definitie van vaderlandsliefde heeft die uitgaat van actief burgerschap. Onderzoeksbureau Gallup vraagt Amerikanen geregeld hoe trots ze op hun land zijn. De afgelopen 25 jaar zegt bijna altijd zo’n 90 procent van de Republikeinen dat ze ‘extreem’ of ‘heel erg’ trots zijn. In diezelfde periode is dat percentage bij de Democraten gezakt van ergens in de 80 tot onder de 40, waarbij het doorgaans iets hoger is onder een Democratische president en weer daalt onder een Republikeinse, om met de terugkeer van Trump dit jaar een absoluut dieptepunt te hebben bereikt. In juni telde Gallup nog maar 36 procent trotse Democraten, tegen 92 procent trotse Republikeinen: het grootste verschil sinds het bureau deze vraag in 2001 begon te stellen.

    Dood spoor

    Republikeinen blijven dus heel patriottisch terwijl hun partij de democratische instituties van het land uitholt en hun leider flirt met een presidentieel koningschap, alsof de liefde voor hun land volledig losstaat van de grondbeginselen ervan. Anderzijds vinden Democraten het moeilijk om trots te zijn op hun land als er geen Democratische president zit die het soort beleid voert dat zij voorstaan, alsof hun vaderlandsliefde niet dieper gaat dan hun politieke voorkeur.

    De twee vormen van vaderlandsliefde die Tocqueville beschreef, zijn allebei op een dood spoor beland. De instinctieve vorm blijkt in het Trump-tijdperk open te staan voor autocratische reflexen, terwijl de bezonnen variant resulteert in cynisme, vervreemding en lijdzaamheid. Geen van beide vormen van patriottisme levert het soort burgers op dat volgens Amerikaanse democraten als Lincoln, Walt Whitman, John Dewey en Martin Luther King onmisbaar is voor het behoud van een vrij land.

    Amerikaans patriottisme is een vluchtig goedje dat nooit eens wil uitharden tot een rustige, bescheiden liefde voor het eigen land. Het wordt voortdurend heen en weer geslingerd tussen ‘Iedereen is hier welkom’ en ‘Pas op voor de hond’. Haal de universele grondbeginselen van gelijkheid, vrijheid en zelfbestuur eruit en wat je overhoudt is gesnauw. De Republikeinse partij heeft Reagans ideaal van de stralende ‘city on a hill’ ingeruild voor het Blut und Boden-nationalisme van de oude vorstendommen en nieuwe dictaturen in Europa: Poetins Rusland, Orbáns Hongarije. Vlak voor de verkiezingen van vorig jaar sprak Stephen Miller, de belangrijkste ideoloog van Trump, een sentiment uit dat een regelrechte vertaling leek van het Duitse ‘Ausländer raus!’ toen hij op een politieke bijeenkomst in Madison Square Garden de menigte toeriep: ‘Amerika is alleen voor Amerikanen!’

    AME Trump
    Donald Trump en Abraham Lincoln. – © Getty Images

    De betekenis van dat ‘voor’ is onduidelijk, maar het belangrijkste woord in die zin is ‘alleen’. Het Amerika van Trump wordt gedefinieerd door wie erbij hoort en wie niet. Het draait om uitsluiting. Nu Trump weer aan de macht is, laat hij merken dat burgerschap alleen niet genoeg is om erbij te horen. De president en de zijnen bepalen wie de echte Amerikanen zijn. Als je afkomst of je opvattingen hen niet aanstaan, zullen ze proberen je grondwettelijke geboorterecht af te pakken en je te deporteren.

    Voor vicepresident Vance wordt de Amerikaanse identiteit gedefinieerd door waar je voorouders in hun graf liggen te vergaan. Hij opperde die gedachte toen hij op de nationale conventie van de Republikeinse partij in 2024 een lofzang afstak op de begraafplaats in het oosten van Kentucky waar vijf generaties van de familie Vance liggen. Omdat de ouders van zijn vrouw uit India komen, laat hij noodgedwongen ook ruimte voor sommige immigranten, maar alleen als ze voldoen aan zijn dankbaarheidscriterium. Zohran Mamdani, destijds de Democratische kandidaat voor het burgemeesterschap van New York en inmiddels gekozen als burgemeester, doorstaat die toets volgens Vance niet omdat hij, na jarenlang blijkbaar geen aandacht aan Onafhankelijkheidsdag te hebben besteed, op 4 juli jongstleden met deze verklaring kwam: ‘Amerika is een prachtig, tegenstrijdig, onvoltooid land. Een land waar ik trots op ben en dat we voortdurend proberen te verbeteren.’ Een nietszeggende gemeenplaats, maar in de ogen van Vance was het pure ondankbaarheid. Een Oegandese immigrant die ‘het waagt om het land te beledigen’ waar zijn familie een veilig heenkomen vond, en dat nog wel op die ‘meest heilige dag? Wie denkt hij wel niet dat hij is?’

    Voor Vance zijn niet alle burgers gelijk. Als je voorouders meevochten in Shiloh of Yorktown mag je de grondwet aan je laars lappen, het ministerie van Justitie inzetten als presidentiële politiedienst, gezellig buurten met racistische nationalisten en jezelf nog steeds een patriot noemen. Maar als je nog maar pas in het land bent, moet je dankbaar zijn en het niet wagen kritiek te leveren op de manieren waarop je land zijn idealen beschaamt. Vaderlandsliefde is het recht om op 4 juli met de vlag te zwaaien en je in de nationale kleuren te hijsen, terwijl je ondertussen het credo van je land met voeten treedt. Deze schrale, verpieterde vorm van patriottisme, die zo zijn eigen voorgeschiedenis heeft, laait vaak op als er grote aantallen nieuwe burgers in spe naar ons land komen, en gaat bijna altijd gepaard met een geur van racistische en religieuze onverdraagzaamheid. MAGA is een van de loten aan deze stam.

    Omdat de nationalisten hun patriottisme niet op het Amerikaanse credo van gelijkheid willen stoelen, ligt daar een mogelijkheid voor de Democraten om vaderlandsliefde als essentieel kenmerk van hun identiteit te claimen. Maar al decennialang, minstens sinds de Vietnamoorlog, zijn veel liberale en linkse Amerikanen huiverig voor of zelfs sterk gekant tegen het gebruik van patriottische symbolen en emoties. En voor die afkeer is een hoge politieke prijs betaald.

