Tag: België

  • Zelensky spreekt het Belgische Parlement streng toe

    Zelensky spreekt het Belgische Parlement streng toe

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Canada trekt 6,5 miljard euro uit voor het klimaat

    » Amerikaanse boekhandelsketen verkoopt meer boeken aan jongeren door TikTok

    ‘Als Marioepol valt, komt de tirannie heel Europa binnen’

    ‘België was een van de eerste landen die Oekraïne steunden,’ zei de Oekraïense president Volodymyr Zelensky in zijn toespraak tot het Belgische Parlement donderdagmiddag. Hij noemt België daarmee een voorbeeld voor andere Europese landen, bericht de Franstalige krant La Libre Belgique. Net als tijdens zijn toespraak voor de Nederlandse Tweede Kamer donderdagochtend, verzocht Zelensky om meer wapens en meer economische sancties.

    Zelensky had ook enkele strenge woorden voor het Belgische Parlement. ’Wij strijden tegen de tirannie die Europa wil verdelen. (…) Maar voor sommigen zijn de Russische diamanten die in Antwerpen worden verkocht, of de inkomsten van Russische schepen in hun haven belangrijker.’

    ‘Wij zullen Oekraïne blijven steunen door Rusland economisch te treffen’

    Een ander belangrijk punt dat Zelensky aanhaalde, schrijft La Libre Belgique, is de garantie voor toetreding tot de Europese Unie: ‘Als Marioepol valt, komt de tirannie heel Europa binnen, en dat wensen we u niet toe.’

    De Belgische, liberale premier Alexander de Croo reageerde meteen op de speech van het Oekraïense staatshoofd, aldus de krant uit Brussel. ‘We hebben uw oproep gehoord en ik begrijp uw frustratie,’ zei hij. Maar van een no-flyzone kan geen sprake zijn. Ook zou volgens De Croo Europa ‘een verschrikkelijke fout’ begaan als het Oekraïne zou laten wachten tot het formele EU-toetredingsproces. ‘We hebben dus een snellere en directere oplossing nodig, namelijk versnelde economische integratie van Oekraïne in Europa,’ pleitte hij, waarbij hij ook het Erasmus-programma, een Europees educatief subsidieprogramma, aanhaalde.

    ‘Wij zullen Oekraïne blijven steunen door Rusland economisch te treffen,’ aldus De Croo. ‘Weet dat de Belgen uw moed en uw koelbloedigheid bewonderen.’

    Lees ook:

  • Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Vijf doden bij zware storm in Europa met Eunice op komst

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Colombia: inheemse gemeenschappen in juridisch gevecht met Coca-Cola om speciaal bier

    » Amazon verdubbelt salaris voor management en techmedewerkers

    Stormdoden in Polen en Duitsland

    Als gevolg van storm Dudley stierven er donderdag drie mensen in het Poolse Krakau, ook vielen er twee doden in Duitsland. De storm bereikte windsnelheden van 180 kilometer per uur, ontwrichtte trein- en luchtverkeer en zorgde ervoor dat honderdduizenden huizen zonder elektriciteit zaten. Deze incidenten komen aan de vooravond van de komst van een andere storm, Eunice.

    Terwijl voor Noord- en Noordwest-Frankrijk en vier provincies in het noordwesten van België en het grootste deel van Nederland code oranje geldt, heeft de Britse weerdienst donderdag een zeldzaam code rood afgekondigd. De Britse autoriteiten verwachten dat rukwinden een levensgevaarlijke snelheid van 160 kilometer per uur kunnen bereiken. De bosbeheerdiensten bereiden zich voor op de vernietiging van miljoenen bomen, aldus The Independent.

    Lees ook:

  • Belgische theaters weer open. ‘Een eerste overwinning voor de cultuur’

    Belgische theaters weer open. ‘Een eerste overwinning voor de cultuur’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Weinig steun voor Berlusconi als president

    » Rusland en VS in gesprek: ‘De toekomst van Oekraïne wordt in Genève vormgegeven’

    Rechtbank schorst sluiting van culturele instellingen

    De Belgische autoriteiten, die op 22 december hebben besloten theaters, concertzalen en andere culturele instellingen te sluiten om de verspreiding van de omikronvariant in te dammen, hebben niet aangetoond hoe deze plaatsen ‘bijzonder gevaarlijk voor de gezondheid en het leven van mensen’ zouden zijn, zo heeft de Belgische Raad van State dinsdag geoordeeld. De rechtbank heeft daarom besloten de sluiting van de cultuursector te schorsen.

    Dit is ‘een eerste overwinning voor de cultuur’, aldus de Brusselse krant Le Soir. Enkele duizenden mensen hebben zondag in Brussel gedemonstreerd om de opschorting te eisen van deze maatregel, die de woede van de Belgische cultuurwereld heeft opgewekt.

    Lees ook:

  • Amerikaanse lessen voor Molenbeek

    Amerikaanse lessen voor Molenbeek

    Waarom zijn er in de VS geen aanslagen als in Parijs en Brussel, en vertrekken er zo weinig Amerikaanse moslims naar Syrië? Voor het antwoord op die vragen moet je in ‘de Arabische hoofdstad van Noord-Amerika’ zijn: 
Dearborn, Michigan.

    Van alle Amerikaanse voorsteden lijkt Dearborn, Michigan, 
misschien wel het meest op Molenbeek, waar de terroristen 
vandaan kwamen die de aanslagen pleegden op het vliegveld en in de metro van Brussel en afgelopen najaar in Parijs. Deze gewone voorstad van Detroit, die wel ‘de Arabische hoofdstad van Noord-Amerika’ wordt genoemd, heeft de grootste moskee van het land; in Dearborn vind je ook het Arabisch Museum, Arabische cafés, en halal beefburgers. De laatste tijd is Dearborn doelwit van rechtse angstzaaierij en bijtende, islamofobe commentaren. Ron Haddad, hoofd van de politie in Dearborn, vertelt dat hij op reizen door het land altijd maar één vraag krijgt. ‘Dan komt er iemand naar me toe, priemt zijn vinger in mijn gezicht, 
en vraagt: “Zullen de mensen in uw gemeenschap terroristische daden bij jullie melden?”’

    Wat ze bedoelen is: zullen moslims andere moslims aangeven? Haddad heeft dan zijn antwoord klaar: ‘Niet alleen zouden ze dat doen, ze doen het ook,’ zegt hij. ‘Ze hebben het al gedaan.’

    Amerikaanse moslims zijn sterker geassimileerd en patriottischer

    Dearborn en Molenbeek, ze verschillen van elkaar als dag en nacht. In een stad waar bijna een derde van de 95.000 inwoners Arabisch-Amerikaans is, heeft Haddads politiedienst een wijdvertakt netwerk aan contacten in de islamitische gemeenschap. Zijn politiemensen gaan geregeld op bezoek bij de achtendertig scholen en de vele moskeeën die de stad telt. Haddad ondersteunt een programma dat ‘Stepping Up’ heet, en dat onder andere een jaarlijkse prijsuitreiking organiseert voor bewoners die criminele activiteiten aangeven. 
De afgelopen jaren heeft zeker twee keer per jaar een moslimvader die zich zorgen maakte over de invloed van IS 
of andere onlinepropaganda op zijn kind, zijn eigen zoon aangegeven. 
Ook is het voorgekomen dat leerlingen van een overwegend islamitische 
middelbare school problemen rond 
een medeleerling kwamen melden.

    Dat komt volgens Haddad deels doordat er een plek is waar ze hun meldingen kúnnen doen, en deels doordat ze zich verbonden voelen met de rest van Dearborn, Michigan en de Amerikaanse samenleving. Het contact- en informantenprogramma dat hij leidt wordt door de Amerikaanse politie- en contraterrorisme-autoriteiten als voorbeeld gezien. En het is maar één klein onder-
deel van de weinig bekende, maar wijdverbreide inspanningen die in het hele land gaande zijn om netwerken op te bouwen binnen moslimgemeenschappen. Dat gebeurt zowel op landelijk als op federaal niveau, en binnenkort gaat er een nieuw financieringsprogramma van start voor deze inspanningen. 
Toch zijn slechts weinig Amerikanen van deze ontwikkelingen op de hoogte.

    In de race om het Amerikaanse presidentschap is het antimoslimsentiment weer een geliefd onderwerp, en niet alleen bij Donald Trump, met zijn voorstel om moslims te weren. Ook Ted Cruz heeft zijn steentje bijgedragen, toen hij zei: ‘We moeten de politie de middelen geven om de orde in 
islamitische wijken te handhaven, voordat die radicaliseren.’

    Een politieman in Dearborn houdt de wacht terwijl bezoekers de moskee verlaten, vlak na de aanslagen van 11 september 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images
    Een politieman in Dearborn houdt de wacht terwijl bezoekers de moskee verlaten, vlak na de aanslagen van 11 september 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Amerikaanse politiemensen die betrokken zijn bij de pogingen om 
terrorisme tegen te gaan, voelen zich hier bepaald niet prettig bij: volgens hen is er al veel contact tussen Amerikaanse moslimgemeenschappen en de Amerikaanse politie- en inlichtingendiensten. En die gemeenschappen 
blijken niet ‘geradicaliseerd’ te zijn, maar juist verbazingwekkend coöperatief. Verschillende bronnen binnen de Amerikaans politie- en inlichtingendiensten schetsen een beeld van een grotendeels stilgehouden maar wijdverbreide manier van werken: om terrorisme tegen te gaan en inlichtingen te verkrijgen is de federale overheid diep doorgedrongen in moslimgemeenschappen. Hun aanpak bestaat niet zozeer uit surveilleren, maar uit geavanceerde, zij het soms inbreukmakende programma’s gericht op het versterken van contacten en het winnen van informanten. Het resultaat is volgens Amerikaanse functionarissen dat Amerikaanse moslimwijken veel meer meewerken aan het bestrijden van 
islamitisch terrorisme dan hun Europese tegenhangers.

    Bij de bron

    Onlangs ging de grootste van deze federale programma’s van start: een taskforce met vertegenwoordigers 
van de verschillende diensten, 
gecoördineerd door het ministerie van Binnenlandse Zaken. Dat betekent dat geld en bevoegdheden die voorheen altijd over verschillende diensten waren verdeeld nu voor het eerst op één plek terechtkomen. Als onderdeel van dat programma zet de FBI zogenaamde ‘Shared Responsibility Committees’ 
op, waarin mensen uit de federale (FBI) en plaatselijke politie, de geestelijke gezondheidszorg, binnenstads- en schoolprogramma’s, maatschappelijk werkers en imams en andere religieuze leiders samen een aanpak bedenken – en tevens verdacht gedrag onder de aandacht van de FBI brengen.

    Het gaat er niet om verdachten in de val te lokken, zeggen de autoriteiten. De bedoeling is juist om de vervreemding bij de bron aan te pakken en jonge mensen die zich aangetrokken voelen tot IS of andere radicale propaganda, op andere gedachten te brengen en 
ze via therapie en gespreksgroepen terug te brengen naar de samenleving, voordat het te laat is. Maatschappelijk werkers en therapeuten zullen toegang krijgen tot geheime informatie en de Shared Responsibility Committees 
zullen onder andere bespreken of er sprake is van duidelijk misdadige opzet en of ‘alternatieve straffen’ in plaats van lange gevangenisstraffen misschien beter zullen werken.

    Antimoslimgraffiti op de muur van het Islamic Center in de stad. – © Bill Pugliano / Getty Images
    Antimoslimgraffiti op de muur van het Islamic Center in de stad. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Maar natuurlijk geeft het programma ook een stevige basis aan het informantennetwerk van de FBI. Er is veel discussie geweest over dit soort programma’s. In New York maakte burgemeester Bill de Blasio een eind aan een controversieel profilingprogramma van het New York Police Department dat volgens de Amerikaanse burgerrechtenorganisatie ACLU [American Civil Liberties Union] zo ongeveer elke mannelijke moslim als verdachte aanmerkte.

    In de val

    Een van de middelen die het hoofd van de FBI kan inzetten in de strijd tegen potentiële terroristen – via agressieve undercoveroperaties – staat in de ogen van veel mensen bovendien gelijk met ouderwets in de val lokken. Uit een onderzoek uit 2014 door Human Rights Watch bleek dat ‘in sommige gevallen de FBI misschien wel terroristen heeft gemaakt van gezagsgetrouwe individuen door infiltratieoperaties uit te voeren die de bereidheid van het doelwit om een aanslag te plegen onderzocht en die vervolgens faciliteerde’. In het geval van de ‘Newburgh Four’ (vier moslimmannen uit Upstate New York die in 2014 door de FBI in de val werden gelokt en gearresteerd), zei een rechter dat ‘de overheid de misdaad en de middelen leverde en alle relevante belemmeringen uit de weg ruimde.’

    Volgens politiefunctionarissen zijn deze methodes wel degelijk effectief, al hebben ze ‘lone wolf’-aanslagen, zoals de schietpartij in San Bernardino en de bomaanslag op de marathon van Boston in 2013, niet weten te voorkomen.

    De Amerikaanse aanpak van moslimgemeenschappen is in het algemeen genuanceerder dan die in Frankrijk, waar de politie duizenden moslims 
in de gaten houdt die niets te maken hoeven te hebben met terreurplannen. En veel waarnemers geloven dat die genuanceerdheid een grote rol speelt bij het beantwoorden van die grote vraag: waarom hebben de Verenigde Staten, die toch lange tijd het hoofddoelwit zijn geweest van jihadistische haat, geen terreurprobleem van eigen bodem zoals Europa?

    De agressieve FBI-operaties staan volgens velen gelijk aan uitlokking

    Enkele redenen liggen voor de hand. Europa is geografisch verbonden met Syrië en andere terroristische vrijhavens, en de VS is dat niet. Maar de meeste deskundigen zijn het erover eens dat een deel van de verklaring ligt in de Amerikaanse moslimgemeenschappen zelf. De Amerikaanse moslims zijn veel sterker geassimileerd en patriottischer dan de vervreemde islamitische onderklasse in Frankrijk en België – die vaak bestaat uit ontevreden Algerijnse of Marokkaanse jongeren. En volgens Amerikaanse autoriteiten zijn Amerikaanse moslims zelf enorm behulpzaam geweest bij het verhinderen van aanslagen. ‘In de meer dan tien jaar dat ik nu bij de federale overheid werk, zijn Arabische en Zuid-Aziatische islamitische gemeenschappen in het hele land een van de grootste hulpbronnen geworden voor de bescherming van de veiligheid van ons land en het bevorderen van de Amerikaanse waarden,’ zegt George Selim, die bij Binnenlandse Zaken verantwoordelijk is voor de nieuwe taskforce.

    Volgens radicaliseringsexpert Jessica Stern is één probleem voor IS-ronselaars in Amerika – waarvandaan procentueel tien keer minder moslims geprobeerd hebben af te reizen naar Islamitische Staat dan vanuit veel West-Europese landen – dat ‘Amerikaanse moslims gewoon te gelukkig zijn. Uit opiniepeilingen blijkt dat Amerikaanse moslims patriottisch zijn. Zij zijn aantoonbaar gelukkiger met de koers van het land dan niet-moslims. Als jongeren in de verleiding komen om zich bij een jihadistische groep te voegen, doen hun ouders vaak alles om ze tegen te houden. Gelukkig heeft de politie in verscheidene Amerikaanse steden een goede vertrouwensband met ze opgebouwd.’

    Dearborn en Molenbeek verschillen van elkaar als dag en nacht

    Een aantal gevallen in de afgelopen jaren illustreert hoe bepaalde situaties in de Verenigde Staten uit hadden kunnen groeien tot aanslagen à la Brussel, maar dat niet deden. In 2010 werd Farooque Ahmed, een genaturaliseerde Pakistaan uit Noord-Virginia, aangegeven door iemand uit zijn moskee en vervolgens aangeklaagd wegens het beramen van een aanslag op metrostations. In 2014 werd de FBI door een plaatselijke informant gewaarschuwd dat drie islamitische tieners van plan waren zich bij IS in Syrië te voegen.

    Moskeegangers passeren een auto met Amerikaanse vlag, eind 2001. –  © Bill Pugliano / Getty Images
    Moskeegangers passeren een auto met Amerikaanse vlag, eind 2001. – © Bill Pugliano / Getty Images

    Maar zoals altijd verplaatst de dreiging zich. John D. Cohen, die aan het hoofd stond van het programma tegen gewelddadig extremisme van Binnenlandse Zaken en nu doceert aan Rutgers University, zegt dat de IS-dreiging nu diffuus is en wordt verspreid via internet, zodat het niet veel zin meer heeft om zich op speciale moslimgemeenschappen te richten – althans niet in de Verenigde Staten. ‘Wat we nu zien 
is dat terroristen in spe niet gewoon in moslimgemeenschappen leven, en zelfs niet altijd een islamitische achtergrond hebben,’ zegt Cohen. ‘Het gaat vaak 
om verwarde mensen die hun leven betekenis willen geven door voor zo’n zaak te gaan vechten. Ze weten vaak nauwelijks iets van de islam.’

    Het is ook een kwestie van het efficiënt uitwisselen van inlichtingen, een belangrijk onderdeel van de inspanningen van Binnenlandse Zaken, dat in Europa veel minder ver gevorderd is. ‘Er zijn twee verschillen met West-Europa,’ zegt Cohen. ‘De ene is dat de immigrantengemeenschappen daar veel minder vertrouwen hebben in de 
politie en in andere mensen. Maar de andere reden waarom wij in dit land zo veel aanslagen hebben ontdekt en voorkomen, is dat de inlichtingenstroom tussen plaatselijke en nationale diensten ongelooflijk verbeterd is sinds 9/11. Ik vermoed dat de informatie over de verdachten die Turkije doorgaf aan de Belgische autoriteiten, wel naar de inlichtingendienst ging, maar misschien niet naar politiemensen. Het zou wel eens kunnen dat die er niet vanaf wisten.’

    Schadelijk

    In de Verenigde Staten vrezen veel betrokkenen nu dat de antimoslimretoriek uit de verkiezingscampagne schadelijk is voor hun zo zorgvuldig opgebouwde programma’s, waaronder ook de nieuwe task force.

    Haddad in Dearborn en andere Amerikaanse politiemensen zijn bang dat deze nieuwe golf openlijke islamofobie de radicalisering die zij juist hebben geprobeerd te beteugelen, weer aanwakkert. Tot nu toe lijken hun inspanningen te werken: Charles Kurzman, socioloog aan de University of North Carolina, zegt dat het relatief kleine aantal moslims in Amerika dat zich aangetrokken voelde tot de IS-ideologie, de laatste tijd nog verder is afgenomen. ‘Het aantal dat naar het buitenland wil reizen (waarschijnlijk naar Islamitische Staat) was tussen half 2014 en half 2015 op zijn hoogtepunt en is daarna aanzienlijk gedaald. Een mogelijke reden daarvoor is dat de aantrekkingskracht van IS is afgenomen door de gewelddadige en wrede beelden.’

    Auteur: Michael Hirsch
    Vertaler: Annemie de Vries

    Politico
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 34.000

    Twee journalisten van The Washington Post begonnen deze onlinekrant met politieke actualiteiten. Een papieren versie wordt gratis verspreid in de Amerikaanse hoofdstad.

  • Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Dossier Brussel 1. Terrorisme vraagt om sterke staat

    Kort na de aanslagen in Parijs schreef de Britse filosoof John Gray een invloedrijk essay, dat na ‘Brussel’ opnieuw de cover haalde van de Britse New Statesman. In navolging van zijn beroemde voorganger Thomas Hobbes pleit Gray voor een sterke staat om de gevaren van het mondiale terrorisme in te dammen.

    De gevolgen van de wreedheden in Parijs lijken vrij duidelijk. De staat valt terug op zijn belangrijkste taak, namelijk het garanderen van veiligheid. We zien dat een essentiële waarheid wordt herontdekt: onze vrijheden zijn geen op zichzelf staande, absolute waarheden, maar wankele gedachteconstructies die alleen overeind blijven dankzij de bescherming van de staatsmacht. De geschiedenis is in de ogen van de weldenkende mens de ideale beschavende orde. De taak om de openbare veiligheid te handhaven rust op de schouders van nationale regeringen, de enige instituties die beschikken over het vermogen hun burgers te beschermen.

    De vrijzinnige gedachte dat vrijheid zich over de wereld verspreidt, heeft ervoor gezorgd dat westerse samenlevingen zich niet realiseren hoe kwetsbaar ze zijn. Door in naam van de vrijheid despoten omver te werpen, zijn we in een situatie beland waarin onze eigen vrijheid op het spel staat. Volgens de vrijzinnige leer is vrijheid een heilige waarde – ondeelbaar en onaantastbaar – waar niet op valt af te dingen. In hooggestemde theorieën over mensenrechten is strenge inperking van de staatsmacht een universele voorwaarde voor rechtvaardigheid. Dat een plaatselijke uitbarsting van anarchie een veel hardnekkiger obstakel op weg naar beschaving is dan uiteenlopende soorten despotisme, wordt veronachtzaamd en over het hoofd gezien, omdat het te verontrustend is om bij stil te staan.

    Moderne denker

    Slechts één moderne denker begreep dat een sterke staat een voorwaarde is voor een beschaafde maatschappelijke orde. Thomas Hobbes [politiek filosoof, 1588-1679] was ervan overtuigd dat alleen staatsbestuur bescherming kon bieden tegen sektarische strijd. Iedereen die de voordelen van een ‘gerieflijk leven’ wilde genieten, moest zich onderwerpen aan een soevereine macht die beschikte over de autoriteit om te doen wat noodzakelijk was om de vrede te bewaren. Anders zouden er, zoals Hobbes het in een beroemde passage uit zijn meesterwerk Leviathan (1651) formuleerde, ‘geen kunsten, geen letteren, geen samenleving [zijn] en, het ergst van al, permanente angst voor en kans op een gewelddadige dood en een teruggetrokken, armoedig, ellendig, wreed en kort leven’.

    Hobbes wordt wel bekritiseerd omdat hij de noodzaak tot bescherming tegen de staat zou negeren, die onmiskenbaar was in de twintigste eeuw, toen de ergste misdaden het werk waren van totalitaire regimes. Maar je hoeft niet de complete politieke theorie van Hobbes te omarmen om in te zien dat hij enkele blijvende inzichten onder woorden heeft gebracht die de linkse goegemeente verkiest te vergeten. De vorm van het bestuur – democratisch, despotisch, monarchistisch of republikeins – doet er minder toe dan zijn vermogen om voor vrede te zorgen. Momenteel is het niet de staat, maar de zwakte van de staat die de grootste bedreiging van de vrijheid vormt.

    Hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien

    Neem de vluchtelingencrisis. Het eerste en meest voor de hand liggende inzicht is dat die wordt veroorzaakt doordat mensen mislukte staten ontvluchten. De grootste groep komt uit Syrië. Andere komen uit Irak, Afghanistan, Eritrea, Somalië, Soedan en elders. Het kan geen toeval zijn dat zovele van deze migranten landen ontvluchten waarvan de staten zijn ontmanteld door de westerse politiek van regimewijziging. Maar hoewel het relatief eenvoudig is om een staat te vernietigen, is het heel moeilijk om hem opnieuw op te bouwen. De wederopbouw van Irak en Syrië valt niet op enige reëel voorstelbare termijn te voorzien.

    Door mislukte staten te creëren, heeft het Westen de anarchistische regio’s mogelijk gemaakt waarin IS gedijt. Daar wordt tegen ingebracht dat de Vernietigde Staten wrede dictatoriale regimes waren. Maar het Irak van Saddam Hussein was een seculiere despotische staat, net als het Syrië van Assad. Door de beide regimes omver te werpen, heeft het Westen de krachten van de theocratie ontketend en seculier bestuur in het Midden-Oosten zo goed als onmogelijk gemaakt. Erger is dat het, door te volharden in zijn pogingen Assad ten val te brengen, de kans loopt een ramp te veroorzaken van een schaal die zich niet eerder heeft voorgedaan. Als Assad met geweld zou worden afgezet, zou het Syrische leger waarschijnlijk uiteenvallen en de Syrische staat ophouden te bestaan. Het land zou een anarchistisch killing field worden waar tientallen jihadistische groeperingen om de macht strijden. Gemeenschappen die voor hun voortbestaan afhankelijk zijn van Assads regime, zoals de alevieten, de druzen en de christenen, zouden een reële kans lopen het slachtoffer te worden van genocide, even reëel als die van de jezidi’s in Irak. Het resultaat zou een nog grotere stroom wanhopige mensen richting Europa zijn.

    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters
    Beveiliging bij het gebouw van de Europese Unie in Brussel. © Yves Herman / Reuters

    Het Westen blijft zich verzetten tegen samenwerking met Rusland omdat het Vladimir Poetin en zijn cliënt Assad beschouwt als vreselijke tirannen. Vanuit hobbesiaans oogpunt bezien is dat irrelevant. De vraag waar het om draait is wat het grootste kwaad is. Hoe kan de dictatuur van Assad erger zijn dan een sekte die kinderen ontvoert en verkracht, vrouwen vermoordt die te oud worden bevonden om als seksslavin te dienen, homo’s van daken gooit, schrijvers, cartoonisten en joden vermoordt, evenals gehandicapten in rolstoelen, en onvervangbaar cultureel erfgoed met de grond gelijk maakt? Als het waar is dat Assad meer mensen heeft vermoord dan IS, dan komt dat niet doordat de jihadisten niet geprobeerd hebben hem te overtroeven. Naar elke redelijke maatstaf gemeten vormt IS een veel grotere bedreiging voor de wereldvrede dan Assad.

    De impact van de aanslagen in Parijs is groot. De droom van Schengen om mensen vrij te laten reizen in een Europees continent zonder grenzen, is een fatale klap toegediend. Het ontbreekt Europese instituties aan de capaciteit om een veiligheidsprobleem van deze omvang aan te pakken. Alleen nationale regeringen beschikken over die macht, en door de controle van hun grenzen op te eisen leggen ze een fundamentele zwakte van de Europese Unie bloot. Velen vinden dat Europese leiders toegeven aan vreemdelingenhaat, terwijl ze juist zouden moeten opkomen voor openheid en menselijkheid.

    Vrijheid van verkeer

    Maar het is de moeite waard de situatie vanuit hobbesiaans perspectief te bezien. De mensenstroom in toom houden schakelt niet de IS-strijders uit die er al zijn. Sommigen zijn al jaren geleden Europa binnengekomen of in een Europees land geboren en naar oorlogsgebieden afgereisd, waar ze zijn gedrild in terroristische vaardigheden. Hoe het ook zij, onbeteugelde immigratie zoals die van het afgelopen jaar voorkomt niet dat zich veiligheidsrisico’s kunnen voordoen die lijken op die van een oorlog. Als IS-strijders slechts 0,1 procent van de ongeveer miljoen vluchtelingen vormen die Europa tot nu toe binnen zijn gekomen, dan zijn er ongeveer duizend nieuwe risico’s ontstaan. Een handvol mensen kan al voor grote terroristische dreiging zorgen.

    De zwakte van de Europese Unie is in dit opzicht een direct resultaat van de vrijheid van verkeer, die een van haar kenmerkende eigenschappen is. Als gebied zonder grenzen kan de Unie de verplaatsing van mensen alleen aan de rand controleren. Maar wanneer de grenzen van Frankrijk in feite in Griekenland liggen, is het praktisch onmogelijk om reizigers in de gaten te houden. In plaats van een overladen superstaat, zoals veel eurosceptici zeggen, is de Europese Unie eerder een pseudostaat, een institutie die aanspraak maakt op de privileges van het staat-zijn, maar niet kan voldoen aan de voornaamste, allesoverheersende behoefte aan veiligheid waarin staten per definitie moeten voorzien. Bovendien heeft deze pseudostaat minstens één semimislukte staat binnen de gelederen. De versplinterde en vleugellamme staat België is een toevluchtsoord voor jihadisten, van waaruit ze aanslagen plegen.

    Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de ge

    Het patroon van de aanslagen dat zich aftekent moet eveneens in aanmerking worden genomen. Onder jihadistische organisaties neemt IS in die zin een unieke positie in dat de groepering blijk heeft gegeven van het vermogen om guerrillatactieken en spectaculaire terreurdaden tot één strategie te smeden. De aanslagen in Parijs waren een reactie op nederlagen in Syrië. Lijdt IS er daar meer van, dan zal de groepering haar campagne van stadsterrorisme in westerse landen nog verder opvoeren.
    Strengere veiligheidsmaatregelen kunnen dat niet voorkomen. Verdachten kunnen worden geïdentificeerd en sommige plannen verijdeld, maar er is een grens aan de mogelijkheden wanneer ieder lid van de bevolking doelwit is. Zolang IS blijft bestaan, zullen er aanslagen volgen.

    Aangezien de ‘oorlog tegen terreur’ enkele van de voorwaarden heeft geschapen die tot de opkomst van het jihadisme hebben geleid, is het een afschrikwekkend vooruitzicht dat op dit moment verdere militaire actie nodig zou zijn. Maar zelfs al is het Westen bereid om op de een of andere manier op te treden, IS zal niet ten onder gaan zonder nog meer aanslagen op westerse steden te plegen. Dat is de reden waarom de macht van de staat mogelijk moet worden uitgebreid, onder andere met beperkingen van de vrijheid die veel progressieven bij voorbaat in het verkeerde keelgat zullen schieten.

    Ook hier is het de moeite waard een hobbesiaans gezichtspunt te overwegen. Het progressieve deel der natie reageert geschokt op voorstellen van 
de regering om inlichtingendiensten toe te staan gegevens over inwoners te verzamelen. Die reactie is niet geheel onterecht, omdat waarborgen nodig zijn. Toestaan dat veiligheidsdiensten onze e-mailberichten uitpluizen leidt tot verlies van privacy, een belangrijk aspect van vrijheid. Een universele surveillancemaatschappij is geen prettig vooruitzicht. Politici die beweren dat vrijheid en veiligheid niet op gespannen voet met elkaar staan, houden zichzelf en ons voor de gek. Het conflict is even reëel als onvermijdelijk. Wie dergelijke vrijheden onaantastbaar vindt, moet zich afvragen welke prijs hij ervoor wil betalen.

    Niet alleen de veiligheid is in het geding als de vrijheid van privacy als onaantastbaar wordt beschouwd. Dat geldt ook voor andere vrijheden. Massaal toezicht is geen oplossing voor de omstandigheden die mensen tot het jihadisme hebben gebracht. Zo is het leven in de banlieues kapotgemaakt door generaties lange verwaarlozing en racisme. En massaal toezicht voorkomt al evenmin toekomstige aanslagen. Aan het filteren van data komt nooit een einde; er zijn vele dreigingen en ze veranderen voortdurend. Toch kan het nuttig zijn om internetverkeer in de gaten houden, en in sommige gevallen is dat zelfs van vitaal belang. Een verbod op het verzamelen van data om de privacy te beschermen is alleen verstandig als je aanvaardt dat andere vrijheden erdoor in gevaar komen. Maar is het ook verstandig de privacy principieel te beschermen als je daardoor de vrijheid om spotprenten te publiceren opgeeft?

    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters
    en man loopt langs het getroffen Maalbeek-metrostation, een week na de aanslagen. © Reuters

    Vrijheid is niet ondeelbaar. Politiek is een kwestie van voortdurend keuzes maken tussen vrijheden die gepaard gaan met de alledaagse sleur van samenleven met anderen. Afgezien van de vele voordelen die pluralistische samenlevingen bieden, zijn ze een onveranderlijk gegeven van de moderne tijd. Maar ze werken alleen zolang de staat over de middelen en de bereidheid beschikt om gezamenlijke vrede af te dwingen. Als grote middenpartijen die uitdaging niet aangaan, geven ze ruim baan aan extreem-rechts.

    Het gedachtegoed van Thomas Hobbes heeft zijn beperkingen, waarvan sommige relevant zijn voor het huidige tijdsgewricht. Omdat Hobbes geweld beschouwde als een middel tot lijfsbehoud, liet hij buiten beschouwing dat mensen geweld kunnen gebruiken om hun identiteit en hun opvattingen te verdedigen. Omdat hij ervan overtuigd was dat ze voor alles aan hun overleving hechten, dacht hij dat ze hun opvattingen omwille van de lieve vrede terzijde zouden schuiven. ‘De rede voorziet in passende bepalingen voor vrede,’ schreef Hobbes, ‘op grond waarvan mensen tot een overeenkomst kunnen komen.’ De geschiedenis van zijn tijd en die van de onze vertellen een ander verhaal. Veel mensen zijn bereid om te doden en te sterven voor datgene wat hun leven zin geeft.

    Apocalyptische mythe

    Het is een cliché geworden om de aanvallen van IS te betitelen als nihilistisch, maar ‘nihilisme’ is een begrip dat tegenwoordig niets meer betekent. Het werd oorspronkelijk gebruikt voor negentiende-eeuwse Russische radicalen die de religie afwezen ten gunste van de wetenschap en die terreur propageerden als middel om de mensheid te bevrijden van het juk van het verleden. Sindsdien wordt het woord gebruikt om iemand zonder opvattingen of waarden aan te duiden. Maar in plaats van dat ze nergens in geloven, zijn jihadisten bezeten door het geloof. Hoewel sommige berichten doen vermoeden dat ze mogelijk worden aangespoord door drugs die voor een roes van euforie zorgen, zijn de aanslagen die ze plegen geen willekeurige terreurdaden. Het zijn zetten in een systematische, wrede strategie die in dienst staat van een apocalyptische mythe. IS is bezield door fantasieën over een rampzalige, eindtijdachtige strijd en een universeel kalifaat. Niet voor niets stelt de groepering weinig tot geen concrete eisen.

    Hobbes kan ons niet bevrijden uit een situatie waarin we het doelwit zijn geworden van mensen die dood en verderf verheerlijken. Anders dan een niet-aflatende vastberadenheid om onszelf te verdedigen, is er geen oplossing voor dat probleem. Wat Hobbes wel kan doen, is afrekenen met de gemakzuchtige zekerheden en de ijdele hoop van de dominante vrijzinnigheid. De les van de recente aanslagen is dat vreedzaam samenleven niet de standaardtoestand van de moderne mensheid is. We zullen eraan moeten wennen dat de realiteit van een ‘gerieflijk leven’ een hoge prijs vraagt.

    Auteur: John Gray
    Vertaler: Paul Bruijn

    John Nicholas Gray (South Shields, 1948) is een prominente Britse politiek filosoof en schrijver. Hij was hoogleraar European Thought aan de London School of Economics and Political Science.

    New Statesman
    Verenigd Koninkrijk | weekblad | oplage 23.900

    Sinds 1913 hét tijdschrift voor de Britse linkse intelligentsia. Bekend om zijn diepteanalyses en stevige maatschappijkritiek. In de columns en andere opiniërende stukken stelt het blad zich ook open voor andere dan linkse geluiden.

  • New York ontdekt Marcel Broodthaers

    New York ontdekt Marcel Broodthaers

    Veertig jaar na zijn dood heeft de Belgische kunstenaar Marcel Broodthaers (1924-1976) eindelijk een grote tentoonstelling in 
New York. ‘Majestueus en duizelingwekkend’, oordeelt The New York Times.

    ‘Ik ben nergens goed in. En ik ben veertig.’ Dat schreef de Belgische dichter Marcel Broodthaers, die zichzelf tot 1964 ternauwernood als boekverkoper en fotojournalist in leven wist te houden (hij maakte veel foto’s van de Wereldtentoonstelling in Brussel van 1958), terwijl hij intussen vreemde korte films maakte en avantgardistische poëzie publiceerde.

    Het ontbrak hem in elk geval niet aan ambitie, zodat hij zich ten slotte afvroeg of hij eindelijk ‘iets zou kunnen verkopen om te slagen in het leven.’ Maar wat dan? Rond die tijd ‘kwam ik op het idee iets onoprechts te verkopen’. Dat onoprechte was kunst, en hij stortte zich er erbovenop.

    Om verschillende redenen lijkt Broodthaers’ werk in Amerika meer op zijn plek dan ooit

    Eureka. Hij had zijn eerste solotentoonstelling in het jaar waarin hij de hierboven aangehaalde woorden schreef; ze staan zelfs in de brochure bij die expositie. Een jaar of vier later verklaarde hij opnieuw van loopbaan te zullen veranderen, deze keer om directeur van een fictief museum te worden: een met zijn eigen werk. En nu is er dan het veel te late, maar majestueuze en duizelingwekkende Marcel Broodthaers: A Retrospective, een tentoonstelling die op 21 februari opende in het Museum of Modern Art en New York daarmee voor het eerst uitgebreid laat kennismaken met een van de invloedrijkste Europese dichter-kunstenaars van de twintigste eeuw.


    De poëtische helft van het dubbeltalent manifesteerde zich al vroeg. De in 1924 in Brussel geboren Broodthaers – uitgesproken als ‘Brotaars’, zoals hij zelf zei, mopperend op de overbodige letters in zijn naam – schreef zijn eerste werk als tiener. Nadat hij korte tijd actief was geweest in het Belgische verzet, sloot hij zich aan bij een groep naar revolutie hongerende surrealisten. Enkele van zijn eerste boeken maken deel uit van de tentoonstelling, waaronder (in Engelse vertaling) het prachtige Pense-Bête (Memory-Aid). Toen hij kunstenaar besloot te worden, overgoot hij vijftig onverkochte exemplaren van het boek met gips en noemde het resultaat een beeldhouwwerk.

    Er volgden nog veel meer van dergelijke objecten. Ze waren meestal gemaakt met een vaste set materialen, zoals poëzie draait om een reeks herhaalde beelden. Voor plastische sculpturen gebruikte hij steenkoolbrokken en mosselschelpen, omdat hij daar gemakkelijk aan kon komen en omdat ze aan België deden denken; op die manier spotte hij met het idee van kunst als nationalistisch propagandamiddel. Eierschalen waren al even gemakkelijk verkrijgbaar – hij haalde ze bij restaurants in de buurt – maar als metafoor veelzijdiger. Net als talen bevatten ze nieuw leven.

    Woorden

    Woorden – met de hand geschreven, gedrukt, gefotografeerd, geschilderd en gesproken – zijn overal in Broodthaers’ werk aanwezig. Voor hem waren het beelden, net als portretten, en versmelten ze op vanzelfsprekende wijze met de niet-verbale beelden van zijn films. De eerste daarvan, La Clef de l’horloge, Poème cinématographique en l’honneur de Kurt Schwitters uit 1956, is een hommage aan zijn grote voorganger, Schwitters, de dadaïstische dichter-kunstenaar die met René Magritte en Stéphane Mallarmé tot Broodthaers’ helden behoorde. De film combineert close-ups van Schwitters’ buitenaards aandoende assemblages met een opname van Broodthaers zelf, verwikkeld in een nonsensicale, maar bovenzinnelijke causerie met een zogenaamde geliefde.

    In een werk uit 1967 dat is gebaseerd op een fabel van La Fontaine hoopt taal zich stilletjes in lagen op doordat gefotografeerde woorden over elkaar heen op een scherm worden geprojecteerd. En in de film La pluie (projet pour un texte), uit 1969, verdwijnen de woorden voor onze ogen. We zien de kunstenaar in een tuin in een notitieboekje zitten schrijven. 
Plotseling stort er water naar beneden, dat hem doorweekt en zijn woorden wegspoelt. Maar de taal overwint. Ogenschijnlijk even onaangedaan als een van zijn andere helden, Buster Keaton, blijft Broodthaers doorschrijven.

    Marcel Broodthaers: Armoire blanche et table blanche. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels
    Marcel Broodthaers: Armoire blanche et table blanche. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels

    Rond de tijd waarin hij de film maakte, was hij druk bezig met zijn grootste project, het uit meerdere delen op meerdere locaties bestaande, telkens veranderende Musée d’Art Moderne, Département des Aigles, waar hij in 1968 aan begon en vier jaar aan zou werken. Een woekerend distillaat ervan is het meest opvallende werk op de tentoonstelling. In plaats van te proberen het te doorgronden, is de beste aanpak je er volledig aan over te geven.

    Broodthaers gaf door middel van installaties een indruk van een van de ‘galerijen’ van zijn museum. De zogeheten XIXde-eeuwse afdeling, in elkaar gezet in zijn studio, bestond voornamelijk uit ansichtkaarten van negentiende-eeuwse schilderijen die op een muur zijn geplakt of dia’s die op een scheepskist worden geprojecteerd. Latere secties waren gewijd aan zeventiende-eeuwse kunst (vooral Rubens), aan film en aan literatuur. De grootste ‘vleugel’, die waar het museum naar is genoemd, bestond geheel uit afbeeldingen van wel honderden arenden zoals die worden aangetroffen op neoklassieke schilderijen, legeruniformen, drankflessen en souvenirs. De selectie in het MoMA is even hilarisch als naargeestig: ze vormt een visueel essay dat niet alleen gaat over de manipulatie van een afbeelding, maar ook over musea als instrument van politieke macht en commerciële branding.


    Zowel in dit als in zijn overige werk doet Broodthaers moeite om de toon licht te houden, al zijn zijn ideeën dan misschien zwaar. (Hij heeft zijn maatschappelijk messianistische tijdgenoot Joseph Beuys weleens vergeleken met Richard Wagner en zichzelf met Jacques Offenbach.) Kritiek en subtiliteit verdragen elkaar moeilijk, wat misschien de reden is waarom hij het museum in 1972 ophief, zich terugtrok als directeur en terugkeerde in zijn 
rol – want zo beschouwde hij het – als kunstenaar.

    Zijn korte, vruchtbare loopbaan, die verschillende disciplines omvat, laat zich bijna niet dwingen in de mal van een standaard museaal overzicht

    Zijn nieuwe werk had ogenschijnlijk de stijl van de belle époque: het was een reeks installaties die hij geen kunst noemde, maar ‘décors’, waarmee hij een sfeer van luxueuze salons en filmsets evoceerde. Eén ervan, Un Jardin d’Hiver II, met zijn dertig potpalmen en prenten van tropische vogels, roept het eerste grote museale tijdperk van bourgeois Europa op en plaatst het pontificaal op een sokkel van Afrikaans kolonialisme.

    Een tweede ‘décor’, A Conquest uit 1975, vormt het schokkende slotakkoord van de tentoonstelling. Het bestaat uit twee delen. Het eerste, ‘de negentiende-eeuwse ruimte’, telt nog meer palmen, een paar oude kanonnen en een opgezette boa constrictor, gestrekt en rechtop, alsof hij op het punt staat toe te slaan. De kleinere ‘twintigste-eeuwse ruimte’ bevat een kleinburgerlijk 
tuinameublement te midden van een 
arsenaal aan handvuurwapens en geweren. Offenbach, zij het via Napoleon en de Unabomber.


    Om verschillende redenen lijkt Broodthaers’ werk in Amerika meer op zijn plaats dan ooit. Bezoek de tentoonstelling – samengesteld door curator tekeningen en prenten van het MoMA Christophe Cherix, assistent-curator Francesca Wilmott en directeur van het Madrileense Museo Nacional Centro de Arte Reina Sofia, Manuel J. Borja-Villel – en het is duidelijk dat zijn werk een voorloper is van dat van vele hedendaagse kunstenaars, onder wie Fia Backstrom, Andrea Bowers, Rachel Harrison, Karen Kilimnik en Haim Steinbach. Hoewel geen van hen eenzelfde hang naar verzet heeft als Broodthaers, die jong was in een tijd vol revoluties, hebben ze allemaal iets van zijn subversieve absurdisme.


    Broodthaers is alles behalve gemakkelijk. Zijn korte, vruchtbare loopbaan, die verschillende disciplines omvat, laat zich bijna niet dwingen in de mal van een standaard museaal overzicht. Daar zorgde hij wel voor. Doordat hij je kunst laat lezen en er tegelijkertijd naar laat kijken en luisteren, werpt hij incoherentie en onberekenbaarheid op als voorwaarden. (Eén manier om hem te doorgronden is hem in kleine doses tot je te nemen, wat mogelijk wordt gemaakt door naar de tentoonstelling te gaan die momenteel te zien is in de Michael Werner Gallery in Manhattan en die als thema de schrijfkunst in zijn werk belicht.)

    Ongetwijfeld doen Broodthaers’ persoonlijke en culturele verwijzingen – naar literatuur en de Oude Wereld – veel bezoekers gekunsteld en mysterieus aan. Doorgewinterde kunstliefhebbers die een hekel hebben aan conceptualisme en aan teksten moeten lezen om de bijbehorende kunst te begrijpen, zullen hem een beproeving vinden. Maar de reden waarom ze afhaken is precies die waarom deze kunstenaar de lieveling van academici is, een knoop van raadsels die moet worden ontward, weer verstrikt en opnieuw uitgehaald, zoals in de zwaarwichtige catalogus gebeurt.


    Marcel Broodthaers: Pense-Bête. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels
    Marcel Broodthaers: Pense-Bête. – © 2016 Estate of Marcel Broodthaers / Artists Rights Society (ARS), New York / SABAM, Brussels

    Een van Broodthaers’ laatste werken voor hij in 1976 op 58-jarige leeftijd aan een chronische leverziekte overleed, laat zich interpreteren als een plaats waar hij kon schuilen voor de complicaties ervan, en misschien wel voor de kunst. Het werk, met de titel La Salle Blanche, is een model op ware grootte van de studio in Brussel waar hij jarenlang poëzie had geschreven voor hij op het idee kwam kunst te gaan maken. In feite is het niet meer dan een grote, kale ruimte van beige hout, met losse woorden op de muren. Sommige zijn traditioneel poëtisch: schaduw, zon, bewolking. Andere zijn politiek: privilege, waarde, museum. Ze voeren ons terug naar Pense-Bête, het boek waar de tentoonstelling mee begint, en naar de gedichten die erin staan: kort, kristalhelder en werkelijk schitterend.

    Auteur: Holland Cotter
    Vertaler: Nico Groen

    Holland Cotter schrijft voor The New York Times over kunst. In 2009 won hij als criticus de Pulitzerprijs.

    The New York Times
    Verenigde Staten, dagblad, oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Het ei 
van Brussel

    Het ei 
van Brussel

    De Europese Raad neemt dit jaar zijn intrek in een glazen huis. Alleen is het glas staalhard en zijn zelfs de gordijnen kogelwerend. 
Het gebouw kraakt onder de extreme veiligheidsmaatregelen.

    In de schemering kun je ’t het beste zien. Als je er dan voor staat – waarschijnlijk ingeklemd tussen de laatste bouwschuttingen en de auto’s die in het spitsuur door de Europese wijk van Brussel kruipen – denk je dat je droomt: daar voor jou zweeft een reusachtig ei. Alsof René Magritte zelf het achter de bijna vierkante glasfaçade heeft geschilderd, straalt het daar, van binnen belicht, via een web van houten kozijnen naar buiten, op het asfalt van de straat. Maar het is geen schildering en evenmin een zinsbegoocheling: het is het nieuwe gebouw van de Europese Raad.

    Bomvrij

    Die onwezenlijke indruk zal voor de meesten ook niet veranderen als de bouwvakkers binnenkort vertrekken, de kantoorruimtes in het aangrenzende oude gebouw zijn ingericht en na de zomer hier eindelijk in de conferentiezaal de eerste bijeenkomsten van de Raad worden gehouden. Want de nieuwe zetel van de Europese Raad is extreem beveiligd, ook al is de façade doorzichtig en hebben de houten kozijnen een 
filigraanpatroon. Alleen het glas suggereert toegankelijkheid. Maar de façade is in diverse lagen opgebouwd en 
daarmee even bomvrij als een betonnen muur. Ook een scherpschutter die iemand in dit gebouw zou willen raken, maakt geen kans. Het glas is onbreekbaar. De Belgische politie heeft het getest. Niettemin zijn er toch ook nog kogelwerende gordijnen opgehangen.

    Eerst de beide zwaar beveiligde torens van de Europese Centrale Bank in Frankfurt en nu het nieuwe gebouw van de Europese Raad in Brussel. Het is duidelijk: hier schermt men zich heel bewust af van buiten. Verkeerspalen omhoog, veiligheid voorop.

    Een te grote nabijheid tot de burger vergroot het risico op een aanslag en vormt het beste argument voor steeds extremere veiligheidsmaatregelen.

    ‘Het is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming

    ‘De veiligheidsnormen waaraan wij ons hier moet houden, komen overeen met die van bijvoorbeeld een vliegveld of een treinstation,’ zegt Philippe Samyn. Met zijn architectenteam wist hij in 2004 de opdracht voor het gebouw in de wacht te slepen. De Belgische architect, die bekendstaat vanwege zijn gave zakelijke bouwwerken met grote ingenieurskunst neer te zetten, zal met zijn vergelijking de veiligheidsvoorschriften voor het gebouw van de Europese Raad misschien wat overdrijven. Maar de tendens is duidelijk: angst manifesteert zich als een vaste grootheid in de architectuur. Dat blijkt uit elke nieuwe luchthaven.

    De Europese Raad wordt gevormd door de regeringsleiders van alle 28 lidstaten plus de voorzitter van de Europese Commissie, en is een van de belangrijkste gremia van de Europese Unie. Dat alleen al was reden genoeg om voor een centrale plek in de Europese wijk van Brussel te kiezen, en niet voor het noorden van de stad, waar de grote hoeveelheid ruimte voor een veilige afstand tot de omgeving zou hebben kunnen zorgen. Nu moet het gebouw zelf de functie van slotgracht overnemen.

    Voor projectarchitect Benedetto Clacagno ‘is het net als bij een ui’: vele lagen bieden samen veel bescherming. ‘Zo kan men diverse aanvallen heel goed weerstaan.’

    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers
    Het gebouw bestaat uit een uivormige constructie van twaalf verdiepingen en 54.000 m², omgeven door een glazen kubus. – © Philippe Samyn and Partners Architects & Engineers

    Dit systeem maakt het ook mogelijk om op de verdiepingen verschillende veiligheidsniveaus te activeren. 
Daardoor kunnen de regeringsleiders elkaar op een bepaalde etage ontmoeten zonder dat, zoals in het huidige raadsgebouw, het complete gebouw afgegrendeld dient te worden.

    Nadat in 2004 het besluit voor de destijds op 240 miljoen euro becijferde nieuwbouw genomen was, zijn er 
dertien lidstaten bijgekomen. Maar de uitbreiding van de Europese Unie is na de Griekse crisis gaan haperen. Het geloof in de Europese eenheid brokkelt af. ‘U kunt zich niet voorstellen wat een nachtmerries mij dat bezorgd heeft,’ schertst Samyn, maar hij is half serieus. De zevenenzestigjarige wilde ‘een vrolijk gebouw’ ontwerpen. Een gebouw ‘waar mensen van houden’. Vandaar dat de plafonds, de deuren en de tapijten zo veel kleur bevatten dat het lijkt of je sterretjes ziet, zulke grote oppervlakten van het conferentiegebouw nemen ze in beslag. Bovendien heeft Samyn ‘al het mogelijke gedaan om te voorkomen dat de strenge voorzorgsmaatregelen zichtbaar zijn’.


    Glazen vesting

    Er zijn veel details die de architect niet mag verklappen, zoals de plek in het gebouw waar het kantoor van de voorzitter van de Europese Raad zich bevindt, hoe dik het glas van de façade precies is, of waar de extra beveiligde ruimte voor noodgevallen is ingericht. Maar ook zonder deze details is duidelijk dat Philippe Samyn een glazen 
vesting heeft geschapen, waarin Europa zich kan verschansen

    Auteur: Laura Weißmüller
    Vertaler: Marten de Vries

    Beeld bovenaan: Vooraanzicht met op de voorgrond de Wetstraat. – © Philippe Samyn and Partners

    Süddeutsche Zeitung
    Duitsland | oplage 445.000
    Opgericht in 1945. De intellectuele, liberale krant van links Duitsland. Samen met de FAZ een van de belangrijkste dagbladen van het land. De SZ staat bekend om de drie-eenheid: tolerantie, onafhankelijkheid en waakzaamheid.