Een albinobuffel van 700 kilo is in Bangladesh een onwaarschijnlijke mediasensatie geworden nadat hij de bijnaam ‘Donald Trump’ kreeg vanwege zijn goudkleurige hoofdhaar en lichtroze huid, meldt de Bangkok Post.
Bezoekers stroomden massaal naar de boerderij net ten zuidoosten van Dhaka om het beest te fotograferen en aan te raken. Een bezoeker die eerst nog twijfelde aan de gelijkenis, gaf na aankomst toe dat het dier veel van Trump wegheeft. Volgens het boerderijpersoneel is de buffel een ‘kalm en zachtaardig’ dier.
Het beest heeft veel aandacht getrokken in aanloop naar het islamitische offerfeest Eid al-Adha op 27 mei. Het dier is al verkocht voor 3,86 euro per kilo vlees en aan de nieuwe eigenaar afgeleverd.
Hoe Rusland AI als wapen inzet
Rusland gebruikt steeds meer AI-gegenereerde nepvideo’s om de indruk te wekken dat Rusland succes boekt op het slagveld in Oekraïne, aldus The Kyiv Post. Zo zijn er clips gemaakt waarin Russische vlaggen worden gehesen in Oekraïense dorpen, aldus het Institute for the Study of War (ISW). Het ISW ziet de trend als een onderdeel van de bredere Russische informatieoorlog, die sinds de winter van 2025 is geïntensiveerd. Analisten brengen de trend in verband met de trage Russische vooruitgang aan het front. Volgens de monitoringgroep DeepState heeft Rusland in april 141 km² aan Oekraïens grondgebied veroverd – een van de magerste maandresultaten in meer dan een jaar.
Rusland voert een psychologische oorlogscampagne om de werkelijkheid te verdraaien en verschillende doelgroepen te manipuleren. Analisten waarschuwen dat het uiteindelijke doel informatiechaos is – een situatie waarin synthetische content zo wijdverspreid raakt dat zelfs echt bewijsmateriaal als nep kan worden afgedaan.
Iers dorp verbiedt smartphones voor tieners
Greystones, een Ierse kustplaats net ten zuiden van Dublin, heeft zich wereldwijd op de kaart gezet met het radicale initiatief It Takes a Village. Het doel daarvan is kinderen te beschermen tegen sociale media door smartphones te verbieden voor kinderen onder de twaalf jaar, meldt The Telegraph. Ouders tekenen een contract met hun basisschool waarin ze beloven hun kinderen geen mobiel te geven totdat ze rond hun dertiende naar de middelbare school gaan.
‘Het gaat erom dat we het moment waarop ze een smartphone krijgen, uitstellen totdat we ze de vaardigheden hebben bijgebracht die ze nodig hebben om in de online wereld te navigeren,’ aldus Rachel Harper, basisschooldirecteur in Greystones, die het initiatief heeft opgezet.
Ze bedacht het concept toen leerlingen na de covid-lockdowns weer naar school gingen. ‘Ouders vertelden me hoe hun zoon of dochter, die het op school goed deed, ’s avonds thuis helemaal de controle verloor. Kinderen hadden moeite met slapen na tot in de late uurtjes op hun telefoon te hebben gezeten. Door berichten van de avond ervoor kwamen ze dermate uitgeput of overstuur op school dat ze zich niet konden concentreren.’ Op het eerste gezicht klinkt het initiatief draconisch en onwerkbaar, maar ouders, leerkrachten en vooral de kinderen zijn er zeer over te spreken. Zo vertelt een moeder: ‘Ik zag enorm op tegen de dag dat mijn dochter thuis zou komen smeken om een smartphone, omdat iedereen er al een had. Maar dankzij dit schoolinitiatief hebben moeders zoals ik daar geen last meer van.’
En een jongen verklaart: ‘Wat ik tot nu toe van de workshops heb geleerd, is dat socialemediaplatforms zo zijn ontworpen dat ze een eindeloze hoeveelheid content bieden, waardoor het moeilijk is er afstand van te nemen. Ze zijn verslavend en ik wil niet dat mij dat overkomt.’
Franse filmproducent verbreekt banden met 600 filmartiesten
De topman van Canal+, de grootste filmproducent van Frankrijk, heeft onlangs bekendgemaakt dat de groep niet langer zal samenwerken met zeshonderd professionals uit de filmindustrie die een petitie tegen de conservatieve miljardair Vincent Bolloré hebben ondertekend, aldus Le Monde. De aankondiging, gedaan tijdens het filmfestival van Cannes, zal naar verwachting voor grote opschudding zorgen in de Europese filmwereld.
‘Ik ervaar die petitie als een onterechte bejegening van de teams van Canal+, die zich inzetten voor de onafhankelijkheid van Canal+ en de volledige diversiteit van haar keuzes. Ik zal niet langer samenwerken met en ik wil niet langer dat Canal+ samenwerkt met de mensen die deze petitie hebben ondertekend,’ aldus CEO Maxime Saada.
De petitie riep mensen op zich te mobiliseren tegen ‘de toenemende greep van extreemrechts’ op de filmindustrie onder invloed van Bolloré en de Canal+-groep. De agressieve expansie van Bolloré in de Franse media de afgelopen jaren wordt door conservatieven toegejuicht, omdat het volgens hen het machtsevenwicht – dat naar links doorslaat – weer in balans brengt.
De miljardair Bolloré, een vrome katholiek die zijn fortuin verdiende in de logistieke sector, wordt door commentatoren vaak vergeleken met de in Australië geboren Amerikaanse mediamagnaat Rupert Murdoch, omdat zijn nieuwszender CNews overeenkomsten vertoont met de Amerikaanse zender Fox News.
Toerist krijgt compensatie voor gebrek aan ligruimte
Een Duitse toerist heeft ruim 900 euro teruggekregen omdat hij er tijdens zijn vakantie in Griekenland niet in slaagde een ligstoel te bemachtigen, aangezien alle stoelen met handdoeken waren gereserveerd. De man, die in 2024 met zijn gezin een pakketreis maakte naar het Griekse eiland Kos, zei tegen de BBC dat hij elke dag twintig minuten bezig was naar een ligstoel te zoeken, terwijl hij om 06.00 uur al wakker werd.
Vervolgens klaagde hij zijn touroperator aan omdat hij het reserveringssysteem had toegestaan en gasten die ligstoelen met handdoeken reserveerden niet hierop had aangesproken. Volgens de toerist waren de ligbedden zo vaak gereserveerd dat ze onbruikbaar waren en zijn kinderen op de grond moesten liggen. De rechter stelde hem in het gelijk en oordeelde dat de familie recht had op een restitutie van 986,70 euro.
Vogeltapijt
Elk jaar sterven naar schatting zo’n miljard vogels in Noord-Amerika omdat ze tegen ramen aan vliegen, meldt Colossal. Dat komt volgens de vogelbescherming omdat de meeste vogels hun spiegelbeeld niet herkennen of zelfs denken dat hun rivaal recht voor ze vliegt. Kunstenaar en docent Holly Greenberg raakt gefascineerd door dit treurige fenomeen. Nadat bijna duizend vogels omkwamen in een botsing met één gebouw in Chicago, lanceerde ze een initiatief om precies 10.863 stoffen vogels te maken, het aantal dat in 2023 dood werd aangetroffen in de straten van de stad. Via meer dan 140 workshops verspreid over de VS en Canada naait een groeiende gemeenschap met de hand vogels na op basis van echte exemplaren. Uiteindelijk zullen alle vogels samen één groot tapijt vormen.
De ligstoelen werden met handdoeken constant bezet gehouden
Een Duitse toerist heeft ruim 900 euro teruggekregen omdat hij er tijdens zijn vakantie in Griekenland niet in slaagde een ligstoel te bemachtigen, aangezien alle stoelen met handdoeken waren gereserveerd. De man, die in 2024 met zijn gezin een pakketreis maakte naar het Griekse eiland Kos, zei dat hij elke dag twintig minuten bezig was naar een ligstoel te zoeken, terwijl hij om 06.00 uur al wakker werd, schrijft de BBC.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Vervolgens klaagde hij zijn touroperator aan omdat hij het reserveringssysteem had toegestaan en gasten die ligstoelen met handdoeken reserveerden niet hierop had aangesproken. Volgens de toerist waren de ligbedden zo vaak gereserveerd dat ze onbruikbaar waren en zijn kinderen op de grond moesten liggen. De rechter stelde hem in het gelijk en oordeelde dat het gezin recht had op een restitutie van 986,70 euro.
Je kent het wel: het weer in Nederland zit niet mee, het is niet druk op werk en je wilt er even tussenuit. Niet in de vakantie, niet volgende maand, maar het liefst volgende week. Even naar de zon, lekker eten en echt even ontspannen en tijd maken voor jezelf. Je bent niet de enige. Last minute trips zijn de afgelopen jaren van uitzondering naar trend gegaan. En Spanje is bij uitstek de perfecte bestemming hiervoor,
Plannen is prima, spontaan is beter
Er was een tijd dat een vakantie weken voorbereiding vroeg. Prijsvergelijkers, spreadsheets, twijfel. Vandaag de dag gaat dat voor veel mensen net wat anders. Mensen gaan geen maanden meer zoeken. Ze weten wat ze willen en waar ze moeten zijn. Een vakantie boeken gaat dan een heel stuk sneller en relaxter. En het werkt. Als je spontaan boekt, boek je op gevoel. En als er iets is dat belangrijk is bij een vakantie, is het een goed gevoel. Soms is lekker makkelijk goed genoeg.
Spanje is gemaakt voor het laatste moment
Niet elk land leent zich voor spontane trips. Spanje wel. De infrastructuur is er klaar voor: vluchten vanuit Nederland vertrekken dagelijks naar tientallen Spaanse bestemmingen en het aanbod aan accommodaties is enorm. Of het nu gaat om een appartement op de Costa del Sol, een hotelkamer in Barcelona of een resort op Tenerife: er is altijd wat beschikbaar. En wat beschikbaar is op het laatste moment, is vaak ook nog eens scherp geprijsd. Dat is dubbel op winst!
Op de Spaanse zon kun je rekenen
Er is nog een reden waarom Spanje zo goed werkt voor spontane reizigers: het klimaat is voorspelbaar. Je hoeft de weersverwachting niet drie weken van tevoren te checken. De kans op zon langs de Spaanse kust is groot, bijna het hele jaar door. Dat maakt een last minute Spanje ook een stuk makkelijker. Je hoeft geen rekening te houden met het weer. Dat zit wel goed!
Minder druk, meer beleving
Spontane reizigers ontdekken ook iets anders: rustigere resorts, kortere wachtrijen, een echt ontspannen sfeer. De grote drukte zit in de geplande pieken. Wie buiten die pieken reist, krijgt een andere vakantie. Een vakantie zonder rijen en drukte, maar met echte ontspanning. Dat is een van de vele voordelen van spontaan boeken. Spontaan hoeft niet onvoorbereid te betekenen. Reiswebsites zijn ingericht om je te helpen met het boeken van een last minute vakantie. Het aanbod is enorm, zeker in Spanje. Het is een kwestie van even checken, kiezen, boeken en pakken. Zo simpel kan een vakantie zijn.
Zwembaden zijn in IJsland sociale ontmoetingsplekken
De recente opname van IJslandse zwembaden op de UNESCO-lijst van immaterieel erfgoed heeft de interesse van buitenlandse media en toeristen aangewakkerd, meldt Iceland Monitor. Ook een reportage van The New York Times droeg bij aan de groeiende aandacht voor de baden, die in IJsland gelden als belangrijke sociale ontmoetingsplekken.
Hoewel veel IJslanders de erkenning verwelkomen, zijn er ook zorgen. Zwembaden fungeren traditioneel als een soort toevluchtsoord, weg van drukke toeristische hotspots. Met jaarlijks zo’n twee miljoen bezoekers in een land met minder dan 400.000 inwoners vrezen sommigen dat ook deze plekken steeds meer toeristen zullen aantrekken.
De baden spelen een centrale rol in het dagelijks leven, zowel voor ochtendzwemmers als voor ouderen die samenkomen in warmwaterbaden. Volgens The New York Times functioneren ze als een ‘derde plek’ – naast thuis en werk – waar sociale interactie centraal staat.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Toenemende belangstelling kan ook praktische gevolgen hebben. Zo maken sommige bezoekers zich zorgen over hygiëne, omdat strikte douchevoorschriften niet altijd door buitenlandse gasten worden nageleefd. Anderen vrezen dat de informele en lokale sfeer verdwijnt als grotere groepen toeristen de baden gaan bezoeken.
De discussie raakt aan een bredere spanning: erkenning kan helpen om cultureel erfgoed te beschermen, maar kan het tegelijkertijd ook onder druk zetten.
Een verslaggever uit de Verenigde Staten ontdekt Leiden: ‘Een intellectuele ontdekkingsreis, met dertien musea en botanische tuinen waar je zomaar tot nieuwe inzichten zou kunnen komen’.
Het verhaal van hoe de stad Leiden uitgroeide tot een wereldwijd centrum van wetenschap en filosofie, begint met een opmerkelijk staaltje moed. Toen Spaanse troepen de stad in 1574 belegerden, zou burgemeester Pieter van der Werff volgens een lokale mythe nogal een belofte hebben gedaan om de uitgehongerde inwoners gerust te stellen: mocht het zover komen, dan mochten ze zijn arm opeten. Zover kwam het gelukkig niet. Tijdens het ontzet staken de Nederlanders de dijken door, waardoor het omliggende land onder water kwam te staan en schepen met voedsel de stad konden bereiken. Als beloning voor hun moed schonk Willem van Oranje de inwoners van Leiden een universiteit.
Deze universiteit, opgericht in 1575, zou uitgroeien tot ‘het Oxford van Nederland’: het hart van een stad die generaties studenten, academici, wetenschappers en vrijdenkers aantrok, onder wie René Descartes, Albert Einstein en de Pilgrim Fathers van de Mayflower. Ook Rembrandt werd hier geboren.
Schilderachtig
Met zijn grachten, kasseienstraatjes en muurschilderingen is Leiden minstens zo schilderachtig als het veel grotere Amsterdam, dat een halfuur met de trein verderop ligt. De stad biedt bovendien ruimte voor een intellectuele ontdekkingsreis, met dertien musea, botanische tuinen en gezellige cafeetjes langs de grachten, waar je zomaar tot nieuwe inzichten zou kunnen komen.
Op een gehuurde omafiets – compleet met bagagerek, dynamolampen, breed stuur en een bel die een tevreden dingdonggeluid maakt – fietste ik over de kasseien van het Rapenburg. Terwijl ik langs het water reed, dat ooit een middeleeuwse slotgracht was en nu het culturele hart van de stad vormt, passeerde ik lantaarnpalen met rode en roze geraniums eraan. Mijn bestemming was een van de oudste botanische tuinen van West-Europa.
Deze Hortus Botanicus dateert uit de jaren negentig van de zestiende eeuw en diende oorspronkelijk voor de opleiding van geneeskundestudenten, die planten gebruikten als salie, rozemarijn en vingerhoedskruid. Via het Academiegebouw van de universiteit bereikte ik de tuin, die zorgvuldig is ingedeeld volgens de oorspronkelijke lay-out en de medicinale plantenlijst uit 1590. Er zijn bijenkorven van gevlochten tarwe, Japanse iepen, walnoten- en kastanjebomen uit de negentiende eeuw en kassen met orchideeën, waterlelies en de titan arum, ook wel de ‘reuzenpenisplant’ genoemd, die tijdens mijn bezoek toevallig net bloeide.
Hier plantte Clusius de eerste tulpen in Nederland
De Hortus heeft nog een bijzonder verhaal: hier plantte botanicus Carolus Clusius de eerste tulpen in Nederland, geïmporteerd uit Turkije. Deze bloemen zouden leiden tot de tulpenmanie van 1636-’37, toen sommige bollen bijna net zoveel kostten als een huis.
Leiden is ook een stad van muurschilderingen. Het project Gedichten op muren omvat 110 gedichten van onder anderen Rilke, Yeats, Neruda en Shakespeare, in hun oorspronkelijke taal. Sommige schilderingen verwijzen naar de wetenschap, de lingua franca van de stad: medische afbeeldingen, natuurkundige formules en Einsteins algemene relativiteitstheorie, als eerbetoon aan diens jarenlange band met Leiden.
Het motto van de universiteit luidt Praesidium Libertatis – bastion van vrijheid. Dat idee komt tot uitdrukking in glas-in-loodramen die zowel Willem van Oranje eren als hoogleraar Rudolph Cleveringa, die in 1940 protesteerde tegen het ontslag van Joodse collega’s door de Duitse bezetter.
Toevluchtsoord
Op het Rapenburg herinnert een plaquette aan drukker Louis Elzevier, die in de zeventiende eeuw werken van onder anderen Galilei publiceerde. Leiden was toen een toevluchtsoord voor denkers die de katholieke orthodoxie ter discussie stelden, onder wie Descartes en Spinoza.
Na een stop bij Café Barrera, ooit het huis van verzetsheld Erik Hazelhoff Roelfzema, liep ik naar de Pieterskerk. Aan de overkant stond het huis van dominee John Robinson, leider van de Engelse Pilgrim Fathers, die later met de Mayflower naar Amerika zouden varen. Het nabijgelegen Pilgrim Museum toont hoe zij in Leiden leefden. Even verderop markeert een plaquette de geboorteplek van Rembrandt. In de Young Rembrandt Studio leer je hoe hij en Jan Lievens hier hun eerste stappen zetten als schilder. Elk jaar viert Leiden Rembrandts verjaardag met tableaux vivants van zijn schilderijen.
Na de lunch bij Vooraf en Toe – flat white, brioche met gepocheerd ei, avocado en zalm – bezocht ik Rijksmuseum Boerhaave, het nationale museum voor wetenschapsgeschiedenis. Hoogtepunt is het anatomisch theater uit 1594, naast vroege microscopen van Antonie van Leeuwenhoek en telescopen van Christiaan Huygens.
Tot slot verruilde ik de fiets voor een houten motorbootje om mee over de grachten te varen. Met uitzicht op de zeventiende-eeuwse gevels, de drukke terrasjes en molen De Valk genoot ik van een drijvende picknick met kaas, brood en olijven. Burgemeester Van der Werff had deze maaltijd vast kunnen waarderen.
Het aantal buitenlandse reizigers in de VS daalt al maanden
De regering-Trump wil van bezoekers zonder visum eisen dat ze gegevens van hun accounts van de afgelopen vijf jaar overleggen, volgens een bericht dat woensdag in de Federal Register, het officiële Amerikaanse staatsblad, werd gepubliceerd. Dit voorstel betreft met name Franse, Britse, Australische en Israëlische burgers. De maatregel zal binnen zestig dagen worden ingevoerd, tenzij deze voor de rechter wordt aangevochten, zo staat in het bericht.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Deze beslissing baart de Amerikaanse toeristische sector zorgen. Al enkele maanden ziet het land een daling van het aantal buitenlandse reizigers, die afgeschrikt worden door het beleid van Trump. Een vertegenwoordiger van de sector, geïnterviewd door The New York Times, verklaarde dat bedrijven binnen de toerismesector niet op de hoogte waren gesteld van de maatregel. Hij bestempelde het besluit als een ‘aanzienlijke escalatie’ van de screening van reizigers.
Een diner op de Noordpool, kite-skiën op Antarctica of racen op een vulkaan; vermogenden kiezen steeds vaker de meest extreme ‘luxepedities’.
Henry Reid had de Matterhorn ‘gebeast’ door binnen zes uur naar boven en weer naar beneden te klimmen, en zocht nu naar een nieuwe uitdaging. Zo belandde de eenenveertigjarige op een speedboat die met tachtig kilometer per uur over de Noorse Trollfjord suisde, voorzien van survivalpak, skiboots en ski’s om de verse sneeuw uit te proberen.
De projectontwikkelaar uit Berkshire had samen met een groep vrienden wekenlang getraind voor de drie uur lange klim – en afdaling – van een 650 meter hoge berg te beklimmen, door kakelverse sneeuw. ‘Ik wist dat dit een van de fysiek uitdagendste dingen was die ik ooit zou doen,’ zegt hij.
De wandeling door de sneeuw vol kick-turns en zigzags, met ‘skins’ op hun ski’s om de helling op te kunnen lopen, was uitputtend. Maar volgens Reid was het het waard toen ze bij de ijzige afgrond aankwamen en zich ‘konden voorstellen hoe de Scandinaviërs op de mythen van de Walkuren waren gekomen’.
Toen ze na de terugreis door sneeuw tot aan hun middel weer bij de boot aankwamen was het tijd voor een bezoek aan een plaatselijke herberg genaamd Metro, naar zijn oorsprong als meteorologiestation. Na een diner bereid door een Italiaanse chef kwam de eigenaar van Metro, Matthias, ‘naar ons toe en zei: “Als jullie nog nooit het noorderlicht hebben gezien, moet je nu even naar buiten gaan,”’ vertelt Reid. ‘De hemel werd groen, met witte en blauwe strepen; het was de perfecte afsluiting van een perfecte dag.”
Het is de norm van een nieuw soort reiziger om met extreme vakanties de grenzen van het menselijke uithoudingsvermogen op te zoeken, op zowel fysiek als mentaal vlak. Dit zijn niet het soort avonturiers die in juni 2023 in de zwarte, ijzige diepte van de Atlantische Oceaan omkwamen in de Titan-onderzeeër van Ocean Gate. Denk eerder aan de techbro’s uit de film Mountainhead van Jesse Armstrong, die in identieke oranje skipakken de top van een berg in Utah beklimmen en daar neerstrijken om uit te rusten en hun netto vermogens met elkaar te vergelijken. Niet alleen de sneeuw was diep, maar ook hun portefeuille.
Gewoontjes
Nu recente rapporten aantonen dat de Mount Everest te vol en vervuild raakt – en dergelijke klimsessies inmiddels zo populair zijn dat ze te gewoontjes zijn geworden voor vermogende wereldmigranten – krijgen onaangeraakte bergtoppen, de krochten van de zee en zelfs de ruimte steeds meer aantrekkingskracht.
Neem Henry Cookson. Hij begon een nieuwe carrière waarbij hij anderen meeneemt naar het einde van de wereld en – als het meezit – weer terug. ‘Ik was een bankier met overgewicht die veel te veel tijd doorbracht in de Londense cafés. Mijn leven veranderde toen ik een uitnodiging ontving voor de Scott Dunn Polar Challenge,’ vertelt hij vanaf de top van een alp, waar hij eindelijk tijd heeft mij telefonisch te woord te staan.
Hij won de race van 580 kilometer naar de magnetische noordpool en brak met zijn tijd van elf dagen het parcoursrecord. Vervolgens wandelde en kiteski’de hij naar het zuidelijke punt van onbereikbaarheid – het punt in Antarctica dat in alle richtingen het verst van de zee ligt. Op 19 januari 2007, 48 dagen na het vertrek van het Novolazarevskaya-station, vestigde hij met zijn drie teamgenoten een wereldrecord; ze waren de eersten die de plek bereikten zonder gebruik te maken van motorvoertuigen.
‘Als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken’
‘Ik wist helemaal niet hoe je een poolexpeditie ondernam. Ik kon niet langlaufen en was zeker niet fit. Maar als je de juiste mensen om je heen hebt kan je de meest wonderbaarlijke dingen bereiken,’ vertelt hij.
Met zijn bedrijf Cookson Adventures, dat hij na die reis oprichtte, kunnen klanten overal heen. Zo biedt hij een diner op de Noordpool aan, waarbij klanten vanuit Canada, waar het ijs dik genoeg is, naar het poolgebied reizen, en in een zogeheten jump plane naar de Noordpool vliegen, waar ze vervolgens naar een gedekte tafel op het ijs skydiven.
‘Sommige cliënten kunnen al skydiven, anderen worden aan een expert vastgemaakt,’ vertelt Cookson. Het ijs rondom de noordpool drijft rond en het is best een opgave om in te schatten welke richting het op gaat. Het is de bedoeling dat ze zich tegen de tijd dat het kamp staat en de gasten per parachute arriveren precies op de pool bevinden. ‘Iedereen wil een foto waarop de GPS bevestigt dat ze op de pool staan,’ legt Cookson uit.
Nadat de gasten een nacht op het ijs hebben doorgebracht zet Cooksons team een sauna met koelbad klaar om de gasten goed wakker te krijgen. De prijs: ‘Vanaf 1,2 miljoen dollar [ongeveer 1,04 miljoen euro],’ zegt hij, met nadruk op ‘vanaf’.