    De vlag

    Ik ben in de jaren zestig en zeventig opgegroeid in een gezin waar de Amerikaanse vlag nooit uithing. Niet uit antiamerikanisme, maar omdat het een verkeerd signaal zou afgeven: het zou een steunverklaring zijn geweest aan de chauvinistische partij van Nixon en Reagan. De boodschap van de vlag zou toen zijn geweest: ‘hup Amerika, slikken of stikken’, en jammer dan van het racisme en al die oorlogen. Onze afkeer van de vlag had ontegenzeggelijk ook een snobistische kant. Met de vlag zwaaien was iets wat mensen uit lagere milieus deden, arbeiders die hun eigen auto repareerden. De universitair geschoolde types die in de Democratische partij in de jaren zeventig de boventoon begonnen te voeren, gingen prat op hun genuanceerde kijk op de Amerikaanse geschiedenis. Ze moesten niets hebben van het platte en dwingende patriottisme van de Republikeinse partij, die een soort nationale verafgoding van de natie eiste, blinde verheerlijking zonder oog voor de slavernij, de genocide op de oorspronkelijke bewoners, de segregatie, de internering van Japanners, de Vietnamoorlog. In het Republikeinse kamp werd vaderlandsliefde een negatieve kracht die bijna gelijk stond aan haat jegens landgenoten van de andere partij. Nationale symbolen zoals de vlag, het volkslied en de eed van trouw werden partijpolitieke wapens.

    George Bush senior voerde in 1988 een campagne die weinig méér behelsde dan een vertoon van patriottisme, en misschien heeft dat Michael Dukakis wel de verkiezingswinst gekost. ‘De Republikeinen hebben zich de vlag en die symbolen toegeëigend,’ zegt Michael Kazin, die geschiedenis doceert aan Georgetown University en ettelijke boeken over links Amerika heeft geschreven. Tegelijkertijd raakte een invloedrijke gedachte uit de anti-oorlogsbeweging van de jaren zestig stevig verankerd in het linkse gedachtegoed: dat de VS een bijna uniek slecht land vormden, de bron van bijna alles wat er mis was in de wereld: racisme, het patriarchaat, homofobie, militarisme, kolonialisme en de verwoesting van het milieu. Het immens

    populaire geschiedenisboek A People’s History of the United States van Howard Zinn uit 1980 heeft meerdere generaties linkse Amerikanen bijgebracht dat patriottisme een slechte zaak is. ‘Ik zal niet zeggen dat Nieuw Links de Democratische Partij heeft gekaapt,’ zegt Kazin, ‘maar een aantal van die ideeën zijn toch doorgesijpeld, en het Trumpkamp heeft gelijk dat de universiteiten naar links zijn opgeschoven.’

    De American Studies Association – de vereniging voor amerikanistiek, de belangrijkste universitaire organisatie die zich bezighoudt met de Amerikaanse geschiedenis en identiteit – belandde in de greep van een groep die zo vijandig staat tegenover het eigen onderzoeksgebied dat de voorzitter in 1998 zelfs voorstelde het woord ‘American’ uit de naam van de vereniging te schrappen. In 2017 liet de nationale bestuursraad van de vereniging in een verklaring weten dat ‘amerikanistiek ons leert dat categorieën zoals “law and order”, patriottisme en “traditionele waarden” een reactionair discours in stand houden. We moeten belichten hoe de strijd voor zelfbeschikking, zelfbestuur en waardigheid door het gebruik van die woorden gecriminaliseerd en gestigmatiseerd wordt.’ En in 2019 stelde het dagelijks bestuur: ‘Wij streven naar modellen van solidariteit, duurzaamheid en sociale rechtvaardigheid die alternatieven bieden voor het verdorven imperium dat slechts uit is op vernietiging.’

    AME Democratie edited
    Demonstranten protesteren tegen arrestaties door de Amerikaanse immigratiedienst (ICE). – © Getty Images

    Voor de meeste Republikeinen staat de vlag nog wel voor een democratisch ideaal. Er zijn weinig Democraten die op Onafhankelijkheidsdag op sociale media een bericht zouden plaatsen zoals dat van toenmalig Congreslid Cori Bush in 2021: ‘Als ze zeggen dat 4 juli over Amerikaanse vrijheid gaat, bedenk dan wel: de vrijheid waar ze het over hebben is alleen voor witte mensen. Dit land is gestolen en zwarte mensen zijn er nog steeds niet vrij.’ Maar misschien lopen J.D. Vance en Cori Bush alleen maar op de troepen vooruit, zijn zij de spreekbuis van een jongere, meer sceptische generatie Amerikanen. Voor rechts, dat nu aan de macht is, is het loslaten van het Amerikaanse ideaal een vrijbrief voor het optuigen van een autoritair regime. En omdat links al decennia probeert te bewijzen dat dit ideaal een illusie is, kan het zich moeilijk tegen de ontmanteling ervan verzetten.

    Wat vormt nu nog een goede grond voor patriottisme? De instellingen die door de grondleggers van onze natie werden opgericht, werken niet goed meer. Onze gekozen leiders zijn tot afschuwelijke diepten van eigenbelang, lafheid en corruptie gezonken. Bij de woorden van de Onafhankelijkheidsverklaring springen je de tranen in de ogen van ontroering, maar ook van ontgoocheling. ‘Het is niet makkelijk om nog voor de Amerikaanse idealen op te komen, omdat er veel cynisme heerst over hoe die idealen zijn misbruikt en gepolitiseerd,’ zegt Kazin. ‘Jongeren zijn lang niet meer zo verknocht aan de idealen zoals zij die zien, niet meer zo bereid om trots te zijn op hun land. Ze hebben een tik meegekregen van dat felle ideologische conflict.’ ‘Democratie, democratie, democratie!’ roepen liberaaldenkenden, de laatsten die nog in de instituties en in geleidelijke verandering geloven. Maar als het Hooggerechtshof de president boven de wet stelt, de president zijn ambt misbruikt voor afpersing, het Witte Huis iedereen voor de leeuwen gooit die met ongemakkelijke waarheden komt, Buitenlandse Zaken met dictators flirt en dissidenten en vluchtelingen de deur wijst, juristen van Justitie de rechter voorliegen, het Congres leugenaars tot rechter benoemt en geld besteedt aan een gemaskerde geheime politie, en de meeste Amerikanen dit niet lijken te zien of zich er niet druk om maken, wat heb je dan nog aan democratie? Dit is ons land en onze regering, dus zelfhaat is de eerlijkste reactie.

    Maar ik wil blijven geloven dat mijn land in de kern een fatsoenlijk land is. Ik wil Amerika niet gelijkstellen aan één president en één partij, of aan beide partijen. Ik wil net als Walt Whitman het gevoel hebben dat Amerika en democratie onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. En net als John Dewey geloven dat een democratie zelfstandige burgers van ons maakt die altijd kunnen kiezen voor het streven naar een beter land met meer zelfrespect.

