Onderwerpen: ouderdom

  • De eigenschap die de meeste super-agers gemeen hebben

    De eigenschap die de meeste super-agers gemeen hebben

    Vijfentwintig jaar onderzoek naar de opmerkelijke groep van zogeheten super-agers, mensen die tot op hoge leeftijd geestelijk en lichamelijk vitaal blijven, laat één opvallend gegeven zien: sociale banden gaan gepaard met betere cognitie

    Ralph Rehbock, een 91-jarige man die de holocaust heeft overleefd, heeft een volle agenda. Elke eerste vrijdag van de maand voegt hij zich bij een groep oudere mannen in een synagoge even buiten Chicago voor een bijeenkomst van de MEL: Men Enjoying Leisure. Mannen die genieten van hun vrije tijd. Elke vrijdagmiddag voert hij klassiekers uit de jaren 1930 en 1940 op met de Meltones, de zangclub van de groep. En in de loop der jaren heeft hij het verhaal van zijn ontsnapping uit nazi-Duitsland verteld aan duizenden schoolkinderen, via zijn werk voor het Illinois Holocaust Museum & Education Center.

    Leigh Steinman, 82, besteedt een groot deel van zijn tijd aan kunstprojecten met de kinderen uit zijn buurt in Chicago, en hij gaat naar de wedstrijden van de Chicago Cubs in honkbalstadion Wrigley Field, dat op een steenworp afstand van zijn huis ligt. Steinman had zeventien jaar als beveiliger in het stadion gewerkt toen hij aan het begin van de pandemie met pensioen ging (daarvóór had hij gewerkt als copywriter bij een reclamebedrijf). ’s Zomers loopt hij nog drie of vier keer per week naar het stadion om voormalige collega’s en andere fans te spreken. 

    Rehbock en Steinman worden beiden gezien als super-agers, mensen van tachtig of ouder met een geheugen dat vergelijkbaar is met dat van iemand van twintig of dertig jaar jonger. Wetenschappers van Northwestern University bestuderen deze opmerkelijke groep al sinds 2000, in de hoop te achterhalen hoe deze mensen zich weten te onttrekken aan de typische leeftijdgerelateerde cognitieve achteruitgang, en aan ernstigere geheugenproblemen zoals Alzheimer. In een onlangs gepubliceerd onderzoek worden hun bevindingen van de afgelopen kwart eeuw samengevat.

    Super-agers zijn er in alle soorten en maten; ze hebben geen dieet, oefenprogramma of medicatie gemeen. Maar wat hen wél bindt is ‘het belang dat ze hechten aan sociale contacten’, aldus Sandra Weintraub, hoogleraar psychiatrie en gedragswetenschappen aan de Northwestern Feinberg School of Medicine, die van begin af aan bij het onderzoek betrokken is geweest. ‘En wat hun karakter betreft: ze zijn meestal aan de extraverte kant.’

    ‘Wat hun karakter betreft: ze zijn meestal aan de extraverte kant’

    Ben Rein, neurowetenschapper en auteur van Why Brains Need Friends: The Neuroscience of Social Connection (Waarom hersenen vrienden nodig hebben. De neurowetenschap achter sociale verbintenissen) kijkt hier niet van op.

    ‘Mensen die veel met anderen omgaan, zijn beter bestand tegen de cognitieve achteruitgang van het ouder worden,’ zegt Rein. En, zo voegt hij eraan toe, ‘meestal hebben ze grotere hersenen.’

    De onderzoekers vermoeden dat de omgang met anderen bescherming biedt tegen de afname in hersenomvang als gevolg van leeftijd en isolement. In geval van eenzaamheid, die met name ouderen ervaren, kan het niveau van het stresshormoon cortisol stijgen, en als het cortisolniveau gedurende een langere periode te hoog is, kan dat leiden tot chronische ontstekingen. Die ontstekingen kunnen op hun beurt weer hersencellen beschadigen en het risico op dementie vergroten.

    Door tot op hoge leeftijd sociaal te blijven, kunnen super-agers de atrofie tot op zekere hoogte voorkomen. Een analyse die is opgenomen in het onderzoek ondersteunt dit: de hersenomvang van de super-agers komt dichter in de buurt van dat van vijftig- en zestigjarigen dan dat van leeftijdsgenoten van in de tachtig of negentig.

    Door tot op hoge leeftijd sociaal te blijven, kunnen super-agers hersenatrofie tot op zekere hoogte voorkomen.

    Een ander opmerkelijk verschil is dat de hersenen van super-agers meer van een specifiek soort cellen bevatten – de zogeheten spindelneuronen – waarvan wetenschappers denken dat ze van belang zijn voor sociaal gedrag. Deze cellen worden aangetroffen bij hoog sociale dieren, namelijk bij apen, olifanten, walvissen en mensen.

    Al die spindelneuronen ‘komen vermoedelijk van pas bij het opbouwen en onderhouden van krachtige, sterke sociale relaties en sociale netwerken’, zegt Bill Seeley, hoogleraar neurologie en pathologie aan de University of California in San Francisco. En dat kan verstrekkende gevolgen hebben voor het algemene welbevinden en de gezondheid van mensen.’

    Maar, voegt Seeley eraan toe, dit is waarschijnlijk maar een van ‘een hele reeks neurobiologische voordelen waardoor deze mensen zo vitaal zijn in deze fase van hun leven’.

    Zo vertonen vrijwel alle tachtigjarigen tekenen van Alzheimer in hun hersenen (ongeacht of ze aan de ziekte leiden), terwijl dat bij sommige super-agers niet tot nauwelijks het geval is. Daarnaast blijkt in de hersenen van super-agers een bepaalde neurochemische stof die van belang is voor onze aandacht en geheugenfunctie beter te blijven werken.

    Helaas is het niet zo dat je een super-ager kunt worden door jezelf te dwingen vaker gezelschap op te zoeken

    Sofiya Milman, hoogleraar geneeskunde en genetica aan het Albert Einstein College of Medicine in New York, bestudeert gezonde honderdjarigen. Zij zegt dat ook deze mensen meestal extravert zijn en ‘een positieve levenshouding’ hebben.

    Hier geldt overigens ook de vraag wat de kip is en wat het ei. Iemand met betere cognitieve vaardigheden zal misschien eerder sociale activiteiten ondernemen dan iemand die het gevoel heeft dat zijn of haar geheugen achteruitgaat. ‘Of het nou de sociale omgeving is die zorgt voor betere cognitieve vaardigheden, of dat betere cognitieve vaardigheden leiden tot meer omgang met anderen, dat staat nog ter discussie,’ aldus Milman.

    Helaas is het niet zo dat je een super-ager kunt worden door jezelf te dwingen vaker gezelschap op te zoeken. Volgens Weintraub zijn de uitzonderlijke vermogens van super-agers waarschijnlijk net zozeer te danken aan hun genen en biologische omstandigheden als aan hun gedrag. 

    Maar voor Steinman staat buiten kijf hoe belangrijk het is om naar het stadion te blijven gaan en buren en vrienden te blijven opzoeken. ‘Wat mij al die tijd op de been heeft gehouden is de gezelligheid van Wrigley Field en het huizenblok waar ik woon,’ zegt hij.

  • Onderzoek: sociale contacten bevorderen een gezonde ouderdom

    Onderzoek: sociale contacten bevorderen een gezonde ouderdom

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Rusland: steeds meer economen zijn het oneens met de lijn van het Kremlin

    » Trump: ‘Met Europese en NAVO-steun kan Oekraïne de oorlog winnen’

    Eenzaamheid kan het stresshormoon cortisol verhogen

    Wetenschappers van de Amerikaanse Northwestern University bestuderen al sinds 2000 ‘super-agers’, tachtigplussers met een even goed geheugen als iemand van twintig à dertig jaar jonger. Ze willen weten hoe zij ontkomen zijn aan de cognitieve achteruitgang en geheugenstoornissen die met ouderdom gepaard gaan, aldus The New York Times.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Ze ontdekten dat super-agers ondanks hun verschillen allemaal dit gemeen hebben: ze hechten groot belang aan sociale relaties en hebben vaak een extravert karakter. Sociale contacten helpen de hersencapaciteit op peil te houden, aldus de wetenschappers.

    Eenzaamheid kan daarentegen de hoeveelheid van het stresshormoon cortisol verhogen, wat op den duur kan leiden tot chronische ontstekingen. Die kunnen op hun beurt hersencellen beschadigen en zelfs het risico op dementie verhogen.

  • Laatste kleinzoon van Amerikaanse president John Tyler (1790-1862) overleden

    Laatste kleinzoon van Amerikaanse president John Tyler (1790-1862) overleden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Iran: ayatollah Khamenei laat voor het eerst in dagen van zich horen

    » Club voor mensen met buitengewoon hoog IQ verwelkomt jongste lid ooit

    Tussen de geboorte van zijn opa en zijn dood gaapt 235 jaar

    Eind mei overleed op 96-jarige leeftijd Harrison Ruffin Tyler, de laatste kleinzoon van John Tyler, die in 1790 werd geboren en van 1841-1845 de tiende president van de VS was. Dat drie generaties zo’n lange tijd wisten te overbruggen, komt doordat zowel Harrisons opa als zijn vader op hoge leeftijd hertrouwden, schrijft NPR. Zo hertrouwde John Tyler twee jaar na de dood van zijn eerste vrouw, die in 1842 overleed aan een beroerte, met de dertig jaar jongere Julia Gardiner, bij wie hij in 1853 zoon Lyon kreeg.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Deze Lyon hertrouwde nadat zijn eerste vrouw in 1921 was overleden met de vijfendertig jaar jongere Sue Ruffin. Bij haar kreeg hij in 1928 zijn tweede zoon Harrison, die dus in mei 2025 overleed. Zo overspanden drie generaties Tyler maar liefst 235 jaar aan Amerikaanse geschiedenis, een periode die bijna net zo lang is als de tijd dat de VS bestaan als onafhankelijk land. President Tyler werd namelijk slechts veertien jaar na de Amerikaanse Onafhankelijkheidsverklaring geboren. ‘Als ik zeg dat mijn grootvader in de achttiende eeuw werd geboren, krijgen mensen kortsluiting. Het is enigszins ongeloofwaardig vanwege het tijdsbestek,’ vertelde Harrison in 2012 aan een CBS-zender.

  • Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Nanmoku, het bejaardste dorp in het bejaardste land

    Japan is het meest vergrijsde land ter wereld en daarbinnen is Nanmoku het meest vergrijsde dorp. Meer dan twee derde van de bevolking is ouder dan 65 en kinderen maken slechts 3 procent van de bevolking uit. Ongeveer honderd mensen wonen in de twee bejaardenhuizen of gaan er dagelijks heen, terwijl er op de school meer docenten zijn dan leerlingen.

    In Nanmoku staan 597 huizen leeg en ze worden maar moeizaam gevuld, terwijl de steden kampen met torenhoge huizenprijzen. Het dorp telt ongeveer 1500 inwoners, evenveel als één volle trein naar Tokyo, dat 130 kilometer verderop ligt. De gemiddelde leeftijd is 68 jaar. De bevolkingspiramide, die hier meer de vorm heeft van een hart, reflecteert de verstedelijking en dalende geboortecijfers in de op drie na grootste economie ter wereld. Beide kwesties stonden centraal bij de Japanse presidentsverkiezingen in september 2024. Een bezoek aan dit bejaarde dorp vertelt ons misschien meer. 

    ‘Ik ben 65 jaar en ik kan het nauwelijks geloven: ik ben het jonkie van het dorp,’ zegt meneer Ichikura, terwijl hij toezicht houdt op enkele bouwvakkers die bij de toegangsweg van het dorp het talud versterken om aardverschuivingen te voorkomen. Meneer Ichikura is geboren in 1958 en als tiener droomde hij ervan om, net als zijn leeftijdsgenoten, de wijde wereld in te gaan, maar het is er nooit van gekomen. Hij was op jonge leeftijd bij een regionaal bouwbedrijf gaan werken en wil na vijftig jaar dienst wel met pensioen. Maar het bedrijf heeft hem gevraagd om te blijven; ze kunnen nergens werknemers vinden zoals hij. Hij is dus van plan op zijn zeventigste met pensioen te gaan.

    ‘Krijgt u een mooi pensioen?’

    ‘Ik hoop het!’

    De werkzaamheden vinden plaats tegenover een van de drukste plekken in het dorp genaamd Oasis Nanmoku. Daar zijn onder andere een traditionele winkel, een restaurant met Italiaanse aankleding, vier automaten voor snacks en andere producten, een telefooncel en een openbaar toilet. Er loopt een oude man langs die grapt: ‘Zeg maar niks tegen mij, ik kan je toch niet horen!’ Hij koopt wat in de winkel en rijdt weer weg in zijn rode, glimmende Volkswagen Passat. 

    Herbevolkingsplan

    Het dorp met steile straten ligt langs een rivier in een prachtige vallei waar cederbomen groeien. Je kan het water horen kabbelen en de vogels horen fluiten. Ontelbare houten huizen van een of twee verdiepingen staan leeg, zijn schimmelig en vervallen. Veel winkels lijken gesloten. Bij de ingang van het gemeentehuis hangt een bord dat voelt als een intentieverklaring. Bevolking: 1440 bewoners, 753 vrouwen en 687 mannen.

    Binnen zit Satomi Oigawa, 25 jaar. Ze is een van de weinige nieuwe bewoners. Ze heeft altijd op het platteland willen wonen, al sinds ze een klein meisje was. Ze studeerde bosbouw aan de universiteit van Tokio en is een paar jaar geleden hierheen verhuisd. Nu is ze immigratiecoördinator, een positie die in dit soort dorpen vaker voorkomt. Er is niet echt een makelaarskantoor, dus neemt zij telefoontjes aan en laat ze woningen aan potentiële kopers zien. Zo’n 150 mensen hebben haar al gebeld, maar slechts twee of drie hebben daadwerkelijk een contract getekend.

    Het herbevolkingsplan is vooral gericht op volwassenen die kinderen hebben of van plan zijn ze te krijgen, legt Jin Takayanagi, wethouder voor Algemene Zaken in Nanmoku, uit. De zorgsector moet worden versterkt om te voorkomen dat ouderen naar verzorgingshuizen elders gaan, en tegelijkertijd jonge werknemers aan te trekken, het liefst met een kinderwens. Het plan heeft tot nu toe weinig effect. Op de vraag hoeveel kinderen er dit jaar geboren zijn, antwoorden Takayanagi en Oigawa na even over het aantal te hebben gediscussieerd: ‘Één.’

    Trek naar de stad

    Toen de jonge Oigawa in het dorp aankwam, werd ze niet zozeer verrast door de stilte van een plaats zonder kinderen, maar meer door de vitaliteit van de ouderen. ‘De mensen zijn heel gezond en enthousiast. Er zijn 90-jarige boeren die nog steeds werken.’ Ze vindt het alleen jammer dat ze alleen woont. ‘Het is niet makkelijk. Als ik ziek ben, moet ik zelf een kwartier naar het ziekenhuis rijden.’ Ze wil graag samenwonen. Ze woont in een huis waar ze 15.000 yen (ongeveer €91) voor betaalt. In Tokio betaalt een student makkelijk 65.000 yen (€395) voor twintig vierkante meter. 

    Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over

    Wat er in Nanmoku gebeurt, lijkt op het leeglopen van het platteland in Spanje. De trek naar de stad is tientallen jaren geleden begonnen. Men vertrekt uit de dorpen en komt meestal niet terug. Van de 10.500 inwoners die Nanmoku in 1950 telde, is nu nog maar tien procent over. Sinds de jaren tachtig zijn er meer mensen boven de 65 dan onder de 14; sinds 2000 zijn er meer bejaarden dan mensen in de werkende leeftijd, en vanaf dat moment valt de trend moeilijk terug te draaien.

    Hisakazu Kato, professor in politicologie en economie aan de Meiji-Universiteit, is ervan overtuigd dat Japan de toekomstige demografische crisis heeft onderschat. ‘Als de bevolkingsafname intreedt, zal er misschien wel sprake zijn van een crisisgevoel, maar dan is het, denk ik, te laat,’ schrijft hij in een e-mail. 

    Een krimpende bevolking

    Na de naoorlogse babyboom kreeg Japan te maken met een laag geboortecijfer. In 2008 was er voor het eerst sprake van een bevolkingsdaling. In 2020 deed het Internationaal Monetair Fonds een ernstige voorspelling: ‘De vergrijzing en de bevolkingsafname zullen de Japanse economie onder druk zetten omdat leeftijdsgebonden uitgaven – zoals gezondheidszorg en pensioenen – toenemen terwijl er minder belastingen binnenkomen.’ De overheid schat in dat er in 2060 één 65-plusser zal zijn per werkende volwassene. Dit was in Nanmoku in 2000 al het geval. 

    Minder baby’s door vrouwonvriendelijke maatregelen

    4B-vrouwen zeggen nee tegen huwelijk, bevalling, afspraakjes en seks.

    De Zuid-Koreaanse 4B-beweging, die vrouwen oproept om af te zien van huwelijk, daten, kinderen en seks, heeft onverwachts voet aan de grond gekregen in de Verenigde Staten, schrijft magazine Nikkei Asia. Waar de beweging in Zuid-Korea begon als een verzet tegen vrouwenhaat en institutionele ongelijkheid, zien veel Amerikaanse vrouwen 4B nu als een vorm van protest tegen de inperking van reproductieve rechten. ‘Ik zal me door geen man meer laten aanraken zolang ik mijn rechten niet terug heb,’ zegt een aanhanger van de beweging tegen The Guardian. Een ander vertelt aan CNN dat 4B verkent ‘hoe een leven eruitziet waarin mannen niet zo in het middelpunt staan’.

    Sociale media zorgden in een mum van tijd voor de verspreiding van de beweging. Video’s over 4B werden sindsdien miljoenen keren bekeken en zorgen voor verhitte discussies. Tegenstanders zien het fenomeen als een overdreven en destructieve vorm van feminisme, terwijl voorstanders benadrukken dat de beweging vooral gezien moet worden als een uiting van diepe frustratie.

    Opvallend is dat 4B in Zuid-Korea altijd een nichebeweging is gebleven. Daar werden feministische uitingen in de loop der jaren steeds meer gestigmatiseerd. Dat juist in de VS, waar feminisme nog relatief breed wordt geaccepteerd, een radicale beweging als 4B nu aan terrein wint, heeft duidelijk te maken met de nieu- we conservatieve wind die er waait. De polarisatie rond gendergerelateer- de onderwerpen lijkt een afspiegeling van de bredere maatschappelijke spanningen in zowel Zuid-Korea als de VS. Met andere woorden: het is een internationale noodkreet.
    (Zie ook 360-editie 241)

    Japan heeft 124 miljoen inwoners en een mediane leeftijd van 49,9 jaar. Volgens het CIA World Factbook is dat de hoogste ter wereld, zonder de microstaat Monaco en het Franse territorium Saint-Pierre-et-Miquelon mee te tellen. Spanje staat ook erg hoog, op nummer acht. [Nederland staat op nummer 44.] Japan heeft bovendien het hoogste percentage inwoners boven de 65. Als de bevolking in het huidige tempo blijft krimpen, heeft Japan volgens officiële schattingen in 2120 nog maar 36 miljoen inwoners. 

    ‘Dan hebben we dezelfde bevolking als in de Meiji-periode (1868-1912),’ zegt Yoshifu Arita, een van de prominente kandidaten voor de Constitutionele Democratische Partij, de voornaamste oppositiepartij; hij staat bekend om zijn kritiek op de Liberaal-Democratische Partij, die sinds 1955 bijna ononderbroken regeert. Arita ziet in dat deze trend niet makkelijk omkeerbaar is. ‘Ik geloof dat Japan moet overstappen van een politiek beleid gericht op groei naar één gericht op volwassenheid,’ zegt hij enkele dagen voor de verkiezingen in zijn kantoor in Tokio. Hij vindt dat het model moet lijken op dat van Noord-Europese landen. Hij stelt voor om de btw van 10 naar 16 procent te verhogen om gezondheidszorg, verzekeringen en onderwijs gratis te kunnen maken. ‘Wij willen een systeem oprichten waarin men zich op zijn oude dag geen zorgen meer hoeft te maken over dit soort dingen.’ 

    ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen’

    Volgens professor Kato moet de regering de klap verzachten door tweeledige maatregelen te nemen. Aan de ene kant moet de productiviteit omhoog door middel van AI en andere technologieën. Aan de andere kant moet het geboortecijfer omhoog. ‘Het is belangrijk om de kosten van kinderen te verlagen en om traditionele vrouwenrollen te heroverwegen.’

    In Nanmoku is een project gestart om gezinnen met kinderen aan te trekken. In april werd er een hypermoderne school geopend met een minimalistisch, houten design, waar twintig leerlingen van zeven tot vijftien jaar gemengd les krijgen. In het gebouw is een grote centrale ruimte waar de leerlingen samenkomen, en er zijn klaslokalen waar de lessen gegeven worden. ‘Hier wordt Engels gegeven, daar Japans, daar wiskunde…’ laat adjunct-directeur Kenichi Matsuoka zien. Het is er stil, op de fluitmuziek van een leerling in het muzieklokaal na. Met 26 docenten is er aandacht genoeg, maar er wordt nog gekeken hoe het uitpakt. De grootste uitdaging blijft het samenbrengen van leerlingen van verschillende leeftijden. Toch zegt de adjunct-directeur dat er al gezinnen uit nabijgelegen dorpen zijn die hun kinderen willen inschrijven. 

