Onderwerpen: Onderzoek

  • Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Hoe Telegram een (duister) universum op zich werd

    Telegram is een van de populairste chatapps ter wereld. Het platform is nauwelijks gereguleerd en is daarom populair bij zowel criminelen als extremistische organisaties, waaronder IS. De oprichter is een geniale Russische miljardair die inmiddels naar Dubai is gevlucht. Wat drijft hem?

    Pavel Doerov (36) zit op het dak van een hotel, lotuszit, ontbloot bovenlichaam, zijn blik op de verte gericht, met op de achtergrond vaag de skyline van Dubai. Zijn foto op Instagram ziet er precies zo uit als de duizenden selfies van andere influencers en is een van de weinige tekenen van leven van een van de rijkste en invloedrijkste internetondernemers ter wereld. Hij wordt ook wel ‘de Zuckerberg van Rusland’ genoemd, omdat hij in 2006 het sociale netwerk VKontakte oprichtte, een Russische kloon van Facebook. Nog veel indrukwekkender is zijn laatste investering: Telegram, misschien wel de gevaarlijkste berichtendienst ter wereld.

    Over de Russische miljardair, die als de rijkste man van zijn tweede vaderland Dubai wordt gezien, is bijna niets bekend. En wat hij in het openbaar over zichzelf vertelt, klinkt nogal raadselachtig. ‘De buitenwereld is een weerspiegeling van de binnenwereld’, schreef hij onder zijn portret op Instagram.

    Doerovs app is een supermacht, hij staat inmiddels op 570 miljoen smartphones. Sinds het begin van de corona-epidemie is hij populairder dan ooit, de messengerdienst is een van de weinige communicatieplatforms die de producten van Silicon Valley kan bijbenen. Miljoenen gebruikers zijn dit jaar van WhatsApp overgestapt op Telegram, ook in Europa.

    Maar Telegram is niet alleen een soort WhatsApp met andere wortels. Het wil uitdrukkelijk een platform zijn dat zich onttrekt aan het toezicht van staten en autoriteiten, en waarop iedereen kan schrijven en beweren wat hij wil. Dat trekt dwarsdenkers, rechts-extremisten, drugshandelaars en oplichters aan. Zonder lang zoeken vind je er een ‘dodenlijst’ met de namen van Duitse parlementsleden. Vervalsers verkopen via de app vaccinatiebewijzen, dealers bieden alle soorten drugs aan. Op Telegram worden openlijk strafbare feiten gepland en begaan. De app is een darknet voor in je broekzak geworden.

    ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’

    Elk internetplatform staat voor de vraag waar het de lijn trekt tussen de vrijheid van meningsuiting en verboden content. Twitter besloot Donald Trump na de Amerikaanse presidentsverkiezingen voorgoed te blokkeren; Facebook trad steviger op tegen volksopruiing. Op het Telegram van Pavel Doerov wordt content slechts sporadisch verwijderd.

    De autoriteiten moeten machteloos toezien, ook al omdat Doerov hun geen gegevens over gebruikers ter beschikking stelt. Hij heeft een haast ondoordringbaar vlechtwerk van bedrijven rond zijn onderneming gesponnen. Hier is de oude, maar zelden kloppende formule van toepassing dat internet een terrein is waar geen enkel recht geldt. Doerovs ondernemingen zijn geregistreerd op de Maagdeneilanden en in Belize. ‘Ik ben geen groot fan van het concept “land”,’ zei hij in 2014 tegen The New York Times. Andere internetdiensten werken bij een gerechtelijk verzoek samen met de autoriteiten. Bij Telegram wist het Duitse Openbaar Ministerie lange tijd niet eens op welk adres ze het bedrijf konden bereiken.

    Inmiddels bestaat er een adres in Dubai, maar opsporingsambtenaren hebben Der Spiegel laten weten dat het geen enkele zin heeft daar een verzoek naartoe te sturen. Elke keer als ze in verband met strafbare feiten willen weten wie er achter een account zit, krijgen ze van Telegram domweg geen antwoord. ‘Tot op de dag van vandaag hebben wij 0 kB gebruikersgegevens aan derden ter beschikking gesteld, met inbegrip van alle regeringen’, schrijft de onderneming daarover op haar website.

    Juridisch is Telegram tot nu toe vrijwel ongrijpbaar. Ook al probeert de politiek al jaren overal ter wereld internetconcerns te reguleren, messenger-apps worden door die wetten nauwelijks geraakt. De wet die internetbedrijven als Facebook, YouTube en Twitter in Duitsland verplicht strafbare content aan de federale recherche te melden, gold tot nu toe niet voor Telegram. 

    Dat moet veranderen. Volgens informatie van Der Spiegel eist het Duitse ministerie van Justitie van Telegram dat het zich aan de wet houdt. Zo moet het platform bereikbaar zijn voor de autoriteiten, strafbare content onmiddellijk verwijderen en gebruikersgegevens actief aan de opsporingsdiensten ter beschikking stellen. Het Bundesamt für Justiz, een onderdeel van het ministerie van Justitie, eist in twee procedures ook geldboetes van Telegram, omdat de onderneming geen aanspreekpunt voor de autoriteiten bekendgemaakt heeft en geen bezwarenprocedure voor strafbare content aanbiedt, wat in Duitsland wettelijk verplicht is. Het bedrijf kan een boete tot 55 miljoen euro krijgen. Het Bundesamt in Bonn heeft daartoe twee brieven voor hoorzittingen naar Dubai verzonden. Op 20 mei zijn ze als vertrouwelijke diplomatieke nota’s door de Duitse ambassade overhandigd aan het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Emiraten.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum’

    Op Pavel Doerov zal het weinig indruk maken. Een aanwijzing voor hoe hij op verzoeken van landen reageert, vinden we in een procedure uit 2011. In Rusland vonden destijds de grootste anti-Kremlin-demonstraties plaats sinds het einde van de Sovjet-Unie. Ook in Doerovs geboortestad Sint-Petersburg demonstreerden tienduizend mensen tegen verkiezingsfraude en Poetins terugkeer als president. In die tijd was Doerov nog de baas van het sociale netwerk VKontakte, zijn Russische kopie van Facebook met meer dan 100 miljoen gebruikers. Dat de oppositie via dat netwerk opriep om te demonstreren, viel slecht bij de Russische regering. De binnenlandse geheime dienst FSB eiste van Doerov dat hij de accounts van die groepen verwijderde. In plaats van dat bevel op te volgen, publiceerde hij de brief van de geheime dienst op Twitter met daarnaast een foto van een hond in een hoodie die zijn tong uitsteekt naar de kijker. Drie dagen later stonden er gewapende mannen van de Omon, de speciale eenheid van de Russische politie, voor de deur van zijn luxeappartement. ‘Ze wekten de indruk dat ze de deur wilden forceren’, herinnerde Doerov zich later in een interview met The New York Times. Via de monitor van zijn intercom observeerde hij de agenten, maar hij deed niet open. Na een uur verdwenen ze weer.

    Deze geschiedenis is het begin van Doerovs gevecht met de Russische staat, de strijd van het moderne digitale Rusland tegen de oude machtselites. Dat is de legende achter de oprichting van Telegram: terwijl de veiligheidspolitie voor zijn deur stond, werd hem duidelijk dat hij geen veilig communicatiekanaal met zijn broer had, zegt hij. Dus moest hij er een creëren. Kort daarna begon het werk aan Telegram, en in augustus 2013 was de app startklaar.

    Maar Doerov was nog niet van de Russische staat af. Eerst werd er een onderzoek tegen hem ingesteld, zogenaamd vanwege een incident bij een verkeerscontrole. Daarna kocht een Kremlin-getrouwe ondernemer zich in VKontakte in. Doerov weigerde data over Oekraïense gebruikers die tegen de toenmalige Oekraïense president Viktor Janoekovitsj protesteerden te overhandigen aan de geheime dienst FSB. Hij werd door zijn eigen bedrijf op straat gezet en verliet een paar dagen later zijn vaderland. Met een paspoort van het Caribische staatje Saint Kitts en Nevis, dat hij voor 250.000 dollar had gekocht, trok hij als een nomade over de wereld. Op internet postte hij foto’s van de plaatsen waar hij verbleef, van een Telegram-feestje in Barcelona tot een werkconferentie in een Italiaans kasteel. Hij was regelmatig in Duitsland, waar hij toespraken hield op techconferenties in München en Berlijn. 

    Jaren later vestigde hij zich in Dubai. Ondernemers als hij zijn daar vrijgesteld van belasting, wat hij al in de oprichtingsfase van Telegram belangrijk vond. Aan de andere kant wordt de metropool gecontroleerd met alle instrumenten van de moderne controlestaat. Ngo’s bekritiseren de mensenrechtensituatie. Desondanks voelt Doerov zich er veilig, hij maakt kennis met de kroonprins van Dubai en laat zich samen met hem filmen op het dak van een torenflat. 

    Maar op het officiële kantoor van de firma is hij niet te vinden. Een autoritje van het hotel waar hij zichzelf in lotuszit heeft gekiekt naar de Al Kazim Towers duurt maar een paar minuten. De twee torens van 53 verdiepingen hoog staan in de buurt van de populaire Marina-boulevard, waar volop wordt geflaneerd. Telegram is gevestigd op de 23ste etage van toren A. De met marmer beklede verdieping telt zes deuren, achter de bruine deur met nummer 2301 bevindt zich het kantoor van Telegram. Naambordje noch bel vermelden de naam van de huurder, en ook na herhaald kloppen komt er geen reactie en blijft de deur dicht. De receptioniste beneden zegt dat ze in de drie jaar dat ze hier werkt nog nooit iemand het kantoor heeft zien binnengaan. ‘Het is heel vreemd, we hebben niet eens een contactpersoon van ze. Niets.’ Gelukkig staat Telegram wel in het systeem. Ook veel andere aspecten blijven een raadsel, zelfs het aantal medewerkers was lang onduidelijk. In het kernteam van Telegram werken vijfentwintig tot dertig mensen, zei Doerov in 2020 in een videoboodschap voor een Amerikaanse rechtbank. Voormalige medewerkers die nog contact hebben met het team bevestigen dat. Slechts weinig namen zijn openbaar, zogenaamd uit veiligheidsoverwegingen. 

    Eén belangrijk iemand is bekend: Pavels oudere broer Nikolaj Doerov, die verantwoordelijk is voor de techniek. Een wonderkind dat op zijn derde al kon lezen. Hij promoveerde twee keer in de wiskunde, waarvan één keer in Bonn. Zijn Duitse hoogleraar heeft de Fieldsmedaille gewonnen, een soort Nobelprijs voor wiskunde. Net als Pavel is Nikolaj al sinds zijn jeugd geïnteresseerd in programmeren. De broers groeiden grotendeels op in Sint-Petersburg, waar hun vader hoogleraar was en hun moeder docent.

    Sekte

    Andrej Lopatin, een voormalig medewerker, kent Nikolaj al van school. Samen wonnen ze programmeerwedstrijden op de universiteit en werkten ze eerst bij VKontakte en later bij Telegram. Lopatin herinnert zich hoe hij samen met Nikolaj in de datsja van de familie Doerov zat, waar ze de technische basis legden voor de berichtendienst. Veilig en snel moest de app worden.

    Lopatin, die later bij het bedrijf zou weggaan, is een van de weinige oud-medewerkers die bereid is openlijk opheldering te geven. Als het over de Doerovs gaat, kiest hij zijn woorden zorgvuldig. De relatie tussen de broers is altijd heel hecht geweest, alle strategische beslissingen werden door Pavel genomen. Vanbuiten zag Telegram eruit als een jongensclub, Doerov had het niet zo op vrouwen als programmeur. 

    Ex-medewerker Anton Rosenberg beschrijft het Telegram-team als een ‘sekte’. Rosenberg zorgde in 2017 voor opschudding door zich te beklagen over zijn ontslag als leidinggevend programmeur. Pavel Doerov kent de meeste medewerkers van Telegram al jaren, zegt Rosenberg in een videogesprek. Het is een samenzweerderige, gesloten gemeenschap waar Doerov het voor het zeggen heeft. 

    In gesprekken met voormalige medewerkers ontstaat het beeld van een directeur die niet wordt gedreven door geld, maar door invloed en wereldwijde erkenning. Doerov wil dat de app een platform is waarmee zo veel mogelijk mensen kunnen communiceren en vrijelijk informatie kunnen uitwisselen. En waar niemand zich mee kan bemoeien, zelfs regeringen niet. Dit beeld wordt gedeeld door verschillende mensen die Doerov hebben gekend.

    ‘In wezen beschouwt Doerov zichzelf als de ingenieur van zijn eigen universum,’ zegt Nikolaj Kononov, auteur van een boek over Doerov. Dat past bij Doerovs fascinatie voor de film The Matrix en de hoofdpersoon daaruit, de hacker Neo. Zijn enthousiasme gaat zo ver dat hij zich op een gegeven moment, net als Neo, geheel in het zwart ging kleden. Toen Doerov in 2001 eindexamen deed, antwoordde hij op de vraag hoe hij zichzelf over tien jaar zag: ‘Ik word een interneticoon.’ 

    Interviews geeft hij inmiddels niet meer. E-mails en berichten van Der Spiegel laten Doerov en de leden van zijn team onbeantwoord, net als een uitvoerige vragenlijst. Naar de buitenwereld communiceert hij uitsluitend via zijn Telegram-kanaal of met sporadische posts op Instagram. De broers hebben een wereldsucces gecreëerd, met Pavel als strateeg en Nikolaj als geniale programmeur op de achtergrond, en ze vormen een goed team. Telegram biedt gebruikersfuncties, zoals vrolijke stickers, vaak eerder en beter aan dan de concurrentie. Lang voor WhatsApp had Telegram al een buitengewoon veilige end-to-endversleuteling, waardoor het een tijdlang de favoriete chatapp van Islamitische Staat zou zijn geweest.

    Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici

    Voor de groei van de afgelopen jaren zijn vooral de groepen en de kanalen erg belangrijk geweest. In de besloten of openbare groepen kunnen maximaal tweehonderdduizend mensen met elkaar chatten. Via de kanalen kunnen beheerders hun berichten aan een onbeperkt aantal leden sturen. Op WhatsApp hebben groepen maximaal 256 leden, wat past bij de strategie van deze Facebookdochter om geen openbare ruimte te willen zijn.

    Deze eigenschappen zorgen ervoor dat Telegram veel meer is dan een messengerdienst voor privécommunicatie. De QuerdenkenBewegung bijvoorbeeld [de Duitse beweging van coronaontkenners en antivaxers] coördineerde haar protestacties in talrijke steden meteen via meerdere Telegram-groepen. Haar oprichter Michael Ballweg noemde de app ‘een van de belangrijke succesfactoren’ van zijn beweging.

    In Duitsland is op Telegram een heel netwerk ontstaan, waar berichten van coronaontkenners, complotdenkers, neonazi’s en extreemrechtse terroristen door elkaar staan. Dat blijkt uit een evaluatie van de online-monitoringorganisatie Cemas, waarover Der Spiegel beschikt. Volgens deze evaluatie was op het Telegram-kanaal van Attila Hildmann [een auteur van veganistische kookboeken die nu vooral actief is als complotdenker] te zien hoe kritiek op de coronamaatregelen via complotverhalen radicaliseerde tot extreemrechtse berichtgeving. Meer dan duizend keer deelde Hildmann content van een kanaal dat overliep van ‘antisemitisme, vernietigingsfantasieën en het verheerlijken van geweld en het nationaalsocialisme’, schrijven de data-analisten. Op het laatst voerde hij op Telegram een hetze tegen de cabaretière Carolin Kebekus, nadat die een satirisch coronalied had uitgebracht met SPD-gezondheidsdeskundige Karl Lauterbach. Een van de leden gaf als commentaar dat Kebekus ‘onder Hitler in een werkkamp terecht zou zijn gekomen’. Drie uur later maakte Hildmann reclame voor kruisbogen. ‘Je hebt het recht je te verdedigen,’ schreef hij en voegde er ook nog een kortingscode voor een webshop aan toe.

    De dinsdagmiddag erna was het kanaal van Hildmann niet meer bereikbaar voor mobiele telefoons die gebruikmaken van een besturingssysteem van Apple of Google.

    Dat zo’n extreemrechts kanaal door Telegram wordt geblokkeerd, is een ‘absolute uitzondering’, zegt Fleming Ipsen van Jugendschutz.net. ‘Dit is voor het eerst dat we een actief en systematisch optreden van Telegram tegen strafbare content konden waarnemen.’

    De deskundigen van Cemas delen dat oordeel. ‘Omdat de beheerders praktisch nooit ingrijpen, is Telegram verworden tot de centrale plek voor complottheorieën en extreemrechtse content op internet,’ zegt Miro Dittrich, die samen met politicoloog Josef Holnburger de data-analyse maakte. Er circuleren zogenaamde dodenlijsten met de namen en soms ook adressen van politici. Na de stemming in de Bondsdag over de coronanoodrem in april duurde het slechts tweeënhalf uur voordat er een ‘dodenlijst’ opdook met de namen van alle afgevaardigden die voor de wet hadden gestemd. ‘Potentiële daders kunnen zich door zulke lijsten gesteund voelen, omdat ze geloven dat de meerderheid achter hen staat,’ zegt Dittrich. Telegram haalt de lijsten niet weg. Ook het kanaal van [r&b-zanger] Xavier Naidoo laat zien hoe vaak er geweld wordt gepredikt. Volgens de analyse heeft deze musicus sinds het begin van de pandemie meer dan honderdvijftig keer content van buitengewoon extremistische kanalen gedeeld. ‘Hun koppen eraf’, wordt gezegd in een door Naidoo gedeelde bijdrage over het Vaticaan, de Verenigde Naties en ‘Joodse vrijmetselaars’.

    Hoe op Telegram terroristen helden kunnen worden, is met name in de Verenigde Staten te zien. Daar wordt op verschillende kanalen de loftrompet gestoken over een 28-jarige inwoner van Texas die onlangs is gearresteerd. Via zijn mobieltje had hij een dreigement verstuurd dat rechercheurs als een urgent gevaar beschouwden. Ze waren ervan overtuigd dat de afzender een massamoord in een Walmart-supermarkt aan het beramen was. In zijn woning troffen ze wapens, munitie en vlaggen met nazisymbolen aan. Coleman B. had zijn Telegram-naam op het laatst zo veranderd dat die leek op de naam van de extreemrechtse massamoordenaar van Christchurch. ‘We hebben het “ondenkbare” nog net kunnen voorkomen,’ zei de verantwoordelijke sheriff. Maar op Telegram betuigden gebruikers hun solidariteit met de verdachte. Dat gebeurde vooral door de groep Injekt Division, die de verdachte kennelijk zelf had opgericht en waarvan hij ‘president’ was. ‘Ik bereid jullie voor op het terrorisme,’ postte hij aan hen. 

    ‘Terrorgram’

    Groepen en incidenten als deze hebben Doerovs app de bijnaam ‘Terrorgram’ bezorgd. Op meerdere kanalen wordt uitgelegd hoe je springstof kunt maken, wapens kunt fabriceren of dodelijk vergif kunt mengen. Een groep die ook een Duitse cel heeft, wordt in de Verenigde Staten in verband gebracht met vijf moorden. Leden van de extreemrechtse terreurgroepen Revolution Chemnitz en Oldschool Society wisselden in een Telegram-groep van gedachten. Anis Amri, die een aanslag pleegde op een kerstmarkt in Berlijn, waarbij twaalf doden vielen, chatte voor zijn daad via de app met IS-terroristen in Libië. 

    Op Telegram is nagenoeg elke denkbare misdaad te vinden die je via internet kunt begaan. Er zijn wapenhandelaars, aanbieders van vals geld en mensen die gehackte data beschikbaar stellen. De ledenaantallen van groepen die communiceren over het manipuleren van de financiële markten lopen soms in de honderdduizenden. Vanwege de talloze drugsgroepen heeft de politie van Berlijn inmiddels een speciale Messenger-eenheid ingesteld en al ruim honderd dealerbendes met soms wel twintigduizend leden geïdentificeerd, alleen al in Berlijn. Anders dan op het darknet, waar kopers de speciale adressen op de zwarte markt moeten kennen, is het verboden aanbod op Telegram vaak moeiteloos te vinden. 

    Officieel zegt Telegram dat illegale content niet is toegestaan, maar daar wordt niet op gehandhaafd, zoals een onderzoek van Jugendschutz.net afgelopen jaar aantoonde. Het ministerie van Binnenlandse Zaken heeft de dienst allang als probleemgeval geclassificeerd. ‘De wet, of het nu de Duitse of de Europese is, lijkt voor deze figuren geen enkele rol te spelen,’ zegt een hooggeplaatste ambtenaar. Als het bedrijf niet meewerkt, is het in extreme gevallen denkbaar dat het platform in Duitsland wordt geblokkeerd. De Duitse minister van Justitie Christine Lambrecht zegt: ‘Geen enkel platform dat in de EU door miljoenen mensen wordt gebruikt, mag zich aan onze rechtsorde onttrekken.’ Ze maakt zich sterk voor een regulering van dergelijke berichtendiensten op EU-niveau.

    Vanuit het oogpunt van de Duitse autoriteiten zou het platform juist in de periode voor de Bondsdagverkiezingen een bron van nepnieuws kunnen zijn, dat ook nog eens massaal wordt verspreid. In repressieve landen is Telegram daarentegen vaak een van de belangrijkste wapens van de prodemocratische beweging, bijvoorbeeld in Hongkong, Iran en Wit-Rusland. Toen in augustus 2020 tienduizenden mensen in Minsk uit protest tegen de verkiezingsfraude de straat op gingen, werd het Telegram-kanaal Nexta het belangrijkste instrument van de beweging. Dictator Aleksandr Loekasjenko liet websites en services dagenlang blokkeren, maar Pavel Doerov zorgde ervoor dat Telegram online bleef. Achter Nexta zat destijds onder anderen de blogger Roman Protasevitsj, de man wiens Ryanair-vlucht onlangs boven Wit-Rusland tot landen werd gedwongen.

    Het gespleten beeld van Telegram werpt de vraag op waar Pavel Doerov nu politiek gezien zelf staat. In het verleden had hij vooral een libertair gezicht: ‘De wereld verandert zo snel dat wetgevers daar niet op kunnen reageren’, schreef hij. In de eenentwintigste eeuw was het volgens hem daarom maar beter om in het geheel niet te reguleren. Dat past in zijn praktijk om illegale en extremistische content vergaand te accepteren en zich openlijk te verzetten tegen alle pogingen tot censuur. Zijn vroegere medewerker Anton Rosenberg gelooft dat er vooral financiële overwegingen achter zitten: ‘De strijd voor de vrijheid verkoopt goed en brengt nieuwe gebruikers binnen.’ In feite heeft Doerov altijd geprobeerd zich buiten de politiek te houden, zeggen andere mensen die hem kennen. ‘Neutraal’ blijven, noemt Ilja Perekopskij dat, zijn jarenlange collega en huidige plaatsvervanger bij Telegram. Ook toen de Russische oppositie Doerov in 2011 als haar held zag omdat hij zich publiekelijk tegen de FSB had gekeerd, zou hij dat vooral uit zakelijk oogpunt hebben gedaan: om geen gebruikers aan de concurrentie te verliezen.

    Hij liet biljetten van 5000 roebel uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping neerdwarrelen

    Hoe het met de financiën van Telegram is gesteld, blijft Doerovs geheim. Duidelijk is dat hij voor de app enorme kosten heeft gemaakt: tot 2017 had hij, volledig uit zijn privévermogen, 218 miljoen dollar geïnvesteerd, verklaarde hij in zijn videoboodschap. De verkoop van de resterende aandelen in VKontakte heeft hem volgens schattingen tussen de 300 en 400 miljoen dollar opgeleverd. Op zijn achtentwintigste beschikte Doerov naar eigen zeggen al over ‘honderden miljoenen’. ‘Ook al heeft me dat niet gelukkig gemaakt’, merkte hij in een van zijn blogs op. In zijn tijd bij VKontakte smeet hij nog letterlijk met geld. Samen met Perekopskij liet hij biljetten van 5000 roebel, destijds omgerekend 124 dollar, neerdwarrelen uit de ramen van zijn kantoor op de zesde verdieping van het prachtige Singergebouw, in het centrum van Sint-Petersburg. Oud-medewerker Rosenberg weet het nog goed. Het was de verjaardag van de stad en er waren veel mensen op straat. ‘Eerst gooiden ze de biljetten gewoon uit het raam, maar door de wind bleven die aan de ornamenten van de gevel hangen. Daarom maakten ze er vliegtuigjes van die naar beneden zeilden.’ De actie veroorzaakte veel tumult, en het logo van Telegram herinnert ons er nog altijd aan: een wit, papieren vliegtuigje, dat voor het idee van vrijheid heet te staan.

    Digitale munt

    In 2017 zetten de gebroeders Doerov vaart achter een gewaagd plan dat Telegram inkomsten moest opleveren zonder hun belofte van een gratis en advertentievrije app te breken. De dienst moest een eigen digitale munt krijgen en een blockchainsysteem dat Telegram Open Network heette, afgekort TON. Gebruikers moesten via de app geld aan elkaar kunnen overmaken en betalingen voor aankopen kunnen doen. Daarvoor haalde het team bij investeerders een bedrag van 1,7 miljard dollar op. Tot de belangstellenden behoorden Russische oligarchen, een fonds van Roman Abramovitsj en ook de inmiddels voortvluchtige manager van [het Duitse onlinebetaalsysteem] Wirecard, Jan Marsalek. Die was een uitgesproken fan van Telegram en verstuurde er gepersonaliseerde stickers met zijn eigen konterfeitsel mee. 

    Telegram had nauwe contacten met het door schandalen achtervolgde Duitse bedrijf. In Dubai hielden de twee bedrijven kantoor in dezelfde toren. In april 2019 kondigde Wirecard officieel aan met [ontwikkelaar] TON Labs te gaan samenwerken. In een mail aan zijn medewerkers schreef de toenmalige ceo van Wirecard, Markus Braun, dat het ‘in potentie een van de grootste deals uit onze geschiedenis’ was. Van echte samenwerking of gezamenlijke voorstellen is het nooit gekomen, vertelt een leidinggevende van TON Labs aan Der Spiegel. Hij had de naam Marsalek horen noemen, maar de man zelf had hij nooit ontmoet, er waren contacten op ontwikkelaarsniveau geweest. Alle gezamenlijke plannen met de Duitsers werden in oktober 2019 afgeblazen.

    De mislukte cryptovaluta-onderneming is wellicht het grootste fiasco van de gebroeders Doerov. De Amerikaanse toezichthouder SEC verordonneerde in oktober 2019 een onmiddellijke verkoopstop van de Telegram-valuta, de autoriteiten veroordeelden de verkoop als een illegale beursgang via de achterdeur. Telegram bestempelde dat als ‘onlogisch en volstrekt onnodig’, maar de rechter maakte het besluit niet ongedaan. Telegram moest zelfs een boete van 18,5 miljoen dollar betalen.

    Terwijl het met het zelfgecreëerde digitale geld niet lukte, verwierf Telegram in maart inkomstem met traditionele methoden: het gaf voor meer dan een miljard dollar aan leningen uit. Bovendien deden in Russische media geruchten de ronde over een mogelijke beursgang, met speculaties over een marktwaarde van 30 tot 50 miljard dollar. Ook zou er binnenkort reclame komen, weliswaar alleen in openbare kanalen en niet in privéchats. 

    Mogelijkerwijs zal het kapitaal de koers van de dienst meer bepalen dan alle politieke pogingen tot regulering. Voor adverteerders en investeerders is een beschaafde omgeving een voorwaarde. Ook kan Doerov niet helemaal om Apple en Google heen, want hij heeft hun appstores nodig om relevant te blijven. Wat Telegram anders te wachten staat, is te zien aan de chatapp Parler. Via die app werd de bestorming van het Capitool georganiseerd. In januari hebben Google en Apple Parler uit hun appstores gegooid, en daarmee de app van zijn bereik en betekenis beroofd. Zover zal Pavel Doerov het vast niet laten komen.

  • Het mysterieuze fortuin van een vrouw uit het gevolg van Poetin en Lavrov

    Het mysterieuze fortuin van een vrouw uit het gevolg van Poetin en Lavrov

    OCCRP, het internationale onderzoeksjournalistieke platform naar georganiseerde misdaad en corruptie, deed onderzoek naar een anonieme vrouw uit de zeer naaste omgeving van Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, en bracht haar mysterieuze miljoenenbezit in kaart.

    De vrouw sprong voor het eerst in het oog tijdens een bijzondere bijeenkomst waarbij behalve Sergej Lavrov ook Vladimir Poetin aanwezig was, aldus OCCRP.

    ‘Uwe Heiligheid! Lieve vrienden! Ik heb meer dan ooit zin om vandaag te spreken’, sprak Sergej Lavrov, de Russische minister van Buitenlandse Zaken, op 8 december 2014. “Omdat het niet om werk gaat, maar om een oproep vanuit het hart.” Staande bij het altaar, omringd door priesters in met goud versierde gewaden, sprak Lavrov patriarch Kirill en andere kerk- en lekenfunctionarissen toe tijdens een uitgebreide inwijdingsceremonie‘, aldus het artikel van Roman Anin, Dmitri Velikovski en Roman Romanovski.

    Lavrov sprak in de kerk van St. Sergius van Radonezj, in de buurt van het oude tsaristische landgoed van Tsarskoe Selo, die was herbouwd na verwoestingen in het Sovjettijdperk. Lavrov, die zelden veel emotie toont in zijn openbare optredens, zei ontroerd te zijn dat hij was gevraagd om de raad van toezicht van de kerk te mogen gaan leiden.

    Tijdens hun bezoek werden Lavrov en Poetin vergezeld van een onbekende vrouw, gekleed in een zwarte mantel en een witte sjaal

    Ook president Vladimir Poetin was aanwezig. De Russische leider kreeg een rondleiding door de kerk, vergezeld van Lavrov, de patriarch, en een vertegenwoordiger van het kerkmuseum, en bewonderde een uniform gedragen door keizer Nicolaas II en andere historische voorwerpen. Dat was allemaal niet zo uitzonderlijk, maar een YouTube-video van het evenement, geplaatst door de Russisch-orthodoxe kerk, onthult een opmerkelijk detail dat de interesse van journalisten wekte. 

    Tijdens hun bezoek werden Lavrov en Poetin vergezeld van een onbekende vrouw, gekleed in een zwarte mantel en een witte sjaal. Haar identiteit werd niet veel later onthuld toen de patriarch haar een onderscheiding uitreikte voor haar hulp bij het herstel van de kerk.

    De vrouw werd door een geestelijke aangekondigd als ‘Svetlana Aleksandrovna Poljakova, medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken van de Russische Federatie’, en zij werd onderscheiden ‘met de Orde van de Russisch-orthodoxe kerk van St. Euphrosyne, Groothertogin van Moskou’. 

    Deze Svetlana Poljakova is, zo blijkt uit het onderzoek door OCCRP, niet zomaar een medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    Lavrov en Polyakova

    Poljakova heeft al jarenlang, aldus een bron die dicht bij een ambtenaar van het ministerie staat, een zeer nauwe relatie met Lavrov. Verslaggevers ontdekten dat ze, naast haar aanwezigheid in de kerk van St. Sergius, ook met Lavrov naar Sotsji en Sint-Petersburg is gereisd. Ze verschijnt zelfs onder zijn achternaam in adresboeken van mobiele telefoons.

    Ze bezit daarnaast aanzienlijke activa, die voor een ‘gewone’ medewerker van het ministerie van Buitenlandse Zaken vrijwel zeker niet zijn weggelegd. Uit verschillende eigendomspapieren blijkt dat zij en haar familie onroerend goed bezitten in Rusland en Groot-Brittannië, met een totale waarde van ongeveer 1 miljard roebel, zo’n 11,5 miljoen euro. 

    De decennialange diplomatieke carrière van Sergej Lavrov begon in de vroege jaren zeventig, toen hij op de Sovjet-ambassade in Sri Lanka werkzaam was. Tussen 1994 en 2004 leidde hij de permanente missie van Rusland bij de Verenigde Naties. Daarna werd hij benoemd tot minister van Buitenlandse Zaken, een functie die hij na zventien jaar nog steeds bekleed.

    De 71-jarige Lavrov staat bekend om zijn harde en meedogenloze promotie van de belangen van de Russische regering op het wereldtoneel en hij is een van de populairste en langst dienende ministers van het land. Hondstrouw aan Poetin dus.

    De inwijdingsceremonie.

    Om die reden vroeg de Russische president hem dan ook te figureren op de lijst van de regerende partij Verenigd Rusland voor de Doema-verkiezingen die van 17 tot 19 september werden gehouden. Bij de aanvaarding van zijn kandidatuur eerder dit jaar zei Lavrov: ‘Ik beschouw dit aanbod van de president als een eer.’

    De verkiezingen werden geheel volgens verwachting, te midden van een stroom aan berichten over verkiezingsfraude, met 50 procent van de stemmen gewonnen door Poetins partij. 

    Lavrov is getrouwd en heeft een dochter. Uit zijn jaarlijkse inkomensverklaringen, die hij als topfunctionaris moet indienen, blijkt dat het paar de afgelopen vijf jaar jaarlijks tussen de zes en tien miljoen roebel, tussen de 85.000 en 115.000 euro, verdiende.

    The Insider, een onafhankelijk nieuwskanaal dat door de Russische regering eerder dit jaar tot ‘buitenlandse agent’ werd verklaard, berichtte dat de minister van Buitenlandse Zaken onroerend goed bezit ter waarde van meer dan 600 miljoen roebel, zo’n 7 miljoen euro, hetgeen moeilijk valt te rijmen het inkomen dat door hem is opgegeven.

    Invloed

    Maar zijn bezittingen verbleken als ze worden vergeleken met de eigendommen in het bezit van zijn metgezel, BuZa-‘medewerker’ Svetlana Poljakova, waarvan de journalisten van OCCRP nu het doopceel hebben gelicht. Volgens IStories, de Russische partner van OCCRP, dat met de bron van BuZa sprak over haar hechte en langdurige relatie met Lavrov, heeft Poljakova inmiddels aanzienlijke invloed op het ministerie.

    Lange tijd konden verslaggevers Poljakova nog steeds niet identificeren omdat ze haar patroniem, haar achternaam van vaderskant, niet wisten, totdat die werd onthuld op de YouTube-video van de inwijdingsceremonie. Het feit dat Poljakova rondliep in de kerk met de elitegroep van Lavrov en Poetin, suggereert dat ze een speciale status heeft. Om bij dergelijke gelegenheden dichtbij de president te mogen verschijnen, vereist vele stadia en stappen van goedkeuring.

    Met haar volledige naam konden verslaggevers ook het telefoonnummer van Poljakova opsporen. Vervolgens gebruikten ze een app die telefoonnummers koppelt aan namen in contactlijsten op mobiele telefoons, en ze ontdekten dat ze bij verschillende mensen vermeldt stond als ‘Svetlana Lavrova’ of ‘Lavrova Svetlana’, hoewel ze nooit officieel de achternaam van de minister heeft gehad. Een check bevestigde de betrouwbaarheid van de app: alvorens het telefoonnummer van Poljakova te controleren, controleerden verslaggevers hun eigen nummer en de app toonde hun mobiele nummers in de telefoonboeken van anderen met de juiste voor- en achternamen.

    Verder bewijs van de relatie tussen Lavrov en Poljakova komt van een bron die toegang heeft tot een database met vluchtgegevens. Daaruit blijkt dat Poljakova minstens drie keer met Lavrov reisde: één keer van Moskou naar Sotsji en één keer van Moskou naar Sint-Petersburg en terug. 

    Verslaggevers van IStories vergeleken de betrouwbaarheid van deze database op dezelfde manier als die van de telefoonapp, door informatie over eigen vluchten, data, routes en reisgenoten te controleren. Die informatie was correct maar niet uitputtend, dus mogelijk deelde Poljakova meer vluchten met Lavrov dan uit de database blijkt.

    Bescheiden bedrijven, onbescheiden rijkdom

    Naast haar werk bij het ministerie van Buitenlandse Zaken blijkt Poljakova verschillende andere bronnen van inkomsten te hebben gehad. Uit zakelijke gegevens blijkt dat ze tot 2012 mede-eigenaar was van Consul, een restaurant in de diplomatieke academie van het ministerie van Buitenlandse Zaken in het centrum van Moskou.

    Het restaurant kreeg staatscontracten om maaltijden te verstrekken aan studenten, docenten en bezoekende buitenlandse diplomaten. Maar volgens de financiële gegevens was het bedrijf niet bijzonder winstgevend. In de vijf jaar tussen 2015 en 2020 bedroeg de totale omzet slechts 120 miljoen roebel (1,36 miljoen euro).

    Poljakova had verschillende andere bedrijven die vermeld stonden als restaurantbedrijven, maar ook die leverden volgens financiële rapporten geen hoge inkomsten op. Desondanks bezit ze volgens Russische eigendomsgegevens onroerend goed met een geschatte waarde van ongeveer 1 miljard roebel. 

    Daaronder bevindt zich een appartement van 260 vierkante meter in een wooncomplex in het centrum van Moskou genaamd Pretsjistenka 13, gelegen in het zogenaamde ‘Gouden Mijl’-gebied, waar enkele van de duurste appartementen van de stad zijn gevestigd. Tot de bewoners van Pretsjistenka 13 behoren naar verluidt familieleden van invloedrijke zakenlieden en functionarissen, evenals Leonid Michelson, een van de rijkste mensen van Rusland. Een appartement met bijna dezelfde grootte als dat van Poljakova in hetzelfde gebouw, staat momenteel te koop voor meer dan 700 miljoen roebel, ruim 8 miljoen euro.

    In de badplaats Sotsji bezit Poljakova ook een appartement in een gebouw voor de elite ter waarde van ongeveer 50 miljoen roebel (580.000 euro) en in een dorp in de buurt van Moskou is ze eigenaresse van een huis met een waarde van ongeveer 57 miljoen roebel (660.000 euro).

    IStories beschikt ook over een document waaruit blijkt dat de familie van Poljakova een vloot luxe auto’s bezit. Zij en haar moeder bezitten drie peperdure Mercedes-Benz-voertuigen ter waarde van in totaal ongeveer 40 miljoen roebel (464.000 euro), evenals een Porsche. Poljakova bezat tot 2016 ook een Bentley.

    En dan is er nog het opmerkelijke bezit van haar 26-jarige dochter Polina, die studeerde aan de Imperial College Business School in Londen. Polina is eigenaar van het bedrijf PPK Investments Ltd, dat staat geregistreerd op een adres in Kensington, een van de duurste wijken van de Britse hoofdstad. De hoofdactiviteit van het bedrijf is aankoop en verkoop van onroerend goed.

    In 2016 huurde Polina voor 999 jaar een appartement in datzelfde gebouw, een veel voorkomende vorm van indirect vastgoedbezit in het Verenigd Koninkrijk. Ze betaalde 4,4 miljoen Britse ponden (5,15 miljoen euro) voor de huurovereenkomst. Op dat moment was ze net eenentwintig jaar oud.

    Nadat ze al deze gegevens boven water hadden gekregen resteerde voor de journalisten van OCCRP de vraag: hoe komt Poljakova en haar familie aan dit miljoenenbezit? Noch Poljakova, noch het ministerie van Buitenlandse Zaken wilde reageren op verzoeken van de journalisten om commentaar.

  • De zaak-Tampa: hoever mag de FBI gaan?

    De zaak-Tampa: hoever mag de FBI gaan?

    De Amerikaanse FBI hield vorig jaar ruim vierhonderd uur een man in Florida in de gaten met spionagevliegtuigen – zonder gerechtelijke toestemming. Centraal in de rechtszaak staat een fundamentele kwestie: in hoeverre is de politie geoorloofd de bewegingen van een verdachte te volgen?

    ‘Deze surveillance vanuit de lucht, beschreven in stukken die eind augustus bij een Amerikaanse federale rechtbank werden ingediend, toont voor het eerst de mogelijkheden waarover die de FBI beschikt om met behulp van vliegtuigen langdurig toezicht te houden op één persoon.’ Dat schrijft Trevor Aaronson in een artikel voor The Intercept, waarin hij een Amerikaanse rechtszaak bespreekt tegen een man die wordt verdacht aanhanger van IS te zijn.

    ‘De vloot van FBI-vliegtuigen, vaak kleine luchtvaartuigen, is uitgerust met hightech videocamera’s en volgapparatuur die bekend staat als “celsite-simulators”. Daarmee worden mobiele telefoons misleid om verbinding te maken met apparatuur van de FBI in plaats van met legitieme gsm-masten,’ aldus Aaronson.

    De onthullingen over deze extreme vorm van surveillance kwamen aan het licht in een rechtszaak tegen Muhammed Momtaz Alazhari, vermeend aanhanger van Islamitische Staat, die volgens federale aanklagers een terroristische aanslag beraamde in het gebied rond Tampa Bay. Alazhari pleitte onschuldig aan een aanklacht van materiële steun aan terroristen en twee aanklachten wegens vuurwapenbezit.

    Geen toestemming

    Samuel Landes, de pro-Deoadvocaat van Alazhari, heeft een klacht ingediend over de zaak. Landes vindt dat de luchtsurveillance van de FBI een vorm van illegale huiszoeking is waarvoor geen toestemming werd aangevraagd en hij stelt dat de informatie die uit deze surveillance is verkregen, mogelijk is gebruikt om informanten te werven en de aanvraag tot huiszoeking te rechtvaardigen. ‘De surveillance is onredelijk omdat hij werd uitgevoerd zonder een bevel’, aldus Landes. ‘Uiteindelijk kan de regering niet aantonen dat bewijzen niet zijn verkregen door de illegale surveillance vanuit de lucht.’

    ‘Het zou me verbazen als dit het enige geval is’

    Wetshandhavers hebben geen bevel nodig om een criminele verdachte te surveilleren vanuit een auto, maar het Amerikaanse Hooggerechtshof oordeelt dat een bevel tot huiszoeking wel is vereist voor surveillances waarbij technologie wordt gebruikt waarmee de politie álle bewegingen van een verdachte kan volgen. Daarom kan de zaak in Florida gevolgen hebben voor de slagkracht van de FBI om bij toekomstige onderzoeken geheime spionagevliegtuigen te gebruiken.

    ‘Deze zaak laat zien hoe ver de regering wil gaan om het argument door te drukken dat het vierde amendement [de grondwettelijke bescherming van burgers tegen onredelijke huiszoekingen en inbeslagnames door de overheid] niet van toepassing is op observatie van jou in het openbaar’, zegt Brett Max Kaufman, advocaat van ACLU, het Amerikaanse centrum voor burgerlijke vrijheden. ‘Het zou me verbazen als dit het enige geval is waarin ze een dergelijke vorm van surveillance op één persoon hebben losgelaten, en ik betwijfel of dit de laatste keer is dat we hierover zullen horen.’

    FBI-spionagevliegtuigen

    Dat de FBI surveilleert met met spionagevliegtuigen kwam in 2015 aan het licht bij protesten in Baltimore nadat Freddie Gray overleed in politiehechtenis. Op verzoek van de politie van Baltimore stuurde de FBI Cessna-vliegtuigen de lucht in die van 29 april tot 3 mei 2015 de menigte in de gaten te hielden. Een jaar later maakte de FBI die videobeelden openbaar.

    Zowel Associated Press als BuzzFeed News meldden destijds dat het spionageprogramma met vliegtuigen landelijk door de FBI werd ingezet en dat er meer dan honderd Cessna-vliegtuigen in gebruik waren. Uit de registratiegegevens van de Federal Aviation Administration blijkt dat veel van deze vliegtuigen eigendom waren van wat leek op bedrijven die door de FBI als dekmantel werden gebruikt, zoals KQM Aviation en PXW Services. Aan de kant van de piloot zijn aan de onderzijde van de vliegtuigen bewakingscamera’s gemonteerd en piloten vliegen patronen tegen de klok in om die camera constant op hun doelen gericht te houden.

    ‘Het luchtvaartprogramma van de FBI is niet geheim’, was het antwoord van FBI-woordvoerder Christopher Allen in 2015 op vragen van Associated Press. ‘Maar specifieke vliegtuigen en hun mogelijkheden worden geheim gehouden vanwege operationele veiligheidsdoeleinden.’

    Uit een analyse van Buzzfeed met behulp van gegevens van Flightradar24, een site waarmee vluchten gevolgd kunnen worden, bleek dat de FBI ook spionagevliegtuigen gebruikte na de schietpartij in San Bernardino in 2015, waarbij Syed Rizwan Farook en zijn vrouw Tashfeen Malik veertien mensen doodden en tweeëntwintig verwondden op een bedrijfsfeest. Twee vliegtuigen cirkelden rond de plek van de schietpartij, meldde BuzzFeed, en de week daarop toonden vluchtgegevens aan dat drie verschillende FBI-vliegtuigen hadden rondgecirkeld rond de moskee die door Farook werd bezocht.

    Tot nu toe was echter niet duidelijk hoe de FBI haar vloot spionagevliegtuigen kan gebruiken tegen een individuele verdachte.

    De zaak-Tampa

    In mei 2019 raakte de FBI geïnteresseerd in Alazhari, een medewerker van Home Depot die toen 23 jaar oud was, nadat er aanwijzingen waren opgedoken dat hij naar IS-propaganda keek en positief sprak over de terroristische groepering, aldus de autoriteiten in de gerechtelijke dossiers. Federale agenten vernamen ook dat Alazhari in 2015 in Saoedi-Arabië was veroordeeld op beschuldiging dat hij van plan was naar Syrië te reizen om zich aan te sluiten bij Jaysh al-Islam, een islamitische militante groepering die juist tegenover IS stond.

    Alazhari zou in april 2020 hebben geprobeerd een wapen te kopen op eBay. De FBI nam toen het account van de eBay-verkoper over en een undercoveragent begon rechtstreeks met Alazhari te communiceren. Alazhari vertelde de undercoveragent dat hij al verschillende wapens had, waaronder een uzi, die hij mogelijk wilde verkopen. ‘Wat eigenlijk echt cool is aan deze Uzi, is dat hij echt heel nauwkeurig is’, zei Alazhari tegen de agent. Alazhari besprak ook de mogelijke aankoop van een AK-47 van de undercoveragent, die hij wilde omvormen tot volautomatisch wapen.

    In totaal hield de FBI Alazhari bijna 429 uur vanuit de lucht in de gaten

    De bijna constante FBI-surveillance van Alazhari vanuit de lucht gebeurde terwijl hij aan het communiceren was met de undercoveragent die zich voordeed als de eBay-verkoper. Van 18 april 2020 tot 12 mei 2020 hield de FBI Alazhari elke dag, met uitzondering van één dag, vanuit de lucht in de gaten, uiteenlopend van twee uur tot maar liefst twintig uur per dag.

    In totaal hield de FBI Alazhari bijna 429 uur vanuit de lucht in de gaten. Een deel van deze surveillance resulteerde in bewijs dat de regering tegen Alazhari heeft ingediend, waaronder beelden waarvan het ministerie van Justitie beweert dat Alazhari ‘doelen verkent voor een mogelijke grootschalige schietpartij’. Toch volgden de vliegtuigen van de FBI Alazhari vooral tijdens zijn dagelijkse bezigheden. Zo werd hij gevolgd op uitstapjes naar Honeymoon Island State Park, voor de westkust van Florida, en naar Orlando.

    De vliegtuigen volgden Alazhari tijdens alledaagse handelingen en gebeurtenissen, zoals het ophalen van post uit zijn brievenbus, het bezoeken van zijn zus, een bezoek aan de spoedeisende hulp en zelfs een keer toen hij zich inschreef bij een instelling voor psychiatrische patiënten. De enige dag waarop de FBI Alazhari tijdens deze periode niet vanuit de lucht in de gaten hield, was de dag waarop hij geestelijke gezondheidszorg kreeg.

    Om Alazhari in de gaten te houden, gebruikte de FBI een roterend systeem van vliegtuigen, waarbij steeds een nieuw vliegtuig opsteeg als een ander vliegtuig was geland. De camera’s van de vliegtuigen konden ver genoeg inzoomen om mensen op de grond te identificeren en konden schakelen tussen verschillende instellingen, waaronder een modus die hitte herkende en zo mensen kon ontwaren die aan het zicht werden onttrokken door bomen of andere objecten.

    ‘De surveillance klinkt als het geraaskal van een paranoïde schizofreen’

    De FBI gebruikte minstens negen vliegtuigen om Alazhari in de gaten te houden; een feit dat de advocaat van Alazhari kon vaststellen aan de hand van de bestandsnamen van de video’s van de FBI, die aan de verdediging zijn overhandigd in de strafzaak. Elk van de bestandsnamen bevatte wat de advocaat beschreef als ‘een schijnbaar betekenisloos alfanumeriek patroon’. Die alfanumerieke aanduidingen zijn de staartnummers van de FBI-vliegtuigen.

    De gegevens van de Amerikaanse luchtvaartautoriteiten laten zien dat de vliegtuigen zijn geregistreerd bij wat lijkt op bedrijven die de FBI als dekmantel gebruikt, zoals RKT Productions, KQM Aviation, NG Research, OBR Leasing en PSL Surveys. Een van de vliegtuigen die werd gebruikt om Alazhari te bewaken, een Cessna 182T met het staartnummer N404KR, werd ook door de FBI gebruikt in Californië in de dagen na de schietpartij in San Bernardino.

    ‘De surveillance klinkt als het geraaskal van een paranoïde schizofreen’, schreef Landes, de advocaat van Alazhari, in het dossier waarin hij de wettigheid van deze surveillance vanuit de lucht betwist, en waarin hij verklaart waarom de rechtbank de surveillance moet beschouwen als onwettige huiszoeking. ‘De samenleving is bereid om de volkomen normale aanname van de heer Alazhari, dat hij niet constant van bovenaf door de FBI mocht worden bekeken, te erkennen als redelijk.’

  • Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    Waarom we niet bang moeten zijn voor eenzaamheid

    De mens heeft contact met anderen nodig om te kunnen overleven. Toch is het allesbehalve nutteloos om soms alleen te zijn, zegt Maggie Jackson. ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop.’

    Halverwege zijn eerste ruimtewandeling voelt astronaut John Herrington zich plots onvoorstelbaar alleen. Het is twee dagen voor Thanksgiving in 2002, en hij is bezig apparatuur aan de achterzijde van het Internationale Ruimtestation (ISS) te controleren. ‘Ik ben aan het eind, aan de rand van het ruimtestation,’ zegt hij. ‘Ik kan mijn collega-ruimtewandelaar niet zien, hij is ergens anders bezig. Ik ben alles wat er is.’

    Zich vastklampend aan een vaartuig dat zich ruim 380 kilometer boven de aarde bevindt en er met een snelheid van ruim 28.000 kilometer per uur omheen cirkelt, is Herrington op dat moment de meest vooruitgeschoven menselijke post in het universum. Hij heeft net een boutenstelsel op de draagconstructie ‘P1’ getest. En dan draait hij zich om en ziet hij niet de aarde, maar de oneindigheid die zich voorbij die aarde uitstrekt. En beseft, zo weet hij later nog: ‘Er zit niets tussen mij en wat het ook mag zijn wat daar nog meer is’.

    ‘Laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop’

    Momenten van schrikbarende eenzaamheid overvallen astronauten vaak op hun ruimtewandelingen. Ze verscherpen het bewustzijn, roepen nieuwsgierigheid, opwinding en soms vrees op. Juist dan dringen de adembenemende nieuwe perspectieven van een verblijf in de ruimte zich het meest op, zo zeggen ze. 

    Herrington vertelde me dat hij er een punt van had gemaakt om op dat soort momenten even iedere activiteit te staken, zodat hij alles in zich kon opnemen. Hij deed dat op advies van een mentor, een astronaut die zeven shuttlevluchten op zijn naam had staan. Ervaren astronauten drukken het nieuwe collega’s dikwijls op het hart, soms schrijven ze het hun ondergeschikten zelfs voor: zet dat moordende, perfectionistische NASA-werktempo een minuutje of twee van je af, laat die inktzwarte uitgestrektheid en oneindige stilte op je inwerken en bezin je daarop. 

    Tegenwoordig klampen we ons vast aan technologieën die veel meer doen dan ons ondersteunen in onze dagelijkse bezigheden. Onze apparaten versplinteren onze tijd en onze geest. Ze eisen onze aandacht op met verleidelijke, verslavende, gokautomaatachtige uitbarstingen van meldingen, uitnodigingen en likes. De gelijktijdigheid van ‘zijn’ en ‘doen’ die uitvinders in het onheuglijke tijdperk van telefoon en pc bewerkstelligden, heeft plaatsgemaakt voor een luidruchtige verscheidenheid en de ongekende nieuwe mogelijkheid dat we eenzaamheid volledig uit ons leven kunnen bannen. 

    Alleen zijn, en dan vooral met onze gedachten, is nooit erg gemakkelijk geweest voor een sociaal dier als de mens, dat contact met anderen nodig heeft om te kunnen overleven. Maar als we die momenten van alleen zijn afdoen als nutteloos of als iets waarvoor je wel of niet kunt kiezen, begaan we een dure fout. Eenzaamheid is de bakermat van het bezinningsproces.

    Digitale detox

    Enkele jaren geleden onderwierp ik een aantal studenten van een grote Amerikaanse universiteit een paar dagen lang aan een experiment dat destijds nieuw was: een digitale detox van 24 uur. De iPhone bestond nog maar een paar jaar, maar jongeren van rond de twintig waren toen al zo’n acht uur per dag ingelogd, en vaak op meerdere apparaten tegelijk. De meeste studenten faalden in hun opdracht, soms al na enkele uren, en zaten daar vaak niet eens mee. Velen die ik sprak voegden mij koeltjes toe dat technologie een niet weg te denken plaats innam in hun leven. Wat me het meest opviel was hoezeer ze van streek raakten als ze ook maar heel even niet verbonden waren. Dan voelden ze zich kwetsbaar en onbeschermd: als ze opstonden, over de campus liepen, naar een lezing luisterden of gingen slapen. ‘Ik had niets te doen, niemand om mee te praten,’ zei een student over een half uurtje offline autorijden.

    Toch vingen sommigen wel een glimp op van een andere wereld achter de flikkering en het kabaal van hun eigen universumpje. Mike, een ouderejaars, vertelde me dat hij een ochtend in zijn eentje aanvankelijk weliswaar als ‘griezelig’ ervoer, maar dat die hem toch de gelegenheid bood om orde te scheppen in de chaos van zijn gedachten over de vraag of hij wel of niet moest intrekken bij zijn vriendin. ‘Ik kon de positieve en negatieve kanten van de situatie goed op een rij zetten en afwegen.’ 

    In de klas merkte student Brian op dat hij tijdens de opdracht kon horen wat er in zijn hoofd omging. Dat was wel anders wanneer hij aan het gamen was of muziek speelde. De docent hoorde dit met verbazing aan. Later begaf ik me naar een deel van de campus waar men bezig was een stiltetuin aan te leggen. ‘Nu zo veel mensen overvolle agenda’s hebben en de wereld een beetje brozer lijkt, is het moeilijk de tijd – laat staan een plek – te vinden om na te denken,’ stond op een flyer die ik daar vond. T.S. Eliots’ klacht uit zijn Four Quartets kwam in me op: ‘We had the experience but missed the meaning.’ (‘We hadden de ervaring maar misten de betekenis.’)

    ‘Zware multitaskers’ hebben moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even

    In dit tijdperk van jagen en jachten nemen we niet alles meer goed in ons op. Diepgang schiet er vaak bij in. Veel over het effect van technologie op het denken is nog onbekend, maar er begint zich wel een groeiende wetenschappelijke consensus te vormen. ‘Door ons op al die moderne apparaten te verlaten, leren en onthouden we minder van onze ervaringen,’ zo luidt de recente conclusie van cognitief wetenschapper Jason Chein en collega’s. Degenen die moderne mediaconsumptie met hun dagelijkse routine verweven – die bijvoorbeeld tijdens hun werk naar een wedstrijd kijken of sms’en – zijn minder goed in staat om afleiding weg te filteren en te herkennen wat relevant is in hun omgeving, dan mensen die niet meer dan een of twee dingen tegelijk doen. 

    ‘Zware multitaskers’ hebben ook moeite om dingen te onthouden, al is het maar voor even – waarschijnlijk komt dat door voortdurende verlies van aandacht, zo menen veel wetenschappers tegenwoordig. Met andere woorden: het is niet zo dat mensen die veel ballen in de lucht houden zich op sommige zaken beter kunnen concentreren dan op andere. Ze houden geen enkele bal goed in de gaten. Het leven raast grotendeels ongemerkt aan hen voorbij.

    Achter de drukke werkzaamheden bevindt zich echter geen leegte, maar een kwetsbare ruimte die door eenzaamheid wordt beschermd en gekoesterd. Een ruimte waar een hogere vorm van denken de kans heeft te ontkiemen. Probeer je eens in te denken hoe het zou zijn als je je telefoon uitzette, de deur achter je sloot, een wandeling ging maken, deel werd van je omgeving en jezelf daarmee de kans gaf om door je eigen gedachten te waden.

    Dit is het soort fysiek alleen zijn dat we meestal gelijkstellen aan eenzaamheid. Maar dat is niet het hele verhaal.

    Mentale opschoning

    Stel je de geestelijke toestand voor die je nodig hebt om je volledig te kunnen wijden aan een lastig probleem of om heel even door een hemelbestormend inzicht te worden getroffen. Een toestand die ik cognitieve eenzaamheid noem, en die voortvloeit uit een mengeling van concentratie, doorzettingsvermogen en ‘bereidheid’, of wat de filosoof John Dewey wholeheartedness noemt, een soort onvoorwaardelijke overgave. Het resultaat is een mentale opschoning die de weg vrijmaakt voor het spel van verdiepend denken.

    Misschien stelt deze toestand ons in staat ‘te vinden wat er in onze gedachten sluimert’, en daarop voort te borduren, zegt filosoof Nathan Ballantyne, auteur van Knowing Our Limits. Mensen kunnen niet alleen goed werken in een lawaaierig café omdat ze een tafeltje in een stil hoekje hebben uitgezocht, of omdat ze in die omgeving anoniem kunnen zijn, maar ook omdat ze bereid zijn alleen te zijn met hun gedachten. Een arts die in de operatiekamer op een probleem stuit, houdt vaak haar handen even stil en maant haar team tot kalmte, zodat ze haar geest volledig op het probleem kan richten. Alleen door periodes van fysieke en cognitieve eenzaamheid in ere te houden, kunnen we blijvend betekenis ontlenen aan de onrust en verwarring die onze dagen tekenen.

    Kort na de opwindende tijden van het Apollo-programma in de jaren zestig kwamen bemande ruimtemissies onder vuur te liggen. Robots konden het werk wel doen, stelden velen. Astronauten waren veredelde reparateurs en vlaggenplanters, aldus critici. Maar de astronauten zelf betoogden met passie dat de wereld een diepgevoelde en doordachte menselijke kijk op het universum nodig had en dat ze tijd in de ruimte benutten om tot dergelijke bezinningsmomenten te komen. ‘Ze realiseren zich dat ze zich in een unieke situatie bevinden en willen daar gebruik van maken’, zegt Frank White, auteur van The Overview Effect: Space Exploration and Human Evolution. ‘Ze bekijken de hele kosmos op een andere, nieuwe manier.’ Het is een zienswijze die velen binnen de NASA zijn gaan respecteren. 

    John Herringtons geplande terugkeer naar de aarde werd vertraagd door lage bewolking die de spaceshuttle drie dagen in een baan om de aarde hield. Zo kreeg hij een onverwachte vakantie in de ruimte. Elke dag ging hij, nu zijn taken waren volbracht, in zijn eentje naar het vliegdek van de shuttle, deed de lichten uit, zweefde, keek naar de aarde en sterren en verwonderde zich over een kosmos die de mens nog maar net is begonnen te verkennen. Momenten dat er niets is tussen ons en ons gedachtenuniversum zijn schaars en kortstondig. Is het niet zonde om daarvoor te vluchten?

    Maggie Jackson is de auteur van Distracted: Reclaiming Our Focus in a World of Lost Attention. Dit essay verscheen oorspronkelijk in het voorjaarnummer van het tijdschrift Phi Kappa Phi Forum.

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili droogt op door avocado’s voor het buitenland

    Chili kampt al jaren met een grote droogte en een tekort aan water, wat in belangrijke mate aan de dorstige avocado-industrie te wijten is. Bovendien is door privatisering de drinkwaterrekening torenhoog. Toch zijn de bewoners van het dorpje Petorca blij met de kansen die de avocado hen biedt.

    Avocadodroogte

    In 2016 publiceerden wij een longread over de ‘oergezonde waterslurper’: de geliefde avocado. De bekendste soort superfood die er is, maar blijkbaar zijn voor de productie enorme hoeveelheden water nodig, waardoor de landen van herkomst, zoals Brazilië, Chili, Spanje, Zuid-Afrika en Peru, gevaar lopen.

    Deze reportage over een Chileens dorpje maakt duidelijk hoe ingewikkeld het probleem is. Zo zijn de bewoners als de dood dat door slechte pers mensen stoppen met avocado’s eten.

    Net buiten Petorca, een dorp in de gelijknamige provincie op ruim drie uur rijden ten noorden van de hoofdstad, ligt plantage La Chimba. Aan weerszijden van de ingang staan metershoge palmbomen. Achter hoge hekken groeien de avocado’s. Ook hier hebben ze een aanhoudend tekort aan water. 

    Hector Cavieres is opzichter, hij wijst naar boven en zegt: ‘Daar zijn we de bomen aan het snoeien. We hadden vijftig hectare maar we snoeien terug tot dertig hectare. Die bomen doen niks meer vanwege de droogte. Op deze manier kunnen ze een jaar overleven zonder water. Mocht het gaan regenen, dan gaan ze weer groeien.’

    Chincolco22 1
    Chimbaplantage, Chincolco, Chili.

    Iets hoger op de heuvel klinkt onafgebroken het geluid van kettingzagen. Het heeft iets treurigs, al die gekortwiekte gezonde bomen. Drie mannen zagen stug door. Als een van hen even stopt om het zweet van zijn voorhoofd te vegen, vertelt hij dat ze per omgezaagde boom betaald krijgen. ‘We tellen zelf de bomen, per rij staan er dertig. Voor een grote boom krijgen we meer dan voor een kleine.’ Op de vraag of hiermee een redelijk salaris te verdienen valt zegt hij een beetje aarzelend: ‘Jawel. Er wordt op heel veel plaatsen gesnoeid omdat er geen water is.’

    Het afgelopen jaar heeft La Chimba 700.000 kilo avocado’s geoogst. ‘Alle mooie avocado’s zijn voor de export,’ vertelt Cavieres, ‘als ze niet de goede maat hebben, kunnen we ze niet exporteren. Weinig water en de droogte leveren een kleinere avocado op, die blijven in Chili. Dit jaar kunnen we maar ongeveer 10 procent van het aantal van vorig jaar exporteren, zo’n 80.000 kilo.’ Cavieres gaat weer aan het werk, op zijn crossmotor scheurt hij tussen de avocadobomen weg.

    Zwaar werk

    Tijdens de oogst van de avocado’s werken hier vijfentwintig mensen die zijn ingehuurd via een soort uitzendbureau. Met lange stokken waaraan een net en een soort schaar zitten, verdwijnen ze tussen de bomen. Stevige zakken hangen aan hun schouders, hier worden de losgeknipte avocado’s in verzameld. Wanneer de zak vol is sjouwen ze hem naar de weegschaal. Hoe voller, hoe beter.

    Een meisje schrijft op een wit vel papier hoeveel kilo iemand geplukt heeft. Aan het einde van de dag telt ze alles op en wordt er uitbetaald. 

    De mannen, en een enkele vrouw, werken gestaag en veelal zwijgend door. Een van de mannen zegt: ‘Als je alleen lagere school hebt, kun je eigenlijk alleen in de landbouw werken en dan betaalt een avocadoplantage het best. Het ligt aan de grootte van de avocado wat we verdienen. Meestal rond de 24 euro per dag. Maar dan moet je goede en grote avocado’s hebben.’

    Hij knikt: ‘Ja, het is zwaar werk.’ En weg is hij weer, tijd is hier geld.

    Het is een slecht avocadojaar voor La Chimba. Ook hier verlangt men naar regen. 

    Lees ook:

    Een kilometer of twintig noordwaarts staat het bedrijf Agricola Santa Juana. Een grotere speler op de avocadomarkt. Met een heus ontvangstkantoor en een receptioniste. Ze belt haar meerdere maar die laat weten niets te willen zeggen. Buiten hangt een van de chefs over zijn autoportier en vertelt dat ze slechte ervaringen hebben met een Duits tijdschrift waarin werd opgeroepen de avocado niet meer te eten. 

    ‘Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld’

    Manuel Montenegro (65) uit Chincolco ziet ook voordelen van de avocadoplantages in de regio. De werkgelegenheid bijvoorbeeld. ‘Verder is hier weinig werk. Er zijn alleen avocado’s, noten en cactussen.’

    Zijn dochter woont even verderop, vertelt hij. Al twintig jaar, in een wijkje waar veel alleenstaande vrouwen met of zonder kinderen wonen. Werken bij een avocadoplantage gaf deze vrouwen financiële onafhankelijkheid. Manuel knikt: zeker, dat is belangrijk, met eigen geld hebben ze geen man meer nodig. De verdiensten van zijn dochter zijn ongeveer 420 euro per maand. 

    Dat het watertekort een probleem is voor de regio zal hij niet ontkennen. ‘Sí, claro, avocado’s hebben veel water nodig. Dat heeft absoluut consequenties. Als het niet gaat regenen moeten we ons water ergens anders vandaan halen, uit de zee bijvoorbeeld.’

    Chincolco27 1 1 1 1

    Complex van factoren

    Op de vraag of de grote avocadotelers ook schuld hebben aan het watertekort geeft watermanagementspecialist Ricardo Ferreira uit La Ligua een ontwijkend antwoord. De problematiek van de provincie Petorca is een complex van factoren, zegt hij. Zo is een groot aantal waterrechten toegekend aan landbouwbedrijven zonder de resultaten van eerdere studies over de hoeveelheid water in de bekkens mee te nemen. ‘Ook daarom is er nu een tekort aan water.’

    Andere oorzaken zijn volgens hem het gebrek aan regen en het ontbreken van een bergketen in de provincie Petorca die het mogelijk zou maken om waterreserves vast te houden.

    Over de privatisering van water zegt Ferreira: ‘De huidige waterwet stamt nog uit de tijd van de dictatuur. Water mag als product worden verhandeld. De overheid levert gratis waterrechten aan private partijen en dat maakt het voor de overheid moeilijk om de watervoorraden te beheren. Het is dus van groot belang dat de grondwet gewijzigd wordt en er een nieuwe waterwet komt, zodat de overheid op democratische wijze het beheer over het water krijgt. Want nu kunnen waterrechten ook gekocht, verkocht of geleased worden zonder dat er rekening wordt gehouden met plaatselijke prioriteiten, zoals de behoefte aan drinkwater.’

    Lees ook:

    Er moeten verschillende acties ondernomen worden om het beheer van de watervoorraden te verbeteren en om nieuwe bevoorradingsbronnen te genereren.

    Ontzilting van zeewater is een initiatief dat ongetwijfeld belangrijk is, denkt Ricardo Ferreira. Zeker voor menselijke consumptie. Voor de landbouw zou het nog beter onderzocht moeten worden, maar de uitvoeringskosten zijn zeer hoog.

    Zout

    Ook Paula Quiroz (70) denkt dat het gebruik van ontzout zeewater een oplossing voor het watertekort zou kunnen zijn. ‘Hemelsbreed zitten we hier op zestig kilometer van de oceaan. We zitten niet zo hoog in de bergen, dus het kan niet heel moeilijk zijn om het water hierheen te brengen. We zijn te afhankelijk van regen die er niet is.’

    Wat te doen met al het zout? ‘Daar kunnen bakstenen van gemaakt worden,’ oppert Paula, ‘of we verkopen het aan landen waar het veel sneeuwt.’

    Ze lacht om haar laatste opmerking maar ze meent het wel, want ook zij maakt zich zorgen. Het grondwater daalt, de landbouw slaat steeds diepere putten, soms wel tot honderdvijftig meter diep. 

    Chincolco31 1 1

    Paula daalt de houten trap af die vanuit haar keuken naar de tuin leidt. Ze stapt over het betonnen irrigatiekanaal waar een keer per week water doorheen stroomt vanuit een verderop gegraven put. Omdat Paula relatief dicht bij die put zit, krijgt zij nog water maar de mensen die verder weg wonen moeten het zonder stellen, ‘daar komt het water niet eens’. 

    De dorre takjes op de droge grond knisperen onder haar voeten bij iedere stap die ze zet. ‘Kijk,’ zegt ze en ze buigt zich voorover naar een zwarte tuinslang met hele kleine gaatjes. ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’ Sinds een maand heeft ze deze slang in haar tuin. Heel langzaam, druppel voor druppel, komt er water uit de gaatjes. 

    Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen

    Water is duur, en aan deze kant van het dorp is het nog duurder ‘dan beneden’, waar de bewoners water krijgen via een ander bedrijf. ‘Wij hebben een coöperatie voor het drinkwater,’ zegt Paula. ‘Vroeger was het goedkoop, toen betaalden we alleen het opgepompte water. Tegenwoordig moeten we ook betalen aan de fabriek die het water reinigt, voor de elektriciteit die dat kost en voor de leidingen.’ 

    De dorpsbewoners willen zich aansluiten bij een zonnepanelenproject om de kosten omlaag te brengen. Deze projecten worden gesubsidieerd door de overheid. 

    Chincolco13 1 1
    Paula Quiroz: ‘Dankzij dit irrigatiesysteem kan ik nog een paar fruitboompjes houden.’

    Van Paula’s tuin is nog maar een fractie beplant. Het grootste gedeelte ligt braak. Aan de randen groeien nog cactussen. Die krijgen haar afwaswater om te drinken. ‘Want ik wil echt niet dat mijn cactussen doodgaan.’

    Het is rond een uur of drie als Paula in haar oude Peugeot stapt. Ze klemt haar handen strak om het stuur en rijdt met dertig kilometer per uur naar haar zussen beneden in het dorp voor het dagelijkse theeritueel.

    Kleine groene oase

    Jorge Castro (70) brengt regelmatig hooi en stro bij Maria Roderiquez (78), die boven op een berg woont. Jorge rijdt met zijn pick-up kilometers over een onverharde weg, steekt de droge rivierbedding over en vervolgens gaat het omhoog, de bergen in. 

    Maria staat al op de uitkijk. Een struise dame met een verweerde, gebruinde huid zoals alleen mensen kunnen hebben die buiten wonen, daar waar de zon veel schijnt en de wind vaak waait. Ze leunt op een stok. Aan verschillende bomen zijn honden vastgebonden. Ze blaffen hard tegen elkaar op tot Maria en Jorge uit hun zicht verdwijnen. Maria gaat maté maken, een traditionele Argentijnse thee met kruiden en vooral ook veel suiker. Als Maria geen maté drinkt, krijgt ze hoofdpijn, zegt ze. Geboren en getogen is ze op deze plek. Zeven kinderen heeft ze er grootgebracht, en ze is hier alle dagen, behalve die ene keer per maand dat ze ‘naar beneden’ gaat om olie, thee, suiker en rijst te halen. 

    Ze slurpt van haar maté en knikt: ‘Ja, er is heel veel veranderd. Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’ Ook heeft Maria bijna geen dieren meer vanwege de droogte. Die eten een baal hooi per dag. ‘Ik kan geen dertig hooibalen per maand kopen van tien euro per stuk.’

    Toch prijst Maria zich gelukkig, zij kan het afvalwater opvangen uit de even verderop gelegen kopermijn. Daarmee heeft ze een kleine groene oase gecreëerd naast haar golfplatenhuisje, met druivenranken als afdak tegen de brandende zon.

    Chincolco06 1
    Maria Roderiquez: ‘Ik heb geen groenten meer in de tuin, vijf jaar geleden had ik nog mooie grote aardappelen. Maar de waterput is helemaal opgedroogd.’

    ‘Als ik hier drinkwater voor moest gebruiken dan zou ik een hele hoge waterrekening hebben. Ik dank God voor het water uit de mijn.’ 

    Nee, Maria gaat hier nooit meer weg. Onlangs zei een kleinkind tegen haar: ‘Oma, als u doodgaat dan kom ik hier wonen.’ Maria lacht: ‘Hij heeft erover nagedacht want hij wil een opvang voor gepensioneerde geiten beginnen.’

    Ze kijkt op haar horloge, dat aan haar schort geknoopt zit. Het is kwart voor twaalf, ze wil gaan koken.

    Brandbrief 

    Barbara Astudillo (31) opgegroeid in de provincie Petorca, is ecofeministe en onderzoeker bij Fundación Territorios Colectivos. Ze voert al jaren actie. ‘Want in het gebied waar ik zoveel van hou, worden de mensen- en milieurechten geschonden zodat men geen toegang heeft tot water.’

    Astudillo is van mening dat Chili nu prioriteit moet geven aan klimaatveranderingswetten en vermindering van het water- en energieverbruik van grote industrieën. Ook zij vindt dat de grondwet moet worden aangepast, maar er is in Chili gebrek aan politieke wil om veranderingen teweeg te brengen. 

    ‘Stop met de privatisering van water,’ zegt ze, ‘transformeer het naar een nationaal bezit waarbij de consumptie door burgers en de ecologische belangen vooropstaan. Maak de economie daaraan ondergeschikt.’

    Chincolco01 1 1 1 1
    Chincolco, Chili.

    Onlangs heeft ze een brandbrief gestuurd naar de speciaal rapporteur van de VN voor water en hygiëne Leo Heller. Daarin schrijft ze onder meer dat met name de gemeenten Cabildo, La Ligua en Petorca al jarenlang te lijden hebben onder het watergebruik van de agrobusiness, door de aanplant en het telen van citrusvruchten en avocado’s.

    Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij

    Dorpen zitten zonder watervoorziening als gevolg van accumulatie van grote hoeveelheden zoet water in boven- en ondergrondse kanalen voor deze agro-industriële bedrijven. Regelmatig zijn ze aangeklaagd door nationale en internationale organisaties zoals het bekende Chileense Modatima. De leiders van deze milieuactivistische organisatie worden niet zelden vervolgd en soms zelfs met de dood bedreigd. 

    Veel gezinnen worden tegenwoordig bevoorraad met een tankwagen, vijftig liter per persoon per dag. ‘Ja, natuurlijk is dat veel te weinig,’ zegt Barbara, ‘maar het is complex om met gebrek aan overheidsbeleid en investeringen de watercrisis in dit gebied te bestrijden.’

    Onlangs heeft het geregend in de provincie Petorca, voor het eerst in zestien jaar.

    ‘Maar het water bereikte de rivieren van onze vallei niet,’ verzucht ze. ‘Het bleef achter in de bassins van de avocado- en citrusfruittelers. Betaald met het geld van alle Chilenen om de grote ondernemers van het land te subsidiëren. We moeten de wereld écht anders in gaan richten.’

    Verloren paradijs

    Aan de onverharde weg tussen Petorca en Chincolco staat achter een hek het huisje van Zoila Lemus (73). De hond blaft onophoudelijk, zoals eigenlijk overal. Zoila woont hier samen met haar dochter en haar twee kleindochters. Alle bomen in haar tuin zijn dood, zo ook alle groene planten. Er groeien nog wat cactussen maar zelfs die hangen er een beetje treurig bij. 

    Het huisje kijkt uit op gortdroge bergen. Aan het einde van de vorige eeuw waren deze bergen veel groener. Maar men kapte alle bomen om de huizen te verwarmen en om te koken. Niemand plantte ooit een boom terug. 

    Zoila’s woning staat aan de oever van een rivier waar al twintig jaar geen water meer door stroomt. Ze pakt een ingelijste foto van een kastje. ‘Kijk,’ zegt ze, ‘de rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren. We verbouwden alles zelf: tarwe voor het brood, bonen, mais, linzen, aardappelen, uien, knoflook, courgettes. Gewoon om zelf te eten en om in te maken. Nu kan ik hier niks meer laten groeien. We wonen in een woestijn zonder water. Alle putten die we gegraven hebben zijn opgedroogd.’

    Chincolco12 1 1 1 2
    Zoila Lemus: ‘De rivier was vroeger prachtig, we konden er zelfs in zwemmen. Onze tuin stond vol bomen en rozen in allerlei kleuren.’

    Zoila en haar familie krijgen vijftig liter water per dag om te koken, te wassen en te douchen. ‘Je kunt je beter wassen met een bakje water. Haren wassen kost heel veel water, we gebruiken een sok om ons haar nat te maken.’

    Tot voor kort kwam er een tankwagen om het water te brengen maar Zoila heeft sinds een maand een nieuwe waterput. Met een automatisch systeem dat niet goed werkt. ‘Soms hoor je water, soms hoor je niks. Maar het bedrijf dat de meter heeft geïnstalleerd geeft niet thuis.’

    Maar heeft ze, als het systeem goed zou werken, dan wel genoeg water?

    Zoila schudt haar hoofd: ‘Nee, er komt een liter water per seconde langs voor acht families.’ 

    Ze legt uit hoe het met de waterrechten in Chili zit. Het gaat zoals gezegd om een wet die nog stamt uit de tijd van de dictator Pinochet. Je kon je toen inschrijven voor water: een boer met bijvoorbeeld drie hectare grond had recht op drie ‘delen’ water. ‘Maar,’ zegt Zoila, ‘dat ging over oppervlaktewater. Ook voor het ondergrondse water kon je rechten kopen maar dat wisten de boeren niet. Het recht op ondergronds water is stiekem verkocht aan grote bedrijven. Die eisen nu alles op en oppervlaktewater is er allang niet meer. De regering moet nu de rechten kopen van die bedrijven zodat ze het water kan verdelen. Al die bedrijven verdienen er nog meer aan. En ik heb geen “recht” op water. Dat is waarom de mensen de grondwet willen veranderen.’

    Soms is er een project vanuit de overheid. Zo zouden Zoila en haar buren ook een waterleiding krijgen, er was bijna 35.000 euro voor beschikbaar. Verschillende aannemers en onderzoekers zijn langs geweest om te bestuderen hoe dat zou moeten. Al het geld is opgegaan aan onderzoek en er is verder niks gebeurd.

    Buiten blaft de hond. ‘Pasqalle!’ roept Zoila, ‘de hond!’ De oudste kleindochter hoort het niet. Ze is doof. Ze kunnen het niet bewijzen maar Zoila is ervan overtuigd dat het komt omdat haar dochter, toen drie maanden zwanger, op de avocadoplantage liep op het moment dat er een vliegtuigje overvloog met pesticiden.

    Ze trekt haar kleindochter even stevig tegen zich aan, de hond buiten is inmiddels stil.

    Auteur: Karin Stroo

    Foto’s: Goedele Monnens

  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • In den beginne was het gebaar. Hoe we hebben leren communiceren

    In den beginne was het gebaar. Hoe we hebben leren communiceren

    We staan er zelden bij stil, maar spreken is een uiterst complexe vaardigheid. Hoe beeld je een woord als leegte aan elkaar uit als je nog geen enkele referentie hebt? Onderzoekers reisden terug naar het allereerste begin van de communicatie.

    ‘Im Anfang war das Wort…’

    Bijna vijfhonderd jaar geleden formuleerde Maarten Luther deze eerste regel van het Johannesevangelie in het Nieuwe Testament, toen hij de Griekse versie vertaalde in het Duits. Bedoeld was het goddelijke Woord aan het begin van de schepping. Maar deze regel werpt ook een fundamentele vraag op: Wat was het begin van de menselijke taal? Het woord, of iets anders?

    Hoe ontwikkelde zich precies het systeem dat een reeks opeenvolgende klanken een betekenis geeft? De grammatica die ieder van ons in zijn moedertaal moeiteloos beheerst? Generaties wetenschappers hebben hun tanden stukgebeten op dit raadsel. De Berliner Akademie der Wissenschaften loofde in 1769 al een prijs uit voor de oplossing ervan. De geleerden twistten erover of de taal door mensen gemaakt of door God gegeven was. In de loop van de achttiende eeuw verhevigde het debat, daarna verdween het van de wetenschappelijke agenda en tegen het einde van de twintigste eeuw dook het weer op.

    Vanuit heel verschillende invalshoeken benaderen wetenschappers de vraag hoe de mens tijdens zijn evolutie de taal heeft ontwikkeld. Onderzoekers uit Leipzig hebben gekozen voor een bijzondere aanpak. De ontwikkelingspsycholoog Manuel Bohn probeert de ontwikkeling van de taal in het laboratorium te achterhalen. Samen met zijn collega Gregor Kachel en de prominente Amerikaanse gedragsonderzoeker Michael Tomasello, bedacht hij een reeks experimenten waarin kinderen in de leeftijd van zes tot twaalf jaar de hoofdrol spelen.

    Het bijbelcitaat zou moeten luiden: ‘In den beginne was het gebaar’

    De onderzoekers observeerden wat er gebeurt wanneer kinderen die geen gemeenschappelijke taal hebben elkaar ontmoeten. Voor de serie experimenten, die plaatsvond in de testruimtes van het Max Planck Instituut voor Evolutionaire Antropologie in Leipzig, werden steeds twee jonge proefpersonen via een videoverbinding met elkaar in contact gebracht. Om de gemeenschappelijke taal te elimineren, stond het geluid uit.

    Behalve het beeldscherm waarop elk kind het andere kon zien, stond in beide ruimtes een bord met vijf afbeeldingen. Daarop waren tekeningen te zien van alledaagse activiteiten zoals haar kammen, hameren of fietsen. Eerst vroegen de onderzoekers steeds een van de kinderen om de inhoud van een van de afbeeldingen over te brengen naar het kind in de andere ruimte, maar zonder woorden te gebruiken.

    Selden Codex pg 07 panel 3 1 1
    Passage uit het Mixteeks-manuscript van omstreeks 1566. De twee figuren aan de rechterkant tonen het rood-witte vuurstenen mes-pictogram dat aan hun kleine spraakrollen is bevestigd. Dit betekent dat ze de reizigers aan de linkerkant verbaal aanvallen. – © Wikipedia

    Terwijl de zesjarigen spontaan gebaren maakten, dus bijvoorbeeld de beweging van het hameren nabootsten, deden de jongeren dat pas als de begeleiders hen op die mogelijkheid wezen. Was de communicatie eenmaal op gang gekomen, dan begreep men elkaar in beide leeftijdsgroepen even goed.

    ‘Goed’ betekent in dit geval dat het kind dat het gebaar van zijn tegenhanger op het beeldscherm bekeek en vergeleek met de vijf afbeeldingen, vaker de juiste afbeelding aanwees dan wanneer de keuze zuiver toeval was geweest.

    ‘Gebaren zijn krachtig,’ zegt Manuel Bohn. ‘Ze zijn heel geschikt om je verstaanbaar te maken als je nog geen gemeenschappelijke taal hebt.’ Dat heeft iedereen wel eens meegemaakt. Als je mensen tegenkomt die jouw taal niet spreken, dan gebruik je je handen: je wenkt iemand naderbij of brengt de handen naar de mond als je ‘eten’ wilt aanduiden.

    Hendrick van Cleve III 1525 1589 De bouw van de toren van Babel Kröller Müller Museum Otterlo 23 08 2016 13 10 57.JPG 1
    De bouw van de toren van Babel, Hendrick van Cleve III (1525-1589)

    Nabootsing

    Het bijbelcitaat zou dus moeten luiden: ‘In den beginne was het gebaar’, en volgens de onderzoekers een speciaal soort gebaar. ‘De kinderen hebben spontaan een uitbeeldend gebaar gebruikt om een link met het hameren op de afbeelding te leggen,’ verklaart Bohn. Vertaald naar de klanktaal corresponderen de pantomimische gebaren met de klanknabootsende begrippen. In het Duits en ook in andere talen berusten verhoudingsgewijs maar weinig woorden op klanknabootsing. Bijvoorbeeld de werkwoorden ‘klatschen’ (klappen) of ‘tuscheln’ (fluisteren). Ze imiteren het geluid dat twee handen voortbrengen als ze op elkaar slaan of als we zo zachtjes spreken dat alleen wie vlakbij staat ons verstaat.

    Klanknabootsende woorden zijn een afbeelding van het geluid dat een bepaalde bezigheid produceert, precies zoals veel gebaren een uitbeelding van die bezigheid zijn. 

    Het idee dat woorden door nabootsing van natuurlijke geluiden ontstonden, is niet nieuw. Ook taalfilosoof Johann Gottfried Herder, die de wedstrijd van de Berliner Akademie der Wissenschaften won, meende dat mensen de eerste taal ontwikkelden ‘uit klanken van de levende natuur’.

    Natuurlijk: schapen blaten, bijen zoemen en duiven koeren. Maar kan er werkelijk sprake zijn van taal als we klanknabootsende geluiden voortbrengen? Of wanneer kinderen handbewegingen kiezen en die steeds verder ontwikkelen? Voor taalwetenschappers is daar geen twijfel aan mogelijk.

    De Franse theoloog Charles-Michel de l’Epée, die in de tweede helft van de achttiende eeuw met hulp van dove mensen een Franse gebarentaal ontwikkelde, was ervan overtuigd dat gebarentalen volwaardige talen zijn, want ze blijven niet steken in afzonderlijke uitbeeldende gebaren, net zomin als de klanktalen in klanknabootsende natuurgeluiden. 

    ‘Leegte’ of ‘niets’

    ‘Als je spreek over taal, moet je daarin gebarentaal altijd meedenken,’ zegt Manuel Bohn. Hoe die taal wordt uitgedrukt, in geluiden of gebaren, is van ondergeschikt belang. Doorslaggevend acht de onderzoeker de psychische voorwaarden die talige communicatie mogelijk maken: ‘Zoals de kinderen in het experiment wil ook een persoon in het communicatieproces altijd iets meedelen, en de ander iets begrijpen,’ legt Bohn uit.

    Deze doelgerichte aandacht die de kinderen in het experiment opgebracht hebben voor de samen te volbrengen opdracht, is ook voor gedragsonderzoeker Michael Tomasello de voorwaarde zonder welke de taal zich niet had kunnen ontwikkelen.

    ‘Gezamenlijke aandacht en perspectiefwisselingen zijn voor menselijke samenwerking en sociale interactie zo doorslaggevend, dat de soort nieuwe vormen van communicatie heeft ontwikkeld die van daaruit zijn opgebouwd,’ schrijft Michael Tomasello in zijn in 2020 verschenen boek Mensch werden (Mens worden). Zo gezien is de ontwikkeling van deze competenties een grote sprong in de evolutie van de mens. Daarmee vergeleken is de nieuwe vorm van communicatie, de uitvinding van de taal, maar een kleine stap.

    sign language 2 1 1

    Maar als het gebaar of ook de klanknabootsing aan het begin stond, hoe heeft de taal zich daaruit dan precies ontwikkeld? Ook op deze vraag hebben de onderzoekers uit Leipzig in hun experimenten een antwoord gezocht. Manuel Bohn en zijn collega’s observeerden verschillende stappen in de taalontwikkeling, bijvoorbeeld de overgang van beeldende naar abstracte gebaren. 

    ‘Wat gebeurt er wanneer de kinderen niet kunnen teruggrijpen op een concrete alledaagse ervaring als hameren of fietsen? Scheppen ze dan een abstract teken? Dat wilden we uitzoeken,’ zegt de onderzoeker. In dit experiment ‘kregen de kinderen de opdracht een abstract begrip als ‘leegte’ of ‘niets’ over te brengen. Een leeg blad papier verbeeldde dat.

    Het verband tussen het signaal en zijn betekenis is willekeurig, net als bij de meeste woorden in de talen van de wereld

    Een van de kinderen probeerde eerst zich te verduidelijken met verschillende gebaren zoals het demonstratief tonen van lege handen en wees toen op verschillende witte dingen in de ruimte. Zonder succes. Ten slotte ontdekte het een witte punt op zijn T-shirt en wees er steeds opnieuw op met zijn wijsvinger.

    Nu leek het andere kind te begrijpen wat er bedoeld werd en gaf te kennen dat het begrepen was doordat het naar het lege blad in zijn ruimte greep. Toen het raadspelletje met verwisselde rollen werd voortgezet, herhaalde dit kind het gebaar van zijn gesprekspartner en wees met de wijsvinger op de corresponderende plek op het eigen T-shirt – ook al was daar geen witte punt te zien.

    Wat was er gebeurd? De kinderen waren het binnen een paar minuten eens geworden over een handbeweging die als symbool voor een bepaalde inhoud, een bepaalde betekenis stond. Een geweldige stap van de simpele, spontane geste naar een vast, afgesproken gebaar dat in elke willekeurige situatie benut en begrepen kan worden.

    Het verband tussen het signaal en zijn betekenis is daarbij willekeurig, net als bij de meeste woorden in de talen van de wereld. Want ze berusten – anders dan de weinige klanknabootsende woorden – op een conventie.

    Dat betekent dat een taalgemeenschap het op een bepaald moment erover eens is geworden dat het woord ‘hamer’ een hamer betekent, en niet een stoel. De betekenis heeft met het ding op zich niets te maken. En mocht er toch ooit een direct verband zijn geweest, dan is dat in de loop van millennia van taalontwikkeling verloren gegaan.

    Grondregels

    Maar talen – gesproken of in gebaren – bestaan niet alleen uit afzonderlijke symbolen, die worden ook op een bepaalde manier samengevoegd en krijgen daardoor nog meer betekenissen. Deze grammatica kan binnen bepaalde taalfamilies op elkaar lijken, zoals in de talen van de Indo-Europese taalfamilie, waartoe alle Europese talen behoren (behalve Hongaars, Fins, Estisch en Baskisch), maar ook veel West- en Zuid-Aziatische talen als Armeens, Perzisch en Hindi.

    Maar in elke taal zijn de regels een beetje anders. Een vraag die de taalkundige Artemis Alexiadou fascineert is of er tenminste één grondregel is die voor alle talen geldt. ‘Mijn onderzoek heeft aangetoond dat de theoretische aanname dat een werkwoord in alle talen nooit alleen voorkomt, maar altijd een subject moet hebben, klopt,’ zegt Alexiadou, plaatsvervangend directeur van het Leibniz Centrum voor Algemene Taalwetenschap in Berlijn.

    Een grondregel waaraan ook de kinderen in het taalonderzoekslab in Leipzig spontaan gehoorzaamden. De onderzoekers legden hun jonge proefpersonen – deze keer waren het acht- tot tienjarigen – afbeeldingen voor waarop bijvoorbeeld een aap op een kat jaagt en vroegen hen om het gebeuren te beschrijven.

    800px Cuneiform evolution from archaic script 1 1
    De evolutie van het archaïsche schrift. – © Wikipedia

    De kinderen creëerden daarop niet een enkel gebaar voor het gebeuren. Ze beeldden de scène net als in een zin woord voor woord uit: eerst de aap, vervolgens duidden ze ‘rennen’ aan, daarna imiteerden ze een kat, bijvoorbeeld door het aflikken van de poten.

    Ze vormden de zinnen uit bewegingen met hun handen op een manier zoals de grammatica van bijna alle talen ter wereld voorschrijft: eerst het subject, dan het object. Maar grijpen die jeugdigen bij het op een rij zetten van de gebaren niet gewoon terug op de structuur van hun moedertaal? De taalkundige Alexiadou gelooft dat niet. Ze weet het zeker: ‘Dat het subject, dus de uitvoerder van zo’n handeling, eerst genoemd wordt, is een cognitieve beslissing, geen taalkundige.’ 

    Deze hypothese werd bevestigd door een later experiment: de onderzoekers uit Leipzig lieten twaalfjarige kinderen afbeeldingen zien van objecten, bijvoorbeeld van een kleine hamer, een grote hamer, of een heleboel hamers. Opnieuw knoopten de kinderen twee gebaren aan elkaar. Maar deze keer varieerde de volgorde.

    Kinderen zoeken actief naar mogelijkheden om het met een ander kind eens te worden. En wel op een manier die zo makkelijk mogelijk wordt begrepen

    Nu eens beeldden ze eerst de hamer uit en dan een gebaar voor ‘klein’ of ‘veel’. Dan weer kozen ze de omgekeerde volgorde: ‘klein hamer’ of ‘veel hamer’.

    ‘Hier hebben we gezien dat de kinderen geen bepaalde voorkeur hebben,’ zegt taalonderzoeker Manuel Bohn. Ze worden dus niet geleid door een moedertaal, maar door hun eigen, aangeboren denken.

    Ze zoeken, zo lijkt het, actief naar mogelijkheden om het met een ander kind eens te worden. En wel op een manier die zo makkelijk mogelijk wordt begrepen.

    Eén ding is zeker: het begint met het uitbeelden van de wereld in gebaren of klanken en met een grote bereidwilligheid om met soortgenoten op een complexe manier samen te werken.

    Maar op welke principes en denkpatronen een jong mens daarbij precies teruggrijpt, waar en wanneer die in de evolutie van onze soort zijn ontstaan – daarover zullen onderzoekers nog wel lange tijd van gedachten wisselen en het oneens zijn.

    Ook de Bijbelvertalers waren het ooit oneens: kort voordat Maarten Luther aan de Duitse vertaling begon, had Erasmus van Rotterdam bij zijn vertaling van de bijbel uit het Grieks in het Latijn een woord uit de eerste zin vervangen en ervan gemaakt: ‘In den beginne was het gesprek’.

    Auteur Kristina Vaillant beveelt iedereen die zich in de geschiedenis van de taal wil verdiepen het boek aan van Martin Kuckenburg: Wer sprach das erste Wort? 

  • Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    Amerikaanse soldaten onthullen geheimen over kernwapens in Nederland

    De rechten en plichten die komen kijken bij het veilig onderbrengen van kernwapens in Europa, worden niet altijd nageleefd. Bellingcat zocht het uit.

    Voor Amerikaanse soldaten die belast zijn met de bewaring van kernwapens in Europa staat er veel op het spel. Beveiligingsprotocollen zijn lang, gedetailleerd en moeten uit het hoofd worden geleerd. Om dat proces te vereenvoudigen maakten sommige militairen gebruik van voor iedereen toegankelijke flashkaart-apps – waarmee ze onbedoeld een groot aantal gevoelige beveiligingsprotocollen hebben onthuld over Amerikaanse kernwapens en de bases waar die liggen opgeslagen.

    Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens in Europa al lang bekend is via verschillende uitgelekte documenten, foto’s en verklaringen van oud-functionarissen, is hun exacte locatie officieel nog steeds geheim. Overheden bevestigen noch ontkennen de aanwezigheid ervan. Volgens actievoerders en parlementsleden in sommige Europese landen belemmert deze tegenstrijdigheid vaak een open en democratisch debat over de rechten en plichten die komen kijken bij het onderbrengen van kernwapens.

    Op de flashkaarten die worden gebruikt door soldaten die de taak hebben deze wapens te bewaken, staan echter niet alleen de bases, maar zelfs de exacte schuilplaatsen met ‘warme’ kluizen (hierna ‘vaults’ genoemd) die vermoedelijk kernwapens bevatten. Ook worden gedetailleerde beveiligingsdetails en -protocollen genoemd, zoals posities van camera’s, de frequentie van patrouilles rond de vaults, geheime tekens die aangeven dat een bewaker wordt bedreigd en unieke identificatiekenmerken die een badge voor een afgeschermd gebied moet hebben.

    image21 1 1200x507 1
    Een foto die in 2013 op Facebook werd geplaatst toont Amerikaanse soldaten die op de Nederlandse vliegbasis Volkel poseren met wat een dummy-kernwapen lijkt te zijn.

    Net als hun analoge naamgenoten zijn flashkaart-apps populaire leermiddelen met vragen op de ene kant en de antwoorden op de andere. Door eenvoudig online te zoeken naar termen waarvan algemeen bekend is dat ze in verband worden gebracht met kernwapens, wist Bellingcat kaarten te vinden die werden gebruikt door militair personeel op alle zes de Europese militaire bases waarvan bekend is dat er kernwapens liggen opgeslagen.

    Volgens deskundigen die door Bellingcat werden benaderd vormen deze bevindingen een ernstige schending van de beveiligingsprotocollen en doen ze nieuwe vragen rijzen over de inzet van Amerikaanse kernwapens in Europa.

    Zoveelste waarschuwing

    Jeffrey Lewis, oprichter en uitgever van Arms Control Wonk.com en directeur van het East Asia Nonproliferation Program bij het James Martin Center for Nonproliferation Studies, noemde de bevindingen een ‘flagrante schending’ van de beveiligingsprocedures van Amerikaanse kernwapens die gestationeerd zijn in NAVO-landen.

    Hij zei verder dat de ‘geheimhouding over het stationeren van Amerikaanse kernwapens in Europa er niet is om de wapens uit handen te houden van terroristen, maar alleen in stand wordt gehouden zodat politici en militaire leiders niet de lastige vraag hoeven te beantwoorden of de regelingen van de NAVO voor het delen van kernwapens vandaag de dag nog wel zinvol zijn. Het is de zoveelste waarschuwing dat er iets mis is met de beveiliging van deze wapens.’

    Hans Kristensen, directeur van het Nuclear Information Project van de Federation of American Scientists, was het hier in grote lijnen mee eens en verklaarde dat je veiligheid bereikt door ‘effectieve beveiliging, niet door geheimhouding’.

    Sommige flashkaarten die in de loop van dit onderzoek werden ontdekt, waren al in 2013 online voor het publiek zichtbaar. Op andere sets stonden processen beschreven die in elk geval tot april 2021 door gebruikers uit het hoofd werden geleerd. Het is niet bekend of geheime zinnen, protocollen of andere beveiligingsprocedures sindsdien zijn gewijzigd.

    Alle flashkaarten die in dit artikel worden beschreven lijken te zijn verwijderd van de leerplatforms waarop ze te zien waren, nadat Bellingcat voorafgaand aan de publicatie de NAVO en het Amerikaanse leger om commentaar had gevraagd. Een woordvoerder van het Nederlandse ministerie van Defensie verklaarde dat er samen met de NAVO en US European Command (EUCOM) actie is ondernomen nadat Bellingcat een foto had ontdekt die in 2013 op Facebook was gedeeld.

    Een woordvoerder van de Amerikaanse luchtmacht bevestigde dat men ervan op de hoogte was dat militairen  flashkaart-apps gebruikten om ‘een groot aantal verschillende onderwerpen’ te leren. Maar, zo zei men, militair personeel werd daar niet toe aangemoedigd en men wilde niet praten over oudere of huidige beveiligingsprotocollen. Volgens de woordvoerder was de luchtmacht er niet van op de hoogte dat er door het Department of Defense of het Department of the Air Force naar het gebruik van onlinestudiehulpmiddelen werd gekeken, maar wel dat ‘de geschiktheid van informatie die via studieflashkaarten werd gedeeld wordt onderzocht’.

    Met de ministeries van Defensie van België, Duitsland, Italië en Turkije – alle landen waarvan is gemeld dat er bases zijn met Amerikaanse kernwapens – is ook contact gezocht over het gebruik van flashkaarten door Amerikaanse soldaten die op hun grondgebied zijn gestationeerd. Geen van de ministeries kwam met een antwoord.

    Vliegbasis Volkel in Nederland

    Militair jargon zit vol termen en afkortingen, en dat is ook het geval bij de opslag van kernwapens. In onlineartikelen, aanbestedingsstukken van overheden en zelfs Wikipedia-artikelen is echter informatie over enkele belangrijke termen te vinden.

    Op bases met kernwapens vind je bijvoorbeeld beschermende schuilplaatsen, Protective Aircraft Shelters (PAS), uitgerust met wapenopslag- en beveiligingssystemen (Weapons Storage and Security Systems, WS3) die bestaan uit elektronische bedieningssystemen, sensoren en een bewaarplaats (vault) die in de vloer is ingebouwd. Deze vaults bieden elk plaats aan maximaal vier B61 thermonucleaire zwaartekrachtbommen.

    Simpelweg op Google zoeken naar ‘PAS, ‘WS3’ en ‘vault’, in combinatie met de namen van luchtmachtbases in Europa, leidde al snel naar gratis flashkaartplatforms zoals Chegg, Quizlet en Cram.

    Een voorbeeld is de Nederlandse vliegbasis Volkel. Hoewel de aanwezigheid van Amerikaanse kernwapens op Volkel wordt beschreven in uitgelekte documenten en verklaringen van oud-functionarissen, beschouwt de Nederlandse regering het nog steeds als een geheim. Maar een set van zeventig flashkaarten op Chegg, getiteld ‘Study!’, lijkt een stap verder te gaan door de exacte PAS te vermelden waar de wapens zich bevinden.

    Maar een set van zeventig flashkaarten getiteld ‘Study!’ op Chegg lijkt een stap verder te gaan door de exacte shelters te vermelden waar de wapens zich bevinden:

    image23
    Twee flashkaarten gemaakt op Chegg in 2019. De nummers verwijzen naar de beschermende vliegtuigshelter waar de vault zich in bevindt. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Zoals te zien is op de afbeelding hierboven, zijn vijf van de elf WS3-vaults op Volkel aangeduid met ‘HOT’ en de andere zes met ‘COLD’. 

    Op een andere set van meer dan tachtig flashkaarten voor de Aviano Air Base in Italië, een andere locatie waar naar verluidt Amerikaanse kernwapens liggen opgeslagen, staan nog meer gevoelige details vermeld:

    image19 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    ‘WS3 response order’ lijkt te verwijzen naar de volgorde waarin een soldaat moet reageren op verschillende alarmen afkomstig van het WS3-systeem waarmee de vaults zijn beschermd. Voor zowel ‘Level 1’- als ‘Level 2’-alarmen ligt de prioriteit bij ‘hot (loaded vaults)’ – waarschijnlijk de vaults waar kernwapens liggen. Op andere kaarten worden ‘loaded’ en ‘hot’ vaults door elkaar gebruikt, één keer zelfs in combinatie met ‘nuclear weapon’.

    Ook voor Aviano staat op een andere flashkaart te lezen welke vault koud is in ‘tango loop’ (een specifiek gedeelte van de Aviano Air Base, ook wel ‘tower loop’ genoemd).

    image9 1 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2019.

    Op elke set flashkaarten kunnen nieuwe definities en acroniemen staan. Als je naar die termen zoekt, vind je nog meer nieuwe flashkaarten. 

    Need-to-knows

    Op het eerste gezicht lijken de meeste flashkaarten niet erg interessant. Op vrijwel alle sets staat dezelfde algemene handboekinformatie die soldaten leren om hun loopbaanontwikkelingsvakken te halen. Het gaat om definities van termen, afkortingen, formulieren die moeten worden ingeleverd, wetten, procedures en radioprotocollen.

    Maar in veel gevallen hebben militairen hun eigen ‘need-to-knows’ en zeer specifieke beveiligingsdetails toegevoegd.

    Zo noteerde iemand op een basis meer dan honderd dingen die hij voor zijn specifieke functie moest weten. Hierbij ging het om zaken als de locatie van modems die de vaults met de bewakingsfaciliteit verbinden, de procedures voor noodsignalen voor elk gebied op de basis, het beeld van camera’s die op de vault zijn gericht, en de onderdelen en werking van de bijbehorende bedieningspanelen. Ook details over de samenstelling van wachtwoorden, gebruikersnamen en of deze spaties kunnen bevatten, werden op de kaarten vermeld.

    Op sommige platforms is bovendien te zien wanneer gebruikers hun flashkaarten voor het laatst hebben bestudeerd. De hierboven genoemde persoon gebruikte de flashkaart voor het laatst in april 2021, maar ook deze bleek te zijn verwijderd nadat Bellingcat contact had opgenomen met de NAVO, het Amerikaanse ministerie van Defensie en EUCOM om een reactie te vragen op de bevindingen in dit artikel.

    image14 1
    Een notitie waarin te zien is wanneer een door een Amerikaanse soldaat geposte flashkaart voor het laatst is bestudeerd.

    De informatie die op flashkaarten kan worden aangetroffen hangt af van de basis waarnaar wordt gezocht. 

    Laten we beginnen met de informatie die nuttig is om de locaties van kernwapens te traceren (en het aantal vaults, als indicatie van hoeveel het er zouden kunnen zijn). Naast nieuwe informatie over ‘koude’ en ‘warme’ vaults in Aviano (Italië) en Volkel hebben we ook details kunnen vinden over vaults op alle andere bases in Europa waar naar verluidt kernwapens liggen opgeslagen: Incirlik (Turkije), Ghedi (Italië), Büchel (Duitsland) en Kleine-Brogel (België).

    image13 1 1200x98 1
    Een flashkaart gemaakt op Cram in 2014, in een set getiteld ‘Incirlik Job Knowledge’. IAB staat voor Incirlik Air Base.

    Maar misschien net zo zorgwekkend is het openbaar posten van nauwkeurige informatie over beveiligings- en basisprotocollen. Op sommige flashkaarten staat het aantal beveiligingscamera’s en hun positie op verschillende bases, informatie over sensoren en radarsystemen, de unieke identificatiekenmerken van badges voor afgeschermde zones (restricted area badges, RAB) voor Incirlik, Volkel en Aviano, evenals geheime dwangwoorden en het type uitrusting dat de responstroepen dragen die de bases bewaken.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.01.21 1
    Een naar Chegg geüploade flashkaart met door Bellingcat gecensureerde details.

