Tag: Arabische wereld

  • De Arabische wereld verandert

    De Arabische wereld verandert

    Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. De Arabische wereld raakt steeds meer verdeeld tussen zij die alles verliezen en zij die alles bezitten. ‘Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’

    De afgelopen maanden heeft zich een pijnlijk nieuw ritueel ontwikkeld bij ontmoetingen tussen mensen uit bepaalde Arabische landen. Het is een empathische manier om na te gaan hoe iemand ervoor staat: ‘Hoe gaat het met je? Waar is je familie? Ik hoop dat je veilig bent, dat zij veilig zijn. We zijn er voor je.’

    Deze woorden bieden troost, maar brengen ook ongemak. Troost, omdat de solidariteit oprecht is en van onschatbare waarde. Ongemak, omdat het leed dat velen treft te groot is om in woorden te vatten. Alles lijkt doordrenkt met overlevingsschuld, maar ook met een besef: de rampen die onze naties verscheuren, hebben de afstanden tussen ons verkleind.

    Palestina vormt het hart van deze gedeelde pijn – een open wond die voortdurend aan de oppervlakte komt. Waar vroeger woede en verontwaardiging klonken, heerst nu stilte. Daarbovenop komt de situatie in Libanon. Voor het staakt-het-vuren vertelde een Libanese vriend dat het vreemd voelde om mogelijk geen land meer te hebben om naar terug te keren. Een ander reageerde kort maar krachtig toen ik vroeg hoe het ging met haar familie in Beiroet: ‘Shit.’ Meer woorden wijdden we er niet aan.

    Wrede oorlog

    Ondertussen verkeert Soedan al anderhalf jaar in een wrede oorlog. Zelfs in de bezette Westelijke Jordaanoever vroegen bijna alle Palestijnen die ik sprak naar Soedan. Hun besef van de oorlog aldaar werd versterkt door hun eigen ervaringen. ‘Het is zo’n schande,’ zei een man, ‘en zo onnodig. Het zijn altijd de leiders die willen vechten, nooit de mensen.’ Het voelt als één grote oorlog, met complexe oorzaken, maar eenvoudige gevolgen: overal hetzelfde menselijke leed.

    Kijk je breder, dan lijkt de situatie in de Arabische wereld somberder dan ooit. Overal woeden brandhaarden, groot en klein. Libië, Irak, Jemen en Syrië worden verscheurd door aanhoudende conflicten – met in Syrië opnieuw een escalatie – of zuchten onder humanitaire crises.

    De afgelopen jaren hebben een ontstellend hoge tol geëist. Niet alleen in termen van leven en dood, maar ook van ontheemding. Honderdduizenden Libanezen zijn de afgelopen maanden gevlucht, een tragisch beeld dat zich in de hele regio herhaalt. Voor velen is het leven een onzekere aaneenschakeling van verplaatsingen en moeizame hervestigingen. Bijna elke Soedanees die ik ken, leeft met familieleden opeengepakt in tijdelijke onderkomens, uit koffers, wachtend op de volgende verhuizing. En zij behoren tot de gelukkigen, beschermd tegen de etnische zuiveringen en hongersnood die elders in het land plaatsvinden.

    Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar

    Een ander verlies speelt zich af op de achtergrond. Al gaat het hier niet om leven en dood, het is niet minder schrijnend: de vernietiging van cultureel erfgoed. Grote historische steden worden verwoest en gaandeweg worden beschavingen weggevaagd. Alle UNESCO-werelderfgoederen in Syrië zijn beschadigd of vernietigd. Gaza’s Grote Omari-moskee, waarvan de fundamenten teruggaan tot de vijfde eeuw, werd door Israëlische bombardementen verwoest. De oude stad Sanaa in Jemen, al meer dan 2500 jaar bewoond, staat sinds 2015 op de lijst van bedreigd werelderfgoed. En in Soedan zijn dit jaar tienduizenden artefacten geroofd, sommigen daterend uit de tijd van de farao’s. Steden kunnen worden herbouwd, maar erfgoed is onherstelbaar.

    Zelfs stabiele landen als Egypte ontkomen hier niet aan. Erfgoedlocaties worden gesloopt voor stedelijke ontwikkeling door een regering die Egypte zo snel mogelijk wil moderniseren, zoals je ook zou verwachten van het eenzijdige militaire bewind. Het is een metafoor voor de regio: om macht te consolideren, vernietigt de politieke elite doodleuk de identiteit van het volk. 

    Nu dit soort eeuwenoude gebouwen verdwijnen, voel ik mijn eigen culturele identiteit ook vervagen. Daarmee verdwijnen ook andere zaken: het gevoel ergens thuis te horen, continuïteit, toekomstperspectief. Als ik naar mijn kinderen kijk, besef ik dat de topografie van Soedan en de Arabische wereld zoals ik die ken, voor hen onbekend zal blijven. De banden die mij met mijn ouders verbonden, worden bij hen verbroken.

    Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering

    Nu kom ik zeker nostalgisch over, alsof ik het verleden idealiseer, terwijl dat altijd verre van perfect is geweest. En met mijn verhalen over vroeger irriteer ik vast de nieuwe generatie, maar ooit was ikzelf die nieuwe generatie die luisterde naar ouderen, terwijl zij sigaretten rookten en theedronken. Hun woorden: ‘Jullie hadden erbij moeten zijn toen we gratis medicijnen studeerden in Bagdad, naar het theater gingen in Damascus, Malcolm X verwelkomden in Omdurman. Toen we grote uitgeverijen hadden en een pan-Arabische solidariteit.’ Ik dacht altijd: Jullie hebben toch ook gefaald? Jullie generatie heeft dit niet omgezet in duurzame politieke verandering.

    Nu het centrum van macht en welvaart verschuift naar de olierijke Golfstaten, waar hyperconsumptie en moderniteit hoogtij vieren, hoor ik mezelf dezelfde woorden uitspreken: ‘Het is niet altijd zo geweest.’ Het waren niet altijd modespektakels in Riyad of grootse sportevenementen die de aandacht opeisten, terwijl elders geweld oplaaide. We voelden niet altijd de behoefte om ons te bewijzen aan grootmachten of onze internationale smaak tentoon te spreiden.

    Schaduwmachten

    Ik begrijp die oudere generaties nu beter, kan het ze vergeven. Hun falen was onderdeel van een groter geheel: wereldwijde en binnenlandse allianties die volksopstanden onderdrukten of vernietigden. Elke strijd was er een tegen schaduwmachten.

    Een Iraakse vriendin bood recent wat troost. Bagdad, zei ze, voelt voor het eerst in twintig jaar weer enigszins normaal. De situatie is verre van ideaal, maar er is een mogelijkheid dat er een nieuwe start komt, binnen enkele decennia. Misschien is dat wel het beste waarop we kunnen hopen: een nieuwe start, geen herstel van het verleden. Tot die tijd kunnen we niet veel anders dan onze hoop met elkaar delen: ‘Ik hoop dat je veilig bent. Ik hoop dat het goed met je gaat. We zijn er voor je.’ 

  • De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    De onbegrijpelijke normalisering van de Syrisch-Arabische betrekkingen

    Met welke logica Arabische landen diplomatieke betrekkingen met Bashar al-Assad willen herstellen is moeilijk te volgen. Het Syrische regime – aan de macht gekomen via een staatsgreep – heeft inmiddels een half miljoen moorden op zijn geweten en zeven miljoen ontheemden.

    De versnelde normalisering van de diplomatieke betrekkingen tussen een toenemend aantal Arabische regimes en dat van Bashar al-Assad heeft iets onbegrijpelijks: na het bezoek van de Syrische dictator aan de Omaanse hoofdstad Masqat en daarna aan Abu Dhabi afgelopen februari en maart, en na dat van de Egyptische minister van Buitenlandse zaken aan Damascus, eveneens afgelopen februari, ontving Riyad op 14 april jongstleden nieuwe afgevaardigden uit de regio om over de terugkeer van Syrië in de Arabische Liga te praten, na twaalf jaar schorsing. Ook al worden er door bepaalde analisten rationele verklaringen voor deze kentering aangedragen, er blijft reden voor verwarring. Laten we desondanks proberen hun logica te volgen.

    Iraanse invloed

    Deze toenadering wordt ingegeven door de wens om Iran uit Syrië te verjagen of in elk geval de Iraanse invloed op het land te verminderen, aldus enkele commentatoren uit de Emiraten en Saoedi-Arabië. Dit oogmerk lijkt hoogst onwaarschijnlijk. Daarvoor is Iran veel te goed ingebed in Syrië en is de relatie tussen de twee regimes veel te organisch en hecht. Assad is niet alleen niet bij machte om zijn banden met Teheran te verbreken of zelfs maar te verzwakken, hij wil dat ook helemaal niet. Waarom zou hij? Iran heeft zijn regime gered en het een bestaansreden gegeven: de strijd tegen het ‘Takfiri-terrorisme’ en het lidmaatschap van ‘Verzetsas’, twee elementen die stroken met de sociaal-culturele aard van Syrië. Het eerste element strookt met het beleid van de regimes van Mohammed bin Zayed van de Verenigde Arabische Emiraten en Mohammed bin Salman van Saoedi-Arabië (maar ook met dat van de Verenigde Staten, Rusland en andere landen), het tweede verschaft een ideologische dekmantel aan een regionaal bondgenootschap op confessionele basis dat organisch tegen bepaalde Arabische landen is gekant – met name Saoedi-Arabië – en waarvan het centrum zich in Teheran bevindt.

    In Libanon, Irak, Jemen en Syrië gaat Teheran tot het uiterste om de dominantie te behouden

    De Arabische Liga is veel minder belangrijk voor Syrië. Die wordt door Bashar al Assad alleen maar als een ‘spel’ gezien, net als de VN, zoals hij in 2011 zelf op de Amerikaanse televisiezender ABC verklaarde. De aanwezigheid van Syrië in deze twee organisaties is altijd mooi meegenomen, maar het gaat Assad er vooral om de absolute en permanente macht te behouden, en daarvoor staat Iran om geostrategische en culturele redenen garant. In Libanon, Irak, Jemen en Syrië zelf heeft Teheran bewezen tot het uiterste te gaan om de dominantie te behouden. Het gevolg is dat als de leiders van de Verenigde Arabische Emiraten en Saoedi-Arabië, evenals die van Jordanië, Algerije en Egypte, werkelijk denken dat ze afstand moeten nemen van Teheran om hun betrekkingen met Damascus te normaliseren, ze zich deerlijk vergissen en als verliezers van het ‘spel’ uit de bus zullen komen.

    Intrinsiek oorlogszuchtig regime

    Zou deze toenadering misschien vooral worden ingegeven door de wens om de interne strijd in de regio te beteugelen? De Verenigde Arabische Emiraten normaliseren hun betrekkingen met Israël en Saoedi-Arabië heeft datzelfde gedaan met Iran en zendt positieve signalen uit naar Tel Aviv, terwijl beide landen meer afstand nemen van Jemen. Maar behalve dat daarmee een regime wordt geaccepteerd dat een half miljoen van zijn burgers heeft vermoord, zeven miljoen heeft ontheemd en een groot deel van zijn steden heeft verwoest, is de wezenlijke vraag de volgende: wil het Syrische regime de regio stabiliseren? De geschiedenis van de afgelopen halve eeuw – niet alleen in Syrië, maar ook in Libanon, Irak en Turkije – maakt zo’n hypothese weinig aannemelijk. Oorlogszuchtigheid is een van de duidelijkste karaktertrekken van het Syrische familieregime, met de bedoeling voor altijd aan de macht te blijven in een land dat vroeger een republiek was, in tegenstelling tot bijvoorbeeld de Golfstaten waar de dynastieën en naties zich in samenspraak hebben gevormd. Het regime van Assad is via een staatsgreep aan de macht gekomen, en er is in feite sprake van een permanentte staatsgreep tegen de Syrische staat en maatschappij. Een staatsgreep die meedogenloosheid tot een vorm van regeren heeft verheven. En de mislukte revolutie van twaalf jaar geleden heeft dit oorlogszuchtige karakter alleen nog maar bestendigd.

    Gaat het dan om het bieden van hulp aan het Syrische volk dat sinds maart 2011 zoveel heeft geleden? Het lijkt er helaas op dat de voorstanders van normalisering niet de moeite hebben genomen ook maar een woord vuil te maken aan het onbekende lot dat meer dan 111 duizend Syriërs heeft getroffen; of aan het recht op een veilige terugkeer van bijna twee miljoen Syriërs die onder erbarmelijke omstandigheden in Libanon en Jordanië leven; of aan de toekomst van de 3,7 miljoen Syriërs in Turkije van wie de situatie allengs verslechtert; of aan het half miljoen Syriërs in Irak en Egypte. Daar komt bij dat het familieregime in Syrië niet alleen corrupt is, maar ook nog eens maffioos en misdadig, en dat van alle steun van de kant van regionale en internationale kapitaalverschaffers maar een miniem deel zal doordruppelen naar de verlichting van het menselijk leed in het land.

    Uitruil

    Laat de normalisering van de betrekkingen met dit ‘chemische’ regime zich misschien verklaren door een soort bewustwording van de gevolgen van de terugtrekking van de Verenigde Staten uit het Midden-Oosten en van de risico’s die verbonden zijn met de opkomst van zich steeds uitbreidende regionale machtscentra die goede banden onderhouden met Rusland, China en de bondgenoten daarvan? Is vanuit dit perspectief bezien de normalisering van de betrekkingen met het moordzuchtige regime van Assad misschien een stok om de Amerikanen te slaan die hun Saoedische bondgenoten ten tijde van Barack Obama op een in Saoedische ogen respectloze manier hebben behandeld en die niet erg happig zijn op onderhandelingen met Mohammed bin Salman? Ook al kunnen we onze ogen niet sluiten voor de onmiskenbare politieke emoties en rancune, vooral wanneer die leven bij niet verkozen en onverantwoordelijke elites, toch lijkt de normalisering van de betrekkingen met Iran en zijn Syrische protegé op ‘het zoeken van verkoeling in het vuur bij extreme hitte’, om een oud Arabisch spreekwoord te citeren.

    Of is er misschien sprake van een soort uitruil van Jemen tegen Syrië? Dat de Iraniërs hun vooruitgeschoven Houthi-post in Jemen inkrimpen en de Saoedi’s hun vooruitgeschoven post in Damascus normaliseren, waarmee de dominantie van Iran over Syrië (om van Irak en Libanon nog maar te zwijgen) in de hele Arabische wereld legitimiteit verkrijgt? Als dat het geval is, kan dat nauwelijks een rationele keuze worden genoemd.

    Is het nieuwe Arabische bestel erop gericht iedere volksbeweging de kop in te drukken?

    Het is in elk geval onvoorstelbaar dat de betrekkingen met het Syrische regime worden genormaliseerd omdat Bashar al-Assad de Arabische staten chanteert met het feit dat hij erin is geslaagd van Syrië een narcostaat te maken en op grote schaal Captagon-pillen naar de Golfstaten laat smokkelen. Te meer omdat het drugsimperium, dat wordt geleid door Bashars broer Maher, die onlangs nog in Saoedi-Arabië schijnt te zijn geweest, door het Syrische regime vermoedelijk niet alleen maar als een geldbron wordt beschouwd, maar ook als een oorlog die tot doel heeft de Saoedische maatschappij van binnenuit te vernietigen, zoals dat ook in Syrië zelf is gebeurd.

    De normalisering van de betrekkingen van de Emiraten en Saoedi-Arabië met het regime van Assad mist dus rationeel gesproken iedere basis. Maar misschien kan er een enigszins ‘rationele’ verklaring worden gevonden door de zaak vanuit een irrationeel oogpunt te bezien. Die verklaring moet naar mijn mening worden gezocht in een extreem ideaal dat in toenemende mate door de Arabische ‘elites’ wordt gedeeld: een politiek zonder politiek, zonder rechten, zonder discussie, en zelfs zonder maatschappij, een dynamiek van ‘Dubaïsering’ van talrijke Arabische landen. Dit ideaal behelst een strikt materialistische moderniteit, een universum dat wordt bestierd door superrijke oligarchen en een half tot slaaf gemaakte meerderheid van de samenleving. Dat is de bedoeling van het Neom- en het ‘The Line’-project van Mohammed bin Salman, van Sissi City, de toekomstige bestuurlijke hoofdstad van het Egyptische regime, en van de door de narco-elite in Damascus gekoesterde droom van een nieuw te bouwen Marota City. Wie op elkaar lijkt verenigt zich, en deze elites mogen dan afkomstig zijn uit zeer uiteenlopende milieus, ze delen een modernistische en fascinerende utopie. Termen als rechtvaardigheid, menselijke waardigheid en zelfs sociale interactie komen niet voor in het woordenboek van deze roofzuchtige en misdadige aristocratieën. Vanuit dit perspectief is massamoord geen obstakel voor normalisering. Integendeel, het kan indien nodig een laatste toevlucht zijn.

    Het ziet ernaar uit dat er een nieuw Arabisch bestel aan het ontstaan is, een bestel dat uitermate reactionair en meedogenloos is en gericht op het de kop indrukken van iedere volksbeweging. Er wachten ons moeilijke tijden…

    Lees ook:

  • ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    ‘Vrouwenrechten zijn onverenigbaar met religie’

    De Libanese schrijver en activist Joumana Haddad gaat tijdens een interview met Muwatin zonder omwegen in op de vrouwelijke seksualiteit en de ‘verwrongen’ kijk op viriliteit in de Arabische wereld. ‘Mannen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte.’

    De Libanese en Arabische cultuur verdeelt vrouwen gewoonlijk in twee groepen: vrouwen die mooi maar dom zijn en vrouwen die intelligent zijn maar hun uiterlijk verwaarlozen. Wat vindt u daarvan?

    ‘Dat hokjesdenken behoort tot de dingen die onuitroeibaar lijken in onze samenlevingen. Noch de ontwikkelingen om ons heen, noch de grotere publieke aanwezigheid, noch de kennisrevolutie, noch de humanistische feministische strijd heeft daarin verandering kunnen brengen. Deze link tussen vorm en inhoud is een van de talloze manieren waarop het machisme overal op de wereld, maar in het bijzonder in onze regionen, vrouwen onder de duim houdt.

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent

    Het ergste is nog dat deze stereotypen kinderen van jongs af aan worden ingeprent. Zowel jongens als meisjes groeien op met deze waandenkbeelden, waar ze nooit meer van loskomen.

    Het vergt veel tijd, veel verschillende stadia, veel goede wil en wilskracht om de zware strijd tegen onwetendheid te voeren. Wij zijn voor het merendeel nog ‘robots’ die moeten voldoen aan de normen die ons thuis, op school, door het godsdienstonderwijs, de televisie en de sociale media zijn opgelegd. Die botsen met het individueel bewustzijn en beperken de mogelijkheid om jezelf vragen te stellen en voor jezelf te beslissen.’

    De studenten

    In zijn eerste officiële reactie, achttien dagen na de dood van Mahsa Amini op 16 september, heeft de opperste leider van de Islamitische Republiek, ayatollah Ali Khamenei, de Verenigde Staten, ‘het zionistische regime’ (Israël) en hun ‘agenten’, evenals ‘enkele in het buitenland gevestigde Iraanse verraders’ ervan beschuldigd de protesten aan te wakkeren en heeft hij de ordetroepen opgeroepen ‘de criminelen het hoofd te bieden’. In de straten gaan de vrijwel dagelijkse betogingen door ondanks heftige repressie.

    Op zaterdag 1 oktober hebben de studenten zich bij de beweging aangesloten en diverse bijeenkomsten georganiseerd. Sinds het begin van de betogingen zijn er volgens de in Noorwegen gevestigde ngo Iran Human Rights (IHR) minstens 92 mensen gedood en honderden gearresteerd. Buiten het land zijn talrijke steunmanifestaties gehouden, van Los Angeles tot Mexico-Stad en van Belgrado tot Beiroet.

    In datzelfde kader worden vrouwen ofwel als ‘heilige’ ofwel als ‘prostituee’ bestempeld. Vanwaar die versimpelende tegenstelling?

    ‘Zowel mannen als vrouwen moeten ophouden de sensuele vrouw als tegendeel van de deugdzame vrouw te projecteren. De tegenstelling “heilige versus prostituee” bestaat niet. Ze is schadelijk voor de onderlinge betrekkingen en maakt die oppervlakkig. Elke prostituee is een heilige, elke sensuele vrouw is een deugdzame vrouw. Wij hebben het recht en zijn in staat om allebei tegelijk te zijn. Vooral mannen maar ook vrouwen moeten eens ophouden zo bang te zijn voor vrouwelijke begeerte. Die begeerte is weliswaar onbedwingbaar, maar juist daarom kan ze een onuitputtelijke bron van generositeit, van plezier en nieuwe ervaringen vormen. Laten we daar liever van profiteren!’

    Kan de oosterse man volgens u van een opstandige vrouw houden of is hij bang voor haar?

    ‘Nee, hij kan niet van haar houden, omdat hij haar niet begrijpt. Je zou beter kunnen zeggen dat hij haar begeerlijk vindt. Ze trekt hem aan als een magneet, maar tegelijkertijd stoot ze hem af. Omdat ze een vrije vrouw is, en omdat alles wat vrij is de oosterse en machistische man angst aanjaagt.

    In wezen beeldt dit soort mannen zich in dat het viriel is om degenen die lichamelijk, economisch, politiek of sociaal het zwakst zijn te onderwerpen, en soms geweld aan te doen. Ze denken dat ze daarmee hun angst kunnen maskeren. Maar dat is een verwrongen kijk op viriliteit. Het is een toevlucht tot iets wat het volstrekte tegendeel is van viriliteit.’

    In uw boek Superman est arabe schrijft u dat u atheïst bent. Bent u niet bang daarmee sympathisanten te verliezen?

    ‘Ik schrijf niet, ik denk niet en ik leef niet om sympathiek te worden gevonden of me populair te maken. Ik doe het om gehoor te geven aan mijn overtuigingen, aan mijn principes, aan mijn dromen en aan de talloze stemmen die in mij klinken. Ik denk en ik schrijf omdat ik het recht heb degene te zijn die ik ben, zonder opsmuk, zonder pluimstrijkerij, zonder concessies.

    Ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn

    Ik geloof dat vrouwenrechten onverenigbaar zijn met religies. En ik heb het recht openlijk te zeggen wat ik denk. Ook heb ik het recht niet-gelovig te zijn. Net zoals gelovige vrouwen het recht hebben te denken en te zeggen dat religies vrouwen in ere houden. Waar ze niet het recht toe hebben, zij noch iemand anders, is om mij en anderen het recht te ontzeggen bepaalde meningen of overtuigingen aan de kaak te stellen.’

    Laat het Iraanse volk niet in de steek

    Zonder steun van de grote mogendheden en de VN zal deze opstand in bloed worden gesmoord, onderstreept de hoofdredacteur van Independent Persian die kritisch staat tegenover de Iraanse machthebbers.

    De opstand van het Iraanse volk na de dood van Mahsa Amini, die een symbool is geworden van alle onrechtvaardigheid, onderdrukking en chaos in het land en van de vernedering en het geweld waaraan de bewoners van dit grondgebied worden blootgesteld, gaat door.

    Er wordt geprotesteerd tegen een regime dat er de afgelopen veertig jaar alleen maar op uit is geweest om een leger van repressieve en paramilitaire groeperingen te vormen, zowel in Iran als in de rest van het Midden-Oosten, en zo zijn duivelse plannen ten uitvoer te brengen. Een regime dat is gegrondvest op het bloed van het Iraanse volk en dat zijn macht heeft versterkt door het massaal executeren van tegenstanders.

    De afgelopen jaren, tijdens andere protesten van het Iraanse volk, heeft dit regime honderden zo niet duizenden betogers gedood.Naast het leger, de paramilitaire troepen en de Revolutionaire Garde, een militaire elite-eenheid, beschikt Teheran over brigades uit het buitenland (Irak, Libanon, Afghanistan, Pakistan), die bij de huidige opstand kunnen worden ingezet om het volk te onderdrukken.

    Als de wereld het Iraanse volk niet op dezelfde manier steunt als het Oekraïense, zullen deze regering en haar militaire apparaat duizenden mensen afslachten.Het Iraanse volk heeft internet nodig om de wereld duidelijk te maken wat er gebeurt, maar meer nog dan internet heeft het meer solide steun nodig van andere regeringen en de Verenigde Naties om dit regime te kunnen veranderen.

    Alle sympathiebetuigingen van wereldleiders, alle tweets en alle sancties tegen mensen die met het regime worden geassocieerd zijn niet voldoende. Het Iraanse volk moet door de wereld worden gehoord. Laat het Iraanse volk niet in de steek in de strijd tegen zijn onderdrukkers.

    GettyImages 1425892421
    In veel landen zijn mensen de straat op gegaan om het protest te steunen tegen het tirannieke bewind in Iran. Symbool voor het verzet is het offeren van een haarlok. – © Chris McGrath / Getty Images

    In de Arabisch-islamitische wereld wordt seksuele vrijheid vaak geassocieerd met zedeloosheid, onreinheid of prostitutie. Wat vindt u daarvan?

    ‘Onreinheid bestaat niet op seksueel gebied. Iedereen mag vrijelijk over zijn eigen lichaam beschikken. Onreinheid, onzedelijkheid, prostitutie – echte prostitutie – bestaat alleen op intellectueel, politiek, economisch, ideologisch en religieus niveau. Onreinheid en onzedelijkheid zijn gelegen in tirannie, in onderdrukking, in corruptie, in het plunderen van natuurlijke hulpbronnen, in hersenspoeling, in het demoniseren van de ander.

    Op diezelfde manier is een “verantwoordelijk” seksleven geen seksleven dat “morele normen respecteert”. Voor mij is de verantwoordelijkheid gelegen in het feit dat je je tegen bepaalde seksueel overdraagbare ziektes of een ongewenste zwangerschap beschermt.

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet

    Eén ding moet voor iedereen duidelijk zijn: een volwassen vrouw is de enige die bepaalt wat ze met haar lichaam doet, of ze een seksuele relatie wil hebben met duizend mannen, of vrouwen, of met helemaal niemand.’

    Vrouwenbesnijdenis wordt tegenwoordig zwaar bestraft en hersteloperaties aan de clitoris komen veelvuldig voor. Betekent dat een erkenning van de vrouwelijke begeerte, in dezelfde mate als die van mannen?

    ‘Wat voor erkenning? Van welke begeerte? Als er niet herhaaldelijk internationale campagnes tegen besnijdenis waren gevoerd, zou alles bij het oude zijn gebleven. Wie in hoge Arabische kringen bekommert zich nu werkelijk om vrouwelijke begeerte of het recht van vrouwen op seksueel genot? De machistische mentaliteit die bepalend is voor onze regimes en samenlevingen impliceert dat alleen de man genot ervaart. Voor hem is dat een “recht” dat is vastgelegd in de religieuze wetten. En de vrouw heeft alleen tot taak hem dat te verschaffen, dat is haar “heilige plicht”. Er zijn maar weinig partners die het genot van de vrouw belangrijk vinden. En dan vaak alleen om hun eigen potentie bevestigd te zien, niet omdat ze echt begaan zijn met het genot van de vrouw.’ 

  • Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Hoe kan de Arabische wereld vrede vinden? ‘De term ontbreekt in onze gedachten’

    Volgens filosoof Yassin al-Haj Saleh ontbreekt het aan vredesdenken in de Arabische wereld. ‘Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft een boek of zelfs maar een artikel aan vrede gewijd.’

    In de jaren tachtig vroeg de Marokkaanse historicus Abdallah Laroui zich af waarom Arabische intellectuelen zich zo weinig bezighielden met het vraagstuk ‘oorlog’, terwijl oorlog zo’n groot deel uitmaakte van hun dagelijks leven. Maar waar we eigenlijk ook zelden over nadenken, is een ander en zeker niet minder belangrijk onderwerp: vrede.

    Niet dat de term niet voorkomt in gesprekken of in de media. Hij ontbreekt alleen in onze gedachten. Geen van onze hedendaagse intellectuelen heeft er een boek of zelfs maar een artikel aan gewijd. Misschien is dat te verklaren vanuit de beperkte aandacht van intellectuelen voor politiek en politieke theorie. En dat terwijl onze moderne geschiedenis één lange politieke crisis is. Hoe valt dit uit te leggen?

    In de eerste plaats waarschijnlijk doordat we geen vrede in onszelf kunnen vinden. Vrede maakt geen deel uit van onze persoonlijke ervaringen, en wij slagen er niet in de roep om vrede in onszelf te herkennen. Evenmin lukt het ons om een smalle brug te slaan tussen onze interne conflicten en die vrede, of dat nu in onszelf is, in onze samenleving of wereldwijd. Onze gedachten zijn slechts een weerspiegeling van de geest, onder constante invloed van lawaai, spanningen, woede, verbittering en dagelijkse beslommeringen.

    Onterecht toegeëigend

    Ten tweede moeten we niet vergeten dat het woord ‘vrede’ vaak op een twijfelachtige manier wordt gebruikt. Dat geldt vooral binnen het Israëlisch-Arabische conflict, het eerste onderwerp dat in je opkomt als je het woord ‘vrede’ gebruikt. De Israëliërs en de Amerikanen zijn zo handig geweest zich het woord toe te eigenen. Sinds tientallen jaren doet de agressor, de partij in de sterke positie, het voorkomen alsof hij voor de vrede vecht, terwijl de aangevallene, die zich in de zwakke positie bevindt, overkomt alsof vrede er voor hem niet toe doet, soms zelfs alsof hij voorstander van oorlog is.

    De Arabische wereld is er hooguit in geslaagd het beginsel van rechtvaardigheid als eerste vereiste voor de vrede te laten gelden. Maar dat idee is niet verder ontwikkeld of als theorie uitgewerkt. Erger nog, in geen enkel Arabisch land wordt dat beginsel door de politiek gerespecteerd – verre van dat.

    Onder degenen die ons regeren, en voor wie wij geen respect hebben, heeft een aantal zich onterecht de titel van vredesheld toegeëigend, op dezelfde lage en misleidende manier als waarop ze zichzelf uitriepen tot oorlogshelden. Zowel oud-president Anwar Sadat van Egypte als de Syrische oud-president Hafiz al-Assad deed zich voor als oorlogs- en vredesheld. Vooral in het geval van Assad is dit een grove verdraaiing van de werkelijkheid. Zijn zogenaamde heldhaftige pacifisme was nooit voor de Syriërs bedoeld, maar enkel voor hem persoonlijk, om zijn contacten met de Israëliërs en de westerse wereld te onderhouden.

    De islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde

    Misschien heeft de afwezigheid van de gedachte over vrede er ook mee te maken dat de islamitische verbeelding bestaat uit fantasieën over verovering, overheersing, macht en weelde. Die denkwijze komt ook terug in het islamitische onderwijs, waarin de wereld wordt verdeeld in dar al-harb (‘het huis van de oorlog’, de niet-moslimlanden) en dar al-islam (‘het huis van de islam’) – in plaats van dar al-salam (‘het huis van de vrede’).

    Wel hebben de woorden islam en salam dezelfde oorsprong, en begroeten moslims elkaar met salam aleikum (‘dat de vrede met u is’). Maar de krijgszuchtige structuur van de islam, die voortvloeit uit de imperialistische erfenis en de laatste decennia is versterkt door de opkomst van het salafisme, heeft deze twee symbolische pijlers bijna compleet ondermijnd. Voor salafistische jihadisten is oorlog niet alleen iets wat je in de praktijk brengt, het is een identiteit.

    In het dar al-salam zou in principe geen oorlog moeten bestaan. Maar een afwezigheid van oorlog betekent nog geen vrede. Wij hebben altijd geleden onder regimes die de macht grijpen en die vervolgens drie generaties lang vasthouden, totdat hun asabiyyah, de gemeenschapszin binnen de clan, uitdooft; een manier van heersen die is gebaseerd op de leer van Ibn Khaldun, een moslimhistoricus uit de veertiende eeuw. Vervolgens verschijnt een andere clan, die op zijn beurt de macht grijpt. 

    Gezag

    Maar het belangrijkste element dat de afwezigheid van het begrip ‘vrede’ in ons denken verklaart, blijft het feit dat onze sociaal-politieke structuren niet op vrede zijn gericht. Wij leven niet in pluralistische maatschappijen, waar mensen op vreedzame wijze samenleven. Onze politiek wordt gedomineerd door een gezag voor geweld, oorlog en terreur. Onze leiders doen er alles aan om de angst te laten regeren en de burgers de indruk te geven dat ze in gevaar zijn, ingesloten en slechts voorwaardelijk veilig.

    In Syrië is, toen de Baath-partij in 1963 aan de macht kwam, de noodtoestand afgekondigd, eerst onder voorwendsel van de oorlog tegen Israël, daarna van die tegen ‘het terrorisme’. Dat roept de vraag op of oorlog niet gewoon een middel is om die noodtoestand te kunnen verklaren; die is voor terroristische en nalatige regimes namelijk een manier om iedere legale en ethische beperking te omzeilen.

    In de memoires van de Syrische oud-minister van Buitenlandse Zaken Farouk Al-Sharaa, The Missing Account (2015), beschrijft de auteur zijn vredesonderhandelingen met Israël. Hij doet Syrië voorkomen als een land zonder maatschappij, volk of politieke strijd. Wat zeggen en denken de Syriërs eigenlijk over het zogenaamde vredesproces met Israël? Zulke vragen komen niet aan de orde, en wij weten waarom: vanwege het ontbreken van vredesdenken en vrijheid van meningsuiting in Syrië, dat sinds 1970, toen de Assad-clan aan de macht kwam, in een latente burgeroorlog verkeert.

    In het geval van Syrië is de situatie nog eens verergerd door tien jaar oorlog. Juist daarom moeten we nadenken over de juiste manier om onze politieke, sociale en intellectuele kaders vorm te geven, met als doel dat mensen zonder angst en geweld kunnen leven, ondanks een veelvoud aan tegenstrijdige overtuigingen en belangen.

    Zeker, nadenken over de vrede is niet voldoende om vrede te stichten. Maar dat kleine beetje vrede dat we op een dag misschien zullen kennen, zouden we met een minimum aan intellectuele bagage moeten ontvangen. Alleen op die manier kan de vrede haar weerslag hebben op de politiek en zou ze zelfs als basis kunnen dienen voor een nieuwe cultuur.

    Yassin al-Haj Saleh

    Yassin al-Haj Saleh (1961, Raqqa) is schrijver, en een kritische intellectuele stem in de huidige Syrische crisis.

    Toen Al Haj Saleh in 1980 medicijnen studeerde, werd hij gearresteerd wegens zijn lidmaatschap van een communistische, prodemocratische groepering. Hij zat zestien jaar gevangen. Om zijn geestelijke gezondheid te bewaren, las hij alles wat hij te pakken kon krijgen. Eenmaal vrij op z’n 35ste studeerde hij verder en werd arts. Maar hij besefte dat hij een grotere maatschappelijke bijdrage kon leveren als hij schrijvend zijn land zou volgen. Dat heeft hij gedaan en is hij onder bedreiging van opnieuw een gevangenisstraf blijven doen.

    In 2012 kreeg hij de Nederlandse Prince Claus Prijs, bedoeld voor personen ‘die een progressieve en hedendaagse benadering hebben binnen een bepaald thema in de cultuur of ontwikkeling’. ‘Al Haj Saleh’, zo schreef de commissie van het Prins Claus Fond, ‘bekritiseert het regime door de diepere sociaal-culturele aspecten van politieke conflicten in de regio te verklaren. Hij onthoudt zich van door de media gegenereerde geruchten en ontleedt in heldere bewoordingen het functioneren en de strategieën van het regime en de oppositie.’

    Yassin al Haj Saleh wordt verder geëerd voor de helderheid en diepgang van zijn werk over de complexe realiteit van sociale en politieke verandering in het hedendaagse Midden-Oosten; voor het volhouden van beredeneerde en zelfreflecterende analyse en een principiële visie te midden van gewelddadige conflicten en crises; voor het hooghouden van de rol van de intellectueel tegenover autoritaire macht en sensatiebeluste media; en voor zijn cruciale bijdragen tot een beter begrip van de Arabische wereld in de wereld.

    Saleh publiceerde vier boeken: Syrië from the Shadow: Glimpses Inside the Black Box (2010); Asateer al Akhireen (‘De mythe van de opvolgers’, 2010) met als ondertitel Een kritiek op de hedendaagse islam en een kritiek op de kritiek; Al-Sayr ala Qadam Waheda (‘Lopen op één been’, 2011).

    Hij leeft nu in ballingschap in Turkije en schrijft voor verschillende internationale Arabischtalige publicaties. Samen met een groep Syriërs en Turken heeft hij onlangs een Syrisch Cultureel Huis in Istanboel opgericht, genaamd Hamish.

  • 4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    4. Sta ook eens stil 
bij het lot van 
de Arabische vrouw

    Prima, die #MeToo-discussie. Maar bezien vanuit de Arabische wereld – waar vrouwen op grote schaal worden uitgehuwelijkt, vermoord en verkracht – heeft ze iets gênants, schrijft de Libanese journaliste Diana Moukalled.

    Eigenlijk zouden we het Iraakse parlementslid Jamila Al-Obeidi, die plotseling beroemd is geworden met haar pleidooi voor polygamie, dankbaar moeten zijn. Zij vindt zelfs dat Irakezen toestemming moeten krijgen om een tweede, een derde en een vierde vrouw te nemen zonder dat met hun eerste vrouw te bespreken, omdat dat volgens haar een oplossing zou zijn voor het probleem van 
de weduwen en gescheiden vrouwen. Ze verscheen in het ene tv-programma na het andere om haar opvattingen over vrouwen te promoten. Aanvankelijk waren de reacties op haar idee sarcastisch, maar nu zou het wel eens bewaarheid kunnen worden want het is inmiddels een wetsvoorstel dat aan het Iraakse parlement zal worden voorgelegd.

    Eigenlijk zouden we haar dankbaar moeten zijn; haar initiatief kwam op het moment dat ik geheel in beslag werd genomen door een andere discussie, die zich voornamelijk afspeelt tussen Hollywood en Parijs. Ik heb het over het vervolg op de #MeToo-campagne die de val van beroemdheden uit de wereld van de media, de kunst en de politiek heeft veroorzaakt. Daarop kwam de verrassing uit Parijs, in de vorm van een manifest dat was ondertekend door honderd vrouwen, onder wie Catherine Deneuve. Binnen een paar uur raakte de westerse wereld in een verhit debat verzeild over de vraag waar de vrijheid die het individu zou moeten hebben, omslaat in een overmaat aan machismo dat via misbruik van macht en invloed leidt tot seksuele intimidatie.

    Ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien

    Waar eindigt de individuele vrijheid? Vanaf welk punt is er sprake van agressie? Kan het artistieke scheppingsproces dienen om intimidatie toe te dekken? Zo stond de westerse discussie ervoor… toen ik het nieuws hoorde over mevrouw Al-Obeidi en haar campagne voor polygamie in Irak. Daardoor kwam ik weer met mijn voeten op de grond terecht en besefte ik weer hoe het er met ons, Arabische vrouwen, voorstaat.

    De feministische strijd waarmee wij hier in de regio te maken hebben, is van een heel andere orde. Ik vind niet dat ik het recht heb om een mondiale discussie over seksuele vrijheden weg te wuiven, maar ik kan niet voorkomen dat ik me beledigd voel door het ongezond elitaire karakter van dit debat, dat enerzijds – in Amerika – eer betoont aan slachtoffers van seksuele agressie en anderzijds – in Frankrijk – weigert de vrouw alleen als slachtoffer te zien. Ik kan alleen maar spreken vanuit mijn positie als Irakese, Syrische, Jemenitische, Saoedische, Egyptische, Tunesische…

    Privilege

    Al zeven jaar worden vrouwen in Syrië vermoord 
en verkracht, en wij zijn niet in staat hen te beschermen. Zoals de Syrische Mariam Khalaf het in de documentaire Syrie, le cri étouffé zegt over de systematische verkrachtingen onder het regime van Bashar al-Assad: ‘[Westerlingen] zullen deze film bekijken, 
er een naar gevoel van krijgen, en dan weer overgaan op iets anders.’ Dat is inderdaad de houding van de wereld tegenover de fysieke en morele vernietiging van duizenden en duizenden vrouwen in Syrië, 
om nog maar niet te spreken van de mannen en 
kinderen die ook een hoge prijs hebben betaald.

    Amerika maakt zich druk om het lot van Hollywoodsterren die seksueel geïntimideerd worden. 
De Parijse intellectuelen maken zich druk om wat 
zij beschouwen als preutsheid en een aanslag op het vrouw-zijn. Maar de wereld maakt zich nauwelijks druk om het verhaal van Mariam en duizenden – 
wat zeg ik? – miljoenen andere vrouwen uit haar land die veel erger geweld moeten ondergaan.

    Ik ken niet één vrouw die geen ervaring heeft met seksuele intimidatie. Het is mij ook overkomen. Ja, 
ik en veel andere vrouwen kunnen dat achter ons laten en verdergaan. Maar ik zie wel dat er ook andere vrouwen zijn die niet weten hoe ze verder moeten. Ik besef dat je niet alles door elkaar moet halen. Dit soort zaken is complex en moeilijk te ontwarren. Maar hoe kun je dit trans-Atlantische debat anders zien dan als een privilege, voorbehouden aan een elite, een luxe die wij ons niet kunnen veroorloven, wij die in landen leven waar onophoudelijk geweld tegen het lichaam en de ziel van vrouwen wordt gepleegd? Zolang men het niet nodig vindt 
om deze vrouwen te redden, heeft het huidige debat iets gênants, ja zelfs iets onfatsoenlijks.

    Auteur: Diana Moukalled
    Vertaler: Annemie de Vries

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Pan-Arabische nieuwssite met grootse ambities, 
o.a. om taboes te doorbreken. Richt zich vooral 
op millennials.

  • Antiamerikanisme is een heilloze weg

    Antiamerikanisme is een heilloze weg

    Veel Arabische commentatoren vinden dat de Arabische wereld zich verre moet houden van de maatschappelijke kwesties die het Westen verdelen. Een gevaarlijke fout, betoogt Hazem Saghieh.

    Veel Arabieren lijken niet wakker te liggen van de komst van Donald Trump naar het Witte Huis. Dat is althans de mening van een aantal Arabische commentatoren, die denken dat de enige keus die Amerika altijd heeft geboden die tussen kwaad en erger is. Wie zo over de Amerikaanse presidentsverkiezing denkt, en over de debatten die deze heeft uitgelokt, denkt dus dat Arabieren geen boodschap hebben aan uiteenlopende thema’s als vrouwenrechten, de plaats van religie in de maatschappij, de discussies over seksualiteit, de houding tegenover vluchtelingen, migranten en asielrecht, racisme, vrijheid van meningsuiting, scheiding van machten en bestuurskwesties.

    Deze Arabieren zouden evenmin geïnteresseerd zijn in de kant die de wereld opgaat, met meer dan wel minder openheid. Of in economische betrekkingen en de risico’s van handelsoorlogen. Of in de toename van extremisme en geweld. Ze zouden ook niet gevoelig zijn voor de huidige verstoring van het milieu, en voor de opwarming van de aarde.

    Ten slotte zou het eveneens betekenen dat ze geen belangstelling hebben voor kunst, niet naar de film gaan, niet de media volgen, geen gebruikmaken van de sociale netwerken. In bredere zin zouden ze zich niet druk maken over politieke zeden of het debat over ideeën. Kortom, ze zouden zich niets aantrekken van de toekomst van de Arabische wereld zelf, van de situatie in hun eigen land en van hun eigen volk, of van het lot van de vluchtelingen.

    ‘Als Trump ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, tonen Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi ‘het ware gezicht van de moslims”

    Daar moet wel worden bij gezegd dat een aantal extreemlinkse westerse krachten er alles aan doen om Arabieren het idee te geven dat ze buiten de wereld staan. De onthutsende conclusie is dat de beroemde zaken waarvoor de Arabieren zich inzetten ook los lijken te staan van de realiteit van de rest van de wereld. Volgens deze redenering zouden de Arabieren een soort schijnbestaan leiden en zou hun aanwezigheid in de wereld vergelijkbaar zijn met die van een parasitaire uitwas.

    Dit is uiteraard niet het geval. Maar het is wel de logische conclusie die je kunt trekken uit het discours van de voorvechters van het arabisme en het antiamerikanisme. Zo horen we zeggen dat er geen verschil is tussen Barack Obama en Donald Trump, noch tussen Hillary Clinton en Donald Trump, en dat er dus hoe dan ook niets nieuws onder de zon is. In werkelijkheid zijn de meningsverschillen over de belangrijkste thema’s levensgroot. Overal op de wereld beseft men dat. En toch wordt ons gezegd dat ze geen enkel invloed zullen hebben op de Arabische wereld.

    Degenen die stellen dat de Arabische wereld in dit opzicht losstaat van de rest van de wereld, graven het graf voor hun eigenheid. Als je weigert de invloed van de wereld op je eigen situatie te erkennen, kun je ook niet om de geringe invloed heen die je zelf op die wereld hebt.

    Want wat veel Arabieren niet willen inzien, is dat zijzelf en de rest van de wereld van elkaar afhankelijk zijn. Daarmee raak je precies aan een van de speerpunten van Trump, die muren wil bouwen en immigranten wil uitzetten omdat de ander alleen maar problemen veroorzaakt.

    Het leven gaat zijn gangetje op een markt in Saoedi-Arabië. – © Getty Images
    Het leven gaat zijn gangetje op een markt in Saoedi-Arabië. – © Getty Images

    Als je de Arabische wereld als een belegerd fort beschouwt, kun je jezelf ook wel feliciteren met de verkiezing van Trump, die eindelijk ‘het ware gezicht van Amerika’ toont, terwijl Obama en Clinton alleen maar een trompe-l’oeil waren om onze illusies te voeden. Op diezelfde manier zou een Trump-kiezer kunnen zeggen dat Osama bin Laden en Abu Bakr al-Baghdadi, de kalief van Islamitische Staat, ‘het ware gezicht van de moslims’ tonen. Dus om de volledige waarheid onder ogen te zien bespoedig je de komst van een ramp!

    Het drama van dit moment is dat dit soort taalgebruik gedoemd is te floreren onder het presidentschap van Trump, die hele volkeren en religies wegzet onder een globale noemer. En deze afschrikwekkende visie zal niet alleen de oorlog rechtvaardigen tussen twee groepen mensen, het Westen en de moslimwereld, maar zich ook alom verspreiden en de hele wereld besmetten.

    Auteur: Hazem Saghieh

    De Libanees Hazem Saghieh is politiek redacteur bij Al-Hayat. Hij publiceerde ook in Time, New Statesman en The Observer.

    Al-Hayat
    Saoedi-Arabië | dagblad | oplage 110.000

    ‘Het Leven’ is ongetwijfeld de meest toonaangevende krant van de Arabische diaspora en het favoriete podium voor liberale Arabieren die een groot publiek willen bereiken. De krant neigt naar pro-westerse en pro-Saoedische berichtgeving, maar staat ook open voor andere meningen.