Tag: boeken

  • Iedereen is een criticus

    Iedereen is een criticus

    De digitale anarchie heeft van ons allemaal potentiële critici gemaakt. Maar door de hoeveelheid aan sensaties en meningen, is er amper tijd voor reflectie. 
Volgens filmcriticus A.O. Scott zouden we, high- of lowbrow, meer moeten twijfelen dan onze mening bevestigd willen zien.

    De Oscars – het jaarlijkse ritueel van de Academy of Motion Picture Arts – liggen dit jaar onder vuur vanwege de voorspelbare en beschamende raciale homogeniteit van de nominaties in 24 filmcategorieën, maar dat is niet de enige reden tot klagen.

    Ik ben recensent. Een schreeuwlelijk, een snob, een broodschrijver die erop uit is om kunstenaars aan te vallen en het plezier van het publiek te vergallen. Dat is althans de rol die ik soms geacht word te spelen. En in die hoedanigheid zou ik graag willen zeggen: vergeet die Oscars maar. De ervaring leert trouwens dat u dat al doet. De winnaars in de categorie Beste Film die die kwalificatie waarmaken – The Godfather, The Apartment, The Hurt Locker – zijn uitzonderingen op de opgeblazen, kortstondig succesvolle middelmaat. Around the World in 80 Days? Out of Africa? Crash? Kom op zeg.

    Intussen is het pantheon van fantastische klassiekers voor het grootste deel een verzameling van versmade titels als Citizen Kane, Do the Right Thing en Boyhood. 
De beste film van het jaar is vrijwel gegarandeerd 
een film die niet heeft gewonnen of zelfs niet eens is genomineerd.

    De dagen van de almachtige recensent zijn geteld

    Dat alles moge duidelijk zijn. De Oscars zijn onnozel. Waarom zouden we er ook van uit kunnen gaan dat de zesduizend leden van een bekrompen beroepsvereniging betrouwbare beoordelaars van kwaliteit zijn? Een showbusinessoligarchie kan toch niet serieus vaststellen wat we geacht worden goed te vinden en wat niet?

    Maar dat geldt ook voor het publiek. Kassuccessen zijn geen betere maatstaf dan de mening van de stupide insiders in de filmindustrie. Avatar heeft meer geld opgebracht dan welke andere film dan ook, maar er is toch geen mens die dat de beste film aller tijden vindt?

    Aan de andere kant: wie ben ik om dat te beoordelen? Ik verdien mijn brood met het rangschikken, indelen en beoordelen van films, en ik behoor tot het gilde van, jawel, smaakmakers, van mensen die bepalen wat goed of uitzonderlijk goed is. Als de Academy vast-geroest is, wat ben ik dan wel niet? Een dinosauriër. De koetsier van een postkoets in de tijd van Uber. Een ouwe vent die tegen een wolk staat te schreeuwen.


    Op internet is iedereen recensent: een door Yelp aangemoedigde afkraakkoning, een deskundige op Amazon, een cheerleader die door de sociale media in staat wordt gesteld om te Vind-ik-leuken en te Delen. Het opgeblazen, altijd verdachte gezag van ellendige pennenlikkers zoals ik is afgevlakt door de digitale anarchie. Wie wil de mening van een kribbige zeikerd horen als er ook een vriendelijk algoritme is dat je vertelt dat er op basis van eerdere aankopen iets is Wat U Ook Leuk Vindt, en als hordes Facebookvrienden bevestigen dat je de goede keuze hebt gemaakt?

    De dagen van de almachtige recensent zijn geteld. Maar die figuur – de hogepriester of kleinzielige 
dictator die met een pennenstreek een reputatie 
kan vernietigen of heiligen – is altijd enigszins mythisch geweest, een allegorisch monster dat werd opgeroepen door angstige kunstenaars en hun onzekere bewonderaars. De kritiek is in wezen altijd al een democratische onderneming geweest. Het is een eindeloos gesprek, geen reeks proclamaties. Het is een discussie die begint als je uit het theater of het museum komt: een discussie met vrienden of een privédiscussie in je eigen hoofd. Het is niet zo dat ik u vertel wat u moet vinden; het is een gesprek dat 
we samen voeren. Dat was zo voor de komst van internet, maar de opkomst van de sociale media heeft als spannend en verwarrend gevolg dat dat nu ook letterlijk een gesprek wordt.

    De bedoeling van kunst is onze geest te bevrijden

    Net als elke andere vorm van democratie is ook recenseren een lastige, polemische zaak waarin de regels net zo ter discussie staan als de uitkomsten, en waarvan de filosofische basis fragiel, om niet te zeggen vaag is. Smaken verschillen. Ieder mens is gezegend met een uiterst uniek bewustzijn, een geheel eigen manier van waarnemen en appreciëren. Maar we klitten ook samen in smaakgroepen die soms net zo prikkelbaar en gepolariseerd zijn als de andere clans waarmee we ons identificeren. We beschermen wat we waarderen en we raken gepikeerd als iemand zich daarmee bemoeit en het bespot.

    Obsessievelingen en dilettanten, omnivoren en freaks, highbrow en lowbrow: iedereen wordt liever bevestigd dan aan het twijfelen gebracht. Sommige mensen houden van opera. Anderen van hiphop. Een aanzienlijk aantal mensen houdt van allebei. ‘Het is allemáál prachtig!’ zegt u misschien. Maar dat gelooft u niet echt, net zomin als ik. Soms is iets afschuwelijk. Over smaak valt uiteraard niet te twisten en het valt ook niet te verklaren.

