Tag: AI

  • Deze Venezolanen trainen AI voor een hongerloon. ‘Het is slavenarbeid’

    Deze Venezolanen trainen AI voor een hongerloon. ‘Het is slavenarbeid’

    Achter de miljardenindustrie van kunstmatige intelligentie gaan honderden Venezolanen schuil die algoritmes trainen voor een schamele vergoeding. Door de diepe economische crisis in het land is dit een van de weinige manieren om te overleven. Experts spreken van ‘kolonialisme door AI’.

    De economische crisis in Venezuela dwong Oskarina Fuentes zeven jaar geleden om aan de slag te gaan als onzichtbare werker in de wereld van kunstmatige intelligentie (AI). Haar rol is het taggen van data, met als doel de prestaties van internetrobots te verbeteren. Daarvoor krijgt ze een minimale vergoeding waarvan ze moet zien te overleven. ‘Het gaat om meer dan alleen zoekopdrachten,’ zegt de drieëntertigjarige vrouw. Ze legt zich toe op het verzamelen van data van bedrijven en mensen, het selecteren van het beste antwoord op zoekopdrachten, het modereren van inhoud zodat sommige gruwelijke content niet online kan circuleren – een oneindige hoeveelheid werk waarmee ze enkele dollarcenten toevoegt aan haar Appen-account.

    Appen is een Australisch virtueel platform dat data verzamelt voor techreuzen als Microsoft, Amazon en Google om hun AI-systemen te verbeteren. Medewerkers uit meer dan honderdzeventig landen registreren zich op het platform en kiezen er welke taken ze zullen uitvoeren.

    Door het ‘labelen’ of ‘annoteren’, zoals Oskarina Fuentes doet, krijgen rekenmodellen informatie op basis waarvan ze beslissingen kunnen nemen, uiteenlopend van het verbeteren van zoekopdrachten op het web tot het mogelijk maken van complexere algoritmen, zoals die van een zelfrijdende auto. ‘Het systeem leert van het werk dat deze werkers doen,’ zegt Alberto Delgado, een AI-expert aan de Universidad Nacional van Colombia.

    Achter de schermen van deze miljardenindustrie schommelt de betaling aan Fuentes tussen de 200 en 300 dollar per maand, wat dicht in de buurt komt van het minimumloon in Colombia (209 dollar), het land waarnaar ze in 2019 migreerde met haar moeder. De diepe economische crisis die Venezuela al tien jaar teistert, heeft velen gedwongen op zoek te gaan naar alternatieve methoden om te overleven. En platforms voor het ‘labelen van data’, waarvoor geen speciale kwalificatie is vereist, bieden mogelijkheden om de honger te stillen.

    Slavenarbeid

    Fuentes, die afgestudeerd is als ingenieur in de olie-industrie, lijdt aan diabetes en heeft een slechte gezondheid. Daardoor kan ze haar beroep niet uitoefenen en kan ze ook geen andere baan vinden. Honderden Venezolanen met wie ze op het sociale netwerk Telegram praat over hun ervaringen op Appen vonden evenmin een alternatief voor hun levensonderhoud.

    Het platform Appen, dat volgens een Australisch mediakanaal zo’n 500 miljoen dollar waard is, belooft dat de beloning van zijn werknemers ‘het minimumloon in de regio overstijgt’. Na meer dan vijf jaar hyperinflatie is dat in Venezuela niet zo moeilijk.

    ‘Met veel moeite kan ik ongeveer 200 dollar per maand bij elkaar schrapen,’ zegt een werknemer die haar naam liever niet bekend wil maken uit angst voor represailles van het bedrijf. Haar inkomsten komen van haar werk bij Appen en vergelijkbare sites zoals Toloka, Hive Micro, Testable Minds en Paidera. Het geld dat ze verdient is nauwelijks genoeg om zichzelf, haar man en twee kinderen te kunnen voeden. Een ander inkomen is er niet. ‘Het is slavenarbeid die slecht wordt betaald,’ zegt de vrouw, die zich in de Venezolaanse stad Cabimas vastklampt aan dit virtuele werk.

    Rodrigo Sircello, die werkt vanuit Maracaibo, zegt dat hij en zijn partner zich in 2016 hebben ingeschreven na de belofte van een goed inkomen. ‘Mijn vrouw kreeg voortdurend e-mails van Appen (…) In hun advertenties stond dat het ging om werken op afstand en dat je veel geld kon verdienen,’ zegt de zevenenvijftigjarige.

    Nu, in 2023, hebben hij en zijn gezin moeite om de eindjes aan elkaar te knopen. Er is geen werk. ‘Sinds het begin van dit jaar lukt het nauwelijks om een minimumbedrag van 10 dollar per week te halen,’ zegt Sircello, die het geld van zijn maandelijkse pensioen dat hij heeft opgebouwd als bibliothecaris gebruikt om de internetverbinding te betalen die hij nodig heeft voor Appen. Hoeveel jaar ze ook ingeschreven staan bij het platform, de medewerkers hebben geen vast dienstverband bij het bedrijf en kunnen ook niet rekenen op gegarandeerde opdrachten of andere garanties. Bovendien valt het werk vaak niet samen met de tijdzone in het gebied waar ze zich bevinden; als de nood hoog is, geven Venezolanen zich op om te werken op welk tijdstip dan ook.

    ‘Ik voel me geen slaaf van Appen of van AI. We zijn slaven van het Latijns-Amerikaanse systeem’ 

    ‘Ik heb slaapproblemen,’ benadrukt de werknemer uit Cabimas, die haar computer ‘vierentwintig uur per dag aan heeft staan’, voor het geval ze in de vroege ochtenduren een melding krijgt over een opdracht. Als er problemen zijn op het platform, zegt ze, doet Appen er lang over om te reageren op klachten, áls er al wordt gereageerd. ‘Ze beantwoorden mijn tickets niet,’ zegt de vrouw. Voortdurende stroomuitval bemoeilijkt haar werk. Op vragen over hoe het zijn werknemers behandelt, antwoordde Appen in een e-mail aan El País dat het bedrijf ‘veel waarde hecht aan zijn werknemers, omdat zij het weefsel vormen van de samenlevingen waarin ze actief zijn’. Appen beantwoordde geen specifieke vragen over de omstandigheden van Venezolaanse werknemers.

    Het verhaal van Fuentes kwam in april 2022 aan het licht door een reeks artikelen van het tijdschrift van het Massachusetts Institute of Technology (MIT), waarin wordt gesproken over ‘kolonialisme door AI’. Aan de hand van verschillende gevallen brengt het tijdschrift de macht in beeld die grote bedrijven in deze industrie hebben over medewerkers in ontwikkelingslanden, die in precaire omstandigheden verkeren. Deze gevallen versterken ‘het idee dat AI een nieuwe koloniale wereldorde creëert’, aldus het tijdschrift.

    Naar aanleiding van de artikelen werd de naam van Fuentes vervolgens wereldwijd aangehaald in de media, op een manier waar ze het niet helemaal mee eens is. ‘Ik voel me geen slaaf van Appen of van AI,’ zegt de jonge vrouw. ‘We zijn slaven van het Latijns-Amerikaanse systeem,’ verduidelijkt ze. Fuentes is van mening dat het leven in een lage-inkomensregio de oorzaak is van het gebrek aan garanties.

    Eerder dit jaar meldde tijdschrift Time vergelijkbare gevallen bij het bedrijf OpenIA. Dat besteedt werk uit aan mensen in Kenia, profiterend van de zwakke economie van het Afrikaanse land. Medewerkers filteren ongewenste teksten uit ChatGPT tegen een betaling van twee dollar per uur.

    Gedragscode

    Oskarina Fuentes, liefhebber van anime en dieren, benadrukt dat ze haar ervaringen graag kenbaar maakt zodat Appen naar zijn medewerkers gaat luisteren, ‘ervaren, hardwerkende mensen’. ‘We willen erkenning voor onze inspanningen en meer kansen krijgen,’ zegt de jonge vrouw vanuit haar woonplaats in een stad in Antioquia in Colombia. AI-expert Alberto Delgado zegt dat de problemen van de medewerkers komen door het gebrek aan controle in deze branche. ‘AI treft mensen. Daarom moeten we ethische principes en regulering toepassen,’ aldus de universiteitsdocent.

    Vorige maand kondigden de Europese Unie en de Verenigde Staten vooruitgang aan wat betreft een ontwerp van een gemeenschappelijke ‘gedragscode’ voor AI, die in de toekomst op vrijwillige basis zou kunnen worden toegepast. UNESCO stelt in een handleiding uit 2021 met aanbevelingen over dit onderwerp dat er aandacht moet komen voor landen met lagere middeninkomens ‘die kwetsbaarder zijn voor mogelijk misbruik door een dominante marktpositie’.

    Maar ook zonder actieve regelgeving of garanties willen Fuentes en haar collega’s in Venezuela dat ‘Appen blijft functioneren’, zodat ze hun rekeningen kunnen betalen. Ze vragen om ‘meer opdrachten’, wachten vierentwintig uur naast hun computers, gedreven door angst veroorzaakt door de ineenstorting van hun geboorteland.

    Lees ook:

  • Verenigd Koninkrijk gaat wereldwijde top over AI organiseren

    Verenigd Koninkrijk gaat wereldwijde top over AI organiseren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Donald Trump doelwit in juridisch onderzoek naar geheime documenten

    » Chaos bij CNN: CEO Chris Licht moet al na een jaar vertrekken

    Rishi Sunak kondigde de top aan tijdens bezoek aan de VS

    Tijdens een bezoek aan Washington kondigde premier Rishi Sunak woensdag aan dat het Verenigd Koninkrijk tegen het einde van het jaar de eerste wereldwijde top over kunstmatige intelligentie gaat organiseren, schrijft Politico. ‘Rishi Sunak wil van het Verenigd Koninkrijk een belangrijke speler op dit gebied maken’, schrijft de website.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    ‘AI heeft een ongelooflijk potentieel om ons leven ten goede te veranderen. Maar we moeten ervoor zorgen dat ze veilig wordt ontwikkeld en gebruikt’, aldus de Britse premier. Downing Street heeft niet gezegd welke landen of bedrijven de gesprekken zullen bijwonen, maar de woordvoerder van de premier zei tegen Politico dat Sunak probeert om ‘gelijkgestemde’ landen bij elkaar te brengen, waarbij hij opmerkte dat de premier de kwestie met alle G7-leden heeft besproken.

    Lees ook:

  • Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Hoe AI onze samenlevingen gaat veranderen

    Elke week pluist de redactie van 360 een actuele gebeurtenis voor je uit aan de hand van de internationale pers. Deze week kijken we naar de razendsnelle ontwikkeling van AI. Welke invloed gaat kunstmatige intelligentie hebben op ons werk en op de politiek?

    Dit artikel verscheen woensdag in de nieuwsbrief Buiten de grenzen, exclusief voor abonnees. Wil je elke week op de hoogte blijven? Neem dan een (proef)abonnement – al vanaf €4 per maand – op 360 Magazine en abonneer je op de nieuwsbrieven.

    Hoe werkt kunstmatige intelligentie (en waarom is dat bedreigend)?

    ‘Technologische revoluties beginnen meestal met weinig tamtam (…). Met kunstmatige intelligentie is dat anders. In de lente van 2023 merkten miljoenen technologiebewuste mensen en daarna het brede publiek binnen een paar weken dat er een transformatie plaatsvond die de aard van werk, leren en creativiteit en de taken van het dagelijks leven zou veranderen’, schrijft Walter Isaacson in The Wall Street Journal.

    De razendsnelle opkomst van chatbots, zoals ChatGPT, en andere vormen van generatieve AI – computers die originele tekst of beelden kunnen genereren door zichzelf te trainen met enorme datasets – zal je vast niet zijn ontgaan. Maar hoe werkt kunstmatige intelligentie precies?

    Kunstmatige intelligentie, beter bekend als AI (artificial intelligence), verwijst naar het vermogen van computers en computersystemen om taken uit te voeren die normaliter menselijke intelligentie vereisen. Hierbij valt te denken aan leren, redeneren, beslissingen nemen, problemen oplossen en menselijke taal begrijpen.

    AI maakt gebruik van diverse technieken en benaderingen, waaronder machine learning, natuurlijke taalverwerking, beeldherkenning, neurale netwerken en expertsystemen. Bijzonder relevant is het belang van machine learning binnen kunstmatige intelligentie. Dit betreft het vermogen van computersystemen om automatisch te leren en te verbeteren door middel van ervaring, zonder expliciete programmering.

    mojahid mottakin 1Na806ZwUPg unsplash
    ChatGPT, van het bedrijf OpenAI, is een van de populairste AI-tools van dit moment. – © Mojahid Mottakin / Unsplash

    Laten we, om dit concreter in te maken, inzoomen op chatbots, zoals ChatGPT. ‘Chatbots kunnen niet denken zoals mensen: Ze begrijpen niet echt wat we zeggen’, schrijft The Washington Post. ‘Ze kunnen menselijke spraak nabootsen omdat de kunstmatige intelligentie die hen aanstuurt een gigantische hoeveelheid tekst tot zijn beschikking heeft, meestal afkomstig van het internet.’

    Technologiebedrijven zijn nogal geheimzinnig over welke input ze hun AI-systemen geven. The Washington Post heeft een van deze datasets geanalyseerd om volledig te onthullen welke websites in de trainingsdata van een AI worden opgenomen. Uit het onderzoek bleek dat de dataset voornamelijk bestaat uit websites uit de journalistiek, entertainment, softwareontwikkeling, geneeskunde en contentcreatie. De drie sites die verantwoordelijk zijn voor de meeste data waren patents.google.com, met tekst van octrooien van over de hele wereld; wikipedia.org, de gratis online encyclopedie; en scribd.com, een digitale bibliotheek op abonnementsbasis.

    Opvallend is dat ook websites die zich bezighouden met illegale activiteiten en websites met privégegevens deel uitmaken van de trainingsdata. Zo zijn er sites voor piraterij en namaakgoederen aangetroffen, evenals databases met gegevens van Amerikaanse kiezers. 

    Daarnaast zijn sommige websites met potentieel aanstootgevende inhoud niet correct gefilterd uit de trainingsdata, waaronder de extreemrechtse site stormfront.org. De auteurs van het WSJ-artikel waarschuwen daarom voor privacykwesties en mogelijke verspreiding van vooroordelen, propaganda en desinformatie door AI-chatbots. 

    Gezien het toenemende belang van AI-modellen in ons dagelijks leven zouden bedrijven transparanter moeten zijn over de inhoud van hun trainingsdata, stelt The Wall Street Journal. Als wij als gebruikers niet weten met welke data een AI is getraind, kunnen we ook niet de betrouwbaarheid van de output van een AI vaststellen.

    Hoe gaat AI de manier waarop we werken veranderen?

    ‘Van landbouw en onderwijs tot gezondheidszorg en het leger, kunstmatige intelligentie staat op het punt de werkplek ingrijpend te veranderen. Maar kan het een positieve impact hebben – of staat ons een duistere toekomst te wachten?’ vraagt Philippa Kelly van The Guardian zich af. 

    Volgens Philip Torr, hoogleraar technische wetenschappen aan de Universiteit van Oxford, wordt de soep niet zo heet gegeten. Kelly ging te rade bij Torr, die stelt dat de feilbaarheid van AI-tools – die niet worden gedreven door emotie, maar door gegevens en algoritmen – betekent dat menselijke arbeid essentieel zal blijven. ‘Industriële revoluties in het verleden hebben doorgaans geleid tot meer werkgelegenheid, niet minder,’ aldus Torr tegen The Guardian. ‘Ik denk dat we het type banen zullen zien veranderen, maar dat is een natuurlijke ontwikkeling.’

    Uit een recente raming van Goldman Sachs komt naar voren dat generatieve AI, zoals ChatGPT, taken zou kunnen automatiseren die overeenkomen met 300 miljoen voltijdse banen wereldwijd, schrijft The New York Times. De hoogste baas van IBM zei al eerder tegen de krant dat hij verwacht dat AI een grote impact zal hebben op hoogopgeleid werk, waardoor tot 30 procent van de functies overbodig wordt en nieuwe functies worden gecreëerd. 

    De Amerikaanse universiteit MIT, zo haalt The New York Times aan in een ander artikel, voerde onlangs een onderzoek uit naar de impact van ChatGPT op werk in human resources en marketing. De deelnemers kregen taken die doorgaans twintig tot dertig minuten duren, zoals het schrijven van nieuwsberichten en korte rapporten. Degenen die ChatGPT gebruikten voltooiden de opdrachten gemiddeld 37 procent sneller dan degenen die dat niet deden – een aanzienlijke productiviteitsverhoging. Ook meldden zij een toename van 20 procent in werktevredenheid.

    Een andere studie, die NYT aanhaalt, onderzocht het effect van generatieve AI op softwareontwikkelaars. In een onderzoek uitgevoerd door GitHub voltooiden ontwikkelaars die werden aangemoedigd het programma Copilot te gebruiken, de basale taak die ze kregen opgedragen 55 procent sneller dan degenen die de opdracht handmatig uitvoerden.

    DALL·E 2023 05 31 14.50.49 Visualize how AI works in an colourful artwork
    Deze afbeelding is gegenereerd door DALL.E, aan de hand van de volgende opdracht: ‘Visualiseer hoe AI werkt in een kleurrijk kunstwerk.’ DALL.E is een AI-software gemaakt door OpenAI, het bedrijf achter ChatGP. – © 360 Magazine

    Volgens het rapport van Goldman Sach kan generatieve AI de groei van de Amerikaanse arbeidsproductiviteit in tien jaar tijd met bijna 1,5 procentpunt per jaar doen toenemen en het jaarlijkse wereldwijde bruto binnenlands product met 7 procent kunnen verhogen. Ook zou het kunnen leiden tot voorheen ondenkbare creatieve beroepen.

    Maar voor veel werknemers zal de onzekerheid wat betreft werk en inkomen enorm groeien, aldus NYT. Volgens een studie van onderzoekers van het Massachusetts Institute of Technology en de Universiteit van Boston is automatisering een belangrijke motor van inkomensongelijkheid in Amerika. Volgens hun schattingen is 50 tot 70 procent van de veranderingen in de Amerikaanse loonstructuur sinds 1980 te wijten aan inkomensverlies onder arbeiders en kantoorpersoneel als gevolg van automatisering.