    Dan is er nog informatie over de beschermende vliegtuigshelters, het WS3-systeem en de vaults zelf. Voor sommige bases vond Bellingcat online onder meer flashkaarten met informatie over de gebouwen waar de sleutels van de vliegtuigshelters worden bewaard, informatie over hoe vaak een ‘warme’ en ‘koude’ PAS wordt gecontroleerd, en details over de sensoren die de PAS beschermen tegen indringers en die zijn ingebouwd in de vaults zelf.

    Het militaire personeel noteerde ook tot in detail welke objecten in beveiligingsfaciliteiten tegen manipulatie zijn beveiligd, alsook de locaties van reservegeneratoren en van A- en B-versies van universele vrijgavecodes, waarmee alle vaults tegelijk kunnen worden geopend.

    Het is niet helemaal duidelijk waarom of hoe deze informatie openbaar doorzoekbaar is geworden. Op de website van Quizlet staat dat de zichtbaarheid van alle flashkaarten standaard is ingesteld op openbaar – gebruikers kunnen daarna de privacy wijzigen als ze dat willen. Op dezelfde manier instrueert de help-pagina van de Cram-website gebruikers hoe ze sets privé kunnen maken, wat impliceert dat alle geüploade flashkaarten ook standaard openbaar zijn. In het Q&A-gedeelte van de Chegg-website wordt uitgelegd hoe gebruikers de privacy-instellingen van hun flashkaarten kunnen wijzigen, maar staat niet expliciet vermeld of ze ook standaard openbaar zichtbaar zijn. (In 2018 nam Chegg het flashkaarten-platform van StudyBlue over, waarvan de website ook onduidelijk is over de vraag of sets flashkaarten standaard openbaar zichtbaar waren.)

    Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen

    Het verifiëren van de informatie op de flashkaarten was relatief eenvoudig – wat op zichzelf al zonder meer op een beveiligingsprobleem duidt. Sommige sets die op Cram en Quizlet waren gemaakt, waren traceerbaar doordat gebruikersnamen de volledige naam bevatten van de personen die de kaarten hadden gemaakt. Anderen gebruikten dezelfde foto als op hun LinkedIn-profiel.

    Zelfs in gevallen waarin het niet direct duidelijk was waar de gebruikers zich bevonden, kon de militaire basis waarnaar hun flashkaarten verwezen worden afgeleid uit wat ze aan het leren waren. Enkele flashkaart-vragen die Bellingcat heeft ingezien gaan onder meer over wat je in de lokale taal moet roepen tegen een indringer, over lokale wetgeving en over namen van squadrons, zones en gebouwen.

    Screenshot 2021 05 28 at 11.03.44
    Op twee flashkaarten uit dezelfde set stond de naam van het squadron ‘701 MUNSS’ en een zin in het Vlaams om iemand te dwingen wapens zijn in te inleveren, wat duidelijk maakt dat de beveiligingsdetails van toepassing zijn op de luchtmachtbasis Kleine-Brogel in België.

    Ook subtielere details konden worden geverifieerd. De flashkaart die melding maakt van vault 27 op ‘Tango loop’, vliegbasis Aviano, komt bijvoorbeeld overeen met een openbaar Amerikaans militair document waarin wordt bevestigd dat er op vliegbasis Aviano een Protective Aircraft Shelter’ is met de naam ‘t-27’.   

    En ook de inhoud van anonieme flashkaarten (zonder gebruiksnamen) kon worden geverifieerd. Een van deze flashkaarten leek procedures te beschrijven van het Nederlandse Volkel. Deze informatie lijkt nergens anders openbaar beschikbaar te zijn, maar is vergelijkbaar met informatie die werd aangetroffen in de sets van geverifieerde gebruikers op onder meer de bases Incirlik, Aviano, Kleine-Brogel. De anonieme set bevatte bijvoorbeeld een flashkaart die specifiek gericht was op de authenticatiegegevens van een RAB en van geverifieerde gebruikers.

    image10 2
    Een flashkaart zichtbaar op Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.
    image11 2
    Een openbaar toegankelijke flashkaart op Cram met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    Een van de interessantste kaarten in de anonieme sets was de ‘vault status’-flashkaart, die lijkt aan te geven welke vaults in Volkel kernwapens bevatten. Om deze informatie te kunnen verifiëren moeten we eerst vaststellen of deze vaults daadwerkelijk bestaan. Volkel heeft 32 beschermende vliegtuigshelters (te zien op Google Earth), maar niet elke PAS heeft een WS3-vault. We moeten dergelijke shelters vinden met zo’n vault, en kijken of het aantal overeenkomt met dat op de flashkaart.

    image18 1
    Een flashkaart geüpload naar Chegg met enkele door Bellingcat gecensureerde details.

    ‘703rd MUNSS’

    Een snelle zoektocht op Google leidt ons naar een kaart van Volkel (uit 1999), gepubliceerd door Ontwapen!, een antimilitaristische actiegroep. Op de kaart staan acht Protective Aircraft Shelters met vaults – drie minder dan de elf vaults op de flashkaart (uit 2019). Er zijn verschillende webpagina’s (uit 2007 en 2014) te vinden met nummers van shelters waar de kernwapens liggen opgeslagen. Toch is het onduidelijk wat de bronnen zijn van deze posts en komen de details slechts gedeeltelijk overeen met de aantallen op onze flashkaart.

    image8 1
    Een kaart met ‘Hangars met WS3-vaults’ op de vliegbasis Volkel, gelabeld ‘Intern gebruik defensie’ en gepubliceerd door Ontwapen! In 2010.

    Maar zoals uit eerdere artikelen van Bellingcat over fitness-apps en een bierproef-app is gebleken, kunnen soldaten in dergelijke omstandigheden zelf zonder het te weten een bron van informatie zijn. De eerste stap is de personen vinden die toegang hebben tot deze locaties.

    Via Wikipedia kunnen we zien dat de kernwapens in Volkel worden onderhouden door een Amerikaans squadron: het 703rd Munitions Support Squadron. In militair jargon is dat afgekort tot ‘703rd MUNSS’ en ‘703 MUNSS’. Een snelle zoektocht op Facebook levert verschillende groepsfoto’s op, waarvan sommige zijn gedeeld, getagd en geliket door de personen die erop staan afgebeeld. De tweede stap is het onderzoeken van het openbare profiel van een van deze personen.

    Daar vinden we een foto gedeeld in 2013.

    image21 1 1200x507 2 1
    Een foto die door iemand van het 703rd MUNSS op Facebook is geplaatst. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    De foto was niet geografisch getagd. Alle personen dragen een Amerikaans uniform en de foto was door een Amerikaan gedeeld op zijn persoonlijke Facebookprofiel. Wie door de pagina scrollt, zou kunnen denken dat de foto in de VS is genomen. Maar er zijn aanwijzingen waaruit blijkt dat dit niet het geval is.

    Links op de foto zijn twee vlaggen te zien. Op een bijgesneden foto van een Facebook-post uit 2013 is een militair voertuig te zien.

    image17 1

    Op het militaire voertuig staat een Nederlandse vlag. De tekst op de andere vlag eindigt op UNSS, de laatste vier letters van de naam van het eerdergenoemde squadron: 703 MUNSS.

    De foto is gepost in 2013, maar de dichtstbijzijnde, ongecensureerde satellietfoto op Google Earth Pro van de vliegbasis Volkel dateert uit 2016. Ondanks de verschillen in begroeiing op de foto’s uit deze twee verschillende jaren kunnen deze satellietbeelden nog steeds nuttig zijn om overeenkomsten te vinden. Er staan drie details op de Facebookfoto waardoor één hangar op de vliegbasis Volkel in aanmerking komt als een mogelijke kandidaat voor de locatie van de foto; deze zijn omcirkeld in rood, blauw en groen.

    Vergelijking met satellietbeelden wijst op een correlatie. De vorm en positie van de hangar ten opzichte van de landingsbaan, de locatie van de bomen, de positie van de gele lijn op de grond, het object links en het gebouw achter de landingsbaan komen allemaal overeen. Deze geografische locatie komt ook overeen met een hangar die op de uitgelekte kaart is gemarkeerd als een ‘Hangar met WS3-vault’.

    image5 1 1200x467 1
    Een Google Earth-beeld vergeleken met een kaart van Volkel.

    Op dezelfde uitgelekte kaart staat een shelter met nummer 532. Op een van de flashkaarten staat inderdaad een shelter 532 die een vault heeft.

    image4 2
    Een flashkaart gevonden op Chegg.com, gemaakt in 2019. De laatste twee cijfers zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Deze Facebookfoto lijkt de informatie op de flashkaart te bevestigen dat de shelter een vault heeft, maar volgens de flashkaart is deze vault ‘COLD’. Jeffrey Lewis van het James Martin Center for Nonproliferation Studies vindt het zeer onwaarschijnlijk dat militairen in actieve dienst poseren met een echte bom. De informatie op de flashkaart dat de vault ‘COLD’ is, is volgens hem waarschijnlijk juist. Maar kan dat wordt bevestigd met de details op de foto?

    De bom

    Laten we de bom van wat dichterbij bekijken.

    Screenshot 2021 05 28 at 09.15.38
    Een door iemand verbonden aan het 703rd MUNSS op Facebook geposte foto. De gezichten zijn door Bellingcat gecensureerd.

    Kernwapens hebben regelmatig onderhoud nodig. De trailer van het Secure Transportable Maintenance System is speciaal voor die taak ontworpen. Uit openbaar beschikbare documenten van het Amerikaanse leger blijkt dat de kabels en toebehoren om de bom in een vliegtuig te laden en te prepareren voor een missie. opgeborgen dienen te worden in een zogenaamde zadeltas. De vorm komt ook overeen met openbaar beschikbare afbeeldingen van de B61-kernbom.

    image3 3
    Boven: de bom op de Facebook-foto. Onder: een foto van de B61 op Wikipedia.

    Het probleem is dat de vliegtuigbemanning een oefenversie van de B61 gebruikt, de BDU-38, met dezelfde vorm en grootte. En om het nog verwarrender te maken, heeft het grondpersoneel ook oefenversies van de B61. Hoe onderscheid je ze van elkaar?

    Oefenwapens erkennen

    Oefenwapens zijn meestal te herkennen aan hun kleuren. B61’s zijn zilvergrijs (ze worden soms aangeduid met de term ‘silver bullet’), BDU-38’s lijken wit. Op een ongedateerde foto, gepubliceerd door de Federation of American Scientists in 2009, maar waarschijnlijk een aantal jaren eerder genomen, lijken witte BDU-38’s te zien te zijn, gelabeld als ‘inert nuclear bombs’ (onschadelijke kernbommen) na te zijn gedropt op de Vliehors, Nederlands enige oefenterrein voor bombardementen.

    In Facebook-groepen van Volkel-vliegtuigspotters is een andere foto te vinden van een BDU-38 uit 2005, die gedeeltelijk wit lijkt.

    Zoeken op Google naar de Nederlandse term ‘witte bommen’ leidt naar een andere vliegtuigfotograaf, die foto’s deelde van F16’s op Volkel met hetzelfde wapen in 2007. Deze fotograaf noemde het wapen niet. Hij beschreef de foto’s alleen als Nederlandse en Belgische F16’s die opstegen van Volkel om ‘grote rood-witte bommen’ te droppen op de Vliehors. Net als Nederland beschikt ook België over B61’s.

    Als je deze oefenbommen (hier en hier te zien) vergelijkt met de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde (hieronder te zien), zie je dat ze dezelfde vorm en grootte hebben, maar dat ze qua kleur verschillen.

    Te oordelen naar de zilveren kleur van de bom waarmee het Amerikaanse squadron poseerde, kunnen we dus zien dat het niet gaat om een rood-witte oefenbom die door Nederlandse vliegtuigbemanningen wordt gebruikt.

    De oefenversies van de B61 voor grondpersoneel lijken ook dezelfde zilveren kleur te hebben als het wapen op de Facebook-foto, maar zijn meestal voorzien van rode letters. Hier is een voorbeeld van een B61 in een museum. De tekst in het midden van de bom luidt: ‘TRAINING ONLY – DO NOT FLY‘ (alleen training – niet mee vliegen).

    Op andere exemplaren buiten musea staan ook rode letters op de neus, het midden van de huls en de vinnen. Het is onmogelijk te zeggen of het wapen buiten vault 532 deze markeringen heeft.

    Het enige detail dat zekerheid zou kunnen verschaffen, is het serienummer van de bom, dat we op deze foto niet kunnen zien. Volgens Hans Kristensen van de Federation of American Scientists staat op deze wapens ‘normaal gesproken het type en serienummer vermeld. Als het een echt wapen is, staat er B61-x en yyyyyyyyy. Op een oefenversie zou iets staan als B61-x Type 3E. Maar ik zie geen markeringen op het wapen op deze foto.’

    Screenshot 2021 05 28 at 11.40.24
    Een voorbeeld van een oefenversie van de B61 met serienummer, gepost door @Casillic.

    Kristensen voegde er wel aan toe: ‘Ik betwijfel of ze een scherp oorlogswapen tevoorschijn zouden halen voor een foto, ik gok dat dit een oefenwapen is.’

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    De protocollen en beveiligingsmaatregelen om een kernwapen uit zijn vault te halen zijn bijzonder streng. Als het een echt kernwapen is, zou de Facebookfoto getuigen van een enorme beveiligingsfout. Als het geen echt kernwapen is dat voor schuilkelder 532 wordt getoond, is het logisch dat de flashkaart de vault als ‘COLD’ aanduidde.

    Beveiligingsfout

    De schaal waarop soldaten beveiligingsgegevens hebben geüpload en onbedoeld hebben gedeeld betekent dus een enorme operationele beveiligingsfout.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Er blijken ook kaarten te zijn voor heel andere militaire doeleinden. Bellingcat kon bijvoorbeeld sets vinden met vragen over de uitvoering van een drone-aanval met een MQ-9 Reaper.

    image20 1 1200x227 1
    Een flashkaart geplaatst op Quizlet.

    Vanwege de mogelijke implicaties voor de openbare veiligheid nam Bellingcat vier weken voor deze publicatie contact op met de NAVO, EUCOM, het Amerikaanse ministerie van Defensie en het Nederlandse ministerie van Defensie. Dat laatste erkende in een e-mail dat er over deze kwestie contact was met de NAVO en EUCOM. Het ministerie verklaarde dat Nederland een nucleaire taak heeft, maar dat het geen commentaar kan geven over aantallen kernwapens of over locaties, omdat men gebonden is aan NAVO-afspraken die gebaseerd zijn op veiligheidsoverwegingen.

    Bellingcat kon links overleggen naar vijftig gevonden kaartensets met beveiligingsdetails op Chegg, Quizlet en Cram, met de nadrukkelijke kanttekening dat de lijst mogelijk niet volledig is. Ook melde het hoe de sets waren ontdekt. Het Nederlandse ministerie van Defensie deelde Bellingcat mee dat de informatie in deze sets geen gevolgen had voor de veiligheid van Nederland. De verklaring van de Amerikaanse luchtmacht: ‘Uit beleidsoverwegingen worden onze beveiligingsprotocollen om de bescherming van gevoelige informatie en operaties te waarborgen voortdurend getoetst en beoordeeld.’ Alle door Bellingcat onder de aandacht gebrachte sets bleken kort voor publicatie offline te zijn gehaald.

    Voor activisten die strijden voor nucleaire ontwapening onderstreept de door Amerikaanse soldaten onthulde informatie echter wat zij zien als de gevaren van het onderbrengen van kernwapens in Europa, zonder dat daar een duidelijke strategische reden voor is.

    Susi Snyder, projectleider van het No Nukes-programma bij de Nederlandse vredesorganisatie PAX en coördinator van de campagne Don’t Bank on the Bomb, zei het volgende: ‘De mensen in Europese landen waar B61-bommen zijn geplaatst, steunen in overweldigende meerderheid het Verdrag inzake het verbod op kernwapens. Een geheimhoudingsbeleid dat de democratie naast zich neerlegt kan niet blijven voortbestaan, het brengt de veiligheid van de bevolking in gevaar. Geheime stationering is, net als kernwapens zelf, geen oplossing voor de dreigingen van vandaag of morgen.’

    Kristensen van de Federation of American Scientists voegde daaraan toe: ‘Er zijn zo veel vingerafdrukken die verraden waar de kernwapens zich bevinden, dat het geen enkel militair of veiligheidsdoel dient om te proberen deze locaties geheim te houden. Toegegeven, er kunnen specifieke operationele en veiligheidsdetails zijn die geheim moeten worden gehouden, maar de aanwezigheid van kernwapens an sich is dat niet. Het ware doel van geheimhouding is het vermijden van een controversieel publiek debat in landen waar kernwapens niet populair zijn.’

  • De VS geven 500 miljoen vaccins weg  | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    De VS geven 500 miljoen vaccins weg | Rechtbank noemt Navalny’s organisatie ‘extremistisch’

    Russische justitie bestempelt Navalny’s organisatie als ‘extremistisch’  

    Woensdag 9 juni oordeelde een Russische rechtbank dat organisaties die banden hebben met de gevangengenomen tegenstander Aleksej Navalny ‘extremistisch’ zijn, wat betekent dat ze niet mogen meedoen aan de parlementsverkiezingen in september. De beslissing van de Moskouse rechtbank ‘werd onmiddellijk van kracht en verbiedt degenen die betrokken zijn bij het Navalny Anti-Corruption Fund (FBK) en zijn regionale kantoren in heel Rusland om zich verkiesbaar te stellen’, aldus de Russische afdeling van Radio Free Europe

    Screen Shot 2021 06 10 at 9.22.52 AM 1
    ‘Ik ga het niet eens hebben over het juridische besluit van het lachertje dat in Rusland “de rechtbank” wordt genoemd.’

    ‘We zullen verdergaan, we zullen evolueren, we zullen ons aanpassen. Maar we zullen niet terugdeinzen voor onze doelstellingen en onze ideeën’, reageerde de oppositieleider op zijn Instagram-account. Navalny, 45, zit een gevangenisstraf van twee en een half jaar uit voor een fraudezaak die hij als politiek beschouwt.

    [Beeld: De Russische rechtbank, door Navalny een ‘lachertje’ genoemd, heeft geoordeeld. – © EPA/YURI KOCHETKOV]

    Lees ook:


    De Verenigde Staten beloven 500 miljoen vaccins voor arme landen  

    Joe Biden zal van zijn Europese tournee profiteren om de aankoop door de Verenigde Staten van 500 miljoen doses Pfizer covid-19-vaccins aan te kondigen, voor distributie naar arme landen. ‘Dit jaar zullen er 200 miljoen doses worden gedistribueerd en de resterende 300 miljoen in de eerste zes maanden van volgend jaar’, aldus The Washington Post.

    Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen

    De doses zullen worden verdeeld door Covax, het programma van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO). De covid-19-pandemie heeft wereldwijd meer dan 3,7 miljoen levens geëist en de economische kwetsbaarheid van veel landen verergerd. Een VN-rapport dat donderdag werd gepubliceerd, schat het aantal kinderen dat door de crisis zal moeten gaan werken op 9 miljoen – bovenop de 160 miljoen kinderen die al werkten vóór de pandemie.


    Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie  

    De militaire junta die in Myanmar aan de macht is sinds de coup van 1 februari, heeft de voormalige Myanmarese oppositieleidster Aung San Suu Kyi aangeklaagd voor corruptie, bericht Bloomberg De beschuldiging werd openbaar gemaakt door het ministerie van Informatie, dat beweert dat het voormalige hoofd van de burgerregering ‘zich schuldig heeft gemaakt aan corruptie en misbruik heeft gemaakt van haar ambt’. 

    Lees ook:

    Volgens de Myanmarese staatskrant ontving de vijfenzeventigjarige Aung San Suu Kyi ‘600.000 dollar en enkele kilo’s goud’ aan steekpenningen. Op deze aanklachten staat vijftien jaar gevangenisstraf. 

    Op 14 juni begint een eerste proces tegen de voormalig leider op grond van andere aanklachten, waaronder het aanzetten tot openbare ordeverstoring en schending van een wet op staatsgeheimen.


    Peugeot aangeklaagd voor ‘dieselgate

    In de nasleep van de aanklacht tegen Renault was het de beurt aan Peugeot om te worden ingehaald door het ‘dieselgate’-schandaal, meldt ReutersDe Franse fabrikant wordt ervan beschuldigd zijn klanten te hebben misleid over de emissieniveaus van vervuilende producten door dieselvoertuigen die tussen 2009 en 2015 zijn verkocht. De Franse justitie heeft ook aangekondigd dat Citroën en Fiat-Chrysler (FCA), de andere merken van de Stellantis-groep, begin dit jaar geboren uit de fusie tussen Peugeot en FCA, zullen volgen.

    ‘Onze dochterondernemingen zijn er vast van overtuigd dat hun emissiebeheersingssystemen voldeden aan alle vereisten die destijds van toepassing waren en blijven hieraan voldoen, en ze kijken uit naar de mogelijkheid om dit aan te tonen’, aldus de groep.


    Biden biedt uitstel voor TikTok

    Joe Biden heeft twee uitvoeringsbesluiten van zijn voorganger vernietigd die TikTok- en WeChat-platforms en andere toepassingen in de Verenigde Staten verboden. In plaats van deze decreten heeft ‘president Biden een nieuwe verordening ondertekend waarin hij het ministerie van Handel vraagt ​​om een ​​onderzoek te starten naar toepassingen met betrekking tot “buitenlandse concurrenten” die een risico kunnen vormen voor de nationale veiligheid’, aldus TechCrunch. 

    Biden geeft de regering vier maanden de tijd om een gedetailleerd rapport te bezorgen en aanbevelingen te doen. De platformen TikTok en WeChat waren de stokpaardjes van Donald Trump geworden, die hun moederbedrijven ervan beschuldigde vertrouwelijke gegevens over Amerikaanse gebruikers te verzamelen en deze met de Chinese autoriteiten te delen. De beschuldigingen werden door betrokkenen stelselmatig weerlegd.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/tiktok-is-geen-club-voor-mensen-met-een-lelijk-gezicht/
  • Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Twee mannen raakten gefascineerd door Noord-Korea – en infiltreerden

    Een werkloze kok heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit op film was vastgelegd: hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars bereid zijn om de VN-sancties grof te schenden. Dat toont de film De Mol. Het verhaal is zo bizar, dat velen aan de echtheid twijfelen.

    Aan het einde van de film, in een van de laatste shots, zit Ulrich Larsens echtgenote Sacha met de rug naar de camera. Haar blik is op haar man gericht, en langzaam zegt ze: ‘Ik vind dat je een idioot bent. Ook omdat je me niets verteld hebt.’ Wat antwoorddde UlrIch Larsen, ‘de mol’ zoals hij in de film genoemd wordt, zijn vrouw? ‘Ja, je hebt gelijk.’

    Een van de beste geheime operaties

    Hij is werkelijk naar de afspraak gekomen, de man die verantwoordelijk is voor wat Ola Kaldager, ooit chef van de Noorse inlichtingendienst E14, ‘een van de beste geheime operaties’ noemt die hij ooit heeft gezien. De man die door de Noord-Koreanen een leugenaar en een manipulator wordt genoemd. Nu zit hij in een onopvallend café in een onopvallende buitenwijk van Kopenhagen, waar Ulrich Larsen met zijn vrouw en kinderen woont. Hij draagt een grijs sweatshirt en heeft een kaalgeschoren hoofd. Je begrijpt meteen hoe zo iemand zich onzichtbaar kan maken. Hij is bovendien rustig en analytisch, en een nauwkeurige verteller met een verbazingwekkende opmerkzaamheid. 

    Ze hadden nooit gedacht dat het zo groot zou worden. Ulrich Larsen niet, die de hele zaak op touw had gezet, en Jim Latrache-Qvortrup, de ‘dritte im Bunde’, al evenmin. ‘Het werd voor een deel zo gek dat ik de mensen begrijp die zeggen: “Dat kan helemaal niet,”’ zegt Latrache-Qvortrup. ‘Hoe moet je in hemelsnaam deze film uitleggen aan iemand die hem nog niet gezien heeft? Hoe doe je dat?’

    Een poging: een Deense kok die door ziekte arbeidsongeschikt is verklaard en van een uitkering leeft, duikt in de bizarre wereld van de vrienden van Noord-Korea in Europa. Daar speelt hij tien jaar lang als undercover de trouwe communist, en dringt hij steeds dieper door in de inner circle van de hiërarchie, tot hij samen met een voormalige cokedealer en legionnair van het vreemdelingenlegioen bij geheime ontmoetingen in Beijing en Pyongyang Noord-Koreaanse wapenhandelaars ertoe brengt verdragen te ondertekenen die onder andere voorzien in de bouw van een ondergrondse fabriek voor drugs en wapens door Noord-Korea op een eiland in het Victoriameer in Oeganda.

    Dat zou, in grote lijnen, pas de helft van het verhaal zijn. Klinkt dat te grotesk voor een Hollywood-scenario? Het wordt nog gekker: Ulrich Larsen heeft elke afzonderlijke stap in deze reis gefilmd, met inbegrip van het ondertekenen van het verdrag voor de wapenfabriek in een geheime kelder in Pyongyang.

    De mol

    Al die jaren werkte Ulrich Larsen samen met de documentairefilmer Mads Brügger uit Kopenhagen. Lars zocht contact met hem nadat hij een vroegere documentaire over Noord-Korea van Brügger had gezien, en bood hem aan materiaal te leveren. Aanvankelijk was Brügger niet geïnteresseerd. ‘Die Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging is een tamelijk deprimerende aangelegenheid,’ zegt Mads Brügger bij een gesprek in zijn kantoor in de binnenstad van Kopenhagen. ‘Maar ik heb tegen Larsen gezegd: als er ontwikkelingen zijn, hou me dan op de hoogte.’

    Er waren ontwikkelingen. En Mads Brügger maakte daarvan uiteindelijk de documentaire De mol, die in première ging bij de BBC en de publieke tv-zenders in onder andere Denemarken, Noorwegen en Zweden [en Nederland]. 

    Nogmaals: een werkloze kok, vader van een gezin uit een buitenwijk van Kopenhagen, fan van Metallica en liefhebber van modelspoorbaantjes, heeft de wereld beelden geleverd die voor het eerst tonen wat iedereen wel vermoedde, maar nog nooit door iemand op film was vastgelegd – namelijk hoe Noord-Koreaanse wapenhandelaars blijkbaar bereid zijn om de door de Verenigde Naties uitgevaardigde sancties grof te schenden.