    Rituelen

    Tocqueville schreef: ‘In de Verenigde Staten is men ervan overtuigd, en terecht, dat vaderlandsliefde een vorm van verering is die gesterkt wordt door rituelen.’ In een democratie vereist dat ritueel deelname aan het openbare leven. En nog moeilijker: het vergt een wereldbeeld waarin iedereen aan dat openbare leven mag deelnemen. We mogen de andere partij, de andere staten, de andere religies, de laatste nieuwkomers en de oudste inheemse stammen niet zomaar wegdenken. In zijn toespraak over de Amerikaanse identiteit zei Vance ook één ding dat waar is: ‘Maatschappelijke banden worden aangegaan door mensen die iets gemeen hebben.’ Een land, en zeker dit land dat zo kort van memorie en zo onbevattelijk divers van opmaak is, kan niet alleen bestaan bij de gratie van een geografische grens en een stel wetten. Het heeft ook een gedeelde taal en cultuur nodig, een manier van leven.

    De intersectionele multiculturalisten van links vinden dat er niet zoiets als een gemeenschappelijke Amerikaanse cultuur bestaat, dat dit hele begrip een vorm van onderdrukking is: er zijn alleen verschillende groepen mensen die dominant of ondergeschikt zijn. Voor Vance en de nationalisten van rechts ontspringt de cultuur aan de Amerikaanse bodem en het Amerikaanse verleden, ‘een kenmerkende plaats en een kenmerkend volk’, waarmee ze een volk en een geloof bedoelen dat hier lang geleden naartoe is gekomen en een manier van leven met zich meebracht waarin iedereen moet meegaan. Maar beide zienswijzen slaan de plank mis, onpatriottisch mis.

    De Amerikaanse cultuur heeft net zo’n sterke eigen identiteit als die van elk ander land, alleen stoelt deze cultuur op een gedachte. Die gedachte is de gelijkheid van alle mensen. Hun recht op leven, vrijheid en het nastreven van geluk. Een vorm van zelfbestuur die hun rechten waarborgt, inclusief het recht om een regering naar huis te sturen als die tiranniek wordt.

    Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen

    Deze gedachte heeft een massacultuur voortgebracht die befaamd is om zijn rumoerigheid, informele toon, onschuld en onwetendheid, gulheid en gewelddadigheid, openhartigheid en onnozelheid – een cultuur van individualisten die weigeren te accepteren dat ook maar iemand boven hen verheven is, dat je niet hogerop zou kunnen klimmen, niet kunt proberen wat dan ook te worden. Het is de makkelijkste cultuur van de wereld om tot toe te treden, en als het de eerste generatie niet lukt, dan toch zeker de tweede wel. Een cultuur die anderen opneemt en verandert, en door hen veranderd wordt, en uitgesproken en toegankelijk genoeg is om een omgangstaal te bieden die iedereen begrijpt en waarin iedereen zich verstaanbaar kan maken. Een cultuur zonder ingewikkelde regels of geheime oude codes. Die andere culturen platwalst tot muziek, kleding, gerechten en teksten van een vulgariteit die de rest van de wereld afstoot en verleidt. Die sterker is dan welke religieuze of maatschappelijke hiërarchie dan ook.

    Wat Amerikanen gemeen hebben, is een manier van leven gebaseerd op dit credo. Als je vindt dat dit credo er nog steeds toe doet, als je binding met dit land besloten ligt in het ideaal van die cultuur en de instituties die eruit voortkomen, dan kamp je nu met een gure tegenwind. Overal ter wereld is de autocratie in opkomst en begint de glans van de democratie te verflauwen, nu het grootste baken van democratie zichzelf begint te doven. In Amerika vinden de meeste van je landgenoten in beide kampen dat de democratie niet meer in hun voordeel werkt.

    Je moet ze duidelijk maken dat alle voorgestelde olifantenpaadjes naar een grootse toekomst in feite leiden naar de hel. Dat het enige pad naar een beter leven te vinden is in de gezamenlijke inspanning van vrije en gelijkwaardige burgers. En je moet daarin blijven geloven, al zijn de anderen nog zo van de pot gerukt. De enige manier om een patriot te zijn is om samen te werken met die domkoppen, je Amerikaanse landgenoten, om zo een eind te maken aan de toenemende tirannie en ons een kans te geven onszelf te redden.

  • Wereldnieuws: nieuwe stukken van Bach en meer

    Wereldnieuws: nieuwe stukken van Bach en meer

    Poetin is een geliefd onderzoeksobject

    In de afgelopen tien jaar is het aantal vermeldingen van Vladimir Poetin in Russische academische artikelen aanzienlijk toegenomen. De president wordt genoemd als bron van citaten, als analysemodel of als ‘symbool van nationale waarden’. Verwijzingen naar Poetin zijn niet alleen te vinden in tijdschriften over politicologie en sociologie, maar ook in teksten over pedagogiek, filologie, cultuurwetenschappen en zelfs geneeskunde, aldus het Russische digitale medium Verstka.

    Onderzoekers citeren Poetins toespraken en decreten als normatieve bronnen – niet als analyseobject, maar als bewijs voor een bepaalde these. De academische stijl neemt ook de terminologie van overheidsinstanties over; auteurs gebruiken vaak woorden als tradities, spiritualiteit, dienstbaarheid, bescherming, historisch geheugen en barmhartigheid.

    Tussen 2022 en 2025 werd Poetins naam in minstens 26.500 academische papers vermeld. In dezelfde periode zijn er minstens 705 academische papers specifiek over Vladimir Poetin gepubliceerd. Deze collecties bevatten bijvoorbeeld teksten die presidentiële toespraken analyseren als modellen voor politiek discours.

    WN Poetin compressed

    Kneedgum van pollen

    Pollen bestaat uit microscopisch kleine korrels met mannelijke voortplantingscellen die bomen, onkruid en grassen in bepaalde seizoenen afscheiden. Wetenschappers aan de Technische Universiteit van Singapore hebben technieken ontwikkeld om de rigide buitenste schil van pollen – gemaakt van een polymeer dat zo sterk is dat het soms ‘de diamant van de plantenwereld’ wordt genoemd – te hervormen en de korrels te transformeren tot een jamachtige substantie. Deze microgel zou een veelzijdige bouwsteen kunnen zijn voor veel milieuvriendelijke materialen, waaronder papier, folie en sponzen, schrijft Knowable Magazine.

