Tegelijkertijd blijven er 121 politiek gevangenen opgesloten
In haar dagelijkse toespraak heeft Rosario Murillo, woordvoerster van de dictatuur en first lady van Nicaragua, de vrijlating van 1500 gevangenen aangekondigd, aldus het Argentijnse dagblad La Prensa. Deze gevangenen mogen hun straf verder thuis uitzitten ter ere van het 45-jarig jubileum van de Sandinistische Revolutie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Sinds het begin van 2024 heeft de regering van Ortega 4500 gevangenen vrijgelaten. 121 politiek gevangenen zitten nog vast. Murillo blijft harde kritiek uiten tegen zowel binnenlandse als buitenlandse tegenstanders van het regime.
Met de recente vrijlatingen wil de regering de ‘onwrikbare strijd’ van de Sandinistische Revolutie eren, maar de oppositie ziet het gebaar als een afleidingsmanoeuvre om de aandacht af te leiden van de voortdurende mensenrechtenschendingen in het land.
Een Keniaans commando zal deze week naar Haïti gaan om te proberen de vrede te herstellen. Het land in de Caribische Zee wordt al jarenlang geteisterd door bendegeweld, met vele doden en verwoestingen tot gevolg. De Keniaanse president William Ruto hield maandag een ceremonie om ‘veel geluk’ te wensen aan de eerste vierhonderd politieagenten die later deze week naar Haïti worden gestuurd in het kader van een door de VN gesteunde maar ‘controversiële’ missie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Al-Jazeera wijst erop dat ‘Haïti een lange geschiedenis kent van rampzalige buitenlandse interventies, wat de vrees aanwakkert dat het initiatief de instabiliteit alleen maar zal vergroten’. Een VN-functionaris zei in maart dat er minstens vijfduizend buitenlandse politieagenten nodig zouden zijn om te helpen bij de bestrijding van bendegeweld, dat de controle heeft overgenomen over uitgestrekte gebieden en het leven van burgers heeft gedestabiliseerd. Dat is ‘veel meer dan de in totaal duizend Keniaanse politieagenten die zouden moeten worden ingezet’, aldus het Qatarese medium.
Critici zien het vonnis als een aanval op het vrije woord
De kroniekschrijvers Borhen Bsaïes en Mourad Zeghidi, die bekendstaan als critici van de Tunesische regering, zijn woensdag door een rechtbank in Tunis beide veroordeeld tot een jaar gevangenisstraf. ‘Ze werden schuldig bevonden aan het gebruik van informatienetwerken en -systemen om valse informatie te verspreiden die bedoeld is om derden te belasteren en materiële en morele schade toe te brengen’, meldt de nieuwswebsite Tunisie Numérique.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De twee mannen werden op 11 april gearresteerd, dezelfde dag als de Tunesische advocaat en columnist Sonia Dahmani. De aanklachten werden ingediend op grond van een wetsdecreet dat in 2022 werd uitgevaardigd door de Tunesische president Kais Saied om de verspreiding van nepnieuws tegen te gaan – een maatregel die door critici wordt gezien als een wetgevend wapen om de vrijheid van meningsuiting in Tunesië de kop in te drukken.
Medewerkers van de organisatie kunnen vervolgd worden
De Russische regering heeft dinsdag Radio Free Europe/Radio Liberty bestempeld als een ‘ongewenste organisatie’. Dat meldt de website in een artikel. Met het decreet kunnen medewerkers, donateurs en bronnen van RFE/RL strafrechtelijk vervolgd worden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De organisatie werd toegevoegd aan een register van ‘ongewenste organisaties’ dat wordt bijgehouden door het Russische ministerie van Justitie, en is daarmee de hondertweeënveertigste organisatie die zo wordt bestempeld. RFE/RL-voorzitter Stephen Capus noemde het besluit ‘slechts het laatste voorbeeld is van hoe de Russische regering waarheidsgetrouwe berichtgeving ziet als een existentiële bedreiging’.
‘Miljoenen Russen vertrouwen al tientallen jaren op ons – inclusief een recordaantal kijkers in de afgelopen dagen sinds de dood van Aleksej Navalny – en deze poging om ons te verstikken zal RFE/RL alleen maar harder laten werken om vrije en onafhankelijke journalistiek aan het Russische volk te brengen,’ zei Capus in een verklaring.
Het is nog niet erg duidelijk wat de stap voor het land betekent
De militaire junta in Guinee heeft maandag de voltallige regering ontbonden en aangekondigd een nieuwe regering te gaan benoemen. Dat schrijft Barron’s. Onduidelijk is wat de aanleiding of bedoeling van de beslissing is en wanneer een nieuwe regering aangesteld zal worden.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Guinee staat onder militair bewind sinds een junta de macht greep tijdens een staatsgreep in september 2021. Het belangrijkste economische en politieke blok in de regio, ECOWAS, eiste vervolgens dat binnen 24 maanden verkiezingen zouden worden gehouden. Er lijkt echter weinig van die afspraken terecht te komen.
De gevolgen van de ontbinding van de regering zijn nog onduidelijk en andere Afrikaanse landen kijken met zorgen naar het land, zeker omdat in de regio de afgelopen maanden meerdere staatsgrepen zijn gepleegd en behoefte is aan rust en stabiliteit.
Na de vernietigende aardbeving in 2010 in Haïti probeerde burgemeester Rony Colin controle te krijgen over de haveloze stad Canaan. Dat mislukte, omdat de president en het kabinet wilden voorkomen dat Colin te veel zeggenschap zou krijgen in de verkiezingen. Een stem op Colin was een stem tegen henzelf.
Op een warme dag in de nieuwste stad van Haïti stonden honderden mensen zwetend rond een politiebureau. Ze wachtten op de man die het eerste bureau van de stad officieel zou openen. Er was bijna negen jaar verstreken sinds de ramp die de aanleiding was voor het ontstaan van deze plaats: een aardbeving van 7 op de schaal van Richter die tussen de 46.000 en 316.000 mensen het leven kostte – het precieze aantal weet niemand. De regering van Haïti schat dat zo’n anderhalf miljoen mensen – een op de zeven Haïtianen – bij de ramp dakloos raakten. Enkele weken later begonnen de VN en internationale ngo’s een aantal ontheemden over te brengen naar een braakliggend stuk land ten noorden van de hoofdstad, een gebied dat Canaan wordt genoemd. Weldra volgden er heel wat meer. Ze sliepen in tenten en krakkemikkige keten en begonnen na verloop van tijd stukjes grond te claimen waarop ze hun eigen huis bouwden. Hun aantal nam toe van honderden tot duizenden, vervolgens tienduizenden en ten slotte honderdduizenden. Bijna tien jaar na de aardbeving noemden zo’n driehonderdduizend mensen Canaan hun thuis.
Er was alleen één probleem: deze stad had geen bestuur. Tegen de tijd dat ik er een bezoek bracht hadden de inwoners zich verspreid over talloze bestaande gemeentes, maar niemand had zich officieel ingeschreven. Het was onmogelijk om het eigendomsrecht op een perceel te verwerven: geen formulieren om te ondertekenen, geen kantoor om naartoe te gaan, geen ambtenaren om een beroep op te doen. Er was geen bestuur dat de verantwoordelijkheid nam voor het graven van putten of voor de aanleg van parken of busstations. En er was geen politie.
Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was
Eén man beloofde daar verandering in te brengen: Rony Colin, de burgemeester van de naburige stad Croix-des-Bouquets. Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was.
Van een chauffeur uit Colins geboorteplaats aan zee hoorde ik het levensverhaal dat over hem de ronde doet: de jonge Colin, die kampte met tegenslag, ging een bos in om een waarzegger te raadplegen. De man wist Colins drie geluksgetallen op te roepen en zei hem dat hij loten moest kopen waarop die voorkwamen. Colin liep het bos uit, kocht drie loten en won twee keer. De opbrengst bedroeg 7,5 miljoen Haïtiaanse gourde, destijds het equivalent van ruim 2 miljoen dollar.
Zand
Al decennia voor de aardbeving gebruikte Colin zijn winst om een bouwbedrijf te beginnen. Hij kocht machines in Canada, die hij naar de Dominicaanse Republiek liet verschepen, vanwaar ze met vrachtwagens over de grens naar Haïti werden gebracht. Na de aardbeving had Haïti dringend behoefte aan de bouw of herbouw van duizenden huizen en gebouwen die waren beschadigd of verwoest. Voor bouw is beton nodig en voor beton zand. Colin had het geluk dat hij een kleine 670 duizend hectare aan zandmijnen bezat aan de noordrand van Canaan, de lucratiefste van al zijn investeringen. Elke dag vervoerden tientallen kiepauto’s het zand naar Port-au-Prince en andere steden. Het is een inkomstenbron die waarschijnlijk pas zal opdrogen als er geen korrel zand meer in de mijnen te vinden is. ‘Dat is allemaal van mij,’ zei Colin terwijl hij me op de afgegraven flanken wees. ‘De mijnen leveren me een hoop geld op.’
Binnen de kortste keren ging Colin in de politiek en begon hij een radiostation dat hij bemande met politiek commentatoren. In 2015 werd hij gekozen tot burgemeester van Croix-des-Bouquets. Colins toenemende macht hield gelijke tred met de toevloed van internationale hulp die volgde na de aardbeving. Hulporganisaties als het Rode Kruis hadden miljarden dollars ingezameld voor de wederopbouw van Haïti, maar het ontbrak aan iemand met gezag om de bouw groen licht te geven. Colin was hun man. Hij keurde projecten goed en legitimeerde ngo’s, die hem op hun beurt legitimeerden. De meeste ngo’s keerden hun geld uit en vertrokken weer, zodat de inwoners van de stad alleen nog met burgemeester Colin te maken hadden.
Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit
Sommige inwoners van Canaan zagen hem als een kans. Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit. Ze wilden kunnen stemmen, ze wilden veilig zijn. Bendes begonnen namelijk te infiltreren en inwoners af te persen, net als in Port-au-Prince: een realiteit van het leven in de hoofdstad waaraan de inwoners van Canaan hier nu juist wilden ontkomen. Daar was het nieuwe politiebureau voor. Zou Colin een weldoener zijn, die legitimiteit, welvaart en veiligheid bracht? Of zou hij een politicus zijn die zijn eigenbelang najaagde en de inwoners in de weg zat?
De federale regering van Haïti had tot die tijd nog maar weinig in Canaan voor elkaar gekregen. Ngo’s betaalden steekpenningen aan ambtenaren en kochten benzine voor onderbetaalde medewerkers om zich naar Canaan te wagen en taxaties te doen voor projecten en grondaankoop. Overal waar ik in Canaan kwam, zeiden mensen dat hun nieuwe stad nog niet tot bloei was gekomen omdat de staat nog niet tot besturen was gekomen. Nu was Colin misschien hun laatste redding.
Wijkvertegenwoordigers
Nadat Colin voor het nieuwe politiebureau een toespraak had gehouden, werd hij omringd door tientallen aanhangers die ‘Tien jaar! Vijftien jaar!’ scandeerden, een belofte om hem nog vele malen te herkiezen. Colin glimlachte, haalde een stapel bankbiljetten uit zijn zak en begon die uit te delen als snoepgoed. Mensen worstelden om het geld terwijl Colin in een SUV stapte met een opzichtig nepgouden nummerbord met daarop de woorden ‘Burgemeester Rony Colin’.
Elke wijk van Canaan had een leider aangewezen om haar te vertegenwoordigen, bijna allemaal mannen. Colin nodigde de wijkvertegenwoordigers uit voor een vergadering. In de woonkamer van de burgemeester mochten ze plaatsnemen op plastic stoelen. Sommige vertegenwoordigers droegen nette, keurig gepoetste zwarte schoenen. Colin zat onderuitgezakt in een leunstoel, met zijn schoenen uit; een scheurtje in zijn witte onderhemd accentueerde zijn buik. Hij klaagde over de overbevolking van Canaan. ‘Er is geen lapje grond of iemand wil het wel claimen,’ zei hij. ‘We kunnen niet leven in een maatschappij waar iedereen bang is voor elkaar. Ik ben een man van de staat. Ik ben hier voor jullie, en jullie zijn hier voor mij.’
Er waren maar twee problemen met het plan van Colin. Ten eerste had Canaan geen bureau waar mensen zich konden registreren om hun stem op hem of op wie dan ook uit te brengen. Ten tweede was Colin een politieke tegenstander van de president en diens kabinet, die in Haïti enorm veel zeggenschap hebben over het verkiezingsproces. De kans bestond dat de leiders verkiezingen in Canaan wilden voorkomen omdat een stem op Colin een stem tegen henzelf was. Haïti werd destijds geleid door president Jovenel Moïse. Tijdens zijn campagne omschreef Moïse zichzelf als een hardwerkende bananenboer, een man van het volk. In werkelijkheid was hij ten tijde van zijn kandidatuur een rijke eigenaar van bouwbedrijven en een grote landbouwinvesteerder voor wiens op export gerichte bananenplantage honderden kleine boeren het veld moesten ruimen.
In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten
Veel mandaat had Moïse niet. Zijn verkiezing in 2015 werd later herroepen wegens onregelmatigheden en toen de verkiezingen het jaar daarop werden overgedaan, won hij bij een bedroevend lage opkomst van naar schatting 21 procent. In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten, waarop zijn regering reageerde door de beruchte bendeleider Jimmy ‘Barbecue’ Chérizier van wapens te voorzien.
Eind 2018 vielen Chérizier en zijn boevenbende een wijk in Port-au-Prince binnen waar de protesten tegen Moïse heftig waren geweest, waarbij ze 71 mensen vermoorden, onder wie een aantal kinderen, minstens 11 vrouwen verkrachtten en zo’n 150 huizen plunderden.
Bob Anel
Maar Colin had nog een ander probleem, veel dichter bij huis. Jean Adler Corriélus, beter bekend onder zijn nom de guerre Bob Anel, was een man met veel politieke macht die hof hield als een ware koning. Elke ochtend vulde zijn achtertuin zich met mensen die wachtten op hun kans om hem om een gunst te vragen of te proberen hem iets te verkopen. ‘Zie je al deze mensen?’ vroeg hij, om zich heen wijzend, op de dag dat ik hem bezocht. ‘Ze komen me allemaal wat vragen, wat geld, veiligheid. Misschien hebben ze een probleem gehad met de politie. Iedereen heeft wel wat.’ Volgens Anel was Colin de politiek ingegaan uit ambitie, maar Anel zag het als zijn plicht om de handschoen tegen hem op te nemen.
Anel beweerde dat Colin zich een groot stuk grond had toegeëigend dat lang geleden aan Anels grootvader was geschonken na diens militaire dienst. Het conflict tussen de twee ging verder dan politiek en ontaardde zelfs een keer in geweld. Volgens Colin vielen Anels schutters op motorfietsen zijn radiostation aan.
Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood
Het rechtssysteem van Haïti was een puinhoop. Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood. In een rechtbank waar een corruptiezaak liep waarbij Moïse betrokken was, probeerden mannen twee griffiers te ontvoeren. Twee rechters die waren belast met het onderzoek naar het schandaal vluchtten het land uit na het ontvangen van doodsbedreigingen. In 2020 werd het hoofd van de orde van advocaten van Port-au-Prince doodgeschoten op weg naar zijn huis, enkele uren nadat hij op de radio tekeer was gegaan tegen een grote schare Haïtiaanse politici, variërend van parlementariërs tot mensen in het presidentieel paleis.
Een vloek
Toen de wereld begin 2020 in de ban van corona raakte, had Haïti nog wel ergere problemen. Maar in maart van dat jaar stierf Colins 21-jarige zoon, die in Florida woonde, in zijn slaap; de doodsoorzaak is nog steeds onbekend. In de ogen van Colin moet het een vloek zijn geweest. De man die twee keer de loterij had gewonnen en bijgelovig was als geen ander, stelde vast dat aan zijn geluk een eind was gekomen. Kort daarna werd een ander kind van hem op weg naar school ontvoerd – ontvoeringen waren in deze periode aan de orde van de dag, een makkelijke manier voor bendes om geld af te persen. Colin maakte vervolgens bekend dat hij zich niet opnieuw verkiesbaar zou stellen bij nieuwe verkiezingen en dat hij aan het eind van zijn termijn zou aftreden.
Op 26 juni 2021 deed Colin iets waarvan veel van zijn landgenoten dromen en wat sommigen ook echt proberen, maar zelden met succes. Hij vertrok uit Canaan en stapte op een vlucht naar Florida om een veilig onderkomen te zoeken in de Verenigde Staten. De man die had geprobeerd Haïti’s onbestuurde stad te besturen trok zijn handen ervan af. Hij ging weg zonder dat hij van Canaan een officieel erkende stad had gemaakt, waardoor het de inwoners onduidelijk was hoe ze op een dag een eigen leider zouden kunnen kiezen.
Elf dagen later werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen
Elf dagen later, op de avond van 7 juli 2021, werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen. Een van de opdrachtgevers was een zakenman die in juni van dit jaar in Florida tot levenslang werd veroordeeld wegens zijn aandeel in het complot. Sindsdien is het zo mogelijk nog onveiliger geworden in Haïti, met bendes die vrouwen en kinderen verkrachten en mishandelen, en straffeloos schieten en doden. Een van de beruchtste bendes, 400 Mawozo, vestigde zijn bolwerk aan de rand van Canaan. De bende viel Colins radiostation aan nadat een van zijn commentatoren hen had bekritiseerd vanwege het terroriseren van de bevolking. Volgens Colin werden twee van zijn werknemers doodgeschoten en kwam ook een hem bekende politieman om het leven. De maand daarop sloot het radiostation voorgoed.
Sindsdien worden de achterblijvers in Canaan – die daarheen zijn verhuisd in de hoop op vrede en betere vooruitzichten – onder bedreiging van wapens afgeperst of moeten ze met hun kinderen dekking zoeken terwijl er voor hun deur in het wilde weg wordt geschoten. De door Colin beloofde veiligheid is er nooit gekomen. De hoge verwachtingen van de inwoners en de beloften van Colin waren achteraf bezien te optimistisch. De afgelopen tijd is het bendegeweld – aanrandingen, berovingen, schietpartijen – alleen maar toegenomen en veel inwoners van Canaan zijn vertrokken. Sommigen zijn ingetrokken bij familie op het platteland. Anderen bivakkeren in parken en kerken, en zelfs voor de deur van de Amerikaanse ambassade, bij gebrek aan een ander onderkomen. Onlangs wist een pastoor honderden parochianen zover te krijgen dat ze in optocht door Canaan trokken om de stad te bevrijden van de bende die de stad terroriseert. Sommigen hadden stenen en machetes bij zich. Toen de agenten van een politiebureau dat ze passeerden weigerden in te grijpen, opende de bende het vuur op de menigte. De doden worden nog steeds geteld.
