Onderwerpen: interview

  • Auteur Taylor Lorenz: ‘Het internet is gebouwd door en voor vrouwen’

    Auteur Taylor Lorenz: ‘Het internet is gebouwd door en voor vrouwen’

    De pioniersrol van vrouwelijke bloggers, vooral moeders, wordt volledig onderschat, zegt de Amerikaanse auteur en journalist Taylor Lorenz. Der Spiegel interviewde haar over deze misvatting, de opkomst van de creator economy en hoe de scheiding van Hollywoodsterren en influencers steeds verder vervaagt.

    Lorenz wordt beschouwd als chroniqueur van het socialmediatijdperk. De journalist, die vanuit Los Angeles over internetcultuur schrijft voor The Washington Post, begon haar carrière als blogger op Tumblr en werkte later voor magazine The Atlantic en voor The New York Times. Sinds de vroege jaren tien hield ze de opkomst van YouTube- en TikTok-sterren bij, alsook de veranderingen die deze nieuwe makers teweegbrengen in de entertainmentindustrie. In haar boek Extremely Online beschrijft ze hun geschiedenis sinds de beginjaren van het internet.

    Der Spiegel: Mevrouw Lorenz, is het tegenwoordig makkelijker dan ooit om beroemd te worden?

    Lorenz: Ja. We leven in een hyperverbonden wereld waarin veel mensen een soort van microberoemdheid worden, op zijn minst voor korte tijd en vaak in een kleine niche op sociale media. Er zijn veel meer mensen in het openbare leven actief dan vroeger.

    Der Spiegel: Wat is er de laatste tijd veranderd?

    Lorenz: Er is een nieuwe vorm van ondernemerschap ontstaan die we de Creator Economy noemen. Om beroemd te worden op Instagram of TikTok heb je niet veel meer nodig dan de camera op je mobiele telefoon. Daarnaast is de manier van geld verdienen compleet veranderd. In de beginjaren van het internet waren bedrijven op zoek naar de juiste influencers om hun producten aan de man te brengen. Maar tegenwoordig bouwt iemand als MrBeast met stuntvideo’s eerst een aanhang op van bijna 200 miljoen mensen op YouTube, om vervolgens zijn producten op de markt te brengen, zoals hamburgerrestaurants of chocoladerepen.

    Der Spiegel: In uw boek zijn de pioniers van deze zogeheten Creator movement de ‘Mama Bloggers’ – vrouwen die begin jaren negentig schreven over hun dagelijks leven als moeder. Wat was er zo bijzonder aan hen?

    Lorenz: Het waren vrouwen die thuis zaten met hun kinderen en dus uitgesloten waren van de arbeidsmarkt. Ze waren online op zoek naar een gemeenschap en een plek om hun dagelijks leven op een eerlijke, onverbloemde manier met de wereld te kunnen delen. Ze spraken over problemen met borstvoeding, postnatale depressie of wijn drinken terwijl de kinderen bij de buren aan het spelen waren.

    ‘De glossy vrouwenbladen uit die tijd waren extreem ouderwets en vrouwonvriendelijk’

    Der Spiegel: Waarom werden deze onderwerpen niet behandeld in vrouwenbladen?

    Lorenz: De glossy vrouwenbladen uit die tijd waren extreem ouderwets en vrouwonvriendelijk: ze idealiseerden het moederschap en verwezen elk probleem dat moeders hadden naar de privésfeer. Als reactie daarop begonnen deze moeders hun eigen blogs, en daarmee vonden ze een gigantisch publiek. Ze wilden hun eigen ervaringen delen en eerlijk advies krijgen. Veel Mama Bloggers werden een merk.

    Der Spiegel: Bloggers zoals Rebecca Woolf of Heather Armstrong behoorden tot de eersten die geld verdienden met advertenties op hun blogs. Tegenwoordig kent bijna niemand hen meer, zelfs niet in de VS; de meeste bloggers uit die tijd hebben zich weer teruggetrokken in hun privéleven.

    Lorenz: Ze zijn grotendeels uit de geschiedenis van de sociale media geschreven. Er bestaan talloze boeken over Mark Zuckerberg en de oprichting van Facebook. Alle verhalen over Silicon Valley zijn bedoeld om ons te laten geloven dat het internet is gemaakt door mannen. Toch waren het vooral vrouwen die deze Creators-industrie met een omzet van een half miljard dollar hebben opgebouwd. Iedereen in Silicon Valley weet dat je sociale netwerk een succes wordt als meisjes, jonge vrouwen en jonge moeders er gebruik van gaan maken. Zij hebben de meeste sociale contacten en de hoogste betrokkenheid. Het internet is gebouwd door vrouwen en voor vrouwen.

    Der Spiegel: De dominante socialemediaplatforms zijn ooit opgericht door mannen, te beginnen met MySpace, Facebook, YouTube en TikTok. Wat zijn de gevolgen van deze tegenstelling?

    Lorenz: Het is zeker geen toeval dat veel platforms lange tijd geworsteld hebben met hun sterren – met uitzondering van YouTube. MySpace verbood zijn makers om geld te verdienen met hun content. Het videonetwerk Vine weigerde überhaupt te communiceren met zijn grootste sterren. Het live audioplatform Clubhouse, dat kortstondig succes had tijdens de pandemie, promootte liever de talkshows van zijn investeerders dan zijn sterren. De meeste platforms moesten met veel pijn en moeite hun weg zien te vinden.

    Der Spiegel: Maar waarom? Influencers zorgden toch voor hun relevantie?

    Lorenz: Die platforms hebben vaak een probleem met gebruikers die macht hebben en eisen stellen. Eigenlijk zouden ze partnerschappen moeten ontwikkelen. In feite belemmeren ze het succes van hun eigen sterren, bijvoorbeeld door succesvolle video’s bewust niet grootschalig onder de aandacht te brengen. Waarschijnlijk ook omdat in veel gevallen het werk van vrouwen laag werd gewaardeerd.

    Der Spiegel: Veel vrouwelijke pioniers van sociale media werden aangevallen toen ze geld wilden verdienen met hun blogs. Degenen die zichzelf als merk wilden vestigen werden uitgemaakt voor ‘aandachtshoeren’.

    Lorenz: Er is altijd met twee maten gemeten, voor een deel tot op de dag van vandaag. Die domme vrouwen met hun opmaaktips die gewoon beroemd willen zijn! Content die vrouwen voor vrouwen maakten, werd belachelijk gemaakt.

    Der Spiegel: Het internet is een ruige plek, niet alleen vrouwen ervaren dat. Is er echt een verschil?

    Lorenz: Absoluut. Zelfs het woord aandachtshoer is een misogyne term.

    ‘Er is niets dat socialemediaplatforms ervan weerhoudt om hun vaak minderjarige talent uit te buiten’

    Der Spiegel: Is Elon Musk een aandachtshoer?

    Lorenz: Natuurlijk is hij dat. Maar niemand zou hem zo noemen. Zijn fans noemen hem een marketinggenie. Een goeroe die de aandacht van de wereld weet te trekken met één enkele tweet. Zelfs zijn tegenstanders zouden hem op zijn best een ster in zelfpromotie noemen. Maar het gaat verder dan woorden: een vrouw zou nooit wegkomen met het gedrag dat Elon Musk vertoont. Ze zou hysterisch en gestoord worden genoemd.

    Der Spiegel: Musk kocht Twitter, doopte het om tot X en verdeelt het geld onder een aantal makers met grote aantallen volgers. Heeft hij begrepen hoe je een sociaal platform runt?

    Lorenz: Integendeel. Geen enkel platform is ooit zo vijandig geweest tegenover zijn makers als Twitter onder Musk. Hij ontsloeg het team dat verantwoordelijk was voor partnerschappen met makers. Hij blokkeert Creator-accounts die het niet met hem eens zijn. Daarmee begaat hij de kardinale fout die bijna elke Silicon Valley-ondernemer in de geschiedenis van de sociale media heeft gemaakt: hij wil bepalen wie populair is op zijn platform. Daarom manipuleert hij het ‘aanbevolen’-algoritme en gebruikt hij zijn eigen volgers om extreemrechtse accounts te promoten. Maar de waarde van een platform wordt afgemeten aan de waarde die gebruikers creëren voor andere gebruikers. Daarom zoeken velen elders een nieuw onderkomen; ze hebben Twitter afgeschreven.

    Der Spiegel: Wie doet het beter?

    Lorenz: TikTok heeft de distributie van content geperfectioneerd. De app laat je precies zien wat je wilt zien, in tegenstelling tot Twitter, waar je content krijgt opgedrongen die de eigenaar wil verspreiden. YouTube creëerde al heel vroeg een stabiel bedrijfsmodel door advertentie-inkomsten te delen met makers.

    Der Spiegel: Zelfs entertainmentgiganten als Disney wisten lange tijd niet wat ze aanmoesten met de nieuwe internetberoemdheden. Waarom?

    Lorenz: Entertainmentbedrijven beschouwden het internet als van secundair belang. Pas als je het echt niet redde als manager of agent in Hollywood, stapte je over op de sterren van het internet. Later werd geprobeerd de nieuwe business in oude sjablonen te persen. Er werden films met YouTubers gemaakt die volledig flopten. Of bedrijven kochten zogenaamde multichannelnetwerken, waar talloze YouTubers werden gemanaged zonder dat individuele makers serieus werden ondersteund. Men zag niet onder ogen dat dit ecosysteem volgens heel andere regels werkt.

    ‘Zelfs als we het hebben over beroemde mensen, veranderen algoritmes hen in gig workers – vergelijk het met Uber-chauffeurs’

    Der Spiegel: Bestaat het scherpe onderscheid tussen internetberoemdheden enerzijds en tv- of filmsterren anderzijds nog steeds?

    Lorenz: Steeds minder. Socialemediasterren zoals Charli D’Amelio kunnen sinds twee jaar ook lid worden van de acteursvakbond, die momenteel staakt in Hollywood. Omgekeerd zijn auteurs, producenten of acteurs tegenwoordig meer digitaal onderlegd dan de generaties voor hen. Zendaya of Lukas Gage spelen de hoofdrol in HBO- en Netflix-series en zijn ook heel handig op sociale media. Olivia Rodrigo is een van de grootste popsterren ter wereld en zou dat niet zijn zonder TikTok.

    Der Spiegel: Heeft Hollywood sociale netwerken tegenwoordig meer nodig dan andersom?

    Lorenz: De films van vandaag hebben viraal succes nodig om een kassucces te kunnen worden. Daarom zien we fenomenen als ‘Barbenheimer’: Barbie en Oppenheimer kwamen in hetzelfde weekend uit en brachten veel mensen naar de bioscoop, juist vanwege deze competitieve situatie en de online grappen erover. Daarom worden ook indiefilms [Independent films, buiten de grote studio’s om geproduceerd] als Cocaine Bear, waarin TikTok-sterren voorkomen, kleine hits. Of de horrorfilm M3GAN, waarin de gelijknamige moordpop een dansje doet dat veel mensen op TikTok hebben gedaan. De staking in Hollywood zal deze trends versterken, aangezien steeds meer Hollywood-creatieven zich tot online platforms wenden.

    Der Spiegel: Met deze staking vechten acteurs tegen de studio’s. De makers op internet daarentegen zijn ongeorganiseerd en lijken overgeleverd aan de algoritmes van de onlineplatforms.

    Lorenz: De arbeidsomstandigheden van de makers worden de komende tien jaar een van de belangrijkste kwesties in de entertainmentindustrie. Er is niets dat socialemediaplatforms ervan weerhoudt om hun vaak minderjarige talent uit te buiten. Zelfs als we het hebben over beroemde mensen, veranderen algoritmes hen in gig workers – vergelijk het met Uber-chauffeurs. Een app dicteert het tempo van hun leven en straft diegenen genadeloos af die niet de juiste content in het gewenste tempo leveren. Dat begint al wanneer ze even op vakantie gaan.

    Der Spiegel: Dus de techbedrijven – en niet de makers – hebben de macht?

    Lorenz: Het einde van Twitter nadert – veel mensen realiseren zich dat ze daar geen controle hebben over hun publiek. Een platform hoeft maar de regels te veranderen en het kan al verloren zijn. Daarom bouwen veel makers hun eigen databases met e-mailadressen van fans. Ze schrijven nieuwsbrieven of gebruiken diensten waarmee fans hen direct kunnen betalen. Deze trend is het verst gevorderd onder extreemrechts.

    Der Spiegel: Waarom?

    Lorenz: Platforms zoals YouTube hebben rechtse makers eruit geschopt of ervoor gezorgd dat ze niet langer konden profiteren van reclame-inkomsten. Toch duiken velen weer op, bijvoorbeeld op Rumble, het rechtse YouTube-alternatief. De Nelk Boys, die nauw verbonden zijn met Donald Trump, kunnen geen geld meer verdienen op YouTube, maar ze promoten er wel hun eigen drankmerk. Alleen al in 2021 verdienden ze ongeveer 70 miljoen dollar met hun producten.

    Der Spiegel: Wat kunnen andere makers leren van deze rechtse accounts?

    Lorenz: Hoe ze onafhankelijker kunnen worden van platforms. Die accounts zijn ook heel goed in het trekken van aandacht en het domineren van het nieuws.

    Der Spiegel: Hoe ziet het entertainmentbedrijf van de toekomst eruit? Zit de Walt Disney van de toekomst vandaag op TikTok?

    Lorenz: Zeker. De komedie- en sport-YouTubers Dude Perfect hebben net hun eerste pretpark geopend. Ik denk dat je zelfs verder moet denken dan Disney. MrBeast begint restaurants, de Nelk Boys hebben hun eigen sportschoolketen. Ze hoeven alleen maar te bedenken wat bij hun merk past. Mode? Een politieke carrière? Als je genoeg aandacht hebt online, kun je alles doen wat je maar wilt.

  • De achterban van Bolsonaro is aan het versnipperen

    De achterban van Bolsonaro is aan het versnipperen

    De oud-president van Brazilië is onlangs veroordeeld tot 27 jaar cel voor zijn couppoging. Zijn extreemrechtse aanhang is er nog altijd, maar antropoloog Isabela Kalil, die al jaren bolsonaristische groepen volgt, ziet dat ze minder hecht en meer verspreid zijn.

    Aan de vooravond van het proces tegen en de veroordeling van [de Braziliaanse] oud-president Jair Bolsonaro vertoonde de beweging die bekendstaat als het ‘bolsonarisme’ tekenen van verandering. Voorheen wist deze beweging sectoren als het bedrijfsleven en de landbouw te mobiliseren, maar tegenwoordig is ze meer versnipperd geraakt over kleinere bubbels en individuele acties. Dit heeft te maken met recente ontwikkelingen zoals de importheffingen van Donald Trump, die een deel van de achterban direct hebben getroffen.

    Volgens antropoloog Isabela Kalil, die al jaren bolsonaristische groepen volgt, betekent deze verschuiving niet dat de oud-president aan macht heeft ingeboet. Kalil is coördinator van de postdoctorale opleiding Antropologie aan de School voor Sociologie en Politiek van São Paulo.

    In een interview met Agência Pública licht Kalil de veranderingen in het gedrag van de aanhangers van Bolsonaro toe. Ze spreekt ook over de mogelijke troonopvolgers aan extreemrechtse kant in Brazilië. Volgens haar maakt de voormalige presidentsvrouw Michelle Bolsonaro meer kans om politiek erfgenaam van haar man te worden dan zijn zonen.

    Welke signalen van betrokkenheid of mobilisatie onder bolsonaristische groepen ziet u, aan de vooravond van het proces tegen Bolsonaro? Heerst er een sfeer van anticipatie, van apathie of van radicalisering?

    ‘Mensen zijn ervan overtuigd dat het een politieke vervolging is. Voor hen is het dus geen echt proces, maar een schijnvertoning waarvan de uitkomst vooraf al vaststaat. De bolsonaristen spreken van een dictatuur van de rechterlijke macht.

    Ze verwachten niet dat er iets anders zal gebeuren; er heerst diep wantrouwen, niet alleen in overheidsinstellingen, maar ook in de werkelijkheid zelf. De mobilisatie richt zich eerder op het niet naleven van gerechtelijke bevelen dan op gewelddadige acties, zoals de bestorming van het Hooggerechtshof.

    Er heerst weliswaar altijd angst voor aanslagen, zoals die op het Hooggerechtshof, maar de situatie is anders dan in 2022, toen er sprake was van gemobiliseerde groepen, waarvan sommige zelfs gewapend waren. Dat zie ik nu niet gebeuren. Als er al sprake is van radicalisering, zal dat eerder het geval zijn bij individuen.’

    Welke stromingen binnen het bolsonarisme zijn momenteel het actiefst? En is er ook sprake van onderlinge verdeeldheid?

