De spoorwegovergang was gesloten ten tijde van het ongeluk
Het is een ‘onbegrijpelijke tragedie’, meldt Le Soir. Een bus werd dinsdagochtend aangereden door een trein op een spoorwegovergang in het dorp Buggenhout in Vlaanderen. Twee leerlingen, van twaalf en vijftien jaar, kwamen om het leven, evenals de chauffeur en een begeleider, aldus de woordvoerder van het Openbaar Ministerie Oost-Vlaanderen.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De vijf andere leerlingen werden met ernstige verwondingen en in kritieke toestand naar het ziekenhuis gebracht. Geen van de treinpassagiers raakte gewond.
Een onderzoek is ingesteld. Politiewoordvoerder An Berger bevestigde dat de spoorwegovergang gesloten was op het moment van de botsing. Het is nog niet bekend hoe de bus op de rails terechtkwam terwijl de trein met ongeveer honderd passagiers passeerde.
Het altruïstische zorgsysteem in de Belgische stad Geel gaat terug naar de dertiende eeuw, toen er een kerk werd gebouwd ter ere van Dimpna, beschermheilige van psychische aandoeningen. Journalist Ilvy Njiokiktjien ging er op bezoek.
De Belgische stad Geel heeft een pleegzorgsysteem voor patiënten met mentale gezondheidsklachten. Pleeggezinnen hebben kostgangers soms decennialang in huis, waardoor ze een onlosmakelijk deel uit gaan maken van het gezin. De gezinnen zien dit principe als normaal omdat ze dit veelal van hun ouders, grootouders, ooms en tantes hebben meegekregen; het systeem zit in het Geelse DNA.
Met dit soort opvang proberen de pleeggezinnen het leven van mensen met mentale problemen zo gewoon mogelijk te maken. Ze worden niet behandeld als patiënten met een diagnose, die eventueel moeten worden geïnstitutionaliseerd, maar als personen die recht hebben op waardigheid en inclusie. Deze vorm van altruïstische zorg maakt al sinds de dertiende eeuw deel uit van Geel, toen er een kerk werd gebouwd voor de heilige Dimpna, beschermhei- lige van psychische aandoeningen. Vervolgens trokken er massaal pelgrims naar de stad. Destijds woonden ongeveer tweeduizend gasten in bij de lokale boeren, die hielpen met het dagelijkse werk. En zo ontstond het pleegzorgsysteem, dat zevenhonderd jaar later nog altijd wordt toegepast.
Gestructureerder
Door de eeuwen heen is het systeem gestructureerder en geavanceerder geworden. Zo biedt de OPZ, het psychiatrische ziekenhuis van de gemeente, sinds het midden van de negentiende eeuw professionele hulpdiensten. Ook kan het centrum dagopvang faciliteren en wordt de kostganger psychiatrische behandeling en hulpverlening geboden.
Ik bezocht zes gezinnen in Geel, waar het leven zijn normale gangetje ging. De kostgangers speelden spelletjes met gezinsleden, deden klusjes en keken samen televisie. Voor veel van hen zijn structuur en routine van groot belang en volgens de Gelers vinden ze dat hier op een natuurlijkere manier dan wanneer ze worden geïnstitutionaliseerd.
De 71-jarige Heidi woont bij haar pleegverzorger, Maria Dierckx. Ik fotografeerde ze ’s ochtends terwijl Heidi op de bus wachtte die haar zou meenemen naar de OPZ. De bus kwam iets later en Heidi werd zenuwachtig. Ik zag haar door de woonkamer ijsberen terwijl ze naar de klok keek. Maria kwam binnen, ging even met Heidi zitten en babbelde wat. Heidi werd meteen weer rustig. Toen de bus er was, stormde Heidi naar buiten, maar gaf Maria eerst een kus op de wang. Het zijn dit soort kleine dingen die de kostgangers een gevoel van veiligheid geven, het gevoel ergens thuis te horen; bij een gezin waar ze op kunnen rekenen.
De 58-jarige Maggy Vleugels en haar echtgenoot Jozef Huysmans bieden onderdak aan de 65-jarige Hilda. Dit is niet hun eerste kostganger. Maggy groeide op in een gezin waar kostgangers de normaalste zaak van de wereld waren. Toen haar ouders overleden, besloot ze om hun kostganger Jeff op te nemen. Toen de zorg voor Jeff, die ernstige mentale klachten had, te veel werd voor Maggy, werd hij overgeplaatst naar de OPZ. Maggy had liever nog langer voor hem gezorgd, maar de zorg werd te gespecialiseerd. Ze gaf aan de OPZ aan dat ze graag weer iemand in huis nam. Zoals voor veel Geelse gezinnen geldt voelt deze vorm van verzorgen als onderdeel van haar karakter.
Kostgangers
In Geel wonen ongeveer honderdtwintig kostgangers bij pleeggezinnen. Ooit waren dit er duizenden, maar door de jaren heen is het aantal teruggelopen. Dat komt vooral doordat in veel huishoudens nu zowel de man als de vrouw een baan heeft, wat in vorige eeuwen niet voorkwam. De gezinnen krijgen een toeslag van 28 euro per dag per persoon aan wie ze zorg bieden, waarmee algemene kosten worden gedekt.
In deze tijd waarin veel aandacht is voor mentale gezondheid en een grote behoefte bestaat aan vernieuwende oplossingen, zou dit eeuwenoude model van Geel, gebaseerd op empathie en solidariteit, wel eens uitkomst kunnen bieden.
Openluchtzorggemeenschap
Het eeuwenoude zorgsysteem van gezinsverpleging in Geel werd in 2023 erkend als cultureel erfgoed volgens UNESCO-principes.
Het Geelse systeem geldt als een van de oudste vormen van gemeenschapsgerichte geestelijke gezondheidszorg ter wereld. De praktijk ontstond in de dertiende eeuw, rond de verering van Sint-Dimpna, en bleef ook na de opkomst van psychiatrische instellingen intact.
Historisch bereikten de aantallen een hoogtepunt in de negentiende eeuw. Rond 1850 verbleven naar schatting twee- tot drieduizend kostgangers bij Geelse gezinnen – op een stad met slechts enkele duizenden inwoners. Geel fungeerde daarmee feitelijk als een openluchtzorggemeenschap. Aan het begin van de twintigste eeuw liep dit aantal terug, mede door de professionalisering van de psychiatrie en veranderende gezinsstructuren. Maar het systeem hield stand.
Vandaag wonen in Geel ongeveer 120 volwassenen met langdurige psychische problematiek bij pleeggezinnen. Zij krijgen medische en psychosociale begeleiding via het OPZ Geel, dat sinds 1852 deel uitmaakt van het systeem. Pleeggezinnen ontvangen een dagvergoeding van circa 28 euro, bedoeld voor huisvesting en dagelijkse kosten; behandeling blijft in handen van professionals.
In 2023 werd de traditie van gezinsverpleging in Geel opgenomen in de Inventaris van Immaterieel Cultureel Erfgoed van Vlaanderen, conform UNESCO-principes. Daarmee wordt het systeem erkend als levend erfgoed en als vroeg voorbeeld van wat tegenwoordig community-based mental health care heet.
Er zijn aanwijzingen voor een terroristisch misdrijf
De ontploffing van een explosief verbrijzelde de ramen van de synagoge en beschadigde de deur in de nacht van zondag op maandag, meldt Le Soir. Het Belgische federale parket, dat een onderzoek is gestart, sprak van ‘mogelijke aanwijzingen voor een terroristisch misdrijf’. Volgens RTBF ‘was het gebruikte explosief een zelfgemaakte bom die op zeer amateuristische wijze was vervaardigd’.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Antisemitisme is ‘een aanval op onze waarden en onze samenleving’ en ‘moet ondubbelzinnig bestreden worden’, reageerde premier Bart De Wever in een bericht op het sociale netwerk X. De veiligheidsmaatregelen rond ‘vergelijkbare locaties’ zullen worden versterkt, aldus de regering. ‘De aanval (…) heeft gelukkig alleen materiële schade veroorzaakt, maar laat een vreselijke litteken achter in de geest van een gemeenschap die het slachtoffer is van toenemend antisemitisme’, benadrukt Le Soir.
Nu ‘de schatkist van Kyiv zienderogen leegloopt’, presenteerde de Europese Commissie op woensdag 3 december een plan ‘om Oekraïne de komende twee jaar te steunen en het land “in een sterke positie” te brengen wanneer het aan de onderhandelingstafel met Rusland gaat zitten’, meldt Le Soir.
Brussel stelde twee opties voor om een deel van de Oekraïense financieringsbehoeften voor 2026 en 2027 te dekken, die op 137 miljard euro worden geschat: een Europese lening of het gebruik van bevroren Russische tegoeden in Europa.
De eerste optie ‘heeft een grote complicatie’, benadrukt het Belgische dagblad. ‘Ze moet unaniem worden goedgekeurd door de 27 lidstaten. Hongarije en zijn pro-Russische premier zijn er echter fel tegen, omdat ze van mening zijn dat hulp aan Oekraïne “de oorlog verlengt”.’ Andere lidstaten, zoals Slowakije, dat het op dit punt met Hongarije eens is, en de zuinigere lidstaten, zijn eveneens terughoudend, benadrukt Le Soir.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De tweede optie, het gebruik van bevroren Russische activa, stelt België echter weer voor een probleem, omdat het grootste deel van de activa zich in België bevindt, merkt Le Soir op.
‘Het doel is zeker prijzenswaardig en lijkt logisch: Oekraïne financieren met geld van de agressor’, benadrukt La Libre Belgique. ‘Maar in de ogen van de Belgische diplomatie is dit een valse oplossing. Het financiële risico en de waarschijnlijke vergeldingsmaatregelen van het Kremlin plaatsen ons koninkrijk in een uiterst gevaarlijke situatie. En Europa lijkt deze angsten niet serieus te nemen.’
Om te voorkomen dat België alleen met de risico’s geconfronteerd wordt, stelde Brussel voor om alle in Europa bevroren Russische tegoeden te gebruiken, inclusief die welke zich bijvoorbeeld in Frankrijk bevinden. ‘België heeft gevraagd om een robuust mechanisme en een lastenverdeling en wij hebben hierop gereageerd door dit in te voeren, zodat er een solide garantie is,’ bevestigde Commissievoorzitter Ursula von der Leyen woensdag.
De Marokkaanse kinderboekenschrijver Mohamed Zefzaf blikt terug op zijn rijlessen in Brussel in 1976. Zijn rijinstructeur behandelde hem net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter. Dat klinkt misschien onbeduidend, maar dat was het voor hem zeker niet.
Ik zal eerlijk zijn. Ik was een verschrikkelijke rijschoolleerling. Op de laatste dag van mijn rijlessen maakte ik mijzelf en mijn instructeur bijna van kant.
Maar ik ga iets te snel.
Laat ik bij het begin beginnen.
Het was de winter van 1976, ik was achttien, vol zelfvertrouwen en klaar om mijn Belgische rijbewijs te halen. Mijn vader stond er in zijn enthousiasme op dat hij mij zelf les zou geven. Bij nader inzien was dat een vergissing. Zoals een dokter nooit zijn eigen gezin moet behandelen, moet een vader zijn kinderen niet leren rijden. Op een koude morgen gingen we naar de De Bonnestraat, dicht bij het tramdepot op de grens van Anderlecht en Molenbeek. Hij gaf me de sleutels van zijn oude blauwe Opel. Ik was enthousiast en zelfverzekerd, maar had ook geen idee wat ik moest doen.
‘Zo,’ zei hij. ‘Die is voor jou.’
Ik draaide aan de contactsleutel. De dieselmotor gromde. Ik trapte de koppeling in, zette de auto in de eerste versnelling en liet het pedaal vervolgens veel te snel opkomen. De auto schoot een stukje vooruit en de motor sloeg meteen weer af. Ik deed het nog een keer. Mijn vaders gezicht werd knalrood. Met zijn handen in de lucht riep hij tegenstrijdige bevelen.
‘De koppeling. Nee, het gaspedaal. Niet zo hard. Wat doe je? Stop!’
Dat was het eind van onze lessen. Toen ik hem een paar dagen later schaapachtig vroeg of we het nog een keer konden proberen, schudde hij vastbesloten zijn hoofd. ‘Ik geef te veel om onze gezondheid om dat nog een keer te doorstaan.’
‘Zachtjes het gaspedaal indrukken. Langzaam de koppeling op laten komen. Het is balanceren’
Dus schreef ik me in bij een officiële rijschool in Anderlecht. Daar ontmoette ik meneer B, mijn onfortuinlijke instructeur – onfortuinlijk omdat ik zijn leerling was.
Hij was kort en gedrongen, droeg een pak met stropdas en had altijd een sigaar paraat. Hij rookte zelfs in de auto; de kleine Peugeot vulde zich dan met dikke, scherpe rookwolken die in de stoelbekleding bleven hangen. Het rook er naar verbrand leer.
‘Heb je al eens eerder gereden?’ vroeg hij kortaf.
Ik dacht aan de ramp met de Opel en mompelde: één keer.
‘Mooi,’ zei hij en stak nog een sigaar op. ‘Dan weet je hoe gevaarlijk het kan zijn.’
We reden over een stille weg dicht bij Scheut, in de buurt van hotel Prince de Liège, waar tuinen en volkstuintjes zich over het landschap uitstrekten. Meneer B gaf zijn aanwijzingen door de rookwalmen heen.
‘Zachtjes het gaspedaal indrukken. Langzaam de koppeling op laten komen. Het is balanceren. Voorzichtig.’ Ik probeerde het. De auto schokte. Ik zette in plaats van de richtingaanwijzer de ruitenwissers aan. Ik haalde de rem en de koppeling door elkaar. Meneer B zuchtte moedeloos, reed zelf weer terug naar het kantoor en beet de directeur van de rijschool bij het uitstappen toe: ‘Je hebt me weer een hopeloos geval gegeven. Waar moet het in godsnaam heen met België?’
Ergens had hij gelijk.
Toch kwam ik weer terug. Ondanks mijn schaamte, of misschien wel dankzij mijn schaamte, wilde ik bewijzen dat ik het kon. Als Marokkaanse tiener in een stad die niet altijd openstond voor verschillende soorten mensen wilde ik geloven dat ik erbij hoorde.
Ik denk niet dat meneer B en de directeur dat begrepen. Voor hen was ik waarschijnlijk nog zo’n mislukte poging tot immigratie.
Maar voor mij was het een persoonlijke kwestie.
En naarmate de lessen vorderden begon ik in te zien dat mijn aannames over deze mensen, en zeker die over meneer B, niet helemaal eerlijk waren. Rijden ging niet alleen maar over de versnellingen en de koppeling. Het ging om ruimte vinden. Om gezien worden op een plek waar mensen zoals ik vaak over het hoofd worden gezien. In de weken die volgden gaf ik meneer B alle reden om vervroegd met pensioen te gaan. Ik liet de motor vaak afslaan. Zijn gezicht werd rood, zijn knokkels werden wit en hij rookte zijn sigaar sneller op.
Hij behandelde me net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter
Maar hij kon mij verdragen. Misschien uit plichtsbesef, of misschien – hoewel ik dit later pas begon in te zien – omdat hij ervoor koos.
Onder zijn natuurlijke norsheid, die ik als onbeleefdheid had geïnterpreteerd, zat een zekere stabiliteit. Misschien zelfs aardigheid. Hij keek nooit op me neer. Hij zag me nooit als minderwaardig. Hij behandelde me net als alle andere onbeholpen leerlingen, niet beter en niet slechter.
Dat klinkt misschien onbeduidend, maar in die tijd was een naam als de mijne al genoeg om als vreemdeling bestempeld te worden voordat je ook maar een woord had gezegd. Met meneer B voelde het nooit zo. Geen vooroordelen. Geen neerbuigendheid. Hij had een norse persoonlijkheid, maar behandelde iedereen gelijk, zelfs de directeur van de rijschool, die hij vaak met wat botte Vlaamse woorden aan de kant zette.
Langzaam begonnen dingen te verbeteren. Tergend langzaam, maar zeker. Ik leerde naar de motor te luisteren. De koppeling te beheersen. Om de emoties van de Peugeot aan te voelen. Uiteindelijk had ik mijn uren voltooid en kon ik afrijden.
Ik was die dag erg nerveus. En meneer B nog meer dan ik. Als hij gespannen was, schakelde hij van aarzelend Frans over op snel, vlijmscherp Vlaams.
De zon ging al bijna onder. Uit de donkere, laaghangende wolken dreigde sneeuw te vallen. Meneer B wachtte me op, met zijn jasje dichtgeknoopt en in zijn hand een sigaar.
‘Eindelijk,’ zei hij, en hij klonk opgelucht. ‘Onze laatste les. Het examen. Instappen maar, en rijden.’ We reden weg.
Meneer B begeleidde me over de Ninoofse Steenweg, langs de gracht, brouwerij Belle-Vue en het Klein Kasteeltje, waar twee soldaten stijfjes de wacht hielden bij een zware houten deur. De Vroegmarkt was bijna ten einde; de luiken waren dicht en wat laatkomers probeerden nog af te dingen.
We reden verder in de schaduw van het vergane Viaduct van Koekelberg, de verhoogde slagader die vaak trilde onder het gewicht van de trams. Boven ons beefde het bouwwerk terwijl we over de Léopold II-laan reden.
Hij had een norse persoonlijkheid, maar behandelde iedereen gelijk
Het werd drukker op de weg. Vijf uur. Spitsuur in Brussel, de winter van 1976. Volgens mij was het januari, maar dat weet ik niet zeker meer.
Brussel voelde, net als heel België, verdeeld. Prachtig en melancholisch. Mensen in lange, donkere pardessus liepen langs beslagen ramen waarin hun weerspiegeling vervaagde door de kou. De lucht was verkwikkend, de sneeuw school aan de rand van een dreigende hemel. Straatlantaarns hulden de straten in een bleke, spookachtige gloed, waardoor de stad deed denken aan een schilderij uit de late negentiende eeuw. Voor heel even was Brussel het domein van zijn surrealistische schilders: licht verwrongen en ondoorzichtig, tussen droom en werkelijkheid in.
We reden langs het beroemde Cinzano-bord op het Rogierplein, links lag de Kruidtuin. Ik liet de motor voor de verandering niet afslaan. Ik raakte niet in paniek. Meneer B was kalm. Hij kettingrookte niet. Zijn stem was rustig. Hij glimlachte zelfs. We hadden voor het eerst een echt gesprek.
Ik dacht: Misschien haal ik het wel. Maar de kalmte was van korte duur. Terwijl we via de Minimenstraat de Marollen uit reden, begon het zwaar te sneeuwen, net toen de groene koepel van het Justitiepaleis hoog boven ons uittorende. Het werd moeilijk om de weg nog te zien. De klinkers glinsterden van het ijs.
Mijn handen begonnen te zweten. De ruitenwissers piepten. Ik gleed te snel de rotonde op bij het Poelaertplein.
Ik had moeten remmen. Ik had op het aankomende verkeer moeten letten. Maar dat deed ik niet. Er suisde een vrachtwagen langs, die ons op een paar centimeter na miste. Keihard getoeter. Er kwam een bus recht op ons af. Een moment lang stonden mijn gedachten stil.
Toen trapte meneer B op de rem.
De auto kwam met een schok tot stilstand.
‘Godverdomme,’ riep hij. ‘Je reed ons bijna dood.’
De rest kwam eruit in bliksemsnel Vlaams. Ik had geen vertaling nodig. We reden terug in volledige stilte.
Geen handdruk. Geen gedag. Geen oogcontact.
De auto was kouder dan zou hoeven. De verwarming stond aan en de ramen waren dicht, maar toch was het kil. Af en toe sloot meneer B zijn ogen, alsof hij door de chaos die ik had aangericht heen probeerde te ademen.
Nu ik zijn leeftijd heb bereikt, vraag ik me af of hij zichzelf misschien probeerde te kalmeren. Ik doe dat af en toe ook. Misschien mediteerde hij, niet op zijn oosters, maar op een persoonlijke, innerlijke manier.
Ik was gezakt, dat wist ik.
Na het voorval op het Poelaertplein heb ik geen woord meer van hem gehoord. Nooit meer. Ik begon daarna beter te rijden, maar er was iets veranderd. Terug op het kantoor overhandigde meneer B zwijgend zijn rapport aan de directeur. Toen vertrok hij.
Geen handdruk. Geen gedag. Geen oogcontact.
Ik zat daar in m’n eentje en het moment spookte door mijn gedachten. Had ik maar geremd. Had ik maar…
Er kwam een verontrustende gedachte bovendrijven. Ik moest aan mijn vrienden en familie vertellen dat ik was gezakt. Het was zo’n tienermoment waarop je het liefst zou willen dat de grond je met huid en haar opslokt. Toen riep de directeur me.
‘Jongeman,’ zei hij met een kleine glimlach, ‘je bent met een van de laagst mogelijke scores geslaagd.’ Ik knipperde met mijn ogen. Ik kon het niet geloven.
‘Gezien wat er op het Poelaertplein is gebeurd,’ zei hij, ‘stelt meneer B blijkbaar veel hoop in jou.’
Ik vond het een fijn woord. Hoop. Espoir. Ik wist niet wat ik moest zeggen. Mijn handen trilden nog steeds. Volgens mij zei ik ‘Dank u’ en ‘Merci’, maar dat weet ik niet meer. Het is bijna vijftig jaar geleden.
De herinnering voelt ver weg maar toch heel levendig.
Meneer B en ik kwamen uit een andere wereld. Ik een Marokkaanse tiener, hij een Vlaamse man die bijna met pensioen ging. We hadden weinig gemeen. Maar die winteravond, in die kleine rokerige Peugeot, gebeurde er iets tussen ons.
Niet met woorden, maar in stilte.
En ik heb dat altijd met mij meegedragen.
Er gebeurde iets tussen ons. Niet met woorden, maar in stilte
Ik ben heel lang docent geweest. En als ik terugdenk aan de kinderen die ik heb begeleid, in de klas of op het voetbalveld, probeer ik ook terug te denken aan meneer B.
Zijn zwijgzaamheid. Zijn kalmte. De manier waarop hij zijn voet op het gaspedaal zette als ik dat niet kon vinden. Hij heeft letterlijk ons leven gered. Maar hij heeft me ook meer geleerd dan autorijden.
Hij leerde me hoe je voor iemand kunt opkomen, ook als het moeilijk is. Juist als het moeilijk is. En voor een docent is dat alles.
Dank u, meneer B, dat u mij een tweede kans hebt gegund. Dat u mij hebt gezien. Dat u in mij geloofde.
Ik hoop ten diepste dat het geen ijdele hoop was.
En hoewel het inmiddels veel te laat is, wil ik tot slot toch nog zeggen: het spijt me dat ik ons op die winteravond, jaren geleden, bijna heb doodgereden.
Het is het grootste mysterie in de geschiedenis van de Belgische kunst: waar is het in 1934 gestolen paneel van het Lam Gods verborgen? Bestaat het nog? Vlaanderen wil al jaren de ontknoping van dit detectiveverhaal weten.
Iedereen wil het Lam Gods zien. De Franse revolutionairen en de hertog van Wellington, Hitler en Eisenhower, Jules Michelet en Albert Camus, koning Frederik III van Pruisen en zijn collega Jozef II uit het Heilige Roomse Rijk. Door de kunst en de geschiedenis is het altaarstuk, dat in opdracht werd gemaakt voor de kathedraal van Gent (waar het in gerestaureerde staat te bewonderen is), een van de beroemdste kunstwerken ter wereld.
Deze 3,75 meter hoge polyptiek, bestaande uit vier vaste panelen en twintig beweegbare luiken, werd tussen 1424 en 1432 gemaakt door Hubert Van Eyck en zijn jongere broer Jan Van Eyck. Het Lam Gods is een meesterwerk van de westerse kunst vanwege zijn harmonie, ontwerp, voorstelling, lichtval en uitvoering, schreef historicus Jules Michelet erover. De jongste van de gebroeders Van Eyck, die de olieverftechniek perfectioneerde, voegde veel details toe, zelfs de maankraters op de maan, en bracht de mensen, dieren, bomen en bloemen die op dit altaarstuk rond Christus (het Lam) zijn afgebeeld tot leven. Het Lam offert zijn leven, gesymboliseerd door zijn bloed, en ziet hoe engelen, heiligen, geestelijken en notabelen naar hem toe komen om hem te aanbidden.
Mysterie
Behalve schoonheid bevat het werk ook veel mysterie. In de lucht boven de stad zijn bijvoorbeeld gezichten van mensen onderscheiden. Maar wie zijn het? Tijdens de restauratie werd op de kop van het lam een tweede paar oren ontdekt. Deze zouden het eerste paar in de zestiende eeuw hebben vervangen. Maar waarom?
Historici wijzen ook op het voortdurende rondzwerven van het altaarstuk. In 1566 namen de calvinisten de macht over in Gent. Beeldenstormers wilden het werk van Jan Van Eyck vernietigen. Maar het werd op het laatste moment door de katholieken verborgen. Twee eeuwen later liet de burgemeester van Gent op verzoek van Jozef II de twee eikenhouten schilderijen met de afbeeldingen van Adam en Eva verwijderen, omdat de keizer deze te naakt vond. In 1794 brachten de revolutionairen het veelluik naar het Louvre, waarna Wellington het in 1816 persoonlijk terugbracht naar Gent. Via de ene verkoop na de andere belandde een deel ervan vervolgens in handen van de Pruisische koning Frederik III en daarna kwam het terecht in het Bode-Museum in Berlijn.
Het is zo vaak rondgegaan dat het Lam Gods door de eeuwen heen het meest gestolen, verspreide en getransporteerde schilderij ter wereld is geworden. En het gaat niet alleen om oude geschiedenis. Tijdens de Eerste Wereldoorlog werden de overgebleven delen in Gent ingemetseld en in 1918 werden de overige panelen in Berlijn teruggevonden. De nazi’s namen het werk in beslag in 1940 en verstopten het in de zoutmijn van Altaussee in Oostenrijk. Toen de de nazi’s de zoutmijn vier jaar later wilden laten ontploffen, werd het altaarstuk gered door de Monuments Men, opgericht door de Amerikaanse generaal Eisenhower.
De bisschop van Gent ontving een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd
In 1940 hadden de Duitsers echter niet op het gehele altaarstuk de hand kunnen leggen. Er ontbrak een paneel, dat tot op heden mist. Toen kerkdienaar Van Volsem op 11 april 1934 de Sint-Baafskathedraal in Gent opende, ontdekte hij dat er twee panelen waren gestolen: het paneel met de afbeelding van de Rechtvaardige Rechters [binnenkant] en het paneel met de afbeelding van Johannes de Doper [buitenkant].
De politie had weinig aanknopingspunten. Op de laatste dag van dezelfde maand ontving de bisschop van Gent echter een brief waarin om losgeld van een miljoen Belgische frank werd gevraagd, ondertekend met de initialen D.U.A. De bisschop ging het gesprek aan en D.U.A. stuurde hem vervolgens een ticket voor een bagagedepot toe van het station Brussel-Noord. Ter plaatse overhandigde de medewerker van het bagagedepot een groot rechthoekig pakket aan de politie, waarin het paneel van Johannes de Doper zat. D.U.A. was dus geen oplichter. Maar toen de medewerker gevraagd werd naar het uiterlijk van de persoon die het pakket had achtergelaten, wist hij zich weinig te herinneren; hij omschreef hem als een man van in de vijftig met een sikje. Dat was alles.
Nadat het eerste paneel was overhandigd, besloot de politie een stap verder te gaan en bood aan om op 14 juni via een tussenpersoon in Antwerpen het losgeld te betalen om het tweede paneel terug te krijgen. Ze stopten echter slechts vijfentwintigduizend frank in de envelop. De dief, woedend, overhandigde de Rechtvaardige Rechters niet en het onderzoek liep vast.
Zijn geheim
Eind november 1934, tijdens een politieke bijeenkomst in Dendermonde vond een van de vreemdste feiten uit de hele zaak plaats. Nadat een man genaamd Arsène Goedertier een toespraak had gehouden, kreeg hij een hartaanval. Deze voormalige kerkdienaar en betrouwbare bankier uit Wetteren gaf op zijn sterfbed toe dat hij de enige was die wist waar het paneel met de Rechtvaardige Rechters zich bevond. Hij sprak de woorden ‘in mijn kantoor, sleutel, kast, map ziekenfonds…’, blies zijn laatste adem uit en nam zijn geheim mee het graf in. In de hoop meer te weten te komen ging men op zoek naar de bewuste map in Goedertiers kantoor. Er zat een envelop in met kopieën van de dertien losgeldbrieven, maar nergens was ook maar een spoor van het schilderij te bekennen…
In 1939 verklaarde de rechtbank Arsène Goedertier als de dief van de schilderijen, maar het laatste woord was hierover nog niet gezegd. Zoals dat gaat, doen sindsdien allerlei theorieën de ronde. Er werd bijvoorbeeld beweerd dat het schilderij zich bevond in de grafkelder van Koning Albert I, die in februari 1934 was overleden. In 2018 kwamen sommigen met het idee dat er zich onder de Kalandebergstraat, een winkelstraat in Gent, een kleine tunnel bevond. Maar er zijn geen doorslaggevende bewijzen. In 1941 werd een bestelling geplaatst bij een kopiist, die het schilderij reproduceerde en een van de Rechtvaardige Rechters afbeeldde in de gedaante van koning Leopold III. Albert Camus laat een van de personages in zijn roman De val het originele paneel in een kledingkast verstoppen.
Het verhaal eindigt hier niet. Caroline Dewitte, magistraat bij het parket van Gent en al twintig jaar verantwoordelijk voor de zaak van de Rechtvaardige Rechters, bevestigt dat er in oktober 2024 opnieuw een huiszoeking werd uitgevoerd in Oost-Vlaanderen. ‘Er waren wel degelijk aanwijzingen,’ benadrukt ze, ‘maar het schilderij is niet gevonden. Het Openbaar Ministerie doet altijd onderzoek als er geloofwaardige informatie binnenkomt. We willen geen deuren sluiten, enerzijds omdat het een belangrijk werk is en anderzijds om in toekomstig onderzoek duidelijk te kunnen maken dat een locatie al is gecontroleerd.’
‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken’
‘We hopen het nog steeds te vinden,’ zegt ze. ‘Er is geen bewijs dat suggereert dat het vernietigd is.’ Hoewel er bij het parket van Gent geen actief onderzoek loopt naar de zaak van de Rechtvaardige Rechters neemt het natrekken van aanwijzingen die door burgers of amateurspeurders worden doorgegeven ongeveer vijf procent van de werktijd van de magistraat in beslag. ‘Gemiddeld zijn er per jaar twee of drie sporen om te onderzoeken. Ik ben niet alleen. Er zijn twee agenten van de federale politie in Gent die ervaring hebben en meewerken aan het dossier.’
De zaak is in Gent nog steeds springlevend. Naar aanleiding van de recente berichten over de huiszoeking in oktober heeft Dewitte nadere informatie ontvangen.
In zijn invloedrijke werk The Story of Art beschrijft Ernst Hans Gombrich het ‘onvermoeibare geduld’ van Jan Van Eyck, waarbij hij detail na detail toevoegde om ervoor te zorgen dat zijn schilderijen de wereld om hem heen weerspiegelden. Dit is wat de Vlaamse schilderkunst onderscheidt van de Italiaanse. Op het Italiaanse schiereiland schilderden Brunelleschi en zijn collega’s – die de olieverfschilderkunst nog niet onder de knie hadden – de werkelijkheid na door middel van lijnen en perspectieven in plaats van minuscule details. Wie weet zal de opeenstapeling van aanwijzingen, details, verhoren, huiszoekingen en het onvermoeibare geduld van magistraten ons, in de geest van Jan Van Eyck, op een dag weer naar de Rechtvaardige Rechters leiden.
De partij Vlaams Belang won er 47,4 procent van de stemmen
‘Nooit eerder gezien: extreemrechts wint de verkiezingen met een absolute meerderheid in Ninove’, kopt La Libre. De Belgische stad met 40.000 inwoners, ten westen van Brussel, is de eerste in de Belgische geschiedenis die in handen valt van een extreemrechtse partij.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De lijst Forza Ninove van de Vlaamse partij Vlaams Belang (VB), die geleid wordt door Tom Van Grieken, won 47,4 procent van de stemmen bij de lokale verkiezingen van zondag, ver boven de 30,8 procent die de vertrekkende liberale burgemeester behaalde. Extreemrechts was in Ninove al als winnaar uit de bus gekomen bij de verkiezingen van 2018, maar een grote coalitie rond de Vlaamse liberalen slaagde er toen in om het in de oppositie te houden.
Carles Puigdemont, de voormalige Catalaanse leider die Spanje zes jaar geleden ontvluchtte na een mislukte afscheidingspoging, zei donderdag dat hij zal terugkeren naar Spanje als hij regiopresident kan worden bij de komende verkiezingen. Dat meldt Politico.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Puigdemont (61) vluchtte naar België nadat hij leiding gaf aan een afscheidingspoging van Catalonië in 2017. Hij wordt nog steeds gezocht in Spanje. Een omstreden amnestiewet, opgesteld door de linkse regering van Spanje om hem en honderden andere aanhangers van de Catalaanse onafhankelijkheid hun vrijheid terug te geven, lijkt echter binnenkort door het nationale parlement te zullen worden aangenomen.
‘Ik zal meedoen aan de volgende verkiezingen voor het Catalaanse parlement (…) nu ik de kans heb om mijn presidentschap te herstellen,’ zei Puigdemont op een bijeenkomst in het Franse Elna, vlakbij de Spaanse grens, toen hij zijn kandidatuur aankondigde. ‘Het aftellen tot mijn terugkeer begint vandaag.’
González neemt het in de tweede ronde op tegen Noboa
Luisa González, de protegé van de veroordeelde ex-president Rafael Correa, kwam zondagavond als beste uit de bus in de eerste ronde van de presidentsverkiezingen in Ecuador, met 33 procent van de stemmen. Dat maakt El Telégrafo bekend op basis van de voorlopige resultaten van 74 procent van de getelde stembiljetten. In de tweede ronde, op 15 oktober 2023, zal ze het opnemen tegen de rechtse kandidaat Daniel Noboa, die tweede werd met 24 procent van de stemmen. Noboa is de zoon van de rijke bananenhandelaar en voormalig presidentskandidaat Álvaro Noboa.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
De verkiezingen in Ecuador werden overschaduwd door politiek geweld, met als dieptepunt de moord op de anticorruptiekandidaat Fernando Villavicencio eerder deze maand. Christian Zurita, zijn plaatsvervanger, haalde niet genoeg stemmen voor de tweede ronde.
Luisa González, die voor de verkiezingen vrijwel onbekend was, wordt gezien als de natuurlijke opvolger van Correa, de linkse, populistische president die het land regeerde van 2007 tot 2017. Als kandidaat voor de partij Revolución Ciudadana had ze gezegd dat Correa haar adviseur zou zijn als ze werd gekozen. Correa leeft in ballingschap in België en werd in 2020 bij verstek veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf voor corruptie.
Later dit jaar horen de zes verdachten hun straffen
In Brussel zijn zes van de tien verdachten van de terreuraanslagen in 2016 schuldig bevonden aan terroristische moord. Dat meldt La Libre Belgique. Onder hen is Salah Abdeslam. De zaak werd vanwege de duur van het proces beschouwd als de grootste rechtszaak deze eeuw in België.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Op 22 maart 2016 werden meerdere zelfmoordaanslagen gepleegd in het hart van Brussel. Er vonden explosies plaats bij luchthaven Zaventem en metrostation Maalbeek en zeker vijfendertig mensen kwamen om het leven, net als drie daders, die gelieerd waren aan terreurbeweging IS. Dezelfde terreurcel, onder leiding van Abdeslam, was verantwoordelijk voor de zeer dodelijke aanslagen in Parijs. Hij werd vlak voor de aanslagen in Brussel opgepakt, maar was wel betrokken, zo oordeelde de jury.
Een ander prominent lid van de terreurcel werd bij verstek veroordeeld: hij overleed in Syrië of Irak, de plaats vanwaar hij de aanslagen aanstuurde. De jury bestond uit burgers die dagenlang geen toegang hadden tot televisie of internet om zich niet te laten beïnvloeden. In totaal hadden zij achttien dagen nodig om tot hun oordeel te komen.
De Peruaanse antidrugseenheid heeft 58 pakketten van 1 kilo in beslag genomen. Op ieder pakket stond een afbeelding van een nazivlag en in de cocaïne stond in reliëf de naam Hitler geschreven, meldt The Guardian.
De drugs werden ontdekt in de haven van Paita en zaten, volgens een politierapport in handen van Associated Press, verstopt in een container waarin asperges werden vervoerd. De lading was bestemd voor een haven in België, aldus het rapport. De drugs waren in het ventilatiesysteem van de container verborgen, zo bleek uit foto’s en video’s van de Peruaanse antidrugseenheid ingezien door AP. De politie gaat de andere tachtig containers op het schip ook doorzoeken.
360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.
Peruaanse autoriteiten hebben eerder meldingen gemaakt van pakketten cocaïne met bijzondere afbeeldingen, maar nog nooit werden er pakketten met nazivlaggen gevonden, schrijft The Guardian.
Naar schatting produceert Peru jaarlijks 90 ton drugs waarvan het merendeel naar Europa wordt verscheept. Peru is volgens de Verenigde Naties de op een na grootste producent van cocabladeren ter wereld, en de op een na grootste producent van cocaïne, zo stelt de Amerikaanse Drug Enforcement Administration.
Brussel heeft een groenere landbouwsector nodig om de klimaatdoelstellingen te halen. Maar Europese boeren vinden dat er te veel van hen wordt gevraagd. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’
De schuren en melkstallen van de boerderij van Takis Kazanas (66) vallen in het niet bij de majestueuze bergen die over de Thessalische vlakte uitsteken. Op deze groene vlakte in Noord-Griekenland wordt al duizenden jaren vee gehouden, maar nu praten instanties in Brussel over regels die ertoe zullen leiden dat boerderijen als die van Kazanas als industriële installaties worden beschouwd, vergelijkbaar met staalfabrieken of chemische industrie.
Als die verandering van kracht wordt, zal de boerderij waar hij 300 runderen en 230 hectare land beheert met zijn vier zonen, wettelijk verplicht worden de uitstoot van broeikasgassen en het niveau van verontreiniging te verlagen. Met ambitieuze klimaatdoelstellingen voor 2030 dwingt Brussel de landbouw eindelijk om groener te worden. Kazanas vangt al biogas op uit koeienmest en in plaats van chemische mest rijdt hij zelfgemaakte mest over het land uit. ‘Dat is wat de EU wil en dat is wat ik doe,’ zegt Kazanas, die in 1986 begon met dertig runderen. ‘Tegenwoordig geeft iedereen het vee de schuld van methaanproductie en vervuiling, maar ik zie dat anders.’
Hij is een van de vele boeren die moe worden van wat zij zien als milieuvoorschriften die worden opgelegd door een bureaucratie op 2500 kilometer afstand. De omvang van de transformatie die de Europese Commissie vraagt met haar Boer tot Bord-strategie – halvering van de hoeveelheid bestrijdingsmiddelen in 2030, vermindering van het gebruik van meststoffen, verdubbeling van de biologische productie en herbebossing van sommige landbouwgronden – zou ook in minder moeilijke tijden opmerkelijk zijn.
Moeilijk te reguleren
De strategie komt op het moment dat de oorlog in Oekraïne de wereldvoedselmarkt overhoop heeft gehaald en boeren geconfronteerd worden met verlaging van subsidies die worden gegeven in het kader van het Gemeenschappelijk Landbouwbeleid (GLB), een programma van 55 miljard euro per jaar, dat al sinds 1962 voor voedselzekerheid in Europa zorgt.
Volgens de EU is er dringend behoefte aan milieuhervormingen in de landbouwsector. Een hoge EU-functionaris die zich bezighoudt met klimaatbeleid noemt het ‘ons probleemkind’. De sector is verantwoordelijk voor 11 procent van de totale uitstoot van broeikasgassen in de EU – een percentage dat bijna even hoog is als twintig jaar geleden.
Stikstofoxiden in meststoffen, dierlijke urine en uitwerpselen vormen een belangrijk deel van het probleem; zware stikstofconcentraties zorgen ervoor dat invasieve planten andere soorten verdringen, wat leidt tot verlies van biodiversiteit. Maar de sector is zeer moeilijk te reguleren; de 9,1 miljoen landbouwbedrijven in de EU variëren in type en omvang, uiteenlopend van industriële bedrijven met duizenden ‘grootvee-eenheden’ – de rekeneenheid waarmee de hoeveelheid dieren in de landbouw wordt aangeduid – tot kleine boeren met een enkele wijnstok en een paar geiten. De marges zijn doorgaans zeer klein. Er zijn biologische producenten die overleven met lokale handel, maar ook varkenshouders die te maken hebben met hevige internationale concurrentie, waardoor zelfs een kleine stijging van de voederprijs de jaarwinst al teniet kan doen.
De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden
Het keerpunt voor veel landbouwers kwam na de inval van Rusland in Oekraïne, net toen de Europese Commissie de doelstellingen van de ‘Boer tot Bord’-strategie bekendmaakte. Volgens een hoge ambtenaar van de Commissie ‘veranderde het debat bijna van de ene dag op de andere’. De landbouwgrond van de EU is nu een nieuw strijdtoneel voor groene ambities geworden. Nerveuze regeringen schroeven de voorstellen van de Commissie terug onder druk van een georganiseerde, goed gefinancierde landbouwlobby die nauwe banden onderhoudt met politici.
Zo heeft de Nederlandse regering onlangs een programma opgeschort om boerderijen te sluiten – en daardoor de uitstoot van stikstofoxide te verminderen –, nadat de ontluikende BoerBurgerBeweging (BBB) in maart de provinciale verkiezingen won, profiterend van een golf van woede tegen de plannen.
Recentelijk hebben de regeringen van Polen en Hongarije de invoer van graan, zuivelproducten, vlees, fruit en groenten uit Oekraïne tijdelijk stopgezet omdat boeren klaagden dat de goedkope invoer van Oekraïens voedsel de prijzen drukt.
Het groeiende verzet is een belangrijke uitdaging voor de doelstelling van de EU om de emissies tegen 2030 met 55 procent te verminderen ten opzichte van 1990, overeenkomstig internationale verplichtingen. Als Brussel er niet in slaagt de boeren mee te krijgen, kan dat een bedreiging zijn voor de belofte om tegen 2050 een nettonuluitstoot te bereiken.
De voorstellen van de EU zijn niet passend tijdens een ‘oorlogseconomie’ waarin boeren vrij moeten kunnen produceren, zegt Christiane Lambert, medevoorzitter van de machtige EU-landbouwvakbond Copa-Cogeca. ‘Mensen die beslissingen nemen over de landbouw weten er niets van.’
Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals
Voor veel boeren gaat het verzet tegen de komende veranderingen over overleven. Tom Vandenkendelaere, Belgisch lid van het Europees Parlement, zegt dat de druk op de boeren ondraaglijk wordt. ‘Het gaat om het aantal beleidsmaatregelen dat hen tegelijkertijd treft. We moeten het rustiger aan doen.’ Hij zegt dat boeren die gewoon hun werk doen, zich belasterd voelen door activisten die hen ervan beschuldigen de planeet te schaden en die klimaatverandering wijten aan het eten van vlees. ‘Ze hebben het gevoel dat hun manier van leven onder vuur ligt.’
Boeren op een Kruispunt, een onafhankelijke nonprofitorganisatie die geestelijke gezondheidszorg biedt aan boeren in Vlaanderen, zag dat 44 procent meer mensen zich aanmelden in 2022 dan in 2021. Volgens het Franse Instituut voor Gezondheid zijn boeren drie keer vaker geneigd om zelfmoord te plegen dan andere professionals. En Caroline van der Plas, leider van de BBB, zei deze maand in het Nederlandse parlement: ‘Mensen die zorgen voor ons dagelijks voedsel worden weggezet als dierenmishandelaars, gifmengers, bodemvernietigers en milieuvervuilers.’
Maar EU-beleidsmakers stellen dat de maatregelen op lange termijn juist in het belang van de boeren zijn. De stijging van de gasprijzen heeft de kosten van meststoffen en chemicaliën opgedreven. Decennia aan intensieve landbouw hebben voedingsstoffen in de bodem uitgeput, zodat meer moet worden gebruikt om dezelfde productie te bereiken. ‘Het idee “óf meer natuur, óf meer voedsel” is een mythe,’ zegt een EU-functionaris. ‘De belangrijkste fundamentele bedreigingen voor de voedselzekerheid zijn klimaatverandering en verlies van biodiversiteit.’
Virginijus Sinkevičius, de EU-commissaris voor milieu en visserij, is het daarmee eens. ‘Wat voor mij heel belangrijk is, is dat mensen begrijpen dat de milieuvoorstellen nooit gericht zijn tegen de landbouwbedrijven. Ze zijn er juist voor de bedrijven, want zonder natuur is landbouw niet mogelijk.’ En, voegt hij eraan toe, ‘ze vormen weliswaar een aanzienlijke verandering voor onze landbouwers, maar het is onvermijdelijk dat ze een deel van de oplossing zijn. Allicht gebeurt dat niet van de ene op de andere dag.’ Een sector die nu al het gevoel heeft met de rug tegen de muur te staan, zal inderdaad waarschijnlijk niet makkelijk toegeven.
Klem tussen milieueisen en lage prijzen
Het aantal landbouwbedrijven in de EU is sinds 2005 met meer dan een derde gekrompen. Terwijl het gemiddelde landbouwbedrijf groter is geworden, is het agrarisch inkomen constant laag gebleven, schommelend rond de 20.000 euro per persoon.
Bram van Hecke, die werkt op het melkveebedrijf van zijn familie in de buurt van het Belgische Oostende, zegt dat hij, zijn vader en zijn broers het gevoel hebben klem te zitten tussen de milieueisen van politici en de eisen van supermarkten die niet méér willen betalen. ‘Als je naar een bank gaat en zegt te willen investeren maar dat je inkomsten zullen halveren, geven ze je geen lening,’ zegt hij. ‘Meer produceren is haalbaar, terwijl extreem milieubewust zijn je bedrijf kan schaden.’
Van Hecke, die tevens hoofd is van de Groene Kring, een Vlaamse groep van jonge landbouwers, zegt dat een EU-richtlijn om de stikstofvervuiling aan te pakken zijn bedrijf jaarlijks 10.000 tot 15.000 euro kost. Deze maatregel verplicht landbouwers om met GPS de verspreiding van stalmest te registreren en schrijft voor dat ze niet binnen 5 meter van water mogen boeren. ‘De gemiddelde grondprijs in Vlaanderen is 63.000 euro per hectare en we verliezen ongeveer 4 hectare door deze nitraatrichtlijn. Reken maar uit. De regering kondigt aan onze kosten te zullen verhogen, maar heeft geen plannen om ons inkomen te helpen verhogen.’
‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot’
Op macroniveau klopt dat. Volgens agronomen worden delen van Europa te intensief bebouwd. In 2021 exporteerde de EU voor 197 miljard euro aan landbouwproducten naar landen als China en importeerde zij voor 150 miljard euro: een overschot van 47 miljard euro.
Krijn Poppe, een Nederlandse landbouweconoom, is voorstander van herbezinning. ‘Export mag niet ten koste gaan van klimaat en natuur,’ zegt hij. ‘In sommige regio’s, zoals Nederland en Vlaanderen, is de ecologische voetafdruk van de landbouw te groot.’ Burgers in deze ‘stadstaten’, zoals hij ze noemt, hebben ook behoefte aan recreatiegebieden, natuurgebieden, schoon water, woningen en vervoer. Het antwoord, zegt Poppe, is terugkeer naar de tijd waarin consumenten hogere prijzen betaalden voor minder intensief geproduceerd voedsel. ‘In de jaren tachtig consumeerden Nederlanders minder eiwitten; 40 procent van het voedsel was dierlijk en 60 procent plantaardig. Nu eten we meer en is de verhouding eiwitten-plantaardig omgedraaid naar 60-40.’
Volgens Poppe zullen sommige landbouwbedrijven onvermijdelijk verdwijnen omdat veel bedrijven te klein zijn om te concurreren. ‘Een econoom die kijkt naar het totale welzijn ziet waarschijnlijk geen probleem,’ voegt hij eraan toe, ‘maar een politicus die de banen van boeren wil beschermen, zal daar negatiever over denken.’
Existentieel moment
Geen wonder dat boeren dit zelf als een existentieel moment zien. Volgens de Sloveen Franc Bogovič, fruitteler en lid van het Europees Parlement, zou het plan om het gebruik van pesticiden tegen 2030 met 50 procent te verminderen – een van de doelstellingen van een fel betwiste richtlijn waarover EU-wetgevers momenteel onderhandelen – een groot deel van zijn productie wegvagen. ‘Ik zit al vele jaren in deze sector en ik heb nog nooit zo’n groot bezwaar gehad tegen een beleidsvoorstel,’ zegt hij.
Hij is vooral ontstemd over het feit dat deze nieuwe verordeningen komen nadat in januari een grootschalige herziening van het Gemeenschappelijk landbouwbeleid (GLB) ter bevordering van groenere productie in werking is getreden. Het GLB, dat landbouwers subsidieert, is in de loop der jaren gekrompen en steeds meer geld gaat naar milieuprojecten en nevenbedrijven in plaats van naar voedselproductie. ‘Ze proberen verder te gaan dan het beleid dat pas dit jaar van start is gegaan,’ zegt hij. ‘Mensen zijn bang voor hun toekomst. Ze komen in grote problemen als ze hun wijngaarden, boomgaarden of vleesproductie moeten inkrimpen, die ze vijf jaar geleden met leningen hebben gefinancierd. Je hebt twintig jaar nodig om daarmee je geld terug te verdienen.’
‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”’
Ondanks het verzet heeft Ursula von der Leyen, voorzitter van de Europese Commissie, het tempo van de beleidsvorming sinds het uitbreken van de oorlog in Oekraïne niet vertraagd. ‘Boeren vragen zich af: “Waarom haat Brussel ons?”,’ zegt Vandenkendelaere. Eén theorie is dat Von der Leyen steun nodig heeft van de Grünen in de Duitse coalitie om haar tweede termijn veilig te stellen. Een andere theorie is dat ze vindt dat landbouw – vooral de veeteelt – de planeet schaadt.
– Gebruik van chemische en gevaarlijke pesticiden met 50 procent verminderen tegen 2030.
– 20 procent minder meststoffen gebruiken tegen 2030.
– Verkoop van antimicrobiële stoffen voor vee en aquacultuur verminderen met 50 procent.
– De hoeveelheid land bestemd voor biologische landbouw verhogen van 9,1 procent in 2020 tot 25 procent in 2030.
– Grotere veehouderijen verplichten zich aan de regelgeving te houden voor schone lucht en schoon water, die geldt voor de zware industrie.
‘De Commissie is ervan overtuigd dat de overgang naar een veerkrachtige en duurzame landbouwsector – in overeenstemming met de Europese groene ambities, de Boer tot Bord-strategie en strategieën voor biodiversiteit – van fundamenteel belang is voor de voedselzekerheid,’ zegt Eric Mamer, woordvoerder van Von der Leyen. Hij weigert te bevestigen of zij zelf rood vlees of zuivelproducten gebruikt. ‘De persoonlijke voedingskeuzes van de voorzitter zijn niet van invloed op de voorstellen van de commissie,’ zegt hij.
Brussel heeft enkele veranderingen doorgevoerd sinds de oorlog in Oekraïne begon. Zo mogen boeren nu gewassen planten voor diervoeder op de 10 procent van de grond die normaal gesproken onbebouwd moet blijven om te herstellen – een regel die als voorwaarde geldt om subsidie te kunnen krijgen. Ook zijn de regels aangaande wisselbouw opgeschort.
Maar het zijn de nationale regeringen die op de rem hebben getrapt. De voorstellen van de Europese Commissie kunnen door de zevenentwintig lidstaten worden gewijzigd, en punt voor punt werden de ambities afgezwakt.
Het voornemen tot algemene vermindering van pesticiden is teruggestuurd naar de Commissie met het verzoek tot een nieuwe effectbeoordeling. Ministers klagen dat in plaats van rekening te houden met de uitgangspositie van elk land, aan iedereen dezelfde evenredige vermindering wordt opgelegd. Nederland, dat bijvoorbeeld al veel meer pesticiden gebruikt dan Polen, zou het gebruik bijvoorbeeld niet hoeven te veranderen. Er wordt ook bezwaar gemaakt tegen plannen om alleen rekening te houden met de hoeveelheid gebruikte chemicaliën en niet met de giftigheid ervan.
Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan
Wat betreft herziening van de richtlijn industriële emissies (grotere veehouderijen worden verplicht te voldoen aan voorschriften voor schone lucht en schoon water die ook gelden voor de zware industrie) erkende de Commissie in februari dat zij vorig jaar bij de lancering van het voorstel verkeerde cijfers heeft gebruikt.
De drempel voor naleving werd gesteld voor varkens-, pluimvee- en rundveebedrijven met ten minste 150 grootvee-eenheden, met de bewering dat daarmee slechts 13 procent van de Europese commerciële bedrijven zou worden getroffen. Die berekeningen waren echter gebaseerd op bedrijfsgegevens uit 2016. Toen de berekening opnieuw werd gemaakt met gegevens uit 2020, bleek dat zes op de tien pluimvee- en varkensbedrijven eronder zouden vallen.
Een voorstel voor wettelijk bindende doelstellingen om daarmee de verslechtering van het milieu aan te pakken – vorig jaar voorgesteld als onderdeel van de Boer tot Bord-strategie – stuit op verzet omdat het onvermijdelijk zal leiden tot het verlies van landbouwgrond. Sommige gedraineerde veengronden zouden bijvoorbeeld opnieuw doorweekt raken. Het doel is om tegen 2030 maatregelen voor natuurherstel te hebben voor ten minste 20 procent van het land en de zee binnen de EU.
Afzonderlijke wetgeving om ontbossing terug te dringen stuitte vorig jaar op verzet in landen als Zweden en Finland – voor hen werd een uitzondering gemaakt zodat ze de exploitatie van plantages voort kunnen zetten.
In juni is het tijd voor het laatste deel van het Boer tot Bord-pakket; de wetgeving die landen gaat verplichten om de staat van hun bodem te controleren en te verbeteren. Zo’n zestien EU-ministers van Landbouw hebben in januari een brief aan Brussel ondertekend waarin ze zich erover beklagen dat dat beleid kan leiden tot ‘opoffering van land- en bosbouwgrond in de Unie’. ‘Dat zal zeer waarschijnlijk negatieve gevolgen hebben voor de voedselzekerheid, de toevoer van hernieuwbare grondstoffen (voor houtbouw of de bio-economie) en van hernieuwbare energiebronnen, zoals lokaal beschikbare biomassa’, aldus de brief.
Afkoop
Volgens sommigen is afkopen de beste manier om met tegenstand om te gaan. EU-landbouwcommissaris Janusz Wojciechowski deed al een oproep tot meer GLB-financiering omdat de inflatie – die vorig jaar in de eurozone bijna 10 procent bereikte – de reële waarde ervan heeft uitgehold. Het GLB ‘bedraagt slechts 0,4 procent van het bruto binnenlands product van de EU om voedselzekerheid, milieuveiligheid en klimaatzekerheid te garanderen,’ stelt hij.
De particuliere sector is het daarmee eens. FoodDrinkEurope, dat fabrikanten vertegenwoordigt, heeft Von der Leyen opgeroepen een deel van de miljarden aan subsidies voor de groene transitie naar landbouw over te hevelen. ‘De EU-strategie Boer tot Bord beschikt niet over voldoende middelen en is niet toegerust voor de huidige marktrealiteit en de toekomstige druk,’ aldus de organisatie. Verschillende regeringen hebben eenzelfde oproep gedaan en wijzen erop dat de gestegen rente de prijs van noodzakelijke investeringen heeft opgedreven.
Terug naar Griekenland, waar Georgios Georgantas, de Griekse landbouwminister, zegt dat boeren zoals Kazanas steun nodig hebben om Europa te kunnen blijven voeden. Aangezien klimaatverandering al gevolgen heeft voor de opbrengsten, ‘moeten we de landbouw op het huidige niveau houden’, zegt hij, ‘of zelfs uitbreiden.’
Om dat te bereiken heeft Athene een fonds van 525 miljoen euro in het leven geroepen om jongeren te stimuleren in de landbouw te stappen. ‘De groene transitie is noodzakelijk voor de EU, maar dit zet landbouwers onder druk,’ zegt Georgantas. ‘Andere sectoren krijgen steun – ook de boeren hebben daar behoefte aan.’
Een vicevoorzitter van het parlement is gearresteerd
Brussel is in de ban van een grootschalig anticorruptieonderzoek rond het Europees Parlement. Vrijdag bracht het Belgische Knack.be als eerste het nieuws naar buiten dat er bij zestien medewerkers van het Europees Parlement huiszoekingen waren gedaan, waaronder bij Eva Kaili, een van de vicevoorzitters van het parlement. Zij werd later ook daadwerkelijk gearresteerd.
De corruptiezaak draait om omkoping door een “Golfstaat”, waarbij het volgens verschillende media om Qatar gaat. Dit land zou met grote geldbedragen en geschenken hebben geprobeerd invloed te kopen in het parlement. Zo zou bij Kaili thuis voor 600.000 euro aan contant geld in plastic zakken zijn gevonden. Zij is geroyeerd en geschorst als vicevoorzitter.
Marokko wordt echter ook genoemd als land dat heeft geprobeerd invloed te kopen. Kopstuk in dit schandaal is de voormalige Europarlementariër Pier Antonio Panzeri, die net als zijn vrouw en dochter is aangehouden. Zij zouden geschenken en geld hebben ontvangen en er zou zelfs een villa voor hen gebouwd worden, in ruil voor beïnvloeding van besluiten binnen het parlement.
De man had zijn plannen eerder op de dag al aangekondigd
Bij een mogelijke terreurdaad in het noorden van Brussel zijn donderdag twee agenten neergestoken. Een van hen overleed ter plekke, schrijft Het Laatste Nieuws. De dader, een man die illegaal in België verbleef, zou bij tijdens zijn daad ‘Allahu Akbar’ (God is groot) hebben geroepen. Hij werd neergeschoten en overleed in een ziekenhuis aan zijn verwondingen.
De man, wiens nationaliteit niet bekend is gemaakt, zou zich eerder op de dag al op een politiebureau hebben gemeld en hebben gezegd dat hij agenten wilde vermoorden. Na verhoord te zijn werd hij vrijgelaten. Een Belgische antiterreureenheid doet inmiddels onderzoek naar de zaak.
Belgische media zeggen dat de man met psychische problemen kampte en na zijn bezoek aan een politiebureau donderdag korte tijd op een ziekenhuisafdeling verbleef voor mensen met psychische problemen. Hij zou daaruit ontsnapt zijn en daarna zijn aanslag hebben gepleegd. Vrijdag geven de Belgische autoriteiten een persconferentie met informatie over de tragische gebeurtenis.
De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt bij Antwerpse experts. Waarom eigenlijk?
Met 1700 diamantbedrijven en 4500 diamantwerkers is de diamantwijk van Antwerpen een stadsdeel waar bovengemiddeld veel geld circuleert. De ‘Square Mile’ heet dit op het oog onaanzienlijke samenraapsel van donkere, uit de Middeleeuwen stammende steegjes op krap één vierkante kilometer in de buurt van het station.
In 1886 arriveerden er de eerste ladingen diamanten. Op de tafels in de achterkamer van café Flora werden ze geanalyseerd. Door de ontdekking van Zuid-Afrikaanse mijnen in die jaren vertienvoudigde de hoeveelheid edelstenen waarvoor de Vlaamse stad als doorvoerzone diende. De pioniers van de Belgische diamantindustrie richtten in 1893 officieel de Diamond Club op, het eerste wereldwijde centrum voor diamanten, waar vandaag de dag nog steeds grote geslepen stenen worden verhandeld.
Destijds droegen veel experts een zwarte vilten hoed, een kenmerkend kledingstuk van Joods-orthodoxe gemeenschappen. De eerste Joden kwamen in de vijftiende eeuw in Antwerpen aan, nadat ze eerst uit Spanje en vervolgens uit Portugal waren verdreven.
Mazzel en broge
In 1904 zag de eerste echte diamantbeurs het levenslicht: de Beurs voor Diamanthandel, die nog steeds is gevestigd in hetzelfde neoclassicistische gebouw, het enige pand van enige allure in de wijk. Transacties worden er beklonken zonder schriftelijke overeenkomst, met een handdruk en het traditionele Jiddische gezegde ‘mazzel en broge’, waarmee al sinds de negentiende eeuw een koop wordt gesloten. Tegenwoordig telt Antwerpen in totaal vier diamantbeurzen. Naast de historische beurs zijn dat de Diamantclub van Antwerpen, de Vrije Diamanthandel en de Antwerpsche Diamantkring.
De Eerste Wereldoorlog was een klap voor de stad, die het grootste deel van haar handel in edelstenen verloor aan concurrent Amsterdam. Nederland profiteerde van zijn neutraliteit in het conflict. Na de oorlog probeerde de Belgische overheid Antwerpen er weer bovenop te krijgen door belastingvoordelen, soepeler regelgeving en lagere lonen in te voeren dan de Nederlandse hoofdstad kende. Zo ontstond er een ecosysteem van meer dan tienduizend arbeiders, verdeeld over ongeveer honderdzestig slijperijen.
Niet alleen de Eerste maar ook de Tweede Wereldoorlog ontwrichtte de Antwerpse handel. Vanaf 1942 werd 65 procent van de Antwerpse Joden gedeporteerd, onder wie ook diamanthandelaren, en nazi-Duitsland vorderde de diamantvoorraden.
In de jaren zestig veerde de bedrijfstak op: er kwamen drie diamantscholen bij, de vier diamantbeurzen waren altijd vol en er werkten ongeveer dertigduizend slijpers. Aan diamanten gerelateerde bedrijvigheid vond plaats in de daarvoor bestemde wijk, maar ook in de Kempen, aan de rand van de stad.
Maar in de jaren zeventig kreeg Antwerpen er een geduchte concurrent bij. In Bombay polijstten duizenden lapidaristen – ambachtslieden die edelstenen snijden en graveren – de residuen van de Antwerpse slijpers, die ze tegen lage prijzen opkochten. Aanvankelijk was deze toestroom van stenen gunstig voor Antwerpen. Van 1977 tot 1979 steeg de prijs voor een onberispelijke diamant van 1 karaat van 8500 naar 63.000 dollar. Maar deze speculatieve zeepbel spatte uiteindelijk uit elkaar.
Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst
Sinds die tijd kent Antwerpen een prominente Indiase gemeenschap van diamantairs. Tegenwoordig zijn zes van tien meest vooraanstaande diamantairs in Antwerpen van Indiase afkomst. Daarnaast zijn er ook Armeniërs en Libanezen actief.
De helft van het mondiale aanbod van geslepen diamanten en 85 procent van de ruwe diamanten belandt op de tafels van Antwerpse experts. Elke dag wordt er 500.000 karaat onderzocht, oftewel meer dan 26 miljard dollar aan diamanten op jaarbasis. Krankzinnige bedragen, die uiteraard hebzucht aanwakkeren. In de nacht van 15 op 16 februari 2003 werd het Antwerp World Diamond Center getroffen door de ‘roof van de eeuw’. De daders haalden 123 van de 160 kluizen leeg, zonder dat de alarmsystemen aansloegen. De buit, die ook goud en juwelen bevatte, werd geschat op 180 miljoen euro.
Deze website gebruikt cookies. Door de site te gebruiken gaan we er vanuit dat je ze accepteert. OK
Manage consent
Over onze cookies
Deze website gebruiks cookies die de gebruikservaring verbeteren. De cookies die we als noodzakelijk categoriseren worden opgeslagen door je browser en zijn essentiëel voor een goede werking van de basisfuncties van deze website. We gebruiken ook third-party cookies die ons helpen te analyseren hoe deze website gebruikt wordt. Deze cookies kunnen ook voor marketingdoeleinden worden gebruikt. Ze worden alleen door je browser opgeslagen als je daar toestemming voor geeft.
Onze noodzakelijke cookies zijn essentiëel voor het goed functioneren van deze website. De basisfuncties en beveiliging van deze website zijn hiervan afhankelijk. Deze cookies slaan geen persoonlijke informatie op.