Onderwerpen: Journalistiek

  • Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    Jaar van de Os begint eenzaam in China | Pornokoning overleden

    De ‘held van China’ wordt herdacht

    De afgelopen dagen herdachten duizenden volgers op Chinese sociale media dokter Li Wenliang, de oogarts uit Wuhan die een jaar geleden, op 7 februari 2020, aan de gevolgen van covid-19 overleed. Toen hij zijn collega’s waarschuwde voor een nieuw, dodelijk coronavirus dat eind 2019 de eerste slachtoffers eiste, werd hem door de lokale veiligheidsdienst de wacht aangezegd vanwege ‘het verspreiden van onwaarheden die de openbare orde ondermijnen’. In reactie op de storm van verontwaardiging over zijn dood en het doofpotbeleid van de overheid bonden de autoriteiten echter in.  

    In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen

    In China worden uitingen op sociale media streng gecensureerd, zeker waar het kritiek betreft op de aanpak van de coronapandemie, maar Dr. Li’s persoonlijke pagina op Weibo, het Chinese equivalent voor Twitter, is tot op de dag van vandaag opvallend ongemoeid gebleven, zo schrijft de BBC. Zijn volgers sturen hem ook nu nog persoonlijke berichtjes over hun eigen wel en wee.

    Een jaar na zijn dood lijken de woede en de verontwaardiging geluwd. In de reacties overheersen nu dankbaarheid voor zijn moed de waarheid te zeggen en trots op het feit dat China de pandemie uiteindelijk zo goed onder controle heeft gekregen, zo valt te beluisteren in een podcast van What’s on Weibo. Li wordt nu minder gezien als de held van het verzet en vooral als de held van heel China.


    Het jaar van de os begint eenzaam in China

    De recente toename van verschillende uitbraken van covid-19 in het noorden van China heeft ertoe geleid dat de autoriteiten zeer strikte gezondheidsvoorwaarden voor reizen hebben vastgesteld. Dat betekent dat velen dit jaar niet naar hun familie kunnen reizen voor de viering van oudejaarsavond, op 11 februari. 

    Media reageren door troostende filmpjes en berichten te plaatsen, de achterblijvers worden beloond met troostprijzen. Sommige steden openen gratis toeristische attracties of betalen speciale bonussen aan migrerende werknemers, meldt de site JiemianIn Fenyang, in de provincie Anhui, laat een glasfabriek ‘300 arbeiders in het pand verblijven, deelt ze voedsel uit en betaalt ze bonussen van 2.000 yuan (ongeveer 250 euro)’. Fabrieken die voornamelijk werknemers die gemigreerd zijn uit andere regio’s in dienst hebben, sluiten in deze periode gewoonlijk voor ongeveer een maand hun deuren. In Luoyang (in het noorden) komen arbeiders ‘uit andere provincies dan Henan gratis naar de toeristische attracties’. In Beijing zijn alle parken, de dierentuin en de nationale musea gratis open.

    Door vechten

    De maatregelen geven ook aanleiding tot de vrees voor negatieve gevolgen voor de economie. Dit jaar ‘schat het ministerie van Transport dat mensen zich 40 procent minder zullen verplaatsen dan tijdens dezelfde periode in 2019’, zegt het tijdschrift Caixin Zhoukan‘Traditioneel was de nieuwjaarsperiode een tijd van lage productie en hoge consumptie.’ De verkoop van producten die tijdens de feestdagen cadeau worden gegeven – alcohol, sigaretten, luxe voedingsmiddelen, schoonheids- en gezondheidsproducten – maar ook de bestedingen aan vrijetijdsactiviteiten en binnenlands toerisme zullen naar verwachting minder zijn dan normaal.

    Onder deze omstandigheden toonde president Xi Jinping, die op 10 februari zijn geloften aflegde in Beijing, uitgezonden op televisie, enige terughoudendheid ten aanzien van het succes van zijn land met de pandemie. In een gesprek met ‘mensen van alle nationaliteiten in China, landgenoten in Hongkong en Taiwan en Chinezen over de hele wereld’, prees hij de inspanningen die zijn geleverd in de strijd tegen de pandemie, aldus Zhongxinwen, een site uit Hongkong, en de successen die geboekt zijn in de strijd tegen armoede. Toch vond hij dat we niet ‘tevreden moeten zijn, maar door moeten vechten’.


    ‘Barrière tussen plant en mens overwonnen’

    Door middel van nanotechnologie hebben ingenieurs van MIT in de VS spinazie omgevormd tot sensoren die explosieve materialen kunnen detecteren. De planten kunnen deze informatie vervolgens draadloos terugsturen naar de wetenschappers.

    Wanneer de spinaziewortels de aanwezigheid van nitroaromaten in grondwater detecteren, een verbinding die vaak wordt aangetroffen in explosieven zoals landmijnen, zenden de koolstofnanobuisjes in de bladeren van de plant een signaal uit. Dit signaal wordt vervolgens gelezen door een infraroodcamera en stuurt een e-mailwaarschuwing naar de wetenschappers.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’

    Het experiment maakt deel uit van een breder onderzoek waarbij elektronische componenten en systemen in fabrieken worden geconstrueerd. Die technologie staat bekend als ‘plant nanobionics’, en dient in feite om planten voor verschillende doelen in te zetten.

    ‘Planten zijn zeer goede analytische chemici’, legt professor Michael Strano uit, die het onderzoek leidde, geciteerd door Euronews. ‘Ze hebben een uitgebreid wortelnetwerk in de bodem, bemonsteren constant grondwater en hebben een manier om het transport van dat water naar de bladeren zelf te voeden. (…) Dit is een nieuwe demonstratie van hoe we de barrière tussen plant en mens hebben overwonnen.’

    Spinazie is speciaal gekozen vanwege de hoge concentratie aan ijzer en stikstof, twee belangrijke elementen in verbindingen die als katalysator kunnen werken.

    Hoewel het doel van dit experiment was om explosieven op te sporen, denken wetenschappers dat de techniek ook kan worden ingezet om onderzoekers te waarschuwen voor vervuiling en andere omgevingsfactoren.


    Pornokoning overleden

    Koning van de porno en vrijheid van meningsuiting Larry Flynt is op 78-jarige leeftijd in zijn huis in Los Angeles overleden. Deze ‘vasthoudende, controversiële en vrijdenkende ondernemer’, zoals de Hollywood Reporter hem beschrijft, maakte in de jaren zeventig naam door stripclubs te openen in Ohio voordat hij in 1974 Hustler lanceerde, dat bekendstaat om de naaktfoto’s en rauwe humor. 