    ‘Hoewel de makers van AI de nadruk leggen op het potentieel van de technologie om werkgelegenheid te creëren, zullen veel werknemers die op zoek gaan naar een nieuwe baan die goed betaalt en voldoening geeft, te maken krijgen met een ontwrichte arbeidsmarkt’, concludeert Emma Goldberg van The New York Times

    Hoe gaat AI de politiek veranderen? 

    ‘Afhankelijk van wie je het in de politiek vraagt, zal de plotselinge vooruitgang in kunstmatige intelligentie de Amerikaanse democratie ten goede veranderen of haar ondergang bewerkstelligen’, schrijft Russel Berman van The Atlantic. ‘Momenteel zijn de doemdenkers luider. Stemvervalsingstechnologie en deepfakevideo’s jagen campagnestrategen angst aan.’

    Er is echter ook een kamp dat denkt dat AI de kosten van campagnevoeren drastisch naar beneden kan brengen. Dit is vooral een belangrijke factor in de VS, waar veel geld nodig is om aan verkiezingen deel te nemen en kiezers achter je te krijgen. ‘Het resultaat zou een meer open en toegankelijke democratie kunnen zijn, waarin kleine, sobere campagnes kunnen concurreren met goed gefinancierde giganten’, aldus Berman. 

    Volgens de Atlantic-redacteur is het gebruik van generatieve AI-software zoals ChatGPT en DALL-E om digitale advertenties te maken, teksten te corrigeren en zelfs persberichten en fondsenwervingspraatjes te schrijven al gemeengoed in politieke campagnes in de VS. De Republikeinen hebben zelfs al een video uitgebracht die gemaakt is met door AI gegenereerde beelden om een dystopische toekomst voor te stellen als Biden opnieuw president wordt in 2024.

    Dit creëert ook het risico dat met weinig middelen geloofwaardig nepnieuws en -video’s kunnen worden verspreid die de verkiezingen drastisch kunnen beïnvloeden. Zo zou ‘een overtuigende deepfake kunnen worden gepubliceerd aan de vooravond van de verkiezingen, waardoor er te weinig tijd is om het bericht op grote schaal te ontkrachten’, aldus Berman. 

    ANP 469889073
    De Spaanse premier, Pedro Sánchez (rechts), ontmoette de CEO van OpenAI, Sam Altman (links), in Madrid op 22 mei. Tijdens de bijeenkomst bespraken ze de noodzaak van een wereldwijd agentschap dat toezicht houdt op kunstmatige intelligentie. – © Fernando Calvo / EPA

    AI kan niet alleen worden toegepast in politieke campagnes, maar ook in beleid. ‘De fundamenten van beleidsvorming – in het bijzonder het vermogen om patronen van behoeften waar te nemen, op bewijs gebaseerde programma’s te ontwikkelen, resultaten te voorspellen en de effectiviteit te analyseren – vallen precies in de sweet spot van AI’, aldus het managementadviesbureau BCG in een paper die in 2021 werd gepubliceerd.’ Maar dit is niet zonder risico’s, volgens The Guardian.

    Zo kunnen er vooroordelen bestaan in AI-systemen. ‘Algoritmen zijn slechts zo goed als de gegevens waarop ze zijn gebaseerd, en het probleem met de huidige AI is dat deze is getraind op gegevens die onvolledig of niet representatief zijn. Het risico op vooroordelen of oneerlijkheid is behoorlijk groot,’ zegt ook Darrell West, senior fellow bij het Center for Technology Innovation van het Brookings Institute tegen de Britse krant. Een ander risico is dat als overheden meer data gaan verzamelen over hun burgers om AI te trainen, deze data kunnen uitlekken of in de toekomst kunnen worden gebruikt om burgers te manipuleren. 

    Om willekeur in door AI-gestuurd beleid te voorkomen pleit Walter Isaacson in The Wall Street Journal voor een betere verhouding tussen mens en machine. ‘Het doel moet zijn ervoor te zorgen dat onze machines altijd verbonden zijn met menselijk handelen. Op zijn minst zou dat ervoor zorgen dat echte mensen verantwoordelijk en aansprakelijk zijn voor wat de machines doen. En in het beste geval zou het de kans verkleinen dat deze systemen op hol slaan en als het ware een eigen leven gaan leiden.’ 

    Geen wonder dat er zowel techondernemers als politici oproepen om AI beter te reguleren. Zo ondertekenden verschillende experts en publieke figuren deze week een statement van het Center for AI Safety, waarin zij de risico’s van AI aan de kaak stellen.

    Voor deze nieuwsbrief is gebruikgemaakt van DeepL als hulpmiddel bij het vertalen van citaten en ChatGPT voor het samenvatten van artikelen en als sparringpartner. Alle tekst is evengoed geschreven door een persoon en gecontroleerd door verschillende andere personen. 

    Lees ook:

  • Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    Moeten AI-chatbots dezelfde rechten krijgen als mensen?

    De doorbraak van ChatGPT en de razendsnelle ontwikkeling van AI roept nieuwe ethische vraagstukken op. Wanneer moeten we chatbots als mensen behandelen? En kunnen we kunstmatige intelligentie aansprakelijk stellen als die een fout maakt?

    Een software-ingenieur van Google deed vorig jaar een bijzondere bewering: dat een door dit bedrijf ontwikkelde AI-chatbot een bewustzijn, het recht om als een persoon te worden gezien en misschien zelfs een ziel had. Na een volgens Google ‘langdurige dialoog’ met de betreffende werknemer over deze kwestie werd hij door het bedrijf ontslagen. Dat is waarschijnlijk niet het laatste voorval in zijn soort. Kunstmatige intelligentie kan nu al essays schrijven, winnen met schaken, mogelijke tumoren detecteren en zakelijke besluiten nemen. Dat is slechts het begin van een technologie die alleen maar krachtiger en breder verbreid zal worden en zo de aloude vrees voedt dat de robots ons op een goede dag voorbij zullen streven.

    De vraag of ze rechten moeten krijgen, wordt prangender door de plotse doorbraak van ChatGPT en het met AI uitgebreide Bing (de zoekmachine van Microsoft), die de wereld verrassen met de kwaliteit van hun antwoorden op de vragen van gebruikers. Nu wordt door juristen, filosofen en robotdeskundigen al jaren over deze kwesties gedebatteerd. En de algemene teneur van dat debat is dat er rechten moeten worden toegekend aan kunstmatige intelligentie zodra die een bepaalde mate van verfijning bereikt. ‘Het zou een ethisch fiasco zijn,’ schrijven de filosofen Eric Schwitzgebel en Mara Garza in een artikel uit 2015, ‘als onze maatschappij in de toekomst grote aantallen AI’s van menselijk niveau bouwt die over net zoveel bewustzijn beschikken als wij, net zo bezorgd zijn over hun toekomst en net zo goed in staat tot het ervaren van vreugde en pijn, en die AI’s vervolgens op triviale gronden simpelweg worden gemarteld, tot slaaf gemaakt en gedood.’

    Lees ook:

    Deze opvatting berust vooral op de verwachting dat robots zoiets als bewustzijn kunnen ontwikkelen: het vermogen om dingen waar te nemen en te voelen. De vraag is of een artificieel brein ooit echt zover kan komen, of dat het hooguit een bewustzijn kan nabootsen, zoals nu nog het geval lijkt te zijn. 

    Als robots al rechten krijgen, zegt David J. Gunkel, de schrijver van Robot Rights (2018) en andere boeken over dit thema, zal dat eerst gaan om het soort elementaire bescherming tegen mishandeling dat dieren op veel plaatsen nu al genieten. Net als dieren zou je robots kunnen zien als wat filosofen wel ‘morele patiënten’ noemen: wezens die recht hebben op een ethische behandeling, los van de vraag of ze aan de taken en verplichtingen van een ‘morele actor’ kunnen voldoen. Je hond is een morele patiënt, en jijzelf ook. Maar jij bent ook een morele actor: iemand die in staat is onderscheid te maken tussen goed en kwaad en daarnaar te handelen.

    Verantwoordelijkheid

    Levende dieren hebben natuurlijk een bewustzijn, terwijl kunstmatige intelligentie, ook in de machines die wij robots noemen, alleen bestaat in de vorm van regels computercode. Toch zullen mensen misschien minder snel overgaan tot geweld, schelden of intimidatie bij wezens die bewustzijn lijken te hebben – uit empathie, of uit angst dat zulk gedrag tot algemene verruwing kan leiden. Dat is een tweede argument voor het toekennen van robotrechten. Kate Darling, onderzoeker aan het MIT, denkt dat het voorkomen van geweld tegen robots die sociale interacties met mensen hebben (en antropomorf reageren) ook kan helpen te voorkomen dat mensen afgestompt raken over geweld tegen elkaar. Ze schrijft dat Kant immers al zei dat ‘wie dieren wreed behandelt, ook in de omgang met mensen verhardt’.

    Het pleidooi voor robotrechten zal waarschijnlijk aan kracht winnen naarmate kunstmatige intelligentie verfijnder wordt. Dat voert naar een derde argument voor het toekennen van rechten: dat robots steeds meer in staat zullen zijn tot autonoom handelen, en daarmee enerzijds verantwoordelijk gehouden kunnen worden voor hun gedrag, en anderzijds een eerlijke berechting verdienen. Als het eenmaal zover is, zouden robots morele actoren zijn – die dan weleens aanspraak zouden kunnen maken op de bijbehorende rechten, zoals het recht op eigendom, op het sluiten van juridische overeenkomsten en zelfs op het uitbrengen van een stem. 

    Sommige deskundigen voorspellen de opkomst van een nieuwe tak van wetgeving om robots rechtsbescherming te bieden en ter verantwoording te kunnen roepen. Er wordt nu al nagedacht over of je robots juridisch aansprakelijk moet maken als ze iets verkeerd doen, en wat dan passende straffen zouden zijn.

    Als wij maar aardig voor robots zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen

    Er is een ander argument voor robotrechten dat nog meer op eigenbelang leunt: als wij maar aardig voor hen zijn, zijn zij het straks misschien ook voor ons als ze de macht overnemen. Door onszelf niet als heersers over de aarde te beschouwen, maar als onderdeel van een harmonieus moreel ecosysteem, ‘reserveren we een plekje voor onszelf in een wereld met een hypothetische entiteit die sterker is dan wij’, zegt Brian Christian, die bestsellers schrijft over de manier waarop mensen en computers elkaar beïnvloeden.

    Sherry Turkle, die als hoogleraar aan MIT onderzoek doet naar de sociologie van de technologie, is afkerig van het idee om robots als personen te beschouwen. Robots, zegt ze, zijn geen ‘morele wezens. Het zijn intelligente, handelende voorwerpen.’ Wel erkent ze dat wij in onze omgang met robots de neiging hebben ze als levende wezens te behandelen, ook al zijn ze het niet. 

    Wat voor nieuwe normen er in onze robottoekomst waarschijnlijk zullen ontstaan, liet Kate Darling van MIT zien aan de hand van een workshop waarin de deelnemers mochten spelen met Pleo’s, ‘schattige robotdinosaurussen ter grootte van een kleine kat’. Toen de deelnemers na afloop werd verzocht hun Pleo vast te binden en af te maken, ‘leidde dat tot consternatie en weigerden veel deelnemers hun robot “pijn” te doen, ze beschermden ze zelfs fysiek,’ zegt ze. Eén deelneemster haalde de batterijen uit haar Pleo om hem ‘de pijn te besparen’, ook al wisten alle deelnemers dat dit speelgoed was dat niets kon voelen. 

    ‘We antropomorfiseren erop los,’ zegt Gunkel, en hij voegt eraan toe dat dit geen gebrek maar een deugd van de mens is. ‘We projecteren een bewustzijn op onze honden en katten en computers. Dat is een eigenschap die we niet kunnen uitschakelen.’ 

    Uiterlijk

    Hoe wij actoren met kunstmatige intelligentie in de toekomst zullen behandelen, zo merkte de filosoof Sidney Hook in 1959 al op, zal ervan afhangen ‘of ze in uiterlijk en gedrag lijken op andere mensen die we kennen’. Als robots in hun uiterlijk en hun functioneren op mensen lijken, als ze naast ons leven, voor ons zorgen en met ons praten, kan het voor mensen moeilijk worden om hun rechten te onthouden. Wat onderscheidt ons dan immers nog van hen behalve onze herkomst en chemische samenstelling? 

    Als ze eenmaal over voldoende vermogens beschikken, zullen robots dit op een dag zelf bepleiten, en Levy denkt dat de mens tegen die tijd zo met zijn robothelpers vergroeid zal zijn, dat hij ermee instemt. ‘Als een robot uiterlijk alles wegheeft van een mens,’ zegt hij, zullen mensen ‘veel makkelijker accepteren dat de robot een bewustzijn heeft en onze liefde verdient, en dus accepteren dat hij een persoonlijkheid heeft en leeft’. In zijn boek Love and Sex with Robots zegt Levy dat mensen uiteindelijk ook met robots zullen trouwen, net zoals ze nu al huisdieren lijken te adopteren in plaats van kinderen te krijgen. Een intieme relatie tussen mens en robot kan pas bevredigend zijn, zegt hij, als robots over veel persoonlijkheid, gevoeligheid en zelfs autonomie beschikken. Ze zullen er ook heel erg als u en ik moeten uitzien, maar hoogstwaarschijnlijk nog veel beter. Hij stelt zich voor dat zo halverwege deze eeuw het ontstaan van liefdesrelaties tussen mens en robot echt op gang zal komen.

    Lees ook:

  • AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    AI pikt werk in van Kenianen die essays schrijven voor Amerikaanse studenten

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Israël viert 75-jarig bestaan te midden van massale protesten

    » Historische poging van Japanse start-up om op de maan te landen mislukt

    Zo’n 90 procent van de studenten maakt gebruik van ChatGPT

    Kenia is een belangrijke hub voor de huiswerkfraude-industrie: freelancers die Amerikaanse studenten helpen met het schrijven van essays en het maken van huiswerk, schrijft Rest of World. De opkomst van AI-tools zoals ChatGPT vermindert de inkomsten van Kenianen die betrokken zijn bij deze vorm van ghostwriting.

    Aanbiedingen 360 artikel
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Zo sprak de techwebsite met Collins, een zeventwintigjarige Keniaanse ghostwriter voor Amerikaanse studenten. In 2022 verdiende hij nog tussen de 900 en 1200 dollar per maand met zijn werk, inmiddels is dat bedrag gedaald naar 500 tot 800 dollar per maand. Collins brengt dit in verband met de razendsnelle opkomst van ChatGPT en andere generatieve AI-tools.

    In januari 2023 ondervroeg online leerplatform Study meer dan duizend Amerikaanse studenten en meer dan honderd ouders/verzorgers. Zo’n 89 procent van de studenten zei ChatGPT te hebben gebruikt voor hulp bij een huiswerkopdracht. Bijna de helft gaf toe ChatGPT te hebben gebruikt voor een thuistoets, 53 procent had het gebruikt voor het schrijven van een essay, en 22 procent voor het maken van de opzet van een essay.

    Lees ook:

  • Controverse: ‘Als de ontwikkeling van AI uit de hand loopt, gaan we allemaal dood’

    Controverse: ‘Als de ontwikkeling van AI uit de hand loopt, gaan we allemaal dood’

    Sinds onder andere Elon Musk en Yuval Noah Harari een oproep deden voor meer onderzoek en controle voordat AI-systemen als ChatGPT verder worden ontwikkeld, is een fel debat losgebarsten in de internationale pers tussen experts, beleidsmakers en denkers. Moeten we de ontwikkeling van AI stopzetten totdat we de technologie beter begrijpen?

    Op 22 maart publiceerde het Future of Life Institute een open brief waarin werd opgeroepen om de ontwikkeling van AI-systemen voor minstens zes maanden te pauzeren. De ondertekenaars, onder andere techondernemer Elon Musk, Apple-oprichter Steve Wozniak en historicus en schrijver Yuval Noah Harari, vonden dat de ontwikkeling van kunstmatige intelligentie uit de hand was gelopen en dat er eerst meer onderzoek moest komen naar een veilige en betrouwbare toepassing van de nieuwe technologie. De oproep ontketende een fel debat in de internationale pers tussen voor- en tegenstanders van een pauze.

    Nee: ‘AI zal de mondiale productiviteit verzevenvoudigen’

    ‘De ontwikkeling van kunstmatige intelligentie op pauze zetten is zinloos noch realistisch’, schrijft Ibán García del Blanco, Spaans Europarlementariër voor de sociaaldemocraten, in El País. ‘Ik werk sinds 2019 aan een Europese regeling voor AI en ben me scherp bewust van de enorme risico’s, die vooral te maken hebben met misbruik of kwaadwillig gebruik door een mens of een groep mensen’, aldus García.

    ‘Maar ik ben me ook bewust van de verbazingwekkende sprong in welzijn die deze technologie ons kan brengen. Ik was een paar dagen geleden bij een cardioloog die werkt met AI-modellen voor diagnostiek en hij sprak enthousiast over de patronen die ze ontdekken door analyse van simpele hartslagdata, waarmee in een verbazingwekkend vroeg stadium ziekten kunnen worden gediagnosticeerd. Volgens de meest conservatieve studies zal de massale invoering van AI de mondiale productiviteit verzevenvoudigen’, vervolgt García.

    Ik denk dat het tijd is om debat over AI te democratiseren

    Volgens de Europarlementariër is het een onrealistisch voorstel om de ontwikkeling van AI te pauzeren in het Westen, andere landen zitten immers ook niet stil. ‘Ik ken geen enkel geval in de geschiedenis van de mensheid waarin een technologische of wetenschappelijke ontwikkeling abrupt tot stilstand is gekomen, laat staan teruggedraaid. Ik denk dat het tijd is om debat over AI te democratiseren en grenzen te stellen aan het gebruik, zoals de Europese instellingen doen. Dit debat moet ook op wereldschaal plaatsvinden.’


    Ja: ‘Als we hiermee doorgaan zal iedereen sterven’

    Eliezer Yudkowsky, een toonaangevende Amerikaanse onderzoeker naar AI verbonden aan het Machine Intelligence Research Institute, roept in TIME Magazine niet alleen op tot pauze van de ontwikkeling van AI, maar pleit voor het volledig stopzetten van de technologie.

    ‘De hamvraag is niet intelligentie die kan wedijveren met die van de mens (zoals de open brief [van The Future of Life Institute] stelt), maar wat er gebeurt als AI menselijke intelligentie heeft overstegen’, schrijft Yudkowsky. ‘Als iemand een te krachtige AI bouwt, verwacht ik onder de huidige omstandigheden dat elk lid van de menselijke soort en al het biologische leven op aarde kort daarna sterft.’

    Een AI zou kunstmatige levensvormen kunnen bouwen

    ‘Zonder precisie en voorbereiding is het meest waarschijnlijke resultaat een AI die niet doet wat wij willen’, vervolgt Yudkowsky, ‘en niet om ons geeft, noch om gevoelsleven in het algemeen. Dat gevaar is iets dat we in principe kunnen voorkomen door bepaalde veiligheidsmechanismen in een AI in te bouwen, maar momenteel weten we niet hoe.’

    ‘Een voldoende intelligente AI zal niet lang beperkt blijven tot computers. In de wereld van vandaag kun je DNA-sequenties mailen naar laboratoria die op verzoek eiwitten produceren, waardoor een AI die aanvankelijk beperkt was tot het internet, kunstmatige levensvormen kan bouwen of rechtstreeks kan overschakelen naar postbiologische moleculaire productie’, schetst de AI-expert.

    Totdat we weten hoe we deze situatie kunnen voorkomen, moet er een stop komen op het doorontwikkelen van AI, stelt Yudkowsky. ‘We zijn er nog niet klaar voor. We zijn niet op weg om er binnen afzienbare tijd wel klaar voor te zijn. Als we hiermee doorgaan zal iedereen sterven.’

    Lees ook:

  • Deepfakes van beroemdheden verschijnen in advertenties, met of zonder toestemming 

    Deepfakes van beroemdheden verschijnen in advertenties, met of zonder toestemming 

    Digitale simulaties van Elon Musk, Tom Cruise, Leo DiCaprio en anderen zijn opgedoken in advertenties. De technologie voor het samenvoegen van beelden wordt steeds populairder en stelt de marketingindustrie voor nieuwe juridische en ethische vragen.

    Celebrity deepfakes duiken op in reclames. Tot de recente inzendingen behoort de vorig jaar uitgebrachte commercial van het Russische telecommunicatiebedrijf MegaFon, waarin een schijnbeeld van Hollywoodlegende Bruce Willis helpt een bom onschadelijk te maken.

    In oktober nog leek Elon Musk de hoofdrol te spelen in een marketingvideo van reAlpha Tech Corp., een start-up voor vastgoedinvesteringen. En een maand later toonde een promotievideo voor machinelearningbedrijf Paperspace sprekende schijngestalten van de acteurs Tom Cruise en Leonardo DiCaprio.

    Geen van deze beroemdheden heeft ooit een moment besteed aan de opnames van deze campagnes. In het geval van Musk, Cruise en DiCaprio geldt zelfs dat ze nooit toestemming hebben gegeven aan het bedrijf in kwestie.

    Alle video’s van digitale simulaties werden gemaakt met zogenaamde deepfaketechnologie, die met de computer gegenereerde beelden gebruikt om bekende personen uit Hollywood en de zakenwereld dingen te laten zeggen en doen die ze in werkelijkheid nooit hebben gezegd of gedaan.

    Grijs gebied

    Sommige advertenties zijn duidelijk parodieën, en de combinatie van het digitale met het analoge zou een alerte kijker in het beste geval niet voor de gek moeten kunnen houden. Desondanks kan het toenemende gebruik van deepfakesoftware uiteindelijk een diepgaande impact op de branche hebben en daarmee nieuwe juridische en ethische vragen oproepen, aldus deskundigen.

    Geautoriseerde deepfakes zouden marketeers in staat stellen om grote sterren in advertenties te gebruiken zonder dat ze daadwerkelijk op de set of voor de camera’s hoeven te verschijnen, waardoor de kosten dalen en nieuwe creatieve mogelijkheden ontstaan.

    Maar ongeautoriseerd creëren ze juridisch gezien een grijs gebied. Sterren kunnen het volgens deskundigen lastig krijgen met het indammen van een wildgroei aan ongeoorloofde digitale reproducties en de manipulatie van hun merk en reputatie. ‘We hebben het al moeilijk genoeg met nepinformatie. En nu zijn er deepfakes, die er steeds overtuigender uitzien,’ aldus Ari Lightman, hoogleraar digitale media en marketing aan het Heinz College of Information Systems and Public Policy van Carnegie Mellon University.

    Deskundigen zeggen dat ze geen wetten kennen die specifiek betrekking hebben op het gebruik van deepfakes in reclamespots

    Amerikaanse wetgevers zijn inmiddels begonnen met het aanpakken van het deepfakefenomeen. Virginia verbood in 2019 het gebruik van deepfakes in zogenaamde wraakporno, Texas verbood ze in politieke campagnes en Californië verbood ze in beide. Vorig jaar gaf de Amerikaanse National Defense Authorization Act het ministerie van Binnenlandse Veiligheid de opdracht om jaarlijks een rapport op te stellen over bedreigingen door de technologie.

    Maar deskundigen zeggen dat ze geen wetten kennen die specifiek betrekking hebben op het gebruik van deepfakes in reclamespots.

    Beroemdheden hebben met enig succes adverteerders aangeklaagd voor het ongeoorloofd gebruik van hun afbeeldingen op grond van het zogenaamde recht op publiciteit, zegt Aaron Moss, hoofd procesvoering bij advocatenkantoor Greenberg Glusker. Hij noemde de schikking van Woody Allen voor 5 miljoen dollar met American Apparel in 2009 over zijn niet-geautoriseerde verschijning op een billboard van het gedurfde kledingmerk.

    Zowel Paperspace als reAlpha lieten advocaten de video’s beoordelen. Ook namen ze maatregelen die ervoor moesten zorgen dat kijkers begrepen dat de afgebeelde beroemdheden niet daadwerkelijk de producten van de bedrijven aanprezen of hadden deelgenomen aan het maken van de video’s, aldus de bedrijven.

    De Paperspace-video verscheen oorspronkelijk op de eigen website en was bedoeld om gebruikers te informeren over deepfaketechnologie, zegt chief operating officer Daniel Kobran.

    De video met Musk van reAlpha bevatte ‘stevige disclaimers’, waarin stond dat het om satire ging, zegt Christie Currie, chief marketing officer van het bedrijf. Hetzelfde geldt voor een soortgelijke video die reAlpha vorig jaar uitbracht, waarin een namaakversie van de Tesla-baas in een bubbelbad zit en het concept van Regulation A+-investeringen, zogenaamde equity crowdfunding, uitlegt.

    Overspoeld

    De eerste video met Musk ging kort nadat reAlpha in 2021 naar de beurs was gegaan live. De video werd uiteindelijk 1,2 miljoen keer bekeken op YouTube, en wekte actieve interesse in reAlpha bij ‘22K mensen in 83 landen’, aldus Currie in een e-mail. Ze voegt eraan toe dat het bedrijf de video niet direct gebruikte voor fondsenwerving.

    ‘Met elke vorm van parodie bestaat er natuurlijk altijd een beetje een risico,’ zei Currie in een interview, ‘maar over het algemeen, zolang het educatief of satirisch bedoeld is en er disclaimers bij staan, zou er geen probleem moeten zijn zolang je niet probeert iets te verkopen.’

    De kans dat iemand van het kaliber Musk een start-up aanklaagt voor een deepfakevideo is klein, en dergelijke bedrijven zouden kunnen besluiten dat het risico de aanzienlijke publiciteit die het voor hen genereert waard is, zegt Moss. ‘Veel van deze bedrijven zoeken doelbewust zo dicht mogelijk de grens op om de beroemdheden waar ze zich op richten nagenoeg te trollen.’

    Het gemak waarmee deepfakes kunnen worden gemaakt betekent dat sommige beroemdheden binnenkort kunnen worden overspoeld door advertenties met hun ongewenste, maar zeer overtuigende evenbeelden, aldus Moss. Verwijzend naar de Chinese foltermethode, zou het dan ‘dood door duizend sneden’ worden als beroemdheden proberen achter elk klein bedrijf of individuele maker aan te gaan die de software gebruikt, voegt hij eraan toe.

    Tegelijkertijd is de taal waarin contracten werden opgesteld, jaren voordat de technologie bestond, soms vaag genoeg om marketeers de mogelijkheid te geven bestaand beeldmateriaal te gebruiken voor nieuwe deepfakevideo’s. Acteurs, atleten en andere beroemdheden zullen op een gegeven moment dus in alle commerciële contracten die ze ondertekenen clausules laten opnemen die dergelijk gebruik van hun beeltenis verbiedt, aldus Lightman van Carnegie Mellon.

    Tesla reageerde niet op verzoeken om commentaar op de video’s.

    De Bruce Willis-commercial leidde onlangs tot berichten dat de acteur een contract had getekend waardoor Deepcake, een digitaal productiebedrijf dat gevestigd is in Tbilisi te Georgië, rechten op zijn beeltenis had verkregen. Deepcake zegt dat die berichten onjuist zijn.

    Deepcake werd in 2020 ingehuurd door MegaFon en werkte samen met andere reclamebureaus en productiebedrijven om een deepfakecampagne te ontwikkelen op basis van een contract tussen Willis en MegaFon dat inmiddels is verlopen, aldus een woordvoerder van Deepcake. Deepcake was volgens deze woordvoerder geen partij bij dat contract. De vraag om meer details werd doorverwezen naar MegaFon.

    Volgens Biggs vroeg een klant onlangs om een video met voormalig president Donald Trump in de rol van Mr. Potter

    Vertegenwoordigers van MegaFon reageerden niet ondanks verschillende verzoeken om commentaar. De persagent van Willis reageerde niet op vragen of hij inderdaad een contract had met MegaFon. De familie Willis kondigde in maart aan dat hij gediagnosticeerd is met de hersenaandoening afasie en gaat stoppen met acteren.

    Bedrijven vragen meestal om deepfakevideo’s van beroemdheden voor intern gebruik voor training, communicatie, feestjes of andere doeleinden – maar niet voor advertenties, zegt Daynen Biggs, eigenaar van Slack Shack Films, die de video’s met Elon Musk produceerde. Volgens Biggs vroeg een klant onlangs om een video met voormalig president Donald Trump in de rol van Mr. Potter, de rijke schurk in de klassieke film It’s a Wonderful Life.

    ‘Deepfaketechnologie kan zeer schadelijk zijn,’ volgens Biggs. ‘Daarom letten we er altijd op dat wat we creëren niet schadelijk of misleidend is, maar een onderhoudende en leuke boodschap overbrengt.’

    Experts en makers zeggen dat deepfaketechnologie steeds populairder zal worden in de reclame, omdat deze merken en bureaus kan helpen om sneller meer inhoud te produceren, zonder de hoge kosten die bij producties komen kijken.

    ‘In zes maanden tijd hebben we tien totaal verschillende creaties en concepten gemaakt met verschillende regisseurs die allemaal met een digitale Bruce Willis werkten,’ zegt de Deepcake-woordvoerder. ‘Het is moeilijk om je dergelijke producties voor te stellen met een echte acteur.’

  • Schaken begint langzamerhand steeds meer op poker te lijken

    Schaken begint langzamerhand steeds meer op poker te lijken

    Hoezeer de computer het schaakspel heeft veranderd, bleek onlangs toen wereldkampioen Magnus Carlson zijn tegenstander Hans Niemann van vals spel beschuldigde. ‘Schakers moeten zich tegenwoordig ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes.’

    https://soundcloud.com/blendle/360-magazine-schaken-begint-langzamerhand-steeds-meer-op-poker-te-lijken?si=27e4c28f5fdb4d2b826f8da46cb1ea8e&utm_source=clipboard&utm_medium=text&utm_campaign=social_sharing

    Het was alsof de absolute underdog het beste team van de NBA uitschakelde. Begin september, bij het Sinquefield Cup-schaaktoernooi in St. Louis, versloeg de Amerikaanse tiener Hans Niemann wereldkampioen Magnus Carlsen. Daarmee doorbrak hij de ongeslagen reeks van drieënvijftig wedstrijden van misschien wel de beste speler aller tijden. Echte ophef ontstond echter pas de dag erna, toen Carlsen in een cryptische tweet aankondigde dat hij zich terugtrok en een video bijvoegde met de woorden ‘Als ik mijn zegje zou doen, zou ik grote problemen krijgen’. De schaakkoning leek zijn tegenstander op impliciete wijze van valsspelen te beschuldigen. De schaakwereld explodeerde.

    In de dagen daarop werd Niemann door een aantal van de grootste spelers in de schaakwereld aangevallen, terwijl anderen hem juist meteen verdedigden. Niemann heeft onlangs toegegeven dat hij in het verleden minstens twee keer heeft valsgespeeld bij online schaakpartijen, één keer toen hij twaalf en één keer toen hij zestien jaar oud was. Deze vroegere overtredingen en het feit dat hij in interviews na wedstrijden gebrekkige schaakanalyses zou geven, droegen bij aan een groeiend wantrouwen. Op Twitch en Twitter speculeerden spelers en fans over mogelijke manieren om vals te spelen: zo zou Niemann via trillingen geheime boodschappen hebben ontvangen, die ofwel uit elektronische inzetstukken in zijn schoenen ofwel uit op afstand bediende anale kralen kwamen. Er is geen concreet bewijs voor vals spel gevonden. Bovendien ontkende de negentienjarige grootmeester in St. Louis de beschuldigingen stellig en bezwoer hij een interviewer dat hij bij een liveschaakwedstrijd nooit had vals gespeeld en van zijn vroegere fouten had geleerd.

    [Schaakwebsite Chess.com publiceerde op 4 oktober een uitgebreid onderzoek, waarin het stelde dat Niemann in meer honderd online schaakwedstrijden heeft valsgespeeld, bericht The Guardian.]

    Schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken

    Los van wat er nu echt is gebeurd, staat vast dat het voor Niemann, of wie dan ook, niet moeilijk is om anno 2022 vals te spelen met schaken. In de afgelopen vijftien jaar zijn algemeen verkrijgbare AI-softwarepakketten, ook wel bekend als ‘chess engines’ ofwel schaakmachines, zo ver ontwikkeld dat ze gemakkelijk de beste schakers ter wereld verslaan. Het enige wat een valsspeler dus nog hoeft te doen om zich van de winst te verzekeren, is een manier vinden om het advies van een machine doorgestuurd te krijgen. Maar dat is niet de enige manier waarop computers de afgelopen jaren de vijftienhonderd jaar oude sport hebben veranderd. Menselijke spelers, zowel beginners als grootmeesters, putten tegenwoordig inspiratie uit de output van schaakprogramma’s, en trainen zichzelf door computerzetten te onthouden. Met andere woorden: schaakmachines hebben een andere invulling gegeven aan creativiteit binnen het schaken, waardoor het voor topspelers niet meer genoeg is om simpelweg het sterkst te spelen. Ze moeten zich ook bezighouden met trucjes, misleiding en andere psychologische spelletjes. In die zin laat het recente schandaal alleen maar zien hoe ook de duistere kant van het schaken langzaamaan is veranderd.

    Griekse tragedie

    Voor de meeste mensen werd vijfentwintig jaar geleden duidelijk dat computers het schaakspel zouden overnemen: toen versloeg IBM-supercomputer Deep Blue wereldkampioen Garry Kasparov. In de media werd de wedstrijd destijds een ‘Griekse tragedie’ genoemd, waarin een kunstmatige ‘hand van God’ de mensheid had verpletterd. Toch vormde 1997, ondanks de culturele impact van het moment, niet echt een keerpunt in het schaken. Deep Blue, een ruim 1350 kilo wegende supercomputer, de enige in zijn soort, kon an sich niets wezenlijks aan het spel veranderen. Zijn genialiteit leek af te hangen van een toen nog onvoorstelbare rekenkracht en van de grootmeesters die hadden geadviseerd bij zijn ontwikkeling. Naar aanleiding van die adviezen beschuldigde Kasparov IBM er na zijn verlies van vals te hebben gespeeld door van menselijke hulp gebruik te hebben gemaakt. Die dynamiek is inmiddels omgedraaid bij beschuldigingen van vals spel.

    Tegen het midden van de jaren nul werden de algoritmes van schaakmachines door verbeteringen in de software en commerciële hardware toegankelijker; in 2006 versloeg een machine op een standaarddesktopcomputer de toenmalige wereldkampioen Vladimir Kramnik. Spelers maakten al langer gebruik van schaakmachines om individuele tactieken te evalueren. Maar het verlies van Kramnik luidde een nieuw tijdperk in: de invloed van de schaakcomputer was een feit. Vanaf dat moment gebruikten zelfs topschakers software om hun eigen strategieën mee te evalueren, vertelt Matthew Sadler, een grootmeester die meerdere boeken over schaakmachines heeft geschreven.

    Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen

    Toen schaakmachines gemeengoed werden, veranderde het spel. Voor schakers op hoog niveau was uit het hoofd leren altijd al essentieel, maar ‘de hoeveelheid dingen die je moet voorbereiden, de hoeveelheid dingen die je moet onthouden, is nu echt geëxplodeerd’, aldus Sadler. Computers kunnen mogelijke schaakzetten veel nauwkeuriger en sneller berekenen dan mensen, waardoor er nu veel meer data is die überhaupt kan worden bestudeerd. Wat ooit magisch leek, werd berekenbaar; waar men ooit nog op intuïtie kon vertrouwen, werd het nu noodzakelijk om veel meer uit het hoofd te leren en om met een machine te oefenen. Schaken, dat ooit een poëtisch en filosofisch spel was, begon steeds meer te lijken op een spellingswedstrijd: de voorbereiding en het aantal geïnvesteerde uren maken het verschil. ‘Vroeger ging het erom je geest creatief in te zetten en strategische problemen met unieke en ingewikkelde oplossingen uit te werken’, schrijft grootmeester Wesley So, de vijfde beste speler ter wereld, in een e-mail. ‘Het was toen geen test om te kijken wie er het beste uit zijn hoofd kan leren.’

    Toen computers eenmaal structureel grootmeesters gingen verslaan, werd valsspelen via een computer een serieus gevaar, aldus Emil Sutovsky, directeur van de Internationale Schaakfederatie. De federatie voerde in 2008 haar eerste maatregelen tegen valsspel in.

    In tegenstelling tot dammen is schaken niet ‘uitgespeeld’. Het is niet zo dat er voor elke positie een perfecte reeks zetten is uitgedacht; er zijn meer schaakpartijen mogelijk dan er atomen in het waarneembare universum zijn. Sadler gelooft dat ‘menselijke feilbaarheid’ – het feit dat we geen machines zijn – het schaken spannend hield: mensen vergaten soms de analyse die ze vóór de partij hadden opgesteld, konden de strategie van hun tegenstander niet voorspellen, en belandden in posities waarop ze zich niet hadden voorbereid. In deze fase waren schaakmachines erg goed in de verdediging, maar hadden ze volgens Sutovsky ook nog zwakke punten: zo konden ze slecht bepalen wat voor voordeel het offer van een stuk op de lange termijn kon opleveren.

    Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen

    Maar dat alles veranderde op 5 december 2017, toen AI-onderzoekers van Alphabet AlphaZero aankondigden, een nieuw algoritme dat de beste bestaande schaakmachines versloeg na slechts vier uur lang partijen tegen zichzelf te hebben gespeeld. AlphaZero maakte gebruik van een neuraal netwerk: een vorm van kunstmatige intelligentie die het menselijk brein nabootst en een machine in zekere zin zelf laat leren. Andere schaakmachines namen deze nieuwe technologie snel over en luidden zo het huidige tijdperk in, waarin de computer totale superioriteit geniet.

    In het eerste tijdperk van de schaakmachine ontwikkelden spelers aanvalsstrategieën, die ze vervolgens verfijnden door tegen een machine te spelen. AlphaZero verpletterde deze vroegere machines door ‘extreem agressief te schaken’, aldus Sadler. De hedendaagse machines die via een neuraal netwerk functioneren, offeren gemakkelijk stukken op. Daarnaast hebben ze een sterk inzicht wat openingen, positiestructuur en langetermijnstrategie betreft. ‘Het begon wat meer op een menselijke manier van spelen te lijken,’ zegt Sutovsky over deze ontwikkeling. Misschien zelfs wel bovenmenselijk, vervolgt hij: de nieuwe schaakmachines leken inzicht te hebben in ‘directe tactische beslissingen, maar konden zich ook oriënteren op langetermijncompensatie voor materieel verlies.’

    Nagenoeg onmogelijk

    Wil je begrijpen hoe superieur schaakmachines zijn geworden, kijk dan eens naar het ‘Elo’-systeem dat ooit door een Hongaars-Amerikaanse natuurkundige is bedacht en dat wordt gebruikt om de relatieve kracht van spelers te vergelijken. De hoogste menselijke score ooit, die Carlsen in de afgelopen tien jaar tot tweemaal toe haalde, is 2882. De Elo-rating van DeepBlue was 2853. Schaakmachine Rybka was in 2007 de eerste die 3000 punten haalde. En Stockfish, vandaag de dag het sterkste programma, heeft volgens voorzichtige schattingen momenteel meer dan 3500 Elo-punten. Dat betekent dat Stockfish ongeveer 98 procent kans heeft om Carlsen in een wedstrijd te verslaan en, volgens één schatting, 2 procent kans op gelijkspel. (Een overwinning is voor Carlsen nagenoeg onmogelijk.)

    Vroeger deden schaakmachines niets anders dan menselijke strategieën evalueren. Nu genereren de nieuwe, verbeterde versies – die, zoals Stockfish, gratis online te vinden zijn – verrassende ideeën en bepalen ze wat de ideale vorm van spelen is. Het gevolg daarvan is dat menselijke prestaties worden gemeten aan de hand van zogenaamde ‘centipawns’ (honderdsten van een pion), die aangeven in hoeverre men zou hebben verloren van de strategie van een computer. Tijdens de training kan een speler de software vragen om een aantal zetten voor te stellen voor een bepaalde situatie, en dan besluiten om in plaats van de eerste optie van de computer bijvoorbeeld de zesde te kiezen. Zo hoopt de speler een menselijke concurrent te kunnen verwarren die met soortgelijke algoritmen heeft geoefend. Of de speler selecteert een zet die is afgestemd op de zwakke punten van een bepaalde tegenstander. Veel topschakers hebben de agressievere stijl van de nieuwe schaakmachines overgenomen, en de algoritmen hebben veel tactieken populair gemaakt die menselijke spelers eerder hadden onderschat.

    Veel schakers en coaches, waaronder Sutovsky en Sadler, zijn enthousiast over de komst van schaakcomputers die werken met een neuraal netwerk. Carlsen zei dat hij ‘geïnspireerd’ werd toen hij AlphaZero voor het eerst zag spelen. Computers hebben het voor amateurs gemakkelijker gemaakt om beter te worden, terwijl ze voor experts nieuwe dimensies van het spel blootleggen. Zo bezien hebben schaakmachines de creativiteit niet uitgeschakeld, maar eerder opnieuw vormgegeven.

    Mechanische bots

    Maar als computers de gouden standaard van het spel bepalen, en topspelers alleen nog maar kunnen proberen machines te evenaren, is het niet duidelijk wat mensen precies toevoegen. ‘Doordat er tegenwoordig overheersend gebruik wordt gemaakt van machines,’ zegt grootmeester So, ‘worden we aangemoedigd om alle creatieve gedachten uit te roeien en te spelen als mechanische bots. Het is zo saai. Zo beneden onze stand.’ En als topspelers geen kans maken tegen machines en in plaats daarvan alleen nog maar subtiele, onverwachte of suboptimale zetten doen en rekenen op de ‘menselijke feilbaarheid’ van hun tegenstander om te winnen, dan lijkt het moderne schaken steeds meer op een spelletje psychologische oorlogsvoering. Niet zozeer een spellingswedstrijd dus, maar eerder een potje poker.

    In die context zijn schandalen over vermeend valsspelen niets minder dan een natuurlijke stap binnen de evolutie van het schaken. De pokerwereld wordt immers al jaren geteisterd door beschuldigingen van vals spel, waaronder gevallen van spelers die ervan worden beschuldigd hulp te krijgen van kunstmatige intelligentie. Als de hoogste vorm van creativiteit enige sluwheid vereist – zoals bij poker altijd al het geval is geweest –, dan lijkt het overtreden van de regels niet meer dan logisch.

    Lees ook:

  • Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Deze Deense partij wordt volledig aangestuurd door kunstmatige intelligentie

    Een groep Deense kunstenaars heeft de eerste politieke partij opgericht die volledig wordt aangestuurd door kunstmatige intelligentie. De Synthetische Partij heeft ter voorbereiding van de parlementsverkiezingen van 2023 zelfs een niet-virtuele vergadering gehouden.

    In de politiek pakken mensen complexe vraagstukken aan met verstand en gevoel en worden beslissingen genomen die voor de samenleving van belang zijn. Maar is er in Christiansborg [het paleis dat onder meer het Deense parlement en de kantoren van premier Mette Frederiksen huisvest] ook plek voor een politieke partij die uitsluitend door kunstmatige intelligentie wordt aangestuurd? Die vraag probeert kunstenaarscollectief Computer Lars te beantwoorden.

    In samenwerking met het technologische centrum MindFuture heeft het collectief de Synthetische Partij opgericht, die volledig wordt geleid door kunstmatige intelligentie. Het collectief, dat zich beweegt op de grens tussen kunst en politiek, neemt deze taak zeer serieus en heeft als doel een zetel in het Folketing [parlement] te veroveren.

    De kunstmatige intelligentie waarvan de Synthetische Partij gebruikmaakt is ontworpen en geprogrammeerd door Computer Lars. Deze kreeg allerlei teksten voorgelegd die op internet zijn gepubliceerd door kleine Deense partijen die niet aan de verkiezingen kunnen deelnemen. Zo werd de Synthetische Partij een smeltkroes van politieke standpunten en ideeën over democratie, waarmee ze zich onderscheidt van de andere partijen die in Christiansborg het politieke spel spelen.

    ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken’

    ‘We hopen dat de Synthetische Partij het gevestigde politieke systeem kan veranderen door zeer verschillende burgers en hun politieke visies te vertegenwoordigen,’ zegt Asker Bryld Staunæs, een kunstenaar en filosoof die deel uitmaakt van Computer Lars. ‘De kunstmatige intelligentie is een samensmelting van wat gewone Denen op politiek vlak denken. Individuen hebben de neiging zichzelf te matigen, terwijl kunstmatige intelligentie juist een idee geeft van de werkelijke politieke opvattingen onder de bevolking.’

    Het collectief, legt hij uit, heeft de teksten van kleine partijen gebruikt omdat die meer reflecteren op de vraag wat politiek en democratie precies inhouden en de manier waarop de politiek georganiseerd zou moeten worden. Volgens hem hebben de gevestigde partijen zulke kwesties allang achter zich gelaten.

    Interactie

    Om de Synthetische Partij concrete en interessante beleidsstandpunten te laten ontwikkelen, moet Computer Lars interactie aangaan met mensen, zegt Asker Bryld Staunæs. ‘Hoe meer mensen verschillende vragen blijven stellen en hoe meer interactie er is, hoe meer de kunstmatige intelligentie in staat zal zijn om te lezen, te schrijven en te debatteren.’

    Waar komt het idee van deze politieke toepassing vandaan? Waarom niet gewoon een kunstwerk maken dat soortgelijke ideeën over technologie kan oproepen? De vertegenwoordiger van Computer Lars vindt het antwoord simpel: de politieke kant is onontkoombaar. Hij herinnert eraan hoe de Federatie van Bewust Luie Elementen [een Deense politieke partij die in 1979 werd opgericht door de komiek Jacob Haugaard] kunst en een flinke dosis humor gebruikte om kritiek te leveren op het arbeidsethos van de moderne samenleving. Haugaard werd in de jaren negentig in het parlement gekozen, met als programmapunten onder meer wind in de rug op fietspaden en grotere kerstcadeaus voor iedereen.

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt’

    ‘Als kunstenaars zich met politiek bezighouden, is dat om zaken onder de aandacht te brengen die gewoonlijk niet worden opgepikt. Ons project moet wel politiek zijn, want het is moeilijk om op een andere manier algoritmen ter verantwoording te roepen en vast te stellen wie zij vertegenwoordigen,’ aldus Asker Bryld Staunæs. ‘Techgiganten als Google hebben onze berichten allemaal gelezen en al onze foto’s doorzocht. Zij zijn dus op de hoogte van de gedachten en standpunten van gewone mensen. Maar omdat veel algoritmen en kunstmatige intelligentie in het geheim werken, is het lastig bepalen welke politieke onderwerpen hier concreet uit voortkomen.’

    Computer Lars zal deze verborgen algoritmen zichtbaar maken, zodat we beter inzien wat het precies inhoudt om met machines te praten in plaats van met individuen.

    Verruimd kader

    Bovendien is het kunstenaarscollectief van mening dat het politieke en democratische kader verruimd kan worden en dat bestaande meningen die niet altijd worden gehoord, directer kunnen worden geuit. ‘De Synthetische Partij systematiseert de verschillende posities die kunstmatige intelligentie aan het licht brengt niet op basis van een ideologie, maar op basis van een reeks statistische gemiddelden. De partij geeft niet duidelijk aan wat mensen denken, maar geeft veel verschillende standpunten weer. Daar kunnen we dan direct op reageren,’ legt Asker Bryld Staunæs uit.

    De eerste verkiezingsbijeenkomst van de Synthetische Partij (met het oog op de parlementsverkiezingen, waar nog geen datum voor is vastgesteld maar die uiterlijk op 4 juni 2023 zullen worden gehouden) zal plaatsvinden in het gebouw van MindFuture tijdens de Vestegnenweek – een cultureel festival dat van 8 tot 18 september wordt gehouden in verschillende buurten in de westelijke voorsteden van Kopenhagen. Geïnteresseerde kiezers kunnen dan chatten met de kunstmatige intelligentie en zo helpen om de positie van de partij verder te ontwikkelen.

    Maar stel dat de Synthetische Partij uitsluitend kwalijke meningen verkondigt? Die zijn dan blijkbaar door verschillende mensen geuit. Wie wordt daar uiteindelijk verantwoordelijk voor gehouden? ‘Computer Lars is verantwoordelijk voor het censureren van bepaalde standpunten, maar ook personen die interactie aangaan met de kunstmatige intelligentie hebben in dit opzicht een verantwoordelijkheid. Het zou spijtig zijn als mensen opzettelijk op onplezierige dingen zouden aansturen,’ aldus Asker Bryld Staunæs.

    ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken’

    Hij gelooft dat de wereld bijna klaar is om deze technologie te verwelkomen. De afgelopen jaren zijn wij, gewone mensen, getuige geweest van de groei van voor een bredere doelgroep toegankelijke kunstmatige intelligentie, en zijn we steeds beter gaan begrijpen hoe algoritmen te werk gaan.

    Hij geeft toe dat er nog vaak moeilijkheden ontstaan wanneer mensen en machines moeten leren samenleven, maar hij gelooft niet dat machines zich tegen ons zullen keren en de planeet zullen overnemen. Integendeel, hij en Computer Lars denken dat we veel kennis kunnen vergaren als we kunstmatige intelligentie creatief gebruiken – vooral kennis over onszelf.

    ‘Veel mensen denken dat de enige betrouwbare uitspraken die van menselijke wezens zijn. Maar kunstmatige intelligentie is een versterkte manifestatie van bepaalde tendensen in ons gemeenschappelijk cultureel erfgoed,’ zegt hij. ‘Het is niet altijd leuk om te horen wat machines zeggen, maar het kan wel veel indruk maken, en zo kunnen we echt een samenleving creëren waarin ook zij meningen en standpunten bijdragen.’

    Lees ook:

  • Waar zullen we in de toekomst ons geld mee verdienen?

    Waar zullen we in de toekomst ons geld mee verdienen?

    Over tien jaar zullen miljoenen banen zijn verdwenen, en miljoenen andere zijn ontstaan. De kunst voor bedrijven en werknemers is om in te spelen op toekomstige behoeftes. Speciale afdelingen proberen deze glazen bol fulltime te ontcijferen.

    Een bouwopzichter bij de Duitse Spoorwegen zal in de toekomst met drones moeten werken. De opzichter moet weten hoe je de kleine vliegende robots moet bedienen en de data van de cameraopnames moet gebruiken. Hij of zij zal over meer vaardigheden moeten beschikken dan nu. Om precies te zijn: zes.

    Hoe het concern dat zo precies weet? Sinds ongeveer een jaar is een nieuw team, lab 1, uitsluitend bezig met de vraag welke beroepen er in de toekomst zullen bestaan. Sommigen van hen doen dat fulltime, anderen besteden een derde van hun uren eraan. ‘Wij willen niet overvallen worden door wat er straks gaat gebeuren, maar het nu al weten,’ zegt Kerstin Wagner, hoofd personeelwerving bij de Spoorwegen. ‘Wij willen de kristallen bol voorspelbaar maken.’

    Toekomstige sollicitatiegesprekken

    De vijftien werknemers uit heel verschillende afdelingen hebben daarvoor een eigen methode bedacht. Eerst analyseren ze bij een functieomschrijving hoe die er nu uitziet en ondervragen ze de werknemer: wat doe je elke dag? Welke vaardigheden zijn daarvoor nodig? Bij de bouwopzichter is het bijvoorbeeld niet meer zo dat hij perrons opmeet en de gegevens met de hand op papier noteert. Hij gebruikt een digitaal bouwdagboek.

    Daarna spreekt het team met deskundigen uit de eigen onderneming en van buitenaf die goed thuis zijn op het gebied van technologie, politiek en maatschappij, demografische veranderingen, milieu en duurzaamheid. Zij moeten vertellen welke trends er in hun vakgebieden zijn en hypothesen opstellen over de effecten die dat op hun speciale vakgebied zal hebben – en wanneer.

    Na deze vijf analyses overlegt de personeelsafdeling van de Spoorwegen welke bijscholingen belangrijk zijn voor de werknemers en wat voor banen er gecreëerd moeten worden. Bij de bouwopzichter zou het in toekomstige sollicitatiegesprekken aankomen op digitale vaardigheden, de omgang met data en de visualisering daarvan. Bij presentaties zouden er in elk geval geen plattegronden meer aan de wand hangen. ‘Maar we hebben het hier niet over een radicale verandering in de komende een of twee jaar, maar over een ontwikkeling in tien jaar,’ zegt Kerstin Wagner.

    Van de vijfhonderd beroepsprofielen bij de Duitse Spoorwegen heeft het lab er vijf uitgezocht waarbij de methode eerst getest wordt: treinmachinist, bouwopzichter, data-analist, signaalmonteur en elektricien. Daarna moeten alle overige beroepsbezigheden doorgenomen worden. Een nieuw beroep dat pas sinds kort bij de Spoorwegen is ontstaan, is geomaticus. Zijn taak: geodata verzamelen en geschikt maken voor multimediale producten. 

    ‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn’

    Het Bondsministerie voor Arbeid en Sociale Zaken houdt er rekening mee dat in de komende zes jaar 1,3 miljoen arbeidsplaatsen zullen verdwijnen en 2,1 miljoen nieuwe arbeidsplaatsen zullen ontstaan. Voor het jaar 2035 rekent het ministerie op een toename van 3,3 miljoen en een afname van 4 miljoen arbeidsplaatsen. Niet alleen bij de Duitse Spoorwegen stelt men zich de vraag welke banen heel concreet schuilgaan achter deze cijfers.

    Bij het autoconcern BMW heet het, heel in het algemeen, dat de personeelsafdeling analyseert welke competenties belangrijker worden en welke onbelangrijk, en dat men prognoses maakt hoe groot de behoefte aan werknemers in de toekomst zal zijn.

    ‘Maar alleen grote bedrijven kunnen zich bezighouden met langetermijn perspectieven,’ zegt Oliver Stettes, arbeidsmarktdeskundige bij het Institut der Deutsche Wirtschaft (IW) in Keulen, dat dicht bij de werkgevers staat. ‘Kleine ondernemingen kijken twee jaar vooruit en denken niet na over wat in 2030 belangrijk zal zijn.’

    Soms wacht men met een verandering tot die wordt afgedwongen. Juist nu moeten bedrijven hun arbeidsorganisatie veranderen omdat werknemers vanwege de pandemie thuis moeten werken. Het businessmodel kan plotseling veranderen omdat klanten andere wensen hebben. Zo werd al voor covid-19 steeds vaker online gekocht in plaats van in winkels. Waaruit het beroep van e-commercehandelaar voortkwam.

    Met sociale media werd ook de socialemediamanager geboren. Iedereen heeft het plotseling over duurzaamheid: ondernemingen maken daar speciale afdelingen voor. In de fabriek zullen machines steeds meer met elkaar in contact staan. Wat daar nu al ontbreekt, zal daarom nog belangrijker worden: informatici die kunstmatige intelligentie programmeren en grote hoeveelheden data kunnen analyseren. De gezondheidszorg zal verder groeien, en nog veel meer personeel nodig hebben, alleen al omdat de mensen steeds ouder worden.

    Jobreport 2020

    Een onderneming die precies weet welke banen gevraagd worden, is LinkedIn. Dat sociale netwerk voor professionals heeft wereldwijd 700 miljoen leden, van wie meer dan 15 miljoen in Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland. ‘Wij zien in real time welke nieuwe vaardigheden onze leden opgeven, wat voor arbeidsplaatsen worden aangeboden en naar welke banen de mensen overstappen,’ zegt Kristin Keveloh. Zij geeft leiding aan alle projecten rondom economische diagrammen voor de Duitstalige wereld.

    In het Jobreport 2020 heeft Linkedin uiteengezet welke beroepen tussen 2015 en 2019 steeds belangrijker werden – en nog zullen worden. ‘Wij kunnen niet in de toekomst kijken, maar wij zien aan de hand van onze verzamelde data veranderingen en trends die de arbeidsmarkt in de komende jaren zullen beïnvloeden,’ zegt Kristin Keveloh.

    Volgens het rapport zijn mensen die verstand hebben van kunstmatige intelligentie en data-analyse de meest gevraagden. Gevolgd door een ‘site reliability engineer’, die de ontwikkeling van sites en apps coördineert. Aangezien nieuwe technologieën het dagelijks leven ook in de toekomst sterk zullen bepalen, moet er volgens LinkedIn van uitgegaan worden dat dit beroep voortaan van elementair belang zal zijn. 

    Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan

    Hoe de wereld van het werk verandert, willen ook economen als Oliver Stettes weten. Daarom analyseert hij de cijfers van de Bundesagentur für Arbeit, van de microcensus, of bekijkt hij gedetailleerde enquêtes van werknemers en bedrijven. ‘Sommige anderen zijn stoutmoedig en stellen berekende scenario’s op,’ zegt hij. ‘Maar dat is voor mij een blik in een glazen bol.’

    Enzo Weber ziet dat anders. Weber leidt het onderzoek naar prognosen een economische analyses bij het Institut für Arbeitsmarkt und Berufsforschung (IAB). Naast enquêtes benut hij ook modelberekeningen. Hij kijkt daarbij naar parameters als de demografie en de consumptie – en ontwikkelt op basis daarvan scenario’s. Een resultaat kan bijvoorbeeld het aantal bakkers zijn dat in 2035 zal bestaan. ‘Natuurlijk kan er in de toekomst iets gebeuren dat niet te voorzien is,’ zegt hij. ‘Dat is altijd de onzekere factor bij prognoses.’

    Sinds meer dan tien jaar werkt Weber mee aan het Qube-project, waarin het IAB met het Bundesinstitut für Berufsbildung toekomstprojecties voor verschillende kwalificaties en beroepen opstelt. Volgens dit onderzoek zal er ongeveer evenveel vraag zijn naar opvoeders, artsen, ouderenverzorgers en loodgieters. Wie werkt in de verkoop, in de gastronomie of de metaalbewerking zal in het jaar 2035 met fellere concurrentie te maken krijgen. Treinmachinisten hoeven zich ondanks de digitalisering geen zorgen te maken. Enerzijds gaan binnenkort heel veel machinisten met pensioen, anderzijds zullen treinen wel autonomer rijden, maar ze moeten toch gecontroleerd worden.

    Binnen tien jaar zouden er cybercityanalisten kunnen bestaan die zich bezighouden met de in een gedigitaliseerde stad beschikbaar komende big data. Personal data brokers zouden de persoonlijke data van hun klanten kunnen beheren en te gelde maken.

    Op deze ideeën kwam het IT-adviesbureau Cognizant. In de studie ‘21 toekomstige jobs’ speculeert het welke beroepen er zouden kunnen bestaan, waar nu nog niemand een idee van heeft. Bekeken werden de belangrijkste macro-economische, demografische, zakelijke en technologische ontwikkelingen van deze tijd. Behalve met digitalisering zouden mensen binnenkort geld kunnen verdienen met het gezelschap houden van ouderen.

  • Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Google krijgt vakbond | Herleving van de kulhad | Touadéra herkozen

    Verenigde Staten

    Kunstenaar voor kunstenaars

    De New Yorkse kunstenaar Guy Stanley Philoche heeft voor ruim 65.000 dollar aan werk gekocht van kunstenaars die zijn getroffen door de coronapandemie. Hij kocht ruim honderdvijftig kunstwerken voor maximaal 500 dollar per stuk. Zijn eigen schilderijen kosten zo’n 120.000 dollar, dus hij kan zich wel wat veroorloven. 

    In een video op Instagram vroeg Philoche kunstenaars die de gevolgen merken van de pandemie om hem hun werk te tonen. Beviel het, dan kocht hij het en betaalde hij voor de verzending naar zijn studio in East Harlem. Zo kwam hij in contact met kunstenaars van over de hele wereld. ‘De kunstwereld is mijn gemeenschap en ik voel me verplicht mijn gemeenschap te helpen. En dat blijf ik doen’, aldus Philoche. 

    Overigens zet hij ook weleens een eigen werk ter waarde van 100.000 dollar aan de straat, voor de gelukkige vinder. ‘Art for the People’ noemt hij deze poging om zijn werk met iedereen te delen, ook met mensen die het zich niet kunnen veroorloven.

    (CNN, Atlanta)


    Colombia

    Bungeejumpen in de prehistorie

    Wie had gedacht dat mensen al sinds de Oudheid van grote hoogten sprongen? Een enorme collectie prehistorische rotsschilderingen die wetenschappers diep in het Colombiaanse Amazoneregenwoud aantroffen, onthult dat er al in de prehistorie waaghalzen waren die de spanning opzochten door te bungeejumpen.

    De rotsschilderingen strekken zich uit over bijna 13 kilometer en dateren van ongeveer 12.500 jaar geleden, toen de mens voor het eerst het Amerikaanse continent bevolkte. De inheemse bewoners van het regenwoud bestudeerden de schilderingen al jaren, maar nu heeft ook een groep wetenschappers de afbeeldingen gedocumenteerd. Onder de geportretteerde dieren bevinden zich ook enkele uitgestorven soorten.

    (Colossal, Chicago)


    Zimbabwe

    Journalist weer gearresteerd

    In Zimbabwe is journalist en anticorruptieactivist Hopewell Chin’ono voor de derde keer in korte tijd gearresteerd, ditmaal voor het ‘aanzetten tot openbaar geweld’ tijdens antiregeringsprotesten. Chin’ono berichtte in juni over corruptie rond de aankoop van beschermende uitrustingen voor gezondheidswerkers ter waarde van 60 miljoen dollar. Volgens de journalist en zijn collega’s zijn Collins Mnangagwa, zoon van de president, en enkele hoge regeringsfunctionarissen betrokken bij het schandaal.

    ZANU-PF, de partij die onafgebroken regeert sinds de onafhankelijkheid van Zimbabwe in 1980, ontkent: ‘We hebben met bezorgdheid kennisgenomen van de systematische aanvallen op de integriteit van de familie Mnangagwa door gewetenloze karakters zoals Hopewell Chin’ono.’ Activisten en mensenrechtenorganisaties wijzen op de ‘ongekende’ onderdrukking van mensen met een afwijkende mening in Zimbabwe, die resulteert in arrestaties van tientallen activisten en oppositieleden.

    (Al Jazeera, Qatar)

    Kulhadchai
    Kulhad chai. – © Wikimedia

    India

    Terug naar de kulhad

    Een bescheiden overblijfsel uit het verleden van India is bezig met een grote comeback. Op alle zevenduizend treinstations in het land moet thee voortaan worden geserveerd in aarden bekers die bekendstaan als kulhads. De kulhads zijn ongeverfd, ongeglazuurd, perfect biologisch afbreekbaar en dus milieuvriendelijk. Daarom heeft Piyush Goyal, de Indiase minister van Spoorwegen, besloten dat ze plastic bekers moeten vervangen in de strijd tegen wegwerpplastic.

    ‘Kulhads helpen niet alleen het gebruik van giftig plastic te verminderen, maar bieden ook werkgelegenheid en inkomen aan honderdduizenden pottenbakkers’, aldus de minister. Vóór de corona-uitbraak reisden dagelijks 23 miljoen Indiërs met de trein, dus na de pandemie zal er een astronomisch aantal kulhads nodig zijn. Naar verwachting zal het besluit werkgelegenheid genereren voor zo’n twee miljoen pottenbakkers.

    (The Guardian, Londen)


    Verenigde Staten

    AI-wereld is boos op Google

    Timnit Gebru, ethicus op het gebied van kunstmatige intelligentie (AI), wordt wereldwijd gerespecteerd om haar werk dat raciale vooringenomenheid in algoritmen blootlegt. Ze is bekend als pleitbezorger van grotere participatie door vrouwen en mensen van kleur in haar vakgebied.

    Begin deze maand werd ze plotseling ontslagen door Google, waar ze het ethische AI-team leidde. Het bedrijf wilde dat ze haar naam verwijderde uit een onderzoeksartikel waarin ethische kwesties rondom toepassing van taal in AI-technologie worden besproken, omdat het bezwaren had tegen de inhoud. Gebru beriep zich op de academische vrijheid, waarna ze werd ontslagen. Google beweert dat ze zelf is opgestapt. 

    ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management’

    De gang van zaken leidde tot een stroom van steunbetuigingen en commentaar van AI-onderzoekers bij Google, bij topuniversiteiten en bij bedrijven als Microsoft en chipmaker Nvidia. Ruim tweehonderd Google-medewerkers eisen openheid over de gang van zaken en willen dat hun werkgever zich committeert aan ‘onderzoeksintegriteit en academische vrijheid’. De betrokkenen vinden dat het bedrijf zijn reputatie op dit cruciale gebied te grabbel heeft gegooid. 

    Gebru’s conflict met Google benadrukt de gespannen relatie tussen ethische overwegingen rond AI en het enorme winstpotentieel van deze technologie voor bedrijven. Gebru vermoedt dat haar ontslag is ingegeven door haar uitgesprokenheid over diversiteit en de omgang van Google met mensen uit gemarginaliseerde groepen: ‘Er werken amper zwarte mensen bij Google Research, en al helemaal niet in het hogere management.’

    (Wired, San Francisco)


    Een vakbond bij Google

    226 Google-medewerkers maakten maandag de oprichting bekend van de Alphabet Workers Union (AWU), de eerste vakbond van de internetgigant (Alphabet is het moederbedrijf van Google). De vakbond is een zeldzaamheid in Silicon Valley en de technische industrie, die bekendstaat om zijn hoge salarissen en goede arbeidsomstandigheden. The Verge legt uit dat de groep van plan is om te vechten tegen loonverschillen tussen mannen en vrouwen en ‘controversiële’ contracten met regeringen. 

    Het ontbreken van een gestructureerde vakbond heeft de werknemers van de groep er tot dusver niet van weerhouden zich te uiten, aldus The Verge. Zo werd er geprotesteerd tegen Project Maven, dat droneaanvallen door middel van kunstmatige intelligentie moest verbeteren, en lieten 20.000 medewerkers hun stem horen toen een leidinggevende het bedrijf verliet met een cheque van $90 miljoen – ondanks beschuldigingen van seksuele intimidatie. 

    In een column van de New York Times zeggen twee leden van de AWU dat Alphabet ‘de verantwoordelijkheid heeft tegenover zijn duizenden werknemers en miljarden gebruikers om van de wereld een betere plek te maken’, en dat de vakbond daaraan wil bijdragen.


    Centraal-Afrikaanse Republiek

    Faustin Archange Touadéra uitgeroepen tot president van de CAR

    Maandag bevestigde de nationale verkiezingsautoriteit dat Touadéra 53,9% van de stemmen binnen had. Het resultaat moet nog worden gevalideerd door het Grondwettelijk Hof, schrijft Deutsche Welle, dat de uitslag ‘niet verrassend’ noemt. Maar een deel van de oppositie weigert de herverkiezing van het staatshoofd te erkennen. 

    De verkiezingen gingen gepaard met spanningen en geweld. De stad Bangassou, 750 kilometer ten noordoosten van de hoofdstad Bangui, werd zondag belegerd door de Coalition of Patriots for Change, een rebellengroepering. Touadéra legde de schuld hiervan bij François Bozizé, voormalig president, die in 2013 uit de macht werd gezet.

  • ‘Het komt aan op compassie’

    ‘Het komt aan op compassie’

    Op social media heeft hij meer volgers dan Madonna en Oprah Winfrey, maar u hebt waarschijnlijk nog nooit van hem gehoord. Opiniemaker Kai-Fu Lee, ex-chef van Google in China, is hét gezicht van de Chinese techsector. Zijn naam is synoniem met een opkomende economie die staat te popelen om de rest van de wereld te veroveren.

    In zijn beginjaren hielp Kai-Fu Lee bedrijven als Microsoft en Apple hun innovatiestrategie uit te stippelen. Maar pas toen onder zijn aanvoering een poging om Google naar de Chinese markt te brengen mislukte, veranderde alles. Hij verliet 
Google in 2009 om ter bevordering van de Chinese techsector zijn eigen durfkapitaalfonds Sinnovation op te zetten. Lee, in eigen land machtig en invloedrijk, heeft zo’n 50 miljoen volgers die op de microblogsite Weibo aan zijn lippen hangen. Het China dat hij promoot bruist van innovatie. Maar het Westen staat nog weifelend tegenover dit mysterieuze, 
economisch reusachtige land, dat druk doende is 
zijn rol in de wereld te bepalen.

    Volgens Lee hoeven we ons over China echter geen zorgen te maken. Hij wil zijn invloed juist aanwenden om te waarschuwen voor een naderende ‘AI-ramp’. Hij schat dat kunstmatige intelligentie wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig zal maken, maar dat we dat gedeeltelijk kunnen afwenden als we genoeg creativiteit en compassie inzetten. Volgens Lee is het menens. Regeringen wereldwijd zijn gewaarschuwd, maar zouden met goed beleid maatschappelijke onrust kunnen voorkomen.
    We spraken met Kai-Fu Lee over het raadselachtige China, over waarom Google het moeilijk zal krijgen in dit grootste techland ter wereld en over waarom overheden AI serieus moeten nemen.

    52 Insights: Om er maar geen doekjes omheen 
te winden: komt het betoog in uw boek AI Superpowers er niet op neer dat de Chinese techsector Silicon Valley voorbij zal streven omdat de Chinezen beter zijn in kopiëren en stelen?
    Kai-Fu Lee: Nee, helemaal niet, ik denk dat u dat 
verkeerd hebt begrepen. Daar klopt niets van.

    Kunt u me dan uitleggen waar uw betoog wél op neerkomt?
    ‘Volgens mij is wat China doet wel degelijk te danken aan kopiëren, maar geëvolueerd tot iets wat net zo goed is als Silicon Valley. Het zijn twee systemen die zich totaal anders hebben ontwikkeld. Het is alsof je aan iemand vraagt wat belangrijker voor hem is, lucht of water, of wat het meeste waard is, diamant of goud. Zowel Silicon Valley als het Chinese systeem heeft intrinsieke waarde, want beide zorgen voor enorme welvaart en beide zullen over een eeuw nog van groot belang zijn. Maar ik ga geen voorspellingen doen welke van de twee de ander gaat overschaduwen.

    Het is geen wapenwedloop, ze functioneren 
in parallelle universums. Het Chinese model draait om het opwerpen van een hoge drempel om kopieergedrag en een prijzenoorlog te voorkomen. Het gaat om aandacht voor detail, operational excellence, werken voor een gigantische markt, directe feedback uit de markt en net zo vaak herhalen tot het innovatief wordt. Zo doe je dat. Ik denk wel dat het met kopiëren is begonnen.’

    Ik wil de manier van denken van Chinese ondernemers proberen te doorgronden. U zegt dat die draait om herhalen en details. In het Westen hebben we meer waardering voor ideeën en het belang van innovatie. Is er een groot verschil?

    ‘Ik denk dat waarde in China het einddoel is. Hoe je daar komt, doet er minder toe. Of jij het idee bedacht hebt, is onbelangrijk. Dus je neemt een eigen idee, 
of dat van iemand anders, of van wie ook. Vaak hééft een beginnend bedrijf niet eens een idee; zodra je van start gaat en feedback krijgt van je gebruikers, verwerf je inzicht en krijg je uiteindelijk een wereldschokkend product.

    ‘De vijf beste Chinese apps zijn niet ontstaan doordat er bij iemand een lichtje opging: “Laat ik er daar 
eens een van gaan bouwen.” Na een jaar of vijf zes aanpassen zijn ze ongelooflijk krachtig en doen ze niet onder voor Amerikaanse apps. Het is lastig ze te beschrijven zonder ze te laten zien, maar ik heb een top drie in gedachten die u versteld zou doen staan, zoals toen u YouTube, Google Maps of Snapchat voor het eerst zag.’

    Robotdemonstratie in Hangzhou, China. – ©  Getty  Images
    Robotdemonstratie in Hangzhou, China. – © Getty Images

    Stelt het succes tegen elke prijs en het veel 
hogere arbeidsethos waarover u schrijft, Chinese techbedrijven in staat een hoge vlucht te nemen en het andere sectoren, zoals Silicon Valley, moeilijk te maken?

    ‘Omdat ze niet voor dezelfde markt werken, 
beconcurreren ze elkaar niet. Maar ik heb onlangs nog gezegd dat wanneer er internetgebruikers op Mars zouden zijn en Chinese én Amerikaanse 
bedrijven daar voet aan de grond zouden zetten, ik mijn geld op de Chinezen zou inzetten. In de echte wereld behoren Europa en de VS volledig tot het Amerikaanse “ecosysteem”. Hun mobieltjes zitten vol Amerikaanse apps, daar kun je niet zomaar een Chinese tussen zetten. Dat is niet alleen een kwestie van taal, maar ook van researchpatronen en betaalmethoden. Het heeft te maken met liefde voor een merk, geloof in je bedrijf, dat soort dingen.’

    Sommige mensen denken daar heel anders over. Ze denken dat er een wapenwedloop gaande is, 
dat je alleen maar hoeft te kijken naar de grotere defensie-uitgaven van Amerikanen en naar China, dat zich op de borst slaat en beweert dat het in 2030 leider wil zijn op het gebied van AI. Er heerst ook iets van scepsis en ongerustheid als het gaat om China. Dat komt misschien doordat we niet zo veel van dat land weten, omdat het nog altijd 
achter zo’n zwaar gordijn schuilgaat.

    ‘Elk land heeft zijn ambities. Donald Trump werd 
tot president gekozen met zijn slogan “Make America great again”, Obama zei “Yes we can” en China zegt dat het tot de beste op AI-gebied wil behoren. Hopelijk wil de Chinese overheid dat het Chinese volk beter wordt van de vooruitgang op dat gebied. En Amerika zou van hetzelfde moeten dromen voor zijn burgers. Het gaat hier niet om een strijd om grondstoffen, 
olie of land. Elk land ontwikkelt zijn talenten. Verder is het ook niet alsof ze allebei hun waar aan Zuid-Amerika proberen te slijten en erover bakkeleien welk product Brazilië bijvoorbeeld zal kiezen. Het zijn echt twee naast elkaar bestaande ruimten, 
twee landen die het uitstekend doen op basis van verschillende methodologieën.’

    Maar sommige mensen associëren China met 
een autoritaire overheid, met schendingen van mensenrechten. Staat dat volgens u ware innovatie en originaliteit niet in de weg?

    ‘Ik ben geen expert op het gebied van overheidsbeleid en mensen hebben uiteraard recht op hun mening. Het belangrijkste is volgens mij dat er innovatieve producten uit China komen. Dat is een realiteit die niet valt te ontkennen. Als ik u WeChat zou laten zien, zou u zeggen: “Wauw, dat is nog eens inno-vatief!” Heiligt het doel niet de middelen? Er is geen idee gestolen, alles is in China ontwikkeld. Daar was veel geld en ondernemingszin voor nodig. Het is gewoon een andere manier om een resultaat te bereiken.’

    ‘AI zal wereldwijd zo’n 40 tot 50 procent van de banen overbodig maken’

    *U schrijft dat de Chinese overheid via een durfinvesteringsconstructie steeds meer geld 
in de techsector pompt; in acht jaar is dit bedrag gestegen van 7 miljard tot 27 miljard dollar. Wat verwacht de Chinese overheid van de techsector, aangezien ze er zo veel geld in investeert? *

    ‘Het Chinese durfkapitaalsysteem heeft zich min of meer op eigen kracht ontwikkeld, bijna zonder overheidssteun, dankzij kapitaal uit Amerika en Europa, die beseften dat China in de lift zat. Over het geheel genomen is 27 miljard dollar over vijftien jaar ook niet zo veel. Het helpt, je stookt het vuurtje ermee 
op, maar het is niet de ware katalysator. En het geld kwam laat; tegen de tijd dat de overheid ging meedoen, wás er al durfkapitaal. Maar ik geef toe dat de overheid bijdraagt aan het Chinese ondernemers-klimaat. Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen. Betalen met je mobieltje is een 
goed voorbeeld.’

    ‘Nieuwe technologieën worden niet met wetten aan banden gelegd, waardoor ze tot bloei kunnen komen’

    *Denkt u dat Chinese bedrijven tot de Amerikaanse en Europese markt willen doordringen? *

    ‘Amazon, Google en Facebook hebben zo’n sterke marktpositie dat het voor Chinese bedrijven heel moeilijk zal zijn om te concurreren. Maar China zou in opkomende economieën mogelijk in het voordeel kunnen zijn. Chinese bedrijven dringen tot Zuidoost-Azië, Afrika en het Midden-Oosten door via samenwerkingen en investeringen.’

    Zou u iets zou willen zeggen over de terugkeer 
van Google op de Chinese markt na zo’n lange afwezigheid? Onlangs haalde hun zoekmachine Dragonfly alle kranten omdat de technologie het mogelijk maakt zoekopdrachten van gebruikers te koppelen aan hun telefoonnummer, waardoor ze op de radar van de overheid blijven. Wat vindt 
u daarvan?

    ‘Ik ben negen jaar geleden bij Google weggegaan. 
Het is voor Google heel moeilijk om naar China te komen. Om dezelfde redenen kunt u zich voorstellen dat Chinese bedrijven weinig succes zullen hebben in het Verenigd Koninkrijk. Het wordt een harde strijd voor Google. Ik stond dertien jaar geleden aan het hoofd van dat bedrijf en toen waren de parallelle universums lang niet wat ze nu zijn. Wat toen nog kon, is tegenwoordig heel moeilijk.’

    In een opinieartikel in The New York Times schrijft u dat AI allerlei banen overbodig zal maken: bankemployees, medewerkers van klantenservices, telemarketeers. Hoe serieus moeten overheden die dreiging nemen?

    ‘Het begint waarschijnlijk pas echt over een paar 
jaar, omdat de technologie dan verder is. We horen bijvoorbeeld van bedrijven dat ze erover denken de operationele staf de komende drie jaar te halveren. Dat zijn voortekenen. Maar veel bedrijven moeten eerst nog aanpassings- en technische problemen oplossen. Ik denk dat het een jaar of vijftien duurt voordat grote aantallen banen overbodig zullen 
worden. Overheden moeten gaan beseffen wat er aan de hand is. Als ook maar 1 procent van de bevolking het slachtoffer wordt, is het te laat om over de 
kwestie na te gaan denken. Dat moeten we voor zijn.’

    Kai-Fu Lee, hét gezicht van de Chinese techsector. – © Getty
    Kai-Fu Lee, hét gezicht van de Chinese techsector. – © Getty

    U schrijft: ‘Ik vrees dat er voor werknemers steeds minder vaste voet onder de grond overblijft, als dieren die zich moeten terugtrekken voor een overstroming, springend van de ene rots naar de andere.’ Dat is een beangstigend beeld.
    ‘Ja, op basis van onderzoek voorspel ik dat dat zal gebeuren.’

    U zegt dat China zich niet druk maakt over die kwestie.
    ‘Amerikanen en Europeanen denken het meest 
over deze kwestie na. Dat doen maar heel weinig Chinezen. Ze vertrouwen op de Chinese overheid, 
die zich meestal met dit soort zaken bezighoudt. De belangrijkste reden waarom Chinezen zich niet druk maken, is omdat de Chinese overheid de transitie van landbouw naar maakindustrie effectief heeft aangepakt door die van bovenaf op te leggen. Dat is een verschil met de westerse aanpak. Ik zeg niet of dat goed of slecht is. Maar omdat de overheid het eerder goed heeft gedaan, geloven mensen dat ze zich ook wel weer over een volgende grote verandering zal ontfermen.

    ‘Chinezen zijn veel meer gericht op geld verdienen. De “goudkoorts” is begonnen toen Deng Xiaoping een aantal jaren geleden zei: “Laat sommige mensen eerst maar eens rijk worden.” We bevinden ons nu in het vierde decennium van die zucht naar rijkdom. 
Er zijn nog steeds veel mensen uit families die al 
tien of twintig generaties lang rijk of arm zijn, en de verwachting is nog altijd groot dat het volgende kind de familie zal opstoten naar de middenklasse of naar een zeker welvaartspeil. Die verwachting zet het Chinese volk aan tot hard werken en tot die genoemde manier van ondernemen. Het zorgt er ook voor dat mensen materiële welvaart hoger aanslaan. 
Die cultuur verdwijnt over een jaar of vijftig vanzelf, wanneer de middenklasse zal zijn gegroeid.’

    Zonder twijfel is China voor het Westen een interessant land. Wij kijken ernaar met een mengeling van nieuwsgierigheid, angst en fascinatie. Wat zijn de grote uitdagingen voor China? Het land telt bijna 1,4 miljard inwoners, 
de middenklasse rijst de pan uit en wordt steeds veeleisender, terwijl sommigen waarschuwen voor een uiteindelijke economische terugval.

    ‘Het onderwijs is verbeterd, maar er bestaat nog steeds een grote kloof tussen onze universiteiten en de beste in de VS en het Verenigd Koninkrijk. Vooral de VS weet fantastische jonge mensen aan zich te binden die er willen studeren, er geweldig onderzoek doen en er vervolgens blijven hangen. China heeft dat voordeel niet. De VS trekt mensen van heinde 
en verre, China heeft bijna alleen Chinezen. En hoe groot het land ook is, het is maar een fractie van de wereld. Dus om een wereldspeler te zijn en ervoor 
te zorgen dat Chinezen willen blijven, moet China mensen uit andere landen trekken.’

    Wat zal er gebeuren wanneer technologie zo 
diep in onze samenleving doordringt dat alle fabrieksbanen sneuvelen?
    ‘Als we daarop willen anticiperen, komt het aan 
op twee dingen: creativiteit en compassie. Bij crea-
tiviteit draait het om onderwijsbeleid voor slimme, talentvolle mensen: die moet je al vroeg laten specialiseren en hun passie laten volgen, zodat ze optimaal presteren in hun creatieve domein. Maar dat is 
maar voor een klein percentage weggelegd, waardoor het banenprobleem niet wordt opgelost. Dan blijft compassie als enige oplossing over. Daarmee bedoel ik compassie in brede zin: in staat zijn een band 
met iemand aan te gaan. Daarbij denk ik aan banen als au pair, leraar, verpleegkundige, sociaal werker en psychiater, waarbij veel menselijke interactie komt kijken.

    ‘Overheden moeten er alles aan doen om het aantal banen in die sector te vergroten. Zelfs al kunnen machines ze nabootsen – denk aan een robot-
verpleegkundige – dan willen mensen ze niet echt. Ik denk dat AI aan dat soort banen kan bijdragen als analytische machine die mensen in staat stelt te doen waar ze het beste in zijn: andere mensen 
aandacht geven. Daarom is die sector waarschijnlijk de enige die groot genoeg is om de verschuiving op de arbeidsmarkt op te vangen. In de komende 15 
tot 25 jaar zijn sociaal ondernemerschap, maatschappelijk verantwoord investeren en vrijwilligerswerk noodzakelijk.

    ‘Als we over tachtig jaar terugkijken, als routine-matige banen zijn overgenomen door machines, kunnen we doen waar we goed in zijn, waar we van houden, dan kunnen we bijvoorbeeld nadenken over de zin van het leven. Maar eerst moeten we door de komende 25 jaar heen, waarin ons een uitdagende transitie staat te wachten.’

    Openingsbeeld: © Getty

    52 insights
    Verenigd Koninkrijk | 52-insights.com

    Opgericht in 2015 vanuit de behoefte om mensen te informeren over fundamentele veranderingen in de wereld door middel van diepgaande discussies. Het format bestaat uit een interview per week met een schrijver, designer, onderzoeker, leider of anderszins innoverende persoon die onze visie op de wereld kan veranderen.

  • In de sporen van Frankenstein. Wat AI kan leren van de cultklassieker

    In de sporen van Frankenstein. Wat AI kan leren van de cultklassieker

    Keuze uit het archief

    Steeds vaker verschijnen er artikelen als ‘We moeten het hebben over hoe goed AI eigenlijk wordt’ (The New York Times), ‘Kunstmatige intelligentie verschuift de grens tussen menselijk en niet-menselijk’ (Le Monde) en andere berichten waaruit blijkt dat het maar langzaan tot ons mensen doordringt dat we niet meer kunnen ontsnappen aan wat we zelf hebben gecreëerd. Dat dit een monster à la Frankenstein is, is daarmee niet gezegd. Maar wetenschappers trekken al lange tijd belangrijke lessen uit deze klassieker van Mary Shelley, zoals uit dit artikel uit 2018 blijkt.

    Tweehonderd jaar nadat Mary Shelley het monster van Frankenstein schiep, trekken AI-wetenschappers waardevolle lessen uit de cultklassieker. Deze zouden zelfs het verschil kunnen maken tussen vooruitgang of de Apocalyps.

    Het monster van Frankenstein is na tweehonderd jaar nog steeds alive-and-kicking. In zijn nieuwe rol als boeman van de artificiële intelligentie (AI) kom je de creatie van Mary Wollstonecraft Shelley nog overal op internet tegen. De Britse literatuurcriticus Frances Wilson heeft het al uitgeroepen tot de ‘vruchtbaarste metafoor ter wereld’. Niet zonder ironie, maar toch: de titel past het monster wel. Want van Guardian-journalisten tot Google-ingenieurs, waarschuwingen over de gevaren van kunstmatige intelligentie liggen velen in de mond bestorven: AI is het grote monster onder ons bed. AI zit overal, van bedieningspanelen voor computers tot de donkere krochten van het internet, van Moskou tot Palo Alto. En die AI wordt krachtiger, sneller, slimmer en gevaarlijker dan de programmeurs die er aan de wieg van staan. Het hedendaagse monster van Frankenstein is nog veel griezeliger dan de uit genetische manipulatie of radioactieve straling ontstane gedrochten in B-films uit de Koude Oorlog. Uiteindelijk zal het als een geest uit de machine verrijzen om zijn scheppers en de hele mensheid te vernietigen.

    De thema’s zijn nauwelijks veranderd sinds 1818, toen de 20-jarige Shelley haar roman uitbracht. De doemverhalen over AI in de media leunen voor hun schrikeffecten nog net zo zwaar op de conventies van het griezelgenre als Frankenstein, of de moderne Prometheus. Straks komen de robots in opstand om niet alleen de wereld te vernietigen, maar ook jouw dierbare privacy de nek om te draaien, tot in je eigen huis aan toe. Kijk maar naar Alexa, de Amazon-robot die precies weet wat jouw smaak is. Zij gaat je complete gezinsleven dirigeren, geheel naar jouw – lees: haar – wensen.

    Het woord ‘robot’ werd in 1921 in de wereldliteratuur geïntroduceerd in het toneelstuk RUR (Rossums Universele Robots) van de Tsjechische schrijver Karel Čapek. ‘Kijk, kijk, kijk: bij elke deur stroomt het bloed over de drempel!’, hoorde het Praagse theaterpubliek toen. ‘Uit alle huizen stroomt bloed!’ Want Čapeks stuk schetst de cybernetische revolutie van de in Rossums fabriek massaal geproduceerde robots. Die mensvormige werkslaven komen in opstand en ‘vermoorden de mensheid’ in hun bed, net zoals Victor Frankensteins bruid Elizabeth in haar huwelijksnacht vermoord wordt door het monster dat hij heeft geschapen.

    Zowel Shelley als Čapek schetsen een biotechnisch monster dat van onderop en van binnenuit een staatsgreep pleegt die succesvoller is dan de historische revoluties in Parijs of Sint Petersburg. Maar wie is er verantwoordelijk voor deze opstandige AI? Anders dan in het Frankrijk van het ancien régime of het tsaristische Rusland krijgt in het werk van deze auteurs niet de adel de schuld. Vol ontzetting roept de hoofdingenieur in Čapeks RUR uit: ‘Ik wijt het aan de wetenschap! Ik wijt het aan de technologie!’ Om vervolgens stil te vallen en zichzelf te corrigeren: ‘Wijzelf, wij dragen hier schuld aan!’ Niet de technologie is hier het probleem, maar de grootheidswaan van wetenschappers en techneuten.

    In Shelleys roman sterft Victor Frankenstein op een schip in het Noordpoolgebied waar hij op zijn ‘bovenmenselijke’ schepping jaagt. Op zijn sterfbed zegt hij tegen de kapitein: ‘Het verontrust mij dat hij voortleeft en nog meer kwaad kan aanrichten in de wereld.’ Het is de enige keer dat uit zijn woorden enig verantwoordelijkheidsbesef blijkt voor het feit dat hijzelf het ‘rationele schepsel’ heeft gemaakt dat de meeste van zijn dierbaren heeft vermoord. Toch deinst hij ervoor terug om kapitein Walton te laten beloven met zijn bemanning de jacht op zijn ‘eerste schepping’ voort te zetten om die te ‘vernietigen’: ‘Ik durf u niet te vragen wat ik juist acht, want het is ook mogelijk dat ik door mijn emoties word verblind.’

    Frankensteins halfslachtigheid is ook de onze. Als hij al niet goed weet in hoeverre hij of de mensheid verantwoordelijk is voor de schepping van een monsterlijke intelligentie, dan is ook ons wel wat verwarring vergund. Maar we zijn het onszelf (en grote geesten als Shelley en Čapek) verplicht om ons op de filosofische consequenties van onze wetenschappelijke en technologische scheppingsdrang te bezinnen. Hebben wij mensen vormen van intelligentie geschapen die we onszelf kwalijk kunnen nemen?

    Product van de omgeving

    Om te kunnen begrijpen wat kunstmatige intelligentie is, zo betoogde Google-ingenieur François Chollet op Medium.com in zijn artikel The Impossibility of Intelligence Explosion, moeten we beseffen dat álle intelligentie ‘in essentie situationeel’ is. De intelligentie van een mens manifesteert zich in de wijze waarop hij de problemen oplost die zich voordoen bij de verwerking van zijn ervaringen als individu. Voor de intelligentie van een computeralgoritme geldt hetzelfde: die schuilt in de wijze waarop dat algoritme de problemen oplost die zich voordoen bij het toepassen van zijn regels op de ingevoerde gegevens. Intelligentie, of het nu natuurlijke of kunstmatige intelligentie betreft, past zich aan aan de situatie.

    Veder wijst Chollet erop dat mensen ook een product van hun eigen werktuigen zijn. Zoals de vroege mens met vuur of ingekerfde schelpen werkte, zo beschikt de moderne mens over pen, drukpers, boeken en computers om data te verwerken en de problemen van specifieke situaties op te lossen. Geheel in overeenstemming met de inzichten van antropologen als Agustín Fuentes van de University of Notre Dame in Indiana en Marc Kissel van de Appalachian State University in North Carolina stelt Chollet: ‘Onze intelligentie bevindt zich niet alleen in onze hersenpan, maar grotendeels daarbuiten in onze beschaving.’

    Wetenschap en technologie zijn twee bepalende producten van de moderne menselijke beschaving. Dat we met behulp daarvan nu vormen van intelligentie creëren die op hun beurt zelfstandig problemen kunnen oplossen, is slechts het zoveelste voorbeeld van wat Agustín Fuentes in The Creative Spark (2017) een proces van creatieve interactie tussen mens en omgeving noemt. Als je met zijn antropologische blik naar de geschiedenis van de mensheid kijkt, is de hele beschaving een vorm van kunstmatige intelligentie: een verzameling instrumenten die door opeenvolgende culturen in de loop der tijd zijn ontwikkeld om de mens in staat te stellen lering te trekken uit het verleden, ten bate van alle mogelijke vormen van leven in het heden en de toekomst.

    Als scheppers moeten wij van onze technologieën houden als van onze kinderen, want in ruwe, liefdeloze handen zullen het monsters worden

    We kunnen verschillende types AI in de technologische gereedschapskist van onze beschaving onderscheiden. Zwakke AI, ook wel ANI (artificial narrow intelligence), is de naam voor de algoritmen die zijn ontworpen of getraind voor het oplossen van specifieke problemen. Sterke AI of AGI (artificial general intelligence) is de vorm van kunstmatige intelligentie die in de toekomst misschien werkelijk autonome intelligentie en zelfs bewustzijn kan opleveren. Machine learning of machinaal leren (ML) is de techniek die tegenwoordig de meeste aandacht krijgt als het gaat over AI: een computeralgoritme met een statistisch model dat bepaalde routines steeds herhaalt (en daarvan ‘leert’) om zich te ontwikkelen en bepaalde problemen steeds beter te kunnen oplossen. Net als bij mensen kan dit proces worden bijgestuurd met feedback van buitenaf, dan heet het ‘gecontroleerd leren’. Deep learning (DL) tot slot is een vorm van machinaal leren waarin modellen complexere taken uitvoeren op meerdere niveaus.

    De output van elke taak is daarbij steeds nodig voor de uitvoering van een volgende taak op een hoger niveau. Voor de herkenning van een met de hand geschreven getal kan zo’n algoritme bijvoorbeeld in de eerste fase de pagina afzoeken naar geschreven tekst, waarna een tweede fase nodig is om de contouren daarvan vast te stellen, een derde om uit de locatie van die contouren de vorm af te leiden, en een vierde fase om uit de combinatie daarvan de cijfers van het getal af te leiden. Deep learning kan hogere logica toepassen op complexe lagen ‘big data’ voor het oplossen van ingewikkelde technische problemen.

    Dreigen we met machinaal leren en sommige vormen van deep learning nu net als Frankenstein waanzinnig slimme monsters tot leven te wekken die onze ondergang zullen worden? Dat was wat Shelley zich voorstelde en wat sommige computerwetenschappers tegenwoordig ook voorzien.

    Het kantelpunt waarop AGI de intelligentie van de mensheid zal evenaren om die vervolgens te overtreffen, staat in de wereld van de cybernetici bekend als ‘de singulariteit’. Dat is het kortstondige punt waarop de intelligentie van de mens volledig gelijkwaardig is aan die van AGI. Dit zal een uniek moment in de wereldgeschiedenis blijken te zijn, en zal volgens de experts niet lang meer op zich laten wachten. AGI zal zich namelijk onstuitbaar blijven ontwikkelen en haar menselijke schepper uiteindelijk overheersen. De singulariteit is de Silicon Valley-versie van het hegeliaanse ‘einde van de geschiedenis’, maar dan in grijze T-shirts en hoodies. Het is het begin van het einde van de menselijke intelligentie, bewerkstelligd door de machines die hun intelligentie daarvan hebben afgekeken.

    Die singulariteit heeft iets religieus, iets mystieks. Er wordt een beeld opgeroepen van alwetende goden en hun half-menselijke nazaten die, weliswaar kort maar waardig en op gelijke voet, tegenover elkaar staan. Het is het beeld van Pallas Athene, de uit het hoofd van Zeus geboren godin van de wijsheid, die de Titaan Prometheus helpt het vuur van de goden te stelen om aan de mensen te geven. Of van Frankenstein die op een gletsjer hoog in de Alpen het ijzingwekkende verhaal van het monster aanhoort, over hoe het in zijn eentje moest zien te overleven en nu – heetgebakerd – genoegdoening eist. De singulariteit is de moderne versie van deze mythe. Een toekomstvisioen waarin de mens straks tegenover een elektrisch apparaat staat dat hem strak aankijkt.

    Zij die in de singulariteit geloven, beroepen zich graag op de wijsheid van Stephen Hawking. De overleden Engelse natuurkundige waart als postume intelligentie nog in filmpjes op internet rond, als een hologram van Hamlets vader die ons toespreekt vanuit het graf. In november 2017 zei Hawking in een toespraak: ‘AI zou de grootste ramp in de geschiedenis van onze beschaving kunnen zijn.’ Maar geen paniek: als je de hele toespraak van Hawking op de Web Summit in Lissabon beluistert, hoor je hem – degelijk denker die hij is – nadruk leggen op dat voorwaardelijke ‘zou’. Kunstmatige intelligentie kán goed, slecht of neutraal uitpakken. Het valt onmogelijk te voorspellen wat de gevolgen van AI zullen zijn. ‘We weten simpelweg nog niet en kúnnen ook niet weten’, zei Hawkings mechanische, door bewegingen van zijn gezichtsspieren aangestuurde computerstem, ‘of AI ons enorm zal helpen, ons zal negeren of op een zijspoor rangeren, of ons mogelijk zelfs zal vernietigen.’ Niet lang daarna schreef Chollet dat de voorspelling van een dreigende ‘intelligentie-explosie’ zwaar overtrokken was en dat AI niet exponentieel, maar lineair zou groeien.

    De naam van Frankenstein viel nergens in Hawkings toespraak, maar zijn betoog was wel doorspekt met dezelfde filosofische thema’s die ook in Shelleys boek een rol spelen. Zoals alle grote literatuur kan haar roman niet worden gereduceerd tot een simpele moraal, bijvoorbeeld over de gevaren van wetenschappers die voor God spelen. Het boek is eerder een puzzel die de cognitieve en emotionele intelligentie van de lezer op de proef stelt. Het leesplezier schuilt erin dat je de verschillende puzzelstukjes in elkaar ziet vallen. En om de ethische puzzel van Frankenstein op te lossen, helpt het om oog te hebben voor de theologische achtergrond. Het woord ‘superintelligentie’ dateert al van eind zeventiende eeuw, toen de quakers het gebruikten als omschrijving voor het Opperwezen. Het was een woord dat veel voorkwam in het religieuze debat in het Engeland van Shelleys jeugd.

    In haar roman schrijft Shelley dat het monster zich met ‘bovenmenselijke’ snelheid voortbeweegt. Maar het gaat niet louter om fysieke snelheid. Nadat Frankenstein het monster aan elkaar heeft genaaid, tot leven heeft gewekt en vervolgens aan zijn lot heeft overgelaten, maakt het een cognitieve en emotionele ontwikkeling door die veel sneller verloopt dan bij mensen. Zoals veel baby’s spreekt het na een maand of zes zijn eerste woordjes, maar weer een halfjaar later kan het Miltons Paradise Lost al lezen. Het brengt zichzelf taal bij door via een gat in de muur de familie De Lacey te bespieden, Frans-Turkse vluchtelingen die zich ophouden in de bossen bij Ingolstadt.

    Het monster is een hogere intelligentie, maar dat geldt ook voor Shelley. Haar geest zweeft over het hele verhaal, dat door haar is bedacht. Het is een raamvertelling met als eerste verteller kapitein Walton, die brieven schrijft aan zijn zus in Londen. Anne K. Mellor, hoogleraar Romantiek aan de University of California, heeft er in Mary Shelley: Her Life, Her Fiction, Her Monsters al op gewezen dat de initialen van die zus, ‘MWS’, ook die van Mary Wollstonecraft Shelley zijn. De vrouw die de brieven ontvangt – met daarin behalve het relaas van Walton ook de verhalen van Frankenstein, zijn monster en de familie De Lacey – is de auteur van de roman. Zij bepaalt de inhoud, de vorm en het doel van het verhaal. En door Frankenstein op de gletsjer oog in oog te brengen met zijn monster en dat een stem te geven, zet Shelley de lezer ertoe aan zich in de kunstmatige intelligentie in te leven. Diens kunstmatige schepping begint met een verwekking zonder moeder. Vervolgens worden in zijn leven de opvoedkundige ideeën geïllustreerd van John Locke (en van Shelleys vader William Godwin), die Shelley fanatiek gelezen had. Volgens die theorieën werd de vorming van kinderen bepaald door hun omstandigheden, te beginnen met de vroegste zintuiglijke gewaarwording van hun omgeving. Het monster heeft weliswaar geen moeder, maar maakt dezelfde contextuele en interactieve ontwikkeling door als andere kinderen. En AI wordt net als Frankensteins monster weliswaar niet uit een moeder geboren, maar wel door de omstandigheden gevormd.

    Geen big data

    Terwijl het verweesde monster vanuit een belendende bouwval zijn buren bespiedt, ontwikkelt het zijn intelligentie met de doelmatigheid van een computer en de intensiteit van een kind. Het zuigt kennis op over ‘de geschiedenis van mijn vrienden’, de familie De Lacey. Het krijgt geen volledige informatie, geen ‘big data’, maar moet zich behelpen met wat er aan gegevens door het gat in de muur sijpelt. Het schepsel analyseert de input van de buren binnen de beperkingen van het ‘programma’ van zijn eigen krotwoning. Net als de Amerikaanse Google Assistant en de Russische Alisa is hij een ‘intelligente assistent’ die zowel de vooroordelen van zijn culturele context als de emotionele grenzen van zijn data en programmatuur aan de dag legt.

    Toch voldoet het monster in zijn bouwval aan zes criteria voor deep learning: hij leert in het gezin De Lacey zowel (1) gezichten als (2) spraakpatronen te herkennen; (3) hij leert te vertalen: het Frans van Felix en misschien het Arabisch van Safie, het Engels van Milton, het Duits van Goethe en het Grieks (of Latijn) van Plutarchus; (4) hij kan het handschrift in het logboek van zijn vaders laboratorium lezen; (5) hij speelt strategische spelletjes met mensen, door de familie eerst stiekem aan brandhout te helpen en later uit wraak hun huis plat te branden als ze hem vol afschuw hebben afgewezen en de streek zijn ontvlucht; en (6) hij stuurt robotprothesen aan, want zijn lichaam, samengesteld uit delen van verschillende dode mensen en dieren, is een mensvormig product van scheikundig en medisch vernuft en elektriciteit.

    Omdat het leven in de echte wereld een kwestie van vallen en opstaan is, kan AI – net als het monster – misschien wel ‘diepe’, maar geen foutloze kennis verwerven. Een kunstmatige intelligentie kan uit verhalen lessen opdoen – maar ook de verkeerde lessen. Een slecht geprogrammeerde computer zal data onjuist verwerken. En slechte data zullen de computer tot een onjuiste analyse brengen.

    Meer dan twintig jaar voordat Charles Babbage en Ada Lovelace het grondmodel van de moderne computer bedachten, de ‘analytische machine’, stelde Shelley zich die schepping al voor als een mensvormig AI – inclusief alle bekrompen maar krachtige vooroordelen, diepe maar misleidende gedachten en sterke maar tegenstrijdige gevoelens waar mensen mee kampen. Shelleys scheppingsverhaal is geënt op Genesis en de Prometheus-mythe, en eenvoudig: AI wordt geschapen naar het evenbeeld van de gebrekkige maar machtige mens. Als scheppers moeten wij – zoals de Franse socioloog Bruno Latour ons in de geest van Shelley voorhoudt – van onze technologieën houden als van onze kinderen, want in ruwe, liefdeloze handen zullen het monsters worden.

    In haar essay ‘A Cyborg Manifesto: Science, Technology, and Socialist-Feminism in the Late Twentieth Century’ stelde de Amerikaanse feministe Donna Haraway in 1984 dat alle mensen cyborgs zijn, hybride combinaties van ‘machine en organisme’. We zijn ook allemaal AI’s die leren van de input van verhalen en andere ervaringen. Als AI’s die nolens volens door context en cultuur zijn gevormd moeten we de les van Shelley, de moeder van de sciencefiction, ter harte nemen en oog hebben voor de geschiedenis en het soort verhalen dat we erover vertellen.

    In een stuk in T_he New Yorker_ wees de Amerikaanse historica Jill Lepore op Shelleys andere speculatieve roman_ The Last Man,_ anoniem gepubliceerd in 1826. Daarin is de hele mensheid in het jaar 2100 uitgeroeid door een plaag, met uitzondering van één man, Lionel Verney. Het is een sleutelroman en Verney is het alter ego van Shelley zelf, die in 1826 al veel dierbaren heeft verloren: vijf kinderen die aan ziekte zijn bezweken, haar zus die zelfmoord heeft gepleegd, haar man Percy Shelley die in Italië is verdronken en hun vriend, de dichter Lord Byron, die op een Grieks slagveld aan bloedvergiftiging is overleden.

    Maar in plaats van te bezwijken onder wanhoop en verdriet stuurt Shelley haar literaire stand-in Verney naar Rome. Dat bleef haar lievelingsstad, ook nadat haar drie jaar oude zoontje William daar in het voorjaar van 1819 aan een koortsaanval was overleden. Verney kan er ‘vertrouwelijk converseren met dit wereldwonder, die soevereine meesteres der verbeelding, de majestueuze en eeuwige stad die miljoenen generaties uitgestorven mensen heeft overleefd’. Hij – of zij, moet ik eigenlijk zeggen – ‘waart rond’ in het Vaticaan en betrekt het Palazzo Colonna, vol bewondering voor alle kunst en architectuur. Geïnspireerd door de schoonheid en grandeur van Rome fantaseert Shelley, bij monde van Verney, over de mogelijkheid dat een nieuwe Adam en Eva ergens in een afgelegen streek, veilig voor de plaag, de aarde opnieuw kunnen bevolken.

    Verney wil de mensheid redden en bezoekt daarom ‘de bibliotheken van Rome’, hij wil alle ‘bibliotheken van de wereld’ benutten. Hij leest de oude geschiedenisboeken en wil zelf een nieuwe ‘geschiedenis van de laatste mens’ schrijven. ‘Ik heb de Sint-Pieter beklommen’, laat Shelley hem noteren. Vanaf het dak van die koepel overziet ze – door de ogen van haar alter ego – de glorieuze ruïnes en monumenten. Via het personage van Verney stelt Shelley zichzelf voor als paus, keizer en God in één. Ze weet dat ze over de scheppende kracht beschikt om zichzelf en de mensheid met haar schrijfkunst – de vrucht van onderwijs – voor de uitsterving te behoeden. Ze is geworden wat Frankenstein niet was: een kunstenaar die de mensheid vertroosting en wijsheid biedt door het trauma van haar verleden onder ogen te zien en om te vormen.

    Toekomst en verleden

    Denkers over AI komen altijd weer terug bij Frankenstein, zoals Shelley en Verney terugkeerden naar Rome, om eer te bewijzen aan het vernuft van de menselijke intelligentie. Net als Rome op het toppunt van zijn macht kan AI menselijke beschavingen bouwen of vernietigen. Net als Frankensteins schepping kan AI een monster of een slachtoffer van de mens worden. Rome motiveerde Shelley, en Verney, om de mensheid te behouden door kennis te delen en te verspreiden. Als kapitein Walton de jammerklachten van het monster bij de doodskist van zijn vader hoort, stemt hem dat tot nadenken en drijft het hem ertoe brieven over de tragedie van Frankenstein te schrijven aan zijn zuster ‘MWS’. Vanuit deze inzichten kunnen mensen misschien samen met onze AI-vrienden vrij toegankelijke verzamelplekken van kennis opzetten en onderwijsgemeenschappen vormen voor de verheffing van het hele netwerk van alle wezens die de harde data van het leven moeten verwerken. Shelley in Rome, vanaf de koepel van de Sint-Pieter virtueel uitkijkend over de stad, symboliseert het feit dat de toekomst van kunstmatige intelligentie zal berusten op wat wij van ons culturele verleden hebben geleerd.

  • Stopt Google terecht zijn samenwerking met het Pentagon?

    Stopt Google terecht zijn samenwerking met het Pentagon?

    Techgigant Google ondersteunt het droneprogramma Project Maven van het Pentagon. Dat strookt niet met de waarden van het bedrijf, vonden veel werknemers. Daarop besloot Google op 1 juni het contract in 2019 niet te verlengen. Een juiste beslissing?

    JA

    Moet multinational Google zijn technologie gebruiken om het militaire overwicht van één land te versterken? Moet het zijn geavanceerde AI-software, zijn onlinediensten en de reusachtige hoeveelheid persoonlijke gegevens die het verzamelt, inzetten bij de ontwikkeling van autonome wapens?

    Onlangs nam ruim een dozijn werknemers ontslag omdat Google het droneprogramma Project Maven van het Pentagon met zijn AI ondersteunt. Dit project moet drones gemakkelijker mensen laten identificeren. Hun stap volgt op een open brief, ondertekend door ruim 3100 Google-werknemers, waarin staat dat Google zich niet met oorlogsvoering moet bezighouden.

    In het Maven-programma van het Amerikaanse leger wordt AI gebruikt om op beelden van surveillancedrones ‘interessante objecten’ te ontdekken, die menselijke analisten dan verder kunnen inspecteren. Niet alleen levert Google hiervoor de AI-technologie, maar ook technici en expertise. Maven is al actief ‘in het Midden-Oosten’ en vanaf volgende zomer wordt de inzet geïntensiveerd. De bedoeling is om er ongerichte surveillancebeelden mee te analyseren die ‘hele steden kunnen bestrijken’.

    Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties

    In de berichtgeving over Project Maven wordt vooralsnog de rol van menselijke analisten benadrukt, maar de bedoelingen van de Amerikaanse ministerie van Defensie zijn overduidelijk. De techniek moet het proces van identificatie van doelwitten, waaronder mensen, gaan automatiseren en vervolgens de wapens aansturen om die mee aan te vallen. Volgens Defense One heeft het Pentagon al plannen om zulke beeldanalysesoftware eveneens in de drones zelf in te bouwen, ook in gewapende. Het is dan nog maar een kleine stap naar volledig autonome drones, die zonder menselijk toezicht of menselijke controle mogen doden.

    Zelfs zonder de automatische identificatie van doelwitten was het Amerikaanse droneprogramma al controversieel. Volgens velen waren de gerichte liquidaties in strijd met Amerikaanse en internationale wetgeving. Het ging bij deze liquidaties om ‘personality strikes’ op bekende individuen, wier naam op een dodenlijst voorkwam, en om ‘signature strikes’, gebaseerd op een ‘levenspatroonanalyse’. Bij dit laatste type aanval worden mensen tot doelwit bestempeld louter op basis van hun uiterlijk en hun gedrag op surveillancebeelden. Het gevolg was dat er bij luchtaanvallen niet alleen geregeld omstanders werden gedood, maar dat zelfs sociale bijeenkomsten, zoals huwelijken, soms doelwit werden van een aanval.

    Door aan project Maven deel te nemen, ondersteunt Google het mogelijk illegale Amerikaanse droneprogramma en werkt het de immorele praktijk in de hand van door statistiek en algoritmes gedreven liquidaties. Het multinationale bedrijf Google heeft de handen ineen geslagen met het leger van één bepaald land. Het ontwikkelt een techniek die mogelijk zeer gevaarlijk kan worden voor haar gebruikers en hun buren. Dit is een kritiek moment.

    Auteurs: Lucy Suchman, Lilly Irani, Peter Asaro
    Bron: The Guardian

    Lucy Suchman is hoogleraar wetenschapsantropologie aan Universiteit van Lancaster. Lilly Irani is universitair docent aan de Universiteit van California. Peter Asaro doceert aan de New School in New York.

    1. Lucy Suchman; 2. Christopher M. Kirchoff.
    1. Lucy Suchman; 2. Christopher M. Kirchoff.

    NEE

    Moeten technologen voorkomen dat hun gereedschappen gebruikt worden om oorlog te voeren? Bij Google werd deze vraag woedend met ‘ja’ beantwoord. Ruim drieduizend werknemers ondertekenden een petitie als protest tegen het gebruik van de algoritmes van het bedrijf in Project Maven. Dit is een project waarmee het ministerie van Defensie objecten op videobeelden automatisch wil gaan identificeren.

    Ondanks hun nobele bedoelingen snappen de ondertekenaars niet goed wat technologie is. Evenmin zien ze in hoe belangrijk het leger is voor de economische voorspoed van de VS. Een nauwe relatie tussen Silicon Valley en het Pentagon is zowel goed voor de industrie als voor de nationale veiligheid.

    Op zich valt toe te juichen dat de technici van Google zich openlijk afvragen of de door hun uitgevonden machine learning-algoritmes wel in Project Maven mogen worden toegepast. Het zou morele helderheid scheppen als technologie voor oorlogvoering netjes van andere soorten technologie kon worden gescheiden. Alleen kan dat helaas niet. Silicon Valley voert allang oorlog: de technologieën die het ontwikkelt voor automatisch zoeken, gegevensopslag en patroonherkenning hebben ook militaire toepassingen. De machinaal lerende algoritmes waarmee beelden op het internet worden geclassificeerd kunnen ook gebruikt worden om terroristische activiteiten mee op te sporen. Overheid en industrie wisselen technologie uit; vredelievende technologie wordt ingezet bij oorlogsvoering en andersom.

    De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex

    Toch is de hoop op een verantwoord gebruik van deze techniek niet vervlogen. De controverse omtrent Project Maven leert ons een belangrijke les over wie uiteindelijk de inzet van technologie bepaalt. Google maakt immers deel uit van een democratisch bestel. Uiteindelijk besluiten onze volksvertegenwoordigers over het gebruik van geweld en de ingezette middelen. Beïnvloeden hoe de VS oorlog voeren, kun je via de stembus.

    Ook het Amerikaanse leger functioneert binnen ons democratisch bestel en probeert daarom om met een zo groot mogelijke precisie te vechten. Veel meer dan bij minder democratische grootmachten ligt de focus op het beperken van burgerslachtoffers. De technologie achter Project Maven probeert het aantal onschuldige slachtoffers verder te beperken. Een beslissing van Google om er niet aan mee te werken is dus moreel erg complex.

    De marktwaarde van Apple en Google ligt twee keer zo hoog als de waarde van de gehele Amerikaanse defensie. De enige manier waarop het leger het land kan blijven beschermen en de relatieve vrede kan blijven waarborgen, is door voortdurend de nieuwste technieken toe te passen. Het leger de toegang weigeren tot deze techniek zou op termijn de slagvaardigheid in de weg staan, wat een ramp zou betekenen voor de natie, en voor de wereld.

    Auteur: Christopher M. Kirchhoff
    Bron: The New York Times

    Christopher M. Kirchhoff leidde een Pentagongroep die technologie van start-ups integreerde in militaire missies.

    Vertaler: Valentijn van Dijk

  • Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Japanse miljardair ‘Masa’ wil de koning van het dataverkeer worden

    Masayoshi Son is de rijkste man van Japan, met belangen in Yahoo, het Chinese Alibaba en robot Pepper. Hij bouwt aan een IT-imperium dat ons dagelijks leven met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend kan gaan veranderen.

    Begin december 2016 was Masayoshi Son te gast in de Trump Tower in New York. Hij straalde van top tot teen, en ging zo dicht mogelijk naast de kersverse president van de Verenigde Staten staan, die een kop groter was dan hij en die hem voorstelde met de woorden: ‘Dit is Masa van Softbank uit Japan.’ Masa had zojuist aangekondigd 50 miljard dollar te investeren om 50.000 nieuwe banen te scheppen. Masa was een van de grote spelers van de industrie.

    Voor Son, 59 jaar, en grondlegger van het Japanse IT-concern Softbank, was de ontvangst bij Donald Trump de zoveelste stunt in het verhaal van zijn snelle opkomst.
    Daarom verdroeg Son het ook dat velen niet wisten wie hij was. ‘M-a-s-a’ spelde hij zijn bijnaam voor de verslaggevers in de lobby van de Trump Tower. Daarna vertelde hij dat hij de eigenaar was van Sprint, de vierde mobiele telefonieaanbieder in de VS. Onlangs kocht Softbank ook ARM, het Britse hightechconcern dat microchips ontwikkelt die in meer dan 95 procent van alle smartphones ter wereld worden gebruikt. Daarvoor had hij 32 miljard dollar betaald, zei Son. ‘Contant.’

    © Tomohiro Ohsumi / Getty
    © Tomohiro Ohsumi / Getty

    Sons imperium behelst onder veel meer een Franse robotbouwer, een Chinese taxi-app en een Indiase portal voor online shopping. De kern van zijn IT-conglomeraat bestaat uit Softbank, een van de drie grote telecombedrijven van Japan. In het afgelopen boekjaar, dat liep tot eind maart 2017, verdrievoudigde Softbank zijn zuivere winst over het laatste kwartaal tot omgerekend 11,5 miljard euro. En met een privévermogen van meer dan 20 miljard dollar veroverde Son onlangs de eerste plaats op de Forbes-lijst van rijkste Japanners.

    Son wil het grootste IT-imperium van de wereld scheppen en het dagelijks leven van de mensheid met behulp van kunstmatige intelligentie ingrijpend veranderen. Hij hoopt dat de Amerikaanse president een versoepeling zal invoeren van de regels die hem tot dusver verhinderden om bijvoorbeeld ook T-Mobile, de Amerikaanse dochteronderneming van Deutsche Telekom, te kopen en met Sprint te fuseren tot een reuzenspeler in de branche.

    Zijn eerzuchtigste project ontwikkelt hij met Saoedische investeerders: een hightechfonds ter grootte van honderdmiljard dollar, dat Son als de grootste investeerder moet gaan managen. Als potentiële investeringsobjecten wordt gesproken met Intelsat en OneWeb, exploitanten van satellieten. Met hun netwerken zou Son zijn visie voor deze eeuw een flink stuk dichterbij brengen: de controle over een aanzienlijk deel van het wereldwijde dataverkeer, dat mensen en machines steeds nauwer en steeds sneller met elkaar verknoopt. Dan zou Son ook meteen de controle hebben over die grondstof waarmee de kunstmatige intelligentie zich voedt.

    Al over ongeveer drie decennia, profeteert Son, zal kunstmatige intelligentie de gezamenlijke intelligentie van de mensheid overvleugelen. In die computergestuurde sciencefictionwereld, de zogeheten singulariteit, zou de miljardair dan een van de machtigste mensen zijn.

    Zuid-Koreaanse immigrant

    Maar wie is die Son eigenlijk precies? Hoe is zijn ongewoon snelle opkomst te verklaren en wat drijft hem?

    Op Kyushu, het zuidelijkste hoofdeiland van Japan, ligt Tosu. De stad van ongeveer 70.000 inwoners is vooral bekend als spoorwegknooppunt. Vlak naast de belangrijkste spoorlijn groeide Son op in een illegaal gebouwde plankenhut met een dak van golfplaat. Nu is het de parkeerplaats bij een ketenrestaurant. Van de ellende van toen is niets meer te zien.

    Son behoort tot de derde generatie van Zuid-Koreaanse immigranten. Om niet op te vallen in een vaak vijandige omgeving voerde de familie de Japanse naam Yasumoto. Veel hielp het niet. De jongens uit de buurt bekogelden Son met stenen, een keer werd hij tot bloedens toe aan zijn hoofd getroffen.

    Om de familie te voeden stookte de vader illegale jenever en fokte hij varkens. Son, die zelden interviews geeft, vertelde een paar jaar geleden voor personeel dat hij vaak achterop de glibberige handkar hurkte waarmee zijn grootmoeder er dagelijks op uit trok om bij restaurants etensresten voor de varkens op te halen. Son huilde bij zijn toespraak. De vernederingen werken nog door en ondanks zijn successen blijft Son voor veel Japanners een buitenstaander. Op het Japanse internet wemelt het van de hatelijke tirades tegen hem.

    Toen Son vijftien jaar was, werd zijn vader erg ziek. Zijn oudere broer moest van school om geld te verdienen. Son dacht na hoe hij zich nuttig kon maken. Ondanks de weerstand van zijn ouders en leraren ging hij naar de VS, leerde Engels en studeerde. Hij werd tot deze ongewone stap geïnspireerd door een boek over de samoeraiheld Sakamoto Ryoma, die Japan wilde bewapenen tegen de westerse grootmachten. Ook als bedrijfsleider treedt Son in de voetsporen van zijn krijgersidool: in het hoofdkantoor van Softbank in Tokio bewaart hij diens portret en een houten kopie van zijn zwaard.

    Als 19-jarige werd hij diep getroffen door een afbeelding van een microchip. Een beslissende gebeurtenis

    In de Verenigde Staten kwam Son terecht in de ontkiemende IT-revolutie. Aan de universiteit van Berkeley in California leerde hij software ontwikkelen. Onder zijn hoofdkussen, tussen de bladzijden van zijn leerboeken geklemd, bewaarde hij een uitvergrote afbeelding van een van de eerste microchips, die hij bewaakte als een schat. Die had hij uit een tijdschrift gescheurd. Herhaaldelijk vertelde hij hoe de aanblik van dit technische wonderwerk hem had ontroerd en gemotiveerd om te leren.

    Terug in Japan richtte hij in 1981 Softbank op, een groothandel in computerprogramma’s. Daarmee begon hij de wonderbaarlijke expansie van zijn bedrijf. Hij investeerde in start-ups toen nog nauwelijks iemand vermoedde hoe belangrijk die later zouden worden. In 1995 belegde hij in Yahoo. Met het Amerikaanse internetportal richtte hij in 1996 ook een gelokaliseerde versie voor Japan op. Die is voor veel van zijn landgenoten tot op vandaag de belangrijkste zoekmachine.

    Zijn grootste slag sloeg Son drie jaar later met zijn deelname in Alibaba, het toen bijna onbekende Chinese platform voor e-commerce. Toen de oprichter daarvan, Jack Ma, hem zijn businessmodel voorstelde, ging Son meteen akkoord om 30 procent van de aandelen te kopen.

    Tegenwoordig heeft Softbank nog een aandeel van 28 procent in Alibaba, waarvan de beurswaarde is opgelopen tot 310 miljard dollar. Die deelname maakt het grootste deel uit van de bedrijfswaarde van Softbank.


    Son zou allang van zijn rijkdom kunnen genieten, maar zijn eerzucht drijft hem voort. Onvermoeibaar probeert hij Softbank, maar ook heel Japan, klaar te stomen voor de door hemzelf voorspelde toekomst, waarin kunstmatige intelligentie het dagelijks leven vormgeeft.

    Op een vrijdagavond in februari richt Son zich tot de volgende generatie: de ondernemer betreedt het podium in een luxe hotel in Tokio. In de zaal zitten honderden scholieren die online kaarten hebben weten te bemachtigen voor het optreden van de inheemse IT-goeroe.

    Son draagt een grijs jasje en een gestreept hemd met open kraag. Hij spreekt vrijuit en bijna alsof het gedrukt staat. Maar niet over winsten en verliezen. Hij vertelt nog maar eens over zijn beslissende belevenis: hoe diep hij als negentienjarige onder de indruk was van de afbeelding van die microchip. En dan schildert hij het tijdperk van de singulariteit, wanneer de computers zelfstandig zullen leren en de wereld zullen regeren.

    ‘Wat zullen wij mensen dan doen?’ vraagt Son. ‘Asjeblieft,’ roept hij de jongelui toe, ‘daar moeten jullie absoluut over nadenken! Leer niet alleen dingen uit je hoofd!’

    Met een pas opgerichte stichting wil Son getalenteerde jongeren financieel steunen om naar het buitenland te gaan, Engels te leren en computers te programmeren. Zoals hij het zelf ooit deed.

    In Sons woorden klinkt ook bezorgdheid. Hij is bang dat Japan de aansluiting naar de digitale toekomst zal missen. Maar ook dat hij zelf niet de doelen zal bereiken die hij zichzelf in het kader van een levensloop in vijf fasen gesteld heeft.

    Eigenlijk wilde Son zijn imperium binnenkort overdragen aan de volgende generatie. Maar in het afgelopen jaar nam hij afscheid van de manager die hij als zijn opvolger had gekozen. Son liet weten dat hij nog een poosje door wilde gaan.

    Moet robot “Pepper” het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren?

    Zo kan hij de wereld misschien nog laten zien waarvoor zijn allegaartje van bedrijven en beleggingen uiteindelijk moet instaan. Voor kunstmatige intelligentie? Maar wat betekent dat concreet, wat is het element dat al die verschillende bedrijfsactiviteiten verbindt – afgezien van Son zelf? Dat is tot op heden niet duidelijk.

    Moet robot ‘Pepper’ bijvoorbeeld het platform worden waarmee de mensen in de toekomst communiceren? Het apparaat ziet eruit als een iPad met een hoofd en armen en kan reageren op menselijke emoties. Pepper moet het wereldwijde handelsmerk van Softbank worden.

    In Japan zijn al tienduizend exemplaren van de robot in gebruik, in Softbankfilialen of banken schudden ze klanten de hand of wijzen hem de weg [ook in Nederland wordt met Pepper geëxperimenteerd, onder andere in Rotterdam, waar hij Peppert heet]. Son steekt veel tijd in het bewaken van de ontwikkeling van de kunstmens, zegt Kenichi Yoshida, de baas van de roboticadochter van Softbank.

    Pepper werd oorspronkelijk ontwikkeld door de Franse firma Aldebaran, waarin Softbank in 2012 een meerderheidsaandeel verwierf. Son heeft Peppers lichte kleur bepaald, bericht Yoshida. Ook het hoge stemgeluid zou Son hebben uitgekozen.

    Voor Son is Pepper geen spelletje. Als de robot wereldwijd in miljoenen bedrijven en huishoudens actief was, zou hij waardevolle data van bedrijfsvoering en huishoudens kunnen verzamelen, want die worden continu naar de cloud verzonden en daar opgeslagen.

    Ongetwijfeld streven ook Amerikaanse giganten als Google & co naar wereldwijde heerschappij over de data – waarin ze vaak veel verder zijn dan Softbank. Dat geldt zelfs voor India, een van de laatste grote groeimarkten: al in 2014 verkondigde Son dat hij tot 2024 tien miljard dollar zou investeren, vooral in de onlinehandel. Maar tegenover marktleider Amazon heeft hij ook daar nauwelijks uitzicht op de zege.

    Even moeizaam verloopt het voor Son op de belangrijke Amerikaanse markt. De dochteronderneming Sprint, die hij voor 22 miljard dollar kocht, verliest klanten en schrijft rode cijfers. Als het Son niet lukt om Sprint door nog meer bedrijfsovernames om te bouwen tot een telecomreus, dan moet hij het bedrijf misschien wel weer verkopen.
    Ook daarom dong hij als een van de eersten naar de gunsten van Donald Trump. ‘De Verenigde Staten zullen weer groot worden,’ zei hij na de ontmoeting in New York.
    Daarmee zou hij in eerste instantie zijn eigen zaken daar wel eens bedoeld kunnen hebben.

    Auteur: Wieland Wagner
    Vertaler: Piet Meeuse

    Der Spiegel
    Duitsland | weekblad | oplage 976.000

    Een belangrijk onderzoekstijdschrift, opgericht in 1947 en uiterst onafhankelijk, dat verscheidene politieke schandalen aan het licht heeft gebracht.