    Tegenstrijdig

    En toch is de manier waarop we over dit fundamenteel menselijke kenmerk nadenken zeer tegenstrijdig. Er valt over smaak niet te twisten, maar dat is precies wat we wel doen. We geven toe dat smaak subjectief is, maar daar laten we het zelden bij. We vinden het niet genoeg om te zeggen ‘Dat vind ik mooi’ of ‘Dat is niet echt iets voor mij.’ We willen s
tevige uitspraken, objectieve beweringen. ‘Dat was fantastisch! Dat was verschrikkelijk!’

    Boyhood, volgens A.O Scott ten onrechte niet gekozen tot Beste Film.
    Boyhood, volgens A.O Scott ten onrechte niet gekozen tot Beste Film.

    Of misschien ligt dat aan mij. De krant betaalt mij er tenslotte voor om mijn persoonlijke indruk van films in overtuigende argumenten te gieten: niet alleen om op te schrijven wat ik van een film vind, maar ook om een beoordeling te formuleren en de lezers een nuttig advies te geven. Het lijkt misschien alsof ik hier uit eigenbelang mijn werk aanprijs. Vertrouw 
de insiders die over de Oscars gaan niet! Let niet op de groepsdwang van de recensiesite Rotten Tomatoes of van Box Office Mojo waar de filmopbrengsten bekend worden gemaakt! Luister naar mij!

    Natuurlijk, ik heb er belang bij om de relevantie van mijn eigen baan te verdedigen, ook al geef ik toe dat het een nogal krankzinnige manier is om je brood te verdienen. Critici worden soms gewaardeerd, in zeldzame gevallen zelfs bewonderd, zoals Roger Ebert, maar meestal worden we gevreesd, verfoeid of volkomen genegeerd. In de ogen van het publiek zijn critici haters en spelbedervers. Misschien zijn we sadisten, zoals de boosaardige, Martini zuipende theaterrecensent van The New York Times in Birdman. Of misschien zijn we masochisten: ondanks die wrede karikatuur kreeg Birdman, bekroond met een Oscar voor Beste Film, door Rotten Tomatoes het predicaat ‘Certified Fresh’ toebedeeld (ik vind de film overigens zeer overschat, maar dat is alleen maar mijn mening).

    Recenseren mag dan een hachelijke manier zijn om je brood te verdienen, de kritiek blijft onmisbaar. Kunst maken – populair of hoogstaand, cryptisch 
of toegankelijk, sacraal of werelds – is een van de glorieuze capaciteiten van de mens. We zijn als enige soort begiftigd met het vermogen om een voorstelling te maken van onze wereld en de manier waarop we die ervaren, om verhalen te vertellen en tekeningen te maken, muziek te maken van geluid, dans van beweging. Net zo wonderbaarlijk is ons vermogen, 
en zelfs onze plicht, om te beoordelen wat we hebben gemaakt, om te beredeneren waarom we er ontroerd, verward, verrukt of verveeld door raken. We zijn allemaal – in elk geval potentiële – kunstenaars. En omdat we het vermogen hebben om de creativiteit van anderen te herkennen en erop te reageren, zijn we ook allemaal – in elk geval potentiële – critici.


    Dat betekent bovenal dat het onze taak is om na te denken. Als cultuurconsument worden we passief gemaakt, of op zijn best aangespoord tot een pseudo-semi-zelfbewustzijn, we worden in de richting geduwd van ofwel de defensieve groepsidentiteit 
van de subcultuur van fans, ofwel een oppervlakkig, half-ironisch eclecticisme. We grazen, we bingen, 
we doen esthetische ervaringen op en verwerpen ze weer alsof het goedkope speeltjes zijn. En dat zijn 
het vaak ook: massageproduceerde speeltjes van de lopende band.

    Intussen zijn we in onze rol als burger van de politieke republiek ingelijfd in een gepolariseerd klimaat van ideologische oorlogszucht. Gebral in plaats van argumenten. Belangrijke politieke verschillen worden tegelijkertijd uitvergroot en gemarginaliseerd. Er is weinig ruimte voor twijfel en amper tijd voor reflectie, omdat we murw worden gebeukt door sensaties en meningen.

    Hoe kunnen we daar nog wijs uit worden? Hoe houden we ons staande in de stormvloed van alles wat aanspraak maakt op onze aandacht? We worden voortdurend verleid om niet na te denken – genoeg keus in stupiditeit. Maar we worden ook omringd door genialiteit, en die zit ook in onszelf. Je hebt Hamilton [Broadwaymusical] en To Pimp a Butterfly [album van rapper Kendrick Lamar]. Transparent [Amazonserie] en de romans van Elena Ferrante. Kies maar uit! Bepaal wat u ervan vindt!


    We zijn veel te veel geneigd om de kunst te beschouwen als een onbelangrijke, frivole aangelegenheid, en smaak als een strikt afgebakend smal pad waar we ons stuntelig op voortbewegen, alleen of in gezelschap van gelijkgestemden. Tegelijkertijd trachten we te vaak de creatieve aspecten van ons leven waar we plezier aan beleven ondergeschikt te maken aan de zogenaamd gewichtiger ervaringsgebieden, en proppen we de esthetische dimensies van het leven weg in de dozen die onze religieuze overtuigingen, onze politieke dogma’s of onze morele overtuigingen bevatten. We bagatelliseren de kunst. We verheffen de onzin. We kunnen niet voorbij de horizon van onze eigen conventionele wijsheden kijken.