    De publicatie het jaar daarop van foto’s van Jackie Kennedy gemaakt door een paparazzo maakte hem rijk. Op zijn hoogtepunt verkocht het tijdschrift drie miljoen exemplaren. 

    Het heeft Flynt talloze juridische procedures opgeleverd. Toen hij in 1978 moest voorkomen, werd hij beschoten door een witte supremacist. Flynt raakte verlamd aan zijn onderste ledematen en werd afhankelijk van pijnstillers. In 1988 oordeelde het Hooggerechtshof van de Verenigde Staten in zijn voordeel in een zaak tussen hem en een predikant, na de publicatie van een cartoon van de gelovige man met zijn moeder. 

    Milos Forman maakte in 1996 een veelgeprezen biografische film met Woody Harrelson als de pornobaas. 


    Bekijk op YourStory de dertien Indiase vrouwen onder de dertig die in de Forbes India–lijst belandden.

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Twee Reuters-journalisten uit Myanmar onderzoeken een geheime tip over een tienvoudige moord op Rohingya’s. Het resultaat is baanbrekende onderzoeksjournalistiek, maar door hun eigen volk werden ze als verraders gezien.

    Dit artikel werd geselecteerd voor The Investigative Reporting Award van European Press Prize, en verscheen eerder in onze Reader #18.

    Over de auteurs

    Wa Lone werkt sinds 2016 voor Reuters en schreef een reeks diepgaande verhalen in Myanmar, inclusief landroof door het machtige leger en de moord op de prominente politicus Ko Ni, evenals het blootleggen van bewijs van moordpartijen door soldaten in het noordoosten. Zijn rapportage over de crisis die uitbrak in de noordwestelijke staat Rakhine in oktober 2016, bezorgde hem een ​​gezamenlijke eervolle vermelding van de Society of Publishers in Azië in zijn jaarlijkse prijzen. Eerder werkte hij voor Myanmar Times.

    Kyaw Soe Oo, zelf boeddhistisch en afkomstig uit Rakhine, werkt sinds september 2017 samen met Reuters uit Myanmar. Hij heeft de impact van de aanslagen van 25 augustus op politie- en legerplaatsen in de noordelijke Rakhine besproken en gerapporteerd vanuit het centrale deel van de staat waar lokale boeddhisten segregatie hebben afgedwongen tussen Rohingya en Rakhine gemeenschappen. Hij werkte eerder voor Root Investigation Agency, een lokaal nieuwscentrum gericht op Rakhine-kwesties. Kyaw Soe Oo begon zijn rapporteringscarrière met het online Rakhine Development News.

    Laat in de middag van 12 december 2017 gaat de mobiele telefoon van Wa Lone. Het is een zekere Naing Lin, vicekorporaal bij het 8ste bataljon van de veiligheidspolitie van Myanmar.

    De politieman wil Wa Lone op korte termijn persoonlijk ontmoeten en met hem afspreken bij de bataljonskazerne in een buitenwijk van Yangon. In de voormalige hoofdstad begint de avond al te vallen over de gouden pagodespitsen. ‘Hij zei dat als ik niet meteen kwam,’ zou Wa Lone naderhand vertellen in de rechtszaal, ‘ik hem misschien niet meer zou kunnen spreken omdat hij binnenkort werd overgeplaatst naar een andere regio.’

    Wa Lone – rond gezicht met een grote bril – heeft wekenlang onderzoek gedaan naar het 8ste bataljon. Hij werkt aan een artikel over de moord op tien leden van de islamitische Rohingya-minderheid tijdens een militaire operatie in de westelijke deelstaat Rakhine. Hij heeft de hand weten te leggen op explosief materiaal: foto’s van de tien mannen voordat en nadat ze zijn vermoord.

    Lees ook:

    Op één foto zijn de lijken van de mannen te zien, doodgestoken en doodgeschoten, in een ondiep graf. Op een andere foto, genomen toen ze nog in leven waren, zitten ze op hun knieën. Op de achtergrond veel leden van het 8ste bataljon met automatische geweren.

    Voordat hij naar zijn afspraak met de vicekorporaal gaat, neemt hij contact op met de bureauchef van Reuters, Antoni Slodkowski, die zegt dat hij nog een journalist mee moet nemen. Deze journalist, Kyaw Soe Oo (27), komt uit Rakhine en werkt nog maar kort voor het nieuwsagentschap.

    Onbereikbare wereld

    De twee mannen vertrekken om 18.00 uur in de witte Nissan-SUV van de zaak. Ze rijden over een viaduct vanwaar je uitzicht hebt op het Inyameer, waaromheen de villa’s van de elite van Myanmar liggen, zoals de woning van de feitelijke leider van het land, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Het is een onbereikbare wereld voor Wa Lone, zoon van een rijstboer uit een dorpje van een paar honderd inwoners.

    Halverwege de route naar de kazerne komt de SUV vast te zitten in het verkeer. Wa Lone voelt zich ongemakkelijk: waarom heeft de politieman er zo op aangedrongen dat hij meteen naar hem toe kwam? De journalisten overleggen of ze zullen omkeren, maar ze besluiten door te rijden.

    Om ongeveer 20.00 uur komen ze aan bij de ingang van de kazerne. Nadat ze hebben kennisgemaakt met Naing Lin en nog een politieman, gaan ze met de agenten mee naar een biertuin verderop in de straat. De mannen bestellen bier en viscrackers. Ze spreken over Rakhine, verklaart Naing Lin later voor de rechter. Hij vertelt de journalisten dat op 25 augustus 2017 Rohingya-rebellen een aantal politiebureaus hebben aangevallen.

    Screen Shot 2021 02 05 at 12.39.44 PM 1
    Wa Lone en Kyaw Soe Oo.

    Als het tijd is om te gaan, aldus Wa Lone, geeft Naing Lin hem een exemplaar van de Myanmar Alin, een door de staat gerunde krant, waarin enkele documenten zitten opgerold. Als de journalisten het restaurant verlaten, worden ze omsingeld door mannen in burger. ‘Dat zijn geheime documenten!’ roept een van hen. Wa Lone krijgt handboeien om, net als Kyaw Soe Oo. Ze worden in twee geparkeerde auto’s geduwd.

    Naing Lin herinnert zich die ontmoeting anders. Hij verklaart later voor de rechter dat Wa Lone hem op 12 december heeft opgebeld om een afspraak te maken, en dat hij tijdens zijn ontmoeting alleen met de twee journalisten in de biertuin was. Ook ontkent hij dat hij Wa Lone documenten heeft gegeven.

