In 2002 was La Ghriba ook al doelwit van een aanslag
Twee gelovigen die de joodse bedevaart van La Ghriba op het Tunesische eiland Djerba bijwoonden, zijn dinsdagavond gedood bij een aanslag door een politieagent. Hij schoot ook een collega dood alvorens zelf te worden neergeschoten, bericht Al Jazeera.
De aanval van dinsdag werd uitgevoerd door een lid de Tunesische Nationale Garde. Hij gebruikte zijn wapen eerst om een collega neer te schieten en diens munitie in beslag te nemen voordat hij zich naar de synagoge van La Ghriba begaf, aldus het Tunesische ministerie van Binnenlandse Zaken in een verklaring. Onder de gewonden bevinden zich zes politieagenten en vier burgers, aldus het ministerie.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Het incident vond plaats terwijl duizenden mensen uit Frankrijk, Israël en elders de jaarlijkse joodse bedevaart van La Ghriba maakten, meldt The Times of Israel. In 2002 werden in de synagoge van Djerba, een van de oudste in Afrika, eenentwintig mensen gedood door een aanslag van Al-Qaida.
Bij een reeks aanslagen in Nigeria zijn de afgelopen drie dagen ten minste twaalf mensen gedood. De aanvallen vonden plaats op verschillende plekken in het land. Ook zijn er meerdere mensen ontvoerd, bericht The Guardian Nigeria.
Op zaterdag vielen schutters verschillende dorpen in de centraal-westelijke deelstaat Niger aan, waarbij ten minste zeven mensen werden gedood en zesentwintig anderen werden ontvoerd. Op zondag drongen gewapende mannen een kerk binnen in een dorp in de staat Benue (Oost-Nigeria), waarbij één gelovige werd gedood, twee mensen ernstig gewond raakten en drie andere werden ontvoerd. Ten slotte werd de staat Adamawa (Noordoost-Nigeria) maandag in rouw gedompeld door de moord op drie mensen in een dorp. Verschillende plaatsen in het centrum van het land waren maandag eveneens doelwit.
Volgens de autoriteiten zijn de aanslagen nog niet opgeëist en zouden verschillende groeperingen erachter kunnen zitten, aangezien Nigeria te maken heeft met een jihadistische opstand in het noordoosten (van de groep Boko Haram), criminele bendes in het noordwesten en het centrum en afscheidingsbewegingen in het zuidoosten, aldus The Guardian Nigeria.
Het Brusselse stadsdeel Molenbeek wordt beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Maar de Molenbekenaars zijn niet allemaal aanslagplegers en willen het ook graag eens over iets anders hebben. Theatermaker Ben Hamidou geeft hun een stem.
Othello hoeft niet te doden. Othello heeft de keuze. Hij is aan relatietherapie begonnen, samen met zijn geliefde Desdemona, om zijn jaloezie onder controle te krijgen. In lange discussies met vrienden en bekenden heeft hij geleerd om zijn rol in het stuk te bevragen: is hij, als zwarte man in een witte samenleving, voorbestemd om te doden? Hij kan nu zelfs van gender wisselen. En zo houdt hij Desdemona aan het einde weliswaar bevend van jaloezie en haat met beide handen bij haar keel vast, het lukt hem op het laatste moment toch om haar los te laten. Applaus, bravo’s, algemene ontroering in de theaterzaal. Ben Hamidou staat applaudiserend naast het podium, terzijde, en toch in het middelpunt. Hij straalt.
In het kort
• Theatermaker Ben Hamidou is opgegroeid in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject.
• Volgens schattingen heeft ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels.
• De Marokkaanse gemeenschap wordt buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’
Ben Hamidou is zesenvijftig jaar, film- en tv-acteur, komediant, theatermaker, opgegroeid in Molenbeek. Hij heeft het stuk ingestudeerd met een stuk of twaalf jonge vrouwen en mannen uit de wijk. Het heet ‘À peu près Othello d’ à peu près Shakespeare’, ‘Ongeveer Othello, van ongeveer Shakespeare’, en is vooral gericht tegen racisme en femicide. Hamidous hele artistieke carrière is geworteld in Molenbeek. Elk jaar ontwikkelt hij daar met amateurs een nieuw theaterproject. Door de pandemie hebben de repetities voor de uitvoering van Othello vertraging opgelopen; twee jaar lang hebben ze eraan gewerkt. Nu gunt hij het slotapplaus aan de jongelui. Iedereen op de volle tribune in het sociaal-cultureel centrum van Molenbeek – ouders, grootouders, broers en zusters, bekenden, mensen uit de wijk – is ontroerd en ook hij vindt het moeilijk om het droog te houden. Pas helemaal op het laatst komt Hamidou het toneel op en voegt zich bij Anass, Matteo, Lina, Jawad, Jeremy, Steve, Julie, Maya, Jihan en de anderen. Het is een jong, divers gezelschap waarvoor hier geapplaudisseerd wordt: zwart en wit en alle tinten daartussenin, typisch Molenbeek met zijn 100.000 inwoners en honderden nationaliteiten. Samen buigen ze voor het laatste open doekje, met achter hen het omgewoelde huwelijksbed van Othello en Desdemona, een liefdesnest, niet bevlekt door dodelijk geweld.
Zo mooi kan het zijn in ‘Molem’, zoals ze hun wijk hier noemen. Maar ook heel anders.
In België wordt Molenbeek gebruikt als een politiek begrip, het Brusselse stadsdeel wordt door velen beschouwd als een parallelle islamitische samenleving, vol jeugdwerkloosheid, drugs en criminaliteit. Toen Marokko tijdens het WK voetbal won van België trokken jonge moslims de binnenstad in en schopten rellen. Er brandden auto’s, ruiten van politie- en brandweerauto’s gingen aan diggelen, straatmeubilair werd vernield. Zulke uitbarstingen van haat tegen de Belgische samenleving en van vernielzucht maakt Brussel keer op keer mee. En hoewel de woedende jongeren niets te maken hebben met islamistische terroristen, roepen ze toch herinneringen op aan Molenbeeks donkerste momenten.
Broeinest van terreur
Sinds een paar weken loopt het proces over de terreuraanslagen van 22 maart 2016 in Brussel. Er kwamen toen 32 mensen om het leven. De aanslag werd gepleegd door dezelfde terreurcel die op 13 november 2015 in Parijs toesloeg. In de beklaagdenbank zitten mannen als Salah Abdeslam en Mohamed Abrini, opgegroeid in Molenbeek, tot het laatst toe geholpen door vrienden uit Molenbeek. De krantenkoppen over Molenbeek als broeinest van terreur gingen de wereld over. De inwoners werden heen en weer geslingerd tussen schuldgevoel en koppigheid. Hoe meer ze van Molem houden, hoe meer ze er ook onder lijden.
Nee, zegt Ben Hamidou als hij ons uitnodigt een rondgang door Molenbeek te maken, hij gaat het niet over terrorisme hebben. Hij wil de mooie kanten van de wijk laten zien. Op het eerste gezicht wekt die de indruk een buurt in Rabat te zijn: mannen in theehuizen, gesluierde vrouwen op de markt, de koran in de etalages van boekhandels. Maar ook studenten bepalen het beeld; zij vinden hier betaalbare woonruimte. Toch verrijzen op de braakliggende industrieterreinen langs het kanaal al luxewoningen; de laatste tijd klinken er protesten tegen gentrificatie.
Voor hem als kind was het je reinste paradijs, zegt Ben Hamidou, terwijl hij midden in de winkelstraat Chaussée de Gand, tussen supermarkt Tanger en bakkerij Hassan een keer om zijn as draait. Het is zijn podium.
Hij kwam halverwege de jaren zestig met zijn familie naar hier. België wierf arbeidskrachten in Noord-Afrika. Zijn ouders zijn van Marokkaanse origine, maar woonden in Algerije. Ze spraken vloeiend Frans. Zulke mensen wilden ze graag hebben, vooral in Molenbeek, dat indertijd het centrum was van de industriële bloei in België. De wijk ligt langs het kanaal van Brussel. Vanuit het zuiden, uit Wallonië, werden via het kanaal kolen aangevoerd; richting Noordzee vonden de waren hun weg naar de wereld. Ben Hamidou loopt nu La Fonderie binnen. Deze voormalige gieterij is het symbool van Molenbeeks bloeitijd, en is inmiddels omgetoverd tot een industriemuseum. Hier vind je Sultan de leeuw, een pleisteren gietmodel voor de vervaardiging van een bronzen beeld – mogelijk het beroemdste exportproduct uit Molenbeek.
Berberleeuw
Hij is gemaakt naar voorbeeld van een berberleeuw die aan het begin van de negentiende eeuw de bezoekers van de dierentuin in de Bronx fascineerde. Daar siert het bronzen beeld tot op heden de toegangspoort, samen met twintig andere dierenbeelden die in Molenbeek werden gegoten. Ook de jonge Lincoln begon als bronzen beeld in Molenbeek zijn reis naar de VS. Zelfs de Belgische koning Leopold II ligt als model nog ergens in het bakstenen gebouw. Hij ging de geschiedenis in als schepper van het moderne België – en als een meedogenloze kolonialist, wiens honger naar rubber en ivoor volgens schattingen van historici 10 miljoen mensen het leven heeft gekost.
Ben Hamidou was als kind al bekend in Molenbeek, als begeleider van zijn grootmoeder, een getatoeëerde Berbervrouw. Ze werd ‘Geronimo’ genoemd omdat ze eruitzag als een Apache-krijger. ‘Stel je voor,’ zegt Hamidou, ‘je bent tien jaar oud en loopt met Geronimo over het schoolplein.’ Wat kon hij anders worden dan een podiumbeest?