    ‘Na 8 januari [de dag van de aanvallen op het presidentieel paleis, het hooggerechtshof en het nationaal congres] zijn zakenlieden en militairen enigszins van het strijdtoneel verdwenen. In het openbaar, althans. Ze lieten een vacuüm achter dat werd opgevuld door evangelische christenen. Deze ontwikkeling is vooral zichtbaar in de figuur van dominee Silas Malafaia, die de recentste bolsonaristische straatprotesten organiseerde. Bij die gelegenheden wordt nu zelfs gebruikgemaakt van materiaal voor religieuze bijeenkomsten, zoals geluidswagens en grote videoschermen. Ondanks dit religieuze element zijn de actiefste groepen tegenwoordig degenen die zich roeren in het debat over de vrijheid van meningsuiting, voornamelijk op sociale media. Die roep om vrijheid van meningsuiting is gekoppeld aan het trumpisme en aan de acties van Elon Musk na de tijdelijke blokkade van X in Brazilië.

    Wat de ondernemers betreft; delen van het bedrijfsleven en de agrarische sector werden direct getroffen door Trumps importheffingen en hebben zich daarom teruggetrokken. Hoewel sommigen de schuld publiekelijk bij president Lula leggen, stelde deze sectoren zich pragmatisch op.

    Inmiddels zijn de actiefste aanhangers gewone burgers, en is het bolsonarisme wat meer versnipperd geraakt. Dat is anders dan een paar jaar geleden, toen je nog specifieke, hechte groepen rond Bolsonaro kon aanwijzen. Vandaag de dag is de beweging meer verspreid, vooral door de uiteenlopende meningen over de gebeurtenissen van 8 januari en de vrijheid van meningsuiting.’

    In hoeverre ziet de achterban Bolsonaro nog als een onvervangbare figuur? Is er ruimte voor de opkomst van nieuwe namen?

    ‘Hoewel hij niet verkiesbaar is, denk ik dat hij nog steeds als onvervangbaar wordt gezien. Zo zien niet alleen de kiezers het, het is ook een pragmatische overweging voor rechts en extreemrechts.

    Na zijn verkiezing was Bolsonaro oppermachtig; hij verstevigde het extreemrechtse kamp, dat in Brazilië nog niet zo institutioneel verankerd was. Ook andere politieke ontwikkelingen spelen een rol, zoals het uiteenvallen van de [centrumrechtse partij] PSDB. Traditionelere en nieuwere rechtse krachten zochten toenadering tot elkaar en het bolsonarisme trok heel rechts met zich mee. Bolsonaro is dus een onvervangbare figuur op rechts in de breedste zin, hoewel er ook wel enige ruimte is voor anderen.

    Uit opiniepeilingen blijkt inmiddels dat kiezers de zonen van Bolsonaro niet geloofwaardig vinden; er heerst wantrouwen tegenover hen. Als bolsonaristen op zijn zonen zouden moeten stemmen, zouden sommigen dat weigeren en anderen het met tegenzin doen. Die bezwaren zie ik echter niet bij Michelle Bolsonaro, de voormalige presidentsvrouw. Ik denk dat zij een goede kans maakt om de sterkste erfgenaam van het bolsonarisme te worden.

    Michelle Bolsonaro maakt goede kans om de sterkste erfgenaam van het bolsonarisme te worden

    De grootste kanshebber buiten de familie Bolsonaro is Tarcísio de Freitas, de gouverneur van São Paulo, maar binnen de familie heeft Michelle de politieke macht. Als vrouw zou zij een soort gematigd bolsonarisme kunnen aanspreken. Voor de bolsonaristische kiezer die gelooft dat een vrouw niet op eigen kracht een kandidatuur kan dragen, is het een geruststellende gedachte dat zij zeer dicht bij Jair Bolsonaro staat en als zijn spreekbuis kan fungeren. Zeker in het geval van een eventueel huisarrest, aangezien ze dan in hetzelfde huis zouden verblijven.

    Ik ben zeer sceptisch wanneer ik een bolsonarist zie die zich kandidaat stelt en zijn toekomstplannen uiteenzet; die veranderen immers om de haverklap. Maar ja, Bolsonaro is de enige die erin slaagt een breed politiek spectrum aan te spreken, iets wat geen van zijn erfgenamen hem nadoet.’

    Hoe spreken de digitale leiders van het bolsonarisme over het proces tegen de oud-president?

    ‘De betrokkenheid van internationale figuren als Elon Musk, Steve Bannon en Donald Trump geeft de bolsonaristen munitie. Het wekt de indruk dat er internationale erkenning is voor de vermeende onderdrukking van de vrijheid van meningsuiting en dat het geen eerlijk proces is. Musk was feitelijk de eerste die dit zo verwoordde. Voorheen waren er geen leiders die zich op deze manier uitlieten. Tijdens Trumps eerste ambtstermijn was het vooral Bolsonaro die toenadering probeerde te zoeken tot de Amerikaanse president.

    Het trumpisme heeft Lula en zijn Arbeiderspartij een zeker voordeel gegeven in hun pleidooi voor soevereiniteit. Anderzijds heeft het brandstof gegeven aan het bolsonaristische narratief van politieke vervolging, dat weer aansluit bij de discussie over big tech.’

    Ziet u dat bolsonaristen ‘het zinkende schip verlaten’ of houdt de harde kern voet bij stuk?

    ‘Er zijn bolsonaristen die het zinkende schip verlaten, al is het maar uit zelfbehoud, om vervolging te ontlopen. Maar of ze ook anders gaan stemmen, is een tweede.

    Tijdens de laatste verkiezingen merkten we in de focusgroep een opvallend fenomeen op bij jonge mannen. Aanvankelijk zeiden zij dat ze niet op Bolsonaro zouden stemmen. Destijds, in 2022, speelde de corona-aanpak een rol: mensen die dierbaren aan het virus hadden verloren, durfden er niet openlijk voor uit te komen dat ze Bolsonaro steunden. Ze vonden het lastig om aan hun partner, moeder, vrienden of baas toe te geven dat ze op Bolsonaro stemden. Maar naarmate het gesprek in de focusgroep vorderde, voelden ze zich vrijer om toch toe te geven dat hun stem naar Bolsonaro zou gaan.

    Openlijke steun voor het bolsonarisme is één ding, stemmen op een van zijn politieke erfgenamen of op iemand die door Bolsonaro wordt gesteund is iets anders. Hoeveel dat uitmaakt is nu nog niet te meten. We zullen moeten afwachten wat de daadwerkelijke impact van het vonnis zal zijn: zal de achterban verder afzwakken? En hoe zal de strijd om de politieke erfenis van Bolsonaro zich verder ontwikkelen?

  • VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    VS: oud-president Joe Biden geeft voor het eerst sinds lange tijd een tv-interview

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » India vraagt X om achtduizend accounts te blokkeren

    » Vaticaan: kardinaal Prevost verkozen tot nieuwe paus Leo XIV

    In het gesprek blikt hij terug op de verkiezingscampagne

    De voormalige Amerikaanse president Joe Biden gaf een zeldzaam televisieoptreden in de talkshow The View. ‘Een mislukte poging om zijn nalatenschap te herstellen’, aldus Variety. Het weekblad merkt op dat hij werd gevraagd naar zijn late beslissing om uit de race voor het Witte Huis te stappen en de rol die dit kan hebben gespeeld in de grote verkiezingsnederlaag van de Democraten. Biden wekte niet de indruk dat hij zichzelf hierover vragen stelde, klaagt Variety, dat een aantal onbeholpen uitspraken noemt die hij tijdens het tv-interview deed.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo zei hij dat hij ‘niet verbaasd’ was dat Kamala Harris had verloren, vanwege de seksistische houding van het Trump-team. Volgens het tijdschrift was de oud-senator tijdens het interview echter ‘scherper’ dan tijdens het debat in juni 2024, dat het einde van zijn verkiezingscampagne inluidde. Variety geeft toe dat nog geen enkele Democraat een manier heeft gevonden om ‘de kracht’ van Donald Trump, een man die al zijn hele leven een ‘televisiemens’ is, tegen te gaan, maar het weekblad is er in ieder geval zeker van dat ‘Bidens sarcasme en passief-agressieve aanpak daarbij niet hebben geholpen’.

  • Bashar Murad, een kunstzinnige queerstem tegen Israëlische agressie

    Bashar Murad, een kunstzinnige queerstem tegen Israëlische agressie

    Ten midden van de Israëlische aanvallen op Gaza en Libanon, die al langer dan een jaar duren, vallen de standpunten van sommige Arabische queeractivisten op. Een van hen is de Palestijnse artiest Bashar Murad. Hij vertelt over zijn ervaringen en over de impact van Arabische queeractivisten in dit interview met het Libanese nieuwsplatform Raseef22.

    Israël probeerde de bezettingen in Palestina en Libanon af te schilderen als een ‘reddingsactie’ die leden van de LGBTQIA+-gemeenschap redt uit hun zogenaamd ‘extreme en barbaarse’ samenlevingen. Palestijnse queerinfluencers spraken dit narratief van Israël tegen en daagden het uit. Ze onthulde de pinkwashing-propaganda die Israël gebruikt om zijn ware imago te verfraaien en zijn acties te rechtvaardigen, wat veel weerklank vond in zowel de Arabische als de westerse wereld, en een ander facet van de Arabische queerstrijd onthulde.

    Een kleurrijke jeugd

    Bashar Murad is een Arabische kunstenaar en mensenrechtenactivist die zich bezighoudt met mensenrechtenkwesties in de Arabische wereld. Bashar werd in 1993 geboren in Jeruzalem en staat niet alleen bekend om zijn kunst en humanitaire werk, maar ook om zijn inzet voor de rechten van seksuele minderheden en zijn voortdurende oproep om een ​​einde te maken aan de bezetting van de Palestijnse gebieden.

    ‘Het is voor mij belangrijk geworden om te vertellen waar ik geboren ben, omdat de wereld een deel van mijn identiteit probeert uit te wissen en mijn zelfexpressie probeert te onderdrukken,’ vertelde Bashar aan Raseef22.

    Bashar Murad groeide op in een artistiek huishouden en ontwikkelde een sterk bewustzijn voor het theater en de studio. Hij is de zoon van Said Murad, de oprichter van de band Sabreen die in 1980 in Jeruzalem werd opgericht, waardoor muziek een medium voor hem werd om zichzelf uit te drukken en verbinding te maken met de wereld.

    Over zijn jeugd zegt Bashar: ‘Het was een kleurrijke en mooie jeugd, ondanks de uitdagingen van de bezetting. Ik werd beïnvloed door Palestijnse dichters zoals Mahmoud Darwish, Hussein Barghouthi, Fadwa Tuqan en nog veel andere Palestijnse en Arabische schrijvers. Dit alles creëerde in mij een bewustzijn van mijn identiteit en zorgde ervoor dat ik daar nog meer aan vasthield en het nog heviger wilde verdedigen.’

    Bashar verhuisde naar de Verenigde Staten om zijn universitaire studies af te ronden, waar hij werd blootgesteld aan nieuwe ervaringen die hem in staat stelden zichzelf te ontwikkelen. Hij keerde vervolgens terug naar Jeruzalem, met veel dromen die hij probeerde te verwezenlijken tijdens zijn werk in Ramallah.

    De liefde en het verlangen naar verzet

    Bashar Murad beschrijft zijn dagelijkse reis tussen zijn woonplaats Jeruzalem en Ramallah als een open les over de bezetting en de negatieve en gevaarlijke gevolgen ervan. ‘De weg tussen Ramallah en Jeruzalem is normaal gesproken 15 minuten rijden. Nu duurt het 120 minuten, of misschien langer, vanwege controleposten en onmenselijke praktijken die ons onze vreugde en ons leven ontnemen, net zoals ze ons land stelen.’

    Hij benadrukt dat de bezetting het Palestijnse volk probeert te verstikken, door hen op te sluiten achter hoge muren en barrières. ‘Het is moeilijk om je een toekomst voor te stellen vol pluraliteit en diversiteit, wanneer de bezetting elke vorm van diversiteit afwijst en een gevangenis creëert waar etnische zuivering voor de ogen van de wereld wordt uitgevoerd.’ Bashar beweert dat Palestijnen al vroeg de zware betekenis leren van woorden als invasie, belegering en gevangenis. ‘Het is logisch dat dit een verlangen naar verzet aanwakkert en een basis legt voor creativiteit,’ zegt hij.

    Een oproep tot vrijheid en vrede

    Naast het oproepen tot rechtvaardigheid en gelijkheid, bevatten Bashars liederen veel afwijzende termen, die duidelijk proberen de opgelegde realiteit aan te vechten ​​en verandering opeisen. Deze liederen roepen op tot vrede in de wereld zonder persoonlijke en culturele eigenschappen te verliezen. De trots op collectieve en individuele identiteit wordt aangesterkt door de aanwezigheid van Palestijnse symbolen en namen.

    Enkele van zijn bekendste Engelstalige nummers zijn: Wild West, ITSAHELL! en Intifada on the Dance Floor.

    Bashar verbindt de Palestijnse strijd met de wereldwijde strijd voor bevrijding, verwijzend naar de prestaties van de Amerikaanse burgerrechtenbeweging die de segregatie en discriminatie tegen Afro-Amerikanen aanvocht, apartheidswetten ontmantelde en gelijke rechten promootte. Hij maakte onder andere een Arabische en Engelse cover van Nina Simone’s ‘I Wish I Knew How It Would Feel to Be Free’ uit 1967.

    Zijn Arabische liedjes zijn meer sociaal georiënteerd en zijn bekendste werken zijn onder andere: Maskhara, Ana Zalameh, Shillet Hamal (Bunch of Bums) en Ma Bitghayirni.

    ‘Ik verwerp elke vorm van onrecht en mijn liedjes zijn politiek, sociaal en emotioneel divers.’ Hij gelooft dat zijn lied Ilkul 3am Bitjawaz (iedereen gaat trouwen) velen vreugde bracht omdat de tekst hun ervaringen weerspiegelt. Hij beschrijft dit type sociale kunst als het verzet tegen dominante maatschappelijke normen, het streven naar verandering en de bescherming van individuele vrijheid, terwijl de privacy en persoonlijke keuzes van mensen worden gerespecteerd. ‘Ik heb de waarden van vrijheid geleerd van mijn familie. Ik ben een zoon van deze diverse gemeenschap en ik vertegenwoordig een van haar vele verhalen.’

    In zijn muziek en teksten behandelt Bashar concepten zoals identiteit, gender en seksualiteit. ‘Op jonge leeftijd begon ik al deze onderwerpen te verkennen. Ik hield van dingen die anders waren dan die van mijn leeftijdsgenoten en mijn omgeving bestond voornamelijk uit meisjes. Hierdoor realiseerde ik me dat ik anders was, en daarom maak ik deze muziek voor het Bashar-kind dat opgroeide zonder rolmodellen zoals ik.’

    Zelfexpressie

    Bashar Murad spreekt met trots over zijn seksuele identiteit en zijn lidmaatschap van de LGBTIA+-gemeenschap. ‘Palestijns en homoseksueel tegelijk zijn is een verrijkende factor die mij in staat stelt om zowel mijn nationale als seksuele identiteit te bevestigen. De beperkingen die de bezetting oplegt, creëren een honger naar vrijheid en creativiteit. Bovendien draagt ​​de diversiteit binnen de Palestijnse samenleving, met haar verschillende identiteiten, allemaal bij aan de rijkdom van de artistieke productie.’

    Bashar deed mee aan een felle competitie om IJsland te vertegenwoordigen op het Eurovisie Songfestival, waar hij het lied Wild West zong. Hij zong ook het lied Klefi / Samed (Resilience) in samenwerking met de IJslandse band Hatari, die bekendheid verwierf in de Arabische wereld nadat ze de Palestijnse vlag hesen op het Eurovisie Songfestival in Tel Aviv in 2019.

    Bashar gelooft niet dat iedereen zijn werk leuk moet vinden, maar hij benadrukt dat hij een divers publiek heeft wat betreft leeftijden, geslacht en seksuele identiteit. ‘Het podium is waar ik mezelf uitdruk, waar ik mijn identiteit en bestaan ​​voel en waar ik met anderen kan communiceren.’

    Bashars uitstraling op het podium is heel uniek. ‘Elk deel van mijn identiteit geeft mij kracht. Ik weet dat het een weg is vol obstakels, maar uiteindelijk wil ik zeggen wat ik wil en mijn vrijheid verkrijgen.’

    ‘Wat we met al deze artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen’

    Bashar blijft optimistisch over de ontwikkeling van artistieke expressie van queers in de Arabische wereld, en merkt op dat ze professioneler worden. Hij gelooft echter dat ze nog tijd nodig hebben om zichtbaarder te worden. Hij hoopt op meer empowerment en steun voor queerindividuen om hun talenten te ontwikkelen. Bashar moedigt queerindividuen aan om hun talenten te laten zien. ‘Ieder van ons speelt een rol in het bouwen van een nieuwe structuur. Cultuur en collectief bewustzijn is een cumulatief proces.’