    Met hun arrestatie kwamen de twee journalisten terecht in het schemergebied tussen militair bestuur en burgerbestuur in dit etnisch verscheurde land met vijftig miljoen inwoners. Voor leiders in westerse hoofdsteden, van paus Franciscus tot de voormalige president van de VS Bill Clinton, zou hun opsluiting een test worden voor de persvrijheid in Myanmar en zou hun procesgang ook laten zien in hoeverre het land al op weg was een opener samenleving te worden. Op 9 juli 2018 bepaalde een rechter dat ze de Wet op de Staatsgeheimen hadden overtreden, en daarop staat een maximumstraf van veertien jaar.

    Hoop op vrijheid

    Rond 2010 gloorde er in Myanmar hoop voor het democratische proces in Zuidoost-Azië, een regio die al lange tijd werd gekenmerkt door regimes van autocratische leiders. In 2010 werd Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar huisarrest onder militair bewind. In 2015 won haar partij met grote overmacht de verkiezingen.

    Voor de jongeren van Myanmar, zoals Wa Lone, zorgde die ommekeer na tientallen jaren meedogenloos militair bewind voor een plotselinge en historisch gezien nogal onwaarschijnlijke hoop op vrijheid. Maar het leger heeft de macht nooit helemaal losgelaten: in 2008 werd een grondwet van kracht waarin voor de militairen veel macht en de controle over enkele sleutelministeries was vastgelegd.

    Maar er kwam geen vrede in Myanmar. Dodelijke etnische conflicten, verborgen voor de rest van de wereld, maar zeer wreed aanwezig in het eigen land, woekeren nog altijd voort.

    Velen van de boeddhistische meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië

    In 2017 gaf de wijdverbreide haat jegens de bekendste minderheid van het land, de islamitische Rohingya, aanleiding tot een meedogenloze militaire campagne waardoor zo’n zevenhonderdduizend mensen moesten vluchten naar Bangladesh. Nu wordt Myanmar door de VN beschuldigd van veel moordpartijen, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Ondanks deze beschuldigingen heeft Suu Kyi geen openlijke kritiek geuit op de militairen.

    Een woordvoerder van Aung San Suu Kyi, Zaw Htay, en een legerwoordvoerder reageerden niet op verzoeken om commentaar op deze reportage. Volgens Zaw Htay zijn de rechters in Myanmar onafhankelijk en krijgen de journalisten een eerlijk proces. De militairen hebben ontkend dat hun troepen in 2017 hebben deelgenomen aan etnische zuiveringen in de deelstaat Rakhine.

    Het verslag van Wa Lone en Kyaw Soe Oo over de moord op tien Rohingya-mannen werd in februari 2018 door Reuters gepubliceerd. Het artikel wekte misnoegen op bij de boeddhistische meerderheid waartoe de journalisten, Aung San Suu Kyi en de hoogste militaire leiders behoren. Velen van die meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië.

    Het was baanbrekende onderzoeksjournalistiek in Myanmar. Maar voor hun eigen volk was de zoektocht naar de waarheid van de journalisten een vorm van verraad. De dag na hun arrestatie werd de politie door de toenmalige president opgedragen de twee journalisten in staat van beschuldiging te stellen. Vervolgens verdwenen Wa Lone en Kyaw Soe Oo twee weken compleet van de radar.

    De twee kregen gevangenisstraf en zaten voornamelijk in de Insein-gevangenis in Yangon, een kolossaal, negentiende-eeuws gebouw uit de Engelse koloniale tijd waar duizenden politieke gevangenen opgesloten hebben gezeten, onder wie Aung San Suu Kyi voor een korte periode. Sinds januari 2017 hebben de twee journalisten al meer dan dertig keer voor de rechter moeten verschijnen.

    Het verhaal van de twee mannen en hun rol in het experiment met de persvrijheid in Myanmar is gereconstrueerd uit hun verklaringen en die van de politie in de rechtbank. Het is ook gebaseerd op andere verslagen van Wa Lone en Kyaw Soe Oo en op interviews met collega’s, familieleden en vrienden van de twee.

    Over deze reeks: ‘Myanmar Burning‘

    Deze intro maakt onderdeel uit van de reeks ‘Myanmar Burning’ van Reuters International, over de massamoorden op Rohingya in Myanmar en de gevangenname van de twee journalisten die hierover geschreven. De serie bestaat uit tien verhalen die steeds een ander aspect van deze zaak belichten. Wij publiceren in deze Reader het artikel Hatebook. De andere artikelen leest u hier. (in het Engels).

    Het vervolg op dit introductieverhaal kunt u hier lezen.

    Voor deze reeks won Reuters de Pulitzer Prize, vanwege de ‘scherpe weergave van de militaire eenheden en boeddhistische dorpsbewoners die verantwoordelijk zijn voor de systematische uitwijzing en moorden op Rohingya-moslims, uit Myanmar en de moedige verslaggeving die de verslaggevers in de gevangenis deed belanden’.

  • Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    Aanbevolen door de redactie. Humboldts dichterlijke ziel & Meer

    De meeste mensen kennen hem slechts van Duitse straatnaambordjes, maar The New Atlantis laat zien waarom je meer wilt weten over Alexander von Humboldt, de invloedrijke wetenschapper-avonturier met de ziel van een dichter. Verder: het geïllustreerde liefdesverhaal van Gertrude Stein en Alice B. Toklas & meer aanraders van de 360-redactie

    Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.

    ‘Het brein van een wetenschapper, de ziel van een dichter’

    Bergketens zijn naar hem vernoemd, steden, watervallen en honderden dieren- en plantensoorten. Alexander von Humboldt (1769–1859) was een onwaarschijnlijk veelzijdige wetenschapper, ontdekkingsreiziger, poëet en De uitvinder van de natuur (Andrea Wulf, Atlas Contact). 

    The New Atlantis brengt hem terug uit de vergetelheid en eert hem terecht met een uitgebreid en gedetailleerd artikel. Humboldts bevindingen zijn nog altijd actueel. Aangeraden door editor at large Katrien Gottlieb.

    Alexander von Humboldt by Friedrich Georg Weitsch 1
    Een portret van Alexander von Humboldt door Friedrich Georg Weitsch (1806). – © Alte Nationalgalerie, Berlijn / Wikimedia

    Een liefdesverhaal

    Maira Kalman (1949) is een Amerikaanse, in Israël geboren, illustrator, schrijver, kunstenaar en ontwerper. Ze maakte naam met haar buitengewoon speelse, grappige en luchtige illustraties voor onder meer The New York Times en The New Yorker en ze tekende en illustreerde tal van (kinder)boeken. Onlangs publiceerde ze een prachtig boek over de liefde tussen Gertrude Stein en Alice B. Toklas aan het begin van de twintigste eeuw in Parijs, waarin ook beroemdheden als Hemingway, Matisse en Picasso de revue passeren. De culturele site Brainpickings besprak het boek en haalt een prachtige zin aan van Kalman: ‘This is a love story. You know. How two people, joined together, become themselves’. Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.

    fdfb 987x1500 2

    Persoonlijk essay over een eeuwig controversieel meesterwerk

    The New Yorker publiceerde ‘Nabokov, Steinberg, and Me’ van schrijver en humorist Ian Frazier, uit het nog te verschijnen Lolita in the Afterlife: ‘een levendige verzameling van scherpe en essentiële moderne stukken over dit eeuwig provocerende boek’, aldus de uitgever. Getipt door hoofdredacteur Laura Weeda.

    Nabokovs Lolita, waarin de veertiger Humbert Humbert een jury toespreekt die moet oordelen over zijn relatie met de twaalfjarige Lolita, zorgde bij verschijning in 1955 al voor ophef, vooral vanwege de jonge leeftijd van de naamgever. Later ontsteeg het boek de schandaalsfeer en was er vooral aandacht voor de hoogstaande literaire kwaliteit, maar anno 2021 is hier uiteraard weer verandering in gekomen. In de bundel bekijken schrijvers Lolita vanuit politiek standpunt en gaat het over de witheid van de hoofdpersonages, machtsverhoudingen en seksueel trauma.

    Frazier vertel hoe hij het boek, mede omdat zijn moeder, docent Engels, het droevig en gruwelijk vond, steeds opnieuw verslond. Het was vormend voor de manier waarop hij als puber naar meisjes keek en zelfs voor de woorden waarin hij over hen dacht. Pas veel later gaat hij inzien wat zijn moeder bedoelde. Hij begint zijn geliefde Lolita met andere ogen te lezen, en de oorspronkelijke Russische Nabokov, voor zijn gevoel, te doorzien. Waarom noemt hij Lolita’s latere man een ‘kreupele’? En waarom was deze oorlogsveteraan bovendien doof? Was zij wel een nymfomaan, bestaan die überhaupt?

    9781984898838

    Voor eeuwig wachten aan de grens

    In de laatste aflevering van de Spaanstalige podcast El Hilo volgen we het verhaal van Moisés en Meya, die in 2019 van Honduras naar de Verenigde Staten probeerden te emigreren met hun anderhalf jaar oude dochter. Ze wilden een veiliger leven voor hun familie, weg van bendes, mishandeling door de politie en armoede. Maar Mexico stuitten ze op de muur van het anti-immigratiebeleid van de regering-Trump en zijn ‘Blijf in Mexico’-beleid. Sindsdien wachten ze aan de Mexicaans-Amerikaanse grens tot hun asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Een tip van redacteur Joep Harmsen.

    Naast Moisés en Meya komen in de podcast fotojournalist Tomás Ayuso en Fernanda Echávarri van Mother Jones aan het woord over de impact is van het immigratiebeleid van de afgelopen vier jaar en wat we kunnen verwachten van Joe Bidens nieuwe koers op dat gebied.

    Ga naar het Instagramaccount van de Hondurese fotojournalist Tomás Ayuso @tomas_ayuso voor beelden bij het verhaal. En zie ook zijn reportage uit 2018 voor National Geographic, waarin Ayuso verslag doet van zijn reis met een migrantenkaravaan.


    De schoonheid van de landbouw

    Daan Roosegaardes meest recente kunstwerk GROW is een eerbetoon aan de schoonheid en het belang van de agrarische sector. GROW ontvouwt zich als een lichtgevend ‘droomlandschap’. Omringd door duisternis golven rode en blauwe lichten over een enorme akker. Het project is geïnspireerd op wetenschap die aantoont dat specifieke lichtrecepten groei van gewassen kunnen stimuleren en weerstand kunnen verbeteren. Een aanrader van art director Majel van der Meulen.

  • Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times

    Afrikanen leven niet alleen om te sterven. Een reactie op The New York Times

    Als de berichtgeving over Afrika alleen maar bedoeld is voor lezers die een glimp willen opvangen van ‘hoe anders de andere helft leeft’, schrijft Mamka Anyona voor African Arguments, verliezen we de kans op echt internationalisme.

    Als ik niet al bekend was met de notoire reductionistische berichtgeving van de westerse media over het Globale Zuiden, dan zou ik versteld hebben gestaan ​​van het artikel in The New York Times dat op 4 januari werd gepubliceerd onder de kop ‘Een continent waar de doden niet worden geteld’. De centrale stelling daarin is dat de lage sterftecijfers door covid-19 in ‘Afrika’ komen doordat Afrikanen hun doden niet rapporteren.

    Het artikel suggereert dat het werkelijke sterftecijfer in landen op het continent van alles kan zijn, van de officieel gerapporteerde cijfers tot de zeer hoge aantallen die Europa en de Verenigde Staten melden. Dit impliceert dat in ‘Afrika’ de dood zo gewoon is, dat als ongeveer 1 op de 1000 mensen – het huidige officiële sterftecijfer door covid-19 in de VS – binnen een paar maanden zou sterven aan een voorheen onbekende ziekte, dat onopgemerkt en ongeregistreerd zou kunnen blijven.

    Rapportage noch analyse

    Het uitgangspunt van het artikel is verbluffend. Het noch een rapportage noch een analyse, aangezien het bewijs overwegend anekdotisch is. De kop is bizar en hekelt een heel continent, terwijl in de tekst slechts 3 van de 54 Afrikaanse landen aan bod komen. De onderliggende veronderstelling is dat als rijke landen hebben geleden, Afrika erger moet hebben geleden. En als dat niet het geval is, dan moet dat komen doordat het lijden onzichtbaar is gemaakt door een voor Afrika kenmerkende incompetentie.

    Deze weergave van het continent zal ook velen verbazen die hebben gezien hoe landen in respectievelijk Afrika en het Westen op de pandemie hebben gereageerd. Toen ik bijvoorbeeld eind januari 2020 naar Kenia vloog, waren op de luchthaven al protocollen voor temperatuurcontrole en contactopsporing in werking gezet. Tot in maart 2020 opereerden luchthavens in Europa en de VS daarentegen nog grotendeels zoals normaal.

    Het artikel biedt geen enkel bewijs dat de melding van sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook

    Ik had deze winter een soortgelijke reiservaring. Toen ik met mijn gezin van Nairobi naar Tanzania wilde reizen, hadden we een negatieve testuitslag nodig om toegang te krijgen. Ik belde het National Influenza Center en een paar uur later kwam een ​​professional naar mijn huis om, gehuld in een volledig beschermend pak, onze monsters te verzamelen.

    Dit stond in schril contrast met mijn ervaring toen ik een maand eerder van New York naar Kenia was gereisd. In de VS kostte het moeite de benodigde PCR-test te doen. Toen dat eindelijk lukte, werd ik geholpen door een verpleegkundige wier enige bescherming tegen de honderden mogelijk besmette personen die ze elke dag onderzocht een ​​chirurgisch mondkapje was.

    Hoewel deze ervaringen anekdotisch zijn, kunt u zich mijn ontsteltenis voorstellen bij het lezen van het artikel in The New York Times.

    In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert

    Gezien de nieuwigheid van het coronavirus is het een gegeven dat elk land wereldwijd met hetzelfde probleem wordt geconfronteerd: hoe spoor je sterfgevallen als gevolg van covid-19 op, hoe classificeer en registreer je ze? Er wordt algemeen aangenomen dat het werkelijke sterftecijfer overal hoger is dan momenteel wordt gerapporteerd. Hoewel het artikel in de NYT impliceert dat gegevens die zijn verzameld door landen in Afrika zonder het internationale stempel van goedkeuring onbetrouwbaar zijn, biedt het geen enkel bewijs dat de melding van sterfgevallen in Afrika minder nauwkeurig zou zijn dan waar dan ook.

    Het verbeteren van bevolkingsregistratiesystemen is wereldwijd een grote uitdaging. Tussen landen bestaan echter enorme onderlinge verschillen. Sommige, zoals Egypte, Zuid-Afrika en de Seychellen, hebben een verplicht algemeen registratiesysteem; andere, zoals Nigeria en Niger, blijven achter, zoals het artikel terecht vermeldt.

    In mijn eigen land, Kenia, is het niet mogelijk om zonder een begrafenisvergunning ‘dierbaren thuis in de tuin te begraven’, zoals het artikel suggereert. Kenia bouwt bovendien aan een verplicht gedigitaliseerd systeem waarin de gegevens van alle inwoners worden vastgelegd, een project dat geavanceerder en ambitieuzer is dan dat van veel landen met een hoog inkomen.

    Dit laat ook zien dat officiële overlijdensregisters niet de enige manier zijn om ziekte​​uitbraken op te sporen. Overheidsfunctionarissen beschikken ook over andere middelen om afwijkende sterftepatronen te herkennen, waaronder bewakingssystemen die ongebruikelijke gebeurtenissen melden. Deze rapportage laat bijvoorbeeld zien hoe de ebola-uitbraak in 2014 werd getraceerd tot aan patiënt nul in het afgelegen dorp Gueckedou, in het zuidoosten van Guinee.

    Serieuze analyse

    Wat nog belangrijker is, is dat zelfs zonder adequate tests, diagnose en rapportage sterftecijfers als gevolg van covid-19 op een schaal zoals we die in westerse landen zagen, in elk van de 54 landen van Afrika reden tot ongerustheid zouden zijn. Afrikanen leven niet alleen om te sterven!

    De kwestie die in het artikel in The New York Times wordt aangesneden, vraagt om een serieuze analyse: welke factoren dragen bij aan de ziekte- en sterftecijfers als gevolg van covid-19 in Afrikaanse landen? Waarom verschillen die van eerdere voorspellingen? Er zal een genuanceerd antwoord komen, gebaseerd op bewijs dat steeds veelvuldiger uit vroege wetenschappelijke analyses naar voren komt.

    Demografie – de jeugdige bevolking van Afrika – speelt hierbij wellicht een grote rol, maar deze wordt in het artikel slechts terloops genoemd. Effectieve tegenmaatregelen van regeringen kunnen eveneens veel verklaren, maar die worden volledig buiten beschouwing gelaten.

    Veel landen hebben in een vroeg stadium strikte lockdowns ingevoerd. Innovaties op het gebied van detectie, beheer en toeleveringsketens hebben de reactie van landen verbeterd. Rwanda gebruikt robots om te helpen bij de diagnose. Andere landen maken gebruik van robuuste gezondheidszorgsystemen om de gemeenschap essentiële zorg te kunnen blijven bieden.

    Een ongekende samenwerking op het hele continent, onder leiding van de Afrikaanse Unie, heeft ook bijgedragen

    Een ongekende samenwerking op het hele continent, onder leiding van de Afrikaanse Unie, heeft ook bijgedragen aan het versterken van testen, ziektebeheer, bevoorrading en momenteel de voorbereiding op vaccinatie.

    Deze en vele andere positieve verhalen halen nauwelijks de krantenkoppen in de reguliere westerse berichtgeving. Zoals Nanjala Nyabola opmerkt in de Boston Review: ‘Misschien zorgt de schaduw die het westerse imperialisme nog altijd op het continent werpt, voor de luie neiging om Afrika te bezien door de lens van de rampzalige ervaringen van de Verenigde Staten en Europa, waardoor de aanname wordt versterkt dat Afrika het Westen nabootst (…) in plaats van dat het zijn eigen traject volgt, op basis van regionale en nationale omstandigheden.’

    Applaus

    Landen in Afrika blijven lijden onder de directe en indirecte gevolgen van de pandemie. Sommige leiders hebben slecht werk geleverd bij het beheersen van de epidemie en elk land heeft te maken met ernstige sociaal-economische beperkingen. Maar mocht je dan toch willen generaliseren, dan zou een applaus voor een goed uitgevoerde klus gepaster zijn.

    Zolang de berichtgeving over Afrika en andere delen van het Globale Zuiden zich richt op een publiek dat hunkert naar een glimp van hoe anders de andere helft leeft (of sterft), zullen dergelijke artikelen blijven verschijnen. Wat met deze imperialistische visie verloren gaat, is niet te overzien. De waardigheid van de mensen van een heel continent. Grondige analyse en de vergelijking van verschillende benaderingen om mondiale problemen op te lossen. Het vermogen om van elkaar te leren. De kans om onszelf te zien als onderdeel van een geheel, eerder soortgelijk in onze menselijkheid dan onderling verschillend. En de mogelijkheid tot echt internationalisme.

    Openingsbeeld: voertuigen staan op donderdag 7 januari 2020 in de rij bij een drive-thrutestlocatie in het Zuid-Afrikaanse Pretoria.

  • Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    Twee miljoen Hongkongers zeggen nee tegen China

    De menigte demonstranten had gelijk om een democratisch front te vormen tegen de koppigheid van Hongkongs bestuurder Carrie Lam en de macht van Beijing, vindt columnist An Tu.

    Keuze uit het archief

    Vandaag wordt het vijfentwintigste jubileum van de overdracht van Hongkong aan China gevierd, in het bijzijn van de Chinese president Xi Jinping. In Hongkong wordt vooral de verloren vrijheid betreurd. Na maanden van protesten in 2019 – tegen toenemende invloed van Beijing – sloeg de Chinese overheid terug met de invoering van een Nationale Veiligheidswet en de hervorming van het kiessysteem. Die werden gebruikt om tegenstanders te muilkorven, en de geleidelijke democratisering van Hongkong terug te draaien. Deze journalist van een van de belangrijkste kranten van Hongkong, dat ondanks de kritische houding nog altijd bestaat, zag de ontwikkelingen drie jaar geleden al aankomen. 

    De hele bevolking van Hongkong is te hoop gelopen, de scheidslijnen tussen de verschillende groepen zijn verdwenen en daardoor heeft de beweging resultaat geboekt. De reden voor deze volkswoede is op het eerste gezicht het wetsvoorstel dat uitlevering aan China mogelijk maakt. Dit zou een duidelijke aantasting zijn van de juridische onafhankelijkheid en de autonomie van Hongkong, die juist het hart vormen van het principe ‘één land, twee systemen’ (de basis van de verhouding tussen de vroegere Britse kolonie en Beijing).

    Maar belangrijker nog: de gebeurtenissen tonen de totale mislukking van de manier waarop de verhouding tussen de regering en de bevolking van Hongkong is georganiseerd. De autoriteiten en het ‘constructieve’ (lees: pro-Beijing-) kamp houden helemaal geen rekening met de stemmen van de oppositie die in de samenleving klinken, en in het Parlement (de LegCo, oftewel Legislative Council) worden de meningen van de prodemocratische, door de bevolking gekozen vertegenwoordigers niet gerespecteerd.

    De autoritaire houding van de ‘constructieve’ kliek en de brutale arrogantie van de leider weerspiegelen het falen van de parlementaire democratie in Hongkong, die al zo beknot is. (De parlementsleden moeten aan allerlei geografische en professionele criteria voldoen en dit complexe systeem is in het nadeel van de democraten. De leider wordt benoemd door Beijing.)

    Er is geen sprake meer van normale politieke omstandigheden, de conflicten tussen de bevolking en de regering zijn niet meer te sussen, en geen bemiddelaar kan nog een verzoening tussen de twee kanten bewerkstelligen.

    In Hongkong is de parlementaire democratie in feite geen ‘gewoon’ en ‘volwassen’ politiek systeem waarin een zekere mate van ‘onderhandelen’ mogelijk is tussen de bevolking en de regering; dat is alleen maar een illusie. Nu is het ware totalitaire en autocratische karakter van het regime aan het licht gekomen; er is alleen nog maar sprake van ‘regeringsgezag’, en dat betekent onvermijdelijk het einde van de ‘politiek’.

    Massale protesten in Hongkong. – © Getty
    Massale protesten in Hongkong. – © Getty

    Dat ‘einde van de politiek’ is reden voor teleurstelling en wanhoop. We hebben geen vertegenwoordigers meer die kunnen ‘onderhandelen’ met de totalitaire regering: de opinieleiders en de volksvertegenwoordigers hebben hun leidende rol totaal verloren (vooral sinds de Paraplurevolte van 2014, die uitliep op een bezetting van 79 dagen van het centrum van Hongkong om werkelijk algemeen kiesrecht af te dwingen). De bevolking moet dus rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting.

    Zo serieus was inderdaad de grote manifestatie van 9 juni, waarbij een miljoen mensen op de been kwamen. Er heerste een sfeer van stilzwijgende woede en wanhoop in die enorme stroom mensen. Onder die miljoen demonstranten dachten maar weinigen dat ze de herziening van de uitleveringswetgeving werkelijk konden verhinderen; de meesten demonstreerden eigenlijk zonder te weten of het iets zou uithalen.

    Ze kwamen niet zozeer om politieke druk op de regering uit te oefenen, maar vooral om gehoor te geven aan een diep gevoel van onmacht (tegenover de macht in Beijing), om uit hun isolement te breken en de angst te overwinnen dat ze weer verdeeld zouden raken en individueel zouden worden vervolgd door het totalitaire regime. Ook wilden ze de wereld laten zien dat de Hongkongers nog steeds in staat waren om zich te verzetten.

    En juist die ernst rond de acties heeft bij sommigen hun twijfels over het verzet weggenomen. Daarom zag je tijdens de bloedige confrontaties en gewelddadige botsingen op 12 juni jongeren in de frontlinie, in de rug gesteund door ouderen. Het gewelddadige optreden tegen dit collectieve verzet had af en toe het bloedige karakter van een slagveld, wat bijzonder schokkend was. De discussie ‘vreedzaam blijven’ tegenover ‘je met geweld verzetten’, die in de loop van de Paraplurevolte opkwam (in 2014), is nu door de harde werkelijkheid ingehaald.

    Dankzij deze opstand tegen de mogelijkheid dat burgers worden uitgeleverd aan China, hebben wij de juistheid kunnen constateren van het principe dat ‘soldaten zonder hoop verzekerd zijn van de overwinning’. Inderdaad, omdat de bevolking zich niet druk maakte over winnen of verliezen en niemand binnen de beweging de kans kreeg om individueel de vruchten van een eventuele overwinning te plukken, kon het verzet zich verspreiden en groeide er eensgezindheid over de oude scheidslijnen heen. De mensen zijn mee komen doen aan deze ‘laatste slag’, omdat ze hun woede wilden uiten. Zo is de beweging een strijd geworden voor waarden, ideeën en identiteit.

    De bevolking moet rechtstreeks de strijd met de autoriteiten aangaan in een serieuze en wanhopige fysieke krachtmeting

    In feite zijn er deze keer – duidelijker dan in 2014 – twee soorten verzet opgekomen en al is de ene kant het niet per se eens met de methoden van de andere, ze begrijpen en verdragen elkaar veel beter, en soms bewonderen ze elkaar zelfs. Het is gedaan met de absurde verspilling van energie aan interne discussies uit de tijd van de Paraplurevolte.

    Onder de noemer van het vreedzaam verzet hebben zich mensen uit alle geledingen van de samenleving verzameld, met sterk verschillende beweegredenen. Scholen, universiteiten, maar ook professionele, religieuze en maatschappelijke organisaties hebben via hun netwerken een ongekende mobilisatiekracht getoond en ouders hebben zelfs hun kinderen opgeroepen tot actie. In het buitenland is door veel verschillende kanalen aandacht aan de gebeurtenissen besteed, zodat de hele wereld ervan op de hoogte raakte.

    Ook was er grote steun vanuit de diaspora; de verschillende gemeenschappen in het buitenland vonden elkaar op basis van hun Hongkongse identiteit. Mensen hebben de gelegenheid aangegrepen om hun onderlinge band te versterken en een gemeenschap te vormen van mensen die in de eerste plaats Hongkonger zijn.

    De radicalere actievoerders hebben spontane organisaties ontwikkeld (zonder veel officiële status) die heel verschillende gezichten aannamen. Hun manier van actievoeren – direct, flexibel en gevarieerd – toonde hun onverzettelijke engagement, en al degenen die belang stellen in de problemen van Hongkong, werden getroffen door hun moed en vastberadenheid. Dankzij deze groepen is voor het oog van de hele wereld de bruutheid onthuld van dit regime, dat nu zijn fluwelen handschoenen heeft uitgetrokken.

    De combinatie van deze verschillende manieren van verzet heeft uiteindelijk geleid tot een nieuw moreel pact en vooral tot een nieuwe, hybride manier van actievoeren. Zo kon het gebeuren dat activisten de hele nacht leuzen scandeerden om hun protest uit te drukken, dat bewoners video’s gemaakt door bewakingscamera’s in hun wijk uitzonden om de bewegingen van de politie te laten zien, of hoe moeders vreedzaam bijeenkwamen als teken van protest tegen het geweld van de onderdrukking.

    De verschillende manieren van actievoeren hebben een nieuwe taakverdeling opgeleverd. In de zoektocht naar middelen om de gevestigde media te omzeilen, heeft het verzet de grote diversiteit van al die deelnemers benut en hun energie gebundeld. Nu is alleen de vraag of dit pact en deze nieuwe manier om zo veel verschillende mensen op de been te brengen, blijvend zullen zijn.

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    © Afdeling Planning, regering van Hongkong

    Eén land, twee systemen

    Na de machtsoverdracht in 1997 beloofde moederschoot China de ex-kolonie als Speciale Administratieve Regio (SAR) vijftig jaar lang met rust te laten. Leider Deng Xiaoping stemde er bovendien mee in dat Hongkong zijn economische, politieke en juridische systemen, zijn burgerlijke vrijheden en een vrije pers zou behouden. Die autonomie kent Hongkong inderdaad, behalve bij echt belangrijke kwesties, dan heeft de Volksrepubliek het laatste woord. Dat de Communistische Partij zich steeds meer laat gelden, veroorzaakt al jaren veel protest. Hongkongers vinden dat hun autonomie steeds verder wordt uitgehold, terwijl die tot 2047 zou zijn gegarandeerd onder de formule ‘één land, twee systemen’.

  • Niet bang voor de tijd

    Niet bang voor de tijd

    Terwijl de Venezolaanse machthebbers proberen de oppositionele pers te muilkorven, strijdt een van de moedigste hoofdredacteuren onvermoeibaar voor een links-liberaal midden dat zich niet laat tiranniseren.

    Teodoro Petkoff is niet het soort hoofdredacteur dat reorganiseert en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Hij zorgde ervoor dat een generatie van jonge onderzoeksjournalisten nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Toen Petkoff begin 2000 zijn eerste hoofdartikel voor het ochtendblad Tal Cual schreef, aarzelde hij niet om er als kop ‘Dag Hugo!’ boven te zetten. Dat was niet de groet van een sympathisant, een meeloper of een strooplikker, maar de schalkse aankondiging dat een van de meest gezaghebbende en moedige figuren uit de Venezolaanse oppositie weer terug was op de barricaden.

    Een paar maanden eerder had Hugo Chávez, die destijds aan het begin van zijn lange en luidruchtige mandaat stond, zich nog op de borst kunnen kloppen dat hij een van de gezaghebbendste stemmen van de oppositie tot zwijgen had gebracht. Teodoro Petkoff was krap een jaar eerder directeur van El Mundo geworden, een uitgave van Cadena Capriles, de machtigste perscombinatie van Venezuela, die tegenwoordig in handen is van regeringsgezinde investeerders.

    Petkoff, die toen al over de zestig was en in de jaren zestig lid was geweest van de guerrillabeweging, is een rasecht politicus en een polemist van internationale allure. Maar hij was nog nooit hoofdredacteur van een krant geweest. ‘Ik ben erachter gekomen dat ik hiervoor, en voor niks anders, in de wieg ben gelegd’, zei hij een keer trots lachend tegen me.

    Het was waar: de oplage van de krant, destijds een traditioneel avondblad, was op een dieptepunt gekomen toen de directie van Cadena Capriles bedacht dat de krant misschien nieuw leven zou kunnen worden ingeblazen als ze iemand van de politieke oppositie tot hoofdredacteur benoemden die zowel controversieel als gerenommeerd was. Maar ze hadden nooit kunnen vermoeden welk een vlucht El Mundo onder leiding van de catire, zoals ze iemand met blond haar in Venezuela noemen, zou nemen.

    Petkoff was evenwel niet het soort hoofdredacteur dat met mannetjes gaat schuiven en gratuite veranderingen in de lay-out doorvoert. Met zijn onverwoestbaar provocerende, vernieuwende geest kreeg hij niet alleen voor elkaar dat de oplage van de zieltogende krant als een speer omhoog schoot, maar ook nog dat ze de kweekvijver werd voor een generatie van jonge onderzoeksjournalisten, die nu op eigen kracht schittert in het verzet van de onafhankelijke pers tegen de aanslagen van het Maduro-bewind.

    Hugo Chavez
    Hugo Chavez

    Reclame

    De beste reclame voor El Mundo was Hugo Chávez zelf. Meermalen toonde hij, woedend en donderend, de vlammende koppen boven de artikelen van Petkoff, of hij las een paar voor hem bijtende fragmenten uit zijn hoofdartikelen voor. Het was maar een kwestie van tijd eer Cadena Capriles onder de druk van Chávez zou bezwijken en Petkoff geen andere keus had dan het veld te ruimen. Maar de catire liet het er niet bij zitten.
    Samen met zijn vele vrienden bewoog hij hemel en aarde, en na korte tijd verscheen Tal Cual [‘Zo is het’], het invloedrijke opiniërende ochtendblad dat nu getuige is van de meest gewelddadige aanvallen op de vrijheid van meningsuiting in Venezuela in de afgelopen vijftig jaar.

    Vijftien jaar lang is er geen dag voorbijgegaan zonder dat de krant zich ferm heeft gekeerd tegen het streven van Chávez en zijn politieke erfgenamen om de vrijheid van meningsuiting in Venezuela rücksichtslos en met alle ter beschikking staande middelen de nek om te draaien.

    Dat streven begon al toen Chávez nog leefde, met de onteigening en het willekeurig sluiten van televisiestations, het vrijwel volledig monddood maken van de radio en het invoeren van draconische wetten die, tezamen met absurde gerechtelijke vonnissen, de zelfcensuur in de media aanwakkerden. Daar is recentelijk nog de financiële intimidatie bijgekomen van de afgeknepen papierleverantie en de censuur die ‘gekocht’ werd doordat met hulp van regeringsgezinde investeerders publiciteitsmedia en toeleveringsbedrijven werden opgekocht. Daarnaast ontbrak het niet aan direct lijfelijk geweld tegen individuele journalisten, van wie er enkele de gevangenis in gingen.

    Sinds het begin van de demonstraties, ruim twee maanden geleden, waarbij al meer dan veertig doden zijn gevallen, hebben verschillende Venezolaanse organisaties, zoals de vakbond van journalisten en de nationale ombudsman, 111 journalisten geteld die tijdens onlusten gewond raakten of werden beroofd van hun apparatuur, die vervolgens in veel gevallen door de oproerpolitie werd vernietigd. Het kon niet uitblijven dat ook Tal Cual schade opliep van een dergelijke aanslag op de vrijheid van meningsuiting.

    Deze keer kwam de aanslag in de gedaante van een juridische aanklacht die vaak gebruikt wordt door autoritaire Latijns-Amerikaanse neopopulisten, van Rafael Correa in Ecuador tot Cristina Kirchner in Argentinië: belediging van een hoge ambtenaar in functie.

    Teodoro Petkoff
    Teodoro Petkoff

    Rolmodel

    El País deed op 18 maart jl. verslag van een rechtszaak tegen de tabloid, die was aangespannen door Diosdado Cabello, voorzitter van de Nationale Assemblee, die wordt beschouwd als de tweede sterke man van het regime. ‘Een rechtbank in Caracas nam twee weken geleden een aanklacht in behandeling van Cabello, die de krant beschuldigde van “grove smaad” jegens zijn persoon. Naast financiële genoegdoening eist de hoogwaardigheidsbekleder gevangenisstraf voor Petkoff, voor de directie van de krant en voor de auteur van het stuk waarin Cabello in diskrediet zou zijn gebracht, te weten Carlos Genatios, een ex-minister van Chávez en dissident van het bolivarionisme.’

    Petkoff aarzelde niet om de tegenaanval in te zetten en diende een aanklacht in bij het OM, waarin hij stelde dat Cabello 23 dagen vóór de publicatie van het gewraakte artikel in Tal Cual zijn juridisch vertegenwoordiger een volmacht had gegeven; dit rechtvaardigt het vermoeden dat de messen al van tevoren geslepen waren om van elke aanleiding, hoe klein ook, gebruik te maken. In 2007 had Tal Cual al een boete moeten betalen van 20.000 dollar voor een satirisch stukje waarin de naam van de dochter van wijlen Chávez werd genoemd.

    Petkoff, die van Bulgaarse afkomst is, werd algauw een icoon en een rolmodel voor het Latijns-Amerikaans marxistisch revisionisme toen hij in 1971, samen met een groepje vooraanstaande oud-kameraden, uit de Communistische Partij stapte en een nieuwe, gematigder partij oprichtte. Gabriel García Márquez doneerde destijds al het geld van de literaire prijs Rómulo Gallego, die hij voor Honderd jaar eenzaamheid had gekregen, aan de jonge partij, voor de aankoop van een rotatiepers. Petkoff kreeg het volle pond van de banvloek van het internationaal stalinisme over zich heen, onder anderen van premier Leonid Brezjnev en de Franse filosoof Jean-Paul Sartre.

    Dertig jaar later zegde hij het lidmaatschap van zijn eigen partij op, toen het bestuur besloot Hugo Chávez in de presidentsverkiezingen van 1998 te steunen. Als verklaard bewonderaar van Clint Eastwood en zijn vermogen om zichzelf steeds weer opnieuw uit te vinden begon Petkoff vervolgens aan een tweede carrière als hoofdredacteur. Inmiddels heeft hij, geconfronteerd met de papierschaarste die met opzet door de regering is veroorzaakt, besloten _Tal Cual _volledig naar het internet te verhuizen. ‘Ze zullen ons niet de mond snoeren’, zei hij bits in een hoofdartikel.

    In de tijd dat wij van mijn generatie jong waren, was Teodoro Petkoff voor ons een rolmodel en een mentor, die onze aandacht niet vestigde op ‘mei ’68’ maar op de ‘Praagse lente’, waarmee hij de stoot gaf tot een links-liberaal platform dat we sindsdien niet meer hebben verlaten.

    ©  Gabriel S. Delgado C.
    © Gabriel S. Delgado C.

    Tirannie van de 21e eeuw

    ‘Hij is een van die mensen die samenvallen met hun legende’, schreef onlangs de Venezolaan Jean Maninat, een vooraanstaand ex-functionaris van de Internationale Arbeidsorganisatie. ‘Iemand die vecht voor zijn overtuigingen en die het vermogen en de moed bezit om te erkennen dat hij zich vergist heeft. Zijn eenvoudige levensstijl staat in schril contrast met de schandalige protserigheid van de machthebbers die hem de mond proberen te snoeren uit naam van een “socialisme van de eenentwintigste eeuw”, dat niet meer is dan een hersenloze vogelverschrikker vol oliedollars.’

    In het tv-programma dat hij voor de nieuwszender Globovisión maakte – tot ook die werd aangekocht door regeringsgezinde financiers – zei Petkoff onlangs: ‘Elke keer als een buitenlandse journalist me vraagt naar het socialisme van de eenentwintigste eeuw, antwoord ik dat ik niet heb gebroken met het totalitarisme van de twintigste eeuw om vervolgens vrede te hebben met welke vorm van tirannie dan ook in deze eeuw.’

    Gabriel García Márquez, met wie hij bevriend was, zei in 1983 naar aanleiding van zijn kandidatuur voor het presidentschap: ‘Teodoro is niet bang voor de tijd, en dat is misschien wel het meest karakteristieke van zijn leven: hij heeft tijd te over om alles te doen wat hij wil.’

    Tal cual: zo is het.

    Auteur: Ibsen Martínez
    Vertaler: Jos den Bekker

    El País
    Spanje, dagblad, oplage 397.000
    Zes maanden na de dood van Franco opgericht. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.