Deze nieuwe niche voor reizen voor amateuravonturiers draagt de vreselijke naam luxepedities. Volgens onderzoek van reisconsulent Grand View bedraagt deze sector wereldwijd al ruim 1,4 biljoen dollar, met een verwachte jaarlijkse groei van 7,9 procent. Zo veel nullen op de rekening vallen in het niet naast de belofte van een ultieme uitdaging. ‘Als er een prijslimiet is, hebben we die nog niet gevonden,’ aldus directeur Kevin Jackson van EXP Journeys, die met het Dineh-volk in Noord-Amerika samenwerkt om voor het eerst een expeditie naar de top vande Tower Butte te organiseren, een 300 meter lange rotsachtige toren in Arizona met uitzicht op Lake Powell, om daar vervolgens te kamperen.
‘Zo heb je je privébergtop,’ vertelt hij. ‘Het is nooit eerder gedaan. Het uitzicht bij zonsopkomst en zonsondergang is een van de mooiste in de wereld.’
Na op de 23 meter lange woonboot Sumerset op Lake Powell te hebben overnacht, wandelen de gasten door de ravijnen naar de rotspilaar. Die beklimmen ze vervolgens van de zuidoostelijke zijde met reeds bevestigde touwen en de Jumartechniek – een soort touwladder. Eenmaal aan de top slaan ze hun kamp op met chef Shon Foster, die een ‘veredelde Navajo-tacomaaltijd’ voor ze bereidt. De volgende dag gebruiken ze de touwen om weer naar beneden te abseilen.
De laatste dag is minder uitputtend. Die besteden ze bij Amangiri, een post van Aman, de hotelgroep met de filosofie ‘less is more’ (totdat je de rekening ziet). De reis kost 20.000 dollar per persoon, uitgaande van een tienkoppige groep. Wrang detail: de dodelijke Titanic-expeditie kostte 250.000 dollar de man.
‘Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd”’
Waar komt deze toename in luxepedities vandaan? Voor de techbro-scene van Mountainhead spelen het gevaar voor eigen leven en de kans om jezelf te bewijzen spreken een rol. Maar Geordie Mackay-Lewis en Jimmy Carroll, voormalig kapiteins in het Britse Leger en oprichters van Pelorus, de firma achter Reid’s Noorse odyssee, hebben het niet zo op opschepperij en noemen een andere motivatie.
‘Je groeit, ontwikkelt en leert een heleboel over jezelf als je doorzet en jezelf uitdaagt,’ legt Carroll uit. ‘Klanten merken vaak dat ze van dit soort reizen weerbaarder worden, meer waardering krijgen voor teamwork onder druk en dat ze, als het leven wordt gereduceerd tot zijn puurste vorm, beter gaan inzien wat er echt toe doet.’
Reid stemt hiermee in: ‘Voor mij draait het niet om het patsen. Skiën is een van mijn favoriete bezigheden met vrienden. Je wilt niet graag terugkijken en denken: “God, wat had ik dat graag eens geprobeerd.” Die reis naar Noorwegen wilde ik al jaren maken. Voor mij en mijn vrienden betekent het veel, het gaat niet om de buitenwereld.’ Na de zware klim kozen de vrienden ervoor de laatste twee dagen van hun Arctic Elements ski-ervaring over te gaan op heli-skiën, waarbij ze zich op tussen de 600 en 1500 meter hoogte vanuit de helikopter naar beneden lieten vallen.
Geprikkeld en uitgedaagd
Lauren Ho, reisdirecteur van de wereldwijde lifestylebijbel Wallpaper magazine, beaamt dat veel reizigers verlangen naar ‘vervreemding, ontdekking en de mogelijkheid op tijdens het reizen en geprikkeld en uitgedaagd te worden’.
Op weg van Londen naar Saudi-Arabië legt ze uit: ‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom. Ooit reisden we om de wereld te ontdekken, nu boeken we hotels en restaurants vanwege hun beoordeling op Tripadvisor, allemaal geselecteerd door algoritmen en voor ons gemak geoptimaliseerd.
We bewegen ons door de wereld zonder al te veel uitdagingen. De plekken die er echt toe doen – en die ons bijblijven – zijn de plekken die provoceren, die ons confronteren en waar we nog lang na de reis aan terugdenken.’
‘Het is nooit zo makkelijk geweest om ergens te komen, maar tegelijkertijd is het nooit zo moeilijk geweest om te weten waarom’
De door The White Lotus geïnspireerde trend om het nieuwste ‘it’-resort te bezoeken en op sociale media ervaringen met vaak gekunstelde luxe te delen, zet sommige welgestelde reizigers ertoe aan nieuwe horizonten op te zoeken. ‘Voordat het iets werd om te documenteren diende reizen om te ervaren. Men ging niet op reis om in contact te komen met de buitenwereld, maar om eraan te ontsnappen. Het was niet performatief maar persoonlijk. Geen publiek, enkel de spanning om op een plek te komen die niet eens doorhad dat je was gearriveerd.’ Luxereizenonsulent en hoofd van Brown en Hudson Philippe Brown is beaamt dat de drukke plekken, bekend van Instagram, er inmiddels ‘goedkoop’ uitzien voor rijke reizigers die ze al eerder bezochten. Hij ontwijkt de trendy ervaringen en kiest in plaats daarvan voor ‘zeldzame, ongebruikelijke paden, die juist resoneren met mensen die alles al hebben.’
Reisagent Jaclyn Charles, oprichter van Sienna Charles, beklaagt ‘de celebrityvorming van het reizen. Neem bijvoorbeeld Jeff Bezos en Lauren Sánchez.’ Het stel vierde hun bruiloft door in Venetië een week lang te feesten op Koru, hun superjacht van 500 miljoen dollar.
Charles, die voormalig VS-president George Bush en zangeres Mariah Carey onder haar klanten mag rekenen, biedt reizen op maat aan waarmee men volledig off the grid kan gaan. ‘We hoeven niet naar Mount Everest om iets speciaals te creëren.’ Of naar Venetië in een superjacht.
‘Met de juiste gidsen kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet- ontdekkingsreizigers’
Mackay-Lewis en Carroll merken op dat verbeteringen op het gebied van veiligheid het misschien nog niet makkelijk, maar zeker praktischer maken om vrijwel ieder avontuur aan te gaan – behalve dan naar de maan reizen, maar ook dat is waarschijnlijk slechts een kwestie van tijd.
Mackay-Lewis, die op een foto op de Pelorus-website hand in poot staat afgebeeld met een wolf, zegt: ‘Met de juiste gidsen en voorbereiding kunnen “extreme” omgevingen veilig worden voor niet-ontdekkingsreizigers en niet-extreme reizigers.’
Zo is het vandaag de dag mogelijk om vier actieve vulkanen in Nicaragua te beklimmen binnen 24 uur, een prestatie die Carroll de ‘Le Mans 24-hour challenge’ noemt, ‘maar dan met vulkanen in plaats van auto’s. Het gaat om een van de minst bezochte en toch een van de mooiste plekken op aarde, met actieve lavavelden.’
82.000 euro
Voor degenen die na deze uitdaging wat willen ontspannen, organiseert Pelorus een uitstapje van een paar dagen naar het privé-eiland Calala, naast de kust van Nicaragua, waar diëtisten, wellness- en herstelexperts beschikbaar zijn. Een avontuur van acht dagen, inclusief de challenge van 24 uur en een week op het eiland, kost vanaf 95.000 dollar (ongeveer 82.000 euro) per persoon, uitgaande van een groep van vier personen.
Naast veiligheid speelt voldoening een grote rol. Toen een rijke familie een reis naar de Noordpool aanvroeg, organiseerde Pelorus een pakket met genoeg activiteiten om een hele David Attenborough-documentaire mee te vullen, inclusief pinguïns voor de kleuters, een gletsjerwandeling voor de grootouders en een ijsbeersafari op een Zodiacboot voor het hele gezelschap. Lunch werd geserveerd op de rand van een ijskap, op een grote tafel geflankeerd door met bont beklede stoelen.
Reizen naar de noordelijkste plek op aarde zijn niet ongewoon voor Pelorus, wiens reizen op een luxejacht rondom Spitsbergen vanaf 20.000 dollar per persoon (exclusief vlucht) worden aangeboden. Degenen die voet aan wal willen zetten op de Noordpool kunnen eventueel met een OceanSky-schip op reis, waar, als ze weer terug aan boord zijn, de klanten worden vergast op sterrendiner.
Zijn dit soort extreme reisjes het geld waard, al maken ze maar een klein deukje in de portemonnee van de een- procenter? ‘Honderd procent!’ zegt Mackay-Lewis terwijl hij de zoveelste flinke cheque incasseert. Hij wijst ons op de benodigde creativiteit om uit te blinken op de reismarkt.
‘Als ze naar een normaal luxueus reisbureau gaan en zeggen: “Ik wil naar Namibië,” staat ze waarschijnlijk een standaardrondreis te maken. Er zit geen verhaal achter. Er is geen echte onderdompeling bij inheemse gemeenschappen en geen aandacht voor natuurbehoud.’
Donaties
Cookson beaamt dat maatschappelijke baten op langere termijn een krachtige prikkel zijn voor luxpeditionisten. Hij wijst erop dat na zulke avonturen de donaties snel volgen – of het nu gaat om weeshuizen, de filantropische stichtingen van de reisorganisaties of om hoge toegangs-/permit-fees voor ‘onbereikbare’ locaties die als donatie worden gepresenteerd.
Om het Bhutaanse Koninklijke Park Manas te mogen bezoeken, waar men naar de bedreigde Bengaalse tijger en de Aziatische olifant op zoek gaat, of om op nieuwe routes in het heuvelgebied van het Himalayagebergte te wandelen, moeten Cooksons klanten een lokale ngo, school of conservatieproject steunen – bovenop de standaardprijs van 250.000 voor de tiendaagse reis. ‘Het koninklijk huis van Bhutan staat erop dat groepsreizen een duidelijk doel hebben en een bijdrage leveren aan het land,’ legt Cookson uit.
Zelf doet hij daar graag nog een schepje bovenop. ‘We hebben plannen om een uniek en nooit eerder vertoond eco-kamp te stichten op een prachtige plek in Groenland, een bestemming waar we steeds meer organiseren,’ zegt hij. Het gebied ontwikkelt momenteel een internationale toerismesector – zo werd er vorig jaar een nieuw vliegveld geopend, met nog twee in het vooruitzicht.
Niet alle welgestelde vakantieaanbieders hebben echter de duurzaamheidsboodschap meegekregen. ‘Sommigen lijkt het helemaal niets te kunnen schelen,’ aldus Mackay-Lewis. Dus ‘rekent Pelorus het door aan de klant’, met een extra ‘planeetrekening’ op elke factuur, en een heffing van 1 procent voor natuurbehoud.
Luxpeditionisten moeten er van hen aan geloven – of hun miljoenenbudget voor avonturen ergens anders besteden.
Vakantiegangers beschadigen het klimaat, verdringen de lokale bevolking en zien er vaak ook nog eens belachelijk uit. Toch is het volgens Philipp Laage in Der Spiegel ronduit verkeerd – en elitair – om anderen het recht op vakantie te ontzeggen.
Lang was reizen iets gewilds: iemand die regelmatig met het vliegtuig op vakantie ging om andere landen te zien, werd beschouwd als kosmopoliet. Dat is nu wel anders. Vandaag de dag zijn toeristen klimaatzondaars die de lokale bevolking het leven onmogelijk maken. Ze worden niet alleen als storend gezien vanwege een bepaald soort gedrag, ze zijn per definitie misplaatst. Het algehele nut van reizen wordt in twijfel getrokken.
Maar door wie eigenlijk? En vooral, waarom? De waarheid is: zolang mensen bewust en bedachtzaam met zichzelf, anderen en hun omgeving omgaan, maakt het niet uit waar ze zijn. En als ze dat niet doen, geldt hetzelfde. Het is niet zo dat reizen mensen beter of slechter maakt. En misschien is het zelfs wel zo dat directe culturele uitwisseling door persoonlijke ontmoetingen steeds belangrijker wordt nu de spanningen wereldwijd toenemen. Is het niet gemakkelijker om interpersoonlijke grenzen te overstijgen als je ook geografische grenzen overschrijdt?
Het nieuwe kolonialisme
Veel mensen lijken het nu anders te zien. Onder andere veel journalisten. Jens Jessen maakt in Die Zeit de balans op van het onbeschaamde massatoerisme en noemt het ‘het nieuwe kolonialisme’. Hij observeert ‘een onstuimig verlangen van mensen die aan huis gebonden zitten om minstens één keer per jaar anderen te kunnen lastigvallen en kleineren’. Geen beste reden voor een vakantie. Andere culturen leren kennen, je horizon verbreden, vooroordelen afbreken – wat is daarmee gebeurd?
Blijkbaar allemaal zelfbedrog. Vakantie is ook gewoon werk, schrijft Nils Markwardt, eveneens in Die Zeit. Als je iets wilt leren, kun je een boek kopen. Hetzelfde geldt voor wie zichzelf wil ontdekken. ‘Dus het is het beste om gewoon thuis te blijven’, besluit de auteur stellig.
Vice ergerde zich een paar jaar geleden vooral aan ‘kinderen van rijke ouders op zelfontdekkingsreis’. Van reizen worden we slechtere mensen omdat we het klimaat verpesten, aldus de strekking. Alle eventuele voordelen moeten wijken voor de ecologische crisis.
De Amerikaanse filosoof Agnes Callard baarde opzien met een essay in The New Yorker. Ze vraagt zich daarin af of reizen wel echt zo verrijkend is. Haar belangrijkste bezwaar: we weten al wie we zijn als we terugkomen. Ook avonturlijkere reizigers hebben haar zegen niet. Ze wenden verandering voor, maar zijn uiteindelijk niet in staat om zichzelf objectief te bekijken en te beoordelen. Je kunt je afvragen: de auteur wel dan?
Het essay ging viraal en herhaalde de bekende beschuldigingen tegen toeristen: ze zien niets, leren niets, veranderen niet. Het is allemaal vluchtgedrag, narcisme en zelfbedrog. Reizen verandert ons enkel in de slechtste versie van onszelf, aldus Callard.
Volgens Die Welt is reizen binnenkort simpelweg niet meer van deze tijd. De krant spreekt van een ‘nieuwe haat tegen toeristen’ – maar zo nieuw is die niet.
Cruise naar de ondergang
Het zwartmaken van toeristen gaat ver terug. Al in de negentiende eeuw werd er geklaagd dat het plebs in aantocht was en dat de beste tijden voorbij waren. Al toen vakantiegangers nog in verantwoorde aantallen reisden, werden ze beschouwd als schapen en lemmingen die de massa volgden; als een kudde, roedel of zelfs als een zwerm insecten die steeds weer ergens anders neerdaalden.
Het ongemak met toerisme is altijd gevoed door de culturele oppervlakkigheid en het ontwrichtende massale karakter ervan. Critici maken graag onderscheid tussen toeristen en ‘echte reizigers’, die hun horizon willen verbreden. Al die kritiek en spot heeft de massa er echter nooit van weerhouden om te reizen. De laatste tijd geven Duitsers meer geld uit aan vakanties dan ooit tevoren en langeafstandsreizen en vliegen zijn nog altijd razend populair.
Wel heeft het onbehagen dat de vakantieganger veroorzaakt nu een morele implicatie: toeristen worden ervoor verantwoordelijk gehouden de mensheid dichter bij haar einde te brengen, als op een cruise naar de ondergang.
De toerist lijkt niet te passen in een tijdperk dat soberheid predikt. In haar boek Bleibefreiheit [Blijfvreugde] stelt filosoof Eva von Redecker dat vrijheid niet gedefinieerd moet worden in termen van ruimte, maar in termen van tijd: we moeten thuisblijven om de basisvoorwaarden van het leven in de toekomst garanderen. Niet uit dwang of plicht, maar omdat dat ons voldoening schenkt. In deze utopie is letterlijk weinig ruimte voor de vakantieganger; de Oostzee en de Beierse meren zijn immers al overvol.
Wie verder weg wil rijden of vliegen, moet de klimaatimpact van zijn eigen vakantie verantwoorden en wordt al snel veroordeeld. Daarbij wordt vaak met twee maten gemeten. De thuisblijvers houden er immers misschien wel een levensstijl op na die in het dagelijkse leven meer uitstoot veroorzaakt dan die van sommige reizigers. Toegegeven, dat is whataboutism. Maar moeten we ons wel kritisch opstellen ten opzichte van elkaars prioriteiten?
De moraalridder uithangen zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen
Vliegen is gewoon een dure luxe, wordt wel gezegd. In tegenstelling tot huisvesting, bijvoorbeeld. Reisemissies zijn daarom onnodig en dus immoreel. De vraag is wat je met zulke beschuldigingen wilt bereiken. De moraalridder uithangen en je opwinden over andermans gedrag zal er waarschijnlijk niet toe leiden dat die ander dat zal veranderen. Dat is tenminste wat de maatschappelijke ontwikkeling van de afgelopen jaren ons toont. Er valt weinig te winnen door anderen de legitimiteit van hun belangen en behoeften te ontzeggen. Ook als die behoefte een vakantiebestemming is die verder ligt dan het Zwarte Woud, Texel of het Vierwoudstedenmeer.
Niets wijst erop dat de meerderheid van de mensen binnenkort vrijwillig zal afzien van vliegreizen. Slechts enkelen kiezen ervoor om het niet te doen (en gaan daar prat op). Degenen met minder geld willen ook weleens met het vliegtuig op vakantie, en laten zich daarin niet door anderen beperken.
Eén suggestie is om iedereen een persoonlijk CO₂-budget te geven. Als je van reizen houdt, kun je je budget daaraan spenderen en moet je elders bezuinigen. Maar wie moet dit gaan controleren? Een nieuwe superautoriteit? Daar hebben we waarschijnlijk een dictatuur voor nodig.
Met het definiëren van de term overtoerisme lopen we tegen eenzelfde probleem aan: wie naar Mallorca vliegt om van de zon te genieten moet wegblijven, maar cultuurreizigers zijn welkom? Wie kan het doel van de reis beoordelen en bij twijfel de boeking weigeren?
Nee, de markt moet reguleren. En omdat bekend is dat de markt op hol slaat en alle neveneffecten negeert als we haar haar gang laten gaan, moeten politici haar in toom houden. Ze moeten een prijs zetten op klimaatschade, woningen beschermen en infrastructuur reguleren. Met belastingen en boetes, eisen en regels, lokkertjes en compromissen. Hoe dit op een sociaal aanvaardbare manier kan worden bereikt is een belangrijke vraag, die niet eenvoudig te beantwoorden is.
Elitair
Veel vakantiegangers passen zich aan, slechts weinigen lappen de regels moedwillig aan hun laars. De meeste van hen zijn helemaal niet zo onwetend als ze vaak worden afgeschilderd. Bovendien moeten we niet over het hoofd zien dat slechts een paar plaatsen op aarde echt zonder bezoekers kunnen. In veel regio’s heeft toerisme een doorslaggevende bijdrage geleverd aan de welvaart. De ongelijke verdeling van inkomsten en het gebrek aan sociale normen zullen niet worden opgelost als er over het algemeen minder te verdelen valt. Integendeel.
Het is onrealistisch om van toeristen te verwachten dat ze deze problemen oplossen door hun consumptiegedrag aan te passen. De verantwoordelijkheid voor structurele veranderingen kan niet worden afgeschoven op de reizigers. Nuttiger zou het zijn om politieke maatregelen te promoten die klimaatbescherming en sociale rechtvaardigheid bevorderen.
Het nut van het snel toenemende Instagramtoerisme is zonder meer discutabel. Hoe we reizen is en blijft dan ook een belangrijke vraag. Natuurlijk kun je door minder te vliegen een persoonlijke bijdrage leveren aan de bescherming van het klimaat, of het nu daadwerkelijk iets oplevert of niet. Maar anderen veroordelen en het recht ontzeggen om op vakantie te gaan, is ronduit verkeerd en elitair.
Waarom iemand op vakantie gaat, moet hij zelf weten. Het gaat waarschijnlijk zelden echt om die persoonlijke transformatie, al suggereert filosoof Callard van wel. Het lijkt niet bij deze auteur op te komen dat mensen die naar het buitenland reizen gewoon op zoek zijn naar een beetje plezier, of ontspanning.
Misschien is de toerist zo’n populaire boeman omdat mensen in het licht van complexe, escalerende crises duidelijkheid willen: wie staat aan de goede kant, wie aan de verkeerde? Eenvoudige antwoorden maken de wereld draaglijker. Maar niet beter.
Deze zomer opent aan de Noord-Koreaanse oostkust een strandresort – voor honderdduizend gasten. En dat terwijl het regime nauwelijks buitenlandse toeristen toelaat. Vanwaar Kim Jong-uns behoefte aan dit reusachtige vakantieparadijs?
Dit artikel werd origineel gepubliceerd op 9 juni in Die Süddeutsche Zeitung, voordat Wonsan-Kalma de deuren opende. De openingsceremonie heeft op 26 juni plaatsgevonden.
Reisorganisator Simon Cockerell hoopte aanvankelijk dat Noord-Korea door de pandemie misschien wat interessanter zou kunnen worden als toeristische bestemming. ‘Ik dacht: misschien zien ze wel een kans in hun isolatie van de buitenwereld en breiden ze hun aanbod wat uit.’ Cockerell, een Brit uit Thornbury, is directeur van het Chinese reisbureau Koryo Tours, dat vanuit Beijing al ruim dertig jaar reizen aanbiedt voor westerse toeristen naar het mysterieuze rijk van de Kim-dynastie. Zelf is hij al meer dan honderdtachtig keer naar Noord-Korea gereisd; maar sinds het land in 2020 vanwege de pandemie de grenzen sloot, is hij er nog maar één keer geweest. Dat was in april, toen hij tweehonderd hardlopers uit vijftig landen begeleidde voor de marathon van Pyongyang.
Cockerells hoop bleek tevergeefs: Noord-Korea is moeilijker toegankelijk dan ooit. En ook het nieuws dat het nieuwe strandresort Wonsan-Kalma deze zomer de deuren zal openen, geeft hem amper meer hoop.
Het resort ligt aan de oostkust van Noord-Korea, op het idyllische schiereiland Kalma, dat bij de stad Wonsan hoort. ‘Kijk eens hoe groot dit is,’ zegt Cockerell. Er zijn zeventienduizend hotelkamers en er is plek voor maximaal honderdduizend gasten, meldt het Russische reisbureau Wostok Intur. De paar duizenden toeristen die jaarlijks naar Noord-Korea komen, zouden in dit enorme hotellandschap verdwalen. ‘Voor hen is dit dus niet bedoeld, dat zou idioot zijn,’ zegt Cockerell. Maar voor wie is vakantieparadijs Wonsan-Kalma dan wel bedoeld?
Op vakantie naar Noord-Korea
Toerisme in Noord-Korea: het klinkt een beetje als een vleesbuffet op een vegetarisch feestje – als iets wat eigenlijk niet kan. Het regime ziet invloeden van buitenaf en pottenkijkers uit het buitenland doorgaans als gevaar voor zijn voortbestaan. Toch ligt de werkelijkheid in Noord-Korea wat complexer dan het cliché. De Kims willen blijkbaar wel dat hun land ook iets van diezelfde gezelligheid uitstraalt die rijke, vrije landen hun mensen te bieden hebben. En daarbij horen ook geld uitgevende buitenlanders, die de lokale trekpleisters komen bewonderen, en gezinnen uit de eigen middenklasse die er een weekendje op uit gaan in de natuur.
Toerisme kan het imago verbeteren, en het zorgt voor werkgelegenheid. Dit geldt ook voor Noord-Korea, maar uiteraard wel met enig voorbehoud.
Cockerell kan bevestigen dat het regime tot 2020 nooit professioneel georganiseerde vakanties naar Noord-Korea heeft geweigerd. ‘Natuurlijk werd alles streng gecontroleerd,’ zegt hij. Zo moest Koryo Tours het reisprogramma van tevoren indienen bij partnerbedrijven van de staat, moesten alle deelnemers te allen tijde bij de reisleider blijven en was internetgebruik verboden. Toch waren de reizen gevarieerd. ‘Mensen gingen voornamelijk naar Pyongyang, naar de gedemilitariseerde zone en naar de stad Kaesong, en dan misschien nog naar een paar andere plekken aan de oost- of westkust,’ vertelt Cockerell.
‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt’
De risico’s? ‘Het is gevaarlijk als je de regels overtreedt,’ zegt Cockerell. Maar het is niet zo moeilijk om je aan de regels te houden. Hij heeft zelf nog nooit problemen ervaren, en dat terwijl hij ‘tienduizenden toeristen’ naar Noord-Korea heeft begeleid, voornamelijk Britten, Australiërs en Duitsers. En tot 2017 ook Amerikanen. Maar toen stierf de student Otto Warmbier uit Ohio, nadat hij (overigens niet met Koryo Tours) naar Noord-Korea was gereisd, daar was gearresteerd en in de gevangenis om onopgehelderde redenen in coma was geraakt. Sindsdien is het in de VS verboden om naar Noord-Korea te reizen, net als overigens in Zuid-Korea. Voor 2020 kwamen er in Noord-Korea al weinig toeristen uit het Westen, vertelt Cockerell. ‘De meesten, ruim 95 procent, kwamen uit China.’ Dat zijn zo’n driehonderdduizend reizigers per jaar.
Maar de oude reisroutine bestaat niet meer. Sinds het einde van de pandemie is het toerisme naar Noord-Korea meer een soort etalage geworden voor de nieuwe vriendschap van het land met Rusland.
In de zomer van 2023 bouwde Noord-Korea zijn coronalockdown langzaam af. Kim Jong-uns eerste buitenlandse reis was een bezoek aan Rusland, waar hij president Vladimir Poetin ontmoette. De twee konden het goed met elkaar vinden. Vanaf begin 2024 mocht het reisbureau Wostok Intur uit Vladivostok de eerste reizen organiseren naar skiresort Masik-Ryong, bij Wonsan. Maar dan ook alleen Wostok Intur, en alleen voor Russen. Pas in februari leek het erop dat ook Koryo Tours en andere reisorganisaties hun activiteiten konden hervatten; niet-Russische toeristen mochten de stad Rason in het noordoosten van het land bezoeken.
Maar na drie weken gingen de grenzen weer dicht voor niet-Russische toeristen. Waarom? ‘Geen idee,’ zegt Cockerell, ‘er werd geen officiële verklaring voor gegeven.’ Westerse media vermoeden dat het door kritische reisverslagen kwam, maar Cockerell gelooft daar niets van. Kritische youtubers waren er eerder ook al wel, en dat had dan nooit gevolgen.
Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien.
En nu staat de opening van het gigantische strandparadijs op het schiereiland Kalma voor de deur. Staatsmedia meldden in december dat het resort Wonsan-Kalma in de zomer de deuren zal openen. Op satellietbeelden is de voortgang van de bouwwerkzaamheden te volgen.
In 2017 was het gebied rond de plaatselijke luchthaven nog grotendeels onbebouwd. Een jaar later, in november, stonden de eerste ruwbouwconstructies al overeind. Op 13 april van dit jaar, enkele maanden voor de opening, zijn er hotelcomplexen met ronde vormen te zien, met zwembaden en tennisbanen. In een park ligt een grote vijver met kunstmatige eilanden.
Langs het kilometerslange strand loopt een promenade. Op een foto van 5 juni is te zien dat de strandstoelen voor de gasten al klaarstaan. Iets zuidelijker is een amfitheater te zien. Eén gebouw trekt met name de aandacht: met zijn glinsterende metallic grijze dak heeft het wat weg van een schildpad. Het zou een aquarium kunnen zijn. Op actuele beelden is er ook een groot waterpark met reuzenglijbanen te zien. In totaal bevinden zich op het 2,8 vierkante kilometer grote terrein 17 [1] grote hotels, 37 hostels en 29 winkelcentra, zo blijkt uit een analyse van een toeristenbrochure door de Zuid-Koreaanse website NK News. Noord-Korea lijkt met Wonsan te willen laten zien dat het zich niet alleen op militaire macht richt. Toch blijft de vraag: waarom heeft het regime dit vakantieoord laten aanleggen? En voor wie?
Een vakantieparadijs voor niemand
In 2018 sprak Kim Jong-un voor het eerst over het plan. Maar toen sloeg de pandemie toe, en waren er andere dingen aan de orde. Nu is niet alleen de pandemie voorbij, ook is het veiligheidsverdrag van kracht dat Poetin en Kim in 2024 ondertekenden. Noord-Korea levert wapens en manschappen voor Poetins aanvalsoorlog tegen Oekraïne. In ruil daarvoor steunt Rusland Noord-Korea, en blijkbaar niet alleen op het gebied van bewapening. Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.
Kim Jong-un was in december nog in Wonsan-Kalma. Voor de camera’s van de staatsmedia maakte hij een strandwandeling met zijn dochter. Ook bezichtigden ze een paar hotelkamers en namen ze een kijkje in een van de weelderige eetzalen.
Kim Jong-un noemde het project de ‘eerste grote stap’ voor het nationale toerisme. Pure propaganda. Maar Wonsan-Kalma is te groot om louter te dienen als decor voor Kims ego. Eigenlijk is het is voor alle mogelijke scenario’s te groot.
Misschien wil het regime met het resort laten zien hoe de welvaart toeneemt dankzij de hechte banden met Rusland.
Toen Kim Jong-un voor het eerst over het resort sprak, waren de gemoederen tussen Noord- en Zuid-Korea ietwat aan het ontdooien. Een toeristisch initiatief tussen de twee zusterstaten leek niet ondenkbaar. Maar nu is de relatie weer ijzig koud; voorlopig gaan er geen Zuid-Koreanen naar Wonsan-Kalma. Zelfs voor toeristen uit China lijkt het resort te groot uitgevallen. Bovendien mochten de laatste tijd vrijwel alleen nog maar Russische toeristen het land in.
Is Wonsan-Kalma dan bedoeld als een soort Noord-Koreaans Lloret de Mar voor Russische vakantievierders? Wostok Intur heeft in januari namelijk de eerste reizen naar Wonsan-Kalma voor juli aangekondigd. Op Telegram maakte het bedrijf reclame voor ‘een onvergetelijke vakantie naar een van de meest milieuvriendelijke reisbestemmingen ter wereld, met eersteklas entertainment voor elk budget’. In mei vertelde Alexander Mazegora, de Russische ambassadeur in Noord-Korea, aan de krant Iswestija dat er wordt gewerkt aan een nieuwe veerdienst tussen Vladivostok en Wonsan-Kalma. De ambassade verheugde zich er al op: ‘Wij gaan er zeker heen.’
Maar als we de meest recente cijfers van de Russische binnenlandse geheime dienst FSB moeten geloven, valt het met dat Russische enthousiasme voor een reisje naar Noord-Korea wel mee: in het eerste kwartaal van 2025 gingen er maar 262 Russen op vakantie.
‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn’
Misschien zijn de Noord-Koreanen zelf de belangrijkste doelgroep. ‘Er is waarschijnlijk wel vraag naar in het land,’ zegt Peter Ward, Noord-Korea-expert aan het Sejong-instituut in Seoel. Te meer omdat er in 2023 een salarisverhoging was, waardoor vooral ambtenaren en het hogere kader wat meer geld te besteden hebben. Cockerell beaamt dat de toeristische sector in Noord-Korea in de lift zit. ‘Reisjes worden vaak aangeboden als beloning voor fabrieksarbeiders,’ zegt hij. Maar Ward en Cockerell zijn het ook over iets anders eens: dat de vraag onder Noord-Koreanen nooit genoeg zal zijn om het resort te vullen.
In Noord-Korea zien huizen er vaak alleen van de buitenkant mooi uit. Het is dus goed mogelijk dat de satellietfoto’s van Wonsan-Kalma de waarheid ietwat verfraaien. ‘Tja,’ zegt Cockerell, ‘wie weet.’ Ook voor een Noord-Korea-kenner als hij is het reusachtige resort een raadsel. ‘Ik ga niet doen alsof ik weet wat de hogere machten in Noord-Korea hiermee van plan zijn.’ Het enige wat Cockerell met zekerheid kan zeggen, is dat Noord-Korea sinds de pandemie voor de gemiddelde toerist nauwelijks is veranderd. Die indruk kreeg hij tijdens de marathon van Pyongyang. ‘Er gelden nog steeds dezelfde regels. Het is nog steeds dezelfde plek.’
Als het aan Simon Cockerell lag, zou het land weer net zo open worden als vroeger. In plaats daarvan opent er binnenkort waarschijnlijk een vakantieparadijs dat voor bijna niemand toegankelijk is.
Emigranten uit Oost-Europa kopen massaal vastgoed in Spanje. Dit doen ze niet alleen vanwege oorlogsdreiging, maar ook vanwege toenemende welvaart in het oosten en de gunstige Spaanse woningmarkt.
Spanje staat van oudsher bekend als een populaire bestemming voor investeringen in vastgoed. Vanwege zijn warme klimaat, ontwikkelde infrastructuur, lekkere eten en culturele verscheidenheid is het land een toeristenparadijs en een trekpleister voor investeringen. Normaal gesproken waren Britten, Duitsers en Fransen het meest actief op de vastgoedmarkt. Sinds het begin van de oorlog van Rusland tegen Oekraïne zijn er echter ook steeds meer Polen die in Spanje een woning aanvragen.
Vooral in 2022 toonden Polen de meeste belangstelling voor vierkante meters aan de Spaanse kust: het percentage steeg toen naar 161 procent. Sindsdien vestigen kopers uit Polen ieder jaar weer een nieuw record qua hoeveelheid aangeschafte woonruimte. Dit beursspel heeft niet alleen te maken met de behoefte om naar een veel warmer gebied te verhuizen. Veel mensen die in Spanje een huis of appartement hebben gekocht, zijn bang dat de oorlog tussen Rusland en Oekraïne ook Polen zal raken. Zij investeren in vastgoed in vakantieoorden in de hoop een veilige plek te vinden voor het geval de oorlog verder escaleert.
Volgens gegevens van Bank Pekao S.A. hebben Polen alleen al in de eerste negen maanden van 2022 in Spanje 2300 onroerende goederen gekocht, 102 procent meer dan in heel 2021. Dit verklaart waarom de Spaanse woningmarkt toen het hoogste niveau in de laatste vijftien jaar bereikte: in 2022 werden er in totaal zo’n 700.000 huizen en appartementen verkocht. Spanje is tevens een populair land onder Oekraïense huizenkopers. Alleen al in de eerste zes maanden na het begin van de oorlog hebben Oekraïners in het land 1237 onroerende goederen aangekocht; 60 procent meer dan het gemiddelde van de laatste vijftien jaar.
Angst voor oorlog
Tegen de achtergrond van de oorlog in Oekraïne en de toegenomen welvaart kopen Polen al een aantal jaren appartementen en villa’s in Spanje op. In 2022 schaften ze 2300 onroerende goederen aan, twee keer zo veel als in 2021. In 2023 stond de teller al op 3118. In 2024 hebben Poolse kopers 4000 transacties gesloten en dit aantal zal in 2025 naar verwachting nog verder oplopen. Dankzij deze explosief toegenomen investeringsdrang staan de Polen nu op de vierde plaats qua aantal transacties met buitenlands vastgoed, na de Britten, Duitsers en Fransen. Poolse huizenkopers lopen zelfs voor op de Amerikanen en de Russen.
Het aandeel van de Polen onder de buitenlanders die actief zijn op de Spaanse vastgoedmarkt, groeit gestaag: waar dit aandeel in 2019 nog 1,6 procent bedroeg, was dit percentage tegen 2023 verdubbeld. In de regio’s Marina Baja en Marina Alta aan de Costa Blanca doen Poolse kopers meer investeringen in nieuwbouw dan de Spanjaarden zelf.
De gemiddelde prijs per vierkante meter aan woonruimte zat in Spanje eind 2022 op 1700 euro. Met de vraag naar woningen stegen ook de kosten: in de tweede helft van 2023 moesten niet-ingezetenen gemiddeld 2715 euro neertellen per vierkante meter. Polen betalen doorgaans alles in één keer, zonder een hypotheek af te sluiten, en kiezen vaker voor een appartement (65 procent van alle transacties) dan voor een villa of huis. Mensen die een villa kopen, kiezen voor een villa met een oppervlakte tussen de 250 en 600 vierkante meter en een zwembad. De meeste kopers gaan voor een villa met een prijs die tussen 350.000 en 1,5 miljoen euro ligt. Polen kiezen in de meeste gevallen voor de Costa del Sol en de Costa Blanca. Onder rijke kopers zijn Barcelona, Madrid, Valencia, Marbella, Malaga en Calpe geliefd.
‘Veel mensen belden ons met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen’
Volgens Agnieszka Marciniak-Kostrzewa, die werkzaam is als vastgoedbeheerder aan de Costa del Sol, weerspiegelt de plotselinge stijging van de vraag naar woningen de onrust in Polen vanwege de oorlog in Oekraïne en de angst dat de gevechten zich naar Pools grondgebied zullen uitbreiden. ‘Ik kan twee perioden aanwijzen waarin de belangstelling voor de aankoop van vastgoed razendsnel steeg. De eerste was februari 2022, direct na het begin van de oorlog. De tweede begon in februari 2024, toen Rusland zijn offensief aan het front intensiveerde,’ vertelt ze.
In februari 2024 zei Trump dat hij tijdens zijn eerste termijn eens had gedreigd ‘Rusland aan te moedigen’ om een van de NAVO-leden aan te vallen die hun financiële verplichtingen tegenover het bondgenootschap niet nakomen. Deze uitspraak was volgens haar een wake-upcall voor de Polen. Ook de waarschuwingen van de Poolse premier Donald Tusk voor een ‘vooroorlogs tijdperk’ in Europa brachten veel Polen op de gedachte om een huis over de grens aan te schaffen. ‘Na die uitspraken van Trump en Tusk hebben veel mensen ons gebeld met de vraag of ze binnen drie dagen konden komen om vastgoed te kopen en hoeveel tijd de sleuteloverdracht in beslag zou nemen,’ vertelt Marciniak-Kostrzewa.
De advocaat María Ruis López, die zowel in Spanje als in Polen werkt, zegt dat de vraag naar de diensten van notarissen en juristen in drie jaar tijd ‘ongelooflijk hard’ is toegenomen. ‘Onze cliënten zeggen dat de belangrijkste reden om appartementen en huizen in Spanje aan te schaffen de angst voor de oorlog is. Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben,’ legt ze uit.
‘Mensen zijn bang voor Rusland, daarom willen ze graag een plaats “achter de hand” hebben’
Verkopers en tussenpersonen geven toe dat Polen zich bij hun beslissing om een woning te kopen soms laten leiden door hun emoties. Marciniak-Kostrzewa vertelt dat een van haar cliënten, uit angst dat de oorlog zich naar Polen zou uitbreiden, een appartement in Spanje kocht en vroeg of hij het mocht verhuren op voorwaarde dat hij er binnenkort in zou kunnen wonen. Toen ze hem uitlegden dat het uitzetten van een huurder enige tijd in beslag neemt, antwoordde hij: ‘Laat het dan maar leegstaan.’
Tegen de achtergrond van een dreigende aanval van Rusland op de Baltische staten investeren ook steeds meer Litouwers en Esten in huisvesting in Spanje. Liivia Illak, een vastgoedmakelaar in Tallinn die appartementen in Spanje verkoopt, vertelt dat ze in 2023 heel wat meer van dat soort aanvragen heeft gekregen. ‘Ik kreeg steeds meer aanvragen binnen voor heel kleine appartementen, omdat mensen in Estland en Litouwen een plek hebben om snel naartoe te kunnen verhuizen. We zitten natuurlijk in de NAVO, maar in werkelijkheid zijn veel mensen erg bang voor een oorlog.’
Economische factoren
De vraag naar woningen stijgt mede als gevolg van de toegenomen koopkracht van de Polen. Dat Polen economisch succes boekt, blijkt uit het feit dat het bbp per hoofd van de bevolking is verdrievoudigd, aldus Marcin Piątkowski, hoogleraar aan de Koźmiński-universiteit. ‘Meer dan dertig jaar na de val van het communisme zijn de Polen rijker dan ooit tevoren. Veel mensen die begin jaren negentig een zaak zijn begonnen, willen nu met pensioen. En het thuiswerken dat door de pandemie gebruikelijk is geworden, heeft ervoor gezorgd dat jongeren een zorgelozer leven kunnen leiden en voor het warmere klimaat van Spanje kiezen,’ zegt hij.
Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid. Over het algemeen zijn er twee redenen waarom ze vastgoed in Spanje kopen: ze willen erin gaan wonen, of ze willen het verhuren. Het potentieel van verhuur voor de korte termijn groeit: het aantal toeristen nam in de eerste helft van 2024 met 13 procent toe ten opzichte van diezelfde periode in 2023. Poolse kopers worden aangetrokken door de niet al te hoge levenskosten, het warme klimaat en de ontwikkelde sociale infrastructuur. Agnieszka Durlik, werkzaam bij de Poolse Kamer van Koophandel, noemt behalve de veiligheid ook de voordelige prijzen en de behoefte aan een warmer klimaat als de belangrijkste redenen waarom Polen meer interesse in Spanje hebben gekregen.
Een vierkante meter woonruimte is in Spanje een paar duizend zloty’s goedkoper dan in Polen. Zo heb je aan de Spaanse oostkust voor 400.000 zloty’s (ongeveer 95.000 euro) een appartement van zestig vierkante meter. Bovendien ligt het tempo waarin de vastgoedprijzen stijgen in Polen naar schatting hoger dan in Spanje. Daar komt bij dat de koers van de zloty sinds september 2023 sterker is dan die van de euro, wat de aankoop van vastgoed in het buitenland nog voordeliger maakt.
Veel Polen zien vastgoed als een stabiele investering, vooral in tijden van globale onzekerheid
De volgende factor is de staat van de economie. Hoewel Spanje hard werd getroffen door de wereldwijde crisis van 2008 en de eurocrisis van 2012, is het land nu weer de weg naar dynamische ontwikkeling ingeslagen. Ook heeft de toeristische sector zich weer hersteld van de coronacrisis. Daarnaast is het mogelijk om bij een ontwikkelaar vastgoed te kopen waar je meteen in kunt gaan wonen. Een investeerder uit het buitenland hoeft alleen maar het meubilair aan te schaffen zonder nog allerlei andere grote investeringen te hoeven doen (zoals het controleren van ingehuurde werknemers).
Een andere oorzaak waardoor de vraag is toegenomen, is de soepele verkeersverbinding. Zo is het vier uur vliegen van Warschau naar Malaga. Ook de toegang tot kwalitatief hoogstaande medische zorg trekt investeerders aan. De meeste Poolse investeerders vallen in de leeftijdscategorie 35-plus, velen van hen hebben een gezin en daarom is goede medische zorg voor hen een prioriteit. Behalve openbare ziekenhuizen zijn er in het land ook veel privéklinieken, vooral aan de Costa del Sol.
De lokale vastgoedmarkt zou voor Polen nog aantrekkelijker kunnen worden nu de Spaanse regering voor de sector nieuwe regels heeft ingevoerd. In januari kondigde premier Pedro Sánchez een reeks maatregelen aan die huisvesting toegankelijker moeten maken. Een van de geplande maatregelen is de verhoging van de belasting op de verhuur van vastgoed aan toeristen en een belastingheffing van 100 procent op de aankoop van woonruimte door niet-ingezetenen van buiten de EU. Volgens Sánchez hebben niet-ingezetenen van buiten de EU alleen al in 2023 27.000 onroerende goederen aangeschaft, niet om erin te wonen, maar om winst te maken. Daardoor is er een tekort aan woonruimte ontstaan voor de Spanjaarden zelf.
Belastingverhogingen geven Polen een voordeel, terwijl niet-ingezeten kopers lijden onder de inperking van het ‘gouden visum’-programma. Dankzij dit programma kunnen mensen een verblijfsvergunning krijgen op voorwaarde dat ze investeren in vastgoed ter waarde van minimaal 500.000 euro. Bovendien hebben Polen er geen moeite mee om zich in Spanje aan te passen. In het land worden Poolse scholen geopend en in alle regio’s van het land kun je emigranten uit Polen aantreffen. Daar komt bij dat Polen groot fan zijn van de mediterrane leefstijl met zijn zonnige weer, dat een schril contrast vormt met de gure Poolse winters. Zes van de tien zonnigste steden van Europa liggen in Spanje.
Trekpleister voor Oekraïners, Polen en Russen
Het Canadese dagblad The Globe and Mail, dat eveneens de toegenomen belangstelling van Oost-Europese kopers voor vastgoed in Spanje beschrijft, haalt het voorbeeld aan van Torrevieja, een kleine stad aan de Costa Blanca in de provincie Alicante die is uitgegroeid tot een heuse trekpleister voor Polen, Oekraïners en Russen. Een recente volkstelling toonde aan dat bijna de helft van de 100.000 inwoners van de stad buitenlanders zijn, van wie Polen, Oekraïners en Russen tot de grootste etnische groepen behoren.
Vastgoedmakelaars beamen dat ze het aantal aanvragen vanuit deze drie gemeenschappen maar nauwelijks kunnen bijbenen. ‘Het is gewoon gekkenwerk. Ze verhuizen niet allemaal hierheen, maar ze willen hun geld uit een gevaarlijk gebied halen en het investeren in een veiligere plek,’ verklaart Katarzyna Stadnicka, van het makelaarskantoor RO Spain Real Estate. De vraag naar huisvesting in de provincie Alicante is het hoogst onder de Polen. In 2023 hebben ze daar 2160 huizen gekocht, bijna drie keer zo veel als in 2021.
Ook het aantal Russen in de regio neemt toe. Ondanks de sancties die in 2022 en 2023 zijn ingevoerd, zijn ze erin geslaagd bijna 2500 villa’s en appartementen aan te schaffen. Oekraïners kopen er in Alicante ook gretig op los: in 2022 kregen ze de eigendom van 1036 onroerende goederen, in 2023 waren dat er 1400. Ter vergelijking: in 2021 sloten ze slechts 376 transacties.
Het doorsnee profiel van een Oekraïner die een luxe onroerend goed aanschaft, is een gezin dat op zoek is naar een villa met een terras en een huis met een tuin in de buurt van Barcelona of in een groene regio. De gemiddelde verkoopprijs ligt boven de 500.000 euro, zeggen ze bij het makelaarskantoor Uniko International Real Estate.
Fraude en okupas
Hoewel het aantrekkelijk is om in Spaans vastgoed te investeren, waarschuwen marktdeelnemers voor wijdverbreide frauduleuze praktijken. Het is in Spanje al meer dan eens voorgekomen dat frauderende ontwikkelaars buitenlanders bedrogen, waarbij ze handig profiteerden van het feit dat een notariële akte in het Spaans moet worden opgesteld. Daarbij bestaat het risico dat, als een huis of appartement een tijdlang leegstaat, ze worden ingenomen door illegalen, de zogeheten okupas (krakers). Okupas handelen uit verschillende motieven: soms zijn ze wanhopig op zoek naar een dak boven hun hoofd, in andere gevallen hebben ze winst voor ogen.
Volgens gegevens van het Spaanse ministerie van Binnenlandse Zaken zijn er in 2024 16.426 gevallen vastgesteld waarin mensen illegaal een woning binnendrongen – 7,4 procent meer dan in 2023. Catalonië staat ruim bovenaan de ranglijst illegale huisbezettingen met 7000 ingediende klachten – dat is meer dan 40 procent van alle gevallen. In deze situatie moest de overheid wel ingrijpen. In april 2025 werd een hervorming van het strafrecht van kracht die een verandering moet aanbrengen in de manier waarop de strijd tegen de krakers wordt gevoerd. De rechtszaken worden sindsdien behandeld volgens de ‘versnelde gerechtelijke procedure’.
‘Daardoor is een snellere uitzetting mogelijk in gevallen waarin krakers een huis binnenvallen of illegaal eigendommen in bezit nemen. Het is een overgang van een traag en bureaucratisch naar een sneller proces dat het in theorie mogelijk maakt om mensen binnen vijftien dagen uit te zetten. Ja, het rechtssysteem is traag en problematisch, dat zal niet onmiddellijk verholpen zijn, maar het zal een stuk sneller gaan dan eerst,’ legt advocaat Xavi Abat uit.
Onder de nieuwe wet kan de rechtbank, als het oordeel in het nadeel van de krakers uitvalt, een gebod tot uitzetting uitvaardigen waartegen geen hoger beroep mogelijk is. Er wordt een concrete datum vastgesteld en vertegenwoordigers van de rechtbank zien erop toe dat de krakers uiterlijk op die datum worden uitgezet. In maart gaf de rechtbank huizenbezitters een extra drukmiddel in handen: het wettelijke recht om elektriciteit, water en gas in een gekraakt huis uit te schakelen zonder dat ze hoeven te vrezen voor strafrechtelijke vervolging. Nu zijn eigenaars van gekraakte huizen niet verplicht om de rekening voor water, gas of stroom te betalen zolang de krakers in hun huis wonen.
Voor veel Europeanen zal de aanpassing van de vakantiebestemming het eerste tastbare gevolg zijn van de stijgende temperaturen wereldwijd, schrijft Simon Kuper van de Financial Times. ‘De zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen.’
In 1975 scoorde zanger en televisiepresentator Rudi Carrell een hit in Duitsland met het lied Wann wird’s mal wieder richtig Sommer, waarin hij verlangde naar de hittegolven van weleer. Een tijd waarin volgens Carrell men nog geen sauna nodig had, en de schapen ’s zomers graag werden geschoren:
Ein Sommer, wie er früher einmal war, Ja, mit Sonnenschein von Juni bis September Und nicht so nass und so sibirisch, wie im letzten Jahr
Bewoners van kille, noordelijke streken hebben altijd naar hete zomers verlangd. In elk geval sinds 1923, toen de Amerikaanse socialites Gerald en Sara Murphy zich pioniers toonden op het gebied van zonnen aan de Franse Rivièra. Langzaam ontstond er brede overeenstemming over de ideale weersomstandigheden — een zonnige lucht en temperaturen rond de 25 graden — en de plek die daarbij hoorde: het strand.
Maar sinds de hittegolven van 2019 is de zomer veranderd van een tijd om naar uit te kijken in een tijd om te vrezen. Europa, dat twee keer zo snel opwarmt als het mondiale gemiddelde, had zijn heetste zomer ooit in 2022. De heetste zomer daarvóór was een jaar eerder — en dit alles gebeurde nog voordat de opwarmende klimatologische cyclus El Niño de wereld andermaal komt plagen. Geen strand is aangenaam bij 40 graden of met bosbranden in de verte.
Nieuwe zomerparadijzen
Voor veel rijke mensen is het veranderen van de vakantiebestemming het eerste tastbare effect van klimaatverandering. Dat is tenslotte gemakkelijker dan ergens anders gaan wonen. Vakantie vieren verandert het klimaat — toeristenvervoer neemt 5 procent van de mondiale uitstoot voor zijn rekening — en tegelijkertijd verandert het klimaat het vakantie vieren. Nu de coronapandemie plaatsmaakt voor een toerismepiek, tekent zich snel een nieuwe vakantiekaart af.
Voorlopig prijken stranden nog prominent op de vakantiekaart. ‘Kusttoerisme is de grootste component van de mondiale toeristenindustrie’, zo leert een studie uit 2014 van de Universiteit van Cambridge. Ruim 60 procent van de Europeanen kiest voor strandvakanties, in de Verenigde Staten is het strandsegment goed voor ruim 80 procent van de inkomsten uit toerisme.
Enkele strandbestemmingen — de Malediven en delen van het Caribisch gebied — zullen echter onder de golven verdwijnen. Ook in de Middellandse Zee, en dan vooral aan de Afrikaanse kust, kalven de stranden af door de stijgende zeespiegel. Bovendien wordt het in het hele Middellandse Zeegebied ondraaglijk heet. De trend zal zich waarschijnlijk bewegen in de richting van strandvakanties in het koelere noorden van Spanje, in Normandië, in het Verenigd Koninkrijk en in Scandinavië, totdat de hitte ook die plaatsen overmant. Alaska en het noordpoolgebied zouden binnenkort al aangename zomerparadijzen kunnen worden.
Traumatische verschuivingen
Dertig jaar geleden bracht ik een paar maanden door in St. Leonards-on-Sea, een stadje aan de zuidkust van Engeland dat betere tijden had gekend. Sinds 1820 was het een chique badplaats geweest, totdat goedkope vluchten naar de Middellandse Zee het Britse strandtoerisme de das omdeden. Ik herinner me de plek vanwege de ooit elegante hotels aan de kust, nu bevolkt door krakkemikkige gepensioneerden en mensen met psychische problemen die daar door gemeenteraden uit Londen werden gehuisvest.
Het nieuwe, opgewarmde klimaat zou St. Leonards in de kaart kunnen spelen, mits Engelse waterbedrijven het lozen van ongezuiverd rioolwater in rivieren en de zee staken. Dagen dat het te warm is om te zonnen zijn geschikt om de lokale wijngaarden in Sussex te verkennen. Ondertussen zou de kokende Costa del Sol in Spanje de rol van verlaten vakantiebestemming op zich kunnen nemen. Dergelijke verschuivingen zullen de historische stroom van toeristengeld van rijkere naar armere landen gedeeltelijk omkeren.
Nog een ontwikkeling die eraan zit te komen: de zomer is niet langer het toeristische hoogseizoen. Ten eerste wordt het dan te warm om voor je plezier te reizen. Ten tweede neemt het aantal kinderlozen toe, en die zijn niet gebonden aan de schoolvakanties. Ten derde hebben populaire toeristische bestemmingen in het hoogseizoen bijna geen accommodatie meer. Dus zullen strandresorts zich weer richten op het voorjaar, waarin ze noorderlingen hun eerste zachte zonnestralen van het jaar kunnen bieden. Misschien gaan we zelfs terug naar de jaren 20 van de vorige eeuw, toen de Britse heersende klasse hartje winter aan de Franse Rivièra neerstreek.
‘Door de verschuiving van het ideale strandklimaat naar het noorden, verschuiven ook de geldstromen’
De wintersport zal op den duur verdwijnen. Momenteel gaat 40% van de wintersporters naar de Alpen, en daar zijn al honderden resorts gesloten wegens gebrek aan sneeuw. Bijna alle Alpengletsjers zullen deze eeuw verdwijnen. In een aantal resorts in de VS werd het skiseizoen tussen 1982 en 2016 34 dagen korter, bleek uit onderzoek. Skisteden proberen zichzelf om te vormen tot bestemmingen voor zomerse wandel- en fietstochten.
Er wachten ons traumatische veranderingen in vakantiepatronen. En de grootste slachtoffers zijn de miljoenen werknemers in de toeristenindustrie in arme landen en de familieleden die zij onderhouden. Maar deze omwenteling is nog maar een voorproefje van de nog fundamentelere verschuivingen die in het verschiet liggen.
Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken naar Zuid-Europa, waar ongekende droogte en hitte een grote impact hebben op het vakantieseizoen. Hoe vindt de regio een balans tussen de behoeften van het toerisme en die van de lokale bevolking?
Buiten de grenzen is exclusief voor abonnees. Heb je deze nieuwsbrief doorgestuurd gekregen en wil je blijven lezen? Neem dan een (proef)abonnement – tijdelijk al vanaf € 1,50 per maand – op 360 Magazine.
Hoe droog is het in Zuid-Europa?
‘De parochianen van Perpignan besloten zich nog eens te richten tot sant Galdric, beschermheilige van de Catalanen, om eindelijk regen te brengen naar het [Franse departement] Pyrénées-Orientales. Op zondag 10 maart organiseerden ze voor het tweede achtereenvolgende jaar een processie door de straten van de stad. In het uiterste zuiden van Frankrijk, net als in het hele westelijke Middellandse Zeegebied, heeft de droogte toegeslagen’, zo opende Le Mondedit voorjaar een artikel over de ongekende droogte in Zuid-Europa.
Al sinds het begin van 2022 kampt de regio met aanhoudende droogte. ‘De ergste sinds het begin van de metingen in 1959’, zegt klimatoloog Simon Mittelberger, werkzaam bij Météo-France – de Franse KNMI – tegen de krant. ‘De winter van 2023-24 was nog droger dan de vorige, met een regentekort van 55 procent.’
‘Het gebrek aan regenval is verergerd door de hogere temperaturen die veroorzaakt zijn door de klimaatverandering’
‘De droogte is bijzonder verwoestend, zeggen experts, omdat het gebrek aan regenval verergerd is door de hogere temperaturen die veroorzaakt zijn door de klimaatverandering’, aldus The New York Timesin een reportage over droogte op Sicilië. Le Monde beaamt dat: ‘Van de Maghreb tot aan Italië, via de Algarve in het zuiden van Portugal, de hele oostkust van Spanje, de Balearen, het uiterste zuiden van Frankrijk, Sicilië, Sardinië, Malta en zo ver zuidwaarts als Kreta, is het duidelijk dat de huidige situatie niet uitzonderlijk is (…) maar een langetermijnverschijnsel.’ Zo warm als afgelopen winter was het nog nooit op de wereld, blijkt uit de metingen. Ook in juli zijn twee dagen op rij de hoogste gemiddelde wereldwijde temperatuur gemeten.
De Algarve, Sardinië en Sicilië hebben het watergebruik beperkt in steden en de regels voor het sproeien van tuinen verscherpt. Catalonië, dat volgens regiopresident Pere Aragonès te kampen heeft met de ‘ergste droogte in een eeuw’, heeft sinds 1 februari de noodtoestand uitgeroepen en een reeks beperkingen ingesteld op het verbruik van water. Barcelona wil zoet water per boot uit Valencia halen en is bezig met de bouw van twee grote zeewaterontziltingsinstallaties om haar inwoners te bevoorraden.
De European Drought Observatory spreekt van een alarmtoestand voor het zuiden en oosten van Spanje, het zuiden van Frankrijk, het grootste deel van Italië, Malta, Cyprus en delen van Roemenië, Griekenland en Turkije. In het algemeen is het hele westelijke Middellandse Zeegebied zwaar getroffen.
De landbouw, een sector met een hoog waterverbruik, heeft flink te lijden aanhoudende droogte. The New York Times bracht onlangs de situatie in kaart op Sicilië. Daar zag koeienboer Lorenzo Iraci Sareri zich gedwongen zijn melkkoeien te laten slachten. Na maanden van droogte had hij geen water of voedsel om ze in leven te houden. In veertig jaar tijd had Sareri dit nog nooit meegemaakt. ‘Het is verschrikkelijk,’ zei hij met betraande wangen tegen de krant.
Wat merkt het toerisme ervan?
‘De dreiging van nog een droge zomer in Spanje plaatst toeristen tegenover de lokale bevolking en links tegenover rechts in een strijd om water in de vakantiehotspots van het land’, stelt Financial Times. Het strijdtoneel: hotelzwembaden. Want door het watertekort ziet het regionale bestuur zich genoodzaakt om strenge controles op watergebruik in te voeren om te voorkomen dat er helemaal geen druppel meer uit de kraan komt.
‘Rechtse politici proberen de zonaanbidders in de watten te leggen, terwijl linkse leiders de hotels als deel van het probleem aanwijzen’
‘Rechtse politici proberen de zonaanbidders in de watten te leggen, terwijl linkse leiders de hotels als deel van het probleem aanwijzen’, vervolgt FT. ‘De door conservatieven geleide regio Andalusië, met strandparadijzen aan de Costa del Sol als Málaga en Marbella, heeft hotels toegestaan hun zwembaden te vullen, maar verbiedt dat voor de meeste appartementencomplexen en privéwoningen. Daarentegen heeft de linkse regionale regering in Catalonië deze week [sinds april] voor het eerst beperkingen opgelegd aan het watergebruik in hotels, nu de regio te kampen heeft met wat ze de ergste droogte in honderd jaar noemt.’
‘De toeristische sector moet zich aanpassen aan de situatie die we nu meemaken, die absoluut abnormaal is’, vertelde Patrícia Plaja van de Catalaanse regering aan Financial Times. ‘Het is een zeer belangrijke sector, maar met dezelfde rechten en dezelfde plichten als elke andere.’ Voor hotels in gebieden die zich in code rood bevinden, waaronder Barcelona, betekent dat dat ze per hotelbed maximaal 100 liter water per dag mogen gebruiken, dezelfde limiet als voor inwoners geldt.
In Andalusië heerst onvrede met de ongelijke behandeling van toeristen en lokale bevolking. ‘De maatregelen die ze hebben genomen zijn oneerlijk’, zei Andrés Marín, manager van een hoveniersbedrijf in Málaga en woordvoerder van een groep bedrijven die tegen de waterbeperkingen zijn, tegen de Britse zakenkrant. ‘Toeristen die naar Málaga komen, mogen als ze willen zeven keer per dag douchen, zo vaak als ze willen de jacuzzi vullen, er zijn geen beperkingen.’
Toch is vooralsnog voorkomen dat er geen water meer uit de kraan komt in Spanje. Dat het Spaanse watersysteem tot nu toe niet heeft gefaald, heeft een zekere ‘cognitieve dissonantie’ mogelijk gemaakt, aldus Gonzalo Delacámara, directeur van het Centrum voor Water- en Klimaatadaptatie aan de IE Universidad. Terwijl de mensen constant de boodschap krijgen dat ‘we een zeer ernstige droogteperiode doormaken, dat er een klimaatnoodtoestand is’, is de realiteit dat het systeem nog steeds veerkrachtig genoeg is en in staat is om ‘24/7’ water te leveren.
Op Sicilië is de situatie nijpender. In het stadje Agrigento is het water op een nog strikter rantsoen gezet. Sommige huizen aan de rand van de stad die bekendstaat om de Griekse tempels hebben al weken geen water. ‘Waterschaarste betekende dat een klein aantal kleine bed-and-breakfasts ook een aantal kamers van de markt moest halen of klanten moest doorverwijzen naar andere hotels’, bericht The New York Times. Om het centrum, waar de meeste hotels en B&B’s zitten, van water te blijven voorzien, heeft de burgemeester vrachtwagens met watertanks ingezet. Ondertussen moeten boeren hun dieren naar het slachthuis brengen en gaan oogsten verloren.
‘Als toeristen die komen niet kunnen douchen, ontstaat er negatieve mond-tot-mondreclame’
Ook op het Italiaanse eiland Sardinië krijgt het toerisme voorrang op de landbouw. ‘We hebben besloten om de landbouw op te offeren’, zei Giancarlo Dionisi, de plaatselijke prefect van de Sardijnse provincie Nuoro, tegen NYT. Terwijl de boeren gecompenseerd zouden worden voor hun verliezen, zei hij, zou de schade van waterloze hotels wel eens langer kunnen duren. ‘Als toeristen niet kunnen douchen, ontstaat er negatieve mond-op-mondreclame.’
Tegen het onbegrensde watergebruik van het toerisme schrijft de Griekse journalist Nicole Leivadari een aanklacht in de Griekse zakenkrant Naftemporiki, in zijn geval tegen het watermanagement op de Egeïsche eilanden. ‘Sifnos heeft geen water om te drinken, het verkeert in een noodtoestand vanwege watertekort. Maar overal zijn er spa’s, jacuzzi’s en zwembaden. In juni, toen het jaarlijkse “zwembaden vullen”-feest begon, was het waterverbruik met 100 procent gestegen vergeleken met vorig jaar.’
Wat wordt er gedaan om de droogte te voorkomen?
In Catalonië doen de regionale overheid en de gemeente er veel aan om de regio leefbaar te houden in tijden van droogte. Volgens Vicenç Acuña Salazar, directeur van het Catalaans Wateronderzoeksinstituut (ICRA), is het nodig om toeristen in Barcelona beter te informeren over waterschaarste en te zorgen dat de stad minder afhankelijk is van regenval. ‘We zijn begonnen met het samenstellen van een groep belanghebbenden uit de toeristische sector, mensen van de vereniging van hoteleigenaren en hopelijk ook het Spaanse ministerie van Milieu om een systeem te ontwikkelen en te implementeren voor het meten van waterverbruik bij toeristische activiteiten’, zegt hij tegen Euronews. ‘Zodat je, wanneer je moet kiezen welk hotel je gaat bezoeken, kunt zien hoe efficiënt ze met water omgaan, of ze hebben geïnvesteerd in het terugwinnen van regenwater en het vervolgens hergebruiken in het hotel.’
Want ook voor toeristen is er een gedragsverandering nodig. Volgens data van het ICRA gebruikt die groep twee keer zo veel water per persoon als lokale inwoners.
Maar alleen bewustwording is niet genoeg, vindt de Catalaanse regering. Die investeert namelijk bijna 2,5 miljard euro in het Catalaans Wateragentschap (ACA) om de watervoorraden te beheren en toekomstige droogtes aan te pakken. Het plan, dat loopt van dit jaar tot 2027, zal eerdere investeringen verdrievoudigen, het aantal waterproductieinstallaties uitbreiden van 24 naar 40 en de waterproductie uit de rivier de Besos in Barcelona opvoeren. Ook moeten de watersystemen in de regio worden gemoderniseerd. Volgens het ACA ging in Catalonië in 2022 een kwart van het water verloren door lekkages.
Daarnaast wordt dit jaar nog wordt voor de kust van Barcelona een drijvende ontziltingsinstallatie geïnstalleerd, die jaarlijks 14 hm³ water produceert – 6 procent van het verbruik van de agglomeratie – en vanaf juni worden 12 mobiele ontziltingsinstallaties gebouwd langs de noordelijke Costa Brava. Deze installaties, die 10 miljoen euro kosten, zullen dagelijks 1000 m³ water leveren, wat 35 procent van het waterverbruik in meer dan een dozijn gemeenten dekt.
‘Het optimale scenario is dat het niet uitmaakt wie het water gebruikt’
Ook de nationale regering van Pedro Sánchez, de socialistische premier van Spanje, houdt toezicht op een miljardeninvesteringsplan om beschadigde waterbronnen te herstellen, toevoersystemen te moderniseren en waterrecycling en ontzilting te bevorderen, meldt FT.
Maar ontzilting is niet omstreden, schrijft Euronews in een ander artikel. ‘Een recent rapport van Accenture toonde aan dat de centrales tot 23 keer meer energie verbruiken dan conventionele waterbronnen. Het rapport wijst op de aanzienlijke risico’s voor het zeeleven door het lozen van pekel, het residu dat overblijft na ontzilting.’ Pekel is namelijk schadelijk, en in bepaalde concentraties zelfs dodelijk, voor het zeeleven.
Om het waterverbruik echt te verminderen, moet ook het toerisme worden ingeperkt, vinden actiegroepen en veel lokale bewoners in Barcelona en Catalonië. Maar daar wil de lokale overheid nog niet aan. Tegen Politico zei locoburgemeester van Barcelona Laia Bonet dat de stad vooral nastreeft het waterverbruik van de sector te verminderen: ‘Het optimale scenario is dat het niet uitmaakt wie het water gebruikt, of het nu de lokale bewoner of de bezoeker is.’ Van het weren van toeristen is dus vooralsnog geen sprake.
In Mallorca en op de Canarische eilanden demonstreren inwoners tegen toeristen. Maar waarom? Als hotels en restaurants hun prijzen zouden verhogen, was het probleem vermoedelijk sneller opgelost.
Mallorca: een inferno van ‘Wein, Weib und Gesang’. Berlin-Mitte: vrijwel onbewoonbaar vanwege drinkende toeristen die een weekendje Airbnb’en. De Dolomieten: verstikt in de Instagram-waanzin. ‘Overtoerisme’ heet dat lijden van de inwoners onder hun bezoekers. Dat klinkt intellectueel. En het duidt op een diep wantrouwen tegenover dé factor die een einde zou kunnen maken aan deze nachtmerrie: de prijs. Wie het te druk vindt worden, verhoogt de prijs. Wie dat niet doet, vindt het niet te druk.
Tot ver in de twintigste eeuw was toerisme een zaak van de welgestelden, de hoogopgeleiden en de rijken. De grens over gaan was duur en ingewikkeld, er waren niet veel vrije dagen. De middenstand permitteerde zich een zomervakantie op het platteland, de kleine man kwam in het beste geval niet verder dan de rand van de stad. Wie verlangde naar zon en frisse lucht voer in een bootje op de Müggelsee, amuseerde zich in de Englische Garten (München), of bewerkte zijn volkstuintje. Dat was al heel wat.
Dat veranderde ingrijpend in de zestiger jaren. In West-Duitsland en enkele andere Europese landen begon nu ook de massa te reizen. De eerste klachten over drukte op het strand in Italië, lelijke toeristenhotels in Spanje en al te zakelijke horeca in Parijs lieten niet lang op zich wachten. Indertijd waren het de reizigers die zich beklaagden over de gevolgen van het massatoerisme, niet de middenstanders. Die verheugden zich over hun toenemende welvaart.
Druk
In het nieuwe millennium begonnen de echte problemen. Intussen duiken in de zomermaanden niet meer alleen een paar miljoen Duitsers, Fransen en Engelsen op de beste plekken ter wereld op als luidruchtige, maar ook trouwe toeristen met volledig verzorgde vakanties. Ook de landen van het voormalige oostblok zijn welvarend geworden, en hun burgers halen in wat hun decennialang verboden was. China en India zijn de volkrijkste landen ter wereld. Hoe meer welvaart daar wordt bereikt, hoe groter ook de reislust wordt. In 2019 werden er wereldwijd 1,5 miljard reizen over grenzen gemaakt – ongeveer de helft daarvan ging naar Europa.
Het is dus druk geworden. De vraag is groot, het aanbod kan het niet bijhouden. In elke normale wereld zouden de aanbieders nu twee mogelijkheden hebben om daarmee om te gaan. Ze zouden de capaciteit kunnen uitbreiden, of de prijzen verhogen. In de wereld van het toerisme bestaat blijkbaar nog een derde mogelijkheid: de bijzonder populaire bestemmingen breiden de capaciteit uit, verhogen de prijzen een beetje – en klagen.
Veel mensen met weinig ruimte, dat geeft problemen. Nogal wiedes. Op Mallorca en Tenerife wordt gedemonstreerd tegen de toeristen al tegen gevaarlijke en gewelddadige misdadigers. In de Alpen worden vakantiegangers als kalveren op een veemarkt door de dalen geloodst en in Florence moeten bezoekers in de toekomst misschien wel ’s nachts langs de David van Michelangelo schuifelen. En dat terwijl deze problemen zeer eenvoudig op te lossen zijn. Wanneer een parkeertarief van 70 euro per dag het gebrek aan ruimte in het centrum van Florence niet oplost, moet het dus 100 euro worden. Wanneer een biertje voor 6,50 euro in strandtent de Ballermann op Mallorca niemand belet om zich zwaar te bezatten, ligt de all-you-can-drinkgrens misschien op 15 euro. Per glas, niet per liter. Reken daar bovenop nog luchthavenbelasting, tolgeld per straat, overnachtingstarieven – de overspoelde regio’s hebben alle mogelijkheden om de toestroom te beperken als ze de toegangsprijs zouden verhogen. New York, Londen en Zürich laten zien hoe het moet.
Wantrouwen
Waarom doen de andere steden, hun bewoners en horeca dat niet? Omdat het ze misschien toch niet zó hoog zit, en omdat ze bang zijn. Ze wantrouwen de prijs als reguleringsmechanisme. Wat doen ze als de strijd om de handdoeken bij de hotelzwembaden plotseling luwt omdat er nauwelijks nog iemand op komt draven? Hoe zouden ze reageren als de zuiptoeristen zich weer vol lieten lopen in de lallende hel van Rüdesheim, de Drosselgasse?
Dan zouden de klaagzangen van de bewoners gegarandeerd nog luider klinken. De bezettingsgraad zou teruglopen, arbeidsplaatsen zouden verdwijnen, de zaken zouden zich verspreiden en naar elders verplaatst worden. Op Sicilië worden tegenwoordig nog leegstaande huizen voor niks weggegeven, in de Harz hoef je zelfs in de zomer niet lang op je bekertje ijs te wachten, en in de Baltische landen zijn de Oostzeestranden minstens zo mooi als op Rügen.
De mensen zouden toch blijven reizen. Alleen ergens anders heen. En dat is het laatste wat de Mallorcanen, de Berlijners en de Zuid-Tirolers willen.
Afgelopen zondag bezetten zo’n driehonderd inwoners van het Spaanse eiland Mallorca het strand Es Caló des Moro. Dat schrijft El País. De eilandbewoners wilden zo de gevolgen zichtbaar maken van het overtoerisme waaronder zij te lijden hebben.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het aantal bezoekers op Mallorca is ook dit jaar weer toegenomen. Zo kwamen er afgelopen mei 3,8 miljoen toeristen – voornamelijk Britten en Duitsers – aan op het vliegveld van Palma, de hoofdstad van het eiland. Dat is 12,3 procent meer dan vorig jaar. ‘Een situatie die zijn tol begint te eisen van een bevolking die in veel gevallen is gestopt met het ondernemen van bepaalde activiteiten, zoals naar het strand gaan of wandelen in bepaalde plaatsen, die ooit heel gewoon waren’, schrijft de Spaanse krant.
Een van de plekken die niet meer toegankelijk is voor lokale bewoners is Es Caló des Moro. Vorige zomer stond hier een rij van drie uur om toegang te krijgen tot de baai, die door de prachtige ligging tussen de rotsen en het helblauwe water populair is onder toeristen die een mooie vakantiefoto willen maken. Omwonenden konden zelfs hun huizen niet verlaten door parkeeroverlast van bezoekers.
De Amerikaan en twee Australiërs waren enkele dagen vermist
Mexicaanse autoriteiten hebben zondag bevestigd dat een Amerikaanse en twee Australische toeristen, die vorige week vermist raakten in het noorden van Mexico, zijn overleden, nadat hun lichamen waren geïdentificeerd door hun ouders. Dat meldt Milenio.De lichamen van de Australische broers Callum en Jake Robinson, en de Amerikaan Carter Rhoad werden eerder deze week na een dagenlange zoektocht gevonden op de bodem van een waterput in de staat Baja California.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De drie toeristen raakten vermist tijdens een surfvakantie in de buurt van het populaire toeristenstadje Ensenada. Op zaterdag werden de lichamen in vergevorderde staat van ontbinding aangetroffen op de bodem van een put van meer dan 15 meter diep.
Volgens de openbaar aanklager hadden alle drie de slachtoffers een schotwond in het hoofd. Tot nu toe zijn er drie mensen gearresteerd. In het gebied is ook een uitgebrand voertuig gevonden dat vermoedelijk door de drie surfers is gebruikt.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.