    In 2020 rapporteerden wetenschappers dat het incuberen van pollen in een alkalische oplossing van kaliumhydroxide bij 80 graden Celsius de structuur van pollenkorrels aanzienlijk kan veranderen, waardoor ze gemakkelijk water kunnen absorberen en vasthouden.

    Dit maakt pollen net zo kneedbaar als de speelgoedklei Play-Doh. Voor deze behandeling lijken pollenkorrels meer op knikkers: hard, inert en grotendeels niet-reactief. Daarna zijn de deeltjes zo zacht dat ze gemakkelijk aan elkaar plakken, waardoor complexere structuren kunnen ontstaan.

    Wanneer de microgel in een platte mal wordt gegoten en gedroogd, vormt hij een papier of folie die sterk maar toch flexibel is. Deze winnende combinatie van eigenschappen maakt talloze toepassingen mogelijk: slimme actuatoren waarmee apparaten veranderingen in hun omgeving kunnen detecteren en erop kunnen reageren, draagbare gezondheidsmonitors om hartsignalen te monitoren en meer.


    De val van Icarus

    Na zes sprongen uit een klein vliegtuig was de missie van skydiver Gabriel C. Brown en astrofotograaf Andrew McCarthy voltooid. Hun nieuwste werk, getiteld The Fall of Icarus, toont het kolkende, vurige oppervlak van de zon met daartegen het omgekeerde silhouet van Brown, die van de zon af lijkt te vallen. Het duo voerde dit project onlangs uit in Arizona, aldus kunstpublicatie This is Colossal

    McCarthy staat bekend om zijn ongelooflijke geduld en minutieuze planning, die hem in staat stelden een reeks indrukwekkende foto’s en composities te maken die kosmische verschijnselen in detail laten zien. Hij werkt met een techniek waarbij hij meerdere hoogwaardige opnamen samenvoegt tot één beeld. Daarbij luisterde de timing bijzonder nauw; Browns sprong moest exact op het juiste moment worden vastgelegd.

    WN Icarus compressed
    © Andrew Mccarthy

    Nieuwe Bachstukken ontdekt en uitgevoerd

    Recentelijk zijn twee tot dusver onbekende orgelwerken van Johann Sebastian Bach in Duitsland gepresenteerd en voor het eerst uitgevoerd. De stukken trokken de aandacht van onderzoeker Peter Wollny toen hij in 1992 Bach-manuscripten catalogiseerde, schrijft de BBC.

    Wollny deed er dertig jaar over om de auteur van de composities te achterhalen. Ze werden na 320 jaar voor het eerst uitgevoerd door de Nederlandse organist Ton Koopman in de Thomaskirche in Leipzig, waar Bach begraven ligt en waar hij 27 jaar als cantor werkte.

    Volgens Wollny vertonen de stukken verschillende kenmerken die uniek zijn voor Bach. Tijdens een presentatie van de werken zei Wollny dat hij er voor ‘99,99 procent zeker van was dat Bach de twee stukken heeft geschreven’. Ze zijn nu toegevoegd aan de officiële catalogus van Bachs werken als BWV 1178 en 1179.

    WN Bach compressed edited

    Plastic dodelijker dan gedacht

    Wetenschappers van Ocean Conservancy hebben gemeten hoeveel plastic zeedieren moeten inslikken om een sterf​​risico van 90 procent te lopen. Ze ontdekten dat een relatief kleine hoeveelheid plastic voldoende was om verschillende zeedieren te doden, schrijft The Guardian.

    Zo zijn drie suikerklontjes aan plastic voldoende om een ​​papegaaiduiker te doden, hebben karetschildpadden 90 procent stervenskans na het eten van slechts twee honkballen aan plastic en kan pakweg een plastic voetbal zeezoogdieren zoals bruinvissen doden. ‘Dat is verontrustend als je bedenkt dat er elke minuut meer dan een vuilniswagen aan plastic in de oceaan belandt,’ aldus de leider van het onderzoek.

    Dieren krijgen vaak per ongeluk plastic binnen tijdens de jacht op voedsel; drijvende plastic zakken lijken bijvoorbeeld op de kwallen die zeeschildpadden graag eten.


    Denemarken is kampioen vrijwilligerswerk

    In Denemarken is het aantal vrijwilligers de laatste jaren hard gegroeid, meldt Politiken. Een voorbeeld van deze toename is de Deense moederhulpvereniging Modrehjælpen, die gerund wordt door onbetaalde vrijwilligers. De organisatie beschikt over 2217 vrijwilligers, verspreid over 44 lokale verenigingen in het hele land en besteedde in 2024 meer dan 400.000 uur aan babycafés, motorische ontwikkeling, babyzwemmen, natuurwandelingen, winkels en het bijstaan ​​van kwetsbare gezinnen bij familierechtszittingen.

    Volgens een rapport van onderzoekers van Vive, het Deense Nationale Centrum voor Sociaalwetenschappelijk Onderzoek, sluiten steeds meer Denen zich als vrijwilliger aan bij een vereniging van landeigenaren, een sportclub, een vakbond, een culturele club of een kiezersvereniging.

    In 2024 verrichtte 40 procent van de burgers boven de 16 jaar onbetaald werk voor een non-profitorganisatie, wat betekent dat ongeveer 2 miljoen Denen vrijwilligerswerk deden. Dit is 5 procentpunt meer dan in 2020. Vorig jaar verrichtten vrijwilligers gemiddeld negentien uur onbetaald werk per maand. Dat is meer dan vier jaar geleden, toen het cijfer vijftien uur bedroeg.

    WN Familiecafe compressed

    Als we ook degenen meetellen die zich af en toe inzetten, bijvoorbeeld op een festival, dan bedraagt ​​het aandeel vrijwilligers in de bevolking 45 procent. En amper 33 procent van de bevolking heeft nog nooit vrijwilligerswerk gedaan. Dit aandeel is sinds 2004 stabiel gebleven.

    Een van de redenen voor de toename is de goede gezondheid van steeds meer senioren. Denemarken is samen met Noorwegen, Zweden en Nederland wereldkampioen vrijwilligerswerk, misschien niet toevallig ook de landen met de sterkste verzorgingsstaat.

    Vrijwilligers zijn absoluut essentieel voor Modrehjælpen, benadrukt Ninna Thomsen, directeur van de organisatie: ‘Zonder hen zouden we geen nationale vereniging zijn die actief is in 44 steden in het hele land. Het is belangrijk voor de mensen die bij ons komen dat ze gratis hulp krijgen.’

  • De Aziatische lente

    De Aziatische lente

    Sinds 2022 vindt er in Zuidoost-Azië een reeks opstanden plaats onder jongeren die radicale veranderingen opeisen, met één gemeenschappelijke noemer: ze zijn de corruptie en de privileges van politici zat.

    Sri Lanka, Bangladesh, Nepal: sinds 2022 wordt Azië geteisterd door een ‘politieke tsunami’. Het oproer op 8 en 9 september in Kathmandu van generatie Z (de online generatie geboren tussen 1997 en 2012) is de laatste ontwikkeling in een reeks opstanden geleid door jongeren op zoek naar verandering. Het ziet ernaar uit dat deze golf ook Indonesië en de Filipijnen zal bereiken.

    In drie jaar tijd zijn drie regeringen ten val gebracht door straatprotesten waarbij de ontwikkelingen in een stroomversnelling lijken te zitten. In 2022 kostte het de jonge Sri Lankanen vijf maanden om de Rajapaksa-familie, die het land al tientallen jaren regeerde, uit het zadel te wippen. Vervolgens kostte het de Bengalen in 2024 slechts zes weken om premier Sheikh Hasina, die toen zesenzeventig jaar oud was en al meer dan vijftien jaar aan de macht was, tot aftreden te dwingen en in september 2025 had de Nepalese generatie Z slechts twee dagen nodig om een einde te maken aan het bewind van de drieënzeventigjarige communist Khadga Prasad Sharma Oli.

    Pakistan en Myanmar hadden, respectievelijk in mei 2023 en begin 2021, aan deze ‘Aziatische lente’ kunnen deelnemen als in beide gevallen het overmachtige leger de woede-uitbarsting van de jongeren niet met harde hand had onderdrukt.

    In veel buurlanden leiden dezelfde kwalen tot dezelfde ergernis; er is een enorme kloof tussen de oude regering en de jonge bevolking en er is systematische corruptie onder de elites, regerende families of dynastieën hebben vaak een machtsmonopolie, er heerst ongelijkheid en er is een schrijnend gebrek aan economische kansen. Regeringen zijn als rotte appels uit de boom gevallen.

    De Aragalaya

    Toen Sri Lanka in 2022 de weg vrijmaakte voor een vreedzame revolutie stond het eiland met 22 miljoen inwoners, de zogenoemde parel van de Indische Oceaan, op het punt van faillissement door de coronacrisis en door schulden als gevolg van riskante investeringen van de broers Gotabaya en Mahinda Rajapaksa. Maandenlang ging Sri Lanka gebukt onder allerlei gebreken: stroomstoringen die tot dertien uur konden duren, urenlange wachtrijen voor benzinestations en tekorten aan medicijnen en andere basisbehoeften. Het einde leek nabij; de haat tegen de familie Rajapaksa, die verantwoordelijk werd gehouden voor het landelijke faillissement, oversteeg alle lagen van de samenleving.

    In april 2022 begon de Aragalaya (‘de strijd’) zich langs de kust te verspreiden, tot aan een uitkijkplaats vol luxueuze hotels niet ver van het presidentiële paleis. Op 13 juli vluchtte de president met de staart tussen de benen naar de Malediven. De Sri Lankanen hebben laten zien dat ook autoritaire regimes ten val kunnen worden gebracht door een volksopstand en daarmee hebben ze geschiedenis geschreven.

    Een beeld dat deze jeugdige vloedgolf in het collectief geheugen zal vereeuwigen, is dat van honderden jonge Sri Lankanen die het paleis in Colombo bestormen, het bed en het ondergoed van de president uitproberen en een duik nemen in zijn zwembad.

    Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor

    Twee jaar later, op 5 augustus 2024, was er een beladen moment in Dhaka, in de ambtswoning van de Bengaalse premier Sheikh Hasina. Nadat ze hadden vernomen dat hun leider naar India was gevlucht, bestormden de euforische Bengalen het pand. Ze lieten het zich goed smaken in de keukens, namen meubilair mee in hun riksja’s en gingen er met eenden en konijnen vandoor.

    Hasina, de ‘Iron Lady’ die ooit de democratische hoop van het land belichaamde, had zich aan de macht vastgeklampt door middel van vervalste verkiezingen en een systematische jacht op tegenstanders en critici. Niets leek het regime te kunnen deren, totdat de invoering van quota voor overheidsfuncties de vlam in de pan deed slaan. De quota werden gezien als een manier om leden van de regeringspartij te bevoordelen. In een land met meer dan 170 miljoen inwoners, van wie de helft jonger is dan 26, kampt de jeugd met massale werkloosheid.

    Er ontstond een protestbeweging aan de universiteit van Dhaka en die verspreidde zich al snel naar particuliere instellingen. De uiterst gewelddadige onderdrukking van de demonstraties – volgens schattingen van de VN vielen er ongeveer 1400 doden – transformeerde het studentenprotest in een massabeweging die het vertrek van Sheikh Hasina eiste.

    #NepoBaby

    Een jaar later kwam in Nepal generatie Z op haar beurt in opstand tegen de leiders. Het voormalige koninkrijk, sinds 2008 een republiek, was het toneel van een bliksemrevolutie zonder aangewezen leiders. De beweging ver- spreidde zich via sociale media, waar jongeren onder de hashtag #NepoBaby de levensstijl van de zonen en dochters van politieke leiders aan de kaak stel- den als symbool van de corruptie en ongelijkheid die het land teisteren.

    In een poging deze kritiek de kop in te drukken, besloot de communistische regering van premier K.P. Oli op 4 sep- tember zesentwintig digitale platforms te blokkeren. Daarmee staken ze de lont in het kruitvat. Bij gebrek aan Facebook en WhatsApp organiseerden de jongeren zich via de app Discord. Op 8 september werd in Kathmandu een grote demonstratie tegen corruptie gehouden.

    De vreedzame mars ontaardde in extreem geweld toen de politie het vuur opende op de menigte. De studenten kregen bijval van radicalere groepen, en op 9 september veranderde de Nepalese hoofdstad in een vuurzee. Alle machtscentra – de uitvoerende, wetgevende en rechterlijke macht – gingen in vlammen op. De opstand was ‘van een ongekende omvang en snelheid, en staat gelijk aan een totale afwijzing van de gevestigde orde na jaren van wanbestuur en uitbuiting van staatsmiddelen’, merkt Ashish Pradhan van de denktank International Crisis Group op.

    De golf van protest heeft inmiddels Zuidoost-Azië bereikt – Indonesië, de Filipijnen, Oost-Timor – en heeft overal dezelfde voedingsbodem: de jongeren zijn de corruptie en de privileges van politici meer dan zat. In de Indonesische archipel, met 284 miljoen inwoners, was de beslissing van parlementsleden op 25 augustus om zichzelf een maandelijkse huisvestingstoelage van 50 miljoen roepia (circa 2800 euro) toe te kennen de druppel die de emmer deed overlopen. Dit bedrag, bijna tien keer het minimumloon in de hoofdstad, ontketende een storm van studentenprotesten. De studenten eisen een reeks hervormingen om de politiek te zuiveren.