Interim-premier
Haïti wordt momenteel bestuurd, voor zover daar al sprake van is, door een ongekozen interim-premier die luistert naar de naam Ariel Henry, een man die banden heeft met een van de verdachten van de moord op zijn voorganger. Henry heeft de VS en andere westerse mogendheden opgeroepen militairen te sturen om de bendes een halt toe te roepen, een populair maar controversieel verzoek; het land is lange tijd bezet geweest door Amerikaanse militairen en door een VN-vredesmacht die burgers doodde, vrouwen en kinderen verkrachtte en een cholera-epidemie veroorzaakte waaraan meer dan tienduizend mensen zijn overleden. In augustus heeft Kenia, een land waarvan het leger en de politie berucht zijn om hun martelingen en massaslachtingen, aangeboden een vredesmacht te sturen om de Haïtiaanse politie bij te staan in haar strijd tegen de bendes. De VS zeiden een VN-motie te zullen indienen voor steun aan het plan om een ‘multinationale’ vredesmacht van duizend Keniaanse soldaten te leiden. De Haïtiaanse bendes hebben al gedreigd dat ze zullen terugvechten.
Colin zegt dat hij klaar is met politiek, dat hij zich nooit meer verkiesbaar zal stellen. ‘We hebben verkiezingen nodig,’ zegt hij wanhopig. ‘We hebben geen president. We hebben geen parlement. We hebben geen burgemeesters. We hebben geen land.’
De Russische regering liet een drijvende kerncentrale over de ijsschotsen naar Pevek slepen, het noordelijkste stadje in Siberië, om het noordpoolgebied klaar te stomen voor een strategische sleutelrol. Aan de belangen van de inheemse bevolking wordt daarbij echter in het geheel niet gedacht.
Iedereen heeft het over de eieren van Aleksej. De eieren van Aleksej Aleksandrovitsj Korjapov zijn een happening in het dorp. Zelf loopt hij als een haan tussen de kippenhokken, met zijn blonde kuif als hanenkam. In een oogwenk heeft de verlegen man die ik ontmoette bij de ingang van de loods – gebouwd met de restanten van een compound van de Sovjetkustwacht – een transformatie ondergaan. Vijftienhonderd kippen heeft hij. Hij haalt ze aan, geeft sommige liefdevolle tikjes op hun snavel: ‘Moet je zien hoe ze kibbelen om het voer, de dametjes. Hou daarmee op, jij!’ Hij vertelt dat ze in september 2019 als kuikens zijn aangekomen, per schip vanuit Vladivostok via de Beringstraat.
Voor die tijd – vóór Aleksejs geniale start-up – kostten eieren hier in Pevek, waar het gemiddelde maandinkomen omgerekend ongeveer 165 euro bedraagt, 600 roebel per dozijn, dat is bijna 7 euro. Duurder dan de kaviaar die afkomstig is van de lokale vis die vooral wordt gevangen in de Kolyma in het gelijknamige district van de stalinistische goelags. De eieren werden één keer per maand met vrachtwagens of via de Noordelijke IJszee aangevoerd vanuit de regio Amoer in het binnenland van Rusland. Nu kosten ze minder dan de helft. De zevenendertigjarige Aleksej is geëmotioneerd: ‘De moeders omhelzen me, ze zeggen dat ze hun kinderen eindelijk een fatsoenlijk ontbijt kunnen geven. Op school, in het ziekenhuis en in het verzorgingstehuis verkopen we ze voor een symbolisch bedrag. Mijn eieren zijn een symbool van hoop, het is een prachtige ontwikkeling,’ zegt hij.
WINNAAR
True Story Award
De True Story Award is erin geslaagd om, na de digitale versie tijdens de pandemie, weer een livefestival te organiseren in Bern dankzij de vereende krachten van het Reportagen-team.
Deze zomer (23 en 24 juni) werd de internationale journalistiek in het Zwitserse zonnetje gezet, weliswaar in afgeslankte vorm omdat de sponsoring van de stad Bern uitbleef.
Het ambitieuze project, in het leven geroepen door Daniel Puntas Bernet van Reportagen, vraagt journalisten over de hele wereld elk jaar hun beste reportages of ander hoogstaand journalistiek werk in te sturen en laat die vervolgens door jury’s op verschillende continenten beoordelen. De drie winnaars van 2023 versloegen negen andere finalisten die, net als alle andere 24 genomineerden, elk 1000 euro kregen. In totaal waren er meer dan 900 inzendingen uit 94 landen in 21 talen.
1.
De eerste prijs ging naar de Italiaanse journalist Marzio G. Mian (25.000 euro) met zijn in deze editie gepubliceerde reportage ‘Azzardo a nordest’ over een drijvende nucleaire centrale in Siberië.
2.
De tweede prijs van (15.000 euro) ging naar Juan José Martínez d’Aubuisson uit El Salvador voor zijn onderzoek ‘How the MS13 Became Lords of the Trash Dump’ in Honduras, gepubliceerd in Insight Crime (zie kader).
3.
De derde prijs (10.000 euro) werd gewonnen door de Amerikaanse journalist Katia Patin voor haar reportage ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, gepubliceerd in Coda Story.
In de kippenschuur is het 21 graden, de scherpe geur van mest en voer is overweldigend, met spinnenwebben en witte veertjes bedekte elektriciteitskabels bungelen als feestslingers. Buiten is het 35 graden onder nul, het parelkleurige licht van de wintermiddag verdwijnt op de vlakke, bevroren toendra, opgeslokt door de poolnacht. Aleksej vertelt dat hij en zijn neef Viktor werkloos waren en zich dus geen eieren konden veroorloven. Maar zelfs zonder bankrekening konden ze toegang krijgen tot renteloze leningen, dankzij het nieuwe federale ontwikkelingsprogramma voor het Russische Verre Oosten dat twee jaar geleden door de Russische regering werd goedgekeurd, vertelt hij, en hij wijst eerbiedig op de foto van president Vladimir Poetin die aan een spijker in een scheur in het beton hangt. ‘We gaan uitbreiden, we mikken op vijfduizend kippen over drie jaar. Er zullen hier veel mensen komen,’ kondigt hij enigszins plechtig aan.
De drijvende kerncentrale is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept
De datum 14 september 2019 zal in Pevek worden herinnerd vanwege twee uitzonderlijke gebeurtenissen die allebei symbool staan voor de transformatie die dit havenstadje, de noordelijkste gemeente van Rusland en gesticht in 1967, doormaakt: de komst van Aleksejs kippen en de komst van de Akademik Lomonosov, de eerste drijvende kerncentrale ter wereld [de Amerikaanse marine maakte in 1963 al gebruik van de een drijvende kerncentrale op het schip de Sturgis MH-1A]. Die is vanuit Moermansk zesduizend kilometer over zee naar Pevek gesleept en daar voor anker gelegd om Poetins obsessie voor het noordpoolgebied te voeden en de goudkoorts aan te wakkeren in Tsjoekotka, de uiterste noordoost-Siberische landstrook aan de Beringzee. Dit autonome district staat onder het strenge regime van grensgebieden aangezien Tsjoekotka en Alaska van elkaar gescheiden zijn door maar drie zeemijlen: de afstand tussen het Amerikaanse eiland Klein Diomedes dat wordt bewoond door een stuk of honderd Inuit, en Groot Diomedes, waar een Russische militaire basis is gevestigd.
Voor wie hier niet woont is het heel lastig om in deze zwaarbeveiligde regio te komen. Voor Russische journalisten is het al een hele onderneming, voor buitenlandse journalisten bijna onmogelijk. Na een jaar lang te zijn geconfronteerd met een digitale papierwinkel en heen en weer te zijn gestuurd van het ministerie van Buitenlandse Zaken naar de lokale regering van Anadyr, van de FSB (Russische Federale Veiligheidsdienst) naar de veiligheidsautoriteiten van de ‘grens’, hebben we waarschijnlijk geprofiteerd van een zeldzaam hiaat in het gepantserde Russische controlesysteem en zijn we – onwelkome gasten – uiteindelijk nu toch op deze plek aangekomen: een van de dunbevolktste, koudste, meest mysterieuze en beschermde uithoeken van de wereld. Bovendien zijn we hier aangekomen op het slechtst denkbare moment, want we zijn ooggetuigen van de aanwezigheid van wat Greenpeace ‘Tsjernobyl op ijs’ noemt. Aleksej is er zeker van dat de twee ‘ondernemingen’, zijn kippen en de drijvende kerncentrale, nauw met elkaar verbonden zijn: ‘Net als de kip en het ei brengt de kerncentrale vooruitgang, nieuwe banen, nieuwe gezinnen. En wie wil er ’s ochtends niet een lekker vers eitje?’
Wanneer we de school in Pevek bezoeken is het net pauze. Buiten is het als gevolg van de ijzige noordenwind 40 graden onder nul, maar binnen is het warm en ruikt het naar dennen. In de hal ligt een berg warmtepakken. De school telt in totaal 512 leerlingen en is opgedeeld in een middenbouw en een bovenbouw. De sfeer is er onbezorgd maar beheerst, niet één stem die boven het geroezemoes op de gangen uitstijgt, weinig sneakers, geen mobiele telefoons. Een voor een lopen de leerlingen in de rij langs de grote, moderne keuken waar de kantinedames druk in de weer zijn met pannen raapjessoep met heilbot, die heerlijk ruikt. De leerlingen nemen hun lunch in ontvangst en splitsen zich vervolgens op in groepjes, jongens en meisjes meestal apart, zoals normaal is bij tieners.
Het hart van Pevek
De directrice van de school, Elena Stepanova, doceert Russische literatuur. Ze is rond de vijftig en heeft grote groene ogen en een ovaal gezicht dat wordt omlijst door een kastanjebruin pagekapsel. Haar kantoor is opgesierd met zijden bloemen, beeldjes en schilderijen van leerlingen. Zelf staat ze op geen enkele foto. Ze is discreet en praat nooit over zichzelf, maar toch merk je dat ze macht heeft: er wordt gezegd dat zij de meest gezaghebbende en gerespecteerde persoon van de stad is. Niet zozeer omdat ze de dienst uitmaakt in het mooiste gebouw – waar in die algehele troosteloosheid weinig voor nodig is – maar omdat ze het instituut vertegenwoordigt dat door iedereen wordt beschouwd als ‘het hart en de ziel van Pevek’, de plek waar de kinderen bijna het hele jaar wonen, weg van de alcohol en de verloedering binnen hun families: een toevluchtsoord en een oase. Er is een foto van Poetin, maar ook een van de oliemagnaat Roman Abramovitsj, die niet alleen eigenaar is van de Engelse voetbalclub Chelsea, maar ook gouverneur van Tsjoekotka is geweest: zijn vriend in het Kremlin had hem deze provincie van het Russische rijk toevertrouwd. En hij is degene die de nieuwe school in 2005 heeft bekostigd. ‘Uit eigen zak,’ volgens Stepanova.
Surrealistisch
Op de gangmuren van de drie verdiepingen van de school zijn in pasteltinten schilderingen aangebracht van grote mannen uit de Russische cultuur in situaties die allesbehalve traditioneel zijn, maar eerder surrealistisch: Poesjkin wordt bijvoorbeeld heel vrolijk afgebeeld in een sidecar. Ook de verhalen over Tsjoekotka worden vrij van stereotypen verteld. De afbeeldingen zijn geïnspireerd op de woorden van dichters en schrijvers, zoals de grote Joeri Rytcheoe, zoon van een sjamaan, opgegroeid in een Tsjoektsjenstam en later een van de krachtigste stemmen van de Sovjetliteratuur, die echter helaas door Poetins nieuwe koers naar de prullenbak werd verwezen. Stepanova praat over hem met passie, maar haast fluisterend, alsof het om een geheime liefde gaat. Ze vertelt dat Abramovitsj degene was die de taboes heeft doorbroken door zijn lievelingsroman, Skitanija Anny odintsovoj (De reis van Anna) opnieuw uit te geven, maar alleen voor de scholen in het district Tsjoekotka.
De klaslokalen zijn in verschillende kleuren geschilderd, die doen denken aan de explosie van kleuren op de toendra in de zomer, en elk lokaal is bestemd voor een bepaald vak. De leerlingen lopen tussen de lessen door steeds naar een ander lokaal. De glimmende schoolborden zijn multifunctioneel, de nu al compleet uitgeruste laboratoria voor techniek en informatica worden binnenkort gemoderniseerd, zoals blijkt uit de dozen die staan te wachten om te worden uitgepakt. De directrice vertelt over haar creatie alsof het Ruslands kostbaarste bezit is, vergelijkbaar met de Hermitage in Sint-Petersburg of het Bolsjojtheater in Moskou. En toch zijn we in Pevek, in het district Tsjoekotka, het einde van de wereld, het gebied met de laagste bevolkingsdichtheid na Antarctica en de Sahara. Waar de lawine van de economische crisis na de instorting van de Sovjet-Unie in de jaren negentig van de vorige eeuw het hardst is aangekomen en waar de bevolking is gedaald van 148.000 inwoners in 1991 naar ongeveer 50.000 nu.
‘We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling’
‘Tot 1989 waren het er bijna 15.000. Er waren drie scholen en twee grote kostscholen voor de kinderen uit de dorpen van de Tsjoektsjen. Pevek boogde op een gemeenschap van wetenschappers waar zelfs de Staatsuniversiteit van Moskou niet aan kon tippen. Sommige wetenschappers kwamen hier speciaal voor de exploratie van de mijnen, andere zijn hier gebleven nadat de goelags werden gesloten en hebben hier vervolgens een gezin gesticht, zoals mijn grootvader. In de jaren negentig leden we honger, er was geen melk, we aten aardappelschillen, kaarsen waren een luxe.’ Maar nu, zo verzekert de directrice, ‘is de adrenaline terug, al heeft het inwonersaantal nog niet de vijfduizend bereikt. Er komen jonge geologen en ingenieurs met hun gezinnen. Dankzij een nieuwe satelliet die speciaal is gelanceerd om Oost-Siberië te dekken, hebben we internet en er worden wegen aangelegd. We beginnen het symbool te worden van de Arctische ontwikkeling, Pevek zal een van de belangrijkste havens worden op de nieuwe poolroute, de shortcut van de globalisering. Het is de moderne uitdaging van het hoge noorden, net als in de tijd van de Sovjetpioniers. We zijn nu de hoofdrolspelers en niet langer de verschoppelingen van de mensheid.’
1. Marzio G. Mian
Winnaar True Story Award
De Italiaanse journalist Marzio G. Mian, winnaar van de True Story Award, is al een bekroond correspondent en auteur. Hij was zeven jaar lang adjunct-hoofdredacteur voor het weekblad Corriere della Sera en werkt tegenwoordig voor verschillende Italiaanse en Zwitserse media.
Mian richtte het The Arctic Times Project op, een journalistieke non-profitorganisatie die zich richt op de gevolgen van klimaatverandering in de Arctische regio, en The River Journal, een multimediaal project waarin hij samen met andere journalisten, fotografen en filmmakers verslag doet van actuele kwesties rondom de grootste rivieren ter wereld.
Marzio Mian ontving het Rainforest Journalism Fund (RJF) van het Pulitzer Center in Washington D.C. voor een onderzoek naar de rivier de Mekong in Cambodja. Met een aantal journalisten onderzocht Mian de ontbossing en de gevolgen daarvan – minder regenval en kortere en intensere moessonseizoenen – die resulteren in een perfecte storm voor het hele ecosysteem van de Mekong. Ook ontving hij de Marco Lucchetta International Press Award en de Amerigo Vespucci-prijs voor reisliteratuur
Dan klinkt er een piano vanuit de gang. We zijn op de tweede verdieping, aan de kant die uitkijkt over de haven en de Tsjaoenbaai met het pakijs. We vragen of we even mogen gaan kijken, Stepanova antwoordt dat er wordt gerepeteerd in de danszaal, misschien is dit niet een geschikt moment. Heel even twijfelt ze nerveus, maar dan opent ze voorzichtig de grote eikenhouten deur en laat ons naar binnen kijken. De vijf meisjes dansen onverstoorbaar verder op de muziek van Alexander Skrjabins Prométhée. Zoals we ook al hadden gezien vanuit de ramen van de klaslokalen op de derde verdieping, valt ook hier op hoe de felle lichten van de Akademik Lomonosov worden weerkaatst door het ijs; hier is het een nog indrukwekkender tafereel omdat de ruiten groter zijn en het net lijkt of de kerncentrale een oceaanstomer is die vanuit de duisternis recht op de school afkomt.
Daar, vijftig meter verderop, ligt de centrale gevangen in een drie meter dik pak ijs, maar het lijkt of je hem kunt aanraken. De danseressen letten er niet op, alsof het bij de choreografie hoort. Onze blikken kruisen die van de directrice, die allang heeft begrepen waarom we hier zijn en wat we van haar willen weten. ‘Ze zeggen dat de centrale veilig is, waarom zouden we het niet vertrouwen? Ze hebben ons zelfs uitgenodigd aan boord, ze hebben aan de leerlingen uitgelegd hoe alles werkt, ze hebben alle vragen beantwoord, ze hebben de gym en het zwembad laten zien. Wat kon ik doen? Het is nou eenmaal zo gegaan. Maar komen jullie een andere keer terug, dan praten we er rustig over.’
Pevek is alleen bereikbaar per vliegtuig (mits het weer het toelaat één vlucht per week vanuit Moskou, met een tussenlanding in Jakoetsk). Blijkbaar ontkomt niemand aan de controles. Op het kleine vliegveld worden we langdurig ondervraagd door zes grenswachten, die hier agenten van de FSB zijn. Onze vergunningen zijn in orde maar toch noteren ze de namen van onze familieleden, onze bezittingen en onze verplaatsingen in de afgelopen twee maanden. Ze ondervragen ook degene bij wie we zullen logeren, Igor Ranav, een kleine Tsjoektsjische ondernemer en activist die bekend is vanwege zijn meldingen van verkiezingsfraude en zijn polemiek met de regering in de hoofdplaats van Tsjoekotka, Anadyr.
Beschermingsniveau
De daaropvolgende dagen maken we met een drone, profiterend van het halfuur daglicht, verschillende luchtopnamen boven Pevek, zonder toestemming en zonder gevolgen. We vliegen vier keer van verschillende kanten over de kerncentrale en naderen die verontrustende platte schuit, geschilderd in de kleuren van de Russische vlag, tot op enkele tientallen meters. Er gebeurt niets. Hoe is het mogelijk dat een drone door niemand wordt onderschept, hoewel de Akademik Lomonosov aan de hele oostkant van de haven wordt beschermd door een gewapend ‘fort’ dat uitsluitend bedoeld is voor de beveiliging van de centrale en dat is uitgerust met geavanceerde radars? Wat is het beschermingsniveau en de interventiecapaciteit in geval van een vijandige aanval of een ongeluk?
