Tag: aardbeving

  • Nog bijna 200 vermisten na aardbeving in Japan

    Nog bijna 200 vermisten na aardbeving in Japan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » IS zegt achter bloedige aanslag in Iran te zitten

    » ‘Trump ontving voor miljoenen aan betalingen van buitenlandse regeringen’

    Bij de beving kwamen zeker 84 mensen om het leven

    Duizenden reddingswerkers zijn aan het zoeken naar overlevenden van de aardbeving op Nieuwjaarsdag in Japan, die aan minstens 84 mensen het leven heeft gekost. Tot nu toe zijn 156 mensen gered, maar volgens de autoriteiten zijn er nog minstens 179 anderen vermist. Dat schrijft het Chinese CGTN.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Overlevingskansen nemen 72 uur na een beving af, zeggen de hulpverleners. Drie dagen na de ramp zijn zeker dertig dorpen echter nog steeds ontoegankelijk, volgens de autoriteiten van de prefectuur Ishikawa, waar de beving het hardst toesloeg. Veel mensen blijven grotendeels afgesneden van voedsel, water, elektriciteit en communicatie, terwijl het in delen van Japan vriest.

    De omvang van de schade van de aardbeving en de tsunami die volgde, blijft onduidelijk, omdat reddingswerkers moeite hebben om de meest noordelijke gebieden van het schiereiland te bereiken door schade aan de infrastructuur. Sommige hulp werd over zee geleverd in plaats van over land. Boten van de kustwacht bereikten woensdag de havens van Wajima en Suzu.

    Lees ook:

  • Aardbeving in Japan eist ten minste 48 levens

    Aardbeving in Japan eist ten minste 48 levens

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oppositieleider Zuid-Korea Lee Jae-myung is neergestoken

    » Hooggerechtshof Israël verwerpt staatsrechthervorming Netanyahu

    Reddingsoperaties gehinderd door naschokken en puin

    De krachtige aardbeving in Japan die maandagmiddag plaatsvond, heeft ten minste 48 levens geëist, zo meldt The Japan Times. De aardbeving veroorzaakte aardverschuivingen, het instorten van gebouwen en grootschalige branden. Reddingsoperaties worden bemoeilijkt door aanhoudende naschokken, puin en beschadigde wegen. De eerder uitgegeven tsunamiwaarschuwing voor de gehele westkust van het land is inmiddels opgeheven.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De aardbeving had een kracht van 7,6 op de schaal van Richter en bereikte in het epicentrum, op het schiereiland Noto in Ishikawa, het hoogste niveau 7 op de Japanse shindo-schaal, die wordt gebruikt om de intensiteit van de aardbeving op het grondoppervlak te meten. Sinds de eerste beving die maandag rond vier uur ’s middags plaatsvond, zijn er dinsdagochtend al meer dan 129 naschokken geweest van shindo 2 of hoger. Op maandag waarschuwde het Meteorologisch Bureau van Japan dat bevingen tot shindo 7 het gebied opnieuw zouden kunnen treffen in de komende week.

    De aardbeving veroorzaakte een zeldzame tsunamiwaarschuwing met voorspellingen dat golven tot 5 meter zouden kunnen inslaan. De hoogste tsunami die werd gemeten was naar verluidt meer dan 1,2 meter bij de haven van Wajima in Ishikawa. Om 10.00 uur op dinsdagochtend waren alle waarschuwingen en adviezen opgeheven. 

  • In Haïti staat een stad zonder bestuur

    In Haïti staat een stad zonder bestuur

    Na de vernietigende aardbeving in 2010 in Haïti probeerde burgemeester Rony Colin controle te krijgen over de haveloze stad Canaan. Dat mislukte, omdat de president en het kabinet wilden voorkomen dat Colin te veel zeggenschap zou krijgen in de verkiezingen. Een stem op Colin was een stem tegen henzelf.

    Op een warme dag in de nieuwste stad van Haïti stonden honderden mensen zwetend rond een politiebureau. Ze wachtten op de man die het eerste bureau van de stad officieel zou openen. Er was bijna negen jaar verstreken sinds de ramp die de aanleiding was voor het ontstaan van deze plaats: een aardbeving van 7 op de schaal van Richter die tussen de 46.000 en 316.000 mensen het leven kostte – het precieze aantal weet niemand. De regering van Haïti schat dat zo’n anderhalf miljoen mensen – een op de zeven Haïtianen – bij de ramp dakloos raakten. Enkele weken later begonnen de VN en internationale ngo’s een aantal ontheemden over te brengen naar een braakliggend stuk land ten noorden van de hoofdstad, een gebied dat Canaan wordt genoemd. Weldra volgden er heel wat meer. Ze sliepen in tenten en krakkemikkige keten en begonnen na verloop van tijd stukjes grond te claimen waarop ze hun eigen huis bouwden. Hun aantal nam toe van honderden tot duizenden, vervolgens tienduizenden en ten slotte honderdduizenden. Bijna tien jaar na de aardbeving noemden zo’n driehonderdduizend mensen Canaan hun thuis.

    Er was alleen één probleem: deze stad had geen bestuur. Tegen de tijd dat ik er een bezoek bracht hadden de inwoners zich verspreid over talloze bestaande gemeentes, maar niemand had zich officieel ingeschreven. Het was onmogelijk om het eigendomsrecht op een perceel te verwerven: geen formulieren om te ondertekenen, geen kantoor om naartoe te gaan, geen ambtenaren om een beroep op te doen. Er was geen bestuur dat de verantwoordelijkheid nam voor het graven van putten of voor de aanleg van parken of busstations. En er was geen politie.

    Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was

    Eén man beloofde daar verandering in te brengen: Rony Colin, de burgemeester van de naburige stad Croix-des-Bouquets. Colin, het type ‘van krantenjongen tot miljonair’, besloot, terecht of onterecht, dat Canaan zijn grondgebied was.

    Amerika2 2
    Canaan probeert alle inwoners te registreren en een identiteitskaart te verstrekken aan degenen die een pasfoto overleggen. – © Getty Images 

    Van een chauffeur uit Colins geboorteplaats aan zee hoorde ik het levensverhaal dat over hem de ronde doet: de jonge Colin, die kampte met tegenslag, ging een bos in om een waarzegger te raadplegen. De man wist Colins drie geluksgetallen op te roepen en zei hem dat hij loten moest kopen waarop die voorkwamen. Colin liep het bos uit, kocht drie loten en won twee keer. De opbrengst bedroeg 7,5 miljoen Haïtiaanse gourde, destijds het equivalent van ruim 2 miljoen dollar.

    Zand

    Al decennia voor de aardbeving gebruikte Colin zijn winst om een bouwbedrijf te beginnen. Hij kocht machines in Canada, die hij naar de Dominicaanse Republiek liet verschepen, vanwaar ze met vrachtwagens over de grens naar Haïti werden gebracht. Na de aardbeving had Haïti dringend behoefte aan de bouw of herbouw van duizenden huizen en gebouwen die waren beschadigd of verwoest. Voor bouw is beton nodig en voor beton zand. Colin had het geluk dat hij een kleine 670 duizend hectare aan zandmijnen bezat aan de noordrand van Canaan, de lucratiefste van al zijn investeringen. Elke dag vervoerden tientallen kiepauto’s het zand naar Port-au-Prince en andere steden. Het is een inkomstenbron die waarschijnlijk pas zal opdrogen als er geen korrel zand meer in de mijnen te vinden is. ‘Dat is allemaal van mij,’ zei Colin terwijl hij me op de afgegraven flanken wees. ‘De mijnen leveren me een hoop geld op.’

    Binnen de kortste keren ging Colin in de politiek en begon hij een radiostation dat hij bemande met politiek commentatoren. In 2015 werd hij gekozen tot burgemeester van Croix-des-Bouquets. Colins toenemende macht hield gelijke tred met de toevloed van internationale hulp die volgde na de aardbeving. Hulporganisaties als het Rode Kruis hadden miljarden dollars ingezameld voor de wederopbouw van Haïti, maar het ontbrak aan iemand met gezag om de bouw groen licht te geven. Colin was hun man. Hij keurde projecten goed en legitimeerde ngo’s, die hem op hun beurt legitimeerden. De meeste ngo’s keerden hun geld uit en vertrokken weer, zodat de inwoners van de stad alleen nog met burgemeester Colin te maken hadden.

    Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit

    Sommige inwoners van Canaan zagen hem als een kans. Ze verlangden naar dingen waarin een bestuur zou moeten voorzien: verharde wegen, veiligheid, elektriciteit. Ze wilden kunnen stemmen, ze wilden veilig zijn. Bendes begonnen namelijk te infiltreren en inwoners af te persen, net als in Port-au-Prince: een realiteit van het leven in de hoofdstad waaraan de inwoners van Canaan hier nu juist wilden ontkomen. Daar was het nieuwe politiebureau voor. Zou Colin een weldoener zijn, die legitimiteit, welvaart en veiligheid bracht? Of zou hij een politicus zijn die zijn eigenbelang najaagde en de inwoners in de weg zat?

    De federale regering van Haïti had tot die tijd nog maar weinig in Canaan voor elkaar gekregen. Ngo’s betaalden steekpenningen aan ambtenaren en kochten benzine voor onderbetaalde medewerkers om zich naar Canaan te wagen en taxaties te doen voor projecten en grondaankoop. Overal waar ik in Canaan kwam, zeiden mensen dat hun nieuwe stad nog niet tot bloei was gekomen omdat de staat nog niet tot besturen was gekomen. Nu was Colin misschien hun laatste redding.

    Wijkvertegenwoordigers

    Nadat Colin voor het nieuwe politiebureau een toespraak had gehouden, werd hij omringd door tientallen aanhangers die ‘Tien jaar! Vijftien jaar!’ scandeerden, een belofte om hem nog vele malen te herkiezen. Colin glimlachte, haalde een stapel bankbiljetten uit zijn zak en begon die uit te delen als snoepgoed. Mensen worstelden om het geld terwijl Colin in een SUV stapte met een opzichtig nepgouden nummerbord met daarop de woorden ‘Burgemeester Rony Colin’.

    Elke wijk van Canaan had een leider aangewezen om haar te vertegenwoordigen, bijna allemaal mannen. Colin nodigde de wijkvertegenwoordigers uit voor een vergadering. In de woonkamer van de burgemeester mochten ze plaatsnemen op plastic stoelen. Sommige vertegenwoordigers droegen nette, keurig gepoetste zwarte schoenen. Colin zat onderuitgezakt in een leunstoel, met zijn schoenen uit; een scheurtje in zijn witte onderhemd accentueerde zijn buik. Hij klaagde over de overbevolking van Canaan. ‘Er is geen lapje grond of iemand wil het wel claimen,’ zei hij. ‘We kunnen niet leven in een maatschappij waar iedereen bang is voor elkaar. Ik ben een man van de staat. Ik ben hier voor jullie, en jullie zijn hier voor mij.’

    Amerika1
    Canaan, een gemeente van 300.000 mensen aan de rand van de Haïtiaanse hoofdstad Port-au-Prince. – © Getty Images

    Er waren maar twee problemen met het plan van Colin. Ten eerste had Canaan geen bureau waar mensen zich konden registreren om hun stem op hem of op wie dan ook uit te brengen. Ten tweede was Colin een politieke tegenstander van de president en diens kabinet, die in Haïti enorm veel zeggenschap hebben over het verkiezingsproces. De kans bestond dat de leiders verkiezingen in Canaan wilden voorkomen omdat een stem op Colin een stem tegen henzelf was. Haïti werd destijds geleid door president Jovenel Moïse. Tijdens zijn campagne omschreef Moïse zichzelf als een hardwerkende bananenboer, een man van het volk. In werkelijkheid was hij ten tijde van zijn kandidatuur een rijke eigenaar van bouwbedrijven en een grote landbouwinvesteerder voor wiens op export gerichte bananenplantage honderden kleine boeren het veld moesten ruimen.

