Onderwerpen: Onderwijs

  • Overvolle scholen en hoge babysterfte: kinderen in Suriname hebben het moeilijk

    Overvolle scholen en hoge babysterfte: kinderen in Suriname hebben het moeilijk

    In Suriname ontbreekt het op scholen aan goede boeken en zelfs stoelen. Ook zijn er zulke tekorten in de zorg dat baby’s sterven omdat in ziekenhuizen geen plaats voor ze is. De overheid kijkt lijdzaam toe. ‘Kinderen leveren geen geld of stemmen op.’

    Op de eerste schooldag leidt de schelle schoolbel leerlingen in keurige uniformen naar de klaslokalen. In verschillende scholen blijken die leeg te zijn, afgezien van de verbaasde kindergezichten en zuchtende leerkracht aan het bord. Dan maar op de grond zitten om zich over hun boeken te kunnen buigen. Andere kinderen volgen om de dag les tot er voldoende stoelen en banken voor iedereen zijn. Sommigen missen zo wekenlang de helft van de lessen. Deze situatie doet zich niet alleen in het binnenland voor, waar een nijpend tekort aan middelen voor scholen meer regel dan uitzondering is. Het probleem is voelbaar geworden in de kustvlakte, zo ook in Paramaribo waar ouders verwachten dat hun kinderen meer kansen krijgen.

    ‘Konden er in de vakantie geen stoelen of banken geregeld worden?’ klagen bezorgde ouders en verzorgers die zelf naar oplossingen zoeken. Scholen wijzen naar het ministerie van Onderwijs, Wetenschap en Cultuur, dat pas bij het begin van het schooljaar naar de aanvragen voor meubilair zou kijken. In een persbericht op 8 oktober liet het ministerie weten ‘al begonnen’ te zijn met de distributie, voor het schooljaar dat op 3 oktober was begonnen. Niemand lijkt te begrijpen waarom dat niet eerder kon, maar luid klagen over de gemiste schooldagen van de kinderen doen weinigen.

    Volgens onderwijsminister Marie Levens is het grotere gebrek aan meubilair dit schooljaar deels te wijten aan een toegenomen aantal leerlingen. Dat zou onder meer het gevolg zijn van de doorstroomregeling die tijdens de coronapandemie werd ingevoerd: iedereen is automatisch overgegaan naar het volgende jaar, waardoor minder kinderen uit het schoolsysteem zijn gevallen. Ook leerlingen die tijdens de pandemie maandenlang geen les kregen of konden volgen, omdat ze geen toegang hadden tot distant learning, kregen een overgangsrapport. De bewindsvrouw stelt tevens dat er steeds meer kinderen uit het binnenland naar de stad komen. Daarnaast zou veel aandacht eerst naar scholen in het binnenland zijn gegaan, die door de maandenlange wateroverlast gerenoveerd moesten worden.

    Over die doorstroomregeling zijn de meningen verdeeld, blijkt uit gesprekken met leerkrachten en ouders aan de schoolpoorten. Velen vinden het een goede zaak dat geen enkel kind wordt achtergehouden omdat het thuis geen internet of laptop heeft om online les te volgen; anderen zien vooral hoe moeilijk leerlingen het in het nieuwe jaar hebben door hun achterstand in de leerstof van het vorige jaar.

    Overigens doneerde de Chinese telecomgigant Huawei in mei 2020 duizend tablets aan Suriname, bestemd voor leerlingen om tijdens de pandemie toch onderwijs te kunnen genieten. First lady Mellisa Santokhi nam die tablets in ontvangst, en overhandigde daarvan tweehonderd aan het ministerie van Onderwijs. De resterende tablets hebben ‘volgens haar eigen inzichten’ een bestemming gekregen.

    Achterstand

    ‘Omdat ze mochten overgaan, kozen veel leerlingen voor school boven rondzwerven op straat. Maar als ze hun achterstand niet kunnen inhalen, zullen ze hun motivatie om les te volgen alsnog verliezen,’ vreest Kenneth, een leerkracht in het voortgezet onderwijs. Zijn werkdruk is toegenomen: hij heeft meer leerlingen in zijn klassen, waarvan velen extra aandacht nodig hebben.

    ‘Eerlijk, ik denk dat mijn zoon en dochter beter het jaar hadden kunnen overdoen om de leerstof onder de knie te krijgen,’ laat Shirley, een jonge moeder van drie, zich bezorgd uit. ‘Mijn kinderen voelen zich nu niet goed in de klas en willen niet meer gaan.’

    Als kinderen kansen ontzegd worden, is het moeilijk om als land te groeien. Maar waar sta je als land wanneer kwetsbare pasgeborenen niet de kans krijgen om te leven? ‘Veel zieke baby’s en te vroeg geborenen die met intensieve zorg zouden kunnen overleven, sterven omdat er geen plaats voor hen is,’ zegt een kinderarts zakelijk boven een kop koffie.

    In de ziekenhuizen kunnen steeds minder zieke baby’s en kinderen worden verzorgd, doordat veel gespecialiseerde verpleegkundigen naar het buitenland vertrekken. In het grootste ziekenhuis van het land, het Academisch Ziekenhuis van Paramaribo, worden nog maar vijf van de tien bedden van de Neonatale Intensive Care Unit (NICU) ingezet, en elf van de 27 bedden op de kinderafdeling. Als een kind niet op hun afdeling terechtkan, bellen de kinderartsen van de zes ziekenhuizen elkaar op, in de hoop een ander bed te vinden. Onderling patiënten ruilen maakt deel uit van de job.

    ‘Kinderen leveren geen geld of stemmen op’

    ‘In 2020 hebben de kinderartsen in Suriname zich verenigd om een noodkreet uit te slaan, die internationale weerklank vond. De overheid heeft ons toen geld voor materiaal en ondersteuning van het zorgende personeel gegeven. Er kwam een tweede actie, waarmee we verpleegkundigen die moeilijk rondkomen benzine en supermarktbonnen konden geven.’

    De arts inhaleert de dampen van de gebrande koffiebonen. ‘Het is belangrijk dat verpleegkundigen blijvend waardering krijgen. En dat ze zich kunnen specialiseren. Velen doen het niet omdat ze daarvoor een dure lening moeten afsluiten. Maar als we uit deze noodsituatie willen komen, moeten we verpleegkundigen opleiden, met een certificaat belonen, en hen motiveren om hun vakkennis aan collega’s over te dragen. Nu worden verpleegkundigen zonder officiële opleiding in het diepe gegooid, omdat het gespecialiseerde personeel van de afdelingen vertrokken is.’

    ‘Ook door een tekort aan apparatuur en materiaal sterven veel kinderen op de afdeling onnodig,’ vertelt de kinderarts, die onlangs voor een harde keuze werd gesteld. ‘Een vrouw is bij ons na 28 weken zwangerschap van een tweeling bevallen. Beide baby’s hadden beademing nodig, maar er was toen maar één beademingsapparaat vrij. Het was aan mij om uit te maken welk van beide kinderen het sterkst was.’

    De arts staart in het lege kopje. ‘Kinderzorg staat helaas niet hoog op de politieke agenda. Kinderen leveren geen geld of stemmen op. De regering investeert liever in nieuwe oogcentra, programma’s voor niertransplantaties of andere zorg voor volwassenen die meteen weer aan het werk kunnen.’

    ‘Kinderzorg is ook nog eens duur, want er zijn veel middelen nodig. Per leeftijdsklasse zijn er andere verbruiksartikelen nodig: een baby kun je niet dezelfde maagsonde geven als een kind. Dat maakt onze afdelingen ook weinig populair bij ziekenhuisdirecties. Maar wat we met z’n allen moeten begrijpen is: zorg voor kinderen en volwassenen die in hun eerste levensfasen intensieve zorg hebben ontbeerd en daardoor hulpbehoevend zijn, is nog duurder. Door nu te investeren in zieke baby’s en kinderen, bespaar je duurdere behandelingen later. Hetzelfde geldt voor het onderwijs en andere sectoren die met kinderen werken: door nu in hen te investeren, zorg je voor een sterke volwassen populatie later.’ Journalisten drinken beroepsmatig veel kopjes koffie om wantrouwige blikken warm te maken voor hun priemende vragen. Ook aan de schoolpoort maakt een kopje troost de lippen los.

    Schoolboeken

    ‘Onze schoolboeken zijn al jarenlang een probleem. Suriname wil een eigen curriculum, en afstappen van het Nederlandse lesmateriaal en schoolsysteem,’ vertelt Lilian, leerkracht op een lagere school. ‘Maar nu voelt het alsof we in spreidstand staan, met een been in elk halfslachtig systeem. Communicatie vanuit de overheid over het nieuwe Surinaamse onderwijssysteem ontbreekt. Schooldirecties en leerkrachten weten zelf amper hoe het zit, waardoor het moeilijk is om met ouders te praten. Zij verwachten betrokken te worden bij het onderwijs van hun kind.’

    In Lilians klas worden verouderde Surinaamse schoolboeken gebruikt. Die werden in 1986 uitgegeven door het toenmalige ministerie van Onderwijs. In 2012 wilde de regering de schoolboeken vernieuwen. ‘Maar dat is toen niet gebeurd, niemand weet waarom.’ Er werden dat jaar Nederlandse boeken geïmporteerd voor de eerste vijf leerjaren van het lager onderwijs. ‘Maar in het zesde jaar krijgen leerlingen nog leerstof die verouderd is, of die de negenjarigen al in de Nederlandse boeken in de jaren daarvoor hebben gezien. Ik probeer daaromheen te werken.’

    Grietjebie

    Met een leeg bekertje in de hand loopt Lilian terug naar de klaslokalen. ‘In de Nederlandse boeken staan afbeeldingen en woorden waar Surinaamse kinderen geen voeling mee hebben.’ Wie bladert door de schoolboeken ziet sneeuw, hogesnelheidstreinen en veel witte kinderen. Een collega van het vierde jaar is tevreden met de nieuwe Nederlandse boeken die ze heeft gekregen. ‘Mijn leerlingen zijn ook enthousiast over de vormgeving.’

    Het liefst zouden beide leerkrachten moderne schoolboeken krijgen waarin kinderen de Surinaamse grietjebie moeten benoemen en niet de Nederlandse huismus. ‘Het is belangrijk dat onze jeugd over haar eigen land leert. Dat zeggen we niet uit een anti-Nederlands sentiment. Integendeel, verschillende collega’s motiveren leerlingen om hard te werken, zodat ze een toekomst in Nederland kunnen hebben.’ Volgens de leerkrachten draagt het onderwijs op die manier bij aan de braindrain, een van de grootste problemen van Suriname. ‘In hun vormende jaren laten we kinderen van Nederland dromen, terwijl we hun in de eerste plaats liefde voor hun eigen land zouden moeten meegeven.’

    Het allerliefst zagen de bevriende leerkrachten een curriculum dat niet zomaar Surinaams is, maar inspeelt op de verschillende culturen waaraan ons land rijk is. ‘We leren kinderen wel over de feestdagen van de verschillende bevolkingsgroepen, maar niet veel meer. Kinderen zouden zich beter voelen op school als er meer herkenbare elementen uit hun eigen leefwereld aan bod kwamen in de les. De verschillende talen die ze thuis spreken kunnen ook een uitdaging zijn.’

    Er is meer koffie nodig om het gesprek over discriminatie of racisme op school te laten gaan. De vrouwen ontkennen niet dat kinderen uit bepaalde bevolkingsgroepen in sommige klassen tegen vooroordelen moeten opboksen, en soms anders worden behandeld. ‘Er zijn helaas leerkrachten en ouders die zelf nog veel bij te leren hebben.’ De leerkrachten stellen dat het niet altijd eenvoudig is om geduldig voor de klas te staan. Veel leerkrachten hebben, net zoals verpleegkundigen en andere professionals, nog een tweede en soms derde job om de eindjes aan elkaar te kunnen knopen. Door de verhoogde werkdruk, door de grotere klassen en het gat in de leerstof van sommige kinderen, slaat de vermoeidheid sneller toe. ‘Een hoger loon voor leerkrachten zou een goede stap zijn om het onderwijsniveau in Suriname op te krikken.’

    Suriname wil een eigen curriculum, en afstappen van het Nederlandse lesmateriaal en schoolsysteem

    Hoofdverloskundige Griselda van der Leeuw ziet nog meer gaten in het Surinaamse zorg- en onderwijssysteem. We treffen haar in het Diakonessenhuis [een ziekenhuis in Paramaribo] tussen drie afspraken door. ‘In Suriname komen tienerzwangerschappen veel voor, vooral in het binnenland, waar kinderen als rijkdom worden beschouwd,’ zo steekt ze van wal. ‘Hier bevallen meisjes van dertien, soms nog jonger. Vaak nemen de ouders van de tiener de zorg voor de baby over, maar toch vinden weinig jonge moeders de weg naar school terug. Zij moeten begeleiding krijgen om hun opleiding af te maken en meer kansen in het leven te krijgen.’

    Volgens Van der Leeuw kan het ministerie van Volksgezondheid meer doen voor moeder-kindzorg in Suriname. ‘Ook voor kinderen met een verstandelijke beperking of een leerstoornis is de begeleiding niet optimaal.’ Haar collega achter de computer knikt instemmend. ‘Bepaalde scholen zullen een kind dat bijvoorbeeld mogelijk kampt met dyslexie niet snel laten onderzoeken. Ouders kunnen op eigen initiatief bij het Medisch Opvoedkundig Bureau aankloppen, maar een onderzoek kost 2000 Surinaamse dollar [ca. 53 euro]. Dat kunnen niet alle ouders betalen, en de verzekering dekt dit niet. Veel kinderen met leerstoornissen krijgen zo geen diagnose en geen begeleiding. Het gevaar bestaat dat leerkrachten de intelligentie van kinderen met een leerstoornis onderschatten, wat schadelijk is voor de ontwikkeling en het zelfvertrouwen van deze kinderen. Kinderen die wél een diagnose krijgen en naar een speciale school zouden moeten gaan, komen daar vaak op een lange wachtlijst terecht, met het gevaar dat ze op de normale basisschool tijdens die wachttijd als storend worden ervaren.’

    Van der Leeuw zet zich in voor groepszwangerschapszorg die geboden wordt in het Diakonessenhuis in samenwerking met Stichting Perisur. Tijdens de sessies van de groep komen zwangere vrouwen bijeen om te spreken over de zwangerschap en het ouderschap. De verwachtende ouders wisselen hun ervaringen uit en leren van elkaar. Het doel van de groepszorg is het terugdringen van het aantal perinatale sterften (kort voor, tijdens of na de geboorte) in Suriname. ‘Wij hopen dat de nieuwe vorm van zorg vergoed zal worden door de zorgverzekeraars, want het kan in het ziekenhuis niet meer kosteloos georganiseerd worden. Perinatale zorg is erg belangrijk: de perinatale sterfte in Suriname is bijzonder hoog.’

    Aandacht voor moeder-kindzorg mag er al vóór de conceptie zijn, stelt de verloskundige. ‘De promotie van een gezonde leefstijl moet plaatsvinden zodat vrouwen op een gezonde en verantwoorde wijze zwanger worden. Hierdoor kun je stoornissen die kunnen optreden in de zwangerschap en van invloed kunnen zijn op de gezondheid van de baby tijdig herkennen en eventueel behandelen.’

    Gezondheid

    De kinderarts deelt haar mening dat de overlevingskans van een kind begint bij de gezondheid van de ouders. Beiden zijn van mening dat er behoefte is aan voorlichtingscampagnes rond gezondheid onder de Surinaamse bevolking: ‘Die zouden mensen kunnen vertellen hoe belangrijk het is om twee keer per dag je tanden te poetsen, dat te veel suiker niet goed voor je is, dat groenten en fruit eten cruciaal is, dat je liever bruine rijst dan witte rijst kunt eten. Het zou basiskennis moeten zijn, maar dat is lang niet bij iedereen het geval.’

    De arts wijst ten slotte nog naar de zorgverzekering. ‘In de klapper, het overzicht van de geneesmiddelen die door de zorgverzekering worden vergoed, wordt weinig rekening gehouden met kinderen. Er is bijvoorbeeld een medicijn dat in tabletvorm aan volwassenen wordt gegeven, en als drankje met een lichtere dosering aan kinderen. De tabletten worden vergoed, voor de drankjes moeten ouders zelf betalen.’

    De levenskans van kinderen begint bij de gezondheid van hun ouders. Als ons land uit de crisis wil komen en verder wil groeien, moeten we niet alleen meer aandacht hebben voor onze jeugd, maar ook beter zorgen voor onszelf en kinderen het goede voorbeeld geven. ‘Laten we elkaar het leven wat makkelijker maken,’ sluit Lilian af. ‘Had jij nog koffie?’

    Lees ook:

  • Middelbare school op afgelegen Japans eiland houdt diploma-uitreiking voor enige leerling

    Middelbare school op afgelegen Japans eiland houdt diploma-uitreiking voor enige leerling

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Montenegro: veteraan Djukanovic verslagen in de presidentsverkiezingen

    Oteshima School telde maar één leerling

    Het eilandje Oteshima op 15 kilometer van de Japanse westkust, telt vierendertig inwoners. De vijftienjarige Akino Imanaka is er de enige inwoner van onder de achttien. Ze doorliep haar lagere en middelbare school op de Oteshima School, waar ze deze maand haar eindexamen behaalde. Ze was er de enige leerling, schrijft The Mainichi.

    De school heeft vijf leraren waarvan sommigen de rol van medeleerling op zich namen, zodat Imanaka tijdens de les iemand had om mee van gedachten te wisselen. Eenmaal per week bezocht ze een middelbare school op het vasteland ‘voor uitwisseling’. Afgelopen juni was er een sportdag waaraan ook mensen van buiten het eiland deelnamen, maar, zegt Imanaka, ‘er waren echt wel momenten dat ik me eenzaam voelde. Als voorzitter van de scholierenraad heb ik veel plekken kunnen bezoeken en dat was een goede ervaring.’

    Lees ook:

  • ‘In een democratie moeten kinderen leren zelf na te denken’

    ‘In een democratie moeten kinderen leren zelf na te denken’

    Democratie is niet gewoon een staatsvorm, maar een manier van leven. De school moet een plek worden om na te denken in plaats van na te praten, stellen deze Duitse filosoof en pedagoog.

    In de recente geschiedenis van de mensheid was er zelden sprake van zo’n grote opeenstapeling van uitdagingen: klimaatcrisis, de coronapandemie, en nu de oorlog in Oekraïne. Zowel de mensheid als de politiek verkeert in een crisistoestand, die alle landen ter wereld treft en de politiek ernstig op de proef stelt. En die problemen treffen eveneens de verschillende staatsvormen. In dictaturen als China of Rusland wordt anders omgegaan met crises dan in democratieën als Zwitserland of Duitsland – en zo worden de gebeurtenissen van nu ook een vuurproef voor politieke systemen. 

    Hoeveel globale samenwerking tussen verschillende staatsvormen is er nodig om deze wereldwijde crises de baas te worden? Momenteel is men geneigd de voorkeur te geven aan deglobalisering, zodat de uitwisseling tussen dictaturen en autocratieën wordt stopgezet. Dat is een gevaarlijke trend die de wereld uiteindelijk misschien weer in twee blokken opdeelt, waarbij de grens in het oosten midden door Europa zal lopen en mogelijk een nieuwe Koude Oorlog ontstaat, die elk moment kan escaleren tot een hete nucleaire oorlog.

    Vergissing

    In een crisis moet een democratie onder moeilijke omstandigheden zien te functioneren, waarbij ze zelf in crisis kan raken. Dit kan aan de hand van de drie genoemde problemen verduidelijkt worden: maatregelen om de CO2-uitstoot te beperken brengen – in de vorm van prijsstijgingen en vermindering van welvaart en mobiliteit – het draagvlak onder de bevolking in gevaar. Tijdens de coronapandemie nam het aantal complotdenkers flink toe. Aanvankelijk ontstond de beweging uit scepsis en legitieme kritiek, maar het anti-overheids- en antidemocratische sentiment werd steeds groter. 

    Ook de Oekraïne-oorlog verdeelt de samenleving, bijvoorbeeld over de vragen welke mate van solidariteit Oekraïne kan opeisen en hoe de oorlog tot een einde kan worden gebracht.

    Uit de verschillende kampen is regelmatig te horen dat het tegengestelde standpunt niets met democratie te maken heeft. Tegengestelde meningen worden derhalve beschouwd als ‘aanval op de democratie’. Dit fenomeen, het discrediteren van de tegenpartij, krijgt bijna dagelijks een podium in talkshows, zodat je je als toeschouwer de vraag stelt: is dat dan democratie? 

    Eén misverstand is inderdaad wijdverbreid: velen menen dat er al sprake is van democratie wanneer er om de zoveel jaar gestemd wordt, en de verkiezingen openbaar, discreet en vrij zijn. Dat is een gevaarlijke vergissing.

    Voorwaarde van democratie is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers

    Het begrip democratie is tot op heden vaag. Dat komt onder andere doordat het ondanks alle kritiek een positieve inhoud heeft, zodat er binnen een breed spectrum van politieke praktijken aanspraak op gemaakt. De communistische staten in de invloedssfeer van de Sovjet-Unie omschreven zichzelf na de Tweede Wereldoorlog als ‘volksdemocratieën’. Zelfs het project van de afbraak van democratische rechten in Hongarije wordt ‘illiberale democratie’ genoemd. Om deze willekeur in het gebruik van het begrip tegen te gaan, is in Angelsaksische discussies de niet-onproblematische uitdrukking ‘liberale democratie’ gangbaar geworden.

    Kenmerkend voor een democratie in engere zin is de garantie van individuele rechten en de geïnstitutionaliseerde solidariteit in de vorm van sociale maatregelen in een verzorgingsstaat. In deze opvatting berust democratie op een enkel principe, namelijk de collectieve zelfbeschikking onder de antropologische premissen van vrijheid en gelijkheid. Dat betekent in essentie dat alle burgers met de heersende orde moeten kunnen instemmen. Alleen wanneer aan die voorwaarden voldaan is, ontwikkelt zich vanuit het principe van de collectieve zelfbeschikking een democratische orde. De garantie van individuele rechten en vrijheden is dus geen inperking van het democratiebegrip, maar een onvervangbaar, essentieel en wezenlijk deel van elke democratische orde.

    Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven

    Democratie is derhalve een politieke orde waarmee allen in kunnen stemmen. Voorwaarde daarvoor is de principiële vrijheid en gelijkheid van alle burgers. Consensus is niet het doel van democratische besluitvorming; de democratische besluitvorming berust veeleer op regels en instituties die een normatieve orde tot uitdrukking brengen. Aangezien met betrekking tot deze regels en instituties verschil van mening mogelijk is, wordt de voor een democratie onontbeerlijke consensus in bijzondere gevallen naar een hoger niveau verplaatst. Dat gebeurt bijvoorbeeld bij conflicten over de grondwet, die worden opgelost met een voor een grondwetswijziging vereiste meerderheid. Het is dus niet, zoals meestal wordt aangenomen, alleen de mening van de meerderheid die beslissend is voor de democratie, maar het is deze hogere consensus over de grondwet die een democratie draagt. Hierin komen de grondprincipes van vrijheid en gelijkheid tot uitdrukking.

    Deze principes moeten een maatschappelijke sfeer van wederzijds respect en erkenning doen ontstaan, ongeacht verschillen in cultuur, religie, etniciteit of leefstijl. Een samenleving waarin mensen opstaan en de bus verlaten omdat een persoon met een andere huidskleur naast ze is gaan zitten, is niet democratiefähig. Democratie is niet alleen een staatsvorm, het is een manier van leven. Als de civiele grondslagen van de democratie wegslijten, is ze als institutioneel bouwwerk in gevaar.