    Dat moet afgelopen zijn! De bedoeling van kunst is onze geest te bevrijden, en de taak van de recensent is om uit te zoeken wat we met die vrijheid kunnen doen. Dat we allemaal recensent zijn, betekent dat we allemaal in staat zijn om onze eigen vooroordelen te heroverwegen, om scepticisme te compenseren met een onbevooroordeelde houding, om onze afgestompte en overvoerde zintuigen aan te scherpen en te vechten tegen de intellectuele matheid die ons omringt. We moeten onze bijzondere hersens gaan gebruiken en onze eigen ervaring serieus gaan nemen.

    Soldaat

    De werkelijke cultuurstrijd (die nooit ophoudt) wordt gevoerd tussen het menselijke intellect en zijn al even menselijke vijanden: luiheid, banaliteit, pretentie, onechtheid. Een strijd tussen creativiteit en gelijkvormigheid, tussen het comfortabel vertrouwde en de schok van het nieuwe. Een recensent is een soldaat in die strijd, die het leven van de kunst verdedigt en vecht voor de kunst van het leven.

    Met andere woorden: het is niet zomaar een baan.

    Auteur: A.O. Scott
    Vertaler: Lidwien Biekmann

    A.O. Scott is de filmcriticus van The New York Times. Hij stond op de shortlist van de Pulitzerprijs in 2010. Scott is ‘Distinguished Professor’ in de filmkritiek aan de Wesleyan University in Connecticut en auteur van het boek Better Living Through Criticism, dat op 9 februari verschijnt bij Penguin Press.

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 1.120.402
    De krant der kranten, met als motto ‘All the news that’s fit to print’. Won meer journalistieke prijzen dan enig ander medium.

  • Afrikaanse superheld zit in de lift

    Afrikaanse superheld zit in de lift

    De Nigeriaanse stripuitgeverij Comic Republic boekt steeds meer succes met zwarte superhelden. Zoals Guardian Prime, 
een modeontwerper met onvermoede krachten.

    Comic Republic, een nieuwe Nigeriaanse stripuitgeverij gevestigd in Lagos, ontwikkelt een nieuwe serie superhelden voor Afrikanen en zwarte lezers over de hele wereld. De personages – ‘Afrika’s Wrekers’ zeggen sommige fans – variëren van Guardian Prime, een 25-jarige Nigeriaanse modeontwerper die zijn buitengewone kracht aanwendt om voor een beter Nigeria te vechten, tot Hilda Avonomemi Moses, een vrouw uit een afgelegen dorp in 
de staat Edo die geesten kan zien, en Marcus Chigozie, een bevoorrechte maar boze tiener die zich met supersonische snelheid kan bewegen.

    ‘Ik dacht terug aan mijn eigen kindertijd,’ zegt directeur Jide Martin, die het bedrijf in 2013 opzette. ‘Als ik een besluit moest nemen, dacht ik altijd: Wat zou Superman doen, wat zou Batman doen? Toen dacht ik: Waarom geen Afrikaanse superhelden?’

    Meer kansen

    Het succes van de start-up lijkt een teken dat strips in de lift zitten in Afrika, en dat zwarte personages wereldwijd meer kansen krijgen in een markt die voorheen nooit veel belangstelling voor ze had. Het negen leden tellende team van Comic Republic heeft het aantal downloads van hun uitgaven – online gepubliceerd en gratis beschikbaar – zien toenemen van een paar honderd in 2013 tot 25.000 van het laatste nummer, dat in december verscheen. De volgende stap is nu om geld te gaan verdienen met sponsoring en advertenties.

    Tot dusverre maakte Comic Republic strips op verzoek van bedrijven en ngo’s, die bijvoorbeeld de gezondheidsrisico’s van malaria wilden laten illustreren. Het hoofd van een groot Nigeriaans e-commercebedrijf bestelde een portret van zichzelf als superheld. Het verhaal van een van de personages, Aje – ‘heks’ in het Yoruba – wordt misschien verfilmd door een lokale regisseur. 
Voor komende maand staat weer een avontuur van Guardian Prime op het programma.

    © Comic Republic
    © Comic Republic

    De start-up maakt deel uit van wat 
volgens sommigen een opleving is van in Afrika gemaakte muziek, literatuur en kunst. Een ontwikkeling die tot buiten het continent weerklank vindt. De lezers van de strips van Comic Republic komen voor meer dan de helft uit de VS en Groot-Brittannië, en een handjevol uit andere landen zoals Brazilië en de Filipijnen. Zo’n dertig procent komt uit Nigeria, volgens Martin. In Lagos wordt nu jaarlijks een stripconferentie gehouden voor de strip- en amusementsindustrie. In Kenia werd er voor het eerst een georganiseerd in 2015.

    Martin denkt dat de stripboekenindustrie in Afrika voor een deel kan meeliften op het succes van superheldenfilms. Zijn bedrijf lanceerde Guardian Prime, ‘een zwarte Superman’, op dezelfde dag dat Man of Steel in 2013 in première ging.

    Superheld Kwezi in Gold City, gebaseerd op Johannesburg.
    Superheld Kwezi in Gold City, gebaseerd op Johannesburg.

    Elders duiken ook steeds meer Afrikaanse personages op. Een populaire Zuid-Afrikaanse strip, Kwezi, ‘ster’ in het Xhosa en Zulu, volgt een jonge superheld in Gold City, een metropool die is gebaseerd op Johannesburg. De strip, waarin veel lokale straattaal en culturele verwijzingen voorkomen, is volgens maker Loyiso Mkize een ‘coming of age-verhaal over de zoektocht naar je wortels’. Ook het in augustus uitgekomen stripboek E.X.O: The Legend of Wale Williams van de Nigeriaanse animator Roye Okupe, is een poging om ‘Afrika op de kaart te zetten op het gebied van superhelden’, aldus Okupe zelf.

    Van de negen personages van Comic Republic zijn er vier vrouw. Dit is naar Martins overtuiging een weerspiegeling

    De helden van Comic Republic verschillen ook op andere manieren van die in het Westen. Van de negen personages van Comic Republic zijn er vier vrouw. Dit is naar Martins overtuiging een weerspiegeling van het feit dat veel Nigeriaanse vrouwen actief zijn in politiek en zaken. ‘In het huidige Nigeria maakt het echt niet uit of iemand man of vrouw is. Het was ook geen strategische beslissing. Voor ons is het gewoon een manier van leven,’ vertelt hij.

    Naast het verrichten van heldendaden en het bestrijden van het kwaad, hebben de superhelden als functie om aan te tonen hoe individuen samen kunnen werken aan een ‘beter, veiliger Afrika’, zei Comic Republic-manager Tobe Ezeogu in november.

    Die boodschap lijkt over te komen bij sommige lezers. Eén fan schreef op de Facebook-wall van Comic Republic over het paradepaardje Guardian Prime: ‘Mijn favoriete citaat [van hem]: “Het enige wat het kwaad nodig heeft om te overwinnen is dat goede mensen aan de kant blijven staan. Ik wil niet aan de kant staan. Ik ben een Nigeriaan.” Ik ben geen Nigeriaan, maar helden kunnen de jeugd helpen en patriottisme aanmoedigen.’

    Auteur: Lily Kuo
    Vertaler: Tineke Funhoff

    Lily Kuo schrijft vanuit Nairobi over ontwikkelingen in China en Oost-Afrika. Eerder werkte ze voor Reuters in New York en voor Te Los Angeles Times in Beijing.

    Quartz
    Verenigde Staten | qz.com

    De Amerikaanse nieuwssite Quartz, gevestigd in New York, werd in 2012 opgezet door de Atlantic Media Group in Washington, uitgever onder meer van het tijdschrift The Atlantic (sinds 1857). De site richt zich op internationaal zakennieuws in den brede en vooral ook op de mobiele verspreiding daarvan via smartphones en tablets. In december 2015 trok de site 16,8 miljoen unieke bezoekers, waarvan rond 40 procent van buiten de VS.
    Quartz, dat sinds vorig jaar ook een bescheiden 
kantoor heeft in Londen, beschikt over een platform, 
Atlas genaamd, voor het vervaardigen en verspreiden 
van digitale grafieken. Men wil het wereldwijde gebruik daarvan aanmoedigen. De site heeft sinds vorig jaar speciale aandacht voor India en Afrika, maar overweegt ook vestigingen in Australië en op het Europese continent. ‘Duitsland zou daarvoor een goede plek zijn,’ aldus uitgever Jay Lauf.

  • 1. ‘Verplicht al mijn boeken lezen’

    1. ‘Verplicht al mijn boeken lezen’

    Umberto Eco zou het onderwijs verbeteren, ‘circulerende kennis’ verplicht stellen en alle mensen dwingen zijn boeken te lezen, zodat ze even intelligent worden als hij.

    Ik kan alleen maar een polemisch antwoord geven op de vraag wat ik zou doen als ik het voor het zeggen had in de wereld, want er bestaat geen enkele kans dat het ooit zover komt. Met het ouder worden heb ik een hekel gekregen aan de mensheid, dus als ik de absolute macht had, zou ik die mens‑heid voort laten gaan op haar weg naar zelfvernietiging – ze zou vernietigd worden en dan zou ik me prettiger voelen.

    Mensen zoals ik, wij zijn intellectuelen – we doen ons werk, we schrijven artikelen, we hebben manieren om te protesteren, maar we kunnen de wereld niet veranderen. Het enige wat we kunnen doen is onze steun uitspreken voor de politiek van het meegevoel. Angela Merkel heeft een positief gebaar gemaakt toen ze de Duitse bevolking opriep om Syrische vluchtelingen op te nemen. Ze heeft het beeld van de Duitsers overal ter wereld veranderd – zij worden niet langer gezien als de SS van Adolf Hitler. Dat kan een politicus doen.

    Er is geen kwaliteitscontrole, 
dat is een enorm 
probleem

    Jonge mensen moet geleerd worden om de informatie die ze via internet krijgen te filteren en er vraagtekens bij te plaatsen, in plaats van alles zomaar voor waar aan te nemen. Dat is een moeilijke taak. Ik gebruik Wikipedia en ik weet dat ik de informatie daarvan in 99 procent van de gevallen kan vertrouwen, maar op mijn eigen pagina hebben mensen beweerd dat ik de oudste van dertien kinderen ben en dat ik getrouwd ben met de dochter van mijn uitgever. Dat is allebei niet waar. Dus zelfs dat kan onderhevig zijn aan manipulatie. Een van mijn kleinzoons is vijftien jaar en zegt dat veel vrienden van hem 
geloven in de complottheorieën die ze op internet lezen. Er is geen kwaliteitscontrole, dat is een enorm probleem.

    Elke overheid zou moeten streven naar verbetering van het onderwijs. Voor de Eerste Wereldoorlog volgde maar zo’n 20 procent van de mensen in Italië een lagereschoolopleiding. Vandaag de dag zijn de universiteiten het probleem – het risico dat we de toelatingseisen verlagen om meer mensen toegang tot de universiteit te geven, maar daarmee ook de kwaliteit verminderen. Dat is onlangs in Italië gebeurd en het is een tragedie geworden. Nu zijn de eerste drie jaar van de universiteit te gemakkelijk – studenten hoeven geen boeken van meer dan honderd pagina’s te lezen. De machthebbers moeten begrijpen dat je uitdagingen nodig hebt om 
volwassen te worden. Toen ik aan de universiteit studeerde las ik duizenden pagina’s, en ik ben er niet aan onderdoor gegaan!

    Encyclios

    Het onderwijzen van talen is het enige wat ik op scholen verplicht zou stellen. Als het concept Europa bestaat, dan is het gebaseerd op de wederzijdse kennis van elkaars taal. In twee van de grootste Europese landen, Engeland en Frankrijk, schijnt de meerderheid van de bevolking alleen de eigen taal te spreken. Nog niet eens zo lang geleden kregen mensen in Engeland gedegen onderwijs in Latijn. Er bestaat een verhaal over een Engelse generaal die in de negentiende eeuw tijdens een opstand werd uitgezonden naar de Indiase provincie Sindh. Bij wijze van grap stuurde hij een telegram waarin stond ‘Peccavi’, wat in het Engels betekent ‘I have sinned’. Het mooie was niet dat hij grapjes kon maken in het Latijn, maar dat zijn collega’s in Londen het begrepen. Mijn kleinzoon heeft de afgelopen twee jaar Grieks geleerd; hij kan misschien nog niet Homerus in de originele taal lezen, maar hij heeft wel kennis opgedaan over de Griekse beschaving. Dat hoort bij wat vroeger encyclios werd genoemd, oftewel circulerende kennis, en daar komt het woord ‘encyclopedie’ vandaan.

    Mensen zijn religieuze dieren. Honden zijn niet religieus. Ze blaffen wel tegen de maan, maar dat is niet vanuit religieus gevoel. Mensen hebben de neiging naar de reden voor hun situatie te zoeken. Er bestaat een mooie zin, die is toegeschreven aan G.K. Chesterton: ‘Als mensen niet meer in God geloven, geloven ze niet nergens in, maar geloven ze in alles.’ De baas over de wereld kan de religie niet uitbannen. Je kunt atheïst zijn of niet-gelovige, maar je moet er‑kennen dat de overgrote meerderheid van de mensen een of andere religieuze overtuiging nodig heeft.

    Karl Marx noemde religie opium voor het volk – iets wat mensen rustig houdt. Maar het kan ook cocaïne voor het volk zijn. Religie heeft een dubbele functie – ze beantwoordt bepaalde fundamentele vragen en zet soms aan tot strijd tegen niet-gelovigen. Het is een eigenschap die bij mensen hoort, net zoals mensen de enige soort zijn die kan liefhebben.

    Tot slot, als ik de baas over de wereld was, zou ik mensen willen verplichten om al mijn boeken te lezen, zodat ze even intelligent worden als ik en niet geloven dat we een baas over de wereld nodig hebben.

    Auteur: Umberto Eco
    Vertaler: Annemie de Vries

    Umberto Eco is auteur, essayist, filosoof, literatuurrecensent en semioticus. 
Zijn meest recente boek Numero Zero verscheen in Nederland als Het nulnummer bij uitgeverij Prometheus.

  • Poesjkin-vertaler Hans Boland: ‘Rusland is uit Oekraïne ontstaan en niet andersom’

    Poesjkin-vertaler Hans Boland: ‘Rusland is uit Oekraïne ontstaan en niet andersom’

    De Nederlandse vertaler Hans Boland – ja, degene die de Poesjkin-medaille weigerde aan te nemen van Vladimir Poetin – werd beschimpt door de Russische media. Met nog steeds geen blad voor de mond gaf hij een interview aan de Oekraïense krant Den ter ere van de Oekraïense vertaling van Mijn Russische Ziel.

     

    Keuze uit ons archief

    De geschiedenis van het huidige ontsporende conflict tussen Rusland en Oekraïne voert ver terug. Slavist en vertaler Hans Boland legt in dit interview uit dat die geschiedschrijving bovendien flink verdraaid is. Wordt Rusland doorgaans gezien als grotere broer, in feite stond Oekraïne aan de wieg van de Russische ‘natie en cultuur’. Dit verhelderende perspectief biedt een goede achtergrond bij de actuele gebeurtenissen.

    Het leven van Hans Boland (Jakarta, 1951) staat in het teken van Russische literatuur. De bekende Nederlandse vertaler, slavist en schrijver heeft bijna alle lyrische werken van ‘de grootste Russische dichter’ Aleksandr Poesjkin vertaald. Hij heeft de Nederlandse lezer bovendien laten kennismaken met Achmatova, en gewerkt aan teksten van Dostojevski, Lermontov, Mandelstam, Nabokov, Shalamov, en vele anderen. Maar zijn zakelijke belangen hebben zijn standpunten en waarden niet beïnvloed. Toen Boland in augustus 2014 werd vereerd met een uitnodiging van het Kremlin om de Poesjkin-medaille te ontvangen uit handen van de Russische president, weigerde hij die resoluut. ‘Een dergelijk eerbetoon als u mij biedt zou ik in de grootst mogelijke dank ontvangen, ware daar niet uw president, wiens gedrag en denkwijze ik veracht en haat,’ schreef de Nederlandse vertaler aan de cultureel attaché op de Russische ambassade. ‘Hij vormt een zeer groot gevaar voor de vrijheid en vrede op onze planeet. God geve dat zijn “idealen” een spoedige en volledige vernietiging wacht. Iedere relatie tussen hem en mij, tussen zijn naam en die van Poesjkin, is walgelijk en onverdraaglijk.’

    Op het 22ste Publishers’ Forum in Lviv, zal Hans Boland de Oekraïense vertaling lanceren van zijn autobiografische boek Mijn Russische Ziel, uitgegeven door Zhupansky Publishers. Aan de vooravond van deze lancering gaf de beroemde vertaler een exclusief interview.

    Hans Boland – © Merlijn Doomernik
    Hans Boland – © Merlijn Doomernik

    Na uw weigering de Poesjkin-medaille aan te nemen uit handen van Poetin hebben de Russische media uw naam door het slijk gehaald. Als ik het goed heb, heeft u zelfs overwogen juridische stappen te ondernemen. Is daar iets uit gekomen? Hoe heeft het conflict met het Kremlin uw perceptie van de Russische literatuur beïnvloed?

    ‘Het is voor een gewone man altijd moeilijk om de wetteloosheid van de staat te bevechten. Dat is al moeilijk in een democratisch land, maar helemaal wanneer de staat op wetteloosheid is gebaseerd, wanneer wetteloosheid de drijvende kracht is. Als het om Rusland gaat, zijn die dingen nog walgelijker, omdat de voor Poetin en zijn makkers zo typerende mengeling van hufterigheid en lafheid traditiegetrouw aanzet tot het vermijden van een open slagveld. Instinctief reageren ze gemeen op een fatsoenlijke daad. Poetin is altijd een nare, bekrompen spion gebleven die in de USSR is gevormd. Die bekrompenheid onderscheidt hem van zijn inspirator Stalin (en zelfs van Hitler). Je kunt je afvragen wie de strijd nou wil aangaan met zo’n verachtelijk figuur. Persoonlijk ben ik bereid om te strijden tegen het kwaad, waarvan Poetin een van de duidelijkste vertegenwoordigers is. Vanwege mijn liefde voor Poesjkin, Achmatova, en anderen. Gezag is tijdelijk, terwijl poëzie eeuwigdurend is.’

    Ik wil echt dat de Oekraïense lezer voelt dat zijn land het juiste pad volgt

    Er is in het Westen een tendens om een grens te trekken tussen de Russische overheid en het Russische culturele erfgoed. De Russische cultuur wordt altijd neergezet als tegenstander van het regime. Vindt u dat een terechte benadering? Hoe verklaart u het feit dat de meeste kunstenaars in het huidige Rusland de inval van het Kremlin in Oekraïne steunen?

    ‘En destijds steunde Poesjkin de inval in Polen! Ik zal twee voorbeelden aanhalen waarvan ik denk dat ze in dit verband heel toepasselijk zijn. Neem de twee tijdgenoten Dostojevski en Dickens, allebei grote schrijvers. En vergelijk de wanhopige, ellendige, bijna onmenselijke gemoedstoestand van bijna alle personages van de eerste met de lichte, liefhebbende, menswaardige van de positieve figuren van de tweede. Terwijl Dostojevski bijna geen enkele sympathieke personages ten tonele voert, stikt het er bij Dickens van. En vergis je niet, de boeken van beide auteurs gaan over mensen met enorme problemen.

    ‘Nog een voorbeeld: Tolstoj en Multatuli. Ook beide grote schrijvers en tijdgenoten. Multatuli heeft zijn naam onsterfelijke gemaakt door zijn profetische uiteenzettingen over het Nederlandse kolonialisme. Ondertussen wekte het Russische kolonialisme (waarschijnlijk het enige dat in deze tijd nog floreert) nooit enige weerzin bij graaf Tolstoj of andere Russische schrijvers. Multatuli schrijft respectvol over vrouwen, vanuit een diepgeworteld geloof in gelijkheid van de seksen, terwijl Tolstoj het ellendige, nutteloze, saaie en zondige bestaan van Anna K. beschrijft. Ik besef dat dit uw vraag niet helemaal beantwoordt, maar ik hoop dat deze twee voorbeelden helpen erover na te denken.’

    Op het Publishers’ Forum gaat u de Oekraïense vertaling van uw boek Mijn Russische Ziel lanceren. Waarom is dat voor u persoonlijk van waarde? Zijn er ooit andere werken van u in het Oekraïens vertaald?

    ‘In Mijn Russische Ziel (de titel is ironisch) beschrijf ik mijn vijfendertig jaar lange relatie met Rusland (het boek kwam in 2005 uit), die begon met mijn studie Slavische talen aan de Universiteit van Amsterdam tijdens de Koude Oorlog tot mijn verblijf van zes jaar in St. Petersburg als universitair hoofddocent Nederlands tijdens de roerige jaren onder Jeltsin. Het autobiografische deel eindigt met een reis door het Rusland van Poetin. Het centrale thema is de demythologisering van het cliché ‘de Russische ziel’. Op een bepaalde manier is het ook een poging tot een fundamentele beoordeling van mijn eigen leven. Dit is de eerste vertaling van mijn boek ooit, en ik ben er trots op, zeker omdat het op zo’n cruciaal en tragisch moment komt. Ik wil echt dat de Oekraïense lezer voelt dat zijn land het juiste pad volgt, het pad dat leidt van onderdrukking en duisternis naar vrijheid en licht.’

    In een van uw interviews had u het over een reis naar Kiev in de jaren zeventig van de vorige eeuw. Heeft uw leven u, zakelijk of privé, daarna ooit nog naar Oekraïne gevoerd?

    ‘Mijn eerste bezoek aan Kiev was in 1978. Ik schreef toen dat de sfeer daar meer leek op het luchthartige Amsterdam dan het sombere Moskou. Ik herinner me de groene kastanjebomen, het indrukwekkende Majdan-plein en de Khreshchatyk-straat, en de prachtige Dnjepr natuurlijk. Nadat Oekraïne het Sovjetjuk had afgeworpen, kwam ik er terug. Ik heb zo’n vijf keer door west-Oekraïne gereisd. Ik ben drie keer in de Krim geweest. Ik heb wat Oekraïens geleerd: een mooie, rijke, interessante taal. Ik heb de gedichten van Shevchenko gelezen. Een ongeëvenaarde dichter. Ik heb Testament uit mijn hoofd geleerd.’

    De Franse filosoof Philippe de Lara zei in een interview met Den dat de Oekraïense cultuur in het Westen eigenlijk is genegeerd: het was of onbekend, of werd beschouwd als onderdeel van de Russische cultuur. Bent u het daarmee eens?

    ‘Helaas wel. Tot 1991 wisten de Nederlanders amper iets van Oekraïne. De oorzaken moeten natuurlijk worden gezocht in het beruchte Russische messianisme, de wens te heersen over de wereld en de mensheid te leiden. Deze wens bereikt soms het niveau van een psychische stoornis. In Oekraïne leidde het tot de, soms vrij gewelddadige, onderdrukking van alles wat Oekraïens was: de taal en literatuur, de godsdienst, de tradities. Catharina II en Stalin waren waarschijnlijk de ergste onderdrukkers. Wat er gebeurde was dat, hoewel Rusland uit Oekraïne is ontstaan en niet andersom, de hele wereld (en helaas ook de Oekraïner zelf) door het systematisch verdraaien van de historische feiten ten dienste van ideologische behoeften (denk alleen al aan het concept ”Groot-Rusland”) ging geloven in dit verwrongen beeld van geschiedenis en cultuur, in de ‘grote broer’. Maar Vladimir de Grote, Vladimir Monomach, en vele andere ‘stichters van de Russische natie en cultuur’ waren niet van Russische, maar van Oekraïense afkomst. En wat dacht je van de “moeder van alle Russische steden”?

    Deze omstandigheden hadden twee noodlottige gevolgen: de onverdraaglijke arrogantie van de ‘grote broer/vijand’ en het minderwaardigheidscomplex van het onderdrukte Oekraïense volk. Gelukkig heeft de westerse geest de afgelopen jaren grote veranderingen ondergaan. Uiteraard hebben die voornamelijk betrekking op politieke ontwikkelingen. Het is misschien vreemd, maar de recente ontwikkelingen in Oekraïne hebben meer bijgedragen aan het openen van de Nederlandse (en Europese) ogen ten aanzien van de kern van de Russische natie, dan alle andere wendingen in de geschiedenis. Daar moeten we dankbaar voor zijn. Oekraïners komen nu vaak naar Nederland en dat is geweldig want niets wakkert oprechte interesse meer aan dan directe communicatie.’

  • Mogen klassiekers worden gemoderniseerd?

    Mogen klassiekers worden gemoderniseerd?

    Een light-versie schrijven van een klassieker die wordt beschouwd als de eerste roman uit de wereldliteratuur, 
je moet het maar durven. Andrés Trapiello deed er veertien jaar over om de Don Quichot te moderniseren. Een tour de force die hem niet door iedereen in dank wordt afgenomen.

    In de Don Quichot, het beroemde boek dat Miguel de Cervantes zo rond 1600 schreef, staan honderden woorden en uitdrukkingen die in de loop der eeuwen in onbruik zijn geraakt. Het is voor een Spaanstalige anno nu onmogelijk om zonder een woordenboek of de noten onder aan de pagina te raadplegen de tekst volledig te begrijpen van deze klassieke roman, die inmiddels vertaald is in 145 talen en verhaalt over de naïeve ridder Don Quichot die bijgestaan door zijn schildknecht Sancho Panza de strijd aanbindt met windmolens.

    Het goede nieuws – hoewel niet voor iedereen – is dat er sinds kort een gemoderniseerde versie bestaat, verzorgd door de (Spaanse) schrijver Andrés Trapiello, die er veertien jaar aan heeft gewerkt. Maar deze tour de force is enkele geleerden in het verkeerde keelgat geschoten: ze spreken van ‘humaniteitsschennis’. Zo beweert universitair docent David Felipe Arranz bijvoorbeeld dat door deze ‘light prose’-versie het origineel van Cervantes niet meer wordt verkocht. ‘De woorden die de beste schrijver van onze taal gebruikt, mogen niet op een dergelijke manier worden verminkt,’ voegt hij eraan toe.

    María Antonia Garcés, specialist in het werk van Cervantes, is juist erg enthousiast over de ‘durf’ van Trapiello en begrijpt de ophef niet. Volgens haar zijn dit soort bewerkingen van alle tijden. ‘De aanpassingen vallen eigenlijk reuze mee en de tekst wordt er niet wezenlijk door aangetast. Alles wat men doet om goede literatuur nader tot de lezer te brengen is welkom, zelfs verfilmingen of een toneelversie,’ meent Garcés. Ze legt uit dat de taal in Cervantes’ tijd nog volop in ontwikkeling was en dat de tekst dus zinnen bevat die voor een moderne lezer onbegrijpelijk zijn.

    Windmolens in Consuegra.
    Windmolens in Consuegra.

    Men kan de Don Quichot niet lezen in een editie zonder noten, want er zijn tal van historische verwijzingen die verklaard moeten worden, stelt ze, en dat geldt ook voor archaïsche woorden en gezegden. ‘Trapiello toont een groot respect voor de tekst van Cervantes, en dankzij hem kunnen veel lezers nu zonder angst het boek openslaan in de zekerheid dat ze zullen begrijpen wat ze lezen.’

    Al even enthousiast is de Colombiaanse dichter Darío Jaramillo Agudelo, die meent dat Trapiello de aangewezen persoon is voor een dergelijke klus. ‘Zijn twee romans over onderwerpen ontleend aan Don Quichot zijn uitstekend en verraden een grote kennis van zaken. Bovendien is Trapiello een van de grote Spaanstalige vertellers van dit moment.’ Jaramillo, die het werk van Cervantes door en door kent, verzekert dat hij elke keer als hij het boek opnieuw leest weer wordt verrast. ‘Ik ben zeker van plan die vertaling naar de eenentwintigste eeuw te gaan lezen, want er zijn dingen uit het zeventiende-eeuwse origineel die ook ik gewoon niet begrijp.’

    Hoe dan ook, kritiek kan altijd nog scherper worden aangezet. De Spaanse succesauteur Arturo Pérez-Reverte besloot de Don Quichot te ontdoen van alle hoofdstukken die niet direct te maken hebben met de twee hoofdpersonages. Zijn editie, die in januari van dit jaar het licht zag, werd door sommigen bestempeld als ‘vreselijk’.

    Ook de Amerikaanse schrijver Ilan Stavans, die zijn hele leven heeft gewijd aan Spaanstalige literatuur, kreeg de volle laag. In 2002 waagde hij het boek te vertalen in het ‘Spanglish’, in de hoop dat het werk zo lezers zal vinden in de frisse, opkomende cultuur van de latino’s in de VS, waar het Spanglish de nieuwe lingua franca is. Hij werd neergesabeld en uitgemaakt voor ‘verkrachter van de Spaanse taal’ en ontving zelfs doodsbedreigingen, ‘de ergste vorm van lafheid’, volgens Stavans. Hij denkt dat het boek van Trapiello is uitgekomen op een cruciaal moment in de geschiedenis van Spanje. ‘Het land maakt een van de ergste crises door en zoekt naar zijn wortels. Daarbij lezen de Spanjaarden hun Don Quichot niet meer. De avonturenroman is nu veel populairder in het buitenland.’

    Zoveel lezers, zoveel ervaringen. Álvaro Bautista, hoogleraar Literatuur, las geen woorden maar verhalen, gebeurtenissen en personages toen hij voor het eerst de Don Quichot las. ‘Elke zin in archaïsch Spaans koesterde ik als een prachtig mysterie. Ik vond het leuk dat de taal me op het verkeerde been zette, want men moet niet vergeten dat al in de tijd van Cervantes zelf sommige uitdrukkingen en woorden verouderd waren.’

    Docent Alexander Erazo houdt zich wat de controverse aangaat op de vlakte. Hij leest de klassieker al jaren met zijn klas. ‘Het is onmogelijk dat alle leerlingen meteen gegrepen worden door het boek. Volgens mij moet je eerst een inleiding geven waarin je vertelt over de tijd waarin een dergelijk werk is geschreven.’

    De polemische versie van Trapiello zal zeker niet de laatste zijn. Zoals Ilan Stavans zegt: ‘In elke taal worden de klassieken gemoderniseerd: Dante in het Italiaans, Molière in het Frans, Goethe in het Duits, om nog maar te zwijgen van de Bijbel, misschien wel de meest geactualiseerde – en verkeerd begrepen – tekst van de mensheid.’

    Catalina Villa