    In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten

    Veel mandaat had Moïse niet. Zijn verkiezing in 2015 werd later herroepen wegens onregelmatigheden en toen de verkiezingen het jaar daarop werden overgedaan, won hij bij een bedroevend lage opkomst van naar schatting 21 procent. In 2017 was hij verwikkeld in een corruptieschandaal en kreeg hij te maken met omvangrijke protesten, waarop zijn regering reageerde door de beruchte bendeleider Jimmy ‘Barbecue’ Chérizier van wapens te voorzien.

    Eind 2018 vielen Chérizier en zijn boevenbende een wijk in Port-au-Prince binnen waar de protesten tegen Moïse heftig waren geweest, waarbij ze 71 mensen vermoorden, onder wie een aantal kinderen, minstens 11 vrouwen verkrachtten en zo’n 150 huizen plunderden.

    Bob Anel

    Maar Colin had nog een ander probleem, veel dichter bij huis. Jean Adler Corriélus, beter bekend onder zijn nom de guerre Bob Anel, was een man met veel politieke macht die hof hield als een ware koning. Elke ochtend vulde zijn achtertuin zich met mensen die wachtten op hun kans om hem om een gunst te vragen of te proberen hem iets te verkopen. ‘Zie je al deze mensen?’ vroeg hij, om zich heen wijzend, op de dag dat ik hem bezocht. ‘Ze komen me allemaal wat vragen, wat geld, veiligheid. Misschien hebben ze een probleem gehad met de politie. Iedereen heeft wel wat.’ Volgens Anel was Colin de politiek ingegaan uit ambitie, maar Anel zag het als zijn plicht om de handschoen tegen hem op te nemen. 

    Anel beweerde dat Colin zich een groot stuk grond had toegeëigend dat lang geleden aan Anels grootvader was geschonken na diens militaire dienst. Het conflict tussen de twee ging verder dan politiek en ontaardde zelfs een keer in geweld. Volgens Colin vielen Anels schutters op motorfietsen zijn radiostation aan.

    Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood

    Het rechtssysteem van Haïti was een puinhoop. Rechters en advocaten waren neergeschoten, ontvoerd, gedood. In een rechtbank waar een corruptiezaak liep waarbij Moïse betrokken was, probeerden mannen twee griffiers te ontvoeren. Twee rechters die waren belast met het onderzoek naar het schandaal vluchtten het land uit na het ontvangen van doodsbedreigingen. In 2020 werd het hoofd van de orde van advocaten van Port-au-Prince doodgeschoten op weg naar zijn huis, enkele uren nadat hij op de radio tekeer was gegaan tegen een grote schare Haïtiaanse politici, variërend van parlementariërs tot mensen in het presidentieel paleis.

    Een vloek

    Toen de wereld begin 2020 in de ban van corona raakte, had Haïti nog wel ergere problemen. Maar in maart van dat jaar stierf Colins 21-jarige zoon, die in Florida woonde, in zijn slaap; de doodsoorzaak is nog steeds onbekend. In de ogen van Colin moet het een vloek zijn geweest. De man die twee keer de loterij had gewonnen en bijgelovig was als geen ander, stelde vast dat aan zijn geluk een eind was gekomen. Kort daarna werd een ander kind van hem op weg naar school ontvoerd – ontvoeringen waren in deze periode aan de orde van de dag, een makkelijke manier voor bendes om geld af te persen. Colin maakte vervolgens bekend dat hij zich niet opnieuw verkiesbaar zou stellen bij nieuwe verkiezingen en dat hij aan het eind van zijn termijn zou aftreden. 

    Op 26 juni 2021 deed Colin iets waarvan veel van zijn landgenoten dromen en wat sommigen ook echt proberen, maar zelden met succes. Hij vertrok uit Canaan en stapte op een vlucht naar Florida om een veilig onderkomen te zoeken in de Verenigde Staten. De man die had geprobeerd Haïti’s onbestuurde stad te besturen trok zijn handen ervan af. Hij ging weg zonder dat hij van Canaan een officieel erkende stad had gemaakt, waardoor het de inwoners onduidelijk was hoe ze op een dag een eigen leider zouden kunnen kiezen.

    Elf dagen later werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen

    Elf dagen later, op de avond van 7 juli 2021, werd president Moïse in zijn huis vermoord door Colombiaanse huurlingen. Een van de opdrachtgevers was een zakenman die in juni van dit jaar in Florida tot levenslang werd veroordeeld wegens zijn aandeel in het complot. Sindsdien is het zo mogelijk nog onveiliger geworden in Haïti, met bendes die vrouwen en kinderen verkrachten en mishandelen, en straffeloos schieten en doden. Een van de beruchtste bendes, 400 Mawozo, vestigde zijn bolwerk aan de rand van Canaan. De bende viel Colins radiostation aan nadat een van zijn commentatoren hen had bekritiseerd vanwege het terroriseren van de bevolking. Volgens Colin werden twee van zijn werknemers doodgeschoten en kwam ook een hem bekende politieman om het leven. De maand daarop sloot het radiostation voorgoed. 

    Sindsdien worden de achterblijvers in Canaan – die daarheen zijn verhuisd in de hoop op vrede en betere vooruitzichten – onder bedreiging van wapens afgeperst of moeten ze met hun kinderen dekking zoeken terwijl er voor hun deur in het wilde weg wordt geschoten. De door Colin beloofde veiligheid is er nooit gekomen. De hoge verwachtingen van de inwoners en de beloften van Colin waren achteraf bezien te optimistisch. De afgelopen tijd  is het bendegeweld – aanrandingen, berovingen, schietpartijen – alleen maar toegenomen en veel inwoners van Canaan zijn vertrokken. Sommigen zijn ingetrokken bij familie op het platteland. Anderen bivakkeren in parken en kerken, en zelfs voor de deur van de Amerikaanse ambassade, bij gebrek aan een ander onderkomen. Onlangs wist een pastoor honderden parochianen zover te krijgen dat ze in optocht door Canaan trokken om de stad te bevrijden van de bende die de stad terroriseert. Sommigen hadden stenen en machetes bij zich. Toen de agenten van een politiebureau dat ze passeerden weigerden in te grijpen, opende de bende het vuur op de menigte. De doden worden nog steeds geteld.

    Interim-premier

    Haïti wordt momenteel bestuurd, voor zover daar al sprake van is, door een ongekozen interim-premier die luistert naar de naam Ariel Henry, een man die banden heeft met een van de verdachten van de moord op zijn voorganger. Henry heeft de VS en andere westerse mogendheden opgeroepen militairen te sturen om de bendes een halt toe te roepen, een populair maar controversieel verzoek; het land is lange tijd bezet geweest door Amerikaanse militairen en door een VN-vredesmacht die burgers doodde, vrouwen en kinderen verkrachtte en een cholera-epidemie veroorzaakte waaraan meer dan tienduizend mensen zijn overleden. In augustus heeft Kenia, een land waarvan het leger en de politie berucht zijn om hun martelingen en massaslachtingen, aangeboden een vredesmacht te sturen om de Haïtiaanse politie bij te staan in haar strijd tegen de bendes. De VS zeiden een VN-motie te zullen indienen voor steun aan het plan om een ‘multinationale’ vredesmacht van duizend Keniaanse soldaten te leiden. De Haïtiaanse bendes hebben al gedreigd dat ze zullen terugvechten.

    Colin zegt dat hij klaar is met politiek, dat hij zich nooit meer verkiesbaar zal stellen. ‘We hebben verkiezingen nodig,’ zegt hij wanhopig. ‘We hebben geen president. We hebben geen parlement. We hebben geen burgemeesters. We hebben geen land.’

  • Slachtoffers aardbeving worden in de steek gelaten. ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    Slachtoffers aardbeving worden in de steek gelaten. ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    De aardbeving in Marokko brengt de ellende aan het licht van de mensen die niets hebben in een land waar het bbp voortdurend groeit. Volgens de Marokkaanse schrijver Abdellah Taïa moet de manier waarop de machthebbers er naar burgers kijken veranderen.

    De verschrikkelijke aardbeving deed zich vrijdagavond [8 september] voor in de regio rond Marrakech. Om 23.11 uur werd de beving zelfs in Fez gevoeld. Ik hoorde het nieuws pas op zaterdagochtend. Ik nam onmiddellijk contact op met mijn familie en vrienden in Rabat, Salé, Casablanca, Azilal, Marrakech en Agadir. Ze waren in orde, al was het een eindeloze nacht geweest vol verschrikkingen. We waren heel erg bang, zeiden ze, we brachten het grootste deel van de nacht op straat door, op trottoirs, in tuinen, op lapjes grond, op pleinen, bij stoplichten. We begrepen het lot van vluchtelingen op de ijzige wegen van hun ballingschap, slechts beschikkend over hemel en aarde. We voelden ons ontworteld in ons land. Verlaten. We gaven ons over aan de onzichtbare en zeer destructieve macht van de nacht. We zijn niets, slechts nietig op aarde. We waren heel dicht bij het einde, voelden de dood naderen. We hebben die nacht veel gehuild, maar we zijn er nog, we leven nog. We zijn nog steeds bang.

    Ik was opgelucht, gerustgesteld. Ik bood mijn dierbaren de meest liefdevolle woorden en de sterkste aanmoedigingen die ik in mijn hart kon vinden. Maar toen begon ik het nieuws te volgen, op televisie en op sociale media. Net als veel anderen wilde ik beelden zien van deze catastrofe: de nasleep, de schade, de tragedies. Ik heb de hele zaterdag aan schermen gekluisterd gezeten. En hoe meer ik keek, hoe meer ik me schaamde voor mezelf. Uiteindelijk was ik niets meer dan een egoïstische man die in de eerste plaats denkt aan degenen die het dichtst bij hem staan, aan de mensen die hij kent. Met mijn familie en vrienden gaat het goed, dat is het enige wat telt. De anderen? Die zijn altijd abstract, vreemden.

    De beelden tonen overlevenden die dwalen, zoeken, niet weten wat ze moeten zeggen en huilen

    Alleen daar, in de korte video’s die circuleren op Instagram, Facebook, YouTube, zien we de naakte waarheid, een verschrikkelijk overweldigende waarheid. We zien het Marokko van de vergeten mensen die lijden, die vallen en die onophoudelijk huilen. Deze verschrikkelijke beving heeft inderdaad het grote Marrakech getroffen, maar de meeste slachtoffers zijn gevallen in de dorpen en kleine steden: Iguil, Moulai Brahim, Amizmiz, rond de stad Tarudant. De beelden tonen afschuwelijke taferelen: dorpen die volledig zijn verwoest, gebouwen die als kaartenhuizen in elkaar zijn gestort, moskeeën in puin, minaretten die in tweeën zijn gebroken. De beelden tonen overlevenden die dwalen, zoeken, niet weten wat ze moeten zeggen, huilen en vertwijfeld rondlopen. Ze hopen dat de regering en de strijdkrachten hen komen redden. Om hen te troosten, om met hen te praten. De overlevenden in de video’s hebben nog steeds hoop.

    J’accuse

    Op deze zwarte zaterdagmiddag is die hoop volledig vervlogen. De onvrede neemt toe. We ontdekken de levens en verhalen van dit achtergelaten Marokko dat op nauwelijks 100 kilometer van Marrakech en zijn luxueuze paleizen ligt. Ze moeten zich uiten. Een leraar post deze tweet: ‘Al mijn leerlingen zijn dood’. Nog een tweet, een andere leraar: ‘Al mijn leerlingen zijn dood.’ Een video van een vader die steun zoekt bij een muur. Hij heeft net zijn vrouw en al zijn kinderen verloren. Hij wil schreeuwen, hij kan het niet, hij wil praten over het onrecht arm te zijn in Marokko, iemand te zijn die niet meetelt. Hij beeft als een kind en schreeuwt dan uiteindelijk: ‘Zijn wij niet ook deel van Marokko?’