Een paar jongemannen hebben met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam bezorgd
Hamidou heeft een monument voor zijn grootmoeder opgericht in de vorm van het soloprogramma Sainte Fatima van Molem, dat hij voor het eerst opvoerde in 2010 in Molenbeek. Daarin schetst hij het beeld van een immigrantengemeenschap die met grote nieuwsgierigheid en de beste bedoelingen toenadering zoekt tot de Belgische samenleving. Hamidou werd ervoor geprezen in Molenbeek.
In 2016, een paar maanden na de aanslagen in Parijs en Brussel, werd Hamidou in Molenbeek ineens geboycot. Met een collega bracht hij Les enfants de Dom Juan, de kinderen van Don Juan, op de planken. Hamidou, de voorbeeldige Belgische moslim, maakt zich vertrouwd met de ongelovige losbol Don Juan. Het is een kleine liefdesgeschiedenis, een voorzichtige provocatie voor de moslimgemeente en hun waarden. Maar in Molenbeek werden affiches verscheurd en uitvoeringen afgelast wegens gebrek aan belangstelling. Na de aanslagen betreurde Hamidou het ‘communitarisme’ in Molenbeek, de terugtrekking van de moslimgemeenschap in zichzelf en in haar religie. Molenbeek zou een ghetto zijn geworden. Hij noemde de situatie een ‘catastrofe’.
Nee, zegt Ben Hamidou dus nog eens, geen woord over terrorisme, wat zou hij ook moeten zeggen, behalve dat een paar jongemannen met hun krankzinnige daden een hele wijk een slechte naam hebben bezorgd. De gemeenschap is nog steeds getraumatiseerd door de storm in de media, die toen op iedere straathoek een jihadist vermoedden. Nog steeds wordt iedereen die op straat een camera tevoorschijn haalt om een foto te maken wantrouwig bekeken. Hamidou wil in geen geval als kroongetuige tegen zijn wijk optreden. Hij wil zijn kunst laten spreken. Ooit, zegt hij, heeft hij getrouwde moslimvrouwen samen laten optreden in een stuk, dat was een heel bijzonder avontuur geweest, vooral voor hun echtgenoten.
Horrorverhaal
Maar natuurlijk is het onmogelijk om bij een rondgang door Molenbeek niet te praten over terrorisme. Op het Place communale, het plein voor het gemeentehuis, sta je midden in het horrorverhaal. ‘Daar,’ wijst Ben Hamidou, ‘is Salah Abdeslam opgegroeid.’
Salahs broer Brahim blies zich op 13 november 2015 namens de Islamitische Staat op bij de aanslagen in Parijs. Salah besloot op het laatste moment anders. Hij vluchtte terug naar Brussel. In de Vierwindenstraat, slechts een paar honderd meter van zijn ouderlijk huis, werd hij op 18 maart 2016 door de politie opgepakt in een kelder waar hij zich verstopte. Ben Hamidou herinnert zich die middag nog goed. Hij voerde in de buurt een stuk op met een theatergroep. Ze schrokken allemaal toen er schoten vielen.
Vier dagen later stierven er in Brussel 32 mensen bij zelfmoordaanslagen in het metrostation Maalbeek en op de luchthaven Zaventem. Salah Abdeslam had meegewerkt aan de voorbereiding daarvan. Daarom zit hij, terug uit Parijs, waar hij al tot levenslang werd veroordeeld, nu in Brussel in de beklaagdenbank. Naast hem zit zijn schoolvriend Mohamed Abrini, die opgroeide in de Graaf van Vlaanderenstraat, hier om de hoek. Hij zou zich op de luchthaven opblazen, maar maakte rechtsomkeert.
Veel van hun strijdmakkers uit Molenbeek zitten in de gevangenis, velen zijn omgekomen. Bijvoorbeeld Abdelhamid Abaaoud, die als IS-strijder in Syrië gedode vijanden met een jeep door de woestijn sleepte. Op 13 november 2015 ging hij in Parijs met een kalasjnikov op mensenjacht en blies zich enkele dagen later op na een vuurgevecht met de politie. Zijn ouderlijk huis staat op vijf minuten lopen van het gemeenteplein, in de Darimonstraat.
Het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden
Het waren maar een paar mannen, het is meer dan zes jaar geleden, en velen vragen zich hier af: wat heeft dat nog met ons te maken? Natuurlijk willen veel mensen de gebeurtenissen verdringen en vergeten. Maar het trauma zal niet zo snel verdwijnen uit Molenbeek. Trauma’s moeten benoemd worden.
Een van de tweeëndertig slachtoffers van 22 maart 2016 in Brussel heette Loubna Lafquiri. Zij was 34 jaar oud en woonde in Molenbeek. Haar echtgenoot Mohamed El Bachiri groeide op in Molenbeek en woont hier nog steeds. Als hem naar zijn identiteit gevraagd wordt, zegt hij: ‘Ik ben een product van Molenbeek.’
Halfuur te laat
El Bachiri, 42 jaar, heeft als ontmoetingsplek een café voorgesteld aan het kanaal dat het toeristische centrum van Brussel van Molenbeek scheidt. Hij komt een halfuur te laat. Een kaal voorhoofd, zorgvuldig getrimde baard, witte coltrui. Een uiterst vriendelijke man. Hij verontschuldigt zich: hij moest nog met een lerares spreken, zijn middelste zoon zorgt voor problemen op school. Hij heeft drie zonen, van zestien, veertien en acht jaar oud. Sinds 22 maart 2016 voedt hij ze alleen op. El Bachiri werkte toen als metrobestuurder. Die dag had hij vrij en was thuis. Zijn echtgenote Loubna Lafquiri, een gymlerares, was met de metro onderweg naar haar werk. Ze stond vlak naast de zelfmoordterrorist. Duizenden mensen kwamen naar de rouwplechtigheid, Loubna Lafquiri was bekend als een moderne moslima en pedagoge die jonge vrouwen wilde helpen een zelfstandig leven te leiden.
Mohamed El Bachiri heeft een boek geschreven over de tragedie van zijn leven: Jihad van liefde. Er werden ruim honderdduizend exemplaren van verkocht en het werd in 2019 onderscheiden met de Konstanzer Konzilspreis. Hij heeft zijn woede in liefde veranderd, zegt hij, en er is veel wat hij de verdachten uit het boek zou kunnen voorlezen. Vooral dat haat niet thuishoort in de religie. Hij zou als civiele partij als getuige kunnen optreden, maar dat durft hij niet.
Slachtoffers en hun nabestaanden spelen slechts bijrollen in het terreurproces
Wat er tot dusver in het proces is gebeurd, ervaart hij als theater. De verdachten en hun advocaten hebben voor elkaar gekregen dat de rechtszaal werd verbouwd omdat ze niet in aparte cabines geplaatst wilden worden. Abdeslam en Abrini klagen over het isolement in de gevangenis, over vermeende onmenselijke behandeling bij het transport naar de rechtbank. Ze weigeren verklaringen af te leggen. Tot dusver spelen de slachtoffers en hun nabestaanden slechts bijrollen in het terreurproces.
In een vitrine voor de balie waarachter de rechters zitten, liggen bewijsmiddelen. Een geweer, een pistool, spuiten die gebruikt werden voor het mengen van de springstof, spijkers en schroeven die door de springstof gemengd werden. De afgerukte handgreep van een bagagekar. Het gedeukte blik van een metrostel.
Lang merkte men weinig van de verschrikking van de misdaden in deze rechtszaal, die eruitziet als een grote kantoorruimte. Dat veranderde pas toen de officieren van justitie de aanklachten voorlazen en de 32 overleden slachtoffers bij name noemden.
Loubna Lafquiri, in stukken gereten in het metrostation Maalbeek. Zij was het enige moslimslachtoffer. Haar moeder zat in de rechtszaal toen haar naam werd genoemd. Daarna heeft ze vier dagen lang gehuild, zegt Mohamed El Bachiri, haar schoonzoon.
Dat wil hij zichzelf niet aandoen. Hij heeft zijn energie nodig voor zijn kinderen en zijn werk, dat vooral met Molenbeek te maken heeft. Hij houdt voordrachten op scholen en in kerken om te strijden tegen de haat die mensenlevens verwoest.
Stigmatiseren
Meteen na de aanslag wilde hij met de kinderen alleen maar weg uit Molenbeek, naar Marokko, het vaderland van zijn ouders. Toch is hij gebleven. ‘Het is mijn gemeenschap, waar ik van houd. Ze mogen niet iedereen stigmatiseren vanwege een paar criminelen,’ zegt hij. Niemand uit de familie van de daders heeft zich bij hem verontschuldigd. ‘Veel mensen schamen zich, ze verstoppen zich,’ zegt hij. ‘Op een andere manier dan ik zijn ook zij slachtoffers van deze daden.’ Maar een jongeman die van Molenbeek naar Syrië was afgereisd om voor IS te vechten, heeft zich wel verontschuldigd. Hij dacht dat hij voor het goede vocht, maar hij had zich vergist.
Om te verklaren wat er in Molenbeek misgegaan is, vertelt Mohamed El Bachiri het verhaal van zijn jeugd. Dat gaat niet over een hoopvolle generatie migranten zoals die van Ben Hamidou, maar over de industriële neergang die leidde tot werkeloosheid, hopeloosheid en criminaliteit.
Wie de postcode van het stadsdeel in zijn identiteitsbewijs heeft staan, had het altijd al moeilijk
Toen hij begon uit te gaan met meisjes van buiten Molenbeek, stelde hij zich aan hun ouders altijd voor als een Siciliaan. Hij noemde zich Antonio en zei dat hij in het stadsdeel Jette woonde. Mohamed, een Marokkaanse moslim uit Molenbeek: dat was niet te verkopen aan potentiële schoonouders. Het was ook onmogelijk om met zijn identiteitsbewijs buiten de grenzen van de wijk een disco binnen te komen. Zodra de portiers het postcodenummer 1080 zagen, zeiden ze dat het hun speet, maar dat de baas geen jongelui uit Molenbeek in zijn zaak wilde hebben. 1080, dat was toen al een code voor vechtersbazen en dieven.
Als men dus nu de moslimgemeenschap in Molenbeek verwijt dat ze zichzelf geïsoleerd heeft, dan was dat een ‘opgedrongen communitarisme’, zegt Mohamed El Bachiri. Hij en zijn vrienden voelden zich buitengesloten. ‘Dat hakt erin. Zo ontstaat haat.’
Monsters
Het is verre van hem om deze haat te accepteren als verklaring van en rechtvaardiging voor de weg naar de militante islam en het terrorisme. Hij noemt de mensen die zijn vrouw hebben gedood monsters. Maar hij ziet deze haat van het merkteken 1080 nu ook weer bij de jongeren die de straat op gaan om te rellen als Marokko van België wint. Er zijn nu meer maatschappelijk werkers in Molenbeek, de staat houdt de moskeeën strenger in de gaten, maar de jeugdwerkloosheid ligt nog altijd op 30 procent. ‘De jongeren voelen zich niet Belgisch,’ zegt Mohamed El Bachiri, ‘ze voelen zich hier niet thuis. Als dit probleem niet wordt opgelost, riskeert men steeds weer nieuwe drama’s.’
En ja, ook hij was vurig voor Marokko tijdens de WK-wedstrijd tegen België, zegt hij. ‘Het Marokkaanse deel van mijn identiteit wordt normaal gesproken niet gewaardeerd.’
Mohamed El Bachiri zou bij de gemeenteraadsverkiezingen in 2018 op de kieslijst staan van de liberale burgemeesterskandidaat, maar hij werd weggepest door het establishment van de partij, zegt hij.
Er zijn schattingen volgens welke ongeveer de helft van de mensen in Molenbeek Marokkaanse wortels heeft, maar nog nooit heeft iemand van hen het in de gemeente voor het zeggen gehad. De vrouwelijke burgemeester is de socialiste Catherine Moureaux. Zij heeft het ambt overgenomen van haar vader Philippe, die door velen nu nog verantwoordelijk gehouden wordt voor het drama in Molenbeek. Hij zou te weinig nadruk gelegd hebben op het belang van integratie, waardoor de islamgemeenschap zichzelf isoleerde onder het mom van multiculturaliteit. ‘Als ik door Molenbeek rijd, heb ik niet het gevoel in België te zijn,’ zei een Vlaamse socialist onlangs.
Ik zit nog heel lang met Mohamed El Bachiri te praten. Hij heeft een bijna kinderlijk plezier in discussiëren en filosoferen. Na de voordelen van de klassiek-Griekse politiek en de dwaalwegen van het salafisme komen we ten slotte nog te spreken over de Franse laïcité. Een gevaarlijk dogma, vindt hij, dat moslims wil dwingen tot assimilatie. De spotprent van de profeet met een bom op zijn hoofd in het satirisch tijdschrift Charlie Hebdo was volgens hem ‘aanzetten tot haat’, wat natuurlijk geen rechtvaardiging van het geweld is. Twee van de door de jihadisten gedode tekenaars, Charb en Cabu, waren in zijn jeugd zijn helden. ‘Ook zij,’ zegt hij, ‘zijn voor niets gestorven.’
Dan neemt Mohamed El Bachiri afscheid. Hij gaat via de brug over het kanaal terug naar Molenbeek, zijn thuis, naar zijn drie zonen, uit wier leven hij de haat wil weren. De jongste, heeft hij verteld, houdt van toneel-spelen. Misschien zal hij ooit bij Ben Hamidou terechtkomen, op het podium van het sociaal-cultureel centrum in Molenbeek, met zijn moeder in zijn hart en de rest van de familie in het publiek. Op die magische plek, waar zelfs Othello een keus heeft.
Het Duitse consulaat-generaal in het centrum van de Turkse metropool Istanboel is deze week van woensdag tot en met vrijdag gesloten wegens een verhoogd risico op aanslagen, zo meldde Der Spiegel gisteravond. In een mededeling van het ministerie van Buitenlandse Zaken aan Duitse onderdanen in Turkije staat dat na incidenten zoals de verbranding van een koran in Stockholm het risico van terroristische aanslagen is toegenomen – vooral in de wijk Beyoğlu in de binnenstad en rond het centrale plein Taksim.
Het ministerie van Buitenlandse Zaken raadde aan bijzonder waakzaam te zijn en mensenmassa’s en de genoemde gebieden te vermijden. ‘Als u daar verblijft, beperk uw verblijf buitenshuis dan tot het hoogst noodzakelijke’, aldus het bericht. Ook het reis- en veiligheidsadvies op de website van het ministerie van Buitenlandse Zaken is dienovereenkomstig aangepast.
Ook Nederland en het Verenigd Koninkrijk hebben hun consulaat-generaal in Istanboel gesloten voor bezoekers. Zwitserland en Zweden sloten zowel hun ambassade in Ankara als hun consulaat-generaal in Istanboel. Er zouden concrete aanwijzingen bestaan voor een dreigende terreuraanslag. De VS waarschuwt zijn burgers al enkele weken voor een aanslag, en in Turkije zijn de veiligheidsmaatregelen aangescherpt.
Rushdie was vorig jaar het slachtoffer van een aanslag
Het herstel van Salman Rushdie na de aanslag van vijf maanden geleden vordert, maar hij zal zijn nieuwe roman niet promoten, zo heeft zijn agent bevestigd. Dat meldde The Guardiangisteren. Rushdie schreef Victory City voordat hij werd aangevallen in het Chautauqua Institution in de staat New York, waardoor hij het zicht in één oog verloor en één hand nu niet meer kan gebruiken. Het wordt zijn eerste boek dat sindsdien is gepubliceerd. De publicatie van de roman staat gepland op 9 februari.
Victory City wordt gepresenteerd als een verkorte vertaling van een fictieve Sanskrietsaga in versvorm, die lang in een pot in de grond begraven was en nu opnieuw verteld wordt door een ‘nederige’ verteller. Het verhaal speelt zich af in een magische versie van veertiende-eeuwse India.
De hoofdfiguur wil een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’
De roman omspant tweehonderdvijftig jaar, waarin de ‘dichteres, wonderdoenster en profetes’ haar goddelijke doel probeert te vervullen: vrouwen zeggenschap geven in een patriarchale wereld en een koninkrijk creëren waar vrouwen ‘noch gesluierd noch verborgen zijn’.
De man had zijn plannen eerder op de dag al aangekondigd
Bij een mogelijke terreurdaad in het noorden van Brussel zijn donderdag twee agenten neergestoken. Een van hen overleed ter plekke, schrijft Het Laatste Nieuws. De dader, een man die illegaal in België verbleef, zou bij tijdens zijn daad ‘Allahu Akbar’ (God is groot) hebben geroepen. Hij werd neergeschoten en overleed in een ziekenhuis aan zijn verwondingen.
De man, wiens nationaliteit niet bekend is gemaakt, zou zich eerder op de dag al op een politiebureau hebben gemeld en hebben gezegd dat hij agenten wilde vermoorden. Na verhoord te zijn werd hij vrijgelaten. Een Belgische antiterreureenheid doet inmiddels onderzoek naar de zaak.
Belgische media zeggen dat de man met psychische problemen kampte en na zijn bezoek aan een politiebureau donderdag korte tijd op een ziekenhuisafdeling verbleef voor mensen met psychische problemen. Hij zou daaruit ontsnapt zijn en daarna zijn aanslag hebben gepleegd. Vrijdag geven de Belgische autoriteiten een persconferentie met informatie over de tragische gebeurtenis.
Bij een aanslag van vier leden van de radicaal islamitische terreurgroep Al-Shabaab op een hotel in de Somalische stad Kismayo zijn zondag negen mensen omgekomen en ongeveer vijftig mensen gewond geraakt, onder wie leerlingen van een nabijgelegen school. ‘Veiligheidstroepen doodden drie van de aanvallers’ in het hotel na een zes uur durende klopjacht’, aldus Al Jazeera. De vierde had aan het begin van de aanval zelfmoord gepleegd door zijn voertuig bij de ingang van het hotel op te blazen.
Een auto met explosieven ramde de poort van het hotel, waarna de drie schutters al schietend het gebouw binnengingen. De aanslag werd al snel door de gewapende groepering Al-Shabaab opgeëist. Abdiasis Abu Musab, woordvoerder van de militaire operatie van Al-Shabaab, zei dat de groep van plan was de bestuurders van de regio Jubbaland, die vanuit het hotel werken, aan te vallen.
Al-Shabaab probeert al meer dan vijftien jaar de regering omver te werpen en valt regelmatig civiele en militaire doelen aan. In augustus voerde de groep een dertig uur durende aanval uit op het populaire Hayat-hotel in Mogadishu, waarbij 21 doden en 117 gewonden vielen. Over de jaren zijn duizenden Somaliërs gedood in de voortslepende opstand.
In Burkina Faso kwamen maandag ten minste elf soldaten om bij een jihadistische aanval op een konvooi onder militaire begeleiding met levensmiddelen bij Gaskindé in de noordelijke Sahel. De tol kan nog hoger uitvallen aangezien er ongeveer vijftig burgers als vermist zijn opgegeven, bericht Al Jazeera. Een bron vertelde het persbureau AFP dat het dodental kan oplopen tot zestig doden. ‘Vrijwel het hele konvooi is verbrand.’
De regering verklaarde dat de aanval werd uitgevoerd door een gewapende groep die banden heeft met Al-Qaida en IS. Sinds luitenant-kolonel Paul-Henri Sandaogo Damiba in januari via een staatsgreep de macht greep in Burkina Faso, de gekozen leider van het West-Afrikaanse land omver wierp en beloofde de gewapende groepen in toom te houden, woedt er geweld. Net als in de buurlanden hebben strijders die gelieerd zijn aan Al-Qaida en IS de onrust aangewakkerd, zelfs nadat Damiba eerder deze maand zijn minister van Defensie had ontslagen en die rol zelf had overgenomen.
De IJslandse politie zei donderdag in een grote operatie vier IJslanders van in de twintig te hebben gearresteerd in Kopavogur, een voorstad van de hoofdstad Reykjavík, en Mosfellsbaer, in het zuidwesten van het land. Volgens de IJslandse krant Stundin worden de gearresteerde mannen ervan verdacht een aanslag voor te bereiden en banden te hebben met extreemrechtse groeperingen in andere Scandinavische landen.
Verschillende semiautomatische wapens, sommige 3D-geprint, werden in beslag genomen op negen verschillende locaties, samen met ‘duizenden’ patronen, zeiden de autoriteiten. De motieven van de groep zijn nog onbekend. De doelwitten zouden ‘verschillende instellingen’ en ’staatsburgers’ zijn, aldus Karl Steinar Valsson, de nationale commissaris van de IJslandse politie. Volgens de politie is dit de eerste arrestatie voor terrorisme op het kleine eiland.
De moord op Shinzo Abe, de voormalig premier van Japan, is des te schokkender omdat er een vuurwapen is gebruikt. In Japan is geweldpleging met vuurwapens uiterst zeldzaam, zo meldt The New York Times.
Japan hanteert zeer strenge regels voor het kopen en bezitten van vuurwapens. In 2021 werden in het hele land tien schietpartijen gemeld. Daarbij viel één dode en raakten vier personen gewond, op een bevolking van 125 miljoen mensen. Dat blijkt uit statistieken van de nationale politie. In deze cijfers zijn ongevallen of zelfmoorden niet meegerekend. Ter vergelijking: in Nederland blijkt op basis van politiecijfers dat er zich van januari 2019 tot september 2019 445 schietincidenten hebben voorgedaan, waarbij 92 gewonden en 21 doden zijn gevallen.
De Japanse vuurwapenwet stelt dat vuurwapens in principe niet zijn toegestaan in het land
De Japanse vuurwapenwet stelt dat vuurwapens in principe niet zijn toegestaan in het land. Er zijn uitzonderingen voor wapens die bij de jacht worden gebruikt, maar omdat een vergunning krijgen kostbaar en tijdrovend is, nemen maar weinig mensen de moeite om een vuurwapen aan te schaffen.
In 2020 waren er volgens de politie ongeveer 192.000 vuurwapens met een vergunning in het land, waarvan de overgrote meerderheid uit jachtgeweren bestond. Dat is minder dan het aantal geregistreerde wapens in de Amerikaanse staat Alabama, dat vijf procent van het aantal inwoners in Japan telt. Het is nog niet duidelijk of de verdachte van de schietpartij op Abe een vergunning had; uit video’s en van foto’s blijkt dat het wapen zelfgemaakt was.
Volgens de eerste berichten van het Japanse televisiestation NHK is Shinzo Abe (67) ‘op straat in elkaar gezakt nadat hij werd neergeschoten in de prefectuur Nara’, in het westen van het land, waar hij campagne voerde voor een kandidaat van de Liberaal-Democratische Partij.
De Japanse regering bevestigde de aanslag, die om 11.30 uur lokale tijd plaatsvond, en verklaarde dat ‘de toestand van de heer Abe momenteel onbekend is’. Maar volgens de brandweer, geciteerd door NHK, had Shinzo Abe al een ‘hart- en ademhalingsstilstand’ en vertoonde hij ‘geen tekenen van leven’ toen hij onmiddellijk na de aanslag naar het ziekenhuis werd gebracht.
Getuigen verklaarden dat Shinzo Abe in de nek en van achteren was beschoten
Volgens de zender heeft de politie op de plaats van de aanslag een man gearresteerd voor ‘poging tot doodslag’. De man, ongeveer veertig jaar oud, was blijkbaar gewapend met een pistool toen hij werd gearresteerd. Getuigen, waaronder een NHK-journalist ter plaatse, verklaarden dat Shinzo Abe in de nek en van achteren was beschoten. The Guardian maakt melding van een amateurvideo waarin ‘Abes entourage te zien is die zich naar hem toe haast, terwijl achter hem rook zichtbaar is’. Maar het filmpje ‘toont niet het moment dat hij ineenstort’.
De Amerikaanse ambassadeur in Japan, Rahm Emanuel, verklaart dat hij ‘geschokt’ is door de aanval, aldus het Britse dagblad. ‘Abe is een voortreffelijk leider van Japan en een standvastige bondgenoot van de Verenigde Staten geweest. De Amerikaanse regering en het Amerikaanse volk bidden voor het welzijn van Abe, zijn familie en het Japanse volk,’ voegde hij eraan toe.
Abe was de langstzittende premier van Japan. Hij was in 2006 één jaar in functie en van 2012 tot 2020 opnieuw.
Update: De Japanse autoriteiten bevestigen dat Abe om 18.00 uur plaatselijke tijd is overleden.
Sajid Mir staat op FBI-lijst van meest gezochte terroristen
Pakistan heeft het vermoedelijke brein achter de terroristische aanslagen van 2008 in de Indiase stad Mumbai gearresteerd. De man, Sajid Mir, staat op de FBI-lijst van meest gezochte terroristen. Hij wordt al meer dan tien jaar gezocht door zowel de Verenigde Staten als India.
’Pakistan dacht jarenlang dat hij onvindbaar of zelfs dood was’
Hammad Azhar, een voormalig minister in de Pakistaanse regering en een Pakistaanse ambtenaar hebben onafhankelijk van elkaar aan Nikkei Asian Review zijn arrestatie bevestigd. Volgens de ambtenaar is de man, van wie Pakistan ‘jarenlang dacht dat hij onvindbaar of zelfs dood was’, nu eindelijk opgepakt. Ook een FBI-medewerker, die anoniem wenst te blijven, heeft de krant gezegd dat Mir ‘in leven is, in hechtenis zit en veroordeeld is’ in Pakistan.
Sajid Mir heeft banden met de Pakistaanse terroristische organisatie Lashkar-e-Taiba, die hoogstwaarschijnlijk achter de aanslagen van november 2008 zat. Een groep van tien gewapende mannen voerde toen aanvallen uit op meerdere doelen, waaronder het Taj Mahal Hotel in Mumbai. Ongeveer honderdzeventig mensen werden gedood, voornamelijk Indiërs, naast zes Amerikanen en toeristen uit andere landen.
Bij een nieuwe aanslag in Nigeria zijn minstens tweeëndertig doden gevallen. Gewapende bendes op motoren hebben verschillende dorpen bestormd in de deelstaat Kaduna, ten noorden van de hoofdstad Abuja, zo meldt The Nigerian Guardian. Volgens de autoriteiten duurde de aanval afgelopen zondag van twaalf tot zes uur ‘s middags. Ook een kerk was het doelwit.
Er gingen geruchten rond dat de terroristen gebruik zouden hebben gemaakt van helikopters. De commissaris van Binnenlandse Veiligheid en Binnenlandse Zaken, Samuel Aruwan, ontkracht dat verhaal. Hij verklaarde dat de helikopter in kwestie tot de Nigeriaanse luchtmacht behoorde en was gestuurd om de bendes af te weren, meldt Punch.
In 2021 zijn 2600 burgers bij dit soort aanvallen in Nigeria omgekomen, aldus ACLED, een wereldwijde organisatie die data verzamelt over conflictgebieden.
Terreurgroep valt militaire basis van Afrikaanse Unie aan
De terreurgroep Al-Shabaab, die banden heeft met Al-Qaida, heeft in Somalië een militaire basis aangevallen die door de Afrikaanse Unie was gestuurd om de vrede te bewaren, meldt CNN. De basis, die 160 kilometer ten noorden van de hoofdstad Mogadishu ligt, wordt bezet door Burundese troepen. Een zelfmoordterrorist drong afgelopen dinsdag bij zonsopgang de basis binnen en maakte de weg vrij voor andere strijders. Al-Shabaab beweert 59 soldaten gedood te hebben en de controle over de plaats overgenomen te hebben. De beweringen zijn niet bevestigd door de autoriteiten.
Het is de tweede keer dit jaar dat de terreurgroep de basis heeft aangevallen, aldus CNN. De aanval vond plaats op 14 april, de dag waarop Somalië een nieuw parlement beëdigd heeft. Later dit jaar zullen naar verwachting presidentsverkiezingen gehouden worden, na meer dan een jaar uitstel als gevolg van de politieke crisis.
Al-Shabaab is een Somalische groepering die door de Verenigde Staten in maart 2008 als buitenlandse terroristische organisatie is aangemerkt. De terreurgroep strijdt al jaren voor de omverwerping van de centrale regering en voor invoering van een bewind gebaseerd op de strikte interpretatie van de sharia, de islamitische wetgeving.
Een Palestijnse schutter heeft dinsdag het vuur geopend in twee buurten in een ultraorthodoxe voorstad van Tel Aviv en daarbij ten minste vijf mensen gedood, onder wie een politieagent, voordat hij werd doodgeschoten. Dit is de ‘derde dodelijke aanslag in Israël in een week’, en het ‘alarmniveau is nu op zijn hoogst sinds de botsingen in Gaza vorig jaar’, aldus Haaretz.
De Palestijnse president Mahmoud Abbas veroordeelde de aanslagen. ‘Het doden van Palestijnse en Israëlische burgers verergert de situatie alleen maar, terwijl wij allen streven naar stabiliteit’, zei hij.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.