    Familieclans

    Op de Filipijnen dreef de extravagante levensstijl van familieleden van politici en directeuren van bouwbedrijven duizenden mensen de straat op. De betrokkenen worden verdacht van een massaal schandaal rond de verduistering van overheidsgeld dat bedoeld was voor de bescherming tegen overstromingen. Ook hier knaagt hetzelfde kwaad aan de democratie: familieclans die de macht op zowel nationaal als lokaal niveau onderling verdelen. Deze erfenis van de Spaanse en later Amerikaanse kolonisten bleef ondanks de revolutie van 1986 intact. ‘De elite heeft nooit geprobeerd om echte, moderne politieke partijen op te richten. Zelfs na de val van de dictatuur werd de familie Marcos zelf uiteindelijk opgenomen in het systeem van politieke dynastieën dat zich succesvol in stand houdt,’ aldus politicoloog Richard Heydarian. Hij verwijst naar de verkiezing in 2022 van Ferdinand ‘Bongbong’ Marcos, de zoon van dictator Ferdinand Marcos. Het feit dat de protesten in Azië gelijktijdig plaatsvinden, roept vragen op over de onderlinge beïnvloeding. Vergelijkbare methoden, leuzen en gemeenschappelijke eisen suggereren dat de bewegingen elkaar hebben geïnspireerd. De piratenvlag met een strohoedje op de schedel uit de Japanse manga One Piece lijkt het vaandel van generatie Z te zijn geworden. De held van de manga, een tiener, staat symbool voor moed, solidariteit en de strijd tegen corrupte leiders. De vlag wapperde in Indonesië, daarna in Nepal en ten slotte op de Filipijnen. Sindsdien is hij ook veelvuldig opgedoken bij demonstraties in Frankrijk.

    De uitkomst van deze ‘Aziatische Lentes’ blijft onzeker. Het voorbeeld van de zogeheten Arabische Lente uit de jaren 2010 maant tot voorzichtigheid. Die protestgolf begon in Tunesië na de zelfverbranding van een jonge straatverkoper, wanhopig door armoede en vernederingen door de politie, en verspreidde zich naar Egypte, Libië, Bahrein, Jemen en Syrië. Deze opstanden van de jeugd, net als in Azië aangejaagd door sociale media, mondden al snel uit in opstanden tegen tirannieke regimes. Uiteindelijk hadden ze alleen maar nog autoritairdere regeringen als resultaat.

    NOEM HET GEEN ‘GEN Z-PROTESTEN’

    Hoewel veel media de huidige protesten framen als een leeftijdstrend, schrijft Will Shoki van Africa is a Country, worden daarmee middel en boodschap verward. Wat werkelijk zichtbaar wordt, is de terugkeer van de jeugd als politiek subject, als het geweten van een wereldsysteem in verval. Deze golf, aldus Shoki, staat in het verlengde van de cyclus die begon met de Arabische Lente en #FeesMustFall: massamobilisaties die de grenzen van de neoliberale democratie blootlegden, maar zelden structuren veranderden. De energie is terug, gehard door slechtere economische vooruitzichten en ontdaan van hervormingsillusies. Jongeren ervaren de nadelen het eerst: hoge jeugdwerkloosheid (Marokko), emigratie en geldeconomieën die echte transformatie uitstellen (Nepal), en overal privatisering en bezuinigingen die hun toekomst uithollen. Dat sommige groepen het mediabegrip ironisch omarmen, is tactiek, geen identiteit; de benaming depolitiseert en demografiseert tegelijk en maakt van een structurele systeemcrisis een leeftijdsstemming, verbergt de materiële oorzaken en laat de protesten makkelijk wegzetten als een voorbijgaande trend, terwijl in werkelijkheid nationale elites een vastgelopen mondiaal regime bemiddelen.
    ‘De uitgestelde revolutie keert terug om leven, waardigheid en betekenis te ondersteunen buiten de markt en in het belang van de mens in plaats van de macht of winst.’

    Ondanks de overeenkomsten – de centrale rol van de jeugd, de focus op werkloosheid, corruptie en politiegeweld en het domino-effect waardoor mensen hun angst overwonnen – is de context van de ‘Aziatische Lentes’ wezenlijk anders. De demonstraties vonden plaats in democratische, zij het onvolmaakte en autoritaire, regimes. Vooralsnog hebben ze geleid tot vreedzame transities waarbij jongeren de drijvende kracht achter de verandering zijn.

    Wat zal er terechtkomen van generatie Z’s diepe verlangen naar vernieuwing? In Sri Lanka is de grote omwenteling uitgebleven, maar de economie herstelt zich en het land zit weer in de lift. Voormalig marxist en prominent figuur in de Aragalaya-beweging Anura Kumara Dissanayake, die in 2024 tot president werd gekozen, moest zich schikken naar de voorwaarden die het Internationaal Monetair Fonds stelde in ruil voor leningen.

    In Bangladesh, dat sinds augustus 2024 tijdelijk wordt geleid door Nobelprijswinnaar voor de Vrede Muhammad Yunus, hebben politieke partijen en studenten moeite om het eens te worden over de noodzakelijke hervormingen. Het geweld is in het afgelopen jaar sterk toegenomen. Begin 2026 komen er verkiezingen aan, met het risico dat de traditionele politieke elite de macht herovert.

    In Nepal heeft Sushila Karki, voormalig opperrechter en een boegbeeld in de strijd tegen corruptie, de leiding over het land tot de verkiezingen in maart 2026. Ook hier zal de oude elite elke kans grijpen om weer aan de macht te komen. De geschiedenis moet nog geschreven worden; Azië kent immers talloze opstanden die op niets uitliepen.

  • Extremisme triomfeert nooit op eigen kracht

    Extremisme triomfeert nooit op eigen kracht

    De blijvende les van Weimar is: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht, de democratie wordt uitgehold doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of concessies en lijfbehoud.

    Op 23 maart 1933, in een sche- merige kamer die blauw stond van de sigarenrook, probeerde Ludwig Kaas zichzelf ervan te overtuigen dat hij de juiste beslissing nam. De katholieke priester en leider van de Duitse Centrumpartij stond op een kruispunt. Al enkele jaren probeerde zijn partij de opkomst van Adolf Hitler tegen te gaan, maar in 1932 waren Hitlers nationaalsocialisten (NSDAP; de nazi’s) uitgegroeid tot de grootste partij in het parlement, en in januari 1933 werd Hitler zelf kanselier. De Centrumpartij was het laatste obstakel op Hitlers weg naar totale macht in Duitsland.

    Hij had de Machtigingswet geïntroduceerd, die hem en zijn kabinet verstrekkende bevoegdheden zou geven om per decreet te regeren en daarmee de democratie tot in haar wezen af te breken. De wet had een tweederde-meerderheid nodig om te slagen. De sociaaldemocraten, de enige andere belangrijke groep parlementariërs die de democratie nog steeds fundamenteel steunden, waren te klein om de maatregel in hun eentje te stoppen. Alleen als de Centrumpartij zich ook verzette, kon deze worden voorkomen. Maar Kaas aarzelde. Hij vreesde wat er zou gebeuren als zijn partij de nazi’s zou trotseren. Zou ze het overleven? Kon de democratie standhouden als zijn partij zich verzette? Hitlers knokploegen waren al begonnen politieke tegenstanders te arresteren. Kaas overtuigde zichzelf ervan dat samenwerken de beste optie was: binnen de nieuwe realiteit werken in plaats van zich erdoor laten verpletteren. ‘We moeten onszelf trouw blijven,’ zei hij tegen zijn collega’s, ‘maar een verwerping van de Machtigingswet zal resulteren in onaangename gevolgen voor onze partij.’ De wet werd aangenomen met 444 tegen 94 stemmen, waarmee de weg naar Hit- lers dictatuur was geëffend.

    Dit voorval illustreert de gevaarlijke logi- ca van overgave: de overtuiging dat, wanneer de democratie wordt bedreigd, toegeven de beste strategie is, dat je met een autocraat moet samenwerken om te overleven en dat het vermijden van onmiddellijke consequenties voor de eigen partij belangrijker is dan dan het afwenden van langdurige autoritaire heerschappij. Kaas was niet de enige die zo dacht. In de jaren die aan dit moment voorafgingen, effenden drie rampzalige misrekeningen, elk geworteld in kortetermijndenken en zelfrechtvaardiging, het pad voor Hitlers opkomst.

    Vandaag de dag zou dit hoofdstuk uit de geschiedenis van de Weimarrepubliek opnieuw moeten worden bekeken. Nu de democratie aan kracht verliest op uiteenlopende plekken als Hongarije, India, Turkije en de Verenigde Staten, herinneren deze gebeurtenissen ons eraan dat de afbrokkeling vaak geleidelijk gaat, door de stapsgewijze overgave van degenen die haar zouden moeten verdedigen. Met elke concessie worden autocraten brutaler, verdedigingen zwakker en wordt terugdraaien moeilijker. Reacties die in een vroeg stadium nog pragmatisch kunnen lijken – afwachten, zwijgen, een compromis sluiten – werken in het voordeel van de autocraten en leiden uiteindelijk tot de algehele ondergang van de democratie.

    Fatale misrekeningen

    De noodlottige beslissingen waaraan de Weimarrepubliek ten onder ging, werden genomen na de Eerste Wereldoorlog, kort na het ontstaan van een nieuwe democratie in Duitsland. In de Grondwet van Weimar, opgesteld in 1919 onder invloed van vooraanstaande personen als de rechtsgeleerde Hugo Preuss en socioloog Max Weber, werden burgerlijke vrijheden verankerd, de rechten voor vrouwen uitgebreid en arbeidswetten geïntroduceerd. Dankzij de steun van een al stevig maatschappelijk middenveld kon een brede, zelfverzekerde coalitie van progressieven, liberalen, sociaaldemocraten en de katholieke Centrumpartij na de Eerste Wereldoorlog de Duitse republiek oprichten. Maar die republiek was nog kwetsbaar. Ze werd geteisterd door wijdverspreid politiek geweld, veelvuldige politieke moorden en straatgevechten tussen communisten en fascisten, die beide het nieuwe regime afwezen. Pas na drie turbulente jaren van hyperinflatie en onrust brak in 1924 in de Weimarrepubliek een periode aan van betrekkelijke stabiliteit.

    Maar vanaf 1929 kwam daar weer verandering in, toen de Amerikaanse beurscrash een catastrofale economische neergang en massale werkloosheid veroorzaakte. De communistische partij en de nazi’s wonnen terrein bij de verkiezingen, waardoor het vormen van coalities moeilijk werd en de president zijn toevlucht moest nemen tot het benoemen van kanseliers zonder parlementaire steun – een buitengewone maatregel. De daaruit voortvloeiende politieke impasse vergrootte de aantrekkingskracht van de nazi’s.

    Maar de ondergang van de Weimarrepubliek was niet alleen aan de Grote Depressie te wijden. Veel andere geteisterde staten in Europa en Noord-Amerika wisten deze periode van economische en politieke onrust te doorstaan, waaronder jonge democratieën als Tsjechoslowakije en Finland. Het ging niet zozeer om de tegenslagen zelf, het waren de reacties van de Duitse leiders daarop die het lot van de republiek bepaalden.

    hij bedacht een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken

    De conservatieve bovenklasse beging de eerste fout. Eind jaren twintig had de grote rechtse partij, de Duitse Nationale Volkspartij, het zwaar. Haar leider, Alfred Hugenberg, was een machtige zakenman en mediamagnaat, maar het ontbrak hem aan charisma en aantrekkingskracht. Toen Hugenberg zag hoe Hitlers nazibeweging bij de deelstaat- en landelijke verkiezingen eind jaren twintig aan populariteit won, bedacht hij een plan – niet om Hitler te stoppen, maar om hem te gebruiken.

    Hugenberg betrok de nazi’s bij een campagne om de Duitse herstelbetalingen voor de Eerste Wereldoorlog af te schaffen. Hij hoopte dat hun gedrevenheid de conservatieve zaak nieuw leven zou inblazen. Het referendum van 1929 waarmee steun moest worden verkregen van de Duitse bevolking voor het opheffen van de terugbetalingsverplichting – en waarbij politici die met betaling instemden als verraders werden bestempeld – pakte niet goed uit, maar de samenwerking veranderde alles. Het verhief de nazi’s van een groep marginale extremisten tot een politieke kracht die door een van de invloedrijkste politieke figuren van Duitsland was erkend.

