Onderwerpen: Genocide

  • Journalisten in de VS moeten op eieren lopen als ze schrijven over Palestina

    Journalisten in de VS moeten op eieren lopen als ze schrijven over Palestina

    Het lukte Ismail Ibrahim als enige Arabier bij een Amerikaans tijdschrift niet om ‘bezette’ toe te voegen aan ‘Westelijke Jordaanoever’, en om over ‘de Nakba’ te schrijven in plaats van ‘de Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog’.

    Ik werkte als factchecker bij een tijdschrift en mijn ouders zagen mij niet langer als een mislukkeling. Ik was dan wel geen arts of ingenieur, maar het blad zette hen in een gunstig licht; het toonde aan dat ze ruimdenkend genoeg waren om me een niet-traditioneel vakgebied te gunnen, maar tevens streng genoeg om nog steeds het allerhoogste van me te verlangen. Bijna twee jaar lang verliep alles voorspoedig. Ik was verzekerd en verdiende meer geld dan ooit. Op mijn werk checkte ik veel achterflappen van boeken, wat vaak filmbezoek en het lezen van romans onder werktijd met zich meebracht.

    Antiamerikanisme

    Factchecken bevordert het soort neuroses dat mij soms onuitstaanbaar maakt voor vrienden en familie. Op het werk kon ik onbezorgd zeggen dat ik de tiende symfonie van Mahler beter vond dan zijn negende, of een opmerking maken over de fascistoïde trekjes van het monument in Brooklyn ter herdenking van de Burgeroorlog. Toch wist ik wel dat bepaalde zaken niet als excentriek gedrag konden worden afgedaan, dus deed ik alsof mijn antiamerikanisme ironisch was bedoeld en te wijten aan te veel lectuur over ‘kritische theorie’ op de universiteit.

    De politieke opvattingen van het tijdschrift waarvoor ik werkte, waren wat in de Verenigde Staten doorgaat voor centrumlinks. Het heersende principe was dat politiegeweld, staatsgrepen door de CIA, martelingen in geheime gevangenissen en institutionele vrouwenhaat afwijkingen waren van de Amerikaanse norm, die uiteindelijk zouden worden gecorrigeerd wanneer de lange boog van het morele universum daaraan toe zou zijn.

    Ik sloot mezelf af voor dit soort domheid door nieuwsberichten rigoureus te vermijden, hoewel ik wist dat op een dag een aantal moslims die het Westen haatten een aantal westerlingen zou vermoorden. Ik moest op mijn tong bijten en artikelen checken die suggereerden, maar nooit ronduit stelden, dat Arabieren neigden naar bloeddorstigheid. Ik haatte het Westen ook. Ik haatte het dat westerlingen in restaurants altijd de rekening wilden splitsen, dat ze nooit voldoende verantwoordelijkheid namen voor bijvoorbeeld de uitvinding van het fascisme en kernwapens, of voor het veroorzaken van de Bengaalse hongersnood.

    MO Olijfboom compressed edited scaled
    Palestijnen zetten hun olijvenoogst voort onder de dreiging van aanvallen door zowel Israëlische troepen als kolonisten, op de velden van Hirbet Abu Fellah bij Ramallah, Westelijke Jordaanoever. – © Getty Images

    Mijn haat bracht me in een lastige positie. Ik kon niet ‘naar huis’, omdat ik geen ‘thuis’ had om naar terug te keren. Egypte, waar mijn familie woonde, ging gebukt onder hoge inflatie en een militaire dictatuur, terwijl in de Emiraten, waar ik was opgegroeid, contractslavernij aan de orde van de dag was. Bovendien wilde ik schrijver worden, en schrijvers woonden in New York.

    De aanslag vond plaats op een zaterdag, toen ik thuis een neutrale recensie probeerde te schrijven van een slechte roman. Terwijl het nieuws zich ontvouwde – deltavliegers, kalasjnikovs, een muziekfestival – liet ik mijn recensie voor wat die was en zat ik de rest van de dag op internet. Ik was er in realtime getuige van hoe de consensus zich vormde: de ochtend erna leek iedereen het er al over eens te zijn dat de gebeurtenissen van de dag ervoor uitsluitend konden worden geïnterpreteerd als zinloze barbarij of misschien een Iraans complot, maar absoluut niet als een begrijpelijke uiting van woede van een volk dat door de wereld aan zijn lot was overgelaten. Ik bleef laat op om een aantal van mijn gedachten op te schrijven, die vervolgens door een kleiner, linkser tijdschrift werden gepubliceerd. Mijn eigen overtuigingen verrasten me en ik was bezorgd dat ik misschien wel een einde had gemaakt aan wat ik was gaan beschouwen als ‘mijn carrière’.

    Toen ik op mijn werk kwam, hield ik mijn koptelefoon op en trok mijn capuchon over mijn hoofd, zodat niemand met me zou praten. Dat bleek niet nodig; iedereen leek me te willen ontwijken. Er vielen al bommen op Palestina en het aantal doden liep met de dag op. Het enige waaraan ik kon denken was hoe Arabieren en moslims in deze en de vorige eeuw waren genaaid, en hoe weinig men daar om gaf. Overal in de VS werden Israël-kritische evenementen afgelast. Mensen werden ontslagen omdat ze opriepen tot een staakt-het-vuren of solidariteit met Palestina. Ik dacht dat ik misschien een van hen zou worden.

    Goedkeuring

    De hoofdredacteur kwam naar me toe. Mijn collega’s zeiden altijd dat hij ‘een goeie vent’ was. Ze wisten dat hij hun carrière kon maken of breken, en smachtten naar zijn goedkeuring. Als hij mensen ontsloeg, moest de rest van ons weten dat hij dat heel moeilijk vond. Hij onthield de namen van de kinderen van zijn werknemers en dronk goedkope prosecco met ons als er een prijs of promotie te vieren viel. Toen hij ging zitten brak het zweet me uit, bang dat ik ontslagen zou worden, hoewel het vreemd zou zijn geweest als hij dat daar, in het bijzijn van al mijn collega’s, zou doen in plaats van me naar zijn kantoor te roepen. ‘Ish,’ zei hij (een bijnaam die ik al op jonge leeftijd had aangenomen, toen duidelijk werd dat Engelstaligen mijn naam niet konden uitspreken). Zijn toon was somber. ‘Hoe gaat het met je?’ ‘Nou, niet zo goed.’

    ‘Het is zo triest,’ zei hij. ‘De vreugde die deze mensen voelen bij het moorden.’ Hij keek naar beneden en schudde zijn hoofd. ‘Je familie, is die veilig?’ Toen begreep ik dat hij me niet kwam berispen, maar dat hij op zoek was naar een gemeenschappelijke basis met mij, de enige Arabier op de redactie van het tijdschrift.

    ‘Ze zijn in Caïro,’ zei ik, ‘ver weg van de bomaanslagen. Maar we zullen zien hoe de situatie zich de komende maanden ontwikkelt.’

    ‘Het is zo triest. Ik begrijp het niet. Wat bezielde Hamas?’ Ik begreep niet waarom hij dit vroeg. Het leek me duidelijk dat ‘openluchtgevangenis’ geen metafoor was. ‘Ik weet het niet,’ zei ik. ‘Misschien dat ze liever staand sterven dan knielend leven?’

    Hij staarde me geschokt aan. ‘Nou ja, niet dat ik het ermee eens ben,’ stamelde ik. ‘Ik zeg niet dat het goed is, ik wil alleen maar…’

    ‘Misschien dat ze liever staand sterven dan knielend leven?’

    ‘Dat is momenteel heel moeilijk voor mij om aan te horen,’ zei hij. Hij stond op en liep weg. Later die week vloog hij naar Israël om een verhaal te schrijven over de begrafenissen en de rouw in de kibboetsen. Op de een of andere manier werd ik niet ontslagen. Ik stopte met het checken van filmrecensies en bracht de daaropvolgende maanden door met het natrekken van het aantal mensen dat in Palestina was omgekomen en op welke manier, waarbij ik mensen belde om te vragen hoe hun familielid precies was gedood. Ik kreeg deze taak omdat geen van de andere checkers Arabisch sprak. Het leek me in de eerste plaats van belang dat de taal die we gebruikten de gruwel van wat er gebeurde weerspiegelde. Maar het lukte me niet de meest elementaire veranderingen door te voeren: van ‘terrorist’ naar ‘militant’; ‘bezette’ toevoegen aan ‘Westelijke Jordaanoever’; van ‘Israëlische Onafhankelijkheidsoorlog’ naar ‘de Nakba’.

    Zo’n vier maanden na het begin van de oorlog in Gaza waren genocidedeskundigen het erover eens dat wat er in Palestina gebeurde genocide was, de misdaad der misdaden, en ik wachtte tot het tijdschrift dat ook zou zeggen. Ik probeerde met de hoofdredacteur te praten over het gebruik van dat woord in onze berichtgeving, maar hij zei dat het ‘volgens hem geen genocide was’. Door het opzichtige ontbreken van het woord in ons tijdschrift vermoedde ik dat hij het gebruik ervan aan de redacteuren had verboden.

    Op zeker moment kreeg ik de opdracht een artikel te schrijven over de moorden en landroof die sinds 7 oktober 2023 straffeloos plaatsvonden op de Westelijke Jordaanoever. Het stuk ging vooral over een nederzetting waar een man die op een dag olijven was gaan plukken op zijn land was neergeschoten door een soldaat buiten dienst.

    Mea Culpa

    Hoewel deze gebeurtenis was gefilmd, is een factchecker verplicht commentaar te vragen aan partijen die van een misdaad worden beschuldigd. Ik belde de advocaat van de soldaat, die me vertelde dat zijn cliënt weliswaar had geschoten en het slachtoffer weliswaar was overleden, maar dat de Israëlische militaire rechtbank zijn cliënt niet schuldig had bevonden aan moord, omdat de man een stenen gooiende terrorist was geweest. Dat was op de video niet te zien geweest, maar de rechtbank zei dat hij het wel had gedaan, en dus was het zo. Zijn cliënt had niemand vermoord, dat was bewezen, en het zou laster zijn als wij dat zouden beweren.

    Toen ik die dag van mijn werk kwam, kon ik alleen maar de afgelopen weken in mijn hoofd herbeleven. Ik dacht aan de traumatische reconstructies waaraan ik mijn bronnen had onderworpen, zonder dat het iets had uitgehaald. Ineens kwam het in me op: ik kon ook stoppen. Op elk moment kon ik gewoon vertrekken. Ik wist dat als ik op deze weg zou doorgaan – het tot in het kleinste detail in kaart brengen van de vernietiging van een volk zonder iets te doen om dat te stoppen – de feiten voor mij hun waarde zouden verliezen. Ik wist dat jaren – of misschien decennia – later, wanneer de helft van Gaza nog steeds in puin lag en de andere helft uit Israëlische wolkenkrabbers zou bestaan, het tijdschrift een mea culpa zou aanbieden. Ik vroeg me af hoe ik mijn geld moest verdienen nadat ik was vertrokken, maar het duizelde me bij de gedachte dat ik niet meer terug zou hoeven naar dat kantoor. Ik zou mijn overtuigingen niet langer reflexmatig hoeven te nuanceren of stilzwijgend op aangename toon geuite weerzinwekkende dingen hoeven aan te horen. Ik voelde me bevrijd.

  • Michael Walzer: ‘Er is nog nooit oorlog gevoerd tegen een ondergrondse stad’

    Michael Walzer: ‘Er is nog nooit oorlog gevoerd tegen een ondergrondse stad’

    Moraaltheoreticus Michael Walzer verdiept zich sinds jaar en dag in de beweegredenen om een oorlog te voren. En ja, soms zijn die, volgens hem, te rechtvaardigen.

    ZEITmagazin: Professor Walzer, voert Israël een rechtvaardige oorlog tegen Hamas?

    Michael Walzer: Ja. Maar de hoofdzaak is het verschil tussen ius ad bellum, de juiste beweegredenen om oorlog te voeren, en ius in bello, het juiste gedrag in een oorlog. Het bloedbad op 7 oktober was voldoende reden om oorlog te voeren; Israël heeft het recht om zichzelf te verdedigen. Maar er is veel ruimte voor kritiek over hoe Israël deze oorlog voert.

    Wat kenmerkt een rechtvaardige oorlog?

    Dat kan ik het beste uitleggen met een voorbeeld uit het dagelijks leven. Als ik op straat word aangevallen, heb ik het recht om mijzelf te verdedigen. Ook iemand die mij te hulp schiet handelt rechtvaardig. Dit zijn de twee fundamentele principes: zelfverdediging en de verdediging van anderen. Een derde geval van rechtvaardige oorlog is een interventie om massamoord te voorkomen, zoals toen de Vietnamezen een einde maakten aan het schrikbewind van de Rode Khmer in Cambodja. Of dat het Westen had moeten ingrijpen in Rwanda, maar niets deed.

    Hoe kijkt u naar de grootschalige Iraanse aanval op Israël [in april 2024]?

    Ik vond de Israëlische aanval op het Iraanse consulaat in Damascus een roekeloze escalatie, hoewel hij niet opweegt tegen de aanval op de Israëlische ambassade in Argentinië in 1992, die nu officieel aan Iran is toegeschreven door het Argentijnse gerechtshof. De Iraanse reactie was een nog grotere escalatie. Hoe onbezonnen dit was, hangt ervan af of Iran verwachtte dat een aantal raketten door de verdediging heen zou komen om dood en verderf te zaaien, of op de een of andere manier wist dat dat niet zou gebeuren.

    Wat denkt u dat de inschatting was van het regime?

    Ik neem aan dat eerste, wat Israël weer reden geeft om terug te slaan als je gelooft in vergeldingsaanvallen. Dat geldt voor mij niet, dus ik hoop dat Israël een indrukwekkende verdedigingsoverwinning incasseert en dank uitspreekt voor de multinationale coalitie die dit mogelijk heeft gemaakt. Ik hoop, tegen beter weten in, dat deze verschrikkelijke Israëlische overheid haar kans grijpt om met deze coalitie samen te werken en een politieke overwinning tegen Hamas af te dwingen, aangezien een militaire overwinning een onaanvaardbaar aantal mensenlevens zal kosten – als die al mogelijk is. [In juni jl. reageerde Israël met een grootschalige aanval op Iraanse nucleaire en militaire doelen.]

    een militaire overwinning zal een onaanvaardbaar aantal mensenlevens kosten – als het al mogelijk is

    In uw onderzoek heeft u gekeken naar hoe er de afgelopen drieduizend jaar oorlog is gevoerd. Wat is er zo uniek aan de Israëlische oorlog tegen Hamas?

    Er is nog nooit oorlog gevoerd tegen een ondergrondse stad. Weinig mensen hebben het hierover. De Vietcong had ook een tunnelsysteem, maar vergeleken met Hamas was dat primitief. De Amerikaanse soldaten, toen ook wel tunnelratten genoemd, moesten klein en dun zijn zodat ze in de gangen pasten. Met de tunnels van Hamas is dat niet nodig. Hamas heeft een technisch wonder gebouwd: meer dan 700 kilometer aan tunnels van drie verdiepingen, in zo’n klein gebied. De Israëliërs waren overrompeld. Het feit dat ze verwoestende bommen van twee ton per stuk op Gaza hebben gegooid, hangt hiermee samen; ze wilden de tunnels raken. Maar dat is nog nauwelijks gelukt. Het netwerk ligt te diep onder de grond. In dit opzicht is de oorlog bijna experimenteel.

    De Gazastrook is ook aan alle kanten afgesloten en er is geen uitweg voor de burgerbevolking.

    De Joodse filosoof Maimonides schreef in de middeleeuwen dat een stad slechts van drie kanten belegerd mag worden: de vierde zijde moet open blijven zodat burgers kunnen vluchten en noodhulp binnen kan komen. In feite betekent dat dat een strijdmacht een stad niet volledig mag omsingelen. Gaza hééft geen vierde, open zijde: aan drie kanten wordt het gebied gecontroleerd door Israël, aan de vierde kant weigert Egypte grootschalige tentenkampen in de Sinaï uit vrees dat Israël de ontheemde mensen niet meer laat terugkeren. Daar komt bij dat een belegering zoals die aan het begin van de oorlog om nog een reden niet kon werken. Door de eeuwen heen hebben legers geprobeerd hun vijanden uit te hongeren om zo van hun leiders een capitulatie af te dwingen, maar Hamas lijkt bereid zijn eigen bevolking zeer zwaar te laten lijden. Juist daarom is deze belegeringsstrategie van Israël op politiek, strategisch en moreel vlak een fout.

    De secretaris-generaal van de Verenigde Naties heeft Israël er onlangs van beschuldigd dat het ‘honger als oorlogswapen’ gebruikt. De humanitaire situatie in Gaza is verschrikkelijk. Wat denkt u daarover?

    Toen Israël deze oorlog verklaarde, was er geen plan om de burgerbevolking te verzorgen. Gezaghebbers dachten waarschijnlijk dat Hamas of humanitaire organisaties dat zouden doen. Voor veel Israëliërs speelde het na de aanval op 7 oktober simpelweg geen rol. Maar humanitaire organisaties zijn afhankelijk van hulpmiddelen die de grens overkomen en de Israëliërs zijn terughoudend om bezorgingen door te laten. Bepaalde leden van het extreemrechtse kamp wilden de bezorgingen zelfs actief stopzetten. Het is geen nieuws dat deze regering incompetent en immoreel is, maar binnen het leger hadden ze moeten weten hoe schadelijk zo’n aanpak zou zijn voor het imago van het land. Nu krijgt Israël de schuld van de humanitaire situatie en tot op zekere hoogte zijn ze inderdaad verantwoordelijk.

    Het is geen nieuws dat deze regering incompetent en immoreel is

    De zware bombardementen op de Gazastrook worden vergeleken met die op Dresden, Aleppo en Grozny. Is dat terecht?

    In Dresden was het doel van de geallieerden om een vuurstorm te creëren waarin zo veel mogelijk mensen omkwamen. Er waren nauwelijks nog relevante militaire doelwitten. In Hamburg en Keulen bombardeerden de Britten woongebieden om burgers dakloos te maken. De Israëliërs zijn niet altijd even voorzichtig geweest in de weken na 7 oktober en hebben de criteria voor aanvaardbare nevenschade versoepeld in vergelijking tot eerdere conflicten, waarbij het doel was om het aantal burgerslachtoffers te minimaliseren. Maar het is niet hun doel om burgers te doden. Anders was het dodental nog hoger geweest.

    Winston Churchill rechtvaardigde het bombarderen van Duitse steden met het principe van de ‘absolute noodsituatie’, een existentiële bedreiging voor eigen land. Bestaat er in de huidige situatie een existentiële dreiging voor Israël?

    De oorlog is voor Israël van existentieel belang, maar er was geen concrete dreiging van genocide tegen de Israëlische bevolking. Deze oorlog is in zoverre existentieel dat als Israël er niet in slaagt zijn grenzen te bewaken en toekomstige aanvallen te voorkomen, veel burgers waarschijnlijk het land zullen verlaten. Maar op dit moment is er geen absolute noodsituatie. Daarom is het land gebonden aan dezelfde standaarden waar ze zich in eerdere conflicten aan hebben gehouden.

    Welk effect zal de oorlog hebben op het Palestijnse collectieve bewustzijn?

    Als Hamas op de een of andere manier wordt verslagen en Gaza onder het gezag komt van een multinationale autoriteit, kan ik mij voorstellen dat de Palestijnen die kans grijpen om te proberen een vorm van veiligheid en zelfbeschikking te bewerkstelligen. Als dat niet lukt en Hamas de oorlog overleeft, zullen de Palestijnen radicaliseren, en daarmee de Israëliërs. Dit is het effect dat oorlog op mensen uitoefent als de uitkomst onzeker is. Ook hier dient Duitsland als een goed voorbeeld; de bombardementen op Hamburg, Keulen en Dresden en de overwinning van de geallieerden hebben geen nieuwe nazi’s gecreëerd.

    Als Hamas de oorlog overleeft, zullen de Palestijnen en de Israëliërs radicaliseren

    De druk om de oorlog te beëindigen ligt bijna uitsluitend op Israël. Waarom vraagt bijna niemand aan Hamas om de wapens neer te leggen?

    Deze vraag krijg ik vaak van Amerikaanse Joden. Niemand oefent druk uit op Hamas omdat het duidelijk is dat het lijden van hun bevolking ze niets kan schelen.

    Wat zou de prioriteit van Israël moeten zijn vanuit moreel perspectief ? Hamas verslaan? De gijzelaars redden? Of de Palestijnse burgers beschermen?

    Het bevrijden van de gijzelaars kan zelfs samengaan met het verbeteren van de humanitaire situatie in Gaza als gevolg van vredesonderhandelingen. Netanyahu’s aanpak is een paradox: op deze manier oorlog voeren en de gijzelaars willen bevrijden. Mijn vrienden in Israël zeggen dat het redden van de gijzelaars topprioriteit moet hebben omdat het van groter belang is voor de toekomst van het land en de solidariteit onder de bevolking dan het uitroeien van Hamas. Als Hamas de oorlog overleeft, zullen de Palestijnen en de Israëliërs radicaliseren

    Wie zijn uw vrienden in Israël?

    Mijn vrouw Judy en ik zijn zo’n veertig à vijftig keer naar Israël geweest; we hebben daar meer vrienden dan in Princeton, waar we hebben gestudeerd. Mijn vrienden zijn linkse zionisten, voornamelijk van mijn generatie: professoren en intellectuelen die de vredesbeweging steunen.

    Netanyahu’s aanpak is een paradox: op deze manier oorlog voeren en de gijzelaars willen bevrijden

    Het Israëlische leger heeft bewijs geleverd dat meerdere werknemers van UNWRA, de noodhulpdienst van de VN in de Palestijnse gebieden, betrokken waren bij het bloedbad op 7 oktober. Bent u hierdoor van gedachten veranderd wat betreft het werk van humanitaire organisaties in Gaza?

    Ja, maar niet zoals je zou verwachten. Ik was heel lang erg kritisch op UNWRA; ik zag het als een organisatie die een eind aan het conflict in de weg stond omdat ze de vluchtelingenstatus van Palestijnen willen behouden. Door een terugkeer naar het oude Palestijnse thuisland te bevorderen, weerhoudt UNRWA mensen ervan zich in andere landen te vestigen. Ik ben er altijd een voorstander van geweest dat de VS financiële steun aan UNRWA stopzetten. Vandaag de dag vind ik dat de organisatie daadwerkelijk in staat is om nuttige humanitaire hulp te bieden. In deze crisis zou het verkeerd zijn om deze organisatie te delegitimeren en de steun stop te zetten. Tegelijkertijd moet men erkennen dat UNRWA niet al die jaren in Gaza had kunnen bestaan zonder met Hamas samen te werken.

    Waarom is er zo veel internationale aandacht voor deze oorlog? Men heeft het nauwelijks over de verschrikkelijke conflicten en tienduizenden doden in Soedan, Oost-Congo of, tot een paar maanden geleden, in Ethiopië.

    (Na een korte stilte) Het heeft te maken met het bijbelse gedachtegoed dat joden, christenen en moslims delen. Het heeft iets te maken met Jeruzalem als centrum van drie religies. En het gaat om de historische status van joden in de wereld.

    Wat betekent dat, de historische status van joden in de wereld?

    (Lacht) dat weet ik ook niet. Men is er gewoon door geïntrigeerd.

    Doelt u op antisemitisme?

    Deels. Maar ook het soort filosemitisme dat wordt gekoesterd door, bijvoorbeeld, de rechtse evangelicals hier in de VS. Zij geloven dat in het einde der tijden de laatste veldslagen tussen goed en kwaad in Israël zullen plaatsvinden. Dat is niet het soort liefde dat wij joden nodig hebben. Maar het is waar; in Israël kijkt iedereen mee, de hele wereld. Zo vermoordde de overheid in Sri Lanka jarenlang tienduizenden Tamils. Niemand kon het iets schelen of deed er wat aan. Niemand eiste een staakt-het-vuren.

    KEANE VS. FERGUSON

    In de podcast In Our Time van BBC praten politicoloog John Keane en histroicus Niall Ferguson over de vraag of er zoiets bestaat als een rechtvaardige oorlog of dat dit vooral een mooie term is om geweld goed te praten. Keane beschrijft de pacifistische wortels van de christelijke just-war-traditie: vroege christenen weigerden te vechten, maar na de val van Rome probeerde Augustinus in De civitate Dei duidelijk te maken wanneer christenen toch naar de wapens mogen grijpen. Keane benadrukt dat deze leer niet bedoeld is om oorlog te verheerlijken, maar juist om geweld moreel te begrenzen. Pacifisme vindt hij in veel situaties zelf-contradictorisch: weigering van geweld kan brute regimes juist in de kaart spelen. Ferguson is veel sceptischer. In de praktijk claimt elke oorlogvoerende partij het recht aan haar kant te hebben, zegt hij, en zijn degenen die sterven zelden degenen die de oorlog ontketenen. Een rechtvaardige oorlog is voor hem bijna een innerlijke tegenspraak. Hij wijst op de Eerste Wereldoorlog, waar alle staten morele rechtvaardigingen opvoeren, en op de paradox van de Tweede Wereldoorlog: een oorlog tegen een evident kwaad, maar gewonnen in bondgenootschap met het stalinistische regime en mogelijk gemaakt door het uitbreken van de oorlog zelf.
    Keane ziet in de heropleving van internationaal humanitair recht een voorzichtige hoop; Ferguson waarschuwt dat ‘rechtvaardigheid’ in oorlog telkens opnieuw door de overwinnaars wordt ingevuld.

    U zei ooit dat de eerste ‘rechtvaardige oorlog’ die u ooit meemaakte, de Tweede Wereldoorlog was. Die maakte u als kind mee in New York. Wat kunt u zich daarvan herinneren?

    In de jaren veertig was er een links dagblad in New York genaamd PM. Mijn ouders kochten het iedere dag en ik las het als kind. Het had een goede oorlogsreportage; ik vond de kaarten waarop je de voortgang in Europa kon zien heel mooi. Ik had zelfs een eigen schriftje waarin ik verslag deed van de oorlog, net als in PM. De laatste zin was melodramatisch: ‘Rusland vecht niet voor de verovering, maar om voor eens en altijd een eind te maken aan de verovering.’ (lacht)

    Vertelden uw ouders u over de holocaust?

    Ze probeerden dat gedeelte van de oorlog toen voor me te verbergen. We hadden familie in Litouwen waar we contact mee waren verloren, dat is alles wat ik wist. Ik raakte geobsedeerd met de oorlog. Als kind dacht ik al dat de Amerikanen alle rechtvaardiging hadden om deze te voeren. Als ik terugkijk denk ik dat de Tweede Wereldoorlog mijn eerste inenting was tegen pacifisme. Daarna kon ik simpelweg geen pacifist meer zijn.

    U schreef onlangs in een essay dat terreur geen legitieme vorm van verzet is. Maar de vereniging voor boycotts, desinvestering en sancties (BDS) wordt vaak als antisemitisch gezien, net als veel anti-Israëlprotesten. Welke mogelijkheden hebben Palestijnen dan nog voor verzet tegen de Israëlische bezetting?

    Er zijn altijd mogelijkheden. Het is bekend dat er binnen het Ierse verzetsleger en het Nationaal Bevrijdingsfront in Algerije interne ruzies waren over of terreur het juiste middel was. Er zijn ook Palestijnse activisten die vasthouden aan het principe van geweldloos verzet. Zo was de eerste intifada voornamelijk geweldloos en effectief, op wat steenworpen na. Er bestaan opties zoals algemene stakingen en grootschalige burgerlijke ongehoorzaamheid, maar ook politieke verkiezingen – in Israël ten minste. Een verenigde pro-Arabische beweging met twintig zetels in de Knesset die een Palestijnse staat steunt, dat zou een belangrijke toevoeging zijn voor politieke verandering.

    Het soort filosemitisme van de rechtse evangelicals hier in de VS is niet het soort liefde dat wij joden nodig hebben

    Hoe is oorlog centraal komen te staan in uw professionele leven?

    In 1967 gaf ik door de hele VS toespraken tegen de Vietnamoorlog. Toen voerde Israël plotseling een preventieve aanval uit tegen Egypte en won het land de Zesdaagse Oorlog. Ik steunde het offensief en mensen beschuldigden me van hypocrisie. Om mijzelf te verdedigen begon ik over rechtvaardigde en onrechtvaardigde oorlogen. Dit vraagstuk is me bijgebleven, dus heb ik me in de vijf jaar daarna ingelezen over militaire geschiedenis en katholieke oorlogsethiek en heb ik gesprekken gevoerd met veteranen. Het resultaat was het boek Rechtvaardige en onrechtvaardige oorlogen.

    Luisterde u tijdens deze periode naar de muziek van Bob Dylan, of was zijn vredesboodschap u te naïef ?

    Ik luisterde naar de muziek, niet naar de tekst. Hij was tenslotte geen theoreticus!

    Kunt u Israël net zo kritisch benaderen als andere landen? Of maakt uw persoonlijke band met het land dat onmogelijk?

    Daar word ik zeker zo nu en dan van beschuldigd. Ik heb misschien ook de neiging gevoeld om kritisch te zijn op Israël-critici, deels omdat ze de boel vaak overdrijven. Maar zelf heb ik altijd geprobeerd kritisch te blijven op Israël.

    Welk effect heeft de oorlog tegen Hamas op de toch al gespannen band tussen Amerikaanse Joden en Israël?

    Zoals te verwachten keert de oorlog veel jonge linkse Joden tegen Israël. Veel oudere mensen reageren hierop door het, al dan niet met tegenzin, voor Israël op te nemen. Ik geef bij mijn synagoge een cursus over oorlog en politiek. Gisteravond hadden we het over de situatie in Israël. Er waren vijfentwintig à dertig mensen, overtuigde zionisten die in de staat Israël geloven. Ik verwachtte blindelings vertrouwen, maar er waren nauwelijks mensen die Israël onvoorwaardelijk wilden steunen. Mensen vormen hun eigen mening.

  • Hoe schrijf je als journalist over Soedan? ‘Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse’

    Hoe schrijf je als journalist over Soedan? ‘Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse’

    Schrijver Yassmin Abdel-Magied geeft een satirische handleiding voor hoe je als westerse media-outlet de oorlog in Soedan rapporteert.

    Gebruik altijd het woord ‘vergeten’ in je titel. In onderschriften mogen woorden zoals ‘hopeloos,’ ‘agressief,’ ‘crisis’ en ‘conflict’ worden verwerkt. Andere nuttige woorden zijn ‘genegeerd,’ ‘onzichtbaar’ of ‘verwaarloosd.’ Vergeet niet gebruik te maken van passieve zinnen. Vestig niet te veel aandacht op wie er precies negeert en vergeet, maar impliceer alleen dat dit een permanente en onveranderlijke vloek van de staat is.

    Verwerk nooit een afbeelding van de natuurlijke schoonheid van Soedan of Soedanese mensen in je werk. Zorg dat de wanhoop van de pagina’s druipt, langs uitstekende botten, opgeblazen buiken en zwartgeblakerde en gebombardeerde gebouwskeletten. Denk in sepiafoto’s. Als je echt wil choqueren, gebruik dan een close-up van de ogen van een vrouw die recht in de camera kijkt, met haar hele gezicht gewikkeld in kleurrijke stof en een air van opstandigheid en beschuldiging in haar blik. Een vlieg die als een moedervlek op de huid zit is goed. Het doel van elke afbeelding is om medelijden of schuldgevoel op te wekken.

    Behandel Soedan in je artikel, in je opiniestuk, in je verhaal bekroond met een Pullitzerprijs, alsof het een homogene plek is. Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit. Spreek van ‘het land’, fluister ontzagvol over de afmetingen van de woestijn en beklaag je over de ruwe omstandigheden. Refereer meer naar geografie dan steden; noem ‘De Sahel’, ‘De Sahara’, ‘De Hoorn,’ en ‘De Rode zee’ in plaats van ‘Atbarah,’ ‘El Obeid,’ ‘Nyala’ of ‘Sennar’. Omschrijf Soedan door gebruik te maken van andere landen die mensen kennen, maar niet begrijpen. Noem het ‘het nieuwe Somalië,’ ‘het nieuwe Syrië,’ ‘het nieuwe Libië,’ ‘het nieuwe Jemen.’ Maak je niet te druk om het feit dat deze beschrijvingen nergens op slaan. Concentreer je op de ongrijpbaarheid, het massale leed, het gevoel. Leed is een taal die mensen in jouw wereld kunnen begrijpen, maar vergeet niet duidelijk te maken dat dit het soort catastrofe is dat alleen in ‘deze regio’ voorkomt, oftewel een situatie die zo ‘deplorabel’ en ‘onmenselijk’ is, dat het met geen mogelijkheid ‘hier’ kan gebeuren, waar je westerse publiek zich ook mag bevinden.

    Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit

    Beschrijf wat er aan de hand is als een ‘burgeroorlog.’ De lezers zullen zich het meest op hun gemak voelen als ze de indruk hebben dat de Soedanezen elkaar als onbedachtzame woestelingen afmaken, in plaats van om gebruikelijke redenen zoals het vergaren van territorium en middelen, of om politieke en economische macht. Als je ‘genocide’ ter sprake brengt, laat dan doorschemeren dat de achterliggende reden ‘stamconflict’, ‘rivaliteit,’ of nog beter, ‘haat’ is. Benadruk het gebrek aan denken (aan hun kant, niet de jouwe). Je kunt ervoor kiezen om het te beschrijven als een ‘proxy’-oorlog, waarmee je kennis van de geopolitieke gevolgen van de situatie suggereert. Weersta de drang om dieper in te gaan op specifieke details, die vindt de lezer irrelevant en saai. Vermijd gebruik van de meest accurate verwoording ‘contrarevolutionaire’ oorlog. Het bevat te veel lettergrepen en doet denken aan de Soedanese burgers die bijna dertig jaar geleden met een machtige en geweldloze verzetsbeweging een dictator van de troon stootten. Benoem de revolutie nooit. Je lezers kunnen het zich niet voorstellen om te leren over gemeenschapsvorming, wederzijdse hulp en rechtvaardigheid door mensen als de Soedanezen. De enige kennis van Afrikanen die ze accepteren moet bedekt zijn met stof, verhuld door hekserij en vervuld van aardklopperij of het eten van ingewanden.

    Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan, laptops en elke vorm van technologie die nieuw voelt (zoals een Apple watch), delen van het land waar geen sprake is van direct conflict en waar het leven onverstoord is doorgegaan, humor. Verfijnde kunst en cultuur.

    Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan… humor

    Vertel over Soedan als een plek zonder geschiedenis en zonder toekomst. Negeer de oude Nubische piramides in Nuri, Djebel Barkal, el-Kurru en Meroë, maar als je ze wel noemt, vergeet ze niet als ‘vergeten’ te beschrijven. Zorg, om je publiek niet te verwarren, dat je alle ‘beschaving’ die Soedan onverwacht kan bevatten, aan de Egyptenaren toeschrijft. Onthoud dat Soedan de poort is naar het ‘echte’ Afrika, en met ‘echt,’ bedoel je ‘Zwart’. Vergeet niet om Noord-Amerikaanse begrippen van rassenhiërarchie hierheen te transponeren. Jij beschikt over superieure kennis. 

    Herinner lezers er aan het begin aan dat dit de ergste humanitaire crisis ter wereld is en benoem dit als een natuurlijk gegeven in plaats van het resultaat van een serie keuzes gemaakt door leiders en instellingen die je lezers een warm hart toedragen. Benadruk de ernst van de crisis maar vermijd getuigenissen van de Soedanezen zelf. Gebruik data die verzameld is door organisaties die je lezers geloven en respecteren, zelfs in een ‘post truth’-tijdperk. Instellingen met twee of drie letters zijn het best: de VN, de WFP, AI, IMF, RC, AZG. Besteed de meeste tijd aan het behandelen van basisfeiten maar voeg geen context toe; Zo lijkt het alsof het conflict zonder enige gelegenheid uitbarstte en dat dit gewoon een terugkeer is naar de natuurlijke staat van het Soedanese volk. Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken. Maak Soedan tot Afrika, en Afrika tot Soedan.

    Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse. Zorg dat je brede, algemene uitspraken doet over het kwaad dat alomtegenwoordig is binnen de militaire elite en de strijders die je persoonlijk, virtueel of op sociale media tegenkomt. Benoem de buitenlandse belangen, maar benoem niet specifiek de Amerikaanse dollars, Britse ponden, euro’s, Riyals en Dirhams die medeplichtig zijn. Steun enkel een boycott, maar doe het indirect. Leg de strategie niet uit. Soedan heeft geen strategie nodig, maar aandacht. 

    Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken

    Als je het over de Soedanese bevolking hebt, vraag dan waarom ‘iedereen’ de oorlog in Soedan vergeet. Negeer het feit dat zij zelf aan het pleiten, doneren en van de daken aan het schreeuwen zijn sinds de eerste kogels werden afgevuurd (noem vooral kogels die worden afgevuurd, het liefst tijdens je interview, zelfs als het virtueel wordt afgenomen en je je op duizenden kiliometers afstand bevindt). Ga ervan uit dat deze Soedanees niet genoeg heeft geprobeerd om de wereld over de oorlog te vertellen, een oorlog waarvan jij weet dat hij zo verschrikkelijk erg is en waarover je je trots mag voelen dat jij ‘de wereld’ erover vertelt. Bied tips aan over hoe ze ‘het bekend kunnen maken’, zoals jij hebt gedaan. Jij houdt van Soedan, jij houdt van Afrika; jouw woorden en jouw platform bewijzen hoeveel je erom geeft. Je liberale identiteit is nog steeds vlekkeloos. 

    Wanneer je je steentje hebt bijgedragen, je artikel of je post hebt gepubliceerd, stuur het dan op naar elke Afrikaan die je kent, als blijk van je band met de goede zaak. Wees trots op het feit dat jij niet als andere westerlingen bent; jij geeft hierom. Jij bent niet racistisch. Jij bent anders. Zie je reposts over Soedan als bewijs dat jij niets tegen zwarte mensen hebt. Je hoeft je er niet voor te schamen als je de Soedanese en Palestijnse vlag door elkaar haalt. Besluit ze maar allebei te dragen, zo ben je beschermd tegen kritiek. 

    Als je een prijs wint omdat je werk ‘mensen bewust heeft gemaakt,’ zorg dan dat je je Soedanese ‘partners’ benoemt in je dankwoord. Zij zijn dan wel de journalisten in het gebied zelf, die hun leven op het spel hebben gezet om de informatie te verzamelen, maar dat is niet belangrijk. Jouw platform is belangrijk. Jij bent het kanaal waar het Soedanese nieuws doorheen stroomt. Dit is essentieel werk, en je doet het omdat je erom geeft. Als je de prijs in ontvangst neemt, benoem dan niet dat je Soedanese partners geen visum konden krijgen naar het land waar de ceremonie plaatsvindt. 


    AF Abdel Magied compressed edited
    © Yassmin Abdel-Magied

    Dit stuk is geschreven door Yassmin Abdel-Magied en werd eerder gepubliceerd in Communication, Culture & Critique. De auteur voegde de volgende boodschap aan haar artikel toe:

    We weten niet hoeveel mensen er in Al-Fashir zijn vermoord. Als u wilt doneren om de mensen te helpen die de situatie daar zijn ontvlucht, overweeg dan het Sudan Solidarity Collective.‘

  • Amnesty International: ‘De genocide in Gaza is nog niet voorbij’

    Amnesty International: ‘De genocide in Gaza is nog niet voorbij’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Frankrijk: Macron wil vrijwillige militaire dienst invoeren

    » Skydiver en astrofotograaf beelden samen de val van Icarus uit

    Niets wijst erop dat Israëls intenties zijn veranderd, aldus Amnesty

    De mensenrechtenorganisatie publiceerde donderdag een rapport terwijl ondertussen Israëlische troepen Zuid- en Centraal-Gaza bombardeerden, inclusief gebieden voorbij de Gele Lijn ‘waar ze volgens het akkoord niet zouden mogen ingrijpen’, merkten Al Jazeera-correspondenten ter plaatse op.

    ‘Tot nu toe zijn er geen aanwijzingen dat Israël serieuze stappen zet om de dodelijke gevolgen van zijn misdaden te stoppen, noch dat zijn intenties zijn veranderd’, aldus Agnes Callamard, secretaris-generaal van Amnesty International.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Integendeel, de Israëlische autoriteiten zetten hun meedogenloze beleid voort, beperken de toegang tot vitale humanitaire hulp en essentiële diensten en leggen opzettelijk voorwaarden op die erop gericht zijn de Palestijnen in Gaza fysiek uit te roeien.’ Ze voegde eraan toe dat ‘de wereld zich niet voor de gek moet laten houden’ en dat ‘de Israëlische genocide nog niet voorbij is’.

    Ondertussen voerde het Israëlische leger een nieuwe golf van invallen en arrestaties uit op de bezette Westelijke Jordaanoever. In Jenin schoten Israëlische soldaten twee Palestijnen van 26 en 37 jaar dood toen ze ‘probeerden zich over te geven aan het leger’, blijkt uit videobeelden en ooggetuigenverslagen die ter plaatse zijn verzameld door de Qatarese zender.

  • Wat zij zeggen over de VN-resolutie over Gaza

    Wat zij zeggen over de VN-resolutie over Gaza

    Wat schrijven internationale commentatoren en opiniemakers over de VN-resolutie over Gaza? ‘Het is duidelijk dat de resolutie geen duurzame oplossing vertegenwoordigt, maar eerder een regeling die is opgelegd om het imago van de VS te redden.’

    Sayid Marcos Tenorio – historicus en expert Internationale Betrekkingen

    Middle East Monitor

    ‘Het is duidelijk dat de resolutie geen duurzame oplossing vertegenwoordigt, maar eerder een regeling die is opgelegd om het imago van de VS te redden en Israël te beschermen tegen de verantwoordelijkheden die het volgens het internationaal recht moet dragen. De Veiligheidsraad, zogenaamd de bewaker van de wereldvrede, heeft opnieuw ingestemd met de legitimering van het door het Witte Huis gefabriceerde narratief. Het is al decennialang hetzelfde patroon: wanneer westerse bondgenoten misdaden plegen, trekt de VN zich terug, zwijgt of fungeert als instrument om de koloniale status quo te handhaven.’


    Yara Hawari – codirecteur van pro-Palestijnse denktank Al-Shabaka

    Al-Shabaka

    ‘In plaats van dit moment aan te grijpen om rechtvaardigheid en aansprakelijkheid na te streven en een precedent voor de mensheid te scheppen, heeft de VN – via de Veiligheidsraad – er opnieuw voor gekozen om haar eigen normen en principes te overtreden vanwege de Amerikaanse druk en de bijna volledige wereldwijde eerbied voor Trump. Sterker nog, ze beloont de VS, een medeplichtige aan genocide, met controle over Gaza en het potentieel lucratieve wederopbouwproces, terwijl ze tegelijk het Israëlische regime ontheft van al zijn verantwoordelijkheden als illegale bezettingsmacht.’


    Isaac Herzog – president van Israël

    The Times of Israel

    Ik hoop dat Europa afstand neemt van zijn oude aannames en het beschuldigen van Israël en de Palestijnse leiders en natie duidelijk oproept om te hervormen en om te stoppen met het betalen van terroristen en met het aanmoedigen van de retoriek die terroristen aanmoedigt. Er moet een veel intensievere dialoog komen tussen Israëliërs en Palestijnen. We moeten een hoopvolle toekomst mogelijk maken en ik hoop dat deze resolutie van de Veiligheidsraad, plus de intermenselijke activiteiten en nieuwe initiatieven, tot een positieve uitkomst zullen leiden.’


    Aleš Gaube – journalist

    Dnevnik

    ‘Omdat er geen brede steun is voor enig ander plan om twee staten voor twee volkeren te creëren, is een slechte oplossing met een slecht plan het enige pragmatische alternatief voor een nieuwe Israëlische oorlog in Gaza. Of dit de tand des tijds zal doorstaan ​​en daadwerkelijk zal resulteren in een Palestijnse staat, is zeer de vraag. In Washington is er namelijk niets veranderd als het gaat om dubbele normen ten opzichte van Israël en de Palestijnen. Israël heeft nooit de druk ervaren die herhaaldelijk op de Palestijnen wordt uitgeoefend om hun beleid te veranderen.’

  • Bewerkingstoegang tot pagina Wikipedia over genocide in Gaza tijdelijk geblokkeerd

    Bewerkingstoegang tot pagina Wikipedia over genocide in Gaza tijdelijk geblokkeerd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Filipijnen: ten minste 66 doden door tyfoon Kalmaegi

    » Archeologen ontdekken hoe Moai-beelden op Paaseiland terecht zijn gekomen

    De pagina zou niet neutraal genoeg zijn

    De medeoprichter van Wikipedia, Jimmy Wales, heeft de bewerkingstoegang tot de Wikipediapagina over de genocide in Gaza geblokkeerd. Hij stelt dat de pagina niet voldoet aan de ‘hoge normen’ van het bedrijf en ‘onmiddellijke aandacht vereist’. In de eerste regel van de pagina staat dat ‘de genocide in Gaza een voortdurende, opzettelijke en systematische vernietiging van het Palestijnse volk in de Gazastrook was, uitgevoerd door Israël tijdens de oorlog in Gaza’, citeert Al Jazeera.

    Wales vond dat het artikel in strijd is met het neutraliteitsstandpunt van Wikipedia en noemde het ‘bijzonder schandalig’. Volgens een opmerking op de pagina is de pagina geblokkeerd voor bewerking tot dinsdag 21:47 GMT of ‘totdat eventuele bewerkingsgeschillen zijn opgelost’.

    Wales vindt de claim dat Israël genocide pleegt zeer omstreden. ‘Een neutrale benadering zou beginnen met een formulering als: “Meerdere regeringen, ngo’s en juridische instanties hebben Israëls acties in Gaza omschreven als genocide of deze typering verworpen”’, zegt hij.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Op de discussiepagina waar Wales zijn verklaring uploadde, eisten de bewerkers van de pagina verdere uitleg van de oprichter over zijn besluit om de pagina te blokkeren.

    ‘Waarom zouden de meningen van de grotendeels onpartijdige VN- en mensenrechtenwetenschappers even zwaar zouden moeten wegen als de duidelijk partijdige meningen van commentatoren en regeringen? (…) Het is neerbuigend om de gemeenschap te minachten en te beschuldigen van “fouten” omdat ze de meningen van de VN, genocidewetenschappers en grote mensenrechtenorganisaties volgt’, schreef een bewerker.

    ‘Wikipedia heeft nooit, maar dan ook nooit, alle stemmen gelijk behandeld, en het beleid eist dat ook niet van ons. Als we dat zouden doen, zou het artikel over de Aarde stellen dat de vorm van de Aarde ter discussie staat. Maar dat doen we niet, omdat de wetenschappelijke consensus is dat de Aarde ongeveer bolvormig is,’ aldus een andere bewerker.

  • Waarom het woord ‘genocide’ taboe blijft in het Westen

    Waarom het woord ‘genocide’ taboe blijft in het Westen

    Het debat over het formeel benoemen van de Israëlische oorlog in de Palestijnse enclave ‘in klare taal’ heeft veel stof doen opwaaien. En sindsdien is er niets meer gebeurd.

    Het westerse debat over hoe we moeten oordelen over de gebeurtenissen in de Gazastrook sinds 7 oktober 2023 en de Israëlische oorlog in de Palestijnse enclave, stelt de juridische en historische grondslagen ter discussie die de ‘misdaad der misdaden’ definiëren, namelijk het unieke karakter en de centrale plaats van de holocaust.

    Hoe moeten we de vernietiging van een wereld noemen? De uitroeiing van haar kinderen? De verpulvering van haar ziekenhuizen? Het opblazen van haar sociale structuur? Hoe moeten we de verdwijning beschrijven van de weg van een niet meer bestaand huis naar een school die in de as is gelegd? Het verzwelgen van de herinnering? De rouw wanneer de dood zelf wordt vermoord, wanneer in één stuk sterven een luxe is en wanneer van zowel begrafenisrituelen als begraafplaatsen niets meer over is? En hoe moeten we de vormen van verzet en solidariteit beschrijven die verweven zijn met ruïnes, bloed en honger? Wat vertellen die over de strijd van de mens om zijn menselijkheid te redden?
    ‘Urbicide’, ‘domicide’, ‘ecocide’, ‘scolasticide’, ‘culturicide’, ‘futuricide’… Het lexicon lijkt tegenwoordig ‘cides’ tekort te komen om het onbeschrijflijke leed te beschrijven dat de Gazastrook wordt aangedaan. In een context van internationaal nietsdoen – ja zelfs van veronderstelde of stilzwijgende steun aan de oorlog van Israël tegen de Palestijnen – stelt deze terminologische opeenstapeling, waarin soms sprake is van neologismen, ons in staat de verschillende vormen van politiek geweld te benoemen die de enclave worden aangedaan. Maar het is ontoereikend om het peilloos diepe leed van de bevolking te beschrijven. Want er is iets wat in klare taal moet worden geformuleerd. En wat onuitsprekelijk is.

    Toch proberen de Palestijnen sinds de bloedige aanslagen van 7 oktober in Israël en de daaropvolgende vernietiging van Gaza hun dagelijks leven tijdens de bezetting in woord en beeld te beschrijven, ondanks de gedwongen verplaatsingen en de angst voor deportatie. Naast hun waardevolle getuigenissen zijn er de vernietigende rapporten van internationale ngo’s die niet aarzelen om het taboewoord te gebruiken, het woord dat de misdaad der misdaden omschrijft. Om nog maar te zwijgen van soortgelijke interventies van vooraanstaande Holocaustspecialisten, onder wie de Israëlische historici Raz Segal, Amos Goldberg en Omer Bartov. Nog symbolischer is dat het Internationaal Gerechtshof – het orgaan dat kan worden ingeschakeld om geschillen tussen staten te beslechten – op 26 januari 2024 heeft geoordeeld dat het risico van genocide op de bevolking van Gaza aannemelijk is.

    Dat is inmiddels meer dan anderhalf jaar geleden. Sindsdien is er niets gebeurd. De westerse bondgenoten van Israël hebben af en toe hun stem verheven, maar concrete actie hebben ze nooit ondernomen. Het ‘g-woord’ daarentegen heeft tot nu toe een storm van verontwaardiging doen opsteken.

    Moeilijke opgave

    Het is hier niet de bedoeling de legitimiteit in twijfel te trekken van de discussie onder genocidespecialisten over de juridische kwalificatie van de wreedheden die in de enclave worden begaan. Uit de desbetreffende jurisprudentie blijkt dat internationale instanties vaak voor een restrictieve benadering kiezen bij hun interpretatie van het Verdrag inzake de voorkoming en de bestraffing van genocide uit 1948. Vaststellen dat jegens een bevolkingsgroep gepleegde handelingen ‘zijn gericht op het geheel of gedeeltelijk vernietigen van een nationale, etnische, raciale of religieuze groep als zodanig’, zoals het genoemde verdrag vereist, is een bijzonder moeilijke opgave aangezien genocidale intenties in het verleden tot een vrijwel onhaalbare norm zijn verheven.

    In het westerse debat roept het gebruik van de term ‘genocide’ in relatie tot Gaza echter een weerstand op die veel verder gaat dan de juridische context en een zeer gevoelige snaar raakt, niet alleen politiek maar bijna identitair. Alsof er iets existentieels in twijfel wordt getrokken. Een kijk op de wereld. Een diepgewortelde overtuiging die, als ze wordt onderuit wordt gehaald, ‘alles’ op losse schroeven zet. Een ‘alles’ dat zich in twee vormen manifesteert, gescheiden en complementair.

    In het Westen geldt Israël tot op de dag van vandaag als het toevluchtsoord voor het Joodse volk na eeuwen van vervolging, die culmineerden in de holocaust. Toch speelt de Jodenmoord een centrale rol in het ontstaan van het juridische concept ‘genocide’ enerzijds en de ontwikkeling van genocidestudies anderzijds. Het is er het paradigmatische voorbeeld van, ‘de toetssteen voor alle verschijnselen van collectieve criminaliteit’, aldus de [holocaust]historicus Saul Friedländer.

    ‘Urbicide’, ‘domicide’, ‘ecocide’, ‘scolasticide’, ‘culturicide’, het lexicon lijkt tegenwoordig ‘cides’ tekort te komen om het onbeschrijflijke leed te beschrijven…

    Tegelijkertijd verschillen de deskundigen al lange tijd van mening over het unieke karakter van de holocaust: volgens sommigen zou elke vergelijkende benadering onvermijdelijk tot een banalisering leiden van een misdaad die vanwege zijn georganiseerde, bureaucratische en industriële karakter zijn weerga niet kent en die niet gericht was op het onderwerpen en verdrijven van een bepaalde bevolkingsgroep maar op het simpelweg van de aardbodem vagen van die groep. Anderen nemen een minder absoluut standpunt in en stellen dat vergelijken niet hetzelfde is als assimileren: door elke vergelijking van de hand te wijzen minimaliseren we niet alleen de genocides – en meer in het algemeen het massale geweld – die eraan zijn voorafgegaan of erop zijn gevolgd, maar dragen we er ook toe bij dat de holocaust als een onbegrijpelijke gebeurtenis wordt afgedaan die buiten de geschiedenis en de politieke werkelijkheid staat en bijna metafysisch is.

    Ongeacht de vraag of er vergelijkingen mogen worden getrokken met de Armeense genocide, die van de Tutsi’s in Rwanda of de Bosniërs in Srebrenica, is de huidige situatie in Gaza veel controversiëler. Want wie in dit geval ruimte laat voor de mogelijkheid dat de ‘misdaad der misdaden’ tegen de Palestijnen wordt gepleegd, laat ruimte voor de hypothese dat Israël de schuldige is.
    ‘Veel collega’s kunnen maar erg moeilijk accepteren dat een land van slachtoffers zelf genocide kan plegen,’ legde Ugur Ümit Üngör, Holocaust- en genocidedeskundige aan de Universiteit van Amsterdam, in december 2024 uit aan The Guardian. ‘Maar worden we, nu Israël deze bloedbaden aanricht, niet geacht daarover net zo te oordelen als we bij alle andere geweldsdelicten hebben geleerd?’

    Deze overgevoeligheid in het geval van Israël roept vragen op. Ze wekt in zekere zin de indruk dat wetenschappelijk onderzoek naar massaal geweld en de voorwaarden daarvoor nergens toe leidt. Alsof de status van slachtoffers en beulen in marmer gebeiteld staat, los van de machtsverhoudingen, ideologieën en de politieke context die op een bepaald moment in de geschiedenis op elkaar inwerken. Alsof het uitgesloten is dat Israël, simpelweg omdat het Israël is, in zijn hoedanigheid van staat ooit genocide zou kunnen plegen, net zomin als andere staten. Antisemieten portretteren de Jood als een apart wezen dat verantwoordelijk is voor alle wereldproblemen. Een groot deel van de zionisten portretteert de Israëlische Jood als een apart wezen waarop de banaliteit van het kwaad geen vat heeft.

    Beklaagdenbankje

    Vooral door de omvang van de misdaden die in de Palestijnse enclave worden gepleegd zit het liberale Westen ook zelf in het beklaagdenbankje. Palestina zet vraagtekens bij een grondregel die al lange tijd gemeengoed is onder genocideskundigen, namelijk dat westerse democratieën een rol kunnen of moeten spelen bij het voorkomen van massaal geweld. Het hoofdstuk dat op 7 oktober is geopend bevestigt echter dat de ergste misdaden niet noodzakelijkerwijs een inbreuk zijn op de liberale internationale orde die door het Westen is gegrondvest, maar ook juist door die orde kunnen worden gesteund.

    De verdeeldheid over Gaza is ook een illustratie van een conflict tussen enerzijds een liberale school en anderzijds een ‘postkoloniale’ school die zich onder andere heeft verdiept in de uitroeiing van inheemse volkeren tijdens de kolonisering van Noord- en Zuid-Amerika of Australië. En die daarin parallellen ziet met de Palestijnse kwestie.

    Gaza is het enige geval sinds de Tweede Wereldoorlog waarin de mogelijkheid van genocide zo’n direct, officieel en openbaar beroep doet op het verantwoordelijkheidsgevoel van westerse democratieën. Dit specifieke karakter doet denken aan andere massamisdaden – denk aan die van Frankrijk tijdens de oorlog in Algerije of van de Verenigde Staten in Vietnam – die gemarginaliseerd of grotendeels onbestraft zijn gebleven in een geschiedenis waarin de liberale moraal van het globale Noorden de boventoon voert, ook al staat een belangrijk deel van de politieke opinie en de media in datzelfde Noorden kritisch tegenover zo’n minimalisering, om niet te zeggen ontkenning van deze misdrijven.

    Al het aangedragen bewijs wordt als onvoldoende beschouwd.

    Het geweld in de Gazastrook roept reacties op die daar bedroevend veel op lijken. Al het aangedragen bewijs wordt als onvoldoende beschouwd. Elk misdrijf wordt nu eens ontkend, dan weer gerechtvaardigd, of allebei tegelijk. Maar anders dan andere voorbeelden van extreem geweld in de recente geschiedenis is het leed in de enclave overvloedig gedocumenteerd, zonder dat in twijfel wordt getrokken dat een groot deel van de westerse politiek en media mede schuldig is aan de minimalisering, om niet te zeggen ontkenning van de misdrijven.

    In een artikel uit januari 2024 wees de Singaporese antropoloog Darryl Li erop op dat het idee dat Israël zich schuldig zou kunnen maken aan genocide een lawine van artikelen heeft ontketend waarin het nut van het begrip in twijfel wordt getrokken. Hoewel het begrip genocide natuurlijk niet boven alle kritiek verheven is, moet worden gezegd dat die verbijsterend scherp is nu het om de nauwste bondgenoot van het Westen in het Midden-Oosten gaat. Volgens Li voorspelt deze wens om de terminologie in de huidige context buitenspel te zetten ‘een toekomst waarin de machthebbers besluiten dat als het gebruik van het woord “genocide” hun onwelgevallig is, het niet langer gebruikt mag worden’.

    De intentiekwestie

    ‘Als de intentiekwestie, die dominant is in het juridische discours, de overhand krijgt in de holocaust- en genocidestudies, werpt ons dat decennia terug in de tijd’, schreef Amos Goldberg in oktober 2024. Want een intentie evolueert uit eigen beweging. Ze kan zich steeds meer opdringen in de loop van een conflict en behoort bovenal tot een politieke context waarin de ander ontmenselijkt wordt en de expliciet geformuleerde wens van een mens geen enkele rol meer speelt. Goldbergs samenvatting luidt dat ‘de wet een moment vereist waarop de mentale component overeenkomt met de daad en waarop de twee elementen versmelten tot de misdaad van genocide. Historici daarentegen begrijpen dat intentie dynamisch, niet-lineair en vol tegenstrijdigheden en complexiteiten kan zijn.’

    De intentionaliteitsvraag leidt in het geval van Gaza tot nog verhittere discussies omdat Israël beweert daar een oorlog te voeren tegen Hamas, waarbij wordt ingehaakt op een veiligheidsretoriek waarin deels de westerse zorgen doorklinken die zijn ontstaan op 11 september 2001 en worden aangewakkerd door de daaruit voortvloeiende ‘oorlog tegen het terrorisme’.

    Israël beweert oorlog te voeren tegen Hamas, inhakend op veiligheid

    Zo heeft Israël bij monde van zijn politieke en militaire leiders tal van verklaringen afgelegd waarin weinig twijfel wordt gelaten over wat men met Gaza en zijn inwoners van plan is. Maar om het discours en de daaruit voortvloeiende handelingen niet in een genocidaal daglicht te zetten worden er militaire en veiligheidsmotieven van stal gehaald: men heeft het niet op de Palestijnen gemunt maar op Hamas, dat in het sociale weefsel van Gaza is geïnfiltreerd en daarvoor een existentiële dreiging vormt.

    De Israëlische argumentatie wordt echter ontkracht door het feit dat meer dan tachtig procent van de infrastructuur van de enclave is vernietigd, de overgrote meerderheid van de doden uit vrouwen en kinderen bestaat, er blindelings wordt gebombardeerd en honger als oorlogswapen wordt gebruikt.
    De Israëlische regering maakt er geen geheim van dat het primaire doel is de islamistische groepering te vernietigen en de bevolking uit de enclave te verjagen. De Israëlisch-Amerikaanse historicus Omer Bartov schreef hierover op 15 juli jongstleden in The New York Times: ‘Wanneer een etnische groep nergens heen kan, voortdurend van de ene zogenaamde veilige zone naar de andere wordt verdreven en meedogenloos wordt gebombardeerd en uitgehongerd, kan etnische zuivering ontaarden in genocide.’

    Unieke kenmerken

    Hoewel het van het essentieel belang is de moord op Gaza en zijn inwoners binnen de historische continuïteit van massageweld te plaatsen, heeft de Palestijnse zaak toch haar eigen unieke kenmerken. Zowel de gebeurtenis als het proces dat zich momenteel in de enclave voltrekt houdt direct verband met de Nakba [Arabisch voor ‘catastrofe’, waarmee de gedwongen massale verbanning van Palestijnen bij de oprichting van Israël wordt bedoeld]. Het jaar 1948 luidde de voortdurende onteigening van een volk in, met etnische zuivering, bezetting, apartheid en nu ook uitroeiing als koloniale modaliteiten om de Palestijnen van hun land te beroven.

    In een artikel in de Columbia Law Review pleit de Palestijnse rechtsgeleerde Rabea Eghbariah voor erkenning van de ‘Nakba’ als begrip in de internationale rechts- en genocidewetenschap, om de aard van het ‘overheersingsregime in Palestina’ beter te begrijpen. Hoewel bezetting, apartheid en genocide als juridisch begrippen van toepassing zijn op de Palestijnse zaak, volstaan ze volgens Eghbaria niet om de specifieke kenmerken daarvan te begrijpen. ‘Historisch en conceptueel gezien bevond de Nakba van 1948 zich op het kruispunt van de holocaust en de apartheid in Zuid-Afrika. Daardoor is het mogelijk een onafhankelijk kader te creëren dat de juridische kwesties structureert en verder gaat dan een simpele analogie’, schrijft hij.

    Ineffectiviteit

    Hoewel ons vanuit Gaza ondraaglijke beelden bereiken van een door de bezettingsmacht georkestreerde hongersnood, valt nu nog moeilijk te voorspellen welk vonnis het Internationaal Gerechtshof over enkele jaren zal vellen.

    De vernietiging van de enclave is voorlopig het zoveelste bewijs van de ineffectiviteit van de beschikbare juridische middelen om de burgerbevolking te beschermen. Enerzijds omdat, vanaf het moment dat het Hof in januari 2024 concludeerde dat er een aannemelijk risico op genocide bestond, er alles aan gedaan had moeten worden om dit te voorkomen. Anderzijds omdat de nadruk op het gebruik van het begrip genocide tot een minimalisering kan leiden van alle massamisdrijven die niet als zodanig zouden worden aangemerkt.

    Er wordt weinig twijfel gelaten over wat men met Gaza en zijn inwoners van plan is

    In zijn boek The Problem of Genocide. Permanent Security and the Language of Transgression (2021) stelt de Australische historicus A. Dirk Moses voor om afstand te nemen van de in zijn ogen valse tweedeling tussen zogeheten genocidaal geweld, dat als apolitiek wordt beschouwd en uitsluitend zou worden gemotiveerd door rassenhaat, en politiek geweld, dat uit veiligheidsoverwegingen wordt gepleegd (de twee kunnen overigens met elkaar verweven zijn). Kortom, tussen ‘immoreel’ geweld en ‘legitiem’ geweld, waarbij verlies van mensenlevens als nevenschade wordt aangemerkt.

    Welke lering er ook uit de huidige juridische beperkingen kan worden getrokken, het collectieve falen van de internationale gemeenschap inzake de moordpartij in Gaza roept ook vragen op over onze relatie met de erkende misdaden uit het verleden. Elk jaar vinden er vele herdenkingen plaats. Om niet te vergeten en onze herinneringen te kunnen doorgeven moeten we tot inkeer komen. Maar wat moeten we precies doorgeven, en waarom? Welke betekenis kan worden gehecht aan het opbouwen van een gedeelde herinnering als die statisch blijft, verstard in ruimte en tijd en niet in staat de pijn van het heden te omarmen?

  • Genocide-expert: ‘Resolutie over Israël werd zonder debat erdoor gedrukt’

    Genocide-expert: ‘Resolutie over Israël werd zonder debat erdoor gedrukt’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Poetin nodigt Zelensky uit voor gesprek in Moskou

    » Lissabon: populaire kabelbaan ontspoort, vijftien doden en achttien gewonden

    Tegenstemmen zouden tot zwijgen zijn gebracht

    Volgens Sara Brown, genocide-expert en al meer dan tien jaar lid van de International Association for Genocide Scholars (IAGS), heeft de groep een resolutie doorgedrukt waarin Israël van genocide wordt beschuldigd zonder eerst het gebruikelijke debat daarover te houden.

    Ze zegt dat de vereniging controversiële resoluties doorgaans bespreekt in een virtuele bijeenkomst waar leden de maatregelen kunnen bespreken. Maar over de resolutie inzake Israël weigerde de leiding van de vereniging een discussie te voeren, vertelt ze aan The Times of Israel. De leiding van de vereniging kondigde eind juli een overleg aan in de raad van bestuur over de resolutie over Israël, maar dagen later kwam ze hierop terug.

    ‘De inhoud van de resolutie en de manier waarop deze erdoorheen is gedrukt, getuigen van een beschamend gebrek aan professionaliteit’, aldus Brown. Een van haar bezwaren tegen de resolutie is dat er organisaties in worden genoemd die de definitie van genocide hebben geherinterpreteerd zodat deze ook op Israël van toepassing is, zoals Amnesty International.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De vereniging heeft onlangs haar ledenaantal uitgebreid en er zijn weinig vereisten om lid te worden. De vereniging bestond voorheen voornamelijk uit wetenschappers, maar omvat nu ook figuren zoals activisten en kunstenaars, aldus Brown. ‘Dit kan een kracht zijn doordat het een diversiteit aan standpunten inbrengt, maar het opent ook de deur voor een gebeurtenis als deze.’

    Brown zegt dat slechts 129 leden van de vereniging over de resolutie hebben gestemd van de naar schatting zo’n 500 leden, en daarvan was 86 procent voor, dus ongeveer 110 leden. De leden van de vereniging waren vooraf geïnformeerd over de stemming, maar velen kozen ervoor om zich er niet over uit te spreken, waarschijnlijk omdat ze zich niet gekwalificeerd voelden om de kwestie aan te pakken.

    ‘Het was niet overhaast, de resolutie werd er gewoon doorheen geduwd zonder de gebruikelijke transparantie. Het publiek denkt nu: “Genocide-experts zijn het erover eens.” Nee, dat zijn we niet, ons werd opzettelijk het zwijgen opgelegd’, concludeert Brown.