Door de explosieve stijging van de kerosineprijzen en de vrees voor tekorten schieten de prijzen van vliegtickets omhoog. Nu luchtvaartmaatschappijen een deel van hun vluchten voor mei en juni annuleren, vrezen vakantiegangers dat hun plannen in duigen vallen. Wat staat ons deze zomer te wachten?
Wat is er aan de hand?
‘Kerosinecrisis: een lijst met luchtvaartmaatschappijen die te maken hebben met vluchtannuleringen en tariefverhogingen’, kopt het Britse dagblad The Independent op 27 april. Het artikel bespreekt de maatregelen van 46 maatschappijen, van Aegean Airlines tot AirAsia X en van Air India tot Air Canada. In Frankrijk kondigde budgetmaatschappij Transavia op zondag 26 april aan bepaalde vluchten in mei en juni te schrappen, onder verwijzing naar ‘de gevolgen van de huidige geopolitieke situatie in het Midden-Oosten voor de prijs van vliegtuigbrandstof’.
Hoewel Transavia heeft aangegeven dat de annuleringen ‘minder dan 2 procent van de vluchten in de periode mei-juni’ betreffen, ligt dat percentage bij andere maatschappijen veel hoger. In Duitsland ‘schrapt Lufthansa sinds maandag 20 april dagelijks meer dan honderd korte vluchten binnen Europa’, meldt de Duitse omroep ZDF. De luchtvaartmaatschappij heeft zo meer dan twintigduizend vluchten geschrapt, met name naar bepaalde luchthavens in Polen, Noorwegen en Ierland, om ‘meer dan veertigduizend ton kerosine te besparen’.
‘Reizigers moeten rekening houden met het risico dat ze vast komen te zitten op hun bestemming’
De crisis rond de Straat van Hormuz, een strategische doorgang die nog altijd wordt geblokkeerd als reactie op de Israëlisch-Amerikaanse oorlog, voedt de vrees voor een kerosinetekort. Het Internationaal Energieagentschap heeft gewaarschuwd dat Europa minder dan zes weken aan reserves heeft. De vereniging Airlines for Europe, die zestien maatschappijen verenigt, waaronder KLM en Ryanair, heeft Brussel gevraagd om ‘noodsteunmaatregelen’ te nemen.
Ook in China wordt de bevolking overrompeld door vluchtannuleringen in de aanloop naar 1 mei, de zogenaamde ‘gouden week’, waarop de zomervakantie begint. ‘Met een stijging van 75 procent in de kerosineprijs wordt het voor luchtvaartmaatschappijen onmogelijk om op dezelfde schaal te blijven vliegen’, schrijft Jingji Guancha Bao in de Chinese krant The Economic Observer.
Volgens luchtvaartexpert Hansjörg Egger, geciteerd door de Zwitserse krantBlick, ‘moeten reizigers rekening houden met het risico dat ze vast komen te zitten op hun bestemming of meer moeten betalen voor hun terugvlucht’. Voor wie toch wil reizen, adviseert Nancy McGehee, hoogleraar hospitality- en toerismemanagement aan de Virginia Tech, om tussenstops te vermijden en waar mogelijk voor rechtstreekse vluchten te kiezen. Door de vele annuleringen is het namelijk niet altijd eenvoudig om een gemiste aansluiting op te vangen, aldus CNN.
Welke alternatieven zijn er?
Eind maart gaf het Amerikaanse mediumBusiness Insider al verschillende voorbeelden van gezinnen die om diverse redenen hun reisplannen naar het buitenland hadden laten gaan. Zo verruilde de familie Crooks hun oorspronkelijke bestemming Cancún – vanwege het toenemende geweld in Mexico afgelopen februari – voor een reis naar Hawaï, al is ook die inmiddels onzeker geworden.
Verwijzend naar de stijgende kerosineprijzen constateert de nieuwssite dat ‘het moeilijke tijden zijn voor wie een reis wil plannen’. De internationale context ‘heeft de onzekerheid nog een stapje verder opgedreven voor consumenten en werknemers die al bezorgd waren vanwege de inflatie, de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en het risico op een economische recessie’.
‘Wanneer er onzekerheid heerst, is er iets geruststellends aan het idee dat je niet te ver van huis gaat’
Sommige Amerikaanse vakantiegangers kiezen daarom voor ‘vakanties dicht bij huis’, meldt Business Insider. ‘Wanneer er wereldwijd onzekerheid heerst, is er iets geruststellends aan het idee dat je niet te ver van huis gaat.’ Daarnaast wijst de website op nog een ander voordeel: elf Amerikaanse steden organiseren WK-wedstrijden, met kaartjes die misschien wel goedkoper zijn dan vliegtickets naar Europa. Dat brengt Business Insider tot de vraag of 2026 de zomer van de staycation wordt.
Ook in het Verenigd Koninkrijk lijkt de staycation populair, aldus CNN. De familiehotelketen Butlins meldde een ‘aanzienlijke’ toename in de vraag naar binnenlandse vakanties, een ontwikkeling die volgens CEO Jon Hendry Pickup ‘door het conflict is aangewakkerd’. Bovendien is het aantal vakanties buiten het hoogseizoen met 40 procent gestegen ten opzichte van vorig jaar.
Daarnaast zoeken steeds meer mensen naar alternatieve vervoermiddelen. Zelfs in de Verenigde Staten, waar veel binnenlandse vluchten zijn, groeit de belangstelling. Zo adviseert The Minnesota Star Tribune om gebruik te maken van de beroemde Greyhound-bussen die Noord-Amerikaanse steden met elkaar verbinden, maar ook van Flixbus, of van de ‘zeer populaire’ Borealis-trein van Amtrak – die rijdt tussen Chicago (Illinois) en Saint Paul (Minnesota). ‘Andere voordelen: je hoeft niet twee uur van tevoren op het station te zijn voor de veiligheidscontroles, en eenmaal aan boord kun je je vrij bewegen.’
Wat betekent dit voor de sector?
Hoewel veel reizigers deze zomer wellicht met teleurstelling en onzekerheid te maken krijgen, vreest Dan Akins, een econoom bij het luchtvaartadviesbureau Flightpath Economics, dat het mogelijk een zware klap zal betekenen voor economieën die afhankelijk zijn van het toerisme. ‘Een lagere vraag naar vliegreizen en benzine heeft gevolgen voor hotels, tankstations en restaurants’, legt hij uit aan CNN. ‘De hele toeristische keten wordt geraakt.’
Dan Akins waarschuwt dat de economische gevolgen van het conflict nog enkele jaren kunnen aanhouden
Akins waarschuwt dat de economische gevolgen van het conflict nog enkele jaren kunnen aanhouden. ‘We hebben nog nooit te maken gehad met een dergelijke aanbodschok’, zegt hij over de brandstoftekorten. ‘Niemand was er echt op voorbereid.’
The Brussels Times ziet het brandstoftekort daarentegen als kans om te groeien. ‘De luchtvaart is momenteel een van de weinige sectoren die nog geen grote stap voorwaarts in de energietransitie heeft gezet’, schrijft het blad. Andere grote vervuilers, zoals het wegvervoer en de scheepvaart, zijn al verder in hun verduurzaming.
De Europese vliegtuigbouwer Airbus schrapte rond de pandemie zijn programma voor elektrische vliegtuigen en het vooruitzicht op vliegen op pure waterstof wordt nog altijd gezien als iets voor de verre toekomst. Dat komt onder andere doordat duurzame alternatieven erg duur zijn en nog altijd beperkt schaalbaar, maar de krant is hoopvol: ‘Deze crisis zou dat proces kunnen versnellen. Misschien wordt 2026 wel het jaar waarin de luchtvaart een grote sprong voorwaarts maakt.’
Er is een nieuwe reistrend in opkomst, de microvakantie: korte trips van twee tot vier dagen die de manier veranderen waarop mensen vakantie vieren. Reizigers houden al tientallen jaren microvakanties, maar de populariteit van deze korte uitstapjes is de laatste jaren enorm toegenomen, meldt de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Microvakanties zijn niet hetzelfde als weekendjes weg. Veel reizigers beschrijven een microvakantie als een reis naar een nieuw land in plaats van een vertrouwde bestemming, een reis met een thematische focus – cultuur, fietsen, eten, wellness – en een intensiteit die verdieping vooropstelt.
‘Een microvakantie is ontworpen om aan te voelen als een vakantie, maar dan binnen een beperkt tijdsbestek. Het is tijd die je bewust gebruikt, en dat onderscheid spreekt hedendaagse reizigers aan,’ aldus Clarissa Cappelletti, manager bij WeRoad, een Europees groepsreisbureau.
Reisorganisaties spelen hierop in. In oktober 2025 introduceerde Intrepid Travel de categorie ‘korte vakanties’: reisroutes van vier tot zes dagen, gericht op mensen met ‘weinig tijd, maar veel avonturisme’.
Microvakanties zijn deels een reactie op het beperkte aantal betaalde vrije dagen en krappere budgetten. Kortere vakanties zijn gemakkelijker te plannen en leiden minder snel tot een overvolle mailbox. Steeds vaker gebruiken reizigers kortere vakanties om meer van de wereld te zien in behapbare, herhaalbare porties, in plaats van al het plezier te bewaren voor één jaarlijkse vakantie.
Mensen laten hun auto vaker staan of doen hem zelfs weg
Burgemeester Patrice Vergriete beloofde tijdens zijn verkiezingscampagne in 2014 dat Duinkerken de grootste stad in Frankrijk zou worden waar de OV-tarieven zouden worden afgeschaft. Tegenwoordig rijden er zo’n 150 gratis voertuigen door de stad en de omgeving, waardoor 200.000 inwoners gratis toegang hebben tot achttien routes, schrijft Reasons to be cheerful.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
In Duinkerken duurde het vier jaar – van 2014 tot 2018 – voordat de plannen daadwerkelijk van start gingen. Eerst maakten de autoriteiten het programma bekend via de media en op straat, voerden ze enquêtes uit onder de inwoners, vereenvoudigden en herwerkten ze de dienstregelingen, verbeterden ze de kwaliteit van de voertuigen, verplaatsten ze bushaltes en breidden ze het wagenpark uit. In 2015 introduceerden ze gratis reizen in het weekend als proefperiode, voordat de lijndienst in september 2018 zeven dagen per week werd ingevoerd.
De autoriteiten maken de bussen dagelijks schoon en een kapotte stoel wordt binnen een dag vervangen. Op elke route moest elke 10 minuten een bus rijden. Met smartphone-apps kunnen passagiers checken waar de bus zich bevindt en hoe vol deze is.
Een onderzoek uit 2019 wees uit dat als gevolg van dit OV-beleid inwoners vaker naar het stadscentrum reizen, ongeveer de helft van de nieuwe busreizigers de auto vaker laat staan en de aantrekkelijkheid en het imago van de stad zijn verbeterd. Blijkens onderzoek uit 2021 doen steeds meer jongeren hun auto van de hand, waardoor het gebruik van de parkeerterreinen in de stad met 30 procent is afgenomen.
Frankrijk is echter zeker niet het enige land dat gratis OV heeft ingevoerd. De Estse hoofdstad Tallinn introduceerde in 2013 gratis OV voor haar inwoners en Luxemburg werd in 2020 het eerste land ter wereld waar al het OV gratis is (met uitzondering van de eerste klas in de trein).
Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.
Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.
De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.
De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.
Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”
Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.
Gewoontjes
Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.
Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.
Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.
‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’
‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.
Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.
‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson. Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.
Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.
Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.
‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’
Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.
De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.
‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’
Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.
‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’
Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.
Geprikkeld en uitgedaagd
Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.
Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.
We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’
‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’
De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’
Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Bezos en Lauren Sánchez.’ Het stel vierde hun bruiloft door in Venetië een week lang te feesten op Koru, hun superjacht van 500 miljoen dollar.
Charles, die voormalig VS-president George Bush en zangeres Mariah Carey onder haar klanten mag rekenen, biedt reizen op maat aan waarmee men volledig off the grid kan gaan. ‘We hoeven niet naar Mount Everest om iets speciaals te creëren.’ Of naar Venetië in een superjacht.
‘Met de juiste gidsen kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet- ontdekkingsreizigers’
Mackay-Lewis en Carroll merken op dat verbeteringen op het gebied van veiligheid het misschien nog niet makkelijk, maar zeker praktischer maken om vrijwel ieder avontuur aan te gaan – behalve dan naar de maan reizen, maar ook dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.
Mackay-Lewis, die op een foto op de Pelorus-website hand in poot staat afgebeeld met een wolf, zegt: ‘Met de juiste gidsen en voorbereiding kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet-ontdekkingsreizigers en niet-extreme reizigers.’
Zo is het vandaag de dag mogelijk om vier actieve vulkanen in Nicaragua te beklimmen binnen 24 uur, een prestatie die Carroll de ‘Le Mans 24-hour challenge’ noemt, ‘maar dan met vulkanen in plaats van auto’s. Het gaat om een van de minst bezochte en toch een van de mooiste plekken op aarde, met actieve lavavelden.’
82.000 euro
Voor degenen die na deze uitdaging wat willen ontspannen, organiseert Pelorus een uitstapje van een paar dagen naar het privé-eiland Calala, naast de kust van Nicaragua, waar diëtisten, wellness- en herstelexperts beschikbaar zijn. Een avontuur van acht dagen, inclusief de challenge van 24 uur en een week op het eiland, kost vanaf 95.000 dollar (ongeveer 82.000 euro) per persoon, uitgaande van een groep van vier personen.
Naast veiligheid speelt voldoening een grote rol. Toen een rijke familie een reis naar de Noordpool aanvroeg, organiseerde Pelorus een pakket met genoeg activiteiten om een hele David Attenborough-documentaire mee te vullen, inclusief pinguïns voor de kleuters, een gletsjerwandeling voor de grootouders en een ijsbeersafari op een Zodiacboot voor het hele gezelschap. Lunch werd geserveerd op de rand van een ijskap, op een grote tafel geflankeerd door met bont beklede stoelen.
Reizen naar de noordelijkste plek op aarde zijn niet ongewoon voor Pelorus, wiens reizen op een luxejacht rondom Spitsbergen vanaf 20.000 dollar per persoon (exclusief vlucht) worden aangeboden. Degenen die voet aan wal willen zetten op de Noordpool kunnen eventueel met een OceanSky-schip op reis, waar, als ze weer terug aan boord zijn, de klanten worden vergast op sterrendiner.
Zijn dit soort extreme reisjes het geld waard, al maken ze maar een klein deukje in de portemonnee van de een- procenter? ‘Honderd procent!’ zegt Mackay-Lewis terwijl hij de zoveelste flinke cheque incasseert. Hij wijst ons op de benodigde creativiteit om uit te blinken op de reismarkt.
‘Als ze naar een normaal luxueus reisbureau gaan en zeggen: “Ik wil naar Namibië,” staat ze waarschijnlijk een standaardrondreis te maken. Er zit geen verhaal achter. Er is geen echte onderdompeling bij inheemse gemeenschappen en geen aandacht voor natuurbehoud.’
Donaties
Cookson beaamt dat maatschappelijke baten op langere termijn een krachtige prikkel zijn voor luxpeditionisten. Hij wijst erop dat na zulke avonturen de donaties snel volgen – of het nu gaat om weeshuizen, de filantropische stichtingen van de reisorganisaties of om hoge toegangs-/permit-fees voor ‘onbereikbare’ locaties die als donatie worden gepresenteerd.
Om het Bhutaanse Koninklijke Park Manas te mogen bezoeken, waar men naar de bedreigde Bengaalse tijger en de Aziatische olifant op zoek gaat, of om op nieuwe routes in het heuvelgebied van het Himalayagebergte te wandelen, moeten Cooksons klanten een lokale ngo, school of conservatieproject steunen – bovenop de standaardprijs van 250.000 voor de tiendaagse reis. ‘Het koninklijk huis van Bhutan staat erop dat groepsreizen een duidelijk doel hebben en een bijdrage leveren aan het land,’ legt Cookson uit.
Zelf doet hij daar graag nog een schepje bovenop. ‘We hebben plannen om een uniek en nooit eerder vertoond eco-kamp te stichten op een prachtige plek in Groenland, een bestemming waar we steeds meer organiseren,’ zegt hij. Het gebied ontwikkelt momenteel een internationale toerismesector – zo werd er vorig jaar een nieuw vliegveld geopend, met nog twee in het vooruitzicht.
Niet alle welgestelde vakantieaanbieders hebben echter de duurzaamheidsboodschap meegekregen. ‘Sommigen lijkt het helemaal niets te kunnen schelen,’ aldus Mackay-Lewis. Dus ‘rekent Pelorus het door aan de klant’, met een extra ‘planeetrekening’ op elke factuur, en een heffing van 1 procent voor natuurbehoud.
Luxpeditionisten moeten er van hen aan geloven – of hun miljoenenbudget voor avonturen ergens anders besteden.
Protesten tegen overtoerisme nemen toe, en toch blijft de vraag naar goedkope reizen en verre bestemmingen groeien. Hoe kun je op vakantie gaan zonder deel van het probleem te worden?
Sinds 2019 gaat het vaak over ‘vliegschaamte’; het ongemak wanneer je in een vliegtuig stapt terwijl je je bewust bent van de CO₂-uitstoot die dit met zich meebrengt. Treinen en boten wonnen als vervoermiddel aan populariteit en de vliegbranche leek zelfs gevaar te lopen omdat het aantal passagiers op zakelijke reizen bleef dalen. Cijfers als die uit Spanje – 222 miljoen gebruikers van de luchthavens in 2018 tegenover 236 miljoen in 2023 – laten echter zien dat het ecologisch bewustzijn bij de burger nog altijd minder groot is dan hun wens de wereld te verkennen.
Massatoerisme is niets nieuws, maar concentreerde deze bedrijfstak zich eerst op bepaalde gebieden die erop in waren gespeeld, zoals de Spaanse stad Benidorm, inmiddels dreigt het alles op te slokken. Met de groeiende impact ervan heeft het idee postgevat dat, in de woorden van antropoloog en ecoloog Emilio Santiago, ‘onze beschaving aan toerisme ten gronde gaat’.
Als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe
In 2019 waren protesten als die op de Canarische eilanden in mei en die van 28 juni 2024 in Malaga moeilijk voorstelbaar, waarbij milieukwesties werden gekoppeld aan de woningnood en de uitzichtloze situatie van de jongeren. Maar ook die uitgebuite jongeren willen in het hoogseizoen, als ze vakantie hebben, even van omgeving veranderen en als ze het zich kunnen permitteren liefst ergens ver weg uitrusten of nieuwe omgevingen verkennen. Oftewel: zelf in een toerist veranderen.
Juist daarom is het van belang om, net als bij de mode-industrie of de grote techbedrijven die onze data beheren, kritisch te kijken naar de vraag in hoeverre we willen deelnemen aan deze sector. En of we het ons wel kunnen permitteren dat niet te doen. Want als het gaat om verzet tegen misstanden in de consumptiemaatschappij, is je onttrekken vaak een vorm van luxe.
Van schuld naar het zoeken van alternatieven
‘Een van de potsierlijkste privileges die het neoliberalisme in stand houdt, is het weekendje weg. Op zulke dagen krijgen de technische structuren van de kapitalistische samenleving even vrij spel – en dat uit zich in een van haar troosteloze uitwassen: feesten, drinken, een beetje seks’, schrijft Emilio Santiago in zijn recente essay ‘Psychogeografie van nabij; poëtische wandelingen tegen de toeristische dwang’. Toch stelt de ecoloog even later ook dat wie toerisme om morele redenen afwijst en denkt het te bestrijden door simpelweg de ongemakkelijke waarheid over de sociale en ecologische schade te onthullen, onherroepelijk op een politiek fiasco afstevent.
Mogelijk helpt ‘vliegschaamte’ om de minderheid die verantwoordelijk is voor de meeste vluchten (in Frankrijk bedient 50 procent van de vluchten 2 procent van de bevolking) een schuldgevoel te bezorgen zodat ze enkele van hun verplaatsingen heroverwegen, maar het is niet erg effectief – en ook niet eerlijk – om een beroep te doen op de meerderheid van de bevolking. Al in 2001 stelde de VN een Mondiale Morele Code voor het Toerisme op met tien punten om het toerisme te veranderen in een activiteit die het milieu respecteert en bovendien de landen van bestemming ten goede komt. Maar deskundigen zijn het erover eens dat het verschijnsel eerder samenhangt met grote zakelijke en politieke belangen dan met het gedrag van de individuele toerist.
Heeft het dan zin je af te vragen of je goed bezig bent op het moment dat je een vakantie plant? Bestaat er, naast die universele code van de VN, een richtlijn die ons als individu kan begeleiden wanneer we toerist worden?
Toeristen die onder toerisme lijden
‘Het toerismeis als een inktvis die zijn armen naar alle kanten uitstrekt,’ verzucht Juan Luis Toboso, curator en docent, die heeft gezien hoe Porto, de stad waar hij al ruim tien jaar woont, in korte tijd is veranderd. ‘Een van de vervelendste ervaringen wat mij betreft is dat deze stad ineens verschillende ritmes heeft. Die waren er altijd al wel voor degenen die de publieke ruimte innemen: je hebt nachtwerkers, kinderen die naar school gaan, vroege joggers… Maar er kwam een moment dat wij, die door de stad bewogen om ons steentje bij te dragen, werden gedomineerd door groepjes mensen met een ander ritme; dat van de grote menigte toeristen (dat zich op zijn beurt laat opsplitsen: dat van de senioren, dat van de feestgangers, dat van de wandelaars). Zoals wanneer je ’s avonds nog wat boodschappen wilt doen en je kunt er niet langs omdat de stoep vol staat met een groep sangríadrinkers.’
Wat doet Toboso als hij zelf wil ontsnappen uit zijn ‘gekoloniseerde stad’? ‘Het valt niet mee om aan het toerisme te ontkomen, maar er zijn wel wat methodes,’ antwoordt hij. ‘Zo houd ik ervan om op vakantie vrienden te bezoeken. Ik zoek mensen op die al een tijd in een bepaalde stad wonen en probeer dan lokale producten te kopen en naar gewone cafés te gaan, niet naar trendy gelegenheden, en zo de meute en het toeristisch circuit te ontvluchten. Maar dat maakt natuurlijk dat die plekken op een gegeven moment misschien ook toeristisch worden. Een van de oorzaken van het probleem is onze obsessie om alles te posten. Als ik ergens lekker eet vertel ik het niet meer door aan vrienden van vrienden, want ik wil niet dat ze daarheen gaan, foto’s maken en zo het balletje aan het rollen brengen. Ik neem je straks mee naar een geweldig restaurant, maar vertel het niet verder! En ik zal niet toestaan dat je een foto neemt,’ waarschuwt hij.
‘Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn’
Fotograaf en cineast Raquel Agea is in Benidorm geboren en getogen. Ze vertelt dat opgroeien in een stad die zo sterk op toerisme gericht was, haar bewust heeft gemaakt van problemen die voor bezoekers vaak onzichtbaar blijven. Zo vraagt ze zich constant af of toerisme ook eerlijk kan zijn voor zowel werknemers als ecosystemen. ‘Ook als consument zou ik heel graag het antwoord op die vraag hebben. Ik denk dat als mensen minder egoïstisch en inhalig waren, de algemene ervaring anders zou zijn,’ merkt ze op. Ook zij ziet niet af van reizen, maar probeert het zo duurzaam mogelijk te doen. ‘Normaal gesproken passen de toeristische plaatsen zich uiteindelijk aan de bezoekers aan. Mijn insteek is precies andersom: ik wil zo’n plek als toerist en bezoeker benaderen vanuit respect, aandacht, liefde.’
Overigens beseft Agea heel goed dat het begrip ‘verantwoordelijk toerisme’ – net als veel andere termen omtrent onthaasting en duurzaamheid – ongemerkt iets elitairs kan krijgen. Terwijl we het hier hebben over iets dat in wezen nog altijd een recht is. Vergelijk het met situaties waarin we, ondanks beter weten, toch voor de minst duurzame optie kiezen, simpelweg omdat dat is wat we ons kunnen veroorloven. ‘Alles is terug te brengen tot de economische klasse waartoe je behoort: als je geen geld en tijd hebt, kies je uiteindelijk voor de makkelijkste en snelste weg. En die ene keer per jaar dat je kunt reizen, hoef je je voor je gevoel niet zo druk te maken over duurzaamheid.’
Tegenstrijdigheden
Net als elke andere bedrijfstak roept het toerisme tegenstrijdige gevoelens op waar je niet zomaar omheen kunt, zeker wanneer er bijvoorbeeld wordt gestunt met goedkope aanbiedingen. Je kunt proberen je persoonlijke impact te beperken, je CO₂-voetafdruk meten of je aansluiten bij platforms die streven naar politieke en economische verandering. Maar zolang het systeem niet fundamenteel verandert, is het misschien nog het eerlijkst om de tegenstellingen gewoon onder ogen te zien.
En laten we wel wezen, zegt Agea, als toerist veranderen we allemaal een beetje in een parodie van onszelf. ‘Het is grappig om mensen te zien die, naarmate de connotaties van toerisme negatiever worden, ontkennen er zelf een te zijn – omdat ze zogenaamd de typische valkuilen vermijden. Ook zij maken onvermijdelijk deel uit van wat ze proberen tegen te gaan.’
Enrique Rey
werkt sinds 2000 voor El País waar hij alledaagse zaken benadert vanuit de literatuur en de filososofie. Hij surft, ook graag op het internet.
Deze zomer opent aan de Noord-Koreaanse oostkust een strandresort – voor honderdduizend gasten. En dat terwijl het regime nauwelijks buitenlandse toeristen toelaat. Vanwaar Kim Jong-uns behoefte aan dit reusachtige vakantieparadijs?
Dit artikel werd origineel gepubliceerd op 9 juni in Die Süddeutsche Zeitung, voordat Wonsan-Kalma de deuren opende. De openingsceremonie heeft op 26 juni plaatsgevonden.
Reisorganisator Simon Cockerell hoopte aanvankelijk dat Noord-Korea door de pandemie misschien wat interessanter zou kunnen worden als toeristische bestemming. ‘Ik dacht: misschien zien ze wel een kans in hun isolatie van de buitenwereld en breiden ze hun aanbod wat uit.’ Cockerell, een Brit uit Thornbury, is directeur van het Chinese reisbureau Koryo Tours, dat vanuit Beijing al ruim dertig jaar reizen aanbiedt voor westerse toeristen naar het mysterieuze rijk van de Kim-dynastie. Zelf is hij al meer dan honderdtachtig keer naar Noord-Korea gereisd; maar sinds het land in 2020 vanwege de pandemie de grenzen sloot, is hij er nog maar één keer geweest. Dat was in april, toen hij tweehonderd hardlopers uit vijftig landen begeleidde voor de marathon van Pyongyang.
Cockerells hoop bleek tevergeefs: Noord-Korea is moeilijker toegankelijk dan ooit. En ook het nieuws dat het nieuwe strandresort Wonsan-Kalma deze zomer de deuren zal openen, geeft hem amper meer hoop.
Het resort ligt aan de oostkust van Noord-Korea, op het idyllische schiereiland Kalma, dat bij de stad Wonsan hoort. ‘Kijk eens hoe groot dit is,’ zegt Cockerell. Er zijn zeventienduizend hotelkamers en er is plek voor maximaal honderdduizend gasten, meldt het Russische reisbureau Wostok Intur. De paar duizenden toeristen die jaarlijks naar Noord-Korea komen, zouden in dit enorme hotellandschap verdwalen. ‘Voor hen is dit dus niet bedoeld, dat zou idioot zijn,’ zegt Cockerell. Maar voor wie is vakantieparadijs Wonsan-Kalma dan wel bedoeld?
Op vakantie naar Noord-Korea
Toerisme in Noord-Korea: het klinkt een beetje als een vleesbuffet op een vegetarisch feestje – als iets wat eigenlijk niet kan. Het regime ziet invloeden van buitenaf en pottenkijkers uit het buitenland doorgaans als gevaar voor zijn voortbestaan. Toch ligt de werkelijkheid in Noord-Korea wat complexer dan het cliché. De Kims willen blijkbaar wel dat hun land ook iets van diezelfde gezelligheid uitstraalt die rijke, vrije landen hun mensen te bieden hebben. En daarbij horen ook geld uitgevende buitenlanders, die de lokale trekpleisters komen bewonderen, en gezinnen uit de eigen middenklasse die er een weekendje op uit gaan in de natuur.
Toerisme kan het imago verbeteren, en het zorgt voor werkgelegenheid. Dit geldt ook voor Noord-Korea, maar uiteraard wel met enig voorbehoud.
Cockerell kan bevestigen dat het regime tot 2020 nooit professioneel georganiseerde vakanties naar Noord-Korea heeft geweigerd. ‘Natuurlijk werd alles streng gecontroleerd,’ zegt hij. Zo moest Koryo Tours het reisprogramma van tevoren indienen bij partnerbedrijven van de staat, moesten alle deelnemers te allen tijde bij de reisleider blijven en was internetgebruik verboden. Toch waren de reizen gevarieerd. ‘Mensen gingen voornamelijk naar Pyongyang, naar de gedemilitariseerde zone en naar de stad Kaesong, en dan misschien nog naar een paar andere plekken aan de oost- of westkust,’ vertelt Cockerell.
‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt’
De risico’s? ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt,’ zegt Cockerell. Maar het is niet zo moeilijk om je aan de regels te houden. Hij heeft zelf nog nooit problemen ervaren, en dat terwijl hij ‘tienduizenden toeristen’ naar Noord-Korea heeft begeleid, voornamelijk Britten, Australiërs en Duitsers. En tot 2017 ook Amerikanen. Maar toen stierf de student Otto Warmbier uit Ohio, nadat hij (overigens niet met Koryo Tours) naar Noord-Korea was gereisd, daar was gearresteerd en in de gevangenis om onopgehelderde redenen in coma was geraakt. Sindsdien is het in de VS verboden om naar Noord-Korea te reizen, net als overigens in Zuid-Korea. Voor 2020 kwamen er in Noord-Korea al weinig toeristen uit het Westen, vertelt Cockerell. ‘De meesten, ruim 95 procent, kwamen uit China.’ Dat zijn zo’n driehonderdduizend reizigers per jaar.
Maar de oude reisroutine bestaat niet meer. Sinds het einde van de pandemie is het toerisme naar Noord-Korea meer een soort etalage geworden voor de nieuwe vriendschap van het land met Rusland.
In de zomer van 2023 bouwde Noord-Korea zijn coronalockdown langzaam af. Kim Jong-uns eerste buitenlandse reis was een bezoek aan Rusland, waar hij president Vladimir Poetin ontmoette. De twee konden het goed met elkaar vinden. Vanaf begin 2024 mocht het reisbureau Wostok Intur uit Vladivostok de eerste reizen organiseren naar skiresort Masik-Ryong, bij Wonsan. Maar dan ook alleen Wostok Intur, en alleen voor Russen. Pas in februari leek het erop dat ook Koryo Tours en andere reisorganisaties hun activiteiten konden hervatten; niet-Russische toeristen mochten de stad Rason in het noordoosten van het land bezoeken.
Maar na drie weken gingen de grenzen weer dicht voor niet-Russische toeristen. Waarom? ‘Geen idee,’ zegt Cockerell, ‘er werd geen officiële verklaring voor gegeven.’ Westerse media vermoeden dat het door kritische reisverslagen kwam, maar Cockerell gelooft daar niets van. Kritische youtubers waren er eerder ook al wel, en dat had dan nooit gevolgen.
Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien.
En nu staat de opening van het gigantische strandparadijs op het schiereiland Kalma voor de deur. Staatsmedia meldden in december dat het resort Wonsan-Kalma in de zomer de deuren zal openen. Op satellietbeelden is de voortgang van de bouwwerkzaamheden te volgen.
In 2017 was het gebied rond de plaatselijke luchthaven nog grotendeels onbebouwd. Een jaar later, in november, stonden de eerste ruwbouwconstructies al overeind. Op 13 april van dit jaar, enkele maanden voor de opening, zijn er hotelcomplexen met ronde vormen te zien, met zwembaden en tennisbanen. In een park ligt een grote vijver met kunstmatige eilanden.
Langs het kilometerslange strand loopt een promenade. Op een foto van 5 juni is te zien dat de strandstoelen voor de gasten al klaarstaan. Iets zuidelijker is een amfitheater te zien. Eén gebouw trekt met name de aandacht: met zijn glinsterende metallic grijze dak heeft het wat weg van een schildpad. Het zou een aquarium kunnen zijn. Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien. In totaal bevinden zich op het 2,8 vierkante kilometer grote terrein 17 [1] grote hotels, 37 hostels en 29 winkelcentra, zo blijkt uit een analyse van een toeristenbrochure door de Zuid-Koreaanse website NK News. Noord-Korea lijkt met Wonsan te willen laten zien dat het zich niet alleen op militaire macht richt. Toch blijft de vraag: waarom heeft het regime dit vakantieoord laten aanleggen? En voor wie?
Een vakantieparadijs voor niemand
In 2018 sprak Kim Jong-un voor het eerst over het plan. Maar toen sloeg de pandemie toe, en waren er andere dingen aan de orde. Nu is niet alleen de pandemie voorbij, ook is het veiligheidsverdrag van kracht dat Poetin en Kim in 2024 ondertekenden. Noord-Korea levert wapens en manschappen voor Poetins aanvalsoorlog tegen Oekraïne. In ruil daarvoor steunt Rusland Noord-Korea, en blijkbaar niet alleen op het gebied van bewapening. Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.
Kim Jong-un was in december nog in Wonsan-Kalma. Voor de camera’s van de staatsmedia maakte hij een strandwandeling met zijn dochter. Ook bezichtigden ze een paar hotelkamers en namen ze een kijkje in een van de weelderige eetzalen.
Kim Jong-un noemde het project de ‘eerste grote stap’ voor het nationale toerisme. Pure propaganda. Maar Wonsan-Kalma is te groot om louter te dienen als decor voor Kims ego. Eigenlijk is het is voor alle mogelijke scenario’s te groot.
Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.
Toen Kim Jong-un voor het eerst over het resort sprak, waren de gemoederen tussen Noord- en Zuid-Korea ietwat aan het ontdooien. Een toeristisch initiatief tussen de twee zusterstaten leek niet ondenkbaar. Maar nu is de relatie weer ijzig koud; voorlopig gaan er geen Zuid-Koreanen naar Wonsan-Kalma. Zelfs voor toeristen uit China lijkt het resort te groot uitgevallen. Bovendien mochten de laatste tijd vrijwel alleen nog maar Russische toeristen het land in.
Is Wonsan-Kalma dan bedoeld als een soort Noord-Koreaans Lloret de Mar voor Russische vakantievierders? Wostok Intur heeft in januari namelijk de eerste reizen naar Wonsan-Kalma voor juli aangekondigd. Op Telegram maakte het bedrijf reclame voor ‘een onvergetelijke vakantie naar een van de meest milieuvriendelijke reisbestemmingen ter wereld, met eersteklas entertainment voor elk budget’. In mei vertelde Alexander Mazegora, de Russische ambassadeur in Noord-Korea, aan de krant Iswestija dat er wordt gewerkt aan een nieuwe veerdienst tussen Vladivostok en Wonsan-Kalma. De ambassade verheugde zich er al op: ‘Wij gaan er zeker heen.’
Maar als we de meest recente cijfers van de Russische binnenlandse geheime dienst FSB moeten geloven, valt het met dat Russische enthousiasme voor een reisje naar Noord-Korea wel mee: in het eerste kwartaal van 2025 gingen er maar 262 Russen op vakantie.
‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn’
Misschien zijn de Noord-Koreanen zelf de belangrijkste doelgroep. ‘Er is waarschijnlijk wel vraag naar in het land,’ zegt Peter Ward, Noord-Korea-expert aan het Sejong-instituut in Seoel. Te meer omdat er in 2023 een salarisverhoging was, waardoor vooral ambtenaren en het hogere kader wat meer geld te besteden hebben. Cockerell beaamt dat de toeristische sector in Noord-Korea in de lift zit. ‘Reisjes worden vaak aangeboden als beloning voor fabrieksarbeiders,’ zegt hij. Maar Ward en Cockerell zijn het ook over iets anders eens: dat de vraag onder Noord-Koreanen nooit genoeg zal zijn om het resort te vullen.
In Noord-Korea zien huizen er vaak alleen van de buitenkant mooi uit. Het is dus goed mogelijk dat de satellietfoto’s van Wonsan-Kalma de waarheid ietwat verfraaien. ‘Tja,’ zegt Cockerell, ‘wie weet.’ Ook voor een Noord-Korea-kenner als hij is het reusachtige resort een raadsel. ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn.’ Het enige wat Cockerell met zekerheid kan zeggen, is dat Noord-Korea sinds de pandemie voor de gemiddelde toerist nauwelijks is veranderd. Die indruk kreeg hij tijdens de marathon van Pyongyang. ‘Er gelden nog steeds dezelfde regels. Het is nog steeds dezelfde plek.’
Als het aan Simon Cockerell lag, zou het land weer net zo open worden als vroeger. In plaats daarvan opent er binnenkort waarschijnlijk een vakantieparadijs dat voor bijna niemand toegankelijk is.
Zeven andere landen krijgen een gedeeltelijk reisverbod
De Amerikaanse president Donald Trump heeft op woensdag een reisverbod afgekondigd voor onderdanen van negentien landen, vanwege ‘risico’s voor de nationale veiligheid’. Het verbod om de Verenigde Staten binnen te komen, dat op 9 juni van kracht wordt, geldt voor Afghanistan, Myanmar, Tsjaad, de Republiek Congo, Equatoriaal-Guinea, Eritrea, Haïti, Iran, Libië, Somalië, Soedan en Jemen. De president beperkt ook gedeeltelijk de toegang tot de Verenigde Staten voor onderdanen van Burundi, Cuba, Laos, Sierra Leone, Togo, Turkmenistan en Venezuela.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Dit nieuwe reisverbod is ‘al maanden in voorbereiding’, benadrukt Politico. In 2017, aan het begin van zijn eerste ambtstermijn, had Donald Trump een reisverbod opgelegd aan een aantal voornamelijk islamitische landen, maar hij ‘kreeg een reeks juridische tegenslagen te verduren voordat uiteindelijk een afgezwakte versie van kracht werd’, aldus de politieke nieuwssite.
Reizen wordt vaak gezien als een manier om je wereldbeeld te verruimen en empathie te vergroten, maar is dat wel echt zo? Twee opiniemakers gaan met elkaar in debat.
Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf €1,50 per maand – op 360 Magazine.
‘Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’
Volgens journalist en auteur Dominik Prantl in een opiniestuk in Süddeutsche Zeitung is het lastig te achterhalen vanaf wanneer reizen precies werd gezien als onbetwistbaar heilzaam. In elk geval kunnen de lovende woorden over dit onderwerp teruggevoerd worden tot de oudheid. Zoals Augustinus van Hippo ooit zei: ‘De wereld is een boek, en wie niet reist, leest slechts één bladzijde.’
Door de jaren heen heeft de mensheid reizen verheerlijkt. ‘Als we de geschiedenis mogen geloven, heeft reizen ons altijd slimmer, toleranter, gelukkiger en – als je naar influencers op Instagram kijkt – zelfs mooier gemaakt.’ Het omgekeerde wordt ook al lange tijd verkondigd. Wie niet reist, zou als vreemd of onwetend worden gezien. ‘Dan ben je een weirdo, heb je geen geld en blijf je dom, bekrompen en triest.’ Volgens Prantl speelt de reisindustrie hier slim op in, met slogans als ‘See the world with different eyes’ en ‘Travel interesting’ van onder andere het Duitse cruiseshipbedrijf Aida en het digitale reisbureau Expedia.
‘Hoe verder je reist, hoe beter. Zwart Afrika scoort meer punten dan het Zwarte Woud, Nepal meer dan Napels.’ Het lijkt dus niet alleen uit te maken óf je reist, maar ook waarheen. ‘De ervaring leert dat afstand en exotisme – denk maar aan de reisverslagen die de meeste “oohs” en “ahhs” van vrienden en familie ontlokken – nog doorslaggevend zijn bij de evaluatie van een reis, ongeacht de kosten in termen van inspanning en uitstoot.’
‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet’
Volgens Prantl staat het niet vast dat reizen je een beter mens maakt. ‘Wat als we het mis hebben? Wat als reizen niets meer is dan een placebo, een projectie van ons eigen wensdenken?’ In een wereld waarin steeds meer mensen het zich kunnen en kunnen veroorloven om te reizen, worden de nadelen van deze groeiende rusteloosheid steeds groter en duidelijker. ‘Op veel plaatsen wordt er al meer gekreund dan gejuicht doordat het hamsterwiel dat toerisme heet, sneller wordt aangedreven dan de infrastructuur en de lokale bevolking kunnen bijbenen.’ Voorbeelden van overtoerisme variëren van het Eibseemeer tot Barcelona en Machu Picchu.
Prantl vraagt zich af of de beroemde uitspraak van Mark Twain, die reizen het tegengif noemde tegen vooroordelen en bekrompenheid, nog steeds geldt in het tijdperk van massatoerisme. ‘Is het voldoende om naar het buitenland te gaan om je wereldbeeld te verruimen? En hoe lang moet je dan wegblijven? Drie weken op de Balkan? Drie maanden in Bangladesh?’ Hij twijfelt of reizen werkelijk de remedie is tegen onwetendheid. ‘Is het niet misschien eerder zo dat degenen die al leergierig zijn gewoon liever reizen en geen lesje kosmopolitisme meer nodig hebben? Hoe komt het dat de collega die ooit zo idealistisch was, ineens een beetje, nou ja, neokolonialistisch overkomt na zijn reis naar Afrika?’
‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen’
Het bewijs dat reizen ons echt beter maakt, lijkt volgens Prantl dun gezaaid. ‘Als je online zoekt naar antwoorden, kom je vooral persoonlijke verhalen tegen, ondersteund door onderzoeken die zelden objectief zijn.’ In 2017 publiceerde Journal of Sustainable Tourism een studie waaruit blijkt dat korte reisjes mensen gelukkiger maken, maar het benadrukt dat de conclusies beperkt zijn. ‘Dit onderzoek volgde slechts vierentwintig mensen en ging over weekendjes weg in eigen land. Strikt genomen zouden de resultaten zo geïnterpreteerd kunnen worden: waarom afdwalen naar verre oorden als je het dichter bij huis kan zoeken?’
Een ander onderzoek, dat werd uitgevoerd door onderzoekers van de Erasmus Universiteit in Rotterdam en de Breda University of Applied Sciences met ongeveer vijftienhonderd proefpersonen, kwam tot de conclusie dat een geluksgevoel weliswaar aanwezig is na een vakantie, maar dat het enkele weken na terugkomst weer wegebt. ‘Het onderzoek toont niet aan dat reizigers gelukkiger zijn dan niet-reizigers.’
Maar wat kun je doen in een tijd waarin reizen nog steeds wordt verheerlijkt als het hoogtepunt van het jaar en is opgeklommen tot hét dominante gespreksonderwerp? ‘Misschien is reizen, tegen alle verwachtingen in, wel echt “geconcentreerd geluk” en een van de “weinige kansen op het onvoorziene”, zoals de geschiedenisprofessor Valentin Groebner het ooit beschreef.’ Maar Prantl benadrukt ook dat we realistisch moeten blijven. ‘We moeten niet verwachten dat onze reizen de wereld en onszelf zullen genezen. Beter kunnen we aan onszelf toegeven dat reizen meestal niets meer is dan puur hedonisme.’
Dominik Prantl, geboren in 1977, is journalist en auteur. Hij schrijft voor Süddeutsche Zeitung en andere media over toerismebeleid, reizen en Oostenrijk. Prantl heeft verschillende boeken geschreven, zoals Gipfelbuch, Gebrauchsanweisung für Namibia en meest recent Tirol – eine Landesvermessung in 111 Begriffen.
‘Nu de wereld steeds meer verbonden raakt, is internationale ervaring onderdeel van een volledige opleiding’
‘Waarom heeft de isolationistische vleugel van het Congres hulp aan Oekraïne geblokkeerd en is het in feite een instrument geworden voor president Vladimir Poetin van Rusland?’ vraagt opiniemaker Nicholas Kristof zich af in een opiniestuk in The New York Times van begin dit jaar. ‘Republikeinse politiek verklaart een deel van deze dwaasheid, maar ik denk dat een andere reden pure domheid is. Het Congres is nogal gesloten en, vergeleken met andere rijke landen, slecht bereisd. Slechts 48 procent van de Amerikanen heeft een paspoort en ze staan erom bekend slecht te zijn in het spreken van vreemde talen.’
Volgens Kristof is een gebrek aan vertrouwdheid en bekendheid met de wereld een van de redenen waarom de Verenigde Staten regelmatig een ‘zelfdestructief beleid’ voeren in de wereldpolitiek. ‘Misschien wel de grootste fout op het gebied van buitenlands beleid deze eeuw was de verwachting van de regering-Bush dat de Irakezen in 2003 de Amerikaanse troepen met bloemen zouden verwelkomen; dat is het soort waanidee dat je aantreft bij mensen die nog nooit een gesprek hebben gevoerd met een Arabier.’ Hij waarschuwt dat een tweede presidentschap van Trump zelfs ’nog grotere fouten’ met zich mee kan brengen, zoals een terugtrekking uit de NAVO, Oekraïne in de steek laten en daarmee het internationale systeem van na de Tweede Wereldoorlog op zijn kop zetten.
Kristof stelt dat tijd doorbrengen in het buitenland vooroordelen doet vervagen en empathie doet groeien, omdat we beter beseffen dat we allemaal mensen zijn. ‘Het maakt ons land ook competitiever: ik zou willen beweren dat Utah er economisch van heeft geprofiteerd dat het buitengewoon kosmopolitisch is.’ Een deel van de inwoners heeft namelijk in het buitenland gewoond als Mormoonse missionaris. ‘Mijn boodschap aan jonge mensen: Ga naar het westen! Ga naar het oosten! Ga naar het noorden! En vooral, ga naar het zuiden!’ Universiteiten zouden studenten moeten aanmoedigen om minstens een semester in het buitenland te studeren of om voor de universiteit een tussenjaar te nemen om in een ander land te werken of te studeren, aldus het betoog.
’Probeer Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone’
‘We zouden afgestudeerden niet als volledig ontwikkeld beschouwen als ze nog nooit Shakespeare hadden gelezen, de derdemachtswortel van 27 niet kenden en dachten dat Plato’s Republiek een klein Midden-Amerikaans land was’, schrijft hij. ‘Nu de wereld steeds meer met elkaar verbonden raakt, is een ander belangrijk onderdeel van een volledige opleiding de internationale ervaring.’
Kristof heeft tijdens zijn studie een zomer geld verdiend door op een boerderij in Frankrijk te werken en dat heeft naar eigen zeggen zijn levensloop veranderd. ‘En denk niet dat studeren in het buitenland noodzakelijkerwijs betekent dat je met een meute door Rome of Londen toert. Probeer in plaats daarvan Engelse les te geven in een klein stadje in Zuid-Korea, Taiwan of Japan. Of doe vrijwilligerswerk in Nepal of Sierra Leone.’
De Verenigde Staten integreren steeds meer met Latijns-Amerika, dus Spaans leren is volgens Kristof geen slecht idee. ‘En leer het dan niet in een klaslokaal. Voor een fractie van het collegegeld kun je in je eentje studeren of werken in Chili, Argentinië of een veilig deel van Mexico. Of in Bolivia – bestaat er een magischer land? De beste manier om een taal te leren is via vrienden en vriendinnen.’
‘Je zult over jezelf leren en je horizon verbreden’
De kosten zijn een obstakel voor jongeren die een universitaire graad willen halen, en studeren in het buitenland kan de studieschuld nog zwaarder maken. ‘Hogescholen zouden daarom meer programma’s moeten aanbieden in goedkope landen zoals India, Marokko en Mexico.’ Ook vindt Kristof dat er meer nadruk moet liggen op jonge mensen die met een klein budget de wereld rondreizen. ‘Het beste voorbeeld is misschien wel de manier waarop jonge Australiërs – waaronder mannen en vrouwen uit de arbeidersklasse – soms een paar jaar sparen, hun baan opzeggen en een enkele reis naar Europa maken. Velen hebben me verteld dat het een bepalende ervaring in hun leven was.’
Volgens Kristof moet iedereen de sprong wagen en zichzelf in het diepe gooien. ‘Je zult over jezelf leren, je horizon verbreden en na terugkomst een aantal bekrompen leden van ons Congres goede raad kunnen geven over Oekraïne en de hele wereld.’
Nicholas D. Kristof is columnist bij The New York Times en tweevoudig winnaar van de Pulitzer Prize. Samen met zijn vrouw, Sheryl WuDunn, heeft hij vier bestsellers geschreven, waaronder het boek Half the Sky. Nicholas Kristof schrijft bij The New York Times over mensenrechten, vrouwenrechten, gezondheid en internationale betrekkingen.
Als mensen niet kunnen reizen maar elkaar wel willen bereiken, sturen ze spullen. In Kosovo gaat dat via een informeel postnetwerk opgezet door burgers.
Het is nog donker als ik naar de Petrakija-straat ga, in de richting van de Muziekacademie, gedesoriënteerd en verward door de realiteit van de vroege ochtend in Sarajevo. De klok in de toren van de kathedraal, iets verderop om de hoek, slaat zes uur.
Bij de laatste slag van de kerkklok dringt het irritante geluid van een Viber-oproep door tot mijn slaperige geest. Wat nu weer? Ik neem de telefoon op.
‘Hé, waar ben je?’
Ze klinkt boos.
Ik werp een blik op mijn telefoon: 6:02 uur. Klotekathedraal. Heeft God zich vanochtend misschien ook verslapen?
‘Wat is er aan de hand? Ik ben maar twee minuten te laat!’ zeg ik, nu zelf ook boos. ‘We zijn niet in Zwitserland!’
Op dat moment zie ik haar – precies op de hoek van Štadler en Pehlivanuša, waar we hebben afgesproken – gehurkt voor haar auto. Ze ziet mij ook. We hangen allebei op. ‘Hajde, schiet op!’ roept ze naar me.
Rada houdt er niet van als passagiers te laat komen. Niet omdat ze geen geduld kan opbrengen. Als haar werk geduld vereist wacht ze, zelfs urenlang als het moet. Maar vandaag niet. Rada heeft een strak schema. Om 6:05 uur halen we iets boven Parkuša een pakketje op. Dobrinja, 6:25 uur, een jonge kerel wacht op ons, hij gaat werken in een hotel aan de Albanese kust. Dan, om 6:30 uur, in de wijk Mojmilo, tegenover de Koning Fahd-moskee – de grootste in Sarajevo, een geschenk van Saoedi-Arabië – halen we een dokter op; een gerespecteerde dame, die deze rit vaak maakt. En dan richting Pale, vanwaar Ivana, een programmeur, op weg gaat naar Belgrado voor een werkvergadering en familiebezoek.
Rada weet dat als ik twee, drie of vijf minuten te laat ben, alle anderen minstens even lang moeten wachten, en misschien nog wel langer als we ook voor een stoplicht komen te staan. En Rada haat het als haar passagiers moeten wachten. Ook degenen die op haar passagiers wachten en degenen die op de pakjes wachten die Rada bij zich heeft en die meestal al minstens zo belangrijk zijn, hebben een hekel aan wachten. Bovenal wil Rada dat we de rivier de Drina bereiken en de grens oversteken voordat het verkeer drukker wordt, zo rond half negen ’s ochtends. Als dat niet lukt, zullen al deze mensen nog veel langer moeten wachten.
Ik schaam me een beetje.
‘Maar goed. We komen er wel,’ zegt ze. ‘Hoe is het met je? Nog nieuws? Hoe is het met je moeder?’
Raar poeder
Sinds ze twintig jaar geleden begon met het vervoeren van passagiers tussen Sarajevo en Belgrado, heeft Rada een extra – maar niet minder belangrijke – transportfunctie, als onderdeel van een informeel postnetwerk. Ze vervoert alles wat mensen maar willen verzenden, zolang het legaal is en in haar auto past. Wat meestal het geval is.
‘In Belgrado kwam er een vrouw naar me toe. Ze had echt alles gekocht wat je je maar kunt voorstellen – die liep gewoon winkels binnen en begon haar tassen te vullen. Doe dit maar, doe dat maar. Ze kwam met twee enorme tassen en vroeg of er genoeg ruimte was in de kofferbak. Ik keek en zag boven op een van de tassen een enorme zak popcorn liggen. Nou mevrouw, dacht ik bij mezelf, moet u die popcorn echt ook opsturen? Er is toch popcorn in Sarajevo? Maar wat kon ik doen, ze stuurde het naar haar moeder. We vinden de ruimte wel, zei ik.’
Dit keer is niet alleen Rada aan het werk. Ook mijn tas zit vol pakketjes. Ik neem een doosje sigaretten van het merk Drina uit Sarajevo mee voor een vriend en de avond ervoor heb ik een enveloppe met documenten gekregen – wat of voor wie ze zijn weet ik niet, maar het is belangrijk dat ze zo snel mogelijk in Belgrado aankomen – en een zakje gevuld met een vreemd poeder met grote brokken en een grove textuur. De man die me het zakje overhandigde noemde de naam van het spul, maar ik begreep niet wat hij zei. Hij herhaalde het. Ik begreep hem nog steeds niet, maar besloot te doen alsof ik het wel begreep. Nu vraag ik me af of het legaal is. Ik hoop van wel. Hij zag er betrouwbaar uit. Ook de persoon die het contact tussen ons legde leek in orde. Hoe dan ook, het is beter om dit niet aan Rada te vertellen. Maar als er ruimte is voor de popcorn, moet er ook ruimte zijn voor mijn rare poeder.
Een paar maanden later, 300 kilometer verderop, op een bruisende lentemiddag op het busstation van Belgrado.
Ik ben een postbode op een belangrijke missie en ik heb geen tijd te verspillen aan beleefdheden
Met grote passen loop ik naar de hal met loketten. Dan worden mijn stappen korter: de smalle gang tussen de loketten en de vertrekplatforms is ramvol met passagiers, koffers, geschreeuw, gehaast, verwarde blikken, omhelzingen en kussen.
Te midden van de drukte wordt mijn blik getroffen door een oude analoge stationsklok. De lange witte wijzers bieden een rustgevend beeld: het is 15:49 uur. Ik hou ervan als ik te vroeg ben, al is het maar één minuut.
Dan gaat mijn telefoon. ‘Waar ben je?’
We ontmoeten elkaar bij de toegang tot het busplatform. We kennen elkaar niet, maar herkennen elkaar gemakkelijk. Hij houdt een grote doos vast met daarin een synthesizer. Het is een pakket dat ik bij een gezamenlijke vriend moet afleveren.
Ik neem de doos aan. ‘Oké, dat was het,’ en we gaan weer uit elkaar. Ik ben een postbode op een belangrijke missie en ik heb geen tijd te verspillen aan beleefdheden. Ik ren naar een loket en koop een kaartje.
Buiten, op perron 4, stroomt de bus naar Pristina vol.
Lievelingspop
Ik begon mijn ‘baan’ als postbode in de herfst van 2020, toen ik zo vaak tussen Belgrado en Pristina op en neer reisde dat het mensen begon op te vallen. (Om op te vallen is het eigenlijk al voldoende dat je vaker reist dan, nou ja, nooit.)
En dus kreeg ik op een dag een telefoontje van een vriend die ik al een tijdje niet had gesproken, maar die op de een of andere manier van mijn reisgedrag op de hoogte was. Een gezin uit Pristina was op vakantie in Belgrado, en toen ze weer thuiskwamen bleek dat hun dochter haar pop had laten liggen. Hoewel Pristina op de weerkaart van Radio Televisie Servië staat aangegeven als onderdeel van Servië, bestaat deze stad wat de Servische postdienst betreft niet, en hetzelfde geldt voor andere plaatsen in Kosovo waar Serviërs niet de meerderheid vormen. Particuliere bezorgdiensten zijn veel te duur. De enige manier waarop de pop Pristina kon bereiken was als iemand hem meenam.
Zou je dat willen doen? Het is niet dringend. Maar eigenlijk wel. Het is haar lievelingspop.
De keer daarop kwam er een verzoek van de andere kant: hé, hebben ze dat Skenderbeg-drankje nog? Neem er alsjeblieft twee voor me mee, ik mis het echt! Vervolgens, in Pristina: het is niet makkelijk om filmrolletjes te vinden voor analoge camera’s, en er is een winkel in Belgrado waar ze niet zo duur zijn. Kun je er een aantal voor me meebrengen? Een paar maanden later stonden op mijn lijstje met succesvolle opdrachten: vinylplaten van de Belgradose new wave, een kilo gedroogde worst, de sleutels van iemands appartement en boeken van Petrit Imami over de gemeenschappelijke geschiedenis van Serviërs en Albanezen (gelukkig, maar ironisch genoeg, waren die in Belgrado meteen uitverkocht).
En toen begon het me te dagen dat bijna al het persoonlijke verkeer tussen Kosovo en Servië – tussen naaste familieleden, neven en vrienden, tussen degenen die zijn vertrokken, degenen die zijn gevlucht, degenen die zijn gebleven en degenen die ergens tussenin vastzitten – afhankelijk is van drie bussen die dag en nacht rijden tussen Belgrado, Pristina en Prizren, en van de kleine groep mensen die met deze bussen reist.
Terwijl de chauffeurs in keurige witte shirts haastig bagage inladen, wordt mijn aandacht getrokken door een oudere dame in het zwart die naast een enorme geruite tas staat. Het is me niet duidelijk hoe ze die hier heeft gekregen. Ze wacht geduldig in de rij. Ze glimlacht naar me, en we raken aan de praat.
‘Waar gaat u heen in Kosovo?’
‘Ik ga niet op reis, jongen. Ik stuur dingen naar mijn familie.’
Ik wil haar vragen wat ze hun stuurt, maar één blik op de enorme Chinese tas beantwoordt mijn vraag. Hij zit vol zelfgemaakt eten, zorgvuldig verpakt in plastic ijsdozen en grote glazen potten. Is dat sarma [gevulde wijnbladeren]? Ik zie ook een oude plastic doos van een kaasmerk uit Sombor, bijeengehouden door dikke elastieken zodat wat er ook in zit, misschien een salade, er tijdens de reis in blijft zitten.
‘Stuurt u vaak dingen?’
‘Niet zo vaak. Ze hebben daar eten, het is niet zo dat ze niets hebben. Maar ze vinden het heerlijk als ik voor ze kook. Onlangs vierde mijn kleindochter haar verjaardag. Dus maakte ik taart. Het is handig zo, ik zet het gewoon op de bus. Anders zou het onmogelijk zijn.’
Ik bedenk hoe het zou gaan als je aan de balie in een postkantoor zelfgemaakt eten verstuurt
Ik sta er even bij stil en bedenk hoe het zou gaan als je aan de balie in een postkantoor zelfgemaakt eten zou versturen. Het serieuze gezicht van de bediende die je aankijkt door het glas. Wat zit er in de doos? Een aardbeientaart en sarma met gedroogde ribbetjes. Hoe snel wilt u het laten bezorgen? Onmiddellijk, zodat het niet bederft, u weet hoe warm het de afgelopen dagen is geweest! De waarde? Onbetaalbaar.
Geen politieagent
Zoals ik zal ontdekken tijdens verschillende reizen en tientallen gesprekken met mensen die dwars door de Balkan dingen versturen en ontvangen, gaat het niet alleen om voedsel en de mogelijkheid dat het zal bederven.
Oom Pera keert terug naar Lipjan, waar hij al meer dan zestig jaar woont. Hij was op bezoek in Belgrado. We zitten samen in een bus. Ergens rond de tolweg bij Bubanj Potok bied ik hem een paar Plazma-koekjes aan. In ruil geeft hij me, als we bij een tankstation ergens rond Pojate stoppen, een sigaret. Ik vraag hem of hij per post iets uit Servië verstuurt of ontvangt.
‘Nee,’ zegt hij beslist. ‘Je weet het nooit met hen. Twee maanden geleden was mijn zoon op zoek naar autopapieren van een vriend in Kraljevo. Die zijn nog steeds niet aangekomen.’
Oom Pera vertrouwt de instituties duidelijk niet. En te oordelen naar het aantal dingen dat dagelijks met de bus meereist, is hij niet de enige.
In gezelschap van de chauffeurs in een halfdonker café langs de weg dat de hoopvolle naam ‘Evropa’ draagt, probeer ik te achterhalen wat er zoal wordt verstuurd. De meeste reizigers zitten buiten te wachten op het teken voor vertrek.
‘Probeer je uit te vissen of we drugs bij ons hebben?’ vraagt een man me nors, terwijl hij me een stuk kip aanbiedt dat hij net uit aluminiumfolie heeft gehaald.
Hij bood me de kip aan uit beleefdheid. De vraag stelde hij uit openlijk wantrouwen. ‘Maak je geen zorgen, ik ben geen politieagent,’ zeg ik tegen hem. Ik haal mijn perskaart tevoorschijn. Afrim veegt zijn vingers af en bekijkt hem met oprechte nieuwsgierigheid. De gedachte komt bij me op dat mensen in dit café waarschijnlijk al veel dingen uit hun zak hebben gehaald, maar dat dit vast en zeker de eerste keer was dat het om een kaart van de Internationale Federatie van Journalisten ging. Het lijkt enig effect te sorteren.
‘Wat de mensen sturen? Nou, van alles. Documenten vooral,’ zegt Afrim. ‘Papieren voor pensioenen in het noorden, in Belgrado, voor degenen die vóór de oorlog in bedrijven werkten, voor onroerend goed, als iemand iets verkoopt in Kosovo. Medicijnen. Mensen sturen ook geld. Mobiele telefoons, kleren. Van alles en nog wat.’
‘Hebben jullie weleens problemen?’ vraag ik. Afrim werpt me een scherpe blik toe. Weer die achterdocht. Zijn collega Edin voegt zich bij het gesprek: ‘Het gebeurt weleens dat mensen niet komen opdagen om hun spullen op te halen. Of ze vragen ons ergens anders op hen te wachten… Maar hoe kan ik in godsnaam wachten?’
‘Wat gebeurt er dan met die pakjes?’
‘We brengen ze terug naar het bureau en de afzender haalt ze daar dan weer op.’
‘Komt het weleens voor dat niemand ze ophaalt?’ Terwijl ik die vraag stel, zie ik ineens een magische antiekwinkel voor me, met her en der allerlei voorwerpen die mensen in de loop der jaren zijn vergeten, elk met zijn eigen geschiedenis, zijn gewone en ongewone verhaal…
In die halve of hele minuut lijk je meer vertrouwen op te bouwen dan ooit mogelijk zou zijn met een postmedewerker
Mijn gedachtespinsels worden ruw onderbroken door Afrim: ‘Nee, nooit. Er komt altijd iemand. Kom, laten we gaan.’
Het versturen van pakjes per bus of taxi, per chauffeur, vriend of kennis, is een van de meest functionele sociale uitvindingen op de Balkan. Het gaat net zo snel als een auto of bus. En voor een plek waar treinverbindingen zijn vernield en vliegverbindingen domweg zijn opgeheven, is het de snelste manier om dingen te versturen en te ontvangen.
Eén specifieke persoon – de chauffeur, vriend of kennis – zorgt voor de levering. Het is iemand die je kent of die je op z’n minst een keer hebt ontmoet, iemand die je ooit een hand hebt gegeven en met wie je een paar woorden hebt gewisseld. In die halve of hele minuut lijk je meer vertrouwen op te bouwen dan ooit mogelijk zou zijn met een postmedewerker achter een loket met reclamefoto’s van gele busjes die altijd op tijd zijn.
Wie vertrouwt u meer, een bedrijf met een slogan die garandeert dat uw zending binnen 48 uur wordt geleverd, en die u de mogelijkheid biedt uw zending te volgen via een speciale code? Of een chauffeur die op de vraag ‘Wanneer komt het ongeveer aan?’ – die u voorzichtig uitspreekt, om maar niet de indruk te wekken dat u hem opjaagt, hij heeft tenslotte alle recht om zijn eigen schema aan te houden – eerst in de verte kijkt, dan een trek van zijn sigaret neemt en ten slotte rook uitblazend zegt: ‘Dat hangt van de spits af, maar niet voor negen uur’? En dan noemt zo iemand altijd een te vroeg tijdstip; beter dat jij moet wachten dan de hele bus.
Op een of andere manier kiezen verbazingwekkend veel mensen in de Balkan voor optie 2.
Regels
En dan is er nog de kwestie van de prijs.
Wanneer je iets per post verstuurt, zijn er een aantal relevante criteria: het gewicht van het voorwerp, de waarde ervan en de afstand en snelheid van de bezorging. Websites en apps van de post staan vol gedetailleerde tabellen en berekeningen waarmee je de prijs tot op de cent kunt berekenen. Maar hoe dan ook is die prijs meestal vrij hoog. Als je een pakket van een halve kilo van Servië naar Bosnië wilt sturen, zonder retourformulier, speciale bezorging of luchttransport, kost dat je ongeveer 18 euro. Wil je dat pakket via DHL in Kosovo krijgen, dan is de prijs ongeveer 50 euro.
Verstuur je het op de informele manier, dan stap je het domein binnen van een magisch Balkanritueel dat wordt begrensd door duidelijke regels waarbinnen absoluut niets duidelijk is. Wanneer een vriend of kennis een pakje meeneemt, staat het aanbieden van geld voor die dienst ongeveer gelijk aan het vervloeken van hun moeder. Er is een ongeschreven regel dat je de helper uitnodigt voor een glas vruchtensap of een kop koffie, maar wel tactvol. Het moet lijken alsof je hem niet alleen maar uitnodigt omdat hij je heeft geholpen, maar omdat je echt graag iets met hem wilt drinken.
Tegelijkertijd wordt haast verwacht dat de ander het aanbod zal afslaan, omdat geen van jullie tijd of zin heeft om iets te gaan drinken. Als jullie samen een drankje hadden gewild, zouden jullie dat wel hebben gedaan, ook zonder pakjesbezorging. Maar zonder dat drankje sta je wel in het krijt bij de helper. Mocht je ooit iets doen wat de persoon in kwestie niet zou bevallen, dan zal die overal rondbazuinen hoe dwaas het was om jou te helpen!
Bij buschauffeurs liggen de zaken iets anders. Elke dag, soms twee keer per dag, vervoeren zij pakketten over de grens, waarmee ze een risico nemen (hoewel: ze controleren vaak wat erin zit, en als het er illegaal of gevaarlijk uitziet of gemakkelijk kan breken, zullen ze het weigeren, ongeacht hoeveel geld ze aangeboden krijgen). Ze houden zorgvuldig bij wat ze meenemen, voor wie, en waar mensen hen opwachten. Ze schrijven namen en telefoonnummers op, bellen afzenders vanaf slecht verlichte haltes langs de snelweg en maken ruzie met mensen die te laat zijn of gewoon vergeten zijn hun pakje op te halen.
Kol’ko daš
Sommigen rekenen het equivalent van een volledig buskaartje, anderen de helft. Bij weer anderen mag je zelf de prijs van de dienst bepalen.
En zo komen we bij de waardevolle sociale regel kol’ko daš: zoveel als je kunt geven. Zoals met alles in deze regio is deze regel niet wat hij lijkt. Op het eerste gezicht staat het je vrij om de waarde van de dienst zelf te beoordelen. Maar eigenlijk maak je vooral een inschatting van de andere kant van de transactie, namelijk: met welk bedrag kun je voorkomen dat de ander zich beledigd voelt? Daarom betaal je vaak meer dan de dienst werkelijk waard is.
Maar toch is het nog altijd goedkoper dan de post, en oneindig veel leuker.
We hebben een strak schema, maar Rada staat een snelle pauze toe bij het tankstation, omdat iemand naar het toilet moet. Ik maak van de gelegenheid gebruik om een sigaret te pakken, of liever gezegd, dat was mijn plan, maar ik realiseer me dat mijn sigaretten op zijn. Gelukkig heb ik een slof Drina-sigaretten meegenomen om aan mijn vriend Bojan uit Belgrado te overhandigen. Hij vindt het vast niet erg.
De termen Drina en Sarajevo spelen een belangrijke rol in zijn leven, en niet alleen vanwege de sigaretten. Bojan behoort tot een kleine groep journalisten in Servië die consequent blijven schrijven over de Servische oorlogsmisdaden in Bosnië in de jaren negentig. Elke week ontvang ik links naar artikelen die, vrees ik, bijna niemand leest.
Maar Bojan geeft niet op. Hij werkt momenteel aan een documentaire over de Belgrado-kring, een groep liberale intellectuelen en vredesactivisten die begin jaren negentig in opstand kwamen tegen het regime, de oorlogen en de misdaden van Milošević. Dertig jaar later is er zelfs geen verre echo van hun stemmen meer te horen in de Servische politiek. De groep is nu slechts een herinnering in het hoofd van een kleine kring van toegewijden.
Als we door Romanija rijden, heb ik het gevoel dat we een van zijn verhalen betreden. We begeven ons in de prachtige natuur van Oost-Bosnië. Op verkeersborden staan plaatsnamen die herinneren aan de gruwelijkste episoden uit de oorlog, plekken waarover velen in Servië alleen maar hebben gehoord via de getuigenissen in Den Haag. Ze staan symbool voor bloed-baden, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Hier, vlak voor Sokolac, vinden we de afslag naar Rogatica. Je reist omhoog tot Han Pijesak, dan ga je naar Vlasenica, Milići en Zvornik, en als je vanuit Zvornik naar het zuiden zou reizen, zou je Srebrenica bereiken.
Uiteindelijk bereiken we de Drina.
‘Vroeger rookte ik Yorks uit Rovinj,’ vertelt Bojan, ‘maar toen werden in 1991 alle banden met Kroatië verbroken. Dus stapte ik over op Drina’s.’
Slechte beslissing, Bojan, want de banden met Bosnië duurden ook niet veel langer. Begin deze eeuw begon hij ze weer te roken in Sarajevo. Bojan houdt van Sarajevo; soms verdwijnt hij daar gewoon, en dan komt hij levendiger dan ooit terug.
En waarom breng ik hem Drina’s, zijn die er dan niet in Belgrado? In maart 2022 sloot de honderdveertig jaar oude tabaksfabriek van Sarajevo, in een land waar bijna een derde van de volwassen bevolking bestaat uit hartstochtelijke rokers. Er zijn echter nog steeds voorraden oude Drina’s, en Bojan wil ze roken zolang ze er nog zijn.
Zou je ongeveer hetzelfde kunnen zeggen over de Belgrado-kring? De anti-oorlogsgedachte in Servië is verdwenen en we roken al jaren de voorraden op. Maar ook die slinken.
Einde van de wereld
De tijd dat het oversteken van de grens bij Merdare spannend was – zowel voor Serviërs bij de Kosovaarse controlepost als voor Albanezen bij de Servische controlepost – is voorbij. Toch wordt het op de een of andere manier altijd wat stiller in de bus als deze Kuršumlija nadert; de sfeer wordt grimmig en gespannen. Een duister voorgevoel. Misschien draagt het verlaten landschap om ons heen daaraan bij. Lege velden, lege straten, lege huizen. En een volledig verlaten weg, die naar het einde van de wereld lijkt te leiden.
Hier en daar zie je op borden langs de weg Albanese plaatsnamen: Kastrat, Ljuša. Ook het dorp Arbanaška ligt in de buurt. Maar hier wonen al lang geen Albanezen meer. Op een heuvel bij Degrmen, op twee kilometer van Merdare, verrijzen de donkere ruïnes van de kerk van Beć, die vanaf 1912 werd gebouwd met geld van Servische immigranten uit de Sandžak, Montenegro en Zubin Potok. Die vestigden zich op het land van de Albanezen en Turken die na de Servisch-Ottomaanse oorlog van 1876 naar Kosovo waren gevlucht. Door de armoede na de Eerste Wereldoorlog werd de bouw van de kerk uitgesteld tot betere tijden, die nooit kwamen. Er zijn hier ook niet veel Serviërs meer; de beschadigde weg naar het mythische Kosovo voert door een van de armste gemeenten van Servië.
In doodse stilte verzamelt hij onze ID-kaarten en sorteert ze zorgvuldig in zijn handpalm, en gaat dan naar buiten
Een oproep in het Servisch en Albanees galmt door de bus: ‘Houd uw identificatiebewijs gereed!’ Omdat Servië en Kosovo elkaar niet erkennen, zijn paspoorten voor Kosovaarse en Servische burgers hier ongeldig. Eerst komt de Servische politieagent binnen. In doodse stilte verzamelt hij onze ID-kaarten en sorteert ze zorgvuldig in zijn handpalm, en gaat dan naar buiten. Na de controle geeft de chauffeur onze kaarten terug, maar algauw komt de Kosovaarse politieagent binnen en begint de hele procedure opnieuw.
Plots is er een probleem. De douane-beambte blijft rond de achterbak hangen. Hij maakt ruzie met de bestuurder en laat hem iets zien. De passagiers aan de rechterkant van de bus staren naar hem, de passagiers aan de linkerkant staren aandachtig naar die aan de rechterkant, omdat ze de douane-beambte niet kunnen zien. Wat heeft hij gevonden? Zullen ze ons doorlaten? Diep weggestopte angsten komen boven. Plotseling weten we dat alles mogelijk is.
De chauffeur schudt zijn hoofd. De douanier schudt ook zijn hoofd. Het is alsof hij hier niets mee te maken wil hebben. Hij slaat de deur van de kofferbak dicht. Ik heb het gevoel dat we allemaal weer kunnen ademen.
We rijden Kosovo binnen. Nu zien we borden met Servische plaatsnamen, maar geen Serviërs.
Belgrado, eind mei.
Lula begroet me op de binnenplaats van een oude villa in het centrum van de stad. Op straat heerst een helse middagdrukte. Op de binnenplaats, vol tere rode en gele bloemen, is het volledig stil.
Lula lijkt in veel opzichten op die villa: elegant, triest en naar binnen gekeerd. ‘Ik ben al lang niet meer buiten geweest,’ zegt ze tegen me. ‘Dit is mijn stad niet meer.’
De brief en de tas zijn netjes en op tijd bij haar afgeleverd. Ik besluit niet te informeren naar de inhoud van de enveloppe. Ik neem aan dat er een reden voor was dat hij verzegeld was. Maar ik kan het niet laten om te vragen naar de zak met het mysterieuze poeder.
Mix voor soep
‘Tarhana,’ lacht Lula. ‘Een mix voor soep. Mijn tante Ešrefa uit Travnik bereidt dit voor me, en stuurt het via mijn neef. Ze bereiden het anders in Servië. Ook lekker, maar die van haar vind ik lekkerder. In Servië zeggen ze meestal “tarana”, omdat ze hier niet van die “h” houden – die is overgenomen uit het Turks. Net als in Bosnië begonnen ze hem in te voegen op plaatsen waar hij niet thuishoort.’
We zitten in restaurant Kraljevo, niet ver van een grote parkeerplaats aan de Sarajevska-straat in Belgrado, waar Rada normaal gesproken passagiers oppikt en afzet. Waar anders?
Ze heeft de hele dag in de auto gezeten en is erg moe, maar ze heeft tijd om te praten. Ze vertelt me dat ze de laatste tijd vaak flauwvalt. Laatst kwam ze amper de auto in, maar ze gaf niet op.
Aan Marko, die de vrouw bij wie hij mocht onderduiken in de oorlog maar spullen blijft sturen – bonen, paprika’s, walnoten, kajmak [een soort zure room], een pot honing en 50 of 100 euro – vroeg Rada eens of het niet veel makkelijker zou zijn om haar het geld te sturen, zodat ze het eten zelf kan kopen? ‘Ja,’ antwoordde hij, ‘dat heb ik geprobeerd, maar ze is blij als ze die doos kajmak ontvangt en dan kan zeggen: “Kijk eens wat mijn lieve Marko me heeft gestuurd.”’
En toen begreep ik het eindelijk. Spullen reizen niet, mensen wel. Als mensen niet kunnen reizen, sturen ze spullen. Maar zelfs dan zijn het eigenlijk niet de spullen die reizen, maar de gevoelens van die mensen.
De EU verplicht echter niemand om beperkingen in te voeren
EU-lidstaten worden sterk aangemoedigd om coronamaatregelen tegen reizigers uit China te nemen. Dat schrijft persbureau AP. De landen worden echter nog niet verplicht reisbeperkingen op te leggen.
In China woedt een zware uitbraak van het coronavirus. EU-landen als Italië, Frankrijk en Spanje hebben al op eigen houtje maatregelen genomen. Zo moeten reizigers uit China die aankomen in Italië een negatieve coronatest kunnen overleggen. Op Schiphol kregen reizigers uit China woensdag zelftests aangeboden, al was het niet verplicht deze tests daadwerkelijk te doen.
Chinese autoriteiten lieten eerder weten tegen dergelijke beperkingen te zijn en dat tegenmaatregelen genomen kunnen worden als de hele EU bijvoorbeeld verplichte tests invoert. Volgens het land komen de coronavarianten in China al voor in Europa. Ook de luchtvaartindustrie is tegen verregaande beperkingen.
In de EU bestaat vrees dat er in China nieuwe coronavarianten rondgaan. Er wordt niet uitgesloten dat het advies op een later moment verandert in een verplichting. Naast het advies om te testen voor vertrek, raadt het landenblok aan om weer mondkapjes in te voeren op vluchten en na aankomst streekproefsgewijs te testen.
In China is sprake van een enorme golf van coronabesmettingen
Meerdere landen zijn weer begonnen met het invoeren van verplichte coronatests voor reizigers die vanuit China komen. Onder meer de Verenigde Staten, India, Japan en Italië hebben de coronamaatregelen ingevoerd, schrijft The Washington Post. In China sprake van een overweldigende golf coronabesmettingen nadat een zeer streng anticoronabeleid werd losgelaten.
Naast een algemene verspreiding van het coronavirus vrezen veel landen voor nieuwe varianten van het coronavirus die mogelijk in omloop zijn. Italië, de VS en Japan gaan specifiek kijken naar deze nieuwe varianten. Japan heeft daarnaast quarantaineverplichtingen afgekondigd voor mensen die met een coronabesmetting uit China komen.
Na een maandenlang zeer restrictief coronabeleid, liet de Chinese regering afgelopen maand meerdere maatregelen in een keer varen na zeldzaam protest van burgers. De aantallen coronabesmettingen en coronagerelateerde doden liepen vervolgens rap op. Experts waarschuwden al dat als de regering niet ingrijpt er een miljoen Chinese coronadoden kunnen vallen.
Lange rijen aan de grens dreigen na brexit het ‘nieuwe normaal’ te worden voor Britse vakantiegangers, aldus The Guardian. Tussen Groot-Brittannië en Frankrijk is een diplomatieke ruzie uitgebroken over de lange files met vakantiegangers die uren moeten wachten in Dover. Rishi Sunak en Liz Truss, de twee overgebleven kandidaten voor het leiderschap van de Conservatieve Partij, geven Frankrijk de schuld van de vertragingen. Voormalig minister van Financiën Sunak zei dat de Fransen ‘brexit niet de schuld moeten geven en eerst maar eens voldoende personeel moeten werven om aan de vraag te kunnen voldoen’. Minister van Buitenlandse Zaken Truss zei dat ze contact had opgenomen met haar Franse collega en noemde een ‘gebrek aan middelen aan de grens’ als reden voor de vertragingen.
Volgens de nieuwe regels moeten alle paspoorten worden gecontroleerd; deskundigen noemen dat de grootste boosdoener
Diplomaten en grensbeambten zeggen echter dat de vertragingen het gevolg zijn van de nieuwe grensregelingen, die nu aan de eerste grote worden onderworpen test sinds het Verenigd Koninkrijk de EU heeft verlaten. Volgens de nieuwe regels moeten alle paspoorten worden gecontroleerd; deskundigen noemen dat de grootste boosdoener, die niet makkelijk op te lossen is. Clément Beaune, de Franse minister van Transport, zegt nauw samen te werken met de Britten, maar ‘Frankrijk is niet verantwoordelijk voor brexit’.
Bestuurders van de haven van Dover zijn boos omdat de Britse regering een aanvraag van 39 miljoen euro heeft afgewezen om de haven bestendig te maken tegen de extra druk na brexit. Afgelopen december kreeg de haven daarvoor slechts 33.000 pond.
Lokale olieleveranciers weigeren schip te bevoorraden
Het 68 meter lange superjacht Ragnar van de Russische oligarch Vladimir Strzjalkovski is gestrand in het Noorse havenstadje Narvik omdat lokale olieleveranciers weigeren het schip te bevoorraden, aldus The Huffington Post. Strzjalkovski is voormalig KGB-agent, voormalig onderminister van economie en oud-medewerker van Vladimir Poetin en verdiende zijn fortuin met de winning van nikkel. Hij kreeg in 2012 een gouden handdruk van 100 miljoen dollar toen hij na vier jaar aftrad als CEO van het mijnbouwbedrijf Norilsk Nickel.
Strzjalkovski stond niet op de Europese lijst van oligarchen die zijn gesanctioneerd als gevolg van de Russische invasie van Oekraïne, maar de lokale bevolking van Narvik besloot zelf maatregelen nemen. ’Waarom zouden we ze helpen?’ antwoordde olieleverancier Sven Holmlund op vragen van de Noorse omroep NRK. ’Laten ze maar naar huis roeien. Of een zeil gebruiken.’ Noorse politici hebben aangedrongen op confiscatie van het schip, maar volgens een regeringsfunctionaris is dat wettelijk onmogelijk zonder EU-richtlijnen.
In New York heeft Uber vrede met taxi’s gesloten, die nu in het platform zullen worden geïntegreerd. ’Bel een Uber, neem een yellow cab,’ vat de The New York Timessamen. De door een chauffeur aangedreven passagiersvoertuiggigant gaat samenwerken met twee taxibedrijven, Curb en CMT, waardoor New Yorkers een gele taxi kunnen bestellen via de Uber-app, zo maakten de bedrijven afgelopen donderdag bekend. ’De eens zo bittere rivalen, die jarenlang hebben gestreden om de heerschappij van de straten van de stad, hebben een onwaarschijnlijke alliantie gesloten’, schrijft het Amerikaanse dagblad.
Concurrenten werken samen om veiligheid te vergroten
Airbnb en Expedia zijn een proef begonnen om informatie met elkaar te delen over notoire verhuurders in een poging de veiligheid van gebruikers van hun verhuurplatforms te vergroten. De samenwerking, die het Community Integrity Program is genoemd, werd vorige week in de VS gelanceerd na maandenlang overleg tussen de twee bedrijven die elkaar normaal gesproken fel beconcurreren, schrijft The Japan Times.
Airbnb zou miljoenen dollars aan schikkingen hebben betaald aan personen die zijn verkracht of gewond zijn geraakt tijdens hun verblijf
Eerder dit jaar verschenen berichten over gewelddadige misdrijven die zouden hebben plaatsgevonden binnen verhuuradressen van Airbnb. Airbnb zou miljoenen dollars aan schikkingen hebben betaald aan personen die zijn verkracht of gewond zijn geraakt tijdens verblijven die via het platform werden geboekt. Het is daarna voorgekomen dat een door Airbnb geblokkeerde accommodatie opdook bij Expedia of een ander verhuurplatform aangezien informatie over incidenten niet werd gedeeld. Airbnb en Expedia laten weten dat ze in gesprek zijn met andere kortetermijnverhuurders over deelname aan het programma en dat ze ‘hopen in de nabije toekomst extra partners te verwelkomen’.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.