    En daar hielden Hugenbergs misrekeningen niet op. In 1931 organiseerde hij een grote rechtse manifestatie in kuuroord Bad Harzburg, waar Hitler werd uitgenodigd om zich aan de zijde van de nationalistische elite van Duitsland te scharen. Het idee was om een verenigd conservatief front te presenteren; in plaats daarvan stal Hitler de show. Terwijl zijn paramilitaire troepen door de straten marcheerden als vertoon van discipline en macht, verdween Hugenberg naar de achtergrond. In 1933 realiseerde laatstgenoemde zich de volledige omvang van zijn fout. Hij zou tegen een conservatieve collega hebben gezegd: ‘Ik heb de grootste dwaasheid van mijn leven begaan; ik heb me verbonden aan de grootste demagoog uit de menselijke geschiedenis.’ Maar tegen die tijd was het al veel te laat. Op een cruciaal moment had Hugenberg Hitler gegeven wat hij het hardst nodig had: aanzien.

    Afwendbare ondergang

    De volgende misrekening van het Duitse politieke establishment was nog ernstiger: Hitler rechtstreeks aan de macht brengen. In 1932 was het Duitse parlement nog steeds verlamd. Het lukte niet een regerende meerderheid te vormen. Conservatieven waren wanhopig op zoek naar een stabiele regering die de sociaaldemocraten en communisten uitsloot, maar ze hadden te weinig stemmen om zonder hen te kunnen regeren. President Paul von Hindenburg, een wat oudere oorlogsheld, bleef maar kanseliers vervangen omdat hij niemand kon vinden die de steun van een meerderheid van de parlementariërs genoot of de steeds dieper wordende economische crisis in Duitsland kon indammen. De toenmalige voormalige bondskanselier Franz von Papen deed een gewaagde suggestie: bied Hitler het kanselierschap aan, maar omring hem met conservatieve ministers om hem te controleren. Von Papen had er vertrouwen in dat Hitler in het gareel kon worden gehouden. ‘Maak je geen zorgen,’ zei hij tegen zijn rechtse collega’s. ‘Binnen twee maanden hebben we Hitler zo ver in het nauw gedreven dat hij gaat piepen.’ In januari 1933 keurde Hindenburg het plan goed, in de overtuiging dat Hitler slechts een boegbeeld zou blijven.

    Het tegenovergestelde gebeurde. Hitler begon onmiddellijk zijn macht te consolideren, zette zijn bescherm- heren buitenspel en schakelde de oppositie uit door leidende figuren te arresteren, onder wie de voormalige Pruisische minister van Binnenlandse Zaken en andere sociaaldemocratische en communistische parlementsleden. De nazipartij was geen keuze van de meerderheid: bij de verkiezingen van 1932 kregen ze maar ongeveer een derde van de stemmen, en Hitlers gewelddadige pogingen om zijn macht uit te breiden veroorzaakten een nieuwe golf van angst in het land. Het idee dat antidemocraten onder controle gehouden konden worden als ze eenmaal macht hadden, pakte desastreus uit.

    De Rijksdagbrand van februari 1933, die zo veel schade aan het parlementsgebouw veroorzaakte dat de volksvertegenwoordiging tijdelijk moest uitwijken naar het Kroll-operagebouw enkele straten verderop, bood het perfecte voorwendsel voor repressie. Hitlers nieuwe regering gaf de communisten de schuld van de brand en beweerde ook bewijs te hebben dat ze explosieven opsloegen. De naziregering verrichtte massaal arrestaties, waarna Hitler de Rijksdagbrandverordening afkondigde: een draconische wet die de persvrijheid en het recht op vergadering inperkte en de politie machtigde verdachten voor onbepaalde tijd en zonder proces vast te houden.

    Tijd kopen voor krachtig verzet? Ze hadden het allemaal mis

    Dit door de noodverordeningen veroorzaakte klimaat bood Hitler de mogelijkheid om de Machtigingswet in te dienen. Kaas en zijn collega-leiders van de Centrumpartij debatteerden er urenlang over, verscheurd tussen principe en zelfbehoud. Sommigen riepen op tot verzet en waarschuwden dat Hitlers macht in bedwang gehouden moest worden. Maar de meesten vreesden de gevolgen van verzet. Weer anderen hielden vast aan de hoop dat ze Hitler van binnenuit konden beïnvloeden, bijvoorbeeld door hun sociaaldemocratische rivalen te verzwakken of door garanties voor de Centrumpartij en katholieke leiders zeker te stellen. Bij de uiteindelijke stemming gaven alle 73 parlementsleden van de Centrumpartij zich gewonnen en rechtvaardigden ze hun overgave als een noodzakelijk kwaad om de partij te redden. Zoals Kaas zelf tegen zijn collega’s zei: ‘Als er geen tweederdemeerderheid wordt bereikt, zal de regering haar plannen wel op andere manieren doorvoeren.’

    Maar de gekozen strategie werkte ave- rechts. Net als alle andere oppositiepartijen in Duitsland werd de Centrumpartij binnen enkele maanden ontbonden. Haar steun voor de nieuwe wet remde Hitler niet af, maar gaf hem volledige macht. Dit was de laatste, fatale misrekening: het idee dat de democratie kon overleven terwijl haar beschermingsmechanismen werden wegonderhandeld.

    Gevaarlijke gok

    Geen enkele democratische grondwet handhaaft zichzelf, ook niet als deze veel ouder is dan de Weimarrepubliek begin jaren dertig. Burgers en leiders moeten voor democratische instituties opkomen zodra ze worden bedreigd – hoe groot of klein die dreiging ook is.

    De instorting van de Weimarrepubliek was niet onvermijdelijk. De NSDAP verwierf nooit de steun van een meerderheid van het Duitse electoraat. Voor de gevestigde politieke leiders waren er vele kansen om terug te slaan. Maar Hugenberg dacht dat hij Hitler kon inzetten om zijn conservatieve beweging nieuw leven in te blazen. Von Papen dacht dat hij Hitler in het gareel kon houden nadat hij hem kanselier had gemaakt. Kaas dacht dat toegeven aan Hitlers wensen zijn partij zou beschermen en hij op die manier tijd kon kopen voor een krachtiger verzet. Ze hadden het allemaal mis. Een democratie gaat zelden van de ene op de andere dag ten onder. Ze wordt geleidelijk uitgehold door overgave: rationalisaties en compromissen van machthebbers die zichzelf wijsmaken dat een klein beetje toegeven veiligheid biedt, of dat meebewegen met een ontwrichter praktischer is dan hem te weerstaan. Dit is de blijvende les van Weimar: extremisme triomfeert nooit op eigen kracht. Het slaagt doordat anderen het mogelijk maken – vanuit ambitie, angst of een verkeerde inschatting van de gevaren van een kleine concessie. Uiteindelijk verliezen degenen die een autocraat macht geven niet alleen hun democratie, maar ook juist de invloed die ze dachten veilig te stellen.