Na een mesaanval door een Soedanees braken racistische rellen uit
De Belfast Telegraph meldde dat het de ‘grootste’ antiracisme-demonstratie ooit in de Noord-Ierse hoofdstad was, met ‘duizenden mensen die zich zaterdag in het stadscentrum verzamelden’. Verpleegkundige Beverly Simpson vertelt aan de krant: ‘Ik vind het fantastisch om zoveel mensen hun steun te zien betuigen. Ze zijn zich zeer bewust van wat er gaande is en ze zijn volledig tegen racisme.’
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De stad wordt sinds dinsdag 9 juni geteisterd door anti-immigratie-rellen nadat afgelopen maandag een video werd gepubliceerd van een Soedanese man die met een mes een man in Belfast te lijf gaat. De relschoppers, vaak jonge mannen met maskers, richtten hun vizier op huizen van etnische minderheden.
Elders in het Verenigd Koninkrijk, in Brighton, Liverpool, Sheffield en Glasgow, ontstonden aanvaringen tussen extreemrechtse demonstranten en antiracistische tegendemonstranten, meldt The Guardian.
De Afrikaanse Unie dringt aan op afschaffing van het vervormde klassieke wereldbeeld van de Mercatorkaart. In plaats daarvan wil ze een eerlijke weergave die recht doet aan de werkelijke afmetingen.
‘Een landkaart is niet alleen een handig hulpmiddel, het is ook een symbool, en symbolen zijn belangrijk. Voor ons betekent een verbetering van de landkaart ook een verbetering van het wereldwijde narratief over Afrika,‘ zegt Fara Ndiaye, medeoprichter en adjunct-directeur van Speak Up Africa, een van de organisaties achter de campagne Correct the Map. De Afrikaanse Unie (AU) heeft zich onlangs geschaard achter dit initiatief, dat regeringen en internationale onderwijsinstellingen wil laten stoppen met het gebruik van de Mercatorwereldkaart, ten gunste van een waarop de omvang van Afrika preciezer staat afgebeeld. Op de traditionele kaarten wordt het continent verkleind weergegeven.
‘Het lijkt misschien alleen maar een kaart, maar dat is het niet,’ verklaarde de vicevoorzitter van de AU-commissie, Selma Malika Haddadi, tegen Reuters. Ze benadrukte dat de Mercatorkaart het valse beeld versterkt dat Afrika ‘marginaal’ is, al is het qua oppervlak het een-na-grootste continent ter wereld.
Ndiaye ziet de steun van de Afrikaanse Unie als een historische mijlpaal waar een heel krachtig politiek signaal van uitgaat. ‘Het is voor het eerst dat een pan-Afrikaanse instantie duidelijk stelling neemt over de visuele weergave van Afrika,’ zegt ze in een videogesprek met El País. Ze legt uit dat dankzij deze steun een aanvankelijk ‘culturele en maatschappelijke eis verandert in continentaal beleid, dat zich richt op de hele wereld’.
Voetnoot in eigen geschiedenis
Voor Carlos Lopes, professor aan de Universiteit van Kaapstad en medewerker van Africa No Filter, de andere organisatie achter het initiatief, is deze steun ‘een teken dat Afrika weigert om langer een voetnoot te zijn in zijn eigen geschiedenis’. In een e-mailuitwisseling benadrukt de hoogleraar dat het niet alleen gaat om een cartografisch debat, maar om ‘waardigheid, scholing en zelfs diplomatie’. ‘Als je huis op Google Maps almaar te klein wordt voorgesteld, zul je uiteindelijk willen dat daar iets aan gebeurt,’ zegt hij.
Al is dit soort kritiek op de Mercatorkaart niet nieuw, met deze campagne is het debat nieuw leven ingeblazen op een moment van postkoloniale onvrede en hernieuwd bewustzijn van de eigen identiteit. Dat de vervorming zo lang kon standhouden verklaart Lopes uit het feit dat ‘een wereldbeeld dat eenmaal heeft postgevat makkelijk went’. Toch ziet hij kaarten niet als ‘onschuldige plaatjes’. Ze bepalen volgens hem hoe wij onszelf en anderen zien: ‘Als Afrika kleiner lijkt dan het is [in verhouding tot andere continenten], geldt dat ook voor het belang van Afrika in de beleving van burgers en beleidsmakers. De kaart verbeteren is geen vrijblijvend gebaar; het houdt in dat je de werkelijkheid opeist.’
In 1569 achtte de Vlaamse cartograaf Gerard Mercator een nieuwe kaart voor de zeevaart noodzakelijk. Immers, de aarde is rond en trok je bijvoorbeeld een rechte lijn van Sevilla naar Cuba, dan kwam je verkeerd uit, vertelt de Britse historicus Jerry Brotton, schrijver van het boek Een geschiedenis van de wereld in twaalf kaarten. De oplossing waar Mercator mee kwam bevatte onvermijdelijk vervormingen, en hoe noordelijker of zuidelijker, hoe groter die vervorming was. ‘Hij maakte het formaat van Afrika niet expres kleiner,’ zegt Brotton, die herhaalt dat Mercator dit deed om de scheepvaart tussen oost en west te bevorderen.
Cartograaf Bernhard Jenny, professor aan de Monash-universiteit in Melbourne en medeontwikkelaar van de Equal Earth-projectie, geeft een voorbeeld van zo’n vervorming. ‘Kijk je naar poolgebieden als Siberië, Noord-Canada of Groenland, dan blijken die sterk uitvergroot. Ik laat mijn studenten het formaat van Groenland en Afrika vergelijken; bij Mercator zijn beide grondoppervlaktes even groot, maar in werkelijkheid is Groenland veertien keer zo klein.’
‘Dit is de kaart waar we sinds de zestiende eeuw hoofdzakelijk naar hebben gekeken,’ zegt Ndiaye. ‘Ik vind het wel echt belangrijk om te zeggen dat er een specifiek doel mee gediend was, de zeevaart; de opzet was niet een waarheidsgetrouw beeld van de continenten. Maar de wereld heeft de laatste eeuwen een enorme ontwikkeling doorgemaakt. Nu is het zaak onze instrumenten zo te moderniseren dat ze de werkelijkheid weergeven.’ ‘Kinderen krijgen nog steeds onderwijs aan de hand van de oude kaarten,’ merkt Lopes op. ‘Ze groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is, groter dan de VS, China, India, Japan en een groot deel van Europa bij elkaar. Waarneming vertaalt zich in vertrouwen en vertrouwen in actie. Dus ja, incorrecte kaarten ondermijnen de slagvaardigheid.
‘Kinderen groeien op met het idee dat Afrika maar bescheiden van formaat is, terwijl het in werkelijkheid gigantisch is‘
Ook weten we dat zo’n vervorming geopolitieke gevolgen heeft, aangezien landkaarten ons beeld versterken van welke regio’s centraal en machtig zijn en welke perifeer,’ zegt Ndiaye. ‘Wanneer op school, in de media en bij internationale organisaties buiten Afrika de juiste afbeeldingen gangbaar worden, helpt dat de verouderde hiërarchie omver te schoppen en tot een evenwichtiger wereld te komen,’ legt ze uit.
De Mercatorprojectie wordt nog steeds gebruikt door techbedrijven, organisaties en scholen, al doet zich langzaam maar zeker een kentering voor. In 2018 verving Google Maps zijn kaart door een aardbol in 3D, al kunnen gebruikers terug naar de Mercatorprojectie als ze dat liever willen. In de mobiele app blijft die de standaard. Instanties als NASA gebruiken inmiddels projecties als Equal Earth voor klimaatkaarten en een woordvoerder van de Wereldbank bevestigde tegenover Reuters dat ze daar nu Winkel-Tripel of Equal Earth gebruiken voor gewone kaarten en geleidelijk Mercator verwijderen van hun online kaarten.
De campagne Correct the Map zet in op de Equal Earth-projectie, die in 2018 werd ontwikkeld door Bernhard Jenny, Tom Patterson en Bojan Savric. ‘We vroegen ons af hoe het bestaat dat mensen nog steeds serieus die cartografie [van Mercator] gebruiken voor wereldkaarten. We besloten dat het tijd werd voor actie,’ aldus Jenny. Met Equal Earth willen de makers een alternatief bieden voor de traditionele projecties, in de hoop dat mensen dan beter begrijpen hoe de continenten in elkaar zitten.
Volgens de adjunct-directeur van Speak Up Africa speelt er meer dan een herverdeling op de wereldkaart. ‘Als je Afrika op zijn ware grootte laat zien, versterkt dat de trots en het vertrouwen onder Afrikanen, met name bij de jeugd. Daarom vind ik het ook belangrijk dat zij als eersten over de cam pagne worden aangesproken,’ aldus Ndiaye. Ze is van mening dat de verandering vanuit het continent zelf moet komen. ‘Als we precies weten wie wij zijn en wat we in de wereld voorstellen, zal dat onze relatie met anderen vergemakkelijken.’ Wat niet wil zeggen dat de verbetering van de kaart enkel een Afrikaanse kwestie is. Zo’n preciezere weergave van de wereld gaat ons allemaal aan. ‘Als niet-Afrikanen hun kennis van kinds af aan halen uit vervormde kaarten, ontwikkelen ze het valse beeld dat Afrika kleiner is en minder voorstelt dan in werkelijkheid het geval is.’
Met hun campagne hopen de organisaties, zeker na de bijval van de Afrikaanse Unie, dat Afrikaanse ministeries van Onderwijs de Equal Earth-projectie gaan opnemen in de leerplannen. Ook bepleiten ze dat zowel Afrikaanse als internationale media preciezere kaarten gaan gebruiken bij hun publicaties. Daarnaast willen ze een wereldwijd debat op gang brengen over het beeld van Afrika in het onderwijs en in de collectieve beeldvorming. Volgens Lopes zal de aanpassing ‘niet de ongelijkheid wegnemen, maar helpen bij het corrigeren van een onbewust vooroordeel. Een betere kaart zegt: de wereld is rond, divers en van ons allemaal.’
360 kiest een door de buitenlandse pers beschreven sportevent, van voetbal tot Grieks-Romeins worstelen. Deze keer racisme in de sport en Ironman.
Strengere sancties niet afdoende om racisme uit te bannen
Het motto ‘Say no to racism’ is de afgelopen jaren luid en duidelijk uitgedragen binnen de internationale voetbalwereld. Van teams die gezamenlijk met grote spandoeken het veld op lopen tot wereldwijd vertoonde tv-spotjes van topspelers en gerichte campagnes door tientallen nationale voetbalbonden. De vraag is of het ook effect sorteert.
Vinícius Jr, de Braziliaanse vedette van Real Madrid, tekende in 2024 meerdere keren protest aan tegen racistische uitlatingen vanaf de tribunes en barstte tijdens een persconferentie in tranen uit: ‘Het wordt alleen maar erger en daardoor heb ik steeds minder zin om te voetballen’, meldde The Athletic. De aanvaller kreeg gelijk. Want volgens dezelfde krant deed de leiding van La Liga, de hoogste Spaanse divisie, eind augustus aangifte bij de Nationale Politie na racistisch gezang aan het adres van Vinícius en ploeggenoot Kylian Mbappé tijdens de competitiewedstrijd tegen Real Oviedo. Ook elders in de wereld blijft racisme een hardnekkig probleem. Zo diende de Surinaamse voetbalbond begin september een officiële klacht in bij de FIFA naar aanleiding van apengeluiden en het veelvuldig scanderen van scheldwoorden als ‘zwarten’ en ‘negros’ jegens de Surinaamse spelers rond de WK-kwalificatiewedstrijd in en tegen El Salvador.
‘Lidbonden maken boetes over zonder dat het effect heeft op het gedrag’
De wereldfederatie stelde in mei zwaardere sancties in het vooruitzicht tegen racisme en discriminatie in het voetbalstadion. ‘Puntenaftrek van clubs of landenteams, boetes tot zes miljoen US dollar of het spelen van thuiswedstrijden zonder publiek’, schreef onder meer The Maravi Post. De Salvadoriaanse bond kan dan ook een forse geldboete tegemoet zien, verwacht El Mundo: ‘Zeker nadat de FIFA de bonden van Albanië, Argentinië, Chili, Colombia, Servië en Bosnië-Herzegovina onlangs geldstraffen tussen de 100.000 en 200.000 dollar oplegde na racistisch gedrag op de tribunes.’
Of het probleem daarmee uit de wereld is? De onafhankelijke organisatie Ethics and Regulations Watch, die de FIFA observeert op het gebied van ethische en corruptie-vrije sportbeoefening, betwijfelt dat: ‘Lidbonden maken boetes over zonder dat het effect heeft op het gedrag of leidt tot interne hervormingen. Daarnaast ontbreekt het aan een functioneel systeem om daders op te sporen en te straffen.’ Bovendien ziet de FIFA racisme in het stadion ‘als een indicatie van cultuur in het algemeen. Fans betreden de stadions met de vooroordelen van de samenleving en anonimiteit en menigtesituaties versterken het beledigende gedrag. Het aanpakken van deze cultuur lukt niet met boetes of zelfs slogans.’
Volledig Noors podium op het WK Ironman: ‘Noorwegen heeft de hele trainingsaanpak herschreven’
Wat de Kenianen zijn voor het marathonlopen, lijken de Noren te worden voor de Ironman, met een triatlon van 3,8 kilometer zwemmen, 180 kilometer fietsen en 42,2 kilometer hardlopen. Zo meldde onder meer NBC Sports dat tijdens het WK Ironman in het Franse Nice het volledige podium werd ingenomen door Noorse atleten.
‘Voor het eerst in de geschiedenis van het WK Ironman stonden drie Noren op het podium’, schrijft VG, een van Noorwegens grootste kranten. ‘Casper Stornes was zo superieur dat hij de tijd nam om het publiek een high five te geven.’ Zijn landgenoten Gustav Iden en Kristian Blummenfelt vulden het podium aan. ‘Ik wist dat ik een kans had om te winnen, maar dan moest ik wel twee extreem sterke landgenoten verslaan,’ zei Stornes na afloop tegen VG.
De prestaties zijn allerminst toeval, benadrukt het Amerikaanse Triathlete Magazine. ‘Noorwegen heeft de manier waarop Ironman-races worden benaderd, compleet herschreven.’ Niet per se met grote namen, maar met focus op héél veel data, waaronder lactaattesten en calorieverbruik en -inname. Deze trainingsaanpak wordt internationaal aangeduid als de ‘Norwegian Method’.
‘De Noren maken niet alleen de Noren beter, maar ook de sport in het algemeen’
Endurance.biz, een gespecialiseerde website voor duursport, benoemt dat het de ‘eerste keer is sinds 2016 dat één land alle drie de plekken op het podium pakt bij het Ironman Wereldkampioenschap’. Maar het gaat eigenlijk nog een stap verder. ‘Het unieke aan het volledig Noorse podium is dat dit werd gedomineerd door een trainingsgroep’, schrijft Triathlete Magazine. De intensieve samenwerking tussen de Noren zou een van de geheimen zijn van het succes. Al jaren trainen de drie triatleten samen onder leiding van dezelfde coach. ‘De Noren maken niet alleen de Noren beter, maar ook de sport in het algemeen.’
Stornes won met een tijd van 7 uur, 51 minuten en 36 seconden. Iden en Blummenfelt, beiden eerder al een keer wereldkampioen Ironman, volgden op korte afstand. ‘Het is fantastisch om te zien hoe onze trainingsgroep hier presteert, het is echt ongelooflijk,’ zei Blummenfelt tegen VG. ‘We droomden ervan om de wedstrijd te domineren. Dat klinkt misschien een beetje arrogant, maar om dat doel daadwerkelijk te bereiken en met zijn drieën op het podium te staan, is een geweldig gevoel.’
De Noorse zender TV2, dat sprak van een ‘Noorse feestdag’, vertrouwde winnaar Stornes toe: ‘Als ik het met iemand zou mogen delen, dan met deze twee. Ik ben ontzettend blij.’
Een groep mensen rende af op een vlucht uit Tel Aviv
Een woedende menigte heeft zondag een luchthaven in de Russische deelrepubliek Dagestan bestormd, op zoek naar mensen die aankwamen op een vlucht uit Tel Aviv. Een deel van de menigte rende de landingsbaan op en omsingelde het vliegtuig, terwijl ze antisemitische leuzen riepen. Volgens The Guardian werd het vliegveld gelijk gesloten en zijn passagiers in veiligheid gebracht.
Op beelden op sociale media is te zien hoe honderden mensen de luchthaventerminal bestormen, sommigen zwaaiend met Palestijnse vlaggen. Sommigen scanderen ‘Allahu Akbar’. Een passagier, die zei dat hij op de vlucht uit Tel Aviv zat, vertelde aan lokale media dat hij werd tegengehouden door de menigte. Hij zei dat hij werd losgelaten nadat relschoppers hem zeiden: ‘We raken vandaag geen niet-joden aan’.
Israël heeft er inmiddels bij Rusland op aangedrongen om ‘al zijn burgers en alle Joden’. Vluchten van Israël naar de Noord-Kaukasus zullen ‘tijdelijk naar andere steden’ worden omgeleid. Zestig deelnemers aan de bestorming zijn gearresteerd.
Het standbeeld van Robert E. Lee is in het geheim vernietigd
Een standbeeld van de Amerikaanse generaal Robert E. Lee is afgelopen weekend in het geheim omgesmolten. The Washington Post was aanwezig bij een niet nader genoemde smelterij, waar het beeld onder toeziend oog van activisten werd vernietigd. Het standbeeld zorgde in 2017 nog voor dodelijke rellen, toen activisten het beeld van zijn sokkel probeerden te halen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het moment dat het beeld werd omgesmolten ‘voelde als een executie’ zegt een aanwezige activist. De smelterij wordt in het stuk alleen aangeduid als ‘ergens in het zuiden’ om de veiligheid van medewerkers van de plek niet in gevaar te brengen. ‘Het was heel plechtig. Niemand juichte. Het was heel stil,’ zegt de activist.
Men poogde al jaren om het standbeeld van de generaal, die met de Confederatie vocht voor afscheiding van noordelijke Amerikaanse staten tijdens de burgeroorlog, uit het centrum van Charlottesville te verwijderen. In 2017 zorgde dat voor rellen waarbij een demonstrant en twee agenten omkwamen. In 2021 werd het uiteindelijk verwijderd.
Bijna de helft van de zwarte mensen rapporteert discriminatie
Uit onderzoek onder 6.752 mensen van Afrikaanse afkomst in dertien EU-landen blijkt dat 45 procent discriminatie ervaart. In 2016 lag dit percentage op 39 procent. Dat schrijft The Guardian. Het racisme dat door het bureau van de Europese Unie voor de grondrechten aan het licht werd gebracht, komt voor in alle sectoren van het leven, zoals het onderwijs, de arbeidsmarkt, huisvesting en gezondheidszorg.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De respondenten van de enquête waren geboren in Afrikaanse landen ten zuiden van de Sahara of stamden af van immigranten van wie minstens één ouder in Afrika ten zuiden van de Sahara was geboren. De 13 landen die waren opgenomen in het onderzoek waren België, Denemarken, Duitsland, Finland, Frankrijk, Ierland, Italië, Luxemburg, Oostenrijk, Polen, Portugal, Spanje en Zweden. Enkele van de slechtste resultaten kwamen uit Oostenrijk en Duitsland, waar extreemrechtse partijen in opmars zijn.
Michael O’Flaherty, directeur van het bureau voor de grondrechten, dat de Europese Commissie adviseert over beleid, zei dat de resultaten in het rapport beschamend waren. ‘Het is schokkend om geen verbetering te zien sinds ons laatste onderzoek in 2016. Racisme en discriminatie horen niet thuis in onze samenleving. De EU en haar lidstaten moeten deze bevindingen gebruiken om ervoor te zorgen dat mensen van Afrikaanse afkomst vrij hun rechten kunnen uitoefenen.’
De angst om bedrogen te worden kan zo groot worden dat hij tot wantrouwen leidt en onze besluitvorming beïnvloedt. Dit kan zelfs bijdragen aan de versterking van discriminatie en racisme, beweert hoogleraar in de rechten Tess Wilkinson-Ryan.
In 2007 bedachten drie experimenteel psychologen, enigszins ironisch, het begrip sugrophobia, ‘sugrofobie’, wat je zou kunnen omschrijven als de ‘angst om de sukkel te zijn’. Onderzoekers Kathleen Vohs, Roy Baumeister en Jason Chin zochten een term voor de bekende en specifieke angst die mensen ervaren als ze het idee hebben de sukkel te zijn – de angst dat iemand ze belazert, mede door hun eigen toedoen. Het idee dat psychologen sukkels aan academisch onderzoek zouden onderwerpen lijkt in eerste instantie bijna belachelijk. Maar als je er eenmaal naar op zoek gaat, wordt duidelijk dat sugrofobie niet alleen echt bestaat, maar zelfs een ware epidemie is. De invloed ervan reikt van individuele keuzes die we maken tot maatschappijbrede opvattingen die wantrouwen en discriminatie zaaien.
Alleen al het aantal synoniemen voor sukkel duidt op een culturele obsessie: kluns, dwaas, onnozele, oen, loser enzovoort. Publieke debatten over allerlei sociale beleidsmaatregelen en technologische ontwikkelingen worden gekenmerkt door de sluimerende angst over de vraag wie de volgende is die opgelicht zal worden. Gaat ChatGPT studenten helpen om nietsvermoedende leraren op te lichten? Is werken op afstand sinds de pandemie populair omdat werknemers er dan gemakkelijker de kantjes vanaf kunnen lopen? Zorgt het kwijtschelden van studieschulden ervoor dat ‘luie barista’s’ hardwerkende belastingbetalers uitbuiten, zoals een Amerikaanse politicus opperde?
De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt
Sugrofobie is meer dan alleen de angst om belazerd te worden. De hoeveelheid ponzischema’s of Enron-achtige scenario’s om in verwikkeld te raken is beperkt, en de meeste mensen zullen nooit in een fraudezaak belanden waarin er veel op het spel staat. Toch komt het gevoel een sukkel te zijn – en de angst voor dat gevoel – veel voor. Als je lunch meer kost dan je had verwacht, als je collega zich voor de derde keer deze maand ziek meldt, als je die aandringende automobilist op de vluchtstrook voor laat gaan: in zulke tamelijk onbeduidende situaties hebben veel mensen een gevoel van zelfverwijt: ‘Wacht even, ben ik nu de sukkel?’ De angst om bedrogen te worden kan zo veel afkeer oproepen dat hij het rationele denken overstijgt en iets onbewusters en intensers wordt: een echte fobie.
Oplichterij
Het is logisch om op je hoede te zijn voor oplichterij: je moet geen spammails beantwoorden, hoe graag je ook een prins zou willen helpen om miljoenen uit een trustfonds te halen. Maar buitensporige scepsis brengt ook kosten met zich mee, zowel voor jezelf als voor de maatschappij. Diverse voorbeelden uit de psychologie en de gedragseconomie kunnen ons helpen die kosten te begrijpen. Op persoonlijk niveau kan de angst om bedrogen te worden iemand aanmoedigen om risico’s te mijden en zodoende samenwerkingen uit de weg te gaan die essentieel kunnen zijn om iets nieuws te ondernemen. Op systeemniveau is de prijs van wantrouwen nog hoger: de angst om opgelicht te worden kan een excuus worden om solidariteit af te wijzen en mensen verdacht te maken. Als hier op grote schaal sprake van is, draagt dit bij aan de instandhouding van groepsstereotypen – over wie te vertrouwen is en wie in de gaten moet worden gehouden – en de versterking van traditionele klasse-, ras- en genderhiërarchieën op een manier die we eigenlijk niet willen.
Er zijn tal van voorbeelden die laten zien dat de afkeer van het idee bedrogen te worden onze besluitvorming beïnvloedt, ook als we er niets nuttigs mee bereiken. Veel bewijs voor deze afkeer wordt geleverd door experimentele economische studies die proberen menselijke transacties tot de essentie terug te brengen. Dat helpt onderzoekers om andere verklaringen voor wat ze observeren uit te sluiten. De studies betreffen doorgaans experimentele spellen met echte prikkels – deelnemers kunnen afhankelijk van de uitkomst daadwerkelijk geld verdienen of verliezen, maar de spelers ontmoeten elkaar niet, noch kennen ze elkaars identiteit. Aan de transacties zijn geen daadwerkelijke sociale gevolgen verbonden. Dit stelt onderzoekers in staat de volgende vraag te stellen: als niemand erachter komt wat er tijdens een interactie is gebeurd, en als er geen precedent wordt geschapen of voorbeeld wordt gesteld, reageren mensen dan nog steeds overmatig op het risico om opgelicht te worden?
Het vertrouwensspel
Dat brengt ons bij de Trust Game, het vertrouwensspel. Dit is een eenvoudig experiment waarbij spelers aan elkaar gekoppeld worden om een korte reeks transacties uit te voeren. Eén speler wordt aangewezen als investeerder. Deze begint het spel met bijvoorbeeld 10 dollar en moet een keuze maken: hoeveel maakt hij eventueel over aan de andere speler (de ‘beheerder’)? Het bedrag dat hij overmaakt wordt automatisch vermenigvuldigd. Zodra de beheerder weet hoeveel hij heeft ontvangen, verricht hij de laatste actie: hij beslist hoeveel geld hij eventueel teruggeeft aan de investeerder.
Het is duidelijk waarom dit een vertrouwensspel wordt genoemd: beide spelers zijn beter af als ze goed samenwerken en gul geld overmaken – wat ze vaak ook doen. Maar de eerste stap van de belegger is riskant: die kan al of bijna al het geld weggeven en er vervolgens weinig of niets voor terugkrijgen. Het risico dat je je een sukkel zult voelen is duidelijk aanwezig.
In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af
In de loop der jaren is er weleens betoogd dat terughoudende beleggers niet zozeer angst voelen om de sukkel te zijn, maar gewoon rationeel risicomijdend zijn. De psychologen Daniel Effron en Dale Miller probeerden dat na te gaan door een slimme draai aan het spel te geven. In hun versie konden beleggers ofwel 10 dollar overmaken, of niets. Als de investeerder ervoor koos om geld over te maken, werd het vermenigvuldigd en kon de beheerder ofwel 15 dollar (de helft van het uiteindelijke bedrag, een eerlijk rendement) of 8 dollar (een mager rendement) teruggeven. (Het onderzoek betrof valuta gebaseerd op punten, maar voor het gemak gebruik ik hier dollarbedragen.) Sommige investeerders werd verteld dat het bedrag dat de tegenpartij terug zou geven willekeurig zou worden bepaald, op basis van een door de computer gegenereerd getal. Andere beleggers kregen te horen dat de tegenpartij zelf die beslissing zou nemen. In beide gevallen werd tegen de investeerders gezegd dat de kans op een oneerlijk rendement 30 procent was. Sommigen liepen risico op verlies omdat de beslissing van de computer voor hen slecht uitpakte; anderen hadden een even grote kans om te verliezen vanwege een onbetrouwbare tegenpartij. De vraag was: hoeveel van hen zouden ervoor kiezen om hun 10 dollar over te maken?
De spelers hadden elkaar nooit ontmoet, dus er stonden geen reputaties op het spel. Het risico vóélde in beide gevallen alleen anders, omdat samenwerken met een egoïstische persoon jou tot de sukkel zou maken. Toen de onderzoekers de deelnemers vroegen naar hun risicoberekening, was het element van zelfverwijt een overweging die opviel. De deelnemers voorzagen dat ze zichzelf zouden beschuldigen van misplaatst vertrouwen.
In het vertrouwensspel en in de echte wereld schrikt het vooruitzicht een sukkel te worden mensen af. Het is een waarschuwing om niet te delen, niet samen te werken, niet mee te doen. In risicovolle financiële scenario’s is duidelijk wat er op het spel staat; iedereen houdt daar rekening mee, wat de situatie ook mag zijn. De angst om de sukkel te zijn is een automatisme. Maar soms kan het ‘sukkelframe’ een retorische keuze zijn, een wapen dat gebaseerd is op sugrofobie.
Slang
Toen Donald Trump zich kandidaat stelde voor het presidentschap in 2016, herhaalde hij voortdurend een fabeltje dat uit een oud liedje afkomstig is. Het is het verhaal van een vrouw die een bibberende en hongerige slang op haar pad vindt. ‘Help me, goede vrouw,’ smeekt de slang, net zolang tot ze toegeeft – waarop de slang haar prompt een dodelijke beet toedient. Als ze klaagt over haar onverdiende lot, snauwt de slang: ‘Je wist donders goed dat ik een slang was voordat je me in huis nam.’
De fabel is afkomstig van een lied over burgerrechten uit de jaren zestig (The Snake van Oscar Brown Jr.), maar werd door Trump gebruikt met een heel ander doel: om Amerikanen erop te wijzen dat ze te laks waren op het gebied van immigratie. De fabel was bedoeld om steun aan vluchtelingen op grond van mensenrechten af te wijzen en suggereerde dat Amerikanen die dachten dat het een morele verplichting was om op humanitaire gronden asiel te verlenen, werden bedrogen: je dacht een heilige te zijn, maar je bent eigenlijk gewoon een sukkel. Het doel was om een wig te drijven tussen Amerikanen en hun medelevende instincten, en om de onderbuikgevoelens op te wekken die horen bij het risico om bedrogen te worden.
Verhalen over sukkels zijn een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’
De neiging die mensen over het algemeen hebben om waakzamer te zijn tegen uitbuiting door buitenstaanders en ambitieuze mensen dan tegen uitbuiting door hen die daadwerkelijk de macht hebben om kwaad te doen, laat zich deels verklaren door de angst voor sociale degradatie. Werknemers die werkgevers zouden bedriegen, of studenten die leraren zouden foppen: vooral dergelijke angsten springen eruit, omdat ze de basisstructuur van de macht ondermijnen.
In feite zijn verhalen over sukkels een kernonderdeel van de sociale constructie van ‘de anderen’. Psycholoog Jim Sidanius stelt dat elke menselijke samenleving groepscategorieën creëert en zichzelf daarin onderbrengt. In hun boek Social Dominance uit 1999 schrijven Sidanius en zijn collega Felicia Pratto dat ‘groepsvooroordelen, stereotypen en ideologieën van groepssuperioriteit en -inferioriteit deze op groepen gebaseerde sociale hiërarchie helpen produceren en er ook een weerspiegeling van zijn’. Eenvoudiger gezegd: het doel van discriminatie is macht.
Straattaal
Om te zien hoe de retoriek van oplichting bijdraagt aan vervreemding tussen groepen, hoef je alleen maar te kijken naar straattaal voor ‘bedrogen worden’. Een verbluffend aantal synoniemen heeft zijn wortels in racisme, antisemitisme, xenofobie of misogynie. Het beledigende Engelse werkwoord to gyp is een verwijzing naar een wijdverbreid stereotype over Roma. (Het scheldwoord verwijst naar ‘Egyptisch’, en is niet alleen onvriendelijk maar ook onjuist: Roma kwamen uit Noord-India). Als iemand bij een deal wordt beschuldigd van welching, is dat een toespeling op verhalen over onbetrouwbare Welshe gokkers op de renbaan. En vanzelfsprekend bestaat er een lange lijst met woorden voor vrouwen die doen alsof het om liefde gaat terwijl ze eigenlijk op geld uit zijn: die beginnen bij ‘golddigger’ en worden gaandeweg erger.
Sidanius en Pratto noemen de verhalen die verteld worden over wie wat verdient de ‘legitimerende mythes’ van sociale overheersing: ze bieden morele en intellectuele rechtvaardiging voor sociale ongelijkheid. Het zijn verhalen als: ‘Deze mensen willen je vrienden niet zijn; ze willen alleen maar je spullen afpakken.’ Of: ‘Ze hebben helemaal geen hulp nodig, maar proberen gewoon je baan in te pikken.’
Stereotypen
Onderzoek naar stereotypen, vooral over vrouwen en mensen van kleur, suggereert dat een belangrijke ‘legitimerende mythe’ van sommige sociale hiërarchieën erop neerkomt dat er minder sprake is van discriminatie dan historisch gemarginaliseerde groepen graag beweren. Oftewel: ‘Ze worden niet gediscrimineerd, maar willen gewoon “speciale gunsten”.’
Psychologen houden zich al langer bezig met het meten van vooroordelen. Vanaf de jaren zeventig ontwikkelden onderzoeksteams schalen om raciale vooroordelen mee te meten, door specifiek te kijken naar tegenstand tegen zwarte sociale macht en economische voorspoed. De onderdelen op de hieruit voortkomende Modern Racism Scale moesten ‘verborgen’ racisme zo goed mogelijk in kaart brengen – niet alleen botte vijandigheid, maar ook iets wat dichter bij rancune ligt. De opvattingen die hedendaags racisme in de VS kenmerken zijn op deze manier treffend – en hard – samengevat:
‘Van discriminatie is niet langer sprake aangezien zwarte mensen buitensporige eisen blijven stellen voor veranderingen in de status quo – eisen die oneerlijk zijn, omdat zwarte mensen al alle rechten hebben die ze nodig hebben. Daarom is de aandacht die zwarte mensen krijgen van de overheid en andere instellingen onverdiend: dit creëert een ‘voorkeursbeleid’.’ Twee aanvullende stellingen zijn: de bovengenoemde overtuigingen zijn empirische feiten; mensen die deze overtuigingen onderschrijven, zijn dus niet racistisch.’
Het onderzoek suggereert, met andere woorden, dat een belangrijke uiting van racisme de overtuiging is dat wanneer zwarte mensen protesteren tegen discriminatie, ze eigenlijk samenzweren om macht te verwerven die ze niet verdienen. Zo bezien worden mensen die klachten over discriminatie serieus nemen dus voor de gek gehouden.
Solidariteit en samenwerking is het juiste antwoord op ongelijkheid
Vergelijkbare verhalen duiken op in psychologische studies over vrouwenhaat. Onderzoekers hebben ontdekt dat de neiging tot discriminatie op basis van geslacht samenhangt met seksistische opvattingen als: ‘Vrouwen overdrijven problemen die ze op hun werk hebben.’ En: ‘Veel vrouwen zijn eigenlijk op zoek naar speciale gunsten, zoals een sollicitatiebeleid dat hen bevoordeelt ten opzichte van mannen, onder het mom van een pleidooi voor “gelijkheid”.’
Deze afkeer van een speciale behandeling is een vorm van vooringenomenheid die berust op een automatische reactie: als je oplichting waarneemt, verwerp je de oplichters. Als leden van een gemarginaliseerde sociale groep worden gezien als mensen die oprecht om gelijkheid vragen, dan doen ze een diep morele oproep die je moeilijk kunt verwerpen. Moreel en intuïtief gezien is solidariteit en samenwerking dan het juiste antwoord op ongelijkheid. Maar als deze mensen in plaats daarvan worden gezien als mensen die om ‘speciale gunsten’ vragen, ontstaat er een moreel voorbehoud om ze te geven wat ze willen. En als men denkt dat ze om een speciale behandeling vragen maar doen alsof ze alleen maar gelijkheid willen, dan lijkt dat op oplichterij en is het een reden om ze meteen af te wijzen.
De sukkel is een kneedbaar concept. Het menselijke sociale leven is ingewikkeld en mensen zijn geneigd het geschiktste of aantrekkelijkste verhaal te geloven over wie de sukkel is en wat oplichterij is. Door de angst om de sukkel te zijn te bestuderen – of zelfs maar te benoemen – kunnen we de strijd aangaan met dit concept, dat zijn verderfelijkste werk doet wanneer niemand oplet.
Real Madrid-spits Vinícius Júnior werd onlangs door fans van de tegenpartij uitgescholden voor ‘aap’. En dat was niet de eerste keer. In een reactie noemde hij Spanje een racistisch land. Zijn uitspraak verdeelt de Spaanse pers.
‘Racisme houdt niet op in LaLiga’, schrijft El País nadat Real Madrid-spits Vinícius Júnior op 21 mei tijdens een wedstrijd tegen Valencia racistisch was bejegend door supporters van de tegenstander. ‘Het was niet de eerste keer dat het de Braziliaan overkwam en ook niet de enige keer in de afgelopen jaren in LaLiga’, vervolgt de Spaanse krant.
Vooral een tweet die de voetballer na de wedstrijd postte, ontketende in Spanje het debat over hoe diep het racisme in de haarvaten van de maatschappij zit. Vinícius Júnior schreef daarin dat ‘Spanje in Brazilië bekend staat als een land van racisten’.
Não foi a primeira vez, nem a segunda e nem a terceira. O racismo é o normal na La Liga. A competição acha normal, a Federação também e os adversários incentivam. Lamento muito. O campeonato que já foi de Ronaldinho, Ronaldo, Cristiano e Messi hoje é dos racistas. Uma nação…
Terecht, schrijft de Cubaanse journalist Abraham Jiménez Enoa, die woonachtig is in Spanje, ‘de kleur van mijn huid heeft mijn ervaring in dit land getekend’. Nee, ‘een land met racisten is niet hetzelfde als een racistisch land, aldus Josep Martí Blanch, columnist van El Confidencial.
Nee: ‘Spanje is tegenwoordig geen racistisch land’
‘Spanje is geen racistisch land. Het draagt ook niet het beeld van een racistische samenleving uit naar de wereld. Zo is het’, schrijft Josep Martí Blanch in El Confidencial. ‘Vinícius Júnior heeft het mis.’ Vooral de uitspraak van de spits van Real Madrid dat Spanje wereldwijd bekendstaat als een racistisch land is Martí Blanc in het verkeerde keelgat geschoten.
Dat moet niet begrepen worden als kritiek op Vinícius, ‘de beste speler van dit seizoen’, aldus Martí Blanch. ‘Wat de jonge Braziliaanse speler in het Mestalla [het stadion van Valencia] heeft meegemaakt, verklaart niet alleen zijn woede-uitbarsting en verontwaardiging, maar rechtvaardigt die ook. Maar dat zijn woede terecht is, betekent nog niet dat hij gelijk heeft. Spanje, laat ik het nog een keer herhalen, is geen racistisch land. Nog niet. Maar dat neemt niet weg dat we dat in het verleden wel zijn geweest en dat we dat in de toekomst weer kunnen worden.’
Martí Blanch wil dan ook niet ontkennen dat er racisme in Spanje is. ‘Dat Spanje geen racistisch land is, betekent niet dat er geen racistische Spanjaarden zijn. Natuurlijk zijn die er. Ongelofelijk veel. (…) Wat er zondag in Valencia is gebeurd, is beschamend. En elke keer als er zoiets gebeurt – Vinícius was niet de eerste en zal ook niet de laatste zijn – is het gerechtvaardigd om het debat weer aan te zwengelen over hoe we nog meer kunnen doen in de strijd tegen racisme. Maar wat niet verstandig is, is dat de acties van een zeer klein deel van de fans – in dit geval de supporters van Valencia – worden gebruikt om maximalistische stellingen te omarmen over hoe racistisch Spanjaarden zijn’, vervolgt de El Confidencial-columnist.
‘Dat Vinícius een slachtoffer is en heel boos, geeft hem nog geen gelijk’
‘Er zijn veel manieren om een debat vanaf het begin te laten ontsporen. Eén daarvan is om een categorische uitspraak te doen over iets wat, hoewel het niet anekdotisch is, verre van algemeen gangbaar is. Beweren dat Spanje een racistisch land is, heeft dezelfde waarde als met een uitgestreken gezicht beweren dat alle migranten criminelen zijn.’
Volgens Martí Blanch is het algemeen aanvaard in Spanje dat iemand vernederen vanwege zijn huidskleur not done is en beschikt het land over voldoende wetten om dat gedrag te bestraffen. ‘We kunnen het nog wel hebben (…) over de laksheid van voetbalinstanties als het gaat om het streng hanteren van de meest radicale dwang- en ontmoedigingsmiddelen die ze tot hun beschikking hebben – het schorsen van wedstrijden en het aftrekken van punten – zodat de racist niet alleen bang moet zijn voor de wet, maar ook en vooral voor de fan die naast hem staat en met wie hij de liefde voor dezelfde club deelt.’
Maar in deze discussie kan volgens Martí Blanch ‘het uitgangspunt niet zijn om als vanzelfsprekend aan te nemen dat Spanje als land medeplichtig is aan racisme of, erger nog, dat het een land is met wijdverspreid racisme, zoals de ster van Real Madrid beweert. Een land met racisten is niet hetzelfde als een racistisch land. Vinícius kan daar natuurlijk anders over denken, dat staat buiten kijf. Hij kan blijven rekenen op ons medeleven en onze solidariteit. Maar dat hij een slachtoffer is en heel boos, geeft hem nog geen gelijk. Tenminste, niet op alle vlakken. Niet in dit geval’, besluit de columnist.
Ja: ‘Racisme tekent het dagelijks leven van iedereen die niet wit is’
‘Ik woon nu een jaar en vier maanden in Spanje. Ik ben geen Braziliaan, geen profvoetballer en ik heet ook geen Vinícius. Maar ik ben zwart, net als de speler van Real Madrid. En helaas heeft mijn huidskleur een stempel gedrukt op mijn ervaring in dit land’, zo opent Abraham Jiménez Enoa, een Cubaanse journalist die door toenemende druk van het regime zijn land is ontvlucht.
Jiménez Enoa, die in 2022 de Internationale Persvrijheidsprijs van het Amerikaanse Committee to Protect Journalists ontving, schrijft in El Paísdat hij het sinds zijn aankomst in Spanje in zijn dagboek noteert als hij racistisch bejegend wordt. ‘Elk van deze voorvallen, elke scène van ervaren discriminatie, met hun respectievelijke beschrijvingen, heb ik opgeschreven. Ik zit nu op honderdtweeëntachtig in haast anderhalf jaar.’
Zo schrijft hij: ‘Daarom kan ik sinds vanmorgen niet stoppen met het bekijken van de walgelijke video’s uit het Mestalla-stadion, waarin fans onacceptabele beledigingen naar Vinícius slingeren. Daarom heeft het vertrokken gezicht van de speler als hij die beestachtigheid moet aanhoren, zo veel woede, zo veel ontzetting in me opgeroepen. Omdat ik weet wat Vinicius op dat moment voelt, dezelfde hulpeloosheid, dezelfde vijandigheid die ik heb gevoeld, wanneer ik in een winkel te horen kreeg dat ik een vervalst biljet gaf zonder dat het gecontroleerd werd, wanneer ik in het openbaar vervoer om identificatie werd gevraagd, wanneer ze er in bars van uitgingen dat ik daar werkte en niet dat ik daar was voor mijn plezier, als ze op straat mijn zoon met een lichtere huidskleur “complimenteren”, als ik een markthal in loop en winkelbedienden achter mijn rug om hoor zeggen dat ze me in de gaten moeten houden omdat ik een tas bij me heb, als witte mensen me iemand met een kleurtje noemen, alsof zwart de enige kleur is die er bestaat en wit geen kleur is. Want alles wat Vinicius dit seizoen in verschillende stadions heeft moeten doorstaan, gebeurt ook buiten de voetbalvelden van Spanje.’
‘De enige manier om racisme te bestrijden is te erkennen dat het bestaat’
De Cubaans journalist hekelt het feit dat racisme alleen discussiethema is als het betrekking heeft op voetbal, met al zijn media-aandacht. ‘Het trieste is dat we het vandaag over racisme in Spanje hebben vanwege de zaak Vinicius en niet vanwege het bestaan van het fenomeen, terwijl de mantra “Spanje is niet racistisch, maar in Spanje zijn er racisten” overal wordt herhaald. Iedereen praat nu over racisme omdat we het hebben over een speler van Real Madrid, een commerciële ster, een miljonair. Want er zijn maar weinig zaken op deze planeet met een grotere zichtbaarheid dan voetbal. Als het niet daar was voorgevallen, zou niemand het erover hebben’, schrijft Jiménez Enoa.
‘Natuurlijk is er racisme in Spanje’, vervolgt hij. ‘Het tekent het dagelijks leven van iedereen die niet wit is. Het zijn geen geïsoleerde gevallen, zoals veel media, intellectuelen, politici, zakenmensen, allemaal wit natuurlijk, de samenleving willen doen geloven: het is iets van vroeger, iets uit de provincie, van ouderen. Nee, nee en nee. Ik herhaal: racisme in Spanje bestaat. En vandaag de dag is het maar al te aanwezig in het dagelijks leven van mensen.’
‘De enige manier om racisme te bestrijden is te erkennen dat het bestaat. De Spaanse samenleving als geheel moet haar uiterste best doen om het uit te roeien. Dit is een serieuze strijd waarin geen plaats is voor schone schijn. Het heeft geen zin om in een voetbalstadion een spandoek op te hangen met de tekst “Nee tegen racisme”, terwijl daarvoor lachende fans staan die “aap” schreeuwen naar zwarte spelers’, besluit Jiménez Enoa.
Onder meer vicepresident Kamala Harris was aanwezig
Onder grote belangstelling heeft in een kerk in de stad Memphis in de staat Tennessee de uitvaart van de negenentwintigjarige Tyre Nichols plaatsgevonden, schrijft The New York Times. Onder meer de Amerikaanse vicepresident Kamala Harris was daarbij aanwezig. Ook familieleden van andere bekende slachtoffers van politiegeweld, zoals George Floyd en Breonna Taylor, waren bij de dienst.
Nichols overleed vorige maand nadat hij door politieagenten in Memphis was mishandeld bij zijn aanhouding. Vijf zwarte politieagenten takelden Nichols dusdanig toe dat hij overleed in het ziekenhuis. Uit videobeelden is te zien hoe de agenten, waarvan sommige al eerder waren onderzocht vanwege excessief geweld, op Nichols inslaan en pepperspray gebruiken. Het duurt vervolgens lang voordat hij wordt geholpen door zorgverleners.
Naar de betrokken agenten is een onderzoek geopend. Zij kunnen celstraffen tot zestig jaar krijgen vanwege doodslag. De bekende burgerrechtenactivist en dominee Al Sharpton sprak op de uitvaart van Nicholas. Hij noemde de agenten ‘misdadigers’. In haar toespraak veroordeelde Harris het politiegeweld ook.
Een video uit een Afrikaans dorp ging viraal – en veroorzaakte een grote politieke crisis.
In de zomer belandde een video van Chinese sociale media aan onze kant van de wereld. Dat gebeurt niet vaak, vanwege taalbarrières en omdat veel van ons internet in China gecensureerd wordt. Maar deze video overleefde de reis, werd in het Engels vertaald en ging viraal vanwege de verontrustende inhoud.
Gefilmd in een dorp ergens in Afrika, hoor je achter de camera een Chinese man een groep Afrikaanse kinderen opdragen te herhalen wat hij zegt. Eerst schreeuwt hij: ‘Ik ben een zwarte duivel’ in het Chinees. En dan herhalen de kinderen in het Chinees: ‘Ik ben een zwarte duivel.’ Dan schreeuwt hij: ‘En mijn IQ is laag!’ De kinderen herhalen ‘En mijn IQ is laag!’ Dan begint er een liedje te spelen en beginnen de kinderen te zingen en te dansen.
De verontrustende aard van de video is evident. Afrikaanse kinderen die racistische beledigingen roepen in een taal die ze niet verstaan, terwijl ze gefilmd worden. Maar waarom werd die video gemaakt en wie stond er achter de camera? Al snel begon het verhaal rond de video zich te ontvouwen op een manier die niemand had voorspeld.
De vernedering werd gefilmd in opdracht van mensen die duizenden kilometers verderop werken in een enorme Chinese amusementsindustrie die overal op het continent Afrikaanse kinderen uitbuit.
Duistere kant
Om erachter te komen wat de industrie inhoudt, ging Zetland op jacht naar de man achter deze video, die aantoont dat de economische betrokkenheid van China bij Afrika ook online een behoorlijk duistere kant heeft.
Het verhaal begint in februari 2020, toen de video van de Afrikaanse kinderen voor het eerst viraal ging op de Chinese sociale media. Sommige Chinezen vonden het grappig, anderen vonden het over de schreef gaan. Runako Celina, een Britse vrouw die destijds studeerde aan een Chinese universiteit, zag de video ook. Als zwarte vrouw in China kreeg ze de beelden maar niet uit haar hoofd, vertelt ze. Op het schoolbord waar de kinderen omheen stonden, stonden in het Chinees de racistische zinnen die door de kinderen moesten worden herhaald. Ze vermoedde dat iemand in China hen had betaald om ze op te zeggen.
In China is het een populaire gewoonte om vrienden videogroeten te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken
In China is het een populaire gewoonte om familie en vrienden videogroeten met verjaardags- of huwelijkswensen te sturen uitgesproken door Afrikanen die Chinees spreken, Chinese kleren dragen en dansen op Chinese liedjes. De video’s worden in China online verkocht voor tussen de 70 en 500 kronen [9 tot 67 euro], afhankelijk van of de personen in de video een bepaalde outfit moeten dragen, een bepaald dansje moeten doen of bepaalde dingen moeten zeggen – dat geeft de koper op bij de bestelling.
Waarom er in China vraag is naar videogroeten met Afrikanen als afzender, heb ik niet kunnen achterhalen. Misschien gaat het erom online een video te bezitten die niemand anders heeft; een persoonlijke video met extra waarde. De business profiteert van verschillen in uurloon tussen de verschillende landen, en vanwege de grote afstand staan mensen er misschien niet bij stil dat zo’n video ergens aan de andere kant van de wereld mensen pijn kan doen. In elk geval zijn de video’s in China zo populair geworden dat er een miljoenenmarkt is ontstaan en Chinese gelukszoekers reizen af naar dorpen in Afrika om van de rage te profiteren. Veel van de beelden die ze opnemen zijn onschuldig, andere zijn op het randje en sommige zijn er zonder meer overheen.
In een video die Runako Celina tegenkwam staan Afrikaanse kinderen op een rij en zeggen in het Chinees: ‘We hebben honger’, terwijl de regisseur, een Chinees, ze een dienblad met frietjes voorhoudt. In een andere video dansen Afrikaanse kinderen terwijl ze zingen ‘Een gele huid en zwarte ogen zijn de mooiste kleuren’. Maar de ergste die ze zag was er een waarin de kinderen roepen dat ze ‘zwarte duivels’ zijn. Runako Celina kon die video maar niet uit haar hoofd krijgen.
Chinese influencers
De video’s maken deel uit van een grotere trend in China, waarbij Chinese influencers naar Afrika reizen en zichzelf in modieuze kleding filmen terwijl ze snacks uitdelen aan lokale kinderen of zich omringen met aantrekkelijke lokale vrouwen. Een 28-jarige Chinees die zichzelf African Mr. Hello noemt op Douyin, China’s versie van TikTok, is het populairst. Met één livestream kan hij voor duizenden dollars aan merchandise verkopen aan fans in China.
In drie maanden tijd verdiende Cheng Wei, zoals zijn echte naam luidt, op die manier 5,4 miljoen euro. African Mr. Hello verklaart zijn succes als volgt: ‘Chinezen houden ervan om te zien dat het op andere plekken in de wereld niet zo goed is als in China. (…) Als je de meer geavanceerde dingen filmt die er te zien zijn, vinden mensen dat niet leuk om te zien. Ze zien liever een leven dat erger is dan hun eigen leven.’
Met dat in het achterhoofd wilde de Britse Runako Celina tot op de bodem uitzoeken welk deel van de Chinese industrie racistische videogroeten op bestelling verkoopt. In samenwerking met de BBC en een team van journalisten werd de jacht geopend. Eerst moest Runako Celina uitzoeken waar de ‘Lage IQ’-video was gefilmd.
De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika
Door honderden in opdracht gemaakte video’s te bekijken, die allemaal op dezelfde locatie waren gefilmd, konden de journalisten het dorp met zijn stoffige wegen en gebouwen in kaart brengen. De opnames waren gemaakt in het extreem arme Malawi in Zuidoost-Afrika. Njewa, zoals het dorp heet, vormt een passend, authentiek decor voor veel Chinese video’s, ook de racistische.
De journalisten wilden niet met een cameraploeg komen aanzetten, dus ze maakten contact met Henry Mhango, een lokale journalist. Uitgerust met een verborgen camera trok hij via een onverharde weg met hoog gras het dorp binnen. Tussen enkele lage huizen met golfplaten daken rond een groot plein zag hij een witte bestelwagen staan. De achterklep van de wagen stond open en in de schaduw ervan filmde een jonge Chinees een aantal kinderen die ineengedoken zaten rondom een schoolbord: ze waren bezig met het opnemen van een video voor een koper in China. Henry Mhango filmde het tafereel van een afstand en ontdekte dat de dorpelingen de man Susu noemen, ‘oom’ in het Chinees. Zij vertelden hem dat Susu de kinderen een halve dollar per dag betaalt om mee te doen, ook op dagen dat zij eigenlijk op school moeten zijn.
Terwijl Henry Mhango aan het werk was in Malawi, zochten Runako Celina en de journalisten van de BBC ondertussen naar de ware identiteit van Susu. In een video die hij had gedeeld op Douyin konden ze zien dat zijn naam Lu Ke was. Hij had video’s gepost van zichzelf met dorpskinderen terwijl hij snoepjes uitdeelde. Hij droeg een dure zonnebril. De vraag was of deze Lu Ke dezelfde man was die in de video de kinderen van Njewa opdroeg die vernederende dingen te roepen.
Om die vraag te beantwoorden reisden Runako Celina en de verslaggevers naar een dorp niet al te ver van Njewa. Hier had Lu Ke enkele jaren gewoond en video’s gemaakt met plaatselijke kinderen. Runako Celina wilde vooral in gesprek met één kind, een jongen die camerageniek was en er schattig uitzag in de traditionele Chinese kleren die Lu Ke in verschillende video’s had gebruikt. Op de Chinese sociale media was deze Afrikaanse jongen bijna een beroemdheid. Xiao Gulah, noemden ze hem.
‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s
In het dorp vonden ze Xiao Gulah en zijn familie. Zijn echte naam was Bright, en hij was zes jaar oud. Runako Celina vroeg Bright naar Susu, die hij kende als Lu Ke, en Bright vertelde haar dat deze man de kinderen uitschold als ze tijdens de opnames een fout maakten, en ze ook sloeg met een tak. Fausika, de moeder van Bright, die bij het gesprek aanwezig was, vertelde dat zij haar zoon bij Susu had weggehaald, maar dat Susu hem terughaalde om nieuwe video’s te filmen. ‘Het doet me pijn,’ zei ze. Runako Celina kreeg tranen in de ogen. Brights verhaal bevestigde haar angst: dat de kinderen werden uitgebuit als rekwisieten in de onderneming van Lu Ke. ‘Armoedeporno’, zo bestempelde ze de video’s.
Vervolgens vroeg het team van de BBC een Chinese collega, Paul, om een ontmoeting met Lu Ke te regelen. Paul zou een verborgen camera dragen en zeggen dat hij als mogelijke zakenpartner geïnteresseerd was in de onderneming. In de opname van hun ontmoeting legt Lu Ke uit hoe je slaagt als regisseur van videogroeten. Hij zegt: ‘Behandel ze niet als vrienden. (…) Heb nooit medelijden met ze, onthoud dat. Heb nooit medelijden met ze,’ herhaalde hij. ‘Dat is hoe je zwarte mensen behandelt. Onthoud dat.’
Voorbode
Paul liet de ‘Lage IQ’-video aan Lu Ke zien met de vraag of hij die had gemaakt. ‘Ja, die is van mij,’ antwoordde hij prompt. Maar meteen daarop nam hij dat terug. ‘O nee, wacht,’ zei hij. ‘Nee, die is niet van mij. Dat is een video van een vriend.’ Het was alsof hij er zelf van geschrokken was. ‘Ik raad je aan die video te verwijderen,’ zei hij. ‘Laat hem niet aan zwarte mensen zien.’
Maar het was al te laat.
In Njewa had de lokale journalist Henry Mhango drie kinderen gevonden die in de video te zien zijn. Hij vond ook de vader van een van de kinderen en een grootmoeder. Henry Mhango vertaalde voor hen wat Susu, of Lu Ke, de kinderen had laten zeggen. De grootmoeder was geschokt, wreef in haar ogen en zei: ‘Hij profiteert van de armen.’ De vader zei: ‘We ploeteren om onze kinderen op te voeden. En dan komt zo iemand langs en maakt misbruik van hen om geld te verdienen. Hij moet het dorp uit, zo snel mogelijk.’
Was er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake van kindermisbruik?
Dat was de voorbode van een fikse confrontatie. Runako Celina arriveerde korte tijd later in het dorp met een cameraploeg van de BBC en vond Lu Ke aan het werk, zittend aan een tafel. In het Chinees vroeg zij hem waarom hij de video’s maakte, en Lu Ke antwoordde dat hij ‘de Chinese cultuur, dans en muziek’ wilde verspreiden. Hij ontkende de kinderen te slaan, net zoals hij ontkende dat hij achter de ‘Lage IQ-video’ zat of dat hij de kinderen uitbuitte. Runako Celina verliet het dorp met gemengde gevoelens. Zij hadden met succes de methoden van één Chinese videomaker blootgelegd, maar wisten ook dat er veel meer zoals hij waren in dorpen zoals Njewa, op een continent waar grote sommen geld werden verdiend om mensen duizenden kilometers verderop te vermaken.
Het verhaal kreeg nog een flinke staart. Want al snel begon een klopjacht en ontstond een grote politieke crisis. In juli van dit jaar verscheen de BBC-documentaire Racism for Sale over de ontrafeling van de ‘Lage IQ-video’ waarop het verhaal tot nu toe was gebaseerd. Die ging viraal. De onthullingen in de documentaire waren voor de politie in Malawi aanleiding om te onderzoeken of er bij de ‘Lage IQ-video’ sprake was van kindermisbruik. Lu Ke ontvluchtte het land en kwam illegaal in buurland Zambia terecht. Daar werd hij al snel opgepakt en uitgeleverd aan Malawi. Tegen hem lopen momenteel vijf aanklachten wegens uitbuiting van kinderen. Ondertussen zei de minister van Buitenlandse Zaken van Malawi: ‘We zijn ontzet, we zijn respectloos behandeld en we voelen veel verdriet.’ In hoofdstad Lilongwe gingen burgers de straat op met borden met daarop: ‘Over kinderrechten valt niet te onderhandelen’. Naar verluidt liepen Bright en zijn familie mee met de demonstranten.
Zero tolerance
Nu raakten de topambtenaren in China in paniek. Het land heeft onvoorstelbare bedragen in Afrika geïnvesteerd, in de infrastructuur en in de ontginning van natuurlijke hulpbronnen. Dat zijn zeer centrale schakels in de expansieve dromen van de Communistische Partij om China weer tot een supermacht te maken. En als er volgens analisten iets is wat de partij van de geschiedenis heeft geleerd, dan is het wel dat zij niet als een nieuwe koloniale macht moet worden gezien. De beschuldigingen van racisme en uitbuiting van kinderen ontketenden dan ook een ernstige crisis. Zo ernstig dat Wu Peng, de Chinese topdiplomaat voor heel Afrika die zelden commentaar geeft op mediaverhalen, in een tweet liet weten dat China ‘zero tolerance voor racisme’ heeft en beloofde dat zijn land onlineracisme hard zal aanpakken.
En dat gebeurde onmiddellijk: Chinese sociale media verhinderen hun tientallen miljoenen gebruikers nu om te zoeken naar videomakers gecombineerd met het woord ‘Afrika’. De grootste influencer van allemaal, African Mr. Hello, stopte met zijn populaire livestreams vanuit de dorpen. Fans in China waren woedend en hij keerde al snel terug onder een nieuwe naam: Mr. Hello Overseas. De vraag naar een rijke Chinees die spullen in Afrika uitdeelt, was simpelweg te groot.
Williams kreeg als jongste persoon ooit doodstraf in Pennsylvania
In de Verenigde Staten is een jonge zwarte man eenennegentig jaar na zijn executie alsnog onschuldig verklaard. Alexander McClay Williams werd op zestienjarige leeftijd veroordeeld en geëxecuteerd voor het neersteken van een witte lerares. Decennialang heeft zijn familie beweerd dat hij ten onrechte was veroordeeld. Deze week werd hij door een rechtbank in Pennsylvania vrijgesproken, aldus Philadelphia Inquirer.
‘In 1931 had een witte jury slechts vier uur nodig om Alexander McClay Williams, een zwarte tiener, te veroordelen voor het neersteken van een lerares op de Glen Mills School for Boys in Delaware County’, schrijft de lokale krant. Vijf maanden later werd Williams, zestien jaar oud, geëxecuteerd. Hij was daarmee de jongste persoon in Pennsylvania ooit die ter dood werd gebracht.
Met hulp van de achterkleinzoon van de advocaat die hem tijdens het proces vertegenwoordigde, probeerde zijn familie tientallen jaren lang zijn onschuld te bewijzen, en deze week werd Williams eindelijk postuum in het gelijk gesteld. Het nieuws werd met opluchting begroet door zijn enige overlevende zus (92), meldt Philadelphia Inquirer.
Onlangs lekten politiedossiers met foto’s van Oeigoerse gevangenen in zogenaamde ‘heropvoedingscentra’ uit. Ze geven een ontluisterend beeld van de massale vervolging van de islamitische minderheid in China. ‘De kampen zijn bedoeld om de Oeigoerse cultuur, geschiedenis en religie uit te roeien.’
China’s brute en grootschalige onderdrukking van de Oeigoerse islamitische minderheid in Xinjiang heeft voor het eerst een gezicht gekregen. Tienduizenden politiedossiers, foto’s en officiële documenten van hoge ambtenaren van de Communistische Partij van China (CPC), waar El País toegang toe had, leveren een ongekend bewijs van de omvang van het gevangenissysteem in deze westelijke regio van China en van het paranoïde beleid van Beijing ten aanzien van etnische minderheden.
Het journalistieke onderzoek van dit archief vond plaats onder leiding van de Duitse wetenschapper Adrian Zenz, expert in het analyseren van de Chinese onderdrukking in de regio, in samenwerking met nog dertien media in elf landen. Het onderzoek, dat De Politiedossiers van Xinjiang is genoemd, maakte het mogelijk om duizenden gevangenen, onder wie minderjarigen, in de door China gebouwde heropvoedingscentra te identificeren. De aanklachten op basis waarvan mensen gevangen worden gehouden en die doorgaans weinig consistent zijn, konden worden geclassificeerd; dankzij beelden die in de inrichtingen zijn gemaakt kunnen detentie-, ondervragingsmethoden en mishandeling van bewakers tegen gevangenen worden getoond.
Ook werden transcripties geanalyseerd van openbare toespraken door de hoogste leiders van de CPC in Xinjiang. Waarom ook toespraken van secretaris-generaal Chen Quanguo die, overeenkomstig de instructies van Beijing, de doctrine van maximale veiligheid verkondigde en verklaarde dat gevangenen zelfs zullen worden doodgeschoten als zij in opstand komen of proberen te ontsnappen.
Systematische repressie
‘Achter deze systematische repressie,’ zegt Zenz in een telefoongesprek, ‘schuilen de angst en paranoia van president Xi Jinping vanwege het verzet van de Oeigoeren tegen pogingen van de staat om hen te controleren.’ Volgens onderzoek van Zenz, die lid is van de in Washington gevestigde Victims of Communism Memorial Foundation, is de opsluiting van Oeigoeren in heropvoedingskampen de ‘meest omvangrijke internering van een etnische religieuze minderheid sinds de Holocaust’. Ten minste 1 miljoen burgers, van wie de meesten Oeigoeren, zijn opgesloten in heropvoedingskampen verspreid over Xinjiang. Over dat aantal bestaat consensus onder journalisten, academici en de Verenigde Naties.
Een anonieme externe bron kwam aan De politiedossiers van Xinjiang via geraffineerde hacks van de computersystemen van het Bureau voor Openbare Veiligheid van de Chinese politie (afgekort de PSB), in de districten Konasheher in de prefectuur Kashgar en Tekes in het district Ili Kazachstan. De hacker, die om veiligheidsredenen anoniem wil blijven, handelde op eigen initiatief, zonder enige betrokkenheid bij of steun van onderzoekers die bij het project betrokken zijn. De documenten, beelden en de aanwezigheid van drie heropvoedingscentra waarop de dossiers betrekking hebben, zijn door de groep journalisten geverifieerd middels geolokalisatie op basis van foto’s die door agenten zijn genomen. Hany Farid, expert en professor aan de universiteit van Berkeley op het gebied van forensische beeldanalyse, heeft verklaard dat er geen bewijs is dat de fotoarchieven zijn gemanipuleerd.
Het district Kashgar op de grens met Kazachstan en Kirgizië, die officieel de Autonome Oeigoerse Regio Xinjiang heet, is een van de geplande haltes tijdens de officiële reis die de Hoge Commissaris van de VN voor de mensenrechten, de voormalige Chileense president Michelle Bachelet, afgelopen maandag is begonnen. Bezoek aan de heropvoedingscentra voor Oeigoeren, de grootste etnische groep in deze regio met ongeveer 25 miljoen inwoners, was een van de fundamentele eisen die mensenrechtenorganisaties bij Bachelet hadden neergelegd. In een en referentiedocument voor overheidsbeleid erkende de regering van Xi in oktober 2018 voor het eerst het bestaan van deze faciliteiten. Beschuldigingen van onderdrukking van minderheden in Xinjiang wijst Beijing echter van de hand, en de regering houdt vol dat deze faciliteiten zijn bestemd voor onderwijs en vorming van ‘studenten’, die zich vrijelijk kunnen bewegen. Het regime noemt dergelijke gevangenisinternaten ‘onderwijs- en vormingscentra voor beroepsvaardigheden’.
12 procent van de volwassen bevolking is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra of gevangenissen
De politiedossiers van Xinjiang tonen een heel andere werkelijkheid. Zo blijkt uit een analyse van duizenden politiedocumenten in Konasheher (het register van de veiligheidsdiensten telt zo’n 286.000 burgers, bijna de complete bevolking van dit district) dat in de periode 2017-2018 ten minste 12,3 procent van de volwassen bevolking op de een of andere manier is geïnterneerd in heropvoedingscentra, detentiecentra (voor mensen die zijn opgepakt en die een veroordeling afwachten) of gevangenissen.
In een e-mail als antwoord op vragen over de inhoud van het lek schreef Liu Pengyu, woordvoerder van de Chinese ambassade in de Verenigde Staten: ‘De Xinjiang-kwesties hebben in wezen te maken met de strijd tegen gewelddadig terrorisme, radicalisering en separatisme, niet met mensenrechten of religie. Gezien de ernstige en complexe situatie aangaande terrorismebestrijding heeft Xinjiang een reeks doortastende, solide en effectieve maatregelen voor deradicalisering genomen. Als gevolg daarvan heeft zich in Xinjiang al verscheidene jaren achtereen geen enkel geval van gewelddadig terrorisme meer voorgedaan’.
Na publicatie van de documenten deed de woordvoerder van het Chinese ministerie van Buitenlandse Zaken, Wang Wenbin, de berichten dinsdag af als ‘een nieuw voorbeeld van anti-Chinese krachten die China belasteren’, aldus correspondent Macarena Vidal Liy vanuit Beijing. ‘Het is gewoon een herhaling van een oude truc,’ zei hij op de dagelijkse persbriefing van zijn ministerie. ‘De wereld laat zich niet voor de gek houden door de verspreiding van geruchten en leugens die niet kunnen verhullen dat Xinjiang stabiliteit en welvaart kent en dat de inwoners een gelukkig en tevreden leven leiden,’ zei hij. Daarmee herhaalde hij het argument van Beijing in reactie op beschuldigingen van mensenrechtenschendingen in Xinjiang.
5074 portretfoto’s
De politiedossiers van Xinjiang bevatten, naast andere documenten, 5074 portretten die tussen 6 januari en 25 juli 2018 zijn gemaakt op politiebureaus of in gesloten centra in het district Konasheher. Het vormt een van de belangrijkste bijdragen van de analyse van de Chinese repressie. Van deze foto’s konden 4989 worden gekoppeld aan een persoon en worden voorzien van gedetailleerde informatie. El País analyseerde een steekproef van 2884 foto’s met specifieke gegevens van gedetineerden uit deze bestanden die afkomstig zijn uit het informatienetwerk van het Chinese PSB. De meerderheid van de gedetineerden, 2001 burgers, is jonger dan 30 jaar (69 procent). Mannen zijn in de meerderheid, 2490 (86 procent), tegenover 394 vrouwen (14 procent). Uit de analyse blijkt dat zich onder de gevangenen mensen bevinden van alle leeftijden (tussen 15 en 73 jaar) en van alle opleidingsniveaus (van ongeschoolden tot universitair gediplomeerden).
Dit journalistieke onderzoek wordt bij een half dozijn andere onderzoeken gevoegd waarmee sinds 2019 wordt geprobeerd de omvang aan te tonen van de systematische onderdrukkingscampagne van het communistische regime tegen de Oeigoeren, een etnische groep die voornamelijk islamitisch is. Xinjiang, dat in het westen aan zeven Centraal-Aziatische landen grenst, is van bijzonder belang voor Beijing. Ten eerste omdat het een doorvoerpunt is op de Nieuwe Zijderoute, ten tweede om veiligheidsredenen: het zogenaamde binnen-China wordt sociaal, politiek en economisch gedomineerd door etnische Han-Chinezen, die er in de meerderheid zijn. Maar deze regio, gelegen in het oostelijke deel van het historische Turkestan, tussen de Kaspische Zee en de Gobiwoestijn, met een geschiedenis en een cultuur die verbonden zijn met de Turkse volkeren en waar de gelaatstrekken verschillen van die van de Han, heeft traditioneel altijd een verlangen naar autonomie gekend. Dit is door Beijing sterk verworpen en nu vrijwel vernietigd.
De verhuizing van etnische Han-Chinezen in een poging om de demografie van Xinjiang te veranderen, leidde rond 2009 tot hevige botsingen. Een van de bloedigste episodes was de botsing tussen de Oeigoerse en de Han-gemeenschap in juli 2009 in Urumqi, de hoofdstad van de regio, waarbij ongeveer tweehonderd doden vielen. Na verschillende aanvallen door gewapende separatistische groeperingen gaf Xi in mei 2014 het groene licht voor een campagne onder de naam Een dreun tegen gewelddadig terrorisme, en die vormt nog steeds het kader voor het huidige keiharde optreden in de regio.
Abdurahman Hasan herkende zijn vrouw op een van de foto’s
Abdurahman Hasan, een Oeigoer, is een van de personen die de juistheid van de politiedossiers kon bevestigen; hij identificeerde zijn vrouw tijdens een interview in Istanboel met BBC News, dat ook deel uitmaakt van de journalistieke onderzoeksgroep. Hasan is een zakenman uit Kashgar die vaak naar het buitenland reisde, wat vaak argwaan wekt in Beijing. Hij verliet Xinjiang in januari 2017, op het hoogtepunt van de hardhandige repressie. In de zomer van dat jaar werd zijn destijds eenentwintigjarige vrouw Tunsagul Nurmemet gearresteerd, samen met zijn moeder. Volgens haar dossier werd Nurmemet veroordeeld wegens ‘het bijeenbrengen van een menigte om de maatschappelijke orde te verstoren, ruzies uit te lokken en problemen te veroorzaken’. ‘Haar leven draaide om haar familie en ze ging ook niet veel met anderen om,’ aldus Hasan tijdens het gesprek in de Turkse hoofdstad. ‘Ze ging alleen op bezoek bij familie, ik weet niet of ze veel vrienden had. Ze had geen groot sociaal netwerk, dus hoe kon ze een menigte bijeenbrengen?’ Ze kreeg zestien jaar hechtenis opgelegd.
De Nurmemet op de foto in De Politiedossiers van Xinjiang is onherkenbaar vergeleken met de pasfoto die tot dusver beschikbaar was in de databanken met Oeigoerse slachtoffers van de Chinese repressie. Volgens informatie die Hasan in de zomer van 2017 kreeg, waren zijn vrouw en moeder ‘meegenomen om te studeren’.
Haar verhaal komt overeen met dat van veel andere families van mensen die zijn verdwenen. Zo ging het bijvoorbeeld ook met Nursiman Abdureshid, drieëndertig, die door El País eveneens in Istanboel werd geïnterviewd. Haar familieleden komen voor in politiedossiers van de prefectuur van Kashgar. In de zomer van 2017 hoorde Abdureshid, die toen al twee jaar in Turkije woonde, via een telefoontje van familieleden dat haar vader en jongere broer naar een ‘onderwijsprogramma’ waren gebracht. De oudste van haar broers zat sinds 2016 gevangen wegens een vermeend niet-afbetaalde schuld. Ze werd verzocht niet meer te bellen en kreeg te horen dat haar familie in orde was. In juni 2020 slaagde Abdureshid erin de Chinese ambassade in Turkije te laten bevestigen dat haar familieleden straffen van meer dan tien jaar waren opgelegd. ‘Ik vroeg wat de redenen waren voor hun veroordeling,’ vertelt Abdureshid tijdens het interview, ‘en ik kreeg te horen dat het ging om “verstoring van de openbare orde” en dat ze mogelijk van plan waren terroristische activiteiten te ontplooien.’ Haar vader was een voormalig staatsambtenaar en lid van de CPC. Zij meent dat zijn vertrek uit Xinjiang, samen met dat van haar andere zuster, die in de VS woont, achterdochtig maakte en tot de onderdrukking van haar familie heeft geleid.
In De politiedossiers van Xinjiang bevinden zich ook tientallen foto’s die door de autoriteiten en veiligheidsdiensten zijn gemaakt in het district Tekes, in de prefectuur Illi Kazachstan. Ongeveer dertig van de beelden, gemaakt tussen april 2017 en september 2018, lijken te zijn gemaakt in het heropvoedingscentrum in het district. Het optreden van de officieren in die inrichting, hun bewapening en de manier waarop gevangenen worden behandeld, staan haaks op wat je in een centrum voor beroepsopleiding zou verwachten en ook haaks op publiekelijke berichten uit Beijing.
Martelingen
Op de foto’s worden gedetineerden met kappen over hun hoofd en met handboeien om van de ene plek naar de andere gebracht. Agenten gewapend met stokken zijn meestal etnische Oeigoeren, maar er zijn ook agenten met aanvalsgeweren en oproeruitrusting; dat zijn meestal etnische Han. Volgens de foto’s die in Tekes gemaakt zijn, vinden de verhoren plaats op zogenaamde tijgerstoelen, die volgens Human Rights Watch deel uitmaken van het repertoire van martelwerktuigen dat China gebruikt. Verscheidene reeksen van deze documenten tonen praktijken die in 2017 ook in de zogenoemde Secret China Cables, andere gelekte officiële documenten, aan het licht kwamen. Het gaat om het injecteren van gevangenen, in dit geval van mannen, meestal voor voedselvoorziening of voor analyse. Andere praktijken betreffen de verplichting om dagelijks de doctrine van het kamp te reciteren of in groepen te luisteren naar de propaganda van de lokale autoriteiten.
Naar schatting hebben al een miljoen burgers in deze heropvoedingscentra gezeten, maar dat cijfer zou wel eens zeer conservatief kunnen zijn, blijkens een van de meest onthullende politieke toespraken die door het lek aan het licht zijn gekomen. Het document is een transcriptie van een toespraak die Zhao Kezhi, minister van Openbare Veiligheid, hield tijdens zijn bezoek aan Urumqi op 15 juni 2018 en geclassificeerd als ‘geheim document’. De transcriptie klopt met plaatselijke persberichten en foto’s van de communistische leider gedurende zijn verblijf in de hoofdstad van Xinjiang. Volgens het document sprak Zhao in zijn toespraak van 2 miljoen burgers van Xinjiang die ‘beïnvloed’ waren door ideeën over onafhankelijkheid, en nog eens 2 miljoen mensen die religieuze extremistische gedachten koesterden. Daarmee noemde hij twee van de drie ‘demonen’ die Beijing nadrukkelijk in de as van het kwaad plaatst: terrorisme, separatisme en radicaal islamisme.
De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘
Zhao toont zich verheugd over de stabilisering van Xinjiang dankzij de ‘dreun tegen gewelddadig terrorisme‘ die in werking treedt ‘zodra zij hun gezicht laten zien’. De CPC-minister meldde tijdens zijn toespraak dat twintigduizend ‘terroristen’ waren ‘vernietigd‘, waarbij hij niet specificeerde wie zij waren of wat er met hen is gebeurd. Het aantal is meer dan vijf keer zo groot als het totaal in de voorafgaande tien jaar. Zhao feliciteerde in zijn toespraak ook Chen Quanguo, de algemeen secretaris van de CPC in de regio tussen 2016 en 2021 en leider van de campagne om Xinjiang te ‘stabiliseren’. Diezelfde Chen staat op de Amerikaanse sanctielijst wegens schending van mensenrechten van etnische minderheden in Xinjiang.
Chen was al een rolmodel in Beijing vanwege zijn optreden in Tibet voordat hij in Xinjiang aantrad. Hij wordt beschouwd als het brein achter het hardhandige optreden tegen de Oeigoeren en, in het bijzonder, de wildgroei aan heropvoedingscentra sinds 2017. Chens woorden in de toespraken in De politiedossiers van Xinjiang geven een nauwkeurig beeld van de mate van onderdrukking in deze straf- en detentiecentra. In een van zijn toespraken voor zijn mensen op 28 mei 2017 noemt hij de opsluiting in deze faciliteiten ‘humaan’, alleen al vanwege de airconditioning, de dagelijkse voedselrantsoenen en de mogelijkheid voor gevangenen om bezoek te ontvangen.
‘Eerst doden, dan rapporteren’
Een analyse van de documenten in de uitgelekte Secret China Cables leidde tot de conclusie dat de gebruikelijke duur van detentie in de heropvoedingscentra één jaar was, maar de gezant van Beijing in de regio zette met zijn woorden in mei 2017 vraagtekens bij de vrijlating van enkele gevangenen. ‘Als ze weggaan,’ zei Chen, ‘keren de problemen onmiddellijk terug, dat is de realiteit in Xinjiang.’ In een nieuwe transcriptie van 18 juni 2018 is zijn toon radicaler. ‘Niemand zal ooit plannen moeten smeden om de inrichtingen voor internering aan te vallen,’ verklaarde Chen. ‘Zodra iemand toch een stap in die richting doet, moet vastberaden het vuur worden geopend.’ In diezelfde toespraak, waarin hij herinnerde aan het geweld in Urumqi in 2009, betoogde Chen dat veiligheidstroepen tegen degenen die de wet overtreden moeten optreden onder het motto ‘eerst doden, dan rapporteren‘.
‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen’
De woorden van de algemeen secretaris van de CPC in Xinjiang waren tot vorig jaar niet aan dovemansoren gericht. Verschillende documenten uit het archief, afkomstig uit de computersystemen van de Chinese politie in de regio, laten zien dat de doctrine van Chen een fundamentele pijler in de actieprotocollen is geworden. Bijvoorbeeld als het gaat om ontsnappingspogingen door ‘studenten’ [lees: gevangenen] – een obsessie vanwege Beijings surveillanceparanoia. Een document beschrijft hoe moet worden gehandeld bij een ontsnapping: de plaatselijke autoriteiten moeten worden gewaarschuwd, wegen geblokkeerd en speciale troepen gestuurd. ‘Als de studenten niet luisteren naar de bevelen,’ aldus de instructie, ‘mag de gewapende politie een waarschuwingsschot lossen.’ Volharden ze in hun poging te ontsnappen, dan moet worden geschoten ‘om te doden’.
‘De heropvoedingskampen,’ concludeert Zenz, de academicus die vanwege zijn studie van de Chinese repressie in Xinjiang door de autoriteiten in Beijing op de zwarte lijst is gezet, ‘zijn bedoeld om de hoofden en harten van de Oeigoeren te veranderen, evenals hun cultuur, geschiedenis en Turkse erfenis, met inbegrip van hun religie uit te roeien. Dat alles zodat ze zich compleet aan de Communistische Partij van China zullen overgeven.’
Israël overweegt twee extreemrechtse anti-Arabische groeperingen op zijn lijst van terroristische organisaties te plaatsen. De dag nadat een parade in de hoofdstad ter ere van Jeruzalemdag werd ontsierd door gewelddadig gedrag tegen de Arabische minderheid, zei minister van Defensie Benny Gantz op maandag dat het tijd was ‘om de mogelijkheid te onderzoeken dat groepen zoals La Familia en Lehava’ worden gedefinieerd als ‘terroristen’, bericht The Times of Israel.
La Familia is een groep supporters van de Jeruzalemse voetbalclub Beitar die bekendstaat om zijn gewelddadige en anti-Arabische retoriek, terwijl Lehava een organisatie is tegen ‘rassenvermenging’, die zich laat inspireren door de leer van Meir Kanaha, de stichter van de anti-Arabische Kach-partij. Volgens The Times of Israel werd het geweld van zondag uitvoerig besproken en veroordeeld door de leiders van verschillende Israëlische politieke partijen, maar volledig genegeerd door anderen, met inbegrip van de rechtse Likoed-partij van oud-premier Benjamin Netanyahu.
Ten minste zes universiteiten in vijf staten (Georgia, Maryland, Florida, Louisiana, Delaware) en Washington D.C. waren maandag gedwongen hun campussen tijdelijk te sluiten nadat ze bommeldingen hadden ontvangen. Volgens The Washington Post is dit de tweede keer in één maand dat zwarte universiteiten het doelwit zijn van dergelijke bedreigingen.
In januari jongstleden waren reeds acht instellingen bedreigd. Er werden toen geen explosieven ontdekt. Zogeheten ‘historisch zwarte’ universiteiten zijn campussen die zijn ontstaan na de Burgeroorlog toen Afro-Amerikaanse studenten werden geweerd van witte onderwijsinstellingen.
Een bende online vrouwenhaters in Rusland laat op allerlei duistere kanalen van zich horen. Bellingcat deed onderzoek naar de beweging en legde extreme intimidatie van vrouwen bloot, die helaas in Rusland geen uitzondering is.
In een rechtszaal in Nizjni Novgorod leek op 18 oktober 2021 de toekomst op het spel te staan van een bende online vrouwenhaters die zich in het Russisch Moezjskoje Gosoedarstvo noemt, ofwel Mannelijke Staat. Enkele weken eerder had het Openbaar Ministerie de rechter in die Russische stad gevraagd om een verbod op Mannelijke Staat omdat het een extremistische groepering zou zijn. Met tienduizenden leden ageren ze in Rusland tegen gendergelijkheid en halen ze met hun acties geregeld de voorpagina’s in binnen- en buitenland.
Rechter Anna Belova was niet erg onder de indruk van de verdediging door advocaat Dzjambolat Garabajev. ‘Dit zijn vrouwen die zelf het mannelijk deel van de bevolking in diskrediet wilden brengen,’ luidde zijn reactie op bewezen intimidatiecampagnes tegen vrouwen. Na enkele minuten beraad bepaalde Belova dat Mannelijke Staat moet worden aangemerkt als extremistische organisatie, waardoor de beweging in Rusland geen activiteiten meer mag ontplooien. Naar verluidt wil Mannelijke Staat in beroep gaan.
Het is het sluitstuk van een bijzonder druk jaar voor de beweging. Alleen al in de afgelopen maanden hebben leden diverse winkelketens bekritiseerd en bedreigd vanwege advertenties waarin zwarte fotomodellen figureerden, hebben ze de contactgegevens gepubliceerd van een lid van de feministische protestband Pussy Riot, die vervolgens veel haatmail kreeg, en zouden ze ook bedreigingen hebben gestuurd naar Russische vrouwen die een relatie met niet-Russische mannen hebben.
Die groeiende agressiviteit wekte steeds meer afkeer in delen van de Russische samenleving en dat leidde tot een roep om maatregelen. Het is onduidelijk of de groep in haar huidige vorm kan voortbestaan. Maar hun methode is makkelijk te kopiëren: extreme intimidatie, mede mogelijk gemaakt door sociale media zoals Telegram, die het verwijt krijgen dat ze dit soort haatzaaierij mogelijk maken. Mannelijke Staat heeft alle berichten op zijn Telegramaccount van voor september 2021 onlangs verwijderd. Maar onderzoekers van Bellingcat hadden alles al opgeslagen, ook de berichten uit een besloten groepschat, en daaruit rijst het beeld van een archetypische online groepering voor vrouwenhaat zoals die in Rusland helaas geen uitzondering is.
‘Manosphere’
De groep is opgezet door fitnessfanaat en gesjeesd medicijnenstudent Vladislav Pozdnjakov, die van meet af aan vooral naar publieke erkenning leek te snakken. Volgens zijn voormalige rechterhand Dmitri Popov waren ze aanvankelijk uit op online aandacht en inkomsten uit online advertenties, en merkten ze al snel dat dat het beste lukte met ‘berichten waarin meisjes worden aangepakt’. Vrouwen die ruzie hadden met een lid van Mannelijke Staat, of die iets online hadden gezet wat de groep onwelgevallig was, merkten dat hun foto’s, filmpjes en privégegevens ineens zonder hun toestemming binnen de groep werden gedeeld. Vaak met online intimidatie tot gevolg. Het taalgebruik in de groep staat bol van de stoere praat uit de zogenaamde ’manosphere’, compleet met verhalen over alfa-, beta- en omegamannen die berusten op allang ontkrachte biologische theorieën over diergedrag.
Daarnaast leggen de leden van Mannelijke Staat en hun leider Pozdnjakov ook een bijzondere haat aan de dag jegens Russische vrouwen die een relatie hebben met wat zij zien als niet-witte mannen, met name zwarte mannen. Vrouwenhaat is de kern van hun wereldbeeld, maar het gedachtegoed van Mannelijke Staat is uitgegroeid tot iets wat ze zelf ‘nationaal patriarchaat’ noemen. In naam van dat patriarchaat gaan ze tekeer tegen wat zij zien als de verloedering en degeneratie van Rusland door toedoen van een aantal duidelijke vijanden die uiteenlopen van feministen en lhbt-activisten tot Russen uit Centraal-Azië en de Kaukasus. Die cocktail van extreemrechtse standpunten komt niet uit de lucht vallen.
Een bericht op Telegram van 29 maart 2021 waarin in grove taal de noodzaak wordt beschreven van een ‘nationaal patriarchaat‘ om te voorkomen dat vrouwen schande over Rusland spreken.
Volgens Tanja Lokot, een mediawetenschapper die onderzoek doet naar het Russischtalige internet, zijn de ideeën die Mannelijke Staat aanhangt, zoals vrouwenhaat, homohaat en een diep geloof in traditionele rolpatronen, in het maatschappelijk en politiek debat in Rusland allang genormaliseerd, al worden ze niet altijd zo radicaal verwoord.
In 2017 werden er in verschillende steden cellen van Mannelijke Staat gevormd. Zo ook in Chabarovsk, in het verre oosten van Rusland. Die cel werd geïnfiltreerd door een informant van de Russische veiligheidsdienst FSB. Vier leden van de cel werden in december van dat jaar aangehouden en uiteindelijk veroordeeld voor extremisme. Ondanks mediaberichten dat Pozdnjakov de groep aanstuurde en zijn naam vaak opdook in het onderzoek, is hij nooit voor verhoor opgeroepen. Tijdens het WK voetbal in Rusland in 2018 zette Pozdnjakov foto’s en filmpjes online van Russische vrouwen die volgens hem en zijn volgelingen het land ‘te schande maakten’ door aan te pappen met buitenlanders die naar de wedstrijden kwamen kijken. Daarna werden die vrouwen zowel online als in het echt lastiggevallen en bedreigd. Dat ging de autoriteiten te ver en in september 2018 werd Pozdnjakov aangeklaagd wegens het aanzetten tot vrouwenhaat. Hij kreeg twee jaar voorwaardelijk, maar dat vonnis werd nietig verklaard toen de feiten waarvoor hij was veroordeeld in 2019 deels uit het strafrecht werden gehaald.
‘Vijanden van ons volk’
Pozdnjakov beweert kort daarna Rusland te hebben verlaten. In juli 2020 werd Mannelijke Staat met 160.000 leden in het Verenigd Koninkrijk verboden wegens het aanzetten tot geweld. Daarna verplaatsten ze hun activiteiten naar Telegram, waar een wirwar van kanalen rond Mannelijke Staat en Pozdnjakov ontstond. ‘We hopen dat jullie onze trouwe strijdmakkers worden in de informatieoorlog tegen de vijanden van ons volk,’ schreef Mannelijke Staat in augustus 2021 op zijn Telegramkanaal, bij wijze van welkomstbericht aan de vele nieuwe volgers die waren toegestroomd als gevolg van media-aandacht. ‘Ons doel is het samenbrengen en verenigen van de Slavische volkeren: Russen, Oekraïners en Wit-Russen, Polen en andere Slaven,’ ging de tekst verder. ‘In blanke gezinnen het patriarchaat terugbrengen, want alleen zo kunnen gezinnen orde en welvaart kennen. Moraal en fatsoen in ere herstellen en afrekenen met de onzin die ons wordt opgedrongen door tolerante liberale kletspraat. De geesten van onze kinderen vrijwaren van alle uitingen van lhbt-bagger en andere linkse smetten.’
Het gevaar dat hun extreem vrouwonvriendelijke denkbeelden doorsijpelen in de mainstream kwam in juli 2021 weer naar voren toen Russische activisten beweerden dat er bij een instantie binnen het Russische ministerie van Binnenlandse Zaken sprake is van ‘actieve samenwerking’ met Mannelijke Staat. Een lijst met persoonsgegevens van activisten die Mannelijke Staat publiceerde, en die ertoe leidde dat die activisten werden lastiggevallen, was volgens hen identiek aan een lijst met persoonsgegevens in een rapport van het ministerie. Dat werd opgepikt door het toenmalige parlementslid Oksana Poesjkina, een voormalig tv-presentatrice die van 2016 tot 2021 voor Poetins partij Verenigd Rusland in de Doema zat, maar die zich opvallend profileerde met haar pro-lhbt-standpunten. Zij vroeg het ministerie officieel om opheldering over deze aantijgingen. Het ministerie, wettelijk verplicht om daarop te antwoorden, ontkende alle betrokkenheid.
Een inmiddels verwijderd bericht op het kanaal van Mannelijke Staat van 9 januari 2021, waarin volgelingen wordt verteld dat ‘een vrouw instinctief bij een leider of een dominant iemand wil zijn, niet bij een gelijke’ en nog een feit volgens de groep is dat ‘hoe minder we van een vrouw houden, hoe meer ze van ons houdt’ – dit laatste is mogelijk een verwijzing naar een passage uit Aleksandr Poesjkins Jevgeni Onegin.
‘Zodra een of ander initiatief in Rusland enorm populair wordt, rijst altijd het vermoeden dat de overheid erachter zit. Maar ik weet zeker dat Mannelijke Staat een zelfstandig project was, aangestuurd van bovenaf,’ zegt Aleksandr Verchovski, directeur van het Russische mensenrechtencentrum SOVA, dat nationalisme en vreemdelingenhaat in Rusland in kaart brengt. (SOVA is in Rusland inmiddels aangemerkt als ‘buitenlandse agent’.) ‘Je hebt natuurlijk radicalen die niet gevaarlijk en soms zelfs nuttig zijn voor de autoriteiten, en je hebt kleine splintergroepjes van radicalen die de overheid tot in lengte van dagen kan blijven gedogen,’ zegt Verchovski. Maar Mannelijke Staat viel volgens hem in geen van beide categorieën. ‘Die werd te populair, kreeg te veel leden, en ging te veel over de tong. De beweging kon de regering niet meer tot nut zijn. De regering kan wel maatregelen nemen tegen feministen, maar niet zo openlijk tegen vrouwen in het algemeen, dat zou waanzin zijn. Mannelijke Staat was gewoon te radicaal.’ Wat de politieke motivering van het verbod ook was, het vonnis kwam voor de mensenrechtenactivist niet als een verrassing. ‘Het ging om reële bedreigingen. Ze zetten expliciet aan tot geweld en andere strafbare feiten,’ concludeert hij.
Privékanaal
Nadat Mannelijke Staat in juli 2020 ook in het Verenigd Koninkrijk werd verboden en zich op Telegram vestigde, was het hoofdkanaal, simpelweg Mannelijke Staat geheten, aanvankelijk openbaar toegankelijk. Maar in augustus 2021 werd het een privékanaal: je kunt er alleen op uitnodiging lid van worden via een speciale link en het is niet zichtbaar in de openbare zoekresultaten op Telegram. Maar de inhoud van het kanaal, inclusief verwijderde berichten, kon in oktober 2021 nog steeds worden bekeken en geanalyseerd via sites zoals telemetr.io. Van circa 27.000 in januari 2021 groeide het aantal abonnees eerst gestaag tot 29.000 in mei 2021. Maar in de zomer vertoonde die groei een sterke piek als gevolg van de publiciteit die enkele haatcampagnes met zich meebrachten. In augustus telde het kanaal al 40.000 abonnees, en begin oktober 46.000. Daarnaast is er ook nog een besloten groepschat, met in oktober 2021 bijna 2300 leden, waarop duizenden berichten per dag worden uitgewisseld.
De naam van de groep werd een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’
Nadat Mannelijke Staat in Rusland in opspraak kwam en er pogingen werden ondernomen om de groep te verbieden, verloren ze in het najaar van 2021 ruim honderd abonnees. Dat ontlokte aan het kanaal een woedende reactie in de vorm van een beledigend bericht aan de groepsverlaters, dat inmiddels weer is verwijderd. In oktober 2021 verwijderde Mannelijke Staat bijna al zijn oude berichten op het kanaal: van vóór september 2021 is er niets meer te lezen. In de uren nadat de groepering op 18 oktober door de Russische rechter werd verboden, werden ook de profielfoto en de naam van de groep een aantal keer veranderd, in ‘Mannelijke kracht’, ‘Mannelijk pad’ en ‘Mannenlegioen’. In de 24 uur na het vonnis haakten er weer ruim 1500 abonnees af en vervolgens verwijderde het kanaal alle berichten van vóór 17 oktober, dus de dag voor de uitspraak.
Maar Mannelijke Staat is meer dan alleen het officiële Telegramkanaal dat tot voor kort die naam droeg en waarvan Pozdnjakov overigens onlangs ontkende dat hij het beheert. Zijn persoonlijke kanaal, dat hij in 2017 begon, bleek nog veel populairder dan dat van zijn beweging. In januari 2021 had hij daar zo’n 82.000 abonnees en dat aantal groeide eerst vrij langzaam verder, in juli 2021 had hij er 83.000, tot het in augustus 2021, op het hoogtepunt van diverse haatcampagnes van Mannelijke Staat, ineens piekte tot bijna 100.000. Net als bij Mannelijke Staat besloot Pozdnjakov er een gesloten kanaal van te maken omdat Apple en Google het in de ban dreigden te doen, waardoor het niet meer toegankelijk zou zijn op apps uit de App Store en de Google Play Store. In oktober 2021 was het zover, en die maand verwees Pozdnjakov zijn abonnees door naar zijn backup-kanaal. Half oktober had dit kanaal, zijn nieuwe hoofdplatform, alweer meer dan 63.000 abonnees. Daarna heeft hij nog een ander backup-kanaal opgezet, dat binnen één dag meteen 17.000 abonnees had. En zijn oorspronkelijke kanaal is ook nog steeds toegankelijk voor wie de Telegram-app niet downloadt uit de appstores van Apple of Google. Pozdnjakov heeft zijn volgelingen een handleiding gegeven voor hoe ze op die app toegang kunnen houden tot zijn oorspronkelijke kanaal, een kanaal waarop hij beloofd heeft binnenkort ‘aanvallen’ te gaan organiseren.
Pozdnjakovs andere hoofdkanaal heet Boetylka (fles), met als openbare naam butylka1488: een getal met symboolwaarde in neonazikringen. Dit in juli 2020 aangemaakte kanaal had in januari 2021 al zo’n 45.000 abonnees, onderging in juli en augustus dezelfde groeispurt als andere aan Mannelijke Staat gelieerde kanalen en bereikte in oktober 2021 een piek van 60.000 abonnees. Nog weer een ander en kleiner aan Pozdnjakov gelinkt Telegramkanaal is NAP (‘Nationalism and Patriarchy’) dat is opgericht in oktober 2020 en dat een jaar later 9100 abonnees telde. Daarnaast heeft Pozdnjakov nog een persoonlijk kanaal dat vooral gericht is op fitness; dat telde in oktober 2021 zo’n 32.000 abonnees.
Een typisch bericht op Telegram van de groep in september waarin zij lhbt, feminisme en ‘kinderlozen’ gelijkstelt aan extremisme. Geen kinderen krijgen is volgens hen een ideologische stellingname die moet worden bestreden.
Als je de berichten op al die Telegramkanalen leest, daal je af in de donkerste krochten van het Russischtalige internet. Het is één lange aaneenschakeling van scheldpartijen, tegen vrouwen, tegen lhbt’ers, tegen leden van minderheden en tegen iedereen die als vijand van de groep wordt beschouwd. De groepsleden kramen allerlei racistische en andere discriminerende taal uit tegen iedereen die zij als niet-wit beschouwen. Vooral mensen uit de Kaukasus en Centraal-Azië en mensen van Afrikaanse afkomst krijgen de grofste verwensingen naar het hoofd geslingerd. Alle praatjes over ‘Slavische eenheid’ ten spijt worden ook Oekraïners niet gespaard. En het is niet moeilijk om antisemitische teksten te vinden op de kanalen en in de chatgroepen.
Het gedrag van Mannelijke Staat op Telegram in september en oktober 2021 lijkt erop te wijzen dat de groepering zich zorgen maakt over haar toekomst en al voorzag dat ze mogelijk als extremistische groep zou worden aangemerkt. Pozdnjakov heeft er zelfs afstand van proberen te nemen door te beweren dat hij al ruim een jaar niet meer aan het hoofd staat. Toch riep hij zijn volgelingen in oktober 2021 nog op om ‘een maandje wat minder aanvallen uit te voeren zodat de storm wat gaat liggen’ en beloofde hij op zoek te gaan naar nieuwe geldbronnen.
Pavel Doerov, de topman van Telegram, weigerde vorige maand nog het kanaal te verbieden. Volgens hem ontbraken daarvoor de juridische gronden. Terwijl diezelfde Doerov enkele weken eerder wel sommige Telegrambots verboden had, zoals de ‘Smart Voting’-chatbot van de aanhangers van de gevangengezette oppositieleider Aleksej Navalny. Volgens Doerov werd hij daartoe gedwongen door Apple en Google, die eerder ook al het omstreden besluit hadden genomen de Smart Voting-app uit hun appstore te halen.
In augustus 2020 werd een vrouwelijke blogger op straat in haar gezicht geslagen door een man die zei dat ze dat verdiende omdat ze ‘schunnige video’s’ had gepost. Pozdnjakov merkte later op dat de belager geabonneerd was op zijn Telegramkanaal. Toen de Russische sushiketen Yobidoyobi in augustus 2021 adverteerde met foto’s waarop zwarte fotomodellen te zien waren, zette hij zijn volgelingen tot actie aan. Hij zette in zijn teksten driedubbele haken om de naam van het bedrijf (antisemitische codetaal om aan te geven dat iemand van Joodse afkomst is) en spoorde zijn lezers aan Yobidoyobi met nepbestellingen te bestoken en excuses en intrekking van de advertenties te eisen. De eigenaar van het bedrijf werd bedreigd, en nadat Pozdnjakov de contactgegevens van de modellen in de advertentie had gepubliceerd, ontvingen ook zij bedreigingen. Verder werd de website van het bedrijf gehackt. Uiteindelijk verontschuldigde Yobidoyobi zich ervoor dat ‘het publiek’ aanstoot had genomen aan hun advertenties. Vervolgens nam Mannelijke Staat een andere sushiketen op de korrel, Tanuki, omdat die steun had betuigd aan Yobidoyobi. Dat resulteerde niet alleen in een stortvloed aan haatmail, bedreigingen en pogingen om de website van het bedrijf uit de lucht te halen, maar de filialen van Tanuki in Moskou ontvingen zelfs bommeldingen, waarvan Pozdnjakov zich trachtte te distantiëren. Maar Tanuki bond niet in en schreef op Instagram dat er altijd ‘leden van verschillende geloven, nationaliteiten, rassen en oriëntaties’ in hun advertenties zouden staan.
Ook Aljona Sjvets, een van de populairste vrouwelijke muzikanten in Rusland, werd mikpunt voor Pozdnjakov en zijn Mannelijke Staat. In juni 2021 spoorde hij zijn volgelingen aan om vanwege vermeende ‘lhbt-propaganda’ in haar muziek aangifte tegen haar te doen bij de afdeling van het departement van Binnenlandse Zaken dat verantwoordelijk is voor de strijd tegen extremisme. Dit is hetzelfde departement dat er door activisten van wordt beticht met Mannelijke Staat samen te werken. Pozdnjakov jutte zijn volgers op om te proberen haar aankomende concert in de stad Astrachan geannuleerd te krijgen. En dat lukte.
Online vrouwenhaat
Er zijn nog veel meer gevallen bekend van vrouwen die door Mannelijke Staat zijn belaagd, geïntimideerd en bedreigd. ‘Eerst haalde ik er mijn schouders over op,’ vertelde een vrouw die anoniem wilde blijven aan journalist Anton Danilov van Wonderzine. ‘Maar toen kwam ik erachter dat Pozdnjakov zijn abonnees opjut om hun slachtoffers ook echt op te zoeken. En toen begon ik het eng te vinden. Het is eng omdat je niet weet hoe ver die lui willen gaan om Pozdnjakov te behagen.’
Wat de slachtoffers van Mannelijke Staat en vergelijkbare groeperingen over zich heen krijgen, kun je niet afdoen als ‘alleen maar’ online pestgedrag, zo waarschuwen deskundigen. ‘Er is geen harde grens, geen simpele schakelaar die je omzet waardoor online intimidatie ineens omslaat in fysieke intimidatie,’ zegt Nina Jankowicz, onderzoeker aan het Wilson Center, die binnenkort een boek publiceert over online vrouwenhaat. ‘Online intimidatie en scheldpartijen zijn bedoeld om vrouwen offline te houden en te voorkomen dat ze meedoen aan het openbaar debat.’
Hoewel Pozdnjakov zelf beweert dat hij niets meer met Mannelijke Staat te maken heeft, wordt hij alom nog als de leider van de beweging beschouwd. Als je de Russische media moet geloven, bevindt hij zich nu in Polen, of in Duitsland, of op Noord-Cyprus. Maar over dat soort zaken heeft hij wel vaker gelogen. In september 2021 gaf hij bijvoorbeeld toe dat het verhaal over zijn arrestatie aan de grens met Azerbeidzjan een verzinsel was. En in juni 2020 zette hij zelfs zijn eigen dood in scène bij wijze van publiciteitsstunt, zoals hij later toegaf. Bellingcat wilde hij niet te woord staan. ‘Met zulke vragen hoepel je maar op,’ kregen we binnen tien minuten te horen nadat we hem via Telegram een lijstje vragen hadden gestuurd.
‘Wat betekent het om een organisatie te verbieden wanneer er geen organisatie als zodanig bestaat? Als er geen kantoor of bankrekening is die je kunt sluiten?’ vraagt Verchovski van SOVA zich af. Toch denkt hij dat de vrees voor vervolging op grond van de strenge Russische wetgeving tegen extremisme de leden ervan kan weerhouden door te gaan met Mannelijke Staat. Maar de denkbeelden van de groepering blijven bestaan, waarschuwt hij. ‘Mannelijke Staat zal wel een langzame dood sterven. Maar dit zijn populaire denkbeelden en er zijn aantoonbaar effectieve methoden om ze te verspreiden,’ zegt Verchovski. ‘Er is niet veel voor nodig om een Telegramkanaal aan te maken, dat kan iedereen.’
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.