We hebben het hier over de elfde Russische atoomcentrale, de noordelijkste ter wereld en de eerste [tweede] mobiele kerncentrale die ooit in gebruik is genomen: een platform van 21.500 ton, 140 meter lang en 30 meter breed, uitgerust met twee KLT-40c-reactoren op laagverrijkt uranium die samen 70 megawatt kunnen opwekken en een stad van honderdduizend inwoners veertig jaar lang ononderbroken van elektriciteit en warmte kunnen voorzien. Het idee van een prêt-à-porter kerncentrale bestaat al sinds de jaren zestig, ook de Verenigde Staten hebben lange tijd met het idee gespeeld. Maar om economische en veiligheidsredenen werd het verworpen, aanvankelijk ook door de Russen. Op uitdrukkelijk verzoek van Poetin heeft Rosatom, het Russische nucleaire staatsagentschap, haast gemaakt met het plan en er tien jaar arbeid op de scheepswerven van Sint-Petersburg en circa 450 miljoen euro aan staatsgelden in geïnvesteerd (wat toch tien keer zo weinig is als de kosten van een traditionele kerncentrale).
Deze klasse van kernreactoren wordt door Moskou beschouwd als de enige oplossing om de meest afgelegen gebieden van het Russische noordpoolgebied te voorzien van de energie die nodig is voor de exploitatie van mineralen en fossiele brandstoffen, maar ook om het ontstaan van nieuwe wooncentra te bevorderen. Er wordt een vloot gebouwd die moet worden geankerd in de havens langs de Noordelijke Zeeroute, de voormalige Noordoostelijke Doorvaart. Het Kremlin en Rosatom hebben aangekondigd dat alleen al in Tsjoekotka nog eens vijf kerncentrales in gebruik zullen worden genomen (waarvan twee voor het eind van 2024) tegen een geschatte kostprijs van 2,25 miljard dollar.
Niet manoeuvreerbaar
Jan Haverkamp, nucleair expert van Greenpeace, heeft onlangs alarm geslagen: ‘Het is geen duikboot of ijsbreker, dit is een schuit die niet manoeuvreerbaar is,’ zegt hij. ‘Als het anker losbreekt of er nadert een ijsberg, wat gebeurt er dan? De Noordpool warmt drie keer zo snel op als de rest van de wereld, het smelten van de ijskappen leidt tot ongekende omstandigheden, deze oceaan wordt steeds gevaarlijker. En wat zou er gebeuren in geval van een tsunami, al zegt Rosatom dat ook dat risico is ingecalculeerd? De Russen hebben een lange ervaring met kerncentrales, maar ook een lange geschiedenis van rampen. We weten hoe moeilijk het is nucleaire ongelukken op land het hoofd te bieden, laat staan op zee en in zulke afgelegen gebieden.’ De radioactiviteit van de Akademik Lomonosov is 25 keer zo laag als die van de kerncentrale van Tsjernobyl, maar de gevolgen van een ongeluk zouden enorme proporties aannemen dankzij de poolwinden en de zeestromingen: ‘Dat zou het einde zijn van het kwetsbaarste ecosysteem ter wereld.’
2. Juan José Martínez d’Aubuisson
MS13 & Co.
Juan José Martínez d’Aubuisson kreeg de tweede prijs voor het eerste artikel in zijn vierluik ‘MS13 & Co.’, over hoe de MS13 (Mara Salvatrucha) – een bende die in de jaren 1980 ontstond in Los Angeles om Salvadoraanse immigranten te beschermen tegen andere bendes – na verloop van tijd een traditionele criminele organisatie werd met investeringen in talloze bedrijven, zowel legaal als illegaal.
In dit deel onderzoekt Martínez d’Aubuisson hoe de MS13 bepaalde aspecten van de afvalrecycling sector in Honduras heeft overgenomen en probeert erachter te komen welke connecties er bestaan tussen de bende en de hoogste regionen van de Hondurese politiek en zakenwereld. Daarvoor sprak hij met tientallen leden van de gang in de VS, Mexico en Honduras. De bronnenlijst is eindeloos en omvat behalve hoofdrolspeler Alexander Mendoza, alias ‘Porky’, die vastzit in een zwaarbeveiligde gevangenis ook lokale journalisten, politieagenten, overheidsfunctionarissen, beschermde getuigen en overlopers van de maffia, evenals slachtoffers van de maffia. Met die informatie voerde hij een uitvoerige analyse uit aan de hand van gerechtelijke documenten, bedrijfscontracten en andere officiële documenten, evenals gespecialiseerde literatuur over het onderwerp corruptie en recycling in Honduras en de wereld.
De ramen van het appartement van de 65-jarige geoloog Valentin Poskotinov kijken uit op de Tsjemodanovastraat, de weg of baan die parallel aan het pakijs door Pevek loopt. Het standbeeld van Lenin wordt verlicht door het gele schijnsel van een lantaarn. Bedekt met ijs en sneeuw is het herkenbaar aan de klassieke pose, en de geopende hand lijkt precies te wijzen naar het raam dat Poskotinov op een kier zet om te roken: hij hoeft maar heel even zijn gezicht uit het raam te steken of zijn neusharen en borstelige wenkbrauwen zijn wit.
‘Waar vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen?’
Tussen twee trekjes door herhaalt Poskotinov zijn vraag: ‘Waar ter wereld vind je een kerncentrale op vijfhonderd meter afstand van een school vol met kinderen? Die vraag stelde ik meneer Ivanov van Rosatom op de informatieavond over het project voor de bevolking in het Zal Aisberg-theater. Ze zeiden dat ze de centrale pas zouden gaan bouwen als het plan door de bewoners werd goedgekeurd, maar intussen stortten ze al beton om de pier te bouwen waar de centrale zou worden afgemeerd. Maar meneer Ivanov heeft mijn vraag niet beantwoord.’
Wurgende keuze
Ook onze gastheer Igor Ranav was die avond als een van de weinige Tsjoektsjen aanwezig in het Zal Aisberg-theater. Hij was voorstander van de komst van het platform: ‘Ik dacht dat iets nieuws altijd beter was dan niets, voor mijn volk kon het nooit erger worden dan het al was.’ Volgens hem zijn de inwoners voor een wurgende keuze gesteld: de schone energie van de drijvende atoomcentrale in de haven accepteren, of nog eens 75 jaar lang de lucht inademen van de oude kolencentrale Čaunskaya Hpp, die in het centrum van Pevek staat; de opwindende uitdaging van verandering en vooruitgang aangaan, of leven in het gezelschap van die zwarte pluim die wordt gegeseld door de wind en die de sneeuw, de longen en de hoop bevuilt. Je hoeft maar de heuvel op te lopen en je ziet op een vluchtig moment van opaalkleurig licht alles samengevat: beneden een wirwar van rokende wrakstukken te midden van een landschap van ruïnes met betonrot waarboven gigantische kraaien cirkelen; iets verderop een fonkelend ruimteschip in het ijs, wat een sinister gevoel van reinheid geeft; en daarachter, aan de horizon van de Noordelijke IJszee, gemarkeerd door een violette mist, lijkt het alsof je de Noordpool zelf zou kunnen zien.
In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven
Rosatom had beloofd dat de prehistorische kolencentrale, bijgenaamd de ‘verroeste kachel’, onmiddellijk buiten werking zou worden gesteld, want nu was er de Akademik Lomonosov, ‘de Russische trots in de wereld’, aldus de directeur, Vitalij Trutnev, om elektriciteit en warmte naar de mensen te brengen en de versleten kernreactoren van Bilibino, 240 kilometer verderop in de toendra, te vervangen. In werkelijkheid zal de kolencentrale nog tot ten minste 2025 samen met de kerncentrale in werking blijven.
‘De prioriteiten liggen elders,’ zegt Valentin. Hij is geboren in Sint-Petersburg en behoort tot de generatie van jonge afgestudeerde pioniers die in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw met een patriottische geest het avontuur tegemoetgingen om in het hoge noorden voorbij het Oeralgebergte, in het ruwe noordoosten, de rijkdommen te exploreren die nog niet waren gewonnen door de politiek gevangenen die tot de jaren zeventig op industriële schaal als dwangarbeiders waren ingezet. ‘Ik ben een van degenen die zijn gebleven,’ zegt hij. ‘Uit heimwee naar die jeugd, maar ook omdat ik was gegijzeld door de natuur. De witte koorts, zo noem ik het.’
Oligarch en gouverneur
Natuurlijk komen we uiteindelijk te spreken over Roman Abramovitsj, de oligarch die van 2000 tot 2008 gouverneur van Tsjoekotka was en plotseling in Pevek, maar ook in de dorpen van de oorspronkelijke bevolking, weer heel belangrijk werd – en niet vanwege de overwinning van zijn club Chelsea in de Champions League. Hij had sentimentele banden met het hoge noorden; zijn grootouders waren geïnterneerd geweest in de goelags. Maar bovenal was het een kwestie – of een zaak – tussen twee vrienden: de oliemagnaat die meer dan wie ook had geïnvesteerd in de voormalige KGB-agent Vladimir Poetin werd door de nieuwe tsaar beloond met de toekenning van de afgelegen Arctische provincie. In die tijd begreep bijna niemand waarom, want Tsjoekotka was de armzaligste regio van Rusland.
Om de schatkist van de overheid te vullen verplaatste Abramovitsj drie filialen van oliegigant Sibneft naar de hoofdplaats Anadyr: de belastinggelden die dat opbracht waren goed voor 80 procent van de begroting van de autonome regio. Meteen bleek wat dat opleverde. En nog wel het duidelijkst in Pevek, waar in het eerste decennium van deze eeuw behalve de school, het ziekenhuis en het nieuwe gemeentehuis meerdere sociale en residentiële wooncomplexen werden gebouwd ter vervanging van de oude Sovjetcomplexen die in de jaren negentig waren verlaten en toevluchtsoorden voor roedels zwerfhonden waren geworden. Ook de oorspronkelijke bevolking, de veertienduizend Tsjoektsjen, rendierhouders die zijn verbannen naar de over de toendra verspreide dorpen, werd een stukje opgetild van de bodem van de fles waarin ze hun wanhoop verdronken: in 2000 was de gemiddelde levensverwachting van de Tsjoektsjen 34 jaar; in 2010 was dat gestegen naar 38 jaar.
Belastingopbrengsten
‘In werkelijkheid betaalde Abramovitsj de belastingopbrengsten uit aan zichzelf,’ zegt Valentin. ‘En voor 2 roebel kocht hij van de overheid, dus van zichzelf, enorme stukken grond waar zich volgens de landkaarten, die nog waren getekend door Sovjetgeologen zoals ik, rijkdommen bevonden. Hier bevinden zich de grootste koper- en goudafzettingen ter wereld.’ En die zijn nu in handen van Abramovitsj. Net als die van Baimskaya, waar naar schatting een koperreserve ligt van 9,5 miljoen ton en bijna 500 ton goud. En de enorme afzettingen van Pešanka in het district Bilibino, waar 23 miljoen ton koper en meer dan 2000 ton goud zal worden gewonnen. Op beide plaatsen werkt de magnaat samen met Kaz Minerals, het belangrijkste kopermijnbedrijf van Kazachstan, dat evenwel gevestigd is in Londen. ‘Wij hebben al die afzettingen ontdekt, we waren jongens vol idealen, we woonden maandenlang op de toendra en aten alleen maar bessen en hazen. We hebben ook andere afzettingen van goud, koper, platina, zilver en wolfraam in kaart gebracht, die nu worden ontgonnen, zoals de mijnen van Majskoe en Kupolte,’ zegt Poskotinov. ‘Het district van Bilibino is een nieuw Klondike en heeft veel energie nodig om echte rijkdom te genereren.’
Katia Patin
Derde prijs
‘Multimediajournalist’ Katia Patin maakt documentaires en schreef artikelen voor gerenommeerde media als Time Magazine, NBC, The Guardian en The Atlantic. Het True Story Festival gaf Patin de derde prijs voor haar artikel ‘Poland’s Ministry of Memory Spins the Holocaust’, dat werd gepubliceerd door het Amerikaanse Coda Story. Het is een schokkend relaas over de Poolse Olympische sporter Dariusz Popiela, die probeert het bewuste uitwissen van de Joodse geschiedenis door de Poolse overheid te bestrijden met zijn stichting Mensen, geen getallen.
Ongeveer drie miljoen Poolse Joden werden vermoord door de nazi’s, maar zowel tijdens het communisme als daarna werd en wordt die barbaarse slachting verdoezeld ten faveure van het trotse, ‘officiële’ verhaal over hoezeer Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog werden geholpen door hun Poolse medeburgers. Jaroslaw Kaczynski, leider van de aartsconservatieve regeringspartij PiS, beschuldigt Popiela ervan een ‘pedagogie van schaamte’ te hanteren. Centraal in de controverse staat het machtige en rijkelijk door de overheid gefinancierde IPN, het Nationaal Herdenkingsinstituut, dat het als zijn taak ziet ‘de goede naam’ van Polen te bewaken. Het Instituut blijkt het daarbij niet al te nauw te nemen met de historische waarheid.
Dat is de reden waarom Abramovitsj in werkelijkheid nooit is weggegaan uit Tsjoekotka. En dat is de reden waarom de Akademik Lomonosov in Pevek is gekomen en de haven nu wordt onderworpen aan een gigantische uitbreiding, met investeringen door Kazachstan en China. Het zal een van de strategische tussenstops worden op de noordelijke vaarroute, die door de Chinezen de Arctische Zijderoute wordt genoemd. Na de recente blokkade van het Suezkanaal en de sterke stijging van de grondstofprijzen als gevolg van de pandemie heeft Poetin vaart gemaakt en druk gezet op Rosatom, dat belast is met de ontwikkeling van de 6000 kilometer lange poolroute. De doorgang wordt steeds makkelijker dankzij het smeltende ijs, maar ook dankzij de door kernmotoren aangedreven containerschepen die het hele jaar kunnen varen zonder gebruik te hoeven maken van ijsbrekers: van de huidige 40 miljoen ton goederen die van en naar Azië worden vervoerd – grotendeels natuurlijk vloeibaar gas uit de Russische afzettingen van Jamal – wil het Kremlin voor het einde van 2026 komen tot 80 miljoen. In Pevek is de groei sinds 2018 100 ton per jaar geweest. ‘Het goud en koper van Abramovitsj zal terechtkomen in China,’ zegt Poskotinov. ’60 procent van het koper op de hele wereld wordt verbruikt in China. Waarom zouden ze het in Chili, Peru of Australië halen als ze het uit Tsjoekotka kunnen krijgen? Ze hoeven maar de Beringstraat over te steken om hun schepen vol te laden.’
Grootse ideeën
De Akademik Lomonosov is met zijn verblindende witte lampen ook te zien vanuit het appartement van Igor Ranav, dat honderd meter van de school vandaan ligt. De aanwezigheid van de Akademik voedt vooral zijn voorliefde voor grootse ideeën en de hoop dat de regio spoedig niet meer onder een toezichtsregime zal staan dat nog erger is ‘dan in de Sovjettijd’. Hij denkt bijvoorbeeld zijn dromen te kunnen verwezenlijken: een Cessna kopen en een luchttaxidienst opstarten naar Anadyr of Bilibino, of een groentekas bouwen. Net als alle andere Tsjoektsjen hield hij rendieren op de toendra, maar zijn talent voor zaken, van de bouw tot het begrafenisondernemerschap tot de handel in oud ijzer, heeft hem bevrijd van zijn armoede en, naar de norm van zijn volk, tot een rijk man gemaakt.
Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar
Hij is een paar keer aan de overkant van de Beringstraat geweest, in Alaska, en dat is zijn idee van de beschaafde wereld. Hij zegt dat het ‘twee verschillende planeten’ zijn. Tot 13.000 jaar geleden kon je de Beringstraat lopend oversteken, en het landschap is identiek. De gebouwen zijn volgens dezelfde methode gebouwd als de paalwoningen, en de smeltende permafrost veroorzaakt dezelfde problemen: verzakking van veel kustdorpen, kadavers die na honderden jaren tevoorschijn komen uit de graven. Tot 1867 behoorde Alaska tot het tsaristische rijk, daarna werd het verkocht aan de Verenigde Staten voor een equivalent van 125 miljoen dollar, gelijk aan de waarde van de olie die in vier dagen wordt gewonnen in Prudhoe Bay.
Veel Eskimo-gezinnen, Inuit genoemd in Alaska en Joepik in Tsjoekotka, leven van elkaar gescheiden op de twee oevers, want de Koude Oorlog in 1948 maakt een einde aan elke vorm van contact. In het tijdperk Reagan-Gorbatsjov, eind jaren tachtig, leek het even of de ‘Beringmuur’ was gevallen, er was een levendige culturele uitwisseling, er werden visa afgegeven en er was zelfs nu en dan een vlucht. ‘Je kan het zien op de kaart, het zijn twee neuzen die tegen elkaar aan wrijven: we zijn een gescheiden tweeling,’ zegt Ranav.
In de loop van de jaren heb ik ook de andere ‘neus’ bezocht. In Nome, het Amerikaanse havenstadje aan de Beringzee, is de parkeergelegenheid voor privévliegtuigen even groot als die van Newark in New Jersey, 8200 vliegvergunningen in de hele staat. Er is een krant die al meer dan honderd jaar bestaat en nu eigendom is van een jong Duits stel, terwijl er in Tsjoekotka twee staatskranten in omloop zijn en niet één onafhankelijk nieuwsmedium is. Het gemiddelde loon in Noord-Alaska bedraagt rond de 1500 dollar per maand en de oorspronkelijke bevolking heeft meer dan een miljard dollar ontvangen aan herstelbetalingen voor de vervolging waaronder ze hebben geleden. In North Slope, waar de Inuit in de meerderheid zijn en waar zich de meest productieve olievelden bevinden, beheren zij dertien bedrijven die op Wall Street genoteerd staan met hun deel van de olie-opbrengsten. Ook in het noorden van Alaska is alcoholisme een plaag, maar de andere helft van de ‘tweeling’ in Tsjoekotka drinkt zes keer zoveel (volgens het ministerie van Volksgezondheid in Moskou) als de gemiddelde bevolking van Rusland, dat bepaald geen land van geheelonthouders is.
Eervolle vermelding
Isaac Otidi Amuke
De Keniaanse Isaac Otidi Amuke, hoofdredacteur van Debunk Media, kreeg een eervolle vermelding voor zijn artikel ‘The Rise and Fall of Mike Sonko: Nairobi’s Matatu King’. Na te hebben vastgezeten voor fraude, ontwikkelt Gidion Mbuvi Kioko zich tot de koning van de matatu’s, de bont beschilderde en luide minibusjes die in Kenia fungeren als publiek transportmiddel. Vanwege zijn dure sieraden, opzichtige kleding en extravagante levensstijl krijgt hij de bijnaam Sonko, wat in het Sheng, de Keniaanse straattaal, ‘rijkaard’ betekent. Sonko schopt het in 2017 zelfs tot gouverneur van Nairobi.
Ranav raakt geen alcohol aan maar klokt liters warme thee naar binnen en is een sterke man met een onstuitbare vitaliteit. Hij wisselt gemiddeld om de drie jaar van echtgenote, maar onderhoudt uitstekende relaties met al zijn exen en is altijd aan de telefoon om de logistiek van zijn gecompliceerde relaties te regelen. De vriendin van wie hij nooit scheidt is Jaska, een klein wit rendiertje dat aan een of ander neurologische aandoening lijdt en door haar moeder was achtergelaten op de toendra. Een paar jaar geleden heeft hij de hand weten te leggen op een gigantische oude truck, een Gaz-66 Ural, die in de tinmijnen werd gebruikt. Die heeft hij omgebouwd tot terreinwagen waarmee hij maar liefst vijftien personen kan vervoeren over de zimniki, de wegen van ijs en sneeuw die de binnenlanden van de regio doorkruisen.
We doen er drie uur over om naar Rytkoetsji te rijden, een nederzetting van ongeveer vijfhonderd Tsjoektsjen ten zuiden van de Tsjaoenbaai. Het is een vochtig gebied waar drie rivieren samenkomen, ’s zomers een kraamkamer voor de rendieren en het ongerepte rijk van een stuk of tien inheemse vissoorten. We gaan met de sneeuwscooter op bezoek bij Sasja Prokopoiev, een van de vertegenwoordigers van de gemeenschap, in zijn balok, het hokje op ski’s waar hij zich tijdens het ijsvissen verwarmt aan een kerosinekacheltje. De kou is beangstigend, zodra de vissen uit het gat komen sissen ze alsof ze in kokend hete olie worden gegooid. Prokopoiev bevestigt dat er voor het koper en goud van Abramovitsj wordt gewerkt aan de bouw van een nieuwe haven bij kaap Naglejnyn, door de Tsjoektsjen ‘de schoot van de wereld’ genoemd. De rendierhouders van Rytkoetsji brengen daar altijd hun 25.000 rendieren naartoe om zich vet te eten voordat ze moeten werpen. ‘Zo gaat het al vierhonderd jaar,’ zegt hij. ‘Maar over vijf jaar zullen er geen graslanden meer zijn, dan zullen er geen rendieren meer zijn en verdwijnen de dorpen, want zonder rendieren bestaat er geen leven op de toendra.’
1 miljard euro
Moskou heeft al 1 miljard euro beschikbaar gesteld voor de haven, terwijl het onzeker is hoeveel Kaz Minerals zal betalen voor de weg die de mijnen in de regio Bilibino zal verbinden met Kaap Naglejnyn: ‘Ze zouden de haven van Pevek kunnen gebruiken, maar met die nieuwe haven hoeven de vrachtwagens vierhonderd kilometer minder te rijden. Die weg belemmert de migratie van rendieren en voor de aanleg ervan moet de bovenloop van de rivieren worden verlegd, waar onze vissen kuit schieten. Voor de extractie van goud wordt cyanide gebruikt, dat in de rivieren terechtkomt. Voor ons is de toendra niet een kwestie van prioriteit, maar van verantwoordelijkheid.’ Dat heeft de schrijver die zo wordt bewonderd door de directrice van de school, Joeri Rytcheoe, milieuactivist in de tijd dat de Sovjet-Unie het milieu verwoestte in naam van de nieuwe mens en de collectieve welvaart, goed uitgelegd: ‘Op de toendra is de tijd niet lineair, maar circulair. Net als de natuur slijt de tijd niet, maar vernieuwt hij zich.’
De gemeenschappen hebben een brief geschreven aan de Verenigde Naties, waarin zij zich beroepen op de verklaring van de rechten van inheemse volkeren. Ranav staat in de voorste gelederen, we zijn hier niet in Pevek tussen de Russen, dit is zijn grond en het gaat om zijn volk: in Naglejnyn zullen vijf net zulke platforms als de Akademik Lomonosov worden aangemeerd. ‘De komst van Abramovitsj heeft ons leven beslist verbeterd,’ zegt Prokopoiev terwijl hij door de patrijspoort naar buiten kijkt, waar de riviermond intussen is opgeslokt door de duisternis. ‘Zijn mensen deelden voedsel uit, bij elke verkiezing in Rytkoetsji kwamen ze aanzetten met strijkijzers en televisietoestellen en speelgoed. Maar in werkelijkheid heeft hij ons geplukt als kippen. Hij heeft misschien 1 miljard geïnvesteerd maar er 10, 20 of wie weet hoeveel miljard aan verdiend. Hij heeft ons omgekocht met glazen kralen en in ruil daarvoor Tsjoekotka ingepikt. Nu zijn we nog maar vijfhonderd obstakels die die klootzakken in de weg zitten.’
De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop
Ranav belooft dat ze de grond tegen elke prijs zullen verdedigen: ‘Abramovitsj kent onze geschiedenis.’ De Kozakken probeerden in de zeventiende eeuw belasting te heffen, de jasak, maar moesten toegetakeld het veld ruimen. Peter de Grote probeerde de Tsjoektsjen te onderwerpen en stuurde zijn vertrouweling Afanasij Sestakov, maar diens schip zonk en de schipbreukelingen werden op het pakijs uit de weg geruimd: de stammen ondertekenden een vredesverdrag dat hun in staat stelde zelf te bepalen hoeveel belasting ze zouden betalen. De impact van de Oktoberrevolutie van 1917 in Tsjoekotka werd pas zichtbaar in oktober van het jaar daarop, toen twee Bolsjewistische afgevaardigden twee dagen nadat ze de macht hadden gegrepen, uit de weg werden geruimd.
In de weg
We komen aan in het dorp, het licht is net uitgevallen. Iemand zegt dat er een kraai op de hoogspanningsdraad terecht is gekomen, dat is al eerder gebeurd. Maar Sasja is ervan overtuigd dat het dit keer komt door de werkzaamheden op de lijn die het kernplatform moet verbinden met het elektriciteitsnet van de regio Bilibino: ‘We zitten die klootzakken in de weg,’ herhaalt hij.
Eervolle vermelding
Bastian Berbner en John Goetz
Twee journalisten van Die Zeit kregen een eervolle vermelding voor What Guantánamo Made of Them’, een verhaal over Mr. X., een beul in Guantánamo Bay, en zijn slachtoffer Mohamedou Slahi, gepubliceerd in editie 209 van 360.
Mr. X. woont inmiddels als een gebroken man ergens in de VS en lijdt net als slachtoffers van martelingen aan depressie en zelfmoordgedachten. Hij is er nog altijd van overtuigd dat Slahi een terrorist is. Slahi woont inmiddels in Nederland. Zijn bestseller Guantánamo Diary verscheen in 2015 en werd verfilmd als The Mauritanian.
Helaas zien we Elena Stepanova, de directrice, niet meer terug. Kort voor onze nieuwe afspraak, waarvoor ze een ontmoeting met een paar leerlingen had georganiseerd, laat ze ons weten dat het hoofdbureau van politie haar heeft ‘aangeraden’ ons niet opnieuw te ontmoeten. Ze zou duizend excuses kunnen bedenken, maar ze vertelt liever de waarheid. Maar wij zijn daar inmiddels wel aan gewend, interviews worden op het laatste moment afgezegd, mensen met wie we hebben gesproken krijgen bezoek van een of andere functionaris. De afgelopen dagen zijn we achtervolgd, gevolgd door een stilstaande auto voor het huis en een paar keer ondervraagd.
De derde keer dat ze ons ondervragen komen ze om zes uur ’s ochtends het huis van Ranav binnen. Een jonge agente legt bruusk uit dat de handtekeningen ontbreken in het verhoor van de vorige dag. Wij staan erop onze verklaringen te herlezen, waaraan is toegevoegd dat ‘het doel van onze reis is de flora en fauna van Tsjoekotka te documenteren’. Zo zouden ze gemachtigd zijn het materiaal in beslag te nemen dat aantoont dat we ons midden in de poolwinter niet hebben beziggehouden met Tsjernobylbloemen. Ranav filmt ze met zijn mobiel terwijl ze ons proberen te dwingen te tekenen. Even heerst er grote nervositeit, dan vertrekken ze. Wij haasten ons, lang voor de vertrektijd, naar het vliegveld. Vlak voordat we opstijgen, stapt er een militair in het vliegtuig die rechtstreeks naar ons toe loopt om er zeker van te zijn dat we Tsjoekotka écht verlaten.
Dit artikel werd gepubliceerd in het nummer van 30 juli 2021 van Internazionale. Op 23 juni 2023 won het de True Story Award, een internationale prijs voor onderzoeks- en reportagejournalistiek.
Maduro werd welkom geheten door de Braziliaanse president
De rol van Venezuela op het regionale toneel lijkt de afgelopen maanden flink aan verandering onderhevig. Nadat eerder de Verenigde Staten zich al openstelden voor normalisatie met de regering van de autoritaire leider Nicolás Maduro, halen landen in de regio nu ook de banden met Venezuela aan. Maduro is momenteel aanwezig op de eerste top voor presidenten uit Zuid-Amerika, meldt persbureau Reuters.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De Braziliaanse president Lula, die de top organiseert, zei dat Venezuela de afgelopen jaren het slachtoffer is geworden van wrede sancties van de Verenigde Staten. Hij opteerde voor het lidmaatschap van Venezuela bij de BRICS-landen, een groep opkomende economieën. Eerder normaliseerden onder meer Colombia al de banden met Venezuela en ook Chili heeft aangekondigd weer een ambassadeur in het land te plaatsen.
Desondanks is de mensenrechtensituatie in Venezuela weinig verbeterd. Op 28 maart bracht Amnesty International een rapport uit waarin het schreef over de aanhoudende onderdrukking van protesten, hoe er nog steeds mensen worden gemarteld en geëxecuteerd en er geen plek is voor echte oppositie in het Zuid-Amerikaanse land.
Kim Jong-un begon zijn tweede decennium als machthebber van Noord-Korea met grote beloften over groeiende welvaart. Maar zolang Kim zijn kernwapens niet wil opgeven, blijft het land economisch geïsoleerd. Ondertussen wordt de Noord-Koreaanse leider steeds brutaler.
Je zou bijna de tel verliezen, zo veel raketproeven liet Kim Jong-un afgelopen jaar uitvoeren. Onder meer met raketten die in het holst van de nacht vanuit een binnenmeer worden gelanceerd en die in Zuid-Koreaanse wateren belanden, of over Japan vliegen. Alsof dit nog niet genoeg is, onthulde Kim op 19 november zijn grote wapen, de Hwasong-17, een intercontinentale raket. Maar opvallend genoeg werd de 25 meter lange raket, de grootste in zijn soort ter wereld, overschaduwd door de verschijning van een tengere figuur van nog geen anderhalve meter hoog, in een wit jasje en op rode schoenen: Kims dochter Ju-ae, vermoedelijk niet ouder dan een jaar of negen of tien. Het was haar eerste publieke optreden.
Die vreemde combinatie van een liefhebbende vader en een nieuwsgierige dochter die elkaars hand vasthouden bij het aanschouwen van Noord-Korea’s ‘monsterraket’ deed denken aan een ander opmerkelijk propagandasignaal, van een maand eerder, op de verjaardag van Kims Arbeiderspartij. Er waren veel raketproeven op komst, maar op 10 oktober was in de Arbeiderskrant een ontspannen, stralende Kim te zien tijdens een inspectie – niet van een raketsilo, maar van een kas. Hij werd gefotografeerd terwijl hij trots twee groene paprika’s vasthield, in elke hand een. Kim blijft zijn volk beloven dat hij hen (en hun kinderen) niet alleen zal beschermen, maar ook van voedsel zal voorzien.
Jong en onervaren
Toen Kim Jong-un in 2011 na de dood van zijn vader Kim Jong-il de leiding van Noord-Korea overnam, werd niet verwacht dat hij beide beloftes zou waarmaken. Hij werd alom afgeschilderd als jong en onervaren, en na zijn aantreden voorspelde menig deskundige een ophanden zijnde ineenstorting van het huidige Noord-Korea. Maar meer dan tien jaar later lijkt Kims greep op de macht steviger dan ooit. Hij weerde bedreigingen vanuit zijn eigen familie op brute wijze af door zijn oom te laten executeren en zijn oudere halfbroer te laten vermoorden. Ook vulde Kim de nomenklatoera van partij, leger en regering met mannen die hun positie aan hem te danken hebben. Hij degradeerde de generaals van zijn vader en bevorderde zijn eigen maarschalken. Oudere kaders stuurde hij met pensioen en hij stelde technocraten van middelbare leeftijd aan. Hij knoopte banden aan met lokale functionarissen door ze uit te nodigen naar de hoofdstad en ze in de provincies te bezoeken.
Er bestaat in Noord-Korea buiten de staat geen maatschappelijk middenveld. Een levensvatbaar politiek alternatief voor de regering van de Arbeiderspartij ontbreekt, en we hebben niet de minste aanwijzing gezien voor een Pyongyangse Lente. De antioorlogsdemonstraties in Rusland en de protesten tegen de lockdowns in China – laat staan de protesten die Iran op zijn grondvesten doen schudden – vinden in Noord-Korea geen navolging. Hoewel de late uitbraak van corona in het land in het voorjaar van 2022 wellicht ernstiger was dan de autoriteiten toegaven, zijn er geen tekenen dat het virus of de coronamaatregelen hebben geleid tot instabiliteit of noemenswaardige problemen voor Kims bewind.
De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid. Hij was lange tijd een zware roker en had morbide obesitas, totdat hij in 2021 wat afviel. Maar in plaats van voortdurend te focussen op de mogelijkheid (gevoed door het wensdenken van analisten) dat Kims regime op instorten staat, is het beter om te kijken waar hij naartoe wil, en hoe hij zijn land over tien jaar ziet. In 2032 is hij immers nog in de bloei van zijn leven – ongeveer vijftig jaar oud – en begint hij ongetwijfeld aan zijn derde decennium aan de macht.
Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken
Bijna alle deskundigen zijn het erover eens dat de kans klein is dat hij binnenkort zijn kernwapens zal opgeven, als dat al ooit gebeurt. Maar dat roept de vraag op: waar zijn al die raketten voor? Is Kim een voorzichtige strateeg die zwakte veinst? Of is hij een risicovolle revanchist die uit is op dwingende diplomatie jegens Zuid-Korea en de Verenigde Staten? Om te begrijpen waar hij naartoe wil, moeten we eerst naar zijn verleden kijken.
De wereld is geneigd te denken dat kernwapens de belangrijkste prioriteit zijn van Kim Jong-un. Maar voor hemzelf is die belangrijkste prioriteit, op de lange termijn, eerder wat hij voor het eerst verwoordde tijdens zijn inaugurele rede in april 2012. Toen beloofde hij zijn landgenoten dat ze ‘niet opnieuw de broekriem hoefden aan te halen’. In plaats daarvan, benadrukte hij, zouden ze ‘zo veel als ze willen kunnen genieten van de rijkdom en welvaart van het socialisme’.
Toen hij uit de schaduw trad van zijn vader, die Noord-Korea van 1994 tot 2011 regeerde, begon Kim een reeks veelbelovende economische hervormingen in de landbouw en de industrie, en liet hij de traditionele markten grotendeels met rust. Het leverde het land een paar jaar van solide groei op. Maar na enkele jaren verlegde hij het accent van ‘boter’ naar ‘geweren’ en voerde hij een reeks kern- en raketproeven uit. Die brachten zelfs de formele bondgenoot China van streek en leidden eind 2017 tot strenge sancties van de VN-Veiligheidsraad. Enkele maanden later richtte Kim zich weer abrupt op de economie. In januari 2018 verklaarde hij zijn nucleaire afschrikmiddel als voltooid, en op een partijbijeenkomst in april van dat jaar zette hij een nieuwe strategische lijn uit die ‘alle inspanningen van de partij en het hele land zou richten op de socialistische economische opbouw’.
Kim werd steeds brutaler. In het voorjaar van 2018 benadrukte hij tegenover de nouveau riche van Noord-Korea (die bekendstaat als de donju) en de lankmoedige massa dat zijn echte strategische doelstelling economische ontwikkeling was. De wereld toonde zich echter geïnteresseerder in het theater van Kims ontmoeting met Donald Trump in Singapore in juni, waarbij internationale media gretig verslag deden van elke wending in het toneelstuk, al veroordeelden tv-commentatoren het theatrale karakter van deze top. Toen de twee mannen elkaar in februari daaropvolgend in Hanoi ontmoetten voor verdere onderhandelingen, was Kim open over wat hij wilde. Hij vroeg om verlichting van de sancties en bood in ruil daarvoor aan zijn belangrijkste nucleaire complex (in Yongbyon) te ontmantelen.
Het feit dat het niet tot een overeenkomst kwam, mag de betekenis van Kims verzoek niet verhullen. Het gaf ons de duidelijkste aanwijzing tot nu toe van wat hij wil en wat hij bereid is te geven om dat te krijgen. Door de stille mislukking van de top in Hanoi, die te wijten was aan het feit dat Trump geen belangstelling meer had voor een overeenkomst met Kim, was de kans verkeken om te zien hoe ver Kim bereid was te gaan. De pandemie die begin 2020 toesloeg en de verkiezing van Joe Biden tot president van de VS, later dat jaar, beperkten die kans nog verder.
Tekortkomingen
Steeds opnieuw bewees Kim dat hij een blijvende kracht was, en onder waarnemers in de VS en zijn bondgenoten ontstond een nieuw soort angst. Waar er eerder werd gespeculeerd over het schijnbare gevaar van een ophanden zijnde ineenstorting van Noord-Korea, hebben de vorderingen in het nucleaire programma van het land in de afgelopen tien jaar een omgekeerde angst aangewakkerd: dat Kim zich opmaakt om Zuid-Korea binnen te vallen en het Koreaans Schiereiland met geweld te herenigen. Maar een zorgvuldige analyse laat zien dat die vrees misplaatst is. De primaire ambitie van de Noord-Koreaanse machthebber voor 2032 is leiding geven aan een land dat niet langer wordt afgedaan als een economische achterblijver.
Regelmatig bekritiseerde Kim zichzelf in het openbaar voor zijn tekortkomingen als leider en voor de problemen waarmee het Noord-Koreaanse volk wordt geconfronteerd. In oktober 2020, tijdens de viering van de vijfenzeventigste verjaardag van de Arbeiderspartij, huilde Kim tijdens zijn toespraak vol berouw vanwege zijn falen om een eind te maken aan de ontberingen van het volk. Als Noord-Korea over tien jaar (hoe onwaarschijnlijk dat ook klinkt) uitgroeit tot de nieuwste ‘tijgereconomie’ van Azië, kan Kim zijn strategische lijn een briljant succes noemen en trots verkondigen dat hij na twee zwaarbevochten decennia eindelijk zijn oorspronkelijke belofte heeft ingelost. Een verhoging van de levensstandaard tot wat de Chinese communistische leiders ‘gematigde welvaart’ noemen, zou voor Kim een historische prestatie zijn. Zijn nalatenschap zou die van zijn vader en zijn grootvader, die geen van beiden de kunst van de economische ontwikkeling beheersten, volledig overtreffen.
De ernstigste bedreiging voor zijn bewind lijkt zijn persoonlijke gezondheid
Wil hij zijn ambitie van economische modernisering verwezenlijken, dan zal Kim echter moeilijke keuzes moeten maken. Zelfs voor het beste scenario, een door de staat geleid kapitalisme zoals in het communistische China en Vietnam, geldt dat de binnenlandse bronnen voor economische ontwikkeling beperkt zijn. Er is simpelweg niet voldoende investeringskapitaal, persoonlijke rijkdom of marktvraag om een drastische groei te genereren. Of zijn kameraden het nu leuk vinden of niet (en voor velen zal dat laatste gelden), Kim zal het land moeten openstellen als hij serieus werk wil maken van nationale welvaart.
De makkelijkste plek om op zoek te gaan naar meer handel en investeringen ligt aan de andere kant van de noordgrens, waar zowel China als Rusland oproept tot verlichting van de sancties en betere economische betrekkingen met Noord-Korea. Hoewel het handelsvolume met Rusland van oudsher vrij bescheiden is, is een aanzienlijke toename van de energie-import voorstelbaar nu andere landen zich van Russisch gas en olie ontdoen. En hoewel VN-resoluties landen verbieden om Noord-Koreaanse werknemers in dienst te nemen, zou er in de Russische oorlogseconomie vraag kunnen ontstaan naar vervangende arbeidskrachten in de bouw en bosbouw. China is ondertussen al lang de belangrijkste handelspartner en bron van buitenlandse investeringen voor Noord-Korea. Het handelsvolume zou snel kunnen toenemen als Kim de poorten openzet voor Chinese ondernemers en investeerders – inclusief de onlangs gebouwde, grotendeels ongebruikte Vriendschapsbrug die de twee landen met elkaar verbindt.
Er is één duidelijke tekortkoming in dit plan. Als Pyongyang niet van plan is zijn nucleaire afschrikmiddel overboord te gooien en een proces op gang te brengen dat kan leiden tot opheffing van de VN-sancties, zou Beijing moeten lobbyen voor versoepeling van die sancties of anders openlijk resoluties moeten schenden die het zelf heeft ondertekend. De eerste strategie zal waarschijnlijk niet werken, aangezien de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en Frankrijk hun veto zullen uitspreken over het verlichten van sancties zolang er geen sprake is van wezenlijke denuclearisering. De tweede strategie zou problematisch zijn, omdat een schaamteloze overtreding van sancties China’s claim een verantwoordelijk lid van de Veiligheidsraad te zijn in diskrediet zou brengen. Een derde optie, waarbij wordt geprobeerd dergelijke grootschalige economische activiteiten geheim te houden, is functioneel onmogelijk gezien de intensieve bewaking van de land- en zeegrenzen van Noord-Korea.
Kim zou ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten
En dan is er nog een ander, minder voor de hand liggend probleem. Zelfs als Kim erin slaagt renminbi en roebels aan te trekken, wordt hij geconfronteerd met een duopolie in de buitenlandse handel. Pyongyang zou voor zijn macro-economische stabiliteit en toekomstige groei bijna volledig afhankelijk worden van twee landen. Kim erfde van zijn vader een gevaarlijke afhankelijkheid van China, wat precies de reden was waarom hij tijdens zijn eerste jaren aan de macht de betrekkingen met Xi Jinping zo sterk liet verslechteren en tot 2018 zelfs weigerde Beijing te bezoeken. Ondanks de warme woorden van ambtenaren dat de twee landen zo hecht zijn ‘als lippen en tanden’, zijn de betrekkingen tussen China en Noord-Korea gekleurd door wederzijds wantrouwen en zelfs minachting, iets wat teruggaat tot de Koreaanse Oorlog (1950-1953). Als Noord-Korea een snelle groei weet te realiseren op basis van Chinees kapitaal, en daarbij vertrouwt op een Chinees defensieverdrag en Chinese diplomatie, zou dat de autonomie van het regime in gevaar brengen.
In plaats van te vertrouwen op het opkomende Chinees-Russische blok zou Kim ook een doorbraak kunnen bewerkstelligen in zijn relatie met de Verenigde Staten, wat een radicaal alternatief zou zijn. Als Noord-Korea het op een akkoord gooit met Washington, zou het land toegang kunnen krijgen tot een totaal nieuwe wereld van markten en zakenpartners. De dichtstbijzijnde bron van kapitaal zou Zuid-Korea zijn. Maar vanwege de kwetsbaarheid die dat oplevert voor de veiligheid van zijn regime zal Kim vermoedelijk minder bereid zijn om deze route te kiezen. Ongecontroleerde blootstelling aan de open samenleving en de politieke vrijheden van het Zuiden zou immers destabiliserend kunnen werken, en met hun economische geavanceerdheid zouden multinationals als Samsung, LG en Hyundai hun tegenhangers in het Noorden gemakkelijk kunnen overvleugelen. Maar Singapore en Vietnam, twee landen die Kim bezocht in 2018, het jaar van zijn topontmoetingen, zouden natuurlijke economische partners kunnen zijn met minder ideologische verplichtingen.
Deze tweede weg is veel ambitieuzer en gevaarlijker. Kim zou moeten voldoen aan basiseisen van de VS en Zuid-Korea op het gebied van veiligheid, zonder zijn eigen fundamentele veiligheid in gevaar te brengen door zijn nucleaire afschrikmiddel op te geven. Het Witte Huis zou zijn strategie ten opzichte van Noord-Korea radicaal moeten heroverwegen, en Washington zou bereid moeten zijn definitief te breken met het nucleaire afschrikkingsbeleid van de afgelopen drie decennia. Deze ontwikkeling zou onvermijdelijk voor enige instabiliteit zorgen in een systeem dat gebaseerd is op controle en isolatie. Maar daar staat wat tegenover: tegen 2032 zou Kim op weg kunnen zijn het lang nagestreefde doel te verwezenlijken en van Noord-Korea een ‘sterke en welvarende grote mogendheid’ te maken – iets wat zijn vader niet was gelukt.
Toekomst
Dit veronderstelt natuurlijk dat Kim Jong-un over tien jaar nog steeds aan het roer staat. Afhankelijk van zijn gezondheid kan hij zich vrij zeker voelen over zijn toekomst als leider. Toch zal hij spoedig op een ander probleem stuiten – een probleem dat alle heersers kennen: de kwestie van een troonopvolger. Als de berichten over Kims nageslacht juist zijn, dan studeert zijn oudste zoon in 2032 af aan de universiteit, waarmee hij in aanmerking komt voor het politieke voorbereidingsproces dat zijn vader en grootvader rond die leeftijd ondergingen. Ju-ae, de dochter die Kim onlangs aan de wereld toonde, heeft dan ook de studentenleeftijd bereikt en wil zich misschien mengen in de strijd om de kroon.
Als Kim vastbesloten is de weg te bereiden voor een regering van de vierde generatie, moet hij op zeker moment het opvolgingsproces in gang zetten. Hoewel de meeste Korea-deskundigen uitgaan van opvolging in de mannelijke lijn, is het mogelijk dat Kim kiest voor zijn dochter. Hij is zelf het product van tanistry (opvolging door de meest bekwame nakomeling) in plaats van eerstgeboorterecht. Kim promoveerde bovendien zijn zus Yo-jong naar een hoge functie, terwijl zijn oudere broer Jong-chul nauwelijks in beeld is. En vorig jaar benoemde Kim de eerste vrouwelijke minister van Buitenlandse Zaken van het land, Choe Son-hui.
Tenzij het regime ineenstort zal denuclearisering niet snel of helemaal niet gebeuren
Ook denkbaar is dat Kim het erfelijkheidsbeginsel helemaal afschaft. Misschien wil hij zijn kinderen deze ervaring besparen, of tonen zij er geen belangstelling of aanleg voor (hoewel Ju-ae al wel interesse lijkt te hebben voor langeafstandsraketten). Als de Koreaanse Arbeiderspartij tot het werkelijke bestuursorgaan van Noord-Korea zou worden bevorderd, in plaats van de familie Kim, zou het land meer gaan lijken op de communistische partijstaten China en Vietnam. Daarmee zou het regime zich ontdoen van een belangrijk onderdeel van zijn mythische legitimiteit, aangezien de opeenvolgende leiders een heilige ‘Paektu’-bloedband hebben met oprichter en ‘eeuwig president’ Kim Il-sung (de grootvader van de huidige leider). Ook als Kim Jong-un in 2032 lichamelijk en politiek gezond is, zal de kwestie van de opvolging steeds moeilijker te negeren zijn. Hoe hij met deze kwestie zal omgaan, zal bepalend zijn voor de derde tien jaar van zijn bewind.
Terwijl de NAVO zich concentreert op de Russische agressie in Oekraïne, en de Aziatische landen langs de Stille Oceaan zich zorgen maken over de rivaliteit tussen de VS en China, pakken zich het hele jaar al stormwolken samen boven het Koreaans Schiereiland. Noord-Korea ontwaakte uit de ongewone rust van de lockdown, toen vrijwel alle grensoverschrijdende handel was afgesloten, door de raketproeven te hervatten en het tempo ervan op te voeren. Pyongyang deed dit jaar al meer proeven dan ooit tevoren, en inlichtingendiensten verwachten dat een zevende kernproef elk moment kan plaatsvinden.
De confrontatie tussen Rusland en het Westen biedt Kim een kans. De oorlog van Vladimir Poetin heeft Xi Jinping in een lastig parket gebracht, omdat China probeert zijn speciale relatie met Rusland te behouden en tegelijkertijd de internationale kritiek af te wenden dat het niets doet om het geweld in Oekraïne te stoppen. Het uitgesproken verzet van Beijing tegen de sancties tegen Rusland wijst erop dat de twee permanente leden van de VN-Veiligheidsraad geen zin hebben om Pyongyang nieuwe economische sancties op te leggen (zoals al bleek uit de passiviteit van de Veiligheidsraad na de recente lancering van Kims intercontinentale raket). Intussen is er door de lage prioriteit die Washington aan het Noord-Koreabeleid toekent en het onverzoenlijke standpunt van de conservatieve regering in Seoel voor Kim niet veel aanleiding om van koers te veranderen.
Rocinante
Kim zou inderdaad kunnen besluiten dat hij de patstelling in de betrekkingen tussen de twee Korea’s het best kan gebruiken om binnenlandse politieke punten te scoren, door de nieuwe Zuid-Koreaanse president te verslaan in een wedstrijdje onverzettelijkheid. Trends voorspellen op de korte termijn stapsgewijze cycli van provocatie en tegenprovocatie op het Koreaans Schiereiland en de rest van de regio. Kim zou er ook op kunnen gokken dat een verdere versnelling van zijn strategische wapencapaciteit de beste manier is om gebruik te maken van de stilte in de diplomatie met de Verenigde Staten; dat zou hem in een sterkere positie kunnen brengen bij mogelijke onderhandelingen als Trump of een Trump-achtige figuur bij de verkiezingen van 2024 het Witte Huis verovert. Het is aan de regering-Biden om Kim ervan te overtuigen dat niet alleen de deur naar dialoog openstaat, maar dat het Witte Huis ook echt bereid is om tot een oplossing met Pyongyang te komen.
Sinds het einde van de Koude Oorlog willen Amerikanen – zowel Democraten als Republikeinen – maar één enkel hoofddoel bereiken als het gaat om Noord-Korea: denuclearisering. Maar tenzij het regime ineenstort of er een onverwachte, catastrofale oorlog uitbreekt zal dit niet snel of helemaal niet gebeuren, dat is het enige waar vrijwel alle deskundigen het over eens zijn. En toch blijft de regering-Biden, net als haar voorgangers, koppig vechten tegen de windmolens en vasthouden aan ‘volledige, controleerbare en onomkeerbare denuclearisering’. Op hun eigen Rocinante (het trouwe ros van Don Quichot) rijden ze naar de Veiligheidsraad en het ministerie van Financiën om een lans te breken voor meer sancties.
Maar hoe vaak zij hun lansen ook tonen, de windmolen blijft draaien – en steeds sneller. De discussie onder deskundigen en analisten is op een punt van diepe vermoeidheid aanbeland, een soort van collectieve berusting in de hardnekkige tegenstrijdigheid van de politieke wil. Kim Jong-un zal, net als elke leider, zijn eigen macht, de stabiliteit van het regime of de nationale veiligheid niet in gevaar brengen omwille van economische ontwikkeling, en een nucleaire afschrikking is van essentieel belang voor alle drie. Hij zal onze keuze tussen geweren en boter niet accepteren. Maar ondertussen is het zijn eigen onmogelijke droom om te kunnen regeren over een welvarende natie, waarin de schrijnende armoede van vandaag tot het verleden behoort en meer mensen eindelijk in staat zullen hun gezin te voeden. Moeten we deze windmolen blijven bevechten?
De eerste, voorzichtige contouren van een serieuze overeenkomst lagen in 2018 op tafel. Nu het tempo van de kernproeven in het Noorden en de gezamenlijke militaire oefeningen in het Zuiden steeds verder wordt opgevoerd, is het tijd om opnieuw te bekijken wat voor toekomst er mogelijk is. Met andere woorden: we moeten Noord-Korea behandelen zoals het werkelijk is en begrijpen wat Kim wil, en waar hij zijn land naartoe wil leiden in zijn volgende tien jaar als machthebber. Misschien is de beste optie voor hem ook de beste voor ons.
Sinds zijn aantreden voert president Nayib Bukele in El Salvador een nietsontziende oorlog tegen bendegeweld. Tienduizenden worden op beschuldiging van lidmaatschap van een bende opgesloten in de gevangenis. Twee ex-gevangenen vertellen over slechte omstandigheden en martelingen.
Beiden zagen ze mensen sterven in hun cel, beiden werden ze gemarteld en beiden brachten maanden door in een overvolle gevangenis, met amper voedsel en zonder enige bijstand van een advocaat. Door El País verzamelde getuigenissen van twee mensen die gevangenzaten tijdens de noodtoestand – door president Nayib Bukele van El Salvador uitgeroepen in het kader van zijn oorlog tegen bendegeweld – komen overeen met meldingen van systematisch misbruik door nationale en internationale mensenrechtenorganisaties. Het gaat onder meer om sterfgevallen tijdens hechtenis, extreme overbezetting, marteling, willekeurige opsluiting – ook van minderjarigen – en het ontbreken van de mogelijkheid te communiceren met advocaten of familieleden.
Manuel vertelt dat de gevangenis in zijn geval letterlijk duisternis betekende. ‘Vanaf het moment dat ik de gevangenis inging tot ik eruit kwam heb ik geen zonlicht gezien.’ Dat was van half april vorig jaar tot begin februari 2023. Manuel zat dus nagenoeg een jaar opgesloten in de Izalco-gevangenis, ongeveer twee uur ten westen van de hoofdstad. Hij zat met meer dan zeventig mensen in een cel die geschikt was voor twintig personen. Door het ruimtegebrek sliepen de gevangenen om beurten zittend, in shifts van twee of drie uur. Er was slechts één toilet. Normaal gesproken kregen de gevangenen één maaltijd per dag: ‘twee tortilla’s en een lepel bonen’.
Onder zijn celgenoten was iemand met diabetes, ‘een man van tweeënzestig die een winkel had en veel huilde’. Hij mocht van de anderen de hele nacht zittend slapen terwijl de rest bleef staan. Maar op een dag werd hij niet meer wakker. Verschillende mensen probeerden hem te verplaatsen, maar hij was verstard. Toen de bewakers arriveerden, had hij geen hartslag meer. Manuel vertelt dat er slechts ‘twee of drie keer’ een dokter kwam om deze man de insuline-injecties te geven die volgens hem elke week door de familie werden gestuurd. Het gebrek aan medische hulp in de gevangenissen is een van de schendingen van grondrechten die door verschillende organisaties aan de kaak worden gesteld.
Martelmethodes
Een andere gevangene, vertelt Manuel, ‘een jongeman van eenentwintig jaar die Daniel heette’, stierf eveneens in zijn cel. ‘Hij was wanhopig en schreeuwde om medicijnen of klaagde over honger en pijn.’ De politie reageerde met geweld; schoppen of slaag met knuppels of met de kolf van hun geweren. ‘Op een dag sloegen ze hem zo hard en vaak dat hij stierf. Ze sleepten hem als een beest naar buiten.’
Uit onderzoek van Human Rights Watch, dat toegang had tot een database van het ministerie van Justitie, blijkt dat alleen al tijdens de eerste vijf maanden van de noodtoestand, van maart tot augustus, ten minste tweeëndertig mensen werden geregistreerd als ‘overleden in gevangenschap’, zonder dat de omstandigheden zijn opgehelderd. De meesten van hen bevonden zich in de gevangenissen van Mariona en Izalco, waar ook Manuel gevangenzat. Een andere telling van de Salvadoraanse organisatie Cristosal, die loopt tot eind oktober, brengt het aantal doden op tachtig.
Naast de afranselingen heeft Manuel het ook over een andere martelmethode. In de cel werden regelmatig waterslangen gebruikt en als de vloer nat was, werd een stroomstootwapen geactiveerd ‘zodat we allemaal een schok kregen’.
Onder de gevangenen waren mensen met tatoeages van twee bendes, MS-13 en Barrio 18. ‘Ik sprak niet met ze omdat ik ze haat. Ik had het gevoel dat ik daar zat vanwege hen.’ Het was gebruikelijk om gezamenlijk te bidden. ‘Het geloof was onze steun.’ Manuel vertelt dat een van de gevangenen in het bijzonder, een evangelist, voor iedereen bad. ‘De grootste vijand die je hebt als je daarbinnen zit, is de somberte. Je voelt een immense leegte en je wilt gewoon dood.’
Politieagenten hebben de mogelijkheid om vrijwel iedereen op te sluiten
Manuel werd eind maart gearresteerd, een paar dagen na het begin van de noodtoestand die nu al een jaar duurt. Volgens hem ging het om een wraakactie van enkele politieagenten. Tijdens de pandemie hadden agenten zijn tienjarige zoon geslagen omdat hij geen persoonsbewijs bij zich had toen hij op straat tortilla’s verkocht. Manuel gaf de agenten aan en een rechter veroordeelde hen. Vervolgens verschenen tien agenten bij zijn huis met een arrestatiebevel. Diezelfde dag begonnen de mishandelingen, die duurden ‘tot ze zich begonnen te vervelen’. Hij had twee gebroken ribben. Maar Manuel, een administratief medewerker die tot aan zijn arrestatie op een kantoor werkte waar hij Excel-documenten invulde en fotokopieën maakte, is nog het meest gekwetst doordat hij door de pers werd voorgesteld als een bendelid dat zich schuldig zou hebben gemaakt aan afpersing, moord en lidmaatschap van een terroristische organisatie.
De operatie van Bukele beoogt het geweld terug te dringen en de bendes te ontmantelen. Maar dit proces gaat niet alleen gepaard met beschuldigingen van mensenrechtenschendingen, maar ook met toenemende gebrek aan transparantie. Volgens een telling eind januari door de minister van Justitie en Veiligheid, Gustavo Villatoro, zijn bijna 63.000 mensen gearresteerd. Dat is geen willekeurig aantal; het komt overeen met het geschatte aantal bendeleden in dit land met slechts zes miljoen inwoners.
Kritische politieagenten hebben bekendgemaakt dat ze sinds het begin van de noodtoestand quota opgelegd krijgen om het symbolische aantal arrestaties te bereiken waar de president voortdurend naar verwijst. Van het totale aantal gevangenen is volgens de president zelf 5 procent weer vrijgelaten. Mensenrechtenorganisaties in het land hekelen het feit dat van nauwelijks een derde van de gedetineerden bewezen is dat ze banden hebben met bendes. Bovendien worden strafbare feiten, zoals lidmaatschap van een ‘terroristische organisatie’, zo ruim en onnauwkeurig omschreven dat ze de mogelijkheid bieden om vrijwel iedereen op te sluiten.
Hoopvol
Dolores Almendares, die eveneens met El País sprak, werd op 6 mei vorig jaar door vijf politieagenten gearresteerd op beschuldiging van afpersing. ‘Ze vertelden me dat mijn kinderen “huur” ophaalden bij bedrijven en dat ik dat geld incasseerde,’ vertelt de gemeentelijke bode uit Cuscatancingo, een stad ten noorden van San Salvador. Ze kreeg een akte voorgelegd met daarin de beschuldigingen, maar weigerde te ondertekenen omdat ‘ze geen bewijs hadden’. Ze vroeg om een advocaat, maar ook zij kreeg geen enkele juridische bijstand gedurende de vijf maanden dat ze gevangenzat. Dolores, die lid is van een vakbond, vermoedt dat ze eigenlijk werd gearresteerd omdat ze verschillende stakingen voor betere werkkleding en hogere lonen organiseerde.
Eenmaal op het politiebureau werd ze in de cel geplaatst met ‘meisjes van bedenkelijk allooi. Sommigen hadden MS op hun voorhoofd getatoeëerd’. Ze zegt dat ze niet bang was omdat ze ‘daar nooit bij hoorde’. Net als Manuel besloot ze niet met de andere gedetineerden te praten, want ‘stilte levert je wat op, terwijl je door te praten juist iets kunt verliezen’. Ze herinnert zich dat een politieman tijdens de eerste nacht tegen haar zei: ‘Nu zijn jullie het doelwit. Ik kan jullie nu neerschieten en zeggen dat jullie wilden ontsnappen.’
Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer
Tijdens haar eerste dag in de Ilopango-gevangenis, op een half uur van de hoofdstad, werd ze samen met andere gevangenen op een rij gezet. Ze werd uitgekleed, moest samen met twintig andere vrouwen in een ton op de binnenplaats baden en vervolgens moest ze door een scanner. Daarna werd ze in haar genitaliën gekeken ‘om te zien of ik drugs of iets dergelijks bij me droeg, denk ik’. Dolores bracht tweeëntwintig dagen door in een ruimte van 150 vierkante meter met een blikken dak en wanden van geperforeerd metaal. Ze schat dat er meer dan achthonderd vrouwen opeengepakt sliepen op de betonnen vloer, ieder met het hoofd tegen de voeten van een ander. Het toilet was een emmer en de douche een slang. Het eten bestond uit ‘gedroogde bonenpasta’.
Een van de gevangenen, ‘een meisje genaamd Esmeralda’, had onder aan haar nek een tatoeage van het symbool voor oneindigheid. Dolores herinnert zich dat ‘Esmeralda moest overgeven van alles wat ze te eten kreeg. Ze leed ook aan diarree en is uiteindelijk aan uitdroging gestorven.’ Toen ze het bewustzijn verloor, moest ze door verschillende gevangenen worden gedragen ‘omdat ze zo zwaar was’. Vervolgens werd ze meegenomen door de politie en is ze nooit meer gezien. ‘Ze vertelden ons dat ze onderweg naar het ziekenhuis is overleden.’
Mensenrechtenorganisaties hekelen het feit dat de autoriteiten de dood van gevangenen niet melden. Er zijn zelfs verhalen dat families de lichamen van hun gedetineerde familieleden in een massagraf aantroffen.
Dolores bracht nog drie maanden door in de gevangenis van Apanteos, anderhalf uur buiten de hoofdstad. ‘Daar werden we iets beter behandeld. We mochten een uur naar buiten op de binnenplaats, ze gaven ons drie maaltijden en soms kwamen er priesters langs.’ Tijdens haar verblijf in de gevangenis waren er twee onlinehoorzittingen. Er waren geen getuigen of advocaten aanwezig.
Half september werd ze vrijgelaten. Ze moet zich om de twee weken op het politiebureau melden. Haar proces staat gepland voor 8 december, maar haar advocaat vertelde haar iets wat haar voorzichtig enige hoop geeft: ‘Als de noodtoestand voor die tijd wordt beëindigd, zullen degenen die weg mochten uit de gevangenis, helemaal vrij zijn.’
Uitgerekend aan de vooravond van de vijfenveertigste herdenking van de ontvoering van de Dwaze Moeders heeft militair Alfredo Astiz in een brief aan de rechtbank zijn rol in de Argentijnse junta proberen te rechtvaardigen. ‘Ik ben geen crimineel en al helemaal geen genocidepleger.’
Alfredo Astiz’ verdorvenheid kent geen grenzen. Aan de vooravond van de vijfenveertigste herdenking van de ontvoeringen van de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo en twee Franse nonnen in de Iglesia de la Santa Cruz – ontvoeringen die door zijn infiltratie mogelijk werden gemaakt – heeft Astiz een brief gestuurd naar de federale rechtbank (die kort daarvoor het verzoek van zijn advocaten tot voorwaardelijke invrijheidstelling had afgewezen) om daarin zijn rol in de militaire dictatuur te rechtvaardigen. ‘Ik ben geen crimineel, en al helemaal geen genocidepleger’, stond er in zijn handgeschreven brief, verstuurd vanuit de Ezeiza-gevangenis, waar hij zijn straf uitzit.
Precies vijfenveertig jaar geleden wandelde Astiz de Iglesia de la Santa Cruz binnen. Daar had zich een groep Dwaze Moeders en familieleden verzameld die geld bij elkaar legden en handtekeningen hadden verzameld om een oproep te plaatsen in de landelijke krant La Nación. Ze wilden de verdwijningen van hun geliefden openlijk veroordelen en eisten antwoorden van Jorge Rafael Videla’s militaire dictatuur.
Niemand kon toen vermoeden dat de jonge, blonde, atletische jongeman rapporteerde aan een in de ESMA [de Technische School van de Argentijnse Marine, het grootste foltercentrum tijdens de militaire dictatuur in Argentinië, 1976-1983] opererende eenheid. Voor de Dwaze Moeders was hij Gustavo Niño, een jongeman die op zoek was naar zijn verdwenen broer. Soms kwam Gustavo Niño naar de bijeenkomsten met een eveneens blond meisje van wie hij beweerde dat ze zijn zusje was. In werkelijkheid was ze een van de door de marine ontvoerde Argentijnen en moest ze met hem mee om vertrouwen te wekken.
Alfredo Astiz
Voor de door hem gepleegde misdaden bij de ESMA heeft Astiz twee keer levenslang gekregen. Justitie acht bewezen dat hij medeverantwoordelijk was voor de ontvoering van de twaalf activisten die samenkwamen in de Iglesia de la Santa Cruz en tussen 8 en 10 december 1977 werden gegijzeld. Onder hen bevonden zich de Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo Azucena Villaflor (oprichtster van deze burgerbeweging), María Eugenia Ponce de Bianco en Esther Ballestrino de Careaga, alsmede de twee Franse nonnen Alice Domon en Léonie Duquet. De twaalf werden overgebracht naar de ESMA en op 14 december 1977 in zee gegooid tijdens een van de zogeheten ‘dodenvluchten’.
Verzoek afgewezen
Onlangs vroegen de advocaten van Astiz tijdens de rechtszaak om zijn voorwaardelijke vrijlating. De drie leden van de federale rechtbank – Adriana Palliotti, Fernando Canero en Daniel Obligado – wezen zijn verzoek af, de tweeënzeventig jaar oude ex-marineman zal zijn gevangenisstraf moeten uitzitten. Het vonnis van de rechters wekte de woede van Astiz. Vanuit de Ezeiza-gevangenis schreef hij een brief aan de rechtbank waarin hij zei dat hij had deelgenomen aan de strijd tegen het terrorisme, maar zich niet herkende in de kwalificatie ‘genocidepleger’.
‘Ik wil benadrukken dat ik nooit eerder een verzoek om voorwaardelijke invrijheidstelling heb ingediend. En dat terwijl ik twintig jaar geleden onwettelijk van mijn vrijheid ben beroofd, ik eis slechts invrijheidstelling, niets anders,’ aldus Astiz in zijn brief, alsof hij was ontvoerd en niet een gevangenisstraf uitzat voor de misdaden die hij had gepleegd.
‘Ik zit liever in de gevangenis vanwege mijn strijd tegen het terrorisme dan als een ordinaire boef’
De ex-marineman richtte zijn pijlen vooral op een van de rechters, Obligado, die uitweidde over de aard van de door Astiz gepleegde misdaden. ‘Ik laat me niet door Obligado op zo’n vernederende manier bejegenen, want ik ben geen crimineel en al helemaal geen genocidepleger’, aldus Astiz, die hiermee blijk gaf van een grenzeloos cynisme.
‘Ik zit liever in de gevangenis vanwege mijn strijd tegen het terrorisme dan als een ordinaire boef’, schreef Astiz ter afsluiting. De brief werd op dezelfde dag geschreven dat de federale rechtbank Cristina Fernández de Kirchner veroordeelde tot zes jaar gevangenisstraf. Het was haar regering die de rechtszaken tegen de genocideplegers initieerde.
Lange lijst
Astiz heeft een lange lijst van provocaties op zijn naam staan. In 1998 gaf hij in een interview met Gabriela Cerruti van het tijdschrift Tres Puntos toe dat hij was geïnfiltreerd in de groep Dwaze Moeders van de Plaza de Mayo, al ontkende hij dat hij op de dag van de ontvoeringen in de Iglesia de la Santa Cruz was. In hetzelfde interview zei Astiz: ‘De marine heeft me geleerd hoe ik moet elimineren. Ik kan mijnen en bommen plaatsen, ik weet hoe ik moet infiltreren en een burgerbeweging moet ontmantelen. Ik weet hoe ik moet doden.’ Astiz sloot in 2017 tijdens de rechtszaak die bekendstaat als ESMA Unificada zijn verklaring af met de woorden: ‘Nooit zal ik excuses aanbieden omdat ik mijn land heb verdedigd.’
‘Of je gradaties hebt in volkerenmoord weet ik niet, maar Astiz is er het schoolvoorbeeld van,’ zegt Mabel Careaga, dochter van Esther Ballestrino de Careaga, een van de moeders die op 8 december 1977 ontvoerd werden in de Iglesia de la Santa Cruz. ‘Je had het staatsterrorisme en iemand als Astiz, die infiltreerde, het vertrouwen won van de vrouwen die hun zonen en dochters zochten, en hij wist drommels goed wat er ging gebeuren als ze werden ontvoerd. De daaropvolgende jaren heeft hij niet één keer berouw getoond. Integendeel: hij is altijd gaan staan voor wat hij op zijn kerfstok heeft,’ aldus Careaga.
‘Ik weet hoe ik moet infiltreren en een burgerbeweging moet ontmantelen. Ik weet hoe ik moet doden’
‘In wezen rechtvaardigt hij voor de zoveelste keer zijn daden. In een tijd waarin ontkenning aan de orde van de dag is brengt hij dit weer te berde. En dat nog wel op deze voor ons zo gevoelige dag, die ons eraan herinnert dat we deze rechtse groeperingen en deze genocideplegers nooit meer mogen laten terugkeren in de samenleving. Het is pervers en provocatief,’ zo zegt Careaga.
‘Wie deel uitmaakte van een systeem van uitroeiing, dood en terreur – inclusief de dodenvluchten – kan alleen maar worden beschouwd als een genocidepleger,’ aldus Ana Bianco, dochter van ‘Mary’ Ponce, een van de andere moeders die vijfenveertig jaar geleden werden ontvoerd. ‘Astiz is een onvervalste genocidepleger, hij hield de Dwaze Moeders in de kerk in de gaten om vast te kunnen stellen welke kopstukken moesten verdwijnen om een ontluikende mensenrechtenbeweging in de kiem te kunnen smoren,’ vult ze aan. ‘De enige plek waar een genocidepleger thuishoort is in de gevangenis, met levenslang.’
Tichanovskaja staat bekend als boegbeeld van de oppositie
Een gerechtshof in Minsk heeft de Belarussische oppositieleider Svetlana Tichanovskaja bij verstek veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, schrijft Politico. Ze zou schuldig zijn bevonden aan hoogverraad, het aanzetten tot haat, pogingen tot staatsgreep, lidmaatschap van een ‘extremistische’ groepering en het bedreigen van de nationale veiligheid door publiekelijk op te roepen tot sancties tegen de Belarussische regering.
Tichanovskaja staat bekend als een van de boegbeelden van de Belarussische oppositie. Ze nam het in de presidentsverkiezingen van 2020 op tegen zittend president Aljaksandr Loekasjenka, maar verloor. Veel Belarussen en Europese landen gaan ervan uit dat er gesjoemeld is met de uitslagen en dat in werkelijkheid Tichanovskaja de verkiezingen had gewonnen. Tichanovskaja tekende dan ook bezwaar aan.
‘We zullen blijven doen wat we kunnen om democratische veranderingen in gang te zetten’
Om aan vervolging door het regime te ontkomen, week ze uit naar Litouwen. Haar man Sergej was in 2020 opgepakt en werd een jaar later veroordeeld tot achttien jaar cel vanwege het aanzetten tot haat en maatschappelijke onrust.
In een bericht op Telegram reageerde Tichanovskaja op haar vonnis. Ze zei dat zij en andere Belarussische voorstanders van de democratie ‘zullen blijven doen wat we kunnen om onze politiek gevangenen te bevrijden en in ons land democratische veranderingen in gang te zetten’. Volgens Belarussische mensenrechtenwaakhonden zijn er bijna vijftienhonderd politiek gevangenen in het land, waaronder activisten van de oppositie, vertegenwoordigers van het maatschappelijk middenveld en journalisten.
Iedere dag worden vrouwelijke journalisten bedreigd en geïntimideerd. In Duitsland, in door Rusland bezette gebieden, in Noord-Ierland, in Mexico en elders. Wie zitten erachter en wat kan er tegen het geweld worden gedaan? Vier vrouwen doen verslag van de dagelijkse dosis haat.
‘We zullen je vinden en vermoorden.’ Deze zin las Nastia Zhvik op het Russische sociale netwerk VKontakte. Een andere gebruiker schreef haar: ‘We steken je neer en begraven je.’ De zinnen waren voor haar bedoeld. Als waarschuwing.
Zhvik is journalist, een jonge vrouw met een kalme stem. Ze komt uit Sebastopol, een havenstad op het door Rusland bezette schiereiland Krim. Politieagenten hadden kort voor de onlinebedreigingen de tweekamerwoning doorzocht die ze met haar ouders deelt en haar laptop en smartphone in beslag genomen. De agenten dreigden haar met een strafzaak wegens extremisme, gevolgd door enkele jaren gevangenisstraf in Rusland, vertelt Zhvik. De beschuldiging: Zhvik had na de explosie op de Krimbrug op Instagram een Engelstalig bericht gedeeld waarin ze de aanslag onderschreef en de brug, een prestigeproject van Poetin, illegaal noemde.
Forbidden Stories
Dit onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Stories, dat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
Zhvik noemt zichzelf Oekraïens met Russische en Belarussische wortels. Ze studeerde journalistiek in Moskou, Passau en Venetië, woonde in het buitenland en schrijft voor media die kritisch staan tegenover het Kremlin, zoals het nieuwsportaal Meduza. Meduza is door Rusland geclassificeerd als ‘buitenlandse agent’. De site bekritiseert de machthebbers in Moskou of bericht over gevoelige onderwerpen als de stigmatisering van lhbtq+-mensen in Rusland. De agenten vroegen op het bureau aan Zhvik: Wie zijn je klanten in het buitenland? Wie betaalt je? Hoeveel geld krijg je?
Een Russisch Telegram-kanaal had een aantal uren eerder het contract van Zhvik met Meduza over haar honorarium gepubliceerd. Later die dag verscheen op een nationalistische website een artikel over haar, waarin ze een ‘door het Westen betaalde beïnvloedingsagent’ en een ‘gek’ werd genoemd. Ze trok zich daar eerst niet veel van aan, zegt Zhvik. Toen kwamen de haatberichten. Vrienden en collega’s drongen er bij haar op aan de situatie serieus te nemen: ‘Je moet snel vertrekken.’ Zo begon de vlucht van Nastia Zhvik door Europa, die vooralsnog is geëindigd op een zolderflat in Heidelberg.
Lastercampagnes
Zhvik is niet de enige journaliste die gevaar loopt. Vrouwelijke journalisten zijn overal ter wereld het doelwit van lastercampagnes en intimidatie. Zo is er Maria Ressa, journalist op de Filipijnen en winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede in 2021, die in haar thuisland wordt uitgemaakt voor heks en hoer. Of Patricia Devlin, een verslaggever in Noord-Ierland, die werd bedreigd met verkrachting van haar zoon. Of Marion Reimers, een sportpresentatrice in Mexico, die tienduizenden haatberichten ontvangt op Twitter, Facebook en Instagram – een lawine van haat die in gang wordt gezet door botnetwerken.
Mannelijke journalisten worden ook bedreigd als ze kritiek hebben op de machthebbers en de rijken. Maar het wordt zelden zo bruut en persoonlijk als bij vrouwelijke journalisten.
Het gaat niet alleen om geweld in de digitale ruimte, hoewel de dreiging met marteling, verkrachting en moord al traumatiserend genoeg is voor de betrokkenen. Het gaat ook om geweld in het echte leven. Vrouwelijke journalisten worden fysiek aangevallen en vijandig benaderd, gedwarsboomd, lastiggevallen en vastgehouden door officiële instanties.
Een team van Der Spiegel deed onderzoek in een tiental landen en sprak met vrouwelijke journalisten die regelmatig te maken krijgen met geweld. In Noord-Ierland, Mexico, Colombia, Ghana, de geannexeerde Krim en de Filipijnen, maar ook in Duitsland. Het team ontmoette vrouwen die worden bedreigd door bendes, vervolgd door overheden en geïntimideerd door religieuze fanatici. Het onderzoek werd uitgevoerd in het kader van het project Story Killers van de non-profit Forbidden Storiesdat verhalen van bedreigde journalisten publiceert. Veel verzoeken om interviews bleven onbeantwoord of werden geweigerd uit angst voor verdere repressie, vooral in China, Rusland en Iran. Alleen al in januari werden in Iran verschillende vrouwelijke journalisten gearresteerd.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten’
Julie Posetti weet als geen ander hoe funest de situatie is voor haar vrouwelijke collega’s. Posetti was vroeger verslaggever bij de Australische omroep ABC en is nu wereldwijd onderzoeksdirecteur bij het International Center for Journalists (ICFJ), een in Washington gevestigde belangenorganisatie voor journalisten. Ze documenteerde de afgelopen jaren hoe vrouwelijke journalisten online worden belasterd. Soms privé, soms voor een miljoenenpubliek, maar bijna altijd met het doel hun stem te smoren. Posetti en een internationaal team van onderzoekers ondervroegen meer dan 700 vrouwelijke journalisten uit 125 landen en analyseerden meer dan 2,5 miljoen Facebook- en Twitterberichten. Hun bevindingen staan in het Unesco-ICFJ-rapport getiteld The Chilling ofwel Het afschrikken.
‘Ik wilde tastbaar bewijs leveren van de omvang en wreedheid van onlinegeweld tegen vrouwelijke journalisten,’ zegt Posetti. De resultaten zijn schokkend: drie op de vier vrouwelijke journalisten zeiden tijdens hun werk slachtoffer te zijn geweest van digitaal geweld, en een op de vier is bedreigd met fysiek geweld, zelfs met moord. In 37 procent van de gevallen zaten politiek betrokkenen achter de aanvallen. VN-secretaris-generaal António Guterres heeft inmiddels uit de studie geciteerd.
De digitale aanvallen op vrouwelijke journalisten escaleren, merkt Posetti op. Ze worden professioneler, verraderlijker en zijn vaak georkestreerd. En veel te vaak worden ze afgedaan als geïsoleerde incidenten.
Nastia Zhvik, 26 (Krim/Oekraïne)
Het verhaal van Nastia Zhvik laat zien hoe staatsrepressie en digitale desinformatie elkaar versterken.
Politieagenten verschenen op 24 oktober 2022 om zeven uur ’s ochtends voor Zhviks deur in Sebastopol. Een paar maanden later zit ze aan de keukentafel in Heidelberg in een spijkerbroek en een beige trui. Nadat ze weken op de vlucht is geweest, gaf een vriend haar onderdak. Haar labrador Molly ligt aan haar voeten.
Zhvik vertelt zachtjes hoe er berichten op haar telefoon verschenen kort nadat het eerder genoemde artikel op die nationalistische website verscheen. Doodsbedreigingen, beledigingen, geweldsfantasieën. Zhvik vermoedt dat het misschien toch niet allemaal toeval was: haar tijdelijke arrestatie, het verhoor op het politiebureau, de lasterlijke tekst, de online-agitatie tegen haar – het gebeurde allemaal op dezelfde dag. Ze weet nu dat iemand haar mailbox heeft gehackt en haar contract met het Kremlin-kritische medium Meduza online heeft gezet om haar in diskrediet te brengen. Meduza staat sinds eind januari op de lijst van ‘ongewenste organisaties’ die Russische autoriteiten hebben opgesteld. Auteurs die voor Meduza schrijven riskeren gevangenisstraffen van meerdere jaren.
Zhviks advocaat Galina Arapova, een bekende media-advocaat in Rusland die ook juridisch advies geeft aan Der Spiegel, spreekt van een gecoördineerde aanval door de veiligheidsautoriteiten. ‘De manier waarop dit is georganiseerd – dat kan alleen de binnenlandse inlichtingendienst FSB zijn.’ Zhvik past goed in hun vijandprofiel: journalist, in het buitenland gestudeerd, kritisch over Moskou, woont op de geannexeerde Krim.
Het optreden tegen kritische journalisten is massaal toegenomen sinds de Russische aanval op Oekraïne en de censuurwetten, aldus Arapova. Ze worden belasterd en beledigd op ultranationalistische Telegram-kanalen. ‘De bedoeling is journalisten psychologisch zo te beschadigen dat ze het land verlaten.’
Zhvik werd op die bewuste oktoberdag gewaarschuwd door collega’s. ‘Slaap vannacht niet thuis, verstop je paspoort,’ schrijven vrienden. ‘Breng jezelf in veiligheid.’ Ze ruziet en haar moeder bagatelliseert de boel – haar ouders staan achter Rusland. Nastia Zhvik stapt twee dagen later met haar hond in haar gele Lada en rijdt weg.
Telegram-kanaal
Ze leest later op het Telegram-kanaal ‘Colonelcassad’ dat ze is opgeleid door medewerkers van de CIA. Dat kanaal wordt gerund door de bekende Russische militaire hardliner Boris Roschin en heeft meer dan 830.000 abonnees. Iemand heeft haar mobiele telefoonnummer gepost, talloze commentatoren roepen op haar te vermoorden en vragen naar haar adres. Zhvik zegt met woede in haar stem: ‘Mensen wensen me dood. Wat heb ik ze in godsnaam aangedaan?’
Geweld beperkt zich vaak niet tot het web, zoals blijkt uit het geval van de Maltese journalist Daphne Caruana Galizia, die in oktober 2017 door een autobom om het leven kwam. Galizia had jarenlang verslag gedaan van de corruptie in haar thuisland en werd daarvoor op internet belasterd. Twee broers werden vijf jaar na de moord schuldig bevonden. Ze bekenden Galizia voor een bedrag van vijf cijfers te hebben vermoord. Het is nog steeds onduidelijk wie er achter de moord zat. Een onafhankelijk onderzoek stelde later dat de staat medeplichtig was aan de dood van de journalist: de regering had een ‘sfeer van straffeloosheid’ gecreëerd en verzuimd Galizia te beschermen tegen bedreigingen.
Vrouwen die een publieke rol spelen en machtige mensen bekritiseren worden vooral in conservatieve culturen gezien als een bedreiging voor de sociale orde. Ook religie en afkomst spelen een rol. Zwarte vrouwelijke journalisten, maar ook vrouwelijke verslaggevers uit bijvoorbeeld Azië of de Arabische wereld worden op internet bijzonder fel aangevallen.
Het geldt ook voor vrouwelijke journalisten die over politieke kwesties berichten. Dat heeft wellicht te maken met het feit dat zij in de meeste gevallen onderzoek doen naar mannen die veel te verliezen hebben. Dat was het geval met Maria Ressa, een journalist uit de Filipijnen die in 2021 samen met de Russische journalist Dmitri Moeratov, hoofdredacteur van de onafhankelijke krant Novaya Gazeta, de Nobelprijs voor de Vrede kreeg.
Maria Ressa, 59 (Filipijnen)
Ressa was lange tijd onderzoeksjournalist voor CNN en richtte in 2011 met collega’s in Manilla het nieuwsportaal Rappler op. Ressa werd een van de bekendste critici van Rodrigo Duterte, die van 2016 tot 2022 president van de Filipijnen was, met name wat betreft zijn war on drugs, waarbij duizenden mensen werden vermoord door huursoldaten. Duterte viel Rappler meermaals publiekelijk aan. Meer dan twintig Filipijnse journalisten en medewerkers van media-instellingen werden tijdens zijn ambtstermijn vermoord.
Julie Posetti en haar team analyseerden in hun studie bijna vijfhonderdduizend berichten over Ressa op Facebook en Twitter. Bijna 60 procent was erop gericht de geloofwaardigheid van de journalist in diskrediet te brengen. Ze vonden in bijna elke tweede post persoonlijke aanvallen: ‘heks’, ‘hoer’ en de hashtag #Presstitute, een samentrekking van press en prostitute, deden de ronde. Onbekenden hadden op foto’s die van haar op het net circuleerden in opzichtige letters de woorden ‘veroordeelde crimineel’ gezet. Ressa werd in 2018 beschuldigd van belastingfraude in haar hoedanigheid als directeur van Rappler. Ze werd onlangs vrijgesproken, maar er lopen nog andere zaken tegen haar.
‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen’
Duterte is sindsdien afgetreden, maar Ressa blijft vechten tegen de politieke toestanden in haar thuisland. Ze neemt tijdens een boekpresentatie in Londen even de tijd om met ons te praten. Ze zegt dat sociale media haar in het begin een zegen leken. Maar toen kwam de haat. ‘Ik dacht: wat heb ik verkeerd gedaan?’ Steeds weer, zegt ze, controleerde ze of zij en haar team fouten hadden gemaakt. ‘Totdat ik begreep dat het niet gaat om fouten, maar dat ze ons het zwijgen wilden opleggen.’
Ressa zou het zichzelf gemakkelijk kunnen maken door naar de VS te verhuizen, want ze heeft ook een Amerikaans paspoort. Maar als ze toegeeft – als ‘ik mijn mond houd’ –, dan laat ze haar land en de democratie in de steek. Dat is voor haar ondenkbaar. En dus blijft ze werken in Manilla, waar ze een schone kussensloop en een tandenborstel in haar auto bewaart voor het geval ze weer gearresteerd wordt. Als ze de deur uitgaat, draagt ze een kogelvrij vest.
Patricia Devlin, 36 (Noord-Ierland)
Ongeveer een op de tien journalisten zegt dat hun omgeving en hun kinderen ook worden bedreigd. Dat raakt een gevoelige snaar bij de betrokkenen – vooral als ze, zoals Patricia Devlin, werken in een regio waar vaak gewelddadige excessen plaatsvinden en een dode journalist als nevenschade wordt beschouwd. Hoewel er sinds het Goede Vrijdagakkoord van 1998 officieel vrede heerst in Noord-Ierland, controleren paramilitaire groepen nog steeds hele stadsdelen.
Patricia Devlin heeft de auto van haar man geleend om naar het protestantse oosten van Belfast te rijden. Hier wonen veel loyalisten die willen dat Noord-Ierland zo veel mogelijk onderdeel wordt van het Verenigd Koninkrijk. Het gebied wordt ook gekenmerkt door georganiseerde misdaad. Steeds weer, vertelt Devlin, zijn er conflicten tussen paramilitaire groepen. Ze rijdt met de auto over Holywood Road, langs bakstenen huizen met muurschilderingen die stille getuigen zijn van het Noord-Ierse conflict. Onderweg wijst ze: daar werd een man op straat vermoord, hier werd een vrouw door een menigte doodgeslagen.
Ze stopt bij een drukke weg, stapt uit, bedekt haar donkere haar met een geruite sjaal en loopt naar een van de muren waarop ooit haar naam naast een schietschijf was gespoten. Er zijn slechts twee minuten verstreken als een man vanaf de overkant van de straat schreeuwt: ‘Devlin! Hoer!’ Hij lacht kwaadaardig. Devlin rent trillend terug naar de auto. ‘Je weet nooit waartoe dit soort mensen in staat zijn.’
Patricia Devlin heeft lang voor lokale media geschreven over gewapend bendegeweld. ‘In het begin accepteerde ik gewoon de haat, ik dacht dat het normaal was in mijn werk,’ zegt ze. Toen werden meerdere malen haar woonplaats, mobiele telefoonnummer en e-mailadres online verspreid. Ze voelde zich jarenlang nergens veilig. De situatie escaleerde toen ze zwanger was van haar derde kind. ‘Een vrouw schreef me dat ze hoopte dat ik binnenkort mijn kinderen zou moeten begraven.’ Iemand bedreigde haar in een Facebookbericht met misbruik van haar zoon: ze moest een bepaalde plek mijden of ‘je zult toekijken hoe je pasgeboren jongetje wordt verkracht’.
Maandenlang
Ze ging de deur maandenlang niet uit en sliep of at nauwelijks. Ze nam het zichzelf kwalijk dat ze door haar werk haar gezin in gevaar had gebracht. De politie belde eind 2020 bij haar aan. De agenten zeiden dat ze informatie hadden dat Devlin in de komende 48 uur zou worden doodgeschoten. Ze zeiden ook dat haar kinderen gevaar liepen. Devlin was eerder in een Facebookbericht beschuldigd van het plaatsen van pijpbommen onder auto’s van vrouwen met kinderen in Belfast. De politie ondernam nauwelijks iets tegen de daders, ondanks vele tips. Ze voelde zich ook op andere manieren in de steek gelaten, zegt Devlin. ‘Mijn baas zei alleen maar dat ik van Twitter weg moest blijven. Mijn vakbond adviseerde me over te stappen naar een ander vakgebied.’
Wie zijn de mensen die vrouwelijke verslaggevers aanvallen? En vooral, waarom doen ze het?
Onderzoeker Posetti zegt dat sommige daders, meestal mannen, zich organiseren in netwerken om vrouwelijke journalisten op de korrel te nemen. De aanvallen zijn bijna altijd anoniem. Posetti noemt vrouwenhaat en seksisme als motieven. In een Canadees onderzoek uit 2019 zei 85 procent van de meer dan 100 ondervraagde vrouwelijke journalisten uit Noord-Amerika dat hun baan de afgelopen jaren minder veilig was geworden.
Er wordt wereldwijd onderzoek gedaan naar de oorzaken. Het gaat vaak om rechts-extremisme en populisme, maar ook om wat deskundigen een ‘desinfodemie’ noemen: een epidemie van desinformatie door middel van samenzweringsmythes die hele landen vergiftigen. Deze mythes circuleerden vooral tijdens de pandemie, ook in Duitsland.
Het is nog nooit zo erg geweest, zegt de Duitse verslaggever Sophia Maier, die verschillende keren berichtte over demonstraties tegen de coronamaatregelen. Ze schreef bijvoorbeeld het artikel ‘Woede op straat – is onze democratie in gevaar?’ Ze kreeg als reactie binnen twee dagen zo’n vijfduizend berichten op Instagram, waaronder veel vrouwenhaat. Ooit ontving ze dit bericht: ‘Op een dag zal iemand je wegrossen. Duizenden kennen je smoel en je wordt zeker niet gespaard. Bitch!’ Ondertussen, zegt ze, kan ze alleen nog met beveiliging verslag doen van protesten. Niettemin werd haar een microfoon uit de handen geslagen en één keer greep een demonstrant haar tussen de benen, vertelt ze.
Marion Reimers, 37 (Mexico)
Er is wereldwijd een markt voor mensen die critici het zwijgen willen opleggen. Een Amerikaanse ngo telde in 2021 in totaal 87 trollenacties tegen vrouwelijke journalisten, ruim een vijfde meer dan het jaar ervoor. De aanvallen op Marion Reimers laten zien hoe vrouwen onzeker worden gemaakt en uit het openbare leven worden gemanoeuvreerd.
Reimers is een van de bekendste vrouwelijke sportjournalisten in Mexico en een pionier in Latijns-Amerika. Ze was de eerste Spaanstalige vrouw die het commentaar deed bij een Champions League-finale in 2019. Haar penthouse bevindt zich in Mexico-Stad, in de chique wijk Condesa. Twee katten hebben het zich makkelijk gemaakt op de bank. Ze spreekt alsof ze voor de camera staat: heldere stem, perfecte intonatie, intense blik. Maar ze verliest even haar professionele afstand als ze beschrijft hoe de haatreacties haar hebben geraakt. ‘Ik begon aan mezelf te twijfelen,’ zegt ze zacht, ‘terwijl ik toch een getrainde voetbalcoach ben.’
Zodra ze commentaar geeft bij een wedstrijd op tv beginnen de aanvallen: honderden bots beledigen en belasteren haar op Twitter. Tienduizenden reacties zorgen ervoor dat haar naam trending topic wordt in Mexico: ouwe heks, stinkerd, zet haar uit!
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen
Voetbal is in Latijns-Amerika nog steeds het domein van het patriarchaat. Een vrouw moet zich aanpassen, behagen en sexy zijn. Marion Reimers kwam daartegen in opstand, kwam uit de kast als lesbienne, richtte een initiatief op tegen discriminatie in de sportjournalistiek – en betaalde er een hoge prijs voor.
Ze zegt dat ze werd bedreigd met groepsverkrachting, ze kreeg foto’s toegestuurd van dode vrouwen en gevilde mensen en er werd beweerd dat ze haar ex-vriendin had geslagen. Ze zegt dat haar omgeving haar adviseerde dit allemaal niet zo serieus te nemen, dat het gewoon internet was. ‘Ja,’ zegt Reimers, ‘het is een parallel universum, maar ik ben wel een echt mens.’
Ze werd afgelopen augustus achterdochtig tijdens een wedstrijd van Real Madrid tegen Eintracht Frankfurt. Er rolde opnieuw een golf van haat over haar heen op Twitter. Maar deze keer was het niet zijzelf die de de wedstrijd becommentarieerde, maar een vrouwelijke collega van haar. Ze liet haar account analyseren door deskundigen. Die ontdekten dat de aanvallen waarschijnlijk afkomstig waren van beruchte botfarms in Mexico, waar exploitanten tegen betaling ook politieke campagnes voeren. Er verschenen soms wel zo’n 160 haattweets per minuut en in totaal zo’n 70.000 commentaren, onder meer afkomstig van circa 400 botaccounts. De deskundigen vermoeden dat die door ongeveer 40 personen worden geëxploiteerd, wat enkele tienduizenden euro’s kost.
Nu weet Reimers dat de haat tegen haar wordt betaald. Maar door wie? Zitten er aartsconservatieve groeperingen achter, die een lesbische presentator willen schaden? Een concurrerende omroep? Ze heeft geen antwoord op deze vragen.
Zwijgen over aanvallen
Veel vrouwelijke journalisten kiezen ervoor te zwijgen over de aanvallen. Uit schaamte, maar ook uit angst om de dader of daders op te hitsen. Ze proberen zelf de situatie onder controle te houden door reacties te verwijderen en accounts te blokkeren. Velen trekken zich definitief terug van sociale netwerken. Slechts weinigen melden de aanvallen. Wat moet er gebeuren? Zoals zo vaak het geval is, ligt de oplossing in de eerste plaats bij de politiek. De Europese Unie wil een richtlijn invoeren ter bestrijding van geweld tegen vrouwen en huiselijk geweld. De Berlijnse organisatie HateAid, die opkomt voor slachtoffers van digitaal geweld, ziet daarin een kans om ‘seksistische aanvallen en vernedering van vrouwen te stoppen’ en strafbaar te stellen.
De Digital Services Act werd in november op EU-niveau van kracht. Techbedrijven moeten er dankzij deze nieuwe verordening voor zorgen dat ze hun gebruikers beter beschermen tegen haatzaaien en desinformatie. Twitter, Instagram en Facebook hebben tot nu toe geweigerd om door gebruikers gemelde haatberichten te melden aan instanties voor rechtshandhaving en gebruikersgegevens van daders vertrouwelijk aan hen over te dragen. Tegelijkertijd ontbreekt het de autoriteiten nog altijd aan de digitale vaardigheden en het personeel om op internet consequent criminelen op te sporen. Bovendien wordt er te weinig over landsgrenzen heen samengewerkt.
Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
Er is ook op nationaal niveau ruimte voor verbetering. Hoewel haatzaaien in veel Europese landen als een strafbaar feit wordt beschouwd, valt vrouwvijandigheid daar vaak niet onder, constateert het onderzoek van Posetti.
Vrouwelijke journalisten zijn onmisbaar voor het publieke debat. Als ze hun baan opzeggen, houden minder mensen de machthebbers in de gaten. Elke journalist die uit angst haar baan opzegt, voedt de twijfel bij collega’s: waarom doe ik mezelf dit nog aan?
De bedreigingen tegen Patricia Devlin in Belfast zijn afgenomen sinds ze is gestopt als verslaggeefster. Ze produceert nu een podcast met interviews met ex-terroristen en slachtoffers van het Noord-Ierse conflict.
Marion Reimers uit Mexico heeft er vaak aan gedacht haar baan op te zeggen. ‘Maar ik hou van mijn werk,’ zegt ze, ‘en ik ben er echt goed in.’ Ze kijkt niet meer op haar Twitter-account.
Nastia Zhvik uit de door Rusland bezette Krim staat sinds enkele weken op plaats 508 van de lijst met ‘agenten’ van het Russische ministerie van Justitie. Ze is nu officieel een vijand van de staat. Toch is ze teruggekeerd naar haar vaderland. ‘Ik kon gewoon niet anders,’ zegt ze.
Een van de geliefdste acteurs van Italië en een favoriete zoon van Napels, acteur en filmregisseur Massimo Troisi, kreeg op 20 februari postuum een eredoctoraat van de Napolitaanse Federico II-universiteit, meldt ANSA. Troisi zou een dag voor de uitreiking 70 jaar geworden zijn. Hij overleed in 1994 op 41-jarige leeftijd aan een hartafwijking, één dag na het afronden van zijn laatste film Il postino.
Zijn hoofdrol als postbode tegenover Philippe Noiret als de Chileense dichter Pablo Neruda maakte hem postuum internationaal beroemd. Hij kreeg twee Oscarnominaties voor Il postino – een als acteur en een als scenarist. De Napolitaanse filmregisseur Mario Martone, die Troisi bij de uitreiking van het eredoctoraat ‘een Napolitaanse Chaplin’ noemde, bracht eind februari de persoonlijke documentaire Laggiù qualcuno mi ama [Ergens is er iemand die van me houdt] over Troisi uit.
Niks van waar, zei de Egyptische president Abdel Fattah Al-Sisi op 26 februari. Het gerucht ging dat Egypte het Suezkanaal zou willen verkopen voor een biljoen dollar. ‘Ik weet dat het de Egyptenaren bezighoudt. Maar los van het bedrag: het is dus niet waar,’ aldus Sisi op een bijeenkomst over de ontwikkeling van de Sinaï, schrijft Middle East Monitor. Het gerucht komt niet helemaal uit de lucht vallen want de Egyptische economie staat er belabberd voor.
Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen
In mei vorig jaar begon premier Madbouly over plannen om bepaalde staatsactiva te privatiseren en de rol van de particuliere sector in de economie te vergroten – wellicht komen de verhalen over de verkoop van het Suezkanaal daarvandaan. Eerder deze maand werd aangekondigd dat 32 bedrijven zullen worden geprivatiseerd om aan de eisen van het IMF te voldoen en om een acute economische crisis te voorkomen. Het doel van de privatisering is om de druk te verminderen die de overheidsschuld legt op de verdere ontwikkeling van Egypte.
Hockney immersief
De tachtigjarige Britse kunstenaar David Hockney gebruikt al tientallen jaren technologie en werkt met een iPad sinds deze in 2010 op de markt kwam. Nu is er Bigger & Closer (not smaller & further away), een vijftig minuten durende lichtshow die zijn zes decennia durende carrière omspant, met een soundtrack van de Amerikaanse componist Nico Muhly en commentaar van de kunstenaar zelf. Critici lopen nog niet echt warm voor de immersieve ervaring, aldus Art News. Het zou entertainment zijn en geen kunst. Je voelt en ruikt de verf niet, en zijn werk verliest intimiteit als het wordt opgeblazen in pixels. Maar Hockney heeft altijd goed geweten hoe hij techniek kan inzetten. Hij krijgt old-schoolers op een gegeven moment vast wel mee.
Mexicanen wantrouwen hervorming kieswet
In Mexico-Stad zijn meer dan 100.000 mensen de straat op gegaan om te protesteren tegen de bezuinigingen die president López Obrador wil doorvoeren in het Electoraal Instituut (INE). Het instituut geeft kiezerspassen uit en houdt toezicht op het stemproces in afgelegen en vaak gevaarlijke uithoeken van het land, schrijft The Hill.
De demonstratie werd georganiseerd door de partijen PRI en PAN, die eerder aan de macht waren en beweren dat als de voorstellen van López Obrador van kracht worden, de democratie gevaar loopt. De Mexicaanse president ontkent dat de hervormingen een bedreiging vormen voor de democratie maar zegt dat het INE te groot is en te veel geld uitgeeft. (Er blijft overigens nog 700 miljoen euro over.) Verkiezingen in Mexico zijn naar internationale maatstaven duur, deels omdat bijna alle legale campagnefinanciering door de regering wordt verstrekt.
Wereldwijd groeide het aantal ultra-rijken – mensen met een vermogen van minimaal 50 miljoen dollar (47 miljoen euro) – van 174.800 in 2019 naar 264.000 in 2021, schrijft The Guardian. Uit The Spear’s 500, een catalogus met exclusieve diensten voor de rijken, blijkt dat er allerlei nieuwe ondernemingen ontstaan die deze groep bedienen, uiteenlopend van adviesbureaus voor het aanschaffen van een wijngaard tot reputatiebeheer.
Een aparte, bloeiende tak betreft zeer exclusieve geestelijke gezondheidszorg. Want mensen in deze vermogensklasse zijn weliswaar financieel gewapend tegen allerlei problemen, maar hebben drie tot vijf keer meer kans dan gemiddeld op een psychische aandoening of een drugsprobleem. Voor behandelingen tegen verslavingen en psychische nood is er bijvoorbeeld Paracelsus Recovery, een luxe revalidatiekliniek in Zürich. Anders dan in andere bekende afkickklinieken – The Meadows in Arizona, Betty Ford in Californië, Priory in het Verenigd Koninkrijk – zullen cliënten van Paracelsus nooit een andere cliënt zien. Er is geen groepstherapie en geen gemeenschappelijke ruimte.
Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut,
Cliënten verblijven in een eigen villa of appartement en hebben een eigen chauffeur, huishoudster, kok en inwonende therapeut, evenals dagelijkse een-op-eensessies met een team van tussen de vijftien à twintig psychiaters, artsen, verpleegkundigen, yogaleraren, masseuses, voedingsdeskundigen, hypnotherapeuten en traumatherapeuten die elkaar na elke afspraak informeren over de toestand en de vooruitgang van de cliënt. Er verblijven tegelijkertijd drie of vier cliënten in verschillende onderkomens van de kliniek, maar hun roosters zijn zo samengesteld dat het lijkt alsof zij de enige in de faciliteit zijn. Met deze vorm, die single-client rehab wordt genoemd, weet behalve het personeel niemand dat ze er zijn. Paracelsus accepteert slechts 30 tot 40 cliënten per jaar, maar verdient op die manier kennelijk genoeg om de kliniek draaiende te houden. Niet zo gek misschien, gezien de kostprijs van 95.000 tot 120.000 Zwitserse frank (95.500 tot 120.640 euro) per week voor een verblijf dat doorgaans zes tot acht weken duurt.
Afghaanse vrouwen proberen digitaal te studeren
Sinds de taliban in augustus 2021 de macht grepen, mogen vrouwen er niet reizen zonder mannelijk gezelschap en hebben weinig mogelijkheden om te werken. De meeste meisjes mogen sinds de machtsovername niet meer naar de middelbare school. Volgens een recent onderzoek van Gallup voelt minder dan 12 procent van de Afghaanse vrouwen zich met respect en waardigheid behandeld, meldt NPR. Vrouwen die hun mening uiten tegen de taliban worden geconfronteerd met gewelddadige onderdrukking van hun protesten, detentie, intimidatie en zelfs marteling. Velen zagen zich gedwongen het land te ontvluchten.
Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs
Naar schatting 90.000 vrouwen zijn getroffen door het studieverbod op universitair onderwijs. Velen van hen proberen het daarom digitaal – bijvoorbeeld via University of the People, een particuliere online-universiteit in het Amerikaanse Pasadena. Dat is allesbehalve ideaal vanwege slechte internetverbindingen. Bovendien is er geen vooruitzicht op werk, want banen voor vrouwen zijn er amper. Ook onderwijsinstellingen als FutureLearn, Herat School en Education Bridge for Afghanistan springen in op de gestegen vraag naar digitaal onderwijs door cursussen te ontwerpen en beurzen beschikbaar te stellen voor Afghaanse studenten. ‘Hun toekomstperspectieven zijn inderdaad somber, maar dat betekent niet dat ze hun onderwijs zouden moeten staken,’ aldus Shai Reshef, voorzitter van University of the People. Hij zegt dat zijn universiteit meer dan 6000 aanvragen kreeg sinds de aankondiging van het verbod in december. Het gehele jaar ervoor waren dat er 10.000.
Russische lezers zoeken na al het het bloedvergieten in Oekraïne naar parallellen en antwoorden in klassiekers over oorlogen of autoritaire regimes uit het verleden, zoals die van Lev Tolstoj of Thomas Mann. ‘Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden.’
1984 van George Orwell gaat niet alleen over bespied worden. De Russische president Vladimir Poetin noemt zijn oorlog tegen Oekraïne officieel een ‘speciale militaire operatie voor de verdediging van de Volksrepublieken Donetsk en Loehansk’ en herhaalde meerdere keren dat de confrontatie ‘vanzelfsprekend onvermijdelijk was’. ‘De enige vraag was wanneer, (…) maar liever vandaag dan morgen,’ zei hij in december. Zijn kruistocht tegen Kyiv – dat hij ervan beschuldigt de reïncarnatie van het nazisme te zijn – en het onderdrukken van zijn eigen bevolking hebben geleid tot een explosieve verkoop van boeken die de Russen schrijnende parallellen bieden, zoals 1984. ‘De vijand van het moment was altijd de personificatie van het absolute kwaad, en daaruit volgde dat elk vroeger of toekomstig verdrag met die mogendheid ondenkbaar was’,* benadrukt Orwell in het derde hoofdstuk van zijn beroemde dystopie die een waarschuwing is tegen repressie en nieuwspraak, en die al driekwart eeuw in elke boekhandel te vinden is.
In een samenleving die ontwricht is door het bloedvergieten over de grens, waren in 2022 zelfhulpboeken populair, naast boeken die de parallel trekken met totalitaire regimes uit de vorige eeuw en werken over oorlogstrauma. Volgens LitRes, de grootste digitale boekhandel van Rusland, waren 1984 en het zelfhulpboek Teder met jezelf: een boek over hoe je jezelf kunt waarderen en beschermen van Olga Primatsjenko het populairst. De verkoop van beide titels steeg met respectievelijk 45 procent en 83 procent ten opzichte van het jaar daarvoor. Overigens verkocht Orwell al beter omdat zijn roman al in 2021 in trek raakte na de arrestatie van activist Alexej Navalny en de daaropvolgende vervolging van demonstranten en media.
Iedereen vrij
In de straat die is vernoemd naar de dichter Nikolai Nekrasov in Sint-Petersburg bevinden zich verschillende onafhankelijke boekhandels. Vse Svobodny [Iedereen vrij] is er één van. Op het raam staat in plakband de tekst ‘Vrede voor de wereld’, een oude Sovjetslogan. ‘In het verleden verkochten antropologie, filosofie en kunst het best. Afgelopen jaar waren dat vooral politiek, geschiedenis en biografieën over specifieke periodes, zoals het fascisme in de jaren dertig en veertig,’ zegt Ljobov Beliatskaja, mede-eigenaar van de boekhandel. ‘Bijna alles wat op een of andere manier verband houdt met oorlog doet het goed. Niet alleen non-fictie, maar ook literaire werken,’ voegt ze eraan toe. Als antimilitaristische schrijvers noemt ze onder andere twee door het nationaalsocialisme onderdrukte en verbannen Duitsers – Heinrich Mann en Thomas Mann – en Lev Tolstoj, een van de meesters van de Russische literatuur.
‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid’
‘Tolstojs essays over de Russisch-Japanse oorlog aan het begin van de twintigste eeuw worden enorm goed verkocht,’ zegt de boekhandelaar. De oligarch Oleg Deripaska, die aan het begin van het offensief op sociale media voor vrede pleitte, gebruikte een fragment uit het essay Heroverweeg: ‘Weer oorlog. Weer leed dat niemand nodig heeft, absoluut niet nodig. Opnieuw fraude, opnieuw de universele verdoving en verminking van de mens.’ Zo begint het essay van de schrijver van Oorlog en Vrede.
‘Er verscheen dit jaar een nieuwe vertaling [in het Russisch] van 1984, maar die is eerlijk gezegd niet heel goed. De roman verkocht altijd erg goed, zoals alle dystopieën,’ aldus Beliatskaja. Een boekhandelaar in het nabijgelegen Na Nekrasova denkt er hetzelfde over. Hij is gespecialiseerd in oude uitgaven. ‘Orwell verkocht in 2000 evenveel als in 2020 – de dystopie is altijd erg populair geweest,’ zegt hij zonder zijn naam te noemen. ‘Ik geef geen commentaar op de politiek,’ verontschuldigt hij zich. Hij zegt dat de boekverkoop ‘met 40 procent daalde aan het begin van de militaire operatie’. ‘Mensen waren bezorgd en de toekomst was ongewis, maar de verkoop heeft zich hersteld tot het niveau van vorig jaar,’ voegt hij eraan toe, terwijl hij aan de toonbank staat tussen oude boeken over de tsarentijd en Sovjettreinen.
Varlaam is een twintigjarige Rus die 1984 vorig jaar ontdekte. ‘Ik kon niet geloven wat ik las en had twee emoties: verbazing en angst,’ zegt hij. De jongeman identificeert zich met de proles in het boek, de laagste klasse die wordt gecontroleerd door de gedachtenpolitie, ook al geniet hij in Rusland nog een zekere vrijheid zolang hij zich niet met politiek bemoeit. ‘Ik probeer me los te koppelen van alles en me te concentreren op mezelf,’ verklaart hij.
Ontsnapping
Hem ontgaat de parallel niet tussen de nieuwspraak in 1984 en het eufemistische taalgebruik van het Kremlin. Dat noemt het offensief een ‘speciale operatie’, en in verklaringen over de oorlog ontmenselijkt het zijn tegenstanders door ze ‘geëlimineerden’ en ‘onderdrukten’ te noemen. ‘Ze proberen de betekenis van woorden te vervangen en dat lukt ze, omdat mensen niet bijster goed zijn opgeleid,’ zegt Varlaam. De jongeman leest nu de The Witcher-serie van Andrzej Sapkowskien moet aan Oekraïne denken tijdens de passages waarin de Poolse schrijver op grove wijze verhaalt over de verschrikkingen en het kwaad dat zijn koningen in hun oorlogen aanrichtten.
Als 1984 het boek is waarin Russen naar een antwoord zoeken op autoritair gedrag, dan biedt het zelfhulpboek Teder met jezelf een uitweg voor duizenden anderen die willen ontsnappen aan de werkelijkheid. ‘Ik denk dat het heel relevant is in deze tijd, want als de wereld om je heen instort, moet je voor jezelf kunnen zorgen,’ zegt Yevguenia, een jonge vrouw die het boek las. ‘Als individu kun je de internationale politiek helaas niet veranderen, en met een dictator valt niet te discussiëren. Maar je kunt wel je eigen leven verbeteren,’ meent ze.
‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden’
Naast fictie zijn Russen ook geïnteresseerd in persoonlijke verhalen van mensen die de opkomst van het totalitarisme bijna een eeuw geleden hebben meegemaakt. ‘Boeken die vroeger weinig aandacht kregen, zijn nu bestsellers geworden. Zoals Het verhaal van een Duitser van Sebastian Haffner, zegt de mede-eigenaar van Vse Svobodny.
‘Mensen worden aangetrokken door historische parallellen. Als soortgelijke politieke processen plaatsvinden, kunnen we daar dan invloed op uitoefenen? Of juist niet? Waar de geschiedenis zich lijkt te herhalen, kijken mensen naar het verleden voor antwoorden,’ aldus Beliatskaja.
‘Het verhaal dat ik nu ga vertellen, gaat over een merkwaardig duel. Een duel tussen twee ongelijke rivalen: een ongelooflijk machtige en meedogenloze staat en een onbekende, kleine burger’, aldus het voorwoord van Haffner. De journalist wist op het laatste moment naar het Verenigd Koninkrijk te vluchten. Zijn boek, geschreven in 1939, werd pas in 2000 gepubliceerd, een jaar na zijn dood.
De roman overleefde de ijzeren censuur van de autoriteiten, wat zeker niet voor alle boeken geldt. Het boek Alles is f*cked: een boek over hoop van Mark Manson is op een van de bladzijden verminkt: anderhalve alinea waarin nazi-Duitsland wordt vergeleken met de USSR is zwart gemaakt. Een voetnoot verklaart dat ‘dit gedeelte is verwijderd in overeenstemming met de wet op de bestendiging van de overwinning van het Sovjetvolk in de Grote Patriottische Oorlog’.
De censuur reikt nog verder. ‘De wet tegen lhbti-publicaties had een Streisand-effect [een verbod dat een tegenovergesteld effect heeft],’ aldus Beliatskaja, Ze wijst erop dat de verkoop in winkels is gestegen: ‘Wat verboden is, wordt juist interessanter’.
Aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen
Bij boekhandel Porjadok Slov [Syntaxis] hangt een bord op de deur dat minderjarigen de toegang verbiedt. Niets wijst erop dat je hier inhoud speciaal voor volwassenen vindt – niets is anders dan in een openbare bibliotheek. Maar aan het einde van een van de schappen kom je ineens de zogenaamd gevaarlijke inhoud tegen. Het gaat om verschillende boeken over het recente Rusland van journalist Michail Zygar, die vorig jaar tot ‘buitenlands agent’ werd verklaard. Een nieuwe wet verplicht auteurs die op de zwarte lijst staan niet alleen om zich als zodanig te identificeren op alle sociale netwerken, maar vanaf nu zijn ze ook verplicht om een groot ‘18+’-teken op het omslag van al hun boeken te zetten. ‘Ze verkopen erg goed,’ zeggen ze in een van de boekhandels die nog steeds de werken van ‘buitenlandse agenten’ durven te verspreiden.
In de boekhandels aan de glamoureuze Nevski Prospekt is nauwelijks iets van deze vogelvrije auteurs te vinden. Daar staan kalenders met een Sovjetthema en boeken over Poetin, Stalin en de Oekraïense oorlog vanuit een ultrapatriottisch standpunt. De Terugkeer van Novorrosija, is zo’n titel, met een uitvergrote ‘Z’ op het omslag, als steun voor het offensief. DenaZificatie van Oekraïne is een ander boek met ook al een grote ‘Z’ op de voorpagina. En vlakbij, op een andere plank, ligt een verzameling teksten van Nobelprijswinnaar Aleksandr Solzjenitsyn. Met Oekraïne zal het extreem pijnlijk zijn is de titel, een rechtstreeks citaat uit een fragment van DeGoelag Archipel, waarin de schrijver betoogt dat een deel van Oekraïne weliswaar misschien pro-Russisch is, maar dat Oekraïne zijn eigen lot moet bepalen zonder inmenging van Moskou.
Solzjenitsyn, die vóór zijn dood steun uitsprak voor Poetin, is in het Rusland van vandaag nog prominent aanwezig. Deze week nog deed een afgevaardigde van de Doema een oproep om De Goelag Archipel uit scholen te verwijderen omdat het volgens hem ‘de tand des tijds niet heeft doorstaan en niet overeenstemt met de werkelijkheid’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.