    De docenten Engels zijn twee jonge Britten die deel uitmaken van een uitwisselingsproject, en ze hebben niets dan lof voor het leven in het meest vergrijsde dorp in Japan. Ze genieten van de kinderen en het rustige leven op het platteland. Ze hebben een clubje opgericht voor Engelse conversatie waar de oudere dorpelingen naartoe komen. De 27-jarige Alice Nixon zegt dat ze het ‘inspirerend’ vond om 90-jarigen volop te zien zingen bij het laatste karaokefeest.

  • Tatoeages, graffiti en betere seks dan ooit. Nieuwe generatie ouderen breekt met clichés

    Tatoeages, graffiti en betere seks dan ooit. Nieuwe generatie ouderen breekt met clichés

    Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt. Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.

    Vol ongeduld op je pensioen wachten om met de pantoffels aan voor de tv te kunnen hangen, op je kleinkinderen te passen of uren met vrienden te kaarten in het buurtpark? Ho ho, hen niet gezien. De vijfenzestigplussers die het werkzame leven achter zich hebben gelaten moeten niets hebben van deze clichés, die hun altijd maar weer worden opgeplakt.

    Natuurlijk, de kortingstarieven voor openbaar vervoer en theaters zadelen hen op met het etiket ‘senioren’ en alles wijst erop dat ze aan hun oude dag zijn begonnen. Maar toch herkennen ze zich daar niet in, lichamelijk noch geestelijk. Want deze zestigers zijn opeens bevrijd van de last van grote verantwoordelijkheden (werken, kinderen grootbrengen) en zijn nog altijd jong van geest, terwijl ze twee onmiskenbare voordelen hebben ten opzichte van de jeugd: geld, en niemand die hun zegt hoe laat ze thuis moeten zijn.

    Plezier
    De beste seks voor de rest van hun leven

    ‘De meeste zondagochtenden, nadat hij samen met zijn vrouw Anne een kop koffie heeft gedronken en wat fruit heeft gegeten, gaat David naar de slaapkamer, slikt een viagra, trekt de beddensprei recht en neemt een douche, en als hij klaar is voegt Anne zich bij hem.’ De matras is ingedeukt onder de last van de jaren. Zestig jaar huwelijk. Een actief leven. Drie kinderen. Een paar keertjes overspel. Daarna pensioen, eindelijk vrije tijd om nieuwe activiteiten te ontdekken. En hun lichaam, opnieuw. Het Amerikaanse echtpaar, tachtigers, doet onverbloemd hun seksleven uit de doeken in The New York Times. Een taboeonderwerp, ongemakkelijk.
    ‘Psychologen omzeilen het en bejaardenhuizen negeren het liever,’ verzucht het linkse dagblad. Bij velen neemt de seksualiteit in de loop van de tijd af, komt ze tot stilstand. ‘Maar degenen die volhouden, geven zich er vaker aan over,’ constateert de NYT. ‘Volgens een studie van het New England Journal of Medicine zegt een kwart van de 75- tot 85-jarigen het afgelopen jaar seks te hebben gehad. En van dat kwart verklaarde de meerderheid twee à drie keer per maand intiem te zijn geweest.’ De last van de jaren noopt tot aanpassing. Vaarwel missionaris­houding. Erotische massage en spelletjes nemen het over. ‘Ze laten hun telefoon in de keuken en de hond aan de andere kant van de slaapkamerdeur. Ze strelen elkaar, ze knuffelen.’ Dit soort getuigenissen, hoopt journalist Maggie Jones, kan de samenleving een andere kijk geven op het plezier van ouderen. Een ander soort seksualiteit, ongedwongener. ‘Ze zijn minder bang om hun verlangens te delen. Ze hebben geen tijd meer om zich ergens druk over te maken.’ Alleen nog om te genieten.

    Kortom, ze zijn vrij. Dit zijn seenagers, senioren en teenagers tegelijk, oftewel ouderen met nog altijd een puberale inborst. Economisch gezien worden ze ook wel aangeduid als de ‘ski-generatie’, afgeleid van het Engelse spending your kids’ inheritance.

    En vooral blijven ze nog altijd leren. Nieuwsgierigheid is geen slechte eigenschap, het is een recept om het leven te verlengen. Lichaam en geest in beweging houden is onontbeerlijk, zo houdt de wetenschap ons bij herhaling voor. Dat wordt mooi geïllustreerd door Isabel, die de erfenis van haar kinderen er helemaal niet doorheen jaagt, want in Portugal, waar de pensioenen laag zijn, heeft lang niet iedereen iets na te laten.

    Isabel Martins (69) heeft een gezondheid die te wensen overlaat (er is vier jaar geleden darmkanker bij haar vastgesteld) en ze heeft nooit veel geld gehad. Op haar zestigste is ze gestopt met haar baan als onderwijzeres, maar een seenager werd ze pas echt toen ze er niet langer in berustte dat ze ‘dik, lelijk en futloos’ was; ze verhuisde naar Lissabon en werd lid van de vereniging A Avó Veio Trabalhar [‘Oma komt werken’]. ‘Deze vereniging is allesbehalve een bejaardensoos. We zijn een groep vrouwen die samen allerlei handwerk doen; we maken traditionele dingen, maar dan overgoten met een modern sausje. Niemand heeft het over ziekte en zeer, en af en toe maken we een reisje. We zijn een keer gaan kamperen in Porto Covo, net een stel schoolmeiden,’ lacht Isabel.

    Optredens

    De seenager is ook lid geworden van de batucada-band Nice Groove, die elke woensdag repeteert in Carcavelos. ‘Ik ben de oudste van het stel,’ zegt ze en ze pakt haar smartphone erbij om ons filmpjes van hun optredens te laten zien. Daarna neemt ze een slok van haar cocktail en draait zich om naar de muzikanten die die avond spelen in de bar van haar zoon Francisco (35), in het hartje van de uitgaanswijk Cais do Sodré in Lissabon.

    07 Dossier Kaart
    07 Dossier Kaart Legenda

    ‘Ik heb altijd van uitgaan gehouden, een glaasje drinken, dansen,’ zegt Isabel. ‘Maar na de geboorte van Francisco interesseerde dat me minder. Ik werd een huismus. Nu houdt niets me meer tegen.’ Behalve misschien soms het gebrek aan gezelschap, al zijn er vanavond de vrienden van haar zoon. ‘Bejaarden gaan niet meer uit. Ik ben dus aangewezen op jongeren.’ Als je haar zo ziet, helemaal in het rood en oranje gestoken, met bijpassend haar, kun je moeilijk geloven dat ze ooit minder fit is geweest.

    Op korte termijn heeft ze een paar reisjes gepland (‘Ik heb zin om naar Nederland, Parijs en Italië te gaan’), en daarna wil ze weer wat gaan bijverdienen door op markten sieraden te verkopen die ze van antieke knopen maakt.

    Actieve senioren

    In de toekomst zouden actieve senioren als Isabel minder moeite moeten hebben om gezelschap te vinden. Volgens een rapport van het Portugese statistiekbureau INE zal het percentage 65-plussers in Portugal in de periode 2008-2060 bijna verdubbelen van 17,5 tot 32,3 procent, en zullen er in 2060 op elke jongere drie ouderen zijn.

    Portugal is niet het enige land dat zo vergrijst. Volgens de VN zal de wereldbevolking in 2030 voor 46 procent uit 60-plussers bestaan, wat neerkomt op 1,4 miljard mensen. Maar Portugal kampt met een zeer vaste levenscyclus, die chronologisch in drie grote stadia is onder te verdelen: opleiding, werk en pensioen. ‘Dat is een kunstmatig model waarin iemand van de ene op de andere fase overgaat, terwijl het verouderingsproces juist geleidelijk verloopt,’ zegt demograaf Maria João Valente Rosa, hoogleraar aan de faculteit Sociale en geesteswetenschappen van de Nieuwe Universiteit van Lissabon.

    ‘De chronologische leeftijd is sterk bepalend voor wat anderen verwachten, en voor de deuren die geopend blijven’

    Ondanks alle wetenschappelijke vooruitgang en de verbetering van de gezondheid en levenskwaliteit van zestigplussers, ‘is de chronologische leeftijd sterk bepalend voor wat anderen van ons verwachten, en voor de deuren die voor ons geopend blijven, zowel op het gebied van werk en opleiding als van vrijetijdsbesteding’, aldus Valente Rosa. ‘Er wordt vaak meteen naar het geboortejaar gekeken, en daarmee worden de betrokkenen, maar ook de hele maatschappij tekortgedaan.’ Als auteur van boeken over veroudering, waaronder Um tempo sem idades [‘Een tijd zonder leeftijd’], stelt ze voor de blik niet langer te richten op de jaren die geweest zijn, maar op de tijd die voor ons ligt.

    LATA 65 Lisbon 05
    Senioren in de wijk Beato in Lissabon leren streetart en graffiti maken. – © Lata 65

    Volgens António Fonseca, als psycholoog en onderzoeker verbonden aan de Katholieke Universiteit van Portugal in Porto, ‘zijn de stereotypen over ouderen niet langer geldig, omdat de huidige bevolking heel erg heterogeen is. Sommige zestigers of zeventigers zijn zeer actief, en andere invalide. Sommige kopen spullen via internet, terwijl andere al moeite hebben met een pinautomaat.’

    Een van de manieren waarop in Portugal de clichés onderuit worden gehaald, is het project Lata 65, dat senioren in staat stelt zich uit te leven in straatkunst in de wijk Beato in Lissabon. Als we haar vragen naar de die dag aanwezige seenagers, wijst Lara Seixo Rodrigues, een van de initiatiefnemers, naar Almerinda Lopes Bento, een voormalig lerares Engels. Al is ‘voormalig’ niet helemaal van toepassing, want Almerinda geeft nog altijd les aan de seniorenuniversiteit in Seixal. ‘Ik heb altijd al willen leren tekenen en schilderen, en dat doe ik nu aan de universiteit,’ vertelt ze, terwijl ze met een potlood de contouren aanbrengt van wat ze de volgende dag op het fresco zal schilderen. Dit weekend is er een graffitiworkshop.

    Analyse
    Verenigd Koninkrijk is gerontocratie geworden

    ‘Een diepe generatiekloof deelt het Verenigd Koninkrijk in tweeën’, constateert maandblad The Critic bezorgd. Aan de ene kant de gepensioneerden, aan de andere kant generatie Z. En de millennials. ‘Tot op zekere hoogte zijn wij geen democratie meer, maar een gerontocratie’, durft het conservatieve maandblad zelfs te beweren. Een blik op het beleid van de Tories sinds ze bijna dertien jaar geleden aan de macht kwamen volstaat om te zien hoezeer het land uit balans is.
    ‘Verblind door een politieke kortetermijnvisie in een verouderende samenleving’ koos premier David Cameron (2010-2016) er destijds voor om de gepensioneerden stroop om de mond te smeren; zij waren onmisbaar ‘voor het behoud van sleutelposities in het parlement’, aldus het blad. Ontheffing van kijk- en luistergeld hier, gratis ov-abonnement daar. ‘De relatie van Cameron met 60-plussers kwam niet voort uit maatschappelijke overwegingen, maar was een vorm van cliëntelisme’, constateert journalist Mike Jones tot zijn spijt. En bij gebrek aan nieuwe ideeën zijn zijn opvolgers, van Theresa May tot Rishi Sunak, blindelings in zijn voetsporen getreden. ‘Met als resultaat dat de Conservatieve leiders zich liever richten op het uitdelen van douceurtjes aan gepensioneerden dan op de ontwikkeling van de economie in het algemeen. Tegelijkertijd stemmen de afgevaardigden voor belasting­verhogingen waar de jongere generaties buitensporig hard door worden getroffen.’ De millennials ‘betalen een hoge prijs voor de pensioenen van ouderen, terwijl een op de vier gepensioneerden in theorie miljonair is, dankzij de prijs van onroerend goed die in dertig jaar tijd explosief is gestegen’, foetert The Critic.

    Een jaar geleden liet Almerinda, die heel erg van lezen houdt, haar eerste tatoeage zetten: een boek, uiteraard. Omdat ze niet meer werkt en dus alle tijd heeft om te lezen (vorig jaar zeventien boeken) en omdat de pandemie het einde betekende van de leesclub waarvan ze lid was, besloot ze er zelf een op te richten, op de universiteit.

    ‘Ik ga graag uitdagingen aan. Je kunt niet zomaar zeggen dat iets je niet lukt, je moet doorzetten,’ aldus de vrouw met het korte haar, die er ingetogen en jeugdig uitziet in haar spijkerbroek met blauw-witte streepjestrui. ‘Buiten het werk is er van alles te doen en te leren, waarmee je de gebaande paden kunt verlaten en niet in een sleur vervalt. Ik beperk me niet tot mijn huis en mijn gezin,’ zegt Almerinda, die een man en een zoon van eenenveertig heeft. Reizen (recentelijk nog Londen, Bilbao en Madeira, en binnenkort Dublin) is ook een vast onderdeel in het leven van deze seenager.

    Dynamiek

    Een ander bewijs van de dynamiek van deze generatie: de cursus ondernemerschap voor 45-plussers die de Universiteit van Porto kortgeleden in het leven heeft geroepen, bezwijkt bijna onder zijn eigen succes. ‘We hebben al meer dan zevenhonderd inschrijvingen, en ook voor de volgende edities stromen de aanmeldingen al binnen. Het bewijs dat er een hele nieuwe generatie van mensen op hogere leeftijd bestaat die actiever, nieuwsgieriger en toekomstgerichter is,’ zegt Elísio Costa, coördinator van Porto4Ageing, een competentiecentrum van de Universiteit van Porto dat zich richt op actief en gezond oud worden. ‘Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen.’

    ’Oud worden is pas dramatisch als je je rol in de samenleving ziet verdampen’

    Want na ons zestigste hebben we nog alle recht en reden om naar de toekomst te kijken, bevestigt de wetenschap. Dank is daarbij verschuldigd aan de Amerikaanse geneticus Fred Gage, die het idee dat onze hersenen niet zouden regenereren doorprikte: in 1998 toonde hij aan dat we ook op volwassen leeftijd nog nieuwe neuronen blijven aanmaken.

    De hersenen beschikken over een groot aanpassingsvermogen en er zijn manieren om de aftakeling ervan tegen te gaan: zo kan 40 procent van de dementiegevallen worden voorkomen, of in elk geval vertraagd. Ook moet de bloeddruk in de gaten worden gehouden, want het staat vast dat hoge bloeddruk tot vermindering van de cognitieve vermogens kan leiden en het risico op bepaalde vormen van dementie vergroot.

    Kwaliteit van leven

    En daarnaast moeten we voor onszelf zorgen. Om op gevorderde leeftijd een goede kwaliteit van leven te behouden moeten we naar de mening van de wetenschap bepaalde principes in acht nemen: gezond eten (veel fruit en groente, weinig vet en suiker), de calorie-inname beperken om overgewicht te voorkomen, zorgen voor een goede nachtrust, regelmatig sporten (zonder daarbij tot het uiterste te gaan), een actieve rol in de directe omgeving blijven vervullen en positieve sociale betrekkingen blijven onderhouden. Volgens een onderzoek van de medische faculteit van de Harvard-universiteit, waarbij 120.000 mensen van rond de dertig betrokken waren, kan het op jonge leeftijd naleven van deze leefgewoonten – bij voorkeur vóór het vijftigste levensjaar (hoe eerder, hoe beter) – de levensverwachting met twaalf à veertien jaar verlengen. Het niet in acht nemen van de regels, daarentegen, verhoogt het risico op kanker en hart- en vaatziekten.

    Levensverwachting

    ‘De levensverwachting is sterk toegenomen,’ constateert Nuno Marques, cardioloog en voorzitter van het Portugese Verouderingsobservatorium, dat in maart 2022 werd opgericht. ‘Maar we moeten actiever werken aan de verbetering van de kwaliteit van leven, door levenslang in te zetten op ziektepreventie, bevordering van een gezonde levensstijl en betere herstelmogelijkheden.’

    Muziek
    In Leeds ‘zal het oude punkers worst wezen’

    ‘Het zal me worst wezen wat de mensen van me denken,’ laat Alison Dunne zich ontvallen tegenover The Guardian. Op haar 58ste is de Britse toegetreden tot een radicaal, vrijgevochten collectief in Leeds, in het noorden van Engeland. Een verzameling punkgroepen voor ‘ouwe besjes’, in het kader van het project Unglamourous Music, begin 2022 gelanceerd door Ruth Miller, inwoner van de stad. ‘Het is zeker geen ding voor lieve omaatjes die willen kennismaken met punk. We gaan echt los,’ waarschuwt Dunne, artiestennaam Fish. Binnen enkele maanden is het collectief erin geslaagd twaalf verschillende groepen op te richten, die afgelopen maart allemaal hebben opgetreden tijdens een concert in het kader van de Internationale Vrouwendag. Muzikale ervaring is niet vereist.
    ‘Wat telt, is zin om los te gaan,’ constateert het Londense dagblad enthousiast. Fish, een voormalige theater­producent, geeft volmondig toe dat ze ‘amper een ukelele kan bespelen’. Maar Miller prijst zich gelukkig, want de songs ‘zijn geweldig’. ‘De mogelijkheden voor vrijetijdsbesteding die voor een vrouw van zekere leeftijd passend worden geacht, zijn nogal beperkt,’ constateert de zestiger spijtig. ‘Als je bijvoorbeeld van muziek houdt, verwachten ze dat je bij een koor gaat. Maar wij hebben veel te melden over alles wat ons woest maakt.’ Deze rebelse mentaliteit, die strookt met de geschiedenis van Leeds, de bakermat van de postpunkbeweging, dringt door in de teksten van The Verinos, de groep van de oprichtster: ‘Raise your eyebrows, we don’t care/ ’Cos we’re not gonna do the things we’re supposed to do, oh yeah’.

    Gualdino is zevenenzeventig jaar en doet sinds zijn drieëndertigste aan sport. We ontmoeten hem samen met dertig anderen, onder wie veel senioren, die zich elke zaterdagmorgen verzamelen voor een wandeltocht van acht à tien kilometer door het bosrijke Monsanto-park in Lissabon, onder leiding van een docent lichamelijke oefening. ‘Ik heb er duidelijk baat bij, vooral als ik me lichamelijk moet inspannen, zoals in de tuin,’ zegt Gualdino, die sinds zijn pensionering fanatiek is gaan tuinieren. Luís van negenenzeventig waardeert ook de prettige sfeer: ‘Bewegen is belangrijk voor mijn manier van leven en mijn kijk op het leven.’

    ‘We moeten ons concentreren op deze gewonnen jaren,’ benadrukt psycholoog Daniela Craveiro. ‘Op papier zijn we momenteel getuige van een grote breuk in het traditionele beeld van de levenscyclus.’ En het is belangrijk dat we ons nuttig blijven voelen. ‘Ook na het pensioen blijven we actief, het is geen tijd meer die alleen maar beperkt blijft tot vrijetijdsbesteding. We moeten volop bij de samenleving betrokken blijven. Dat is bovendien goed voor de gezondheid, en een manier om eenzaamheid en depressie tegen te gaan.’

    Niets meer te hoeven

    Een perfect voorbeeld hiervan is Isabel Cristina (62). Sinds het nest leeg is weet deze vrouw, die twee dochters van 32 en 29 heeft en een kleinzoontje, niet meer van ophouden. Eigenlijk wist ze dat daarvoor ook al niet, omdat ze voor haar werk veel moest reizen om modecollecties uit te zoeken die ze vervolgens in Portugal verkocht. Zes jaar geleden besloot ze gas terug te nemen en kocht ze een huis in Grenoble, waar ze inmiddels de helft van het jaar doorbrengt.

    Ze heeft geleerd om te genieten van het uitzicht op de bergen, haar moestuin te verzorgen, veel te lezen en wandelingen door de natuur te maken. Maar wat ze het fijnst vindt, is de spontaniteit, niets meer te hoeven, vrij te zijn om te gaan en staan waar ze wil, zonder dat iets haar daarvan weerhoudt. Isabel Cristina is nog altijd graag in het gezelschap van anderen en maakt het nog steeds graag laat. ‘Maar toch ga ik vroeg naar bed, anders kost het me drie dagen om bij te komen van een avond uit,’ zegt ze geamuseerd met een sigaret in haar ene hand en een glas Martini in de andere.

    Op de voorpagina
    ‘Het pensioen: droom of nachtmerrie?’

    Niet alleen in Frankrijk wordt het nieuws beheerst door pensioenen. Op 19 maart wijdde ook het Duitse weekblad Die Zeit zijn voorpagina aan deze levensfase, ‘die een beetje lijkt op de kinderjaren, maar dan met een zekere financiële onafhankelijkheid en zonder ouders’ die ons een handje helpen. Een moment dat door veel werkenden wordt gezien als ‘het hoogtepunt van hun carrière’ en waarvan de noodzaak nauwelijks ter discussie staat. Toch, constateert het linkse blad, gaat de weg van een gepensioneerde lang niet altijd over rozen. Na een eerste ‘wittebroodsfase’ neemt de tevredenheid van de gepensioneerden dikwijls af, waarschijnlijk omdat het niet meevalt om je dagen zonder werk door te komen. ‘Niet iedereen vindt voldoening in het schrijven van een roman of het passen op de kleinkinderen.’

    Een vriend van haar, Jaime Pereira Gomes (64), omringt zich het liefst met andere mensen. De wetenschap geeft hem gelijk: vrienden hebben is goed voor je gezondheid. Hij heeft van zijn 26ste tot zijn 62ste als IT’er in de bancaire sector gewerkt, zonder Lissabon ooit te verlaten. ‘Maar twee jaar geleden had ik er genoeg van, ik vond het niet leuk meer.’ Toen heeft hij zijn huis verkocht en de balans opgemaakt: er bleef genoeg over om het uit te zingen tot zijn pensioengerechtigde leeftijd van 66 – hij heeft twee kinderen, twee stiefkinderen, vier kleinkinderen en drie ex-vrouwen, maar geen financiële verplichtingen meer.

    Koning van de dansvloer

    ‘Dansen is mijn favoriete bezigheid, ik ben de koning van de dansvloer!’ zegt hij lachend. Een jaar geleden heeft Jaime al zijn schepen achter zich verbrand om in São Roque te gaan wonen, in het binnenland van Brazilië, samen met zijn nieuwe Braziliaanse vrouw en haar drie kinderen. Hij woont in een boerderij en houdt zich bezig met tuinieren, gymnastiek, yoga, pilates en andere, ‘wat spirituelere’ activiteiten. Hij moet deze maand naar Lissabon voor de verjaardag van een van zijn kleinkinderen; daarna zullen ze van de gelegenheid gebruikmaken om door Europa te reizen – zonder verplichtingen, maar vol enthousiasme.

    Rapamycine heeft bij ratten de kans op leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd

    ‘De huidige oude dag heeft niets meer te maken met het clichébeeld van vroeger, toen ouders, kinderen en kleinkinderen allemaal harmonieus en solidair met elkaar onder één dak woonden en elkaar hielpen,’ zegt psycholoog António Fonseca. En een van de grote problemen is huisvesting. Fonseca is behalve onderzoeker ook auteur van het boek Envelhecimento em casa e na comunidade [‘Thuis oud worden te midden van je naasten’], waarin hij het eigen huis benoemt als de beste plek om ouder te worden. ‘Dat is de meest natuurlijke oplossing, waar je als mens de zeggenschap behoudt over de dynamiek van alledag, over je autonomie en je privéleven. Het is een plek die verbonden is met je identiteit; heel belangrijk als je ouder wordt, want je verliest al zo veel andere dingen,’ aldus de psycholoog. ‘Als ik het heb over oud worden in eigen huis en in de eigen omgeving, dan denk ik meer in het algemeen aan een leven waarin iemand sociaal actief blijft. Een eenzaam leven is niet beter dan een leven in een instelling.’

    Ook zien nieuwe woonvormen het daglicht, voorlopig nog zelden in Portugal maar vooral elders in Europa en in de Verenigde Staten. Een voorbeeld is cohousing, waarbij generatiegenoten ieder hun eigen zelfstandige woning hebben, maar elkaar ook kunnen ontmoeten in de gemeenschappelijke ruimte. ‘Daarmee verklein je de kans op eenzaamheid en houd je langer het gevoel dat je controle hebt over je eigen woonplek; en bovendien zitten er nog financiële voordelen aan ook,’ aldus Fonseca.

    Therapeutisch effect

    Om eenzaamheid onder ouderen te voorkomen heeft het gemeenschapscentrum van Vermoim/Sobreiro in de gemeente Maia, dat deel uitmaakt van een keten van Portugese katholieke gezondheidscentra, naast andere activiteiten ook een zangkoor. ‘Dat is geen therapie in de eigenlijke zin van het woord, maar het heeft wel een therapeutisch effect. Het maakt veel emoties los,’ zegt António Miguel Teixeira, die leiding geeft aan dit koor, dat Cor da Voz is gedoopt. Wanneer het koor begint te zingen – traditionele gezangen, Portugese liedjes en eigen composities – is het alsof je de zorgen ziet wegvliegen, de ogen beginnen wat meer te stralen. ‘Sommige van onze koorleden leidden hiervoor een heel eenzaam bestaan en hebben een ware verandering doorgemaakt.’

    Maatschappij
    Duitsland beziet oud worden in een nieuw licht

    In Duitsland proberen gepensioneerden ‘nieuwe manieren van leven’ te bedenken, meldt Der Spiegel. Thuishulp wordt er binnenkort beperkt wegens gebrek aan personeel. De babyboomers moeten zich dus voorbereiden op ‘een instorting van de zorg’ die zich aankondigt voor hun oude dag. ‘En zelfs als ze geen zorg nodig hebben, zullen de boomers andere sociale relaties moeten aanknopen dan hun voorgangers’, vanwege het hoge scheidingspercentage en de geografische afstand die hen dikwijls scheidt van hun kinderen.
    ‘Al deze veranderingen dwingen de senioren ertoe hun oude dag in een ander licht te bezien,’ aldus het weekblad uit Hamburg. Temeer omdat ze, wanneer ze stoppen met werken, ‘vaak een betere conditie hebben dan de gepensioneerden uit voorgaande generaties’. Originele initiatieven, zoals de oprichting van ‘plurigenerationele huizen’ of partnerschappen van kinderdagverblijven en verenigingen die strijden tegen dementie, komen steeds vaker voor. Het doel: jongeren en ouderen met elkaar in contact brengen, om sociaal isolement te bestrijden en senioren in staat te stellen zo lang mogelijk zelfstandig te blijven.

    In Sobreiro, een arme wijk van Maia, heeft het centrum veel gedaan om de banden tussen de bewoners onderling aan te halen. ‘Hier is iedereen gelijk en leren mensen van elkaar,’ zegt directeur Mário Figueiredo. De 78-jarige Domingos Vasconcelos, gepensioneerd leraar, herinnert zich een repetitie van Cor da Voz waarbij de koorleden met elkaar over gewoonten en tradities spraken. ‘Er was een vrouw bij die in het begin heel timide was, maar naarmate ze meer aan het woord was steeds verder leek te groeien.’

    De 69-jarige Maria José Teixeira werkte jarenlang als kok in het gemeenschapscentrum. Doordat ze altijd het koor hoorde zingen, kreeg ze zin om zich erbij aan te sluiten als ze eenmaal met pensioen zou gaan. ‘Ik ben geen type dat thuis gaat zitten niksen,’ zegt ze. Ze zong al in het koor van haar kerk, en om haar stem samen met die van anderen te laten klinken is voor haar een bron van ‘vrede, vreugde en liefde’. Het centrum biedt ook andere activiteiten, zoals workshops kunstnijverheid en cognitieve stimulatie, en wedstrijdjes boccia, een Portugese variant van jeu de boules.

    Maatgerichte oplossingen

    In Portugal lijdt helaas maar liefst 71,4 procent van de 65-plussers aan een chronische ziekte of een langdurige kwaal. Bij het verouderingsproces zijn heel veel variabelen in het spel: naast de levensstijl en bronnen van stress spelen ook genetische, epigenetische en omgevingsfactoren een belangrijke rol. ‘Het is een terrein dat we op een multidisciplinaire manier moeten aanpakken en waarbij we, om doeltreffend te zijn, naar diverse en maatgerichte oplossingen moeten kijken; het effect van deze factoren verschilt namelijk per persoon,’ zegt Nuno Marques, arts bij het Portugese Verouderingsobservatorium.

    De onderzoekers zijn op zoek naar het geheim van de eeuwige jeugd, waarbij je niet moet denken aan een facelift, maar aan remedies die het verouderingsproces werkelijk kunnen vertragen: bijvoorbeeld het voorkomen van bepaalde leeftijdsgebonden aandoeningen die worden veroorzaakt door cardiologische of neurologische degeneratie.

    LATA 65 Lisbon 07
    Het is geen therapie, maar streetart heeft wel een therapeutisch effect. ‘Het maakt veel emoties los.’ – © Lata 65

    Vorig jaar is een team van de Universiteit van Cambridge erin geslaagd om huidcellen die bij een 53-jarige vrouw waren afgenomen met dertig jaar te verjongen, dankzij een methode van cellulaire herprogrammering die verwant is aan de methode die werd gehanteerd bij Dolly, het eerste gekloonde schaap. De wereld stond versteld van deze verjongingskuur, die ons de huid van toen we twintig waren belooft terug te geven. Maar de belangrijkste vraag is of deze ontdekking ook kan worden toegepast op andere weefsels van het organisme.

    Verandering van perceptie

    Het onderzoek naar veroudering zal ongetwijfeld tot controverses leiden, maar het brengt momenteel al tal van gerenommeerde wetenschappers in beweging. En ook grote investeerders uit de technologische sector laten van zich horen; zo heeft Google geld gestoken in het gespecialiseerde laboratorium Calico Life Sciences, en ondersteunt Amazon-baas Jeff Bezos het onderzoeksbedrijf Altos Labs. Het zegt veel over de verandering van perceptie: veroudering wordt niet langer gezien als een natuurlijk proces, maar als een ziekte die behandeld kan worden, en misschien wel genezen. In het stadium van klinisch onderzoek zijn er al nieuwe verjongingskuren die de aandacht trekken vanwege de resultaten bij cellen of proefdieren.

    2,1 miljard grootouders over 25 jaar

    The Economist schat dat het aantal opa’s en oma’s in 2050 ongeveer 22 procent van de wereldbevolking zal bedragen. ‘Dat zou iets meer zijn dan het aantal kinderen onder de vijftien,’ schrijft het Britse weekblad, dat zich verbaast over het gebrek aan universitaire belangstelling voor deze categorie van de mensheid. ‘We hebben twee onderzoekers moeten vragen een schatting te maken op basis van de VN-cijfers, aangepast aan de demografie en de familiestructuren in elk land.’ De gemiddelde leeftijd van opa’s en oma’s verschilt sterk per wereldregio, van 53 in Oeganda tot 72 in Japan. Deze intree van ‘het grootoudertijdperk’, zoals het liberale blad het noemt, ‘zal vergaande consequenties hebben en zou, dankzij het oppassen op de kinderen, tot een grootschalige sociale revolutie kunnen leiden: de toetreding van meer vrouwen tot de arbeidsmarkt’. Soms, geeft The Economist toe, ‘ten koste van het persoonlijk leven van de ouderen’.

    Zo blijkt metformine, dat wordt gebruikt bij de behandeling van diabetes type 2, veelbelovend voor de verjonging van cellen en weefsels. Quercetine, dat in sommige vruchten en groenten zit en al wordt verkocht als voedingssupplement, is bij dieren doeltreffend gebleken voor het vertragen of voorkomen van bepaalde aandoeningen; proeven bij mensen laten nog op zich wachten. Rapamycine, een immunosuppressivum dat bij mensen die een orgaantransplantatie hebben ondergaan wordt gebruikt om afstoting te voorkomen, heeft bij ratten van middelbare leeftijd de kans op een leven in goede gezondheid met 60 procent verhoogd. Nu moet de wetenschap alleen nog de bijwerkingen van al deze moleculen onder controle zien te krijgen, om te voorkomen dat er gezonde cellen worden aangevallen.

    De wetenschap, zo weten we, heeft tijd nodig. Omdat er tot dusver nog geen wondermiddel is gevonden, kun je je voorlopig maar het best aan de volgende twee regels houden: vermijd alles wat slecht is voor je gezondheid en blijf vooral zo lang mogelijk doen wat je leuk vindt.

    Lees ook:

  • Dossier: Het nieuwe oud

    Dossier: Het nieuwe oud

    Een nieuwe generatie gepensioneerden wil niet meer voldoen aan wat van hen verwacht wordt.

    Op de kleinkinderen passen ze graag, maar alleen als het hun uitkomt. Cryptogrammen oplossen, zij niet. Het Portugese weekblad Visão ging op zoek naar deze seenagers.

    1. Het nieuwe oud
  • Spanje: oudste man ter wereld overlijdt op 112-jarige leeftijd

    Spanje: oudste man ter wereld overlijdt op 112-jarige leeftijd

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Manchester onder vuur vanwege energieslurpende reclameborden

    » Oud-gijzelaar Ingrid Betancourt doet gooi naar het Colombiaans presidentschap

    Saturnino de la Fuenta García haalt net de 113 niet

    De oudste man ter wereld – volgens het Guinness Book of Records – is dinsdag overleden op de leeftijd van 112 jaar en 341 dagen, meldt El País. De Spanjaard Saturnino de la Fuente García zou volgende maand 113 jaar zijn geworden.

    ‘De oudste levende persoon ter wereld is nog steeds een Japanse vrouw, die net 119 jaar is geworden’, aldus het Spaanse dagblad. Het absolute record voor een lang leven staat nog steeds op naam van de Française Jeanne Calment, die 122 jaar en 164 dagen leefde voor ze in 1997 overleed.

    Lees ook:

  • Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Niall Ferguson over de betekenis van de dood: ‘We zijn allemaal gedoemd’

    Hoe moeten we betekenis geven aan de inmiddels al meer dan 4 miljoen wereldwijde coronadoden? Niall Ferguson zet die vraag in historisch perspectief. Welke rampspoed is ons in het verleden overkomen, hoe gingen we daar toen mee om, en – belangrijker nog – hoe kunnen we toekomstig onheil voorkomen?

    Deze gevallen wachtmeester, de Dood, is nauwgezet in zijn aanhoudingen. 

    – Hamlet 

    We zijn allemaal gedoemd 

    ‘We zijn gedoemd.’ Deze zin, uitgesproken door de Caledonische Cassandra van de Britse televisieserie Dad’s Army, soldaat James Frazer, was een van de terugkerende grappen uit mijn jeugd. De truc was om het te zeggen op het minst passende moment: als de melk op was of je de laatste bus naar huis had gemist. Er is een prachtige scène in een van de afleveringen (‘Uninvited Guests’) als Frazer – gespeeld door de geweldige John Laurie – de andere leden van zijn Home Guard-eenheid een bloedstollend verhaal vertelt over een vloek. Als jongeman was hij voor anker gegaan bij een eilandje in de buurt van Samoa, waar – volgens zijn vriend Jethro – de ruïne van een tempel lag, met daarin een afgodsbeeld dat versierd was met een gigantische robijn, ‘zo groot als een eendenei’. Het tweetal ging op weg om de robijn te stelen en hakte zich een weg door het dichtbegroeide bos. Maar net toen Jethro de edelsteen pakte, verscheen er ineens een medicijnman, die Jethro vervloekte met de woorden: ‘Dood! de robijn zal u de dood brengen! dooood.’ 

    Soldaat Pike: Is de vloek uitgekomen, meneer Frazer? 

    Soldaat Frazer: Ja, jongen, hij is uitgekomen. Hij is gestorven… vorig jaar; hij was zesentachtig.

    Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar

    We zijn allemaal gedoemd, hoewel niet noodzakelijkerwijs vervloekt. Ik zal rond 2056 sterven, op z’n laatst. Mijn resterende levensverwachting op de leeftijd van zesenvijftig jaar en twee maanden is volgens het Amerikaanse ministerie van Sociale Zaken 26,2 jaar: daardoor kom ik uit op tweeëntachtig, vier jaar minder dan Frazers vervloekte vriend. Bemoedigender is het feit dat het Britse Office of National Statistics een man van mijn leeftijd twee jaar extra geeft, met een kans van 1 op 4 om de tweeënnegentig te halen. Om te zien of ik die getallen kon verbeteren, bezocht ik de site van Living to 100 Life Expectancy Calculator, die zijn schatting baseert op een gedetailleerde vragenlijst over je leefgewoonten en je familiegeschiedenis. Living to 100 vertelde me dat ik de eeuw waarschijnlijk niet zal halen, maar dat ik een gerede kans had om nog zesendertig jaar te leven. Het zou natuurlijk heel anders liggen als ik in januari 2020 covid-19 zou krijgen, een ziekte die destijds in mijn leeftijdsgroep een sterftekans met zich meebracht van 6 procent, en misschien iets hoger als we mijn milde astma meetellen. 

    De auteur

    De Schots-Amerikaanse historicus Niall Ferguson is momenteel verbonden aan de Stanford-universiteit. Hij leverde bijdragen aan The Daily Telegraph, Financial Times en Newsweek, en schrijft tegenwoordig een column voor Bloomberg Opinion. Fergusons bekendste boek is Het belang van geld (The Ascent of Money), waarover hij ook een documentaireserie maakte voor Channel 4 en PBS. Hij is getrouwd met de voormalige VVD-politicus Ayaan Hirsi Ali.

    Op zesenvijftigjarige leeftijd sterven zou beslist een teleurstelling zijn, maar het zou een goed resultaat zijn als je het afmeet aan de meerderheid van de 107 miljard mensen die ooit geleefd hebben. In het Verenigd Koninkrijk, waar ik geboren ben, bereikte de levensverwachting vanaf de geboorte de zesenvijftig pas in 1920. Het gemiddelde lag gedurende de periode van 1543 tot 1863 net onder de veertig. En de Britten stonden bekend om hun lange levensduur. Schattingen voor de wereld als geheel stelden de levensverwachting tot 1900 onder de dertig jaar, en tot 1960 onder de vijftig jaar. De gemiddelde levensverwachting in India was in 1911 slechts tweeëndertig jaar. De Russische levensverwachting bereikte in 1920 het dieptepunt van twintig jaar. De afgelopen eeuw liet een constant stijgende trend zien – de levensverwachting bij geboorte verdubbelde ruwweg tussen 1913 en 2006 –, maar met talloze terugvallen. De levensverwachting in Somalië is vandaag de dag zesenvijftig jaar: mijn leeftijd. Die is daar deels nog steeds zo laag omdat de kindersterfte er zo hoog is. Ongeveer 12,2 procent van de in Somalië geboren kinderen sterft voordat ze de leeftijd van vijf jaar bereiken; 2,5 procent sterft tussen vijf en veertien jaar. 

    Als ik probeer om mijn eigen ervaring met mens-zijn in perspectief te zetten, denk ik aan de Engelse dichter John Donne (1572-1631), die negenenvijftig jaar oud is geworden. In een periode van zestien jaar schonk Anne Donne haar echtgenoot twaalf kinderen. Drie van hen – Francis, Nicholas en Mary – stierven voor hun tiende. Anne zelf stierf bij de bevalling van haar twaalfde kind, dat dood geboren werd. Nadat Lucy, zijn favoriete dochter, gestorven was en hijzelf haar bijna in het graf gevolgd was, schreef Donne zijn Devotions upon Emergent Occasions (1624), dat de mooiste van alle aansporingen bevat om mee te leven met de doden: ‘De dood van ieder mens doet afbreuk aan mij, omdat ik betrokken ben bij de Mensheid; Vraag daarom nooit voor wie de doodsklok luidt; die luidt voor u.’ 

    Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie

    De Napolitaanse kunstenaar Salvator Rosa (1615-1673) schilderde misschien wel het meest ontroerende memento mori, met de eenvoudige titel L’umana fragilità (‘De menselijke breekbaarheid’). Het was geïnspireerd op een uitbraak van de builenpest, die zijn geboortestad Napels in 1655 trof: die kostte het leven aan zijn jonge zoon Rosalvo en eiste ook dat van Salvators broer, zijn zus, haar echtgenoot en vijf van hun kinderen. Met een gruwelijke grijns reikt een gevleugeld skelet vanuit het donker langs Rosa’s minnares, Lucrezia, om haar zoontje mee te nemen, dat net zijn eerste poging doet om te schrijven. De stemming van de diepbedroefde kunstenaar wordt op een onsterfelijke manier vastgelegd in de acht Latijnse woorden die de baby, geleid door de skeletfiguur, op het canvas heeft geschreven: 

    Conceptio culpa 

    Nasci pena 

    Labor vita 

    Necesse mori 

    ‘Verwekking is zonde, geboorte is pijn, leven is hard werken, dood is onvermijdelijk.’ Ik herinner me nog steeds dat ik als door de bliksem getroffen was toen ik die woorden las bij mijn eerste bezoek aan het Fitzwilliam Museum in Cambridge. Dit was het mens-zijn, teruggebracht tot de kille essentie. Volgens de overleveringen was Rosa een opgewekt mens, die ook schreef en optrad in satirische toneelstukken en de commedia dell’arte. Rond de tijd dat zijn zoon stierf, schreef hij echter aan een vriend: ‘Deze keer heeft de hemel me op zo’n manier getroffen dat ik besef dat alle menselijke weermiddelen zinloos zijn en de minste pijn die ik voel is nog dat ik je zeg dat ik huil terwijl ik schrijf.’ Hijzelf stierf op achtenvijftigjarige leeftijd aan buikwaterzucht. 

    Bijna onzichtbare gebeurtenis

    In de middeleeuwen en de vroegmoderne wereld was de dood alomtegenwoordig, op een manier die we ons nauwelijks kunnen voorstellen. Zoals Philippe Ariès betoogde in L’Homme devant la mort (‘Het uur van onze dood’) werd de dood ‘getemd’ door er, net als het huwelijk en zelfs de geboorte, een sociale overgangsrite van te maken, die gedeeld werd met de familie en de gemeenschap en gevolgd werd door riten van begrafenis en rouw, die een bekende vorm van troost boden aan de nabestaanden. Vanaf de zeventiende eeuw veranderde die houding echter. Terwijl het aantal sterfgevallen verbijsterende vormen aannam, begonnen de westerse samenlevingen – ondanks het feit dat de doodsoorzaken steeds beter begrepen werden – een zekere afstand te scheppen tussen de levenden en de doden. De victorianen gingen zeer ver in het sentimentaliseren en romantiseren van de dood: ze creëerden in de literatuur ‘mooie doden’, die steeds minder te maken hadden met de werkelijkheid. De twintigste eeuw ging over op de ontkenning van ‘het einde van het leven’. Sterven werd een steeds eenzamer, antisociale, bijna onzichtbare gebeurtenis. Er kwam iets op wat Aries ‘een absoluut nieuw type sterven’ noemde, wat inhield dat zieltogende mensen werden afgevoerd naar ziekenhuizen en hospices, om ervoor te zorgen dat het moment waarop ze hun laatste adem uitbliezen discreet verborgen bleef achter de schermen. Amerikanen mijden het woord ‘sterven’. Mensen ‘gaan over’. Evelyn Waugh schreef een wrede satire over de Amerikaanse omgang met de dood in The Love One (1948), geïnspireerd op een weinig verheffend verblijf in Hollywood. 

    De Britse omgang met de dood is echter slechts weinig beter. In Monty Pythons The Meaning of Life is de dood een enorm faux pas. De Man met de Zeis – John Cleese, gehuld in een zwarte mantel – komt aan in een pittoresk Engels buitenhuis waar drie echtparen druk bezig zijn met een etentje. 

    Magere Hein: Ik ben de dood. 

    Debbie: Nou ja, wat een toeval! We hadden het vijf minuten geleden net over de dood… 

    Magere Hein: Stilte! Ik ben gekomen voor jullie. 

    Angela: Bedoelt u… om – 

    Magere Hein: Om jullie mee te nemen. Dat is mijn bedoeling. Ik ben de dood. 

    Geoffrey: Tja, dat werpt toch wel een beetje een schaduw over de avond.

    Debbie: Mag ik u iets vragen? 

    Magere Hein: Wat? 

    Debbie: Hoe kan het dat we allemaal op hetzelfde moment sterven?

    Magere Hein (na een lange stilte, wijzend naar een schaal op tafel): De zalmmousse. 

    Geoffrey: Schat, je hebt toch geen zalm uit blik gebruikt? 

    Angela: Ik schaam me rot.

    Het komende eschaton

    Ieder jaar sterven er over de hele wereld ongeveer 59 miljoen mensen – ruwweg de gehele wereldbevolking in de tijd dat koning David regeerde over de Israëlieten. Met andere woorden, er sterven elke dag ruwweg 160.000 mensen: het equivalent van één Oxford, of drie Palo Alto’s. Ongeveer 60 procent van degenen die sterven zijn vijfenzestig jaar of ouder. In de eerste helft van 2020 stierven er wereldwijd ruwweg 510.000 mensen aan de nieuwe ziekte covid-19 [inmiddels is het dodental de 4 miljoen gepasseerd]. Elk sterfgeval is een tragedie, zoals we zullen zien. Maar zelfs als geen van die mensen toch al niet gestorven zou zijn – wat onwaarschijnlijk is, gegeven het leeftijdsprofiel van de overledenen –, dan vertegenwoordigt dat aantal slechts een bescheiden (1,8 procent) toename in het totale aantal verwachte sterfgevallen voor de eerste helft van 2020. In 2018 stierven 2,84 miljoen Amerikanen, dus stierven er ongeveer 236.000 per maand, en 7800 per dag. Driekwart van het aantal gestorvenen was vijfenzestig jaar of ouder. Verreweg de meeste doodsoorzaken waren hartaandoeningen en kanker: samen goed voor 44 procent van het totaal. In de eerste helft van 2020 waren er volgens cijfers van de Centers for Disease Control and Prevention 130.122 Amerikaanse overlijdensgevallen aangemerkt als ‘betrekking hebbend op covid-19’. De totale (bovennormale) oversterfte van alle oorzaken lag echter dicht bij 170.000. Als geen van deze mensen toch al niet overleden zou zijn – opnieuw: onwaarschijnlijk –, dan vertegenwoordigde dat aantal een toename van 11 procent in de sterfgevallen voor die periode, boven de uitgangswaarde die afgeleid was van recente gemiddelden. 

    We zijn dus allemaal gedoemd, zelfs als de medische wetenschappers in staat zijn om de levensverwachting nog verder te verlengen – zoals sommigen voorspellen: tot meer dan een eeuw. Ondanks de voortgaande zoektocht naar oplossingen voor het probleem dat leven een terminale aandoening is, blijft onsterfelijkheid een droom – of, zoals Jorge Luis Borges suggereerde in ‘De onsterfelijke’: een nachtmerrie. Maar zijn we collectief gedoemd, als soort? Het antwoord is: ja. 

    Onze moeder, een natuurkundige, werd het nooit moe om mijn zus en mij eraan te herinneren dat het leven een kosmisch toeval is; een visie die ook gedeeld wordt door bekendere fysici als Murray Gell-Mann. Ons universum begon 13,7 miljard jaar geleden met wat fysici de Big Bang noemen. Op onze planeet ontwikkelden zich met de hulp van ultraviolette stralen en bliksem de chemische bouwstenen van het leven, die 3,5 tot 4 miljard jaar geleden leidden tot de eerste levende cel. Ongeveer 2 miljard jaar geleden zorgde seksuele reproductie door eenvoudige veelcellige organismen voor golven van evolutionaire innovatie. 

    Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven

    Ongeveer 6 miljoen jaar geleden leidde een genetische mutatie bij chimpansees tot de eerste mensachtige mensapen. Homo sapiens is extreem recent verschenen, 200.000 tot 100.000 jaar geleden: deze soort domineerde andere mensentypen ongeveer 30.000 jaar geleden en had zich rond 13.000 jaar geleden over het grootste deel van de planeet verspreid. Er moesten veel dingen precies goed gaan voor ons om tot dat punt te komen. Maar de ‘Goudhaartje’-condities waarbij wij floreren kunnen niet oneindig voortduren. Tot op de dag van vandaag zijn 99,9 procent van alle soorten die de Aarde ooit bewoond hebben uitgestorven. 

    Met andere woorden, om Nick Bostrom en Milan M. Ćirković te citeren: ‘Het uitsterven van intelligente soorten is al voorgevallen op de Aarde, wat inhoudt dat het naïef zou zijn om te denken dat het niet nog eens zou kunnen gebeuren.’ Zelfs als we het lot van de dinosaurussen en de dodo’s weten te vermijden, zal de toenemende lichtstraling van de zon over ongeveer 3,5 miljard jaar de biosfeer van de Aarde zo goed als gesteriliseerd hebben, maar het einde van het complexe leven op de Aarde staat al veel eerder op het programma, misschien over 0,9 tot 1,5 miljard jaar, omdat de leefomstandigheden dan onverdraaglijk zullen zijn geworden voor alles wat op ons lijkt. ‘Dat is het standaardlot voor leven op onze planeet.’ Het is denkbaar dat we in staat zullen zijn om een andere bewoonbare planeet te vinden als we het probleem van intergalactisch reizen oplossen, wat het reizen over haast onvoorstelbaar grote afstanden inhoudt. Zelfs dan zullen we uiteindelijk in tijdnood komen, omdat de laatste sterren ruwweg over 100 biljoen jaar zullen uitdoven, waarna alle materie uiteen zal vallen tot haar basisbestanddelen. 

    Lees ook:

    De gedachte dat we, als soort, nog ongeveer 1 miljard jaar overhebben op de Aarde zou geruststellend moeten zijn. En toch lijken sommigen ernaar te verlangen dat de doemdag al veel eerder komt dan dat. De ‘eindtijd’ of eschaton (van het Griekse eschatos) komt voor in de meeste grote wereldreligies, inclusief de oudste, het zoroastrisme. De Zand-i Wahman Yasn (een middeleeuwse zoroastrische apocalyptische tekst) voorziet niet alleen in misoogsten en algeheel moreel verval, maar ook in ‘een donkere wolk die de hele lucht tot nacht maakt’ en een regen van ‘verderfelijke schepsels’. Hoewel de hindoe-eschatologie aanneemt dat er vaste tijdscycli zijn, wordt van de huidige cyclus, Kali Yuga, verwacht dat die gewelddadig eindigt als Kalki, de laatste incarnatie van Vishnu, op een wit paard aan het hoofd van een leger afdaalt om ‘rechtvaardigheid tot stand te brengen op aarde’. Ook in het boeddhisme zijn er apocalyptische scènes. Gautama Boeddha voorspelde dat zijn profetieën na 5000 jaar vergeten zouden zijn, wat leidt tot de morele degeneratie van de mens. Een bodhisattva genaamd Maitreya zal dan verschijnen en de leerstellingen van de dharma herontdekken, waarna de wereld vernietigd wordt door de dodelijke straling van zeven zonnen. De Scandinavische mythologie heeft haar Ragnarök (schemering der goden), waarin een vernietigend grote winter (Fimbulvetr) de wereld in duisternis en wanhoop zal storten. De goden zullen tot de dood strijden met de krachten van de chaos, vuurreuzen en andere magische schepsels (jötunn). Uiteindelijk zal de oceaan de hele wereld overspoelen. (Wagner-liefhebbers kunnen hier een versie van zien in zijn Götterdämmerung.) 

    In elk van deze religies is vernietiging de prelude van wedergeboorte. De abrahamitische religies daarentegen hebben een lineaire kosmologie: het einde der dagen is echt Het Einde. Het jodendom voorspelt een Tijdperk van de Messias, met de terugkeer naar Israël vanuit de verbanning van de Joodse Diaspora, de komst van de Messias en de wederopstanding uit de dood. Het christendom – het geloof dat gevestigd is door volgers van de man die zei deze Messias te zijn – biedt een veel rijkere versie van het eschaton. Voorafgaand aan de Tweede Komst van Christus (parousia) zal er, zoals Jezus zelf aan zijn volgelingen vertelde, een tijd komen van ‘grote beproevingen’ (Mattheüs 24:15-22), ‘verschrikkingen’ (Marcus 13:19) of ‘dagen van wraak’ (Lucas 21:10-33 geeft van alle evangeliën de meeste details). De Openbaring van Johannes biedt wellicht de meest treffende visioenen van de doemdag: van een oorlog in de hemel tussen Michaël en zijn engelen tegen Satan, een tussenperiode waarin Satan wordt neergeworpen en duizend jaar wordt vastgebonden, waarna Christus een millennium lang regeert met wederopgestane martelaren aan zijn zijde, totdat de Hoer van Babylon verschijnt, dronken van het bloed van de heiligen, rijdend op een scharlakenrood beest, en er een grote strijd wordt uitgevochten op de heuvels van de Armageddon. Daarna wordt Satan losgelaten, om vervolgens in een meer van brandende zwavel te worden gegooid. Uiteindelijk worden de doden beoordeeld door Christus en worden de onwaardigen in het vlammende meer geworpen. De beschrijving van de vier ruiters van de Apocalyps is verbijsterend: 

    En ik zag hoe het Lam het eerste van de zegels opende en ik hoorde een van de vier dieren met een stem als van een donderslag zeggen: Kom en zie! En ik zag en zie, een wit paard, en Hij Die erop zat, had een boog. En Hem was een kroon gegeven en Hij trok uit, overwinnend en om te overwinnen. En toen het Lam het tweede zegel geopend had, hoorde ik het tweede dier zeggen: Kom en zie! 

    En een ander paard, dat rood was, trok uit, en aan hem die erop zat, werd macht gegeven de vrede van de aarde weg te nemen, en te maken dat men elkaar zou afslachten. En hem werd een groot zwaard gegeven. En toen het Lam het derde zegel geopend had, hoorde ik het derde dier zeggen: Kom en zie! En ik zag, en zie, een zwart paard, en hij die erop zat, had een weegschaal in zijn hand. 

    En ik hoorde te midden van de vier dieren een stem zeggen: Een maat tarwe voor een penning en drie maten gerst voor een penning. En breng de olie en de wijn geen schade toe. 

    En toen het Lam het vierde zegel geopend had, hoorde ik de stem van het vierde dier zeggen: Kom en zie! 

    En ik zag, en zie: een grauw paard en die erop zat, zijn naam was de dood, en het rijk van de dood volgde hem. En hun werd macht gegeven over het vierde deel van de aarde om te doden met het zwaard, met honger, met de dood en door de wilde dieren van de aarde. (Openbaringen 6:1-8) 

    De Dag der Wrake wordt aangekondigd door een geweldige aardbeving, een zonsverduistering en een bloedmaan. De sterren vallen op de aarde en de bergen en eilanden worden ‘van hun plaats verschoven’. 

    Een slim onderdeel van de christelijke eschaton was de onzekerheid waarin Christus zijn discipelen achterliet over de tijdsbepaling ervan: ‘Maar die dag en dat uur is aan niemand bekend, ook aan de engelen in de hemel niet, maar alleen aan Mijn Vader.’ (Mattheüs 24:36) 

    De vernietiging van Jeruzalem in het jaar 70 door toedoen van de Romeinse legerleider (en later keizer) Titus werd door de vroege christenen geïnterpreteerd als vervulling van Jezus’ profetie dat de Tweede Tempel zou worden verwoest, maar de daaropvolgende spectaculaire gebeurtenissen die Christus had voorspeld bleven uit. Tegen de tijd van Augustinus van Hippo leek het verstandig om het millennium af te zwakken, zoals hij deed in De Stad van God (De Civitate Dei, uit het jaar 426), waarin hij het verwees naar het gebied van het onkenbare en (impliciet) de verre toekomst. 

    Misschien biedt het verval van het christelijke millennium een verklaring voor het revolutionaire effect van Mohammeds nieuwe religie, toen die in de zevende eeuw tevoorschijn kwam uit de Arabische woestijn. In een aantal opzichten heeft de islam gewoon de meest opwindende delen van de Openbaringen afgestoft. In Mekka leerde Mohammed zijn volgelingen dat de Dag des Oordeels voorafgegaan zou worden door de verschijning van de eenogige al-Masih ad-Dajjāl (de valse messias), met een entourage van 70.000 joden uit Isfahan. Isa (Jezus) zal dan afdalen om te triomferen over de valse messias. In de soennitisch doctrine houdt de ashrāṭ al-sā‘a – het einde der tijden – onder meer in dat er een grote zwarte rookwolk (dukhān) de aarde bedekt, dat er een aantal verzakkingen plaatsvinden in de aarde en dat Ya‘jūj en Ma‘jūj (Gog en Magog) verschijnen om de aarde te verwoesten en de gelovigen af te slachten. Nadat Allah zich heeft ontdaan van Gog en Magog, komt de zon op in het westen en verrijst de Dābbat al-Ard (het Beest van de Aarde) uit de grond; nadat de hemelse trompet geklonken heeft, verrijzen ook de doden (al-Qiyāmah) voor het laatste oordeel (Yawm al-Hisāb). Maar toen deze profetie niet vervuld werd, keerde Mohammed zich ongeduldig af van de verlossing en naar het imperialisme. Allah, zo betoogde hij in Medina, wilde dat de moslims zijn eer bewaarden door de ongelovigen te straffen; dat ze overgingen van het afwachten van de Dag des Oordeels tot de uitvoering ervan door middel van de jihad. De eschatologie van de sjiieten is in brede zin gelijk aan die van de soennieten, maar met de terugkeer van de twaalfde imam, Mohammed al-Mahdi, die wordt verwacht na een periode van afnemende moraal en eerbaarheid. 

    Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was

    Voor christenen waren de islamitische veroveringen in het Nabije Oosten en Noord-Afrika niet meer dan de grootste van een aantal gruwelijke dreigingen: Vikingen, Magyaren en Mongolen bedreigden het christendom ook. Deze en andere rampen werden door sommigen geïnterpreteerd als aanduidingen van de eindtijd: de christelijke eschatologie is nooit volledig op de achtergrond geraakt. Joachim van Fiore (1135-1202) verdeelde de geschiedenis in drie tijdvakken, waarvan het derde het laatste was. Op eenzelfde manier waren er in de nasleep van de Zwarte Dood in de jaren veertig van de veertiende eeuw – in termen van sterfgevallen de grootste ramp die de christenen ooit getroffen heeft – mensen die concludeerden dat het einde nabij was. In 1356 schreef een franciscaner monnik genaamd Johannes van Roquetaillade zijn Vademecum in tribulationibus, waarin hij een tijd vol problemen in Europa voorspelde, die gekenmerkt zou worden door sociale onrust, stormen, overstromingen en nog meer plagen. Vergelijkbare quasi-revolutionaire visioenen inspireerden de taborieten in Bohemen in 1420 tot hun plunderingen en de franciscaan Johann Hilten in 1485 tot zijn profetieën over de nadagen van het pausdom. Na Maarten Luthers baanbrekende aanval op de kerkelijke hiërarchie gaf het millenianisme onderling sterk verschillende sekten als de anabaptisten, de diggers en de levellers het vertrouwen om de gevestigde autoriteiten te trotseren. Hoewel de navolging van het millennium in de achttiende eeuw afnam, herleefde de belangstelling ervoor weer in de negentiende en de twintigste eeuw, toen sommige volgelingen van de zogenaamde profeet William Miller, later bekend geworden als de zevendedagsadventisten, een nieuwe kerk oprichtten met een sterke millennialistische doctrine, die het einde van de wereld voorzag in 1844. (De millerieten noemden het feit dat de mensheid dat jaar overleefde ‘De Grote Teleurstelling’.) Jehova’s getuigen en leden van de Kerk van Jezus Christus van de Heiligen der Laatste Dagen (mormonen) hebben allebei hun eigen kenmerkende opvattingen over de komst van het eschaton. Talloze moderne cultusleiders hebben hun volgelingen ervan overtuigd dat het einde nabij was. Een aantal van hen – met name Jim Jones, David Koresh en Marshall Applewhite – wisten plaatselijke apocalypsen te bereiken in de vorm van massazelfmoorden. 

    Kort gezegd: het einde van de wereld is opmerkelijk vaak teruggekomen in de vastgelegde geschiedenis.

    Doemdagen

    Je zou denken dat de vooruitgang van de wetenschap de mensheid uiteindelijk zou bevrijden van religieuze en pseudoreligieuze eschatologie. Dat is niet noodzakelijk zo. Zoals de socioloog James Hughes zei, zijn maar weinig mensen ‘immuun voor millenniumvooroordelen, positief of negatief, fatalistisch of messianistisch’. Iets meer dan een eeuw geleden, toen de eerste echt geïndustrialiseerde oorlog in zijn laatste fase zat – een oorlog die gevoerd werd met tanks, vliegtuigen, onderzeeërs en gifgas – waren er verschijningen van de maagd Maria in het Portugese dorp Fatima, was er een veldslag bij Armageddon (Megiddo, in wat toen Palestina was), werd er een joodse thuisbasis uitgeroepen in het Heilige Land, was er een Duits offensief dat Aartsengel Michaël heette en brak er een pandemie uit die dodelijker was dan de oorlog zelf. Een van de vele voorboden van een komende apocalyps was de opkomst van Vladimir Iljitsj Lenin, die een golf van antikerkelijk geweld en beeldenstormen ontketende in het hele Russische Rijk. Zoals The New York Times op 21 juni 1919 meldde werd Lenin door Russische boeren alom gezien als ‘niemand anders dan de antichrist die in de Schrift is voorspeld’. 

    Voor de in Keulen geboren politiek theoreticus Eric Voegelin was de realiteit dat het communisme, net als het nazisme dat hij in 1938 moest ontvluchten, gebaseerd was op een onjuiste interpretatie van het christendom. Voegelin definieerde ‘gnosis’ als ‘een ogenschijnlijk direct, onmiddellijk begrip of visioen van de waarheid zonder de noodzaak voor kritische reflectie; de speciale gave van een spirituele en cognitieve elite’. Gnostiek, betoogde hij, was een ‘manier van denken die aanspraak maakt op een absoluut cognitief meesterschap van de werkelijkheid’. Toen dat de vorm aannam van een politieke religie, verborg het een gevaarlijke en misleidende ambitie om ‘de eschaton in zich te herbergen’ – met andere woorden: om een hemel op aarde te creëren. Voegelins moderne gnostiek probeerde ‘de maatschappij weer te vergoddelijken (…) door massalere vormen van participatie in de goddelijkheid te vervangen door geloof in de christelijke zin’. (Voegelin speculeerde dat deze verschuiving naar ‘massale deelname’ een antwoord kon zijn op de vrijwel onmogelijke taak om een authentiek christelijk geloof in stand te houden.) Veel recenter schreef de historicus Richard Landes in dezelfde geest, toen hij dezelfde aandrang ontdekte in een breder gebied van historische en moderne millenniumbewegingen, tot en met het salafi-jihadisme en radicale milieubewegingen.

    In plaats van de eschaton te verdringen, leek de wetenschap die dichterbij te brengen. Toen J. Robert Oppenheimer getuige was van de eerste kernexplosie in White Sands, New Mexico, deed hij de beroemde uitspraak dat hij dacht aan Krishna’s woorden uit de Bhagavad Gita (het ‘Lied van God’ uit de hindoecultuur): ‘Ik ben de dood geworden, de vernietiger van werelden.’ Aan het prille begin van de Koude Oorlog verzon de kunstenares Martyl Langsdorf, wier echtgenoot een van de sleutelfiguren van het Manhattan Project was, het beeld van een Doomsday Clock. Het verscheen voor het eerst in het Bulletin of the Atomic Scientists als illustratie van de angst van vele fysici – onder wie sommigen die betrokken waren geweest bij de schepping van de atoombom – dat een ‘uit technologie voortkomende catastrofe’ weleens heel nabij zou kunnen zijn. Middernacht op de Doomsday Clock betekende het nucleaire armageddon. Vele jaren lang was het de hoofdredacteur van het Bulletin, Eugene Rabinowitch, die besloot waar de wijzers van de klok stonden. Na zijn dood nam een commissie het over: die kwam tweemaal per jaar bijeen om de klok bij te stellen. Tijdens de Koude Oorlog kwam de Doomsday Clock het dichtst bij middernacht: in de jaren 1953-1959 werden de wijzers op twee minuten voor twaalf gezet. De wetenschappers dachten ook dat de jaren 1984-1987 vol gevaren waren: toen was het vier jaar lang drie minuten voor twaalf. De populaire literatuur weerspiegelde die angsten. On the Beach (1957) van Nevil Shute speelt in het jaar 1963 en de inwoners van Melbourne wachten hulpeloos op een dodelijke wolk radioactieve fall-out in de nasleep van de Derde Wereldoorlog, die – niet zo plausibel – op gang gebracht werd door een nucleaire aanval van Albanië op Italië. De keus is die tussen zwaar drinken en een door de overheid verschafte zelfmoordpil. In de graphic novel When the Wind Blows (1982) van Raymond Briggs bouwt een ouder echtpaar, Jim en Hilda Bloggs, plichtsgetrouw een atoomschuilkelder, waarbij ze doen alsof de Derde Wereldoorlog net zo goed te overleven is als eerder de Tweede Wereldoorlog. 

    Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor

    Toch is het nog maar de vraag hoe betrouwbaar de Doomsday Clock is. Vandaag de dag zijn historici het erover eens dat het gevaarlijkste moment in de Koude Oorlog de Cubaanse raketcrisis geweest is. Maar de Doomsday Clock stond in 1962 op zeven minuten voor middernacht en ging in het daaropvolgende jaar terug naar 23.48 uur. Dat veranderde niet toen president Lyndon B. Johnson de Amerikaanse betrokkenheid bij de oorlog in Vietnam opschaalde. Opmerkelijk genoeg besloten de atoomwetenschappers in januari 2018 dat we weer twee minuten voor Armageddon zaten. Twee jaar later zetten ze de klok vooruit op 100 seconden voor middernacht, op grond van de overweging dat ‘de mensheid nog steeds te maken heeft met twee gelijktijdige existentiële gevaren: nucleaire oorlogsvoering en klimaatverandering. Die dreiging wordt vermenigvuldigd door een in cyberspace gevoerde informatieoorlog, die het voor de samenleving moeilijk maakt om te reageren. De internationale veiligheidssituatie is hachelijk, niet alleen omdat deze dreigingen bestaan, maar omdat de wereldleiders hebben toegestaan dat de internationale politieke infrastructuur om die te beheersen is uitgehold.’ Op de een of andere manier is de doemsdreiging van vandaag altijd beter dan die van het jaar ervoor. 

    De nachtmerrie van een atoomoorlog was niet het enige apocalyptische visioen dat de wereld tijdens de Koude Oorlog kwelde. Van de jaren zestig tot de jaren tachtig leidde de angst voor wereldwijde overbevolking tot een opeenvolging van meestal ondoordachte en vaak ronduit schadelijke pogingen om de voortplanting in de zogeheten Derde Wereld te ‘beheersen’. Stephen Enke van de rand Corporation betoogde dat arme mensen betalen om in te stemmen met sterilisatie of het inbrengen van een spiraaltje 250 keer zo effectief zou zijn om ontwikkeling te bevorderen als andere vormen van hulp. Paul Ehrlichs boek The Population Bomb (1968), geschreven in opdracht van de Sierra Club, voorspelde dat er in de jaren zeventig massasterfte zou optreden, met verwoestende hongersnoden die honderden miljoenen mensen zouden doden. Lyndon Johnson werd erdoor overtuigd, net zoals de meerderheid van de leden van het Congres, waardoor het budget voor geboorteregeling van het Amerikaanse Agentschap voor Internationale Ontwikkeling verhoogd werd met een factor twintig. Als president van de Wereldbank verklaarde Robert McNamara, de voormalige Amerikaanse minister van Defensie, in 1969 dat de bank geen gezondheidszorg zou financieren ‘tenzij die strikt gerelateerd was aan geboortebeperking, aangezien gezondheidszorg doorgaans bijdroeg aan de afname van sterftecijfers, en daarmee aan de bevolkingsexplosie’. Sommige Amerikaanse instellingen – waaronder de Ford Foundation en de door Rockefeller opgezette Population Council – speelden met het idee van onvrijwillige massasterilisatie van hele bevolkingsgroepen. Deze consequenties illustreren eens te meer dat mensen die overtuigd zijn van een denkbeeldige naderende apocalyps veel schade kunnen toebrengen. Het aanmoedigen, zo niet afdwingen, van het gebruik van spiraaltjes bij Indiase vrouwen en sterilisaties bij Indiase mannen heeft veel leed veroorzaakt. Op het hoogtepunt van de Indiase noodtoestand in het midden van de jaren zeventig liet de regering van Indira Gandhi meer dan 8 miljoen sterilisaties uitvoeren. Bijna 200.000 mensen stierven door mislukte operaties. De Verenigde Naties ondersteunden ook het door de Chinese Communistische Partij zelfs nog wreder uitgevoerde ‘éénkindbeleid’. Achteraf gezien was de oplossing voor het probleem van de bevolkingstoename niet massasterilisatie, maar de Groene Revolutie in de land bouwtechnologie, waarvan agronomen als Norman Borlaug de pioniers waren. De huidige millennialisten zijn de profeten van de catastrofale klimaatverandering. ‘Rond 2030,’ schreef de Zweedse milieuactiviste Greta Thunberg, ‘zullen we in een positie verkeren waarin een onomkeerbare kettingreactie wordt ingezet, zonder dat mensen daar invloed op kunnen uitoefenen, die zal leiden tot het einde van onze beschaving, zoals wij die kennen.’ ‘De wereld zal over twaalf jaar eindigen, als wij niets doen aan de klimaatverandering,’ voorspelde het Amerikaanse Democratische Congreslid Alexandria Ocasio-Cortez in 2019. 

    Thunbergs verschijning als de verpersoonlijking van radicaal milieuactivisme doet denken aan eerdere vormen van eschatologie, zeker vanwege de ernst van de offers die ze eist. ‘We hebben geen “koolstofarme economie” nodig,’ verklaarde ze in januari 2020 bij het World Economic Forum. ‘We hebben niet “minder uitstoot” nodig. Onze uitstoot moet stoppen als we een kans willen hebben om onder het doel van 1,5 graad te blijven (…) Elk plan of beleid van jullie dat geen radicale uitstootbeperking bij de bron inhoudt, met ingang van vandaag, is volkomen onvoldoende.’ De nieuwe groene revolutie – of de ‘Green New Deal’ – die wordt voorgesteld door Ocasio-Cortez, Thunberg en anderen impliceert een drastische reductie van alle CO2-uitstoot, waarbij nauwelijks rekening wordt gehouden met de economische en sociale kosten. We komen later op dit onderwerp terug; op dit moment volstaat het om te zeggen dat waarschuwingen voor het komende einde van de wereld het risico lopen (net als het roepen van ‘de wolf!’ in het sprookje) door herhaling minder geloofwaardig te worden. 

    Al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen

    Het onontkoombare feit blijft bestaan: profeten van het millennium, gnosti sche navolgers van de eschaton, wetenschappers die waarschuwen voor rampen en auteurs die zich die voorstellen: al deze groepen zijn er gezamenlijk in geslaagd om niet minder dan 100 van de afgelopen 0 einden der wereld te voorspellen. In de theaterkomedie Beyond the Fringe (1961) speelt Peter Cook de rol van Broeder Enim, een profeet die zijn volgelingen naar een bergtop leidt om de apocalyps af te wachten. 

    Jonathan Miller: Hoe zal het zijn, dat einde waarover u gesproken hebt, Broeder Enim? 

    Allen: Ja, hoe zal het zijn? 

    Peter Cook: Tja, het zal zijn alsof er een machtige scheuring in de lucht is, weet je, en de bergen zullen wegzinken, weet je, en de valleien zullen omhoogkomen, weet je, en groot zal het lawaai zijn dat daardoor veroorzaakt wordt. 

    Miller: Zal de voorhang van de tempel in tweeën gereten worden?

    Cook: De voorhang van de tempel zal in tweeën gereten worden, ongeveer twee minuten voordat we het teken zullen zien dat zich openbaart als een vliegende beestenkop in de lucht. 

    Alan Bennett: En zal er een machtige wind waaien, Broeder Enim?

    Cook: Jazeker zal er een machtige wind waaien, als we het woord van God mogen geloven… 

    Dudley Moore: En zal die wind zo machtig zijn dat de bergen erdoor platgelegd worden? 

    Cook: Nee, zo machtig zal die nu ook weer niet zijn; daarom hebben we nu juist deze berg beklommen, stomme eikel… 

    Miller: En wanneer komt dat einde, waarover u gesproken hebt?

    Allemaal: Ja, wanneer zal het zijn, wanneer zal het zijn? 

    Cook: Over ongeveer dertig seconden, volgens de oude perkamentrollen uit de piramiden… en mijn Ingersoll-horloge.

    De profeet en zijn volgelingen zetten zich schrap voor het einde van de wereld en tellen af: 

    Cook: Vijf, vier, drie, twee, één – nul! 

    Allemaal: (Zingend.) Nu is het Einde! De Wereld Vergaat! 

    Stilte. 

    Cook: Het was omgerekend naar deze tijdzone, toch? 

    Miller: Ja. 

    Cook: Nou ja, het is niet echt de vlammenzee waar ik op gerekend had. Geeft niet, jongens: morgen dezelfde tijd… Ooit moeten we het een keer goed hebben. 

    De statistieken van een calamiteit

    Waar we echt bang voor moeten zijn, is een grote ramp die ons niet allemaal doodt, maar wel een groot aantal van ons. Het probleem is dat we moeite hebben om ons zowel de potentiële schaal als de waarschijnlijkheid van rampen voor te stellen. ‘Een enkele dode is een tragedie; een miljoen doden is een statistiek.’ Dat aforisme wordt meestal toegeschreven aan Stalin. Die toeschrijving kan worden teruggebracht op een column uit 1947 in The Washington Post, waarin Leonard Lyons schreef: 

    ‘In de dagen dat Stalin de commissaris van Munitie was, werd er een vergadering gehouden met de hoogste commissarissen in rang. Het belangrijkste gespreksonderwerp was de hongersnood die toen heerste in de Oekraïne. Een van de functionarissen stond op en hield een toespraak over deze tragedie – de tragedie dat er miljoenen mensen stierven van de honger. Hij begon sterftecijfers op te sommen (…) Stalin onderbrak hem en zei: ‘Als slechts één man sterft van de honger, is dat een tragedie. Als miljoenen sterven, is het slechts statistiek.’ 

    Lyons vermeldde geen bron, maar ofwel hij of Stalin heeft de zinsnede vrijwel zeker geleend van Kurt Tucholsky, die deze op zijn beurt toeschreef aan een Franse diplomaat. ‘Oorlog? Dat vind ik niet zo verschrikkelijk. De dood van één mens, dat is een catastrofe. Honderdduizend doden, dat is een statistiek.’ We zien ook een versie van deze mentaliteit in onze tijd, merkte Eliezer Yudkowsky op: ‘Mensen die er niet over zouden peinzen om een kind pijn te doen, horen over een existentieel risico en zeggen: “Tja, misschien verdient de mensheid het niet echt om te overleven.” (…) De uitdaging die existentiële risico’s stellen is zodanig, en de catastrofes zijn zo enorm, dat mensen in een andere denkmodus schieten. Dan is het sterven van mensen ineens niet langer slecht en vereisen gedetailleerde voorspellingen ineens geen expertise meer.’

    We moeten op z’n minst proberen de statistieken begrijpelijk te maken. Rekening houdend met het grote gebrek aan historische bronnen kunnen we zeggen dat er in de gehele vastgelegde geschiedenis waarschijnlijk zeven grote pandemieën zijn geweest met een groter sterftecijfer dan 1 procent van de geschatte wereldbevolking. Daarvan hebben er vier meer dan 3 procent gedood en twee – de Pest van Justinianus en de Zwarte Dood – meer dan 30 procent, hoewel het dodental van de laatstgenoemde ziekte heel goed veel lager kan zijn geweest. Ook de beschikbare gegevens over de sterfgevallen als gevolg van oorlogshandelingen wijzen op slechts een klein aantal extreem dodelijke conflicten. Gegevens van de fysicus L.F. Richardson en de sociale wetenschapper Jack Levy wijzen – net als andere, meer recente studies – op zeven grootschalige oorlogen die meer dan 0,1 procent van de geschatte wereldbevolking doodden in de dagen dat ze uitbraken. In absolute termen waren de twee wereldoorlogen de dodelijkste conflicten in de geschiedenis. In Richardsons analyse van alle ‘dodelijke conflicten’ tussen 1820 en 1950 waren de wereldoorlogen de enige oorlogen van zwaarte: de enige met dodentallen van tientallen miljoenen. Ze waren goed voor drie vijfde deel van alle doden in zijn steekproef, waartoe behalve oorlog een moord en andere vormen van doodslag behoorden. In de Eerste en Tweede Wereldoorlog kwam respectievelijk 3 procent van de wereldbevolking van 1914 en 1939 om het leven; ook al vonden er verhoudingsgewijs misschien vernietigender conflicten plaats in eerdere perioden, vooral de oorlogen uit het tijdperk van de Drie Koninkrijken in het China van de derde eeuw, tussen de Han- en Jin-dynastieën. 

    Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen

    In relatieve termen – dat wil zeggen: naar proportie van gedode strijdkrachten – behoort de Oorlog van de Drievoudige Alliantie (1864-1870) tot de dodelijkste uit de moderne geschiedenis. Toch is dit conflict vrijwel onbekend buiten de drie landen die erin vochten: Argentinië, Brazilië en Uruguay, die samen optrokken tegen Paraguay. Over het algemeen gezien zijn ziektekiemen aanzienlijk dodelijker geweest dan oorlogen. Het is zelfs zo dat de meeste mensen die hun leven verloren tijdens de Oorlog van de Drievoudige Alliantie stierven aan een ziekte, niet door vijandige acties. Volgens schattingen van Pasquale Cirillo en Nassim Taleb ‘heeft geen enkel gewapend conflict ooit meer dan 19 procent van de wereldbevolking gedood’. De conquistadores vermoordden in verhouding minder inwoners van Midden- en Zuid-Amerika dan de ziekten die ze met zich mee brachten uit Europa, waartegen de inheemse volkeren geen weerstand hadden.

    Soortgelijke exercities kunnen worden uitgevoerd voor zowel burgeroorlogen als genocides en democides – massamoorden op bevolkingsgroepen, in tegenstelling tot sterfgevallen als gevolg van oorlog tussen landen. Het totaal aantal slachtoffers van het stalinisme in de Sovjet-Unie kan hoger liggen dan 20 miljoen; een behoorlijke ‘statistiek’. Sterftecijfers van meer dan 10 procent zijn ook geschat voor Pol Pots schrikbewind in Cambodja, evenals voor de burgeroorlogen in Mexico (1910-1920) en Equatoriaal Guinee (1972-1979). In Richardsons lijst met conflicten van zwaarte 6 zijn zes van de zeven daarvan burgeroorlogen: de Taiping-opstand (1851-1864), de Amerikaanse Burgeroorlog (1861-1865), de Russische Burgeroorlog (1918-1920), de Chinese Burgeroorlog (1927-1936), de Spaanse Burgeroorlog (1936-1939) en het totaal van de slachtpartijen die gepaard gingen met de onafhankelijkheid en opdeling van India (1946-1948). We zijn geneigd om aan te nemen dat geen enkele eeuw zo bloederig was als de twintigste. Toch wordt gezegd dat het exemplarische geweld dat gebezigd werd door de dertiende-eeuwse Mongoolse leider Dzjengis Khan de bevolkingen van Centraal-Azië en China gereduceerd heeft met meer dan 37 miljoen; een aantal dat, als het correct is, gelijkstaat met ongeveer 10 procent van de wereldbevolking op dat moment. Timurlengs laatveertiende-eeuwse veroveringen in Centraal-Azië en Noord-India waren al net zo berucht bloederig, met een geschat dodental van meer dan 10 miljoen. De Mantsjoe-verovering van China in de zeventiende eeuw kan het leven gekost hebben aan niet minder dan 25 miljoen mensen. Naast de Taiping-opstand veroorzaakten diverse andere Chinese opstanden in de periode voor 1900 een menselijk lijden op een schaal die gelijkstaat of zelfs hoger is dan wat de inwoners is aangedaan door burgeroorlogen in de twintigste eeuw. Van de achtste-eeuwse An Lushan-opstand wordt aangenomen dat die het leven kostte aan meer dan 30 miljoen mensen. Net zo vernietigend voor de provincies die erdoor getroffen werden, waren de vrijwel gelijktijdige opstanden van Nien en Miao, en de moslimopstanden in Yunnan en in het noordwesten van China. In deze gevallen moeten de dodentallen worden afgeleid van provinciale en plaatselijke volkstellingen die verricht zijn voor en na de opstanden. De bevolkingsafnamen lijken dodentallen in te houden die variëren van 40 tot 90 procent, maar ook in dit geval is het aannemelijk dat ziekten en hongersnoden net zoveel doden veroorzaakten als georganiseerd geweld, en waarschijnlijk veel meer. Ten slotte is er een reden om aan te nemen dat de sterftecijfers als gevolg van de West-Europese verovering en kolonisatie van het Amerikaanse continent en van Afrika in sommige perioden net zo hoog zijn geweest als die in de twintigste eeuw. 

    Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen

    Zoals zojuist al is opgemerkt, viel de overgrote meerderheid van de slachtoffers van de Europese verovering van Noord- en Zuid-Amerika ten prooi aan ziekten, niet aan geweld. Dus wie in dit verband spreekt van ‘genocide’ tast de waarde van historische terminologie net zozeer aan als degenen die de negentiende-eeuwse hongersnoden in India ‘victoriaanse holocausts’ noemen. Niettemin vertonen de gedwongen slavernij van het Congolese volk door de Belgische kroon na 1886 en de onderdrukking van de Herero-opstand door de Duitse koloniale autoriteiten in 1904 gelijkenissen met twintigste-eeuwse georganiseerde gewelddaden. Het aantal doden in de Congo onder Belgisch bewind kan rond de 20 procent van de bevolking hebben gelegen. De geschatte sterftecijfers in de Herero-oorlog zijn nog hoger: meer dan 1 op 3. Wat dit conflict, in verhouding, tot het bloedigste in de hele twintigste eeuw maakt. Het absolute aantal doden was echter 76.000, terwijl in de Congo tussen 1886 en 1908 naar schatting 7 miljoen doden vielen. Hoewel het gebruikelijk is om gegevens te normaliseren door percentages te be rekenen, moeten we altijd bedenken dat, anders dan bij Stalin, 1 miljoen doden altijd 1 miljoen tragedies inhouden – 1 miljoen premature en pijnlijke sterfgevallen –, of de noemer nu wordt uitgedrukt in tientallen miljoenen of in miljarden, en of die nu worden uitgevoerd door twee oorlogvoerende supermachten of door 1 miljoen moordenaars. De wereldoorlogen waren goed voor ongeveer 36 miljoen doden (ongeveer 60 procent van alle ‘dodelijke conflicten’ in Richardsons onderzoeksperiode van 130 jaar). Richardson was verbaasd te merken dat de daaropvolgende categorie uit de gebeurtenissen bestond met een magnitude van 0 (conflicten waarbij één tot drie personen stierven), die verantwoordelijk waren voor 9,7 miljoen doden. Het restant van de 315 onderzochte oorlogen, gecombineerd met alle duizenden conflicten van gemiddelde grootte, was goed voor minder dan een kwart van de slachtoffers van alle dodelijke conflicten. We moeten ook rekening houden met het feit dat juist dankzij de gestegen levensverwachting een sterfgeval in de twintigste eeuw – vooral in de rijke landen van Europa en Noord-Amerika – bijna altijd een groter verlies inhield, in termen van levenskwaliteit, dan een sterfgeval in eerdere tijdvakken. 

    Veel van de grootste economische rampen in de geschiedenis vielen, niet toevallig, samen met de grote pandemieën en conflicten die hier besproken zijn. Maar niet allemaal. De Grote Depressie, die over het algemeen wordt gedateerd vanaf de Wall Street-crash van oktober 1929, was het gevolg van structurele wanverhoudingen in de wereldeconomie, een rigide systeem van vaste wisselkoersen, protectionisme en fouten op het gebied van monetair en fiscaal beleid. De econoom Robert Barro heeft de beste lijst opgesteld die voorhanden is met de economische rampen van de twintigste eeuw, gerangschikt op hun effect op het reële bruto nationaal product (bnp) per hoofd van de bevolking en op de financiële consequenties. Van de 60 dalingen van 15 procent of meer in reëel bnp per hoofd van de bevolking waren er 38 toe te schrijven aan oorlogen en de nasleep daarvan, 16 waren het gevolg van de Grote Depressie. Van de 35 landen in zijn steekproef vonden de grootste dalingen (elk van 64 procent) plaats in Griekenland (van 1939 tot 1945) en Duitsland (van 1944 tot 1946). De ervaringen met de Tweede Wereldoorlog waren niet veel beter in de Filipijnen en Zuid-Korea: beide landen kenden een vermindering van het bnp per hoofd van de bevolking van 59 procent. Omdat het Verenigd Koninkrijk bijzonder lange historische overzichten heeft, is het mogelijk om moderne economische indicatoren van economische ontberingen vast te stellen in op z’n minst de laatste drie eeuwen, en voor Engeland zelfs tot in de late dertiende eeuw. Volgens de Bank of England blijkt het slechtste jaar in de Engelse geschiedenis 1629 te zijn geweest (toen de economie met 25 procent inkromp), met 1349 (een krimp van 23 procent) als goede tweede. (De reden voor de ernst van de krimp in 1629 ligt niet direct voor de hand: de oorlog met Spanje verliep slecht, maar de grootste militaire operaties vonden dat jaar plaats in het Caribische gebied. Het jaar is in de politieke geschiedenis vooral bekend als het begin van de elf jaar durende ‘Persoonlijke Heerschappij’ van Karel I, zonder parlement.) Het laatste jaar met een krimp van meer dan 10 procent was in 1709, toen de economische activiteiten in heel Europa ernstig werden beperkt door de ‘Grote Vorst’, de koudste winter in 500 jaar. Deze vorstperiode werd toegeschreven aan de uitzonderlijk lage zonnevlekactiviteit die bekendstaat als het Maunder Minimum, in combinatie met vulkaanuitbarstingen in de twee voorafgaande jaren van de Fuji in Japan, op het eiland Santorini en van de Vesuvius. Het ergste jaar van de twintigste eeuw was 1921 (min 10 procent), een periode van hoge naoorlogse deflatie en grote werkloosheid. Toch kan geen enkele periode van vijf jaar opwegen tegen de late jaren veertig van de veertiende eeuw, een periode waarin de Zwarte Dood het bevolkingsaantal met meer dan 40 procent reduceerde. Halverwege 2020 leek dat jaar de ergste krimp in de Britse geschiedenis te laten zien sinds 1709: eind juni voorspelde het Internationale Monetaire Fonds een teruggang van 10,2 procent in het bnp.

    Onvolledige gegevens

    Er zijn echter grenzen aan wat we kunnen afleiden van economische gegevens. Tijdens het schrijven van een dissertatie over de Duitse hyperinflatie van 1923, en opnieuw bij het bestuderen van de financiële gevolgen van de uitbraak van de Eerste Wereldoorlog, heb ik geleerd dat de tijden van de meest intense crises ook de tijden zijn waarin economische statistieken niet meer worden bijgehouden of alleen foutief worden bijgehouden. De Wereldbank heeft een omvangrijke verzameling gegevens met daarin het bnp per hoofd van de bevolking van bijna alle landen in de wereld sinds 1960. Maar als je kijkt naar de landen die in de afgelopen zestig jaar het meest te lijden hebben gehad van economische en politieke ontwrichting – Afghanistan, Cambodja, Eritrea, Irak, Jemen, Libanon, Somalië, Syrië en Venezuela –, dan zijn er in alle gevallen, weinig verrassend, gaten in de gegevens die samenvallen met de perioden van maximale ontwrichting. Wie kan precies zeggen hoe ernstig hun economische rampen geweest zijn? Het enige wat we weten is dat diezelfde landen bijna allemaal gevonden kunnen worden aan de top van de Fragile States Index, die ooit een ranglijst van ‘mislukte’ landen was. Een andere uitdaging is de (op het eerste gezicht paradoxale) constatering dat de periode 1914-1950, een tijdvak waarin twee wereldoorlogen, een depressie en een ineenstorting van de globalisering vielen, ook een periode was waarin de ontwikkeling van de mensheid – in brede zin gemeten in termen van levensverwachting, opleiding, het percentage van het nationaal inkomen dat besteed wordt aan sociale projecten en het niveau van democratie – over een breed front significant is vooruitgegaan.

    Rampen zijn kortom moeilijker te kwantificeren dan je zou verwachten, zelfs in de moderne tijd van statistieken. Dodentallen zijn vaak onnauwkeurig. Om de betekenis van een ramp te begrijpen, moeten we niet alleen het absolute aantal lijken weten, maar ook de oversterfte: het aantal sterfgevallen dat anders niet zou zijn voorgekomen, in verhouding tot basisgegevens die worden berekend als een gemiddelde van recente jaren. Bij een poging om de schaal van een ramp vast te stellen, kan de keuze van een referentiepopulatie een groot verschil maken. Wat in 1943 een catastrofale hongersnood was voor sommige delen van Bengalen, lijkt al met al kleiner als het dodental wordt uitgedrukt als een percentage van de gehele Indiase bevolking, en staat in geen verhouding tot de wereldbevolking in de context van de ergste oorlog die de wereld ooit trof. Mijn doel is om de lezer in staat te stellen de verschillende soorten rampspoed te vergelijken, niet om te beweren dat alle rampen op een bepaalde manier hetzelfde zijn. Tot september 2020 had covid-19 naar schatting 0,0114 procent van de wereldbevolking gedood, waarmee het plaats 26 inneemt op de lijst van de meest rampzalige pandemieën uit de geschiedenis. De Spaanse griep van 1918-1919 was ruwweg 150 keer dodelijker. Maar voor de steden met de meeste besmettingen was covid-19 in de maanden dat ze het zwaarst getroffen werden net zo erg als de Spaanse griep, zo niet erger. In termen van oversterfte was april 2020 in de stad New York bijna 50 procent meer dan oktober 1918, en drieënhalf keer meer dan september 2001, de maand van de aanslag op het World Trade Center. In de eerste helft van 2020 werd de bevolking van Londen net zo hard getroffen door covid-19 als door de Duitse raketaanvallen in de tweede helft van 1944, waardoor de regering in beide gevallen met een vergelijkbare uitdaging geconfronteerd werd: hoe konden de mensen beschermd worden tegen een dodelijke dreiging zonder de stad te verlammen? Dit is niet bedoeld om Al-Qaida of de nazi’s te vergelijken met het virus SARS-CoV-2, maar puur om te laten zien dat een ramp, in de zin van oversterfte, diverse vormen kan aannemen en toch vergelijkbare uitdagingen kan stellen. 

    Ieder prematuur sterfgeval is, zoals Stalin misschien inderdaad gezegd heeft, op een bepaalde manier een tragedie; hoe jonger het slachtoffer, des te pijnlijker het sterfgeval, en des te groter de tragedie. Maar sommige rampen zijn op een authentiekere manier tragisch dan andere.

    Dit artikel is een voorpublicatie uit Rampspoed (Doom) van Niall Ferguson, dat onlangs is verschenen bij uitgeverij Hollands Diep in een vertaling van Ed van Eeden en Jaap Verschoor.

  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • ‘Iedereen die hier ligt heeft de oorlog verklaard aan de dood’

    ‘Iedereen die hier ligt heeft de oorlog verklaard aan de dood’

    Cryonisten laten zich na hun dood invriezen, in de hoop dat ze in de toekomst weer tot leven kunnen worden gewekt. Het Duitse weekblad Die Zeit volgt Aaron Winborn, een Amerikaan die lijdt aan spierziekte ALS, op weg naar zijn laatste – of tijdelijke – rustplaats.

    Keuze uit ons archief

    En als er dan toch leven is na de dood? Cryonisten hopen het oudste probleem van de mensheid te hebben gekraakt: de dood. Door de coronapandemie is de wereld er genadeloos op gewezen dat er grenzen zitten aan de maakbaarheid van het bestaat. Uit het niets kan een vleermuizenvirus muteren en de hele wereld platleggen, met miljoenen doden tot gevolg. Maar toch komt weer ons eigen vernuft, de wetenschap, ter redding van de mensheid: een vaccin. Precies dat geeft de cryonisten hoop: dat de wetenschap ooit in staat is ze weer wakker te kussen uit hun diepe, koude slaap.

    Dit artikel verscheen eerder in #99, mei 2016.

    Vandaag zal Aaron Winborn sterven, wat hem betreft voorlopig. Het is een grijze dinsdagochtend, eind maart 2015. In Harrisburg, een kleine stad in de Amerikaanse staat Pennsylvania, is de winter al voorbij, maar laat de lente nog op zich wachten. In de voortuin van de Winborns liggen de laatste zwarte sneeuwresten.

    Binnen ligt de 47-jarige Aaron Winborn roerloos in bed, zijn ooit krachtige lichaam sinds maanden verlamd door de zenuwziekte ALS. Op het nachtkastje branden vier kaarsen. De jaloezieën zijn dichtgetrokken. Naast het bed staan zijn vrouw Gwen, zijn twee dochtertjes en zijn schoonzus. Het zijn hun laatste uren als familie. Ook een dokter is aanwezig.

    Opstanding

    Het is even na elven. Voor het huis zit Dennis Kowalski in zijn lichtblauwe bestelwagen te wachten. In de laadruimte liggen veertien zakken ijs van 7,2 kg. Die heeft hij vanmorgen bij de supermarkt om de hoek gekocht. Kowalski zegt: ‘Ik zal blij zijn als Aaron eenmaal in het ijs ligt.’

    Kowalski is nerveus. Zodra Winborn dood is, moet hij snel zijn, heel snel. Tijd om bij het sterfbed te treuren is er niet. Kowalski weet dat de familie dat niet prettig zal vinden. Het is normaal dat mensen willen huilen om een gestorven familielid, nog eens zijn hand willen vasthouden, naar hem kijken, een kus op zijn voorhoofd geven. De gedachte alleen al geeft hem een onbehaaglijk gevoel.

    Maar hij heeft Winborn beloofd zo snel mogelijk te handelen. Daarom zal Kowalski er straks om 12.30 uur bij zijn als de dokter op Winborns verzoek het beademingsapparaat uitzet. De dokter zal Winborns pols voelen en de overlijdensverklaring ondertekenen. Marcus Aurelius, filosoof en keizer in het oude Rome, heeft ooit gezegd: ‘De dood lacht ons allemaal toe. Het enige wat we kunnen doen, is teruglachen.’ Maar misschien kan er nog meer?

    Winborn hoopt dat artsen hem over vijftig, honderd, vijfhonderd jaar kunnen genezen

    Aaron Winborn heeft bepaald dat zijn zieke lichaam moet worden ingevroren, in de hoop dat artsen hem over vijftig, honderd, vijfhonderd jaar – wie zal het zeggen – kunnen reanimeren en genezen. Of zoals Kowalski zegt: to bring him back. Dennis Kowalski stelt zich bij dat ‘terugbrengen’ min of meer zijn eigenlijke werkzaamheden voor.

    Hij is ambulancebroeder in Milwaukee, een grote stad in het Middenwesten. Vrijwel elke week moet Kowalski iemand reanimeren. Hartmassage, honderd keer per minuut. Beademing om de twintig seconden. Het lichaam is voor hem een machine. Als het even kan, start hij die opnieuw op. In principe doet hij hier in Harrisburg niets anders, zegt hij: de eerste stap van een reanimatie.

    Dennis Kowalski is een sympathieke vent. Blauwe polo over een enorme buik, zwarte joggingbroek, sportschoenen, volle snor. Hij mag graag vissen, jagen en bier drinken op de veranda. Hij is marinier geweest, heeft bij de posterijen gewerkt, is brandweerman geworden en heeft vervolgens de opleiding tot ambulancebroeder gedaan, zijn enige medische kwalificatie. Sinds vier jaar geeft Kowalski bovendien leiding aan het Cryonics Institute (CI) in de buurt van Detroit. Hij heeft vakantie genomen om naar Harrisburg te gaan.

    Veel mensen gaan zelfs zo ver dat ze de wetenschap in staat achten de dood buiten gevecht te stellen

    Cryonisme is een oude fantasie, die voorkomt in ontelbare sciencefictionverhalen. Maar hier is het de werkelijkheid. Vandaag wordt Aaron Winborn ingevroren, als CI-patiënt nummer 132.

    Vroeger, toen religie nog het wereldbeeld bepaalde, geloofden vrijwel alle mensen dat de dood met hulp van God kon worden overwonnen. Vandaag de dag regeert het geloof in de almacht van de wetenschap en gaan veel mensen zelfs zo ver dat ze de wetenschap in staat achten de dood buiten gevecht te stellen. Hun hoop is dezelfde als die van alle godsvruchtige mensen van toen en nu: opstanding.

    ‘Weet u,’ zegt Kowalski in zijn auto voor het huis, ‘ik begrijp dat de mensen sceptisch zijn. Maar als ik tweehonderd jaar geleden had gezegd dat ik iemands leven kan redden door op zijn of haar borstkas te drukken en lucht in de longen te blazen, dan was ik voor gek verklaard. Als een hart toen stilstond, was diegene dood. Tegenwoordig weten we beter.’

    Diagnose: ALS

    11.25 uur, nog een uur. Kowalski stapt uit zijn auto. Hij doet de achterklep open en tilt met hulp van twee uitvaartbegeleiders de blauwwitte, met ijs gevulde koelboxen op een steekkar en rolt ze naar binnen.

    De succesvolle programmeur Aaron Winborn is 43 jaar oud wanneer de artsen in 2011 bij hem de diagnose ALS stellen. Ze vertellen hem dat zijn spieren dienst zullen gaan weigeren, eerst de vingers, dan de armen, de benen, de stembanden en uiteindelijk de longen. Ze vertellen hem dat hij nog twee, hooguit drie jaar heeft. Meer niet.

    Winborn schrijft op zijn blog: ‘Ik ben woest op deze ziekte. Bij de gedachte dat mijn jongste dochter misschien geen herinnering meer aan me zal hebben, moet ik huilen.’ Sabina was destijds tien maanden, zijn oudste dochter Ashlin zeven jaar. Winborn heeft plannen. Hij is niet klaar voor de dood en begint te vechten.

    In 2014 wordt met de actie Ice Bucket Challenge de aandacht op zijn ziekte gevestigd: prominenten gieten een emmer ijswater over hun hoofd. Bill Gates doet mee, Lady Gaga, Mark Zuckerberg. Er worden miljoenen geschonken voor onderzoek naar ALS, dat mogelijk ooit een geneesmiddel zal opleveren. Voor Winborn te laat.

    Cryonisme is een oude fantasie, die voorkomt in ontelbare sciencefictionverhalen

    Of misschien ook niet, denkt hij. Misschien kan ook hij ervan profiteren. In de toekomst. Zijn lichaam moet het alleen tot die tijd zien te redden, zodat hij het medicament toegediend kan krijgen. Winborn stuurt een email aan het Cryonics Institute.

    Cryonisten gaan een weddenschap aan. Niemand sterft zomaar. Mensen sterven aan kanker, aan een beroerte, Winborn aan ALS. Volgens de cryonisten zou dat ooit allemaal te genezen kunnen zijn. ls ze hun weddenschap winnen, leven ze verder. Dan bevolken ze de toekomst als residuen van de geschiedenis, als relicten van een vervlogen tijd. Als ze verliezen, blijven ze dood.

    De meesten, ook Winborn, zijn realistisch en zeggen: de kleinste kans is beter dan geen kans, dus waarom zouden we het niet proberen? Winborn heeft in de VS gewoond, in Nederland, in een commune in Londen, in een boeddhistisch klooster. Hij is leraar en poppenspeler geweest, heeft de scepter gezwaaid over een vluchtsimulator, is programmeur. Hij heeft een boek geschreven en veel boeken gelezen – en hij heeft er nog geen genoeg van. Hij leeft te graag.

    Gwen, de vrouw van Winborn, is erop tegen dat hij zich laat invriezen, maar legt zich bij zijn wens neer. Ze accepteert dat Dennis Kowalski erbij zal zijn wanneer haar man sterft. Dat ze nauwelijks tijd zal hebben voor een afscheid. Dat haar man zijn laatste – of voorlaatste – rust niet zal vinden in een graf op een begraafplaats, waar ze bloemen kan neerleggen, maar in een grote witte container die eruitziet als een reusachtige thermosfles. Ze accepteert ook dat een journalist van Die Zeit erbij zal zijn, hoewel ze dat niet wil.

    Invriezen

    Even na twaalven dient de dokter Aaron Winborn kalmeringsmiddelen toe, die hem laten inslapen. In de kamer ernaast strooit Dennis Kowalski ijsblokjes in een witte stalen kist. De dokter zet het beademingsapparaat uit. Om 12.31 uur houdt Aaron Winborns hart op met kloppen.

    De familie loopt huilend naar buiten. Kowalski rolt de kist naast Winborns bed. De twee uitvaartbegeleiders, die tot dan toe buiten hebben staan wachten, helpen hem om het lichaam erin te leggen. Vervolgens vult Kowalski de kist op met ijs. Vakkundig invriezen is te ingewikkeld om meteen ter plekke te doen. Het menselijk lichaam zit vol bloed en weefselvocht. Bij simpelweg invriezen zouden zich scherpe ijskristallen vormen die cellen en aderen doorsnijden en onherstelbare schade aanrichten.

    Daarom moet Kowalski de overleden Winborn zo snel mogelijk naar het Cryonics Institute brengen, ongeveer vijfhonderd mijl verder naar het noorden. Daar staat een operatieteam klaar. Dat zal het bloed en het vocht in Winborns lichaam vervangen door een soort antivriesmiddel en daarna het lijk invriezen.

    ‘We houden zijn cellen in leven. We willen niet dat die afsterven’

    Met de routine van de ambulancebroeder installeert hij een hydraulisch hartmassageapparaat boven de kist. Ritmisch blazend begint dit op Winborns borst te drukken. Kowalski plaatst een beademingsmasker over het buisje in Winborns hals dat vorig jaar bij een tracheotomie is aangebracht en zegt tegen een van de uitvaartbegeleiders: ‘Stevig aandrukken. Dan stroomt de zuurstof zijn longen in.’

    Die vraagt geërgerd: ‘Waarom reanimeren we hem?’

    Kowalski: ‘We houden zijn cellen in leven. We willen niet dat die afsterven.’

    ‘Kan het niet gebeuren dat hij weer wakker wordt?’

    ‘Nee. Daar zorgen de medicijnen voor.’

    De uitvaartbegeleider heeft duizenden mensen ter aarde besteld. Maar nog nooit iemand in ijs geconserveerd. Binnen vijf minuten krijgt Winborns gezicht, tot dan toe asgrauw, weer kleur. Kowalski zegt: ‘Uitstekend. De gaswisseling in zijn cellen werkt.’

    De uitvaartbegeleider vraagt: ‘Maar dat betekent toch dat hij leeft?’

    Juridisch dood

    Is Winborn dood of niet? Juridisch gezien wel. De dokter heeft zijn overlijdensverklaring ondertekend. Biologisch? Het hart pompt bloed door het lichaam, ook al heeft het daarvoor hulp van buiten. De cellen krijgen zuurstof. Tot de artsen van de toekomst een geneesmiddel voor Aaron Winborn hebben ontdekt, moet zo mogelijk elke cel, elke molecuul, elk atoom in Winborns lichaam precies op zijn plek blijven.

    De ontbinding, het lichamelijk verval, moet worden gestopt. Dat kan alleen met kou. Het belangrijkste is dat de miljarden neuronen in zijn hersenen precies zo behouden blijven als ze nu zijn. Want daar, zo vermoedt men, zit Winborns persoonlijkheid. Zoals de herinnering hoe zijn dochters hem als piraat verkleedden, met ooglapje en hoofddoek. Zijn rolstoel was het schip. Blijft de fysieke structuur van zijn hersenen behouden, dan zal hij later mogelijk op deze en andere herinneringen kunnen terugvallen. Op zijn ik.

    Kou dus. Kowalski rekent voor: elke seconde bij kamertemperatuur staat gelijk aan een minuut in de koelkast, een uur in de vrieskast, een paar maanden in droogijs of tienduizend jaar in vloeibare stikstof. Dat is het doel. De temperatuur van vloeibare stikstof. Min 196 graden.

    Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we’

    De stikstof ligt klaar in het Cryonics Institute in Detroit, maar Winborns lichaam is nog niet koud genoeg om de levensbehoudende maatregelen te treffen. Om de paar minuten neemt Kowalski Winborns temperatuur op: 36,6 graden – 30,6 – 23,9 – 17,2. Wanneer de thermometer 15 graden aanwijst, zegt Kowalski: ‘Oké, daar gaan we.’

    De uitvaartbegeleiders helpen hem om de kist het huis uit en de auto in te duwen. Om 15.03 uur draait Kowalski Interstate 76 op. Op zijn mobieltje staat: 502 mijl [808 kilomter] naar de bestemming. 7 uur en 19 minuten. Tijd voor een gesprek.

    Wanneer kunnen volgens u ingevroren mensen weer gereanimeerd worden?

    ‘In het geval van Aaron wanneer er drie dingen te genezen zijn: ALS, de vorstschade die zijn lichaam bij het invriezen zal oplopen en het ouder worden.’

    Het ouder worden?

    ‘We hebben onlangs een man van 93 ingevroren. Die wil niet wakker worden met zijn oude, zwakke lichaam, maar met een jong, gezond lichaam. De reanimatie heeft immers geen zin als iemand vervolgens toch weer aan ouderdom sterft.’

    Hoe stelt u zich dat voor?

    ‘Het ouder worden is niets anders dan een chemisch proces. Dat moet je doorgronden en stoppen, of omkeren. Ik vergelijk dat wel met een diamant en een klomp kolen. Beide bestaan uit dezelfde bouwstenen, uit koolstofatomen. Die zijn alleen anders gerangschikt. Precies als bij een jonge en een oude cel, een gezonde en een zieke. We moeten de atomen juist zien te ordenen. Dat zal niet in twee, maar misschien wel in twintig of tweehonderd jaar lukken. Waarschijnlijk met behulp van de nanotechnologie, met piepkleine apparaatjes die gericht DNA repareren.’

    Dat klinkt behoorlijk vergezocht, vindt u zelf ook niet?

    ‘Cryonisme is van oudsher zowel voer voor dromen als het mikpunt van spot. Journalisten schilderen cryonisten vaak af als idioten, als fantasten. Als je Duitse wetenschappers – biologen, medici en gerontologen – op dit thema aanspreekt, zeggen sommigen: dat is spannend en op punten zelfs plausibel, maar ik wil beslist niet dat u mij citeert. De onderzoekers zijn bang dat ze hun serieusheid, hun wetenschappelijke reputatie op het spel zetten als ze zich hierover in het openbaar uitspreken. Wetenschappers houden zich graag aan feiten. Bij cryonisme zijn die er nauwelijks. Het is niet te bewijzen dat het werkt. Aan de andere kant: ook dat het níét werkt, is niet te bewijzen.’

    Hoop

    De route voert door Pennsylvania, maximumsnelheid 70 mijl per uur. Kowalski rijdt harder. De middagzon breekt door de wolken. Er zijn twee aanbieders van cryonisme in de VS: Kowalski’s Cryonics Institute in Detroit en Alcor in Phoenix. In totaal zijn daar 280 mensen ingevroren, vooral Amerikanen, maar ook Duitsers, Britten, Fransen en Canadezen. Wereldwijd zijn ongeveer 2500 mensen een overeenkomst aangegaan.

    Cryonisten vormen een kleine, groeiende groep: meer mannen dan vrouwen, bovengemiddeld opgeleid, veel natuurwetenschappers, veel atheïsten en agnostici, maar – en dat is verrassend – ook enkele zeer gelovige mensen.

    Andy Zawacki, lid van het operatieteam dat in het Cryonics Institute op Aaron Winborn staat te wachten, is katholiek en gaat elke zondag naar de kerk. Een van zijn collega’s is een orthodoxe jood. Beiden zeggen dat cryonisme niet in strijd is met hun religie. Voor hen is cryonisme niets anders dan geneeskunde. De bevoegdheid van hun religie begint pas na de dood, de echte dood.

    In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley

    Cryonisten delen het gevoel dat het leven onrechtvaardig kort is. Zoals een bezoek aan een bibliotheek die je als het ware toeroept: kijk, al deze boeken zijn interessant, maar je hebt geen tijd om ze te lezen! Er is dat gevoel. En er is die hoop. En de boskikker, Rana sylvatica.

    De boskikker is acht centimeter lang en leeft in ijskoude streken van Canada en Alaska. In de winter bevriest hij. Zijn hart stopt, zijn ademhaling ook. Na een paar weken ontdooit hij en leeft hij verder. Stoffen in zijn bloed beschermen hem tegen vorstschade. Wetenschappers willen dit proces kopiëren.

    Al in 2002 heeft de Amerikaanse cryobioloog Greg Fahy de nier van een haas ingevroren om die na een week in vloeibare stikstof te hebben bewaard weer te laten ontdooien en in een levende haas te implanteren. Waarom zou wat met de nier van een haas kan niet ook met het menselijk lichaam mogelijk zijn? Worden er nu al niet embryo’s, zaaden eicellen ingevroren?

    Cryonisten zeggen: het principe is bewezen, nu moet het alleen nog maar op de complexiteit van een menselijk lichaam worden toegepast. Alleen nog maar. In de VS stromen er al miljoenen naar het cryo-onderzoek. Ook vanuit Silicon Valley. Nergens anders is men meer vertrouwd met de gedachte dat elk probleem kan worden opgelost. Ook als het om de dood gaat.

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar

    De bekendste begunstiger van cryonisme in de Valley is Peter Thiel, miljardair, medeoprichter van PayPal en eerste investeerder van Facebook.

    Dennis Kowalski rijdt langs Pittsburgh en passeert de staatsgrens met Ohio. Wegwerkzaamheden hebben hem tien minuten gekost. Pauze, toilet, cheeseburger in de hand en verder. Om 18.37 uur zijn het nog 330 mijl [531 kilometer] en vijf uur. De zon staat laag. Winborns lichaamstemperatuur is acht graden.

    Zou een leven in de toekomst niet heel eenzaam zijn, zonder vrienden en familie?

    ‘Mijn vrouw en mijn drie zonen zijn ook cryonisten. Maar zelfs als dat niet zo zou zijn: stelt u zich eens voor dat u met al uw dierbaren in een vliegtuig zit dat neerstort. U bent de enige overlevende. Zou u daarna zelfmoord plegen? Of zou u ondanks alle verdriet er het beste van maken?’

    Kleven er wat u betreft helemaal geen ethische bezwaren aan cryonisme?

    ‘U zou me net zo goed kunnen vragen: kleven er ethische bezwaren aan een kunstheup of een geïmplanteerd hart?’

    Sommige mensen zijn bang dat cryonisme geldmakerij is. Het uitbuiten van hoop.

    ‘Noemt u één iemand die eraan verdient. Ik krijg geen cent van CI. Als u geïnteresseerd bent in de financiën, alles staat op onze website. We zijn nonprofit en volledig transparant.’

    Wie zich door CI laat invriezen, betaalt eenmalig 28.000 dollar. Een groot deel daarvan gaat naar de betrokken uitvaartondernemingen. Volgens Kowalski wordt de rest belegd door CI, voor de lange termijn: goud, effecten, staatsleningen, zo breed gespreid dat er vrijwel geen risico is. Van de rente betaalt het instituut de lopende kosten. Dat gaat dan vooral om de vloeibare stikstof, elke drie weken 1600 dollar.

    Kowalski heeft wel een idee waarom cryonisten een probleem met hun imago hebben. Hij vindt het een grote fout dat Alcor, de concurrent in Arizona, de zogenaamde neuro suspension aanbiedt, wat wil zeggen dat je daar niet je hele lichaam hoeft te laten invriezen. Alleen het hoofd is ook genoeg.

    Vanuit wetenschappelijk oogpunt is dat logisch, zegt Kowalski. Als je in staat bent iemand te reanimeren en te genezen van wat hem ooit deed sterven, dan kun je ook een jong, gezond lichaam uit het beschikbare DNA klonen in plaats van het oude met veel moeite te verjongen. ‘Maar het is al lastig genoeg om cryonisme begrijpelijk te maken voor de mensen. Als je dan ook nog over onthoofding begint, denken ze dat je Frankenstein bent. Een slechtere pr is wat mij betreft niet denkbaar.’

    Niet perfect

    Om 23.45 uur, na een rit van bijna negen uur, verlaat Dennis Kowalski de snelweg en rijdt een industriegebied ten noorden van Detroit in. Aan het einde van een spaarzaam verlichte straat ligt het Cryonics Institute, een bakstenen gebouw van één verdieping met een magazijn ernaast. Kowalski parkeert zijn bestelwagen achteruit in, pal naast de witte, speciaal gemaakte containers van glasfiber. Ze staan in drie rijen en komen tot aan het plafond. Een ervan biedt plaats aan zes personen. De container rechtsvoor is voor Winborn bestemd.

    Andy Zawacki, de praktiserend katholiek, staat al te wachten. Hij is in het gezelschap van twee medewerksters van een uitvaartonderneming. Alle drie hebben ze een beschermende witte overall aan en een mondkapje voor. Ze duwen de kist naar een aangrenzende ruimte, wit en steriel, doen hem open en tillen Winborn, 3,4 graden, op de operatietafel in het midden. Tijdens de operatie moet de verslaggever buiten wachten.

    Zawacki en de twee vrouwen leggen de halsslagader bloot en sluiten een pomp aan. Ze vervangen bloed en weefselvocht door een oplossing van ethyleenglycol en dimethylsulfoxide – een antivriesmiddel dat niet uitzet wanneer het bevriest, maar verglaast. De kunstmatige variant van de bescherming die de boskikker van nature heeft.

    Alle mensen die nu in de witte containers liggen hebben de oorlog verklaard aan de dood

    Hoe meer oplossing aan Winborns lichaam werd toegediend, des te bronskleuriger zijn huid werd, zegt Zawacki na de operatie, een teken dat de bloedbanen intact zijn. ‘Beter had het niet kunnen gaan.’ Desondanks maakt niemand zich hier enige illusie. Er zal wat vorstschade ontstaan en in de hersenen zullen er neuronen van elkaar worden gescheiden. De methode is niet perfect. De hoop blijft dat artsen van de toekomst deze schade kunnen herstellen.

    Om 2.30 uur ’s ochtends, veertien uur nadat Winborns hart is opgehouden met kloppen, leggen Zawacki en Kowalski hem in de koelruimte achter in het magazijn. Daar wordt hij tot min 196 graden gekoeld, heel langzaam, om scheuren in het weefsel te voorkomen.

    Zes dagen later, op een maandag, wordt Aaron Winborn om 16.00 uur naar zijn laatste, maar misschien ook wel tijdelijke rustplaats in de witte container gebracht. Zawacki laat hem voorover in de vloeibare stikstof zakken, die ruikt naar nat hout in het vuur. Dagelijks zal Zawacki het peil controleren en één keer per week een beetje stikstof bijvullen.

    Binnenkort zullen ze hier een rouwkamer inrichten, een persoonlijk tintje op deze steriele plek. Daar zullen Gwen, Ashlin en Sabina hun overleden echtgenoot en vader kunnen bezoeken.

    Zawacki, Kowalski, Winborn en alle mensen die nu in de witte containers liggen: ze hebben de oorlog verklaard aan de dood. Teruglachen is voor hen niet genoeg. Ze willen bewijzen dat ook de oude Romein Marcus Aurelius weer zo’n knappe kop was die zich liet misleiden door een dwaalleer van zijn tijd – een tijd waarin de mensen gemiddeld ongeveer dertig jaar oud werden.

    Achter het verhaal

    Aanpak: Onze verslaggever heeft zich in eerste instantie tot CI en Alcor gewend met het verzoek hem in contact te brengen met iemand die zich wilde laten invriezen. Dit werd door beide cryonisme-aanbieders geweigerd. Via internet leerde hij echter Aaron Winborn kennen, die hem na een ontmoeting toestemming gaf zijn verhaal vast te leggen.

    Grenzen van het onderzoek: Het Cryonics Institute stemde weliswaar in met de begeleiding door een journalist, maar deze mocht niet aanwezig zijn bij het overlijden van Winborn en de operatieve ingreep aan het stoffelijk overschot.

  • Het Alzheimermysterie

    Het Alzheimermysterie

    Sinds de ontdekking van de ziekte van Alzheimer hebben patiënten en hun naasten de ene na de andere ‘hartverscheurende teleurstelling’ moeten verwerken. Maar de raadselachtige hersenscan van een Colombiaanse vrouw enkele jaren geleden, zorgde voor nieuwe inzichten en biedt voorzichtige hoop op een remedie.

    Met illustraties van Azul Ehrenberg.

    Dr. Eric Reiman kan de identiteit niet onthullen van de 73-jarige vrouw uit een primitief Colombiaans bergdorpje in de omgeving van Medellin die een paar jaar geleden landde op de luchthaven van Boston voor een aantal onderzoeken bij de Harvard Medical School. Wel wil hij dit kwijt: haar ontdekking kan een opzienbarende doorbraak betekenen in een bijna drie decennia durend onderzoek naar Colombianen die zijn behept met een gen dat rond hun vijftigste volledige alzheimer veroorzaakt.

    Wat de vrouw bijzonder maakte was niet alleen wat de artsen ontdekten toen ze haar hersenen voor de eerste keer scanden om de opbouw te meten van bèta-amyloïd, de kleverige plaques die er al lange tijd van werden verdacht een sleutelrol te spelen in de verwoestende cognitieve achteruitgang bij een vergevorderd stadium van alzheimer. Ze had de hoogste niveaus die ooit waren waargenomen. Wat de vrouw echt bijzonder maakte was dat ze, ondanks die plaques, bijna normaal leek voor haar leeftijd.

    ‘Niemand liep een hoger risico om alzheimer te krijgen dan zij,’ zegt Reiman, neurowetenschapper bij het Banner Alzheimer’s Institute in Phoenix, Arizona, die het uit zesduizend mensen bestaande Colombiaanse familiecohort waartoe de vrouw behoort al drie decennia bestudeert. ‘Maar haar milde cognitieve beperking is dertig jaar later ingetreden dan gebruikelijk is bij haar familie. En ze is nog steeds niet dement.’

    De slopende hersenziekte is veel complexer en heterogener dan eerder werd aangenomen

    Het geval van de Colombiaanse vrouw is een krachtig bewijs van zowel de hoopvolle vooruitzichten als de enorme frustratie die gepaard gaan met het zoeken naar medicijnen om de ziekte van Alzheimer te behandelen. De farmaceutische industrie heeft daar in twee decennia zeshonderd miljard dollar in geïnvesteerd, waarbij men zich vrijwel uitsluitend heeft gericht op het op een veilige manier reduceren of voorkomen van de opbouw van dodelijke plaques die een van de belangrijkste kenmerken van de ziekte vormen.

    Het aanvallen van de plaque is precies de bedoeling van het nieuwe alzheimermedicijn Aducanumab van de Amerikaanse farmaceut Biogen, dat tijdens twee afzonderlijke klinische proeven is getest. De eerste resultaten werden onlangs door hoge functionarissen van de Amerikaanse Food and Drug Administration [FDA], dat de ontwikkeling van het medicijn heeft gesteund, ‘bijzonder overtuigend’ genoemd. Maar deze bevinding werd begin november tegengesproken door een panel van onafhankelijke deskundigen dat op verzoek van het FDA de onderzoeksresultaten analyseerde.

    Zij spraken van conflicterende data – één onderzoek toonde een licht therapeutisch effect, een ander geen enkel – en van een gebrek aan werkzaamheid. ‘Het totaal aan data lijkt onvoldoende bewijs te leveren voor de effectiviteit van het middel,’ meldde een FDA-statisticus in een rapport. FDA-adviseur dr. David Knopman van de academische ziekenhuisketen Mayo Clinic drong aan op een nieuwe klinische proef.

    ‘Hoezeer men ook hoopt dat Aducanumab alzheimerpatiënten zal helpen,’ schreef hij in een rapport, ‘uit onderzoeksresultaten blijkt dat het middel in geen enkel geval verbetering biedt, in sommige gevallen zelfs schadelijk is en een enorme aanslag betekent op de beschikbare middelen.’

    Hernieuwd optimisme

    Ook al zou het FDA het oordeel van zijn eigen deskundigen naast zich neerleggen en Aducanumab deze maand goedkeuren, dan nog is het onwaarschijnlijk dat het middel alzheimer zal kunnen voorkomen door de opeenhoping van plaque in de hersenen tegen te gaan. Biogens Aducanumab is een uitvloeisel van een theorie die de ‘amyloïd-cascadehypothese’ wordt genoemd en die ervan uitgaat dat bèta-amyloïdplaques de eerste stap zijn in het proces dat tot het massaal afsterven van cellen en de daarmee gepaard gaande geheugen- en denkproblemen leidt dat alzheimer zo’n verschrikkelijke ziekte maakt. Maar die theorie boet al jaren aan geloofwaardigheid in, zoals het geval van de Colombiaanse vrouw onderschrijft.

    De Colombiaanse vrouw is alleen maar het nieuwste bewijsstuk dat de oorzaken van de slopende hersenziekte veel complexer en heterogener zijn dan eerder werd aangenomen. (Ondanks een hersenscan die meer bèta-amyloïdplaqueafzetting aan het licht bracht dan veel van haar artsen ooit hadden gezien, waren haar cognitieve vermogens slechts in lichte mate aangetast.) Dit is de reden dat, hoewel de lijst mislukte behandelingen blijft toenemen, veel deskundigen de toekomst met hernieuwd optimisme tegemoetzien. Zij denken dat er de komende jaren mogelijke behandelingen kunnen voortvloeien uit geheel nieuwe – en in sommige gevallen veronachtzaamde – benaderingen waarbij bèta-amyloïdplaquevorming in sommige gevallen geen enkele rol speelt.

    image00001 1 2 1

    Deze hoop wordt gevoed door een explosie van technologische innovaties op het gebied van gensequentie, data-analyse en moleculaire biologie, die wetenschappers in staat stelt de voortgang van de ziekte eerder en veel gedetailleerder te bestuderen dan eerder het geval was.

    De hoop wordt ook gevoed door geld: de Amerikaanse National Institutes of Health [NIH] besteedden in 2020 2,8 miljard dollar (ca. 2,4 miljard euro) aan alzheimeronderzoek, zes keer zoveel als in 2011 toen het Amerikaanse Congres wetgeving aannam die de NIH in staat moest stellen een agressief en gecoördineerd plan te ontwikkelen om alzheimer tegen 2025 te voorkomen en effectief te behandelen.

    In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen

    Die ambitie wijst op een toenemende urgentie bij een ouder wordende populatie, artsen en de Amerikaanse gezondheidszorg. In 2050 zal het aantal Amerikanen dat aan de ziekte lijdt verdubbelen tot veertien miljoen en zullen de zorg- en behandelingskosten volgens sommige schattingen meer dan twee biljoen dollar bedragen, tien procent van het huidige Amerikaanse bnp. Wetenschappers proberen deze tikkende demografische tijdbom in allerijl onklaar te maken.

    Dementie in Nederland

    In Nederland hebben 290.000 mensen momenteel dementie, waarvan naar schatting 15.000 jonger zijn dan 65 jaar. Ruim 80.000 worden verzorgd in verpleeg- of verzorgingshuizen en ruim 100.000 hebben nog geen diagnose.

    Alzheimer is de meestvoorkomende vorm van dementie: 70 procent van de dementiegevallen betreft Alzheimer.

    Bron: Alzheimer Nederland

    Hoewel de deadline van 2025 vermoedelijk niet zal worden gehaald, hebben de bevindingen van de afgelopen jaren onderzoekers een veel gedetailleerder en genuanceerder inzicht in de ziekte opgeleverd. Daardoor neemt de hoop toe dat we, ondanks de tegenvaller van Aducanumab, eindelijk meer kans maken alzheimer de kop in te drukken.

    ‘Ik ben mezelf kwijt’

    Van begin af aan was er goede reden om te denken dat de dikke plaques die met de zieke gepaard gaan ook de oorzaak ervan waren. In 1901 werd een vijftigjarige vrouw genaamd Auguste Dieter aan de zorg van dr. Alois Alzheimer van het psychiatrisch ziekenhuis van Frankfurt toevertrouwd met een onverklaarbare reeks symptomen, waaronder geheugenverlies, desoriëntatie, hallucinaties, afasie en waanideeën. ‘Ik ben mezelf kwijt,’ klaagde ze volgens Alzheimers nauwgezette aantekeningen kort voordat ze in 1906 overleed.

    Tijdens een autopsie ontdekte Alzheimer de opbouw van donkere plaqueklonters, gevormd door eiwitfragmenten die bekendstaan als bèta-amyloïd, samen met de twee andere symptomen die nu als de belangrijkste fysieke kenmerken worden beschouwd van de ziekte die zijn naam draagt: de kluwens van draderige eiwitmoleculen, ‘tau’ genaamd, waardoor de ruimte tussen hersencellen verstopt raakt en de normale celfunctie wordt verstoord, en grootschalige hersenatrofie als gevolg van het afsterven van de grijze stof die we gebruiken om te denken, voelen en leven.

    Toch zou het moderne alzheimeronderzoek nog decennia op zich laten wachten, totdat Robert Katzman, een vooraanstaand neuroloog van de Universiteit van Californië, een artikel schreef waarin hij betoogde dat de obscure toestand die ‘de ziekte van Alzheimer’ werd genoemd – een term die voordien alleen werd gebruikt voor mensen die voor hun vijfenzestigste dement werden – in feite de belangrijkste oorzaak was van wat toen uitsluitend bekendstond als seniliteit.

    Volgens die maatstaf, betoogde Katzman, was de ziekte van Alzheimer de vierde of vijfde doodsoorzaak in de Verenigde Staten, en daarmee een op grote schaal miskende aanslag op de volksgezondheid. In de jaren die volgden begonnen de eerste belangengroepen van patiënten zich te roeren en ging het pas opgerichte National Institute of Aging geld in onderzoek steken.

    Daarna kwam de ontdekking en bestudering van families zoals die in het bergdorpje in de omgeving van Medellin, die dragers waren van zeldzame mutaties waardoor ze al veel eerder symptomen van volledige alzheimer ontwikkelden dan elders. Met gebruikmaking van het op dat moment beschikbare genetische gereedschap concentreerden onderzoekers zich gedurende de jaren negentig van de vorige eeuw op specifieke mutaties die alleen leken voor te komen bij familieleden die al in een vroeg stadium alzheimer hadden ontwikkeld, mutaties die volledig ontbraken bij naaste verwanten die voor de ziekte gespaard bleven. Vrijwel alle genotypes leken direct in verband te kunnen worden gebracht met de vorming van de bèta-amyloïdplaques in de hersenen.

    Amyloïdhypothese

    Deze ontdekkingen vormden een van de belangrijkste aanwijzingen voor de amyloïdhypothese, die aan het begin van deze eeuw toonaangevend was geworden als verklaring voor het hoe en waarom van de progressie van alzheimer. En met de komst van de hersenscantechnologie die clinici voor de eerste keer in staat stelde de plaques in de hersenen van levende mensen te meten, leek het plotseling mogelijk deze accumulatie in realtime te volgen.

    De implicaties waren duidelijk: als wetenschappers een geneesmiddel konden ontwikkelen dat in staat was de accumulatie van plaque tegen te gaan, zouden we de progressie van alzheimer, en van de hartverscheurende cognitieve aftakeling die daarmee gepaard gaat, al in een vroeg stadium kunnen stuiten.

    ‘Ik studeerde toen nog, en het waren bedwelmende tijden,’ herinnert Scott Small zich, een neuroloog die het alzheimeronderzoek leidt aan de Columbia University in New York. ‘We dachten dat we het helemaal hadden uitgevogeld.’

    De werkelijkheid bleek helaas weerbarstiger. Tussen 1998 en 2017 zijn er 146 vergeefse pogingen gedaan om medicijnen te ontwikkelen voor het behandelen en zo mogelijk voorkomen van alzheimer, waarvan de overgrote meerderheid was gebaseerd op de amyloïdhypothese. (De laatste alzheimermedicatie die door het FDA is goedgekeurd is Namenda uit 2003, een middel dat de cognitieve prestaties tijdelijk probeert te stimuleren door het stimuleren van de chemische boodschappers in de hersenen die neurotransmitters worden genoemd.)

    Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker kregen en hun cognitie afnam

    De lijst teleurstellende medicijnen die beloofden de progressie van de ziekte te voorkomen of te vertragen is lang. Zo was er Bapineuzumab van Pfizer en Johnson & Johnson, een monoklonaal antilichaam dat was ontworpen om bèta-amyloïd te binden. In 2012 verklaarde de grootste investeerder in de Harvard-studie naar het middel dat proeven bij 1100 patiënten met lichte tot matige symptomen van de ziekte ‘geen enkel bewijs hadden opgeleverd van enig klinisch resultaat van de behandeling, cognitief noch functioneel’. Met een ander middel waarvan men hoge verwachtingen had, Semagacestat, werd gestopt nadat enkele proefpersonen huidkanker hadden gekregen en hun cognitie afnam. Solanezumab uit 2016, ontwikkeld door Eli Lilly & Co, ‘verbeterde in generlei opzicht de cognitie’ van de 2129 patiënten met lichte alzheimer die het middel gedurende meer dan een jaar probeerden.

    De laatste hoop was gevestigd op Aducanumab, waarvan de goedkeuring met zoveel horten en stoten verloopt dat het typerend is voor de tergende ambiguïteit die op dit moment heerst. Het door Biogen and Eisai ontwikkelde middel haalde in 2016 het omslag van het blad Nature, nadat onderzoekers hadden verklaard dat het de cognitieve aftakeling had vertraagd en de plaque had gereduceerd in de hersenen van een kleine groep proefpersonen.

    In 2018 gingen in klinieken overal op de wereld massale fase 3-proeven van start, die tot 2021 hadden moeten duren. In maart 2019 maakte Biogen echter bekend dat een eerste resultatenonderzoek, een zogeheten futiliteitsanalyse, uitwees dat het middel niet naar behoren werkte bij de ruim drieduizend vroege alzheimerpatiënten die hoopvol deelnamen aan de studie. Het onderzoek werd twee jaar te vroeg gestaakt en als een mislukking bestempeld.

    ‘Dat was een ongelooflijk pijnlijke tijd voor alle betrokkenen, zowel het vakgebied als de patiënten en hun familie,’ zegt Reiman, die het onderzoek in twee instellingen leidde. ‘De bedrijfstak maakte zich zorgen – waarom investeren in de ziekte van Alzheimer? – en liet het in sommige gevallen afweten. Het was hartverscheurend.’

    Vergist

    Maar daarmee was het verhaal nog niet afgelopen. Zeven maanden na het staken van de proef nam Biogen and Esai een ongebruikelijke stap door te verklaren dat ze zich hadden vergist. Het middel, zeiden ze, leek toch effectief. Tijdens een drukbezocht congres in december 2019 legden vertegenwoordigers van het bedrijf uit dat de futiliteitsanalyse maar naar de helft van de patiënten had gekeken. Na een tweede blik op de data hadden ze geconstateerd dat de cognitieve baten langer uitbleven dan verwacht maar zich waren gaan manifesteren tegen de tijd dat de proef werd gestaakt. Het bedrijf kondigde aan in maart een nieuwe open-labelstudie te starten en goedkeuring van het middel aan te vragen bij het FDA.

    De bekendmaking werd met immense opluchting en voorzichtig optimisme begroet door Reiman en zijn collega’s. Na het congres waren de meesten het erover eens dat er meer data nodig was om hen ervan te overtuigen dat het geneesmiddel werkelijk effectief is. Afgelopen augustus maakte het FDA bekend het middel aan een ‘prioriteitstoets’ te zullen onderwerpen en niet later dan 7 maart 2021 een beslissing te nemen. Als het werd goedgekeurd, zou het de eerste nieuwe behandeling in achttien jaar zijn.

    Toen kwam het conflict in november 2020. Aan het begin van die maand plaatste het FDA documenten op zijn website die suggereerden dat veel klinische onderzoekers van het agentschap, onder wie de directeur van de afdeling neurowetenschap, achter goedkeuring van het middel stonden. Deze verklaring kwam maar een paar dagen voor het belangrijke oordeel van een door het FDA ingestelde adviesraad van vooraanstaande deskundigen; de koers van het aandeel Biogen steeg met meer dan veertig procent.

    Maar toen de adviesraad bijeenkwam, beschuldigden de leden de staf van het agentschap van vooringenomenheid en velden een unaniem zij het niet-bindend vonnis: het bewijs was onvoldoende overtuigend om goedkeuring aan te bevelen. Door deze verklaring werd alle hoop de grond in geboord en kelderde het aandeel Biogen weer.

    Volgens velen benadrukte deze bipolaire opeenvolging van gebeurtenissen alleen maar hoe dwaas het was op een behandeling te blijven mikken op grond van één enkele hypothese. Sommigen, zoals Scott Small van Colombia University, hadden zich al als critici ontpopt.

    ‘Het basisidee van de amyloïdhypothese,’ zegt hij, ‘was destijds juist. Maar als we vandaag de dag wakker zouden worden met alle informatie die we de afgelopen vijfentwintig jaar hebben verzameld, denk ik eerlijk gezegd niet dat iemand nog met een amyloïd-cascadehypothese op de proppen zou komen. Je slaat nooit een homerun als je niet op het veld staat. Maar tot nu toe stonden we op het verkeerde veld. Nu staan we op het goede. Die homerun komt er wel. Voor mijn patiënten hoop ik alleen dat hij niet te lang op zich laat wachten.’ 

    Een nieuwe golf van studies

    Veel onderzoekers zijn het erover eens dat er een veelbelovend nieuw tijdperk in het alzheimeronderzoek is aangebroken, een tijdperk dat benadrukt dat er duizend bloemen moeten mogen bloeien in de onderzoekslaboratoria waar wetenschappers op zoek zijn naar een remedie.

    ‘We geven de amyloïdbenadering niet op maar de veelheid aan doelen die we nu kunnen identificeren zorgt voor veel opwinding,’ zegt Richard J. Hodes die leiding geeft aan het ouderenprogramma van de NIH. ‘We zien een nieuwe golf van studies op ons afkomen.’

    Hodes merkt op dat van de 46 medicijnproeven die zijn programma dit jaar steunt, 30 zich op andere doelen richten dan amyloïd. Dit is waarschijnlijk alleen nog maar het begin. In de tijd dat de nu gebruikte bèta-amyloïdmedicijnen werden ontwikkeld, zegt hij, waren er nog maar vier genen geïdentificeerd die een belangrijke rol spelen bij de ziekte van Alzheimer.

    De afgelopen jaren heeft het ouderenprogramma van de NIH onderzoekers gefinancierd om data uit duizenden hersenen te verzamelen en specifieke genetische sequenties te isoleren die verband met de ziekte lijken te houden, of met de bescherming daartegen. Alleen al in 2018 is er een dertigtal nieuwe sequenties ontdekt, een aantal dat volgens Hodes hoger is dan in enig voorgaand jaar en nog exponentieel stijgt. De lijst schijnbaar relevante genetische sequenties is de vijfhonderd al gepasseerd. Onderzoeksgroepen hebben dit aantal gereduceerd tot een lijst van meer dan vijftig die tot de ontwikkeling van nieuwe medicijnen belooft te leiden.

    image00002 3 2

    ‘Dat is een belangrijk beginpunt voor wat hierna komt,’ legt Hodes uit. ‘Wanneer we weten door welke genen het risico op alzheimer toeneemt, kunnen we begrijpen wat die genen precies doen, wat voor eiwitten ze aanmaken, wat voor boodschapper-RNA eruit voortkomt. En nu ook de bio-informatica in opkomst is, kunnen we al die informatie samenbrengen en zien in hoeverre nieuwe moleculaire interacties in de hersenen van alzheimerpatiënten verschillen van die bij mensen zonder alzheimer.’

    Daaronder valt ook de oudere Colombiaanse vrouw wier opmerkelijke helderheid van geest – ondanks hersenen vol bèta-amyloïdplaque – zoveel indruk op Reiman maakte. Vorige winter maakten Reiman en zijn collega’s bekend dat ze de oorzaak van haar onverwachte geestelijke veerkracht hadden kunnen herleiden tot een genotype dat maar ‘één op de miljoen keer’ voorkomt, een genotype dat in een belangrijk nieuw instrument zou kunnen voorzien om de ziekte te bestrijden als de effecten ervan met een geneesmiddel kunnen worden nagebootst.

    De beschermende genetische mutatie illustreert het soort inzicht dat enkele jaren geleden nog onmogelijk zou zijn geweest. De oudere vrouw werd ontdekt tijdens een routinescreening, waarbij hersenscantechnologie werd gebruikt die het afgelopen decennium is verfijnd en die onderzoekers in staat stelt de amyloïdopbouw in levende hersenen te meten. Daarna gebruikten Reiman en zijn medewerkers gensequentietechnologie en krachtige computers om haar DNA te vergelijken met dat van anderen in haar familiecohort die wel door de ziekte getroffen waren. Ze concentreerden zich al snel op unieke veranderingen in haar genetische sequentie waarvan al werd vermoed dat ze een rol spelen in het functioneren van de hersenen.

    Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk

    De meest waarschijnlijke mutatie lijkt van invloed op het vermogen van twee belangrijke eiwitten om zich te binden, een binding die cruciaal lijkt voor de progressie van de dodelijke neurale cascade die gewoonlijk in taukluwens en celafsterving resulteert. Reiman en zijn collega’s demonstreerden dat ze dit effect in het lab konden nabootsen met behulp van kleine molecuulmedicijnen die uit antilichamen bestaan, waardoor de binding op soortgelijke wijze wordt beïnvloed.

    In een volgende fase moet worden aangetoond dat het de bloed-hersenbarrière kan passeren om zijn magische werking bij echte patiënten te effectueren. ‘Op grond van één enkel casusrapport hebben we een antilichaam ontwikkeld dat een remedie zou kunnen worden als we het in de hersenen weten te krijgen,’ zegt Reiman.

    Middelen die de mutatie nabootsen die bij de Colombiaanse vrouw is aangetroffen zouden een ingrijpender effect kunnen hebben op het behandelen en, in het bijzonder, het voorkomen van de ziekte van Alzheimer. Net als iedere andere benadering die een beter inzicht geeft in de manier waarop verschillende genetische profielen een rol spelen in de ontwikkeling van de ziekte.

    ‘Of amyloïd nu een rol speelt of niet, en ik blijf wat dat betreft een agnost, we zijn het er allemaal over eens dat we een gevarieerder portfolio van behandelingen nodig hebben, en dat er misschien wel veel verschillende manieren zijn waarop je uiteindelijk alzheimer kunt ontwikkelen,’ zegt Reiman.

    Een periode van heronderzoek

    Gensequentietechnologie en bio-informatica zijn maar twee van de nieuwe instrumenten die wetenschappers in staat stellen nieuwe terreinen te verkennen. In een laboratorium met uitzicht op de Stille Oceaan in het Californische La Jolla transformeert Fred ‘Rusty’ Gage, directeur van het Salk Institute, huidcellen van alzheimerpatiënten tot stamcellen, ongedifferentieerde of deels gedifferentieerde cellen die tot specifieke celtypen kunnen worden getransformeerd.

    In dit geval maakt Gage in petrischalen babyneuronen van de stamcellen. De volgende stap is het nauwkeurig volgen van hun degeneratie tijdens het rijpingsproces, in de hoop precies te begrijpen wat er misgaat wanneer hersencellen vatbaar worden voor alzheimer en hoe mutaties die uniek zijn voor individuele patiënten de normale celfunctie kunnen verstoren. Gage werd getroffen door het enorme aantal verschillende manieren waarop hij van verschillende patiënten afkomstige neuronen zag aftakelen.

    Door zijn werk is Gage tot de overtuiging gekomen dat alzheimer niet gewoon maar één ziekte is, maar vele tegelijk, stuk voor stuk veroorzaakt door het bezwijken van een of meer van de ontelbare celsystemen die cruciaal zijn voor het onderhoud en de gezondheid van de neuronen via welke wij denken. Genetische fouten kunnen de aftakeling van deze celsystemen versnellen, maar de belangrijkste oorzaak ervan is veel universeler en onontkoombaarder: het meedogenloos verstrijken van de tijd.

    ‘We zijn in deze periode onze onderliggende principes over de ziekte van Alzheimer aan het heronderzoeken,’ zegt Gage. ‘Het grootste risico op alzheimer is leeftijd, en we weten eigenlijk niet goed wat ouder worden impliceert. Je krijgt geen alzheimer op je elfde. Dus is er momenteel veel belangstelling voor het opstellen van modellen waarin je de ziekte bijvoorbeeld via deze mutaties kunt bekijken, maar je moet ouder worden eraan toevoegen en begrijpen wat dat inhoudt.’

    Over het algemeen gesproken zijn er acht verschillende dingen die tijdens het verouderingsproces lijken te kunnen misgaan in de cellen, en elk daarvan kan volgens Gage een katalysator zijn voor het systemische verval dat optreedt in de hersenen van mensen met alzheimer.

    Naarmate we ouder worden verliezen de mitochondria, de energiecentrales van de cel, het vermogen om effectief de brandstof te verwerken die nodig is om celprocessen van energie te voorzien. De vuilnisophaaldienst van de cel begint te vertragen, wat ertoe leidt dat zombiecellen, verkeerd gevouwen eiwitten en ander celafval zich ophopen in de cel. Ondertussen stopt het kwaliteitscontroleteam van de cel – enzymen die fouten in het DNA ontdekken en repareren – met werken, zodat de kans op chaos nog toeneemt. De cellen worden ongezond en scheiden signalen af die ontstekingen veroorzaken. Het DNA begint te verslechteren en de aan-uitknop voor bepaalde genen wordt uitgeschakeld.

    ‘Al deze verschillende gebeurtenissen stapelen zich op naarmate we ouder worden,’ zegt Gage. ‘En wat ik zo spannend vind aan wat er op dit moment gebeurt, is dat we beginnen te begrijpen hoezeer al deze problemen verband met elkaar houden. Al deze systemen moeten werken, en als in een ervan een storing optreedt, heeft dat gevolgen voor de andere.’

    Alzheimer is, volgens de visie van Gage, geen ziekte waarbij de hersencellen plotseling afsterven, alsof ze in één klap door een hartaanval worden geveld. De cellen lijken eerder te stikken in het celafval, of in te storten omdat de wanden het hebben begeven, of door kortsluiting te worden getroffen omdat het op de een of andere manier misloopt met de energieproductie. De petrischalen van Gage stellen hem in staat verschillende systemen te dereguleren en te zien hoe diverse populaties van door alzheimer op hol geslagen cellen reageren op diverse geneesmiddelen, op basis van de systemen die zijn verstoord.

    ‘Dit is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend’

    Het is heel goed mogelijk, zegt Gage, dat middelen die zijn ontwikkeld om bèta-amyloïd te reduceren bij sommige patiënten werken, maar bij andere niet. En ondanks alle mislukkingen en teleurstellingen van de afgelopen decennia betogen sommige onderzoekers dat er meer vooruitgang wordt geboekt dan op het eerste gezicht lijkt.

    Veel onderzoekers geloven inderdaad nog steeds dat bèta-amyloïd de sleutel is voor het begrijpen van de ziekte. Door velen is de afgelopen jaren geopperd dat het feit dat de op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen de ziekte tot dusver niet hebben kunnen genezen niet betekent dat de schadelijke plaque geen wezenlijke rol speelt bij de ziekte. Ze werkten misschien niet omdat ze in een te laat stadium aan de patiënten worden toegediend.

    Toch hebben zelfs de onderzoekers die zich nog steeds voornamelijk op plaque concentreren de laatste tijd oog gekregen voor de heterogeniteit en complexiteit van de ziekte. ‘Alzheimer is een zeer complexe reeks veranderingen in de hersenen,’ zegt dr. Reisa Sperling, een neurologe die leiding geeft aan het Center for Alzheimer’s Research and Treatment in Boston. Zij doet onderzoek naar de effectiviteit van bepaalde op bèta-amyloïd gerichte geneesmiddelen bij patiënten die in een relatief vroeg stadium van de ziekte verkeren.

    Het falen van ieder systeem dat betrokken is bij de eiwitverwerking kan verregaande consequenties hebben. ‘Wat er volgens mij misgaat bij alle neurodegeneratieve ziektes, niet alleen alzheimer, is dat je naarmate je ouder wordt niet meer weet hoe je de eiwitten moet kwijtraken die je normaliter aanmaakt,’ zegt Sperling. ‘Het systeem laat het afweten. Daar ben ik het volledig mee eens. En de twee eiwitten die we het moeilijkst onder de duim krijgen bij de ziekte van Alzheimer zijn toevallig amyloïd en tau.’

    In het begin van de jaren zeventig van de vorige eeuw verklaarde president Nixon kanker de oorlog en ging Amerika grootscheeps hartkwalen te lijf. Maar alzheimer werd destijds nog niet aangemerkt als een ziekte onder oudere volwassenen.

    ‘Als ik naar de geschiedenis van de ziekte van Alzheimer kijk, zie ik een lappendeken van vooruitgang en mislukking,’ zegt Jason Karlawish, die als hoogleraar geneeskunde, medische ethiek en gezondheidsbeleid patiënten behandelt in het Penn Memory Center in Philadelphia. Er is veel vooruitgang geboekt in het begrijpen van de ziekte, het diagnosticeren ervan, zodat er een beter idee bestaat van wat plausibele doelen zijn om met geneesmiddelen aan te pakken. Dat is een verdomd goed resultaat voor een ziekte die pas sinds 1976 wordt erkend. Daarom is er reden om optimistisch te zijn.’

    Hoelang het zal duren om de ziekte de baas te worden blijft de grote vraag. Maar gezien de hoeveelheid nieuwe proeven die hun voltooiing naderen en de grote sommen federaal geld die worden geïnvesteerd, verwachten onderzoekers de komende decennia grote stappen te zetten. Het belangrijkste is dat veel wetenschappers geloven dat ze eindelijk op het juiste spoor zitten.