Tag: AF

  • Hoe schrijf je als journalist over Soedan? ‘Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse’

    Hoe schrijf je als journalist over Soedan? ‘Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse’

    Schrijver Yassmin Abdel-Magied geeft een satirische handleiding voor hoe je als westerse media-outlet de oorlog in Soedan rapporteert.

    Gebruik altijd het woord ‘vergeten’ in je titel. In onderschriften mogen woorden zoals ‘hopeloos,’ ‘agressief,’ ‘crisis’ en ‘conflict’ worden verwerkt. Andere nuttige woorden zijn ‘genegeerd,’ ‘onzichtbaar’ of ‘verwaarloosd.’ Vergeet niet gebruik te maken van passieve zinnen. Vestig niet te veel aandacht op wie er precies negeert en vergeet, maar impliceer alleen dat dit een permanente en onveranderlijke vloek van de staat is.

    Verwerk nooit een afbeelding van de natuurlijke schoonheid van Soedan of Soedanese mensen in je werk. Zorg dat de wanhoop van de pagina’s druipt, langs uitstekende botten, opgeblazen buiken en zwartgeblakerde en gebombardeerde gebouwskeletten. Denk in sepiafoto’s. Als je echt wil choqueren, gebruik dan een close-up van de ogen van een vrouw die recht in de camera kijkt, met haar hele gezicht gewikkeld in kleurrijke stof en een air van opstandigheid en beschuldiging in haar blik. Een vlieg die als een moedervlek op de huid zit is goed. Het doel van elke afbeelding is om medelijden of schuldgevoel op te wekken.

    Behandel Soedan in je artikel, in je opiniestuk, in je verhaal bekroond met een Pullitzerprijs, alsof het een homogene plek is. Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit. Spreek van ‘het land’, fluister ontzagvol over de afmetingen van de woestijn en beklaag je over de ruwe omstandigheden. Refereer meer naar geografie dan steden; noem ‘De Sahel’, ‘De Sahara’, ‘De Hoorn,’ en ‘De Rode zee’ in plaats van ‘Atbarah,’ ‘El Obeid,’ ‘Nyala’ of ‘Sennar’. Omschrijf Soedan door gebruik te maken van andere landen die mensen kennen, maar niet begrijpen. Noem het ‘het nieuwe Somalië,’ ‘het nieuwe Syrië,’ ‘het nieuwe Libië,’ ‘het nieuwe Jemen.’ Maak je niet te druk om het feit dat deze beschrijvingen nergens op slaan. Concentreer je op de ongrijpbaarheid, het massale leed, het gevoel. Leed is een taal die mensen in jouw wereld kunnen begrijpen, maar vergeet niet duidelijk te maken dat dit het soort catastrofe is dat alleen in ‘deze regio’ voorkomt, oftewel een situatie die zo ‘deplorabel’ en ‘onmenselijk’ is, dat het met geen mogelijkheid ‘hier’ kan gebeuren, waar je westerse publiek zich ook mag bevinden.

    Soedan bestaat uit 18 staten, 50 miljoen mensen en meer dan 70 inheemse talen. Negeer dit

    Beschrijf wat er aan de hand is als een ‘burgeroorlog.’ De lezers zullen zich het meest op hun gemak voelen als ze de indruk hebben dat de Soedanezen elkaar als onbedachtzame woestelingen afmaken, in plaats van om gebruikelijke redenen zoals het vergaren van territorium en middelen, of om politieke en economische macht. Als je ‘genocide’ ter sprake brengt, laat dan doorschemeren dat de achterliggende reden ‘stamconflict’, ‘rivaliteit,’ of nog beter, ‘haat’ is. Benadruk het gebrek aan denken (aan hun kant, niet de jouwe). Je kunt ervoor kiezen om het te beschrijven als een ‘proxy’-oorlog, waarmee je kennis van de geopolitieke gevolgen van de situatie suggereert. Weersta de drang om dieper in te gaan op specifieke details, die vindt de lezer irrelevant en saai. Vermijd gebruik van de meest accurate verwoording ‘contrarevolutionaire’ oorlog. Het bevat te veel lettergrepen en doet denken aan de Soedanese burgers die bijna dertig jaar geleden met een machtige en geweldloze verzetsbeweging een dictator van de troon stootten. Benoem de revolutie nooit. Je lezers kunnen het zich niet voorstellen om te leren over gemeenschapsvorming, wederzijdse hulp en rechtvaardigheid door mensen als de Soedanezen. De enige kennis van Afrikanen die ze accepteren moet bedekt zijn met stof, verhuld door hekserij en vervuld van aardklopperij of het eten van ingewanden.

    Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan, laptops en elke vorm van technologie die nieuw voelt (zoals een Apple watch), delen van het land waar geen sprake is van direct conflict en waar het leven onverstoord is doorgegaan, humor. Verfijnde kunst en cultuur.

    Taboeonderwerpen: momenten van normale huiselijke vreugde, leerlingen die naar school gaan… humor

    Vertel over Soedan als een plek zonder geschiedenis en zonder toekomst. Negeer de oude Nubische piramides in Nuri, Djebel Barkal, el-Kurru en Meroë, maar als je ze wel noemt, vergeet ze niet als ‘vergeten’ te beschrijven. Zorg, om je publiek niet te verwarren, dat je alle ‘beschaving’ die Soedan onverwacht kan bevatten, aan de Egyptenaren toeschrijft. Onthoud dat Soedan de poort is naar het ‘echte’ Afrika, en met ‘echt,’ bedoel je ‘Zwart’. Vergeet niet om Noord-Amerikaanse begrippen van rassenhiërarchie hierheen te transponeren. Jij beschikt over superieure kennis. 

    Herinner lezers er aan het begin aan dat dit de ergste humanitaire crisis ter wereld is en benoem dit als een natuurlijk gegeven in plaats van het resultaat van een serie keuzes gemaakt door leiders en instellingen die je lezers een warm hart toedragen. Benadruk de ernst van de crisis maar vermijd getuigenissen van de Soedanezen zelf. Gebruik data die verzameld is door organisaties die je lezers geloven en respecteren, zelfs in een ‘post truth’-tijdperk. Instellingen met twee of drie letters zijn het best: de VN, de WFP, AI, IMF, RC, AZG. Besteed de meeste tijd aan het behandelen van basisfeiten maar voeg geen context toe; Zo lijkt het alsof het conflict zonder enige gelegenheid uitbarstte en dat dit gewoon een terugkeer is naar de natuurlijke staat van het Soedanese volk. Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken. Maak Soedan tot Afrika, en Afrika tot Soedan.

    Doe geen moeite met precisie, accuratesse en analyse. Zorg dat je brede, algemene uitspraken doet over het kwaad dat alomtegenwoordig is binnen de militaire elite en de strijders die je persoonlijk, virtueel of op sociale media tegenkomt. Benoem de buitenlandse belangen, maar benoem niet specifiek de Amerikaanse dollars, Britse ponden, euro’s, Riyals en Dirhams die medeplichtig zijn. Steun enkel een boycott, maar doe het indirect. Leg de strategie niet uit. Soedan heeft geen strategie nodig, maar aandacht. 

    Gebruik in je tekst ‘Soedan’ en ‘Afrika’ als onderling verwisselbare termen; je lezers/kijkers/consumenten zullen de wissel niet opmerken

    Als je het over de Soedanese bevolking hebt, vraag dan waarom ‘iedereen’ de oorlog in Soedan vergeet. Negeer het feit dat zij zelf aan het pleiten, doneren en van de daken aan het schreeuwen zijn sinds de eerste kogels werden afgevuurd (noem vooral kogels die worden afgevuurd, het liefst tijdens je interview, zelfs als het virtueel wordt afgenomen en je je op duizenden kiliometers afstand bevindt). Ga ervan uit dat deze Soedanees niet genoeg heeft geprobeerd om de wereld over de oorlog te vertellen, een oorlog waarvan jij weet dat hij zo verschrikkelijk erg is en waarover je je trots mag voelen dat jij ‘de wereld’ erover vertelt. Bied tips aan over hoe ze ‘het bekend kunnen maken’, zoals jij hebt gedaan. Jij houdt van Soedan, jij houdt van Afrika; jouw woorden en jouw platform bewijzen hoeveel je erom geeft. Je liberale identiteit is nog steeds vlekkeloos. 

    Wanneer je je steentje hebt bijgedragen, je artikel of je post hebt gepubliceerd, stuur het dan op naar elke Afrikaan die je kent, als blijk van je band met de goede zaak. Wees trots op het feit dat jij niet als andere westerlingen bent; jij geeft hierom. Jij bent niet racistisch. Jij bent anders. Zie je reposts over Soedan als bewijs dat jij niets tegen zwarte mensen hebt. Je hoeft je er niet voor te schamen als je de Soedanese en Palestijnse vlag door elkaar haalt. Besluit ze maar allebei te dragen, zo ben je beschermd tegen kritiek. 

    Als je een prijs wint omdat je werk ‘mensen bewust heeft gemaakt,’ zorg dan dat je je Soedanese ‘partners’ benoemt in je dankwoord. Zij zijn dan wel de journalisten in het gebied zelf, die hun leven op het spel hebben gezet om de informatie te verzamelen, maar dat is niet belangrijk. Jouw platform is belangrijk. Jij bent het kanaal waar het Soedanese nieuws doorheen stroomt. Dit is essentieel werk, en je doet het omdat je erom geeft. Als je de prijs in ontvangst neemt, benoem dan niet dat je Soedanese partners geen visum konden krijgen naar het land waar de ceremonie plaatsvindt. 


    AF Abdel Magied compressed edited
    © Yassmin Abdel-Magied

    Dit stuk is geschreven door Yassmin Abdel-Magied en werd eerder gepubliceerd in Communication, Culture & Critique. De auteur voegde de volgende boodschap aan haar artikel toe:

    We weten niet hoeveel mensen er in Al-Fashir zijn vermoord. Als u wilt doneren om de mensen te helpen die de situatie daar zijn ontvlucht, overweeg dan het Sudan Solidarity Collective.‘

  • Ecocide als nieuwe oorlogstactiek

    Ecocide als nieuwe oorlogstactiek

    De strijdende partijen in Soedan vallen ecologische doelwitten aan als oorlogstactiek, met catastrofale gevolgen voor onder meer de voedsel- en waterveiligheid. Toch wordt ecocide door het Internationaal Strafhof niet als oorlogsmisdaad gezien.

    In april 2023 vielen twee facties binnen de Soedanese krijgsmacht, de paramilitaire Rapid Support Forces (RSF) en het regeringsleger, elkaar aan in de hoofdstad Khartoem. Binnen enkele maanden veranderde het conflict in een uitputtingsoorlog, waarin beide partijen dichter bij de overwinning proberen te komen door zo veel mogelijk ecologische schade aan te richten.

    Naarmate de oorlog vordert verwoesten beide kanten steeds meer milieudoelwitten, wellicht uit wanhoop of misschien om strategische redenen. Veel heimelijke droneaanvallen en openlijke bombardementen zijn gericht op dammen, vuilnisbelten en landbouwgrond, met desastreuze gevolgen. Voedsel en water zijn schaarser geworden, hele wijken zijn weggevaagd en tot ver buiten het oorlogsgebied raakt het land vervuild. Ook lopen de in het wild levende dieren in Soedan gevaar. Deze ecologische verwoesting, ook wel ecocide genoemd, is niet zomaar een bijkomstigheid van het conflict. Het milieu is het nieuwe slagveld.

    Het regeringsleger maakt sinds het begin van de oorlog steeds meer gebruik van drones. Door snelle aanvallen uit te voeren op binnensteden, zonder de doelwitten daarbij nauwkeurig te verifiëren, boezemt het zijn vijanden (en de burgers) constante angst in. Ook lijkt het leger zijn aanvallen te richten op gebieden met een toch al slechte infrastructuur, om zo nog meer paniek te zaaien onder de bevolking.

    Waterzuiveringsinstallatie

    In augustus en oktober 2024 voerde het regeringsleger droneaanvallen uit op nog geen tweehonderd meter afstand van de waterzuiveringsinstallatie in Soba. Onderdeel van deze centrale is een groot kunstmatig bassin, waarin industrieel afval- en rioolwater wordt verwerkt. Verschillende onderzoeken concluderen dat de centrale niet aan internationale standaarden voldoet. Toch is het de enige faciliteit die de omliggende buurt tegen waterverontreiniging beschermt. Volgens Ahmed Hassan Alamin, lid van de Soedanese vereniging voor milieubehoud, hanteren centrales zoals die in Soba een essentieel chloreersysteem en kwaliteitscontroles voor drinkwater, en zal schade aan deze installatie ‘het water onveilig maken voor consumptie en leiden tot de verspreiding van door water overgebrachte ziektes’.

    Doordat deze belangrijke zuiveringsinstallatie zich in de ‘South Belt’ bevindt, een van oudsher achtergebleven deel van Khartoem, zal het moeilijk zijn om haar te herbouwen en onderhouden, en zal de situatie almaar verslechteren. En dat is precies waar het leger op uit is.

    Het is bovendien nagenoeg onmogelijk om na te gaan of het leger daadwerkelijk militaire doelwitten op het oog had. Door de herhaaldelijke aanvallen in deze buurt lijkt het erop dat het doel was om infrastructuur te vernietigen en capitulatie van de vijand af te dwingen. Volgens Alamin was dit bovendien niet de enige waterreinigingscentrale die werd aangevallen en beschadigd. Hoewel het afval nog net niet direct in de Nijl wordt gedumpt, gaan er op sociale media beelden rond waarop te zien is hoe het puin van de opgeblazen Shambat-brug in het water belandt. De RSF en het regeringsleger hebben bovendien aanvallen uitgevoerd op appartementencomplexen en ziekenhuizen die zich dicht bij de oever bevinden. Vooral ziekenhuizen produceren veel giftig afval, gemiddeld zo’n 250 kilo per dag, waaronder gevaarlijke zware metalen en afgedankte medicijnen. Deze ziekenhuizen hebben amper faciliteiten om hun afval te verwerken, dus bewaren ze het vaak op hun eigen terrein. De schade is inmiddels zo groot dat een deel van het gevaarlijke materiaal waarschijnlijk al in de Nijl is beland. Vier van de ziekenhuizen in Khartoem liggen dicht bij de rivier, en alle vier zijn ze al getroffen door bombardementen. Brandende gebouwen lekken roet en andere deeltjes in het water, waardoor de toch al sterk vervuilde Nijl nog verder verontreinigd raakt met microplastics, die schadelijk zijn voor mens en dier.

    Ziekenhuizen hebben amper faciliteiten om hun afval te verwerken, dus bewaren ze het vaak op hun eigen terrein

    De Nijl is de enige waterbron voor de inwoners van Khartoem en de rest van Soedan. Door de oevers aan te vallen en militaire gebouwen (zoals het hoofdkwartier van een afdeling van het regeringsleger) gevaarlijk dicht bij de Nijl te plaatsen, brengen het regeringsleger en de RSF de rivier in gevaar. Dit soort opzettelijke schade aan het milieu valt onder de definitie van ecocide. Hoewel vooral het regeringsleger voor deze verwoesting verantwoordelijk is, met zijn bombardementen en droneaanvallen, richt de RSF op een andere manier ecologische schade aan. De vervuiling wordt verergerd doordat de oevers van de Nijl overstromen. De overstromingen in Khartoem, waardoor het verontreinigde water tot diep in kwetsbare buurten en ecosystemen kon komen, worden op hun beurt verergerd door de verwoesting van de Jebel Aulia-dam, een groot bouwwerk aan de Nijl ten zuiden van Khartoem. Deze dam is al meermaals aangevallen. In 2024 nam de RSF de dam over van het regeringsleger en sloot hem af tijdens een van de ergste overstromingen die het land ooit heeft gekend. Volgens de RSF richt het leger voortdurend schade aan de dam aan en richt het zich ook op werknemers. Ongelukkigerwijs bevindt de dam zich dicht bij een luchtmachtbasis, waardoor er vaak grof geschut wordt ingezet. Niemand probeert de schade aan het bouwwerk te beperken en door alle aanvallen is de dam praktisch onbruikbaar geworden.

    Uit openbare informatie blijkt dat de RSF en het regeringsleger beide gebruikmaken van straaljagers, artillerie en drones. Op een bepaald moment trof een van de legers de dam, met een explosie tot gevolg; ook hebben er meermaals gevechten plaatsgevonden op nog geen vijfhonderd meter van de dam. Daarnaast gaan er beelden rond van beide legers die werknemers van de dam lastigvallen; daarbij worden huizen leeggeroofd en wordt er traangas ingezet tegen de menigte.

    Propaganda

    In deze strijd maken beide partijen volop gebruik van propaganda. De RSF beschuldigt het regeringsleger van slecht onderhoud; het leger geeft de RSF op zijn beurt de schuld voor schade aan de dam. Maar beide vallen de dam om dezelfde reden aan: om de Soedanese watervoorziening plat te leggen. Dit is op te maken uit het feit dat de strijd niet plaatsvindt in de buurt van de militaire basis ten zuiden van de dam, maar bij de dam zelf. De luchtmachtbasis die in de buurt van de dam ligt, is al die tijd intact gebleven. De dam daarentegen werd afgesloten, juist toen de bevolking hem het meest nodig had – op het hoogtepunt van het overstromingsseizoen.

    De schade heeft grote gevolgen. De Jebel Aulia-dam levert water voor vee en landbouw, en is daarmee essentieel voor de voedselzekerheid. In het reservoir past ongeveer 2,3 miljard kuub water, cruciaal voor het reguleren van overstromingen. Het afsluiten van de dam leidde tot grote overstromingen in de provincie van Khartoem en de rest van het land. Boerderijen, huizen en vee werden door het water weggespoeld, waardoor de voedseltekorten en de hongersnood in het gehele land toenamen.

    Daar bleef het echter niet bij. Door de oorlog raakt de Nijl steeds erger vervuild en als gevolg van de overstromingen heeft het verontreinigde water zich door woonwijken verspreid. Na een overstroming blijft er water achter, waardoor er tot ver in het land grote giftige plassen zijn ontstaan. Ook heeft het water veel chemisch afval en rioolwater met zich meegebracht en over een groot gebied verspreid. Een schrijnend voorbeeld is de overstroming van het Aba-eiland in de Nijl, waar volgens het doktersnetwerk van Soedan een mengsel van overstromingswater, rioolwater en afval van beschadigde gebouwen een dodelijke cocktail heeft gevormd. Deze ecologische schade leidt tot de verspreiding van ziektes zoals cholera, een verhoogde kans op de inname van vergiftigd water en andere gezondheidsrisico’s.

    Hoewel de vervuiling nu nog vooral lokaal is, zal het niet bij Khartoem blijven; uiteindelijk zal de Nijl worden aangetast

    Hoewel de vervuiling nu nog vooral lokaal is, zal het niet bij Khartoem blijven; uiteindelijk zal de Nijl worden aangetast en zal de vervuiling zich veel verder verspreiden. Aangezien de Nijl de voornaamste waterbron van het land is, zal heel Soedan hier uiteindelijk onder te lijden hebben.

    Een van de soorten vervuiling die tijdens de oorlog is toegenomen, is die met microplastics. Gebouwen en fabrieken bevatten allerlei microplastics, die bij inname giftig zijn voor mensen en dieren, maar ook waterleidingen kunnen verstoppen en aantasten. Uit een onderzoek naar microplastics dat het Nile Basin Initiative (NBI) vóór de oorlog uitvoerde, bleek dat de meeste vervuiling afkomstig is uit Khartoem; maar door alle bombardementen aan de oevers van de rivier is het goed mogelijk dat de vervuiling ook in andere regio’s zal toenemen.

    De RSF en het leger voeren aanvallen uit op boerderijen, fabrieken, industrieterreinen en ziekenhuizen, locaties die veel microplastics bevatten. Hoewel dit sinds het begin van de burgeroorlog nog weinig is onderzocht, blijkt uit een kleinschalig onderzoek dat de vervuiling van de Nijl toeneemt. Bij dit onderzoek uit 2023 werd er gekeken naar de aanwezigheid van giftige stoffen in vissen die stroomafwaarts van de Jebel Aulia-dam leven. De conclusie was dat poly- en perfluoralkylstoffen (PFAS, ook wel bekend als ‘forever chemicals’) vanuit de dam het water in lekten. Ook in Kenia onderzochten wetenschappers het PFAS-gehalte in de Nijl. Het verschil door de jaren heen is merkbaar; in 2008 was het PFAS-gehalte in zoetwatervissen nihil, maar in 2024 was het ongeveer 0,5 microgram per kilo vis. Dit lijkt misschien weinig, maar zelfs de kleinste sporen van deze stoffen kunnen tot ernstige gezondheidsklachten leiden. 

    Illegale houtkap in Myanmar

    In het berggebied Bago Yoma in Myanmar is de illegale houtkap de afgelopen jaren drastisch toegenomen, mede door het machtsvacuüm sinds de militaire coup van 2021. Zowel het leger als verzetsgroepen, waaronder de door de NUG (National Unity Government, de regering in ballingschap) gesteunde People’s Defence Forces (PDF), blijken betrokken bij de grootschalige ontbossing van waardevol teakhout, aldus de krant Frontier Myanmar.

    Inwoners van de regio verdienen bij door bomen te vervoeren voor tussenhandelaren, terwijl gewapende groepen tol heffen of zelf actief deelnemen aan de kap. Hoewel het afnemen van de bosbedekking al langer een probleem is, escaleert de situatie nu snel. Een eerdere stop op de commerciële houtkap voor Bago lijkt nauwelijks effect te hebben. Verzetsgroepen rechtvaardigen hun deelname met het argument dat de opbrengsten nodig zijn voor de strijd tegen het regime. Lokale bronnen wijzen erop dat deze praktijken de revolutie ondermijnen: ze versterken de militaire invloed, beschadigen ecosystemen en leiden tot conflicten binnen het verzet. ‘De revolutie mag onze toekomst niet vernietigen om het heden te financieren,’ aldus een boeddhistische monnik uit het gebied.

    De NUG ontkent betrokkenheid, maar treedt amper op tegen de betrokken PDF-strijders. Hoewel sommige eenheden houtkappers arresteren of voorlichten, gaan anderen onverminderd door. En zo is ook hier de natuur de dupe van de strijd die wordt gevoerd.

    Microplastics zijn ook afkomstig van afval, dat steeds meer begint aan te spoelen aan de oevers van de Nijl. Het is onduidelijk of dit door de oorlog komt, maar zeker is dat afval en puin zich kunnen ophopen en schade kunnen toebrengen als ze in de grond terechtkomen. Dit probleem wordt almaar erger en naarmate de oorlog vordert, wordt het steeds moeilijker te beheersen. 

    Volgens het NBI komt er zoveel afval in de Nijl terecht omdat het afvalbeheer – bestaande uit inzamelingscentra en vuilnisbelten – niet goed functioneert. Door de burgeroorlog zijn veel van deze faciliteiten gesloten of beschadigd. Veel inzamelingspunten zijn er simpelweg mee gestopt, met als gevolg een heleboel onbeheerde vuilnisbelten. Terwijl de situatie verergert stoppen de legers niet met hun aanvallen, ze slaan juist harder toe. Ze proberen het hele land kapot te maken, met name het zuiden, waar de meest kwetsbare bevolking woont en waar de meeste vluchtelingen naartoe zijn gegaan. 

    De schade aan het milieu is merkbaar in heel Soedan. Door de overstromingen, die deels zijn veroorzaakt door het sluiten van de dam, zijn meer dan honderdduizend mensen ontheemd geraakt, meer dan tienduizend huizen verwoest en meer dan 69 mensen om het leven gekomen. Toch is dit slechts een klein deel van de schade, want door het vervuilde water verspreiden ziektes als cholera zich door het hele land. Voorkoombare ziektes zijn inmiddels de grootste doodsoorzaak in Soedan en omdat de kampen over weinig medische faciliteiten beschikken, zijn vluchtelingen extra kwetsbaar.

    ‘Als dit zo doorgaat zal het tientallen jaren duren om de ecologische schade te herstellen’

    Ook wilde dieren lopen gevaar. Er leven meer dan 720 diersoorten in de bossen rond de Nijl. Vissen staan onderaan de voedselketen en vormen een essentieel deel van dit ecosysteem. ‘Het lage zuurstofgehalte [door industriële vervuiling van de Nijl] leidt tot hypoxisch water waarin vissen niet kunnen overleven,’ waarschuwt dr. Alamin. ‘Als dit zo doorgaat zal het tientallen jaren duren om de ecologische schade te herstellen.’ Ecosystemen zijn erg gevoelig voor gifstoffen. Niet alleen zal de vispopulatie van Soedan afnemen, maar ook die van ontelbare dieren die jaarlijks naar de Nijl migreren, zoals de bedreigde steppearend. De visindustrie is overigens heel belangrijk voor Soedan, dus het gehele ecosysteem loopt gevaar. 

    Vanwege constante intimidatie door de Soedanese krijgsmachten hebben milieuwetenschappers hun werk neergelegd. Zo zijn alle projecten van het Soedanese milieuprogramma van de VN, waaronder herbebossing en duurzame landbouw, in 2020 stopgezet en sindsdien niet meer hervat. 

    Ecocide is niet strafbaar in Soedan en wordt, ondanks de enorme humanitaire schade, niet als oorlogsmisdaad gezien door het Internationaal Strafhof.



  • De jongerenrevolutie: hoe de Afrikaanse jeugd de toekomst bepaalt

    De jongerenrevolutie: hoe de Afrikaanse jeugd de toekomst bepaalt

    Met het idiote geschutter van de VS is het belangrijk om de rest van de wereld niet uit het oog te verliezen. Kijk alleen maar naar de bevolkingsprognose en het is duidelijk waar de toekomst ligt: in Afrika.

    Het is sinds zijn eerste ambtstermijn duidelijk dat Amerikaanse overheid met hun nieuwe leider niets met Afrika te maken wil hebben. Hij beledigde de landen van het continent eerder al door ze ‘shithole countries’ te noemen. In deze tweede termijn is het nog erger: het congres juicht toe dat Donald Trump Afrika voor schut zet. En passant ontkende hij het bestaan van Lesotho, een land dat weliswaar klein is, maar toch echt bestaat. 

    En het blijft niet bij spot. Zijn decreet om Amerikaanse internationale hulp stop te zetten treft heel Afrika en brengt het leven van duizenden mensen in gevaar, zoals in Lesotho, waar een vijfde van de bevolking geïnfecteerd is met hiv. Het feit dat zogenaamd vervolgde witte Zuid-Afrikanen de enige vluchtelingen zijn die Amerika nog toelaat, is ronduit cynisch te noemen. 

    Trumps Afrika-politiek, als we daar al van kunnen spreken, is mensonterend en kortzichtig. En in Europa is het niet veel beter. Het Verenigd Koninkrijk en Nederland hebben hun ontwikkelingshulp al teruggeschroefd ten gunste van defensie. De nieuwe Duitse regering zou dit voorbeeld weleens kunnen volgen. 

    Piek

    Er is geen twijfel over mogelijk: met alle waanzin die zich in Washington afspeelt is het een hele opgave om de rest van de wereld niet uit het oog te verliezen. Maar Europa, en Duitsland in het bijzonder, moet de aandacht blijven verdelen. Eén blik op de landkaart – en op de bevolkingsprognose van de VN in het bijzonder – maakt dit duidelijk.

    Als experts van de VN het goed hebben berekend, zal de wereldbevolking binnen 59 jaar een piek bereiken. Er zijn nu ongeveer 8,2 miljard mensen op aarde en naar verwachting zullen dat er in 2084 10,3 miljard zijn. Dat is hoger dan ooit, maar ook meteen het hoogste aantal dat het ooit zal zijn. Daarna gaat het weer omlaag. 

    Het is onwaarschijnlijk dat het precies zo zal gaan, prognoses zijn tenslotte feilbaar. Maar het is ook onwaarschijnlijk dat het heel anders zal gaan. Bevolkingen volgen langetermijntrends en zijn, in tegenstelling tot verkiezingen of economische crises, voorspelbaar. Er kan met enige zekerheid worden vastgesteld dat de groei van de mensheid niet oneindig is. Dat we er nog steeds midden in zitten, komt vooral door Afrika. 

    De wereld wordt dus Afrikaanser. Dat is allang geen prognose meer

    In 1950 leefden er 225 miljoen mensen in Afrika. Nu zijn dat er anderhalf miljard, meer dan zeven keer zo veel. In 2084 zijn het er volgens een prognose van de VN 3,5 miljard. In de komende 59 jaar wordt de Afrikaanse bevolking dus meer dan twee keer zo groot, terwijl de Noord-Amerikaanse en Aziatische bevolking langzaam groeien en die van Europa krimpt. Van de 2,1 miljard mensen die er tegen 2084 bij komen, komen er 2 miljard uit Afrika. 

    De wereld wordt dus Afrikaanser. Dat is allang geen prognose meer. Terwijl Afrikanen in 1950 nog maar een tiende van de wereldbevolking vormden, is dat vandaag een vijfde. Volgens de prognose zal het in 2100 een derde zijn. Een op de drie kinderen die vandaag de dag worden geboren, is Afrikaans. Afrika, de wieg van de mensheid, wordt ook echt de wieg van de mensheid. 

    De bevolkingsprognose van Afrika is geen reden om in paniek te raken, racistische angst te zaaien of om het einde van de (westerse) wereld te voorspellen. Dat gebeurt al vaak genoeg. Van de apocalyptische bestseller Population Bomb uit 1968 tot Gloria, de vorstin van Thurn und Taxis, die berucht werd om de uitspraak dat Afrikanen ‘te veel neuken’; van de rechtse omvolkingstheorie tot linkse angst voor overbevolking in tijden van klimaatverandering. 

    Te veel?

    ‘Met “te veel” wordt altijd naar de ander verwezen’, schrijft Dana Schmalz, expert op gebied van internationaal recht, in haar boek Das Bevölkerungsargument (‘Het bevolkingsargument’). In plaats van ‘de anderen’ kan je net zo goed zeggen ‘de armen’, wier armoede wordt toegeschreven aan voorplantingsinstinct zonder dat de structurele oorzaken worden aangepakt. Statistisch gezien is Afrika niet ‘overbevolkt’. Met vijftig inwoners per vierkante kilometer is het er drukker dan in Europa en Amerika, maar minder vol dan in Azië. En Afrika’s bijdrage aan de opwarming van de aarde is nog altijd klein. 

    Maar om te voorkomen dat de verkeerde mensen argumenten krijgen aangereikt, moet de bevolkingsgroei van Afrika ook zeker niet worden verdoezeld of verzwegen. Afrika heeft niet te veel mensen, maar te weinig vooruitzichten. 

    Zesentwintig procent van de vijftien- tot vierentwintigjarigen in Afrika heeft geen werk of opleiding. Dat is 2,6 procentpunt meer dan tien jaar geleden en meer dan op alle andere continenten. In Gambia en Somalië ligt dit percentage rond de veertig procent. Dan is er ook nog een grote groep die niet werkloos is, maar te weinig werk heeft. Als je door Afrika trekt kom je overal mensen tegen op zoek naar een baan, of het nu gaat om taxichauffeurs of IT-specialisten. 

    De toekomst van werkgelegenheid in Afrika is na klimaatverandering het belangrijkste thema in de wereldpolitiek

    De toekomst van werkgelegenheid in Afrika is na klimaatverandering het belangrijkste thema in de wereldpolitiek, zo stelt VS-auteur en voormalig The New York Times-correspondent Howard French. Het lot van Amerika, de EU of China is haast secundair, terwijl deze landen doorgaans de meeste aandacht krijgen. 

    Demografen Reiner Klingholz en Wolfgang Lutz hebben het specifiek over jonge mensen in Afrika: ‘Onder goede omstandigheden kunnen ze zich een weg banen naar een prachtige toekomst – maar in het ergste geval is Afrika een van de grootste conflicthaarden op de planeet.’ Dit citaat komt uit een boek uit 2016. De omstandigheden zijn er sindsdien niet beter op geworden. En dat heeft in veel landen onrust veroorzaakt. 

    Jonge demonstranten

    Sinds 2021 hebben jonge militairen in Mali, Guinee, Burkina Faso, Niger en Gabon de verkozen regering omvergeworpen – onder toejuiching van andere jonge mensen. In Senegal dwongen jonge demonstranten in 2024 verkiezingen af, waarbij ze een 44-jarige man tot president verkozen. In Kenia bestormden jonge demonstranten eind juni het parlement en in Nigeria en Mozambique gaan ze met tienduizenden de straat op om te protesteren. 

    In Zuid-Afrika was het vooral de frustratie van de zogeheten ‘Born Free’-generatie die de ANC na dertig jaar de absolute meerderheid kostte. In Botswana werd de regering na 58 jaar weggestemd doordat zelfs deze op een na grootste diamantenproducent ter wereld 38 procent van zijn jongeren geen baan of opleiding kan bieden. 

    In 2024 leidden vijf verkiezingen op het continent tot een machtswisseling, meer dan ooit tevoren. De BBC spreekt van een ‘annus horribilis’ voor Afrikaanse regeringen. Het zijn de jongeren die hierbij de toon hebben gezet. De gemiddelde leeftijd in Afrika is 19. In Duitsland is dat 45, in China 39, in de VS 38, in Brazilië 34 en in India 28 [in Nederland 42]. Vanuit een Afrikaans perspectief is de rest van de wereld behoorlijk oud. 

    Als Afrikaanse regeringsleiders over de kansen van dit continent spreken, is de jeugd hun sterkste argument

    Afrika is een continent met 54 staten, dat van oost naar west zo breed is als de afstand tussen Berlijn en Beijing. De eerdergenoemde verkiezingen, protesten en staatsgrepen zijn onderling net zo verschillend als de landen waar ze plaatsvonden. Maar één ding hebben ze gemeen: het zijn allemaal manifestaties van dezelfde jeugdbeving. Youthquake, zoals Edward Paice, hoofd van het Africa Research Institute in Londen, het noemt. Het is ook de titel van zijn boek over de Afrikaanse bevolkingsgroei, dat in 2021 uitkwam. 

    Als Afrikaanse regeringsleiders over de kansen van dit continent spreken, is de jeugd hun sterkste argument. Veel jongeren betekent grote arbeidskracht en een grote afzetmarkt. En er is in de afgelopen decennia inderdaad al veel vooruitgang geboekt. Het niveau van onderwijs stijgt, de economie groeit, het geboortecijfer krimpt – van 6,1 kinderen per vrouw vijftig jaar geleden naar 4,1 nu. 

    Dat zijn de successen die veelal worden vergeten. Maar het volstaat niet om slechts naar de bevolkingsgroei te kijken. Volgens de Wereldbank komen er jaarlijks tien miljoen mensen bij op de Afrikaanse arbeidsmarkt, waarvan slechts drie miljoen ook echt een baan kunnen verwachten.

    Vooruitzicht

    Jonge mensen in Afrika groeien op in de schaduw van deze ongelijkheid, vooral sinds corona. In een recente enquête naar achttien- tot vierentwintigjarigen over het hele continent gaf 69 procent aan dat hun land in hun ogen economisch gezien de verkeerde kant op gaat. In Nigeria, met tweehonderd miljoen mensen het dichtstbevolkte land in Afrika, was dit 92 procent. 70 procent van de jonge Nigerianen zei in een andere enquête dat ze, als ze de kans zouden krijgen, hun land zouden verlaten. 

    Hiermee wordt duidelijk waarom de toekomst van Afrika ons allemaal aangaat. Hoe meer mensen geen vooruitzicht hebben, hoe meer mensen zullen vertrekken. Van het dorp naar de stad, van het ene land naar het andere, van Afrika naar de rest van de wereld: naar Amerika, Azië, het Arabische schiereiland, en naar Europa. 

    De kwestie van de toekomst van Afrika is simpel. En ongelooflijk complex. Waar het om gaat is het zogeheten demografische dividend. Dit betekent, in de woorden van het Duitse ministerie van Economische Samenwerking en Ontwikkeling, ‘een economische ontwikkelingsimpuls die wordt veroorzaakt door de leeftijdsstructuur van de bevolking van een land’. Met andere woorden: als het geboortecijfer na een periode van economische groei daalt, zijn er meer mensen die kunnen werken. Ook hebben deze mensen meer tijd en geld omdat ze minder kinderen hebben en voor minder oude mensen hoeven te zorgen. 

    Wat Afrika nodig heeft, zijn investeringen die het demografische dividend mogelijk maken

    Het eerste probleem is dat veel Afrikaanse landen nog lang niet zo ver zijn. Dat geldt in het bijzonder voor Niger, hoewel het geboortecijfer ook daar aanzienlijk is gedaald – van bijna 8 kinderen per moeder tot 6,1 nu. 

    Het tweede probleem is dat het demografische dividend niet vanzelf ontstaat. Het moet worden geactiveerd met onderwijs en banen, anders gebeurt er hetzelfde als in Kenia in 2024. Daar daalde het geboortecijfer in de laatste vijftig jaar van 8 naar 3,2 en wordt het onderwijssysteem beschouwd als een van de beste in Afrika. Toch kwamen de jongeren er in opstand omdat veel van hen ondanks hun diploma zonder baan zitten.  

    Wat Afrika nodig heeft, zijn investeringen die het demografische dividend mogelijk maken. Ten eerste in de gezondheidszorg; als kindersterfte afneemt, daalt ook het geboortecijfer. Ouders krijgen minder kinderen als ze ervan uit kunnen gaan dat ze zullen overleven. Ten tweede in onderwijs, specifiek voor meisjes – de beste en duurzaamste manier om geboortecijfers te verlagen (en te verkiezen boven belerende hulpverleners uit het noorden). Ten derde in werkgelegenheid; vooral op het gebied van de landbouw is er veel vooruitgang te boeken. 

    Er is al veel gebeurd, maar nog niet genoeg. Zo is het percentage kinderen dat in Sub-Sahara-Afrika niet naar school ging sinds 2000 gedaald, maar het absolute aantal gestegen met ongeveer honderd miljoen, vanwege de snelle bevolkingsgroei. 

    Afrikaanse oplossingen

    Waar mogelijk moeten er Afrikaanse oplossingen worden gezocht voor Afrikaanse problemen. Het continent heeft echter hulp nodig om het demografische dividend te activeren. Investeringen gaan waarschijnlijk niet toenemen, dus moeten ze gerichter toegepast worden. Niet elke vorm van ontwikkelingshulp helpt, dat is het sprankje waarheid in Trumps kakofonie van leugens en polemiek. Maar vooral de investeringen in onderwijs vergen veel van Afrikaanse landen, juist omdat er zo veel kinderen zijn. Daarbij hebben sommige regeringen vanwege hun schulden geen ruimte om in de toekomst te investeren. Vorig jaar klaagde de president van Kenia dat 61 procent van zijn belastinginkomsten rechtstreeks naar schuldeisers ging. 

    ‘Europa werd na de Tweede Wereldoorlog weer opgebouwd dankzij het Marshallplan,’ zegt demograaf Eliya Zulu uit Malawi. ‘Afrika heeft nu ook zo’n programma nodig.’

    Er zijn betere tijden geweest om zo’n oproep te doen. Toch is het waar: isolatie is geen duurzame strategie. Een duurzamere strategie zou een combinatie zijn van gecontroleerde immigratie en wat men vroeger ‘de oorzaken bestrijden’ noemde. Een begrip dat je niet vaak meer hoort.

    Wie investeert in onderwijs en werkgelegenheid in Afrika levert een actieve bijdrage aan het ‘beperken van de toestroom’. Dit strookt niet alleen met de belangen van Europa, maar ook met waarden die historisch gezien als ‘westers’ beschreven kunnen worden. Het zou bovendien een nieuwe afzetmarkt voor producten tot stand brengen, een argument dat zelfs Trumps belangstelling zou wekken. Ook wordt hiermee aan de toekomst gebouwd. Tegenover de jeugdbeving in Afrika staat een golf van pensionering in andere delen van de wereld. In Duitsland krimpt de bevolking, net als in China, Japan en Rusland. [De Nederlandse bevolking groeit nog steeds, maar vooral vanwege immigratie.] Om zijn welvaart te behouden heeft Duitsland hulp nodig van buitenaf, of het nu wil of niet.

    Het continent kan de belofte aan de jeugd alleen waarmaken als Afrikaanse regeringen de juiste prioriteiten stellen

    Afrika heeft ook hulp van buitenaf nodig. Maar het continent kan de belofte aan de jeugd alleen waarmaken als Afrikaanse regeringen de juiste prioriteiten stellen en het welzijn van hun bevolking dienen in plaats van toe te geven aan hun eigen hebzucht. Maar er is reden voor optimisme: de jongeren zelf. In hun frustratie schuilt zoals gebleken een potentieel voor onrust, maar onrust hoeft niet slecht te zijn. In Mozambique hebben jongeren de verkiezingsresultaten van een diep corrupt regime aan het wankelen gebracht, in Senegal vochten jongeren voor verkiezingen die de president hun wilde ontzeggen en in Zuid-Afrika hebben ze het politieke monopolie van de ANC doorbroken – een grote overwinning voor het land. 

    De Afrikaanse jeugd heeft de toekomst, en is bereid ervoor te vechten. Van Amerika valt nu geen hulp te verwachten, maar Europa moet hen niet in de steek laten. 

    Lees ook ons Dossier Krimp uit #242, over dalende geboortecijfers wereldwijd:

  • Deze oma’s bieden therapie op een bankje in het park 

    Deze oma’s bieden therapie op een bankje in het park 

    In Zimbabwe is geestelijke gezondheidszorg duur en omgeven met schaamte. Maar zo’n half miljoen mensen hebben op openbare bankjes verlichting gevonden bij een heel netwerk aan speciaal opgeleide oma’s. Een idee dat inmiddels is overgewaaid naar Washington D.C.

    Voor het gezondheidscentrum in Petworth, een van oudsher zwarte buurt in Washington D.C., laveren stevig ingepakte voorbijgangers tussen de smeltende sneeuwhopen door. Maar in het zacht­verlichte kamertje op de derde verdieping van het centrum is het lekker warm. ‘Fijn dat je er bent,’ staat er op de deurmat ter verwelkoming van de bezoekers. Hier biedt Angela Jaspers gratis informele therapeutische gesprekken op een tuinbankje met gezellige, losse ­kussens; hier kunnen mensen hun verhaal kwijt in een veilige, niet-oordelende sfeer. 

    Aan de andere kant van de wereld heeft Shelter Nhengo zo’n zelfde bankje in een kliniek in de Zimbabwaanse hoofdstad Harare. ‘Soms hebben mensen alleen maar iemand nodig om mee te praten,’ zegt ze.

    Jasper en Nhengo zijn geen psycholoog of sociaal werker. Je moet ze zien als een soort vrijwillige buurtoma’s – maar dan wel oma’s die zijn geschoold in cognitieve gedragstherapie.

    De twee vrouwen werken volgens een model dat ‘Friendship Bench’ heet, ontwikkeld door de Zimbabwaanse psychiater Dixon Chibanda. Het idee erachter is simpel: op veel plekken is geestelijke gezondheidszorg duur, moeilijk beschikbaar of omgeven met schaamte. Maar oma’s zijn dat allemaal niet. 

    USAID

    In de afgelopen twintig jaar hebben in totaal zo’n half miljoen Zimbabwanen op een vriendschapsbankje gezeten, en onlangs heeft dokter Chibanda zijn model over de grens geïntroduceerd. Maar eind januari ontving hij een kort mailtje van USAID, het Amerikaanse agentschap voor internationale ontwikkeling, dat een aantal van zijn projecten medefinanciert. Door het besluit van de regering-Trump om de buitenlandse hulp voor negentig dagen te bevriezen, kwam er een abrupt einde aan de financiële steun. 

    Chibanda en zijn team wisten niet wat hen overkwam. Met het geld van USAID leidden ze, naast andere projecten, 45 therapeuten op. De scholing van Jasper en de andere vrijwilligers in Washington werd ook met USAID-geld bekostigd. Hoewel een federale rechtbank op 13 februari heeft geoordeeld dat de bevriezing tijdelijk moet worden opgeheven, is het nog steeds onduidelijk of dit besluit standhoudt en of – en zo ja, wanneer – de geldkraan dan weer wordt opengedraaid. ‘Het is een enorme klap, die niet alleen buitenlanders maar ook Amerikanen zelf treft,’ zegt Chibanda.

    Friendship Bench is ontstaan uit een triest voorval. In 2005 sloeg een van Chibanda’s patiënten, een vrouw met de naam Erica, de hand aan zichzelf na een gemiste afspraak. Ze had het geld niet voor de bus om naar de kliniek te komen, hoorde de arts later van haar familie. ‘Ik heb me lang verantwoordelijk gevoeld voor haar dood,’ vertelt hij. ‘Ik wilde iets doen om te voorkomen dat zoiets nog eens zou gebeuren.’

    Zoals in veel delen van de wereld konden zij rekenen op de steun van een onzichtbaar leger aan tantes en oma’s

    Destijds telde Zimbabwe slechts zeven psychiaters, en mentale problemen waren in de ogen van veel mensen iets beschamends. Dit was Chibanda een doorn in het vlees, want hij zag met welke trauma’s Zimbabwanen dagelijks kampten, van koloniale erfenissen en overheidsrepressie tot de aidsepidemie en armoede. Hierdoor leden veel mensen aan kufungisisa, oftewel ‘te veel denken’ in het Shona, de lokale taal – iets wat westerlingen waarschijnlijk ‘depressie’ noemen.

    Maar Chibanda zag om zich heen dat mensen er niet helemaal alleen voor stonden. Zoals in veel delen van de wereld konden zij rekenen op de steun van een onzichtbaar leger aan tantes en oma’s, oudere vrouwen met veel levenswijsheid én tijd om te luisteren. Dus besloot hij hierop in te haken door een groep oudere vrouwen in Harare de grondbeginselen van probleemoplossende therapie bij te brengen. Omdat er in de kliniek waar het project werd opgestart geen ruimte was, gaven de oma’s hun sessies buiten. Het was het tegenovergestelde van een ernstig kijkende psycholoog die in een witte kamer je diepste geheimen noteert. Tegenwoordig zijn er, verspreid door het hele land, duizenden bankjes geïnstalleerd waar deze semiprofessionele oma’s – en een enkele opa en wat jongere mensen – therapiesessies houden. ‘Het leven is zwaar, maar ik voel me altijd beter nadat ik met ambuya heb gesproken,’ zegt een Friendship Bench-gebruiker in Harare, gebruikmakend van het lokale woord voor ‘oma’. (We noemen geen namen vanwege het taboe op mentale problemen.)

    In 2021, toen corona de wereld in een wurggreep hield, stelde een groep ouderen in Washington zich dezelfde vraag als Chibanda destijds had gedaan. Mensen om hen heen hadden het moeilijk. Wat konden ze doen om te helpen? Op dat moment werkte de groep samen met HelpAge USA, een ngo die zich inzet voor het welzijn van ouderen. De directeur, Cindy Cox-Roman, had gelezen over de vriendschapsbankjes en vroeg zich af of dit model ook in haar stad zou werken. Dus zocht ze contact met dokter ­Chibanda. In september 2023 vond het eerste videogesprek plaats tussen de ouderen en het Zimbabwaanse team, en zo begon een tien weken durende training waarin ze leerden hoe ze de bankjes konden gebruiken.

    Dezelfde problemen

    Een van de ouderen, Scarlett Small, vertelt dat ze zich in eerste instantie afvroeg of het Zimbabwaanse model wel zou werken in Washington. ‘We hebben hier een andere cultuur,’ dacht ze destijds. Maar al snel ontdekte ze dat veel van de problemen die ze tijdens de oefensessies bespraken aan beide kanten van de oceaan hetzelfde waren. Mensen leden onder geldproblemen, familieproblemen en relatiebreuken. ‘Ik denk dat de meeste mensen die de bankjes bezoeken verstrikt zijn geraakt in hun gedachten,’ zegt Small. ‘Het vriendschapsbankje geeft ze de kans om hun hart te ­luchten, in plaats van in hun eentje te blijven doormalen.’

    Inmiddels heeft Chibanda de vriendschapsbankjes ook in een aantal andere landen geïntroduceerd, waaronder Vietnam, El Salvador, Malawi, Kenia en Jordanië. Veel elementen uit het programma blijken universeel, zegt hij. ‘We zien overal: hoe minder nadruk op het diagnosticeren van mensen, hoe beter.’ In plaats daarvan leren de grootouders om de mensen die bij hen ­aankloppen ruimte te geven, ze hun verhaal te laten vertellen.

    Maar sinds het decreet van Trump maakt Chibanda zich ook zorgen over de hulpverleners. In de dagen na de bevriezing van de USAID-gelden moest hij 45 stafleden naar huis sturen. De overgebleven medewerkers voelen zich vleugellam.

    In Washington zijn er inmiddels twaalf ouderen die op zeven locaties in zwarte wijken therapie aanbieden. Het uiteindelijke streven is om in deze wijken voor elke inwoner een bankje op loopafstand te hebben. Angela Jasper kijkt met warme gevoelens terug op de oefensessies met het Zimbabwaanse team. ‘Dat was het meest bijzondere deel van het programma. We hebben zo veel geleerd van hun empathie en expertise.’ 

  • Golf van geweld overspoelt volle breedte van Afrika

    Golf van geweld overspoelt volle breedte van Afrika

    Te midden van de meer in het oog springende oorlogen in Oekraïne en het Midden-Oosten is een golf van conflicten op het Afrikaanse continent grotendeels onopgemerkt gebleven.

    Een ongekende uitbarsting van conflicten heeft over de volle breedte van het Afrikaanse continent, van Mali tot Somalië, een spoor van dood en verderf getrokken. Al langer woedende conflicten, zoals de islamistische rebellie in Noord-Nigeria en Somalië en de militieoorlogen in Oost-Congo, zijn enorm in hevigheid toegenomen. Nieuwe oorlogen tussen gewapende milities en het regeringsleger brengen Ethiopië en Soedan, twee van de grootste en meest bevolkte landen van Afrika, in beroering. De landen in de westelijke Sahel op hun beurt vormen nu het centrum van het wereldwijde jihadisme, waar regionale afsplitsingen van Al Qaida en Islamitische Staat elkaar en een paar wankele militaire regeringen bestrijden.

    Deze corridor van geweld strekt zich uit over ongeveer 3000 kilometer en beslaat circa 10 procent van Afrika ten zuiden van de Sahara. Het gebied is in slechts drie jaar tijd verdubbeld en is nu ongeveer tien keer zo groot als het Verenigd Koninkrijk, volgens adviesbureau Verisk Maplecroft. De waslijst aan conflicten brengt onvoorstelbaar menselijk leed met zich mee – massale ontheemding, wreedheden tegen burgers en extreme honger – op een continent dat toch al veruit het armste van de planeet is. 

    De aandacht van mondiale beleidsmakers voor Afrika is afgenomen, vooral in het Westen

    Toch worden deze ontwikkelingen overschaduwd door de meer in het oog springende conflicten in Oekraïne en het Midden-Oosten. Daardoor is de aandacht van mondiale beleidsmakers voor Afrika afgenomen, vooral in het Westen, gaat er veel te weinig geld naar humanitaire hulpprogramma’s en is er grote onzekerheid over het lot van honderden miljoenen mensen.

    Volgens de Universiteit van Uppsala en het Noorse instituut voor vredesonderzoek kampt Afrika nu met meer conflicten dan ooit sinds 1946. Experts van de twee instituten hebben alleen al dit jaar 28 oorlogen vastgesteld in 16 van de 54 landen op het continent; dat is meer dan in welke andere regio ter wereld ook en een verdubbeling van het aantal conflicten ten opzichte van vijftien jaar geleden. Conflicten waarbij geen regeringstroepen zijn betrokken, bijvoorbeeld tussen verschillende lokale gemeenschappen, zijn niet meegerekend, maar ook dat aantal is sinds 2010 verdubbeld. 

    Er is geen specifieke oorzaak aan te wijzen voor het ontstaan en de escalatie van zo veel verschillende conflicten in deze enorme, diverse geografische regio. Maar, zeggen experts, veel van de zwaarst getroffen staten zijn na hun onafhankelijkheid altijd kwetsbaar gebleven, omdat ze er niet in slaagden een sterke bestuursvorm te vinden, of het nu democratieën waren of autoritaire regimes. Of ze raakten ­tijdens een – vrij zeldzame – politieke overgangs­periode instabiel.

    Grondstoffen en macht

    De voormalige Franse koloniën in de Sahel – Mali, Burkina Faso en Niger – waren decennialang slechts in naam democratieën; regelmatig vonden er militaire staatsgrepen plaats. De centrale regering van Congo in Kinshasa slaagde er, net als die van Nigeria in Abuja, nooit in om controle uit te oefenen over het uitgestrekte land. Daardoor kregen lokale en buitenlandse leiders de kans om, vaak met geweld, mee te dingen naar grondstoffen en macht. 

    In Ethiopië hebben de pogingen van premier Abiy Ahmed om de macht te centraliseren na het beëin­digen van de decennialange dominantie door het Volksbevrijdingsfront van Tigray, in 2018, geleid tot een reeks opstanden en botsingen tussen regionale milities. In Soedan werden twee machtige generaals elkaars rivalen, na de afzetting van dictator Omar al-Bashir in 2019 en van een burgerregering, twee jaar later, die het land richting democratie had ­moeten leiden.

    Een keerpunt was 2011, toen NAVO-militairen tijdens de Arabische Lente rebellen in Libië steunden in hun strijd tegen ­dictator Moammar Kadhafi. Toen ­Kadhafi stierf en Libië in chaos verviel, trokken duizenden gewapende rebellen zuidwaarts Mali in, waar een Toeareg-opstand ontbrandde tegen de regering in Bamako. Dit viel samen met de wereldwijde expansie van extremistische ideologieën die door Al Qaida en Islamitische Staat werden uitgedragen. 

    ‘De problemen in de Sahel zijn duidelijk het gevolg van de ineenstorting van Libië en de wedloop van wapens en ideolo­gieën die daardoor is ontstaan,’ zegt Ken Opalo, een Keniaanse academicus en ­universitair hoofddocent aan de School of Foreign Service van de Georgetown-universiteit. ‘Dus je krijgt zwakke staten, veel wapens en jonge mannen die Libië verlaten en ideologieën die helemaal uit Pakistan komen. Dan staat alles in brand.’

    ‘Meer mensen dan ooit tevoren worden voortdurend geconfronteerd met gewapende groepen’

    Vanuit Mali verspreidde de jihadistische opstand zich gemakkelijk over de grens naar Burkina Faso en Niger. Daar hebben nieuwe militaire regimes uit frustratie over het onvermogen om de militanten te verslaan Franse en andere westerse troepen het land uit geschopt. De jihadisten bedreigen nu landen aan de West-Afrikaanse kust, zoals Benin en Ghana. Op dit moment wordt er volgens Verisk Maplecroft op 86 procent van het grondgebied van Burkina Faso en op 44 procent van dat van Nigeria gevochten tussen jihadisten en regeringstroepen.

    Het tellen van doden in Afrikaanse conflicten is bijzonder complex. De toegang tot de frontlinies is voor journalisten en hulporganisaties vaak beperkt. Tijdens de oorlogen in Soedan en Ethiopië maakt het geregeld afsluiten van telefoon en internet het moeilijker om dodentallen bij te houden. Veel mensen sterven bovendien niet tijdens de gevechten zelf, maar door honger of het uitvallen van medische diensten. Voor Ethiopië hebben experts van de Universiteit van Gent geschat dat de twee jaar durende oorlog 162.000 tot 378.000 burgers het leven heeft gekost; non-profitorganisatie Acled telde minder dan twintigduizend oorlogsdoden door de gevechten zelf. 

    Wat duidelijk wordt uit de gegevens is dat burgers bij conflicten in Afrika veel vaker het doelwit zijn dan in oorlogen elders. In Oekraïne was bijvoorbeeld nog geen 7 procent van het geweld sinds februari 2024 volgens Acled gericht tegen burgers, terwijl dat bij Afrikaanse conflicten meer dan een derde was. ‘Meer mensen dan ooit tevoren worden voortdurend geconfronteerd met gewapende groepen,’ zegt Clionadh Raleigh, oprichter van Acled en hoogleraar aan de Universiteit van Sussex. En de gevolgen gaan verder dan het verlies van mensenlevens, zegt hij: langdurige conflicten leiden ook tot een vertraagde ontwikkeling, uitgestelde verkiezingen en een breder gevoel van straffeloosheid. 

    Recordaantal ontheemden 

    Door de oplaaiende conflicten is een recordaantal Afrikanen ontheemd geraakt, veelal in eigen land. Het continent herbergt nu bijna de helft van alle binnenlandse ontheemden ter wereld, zo’n 32,5 miljoen. Dat aantal is in vijftien jaar verdrievoudigd. Ontheemding maakt burgers, vooral vrouwen en kinderen, kwetsbaarder voor de neveneffecten van oorlog. Naar schatting is in de Democratische Republiek Congo 80 procent van de vrouwen in kampen rond de stad Goma verkracht, velen zelfs meerdere keren. In Soedan, waar de eerste hongersnood sinds 2017 een feit is, zijn de mensen die het meest honger lijden van huis en haard verdreven. 

    De conflicten in Afrika hebben in het Westen niet geleid tot de golf van medeleven die er voor Oekraïne wel was, of tot brede verontwaardiging zoals over de oorlog in Gaza. Geen Live Aid-concerten dit keer, zoals bij de hongersnood in Ethiopië in de jaren tachtig, geen protestmarsen zoals tegen de genocide in Darfur begin deze eeuw en geen acties zoals #BringBackOurGirls na de ontvoering van 276 schoolmeisjes in Nigeria, tien jaar geleden. Dat gebrek aan publieke aandacht heeft zich vertaald in een gebrek aan politieke daadkracht om oorlogen in Afrika op te lossen of het lijden te verlichten. Het aandeel van Afrika in de officiële ontwikkelingshulp van rijke, voornamelijk westerse OESO-landen is op het laagste niveau sinds 2000, volgens een analyse van non-profitorganisatie One Campaign. 

    En hoewel de financiering voor humanitaire hulp, die slechts een klein deel van de totale ontwikkelingshulp uitmaakt, is toegenomen, heeft deze geen gelijke tred gehouden met de groeiende behoeften. De VN ontvingen slechts de helft van de 2,6 miljard dollar die ze in 2024 nodig zeiden te hebben voor humanitaire hulp in Congo. De noodhulp voor Soedan werd voor 64 procent gefinancierd, terwijl Nigeria slechts 57 procent van het streefbedrag ontving. 

    De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft Afrika sinds 2021 slechts vier keer bezocht

    Het betekende ook dat diplomatieke druk op de Verenigde Arabische Emiraten, die volgens The Wall Street Journal wapens en strijders leveren aan een van de generaals in Soedan, ondergeschikt werd gemaakt aan de wens van de VS om de steun van het land te behouden. De Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken Antony Blinken heeft Afrika sinds 2021 slechts vier keer bezocht; daartegenover staan maar liefst 43 reizen naar Europa en 22 naar het Midden-Oosten.

    Bij afwezigheid van de VS en andere ­westerse regeringen hebben andere mogendheden hun inspanningen op­gevoerd, vaak ten koste van de lokale bevolking. Rusland stuurde huurlingen naar Mali en de Centraal-Afrikaanse Republiek, wat volgens mensenrechtenorganisaties heeft geleid tot meer geweld tegen burgers. Terwijl de VAE de Rapid Support Forces van Soedan steunen, wordt het Soedanese leger gesteund door Egypte, Iran en sinds kort ook Rusland. In Congo vecht het Rwandese leger aan de zijde van de opstandige March 23 Movement in een campagne die al meer dan 2 miljoen mensen op de vlucht heeft gejaagd. Onderzoek van de Universiteit van Uppsala laat een sterke toename zien van geïnternationaliseerde burgeroorlogen in Afrika; het wijst uit dat oorlogen met buitenlandse inmenging dodelijker zijn dan burgerconflicten zonder bemoeienis van buitenaf. 

    De VS blijven de belangrijkste geld­schieter voor humanitaire hulp in Afrika. Washington droeg 47 procent bij aan het VN-noodhulpplan voor Soedan in 2024 en bijna 70 procent aan dat voor Congo. Andere van oudsher grote donoren, ­waaronder Duitsland en het Verenigd Koninkrijk, hebben hun hulpbudgetten al verlaagd vanwege de crisis in Oekraïne en de economische problemen in eigen land. En veel experts verwachten ­substantiële veranderingen in het buitenlandbeleid van de VS onder de komende regering-Trump, vooral ten opzichte van VN-organisaties. De VS en de VN ‘waren in staat één lijn aan te houden over wat echt onaanvaardbaar was’, zegt Raleigh van Acled. ‘Met de komst van Trump zal die lijn verdwijnen. Dat betekent dat de conflicten om eigenbelang die we zien, en de mensen die over het hele continent geweld plegen, niet meer beteugeld zullen worden.’