Onderwerpen: psychologie

  • Waarom we over schapen dromen

    Waarom we over schapen dromen

    Dieren spelen de hoofdrol in onze psychische aandoeningen, hallucinaties en dromen, maar ook in kunst, verhalen en de mentale wereld van kinderen. Ze betreden de psyche op spectaculaire en soms verontrustende manieren.

    Een paar jaar geleden liep een drieënvijftigjarige man een ziekenhuis in Mumbai binnen en zei dat een kakkerlak in zijn rechteroor was gekropen en zich in zijn hoofd had gevestigd. Hij vertelde dat het insect eitjes had gelegd en dat de larven door zijn hersenen kropen. Na zes weken piekeren en slecht slapen ging hij naar het ziekenhuis om een keel-, neus- en oorarts te raadplegen. In plaats daarvan werd hij echter doorgestuurd naar een psychiater.

    De psychiater diagnosticeerde hem met parasietenwaan: het misplaatste geloof dat parasieten het lichaam hebben geïnfiltreerd. Ongeveer een op de honderdduizend mensen gelooft door deze aandoening dat er mieren, wormen, teken, mijten of andere beestjes onder hun huid kruipen. Het is, zoals de naam suggereert, een waanbeeld dat vaak samenhangt met schizofrenie of dementie. Wanneer de waan toeslaat, kan niets of niemand de patiënt ervan overtuigen dat de insecten niet echt zijn.

    Parasietenwaan is relatief zeldzaam, maar duidt op een wijdverspreid fenomeen: de aanwezigheid van dieren bij psychische stoornissen. In de medische literatuur zijn tienduizenden gevallen beschreven waarin dieren, of voorstellingen daarvan, een significante rol spelen bij mentale klachten.

    Sociogene ziekte

    In plaats van de eerdergenoemde voorbeelden had het ook kunnen gaan over een slachtoffer van seksueel kindermisbruik die opgroeide met een obsessie voor ratten; een psychotische dierenliefhebber die zich tijdens tics als een hond gedraagt; een west-Afrikaanse moeder die uit een droom ontwaakte en ervan overtuigd was dat ze door een baviaan was bezwangerd; een jonge vrouw die geloofde dat ze door haar kat werd behekst; of, dichterbij, het kind van een vriend van mij dat tijdens de coronapandemie begon te huilen als een wolf.

    Ook kunnen we een blik werpen op de lange geschiedenis van sociogene ziekte, oftewel ‘massavorming’, waarbij schijnbaar onschuldig gedrag – vaak de imitatie van dieren – zich snel en zonder duidelijke oorzaak verspreidt door een school, een religieuze gemeenschap of een andere hechte instelling. Middeleeuwse bronnen uit Frankrijk en Spanje beschrijven hoe groepen nonnen blaffend door de velden renden, de hele dag miauwden als katten of schaapachtig blaatten terwijl ze in de kerk stuiptrekkend hun sluiers verscheurden.

    Het dier is alles wat een mens niet is, de ultieme ‘ander’

    In de afgelopen eeuwen zijn wilde dieren uiteraard bijna volledig uit het dagelijks leven verdwenen. We beschouwen ze vaak als inferieur: minder bewust, minder intelligent, minder zelfrelativerend, minder rationeel. Het dier is alles wat een mens niet is, de ultieme ‘ander’. Toch spelen ze de hoofdrol in onze psychische aandoeningen, hallucinaties en dromen, maar ook in kunst, verhalen en de mentale wereld van kinderen. Ze betreden de psyche op spectaculaire en soms verontrustende manieren.

    Dat geldt vooral voor mensen met medische aandoeningen zoals blindheid, dementie of schizofrenie. Hun hallucinaties kunnen bijzonder levendig zijn. In 2019 meldden verschillende psychosepatiënten tijdens een medisch onderzoek dat ze slangen uit hun armen zagen groeien, een neushoorn de straat zagen oversteken of een koe ontwaarden die midden in een schoolgang stond.

    Dergelijke gefantaseerde dieren kunnen ook gemakkelijk verschijnen onder invloed van psychedelica als LSD of psilocybine – de werkzame stof in paddo’s. Tijdens zulke ervaringen maken dieren bijna altijd deel van de beleving. Tijdens mijn eerste – en waarschijnlijk laatste – ervaring met psilocybine bevond ik me in een wereld vol reptielachtige en parasitische narigheid, waarin slangen, hagedissen, wormen en andere pootloze wezens door een plantenrek kropen en gleden. Ze daagden me uit met groteske gezichten die deden denken aan waterspuwers van een gotische kathedraal. Het klinkt angstaanjagend, maar het wekte bij mij vooral een oprechte nieuwsgierigheid op.

    Hallucinaties

    Daarin sta ik niet alleen: psycholoog Benny Shanon, die honderden keren ayahuasca dronk als onderzoek naar het boek dat hij over de effecten ervan schreef, kwam tijdens zijn hallucinaties vooral dieren tegen. Hij kwam hagedissen en krokodillen tegen, vissen en bijen, vlinders en jaguars. Ook in dromen verschijnen regelmatig zowel gewone als mythische dieren. En hoewel het verleidelijk is om betekenis achter zulke visioenen te zoeken, zeggen ze waarschijnlijk meer over onze verhouding tot dieren dan over de dieren zelf.

    Dichter Alisan Hawthorne Deming, die in haar dromen vaak door dieren wordt bezocht, beschrijft hoe ze zelfbewust en ongebreideld haar bewustzijn binnendringen. Na een droom waarin een paard de praktijk van Sigmund Freud binnenkwam voor een behandeling, concludeerde ze dat het ‘een boodschapper uit het dierenrijk was, die ons vertelde dat wij hen gek maken – en dat zij zelf geen wetenschap hebben om zichzelf te behandelen.’

    Het blijft een mysterie waarom zulke realistische dierlijke beelden in het onbewuste blijven opduiken. Een mogelijke verklaring is dat het brein, bij gebrek aan normale prikkels, inkomende informatie ordent door er een hypothese of een eigen verhaal aan te verbinden, of door het zogeheten defaultnetwerk te activeren, een groep hersengebieden die dagdromen en introspectie mogelijk maken. Dat we eerder dieren oproepen dan levenloze objecten, kan samenhangen met het feit dat het menselijke visuele systeem is geëvolueerd om zeer gevoelig te zijn voor levende wezens.

    Hij kwam tijdens zijn hallucinaties vooral dieren tegen: hagedissen en krokodillen, vissen en bijen, vlinders en jaguars

    Tijdens de honderdduizenden jaren waarin Homo sapiens en zijn voorouders als jagers en verzamelaars leefden, hadden individuen die sneller dieren konden ontwaren in het landschap een grotere kans om te overleven en zich voort te planten. Zo werd deze vaardigheid geleidelijk geselecteerd, totdat ze een universeel geërfd kenmerk werd van het menselijk brein. We ontwikkelden, om een nieuw spreekwoord leven in te blazen, een ‘dierenverstand’: we raakten betrokken bij de omstandigheden van onze medewezens en zeer afgestemd op hun anatomische vorm en hun bewegingen.

    Archeoloog Derek Hodgson, wiens expertise ook neurowetenschap en psychologie bedraagt, oppert dat dit mechanisme waarschijnlijk bij onze voorouders is geëvolueerd als reactie op de dreiging van carnivoren en de voortdurende strijd om voedsel. Een intuïtieve emotionele reactie op de geringste mogelijkheid dat er een dier in de buurt is, vergrootte de overlevingskans aanzienlijk. ‘Ze concurreerden met roofdieren die niet alleen op hen jaagden, maar ook op de dieren die ze zelf achterna zaten,’ aldus Hodgson. ‘Als ze een fout maakten en niet reageerden, zouden ze diep in de problemen zitten. Ze moesten extreem alert zijn op dieren die zich camoufleerden, anders zouden ze achterblijven in het eindeloze verstopspel.’

    Het moderne brein draagt dit mechanisme nog altijd met zich mee. Neurowetenschappers hebben een specifiek neuraal pad gevonden dat het visuele deel van het brein (de visuele cortex) aan het emotionele deel verbindt (de amygdala). Deze ‘ventrale stroom’ roept bij het zien van een dier een onmiddellijke emotionele reactie op, waardoor we de positie ervan al opmerken voordat we ons daar actief van bewust zijn. Net als onze voorouders uit de ijstijd, blijven we dus hypergevoelig voor levende wezens.

    Dierenbrein

    Hoewel we ons ‘dierenbrein’ in het dagelijks leven niet vaak op de proef kunnen stellen, wordt het volledig geactiveerd als onze psyche wordt verstoord: tijdens psychoses, neuroses, waanbeelden, fobieën en obsessies, maar ook tijdens dromen en hallucinaties. De dieren die ons in zulke toestanden bezoeken, zijn wellicht tekenend voor de tegenstrijdige manieren waarop we over hen denken – en onze wankele gevoelens over de vraag of wij zelf ook dieren zijn.

    De Amerikaanse antropoloog Ernest Becker, prominent in het midden van de twintigste eeuw, geloofde dat onze houding tegenover dieren – en een groot deel ons gedrag en denkproces – voortkomt uit het besef dat we sterfelijk zijn. De angst om ooit tot stof te vergaan motiveert ons om gezinnen te stichten, normen en waarden te cultiveren, religies te omarmen en dingen op te bouwen die ons zullen overleven. Dieren, die we veelal zien als verkeersslachtoffer of als voedsel, herinneren ons aan onze lichamelijke, sterfelijke aard. Door ons van ze af te zonderen, proberen we een vorm van symbolische onsterfelijkheid te bereiken.

    Beckers ideeën helpen verklaren waarom we ons zo wanhopig vastklampen aan het idee dat de mens een uitzonderingsgeval is, ondanks het toenemende bewijs dat we de ervaringen en vermogens van onze medewezens ernstig onderschatten. De meeste biologen zijn het er inmiddels over eens dat alle gewervelde en veel ongewervelde dieren over een bepaald bewustzijn beschikken, en dat hun emoties net zo complex kunnen zijn als die van mensen. Onze opzettelijke uitsluiting – een geloof dat te herleiden is naar de oude Grieken – is desastreus geweest voor diersoorten. Het heeft ons toegestaan ze straffeloos te doden en hun leed op afstand te houden. En het heeft ons toegestaan om de cognitieve dissonantie te omzeilen waarbij we moeten erkennen dat we zijn wat we eten: vlees en botten.

    Het idee dat de mens een uitzonderingsgeval is, is makkelijk te koesteren als we volledig bewust zijn. Maar als we slapen, cognitief kwetsbaar zijn, onder invloed verkeren of op een andere manier uit balans zijn, worden dieren ineens onze gelijken. Wat doen deze dieren hier? Daar is moeilijk achter te komen. Ze herinneren ons er in elk geval aan dat onze relatie ouder en intiemer is dan we vaak willen erkennen.

  • Het tegenovergestelde van het tegenovergestelde van eenzaamheid

    Het tegenovergestelde van het tegenovergestelde van eenzaamheid

    Een afscheidstoespraak voor mensen die zich tijdens hun studententijd ellendig hebben gevoeld.

    Het voelt vreemd om met zo’n ​​naam te komen, met zo’n droevig verhaal om een ​​essay in te kaderen [de titel verwijst naar ‘The opposite of loneliness’ van Marina Keegan, zie het kader hieronder]. Gebruik je daar de doden voor? Dat is niet mijn bedoeling. Ik wil dat het over Marina Keegan en haar boodschap gaat, die veel mensen heeft geraakt. Keegan sprak over het gevoel van verbondenheid en de mogelijkheden die hun prachtige oude onderwijsinstelling haar en haar medestudenten had geboden, en hoe ze dit gevoel na hun vertrek met zich mee konden dragen. Maar ik wil me richten tot de eenzame, betreurenswaardige mensen die dit gevoel nooit hebben ervaren – laat staan ​​dat ze zich zorgen hebben gemaakt over het verliezen ervan.

    ‘Het is niet gewoon liefde of een gemeenschap; het is het gevoel dat er mensen zijn, heel veel mensen, die hetzelfde als jij beleven. Die aan jouw kant staan. Wanneer de rekening betaald is en je aan tafel blijft zitten. Wanneer het vier uur ’s nachts is en niemand naar bed gaat. Die nacht met de gitaar. Die nacht die we ons niet meer kunnen herinneren. Die keer dat we gingen, zagen, lachten, voelden. De hoeden.’

    Dit is Marina Keegans weergave van het gevoel dat het tegenovergestelde is van eenzaamheid. Het tegenovergestelde van eenzaamheid is iets diffuus, als een net: de onderlinge verbondenheid van mensenlevens en het gevoel dat je daar onlosmakelijk deel van uitmaakt – dát is wat het zo bijzonder maakt. Je voelt het tegenovergestelde van eenzaamheid door al die mooie herinneringen die je met je vrienden maakt, maar ook omdat het creëren van zulke herinneringen op zichzelf een grotere onderneming is waar jij, je vrienden en alle andere mensen deel van uitmaken. Het tegenovergestelde van eenzaamheid is de intensiteit van deze ervaring; het intense gevoel dat je leeft, samen met al die anderen om je heen.

    Het is dan ook geen wonder dat het essay na de dood van Marina Keegan, op 22-jarige leeftijd, zo geliefd werd onder studenten wereldwijd. De meeste mensen zien de universiteit immers als een keurig afgebakende periode van vier jaar in iemands leven, min of meer opzichzelfstaand, bedoeld om uit te vinden wie je bent en wat je met de rest van je leven wilt doen. Het gevoel van kameraadschap is daarom heel herkenbaar voor studenten; ze beseffen allemaal – en krijgen steeds weer te horen dat ze dit moeten beseffen – dat ze zich samen in een heel bijzondere situatie bevinden, in een heel bijzondere periode van hun leven. Maria’s lofzang op dit gevoel moest deze studenten toch wel aanspreken en diep raken?

    Koude rilling

    Ook ik wil me tot studenten richten, en eigenlijk tot iedereen die het wil horen, maar ik wil me daarbij vooral richten tot een specifieke groep studenten die, vermoed ik, geen flauw benul heeft van waar Keegan het over heeft. Of om het preciezer te zeggen: ze denken maar al te goed te weten waar Keegan het over heeft, en precies daarom voelen ze een koude rilling over hun lijf lopen bij het lezen van haar woorden.

    Dit zijn de mensen die op de middelbare school, om uiteenlopende redenen, altijd direct naar huis gingen als de bel ging, thuis achter de computer gingen zitten en daar bleven tot ze naar bed gingen, omdat niemand ze ooit ergens bij betrok en zij ook niemand ergens bij betrokken. Ik vermoed dat ze zich het grootste deel van hun leven een beetje als homunculi hebben gevoeld, als lichamen zonder ziel; alsof ze er wel menselijk uitzien en menselijk klinken, maar niet over de instinctieve hersenfuncties beschikken die andere, echte mensen klaarblijkelijk wel bezitten. Leuke dingen opzoeken en plezier hebben is iets waar echte mensen zo goed in zijn dat ze juist moeten oppassen dat ze het niet te vaak doen. Voor de mensen tot wie ik mij richt is leuke dingen opzoeken en plezier hebben (buiten het solipsisme van een computer of een tv) net zo eenvoudig als het stil houden van knikkers op een glazen plaat.

    En dan gaan ze naar de universiteit. Sommigen wonen in een studentenflat; anderen, de ware verdoemden, pendelen. In beide gevallen zullen deze mensen zich terdege pijnlijk bewust zijn van wat er op het spel staat: dit is de universiteit. De universiteit, wat een plek die wel niet inneemt in onze collectieve verbeelding: zo veel gesprekken, zo veel onderschriften en artikelen op Instagram, zo veel foto’s en video’s, reclamecampagnes, films en tv-programma’s, grappen, clichés, tweets, memes en nog eens tweets over wat een vreemde, opwindende ervaring het studentenleven is. 

    Als je studententijd een drijfzandbak vol wanhoop was …

    God behoede je als je nooit een keer om vier uur ’s nachts met vrienden in een huiskamer hebt gezeten, geen leuke gitaaravonden hebt meegemaakt, geen goeie black-out; God behoede je als er nooit een hoed aan te pas is gekomen. En als er geen hoeden waren, zullen er ook nooit hoeden zijn – die hoeden kun je nu niet meer krijgen, want het is voorbij. Wat een afschuwelijk gevoel moet deze mensen wel niet overvallen als de diploma-uitreiking nadert en ze beseffen dat het hoofdstuk ten einde loopt, dat het verhaal verdergaat, opnieuw.

    Keegan schrijft hierover: ‘Er is een gevoel dat ik soms bespeur, dat in ons collectieve bewustzijn sluipt als we in bed liggen na een feestje, of ons boek dichtslaan en toegeven aan de verleiding om uit te gaan – dat het op de een of andere manier te laat is. Dat anderen ons voor zijn: meer bereikt, meer gespecialiseerd. Verder op weg om de wereld te redden, om iets te creëren, uit te vinden of te verbeteren. Dat het nu te laat is om ergens mee te BEGINNEN en dat we genoegen moeten nemen met het voortzetten van ons leven.’

    Maar misschien maken deze opmerkingen het alleen maar extra zuur voor de mensen tot wie ik me richt. ‘Zijn dit echt de dingen waar anderen spijt van hebben?’ vragen die zich af. ‘Is de kloof inmiddels zo groot geworden? Ik wilde me gewoon voor het eerst echt een mens voelen, maar in plaats daarvan was het allemaal net zo triest en troosteloos als altijd. En nu zou het dus alleen maar erger moeten worden.’

    De vriendschapsindustrie

    Volgens journalist Faith Hill van The Atlantic schieten initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan vaak hun doel voorbij.
    In Amerikaanse steden is de afgelo- pen jaren een ware vriendschapsindustrie ontstaan. Organisaties als Project Gather, Timeleft en Belong Center organiseren diners, potlucks en gesprekskringen om eenzaamheid te bestrijden. Hun belofte is groot: door mensen offline samen te bren- gen zouden sociale isolatie, vervreemding en zelfs mentale gezondheidsproblemen kunnen worden opgelost.
    In Hills artikel, met de kop ‘You’ve Probably Already Met Your Next Best Friend’, betoogt ze dat het uitgangspunt van veel van deze start-ups te simpel is. Ze gaan ervan uit dat eenzaamheid vooral ontstaat door een gebrek aan vrienden, en dat de oplossing dus ligt in het ontmoeten van nieuwe mensen. Onderzoek laat echter zien dat eenzaamheid minder samenhangt met het aantal sociale contacten dan met de kwaliteit ervan. Veel mensen voelen zich niet zozeer alleen omdat ze niemand kennen, maar omdat ze zich niet gezien, gehoord of begrepen voelen. De gemiddelde Amerikaan heeft dan ook niet minder vrienden dan eerdere generaties.
    Hill verwijst naar onderzoek van Harvard waaruit blijkt dat een groot deel van de mensen die zich eenzaam noemen vooral worstelt met existentiële eenzaamheid, mentale kwetsbaarheid of het gevoel zichzelf niet te kunnen zijn. Vriendschapsexpert Shasta Nelson noemt dit frientimacy: echte nabijheid in vriendschappen, die volgens haar drie ingrediënten vereist – consistentie, positiviteit en kwetsbaarheid. Goede vriendschappen bouwen zich op door tijd, herhaling en gedeelde context. In de Amerikaanse cultuur ontbreekt het aan scripts voor hoe vriendschappen zich ontwikkelen, in tegenstelling tot romantische relaties. Sociale evenementen kunnen geen wooncrisis, lange werktijden, gebrekkige geestelijke gezondheidszorg of het verdwijnen van publieke ontmoetingsplekken compenseren, aldus Hill.

    De trieste waarheid is dat het allemaal nog steeds aan je voorbij kan gaan, ongeacht hoe bewust je je daarvan bent. 

    Als je studententijd een drijfzandbak vol wanhoop was, moet je dat accepteren en er kracht uit putten, dat is een kwestie van cognitieve herstructurering [het veranderen van negatieve en irrationele gedachten naar realistischere en positievere gedachten]. Een onderdeel van die herstructurering is het begrijpen van Keegans boodschap dat het nog niet te laat is – nergens voor. Het menselijk leven bestaat niet voor 20 procent (het begin) uit plezier en voor 80 procent (de rest van je leven, na je drieëntwintigste) uit zwoegen. Er is nog steeds overal tijd voor.

    Afgezien van het veranderen van je denkwijze over dingen die al gebeurd zijn, zou het verstandig zijn om jezelf ‘in te enten’ met een idee zoals dat van [de negentiende-eeuwse Amerikaanse essayist Ralph Waldo] Emerson aan het begin van ‘Self-Reliance’, een essay dat volledig gaat over wat je met de volgende seconde van je leven moet doen:

    ‘Er komt een moment in ieders leven waarop je tot het besef komt dat afgunst een vorm van onwetendheid is, dat imitatie neerkomt op zelfverloochening, en dat je jezelf – in goede én in slechte tijden – als je eigen lot moet aanvaarden. En dat, hoe vol goedheid het universum ook is, geen enkele voedzame graankorrel je bereikt, tenzij je die zelf oogst op het stukje grond dat jou is toevertrouwd.’

    Geluk

    Misschien heb je nog nooit het tegenovergestelde gevoel van eenzaamheid ervaren. Misschien heb je je altijd een eiland gevoeld. Dat kan je volledig lamleggen, en ik hoop dat de details in dit essay je ervan overtuigen dat ik uit ervaring weet hoe het is. Ik wil ook dat je me gelooft als ik zeg dat je enige echte keuze is en altijd zal zijn om die verdomde grond te bewerken. Geluk komt niet voort uit nieuwe ervaringen of uit jeugdig hedonisme. Geluk is iets wat je met veel werk, tijd en aandacht bereikt. Ik denk dat je minder ver op je studiegenoten achterloopt dan je zelf denkt, en ik wens je alle succes.

    Marina Keegan (1982 – 2012) was een Amerikaanse auteur en journalist. Ze werd vooral bekend door haar essay ‘The Opposite of Loneliness’, dat na haar overlijden bij een auto-ongeluk viraal ging en ruim 1,4 miljoen keer werd gelezen, in 98 landen. Het ongeval vond plaats terwijl Keegan als passagier onderweg was naar huis, slechts vijf dagen nadat ze magna cum laude was afgestudeerd aan de Yale-universiteit.

  • Waarom mannen minder hechte vrienden hebben

    Waarom mannen minder hechte vrienden hebben

    Elkaar af en toe op de schouders slaan is niet voldoende, merkt journalist Max Scharnigg. ‘Vriendschappen hebben van tijd tot tijd nieuwe belevenissen nodig, en diepe gesprekken.’

    Sinds deze zomer zit onze dochter op school, en aan de ongeveer vijfenveertig zorgen die je je als ouders in verband daarmee maakt, voegt mijn vrouw een zesenveertigste toe: ‘Ik hoop maar dat ze vriendinnetjes vindt.’ Mij leek dat een onnodige vrees, ik was niet eens op het idee gekomen. Geen vrienden maken in die hele lange schooltijd – was dat mogelijk? Nou, ik werd meteen uit de droom geholpen en wist daarna één ding zeker: dat mannenvriendschappen van meet af aan anders werken dan vriendschappen tussen vrouwen.

    Mijn hele leven heb ik deze kwestie behandeld als ongeveer net zo onbeduidend als het kruidenperkje in de tuin. Daar groeien salie, lavas, tijm en rozemarijn, die elk jaar weer trouw terugkeren, ze vereisen nauwelijks aandacht en toch zijn ze mooi. Niks meer aan doen. Blijkbaar nemen mannen sommige zaken te licht op – kruidenperkjes en vrienden bijvoorbeeld.

    Een keer iets beginnen en daar dan voor altijd op blijven teren – dat is bij vriendschappen een problematische strategie. Want we hebben veel meer vrienden nodig dan dat handjevol dat we uit onze kinder- en studietijd in ons volwassen leven hebben overgehouden. Velen van ons gaan heel oud worden. Velen van ons zullen eenzaam zijn als ze oud worden, hoe populair en omringd ze zich op sommige momenten ook voelen. Op tinderen en kinderen kunnen we dan niet langer rekenen.

    Een keer iets beginnen en daar dan voor altijd op blijven teren – dat is bij vriendschappen een problematische strategie

    Daarom hebben we vrienden nodig. We hebben ze nodig als oudedagsvoorziening, en als vangnet in de circustent van het leven. Vrouwen weten dat. Die pakken de kwestie ook na de vijfendertig vaak nog bewonderenswaardig pragmatisch aan: ze informeren bij die sympathieke moeder in de kinderopvang of bij die coole buurvrouw meteen naar de belangrijkste zaken, onthouden die voor de volgende keer en wisselen dan telefoonnummers uit.

    Waarom wordt vriendschap sluiten – ooit zo’n achteloze vanzelfsprekendheid – voor volwassen mannen zo moeilijk? Zelden hoor je van een man boven de veertig dat hij een nieuwe beste vriend heeft gevonden. Waarom halen de vrouwen ons ergens in hun dertiger jaren in wat betreft het aantal sociale contacten, zoals een studie van de Aalto Universiteit in Helsinki heeft uitgewezen, en streven ze ons nog later in het leven helemaal voorbij?

    En nog een vraag: waarom gaan we met de paar vrienden die we nog hebben op middelbare leeftijd vaak zo nonchalant om? Een Amerikaanse studie uit 2021 bracht het even alarmerend als plausibel klinkende feit aan het licht dat het aantal mannen met minstens zes intieme vrienden van 55 procent in 1990 was teruggelopen tot 27 procent in 2021. En ongeveer 15 procent van de mannen gaf aan helemaal geen intieme vrienden te hebben – vijf maal zoveel als in 1990. Deze ‘friendship recession’ en de daarbij aansluitende ‘male loneliness epidemic’ zijn symptomen van de westerse maatschappij geworden, die de laatste tijd veel aandacht trekken.

    Niet behoeftig lijken

    Vermoedelijk hangt het onderhouden van vriendschappen op een of andere manier samen met het vinden van nieuwe vrienden. Neem het klunzige gemak waarmee we in onze jeugd vriendschap sluiten met degene die in de wiskundeles naast ons zit of op het schoolplein met ons rondhangt. Dat gaat vanzelf en voelt meteen goed. Maar dat spreken we nooit uit. Waarom zou je goeie maatjes lastigvallen met emo-geklets?  Elkaar stevig op de schouders slaan is wel genoeg. Zelfs levenslange mannenvriendschappen blijven daardoor vaak verrassend vrijblijvend.

    Het nadeel is dat door een gebrek aan intimiteit en betrokkenheid de relatie steeds het risico loopt ongemerkt af te lopen, als een vergeten klok in een verhuisdoos. Bijvoorbeeld wanneer in het midden van het leven de carrière en het gezin decennialang voorrang krijgen. Dan hebben mannen de neiging de vrienden op stand-by te zetten en te denken dat ze na tien jaar probleemloos de draad weer op kunnen pakken. Ze willen zich – en dat is een typische en domme gewoonte van mannen – niet aanhankelijk tonen, niets eisen en niet behoeftig lijken. Zeggen: Hé, ik heb niet zo veel vrienden, ik zou het leuk vinden als we weer eens wat samen doen, krijgen mannen niet zo makkelijk over hun lippen. Aan het begin van de vriendschap is verzuimd daarvoor emotionele ruimte te scheppen.

    Dus moeten we het doen met de karige dialogen als ‘Hé, hoe gaat ie?’ ‘Z’n gangetje’, die mannen elkaar eens per kwartaal als levensteken sturen. Vlak voor kerst mondt dat uit in de afspraak om samen een biertje te drinken. Maar dat is niet voldoende om een vriendschap nieuw leven in te blazen. Vriendschappen kunnen niet blijven bestaan uit het herkauwen van oude herinneringen of uit lange, zwaar aangezette monologen over het werk. Om niet hol te worden hebben vriendschappen van tijd tot tijd nieuwe belevenissen nodig, en diepe gesprekken. Waar avonturen vroeger deel uitmaakten van het dagelijks leven – op school, in de studentenflat, tijdens reizen en festivals – waren we vanaf een gegeven moment aangewezen op het ophalen van herinneringen.

    Om niet hol te worden hebben vriendschappen van tijd tot tijd nieuwe belevenissen nodig, en diepe gesprekken

    Maar daarvoor is later nog genoeg tijd. Er moet ondernomen worden. Als de dingen die je vroeger samen deed niet langer volstaan, dan gewoon samen iets nieuws beginnen – een sport, een hobby, een project, een berg. Vroeger zou je toch geen seconde geaarzeld hebben om je met deze gozer te laten insneeuwen?

    Voor wie moeite heeft met omschakelen naar de actieve modus is het misschien behulpzaam om te doen alsof je een date voorbereidt: laten we naar die expositie gaan die nog maar twee weken duurt. Of struinen op een vlooienmarkt. Of gewoon, hoe clichématig ook, de ander te vragen te helpen bij het bouwen van het nieuwe tuinhuisje. Lekker praktisch: maak van je vriendschap je project!

    Ook met doelgerichte vriendschappen is niets mis. Ze helpen de stilte en de passiviteit te overbruggen. Moeilijke zaken bespreek je makkelijker terwijl je schroevend onder een oude tractor ligt. Ik heb bijvoorbeeld al vijftien jaar een Moritz, die ik precies een keer per jaar acht uur zie, tijdens het vissen. In deze uren delen we alles met elkaar: het kleine bootje, de worstjes, wat er in onze levens gebeurd is in de afgelopen twaalf maanden. Tussen de bedrijven door lichten we het anker, doorstaan we slecht weer, fileren meerforellen en vallen in het water.  Een dreamteam, werkelijk, we vertrouwen elkaar blind. Weer terug aan de wal, stappen we in onze auto’s en horen dan bijna een jaar lang niets van elkaar, tot een van ons zich genoopt voelt iets te schrijven als: ‘Hé ouwe, hoe is ’t?’ Tijdens de terugrit na zo’n Moritzdag denk ik vaak: Dit is dan misschien niet de perfecte vriendschap, maar toch op zijn minst de perfecte vorm.

    Ook wie als man gelukkig getrouwd is, heeft een functionerend netwerk van vrienden nodig

    Wat nieuwe vrienden betreft, ligt de zaak een beetje anders. De gedachte dat je eigenlijk met iemand bevriend zou moeten raken, als die al bij je opkomt, loopt vroeg of laat vast in een gebrek aan de juiste woorden, schouderophalen en onverschilligheid. Met de jaren valt het mannen steeds zwaarder om iemand dichterbij te laten komen. Om het vizier niet dicht te klappen. In plaats daarvan denken we: Ach, het kan ook zonder, het gaat toch best, laat maar.  

    Toch zouden juist die ‘gaat toch best’- mannen emotioneel belastbare vriendschappen goed kunnen gebruiken, vriendschappen waarin niet alleen voetbalpraatjes en vaarbewijzen besproken worden, maar ook ruimte is voor echte problemen, zorgen en ja, tranen.

    Vrouwen benutten hun vriendinnen vaak als therapeuten voor dagelijks gebruik: ze ontslakken elkaar. Veel mannen hebben uiteindelijk alleen nog hun vrouw als stortplaats voor al wat emotioneel is, simpelweg omdat er verder niemand over is. Dat is voor beiden geen gezonde situatie, en het leidt tot een laatste, misschien wel belangrijkste inzicht: ook wie als man gelukkig getrouwd is, heeft een functionerend netwerk van vrienden nodig – al is het maar om die relatie gelukkig te houden.

  • Dossier: Vriendschap

    Dossier: Vriendschap

    Op de populairste school van Silicon Valley worden weer schoolbord en krijt gebruikt. Juist kenners zien de gevaren van onze schermverslaving onder ogen, die zich vertaalt in een wereldwijde golf van eenzaamheid. Écht menselijk contact, zo blijkt, helpt niet alleen daartegen, maar vormt een remedie tegen zo’n beetje alles.

    In het dossier vriendschap:

    1. De analoge renaissance in het hart van Silicon Valley
    2. Wat de meeste ‘superagers’ gemeen hebben
    3. ‘Het tegenovergestelde van het tegenovergestelde van eenzaamheid’
    4. ‘Lol’ is niet altijd grappig bedoeld
    5. Seoul probeert eenzame burgers op te vangen

  • De haartheorie: het kapsel maakt de man

    De haartheorie: het kapsel maakt de man

    ‘Het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal “je van het“ is’, schrijft voormalig toptennisster Andrea Petković. Zo’n opmerking kan zelfs grote gevolgen hebben.

    Als ik bepaalde mannen in mijn persoonlijke kring een onveilig gevoel wil geven, hoef ik daartoe enkel een snedige opmerking over hun kapsel te maken. En met bepaalde mannen bedoel ik alle mannen die ik ken.

    ‘Naar de kapper geweest?’ – terwijl er in geen velden of wegen een nieuw kapsel te bekennen is.
    ‘Wat heb je met je haar gedaan?’ als je gewoon wat wil stoken. Soms volstaat een lange, bedachtzame blik richting iemands haargrens voor het gewenste resultaat: een onzekere man.

    Ik ben er nog steeds van overtuigd dat mijn coach Petar een zeer beroemde, zeer getalenteerde top 3-tennisser vier maanden van zijn carrière heeft afgenomen, enkel door langs hem te lopen in de sportschool, over zijn eigen (dus Petars) bol te aaien en tegen de speler te zeggen: ‘Binnenkort zie je er net zo uit als ik.’ Petar is sinds zijn twintiger jaren kaal. De speler in kwestie, een knappe en doorgaans zelfverzekerde jongeman, begon te stamelen en zich te verontschuldigen in zijn poging een weerwoord te bedenken en verloor de daaropvolgende vijf toernooien in de eerste ronde. Het duurde even voor hij van die zware klap was bijgekomen en zijn techniek weer onder de knie had.

    Ik moet trouwens wel zeggen dat Petar zelf een uitzondering is. Geen enkele haaropmerking, hoe gemeen ook, zou deze man kunnen breken.

    HO Haar Alcaraz compressed edited
    De Spaanse Carlos Alcaraz scheerde zijn ravenzwarte lokken af. – © ANP

    Ik blik terug op het U.S. Open van dit jaar. Het feit dat Carlos Alcaraz per ongeluk zijn magnifieke ravenzwarte lokken afscheerde en dat hij de tenniswereld toe- (en uit)lachte toen ze reageerden alsof hij zojuist op straat een baby had verslonden, was het eerste teken dat hij dit prestigieuze toernooi zonder kleerscheuren zou overleven. En wel hierom.

    Ik was een professioneel tennisster toen sociale media triomfantelijk oprukten en onze hersencellen
    begonnen af te stompen. Dag in, dag uit kreeg ik op mijn profielen opmerkingen over mijn uiterlijk. Dit is niet verrassend; ik ben een vrouw (hoewel veel gebruikers meenden dat ik een man was omdat ik over spieren en een perfecte kaaklijn beschikte) en dat soort dingen hebben wij nou eenmaal altijd moeten doorstaan. Soms lachte ik, soms huilde ik en soms belde ik Adidas om te vragen of ze mij T-shirts konden sturen in plaats van mouwloze hemden, zodat ik mijn spieren kon verbergen (aan de kaaklijn kon ik weinig doen).

    HO Haar Draper compressed
    Jack Draper reageert op het matchpoint tegen Federico Agustin Gomez tijdens de 2025 US Open. – © Getty Images

    Je kan wel doen alsof het je koud laat, maar hier en daar kan een reactie akelig blijven hangen en zich een plek verwerven tussen al die afgestompte hersencellen. Daarom zien alle vrouwen op tv er nagenoeg perfect uit. Zelfs tennissters en sporters hebben hun haar tegenwoordig tot in de puntjes gevlochten, dragen op maat gemaakte outfits, hebben een egale huid en onberispelijke make-up. Na alle reacties en al het gepraat achter hun rug om was de enige oplossing ervoor zorgen dat er NIETS op hun uiterlijk aan te merken viel – al is dat uiteindelijk een utopie.

    Wat voor vrouwen in de publieke schijnwerpers hun algemene uiterlijk is, is voor mannen in diezelfde schijnwerpers – vooral topsporters – hun haar. Daarmee kunnen ze persoonlijkheid tonen, een kalend plekje verbergen of ‘niet kaal, maar cool’ zijn. Denk aan Jack Draper met zijn frosted tips [geblondeerde puntjes], die de gedachte aan boybands uit de vroege jaren 2000 oproepen, David Beckham en de opkomst van de metroseksuele man die gewoon moisturiser mag gebruiken en zijn nagels knipt. Denk aan Taylor Fritz met zijn vorig jaar geblondeerde haar, een trotse knipoog naar zijn roots als Southern Californian jongen die net iets te veel van surfen en van [de band] Fall Out Boy houdt. Denk aan Alexander Zverev en zijn man bun, die al zo’n tien jaar uit de mode is – maar tennissers malen niet om trends. Hij loopt rond met een kapsel dat alleen maar omschreven kan worden als: dringend aan een knipbeurt toe.

    HO Haar Zverev compressed
    De Duitse Alexander Zverev en zijn vaste knot, ‘die al tien jaar uit de mode is’. – © Getty Images

    Dit is wat ik eigenlijk wil zeggen: het allerwreedste wat je het ego van een man kan aandoen, is zeggen dat zijn haar niet helemaal ‘je van het’ is. Toch is dat precies wat de volledige tenniswereld deed met Carlos – en Carlos glimlachte erom. Hij verloor maar één set in de finale tegen Jannik Sinner, won de U.S. Open en heroverde de wereldwijde nummer 1-plek. Carlos Alcaraz heeft écht zelfvertrouwen. Het soort zelfvertrouwen dat niet ten val kan worden gebracht door externe krachten, het soort zelfvertrouwen waarmee je toernooien wint.

    En dat, dames en heren, is mijn haartheorie. Hij is boud en nogal subjectief, maar hij is van mij. De haartheorie is tevens waarom ik vermoed dat er zo veel goede roodharige tennisspelers zijn. Boris Becker, Jim Courier, Jannik Sinner. Als je een jeugd met oranje haar en sproeten kan doorstaan, kun je alles.

  • De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    De verrassende waarheid over seizoensgebonden depressie

    Het wordt algemeen aangenomen dat we neerslachtig zijn in de winter. Maar sommige onderzoekers zetten vraagtekens bij de psychologische effecten van de seizoenen.

    Velen van ons voelen zich opgewekt als de zomertijd weer ingaat, omdat na maandenlange neerslachtigheid door de koude winter de lente weer aanbreekt. Toch? Het verhaal is dat we de winter hebben doorstaan met als beloning een fonkelende aanloop naar de zomer. De gedachte aan de winter als een seizoen met donkere, deprimerende, koude dagen die mensen ternauwernood overleven, lijkt immer aanwezig. Die gedachte wordt in stand gehouden door artikelen over hoe je de ‘winterblues’ te lijf kunt gaan. Lichttherapie is een miljardenindustrie en in het noordwesten van de VS (waar ik woon) wordt er zelfs afgeteld naar wat wij ‘De Grote Duisternis’ noemen.

    Sommige onderzoekers zetten hier echter hun vraagtekens bij en stellen de psychologische effecten van de winter ter discussie. Ze vragen zich af of we niet inmiddels zo vaak hebben gehoord dat de winter vreselijk is voor onze psyche, dat we daar ondubbelzinnig in zijn gaan geloven. Het begrip seasonal affective disorder [seizoensgebonden affectieve stoornis] – of liever nog de pakkende afkorting SAD – is zo populair dat het in alledaagse gesprekken wordt gebruikt.

    ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek’

    Steve LoBello, psycholoog en onderzoeker aan de Auburn University in Montgomery, wilde vaststellen wat de landelijke omvang is van SAD – een jaarlijkse depressie die strikt de cyclus van de seizoenen volgt, meestal optreedt in de herfst en de winter en weer afneemt in de lente en de zomer. Om te zien of depressies seizoensgebonden zijn, analyseerden LoBello en zijn team de gegevens van een onderzoek naar gedragsrisicofactoren door het CDC, de Amerikaanse tegenhanger van het RIVM. Honderdduizenden Amerikanen worden jaarlijks voor dat onderzoek gevraagd naar hun gezondheid en welzijn, en het bevat een aparte vragenlijst met betrekking tot depressie en angst.

    ‘We verwachtten dat het aantal gevallen in de winter zou toenemen en in het vroege voorjaar zou afnemen, maar vonden daarover niets in de gegevens,’ aldus LoBello over de studie die in 2016 werd gepubliceerd. ‘De grafiek bleef het hele jaar door gewoon zo plat als een pannenkoek.’ Ze vonden ook geen correlatie tussen een zware depressie en de breedtegraad (of uren daglicht) van de respondent. LoBello publiceerde een paar jaar later, in 2018, een andere studie waarin zelfs geen correlatie werd gevonden tussen milde depressie en de seizoenen. Toch domineert het idee dat we in de winter allemaal meer kans lopen om verdrietig en depressief te worden. Volgens LoBello is die gedachte meer gebaseerd op folklore dan op wetenschap.

    SAD betrad de wereld van de psychologie door een artikel uit 1984 waarin een Amerikaans onderzoek onder 29 patiënten wordt beschreven. Deze patiënten hadden zich na een advertentie in de krant vrijwillig aangemeld voor het onderzoek en werden vooraf gescreend zodat alleen diegenen deelnamen die al gediagnosticeerd waren met een ernstige affectieve stoornis. De meesten van hen hadden een bipolaire affectieve stoornis en lieten weten dat ze gedurende ten minste twee voorgaande winters een depressie hebben gehad die in de lente of de zomer afnam.

    Al snel werd de specificatie ‘seizoensgebonden’ toegevoegd aan het hoofdstuk over affectieve stoornissen in het Diagnostic and Statistical Manual of Mental Disorders. Tevens werden er criteria vastgesteld voor de diagnose SAD: iemand moet tijdens een bepaald seizoen lijden aan een zware depressie, die depressie moet verdwijnen tijdens een ander seizoen en dat patroon moet zich minstens twee jaar lang herhalen. Naar schatting lijdt tegenwoordig 4 tot 6 procent van de Amerikaanse bevolking tijdens de wintermaanden aan SAD – een kleiner percentage van de SAD-gevallen wordt veroorzaakt door de zomer. Deze percentages stemmen niet overeen met hoe gemakkelijk mensen de term op zichzelf toepassen.

    ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist slaperig maakt’

    De vraag hoe de seizoenen onze hersenen beïnvloeden is net als bij andere psychologische onderzoeken gecompliceerd en zeer uiteenlopend. Veel studies suggereren dat er voor sommige mensen enig verband bestaat tussen de seizoenen, blootstelling aan licht en symptomen van depressiviteit. Andere studies betwisten deze bevindingen. Zo is er een literatuuronderzoek uit 2008 van een team in Noord-Noorwegen dat zelfs in die extreme winteromgeving ‘geen correlatie kon vinden tussen depressieve symptomen en de hoeveelheid omgevingslicht’. Nationale gezondheidsdiensten in Zweden en Groot-Brittannië hebben gemeld dat het bewijs voor lichttherapie bij de behandeling van depressieve stoornissen niet overtuigend is. Dat wil niet zeggen dat niemand in de winter vanwege het weer depressieve symptomen ervaart, maar het is moeilijk om vast te stellen dat er voor de hele bevolking een verband bestaat tussen winter en een slecht humeur.

    Zeker is in ieder geval dat niet ieders stemming en cognitie op dezelfde manier worden beïnvloed door de seizoenen. Hoewel langere, warmere dagen algemeen worden beschouwd als een soort volksremedie tegen neerslachtigheid, melden sommige mensen die in een klimaat leven waar de zon altijd schijnt dat ze zich niet lekker voelen door de afwezigheid van de winter. Kate Sedrowski, een 42-jarige bergbeklimmer en schrijver, groeide op in Michigan en studeerde in Boston voordat ze naar Los Angeles verhuisde. ‘Het ontbreken van seizoenen – en dan vooral van de winter – voelde voor mij gewoon niet goed,’ laat ze weten per e-mail. ‘De koude winterlucht zorgt ervoor dat ik me levendiger en alerter voel, terwijl zomerhitte me juist zo slaperig als een luiaard maakt. De korte dagen in de winter dwingen me om het daglicht te benutten om dingen voor elkaar te krijgen, voordat ik me kan ontspannen en overgeven aan de winterslaap als het donker wordt.’ Sedrowski, die nu in Golden in Colorado woont, zegt dat ze in de koude wintermaanden vol sneeuw de meeste energie heeft.

    Sommige mensen ontdekken zelfs een ander soort productiviteit in de winter. De koelere, zuidelijke winter is nu Muriel Vega’s favoriete tijd van het jaar. Zij heeft als inwoner van Atlanta absoluut niet te lijden van strenge winters, maar is opgegroeid in een tropisch land waar het altijd zonnig en warm was. Vega vindt het prettig dat de hitte en de constante sociale verplichtingen onderbroken worden. ‘De winter is een heel bijzondere tijd om binnen te blijven,’ zegt de 36-jarige productmanager. De zomer staat meestal bol van de uitjes met vrienden, dagen op het strand en bezoeken aan het park, maar in de winter kan ze op andere manieren productief zijn. Dan besteedt ze meer tijd aan haar gezin, aan lezen en huiselijke dingen als schoonmaken en uitgebreid koken.

    Tromsø

    Hersenonderzoekers besteden ook aandacht aan de vraag of de winter ons mentaal slomer maakt. Timothy Brennen, hoogleraar psychologie aan de Universiteit van Oslo en gespecialiseerd in geheugen en cognitie, onderzoekt of verschillen tussen de seizoenen leiden tot verandering in cognitieve activiteit zoals herinnering, attentie of reactiesnelheid. Hij koos voor zijn onderzoek Tromsø in Noorwegen. Dat ligt boven de poolcirkel en twee maanden per jaar komt de zon er helemaal niet boven de horizon uit. Het maakt de stad bij uitstek geschikt voor dit soort onderzoek. ‘De meeste testen laten geen verschil in prestatie zien tussen zomer en winter, en als ze dat wel doen, suggereren vier van de vijf zelfs dat de winter voordelen heeft’, schrijft Brennen in zijn artikel. Toch schrijven velen van ons slaperigheid of gebrek aan geestelijke productiviteit toe aan een seizoensgebonden depressie. Als we allemaal echt depressief zouden zijn in de winter, aldus Brennen, ‘dan zou dat enorme gevolgen moeten hebben voor de samenleving. Maar dat is niet zo.’

    De seizoenen beïnvloeden ons leven wel degelijk, verduidelijkt Brennen, maar steeds meer onderzoeken tonen aan dat de meesten van ons in de winter geen grote psychologische effecten ervaren zoals depressie en cognitieve sloomheid, ook al denken we van wel. Wakker worden op donkere winterochtenden kan bijvoorbeeld moeilijker zijn dan wakker worden in de zomer. ‘Maar suf zijn nadat je bent ontwaakt uit een diepe slaap heeft niets te maken met depressie,’ zegt hij. Je voelt in dergelijke gevallen de effecten van een verstoring van je slaapcyclus. Of je voelt de verleiding van een knus, warm bed op een koude ochtend.

    We kunnen ons ongemakkelijk voelen bij lagere temperaturen of bij gevaarlijke weersituaties zoals sneeuwstormen. Ook kunnen we grapjes maken dat we het hele seizoen een winterslaap zouden willen houden. Maar ons zenuwstelsel en ons leven staan niet zomaar stil. Sommige van de drukste reisweekenden vinden plaats tijdens de wintervakantie. Veel mensen trekken in januari en februari naar de bergen om te skiën, snowboarden of sleeën. De winter kan zeker donker zijn en lastig om door te komen, maar voor de meesten van ons heeft het seizoen geen ernstigere effecten dan dat.

  • Hoe de wilde koeien van Cedar Island al zwemmend een orkaan overleefden

    Hoe de wilde koeien van Cedar Island al zwemmend een orkaan overleefden

    Toen een vloedgolf tientallen wilde paarden en koeien wegvaagde van de kust van North Carolina, had niemand verwacht dat er overlevers zouden zijn. Tot er hoefafdrukken in het zand verschenen. ‘Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich.’

    De wilde paarden hebben allemaal een naam. Ze heten bijvoorbeeld Ronald, Becky of Clyde. Het klinkt wat gewoontjes, zelfs voor een paard, en toch is elke naam een soort ereteken. Want al jarenlang vernoemen de bewoners van Cedar Island in North Carolina ieder veulen dat in de plaatselijke kudde mustangs geboren wordt, naar de oudste nog levende persoon die zijn naam nog niet aan een paard gegeven heeft. Op die manier is elke eilandfamilie van oudsher verbonden met de kudde.  

    Cedar Island, gelegen in een deel van North Carolina dat bekendstaat als Down East, is wat tegenwoordig in de Verenigde Staten doorgaat als afgelegen. Hoewel het in vogelvlucht maar 65 kilometer verwijderd ligt van Cape Hatteras, met zijn toeristen, hypotheekmakelaars en restaurants met namen als Dirty Dick’s Crab House, blijft Cedar Island een plaats met slechts een handvol mensen en bedrijven, waar het onzeker is of je op zondagavond in een restaurant terecht kunt – of zelfs maar een bord hush puppies [gefrituurde maisdeegballetjes] kunt scoren. Bij aankomst merk je niet eens dat Cedar Island een eiland is. Als je de hoge Monroe Gaskill Memorial Bridge oprijdt, die het eiland met het vasteland verbindt, kun je gemakkelijk denken dat je een van de vele rustige, meanderende rivieren in de regio oversteekt. In feite is het de Thorofare, een smal zoutwaterkanaal dat de Pamlico Sound in het noorden en de Core Sound in het zuiden met elkaar verbindt. De Pamlico is een van de grootste lagunes aan de Amerikaanse kust, de Core is smal en compact. Cedar Island ligt ertussenin, en samen worden ze omsloten door de Outer Banks.

    Onder het kolkende geweld van orkaan Dorian veranderde Cedar Island compleet

    Ik schreef net dat Cedar Island twee lagunes scheidt, en op de kaart klopt dat ook. Maar in werkelijkheid is het gebied minder afgebakend. Delen van het kleine eiland staan soms onder water, afhankelijk van de wind, het getij en het seizoen, met name tijdens het orkaanseizoen.

    Het amfibische karakter van Cedar Island was nog nooit zo duidelijk als op de ochtend van 6 september 2019. Onder het kolkende geweld van orkaan Dorian veranderde het gebied compleet. De Pamlico en Core Sound voegden zich samen tot één woeste watermassa, die Cedar Island deed slinken tot een fractie van zijn oppervlakte. Het eiland was niet langer gescheiden van het vasteland door de dunne blauwe lijn van de Thorofare, maar door bijna tien kilometer oceaan.

    Mustangs

    De meeste van de pakweg tweehonderdvijftig mensen die op het eiland woonden zaten veilig in hun huizen die gebouwd waren op een strook niet al te hoge grond, maar precies hoog genoeg om de gesel van de orkanen te doorstaan. De wilde paarden daarentegen – negenenveertig in totaal – hadden een probleem.

    Er waren ook enkele koeien. Die hadden geen naam.

    Er bestaat niet zoiets als een echte wilde koe. Hoewel de runderen op Cedar Island min of meer vrij rondlopen, heten ze in vaktermen ‘verwilderd’ – het zijn de afstammelingen van ontsnapte gedomesticeerde dieren. De mustangs op het eiland zijn ook verwilderd, en bezoekers komen vaak naar Cedar Island in de hoop de zogenaamde ‘bankerpaarden’ te zien. Maar bijna niemand komt speciaal naar het eiland om de ‘zeekoeien’ te fotograferen. 

    Door heel Amerika is de mustang – met zijn wapperende manen en roffelende hoeven – de aardse belichaming van schoonheid en vrijheid

    Toch zijn de koeien opvallende verschijningen. Hun kleur varieert, maar de meeste hebben een blonde vacht die past bij het witte zand en de schittering van de zon op de noordelijke kaap van Cedar Island, waar zowel koeien als paarden rondzwerven. Toeristen zijn blij als ze de koeien zien maar toch niet zo blij als met de paarden. Hier en door heel Amerika is de mustang – met zijn wapperende manen en roffelende hoeven – de aardse belichaming van schoonheid en vrijheid. Voor de koeien geldt dat niet.

    Voor de bewoners van Cedar Island maken de koeien deel uit van wat hun thuis zo eigen maakt, vormen ze een dierbaar en vertrouwd onderdeel van de gemeenschap en haar geschiedenis. In feite zijn de koeien al veel langer op het eiland dan de mustangs, die drie decennia geleden werden overgeplaatst uit de bekendere Shackleford Banks-kudde. Maar de relatie die mensen op het eiland hebben met paarden is anders dan die met koeien, zoals bijna overal ter wereld geldt.

    ‘Vroeger was dit paardenland,’ zegt Priscilla Styron, die al dertig jaar op Cedar Island of in de omgeving woont en op de veerbootterminal werkt. ‘Iedereen reed paard, er waren Pony Pennings [een jaarlijks event], we deden van alles. Iedereen was altijd aan het paardrijden.’ Wat de koeien betreft was het niet zo lang geleden voor eilanders nog normaal om er een van het strand te halen, om ze thuis vet te mesten en te slachten. 

    Toen orkaan Dorian Cedar Island naderde, maakte niemand zich druk om de dieren. Een eilandbewoner, die zichzelf een ‘eenvoudige boerenjongen’ noemt en zijn naam niet vermeld wil zien, lacht om het idee dat wilde dieren zich zouden laten bijeendrijven en van het eiland voeren tot de storm voorbij is. Niet dat iemand dacht dat het nodig was, aldus Priscilla Styron. ‘Meestal beschermen ze zichzelf, je hoeft je er geen zorgen om te maken,’ zegt ze. ‘Ze hebben betere zintuigen dan wij.’ Cedar Island had nog nooit meer dan een of twee exemplaren van zijn wilde kudden verloren in een storm – en Down East heeft meer dan genoeg dieren.

    Een Cedar Island-koe heeft een redelijke kans om haar tienerleeftijd te halen, en soms zelfs haar dertigste verjaardag

    In 2019 liepen er misschien vijfentwintig koeien op het eiland – niemand wist het zeker, want niemand hield de telling bij, zelfs niet de bewoners die op hun runderbuurtjes gesteld waren. Voor ten minste enkele koeien was Dorian niets nieuws. Weinig koeien in Amerika leven langer dan zes jaar; de meeste worden veel jonger geslacht. Maar een Cedar Island-koe heeft een redelijke kans om haar tienerleeftijd te halen, en soms zelfs haar dertigste verjaardag. Een koe die in 2019 twintig jaar oud was, kon minstens tien orkanen hebben meegemaakt: Dennis, Floyd, Isabel, Alex, Ophelia, Arthur, Matthew, Florence en twee Irenes. De kudde kon rekenen op de ervaring van de ouderen.

    Complex sociaal gedrag

    Biologen hebben pas onlangs ontdekt dat koeien complex sociaal gedrag vertonen, en dat ze diepgaand inzicht hebben, wat we niet zouden verwachten van dieren die we typeren als slonzig, zachtaardig en sloom. Een wilde kudde organiseert bijvoorbeeld crèches en deelt de kalveren in leeftijdsgroepen in. Meestal staat zo’n crèche onder toezicht van één volwassen koe terwijl de rest gaat grazen. Dat werkt alleen als de oppassers begrijpen dat het hun taak is te zorgen voor de kalveren die niet van hen zijn, zelfs als ze daardoor genoegen moeten nemen met minderwaardig voer terwijl de anderen van groenere weiden genieten. En de kalveren moeten snappen dat ze onder toezicht staan, ook al is hun moeder uit het zicht.

    Niemand legde vast hoe de koeien reageerden toen Dorian naderde, maar evolutiebioloog Mónica Padilla de la Torre kan ons een goed beeld geven. ‘Ze zijn meestal niet bang voor storm. Ze houden van storm,’ vertelt Padilla. ‘Ze houden van koelte en schaduw, en ze zijn blij als het regent.’

    Toen orkanen nog niet werden opgespoord door satellieten en weerradars, waren koeien nuttige voorspellers

    Nog voor de orkaan aan de zuidelijke horizon opdoemde, begon de kudde zich waarschijnlijk al te verplaatsen – met die gebruikelijke traagheid van vee, dat maanwandelgangetje – naar een schuilplek. Toen orkanen nog niet werden opgespoord door satellieten en weerradars, waren koeien nuttige voorspellers. De migratie, vertelt Padilla, werd geïnitieerd door de leiders van de kudde. Bij vee wordt de pikorde vastgesteld na een gewelddadig treffen, en als dat eenmaal geregeld is, ontstaat er een goedaardige dictatuur. De leiders krijgen de beste plaatsen om te eten en de beste schaduw om in te liggen, en ze nemen belangrijke beslissingen, zoals wanneer het met een storm op komst tijd is om zich terug te trekken naar hoger gelegen gebied. 

    Voor het vee van Cedar Island was hoger gelegen gebied een berm van met kreupelhout bedekte duinen tussen het strand en het moerasland in. Daar graasden de koeien en kauwden en herkauwden ze, letterlijk. Het ruwe voer passeert een spijsverteringsorgaan, de pens, dat mensen niet hebben. Ze leken helemaal niet in paniek maar vormden een bucolisch tafereel, afgeleid van het Griekse woord boukolos, dat ‘koeherder’ betekent.

    Een goede waarnemer, zegt Padilla, kon subtiele verschillen tussen de dieren hebben opgemerkt: moeders die waakzaam of onbezorgd waren, kalveren die speels of lui waren, overduidelijke eenlingen of paren die elkaar likten of verzorgden. Padilla heeft eens maandenlang de communicatie van koeien bestudeerd – ik vond haar woordspeling ‘koe-municatie’ verrassend sterk – door de in het wild lopende dieren die ze observeerde met bijnamen als Dark Face en Black Udder [Zwarte Uier], te onthouden. (Ze besefte toen nog niet dat die laatste een perfecte verwijzing is naar de klassieke Britse tv-komedie Blackadder. Wat is dat toch met koeien en woordspelingen?) Op Cedar Island, vertelt Padilla, was het niet zomaar een kudde die geconfronteerd met een storm. Het was een groep individuen, elk met persoonlijke relaties, inclusief wat Padilla zonder meer vriendschappen noemt. 

    Orkaan Dorian

    Dorian arriveerde in het diepe duister van de eerste uren van 6 september. Drie dagen eerder had hij de Bahama’s geteisterd met windsnelheden van bijna 300 kilometer per uur, waarmee de orkaan het record verbrak voor de windsnelheid van een Atlantische cycloon die ooit aan land werd gemeten. Sommige waarnemers stelden zelfs voor hem als een categorie zes te classificeren op de vijfpuntsschaal van orkaankracht. Tegen de tijd dat hij North Carolina bereikte was hij wat afgezwakt, maar het was nog steeds een orkaan. Pikzwarte wolken pakten zich samen voor de maan en de sterren. De lichtjes van Cedar Island flikkerden met moeite door de regen heen. De orkaan raasde langs de kust op weg naar Cape Hatteras. Voor hij daar aan land ging, zweepte hij de Pamlico en Core Sound op tot een schuimende, spuitende massa, brullend blies hij zandplaten richting de duinen. Het struikgewas waaronder de koeien waarschijnlijk hun toevlucht hadden gezocht en dat door de voortdurende landinwaartse bries al steeds gebogen staat, kromp nog meer ineen onder het gebeuk van de storm. Dorian bereikte op Cedar Island een windstoot van 117 kilometer per uur – de sterkste die in de staat gemeten werd.

    Toen het oog van orkaan Dorian griezelig kalm over het eiland was getrokken en de windsnelheid daalde tot slechts een stevige bries, leek er weinig meer te vrezen. De achterste helft van de storm moest nog komen, maar de bewoners van Cedar Island, mens of geen mens, hadden erger gezien. Zelfs in het laagseizoen heeft de kust van North Carolina te maken met orkanen. Als je beelden ziet van een strandhuis dat instort in de beukende branding, is de kans groot dat het is opgenomen op de Outer Banks. Wie rondrijdt in Down East ziet veel huizen op drie meter hoge palen; in sommige woningen kom je alleen met een lift op de eerste verdieping. Op kaarten is te zien dat een groot gebied van de Outer Banks, waaronder het grootste deel van Cedar Island en enorme delen van het vasteland, als de zeespiegel met iets meer dan dertig centimeter stijgt, onder water staat. Toch maken de bewoners geen aanstalten om te vertrekken. De klappen opvangen, daar zijn ze hier geoefend in.

    Maar in dit geval gebeurde er iets ongewoons toen het centrum van de storm naar het noorden trok. Rond half zes ’s ochtends kreeg Sherman Goodwin, eigenaar van Island’s Choice, de enige winkel annex tankstation op Cedar Island, een telefoontje van een vriend die vlak bij de winkel woonde. Er was in het gebied een stormvloed aan het opkomen, zei de vriend. Een kwartier later, toen Goodwin door het schemerige ochtendlicht naar zijn winkel reed, was het water zo erg gestegen dat het over de motorkap van zijn Chevy-truck sloeg, die door de offroad-ophanging en de terreinbanden ook nog eens extra hoog is. ‘Het leek een vloedgolf die binnenstroomde,’ zei Goodwin. ‘Het ging heel snel.’

    Om te begrijpen wat er die ochtend op Cedar Island gebeurde, moet je je voorstellen dat je over het oppervlak van hete soep blaast

    Tegen de tijd dat Sherman en zijn vrouw Velvet – ‘Mijn moeder vond die film National Velvet zo leuk’ – hun winkel bereikten, moesten ze in het gebouw schuilen. Velvet zag in de storm een kikker langs een raam voorbij vliegen. Een schildpad spoelde aan tot bovenaan de trap bij de ingang. ‘Het scheelde niet veel of hij kwam de winkel binnen,’ zegt Sherman. Op een foto is te zien hoe de benzinepompen onderliepen tot aan de prijstikkers.

    Om te begrijpen wat er die ochtend op Cedar Island gebeurde, moet je je voorstellen dat je over het oppervlak van hete soep blaast. De vloeistof gaat rimpelen en klotst tegen de andere kant van de kom. Dat effect had Dorian ook op de Pamlico Sound, maar hier ging het om een constante, krachtige wind die uren aanhield.

    De orkaan stuwde het water naar de kust van het vasteland, dat in de woorden van Chris Sherwood, oceanograaf bij de U.S. Geological Survey (USGS), ‘absoluut perfect’ is om water binnen te krijgen dat door de wind is aangedreven. De rivieren Bay, Neuse, Pamlico en Pungo stromen in de Pamlico Sound door brede mondingen die het water net zo gemakkelijk binnenlaten als uitstoten. Een groot deel van de overige kustlijn is een enorme spons van moerassen. Wat zich in deze verzameling waterbekkens ophoopt, is in feite een berg van water die door de wind op zijn plaats wordt gehouden.

    Mensen die de geluiden van North Carolina kennen, weten welke trucs de felle wind kan uithalen. Kusthistoricus David Stick legde eens uit dat tijdens een orkaan achthonderd meter zeebodem in de luwte van de Outer Banks bloot kan komen te liggen als het zeewater naar het westen wordt gestuwd. Wanneer dat gebeurt, kan er een bizar fenomeen optreden: van de landzijde kan nog een stormvloed komen die de eilanden voor de kust treft in wat een overstroming aan ‘Sound’-kant wordt genoemd. Wetenschappers kennen het als een seiche [haling].

    De lawine van zeewater was gelijk aan ongeveer een derde van het gemiddelde debiet van de Amazonerivier

    Toen het oog van Dorian de Pamlico Sound passeerde, begon de seiche die door de storm was veroorzaakt weer in te storten. Vervolgens begon de wind die vanuit de zuidelijke helft van de orkaan blies, dus in de tegengestelde richting, het water terug te drijven in de richting waar het vandaan kwam. In zekere zin daalde de seiche ook; het oceaangetij trok zich in de vroege ochtenduren terug, terwijl de orkaan, die nog steeds druk zette op de Atlantische Oceaan, het water naar het oosten dwong en een depressie achterliet. Deze krachten werkten samen om de seiche, die drie meter hoger was dan het waterpeil van de oceaan, uit de Pamlico Sound in oostelijke richting naar de Atlantische Oceaan te sturen.

    Vloedgolf

    De lawine van zeewater was gigantisch, gelijk aan ongeveer een derde van het gemiddelde debiet van de Amazonerivier, verreweg de grootste rivier ter wereld. De Amazone echter stroomt in zee via een enorme riviermond. De vloedgolf van Dorian probeerde de open Atlantische Oceaan te bereiken langs de ‘dijk’ die de Outer Banks-eilanden vormen, gescheiden van elkaar door slechts enkele nauwe kanaaltjes. Aan de zuidkant van de Pamlico Sound bevond zich een extra obstakel: Cedar Island.

    Het water ging niet om het eiland heen. Het overspoelde het.

    De vloedgolf verdween bijna net zo snel als hij was gekomen en trok verder naar de Outer Banks, waar hij zich op het eiland Ocracoke stortte als een muur van water die hoger was dan ze er ooit hadden gezien. Zodra Dorian was gepasseerd, begon het overstromingswater zich terug te trekken. Op Cedar Island bleef in de gebouwen een dikke, vettige smurrie achter en de wegen lagen vol puin, maar er werden geen ernstige gewonden gemeld. Meer dan een derde van de gebouwen op Ocracoke was beschadigd, maar voor zover bekend waren er geen doden gevallen.

    ‘Moeder Natuur heeft ze aan ons gegeven en dus kan Moeder Natuur ze ook weer van ons afnemen’

    Zodra de oceaan voldoende gekalmeerd was en de eilandbewoners weer konden uitvaren, kwam het eerste nieuws naar buiten over verliezen uit de kuddes paarden en rundvee van Cedar. ‘Toen zagen ze er veel,’ zegt Styron. ‘Ik bedoel: drijvend.’ Dat Cedar Islanders hun hart niet op de tong dragen over zulke dingen, blijkt duidelijk uit de reactie van een anonieme bron als ik vraag wat de mensen erbij voelden dat veel dieren waren omgekomen. Na een ongemakkelijke pauze zegt hij: ‘Dat kun je wel raden, toch?’ En hij voegt eraan toe: ‘Moeder Natuur heeft ze aan ons gegeven en dus kan Moeder Natuur ze ook weer van ons afnemen.’ 

    Als er al getuigen waren van wat er was gebeurd met de wilde kuddes van Cedar Island, dan hebben ze zich niet gemeld. Maar hoogstwaarschijnlijk heeft niemand iets gezien, want de vloedgolf kwam zonder waarschuwing in de duisternis, en de paarden en koeien liepen vaak ver bij de huizen vandaan. De dieren zullen niet diep geslapen hebben die vroege ochtend – wilde dieren zijn ’s nachts waakzamer dan mensen die veilig in hun huizen zitten. Toch waren ze misschien minder alert geworden, omdat ze voelden dat ze de zoveelste orkaan hadden overleefd.

    Dan komt plotseling de zee het land op. Bijna drie meter hoog water bedekt de stranden. Het zet de moerassen onder, waar de koeien zich tegoed doen aan zeehaver en zeegras, en het stroomt over de laagste duinen. Uit het onderzoek van Padilla weten we hoe het schouwspel moet hebben geklonken: hoog, staccato geloei – de alarmkreet van een koe – schalt door de vochtige lucht, het gekrijs van de kalveren wedijvert met het brullen van de wind en de branding. In het water dat met duizelingwekkende snelheid stijgt, zoeken moederkoeien in allerijl naar hun jongen, terwijl rundermaatjes vechten om niet van elkaar gescheiden te worden.

    Achtentwintig paarden zijn weggevaagd. Niemand weet precies hoeveel koeien er zijn meegesleurd – vier van hen lukt het aan land te blijven, en plaatselijke bewoners schatten later dat tussen vijftien en twintig dieren door de vloed zijn meegenomen. Waarschijnlijk tilde het water hun hoeven van de grond, het ene dier na het andere, eerst de veulens en kalfjes, daarna de volwassenen. Tot ze allemaal in de storm waren verdwenen.

    Ander kaliber

    De eilanden die gezamenlijk bekendstaan als de Core Banks, gelegen ten zuidoosten van Cedar Island, zijn ongeveer 60 kilometer lang en in de meeste gevallen nog geen anderhalve kilometer breed. Op de kaart zien ze eruit als een skeletachtige vinger die treurig naar de Noord-Atlantische Oceaan wijst. Zoals de meeste wadeilanden zijn ze laag – ongeveer 2,5 meter boven zeeniveau, met de hoogste duinen tot 7,5 meter – en samen vormen ze de Cape Lookout National Seashore, een beschermd natuurgebied. Orkanen houden altijd flink huis op wadeilanden, maar op de ochtend van 7 september 2019, de dag nadat orkaan Dorian toesloeg, werd duidelijk dat deze storm van een ander kaliber was.

    Voor de orkaan over het gebied trok, waren North en South Core Banks van elkaar gescheiden door één passage, de Ophelia Inlet. Na de storm ontstonden er 99 extra kanalen, die de wadeilanden in 101 stukken verdeelden. Het waren niet gewoon inhammen, maar echte doorgangen. De seiche die over Cedar Island spoelde, botste tegen de wadeilanden en boorde zich er dwars doorheen. ‘In de geschiedenis van het park hadden we aan de Sound-kant nog nooit zoiets gezien als na orkaan Dorian,’ vertelt Jeff West, beheerder van Cape Lookout National Seashore. ‘Ik kreeg vaak het verwijt dat ik twintig procent van het park had laten verdwijnen.’

    West zat op de eerste onderhoudsboot die van Cedar Island naar de Outer Banks voer. Hij meerde aan bij een Park Service-plek enkele kilometers noordwaarts op de Outer Banks en reed in een terreinwagen het strand af. Na vijftig meter kwam hij bij de eerste doorgang. Toen hij tot aan zijn nek in het water stond, vond hij het eerste karkas. Hij nam niet de tijd om vast te stellen of het een paard of een koe was. ‘Soms vinden grote vissen ze lekker,’ vertelt hij.

    Uiteindelijk vindt het personeel van Cape Lookout bijna vijfentwintig dode paarden en koeien, en ook herten en zeevogels. De meeste lagen langs de openzeezijde van de South Core Banks, waarschijnlijk door Ophelia Inlet binnengedreven, voordat ze op het strand aanspoelden. De karkassen die het verst weg lagen werden gevonden bij de vuurtoren van Cape Lookout, bijna vijftig kilometer verwijderd van de plek waar de dieren in zee terechtkwamen.

    Op Cedar Island waren ook zwemmende koeien gespot

    Werkers van Cape Lookout begroeven de lichamen die niet door het tij waren meegevoerd.  

    De meeste media-aandacht ging naar de schade die was aangericht op het eiland Ocracoke. In het eerste bericht over de verloren kuddes van Cedar Island werd alleen gesproken over de verdronken paarden; de koeien kwamen pas in latere artikelen aan de beurt. In de nieuwsstroom dook een futiel berichtje op dat algauw werd vergeten toen de Democraten in het Congres een afzettingsprocedure tegen Donald Trump overhandigden.  

    De vraag is of koeien kunnen zwemmen. Dat kunnen ze. Wie kent niet de beelden van cowboys in het Wilde Westen die met hun kudde een diepe rivier oversteken, om ze naar groene weides of naar de markt te brengen? Op Cedar Island waren ook zwemmende koeien gespot. Een vaste bezoeker beschrijft ‘schattige kalfjes’ die in de rij staan om de oversteek te maken naar Hog Island, net ten zuidoosten van Cedar Island in de Core Sound. ‘Ik had zoiets van: Niet doen! Het is wel een halve kilometer, dat kunnen jullie niet,’ zegt hij. Maar voor de kalveren bleek het een makkie.

    Een smal kanaal oversteken bij kalme zee is één ding, zwemmen tijdens een orkaan is totaal iets anders. Je moest wel erg optimistisch zijn om te geloven dat er dieren van Cedar Island waren die het hadden overleefd. ‘Door hoe de wind waaide was het volgens mij extreem zwaar om je hoofd boven water te houden. Je moest zwemmen terwijl de golven over je heen sloegen,’ zegt Pam Flynn, een gepensioneerde kleuterleidster die sinds 1972 in Down East woont en heeft gezocht naar overlevende dieren. ‘Het moet een marteling zijn geweest, die laatste momenten vol angst en pijn. Hartverscheurend.’

    Pootafdrukken

    Een maand ging voorbij. Als snel slibden de geulen weer dicht door de wind en de golven, maar wat vroeger de zuidelijke punt van de North Core Banks was, bleef twee jaar lang een apart eiland: Middle Core Banks. Op een dag begin oktober stapten leden van het team natuurbeheer van Cape Lookout in hun terreinwagen voor een routineklus op de Middle Core Banks. Bijna dagelijks speurden ze het strand af naar nesten van zeeschildpadden en vogels die gered moesten worden van een populair Amerikaans tijdverdrijf: strandrijden. Dit keer zagen ze iets heel anders: de sporen van een of ander groot dier. Ze waren te groot om van een hert te zijn, en ze hadden twee tenen in plaats van een hoef, dus ze konden niet van een paard zijn. Het kon niet anders of het waren de pootafdrukken van een koe. Een koe van Cedar Island.

    ‘Ik kon het eerst niet geloven,’ zegt West. Als het hulpteam hem foto’s van de pootafdrukken stuurt, wil West niets liever dan deze overlevende koe met eigen ogen zien.

    West bracht zijn jeugd door op een ranch vlak bij Temple, Texas, waar hij leerde om koeiensporen te volgen. Die ervaring zou hem nu van pas komen. In de dagen nadat de hoefafdrukken waren ontdekt, bleek de koe hen steeds te vlug af te zijn, want nog niemand van de National Park Service had haar gezien. Vaak zijn de koeien van Cedar Island ’s nachts actief en verplaatsen ze zich zo snel als schimmen. En hoewel Middle en North Core Banks op sommige plekken zo smal zijn dat je in drie minuten van de Sound-kant naar de Atlantische kant loopt, bestaan ze vooral uit een labyrint van meertjes, moerassen en struikgewas waar het stikt van de vliegen. Bovendien hadden de reddingswerkers ook op de kleine, aangrenzende eilandjes hoefafdrukken gezien; ondanks haar recente zeeavontuur bleek de koe nog steeds korte oversteken te maken. ‘Totaal niet bang om te zwemmen,’ zegt West met bewondering in zijn stem.

    Uiteindelijk vond hij het dier per toeval. West was uitgevaren naar Long Point op North Core Banks, waar enkele rustieke houten hutten stonden die het parkbeheer toen alles nog normaal was verhuurde aan toeristen. De stormvloed had twee stevige bouwwerken verwoest die de door Dorian geteisterde hutten van elektriciteit en gezuiverd water voorzagen. En daar staat hij op z’n dooie gemak te grazen, een duinkleurige koe in de duinen. Zijn vacht lijkt op goudkleurig zand dat over wit zand heen is geblazen. Hij is stevig gespierd en een beetje aan de zware kant: een doodgewone koe.

    ‘We waren ongelooflijk blij toen we de koeien zagen’

    ‘Krijg nou wat, als dat geen koe is!’ West herinnert zich dat hij het hardop zei. ‘Ik kon mijn eigen ogen niet geloven.’ De koe schrok toen ze West zag en ging ervandoor. 

    West wist dat hij de koe moest weghalen. Dat was niet alleen het beste voor het beest zelf, maar ook voor de wilde fauna en flora in het natuurgebied. Het personeel van Cape Lookout had het echter te druk met het opnemen en herstellen van de schade die Dorian had aangericht en kon zich niet om een eigenzinnig rund bekommeren. Het nieuwtje over de overlever verspreidde zich als een lopend vuurtje zodra bezoekers weer naar de Core Banks gingen en de sporen zagen. Onder hen bevonden zich Pam Flynn en haar vriend Mike Carroll. ‘We bleven steeds weer teruggaan,’ zegt Flynn. Ten slotte hadden ze geluk. ‘We waren ongelooflijk blij toen we de koeien zagen.’

    Overlevers

    Inderdaad: niet koe maar koeien, want het waren er drie. De klassieke bleekblonde, die West had gezien, een andere met grote, lichtbruine vlekken als een oude wereldkaart, en een bleek, jongvolwassen exemplaar, waarschijnlijk het kalf van de eerste koe. Op de een of andere manier hadden ze het overleefd en elkaar gevonden, en samen vormden ze een minikudde. ‘Ik begon weer te geloven dat er ook goede dingen in het leven zijn, een sprankeltje hoop,’ zegt Flynn. ‘Een teken dat het goedkomt, zo van: Het is oké, we komen hier doorheen en gaan verder.’

    Op 12 november bracht de Charlotte Observer het verhaal van de overlevende koeien, en vervolgens brak er een mediacircus los op Cedar Island. Een onfortuinlijke plaatselijke figuur, die in de pers onjuist aangeduid werd als de eigenaar of verzorger (de koeien hebben geen van beiden), kreeg te maken met opdringerige verslaggevers aan de deur die hem achterna zaten op zijn eigen terrein. Vooral op televisie werd de geschiedenis van de overlevers gepresenteerd als een bizar goednieuwsverhaal. The Virginian-Pilot bestempelde hen als ‘de koeien die een natie in vervoering brachten’. 

    ‘Ik begon weer te geloven dat er ook goede dingen in het leven zijn’

    Het was het verrassingselement dat het verhaal zo aantrekkelijk maakte: in onze ogen zijn koeien domme, stuntelige, licht komische bruten, geen heldhaftige vechters. De media strooiden natuurlijk met woordspelingen, die het vitalistische verhaal een kinderachtig tintje gaven. Orkaan Dorian kwam ‘als een veedief in de nacht’ aan land en had ze ‘getemd’. Ze noemden het overleven van de koeien ‘een loeisterk verhaal’. The News&Observer uit Raleigh tweette: ‘Zeven kilometer “loeien” met de riemen die je hebt? Wie had gedacht dat koeien zo goed konden zwemmen?’

    Om in te schatten hoe ver de koeien tijdens hun beproeving hadden gezwommen, gingen de journalisten uit van de kortste afstand tussen Cedar Island en de Core Banks en voor hun metingen gebruikten ze digitale hulpmiddelen zoals Google Maps. De meesten schatten de zwemafstand op zes kilometer; NBC gaf de voorkeur aan het precieze getal 5,46 kilometer. Maar toen Alfredo Aretxabaleta, een oceanograaf die bij de USGS werkt, een van deze rechtlijnige metingen zag, leek die hem onjuist. ‘Tijdens een storm denk ik niet dat dit de route is die ze zouden nemen,’ zegt Aretxabaleta. Hij vermoedt dat hun reis langer was – veel langer.

    Aretxabaleta bestudeert de weg die objecten op drift afleggen, met behulp van computermodellen van wind, getijden en stromingen. Hij gooit soms traceerbare apparatuur in zee om te zien waar die heen drijft; zijn wetenschap wordt gekscherend ‘driftologie’ genoemd, maar helpt ons te begrijpen hoe klimaatverandering kusterosie kan beïnvloeden, waar olielozingen en andere soorten verontreiniging kunnen stromen, en waar we maritiem zoek- en reddingswerk moeten uitvoeren. ‘In zekere zin,’ zegt Aretxabaleta, ‘kan dit voorval met de koeien ons ook van nut  zijn bij zoek- en reddingsacties.’

    Toevallig groeide Aretxabaleta op in Spaans Baskenland, op een boerderij waar de koeien af en toe een duik namen in een irrigatievijver. (Zijn conclusie: ‘Het zijn geen goede zwemmers.’) Na orkaan Dorian begon Aretxabaleta in zijn vrije tijd de route te reconstrueren die de overlevende koeien van Cedar Island waarschijnlijk hadden afgelegd. Wat daaruit tevoorschijn kwam, strookte totaal niet met de theorie dat de koeien via de kortste route de Core Sound waren overgestoken. 

    Elke koe vecht niet zozeer om te zwemmen, maar om te blijven drijven

    Volgens Aretxabaleta’s model is de zee, als in de grijze nevel van het eerste licht de koeien worden meegesleurd, een chaos van kolkend, schuimend en opspattend water. Met hun ogen slechts een paar centimeter boven water, verliezen de koeien al snel het land uit het oog tussen golven van wel drie meter hoog; voor een koe is het bijna onmogelijk om de rest van de deinende kudde in de gaten te houden. Elke koe vecht niet zozeer om te zwemmen, maar om te blijven drijven. De stromingen en getijden zijn de baas, versterkt door de kracht van de storm.

    De dieren worden eerst met hoge snelheid naar het zuidoosten gestuwd langs de kust van Cedar Island en vervolgens naar het midden van de Core Sound, waar ze geleidelijk dichter naar de krachtige uitstroom bij Ophelia Inlet worden gezogen. Maar als het tij verandert van eb naar vloed, trekt Ophelia de dieren niet langer naar zich toe, maar duwt ze van zich af. Nu de oceaan weer de Sound in stroomt, wordt de kudde terug naar het noorden gedreven. Eindelijk keert het tij weer en heeft Core Sound vele tientallen nieuwe kanalen gevormd waardoor het water terug naar de Atlantische Oceaan wordt gestuwd. Net als in een badkuip met gaten, zijn het de grootste gaten die de sterkste zuigkracht hebben. Alle nog levende dieren worden weer naar Ophelia Inlet getrokken.

    Het vooruitzicht om door een kanaal te moeten zwemmen, kan angstaanjagend zijn. Surfers graven soms doorgangen tussen de zee en het zoetwater dat zich achter de duinen heeft verzameld; de stroming die in zulke kanalen ontstaat, bootst een rivierversnelling na, met golven die hoog genoeg zijn om op te surfen. De Core Sound is niet veel rustiger dan dat. Nadat het vee van Cedar Island wordt weggespoeld, zakt de wind zeven uur lang niet onder stormkracht en blijven de schuimkoppige golven veel langer hangen. De Core Sound heeft ondiepe plekken zoals zandbanken, en Aretxabaleta hield daar rekening mee in zijn simulaties. Toch is het volgens hem onwaarschijnlijk dat de koeien gedurende hun reis ook maar een ogenblik houvast hebben gevonden op de bodem.

    Zijn model verklaart hoe de koeien en paarden die dood werden gevonden op South Core Banks daar terechtkwamen, vervolgens de Ophelia Inlet werden ingezogen, om daarna aan de zuidkant in de open Atlantische Oceaan te verdwijnen. Volgens zijn schatting zwom geen van de overlevende koeien vier mijl in een rechte lijn. Aretxabaleta denkt dat de afstanden die de koeien levend of dood aflegden variëren van 45 tot bijna 65 kilometer. Zelfs de kortste afstand is aanzienlijk groter dan de afstand over het Engelse Kanaal. Dat is meer dan tien keer wat zwemmers afleggen in een Ironman-triatlon. Volgens de berekening van Aretxabaleta is de absoluut kortste periode die een koe in het water zou hebben gelegen 7,5 uur; de langste is 25 uur.

    Geluk of wijsheid?

    ‘Waren het mensen geweest, dan was het ongelooflijk. Ik bedoel, zoals Robinson Crusoë,’ zegt hij. ‘Het feit dat die drie koeien het hebben overleefd, is haast een wonder te noemen.’

    Maar stel dat we geen genoegen nemen met wonderen, laat staan een ‘loei van een wonder’ als dit! Stel dat we weigeren te geloven dat de koeien het puur toevallig hebben overleefd, dan nog kunnen we andere factoren in overweging nemen, die allemaal te maken hebben met hoe mensen rundvee behandelen.

    De eerste mogelijkheid is dat de koeien van Cedar Island hun beproeving konden doorstaan doordat ze een ras apart waren, niet figuurlijk maar letterlijk. Bloedgroep- en DNA-tests laten zien dat de wilde paarden die op Cedar Island leven waarschijnlijk afstammen van Spaanse koloniale paarden, die in 1521 met Juan Ponce de León in de Verenigde Staten aan land kwamen. Ook de koeien kunnen Spaans koloniaal bloed hebben; maar dat weet niemand, omdat hun genetische samenstelling nog moet worden bestudeerd. Zeker is dat er sinds 1584 runderen zijn achtergelaten of schipbreuk hebben geleden langs de kust van North Carolina. De Cedar Island-runderen zouden een afstamming van meer dan vier eeuwen kunnen hebben.

    Rundvee van Spaanse afkomst is berucht om zijn taaiheid

    Spaans koloniaal rundvee is anders dan de commerciële rassen die vandaag de dag de overhand hebben. ‘Ze leven lang, het zijn goede moeders en ze eten dingen die andere runderen niet eten,’ zegt Jeannette Beranger, senior programmamanager bij de Livestock Conservancy in Pittsboro, North Carolina. ‘En ze zijn slim. De lokale bewoners zeggen altijd: “Pas op dat ze je lunch niet stelen!”’

    Ze zijn ook berucht om hun taaiheid. In de tijd vóór de Burgeroorlog stond het pineywoods-rundvee van Spaanse afkomst er bijvoorbeeld om bekend dat het hitte kon verdragen, bestand was tegen ziekten en kon leven in een omgeving die te onherbergzaam was voor commerciële rassen. Het ruige karakter van de pineywoods-koeien leidde tot een heel andere relatie tussen hen en hun eigenaars dan we tegenwoordig zien in de industriële landbouw. Sommige veeboeren hadden zo veel respect voor hun vee dat ze niet toestonden dat er honden werden gebruikt die de dieren opjagen tijdens het bijeendrijven. Anderen vonden het verkeerd en onwaardig om de koeien binnen een omheining op te sluiten. Pas in de jaren 1950, met commercieel voer en gemotoriseerd materieel dat gebruikt werd om de weiden vrij te maken en te maaien, begonnen de pineywoods-kuddes te verdwijnen, hoewel een klein aantal boeren in het diepe zuiden ze nog steeds fokt.

    Phillip Sponenberg, een veterinair wetenschapper die al vijftig jaar zoekt naar de zuiverste afstammelingen van Spaans vee in de Verenigde Staten, bespeurt aanwijzingen dat de koeien van Cedar Island althans een spoortje van die afkomst dragen. ‘Sommige zijn hoofdzakelijk wit maar hebben wel donkere oren, ogen, neuzen en hoeven. Dat is een vrij uniek kleurenpatroon dat in Noord-Amerika vaak een Spaanse oorsprong heeft,’ zegt hij. Sommige Cedar Island-runderen hebben ook gedraaide hoorns als die van een Spaanse koloniale koe.

    Het feit dat er überhaupt koeien zijn die de vloedgolf van Dorian hebben overleefd, is een duidelijk bewijs dat het hier niet om gewoon rundvee gaat

    Verschillende deskundigen die ik sprak, zeggen dat het feit dat er überhaupt koeien zijn die de vloedgolf van Dorian hebben overleefd, een duidelijk bewijs is dat het hier niet om gewoon rundvee gaat. De meesten waren het erover eens dat geen enkel modern ras zo’n ramp zou hebben doorstaan. Hieruit blijkt hoe we koeien hebben gedegradeerd en er zwakke en hulpbehoevende dieren van hebben gemaakt. We voelen ons er comfortabel bij en kunnen de onprettige gedachte mijden dat deze dieren, die we zo graag eten, de orkaan konden overleven doordat ze dezelfde mentale energiebronnen hebben als wij in extreme omstandigheden. Niet alleen een aangeboren overlevingsinstinct dus, maar een sterke wil om te leven – sterk genoeg om een urenlange strijd op leven en dood vol te houden.

    Ik onderbreek hier mijn verhaal om te zeggen dat ik rundvlees eet. Mijn cornflakes eet ik met koemelk en in mijn kleerkast heb ik lederen schoenen en riemen. Toch stel ik net als veel andere mensen vragen bij het fokken en slachten van koeien. Het zijn ethische dilemma’s die ingewikkeld en zijn soms ronduit bizar. Maar ik had nooit gedacht dat ik nog eens bij de psychologie van de koe zou uitkomen. Ik wilde gewoon weten waarom de ene koe zwemmend een orkaan kon overleven en de andere niet.

    Koeienpsychologie

    Opmerkelijk genoeg voor een dier dat duizenden jaren voor het begin van de beschaving werd gedomesticeerd, stamt de wetenschappelijke bestudering van koeien, los van hun rol als vee, vooral van recente datum. Toen Mónica Padilla de la Torre meer dan tien jaar geleden het bestaande onderzoek naar communicatie tussen koeien bestudeerde, ontdekte ze tot haar verbazing dat er nog bijna niets over dit onderwerp was onderzocht. Daarom begon ze vanaf nul en ging ze de koeien door een verrekijker observeren, als een Dian Fossey van de weilanden. “Ik denk dat we de morele verantwoordelijkheid hebben om deze dieren, waar we al zo lang mee leven, te leren kennen,” zegt ze.

    Voor een artikel in 2017 las Lori Marino, een biopsycholoog, elke studie die ze kon vinden over koeienpsychologie. Opnieuw viel de vondst tegen. ‘Er valt nog veel te leren over deze dieren,’ zegt Marino. ‘Er bestaat weerstand om hun cognitieve, sociale en emotionele complexiteit werkelijk onder ogen te zien.’

    Het probleem is natuurlijk dat die complexiteit onze relatie met de soort kan verstoren. Onze houding ten opzichte van koeien komt volgens Marino voort uit de heersende ideologie die hen afschildert als saaie wezens die hun leventje wel goed vinden zo, ook al bestaat dat leventje uit overbevolkte stallen, onbehandelde kreupelheid, brandwonden door een gloeiend heet ijzer en kalveren die bij ze worden weggehaald – praktijken die van alledag zijn in de moderne bio-industrie.

    Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich

    In Marino’s analyse van het beschikbare onderzoek stelde zij echter vast dat koeien ‘een zeer gevoelige tastzin hebben’ en dat ze op dezelfde manier reageren op letsel of mogelijke pijn als honden, katten en mensen: ze vermijden deze door te hinken, kreunen en tandenknarsen, en vertonen als ze pijn hebben een hoger gehalte aan stresshormonen in hun bloed. Maar hevige pijn en stress zijn bij koeien wellicht moeilijker te herkennen, doordat ze zich als prooidieren evolutionair zo hebben aangepast dat ze geen enkel teken van zwakheid tonen dat roofdieren zou kunnen aantrekken. Koeien zijn stoïcijnen; ze verbijten zich.

    Hoewel er weinig bekend is over koeienpsychologie, vond ik wat ik las toch verrassend. Het raakte me om te horen dat koeien elkaar gemakkelijk herkennen en dat ze in staat zijn koeien van welk ras dan ook te onderscheiden van andere diersoorten. Koeien kunnen met gemak door fysieke doolhoven navigeren en de weg in zich opslaan, en daarin zijn ze beter dan kippen, ratten en zelfs katten, zodat de onderzoekers in de studie concludeerden dat ‘de opgave te eenvoudig was’. Toen de koeien werden getest in complexere doolhoven, slaagde een op de vijf in de moeilijkste uitdagingen. Toen ze zes weken later opnieuw werden getest, wisten ze nog precies de weg door het doolhof te vinden.

    Dit is relevante informatie om de vraag te kunnen beantwoorden waarom koeien een orkaan konden overleven door te zwemmen. Want je weg door een doolhof vinden, vergt niet alleen intelligentie maar ook motivatie. Weliswaar wist slechts een op de vijf koeien het ingewikkeldere doolhof door te komen, maar de reden daarvoor kan zijn dat koeien een hekel hebben aan alleen zijn en bang zijn op plekken waar roofdieren zich goed kunnen schuilhouden, zoals een doolhof. Tijdens de test bleek dat sommige koeien, ondanks dat ze aan het eind wat lekkers als beloning kregen, toch tegenstand boden, opgaven of bang werden, terwijl andere moediger en nieuwsgieriger waren. Volgens de onderzoekers ‘kan dit betekenen dat ook persoonlijkheid een rol speelt’. 

    Wilskracht

    Dat ze waarschijnlijk een sterke persoonlijke wil hebben, blijkt ook uit voorbeelden van koeien die uit een slachthuis wisten te ontsnappen. Een van de opmerkelijkste gevallen is een koe van bijna 500 kilogram die in 2002 uit een fabriek in Cincinnati losbrak. Het crèmekleurige rund sprong over een hek van een meter hoog, werd gezien in een nabijgelegen zijstraat, vervolgens op een grote parkeerplaats, waarna ze zich uiteindelijk tussen de bomen in een stadspark wist te verbergen. Elf dagen lang kon ze de dierenbescherming ontwijken en was ze de verdovingspijlen, de vallen en zelfs thermische beelden van een politiehelikopter te slim af, totdat ze uiteindelijk werd gevangen.

    De dieren die we opeten zijn naamloos, maar ontsnapte koeien die het nieuws halen worden vaak beloond met een naam. Daarna is het onwaarschijnlijk dat ze weer in de industriële productie belanden. In dit geval werd de koe Cincinnati Freedom genoemd, en ze verbleef de rest van haar dagen in een opvangcentrum waar ze weinig contact had met mensen maar wel een band ontwikkelde met drie andere koeien die uit het slachthuis waren ontsnapt. Toen ‘Cinci’ in 2008 stervende was, vielen haar maatjes de auto van een behandelend dierenarts aan.

    We hebben altijd gedacht, vanuit onze heersende ideologie, om Marino’s term te gebruiken, dat de manier waarop koeien de wereld om hen heen ervaren uitsluitend aangeboren of instinctief is. Volgens deze benadering zou de overleving van de koeien, toen ze van Cedar Island werden meegesleurd in de woeste oceaan, uitsluitend zijn bepaald door geluk en fysieke kracht.

    Is het denkbaar dat drie van hen zo’n buitengewone mentale kracht bezaten dat ze hun lichaam tot het uiterste konden laten drijven, alleen om te overleven?

    Als elke koe een eigen persoonlijkheid heeft, misschien niet zo complex als de onze maar daarom niet minder uniek, dan moeten we die zienswijze wellicht bijstellen. Nadat de storm de kudde had meegesleurd, raakten sommige koeien misschien al snel in paniek en bezweken ze doordat ze water binnenkregen of uitgeput raakten. Andere, die door de sterke stroming van de seiche steeds verder van land werden meegesleurd, zouden geleidelijk hun vechtlust hebben verloren. Maar is het denkbaar dat drie van hen zo’n buitengewone mentale kracht bezaten dat ze hun lichaam tot het uiterste konden laten drijven, alleen om te overleven?

    ‘Hier is de term “wilskracht” op zijn plaats,’ zegt Marino. ‘Zonder twijfel.’

    Niemand zal ooit zeker weten wat de koeien precies hebben doorgemaakt. Hebben de twee die later samen aan land werden gezien, ook samen gezwommen? We zullen er nooit achter komen. Maar we mogen er wel van uitgaan dat de koeien in het water ten minste hebben geprobeerd bij elkaar te blijven. Studies tonen aan dat de stress bij koeien alleen al doordat ze een andere koe zien vermindert. Waarschijnlijk waren ze minder bang voor het stormgeweld doordat ze samen waren en maakte dat alleen al het verschil.

    We kunnen ons de drie koeien voorstellen terwijl ze wanhopig hun ogen dichtknijpen tegen de schuimende golven en de wind. De kou die in hun ledematen trekt, de pijn die hun spieren geleidelijk aan uitput, de dorst en honger na uren op zee, het gekmakende gejank van de wind. Dan eindelijk weer land zien, of misschien eerst ruiken. Het gebrul van de angstaanjagende zee-inhammen horen en vechten om er niet in meegezogen te worden.

    Hun hoeven die het zand raken.

    Krabbelen om voet aan de grond te krijgen.

    Het land op gestuwd worden, terwijl het water onder hun poten doorraast. Teruggesleurd worden, de woeste oceaan in.

    Eindelijk kunnen ze vrij rondlopen, buitengewoon opgelucht dat ze nog in leven zijn. 

    Wat daarna gebeurde, kunnen we illustreren aan de hand van een ander overlevingsverhaal van een dier. Toen orkaan Fran in 1996 toesloeg, trof een vloedgolf de kantoren van een autobergingsbedrijf uit New Bern, North Carolina, en steeg het water tot bijna een halve meter. Binnen zat waakhond Petey, die 25 centimeter groot was. Toen het water zich had teruggetrokken, vond de eigenaar van Petey zijn hond levend maar compleet uitgeput terug. Toen hij zag dat Petey tot aan zijn nek doorweekt was met modderig, olieachtig water, vermoedde hij dat zijn huisdier wel acht uur lang in het gebouw had gewatertrappeld om te overleven. Zoals elk dier dat een zware beproeving heeft doorstaan, sliep Petey vervolgens een paar dagen achter elkaar.

    ‘Mavericks’

    Hoewel het tegenwoordig niet meer zo vaak gebruikt wordt, hebben we een woord voor koeien die net als mustangs vrij rondlopen: mavericks [buitenbeentjes]. Die naam hebben ze te danken aan een zekere Samuel A. Maverick uit Texas. Rond het jaar 1850 verdwenen zijn dieren, die niet opgemerkt waren, in het omliggende land. Er bestaat een versie van het verhaal waarin de koeien door een orkaan uiteengejaagd werden.

    Het is dan ook niet zo gek dat op 21 november 2019 zes cowhands – compleet met lasso’s, beenkappen en sporen – de taak kregen om de drie ‘mavericks’ op North Core Banks te gaan zoeken. Een van de mannen droeg een geweer geladen met verdovingspijlen, en Jeff West reed met een Park Service-terreinwagen naast de cowhands te paard. Het plan was altijd geweest om de koeien terug te halen, zei West. Desondanks werd er hevig gediscussieerd.

    ‘Sommige mensen vonden dat we ze moesten afmaken. Einde probleem,’ zegt West. ‘Anderen vonden het zonde van het belastinggeld – dat hoorde ik vaak. Weer anderen zeiden dat we ze met rust moesten laten. Gewoon daar op de Banks laten rondlopen.’

    ‘Ze verdienen een leven. Maak van onze schatjes geen vlees, na alles wat ze moesten doorstaan!’

    Velen waren van mening dat de koeien het alleen hadden overleefd om bij een eigenaar terecht te komen die ze zou vetmesten voor de slacht. Op de Facebookpagina van de Cape Lookout National Seashore kwam het thema naar voren dat de koeien het verdienden om in leven te blijven; door hun doop in de vloed waren ze hun plaats in het systeem der dingen ontstegen. ‘Als ze dan toch weggehaald moeten worden, breng ze dan naar een reservaat. Ze verdienen een leven. Maak van onze schatjes geen vlees, na alles wat ze moesten doorstaan!’ schreef Misty Romano. Don Riggs uit Asbury, New Jersey, schreef: ‘Meen je dat nou? Sla dan ook de boerderij over en breng ze meteen naar het slachthuis!’ Judy Cook uit Oak Island, North Carolina, vond de koeien gewoon ‘net zo cool als de paarden’.

    De huidige opvatting over koeien is niet eenduidig. Velen van ons, zo niet de meesten, lijken in staat om ergens in hun hoofd het idee te koesteren dat koeien ook gevoelige wezens zijn die onze compassie verdienen. Even goed zijn we in staat om de gedachte te onderdrukken dat we koeien doden voor ons profijt, nadat we ze onder wrede omstandigheden hebben laten lijden. Jessica Due, senior directeur redding en dierenwelzijn bij Farm Sanctuary, een organisatie die zich inzet voor het stopzetten van de agrarische exploitatie van vee, vertelt een verhaal dat illustreert hoe dit kan uitpakken. Het opvangcentrum is meer dan eens door dezelfde man gebeld om een dier uit het slachthuis te komen redden. De man in kwestie is de eigenaar van het slachthuis. Hij belt in het zeldzame geval dat een koe tijdens de verwerking aan het bevallen is. Daar trekt hij de grens; hij wil absoluut niet dat deze moederkoeien gedood worden. Los daarvan ziet hij bijna dagelijks koeien geslacht worden.

    Maar juist nu er meer onderzoek gedaan wordt ter ondersteuning van het idee dat koeien meer zijn dan we altijd dachten, liggen ze ook onder vuur als milieuvervuilers. Runderen zouden 9 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen veroorzaken, onder andere door hun beruchte winden en boeren die veel methaan bevatten. Koeien die door een orkaan heen zwemmen: het zou een hedendaagse prent van Hokusai kunnen zijn. Daarom kijken progressieven en veganisten uit naar een toekomst met veel minder koeien – om de planeet te redden, om de dieren te beschermen tegen onze wreedheid, of allebei. Maar in de rundvleesindustrie willen de meesten er nog niet aan dat koeien echt gevoel hebben. In de tienduizend jaar van de relatie mens-koe hebben de koeien nog nooit zo weinig medestanders gehad als nu. 

    Klimaatvriendelijke veeboerderij

    Stephen Broadwell, de leider van de cowhands die bijna drie maanden na orkaan Dorian nog steeds over North Core Banks draven, is een van die medestanders. Broadwell draagt vaak een cowboyhoed en zijn huid is verweerd door de zon, maar hier houdt het stereotype zo’n beetje op. Hij  groeide op tussen de maïs, tabak en sojabonen, in het gebied waar het Piemond Plateau in North Carolina en de kustvlakte in elkaar overgaan. Hij droomde ervan om ranger te worden. ‘Zo gaat dat, ik denk dat het in je zit,’ zegt hij. Op zijn dertiende nam hij een vakantiebaantje op een boerderij van 80.000 hectare in het zuiden van Colorado, en toen was het besloten: hij werd cowboy.

    Hij studeerde vroegtijdig af aan de middelbare school, behaalde zijn diploma als dierenartsassistent en kon meteen aan de slag bij 3R Ranch Outfitters aan de voet van de Wet Mountains, ten zuidwesten van Pueblo. Daar kwam hij in aanraking met veehouderij die natuurlijke systemen probeert na te bootsen. ‘De buren zagen die ranch als een soort van magisch paradijs, maar het ging simpelweg om een wijze van bedrijfsvoering waarmee al jaren eerder begonnen was. Dat maakte me enthousiast.’

    Het bedrijf dat hij tegenwoordig runt, Ranch Solutions, kan het best worden omschreven als een holistisch adviesbureau voor veehouderijen. Broadwell doet alles op je land wat nodig is, ook een nieuw huis bouwen en je eerste koeien weiden. Maar hij heeft één regel: als je meer vee wil houden dan goed is voor je land, dan doet hij niet mee. Hij laat foto’s zien waarop zijn team door het weelderige, kniehoge gras van het terrein van een klant rijdt. Het is een veld dat al was begraasd, maar waar het vee werd weggehaald voordat het helemaal kaalgevreten was. Het grasland werd bemest met stalmest en voorzien van begroeiing die zorgt voor meer stikstof in de bodem tijdens de winter, waardoor het grasland meer koolstof kan opslaan. Broadwell gelooft dat een veeboerderij een ecosysteem kan vormen. 

    We moeten minder koeien houden en ze laten grazen op een manier die het natuurlijke systeem nabootst

    De bewering dat je met holistisch management zo ver kunt gaan, wordt fel betwist, maar recent onderzoek wijst uit dat vee inderdaad kan leven en sterven zonder bij te dragen aan klimaatverandering. (Hierbij moet worden opgemerkt dat er sprake is van een belangrijke ‘pot-verwijt-de-ketelfactor’, aangezien de CO2-voetafdruk van de gemiddelde Amerikaanse mens twee keer zo groot is als die van de gemiddelde Amerikaanse koe.) Maar we moeten wel minder koeien houden en ze laten grazen op een manier die het natuurlijke systeem nabootst. We moeten ze bovendien weghouden van land dat beter geschikt is voor voedselgewassen.

    Ons vee zou in de toekomst wel eens kunnen lijken op de Cedar Island-kudde. Deze koeien zijn in staat hitte te overleven die moderne rassen zou doen uitdrogen, op land waar onze gewassen niet kunnen groeien. Ze hebben zich aangepast om te eten wat bijna geen ander dier kan. ‘Zelfs een geitenbok eet het niet,’ zegt  Broadwell. Hier zijn de koeien ziekteresistent, drinken ze brak water en moeten ze zichzelf verdedigen tegen roofdieren. Ze hebben over het algemeen weinig nodig, laat staan koolstofrijke lekkernijen. Het is het soort koeien waar we in het verleden respect voor hadden, en misschien komt dat ooit terug.’

    ‘Ik groeide op met verhalen van mijn oudere familieleden over hoe ze koeien door de rivierbedding moesten drijven’ – steile kliffen en ravijnen. ‘Dat ze meer op herten dan op koeien leken,’ zegt Jeff West, terugdenkend aan zijn jeugd in Texas. ‘We hielden koeien in het militair reservaat van North Fort Hood, en we bemoeiden ons maar één keer per jaar met ze: als we ze gingen ophalen. Sommige koeien waren behoorlijk stoer. Maar niet zoals deze hier op Cedar Island. Ik ben nog nooit zulke koeien tegengekomen.’

    Reddingsactie

    Toen Ranch Solutions en West voor de reddingsactie op North Core Banks aankwamen, waren ze van plan om de overlevende koeien uit het moerasgras te halen, dat in een enorme laag modder groeit die op sommige plaatsen zo dik is dat een paard er tot aan de buik in kan wegzakken. Dan was er nog de chaparral [taaie begroeiing]. ‘Dicht is een slecht woord om het te beschrijven,’ zegt West. ‘Niemand komt erdoorheen, zo weerbarstig is het.’ Het kostte veel tijd om de koeien te lokaliseren en ze vervolgens naar open gebied te drijven, zodat ze een voor een met een pijl konden worden verdoofd. Twee van de drie waren door de verdoving gewillig genoeg om naar de trailer te worden geleid die met de veerboot naar het eiland was gebracht.

    De derde koe, de eerste die na de orkaan gezien werd – alleen – was absoluut niet gewillig. Ze ontsnapte naar de noordkant en slaagde erin zich te verstoppen in bijzonder dichtbegroeid en moeilijk begaanbaar gebied. Het team kon nog net zien waar ze verdween en slaagde erin haar met een tweede pijl te raken. Daarna wachtten ze, want nu zou ze wel in slaap gaan vallen. Maar dat gebeurde niet. Uiteindelijk probeerden de cowhands haar te benaderen.

    ‘En weer ging ze ervandoor,’ zegt West.

    Net achter de kust ligt het vakantieterrein van Long Point, waar West de koe een paar weken na de storm voor het eerst had gezien. De gebouwen staan nog steeds leeg. De wind giert en suist langs de verweerde houten muren. Met de hordeuren die piepen in hun roestige scharnieren en het hoefgetrappel van de paarden in het zand, is dit het perfecte decor voor een schietpartij in een spaghettiwestern. Een van de ruiters ziet een vrije vuurlijn. De knal van zijn geweer weerkaatst tussen de chalets en lost op in het gebrul van de kolkende branding.

    Het lukt de koe opnieuw om weg te komen, ook al heeft ze drie shots aan verdovend middel in haar lijf en sijpelt het bloed van haar bleke vacht. Ze rent van het terrein af. Het strand op. Na bijna anderhalve kilometer kan ze niet meer. Dus wandelt ze verder. ‘Als een O.J. Simpson, maar dan in slow motion,’ zegt West. ‘Ik en alle andere cowboys in een trage achtervolging, stapvoets achter die koe aan, tot ze stopt.’

    Als ze dan eindelijk stilstaat, staart ze hen aan. ‘Zo van: kom maar op,’ zegt West. De mannen omsingelen haar, maar ze slaagt er nog een laatste keer in om weg te komen. Dan gooien ze touwen om haar heen en dwingen haar naar de grond.

    Daarna gaat het gemakkelijker. De zon staat al aan de horizon als ze een dekzeil onder haar buik trekken en haar het strand afslepen. Ingesloten tussen de wanden van de trailer komt ze bij naast haar twee overlevende koeienmaatjes. Het verse hooi en water dat hun wordt aangeboden, weigeren ze alle drie.

    Hereniging

    De volgende ochtend neemt Ranch Solutions de koeien mee in de ferry over de Core Sound en rijdt dan via de noordelijke kaap van Cedar Island naar het strand. Broadwell heeft de eer de deur van de aanhanger open te gooien. Met voorzichtige passen lopen de koeien naar de uitgang. Dan breken ze los uit hun cel. Ze rennen – galopperen – het zand op, met hun kop in de lucht en gespitste oren. Want ze voelen dat ze thuis zijn – en vrij. 

    Op Cedar Island bracht de terugkeer van de koeien een vertrouwd gevoel met zich mee. Toen ik een winkelier vroeg hoe de eilandbewoners nu met de dieren omgaan, aarzelde ze geen moment: ‘Hevig beschermend,’ zei ze. Niemand die ik sprak op Cedar Island kende iemand die getuige was van de hereniging van de drie koeien met de overgebleven kudde – de vier dieren die niet door de storm waren meegesleurd. Maar volgens Padilla hebben ze waarschijnlijk elkaars snuit besnuffeld, zachtjes geloeid en een beetje gestoeid. Dat kan ook van verdriet geweest zijn.

    ‘Alles wijst erop dat er besef van verlies is en leedgevoel, criteria die aan mijn opvatting van rouw voldoen’

    Mensen die dit onderwerp hebben onderzocht, zoals Barbara J. King, emeritus hoogleraar antropologie aan het College of William and Mary en auteur van How Animals Grieve, denken dat de klap het hardst aankwam toen de overlevende dieren thuiskwamen en de kudde gedecimeerd aantroffen. Het zou best kunnen dat ze het gebied hebben afgezocht naar vermiste kuddegenoten en luid hebben geloeid in een poging contact te maken. King, die haar woorden zorgvuldig kiest, zegt: ‘Alles wijst erop dat er besef van verlies is en leedgevoel, criteria die aan mijn opvatting van rouw voldoen.’

    Maar eenmaal thuis bleek er sprake te zijn van een andere soort verrassing. De koe die zo hard had gevochten om niet door de mannen te worden gevangen, bleek drachtig te zijn. Zou dat een rol hebben gespeeld bij haar overleving? Als een koe wil vechten voor haar leven, kan ze dan ook vechten voor het leven van haar ongeboren kalf? ‘Biologisch gezien zou dat geen gekke aanname zijn,’ zegt Padilla. ‘Ze wil dat het kalf in leven blijft.’

    Twee maanden nadat ze was teruggebracht naar Cedar Island, beviel de drachtige koe van een gezond kalf, zo blond als de duinen. Alsof het wilde laten zien wat het in de baarmoeder had meegemaakt, werd het geboren met één bruin en één blauw oog. Het kalf kreeg geen naam, maar de moeder wel: Dori. Dat is geen verwijzing naar het personage in Finding Nemo dat zingt over hoe we in moeilijke tijden moeten blijven zwemmen, zwemmen, zwemmen; ze werd vernoemd naar orkaan Dorian.

    Lees ook:

  • Februarinummer | Nooit goed genoeg

    Februarinummer | Nooit goed genoeg

    » Lees dit nummer online   

    Met onder andere:

    » Factchecken voor beginners

    » Perfectionisme: het meedogenloze ideaal

    » Het vergeten spoor van Syrië en Libanon

    » 1922, annus mirabilis van de culturele revolutie

    Sprookjesideaal

    Redactioneel

    De psychoanalyticus Sigmund Freud zou tegen een patiënt gezegd hebben dat het al een hele prestatie was als zij (in deze casus) erin zou slagen om gewoon ongelukkig te zijn. De eerste influencer die in deze eeuw een miljoenenpubliek een dergelijke boodschap toefluistert, moet helaas nog opstaan. Ongefilterd.

    Ondertussen waait er volgens praktiserend psychoanalyticus en schrijver Josh Cohen een perfectionistische wind door onze maatschappij waarin alleen het allerbeste als het hoogste doel wordt gezien. Hij ziet geregeld mensen in zijn praktijk die in de greep van een meedogenloos ideaal bijkans aan die wind bezwijken. Zelfs een moedervlek kan dan voor een ‘fataal menselijk tekort’ staan. Terwijl we er allemaal steeds van worden vergewist dat wij maar stofjes zijn in een veel groter geheel, lijkt de eigen, autonome navigatie het hoogste doel. Blijft het zaak te beseffen dat ook vogels een eigen kompas hebben, maar uiteindelijk collectief een weg in die wind vinden, zonder dat één van hen fluit welke kant ze op moeten vliegen. 

    In plaats van ‘gewoon ongelukkig’ is gelukkig al genoeg

    Zonder het almachtig oog van de selfiecultuur was het honderd jaar geleden makkelijker om een onbetwiste hoogvlieger te zijn. Filosoof Ludwig Wittgenstein was 32 en overtuigd dat zijn werk de thermiek van de moderne roman, van de poëzie én de filosofie zou veranderen. Hij had ‘een definitieve oplossing voor onze [filosofische] problemen’. Voilà. Of zijn boek over ‘twintig dan wel honderd jaar’ uitgegeven zou worden, daar maalde hij niet om. Hij had het geschreven en het was nu aan de goegemeente, die in zijn overtuiging nog te groen was om zijn exposé te kunnen begrijpen. Net zoals tijdgenoot James Joyce was hij verzekerd van het belang én van de moeilijkheidsgraad van zijn werk. In plaats van ‘gewoon ongelukkig’ is al gelukkig genoeg, gold voor die twee revolutionairen het advies met ‘gewoon arrogant zijn’ kom je ook al een heel eind. 

    De tegenwoordige online goegemeente – of een deel daarvan – laaft zich aan een gevaarlijke cocktail van die twee richtlijnen, en is ‘gewoon arrogant’ in een poging het geluk te bereiken. Pas als ook dat ijkpunt in de wacht is gesleept, kan het sprookjesideaal plaatsmaken voor het echte leven.

    Katrien Gottlieb

    gottlieb@360international.nl

    INT 22204 1 LR 1 1

  • ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    ‘Je kunt nog beter iemand vermoorden.’ De gevaren van drugsgebruik in Belarus

    De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsbezit. Vooral jongeren zijn de dupe. Ze krijgen vijftien jaar voor bezit, twintig als er sprake is van een ‘georganiseerde’ misdaad. Moeders die zich tegen de uitspraken verzetten worden tot wanhoop gedreven. ‘Geef ze straf, maar pak hun leven niet af.’

    De telefoon ging: ‘Uw zoon is gearresteerd.’

    Dat moet een vergissing zijn, zei Julia, want wat kan een moeder in zo’n situatie zeggen – dat Emil zeventien jaar is en over een maand eindexamen doet? Dat hij nog nooit voor problemen heeft gezorgd, dat hij op school aan alle olympiades heeft meegedaan en dat hij in Polen zou gaan studeren?

    Ze greep haar tas en holde de deur uit.

    Emil stond geboeid bij de tramhalte. De militieagenten hadden hem uit de tram gehaald toen hij op weg was naar zijn vriendin. ‘Als je ons alles vertelt, laten we je naar huis gaan,’ hadden ze beloofd.

    Hij had kunnen antwoorden: ‘Ik wil eerst dat jullie mijn moeder waarschuwen.’ Het fouilleren van een minderjarige dient namelijk te gebeuren in aanwezigheid van een van de ouders, aldus het internationaal recht. Maar welke middelbare scholier weet zulke dingen? En wie durft in Belarus tegen militieagenten in te gaan?

    Voordat ze er was, had Emil hun verteld waar hij de marihuana bewaarde (in zijn kamer, in een theeblikje). Ze vonden dertien gram.

    ‘Er lag een beetje op de bodem van het blikje,’ zegt Julia. ‘Ik had er geen idee van dat hij blowde. Als ze het niet hadden gezegd, had ik gedacht dat het kruidenthee was.’

    ‘Een beetje’ – het Belarussische recht kent dat begrip niet. Er wordt ook geen onderscheid gemaakt tussen soft- en harddrugs, een hoeveelheid voor eigen gebruik of een handelsvoorraad. Hasj telt even zwaar als heroïne; elke joint telt als een zakje marihuana. Ook leeftijd doet er niet toe, een veertienjarige kan ook in de gevangenis terechtkomen, maar dat weet Julia niet. Ze gelooft dat ze haar zoon nog voor zijn eindexamen vrij kan krijgen.

    ‘Hij wilde economie gaan studeren in Warschau, aan de Leon Koźmiński-academie. Hij is al twee jaar Pools aan het leren bij de Poolse kerk,’ vertelt ze. ‘Hij las de biografieën van Steve Jobs en van Bill Gates, hij had het voortdurend over startups en bitcoins. Hij wilde niet naar school in een trui, maar droeg altijd een colbertje. Ik dacht dat ik een directeur had grootgebracht.’

    Bij de foto’s in het schoolalbum – donkere bos haar, glimlach, glinsterende ogen – schreef hij: ‘Ik ben onsterfelijk en ongrijpbaar! Een toekomstige zakenman en trader.’

    20 jaar gevangenisstraf

    Borysów, een industriestad op anderhalf uur rijden van Minsk; op het centrale plein een standbeeld van Lenin, aan de rand van de stad een houtbewerkingsbedrijf (vroeger heette het Overwinning van het Proletariaat, nu Borysowdrew). In de jaren zeventig van de twintigste eeuw werden hier lucifers geproduceerd voor de Sovjetmarkt, tegenwoordig vezelplaten en multiplex voor de export.

    Daar waar de stad eindigt staan lage huisjes tegen elkaar aan, met wat armetierige aanbouwsels, de daken zijn opgelapt met metaalplaat.

    Galina Makarowa verontschuldigt zich bij mijn binnenkomst dat het zo armoedig is. ‘Mijn man is met pensioen, ik krijg een uitkering omdat ik geopereerd ben aan kanker. Ik maak zuurkool en die verkoop ik op de markt om wat roebels bij te verdienen.’

    Op het fornuis in de hal worden pelmeni klaargemaakt voor het eten. Achter een gordijn staat een emmertje waar je je behoefte kunt doen, voor als je vanwege de vorst niet naar het toilet achter op het plaatsje wilt gaan. ‘Hier moest de badkamer komen, we hebben de tegels gezet, maar hebben geen geld om het af te maken. Al ons geld gaat op aan advocaten. We hebben alles verkocht, tot en met de vitrage, alleen in de kamer van Maksim is alles gebleven zoals het was.’

    Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden

    Een gemiddeld pensioen bedraagt in Belarus ongeveer driehonderd dollar, een consult bij een advocaat kost honderdvijftig dollar. Galina heeft uitgerekend dat ze tot nu toe al veertienduizend dollar hebben uitgegeven om hun zoon te redden.

    ‘Het was een goede jongen, ijverig. Hij wilde het leger in, net als zijn vader, maar hij werd afgekeurd op zijn platvoeten, en dus ging hij naar de technische universiteit in Polatsk. Hij studeerde in het weekeinde, zodat hij ons kon helpen,’ vertelt zijn moeder.

    Hij werkte in Borysowdrew, waar hij machines programmeerde. Hij had de technische school eerder afgerond.

    Galina was gescheiden van de vader van Maksim toen de jongen nog klein was. Ze trouwde opnieuw, weer met een officier. Wiktor Wladimirowitsj schilt de aardappelen in de keuken en zegt niet veel.

    ‘Sinds ze onze zoon hebben gearresteerd, is mijn man in zichzelf gekeerd,’ legt Galina uit. ‘Hij heeft Maksim opgevoed als zijn eigen zoon, en nu mag hij hem niet eens bezoeken. En dat alles omdat wij niet op de formaliteiten hebben gelet. Ik heb zelf een boodschappentas met eten voor mijn zoon naar de gevangenis gesjouwd omdat ze mijn man voor de poort lieten wachten. Hij heeft gediend in Vietnam, Afghanistan, Tsjernobyl, hij heeft de dood in de ogen gekeken, maar hij heeft nog nooit zo gehuild als toen.’

    Lees ook:

    We kijken naar foto’s: een vierjarig jongetje in een trui met een aapje; met de kat Barsik, met een speelgoedrobot die Galina uit Polen had meegebracht.

    ‘Vijftien jaar kom ik al in Polen voor de handel. Bij ons was er zelfs geen water met prik in de schappen, maar Maksim nodigde zijn vrienden uit en deelde alles met ze.’

    Hij had drie vrienden: Ilja, Andrej en Maksim P. Ze kenden elkaar uit de buurt. Op een foto knuffelen Maksim en Ilja een pluchen Mickey Mouse, op een andere foto staan ze op een grasveld bij een flatgebouw, lachend, alsof ze zojuist een spelletje hebben onderbroken. De laatste oudejaarsnacht hadden ze ook samen doorgebracht, ze hadden hun vriendinnen uitgenodigd; de foto’s van dat feestje had hij daarna op het populaire Vkontakte gezet.

    ‘Ik zei tegen hem: “Ga jij maar lekker feesten, ik blijf wel bij je vader,”’ vertelt Galina. ‘Want de biologische vader van Maksim had een maand daarvoor een infarct gekregen. Hij kwam verlamd uit het ziekenhuis. Bij ons helpt de overheid je op geen enkele manier, zolang je niet bent erkend in een bepaalde invaliditeitscategorie, dus heeft Maksim hem zelf verschoond, te eten gegeven en gewassen. Hij kwam hier alleen even langs om wat te eten, en dan meteen weer naar zijn vader. Als het nodig was, belde hij Ilja, Andrej of de andere Maksim om hem af te lossen. Andrej studeerde informatica aan de Nationale Technische Universiteit van Belarus, vijfde jaar. Hij is zonder ouders opgegroeid; ze zijn beide gestorven toen hij vier jaar oud was.’

    Maksim P. volgde een opleiding voor boswachter. ‘Die boompjes heb ik van hem’, ze wijst naar een rij naaldboompjes in het tuintje. ‘Hij is ook halfwees, hij is opgegroeid zonder moeder.’

    Ilja deed aan boksen, hij wilde beginnen met wedstrijden.

    Ze werden allemaal op 2 april 2015 gearresteerd. Maksim Makarow en Ilja werden uit hun auto getrokken door de antiterroristische troepen van de OMON, een van de wreedste militie-eenheden. Andrej en de andere Maksim werden door de militieagenten van huis gehaald. De oudste van de jongens was tweeëntwintig jaar, de jongste twintig. Tenlastelegging: handel in drugs door een georganiseerde criminele groep. Daar staat twintig jaar gevangenisstraf op.

    Moeders 328

    De Belarussische jeugd moet rein, gezond en gehoorzaam zijn. Sinds enkele jaren komen er synthetische drugs uit Azië het land binnen; ze zijn goedkoper dan de klassieke drugs (hasj en marihuana) en veel gevaarlijker (de samenstelling is moeilijk te bepalen, nog afgezien van de bijwerkingen). In de kranten wordt een ongeluk beschreven: drie vrienden uit Homel kopen samen synthetische drugs, een van hen wordt na een feest gevonden met uitgestoken ogen. Aleksander Loekasjenka verklaart drugs de oorlog en in december 2014 ondertekent hij presidentieel decreet nr. 6, waardoor de regels worden aangescherpt. Op de handel in drugs staat nu tot vijftien jaar gevangenisstraf: als er sprake is van een georganiseerde criminele groep twintig jaar. De veroordeelden komen terecht in speciale heropvoedingskampen: om hen te onderscheiden van andere gevangenen krijgen ze groene strepen op hun gevangeniskleding. ‘We zullen ze zo hard aanpakken dat ze zullen smeken om de dood,’ aldus Loekasjenka.

    De arrestaties beginnen in de eerste maanden van 2015. Een van de eerste arrestanten, de achttienjarige Maksim, de jongste zoon van Larissa Zjigarowa uit Grodno, krijgt acht jaar omdat militieagenten bij hem thuis een hennepplant vinden.

    Aleh Wolczak, oppositielid en activist van de organisatie Rechtshulp voor het Volk, denkt dat de rechter zich gewoonweg heeft vergist. Maar hoe vaak kan hij zich vergissen? Twee keer? Drie keer? Tegenwoordig worden dit soort vonnissen in heel Belarus geveld. Toen begreep hij dat het geen toeval was, dat het stelselmatig is. Alsof er van boven een order is uitgevaardigd om ervoor te zorgen dat de statistieken van de militie omhooggaan.

    Een oproep om drugs in Belarus te legaliseren.

    De moeder van Maksim, Larissa, richt op Vkontakte de groep Moeders 328 op (naar het artikel in het wetboek van strafrecht op grond waarvan hun kinderen worden veroordeeld). In het begin zijn er tientallen leden, vervolgens honderden en nu zijn het er bijna duizend. Ze komen uit Minsk, Brest, Lida, Vitebsk en Homel. Ze ontmoeten elkaar thuis, in cafés, schrijven petities. De juristen van Rechtshulp voor het Volk helpen hen bij het invullen van aanvraagformulieren om de beweging te registreren, maar de autoriteiten weigeren. Ze krijgen ook geen vergunning om te demonstreren.

    Journalisten bellen Wolczak met het verzoek om commentaar te geven. Hij is jurist, werkte vroeger als onderzoeksrechter bij het OM. ‘Ik heb in mijn carrière vijftig moordzaken meegemaakt,’ aldus Wolczak. ‘Ik herinner me dat ze acht of tien jaar kregen, evenveel als de jeugd nu voor drugs.’ Hij is er zelf van overtuigd dat deze nieuwe rechtspleging nergens toe leidt. ‘Je kunt vooral niet mensen veroordelen wegens drugsbezit voor eigen gebruik. Als iemand verslaafd is, moet hij worden behandeld. En in de gevangenis is daartoe geen enkele mogelijkheid. Het probleem daarbij is dat er in Belarus geen moderne behandelmethodes zijn, er is geen preventie. Mensen zijn bang om het over hun problemen te hebben, omdat ze niet willen worden opgenomen in het centrale register van verslaafden dat Loekasjenka in 2015 heeft opgericht.’

    ‘Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving’

    Wolczak is van mening dat de straffen te zwaar zijn. ‘In veel gevallen kun je naar andere middelen grijpen: een ondertoezichtstelling door een curator, taakstraffen, vooral als de pleger jong is, nog geen strafblad heeft en met een geringe hoeveelheid drugs is betrapt. Wij waarschuwden de autoriteiten dat je jongeren niet eindeloos kunt veroordelen, omdat je dan eindigt zoals in het Amerika onder Reagan. Mensen die voor kleine vergrijpen de gevangenis in gingen, kwamen er jaren later weer uit, helemaal vervreemd van de samenleving.’

    ‘De helft van de gevangenen in Belarus is veroordeeld wegens drugsdelicten,’ aldus Piotr Markielow, een vierentwintigjarige activist van de beweging Legalize Belarus. ‘Massa-arrestaties lossen het probleem niet op.’

    De beweging Legalize Belarus werd in 2017 opgericht door jonge mensen die verontwaardigd waren over de schaal waarop mensen werden gearresteerd op grond van artikel 328. Ze organiseren happenings en lezingen, ze sturen de veroordeelden briefkaarten, verzamelen handtekeningen voor een petitie om marihuana te legaliseren.

    ‘Ik heb ook wel eens een joint gerookt,’ erkent Markielow. ‘Maar niet in Belarus. Hier is het te gevaarlijk.’

    Een jaar geleden is hij van de universiteit gestuurd (theoretische natuurkunde), officieel omdat hij te vaak absent was. Twee keer is hij gearresteerd – één keer hebben ze hem aangehouden bij antiregeringsbetogingen, en één keer op een rave party in een verlaten bunker bij Minsk.

    Tegenwoordig zitten er wegens druggerelateerde delicten 18.000 mensen in de gevangenis. Mensenrechtenactivisten schatten dat 80 procent van hen nog geen dertig is. Onbekend is hoeveel van hen er minderjarig zijn.

    Op een bijeenkomst van Moeders 328 krijg ik een lijst:

    Marina Wladimirowna, haar zoon is gearresteerd op 17-jarige leeftijd. Hij kreeg 11 jaar en 7 maanden;

    Olga Borysowna, haar dochter is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Natalja, haar dochter is gearresteerd op 15-jarige leeftijd. Zij kreeg 10 jaar;

    Elena Georgijewna, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 10 jaar;

    Zjanna Waclawowa, haar zoon is gearresteerd op 16-jarige leeftijd. Hij kreeg 8,5 jaar;

    Enzovoorts. Vijfendertig namen. En dat zijn alleen nog maar de namen van de mensen die ermee instemden de petitie aan de parlementariërs te ondertekenen.

    Striemen

    Sinds haar zoon gearresteerd is, eet en slaapt Galina niet meer. Drie dagen mogen ze iemand vasthouden zonder tenlastelegging. Op de derde avond belt ze haar broer, samen rijden ze naar de vader van Maksim. Zwijgend kijken ze naar de klok. De deurbel gaat.

    ‘Aan zijn ogen zag ik meteen hoe laat het was. Ik hoefde niks te vragen. Ik gaf hem een handdoek toen hij onder de douche stond en zag dat zijn hele lichaam onder de blauwe striemen zat. Ze moeten hem op z’n nieren hebben geslagen. Op zijn lever. In zijn hals had hij kleine rode plekjes; later kwam ik erachter dat die van de taser [een stroomstootwapen] zijn.’ Ze besluiten geen klacht in te dienen. ‘Toen ik dat zag, huilde ik in mijn kussen, maar het belangrijkste was dat ze me mijn zoon teruggaven.’

    Maar de molens draaiden, ze riepen Maksim weer op voor een verhoor.

    Andrej bekent meteen – hij gebruikte ook wel eens drugs, handelde er wat in. Bij Ilja wordt een rolletje vijfroebelbiljetten gevonden en een kaartje waarop – zo tonen experts aan – sporen van alfa-PVP worden aangetroffen, een stof die een vergelijkbare werking heeft als amfetamine.

    Alleen tegen de Maksims hebben de militieagenten niets, maar dat sluit voor hen nog niet uit dat zij geen verdachte zijn, tenslotte gingen zij veel met die andere twee om.

    ‘Andrej verklaarde dat hij alles in zijn eentje deed. Maar de onderzoeksrechter wist dat als hij van hen een georganiseerde criminele groep maakte, hij een wit voetje zou kunnen halen bij zijn superieuren.’

    Soms belt Galina Maksim P., om te horen hoe het met hem gaat. Hij is per slot van rekening halfwees, hij moet het in z’n eentje zien te redden. Hij nam een keer niet op, en toen maakte ze zich zorgen of alles wel in orde was met hem.

    Op die dag wachtte Maksim P. tot zijn zus naar haar werk in het winkelcentrum was gegaan, en hij alleen thuis was. Hij schreef drie brieven – aan zijn zus, aan zijn vader en aan zijn vriendin (ze waren drie maanden samen). Of hij bang was? Galina zegt dat ze hem, de jongste van het viertal, tijdens het onderzoeksverhoor opsloten in een zogenaamde press-chata (waar een nieuweling onder handen wordt genomen door recidivisten). Overdag sloegen de militieagenten hem, ’s nachts hoorde hij wat een twintigjarige als hem in de gevangenis boven het hoofd hing. Misschien had hij die beelden voor ogen, of misschien alleen de rust als hij zich van die beelden zou bevrijden.

    ‘Zelfmoord door het doorsnijden van de polsen,’ noteerden de militieagenten later.

    Andrej, Ilja en Maksim Makarow krijgen vijftien jaar gevangenisstraf.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken

    Ze zeggen dat ze voor de arrestatie een gewoon leven leidden: werken, boodschappen doen, ’s avonds voor de televisie. Zelfs als dat leven je een dronken man, een scheiding of een ziekte bracht, dat was allemaal je vertrouwde lot, en geen dreiging die je van je verstand berooft.

    Nu gaan de moeders het internet op en leren nieuwe woorden kennen: zouten, kristallen, spices, mixjes om te roken – synthetische psychoactieve stoffen, in gewoon Nederlands namaakdrugs genoemd. Enkele jaren geleden konden sommige daarvan in Belarus nog legaal worden gekocht, na het presidentiële decreet nr. 6 worden ze beschouwd als drugs.

    ‘Dat houdt alleen maar in dat de handel erin is verplaatst naar het internet. Je hoeft maar als zoekterm in te typen: “Waar koop ik drugs in Minsk?” en meteen verschijnen er adressen van winkels,’ aldus Elena, en ze laat een prijslijst zien die ze heeft afgedrukt van het internet: stad, naam van de drug, prijs. Haar zoon Kiryl zit al twee jaar in de gevangenis (hij kreeg negen jaar).

    Verstopplaats – plaats waar de bestelde waar wordt verstopt. Dat kan een uitgeholde boomwortel in het bos zijn, een kuiltje in het veld buiten de ring van Minsk. Op de site van de winkel registreert de cliënt zich in een speciaal systeem, dat de gesprekken versleutelt; als je betaalt krijg je een kaart met de verstopplaats, waar de drugs op je wachten.

    Verstoppers – degenen die de handelswaar op de verstopplaats leggen. Verstoppers zijn meestal jonge mensen die op het internet afkomen op oproepen om wat bij te verdienen. Zij lopen ook het vaakst tegen de lamp.

    Irina, de moeder van Wladek, vertelt: ‘We hadden het thuis niet breed, en onze zoon zat op de middelbare school, hij wilde met zijn vriendin naar de bioscoop. Eerst werkte hij voor een bakkerij in de Komarowka-markthal, zwart, maar na een paar weken betaalde de eigenaar hem zijn loon niet uit.’

    De Komarowka is een van de grootste markten van Minsk, met meer dan tweehonderd kramen, het is er druk van ’s ochtends vroeg tot ’s avonds laat. ‘De jongen wist dat ze hem gewoon aan het lijntje hielden. Maar waar hij ook heen ging, het was overal hetzelfde liedje: werk zonder contract en een baas die allerlei smoezen verzint om niet te hoeven betalen,’ aldus Svetlana, de zus van Irina en de peetmoeder van Wladek. ‘En toen las hij dat berichtje op Vkontakte, dat een winkel in aromatische mengsels om te roken koeriers zocht. Ze zijn juist op zoek naar kinderen, doen hun rechtstreeks een aanbod om samen te werken en schrijven dat alles legaal is.’

    Misschien vermoedde Wladek dat dat niet helemaal waar was, want over zijn nieuwe baantje vertelde hij niks aan zijn ouders. Twee weken na het verzorgen van de eerste zending werd hij gearresteerd. Hij liep samen met zijn vriendin, Valerija, tegen de lamp. Ze waren zeventien en kregen tien jaar, omdat de onderzoeksrechter vond dat er sprake was van een georganiseerde criminele groep.

    OPG – de Belarussische afkorting van Organizowanaja prestoepnaja groepa, ofwel Georganiseerde criminele groep

    ‘De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes’

    Loedmila legt een appel op tafel: ‘Ik zal je laten zien hoe onze kinderen een georganiseerde criminele groep vormen. Een appel is een winkel met drugs. De tweede appel is mijn zoon, die voor verstopplaatsen zorgde. Het baantje vond hij via het internet, zoals zij allemaal.’ ‘En dit’, Loedmila legt naast de eerste appel nog meer appels, ‘zijn andere kinderen, die voor dezelfde winkel voor verstopplaatsen zorgden. De militie spoort een winkel op en pakt ze allemaal op. Ze zien elkaar voor het eerst in de rechtszaal, maar voor de rechter is het een georganiseerde criminele groep. De kinderen krijgen tien, vijftien jaar, de onderzoekers een premie en goeie baantjes.’

    Haar zoon Artur, zit al vijf jaar in de gevangenis (hij kreeg dertien jaar).

    ‘En ik vraag dus: “Als het dan een georganiseerde criminele groep is, wie is dan de baas van deze business? Waar zijn de producenten, de laboratoria?”’ zegt Elena opgewonden. ‘De militie sluit een winkel op internet, maar onmiddellijk worden er tien andere geopend. En ze arresteren nog meer kinderen.’ De mensenrechtenactivisten stellen dat in deze oorlog die Loekasjenka heeft verklaard aan de drugs hoofdzakelijk kleine dealertjes en jongeren die voor eigen gebruik drugs kopen in de gevangenis belanden. Het recht zit zo in elkaar dat wie drugs koopt en het met vrienden deelt op een feestje, kan worden veroordeeld wegens distributie van verdovende middelen, waarop acht tot dertien jaar staat.

    ‘Tegen mijn zoon zeiden de militieagenten: “Je kunt nog beter iemand vermoorden,”’ aldus Alla, de moeder van Aleksander (veroordeeld tot veertien jaar).

    Loedmila: ‘Het strafdossier van mijn zoon beslaat acht ordners, de rechter bladerde er nog geen uur in. Toen de advocaat opstond om een vraag te stellen, zei hij: “Zitten!”’

    Julia: ‘Vóór ons was een proces van een man die zijn vrouw in elkaar had geslagen. Dat was een recidivist, hij was al twee keer veroordeeld. Nu had hij haar zo toegetakeld dat ze twee maanden in het ziekenhuis had gelegen met hoofdwonden. Hij kreeg twee jaar en zes maanden, en mijn zoon tien jaar.’

    150 gevangenen in een cel

    Galina brengt haar zoon iedere maand een pakket: dertig kilo, meer mag niet.

    In een emmer giet ze een liter gekookt water, thee, uienringen, brengt het op smaak met zout en suiker, en op de bodem legt ze stukken rauwe vis. Na drie dagen haalt ze de vis eruit en hangt deze op boven het fornuis om te drogen. Gezouten vis is lichter dan gekookte, er past meer in het pakket. Spek zout ze ook zelf, omdat dat goedkoper is. Voor zes roebel koopt ze een kilo rauw spek op de markt. Voor gezouten spek zou ze in de winkel twaalf roebel moeten betalen.

    ‘Het zijn jonge kerels, ze moeten eten, en wat krijgen ze daar te eten? De hele zomer hebben ze daar alleen gort gekregen. Dat heeft mijn zoon drie tanden gekost, zoveel steentjes zaten erin,’ klaagt Galina en wikkelt het spek in papier.

    ‘Elke maand sturen we Maksim honderdtwintig roebel, meer mag niet. Ze werken in tweeploegendienst in een meubelfabriek, iedere maand krijgen ze dertig kopeken in de hand gedrukt. Honderdvijftig mensen slapen in een zaal. De britsen staan naast elkaar, vijfhoog, van de vloer tot het plafond. Ze hebben drie badkamers met z’n allen.’

    Maksim heeft al twee keer straf gekregen wegens overtreding van het reglement. Eén keer was hij op de grond gaan liggen in plaats van op zijn brits; hij had gezegd dat hij last had van zijn rug. Een andere keer had hij zijn kraagje niet dichtgeknoopt. Toen mocht hij zijn familie niet zien.

    ‘Ik ben toen naar de directeur gestapt: “Ik wacht al een half jaar om mijn zoon te zien. Jullie hebben mij, zijn moeder, veroordeeld!”’

    Eén keer per week mogen ze telefonisch met hun kinderen praten, niet langer dan een minuut. 

    ‘Hij vertelt me niks, maar als hij ’s avonds in zijn kussen ligt te huilen, hoor ik dat, dat kun je niet uitleggen. Dat is je moederhart.’

    Boeken

    Een half jaar na de arrestatie van haar zoon heeft Julia Ostrowsko een uitgebluste blik, de wallen onder haar ogen verbergt ze met poeder. Ze is tien kilo afgevallen. Ze is gestopt met haar werk, ze heeft haar jongste dochtertje naar haar moeder in Wilejka gestuurd, honderd kilometer van Minsk. Kamila mist haar broer, vraagt waarom hij geen afscheid is komen nemen toen hij ging studeren. Voorlopig heeft ze haar niet de waarheid verteld. ‘Ze hebben mijn zoon gevangengezet, maar het hele gezin wordt gestraft,’ zegt Julia.

    ‘Ik weet niet hoe ik me zo in de nesten heb gewerkt, mama,’ schrijft Emil haar. ‘Zeg tegen mijn vrienden, want ik zal ze de komende tien jaar niet zien, dat ze geen stommiteiten begaan. En stuur me niks, alleen boeken.’

    De militieagenten hadden bij hem thuis zijn telefoon en computer meegenomen (bij de halte had hij hun alle wachtwoorden gegeven). Ze hadden het berichtje gevonden dat hij had uitgewisseld met de internetwinkel die de namaakdrugs verkocht; daar bleek uit dat hij een pakje bij hen had opgehaald. Hij kreeg tien jaar voor de handel in drugs als lid van een georganiseerde criminele groep.

    ‘Het is niet bekend wat dat voor groep is, want verder hebben ze niemand opgepakt: noch een leider, noch andere leden van de groep. Ook geen enkele meerderjarige die deel uit zou maken van die groep, alleen mijn zoon.’

    In de strafkolonie werkt Emil nu bij de recycling van metaal uit oude elektriciteitskabels. Volgens Julia worden die uit de zone van Tsjernobyl gehaald; geen enkel vrij persoon zou dat materiaal aanraken, maar de gevangenen halen ze uit elkaar met hun blote handen. En wie er iets van zegt, gaat de isoleercel in. Ze wonen bijna onder de grond, in de cellen is het koud en vochtig, alleen een klein raampje onder het plafond laat wat licht binnen. Ze krijgen alleen maar waterige soep met stukjes aardappel.

    Lees ook:

    Eén keer in de drie maanden krijgen ze bezoek, veertig minuten. Ze praten door een telefoonhoorn, de ouders aan de ene kant van het glas, de kinderen aan de andere kant, en achter in de zaal zit een cipier die met een schakelaar beslist welke cabine hij afluistert. Eén keer per half jaar mogen ze elkaar zonder glas ertussen zien.

    ‘Als ik eruit kom, kan ik alleen nog straatveger worden,’ schrijft hij haar vertwijfeld.

    Ze troost hem dat hij nog eindexamen kan doen. Ze neemt zijn boeken voor Engels mee. Ze schrijft naar de directeur van de gevangenis, naar de minister van Onderwijs om te vragen of haar zoon de hoogste klas mag afmaken en examen mag doen bij een commissie. Ze antwoorden dat het recht niet voorziet in de opleiding van gevangenen.

    Tegenover haar zoon geeft ze niet toe dat ook zij last heeft van sombere gedachten. Als hij eruit komt, zal hij achtentwintig jaar oud zijn. Wie komt hij daar tegen, wat voor mens word je daar? Julia durft er niet over na te denken.

    Hongerstaking

    Galina is ervan overtuigd dat haar zoon onschuldig is. Ze heeft het over afgedwongen bekentenissen, manipulaties van de rechter, twijfelachtig bewijsmateriaal.

    Er zijn ook moeders die erkennen: ‘Ja, onze kinderen hebben de wet overtreden.’ ‘Maar geef ze dan drie jaar, en geen tien. Geef ze straf, maar pak hun leven niet af,’ aldus Elena, de moeder van Kiryl.

    Samen met de juridische adviseurs hadden ze een wetsvoorstel opgesteld om het wetboek van strafrecht te wijzigen. Belangrijkste eis: verlaging van de vonnissen. De parlementariërs die ze met het wetsvoorstel benaderden schudden hun hoofd: ‘We begrijpen het wel, maar er is niets aan te doen.’ Anderen zeggen ronduit: ‘In fatsoenlijke gezinnen laten kinderen zich niet in met drugs.’ Nu worden ook de moeders veroordeeld dat ze hun kinderen hebben opgevoed tot slechte mensen.

    Ik vraag naar de vaders: strijden zij ook voor hun zoons?

    ‘Ze zijn bang,’ zegt Marina. ‘Die van mij zei: “Als vrouwen de straat op gaan krijgen ze een boete. Maar wij worden in elkaar geslagen door de militie.”’

    ‘Ze moeten geld verdienen,’ voegt Irina eraan toe. Zij werkt op het consultatiebureau voor autistische kinderen, haar man is chauffeur. Elke avond vraagt hij haar met vermoeide stem hoeveel ze nog nodig hebben voor de advocaat. Ze vonden het verstandiger niet allebei met de autoriteiten overhoop te liggen.

    ‘Maar er is er eentje,’ zegt Elena, ‘een jurist uit Grodno. Hij zit urenlang op internet en zoekt alles uit: wie richt de bedrijfjes op, waar komt het geld vandaan, hoe de banken er geld aan verdienen. We hebben een document met de resultaten van zijn onderzoek, maar helaas zijn de autoriteiten er niet in geïnteresseerd.’

    In april 2018 gingen de moeders in hongerstaking. Zeven hongerden in een datsja in de buurt van Kalinkowitsje, in het district Homel, zeven bij Poechowitsje onder Minsk. ‘Ze gaven ons geen vergunning om te protesteren in de stad, maar in mijn datsja, wie zal het ons verbieden?’ zegt Elena.

    De grond was nog koud: ze namen warme slaapzakken mee, zetten tenten op.

    Om iets te doen te hebben, pootten ze de eerste dag aardappelen. Er zoemde iets boven hun hoofd. Een drone, de KGB? Elena haalde haar schouders op en groef verder in haar tuintje.

    Er kwamen journalisten, vertegenwoordigers van ngo’s. ‘Ik werd gedwongen om de keuken uit te komen en oppositielid te worden,’ zei een moeder in Poechowitsje tegen het tv-kanaal Belsat.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking’ 

    Het huisje van Elena is het laatste huis van het dorp, verder zijn er alleen velden en weilanden, er is geen mens te zien. Als iedereen weer weg is, praten de moeders over hun kinderen, dan is het gemakkelijker de honger te vergeten.

    Op de tiende dag valt Loedmila flauw, de oudste van allemaal (64 jaar). Ze geven haar water met honing, dat helpt een beetje, maar dan beginnen de problemen met haar hart, dat verschrikkelijk tekeergaat in haar borst.

    ‘Dehydratie, tachycardie,’ verklaart de arts. ‘Als u wilt blijven leven, moet u onmiddellijk ophouden met uw hongerstaking.’ 

    Bij Poechowitsje blijven er nog zes hongerstaaksters over; ze zeggen steeds minder, ze gaan steeds meer op het gras liggen. Ze hebben last van duizelingen, misselijkheid en problemen met hun nieren.

    Op de veertiende dag gaat de telefoon: ze bellen van het kabinet van de president, dat ze bereid zijn om te praten. De groep uit Kalinkowitsje krijgt een onderhoud; Natalja Katsjanowa, chef van het kabinet van Loekasjenka, ontvangt de moeders. Ze belooft hun dat er nog dit jaar over project Moeders 328 zal worden gedebatteerd in het parlement.

    ‘Ze hebben ons voorgelogen,’ zegt Elena. ‘Alleen om ervoor te zorgen dat we onze hongerstaking beëindigden.’

    Roosjes van crème

    Op kerstavond is Galina naar de kerk gegaan, ze heeft de tafel gedekt. Dit was al het vierde jaar dat ze met Wiktor Wladimirowicz tegen de lege stoel van Maksim aankeek. Bij het laatste bezoek heeft ze iets raars aan hem gemerkt, zegt ze terwijl ze haar tranen wegslikt. Maksim zat achter het glas en krabde zich aan zijn bovenbenen, heel mechanisch, keer op keer. Zijn ogen waren heel onrustig, alsof hij iets zocht. ‘Jongen, wat is er toch met je?’ vroeg ik. ‘Toen pas drong het tot hem door, hield hij op met krabben en keek hij me met zo’n verwonderde blik aan. Ik ben bang dat hij psychisch al erg veranderd is.’

    Julia organiseerde een feestje voor Emils achttiende verjaardag: er was taart met roosjes van crème, champagne, er kwamen vrienden, familie. De kaarsjes bliezen ze met z’n drieën uit: zij, haar zus Emila en zijn vriendin Palina. Ze stuurden hem in de strafkolonie een foto met de tekst: ‘We wachten op je’.

    Wanneer we afscheid nemen, krijgen ze net bericht: in de strafkolonie heeft een meisje van zestien dat op grond van artikel 328 was veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf, zelfmoord gepleegd.

  • Generatie corona. Hoe nu verder?

    Generatie corona. Hoe nu verder?

    In plaats van de wereld te verkennen, zaten Europese jongeren thuis. In plaats van verliefd te worden, hielden ze afstand. De pandemie heeft hun een heleboel dingen afgepakt die horen bij jong zijn. Hoe pakken ze de draad weer op? Zesentwintig getuigenissen.

    Onze laatste zorgeloze zomer is algauw twee jaar geleden. Als je jong bent, lijkt dat wel een half leven. Die zomer hadden we nog nooit gehoord van besmettingsaantallen. We lagen op het gras, op het strand of bij het zwembad, samen op een badhanddoek en zo dicht bij elkaar als nu verboden is. We wisselden blikken met mensen die we nog niet kenden en die we leuk vonden. We trokken het ene biertje na het andere open, speelden volleybal, voetbalden, omhelsden elkaar na elk doelpunt en na een tijdje gingen we ergens anders heen, tot diep in de nacht. We waren nog niet gearriveerd, natuurlijk niet, we waren pas net op zoek.

    Bij volwassen worden hoort dat je nog niet hoeft te weten wie je bent en wie je wilt worden, dat je de plek waar je thuishoort nog mag vinden. Maar wat als de zoektocht al voorbij is voor je de kans hebt om ergens aan te komen?

    Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten

    De pandemie heeft alles wat volwassen worden is, veranderd in het tegendeel: in plaats van dichter bij elkaar te komen, moesten we afstand houden. Grenzen respecteren in plaats van overschrijden, thuis blijven in plaats van de wereld in te trekken. De eerste zoen, voor het eerst alleen met vrienden op vakantie, de eerste stage: allemaal uitgesteld. Voor onbepaalde tijd. En dat kunnen we nooit allemaal inhalen: als je op je achttiende verjaardag thuis zat, kun je een jaar later niet met vrienden en vriendinnen gaan vieren dat je meerderjarig bent geworden. Als je tijdens de pandemie eindexamen hebt gedaan, kun je met je klasgenoten niet meer maanden later proosten op het begin van het nieuwe leven. En als je een studie bent begonnen, kun je waarschijnlijk niet gaan dansen op het introductiefeest.

    In plaats van eindelijk rond te kijken in de wereld zaten wij, scholieren, studenten en mensen die voor het eerst gingen werken, weer bij onze ouders aan tafel te luisteren hoe zij zich moed inspraken door herinneringen op te halen aan de goede oude tijd. Terwijl wij jongeren nog amper herinneringen hadden. Uitgerekend in de fase van je leven dat je alles het liefst samen doet, voelden wij ons vooral heel alleen. Erger nog: in de steek gelaten.

    Gedesillusioneerde jeugd

    Het is een collectief gevoel, dat in heel Europa wordt ervaren. Dat blijkt uit een gezamenlijk enquête van Süddeutsche Zeitung, The Guardian, La Stampa, Le Monde en La Vanguardia. Honderden jongeren hebben in deze enquête verteld hoe het afgelopen jaar hen heeft veranderd, met name in Duitsland, Groot-Brittannië, Italië, Frankrijk en Spanje. De enquête is niet representatief, maar geeft een beeld van een gedesillusioneerde jeugd. In de antwoorden, waarvan we hier een selectie laten zien, is sprake van een verloren jaar, van een leven in vliegtuigmodus. Veel jongeren hebben het afgelopen jaar de hoop verloren dat ze door de politiek worden gezien, en al helemaal dat ze serieus worden genomen.

    ‘Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes houden,’ zegt er een. ‘Dat we alleen thuis zitten, met de last van school of universiteit op onze schouders, maar zonder dat we als compensatie iets van een leven mogen hebben, daar horen we politici niet over.’ Een ander: ‘Ik ben zwaar teleurgesteld en verbijsterd hoe consequent allerlei beslissingen eerst te laat en dan verkeerd worden genomen.’ Nog iemand: ‘Mijn doel is zonder blijvende geestelijke schade uit deze crisis te komen.’

    Psychische gezondheid

    Een onderzoek van het academisch ziekenhuis van Hamburg-Eppendorf, waarvoor tussen half december 2020 en half januari 2021 meer dan duizend kinderen en jongeren zijn ondervraagd, laat zien dat bijna een derde van de jongeren ‘psychologisch opvalt’. In de loop van de pandemie is hun psychische gezondheid steeds verder achteruitgegaan: veelvoorkomende symptomen zijn depressie en psychosomatische gevolgen als maag- en hoofdpijn. Vergelijkbare resultaten geeft een onderzoek van de Donau-Universität Krems in Oostenrijk van dit voorjaar, dat bij meer dan de helft van de drieduizend ondervraagde jongeren symptomen van depressie heeft geconstateerd en bij de helft angststoornissen. Ongeveer 16 procent had regelmatig suïcidale gedachten, een enorme toename vergeleken met de laatst beschikbare cijfers.

    Heeft de pandemie van ons, de jonge mensen die de hele tijd ‘weinig risico’ liepen, te veel gevergd? Is de samenleving, die solidariteit van ons eiste, misschien onvoldoende solidair met ons geweest? Tenslotte moesten scholen en universiteiten sluiten, terwijl veel bedrijven juist open mochten blijven. Tenslotte lijken kinderen en jongeren de laatsten te zijn die door een vaccinatie terug kunnen keren naar een vrij leven. 

    Antwoorden zijn er haast nog niet, wel voortdurend nieuwe vragen. 

    Inhaalprogramma om te leven

    De belangrijkste vraag is misschien wel: hoe heeft de pandemie ons toekomstbeeld beïnvloed? Wat gaan we doen als alles eindelijk echt voorbij is? Blijven we thuis op de bank zitten, omdat we niet weten dat het ook anders kan? Berusten we, en laten we de politiek de politiek? Of gaan we de straat op om te vechten voor een betere toekomst, voor ons recht om mee te doen, mee te beslissen? 

    Ook daar is nu nog geen antwoord op te gegeven, maar één reactie heb ik al. Een reactie op het ‘inhaalprogramma’ waartoe de regering onlangs heeft besloten, om met miljarden euro’s de leerachterstanden van de afgelopen maanden in te halen. We hebben geen inhaalprogramma nodig om te leren. We hebben een inhaalprogramma nodig om te leven.

    Een inhaalprogramma voor een jaar van gemiste kansen en gemiste vriendschappen. Drukke cafés en feestjes waar je over de hoofden kunt lopen, dat is wat we nodig hebben. We hebben een quotum nodig van dagen dat we mogen spijbelen, van school, van de universiteit, van ons werk, omdat we in plaats van leren en werken nu eerst eens naar het zwembad moeten. Allemaal tegelijk naar het strand, een bergwandeling maken, of gewoon de hele zomer op een picknickdeken liggen, heel dicht bij elkaar. We hebben niet alleen de middagen nodig, of de zomervakantie, maar ook de ochtenden om elkaar te zien en te lachen en eindelijk weer onze armen om elkaar heen te kunnen slaan. Als er één inhaalslag is die we moeten maken, dan echt alleen die ene: leren om weer zorgeloos te zijn.

    Antje Fischbach, 23, studente osteopathie in München

    ‘Ik mis het ongedwongene. Ik mis het uitgaan, onder de mensen zijn, een beetje aangeschoten voor een club hangen met vrienden. Iets idioots doen en er achteraf samen om lachen. Als ik vroeger ontevreden was over mijn leven, veranderde ik iets. Dat kan nu niet. Dit jaar ben ik volwassener geworden, wat niet alleen positief bedoeld is. Ik vind het heel erg dat we voor de politiek geen enkele rol spelen. Wij zijn degenen die zogenaamd de regels overtreden en stiekem feestjes organiseren. Maar dat we in ons eentje thuis zitten, met de last van school of universiteit, zonder enige compensatie waardoor we toch iets van een leven hebben, daar hoor je de politiek niet over. Je hebt het gevoel dat er niet naar je geluisterd wordt en dat je niet serieus wordt genomen. Daar word ik soms echt boos en wanhopig van. Vaak stel ik me voor hoe het is als het leven weer echt begint. Net zoiets als een fantastische vakantie, waar je je al maanden tevoren op verheugt. Maar dan nog beter. Alleen al iedere keer dat je je armen om iemand heen slaat, voelt het een beetje als zomer. 

    In geloof dat we onderschatten hoeveel kracht deze tijd ons later zal geven. Ik bedoel: nu deze shitpandemie ons niet klein heeft gekregen, kunnen we alles aan. Ooit zijn we er weer, onder de mensen, met harde muziek. Ik weet zeker dat we dan op een gegeven moment allemaal even stilstaat en denken: Fuck, ik heb het gered. Ook al wist ik soms niet of ik het wel aan kon. En nu sta ik hier. Tussen een massa mensen, aan de vooravond van een leven dat nog afwisselender en opwindender zal zijn dan hiervoor.’

    Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen

    Matthieu Baubry, 19, student vreemde talen in La Roche-sur-Yon, Frankrijk

    ‘Ik heb de indruk dat we hier nooit uit zullen komen. Het lijkt me een utopie dat we over tien jaar geen mondkapje meer dragen. Ik ben bang dat vandaag of morgen alles voorbij is. En ik ben niet eens boos: tenslotte is het niemands schuld. Ik leg me er gewoon steeds meer bij neer. Tijdens de crisis heb ik alles wat ik wilde doen ter discussie gesteld en ontdekt dat ik een andere weg wil kiezen. Volgend jaar wil ik taal en literatuur gaan studeren om later journalist te worden, gespecialiseerd in videogames. Online wereldkampioenschappen kijken vind ik echt helemaal te gek. Bovendien is het internet een terrein met grote toekomstmogelijkheden, dan hoef ik me geen zorgen te maken of ik wel werk vind.

    In elk geval heb ik van de zomer een baan. Ik ga in de bediening werken in een restaurant aan de westkust, aan het strand, bij Saint-Jean-de-Monts in de Vendée. Ik blijf gewoon bij mijn ouders in Challans wonen, maar dat gaat wel lukken omdat ik niet meer 24 uur per dag thuis ben. En als ik werk, staat er eindelijk weer geld op mijn rekening. Tijdens de tweede lockdown ben ik mijn baan in de supermarkt kwijtgeraakt, en ondanks dat ik een beurs had kon ik de huur niet meer betalen. Zonder mijn ouders stond ik op straat.’

    Sandra Birner, 26, kinderverpleegkundige in München

    ‘Wat ik enorm mis, is dansen. Je laten gaan in de roes van het ritme en één zijn met de menigte om je heen. Mensen ontmoeten, ook partners, want ik ben single en heel open over mijn seksleven. Ik prijs me gelukkig dat ik als kinderverpleegkundige kan blijven werken, dat ik iets te doen heb en in mijn levensonderhoud kan voorzien. Toch is het moeilijk om zo vaak alleen te zijn, in een flatje van 24 vierkante meter, zonder balkon, zonder man, zonder medebewoners. Daardoor ben ik gaan roken. Op een vrije dag is roken voor mij de enige reden om op te staan. Afgelopen winter was ik zwaar depressief, ik moest bijna aan de medicijnen, ik at niet meer en deed niets meer. Waarom zou ik? Des te dankbaarder ben ik voor mijn vrienden, we steunen elkaar geweldig in deze moeilijke tijden. Ik kan me niet voorstellen dat ik ooit weer in een disco zal staan, of in een bar of een biertent en kan dansen en zoenen en lachen. Misschien moet ik een poes nemen, want als je voor corona geen partner had, vind je er nooit meer een.’

    Joy 1 1
    © Tommaso Ausili / Contrasto

    Digital natives

    Dalila Regesta, 19, uit Imperia, Italië, student economie in Straatsburg, Frankrijk

    ‘Ik ben een van de weinigen die kan zeggen dat het afgelopen jaar positief is geweest. Tijdens de pandemie heb ik begrepen wat echt belangrijk voor me is. Dichtbij mijn vrienden en familie zijn bijvoorbeeld. En ik heb het afgelopen jaar daadwerkelijk weer oude vriendschappen kunnen oppakken. De sociale media hebben daarbij echt geholpen, omdat je over allerlei grenzen heen contacten kunt leggen, al is het maar in een video call of via een story op Instagram. Als ik naar de toekomst kijk, is mijn grote zorg dat er niet naar ons wordt geluisterd. Wij zijn digital natives, en vergeleken met de vorige generatie maken de sociale media voor ons van alles mogelijk. Maar dat betekent nog niet dat er aan de andere kant van het scherm automatisch iemand naar je luistert.’ 

    Conor Spielberg, 23, journalist in Dublin, Ierland

    ‘Net als veel jonge mensen hier in Dublin woon ik bij mijn ouders, en het ergste is dat ik op mijn drieëntwintigste financieel nog steeds van hen afhankelijk ben. Ik schrijf recensies over stripverhalen, maar dat levert niet echt veel op. Ik kan gewoon geen ander werk vinden. Het afgelopen jaar heb ik in elk geval heel veel geschreven, maar voor een baan met het minimumloon zou ik een moord doen. Het moeilijkste aan de lockdown vond ik dat ik tegenover vrienden nu eenmaal veel opener ben dan tegenover mijn familie. Het is best vreemd dat ik in een camera kan kijken of in een headset kan zeggen: “Ik ben verdomd ongelukkig” en het tegelijk onvoorstelbaar vind om dat tegen iemand te zeggen die tegenover me zit. Het enige goede aan dit verschrikkelijke jaar is, dat we nu het duidelijke bewijs hebben wat er gebeurt als je de wetenschap negeert omwille van de winst. Hopelijk gaan we daardoor anders denken over klimaatverandering. Grote bedrijven en regeringen hebben dat probleem decennialang genegeerd, en ik ben echt verbijsterd dat er nog steeds mensen zijn die proberen te voorkomen dat we een oplossing vinden voor de klimaatcrisis.’

    ‘De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan’

    Mariska Faassen, 17, scholier in Nederland

    ‘Het gaat er niet om dat ik wil feesten of met mijn vrienden rondhangen. Het gaat me er vooral om dat het niet eerlijk is: ieder bedrijf en ieder restaurant dat dicht ging, heeft geld gekregen van de staat. En nu mogen wij, de jongeren, in de toekomst een kapitaal aan belasting gaan betalen. Onze toekomst staat op het spel, en wij hebben er niets over te zeggen. Ik ben heus bereid mijn stem te laten horen, maar ik zou niet weten hoe. We leven in een democratie, maar beslissingen die extreem veel invloed op ons dagelijks leven hebben, worden zonder enige discussie met de burgers genomen. De burgers in ons land zijn de slachtoffers van de fouten van het kabinet, zoals bij het vaccinatieprogramma en de capaciteit van de ziekenhuizen. De grootste uitdaging voor mijn generatie is om al het geld terug te krijgen dat nu wordt uitgegeven om te voorkomen dat bedrijven failliet gaan.’

    Sara-Besme Shabib, 21, scholier in München

    ‘Tot voor kort zat ik op het mbo, maar door corona heb ik de hoop mijn examen te halen opgegeven en ben ik ermee opgehouden. Terwijl het mijn grootste wens was om scheikunde te studeren. Maar in de huidige omstandigheden kan ik dat niet aan. Het hoogtepunt van de week is mijn uurtje therapie. Mijn therapeut zie ik vaker dan wie ook. Dat is een constante waaraan ik kracht ontleen, omdat ik er het huis voor uit moet. Bovendien is me duidelijk geworden dat ik mijn sociale contacten niet als vanzelfsprekend mag beschouwen, en ben ik dankbaar voor elke minuut die ik met mijn vrienden kan doorbrengen. Over de regering hoef ik het niet te hebben, neem ik aan? Economie voor, economie na, het komt me mijn oren uit. Ik krijg voortdurend het gevoel dat ik in het beeld moet passen dat de maatschappij van ons jongeren heeft. Maar veel jongeren zijn aan het eind van hun Latijn. Toch verwachten ze van leerlingen dat ze studeren, bijblijven en examen doen. En daarna liefst meteen solliciteren of met een opleiding of een studie beginnen. “Jullie zijn de toekomst,” laat me niet lachen. Niemand helpt ons. Ze zouden iedereen die nu van school komt gelijk een tegoedbon voor een burn-outkliniek bij moeten geven.’

    Bang voor de toekomst

    Volgens een enquête van de Bertelsmann Stiftung vreest 65 procent van de vijftien- tot dertigjarigen in Duitsland dat de politiek geen oog heeft voor hun zorgen over de pandemie. Krap de helft van de zevenduizend ondervraagden is bang voor de toekomst.

    Benoît Frimon-Richard, 25, uit Égly, Frankrijk, studeert farmacie in Parijs

    ‘Voor de pandemie had ik eigenlijk besloten om naast mijn studie farmacie in Parijs ook een master in bestuurskunde te gaan doen om ooit bij een instantie in de gezondheidszorg te gaan werken. Maar toen de pandemie begon, ben ik teruggegaan naar mijn ouders in Égly, in de provincie, in het zuiden van het departement Essonne. Van daaruit studeer ik nu online en daarnaast werk ik parttime in een apotheek. Ook al maak ik grappen dat ik leef als een monnik: sinds ik terug ben op het platteland slaap ik beter, eet ik beter, drink ik helemaal geen alcohol meer en doe ik meer aan sport. Ik heb zelfs spieren gekregen! Ik verdien geld en geef praktisch niets uit omdat ik thuis woon. Ondertussen zijn mijn toekomstpannen radicaal veranderd en heb ik besloten dat ik liever in een apotheek op het platteland werk dan op een kantoor. In het contact met mensen voel ik me nuttiger. Mijn plan is al tamelijk concreet: over twee jaar neem ik vermoedelijk een apotheek over, in de gemeente Angervilliers met vijftienhonderd inwoners.’

    Matthias Montesano, 21, barkeeper in Turijn, Italië

    ‘Ik ben barkeeper en heb lang helemaal niet kunnen werken. Thuis heb ik geprobeerd mijn cocktails te verbeteren en nieuwe technieken uit te proberen. Maar het viel niet mee om me te concentreren. Ik geloof dat de politiek in Italië al met al goed heeft gereageerd, ook al zijn er natuurlijk fouten gemaakt. Waarom waren bijvoorbeeld kerken wel open, terwijl musea en theaters dicht moesten blijven? Waarom was het ja tegen godsdienst en nee tegen cultuur? In allebei die sectoren kunnen ze toch dezelfde veiligheidsmaatregelen nemen? Dan zou het allemaal veel beter zijn gegaan. Het virus heeft ons natuurlijk ook volkomen onverwachts overvallen. Misschien moeten we het allemaal als een waarschuwingssignaal zien. We moeten onze levensstijl veranderen en onze extreme consumptiedrift afremmen. Nadenken over wat echt belangrijk is. Deze pandemie heeft ons te veel afgenomen om het allemaal gewoon achter ons te laten zonder het ook als een kans op verandering te zien. Ook wat betreft mijn familie: ik heb gemerkt dat je die in moeilijke momenten om je heen wilt hebben. In het gewone leven wil je dat nog wel eens vergeten.’

    ‘Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet’

    Lucas Hoorn, 23, leerling-docent aardrijkskunde en sociale studies in Dresden

    ‘Tijdens de pandemie heb ik veel tijd voor allerlei beeldschermen doorgebracht. Ik heb er eigenlijk geen moeite mee om alleen te zijn, maar zoveel eenzaamheid doet pijn. Mijn medebewoners en -bewoonsters helpen geholpen, maar steeds vaker voel ik me vanbinnen leeg. Gewoon niets. Op een ander moment ben ik van binnen des te impulsiever, mijn internetbubble maakt dat ik steeds bozer word op wappies en coronaontkenners, maar ook op onze politieke leiders. In wezen ben ik heel dankbaar dat we in een echte democratie leven, en waardeer ik ons federalisme. Eigenlijk was ik er ook van overtuigd dat we hier in Duitsland ondanks allerlei democratische hindernissen snel en efficiënt kunnen handelen. Maar blijkbaar mankeert het ons aan daadkracht. Ik ben zwaar teleurgesteld dat beslissingen constant eerst te laat en daarna verkeerd genomen worden. Het gevoel in de steek gelaten te zijn, geeft dat heel goed weer. Ik wil gewoon dat alles weer normaal is. Ook al kan ik me niet voorstellen hoe dat normaal eruitziet.’

    Niet systeemrelevant

    Lena Iris Brendel, 25, student muziek in Stuttgart

    ‘Het afgelopen jaar zou mijn jaar zijn. Ik studeer muziek en zat in mijn buitenlandsemester, klaar om de wereld te veroveren. In plaats daarvan zat ik weer in mijn kinderkamer en moest ik ook nog toekijken hoe mijn beroep verdween. Opeens moest ik me afvragen: ‘Waarom zou ik nog oefenen? Zeven jaar keihard studeren, de allerbeste cijfers. Waarvoor? Opeens was ik bezig op internet te zoeken naar “beroepen voor zij-instromers”, “bedrijfseconomie online” en “met welke opleidingen verdien je het meest?” Wat me daarvan het meest op de zenuwen werkt? Vaak vraag ik andere mensen wat hun leven de moeite waard maakt. Het antwoord is nooit “De winst van mijn bedrijf” of “Het bruto binnenlands product”. Maar: festivals, concerten, film, theater. En wie maakt die hele zooi? Wij, die niet systeemrelevant zijn.

    Wat wel heel mooi was: ik heb nog nooit in mijn leven zoveel tijd met mijn vader doorgebracht. Opeens waren we lotgenoten: thuiswerker en thuisstudent. Samen wandelen, samen koffiepauze. Voor het eerst in mijn leven had ik gelegenheid veel over mezelf te vertellen en hij was veel beter in staat begrip te hebben voor zijn gekke kunstenaarsdochter. Als ik ooit iets over deze tijd zou moeten vertellen, zou ik me alleen nog herinneren hoe fijn het was dat ik zo veel met mijn vader was.’

    Alba Fernandez, 24, verpleger in Madrid, Spanje

    ‘Ik ben verpleegster in een ziekenhuis in Madrid. In de afgelopen veertien maanden heb ik het leed en de eenzaamheid van heel dichtbij meegemaakt. En het sterven. Het was afschuwelijk. Niemand is op zoiets voorbereid. Onze gezondheidszorg kon het niet aan, en wij konden van achter onze gezichtsbescherming amper met onze patiënten communiceren. We glimlachten dan en raakten ze aan, ook al was het met latexhandschoenen. Maar wij in de Spaanse ziekenzorg hebben elkaar geholpen, en veel levens gered.’

    Phoebe Hanson, 19, uit Staffordshire, Engeland, studeert politiek in Lancaster

    ‘Mijn hele leven speelt zich af in en rond mijn studentenhuis. Mijn relatie, vrienden, werk, studie, vrije tijd, slaap. Ik voel me net als in een Big Brotherhuis, hermetisch afgesloten van de buitenwereld. Mijn geestelijke gezondheid heeft eronder geleden. Ik was voor het eerst weg van mijn familie in Staffordshire, kon maandenlang niet naar ze toe. In die periode hebben mijn ouders ook nog corona gekregen en zijn ze ziek geworden. En ik kon niets doen. Dat was zwaar.

    Door de pandemie heb ik me gerealiseerd hoe afhankelijk wij mensen ervan zijn dat we elkaar zien. Als ik nu een keer naar huis bel, eindigt dat inmiddels altijd met zwijgen, omdat er niets meer is waar we het over kunnen hebben. We zitten allemaal de hele dag thuis. De pandemie heeft me in elk geval laten zien met wie ik plichtmatig verbonden ben en met wie uit oprecht verlangen om dingen te delen. Mijn vriendschappen van school bijvoorbeeld zijn allemaal voorbij.

    Echt teleurgesteld ben ik over de politiek en het onderwijssysteem. Eerst zouden de examens gewoon doorgaan, toen weer niet, toen weer wel. Totale chaos. Ik heb het gevoel dat die negenduizend pond collegegeld dit jaar gewoon weggegooid geld is. En na onze studie staan we voor de afgrond: mensen hebben ongelooflijk hoge verwachtingen van afgestudeerden: we moeten jaren ervaring meenemen, maar we kunnen ons in deze crisis absoluut niet permitteren onbetaald stage te lopen of tijdrovend vrijwilligerswerk te doen. Mijn carrière is nu voor mij dan ook het belangrijkste.’

    Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde

    Leonard Strickler, 24, werkzaam in Freiburg

    ‘Ik (…) merk in gesprekken met mensen van boven de veertig dat ze me vaak proberen op te vrolijken. Terwijl ik helemaal niet het gevoel heb dat ik opgevrolijkt hoef te worden. Ik heb het geluk dat ik al veel heb beleefd en daar met vrienden met veel plezier herinneringen aan kan ophalen. De hele zaak doet kinderen en jongeren duidelijk meer kwaad. Om de tijd de verdrijven hielp het erg dat de Bundesliga doorspeelde. In het weekend voetbal ik zelf een beetje met een paar vrienden, hoewel 80 procent van mijn sociale contacten de afgelopen maanden online verliep. Mijn gameconsole was een verbazingwekkend zinvolle investering van mijn zestienjarige ik. In plaats van mezelf tijdens een zoomconferentie achter mijn laptop op een fles wijn te trakteren, kon ik met vrienden op mijn Playstation spelen. Alcohol heb ik alleen ’s maandags gedronken wanneer ik met mijn pubquizmaten had afgesproken voor een online quiz. Dat was best geinig, maar er gaat niets boven afspreken in levende lijve. Pas toen dat echt niet meer kon, werd me duidelijk hoe belangrijk het kan zijn om af en toe naar het café te gaan.’

    Michela Petrini, 21, student in Bra, Italië

    ‘Ik zou graag hoop uitstralen, maar eerlijk gezegd ben ik door de pandemie verbitterd geraakt. Inmiddels neem ik niets meer als vanzelfsprekend aan, ook vriendschappen niet. Tijdens de eerste lockdown namen maar weinig vrienden de moeite iets van zich te laten horen. Veel van die oppervlakkige contacten heb ik uiteindelijk beëindigd. Ik geloof dat de regering-Conte heeft gedaan wat mogelijk was; want met een crisis in de gezondheidszorg als deze heeft nog nooit iemand te maken gehad. Maar ik denk steeds vaker dat de regering-Draghi niet doet wat ze zou kunnen. Misschien verliezen wij jongeren nu de hoop, en dat mag eigenlijk niet gebeuren. We moeten vertrouwen hebben in ons land, al is het maar omdat er geen alternatief is. Nu moeten we op de zak van onze ouders teren en die zijn door de pandemie even aangeslagen als wij en hebben moeite om rond te komen.’

    Claire-Lyse Thomann, 18, middelbare schoolstudent in Rennes, Frankrijk

    ‘Begin dit jaar heb ik mijn achttiende verjaardag gevierd. Ik dacht altijd dat ik dan eindelijk naar een nachtclub mocht! Mooi niet. Dat kan ik nooit meer inhalen. En ik ben bang voor de toekomst. Ik vraag me bijvoorbeeld steeds vaker af of het wel een goed idee is om kinderen op deze wereld te zetten. Ik heb het er met vriendinnen over gehad of we kinderen willen of niet. Ik was de enige die het niet wilde of die het in elk geval niet zeker wist. Wat hebben mijn kinderen eraan om in een tijd van klimaatverandering in de ene crisis na de andere te leven? Ik weet dat er als vrouw van je wordt verwacht dat je kinderen krijgt. Maar dat het kan, betekent nog niet dat het moet.’

    Egoïsme

    Chloé Lassel, 22, rechtenstudent in Versailles, Frankrijk

    ‘Toen ik alleen nog maar thuis zat, is me duidelijk geworden dat ik al een tijdje niet meer zo enthousiast ben over mijn studie rechten. In het weekend help ik altijd in een boekwinkel hier in de buurt. Die kant wil ik op. Ik wil iets anders, ik hou ervan onder de mensen te zijn, om klanten boeken aan te raden. Ook tijdens de pandemie kwamen er veel mensen in de boekwinkel, om iets te kopen en om een praatje te maken. Al wilden sommige geen mondkapje opdoen of hun handen desinfecteren. Als ik dat dan vriendelijk vroeg, begonnen ze te betogen dat ze jeuk kregen van het desinfectiemiddel, of dat ze last hadden van het mondkapje. We moeten ons afvragen hoe we met dat soort egoïsme willen omgaan. Tenslotte zitten we allemaal in hetzelfde schuitje, en alleen komen we daar niet uit. De crisis heeft veel dingen zichtbaar gemaakt, ook dingen die we eigenlijk niet willen zien.’

    Lara Oreiro, 24, student in A Coruña, Spanje

    ‘Jong zijn is nooit makkelijk geweest, ook tegenwoordig niet. Mijn generatie moet vechten tegen het stigma dat ze “altijd alles had”. Maar op het ogenblik hebben we weinig en verliezen we een heleboel. Dit zou het jaar zijn dat ik volwassen werd. Ik zou mijn studie afronden en gaan werken. Ik wilde groeien, persoonlijk en in mijn beroep. Die droom heb ik ondertussen laten varen. Veel jonge mensen hier in La Coruña zitten vol opgekropte woede. We lijden aan slapeloosheid en voelen ons machteloos en onrustig. We denken dat het ergste leed geleden is, maar we moeten onszelf niets wijsmaken. Het ergste moet nog komen, zodra we met de nawerkingen van de coronacrisis worden geconfronteerd. Wanneer we proberen een baan met een fatsoenlijk salaris te vinden om zelf een onafhankelijk bestaan op te bouwen. We zullen moeten vechten zoals al heel lang geen jong mens meer heeft hoeven vechten.’

    Risico op depressie

    64 procent van de 18- tot 34-jarigen in de Europese Unie loopt het risico een depressie te ontwikkelen. Dat blijkt uit een enquête uit het voorjaar van 2021 van Eurofound, een agentschap van de Europese Unie. In dezelfde periode in 2020 was dat 53 procent.

    Ana Carrasco, 23, student communicatiewetenschappen in Sevilla, Spanje

    ‘Toen de lockdown begon, kreeg ik paniekaanvallen door het bombardement van cijfers over aantallen besmettingen en doden. Ik ben opgehouden met mijn onlinecursussen en heb de tv uitgezet. In plaats daarvan heb ik de radio aangezet, alleen om naar muziek te luisteren, en ben ik boeken gaan lezen, maar alleen als ze goed aflopen. Ik heb Trivial Pursuit gespeeld met mijn vader, liedjes gezongen met mijn zus en films gekeken met mijn moeder. We aten tussen de middag en ’s avonds altijd met zijn vieren en hebben elkaar op moeilijke momenten gesteund. Zo is het ons gelukt in balans te blijven. Nu ga ik beginnen aan een master journalistiek in Barcelona en heb ik weer zin om te studeren.’

    Paula Mols, 23, student maatschappelijk werk in Münster

    ‘Omdat ik sinds het begin van de pandemie van mijn partner af ben, moest ik eerst uitzoeken wie ik was zonder hem. Dat heeft voor mij de pandemie, stom gezegd, draaglijker gemaakt. Toen ik weer klaar was om andere mensen te leren kennen, voelde het toch oneerlijk dat ik mijn singlebestaan niet kon uitleven. Kortgeleden heb ik via Tinder mijn nieuwe vriend leren kennen. Op onze eerste date gingen we samen wandelen. Wat moet je anders. Nu breng ik de meeste tijd met hem door en helpt hij me door deze moeilijke maanden heen.

    Voor de pandemie vond ik politieke onderwerpen taai, maar inmiddels begrijp ik altijd wat er aan de hand is en blijf ik op de hoogte door de corona-update met Christian Drosten en de Tagesschau. Ik moet zeggen dat ik heel teleurgesteld ben over onze regering en het idee heb dat ze gefaald heeft. Het coronajaar heeft me zo uitgeput dat ik haast lethargisch ben. Het liefst zou ik naar bed gaan en slapen tot de pandemie eindelijk voorbij is!’

    ‘Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan’

    Greta Carosso, 18, scholier in Bra, Italië

    ‘Vroeger had ik nooit veel haast om bepaalde ervaringen op te doen. Inmiddels is dat anders geworden en vind ik het belangrijk zodra een gelegenheid zich voordoet die te benutten. Voor mij is niets vanzelfsprekend meer. Een paar van mijn vrienden en ik zijn inmiddels onder behandeling bij een psycholoog. We zijn vanbinnen ontzettend kwaad en weten niet wat we daarmee aan moeten. Ik geef de politiek en de regering bijvoorbeeld niet de schuld. Integendeel, zij hebben hun best gedaan. Wij jongeren moeten nu gewoon weer energie vinden.’

    Francesco Piacentini, 20, student in Ferrara, Italië

    ‘De laatste drie jaar van het gymnasium heb ik op een militaire school gezeten. Tijdens de pandemie was ik gedwongen al mijn tijd daar door te brengen. Toen heb ik gemerkt dat wat ik in het leven echt wil, niets met het leger te maken heeft. Ik wil liever proberen een onbezorgd en vreedzaam leven te leiden, een leven waarin ik anderen kan helpen. Op school heb ik nooit problemen gehad, maar nu ik op de universiteit zit, staat het water me aan de lippen. Eerlijk gezegd geloof ik dat de mensen de coronatijd het liefst zo snel mogelijk willen vergeten. Vooral de arbeidersklasse, die het zwaarst getroffen is. Daarom geloof ik ook dat er uiteindelijk niets verandert, en ik denk ook niet dat dat nodig is.’

    Ruaidhrí Ó Conaill, 24, docent sport en Ierse taal in Cork, Ierland

    ‘Door mijn werk als leraar heb ik geleerd hoe groot de behoefte aan een reorganisatie van het Ierse onderwijssysteem is. Een voorbeeld: alles is gericht op één eindexamen in het laatste schooljaar, het Leaving Cert. Na de catastrofe van het afgelopen jaar toen het centrale eindexamen gewoon doorging, wat zelfs tot processen heeft geleid, is het echt de hoogste tijd om de leerlingen continuer te toetsen.

    Een ander probleem: sommige scholieren werken sinds het begin van de pandemie alleen nog op hun smartphone, terwijl we tegelijkertijd proberen de smartphoneverslaving van deze generatie te bestrijden. Ook al wordt Ierland steeds liberaler, de regering heeft de laatste tijd het contact met de jonge mensen verloren. Dat zou wel eens de reden kunnen zijn dat zoveel jonge Ieren nog steeds weg willen. Wat me ook bezighoudt: met het oog op de klimaatverandering moeten we onze manier van leven aanpassen. Hoe we eten, reizen, wat voor kleren we dragen, bijna alles in ons leven moet anders. Kortom: het kapitalisme moet verdwijnen en worden vervangen door een meer bewuste, groenere en meer holistische levenswijze. Had u me tien jaar geleden verteld dat de wereld ten onder zou gaan, dan had ik u voor gek verklaard. Nu beaam ik het.’

    Geen student, maar een robot

    Victor Volmer, 20, student jazz in Berlijn

    ‘In september ben ik naar Berlijn gegaan, een compleet vreemde, grote stad, om aan mijn muziekstudie te beginnen. Ik wilde andere musici ontmoeten, in plaats daarvan zat ik opgesloten op mijn veel te dure kamertje en deed ik ongelooflijk mijn best om de virtuele lessen leuk te vinden. Muziek moet het tenslotte hebben van het samen spelen met anderen. Ik heb een tot nog toe onbekend potentieel aan agressie in mezelf ontdekt, wat ik verklaar uit mijn algehele ontevredenheid. 

    Ik geloof dat de grote uitdaging voor mij is de hedonist in mezelf uit te schakelen ten bate van de ander en tegelijk in de gaten te houden dat het met mij ook goed blijft gaan, vooral mentaal. Daarin een balans vinden is echt heel moeilijk. Jezelf niet helemaal isoleren, maar ook niet naar een feestje van een vriend of een vriendin gaan waar ook nog tien anderen zijn uitgenodigd. Mijn doel is in elk geval om zonder blijvend geestelijk letsel uit deze crisis te komen.’

    Isabelle Koch, 22, uit Freiburg, studeert management in München

    ‘Het voelt alsof je het belangrijkste stuk van je leven gewoon overslaat. De hoorcolleges aan de technische universiteit in München, te midden van studiegenoten en vrienden, zijn veranderd in studie op afstand: in mijn eentje thuis achter mijn laptop. Ik heb mijn kamer in de woongroep, waar ik zoveel heb gefeest, opgezegd en woon weer bij mijn ouders in de buurt van Freiburg, op het platteland. Ik voel me geen student meer, maar een robot. Ik ben dankbaar dat we in deze crisis nog kunnen studeren. Toch heb ik het gevoel dat we door de regering zijn vergeten. Over studenten hebben ze het nooit. Voor de pandemie zou ik gezegd hebben dat het de grootste uitdaging voor mijn generatie is om tot een besluit te komen. Omdat voor ons bijna te veel mogelijkheden open liggen en we zo veel kansen hebben die we moeten benutten. Tijdens de pandemie is dat veranderd. Ons grootste probleem nu is het gebrek aan perspectief. Ik hoop dat dat snel verandert.’

    Fotoreeks van Tommaso Ausili

    De Itialaanse fotograaf Tommaso Ausili maakte een reeks portretten van jongeren tijdens de lockdown, die hier te bekijken is. ‘De psychologische gevolgen van de pandemie werden vooral opgemerkt bij adolescenten’, aldus de fotograaf op de pagina. ‘In deze levensfase beleeft de persoon een groeiproces, de ontwikkeling van zijn eigen persoonlijkheid en de ontdekking van zichzelf. Adolescenten streven naar een cognitieve en emotionele band met de sociale omgeving en omgeving. Een van de belangrijkste doelstellingen van adolescenten is het bereiken van autonomie, wat een innerlijke reis vereist langs zekerheid en verwarring, tevredenheid en onvrede. (…) De meeste adolescenten ervoeren gevoelens van angst en ontmoediging die hun dagelijkse levensstijl sterk beïnvloedden.’


  • Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Hoe de pandemie het populair futurisme veranderde

    Speculatieve non-fictie was lange tijd vooral gericht op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijf – en dus op het verdienen van geld. Mede door de pandemie kunnen we het populaire genre mogelijk aanwenden voor een betere toekomst.

    De pandemie, die in veel opzichten vreemder is dan sciencefiction, heeft veel discussie uitgelokt over de rol van speculatieve fictie bij onze toekomstvoorstellingen. Waar sommigen in de mogelijkheden die zulke verhalen voorspiegelen antwoorden zien op onzekere tijden, vragen anderen zich af waar deze dystopische visioenen eindigen. Maar misschien is het net zo relevant om ons weer eens in de speculatieve non-fictie te verdiepen, een zich constant ontwikkelend genre dat we als ‘populair futurisme’ zouden kunnen betitelen.

    Wat zijn de kenmerken van een ‘populair-futuristisch’ boek? Het schetst mogelijke toekomstperspectieven, belicht nieuwe belangwekkende trends en belooft manieren waarop zelfs niet-gespecialiseerde lezers deze inzichten op hun eigen leven en werk kunnen toepassen. Zo’n boek heeft waarschijnlijk een fascinerend omslag, in een stijl die dateert van het werk dat met recht en reden een pionier in dit genre kan worden genoemd en nog altijd toonaangevend is: Toekomstshock van Alvin Toffler. Dit boek, dat het concept ‘futurisme’ populair maakte in de mainstreamcultuur en in de zakenwereld en kortgeleden zijn vijftigste verjaardag vierde, verscheen in de meest veelkleurige versies, zodat het als een neonregenboog in het oog zou springen vanuit de schappen van de boekwinkels. Andere titels hebben een kinetische belettering die je vanaf de pagina tegemoet vibreert alsof ze zich met hoge snelheid verplaatst. De toon van de boeken houdt meestal het midden tussen start-uppitch en zelfhulpmantra en straalt het profetische zelfvertrouwen uit van de teruggekeerde tijdreiziger.

    Wat er komen gaat

    Hoewel hun inhoud mee verandert met de tijdgeest, blijft datgene wat ons in populair-futuristische boeken aantrekt hetzelfde: we willen allemaal weten wat er komen gaat. Ze boren de oeroude kracht van de toekomst aan om ons te boeien en bang te maken, op zo’n manier dat onze hedendaagse angsten erdoor worden gesust en aangewakkerd. Zoals alle populair-wetenschappelijke of zelfhulpteksten beloven ze signaal van ruis te scheiden en geven ze ons wat geruststellende (zij het illusoire) controle in een chaotische wereld. Ze laten zien wat de toekomst ons brengt, ook al oogt het heden nog als zo’n warboel.

    Maar de belangrijkste belofte die ten grondslag ligt aan de canon waarvan Toekomstshock de eersteling is, is dat lezers zich met de juiste vooruitziende blik niet alleen kunnen voorbereiden op wat komen gaat, maar er ook van kunnen profiteren. Deze onschuldige vorm van handelen met voorkennis stelt de toekomst voor als een bulkgoed, als een oefening in tijdsbeoordeling waarbij kennis van nieuwe ontwikkelingen financieel voordeel oplevert. Het is geen toeval dat de auteurs van zulke boeken traditioneel een wit, mannelijk en kapitalistisch wereldbeeld hebben; velen van hen werken als in de toekomst gespecialiseerde consultants in het grijze gebied tussen zakenwereld, overheid, technologie, reclame en sciencefiction. 

    Deze zakelijke benadering is tot nu toe dominant in het populair futurisme, maar dat zou wel eens kunnen veranderen. Het afgelopen jaar is er een verbazingwekkend groot aantal nieuwkomers aangetreden, wat gek genoeg voor de hand ligt in een tijd waarin grote onzekerheid heerst over wat er morgen zal gebeuren, om over het komende decennium nog maar te zwijgen. Kan zo’n traditioneel zelfgenoegzaam genre nog enige troost bieden, laat staan deugdelijke inzichten?

    De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld

    Om die vraag te beantwoorden moeten we terug naar Toekomstshock. Hoewel de titel ons tegenwoordig nog maar vagelijk bekend voorkomt, werd het boek na zijn publicatie in juli 1970 algauw wereldberoemd. Het ging in miljoenen exemplaren over de toonbank, er werd een door Orson Welles ingesproken documentaire van gemaakt en de titel inspireerde Curtis Mayfield tot een song [Future Shock]. Het boek gaf mede aanzet tot een genre dat nog altijd bloeit en bezorgde Toffler een decennialange carrière als auteur, deskundige en consultant. Herlezing van Toekomstshock toont aan dat het boek niet alleen de kiem heeft gelegd voor de powerpointprofetieën van de TED Talk-cultuur en een hele bedrijfstak van toekomstconsultants heeft gecreëerd, maar ook onze toekomstvisie heeft vormgegeven.

    Ook als fysiek object was het opvallend. Het was zo’n vijfhonderd pagina’s dik, het omvangrijke register niet meegerekend. Het was kleurrijk en, nou ja, futuristisch, tot het ronde maar robotachtige lettertype van de titel aan toe, dat was gebaseerd op het MICR-font [Magnetic Ink Character Recognition], ontworpen om door zowel mensen als machines te kunnen worden gelezen. Futurist Scott Smith herinnert zich dat hij als jongen de lijvige paperback op het nachtkastje van zijn ouders zag liggen en deze er zowel eng als verleidelijk vond uitzien; half grappend zegt hij dat hij er zijn beroepskeuze aan dankt.

    Alvin Toffler, de auteur wiens naam in onuitwisbare letters op het omslag prijkt, was een journalist uit Brooklyn die in het begin van zijn carrière samen met zijn vrouw Heidi schreef over progressieve politiek en de arbeidersbeweging. Ze werkten samen aan een trilogie waarvan Toekomstshock het eerste deel was, maar Heidi werd pas in een later boek officieel erkend als auteur. Dat zelfs een toekomstgericht powerkoppel in dit opzicht verbazingwekkend ouderwets was, bewijst maar weer eens dat we allemaal bevattelijk zijn voor de blinde vlekken van onze tijd, net als Toekomstshock.

    Het kernbetoog van het boek is wellicht herkenbaar, misschien omdat Toffler het zo overtuigend beargumenteerde dat het een cliché is geworden: de wereld veranderde in een exponentieel toenemend tempo, waardoor mensen in ‘shock’ raakten en worstelden om het hoofd boven water te houden. In elk geval in de westerse landen onderging de maatschappij een ingrijpende historische verandering toen de industriële revolutie plaatsmaakte voor de informatie-economie; die verandering werd op haar beurt versneld door nieuwe technologieën op het gebied van massacommunicatie. De confrontatie met een tsunami van veranderingen maakte de meeste mensen angstig, gedesoriënteerd en ontregeld. Het boek probeerde deze nieuwe toestand te doorgronden, de ‘bronnen en symptomen’ ervan bloot te leggen en mogelijke manieren te bedenken om de effecten te verzachten.

    Hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek

    De belangrijkste strategie om de toekomstshock te bestrijden, aldus Toffler, was om zich met extra kracht op de toekomst zelf te richten. Hij riep overheidsinstanties op om grootschalige toekomststudies te financieren, sciencefictionauteurs om meer methodische toekomstvoorspellingen in hun boeken op te nemen en Amerikaanse scholen om toekomstgerichte lessen te geven (als tegenwicht tegen geschiedenislessen). ‘Om zulke beelden in het leven te roepen en daarmee de impact van een toekomstshock te verzachten,’ schreef hij, ‘moeten we allereerst zorgen dat speculeren over de toekomst iets respectabels wordt.’

    Dit was geen nieuwe uitdaging; ook H.G. Wells had zich moeite getroost te benadrukken dat de systematische poging om mogelijke toekomsten te projecteren op basis van hedendaagse gegevens een vorm van wetenschap zou kunnen zijn, en niet alleen maar waarzeggerij. Maar dankzij Tofflers boek werd het futurisme een mainstreamfenomeen, dat zich niet beperkte tot militair gebied (zoals de nucleaire scenario’s die de RAND Corporation als eerste uitwerkte), maar ook op de ‘zachte’ sectoren van het dagelijks leven toepasbaar was, van ‘politiek en speelplaatsen tot skydiven en seks’.

    Maar behalve door zijn inhoud vond Toekomstshock ook veel weerklank door zijn stijl. Naar het voorbeeld van de Canadese mediatheoreticus Marshall McLuhan, wiens vermogen om grote ideeën in pakkende soundbites te presenteren onmiskenbaar een inspiratiebron was, maakte Toffler van het medium de boodschap. Zijn toon is evenzeer gealarmeerd als energiek, professoraal als ademloos. Hij spreekt van een ‘vuurstorm van verandering’, van het ‘zinderende schokeffect’ van nieuwe ideeën, van ‘pijlsnel groeiende’ populaties; zijn taalgebruik wedijvert met de voortstuwingssnelheid die hij beschrijft. Hij gebruikt pakkende termen als ‘ad-hoccratie’; hij maakt van de toekomst de meest spectaculaire show op aarde, en je zou wel gek zijn als je wegkeek.

    Zelfs wanneer Toffler de potentiële gevaren van versnelde verandering schildert, zoals ongelukken op boorplatforms of besluitvormingsalgoritmen, en de noodzaak van regelgeving benadrukt, gelooft hij dat oplossingen gelegen zijn in een grondige oriëntatie op toekomstige transformaties. ‘De kracht van de technologische ontwikkelingsdrang is te groot om door vooruitgangssceptici te worden gestopt,’ schrijft hij, en ondanks de soms waarschuwende toon definieert het boek op een bedwelmende manier de voorwaarden voor zijn eigen wereldbeeld. ‘Is dit allemaal overdreven?’ luidt zijn beroemde vraag. ‘Ik denk het niet.’

    Optimaliseren

    Zoals de krachtige stijl van Toekomstshock een bestseller heeft gemaakt, zo heeft het succes van het boek de weg gebaand voor een heel genre dat met de beslommeringen van elk navolgend tijdperk is mee veranderd. Eén subgenre van populair-wetenschappelijke boeken die snel na Toekomstshock verschenen, was sterk gericht op het voorspellen van consumentengedrag, te beginnen in 1982 met Megatrends van John Naisbitt en eindigend in 1991 met The Popcorn Report van de nestrix van de trendspotters: Faith Popcorn.

    Met de eerste dot.com-boom werd technologie een algemener thema, ongetwijfeld geholpen door het zelfbeeld van Silicon Valley als de plek waar de toekomst haar beslag krijgt. Deze nieuwe fase van het genre gaf de prioriteit aan innovaties op hardware- en softwaregebied, en sommige titels begonnen de wildste technologische grenzen op te zoeken, zoals The Age of Spiritual Machines (1999) van Ray Kurzweil en Physics of the Future (2011) van Michio Kaku. Maar of hij nu zakelijk banaal of cybergnostisch is, de klassieke populair-futuristische canon vooronderstelt een publiek dat industrieën wil ontmantelen met behoud van de status quo. Zelfs futuristen als Kurzweil, een van de herkenbaarste hedendaagse auteurs en een erfgenaam van Toffler, presenteren ideeën die revolutionair lijken – de uniciteit, de mogelijkheid van onsterfelijkheid – in een taal die wordt beperkt door individualistisch ondernemersdenken. Alles is doordesemd van de logica van het optimaliseren van alles en iedereen, zelfs van onze ziel.

    Gedurende het grootste deel van hun geschiedenis hebben deze boeken zich vooral op de beperkte perspectieven en doelstellingen van het bedrijfsmatige futurisme gericht. Vaak onder invloed van de agenda van haar klanten, concentreert de toekomstbranche zich op het oplossen van de problemen waarvoor ze is ingehuurd. Omdat ze zijn voortgekomen uit organisatieadviesbureaus en oververhitte start-ups, zijn futuristen meer geïnteresseerd in, en kunnen ze zich gemakkelijker een voorstelling maken van ruimtekolonies en het eeuwige leven – voor sommigen een rechtstreekse weg naar winst – dan van een kwestie als het afschaffen van gevangenissen.

    (Een nieuwe ster aan Tofflers toekomstversnellingsfirmament, maar zonder zijn weloverwogen zorgen te delen, is The Future Is Faster Than You Think van Peter Diamandis en Steven Kotler, waarin ademloos wordt beschreven hoe nieuwe technologieën zoals kunstmatige intelligentie ertoe zullen leiden dat de mensheid ‘een grotere omwenteling zal meemaken en meer rijkdom zal creëren dan in de afgelopen honderd jaar’. Wie met de omwenteling wordt geconfronteerd en naar wie de rijkdom gaat is niet moeilijk te raden. Problemen als klimaatverandering, stelt het boek, kunnen te lijf worden gegaan met zich steeds verder ontwikkelende gadgets, zoals goedkopere zonnepanelen en brandweerdrones.)

    Kathedraaldenken

    Maar terwijl de regels en de definitie van het ‘toekomstdenken’ veranderen en zich verspreiden via andere stemmen, geografieën en ideologische structuren, verandert het populair-futuristische boek mee – en treedt het soms uit Tofflers voetsporen, als het al niet een geheel nieuwe weg inslaat.

    Vorig jaar verscheen After Shock, een officiële hommage aan Toekomstshock. De bundel bevat lovende maar zeker ook kritische woorden van de hand van meer dan honderd hedendaagse futuristen en denkers. Het boek How to Future: Leading and Sense-Making in an Age of Hyperchange van Scott Smith en Madeline Ashby staat voor een stap in een andere richting en beschrijft strategieën voor het begeleiden en creëren van verandering in verschillende contexten, die zich lang niet altijd beperken tot het commerciële en technologische domein. Het is een bewonderenswaardige poging om tot een ‘toekomsthandleiding’ voor verschillende doelgroepen en doelstellingen te komen, geïllustreerd met de toepassing van bijvoorbeeld scenarioplanning, een in de Koude Oorlog door militairen ontwikkelde methodologie, op terreinen als non-profitmanagement en gezondheidszorg. De casestudy’s en procesbeschrijvingen zijn verhelderend, al gaat de gedetailleerdheid soms te ver voor de niet-academische lezer die het in de naaste toekomst niet als handboek zal gebruiken.

    Ook het veelgenoemde idee van ‘langetermijndenken’ duikt in diverse recente boeken op als een cruciaal middel om een andere existentiële dreiging te lijf te gaan: de klimaatcrisis. In De goede voorouder roept filosoof Roman Krznaric kalm op tot een heroriëntering op de toekomst, niet ten bate van onszelf (zoals typerend is voor het populair-futuristische boek), maar van onze verre nazaten. Hij gebruikt de term ‘kathedraaldenken’ voor reusachtige projecten die niet tijdens ons eigen leven zullen worden afgerond, maar waarmee nu wel hoognodig een begin moet worden gemaakt, vergelijkbaar met het werk van verschillende generaties aan de middeleeuwse kathedralen die hun achterkleinkinderen pas voltooid zouden zien.

    Waar in boeken als Toekomstshock de toekomst wordt beschreven als een reusachtige golf die onontkoombaar en verpletterend op ons af raast, is de centrale metafoor in het boek van Krznaric (dat soms leest alsof je door een stil bos dwaalt) de eikel. Het gaat erom dat je bijvoorbeeld niet alleen maar bomen plant (al wordt herbebossing letterlijk een cruciaal langetermijnproject genoemd), maar ook het belang en het potentieel van het huidige moment benadrukt, hoe gebrekkig ook, om de toekomst te beïnvloeden.

    Interactieve kaartspellen zijn misschien wel beter dan een boek in staat de vreemde, veranderlijke manieren te belichamen waarop de toekomst zich ontvouwt

    Het meest inventief wordt dit thema misschien wel onderzocht in populair-futuristische projecten die de grenzen van het boek volledig overschrijden. Een daarvan is Afro-Rithms from the Future, een digitaal kaartspel dat spelers uitdaagt toekomstscenario’s te bedenken met een expliciete focus op zaken als sociale rechtvaardigheid en ongelijkheid. Tot het team dat het spel heeft ontwikkeld behoren futurist, acteur en kunstenaar Ahmed Best en Lonny Brooks, universitair hoofddocent Communicatie aan de California State University. Het spel maakt gebruik van afrofuturistische denkwijzen en kunstvormen om radicale visies op een rechtvaardiger wereld te stimuleren en groepsdiscussies uit te lokken over het veranderen van de huidige situatie om zover te komen. De kosmische, bontgekleurde kaarten zijn uitnodigend en in scherp contrast met het beeld van blauwe lasers dat maar al te vaak de standaardesthetiek van de ‘toekomst’ vormt. Interactieve kaartspellen en collectieve verhaalprojecten zijn misschien wel beter dan een lineair boek in staat de vreemde, veranderlijke, participatieve manieren te belichamen waarop de feitelijke toekomst zich ontvouwt.

    Ook voordat de coronapandemie begin 2020 over de wereld begon te razen, hadden de catastrofale vooruitzichten voor de planeet – klimaatverandering, opkomend nationalisme, systemische ongelijkheid, technologie die meer problemen veroorzaakt dan oplost – iedere hoop op een stabiele toekomst al de bodem ingeslagen. Maar een heel klein lichtpuntje is misschien dat dit het jaar kan worden waarin we het duidelijkst beseffen dat we op een geheel nieuwe manier over de toekomst zullen moeten praten, als we die rechtvaardig en duurzaam willen maken voor iedereen. Net als in 1970 wordt de toekomst momenteel gevormd door ingewikkelde interacties van mensen, systemen, gemeenschappen en materiële en milieuomstandigheden – en door de verhalen waardoor die interacties worden beïnvloed.

    Dit nieuwe hoofdstuk van populair futurisme toont zijn blijvende aantrekkingskracht als een vertrouwd dialect, ook al is de boodschap die het genre brengt nu van een andere urgentie. Misschien kan het nog altijd nieuwe toekomstperspectieven voor een gezondere wereld bieden, maar die moeten dan wel net zo levendig en onweerstaanbaar overkomen als Toekomstshock vijftig jaar geleden. Waar Toffler en zijn volgelingen de versnelde, door winstbejag gedreven toekomst duizelingwekkend maakten, probeert de volgende generatie denkers deze paradox op te heffen en tragere, meer op herstel en gemeenschapszin gerichte toekomsten te verzinnen, die even onweerstaanbaar zijn.

  • ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    ‘Onvruchtbaarheid hoort ook bij moederschap’

    Een op de vier vrouwen die in de tweede helft van de jaren zeventig zijn geboren, wordt geen moeder. Niet omdat ze dat niet wil, maar omdat ze het niet kan. De pijn die dit bij betrokkenen veroorzaakt, wordt vergroot door het taboe dat op het onderwerp rust. ‘Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs.’

    Onvruchtbaarheid

    ‘Niet in staat zijn een zwangerschap te voldragen ook al kun je wel zwanger worden.’ De begrippen steriliteit en onvruchtbaarheid worden vaak door elkaar gebruikt, maar zijn medisch gezien niet hetzelfde. Dit is een van de vele voorbeelden van het gebrek aan kennis over vruchtbaarheidsproblemen bij vrouwen. De meeste mensen zien vruchtbaarheid als iets vanzelfsprekends, tot er opeens belemmeringen opduiken. En naast de emotionele en financiële belasting brengt onvruchtbaarheid ook andere problemen met zich mee: de maatschappelijke druk om kinderen te krijgen en de geheimzinnigheid waarmee vruchtbaarheidsproblemen worden omgeven. Zes vrouwen en een man praten openhartig over het onderwerp, dat in hun ogen bij het moederschap hoort, ook als die zo gewenste ‘wonderbaby’ aan het eind van de rit niet komt.

    Dit artikel werd genomineerd voor de shortlist van de Innovation Award van de European Press Prize 2021.

    infertilityl persona1 b
    © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    ‘De eerste paar jaar heb ik er niet over gepraat, uit schaamte. Ik voelde me ellendig dat ik de enige vrouw in mijn omgeving was die niet zwanger kon worden of een kind kon krijgen. Alsof dat mijn eigen schuld was. Soms dacht ik zelfs: Misschien wil ik het niet graag genoeg? Wil ik soms niet echt moeder worden? Ik had het idee dat mijn lichaam anders was dan dat van andere vrouwen. Dat is niet zo: onvruchtbaarheid is iets natuurlijks, het hoort ook bij het moederschap.’

    De Míriam van nu is niet dezelfde als de Míriam van tien jaar geleden, die zich ervoor schaamde om over haar onvruchtbaarheidsproblemen te praten. Nu is ze een vrouw die de dingen bij de naam noemt. Ze heeft genoeg van dat ‘wonderbaby’-verhaal, over vrouwen die na jaren worstelen met onvruchtbaarheid en allerlei medische behandelingen uiteindelijk dat zo gewenste kind krijgen. Ze vindt dat er in dat verhaal nog een ander personage thuishoort: dat van de kinderloze vrouw.

    ‘Want dat is onvruchtbaarheid óók,’ zegt zij. ‘Het eindigt niet altijd met een baby in je armen.’ Vier op haar arm getatoeëerde stipjes, voor elk niet-geboren kind één, vormen het zichtbare aandenken aan de vier miskramen die ze heeft gehad. Voor haar lag de grens bij het moment dat ze aangewezen zouden zijn op een medisch geassisteerde bevruchting. ‘Dat wilden we niet: het leek zo zakelijk en ik had het gevoel dat we daarmee ingingen tegen wat mijn lichaam me vertelde. Bovendien kostte het veel geld om op die manier een kind te krijgen en zag ik ook op tegen de druk van de angst dat het toch weer mis zou gaan.’

    ‘Maar toen de tijd daar was en we beseften dat we via de natuurlijke weg geen kind zouden krijgen, dacht ik dat ik misschien een belemmering opwierp tegen zwanger worden via andere methode die niet beter of slechter was.’ Uiteindelijk besloten haar partner en zij om één poging te doen en probeerden ze eiceldonatie, maar zonder succes. En na tien jaar leven met onvruchtbaarheid, besloten ze het niet langer te proberen. Ze was toen 41. Eén jaar verwijderd van 42, de leeftijd die ze voor zichzelf als grens om moeder te worden had gesteld.

    1. Wanneer zeg je: het is genoeg?

    Míriam Aguilar
    ‘Het is heel belangrijk om voor jezelf een grens te bepalen, want de samenleving oefent druk op je uit om het te blijven proberen: “Je zult het zien: de volgende keer gaat het vast goed!” Waarom horen vrouwen die het blijven proberen toch altijd dat ze zo dapper zijn? Terwijl degenen die besluiten te stoppen worden beschouwd als zielenpieten die het niet gered hebben. Hoe lang had ik het moeten blijven proberen? En wie weet zou ik dan nu uiteindelijk wel een kind hebben en me realiseren dat ik niet gelukkiger was dan daarvóór. De dag waarop we besloten dat het klaar was, voelde ik me bevrijd. Ik had gedaan wat ik kon en moest accepteren wat mijn lichaam niet kon.’

    15-20 procent van de paren in de vruchtbare leeftijd hebben last van vruchtbaarheidsproblemen

    Ariana Ruglio

    ‘Waar je de grens trekt is heel persoonlijk. Ik heb al een dochter. Als ik nog helemaal geen kinderen had, zou ik het misschien wel blijven proberen. Of misschien niet. Ik denk dat je de grens moet trekken bij het moment dat je er zelf niet meer tegen kunt. Hou dan op en kijk eens goed naar je leven. Ik vind het een verschrikkelijk idee om dit allemaal continu te moeten doormaken. Het is ook moedig om te zeggen: “Dit was het.” Want het leven is veel meer dat dat. Voor ons was de grens dat ik meer wilde dan alleen moeder zijn.’

    Sandra Arolas

    ‘Dit was echt de laatste poging. Dat klinkt vreemd, omdat we zo lang zijn doorgegaan, maar het was ook de laatste om economische redenen. Want die behandelingen zijn niet gratis. En ook: je krijgt heel sterke hormoonbehandelingen en ik kan niet mijn hele leven hormonen blijven slikken. We gingen met een superdik dossier naar de arts en zeiden: “Dit is het dossier van alle behandelingen die ik heb gehad, dit hebben we allemaal al gedaan en dit is het laatste dat we willen doen.”’

    Ona Campillo

    ‘Ik blijf het niet eeuwig proberen. Er is een grens aan: we zijn ons ervan bewust dat we het nu al twee jaar proberen, we hebben vier miskramen gehad, en nu doen we in vitro-fertilisatie. Op een bepaald moment is het geld op. Dat zal een behoorlijk bepalende factor zijn.’

    Sandra Albert

    ‘Als ik de loterij had gewonnen, was ik het wel blijven proberen, maar het kostte veel geld en we besloten uit financiële overwegingen om niet door te gaan.

    Ze zeiden tegen ons: “Blijf het proberen en wie weet heb je geluk”. Hoeveel miskramen moet ik krijgen voordat ik een keer geluk heb? Elke keer als je een miskraam hebt, is het lichamelijk heel zwaar, en psychologisch ook. Voor mij was het een verschrikkelijke teleurstelling. Het was een mislukking. Ik bleef maar huilen en mijn partner zei dan tegen me: “Niet huilen.” Ik had het nodig om te huilen, ik had het recht om boos te zijn en ik moest rouwen. En dat veroorzaakte ook veel spanningen.’

    Na drie vroege miskramen, een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en een medische pelgrimstocht beseften Sandra en haar man dat hun zwangerschappen nooit levensvatbaar zouden zijn. Het was het gevolg van een genetische afwijking bij hem. Het was een opluchting om de oorzaak te weten en vooral om de schuldgevoelens uit hun hoofd te kunnen zetten. Ze wendden zich tot geassisteerde voortplanting en na drie vergeefse ivf-pogingen, waarover ze hun omgeving niet vertelden, legde Sandra Albert zich erbij neer dat ze nooit kinderen zou krijgen. Hun relatie had zwaar onder dit alles geleden en zelf kon ze zich eindelijk herstellen van de emotionele en lichamelijke uitputting van zoveel jaren mislukte pogingen. Al die tijd had ze het voor zich gehouden, maar nu hielp het haar dat ze een groep vrouwen vond die hetzelfde hadden meegemaakt, zodat ze zich begrepen voelde en ook andere vrouwen kon helpen. 

    infertilityl persona5 a
    ‘En wie bekommert zich om de onvruchtbare vrouwen?’ – Glòria Labay, 54 jaar, verloskundige. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    2. Relaties en seks

    Sandra Albert

    ‘We beleefden het ieder op onze eigen manier. Hij trok zich terug in zijn wereld en ik in de mijne. We groeiden uit elkaar. We konden geen manier vinden om hier samen doorheen te komen en onze relatie sterker te maken in plaats van zwakker. Uiteindelijk zijn we uit elkaar gegaan. Ons onvermogen om kinderen te krijgen heeft daarin een grote rol gespeeld, want hij weigerde om adoptie te overwegen. Ik kon me geen leven zonder kind voorstellen. En het was voor mij heel moeilijk te zien dat hij daar niets aan wilde doen.’

    Míriam

    ‘Je kunt niet zeggen dat het een negatieve invloed op onze relatie heeft gehad, sommige dingen maken de band juist sterker. Misschien heeft het wel invloed op ons seksleven: het is vreselijk om jarenlang op het moment van de ovulatie te moeten vrijen! Het wordt heel machinaal, wanneer je als stel zoiets natuurlijks gebruikt voor een bepaald doel. Bij seks moet het om de seks gaan, niet om kinderen krijgen.’

    Ona

    ‘Ik werd af en toe wel gespannen, want het is heel frustrerend om je seksleven zo te moeten plannen. Die druk ben je tenminste kwijt als je een ivf-traject ingaat.’

    Ariana

    ‘Mijn seksualiteit is anders dan vijf jaar geleden, maar dat geld ook voor mijn kijk op kinderen krijgen. Nu ben ik juist bang dat ik zwanger word: de arts heeft me verteld dat 99 procent van mijn zwangerschappen in een miskraam zal eindigen en dus moet je altijd ‘oppassen’.

    We hebben elkaar veel steun gegeven. Hij wilde meer kinderen en als het aan hem had gelegen zouden we het nog eens hebben geprobeerd, maar dat wilde ik niet. Je moet veel met elkaar praten en heel eerlijk zijn over hoe je je voelt en waar je bang voor bent, want een relatie kan gemakkelijk bezwijken onder al dat gedoe.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij hadden het geluk dat we elkaar goed begrepen, we konden elkaar steunen en ik denk dat het onze relatie sterker heeft gemaakt; onze pech heeft ons dichter bij elkaar gebracht.’

    E: ‘Soms wist ik niet of ik wel de juiste ondersteuning bood. Maar ik probeerde er voor haar te zijn, haar te begrijpen. Natuurlijk hoef je niet altijd sterk te zijn. Dankzij dit alles hebben wij geleerd dat er momenten zijn waarop je elkaar moet opvangen. Op sommige dagen ben ik heel negatief en op andere dagen is zij dat.

    Op dit moment hebben we drie of vier zwangerschappen in onze omgeving en we zouden liegen als we zeiden dat dat geen pijn doet. Uiteindelijk leer je het te aanvaarden, want je bent natuurlijk ook blij, het zijn je vrienden. Tegelijkertijd denk je: “Waarom overkomt mij dit?” Maar uiteindelijk leg je je erbij neer. Hoe lang het ook doorgaat, het zal altijd moeilijk voor ons blijven. Je moet accepteren dat je boos wordt. Verdriet en boosheid moeten er nu eenmaal uit.’

    Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’

    Zij begonnen drie jaar geleden voor het eerst te proberen in verwachting te raken. Ze dachten dat dat ‘een eitje’ zou zijn, net als in de meeste tv-series en films. Vanwege een menstruatie die uitbleef, gingen ze naar een dokter, die bevestigde dat Ona zwanger was geworden… en de vrucht had verloren. In de maanden daarna gaf de Predictor nog drie keer een positieve uitslag, die ofwel in een miskraam of in een buitenbaarmoederlijke zwangerschap eindigde.

    Het gevaarlijkste moment kwam toen Ona, zwaar bloedend, met spoed geopereerd moest worden vanwege een geperforeerde eileider. ‘Op zo’n moment ben je er niet mee bezig of je vader wordt of niet, want je loopt kans je partner te verliezen,’ zegt Edu. Nu weten ze dat ze niet langer kunnen proberen om op een natuurlijke manier zwanger te worden. Ze zijn al te vaak op de Eerste Hulp beland. Een positieve zwangerschapstest, die voor veel mensen gelijk staat aan blijdschap, betekent voor hen: ‘paniek’. Volgens de artsen zijn zij een ‘heel duidelijk’ geval van onvruchtbaarheid en ze staan op de wachtlijst voor ivf in de reguliere gezondheidszorg. Tegelijkertijd zijn ze ook aan het traject in de particuliere sector begonnen. Daar zitten ze nu middenin. We interviewden hen een paar dagen voor de terugplaatsing van het enige levensvatbare embryo dat hun eerste ivf had opgeleverd, en die hun zo’n 10.000 euro heeft gekost. Ze beleven het, zeggen ze ‘met de handrem erop’.

    infertilityl persona2 a
    ‘Na hoeveel miskramen zal ik eens geluk hebben?‘ – Sandra Albert, 48 jaar, werkloze administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    3. Sociale druk

    Ona

    ‘Het is een zware tijd, het schudt je emotioneel door elkaar en je hebt momenten waarop je er spijt van hebt en tegen jezelf zegt dat het jouw schuld is. Je ziet vriendinnen in verwachting raken terwijl jij al tweeënhalf jaar aan het proberen bent. En dan zeggen mensen dingen tegen je als: “Hou er gewoon mee op, en je zult zien dat je zwanger wordt. Je moet er gewoon niet meer zo over nadenken.”’

    Sandra Albert

    ‘Wij kregen steeds de vraag: ‘En, wanneer komen de kinderen?’ En als je op dat gebied problemen hebt, is dat ingewikkeld. Elk stel heeft zijn eigen tempo en eigen problemen. Deze vragen zouden niet gesteld moeten worden. Als een stel al lang bij elkaar is en geen kinderen heeft, is dat omdat ze het niet willen of omdat ze het niet kunnen.’

    Míriam

    ‘Er is een moment geweest waarop ik me afvroeg: “Als ik die druk niet voelde, zou ik dan doorgaan?” Je vraagt je af of je dit allemaal doet omdat je moeder wilt worden of omdat je moeder moet zijn om in het plaatje te passen van hoe de samenleving is ingericht. Ik begreep dat ik moeder wilde zijn, maar het was ook zo dat ik veel druk voelde.’

    Glòria Labay

    ‘Wij leven in een wereld die is gericht op kinderen krijgen, maar mijn partner en ik vormen nu ook een gezin, ook al hebben we geen kinderen samen.’

    Ariana

    ‘Het lijkt wel of het moederschap voor een vrouw het hoogste doel is. Dat is een patriarchale instelling. Een vrouw moet moeder worden, hoe dan ook, tegen elke prijs; het maakt niet uit of je lichaam volgestopt wordt met hormonen en medicijnen, het maakt niet uit of je kinderen doodgaan tijdens de zwangerschap, je moet het blijven proberen en dat heeft veel te maken met het idee dat vrouw zijn betekent moeder zijn.’

    4. De gevolgen: lichamelijk…

    Míriam

    ‘Het verlies van mijn baby’s was heel pijnlijk en de eerste miskraam was het ergst. Op dat moment dacht ik: ‘Wat is dit? Wat gebeurt er? Niemand bereidt je op zoiets voor en ik ging naar de Eerste Hulp. Op dat moment voelde ik me niet slecht behandeld, maar ook niet echt goed. Ik verloor bijna alles op het toilet van het ziekenhuis. Ik had het gevoel dat me iets verschrikkelijks was overkomen en dat zij het niet zo belangrijk vonden.’

    Sandra Albert

    ‘Na de behandelingen was ik vijftien of zestien kilo zwaarder. Bij elke zwangerschap en ivf kwam ik twee kilo aan en die bleven eraan.’

    5. … en emotioneel

    Sandra Arolas

    ‘Na de eerste drie miskramen had ik het een tijdlang heel zwaar. Het kostte me zelfs moeite om langs een kinderspeelplaats te lopen. Ik geloof niet dat het een obsessie werd, al had dat wel kunnen gebeuren, want we hebben veel behandelingen achter elkaar gedaan. En zo kwam er een moment waarop we zeiden dat het genoeg was geweest en zijn we een jaar lang gestopt, voordat we de laatste ivf deden.

    We hadden dat liever allemaal niet hoeven doen, dan was de lichamelijke, emotionele en financiële prijs veel lager geweest. Met die behandelingen moet je wel heel zeker weten dat je het echt wilt. En wij wisten dat heel zeker, maar toch komen er soms nog steeds twijfels op.’

    Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan

    Glòria

    ‘Ik werd wel zwanger en vervolgens verloor ik het telkens rond de acht weken. Hoeveel miskramen kan ik aan? Het was schadelijk voor me. Daarom heb ik het opgegeven. Zwangerschapsbehandelingen lijken het tovermiddel, maar dat zijn ze helemaal niet. Het succespercentage van ivf is 30 procent, het is geen wondermiddel en het is een industrie waarin miljoenen omgaan.’

    6. De financiële prijs

    Sandra Albert

    ‘We hebben er heel veel geld aan uitgegeven. Alles ging op aan de behandelingen, er bleef niets over voor reizen of iets anders, het was allemaal voor dat ene doel. We werkten alleen maar om dat te kunnen betalen.’

    Sandra Arolas

    ‘Wij hebben geld geleend en we probeerden niet eens meer om een huis te kopen of een andere auto. In het begin hadden we spaargeld en nu hebben we leningen – en twee kinderen, natuurlijk! En dat is fantastisch. Maar we moeten ook leningen terugbetalen voor behandelingen die niet werkten. Dat is zwaar, want op de een of andere manier kun je toch blijkbaar niet vergeten wat er niet goed ging.’

    Tussen de 35000 en 8000 euro

    Dat kost een ivf-behandeling, exclusief medicatie (rond de 700 euro) en extra technieken zoals pre-implantatie genetische diagnostiek (PGD) (4000 euro). 

    Nederland: De kosten van ivf verschillen per kliniek, maar over het algemeen kost een ivf-traject gemiddeld 3.000 euro. Een ivf/ICSI-behandeling in combinatie met PGD (preïmplantatie genetische diagnostiek – waarmee kan worden gezocht op ernstige genetische aandoeningen), kost per poging ongeveer 7000 euro. De eerste drie behandelingen worden (tot je 43e) door vrijwel alle ziektekostenverzekeraars vergoed. Wel geldt het eigen risico en het eventuele vrijwillige eigen risico. Het is mogelijk om extra ivf-behandelingen aanvullend te laten verzekeren.

    Ona

    ‘Wij hebben financiële steun gekregen: we hebben zelf de helft betaald en onze ouders hielpen ons met de andere helft, want ook al bieden ze veel mogelijkheden om het te financieren, vruchtbaarheid is nog steeds een commerciële aangelegenheid. Er spelen veel belangen mee en er is geen garantie dat het de eerste keer goed gaat.

    Op een bepaald moment moest ik elke maand in de gaten houden of ik wel of niet ongesteld werd, of ik een injectie moest gaan halen, of ik pleisters moest dragen, of ik naar de dokter moest… het was heel vermoeiend. Maar toch keken we er echt naar uit en daarom hebben we deze hele reeks behandelingen uiteindelijk gedaan. Ik had het gevoel dat ik niet meer in de maat liep. Het zijn zoveel hormonen dat je op een gegeven moment het contact met je lichaam een beetje verliest.’

    Na zes miskramen, bijna tien jaar behandelingen, ivf’s en twaalf embryoterugplaatsingen is Sandra Arolas in verwachting van haar tweede kind. Het oudste kind kwam vijf jaar geleden via de eerste ivf, na drie natuurlijke zwangerschappen die in een miskraam eindigden. De oorzaak van de onvruchtbaarheid was een genetisch probleem van haar partner.

    Sandra is gewend aan puncties, injectiespuiten en hormonen. Maar voor de laatste ivf, waarmee ze eindelijk de tweede zwangerschap kreeg waar ze zo lang op had gehoopt, moest ze een jaar stoppen en rust nemen. ‘Omdat ik wilde leven zonder te hoeven nadenken over of ik mijn medicijnen wel had genomen. Wanneer ik ongesteld moest worden. Ik wilde dat alles normaal was.’

    Nu telt ze de dagen af tot ze haar baby in haar armen heeft. Deze zwangerschap is niet gemakkelijk geweest: ‘Ik zie vrouwen die erg van hun zwangerschap genieten en die benijd ik wel. Ik kan er niet van genieten, omdat ik zo gespannen ben. Het is heel moeilijk voor me geweest om een band met dit kind te vormen. Ik weet inmiddels dat de statistieken voor mij niet gunstig zijn. Dus het is vreemd dat het goed gaat.’

    infertilityl persona6 b
    ‘Ik had behoefte dat iemand me zou vertellen: “Wat er met jou gebeurt, gebeurt met veel mensen.”’ – Ariana Ruglio, 36 jaar, administratief medewerker. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    7. Verwachtingsmanagement

    Sandra Arolas

    ‘Wij wilden altijd kinderen, een stuk of wat. Ik wist zeker dat ik er drie wilde en dat er twee al voor mijn dertigste zouden komen. Maar dan ineens besef je dat het niet zo makkelijk gaat als je dacht. Ik dacht dat de eerste er wel zou zijn als ik 26 was, maar het duurde tot ik 32 was. En als de tweede komt ben ik 38. Je hebt bepaalde verwachtingen, maar je hebt het niet in de hand, het hangt niet van jou af.’

    Gemiddeld aantal kinderen

    Gemiddeld aantal kinderen per vrouw in Catalonië: 1,31; in de EU ligt het gemiddelde op 1,59 in Nederland op 1,57 (in 2019, CBS).

    Ona

    ‘Het was voor mij vanzelfsprekend dat ik zwanger zou worden. Mijn moeder raakte moeiteloos in verwachting, van een tweeling. Ik twijfelde er niet aan dat het bij mij ook zo zou gaan. Iedereen zei tegen ons dat we nog heel jong waren en dat ik heus wel in verwachting zou raken. En dan komen de obstakels, die niet passen in het plaatje dat je verwachtte. Ouders die besluiten om pas laat aan kinderen te beginnen, moet je dan ook nooit veroordelen, want het is niet alleen een kwestie van vruchtbaarheid. We hebben een probleem als samenleving. We worden pas later in ons leven economisch onafhankelijk. Toen ik 24 of 25 was, vond ik mezelf nog te jong om een kind te krijgen.’

    Glòria

    ‘Al je vruchtbare jaren besteed je aan je werk en dan merk je ineens dat als je kinderen wilt, het niet lukt. Ik wist dat de vruchtbaarheid vanaf je vijfendertigste begint af te nemen, maar je denkt altijd dat statistieken iets anders zijn dan individuele gevallen. Voor mij was het heel belangrijk om naar de universiteit te gaan, bijvoorbeeld. Ik zag het krijgen van kinderen als een vanzelfsprekendheid. Maar dat bleek niet terecht. Je moet er zelf actief in zijn.’

    8. Gebrek aan informatie

    Glòria

    ‘Als vrouw ben je een groot deel van je leven bezig met zorgen dat je niet zwanger wordt. Ik had anticonceptiemiddelen gebruikt, ik had een spiraaltje… Je hebt in je hoofd dat het heel gemakkelijk is om zwanger te worden en daarom gebruik je al die anticonceptiemethoden – maar dan blijkt dat het helemaal niet zo gemakkelijk gaat. In het begin denk je dat je best een paar jaar kunt wachten.’

    Ona

    ‘Ik heb nu geleerd hoe de vrouwelijke voortplanting werkt en ik heb mezelf ook leren kennen. Je denkt er nooit aan dat je maar twee of drie dagen per maand zwanger kunt raken. Je ziet zoveel films en tv-series waarin het al bij de allereerste keer raak is…

    Het verhaal van de “wonderbaby” is overal, maar waar zijn al die mensen bij wie het niet lukt? Waar zijn ze? Wat doen ze? Er is niets geregeld voor mensen bij wie het niet lukt. Tijdens de behandelingen is er psychologische ondersteuning, maar als het allemaal klaar is, ben je gewoon een mislukte vruchtbaarheidsbehandeling. Zo noemen ze het. Ik voel het niet als een mislukking. Soms zijn woorden ook belangrijk.’

    Ze wilde altijd moeder worden, maar bij geen van haar relaties was het ervan gekomen. Op haar achtendertigste zei ze tegen zichzelf: ‘Het is nu of nooit.’ Twee zwangerschappen met haar toenmalige partner eindigden in een miskraam en ze wendde zich in haar eentje tot geholpen voortplanting: inseminaties, ivf en uiteindelijk eiceldonatie. Dat laatste deed ze samen met haar huidige partner. Het lukte niet. Net zo min als het adoptietraject waaraan ze begon. Uiteindelijk besloot ze dat haar relatie met het moederschap, dat haar altijd heeft ‘gefascineerd’, professioneel zou blijven.

    Ze is vroedvrouw en helpt al meer dan twintig jaar baby’s op de wereld. ‘Ik heb geen ziekteverlof hoeven nemen omdat ik niet meer tegen het beroep kon, maar ik heb op bepaalde momenten wel vrij moeten nemen. Ik denk dat mijn ervaring me heeft geholpen om vrouwen te ondersteunen die een verlies hebben geleden, want niet alles in het moederschap is een roze wolk.’

    Nu begint ze een gezondheidszorgproject om andere vrouwen en stellen te helpen leven met onvruchtbaarheid, en ze is ook de drijvende kracht achter ‘La vida sin hijos’ (Leven zonder kinderen), een door haar bijeengebrachte groep vrouwen die taboes willen doorbreken.

    ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken’

    9. Nog steeds een taboe

    Glòria

    ‘Ik wilde niet meedoen aan dit taboe, dit complot van stilzwijgen. Het is net als vijftig jaar geleden, toen mensen altijd zeiden dat iemand die kanker had, een “lang ziekbed” had. Ik wil niet dat er eufemismen worden gebruikt als het over onvruchtbaarheid gaat.

    Ik ben er gewoon voor uitgekomen. Het probleem is dat er geen normale voorbeelden zijn van kinderloze vrouwen. Het gaat altijd om stereotypen, zoals de verbitterde vrouw of de stiefmoeder. Nu veel mensen besluiten hierover te praten, zal het taboe verdwijnen.’

    Sandra Arolas

    ‘Veel mensen vroegen of wij kinderen wilden. Maar als ik dan vertelde wat er speelde, begonnen ze vaak over hun eigen ervaring, die wel succesvol was. Zo krijg je uiteindelijk het gevoel dat je alleen staat, dat dit kennelijk alleen jou overkomt. Terwijl het juist heel veel mensen blijkt te overkomen. Het is niet waar dat het er maar weinig zijn. Er wordt gewoon niet over gepraat.’

    Míriam

    ‘Naar mijn idee werd iedereen uiteindelijk zwanger. Of dat nou natuurlijk ging of via behandelingen. Dus ik dacht: Wat gebeurt er? Waarom overkomt dit alleen mij? Terwijl er natuurlijk veel vrouwen zijn die niet zwanger worden of miskramen krijgen. Waarom praten mensen daar dan niet over?

    Over menstruatie wordt ook niet gepraat. Mensen praten niet over de postnatale periode of de moeilijke kanten van het moederschap of de borstvoeding. Niemand praat over wat dan ook dat vrouwen meemaken. En dit is óók iets dat wij meemaken.’

    infertilityl persona1 a
    ‘De dag dat ik besloot dat het klaar was, voelde ik me bevrijd.’ – Miriam Aguilar, 42 jaar, accessoireontwerper. – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ariana

    ‘Er hangt een groot taboe rond reproductieve gezondheid en de geestelijke gezondheid van vrouwen. Niemand vertelt je dat een op de vier zwangerschappen niet wordt voldragen. Niemand vertelt je dat als je kind binnenin je sterft, je misschien toch een bevalling door moet. Niemand vertelt het je omdat we het niet willen horen. Als mannen in deze positie verkeerden, zouden zij er dan meer over praten? Dit zijn gebeurtenissen die je niet kunt voorkomen, maar je kunt mensen die ze moeten doormaken wel helpen om ermee om te gaan.’

    Glòria

    ‘Het is heel belangrijk om erover te praten. De meeste mensen dragen onvruchtbaarheid in stilte. Veel onderwerpen die voor vrouwen belangrijk zijn, blijven onzichtbaar. Erover praten is zogenaamd feminisme.

    Als je niet vruchtbaar bent, is het alsof je een lichamelijk defect hebt. Maar dat gaat gewoon niet meer op. Dat vrouwen zijn waar we nu zijn, komt doordat we besloten méér te willen dan alleen moeder zijn. Maar het patriarchaat heeft bepaald dat de belangrijkste rol van vrouwen is om kinderen te krijgen. Een vrouw die geen moeder is, past daar gewoon niet in. Wat voor rol heeft een volwassen vrouw als ze niet voldoet aan wat er van haar wordt verwacht? Veel dingen zijn ineens buiten je bereik, je verwachting van hoe je leven zou zijn verdwijnt.’

    Sandra Arolas

    ‘Het idee dat je nutteloos bent als je geen kinderen kunt krijgen, bestaat nog steeds. Alsof mensen met een baarmoeder verplicht zijn nieuw leven op de wereld te zetten. Of het nu je eigen beslissing is of niet, het feit dat je geen kinderen hebt maakt je tot een uitzondering.’

    Ona en Edu

    O: ‘Wij vrouwen zijn opgevoed met de gedachte dat het onze missie in het leven is om moeder te worden. Als je dat doel niet bereikt, kun je nog zo’n vrije, zelfstandige vrouw zijn, maar toch besef je ergens dat jij ook zo bent, dat je nog steeds vastzit aan de regels van het patriarchaat. En dat is frustrerend.’

    E: ‘Ik heb me niet afgevraagd of ik meer of minder man ben. Voor mij heeft het daar niets mee te maken.’

    Sandra Albert

    ‘Toen de dokter ons vertelde dat onze enige mogelijkheid het gebruik van donorsperma was, zei mijn partner dat hij niet wilde dat iemand dat wist. Wat maakt het uit of het je eigen bloed is of niet?’

    Míriam

    ‘Ik zat er niet mee dat de eitjes niet van mezelf zouden zijn. Het maakte me niet uit, want wat ik wilde was een kind. Ik had niet dat bezitterige gevoel dat het van mij moest zijn.

    Ik heb me echt overweldigd gevoeld door het moederschap, maar ook erg in de steek gelaten bij mijn miskramen, omdat ik geen ruimte kreeg om te praten. Er hangt een enorm taboe rond de geestelijke gezondheid van vrouwen. Het is alsof je nergens last van mag hebben, alsof je gewoon moet vergeten en verder gaan.’

    Zij wilde altijd moeder worden. Maar haar eerste zwangerschap was niet wat ze zich ervan had voorgesteld en ook het moederschap was niet het sprookje dat haar was verteld. Bij haar is sprake van een secundaire onvruchtbaarheid. Haar eerste dochter werd met 41 weken geboren na een lange en zware, maar normale zwangerschap. De problemen kwamen later, toen ze probeerden een tweede kind te krijgen. Ze raakte in verwachting van Pol en Gala, maar die zwangerschappen eindigden abrupt na dertien en zestien weken. Uit onderzoeken bleek dat Ariana een immuunziekte had en dat zou er de oorzaak van kunnen zijn dat haar zwangerschappen mis liepen. Met behandeling was er een kans om het opnieuw te proberen, maar Ariana en haar man besloten ermee op te houden en te aanvaarden dat hun gezin een ongebruikelijke grootte had. ‘We besloten dat het klaar was. Ik wilde dat niet nog een derde keer meemaken. Er was misschien wel een oplossing voor mijn onvruchtbaarheid, maar ik besloot die niet aan te grijpen. Dat begrijpen veel mensen niet. Het lijkt zelfzuchtig als je je dochter geen broertje of zusje wilt geven. Mijn dochter heeft al een broertje en zusje, maar die zijn er niet. Wij hebben een ander gezin.’

    Op haar Instagramaccount ‘Temps de dol’ (Tijd van rouw) maakte ze de verschillende vormen van moederschap zichtbaar waarover je nooit hoort, met name verdriet rond geboortes. ‘Voor mij is onvruchtbaarheid moederschap. De dood van een kind in de baarmoeder maakt deel uit van het moederschap, de dood van je kind bij de geboorte maakt deel uit van het moederschap en het beëindigen van een zwangerschap is ook deel van het moederschap.’

    10. Wat mij geholpen heeft

    ‘Ik heb een Instagramaccount aangemaakt om het verhaal te vertellen, als een dagboek. Ik had behoefte aan iemand die tegen me zei: “Wat jou overkomt, overkomt velen van ons, je stelt je niet aan.” En ik begon te schrijven. Ik heb ook psychologische hulp gezocht omdat ik besefte dat ik er alleen niet uit zou komen. Beide dingen hebben me geholpen om me geen misbaksel te voelen.’

    Sandra Arola

    ‘De mensen die ons het meest na staan hebben ons er doorheen gesleept en nooit vraagtekens geplaatst bij onze keuzes: “Als je je goed voelt en je vindt dat je het moet doen, doe het dan.” En het is goed om mensen te hebben die naast je staan, want het is niet gemakkelijk.’

    infertilityl persona3 a
    ‘We zien overal om ons zwangerschappen, en het zou een leugen zijn om te zeggen dat dat geen pijn doet.’ – Ona Campillo en Eduard Pi, 31 en 32 jaar, communicatie technici. – – © Francesc Melcion, Sara Cabarrocas

    Ona en Edu

    O: ‘Erover praten helpt me om ermee in het reine te komen, de scherpe kantjes eraf te halen en niet boos op het leven te worden. En het heeft me geholpen om met andere vrouwen te praten die net zulke dingen hebben meegemaakt.’

    E: Wij zijn er heel open over en maken zelfs grapjes over onze situatie, want dat helpt ons om ons beter te voelen. Iedereen moet zijn of haar eigen manier vinden.’

    Sandra Albert

    ‘In mijn omgeving was het niet iets waarover je praatte. Ik heb mijn moeder uitgelegd dat ik de eerste behandeling zou ondergaan, maar daarna heb ik er met haar niet meer over gesproken. Want als je er niet over praat, bestaat het probleem niet. En ook om de druk te ontwijken en vragen als “En? Hoe ging het? Nu wel gelukt?”’

    11. Aanvaarding, een leven zonder kinderen

    Sandra Albert

    ‘Toen de laatste ivf ook niet lukte, was het tijd om eens goed over mijn leven na te denken, want ik was heel verdrietig. En ik zei tegen mezelf: “Ofwel je gaat op zoek naar iets om naar uit te kijken in je leven, of je wordt een verbitterd mens.” Nu kan ik er beter mee omgaan, maar ik heb een hele tijd in een vacuüm geleefd. Het is nu een paar jaar geleden en ik heb tijd gehad om het te verwerken. Op mijn leeftijd is het sowieso een gepasseerd station. Ik kan er nu goed mee omgaan. Het is moeilijk geweest om een balans te vinden, maar het gaat nu prima. Ik ben gegroeid als persoon.’

    Glòria

    ‘Ik lijd er niet meer onder: ik ben eroverheen gekomen. Als je maar praat, word je sterker. Dit is niet bepalend voor mij. Het is me overkomen, maar er is me heel veel meer overkomen.

    Als je geen kinderen blijkt te krijgen, komt alles een beetje op losse schroeven te staan, je waarden, wat je nalaat… En ik denk na over ouder worden. Ik denk dat mensen zonder kinderen daar meer mee bezig zijn dan mensen met kinderen, omdat ze ervan uitgaan dat die wel voor hen zullen zorgen.’

    Míriam

    ‘Ik dacht dat ik het nodig had om moeder te zijn. Ik weet nog hoe ik vroeger dacht over een meisje dat geen kinderen kon krijgen: “Ik zou doodgaan als mij dat zou gebeuren.” Nu weet ik dat je niet doodgaat omdat je geen kinderen hebt. Het zou normaal moeten zijn dat vrouwen zonder kinderen even gelukkig kunnen zijn. We moeten een eind maken aan die sociale druk. En mensen informeren, zodat ze niet van die pijnlijke vragen stellen. En we moeten realiseren dat een ivf-behandeling lang niet altijd werkt.’

    Ona en Edu

    E: ‘Natuurlijk moeten we ons erop voorbereiden dat we geen kinderen krijgen. Maar dat blijft toch een beetje doen alsof, want we willen nog steeds graag ouders zijn. Als het niet kan, kan het niet en moeten we naar andere manieren zoeken. Je kunt geen mogelijkheid najagen die er niet is, daar word je alleen maar ongelukkig van. Wat mij misschien nog het meest zou frustreren is dat ik mijn ouders dan ook geen grootouders kan maken. Dat zal voor mij misschien het moeilijkst te aanvaarden zijn.’

    Míriam

    ‘Dat ik mijn verhaal zo vaak vertel is ook bedoeld voor de vrouwen die dit doormaken of gaan doormaken. Zodat zij zich niet zo hoeven te voelen als ik me voelde: alleen. En ik denk ook aan mijn nichtje. Ik wil niet dat zij zich, als ze volwassen wordt, onder druk gezet voelt om kinderen te krijgen. Als zij dat niet wil of kan hoop ik dat ze de middelen en informatie heeft die ik niet had.’

  • Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    Bankier, prinses, warlord: de vele levens van Asma al-Assad

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Ze was zijn ambassadeur in landen waar hij niet graag werd gezien, wilde Damascus omvormen tot Europese metropool en ging uit winkelen terwijl de stad afbrandde. Wie is de vrouw die in het naoorlogse Syrië de touwtjes in handen heeft?

    De keuze van hoofdredacteur Laura Weeda

    Dit Economist-artikel is buitengewoon goed geschreven en geeft een heel mooi en genuanceerd beeld van de ontwikkelingen in Syrië de laatste dertig jaar vanuit een verrassend perspectief: de First Lady, Asma al-Assad. Ooit was ze in Syrië een gevierde vrouw die van Damascus één groot cultureel park wilde maken, nu komt ze vooral mysterieus en meedogenloos over. In haar levensverhaal wekt ze soms bewondering op, dan weer zijn haar gedrag en beslissingen volstrekt onnavolgbaar.

    Deze longread van Nicholas Pelham geeft ook goed weer hoe wankel geopolitieke relaties zijn door het grote contrast tussen Damascus als opbloeiende stad, toen Al-Assad er kwam wonen, en de ruïne die de hoofdstad van Syrië nu is.‘

    Afgelopen zomer circuleerde een foto van de First Lady van Syrië op social media. In het noordwesten van het land bombardeerden regeringstroepen op dat moment de overgebleven verzetshaarden. De foto toont Asma al-Assad, haar man Bashar al-Assad en hun drie kinderen op een winderige heuveltop, geflankeerd door soldaten in camouflagetenue. Met zijn windjack, sportschoenen en poloshirt vlot over zijn broek lijkt Bashar in alles op een huisvader die zijn kroost meeneemt op een zondagmiddagwandelingetje, en in niets op een man die dissidenten laat martelen. Asma oogt wat stijfjes, houdt haar armen langs haar lichaam. Witte spijkerbroek, sportschoenen en zo’n vliegeniersbril waar despoten in het Midden-Oosten om de een of andere reden dol op zijn. Ze staat midden op de foto; Bashar, president van Syrië, schurkt wat onhandig tegen haar aan.

    Achter Asma is een bedrieglijk vredig landschap te zien. Tien jaar na de Arabische lente, waarin miljoenen mensen in het Midden-Oosten zich tegen repressieve regimes keerden, heeft de heersende familie van Syrië de macht behouden en daar een gruwelijke prijs voor geëist.

    Het regime heeft honderdduizenden Syriërs vermoord en er ruim 14.000 doodgemarteld. De helft van de bevolking sloeg op de vlucht, waarmee de grootste vluchtelingencrisis sinds de Tweede Wereldoorlog een feit werd. Iran, Turkije, de Verenigde Staten en Rusland, stuk voor stuk streden ze direct of indirect om invloed op Syrische bodem. In de hele Arabische wereld is de hoop op een betere toekomst vermorzeld, maar nergens ging dat met zo veel bloedvergieten gepaard als in Syrië.

    Marie Antoinette 

    Asma’s ster is in die tijd echter tot ongekende hoogte gerezen. Haar pad naar de heerschappij over dit verwoeste land was bochtig en legde ze af in vele gedaanten: de financieel expert van J.P. Morgan die tot in de kleine uurtjes doorwerkte om lucratieve deals uit het vuur te slepen; de glamoureuze First Lady die in de overtuiging verkeerde dat sociale hervormingen en haute couture een pariastaat konden moderniseren; de Marie Antoinette van Damascus, die uit winkelen ging, ook al stond haar land in brand; de moeder van de natie, die tegen kanker streed terwijl de troepen van haar man opstandelingen verpletterde.

    Waar eindigt de reis? De prominente plaats die ze in de hofhouding van de Assads wist te veroveren is niet langer alleen maar voer voor Syrische roddelcircuits. Vorig jaar bestempelde de Amerikaanse regering Asma tot een van de beruchtste oorlogsprofiteurs van Syrië. Er wordt nu zelfs gefluisterd dat ze haar man als president zou kunnen opvolgen. Asma al-Assad heeft de gestucte twee-onder-een-kapwoning in Londen waar ze is opgegroeid ver achter zich gelaten.

    Voor een dictatorsvrouw is haar achtergrond ongewoon. Asma Akhras werd in 1975 geboren in Acton, een onopvallend deel van West-Londen dat grenst aan veel rijkere buurten. Zoals de meeste Syriërs zijn haar ouders soennitische moslims: die vormden de dominante groep in Syrië totdat in de jaren zestig een kleine, gemarginaliseerde sekte, de Alawieten, een staatsgreep pleegde. Bashars vader, Hafez al-Assad, zat in het complot en riep zichzelf in 1970 uit tot leider van het land.

    Asma’s ouders kwamen in de jaren zeventig naar Londen, hopend op een beter bestaan. Het gezin bleef religieus: haar vader bezocht het vrijdaggebed in de moskee en haar moeder wierp haar hijab pas af nadat Asma was getrouwd. Vrienden omschrijven het gezin als cultureel conservatief, al was het wel de bedoeling dat de kinderen zouden assimileren. Op haar Anglicaanse basisschool stond Asma bekend als Emma. ‘Als je het niet wist, zou je niet denken dat ze Syrisch was,’ herinnert een buurman zich.

    Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door

    Asma leek bestemd voor een leven te midden van Londense welgestelden. Als tiener ging ze naar een van de oudste particuliere meisjesscholen van Groot-Brittannië, Queen’s College, niet ver van haar vaders particuliere medische praktijk in Harley Street. Ze studeerde computerwetenschappen aan King’s College in Londen. Vriend en vijand zeggen dat ze slim en ijverig was.

    Niemand kan zich herinneren dat zij enige belangstelling voor het Midden-Oosten toonde. Haar bezoeken aan Damascus met haar ouders bracht zij grotendeels bij het zwembad van het Sheraton-hotel door. ‘Ze was erg Engels en leek niets met Syrië te maken te willen hebben,’ aldus een vriend van de familie.

    Weinigen waren verrast toen ze een baan kreeg bij J.P. Morgan, een investeringsbank. Het personeel werd geacht soms 48 uur achter elkaar te werken en zelfs op kantoor te slapen. Sommige stagiairs waren vrijpostig en onverholen ambitieus, maar Paul Gibbs, Asma’s leidinggevende, herinnert zich haar als ‘bescheiden, beleefd en dienstbaar’. Ze droeg keurige zwarte pakjes. Ze specialiseerde zich in fusies en overnames (wat haar later in Syrië van pas kwam). Af en toe ging ze uit met een collega, ze kreeg zelfs huwelijksaanzoeken.

    Haar moeder, Sahar, had grootse plannen voor Asma. Haar eigen oudoom had Hafez al-Assad geholpen bij diens machtsgreep. Sahar wilde deze connectie gebruiken om Asma te koppelen aan Bashar, de tweede zoon van Hafez. Ten minste, dat schrijft de Libanees-Amerikaanse journalist Sam Dagher, auteur van het boek Assad or We Burn the Country.

    Slungelige student

    Bashar en Asma ontmoetten elkaar in het Londen van de jaren negentig. Hij was toen nog een slungelige student medicijnen, die in de schaduw van zijn autoritaire vader was opgegroeid. Als enige van zes broers en zussen ging hij in het buitenland studeren. Zijn afkeer van bloed bracht hem ertoe zich te specialiseren in oogheelkunde, een medisch vakgebied met niet al te veel aanzien. Bashars oudere broer, Basil, diende in het Syrische leger, reed in snelle auto’s en zat achter de vrouwen aan. Bashar was juist ‘ijverig, punctueel, ging elke dag naar de universiteit en vermeed uitspattingen’, aldus Wafic Said, een rijke Syrische expat die de familie kent. Hij luisterde naar Phil Collins en Electric Light Orchestra, dronk groene thee en bewoog zich op de fiets door de stad. In tegenstelling tot zijn vader, die zijn boerse tongval nooit zou kwijtraken, eigende Bashar zich het verfijnde, zangerige accent van de Damasceense elite toe.

    Hij was wel gevoelig voor vrouwelijk schoon en ging vaak uit met de gemanicuurde afdankertjes van zijn broer. De keuze van een vrouw mocht hij echter niet helemaal zelf bepalen. Toen Basil in 1994 omkwam bij een auto-ongeluk, rustte het lot van de Assad-dynastie plotseling op de schouders van Bashar. Die was nog ongetrouwd toen zijn vader in juni 2000 overleed. Twee maanden later bezorgden schijnverkiezingen hem het presidentschap.

    Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd

    Op dat moment werkte Asma al twee jaar bij J.P. Morgan. Maar ineens verdween ze en bleef drie weken lang weg, zonder kennisgeving. Bij terugkeer vertelde ze haar werkgever dat een onstuimige Syriër haar had veroverd. Hij had haar meegenomen naar Libië, waar hij hun verbintenis bezegelde in een tent in de Sahara. Asma koos voor de liefde en nam onmiddellijk ontslag.

    Buiten het Sheraton is Syrië een ingewikkelde plek. De bergen en woestijnen herbergen een lappendeken aan etnische en religieuze groepen, waarvan de meeste elkaar wel eens hebben dwarsgezeten. De Fransen maakten het land buit op de Ottomanen, hun bestuur tussen de wereldoorlogen was kort en omstreden. De eerste jaren van Syriës onafhankelijkheid verliepen echter ook verre van rimpelloos. Er woedde er een continue onderlinge strijd, de staatsgrepen volgden elkaar in rap tempo op.

    Aan deze woelingen kwam in 1970 een einde met de komst van Hafez al-Assad, een onbuigzame luchtmachtofficier van de regerende Baath-partij. Tijdens zijn schrikbewind onderhielden veiligheidsdiensten informantennetwerken, luisterden ze telefoons af en martelden ze mensen in het wilde weg. Toen soennitische islamistische dissidenten in 1982 in hun bolwerk Hama de Baath-heerschappij tartten, maakte Hafez een deel van de stad met de grond gelijk.

    GettyImages 110839797 2
    Bashar en Asma al-Assad te gast in Parijs bij de Quatorze Juillet-parade in 2008. – © Pool Benaninous / Getty Images

    Hafez was al dood tegen de tijd dat Asma eind 2000 naar Damascus verhuisde, maar zijn nalatenschap was alomtegenwoordig: van architectuur in Sovjetstijl tot uithangborden met zijn beeltenis die zijn lof prezen. Zijn steun aan terroristische organisaties in de regio had Syrië van het Westen vervreemd. De opkomst van Bashar bood een kans de betrekkingen te herstellen.

    In zijn inaugurele rede beloofde Bashar de corruptie te bestrijden en eerlijke meerpartijenverkiezingen toe te staan. Kort daarna sloot hij een van de grootste gevangenissen van het land. In de cafés van Damascus begon men voorzichtig over politiek te praten.

    Asma leek in deze periode van dooi een zeer geschikte partner voor de nieuwe Syrische leider. Koningin Rania van Jordanië, Sheikha Moza van Qatar, zelfs prinses Diana in Groot-Brittannië hadden stuk voor stuk laten zien hoe een door glamour omgloorde first lady een drijvende kracht achter hervormingen kon zijn. Dankzij de dominante positie van de seculiere Baath-partij, waren openbare functies toegankelijker voor vrouwen dan in de meeste Arabische landen. ‘Ik verwachtte dat deze twee Syrië samen tot een hemel aarde zouden maken,’ zegt Wafic Said, de eerder vermelde Syrische expat.

    Net als veel vrouwen die haar voorgingen, moest Asma wel rekening houden met haar schoonfamilie. Bashars moeder Anisa had gewild dat haar zoon binnen de clan was getrouwd teneinde een duurzame dynastie, zoals die van de Saoeds in Saoedi-Arabië, te creëren. Sommige familieleden vonden zelfs dat Bashar het presidentschap moest opgeven omdat hij met een soennitische was getrouwd.

    Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden

    Het lukte de moeder van Bashar niet het huwelijk af te wenden, dus besloot ze het te verdonkeremanen. Er kwamen geen nieuwsbulletins over de bruiloft. Officiële foto’s werden nooit vrijgegeven. Asma kreeg herhaaldelijk te horen dat het haar taak was om erfgenamen voort te brengen en uit het nieuws te blijven. Bashars moeder stond erop de titel ‘First Lady’ te behouden; staatsmedia noemden Asma akilatu alrais, de echtgenote van de president. Niemand die haar op straat herkende. Het huiselijk leven ging bepaald niet over rozen. ‘Ze haatten haar,’ aldus Ayman Abdel Nour, destijds adviseur van Bashar. Asma sprak nog geen vloeiend Arabisch. 

    Tijdens etentjes maakte de familie er een punt van om in onverstaanbaar Alawitisch dialect te converseren. De rest van de heersende elite was ook niet toeschietelijk. Met name de voormalige bondgenoten van zijn vader dwarsboomden de hervormingen van Bashar. ‘Hafez al-Assad was een octopus die zijn tentakels aanstuurde,’ zegt een aan het regime gelieerde zakenman. 

    Masker

    Binnen enkele maanden werd duidelijk dat Bashars beloften van hervormingen weinig om het lijf hadden en vooral waren bedoeld om steun voor zijn opvolging te verwerven. ‘Bashar vertelde je precies wat je wilde horen en deed vervolgens helemaal niets,’ zegt Wafic Said. Al snel viel het masker. Academici belandden in de cel. De affiches van Bashar kregen nog grotere afmetingen dan die van zijn vader. Het recht op openbare vergaderingen werd dermate ingeperkt dat paren een overheidsvergunning nodig hadden om een bruiloft in een hotel te houden.

    Herhaaldelijk werd de hoop op verandering in Syrië getorpedeerd. Na de aanslagen van 11 september 2001 gaf Bashar de Amerikanen de middelen om terreurverdachten te ondervragen. ‘Democratie verspreiden’ was destijds evenwel het credo van de regering-Bush, en Syrië kon wel eens het volgende doelwit van dit voornemen zijn. De ontwikkelingen in Irak brachten het Syrische regime ertoe het roer weer om te gooien. Bashar stuurde jihadisten van eigen bodem de grens over om de Iraakse opstand tegen de Amerikanen te steunen.

    Terwijl hij zijn machtspositie versterkte, vervulde Asma plichtsgetrouw de rol van fokmerrie. Ze kreeg snel achter elkaar drie kinderen, van wie twee zonen. Nog steeds kleedde ze zich als een ingetogen bankemployé. De enige keren dat ze de krantenkoppen haalde, was tijdens buitenlandse reizen. En zelfs dan werd de woede van haar schoonfamilie gewekt.

    Onmenselijkheid

    De onmenselijkheid binnen de familie werd geëvenaard door wreedheid erbuiten. Op 14 februari 2005 kwam een van de meest prominente politici van Libanon, Rafik Hariri, om het leven door een aanslag met een autobom. Syrië hield zijn kleine, disfunctionele buurman al jaren onder de duim en velen gingen ervan uit dat Bashar de opdracht had gegeven. Onder druk van mogelijke internationale sancties en massale demonstraties in Libanon, haalde Bashar bakzeil. Na dertig jaar bezetting trok hij zijn troepen terug uit Libanon – tot woede van de Syrische hardliners. Meer dan ooit had Bashar bondgenoten nodig: zijn Britse vrouw zou westerse regeringen gunstig kunnen stemmen. Hij beloofde Asma dat hij haar schoonfamilie het zwijgen zou opleggen en stemde ermee in haar tot ‘First Lady’ te promoveren.

    Twee maanden na de moord op Hariri stond zij aan de zijde van haar man bij de begrafenis van paus Johannes Paulus II. Weinigen wilden zijn hand schudden, maar Asma, discreet aantrekkelijk in haar zwartkanten sluier, viel wél in de smaak. Op foto’s is te zien hoe zij zich met wereldleiders onderhoudt. Dit was een beslissend moment voor het paar. Tot dan was Asma, de indringer, naar het tweede plan verbannen. Nu ging ze een centrale rol spelen in de internationale rehabilitatie van Bashar. ‘Ze was zijn ambassadeur in alle landen waar hij niet graag gezien werd,’ zegt Abdel Nour, de voormalige adviseur van Bashar.

    In interviews met westerse media stelde ze Bashar in de schaduw. Zij zou het niet in haar hoofd halen joden ‘moordenaars van Christus’ te noemen, zoals hij had gedaan in een poging christenen aan zich te binden. Ook thuis retoucheerde Asma het imago van het stel. De Assads gingen voortaan prat op hun bescheidenheid. Ze meden het gigantische, met marmer beklede paleis dat de Saoedi’s voor de Assads hadden laten bouwen, en kozen voor een soberder onderkomen van drie verdiepingen. Asma haalde haar kinderen elke dag op van de plaatselijke Montessorischool. Toen Wafic Said bij hen thuis dineerde, was hij verbaasd over het gebrek aan pracht en praal. Het echtpaar diende het eten zelf op.

    ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs’

    Niettegenstaande deze soberheid gaf Asma met hulp van een nieuwe kapper haar uiterlijk en uitstraling een stevige oppepper. Haar naaldhakken en oorbellen kregen er een paar centimeter bij, haar nagels waren verzorgd en gelakt. Hoewel zij noch Bashar een trouwring droeg, sierden koninklijke agaten haar hals. Het grondpersoneel van Syrian Airlines in Londen herinnert zich de aanvoer van talloze kisten met kleding uit de beste Londense warenhuizen.

    Syrische diplomaten noemden haar Imelda Marcos, naar de Filipijnse first lady met een schoenenverslaving. Het charmeoffensief wierp vruchten af. Slechts enkele maanden na de moord op Hariri opperde The New York Times dat het paar ‘de essentie van seculiere West-Arabische fusion’ belichaamde. ‘Ik was betoverd,’ zegt een Syrische diplomaat die nu in ballingschap is en destijds een Europese rondreis voor hen organiseerde. ‘Ze pakt je onmiddellijk in met haar lieftalligheid. En hij is anders dan andere dictators in het Midden-Oosten, ziet er modern en verfijnd uit. Dat maakt hem zo gevaarlijk.’

    Asma’s volgende project was Syrië zelf. Na decennia van centrale planning en importbeperkingen wilde ze een frisse wind door het land laten waaien. Ze begoochelde haar man met financieel jargon en drong er bij de banksector op aan zich open te stellen voor particuliere en buitenlandse bedrijven. ‘Ze wilde van Damascus een regionaal Dubai maken, een belastingparadijs,’ vertelt een Syrische econoom.

    Economische hervormingen strookten echter niet met de belangen van een aantal machtige Syriërs. Om de zakelijke cultuur te veranderen, moest Asma het opnemen tegen Rami Makhlouf, neef van Bashar en lid van de aristocratische clan van diens moeder. Volgens sommige schattingen hadden de bedrijven van Makhlouf meer dan de helft van de Syrische economie in handen. Asma tartte zijn suprematie in 2007 door haar eigen holdingmaatschappij op te richten, maar slaagde er niet in genoeg Syrische zakelijke zwaargewichten aan haar kant te krijgen. Haar plannen voor de Syrische economie moesten in de ijskast.

    Asma vond al snel een nieuwe manier om haar invloed uit te breiden. Al vroeg in haar huwelijk had ze zich met liefdadigheid beziggehouden. Nu probeerde ze haar projecten in één organisatie, de Syria Trust for Development, samen te brengen. Ze wilde van deze trust de voornaamste trait d’union van Syrië  met de rest van de wereld maken. Met dat doel ging ze koortsachtig werven onder Engelstalige Syriërs in het buitenland, voormalige functionarissen van de Verenigde Naties en strategen van het Amerikaanse managementadviesbureau Monitor Group. ‘De trust mocht met buitenlanders omgaan, terwijl andere organisaties daar geen toestemming voor hadden,’ zegt een diplomaat die in Damascus werkte.

    Met zijn ruige landschap en archeologische rijkdommen behoorde Syrië een toeristische trekpleister te zijn, vond Asma. Ze wierf curatoren van het Louvre en het British Museum en liet die op het centrum van Damascus los. Een cementfabriek zou een galerie worden, naar het voorbeeld van het Londense Tate Modern. De oevers van een smoezelige rivier door de stad moesten in een cultureel park worden omgetoverd. Er zou een spoorlijn komen om Damascus te verbinden met de oude Assyrische steden in het onderontwikkelde noordoosten.

    Prinsessengedrag

    De meeste westerse diplomaten in Damascus steunden de trust van Asma van harte. Ze wist de Europese Unie, de VN, de Wereldbank en Qatar voor zich te winnen, en vergaarde miljoenen dollars voor de financiering van haar visie. Krantenartikelen bejubelden de ‘culturele renaissance’ van Damascus, zoals Asma die noemde. ‘Dit is hoe je extremisme bestrijdt: met kunst,’ zei Bashar.

    Haar collega’s zagen ook een andere kant van haar. Op goede dagen was ze ‘enorm nieuwsgierig’ en ‘uitermate behulpzaam’, aldus een oud-medewerker. Maar een andere adviseur bewaart wat minder prettige herinneringen aan haar ‘prinsessengedrag’, haar geschreeuw, en hoe ze zich op anderen afreageerde. Hij nam na acht maanden ontslag: ‘Ze is een control freak, een eng mens.’

    Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken

    Maar ze was ook effectief. ‘Het was opvallend hoe vaak ze zei: Ik zou willen dat er dit of dat gebeurde, en het dan ook gebeurde,’ aldus iemand die zes jaar voor haar in Damascus werkte. Haar personeel hield zich aan het straffe schema waaraan ze bij J.P. Morgan gewend was geraakt: het kantoor ging om zes uur ’s ochtends open en het werk ging tot in de late uren door. Ambtenaren wisten dat ze Asma beter konden raadplegen dan de minister van Cultuur als het om belangrijke kwesties ging.

    Asma huurde Britse en Amerikaanse pr-firma’s in om haar imago op te poetsen. Die vlogen parlementariërs van over de hele wereld in om haar goede werken te bewonderen. Allerlei beroemdheden kwamen naar Damascus, onder wie Angelina Jolie en Brad Pitt, Sting en Damon Albarn van Blur. De grootmoefti nodigde Syrische joden uit die decennia eerder voor vervolging waren gevlucht. Brown Lloyd James, een Amerikaans pr-bedrijf, regelde in maart 2011 een coverstory in Vogue, waarin Asma werd geportretteerd als ‘een roos in de woestijn’, die vastbesloten was om van Syrië een ‘merk’ te maken. 

    Onbenullen

    De trust had beperkte bevoegdheden. ‘Wat met de moskee, religie en politiek te maken had lieten we ongemoeid,’ zegt een medewerker. Dergelijke grenzen waren wel moeilijk te bewaken. Opvoeders reisden door Syrië met een grote opblaasbare iglo die bedoeld was als ‘vertelruimte’, gebouwd met de hulp van een voormalig directeur van het Science Museum in Londen. Het was de bedoeling dat alleen onomstreden kwesties aan de orde zouden komen, zoals het recht van een kind op schone lucht. Er werden echter ook misstanden van het regime aangekaart.

    ‘Een jongen zei dat hij een verhaal had over mensenrechten en vertelde hoe hij werd gearresteerd, uitgekleed en op een fles moest gaan zitten,’ aldus een organisator. De buitenlandse consultants van de trust woonden in een vergulde bubbel in Damascus: ze bestelden sushi via roomservice, streken hoge salarissen op, en kletsten ondertussen over vermogensopbouw. ‘Veel dorpen hadden geen goede riolering of elektriciteit en dan verscheen zij daar met haar adviseurs en vertelde ze over ondernemerschap, het maatschappelijk middenveld, duurzame ontwikkeling en kaas maken,’ zegt Samir Aita, een adviseur van het ministerie van Financiën. ‘Asma dacht dat de Syria Trust alles voor elkaar kon krijgen, maar het waren gewoon onbenullen die arme boeren in het Engels toespraken.’

    Binnen de trust zelf rees het vermoeden dat de organisatie slechts een voertuig was voor Asma’s zelfverheerlijking. Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’ en opstaan als ze een vertrek betrad. Onder hen die garen sponnen bij Asma’s opkomst was haar eigen vader, Fawaz Akhras. Kort nadat Asma met Bashar getrouwd was, richtte hij de British-Syrian Society op, een organisatie in Londen die politieke en financiële steun voor Syrië wierf. Hij coördineerde de activiteiten van de vereniging met de club van Asma en trok tal van rijke Syriërs aan. Akhras was openhartig over zijn nauwe banden met de macht: zijn favoriete aanhef van een toespraak was: ‘Als schoonvader van de president…’ 

    ‘Vergeleken met hem was de Syrische ambassadeur een loopjongen,’ zegt Yahya al-Aridi, die voor de Syrische regering de communicatie verzorgde in Londen. Asma’s rijzende ster kwam ook het internationale profiel van Syrië ten goede. Amerikaanse functionarissen bezochten Damascus weer, zeker na Obama’s presidentsverkiezing in 2008. Het gerucht deed de ronde dat er een uitnodiging voor Washington ophanden was. De Fransen waren haar nog gunstiger gezind. Paparazzi volgden de Assads op de voet toen ze Parijs bezochten. ‘Zij verspreidt licht in een land vol schaduwen,’ schreef Paris Match over Asma.

    Op 10 december 2010 sprak ze de verzamelde Franse elite toe op de Internationale Diplomatieke Academie, een denktank in Parijs. Ze repte over de ‘verandering die gaande is in mijn land’. Een paar dagen later stak een Tunesische groenteverkoper zichzelf in brand en ontketende daarmee opstanden in Noord-Afrika en het Midden-Oosten die spoedig de Arabische Lente werden genoemd. *Snel zou blijken dat de Assads niet genoeg hadden aan soft power en naaldhakken om die lente te kunnen overleven.

    De eerste twee maanden van 2011 heerste er opwinding in het Midden-Oosten. Na decennia van stagnatie en onderdrukking werd het overspoeld door demonstraties, van Tunesië tot Libië, Algerije tot Bahrein, Jordanië tot Jemen. Massaprotesten in Caïro brachten het bewind van Hosni Moebarak, dictator van Egypte gedurende bijna dertig jaar, ten val. Het tij van de revolutie leek niet te keren. Veel Syriërs lieten zich meeslepen door wat ze zagen, maar angst weerhield de meesten van hen de straat op te gaan. Toen, op een februariavond in het saaie plattelandsstadje Deraa ten zuiden van Damascus, spoot een groep schoolkinderen graffiti op een muur met de tekst: ‘Nu is het jouw beurt, dokter.’

    Adviseurs moesten haar aanspreken met ‘excellentie’

    De plaatselijke veiligheidschef was een neef van Bashar – een misdadiger, zelfs naar de maatstaven van de Syrische geheime diensten. Zijn mannen pakten de kinderen op en martelden ze. Grote groepen mensen verzamelden zich buiten de moskeeën van Deraa en eisten waardigheid en vrijheid. Troepen openden het vuur.

    Aanvankelijk was het niet duidelijk – zelfs niet voor Asma, zo lijkt het – hoe Bashar zou reageren. Een generaal gaf hem de raad de plaatselijke veiligheidschef gevangen te zetten en excuses aan te bieden voor het bloedvergieten in Deraa. De grotere steden in Syrië waren nog steeds rustig, dus zouden publiek berouw en nieuwe hervormingsbeloften mogelijk volstaan om de situatie in de hand te houden.

    In Washington hielp de ambassadeur van Syrië Bashar bij het opstellen van een toespraak waarin hij deze hervormingen aankondigde. Ook Asma leek een sussende boodschap aan het volk te verwachten. Toen de Arabische lente in een stroomversnelling kwam, zei ze dat het regime wist dat het moest veranderen. Volgens een voormalige medewerker probeerde ze met de oppositie te praten.

    ‘Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was’

    Op 30 maart sprak Bashar het grotendeels ceremoniële parlement van Syrië toe. ‘Syrië moet een grote samenzwering het hoofd bieden,’ verklaarde hij tot veler verrassing. Hij bestempelde beelden van veiligheidstroepen die demonstranten neerschoten tot nep. Hij wees de oproepen tot hervorming af en zei dat ze een dekmantel vormden voor een niet nader gespecificeerd buitenlands complot.

    ‘Hier sprak het oude regime,’ zegt een van Asma’s bestuursleden, die Syrië direct na de toespraak verliet. ‘Er was geen enkel woord van verzoening, geen erkenning dat er veel dingen anders konden. Toen ik met Bashar kennismaakte, sprak hij over hervormingen. Het was verschrikkelijk om te ontdekken dat het een schijnvertoning was.’

    Na de toespraak groeiden de demonstraties wekelijks in aantal en omvang. Zeker na het vrijdaggebed namen ze massale vormen aan. Zo begon een escalerende cyclus van begrafenissen, protesten en geweld. Binnen een maand stuurde het regime eerst boeventuig op de bevolking af, daarna kwamen de sluipschutters en ten slotte werd er zwaar geschut ingezet.

    De invloed van Syrische generaals, hoofden van inlichtingendiensten en van de Baath-partij was de afgelopen tien jaar afgenomen. Dit was hun moment van vergelding. Anisa, de moeder van Bashar, drong ook aan op een ferme reactie. Wat zou je vader hebben gedaan, schamperde ze tegen Bashar. De opstand tegen diens bewind in 1982 had hij op uiterst brute wijze de kop ingedrukt. Een voormalige Franse ambassadeur in Damascus zegt dat Bashar rond deze tijd op de volgende uitspraak werd betrapt: ‘Mijn vader had gelijk. Duizenden doden in Hama hebben ons drie decennia stabiliteit opgeleverd.’

    Ziektekiemen

    Terwijl Syrië in chaos verviel, stortten Asma’s luchtkastelen in. Een gala ter gelegenheid van de herlancering van het nationaal museum werd afgelast. Haar culturele vernieuwingsprojecten kwamen niet van de grond. Na zeven jaar planning bleef het Museum of Discovery, naar het voorbeeld van het Science Museum in Londen, een betonnen omhulsel. De financiering droogde op en adviseurs verlieten het land. Ze verwijderden de Syria Trust uit hun bestanden. De meest prominente westerse bezoekers waren paria’s als Nick Griffin, toenmalig hoofd van de extreemrechtse British National Party. Wafic Said zegt dat hij Bashar destijds op het hart drukte een gematigde koers te volgen. ‘Ze houden van jou en je vrouw, je bent geen Moebarak,’ hield hij hem voor. ‘Mis deze kans niet om de grootste leider in de Arabische wereld te worden. Geef ze gewoon wat rechten, een beetje waardigheid en je zult voor de rest van je leven worden bemind.’ Maar Bashars koers lag vast. In een tweede toespraak, in juni, vergeleek hij demonstranten met ‘ziektekiemen’. Syrië stond aan de vooravond van een duister hoofdstuk in zijn geschiedenis.

    In februari 2012, een jaar nadat de Arabische Lente was uitgebroken, richtte de Vierde Pantserdivisie van Syrië onder bevel van Maher, de jongere broer van Bashar, haar artillerie op Homs, in het westen van Syrië. Asma’s ouders waren opgegroeid in de stad; nu waren de protesten daar tot een gewapende opstand uitgegroeid. Soldaten liepen over naar de rebellen. In het hele land waren al zo’n zevenduizend burgers omgekomen.

    Sinds het begin van de protesten was Asma nauwelijks in het openbaar verschenen, wat aanleiding gaf tot geruchten. Was ze een gevangene van de omstandigheden of steunde ze de acties van haar man? Misschien was ze wel naar het buitenland gevlucht. Mensen die in de begindagen van de crisis vertrouwelijk met haar spraken, zeggen dat ze strikt vasthield aan de officiële lijn: de opstand was een buitenlandse samenzwering. 

    In theorie had Asma naar Londen kunnen gaan. Er werd haar een veilige doortocht aangeboden. De Britse regering verklaarde herhaaldelijk dat ze haar als Brits staatsburger de toegang tot het land niet kon ontzeggen. Maar ook in Londen was de sfeer weinig uitnodigend. Demonstranten smeerden rode verf op de deur van haar ouderlijk huis in Acton. Queen’s College schrapte haar naam van de lijst eervolle alumni.

    Om sancties te vermijden liet ze haar kapper inkopen doen

    Er werd gefluisterd dat Asma de wijk had genomen. Een toenmalige functionaris van de Syrische ambassade in Londen herinnert zich dat veiligheidsfunctionarissen zich voorbereidden om eind 2011 een VIP te ontvangen. Anderen zeggen dat ze op weg naar de luchthaven van Damascus werd tegengehouden door handlangers van het regime. Maandenlang gaf Asma geen interviews. Vroegere vrienden vonden dat ze er in januari 2012, tijdens een zeldzaam openbaar bezoek aan een pro-regeringsbijeenkomst, uitgemergeld uitzag. Op zeker moment verhuisden zij en haar kinderen naar het zomerpaleis van de familie aan de kust, ver van beschietingen en traangas.

    Nu ze het zonder openbare functie moest stellen, concentreerde Asma zich op een opknapbeurt van haar huis. In het eerste jaar van de opstand plaatste ze een advertentie voor een tuinman en gaf ze 250.000 Britse ponden uit aan meubels. Om sancties te omzeilen stuurde ze haar kapper naar Dubai om boodschappen te doen en gebruikte ze een schuilnaam voor haar bestellingen bij Harrods. Een contact van de Assad-familie in Londen handelde haar verzoeken voor kroonluchters af. Asma’s koopwoede kwam aan het licht aan de hand van duizenden e-mails van Assads intimi, die in 2012 door activisten van de Syrische oppositie naar The Guardian werden gelekt. Ook WikiLeaks deed een duit in het zakje. De berichten wekken de indruk dat Asma in dubio verkeerde.

    In december 2011 had ze een e-mail-uitwisseling met de dochter van de toenmalige emir van Qatar, die een vriendin van haar was totdat de Qatari’s zich achter de Syrische rebellen schaarden. De prinses hield Asma voor dat het ‘niet te laat was om zich te bezinnen en die staat van ontkenning af te schudden’. Asma’s antwoord was opvallend dubbelzinnig: ‘Het leven is niet eerlijk, meisje – maar uiteindelijk is er een realiteit waar we geen van allen omheen kunnen.’ Ze leek te suggereren dat er krachten waren die haar dwongen te blijven.

    De e-mails boden ook een inkijkje in het huwelijk van de Assads. Velen menen dat de verbintenis vooral gericht was op veiligstelling van de belangen beider families. Bashar stond bekend als schuinsmarcheerder. Dat bleek ook uit eveneens gelekte aanhankelijke mails van jonge vrouwelijke assistenten. Toch toonden Bashar en Asma genegenheid voor elkaar. Op 28 december 2011, toen tanks de geboorteplaats van haar familie – Homs – beschoten, schreef Asma haar echtgenoot: ‘Als we samen sterk zijn, komen we dit ook samen te boven … ik hou van je.’ Het is onduidelijk of wat ze ‘te boven moesten komen’, betrekking had op Syrië of op hun huwelijk.

    Een paar dagen later, toen ze haar batta (‘eend’ in het Arabisch, en haar koosnaam voor haar man) mailde, reageerde hij met een hartje. In februari 2012 leek Bashar zich op verdekte wijze te verontschuldigen voor zijn gescharrel door haar een country-and-western liedje te sturen met de tekst: ‘I’ve made a mess of me / The person that I’ve been lately / Ain’t who I wanna be.’ Niet veel later gaf Asma haar eerste officiële verklaring af sinds het begin van de opstand: ‘De president is de president van heel Syrië, niet de leider van een Syrische factie, en de First Lady steunt hem in deze rol.’

    Als men dissidenten mag geloven maakte Asma’s verzoening met haar echtgenoot deel uit van haar pogingen terug te keren in het openbare leven. Voortaan zou ze een volwaardige partner van het staatshoofd zijn. In de zomer van 2012 vluchtte de zus van Bashar, Bushra, naar Dubai nadat haar man was omgekomen bij een bomaanslag. De rebellen eisten de verantwoordelijkheid op, maar ze leken helemaal niet in staat tot een dergelijke actie. Bushra en haar echtgenoot behoorden tot de grootste vertolkers van anti-Asma-sentiment in intieme kring. Velen gingen ervan uit dat de moord een inside job was.

    Zenuwgas

    Het jaar daarop verbeterden de vooruitzichten van Bashar. Hij bracht de opmars van de rebellen tot staan en joeg ze uit hun bolwerk in Homs. Antiregeringstroepen controleerden nog steeds enkele buitenwijken van Damascus en bestookten het stadscentrum met granaten, maar waren niet in staat de Assads omver te werpen.

    Naarmate de oorlog voortduurde, werd Bashar meedogenlozer. Een westerse diplomaat herinnert zich de langzame escalatie van geweld – het gebruik van artillerie tegen burgers, de luchtaanvallen en tenslotte vaatbommen. ‘Ze deden iets één keer, en dan was er verontwaardiging, maar niet zo veel dat er internationale interventie dreigde,’ zei de diplomaat. ‘Dus breidden ze het uit, en werd dat het nieuwe normaal.’

    De internationale veroordeling van de misdaden van Bashar zwol aan, maar de langzame wurging van Syrië in plaats van een grootscheeps offensief zorgde ervoor dat er geen interventie kwam. Op 21 augustus 2013 verschenen er nieuwe beelden van mensen in de door rebellen bezette buitenwijken van Damascus met schuimende bellen bij hun neus en mond en schokkende ledematen. Honderden stierven aan vergiftiging door sarin, een zenuwgas, zo bleek uit een VN-onderzoek. Het was de ergste aanval met chemische wapens sinds de gifgasaanval van Saddam Hoessein in 1988 op het Koerdische stadje Halabja, die aan zo’n vijfduizend mensen het leven kostte. De volgende dag, terwijl de wereld nog bezig was de beelden te verwerken, werd op Facebook een uitgebreide fotoreportage gepubliceerd van officiële activiteiten van de First Lady. Op een foto was zij te zien met haar man, zetelend in een zee van bloemen op een balkon. Het onderschrift luidde: ‘Liefde is een land dat wordt geleid door een leeuw die korte metten maak met samenzweringen, en een First Lady die haar vaderland is toegewijd.’ 

    Nieuwe Asma

    De vernietiging van Syrië in de daaropvolgende jaren valt moeilijk te becijferen. In 2014 benutte de soennitische terreurbeweging Islamitische Staat de chaos om een zogenaamd kalifaat in Syrië en Irak te stichten. Die vormde een ernstige bedreiging voor de troepen van Bashar, maar verzwakte ook de steun voor zijn oppositie en legitimeerde Iraanse en Russische steun. Hoewel Bashar Aleppo als laatste van de grote steden in 2016 heroverde, bleef hij met bommen gooien: bijna de helft van de Syrische steden kwam in puin te liggen. De VN stopten in 2016 met het tellen van doden: dat waren er al bijna een half miljoen. Ruim 10 miljoen Syriërs werden vluchteling. 

    De nieuwe realiteit van Syrië vereiste een nieuwe Asma. De hakjes, de manicures, de powerjackets en de sieraden verdwenen. Ervoor in de plaats kwamen platte schoenen, T-shirts en broeken, die haar dunne armen en breekbare gestalte aan het licht brachten. 

    ANP 415356501 2
    Bashar al-Assad en zijn vrouw Asma op bezoek bij soldaten ergens in Syrië in 2020. Op de achterste rij hun kinderen. – © ANP / Abacapress

    In 2018 werd er bij Asma borstkanker vastgesteld. De ziekte weerhield haar er niet van om zorgvuldig toe te zien op haar publieke imago en ervoor te zorgen dat iedereen wist dat ze in Syrië was gebleven voor haar behandeling. Van haar strijd brachten de presidentiële sociale mediakanalen en staatsmedia gedetailleerd verslag uit. Ze werd zelfs gefilmd terwijl ze de operatiekamer in werd gereden. Toen haar haar uitviel werd ze gefotografeerd met chique hoofddoeken die zowel van kwetsbaarheid als kracht getuigden, een onweerstaanbare metafoor voor de strijd van haar man tegen de opstand. ‘Gefeliciteerd met uw overwinning op kanker,’ stak een tv-interviewer van wal. ‘Dank u,’ antwoordde Asma. ‘Ik hoop dat we binnenkort ook de overwinning van Syrië kunnen vieren.’ Nog voor haar volledige herstel toonden regeringsgezinde media hoe Asma deelde in het verdriet van Syrië. 

    Vergezeld van cameraploegen klopte ze op deuren in verarmde bergdorpen, omhelsde de verraste moeders van martelaren en stopte hen wat toe. Ze werkte zo hard aan haar Arabisch dat zelfs Syriërs geen Engels accent meer ontwaarden. Westerse media stond ze niet meer te woord, ze accepteerde alleen nog verzoeken van Russische en lokale zenders. 

    Het inkomen van haar liefdadigheidsinstelling, de Syria Trust, droogde op nadat de EU in 2012 sancties had opgelegd. Nu stroomde er internationale humanitaire hulp binnen om Syriërs te ondersteunen die door de oorlog alles kwijt waren geraakt. Veel van dat geld kwam al snel bij Asma terecht. Voor VN-agentschappen die hulp wilden bieden aan door het regime gecontroleerde gebieden, was de trust een onschatbare gesprekspartner: het Engelssprekende personeel was vertrouwd met internationale regel-geving. Asma kon deuren en checkpoints openen. In 2017 werd er meer VN-geld via de trust gesluisd dan via veruit de meeste andere Syrische organisaties. Zelfs VN-veteranen waren geschokt door de mate waarin hun organisatie zich inliet met Syrische overheidsinstanties. 

    Van 2016 tot en met 2019 ontving de Syria Trust elk jaar steeds méér geld van VN-agentschappen (de VN-vluchtelingenorganisatie UNHCR alleen al schonk 6,5 miljoen dollar in de eerste vijf maanden van 2018). De trust telde tegen 2020 bijna vijftienhonderd medewerkers, een vertienvoudiging in tien jaar tijd, en vijfduizend vrijwilligers. Als hoofd van de Syria Trust verwierf Asma meer dan alleen rijkdom. Ze schiep een uitgebreid patronagenetwerk, waartoe ook Syrische krijgsheren behoorden. Naar verluidt betuigden mensen hun dankbaarheid voor haar bescherming en welwillendheid door geldkoffers af te leveren bij organisaties waarmee ze banden had. Asma profiteerde ook nog op directere wijze van de oorlogseconomie. Een bedrijf waaraan ze gelieerd was sleepte een overheidscontract voor het beheer van smartcardbetalingen binnen. Ze lanceerde ook een distributiebedrijf van mobiele telefoons, Emmatel geheten (als kind werd ze Emma genoemd). Het kwam op naam te staan van Khodr Ali Taher, ‘Asma’s façade voor alles’, volgens een zakenman. 

    Syriatel

    Asma is volgens een Europese Assad-lobbyist Bashars ‘belangrijkste economische adviseur’ geworden. In 2019 zetten de Russen hem onder druk om leningen terug te betalen, en verscherpte Amerika de sancties. De Syrische regering had dringend geld nodig en de Assads zochten een doelwit. In de loop van tientallen jaren had Rami Makhlouf, de neef van Bashar, zijn connecties met de heersende familie gebruikt om een zakelijk imperium op te bouwen, met importmonopolies en smokkelroutes. Een van zijn troeven was Syriatel, de belangrijkste gsm-aanbieder. Op papier was Makhlouf een succesvol zakenman, in de praktijk trad hij op als overheidspotentaat. Beweerd werd dat hij met één telefoontje een minister kon ontslaan.

    Sinds Anisa – Bashars moeder – dood was, had Makhlouf zijn beschermer verloren. De Syria Trust nam de liefdadigheidsinstelling over die hij had gebruikt om gunsten te winnen in gebieden waar veel Alawieten wonen. De regering stelde Syriatel onder curatele. De bankrekeningen van Makhlouf werden bevroren en relaties van Asma werden aangesteld in de raden van bestuur van zijn ondernemingen. De fusies en overnames van Asma gaan in hoog tempo door. Het op een na grootste gsm-bedrijf van Syrië is ook onder curatele gesteld; vorige maand werden Asma’s trawanten in het bestuur benoemd. Emmatel heeft nu vestigingen in het hele land, zelfs in gebieden die haar man niet controleert. 

    Vlak na de gifgasaanval zitten ze samen in een bloemenzee op een balkon

    Hoe het ook zij: Asma kan niet meer worden verweten dat ze niet begrijpt hoe Syrië werkt. In het naoorlogse Syrië heeft Asma de touwtjes in handen*. In Homs zijn portretten van haar te zien die hele woonblokken beslaan. Ministers hebben ervoor gekozen haar beeltenis naast die van Bashar in hun kantoren te tonen. Zo ver had nog geen enkele Syrische First Lady het geschopt. Nu Makhlouf op een zijspoor is gezet en de zus en moeder van Bashar er niet meer zijn, heeft Asma nog maar weinig rivalen van enige statuur in intieme kring. Veel van haar naaste adviseurs vervullen topfuncties in het kantoor van de president.

    Zowel in Damascus als in buitenlandse hoofdsteden speculeren Syriërs er openlijk over of ze het hoogste ambt nastreeft. Als de positie van Bashar onhoudbaar wordt, zou een presidentschap van Asma dan een zoethoudertje kunnen zijn voor de soennitische meerderheid? ‘Bashar en Asma denken er allebei over na,’ zegt een voormalige Syrische diplomaat. ‘Ze zou dolgraag president willen worden en beiden beschouwen het als een revolutionaire oplossing om het regime te redden.’

    Ooit zou Groot-Brittannië Asma’s ambities wellicht hebben gesteund, en haar dankbaar hebben toegevoegd aan de reeks leiders uit het Midden-Oosten met Britse banden. Hoewel de Britse regering de Assads luidkeels heeft aangeklaagd, is het staatsburgerschap van Asma nooit ingetrokken – in tegenstelling tot dat van Shamima Begum, die in 2015 als tiener vanuit Oost-Londen naar Syrië reisde om zich bij Islamitische Staat aan te sluiten. Alawitische hardliners zien waarschijnlijk niets in Asma’s presidentschap. Ze is sterker, maar ook kwetsbaarder dan ooit. Alleen al praten over presidentiële ambities kan gevaarlijk voor haar zijn. De jacht op de hoogste prijs zou het meisje uit West-Londen wel eens de kop kunnen kosten. ‘Ik maak me zorgen om haar,’ zegt vriend van de familie Wafic Said. Maar Asma weet al heel lang dat er geen weg terug meer is. 

  • Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    Hoe liegen de normaalste zaak van de wereld werd

    De drempel voor onoprechtheid ligt in het kapitalisme lager dan ooit. Betrouwbaarheid, nauwgezetheid en harmonie spelen in de race om het grote geld niet mee. Het is zelfs de vraag of we oprechtheid nog kunnen vertrouwen.

    Tranen liegen niet, zeggen ze. Als je huilt, heb je principieel gelijk, want je stelt je kwetsbaar op en vraagt om begrip. Je tranen zijn het bewijs dat je het eerlijk meent.

    Maar zakenvrouw Maria-Elisabeth Schaeffler werd belachelijk gemaakt nadat ze tegenover haar personeel in tranen was uitgebarsten. Van deze miljardair, die met de overname van bandenfabrikant Continental verkeerd had gegokt, werd dat niet geaccepteerd. En Madeleine Schickedanz, de erfgename van Quelle – of Arcandor, zoals het bedrijf sinds de fusie met Karstadt heet – verging het niet beter. In een interview zei ze dat ze sinds de surséance van het concern moest rondkomen van 600 euro in de maand en haar boodschappen nu bij de discounter haalde. Schickedanz was een paar weken daarvoor nog een van de rijkste vrouwen van de Bondsrepubliek, nu deed ze zich als slachtoffer voor  –  zonder tranen weliswaar – en hoopte op mededogen. Vergeefs. Haar openhartigheid werd gezien als zelfmedelijden, als cynisme tegenover de veel realistischer angst van de bezorgers van Quelle en de verkoopsters van Karstadt.

    Het is een van de paradoxen van onze mediademocratie dat we van onze elite authenticiteit verwachten, maar dat we, als ze eens authentiek proberen te zijn, juist weigeren hen te geloven. Want je hart uitstorten is niet moeilijk en tranen kunnen wel degelijk liegen als ze het resultaat van pure berekening in plaats van oprecht verdriet.

    ‘Niets is artificiëler, geconstrueerder, dan pure oprechtheid,’ schrijft Wolfgang Engler in zijn boek Lüge als Prinzip (De leugen als principe). We moeten elke demonstratie van eerlijkheid wantrouwen. Desondanks pleit de Berlijnse socioloog, voormalig rector en nog steeds docent aan de Ernst Busch Schauspielschule in Berlijn, voor een nieuwe cultuur van ‘oprechtheid in het kapitalisme’; zo luidt ook de ondertitel van zijn boek.

    ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken’

    Want het tegenovergestelde van oprechtheid is de leugen. En de leugen heeft het kapitalisme daar gebracht waar het zich nu bevindt: in een crisis. Toch is de leugen lang onopgemerkt gebleven, omdat ze zich vermomd had. ‘Om iemand recht in zijn gezicht voor te liegen moet je over een flinke dosis onverschilligheid beschikken. Maar iemand “slechte schulden” aansmeren, gecombineerd met andere activa, is een stuk makkelijker,’ constateert Engler. Zijn diagnose is onverbiddelijk: ‘In de geschiedenis van het moderne kapitalisme ligt de drempel voor onoprechtheid lager dan ooit. Het bedrog volgt de wereldomspannende geld- en goederenstromen als een schaduw en is in de beschutting daarvan de gewoonste zaak van de wereld geworden.’

    Die ontwikkeling is begonnen met het ontstaan van een nieuw type ondernemer, de in onze samenleving freischwebende financiële jongleur. De financiële jongleur, door Franz Müntefering, de voormalig sociaaldemocratische vicekanselier, ‘aasgier’ gedoopt, is ‘ondernemer zonder onderneming’. Hij is voortdurend op zoek naar ondergewaardeerde bedrijven die hij infiltreert en naar start-ups die kapitaal nodig hebben, om ze inclusief hun ideeën op te kopen en vervolgens te verpatsen. Traditionele kwaliteiten als betrouwbaarheid, nauwgezetheid of harmonie doen er in deze race om het grote geld niet meer toe, hier regeren de deugden van het casino: waaghalzerij, gokken, wedden, speculeren.

    De globalisering leidt tot oneindig wijdvertakte handelsketens. ‘Risico’s worden verpakt, verkocht, afgelost, herschikt en van een nieuw etiket voorzien tot niemand er nog iets van begrijpt.’ Het is een systeem zonder gisteren en morgen. Het behalen van zo veel mogelijk winst komt in de plaats van langetermijndenken, tradities worden schouderophalend bij het grofvuil gezet. Soms doet Engler met zijn kritiek op het neoliberale gedachtegoed denken aan de retoriek van de partij Die Linke, maar in wezen is zijn argumentatie minder op de klassenstrijd dan op conservatieve waarden gebaseerd.

    Gutmensch-achtig

    Lüge als Prinzip is niet een eventjes snel geschreven pamflet over de crisis, het boek gaat veel dieper. Op zijn zoektocht naar een uitweg uit de huidige conflicten belandt Engler diep in de geschiedenis van het denken en de cultuur. Hij plaatst de financiële jongleur tegenover de achttiende-eeuwse burger, die bij zijn bevrijding van de adellijke hegemonie een reeks eigen morele principes heeft ontworpen. Oprechtheid, vertrouwen en eerlijkheid zijn tot op heden de voornaamste beginselen van de Verlichting. Er is geen andere manier om vertrouwen tot stand te brengen dan ‘tegenover onze naaste alles wat zijn nut bevordert of hem voor schade kan behoeden openhartig uit te spreken’, staat in een encyclopedie uit 1731.

    Een dergelijke onbaatzuchtigheid mag tegenwoordig gutmensch-achtig en naïef overkomen, in die tijd was het revolutionair. De woede richtte zich tegen het hof, tegen de uitspattingen en intriges van de barok, tegen de pruiken, jurken met korsetten en ruches en tegen een taal die verworden was tot een instrument van versluiering. ‘De taal is de mens gegeven om zijn gedachten te verbergen,’ merkte de Franse minister van Buitenlandse Zaken Talleyrand cynisch op. Napoleon, zijn toenmalige werkgever, noemde hem daarop een ‘mestvaalt in zijden kousen’.

    De mens in het algemeen moet weer ‘in de waarheid’ gaan leven. Rousseau wilde hem bevrijden uit de ketenen van de cultuur en hem naar de ‘vrije collegezaal van de natuur’ leiden. Diderot en de encyclopedisten beschrijven oprechtheid als een utopie van eerlijke communicatie, waarbij het erop aankomt niets voor zich te houden en zo de ander een onbelemmerde blik in het eigen innerlijk te gunnen. In zijn drama Le fils naturel treedt Diderot zelf als personage op om te verklaren dat alles wat op het toneel plaatsvindt, ook in werkelijkheid zo is gebeurd.

    ‘Echte gevoeligheid’ wordt steeds lastiger te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’

    ‘Waarachtige fijngevoeligheid’ wordt een morele imperatief van het tijdperk van de Verlichting. De briefroman – van Goethe, Choderlos de Laclos of Laurence Sterne – beleeft een bloeiperiode, want in zijn brieven lijkt de ziel van de mens het meest tot uitdrukking te komen. ‘Fijngevoelige gesprekken’ vinden echter ook buiten de literatuur plaats, maar het wordt steeds moeilijker ‘echte gevoeligheid’ te onderscheiden van ‘gespeelde gevoeligheid’. Al bij de geringste aanleiding vloeien de tranen rijkelijk, bijvoorbeeld bij het afscheid van een vriend.

    Johann Heinrich Voβ, de Duitse vertaler van Homerus, heeft in 1773 in een brief aan Ernestine Boje zo’n melodrama beschreven. ‘De 12e september gaat me nog heel wat tranen kosten. Het was de dag dat Graf Stolberg afscheid moest nemen van zijn voortreffelijke hofmeester Clauswitz. We hadden punch laten maken, want het was een koele avond. We wilden de treurige stemming verdrijven door wat te zingen; we kozen Millers Abschiedslied. Hier was geen veinzen meer mogelijk; de tranen vloeiden rijkelijk en de ene na de andere stem viel weg.’ De brief eindigt met: ‘Ik kan niet verder, lieve Ernestientje, ik ben alweer in tranen.’

    Wolfgang Engler heeft met zijn lucide, af en toe haast poëtische essay een huzarenstukje geleverd. Een historisch panorama van een verre tijd die de onze weerspiegelt. De tranen van Maria-Elisabeth Schaeffler en Johann Heinrich Voβ hebben veel van elkaar weg, zoveel is duidelijk. We weten alleen niet of we ze kunnen vertrouwen.

  • Waarom onzekerheid een zegen is

    Waarom onzekerheid een zegen is

    Wie terugschrikt voor het onzekere is geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen. Daartegenover staan flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan. Waarom het – juist in deze tijden – loont om onze onzekerheid toe te laten.

    Lexi Walker had al een verwarrend jaar achter de rug toen de pandemie uitbrak. Hoewel ze een gewoontedier is – ‘Als ik geen zekerheid heb, ga ik door het lint,’ zegt ze – had ze halverwege 2019 haar carrière als advocaat ingeruild voor een baan als fiduciair adviseur in haar woonplaats Taylors in South-Carolina. Toen overleed haar vader, en ze had hem nog niet begraven of de pandemie gooide alles overhoop. ‘Er is nu zoveel onzekerheid, en er is geen ontkomen aan,’ zegt ze. ‘Je leven kan morgen fundamenteel veranderen, je weet het gewoon niet. Je ziet algauw geen uitweg meer.’

    Walker maakt zich nog steeds zorgen, maar de laatste tijd is ze zich een nieuwe vraag gaan stellen: ‘De dingen die ik altijd deed, ga ik die nu weer doen?’ Een onnodige impulsaankoop dwingt tot bezinning. En ze kijkt vooruit als nooit tevoren en maakt haar eerste vijfjarenplan. ‘Je doet in feite minder op de automatische piloot,’ zegt ze. ‘Dit is een kans om een heleboel dingen te heroverwegen die ik anders zonder nadenken zou zijn gaan doen.’ Juist in de onzekerheid die ze zo vreesde ziet ze bijna onwillekeurig een mogelijkheid.

    Mensen vinden het van nature ongemakkelijk om dingen niet te weten. Om te overleven zijn we tot zoekers naar antwoorden geëvolueerd. Kennis helpt ons een oplossing te vinden. Onze afkeer van onzekerheid is zo hevig dat deelnemers aan een reeks psychologische experimenten veel gestresster bleken als ze niet wisten óf ze een elektrische schok zouden krijgen dan als ze daar zeker van waren.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen’

    Momenteel stuwt een stortvloed aan onbekende factoren – aangejaagd door onrust, recessie, branden, overstromingen en plagen – de jammerklachten over ‘deze onzekere tijden’ tot koortsachtige hoogte op. Toch zou het onverstandig zijn om op dit kritische moment voor die onzekerheid terug te schrikken. Een nieuwe golf van onderzoeken toont aan dat deze gemoedstoestand lange tijd verkeerd is begrepen maar ons denken in veranderende tijden naar een hoger plan helpt te tillen. Wanneer een probleem ondoorzichtig of nieuw is, zet onzekerheid ons ertoe aan ons oordeel uit te stellen, een eerste en vaak onjuiste overtuiging nog eens nader te bekijken en naar een béter antwoord te zoeken.

    ‘Het voelen en ervaren van onzekerheid stelt ons in staat ons aan te passen,’ zegt dr. Paul K.J. Han, verbonden aan het Amerikaanse National Cancer Institute en leider van een recente studie naar de mechanismen van onzekerheid. ‘We moeten haar niet onderdrukken. Maar aan de andere kant zijn we er in de meeste omstandigheden niet blij mee.’ Het paradoxale pluspunt van onzekerheid is dat we erdoor van ons stuk worden gebracht.

    Op dit moment worden we met enorme uitdagingen geconfronteerd, van de verwoestende klimaatverandering en aanslagen op de democratie tot een hardnekkige pandemie. Maar deze complexe problemen kunnen alleen goed worden aangepakt als we onze voorkeur voor schijnzekerheid biedende noodoplossingen laten varen en kiezen voor de letterlijk tot nadenken stemmende gemoedsgesteldheid van het níét weten. Studies tonen aan dat de vrees voor onzekerheid ons vatbaar maakt voor starheid, bekrompenheid en angst, precies de gemoedsgesteldheden die in roerige tijden een handicap zijn.

    Misvatting

    Wie is de beste kandidaat? Welk vaccin is het veiligst? We weten allemaal hoe het is om onzeker te zijn, om het gevoel te hebben dat je kennis tekortschiet en dat er meer te weten valt. Maar opmerkelijk genoeg werd een onzekere gemoedsgesteldheid tot voor kort vaak als studieobject over het hoofd gezien. Psychologen zagen het als iets wat mensen zo snel mogelijk de kop in moesten drukken.

    Maar de misvatting dat niet-weten een cognitief niemandsland is verliest snel terrein. Gezondheidszorg bijvoorbeeld is een discipline die vanaf diagnose tot behandeling naar zekerheid streeft. Maar dat heeft zijn prijs. Geneeskundestudenten die ambiguïteit mijden tonen zich minder geïnteresseerd in het behandelen van kansarme patiënten met vaak complexe aandoeningen. De moeite die artsen met onzekerheid hebben, is in verband gebracht met excessief testen, met het voorschrijven van te veel antibiotica en met de burn-outs en depressies die ook al voor de pandemie tot een alarmerend niveau waren gestegen. Het is absoluut noodzakelijk ‘om de ongezonde reactie van de geneeskunde op onzekerheid’ aan te pakken, schreef dr. Arabella Simpkin, wetenschappelijk hoofdmedewerker aan de Harvard Medical School, afgelopen april in het Britse medisch tijdschrift The BMJ. En sommigen in het vakgebied zijn daar al mee begonnen.

    Een paar jaar geleden ontdekte de faculteit huisartsengeneeskunde van het Central Medical Center in Maine dat hun jonge artsen steeds meer moeite hadden met het behandelen van poliklinische patiënten met complexe en ambigue gezondheidsproblemen. Het duurde even voordat hun opleiders het probleem onderkenden: de artsen in opleiding konden slecht overweg met de onzekerheid die inherent is aan hun beroep. In 2015 voegde de faculteit een extra maand toe waarin men de poliklinische patiënten liet roteren, meer tijd uittrok voor begeleiding van de studenten, colleges over medische fouten inlaste en nieuwe nadruk legde op het idee dat ‘er niet maar één juiste manier is om een patiënt te behandelen’, zegt programmadirecteur dr. Bethany Picker. ‘We hebben het lesprogramma zodanig omgegooid dat mensen openstonden voor het niet-weten, zich daar niet langer tegen verzetten maar het juist opzochten. Toen zagen we dat er opeens lampjes gingen branden.’

    Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken

    Een pilotstudie uit 2018 door Picker, psycholoog Deborah Taylor, dr. Donald Woolever en anderen toonde aan dat nadat het nieuwe curriculum was toegevoegd, artsen in opleiding ambiguïteit minder snel als een dreiging ervoeren. Voordat men de poliklinische patiënten liet roteren waren de studenten het er over het algemeen van harte mee eens dat ‘een deskundige die niet met een duidelijk antwoord komt waarschijnlijk niet zoveel weet’. Naderhand, en ook nog zes maanden later, waren ze het daar sterk mee oneens. Het nieuwe curriculum had hun professionele identiteit veranderd.

    ‘We werden er bij herhaling op gewezen dat het oké is om te zeggen dat je het antwoord niet meteen weet of iets moet opzoeken, iets wat trouwens bijzonder moeilijk is om toe te geven,’ herinnert Nupur Nagrare zich, die in 2017 in Maine is afgestudeerd en nu praktiseert in het noorden van de staat New York. De opleiding heeft haar zelfvertrouwen – en zelfs moed – gegeven tijdens de pandemie. ‘Als je openstaat voor ambiguïteit, heb je geen tunnelvisie meer en is alles niet zo in steen gehouwen,’ zegt ze. 

    In het dagelijks leven varen mensen wel bij intuïtieve cognitie, het trekken van snelle conclusies op basis van eerdere ervaringen. Daardoor vermoedt een ervaren arts bijvoorbeeld dat pijn op de borst bij een patiënt op een hartaanval duidt. Maar als iets anders loopt dan verwacht of misgaat, moet onze geest de automatische piloot uitzetten en een nieuwe inschatting maken. Een fout, een tegenstrijdigheid, een discrepantie – een vals-positieve medische test, een bewustwording van sociale ongelijkheid – creëert een verwarrende kortsluiting tussen oude verwachtingen en een nieuwe realiteit.

    Wat er op dat moment in ons hoofd gebeurt is een van de belangrijkste aandachtspunten in de cognitieve wetenschap. Op dat moment verbreedt de onzekerheid onze focus en versterkt het werkgeheugen. Het noodt tot het ‘trage’ denken dat nodig is om het nu ontoereikende begrip van de wereld te updaten. Onzeker zijn is zowel een signaal van gevaar als een uitdaging om te onderzoeken wat er anders is, ontbreekt of niet klopt, een proces dat ‘conflictbeheersing’ wordt genoemd. ‘Onzekerheid kan informatief zijn, en dat lijken mensen zich vaak niet te realiseren,’ zegt Sander van der Linden, die leiding geeft aan een laboratorium van de University of Cambridge dat onderzoek doet naar het nemen van sociale beslissingen. ‘Het stuurt ons in de richting van wat we níét weten.’

    Niet binair

    Neem een baanbrekend onderzoek dat Nils Plambeck van de HEC Paris Business School en Klaus Weber van Northwestern University deden naar 104 Duitse CEO’s die in 2004 werden geconfronteerd met een dramatische uitbreiding van de Europese Unie, met onder andere een groot aantal voormalige communistische landen. Enkele maanden voor die verandering voorspelden sommige CEO’s dat hun bedrijf daar sterker uit zou komen, terwijl anderen zeiden dat het hun vooruitzichten zou schaden. Maar volgens een derde groep kon de uitbreiding van het Europese blok zowel positief als negatief uitpakken; ze waren niet zeker van de uiteindelijke afloop.

    Toen de onderzoekers meer dan een jaar later terugkeerden om te zien hoe het de CEO’s was vergaan, merkten ze tot hun verbazing dat de sterke ambivalentie niet verlammend had gewerkt maar juist het tegengestelde effect had gehad. Degenen die in tweestrijd hadden gestaan hielden rekening met een groter scala aan reacties, lieten meer uiteenlopende stemmen meewegen in hun beslissingen en namen meer innovatieve en gedurfde initiatieven. Ze beseften dat ‘er daarbuiten een realiteit bestaat die niet binair is’, aldus Weber. Maar degenen die hun vooruitzichten als goed of slecht hadden ingeschat of de situatie beter in de hand meenden te hebben, waren geneigd hun bedrijfsvoering op de oude voet voort te zetten; sommigen deden vrijwel niets.

    Onzekerheid is een horzel voor de geest die ons opschrikt uit onze zelf-genoegzaamheid, als we bereid zijn de handschoen op te pakken.

    ‘Onzeker zijn betekent dat het me aan zelfvertrouwen ontbreekt.’ ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost.’ Dit zijn maatstaven die worden gehanteerd bij twee psychologische tests, ‘Intolerantie voor Onzekerheid’ en ‘Tolerantie voor Ambiguïteit’, die zich in nieuwe belangstelling mogen verheugen van de geneeskunde, de klinische psychologie en de zakenwereld als instrumenten om mensen te helpen de positieve kanten van het niet-weten te ontdekken. In wezen meten de tests de mate waarin mensen onzekerheid als een uitdaging of een dreiging ervaren, een schijnbaar onschuldig verschil in houding dat desondanks van invloed is op de manier waarop we leren, argumenteren en problemen oplossen.

    ‘Er bestaat eigenlijk geen probleem dat niet kan worden opgelost’

    Mensen die terugschrikken voor het onzekere zijn geneigd rigide te denken, voorbarige conclusies te trekken en naar een duidelijk en voorspelbaar leven te verlangen; zij zien kennis als een rots om je aan vast te klampen en te verdedigen. Aan de tegenovergelegen kant van het spectrum vinden we flexibele, nieuwsgierige denkers die beter in staat zijn met diversiteit, complexiteit en verandering om te gaan en daar zelfs naar streven. De implicaties zijn helder: tolerantie voor onzekerheid is de springplank naar cognitieve bloei.

    Het vermogen om steeds beter om te gaan met onzekerheid wordt niet alleen als een voorwaarde voor kritisch denken beschouwd, maar ook voor mentaal welzijn. Veel vooraanstaande klinisch psychologen geloven dat angst voor het onbekende een belangrijke oorzaak is voor, of een ‘transdiagnostische factor’ achter, tal van geestes ziekten zoals angsten, depressies en posttraumatische stressstoornissen. Angst komt in dit licht bezien voort uit excessieve of onnodige pogingen onzekerheid op te lossen door haar uit de weg te gaan of door via piekeren de illusie te wekken dat men de zaken onder controle heeft.

    Nieuwe behandelingen leren mensen met angststoornissen bijvoorbeeld meer te delegeren op hun werk, of beslissingen te nemen zonder eerst uitentreuren het internet te raadplegen. Ze leren in feite om te gaan met hun ernstigste angst, zoals iemand die bang is voor honden eerst een puppy kan leren benaderen en daarna een hond aan een riem. ‘Mensen zijn bang om kapot te gaan aan hun onzekerheid,’ zegt Kevin Alschuler, psycholoog bij de University of Washington. ‘Wij helpen hen in te zien dat ze ermee om kunnen gaan.’

    Kans op een reset

    In weerwil van wijdverbreide angst, wanhoop en uitputting gelooft meer dan de helft van de Amerikanen dat ‘we covid-19 moeten aangrijpen als een kans om belangrijke veranderingen in ons land door te voeren’, volgens een onderzoek van het onafhankelijke non-profitbureau More in Common. Een andere raciale benadering stimuleert de verbeeldingskracht, zei mensenrechtenactivist Opal Tometi tegen het blad The New Yorker. Leidinggevenden worden als minder competent beschouwd als ze in het openbaar een paar seconden pauzeren om na te denken. Het tempo en de visie van het technologische milieu kweekt de impliciete overtuiging dat ‘weten’ downloadbaar is, keurig en snel; na een paar minuten online zoeken zijn mensen geneigd te denken dat ze meer weten dan in feite het geval is. Het versterken van polarisering tast de persoonlijke onzekerheid aan die van wezenlijk belang is voor een compromis.

    Het grootste obstakel voor een weloverwogen verandering die ons verenigt is niet het ongelijk van de andere kant of de behoefte aan een beter algoritme, maar de intolerantie voor onzekerheid die ons op gevaarlijke afstand plaatst van een genuanceerd, veelzijdig, zich ontwikkelend begrip van de werkelijkheid.

    We kunnen lachen om het idee uit vervlogen tijden dat sterren en aarde aan een vaste plaats waren gebonden en dat de hersenen en de persoonlijkheid van volwassenen onveranderlijk waren. In plaats daarvan moeten we ons afvragen: welke sluier van zekerheden laat ons nu in het duister tasten over onszelf, onze wereld en elkaar? De grote, door de Verlichting geïnspireerde strijd om het niet-weten uit te roeien – wat John Dewey ‘het zoeken naar zekerheid’ noemde – loopt ten einde. Het is tijd om de ‘vijand’ te betrekken bij het oplossen van onze hedendaagse problemen.

    Niet lang geleden waren mijn man en ik betrokken bij de pijnlijke ontmanteling van een huis van een familielid. Eerder was afgesproken dat de inhoud zou worden verdeeld aan de hand van keuzen van de betrokkenen en daarna door het gooien van een dobbelsteen. Alles ging goed totdat wij iets wonnen waar een andere verwant zijn zinnen op had gezet en uitgeputte familieleden begonnen te eisen dat we afstand deden van het erfstuk.

    Aanvankelijk leek de keuze duidelijk: het erfstuk houden en familieleden boos maken of de vrede herstellen ten koste van de eerlijkheid. Maar toen realiseerde ik me dat we in onze collectieve haast om de zaak af te ronden verborgen aspecten van het probleem over het hoofd zagen. Misschien was het minder een win-verliessituatie dan we hadden gedacht. Misschien waren de herinneringen niet zo’n nulsomspel. Een moment van besluiteloosheid inspireerde me tot het bedenken van een derde optie: een transactie waarmee alle partijen konden leven. Het niet-weten bleek een wezenlijke voorwaarde voor goed nadenken, en niet de cognitieve nederlaag die we maar al te vaak vrezen.