    Een vraag waar extreme pijn, extreme zachtheid en extreme hulpeloosheid in schuilen.

    De vraag zit veel Marokkanen dwars, achtervolgt mij, zit nu in ieders hoofd, in alle harten, in alle gewetens. Als een j’accuse van Émile Zola. We kunnen niet langer doen alsof we niet op de hoogte zijn van de levensomstandigheden van de allerarmsten, van de mensen die verborgen moeten blijven. We dachten dat ze ver weg waren, in plaats daarvan zijn ze heel dichtbij. De aardbeving toont hun ellende aan de hele wereld, via video’s die ver en wijd reizen en veel mensen aan het huilen maken.

    Maar tot nu toe is er geen reactie gekomen van degenen aan wie deze vraag wordt gericht.

    Het bbp van Marokko groeit al enkele jaren gestaag, maar de economische groei komt niet iedereen ten goede. Dat wisten we. Nu, door deze aardbeving, zien we het pas echt, begrijpen we de uitsluiting, de marginalisatie. En die is ondraaglijk, onhoudbaar.

    Ook ik heb bijgedragen aan het lijden van het arme Marokko. Ik vergat te denken aan degenen die altijd weer vergeten worden

    We voelen schaamte, ik voel schaamte. Toen ik zaterdagochtend het nieuws hoorde, kon ik alleen maar aan mijn eigen wereldje denken. De levens van anderen telden niet zo zwaar als die van mijn dierbaren. Ook ik heb bijgedragen aan het lijden van het arme Marokko. Ik vergat te denken aan de mensen die altijd weer vergeten worden.

    Anderhalf jaar geleden viel de kleine Rayan in een klein dorpje in het noorden van Marokko in een put. Zijn tragedie schokte de hele wereld. Zijn trieste lot onthulde het harde leven en de absolute onzekerheid van de armen in Marokko.

    Sinds vrijdagavond dwingt de verschrikkelijke aardbeving ons opnieuw te kijken naar dit andere Marokko, het Marokko van de ellende. Het Marokko dat niets heeft. Wallou [‘niets’, in Marokkaans-Arabisch dialect]. Maar deze keer mogen we geen genoegen nemen met oppervlakkige solidariteit. Wat nu moet veranderen is de blik van de macht op haar eigen burgers.

    Lees ook:

  • Marokko accepteert hulp van vier landen na aardbeving

    Marokko accepteert hulp van vier landen na aardbeving

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Italiaanse regering voldoet openstaande rekening van toeristen in Albanië

    » Miljoenen volgers van Musk op X lijken nep

    Het dodental is inmiddels opgelopen tot meer dan 2100

    Drie dagen na de zwaarste aardbeving ooit in Marokko hebben buitenlandse hulp- en reddingsteams zich maandag gevoegd bij de zoektocht naar overlevenden tussen het puin van verwoeste dorpen in het Atlasgebergte. De aardbeving, met een kracht van 6,8 op de schaal van Richter, vond plaats op vrijdag en had zijn epicentrum onder een afgelegen cluster van bergdorpjes 70 kilometer ten zuiden van Marrakech. De beving deed de infrastructuur tot aan de noordkust van het land schudden.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De regering meldt dat minstens 2122 mensen zijn omgekomen en meer dan 2421 gewond zijn geraakt, van wie velen zich in kritieke toestand bevinden. In Marrakech sliepen veel mensen buiten op trottoirs en pleinen uit angst om terug te keren naar hun huizen.

    Verschillende landen hebben aangeboden om het zwaar getroffen Noord-Afrikaanse land te hulp te schieten, maar de Marokkaanse autoriteiten zijn tot nu toe alleen ingegaan op het aanbod van Spanje, het VK, Qatar en de Verenigde Arabische Emiraten. Hulp wordt mondjesmaat geaccepteerd omdat het Marokkaanse ministerie van Buitenlandse Zaken vreest dat ‘een gebrek aan coördinatie contraproductief zou kunnen zijn. Volgens het Marokkaanse tijdschrift TelQuel hebben de Marokkaanse autoriteiten ‘niet uitgesloten dat ze indien nodig een beroep doen op andere landen’.

    Lees ook:

  • Het leven in Turkije na de aardbeving: ‘Het zal nooit zijn alsof het niet gebeurd is’

    Het leven in Turkije na de aardbeving: ‘Het zal nooit zijn alsof het niet gebeurd is’

    Tijdens de aardbeving in Turkije zes maanden geleden verloor Turgut Aslantürk alles. Zijn vader, zijn broer, vrienden, buren. En zijn aanstaande bruid. Hij stopte met praten en op een gegeven moment ook met zoeken. Hij leeft nog, maar dat is alles.

    ‘We zijn gestorven,’ zegt hij later. Wat natuurlijk niet klopt – die zin kan niet bestaan. Niet in de eerste persoon meervoud in de voltooid tegenwoordige tijd. Maar toch is zijn uitspraak waar.

    De laatste minuut van wat zijn leven was, begon om 4.16 uur op 6 februari. Hij had nachtdienst, hij was wakker, hij stond in het uniform van zijn beveiligingsbedrijf bij de ingang van de kliniek waar hij werkt als bewaker. In Kahramanmaras, een kleine stad in Zuid-Turkije, hoog gelegen, koud in de winter, warm in de zomer, nog altijd arm.

    Noodlot, geluk, toeval – zijn rooster zorgde ervoor, als je het zo wilt noemen. Hoe dan ook, Turgut Aslantürk was niet thuis en lag niet in zijn bed toen het plafond naar beneden kwam, samen met beton en staal. Het appartement waar hij met zijn familie woonde en dat instortte, lag op de vierde verdieping van een gebouw met zeven woonlagen. In zijn woorden ‘stortte de wereld in boven onze hoofden’. Om 4.17 uur ’s ochtends schudde de aarde. Daarna deed tijd er niet meer toe.

    Tijdlijn vol overledenen

    Hij vertelt dat hij ’s nachts onmiddellijk vertrok. Weg van de kliniek – hij moest naar huis, checken, weten wat er aan de hand was. Onderweg belde hij zijn vader. Geen antwoord. Toen stond hij voor het huis dat hij een paar uur daarvoor had verlaten om naar zijn werk te gaan. Althans, hij stond voor wat zijn huis was geweest. Een nieuwe woonwijk, pas een paar jaar geleden gebouwd. De huizen moesten tegen elkaar zijn gezakt en toen zijn ingestort. Het duurde even voordat hij doorhad op welk deel van de berg puin zijn huis eindigde en dat van de buren begon.

    Urenlang stond hij daar. Hij ging niet weg. Alle drie werden ze op de eerste dag gevonden: zijn ouders en zijn broer. Hij zag hoe de reddingswerkers de lichamen wegdroegen. Zijn moeder ademde nog. Ze was de enige overlevende van de vijf in het huis, vijf van de honderdzeventig totaal. Dat was zijn kans op overleven geweest als hij in zijn bed had gelegen. Geluk?

    Zes maanden later vertelt hij over zijn tijdlijn op Instagram. Die stopte die nacht als een klok, net als zijn leven. Het is een tijdlijn vol overledenen – veel mensen zijn er niet meer. Turgut Aslantürk scrolt door de foto’s van de doden. Meer dan vijftigduizend mensen stierven alleen al in Turkije door de aardbeving, tienduizenden daarvan in Kahramanmaras. Op zijn Instagram-feed telt hij honderd doden. Zijn vader, zijn broer. Vrienden. Buren. Zijn bruid ook, zijn aanstaande bruid. Het zal nog even duren voordat hij haar naam noemt.

    We zijn gestorven, zegt hij. Zijn leven hield op. En toch wordt hij gewoon elke ochtend wakker, als hij tenminste geslapen heeft, of hij wil of niet. Het wordt licht, het wordt zomer. Hoe gaat het verder? Gaat het verder?

    De eerste keer dat ik hem ontmoette, was hij op zoek naar iets. Een stoere kerel, maar niet onvriendelijk. Eentje met een kaal hoofd, een klein snorretje, 34 jaar oud. De werkers kenden hem al. Met hun graafmachines groeven ze het puin weg van wat drie weken eerder zijn huis was geweest. En nu was hij, Turgut Aslantürk, de enige die hier nog elke dag kwam.

    Niemand verwachtte nog iets uit het puin, de laatste stemmen van de slachtoffers waren verstomd, er waren geen wonderen meer te verwachten, er lagen alleen nog dode mensen onder. Alles wat ooit bezit was lag er, ontwricht, vastgeklemd tussen stukken muur en ijzerdraad. Alle spijkerbroeken, schoolboeken, slippers. Een samengeperst leven.

    Turgut Aslantürk leek verlegen. Hij keek je niet aan, keek je niet in de ogen, hij richtte zijn blik op een punt ergens in de verte. Hij droeg de zwarte jas van zijn beveiligingsbedrijf, een zwarte broek, een zwarte rugzak op zijn rug. Zo liep hij tussen de graafmachines door over het met puin bezaaide terrein. Te midden van het stof en het gebrul van de machines. De andere overlevenden kwamen niet meer, die waren vertrokken naar de tentenkampen, ze bleven weg. Waar kwam hij voor?

    ‘Om iets te vinden,’ zei Turgut Aslantürk.

    Eén procent

    Hij had een soort van speciale vergunning, afgegeven door de graafmachinisten, hij mocht op de puinhoop komen. Bijna niemand anders mocht dat, het was te gevaarlijk. Alleen hij, want het was gewoon zijn adres. Een goed adres, had hij destijds gedacht. Naast het puin stonden nog de reclameborden van de bouwbedrijven: een nieuwe wijk, zoals overal in Turkije. Moderne gevels voor de Turkse middenklasse. Erdogans brave new world, snel gebouwd. Te snel.

    Enorme woede voelde hij op die koude dag in februari, twee weken later, toen er nog steeds sneeuw lag op de bergen boven Kahramanmaras. Nog niet alle doden lagen onder de grond – ze werden nu begraven in massagraven buiten de stad. ‘Ze moeten gestraft worden.’ Dat bleef hij maar zeggen. Met ‘ze’ bedoelde hij de regering. Erdogan, die hier altijd driekwart van de stemmen kreeg. Hij riep het tegen het lawaai van de gravers: ‘Slechte bouw! Slecht cement! Slechte grond!’ Vroeger was hier een moeras, en een akker. De moderne gevels die erop werden gezet, zijn ingestort.

    Turgut Aslantürk was op zoek naar iets wat hem zou verbinden met zijn leven van voor 6 februari

    En nu waren ze alles al aan het wegscheppen, aan het platwalsen als schroot. En hij dan? Hij had niets, helemaal niets. Hij had alleen nog wat hij de avond ervoor had meegenomen naar zijn nachtdienst. Wat zocht hij? ‘Iets persoonlijks.’ Hij was op zoek naar iets, zei hij, wat van zijn familie was geweest. Een foto misschien. Iets. ‘En het oude zwaard.’ Een erfstuk. Een stuk uit de Ottomaanse tijd, niet waardevol, maar wel iets ‘uit ons verleden’. Turgut Aslantürk was op zoek naar iets wat hem zou verbinden met zijn leven van voor 6 februari. Iets om aan te raken. Iets om te kunnen geloven dat dat leven echt had bestaan. In die tijd ging hij nog elke dag naar zijn werk, altijd in dezelfde kleren. Na afloop nam hij dan de bus naar het centrum, net als vroeger, de oude weg naar huis. Dan zocht hij een tijdje in het puin, maar vond geen zwaard, vond helemaal niets. ’s Avonds ging hij naar een van de opvanglocaties voor slachtoffers van de aardbeving in een basisschool, en ging dan in een hoekje liggen slapen.

    Alleen zijn. Turgut Aslantürk wilde niets liever dan dat. Hij wilde urenlang door het puin lopen, alleen tussen de graafmachines, strijdend met hun schoppen. Maar elke dag werd het minder waarschijnlijk dat hij nog iets zou vinden. ‘Eén procent.’ Zo hoog schatte hij zijn kansen in. Hij wist dat die eigenlijk nog dichter bij nul lagen. Maar hij kon er niets aan doen. Morgen zou hij terugkomen, zei hij.

    Hij was al bijna vertrokken, maar toen begon hij te smeken. De stoïcijnse Turgut Aslantürk – de man alleen op de berg puin, de man die even boos werd, maar die verder zijn kalmte had bewaard – vergat zijn trots. ‘Kan niemand me dan helpen? Kunnen jullie in Istanbul vragen wie me zou kunnen helpen? Is er dan helemaal geen hulp? Helemaal niets?’ Toen draaide hij zich om, naar de ravage van zijn huis om opnieuw in het puin te duiken.

    Ademhalingsoefeningen

    Een containerlandschap moest het nieuwe centrum worden van zijn stad, van Kahramanmaras. Vlak naast de ingestorte huizen van zijn wijk. Bakkerijen. Banken. Mobieletelefoonwinkels. Alles in containers naast elkaar, een winkelcentrum van blik. Het zou eruit moeten zien alsof het leven in de lente normaal doorging, maar nu zag het er alleen maar doods uit. Bussen met forenzen reden door het kapotte stadscentrum – het leven van alledag ging door, zij aan zij met de ramp. In het blikken winkelcentrum, op de rand van een muurtje, zat Turgut Aslantürk. Hij had die dag vrij.

    Hij had niets meer, maar was nog steeds werknemer. Hij was de man van februari. Hij sprak in korte zinnen. Zinnen die niet tot een gesprek leidden, maar alleen tot stilte. Had hij iemand om mee te praten? ‘Niemand, er is niemand meer.’ Zijn moeder? ‘Ze ligt in het ziekenhuis.’ In shock, net als hijzelf. Psychologische hulp? Hem waren ademhalingsoefeningen geadviseerd. ‘Dat helpt misschien twintig procent.’

    Zo zat het dus, hij was twintig procent oké. Hij woonde in de school, nog steeds. In Kahramanmaras waren de huren na de beving gestegen, ze waren verveelvoudigd. Mensen van de gemeente gingen rond en controleerden de onbeschadigde huizen op bestendigheid tegen aardbevingen. Naar verluidt sloegen ze binnen op de muren, waarna ze de huizen veilig verklaarden. Die werden zo gewild dat bijna niemand ze kon betalen. Maar veilig? Wie moest dat geloven?

    Turgut Aslantürk wilde weg. Nee, hij was niet meer de man die hij in februari nog was. Een maand lang, tot in maart, was hij elke dag naar de puinhoop van zijn huis gegaan en had hij niets gevonden. Nu vermeed hij de aanblik, vermeed hij de buurt en het liefst zou hij de hele stad, en nog liever het land, mijden. ‘Er zijn toch veel Turkse arbeiders in Duitsland?’ vroeg hij. ‘Kan ik daar niet heen? Wat doe ik hier nog?’

    Psychologen uit Istanbul en Ankara werkten nu als vrijwilliger in het aardbevingsgebied. In de containerstad beschreef Nazan Rümeysa Tekin – een therapeute uit Ankara en gespecialiseerd in trauma’s – wat er was gebeurd met iemand als Turgut Aslantürk. ‘Dit zijn de zwaarste gevallen,’ zei ze. ‘Dit zijn degenen die hun hele netwerk, alles, zijn kwijtgeraakt.’

    ‘Je bent niet gek geworden, er is alleen iets geks met je gebeurd’

    Volgens Nazan Rümeysa Tekin moet ze haar patiënten steeds opnieuw één ding vertellen, keer op keer: je bent niet gek geworden. Er is alleen iets geks met je gebeurd. Mensen durven amper gebouwen te betreden of te slapen, ze hebben angst voor de nacht. Om 4.17 uur kwam de beving als een nachtmerrie.

    Van elke vijf mensen die de beving hebben meegemaakt, is er een ernstig getraumatiseerd. Ze zouden hoofdpijn hebben van het geschreeuw. De psycholoog zegt dat het geschreeuw van degenen die door de aardbeving bedolven werden niet kan worden uitgewist, dat het in de geest blijft hangen. Voor altijd? ‘Het zal nooit zo zijn alsof je het niet hebt meegemaakt.’ Het enige wat je kunt doen, is proberen een nieuw leven op te bouwen. Nieuwe huizen, nieuwe vrienden. ‘Een mooi leven, misschien,’ aldus Nazan Rümeysa Tekin.

    Voor haar, 25 jaar oud en net van de universiteit, is het haar eerste crisismissie. ‘Maar zoiets als dit maakt iedereen eens voor de eerste keer mee,’ zegt ze in haar containerkantoortje.

    In april dacht Turgut Aslantürk na over hoe hij zijn schulden kan afbetalen. Want die waren er nog, net als zijn baan en de jas van zijn bedrijf. Zijn schuld bedraagt 70.000 Lira – voor de beving was dat zo’n 3500 euro. ‘Voor de bruiloft,’ vertelde hij. Voor de nieuwe flat met zijn bruid. Ze zouden het in de herfst vieren.

    Obstakel

    De derde ontmoeting. Hij staat op wacht voor zijn kliniek, in de namiddag, het is bloedheet, maar toch draagt hij zijn zwarte uniformjasje. Hij is altijd komen opdagen voor zijn dienst, elke dag. Dat is normaal, toch?

    Hij heeft even pauze. Turgut Aslantürk drinkt een kopje thee in de kantine, een container die voor de kliniek staat. Voor zijn werkplek. Binnen, in de kantinecontainer, doet de airconditioning haar werk. Verpleegkundigen eten toast, chocoladerepen. ‘We moeten weer bij zinnen komen,’ zegt hij. Zo begint het gesprek. Deze keer is hij aanweziger, maar zijn zinnen zijn nog steeds karig. Vandaag praat hij in ieder geval. Turgut Aslantürk vertelt. Over Seyma.

    Nou ja, vertellen is een groot woord. Het blijft een obstakel in het gesprek. Als je erover begint, slaat hij dicht. Geen details over haar, niets over hoe ze was. Een buurvrouw, een vriendin, jonger dan hij. Vijfentwintig. Wederzijdse vrienden stelden hen aan elkaar voor, een jaar voor de beving. Hij hield van haar vriendelijkheid, zegt Turgut Aslantürk. ‘Ze wilde altijd alles delen.’ Een goed mens. Zijn blik wordt nerveus, dwaalt af naar beneden, naar de tafel. ‘In september zouden we …,’ zegt hij. Trouwen.

    Nog geen vol jaar na de beving. Dan zouden ze hun intrek hebben genomen in een nieuwe flat, waarvoor Turgut Aslantürk al dingen had gekocht, de wasmachine, de televisie. Ze zouden met z’n tweeën verhuizen, misschien weg van het centrum. Verder weg, naar waar de meeste gebouwen overeind zijn gebleven, naar waar de overgrote meerderheid van de mensen het overleefd heeft. Waren ze eerder getrouwd, dan was de aarde later gaan schudden, slechts enkele maanden maar.

    Is dat wat hij denkt? Nu, een half jaar later? ‘Altijd,’ zegt Turgut Aslantürk. ‘Elke dag.’

    In april wilde hij niets liever dan vertrekken, nu trekt hij zich steeds verder terug. Hij slaapt nu in een containerkamp, maar niet samen met anderen in een container, ook al is er airconditioning. Hij woont in een tent. Alleen. Zo wil hij het. Hij heeft een deur die hij dicht kan doen. Van canvas weliswaar, maar het is een deur.

    Het moeilijke, zegt de psycholoog uit Ankara, is dat de aardbeving maar doorgaat voor sommigen. Door het leven in het kamp, door de noodtoestand. Het is moeilijk voor mensen om ermee in het reine te komen zolang zich niets nieuws voor hen aandient. Maar wat zou dat moeten zijn? Het kost tijd.

    De steden zijn in juli nog net zo kapot als in april en het leven is nog even provisorisch, met supermarkten in containers

    Zes maanden is niet lang. Als je voor de derde keer naar het aardbevingsgebied reist, verwacht je dat er iets veranderd is. Je ontmoet Turgut Aslantürk voor de derde keer, je ziet de ruïnes weer, de ravage en de graafmachines in het puin. Er ligt zoveel puin dat je er hele steden mee zou kunnen bedekken. De steden zijn in juli nog net zo kapot als in april en het leven is nog even provisorisch, met supermarkten in containers en daarnaast het dagelijkse leven van degenen die het geluk hebben dat hun huis nog overeind staat.

    Door de hitte ruik je nu de lijken. Vlak naast de ruïnes, op een bankje in het park, flirten twee jongens en twee meisjes met elkaar, het is zomer. Er is een oudere vrouw, die met haar auto rond de verwoeste huizen van familieleden rijdt, zoekend. Net als Turgut Aslantürk. Ze zoekt niet naar iets persoonlijks zoals hij, maar naar dingen die ze kan gebruiken. Ze komt net uit de ruïne van haar oom, een strijkplank in haar handen.

    Haar huid is rood van de zon, haar hand trilt. Dit is de eerste keer dat ze hier komt. Naar huis zou ze zeggen, als het niet zo fout zou klinken. ‘Eerst ging het niet,’ zegt ze. Een half jaar lang kon ze niets. ‘De eerste maand trilde ik alleen maar.’ Net als Turgut Aslantürk draagt ze een getal met zich mee. Ze noemt het meteen als haar gevraagd wordt of ze mensen is kwijtgeraakt. ‘Ja, dat ben ik,’ zegt ze. ‘Veertig.’

    Ze stopt de strijkplank in de auto en rijdt weg. Voor het huis van haar oom waait een vel papier op door de wind. Het is een CV van een jonge vrouw, ingenieur, heel goed in Microsoft Excel.

    Geen plannen

    Op dezelfde dag ontmoet je twee andere vrouwen, allebei voor het eerst in de stad sinds de aardbeving, allebei lopend tussen het puin. De ene huilt stilletjes, de andere luid. Ze lopen door hun stad alsof de aardbeving gisteren heeft plaatsgevonden. Geschokt door wat ze zien. De meeste anderen doen alsof de ruïnes normaal zijn en schenken er geen aandacht meer aan. Schok en onverschilligheid, er zit maar weinig tussen.

    Ook voor hem, voor Turgut Aslantürk. Hij heeft niet alleen de anderen verloren, maar ook zichzelf. Waarschijnlijk omdat een mens alleen bestaat in relatie tot anderen. Zonder de anderen weet hij niet meer wie hij is. Turgut Aslantürk kent zichzelf niet meer, dát is zijn verhaal.

    Nu, in juli, zijn de emoties opgelost, alsof hij niets meer voelt. Woede? Leidt tot niets. Zelfs woede op Erdogan of op de regering niet. In mei ging hij niet naar de stembus. Weggaan? Moeilijk. Hij laat het leven even los. Hij gaat aan het werk of bezoekt zijn moeder en doet dan van binnen zijn tent op slot. Er zijn geen plannen meer, zegt hij.

    Natuurlijk, hij is jong. Ooit zal hij weer in een flat wonen. Als er één ding is dat de Turkse regering kan, dan is het bouwen. De eerste bouwplaatsen in het aardbevingsgebied zijn al te zien, de president heeft iedereen nieuwe huizen beloofd voor volgend jaar. Experts zeggen dat dat niet kan, dat er weer te snel gebouwd wordt.

    Turgut Aslantürk zal zijn leven weer in elkaar moeten zetten, ooit zal hij zijn tent verlaten. Misschien neemt hij deze winter zijn intrek in een van de containers. Nieuwe mensen vinden, vrienden die zijn tijdlijn op Instagram tot leven brengen. Een vrouw als Seyma misschien, of iemand heel anders, iemand die hij niet meer met Seyma vergelijkt. Niet nu, maar over een half jaar. Nu is het nog te vroeg.

    ‘Het zal nooit zijn alsof het niet gebeurd is.’ Met die zin van de psycholoog zal hij moeten leven. Zelf zegt hij: ‘Het zal nooit meer hetzelfde zijn.’ De thee is op, wat valt er verder nog te zeggen? ‘Niets,’ zegt Turgut Aslantürk. Hij moet weer aan het werk, de kliniek bewaken.

    Vandaag en morgen ook en elke dag daarna.

  • Zo is Turkije er twee maanden na de aardbeving aan toe: ‘Je familie, je vrienden zijn dood’

    Zo is Turkije er twee maanden na de aardbeving aan toe: ‘Je familie, je vrienden zijn dood’

    Op 6 februari werden Turkije en Syrië getroffen door zware aardbevingen. Nog steeds wonen miljoenen mensen in tenten en rouwen ze om hun doden. Süddeutsche Zeitung bezocht de gehavende stad Kahramanmaras.

    Een bestuurder van een graafmachine vertelt hoe hij merkt dat zijn schop niet op betonpuin, kabels of kapotte schoolboeken is gestoten, maar op een lichaam. ‘Dan wordt die vochtig,’ zegt hij.

    Hij graaft verder, voorzichtig nu. Vocht in deze stoffige berg, waarin alles is samengeperst van wat ooit iemands huis was. Vocht is een teken van leven, een leven dat voorbij is. ‘Je wordt er voortdurend aan herinnerd,’ zegt hij. Elk moment, elke keer als de schep van zijn machine de berg puin in gaat. Al wekenlang doet hij niets anders. Ligt er een lichaam? Is het een dood dier?

    Wil hij dan niet wegkijken, om niet te hoeven zien wat de schep raakt? ‘Ik let op,’ zegt hij. ‘Vanzelfsprekend. Altijd.’

    Verder

    April in de Turkse stad Kahramanmaras, twee maanden na de aardbevingen. Ze noemen het nu de ramp van de eeuw en dat klinkt groot maar ook passend. Volgens de Turkse regering kwamen iets meer dan vijftigduizend mensen om. In Syrië zou het om ongeveer zevenduizend slachtoffers gaan. De Turkse oppositie wantrouwt de cijfers, nu ze heeft ontdekt dat sinds de bevingen bijna driehonderdduizend mobiele telefoons niet meer bereikbaar zijn.

    Meer dan twee miljoen mensen leven in tenten, volgens president Erdogan. Dat cijfer klopt in ieder geval. Tijdens een urenlange tocht langs Koerdische dorpen tot aan de Middellandse Zee zie je overal verwoesting. Overal tenten. Een vluchtelingenkamp zo groot als half Duitsland, een vluchtelingenkamp op een begraafplaats. ‘We moeten verder.’ Reizend door de regio is er geen zinsnede die je vaker hoort.

    In de kapotte straat, de straat van de graafmachine, ging een kapper weer open. Stofwolken buiten en binnen, en alsof het normaal is: de geur van eau de cologne. Stilte. Alleen het gezoem van een scheerapparaat. Als je langere tijd in het aardbevingsgebied bent, lijkt het normale absurd.

    Je went aan de verwoesting, aan de scheefgezakte flatgebouwen, de opengereten gevels. Wat opvalt is het dagelijks leven. Pendelbussen rijden langs de ruïnes van Kahramanmaras, vol met mensen die van hun werk komen. Juweliers in Adiyaman zijn open en mensen kopen er gouden ringen. Met de ruïnes in hun blikveld.

    Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord

    Selma Sarikaya verliet haar woonplaats Adiyaman meteen na de bevingen. Haar familie woonde in de bergen, in een dorp niet ver weg. In Tut. Met haar man kocht Sarikaya een container, die ze op een stuk land bij de rivier in Tut zetten. Sarikaya, eind vijftig en al oma, creëerde een plek voor haar familie voor de eerste tijd. Of voor langer. Tegen haar broer in het dorp zei ze: Hier kunnen we bomen planten.

    Deze avond, na het breken van het vasten – het is ramadan – staat die broer in het donker naast de rivier. Zijn naam is Mehmet Kurt. ‘Het leven moet doorgaan,’ zegt hij.

    Het bericht kwam op 15 maart om half zeven ’s ochtends, anderhalve maand na de aardbevingen. Kort tevoren was een lawine van de berg boven Tut naar beneden gekomen. Een modderstroom.

    Kurt reed weg uit het dorp, naar de container. Die was verdwenen onder een muur van water en modder. ‘Hij werd verpletterd,’ zegt Kurt. Hij doorzocht de heuvel, vertelt hij. Vond een van zijn nichtjes. Zijn zus Selma vond hij ook. Een nichtje en haar kind van nog geen twee jaar oud werden dagen later door reddingswerkers gevonden, enkele kilometers verderop. Van de container was bijna niets meer over. De vier bewoners waren dood.

    Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden

    De minister van Binnenlandse Zaken kwam over uit Ankara. De pers was er ook. In gele regenponcho’s liep de stoet door Tut. Ergens daartussen liep ook Mehmet Kurt, de broer. Op de vraag hoe dat is, eerst de aardbevingen en dan de overstromingen, komt geen antwoord maar een schouderophalen. ‘Wat moet ik zeggen?’

    Hij wijst naar de modderige aarde in de duisternis. ‘Daar,’ zegt hij, wijzend naar vijf meter verderop. ‘Daar stond haar auto, er is niets mee gebeurd.’ De rivier liep op dat punt onder de weg door via een pijp. Die pijp was niet bestand tegen de plotselinge stroomvloed en brak. De uitbarsting raakte de container van Selma Sarikaya. De weg, zegt haar broer, had nooit zo aangelegd mogen worden. Misschien hadden ze pech. Aan de andere kant: de aanleg van de weg was illegaal.

    Zo gaat het vaak in deze regio. Tussen leven en dood zitten slechts enkele meters, een paar seconden. Je ziet een onaangetast gebouw met daarnaast een hoop puin. Goed gebouwd, slecht gebouwd. Geluk, pech. Voor de een gaat het leven door, bijna zoals normaal; van de ander is de complete familie weggevaagd. De zus van Mehmet Kurt stierf en twee van haar dochters en een kleindochter. Acht mensen uit de container leven nog omdat ze eruit weg wisten te komen. Het gebeurde anderhalve maand na de bevingen en twee weken voor deze avond waarop Mehmut Kurt mensen bij hem thuis heeft uitgenodigd. ‘Thee?’

    Nieuw in de wereld

    Twee maanden is een lange tijd. De journalisten trokken verder – niet alleen de buitenlandse maar ook de Turkse. De mediakaravaan duikt weer op als Recep Tayyip Erdogan een iftarmaaltijd nuttigt met slachtoffers. Het breken van het vasten. De media zijn er bij wanneer hij mensen briefjes van tweehonderd lira, iets minder dan tien euro, toesteekt en zijn arm om hun schouder legt. In het aardbevingsgebied is het nu ook verkiezingstijd.

    In het stof staan de wagens van het Turkse postkantoor, de wagens van de banken, met daarop ‘mobiel filiaal’. Je kan brieven versturen en geld opnemen tussen de ruïnes, en als je wilt kan je bidden in een mobiele moskee. Er zijn containerdorpen ontstaan met winkels en snackbars, want ja: het leven gaat overal door.

    Twee maanden is een korte tijd, de mensen die er niet meer zijn hadden net nieuwjaar gevierd. Op de massabegraafplaats in Kahramanmaras zit een oudere man naast een graf. Hij heeft een luidspreker bij zich, luistert naar een gebed, kijkt naar de grond. Hij is alleen tussen honderden, nee, duizenden graven.

    Is het echt gebeurd? Met zo’n blik lopen de overlevenden over straat. Het leven gaat door maar op hun gezicht staat nog steeds de schok te lezen. Nu, tijdens ramadan, staan ze ’s avonds in de rij, ook in het aardbevingsgebied komen ze bijeen om het vasten te breken. Het leger heeft veldkeukens opgezet voor slachtoffers en hulpverleners.

    Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek

    Een psycholoog van het ministerie voor Gezinszaken staat in de rij en zegt dat ze hier is om psychologische eerste hulp te verlenen, meer niet. Achter haar spreekt een imam over het leven na de bevingen. ‘Het is alsof je opnieuw geboren wordt,’ zegt hij. ‘Je familie is dood, je vrienden zijn dood. Je bent weer nieuw in de wereld.’

    ‘Ja,’ zegt iemand op een berg puin aan de rand van de stad, ‘we leven.’ Hij stelt zich voor als Mohammed. Hij is degene die kan vertellen waar alles wat op 6 februari is ingestort is gebleven. Het puin van Kahramanmaras ligt onder meer platgewalst in een veld naast een verkeersader, tussen fabrieken en autodealers.

    Er is niemand, lijkt het, als je over draden klautert, balletschoenen, pruiken, schoolboeken en nog veel meer schoolboeken. Alles is door de graafmachines samengeperst tot een massa van een paar meter hoog. Het is een waanzinnig dode plek. Maar dan verschijnt er een mens in het puin: Mohammed.

    Hij draagt een plastic zak over zijn schouder, met restjes koper erin. Hij gaat even zitten. Syrië, Idlib, de oorlog, op de vlucht, nieuw in Turkije, werken in textielfabrieken, werken op een heftruck. Zo somt hij het op. ‘Het leven,’ zegt hij. ‘Maar zonder geluk. Ze zeggen: je bent buitenlander. En je wilt hier niet voor altijd blijven.’

    Hij overleefde de nacht van de aardbeving, net als zijn vrouw en zoon. Ook met zijn flat is bijna niets gebeurd. Maar de fabrieken zijn kapot. Er is geen werk meer, nergens. ‘Kijk mij dan,’ zegt hij. ‘Vierentwintig jaar oud en nu zit ik hier.’ Op de puinhopen van een aardbeving. Strikt genomen is hij een dief. Hij arriveert in de middaghitte, als de machinisten van de graafmachines het voor gezien houden. Dan gaat hij op zoek. Naar koper. Naar alles wat verkocht kan worden.

    Acht jaar na zijn vlucht uit Syrië, twee maanden na de aardbevingen. Wat moet er van zo’n leven worden? Waar streeft Mohammed naar?

    ‘Gewoon rust,’ zegt hij. ‘Meer heb ik niet nodig.’

    Lees ook:

  • Krachtige aardbeving doodt minstens 13 mensen in Pakistan en Afghanistan

    Krachtige aardbeving doodt minstens 13 mensen in Pakistan en Afghanistan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Griekenland: premier kondigt nieuwe verkiezingen aan voor het voorjaar

    » Oegandese parlement wil doodstraf voor homoseksualiteit invoeren

    Beving vond plaats tijdens Perzisch Nieuwjaar

    Een aardbeving met een kracht van 6,5 op de schaal van Richter was dinsdagavond te voelen in Pakistan, Afghanistan en delen van India, meldt The Express Tribune. In Pakistan troffen de bevingen bijna het hele land, met minstens negen doden tot gevolg. In Afghanistan zijn tot nu toe vier doden gemeld.

    ‘In verschillende steden renden mensen in paniek hun huizen uit vanwege de intensiteit van de aardbeving’, aldus de Pakistaanse nieuwswebsite. In Afghanistan vierden veel gezinnen Nowruz, het Perzisch Nieuwjaar, toen de bevingen begonnen.

    Het epicentrum van de aardbeving lag in het noordoosten van Afghanistan bij de stad Jorm, op de grens met Pakistan en Tadzjikistan, op een diepte van 187 km, aldus de United States Geological Survey, de Amerikaanse overheidsinstelling die wereldwijd aardbevingen monitort. Ook in Oezbekistan, Kazachstan, Kirgizië en Turkmenistan waren de schokken voelbaar.

    Lees ook:

  • Komt er na twee decennia een einde aan de heerschappij van Erdogan?

    Komt er na twee decennia een einde aan de heerschappij van Erdogan?

    Torenhoge inflatie, een verwoestende aardbeving: de Turkse leider Erdogan staat onder druk. Met de verkiezingen in aantocht ziet de oppositie haar kans schoon om na twintig jaar de macht over te nemen.

    Het gebeurt niet vaak dat de Turkse oppositieleider Kemal Kiliçdaroglu op een zaterdagavond twee uur de tijd krijgt voor een televisieoptreden op prime time. Kiliçdaroglu – in zwart pak met rode das, montuurloze bril op – was op zaterdag 14 januari de enige gast in de politieke talkshow van een gerenommeerde journalist op de particuliere zender TV100. Tijdens het interview verschenen aan de rand van het beeld zwaarbewapende mannen en de tekst ‘Sadat’. 

    Sindsdien is de oppositie woedend, ook al was het beeld van de gewapende mannen geen commentaar maar een reclameboodschap. Sadat is een Turks beveiligingsbedrijf dat vaak wordt vergeleken met de Russische Wagner Group. Het werd opgericht door een oud-generaal die publiekelijk zijn islamistische overtuiging kenbaar maakt. Kiliçdaroglu, leider van de seculiere CHP, noemde Sadat onlangs een ‘paramilitaire organisatie’ en ‘een gevaar voor de nationale veiligheid’.

    Dit jaar zijn er in Turkije nieuwe parlementsverkiezingen en wordt ook de president gekozen, allemaal op één dag. Tot nu toe kon Recep Tayyip Erdogan altijd vertrouwen op zijn politieke talent en de mobilisatiekracht van zijn conservatief-islamitische AKP. Maar nu hij twintig jaar aan de macht is, kunnen de tegenwerkende krachten niet meer worden genegeerd. Het land gaat gebukt onder een verschrikkelijke inflatie, die in het najaar een recordhoogte van 85,5 procent bereikte. Door de desintegratie van de rechtsstaat en het oude euvel van corruptie blijven investeerders op afstand. Steeds meer jonge, goed opgeleide Turken vertrekken naar het buitenland.

    De oppositie belooft de grondwet opnieuw te veranderen

    In Turkije zijn de peilingen maar in beperkte mate te vertrouwen, maar ze zijn wel unaniem: de achtenzestigjarige Erdogan zou de verkiezingen wel eens kunnen verliezen. Uitgerekend nu het honderd jaar geleden is dat Kemal Atatürk de republiek oprichtte, wat tot een jubeljaar voor de regering had moeten leiden.

    Erdogan heeft het land sinds 2003 ingrijpend veranderd, eerst als premier en na 2014 als president. Veel zaken heeft hij gemoderniseerd. Maar de laatste tijd maakt hij steeds meer gebruik van vrijwel onbeperkte bevoegdheden en treedt hij steeds autoritairder op. De oppositie belooft de grondwet opnieuw te veranderen: weg van het ‘uitvoerende presidentschap’ en terug naar de parlementaire democratie.

    Vervroegde verkiezingen

    De verkiezingen moeten uiterlijk op 18 juni plaatsvinden, maar Erdogan heeft laten doorschemeren dat de datum vervroegd kan worden. Hij lijkt haast te hebben, mogelijk omdat hij bang is dat het effect van de recente uitkeringen voor armlastigen zal wegebben. Op zijn initiatief werd in aanloop naar de verkiezingen het minimumloon aanzienlijk verhoogd en er werd een huisvestingsprogramma voor de lagere klassen aangekondigd. De regering zette grote supermarkt-ketens onder druk om de prijzen van duizenden producten voor januari te verlagen of te bevriezen. Enkele filialen van een grote winkelketen, die zich aanvankelijk verzetten, werden bezocht door burgemeesters van de AKP en de ultranationalistische coalitiepartij MHP.

    Meer dan twee miljoen Turken kunnen nu eerder met pensioen. Erdogan hield dat lange tijd af: ‘Aan die maatregel zijn de Scandinavische landen ten onder gegaan.’ Nu heeft hij toch gekozen voor een pensioenhervorming die minstens twee miljard euro gaat kosten.

    De president houdt de mensen niet alleen een wortel voor de neus, hij hanteert ook de stok voor zijn tegenstanders. Daarbij wordt hij een handje geholpen door de rechterlijke macht; uit de hoeveelheid rechtszaken valt af te lezen dat Ekrem Imamoglu zijn gevaarlijkste concurrent is. Deze burgemeester van Istanboel, tevens lid van de oppositiepartij CHP, werd in december veroordeeld tot twee jaar en zeven maanden gevangenisstraf. Bovendien kreeg hij een verbod om politiek te bedrijven, omdat hij ambtenaren zou hebben beledigd. 

    Maar één veroordeling is blijkbaar niet genoeg. Er lopen nog twee andere zaken tegen Imamoglu

    Totdat het hof van beroep uitspraak doet, is dat vonnis echter niet juridisch bindend. Het hangt als het zwaard van Damocles boven het hoofd van de tweeënvijftigjarige Imamoglu. Deze politieke popster wist bij de lokale verkiezingen van 2019 een spectaculaire overwinning te behalen op de conservatieven, die al vijfentwintig jaar lang domineren in het stadhuis van Istanboel, waar ook de carrière van Erdogan ooit begon. De rechter die Imamoglu niet schuldig bevond, werd overgeplaatst naar een buitenpost, ver weg in de provincie. Een andere rechter werd aangesteld.

    Maar één veroordeling is blijkbaar niet genoeg. Er lopen nog twee andere zaken tegen Imamoglu: een voor vermeende bevordering van terreur en een andere voor corruptie. Als burgemeester van een voorstad zou Imamoglu in 2014 een overheids-opdracht hebben gegund aan een niet-gekwalificeerd bedrijf. Die zaak is allang afgehandeld door de hoogste administratieve rechtbank, aldus Imamoglu. ‘Mijn handtekening staat niet eens in de aanbestedingsprocedure.’

    15 juni

    Het Openbaar Ministerie eist tot zeven jaar gevangenisstraf. Datum van het proces: 15 juni. Die datum zal dan wel vlak voor de presidentsverkiezingen vallen, dan wel tussen twee stemrondes in. Dat laatste is het geval als geen enkele kandidaat in de eerste ronde 50 procent van de stemmen haalt, wat goed mogelijk is als de Koerdische HDP-partij als aangekondigd een eigen kandidaat voordraagt.

    Bij de parlementsverkiezingen van 2018 kreeg de linkse HDP bijna 12 procent van de stemmen: genoeg voor een sleutelrol. Maar het wordt de Koerdische partijen in Turkije niet makkelijk gemaakt. Er loopt een verbodsprocedure tegen de HDP omdat de partij dicht bij de verboden partij PKK zou staan, die ook in Europa als een terroristische organisatie wordt beschouwd. Het constitutionele hof blokkeerde op 5 januari de toegang van de HDP tot staatsfinanciering van politieke partijen.

    De bekendste HDP-politicus, Selahattin Demirtas, zit bovendien al sinds 2016 in de gevangenis. Naar het oordeel van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens is hij politiek gevangene. Demirtas, die er op zijn negenenveertigste nog jeugdig uitziet, zorgt er met zijn dagelijkse speelse, uitdagende tweets voor dat hij niet wordt vergeten. Maar dat wil de regering hem nu onmogelijk maken, in de vorm van een verbod op alle communicatie met advocaten en met familieleden die het Twitterprofiel van Demirtas beheren. Zelfs in Turkije is dat niet zo eenvoudig te realiseren. Met het oog op de verkiezingen adviseerde Demirtas de minister van Justitie in een tweet om zich te haasten, ‘want er is niet veel tijd meer voordat u mogelijk onze plek inneemt’.

    Tafel van Zes

    De tegenstanders van Erdogan hebben voor het eerst een brede alliantie gevormd, de Tafel van Zes. Het spectrum van de zes partijen loopt van seculier-links tot nationaal-rechts. Er zitten ook prominente ex-AKP-leden bij, onder wie de voormalige premier en oud-minister van Buitenlandse Zaken Ahmet Davutoglu. Hun gemeenschappelijke doel is om een einde te maken aan de macht van Erdogan. De Koerden zijn aan deze tafel niet uitgenodigd.

    Oppositieleider Kiliçdaroglu heeft naar verluidt ambities om zich kandidaat te stellen voor het presidentschap. Maar deze politicus met zijn grijze slapen is meer technocraat dan volksheld. Bovendien is hij aleviet, een religieuze minderheid in het overwegend soennitische Turkije.

    Volgens peilingen zou Imamoglu een betere kans maken tegen Erdogan, maar die zit binnenkort wellicht achter de tralies. De burgemeester van Ankara, Mansur Yavas, die in 2019 voor de oppositie de hoofdstad veroverde, maakt eveneens een goede kans. Maar hij is tevens oud-militair en was ooit ook conservatief.

    Kemal Kilicdaroglu is op 6 maart gekozen door de oppositiepartijen als hun kandidaat om het op te nemen tegen Erdogan. De vierenzeventigjarige Kilicdaroglu is al sinds 2010 voorzitter van de Republikeinse Volkspartij (CHP), de grootste partij binnen de Tafel van Zes. De oppositieleider presenteert zich als gematigd, seculier en pro-Westers. Toch was er binnen de oppositiepartijen geen consensus over zijn kandidaatstelling: de nationalistische IYI-partij verweet hem een gebrek aan charisma en zei dat bijvoorbeeld de burgemeesters van Istanbul of Ankara meer kans zouden maken vanwege hun bekendheid.

  • Het vertrouwen in de Turkse overheid ligt in puin

    Het vertrouwen in de Turkse overheid ligt in puin

    Het land was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. En dat is de verantwoordelijkheid van Erdogan en zijn regering, schrijft de Turkse journalist Aysegül Sert.

    Aardbevingen vormden in de loop van de Turkse geschiedenis al vaker belangrijke keerpunten. In luttele seconden verwoestten ze de stilte. Mijn woonplaats Istanboel werd in 1999 getroffen. Er vielen meer dan zeventienduizend doden en nog veel meer gewonden. Ik wist altijd al dat je rekening moest houden met aardbevingen, dat ze te verwachten zijn in een land dat op de Anatolische Plaat ligt en aan twee grote breuklijnen grenst. Maar ik had er nog nooit een meegemaakt, of de nasleep ervan gezien. Wekenlang sliepen mensen buiten, in parken, aan de waterkant, op straat en in stadions. Sommigen konden niet terug naar hun huizen, omdat die verwoest waren. Anderen waren bang om terug te keren naar hun huizen die nog wel overeind stonden.

    Die ramp, en de trage reddingsoperaties die erop volgden, zorgden ervoor dat de AKP – de Partij voor Rechtvaardigheid en Ontwikkeling – aan de macht kwam. De AKP beloofde een modern en transparant beleid en heeft sindsdien het land bestuurd. Ondanks haar beloften heeft de partij tientallen jaren verspild: ze hebben alleen het eigen regime in stand gehouden en zich gelaafd aan hun eigen ideologische prioriteiten. Op de huidige catastrofe hebben ze zich op geen enkele manier voorbereid.

    Vragen

    Turkije en Syrië werden op 6 februari getroffen door twee zware aardbevingen, waarbij meer dan vijftigduizend mensen omkwamen en meer dan honderdduizend gewonden vielen. Velen worden nog vermist. In Turkije zijn meer dan elfduizend woonhuizen en bedrijfsgebouwen ingestort.

    De eerste aardbeving had een magnitude van 7,8 en trof de stad Gaziantep, die grenst aan Syrië, kort na vier uur ’s nachts, terwijl iedereen sliep. Er wonen zo’n half miljoen Syrische vluchtelingen, die opnieuw een afschuwelijk gevoel van ontheemding ondergingen. De provincie Kahramanmaraş, die 95 kilometer noordelijker ligt, werd negen uur later getroffen door een beving met een magnitude van 7,5. Verschillende Turkse steden zijn zwaar getroffen. In Griekenland, Cyprus en Libanon werden nog lang naschokken gevoeld.

    Ongeveer 380.000 mensen hebben na de aardbeving hun toevlucht gezocht tot hotels, slaapzalen, gemeenschapscentra en andere faciliteiten. President Recep Tayyip Erdogan kondigde voor drie maanden de noodtoestand af in de provincies die het zwaarst door de ramp zijn getroffen, en stelde zeven dagen van nationale rouw in. Want dat is hoe we het in Turkije altijd doen: vandaag rouwen we erom, morgen zijn we het weer vergeten. Totdat de volgende tragedie zich aandient.

    Maar de Turkse bevolking heeft allerlei vragen aan de regering. Wat is er gebeurd met de miljarden dollars die we sinds de ramp van 1999 aan ‘aardbevingsbelastingen’ hebben betaald? Waarom heeft men zich niet hoeven houden aan de bouwvoorschriften die bedoeld waren om gebouwen aardbevingsbestendig te maken? Waarom is er, ondanks de waarschuwingen van deskundigen en de beloften van politici, niet meer gedaan om al deze doden te voorkomen?

    De ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’

    Toen de AKP zo’n twintig jaar geleden aan de macht kwam, was de partij nog vrij onbekend. Kiezers omarmden de AKP omdat ze genoeg hadden van het oude bestuurssysteem en de bijbehorende partijcoalities, het gebrek aan transparantie, het politiegeweld en de financiële ongelijkheid. Die ontevredenheid maakte de weg vrij voor de haast messiaanse belofte van de AKP: de creatie van een ‘Nieuw Turkije’.

    Maar de regering heeft de versterking van het land geenszins een prioriteit gemaakt. In plaats daarvan heeft de partij de afgelopen jaren besteed aan nationalistische campagnes – door Koerden in Turkije (bijna 20 procent van het land is van Koerdische afkomst) en Syrië aan te vallen, en door buurland Griekenland te bedreigen. Ideologie kreeg de prioriteit: vrouwen zijn aangespoord ‘ten minste drie kinderen’ te baren en er wordt geprobeerd een ‘vrome generatie’ te kweken door veel religieuze scholen te openen. De regering onderdrukte afwijkende meningen door ambtenaren te ontslaan die zich niet konden vinden in de conservatieve standpunten van de partij.

    Kortom, de regering heeft ernaar gestreefd secularisme en democratie de kop in te drukken en alles tot een symbool van haar eigen heerschappij te maken. Bij een grotendeels ongeschoolde en gemakkelijk manipuleerbare bevolking heeft ze er nationalisme ingehamerd, angst voor de ‘ander’ en een onvoorwaardelijk vertrouwen in een heldhaftige vaderfiguur.

    Kapot

    Dit ‘Nieuwe Turkije’ gebruikte infrastructuurprojecten om de breuk met het verleden te benadrukken. Hoe meer de regering bouwde, hoe machtiger en moderner ze leek. Ze nam geen voorbeeld aan Europa, maar aan de wolkenkrabbers van Qatar en Saoedi-Arabië. Bouwbedrijven en andere bedrijven die dicht bij de partij stonden kregen contracten en vergunningen aangeboden in ruil voor smeergeld en stemmen. Erdogan zei in een toespraak ter gelegenheid van de voltooiing van een nieuwe brug in 2021: ‘Buitenlanders die naar Turkije komen, kijken nu met afgunst naar onze wegen, bruggen en luchthavens.’ Als dat ooit al zo was, geldt dat nu in ieder geval niet meer.

    Turkse burgers vroegen kort na de recente aardbevingen op sociale media aan rijke vastgoed- en bouwbedrijven of die hun grondverzetmachines en andere zware apparatuur naar de getroffen plekken konden brengen, zodat er nog levens konden worden gered. Zijn zij immers niet degenen die bouwvoorschriften negeerden om hun inkomsten te maximaliseren? Zijn zij het niet die wegen en huizen bouwden met goedkope materialen, die nu vergaan zijn tot puin en stof?

    Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten

    Ik heb Turken in de nasleep van corruptieschandalen vaak dingen horen zeggen als ‘Oké, ja, ze stelen. Nou en? Elke regering heeft van ons gestolen; deze regering geeft tenminste iets terug aan het volk door bruggen, vliegvelden en wegen te bouwen.’ Maar nu zijn de bruggen kapot en de vliegvelden gesloten. De wegen zijn zozeer opengebarsten dat ze door een meteoriet lijken te zijn getroffen. Noodhulp kan de rampgebieden niet bereiken.

    In de getroffen regio zijn een winkelcentrum en een historische moskee zijn ingestort. Ziekenhuizen zijn verwoest, waardoor patiënten en verzorgers in de kou zitten. Elektriciteit, brandstof, gas en stromend water zijn schaars. Het kasteel van Gaziantep, een monument dat de Hettitische, de Romeinse en Byzantijnse periode overleefd heeft, is zwaar beschadigd geraakt. Orthodoxe en Armeense kerken en synagogen – de weinige overgebleven herinneringen aan de multi-etnische geschiedenis die de regering heeft geprobeerd uit te roeien zijn naar verluidt vernield.

    Maar het is moeilijk om erachter te komen wat er nu precies is ingestort en wat nog overeind staat, omdat de regering veel onafhankelijke media de afgelopen jaren het zwijgen heeft opgelegd. In de ochtend daags na de aardbeving werkte Twitter – waar mensen informatie uitwisselen over overlevenden en benodigdheden – in Turkije bijzonder traag. Waarschijnlijk zat de regering ook daar achter.

    Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt

    Mijn moeder is geboren in Erzincan, in het oosten van Turkije, meer dan tien jaar na de aardbeving van 1939. Daarbij kwamen dertigduizend mensen om – nog steeds staat de aardbeving bekend als de meest verwoestende in de nationale geschiedenis. Ik bezocht in 2017 haar afgelegen dorp in het prachtige hooggebergte. De mensen daar vertellen nog steeds verhalen over het trauma dat de aardbeving heeft veroorzaakt en dat mensen in elke uithoek van mijn vaderland nog steeds met zich meedragen. Wat er begin deze maand is gebeurd, zal minstens net zo lang worden herinnerd.

    Onze republiek viert dit jaar in oktober zijn honderdste verjaardag. De presidents- en parlementsverkiezingen worden in mei gehouden. Natuurlijk heeft de regering deze aardbeving niet veroorzaakt; dat hebben breuklijnen diep in de aarde gedaan. Maar op de verkiezingsdag moeten we besluiten onze macht niet langer te geven aan een partij die er misbruik van maakt en die meer geeft om haar eigen voortbestaan dan om het welzijn van het volk. We moeten denken aan de blote handen van alle reddingswerkers en bewoners die mensen opgraven in het puin van onze steden. Turkije was een bouwplaats. Nu is het een begraafplaats geworden. Ons land verdient beter.

    Lees ook:

  • Wie helpt de slachtoffers van de aardbeving in Noordwest-Syrië?

    Wie helpt de slachtoffers van de aardbeving in Noordwest-Syrië?

    Het noordwesten van Syrië heeft na een burgeroorlog en een aardbeving dringend behoefte aan internationale hulp. Maar die steun is moeilijk te leveren. Het Syrische regime wil het getroffen gebied, dat in handen is van de rebellen, alleen maar meer laten lijden.

    Er moest een van de zwaarste aardbevingen sinds een eeuw aan te pas komen, maar nu besteedt de wereld eindelijk weer aandacht aan Syrië: een land dat door twaalf jaar burgeroorlog in puin ligt, waar de politieke macht is verdeeld tussen de regering, milities en buitenlandse mogendheden en waar miljoenen binnenlandse ontheemden wonen.

    De meeste beelden van de verwoesting zijn tot dusver afkomstig uit Turkije, waar op 6 februari vroeg in de ochtend een aardbeving met een kracht van 7,8 op de schaal van Richter plaatsvond, die gevolgd werd door nog een beving met een magnitude van 7,5. Er zijn inmiddels meer dan 41.000 doden vastgesteld in Turkije. Het totale dodental in Syrië bedraagt meer dan zesduizend.

    Maar het leed in het noordwesten van het land, dat door rebellen is bezet en waartoe steden als Idlib behoren, is niet minder schrijnend. De aardbevingen volgen op jaren van meedogenloze bombardementen op de regio door Russische en Syrische regeringstroepen. Dit gebied, waar bijna drie miljoen ontheemden wonen, is al afgesneden van de internationale gemeenschap. Veel van de infrastructuur – waaronder ziekenhuizen, die vaak het doelwit van Russische vliegtuigen zijn – is geheel of gedeeltelijk verwoest door de oorlog. De aardbevingen hebben de situatie er nagenoeg ondraaglijk gemaakt.

    Politiseren

    Na de ramp van maandag heeft Syrië dus dringender dan ooit behoefte aan internationale hulp. Maar die is moeilijk te leveren. Hoewel Turkije al op uitgebreide steun kan rekenen, ligt hulpverlening aan Syrië door het voortdurende conflict en de internationale sancties tegen het Assad-regime logistiek en politiek gezien zeer ingewikkeld. En dat geldt in het bijzonder voor die kwetsbare gebieden in het noordwesten.

    De Syrische en Russische regering zijn al begonnen de noodhulp te politiseren. Ze eisen dat de sancties tegen het regime worden opgeheven en zullen waarschijnlijk proberen hun macht over het noordwesten te heroveren. Het is daarom zaak dat de VS snel, en zelfs unilateraal, actie ondernemen. Niet alleen in de vorm van diplomatieke en militaire stappen, ook moeten ze Damascus en Moskou nauwgezet in de gaten houden.

    De Syrische en Russische regeringen hielden zelfs al vóór de aardbeving streng toezicht op hulp die via de Turkse grens het land bereikte. De Syrische regering spreekt al langer de wens uit dat hulp aan gebieden die door de oppositie worden gecontroleerd, via Damascus loopt. Rusland gebruikt voortdurend zijn vetorecht om voorstellen van de Verenigde Naties voor meer hulp te blokkeren, evenals voorstellen om goederen te leveren via de Syrisch-Turkse hulpverleningsroute bij de Bab-al Hawa-grens.

    Die route is nu door de aardbeving vernield. De humanitaire voorraden die al onderweg waren, waren na drie tot vijf dagen bedorven. Damascus krijgt enige noodhulp van Algerije, Iran, Irak en de Verenigde Arabische Emiraten, evenals van de Verenigde Naties. Maar door de moeilijke bereikbaarheid van het gebied en alle politieke obstakels waagt tot dusver bijna niemand zich aan de noordwestelijke regio.

    De Syrische VN-ambassadeur heeft inmiddels hulp gevraagd aan andere landen en internationale hulporganisaties, maar pleit er tegelijkertijd voor om de hulp aan het noordwesten uitsluitend via de Syrische regering te laten lopen. Dat betekent dat de levens van mensen die het Syrische regime zijn ontvlucht en in rebellengebieden wonen mogelijk weer in handen zijn van Bashar al-Assad. Op sociale media roepen sommige pro Assad-accounts al op om hulp aan de rebellengebieden te weigeren.

    Het Syrische regime schept er genoegen in de rebellengebieden nog meer te zien lijden

    Gezien de omvang van de schade lijkt het niet meer dan logisch om internationale hulpinspanningen voor Syrië zoveel mogelijk te verwelkomen – ook als die hulp via Damascus loopt. Dit zou betekenen dat de regering van Assad via de noordgrens onbelemmerde toegang moet verlenen tot de oppositiegebieden. Maar het Syrische regime zal zich daar ongetwijfeld tegen verzetten en er genoegen in scheppen de rebellengebieden nog meer te zien lijden. Bovendien zal het de hulp aan Damascus afschilderen als teken van internationale steun voor het Assad-regime.

    Charles Lister, onderzoeker bij het Middle East Institute in Washington, D.C., vindt het begrijpelijk dat Turkije zich nu op zijn eigen situatie concentreert. Maar volgens hem bestaan er andere grensovergangsgebieden die de Verenigde Staten – met toestemming van Turkije en gecoördineerd met de Koerden en andere lokale krachten – kunnen gebruiken om hulp te verlenen aan het noordwesten van Syrië. Eenheden van het Amerikaanse leger zijn bovendien al aanwezig in delen van het noordwesten en -oosten van Syrië en zouden hulpgoederen uit vliegtuigen kunnen afwerpen. Maar door het winterweer en een gebrek aan precisie bij het droppen is deze optie verre van ideaal. Het Amerikaanse leger zou ook zijn basis in het noordoosten van het land als knooppunt kunnen gebruiken voor het organiseren van humanitaire hulp. Hulporganisaties kunnen dan daarvandaan, in coördinatie met de Turken en de Koerden, de rebellengebieden bereiken.

    Toenadering

    De afgelopen maanden hebben de VAE en Jordanië toenadering gezocht tot Assad, die vorig jaar op bezoek was in Abu Dhabi. De Verenigde Staten verzetten zich tegen een dergelijke toenadering. Het land heeft sinds de aardbeving hulp toegezegd aan mensen aan weerszijden van de grens, maar geen toenadering gezocht tot de regering van Assad.

    Over hoe de Amerikaanse regering Noordwest-Syrië zal bijstaan heeft ze nog weinig laten weten. President Joe Biden zei op 6 februari dat ‘ook humanitaire partners die door de VS gesteund worden reageren op de verwoestingen in Syrië’. Zijn verklaring werd nog eens herhaald door de woordvoerder van het ministerie van Buitenlandse Zaken.

    De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten

    Samantha Power, administratief medewerker bij USAID [het Amerikaanse agentschap voor ontwikkelingshulp], tweette op 7 februari dat ze met Raed al-Saleh heeft overlegd over hoe dit Amerikaanse agentschap urgente hulp kan bieden aan de Syriërs. Al-Saleh is het hoofd van Syria Civil Defence, de humanitaire vrijwilligersgroep die ook bekendstaat als de Witte Helmen en actief is in het rebellengebied. De Witte Helmen verrichten al jaren heldhaftig werk door mensen uit het puin van gebombardeerde huizen, gebouwen en ziekenhuizen te redden. Al hun drieduizend vrijwilligers zoeken momenteel naar overlevenden, maar naar verluidt raakt hun brandstof op.

    Logistiek gezien wordt het een nachtmerrie. Maar de Verenigde Staten en de internationale gemeenschap moeten aandringen op onmiddellijke noodhulp aan Syriërs in de oppositiegebieden. Daarna moeten er creatieve oplossingen komen om de vooruitzichten voor Syriërs op de lange termijn te verbeteren, zonder het regime vrij te pleiten.

    Deze aardbeving leert ons dat het absoluut noodzakelijk is dat de internationale gemeenschap is voorbereid op mogelijke problemen in een kwetsbaar gebied als Noordwest-Syrië. En dat de diepe wonden van deze regio niet simpelweg kunnen worden dichtgeschroeid en vervolgens genegeerd, zoals Washingtons strategie lijkt te zijn geweest. De Syriërs zijn al veel te lang verwaarloosd en vergeten.

    Lees ook:

  • Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    Doden en honderden gewonden na nieuwe aardbevingen in Turkije en Syrië

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Bijna de helft van Franse volwassenen is te zwaar

    » Burkina Faso: minstens 51 soldaten gedood bij terreuraanval

    Minstens zes doden bij nieuwe aardbevingen

    Twee zware aardbevingen hebben maandagavond opnieuw het noorden van Syrië en de zuidelijke Turkse provincie Hatay getroffen. Ze hadden een kracht van 6,4 en 5,8 op de schaal van Richter. De verwoestende aardbeving van 6 februari heeft in beide landen meer dan 47.000 mensen het leven gekost. Die had een magnitude van 7,8.

    Volgens de Turkse minister van Binnenlandse Zaken, Süleyman Soylu, zijn er in Turkije minstens zes doden en meer dan tweehonderd gewonden gevallen. In Syrië zijn in Aleppo zes mensen gewond geraakt, die in paniek probeerden te vluchten, meldt het agentschap Sana. De Syrische reddingsgroep de Witte Helmen verklaart dat er meer dan honderddertig gewonden zijn gevallen in het noorden van het land.

    ‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari

    ‘De naschokken zullen maanden duren, zelfs jaren. Maar ze nemen met de dag af,’ zei de Turkse geoloog Mehmet Kokum tegen Al Jazeera. Kokum voegde eraan toe dat er sinds 6 februari meer dan vijfduizend naschokken zijn geweest. In Syrië heeft de laatste beving, ‘hoewel hij korter en iets zwakker was [dan eerdere aardbevingen], de bevolking nog meer angst aangejaagd’, vertelde Abdulkafi Al-Hamdo, een oppositielid uit het noorden van het land, aan de Qatarese zender. ‘De mensen zijn in paniek en getraumatiseerd’ door de gebeurtenissen van 6 februari.

    Lees ook:

  • Erdogan onder vuur wegens overheidsoptreden na aardbeving

    Erdogan onder vuur wegens overheidsoptreden na aardbeving

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Amerikaanse leger haalt meerdere onbekende vliegende objecten neer

    » Israël breidt aantal nederzettingen op Westelijke Jordaanoever uit

    Kritiek op Erdogan in aanloop naar verkiezingen

    De aardbeving in Turkije en Syrië heeft niet alleen gevolgen voor de mensen in het getroffen gebied, maar zou ook weleens een staartje kunnen krijgen voor president Erdogan, zo schreef Politico vrijdag. Politici van de oppositie houden Erdogan verantwoordelijk voor het feit dat het land zo slecht voorbereid was op een aardbeving en dat de noodhulp zo laat op gang kwam. Dit zou te wijten zijn aan onvoldoende samenwerking en coördinatie tussen de staat en de lokale autoriteiten en hulporganisaties.

    Het optreden van de Turkse president tijdens deze humanitaire noodsituatie zou weleens invloed kunnen hebben op de uitslag van de verkiezingen, die over drie maanden gehouden worden. In 1999 was het de slappe reactie van de toenmalige regering op de aardbeving in dat jaar die Erdogan en zijn AKP in het zadel hielp. Dat zou Erdogan ook kunnen overkomen, aldus Politico.

    Erdogan erkende dat er ‘natuurlijk fouten zijn gemaakt’

    Volgens critici zou Turkije geld dat begroot was voor natuurrampen, besteed hebben aan het bouwen van snelwegen. Daarnaast waren veel gebouwen die zijn ingestort, gebouwd na 1999 en hadden zij dus moeten voldoen aan de aardbevingsbestendige bouwvoorschriften die na dat jaar in werking zijn getreden. Ook werden hulporganisaties in hun werkzaamheden gehinderd doordat de Turkse regering zo gecentraliseerd is, wat de reddingsoperaties bemoeilijkte.    

    Erdogan wees kritiek op de politie en het leger van de hand. Volgens hem hebben zij naar eer en geweten gehandeld. Wel erkende hij dat de zoek- en reddingsoperaties sneller hadden gekund en dat er ‘natuurlijk fouten zijn gemaakt’. Hij beloofde dat er binnen een jaar nieuwe gebouwen zullen staan en dat de regering de huur zal betalen van mensen die niet in tenten willen blijven wonen.

    Lees ook:

  • Dodental aardbeving Turkije en Syrië naar 15.000

    Dodental aardbeving Turkije en Syrië naar 15.000

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoekers willen maanstof gebruiken om opwarming klimaat tegen te gaan

    » Avondklok in Chili vanwege aanhoudende bosbranden

    Er worden nog mensen levend onder het puin vandaan gehaald

    Het dodental van de aardbeving in Turkije en Syrië is tot boven de 15.000 gestegen, meldt Al Jazeera. Het merendeel van de dodelijke slachtoffers is gevallen in Turkije: zeker 12.400 mensen kwamen daar om het leven. Ruim 63.000 mensen zijn gewond geraakt bij de reeks bevingen van maandag.

    Veel landen hebben reddingsteams richting Turkije en Syrië gestuurd. Hoewel het inmiddels ruim drie dagen geleden is dat de aardbevingen in de twee landen plaatsvonden, worden er nog steeds mensen levend onder het puin van ingestorte gebouwen vandaan gehaald. Naast reddingswerkzaamheden zendt een grote groep landen miljoenen dollars aan geld voor directe noodhulp en wederopbouw.

    Sinds woensdag worden reddingswerkzaamheden in Turkije echter bemoeilijkt omdat het socialemediaplatform Twitter offline is gehaald in grote delen van het land. Waarom Twitter niet meer bereikbaar is, is onduidelijk, maar voor reddingswerkers is het medium een belangrijke bron, aangezien zowel familieleden van slachtoffers als slachtoffers zelf het kanaal gebruiken om om hulp te vragen, en reddingsacties via het platform gecoördineerd worden.

    Lees ook:

  • Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    Tijd dringt voor reddingsacties in Turkije en Syrië, dodental blijft oplopen

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Onderzoek: mens is in staat om gebarentaal van apen te lezen

    » Biden benadrukt resultaten in State of the Union-toespraak

    Dodental stond dinsdagavond op meer dan 7800

    Het dodental van de aardbeving in het zuiden van Turkije blijft stijgen. Dinsdagavond meldde Turkije meer dan 5894 doden, en Syrië meer dan 1932. De beving van maandagnacht had een kracht van 7,8 op de schaal van Richter en werd gevolgd door een sterke naschok enkele uren later.

    ‘Naschokken, ijskoude temperaturen en beschadigde wegen belemmeren reddingspogingen om overlevenden te vinden’, aldus The Guardian, die erop wijst dat ‘de Turkse autoriteiten in tien provincies de noodtoestand hebben uitgeroepen en de Wereldgezondheidsorganisatie heeft gewaarschuwd dat het uiteindelijke dodental meer dan twintigduizend kan bedragen.’

    ‘De pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden’

    Mensen in afgelegen steden in het zuiden van Turkije beschreven hoe de hulpverleners in het grensgebied van meer dan duizend kilometer lang handen en middelen te kort komen. In Noord-Syrië, waar de rebellen aan de macht zijn, ontbreekt het vrijwillige reddingswerkers bijvoorbeeld aan brandstof en andere elementaire voorzieningen die nodig zijn om mensen die nog steeds vastzitten onder het puin te kunnen helpen.

    ‘Een onbekend aantal mensen zit nog steeds vast en de pogingen om overlevenden te vinden worden bemoeilijkt door de ijzige omstandigheden. Ook de slechte internetverbinding en beschadigde wegen tussen enkele van de zwaarst getroffen steden in het zuiden van Turkije hebben de reddingsteams gehinderd’, bericht de Britse krant.

    Lees ook: