Onderwerpen: Programma

  • Guantánamo Diary: hoe isolatie leidde tot een wereldwijde bestseller

    Guantánamo Diary: hoe isolatie leidde tot een wereldwijde bestseller

    Mohamedou Ould Slahi zat veertien jaar vast in Guantánamo Bay. Hij werd er gemarteld, maar er werd nooit een aanklacht tegen hem geformuleerd. 360 sprak met Slahi en auteur Larry Siems, die samen Guantánamo Diary schreven.

    Larry Siems werkte als vertegenwoordiger van de mensenrechten en het vrije woord al vele malen eerder aan getuigenissen van gevangen die in ballingschap leefden of gemarteld werden, maar was altijd in staat zijn werkdag af te sluiten en ‘’s avonds rustig een biertje te drinken’. Toen hij de cd-rom met daarop de 460 pagina’s die Mohamedou Ould Slahi had opgeschreven in handen kreeg, veranderde dat. Hij was gewend in de geschriften woede en soms hulpeloosheid terug te lezen, maar dit verhaal was levendig, toegankelijk, bij tijden zelfs grappig en bovenal bijzonder genereus in de weergave van andere mensen, zelfs de degenen die hem tijdens zijn veertien jaar durende gevangenschap in Guantánamo Bay, zonder aanklacht, martelden.

    Larry Siems

    Larry Siems is een prominente mensenrechtenadvocaat, momenteel werkzaam als stafchef van het Knight First Amendment Institute aan de Columbia University, waar hij de vrijheid van meningsuiting en de pers verdedigt. Gedurende zijn hele carrière heeft Siems campagne gevoerd om schrijvers en de vrijheid van meningsuiting te beschermen. Hij schreef het boek The Torture Report: What the Documents say About America’s Post-9/11 Torture Program en werkte samen met Mohamedou Ould Slahi aan zijn boek Guantánamo Diary terwijl hij nog steeds opgesloten zat in Guantánamo Bay. Siems werkte lange tijd voor PEN, een internationale schrijversorganisatie die zich inzet voor de vrijheid van meningsuiting, samenwerking tussen schrijvers overal ter wereld en literatuur als intercultureel bindmiddel.

    Toen Siems er een tijdje mee bezig was, merkte hij dat hij nachtmerries begon te krijgen waarin hij een ‘agent of violence’ was, degene die het leed moest toebrengen. Had dat er denkt hij mee te maken dat hij zich vereenzelvigde met de martelaren van Slahi, dat hij als witte Amerikaanse man onbedoeld symbool stond voor de zogeheten war on terror? Absoluut, zegt Siems. Ze kwamen onder andere voort uit schaamte. Door de manier waarop Slahi schreef over wat hem overkomen was, kon Siems werkelijk invoelen wat er gebeurd was, van welk ‘grotest geweld’ er had plaatsgevonden. Hij begon duidelijk in te zien wat zijn verantwoordelijkheid was in dit project: 1. het verhaal van Slahi verspreiden, 2. zich verzetten tegen de censuur.

    ‘Er is maar één reden voor mij om iets op te schrijven, en dat is als ik er een absolute noodzaak toe voel’

    Was dat de bedoeling van Slahi? De oorspronkelijk Mauritiaanse ingenieur legt uit dat er voor hem maar één reden is om iets op te schrijven, en dat is als hij er een absolute noodzaak toe voelt. Een andere bedoeling was er niet. In eerste instantie schreef hij losse stukken tekst op blaadjes die hij van de beveiliging pikte; ze waren bestemd voor gevangenen die ‘zich goed gedroegen’ zodat ze naar huis konden schrijven – en om degenen die dat niet deden te laten zien wat ze misliepen. Toen Slahi werd overgeplaatst werd alles in beslag genomen, en zodra hij hoorde dat hij advocaten kreeg toegewezen en ook pen en papier mocht hebben, begon hij opnieuw. Hij schreef alles op wat hem overkomen was. Daarbij valt het Siems op dat Slahi beknopter wordt als het over het martelen gaat; met subtiele verwijzingen maakt hij duidelijk wat er gebeurt. Dat is een verschijnsel dat hij vaker tegenkomt in zulke verslagen, als reactie op traumatische ervaringen.

    Lees ook het interview met Slahi en zijn advocaat Nancy Hollander:

    Geen enkel contact

    Siems en Slahi mochten aanvankelijk geen enkel contact hebben, ook al had Siems toestemming het boek te publiceren. Wat hij tijdens het redigeren merkte, was dat hij Slahi begon te vertrouwen. Dingen die hij eerst had aangepast, draaide hij weer terug omdat alles een betekenis bleek te hebben, een verwijzing was, en gewoon klopte. Zo vermoedde hij toen Slahi in de beschrijving van een bewaker verwees naar Bob Bonker, een niet erg bekende Amerikaanse tv-host, dat Slahi een verwijzing naar Amerikaanse cutuur wilde maken maar de plank missloeg. Bij nader inzien leek het te gaan om een bekende producent voor gevangeniskstuums, die inderdaad ook aan Guantánamo leverde. ‘Ik was ongeveer een halfjaar lang dingen aan het aanpassen,’ vertelt hij, ‘en daarna een half jaar bezig om ze weer terug te draaien.’ Zijn perspectief veranderde en hij leerde kijken door de ogen van Slahi.

    Er was maar één uitgever die het project aandurfde, en wel in zwaar gecensureerde vorm

    Er was maar één uitgever die het project aandurfde, en wel in zwaar gecensureerde vorm. Er waren vreemde dingen weggehaald, vertelt Siems. Het woord ‘tranen’ bijvoorbeld. Hij begon zich ook in te leven in degenen die de opdracht hadden gekregen met zwarte stift woorden weg te strepen die te veel emotie konden oproepen. Nadat Slahi was vrijgekomen en ze elkaar eindelijk konden ontmoeten, werkten ze samen om de gecensureerde passages weer op te vullen. 

    Mohamedou Ould Salahi

    Mohamedou Ould Salahi werd geboren in Rosso, Mauritanië, als negende van de twaalf kinderen. Zijn familie verhuisde toen hij nog jong was naar de hoofdstad Nouakchott, waar hij naar school ging en een beurs verdiende om elektrotechniek te studeren aan de Gerhard-Mercator Universiteit in Duisburg, Duitsland. In 2001 woonde en werkte hij in zijn thuisland Mauritanië toen hij werd vastgehouden en uitgeleverd aan Jordanië, waar hij een beproeving begon die hij zou navertellen in zijn internationale bestseller Guantánamo Diary .

    Het boek, dat hij schreef in zijn isoleercel in het detentiekamp in Guantánamo Bay, Cuba, bleef bijna acht jaar geclassificeerd en werd uiteindelijk vrijgegeven, met aanzienlijke bewerkingen, in 2013. Het werd voor het eerst gepubliceerd in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in januari 2015 en is sindsdien in vijfentwintig talen gepubliceerd. Na vijftien jaar detentie werd Mohamedou op 17 oktober 2016 vrijgelaten in Mauritanië. Het jaar daarop publiceerde hij een ‘herstelde editie’ van Guantánamo Diary , waarin hij de correcties van de Amerikaanse regering aanpaste, en in februari 2021 zijn eerste roman The Actual True Story of Ahmed and Zarga, uitgegeven door Ohio University Press.

    Sinds januari 2022 is Mohamedou Writer in residence bij NNT/NITE en De Balie, Nederland.

    Toen het af was, stuurden ze gedeelten naar bladen op, waaronder New York Times Magazine. Ze hoorden vier maanden niets en kregen toen een afwijzing met als toelichting dat er al een ander verhaal over Guantánamo zat aan te komen (dat Siems nooit heeft teruggezien). ‘Iedereen was bang,’ vertelt hij. ‘Zelfs de advocaten waren bang, dat was echt pijnlijk om te zien.’ En waarschijnlijk speelde er ook ontkenning mee, van de eigen rol in deze gebeurtenissen. Men wilde het idee ophouden dat Amerika’s acties goed waren geweest. Uiteindelijk publiceerde Slate een voorpublicatie uit het boek.

    Lees ook het interview met Slahi en regisseur Kevin Macdonald:

    Groentetuintje

    Vanuit diezelfde Amerikaanse angst werd Slahi vanaf het moment dat hij gemarteld werd strikt gescheiden gehouden van de andere gevangenen, die niet mochten weten wat er gaande was. Dat leverde hem ook enkele voordelen op: hij had een eigen woonwagen, een groentetuintje maar vooral zijn eigen bewakers die zich enkel en alleen met hem bezighielden. Omdat Slahi en zij enkel elkaar zagen, bouwden ze een band op en begon Slahi hun menselijke kant in te zien. Ze werden zelfs vrienden, vertelt Siems. Zo kwam er een keer een bewaker van zeventien bij Slahi die begon te huilen. ‘Ik wist niet wat ik moest doen,’ vertelt Slahi. ‘Het liefst wilde ik hem knuffelen en zeggen dat het goed zou komen. Voor mij is een mens een mens, en mensen zijn niet gemaakt om een ander pijn te doen. Als ze het wel doen, krijgen ze daar last van.’

    ‘Hun daden, het martelen, en hun overtuigingen strookten niet meer met elkaar’

    Slahi vertelt Siems en mij dat we eigenlijk jaloers op hem zouden moeten zijn, omdat hij een perspectief kent dat wij nooit kunnen zien. Namelijk het openlijke racisme dat er bestaat tegenover onder andere moslims. Hij raadt ons het boek Identity and Violence aan, waarin wordt uitgelegd dat de mens het beste in staat is gewelddadig te worden als hij in een klein hokje wordt geplaatst. ‘Niemand is één identiteit. Je bent waar je vandaan komt, je bent je geslacht, je eigenschappen, je beroep et cetera.’ Deze bewakers hadden geleerd Slahi in een hokje te stoppen, maar zagen nu dat hij geen monster was. Zo trad er een vorm van cognitieve dissonantie op, vermoedt Slahi. Hun daden, het martelen, en hun overtuigingen strookten niet meer met elkaar.

    Het ironische is, zegt Siems, dat juist doordat Slahi apart werd gehouden van de anderen, vanuit de angst dat wat hem werd aangedaan bekend werd, dit boek ontstond, zodat zijn verhaal de hele wereld over kon reizen.

    Interview door Laura Weeda

    Kijk hier het gesprek terug tussen Mohamedou Slahi en Larry Siems dat op 8 juli in De Balie in Amsterdam werd gevoerd.

    Lees hier het dubbelinterview met Mohamedou Slahi en Kevin Macdonald, die zijn boek verfilmde.

    Hier kunt u Guantánamo dagboek (2015) van Mohamedou Ould Slahi bestellen, onder redactie van Larry Siems. Het werd in vele talen vertaald.

  • Niet verbitterd na 14 jaar Guantánamo

    Niet verbitterd na 14 jaar Guantánamo

    Mohamedou Ould Slahi zat veertien jaar vast in Guantánamo Bay. Hij werd er gemarteld, maar er werd nooit een aanklacht tegen hem geformuleerd. 360 sprak met Slahi en regisseur Kevin Macdonald, die zijn verhaal verfilmde.

    Mohamedou Ould Slahi en Kevin Macdonald, die Slahi’s Guantánamo Diary verfilmde tot The Mauritian, zijn de middag dat ik ze ontmoet op een rondvaart geweest, na Macdonalds bezoek aan het Rijksmuseum. Aan de tentoonstellig Revolusi is hij niet toegekomen, vertelt Macdonald: hij is vooral geboeid door al die portretten van Nederlanders, waarop dat Nederlandse zelf te onderscheiden is, zonder dat hij het kan benoemen.

    Kevin Macdonald

    Kevin Macdonald is een ervaren Schotse regisseur, gespecialiseerd in zowel documentaires als speelfilms. Zo produceerde hij o.a. Whitney uit 2018 en One Day in September, een verslag van de terreuraanslag op het Israëlische team tijdens de Olympische Spelen van 1972, dat in 2000 met een Oscar werd bekroond. Op dramagebied maakte hij in 2006 The Last King of Scotland en The Mauritanian, dat het verhaal vertelt van Mohamedou Ould Slahi.

    Ook de uit Mauritanië afkomstige Slahi vindt Nederlanders onderscheidend, maar op een andere manier: dit is het enige land in het Schengengebied dat hem wilde toelaten, nadat hij in 2016 uit het Amerikaanse gevangenenkamp Guantánamo Bay werd ontslagen – na veertien jaar vastgezeten te hebben. Sinds december is hij hier artist in residence en hij blijft benadrukken hoe dankbaar hij daarvoor is, al leeft hij nog altijd gescheiden van zijn vrouw en kind. Samen met cultureel centrum De Balie in Amsterdam organiseerde hij een reeks avonden om aandacht te vestigen op wat hem overkwam. De avond met Macdonald is de eerste in een reeks van vier.

    Lees ook het interview met Slahi en zijn advocaat Nancy Hollander:

    Eerste ontmoeting

    De reden dat Macdonald The Mauritian maakte, vertelt hij, is om het belang van eerlijke rechtspraak te benadrukken, dat in Guantánamo geheel verloren is gegaan. Toen hij het voorstel voor een verfilming opgestuurd kreeg, zocht hij allereerst contact met Slahi, en trof ‘iemand aan die heel anders was dan ik verwachtte’. Slahi was niet boos, of verbitterd, of timide, had bovendien veel humor, een goede kennis van de Engelse taal en nog altijd een grote liefde voor Amerikaanse cultuur. Al gedurende hun vier uur lange gesprek besloot Macdonald de film te maken. Investeerders bleken echter niet erg happig op het thema; pas nadat hij een ster als Jodie Foster aan zijn project had weten te binden, kreeg hij de financiering rond.

    Mohamedou Ould Salahi

    Mohamedou Ould Salahi werd geboren in Rosso, Mauritanië, als negende van de twaalf kinderen. Zijn familie verhuisde toen hij nog jong was naar de hoofdstad Nouakchott, waar hij naar school ging en een beurs verdiende om elektrotechniek te studeren aan de Gerhard-Mercator Universiteit in Duisburg, Duitsland. In 2001 woonde en werkte hij in zijn thuisland Mauritanië toen hij werd vastgehouden en uitgeleverd aan Jordanië, waar hij een beproeving begon die hij zou navertellen in zijn internationale bestseller Guantánamo Diary .

    Het boek, dat hij schreef in zijn isoleercel in het detentiekamp in Guantánamo Bay, Cuba, bleef bijna acht jaar geclassificeerd en werd uiteindelijk vrijgegeven, met aanzienlijke bewerkingen, in 2013. Het werd voor het eerst gepubliceerd in de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk in januari 2015 en is sindsdien in vijfentwintig talen gepubliceerd. Na vijftien jaar detentie werd Mohamedou op 17 oktober 2016 vrijgelaten in Mauritanië. Het jaar daarop publiceerde hij een ‘herstelde editie’ van Guantánamo Diary , waarin hij de correcties van de Amerikaanse regering aanpaste, en in februari 2021 zijn eerste roman The Actual True Story of Ahmed and Zarga, uitgegeven door Ohio University Press.

    Sinds januari 2022 is Mohamedou Writer in residence bij NNT/NITE en De Balie, Nederland.

    Wat die liefde voor Amerikaanse cultuur betreft licht Slahi toe dat hij geen reden zie het land te haten. ‘Dat we de VS de gebeurtenissen in Guantánamo extra kwalijk nemen, is omdat we hoge verwachtingen van het land hebben. Het staat voor hoop, voor democratie. Tijdens al die jaren in gevangenschap heb ik me gerealiseerd dat ik het in eerste plaats mijn eigen land kwalijk nam dat ze me niet beschermd hebben.’

    ‘Als er ook maar iets van bewijs komt dat hij schuldig is, zal ik persoonlijk de naald in zijn arm zal steken’

    Voor hem was een van de redenen om aan de film mee te werken zijn grote geloof in de kracht van kunst. Echte kunstenaars zijn eerlijk, zegt hij, en de kracht die daarvan uitgaat helpt bij het verspreiden van zijn boodschap. Die boodschap gaat over democratie, over vrede, en ook over vergeving. Hij toont me foto’s waarin hij arm in arm staat met onder andere Stewart Couch, aanklager van de zaak tegen hem, die tevens bevriend was met een van de overmeesterde piloten die bij de aanslagen van 9/11 om het leven kwamen, en die tijdens zijn gevangenschap verklaarde: ‘Als er ook maar iets van bewijs komt dat hij schuldig is, zal ik persoonlijk de naald in zijn arm zal steken.’ Hij bood Slahi zijn excuses aan.

    puvopp7rmL2OudMgHIOR35AekAD6lAw70eZmzST4Ez4rShviFiuHbcTZrt2qfk3AsqFiqv1VfrCkGhaWjEmM7nzBEZugd51ZTsXHPgHnpzeskvJ Y9R5oPXsHh mCXA3wotWzqjzXTRGowm6cQ
    Genève, juni 2022. Stewart Couch is de tweede persoon van rechts.

    Ook dat is belangrijk aan Slahi’s missie, benadrukt Macdonald. ‘Deze man was een Republikein. Als híj overstag gaat en inziet dat het verkeerd is wat daar op Guantánamo gebeurt, geldt dat misschien ook voor partijgenoten. Het gaat er uiteindelijk niet om dat gelijkgezinden The Mauritian zien, het gaat er juist om die groep te bereiken die de war on terror steunt, zoals gold voor Slahi’s folteraars – die achteraf vrijwel allen inzien dat het fout is geweest wat ze hebben gedaan.

    Mister X

    Dat geldt ook voor ‘mister X’, de folteraar die in het artikel van Die Zeit aan het licht komt en ernstig lijdt onder zijn optreden in Guantánamo. Slahi en hij spraken elkaar via een videogesprek, maar tot een bevredigend einde kwam het uiteindelijk niet. Mister X wilde benadrukken dat hij nooit had mogen doen wat hij had gedaan, maar was niet overtuigd van Slahi’s onschuld. Ondanks dat hij drie jaar lang aan het artikel meewerkte, heeft Slahi het uiteindelijk niet gelezen. Waarom, daar kom ik niet achter. Slahi praat zoals hij vertelt ook te zijn gaan schrijven: alles stroomde uit hem, de gebeurtenissen liepen vloeibaar in elkaar over.

    Lees ook het interview met Slahi en auteur Larry Siems:

    Heeft Kevin Macdonald overwogen in de film het perspectief te verwerken van de twijfel die bij sommigen over zijn onschuld bestaat? ‘Ik herinner me goed dat Nancy Hollander tegen me zei: “De Amerikaanse regering heeft veertien jaar en miljoenen dollars besteed aan het zoeken naar bewijs tegen Mohamedou en ze konden niets vinden dat ze in de rechtbank konden gebruiken. En dat is voor mij genoeg om te geloven dat hij onschuldig is,”’ aldus Macdonald. En dat is waar het om gaat. ‘Zonder bewijs dat standhoudt in de rechtbank, mag niemand worden opgesloten en moet worden uitgegaan van iemands onschuld. Dat is het doel van de rechtspraak in het algemeen en van habeas corpus [het rechtsprincipe dat een arrestant aan een rechter moet worden voorgeleid] in het bijzonder.’ 

    Interview door Laura Weeda

    Kijk hier de avond met Mohamedou Slahi en Kevin Macdonald terug (via een login op Vimeo).

    De volgende bijeenkomst zal zijn met de redacteur van zijn boek, Larry Siems, en vindt plaats op 8 juli.

    Hier leest u het opmerkelijke en door de Press Prize bekroonde verhaal terug over Slahi en zijn folteraar mister X.