    Bashar beschrijft zichzelf als iemand die van uitdagingen houdt. Hij probeert een lang artistiek pad te bewandelen met veel prestaties, waaronder het houden van concerten in de Arabische wereld. Hij wil verschillende creatieve ervaringen opdoen en nieuwe ideeën ervaren, om zijn artistieke werk te diversifiëren.

    Naast zingen, songteksten schrijven en muziek maken, werkt hij ook als regisseur en model. Hij ziet deze variatie als essentieel voor elke artiest, omdat het hun ideeën, carrière en bewustzijn van de wereld verrijkt. ‘Wat we met al deze culturele en artistieke productie doen, is onze verschillende identiteiten in de Arabische wereld bevestigen. We zijn jonge, interactieve samenlevingen en er zijn veel mogelijkheden, maar we hebben tijd en ervaring nodig om een ​​vrije artistieke ruimte te creëren die de verschillen accepteert. Tot we die ruimte bereikt hebben, presenteren we wat we kunnen en zetten we een stap voorwaarts op het pad.’

    Om af te sluiten benadrukt  Bashar Murad dat hij hoopt op een einde aan de Israëlische oorlogsmisdaden en genocide in Gaza, naast zijn persoonlijke ontwikkeling. ‘Ik hoop mijn artistieke reis voort te zetten, ruimte te hebben om mijn ambacht te ontwikkelen en een groter vermogen te hebben om mijn verhaal aan de wereld te vertellen. Ik hoop ook het aantal fans te vergroten, die ik als mijn familie beschouw.

  • Diplomatieke adviseur van Trump in interview: ‘Poetin is geen slechte kerel’

    Diplomatieke adviseur van Trump in interview: ‘Poetin is geen slechte kerel’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Turkije: arrestatie van de burgemeester van Istanbul ontketent demonstraties

    » Israël: tienduizenden mensen eisen vrijlating gijzelaars en protesteren tegen Netanyahu

    ‘Hij is altijd fatsoenlijk tegen me geweest,’ aldus Witkoff

    Steve Witkoff, de gezant van de Amerikaanse president voor Oekraïne en het Midden-Oosten, werd geïnterviewd op de podcast van voormalig Fox News-ster Tucker Carlson. Hij sprak over zijn twee ontmoetingen met de Russische president. ‘Ik zie hem niet als een slechterik. Ik vind hem aardig. Hij is altijd fatsoenlijk tegen me geweest,’ aldus Witkoff. Vladimir Poetin vertelde hem dat hij na de moordaanslag op Donald Trump in juli voor hem had gebeden, merkt NBC News op.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hij raakte bevriend met hem, hij bad voor zijn vriend,’ vertelt de vastgoedmagnaat die diplomaat is geworden. Poetin gaf de Amerikaanse president ook een schilderij van zichzelf, gesigneerd door een gerenommeerde kunstenaar, aldus Witkoff. Donald Trump was ‘duidelijk geraakt door het gebaar’.

    Volgens de diplomaat, die dicht bij Trump staat, worden de regio’s Donetsk, Luhansk, Zaporizja en Cherson in het oosten van Oekraïne ‘de facto gecontroleerd door de Russen’. Daarop vroeg hij: ‘Zal de wereld accepteren dat dit Russische gebieden zijn?’ Hij wist de namen van de vier gebieden niet te noemen toen hij werd ondervraagd door Tucker Carlson. Volgens hem zal Rusland niet proberen meer land in Oekraïne te veroveren, omdat het zijn doelstellingen al heeft bereikt.

  • Hoe Kim Jong-un terreur orkestreert. ‘Het aantal openbare executies neemt toe’

    Hoe Kim Jong-un terreur orkestreert. ‘Het aantal openbare executies neemt toe’

    Een voormalige leidinggevende van het Noord-Koreaanse regime, die vijf jaar geleden het land ontvluchtte, heeft een interview gegeven aan het Japanse dagblad Mainichi Shimbun. Hij onthult hoe Kim Jong-un, ondanks zijn ogenschijnlijk onwrikbare positie, een zwakke machtsbasis heeft. Om zijn greep op de bevolking te versterken deelt hij meedogenloos doodvonnissen uit.

    Kim Jong-un regeert nu al ruim twaalf jaar in Noord-Korea. Hij zet zijn programma voor ballistische raketten en kernwapens koste wat kost voort, ondanks de economische problemen en de zware internationale sancties waarmee het land te maken heeft. Tegen deze achtergrond gaf een voormalige leidinggevende van de Regionale Veiligheidsmacht, die rond 2019 naar Zuid-Korea vluchtte [we zullen hem Choe noemen], een exclusief interview aan Mainichi Shimbun tijdens een bijeenkomst in Seoul, eind februari. Zijn verslag van de mensenrechtensituatie in Noord-Korea in de afgelopen jaren is van onschatbare waarde.

    De man, die in de veertig is, doet een boekje open over een regime dat op zijn hoede is in het licht van groeiende publieke onvrede en sociale onrust. Een regime dat het toezicht probeert aan te scherpen door het aantal functionarissen dat het gedrag van burgers moet monitoren aanzienlijk te verhogen, en dat regelmatig zijn toevlucht neemt tot de doodstraf, zowel in het openbaar als achter gesloten deuren. Het is uitzonderlijk dat een overgelopen leidinggevende met zo’n staat van dienst bereid is vragen van buitenlandse media te beantwoorden, te meer daar hij het land nog niet zo lang geleden heeft verlaten.

    ‘Het aantal openbare executies voor kleine vergrijpen neemt toe. Meestal wordt daartoe besloten tijdens vergaderingen, in plaats van in de rechtbank,’ vertelt Choe. Vroeger gold de doodstraf alleen voor moord en andere ernstige misdrijven. Nu wordt de straf veel breder toegepast, op basis van ‘decreten’ die op straat zijn opgehangen.

    Doodvonnis

    In Noord-Korea is bijvoorbeeld de diefstal van telefoonkabels, waarvan het koper op de zwarte markt wordt verkocht, een plaag geworden die de telecommunicatie-infrastructuur ernstige schade toebrengt. Om dit in te dammen waarschuwen de autoriteiten van het land regelmatig met de boodschap ‘Diefstal van telefoonkabels wordt zwaar bestraft’. Volgens het Noord-Koreaanse wetboek van strafrecht is diefstal een overtreding waarop gevangenisstraf staat, maar volgens de decreten, die worden beschouwd als ‘buitengewone wetten’, kan er ook de doodstraf op staan.

    ‘Ook op diefstal en het slachten van vee staat de doodstraf, vanwege het negatieve effect op de landbouwsector,’ vervolgt Choe. Toen hij nog in Noord-Korea woonde, werden er elke week wel een of twee doodvonnissen voltrokken op basis van de decreten. 

    Bovendien worden deze doodvonnissen niet langer alleen op regeringsniveau uitgesproken. Sinds een jaar of tien bepalen de veiligheidscomités die in elke provincie zijn opgericht rond de regionale secretaris van de Koreaanse Arbeiderspartij (de enige partij), de hoogste provinciale autoriteit, de straffen die in hun rechtsgebied worden toegepast, waaronder de doodstraf.

    Volgens Choe is voor Kim Jong-un, wiens machtsbasis in werkelijkheid niet erg solide is, een sterk gevoel van onveiligheid een van de redenen waarom hij het regime verscherpt. In tegenstelling tot zijn vader, Kim Jong-il (1942-2011), die ongeveer dertig jaar de tijd had om zich voor te bereiden op zijn functie aan het hoofd van het land, heeft de huidige secretaris-generaal van de Koreaanse Arbeiderspartij niet genoeg tijd gehad om een betrouwbare entourage op te bouwen.

    Het feit dat zijn moeder, Ko Yong-hui, geboren is in Osaka [Japan] uit Zuid-Koreaanse ouders, lijkt een ‘vlek op zijn legitimiteit’ in de ogen van de stafleden en het volk, denkt Choe. ‘De bevolking is zich daar goed van bewust. Sommige mensen zeggen zelfs dat Kim Jong-un tot de “Fuji-lijn” behoort (in tegenstelling tot de “Paektu-lijn”, de bijnaam voor de erfelijke machtsoverdracht sinds Kim Il-sung [de grootvader van Kim Jong-un, 1912-1994]).’ 

    Toen Kim Jong-un na de dood van zijn vader de teugels overnam, toonde hij zich bereid om actief economische hervormingen door te voeren, wat verwachtingen wekte bij de bevolking. Maar die hoop werd de bodem ingeslagen toen het toezicht en de controle werden opgevoerd.

    ‘Het aantal informanten van de veiligheidsdiensten die in de bevolking zijn geïnfiltreerd, is verdubbeld’

    ‘Het aantal informanten van de veiligheidsdiensten die in de bevolking zijn geïnfiltreerd, is verdubbeld,’ zegt Choe, ‘en in plaats van twee keer per maand moeten ze nu een keer per week een rapport schrijven. Er zijn ook meer veiligheidsfunctionarissen die bewoond gebied in de gaten moeten houden.’ Mensen die kritiek hebben op het regime of informatie proberen uit te wisselen met de VS, Japan of Zuid-Korea, worden extra streng in de gaten gehouden.

    Wie door de geheime politie is gearresteerd wegens een ‘politiek misdrijf’, na een tip van informanten, wordt vaak achter gesloten deuren geëxecuteerd, uit angst dat de aanklacht, kritiek op het regime bijvoorbeeld, na bekendmaking tot navolging zou kunnen leiden. Soms sterven ‘politieke misdadigers’ van de honger, verstoken van voedsel en water.

    Choe benadrukt dat het belangrijk is de internationale gemeenschap te wijzen op de mensenrechten in Noord-Korea. ‘In het verleden heeft het regime bijvoorbeeld na internationale kritiek de behandeling van Noord-Koreaanse overlopers aangepast.’ Door bewustzijn te creëren bij mondiale instellingen zoals de Mensenrechtenraad van de Verenigde Naties en het Internationaal Strafhof (ICC) hoopt Choe ‘een einde te kunnen maken aan willekeurige executies’.

    In januari kondigde Kim Jong-un aan dat ‘de begrippen “hereniging”, “verzoening” en “homogeniteit” [van het Koreaanse volk] volledig uit de nationale geschiedenis zouden worden geschrapt’. Hiermee liet hij de doelstelling van vreedzame hereniging met Zuid-Korea, die hij eerder nog had gesteund, volledig varen. Waarom is hij plotseling afgestapt van een fundamenteel beleid dat sinds de tijd van de eerste opperste leider, Kim Il-sung, standaard werd gevoerd? En hoe reageren de Noord-Koreanen hierop? ‘Het feit dat iets wat hun tot nu toe altijd is geleerd op deze manier wordt afgezworen, moet als een grote schok zijn gekomen,’ zegt Choe.

    De campagne om verwijzingen naar de hereniging te verwijderen vordert met rasse schreden. De Boog van de Hereniging in Pyongyang is afgebroken en uit het volkslied is de zinsnede ‘3000 li’ [een li is een meeteenheid van ongeveer 500 meter] geschrapt, die verwees naar de lengte van het Koreaanse schiereiland. ‘Verwijzingen naar de hereniging zijn er overal,’ zegt Choe, ‘dus dit betekent dat veel van de geschriften van Kim Il-sung en Kim Jong-il, evenals liederen en documentaires die bedoeld waren om de bevolking op te voeden, gedoemd zijn te verdwijnen. Dat is nogal een ommekeer.’

    Hereniging

    ‘Hereniging was een hoog gegrepen doel,’ aldus Choe, ‘maar iedereen in Noord-Korea weet dat onze twee volken dezelfde taal en cultuur delen, en ik denk niet dat een enkel woord van de hoogste leider dat zal veranderen. Deze ideologische ommezwaai zal waarschijnlijk wantrouwen en onvrede opwekken onder de bevolking.’

    In 1960, en later ook in 1980, stelde Kim Il-sung een plan voor om de twee Korea’s te herenigen onder een federaal systeem. In 2000 ontmoette Kim Jong-il de Zuid-Koreaanse president Kim Dae-jung voor de ondertekening van een gezamenlijke verklaring, waarin ook de doelstelling van hereniging van Noord en Zuid op basis van een ‘voorstel voor een federaal systeem’ was opgenomen.

    Zuid-Koreaanse en Japanse experts op het gebied van Noord-Korea en mensen die het regime van binnenuit kennen, hebben mogelijke verklaringen geuit voor de plotselinge ommezwaai van Kim Jong-un. Sommigen denken dat de leider, na twaalf jaar aan de macht te zijn geweest, zich probeert te bevrijden van de politieke ideologie en principes van zijn grootvader en vader, om zijn eigen ideeën op te leggen. Volgens Choe is dat al enkele jaren aan de gang.

    In 2019 bekritiseerde Kim Jong-un het toeristische project rond de berg Kumgangsan, dat een symbool was voor de economische samenwerking tussen Noord en Zuid onder leiding van zijn vader Kim Jong-il. ‘Mijn voorganger heeft een grote fout gemaakt door zich aan anderen (Zuid-Korea) te onderwerpen toen het land zwak was,’ zei hij. Ook is bekend dat de portretten van Kim Il-sung en Kim Jong-il in 2021 zijn verwijderd uit de congreszaal van de Koreaanse Arbeiderspartij.

    Volgens Choe hebben veel Noord-Koreanen heimwee naar de tijd van Kim Il-sung. Rond 1980 profiteerde het land van een voedseldistributiesysteem en economische steun van de Sovjet-Unie. De mensen zouden het niet op prijs stellen dat hun huidige leider kwaadspreekt over zijn voorgangers, aldus Choe.

    ‘De volledige breuk met Zuid-Korea is begrijpelijk omdat het regime het land ziet als een bron van “culturele vervuiling”’

    Andere waarnemers koppelen de koerswijziging van Kim Jong-un aan het mislukken van zijn ‘diplomatieke offensieven’. De reeks topontmoetingen met de VS en Zuid-Korea van enkele jaren geleden leverden niet de verhoopte resultaten op, waaronder de opheffing van economische sancties. Volgens een Noord-Koreaanse bron was de tegenslag voor Kim Jong-un op de Koreaanse top in 2018 een zware klap voor zijn gezag en legitimiteit. Om de impasse te doorbreken zou de Noord-Koreaanse leider zich gedwongen zien om strenge maatregelen te nemen tegen het buurland. Volgens sommigen ligt de totale afwijzing van een vreedzame hereniging in het verlengde hiervan.

    Andere waarnemers wijzen op het mislukken van recentere maatregelen om de invloed van de Zuid-Koreaanse cultuur in te perken. Noch de grensblokkade, die ongeveer drie jaar werd gehandhaafd onder het mom van het indammen van de coronapandemie, noch de eind 2020 aangenomen wet op de uitsluiting van de cultuur van reactionair gedachtengoed – die onder meer het contact met de Zuid-Koreaanse cultuur streng bestraft – hebben weten te voorkomen dat Zuid-Koreaanse series en muziek de Noord-Koreaanse bevolking bereiken. Ook dit heeft, naar wordt aangenomen, de wrok van Kim Jong-un jegens Seoul aangewakkerd.

    ‘De volledige breuk met Zuid-Korea is begrijpelijk omdat het regime het land ziet als een bron van “culturele vervuiling”,’ concludeert Choe. ‘Maar de breuk is ook bedoeld om intern de eigen macht te versterken.’ 

  • Tucker Carlson interviewt Vladimir Poetin, onder meer over Oekraïne

    Tucker Carlson interviewt Vladimir Poetin, onder meer over Oekraïne

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zelensky vervangt opperbevelhebber Oekraïense strijdkrachten

    » Nicaragua wil zich aansluiten bij genocidezaak Zuid-Afrika tegen Israël

    Poetin riep de VS op om te praten over het einde van de oorlog

    In een gesprek met Tucker Carlson, voormalig Fox News-presentator, heeft de Russische president Vladimir Poetin de Verenigde Staten opgeroepen te onderhandelen over het einde van de oorlog in Oekraïne, onder meer door Oekraïens grondgebied aan Rusland af te staan. Dat meldt de BBC.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘Hebben jullie niets beters te doen?’ zei Poetin in antwoord op de vraag van Carlson over de mogelijkheid dat Amerikaanse soldaten in Oekraïne vechten. ‘Jullie hebben problemen aan de grens, problemen met migratie, problemen met de staatsschuld. Zou het niet beter zijn om met Rusland te onderhandelen?’ Ook begon Poetin over waarom Rusland historisch gezien aanspraak zou maken op een groot deel van Oost-Europa.

    Poetin zei ook hoe hij de oorlog in Oekraïne ziet eindigen: niet met een militaire overwinning, maar door een overeenkomst met het Westen. Aan het einde van het interview zei Poetin tegen Carlson dat het tijd was voor gesprekken over het beëindigen van de oorlog omdat ‘degenen die in het Westen aan de macht zijn zich zijn gaan realiseren’ dat Rusland niet verslagen kan worden op het slagveld.

  • Chimamanda Ngozi Adichie: ‘Ik vrees voor het einde van de nieuwsgierigheid’

    Chimamanda Ngozi Adichie: ‘Ik vrees voor het einde van de nieuwsgierigheid’

    Chimamanda Ngozi Adichie, schrijver van de roman Americanah, legt in een interview met redacteur Gal Beckerman van The Atlantic uit waarom vrijheid van meningsuiting volgens haar cruciaal is voor schrijvers. ‘Literatuur zou ons alle kanten van onszelf moeten laten zien.’

    Schrijver Chimamanda Ngozi Adichie is niet bang om voor haar mening uit te komen. In Americanah, haar bekendste roman, onderzoekt ze ras, liefde en migratie aan de hand van het verhaal van een jonge Nigeriaanse vrouw die naar de VS verhuist. In 2013 gaf ze een TEDx-talk met de titel We Should All Be Feminists, waarvan Beyoncé een sample maakte voor haar nummer ‘Flawless’. Dat zorgde ervoor dat Adichie onmiddellijk internationale aandacht kreeg. In de afgelopen jaren heeft ze zich vaak uitgelaten over wat in haar ogen een ongezonde vorm van culturele zelfcensuur is. Tijdens The Atlantic Festival sprak ze met Gal Beckerman, redacteur van The Atlantic, over de rol van verhalenvertellers, het recht om jezelf te uiten en het belang van intellectuele vrijheid.

    Dit interview is door The Atlantic bewerkt en ingekort omwille van de lengte en helderheid.

    Onlangs heb ik je TED-talk uit 2009, The Danger of a Single Story [het gevaar van een verhaal met één enkel perspectief], opnieuw bekeken. Daarin beschrijf je dat mensen elkaar min of meer tekort kunnen doen met een zeer beperkende visie op wie ze zijn. Ik wil je vragen hoe het er nu voorstaat, met die single story, maar dan met een kleine draai. Toen ik naar die TED-talk keek, leek je het te hebben over hoe mensen elkaar dat ene verhaal opdringen. Maar volgens mij leven we in een tijd waarin we het ook aan onszelf opdringen, of het nu gaat om ras, gender of politieke voorkeur. Had je dat aspect ook in gedachten toen je die lezing gaf?

    ’Nee, dat had ik niet. Maar je hebt gelijk. Ik denk dat dat te maken heeft met de huidige tijd. We leven nu min of meer leven in afgezonderde ideologische stammen die ons een orthodoxie hebben opgelegd. Ayad Akhtar, een schrijver die ik erg bewonder, zegt dat we met grote morele strengheid reageren op gesproken taal, zelfs zo erg dat het iets bestraffends geeft. Daar ben ik het mee eens. Ik denk dat mensen daardoor bang zijn en zichzelf censureren. Daarom leggen ze zichzelf dat ene verhaal op. Mensen denken steeds meer dat je niet kunt schrijven over ervaringen die je niet persoonlijk hebt meegemaakt. Dat lijkt me verschrikkelijk voor de literatuur en voor de verbeelding, die de vrijheid moet hebben om zich te ontwikkelen en los van de werkelijkheid te staan. Geen enkel menselijk project behoeft zoveel vrijheid als creativiteit. Deze ontwikkelingen zou het einde van de nieuwsgierigheid inluiden, het einde van creativiteit en zelfs het einde van leren.’

    Je schreef onlangs een essay ter gelegenheid van het tienjarig jubileum van de publicatie van Americanah. Daar hebben we een uittreksel van gemaakt voor The Atlantic. Hierin zeg je veel interessante dingen over het ontstaan van het boek. Eén zin en één woord in het bijzonder vielen me op. Je schrijft: ‘Van alle gecompliceerde emoties die een inspiratie vormden voor deze roman, kwam verbijstering het meest voor.’ Wat verbijstert je vandaag de dag aan Amerika?

    ’Mijn hemel! Nou, ik weet niet of we daarvoor genoeg tijd hebben, maar ik zal een poging wagen. Ten eerste begrijp ik de aantrekkingskracht van Donald Trump echt niet. We hebben het over wie de verkiezingen in dit land gaat winnen. Het lijkt wel alsof men bijna expres negeert dat er iemand is, die – in mijn optiek – een gevaar is voor de natie en toch enorme steun heeft in bepaalde delen van dit land. En ik denk dat we ons moeten afvragen waarom dat zo is. Ik wil het begrijpen en ik begrijp het niet, dus dat verbijstert me.

    Ik moet ook aan die eerdergenoemde stammenorthodoxieën denken: als een rechts iemand het ergens mee eens is, dan voelen veel linkse mensen zich gedwongen om het ermee oneens te zijn en verder niet na te denken over de inhoud ervan. En ik denk ook dat het omgekeerde het geval is. Ik vind dat op vele niveaus verbijsterend, omdat het betekent dat we niet eens over de inhoud van dingen kunnen praten. Ik wil zelf kunnen beslissen of iets goed of slecht is en het niet laten afhangen van het feit dat mijn stam het al dan niet goedkeurt. Maar Amerika is ook mijn tweede thuis. Je maakt je nu eenmaal zorgen als je ziet dat iets, of een plek, waar je om geeft begint af te brokkelen. Dat is het gevoel dat ik nu over de VS heb.’

    ‘Als een rechts iemand het ergens mee eens is, dan voelen veel linkse mensen zich gedwongen om het ermee oneens te zijn’

    In 2021 schreef je een ander essay, waarin je geen blad voor de mond nam. Je zei: ‘We hebben een generatie van jonge mensen op sociale media die zo bang zijn om de verkeerde mening te hebben dat ze zichzelf hebben beroofd van de mogelijkheid om na te denken, te leren en te groeien.’ Je werkt vaak met jongere schrijvers. Wat voor effecten heeft de dynamiek die je hier beschrijft op de creativiteit?

    ’Ik denk dat compassie en morele moed vandaag de dag enorm aan het afnemen zijn. En ik denk dat die twee op een bepaalde manier met elkaar verbonden zijn. Op sociale media is er de verwachting dat je niet op compassie kunt rekenen: als je iets tweet, gaan er gelijk allemaal mensen los over de inhoud, soms zelfs je vrienden. Ik denk dat mensen zich daardoor inhouden. Dat hangt dan weer samen met een gebrek aan morele moed: mensen die er iets van zouden kunnen zeggen, doen dat niet. Ik denk dat bepaalde praktijken – een boek dat toch niet wordt gepubliceerd, iemand die plotseling ergens wordt weggestuurd, zoals je vaak in kranten leest – niet per se gebeuren omdat mensen in gezaghebbende posities echt geloven dat wat er gezegd of gebeurd is slecht is, maar omdat ze bang zijn dat ze zelf worden aangevallen.

    Als mensen dit soort sociale afkeuring boven het hoofd hangt, is het, denk ik, veel moeilijker om te creëren, om te schrijven. En dat zie je zelfs in de beperkte omgeving van een workshop. Ik moet constant tegen mensen zeggen: “Het is oké. Je kunt dat echt opschrijven.” Omdat je duidelijk ziet dat ze zich grote zorgen maken over wat andere mensen in de workshop zullen denken. Ik zou willen dat mensen meer lazen, en vooral meer fantasierijke teksten lazen. Ik denk dat die ons misschien meer compassie kunnen bijbrengen.’

    Je hebt dit nu al een aantal keer openlijk uitgesproken. Ben je je ervan bewust dat je het risico loopt dat mensen het interpreteren als het afbranden van ‘je eigen mensen’?

    ’Daar heb ik geen last van. Ik zou willen dat dit niet nodig was – het liefst zou ik gewoon thuisblijven om poëzie te lezen en fictie te schrijven. Maar zelfs als kind was ik iemand die zich geroepen voelde om te praten over dingen die ik onrechtvaardig vond. We kunnen het hebben over rechts en over die idiote boekverboden.’

    Dat wilde ik inderdaad vragen, omdat jouw eigen boek blijkbaar verboden is.

    ’Toen dat gebeurde, dacht ik: wat een eer om onderdeel te zijn van dit gezelschap. Ik bedoel, kijk eens naar welke prachtige boeken allemaal verboden werden. Maar je berooft kinderen van kennis en plezier. Deze keuze, om de waarheid over historische gebeurtenissen te verbergen, is echt afschuwelijk. In mijn ogen is Afro-Amerikaanse geschiedenis essentieel. Het is Amerikaanse geschiedenis. En het idee dat je kinderen moet beschermen tegen het vervelende gevoel dat ze misschien krijgen als ze met de waarheid geconfronteerd worden, is absurd.

    Links levert maar al te graag kritiek op mensen die boeken verbieden. Maar wat voor spiegel houden we onszelf voor, aangezien wij als gezegd zelfcensuur bevorderen? Het is voor links zo gemakkelijk om niet aan verwachtingen te voldoen. Je hoort alles al te weten, toch? Je hoort de juiste taal te gebruiken. Er wordt niet van je verwacht dat je vragen stelt. Als meer mensen zouden besluiten om bijvoorbeeld minder gemeen te zijn, een beetje meer compassie te tonen, zich misschien wat barmhartiger op te stellen op het moment dat iemand iets zegt, dan denk ik dat de toon op sociale media misschien een beetje zou veranderen. Misschien zou de literatuur die we voortbrengen ook minder bekrompen zijn. Ik vind hedendaagse fictie niet erg interessant.’

    Dat wilde ik je net vragen. Is er iets waar je als lezer consequent tegenaan loopt?

    ’Weet je, ik koop heel veel boeken en dat doe ik vooral omdat ik denk aan toen ik begon en doodsbang was dat niemand mijn boeken zou kopen. Dus ik probeer altijd boeken te kopen, vooral debuutromans. Maar ik lees ze bijna nooit uit. Ik herinner me dat ik onlangs een boek las en dacht: Mijn God, iedereen in dit boek is goed. En dat kan niet. Literatuur zou ons alle kanten van onszelf moeten laten zien. Maar in dit boek was iedereen ideologisch correct. Iedereen had de juiste mening.

    Ik bedoel, ik ben dol op die uitspraak van H.G. Wells, dat literatuur zou moeten gaan over the jolly coarseness of life [de vrolijke weerbarstigheid van het leven]. En daar voeg ik graag nog aan toe dat ze niet eens vrolijk hoeft te zijn; de weerbarstigheid of grofheid van het leven is voldoende. We leven nu in een wereld met zogenaamde sensitivity readers [lezers die een boek vóór publicatie beoordelen op gevoelige inhoud]. Stel dat je als schrijver niet wil dat je uitgever een sensitivity reader voor je boek moet inhuren, dan word je zelf maar een sensitivity writer.’

    Wat mij betreft is humor een van de andere slachtoffers van deze censurerende houding. Toen ik in 2016 redacteur was bij The New York Times Book Review – dat was nog vóór de verkiezingen – schreef je een kort verhaal waarin je in het hoofd van Melania Trump kroop. Het was grappig. En het was humor die een bepaalde empathie wist op te roepen. Je probeerde echt in haar hoofd te kruipen, probeerde haar echt te begrijpen.

    ‘Daar heb ik veel onderzoek voor gedaan. Ik las over haar, over haar familie, het stadje waar ze vandaan kwam. En ik moet zeggen dat ik op dat moment veel sympathie voor haar voelde, omdat ik dacht: dit is niet waar ze voor getekend heeft. Ik moet wel zeggen, omdat ik eerlijkheid belangrijk vind, dat mijn mening over haar… mijn sympathie is alweer aanzienlijk afgenomen. En dat is het andere probleem met progressief links, de stam waartoe ik behoor: we zijn ons vermogen om te lachen kwijtgeraakt. En dat is jammer. Ik bedoel, we worden ’s ochtends wakker en hullen ons meteen in onze mantels der schijnheiligheid.’

    ‘We zijn ons vermogen om te lachen kwijtgeraakt’

    Anderen zouden het misschien niet hebben aangedurfd om vanuit het hoofd van Melania Trump te schrijven, uit angst dat het zou lijken alsof ze sympathie voor haar hadden.

    ‘Ja. Maar de rol van een verhalenverteller is om zich voor te stellen wat een mens denkt en voelt. Als onze verhalenvertellers zich niet vrij voelen, raken we iets kwijt. Maar ik denk dat de generaties na ons daarvan de dupe zullen zijn. We kijken naar het verleden en lezen Dickens, of Balzac, en krijgen zo een beeld van hoe het leven er toen uitzag. Ik vraag me af of mensen die vandaag de dag hedendaagse literatuur lezen, een goed beeld krijgen van hoe ons leven eruitziet.

    En ik zal je nog iets vertellen, zonder namen te noemen. Toen ik mijn eerste kinderboek schreef, werd ik gevraagd voor een interview met een zeer gerespecteerd mediabedrijf in Amerika. Maar een paar dagen vóór het interview vertelde mijn uitgever me: “Oh, het spijt me heel erg. Ze hebben net gezegd dat het interview niet door kan gaan.” Dus vroeg ik waarom. “Nou, omdat ze denken dat ze je niet kunnen interviewen als je niet bereid bent om terug te komen op wat je in 2017 over trans vrouwen hebt gezegd.”

    Ook daar was ik verbijsterd over. Ik dacht: Nou ja zeg, ik heb een kinderboek geschreven. En wat me nog meer verbaasde, was dat deze mediaorganisatie bereid was om open kaart te spelen over waarom ze het interview hadden afgezegd. Ik moet toegeven dat ik behoorlijk gekwetst was. Maar het zorgde er ook voor dat ik begon te begrijpen waarom bepaalde mensen ervoor kiezen om zich niet uit te spreken.

    In 2017 heb ik in een interview gezegd: “Ik denk dat een trans vrouw een trans vrouw is.” En dat denk ik, omdat ik denk dat het ontzettend belangrijk is dat we onderscheid maken. Omdat voor mij, iemand die geboren is met een lichaam dat ontworpen is om geslachtscellen van een bepaalde grootte aan te maken, dat gegeven mijn leven volledig heeft gevormd. Voordat ik geboren werd, zei de familie van mijn vader tegen mijn moeder: “We hopen dat het een jongen wordt.” Waarop mijn moeder zei: “We zullen zien, ik krijg het kind dat ik krijg.” Mijn moeder was geweldig. Maar ik groeide op in een cultuur waarin ik, omdat ik een vrouw ben, bijvoorbeeld geen eigendom kan erven. Dat is bepalend geweest voor mijn leven.

    Toen ik het zei besefte ik helemaal niet dat het misschien beledigend was, laat staan dat dat de opzet was. Maar ik zie in dat je ook kunt beledigen zonder dat het je bedoeling is. Dus was ik achteraf enorm verrast. Ik bedoel, het was echt verschrikkelijk. Ik ben twee weken in bed gebleven. Ik praat er niet graag over, want ik wil mezelf niet als slachtoffer neerzetten. Het is bijna onmogelijk om hier genuanceerd over te praten, zonder ergens van beschuldigd te worden. “Oh, je maakt jezelf tot slachtoffer” of ”Oh, je bent zo ongevoelig”, krijg je dan weer te horen. En dat is, op een bepaalde manier, misschien de reden dat ik dit zeg, omdat ik wil pleiten voor meer nuance. En ik ook wil pleiten voor wat holistischer denken, want ik weet nog dat ik dacht: Waarom zou iemand denken dat ik iets kwaads in de zin had? Mensen zeiden: ”Je creëert een hiërarchie.” Mensen zeiden: “Je bent een moordenaar.” Maar ik dacht: Mijn hele leven draait om het vieren en omarmen van diversiteit, ik ben dolgelukkig dat we in deze wereld verschillend zijn.’

    Laatste vraag. Ik moet dit vragen, want de fans zullen het willen weten. Americanah kwam tien jaar geleden uit. Kunnen we nog een roman verwachten?

    ’[Lacht] Ik werk aan een roman. Of dat probeer ik – je schrijft zelf boeken, dus je weet wat voor gevoel dat is. Vooral als je het zo formuleert – “Het is tien jaar geleden” – raak ik meteen in paniek. Mijn God, het is tien jaar geleden! Ik werk aan een roman en heb goede moed.’

    Lees ook:

  • Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    Vrouwenrechten in Afrika: ‘De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit’

    She Leads is een vijfjarig programma dat zich inzet voor de zelfbeschikking van meiden en jonge vrouwen in Oost-Afrika, West-Afrika en het Midden-Oosten. 360 ging hierover in gesprek met de Keniaanse Caroline Boraya en de Sierra Leoonse Hawa Mansaray, beiden She Leads-landencoördinator in hun desbetreffende land. ‘Waar we ons nu op richten is gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen.’

    Caroline Boraya is pleitbezorger van kinderrechten en woont in Nairobi, Kenia. Zo kwam ze onder andere te werken voor Kesho Kenia, een lokale ngo die zich inzet voor onderwijs, training en bescherming van kinderen en jongeren, en gaf ze de leiding aan het Changing the Way We Care Initiative, een project dat onderwijs en gezinszorg promoot. Nu is ze landencoördinator van het She Leads Consortium, een gezamenlijk programma van Plan International, Defence for Children-ECPAT, African Women’s Development and Communication Network (FEMNET) en Terre des Hommes (TdH) dat in 2021 van start is gegaan. 

    Het She Leads-consortium, lezen we online, brengt kinderrechtenorganisaties, vrouwenrechtenorganisaties en door GYW [girls and young women] geleide groepen samen en heeft tot doel de duurzame invloed van deze groep op de samenleving te vergroten en de visie op en besluitvorming rondom gendernormen binnen formele en informele instellingen te veranderen.

    ‘Dit liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen’

    Ook Hawa Mansaray is coördinator van dit programma, in haar geval van Sierra Leone. Ze groeide op in een gezin met veel broers en zussen, waarvan maar één ‘echt’ was. De anderen waren kansarme kinderen die haar moeder, een alleenstaande vrouw, in huis had genomen om ze te helpen. Dit voorbeeld inspireerde haar van jongs af aan en liet haar ‘de kracht van vrouwen zien, het belang van het helpen van anderen, vooral meisjes en jonge vrouwen, en zette mij ertoe aan om de mensheid te dienen’, aldus Mansaray. Vanuit deze wens wilde ook zij aanvankelijk rechten studeren, maar ze bleek niet aan de eisen te voldoen. Uiteindelijk, zegt ze, was dat een zegen want zo kwam ze terecht in een studie vredes- en conflictstudies/ontwikkeling, die haar naar haar stage bij Defense for Children Sierra Leone leidde.

    Op 4 oktober spraken Boraya en Mansaray in De Balie met vier anderen die zich met feminisme en beleid bezighouden. De dag erna sprak ik hen samen in Den Haag op het hoofdkantoor van Terre des Hommes.

    Hoe was het gesprek in De Balie?

    C+H: Het was een mooie avond, echt bijzonder. 

    C: Er was alleen niet echt sprake van een gesprek. Het was eigenlijk zo dat iedereen zichzelf presenteerde en zijn verhaal vertelde, terwijl de anderen luisterden. Er werd niet gedebatteerd.

    Dus dat viel eigenlijk een beetje tegen?

    C: Juist niet, het hoeft niet altijd confronterend te zijn. Het is bijzonder dat iedereen de ruimte krijgt en alles kan zeggen, zonder dat daar protest op volgt. Bijvoorbeeld het verhaal van Lucy Hall, hoogleraar Internationale Betrekkingen en Feminisme, over de geschiedenis van het feminisme, vond ik buitengewoon informatief. Het publiek en wij luisteren en bepalen zelf wat we ermee willen. Iedereen kan zeggen wat hij wil.

    Orange team cheering during the team building session in Kisumu KENYA on 1st Dec 2022. Pic by Felista Nduta 2.JPG 1
    © Felista Nduta

    Is zoiets in Kenia niet mogelijk? 

    C: Ik denk dat het nu wel mogelijk zou zijn, maar het is vooral een nieuwe vorm, die we nauwelijks kennen. Er is veel meer sprake van strijd. Dit heette een debat, maar was het niet, niet zoals wij dat kennen.

    Kunnen jullie kort de situatie in jullie respectievelijke thuisland schetsen op het gebied van vrouwen en kinderrechten?

    H: In Sierra Leone is er veel in ontwikkeling geweest op het gebied van bescherming en emancipatie van vrouwenrechten. Voor de jaren negentig was hier nauwelijks aandacht voor. Rond de jaren 2000-2020 zijn de meeste wetten (de 3 Gender Justice Laws: Customary Marriage and Divorce Act, Devolution of Estate Act en Domestic Violence Act, The Child Right Act 2007, and the Sexual Offences Act) ontworpen, gericht op de bescherming van meisjes en jonge vrouwen in plaats van op het bevorderen van hun participatie en vertegenwoordiging in besluitvormingsprocessen. In 2019 werd bovendien een callcentrum opgericht voor slachtoffers van seksueel geweld, daarvoor konden zij nauwelijks ergens terecht. 

    Waar we ons nu op richten, is niet alleen de opvang maar ook preventie en het veranderen van de blik binnen de maatschappij; gendergelijkheid, representatie en leiderschap van jonge vrouwen. Ook op dit gebied beginnen de vooruitzichten langzaam te veranderen. Sierra Leone heeft in 2022/2023 de Gender Equality and Women’s Empowerment Act aangenomen als een manier om gendergelijkheid te bevorderen.

    ‘Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd’

    Dat klinkt veelbelovend.

    H (lacht): Op papier wel ja. Het moeilijke gedeelte is dat de wetten worden nageleefd.

    Hoe is dat in Kenia?

    C: Ook hier is de grootste uitdaging het naleven van de wetten. Er liggen heel veel voorstellen op de plank, het gaat erom ze erdoorheen te krijgen én om de mensen ervan op de hoogte te brengen. We hebben vaak te maken met mensen die nauwelijks zijn opgeleid, juist die moeten we zien te bereiken. We kijken per regio wat het beste aanslaat, en maken om de jeugd te bereiken bijvoorbeeld ook veel gebruik van animaties, kunst en sport.

    Daarnaast moeten we natuurlijk duidelijk maken waar de slachtoffers terecht kunnen. 

    We zien niet meteen verandering, de zienswijze verandert ook van generatie op generatie, bijvoorbeeld op het gebied van meisjesbesnijdenis. Daarvoor gaan we met ouders zitten, die meestal claimen dat het een traditie is, die onder andere in het leven is geroepen om het vreemdgaan van vrouwen tegen te gaan. We leggen bijvoorbeeld uit dat het dat niet tegengaat en dat het de gezondheid van de vrouw in gevaar brengt tijdens de bevalling, dat er andere manieren zijn om ernaar te kijken. We proberen als het ware door hun ‘verkeerde geloofssysteem’ heen te breken, dat gevoed wordt door religie en traditie. Het belangrijkst is om te kijken met wie je aan tafel moet gaan zitten, en vervolgens om steeds dichter in de buurt van die muur te komen, om er uiteindelijk helemaal doorheen te breken.

    Draagt het She Leads-programma hieraan bij?

    H: Zulke programma’s dragen zeker bij aan deze ontwikkelingen. Vooral omdat het niet gaat om een eenmalige campagne, waarmee je mensen iets bijbrengt. Het gaat om de consistentie. We zien niet direct verandering, misschien pas over 5 jaar, of zelfs 10 jaar nadat het programma is afgerond. Het gaat om het uitdragen en lobby’en, om het in gang zetten van ontwikkelingen. We moeten ervoor zorgen dat dit überhaupt mogelijk is: dat er budget voor vrij wordt gemaakt bijvoorbeeld. In dat opzicht hebben we nog een lange weg te gaan.

    Het is nu het derde jaar, waarin veel ruimte is voor reflectie. Want de praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet.

    ‘De praktijken die wij initiëren moeten ook na jaar vijf worden voortgezet’

    Vinden jullie het op de een of andere manier nadelig dat het een westers programma betreft, dat wil zeggen dat het door westerse landen is opgezet?

    C: She Leads is geen westers programma. Het is geen omlijnd concept, de coördinatoren krijgen juist de vrijheid het op hun eigen manier in te richten, afgestemd op het betreffende land.

    H: Klopt, het is niet westers, het ligt niet vast. Het groeit geleidelijk binnen de context van het land.

    Hoe is de samenwerking internationaal, zorgt die voor culturele verschillen en dergelijke?

    C: We hebben weliswaar andere achtergronden, maar ook heel veel gemeen, en de focus ligt natuurlijk op één gebied. Ook de verschillen brengen ons samen. We leren van elkaar, we wisselen ideeën uit, andere manieren van aanpak et cetera.

    Werken de regeringen in jullie respectievelijke landen mee?

    C: In Kenia merk ik dat er heel veel goodwill is van de regering als instituut. Zo heeft het ministerie van Gender onlangs bijvoorbeeld de Protection Against Domestic Violence Act gelanceerd, die de bescherming van slachtoffers van sexual and gender-based violence (SGBV) moet bevorderen. Dit genderbeleid heeft tot doel de participatie en empowerment van vrouwen en mannen, jongens en meisjes, kwetsbare en gemarginaliseerde groepen te vergroten. Soms lopen we wel aan tegen de persoonlijke vooroordelen van iemand met wie we te maken hebben, dat zal nog wel een tijd zo blijven en daar werken we hard aan, om die zienswijze te veranderen.

    H: In Sierra Leone is dat net zo, er is veel steun vanuit de bevolking en de overheid. Dat blijkt bijvoorbeeld uit de unanieme stem voor de GEWE (de Gender Equality and Women’s Empowerment Act, die een quotum van 30 procent vaststelt voor de participatie van vrouwen in de regering voor zowel benoemde posities als voor gekozen posities). Op dit moment is de wet ook van kracht, hij is in januari 2023 door de president ondertekend. 41 vrouwen zijn in het parlement gekozen, wat neerkomt op 30,4 procent van de gewone parlementsleden en 28,2 procent van het totale aantal parlementsleden. De moeilijkheid zit hem meer in de expertise, voor het opstellen van de wetten bijvoorbeeld, en ook voor de technische uitvoering ervan. De bereidheid is er, het ontbreekt aan capaciteit. 

    Youth advocate Blessing rallies at a She Leads girls meetup in Freetown Sierra Leone. Pic by MJ Sessy Kamara 1
    © MJ Sessy Kamara

    Hoe vinden jullie, als jullie westerse kranten lezen, dat jullie land wordt vertegenwoordigd in westerse media?

    C: Ik lees veel internationaal nieuws, omdat ik wil weten wat er speelt en ook hoe andere kranten daarover berichten. Wat me opvalt is dat er twee manieren van weergave zijn, afhankelijk van het medium. Of de lezer wordt verteld vooral naar Kenia te komen omdat het zo’n fantastisch vakantieland is, mooie safari’s, leuke mensen, goede sfeer, lekker eten. Of er wordt juist gezegd dat je er niet heen moet gaan, bijvoorbeeld vanwege het geweld na de verkiezingen [augustus 2018 en augustus 2022], de honger, de hoge kindersterfte. Er wordt vanuit het land zelf en door ngo’s vaak naar sympathie gezocht, ook door middel van zielige foto’s. Ik snap dat dit een manier is om de aandacht te trekken, maar het probleem is toch dat de meesten hier niet echt verwantschap mee voelen. Ik kan me zelf in ieder geval niet in het beeld herkennen.

    H: Ik merk dat de berichtgeving vaak is gerelateerd aan belangen. Sierra Leone kwam bijvoorbeeld in het nieuws vanwege de bloeddiamanten, het vele geweld, de oorlog, ebola. Dan schrijven westerse media erover; dat gaat ook hen in meer of mindere mate aan. De reden dat bedrijven en particulieren naar Sierra Leone komen is ook vaak om meer te exploiteren. Die houding wordt weerspiegeld in de berichtgeving. De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd, zoals de toegenomen vertegenwoordiging van vrouwen in de wetgevende macht, die de laatste tijd een recordhoogte heeft bereikt: vrouwen zijn nu bijna evenredig vertegenwoordigd als mannen in het parlement van Sierra Leone, zoals hierboven al is gezegd. Vergeleken met de uitdagingen waarover meestal wordt bericht.

    ‘De mooie ontwikkelingen worden vaak nauwelijks genoemd’

    Is er in jullie respectievelijke landen sprake van persvrijheid?

    C: In Kenia gaat dit opvallend goed. In onze grondwet van 2010 beschermt artikel 34 het recht van de media om verslag te doen en ze worden niet gestraft voor geuite meningen. Op sociale media bijvoorbeeld uiten mensen openlijk kritiek op de regering, waar zoiets vroeger nog je leven kon kosten.

    H: In Sierra Leone is er niet zozeer sprake van directe censuur, maar zijn mensen bang om slecht te spreken over de regering vanwege de mogelijke consequenties op het gebied van werk, ook voor hun familie. Ze leggen het zichzelf dus op. De Right to Access Information Act, 2013 (wet op het recht op toegang tot informatie) biedt echter de mogelijkheid om gedurende een bepaalde periode informatie op te vragen bij overheidsfunctionarissen of particuliere instellingen. Onlangs heeft bijvoorbeeld een gerenommeerde advocaat, Augustine Marrah, bij het Hooggerechtshof een rechtszaak aangespannen tegen de nationale verkiezingscommissie omdat deze heeft nagelaten om de uitgesplitste gegevens over de algemene verkiezingen van 24 juni 2023 in Sierra Leone vrij te geven.

    Welke Keniase en Sierra Leoonse kranten kunnen jullie aanraden?

    In Kenia: The Star, Nation, Standard Newspaper en Mpasho News.
    In Sierra Leone: De Awoko, Politico en AWL-krant wordt veel gelezen.

    Kennen jullie ook panafrikaanse initiatieven als Africa is a Country en African Argument, die ernaar streven het continent op een andere manier te belichten dan westerse media meestal doen?

    C + H: Nee, nooit van gehoord.

    Wat is jullie droom voor de toekomst?

    C: Vooral dat meer meisjes op leidinggevende posities terechtkomen, onderwijs volgen, ook voortgezet. Dat ze zich bewust worden van hun rechten. Dat samenwerking zoals die tijdens onder andere She Leads is ontstaan en wordt voortgezet, ook na 2025.

    H:  Hier sluit ik me volledig bij aan.

  • Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    Lea Ypi: ‘Hoop is een morele plicht’

    De bekende Albanese auteur en academica Lea Ypi over wat ze het meest aan haar vaderland mist en hoe een van leugens vergeven communistische jeugd haar interesse in filosofie wekte.

    Lea Ypi groeide op in het laatste stalinistische bastion in Europa: Albanië. Ze had er geen idee van dat Xhafer Ypi, voormalig premier van Albanië, een man die ze verplicht moest verachten, haar overgrootvader was, noch dat haar ouders allesbehalve enthousiast waren over het communistische regime. In haar bekroonde memoires (Vrij) vertelt ze dat in 1991, toen het Albanese communistische bewind ten val kwam, haar ouders haar de waarheid  vertelden, namelijk dat het land bijna een halve eeuw een openluchtgevangenis was geweest. Ze schrijft ook over haar vreselijke ervaringen met de burgeroorlog in 1997. Ypi is hoogleraar politieke theorie aan de London School of Economics.

    U legt uit dat ‘biografie’ een beladen begrip was in het communistische Albanië. Had u dat ironische gegeven in gedachten toen u aan uw memoires begon?

    ‘Ik was niet van plan memoires te schrijven; ik wilde een filosofisch boek schrijven, maar toen was daar ineens corona. Ik zat in Berlijn en probeerde mijn kinderen te ontvluchten. Die zaten me voortdurend in huis achterna. Ze vonden dat niemand thuis mocht werken, in hun ogen was er alleen ruimte voor spel, was het altijd zondag. Dus verstopte ik me in een kast en werd het boek steeds persoonlijker: omdat het ging over fysieke beperking, omgeven door grote onzekerheid over wat vrijheid betekende in een liberale samenleving. Ik had in 1997 in Albanië al een lockdown meegemaakt, en hoewel die heel anders en veel angstaanjagender was omdat er buiten een oorlog woedde, was er een gevoel van herkenning.’

    Uw jeugd werd getekend door onwetendheid. U werd voor de gek gehouden: is uw vermogen tot vertrouwen daardoor aangetast?

    ‘De overgang van niet-weten naar weten is problematisch: is de nieuwe waarheid niet gewoon weer een ander verhaal? Die scepsis over de waarheid die tevoorschijn kwam na een grote leugen heeft me nooit echt verlaten. Dat is wat me aantrekt in de filosofie. Ik verdiep me in Kants Kritiek van de zuivere rede. Zijn filosofie bestaat er onder meer uit te pogen de rede los te maken van dogmatisme en scepticisme. Voor mij betekent kritisch zijn dat je geen dogma’s accepteert. Maar dan krijg je weer te maken met het gevaar van de scepsis: als je voorgeschotelde waar-heden verwerpt, houd je misschien heel weinig over. Als je niets meer vertrouwt, kan dat heel verlammend werken. Ik probeer dat te vermijden, en vastigheid te vinden in abstracte moraliteit.’

    GettyImages 1240447905 1
    Lea Ypi tijdens de uitreiking van de Ondaatje-prijs voor haar memoires, Free. Londen, 2022. – © David M. Benett/Dave Benett/Getty Images

    Wat was Albanië, afgezien van de politiek, voor een land, en mist u het?

    ‘Ik mis het heel erg – de stomend hete zomers en de droge, stormachtige winters. Als je het hele jaar door aan de kust woont, krijg je een andere verhouding met de zee. Die is grillig van aard. Onze middelbare school lag dicht aan zee en we gingen er soms naartoe wanneer we pauze hadden. Toen ik klein was, wist ik al dat er een wereld bestond buiten Albanië, aan de overkant van de zee, dus die borg ook deze suggestie in zich.’

    Waar woont u nu?

    ‘Als mensen vragen: ‘‘Waar is je thuis?’’ antwoord ik altijd: Heathrow, Terminal 5 [lacht]. Ik weet niet waar ik thuishoor … niet meer in Albanië, want daar heb ik een immigrantenrelatie mee gekregen. Ik reis veel en voel me met veel landen verbonden. Laten we zeggen dat mijn officiële staatsburgerschap Brits is en mijn woonplaats Londen.’

    Uw grootmoeder zei: ‘Hoop is iets waarvoor je moet vechten. Maar er komt een moment dat ze een illusie wordt.’ Wat hoopte u als kind? Wat hoopt u nu? En is hoop voor onze planeet een illusie?

    ‘Het was mijn hoop om een goede burger te zijn. Ik ben opgegroeid met een besef van politieke verantwoordelijkheid. Ik voelde me een pionier en identificeerde me met de staat en de partij. Wat ik nu hoop, is eigenlijk niet zo heel anders: ik wil een deugdzaam, verantwoordelijk lid van de samenleving zijn en de vrijheid dienen. Op het laatste deel van uw vraag heb ik een filosofisch antwoord. Hoop is een morele plicht – we moeten doen alsof er een kans is dat de dingen een gunstige wending zullen nemen voor wat wij willen bereiken. Met een nihilistische levenshouding is dat plichtsbesef niet vol te houden.’

    Vrijheid is iets wat u voortdurend bezighoudt. Hoe definieert u vrijheid?

    ‘Vrijheid omvat ook plichtsbesef, de idee dat je je plicht kunt doen, hoe moeilijk die ook is. De innerlijke morele dimensie biedt mij een grondslag om de samenleving te bekritiseren. We leven in een wereld met asymmetrische machtsverhoudingen op alle niveaus. Macht wordt uitgeoefend door de machtigen en de zwakkeren en kwetsbaren zijn de passieve ontvangers van die macht. Die dynamiek van machtsverhoudingen staat altijd haaks op vrijheid.’

    U groeide op in een moslimgezin dat verplicht werd het geloof af te zweren. Hebt u nu een religieuze overtuiging?

    ‘Albanië was een constitutioneel atheïstische entiteit; God was een berg leugens. Toen elke waarheid waarin ik geloofde een leugen bleek te zijn, vroeg ik me af of de leugen inzake God waar kon zijn. In de jaren negentig ging ik shoppen op de vrije markt van de religie. Ik was een paar maanden katholiek, ging vervolgens naar de moskee en praktiseerde de ramadan. Ik verkende het boeddhisme, maar ging uiteindelijk filosofie studeren omdat ik geen antwoorden wist. Ik ben nu agnostisch.’

    Je moeder komt prachtig naar voren als een onbevreesd iemand die zich niet liet muilkorven, een krachtpatser… lijkt u in zekere mate op haar?

    ‘Ik putte altijd inspiratie uit de onverschrokkenheid van mijn moeder. Ik probeer die na te volgen, maar ik weet niet of ik erin slaag. Toen ik kind was, liepen we samen door nachtelijk Durrës, mijn geboorteplaats. Het was erg donker, er waren veel dronkaards en ik was heel bang, maar ik zag bij haar geen greintje angst. Ik zei: “Die figuur is niet goed bij zijn hoofd, hij is dronken, hij gaat ons aanvallen.” En dan zei zij: ‘‘Nee, wij gaan hem aanvallen!’’

    U schrijft tactvol over de ontsnapping van uw moeder naar het buitenland, met uw broer, tijdens de burgeroorlog. Het lijkt er wel op dat ze het gezin in tweeën splitste. Was dat niet heel schokkend?

    ‘Zeker. Pas later begreep ik dat ze zich in een situatie bevond waarin ze meende dat ze een kind redde, waarop mijn grootmoeder dan steeds weer het volgende zei: “Je liet een ander kind achter.” Ik heb er nu vrede mee, maar het was toen wel moeilijk.’

    Heb u ooit nog iets vernomen van uw jeugdvriendin Elona, van wie u het aangrijpende verhaal vertelt en die op dertienjarige leeftijd het land ontvluchtte en prostituee werd?

    ‘Ze stierf een week nadat mijn boek was uitgekomen. Iemand die haar herkend had, schreef het me. Na dit nieuws heb ik dagenlang gehuild.’

    Hoe bent u professor aan de London School of Economics geworden?

    ‘Ik heb filosofie gestudeerd in Rome – daarna heb ik een rechttoe rechtaan academische carrière gekend. Ik promoveerde in Florence, ging naar Oxford voor een postdoc en kon vervolgens terecht bij de London School of Economics.’

    Wat voor lezer was u als kind?

    Ik hield van Griekse mythologie. Ik was geobsedeerd door de goden, dat ze zo machtig en tegelijkertijd zo machteloos waren. In Albanië was er een zeer beperkte keuze aan boeken. Ik las alle boeken in de boekwinkel en de kinderbibliotheek en ging vervolgens naar de bibliotheek voor volwassenen, waar ik de Ilias en de Odyssee las. En Russische sprookjes.

    Welk boek zou u een jongere geven?

    ‘Griekse mythen! Mijn kinderen zijn elf, zes en vier. Ik heb ze trouwens aan de twee oudsten gegeven toen ze vijf waren.’

    Wat bent u nog van plan om te lezen?

    ‘The Memoirs of Ismail Kemal Bey, de memoires van de Albanese politieke leider Ismail Qemali, de grond-legger van het Albanese nationalisme. Mijn volgende boek gaat over de val van het Ottomaanse rijk, vandaar. En Stalingrad van Vasily Grossman en een paar geschiedenisboeken. En ik ben van plan om Radetzkymars van Joseph Roth te lezen.’

    Bestaat luchtige leeskost voor u? Wat leest u het liefst ter ontspanning?

    ‘Ik geloof het niet [lacht]. Of het moeten negentiende-eeuwse romans zijn. Mijn favoriete boek is Dostojevski’s Demonen, een verbazingwekkende verkenning van de geschiedenis van ideeën en van de menselijke ziel.’ 

    Lea Ypi Vrij 1
    Vrij: Opgroeien aan het einde van de geschiedenis, in vertaling van Luud Luud Dorresteyn, verscheen bij De Bezige Bij.
  • Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Paus Franciscus vergelijkt Oekraïne met Rwanda

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: Slechte slaap belemmert pogingen om gewichtsverlies te behouden

    » Eerste zwarte en openlijk lesbische woordvoerder in Witte Huis

    Interview met paus over oorlog in Europa

    In een interview met Corriere della Sera vergelijkt paus Franciscus Oekraïne met Rwanda. ‘Praten over wat er in het hart van Europa gebeurt, kwelt hem. (…) Er klinkt pessimisme door in zijn woorden‘, aldus Corriere della Sera.

    Paus Franciscus, geboren als Jorge Mario Bergoglio, vertelde dat hij Vladimir Poetin een bericht had gestuurd dat hij bereid was om naar Moskou te komen. ‘Ik moet eerst naar Moskou [voordat hij naar Kyiv zou gaan]. Eerst moet ik Poetin ontmoeten. Maar ik ben een priester, wat kan ik doen? Ik ben bang dat hij deze ontmoeting nu niet kan en wil aangaan,‘ vertelde de paus. ‘Maar hoe kun je niet proberen iets tegen al die wreedheid te doen? Vijfentwintig jaar geleden hebben we hetzelfde meegemaakt in Rwanda,‘ voegde hij eraan toe.

    Gevraagd naar de oorsprong van het conflict, vraagt Franciscus zich hardop af of ‘het geblaf van de NAVO voor de deur van Rusland‘ de woede van de Russische president kan hebben uitgelokt.

    Lees ook:

  • ‘De hoop dat we na de pandemie betere mensen zouden worden, is verdampt’

    ‘De hoop dat we na de pandemie betere mensen zouden worden, is verdampt’

    De Mexicaanse arts en schrijver Arnoldo Kraus reflecteert op het wereldwijde verlangen naar het einde van de pandemie en de opgekropte frustratie van de afgelopen twee jaar.

    Arnoldo Kraus (71) is internist, schrijver en oprichter van het Colegio de Bioética (College voor Bio-ethiek). In 2020 publiceerde hij Bitácora de mi pandemia (Logboek van mijn pandemie) en onlangs stelde hij de bundel Suicidio (Zelfmoord) samen, met essays van twintig auteurs. Kraus, die als docent is verbonden aan de medische faculteit van de Universidad Nacional Autónoma de México, vertelt hoe hij zich tijdens de eerste periode van de pandemie vastklampte aan een gevoel van optimisme, maar dat ‘die hoop verdampte’ naarmate de maanden verstreken. Kraus heeft geen WhatsApp, geen Facebook en geen Twitter. Hij zegt dat hij het redt met zijn oude mobieltje, want hij praat liever met zijn patiënten dan dat hij zijn tijd verdoet met het sturen van berichtjes. 

    In zijn behandelkamer neemt de arts dan ook de vaste telefoon van de haak om precies dat te doen: praten. Praten over wat het coronavirus ons heeft ontnomen, over het wijdverbreide verlangen een punt achter deze pandemie te zetten en de keerzijde, de wijdverbreide, opgekropte frustratie van de afgelopen twee jaar. ‘Als scholen daartoe de mogelijkheden hebben, moeten ze gaan lesgeven over corona en de impact die het virus wereldwijd heeft gehad,’ aldus Kraus. 

    Op de dag dat staatssecretaris Hugo López-Gatell zei dat de piek van de vierde golf voorbij was, werden er in Mexico meer dan achthonderd coronadoden gemeld, het hoogste aantal sinds september. Wat zegt dat over de stand van de pandemie in Mexico? 

    ‘Hier hebben we een serieus probleem te pakken: geloven we de regeringscijfers met betrekking tot het aantal doden, de besmettingen en de ziekenhuisopnames? Persoonlijk geloof ik de regering niet. Veelvuldig zie ik dat wat López-Gatell zegt niet strookt met hoe ik erover denk en wat ik hoor van mijn collega’s. Tot voor kort sprak men bijvoorbeeld in de Verenigde Staten over om en nabij de miljoen besmettingen per dag, in een land met 330 miljoen inwoners. In Mexico werd gesproken van dertig- tot veertigduizend positieve testuitslagen, op een bevolking van 120 miljoen mensen. Er is dus een enorm verschil tussen het aantal positieve testen in de VS en dat in Mexico. Zulke dingen bevreemden ons, we voelen ons er ongemakkelijk bij.

    De werkelijkheid is dat we het pandemieprobleem nog niet de baas zijn. Nagenoeg geen enkel land is dat. Alle landen melden grote aantallen positieve testuitslagen. Er bestaat dus een kloof tussen de mensen die oprecht en met een zekere mate van fanatisme de regeringscijfers geloven en de mensen die daar vraagtekens bij zetten.’

    Wanneer vertrouwde u de officiële cijfers niet langer? 

    ‘Mijn wantrouwen was er nagenoeg vanaf het begin. Bijvoorbeeld toen ik zag dat de president bij officiële gelegenheden geen mondkapje droeg. Toen López-Gatell op persconferenties verzekerde dat er geen reden was tot paniek, maar dat daar wel degelijk sprake van was bij de bevolking. Toen ik de hoeveelheid coronadoden in andere landen vergeleek met wat er hier werd gerapporteerd en gezegd. 

    De regering ontkent glashard. Ik spreek veel infectiedeskundigen en epidemiologen uit de hoofdstad en andere delen van het land, en de informatie die de regering over de epidemie geeft strookt niet met wat ik van collega’s hoor. Er zijn veel mensen thuis gestorven uit armoede, omdat er niet voldoende ziekenhuiscapaciteit was of omdat ze de ziekenhuizen niet vertrouwden. Een groot deel van die gevallen zien we niet terug in de officiële cijfers. In vergelijking met een eerder stadium van de pandemie is het aantal sterfgevallen het afgelopen anderhalf jaar enorm gestegen.’

    Waarin is de regering in deze gezondheidscrisis vooral tekortgeschoten?

    ‘Het belangrijkste is dat ze de waarheid voor zich hebben gehouden, ze hebben de bevolking niet verteld dat we te maken hebben met een ernstig probleem waar we nog geen oplossingen voor hebben, en niet alleen niet in Mexico, maar nergens ter wereld. 

    Ik ben van mening dat de link tussen armoede en ziekte het grootste probleem is. Die link is giftig en dodelijk. Bijna de helft van de Mexicaanse bevolking is arm tot zeer arm en verschillende studies laten zien dat de meeste doden arm waren. Ik vind dat de regering dat moet erkennen. 

    Veel mensen overlijden doordat er geen plek is waar ze naartoe kunnen; de reguliere ziekenhuizen houden hun deuren gesloten en voor privéklinieken hebben ze het geld niet. Ik zeg dus niet dat er betere gezondheidszorg wordt geleverd in privéklinieken, wat ik zeg is dat de reguliere ziekenhuizen dan weer wel en dan weer niet overbezet waren. Ook ontkenden bepaalde delen van de bevolking de pandemie, waardoor ze pas naar een ziekenhuis gingen als ze al vergevorderde symptomen hadden.’

    Wat ging er goed?

    ‘Wat goed ging is het vaccinatieprogramma, en het aantal vaccinaties stijgt nog steeds. Een groot deel van de bevolking is gevaccineerd en ik wil graag geloven dat de overheid in alles rond het vaccinatiebeleid juist heeft gehandeld. Nog een positief punt is dat mensen zich bewuster zijn geworden van het gebruik van mondkapjes; ze worden hier meer gebruikt dan in diverse Europese landen en de Verenigde Staten, althans dat is wat ik zie. 

    Maar die goede maatregel verdampt als veel van onze hoogwaardigheidsbekleders geen mondkapje dragen, zelfs de president niet. López Obrador wordt door veel mensen bewonderd, en doorgaans imiteer je degene die je bewondert: dus als de president er geen draagt, waarom zou ik er dan wel een dragen? Er is een disbalans tussen de ingrijpende maatregelen en de toespraken van de president, ze weerspiegelen de werkelijkheid niet, noch wat door wetenschappers is aangetoond.’

    Vindt u het juist dat men López-Gatell wil vervolgen voor dood door nalatigheid? 

    ‘Al vanaf het begin bestonden er grote twijfels over López-Gatell. Als je de laatste vijfhonderd artikelen bestudeert die over zijn beleid zijn geschreven, dan zie je dat hij er enorm van langs krijgt. Dat gezegd hebbende, ik vind het niet goed dat mensen een rechtszaak tegen hem willen aanspannen. Wat hij gedaan heeft is fout, maar ik geloof niet dat hij alleen verantwoordelijk is voor het aantal coronadoden en -besmettingen. 

    Feit is dat de regering bij haar aantreden te maken kreeg met een gezondheidszorgsysteem dat de afgelopen jaren flinke butsen had opgelopen. De gezondheidszorg in Mexico is niet iets om trots op te zijn. Het was een krakkemikkig systeem, al was de ziekenfondsverzekering duizendmaal beter dan wat er nu voor in de plaats is gekomen. De verantwoordelijkheid kun je niet afschuiven op deze regering, die er nu drie jaar zit; de laatste twintig, dertig, ja zelfs veertig jaar heeft de bevolking niet kunnen rekenen op een goede gezondheidszorg. Vergeet niet dat López Obrador in het begin beloofde dat we net zo’n gezondheidszorg zouden krijgen als in Denemarken en Zweden. Zoiets was geweldig geweest en ik had een diepe buiging gemaakt als dat was gebeurd, maar het is niet gebeurd. Laten we niet alles afschuiven op de pandemie, we moeten ons ook verdiepen in de fouten die regeringen hebben gemaakt.’

    Hoe kan het dat we bij elke mijlpaal – de vaccinaties, omikron – denken dat het einde van de pandemie in zicht is? 

    ‘Velen zullen het niet met me eens zijn, maar ik denk dat hoe meer we over het virus weten, hoe minder we eigenlijk weten; dat zie je aan omikron. Toen we dachten dat we al een eind op weg waren, waren daar de deltavariant en andere varianten. De komst van vaccins bracht ons hoop, ze zijn onmiskenbaar zeer effectief, enkele bieden bescherming van wel 90 procent. Tegelijk kreeg je groepen antivaxers, en dat heeft ons geen goed gedaan. En dan zijn er nog landen in Afrika en andere regio’s waar slechts 10 procent van de bevolking is gevaccineerd, terwijl andere landen een vaccinatiegraad van 70 procent hebben. 

    De hele wereld verlangt naar het einde van deze pandemie, maar dat einde is nog niet in zicht. We hebben een medicijn nodig dat het virus kan bestrijden, zoals tegen griep. Er is goede hoop, maar we staan nog met lege handen. Als het zover is, is er reden voor optimisme. Maar ik denk dat deze pandemie evenals haar voorgangers van blijvende aard is. We zullen moeten leren leven met de gedachte dat we, net als van het influenzavirus, nooit verlost zullen raken van SARS-CoV-2. Er zijn pandemieën verdwenen, maar veel komen ook weer terug. Er worden bijvoorbeeld steeds meer gevallen van mazelen gemeld, wat voor een groot deel te wijten is aan antivaxers die hun ongevaccineerde kinderen naar school sturen.’

    Als je naar het verschil tussen arm en rijk kijkt: denkt u dat deze pandemie tot een ander beleid ten aanzien van dit probleem zal leiden of dat de ongelijkheid juist vergroot zal worden?

    ‘Ik zou graag willen aannemen dat de mens leert van zijn fouten. Ze zeggen dat de mens het enige zoogdier is dat zich tweemaal stoot aan dezelfde steen. Met alle kennis die we hebben vergaard zijn we volledig de mist in gegaan. We zijn er niet in geslaagd om kennis beter en eerlijker te verdelen. Kennis moet naar meer plekken worden gebracht, naar de arme groepen in de rijke landen, en naar de arme landen. 

    De link tussen armoede en ziekte is het grootste probleem

    De Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds schermen trots met de grote stappen die zijn gemaakt in de armoedebestrijding. Hun juichende cijfers verbloemen de armoede, honger en vroegtijdige sterfte in bijvoorbeeld [de Mexicaanse deelstaten] Puebla en Chiapas, of in Guatemala. De cijfers zijn prachtig, maar ze kloppen niet met de werkelijkheid. Zolang medische en wetenschappelijke kennis niet beter en ethischer is verdeeld, moet je ongelijkheid en de buitensporige ambities van de machthebbers aan de orde stellen. 

    Ik kan dit illustreren met een anekdote: toen men erin was geslaagd een poliovaccin te maken vroeg een journalist aan Jonas Salk, de uitvinder, of hij patent op het vaccin ging aanvragen. Daarop reageerde Salk scherpzinnig met: “Kun je patent aanvragen op de zon?” Snapt u de ironie? Ik weet niet of de farmaceutische industrie als enige verantwoordelijk is voor de ongelijke distributie van het vaccin, maar ik denk wel dat ze een grote vinger in de pap heeft. Rijke landen zoals de Verenigde Staten en Israël hebben het al over een vierde vaccin. Als we niet iedereen laten profiteren van het vaccin, kunnen we nog wel eens voor nare verrassingen komen te staan.’

    Welk stempel heeft de pandemie gedrukt op onze mentale gezondheid? 

    ‘Volgens mij zijn verschillende groepen de dupe. Ik denk aan de pandemie-eenzaamheid bij ouderen die in hun huizen werden weggestopt en wier kwaliteit van leven enorm kelderde, vooral bij ouderen “die veel zorg nodig hadden”. Die moesten blijven zitten waar ze zaten, mochten niet naar buiten, werden opgesloten. Dat heeft een geleid tot een toename van het aantal depressies. 

    Ik denk ook aan kinderen en jongeren. Kinderen van een jaar of twee, drie, in gezinnen met voldoende financiële middelen om thuis te kunnen blijven, denken dat op het gezicht van mensen die ze buiten zien per definitie een mondkapje hoort. Die kinderen denken dat dat normaal is. Ze hebben nauwelijks sociale contacten en komen de deur bijna niet uit. Er is een andere maatschappij aan het ontstaan. Kinderen die samen met hun ouders bij mij op consult komen, zijn ontdaan omdat ze andere mensen tegenkomen, ze zijn niet gewend om met anderen te spreken. Welke gevolgen zal dit hebben? Aan de twee uiteinden van het leven heb je de kinderen en de jongeren die zich anders tot het leven verhouden en de ouderen die steeds eenzamer en wanhopiger worden.’

    De nieuwsstroom over corona gaat maar door, maar het lijkt alsof we steeds minder willen spreken over de pandemie. Heeft de maatschappij een verzadigingspunt bereikt?

    ‘Inderdaad, we hebben er zo langzamerhand genoeg van. Ikzelf incluis. Er bestaat een verborgen conflict tussen politici en wetenschappers waar niet op de juiste manier mee wordt omgegaan: de taal van politici botst vaak met die van de wetenschappers. Ze begrijpen elkaar niet, waardoor het vertrouwen bij de bevolking slinkt en de onvrede groeit. De Britse schrijver en natuurkundige Charles Percy Snow sprak in de jaren vijftig in The Two Cultures al van een grote kloof tussen de exacte wetenschappen en de geesteswetenschappen, die oplossingen voor wereldvraagstukken in de weg zou zitten. Daar had hij volkomen gelijk in, maar ik zie momenteel dezelfde kloof tussen de politieke realiteit en de wetenschap.’

    Is het een voordeel of een nadeel om tijdens deze pandemie zorgverlener te zijn? 

    ‘Ik zou zeggen: geen van beide. Onlangs heb ik Bitácora de mi pandemia gepubliceerd. In de eerste maanden van de pandemie was ik vrij hoopvol. Halverwege 2020 werd er gezegd dat de luchtvervuiling afnam, dat de schildpadden weer terugkeerden naar de stranden, dat het water schoner was. We dachten dat de communicatie tussen mensen zou verbeteren, dat we van deze ervaring zouden leren, dat we toekomstige pandemieën zouden kunnen voorkomen. De goede hoop dat we betere mensen zouden worden is nu, twee jaar later, verdampt. 

    Ziektes bieden veel stof tot nadenken. Ik heb honderddertig of honderdveertig dagen van de pandemie zitten schrijven, er is me al gevraagd of ik een vervolg wil schrijven, maar dat ga ik niet doen, want ik denk dat er niet veel meer te zeggen valt. Waar we allemaal op hopen is dat de medicijnen hun werk zullen doen en dat we het einde van de pandemie bereiken, al zal dat niet het definitieve einde van de pandemie zijn.’

    Lees ook:

  • ‘Vanuit Russisch perspectief is de EU vooral een destabiliserende kracht’

    ‘Vanuit Russisch perspectief is de EU vooral een destabiliserende kracht’

    Een gesprek met de Bulgaarse politicoloog Ivan Krastev over culturele misverstanden, Russische twijfels en de angst van Oost-Europeanen om te verdwijnen.

    Europa en de wereld beleven enerverende tijden: pandemie, klimaatcrisis, de rivaliteit tussen de supermachten VS en China, en dan ook nog de Russische agressie aan de grenzen met de Baltische staten en Oekraïne. Welke middelen heeft het Westen eigenlijk om Poetin tot bedaren te brengen?

    ’Nou, bluffen of nu op tijd gaan spelen zou niet echt helpen. Zo bezien heeft president Biden volgens mij juist gehandeld toen hij Poetin duidelijk maakte dat hij weliswaar niet militair zal reageren maar met de EU één front zal vormen, dus met sancties voor het geval dat. Hij heeft Moskou duidelijk laten weten welke reactie het mag verwachten.’

    Dat klinkt alsof er een ‘maar’ volgt…

    ‘Ja, want het zwakke punt in de westerse opstelling is dat bij elke deal met Rusland – hoe die er dan ook uitziet – Oekraïne wordt neergezet als een niet-soevereine staat. Rusland profiteert van het feit dat Oekraïne belangrijker is voor Moskou dan voor Washington.’

    Waarom ageert Poetin juist nu?

    ‘Hij weet dat hij om zijn doelen te realiseren beter nu dan morgen kan handelen en de druk in stand moet houden. Poetin heeft de hoop opgegeven dat er in Kyiv ooit nog een pro-Russische regering aan de macht komt. Ook zijn de Russen bang dat binnen een à twee jaar het Oekraïense leger beter zal zijn uitgerust. En ten derde zal er al binnen tien jaar in Oekraïne een generatie van school komen die geen Russisch meer spreekt.’

    ‘De Russen hebben de vaste overtuiging dat een pro-westers, gemilitariseerd Oekraïne geen recht van bestaan heeft’

    Voor u komen de spanningen niet onverwacht. U hebt vaak gezegd en geschreven dat we Moskou op zijn woord moeten geloven.

    ‘In het Westen overheerst het idee dat de Russen zich bedrieglijk en misleidend gedragen. Dat is tot op zekere hoogte ook juist. Maar anderzijds zijn ze heel duidelijk in hun boodschap. Als u leest wat Poetin in juli in zijn essay heeft geschreven, namelijk dat Russen en Oekraïners één volk vormen, kan ik u maar één advies geven: geloof hem. Dat is precies wat hij denkt. De Russen hebben de vaste overtuiging dat een pro-westers, gemilitariseerd Oekraïne geen recht van bestaan heeft.’

    ANP 444841692
    Tijdens een demonstratie tegen de Russische inval in Oekraïne voor de Russische ambassade in Mexico City, 28 februari. 
    © Rodrigo Arangua / AFP

    Heeft het Westen de situatie onderschat?

    ‘Laten we het zo zeggen: juist wij Europeanen hebben een verkeerd beeld van hoe anderen ons zien. Wij zien onszelf graag als een welwillende, goedaardige kracht. De klopte ook wel een tijdje toen wij als constructief beschouwd werden, als een morele correctiefactor ten opzichte van Amerikaanse arrogantie. Maar in de post-Amerikaanse wereld ligt dat anders. Ik was onlangs nog in Rusland en als je daar hoort hoe deskundigen op het terrein van het buitenlands beleid de EU zien: dat zou voor een heleboel Europeanen een schok zijn.’

    Kunt u een voorbeeld geven?

    ‘Vanuit het Russische perspectief is de EU vooral een destabiliserende kracht. Men betwijfelt of zij in staat is zich te positioneren als een onafhankelijk machtscentrum, omdat er geen geloof is in een positieve gezamenlijke agenda en al evenmin in een coherente strategische autonomie. De complexe besluitvormingsprocessen binnen de EU worden gezien als een onberekenbare combinatie van onzekerheid en zelfoverschatting. Een reactie daarop is de Russische troepenaanwezigheid aan de buitengrenzen – als een soort disciplinering en waarschuwing aan Europa. Feit is dat de Russen een uitermate geringschattend beeld van de EU hebben. Niet zozeer van Brussel als wel van Berlijn en Parijs.’

    Het is dus niet enkel machtsvertoon wanneer Poetin bij voorkeur onderhandelt met Biden?

    ‘De Russen hebben merkwaardig genoeg meer respect voor de Amerikanen. Omdat zij menen te weten wat hen drijft en waarvoor de Amerikanen staan. Bovendien denken ze met hen een deal te kunnen sluiten, omdat de Amerikanen stabiliteit willen om zich te kunnen richten op hun grote rivaal China. In de eerste decennia na de Koude Oorlog dacht het Kremlin nog afspraken te kunnen maken met de Europeanen. Inmiddels beschouwt het in elk geval sommige Europese staten als een obstakel op de weg naar een akkoord met de VS.’

    ‘De populisten worden gekozen in de ontvolkte regio’s’

    Van een homogeen beeld is bij de Europese Unie inderdaad geen sprake. Met name tussen de oostelijke en de westelijke lidstaten tekenen zich duidelijk conflicten af. Hoe kijkt u naar deze statengemeenschap en haar interne meningsverschillen?

    ‘De grootste verschillen binnen de EU zien we vandaag de dag op het gebied van waarden en normen. Die kloof loopt niet langs grenzen, het is een kloof tussen stad en platteland. Qua politieke voorkeur hebben de mensen in Warschau of Boedapest meer gemeen met Berlijners dan met hun landgenoten in een dorp. Als je bijvoorbeeld bij de Europese verkiezingen de stemmen op extreemrechts beziet, dan zie je dat die uit alle inkomens- en opleidingsgroepen komen, maar dat men vooral extreemrechts stemt in gebieden waar de bevolking wegtrekt. Demografie is in dit verband een belangrijke factor. De populisten worden gekozen in de ontvolkte regio’s. En dat is precies wat je in de landen van Oost-Europa ook terugziet op regeringsniveau.’

    Komt dat ook niet doordat deze na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie onafhankelijk geworden staten relatief jonge democratieën zijn?

    ’Kijk, dit is nou typisch zo’n vraag vanuit een westers perspectief. De landen die ooit achter het IJzeren Gordijn lagen, worden gezien als een “ander Europa”. Tegelijkertijd hebben wíj in Oost-Europa het gevoel dat we worden behandeld als tweederangsburgers die constant over van alles en nog wat de les gelezen moeten worden. Daaronder sluimert een veel diepere kloof. De autonomie van de Oost-Europese landen is voortgekomen uit de ineenstorting van een grootmacht. Onderdeel van hun geschiedenis is een compleet andere beleving van nationalisme en etnische homogeniteit.’

    Hoe komt het dat het nationalisme in Oost-Europa zo sterk is?

    ‘Van meet af aan is dat niet goed begrepen, met name in Duitsland. Daar ging men ervan uit dat de ontwikkeling van Oost-Europa na 1989 min of meer zou verlopen zoals die van de Bondsrepubliek na 1945, omdat het ging om het overwinnen van het totalitarisme. Maar de ineenstorting van de Sovjet-Unie werd niet vooraf-gegaan door een nederlaag van het nationalisme. Integendeel. De nationalisten waren onderdeel van de winnende coalities. Dat ze later politiek sterker zijn geworden, is vooral een kwestie van demografie.’

    ’Oost-Europa is tegenwoordig de snelst krimpende regio ter wereld’

    Hoe bedoelt u dat?

    ‘In 1989 gebeurden er twee dingen. De grenzen gingen open. We wilden er allemaal uit, we wilden reizen en dat was het beste wat ons kon overkomen. Vandaag de dag is dat altijd nog het beste, voor mensen zoals ik. Maar voor veel mensen die in die landen zijn gebleven ligt dat anders. Want in 1989 begon ook de emigratie. Oost-Europa is tegenwoordig de snelst krimpende regio ter wereld.’

    En uitgerekend een rechts-conservatieve, anti-Europese politiek moet daar een eind aan maken?

    ‘Om die vraag te beantwoorden moeten we eerst hun angst begrijpen. Als je ervan uitgaat dat politieke soevereiniteit gekoppeld is aan maatschappelijke homogeniteit, wordt immigratie een gevaar. Daar komt bij dat met het openen van de grenzen niet alleen de oorspronkelijke bevolking vertrekt, maar ook het geld. Elke in mijn opleiding geïnvesteerde euro heeft tegelijkertijd met mij Bulgarije verlaten. Als de Oost-Europeanen te horen krijgen dat onderwijs het allerbelangrijkst is, weten zij ook: hoe beter wij onze mensen opleiden, hoe eerder ze emigreren naar de rijkere landen van Europa. Daarom is een pro-westerse koers ook gevaarlijk.’

    Ziet u een uitweg uit deze vicieuze cirkel?

    ‘Je hoeft dat niet fatalistisch te zien, maar we moeten wel die angst begrijpen: kleine naties zijn bang dat ze verdwijnen, en met dat gevoel kun je politiek bedrijven. Corona heeft dat nog eens versterkt, omdat we gewend zijn geraakt in projecties te denken. Extrapolaties dat bijvoorbeeld mijn vaderland Bulgarije een demografische woestijn kan worden, worden inmiddels als een onontkoombare toekomst gezien. Het resultaat is voortijdige paniek: wij verdwijnen, anderen zullen onze plaats innemen. Dat is de diepste oorzaak voor de Oost-West-scheiding die wij meemaken, en dat is niet enkel een politieke breuk. Achter de anti-westerse retoriek schuilt ook een poging om jongeren af te houden van emigratie door tegen hen te zeggen: wij zijn het ware Europa.’

    ‘Hoeveel verschil kan de Unie verdragen zonder disfunctioneel te worden?’

    Waartoe leidt die scheiding?

    ‘De Poolse regering wil de EU niet verlaten, de Hongaarse evenmin. Ze willen alleen niets weten van bepaalde principes. Dat zou leiden tot versnippering, tot een asymmetrisch EU-lidmaatschap. En de grote vraag is: hoeveel verschil kan de Unie verdragen zonder disfunctioneel te worden?’

    Viktor Orbán is uitgegroeid tot een boegbeeld van de illiberale, autoritaire krachten in Europa. Ook Frankrijks rechts-radicale partijleider Marine Le Pen droomt ervan samen met hem de EU te veranderen.

    ‘Orbán zal noch de Duitsers noch de Fransen enthousiast kunnen krijgen voor zijn beleid. Maar we zijn al meer veranderd dan we denken. Met betrekking tot het immigratiebeleid bijvoorbeeld zijn we opgeschoven in een richting waarover in Oost-Europa altijd al consensus was: buitengrenzen dicht. Ik zeg niet of dat goed is of slecht. Ik zeg alleen: de EU is enorm veranderd en dat moeten we onder ogen zien. Met Hongarije hebben we inmiddels een regime waar de machthebber in theorie wel de verkiezingen kan verliezen, maar niet noodzakelijkerwijs de macht. De staat is daar zo ingrijpend verbouwd dat essentiële instituties inmiddels buiten de democratische logica zijn komen te liggen.’

    ‘Het gesprek over waarden werd al snel een gesprek over subsidies en daarmee over geld’

    Heeft de Unie te laat gereageerd op de afbraak van de democratie?

    ‘Wij denken altijd dat het nu beter zou zijn als we precies het tegendeel hadden gedaan, maar dat weten we nu eenmaal niet. In principe geloof ik niet dat het Westen het Oosten simpelweg de wet kan voorschrijven. Maar dat is misschien de Oost-Europeaan in mij. In het conflict met de Poolse regering gaat het om rechtsstatelijkheid. En om waarden. Maar het gesprek over waarden werd al snel een gesprek over subsidies en daarmee over geld. Dat is een paniekreactie die aanleiding geeft tot kwalificaties als ‘chantage’. En chantage is nooit een goede aanpak.’

    Wat zouden we dan het best kunnen doen? Hebben we meer druk nodig of gewoon meer geduld?

    ‘Ik denk niet dat de Unie meer druk zou moeten uitoefenen in het geval van bijvoorbeeld culturele en maatschappelijke diversiteit. Natuurlijk mag discriminatie van minderheden niet worden getolereerd. Toch lijkt men in het Westen soms te vergeten dat men er zelf ook een hele tijd over heeft gedaan om bijvoorbeeld het homohuwelijk te accepteren. Dat soort veranderingen moet uit de samenleving komen. Dat is de ene kant.‘

    En de andere?

    ‘Nou, eigenlijk is de ster van de illiberale populisten aan het dalen. Zij kunnen alleen aan de macht blijven doordat ze er telkens weer in slagen een deel van de bevolking aan hun kant te krijgen door tegen Brussel te polemiseren. Het gaat dus om de publieke opinie. De EU heeft alleen juridische mogelijkheden, zij kan niet op de emoties van mensen spelen om hen te bereiken. Daarom zouden met name landen als Duitsland of Frankrijk op de mensen af moeten gaan en zeggen: ‘Denken jullie nou echt een goede toekomst te hebben als jullie je afkeren van de principes van de Europese gemeenschap?’ Van het Westen wordt verwacht dat het maatschappelijke verschillen respecteert en tegelijkertijd laat zien dat de eenheid van Europa belangrijker is dan geruzie.’

    U zei zojuist dat de ster van de populisten aan het dalen is.

    ‘Ja, de post-populistische regeringen zullen zeker verschillen van hun voorgangers. Maar dat zullen ze niet zo dramatisch doen als veel Centraal-Europeanen graag geloven. Ik zal u een voorbeeld geven: als u de Hongaren xenofobie verwijt, wetende dat 70 procent van de bevolking kritisch staat tegenover migratie, hebt u daar niet Orbán mee. Integendeel, dan helpt u hem.’

    ‘In Europa is Frankrijk tot nu toe het enige land dat aandringt op militaire kracht’

    Al met al klinkt dat nogal somber. Geeft u de Europese gedachte en de Unie überhaupt nog een toekomst?

    ‘Natuurlijk doe ik dat. We staan immers op een belangrijk punt om Europa opnieuw uit te vinden. Maar – en dat is een feit – Europa zal de komende twintig à dertig jaar niet machtiger worden. Drie dingen zullen volgens mij na de coronacrisis veranderen. Ten eerste: de onderlinge afhankelijkheid tussen de EU-staten werd altijd als een verzekering beschouwd en voor zekerheid aan-genomen. Maar het idee dat die afhankelijkheid volstaat om Europa te verdedigen gaat niet meer op. Ten tweede: dat hard power, dus militaire macht, geen rol meer speelt, dat klopt niet. Kijk maar naar de Amerikanen. Zij weten dat militaire kracht niet voor elk probleem een oplossing vormt, maar zij weten ook dat militaire kracht het wel mogelijk maakt problemen op te lossen. En dan vooral als ze niet daadwerkelijk wordt ingezet. Maar in Europa is Frankrijk tot nu toe het enige land dat aandringt op militaire kracht.’

    En ten derde?

    ‘Het derde en zwaarwegendste punt is soft power. Daar is sprake van de grootste verandering. Want onze prioriteiten zijn verschoven: we zijn niet meer zo uit op het willen veranderen van anderen. Maar op het voorkomen dat anderen ons veranderen.’

    Kunt u dat iets concreter maken? 

    ‘Vroeger drong Europa aan op het naleven van mensenrechten omdat het meende daarmee iets te kunnen veranderen. Inmiddels geloven we dat niet meer. Het is veel meer een zaak van: als wij ophouden met het aan de kaak stellen van mensenrechtenschendingen, veranderen wij onszelf. En onze beduchtheid zulke thema’s aan te roeren tegenover bijvoorbeeld Poetin of Xi Jinping getuigt al van die verandering.’

    ‘Vroeger exporteerden we politieke ideeën en modellen, nu importeren we mensen’

    Dat klinkt alsof de Europese waarden een versleten plaat zijn en wijzelf nauwelijks nog in het belang ervan geloven.

    ’Nou, we worden voorzichtiger. Het recentste voorbeeld daarvan is Belarus. We hebben ons solidair getoond met de Belarussische oppositie tegen Loekasjenka, maar we weten net zo goed dat als zulke revoluties mislukken en de mensen in hun land geen democratie ervaren, ze deze democratie in Europa gaan zoeken. Met andere woorden: vroeger exporteerden we politieke ideeën en modellen, nu importeren we mensen. De Europese politiek ontwikkelt zich van een missiepost voor waarden en idealen naar een klooster waarin het erom gaat die principes zo goed mogelijk na te leven en overeind te houden.’

    Dat klinkt naar afscherming van de ellende in de wereld.

    ‘Een klooster is geïsoleerd, ja, maar het is ook een plek waar ideeën worden gecultiveerd en doorontwikkeld. In plaats van andere landen naar onze idealen te willen vormen zal het in 
    toenemende mate gaan om het verdedigen van idealen, om het verdedigen van het bolwerk en het vormgeven van ons klooster als een plek met een positieve uitstraling naar de wereld.’

    Wat verwacht u onder deze omstandigheden van Duitsland en de regering-Scholz?

    ‘De nieuwe Duitse regering heeft het niet gemakkelijk, omdat zij zich eigenlijk op elk niveau opnieuw moet positioneren. Neem de beide grote handelspartners, de VS en China. Denkt u echt dat de Duitsers het handelsvolume met beide landen stabiel kunnen houden? Ze zullen een keus moeten maken. Verder de klimaatcrisis: met name de Groenen weten dat die zonder China niet kan worden opgelost, maar anderzijds moeten zij zich bij mensenrechtenschendingen hard opstellen. Het oplossen van deze tegenstrijdigheid wordt op zijn zachtst gezegd moeilijk.’

    U doelt op de vaak bekritiseerde Duitse omzichtigheid.

    ‘Als ik Duitse politici hoor praten, weet ik nooit of ze dingen zeggen vanwege het staatsbelang of eerder omdat ze menen dat een ideale wereld er zo zou moeten uitzien. Dat is precies wat we meemaken in bijvoorbeeld de omgang met China.’

    Die houding van: je mag me wel wassen, maar niet nat maken. 

    ‘Anderzijds moet ik toegeven dat zo’n normatieve, ideële benadering ook onderdeel is van de Duitse charme. De wens om mensen duidelijk te maken: kijk, dit is de wereld waarin wij willen leven.’

    Eerder zei u dat voor een sterk, eensgezind Europa met name de stemmen uit Berlijn en Parijs van belang zijn. Emmanuel Macron heeft zich in dit opzicht duidelijk en ronduit euforisch gepositioneerd en een aanzet proberen te geven voor hervorming van de EU. In Duitsland daarentegen verstopte de politiek zich achter de Brusselse instituties.

    ‘Het Franse debat verloopt heel anders dan het Duitse. De houding van Macron is: als ik het over Europa heb, heb ik het over Frankrijk en als ik het over Frankrijk heb, heb ik het over Europa en beide zullen zo grandioos mogelijk moeten zijn. Als de Duitsers iets dergelijks zouden zeggen, zou dat bedreigend overkomen. En zouden andere landen zo spreken, dan zou het lachwekkend zijn. Mocht Macron bij de presidentsverkiezingen van april herkozen worden, dan zal hij op het vlak van de buitenlandse politiek de absoluut bepalende figuur van Europa zijn. ’

    Welk advies hebt u voor de Duitsers?

    ‘Het Duitse zelfbewustzijn heeft een knauw gekregen. De vluchtelingencrisis en ook de pandemie hebben laten zien dat het machtige Duitsland een tamelijk normaal Europees land is, met tamelijk normale problemen. Je hebt het gevoel dat Duitsland niet weet hoe het leiding moet geven zonder tegelijkertijd een modelstudent te zijn. Maar als de Duitsers zo langzaam verder blijven kruipen, kunnen ook de Fransen niet verder komen met de vormgeving van Europa. Duitsland moet het signaal afgeven dat het heeft begrepen hoe de wereld verandert. De Duitsers moeten de knoop doorhakken over wat ze van Europa verwachten. En vervolgens handelen. Waarschijnlijk het best samen met Frankrijk.’ 

  • ‘De sharia is niet onderhandelbaar’

    ‘De sharia is niet onderhandelbaar’

    In 2004 werd Akbar Agha veroordeeld tot zestien jaar gevangenisstraf wegens de ontvoering van drie VN-medewerkers in Afghanistan. In 2009 kreeg hij gratie van president Hamid Karzai. Een interview met de voormalig leider van een ultraorthodoxe talibanmilitie.

    Terugkeer van de taliban

    Ik mei 2013 publiceerden wij een dossier over de terugkeer van de taliban. De intro luidde: ‘Op 11 mei worden in Pakistan algemene verkiezingen gehouden, en volgend jaar trekt de internationale troepenmacht zich terug uit het buurland Afghanistan. Het militair ingrijpen daar had tot doel een einde te maken aan de heerschappij van de taliban. Maar die missie is niet geslaagd: de taliban zijn overal, in Afghanistan én in Pakistan. Pakistaanse media belichten de overeenkomsten tussen de groepen en schetsen een beeld van het optreden van de “binnenlandse” taliban in de miljoenenstad Karachi.’

    Nog altijd zijn de taliban overal. Dit interview toont aan hoe moeilijk onderhandeling met deze terreurorganisatie is.

    Akbar Agha, geboren op de plek waar de talibanbeweging is ontstaan, is de neef van Mullah Muhammad Syed Tayyab Agha, de vroegere chef-staf van de ongrijpbare opperbevelhebber van de taliban, Mullah Omar, en op dit moment [in 2013] de belangrijkste vredesonderhandelaar van de militie. In 2004 vormde Akbar Agha de afgescheiden talibanfactie Jaish al-Muslimeen [Moslimleger], die vele aanvallen uitvoerde op NAVO-voorraden.

    Akbar Agha denkt dat de Amerikanen tijdens de vredesbesprekingen alleen willen onderhandelen ‘met hun laars in de nek van de taliban’. ‘Er kunnen alleen onderhandelingen beginnen als alle internationale troepen zich terugtrekken uit Afghanistan,’ zegt hij in een exclusief interview met [Pakistaanse televisiezender] ExpressNews. Hij voegt eraan toe dat de invoering van de strikte versie van de sharia, zoals de taliban die voorstaan, ‘niet onderhandelbaar’ is. Akbar Agha draait vaak verklaringen voor de media af uit naam van de taliban.

    Onlangs hadden talibanonderhandelaars een ontmoeting met Afghaanse gesprekspartners in Doha, de hoofdstad van Qatar, als onderdeel van het beginnende vredes- en verzoeningsproces dat is goedgekeurd door president Karzai – vanzelfsprekend met de zegen van de VS. Officieel ontkennen de taliban ieder contact met afgezanten van Karzai, die in hun ogen ‘een marionet van Amerika’ is. Maar de woordvoerder van de Afghaanse regering, Aimal Faizi, houdt staande dat talibanvertegenwoordigers bereid zijn besprekingen te voeren met de regering-Karzai, aangezien ze vorig jaar december naar Parijs reisden op officiële Afghaanse paspoorten om deel te nemen aan een conferentie die georganiseerd was door een Franse denktank.

    Onder voogdij

    Agha Akbar verwerpt die bewering. Hij zegt dat de talibanvertegenwoordigers bij die gelegenheid op dezelfde pas-poorten reisden die ze vóór de omverwerping van hun regime eind 2001 gebruikten. Hij voegt eraan toe dat de taliban geen Pakistaanse paspoorten willen gebruiken, omdat het in Afghanistan de indruk zou versterken dat zij onder voogdij van Pakistan staan.

    Akbar Agha citeert de vaak herhaalde uitspraak van talibanwoordvoerder Zabihullah Mujahid dat men alleen wil praten met de VS. ‘We hebben Pakistan of Afghanistan nooit uitgenodigd om te praten. De Afghaanse taliban zijn een realiteit en we hebben er geen behoefte aan om met Pakistan rond de tafel te gaan zitten. We zullen vredesbesprekingen houden met de VS.’ ‘De Afghaanse regering kan in een later stadium aanschuiven,’ voegt hij eraan toe.

    De invloedrijke Pakistaanse politiek-religieuze leider Maulana Fazlur Rehman reisde vorige maand naar de hoofdstad van Qatar om de besprekingen met de taliban vooruit te helpen, hoewel van beide zijden de ontmoeting in Doha officieel wordt ontkend. Akbar Agha heeft ook nog een goede raad voor Islamabad. ‘Pakistan moet zich niet bemoeien met de besprekingen, want de taliban worden ervan beschuldigd dat ze gesteund worden door dat land.’

    Hij maakt duidelijk dat de taliban alleen zullen onderhandelen nadat de Amerikanen vertrouwen hebben opgebouwd door de gevangenen in Guantánamo vrij te laten en te garanderen dat er geen rechtszaken tegen hen worden aangespannen.

    Onlangs heeft Pakistan op verzoek van de Afghaanse High Peace Council diverse kaderleden van de taliban vrijgelaten, als onderdeel van pogingen om het ontluikende vredesproces op gang te helpen. Maar Akbar Agha beweert dat het Pakistans plicht als islamitische staat is om de talibangevangenen vrij te laten en dat het een onislamitische streek was van Islamabad ‘om deze mensen, die een jihad voeren, te arresteren en ze in ruil voor geld over te dragen aan de VS’.

    Hij beschuldigt Pakistan ervan de taliban te bedriegen en zegt dat Islamabad alle talibangevangenen onvoorwaardelijk vrij moet laten, Afghanistan als een broederland moet beschouwen en oprecht moet proberen de problemen op te lossen.

    Hoewel hij TTP-aanslagen tegen de Pakistaanse regering door de vingers ziet, veroordeelt hij aanslagen ‘gericht tegen onschuldige burgers’

    Akbar Agha vergoelijkt ook indirect de bloedige acties van de Tehrik-i-taliban Pakistan (TTP). De Pakistaanse taliban nemen alleen wraak op hun regering om hun Afghaanse naamgenoten te steunen, zei hij, en de Afghaanse taliban zullen hun altijd hulp bieden. Maar hoewel hij TTP-aanslagen tegen de Pakistaanse regering door de vingers ziet, veroordeelt hij aanslagen ‘gericht tegen onschuldige burgers’.

    Hij zegt dat de Afghaanse taliban verontwaardigd zijn dat de Pakistaanse regering TTP-militanten arresteert en dwingt in te stemmen met bepaalde standpunten op verzoek van de Amerikanen. Akbar Agha voegt er echter aan toe dat de Afghaanse taliban het Pakistaanse volk niet de schuld geven van de politiek van hun regering.