Tag: Afghanistan

  • Van Afghanistan tot Amerika: vrouwenrechten staan wereldwijd onder druk

    Van Afghanistan tot Amerika: vrouwenrechten staan wereldwijd onder druk

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Syrië: Dodelijke gevechten tussen veiligheidsdiensten en Assad-milities

    » EU steunt plan van de EC om 800 miljard euro voor herbewapening uit te trekken

    Afghaanse vrouwen zijn uitgesloten van het openbare leven

    Vouwenrechten worden beperkt over de hele wereld. Als dat in het huidige tempo doorgaat, zal het meer dan 130 jaar duren voordat vrouwen en mannen wereldwijd dezelfde kansen hebben, schrijft Der Tagesspiegel, die voorbeelden geeft van de situaties van vrouwen over de hele wereld.

    Steeds meer Afghaanse vrouwen worden uitgesloten van het openbare leven. Er zijn meer dan honderd decreten door de Taliban uitgevaardigd die de vrijheid van vrouwen inperken. Het aantal uitgehuwelijkte meisjes stijgt. Bovendien is het universele recht op onderwijs sinds december 2024 voor Afghaanse vrouwen uitgesloten. Een contrast met Rwanda, waar meer vrouwen dan mannen in het parlement zitten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Een ander land waar vrouwen worden beperkt is Soedan, dat nu in een bloedige burgeroorlog verkeert. ‘Er zijn begin 2024 honderden gevallen van seksueel geweld tegen kinderen vastgelegd,’ zo meldt de kinderafdeling van de Verenigde Naties. Meer dan vier miljoen vrouwen en meisjes zijn slachtoffer van seksueel geweld. Daarvan komt een vijfde uit Soedan. ‘Vaak zijn ze op de vlucht en worden ze gedwongen tot prostitutie.’

    In Amerika is het recht op abortus afgeschaft sinds 2022, met uitzondering van zeven lidstaten. Er is echter verzet tegen de afschaffing van abortus. In Bangladesh speelt weer andere problematiek, meldt de Duitse krant: ‘Bangladesh heeft een van de hoogste huwelijkspercentages voor minderjarige meisjes.’ Volgens Unicef wordt bijna een derde van de kinderen onder de 15 jaar uitgehuwelijkt. Op de werkvloer lijkt voor vrouwenrechten ook geen plaats te zijn; meer dan 70 procent van de vrouwen ervaart seksueel geweld. Daarnaast zijn er 5500 werkgerelateerde sterfgevallen gemeld tussen 2013 en 2023, aldus Bangladesh Center for Workers Solidarity.

  • Eén dode en enkele gewonden na vuurgevecht aan grens Afghanistan en Pakistan

    Eén dode en enkele gewonden na vuurgevecht aan grens Afghanistan en Pakistan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada maakt zich klaar voor invoertaksenstrijd met VS

    » DR Congo: 131 ziekenhuispatiënten uit Goma gekidnapt door M23

    De twee landen hebben een geschil over een grenspost

    De Pakistaanse veiligheidstroepen en de Afghaanse talibanstrijders hebben in de kleine uurtjes van maandag een vuurgevecht gevoerd bij de belangrijkste grensovergang Torkham, in het noordwesten van Afghanistan. Volgens Pakistaanse en Afghaanse bronnen werd een talibanstrijder, een Afghaanse grenswacht, gedood en raakten meerdere mensen gewond. De grensovergang is al meer dan een week gesloten, omdat Pakistan de bouw van een nieuwe grenspost door Kaboel aanvecht.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Vier leden van de Pakistaanse grenspolitie en burgers raakten ook gewond bij de schermutselingen, terwijl één burger omkwam tijdens een stormloop als gevolg van de zware beschietingen. Een dorp in de buurt werd ook geëvacueerd vanwege de beschietingen, zeiden bronnen.

    De grensovergang is van vitaal belang voor de handel en het reizen tussen de twee landen. Volgens het Pakistaanse dagblad The Express Tribune houden de spanningen van maandag verband met het mislukken van de onderhandelingen tussen de twee partijen om de grensovergang te heropenen. Als reactie op deze nieuwe aanvaringen heeft Pakistan ‘extra troepen ingezet aan de grens’, aldus de krant.

  • Aanslag in München: Scholz belooft de Afghaanse verdachte te deporteren

    Aanslag in München: Scholz belooft de Afghaanse verdachte te deporteren

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Macron: ‘Vrede in Oekraïne mag geen capitulatie betekenen’

    » Argentinië: inflatie op laagste punt in vier jaar

    De aanslag zou de verkiezingsuitslag kunnen beïnvloeden

    Een 24-jarige Afghaan reed donderdagochtend met zijn auto in op een menigte demonstranten in München. Daarbij raakten dertig mensen gewond. Als reactie op de aanslag verklaarde de Duitse kanselier Olaf Scholz dat de verdachte ‘geen clementie kan verwachten’ en ‘het land moet verlaten’. Hij omschreef de gebeurtenis als een ‘verschrikkelijke aanslag’, meldt het tijdschrift Focus.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De politie onderzoekt het islamistische spoor, maar de minister van Binnenlandse Zaken van Beieren, Joachim Hermann, zei dat het nog ‘te vroeg’ was om te speculeren over de motieven van de verdachte. Volgens de Duitse pers had de verdachte zonder succes asiel aangevraagd in Duitsland, maar kon hij in het land blijven nadat hij een baan had gevonden. De verwachting is dat deze aanslag invloed zal hebben op de uitslag van de Duitse verkiezingen op 23 februari.

  • Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Afghanistan: taliban zetten een radiostation voor vrouwen op non-actief

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Zweden: minstens elf doden bij schietpartij op school in Örebro

    » Griekenland: eiland Santorini getroffen door meerdere aardbevingen

    Het zou een buitenlands tv-station apparatuur hebben geleverd

    De Afghaanse autoriteiten hebben dinsdag het bekende station Radio Begum in Kaboel doorzocht en twee medewerkers gearresteerd. Het ministerie van Informatie rechtvaardigde de ontmanteling van het radiostation door op X te verklaren dat ‘het niet alleen meerdere overtredingen heeft begaan, maar ook apparatuur en programma’s heeft geleverd aan een televisiestation in het buitenland’.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Volgens de nieuwswebsite KabulNow werd Radio Begum opgericht in maart 2021, enkele maanden voordat de taliban de controle over Kaboel overnamen. De medewerkers van het station zenden programma’s uit voor en door vrouwen, waaronder educatieve programma’s, boeklezingen en telefonisch advies. Afghanistan is het enige land waar meisjes en vrouwen niet naar de middelbare school of universiteit mogen.

  • Duitsland opnieuw opgeschrikt door een aanslag: twee doden

    Duitsland opnieuw opgeschrikt door een aanslag: twee doden

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Jemen: Houthi’s laten opvarenden van in beslag genomen schip vrij

    » Nieuwe natuurbrand ontstaan in Californië, opnieuw tienduizenden evacuaties

    De verdachte is afkomstig uit Afghanistan

    In Duitsland zijn op woensdag twee mensen met een mes doodgestoken, waaronder een 2-jarig jongetje. De aanslag vond plaats in het Schöntalpark in Aschaffenburg, in de deelstaat Beieren. Kanselier Olaf Scholz bestempelt de aanslag als een terreurdaad en eist opheldering over de verblijfplaats van de verdachte, een immigrant uit Afghanistan.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De man, die asiel had aangevraagd na aankomst in 2022, stond bekend ‘om zijn gewelddadigheden en was opgenomen in een psychiatrisch ziekenhuis’, aldus het Beierse dagblad Süddeutsche Zeitung. In december kondigde hij zijn vrijwillige vertrek uit het land aan en het stopzetten van de asielprocedure, maar hij heeft Duitsland nooit verlaten, merkt de krant op.

    Deze laatste bloedige aanslag volgt op verschillende moordaanslagen in de afgelopen maanden, waarvan de daders van buitenlandse afkomst zijn en die hebben geleid tot een verharding van het debat over het migratiebeleid in het land, midden in de campagne voor de parlementsverkiezingen op 23 februari. Op 20 december vorig jaar nog reed een man uit Saoedi-Arabië in op een mensenmenigte op een kerstmarkt in Maagdenburg. Bij deze aanslag vielen zes doden en rond de driehonderd gewonden.

  • Klimaattop COP29 in Bakoe van start gegaan, ook Afghanistan is aanwezig

    Klimaattop COP29 in Bakoe van start gegaan, ook Afghanistan is aanwezig

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuw-Zeeland biedt excuses aan voor jarenlang geweld in hulpinstellingen

    » Valencia: tienduizenden eisen dat voorzitter van regionale regering aftreedt

    Het is de eerste keer sinds de Taliban er aan de macht zijn

    Een delegatie van de Afghaanse regering zal in Bakoe zijn voor de klimaattop, die van 11 tot 22 november wordt gehouden, meldt The Times of India. De status van de Afghaanse delegatie bij de COP29 was niet meteen duidelijk, maar bronnen vertelden AFP zaterdag dat de Afghaanse delegatie de status van waarnemer zou kunnen krijgen.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo‘n uitnodiging heeft het land niet meer gehad sinds de terugkeer van de Taliban-regering in 2021, die door geen enkele staat ter wereld wordt erkend, maar die ervoor pleit om betrokken te worden bij internationale klimaatbesprekingen.

    Afghanistan, het zesde meest kwetsbare land voor klimaatverandering, worstelt met plotselinge overstromingen, droogte en andere natuurrampen die wetenschappers in verband brengen met klimaatverandering. Alleen al in mei kwamen meer dan 350 Afghanen om bij overstromingen.

  • Mensenrechtenrapporteur VN mag Afghanistan niet meer in

    Mensenrechtenrapporteur VN mag Afghanistan niet meer in

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Oekraïne neemt wet aan die aan Rusland gelieerde orthodoxe kerk verbiedt

    » DRC: minstens 20 doden en meer dan 100 vermisten bij schipbreuk

    Volgens de taliban zou hij in Afghanistan propaganda verspreiden

    De speciale rapporteur voor mensenrechten die namens de VN in Afghanistan actief is, Richard Bennett, mag het land niet meer in. ‘Bennett werd enkele maanden geleden geïnformeerd dat hij geen toestemming had om Afghanistan te bezoeken’, vertelde een diplomatieke bron dinsdag aan Agence France-Presse, nadat een Afghaans mediakanaal het verbod bekend had gemaakt door een Afghaanse regeringswoordvoerder te citeren.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Eerder op de dag citeerde het lokale televisiestation Tolo News de woordvoerder van de taliban-regering, Zabihullah Mujahid, die zei dat Richard Bennett de toegang tot het land was ontzegd ‘omdat hij naar Afghanistan is gestuurd om propaganda te verspreiden’. Sinds de taliban in augustus 2021 weer aan de macht kwamen, hebben ze kritiek van de Verenigde Naties op hun beleid, dat gebaseerd is op een strikte interpretatie van de sharia, systematisch van de hand gewezen.

    ‘De oorlog van de taliban tegen meisjes en vrouwen is opgevoerd’, schreef The Guardian dinsdag. ‘Verstoken van onderwijs, werk en zelfs de kans om in parken te wandelen of naar openbare baden te gaan, leeft de helft van de Afghaanse bevolking een bijzonder beperkt en angstig leven. Het talibanregime deelt niet alleen een wrede en vernederende klap uit aan hun rechten en waardigheid, het vormt ook een existentiële bedreiging’, concludeert het Britse dagblad.

  • Afghanistan: minstens veertig mensen omgekomen door regen en storm

    Afghanistan: minstens veertig mensen omgekomen door regen en storm

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » VS: rechtszaak tegen Trump inzake geheime documenten nietig verklaard

    » Oekraïne: Zelensky open voor onderhandelingen met Moskou over vrede

    Afghanistan heeft een extreem nat voorjaar achter de rug

    De Afghaanse autoriteiten hebben maandag bekendgemaakt dat door zware regenval en hevige wind meer dan veertig mensen zijn omgekomen in de provincies Nangarhar en Kunar, in het oosten van het land, meldt Radio Free Europe / Radio Liberty. De zware regens, die vooral de stad Jalalabad en de omliggende regio troffen, hebben ook ‘meer dan 230 gewonden’ gemaakt en ‘het dodental zal naar verwachting stijgen’, voegde de website eraan toe.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Tegen maandagavond waren ongeveer vierhonderd huizen beschadigd en had Jalalabad geen elektriciteit of telecommunicatienetwerken. Afghanistan heeft een bijzonder regenachtig voorjaar achter de rug, dat in mei werd gekenmerkt door een reeks catastrofale overstromingen waarbij meer dan 420 mensen om het leven kwamen.

  • Al duizend dagen geen onderwijs meer voor Afghaanse vrouwen

    Al duizend dagen geen onderwijs meer voor Afghaanse vrouwen

    Het is voor vrouwen in Afghanistan al duizend dagen verboden om onderwijs te volgen na de basisschool, het wordt ze nagenoeg onmogelijk gemaakt om te werken en zonder begeleiding een bezoekje aan het park brengen mag niet. Tot hun grote frustratie blijft het wachten op tussenkomst van de internationale gemeenschap vergeefs.

    Voordat de taliban op 15 augustus 2021 weer aan de macht kwamen in Afghanistan, studeerde Amal rechten in Kaboel. Haar droom was om ‘een groot journalist’ te worden. Slechts een maand later, toen fundamentalisten meisjes boven de twaalf jaar het recht op onderwijs ontnamen, begon de vierentwintigjarige universiteitsstudente, die haar echte naam verbergt, samen met andere vrouwen op straat te demonstreren. Ook richtte ze thuis een clandestiene school op. 

    Zeven maanden geleden, vertelt ze via WhatsApp, braken de taliban bij haar thuis in en dreigden ze haar en haar familie te vermoorden. Daarna gaven ze haar zweepslagen. Amal stuurt foto’s van haar armen vol blauwe plekken. De activiste bracht donderdag, de duizendste dag sinds de taliban tienermeisjes verbood om te studeren, door in totale eenzaamheid, opgesloten in de kleine kamer waar ze woont, ondergedoken. Amal – die littekens op haar been heeft van het geweld – heeft het gevoel dat de Afghaanse meisjes er alleen voor staan; dat de internationale gemeenschap ‘niets voor hen doet’.

    Normalisering

    Ze verwijst naar concrete daden, niet naar woorden, waarmee de internationale gemeenschap in deze bijna drie jaar kwistig is geweest. Niet alleen heeft ze de taliban niet gedwongen om ook maar een van hun verboden voor vrouwen terug te draaien, maar sommige buurlanden van Afghanistan, evenals Rusland en vooral China – dat officieel de ambassadeur van de fundamentalisten heeft ontvangen – nemen stappen in de richting van erkenning van hun regering. Zelfs de VN hebben onlangs degenen die zij definieert als ‘de facto Afghaanse autoriteiten’ uitgenodigd om deel te nemen aan de derde internationale conferentie over Afghanistan, die op 30 juni en 1 juli in Doha (Qatar) wordt gehouden.

    Dit tot groot ongenoegen van kleine groepen Afghaanse vrouwen, die protesteren tegen wat de deskundigen van de VN zelf ‘genderapartheid’ noemen. Deze vrouwen vrezen dat er stappen worden gezet in de richting van de normalisering van de taliban. De eenzaamheid en opsluiting van Afghaanse vrouwen zijn van dien aard dat deze activisten alleen kunnen protesteren door zichzelf met bedekt gezicht en spandoeken in de hand in hun huis te fotograferen. De dappersten onder hen wagen zich soms aan kleine straatdemonstraties, die zonder uitzondering hardhandig worden onderdrukt.

    Donderdag werd door kinderorganisatie Unicef van de Verenigde Naties de verjaardag van duizend dagen zonder voortgezet onderwijs voor Afghaanse meisjes aangegrepen om een ander rond getal onder de aandacht te brengen: de 3000 uur onderwijs die 1,5 miljoen jongeren van het land in die tijd hadden moeten krijgen en waarvan het verlies hun toekomstige autonomie bedreigt. Maar dat eerste spervuur, in september 2021, werd gevolgd door vele andere. Niet alleen tegen onderwijs, maar ook tegen het recht van Afghaanse vrouwen om te werken, hun vermogen om zich vrij te bewegen en zelfs om zich te uiten. De meest recente aanval is onlangs bekendgemaakt door de hoogste leider van de taliban, Haibatullah Akhundzada, die aankondigde dat het salaris van alle vrouwen in het land wordt beperkt tot een schamele 5000 afghani’s (ongeveer 65 euro), ongeacht leeftijd, functie, ervaring en opleiding.

    In Afghanistan zijn er geen vrouwelijke politieagenten, rechters, parlementsleden, advocaten, ambtenaren of journalisten meer. Op de zeer lange lijst van banen die voor vrouwen verboden zijn, staan ook banen bij ngo’s en VN-agentschappen, met een paar uitzonderingen in de gezondheidszorg en het onderwijs, zoals leerkracht in het basisonderwijs, een opleiding die meisjes nog wel kunnen volgen. Dat geldt niet voor middelbaar en hoger onderwijs. In december 2022 verboden de taliban Afghaanse meisjes om aan de universiteit te studeren. In april 2023 sloten ze de privéacademies waar veel meisjes talen of wiskunde studeerden, naast andere vakken die op een lijst van ‘ongeschikte’ vakken voor vrouwen staan vermeld.

    Afghaanse meisjes, en dus ook hun jonge kinderen, mogen niet reizen zonder mannelijke voogd en mogen niet naar kinderspeelplaatsen of natuurparken. Ze mogen ook niet naar sportscholen, openbare toiletten of zelfs picknicks in de openbare ruimte. Fundamentalisten hebben kappers en schoonheidssalons gesloten en hun verboden om radio-uitzendingen te beluisteren. Het in New York gevestigde Committee to Protect Journalists meldde in april dat drie journalisten waren gearresteerd omdat ze telefoontjes van vrouwelijke luisteraars hadden aangenomen.

    Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld

    Alleen al tussen juni 2023 en maart 2024 heeft het ‘verstikkende regime’ dat Afghanistan regeert 52 verordeningen aangenomen die de rechten van vrouwen en meisjes in het land ondermijnen, beschrijft een rapport van de speciale VN-rapporteur voor de mensenrechten in Afghanistan, Richard Bennett.

    Eind maart kondigde Amir Ajundzadah op de publieke omroep van het land het zoveelste ernstige besluit tegen Afghaanse vrouwen aan: de herinvoering van openbare geseling en steniging van vrouwen voor overspel. Sahar Fetrat, een Afghaanse onderzoeker bij Human Rights Watch, zei destijds tegen The Guardian dat de passiviteit van de internationale gemeenschap de verklaring is voor deze aankondiging. Volgens haar hebben de taliban hun ‘draconische regels’ één voor één uitgeprobeerd en hebben ze, toen ze zagen dat niemand hen ‘ter verantwoording’ riep, de ‘systematische en wijdverspreide vervolging’ van vrouwen en meisjes, zoals het in het rapport van de speciale VN-rapporteur heet, aangescherpt.

    ‘We blijven hopen dat de internationale gemeenschap uiteindelijk de daad bij het woord zal voegen’, benadrukt het rapport, waarin wordt aanbevolen om het taliban-regime voor het Internationaal Gerechtshof van de VN te dagen wegens misdaden tegen de menselijkheid in de vorm van ‘systematische en wijdverspreide schendingen van de fundamentele rechten’ van Afghaanse vrouwen, die ‘gevangenzitten’ in een ‘systeem van onderdrukking, repressie en geweld’.

    Lot

    Zahra, eveneens een fictieve naam, is zestien en studeerde Engels aan een centrum dat onlangs weer werd geopend, maar door de taliban drie weken geleden opnieuw gesloten. Het meisje kan zelfs geen naaicursus meer volgen omdat de lerares zo bang is voor de radicalen dat ze ermee is gestopt, vertelt haar tante, die in ballingschap in België woont, per telefoon. ‘Zahra is heel intelligent en wilde dokter worden,’ zegt haar tante. Nu is ze ‘erg depressief’. Net als veel van haar leeftijdsgenoten, aldus het rapport van de VN-rapporteur, dat waarschuwt voor een toename van ‘zelfmoordgedachten’ onder jonge Afghaanse meisjes.

    Zonder opleiding en zonder uitzicht op een baan is het lot van veel van deze tienermeisjes bezegeld. Internationale organisaties waarschuwen voor het directe verband tussen vroegtijdig schoolverlaten, gedwongen huwelijken en het krijgen van kinderen op jonge leeftijd – een risicofactor voor moeder- en kindersterfte – en het voortbestaan van armoede. De kinderen van veel van deze meisjes, die door de taliban ‘dom’ worden gehouden, staat hetzelfde ellendige lot te wachten. De jaarlijkse economische kosten van het verbod voor Afghaanse meisjes om te werken worden door het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) geschat op 934 miljoen euro, 5 procent van het bbp van het land. Ondertussen blijven de fundamentalisten proberen om het Pasjtoen-gezegde dat vrouwen alleen hun huis mogen verlaten om naar het graf te gaan, werkelijkheid te laten worden.

    Vanuit haar schuilplaats in Kaboel betreurt Amal het feit dat op de schending van vrouwenrechten niet alleen geen interventie van de internationale gemeenschap volgde, maar dat de taliban deze bovendien inzet als chantagemiddel om ‘hun politieke doelen’ te bereiken. Het eerste doel is erkend te worden als de legitieme heersers van Afghanistan. Er zijn, naast China, al andere landen die zich bereid tonen het gesprek aan te gaan.

  • Weer tientallen doden door overstromingen in Afghanistan

    Weer tientallen doden door overstromingen in Afghanistan

    Lees ook het andere nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Spanje roept ambassadeur terug na uitlatingen Milei

    » Iraanse president Ebrahim Raisi omgekomen in helikoptercrash

    Het land kampt al langere tijd met problemen door noodweer

    Door nieuwe overstromingen in het noorden van Afghanistan zijn zeker 66 mensen om het leven gekomen. Dat meldt Al Jazeera. De regio kampt al weken met overstromingen, die boerderijen en dorpen hebben overspoeld en hele gemeenschappen hebben weggevaagd. Honderden mensen kwamen eerder deze maand al om toen ze verrast werden door het stijgende water.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De meest recente overstromingen hebben meer dan 1500 huizen beschadigd, meer dan 1000 hectare landbouwgrond onder water gezet en honderden stuks vee gedood, zeggen autoriteiten. Een dag eerder lieten autoriteiten weten dat meer dan vijftig mensen waren omgekomen bij plotselinge overstromingen in de westelijke provincie Ghor.

    Iets meer dan een week geleden kwamen volgens het Wereldvoedselprogramma van de VN (WFP) en talibanfunctionarissen meer dan driehonderd mensen om door stortvloeden in de noordelijke provincie Baghlan. Ieder jaar kampt Afghanistan met zware regenval en overstromingen, maar het dodental is dit jaar veel hoger dan voorgaande jaren.

  • Zware overstromingen zorgen voor tientallen doden in Afghanistan

    Zware overstromingen zorgen voor tientallen doden in Afghanistan

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Brits Lagerhuis stemt in met unieke antirookwet

    » Aung San Suu Kyi overgeplaatst van gevangenis naar huisarrest

    Ook Pakistan meldt tientallen doden door het noodweer

    Autoriteiten in Pakistan en Afghanistan hebben dinsdag gezegd dat de hevige regenval, bliksem en overstromingen van de afgelopen dagen aan ten minste honderd mensen het leven hebben gekost. Dat schrijft Al Jazeera. Een woordvoerder van de Afghanistan National Disaster Management Authority zei dat 13 van de 34 provincies in het land zijn geraakt.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    De recente zware regens en overstromingen zouden in Afghanistan alleen al meer dan 1.200 gezinnen hebben getroffen en bijna 1.000 huizen en minstens 25.000 hectare landbouwgrond hebben beschadigd. In de meeste provincies wordt nog meer zware regenval wordt verwacht.

    Ook Pakistan meldde zeker vijftig doden door de overstromingen. Meerdere boeren kwamen om nadat ze tijdens het oogsten werden geraakt door bliksem. In grote delen van het land is de noodtoestand uitgeroepen.

  • Van persvrijheid in Afghanistan is onder de taliban zo goed als niets meer over

    Van persvrijheid in Afghanistan is onder de taliban zo goed als niets meer over

    De pers aan de ketting leggen is meestal het eerste wat een totalitair regime doet om de macht te behouden. In Afghanistan bepaalt nu één man wat er naar buiten mag komen, schrijft de Afghaanse journalist Ghulamullah Habibi, die in augustus 2021 naar Nederland vluchtte.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    Onder de Taliban verdween de persvrijheid in Afghanistan als sneeuw voor de zon. Daarvóór was werken als journalist in het land ook al niet eenvoudig, maar lukte het nog wel. 

    In 2019 beschikten de naar schatting veertig miljoen inwoners van Afghanistan nog over een breed en divers medialandschap. Ze hadden de keuze uit maar liefst 107 televisiekanalen, 284 radiozenders, een duizendtal gedrukte media en ruim 1800 onlinekanalen. Veruit de meeste media publiceren in het Pashto en het Dari, de officiële talen van Afghanistan. 

    De machtsovername van de Taliban, medio augustus 2021, veranderde alles. De vrijheid van meningsuiting in het land is sindsdien sterk ingeperkt, de toegang tot informatie is gering. In verschillende provincies van Afghanistan werden journalisten gearresteerd, gevangengezet, geslagen en na onderzoek op borgtocht vrijgelaten.

    Door wetgeving van de Taliban werden heel wat Afghaanse journalisten die de afgelopen twintig jaar voor binnen- en buitenlandse media hebben gewerkt, gedwongen om hun baan op te zeggen. Het aantal journalisten in Afghanistan is dan ook sterk afgenomen. Velen zijn uit veiligheidsoverwegingen het land ontvlucht. Dat deed ik ook: samen met mijn vrouw en kinderen woon ik nu tweeënhalf jaar in Nederland.

    Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met regeringsfunctionarissen worden geweigerd

    Voor de achterblijvers is het werk moeilijk, zo niet onmogelijk. Kritische stukken over de Taliban zijn verboden, interviews met ministers of andere regeringsfunctionarissen worden consequent geweigerd. Alle vragen aan de overheid, hoe groot of klein ook, moeten aan een en dezelfde persoon worden gesteld: Zabihullah Mujahid, de woordvoerder van de Talibanregering. Vragen die niet in zijn straatje passen, worden niet beantwoord. 

    Nog lastiger is het leven van vrouwelijke journalisten. Wanneer zij in de media verschijnen, moeten ze een hidjab dragen en moet hun gezicht bedekt zijn. 

    De Afghaanse regering die vóór de Taliban aan de macht was, heeft twintig jaar lang veel werk verzet voor de persvrijheid. Journalisten konden opereren binnen het kader van de Afghaanse grondwet en de wet op de media. Toch was ons werk niet eenvoudig. Informatie was vaak niet toegankelijk en soms werden we geïntimideerd door de overheid, om van de problemen op het vlak van veiligheid nog te zwijgen.

    Dat heb ik zelf ook ondervonden, toen ik een reportage maakte over de illegale smokkel van auto-onderdelen van Afghanistan naar Pakistan, waarbij verschillende overheidsfunctionarissen waren betrokken. Ondanks aandringen kreeg ik nooit een reactie van de overheid – ze probeerden de publicatie van het artikel zelfs te verhinderen.

    Toch was het, terugkijkend, geen slechte tijd, want op dit moment is de persvrijheid in het land volstrekt nihil. Alle journalisten moeten hun berichtgeving met de Taliban delen. Pas na hun goedkeuring mag die, wat het ook is, worden gepubliceerd of uitgezonden. Dat maakt het werk van journalisten er op dit moment zo goed als onmogelijk.

    Dit artikel kwam tot stand met ondersteuning van RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

  • In het talibanhotel: ‘Vrede is goed voor Afghanistan. Maar voor ons is het saai’

    In het talibanhotel: ‘Vrede is goed voor Afghanistan. Maar voor ons is het saai’

    Het Intercontinental in Kaboel was het eerste luxehotel van Afghanistan. Ooit werden er legendarische feesten gehouden, nu is het in handen van de taliban en worden niet-taliban gedwongen met hen samen te werken. Journalist Andreas Babst bracht een bezoek aan de omstreden plek.

    Bij de eerste slagboom staat een talib te glimlachen, zoals hem is opgedragen. Bij de tweede slagboom staat op een bord: ‘Overdrachtspunt voor wapens’. Wie hier zijn kalasjnikov afgeeft, ontvangt een bonnetje en krijgt zijn wapen bij het verlaten van het hotel terug. De weg slingert de heuvel op tussen cirkelvormig gesnoeide heggen. Bij de derde barrière wordt er gefouilleerd. Dan verschijnt eindelijk achter een metalen hek de oprit naar het hotel. Voor de ingang piepen de autobanden op de grote marmeren tegels.

    Het Intercontinental Hotel torent als een kasteel boven Kaboel, de door oorlog geteisterde hoofdstad van Afghanistan. Hier is het geluid van toeterende auto’s niet meer te horen.

    In 1969 werd het Intercontinental Hotel geopend, het eerste luxe hotel in Afghanistan. Maar het voelt als veel langer geleden. Afghanistan is meer dan veertig jaar in oorlog geweest. Heersers kwamen en gingen en allen verbleven hier, in het Intercontinental. Ondanks zijn vergane glorie is het hotel nog steeds een symbool: wie in Kaboel regeert, regeert niet alleen over Afghanistan maar ook over het Intercontinental. Nu is dat dus de taliban.

    Op 15 augustus 2021 drongen ze Kaboel binnen. Ze hebben al twee jaar de macht, maar zijn nog steeds niet te peilen. We horen alleen de gruwelverhalen: vrouwen en meisjes mogen al twee jaar niet meer naar middelbare scholen en universiteiten. Vrouwen mogen niet meer in openbare parken komen. Zowel vrouwen als mannen krijgen zweepslagen voor overspel.

    Het grootste experiment van de taliban bleef tot nu toe voor de rest van de wereld onopgemerkt. Het vindt plaats achter bureaus in het hele land. De nieuwe regering dwingt taliban en niet-taliban om samen te werken, zowel binnen de regering als bij overheidskwesties. Jonge mannen delen een kantoor met de jonge strijders die ze ooit vreesden, jonge strijders zitten naast jonge mannen die ze ooit verachtten. Er hangt veel af van dit experiment. Het bepaalt grotendeels of er vrede zal blijven, of er echte verzoening komt of op zijn minst een zo normaal mogelijke manier van samenleven. 

    En dat grote experiment kan op kleine schaal worden geobserveerd in het Intercontinental. Misschien is dit zelfs wel de beste plek om een blik op de toekomst van Afghanistan te werpen; hier komen heden en verleden samen.

    De receptie

    Als ze opengaan, knarsen de automatische schuifdeuren van ouderdom. De gasten van het Intercontinental worden verwelkomd aan een enorme marmeren balie met daarachter een houten wand met vier klokken – Kaboel, New York, Londen, Dubai. Kosmopolitisme in een gesloten land. Het Intercontinental accepteert geen creditcards, omdat Afghanistan grotendeels is afgesneden van het internationale bankwezen. Een gast arriveert met een plastic tas vol contant geld.

    Slechts elke tweede kroonluchter in de lobby is verlicht. ‘We besparen op elektriciteit,’ zegt Samiullah Faqiri, die verantwoordelijk is voor marketing bij het Intercontinental. Faqiri was meteen enthousiast over het idee om een buitenlandse journalist een paar dagen achter de schermen te laten meekijken.

    Hij is achtentwintig jaar oud en zijn baard op zijn ronde wangen is netjes getrimd. Hij werkt al twee jaar in het hotel, sinds de taliban aan de macht kwamen. ‘Ik heb als een gek aan de marketing gewerkt,’ zegt hij in vloeiend Engels en hij vertelt dat hij de nieuwe slogan heeft bedacht: ‘Intercontinental for everyone’. Die tekst heeft hij op billboards in Kaboel laten zetten. Faqiri weet natuurlijk dat maar weinig Afghanen zich op dit moment een maaltijd of een nacht in een luxe hotel kunnen veroorloven. Volgens de VN kunnen negen van de tien gezinnen zich niet eens genoeg eten veroorloven. Een nacht in de goedkoopste kamer kost 95 euro, wat voor velen een maandloon is.

    Faqiri heeft – net als iedere marketingmanager – een winstdoel voor ogen. Het hotel is van de overheid, en die wil dat het wat opbrengt. Alle winst gaat naar de staat, die het geld weer besteedt aan lonen, onderhoud en renovatie. Hoewel Faqiri voor de taliban werkt, is hij er zelf geen.

    Hij spreekt dan ook over ‘ze’ als hij het over de heersende partij heeft. ‘Ze zullen me niet doden als ik mijn target niet haal,’ zegt hij lachend. Als Faqiri lacht, zie je eerst zijn neus op en neer gaan, dan zijn schouders en dan zijn buik. Het is een fysieke en aanstekelijke lach, die meestal volgt op een zin die anders te zwaar zou klinken.

    Faqiri komt uit een familie waar het aan niets ontbreekt. Zijn vader is professor aan de universiteit. De hele familie woont samen in een huis vlak bij het hotel. Hij studeerde bedrijfskunde in India. Voordat de taliban de macht overnamen, droeg hij graag mouwloze T-shirts en speelde hij basketbal. Tegenwoordig draagt hij, net als bijna iedereen, een shalwar kameez, een traditioneel Afghaans kledingstuk.

    Om zijn doel te behalen zou Faqiri meer kamers in het hotel moeten verhuren. Het Intercontinental heeft er in totaal 198. Ongeveer een vijfde daarvan is bezet, zegt hij. Zolang geen enkel land ter wereld de taliban erkent, zullen er ook geen massa’s toeristen komen. Maar hij geeft niet op. Tijdens de evacuatie van bedreigde Afghanen door de Canadese regering sloot hij een contract met het verantwoordelijke reisbureau: het Intercontinental werd het trefpunt voor de evacués. Hij verhuurde honderdtwintig kamers en kreeg het voor elkaar dat degenen die de taliban wilden ontvluchten, incheckten in een talibanhotel.

    Faqiri werkt tot het begin van de middag. Bij de receptie staat een jonge talib, leunend tegen het zwarte marmer. Hij heet Mohammed Elyas Niazai. ‘De nachtploeg,’ zo stelt Faqiri hem voor.

    Faqiri en Niazai maken deel uit van het grote talibanexperiment in het Intercontinental: een gewone Afghaanse man en een talib, twee jonge mannen die geacht worden samen te werken voor het grotere geheel.

    Steeds weer wordt Niazai gebeld op zijn mobiele telefoon. Ze vragen hem waarom er een journalist in het hotel rondloopt

    Niazai neemt de gouden lift naar boven. Op de wanden van de kleine cabine is zijn verwrongen weerspiegeling zichtbaar. Hij is drieëntwintig en heeft een weerbarstige, nogal onregelmatige baard. Zijn ogen staan helder maar zijn blik is wat onvast, waardoor hij er tegelijkertijd uitziet als jager en opgejaagde.

    Niazai woont op de derde verdieping in kamer 311, die een standaard inrichting heeft: zware mosgroene gordijnen, een dik tapijt met een ingewikkeld patroon om mogelijke vlekken te verdoezelen, een asbak. In tegenstelling tot Faqiri woont Niazai in het hotel. Hij vertelt dat hij de personeelsmanager is. Ook hij heeft bedrijfskunde gestudeerd. ‘Het hotelwezen is een goede business, nauwelijks risico,’ zegt hij. Er is geen enkel persoonlijk voorwerp in de kamer te ontdekken, maar deze kamer is ook niet echt van hem. Hij vertelt dat hij een tweede, geheime kamer heeft. Daar bewaart hij zijn wapens: een M4 aanvalsgeweer, buitgemaakt op Franse soldaten, en een glock 22.

    HotelTaliban 73A
    Slechts de helft van de lobby wordt verlicht. – © Elise Blanchard

    Het is alsof achter het hotelbehang met golfpatroon iets onzichtbaars op de loer ligt. Steeds weer wordt Niazai gebeld op zijn mobiele telefoon. Het is de GDI, de geheime politie van de taliban. Ze vragen hem waarom er een journalist in het hotel rondloopt. Niets blijft onopgemerkt. Ze houden zich ergens schuil en kijken. In de gangen hangen camera’s, maar in de kamers zouden die er niet zijn. Op de derde verdieping verblijft een groep Russen. Ze houden zich afzijdig.

    Niazai sloot zich bij de taliban aan toen hij zestien was. Een speciale legereenheid had zijn oom en neef vermoord, en naar verluidt waren er ook buitenlandse soldaten bij de operatie betrokken. Zo begon zijn jihad, zijn heilige oorlog: uit wraak. Hij groeide op in Kaboel, in een arme buurt. De taliban gebruikten hem als mol. Hij studeerde aan een universiteit in Kaboel en zegt dat hij toen heel goed Engels sprak, maar dat hij inmiddels veel is vergeten. Op zijn smartphone laat hij ons foto’s uit die tijd zien: een jongeman met een modieus geföhnde pony en een sikje. 

    Niazai bespioneerde zijn medestudenten namens de taliban. Toen zijn studie het toeliet, vocht hij buiten Kaboel tegen NAVO-troepen en tegen het Afghaanse leger. Hij beweert dat hij met een plastic fles en twee dollar een bom kan maken. Als hij te laat kwam en zijn professor vroeg hem naar de reden, antwoordde hij in het Engels: ‘Legends are always late.’ Hij is trots op deze zin en kent hem nog steeds uit zijn hoofd.

    Dat was in de jaren voor de val van Kaboel. De hoofdstad had het hart moeten worden van het nieuwe Afghanistan dat de Amerikanen en hun bondgenoten met miljarden dollars aan ontwikkelingshulp in twintig jaar hadden opgebouwd. Maar in deze stad was het nooit helemaal duidelijk aan wie je eigenlijk loyaal was – al geloofden sommigen liever iets anders.

    Op 15 augustus 2021 viel Kaboel in handen van de taliban. In de weken daarvoor hadden ze de ene provincie na de andere veroverd. Volgens experts zou Kaboel standhouden, ten minste voor een paar weken. Maar er was weinig weerstand. Laat in de avond reden de taliban in hun pick-uptrucks naar het Intercontinental. In de uren daarvoor hadden de bewakers van het hotel hun posten verlaten. Sommigen bestormden de lobby en stalen de computers. De taliban verspreidden hun strijders over het hotel en stuurden het personeel naar huis. Twee dagen later belden ze het hotelpersoneel op met de boodschap dat ze terug moesten komen en dat het Intercontinental nu weer open was.

    ‘In het begin waren de medewerkers bang voor ons,’ zegt Niazai. ‘Maar we hadden de opdracht om aardig tegen ze te zijn.’

    Vijfde verdieping

    De gouden lift stopt op de vijfde verdieping. Hier komt de hele geschiedenis van het Intercontinental samen. Links naast de lift is de ingang van de Pamir Supper Club. Vanaf 1969 werden hier uitbundige feesten gehouden. Hier traden de eerste Afghaanse popmuzikanten met lang haar en gitaren op. Afghanistan had toen nog een koning, Mohammad Zaher Shah. In 1973 werd hij door zijn neef van de troon gestoten en vijf jaar later vermoord door de communisten. De feesten gingen door. Maanden na de moord nodigde het Intercontinental gasten uit voor een Beiers feest in de club, inclusief een drankbuffet en ‘schnaps van het huis’, gesponsord door Lufthansa. In 1979 viel de Sovjet-Unie Afghanistan binnen. De Amerikaanse functionarissen in de Pamir Supper Club maakten plaats voor Russische functionarissen.

    Terwijl het land afgleed naar een burgeroorlog, bleef het Intercontinental een wereld op zich. Toen de Russen in 1989 vertrokken, stopte de Afghaanse president Najibullah in zijn zwarte Mercedes voor het hotel.

    In 1992 marcheerden de mujahedin Kaboel binnen, groepen islamistische heilige strijders die door de Verenigde Staten waren uitgerust en getraind om tegen de communisten te vechten. De mujahedin aten gratis in het Intercontinental en vochten in de hoofdstad al snel tegen elkaar. Raketten vlogen het Intercontinental binnen. De beruchte Ahmad Shah Massoud en zijn mannen namen het hotel over.

    Op de vijfde verdieping, rechts aan het einde van de lange gang, ligt de Khyber Suite, het penthouse van het Intercontinental. De suite is rondom omgeven door een balkon waar gasten een uitzicht hebben over heel Kaboel. Op dit moment geeft de VN er een cursus over het oplossen van interpersoonlijke conflicten. Van hieruit zou Massoud zijn aanslagen hebben gepland met een verrekijker. Tot er in 1996 nieuwe, nog radicalere islamisten uit het zuiden kwamen en Kaboel voor de eerst keer veroverden: de taliban. Najibullah, de ex-president met de Mercedes, werd door hen gecastreerd en geëxecuteerd. Ze sleepten zijn lichaam door de stad en hingen hem in het openbaar op. De taliban verwijderden de stoelen in de bar van het hotel en gingen op de tapijten zitten.

    Er zijn geen ramen in deze lange gang op de vijfde verdieping. Neonlichten op de muren verdringen de duisternis en werpen harde schaduwen. Geluiden en geschiedenis zinken weg in het tapijt. Het ruikt naar stof en naar iets anders, iets zurigs. De medewerkers van het hotel zijn niet graag op de vijfde verdieping. Het spookt hier, zeggen ze.

    De taliban hadden de leiding over het Intercontinental tot 2001. Een dag na de aanslagen op het World Trade Center in New York hielden ze er een persconferentie. De minister van Buitenlandse Zaken van de taliban zei dat ze niet wisten waar Osama bin Laden was. ‘Ik weet alleen dat hij niet hier is,’ zei hij. Dat was een leugen. Bin Laden was een gast van de taliban en een paar maanden later de reden voor de Amerikaanse invasie van Afghanistan.

    Na de invasie van de Amerikanen en hun bondgenoten werd het Intercontinental weer de ontmoetingsplaats van buitenlandse diplomaten, zakenmensen en rijke elites. De nieuwe regering renoveerde de plek met de hulp van aannemers, maar het was niet meer hetzelfde als vroeger. Eén bedrijf sloot het balkon in de eetzaal af, waar gasten de koude wind uit de bergen konden voelen als ze van hun koffie genoten. Een ander bedrijf voegde nog een eetzaal toe; op het plafond zijn wolken geschilderd en het ziet eruit als een cruiseschip. Weer een ander bedrijf verkocht de marmeren tegels in de tuin. Het hotelpersoneel zegt dat corrupte ambtenaren uit het Intercontinental pakten wat ze pakken konden, zoals ze met zoveel hebben gedaan in Afghanistan. ‘Die rotzakken hebben alles vernietigd. Het enige wat is overgebleven zijn de naam en het gebouw zelf,’ zegt een oude ober. ‘Verder is er niets meer zoals vroeger.’

    De gasten barricadeerden zichzelf in de kamers, kropen in de grijzige badkuipen met hun antislipmatten

    Jarenlang vochten de taliban ondergronds. Ze wonnen aan kracht, ondanks de duizenden NAVO-soldaten in het land. In 2011 vielen ze het hotel aan. Negen zelfmoordterroristen doodden twaalf mensen en zichzelf. De laatste aanvaller liet zijn bom ontploffen op de vijfde verdieping, in kamer 523. De kamer is sindsdien gerenoveerd, de badkamer is nu versierd met roze tegels. In 2018 volgde een tweede aanslag. Twaalf uur lang bezetten vier of vijf moordenaars het hotel. Ze vermoordden veertig mensen. De gasten barricadeerden zichzelf in de kamers, kropen in de grijzige badkuipen met hun antislipmatten. Een geestelijke die op dat moment in kamer 519 verbleef werd gedood bij de aanval. De man die nu schoonmaakt op de vijfde verdieping zweert dat hij hem soms hoort douchen.

    In 2021, slechts drie jaar later, veroverden de taliban Kaboel voor de tweede keer. Een van de bewakers buiten het hotel kende enkele van de zelfmoordterroristen. ‘Ze waren ongelooflijk dapper,’ zegt hij. Sirajuddin Haqqani, die de aanslagen organiseerde, is nu minister van Binnenlandse Zaken. In de balzaal van het Intercontinental hield hij een toespraak waarin hij de families van de moordenaars bedankte. De deuren van de hotelkamers herinneren nog steeds aan de aanslagen. Het kogelwerende staal is bruin geverfd.

    De Keuken

    In de keuken wijst Faqiri, de marketingmanager, naar een grote pan waarin een lam staat te sudderen. ‘Dat heb ik verkocht voor 230 dollar. Schrijf dat op,’ beveelt hij. Twee families hebben een vergaderzaal gehuurd waar de mannen onderhandelen over de bruidsprijs voordat hun kinderen gaan trouwen. Faqiri heeft hen overgehaald om ook te blijven eten.

    De ketels in de keuken bevatten voedsel voor negenhonderd mensen. ’s Middags en ’s avonds bereidt het Intercontinental een buffet. Vandaag kookt de keukenploeg ook voor zevenhonderd mensen van het ministerie van Defensie. Het eten wordt geleverd per geëscorteerde vrachtwagen – het Intercontinental is ook de cateraar van de taliban.

    Sayed Mazaffar Sadat is de chef-kok van het hotel. Ze noemen hem Goldfinger. Hij deed vijf keer mee aan een kookwedstrijd op televisie en won vier keer. Hij kwam naar het Intercontinental voordat de taliban de macht overnamen, en werd verkozen boven twintig andere kandidaten. ‘Ik had geen connecties. Normaal gesproken kom je hier zonder goede connecties niet binnen.’

    Sadat vertelt dat hij nooit heeft overwogen het land te verlaten, zelfs niet nadat de taliban de macht hadden overgenomen. Binnenkort vertegenwoordigt hij Afghanistan bij een kookwedstrijd in Frankrijk, en zijn vrienden zeggen dat hij daar moet blijven. Dan zou hij een van de vele jonge mannen zijn die Afghanistan legaal of illegaal verlaten in de hoop elders een beter leven te vinden. Naar schatting 1,6 miljoen Afghanen zijn gevlucht sinds de taliban aan de macht zijn. De meesten van hen leven onder precaire omstandigheden in buurlanden Iran en Pakistan. Sadat zegt: ‘Mijn filosofie is: de dood komt hoe dan ook – ook als je je land verlaat.’

    In de hitte van de keuken roept een van Sadats koks tegen een talib die werkloos staat toe te kijken: ‘We hebben je niet nodig, hier. Ga naar je kantoor!’

    Toen de taliban in de jaren negentig voor het eerst regeerden, werd slechts een van hen aangesteld als hoofd van het hotel. Nu hebben ze strijders in elk kantoor gezet, volgens verschillende hiërarchische niveaus: taliban en niet-taliban worden gedwongen samen te werken.

    Vrouwen spelen geen rol in de beslissingen van de taliban. Alle vrouwelijke werknemers van het hotel zitten thuis. Ze zouden nog steeds hun loon ontvangen, maar mogen niet meer komen werken. De enige vrouw in het gebouw werkt beneden bij de ingang van een van de beveiligingspoorten, om vrouwelijke gasten te controleren. Haar lichaam en hoofd zijn volledig bedekt, maar ze weigert haar gezicht te bedekken. Daarvoor is ze te oud, zegt ze.

    Faqiri regeert in de keuken, zwaaiend met zijn armen als iemand die zijn hele leven al instructies geeft. Hij kijkt voortdurend op zijn mobiel en is constant aan het troubleshooten. Niazai weet niet waar hij z’n handen moet laten. Hij verschikt de broodmandjes in de keuken, draait een kiwi rond in zijn handen of kijkt naar de houdbaarheidsdatum op een blikje cola. Hij is ook verantwoordelijk voor de kwaliteitscontrole, vertelt hij.

    HotelTaliban 54
    De taliban stuurden het personeel naar huis. – © Elise Blanchard

    De taliban worden geacht te leren. De leiding heeft voor sommigen van hen een opleiding betaald en voormalige guerrillastrijders volgen nu computercursussen. De nieuwe machthebbers kondigden vrede en verzoening af. En toch blijft het voor velen een vreemde situatie: rebellen die twintig jaar lang door iedereen gevreesd werden, zitten plotseling ook op kantoor. Een voormalig werknemer van het Intercontinental zegt: ‘Een van de strijders was mijn ondergeschikte. Maar welke bevelen kon ik hem geven? Hij had een wapen.’

    ‘Een klant bood me ooit een visum aan voor de Verenigde Staten. Maar ik wilde niet weg. Kaboel was de beste plek ter wereld’

    Niazai kijkt rond op de vervallen tennisbaan, waar het net ontbreekt en de scheidsrechtersstoel in een hoek staat te roesten. De tenniscoach is naar Spanje gevlucht, zo heeft Niazai gehoord. Hij is hier voor het eerst, want ‘Wie kan er nou tennissen?’

    Niazai heeft de afgelopen twee jaar veel functies in het hotel gehad, momenteel is hij de hr-manager. Hij krijgt een salaris van 530 euro per maand en spaart voor zijn huwelijk. Op een dag zal hij dit uitbundig vieren. Hij heeft zijn bruid nog niet ontmoet.

    ‘Als ze mij morgen de opdracht geven om kamers schoon te maken, zal ik geen vragen stellen,’ zegt Niazai. Hij volgt blindelings bevelen op. De taliban hebben een ondoorgrondelijke commandostructuur. Duidelijk is dat de emir en zijn vertrouwelingen in Kandahar de top vormen, gevolgd door de ministers in Kaboel en hun plaatsvervangers. Maar er zijn ook sterke lokale commandanten, in Kaboel en daarbuiten. De taliban zijn een minder homogene beweging dan het soms van buitenaf lijkt. 

    Ooit werd Niazai door zijn commandant bevolen om zijn geliefde lange haar af te knippen. Hij deed het onmiddellijk. Eigenlijk wacht hij op een bevel dat nog niet is gekomen, dat hem terugstuurt naar een of ander front. Als dat bevel komt, vertrekt hij niet de volgende dag, zegt hij, maar direct. ‘Dit hotel is net een gevangenis,’ zegt hij. Hij mist de bergen, de bossen en de ijskoude rivieren. Als Niazai over het gras in de tuin loopt, trekt hij zijn schoenen uit om op blote voeten te lopen. Hij wil het gras onder zijn voetzolen voelen. Want dan, zegt hij, verdwijnen alle negatieve gedachten.

    Tweede verdieping

    De familie Hakimi verblijft op de tweede verdieping, in kamer 238 en 239. Er zijn niet veel gasten in het Intercontinental. Er zijn de Russen, die elke ochtend in een witte SUV worden opgehaald. Er is de ontwikkelingswerker uit India. De Pakistaanse zakenman die lampen van himalayazout verkoopt. En er zijn de Hakimi’s.

    Hayatullah Hakimi (67) en zijn vrouw Aziza (64) ontvluchtten Afghanistan in 1988. Hayatullah had zijn eigen juwelierszaak. Maar toen kreeg de geheime dienst hem in het vizier.

    Het echtpaar heeft de meest grandioze tijden van het Intercontinental meegemaakt. Als Hayatullah op vrijdagmiddag de winkel sloot, gingen hij en zijn vrouw naar het hotel. ‘In die tijd hielden we van The Beatles, de popmuziek kwam net naar Afghanistan,’ vertelt Hayatullah. Bij het zwembad speelden bands. Vrouwelijke toeristen zwommen er in badpak. Het hotel lag iets buiten de stad, omringd door pijnbomen. In de tuin klonk uit luidsprekers muziek van Ahmad Zahir, de Afghaanse Elvis, die veel te jong stierf bij een auto-ongeluk. De Hakimi’s tonen foto’s van toen: hij met een dikke snor, lang haar en een glimmende gesp aan zijn riem, zij draagt een broek met wijde pijpen.

    Hayatullah zegt: ‘Een klant bood me ooit een visum aan voor de Verenigde Staten. Maar ik wilde niet weg. Kaboel was de beste plek ter wereld.’ Aziza vult aan: ‘Niemand wilde weg uit het land, niemand wilde naar Europa of Amerika. Mensen kwamen naar ons toe.’

    Vanaf het balkon van de Hakimi’s kun je over Kaboel uitkijken. De stad heeft het hotel de afgelopen decennia omcirkeld. De zon komt op voor het Intercontinental en aan de achterkant onder. Witte betonnen elementen steken van het balkon van de Hakimi’s naar het balkon eronder; boven fungeren ze als borstwering en onder als zonnescherm. Daardoor lijkt het alsof elke kamer zware witte wimpers heeft. De brandende zon legt de scheuren in het beton bloot, de stad lost op in het verblindende licht en het stof. De airconditioning ratelt en beneden schrapen de harde bezems van tuinmannen over het asfalt.

    De Hakimi’s wonen nu in Canada. Ze zijn naar Kaboel gekomen om hun volwassen dochters de stad te laten zien die ze ooit verlieten. Ze brengen veel tijd door met rijden door straten die ze niet meer herkennen. Aziza zegt: ‘Iedereen in dit hotel droeg prachtige pakken. Mannen droegen hun traditionele kleding alleen thuis. Het is pijnlijk om al deze veranderingen te zien.’ Hayatullah: ‘Ik huil elke nacht. Ik hoop dat het hotel openblijft. Het is een deel van onze identiteit.’

    De lobby

    Faqiri leunt over een bureau dat niet van hem is. Dat van hem staat in een hoek van het kantoor, maar hij gaat als vanzelfsprekend aan het grote bureau in het midden zitten. Het is van zijn supervisor, een taliban die zich zelden laat zien. Faqiri typt op zijn smartphone. Vandaag is het de Afghaanse Onafhankelijkheidsdag, waarop het vredesverdrag met de Britten, de Great Game en andere conflicten worden gevierd – gebeurtenissen die plaatsvonden aan het begin van de twintigste eeuw. Faqiri werkt aan een bericht voor sociale media, een fotocollage: Faqiri onderaan, een wapperende zwart-rood-groene vlag bovenaan. Het is de vlag van de oude Afghaanse Republiek, die werd vervangen door de witte vlag van de taliban. ‘We hebben goede herinneringen aan deze vlag,’ zegt hij, verwijzend naar de zwart-rood-groene.

    ‘De meeste mensen hebben meisjes thuis en hopen dat de toekomst voor hen beter wordt. Ik hoop dat alles goed komt,’ zegt Faqiri. ‘Ik wil niet weg, ik wil eerst zien hoe het allemaal loopt.’ Afghanistan ontvluchten is duur en ingewikkeld. Veel Afghanen hopen dat het leven uiteindelijk beter zal worden onder het talibanbewind. Of dat ze het kunnen uitzitten tot het voorbij is. De vorige keer waren de taliban vijf jaar in Kaboel. Alleen is er deze keer weinig teken van weerstand in het land. Kaboel ziet eruit als een stad in winterslaap, en niemand weet hoelang die zal duren. Degenen die niet vluchten – en dat is het grootste deel van de bevolking – leggen zich neer bij de situatie. ‘We moeten samenwerken met de taliban. Zij zijn de regering,’ zegt Faqiri.

    Zonder goede connecties kom je het Intercontinental niet binnen. Faqiri’s vader was een van de hotelmanagers tijdens het eerste talibanbewind. Nadat Kaboel was gevallen belden ze hem en vroegen of hij terug wilde komen. In plaats daarvan stuurde hij zijn zoon.

    Tijdens het eerste talibanbewind bezocht Mullah Omar, oprichter en hoofd van de taliban, ooit het hotel, kamer 124. Er waren geen gasten. Omar vroeg aan Faqiri’s vader: ‘Waarom is hier niemand?’ Faqiri’s vader zei tegen de talibanleider: ‘Mensen komen niet omdat ze bang voor je zijn.’ Waarop Mullah Omar via de radio aankondigde dat alle buitenlanders die veilig in Kaboel wilden verblijven moesten inchecken in het Intercontinental. Het verhaal gaat dat het hotel de volgende dag vol zat.

    Ook Faqiri heeft veel ideeën over hoe het hotel volgeboekt kan raken. De balzaal vergroten, een helikopterplatform bouwen. Of een van de faculteiten van de universiteit op het enorme terrein van het Intercontinental neerzetten. Een ziekenhuis misschien. Maar dat alles kost geld, wat niemand op dit moment heeft.

    En dan is er nog de kwestie van de bruiloften. Vroeger vonden er grote feesten plaats in de balzaal van het hotel. Afghaanse bruiloften worden door honderden gasten bijgewoond en hebben traditioneel een mannen- en een vrouwenafdeling. Onder de taliban is het verboden om muziek te spelen op bruiloften, maar soms is er in het vrouwengedeelte nog wel muziek te horen. Het lukt Afghaanse vrouwen doorgaans wel om dat voor elkaar te krijgen en de taliban durven de afdeling voor vrouwen niet te inspecteren. Maar in het Intercontinental, het hotel van de taliban, is muziek ten strengste verboden. Faqiri schat dat het muziekverbod hem al meer dan een half miljoen euro heeft gekost. ‘De taliban moeten opener worden. Dat heb ik nodig, anders kan ik mijn targets niet halen.’ Maar waarschijnlijk lijdt het hotel dit jaar opnieuw verlies.

    Faqiri had kunnen vluchten. Op 15 augustus 2021, de dag dat Kaboel viel, was een vriend van hem op het vliegveld. Hij kon een plekje voor hem bemachtigen op een van de evacuatievluchten. Maar Faqiri bleef. Hij wilde niet alleen vertrekken, hij wilde eerst trouwen met zijn verloofde. De bruiloft vond later plaats in de grote balzaal van het Intercontinental. Zijn vrouw beviel kort na de bruiloft van een zoon. Hij heeft het idee om naar het buitenland te gaan nog niet helemaal opgegeven. Hij zou graag ergens zijn proefschrift willen schrijven. Maar voorlopig blijft hij hier. Hij is aan het wachten. Mist hij het oude Afghanistan? ‘Natuurlijk wel.’

    ‘Men denkt dat de taliban hier zijn om iets kapot te maken. Maar we willen hier juist iets opbouwen’

    De gouden lift stopt op de eerste verdieping. Terroristenleider Osama bin Laden verbleef hier kort, in kamer 196 en 197. Direct naast de lift slingeren dikke kabels naar een deur en verdwijnen onder de vaste vloerbedekking van kamer 114. Hier zit de geheime politie voor videoschermen. Ze willen de kabels in de toekomst beter wegwerken, vertelt een van de agenten op spijtvolle toon. Verderop in de gang, in kamer 122, bevindt zich het kantoor van Hafiz Zia-ul-Haq Jawad, de directeur van het hotel. Hij heeft plaatsgenomen in zijn fauteuil. ‘Men denkt dat de taliban hier zijn om iets kapot te maken. Maar we willen hier juist iets opbouwen,’ zegt hij.

    Jawad zegt dat het hem pijn doet om de kamers in het hotel te zien verloederen. Het is de vijf sterren niet langer waard, volgens hem. Hij vertelt ons dat hij het wil renoveren en voor iedereen toegankelijk maken. Sinds de taliban de macht overnamen, komen de inwoners van Kaboel, taliban en niet-taliban, soms naar het hotel om een foto van het uitzicht te maken. Vroeger zouden ze bij de eerste veiligheidsbarrière al zijn weggestuurd.

    ‘Wij geven veel om dit hotel,’ zegt Jawad. Het is onduidelijk wat er zal gaan gebeuren. Het merendeel van het personeel werkt hier al jaren. Maar goed opgeleide jonge mannen verlaten het land. De taliban denken nu aan een hotelacademie. En het Intercontinental moet een van de beste vijfsterrenhotels in de hele regio worden. Het verantwoordelijke ministerie is momenteel op zoek naar investeerders. Een Turks bedrijf heeft een bod uitgebracht op het hotel, maar dat was niet goed genoeg, zegt Jawad. ‘We doen het niet zo slecht dat we het hotel weg gaan geven.’

    HotelTaliban 17A
    Samiullah Faqiri, marketingmanager van het Intercontinental. – © Elise Blanchard

    Jawad zegt dat hij geen onderscheid maakt tussen taliban en niet-taliban als het om zijn werknemers gaat. ‘Ik discrimineer niet.’ Hij vertelt dat hij maar om één ding geeft: dat iedereen hard werkt, eerlijk is en de natie dient. ‘Soms ga ik naar de keuken. Daarmee laat ik iedereen zien: ik ben een van jullie. We willen niet dat iemand denkt dat de taliban hier maar voor een korte periode zullen zijn.’

    Aan de muur van zijn kantoor hangt een foto van de hoogtijdagen van het hotel, waarop mensen in het zwembad te zien zijn. De vrouwen op de ligstoelen zijn overgeschilderd met witte verf.

    Zwembad

    Boven het zwembad fladderen ’s avonds de vleermuizen. Ze jagen op de zwermen muggen boven het stilstaande water. In het diepe gedeelte bevindt zich een groenachtig bezinksel; het water moet nodig ververst worden. Een mug landt op de frietjes van Niazai. Zoals elke avond heeft hij zijn bord bij het buffet gevuld. Naast hem aan tafel zit Faqiri. Lampjes boven hen verlichten het tafereel.

    Het verval, de scheuren, die in het scherpe daglicht zo zichtbaar zijn, worden nu verdoezeld door de gekleurde lichtjes. De wind ruist door de dennenbomen. Faqiri heeft zijn hand op Niazais stoel gelegd. Hij zegt dat ze vrienden zijn. En even lijkt het er echt op dat ze dat zijn, twee jonge mannen, allebei glimlachend. Faqiri rookt dunne sigaretten. Niazai rookt niet.

    De meeste vrienden van Faqiri hebben Afghanistan verlaten. Degenen die bleven waren altijd al taliban, zonder dat hij dat wist. Op de universiteit in India namen ze ooit een grappige video op, hij en zijn Afghaanse medestudenten, dansend voor de universiteit. Na de val van Kaboel belde een van zijn medestudenten hem op met de vraag of hij de video wilde verwijderen, omdat hij een taliban was.

    Voor Niazai was het een spel om een mol te zijn, anderen te bespioneren en in het geheim oorlog te voeren. ‘Nu is het spel voorbij,’ zegt hij. De Russen zitten in een donker hoekje bij het zwembad. Zij zijn er op uitnodiging van het ministerie van Defensie. Zij hebben de opdracht gekregen om oude Russische helikopters weer luchtwaardig te maken voor het leger.

    Ik vraag Faqiri even later wat hij leuk vindt aan Niazai. ‘Het is een goeie kerel. Hij zegt nooit nee als er werk gedaan moet worden.’ Faqiri zegt dat de taliban hem en de andere niet-taliban in het hotel nodig hebben. Hij legt uit dat Niazai en de andere taliban slechts heel langzaam leren hoe ze een hotel als dit moeten runnen. Faqiri vormt een soort brug tussen de taliban en de overige medewerkers, maar ook tussen de taliban en de klanten. Het is niet gemakkelijk met de nieuwe heersers. ‘Het is belangrijk dat ik ze begrijp. Maar ze verklaren zichzelf nooit.’

    Ik stel Niazai dezelfde vraag: wat vindt hij leuk aan Faqiri? ‘Hij heeft een zuiver hart. En hij is nooit jaloers.’ Als Niazai iemand van het Intercontinental niet mag, zijn diens dagen in het hotel over het algemeen geteld, zegt hij. Formeel zijn hij en Faqiri gelijk. Maar hij heeft meer invloed omdat hij een taliban is, legt hij uit.

    Niazai houdt van motorrijden. Jarenlang voerden de taliban hun strijd op oude Honda’s, altijd met een deken op het zadel om ’s nachts te kunnen slapen. Ze reden altijd hard. Faqiri heeft nog nooit motorgereden. Hij vertelt dat werken bij het Intercontinental zijn droombaan is. ‘Ik wil een paar jaar hard werken, dan ben ik tevreden en ben ik klaar met het hotel.’ Hij wil dit jaar drie miljoen euro winst maken, dat is zijn doel. ‘Ik kan het,’ zegt hij.

    Op een gegeven moment staat Faqiri van de tafel bij het zwembad. Hij gaat naar huis, waar zijn vrouw en zoon op hem wachten.

    Kelder

    Het is na elven en het licht in de kroonluchters wordt gedoofd. Het Intercontinental is gehuld in duisternis. De wasruimte in de kelder is gesloten, de sauna en de schoonheidssalon zijn sowieso gebarricadeerd. Alleen vanuit de fitnessruimte valt een glinstering van neonlicht op de witte tegels. Niazai fietst er op een hometrainer. Elke avond oefenen hij en zijn vrienden hier, vertelt hij. Zijn vrienden zijn de talibanbewakers van het hotel. Maar vandaag is hij alleen. Hij heeft zijn traditionele kledij afgelegd en draagt een trainingspak van Under Armour, een sportmerk dat ooit populair was bij Amerikaanse soldaten in Afghanistan. De vuilnisbakken zitten vol lege Red Bull-blikjes.

    Niazai zei een keer tegen mij: ‘Vrede is goed voor Afghanistan. Maar voor ons is het saai.’ Hij is bang om aan dit leven te wennen. Hij was nooit bang om te vechten, maar maakt zich nu zorgen dat hij op een dag bang zal zijn om weer te strijden.

    Veel apparatuur in de fitnessruimte is kapot. Het handvat van de roeitrainer ontbreekt; een vriend van Niazai trok het er in zijn enthousiasme af. Ook de bokszak is kapot door verwoed gebruik. Het is stil, alleen het zoemende geluid van Niazais pedalen verstoort de stilte. Hij vertelt dat hij niet veel slaapt, dat doen zijn vrienden ook niet. Hij vertelt me waar hij naar kijkt als hij soms alleen in de lobby zit met een koptelefoon op: video’s van talibanoperaties in heel Afghanistan, die worden gedeeld in relevante WhatsAppgroepen. Hij hoeft het nieuws niet te volgen, zegt Niazai. Hij weet beter dan de journalisten wat er in het land gebeurt.

    Zijn geoliede haar valt in zijn gezicht terwijl hij over het stuur leunt. In zijn trainingspak ziet hij er bijna uit als een gewone jongeman. Uitgespuugd door de oorlog. 

    Het Intercontinental is gehuld in duisternis. Niazai weet nog niet wanneer hij gaat slapen.

  • ‘Kinderen betalen de hoogste prijs voor oorlog’

    ‘Kinderen betalen de hoogste prijs voor oorlog’

    Zarlasht Halaimzai was tien jaar oud toen er in 1992 duizenden raketten werden afgevuurd op Kaboel. Nu zij het leed van kinderen in Gaza ziet, komt alles weer terug. ‘Ik herinner me de stilte tussen de vallende granaten. Alle andere geluiden verdwenen.’

    In 1992, toen ik tien jaar oud was, werden duizenden raketten afgevuurd op Kaboel. Het begon voor het begin van de lente, toen we Perzisch Nieuwjaar vierden, en ging door tot in de winter. De belegering dwong mijn familie uiteindelijk ons huis te ontvluchten en we keerden nooit meer terug. We hadden gehoopt dat de gevechten in Afghanistan in 1989 zouden stoppen, nadat de Sovjettroepen zich hadden teruggetrokken van hun mislukte invasie. Maar onze hoop verdween toen de door de VS gefinancierde moedjahedien elkaar begonnen te bevechten en Kaboel bombardeerden in een poging de controle over de hoofdstad te krijgen.

    Ik woonde met mijn familie in het noordwesten van de stad, in een huis met bladderende gele verf op de buitenmuren. Een rode ijzeren deur met luid krakende scharnieren gaf toegang tot de buitenwereld. Ik rende altijd de straat op om met andere kinderen uit onze buurt te spelen. Maar de gevechten veranderden alles. Dit was de tijd waarin alle tijd die ik kende verdween. Bedtijd, schooltijd, speeltijd, etenstijd: allemaal weg.

    De sluimerende angst voor geweld die we elke dag al hadden gevoeld, veranderde nu in paniek. Kaboel werd maandenlang meedogenloos beschoten. Voedsel en water werden schaars. Elke dag kregen we nieuws over meer doden in onze familie, onder vrienden en buren. Ik leefde in een grote familie met verschillende ooms en tantes en mijn oma, en het werd een familieritueel om voor het avondeten voor de doden te bidden. Mijn oma leidde het gebed. Mijn vier broertjes en zusjes en ik volgden haar, beduusd, bang voor de dood. Mijn hoogzwangere tante zat er als verdoofd bij. Al haar expressie was verdwenen en het was alsof we haar eraan moesten herinneren dat ze haar arm en hand moest bewegen om te kunnen eten.

    Mijn moeder, altijd bezorgd, deed geen moeite om haar angst te verbergen. Ze praatte over verschillende scenario’s, waarin een van ons of wij allemaal gedood zouden worden. Ze vroeg zich af wie ons naar het ziekenhuis zou moeten brengen als we gewond waren. Mijn vader? Of zou het verstandiger zijn als hij thuis bleef en mijn oom het zou doen? Wat zouden we doen als ons huis volledig verwoest werd? Waar zouden we naartoe gaan? Hoe zouden we mijn oom, die gehandicapt was en niet kon lopen, moeten dragen als we snel naar een andere schuilplaats moesten? De logistiek in geval van overlijden werd uitgebreid besproken, rollen werden verdeeld, plannen gemaakt.

    Verlossing

    Het was de tijd waarin onze jeugd veranderde. Wat ons eerder werd opgedragen – blijf uit de bloemperken, klim niet in die boom, doe je huiswerk – veranderde in instructies over hoe je vallend puin kon vermijden en dat je altijd alert moest zijn op instortgevaar. Er waren veel specifieke bevelen die altijd opgevolgd moesten worden. Niet in de buurt van de muren in de tuin lopen. Niet onder het dak zitten dat het huis met de buitenkeuken verbond. Onder geen enkele omstandigheid het terrein verlaten. En vergeet niet je sjahada te zeggen wanneer je het geluid van raketten hoort. Deze geboden werden keer op keer herhaald.

    In plaats van te lezen, wat ik graag deed, leerde ik andere lessen. Zoals hoe pervers hoop kan zijn, wanneer je in de hoek van een kamer zit af te wachten of er een bom zal vallen die jou en je familie doodt. Hoop op momenten dat je verwacht te worden gedood is vreselijk. Het geloof in onze overleving zit zo diep dat zelfs wanneer we geconfronteerd worden met een bom, er altijd een klein beetje ruimte overblijft voor hoop. Maar het voelt als bedrog, als een spelletje Russisch roulette – deze keer ben jij niet gedood, maar iemand die je kent wel. Hoop veroorzaakt op die momenten zo veel verwarring in je lichaam, dat je het nog jarenlang moeilijk vindt om iets of iemand te vertrouwen – inclusief jezelf.

    Voor of tegen is te simpel

    De aanval van Hamas heeft niet alleen geleid tot dood en verderf onder Israëli’s en tot ‘een ernstig risico op genocide van het Palestijnse volk’, zoals de VN het omschreef, maar tevens tot een wereldwijde golf van zowel antisemitisme als islamofobie.

    Dat schrijft Soulayma Mardam Bey in de Libanese krant L’Orient-Le Jour. ‘De oorlog mag dan plaatselijk zijn, de schokgolven zijn internationaal.’

    Mensen worden nu voortdurend geconfronteerd met een tegenstelling tussen antisemitisme en islamofobie, ‘alsof iedereen moet kiezen tussen het veroordelen van of de ene of de andere vorm van racisme’. Enerzijds worden ‘moslims’ verantwoordelijk gehouden voor de toename van antisemitisme; anderzijds worden ‘joden’ beschuldigd van het verspreiden van anti-islamitisch racisme.

    Mardam Bey wijst op het verschil tussen moreel antiracisme en politiek antiracisme. Het eerste beschouwt racisme als een individuele kwestie die verbonden is met onwetendheid en angst voor de ander. Het tweede beschouwt de historische ontstaansgrond van het racisme, dat tot op heden doorwerkt. Daarvan is in het huidige conflict sprake, schrijft ze.

    Alle vormen van racisme moeten worden bestreden, stelt ze, maar dat kan in dit geval niet zonder aandacht voor de Palestijnse kwestie, want ‘geen enkele antiracistische strijd kan de geschiedenis negeren’. De opvatting ‘met de joden, dus tegen de Arabieren’ – of andersom – is daarom te simpel, concludeert ze.

    Ik herinner me, op de momenten dat de raketten kwamen, de dialoog die zich in mijn hoofd afspeelde. Er is het geluid van een raket die wordt afgevuurd. Komt hij voor mij? Zal hij mijn lichaam verscheuren? Zou ik zonder been of arm kunnen leven? Ook als ik dan niet meer in de amandelboom in onze tuin zou kunnen klimmen? Zal ik mijn zus of broer zien sterven? Ik hoop dat ik als eerste sterf. Als ik de keuze moet maken tussen degenen van wie ik het meest houd te zien sterven of zelf gedood te worden, dan kies ik voor het laatste. Dat zou een verlossing zijn. Als ik klaar was met deze overwegingen en bad ik. Dan draaide ik mijn lichaam in een houding waarvan ik dacht dat die eerbied uitstraalde en bad. Mijn grootmoeder had me de gebeden geleerd die nodig waren voor verschillende momenten, zoals Ayatul Kursi voor bescherming. Ik kende ze niet allemaal, alleen een paar regels, en zei ze keer op keer.

    Mijn grootmoeder leerde me om de sjahada te zeggen op het moment van dreigende dood, zodat we veilig naar de andere wereld konden gaan. Ik zei die minstens zeven keer. We spraken Farsi en ik verstond geen Arabisch, dus na het gebed smeekte ik God om ons te beschermen en hoopte ik zo hard als ik kon dat hij me zou helpen – hoewel ik nooit echt geloofde dat hij dat zou doen.

    Het waren momenten waarop ik het vermeed om naar bepaalde familieleden te kijken. Ik kon niet naar mijn moeder kijken omdat de angst in haar gezicht mijn hart brak. Ik kon niet naar mijn zusje en broertje kijken omdat ik me op de een of andere manier schaamde dat dit hun kindertijd was. Ze waren nog zo klein – vijf en zeven jaar oud – en alles wat ik had geleerd over goed en kwaad maakte dat ik me vreselijk voelde dat ze dit moesten meemaken. Ik kon mijn moeders zus niet aankijken omdat zij de enige was die uitdrukte wat wij allemaal voelden. Ze snikte en huilde als de geluiden dichterbij kwamen. De enige persoon naar wie ik durfde te kijken was oma, die zoveel mogelijk kinderen vasthield als ze kon en geduldig hardop voorlas uit de Koran, en alleen af en toe pauzeerde om mijn tante te smeken om te stoppen met huilen.

    De raketten stopten net zo plotseling als ze begonnen waren. We wachtten dan een tijdje voordat oma ons vanuit de achterkamer, waar we ons hadden schuilgehouden, naar de woonkamer bracht. In de tijd dat we nog eten konden kopen, haalde ze een pot honing tevoorschijn en gaf de kinderen een lepel, in een poging de smaak van de angst uit onze mond te spoelen. Als de honing op was, maakte ze zoete thee die we dankbaar opdronken.

    Mijn oom begon te speculeren over waar de raketten zouden kunnen zijn ingeslagen. Het klonk dichtbij, zei hij dan. Zou het in Kululapushta kunnen zijn, een paar kilometer naar het zuiden, waar zijn broer woonde? Leefde hij nog? Waren zijn meisjes nog in leven? Deze oom had vijf dochters en de laatste tijd waren ze altijd doodsbang als we ze zagen. We maakten ons zorgen om hen, want hun huis was zo gebouwd dat ze een inslaande raket onmogelijk konden overleven. Ze hadden geen plek om te schuilen.

    Ik kon niet naar mijn zusje en broertje kijken omdat ik me op de een of andere manier schaamde dat dit hun kindertijd was

    ’s Ochtends kwamen de berichten over de doden binnen. Mijn oom fietste dan naar de markt om eten en water te halen. Voordat hij vertrok, nam hij afscheid van ons allemaal voor het geval hij het niet zou overleven. Hij waste zich volgens de instructies van de islam, zodat hij klaar was voor een eventuele dood. In de tijd dat hij weg was, bad oma. Ze bad en soms huilde ze. Het was geen hysterische huilbui zoals die van mijn tante, maar gewoon een golf van verdriet die zich uitte in tranen. Ik drukte me dan tegen haar aan omdat ik niet wist wat ik anders moest doen.

    Mijn oom fietste door de straat die leidde naar de school waar mijn moeder lesgaf en die nu gesloten was. Hij passeerde de moskee, die leeg was, en sloeg de hoek om waar kantoorboekhandel Tariq was geweest. De winkel was van de nicht van mijn moeder en vernoemd naar haar zoon. We kochten er altijd onze pennen en schriften, maar ze hadden de winkel gesloten en waren maanden eerder uit Afghanistan gevlucht. Mijn oom ging naar de markt die een paar maanden eerder nog vol vlees, groenten en fruit lag, op zoek naar eten. Slechts een paar onverschrokken verkopers waren er nog aan het werk – de rest van de markt was dicht omdat de wegen naar Kaboel waren gesloten en er bommen uit de lucht vielen.

    Als hij terugkwam hing er een sfeer van vermoeide opluchting in huis. Soms bracht hij eten mee waar we een paar dagen mee vooruit konden – aardappelen, wat suiker, wat groenten. Andere keren kwam hij terug met niet meer dan een paar radijsjes. Dat waren de enige keren dat oma gefrustreerd raakte. Er was al zo weinig om ons mee te voeden en het was haar taak om ervoor te zorgen dat we niet verhongerden. Ze kon al geen brood meer voor ons bakken, en heerlijke maaltijden bereiden. De Hawasana-dagen – zoals we de dagen noemden waarop we speciale maaltijden kregen – waren voorbij. Ik hield van het ritueel dat met die maaltijden gepaard ging. Mijn favoriete dag was die waarop ze mantu maakte, heerlijk gekruide knoedels met lamsgehakt geserveerd met yoghurt en munt. Ze begon vroeg in de ochtend met het deeg maken en het vlees hakken. De hele familie moest helpen om de knoedels te vullen. We zaten rond een grote houten tafel en mijn tante sneed kleine cirkels uit het deeg dat oma had uitgerold, vulde ze allemaal met vlees en gaf ze met perfecte precisie vorm. Ik telde altijd hoeveel ik er op mijn bord had, om er zeker van te zijn dat ik evenveel kreeg als mijn broers en zussen. Als ik me tekortgedaan voelde, gaf oma me er altijd een of twee van haar bord.

    Wat doet Iran?

    Op de aanval van Hamas, mede mogelijk gemaakt door jarenlange clandestiene Iraanse steun, is door de ayatollahs in Teheran met gejuich gereageerd.

    En facties van Jemen tot Irak en van Syrië tot Libanon die al tientallen jaren worden opgeleid, bewapend en gesteund door de Iraanse Revolutionaire Garde, zijn in opperste staat van paraatheid, aldus The Christian Science Monitor. Paradepaardje van deze ‘Iraanse as’ is het Libanese Hezbollah, dat na een decennium van oorlog in Syrië veel gevechtservaring heeft en dat beschikt over een arsenaal van naar schatting meer dan 150.000 raketten. 

    Toch heeft Hezbollah-leider Hassan Nasrallah – ondanks zijn anti-Amerikaanse en anti-Israëlische retoriek, en ondanks de opmerking van de Iraanse minister van Buitenlandse Zaken dat ‘alle vingers in de regio aan de trekker zitten’ – nog niets laten blijken van neigingen tot een grootscheepse aanval op Israël.

    ‘Ik denk niet dat de Iraniërs Hezbollah willen offeren op het altaar van Hamas, want uiteindelijk is Hezbollah een belangrijk onderdeel van de Iraanse strategie van afschrikking,’ zegt Nicholas Blanford, Hezbollah-expert bij de Atlantic Council, een Amerikaanse denktank. Een aanval van Hezbollah zou leiden tot ‘een pak slaag’ van Israël, ‘en er is er geen garantie dat ze zich daarna snel kunnen herbewapenen’. Het risico voor Iran is dus te groot, en bovendien heeft Hezbollah ook zonder een totale oorlog nog veel andere opties, aldus Blanford.

    Alles was op rantsoen, zelfs de radijsjes, en het allerbelangrijkste: water. De kinderen moesten een volwassene vragen om een glas water voor hen in te schenken als ze dorst hadden, voor het geval we de kan uit onze handen zouden laten glippen en kostbare druppels verspilden. Als de volwassenen naar buiten gingen, hoorden ze geruchten van mensen op de markt. Mensen spraken over wat hun buren deden om te overleven. Vóór de belegering legden we stukjes brood die beschimmeld en oudbakken waren apart zodat ze aan het vee gevoerd konden worden. Toen de voedseltekorten ontstonden, kochten en aten mensen beschimmeld brood dat ze in water lieten weken en daarna aan hun kinderen te eten gaven. Mijn tante spoorde ons met deze verhalen aan om alles te eten wat we kregen; de familie van die en die kookt botten drie of vier keer en drinkt de bouillon met niets anders, zei ze dan. Ze zien er nu uit als skeletten. Eet je aardappels op!

    Een tijdje later gingen er geruchten dat ouders hun kinderen rattengif waren gaan voeren omdat ze niet konden aanzien dat ze verhongerden. Ik ging naar bed en kreeg levendige nachtmerries over liefdevol worden toegedekt, om nooit meer wakker te worden. Ik vroeg me af of mijn ouders zoiets zouden doen. En dan besloot ik dat oma het niet zou laten gebeuren.

    Monsters

    Ik leerde dat het beter was om gedood te worden dan om gewond of verminkt te raken. De ziekenhuizen in Kaboel waren overvol met gewonden en bijna doden. Ik weet niet zeker wat er destijds met de zieken gebeurde. Ik hoorde verhalen van mensen die stierven door granaatscherven in hun gezicht of in hun lies – over sterfgevallen die dagen duurden. Ik hoorde over mensen die doodbloedden nadat ze een ledemaat waren verloren, over kinderen die in de armen van hun ouders stierven, met ontbrekende armen en benen. Ik hoorde van vrouwen die bevielen terwijl ze stierven aan hun verwondingen – baby’s die geboren werden terwijl hun moeders doodbloedden door een granaatscherf.

    Er was geen elektriciteit. Ons ritueel om op vrijdagavond een Bollywoodfilm te kijken was voorbij. In Afghanistan waren vrijdagen de rustdag. Ze begonnen met mijn vader en ooms die naar het vrijdaggebed gingen. Op de terugweg brachten ze wat lekkers mee – snoep of popcorn. We aten de familiemaaltijd en wachtten tot de film begon. De films waren liefdesverhalen waarin de geliefden altijd zegevierden ondanks vele, vaak belachelijke obstakels – zelfs als werden ze vermoord, dan nog zouden ze reïncarneren, hun dood wreken en zich herenigen met hun geliefden. Ik stelde me voor dat ik zou opgroeien en een jongen zou ontmoeten die net zo gek op mij zou zijn als de geliefden in Bollywoodfilms op elkaar. Maar nu stond de televisie stil in de hoek van de kamer.

    De duisternis werd angstaanjagend. Nadat ik de geruchten over het rattengif had gehoord kreeg ik nachtmerries over monsters. Monsters van teer met rode ogen zouden tevoorschijn komen uit het duister van de nacht om kinderen te verslinden. Ik werd wakker met zo’n angst dat ik niet kon schreeuwen. In de nachten dat Kaboel geen elektriciteit had, tastte ik onder de lakens naar de papierdunne handen van mijn oma. Houd mijn hand vast, houd mijn hand vast, huilde ik. Dat deed ze altijd, ze trok me naar zich toe, hield mijn voorhoofd vast en las voor uit de Koran.

    Toen het huis van onze buren werd geraakt, werd alles zwart. Ik was in de kamer waarin we zoals altijd schuilden en sloot mijn oren en ogen. Het geluid van een raket die een groot voorwerp raakt, dringt je lichaam binnen en blijft daar voor altijd. Tot op de dag van vandaag brengt een luide knal het kind terug dat haar kaken op elkaar klemde toen de raket op onze straat viel, wachtend tot de granaatscherven in haar lichaam zouden snijden, tot het bloed zou gutsen en de botten en huid in de rondte zouden vliegen.

    Dagen later, toen er een moment van rust was, gingen we op bezoek bij onze buurman. Zijn huis was zwaar beschadigd. De raket was door één kant van de muur gedrongen en had alle ramen verbrijzeld. Het huis was stil, wat vreemd en onheilspellend aanvoelde. Gewoonlijk waren Afghaanse huishoudens luidruchtig en vol geklets. De familie zat in een kring zoals gewoon is bij Afghaanse families, ze dronken thee en aten gedroogd fruit. Hun jongste zoon lag gewond in de hoek van de woonkamer, in verband, met een vergeelde huid. Hij zag eruit alsof hij aan het dagdromen was, zijn ogen strak naar het plafond gericht. Ik voelde me misselijk en hoewel ik bij hem wilde gaan zitten en met hem wilde spelen, kon ik het niet. Diep in mijn kleine lichaam was er iets wat wist dat hij stervende was. Ik wilde niet bij hem in de buurt zijn. Ik vroeg me af of de dood besmettelijk was. Als ik hem aanraakte, zou ik dan de volgende zijn? Toen hij stierf, was er geen begrafenis, want als je iemand op de begraafplaats begroef, kon dat je dood betekenen. Ze maakten in de tuin een klein kindergraf voor hem.

    Kinderen die ooit in de straat aan het vliegeren waren, verstoppertje speelden of hinkelden – ze waren weg

    Ongeveer een maand voordat we uiteindelijk ons huis ontvluchtten, werden er op een dag in augustus 1992 duizend raketten afgevuurd op Kaboel, op de huizen van gewone mensen. Ik heb niet veel herinneringen aan die tijd, er is alleen nog wat er in mijn lichaam is achtergebleven: de pijn en de spanning en de gevoelens van doodsangst die soms uit het niets opduiken. Ik herinner me wel de stilte tussen de vallende granaten. Alle andere geluiden waren verdwenen. Ik hoorde geen vogels, geen geratel op straat of geluid van regen – alleen het gesuis van een raket, de knal van de explosie. En dan: stilte.

    Elke keer als er een raket insloeg, werd er een kind gedood. Ik hoorde over de dood van klasgenoten en van buren, van kinderen die we kenden. Kinderen die ooit in de straat aan het vliegeren waren, verstoppertje speelden of hinkelden (mijn favoriete spel) – ze waren weg. In bomen klimmen, kattenkwaad, driftbuien, bij elke maaltijd vragen om chips: weg. Geen lievelingskleur meer te bekennen.

    Omdat ik niet kon begrijpen waarom iemand kinderen zou willen vermoorden, begon ik in gedachten verhalen te verzinnen. Voordat we onder vuur kwamen te liggen, bezochten we heiligdommen om offers te brengen aan soefi-heiligen. Iedereen bracht snoepjes mee en mijn vier broers en zussen en ik renden rond om daar zoveel mogelijk van op te eten. Mijn tante probeerde ons tegen te houden door ons te waarschuwen dat als we een heilige boos maakten, hij ons zou komen halen.

    Wat als wij kinderen de heiligen echt boos hadden gemaakt en wij nu met ons vlees voor die zonden zouden moeten boeten? Was er een boetedoening die dat zou kunnen stoppen? Of was het omdat ik loog over mijn huiswerk? Of omdat ik mijn kleine zusje had uitgelachen en aan het huilen had gemaakt? Of misschien omdat ik de chocolaatjes had gestolen die voor Eid bedoeld waren en ze stiekem had opgegeten? Ik somde elke zonde op en vroeg om vergeving. Ik wist niet wat deze ramp had veroorzaakt, ik wist alleen dat ik wilde dat er een einde aan kwam.

    Collateral damage

    Als ik zie hoe de kinderen van Gaza nu onder vuur liggen, komt dit allemaal weer terug. Mijn hele leven probeer ik in het reine te komen met het feit dat ik ben opgegroeid te midden van geweld, en met de les dat kinderen in oorlogen nu eenmaal slachtoffer zijn – collateral damage, aldus de mensen die op televisie eindeloos over oorlog praten. Mijn leven is een onafgebroken zoektocht geweest naar de menselijkheid waar mijn oma tot het bittere einde in geloofde. ‘Hoe bang en wraakzuchtig zijn mannen die kinderen vermoorden?’ zei ze zachtjes, alsof ze het aan zichzelf vroeg. Die vraag hoor ik nog steeds.

    Kinderen betalen de hoogste prijs voor oorlog. Toen ik in 2014 als humanitair hulpverlener aan de Syrische grens werkte, zag ik vele verwondingen als gevolg van de barrel bombs waarmee burgers dag in dag uit werden bestookt. Bommen vol spijkers, schroot en olie. De verwondingen waren gruwelijk. Kinderen werden gedood door spijkers die hun schedel doorboorden of door olie die hen levend verbrandde. Tussen 2011 en 2021 werd in Syrië gemiddeld elke acht uur een kind gedood of verwond. In Irak en Oekraïne doden de door de VS en Rusland afgeworpen clusterbommen kinderen nog lang nadat ze zijn gedropt. Deze illegale wapens zijn ontworpen om ‘slapend’ te blijven totdat ze weer dood en verderf kunnen zaaien, meestal onder kinderen die ze nietsvermoedend oprapen. Ik weet nu dat er geen monsters in het donker zijn. Er zijn alleen volwassenen, die zo doodsbang zijn dat ze in staat zijn te doden.

    Het gevoel dat iemand je dood wil hebben gaat nooit helemaal weg. Het leeft door in je lichaam, als een alarm dat je eraan herinnert dat de wereld gevaarlijk en onvriendelijk is. Het kleurt elke nieuwe interactie – een nauwgezette waakzaamheid wanneer je een nieuwe plek betreedt. De vraag – ‘Ga ik hier dood aan?’ – is constant aanwezig in je onderbewustzijn. Af en toe komt deze bovendrijven en schudt je hele bestaan door de war.

    De positie van Saoedi-Arabië

    In Informed Comment pleit Ali Abootalebi, hoogleraar Midden-Oostenwetenschappen en wereldpolitiek aan de Universiteit van Wisconsin, voor een rol van Saoedi-Arabië als bemiddelaar.

    De Saoedische kroonprins Mohammed bin Salman heeft al belangstelling getoond voor erkenning van Israël in ruil voor Amerikaanse veiligheidsgaranties en nucleaire samenwerking. Ook in zijn nauwere samenwerking met China toont Saoedi-Arabië een pragmatische instelling, stelt Abootalebi. Het zou ronduit verstandig zijn als de oliegrootmacht initiatief zou tonen, want ‘de noodlottige interventie in Jemen’ en ‘het in bedwang houden van de zogenaamde “Iraanse dreiging” hebben alleen maar geleid tot kostbare wapenaankopen en politieke conflicten met traditionele bondgenoten (de Verenigde Arabische Emiraten en Qatar)’.

    Gezien de krappe energiemarkt en de rol van Rusland daarin, de oorlog in Oekraïne, de relatief rustige situatie in Jemen en de voorzichtige toenadering tot Iran is de tijd nu rijp voor Saoedi-Arabië om druk uit te oefenen op de VS en Israël en zich op te werpen als een leidend Arabisch land dat de Palestijnse zaak bepleit. Een evenwichtig en assertief Saoedisch buitenlands beleid zou niet alleen bijdragen aan herstel van het imago van Bin Salman, ‘maar ook de regionale politieke stabiliteit en welvaart dienen’.

    Oorlog heeft op alle kinderen hetzelfde effect, waar ze ook geboren worden. Ik begon dit te begrijpen nadat een geliefde lerares, wiens vader een van de eerste soldaten was die Auschwitz bevrijdden, mij het dagboek van Anne Frank gaf. Ik herkende de dialoog in haar gedachten toen ze zich verborg voor de mensen die haar dood wilden. Ze vroeg zich net als ik af wie er zulk wreed geweld gebruikte en waarom. Tijdens het lezen leefde ik mee met haar oprechte pogingen om een wereld te begrijpen die geen waarde hecht aan het leven van een kind, een wereld die haar ontmenselijkte zodat ze kon worden vermoord.

    In 2016 richtte ik Amna op, een liefdadigheidsinstelling die kinderen helpt te herstellen van oorlogstrauma’s. Toen ik met vluchtelingenkinderen in Griekenland werkte, zag ik bij hen dezelfde doodsangst en verwarring die ik voelde toen ik zelf oorlog meemaakte. Ik zal me altijd dat kleine Koerdische meisje herinneren, in een van de speelgroepen die ik leidde in een kamp in Noord-Griekenland. Ze was zeven of acht jaar oud – dezelfde leeftijd als mijn zusje toen we uit Kaboel wegvluchtten. Ze was zo bang dat ze gestopt was met praten. Ze was bang voor andere kinderen. Ze was bang voor de volwassenen in de kamer. Zelfs als ik haar speelgoed aanreikte, verstopte ze zich achter haar moeder. Maandenlang zei ze niets, totdat ze zich dankzij de hulp die ze tijdens groepstherapie kreeg veilig genoeg voelde om naar een speeltje te reiken. Nog steeds angstig en aarzelend, hield ze de knuffel op afstand van haar gezicht, alsof ze haar eigen instructies opvolgde.

    Oorlog brengt mensen in verwarring, vooral de volwassenen die de oorlog voeren. Ze verliezen zich in technische details en zelfbedrog en zetten hun eigen pijn en slachtofferschap om in zogenaamd rechtvaardige acties, ongeacht de gevolgen. Als kind was het voor mij heel duidelijk wat er moest gebeuren. Na elke keer dat we voor de bommen moesten schuilen werd ik boos. Ik begreep het toen nog niet, maar die woede was zo terecht. Die manifesteerde zich niet in een verlangen naar wraak of de behoefte om van mij en mijn familie slachtoffers te maken die hun levens en menselijkheid waren verloren. Het was een vastberaden eis die zich steeds opnieuw afspeelde in mijn tienjarige hoofd en die sindsdien nog altijd resoneert: stop met het vermoorden van kinderen.

  • Afghanen verlaten Pakistan massaal na oproep te vertrekken

    Afghanen verlaten Pakistan massaal na oproep te vertrekken

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Tientallen doden na luchtaanval op vluchtelingenkamp Gaza

    » Kritiek op ambassadeur Israël bij de VN na dragen gele Davidster

    Op 1 november moeten migranten zonder documenten weg zijn

    Steeds meer Afghanen keren terug naar Afghanistan of trekken naar andere landen, nu de deadline van de regering van Pakistan steeds verder nadert. In oktober kondigde deze regering aan dat migranten zonder papieren het land uitgezet zouden worden. Al Jazeera schrijft dat zeker 70.000 migranten inmiddels het land hebben verlaten.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Pakistan is de thuisbasis van meer dan 4 miljoen Afghaanse migranten en vluchtelingen, waarvan ongeveer 1,7 miljoen zonder papieren, zo zegt de Pakistaanse regering. De dreiging met uitzetting volgde op de toename in zelfmoordaanslagen dit jaar, waar volgens de regering Afghanen bij betrokken waren.

    Pakistan, dat kampt met een recordinflatie en een zwaar reddingsprogramma van het Internationaal Monetair Fonds, zegt daarnaast dat migranten zonder papieren al tientallen jaren de sociale diensten van het land uitputten. Of de regering vanaf vandaag daadwerkelijk gaat beginnen met grootschalige deportaties van migranten, is niet bekend.

    Lees ook:

    https://360magazine.nl/taliban-maken-einde-aan-tijdperk-met-afghanistan-als-grootste-heroineproducent/