    De rol van het onderwijs

    De in crisis verkerende democratie kan en moet dus ook lering trekken uit de huidige crises. Het belangrijkste daarbij is dat ze zorgdraagt voor de democratische vaardigheden van de mensen. Daartoe behoort bijvoorbeeld een discussiecultuur die in de genoemde tv-programma’s vaak ontbreekt. Maar het veronderstelt ook een kritisch-constructieve houding ten aanzien van de media in het algemeen, die alleen al door de keuze van thema’s, medewerkers, zendtijd enzovoort bevooroordeeld kunnen zijn. Het zou naïef zijn die keuze als toevallig of triviaal af te doen. 

    De afnemende interesse in professionele journalistiek is een probleem vanuit democratietheoretisch en onderwijskundig perspectief. Veel mensen halen hun informatie tegenwoordig niet meer uit de krant, maar liever van de sociale media, die vanwege big data bijzonder vatbaar zijn voor bubbelvorming en een gebrek aan nuance. Voor een debatcultuur is dit schadelijk, voor een democratie mogelijk catastrofaal. 

    Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn

    Onderwijs kan op dit gebied op drie manieren een belangrijke rol spelen. Ten eerste moet de schoolorganisatie zo zijn ingericht dat deze aansluit op een democratie. Een school binnen een democratie moet een democratische school zijn. Deze gedachte is door [de Amerikaanse filosoof, psycholoog en pedagoog] John Dewey indringend geformuleerd en ontwikkeld in het begrip ‘embryonic society’. De school moet de mogelijkheden en de grenzen van de democratie zichtbaar maken, een democratische leefruimte worden. Kinderen en jongeren moeten in die omgeving ervaren en leren wat democratie betekent, gehoord worden, zich kunnen uiten en meewerken aan de vormgeving van de school. Hierbij moeten we niet bezwijken voor een utopie: medezeggenschap is niet hetzelfde als zelfbeschikking. Hoe belangrijk en zinvol het ook is om iedereen van een school bij beslissingen te betrekken, vanuit het oogpunt van de democratische theorie moet medezeggenschap worden opgevat als collectieve zelfbeschikking, en als zodanig moeten hierbij de vrijheid en gelijkheid van allen worden gerespecteerd.

    Vervolgens is het, wat het onderwijs betreft, een vereiste dat actuele thema’s worden behandeld. Het is bijvoorbeeld niet best dat kinderen en jongeren buiten de school nog altijd meer leren over duurzaamheid dan op school zelf. Maar hoe kan aan zulke problemen aandacht besteed worden als het lesprogramma op scholen al zo overvol is? Het is hoog tijd voor een curriculum waarin onderdelen worden geschrapt en aangepast aan een menselijker begrip van onderwijs. Alleen op die manier kan er tijd en ruimte worden gemaakt om actuele kwesties te behandelen. 

    Projectonderwijs is hiervoor het meest geschikt. Een week lang wordt er gewerkt aan een kernprobleem, waarbij vanuit de verschillende vakken en vanuit interdisciplinair perspectief een sleutelprobleem behandeld wordt. De opgedane inzichten worden vervolgens samen besproken en ter discussie gesteld. Bij een dergelijke aanpak leren kinderen om niet zomaar klakkeloos na te praten maar eerst en vooral zelf na te denken. En zo worden leerlingen opgevoed in de democratie.

    Perspectiefwisseling als principe

    Ten derde kan in de les gebruik worden gemaakt van dilemmadiscussies. Dat is een methode waarbij veel aan de kaak kan worden gesteld en die veel effect heeft. Het gaat daarbij niet alleen om het vertolken van de eigen positie, maar ook om het begrip van andermans mening, ja zelfs om het formuleren van tegenargumenten. Zo wordt verandering van perspectief een onderwijsprincipe, en dat is fundamenteel voor een democratie.

    Zeker, met onderwijs alleen worden de grote uitdagingen van deze tijd niet opgelost, maar zonder onderwijs ook evenmin. Onderwijs is beslissend binnen een democratie. Een uitholling van de democratie, zoals we die vanwege de wereldwijde problemen momenteel om ons heen waarnemen, kan met de juiste educatieve inspanningen worden verholpen.

    Lees ook:

  • Hypocrisie of reden tot hoop? Dochters van talibanleden gaan wél naar school

    Hypocrisie of reden tot hoop? Dochters van talibanleden gaan wél naar school

    Het verbod van de Afghaanse machthebbers op onderwijs voor vrouwen heeft wereldwijd woede gewekt. Ook van binnenuit groeit het verzet. ‘In alle religieuze boeken staat dat onderwijs voor vrouwen toegestaan en verplicht is.’

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-hypocrisie-of-een-reden-tot-hoop-taliban-sturen-hun-dochters-naar-school?si=da99169a00324c82a16a4af505507799&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    De vrouw van de taliban-ambtenaar verontschuldigde zich voor het feit dat ze haar bezoek kort moest houden. Ze moest er namelijk voor zorgen dat haar tienermeisjes op tijd klaar waren om naar Doha, de hoofdstad van Qatar, te vliegen, waar ze binnenkort aan een nieuw schooljaar zouden beginnen, legde ze eerder dit jaar uit aan haar gezelschap.

    In Kaboel en in een groot deel van Afghanistan mogen meisjes al bijna een jaar niet meer naar de middelbare school vanwege een wettelijk verbod van de taliban. Ambtenaren houden vol dat het verbod slechts tijdelijk is, maar noemen geen voorwaarden of tijdschema voor de opheffing ervan.

    Het verbod leidde tot een golf van neerslachtigheid en woede in Afghanistan en zorgde ook voor wijdverbreide afkeer buiten de landsgrenzen. Het veroorzaakte ook minder direct zichtbare scheuringen binnen de beweging zelf, als gevolg van diepere breuken tussen de voormalige opstandelingen die nu hun best doen om de regering te leiden.

    Publiek geheim

    Het is een publiek geheim dat verscheidene leidende figuren hun eigen dochters onderwijs lieten volgen tijdens hun twintigjarige strijd tegen de Amerikaanse strijdkrachten en hun Afghaanse bondgenoten. Zij woonden in deze periode buiten Afghanistan – meestal in Pakistan of Qatar.

    Sommigen gingen hiermee in het geheim door, ook na hun terugkeer naar Kaboel, zoals bovengenoemde taliban-moeder die de internationale schoolplannen van haar dochters deelde met The Observer.

    Minder elitaire leden van de beweging zoeken naar mogelijkheden dichter bij huis. Op een geheime meisjesschool in de hoofdstad zijn de dochters van vier of vijf taliban-gezinnen ingeschreven voor de eerste tot en met de zesde klas van de middelbare school, vertelde een staflid.

    Het verzet tegen onderwijs voor vrouwen komt uit de top van de taliban-beweging

    Een taliban-functionaris kwam persoonlijk om een hogere korting vragen dan gebruikelijk, en toen vertelden de leraren hem ook over de andere ouders, aldus het staflid. ‘Ik was bang maar ook blij dat hij en de anderen nu op de een of andere manier steun bieden aan de kinderen op de school en ons zullen verdedigen.’

    De persoonlijke inzet van sommige taliban-leden om koste wat het kost onderwijs voor hun eigen dochters te regelen, wordt door veel Afghanen als hypocriet beschouwd. Maar het biedt hen ook enige hoop op verandering. Het zal echter een lange strijd worden, want het verzet tegen onderwijs voor vrouwen komt uit de top van de taliban-beweging.

    Haibatullah Akhundzada

    Verscheidene Afghanen die de leiding van de taliban kennen, zowel binnen als buiten de beweging, verklaarden dat het besluit om meisjes van school te weren rechtstreeks afkomstig is van de hoogste leider, Haibatullah Akhundzada, en zijn naaste vertrouwelingen.

    Op een van de gruwelijkste momenten van het afgelopen jaar lieten Haibatullah en zijn bondgenoten meisjes die naar de middelbare school gingen, die in maart waren opgeroepen om de lessen te hervatten, kort na hun eerste lesdag weer naar huis sturen.

    ‘Het is het standpunt van een minderheid, die een zeer sterke positie heeft,’ aldus een goed geïnformeerde Afghaanse bron.

    Diplomaten en Afghanen die banden met de leiders hebben, zeiden dat het ministerie van Onderwijs werkelijk van plan was meisjes weer naar school te laten gaan, en dat er onder meer werd gecontroleerd of de voorzieningen voldeden aan de taliban-normen voor gescheiden klassen. Het ministerie zou op het laatste moment zijn overrompeld door het verbod vanuit Kandahar, waar Haibatullah is gevestigd.

    Enkele hooggeplaatste talibanfiguren hebben zich nu tegen het verbod uitgesproken

    ‘Twee vooraanstaande [figuren in de beweging] verklaarden dat “de taliban zijn gegijzeld”,’ volgens de Afghaanse bron, die banden heeft met het leiderschap.

    Hij beschreef een vorige maand georganiseerde bijeenkomst met duizenden geestelijken, georganiseerd door gefrustreerde talibanfracties om het leiderschap te slim af te zijn en onderwijs voor meisjes weer legaal te maken. Dat plan werd gedwarsboomd toen Haibatullah, voor het eerst, naar Kaboel kwam om de bijeenkomst bij te wonen en een toespraak hield waarin de kwestie van het meisjesonderwijs nadrukkelijk terzijde werd geschoven.

    Ondanks het taboe op iedere vorm van kritiek op het leiderschap hebben enkele hooggeplaatste talibanfiguren zich nu tegen het verbod uitgesproken. Onderminister van Buitenlandse Zaken, Sher Mohammad Abbas Stanikzai, viel in mei in een televisietoespraak het verbod op onderwijs voor meisjes rechtstreeks aan en verdedigde de rechten van ‘de helft van de Afghaanse bevolking’.

    ‘In de sharia is geen rechtvaardiging te vinden voor de uitspraak dat onderwijs voor vrouwen niet is toegestaan’

    De taliban-geestelijke Rahimullah Haqqani, die vorige week door een zelfmoordterrorist van Islamitische Staat werd gedood, zei eerder tegen BBC dat Afghaanse vrouwen en meisjes toegang tot onderwijs zouden moeten hebben: ‘In de sharia is geen rechtvaardiging te vinden voor de uitspraak dat onderwijs voor vrouwen niet is toegestaan. Geen enkele rechtvaardiging.’

    ‘In alle religieuze boeken staat dat onderwijs voor vrouwen toegestaan en verplicht is, want als een vrouw bijvoorbeeld ziek wordt in een islamitische omgeving als Afghanistan of Pakistan en behandeld moet worden, is het veel beter als er een vrouwelijke arts beschikbaar is.’

    In juni sloeg de centrale regering op bloedige wijze een opstand neer van een rebelse talibancommandant in het Balkhab-district, in de noordelijke provincie Sar-e-pol. Volgens bronnen verloor leider Mawlawi Mehdi zijn post bij de regering (mede) omdat hij onderwijs voor meisjes had verdedigd.

    Openlijke kritiek

    Omdat het onderwijsverbod officieel slechts tijdelijk is en de taliban altijd hebben beweerd dat ze het principe van het recht van vrouwen op onderwijs onderschrijven, durven sommige functionarissen met jongere dochters open te zijn over hun eigen houding tegenover onderwijs.

    Maulawi Ahmed Taqi, een woordvoerder van het ministerie van Hoger Onderwijs, wees op de inspanningen van universiteiten om aanpassingen te doen zodat vrouwen kunnen studeren zonder dat ze ingaan tegen de eisen van de taliban inzake strikte scheiding van mannen en vrouwen. Hij ziet het als een teken van inzet voor vrouwenonderwijs.

    ‘Ik heb dochters en ik wil uiteraard graag dat mijn meisjes modern onderwijs kunnen krijgen’

    ‘Ik heb dochters en ik wil uiteraard graag dat mijn meisjes onderwezen worden in religieuze madrassa’s én ook modern onderwijs kunnen krijgen,’ aldus Taqi.

    Zijn dochters zitten momenteel op de basisschool, maar hij heeft er alle vertrouwen in dat ze hun onderwijs als ze ouder worden voort kunnen zetten, voegt hij eraan toe. ‘Ik heb er vertrouwen in dat de scholen niet voor altijd gesloten zullen blijven.’

    Lees ook:

  • Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand bij meisjes in India

    Verbod mobiele telefoon zorgt voor achterstand bij meisjes in India

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bibliotheek in Maine verzet zich tegen Amerikaanse cancel culture

    » Chinese banken hoeven minder reserve aan te houden om economie te stimuleren

    Meisjes hebben minder toegang tot mobiele telefoons

    In conservatieve delen op het platteland van India is het taboe voor meisjes om mobiele telefoons te gebruiken. Dit vanuit de angst dat ze online jongens ontmoeten of gecorrumpeerd zullen worden door online-invloeden, aldus NPR. Jongens met een smartphone worden daarentegen gezien als vooruitstrevend en slim. Dit zegt Shabnam Aziz, hoofd gendergelijkheid en inclusiviteit bij Educate Girls, een non-profitorganisatie voor meisjesonderwijs die in meer dan 20.000 dorpen in India werkt. Een UNICEF-rapport van vorig jaar bevestigt dat meisjes van vijftien tot negentien jaar in de voorafgaande twaalf maanden minder vaak een mobiele telefoon bezaten dan jongens van hun leeftijd en minder vaak internet gebruikten. Dat was vooral het geval in Zuid-Azië, inclusief India. Daardoor was het voor meisjes tijdens de pandemie bijzonder moeilijk om over te stappen naar online-onderwijs, zeggen experts en activisten.

    Het gebrek aan toegang tot mobiele telefoons brengt hoge kosten met zich mee voor meisjes: het kan wezenlijk hun toekomst beïnvloeden, zegt econoom Mitali Nikore. Haar denktank Nikore Associates bestudeert de genderbarrières waarmee meisjes worden geconfronteerd als het gaat om technologie. Zonder telefoon hebben meisjes veel moeilijker toegang tot online-inhoud, nodig om in de toekomst een baan te vinden. ‘Ze kunnen niet op kantoor werken zonder kennis van Word of Excel. Ze kunnen geen ondernemer worden als ze niet weten hoe ze betaalapps moeten gebruiken. En voor digitale marketing moet je sociale media kunnen gebruiken,’ aldus Nikore.

    Lees ook:

  • Italiaanse docenten vallen leerlingen lastig vanwege uitdagende kleding

    Italiaanse docenten vallen leerlingen lastig vanwege uitdagende kleding

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kunstenaar Pavlo Makov verkoopt zijn kunst voor Oekraïense wapens

    » Onderzoek: muggen prikken je sneller als je rode of oranje kleren draagt

    Docenten belagen meisjes vanwege hun kleding

    Een docent klassieke talen, die van een school was weggestuurd omdat hij de coronamaatregelen niet respecteerde en vervolgens tijdelijk werd aangesteld op het Orazio Lyceum in Rome, heeft grote verontwaardiging veroorzaakt met een Facebook-bericht, aldus Corriere della Sera. Daarin schreef hij: ‘Bidden we gezamenlijk voor degenen die hun dochters verkleed als hoeren naar school laten gaan.’

    Die opmerking volgde een week nadat een leraar op een andere school in de Italiaanse hoofdstad met een soortgelijke opmerking woede veroorzaakte. ‘Loop je soms op Via Salaria?’ had hij gevraagd aan een leerling die een naveltruitje droeg, verwijzend naar een straat in de buitenwijken van Rome die bekendstaat als tippelzone. Na zijn opmerking verschenen studentes uit protest massaal in minirokjes en hotpants op school.

    Collega’s van de uitzendkracht op het Orzaio Lyceum laten weten ‘afstand te nemen’ van zijn bericht dat ‘de waardigheid’ de van leerlingen schaadt. De verwachting is dat de docent zal worden ontslagen.

    Lees ook:

  • ‘Deze generatie meisjes pikt het niet langer’: Italiaanse school bezet vanwege seksueel geweld

    ‘Deze generatie meisjes pikt het niet langer’: Italiaanse school bezet vanwege seksueel geweld

    Terwijl in Nederland kranten en praatprogramma’s worden beheerst door nieuws over #MeToo-schandalen, is Italië in de ban van een aanrandingsschandaal op een middelbare school in Cosenza. Boze leerlingen hebben de school sinds 3 februari bezet.

    ‘Sinds een paar dagen bezetten leerlingen in Castrolibero, bij Cosenza, het Valentini-Majorana Lyceum, nadat de school niet reageerde op klachten van studenten over seksuele intimidatie, met name door één bepaalde docent.’ Zo begint nieuwszender 24 Sky Italia zijn berichtgeving ‘over een delicate kwestie waar de onderwijsinspectie en het parket van Cosenza nu onderzoek naar doen.’

    De studenten houden de school al sinds 3 februari bezet terwijl de regionale onderwijsinspectie van Calabrië een onderzoek is gestart om vast te stellen wat er precies is gebeurd. ‘Op de ochtend van 7 februari ging een ambtenaar naar het lyceum’, aldus 24 Sky Italia, ‘voor een onderzoek op basis van een rapport dat door het hoofd van de middelbare school naar de onderwijsinspectie is gestuurd. Daar was ook om gevraagd door de ouders van de leerlingen.’

    Instagram

    De journalistieke onderzoekssite Fanpage.it begint zijn artikel over het schandaal specifieker: ‘Vrouwelijke leerlingen die het doelwit zijn van seksueel getinte grappen. Leraren die intieme delen van meisjes betasten en onfatsoenlijke voorstellen doen. Zomaar een greep uit “Castrolibero-gate”, de zaak die door de leerlingen van het Valentini-Majorana Lyceum aanhangig is gemaakt, die nu al een week speelt en die er alle schijn van heeft nog lang niet afgelopen te zijn.’ 

    ‘Het begon allemaal eind januari’, vervolgt Fanpage, ‘toen een oud-leerlinge van het instituut het Instagram-profiel “Call out Valentini-Majorana” aanmaakte waarin ze vermeende wandaden, ook van een paar jaar geleden, onverbloemd aan de kaak stelde. “Moe van de fysieke en verbale intimidatie door het onderwijzend personeel dat werd getolereerd door het schoolhoofd”, schreef de leerlinge bij het profiel. Haar eerste bericht luidde: “Weg met de pedofielen van het Valentini-Majorana”.’ 

    De leerlingen van het lyceum, die nu tot het bittere einde protesteren om schorsing te eisen van de leraren die bij het schandaal betrokken zijn, zeggen dat ze herhaaldelijk voorvallen van seksuele intimidatie hebben gemeld aan het hoofd van de school, Iolanda Maletta, maar tot nog toe heeft zij alles in de doofpot gestopt of er althans niets mee gedaan heeft. En dat terwijl ze volgens de regels verplicht is dergelijke meldingen door te geven aan de onderwijsinspectie.

    ‘De veertienjarige leerlinge kreeg het aanbod om een ​​naaktfoto te sturen in ruil voor een goed cijfer’

    ‘Volgens getuigen gaat het in het bijzonder om één ​​docent die jarenlang onafgebroken meisjes zou hebben lastiggevallen’, schrijft Fanpage. De docent zou grensoverschrijdende opmerkingen hebben gemaakt over het meisje dat de zaak aan de kaak heeft gesteld. Hij zou ‘haar voor de klas hebben geroepen en opmerkingen hebben gemaakt over haar grote borsten. Bij een andere gelegenheid kreeg de toen veertienjarige leerlinge naar verluidt het aanbod om een ​​naaktfoto te sturen in ruil voor een goed cijfer.’

    Fanpage schrijft dat het meisje alles eerst thuis heeft gemeld en vervolgens bij de directeur. Maar die zou de klachten hebben genegeerd, zelfs toen, volgens de leerlingen, ‘een video van het meisje binnen de school was gaan circuleren die leraren zouden hebben bekeken waarna ze anderen aanmoedigden om deze te delen in chats.’ 

    Na de berichten van het Instagram-account, waarvan de identiteit van de eigenaar om privacyredenen anoniem wordt gehouden, maar waarachter een meisje schuilgaat waarvan de naam bij de carabinieri bekend is, volgden er tientallen klachten van andere leerlingen. Veel meisjes zouden zichzelf in het verhaal hebben herkend en op hun beurt misstanden, in sommige gevallen fysieke seksuele intimidatie, aan de kaak hebben gesteld. Een leerlinge zegt bijvoorbeeld dat een andere leraar naast haar kwam zitten en zijn hand eerst op haar rug en daarna op haar billen legde.

    E-mail

    Voor de onderzoekers is het lastige van de zaak, zoals zo vaak in dit soort gevallen, dat directe bewijzen ontbreken. Er is, zoals Fanpage het omschrijft, ‘zelfs geen klein detail dat een smoking gun kan worden.’ De broer van een van de meisjes is zich daarvan bewust, zo liet hij in een openbare brief weten, maar hij heeft in ieder geval bewijs in handen dat de school gefaald heeft: ‘Er kan niet worden gezegd dat de school er niets van wist, gezien een e-mail in mijn bezit, die de afspraak bevestigt die ik met de grootste spoed had aangevraagd vanwege de precaire psychische toestand van mijn zus.’ De mail bevestigt een afspraak met de school op 28 juni 2018. ‘Een afspraak waarbij mijn moeder en ik ons ​​prompt presenteerden voor een confrontatie met de betreffende leraar, en die, zoals blijkt, niets waard bleek te zijn.’

    In gesprek met Fanpage zei de broer: ‘De lont ging een paar weken geleden in het kruitvat toen mijn zus de leraar in kwestie tegenkwam terwijl ze door de gang van de school liep. Hij zou tegen haar hebben gezegd “Ik had je harder moeten aanpakken”. Volgens de broer van de jonge vrouw die aangifte deed van het incident, “heeft dat de wond weer opengemaakt die nooit echt geheeld was en die ontstond in de laatste dagen van juni 2018, toen zij als weerloze veertienjarige haar eerste traumatische gebeurtenis met deze leraar beleefde”.’

    ‘Ik juich de moed van deze meisjes uit Cosenza toe’

    ‘Ik juich de moed van deze meisjes uit Cosenza toe, en applaudisseer voor hun kracht om dit geweld aan de kaak te stellen.’ Dat zegt Elena Bonetti, minister voor Gelijke Kansen en Familie in de regering van Mario Draghi, in gesprek met La Repubblica. ‘Ze laten zien dat ze de weerbaarheid hebben die nodig is om intimidatie en seksisme te herkennen en af te wijzen. Nu is het aan de minister van Onderwijs Bianchi, die al een inspectie is begonnen, en aan de rechterlijke macht, om de feiten te verifiëren en ernaar te handelen. Het onderzoek moet duchtig zijn en ik weet zeker dat Bianchi tot de bodem zal gaan. Maar één ding is zeker: deze generatie meisjes pikt het niet langer’.

    Bonetti zegt geraakt te zijn door de gebeurtenissen op de school in Cosenza. ‘Ik werd getroffen door de woorden van een meisje dat zei: “Ik kon geen onderscheid maken tussen smerigheid en galanterie”. Maar uiteindelijk viel het kwartje. Daar moeten we op scholen aan werken: meisjes maar ook jongens helpen om gendergerelateerd en andere vormen van geweld te leren herkennen.’ 

    Seksistische cultuur

    In een interview dat Corrado Zunino van La Repubblica eerder deed, zegt Diana, het meisje dat als eerste een klacht indiende: ‘Van het tweede tot het vierde jaar was er constant sprake van seksueel geweld van de betreffende docent tegen mij en mijn klasgenoten. Niemand van ons, ondergedompeld als we waren in de seksistische cultuur van de school, bedacht echter dat het geweld zou kunnen zijn.’ Maar zelfs toen de meisjes zich realiseerden wat er daadwerkelijk aan de hand was en dat vervolgens aan de kaak stelden, werden hun klachten door volwassenen verworpen. 

    Als het aan Bonetti ligt is dat voor het laatst: ‘Instituten zijn er om burgers te dienen en niet om zichzelf te verdedigen.’ Dat geldt ook voor onderwijsinstellingen: ‘Studenten moeten gehoord worden.’ 

    Vooralsnog blijft het lyceum in Cosenza in ieder geval nog bezet door boze studenten.

  • Een doof Americanfootballteam schrijft geschiedenis in Californië

    Een doof Americanfootballteam schrijft geschiedenis in Californië

    Het Americanfootballteam van de California School for the Deaf in Riverside walst over zijn (horende) tegenstanders heen. De ongeslagen Cubs brengen vreugde op een school die al heel wat sportieve nederlagen te verduren heeft gehad.

    De sportteams van de California School for the Deaf in Riverside hebben in de loop der jaren al heel wat vernederingen en pesterijen moeten slikken. Zoals toen de coach van een bezoekend volleybalteam de spot dreef met de dove spelers. En de keer dat de horende coach van het meisjesbasketbalteam tegenstanders hoorde zeggen hoe gênant het zou zijn om te verliezen van een doof team. Ook weinig bevorderlijk voor het moreel was het feit dat de Cubs, het Americanfootballteam van de school, in het recente verleden zeven seizoenen op rij wedstrijd na wedstrijd verloren, zodat tegenstanders die de campus in Riverside bezochten er al van tevoren van uitgingen dat het een makkie zou worden.

    Maar nu doet niemand meer geringschattend over de Cubs. Ze zijn dit seizoen ongeslagen en bezetten de eerste plaats in hun Zuid-Californische divisie. Elf wedstrijden lang hebben ze hun tegenstanders niet alleen verslagen, maar compleet platgewalst. In de tweede ronde van de play-offs, afgelopen november, straften de Cubs de Desert Christian Knights af met 84-12, een uitslag die nog meer uit balans zou zijn geweest als de Cubs niet uit medelijden de hele tweede helft uitsluitend spelers van het tweede garnituur hadden opgesteld.

    Een razendsnel en efficiënt systeem van gecodeerde handgebaren die spelers en coaches met elkaar uitwisselen, brengt tegenstanders in verwarring

    Onder leiding van de potige en bruisende Keith Adams, de dove docent lichamelijke opvoeding van de school, wiens twee dove zoons ook deel uitmaken van het team, zijn de Cubs een snel en sterk team geworden. Wide receivers schieten op voeten met vleugels langs verdedigers met een gemiddelde van zeventien meter per catch. De quarterback heeft een dubbelrol als de belangrijkste rusher van het team, met 22 touchdowns in één seizoen. Een razendsnel en efficiënt systeem van gecodeerde handgebaren die spelers en coaches met elkaar uitwisselen, brengt tegenstanders in verwarring.

    Domineren

    Na de winst op die vrijdagavond in november waren de Cubs nog twee wedstrijden verwijderd van het divisiekampioenschap, wat een primeur in de achtenzestigjarige geschiedenis van de school zou zijn. Maar coaches en spelers voelden zich nu al winnaars. ‘Soms kan ik nog steeds niet geloven hoe goed we dit jaar hebben gespeeld,’ zei coach Adams na de wedstrijd. ‘Ik wist dat we goed waren, maar dat we in elk spel zouden domineren had ik nooit durven dromen.’

    In dit deel van Californië, dat ernstig is getroffen door de pandemie, resulterend in een hoge werkloosheid en meer dan vijfduizend doden, hebben de uitstekende resultaten van de Cubs de school en de omringende gemeenschap een hart onder de riem gestoken.

    Bij American football spelen geluiden een belangrijke rol: het tegen elkaar knallen van helmen, het geknars van een tackle, de schreeuwende teamgenoten langs de zijlijn en het goedkeurende gebrul van de toeschouwers. De vrijdagavondwedstrijden in Riverside zijn niet doodstil, maar evenmin lawaaierig. De generators die de lampen voeden snorren en her en der reageert het publiek met applaus. Maar er is geen commentator die via luidsprekers de namen van spelers noemt na een touchdownpass of een genadeloze tackle.

    Een door de school ingehuurde doventolk fungeert als tussenpersoon tussen het coachteam van de Cubs en de scheidsrechters

    Er wappert wel een Amerikaanse vlag bij het veld, maar voorafgaand aan de wedstrijd wordt er geen volkslied gezongen. Een door de school ingehuurde doventolk fungeert als tussenpersoon tussen het coachteam van de Cubs en de scheidsrechters. Voor de wedstrijd van afgelopen november herinnerde de doventolk de scheidsrechters eraan dat ze ook met hun handen moesten zwaaien als ze op hun fluitje bliezen om het spel stil te leggen. Volgens het coachteam heeft het succes van de Cubs de aloude opvatting weerlegd dat doofheid een belemmering is bij American football.

    Conditieverbetering 

    Keith Adams, die het team in 2005 en 2006 ook al leidde en vier jaar geleden aan zijn tweede periode begon, schrijft de ommekeer toe aan een rigoureuze conditieverbetering en een uitzonderlijk getalenteerd stel spelers, van wie sommigen jarenlang hebben samengespeeld op een lager niveau. Hij hangt ook de filosofie aan dat elk nadeel een voordeel kan hebben. Veel teams proberen onderling te communiceren door middel van handgebaren, maar tegen de razendsnelle gebarentaal van de Cubs kunnen ze niet op. Er wordt geen tijd verspild met naar de zijlijn rennen om door de coaches te worden geïnstrueerd. Tussentijdse tactiekbesprekingen, de zogenaamde huddles, zijn niet nodig.

    Ook hebben dove spelers volgens de coaches een beter ontwikkeld gezichtsvermogen, waardoor ze alerter zijn op beweging. En omdat ze zo visueel zijn ingesteld, zijn dove spelers zich scherper bewust van de posities die hun tegenstanders in het veld innemen.

    Na de nederlaag op die vrijdagavond in november zei Aaron Williams, de coach van de Desert Christian Knights, dat toekomstige tegenstanders van de California School for the Deaf in Riverside gewaarschuwd waren. ‘Ik zou maar niet te gauw denken dat je in het voordeel bent,’ zei hij. ‘Ze communiceren onderling beter dan alle andere teams waar ik tegen heb gecoacht.’

    Eenzaamheid

    Voor spelers, ouders en coaches is het succes van het footballteam meer dan alleen een sportieve triomf. Velen beschrijven het als een teken dat dove spelers op hun best kunnen zijn in een omgeving met alleen maar doven. Delia Gonzales, de moeder van Felix, een van de wide receivers van het team, stond die vrijdag te stralen aan de zijlijn toen haar zoon twee touchdowns scoorde. Ze vertelde dat Felix al op zijn tiende smeekte of hij op American football mocht, maar wanhopig werd toen hij alleen maar werd omringd door horende spelers die hij niet kon verstaan. ‘De coach praatte alleen maar tegen hem,’ zei mevrouw Gonzales. ‘Hij kwam huilend thuis.’

    Docenten en ouders vertellen hoe leerlingen opbloeiden met alleen doven om zich heen

    Veel spelers en stafleden gebruiken het woord ‘eenzaamheid’ om te beschrijven hoe ze zich voelden in een ‘gewone’ omgeving: omringd door mensen en toch geïsoleerd. En docenten en ouders vertellen hoe leerlingen opbloeiden met alleen doven om zich heen. ‘Dit heeft zijn leven absoluut veranderd,’ zei mevrouw Gonzales over haar zoon. ‘Nu is hij een van de sterren.’

    Omdat hun highschool maar 168 leerlingen telt, spelen de Cubs in een competitie voor teams met acht spelers [in plaats van de gebruikelijke elf], die voornamelijk is bedoeld voor kleinere plattelands- of privéscholen. Andere scholen in Zuid-Californië met een team van acht spelers zijn de prestigieuze Cate School en Thacher School. Er is maar één andere highschool voor doven in de staat, maar die speelt niet in dezelfde divisie.

    Door hun reeks overwinningen beginnen de Cubs op te vallen. Spelers en coaches werden voorafgaand aan de NFL-wedstrijd tussen de Los Angeles Charters en de Minnesota Vikings al op een groot beeldscherm voorgesteld aan een stampvol, uitzinnig juichend stadion.

    Winnen

    De school is de enige openbare dovenschool in de zuidelijke helft van Californië, met een 25 hectare grote campus die ooit werd omringd door sinaasappelbomen, maar nu ligt ingeklemd tussen winkelpromenades, snelwegen en fastfoodrestaurants. Het succes van het footballteam heeft de campus nieuwe energie gegeven en de wedstrijden zijn aanleiding voor menige geïmproviseerde reünie van oud-leerlingen. Een van de aanwezigen op die vrijdagavond in november was Patricia Davis, een van de eerste 56 leerlingen toen de school in 1953 opende. ‘Dit heeft lang geduurd,’ zei ze. ‘We zijn zo lang het verliezende team geweest. Ik ben helemaal opgewonden.’

    Met een onverhard pad rond het veld, stukken tribune die eruitzien alsof ze uit een gesloopt stadium zijn gered, een wazig scorebord en een hobbelige grasmat heeft de school alles in huis voor een team van underdogs. Het veld wordt vaag verlicht door draagbare schijnwerpers, elk met zijn eigen walmende generator van het soort dat wegwerkers gebruiken als er ’s nachts een snelweg moet worden gerepareerd.

    Dankzij de overwinningen zijn die omstandigheden dit seizoen beter te verdragen. Voordat de wedstrijd die vrijdagavond begon, luisterden de spelers op banken in hun kleedkamer naar de peptalk van hun coaches. ‘Jullie hoeven maar één ding te doen, en dat is winnen,’ prentte assistent-coach Esau Zornoza de spelers in gebarentaal in. Gekleed in hun kardinaalrode tenues stelden de 21 spelers zich op bij de deur en sloegen tegen de muren van de gang terwijl ze achter elkaar de warme Zuid-Californische avond in liepen.

    Broederschap

    Trevin Adams, de quarterback van de Cubs met zijn lange bruine haar, zei dat het spelen met dove teamgenoten bevrijdend werkt en voor de juiste chemie heeft gezorgd om het team te laten winnen. ‘We kunnen onszelf volledig uitdrukken,’ zei hij. ‘We kunnen leiders zijn. We kunnen assertief zijn.’ Toen hij jonger was, speelde Trevin, een zoon van coach Keith Adams, in een competitie met horende spelers. ‘Dat voelde alleen maar als een team,’ zei hij. ‘Dit voelt meer als een broederschap.’

  • Keniaanse overheid wijt onrust op scholen aan drugsgebruik

    Keniaanse overheid wijt onrust op scholen aan drugsgebruik

    Op sommige scholen en internaten in Kenia worden sinds enige tijd leerlingen getest op drugsgebruik. De stap volgt op eerdere conflicten tussen studenten en overheid. De Keniaanse pers is verdeeld en roept op om toch vooral de dialoog tussen betrokkenen te herstellen.

    Vorige maand publiceerde 360 Magazine een artikel over boze leerlingen in Kenia die hun scholen en internaten in brand steken uit onvrede over het corrupte, rigide en ongelijke onderwijs waar ze dagelijks mee te maken hebben. Die storm van onvrede is allesbehalve gaan liggen. De scholen zijn weer begonnen en het land blijft zich verwonderen over de crisis die de onderwijssector op zijn grondvesten doet schudden.

    In de hoop de problemen aan te pakken is een van de stappen die wordt ondersteund door de minister van Onderwijs om studenten drugstesten te laten ondergaan. De Keniaanse pers reageert er wisselend op.

    Het dagblad Nation ziet wel wat in zitten in dat voorstel en noemt het in een hoofdredactioneel commentaar een ‘veilige manier’ om een einde te maken aan de excessen op de scholen. De krant weigert de branden te zien als een vorm van protest en stelt dat ‘de studenten maar al te goed weten dat hun ouders hoge boetes zullen moeten betalen om de schade aan de scholen te herstellen’. De krant is ervan overtuigd dat ‘drugsmisbruik een sleutelfactor is rond de problemen met de studenten’.

    ‘In belangrijke mate vernielen jonge criminelen de hun ter beschikking gestelde infrastructuur onder invloed van harddrugs of alcohol’. Marihuana, cocaïne en heroïne zouden volgens de krant ‘gemakkelijk verkrijgbaar zijn in scholen, kantines en bars’. Drugtests zullen scholen helpen ‘ontregelde studenten te identificeren’, waarna ze kunnen worden geïsoleerd en onder toezicht worden gesteld, waardoor de instellingen weer goed kunnen functioneren, aldus het dagblad.

    Gedwongen testen

    Sommige scholen zijn al begonnen met het uitvoeren van tests, maar er gaan veel stemmen op tegen die aanpak. ‘Ouders, docenten, advocaten en psychologen hebben laten weten geschokt te zijn over het gedwongen testen van leerlingen’, meldt The Standard, en voegt daaraan toe dat tegen het testen beroep kan worden aangetekend bij de rechtbank. De krant citeert een advocaat die bevestigt dat deze verplichte testen het recht op privacy van studenten schenden. Een psycholoog zet vraagtekens bij het gesuggereerde verband tussen drugsgebruik en het opstandige gedrag van leerlingen.

    Volgens Nation zoekt een vakbond van schoolhoofden via heel andere wegen naar oplossingen. De vakbond roept op kostscholen af te schaffen en om te bouwen tot dagscholen, zodat ‘ouders betrokken worden bij de opvoeding van hun kinderen’. De vakbond ziet overvolle scholen als een belangrijke factor in de toename van brandstichtingen in de afgelopen maanden.

    Half december opperde Teresa Wasonga, een onderzoeker die is verbonden aan de Universiteit van Northern-Illinois in de VS, in The Standard dat ‘de geweldsuitbarstingen van studenten een reactie is op de onderdrukkende en vernederende omstandigheden op kostscholen’.

    ‘Zoals in de meeste landen in Afrika ten zuiden van de Sahara, zijn kostscholen in Kenia populair bij ouders die traditioneel het geloof koesteren dat ze kwalitatief goed onderwijs bieden in vergelijking met gewone middelbare scholen’, aldus The Standard. Maar in werkelijkheid, meent Teresa Wasonga, zijn deze instellingen opgezadeld met een koloniale erfenis die onder meer wordt gekenmerkt door autoritarisme, geweld en een strikte opvatting van discipline. Ondanks dat lijfstraffen bij wet verboden zijn, worden veel studenten nog steeds geslagen door onderwijzend personeel, zegt Wasonga.

    ‘De enige “oplossing” die tot nu toe werd gesuggereerd (…) is de terugkeer van lijfstraffen’

    Tot schrik en wanhoop van het dagblad The Star is een oproep tot officiële herinvoering van lijfstraffen het debat binnengeslopen. ‘De schoolbranden in het hele land hebben miljoenen gekost, maar de enige “oplossing” die tot nu toe werd gesuggereerd door onderwijsbestuurders, is de terugkeer van lijfstraffen.’ De krant betreurt het dat niemand die toeziet op het onderwijs geneigd lijkt te zijn om de daadwerkelijke oorzaken van de brandstichtingen te onderzoeken.

    ‘Sommige schoolhoofden runnen hun scholen als militaire kazernes waar studenten niets te zeggen hebben, ondanks het bestaan van gekozen studentenraden. Studenten zijn veranderd in robots waarvan wordt verwacht dat ze zes dagen per week lange studiedagen maken en alleen op zondag rusten. Dezelfde studenten zijn ondervoed of krijgen heel slecht eten aangeboden en ze mogen geen recreatieve activiteiten ondernemen zoals tv-kijken, dansen of sporten’, schrijft de krant gealarmeerd. Om de onrust op de scholen te bestrijden ziet de krant daarom veel meer heil in het betrekken van leerlingen bij de besluitvorming.

    Maar dat is niet de weg die de Keniaanse regering in lijkt te willen slaan. Minister van Onderwijs George Mahoga heeft al meerdere keren opgeroepen tot harde maatregelen tegen ‘criminelen’ die brand stichten op scholen.

    ‘Lijfstraffen noch gespierde taal zullen de discipline op scholen terugbrengen’

    ‘Het ministerie van Onderwijs heeft jarenlang dezelfde strategieën toegepast zonder het systeem te verbeteren. Het ministerie vertrouwt op dwang en dreigende taal richting schoolhoofden, leraren, studenten en zelfs ouders’, stelt Nation vast. Volgens het dagblad ligt dergelijk top-downbeheer, waarbij niet wordt gekeken naar noden van de belangrijkste betrokkenen, ten grondslag aan de angst en demotivatie die leeft bij onderwijzers, ouders en leerlingen.

    Net als The Star pleit Nation voor dialoog en is de krant van mening dat ‘het echte probleem ligt bij het ministerie van Onderwijs en zijn instanties’. ‘Lijfstraffen noch gespierde taal zullen de discipline op scholen terugbrengen. De uitdrukking “straffen is een gemakzuchtige aanpak van ongedisciplineerdheid”, bestaat niet voor niets’, zo concludeert het dagblad.

    Lees ook:

  • Regio Berlijn investeert half miljard euro in kinderopvang

    Regio Berlijn investeert half miljard euro in kinderopvang

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Ook Deense musea moeten sluiten vanwege oprukkende omikronvariant

    » Regio Berlijn investeert half miljard euro in kinderopvang

    Budget voor kinderdagverblijven stijgt naar 2,5 miljard euro

    Deelstaat Berlijn en belangenorganisaties voor kinderopvang zijn overeengekomen dat de komende vier jaar in totaal zo’n 500 miljoen euro meer beschikbaar komt voor de circa 2800 kinderdagverblijven in Berlijn, bericht Der Tagesspiegel. Daardoor zal het budget voor kinderdagverblijven, zogenaamde Kitas, in Berlijn tot aan 2025 groeien tot een jaarlijks bedrag van ongeveer 2,5 miljard euro.

    Kinderopvang in Berlijn is gratis, maar de Kitas lijden aan een groot tekort aan plaatsen. De extra financiering geeft kinderdagverblijven de ruimte om uit te breiden.

    Lees meer:

  • Uit protest steken Keniaanse leerlingen hun school in brand

    Uit protest steken Keniaanse leerlingen hun school in brand

    Leerlingen in Kenia uiten massaal hun onvrede over het corrupte, rigide en ongelijke onderwijs dat ze dagelijks ervaren. Sinds de scholen weer opengingen werden al ruim 65 kostscholen in brand gestoken. Een andere manier om de aandacht te trekken zien ze niet. ‘Dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’

    Toen de pandemie in 2020 toesloeg, maakten leerlingen, ouders en opvoeders in Kenia zich zorgen over de gevolgen van de schoolsluitingen voor het welzijn en de vorderingen van de kinderen. Nadat de sluitingen begin 2021 werden opgeheven, werd de grootste zorg of leerlingen opnieuw hun scholen in brand zouden steken.

    En die zorg was niet ongegrond, aldus Elizabeth Cooper, universitair docent Internationale Studies aan de Simon Fraser University. Haar boek Burning Ambition: Education, Arson, and Learning Justice in Kenya, over onderwijs en schoolbranden in Kenia, wordt komend jaar gepubliceerd.

    In een artikel voor African Arguments schrijft Cooper: ‘In de eerste maand dat de scholen weer open waren, staken leerlingen in Kenia minstens vijfentwintig middelbare kostscholen in brand. In oktober en november werden er nog eens ten minste veertig scholen getroffen door brandstichting. Tragisch genoeg is één leerling omgekomen bij een van de branden van dit jaar.’

    Elk jaar worden tientallen pogingen tot brandstichting ondernomen

    ‘Honderden anderen kregen de schrik van hun leven toen ze wakker werden en hun slaapzalen in brand zagen staan, hun persoonlijke bezittingen zagen afbranden en door de autoriteiten bedreigd werden om verantwoordelijkheid te bekennen. Tientallen middelbare scholieren zijn gearresteerd en wachten op mogelijke strafvervolging. Diverse scholen zijn gesloten in afwachting van nieuwe financiële middelen (voornamelijk afkomstig van ouders) om beschadigde gebouwen te herstellen.’

    Natuurlijk is elke vorm van brandstichting angstaanjagend, schrijft Cooper, maar de trend van schoolbranden in Kenia noemt ze ‘niet langer schokkend’, gezien de frequentie. Volgens haar onderzoek, gebaseerd op berichten van de overheid en in de media, vonden er tussen 2008 en 2018 minstens zevenhonderdvijftig pogingen tot brandstichting plaats op Keniaanse middelbare kostscholen. De hoeveelheid per jaar verschilde, met als hoogtepunt 2016 toen er sprake was van 239 brandstichtingen, maar elk jaar worden er tientallen pogingen ondernomen.

    Oorzaken

    Cooper las ook elk jaar weer ‘een stortvloed van analyses’ over de oorzaken van deze branden. Zo deed een parlementaire commissie in 2008 onderzoek naar de onrust onder middelbare scholieren, waarbij drieëndertig openbare hoorzittingen werden gehouden waar duizenden Kenianen aan deelnamen. Tijdens onderzoek door een andere parlementaire commissie in 2016 werden mensen op zevenennegentig scholen ondervraagd.

    De factoren en verklaringen die in die onderzoeken werden genoemd gingen volgens Cooper alle kanten op. In het rapport dat verscheen na het onderzoek van 2008 bijvoorbeeld werden maar liefst negenenveertig ‘mogelijke hoofdoorzaken’ genoemd en honderdenvierentwintig aanbevelingen gedaan.

    Ook de commissie van 2016 somde een reeks van oorzaken op, aldus de Keniaanse krant The Standard: ongedisciplineerd gedrag van studenten, alcohol- en drugsmisbruik, druk van medeleerlingen, wanbeheer op school, opstoppingen in slaapzalen, te veel examens, criminele bendes, tribalisme, slechte opvoeding, invloed van sociale media en sensationele berichtgeving in de media.

    ‘Keniaanse leerlingen gaan tot brandstichting over omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten’

    ‘Ik heb sinds 2013 onderzoek gedaan in Keniaanse internaten, waarbij ik tientallen leerlingen, oud-leerlingen, leraren en directeuren heb geïnterviewd’, schrijft Cooper. ‘Deze instellingen richten zich voornamelijk op examenvoorbereiding, en dat vertaalt zich vaak in beruchte rigide en pijnlijke omstandigheden voor leerlingen. Dit is niet uniek voor Kenia, maar bijna iedereen met wie ik sprak, erkende dat Keniaanse leerlingen tot brandstichting overgaan omdat ze geen andere middelen hebben om hun grieven te uiten.’

    Cooper verwijst naar de simpele uitleg van een van de studenten die ze sprak: ‘Er is een ideeënbus, maar weet je, dit is Kenia; niemand kijkt in de ideeënbus.’ Een ander vertelde haar: ‘Je begint met de ideeënbus. Maar als ze dan weigeren te reageren, ga je over op een andere tactiek, zoals een rel. En als dat niet werkt, dan een brand. Dan worden ze het wel met ons eens dat ze iets moeten gaan ondernemen.’

    Een vijandige overheid

    Middelbare scholieren zijn over veel dingen ontevreden, schrijft Cooper. ‘Ze grijpen naar brandstichting omdat ze denken dat het hun enige optie is om serieus genomen te worden. Toch is de typische reactie van de regering op schoolbranden het intensiveren van discipline en straffen. Jarenlang hebben ministers van Onderwijs ultimatums gesteld, leerlingen “primitief” genoemd, of “hooligans”, en gezworen hen “hard aan te pakken” met strengere straffen.’

    Dat leidde volgens Cooper ook tot uitspraken van ‘grote mannen’, zoals de huidige minister van Onderwijs, die pleit voor toestemming om studenten te slaan. ‘Het hele jaar al haalt George Magoha de kranten door te verklaren dat hij “de stok wil terugbrengen”. Hij stelt dat “we leraren de macht moeten geven om te straffen” omdat er kinderen zijn “die horens hebben gekweekt”.’

    Lees ook:

    Met dergelijke retoriek sluit je de mogelijkheid uit om de daden van studenten serieus te nemen, stelt Cooper. Door studenten weg te zetten als slecht en irrationeel, proberen politici zichzelf te vrijwaren van elke vorm van verantwoordelijkheid voor de boze, uit wanhoop geboren acties van studenten. Ze citeert met instemming wetenschapper Wandia Njoya: ‘Het geweld tegen kinderen wordt vaak toegeschreven aan de kinderen zelf, waardoor Keniaanse volwassenen de realiteit kunnen ontlopen dat het echte probleem het schoolsysteem is.’ Bovendien, voegt Cooper eraan toe, kunnen politici door deze beschuldiging aan het adres van ‘onhandelbare’ leerlingen, zich voordoen als de ordehandhavers van het land.

    ‘Jonge Kenianen moet geleerd worden dat geweld niet de enige manier is om invloed uit te oefenen’

    Om het probleem van de schoolbranden aan te pakken, zal de regering harder zijn best moeten doen, betoogt Cooper. Daadwerkelijk luisteren, medeleven tonen, kritisch denken en systematische hervormingen doorvoeren zijn volgens haar hard nodig om het probleem aan te pakken van ‘de bestraffende logica van kostscholen die Kenia’s intens concurrerende onderwijssysteem voortbrengt. Ze zijn nodig om jonge Kenianen te laten zien dat geweld niet de enige manier is om invloed te verwerven in het openbare leven.’

    Cooper signaleert wel wat tekenen die op verandering zouden kunnen wijzen. ‘Ten eerste gaan er steeds meer stemmen op om de kostscholen geleidelijk af te schaffen, hoewel Magoha heeft gezegd dat deze mogelijkheid “op dit moment geen punt van discussie is”. Ten tweede is de regering bezig met de invoering van een nieuw “competentiegericht curriculum” dat naar eigen zeggen meer op de leerling gericht zal zijn.’ Verwijzend naar de argumenten van onderwijsexperts en ouders, heeft Cooper daar zo haar vraagtekens bij: ‘Deze veranderingen lijken er eerder toe te leiden dat het onderwijs nog minder rechtvaardig wordt naarmate er meer mogelijkheden voor privatisering binnensluipen.’

    Misschien is er na die honderden schoolbranden verandering op til, schrijft Cooper. Maar ze wijst er wel op dat de status quo eigenlijk prima werkt voor degenen die in Kenia aan de top zitten, met ‘een onderwijssysteem dat georganiseerd is rond felle concurrentie en ongelijke kansen’. Voor ‘een hiërarchische en dwingende manier van regeren die de aspiraties van de burgers indamt’ is het dan heel handig om ‘onhandelbare studenten’ als eeuwige zondebok aan te wijzen en zo ‘de legitimiteit van disciplinair handelen te versterken’.

    Lees ook:

  • Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    Antiwoke-universiteit of noodzakelijke onderwijsvernieuwing?

    De nieuwste universiteit van de VS was nog geen tien dagen oud of ze moest al in de verdediging. De instelling zou een uiterst rechts bastion zijn in plaats van een neutrale leerplek. Spraakmakende adviseurs van het eerste uur Steven Pinker en Robert Zimmer verlieten de raad van adviseurs, waar ze intellectuele steun gaven aan het idee van een op ‘vrij onderzoek’ gerichte plek.

    ‘We kunnen niet wachten tot universiteiten zichzelf herstellen. Dus beginnen we een nieuwe. Ik heb mijn positie als president van St. John’s College in Annapolis opgegeven om een universiteit in Austin te starten die is gewijd aan het onbevreesd nastreven van de waarheid.’ Zo kondigde Pano Kanelos op 8 november van dit jaar de oprichting aan van een splinternieuwe universiteit in Amerika, de ‘UATX’, University of Austin, Texas.

    Over de noodzaak voor deze nieuwe universiteit schreef hij: ‘Kunnen we echt beweren dat het nastreven van de waarheid – ooit het centrale doel van de universiteit – nog steeds de hoogste deugd is? Geloven we oprecht dat de cruciale middelen daarvoor, vrijheid van onderzoek en een open discours, nog de overhand hebben terwijl illiberalisme een alomtegenwoordig kenmerk van het universitair klimaat is geworden?’

    ‘Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden’

    ‘De realiteit is dat veel universiteiten niet langer worden aangespoord een omgeving te creëren waarin intellectuele afwijkende meningen worden beschermd en modieuze meningen scherp worden bevraagd. Onze meest prestigieuze scholen dienen vooral als eindopleiding voor de aankomende nationale en mondiale elite. Te midden van baksteen en klimop houden deze studenten zich met steeds ontoegankelijkere theorieën bezig.’

    En dat is een groot probleem, aldus Kanelos. ‘Niet alleen worden studenten als individuen hiermee benadeeld; we laten de natie in de steek. Onze democratie hapert voor een belangrijk deel, omdat ons onderwijssysteem illiberaal is geworden.‘

    ‘Universiteiten zijn plekken waar de samenleving denkt, waar de gewoonten en zeden van onze burgers worden gevormd. Als deze instellingen niet open en pluralistisch zijn, als ze uitspraken beperken en degenen met onpopulaire standpunten verbannen, als ze wetenschappers ertoe brengen complete onderwerpen te mijden uit angst, als ze voorrang geven aan emotionele troost boven het vaak ongemakkelijke streven naar de waarheid, wie is er dan nog over om het discours vorm te geven dat nodig is om vrijheid in een zelfsturende samenleving in stand te houden?’

    Ayaan Hirsi Ali

    Kanelos introduceerde een lijst met namen van docenten, betrokkenen en adviseurs. De rechtse tot uiterst rechtse signatuur die hieruit naar voren kwam, leidde in de Amerikaanse universitaire en journalistieke wereld tot opgetrokken wenkbrauwen.

    ‘Ons project begon met een kleine bijeenkomst van degenen die zich zorgen maakten over de staat van het hoger onderwijs’, schreef Kanelos. ‘Niall Ferguson, Bari Weiss, Heather Heying, Joe Lonsdale, Arthur Brooks en ik, en sindsdien hebben ook vele anderen zich aangesloten, zoals de dappere professoren Kathleen Stock, Dorian Abt en Peter Boghossian. Maar ook universiteitsvoorzitters: Robert Zimmer, Larry Summers, John Nunes en Gordon Gee, en vooraanstaande academici, zoals Steven Pinker, Deirdre McCloskey, Leon Kass, Jonathan Haidt, Glenn Loury, Joshua Katz, Vickie Sullivan, Geoffrey Stone, Bill McClay en Tyler Cowen.

    We worden ook vergezeld door journalisten, kunstenaars, filantropen, onderzoekers en publieke intellectuelen, waaronder Lex Fridman, Andrew Sullivan, Rob Henderson, Caitlin Flanagan, David Mamet, Ayaan Hirsi Ali, Sohrab Ahmari, Stacy Hock, Jonathan Rauch en Nadine Strossen.

    Aan die politieke diversiteit van de nieuwe universiteit wordt ernstig getwijfeld

    Wij zijn een toegewijd team dat met de dag groeit. Onze achtergronden en ervaringen zijn divers; onze politieke opvattingen verschillen.’

    En precies over dat laatste ontstond een polemiek in de pers en de universitaire wereld, want aan die politieke diversiteit wordt ernstig getwijfeld.

    Zo schreef columnist Will Bunch in The Philadelphia Inquirer: ‘De echte reden voor het creëren van hun nieuwe bastion van hoger onderwijs is “wokeness”, waarvan zij beweren dat die het intellectuele debat verstikt. Volgens een van de bondgenoten, de conservatieve Ayaan Hirsi Ali: “Ons onderwijssysteem faalt: in plaats van een plek om te leren, zijn universiteiten getransformeerd in plekken van angst”, waarbij ze verwijst naar wat ze beschrijft als obsessies met “micro-agressies” rond huidskleur, geslacht of seksualiteit, de zogenaamde “cancelcultuur”, of het gebruik van de juiste voornaamwoorden.’

    ‘Zeker’, schrijft Bunch, ‘er zijn serieuze problemen rond vrijheid van meningsuiting op de campussen, maar dat ligt veel genuanceerder en gecompliceerder dan ze doen voorkomen. Ze zouden eens een paar dagen op een echte universiteit moeten doorbrengen, in plaats van alleen maar te lezen over de selectieve Breitbart/Fox News-“campus snowflake”-verontwaardiging van de dag.‘

    Onafhankelijkheid

    Voor Politico ging Derek Robertson verder op de zaak in met het artikel ‘Het is de university of Austin tegen iedereen – inclusief zichzelf’. Hij plaatst vraagtekens bij de neutraliteit en onafhankelijkheid die de nieuwe universiteit zegt na te streven.

    ‘Toen UATX begin november werd gelanceerd‘, aldus Robertson, ‘zei oprichter Pano Kanelos, dat “de betekenis van oldskool motto’s terug zouden keren. Licht. Waarheid. De wind van vrijheid” tegenover “universiteiten die er buitengewoon goed in zijn om studenten alles te bieden wat ze nodig hebben… behalve intellectuele durf”. Het was zowel een uitleg van zijn missie als een impliciete kritiek: de University of Austin zal “fel onafhankelijk” zijn, in tegenstelling tot het academische establishment dat hopeloos gevangen wordt gehouden door progressieve, censurerende ideologen.

    De oprichtingsaankondiging ging gepaard met klinkende namen om het project intellectuele glans te geven, zoals historicus Niall Ferguson van de Hoover Institution in Stanford – een van de oprichters van UATX – en voorts voormalig minister van Financiën en voormalig Harvard-voorzitter Larry Summers en econoom Tyler Cowen.

    Steven Pinker van Harvard zwijgt over waarom hij zijn deelname aan UATX heeft beëindigd, maar Robert Zimmer van de Universiteit van Chicago was er duidelijk over: hij is absoluut voor vrije meningsuiting, maar staat niet achter de directe aanval op het bestaande hoger onderwijs. In een verklaring zegt hij dat “de nieuwe universiteit een aantal uitspraken deed over het hoger onderwijs in het algemeen, het merendeel behoorlijk kritisch, die heel sterk afwijken van mijn eigen opvattingen”.

    ‘Het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek’

    Gordon Gee, president van de West Virginia University, een andere adviseur, blijft wel betrokken, maar was nog directer: “Ik ben het er niet mee eens dat andere universiteiten niet langer de waarheid zouden zoeken en ik heb ook niet het gevoel dat het hoger onderwijs onherstelbaar beschadigd is.”

    Al deze onenigheid weerspiegelt de ongemakkelijke tegenstelling in het hart van het ambitieuze project: ondanks de claim van onafhankelijkheid van de University of Austin in het politieke mijnenveld dat hoger onderwijs in 2021 is, is het bijna onmogelijk om het project als iets anders te zien dan als politiek op zich.

    Kanelos, de voormalige president van het St. John’s College, kondigde de lancering aan via de Substack-nieuwsbrief van Bari Weiss, een medeoprichter die geen academicus is, maar een journalist gespecialiseerd in het prikken in de liberale consensus. Medeoprichter en trustee Joe Lonsdale, tevens met Peter Thiel medeoprichter van het data-analysebedrijf Palantir, verdedigde het project in de conservatieve New York Post, en Ferguson schreef zuur bij Bloomberg dat ‘academische vrijheid sterft in wokeness’.

    De expliciet uitgesproken ideologische toewijding van de University of Austin is gericht op een pluralistische, klassiek liberale vrijheid van meningsuiting. Maar, zoals Zimmer en anderen hebben opgemerkt, berust het project van de universiteit in haar huidige vorm op een inherent politieke kritiek op bestaande instellingen. Voor een intellectueel vehikel dat zo toegewijd is aan diversiteit van denken dat het niet eens zou kunnen bestaan ​​in het huidige academische landschap, vormen de erbij aangesloten denkers zelf bijna een monocultuur: het zijn bijna allemaal iconen van hetzelfde confronterende, niet-vooruitstrevende liberale rationalisme.’

    Morele superioriteit

    ‘Het claimen van een open blik en van meritocratische, rationele vrijheid van ideologische dogma’s, is in de Amerikaanse politiek hetzelfde als morele superioriteit claimen’, vervolgt Robertson zijn artikel. ‘Door precies dat te doen, heeft UATX ongewild de kritiek bevestigd van de meeste linkse cultuurcritici die luidkeels opperen dat waarheid of objectiviteit niet bestaat. Op basis van haar huidige intellectuele kliek lijkt de zelfverklaarde “onafhankelijkheid” van UATX veel op een poging de dominantie van de eigen waarden van haar betrokkenen opnieuw te onderstrepen.

    Je hoeft je niet volledig over te geven aan relativisme om te erkennen dat morele superioriteit meer een doel of aspiratie is dan een toestand die je ooit echt kunt bereiken. Wanneer conservatieve figuren zoals senatoren Ted Cruz of Josh Hawley roepen dat Amerikaanse instellingen ideologisch gevangen zijn genomen en moeten terugkeren naar een of ander Eden-achtig, pre-woke ideaal, of wanneer progressieve opiniemakers zoals Nikole Hannah-Jones een objectieve feitelijke basis denken te kunnen claimen voor een project dat fundamenteel ideologisch is, dan verdraaien ze idealen voor hun eigen politieke doeleinden. Dat alles maakt deel uit van de slingerbeweging van het Amerikaanse intellectuele leven. Maar door te beweren daar buiten te staan, leggen UATX en zijn pleitbezorgers de lat onmogelijk hoog voor hun project.

    ‘Wat het project het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn’

    Dat wil niet zeggen dat de structurele of ideologische kritiek op de academische wereld inherent verkeerd is; het zal moeilijk zijn om iemand te vinden (die geen goedbetaalde universiteitsbestuurder is) die zal beweren dat het huidige systeem perfect werkt. Maar de lancering van UATX, en de luidruchtige reacties die daarop volgden, kunnen worden gezien als een waarschuwing over de notie van objectiviteit in het moderne Amerikaanse intellectuele leven; over hoe verleidelijk het is aanspraak te maken op neutraliteit, en hoe een krachtig maar gevaarlijk gereedschap dat is geworden in de gereedschapskist van de cultuuroorlog.

    Ook al zijn de oprichtingsadviseurs van de universiteit uniform in hun oppositie tegen een bepaald soort progressieve retoriek, het is wel een beetje een lastig te plaatsen club. Tegenover alle gal die Ferguson verzamelde in zijn Bloomberg-opiniestuk, is er de omzichtigheid van iemand als Cowen; tegenover de zwaarwichtigheid van eikenhouten lambriseringen die een figuur als Gordon Gee omgeeft, is er het blotevuistengepolemiseer van Andrew Sullivan. Dan heb je nog een toneelschrijver, Trump-aanhanger David Mamet, en een geofysicus; Dorian Abbot, die meeschreef aan een opiniestuk waarin positieve discriminatie wordt bekritiseerd en wiens uitnodiging voor een prestigieuze MIT-lezing vervolgens werd afgezegd.

    Wat het project echter het meest kwetsbaar maakt voor kritiek in dit vroege stadium, is wie er niet bij betrokken zijn, namelijk iedereen van progressief links waarvan ze geloven dat die vrijheid van meningsuiting in de academische wereld zouden bedreigen. In een e-mail zei woordvoerder Hillel Ofek dat UATX ”geen enkele politieke of ideologische toegangstest zal doen. Wij zijn van mening dat het een fundamenteel onderdeel is van liberaal onderwijs om rigoureus om te gaan met radicaal alternatieve opvattingen en ideeën, inclusief die welke de vrijheid van meningsuiting in twijfel trekken. We zouden zeker iemand verwelkomen die een criticus is van de vrijheid van meningsuiting van links of rechts, zolang ze zich aan onze universitaire principes van open onderzoek en open en eerlijk debat houden.”’

    Vehikel tegen ‘wokeness’

    ‘Maar wat verklaart dan de rechtse signatuur van al die adviseurs van het eerste uur?’ vraagt Robertson zich af. ‘De meest barmhartige opmerking van critici zou kunnen zijn dat de oprichters van de universiteit progressieve censuur vrezen als een te grote bedreiging of belemmering (zie: Karl Poppers “paradox van tolerantie”). Maar, om Ockhams scheermes te gebruiken: het is veel gemakkelijker voor te stellen dat niemand ter linkerzijde, zeker niet in de moordende wereld van het hoger onderwijs waar reputatie goud waard is, bereid is om zich aan te melden voor een project dat door vakgenoten onvermijdelijk zal worden afgedaan als reactionair.

    “Ik betwijfel of iemand die, bij gebrek aan een betere terminologie, ‘progressief’ is, de kans zou verwelkomen om deel uit te maken van de raad van adviseurs”, denkt ook Nadine Strossen, professor aan de New York Law School en voormalig president van burgerrechtenorganisatie ACLU, die gelooft dat robuuste bescherming van de vrijheid van meningsuiting van het grootste belang is, niet alleen voor de bloei van het liberalisme, maar ook voor raciale rechtvaardigheid op zich.

    Strossen, een UATX-adviseur, zegt lange gesprekken te hebben gevoerd met universiteitsvoorzitter Pano Kanelos. “Ik twijfel er absoluut niet aan dat hij advies zou verwelkomen van iemand die zich uitspreekt en kritisch zou zijn over alles, inclusief de fundamentele missie.”

    En er is inderdaad iemand die de fundamentele missie van vrij onderzoek wil bekritiseren. Maar dat is geen criticus van links; het is Sohrab Ahmari, de aartsconservatieve katholiek die zichzelf omschreef als “postliberaal”. In een essay voor The American Conservative schreef Ahmari dat UATX het vooruitzicht verwelkomde van een traditionalistische interne dissident aan de tafel. “Ik denk dat het gewoon tijd wordt dat wij orthodoxe gelovigen de honneurs moeten gunnen aan liberale instellingen en onze aanwezigheid moeten gebruiken als een test van hun liberalisme, op grond van hun eigen principes.”

    Goedkeuring van iemand als Ahmari – bewonderaar van Viktor Orbans “illiberale democratie”, die ooit schreef dat conservatieve christenen “moeten proberen de waarden van beleefdheid en fatsoen te gebruiken om onze orde en orthodoxie af te dwingen, en nooit moeten doen alsof ze ooit neutraal kunnen zijn”  – is een vrij grimmig bewijs van de bewering van de school dat geen enkel idee te gevaarlijk is om niet ontgonnen te worden in de klas. Maar bij gebrek aan theoretische tegenhangers ter linkerzijde, maakt het van de universiteit ook een gemakkelijke schietschijf als niets meer dan een vehikel voor grieven tegen “wokeness”.’

    Neutraliteit

    ‘In 2018 schreef historicus David Greenberg voor Politico over “het einde van neutraliteit”, met het argument dat “als we niet kunnen vertrouwen op de regering en andere neutrale instanties om betrouwbare informatie te verstrekken en eerlijk te oordelen over verschillende standpunten, we het risico lopen een van de grootste deugden van onze democratie te verliezen, namelijk het vermogen om onze debatten vrij en controversieel te voeren, wetende dat de meesten van ons de uitkomsten uiteindelijk als legitiem zullen accepteren”’, schrijft Robertson tot slot.

    ‘Sommige grondleggers van de University of Austin proberen het type instelling te reconstrueren dat Greenberg beschrijft, maar dan wel naar hun eigen beeld, met alle inherente vooroordelen die dat met zich meebrengt, en met het uitgesproken streven om ze te bestrijden. En dat is uiteindelijk de reden waarom het project zoveel woede opwekt: in een wereld waar iedereen rationele en morele superioriteit claimt in dienst van hun ideologische verplichtingen, is het aannemen van een scheidsrechtersrol meer dan alleen overdreven hybris. Het is bedreigend.

    Daarom is het ook enigszins begrijpelijk dat links het project zoveel meer als een belediging ziet dan rechts. Iedereen houdt van vrijheid van meningsuiting totdat een eigen persoonlijke grens wordt overschreden, en bij afwezigheid van links in Austin heeft de beschuldiging van een intrarechtscentristisch feestje in ieder geval de schijn van waarheid.

    Maar voorlopig bestaat de University of Austin voornamelijk als een idee. Op een gegeven moment zal toewijding aan de kernmissie worden getest, zoals dat ook voor elke andere universiteit geldt, en het is onmogelijk te voorspellen of de verantwoordelijken dat zullen doen met de eerlijkheid en intellectuele gelijkmoedigheid die de oprichters zeggen na te streven.

    Als ze slagen, en daarmee bewijzen dat critici ongelijk hebben, zullen ze iets authentieks en nieuws hebben neergezet in het Amerikaanse intellectuele leven en met terugwerkende kracht het lawaai en de woede rond de aankondiging van de oprichting hebben gerechtvaardigd.’

  • Italië: Fraude op universiteit voor buitenlanders

    Italië: Fraude op universiteit voor buitenlanders

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe voorzitter Interpol wordt beschuldigd van marteling

    » Meer dan vijftig doden bij brand in een Siberische kolenmijn

    Fraude kwam aan het licht na schijnexamen van Luis Suárez

    De Guardia di Finanza, de Italiaanse fiscale opsporingsdienst, heeft een nieuw onderzoek geopend naar vermeende corruptie aan de Università per stranieri di Perugia, een universiteit die zich specifiek op buitenlanders richt, bericht persbureau ANSA. De nieuwe zaak komt voort uit onderzoek naar het schijnexamen Italiaans dat voetballer Luis Suárez vorig jaar aflegde.

    De Guardia di Finanza deed daar onderzoek naar. Suárez moest het Italiaanse staatsburgerschap verkrijgen om zich aan te kunnen sluiten bij voetbalclub Juventus uit Turijn, die te veel buitenlandse spelers in dienst had. Het taalexamen was daarvoor benodigd, maar het bleek dat hij de antwoorden vooraf had gekregen. De examinator die de toets afnam, pleitte in februari schuldig aan fraude en kreeg een voorwaardelijke gevangenisstraf van een jaar. Suárez vertrok daarop van Barcelona naar Atlético Madrid.

    Het nieuwe onderzoek betreft vermeende onregelmatigheden bij de werving van universitaire onderzoekers en docenten. Het huidige management van de universiteit is geen onderwerp van het onderzoek.

  • Australië verliest buitenlandse studenten door lockdowns

    Australië verliest buitenlandse studenten door lockdowns

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: Republikeins congreslid berispt om gewelddadige video

    » Belarus biedt opvang voor migranten en presenteert zich als ‘weldoener’

    Het aantal buitenlandse studenten in Australië is afgenomen met 550.000

    Studenten uit Aziatische landen kwamen voor hun studie graag naar Australië vanwege de goede universiteiten, de Engelse taal en de relaxte levensstijl. Vóór de pandemie droeg internationaal onderwijs 25 miljard euro bij aan de Australische economie, waardoor de sector het op drie na grootste exportproduct was na ijzererts, kolen en gas, schrijft Al Jazeera. Maar door de Australische lockdowns zoeken veel internationale studenten nu naar studiemogelijkheden elders en vreest Australië voor zijn inkomsten.

    In 2019 vormden internationale studenten 21 procent van alle universitaire inschrijvingen, vergeleken met gemiddeld 6 procent in andere ontwikkelde landen. In augustus zakte dat met ruim 550.000 naar het laagste aantal sinds 2015.

    Lees ook:

  • Zuid-Koreaanse professor geeft college in bad

    Zuid-Koreaanse professor geeft college in bad

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Merkel roept Poetin op in te grijpen bij crisis Pools-Belarussische grens

    » China en VS verrassen op klimaattop met gezamenlijk akkoord

    Professor gaf online college vanuit badkuip

    Een professor aan de Hanyang-universiteit in Seoel zou online college hebben gegeven terwijl hij in bad zat. De professor gaf zijn online lessen met alleen de audio ingeschakeld. Toen hij de camera van zijn computer een keer per ongeluk aanzette, was zijn bovenlichaam boven de waterlijn zichtbaar voor zijn studenten, aldus een lokale Koreaanse omroep. Hij zette de camera uit en vervolgde de les maar het geluid van spattend water in de badkuip bleef hoorbaar. Volgens zijn studenten was dat geluid al vaker hoorbaar en galmt de stem van de professor vaak alsof hij in een badkamer zit, schrijft The Korea Times.

    De professor heeft zich verontschuldigd. Hij zei koorts te hebben gekregen na zijn tweede coronaprik maar zijn studenten niet te hebben willen teleurstellen door de les af te zeggen. De universiteit gaat de zaak tot op de bodem uitzoeken en beslist daarna of er disciplinaire maatregelen tegen de professor moeten worden genomen.

    Lees ook: