De Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han biedt in Vita contemplativa een krachtig alternatief voor het westerse ideaal van voortdurende activiteit en in Vilhelms kamer ontmaskert de Deense schrijver Tove Ditlevsen het huwelijk als een loopgravenoorlog waar de liefde niet kan overwinnen. Deze top 5 is samengesteld door de redactie van 360.
Deze (en andere) titels zijn hier direct online te bestellen.
Vita Contemplativa
Byung-Chul Han
De Duits-Koreaanse filosoof Byung-Chul Han biedt in Vita contemplativa een krachtig alternatief voor het westerse ideaal van voortdurende activiteit (‘Vita activa’). Inactiviteit is bij Han geen leegte of luiheid, maar een creatief en onafhankelijk vermogen — een bron van vrijheid, schoonheid en levenskunst.
The Question of Palestine
Edward W. Said
Deze heruitgave van toont Edward Saids scherpe analyse en blijvende inzet voor rechtvaardigheid en empathie. Zijn visie op de Palestijnse kwestie, oorspronkelijk verschenen in 1978, blijft urgent en relevant, nu meer dan ooit, en legt de fundamenten voor kritisch denken over kolonialisme, macht en bevrijding.
Oefeningen in nederigheid
Gamal Fouad
Gamal Fouad, zoon van een Egyptische vader en een Nederlandse moeder, merkt dat segregatie er in Nederland niet minder op is geworden. Alleen al de verbazing over dat zijn grootouders in een Japans interneringskamp hebben gezeten – alsof dat door zijn Arabische achtergrond niet mogelijk is.
Mijn naam is Emilia del Valle
Isabel Allende
In het San Francisco van 1866 bevalt een Ierse non, bezwangerd door Chileense aristocraat, van een dochter genaamd Emilia del Valle. Emilia wil schrijven maar moet daarbij de maatschappelijke normen van die tijd trotseren. Totdat ze verslag mag doen van een driegende burgeroorlog in Chili.
Vilhelms kamer
Tove Ditlevsen
In Vilhelms kamer ontmaskert de Deense schrijver Tove Ditlevsen het huwelijk als een loopgravenoorlog waar de liefde niet kan overwinnen. Maar na twintig jaar van aantrekken en afstoten lijkt hun huwelijk finaal te knappen wanneer Vilhelm daadwerkelijk zijn biezen pakt om er met zijn zoveelste minnares vandoor te gaan en zijn kamer leeg komt te staan.
De Duitse hoogleraar internationale politiek Carlo Masala waarschuwt in zijn boek Wenn Russland Gewinnt dat Rusland in 2028 Estland binnen zal vallen als het Westen Oekraïne nu de rug toekeert. ‘Je zou wensen dat dit boekje op het nachtkastje van alle westerse politieke, militaire en wetenschappelijke leiders ligt,’ schrijft Peter Ansmann voor Ruhrbarone.
Wat gebeurt er als niet alleen de Amerikanen, maar ook de Europeanen Oekraïne dit jaar in de steek laten? Volgens de Duitse hoogleraar internationale politiek Carlo Masala kan het niet anders of de Russen vallen dan in 2028 Estland binnen, zo betoogt hij in zijn boek Wenn Russland gewinnt.
Ralf Julke van de Leipziger Zeitung beschouwt Masala als een ‘waarschuwer’, omdat hij serieus neemt wat het Kremlin doet en zegt, en als een van de weinigen doorheeft wat er gebeurt wanneer je toegeeft aan de dreigende retoriek uit Moskou.
Volgens Nicolas Freund in Süddeutsche Zeitung is Masala op zijn sterkst wanneer hij uitlegt wat er moet gebeuren: ‘Naast herbewapening om Rusland af te schrikken moet de Europese bevolking weerbaarder worden. Enerzijds tegen hybride oorlogsvoering en propaganda, anderzijds tegen zeer concrete economische en mogelijk oorlogszuchtige handelingen.’
‘Je zou wensen dat dit boekje op het nachtkastje van alle westerse politieke, militaire en wetenschappelijke leiders ligt’
‘Je zou wensen dat dit boekje op het nachtkastje van alle westerse politieke, militaire en wetenschappelijke leiders ligt,’ schrijft Peter Ansmann voor Ruhrbarone. ‘Het tolereren van de annexatie van delen van Oekraïne moedigt de Russische overheerser alleen maar aan tot meer veroveringen.’ Daarbij verwijst hij naar Hitlers inname van Sudetenland in 1938. Het enige dat helpt is meer wapenleveranties aan Zelensky, concludeert Ansmann: ‘Alle voorwaarden die het Westen daar nu aan stelt, leiden ertoe dat het verslaan van de indringers mislukt.’
Oliver Kühn vindt in Frankfurter Allgemeine dat er ‘weinig fantasie nodig is voor het scenario van Masala’. Hij benadrukt dat de maatregelen die de Duitse wetenschapper voorstelt al jaren zijn te horen, maar tot dusver geen weerklank hebben gevonden in de wereldpolitiek. ‘Terwijl iedere politicus zijn boekje in één avond kan uitlezen. En dat zou goed bestede tijd zijn.’
Gillian Anderson, onder andere bekend van haar rol als de seksuoloog Jean Milburn in de serie Sex Education, heeft een nieuw boek uitgebracht waarin ze de meest intieme verlangens van vrouwen onderzoekt.
Gillian Anderson werd in 1996 uitgeroepen tot meest sexy vrouw ter wereld, en sinds haar rol als de extravagante seksuoloog Jean Milburn in Sex Education is ze onlosmakelijk verbonden met seks. Als voorbereiding op die rol las ze My Secret Garden, een bloemlezing van vrouwelijke seksuele fantasieën van de Amerikaanse Nancy Friday. Deze verzameling interviews uit 1973 met vrouwen die over hun intieme leven vertellen was destijds een doorslaand succes; door mannen het monopolie op de erotische verbeelding te ontnemen, wakkerde ze de seksuele revolutie in de VS aan, schrijft The Telegraph, die haar een seksgodin noemt – voor vrouwen.
Voor haar eigen boek Women’s Desire deed Anderson een oproep op sociale media met de vraag naar de seksuele fantasieën van vrouwen. Ze kreeg 1800 reacties en maakte daaruit een selectie van 174. Onder de fantasieën vinden we ‘piratenschepen die worden bestuurd door lesbiennes, medische studenten die ondernemende gynaecologische onderzoeken uitvoeren en avonturen met een collega’, vat The Independent samen. Ook seks met popster Harry Styles en een trio met de Wemel-tweeling uit Harry Potter behoorden tot het arsenaal.
Het doel is om ‘vrouwen weer een stem te geven in een samenleving waar porno de mannelijke blik bevoordeelt’
The Guardian merkt op dat ‘vrouwen vaak fantaseren over ontmoetingen die worden gekenmerkt door geweld, dwang, gevangenschap en andere vernederingen die in het echte leven angstaanjagend zouden zijn’. De krant bespeurt dan ook een zekere nervositeit bij Anderson, die in haar inleiding benadrukt dat het ‘doel van fantasie is om virtueel te blijven’ en dat deze ‘nooit iemand zijn vrijheid van handelen kan ontnemen’.
Noemt The Independent het doel van dit werk om ‘vrouwen weer een stem te geven in een samenleving waar porno de mannelijke blik en het verlangen bevoordeelt’, volgens The Times is deze intentie volstrekt overbodig; er zouden geen taboes meer zijn. The Guardian beweert het tegenovergestelde, en schrijft vergoelijkend: ‘In een tijd waarin de vrijheid van vrouwen bijna overal ter wereld wordt bedreigd, moet elk project dat hen in staat stelt zich uit te drukken over een aspect van hun leven dat nog te vaak als beschamend wordt beschouwd, worden toegejuicht.’
Overigens werden de meeste recensies van het boek geschreven door vrouwen.
Want (verlangen) van Gillian Anderson verscheen vorige maand in een Nederlandse vertaling bij Luitingh Sijthoff.
In de roerige jaren van 1848 en 1849 laaiden er in heel Europa revoluties op. Overal liet het volk iets van zich horen. Historicus Christopher Clark schreef er het veelgeprezen boek Europese Lente, de strijd voor een nieuwe wereld over.
Vanaf januari 1848 stond Europa twee jaar in brand. Van Palermo tot Parijs, van Berlijn tot Boedapest en Lissabon; overal ging het volk de straat op. De Australische historicus Christopher Clark schreef er met Europese Lente, de strijd voor een nieuwe wereld (1848-1849) een stevig boek over. Pat Sheil legt in Sydney Morning Herald uit dat er ‘in 1848 en 1849 onvoorstelbaar veel gebeurde en dat revoluties lang niet zoveel opleverden als wordt aangenomen. Kijk maar naar het failliet van de Franse, Russische en Amerikaanse revoluties.’
‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal’
‘Een van de beste geschiedenisboeken van de laatste tien jaar’, schrijft Jonathan Boff voor History Today: ‘Uit een reeks complexe gebeurtenissen construeert hij een samenhangend verhaal.’ Volgens hem laat Clark zien dat ‘praktische en zelfs alledaagse problemen een belangrijke rol speelden bij zowel de oorzaak als de nederlaag van revoluties. Munro Price van Financial Times geeft aan dat Clark een parallel met het huidige wereldtoneel ziet: ‘Na de Arabische Lente verspreidden regionale revoluties zich als een lopend vuur. Op korte termijn mislukten ze, op lange termijn zullen we diepgaande effecten zien.’
Europese Lente, de strijd voor een nieuwe wereld (1848-1849) van Christopher Clark, vertaald door Brenda Mudde, Huub Stegeman, Maarten van der Wer, en verschenen bij De Bezige Bij.
360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.
Blootsvoets op het podium
Onnavolgbaar melancholische anti-ster
DOCUMENTAIRE | De Kaapverdische zangeres Cesária Évora (1941-2011) is onlosmakelijk verbonden met het ontstaan van het genre ‘wereldmuziek’, begin jaren negentig. Zodra in een bar haar nummer Sodade klinkt, beginnen 35-plussers onwillekeurig mee te neuriën.
In de documentaire Cesária Évora van de Portugese regisseur Ana Sofia Fonseca komt vooral naar voren hoe bijzonder het is dat een zangeres die opgroeide onder uiterst sobere omstandigheden pas na haar vijftigste internationaal doorbrak en haar afkomst nooit verloochende, schrijft Manori Ravindran voor Variety: ‘Op het archiefmateriaal dat Fonseca gebruikte, zie je hoe Cesária blijft zorgen voor eten, drinken en onderdak voor de mensen in haar omgeving.’
Volgens Vasco Baptista Marques van het Portugese dagblad Expresso is de film ‘wat onevenwichtig’ geworden, maar komt dat ‘waarschijnlijk door het gebrek aan materiaal uit de periode vóór haar doorbraak’. Hij noemt het ‘volkomen terecht dat Fonseca de pure authenticiteit van deze diva op blote voeten centraal stelt. Want haar melancholische stem komt rechtstreeks uit de aarde, uit haar binnenste, en zou nooit in een studio kunnen worden geproduceerd.’
Ian-Malcolm Rijsdijk vindt dat de oude familiefoto’s en archiefbeelden juist prima illustreren waar de zangeres én haar eilandengroep vandaan komen, schrijft hij voor de academisch-journalistieke site The Conversation: ‘Een Portugees marineschip aan de kade, de eerste dagen van de onafhankelijkheid [in 1975]: het geeft de film een extra dimensie. Tegelijkertijd vormt het een mooie combinatie met het portret van een anti-ster die niets moest hebben van wereldfaam en marketingstrategieën, en altijd terugging naar haar geboortedorp.’
‘Een geweldige en uiterst intieme film,’ recenseert Fernando Gálligo Estévez voor de Spaanse filmsite Cinemagavia: ‘Omdat Fonseca in de loop der jaren het vertrouwen van Évora zelf, haar familie en vrienden heeft gewonnen, krijgen we behalve van haar succes ook een beeld van haar traumatische kinderjaren, de terugkerende depressies en haar alcoholverslaving.’
De documentaire Cesária Évora draait vanaf 1 juni in de bioscoop
Door Diederik Samwel
Bad Bunny geeft het goede voorbeeld
De nieuwe status van Latijns-Amerikaanse kunst
MUZIEK | ‘We moeten ophouden gringo’s als goden te zien,’ zegt Bad Bunny in een interview met El País. ‘Dat zijn ze niet.’ De Puerto Ricaanse artiest, die eigenlijk Benito Antonio Ocasio Martínez heet, begon zijn carrière zes jaar geleden en is nu de meest gestreamde Latijns-Amerikaanse artiest op Spotify. Hij prijkte onlangs op de cover van Time, dat een uitvoerig portret aan hem wijdt. ‘Zijn originaliteit, onafhankelijkheid en lokale focus hebben hem tot een volstrekt nieuw soort wereldster gemaakt en wegen vrijgemaakt die de poortwachters in New York of Hollywood volledig omzeilen’, aldus het prestigieuze Amerikaanse weekblad.
Het Latijns-Amerikaanse Connectas benadrukt hoe zeldzaam het is dat een publiek figuur deze voorpagina weet te behalen, ‘en het is zelfs nog ongebruikelijker dat de cover niet-Engelstalig is en gewijd aan een Latijns-Amerikaans muziekgenre’.
Volgens sommigen, onder wie muziekjournalist Víctor Lenore, is er dan ook sprake van een ‘belangrijke verschuiving’, waarbij Latijns-Amerikaanse kunstenaars op gelijke voet zijn komen te staan met hun Angelsaksische collega’s. ‘In Spanje hebben we bijvoorbeeld een koloniaal vooroordeel, bijna onbewust, dat wat in Latijns-Amerika wordt gemaakt minder waardevol is dan wat uit Londen, New York of Los Angeles komt’, schrijft hij op de site van het Spaanse radiostation Onda Cero. Ook sociale media spelen volgens Lenore een rol: terwijl de Angelsaksische muziekindustrie altijd liever de eigen artiesten promoot, krijgen we onder andere door de algoritmes van YouTube na een nummer van Bad Bunny een volgend Latijns-Amerikaans nummer aangeboden.
Hoewel de muziek van Bad Bunny regelmatig door critici wordt weggezet als ‘hedonistische rap’, dient de muziekstijl volgens anderen juist om machismo, kolonialisme of andere ideologieën aan de kaak te stellen. Ook zou de stijl juist het goede voorbeeld kunnen geven. Connectas citeert de eveneens Puerto Ricaanse artiest Daddy Yankee: ‘Vóór ik bekend werd wilden de jongeren in mijn buurt drugsdealer worden; nu willen ze allemaal zanger worden.’
Ook Bad Bunny toont politieke betrokkenheid. Hoewel de artiest op zijn tour door Europa in 2019 tot wel een miljoen euro per optreden kon verdienen, koos hij ervoor om terug te keren naar San Juan om de protesten tegen Ricardo Rosselló, de gouverneur van Puerto Rico, te leiden. Die werd uiteindelijk afgezet na een corruptieschandaal en beschuldigingen van homofobe opmerkingen. Lenore van Onda Cero noemt Bad Bunny dan ook een nieuwe Bob Dylan.
Polemiek tegen de consultancy-industrie
Simplistische powerpoints en zombie-achtige mailtjes
NON-FICTIE | In het boek The Big Con nemen de Britse wetenschappers Mariana Mazzucato en Rosie Collington consultancybedrijven als Deloitte en EY onder vuur. ‘Deze twee stoere vrouwelijke economen en experts in innovatief denken leveren verlammende kritiek op de adviesbranche,’ concludeert Hugo Gaarden op de Deense nieuwssite Økonomisk Ugebrev. Volgens Gaarden brengen ze ‘scherp aan het licht’ hoe de controle op de branche vaak ontbreekt, waardoor ‘de economie en de democratie worden ondermijnd’.
Diane Coyle van de Financial Times benadrukt dat de auteurs ‘perfect’ laten zien hoe snel er een vicieuze cirkel ontstaat. ‘Probeer de klok maar eens terug te draaien. Heeft een grote firma of ministerie eenmaal diensten uitbesteed, dan kost het veel te veel tijd en geld om die weer in eigen beheer te nemen. Dan wordt maar weer een nieuw contract met een consultancybedrijf afgesloten.’
Hettie O’Brien schrijft in The Guardian dat de anekdotes en de interviews met consultants in het boek het meest tot de verbeelding spreken: ‘Vergaderingen waarin het wemelt van de Deloitte-mensen die elkaar met zombie-achtige mailtjes bestoken. Of junior-adviseurs die vaak veel beter in de gaten hebben wat er binnen de organisatie speelt dan hun leidinggevenden. En dan blijken adviezen bovendien te bestaan uit bedrieglijk simplistische powerpoints.’
Greg Rosalsky van het Amerikaanse NPR is ‘opgelucht’ dat Mazzucato en Collington ook aanbevelingen doen: ‘Maximale transparantie bij contracten met de consultancybedrijven, extra alert zijn op belangenverstrengeling en diepgaand investeren in de eigen medewerkers binnen de organisatie. Dat zouden overheden ter harte moeten nemen.’
The Big Con, door Ed Lof en Joost Polmann vertaald als ‘De consultancy-industrie’, is op 17 mei verschenen bij uitgeverij Nieuw Amsterdam
Door Diederik Samwel
Het stille protest van Giorgio Morandi
Stillevens die blijven intrigeren
TENTOONSTELLING | Giorgio Morandi (1890-1964) was op vele manieren een uitzonderlijke figuur, schrijft het Italiaanse Focus. Niet alleen ondervond de schilder weinig invloeden van andere stromingen en had hij nauwelijks contact met kunstenaars uit zijn tijd, ook schilderde hij vrijwel uitsluitend dezelfde onderwerpen: flessen, vazen, koffiekannen, bloemen, schalen en landschappen. Die werden voor het overgrote deel in de ruimte geschilderd waar de kunstenaar zijn hele leven woonde.
‘Je kunt je voorstellen hoe hij op een stille ochtend deze spullen uit de keukenkast haalde en neerzette. Terwijl hij de lange schaduwen van de citroenpers, de fles en de beker nabootste, stond de tijd stil. (…) Het zijn levenloze vormen, en toch trillen ze van spookachtig bewustzijn’, aldus The Guardian. ‘Ik heb het gevoel dat ik elke reflectie, elke lichte kleurvariatie (…) beter moet bekijken, steeds moet terugkeren met mijn gedachten om ze beter te begrijpen’, citeert Arte Matilde Catanese, een van de verzamelaars van Morandi’s werk.
Terwijl de schilder zijn werkdagen op die manier in alle rust doorbracht, woedde buiten de deuren het fascisme van Mussolini. In 1943 werd Morandi gearresteerd en gevangengezet vanwege zijn banden met verzetsleiders. Sommige van zijn werken zouden dan ook een vorm van stil protest zijn; in de vazen van Natura morta zijn bijvoorbeeld tombes te zien. Volgens The Guardian doet Morandi’s werk ondanks het gebrek aan menselijke gestalten ‘pijn van de liefde en menselijkheid’.
‘Giorgio Morandi en Nederland’, van 17 juni t/m 24 september te zien in Museum Belvédère in Heerenveen
Freezing Order van Bill Browder biedt een inkijk in de corruptie onder Russische zakenlieden en politici en hoe buitenlandse lobbyisten en communicatiestrategen hun daartoe alle ruimte boden. ‘Een krachtig pleidooi’ voor internationale sancties tegen Rusland, aldus buitenlandse recensenten.
Het journalistieke boek Freezing Order van de Amerikaan Bill Browder bevat alle ingrediënten van een thriller, schrijft Andrew Anthony in The Guardian: ‘Omkoping, bedreiging, vergiftiging of pogingen daartoe, mensen die zomaar van een wolkenkrabber naar beneden storten. Een ongelooflijk verhaal, met tempo en flair verteld.’
Vooral ongelooflijk omdat Browder zijn eigen verhaal vertelt, vindt Anthony. Vanaf halverwege de jaren negentig wist hij zich met zijn investeringsmaatschappij Hermitage Capital Management op te werken tot Ruslands grootste buitenlandse financier in het post-Sovjettijdperk. Browder introduceerde onder meer aandeelhoudersconstructies bij grote concerns als Gazprom. Aanvankelijk floreerde zijn bedrijf ook onder Vladimir Poetin. Tot Sergej Magnitski, een van Browders stafleden, in 2008 een witwasoperatie van 230 miljoen dollar door de Russische overheid aan het licht bracht. Magnitski werd gearresteerd en overleed een jaar later in zijn cel, vermoedelijk als gevolg van mishandeling en uitputting. Browder had zich toen al in Londen gevestigd.
Freezing Order gaat vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt
Daar startte hij een uitgebreide, internationale lobby die zou leiden tot de Magnitsky Act, een wet die tegoeden bevriest van politieke leiders en zakenlieden die de mensenrechten hebben geschonden. Freezing Order gaat over de totstandkoming van deze wet en vooral over de manier waarop Poetin zijn vijand Browder op alle fronten tegenwerkt.
‘Een essentieel boek van iemand die al jaren in de gaten heeft hoe corrupt Russische zakenmensen en politici opereren en hoe buitenlandse lobbyisten en communicatiestrategen hun daartoe alle ruimte boden’, vindt Timothy Frye in The Washington Post. Al te subtiel gaat Browder niet te werk, schrijft hij verderop: ‘Helden worden gedreven door rechtvaardigheid, slechteriken door hebzucht.’ In die tweede categorie zijn volgens Frye niet zozeer Russische juristen vertegenwoordigd als wel hun collega’s in de westerse wereld: ‘Gepassioneerd nagelt Browder hen met naam en toenaam aan de schandpaal.’
Andrew Ross Sorkin noemt Browder in The New York Times ‘bij uitstek deskundig’ binnen de dialoog over sancties tegen Rusland om de oorlog in Oekraïne te stoppen: ‘Browder biedt een uniek perspectief op de manieren om Poetins strategie te beïnvloeden.’
‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn’
Katie Stallard van New Statesman ziet in Freezing Order een ‘krachtig pleidooi voor alle juridische mogelijkheden om Poetins geldschieters van hun buitenlandse tegoeden en luxejachten af te houden.’ Al krijgt Stallard wel de indruk dat Browder zichzelf ‘iets te nadrukkelijk op de voorgrond plaatst’.
Een heel andere vraag is of Browders verhaal eigenlijk wel klopt. In Der Spiegel presenteert Benjamin Bidder een uitgebreide analyse van de Magnitsky Act, waarin hij vaststelt dat Browder bronnen opvoert die later hun verklaringen hebben ingetrokken. Ook blijken er verschillende verhalen in omloop over de door Magnitsky geopenbaarde witwasoperatie. Niettemin schat Bidder de kans dat de wet in steeds meer landen in werking treedt hoog in: ‘Browders verhaal is simpelweg te goed om niet waar te zijn.’
Freezing Order verscheen half juni in de Nederlandse vertaling van Nannie de Nijs Bik-Plasman bij uitgeverij Atlas Contact.
Met haar essaybundel The Right to Sex maakt Amia Srinivasan op subtiele wijze duidelijk, aldus internationale critici, hoe seks en politiek onlosmakelijk verbonden zijn.
Amia Srinivasan begon aan haar essay The Right to Sex, aanvankelijk gepubliceerd in London Review of Books, toen Elliot Rodger, een ‘incel’ (involuntary celibate), zes mensen vermoordde en veertien verwondde in Isla Vista, in Californië, waar hij studeerde en steeds gefrustreerder raakte over zijn vermeende ‘unfuckability’. Een term die, schrijft The Guardian, centraal staat in Srinivasans filosofische werk over hoe seks en politiek onlosmakelijk verbonden zijn.
Los van de gebeurtenis zelf en het manifest dat Rodger achterliet, was Srinivasan geïntrigeerd door de reacties van feministen. Vrijwel geen van hen ging in op zijn bewering dat de ‘onneukbaarheid’ van bepaalde groepen – Aziatische mannen, zwarte vrouwen, mensen met een beperking enzovoort – een politieke oorzaak heeft. Hoe moreel verwerpelijk zijn daad ook was, aldus de hoogleraar sociale en politieke theorie aan de Universiteit van Oxford, Rodger had hier wel een punt.
Het standpunt is kenmerkend voor haar boek, waarin ze volgens de New Statesman ‘snelle oplossingen [weigert], om de eenvoudige reden dat ze “niet bereid is om wat compact en moeilijk is te reduceren tot iets gemakkelijkers”’. ‘Doordrenkt met luchtigheid laat The Right to Sex zien hoe morele reflectie kan worden onderscheiden van moralisering, waarom we moeten leren pauzeren, verschillende perspectieven verzamelen, ze afwegen en de verleiding van een paniekerig en voortijdig oordeel weerstaan.’ En toch maakt Srinivasan op haar subtiele wijze duidelijk, om The Guardian te citeren, ‘hoe seksueel verlangen – tot wie we ons wel en niet aangetrokken voelen – (…) wordt beïnvloed door de heersende onrechtvaardigheden in de samenleving en relevant is voor de eliminatie daarvan’.
In die zin, stipt The Irish Times aan, is haar boek zowel een product van deze tijd van identiteitspolitiek als een verzet tegen het algemene gebrek aan nuance, ook binnen het seksuele discours. ‘Je hoeft het niet met haar eens te zijn om haar toewijding en onpartijdigheid te bewonderen’, aldus de krant.
The Right to Sex verschijnt in oktober bij De Geus, in een vertaling van o.a. Anne Marie Koper.
Het filosofisch magnum opus van Hannah Arendt. Op reis door het leven van een fascinerend gebruiksvoorwerp: papier. Van de magie van ons brein tot het effect van mentale problemen & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum.
Het leven van de geest
Hannah Arendt
In haar laatste filosofische werk ontvouwt Hannah Arendt ideeën over de mogelijkheden van de menselijke geest. Ze onderscheidt drie capaciteiten die iedereen bezit: denken, willen en oordelen. Tot haar dood bleef ze aan deze in één band gebundelde filosofische sensatie werken.
Papyrus
Irene Vallejo
De lezer gaat mee op reis door het leven van dit fascinerende gebruiksvoorwerp. Er zijn haltes op de route bij de slagvelden van Alexander de Grote en bij de villa van Papyri ten tijde van de uitbarsting van de Vesuvius, bij de eerste bibliotheken en werkplaatsen waar manuscripten werden gekopieerd.
Niemand van ons zal terugkeren
Charlotte Delbo
Delbo schetst herinneringen aan leven en dood in korte, poëtische scenes. Ze spreekt met de stem van een collectief; van alle vrouwelijke gevangenen in Auschwitz die, hoewel hun identiteit hun was ontnomen, elkaar wisten te steunen.
Stroom
David Eagleman
De magie van ons brein is niet te vinden in de afzonderlijke onderdelen waaruit het bestaat, maar in de manier waarop het daartussen voortdurend nieuwe verbindingen legt. Met Stroom schetst David Eagleman een onthullend portret van ons veranderlijke brein en zijn ongelooflijke aanpassingsvermogen.
Psychologica
Dean Burnett
Burnett onthult hij wat er in ons brein gebeurt als we lijden aan mentale problemen, zoals een angststoornis, depressie of verslaving. Door wetenschappelijk onderzoek te combineren met verhalen vertelt Burnett op geruststellende wijze waarom deze problemen voorkomen en hoe we ze kunnen begrijpen.
Philip Roth, die in 2010 stopte met schrijven en acht jaar later op 85-jarige leeftijd overleed, wist niet zeker of hij wel wilde dat er een biografie over hem werd geschreven. Hij was gewend zijn eigen verhaal te vertellen.
Waarom Lodewijk Asscher zo van Philip Roths werk houdt
‘De angst voor besmetting. Fake news. De paniek omdat niemand precies weet hoe het virus zich verspreidt. Hoe de Italianen de ziekte kwamen verspreiden. De angst om anderen te besmetten en de bittere verwijten. Je leest erover in Nemesis, de laatste roman van Philip Roth. Tien jaar voor covid maar huiveringwekkend actueel. Ik herlas het in het voorjaar van 2020. En echt, het helpt om de psychologie te begrijpen van de tijd waarin we leven.
Als klein jongetje wilde ik zelf schrijver worden. (Of rechtsbuiten bij Ajax, een droom die nog korter duurde, maar dat terzijde.) Een wereld creëren anders dan de onze maar met zo veel gelijkenis dat je het verschil soms niet meer ziet. In plaats daarvan belandde ik in de politiek. Maar de kunst een andere mogelijkheid te suggereren is me blijven fascineren. Het is het instrument dat de politicus soms van de schrijver leent.
De schrijver die dit het beste kon? Philip Roth. “Stel je voor”, is wat hij je altijd lijkt voor te houden. Roth schreef over de moderne verwarring rond ras en identiteit – wokeness – zouden we nu zeggen, in zijn verbluffende The Human Stain. Als je het nu herleest is het griezelig actueel hoe Coleman Silk van de universiteit verjaagd wordt. Roth liet zien hoe het had kunnen gaan als een ander dan Roosevelt president was geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog. Maar zijn The Plot Against America leek ook in heel veel opzichten het Amerika van Donald Trump te beschrijven.
In de boeken die Roth tussen 1974 en 2007 schreef over de oversekste Amerikaans Joodse schrijver Nathan Zuckerman speelt hij met zijn eigen levensverhaal. Je merkt dat hij het interessanter vindt hoe het had kunnen zijn dan hoe het was. Maar ook dat hij zichzelf schetst als een tamelijk egomane en onaangename man.
Waarom ik zo van zijn werk hou? Om de grote thema’s die hij hanteert. Om het Amerika dat hij beschrijft. Om de dromerige beelden van zijn kinderjaren als joods jongetje in Newark. Om de humor in zijn taal.
Na zijn dood in 2018 verscheen er al de bittere aanklacht van zijn ex-vrouw Claire Bloom. Zij laat zien hoe onaangenaam het was in zijn echte leven te figureren. Nu is er – eindelijk – de biografie van Blake Bailey. “Ik wil niet dat je me rehabiliteert. Maak me gewoon interessant.” Met dit citaat en deze opdracht begint Bailey zijn kolossale werk. Gelukkig maar, ik verheug me erop het te lezen en zo een glimp op te vangen van al die gefrustreerde, monomane, aantrekkelijke en weerzinwekkende personages uit de romans van Philip Roth, van wie ik in de loop der jaren ben gaan houden als van familie.’
Hij, de koning van het zitvlees, zat al vanaf zijn studententijd 340 dagen per jaar zijn nalatenschap bij elkaar te typen, ruim dertig boeken over hoofdpersonen die veel weg hadden van hemzelf: een kind van Newark, een seculiere jood, de jongste van twee broers, een kinderloze vrijgezel die in dit land zonder pogroms alle vrijheid had om zijn lusten en zijn egomanie uit te leven. Die boeken vormden in twee opzichten zijn nalatenschap: hij had geen kinderen, dus zijn oeuvre is het enige wat hem overleeft; en op hun pagina’s was in zekere zin zijn hele leven vervat.
Hij hamerde er altijd op dat je zijn werk niet autobiografisch moet lezen, maar produceerde wel een oeuvre vol dubbelgangers en fictieve alter ego’s, speelde voortdurend verstoppertje in zijn fictie. In Operation Shylock (1993) reist een hoofdpersoon genaamd Philip Roth af naar Israël om de confrontatie aan te gaan met een dubbelganger die ook Philip Roth heet en die een vredesplan voor het Midden-Oosten aan het uitventen is terwijl hij zich uitgeeft voor de echte Roth. Zijn memoires uit 1988, The Facts, een van zijn weinige werken die niet fictief lijken te zijn, gaan vergezeld van begeleidende brieven aan en van zijn fictieve alter ego Nathan Zuckerman. Toen hij aan die memoires begon, schreef hij een correspondent dat hij helemaal klaar was ‘met de schmink en de pruik en de opplakbaard’ van fictie – een impliciete erkenning dat zijn personages vermomde versies van hemzelf waren.
Provocateur
Uiteindelijk besloot Roth dat er toch een biografie moest komen, want hij wilde dat de mensen hem zouden kennen zoals hij was. Zijn fictie nodigde uit tot misverstanden, maar hij was gekwetst als hij verkeerd begrepen werd. Door op het platteland van Connecticut te wonen kreeg hij de naam een kluizenaar te zijn, maar Roth was een man met een onstilbare behoefte aan contact, onvermoeibaar bezig om mensen voor zich in te nemen, te verleiden.
Nicole Krauss schreef na zijn overlijden over ‘de oprechte aandacht waarmee hij luisterde’ en ze noemde hem ‘het meest genereuze publiek dat iemand zich kan wensen’. In gezelschap was hij een plagerige grappenmaker, een meester van de imitatie en de anekdote, de belichaming van wat Zadie Smith, nog zo’n schrijfster met wie hij op late leeftijd bevriend raakte, de ‘rothiaanse geest’ noemde: ‘vol karakters en verhalen en humor en geschiedenis en seks en razernij’. Een roemruchte provocateur die wel graag wilde dat mensen hem aardig vonden, of ten minste zijn gelijk erkenden – want hij had nog heel wat rekeningen te vereffenen met ex-vrouwen en, niet geheel toevallig, ook met een ex-biograaf.
Roth had al met twee eerdere biografen gebroken, een derde proberen te strikken en tegen een vierde met een rechtszaak gedreigd
In 2012, toen hij Blake Bailey beloofde om hem deelgenoot te maken van zijn privépapieren, zijn vrienden, zijn adresboekje en zijn diepste gedachten, had Roth al met twee eerdere biografen gebroken, een derde proberen te strikken en tegen een vierde met een rechtszaak gedreigd. Maar Bailey, die brutaalweg zelf bij de bejaarde auteur had aangeklopt en een begripvol gehoor bleek te zijn, wist Roth voor zich in te nemen. En zo verschijnt in april nu Philip Roth: de biografie.
Dat is al Baileys vierde biografie van een Amerikaanse schrijver: de oud-leraar heeft zich ontpopt als een van de grote literaire biografen van Amerika. In 2003 debuteerde hij met A Tragic Honesty: The Life and Work of Richard Yates, dat hielp om de auteur van Revolutionary Road eindelijk de roem te bezorgen die hem in zijn lange leven van armoede en dronkenschap steeds was ontglipt. Zes jaar later kwam Bailey op de proppen met de biografie van een andere twintigste-eeuwse zuipschuit met een literair talent vanjewelste, John Cheever. En toen hij voor het eerst kwam kennismaken met Roth, had hij net de laatste hand gelegd aan zijn biografie van Charles Jackson, vooral bekend van de toepasselijk getitelde klassieker The Lost Weekend uit 1944, gebaseerd op zijn eigen ervaring met comazuipen. Een van Roths eerste vragen toen Bailey zijn aanzoek kwam doen, was dus: ‘Schrijf je ook weleens over mensen die niet continu dronken zijn, of dood?’ ‘Jij zou de eerste zijn,’ zei Bailey daarop.
Volledige toegang
De aanduidingen ‘geautoriseerd’ en ‘ongeautoriseerd’ hebben in de literaire wereld beide een negatieve bijklank: bij een ‘geautoriseerde biografie’, geschreven met medewerking van de erven of de gebiografeerde persoon zelf, denk je immers aan een braaf en vleiend portret, en bij een ‘ongeautoriseerde biografie’ verwacht je vuige roddels. Baileys biografieën zijn geautoriseerd. ‘Mensen gebruiken “geautoriseerd” wel als diskwalificatie, alsof je dan onder de plak zit van je hoofdpersoon of de erven,’ vertelde Bailey me. ‘Ik heb andere afspraken gemaakt.’ Hij stelde dezelfde eisen als hij bij de nabestaanden van Yates en Cheever had gedaan: vrije en volledige toegang tot Roth, tot zijn papieren, al zijn familie en vrienden, en iedereen die hij verder wilde spreken – ook mensen die Roth niet per se welgezind waren.
En Roth stemde toe. Hij omarmde hun samenwerking met de gedrevenheid van iemand die het einde voelt naderen – maar hij probeerde zijn biograaf ook voor zich in te nemen. In de omgang met geliefden, vrienden of collega’s van wie hij iets gedaan wilde krijgen, kon Roth botheid afwisselen met uitbundige jovialiteit. Bij Bailey liet hij zich vooral van zijn aardige kant zien en betoonde hij zich even toeschietelijk als hij afwerend was geweest tegen zijn andere biografen in spe.
In de laatste zes jaar van zijn leven beantwoordde hij al zijn vragen, vaak met paginalange brieven, hij belde Bailey voortdurend op en gaf hem documenten waarin de erven wellicht nooit meer iemand inzage zullen geven. Roth wist wat voor soort biografie hij wilde, en nadat hij jarenlang met andere aspirant-biografen in de clinch had gelegen, gooide hij het bij Bailey over een andere boeg: hij bedolf hem onder de aandacht en palmde hem in met de hartelijkheid die hij reserveerde voor vertrouwelingen. Hij gaf zich aan hem over in de hoop dat het zou opleveren wat hij wilde: zijn versie van de waarheid.
Groots in zijn hartelijkheid, onredelijk in zijn rancune en achteloos in zijn hardvochtigheid
In februari bracht ik in Virginia een bezoek aan Bailey in zijn huis in het historische hart van Portsmouth, op loopafstand van de Elizabeth River, vlak bij Chesapeake Bay. We hebben daar in zijn woonkamer met elkaar gepraat en pizza gegeten, met inachtneming van de anderhalve meter. Op de salontafel lag The Wes Anderson Collection, Matt Zoller Seitz’ rijk geïllustreerde boek over het werk van die regisseur. In Baileys huis zelf hing ook een andersoneske sfeer, rommelig en pre-digitaal: overal boeken, geen tv te bekennen. In de kamer achter me stond een kleine vleugel, waar Bailey na een dag noeste schrijfarbeid vaak op speelt. Hij woont er met zijn vrouw en hun dochter van zestien, een beagle en een kat die nergens te bekennen was.
Na het eten draaide ik wat rondjes in een van Roths oude Eames-fauteuils, die Bailey van hem heeft geërfd. Het bijbehorende voetenbankje staat bekend als ‘Nicole’s plekje’ – naar Nicole Kidman, een goede vriendin die daar zat als ze bij Roth op bezoek kwam. Toen ik vroeg of ik de papieren van Roth mocht zien, nam Bailey me mee naar de tweede verdieping en opende de kasten langs de muren buiten zijn werkkamer: honderden archiefmappen vol materiaal. Bailey moet dat straks allemaal weer teruggeven aan Roths executeurs-testamentair (zijn agent Andrew Wylie en Julia Golier, ooit Roths geliefde en daarna een goede vriendin), en die kunnen dan besluiten om ze te vernietigen. Bailey heeft ook kopieën van documenten in de archieven van Princeton University, waar ze openbaar toegankelijk waren tot dat archief in 2019 op verzoek van Wylie werd gesloten en de inhoudsbeschrijving van de website gehaald.
De aanblik van zes jaar aan gegevens over het leven van één man voelt een beetje alsof je een reusachtige legpuzzel ziet die de vloer van een balzaal in beslag neemt: een indrukwekkend gezicht, maar je moet er niet aan denken hoeveel werk daarin is gaan zitten. Onderzoek doen naar een schrijversleven is een traag proces, een mengeling van ouderwets journalistiek handwerk en eindeloos spitten in archieven. Bailey heeft de meeste boeken van Roth ettelijke malen gelezen – alleen daarin gaan al honderden uren werk zitten. ‘Je moet mensen durven benaderen alsof je ze een verzekering wilt aansmeren,’ zei Bailey. ‘Dat is een rol die ik wel kan spelen en ik kan er ook van genieten, maar ik zit net zo lief wekenlang in mijn eentje te werken zonder een mens te zien. Dat is een handige combinatie voor een biograaf.’
Kloosterplicht
Zijn talent als archieftijger resulteert in een boek dat een uitputtend en minutieus gedetailleerd beeld geeft van Roths leven: van de saaiheid van zijn militaire dienst in de jaren vijftig tot zijn catastrofale huwelijken en zijn strijd tegen depressie. Hij zet Roth vaak meelevend neer als een man van strikte discipline (dat befaamde arbeidsethos, het schrijven als een soort heilige kloosterplicht) die ook wild uit de band kon springen (hij had een slippertje met Ava Gardner en liet Jackie Kennedy een blauwtje lopen). Alle perikelen rond zijn financiën, zijn vetes en zijn psychoanalyse krijgen we tot in het kleinste detail voorgeschoteld. De figuur die zo naar voren komt, is een man die groots kan zijn in zijn hartelijkheid, onredelijk in zijn rancune en achteloos in zijn hardvochtigheid.
Zijn eerste reactie was ‘Notes for My Biographer’, een verweerschrift ter lengte van een boek
Amerika kent weinig schrijvers zoals Bailey, de traditie van de literaire biografie stelt hier niet veel voor. ‘Voor zover we weten,’ schreef Rachel Donadio in 2007 in The New York Times Book Review, waren er op dat moment geen biografieën op handen ‘van Cormac McCarthy, E.L. Doctorow, Don DeLillo, Toni Morrison, Thomas Pynchon, Salman Rushdie of John Updike’. Sindsdien is alleen over Updike een grote biografie verschenen. Afgezien van Bailey en een handjevol anderen – zoals Roths goede vriendin Judith Thurman, die biografieën heeft geschreven van Isak Dinesen en Colette – zijn er maar weinig Amerikanen die uitblinken in dit genre.
In Groot-Brittannië heb je auteurs als Claire Tomalin, Michael Holroyd en Hermione Lee, die alom geprezen biografieën hebben geschreven van respectievelijk Dickens, Shaw en Virginia Woolf. Britten zijn heerlijk voyeuristisch in hun belangstelling, ze willen lezen over het leven dat hun schrijvers leiden. De Britse tabloids doken er meteen bovenop toen Martin Amis in 1994 zijn literair agent verruilde voor een nieuwer en blitser model (Andrew Wylie toevallig). Het seksleven van Philip Larkin, of het gebrek daaraan, trok nationale aandacht. Maar in de Verenigde Staten is Roth een van de weinige schrijvers wiens privéleven vaak over de tong ging. (Wat weten we nou over het privéleven van Jonathan Franzen of Lorrie Moore?) Wij nemen onze schrijvers serieus, wat wil zeggen dat we hun werk belangrijker achten dan hun leven.
Niet zo gek dus dat bij ons de taak om de traditie van de literaire biografie hoog te houden toeviel aan een mislukte romanschrijver. Bailey, in 1963 in Oklahoma geboren, wilde aanvankelijk acteur worden. Maar onderweg naar een auditie voor de Matt Dillon-film Tex las hij op zijn zestiende The Great Gatsby, en eenmaal bij de auditie aangekomen leek acteren hem ‘een knap suffe ambitie’. (De auditie was geen succes.) Hij ging studeren aan Tulane University, werd leraar op een middelbare school in New Orleans, probeerde een roman te schrijven en raakte idolaat van Frederick Exley. ‘Ik voelde een diepe verbondenheid’ met Exley, schreef hij in 2014 in het autobiografische The Splendid Things We Planned: ‘zijn drankzucht, zijn ziekelijke interesse in sport, zijn minachting voor de alledaagse sleur – die hele puberale narcistische roes.’
‘Hij wilde Richard Yates zíjn, niet over Richard Yates schrijven,’ zei Elizabeth Kaplan, zijn eerste agent. Maar succes had hij alleen gehad met non-fictie, vooral met een artikel in het blad Spy over het schrikbewind dat de vrouw van Revlon-tycoon Ron Perelman bij de verbouwing van haar huis uitoefende over de aannemers. ‘Schrijf een voorstel voor een boek over iets wat jou hevig interesseert,’ had Kaplan tegen hem gezegd, zo vertelde Bailey. ‘En wat mij op dat moment hevig interesseerde, was Richard Yates.’
In 1999 kwam hij in contact met Yates’ middelste dochter, Monica, die het fijn vond dat Bailey geen wetenschapper was: ze hield de academische wereld verantwoordelijk voor haar vaders smadelijke teloorgang. Ze verleende hem haar medewerking en Bailey kreeg een contract met een uitgever. In april 2000 werd Revolutionary Road heruitgebracht en Baileys uitgever gokte erop dat de biografie kon meesurfen op de verhoopte nieuwe aandacht voor Yates.
‘Eind januari 2001 tekende ik het contract en ik kreeg tot 15 maart 2002 voor het onderzoek en het schrijven van het boek,’ zei Bailey. ‘Vanaf dat moment was ik veertien maanden lang elk uur van de dag met Yates bezig, behalve onder het eten of op de wc.’ A Tragic Honesty: The Life and Work of Richard Yates verscheen uiteindelijk in juli 2003. Yates verrees uit het graf om in de hemel van de literaire canon te worden opgenomen en Bailey werd geprezen omdat hij in zijn biografie de vinger legde op de narratieve spanning in het schrijversleven – in het geval van Yates een leven van armoede en eenzaamheid, de hele dag typen en sigaretten paffen en ’s avonds aftaaien naar de kroeg. Het boek was dat jaar een finalist in de categorie biografie van de National Book Critics Circle Award. Bailey was leraar af.
Nadat critica Janet Maslin de Yates-biografie lovend besproken had in The New York Times, nam haar man, de schrijver Benjamin Cheever, Bailey mee uit eten en vroeg of hij misschien ook over zijn vader John wilde schrijven. Dat wilde Bailey wel en in 2009 verscheen de biografie van Cheever. Roth, die op het punt stond om zijn laatste roman te publiceren en bang was nooit meer een geschikte biograaf te vinden, las het boek met bewondering.
‘Ik denk dat Philip voor Blake heeft gekozen omdat hij zijn boek over Cheever had gelezen en dat voortreffelijk vond,’ zei Benjamin Taylor, een vriend van Roth, die in diens laatste jaren een medische volmacht van hem had en de auteur van Here We Are: My Friendship with Philip Roth. ‘Ik weet nog dat hij tegen me zei, toen hij dat uit had: “Hij velt geen oordeel over zijn hoofdpersoon – hij laat hem gewoon zijn gang gaan. Fatsoenlijk of onfatsoenlijk, net wat hij zelf wil. Zonder daar een moralistische visie op te plakken.” En hij zei ook: “Dat is het soort ruimdenkendheid dat ik nodig heb in een biografie.”’ Of zoals Bailey het zelf formuleerde: ‘Cheever gaat in mijn boek hard onderuit, maar blijft in de kern toch een sympathiek personage.’ Roth hoopte dat het voor hem ook zo zou uitpakken. ‘Als je de volledige waarheid over iemand vertelt, toon je die persoon in al zijn menselijkheid,’ zei Bailey. ‘Philip dacht dat dat ook voor hem zou gelden.’
In 1996 was Leaving a Doll’s House verschenen, de memoires van de Engelse actrice Claire Bloom, Roths ex-vrouw. Zij schetst een vrij genuanceerd beeld van de ontsporing van hun liefde, waarin ze ook zichzelf niet ontziet, maar bij recensenten en lezers ontstond het beeld van Roth als een manipulatieve minnaar die wrede emotionele spelletjes speelde. Zijn eerste reactie was ‘Notes for My Biographer’, een verweerschrift ter lengte van een boek, dat hij aan zijn uit-gever Houghton Mifflin verkocht. Vervolgens ging hij op zoek naar een biograaf. ‘Ik dacht: iemand moet dit verhaal rechtzetten, anders blijft dit hét verhaal,’ zei hij later tegen Bailey.
Roth vroeg het eerst aan Ross Miller, literatuurdocent aan de University of Connecticut en een goede vriend, die jarenlang voorlopige versies van zijn romans te lezen kreeg en de Library of America-uitgave van zijn verzameld werk had geredigeerd (al had hij daarbij slecht werk geleverd, zo vond Roth, die daarom zelf maar de redactionele teksten aan-leverde waarvoor Miller verantwoordelijk was). Roth wilde een flatteus portret en hoopte dat Millers loyaliteit zou opwegen tegen zijn gebrek aan talent. Maar volgens Roth werkte Miller er maar sporadisch aan: toen Roth hem in 2009 voorgoed van zijn taak onthief, had hij blijkbaar nog maar elf van Roths kennissen geïnterviewd. En toen Roth de opnamen van die gesprekken afluisterde, schrok hij zo van de in zijn ogen belabberde interviewtechniek dat hij weer aan een lang schotschrift begon, een nooit gepubliceerde aanval op Miller getiteld ‘Notes on a Slander-Monger’ (‘Aantekeningen over een lasteraar’). Met de vriendschap kwam het niet meer goed en Roth bleef tot zijn laatste snik op Miller afgeven.
Miller wilde hier niet op reageren. Toen ik Wylie vroeg of de erven hem een proces zouden aandoen als hij mij te woord stond, zei hij: ‘Daar wil ik echt niet op ingaan.’ Maar helemaal ongegrond lijkt die vrees niet. In 2011 had Roth meer dan zestigduizend dollar aan advocaten uitgegeven om gedaan te krijgen dat Ira Nadel, een Amerikaanse literatuur-wetenschapper die tegenwoordig in Canada doceert, één enkel zinnetje schrapte uit zijn Critical Companion to Philip Roth – een zinnetje over Roths veronderstelde ‘angst om emotioneel door een vrouw te worden overweldigd’, waarmee Nadel doelde op de vrouw die lange tijd een verhouding met Roth had gehad en het model was geweest voor Drenka, de seksueel vrijgevochten minnares in Sabbath’s Theater. Nadel had ook plannen voor een biografie en kreeg van Wylie te horen dat hij niet mocht citeren uit Roths werk en dat geen van Roths intimi hem ooit zou helpen.
‘Ik ben ook geen biseksuele alcoholist van deftige puriteinse komaf, maar ik heb toch een biografie van John Cheever geschreven’
Ondanks zijn weerzin jegens Miller en minachting voor Nadel (die de schrijver in zijn vorige maand verschenen biografie afschildert als een man die doodsbenauwd is voor intimiteit) bleef Roth zoeken naar de ideale biograaf. Hij besprak het met een hoogleraar aan Stanford University, Steven Zipperstein, die zegt dat hij geen geautoriseerde biografie wilde schrijven (al werkt hij nu toch aan zijn eigen biografie van Roth). In 2010 kreeg hij een toezegging van Hermione Lee, die biografieën op haar naam heeft van Virginia Woolf en Edith Wharton. Maar daar kreeg hij al snel weer spijt van. Het zat hem dwars dat ze er pas aan kon beginnen als ze haar boek over Penelope Fitzgerald had voltooid, ook al had ze dat vooraf gezegd. En er was nog iets. ‘Hij wilde niet de geschiedenis ingaan als een man die iets tegen vrouwen had,’ kreeg ik te horen van een schrijver die bevriend was geweest met Roth. ‘En hij was bang dat dat wel zou gebeuren als zijn biograaf een feministe was.’
In 2012, toen Lee dacht dat Roth zijn biografie nog aan haar had verpand, stuurde Bailey hem een e-mail nadat hij van schrijver James Atlas, ook een oude en inmiddels met Roth gebrouilleerde vriend, gehoord had over de breuk tussen Roth en Miller. (Atlas lijkt niet op de hoogte te zijn geweest van Roths afspraak met Lee, die mij niet te woord kon staan omdat, zo liet ze weten, haar hoofd ‘momenteel vol zit met Tom Stoppard’.) Zodra Bailey wist dat Roth misschien op zoek was naar een biograaf, wilde hij die klus. ‘Alles kwam gewoon samen,’ zei hij: dat Roth nog beschikbaar was en dat hij ‘al vanaf jonge leeftijd helemaal weg was’ van zijn werk. Roth nodigde hem uit in zijn flat in New York, en daarna nog een keer in zijn huis in Connecticut. In de Upper West Side vroeg hij Bailey waarom een niet-jood uit Oklahoma zijn biografie zou moeten schrijven, waarop Bailey zijn antwoord paraat had: ‘Ik ben ook geen biseksuele alcoholist van deftige puriteinse komaf, maar ik heb toch een biografie van John Cheever geschreven.’
‘Er staan natuurlijk dingen in die hij onverteerbaar zou hebben gevonden’
Roth was blij met zijn nieuwe man. Hij had de publicatie van ‘Notes for My Biographer ’ al afgeblazen en vrienden gevraagd hun exemplaren terug te sturen. Bailey kreeg een kopie van dat manuscript, en van ‘Notes on a Slander-Monger’, en nog veel meer materiaal. De afspraak is dat hij anderhalf jaar na het verschijnen van de biografie alles moet retourneren aan de erven. Julia Golier, een van de twee executeurs-testamentair, zegt dat zij en Wylie dan op basis van hun interpretatie van Roths wensen zullen beslissen wat er moet worden vernietigd en wat er naar de Library of Congress gaat. Over ‘Notes for My Biographer’ en ‘Notes on a Slander-Monger’ (in feite Roths ongepubliceerde werk) zei ze desgevraagd: ‘Er is gerede kans dat we die vernietigen. Dat besluit nemen Andrew en ik als het zover is.’
Achtenveertig keer wordt ‘Notes for My Biographer’ door Bailey in de biografie aangehaald. Dat betreft vooral passages over Claire Blooms kritiek op hem. Veel van die citaten zijn onschuldig en sommige zijn zelfs complimenteus (Roth vond zijn ex bijvoorbeeld ‘een geboren schrijfster’). ‘Notes on a Slander-Monger’ wordt maar achttien keer aangehaald. Deze onbekende manuscripten zijn misschien niet explosief van aard, maar ze zijn zonder meer van belang – ze gaan immers over Roths twee grote relatiebreuken (na het fiasco van zijn vroege eerste huwelijk): de echtscheiding van Bloom en de breuk met Miller. En het is niet duidelijk hoeveel exemplaren van deze teksten nog in omloop zijn. Roths vriendin Claudia Roth Pierpont, de auteur van Roth Unbound: A Writer and His Books (2013), leek zich niet goed raad te weten met mijn vraag of zij nog een exemplaar had: ‘Er zwerven nog wel exemplaren rond. Ik heb er geen.’
In Baileys archiefkasten bevinden zich nu in ieder geval nog exemplaren van deze teksten, en van ‘Slander-Monger’ ligt er ook een exemplaar achter slot en grendel op Princeton, onderdeel van de verzameling Roth-gerelateerde documenten die Benjamin Taylor in 2018 aan de universiteit heeft verkocht. Het jaar daarop werd dat archief op last van Wylie gesloten en Taylor weet niet of Princeton het ooit nog zal heropenen. Volgens een woordvoerder is de universiteit ‘nog in gesprek met de erven’. Wylie noch de advocaat van de erven, Perley H. Grimes Jr., wilde hier iets over kwijt. Het is net alsof Roths wilskracht de schrijver heeft overleefd en hij over het graf heen blijft drammen en dwingen. Zijn lichaam vergaat, maar zijn oude kennissen respecteren zijn wensen en bewaren een respectvol stilzwijgen.
Bij wetenschappers zal altijd de frustratie blijven knagen dat slechts één man zijn volledige oeuvre heeft mogen zien – niet alleen alle titels die nog in de winkel liggen, maar ook de ongepubliceerde geschriften.‘Exclusiviteitsbiografie!’ foetert Jacques Berlinerblau, een hoogleraar van Georgetown University die in september ook een boek over Roth publiceert, The Philip Roth We Don’t Know: Sex, Race, and Autobiography. ‘Volledige inzage in alle documenten, en daarna worden ze verbrand!’ Dat zou zonde zijn. Miller was in de jaren tachtig en negentig een belangrijke meelezer van Roths romans in wording; en omdat het beeld van Roth als vrouwenhater in sterke mate op het boek van Bloom berust, lijkt het erop dat het eindoordeel daarover voorgoed moet worden opgeschort.
Bailey is ook de enige die een 101 pagina’s tellend verslag heeft gelezen dat speciaal voor hem werd geschreven door de vrouw die de inspiratiebron was voor Sabbaths minnares Drenka. Bailey mocht die herinneringen alleen in haar bijzijn lezen. ‘Ik mocht ze niet eens meenemen naar de wc,’ zei Bailey. Roth had met niemand zo’n lange verhouding als met deze vrouw, zelfs niet met zijn twee echtgenotes, en Bailey heeft geen idee wat zij gaat doen met haar manuscript, waarin ze een naargeestiger figuur schetst dan de Mickey Sabbath die Drenka’s minnaar is.
‘In Sabbath is de seks vrolijk en speels,’ schreef Bailey me, terwijl je in haar versie van het verhaal ‘vooral leest dat Philip (om maar wat te noemen) wilde dat zij aan de telefoon luisterde hoe hij zich in Londen zat af te trekken terwijl zij in Connecticut’ aan het werk was, met patiënten in haar fysiotherapiepraktijk.
De Roth die uit Baileys onderzoek naar voren komt, was soms harteloos tegenover geliefden en vrienden zowel als vijanden. Hij zag er geen been in om hun levens als voer voor zijn boeken te gebruiken. Als ze daar bezwaar tegen maakten, zoals de romanschrijver en trouwe discipel Alan Lelchuk op den duur deed, toonde Roth geen berouw. Hij was een meester van de onmin, getuige zijn ruzies met Lelchuk, met Atlas en natuurlijk met Miller. Hij kon emotioneel veeleisend zijn en zijn medeleven met anderen was ondergeschikt aan zijn eigen behoeften. Hij had iets van een jengelend kind: hij wilde bijvoorbeeld dat Bloom meer tijd met hem doorbracht en minder met haar tienerdochter Anna. Hij was vaak blind voor zijn eigen tekortkomingen en de wrevel die hij zelf veroorzaakte: hij noemde Anna in een brief ‘strontvervelend’, zonder oog te hebben voor de rol die hij zelf in de familieruzie speelde.
Deze versie van Roth, als een man met sterke seksuele driften, een brandend gevoel van slachtofferschap, een talent voor nietsontziende woede en een beperkt inlevingsvermogen, doet denken aan zijn meest onverzadigbare personages – Portnoy, Zuckerman en Sabbath met name. Roth schreef geen autobiografische romans, maar hij lijkt zijn tekortkomingen en turbulente leven wel te hebben gebruikt als stof voor zijn fictie, waarin hij zijn eigen beperkingen wilde etaleren op de enige manier die hij kon, in de enige taal waarover hij beschikte.
Roth wist heel goed dat Bailey over al deze dingen zou schrijven, maar sputterde toch zelden tegen. Een van de zeldzame ruzies die hij met Bailey kreeg, ging erover dat de vrouw die model had gestaan voor Drenka niet onder haar echte naam in de biografie wilde worden opgevoerd. Roth meende dat ze hem in gesprekken met Bloom en Bailey had belasterd en wilde niet dat ze zich achter haar anonimiteit kon verschuilen. ‘Ik wees Philip erop dat hij niet in de positie verkeerde om zulke eisen te stellen,’ zei Bailey, ‘en daarmee was de kous af.’
Boeiend
Kwam dat misschien doordat hij als schrijver wist wat ervoor nodig is? Dat als de vergetelheid zijn grootste angst was – en dat ís de grootste angst van elke schrijver – hij niet alleen bewonderenswaardig maar vooral boeiend moest zijn? Hij wordt in dit boek herinnerd als een mens: hilarisch, ongrijpbaar, oprecht aardig maar ook wispelturig en vals. Een man, geen levenloos monument. ‘Er staan natuurlijk dingen in die hij onverteerbaar zou hebben gevonden,’ zei Bailey. ‘Maar hij zou uiteindelijk hebben ingezien dat de ideale biografie die hem voor ogen stond alleen gerealiseerd had kunnen worden als hij hem zelf had geschreven – wat hij in een ideale wereld natuurlijk ook het liefst had gedaan.’
Vertalers Frank Lekens en Lidwien Biekmann hebben zich ontfermd over de 880 biografische pagina’s die binnenkort bij de Bezige Bij verschijnen. Blake Bailey kreeg toegang tot Roth’s persoonlijke archief en sprak vrienden, geliefden en collega’s.
Ook met Roth zelf sprak hij veelvuldig over liefde, de dood en de literatuur. En ook over hoe pleitbezorger werd voor dissidente schrijvers uit het Oostblok en zijn literaire carrière bijna ontspoorde door zijn eerste huwelijk.
Ondanks dat de Amerikaanse uitgever de biografie op 21 april uit de handel heeft genomen nadat Bailey werd beschuldigd van seksuele intimidatie en misbruik, publiceren wij dit interview waarin immers de nadruk ligt op Roth, aan wie we graag onverminderd aandacht besteden. Om dezelfde reden zal De Bezige Bij het boek als gepland uitgeven.
Gaat Shorto’s nieuwe autobiografische boek wel over de maffia? En is dat belangrijk?
Na zijn wereldwijd goed verkochte kronieken over Amsterdam en New York (The Island at the center of the world) dook de Amerikaanse schrijver Russell Shorto voor zijn nieuwste boek in zijn familiegeschiedenis. In Small Time,A story of my family and the mob probeerde Shorto (62) het roemruchte leven van zijn grootvader Russ, een lokale maffiabaas in het stadje Johnstown in Pennsylvania, in kaart te brengen.
Joe Heim van The Washington Post vindt de sociaalmaatschappelijke laag in het boek minstens zo interessant als het familieverhaal van Shorto. Met name waar het verband tussen de opkomst van de maffia en de openlijke tegenwerking van Italiaanse immigranten aan het begin van de vorige eeuw ter sprake komt: ‘Zolang de voordeur naar het establishment op slot bleef, moest het maar via de achterdeur.’
‘De charme van het boek is het gesjoemel op straatniveau, de sfeer van gokhallen, poolzalen en sigarettenwinkeltjes’
Recensent Bryan Burrough van The Wall Street Journal vroeg zich aanvankelijk af wat hij aanmoest met het zoveelste persoonlijke verhaal over de maffia. Des te groter was zijn verbazing toen hij steeds meer plezier aan Shorto’s boek beleefde. Vermoedelijk omdat het nu eens niet over professioneel georganiseerde bendes en moordzaken gaat: ‘De charme van het boek is het gesjoemel op straatniveau, de sfeer van gokhallen, poolzalen en sigarettenwinkeltjes.’
Ook Bill O’Driscoll valt voor Shorto’s perspectief van de alledaagse praktijk van de kleinschalige oplichters in de jaren vijftig, schrijft hij in The Pittsburgh Post-Gazette. O’Driscoll vindt dat opmerkelijk in een periode waarin het beeld van de maffia in New York onvermijdelijk is gekleurd door scènes uit The Godfather, Goodfellas en The Sopranos: ‘In dit boek geen rolmodellen, maar gangsters die hun familie opzadelen met de akelige gevolgen van hun wandaden.’
Volgens Helen Stapinski, criticus van The New York Times, gaat Shorto’s boek in het geheel niet over de maffia. ‘Met een gewiekste truc, die zijn valsspelende opa zeker zou hebben gewaardeerd, slaat Shorto halverwege het boek een heel andere richting in. Daarin staan liefde, ontrouw en verbroken relaties centraal. Ook gaat het over Shorto’s geboorteplaats en de vader-zoonverhoudingen binnen de familie.’
Small Time: A story of my family and the mob van Russell Shorto verscheen in maart in de Nederlandse vertaling Pater Familias bij Ambo/Anthos in een vertaling van Jan Willem Reitsma.
Hoe kun je concreet en constructief bijdragen aan antiracisme? Leer effectief communiceren. Van het navigeren in ‘sticky situations’ tot de kunst om anderen te beïnvloeden & Meer tips in deze Top-5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum.
Witte suprematie & ik Layla Saad
Hoe kun je concreet en constructief bijdragen aan antiracisme? Saad geeft daartoe handvatten en legt helder uit wat begrippen in het antiracisme precies betekenen, zoals wit privilege, witte fragiliteit en witte apathie, en waarom ‘kleurenblindheid’, culturele toe-eigening en tokenisme problematisch zijn.
Hoe we een klimaatramp kunnen vermijden Bill Gates
Samen met experts in de natuurkunde, scheikunde, biologie, techniek, politieke wetenschappen en financiën ging Gates na wat er moet gebeuren om het afglijden van de planeet naar een gegarandeerde milieuramp te stuiten.
Dochters van het daglicht Judy Batalion
Middelpunt vormt de verzetsgroep rond de achttienjarige Poolse Renia Kukielka, die haar leven in de waagschaal stelt om Hitler te verslaan. Deze ‘gettomeisjes’ brachten al flirtend het hoofd van de vijand op hol, saboteerden de spoorwegen, smokkelden wapens, en droegen ook zorg voor kinderen en zieken.
De codekraker Walter Isaacson
In De codekraker vertelt Walter Isaacson het bijzondere verhaal van Jennifer Doudna en haar grensverleggende onderzoek. Hij volgt haar wetenschappelijke reis naar de Nobelprijs en laat ons kennismaken met de techniek achter CRISPR en de belangrijke personen in Doudna’s leven en carrière.
Nice girls don’t speak up Lois P. Frankel
In dit gloednieuwe boek van Lois P. Frankel, auteur van de bestseller Nice girls don’t get the corner office, leer je met praktijkvoorbeelden hoe je op de meest effectieve manier kunt communiceren. Van de basis en het navigeren in ‘sticky situations’ tot de kunst om anderen te beïnvloeden.
Geluk is een panda: een boek vol ongecompliceerde wijsheid, volgens Amin Maalouf staan we aan de rand van een wereldwijde schipbreuk & Meer tips in deze Top 5 non-fictie, aangeraden door 360 en Athenaeum.
Vorsten van Albion
Dan Jones
Vorsten van Albion is een kroniek van acht generaties van de beste en slechtste koningen en koninginnen die Engeland ooit heeft gekend. Ze maakten allen deel uit van het huis Plantagenet. Deze eerste koninklijke dynastie van Engeland heerste ruim driehonderd jaar lang over Albion, van 1154 tot 1485.
Geluk is een panda
Stéphane Garnier
Bestsellerauteur Stéphane Garnier laat zien dat geluk voor iedereen binnen handbereik ligt, als je er echt voor kiest. Zijn nieuwste boek is toegankelijk, ongecompliceerd en vol wijsheid: kies voor eenvoud, wees trouw aan jezelf, help anderen en jaag je dromen na.
Het einde van alles
Katie Mack
In Het einde van alles presenteert Katie Mack aan de hand van de nieuwste astronomische waarnemingen en geavanceerd deeltjesonderzoek vijf mogelijke eindes van het universum en alles wat zich erin bevindt. Kwantummechanica en snaartheorie waren nog nooit zo begrijpelijk (en leuk).
Revolte
Nadav Eyal
Nationalisme, migratie, klimaatverandering – onze wereldorde valt uiteen en Nadav Eyal heeft er een naam voor: revolte. Op alle continenten komen burgers in opstand tegen het idee van vooruitgang. Eyal maakt duidelijk dat we zullen moeten vechten om onze liberale waarden te behouden.
Schipbreuk der beschavingen
Amin Maalouf
We staan, vreest Amin Maalouf, op de drempel van een wereldwijde schipbreuk, die alle domeinen van de beschaving treft. De VS verliezen elke morele geloofwaardigheid, Europa riskeert uiteen te vallen en de Arabische wereld vervalt in een diepe crisis met rampzalige gevolgen voor de hele planeet.
Žižek over Big Tech, Vaclav Smil biedt met nuchtere feiten een nieuwe blik op de wereld & meer. Deze titels worden getipt door Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.
Als een dief op klaarlichte dag – Slavoj Žižek
In dit opmerkelijke nieuwe boek richt de beroemde filosoof Slavoj Žižek zijn blik op de wereld van Big Tech en laat hij zien hoe we met iedere nieuwe innovatiegolf steeds dichter bij een bizarre, letterlijke verwezenlijking komen van Marx’ voorspelling dat ‘alles wat solide is, in de lucht vervliegt’.
Cijfers liegen niet – Vaclav Smil
Is vliegen gevaarlijk? Hoeveel wegen alle koeien op de wereld? In Cijfers liegen niet gaat Vaclav Smil op zoek naar de nuchtere feiten over onze wereld. Met statistieken over landen, hun inwoners, grondstoffen, voedselvoorziening en transport, biedt Smil een nieuwe blik op de maatschappij.
Philippus en Alexander – Adrian Goldsworthy
Alexander de Grote had nooit een groot wereldrijk kunnen veroveren zonder de prestaties van zijn vader, Philippus II. Het was Philippus die de loop van de Macedonische geschiedenis veranderde en een zwak en economisch achterlijk koninkrijk transformeerde in een militaire grootmacht.
Negen lessen voor een bijzonder leven – Benjamin Ferencz
Wat kan een eeuw levenservaring ons leren over geluk, ambitie, moed, liefde en hoe het meeste uit je leven te halen? Benjamin Ferencz, de 100 jarige, 1 meter 50-lange hoofdaanklager bij de Neurenbergprocessen, kan het weten en deelt zijn wijsheid in dit boek.
Sapiens, de graphic novel – Yuval Noah Harari
Vijf jaar geleden verscheen de Nederlandse vertaling van Sapiens, de kleine geschiedenis van de mensheid waarmee Yuval Noah Harari doorbrak. Samen met David Vandermeulen en Daniel Casanave, beiden onbetwiste meesters van de strip, maakt Harari nu het beeldverhaal.
De meeste mensen kennen hem slechts van Duitse straatnaambordjes, maar The New Atlantis laat zien waarom je meer wilt weten over Alexander von Humboldt, de invloedrijke wetenschapper-avonturier met de ziel van een dichter. Verder: het geïllustreerde liefdesverhaal van Gertrude Stein en Alice B. Toklas & meer aanraders van de 360-redactie
Omdat 360 niet alles kan vertalen wat de redactie leest, ziet en hoort, tippen wij voor u enkele interessante artikelen, documentaires, fotoreportages en podcasts die wij deze week tijdens het speuren naar mooie journalistiek zijn tegengekomen.
‘Het brein van een wetenschapper, de ziel van een dichter’
Bergketens zijn naar hem vernoemd, steden, watervallen en honderden dieren- en plantensoorten. Alexander von Humboldt (1769–1859) was een onwaarschijnlijk veelzijdige wetenschapper, ontdekkingsreiziger, poëet en De uitvinder van de natuur (Andrea Wulf, Atlas Contact).
The New Atlantis brengt hem terug uit de vergetelheid en eert hem terecht met een uitgebreid en gedetailleerd artikel. Humboldts bevindingen zijn nog altijd actueel. Aangeraden door editor at large Katrien Gottlieb.
Maira Kalman (1949) is een Amerikaanse, in Israël geboren, illustrator, schrijver, kunstenaar en ontwerper. Ze maakte naam met haar buitengewoon speelse, grappige en luchtige illustraties voor onder meer The New York Times en The New Yorker en ze tekende en illustreerde tal van (kinder)boeken. Onlangs publiceerde ze een prachtig boek over de liefde tussen Gertrude Stein en Alice B. Toklas aan het begin van de twintigste eeuw in Parijs, waarin ook beroemdheden als Hemingway, Matisse en Picasso de revue passeren. De culturele site Brainpickings besprak het boek en haalt een prachtige zin aan van Kalman: ‘This is a love story. You know. How two people, joined together, become themselves’. Een aanrader van redacteur IJsbrand van Veelen.
Persoonlijk essay over een eeuwig controversieel meesterwerk
The New Yorker publiceerde ‘Nabokov, Steinberg, and Me’ van schrijver en humorist Ian Frazier, uit het nog te verschijnen Lolita in the Afterlife: ‘een levendige verzameling van scherpe en essentiële moderne stukken over dit eeuwig provocerende boek’, aldus de uitgever. Getipt door hoofdredacteur Laura Weeda.
Nabokovs Lolita, waarin de veertiger Humbert Humbert een jury toespreekt die moet oordelen over zijn relatie met de twaalfjarige Lolita, zorgde bij verschijning in 1955 al voor ophef, vooral vanwege de jonge leeftijd van de naamgever. Later ontsteeg het boek de schandaalsfeer en was er vooral aandacht voor de hoogstaande literaire kwaliteit, maar anno 2021 is hier uiteraard weer verandering in gekomen. In de bundel bekijken schrijvers Lolita vanuit politiek standpunt en gaat het over de witheid van de hoofdpersonages, machtsverhoudingen en seksueel trauma.
Frazier vertel hoe hij het boek, mede omdat zijn moeder, docent Engels, het droevig en gruwelijk vond, steeds opnieuw verslond. Het was vormend voor de manier waarop hij als puber naar meisjes keek en zelfs voor de woorden waarin hij over hen dacht. Pas veel later gaat hij inzien wat zijn moeder bedoelde. Hij begint zijn geliefde Lolita met andere ogen te lezen, en de oorspronkelijke Russische Nabokov, voor zijn gevoel, te doorzien. Waarom noemt hij Lolita’s latere man een ‘kreupele’? En waarom was deze oorlogsveteraan bovendien doof? Was zij wel een nymfomaan, bestaan die überhaupt?
Voor eeuwig wachten aan de grens
In de laatste aflevering van de Spaanstalige podcast El Hilo volgen we het verhaal van Moisés en Meya, die in 2019 van Honduras naar de Verenigde Staten probeerden te emigreren met hun anderhalf jaar oude dochter. Ze wilden een veiliger leven voor hun familie, weg van bendes, mishandeling door de politie en armoede. Maar Mexico stuitten ze op de muur van het anti-immigratiebeleid van de regering-Trump en zijn ‘Blijf in Mexico’-beleid. Sindsdien wachten ze aan de Mexicaans-Amerikaanse grens tot hun asielaanvraag in behandeling wordt genomen. Een tip van redacteur Joep Harmsen.
Naast Moisés en Meya komen in de podcast fotojournalist Tomás Ayuso en Fernanda Echávarri van Mother Jones aan het woord over de impact is van het immigratiebeleid van de afgelopen vier jaar en wat we kunnen verwachten van Joe Bidens nieuwe koers op dat gebied.
Ga naar het Instagramaccount van de Hondurese fotojournalist Tomás Ayuso @tomas_ayuso voor beelden bij het verhaal. En zie ook zijn reportage uit 2018 voor National Geographic, waarin Ayuso verslag doet van zijn reis met een migrantenkaravaan.
De schoonheid van de landbouw
Daan Roosegaardes meest recente kunstwerk GROW is een eerbetoon aan de schoonheid en het belang van de agrarische sector. GROW ontvouwt zich als een lichtgevend ‘droomlandschap’. Omringd door duisternis golven rode en blauwe lichten over een enorme akker. Het project is geïnspireerd op wetenschap die aantoont dat specifieke lichtrecepten groei van gewassen kunnen stimuleren en weerstand kunnen verbeteren. Een aanrader van art director Majel van der Meulen.
Deze titels worden getipt door Athenaeum Boekhandel in Amsterdam.
Wolfstijd – Harald Jähner
Harald Jähner schildert het sociale panorama van 1945-1955, een decennium dat beslissend was voor de Duitsers en in veel opzichten heel anders was dan we denken. Wolfstijd is een grote naoorlogse mentaliteitsgeschiedenis die de Duitsers in al hun diversiteit toont.
Een bezeten land – Monica Black
Historicus Monica Black put uit niet eerder gepubliceerd materiaal en beweert dat de obsessie met het bovennatuurlijke het gevolg was van de onuitgesproken schuld en schaamte van de Duitse natie die opmerkelijk stil was over wat ‘het meest recente verleden’ werd genoemd.
Dingen die je laten zien dat het leven schitterend is – Chan Jae Lee & Kyong Ja Ahn
Zoals zoveel grootouders zochten de Koreaanse Chan Jae Lee en Kyong Ja Ahn naar een manier om verbonden te blijven met hun kleinkinderen, die op afstand wonen. De wijsheden die de grootouders aan de jongere generaties doorgeven, bieden hoop en vreugde.
Big Tech – Rana Foroohar
Financial Times-journalist Rana Foroohar doet verslag van de opkomst van tech-reuzen als Amazon, Facebook en Google en beschrijft hoe Big Tech zijn onschuld verloor. Met onze privégegevens worden miljardenwinsten gemaakt en fake news heeft een grote impact op onze democratie.
Één leven – Megan Rapinoe
‘Stap over je eigen schaduw heen. Wees meer, wees beter, wees groter, doe meer dan je kunt.’ Dat is de boodschap van Megan Rapinoe, een van de meest getalenteerde sporters ter wereld. Deze voetbalster is voorvechter van vrouwenrechten en drijvende kracht achter sociale veranderingen.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.