    En terwijl Noord-Korea-deskundigen erover twisten of de in de film getoonde Noord-Koreanen zich wel echt aan hun deel van de deal gehouden hebben, of dat in dit schimmenspel misschien iedereen alle anderen voor de gek houdt, hebben medewerkers van de Verenigde Naties contact gelegd met de filmmakers en bestuderen ze het door hen geleverde materiaal. En de ministers van Buitenlandse Zaken van Zweden en Denemarken meldden zich met een gemeenschappelijke verklaring: ‘Wij nemen de inhoud van de documentaire zeer serieus,’ heet het. Men heeft besloten de zaak voor te leggen aan de EU en het VN-comité voor sancties.

    ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf. Ik had een project nodig’ 

    Waarom steekt iemand zijn neus in zulke zaken? In het café vertelt Ulrich over zijn vader die werkte op de veerboten die van Denemarken naar Duitsland voeren. Als kind mocht hij vaak meevaren, meestal naar Puttgarden, maar soms ook naar het Oost-Duitse Warnemünde. De zeelui hadden er plezier in de jongen te waarschuwen om niet aan land te gaan. ‘Ze zeiden dat daar het communisme wachtte.’ Kort na de val van de muur, als hij dertien is, leerde hij op een van die schepen een jongen uit Rostock en zijn zus kennen. De families bezochten elkaar over en weer. ‘Wij kwamen in Rostock en zij bij ons in Gedser. We voerden urenlange gesprekken, ook over socialisme en kapitalisme, over het gedeelde Duitsland.’ Sindsdien spreekt Larsen bijna accentloos Duits.

    Hij wilde altijd kok worden, zegt Larsen, en toen hij het werd, voelde hij zich helemaal op zijn plek: de vriendschap in de keuken, het plezier, en dan elke dag het moment ‘waarop de stilte in een paar seconden verandert in een wervelstorm’. 

    Op zeker moment deed zijn alvleesklier niet meer mee, hij kreeg zware diabetes. Nog altijd is eten pijnlijk voor hem. Algauw was van werken geen sprake meer. ‘De eerste jaren lag ik vaak in bed en had ik medelijden met mezelf,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik had een project nodig.’ Toen zag hij op televisie The Red Chapel, een film van Mads Brügger, die in 2009 met twee uit Korea afkomstige Deense komieken naar Noord-Korea gereisd was. Noord-Korea fascineerde hem, zegt Larsen. Urenlang zocht hij informatie op het internet. Aanvankelijk was hij vooral geboeid door de parallellen met het gedeelde Duitsland, maar algauw boezemde het atoomprogramma van de regerende Kim-dynastie hem angst in. ‘Ik dacht: Kan ik misschien iets doen?’

    Ulrich Larsen legt contact met de filmmaker. En wordt lid van de Deens-Noord-Koreaanse vriendschapsvereniging, een troosteloos stelletje socialisten van de oude stempel. Van het begin af aan nam hij zijn camera mee en gebruikte die om korte fimpjes van de vergaderingen op het net te zetten. In die filmpjes wordt Larsen een propagandist van het regime, hij prijst het goede leven in Noord-Korea. ‘Het ging erom het vertrouwen van die mensen te winnen,’ zegt hij. Steeds weer gebeurde er maandenlang niets. Larsen blijft geduldig. Hij vertelt zijn vrouw over de vriendschapsvereniging, maar niet over zijn ware bedoelingen, niet over het filmproject.

    In 2012 wordt Ulrich voor het eerst uitgenodigd om naar Noord-Korea te komen. Daar krijgt hij een medaille van het regime voor zijn loyaliteit, en op die reis leert hij Alejandro Cao de Benós kennen, een van de meest kameleontische figuren in het verhaal: Cao de Benós stamt af van verarmde Spaanse adel maar heeft in de voorbije jaren met zijn ‘Korean Friendship Association’ (KFA) naam gemaakt als de grootste cheerleader van het regime

    Hij trad de laatste jaren in het Westen steeds weer op als bemiddelaar voor degenen die toegang wilden krijgen tot het geïsoleerde land. In de film leren we Alejandro Cao de Benós kennen als iemand die in Pyongyang in een operette-achtig officiersuniform voor duizenden partijbonzen Koreaanse slagzinnen brult, en die Larsen waarschuwt voor ‘de neger’, die ‘alleen maar slaapt en steelt’.

    ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in’ 

    Interessant wordt het verhaal op het moment waarop de Spanjaard Ulrich Larsen opneemt in zijn KFA, hem tot zijn ‘Scandinavische vertegenwoordiger’ maakt en hem dan verzoekt om investeerders te zoeken voor het door de sancties geteisterde Noord-Korea. Het is intussen 2016. En nu spitst regisseur Mads Brügger zijn oren. ‘Ik wist dat we Alejandro een investeerder moesten presenteren.’ Dus ging hij op zoek naar een acteur die voor hem de rol kon spelen van een Noorse oliemiljonair. En hij vond ‘mr. James’, in het echte leven Jim Latrache-Qvortrup, voormalig soldaat van het vreemdelingenlegioen en cocaïnedealer van de Kopenhaagse jetset, die op dat moment juist vrijkwam uit de gevangenis. ‘In het Deens zeggen we dan: alsof er een sinaasappel in je tulband valt,’ zegt Mads Brügger. Een gelukstreffer. ‘Jim bloeit op in gevaarlijke situaties. En dan ontpopt hij zich ook nog als een begenadigd toneelspeler.’

    ‘Eerst zei ik tegen Mads: je maakt een grapje zeker,’ vertelt Jim Latrache-Qvortrup, ‘en toen: ik doe het.’ Zijn luide schaterlach rolt door de lobby van het hotel. Latrache heeft voorgesteld het gesprek te voeren in het ‘Angleterre’, de elegantste gelegenheid van Kopenhagen. Hij heeft een kortgeknipte volle baard en perfect gekamde haren, net alsin de film. ‘Jezus,’ zegt hij. ‘Ik heb als drugsdealer vijftien jaar in een leugen geleefd. Ik ken het spel, en ik ben er goed in.’ 

    In de docu speelt hij een in Karl Lagerfeldpakken geklede blaaskaak die op zoek is naar crystal meth en wapens. In werkelijkheid heeft hij, dyslectisch als hij is, met de hulp van zijn vrouw – model en Zuid-Oostazië-specialist – in de gevangenis alsnog zijn eindexamen gehaald, en speelt hij tijdens het diner de liefdevolle en charmante tafelheer. ‘Voor mij was het een achtbaanritje op adrenaline,’ zegt hij.

    Krankzinnige reis

    Vanaf dat moment reizen Ulrich Larsen en ‘mr. James’ samen. Het wordt een krankzinnige reis. Deels gefilmd met een verborgen camera, maar vaak ook heel openlijk door Larsen, die de kameraden al jaren kennen als YouTuber voor de Noord-Koreaanse zaak. We zien Alejandro Cao de Benós die al tijdens het eerste gesprek met ‘mr. James’ opschept dat Noord-Korea ‘zich aan geen enkele regel hoeft te houden’: ze kunnen zorgen voor crystal meth, maar willen ook graag ‘fabrieken bouwen om duikboten en tanks te produceren.’

    Allemaal loze praatjes? In een schriftelijke reactie verklaart Cao de Benós dat de film ‘in scène gezet en gemanipuleerd’ is. Hij zou nooit een opdracht uit Noord-Korea voor wapen- of drugsdeals hebben gekregen. Maar in de film zitten de twee Denen na zijn bemiddeling al snel met mensen van de Noord-Koreaanse geheime dienst achter in een limousine in Pyongyang, en vervolgens in een ondergronds restaurant, waarin de ondertekening van een heel bijzondere overeenkomst ’wordt gevierd met karaoke en vele rondjes “Skol!”: de Noord-Koreanen hadden voorgesteld een ondergrondse fabriek voor crystal meth en wapens te bouwen in Oeganda, op een eiland in het Victoriameer, onder een luxe resort. Codenaam: “The Tourism Project”’.

    ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Ze ontmoeten de Noord-Koreanen in Oeganda om het eiland te bezichtigen, en horen een als ‘Danny’ voorgestelde Noord-Koreaan zeggen: ‘Jullie brengen je vliegtuigen onder de dekmantel van humanitaire hulp naar ons land, dan kunnen wij de bestelde goederen inladen. Jullie betalen ons en vliegen terug.’ De president van de Narae Trading Corporation, een wapenfabriek, overhandigt ze in Pyongyang een catalogus en een prijslijst: vele bladzijden vol met raketwerpers, drones, luchtafweerraketten, scudraketten met een bereik van 1350 kilometer, veertien miljoen dollar per stuk. De Noord-Koreanen stellen een keer een driehoeksdeal voor. Het idee: zij krijgen olie van een zakenman uit Jordanië, bouwen voor mr. James de fabriek in Oeganda, en daarvoor betaalt mr. James de Jordaniër. Ze vragen mr. James of hij voor hen geen wapens naar Syrië kan transporteren: ‘Projectielen, bommen…’ Ten slotte wordt Ulrich Larsen uitgenodigd in de Noord-Koreaanse ambassade in Stockholm, waar een diplomaat hem het uitgewerkte plan overhandigt voor de als luxe hotel vermomde wapenfabriek in het Victoriameer: ‘Het ziet eruit als in een film,’ zegt de heimelijk gefilmde Noord-Koreaan, en dan: ‘Als er iets gebeurt – onze ambassade weet hier niks van!’

    Mads Brügger noemt zich in de film een keer een ‘filmmaker die uit is op sensatie’. Men verwijt hem dat hij zijn beide protagonisten op onverantwoorde wijze blootgesteld heeft aan gevaar in een regime dat bekendstaat om zijn meedogenloosheid. Ulrich Larsen en Jim Latrache-Qvortrup ontkennen dat allebei. ‘In tegendeel,’ zegt Latrache-Qvortrup: ‘Mads en de producent hebben mij afgeremd toen ik verder wou gaan.’ En het was tenslotte allemaal zijn idee, zegt Ulrich Larsen. Niemand heeft hem ooit ergens toe gedwongen. Maar terwijl ‘mr. James’ beweert van ‘ieder moment’ van het avontuur te hebben genoten, is aan Larsen nu nog de beklemming te merken als hij over scènes vertelt waarin hij bijna werd ontmaskerd.

    Detector

     In Tarragona zat hij een keer met Alejandro Cao de Benós in zijn ‘bunker’, toen de Spanjaard een afluisterdetector haalde en Larsen – die microfoon en camera op zijn lichaam droeg – daarmee scande. In de film hoor je de detector plotseling luid piepen. ‘Op dat moment dacht ik: Nu is alles voorbij,’ zegt Ulrich Larsen. ‘Ik dacht aan mijn vrouw. Dat zou het ergste geweest zijn: als het hier was afgelopen, dan zou ik mijn gezin nooit de waarheid verteld hebben.’

    Larsen bleef koel en gaf de schuld aan de elektrische sleutel van de huurauto. Hij komt ermee weg, zichtbaar geschrokken, en gaat toch door. ‘Ik wilde gewoon die informatie eruit krijgen,’ zegt hij. ’Ik wilde de wereld laten zien hoe Noord-Korea en zijn bondgenoten handelen.’

    Nu zijn zijn beelden publiek geworden. En de deskundigen twisten over de interpretatie ervan. De door de filmmaker geleverde details zijn ‘adembenemend’, zeggen de Noord-Koreadeskundigen Rüdiger Frank en Peter Ward: ‘Vroegere berichten over hoe Noord-Korea probeert de sancties te omzeilen, worden hier bevestigd en dramatisch geïllustreerd.’ Maar er zijn ook onbeantwoorde vragen. Sommigen geloven in een misleidingspoging van Noord-Korea. Hebben de Noord-Koreanen gewoon geprobeerd om de beide Denen te bedriegen? Waarom hebben de Noord-Koreanen nooit een grondig antecedentenonderzoek gedaan naar die zogenaamde oliemiljonair mr. James? Anderen brengen daar tegenin dat de documentaire op haar manier ook toont hoe goed de sancties van de VN functioneerden en dat de Noord-Koreanen ronduit vertwijfeld waren in hun zoektocht naar geld.

    De intentie van de Noord-Koreanen in de film is niet met zekerheid te achterhalen. ‘Dat het werkelijk tot wapenleveranties zou komen, was wat ons betreft uitgesloten,’ zegt regisseur Brügger. ‘Dat was de rode lijn die we nooit overschreden zouden hebben.’

    ‘Allemaal gelogen’

    In Kopenhagen zetten beide protagonisten intussen de eerste stappen terug in hun normale leven. Jim Latrache-Qvortrup verdient zijn geld tegenwoordig met een exclusieve massagepraktijk. Angst voor vergelding van de kant van Noord-Korea heeft hij niet, zegt hij. Ze hebben een ontmoeting gehad met mensen van de Deense geheime dienst PET, en ook hun inschatting luidt; wees voorzichtig, maar er is geen acuut gevaar. De documentaire, meent Jim Latrache-Qvortrup, heeft sinds de uitzending zijn leven veranderd. Degenen die hem eerder altijd als een ex-crimineel hadden bestempeld, zagen hem nu met andere ogen. ‘Zelfs als ik morgen neergeschoten zou worden, zou ik nu sterven als een held en de naam van mijn tweee zoons zou gezuiverd zijn.’ Dan lacht hij, als bevrijd.

    De Noordkoreaanse ambassade in Zweden noemt de film in een verklaring ‘verzonnen’ en ‘deel van de intriges van vijandige krachten’ tegen Noord-Korea. Over de ‘manipulator Ulrich’ heet het dat hij ‘op het moment wel is ondergedoken’, maar dat men zijn leugens snel kan ontkrachten: ‘Het zou niet moeilijk zijn hem te vinden.’

    Ulrich Larsen heeft voor de film nooit een cent gekregen. Ook hij houdt contact met de Deense geheime dienst. Nee, hij is niet verhuisd, en hij zit niet in een getuigenbeschermingsprogramma. Maar hij let nu wel op met wie hij afspreekt, waar hij heen gaat en rijdt; hij verandert zijn routes elke dag. Hij is opgelucht, zegt hij, dat zijn gezin nu alles weet. Dat zijn vrouw hem heeft vergeven. Bij de première in een Kopenhaagse bioscoop waren ze allemaal trots op hem: zijn vader, zijn vrouw en beide dochters. De veertienjarige toonde hem opgewonden een berichtje op haar mobiel: haar vrienden deden nu in de klas een project over zijn film. ‘Ik ben opeens een coole vader,’ zegt Ulrich Larsen. Zijn eigen vader heeft hem na de premiere geschreven dat hij trots op hem was: ‘Maar doe zoiets nooit weer!’ Zou hij dat dan doen? Hij zwijgt. ‘Je weet het nooit,’ zegt hij. 

    Ulrich Larsen, de mol. Een paar keer tijdens het gesprek heeft hij Noord-Korea zijn ‘hobby’ genoemd. Het is maar goed, zegt hij ten slotte, dat hij nog een andere hobby heeft: zijn modelspoorbaan, een Märklin. Als hij een keer geld heeft, dan wil hij een wens vervullen: een moderne Märklin Mini, computergestuurd, tweemaal anderhalve meter. ‘Ik zou een kleine stad bouwen, met huizen en treinen, zes, zeven stuks misschien.’ Het klinkt als een groot avontuur.

    De documentaire is te kijken op NPO Plus.

  • Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat ontmaskert Kremlins geheim agenten

    Bellingcat en de Tsjechische regering achten bewezen dat Russische inlichtingenofficiers betrokken waren bij een explosie in een wapendepot in 2014. Volgens Bellingcat betrof dit een belangrijke missie voor het Kremlin.

    Bellingcat heeft kunnen reconstrueren dat de operatie van de Russische inlichtingendienst GROe die volgens de Tsjechische autoriteiten achter de explosie zat van het munitiedepot in Vrbetice op 16 oktober 2014, werd uitgevoerd door minimaal zes agenten van eenheid 29155 van deze dienst. De missie werd persoonlijk geleid door generaal Andrej Averijanov. Hij reisde vlak voor de operatie undercover naar Midden-Europa en vertrok enkele uren na de explosie weer naar Moskou. Voor zover we weten is Averijanov slechts één keer eerder hoogstpersoonlijk voor een clandestiene operatie naar het buitenland gereisd; de geheime missie moet voor de Russische regering dus van groot belang zijn geweest. Generaal Andrej Averijanov is een hooggeplaatste militair die, zo maakt Bellingcat op uit gespreksgegevens, direct telefonisch contact onderhoudt met zowel de hoogste baas van de GROe als met het Kremlin.

    Bij de operatie waren ook minimaal twee andere GROe-officiers betrokken. Kort voor de aanslag vlogen zij onder een diplomatieke dekmantel naar Boedapest, een stad op vijf uur rijden van het munitiedepot. Waarschijnlijk niet toevallig reisde één van deze diplomaten enkele maanden later naar een luchthaven op een vergelijkbare afstand van de Bulgaarse hoofdstad, kort voordat Emilian Gebrev daar door leden van deze zelfde GROe-eenheid werd vergiftigd met een chemisch wapen.

    Overigens wijzen de door Bellingcat blootgelegde reisgegevens erop dat de operatie oorspronkelijk waarschijnlijk gepland stond voor een eerdere datum, maar om onbekende redenen een week werd uitgesteld. Het lijkt erop dat verschillende leden van eenheid 29155 vlak voor de operatie via aangrenzende landen naar Tsjechië reisden. Al op een eerder moment troffen ze elkaar in Zwitserland voor een voorbereidingsmissie.

    Voorbereiding

    Op 25 september 2014 vlogen majoor generaal Denis Sergejev en luitenant-kolonel Jegor Gordjenko van Moskou naar Genève en checkten in in het Nash Airport Hotel. Ze reisden onder de namen ‘Sergej Fedotov’ en ‘Georgi Gorsjkov’, identiteiten die de GROe hen had verschaft. Later zou Bellingcat Sergejev aanwijzen als de ‘derde man’ in de operatie waarbij de Skripals werden vergiftigd. En zes maanden na de reis naar Genève zou hij samen met ‘Gorsjkov’ naar Bulgarije reizen om de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev te vermoorden.

    Gens 1
    Links: Generaal Andrej Averijanov.
    Rechts: Luitenant-kolonel Jegor Gordjenko.

    De ochtend na aankomst in Genève huurden Sergejev en Gordjenko bij Sixt een BMW 116i. Uit documenten in handen van Bellingcat blijkt dat zij in de vijf dagen dat zij de auto huurden, 545 kilometer aflegden. Een eerder Bellingcat-onderzoek liet al zien dat Sergejev’s telefoon gedurende zijn reizen naar Genève opdook in de omgeving van Chamonix, een Frans skidorp op zestig kilometer afstand van de stad. Later berichtten Franse media dat westerse geheime diensten ontdekt hadden dat eenheid 29155 daar een verborgen logistieke basis opgezet had. Het doel van deze reis is onduidelijk, maar vast staat dat Sergejev gedurende dit korte verblijf intensief communiceerde met zijn chef, kolonel-generaal Andrej Averijanov. Eerder door Bellingcat verkregen telefoongegevens laten zien dat Sergejev sowieso altijd contact hield met Averijanov. Beiden gebruikten bij buitenlandse operaties anonieme prepaid-simkaarten – zo ook bij de vergiftiging van de Skripals.

    De GROe-officiers ontvingen niet lang na hun missie militaire onderscheidingen

    Op 2 oktober 2014 boekte de commandant van de twee spionnen – generaal Andrej Averijanov – een vliegticket van Moskou naar Lissabon voor twee dagen erna, zaterdag 4 oktober. Averijanov reisde als toerist, onder zijn valse naam Andrej Overijanov, die maar één letter verschilt van zijn echte. Niet duidelijk is of de GROe-generaal in de Portugese hoofdstad iemand ontmoette of daar het Schengengebied binnenkwam louter omdat het land zijn alter ego een visum had verstrekt. Voor de 7e oktober had hij een doorreis geboekt van Lissabon naar Wenen, maar deze ticket gebruikte hij niet. In plaats daarvan nam Averijanov nog diezelfde dag – 4 oktober 2014 – een vlucht naar Genève, waar Sergejev en Fedotov op hem wachtten. Twee dagen later – op 6 oktober – vloog hij terug naar Moskou met een overstap in Warschau.

    De volgende dag verschenen generaal Averijanov en vier andere leden van eenheid 21955 op hun werk aan de Korosjevskoje Chaussee 76B, het GROe-hoofdkwartier in Moskou. De mannen boekten tickets voor verschillende vluchten, die hen allen een week later tot op een paar uur rijden van het Tsjechische munitiedepot zouden brengen.

    Formatievliegen

    Op 7 oktober 2014 boekte generaal Averijanov – opnieuw onder zijn valse identiteit Overijanov – een Aeroflot-vlucht naar Wenen op 13 oktober 2014. De terugvlucht boekte hij voor twee dagen later, 15 oktober.

    Op datzelfde moment kocht luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov, een ander lid van eenheid 29155, een ticket naar Wenen voor 11 oktober 2014, twee dagen eerder dus dan zijn chef. Net als Averijanov boekte hij zijn terugvlucht voor 15 oktober, onder het alias Nicolaj Kononichin.

    Tegelijkertijd kochten ook twee andere leden van eenheid 29155 – doctor Alexandr Misjkin en kolonel Anatoli Tsjepiga, tickets naar Midden-Europa. Net als Jezjov zouden zij reizen op 11 oktober -maar naar Praag, niet naar Wenen. Zij boekten hun tickets onder valse identiteiten van vertegenwoordigers in sportvoeding: ‘Alexandr Petrov’ en ‘Ruslan Bosjirov’- onder deze zelfde aliassen waren zij vier jaar later te zien in een uitzending van televisiezender RT als gestrande toeristen. Uit hun reisgegevens blijkt dat zij geen terugvlucht boekten, schijnbaar was die datum nog onzeker.

    Ook twee andere leden van eenheid 29155 boekten die ochtend vliegtickets. In tegenstelling tot de anderen vlogen zij onder hun eigen namen: Aleksej Kapinos en Jevgeni Kalinin. De twee deden zich voor als diplomaten op dienstreis naar de Russische ambassade in Boedapest, met in hun bagage diplomatieke post. Hun heenvlucht stond gepland voor 10 oktober 2014 en de terugvlucht, net als die van Averijanov en Jezjov, op 15 oktober 2014.

    kaartje
    © Bellingcat

    Enkele dagen later bevonden de vijf GROe-agenten zich in Midden-Europa. ‘Petrov’ en ‘Bosjirov’ landden op 11 oktober in Praag, checkten in in hun hotel en zetten zelfs een foto van het oude stadscentrum op sociale media. Dat bericht zou ons later in staat stellen het tweetal te volgen in de nasleep van de vergiftiging van de Skripals.

    Rond diezelfde tijd landde Nikolaj Jezjov in Wenen. En op 13 oktober kwam ook Jezjovs baas Andrej Averijanov in Wenen aan. Nog diezelfde dag reden ‘Bosjirov’ en ‘Petrov’ van Praag naar Ostrava, een stad op één uur rijden van het munitiedepot, waar zij hun intrek namen in Hotel Corrado. Uit gespreksgegevens blijkt dat Averijanovs telefoon na zijn aankomst op 13 oktober maar een paar uur lang verbonden was met Oostenrijkse netwerken en pas ’s middags op 16 oktober weer verbinding maakte. Een werkhypothese is dat Jezjov en Averijanov naar Ostrava reden – op iets meer dan drie uur rijden van Wenen – waar zij de agenten Misjkin en Tsjepiga ontmoetten en naar alle waarschijnlijkheid ook de twee als diplomaten reizende officiers Kapinos en Kalinin – om de plaatsing van de op afstand detoneerbare explosieven in het Vrbetice-depot voor te bereiden.

    Nog niet duidelijk is, wanneer en hoe de GROe-missie toegang kreeg tot het terrein van het munitiedepot om de explosieven te kunnen plaatsen. Volgens de Tsjechische politie en media deden Tsjepiga en Misjkin zich mogelijk voor als potentiële wapenkopers van de Nationale Garde van Tadzjikistan. Zij vroegen expediteur Imex, één van de gebruikers van het munitiedepot, toegang tot het streng bewaakte terrein voor de dagen van 13 tot 17 oktober 2014. Onduidelijk is of de twee er binnenkwamen via een contact bij Imex (het bedrijf zegt dat het tweetal nooit kwam opdagen), of langs andere weg – wellicht via een andere gebruiker van de opslagplaats. Hoe het ook zij, om 9:25 uur op 16 oktober 2014 ontplofte munitiedepot nummer 16, een felle explosie waarbij gebouwen werden weggevaagd en twee werknemers van Imex om het leven kwamen.

    Terugkeer

    Minuten na de explosie van het munitiedepot in Vrbetice gingen Anatoli Tsjepiga en Alexandr Michkin aan boord van hun Aeroflot-vlucht van Wenen naar Moskou. Het vliegtuig steeg op om 10:05 uur ‘s ochtends.

    Later die dag reden de twee andere GROe-officiers, generaal Averijanov en luitenant-kolonel Nikolaj Jezjov terug naar Wenen en gingen vandaar direct naar het vliegveld. Averijanov – die de vorige dag zijn terugvlucht had gemist – kocht op de luchthaven om 18:17 uur een nieuw ticket en steeg op om 22:46 uur richting Moskou.

    Nikolaj Jezjov, die ook een dag eerder zijn terugvlucht had gemist, bleef nog enkele dagen in Oostenrijk. Hij probeerde tussen 27 oktober en 2 november een aantal malen een terugvlucht te boeken en vloog uiteindelijk terug op 3 november 2014. We weten nog niet of hij gedurende deze tijd in Oostenrijk bleef of terugkeerde naar Tsjechië.

    passports 1
    De paspoorten die Tsjepiga en Misjkin gebruikten om toegang te vragen tot het wapendepot in Vrbetice.

    De bevindingen van Bellingcat in dit voorlopig onderzoek naar de explosie van het Tsjechische munitiedepot in 2014 onderschrijven verklaringen van de Tsjechische autoriteiten over de betrokkenheid van GROe-eenheid 29155. Ze geven de indruk dat het om een hoogst geavanceerde operatie ging, waar niet minder dan zes undercover GROe-officiers bij betrokken waren. Schijnbaar was zelfs de directe betrokkenheid nodig van de commandant van de eenheid, generaal Averijanov. Normaal gesproken reizen commandanten van geheime diensten nooit undercover, vanwege de risico’s die dat oplevert. Uit onze analyse van zijn reisgegevens blijkt dat Averijanov slechts bij één andere missie, in 2015, reisde onder valse naam.

    De directe betrokkenheid van generaal Andrej Averijanov wijst ook naar de Russische politieke leiders. Averijanov is meer dan alleen een hoge commandant in de Russische militaire geheime dienst die – zo blijkt uit analyses van zijn telefoonverkeer – direct verslag uitbrengt aan de directeur van de GROe. Hij staat in direct contact met het Kremlin, onder meer – zo blijkt uit zijn gespreksgegevens -met het kantoor van de minister van Buitenlandse Zaken Lavrov. Met deze laatste voerde Averijanov zowel vóór als na de vergiftiging van de Skripals geregeld gesprekken.

    Hoe belangrijk deze operatie was voor het Kremlin, blijkt wel uit het feit dat de deelnemende leden van de eenheid niet lang na hun missie militaire onderscheidingen ontvingen. Al eerder meldden wij dat Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga in december 2014 de hoogste Russische militaire onderscheiding kregen. Rond diezelfde tijd ontvingen ook andere leden van het team, waaronder Gordjenko en Jezjov, militaire eerbewijzen, zo blijkt uit gelekte documenten in ons bezit. Het geeft aan dat de missie voor de militaire en politieke leiders van Rusland van groot belang was en als succesvol werd beschouwd.

    In een volgend rapport zullen we dieper ingaan op de waarschijnlijke motieven achter de operatie en het verband met de vergiftiging van drie Bulgaarse burgers in 2015. 

    Het onderzoek

    • In 2018 identificeerde Bellingcat samen met haar onderzoekspartner The Insider de vermoedelijke daders van de vergiftiging van Sergej en Joelia Skripal met Novichok. Het ging om twee kolonels van de Russische militaire inlichtingendienst GROe, Alexandr Misjkin en Anatoli Tsjepiga. In 2019 identificeerde Bellingcat nog een derde bij de vergiftigingsmissie betrokken GROe-officier, generaal-majoor Denis Sergejev.

    • In een vervolgonderzoek identificeerde Bellingcat Denis Sergejev als de agent die in 2015 voor GROe-eenheid 29155 de vergiftiging uitvoerde van de Bulgaarse wapenfabrikant Emilian Gebrev.

    • In 2020 onthulde Bellingcat dat leden van eenheid 29155 – waaronder Tsjepiga en Misjkin – zich in Tsjechië bevonden op het moment dat in het noorden van Moravië een groot wapendepot ontplofte.

    • Op 17 april 2021 kwamen de Tsjechische autoriteiten met hun eigen bevindingen: volgens hen zat GROe-eenheid 29155 achter de explosies in Tsjechische wapendepots in 2014. De Tsjechische politie baseerde zich op een recent ontdekte e-mailcorrespondentie. Daarin vroegen Alexandr Petrov en Anatoli Tsjepiga, kort voordat de explosie plaatsvond, onder valse namen toegang tot het munitiedepot.

    Dit onderzoek werd uitgevoerd met partners The Insider, Der Spiegel en Respekt.cz

  • Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

    Dokter, moet ik me wel of niet laten vaccineren?

    In haar diepgravend onderzoek naar de voors en tegens van het coronavaccin en gebaseerd op ervaringen uit het verleden, komt deze arts met verrassende antwoorden op de veelgestelde vraag. Waarom haar ‘ja’ het uiteindelijk wint van de twijfels.

    Ik wil graag vertellen waarom ik me niet 100 procent zeker voel wanneer ik mij – uiteraard – laat inenten tegen het coronavirus. Maar ook waarom die 100 procent eigenlijk niet nodig is om toch tot een juiste beslissing te komen.

    Wanneer ik in mijn geheugen graaf naar het moment dat ik voor het eerst echt het belang van een vaccinatie inzag, denk ik niet aan de colleges immunologie tijdens mijn studie medicijnen; niet aan de tijd dat ik zelf mensen inentte tegen hepatitis B of mazelen en ook niet aan de interviews die ik als journalist had met deskundigen van het Robert Kochinstituut of de Ständige Impfkommission [Stiko, vaste vaccinatiecommissie in Duitsland]. Dan zie ik een jonge man in een ziekenhuisbed in Delhi voor me. Dagenlang is hij onderweg geweest om vanuit zijn dorp de kliniek te bereiken. En daarbij had hij wel een heel bijzondere uitdaging te overwinnen: hij verplaatste zich op handen en voeten.

    Door het poliovaccin is het virus in vrijwel elk land op aarde uitgeroeid

    Een arts vraagt de patiënt de deken op te lichten. Ik zie misvormde voeten en een onderbeen dat grotesk omhoog steekt.* ‘Not vaccinated’, niet ingeënt, legt de arts mij uit. De jonge man kampt met de gevolgen van een poliovirus. Als jongen kreeg hij kinderverlamming. Eigenlijk hebben we al sinds 1955 een vaccin tegen polio. Dat heeft ervoor gezorgd dat India inmiddels het virus heeft uitgeroeid, zoals vrijwel elk ander land op aarde ook. Maar voor velen kwam dat succes te laat.

    ‘In Duitsland komt zoiets vast niet meer voor,’ zegt de arts later tegen mij. Maar zelf ziet hij nog elke dag ‘de relicten’ van de strijd tegen het virus.

    Bij dit inkijkje in een wereld waar inentingen nog altijd geen vanzelfsprekendheid zijn, zou het niet blijven. Wanneer ik in afgelegen dorpen met medewerkers van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) op pad ben, wordt de deur geopend door mensen met gele gezichten of verminkte handen. En is het niet ongebruikelijk dat een kind aan een ziekte lijdt waartegen allang immuniteit mogelijk is.

    Sindsdien koester ik mijn inentingspas als een kostbare trofee*. 

    Zorgen om het vaccin

    Maar toch. Wanneer vrienden, collega’s, familieleden me vragen ‘moet ik mij tegen corona laten inenten?’ valt een eenvoudig ‘ja’ me zwaar. Want achter die vraag gaat meestal een heel andere schuil: ‘Wat wanneer ik door zo’n vaccinatie ziek word?’ Hoewel ik beter geïnformeerd ben dan zij, maak ik me ook wel eens zorgen dat mijn partner, mijn moeder of ikzelf door een vaccin schade oplopen.

    Misschien een allergische shock? Of een zeldzame bijwerking die pas maanden later aan het licht komt?

    Cornelia Betsch zou wel plezier aan mij hebben beleefd, denk ik dan. Twee jaar geleden interviewde ik haar (‘Impfen! Oder etwa nicht?’, GEO nr. 03/2019). Betsch is hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Erfurt. Zij houdt zich bezig met het gedrag van antivaccers, maar nog veel belangrijker: met dat van mensen die alleen maar sceptisch zijn – mensen die geen samenzweringstheorieën aanhangen of virusontkenners zijn, maar zich gewoon zorgen maken. 

    Al voor de uitbraak van de coronapandemie toonden gedragsexperimenten telkens weer aan dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s

    Tijdens de pandemie heeft Cornelia Betsch en haar team het ‘Cosmo-onderzoek’ opgezet. Daarin vraagt zij de Duitsers regelmatig: ‘Zou u zich laten inenten tegen het coronavirus? In februari 2021 antwoordde exact 65 procent daarop met ‘ja’.

    Al voor de uitbraak van de coronapandemie concludeerde Cornelia Betsch bij haar gedragsexperimenten telkens weer dat mensen heel slecht zijn in het inschatten van risico’s. Onbezorgd rijden we op onze fiets door druk verkeer en onbekommerd eten we zaken die ingrediënten bevatten waarvan we de naam niet eens kunnen uitspreken – maar zijn we wel bang voor bijwerkingen van een vaccin die statistisch gezien maar één ding betekenen: een getal met heel veel nullen. Zo kreeg in 2008 0,0001 procent van de gevaccineerden met een erkende bijwerking te maken. 2008, dat is al best lang geleden, zou je dan kunnen tegenwerpen. En dat is ook zo: de overheid in Duitsland verschaft geen geregeld overzicht van alle negatieve bijwerkingen als gevolg van vaccins.

    Dat we toch uitspraken kunnen doen over de veiligheid van een vaccin, heb ik diverse malen bij mijn journalistiek onderzoek zelf kunnen waarnemen. Je hoeft niet elke afzonderlijke stap van een vaccinontwikkelaar te doorgronden, niet iedere gang van moleculen in een lichaam of het volledige immuunsysteem tegen infectieziektes. Beter kunnen we ‘vaccineren’ als systeem proberen te begrijpen: wat zijn vaccins eigenlijk en hoe komen ze tot stand? Wie test ze en wie adviseert erover? Als er twijfel bij mij opkomt, houd ik mezelf dat voor.

    Ik heb vaccinsceptici vaak over mijn reis naar India verteld. Over het feit dat mensen met een polio-infectie tot in de jaren zestig van de vorige eeuw in een ‘ijzeren long’ moesten liggen. Of dat zelfs in Duitsland mannen nog altijd onvruchtbaar worden doordat ze niet zijn ingeënt tegen de bof. Vaak betoog ik dat het geen ‘passieve’ beslissing is wanneer je vaccinatie van jezelf of van je kind achterwege laat omdat je altijd medeverantwoordelijk bent voor de gevolgen ervan. Momenteel hoor ik vaak: ‘Dat mag wel zo zijn voor andere vaccins maar de coronavaccins zijn veel te snel op de markt toegelaten. Dan kan er iets niet in orde zijn.’

    Waarom kwamen coronavaccins zo snel op de markt?

    Sars-CoV-2 heeft veel weg van andere cornoavirussen, zoals het mers-virus (dat al in 20212 voor het eerst bij een patiënt werd vastgesteld). De vaccinontwikkelaars konden dus teruggrijpen op ervaringen uit het mers-onderzoek.

    Er was veel geld beschikbaar. Behalve verschillende stichtingen en organisaties ondersteunden overheden de vaccinproductie met een paar miljard euro.

    Bedrijven bundelden hun arbeidskracht, lieten processen parallel in plaats van volgtijdelijk lopen.

    Overheden werkten duidelijk sneller. Zo begon het Europese Medicijn Agentschap (EMA) al met haar onderzoek van mogelijke vaccins voordat alle onderzoeksresultaten er ingediend waren (rolling review).

    Deze spoed heeft ook mij bang gemaakt en natuurlijk heb ik me afgevraagd of die vaccins veilig zijn. En ik heb antwoorden gevonden.

    Vaccinonderzoek

    In oktober 2020 reisde ik naar Brazilië voor een rapportage over het vaccinonderzoek van Biontech/Pfizer en AstraZeneca (‘Impfung für die Welt’, GEO nr. 02/2021). Daarbij stuitte ik op Sue Ann Costa Clemens. Zij is arts en hoogleraar kinderinfectieziektes. Ooit was ze medeorganisator van de campagnes voor het uitroeien van polie en van onderzoek naar vaccins tegen het rotavirus. De strijd tegen covid-19 beschouwt zij als ‘de grootste uitdaging van mijn leven’.

    Overal op aarde werken mensen als Sue Ann Costa Clemens, vaak zeven dagen per week. Zij doen iets dat beslissend is voor de strijd tegen Sars-CoV-2: zij organiseren al het klinische vaccinonderzoek. Bij Biontech bijvoorbeeld deden ongeveer veertigduizend mensen mee. Dat zijn er veel meer dan doorgaans bij vaccinonderzoek het geval is en dat is een belangrijke reden (naast andere; zie kader) waarom de zoektocht naar een vaccin zo snel resultaat opleverde. Want hoe groter de opzet van een onderzoek, hoe sneller zal blijken of een vaccin effectief is en veilig.

    Daarvoor worden de proefpersonen opgedeeld in twee groepen: de ene groep krijgt het vaccin, de andere groep een placebo. Daarna moeten de onderzoekers wachten: in welke groep worden er meer mensen ziek? Bij covid-19 hoefden ze daarop veel korter te wachten dan bij andere ziektes. Eenvoudigweg omdat het virus in zo grote getale rondgaat. Voor het succes van een vaccinstudie kan dat een verschil uitmaken van enkele jaren.

    Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen

    Voor het vaccin van de universiteit van Oxford (bij de productie van dit vaccin sloot AstraZeneca op een later moment aan) rekruteerde Costa Clemens in Brazilië binnen enkele weken tienduizend mensen. Duizenden mensen, dat zijn ook duizenden verhalen. Ieder heeft een andere leeftijd, lijdt wellicht aan een onderliggende ziekte of heeft last van allergieën. Het team van Costa Clemens legde elk verhaal vast, zocht naar oorzaken voor ook maar de geringste bijwerking.

    Toen twee proefpersonen een ruggenmergontsteking kregen werd het onderzoek tijdelijk gestaakt – later bleek dat een van hen al ziek was voor het onderzoek begon, de ander had een placebo gekregen. Costa Clemens vertelt me dat ongeveer tweeduizend keer per dag in een van haar testcentra de telefoon overgaat, dat elke week buisjes met bloed naar Engeland worden gevlogen, waar ze volgens een standaardprocedé worden onderzocht. Als ik proefpersonen spreek, laten die mij op hun mobiele telefoon de vragen zien van de testcentra die wekelijks bij hen binnenkomen: ‘Heeft u last van nekpijn, hoofdpijn, koortsrillingen?’  

    In Brazilië krijgen de cijfers voor mij een gezicht. Ik zie hoeveel mensen wereldwijd hard werken om ervoor te zorgen dat onze vaccins veilig zijn. En ik kom erachter dat het bij vaccinstudies niet zozeer gaat om een heel lange duur maar vooral om de omvang van het onderzoek.

    Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter dan de kans op bijwerkingen

    Want anders dan bij gewone medicijnen komen bijwerkingen van vaccins meestal na enkele dagen of weken aan het licht en niet na jaren zoals antivaccers beweren. De term ‘langetermijnbijwerking’ wordt vaak verkeerd gebruikt; die term betekent immers niet dat een bijwerking pas na lange tijd zichtbaar wordt, maar dat hij langdurig (soms zelfs voor altijd) aanhoudt. Weliswaar kan late zichtbaarheid ook voorkomen, maar dat gebeurt hoogst zelden. Het risico om ernstig ziek te worden als gevolg van een virusbesmetting is veel groter.

    Dat bijwerkingen niet ineens na jaren optreden komt ook door de wijze waarop vaccins werken: ze bootsen een besmetting na. Daarvoor worden bijvoorbeeld inactief gemaakte virusdeeltjes geïnjecteerd. Of, zoals bij van sommige nieuwe vaccins, de genetische code voor zo’n deeltje. Het lichaam produceert dat deeltje dan zelf. Het voordeel is dat het niet eerst geproduceerd hoeft te worden, wat in een pandemie veel tijd zou kosten.

    Het resultaat is voor elk procedé gelijk: wanneer ons immuunsysteem de vermeende indringer identificeert, maakt het antistoffen aan. Als een gevaccineerde later besmet raakt, zal zijn lichaam het virus herkennen en kan het zich effectiever tegen de indringer verweren.

    Alle vaccins hebben één ding gemeen: het lichaam breekt ze binnen enkele dagen af. Ze blijven dus niet in het lichaam; ze worden ook niet langdurig toegediend en dus hopen ze zich niet op. Bijwerkingen komen dus meestal al in de testfase van het vaccin aan het licht en kunnen worden geanalyseerd. Zo kwam ook een zeldzame bijwerking van het BioNtech-vaccin aan het licht: een aangezichtsverlamming (deze treedt na circa 37 dagen op en gaat vanzelf weer weg). Vier testpersonen hadden hiermee te kampen. Maar of die verlammingen ook echt een gevolg waren van de vaccinatie is niet duidelijk.

    Veel vaker dan zulke uitschieters kwam een onschuldige bijwerking aan het licht: 80 procent van alle gevaccineerden maakte melding van pijn op de injectieplek. Bepaalde heel zelden optredende bijwerkingen vallen pas op nadat miljoenen mensen zijn ingeënt. Zoals een allergische reactie op een bestanddeel van de entstof van BioNtech: het ging in de VS om elf op een miljoen gevaccineerden; niemand van hen overleed.

    Meldsysteem

    De meeste landen hebben daarom een speciaal meldsysteem zodat er ook na toelating van een vaccin niets aan de aandacht ontsnapt. In Duitsland kan iedereen die een bijwerking vermoedt dat melden bij het Paul-Ehrlich-Institut [In Nederland: bijwerkingencentrum Lareb]; artsen en farmaceutische bedrijven zie hiertoe zelfs verplicht.

    Alle meldingen, ook de meest buitenissige, worden ingevoerd in een databank. Wetenschappers onderzoeken vervolgens of het gemelde symptoom mogelijk verband houdt met de vaccinatie. Ze bestuderen medische dossiers, spreken met artsen en betrokkenen, informeren naar hun medische voorgeschiedenis en woonomstandigheden. Vaak stuiten ze bij hun zoektocht op een genetisch defect of een zwak hart, op ongelukken en natuurlijke doodsoorzaken, kortom op heel andere oorzaken voor ziekte of dood.

    Het ‘passieve meldingssysteem’ heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken

    Dit ‘passieve meldingssysteem’ van het Paul-Ehrlich-Institut heeft een zwak punt: wat niet wordt gemeld, komt ook niet in de statistieken. Daarom hoorde ik vaak van antivaccers dat niet alles boven water komt. Maar zij vertelden er niet bij dat het Duitse meldsysteem verbonden is met meldsystemen van over de gehele wereld.

    Deze digitale koppeling is het eigenlijke kernstuk van onze vaccinveiligheid: zelfs als in eigen land incidenten niet gemeld worden, wordt dat door meldingen uit andere landen gecompenseerd. Mocht een vaccin echt schadelijk zijn, dan zou dit zijn opgevallen bij de bijwerkingencentra. Zij verzamelen immers gegevens van tig miljoenen mensen uit de hele wereld.

    Nu in coronatijd wordt de controle op schadelijke bijwerkingen nog grootscheepser aangepakt. Zo vraagt het Paul-Ehrlich-Institut aan gevaccineerden om via een smartphone-app te laten weten hoe het hun vergaan is. Op de internetsite van het instituut kan iedereen de laatste veiligheidsrapporten nalezen (www.pei.de, vervolgens klikken op ‘Arzneimittelsicherheit’ en ‘Pharmakovigilanz’). Elke dag is er telefonisch overleg met het Europese Medicijnen Agentschap om opvallende zaken te bespreken.

    Zo ontdekte het instituut bij het AstraZeneca-vaccin een toename in het aantal gevallen van hersenadertrombose. En hoewel het maar heel weinig mensen betrof (in Duitsland ongeveer vier op een miljoen gevaccineerden) stopten diverse landen met dit vaccin, ook al is het risico om ernstig ziek te worden door het virus veel groter dan het oplopen van zo’n trombose.

    Illusory truth effect

    Van dat alles ben ik op de hoogte en toch ben ik soms bang voor de vaccinatie. Dat komt ook door een boek dat ik al jaren voor corona heb gelezen. Het heet Impfen Pro und Contra. In circa vijfhonderd bladzijden moedigt de schrijver, een kinderarts, de lezers aan om zelf goed na te denken over al dan niet vaccineren. Diezelfde vraag steekt ook tijdens de coronapandemie telkens weer de kop op.

    Het betekent dat mensen niet de adviezen van de Stiko volgen maar zich een eigen mening vormen. In het boek las ik over ‘positieve effecten’ van mazelen of dat het risico op een tetanusinfectie bij ongevaccineerden ook verminderd kan worden met behulp van desinfecteringsmiddelen. Ik las dat vaccins tot auto-immuunziektes, blindheid en soms zelf de dood kunnen leiden. Maar dat betekende natuurlijk niet dat mensen zich niet zouden moeten laten inenten, voegde de auteur er niet helemaal logisch aan toe. Hij wilde alleen informatie geven.

    ‘Ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’ heeft een rampzalig effect

    Het team van hoogleraar psychologie Cornelia Betsch toonde ooit het rampzalige effect aan van zulk ongefilterd ‘ik vertel jullie wat er mis kan gaan, maar jullie moeten zelf beslissen’. Het voerde een experiment uit waarbij de wetenschappers hun proefpersonen eerst voorlichtten over het risico op bijwerkingen van een (fictieve) vaccinatie. Vervolgens vroegen ze de deelnemers verhalen over incidentele gevallen van zware bijwerkingen op een internetforum te lezen. Na bezoek aan dit forum schatten de proefpersonen het risico op bijwerkingen veel te hoog in, hoewel ze door het eerste deel van het experiment beter hadden kunnen weten.

    Om ons onzeker te maken is het psychologisch gezien dus voldoende als we maar één keer lezen wat er allemaal mis kan gaan. Ongeacht of dat later onzin, allang weerlegd of hoogst sporadisch blijkt te zijn: het risico heeft zich in ons geheugen vastgezet. En elke keer dat we zo’n nepbericht weer horen, denken we – ook al gebeurt dat onbewust – ‘dat kan niet helemaal onzin zijn, dat heb ik immers al eens eerder ergens gelezen’.

    In de psychologie wordt dit fenomeen dat ik sinds het lezen van het boek ook bij mijzelf constateerde, illusory truth effect genoemd. Bij de coronapandemie beslist dit effect mede over de vraag of mensen zich al dan niet laten inenten. Want hoewel er tegenwoordig een overvloed aan informatie beschikbaar is over functioneren en veiligheid van coronavaccins komt die informatie voor sommigen te laat omdat zij al voor de crisis sceptisch stonden tegenover vaccineren. Tientallen jaren werd er veel te weinig gedaan om desinformatie tegen te gaan met informatiecampagnes. Zo circuleren tijdens de coronacrisis angsten die zo oud zijn als het fenomeen vaccin zelf. Een daarvan: vaccinatie maakt vrouwen onvruchtbaar. Tegenstanders van vaccineren beweerden dat al bij polio of de mazelenvaccins. Maar waar is het niet.

    Destijds toen ik het boek las, wist ik niet hoe gemakkelijk ik ook zelf gemanipuleerd kon worden. Na lezing ervan overwoog ik zelfs tegen mijn leidinggevenden te zeggen dat ik geen artikel over vaccins kon schrijven omdat ik geen marionet van de farmaceutische industrie wilde zijn.

    Cherry picking

    Nu weet ik dat de schrijver zich niet alleen onderscheidt door foutieve verbanden of bronnen die allang achterhaald zijn maar vooral ook door een methodiek die wordt aangeduid als cherry picking: uit een grote hoeveelheid wetenschappelijke publicaties pikt hij vooral datgene wat in zijn straatje past. Cherry pickers negeren resultaten die op gespannen voet staan met hun eigen opvattingen. Zij miskennen dat één enkele publicatie niet de waarheid kan vertegenwoordigen. Alleen een totaaloverzicht van het gehele veld kan dat: hoeveel onderzoekers sluiten zich bij die ene opvatting aan? Zijn er tegenargumenten? Heeft de auteur in een latere publicatie zijn eerdere conclusies wellicht gerectificeerd?

    Ik zeg dat omdat daarbuiten ook tijdens corona veel ‘experts’ rondlopen. Mensen, soms gepromoveerd, die hun persoonlijke opvatting als wetenschap verkopen en ons zo besmetten met hun twijfels. Vaak spelen zulke ‘experts’ met onze angst. Zij verlangen bij een vaccin 100 procent zekerheid. Een voorwaarde die aan geen ander geneesmiddel zou worden gesteld omdat medicijnen zonder bijwerkingen nu eenmaal niet bestaan.

    Als ik mezelf nu op twijfels betrap, denk ik altijd aan wat ik heb geleerd over mijn psyche. En dat een juiste beslissing geen 100 procent zekerheid vereist maar vooral correcte informatie en competente adviseurs. Als journalist raadpleeg ik daarom deskundigen. De afgelopen jaren heb ik meer dan eens het Robert Kochinstituut bezocht of met leden van de Stiko gesproken. Deze vaste vaccinatiecommissie brengt regelmatig vaccinatieaanbevelingen uit. Zo heeft iedereen de kans zich te laten helpen bij zijn of haar beslissing.

    Stiko

    Mij verbaast het dat vaccinsceptici zo zelden echt willen weten hoe de Stiko tot zulke aanbevelingen komt – terwijl hun methodiek toch tot de beste ter wereld behoort.

    Op dit moment kent het gremium achttien leden, zoals experts voor volksgezondheid, virologen en epidemiologen. Zij worden benoemd door het ministerie van Volksgezondheid, voor hun werk ontvangen zij geen geld. Om de onafhankelijkheid van de commissie te waarborgen moet ieder lid een vragenlijst van negentien pagina’s invullen met betrekking tot mogelijke belangenconflicten. Is er sprake van betaalde lezingen? Van onderzoek in opdracht van de farmaceutische industrie? Al naar gelang de antwoorden mag het lid aan besprekingen en stemming over het betreffende vaccin niet deelnemen. Gedurende elke zitting staan er daarom altijd weer leden op om de zaal te verlaten.

    Sinds 2011 werkt de Stiko volgens een ‘standaardprocedure’ (sop). In dit document is de besluitvorming tot in de kleinste details geregeld. In wezen legt het de fases vast van het werkproces, de vragen en de doelen. Deze worden door een team uit de afdeling ‘vaccinpreventie’ van het Robert Kochinstituut systematisch afgewerkt. Pas nadat een vaccin op basis van de criteria van de sop is doorgelicht, komen de achttien Stiko-leden bijeen voor een besluit.

    Op het eerste gezicht lijken de standaardvragen van de sop duidelijk: om welk virus gaat het? Welke ziekte veroorzaakt het? Wat is het beoogde effect van een vaccinatie? Maar kijken we heel precies dan blijkt hoe complex een aanbeveling is. Het gaat dan om haardeffecten en leeftijdsverschuivingen; om immunogeniteitstudies en seroprevalenties. Om de vraag hoelang een vaccin werkzaam is en of het alleen een infectie of ook het doorgeven van een besmetting voorkomt. Kern van de sop is een systematisch literatuuronderzoek. Daartoe lopen de medewerkers niet alleen klinische onderzoeksresultaten na maar ook de vakliteratuur die over de vaccins of het coronavirus zelf is verschenen. In tegenstelling tot de cherry pickers zorgen zij voor een overzicht van alle belangrijke publicaties en voorzien die van een oordeel over het belang ervan. Daarbij werken altijd twee collega’s parallel aan elkaar, zonder op de hoogte te zijn van elkaars conclusies.

    Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten

    Voordat de achttien Stiko-leden in december 2020 met de eerste coronavaccinatieadviezen kwamen, gaven medische vakgenootschappen feedback op de uitkomsten van de onderzoeksteams; werd er bediscussieerd met welke waarschijnlijkheid bij welke medische voorgeschiedenis gevreesd zou moeten worden voor een ernstig ziekteverloop; werden zeldzame zware bijeffecten geanalyseerd en op hun betekenis getoetst; berekende een computerprogramma welke effecten vaccinatie van bepaalde groepen zou hebben op de verspreiding van het virus. En werd er tenslotte ook nog overlegd met ethici over de vraag of de aanbevelingen moreel verantwoord waren.

    En omdat dit allemaal zo snel moest, analyseert het Robert Kochinstituut ook nu nog elke dag nieuw onderzoek en komen Stiko-teams diverse keren per maand bijeen om hun aanbevelingen aan te passen aan de laatste inzichten.

    Ik denk niet dat de stiko onfeilbaar is. Het is een beetje zoals ook verder in het leven: als ik een huis binnenga hoef ik niet eerst de constructietekeningen te zien. Ik heb besloten meer waarde te hechten aan een hele batterij wetenschappers dan aan mijn eigen angsten.

    Bezoekverbod

    En er is nog iets dat mij ertoe bewogen heeft me snel te laten inenten. Ongeveer een jaar geleden stond ik in de hal van een ziekenhuis in Bonn en hoopte ik dat de Italiaanse patiënt Elisa Ferrara (niet haar echte naam) niet in eenzaamheid zou hoeven sterven. Het was april 2020, Duitsland verkeerde in zijn eerste lockdown en ik bracht vier weken door in het Academisch Ziekenhuis van Bonn voor een rapportage over de strijd tegen het nieuwe coronavirus (‘Den Feind im Nacken’, GEO nr. 08/2020).

    Het was bijna middernacht toen de artsen voor haar ziekenhuiskamer bijeen kwamen om haar situatie te bespreken. Door de deur zag ik Ferrara in bed liggen. De artsen zeiden te verwachten dat zij nog diezelfde nacht zou overlijden. Om haar familie te bereiken was het te laat. Die zat vast in Italië omdat er immers geen vluchten gingen. In hun plaats waakte een verpleegkundige aan haar bed.

    En nooit zal ik de blik vergeten van een chef-arts in Bonn die elke dag telefoneerde met de echtgenoot van een ernstig zieke bejaardenverzorgster. Hij wist dat zijn stem ten tijde van het bezoekverbod het enige was dat deze man psychisch nog op de been hield.

    Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van coronapatiënten

    Als ik nu hoor zeggen dat het virus toch eigenlijk wel meevalt, denk ik ook aan al die verpleegkundigen die dag in dag uit uren doorbrengen in de kamers van deze patiënten en na afloop van hun dienst soms door vrienden worden gemeden uit angst voor besmetting. Of aan de arts die mij vertelde dat zijn dochtertje vaak ’s ochtends op zijn buik gaat liggen en weigert daar weer af te gaan – om te voorkomen dat haar vader weer naar het ziekenhuis gaat.

    Misschien is de reden voor mijn vaccinatiebesluit dus veel simpeler dan al die gesprekken met deskundigen, het begrijpen van biologische mechanismes of mijn zelfbesef als verlicht persoon. Ik wil al die mensen mijn respect betonen. Zij verdienen dat.

    *Als een vrouw tijdens haar zwangerschap besmet raakt met het waterpokkenvirus kan dit bij het kind in een sporadisch geval leiden tot misvorming van de handen.

  • Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Poseren met een babycheeta. Omdat het kan

    Bekend is dat op sociale media in exotische, meestal illegale (huis)dieren wordt gehandeld. Bellingcat onderzocht hoe beroemdheden en influencers een gevaarlijke miljoenenindustrie in stand houden door op Instagram met een tijgerwelpje te poseren.

    Het aapje kronkelt terwijl een vrouw het met één hand zonder commentaar ophoudt naar de camera. De korte TikTokvideo heeft geen beschrijving; het enige geluid is het gekir van het babyaapje. Andere filmpjes op sociale media tonen jonge tijgers, leeuwen, cheeta’s en poema’s, maar ook aapjes, luiaards en stokstaartjes, allemaal zonder commentaar.

    ANP 422074224
    Toen afgewerkte dierenhuiden nog onomstreden waren, hulden actrices en modellen zich graag in bont. Marcelle Ranson (l) en Marie Daëms poseren met een chinchilla en een babytijger voor de lancering van een nieuwe creatie van bontwerker Fredy Weil. – © AFP

    Steeds vaker worden deze jonge dieren door influencers en beroemdheden gebruikt om hun socialemediapagina’s mee op te leuken. Rappers, filmsterren, grote ondernemers, tv-presentatoren, modellen, vloggers en zelfs een voortvluchtige crimineel posten beelden waarop ze met de dieren poseren. Onderzoek laat zien dat de individuele dieren te herleiden zijn tot een kleine groep van anonieme personen die exotische dieren illegaal verhuren en mogelijk zelfs verhandelen.

    De handel in exotische dieren is een miljoenenindustrie. Net als auto’s en horloges doen exotische dieren het goed als statussymbool, vooral in de Verenigde Arabische Emiraten (VAE). Schijnbaar geeft niemand erom dat het niet goed is voor leeuwen, tijgers en andere wilde dieren om als ‘huisdier’ te fungeren: erger nog, het brengt ze fysieke en mentale schade toe.

    Bovendien is het verboden en werkt het stroperij en georganiseerde misdaad in de hand. In 2017 werd in de VAE een wet van kracht die het verbiedt om gevaarlijke of exotische dieren als apen en grote katten te bezitten, te verhandelen of te transporteren. Sindsdien hebben dierentuinen en fokbedrijven met sterke beperkingen te maken gekregen.

    Ondanks deze nieuwe wet gaat de handel gestaag door. Nog steeds laten socialemediasterren hun miljoenen volgers foto’s en filmpjes van tijgers, cheeta’s en apen zien. Daarmee maken ze gratis reclame voor illegale handelaars – met als enige voordeel dat ze onderzoeksjournalisten de kans bieden om met opensourcetechnieken meer te weten te komen over deze duistere handel.

    Vooral foto’s met leeuwen- of tijgerwelpjes doen het goed. Meestal vinden de fotosessies plaats als zo’n welpje pas een paar maanden oud is. Tijgerwelpjes zijn niet alleen peperduur om aan te schaffen, maar ook om te verzorgen. Wanneer ze wat ouder zijn, worden ze al snel gevaarlijk.

    Het meest gewild zijn misschien wel witte tijgers. Eigenlijk zijn dit Bengaalse tijgers met een pigmentaandoening die extreem zeldzaam is in het wild. Ze zijn dan ook het product van inteelt in gevangenschap, waardoor ze niet zelden ernstige genetische aandoeningen hebben.

    In augustus 2019 trakteerde de Indiase filmactrice en fotomodel Esha Gupta haar 5 miljoen Instagramvolgers op een foto waarop ze een witte tijgerwelp in de armen houdt. De foto is inmiddels alweer gewist maar is nog terug te vinden in Google’s cache en op Pinterest.

    Diezelfde maand postte Moe Money, een socialemediamanager die veel beroemdheden bijstaat en zelf ook 400.000 Instagramvolgers heeft (@moemoneyofficial), een aantal beeldverhalen waarin een tijgerwelp figureert.

    En op 1 september 2019 zette MoVlogs, die wel 10 miljoen abonnees heeft op YouTube, een video op het platform met als titel ‘Swimming with babytigers’. Er zijn een witte tijger met welpje in te zien en hij is opgenomen bij hem thuis.

    Strepen van tijgers veranderen hun hele leven niet. We konden daarom vrij eenvoudig nagaan of het één en hetzelfde welpje is dat in deze drie video’s voorkomt. Verschillen in belichting, resolutie en camerahoek daargelaten, zouden de strepen en vlekken, naast de kleur van de ogen en de snorhaarstippen, identiek moeten zijn.

    En dat zijn ze. Het patroon van alle strepen, hoe vaag ook, komt duidelijk overeen, net als dat van de snorhaarstippen en het vlekje op de neus.

    MBE.777

    Behalve het feit dat hetzelfde welpje erin voorkomt, hebben deze drie filmpjes nog iets met elkaar gemeen. Bij alle drie stond MBE.777 getagd in de posts, het verhaal of de beschrijving. MBE.777 is de naam van een privé-Instagramaccount waar ook veel naar wordt verwezen in andere posts en verhalen van beroemdheden over tijgers, leeuwen en cheeta’s.

    Zo poseerden de Britse rapper Fredo (1,1 miljoen volgers), de Saoedische beroemdheid Dyler (2,7 miljoen volgers) en de Egyptische tv-presentator Sara Khalifa (738.000 volgers) allemaal in november 2019 met weer een andere witte tijgerwelp. Deze Instagramposts zijn gemarkeerd met MBE.777, wat feitelijk neerkomt op gratis reclame voor dit account bij de vele volgers van deze beroemdheden. De witte tijgerwelp is in alle drie de Instagramposts dezelfde.

    Niet alleen beroemdheden verwijzen naar dit account, ook fotografen doen dat, schijnbaar huren zij exotische dieren in om hun fotosessies mee op te fleuren.

    Wereldwijd leverbaar, tegen contante betaling bij ontvangst

    In dezelfde maand dat deze beelden van een tweede witte tijgerwelp op Instagram verschenen, schreef de Britse krant de Birmingham Mail dat de Britse voortvluchtige crimineel Zahid Khan, terwijl hij zich schuilhield in Dubai, met een witte tijgerwelp poseerde. Khan was in Groot-Brittannië wegens fraude bij verstek veroordeeld tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf; de Britse autoriteiten hebben de Verenigde Arabische Emiraten om zijn uitlevering gevraagd.

    En al noemt Khan MBE.777 niet in zijn post, aan het uiterlijk van de welp is duidelijk te zien dat het om hetzelfde dier gaat dat eerder op de foto’s van de drie beroemdheden te zien was.

    Deze twee welpen bezorgden deze beroemdheden duizenden – voor hen zeer welkome – views. Maar waar komen ze eigenlijk vandaan?

    Over MBE.777 is weinig bekend – en dat wil hij blijkbaar graag zo houden. Op zijn Instagramposts is nooit zijn gezicht te zien of zijn stem te horen. Deze zorgvuldig in stand gehouden anonimiteit suggereert dat hij de wetten in de Verenigde Arabische Emiraten over het houden van exotische en gevaarlijke dieren maar al te goed kent.

    Ondanks dat het om een besloten account gaat, heeft MBE.777 bijna 15.000 Instagramvolgers. Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat.

    image20
    Op foto’s met exotische dieren worden illegale dierenhandelaars getaggd, zoals MBE.777.
    image11
    De tijger die Humaid Albuqaish in zijn privédierentuin houdt.

    Continue aanvoer

    MBE.777 houdt al zeker sinds oktober 2019 dieren: er is een continue aanvoer van leeuwen- en tijgerwelpen en andere exotische dieren. Foto’s en filmpjes die MBE.777 op sociale media zet zijn steeds opgenomen in dezelfde kamers. Ondanks MBE.777’s hang naar privacy verraden andere personen in zijn netwerk toch details over hem. Soms staan deze mensen samen met hem getagd, ze posten vanaf dezelfde locatie of zijn op de achtergrond te zien, soms alleen in een ruit of een spiegel.

    Alhoewel MBE.777 alleen binnenshuis te zien is, kunnen we deze ruimtes toch lokaliseren dankzij de socialemediapost van een Russische vrouw die schijnbaar tot zijn intimi behoort. De foto’s die zij op sociale media zet zijn genomen in dezelfde kamers, met exact dezelfde meubels erin.

    Zijn volgers vragen vaak ‘hoeveel?’ Als antwoord worden ze uitgenodigd voor een privéchat

    Op een van de foto’s is door het raam een blauw reclamebord op het gebouw ernaast te zien. Het laat zich herkennen als een twintig verdiepingen hoge flat op Jumeirah Beach Residence in Dubai.

    De meubels en de tags van MBE.777 maken het ook mogelijk om gebruikers te identificeren die dit appartement bezochten om met tijger- en leeuwenwelpen te poseren. Dezelfde bank en hetzelfde model televisie zijn, opnieuw getagd met MBE.777, te zien op foto’s van de Indiase beroemdheid Adnaan Shaikh (13.4 miljoen Tiktokvolgers), de Duitse ondernemer Saygin Yalcin (717.000 Instagramvolgers) en de Indiase ‘mode-influencer’ Shadan Farooqui (4.2 miljoen Instagramvolgers). Uit de overeenkomstige locatie en de tijdspanne tussen de posts valt af te leiden dat MBE.777 de jonge dieren weken achtereen in het Dubaise appartement moet hebben gehouden. Daarnaast blijken de dieren ook geregeld naar andere locaties of huizen te worden getransporteerd voor fotosessies met beroemdheden.

    Wereldwijd leverbaar

    MBE.777 organiseert niet alleen fotosessies maar lijkt de dieren die hij in zijn Dubaise appartement houdt ook te verkopen. Een Instagramaccount met de toepasselijke naam Exotic Pets Dubai [Exotische Huisdieren Dubai] helpt MBE.777 zo te zien bij de verkoop. In de beschrijving van het account lezen we dat de dieren die in de post voorkomen wereldwijd leverbaar zijn, tegen contante betaling bij ontvangst. Het account valt aan MBE.777 te koppelen doordat er in de post afbeeldingen en filmpjes te zien zijn van dieren die ook figureren in afbeeldingen en filmpjes van MBE.777. Ze zitten of liggen op dezelfde meubels.

    ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie’

    Ook op andere accounts in MBE.777’s netwerk is sprake van handel. De Russische vrouw die MBE.777 goed lijkt te kennen deelt afbeeldingen van dezelfde dieren, maar geeft er meer informatie bij. Zo deelde zij op VKontakte [een Russische socialemediasite] een foto van een cheetawelp. Cheeta’s staan als kwetsbaar aangemerkt op de rode lijst van de IUCN [International Union for the Conservation of Nature]. Naar schatting leven er nog maar achtduizend in het wild, een aantal dat door de dierenhandel aanzienlijk daalt. Net als leeuwen gelden ze in de Golfstaten en in Saoedi-Arabië als statussymbool.

    Toen een gebruiker haar vroeg of de cheeta van haar was, antwoordde ze: ‘Was van mij, maar is nu verkocht.’ Op Instagram deelde ze een video van dezelfde welp en schreef ze erbij dat ze zat te wachten op een oudere cheeta.

    Een andere gebruiker vroeg haar of een anderhalve maand oude welp op een foto haar huisdier was. Zij antwoordde dat het welpje de nacht bij hen had doorgebracht en nu naar een ander land was gevlogen. De vraagsteller zei te hopen dat ‘de kat het goed maakt’, waarop zij antwoordde met een verdrietig biddende emoji.

    Ze kan bidden wat ze wil, maar met deze dieren gaat het absoluut niet goed. Tijgers hebben in gevangenschap veel ruimte, specialistische zorg en een gebalanceerde voeding nodig.

    MBE.777 wordt gevolgd door een Saoedische man die zelf ook in exotische dieren handelt. Ruim een jaar geleden postte hij een foto van dode dieren, waaronder een witte tijgerwelp en een leeuwenwelp, die op plastic zakken lagen. ‘Van de hitte,’ schreef hij erbij.

    Iemand anders uit de omgeving van MBE.777, die vaak dezelfde dieren toont, deelde een filmpje van twee leeuwen. Een van de twee zit in een kleine kooi, de ander is vastgeketend en lijdt aan lensluxatie. Deze medische aandoening, waar honden ook vaak aan lijden, is op zich geen teken van slechte behandeling, maar er moet wel door een arts naar worden gekeken.

    Andere exotische dieren die eerder in het netwerk van MBE.777 te zien waren, doken later als huisdieren op bij andere instagrammers.

    Op 27 maart 2020 postte MBE.777 een video van een servalwelp. De serval is een bedreigde wilde katachtige die in de recente wet van de Verenigde Arabische Emiraten ook expliciet als ‘gevaarlijk’ wordt vermeld, een dier dat je niet mag verhandelen en niet als huisdier mag houden. Toch vraagt een van de gebruikers in het commentaar naar de prijs. Drie dagen later, op 30 maart, verschijnen op het Instagramaccount van ene Dubai_Serval, een volger van MBE.777, video’s van een dier dat er precies zo uitziet.

    image15 1
    Een (bedreigde) serval op het account van MBE.777. Onder: dezelfde serval op het account van iemand die door de handelaar wordt gevolgd.
    image1
    De welp in handen van MoVlogs, Esha Gupta en MoeMoney. Omdat strepen van tijgers hun leven lang niet veranderen, is het eenvoudig aan te tonen dat het om steeds hetzelfde welpje gaat.

    Tijger- en leeuwenwelp

    Is het inderdaad dezelfde serval? Verschillen qua resolutie, camerahoek en belichting daargelaten, lijkt het vlekkenpatroon identiek. Ook de stippen bij de snorharen komen overeen. Nog voordat hij twee maanden oud was, werd deze serval schijnbaar vanuit MBE.777’s appartement overgebracht naar het huis van iemand anders en leeft hij daar nu al tien maanden als huisdier.

    Dit is maar één voorbeeld; een ander geval betreft een Chinese vrouw die MBE.777 volgde en later een tijger- en een leeuwenwelp als huisdier nam.

    Zo te zien is het dezelfde tijgerwelp als op de eerdere foto’s van de Russische vrouw uit MBE.777’s naaste omgeving. In de beschrijving schreef ze: ‘Veel geluk, schat, bij je nieuwe familie.’ Een nauwgezette vergelijking van het strepenpatroon en de snorhaarstippen laat zien dat het dier op de foto’s inderdaad hetzelfde is.

    Ergens moeten ook de moederdieren aanwezig zijn. Volwassen cheeta’s en tijgers kun je moeilijk in een appartement houden, dus er moet een ruimere faciliteit bestaan waar die worden gehouden. Alhoewel MBE. 777 zijn gezicht zorgvuldig verborgen houdt, is zijn contactenlijst niet geheim. Veel van deze personen staan geregeld naast MBE.777 getagd. Zo postte een van zijn contacten, die ook het appartement bezocht, een Instagramverhaal waarin een andere man getagd is die een welpje vasthoudt. Zou dit soms MBE.777 zijn? Het zou dezelfde man kunnen zijn die op de achtergrond in een video van MoVlog te zien is wanneer de welpen arriveren. Op beide foto’s had hij de zuigfles in de hand die ook op het profiel van MBE.777 te zien is.

    Ook een andere man komt vaak in de fotosessies voor. In een video van MoVlog draait de camera opeens weg als de tijger wegloopt, waardoor onbedoeld de mensen achter de schermen te zien zijn.

    Op een fotosessie van Rohit Roy (@doncasanova), een autoverzamelaar die zeer actief is op Instagram, zijn dezelfde twee personen te zien. Een gaat schuil achter het account Safari_Dubai, waarop, naast veel selfies, foto’s staan van jonge dieren. Volgens zijn Instagramprofiel is zijn voornaam Abdulla.

    Abdulla’s digitale voetafdruk is veel groter dan die van MBE.777. Ten eerste werd zijn Instagrampseudoniem ooit in de Daily Mail genoemd, in een artikel uit augustus 2019 waarin een beroemdheid beschuldigd werd van dierenmishandeling nadat hij geposeerd had met een leeuwenwelp. Ten tweede tagden gebruikers soms MBE.777 en Safari_Dubai in dezelfde Instagramverhalen.

    Wie is Safari_Dubai?

    Anders dan zijn naam doet vermoeden, heeft Abdulla niets met safari’s van doen. Wel hield hij openlijk jonge dieren in kooien in een vrij kleine tuin, dieren die elkaar snel opvolgden. Op 3 maart 2002 merkte een verslaggever in een kort televisie-interview met hem op dat het een dure hobby is om dieren groot te brengen. Hij vroeg of Abdulla van plan was om bezoekers en toeristen toe te laten. Abdullah antwoordde dat hij dat niet nodig heeft, dat het zijn huis is en hij gewoon graag dieren fokt en traint.

    In een interview met de krant Al-Ittihad op 22 januari van dit jaar vertelt Abdulla, die zegt voluit Abdulla bin Sabd te heten, dat zijn hobby dieren fokken is, wat volgens de wet uit 2017 nog gewoon mag. Op dit moment houdt hij twee jonge volwassen leeuwen; de ouders van de welpen die hij eerder hield (waaronder tijgers, witte tijgers en witte leeuwen) zijn nergens te zien.

    In een van zijn Instagramposts vermeldt Abdulla zijn mobiele nummer. Dit nummer uit de Verenigde Arabische Emiraten is ook terug te vinden op onlinemarktplaatsen waar dieren worden verhandeld. In een van deze advertenties staan jonge hyena’s te koop voor iets meer dan negenhonderd euro. De foto bij deze advertentie is identiek aan het openingsshot van een filmpje dat hij op dezelfde dag op zijn Instagrampagina plaatste, maar waarop zijn hoofd onherkenbaar is gemaakt.

    Ook hyena’s gelden volgens de wet uit 2017 als gevaarlijke dieren. De gestreepte hyena, waar Abdulla er een van vasthoudt, is een bijna-bedreigde diersoort die steeds zeldzamer wordt.

    In andere Instagramposts waarop leeuwenwelpen te zien zijn, vragen volgers herhaaldelijk naar de prijs van de dieren. Net als MBE.777 antwoordt Abdulla steevast door een privéchat voor te stellen. Uit andere berichten op sociale media blijkt dat Abdulla in contact staat met privédierentuinen die een vergunning hebben voor het houden van exotische dieren.

    Herinner je je die eerste witte tijgerwelp die in augustus 2019 door meerdere beroemdheden werd geknuffeld, allemaal getagd met MBE.777? Dezelfde welpen verschenen in juli 2019 op Safari_Dubai’s Instagramaccount.

    In mei 2020 was dezelfde tijger te zien in de privédierentuin van ene Humaid Albuqaish, een Instagraminfluencer uit de Emiraten die bekendstaat om zijn weelderige levensstijl. Albuqaish zette meerdere foto’s van hemzelf op sociale media met de tijger aan een lijn, staand naast zijn huis, auto’s en boot. Opnieuw valt uit de vlekken en strepen op te maken dat het dezelfde tijger is die wederom van hand is gewisseld.

    Safari_Dubai houdt ook leeuwen, individuen die figureren op socialemediaposts van beroemdheden. Weliswaar hebben leeuwen geen strepen, maar je kunt ze heel goed identificeren aan de hand van hun snorhaarstippen. Dit unieke stippenpatroon blijft het hele leven van een leeuw onveranderd. Gebruikmakend van een door Living with Lions ontwikkelde methode, kunnen we nagaan of sommige beroemdheden wellicht dieren van Safari_Dubai en MBE.777 gebruikten zonder ze te taggen.

    Memphis Depay

    Zo kreeg de Nederlandse voetbalster Memphis Depay kritiek omdat hij op sociale media en in zijn muziekvideo Dubai Freestyle had geposeerd met een leeuwenwelp. We kunnen de welp die in deze muziekvideo voorkomt vergelijken met een jonge leeuw die Safari_Dubai in juli 2020 filmde. Gezien de algehele gelijkenis (naast de vlek op de neus en de kleur van de ogen), lijkt het om dezelfde leeuw te gaan – eentje die Depay huurde van Safari_Dubai.

    Volgens de Nederlandse website Voetbal Primeur liet Depay op Instagram weten dat hij de welp van een ‘privédierentuin’ geleend had. Schijnbaar was hij er zich niet van bewust waar deze welpen en leeuwen eerder waren geweest.

    Een jonge hyena is te koop voor iets meer dan negenhonderd euro

    Beroemdheden en rijke mensen poseren met tijger- en leeuwenwelpen en taggen MBE.777 en Safari_Dubai in hun posts. MBE.777 houdt al geruime tijd welpen in zijn appartement in een torenflat en het lijkt erop dat hij ze online verkoopt en verhuurt.

    Safari_Dubai, zo blijkt, fokt openlijk wilde dieren. Het is goed mogelijk dat hij dit legaal doet en dat tenminste een van zijn tijgers in een privédierentuin is beland. Wel kunnen we vraagtekens zetten bij de onlineadvertenties waarin exotische dieren te koop worden aangeboden en waarin hij te zien is. Bovendien suggereert zijn aanwezigheid op de achtergrond van meerdere foto’s dat Safari_Dubai samenwerkt met MBE.777. De twee mannen hebben dezelfde welpen in handen gehad.

    Het is gevoeglijk bekend dat op sociale-media in exotische dieren gehandeld wordt en hoe gevaarlijk deze industrie is. Nauwelijks bekend echter is de rol die beroemdheden en influencers hierin spelen. Door te poseren met leeuwen- en tijgerwelpen en deze accounts te taggen, maken socialemediasterren onder hun miljoenen volgers reclame voor een netwerk dat online exotische dieren verhandelt. Sommige van deze dieren worden meerdere keren per maand gebruikt voor fotosessies en eindigen vaak als huisdier bij privépersonen.

    Dit heeft niet alleen juridische consequenties en bedreigt het welzijn van deze dieren, maar maakt ook wilde populaties kwetsbaarder voor stroperij. Experts waarschuwen dat zelfs als deze dieren gefokt worden en niet gevangen, hun rol als statussymbool de handel een impuls geeft. Fans en volgers kunnen dat tegengaan door de relatie tussen Instagramfoto’s en deze handel te benoemen. Dit maakt de posts verdacht en dat kan indirect een positief effect hebben op populaties wilde dieren.

    ‘Ons team heeft gemerkt dat zich online een gedragsverandering voltrekt: steeds meer mensen spreken zich uit tegen de eigenaars van exotische huisdieren. Ze zijn zich bewuster van de negatieve gevolgen van het houden van een wild dier, voor de eigenaar, de mensen om hem heen en ook voor het natuurlijk leefmilieu van het dier,’ vertelt Elsayed Mohamed van het IFAW, het Internationale Fonds voor Dierenwelzijn. Mohamed prijst daarom de Verenigde Arabische Emiraten voor de nieuwe, strenge wetgeving op dit gebied.

    Bellingcat vroeg MBE.777 en Safari_Dubai of zij zich bewust waren van de wet uit 2017, of zij de dieren die te zien zijn op hun foto’s verkopen en waar ze vandaan komen. Geen van beiden heeft geantwoord.

    In januari 2021 veranderde MBE.777 zijn Instagrampseudoniem naar_79797_ en wiste een flink aantal volgers. Niet lang na ons verzoek om commentaar verwijderde MBE.777 ook de laatste van zijn foto’s op Instagram. Safari_Dubai blokkeerde ons op meerdere kanalen.