Tag: buitenland nieuws

  • Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Ontwerpers grijpen terug naar agitprop

    Politieke affiches die vooral in het Verenigd Koninkrijk na de Tweede Wereldoorlog baanbrekend waren, worden door ontwerpers opnieuw gebruikt om inspiratie uit te putten. Ze gaan terug naar het straatactivisme, recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig.

    Maatschappelijke en politieke bewegingen hebben vaak baanbrekend grafisch ontwerp voortgebracht. Van de overvloed aan propaganda-affiches tijdens de Tweede Wereldoorlog tot het telkens hergebruikte portret van Che Guevara en de uiterst effectieve aids-poster Silence = Death uit de jaren tachtig: een goed ontworpen affiche kan invloed uitoefenen, verandering brengen en inspireren.

    Maar nu de wereld meer dan ooit in het onlinedomein verkeert, is het de vraag hoe relevant een medium nog is dat altijd bij uitstek zichtbaar was op straat. Sinds de snelle commercialisering en commodificering van de ontwerpkunst worden nu vaak gedachteloos dezelfde beelden en stijlen gereproduceerd, en daarmee is de kans op een radicale en innovatieve aanpak afgenomen. Maar via collectieven als Labour Party Graphic Designers en Autonomous Design Group zijn ontwerpers bezig uit dat stramien los te breken, nieuwe esthetische wegen te zoeken en het radicale affiche nieuw leven in te blazen. 

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering

    Labour Party Graphic Designers (LPGD) is een onafhankelijk ontwerperscollectief dat zich sterk maakt voor een Labour-regering. Het collectief is in 2018 opgericht door freelance ontwerper Kevin Kennedy-Ryan en was aanvankelijk bedoeld om linkse ontwerpers bij politieke discussies te betrekken en de partij een praktische manier van communiceren te bieden. Kevin benadrukt dat LPGD ‘onofficieel’ gelieerd is met de Labour Party. Hij weet nog goed hoe de partij vlak na de oprichting van het collectief (dat toen voornamelijk vanuit zijn flatje opereerde) contact met hem legde. ‘De eerste boodschap die we ooit van de partij kregen was: “Hé, cool project. Kun je wel een disclaimer toevoegen dat jullie niet met ons verbonden zijn?”’ Sana Iqbal, freelance strategisch ontwerper en pas later lid geworden van LPGD, heeft onlangs met de afdeling Lewisham van de Labour Party samengewerkt. Daarvoor werd ze benaderd via ‘een berichtje in mijn direct mails’ zegt ze. ‘Ik werk meestal alleen en het was fijn om met een collectief te werken en meer mensen te leren kennen met dezelfde politieke ideeën en ontwerpinteresses.’

    1935.6 SqCQOd7.format webp.width 1440 Ab5C19JT6jJNCggh
    Verkiezingsposter van onbekende ontwerper, 1935. – © The Labour Party

    Archiefnerd

    De designgeschiedenis van Labour is een van de belangrijkste inspiratiebronnen voor het collectief en in hun werk proberen ze vaak de levendigheid, kracht en invloed van de vroegere Partij-ontwerpen te hervinden. Volgens Kevin, die zichzelf een ‘archiefnerd’ noemt, zijn vooral de jaren dertig tot het eind van de jaren zestig van de vorige eeuw een bepalende periode geweest voor het linksgeoriënteerde design. Hij vertelt over zijn liefde voor de sterk typografische affiches in boekdruk en houtsnede uit de jaren dertig, maar ziet ook de jaren vlak na de oorlog als een bepalende periode, ‘toen de partij terugkeerde naar de ideeën van het millennianisme, wedergeboorte en de opbouw van een beter land’. 

    Sana zag bij een recent en verhelderend bezoek met LPGD aan het People’s History Museum in Manchester hoeveel geld en aandacht Labour vroeger voor grafisch ontwerp over had. De tentoongestelde voorbeelden, met hun emblemen, goudfolie, illustraties en kalligrafie, stonden voor een veel grotere boodschap. ‘Het was bijna een manier om tegen de kijker te zeggen: “Wij vinden jou zo belangrijk, dat we je niet zomaar een stukje plastic geven, we geven je iets dat zo prachtig is dat je het wilt hebben en bewaren,”’ vertelt ze een beetje weemoedig.

    Dus wanneer is het misgegaan? Kevin: ‘Tussen eind jaren tachtig en eind jaren negentig werd communicatie veel meer ”verfijnd”. New Labour deed dat uitzonderlijk goed en zo kreeg de partij waarschijnlijk voor het eerst zeer strikte merkrichtlijnen opgelegd.’ Volgens Sana is als gevolg van deze vercommercialisering ‘de centrale functie van het design zijn fundament kwijtgeraakt en nu is het naar mijn idee net een reusachtig verkoopapparaat, en daar heb ik gewoon niets mee’. Het is deze aanpak waartegen LPGD iets probeert te doen: het vluchtige wegwerpkarakter van onverschillig politiek design.

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches

    Het collectief geeft om de paar maanden een ‘artpack’ uit met daarin een aantal door verschillende ontwerpers gemaakte affiches. Deze pakketten stellen altijd een actueel thema aan de orde, zoals de vierdaagse werkweek, de privatisering van de National Health Service, het belang van vakbonden en de klimaatcrisis. Hiervoor creëert de groep visuele elementen waaraan evenveel zorg en aandacht zijn besteed als aan de affiches uit het verleden, met de bedoeling iets te maken wat ‘mooi’ is. Sana: ‘Van oudsher bestond de opvatting dat kunst aan alle mensen toebehoort en dat die “beautification” iets is waarnaar we allemaal moeten streven: het idee dat het leven voor mensen uit de arbeidersklasse mooier moet zijn. En dat is wat LPDG probeert te doen: dingen maken waarvan mensen denken: “Dit is zo mooi, dat wil ik in mijn huis.”’

    628b3f28e461d3b1878b8b5c Simon Pates

    Een van de middelen waarmee LPDG deze ‘beautification’ wil bereiken is door afstand te doen van de archetypische kleurkeuzes. Sana: ‘De functie van kleuren is met de tijd echt veranderd. “Conservatief blauw” en “Labour rood” gaven ooit echt onderscheid aan. Maar nu vervaagt dat onderscheid.’ Het verlangen om niet door kleur te worden beperkt wordt duidelijk als je naar de vele artpacks van LPDG kijkt. In zijn affiche voor het artpack Public Spaces gebruikte Keir Barnett paarse, roze, gele en oranje tinten om een opvallend, in het licht van een zonsondergang badend berglandschap te creëren. Talitha Cargil gaf haar affiche – in het artpack over de privatisering van de NHS – een zuurstokroze achtergrond met pastelkleurige typografie. Dat uiterst zoete beeld vormt een scherp contrast met de serieuze boodschap van het affiche.

    Helderheid en directheid

    Nog een aspect van het historische Labour-design dat LPDG probeert terug te brengen is het gevoel van helderheid en directheid. ‘Hoe verder je teruggaat, hoe meer visuele eenvoud je ziet,’ zegt Kevin. ‘De boodschap is heel effectief, met name wanneer die goed samengaat met de visuele kant.’ Kijkend naar het werk van LPDG noemen Kevin en Sana het affiche van Toby Forster uit het New Green Deal-artpack als een voorbeeld van een ontwerp dat het potentieel van een simpel beeld bewijst. Met een figuur die op een windturbine in aanbouw staat, is het affiche een volmaakt voorbeeld van het adagium ‘show, don’t tell’.

    ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken’

    De Autonomous Design Group is een anoniem ontwerperscollectief, opgericht door een groep individuele ontwerpers die voornamelijk voor linkse activistische organisaties werken. Verreweg de meeste groepsleden, die affiches ontwerpen over actuele maatschappelijke en politieke kwesties zoals huisvesting, vakbonden en de politie, hebben het vak in de praktijk geleerd: maar twee leden hebben een academische kunstopleiding gevolgd. Belangrijke motivatie voor dit collectief is dat iedereen toegang tot design zou moeten hebben, zodat het medium in feite wordt ‘gedemocratiseerd’; leden van de groep organiseren en leiden vaak workshops voor organisaties als People and Planet, The World Transformed en de huurdersbond Acorn. ‘Wij proberen te bereiken dat meer mensen voor hun eigen groep en hun eigen actie ontwerpen kunnen maken.’

    Nog een kerndoel van ADG is om de ontwerpen van de groep op straat te krijgen: ‘Wij ontwerpen niet alleen om het ontwerpen, of om ons werk in een galerie te laten zien. We willen het als instrument inzetten en daarvoor gebruiken we de straat.’ Voor deze manier van werken heeft ADG zich vooral laten inspireren door Atelier Populaire. Dit was een groep radicale studenten die in het Parijs van 1968 demonstraties organiseerde en affiches maakte ter ondersteuning van de arbeidersstakingen. Door de affiches gratis te verspreiden en een kleurige, opvallende, maar simpele zeefdrukstijl te hanteren, gebruikte de groep de straat als megafoon. ADG is ook beïnvloed door de Cubaanse politieke organisatie OSPAAAL (Organización de Solidaridad con los Pueblos de Asia, Europa, África y América Latina), die vooral bekend is uit de jaren zestig, en door See Red Women’s Workshop, een feministische zeefdrukstudio die in de jaren zeventig tegen de kleinerende behandeling van vrouwen protesteerde. Wat al deze bewegingen verbindt is het ‘idee van collectief ontwerpen’, volgens ADG. De groep kan zo twee van de belangrijkste redenen opnoemen waarom er in het Verenigd Koninkrijk nu zo weinig van dit type bewegingen zijn: de voortdurende afbraak van de verzorgingsstaat en van het recht op kraken.

    628684dc3d12e7bebdde79c5 Untitled 26

    Dit verlangen om de verloren gegane waarden van het zichtbare straatactivisme een nieuw bestaan en nieuwe kracht te geven drijft het werk van ADG. En misschien is de belangrijke esthetische invloed die ADG ondergaat van groepen als Atelier Populaire, OSPAAAL en See Red Woman’s Workshop wel hun neiging om affiches te maken die recht-voor-zijn-raap, fel en kleurig zijn. ‘Omdat ons echte doel is om kunst te maken die gewone mensen op straat kunnen zien.’ Dit betekent dat er ook designbewegingen in het verleden zijn die ADG esthetisch gezien verwerpt, met name het werk van de anarchisten uit de jaren negentig. Het collectief vindt dat veel van die ontwerpen door het overheersende gebruik van rood en zwart ‘angstaanjagend’ overkomen, waardoor de politieke en maatschappelijke boodschap die de makers proberen over te brengen, ‘intimiderend’ kan overkomen. ‘Die ideeën zouden niet supereng moeten zijn, of alleen gericht op een bepaald subgroepje in de samenleving. Door je eigen esthetiek te bederven, schiet je jezelf in de voet.’

    Rent Strike-posters

    Een briljant voorbeeld van de kleurige en betrokken benadering van ADG is te vinden in de door het collectief zelf geïnitieerde Rent Strike-posters, waarvan vele tijdens de pandemie werden ontworpen, toen al langer bestaande huisvestingsproblemen en ongelijkheden extra duidelijk naar voren kwamen. Een ervan – The Rent is too Damn High. RENT Strike – is een collage in de sfeer van de Franse affiches uit de jaren zestig: een brutalistisch flatgebouw, bijna verscholen achter weelderige palmbomen, met daaronder de slogan in een retro-lettertype. Op een ander opvallend exemplaar – Landlords Need Us, We Don’t Need Landlords – breekt zo’n brutalistisch gebouw door de diepblauwe achtergrond heen, terwijl de barsten zijn versierd met roze bloesems. Beide posters vertonen schoonheid en een zichtbaar optimisme en geven zo hoop op de mogelijkheid van een betere toekomst. Het is het zeldzame type politiek affiche, zowel anekdotisch als visueel, dat je in je slaapkamer zou willen hangen.

    ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken’

    Met dit soort opvallende en unieke ontwerpen hoopt het collectief mensen aan te trekken. ‘Met een klein beetje tekst laten we zien hoe ze daadwerkelijk bij de beweging betrokken kunnen raken.’ Daarom zijn naast de beeldkeuze ook de tekst en formulering voor het collectief van groot belang. Net als LPGD streeft ADG naar eenvoud, toegankelijkheid en samenhang. ‘Links heeft een veel te grote neiging naar onnodig wollige taal. Maar die is niet bevorderlijk om een idee toegankelijk over te brengen.’ Daarom discussieert de groep vaak uitgebreid over de ‘exacte’ formulering van een slogan, de hoeveelheid tekst en hoe zichtbaar die moet zijn. Daarbij wordt altijd één belangrijke vraag gesteld: ‘Als mensen hierlangs lopen, zien ze het dan en, belangrijker: begrijpen ze het?’

    628b3df8a5a4f75d3a2305b7 Peter Brawne2

    Het is duidelijk dat de twee collectieven bepaalde kernaspecten van hun ontwerpen, hun aanpak en hun ethische opvattingen gemeen hebben. Beide zien ontwerpersbewegingen uit de twintigste eeuw als krachtiger en overtuigender, terwijl een verenigde, radicale ontwerpcultuur in hun ogen momenteel ontbreekt. Ze vinden het belangrijk om levendigheid, kleur en visuele herkenbaarheid in hun affiches terug te brengen en dat onderscheidt hen van de saaie monotonie waaronder het huidige politieke design lijdt. Ten slotte willen ze afstand nemen van al te grote gecompliceerdheid en zich juist op eenvoud en toegankelijkheid richten. Daarom zijn hun affiches niet alleen esthetische objecten, maar ook een middel om een duidelijke en inzichtelijke boodschap af te geven. Bij de discussie over de toekomst van hun projecten zijn LPDG en ADG tot dezelfde conclusie gekomen, namelijk dat ze meer middelen moeten verwerven en op zoek moeten gaan naar creatieve samenwerkingsverbanden tussen individu en collectief. Met deze aanpak kunnen de affiches van nu weer even vooruitziend, tijdloos en overtuigend worden als die uit het verleden.

  • Gerecenseerd

    Gerecenseerd

    360 kiest een aantal door de buitenlandse pers beschreven concerten, voorstellingen, boeken, films en exposities die naar Nederland of België komen, of online te vinden zijn.

    Neon White is niet alleen voor freaks

    Razendsnelle, Japans geïnspireerde magie

    GAME | Terwijl het laatste oordeel al nadert, bevinden er zich nog binnengedrongen demonen in het Paradijs die koste wat kost op tijd moeten worden verdreven. Dat is het uitgangspunt van het spel Neon White, dat in juni werd uitgebracht op pc en Nintendo Switch en gemaakt is door Ben Esposito en de kleine studio Angel Matrix. Als speler ben je een van de huurmoordenaars die deze helse taak toebedeeld krijgt (en heb je ook amnesia). ‘Het is een understatement om te zeggen dat dit spel erg snel gaat,’ aldus de Britse gamesite Eurogamer

    Game Informer is onder andere enthousiast over de invloed van vroegere Japanse actiegames. ‘Volgens Esposito is het spel bedoeld voor “een heel specifiek publiek,”’ aldus het Amerikaanse tijdschrift. ‘Anders gezegd (…): het is gemaakt voor freaks.’

    ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde’

    Toch is het nu al razend populair. Andrew Webster van technologiesite The Verge ‘kan er geen genoeg van krijgen’ en noemt de game ‘enorm bevredigend’. Eric Van Allen van gamesite Destructoid beschreef hoe ‘geweldig (…) het voelt om eindelijk een level onder de knie te hebben’. Blake Hester van Game Informer sprak van ‘een van mijn meest vermakelijke speelervaringen in jaren’. ‘Nooit had ik zo’n adrenalinestoot gevoeld als toen ik op de eerste plaats in het klassement belandde, minder dan een milliseconde voor mijn concurrenten. Als dat geen magie is, weet ik het ook niet meer,’ schreef ook Eurogamer-recensent Oisin Kuhnke. Spelsite Kotaku vat het samen: ‘Neon White is echt zo goed als iedereen beweert.’

    Door Laura Weeda

    ss 7ebe34f5d96739a0901619b31b8f5a2a1c43bc50.1920x1080


    Over het verstrijken van tijd en pure existentie

    Filmcamera als nieuwsgierige antropoloog

    SPEELFILM | In zijn film Il Buco reconstrueert de Italiaanse regisseur Michelangelo Frammartino een expeditie uit 1961 in een bijna 700 meter diepe grot in Calabrië, de zuidelijkste regio van Italië. Terwijl een team speleologen steeds verder de diepte induikt, wordt een oude, doodzieke herder door zijn metgezellen verzorgd op een van de naast gelegen bergflanken.

    In een poëtisch geschreven recensie voor het Spaanse filmmagazine El Antepenúltimo Mohicano omschrijft Javier Acevedo Nieto Il Buco als een ‘meeslepende film’. Door de fraaie cameravoering en het ontbreken van dialogen maakt de regisseur van de grot ‘haast een levend organisme dat ademt, huilt en resoneert’. Volgens Nieto grijpt Frammartino terug naar de ‘grootsheid van primitieve cinema met een camera die als een nieuwsgierige antropoloog fungeert, waarbij de verrichtingen van de mens volledig in het niet vallen’. 

    Diego Battle van de internationale filmssite Otros Cines noemt het ‘cinema van de contemplatie’, maar dan letterlijk: ‘Onderdompeling. Waar veel hedendaagse films worden gedomineerd door hyperstimulatie en duizeling wekken, is Il Buco een balsem voor de bioscoopbezoeker.’ 

    ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven’

    ‘Docufictie met uitsluitend prachtige beelden,’ luidt de conclusie van Jessica Liang, criticus van Variety. Ze vindt het een geslaagde keuze dat de parallel tussen de zieke herder en de grotexpeditie door wetenschappelijke buitenstaanders ‘niet leidt tot een dramatisch conflict, maar bewust vaag is gehouden’. 

    Minder enthousiast is Liang over de poging om in de film de sfeer van begin jaren zestig op te roepen: ‘Klassieke canvastenten, een antieke leren voetbal en een tijdschrift met Sophia Loren op de cover. Dat komt gekunsteld over. Vooral omdat deze film niet zozeer een paar decennia overbrugt maar terugvoert naar een lang vervlogen geologisch tijdperk.’

    Peter Bradshaw gaat in zijn bespreking voor The Guardian nog een stap verder: ‘Il Buco weigert betekenis en bestaansrecht prijs te geven. Daardoor dwingt hij ons na te denken over iets existentieels dat verder gaat dan het verstrijken van de tijd.’

    Il Buco van Michelangelo Frammartino is vanaf 23 juni te zien in de bioscoop.

    Door Diederik Samwel

    Il Buco ps 1 jpg sd low


    Weggezet als homoseksuele roman

    Een nieuwe kans voor James Purdy

    LITERATUUR | Toen auteur Jon Michaud in een artikel voor een literair tijdschrift de naam James Purdy noemde, kreeg hij van de redacteur de suggestie deze er maar uit te laten, omdat niemand toch van hem had gehoord, vertelt Michaud in The New Yorker. Deze typering als outsider heeft de Amerikaanse auteur, die in 2009 in New Jersey overleed, zijn leven lang achtervolgd. Toen hij begon met verhalen inzenden, aldus Purdy geciteerd in het Amerikaanse weekblad, ontving hij keer op keer ‘boze, knorrige, verontwaardigde afwijzingen van de gelikte tijdschriften uit New York, en zo mogelijk nog vijandiger commentaar van de kleinere bladen’. ‘Hij schreef over liefde en verlangens tussen mensen van hetzelfde geslacht en zei dat dat iedereen kan overkomen,’ aldus biograaf Michael Snyder. ‘Bovendien combineerde hij die thematiek met kwesties van ras en macht. New Yorkse critici hebben hem gewoon de mond gesnoerd.’ Ook The Guardian beschrijft hoe ‘deze witte schrijver uit het Midwesten, die schreef over outsiders – vrouwen, Afro-Amerikanen, homo’s, inheemse Amerikanen – (….) zelf [werd] verstoten door het Amerikaanse literaire establishment’. 

    ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief’

    Inderdaad werd een van zijn vroege werken (1965) door The New York Times weggezet als een ‘homoseksuele roman’ en door een collega-auteur getypeerd als een ‘vijfderangs avant-gardesoap [over] gebed en flikkerij’. Ondanks dat het zijn bestverkochte boek was, met een recensie in de Sunday Times door George Steiner waarin deze Purdy’s gave prees ‘om zenuwen en botten te laten spreken’, en ondanks dat hij al bij leven fans had als Dorothy Parker, Susan Sontag en Paul Bowles, bleef het label ‘homoseksuele schrijver’ de rest van zijn carrière aan hem kleven. ‘Ik ben geen homoseksuele schrijver. Ik ben een monster. Homoseksuele schrijvers zijn te conservatief,’ luidde zijn commentaar.

    Dit lijkt de aangewezen tijd voor een herwaardering van zijn werk, dat zijn biograaf typeert als ‘jazz’ en door The Guardian met dat van Wes Anderson wordt vergeleken. Bij uitgeverij Athenaeum verschijnt in juli Ik ben Elijah Thrush, uit 1972. Zou hij daar zelf blij mee zijn geweest? Als mensen al te zeer gesteld op hem zouden raken, merkte hij ooit op, ‘zou ik denken dat er iets was misgegaan’.

    James Purdy, Ik ben Elijah Thrush, verschijnt in juli bij uitgeverij Athenaeum in een vertaling van Harm Damsma en met illustraties van Charlotte Schrameijer.

    Door Laura Weeda


    Album als therapeutische sessie 

    Persoonlijke bekentenissen op meesterlijke muziek 

    HIPHOP | Met zijn nieuwe album Mr. Morale & The Big Steppers bewijst de Amerikaanse rapper en songwriter Kendrick Lamar (34) zich opnieuw als ‘absolute meester van de hiphop’, schrijft Luc Lorfèvre in de Waalse krant Dernière Heure. Volgens de recensent verstaat Lamar de ‘kunst van concieze communicatie’, terwijl hij met ‘een alomtegenwoordige piano, rijke klankpaletten en samples van soul en jazz uiterst gevarieerde sferen oproept en zijn gehoor in een sprankelende flow brengt’. 

    Zijn collega van Forbes India staat uitgebreid stil bij Lamars literaire verdiensten die hem in 2018 als eerste muzikant in de geschiedenis de Pulitzer Price opleverden: ‘Hij geldt als een van de meest invloedrijke hedendaagse schrijvers die in zijn lyriek verbanden legt tussen politiek, sociaal onrecht en zijn persoonlijke leven. Op zijn nieuwe album is het alsof hij mediteert om innerlijke demonen en onderdrukte emoties te bedwingen. Tegelijkertijd probeert hij in balans te komen met zijn gezinsleven en zijn wereldfaam.’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel’

    ‘Alles wat uit Kendricks mond komt, heeft een doel. Meestal komt hij met gefundeerde kritiek van sociaal-maatschappelijk belang,’ schrijft Pedro Ibarra voor Correio Braziliense. Maar op Lamars laatste album draait het vooral om zelfreflectie, denkt Ibarra: ‘Hij gebruikt verhalen uit zijn eigen leven om kwesties aan te kaarten die zijn persoonlijke belang ver te boven gaan. Van seksuele intimidatie waarmee hij in zijn jeugd te maken kreeg tot homofobie en de bejegening van zwarte mensen. Zo ontstaat een therapeutische sessie waar de hele wereld baat bij heeft.’

    Ook Michael Dwyer van The Sydney Morning Herald vergelijkt Lamars nieuwe album met een therapie: ‘Inclusief persoonlijke bekentenissen over zijn seksverslaving en zijn giftige interpretatie van het begrip mannelijkheid.’ Muzikaal vernieuwend klinkt het niet, maar daar zit Dwyer helemaal niet mee: ‘Lamar blijft comfortabel in zijn kenmerkende, jazz-getinte wereld waarin een elegante piano voor harmonie zorgt. De manier waarop zijn songs je hart veroveren heeft dan ook meer weg van Marvin Gaye dan van Dr. Dre.’

    Nadat hij met zijn vorige albums de wereld een spiegel heeft voorgehouden, doet Lamar dat ditmaal bij zichzelf, schrijft Will Pritchard in The Telegraph: ‘En daarbij komt hij tot een doorbraak, een ware openbaring. Meesterlijk, teder én volkomen rauw.’

    Mr. Morale & The Big Steppers, het vijfde album van Kendrick Lamar is eind mei wereldwijd uitgebracht.

    Door Diederik Samwel

    attachment kendrick lamar mr morale hotsteppers cover

  • Kraanwater moet weer cool worden

    Kraanwater moet weer cool worden

    Waarom wordt overal ter wereld water uit flessen gedronken, zelfs in gebieden waar kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is? Antwoord: omdat water uit de kraan niet het gigantische marketingbudget heeft waar multinationals 217 miljard dollar per jaar mee omzetten.

    Het Penrose Recreation Center in het noorden van Philadelphia heeft een nieuwe lik verf gekregen. Na de onthulling afgelopen september zien de omwonenden nu op een van de muren een helblauw portret van een heuse buurtgenote die met een grijns op haar gezicht een slok neemt uit haar navulbare drinkfles. Het is een van de twee muurschilderingen die het drinkwaterbedrijf van Philadelphia heeft laten maken om het plaatselijke kraanwater te promoten, toen aan het licht kwam dat veertig procent van de inwoners thuis uitsluitend flessenwater dronk. Ook bleek dat flessenwater vooral werd gekocht door mensen met een Afro-Amerikaanse of Zuid-Amerikaanse achtergrond en uit de lagere inkomensklasse.

    Dat was een zorgwekkende ontdekking, ‘vooral in een stad als Philadelphia, waar het kraanwater van verbazingwekkend goede kwaliteit is’, zegt Maura Jarvis van het plaatselijke drinkwaterbedrijf. De drinkwatervoorziening in de Verenigde Staten als geheel behoort tot de veiligste ter wereld en het water in Philadelphia voldoet aan de officiële veiligheidsnormen en valt binnen de geadviseerde grenzen voor bepaalde synthetische stoffen waarvoor nog geen regels bestaan. Het drinkwaterbedrijf heeft zich ten doel gesteld het vertrouwen in het plaatselijke kraanwater te herstellen. Maar dat zal niet meevallen.

    ‘Het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen’

    ‘We moeten concurreren met een gigantische flessenwaterindustrie die haar status quo wil behouden,’ zegt Jarvis. ‘Maar het slaat gewoon nergens op dat de kwetsbaarste gemeenschappen geld spenderen aan iets waarvoor ze niet zouden hoeven betalen.’

    De flessenwaterindustrie is wereldwijd goed voor een omzet van 217 miljard dollar, een bedrag dat jaarlijks 11 procent stijgt. En van de 29 miljard waterflessen die Amerikanen jaarlijks kopen wordt maar een op de zes gerecycled. De rest heeft duizend jaar nodig om te vergaan, waarbij de nodige vervuilende stoffen in de watersystemen terechtkomen. Volgens het Barcelona Institute for Global Health is de impact van het drinken van flessenwater op onze ecosystemen veertienhonderd keer hoger dan die van kraanwater en zijn er alleen om aan de vraag in de VS te voldoen al zeventien miljoen vaten olie per jaar nodig. Een zaak dus met grote gevolgen voor zowel milieu en volksgezondheid als sociale gelijkheid.

    Maar hoewel we weten dat flessenwater een aanslag is op onze portemonnee, onze gezondheid en onze planeet blijven we het kopen, zelfs in gebieden waar de toevoer van kraanwater betrouwbaar, veilig en bijna gratis is. Dus hoe kunnen we ervoor zorgen dat mensen voor het alternatief kiezen?

    Hoe massaal werd overgestapt op flessenwater

    Het idee om water te bottelen en naar nieuwe bestemmingen te transporteren ontwikkelde zich tot een commercieel fenomeen in de jaren zeventig van de vorige eeuw, toen Perrier agressief reclame begon te maken voor haar flessen bruisend H₂O als een chic, ambitieus alternatief voor kraanwater. In de jaren negentig volgden Coca-Cola en Pepsi, die hun distributienetwerken gebruikten om de markt te overspoelen met hun eigen merken flessenwater.

    Wat er in deze flessen zit is niet per se beter, zoals tests uitwijzen. Maar flessenwater heeft iets heel belangrijks wat kraanwater mist: een gigantisch marketingbudget. Richard Wilk, hoogleraar antropologie aan Indiana University, schreef in 2006 in het Journal of Consumer Culture dat de alomtegenwoordigheid van flessenwater te danken is aan marketeers, of zoals hij het uitdrukt, ‘tovenaars die alledaagse en in overvloed aanwezige zaken in exotische kostbaarheden veranderen’. Tegenwoordig zijn er zelfs chique hotels en restaurants die watersommeliers aanstellen.

    ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben’

    Door lyrische verhalen op te hangen over natuurlijke bronnen en hun flessen te versieren met plaatjes van gletsjers en bossen, hebben ze ons ervan overtuigd dat wat zij verkopen gezonder, smakelijker en natuurlijker is dan wat via leidingen ons huis binnenkomt. Die strategie is zo succesvol dat velen zich niet realiseren dat de bron van hun water veelal dezelfde is als die van ons. ‘Deze bedrijven kunnen miljarden dollars aan reclame besteden,’ zegt Wilk. ‘Een staats- of gemeentebestuur dat met zijn beperkte middelen ook nog duizend andere dingen moet doen, kan met geen mogelijkheid op tegen de marketing van een softdrinkbedrijf.’

    Sam Höller werkt voor a tip: tap, een non-profitorganisatie die kraanwater promoot in Duitsland. Hij zegt: ‘Overal waar ik kom in Duitsland zeggen mensen me dat ze het beste kraanwater van het land hebben. Dat is geweldig nieuws, zeg ik dan. Ik ken meer mensen zoals jullie.’ Toch is flessenwater een bloeiende bedrijfstak die aan veel mensen werk biedt, zodat het promoten van een gratis alternatief minder makkelijk is dan je zou denken. Maar a tip: tap doet zijn best. In Berlijn heeft de organisatie sinds 2010 het aantal openbare waterfonteintjes helpen groeien van zestien tot meer dan tweehonderd.

    Hoe de kraan terrein wint

    Langzaam maar zeker worden consumenten zich bewuster van het afval dat flessenwater produceert en stappen ze over op navulbare waterflessen of eisen ze betere verpakkingsalternatieven. Toen Kim Kardashian haar Instagramvolgers in 2020 een rondleiding gaf in haar keuken, zullen ze hebben gezien dat haar koelkast uitsluitend water bevatte van merken die glas of karton als verpakking gebruiken en geen plastic. In 2019 promootte Gwyneth Paltrow gebotteld water van Flow, een B-merk dat recyclebare Tetra Pak-verpakkingen gebruikt.

    PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt

    Ook grote bedrijven beginnen zich aan te passen aan de veranderende consumentenvoorkeur. Volgens Euromonitor is de verkoop van flessenwater in Duitsland (de op een na grootste Europese consument van het product) in 2021 met drie procent gedaald. Dit leidde ertoe dat Coca-Cola in 2021 zijn merk Apollinaris uit de Duitse supermarkten haalde, nadat de verkoop van hun segment ‘hydrateringsproducten’ met 11 procent was gedaald. PepsiCo verwierf in 2020 voor 3,2 miljard dollar SodaStream, een merk dat van kraanwater bruiswater maakt. Ondertussen lanceert zowel Danone als Nestlé zijn eigen systeem om thuis kraanwater een smaakje te geven, te laten bruisen en te filteren.

    Maar de Europese campagnegroep Break Free From Plastic klaagt dat de reactie van de grote bedrijven op het plasticprobleem meestal voorbijgaat aan de kern van de zaak. In plaats daarvan besteden ze de meeste energie aan het hypen van onbewezen technieken, het verleggen van de verantwoordelijkheid naar de consument of het simpelweg aankondigen van projecten die nooit zullen worden gerealiseerd. Wat echt nodig is, is een transitie naar nieuwe systemen die zijn gebaseerd op hergebruik, aldus de campagnegroep.

    Hoe de regels worden veranderd

    Vorig jaar heeft de Europese Unie verscheidene plastic items voor eenmalig gebruik in de ban gedaan, maar geen flessen. De VN hebben zich voorgenomen een eind te maken aan de plasticvervuiling, maar een bindende overeenkomst laat nog op zich wachten. Toch is er op plaatselijk niveau al een aantal succesverhalen. In Cape Cod, Massachusetts, heeft de campagnegroep Sustainable Practices actie gevoerd om de verkoop van flessenwater binnen de gemeentegrenzen te verbieden. Negen gemeenten hebben het idee inmiddels overgenomen en toegepast. ‘Flessenwater komt uit een bron in iemands gemeente. Het komt niet van een andere planeet,’ zegt Madhavi Venkatesan, verbonden aan de economische faculteit van Northeastern University in Boston en directeur van Sustainable Practices. ‘Dus zitten er dezelfde vervuilende stoffen in als in je plaatselijke water, maar met een plastic fles vererger je die vervuiling.’

    Het verbieden van plastic flessen is een voortdurende strijd: zo gaat het dorp Sandwich in Massachusetts binnenkort voor de derde keer over de kwestie stemmen, nadat het verbod vorig jaar tot tweemaal toe door de gemeenteraad was goedgekeurd en vervolgens weer verworpen. Volgens Venkatesan maken tegenstanders van het verbod (dat tijdens de laatste campagne 38 van de 300 stemmen tekortkwam) zich vooral zorgen over de gevolgen voor winkeliers of willen ze het gemak behouden van het kopen van flessenwater.

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik

    In 2019 verbood de luchthaven van San Francisco de verkoop van plastic waterflessen voor eenmalig gebruik. Voor 95 procent van de in plastic gebottelde waterproducten kon de luchthaven een geschikte alternatieve verpakking bieden. ‘De winstmarge voor onze verkopers is nagenoeg gelijk gebleven,’ zegt Erin Cooke, directeur duurzaamheid van de luchthaven. ‘En we hebben ze de mogelijkheid geboden meer premiumproducten te verkopen, zoals herbruikbare flessen van glas of ander materiaal.’ Om het makkelijker voor consumenten te maken om hun eigen waterfles mee van huis te nemen, heeft de luchthaven honderd navullocaties geïnstalleerd en wordt reizigers meegedeeld dat ze met een lege waterfles moeiteloos door de security komen.

    Waar San Francisco een ongebruikelijk verbod op plastic flessen heeft ingesteld, ondernemen veel andere luchthavens stappen om alternatieven aan te bieden. De luchthaven van Manchester in het VK heeft zich aangesloten bij het landelijke programma Refill, dat mensen met behulp van een app helpt de dichtstbijzijnde plek te vinden om hun fles te vullen.

    Terug naar Philadelphia, waar het drinkwaterbedrijf blijft peilen hoe inwoners over kraanwater denken, om te zien of de boodschap doorkomt. Het is nog te vroeg om de effectiviteit van de campagne te kunnen beoordelen, zegt Maura Jarvis, maar de houding is al een klein beetje positiever geworden. ‘Mensen moeten zelf kiezen wat het beste is voor hun gezin en hun huishouden,’ zegt ze. ‘Maar ik wil niet dat ze voor flessenwater kiezen zonder dat ze de feiten kennen.’

  • Zweet, sissend vlees en gezwaai met messen: een inkijk in de keuken van een Parijse bistro

    Zweet, sissend vlees en gezwaai met messen: een inkijk in de keuken van een Parijse bistro

    Een voormalige ober onthult wat er achter de klapdeur van een Parijse bistro gebeurt. Hij vergelijkt de hectiek in de keuken met een aards inferno. ‘De chef-kok duwt me tegen de muur, zijn mes vlak bij mijn oog.’

    Keuze uit het archief

    De Deense topchef René Redzepi kondigde deze week aan te vertrekken bij het wereldberoemde sterrenrestaurant Noma. Hij wordt beschuldigd van fysiek en verbaal geweld richting personeel. Daarmee lijkt er sprake te zijn van een cultuuromslag: ondergeschikten pikken het niet langer om door hun chef-kok geïntimideerd te worden.
    In dit artikel van The Telegraph uit 2022, een fragment uit het boek A Waiter in Paris, doet ober Edward Chisholm uit de doeken hoe het er in de Parijse bistro Les Deux Magots achter de schermen aan toegaat. Het stuk sluit naadloos aan bij de onthullingen van de afgelopen week.

    ‘Veel mensen zien een restaurant in Parijs misschien als iets moois, een goed geoliede machine vergelijkbaar met een goed getraind leger, iets wat al eeuwen op rolletjes loopt. Dat beeld klopt niet. Een restaurant in Parijs is een tweemaal daagse oefening in crisisbeheer en winstmaximalisatie en eerlijk gezegd, nu ik weet hoe het werkt, kan ik vertellen dat het een wonder is dat de gerechten zoals jij ze besteld hebt op tafel belanden. Een restaurant in Parijs is in werkelijkheid een inefficiënte bedoening, bemand door onderbetaalde en ondervoede slaven.’

    Dat zegt Edward Chisholm, die tien jaar geleden aan de grond zat in Parijs en een baan kreeg in een restaurant dat het midden hield tussen een buurtbistro en een sterrentent, en zich profileerde als ‘een soort Mekka waar mode en goed eten bij elkaar komen: het hedendaagse Parijs in een notendop’.

    Dat betekende dat hij twaalf tot veertien uur per dag moest werken, slechts gevoed door koffie en sigaretten

    Chisholm, beter bekend als ‘l’Anglais’, ‘de Engelsman’, begon als runner, de laagste positie op de ladder van de bedieningshiërarchie. Dat betekende dat hij twaalf tot veertien uur per dag moest werken, slechts gevoed door koffie en sigaretten, en tijdens zijn pauzes in een hokje van de herentoiletten in een naburig luxehotel wat bijsliep.

    De klapdeur achter in het restaurant vormde voor Chisholm het begin van een groot avontuur en van een levenslange liefde voor Frankrijk en Europa. Plotseling werd hij ingewijd in een van de meest iconische steden op aarde. Hij ontdekte een verborgen wereld bevolkt door dieven, immigranten zonder papieren, ex-soldaten, zogenaamde acteurs, drugsdealers en meer.

    Zoals de vergeten arbeiders in veel rijke steden zwoegden ze gezamenlijk in de schaduw van de Lichtstad, in de hoop dat dat tijdelijk was en het echte leven ergens om de hoek lag. Hier moesten ze alleen even doorheen.

    Nu, tien jaar later, heeft Chisholm een boek geschreven over zijn ervaringen. Het volgende fragment beschrijft de gruwelen van de Passage en de grote gevaren die op de loer liggen wanneer je de bovenkeuken betreedt…

    Afdaling naar de eethel

    Een restaurant in Parijs is als een bijenkorf, met jullie, de gasten, bovenaan, en de keukens ergens beneden. Maar het knooppunt van deze operatie, de plek die deze twee werelden verbindt en waar ik het grootste deel van mijn tijd doorbracht, heet de Passage.

    Dit vagevuur van zes vierkante meter met lage plafonds is de plek waar al het eten en drinken langskomt, hetzij vanuit de keukens richting restaurant, hetzij op de terugweg in de vorm van vuile borden en glazen. Hier komen ook de obers samen, een groep buitenbeentjes die meer weghebben van een goed geklede straatbende dan van een groep obers in een chic restaurant in Parijs.

    De Passage is de poort naar de onderwereld, compleet met zijn eigen Hellehond in de vorm van drie linke Sri Lankanen die geen genade kennen en hun werk verrichten in een ruimte ter grootte van een cockpit, slechts verlicht door een kaal peertje. Ze dragen vuile laboratoriumjassen die ooit wit waren en die bij de knopen opbollen door de vele lagen kleding eronder. Ook al zijn deze mannen de bewakers van het inferno beneden, in de Parijse winters werken ze bij ijskoude temperaturen aangezien de Passage voor de zomer ook een opening heeft naar het terras, die in de winter attent wordt afgedekt met een dun metalen luik.

    De leider van de bende in Le Bistrot de la Seine is Nimsath, een kleine pezige man met diepe groeven in het gezicht, een intense blik en vinnige houding, die schijnbaar altijd op het punt staat te ontploffen. Hij is donker en gespierd. Hij zou eind twintig of veertig kunnen zijn – dat is lastig te bepalen aan de hand van zijn uiterlijk. Hij maakt een prachtig grommend geluid als hij boos is. ‘Tamiltijger, vrijheidsstrijder,’ blaft hij dan. ‘Niet Sri Lankaans, niet Indiaas, Ingleeshman.

    De mannen die de Passage beheren, blijken allemaal lid te zijn van een guerrillaorganisatie

    De tweede Tamil is reusachtig, met zeer donkere trekken. Alle obers noemen hem Baloo. Hij heeft vriendelijke ogen en beweegt zich langzaam en doelgericht, alsof hij bang is iets te breken. De derde heet Mani. Ik heb hem niet eerder gezien. Hij zegt niets, kijkt alleen naar me en glimlacht.

    De mannen die de Passage beheren, blijken allemaal lid te zijn van een guerrillaorganisatie die sinds 2006 op de zwarte lijst van de Europese Unie staat. Uit gesprekken met Nimsath en de andere Tamils blijkt dat het geharde soldaten zijn, met genoeg gruwelverhalen om de obers door de tragere diensten te loodsen. Je kunt je soms moeilijk voorstellen dat deze mannen die daar borden aan het stapelen zijn en tegen de obers schreeuwen, bedreven zijn in lijf-aan-lijfgevechten en weten hoe ze een guerrilla-aanval op een gewapend konvooi moeten plannen en uitvoeren.

    Kwijtgeraakt bord

    Van iedereen die in het restaurant werkt respecteer ik Nimsath waarschijnlijk het meest. Niemand werkt harder. Een meter zestig, louter spieren en agressie. De obers mogen dan schreeuwen en tekeergaan over een kwijtgeraakt bord, ze weten allemaal dat Nimsath hen met gemak in elkaar timmert. Hij hoeft het niet te zeggen, je ziet het aan de blik in zijn ogen. Tegelijkertijd heeft hij iets komisch, haast kinderlijks.

    Natuurlijk probeert het management met haar kleingeestige regeltjes soms de onafhankelijke geest van de Tamils te breken. Maar ze onderschatten hen en weten waarschijnlijk niet precies met wie ze te maken hebben. Want hoe zwaar het ook wordt, de Tamils krijg je er niet onder. Ze breken niet. Op momenten dat het wat rustiger is, stel ik me graag voor dat Corentin, de manager, de Passage binnenkomt om hen te berispen, waarna de Tamils als uit een schuttersputje tevoorschijn sluipen, messen tussen de tanden geklemd, om ‘het gevaar te neutraliseren’. Mogelijk sleept Baloo daarna het nog warme lijk van Corentin terug de Passage in om het vervolgens op gepaste wijze te laten verdwijnen.

    Als enige Engelsman in het restaurant kreeg ik snel de naam, of misschien de identiteit van l’Anglais, de Engelsman. Ik kwam erachter dat die naam op veel verschillende manieren kan worden uitgesproken: met afkeer, bewondering, achterdocht. Maar niemand schept er meer genoegen in mijn naam te roepen dan Nimsath, die de voorkeur geeft aan de Engelse versie, die hij uitspreekt als Ing-gleeesh-maan.

    Behalve deze vrij oppervlakkige buitenkant, weet niemand iets over mij. Niemand lijkt ook erg geïnteresseerd, en dat is prima. We zijn hier tenslotte om te werken, en alleen daarop word ik beoordeeld. Maar voor Nimsath heb ik een zekere fascinatie. Hoewel onze levens totaal verschillen en de redenen waarom we hier zijn nog meer, ziet Nimsath ons als gelijken: we zijn beiden buitenlanders in Frankrijk. En hij heeft een obsessie met Londen. Dat is een voordeel, want ik ontdek al snel dat je voor een succesvolle baan als runner maar beter de Tamils, en in het bijzonder Nimsath, aan jouw kant kan hebben.

    Als gast denk je dat je naar een restaurant gaat om te eten, maar wat je daadwerkelijk wordt verkocht is een illusie

    Als gast denk je dat je naar een restaurant gaat om te eten, maar wat je daadwerkelijk wordt verkocht is een illusie. Het is doodeenvoudig theater. En jouw ober, de eerste en laatste schakel in de keten die jou, die boven zit, verbindt met de arme drommels die onder de grond lopen te zweten en te vloeken, is de grootste acteur van allemaal.

    GettyImages 635968091
    Op het terras van de beroemde bistro Les Deux Magots lijkt alles van een leien dakje te gaan. – © Peter Turnley/ Corbis/VCG via Getty Images

    Vergeet niet dat de ober slechts één doel heeft en dat is ervoor zorgen dat jouw bestelling precies op tijd op jouw tafel terechtkomt. Het lijkt zo eenvoudig. Daarom verwijt je hem soms dat hij onaardig is en laat je na hem fooi te geven. Maar om zijn eenvoudige doel te bereiken, moet de ober ervoor zorgen dat Nimsath en de andere Tamils in de Passage prioriteit geven aan jouw bestelling. Simpel gezegd betekent dit dat hij de Tamils paait, onder druk zet en overhaalt om andere bestellingen even te laten voor wat ze zijn, en tegelijkertijd gerechten van andere obers steelt zodat hij zijn eigen bestelling compleet heeft en kan wegbrengen.

    Dit proces wordt bemoeilijkt door het feit dat elke ober precies hetzelfde doet. En ze doen het omdat ze jouw fooi willen. Als runner sta ik regelmatig aan de ontvangende kant van al deze stress. De obers hebben het vaak zo druk met het afhandelen van verzoeken van hun tafels dat ik regelmatig met strikte instructies naar de Passage wordt gestuurd om iets te halen dat nog ontbreekt. Als er dan een probleem is, is het dus meteen mijn schuld: zo is het leven aan de onderkant van de voedselketen nu eenmaal. En als ik snel iets moet regelen, dien ik me tot Nimsath te wenden.

    Niet meer dan een concept

    De gebeurtenissen in het restaurant laten Nimsath koud: het restaurant ligt weliswaar direct achter de klapdeur, maar voor hem is het niet meer dan een concept, ongeveer net zo vaag en onbestemd als Londen. De wereld van Nimsath bestaat uit de zes vierkante meter waar hij werkt. Of een Hollywoodster misschien op haar seizoensgroenten wacht en een van de obers op het punt staat mij te vermoorden, interesseert hem geen moer. Zijn werk is eenvoudig: het eten arriveert, hij doet zijn best om complete bestellingen samen te voegen zonder al te veel inmenging van de obers; de vuile borden die binnenkomen stuurt hij terug naar beneden. En als je iets van hem gedaan wil krijgen, tja, dan zal je dat moeten verdienen.

    Je zal je fooien met hem moeten delen; je zal moeten accepteren dat hij jouw gerechten soms aan iemand anders meegeeft en dus met hem in discussie moeten gaan en daarbij, als vast onderdeel van je baan, elk denkbaar Tamil-scheldwoord voor je kiezen krijgen; en ten slotte zal je tegen hem terugschreeuwen, en wel in het Tamil, want elke zichzelf respecterende Parijse runner of ober spreekt wel een klein beetje Tamil. Maar als de dienst dan voorbij is en de slachtoffers geteld zijn, drink je weer koffie met hem en hoop je dat hij je van wat overgebleven voedsel kan voorzien, want je hebt al acht uur niet gegeten. En dan praat je over van alles en nog wat totdat de volgende keer exact hetzelfde gebeurt. Het is een herhaling van herhalingen.

    Als runner is mijn positie ten opzichte van de Tamils extra zwak aangezien ik geen fooien krijg en ze dus ook niet kan delen, hoewel zij volgens mij denken dat ik gewoon gierig ben. In theorie is het de bedoeling dat de obers mij elk drie euro geven voor mijn werk, maar dat doen ze zelden en het is vernederend om ze aan het eind van de dienst als een Oliver Twist met uitgestoken hand langs te gaan.

    Het gevolg is dat het Nimsath geen zier kan schelen of de obers tegen me schreeuwen dat ik de ontbrekende pommes dauphinoises voor tafel 487 moet gaan halen. Ik heb meer harde valuta nodig om dit alles draaiende te houden, ik moet fooi gaan verdienen en niet alleen om de Tamils om te kopen, ook om van te kunnen leven. Tot die tijd heb ik één troefkaart wat Nimsath betreft: Londen. Maar hoelang dat zal duren? Ik heb geen idee.

    ‘Londen goed, Parijs slecht’ is zijn vaste uitspraak.

    Voor Nimsath is het ondenkbaar dat ik Londen heb verlaten, waar, volgens hem, iedereen vriendelijk is en je nooit als slaaf wordt behandeld. De kans dat hij ooit Londen zal bereiken is klein, en dat weet hij. Dus neemt hij er genoegen mee mij vragen te stellen in gebroken Engels in de hoop dat hij door met mij, een echte Engelsman, te spreken op de een of andere manier dichter bij zijn droom komt.

    Als de dienst voorbij is, wikkelt Nimsath zich, net als de andere Tamils, in nog meer lagen kleding en vertrekt hij naar de vergeten buitenwijken. Ik weet niet precies waar hij woont, maar hij beschrijft een plek met verwaarloosde torenflats waar de liften niet meer werken en de bewoners hun boodschappen met touwen omhoog moeten hijsen. Geen wonder dat hij denkt dat Londen beter is. Bovendien kan hij nooit meer terug naar Sri Lanka, zegt hij.

    ‘Tamiltijger, vrijheidsstrijder,’ mompelen de Tamils in zichzelf als ze het zwaar hebben.

    Nimsath is al tien jaar in Parijs, waarvan hij het merendeel in de Passage heeft doorgebracht. Hij is weliswaar geen soldaat meer, maar hij vecht nog steeds voor zijn vrijheid.

    Onderbemand

    Het is lunchtijd en we zijn onderbemand. Een Amerikaanse vrouw houdt me staande, verontwaardigd dat haar filet de boeuf niet à point is, zoals gevraagd, maar absoluut saignant. De opengesneden, roze binnenkant van het gewraakte stuk vlees staart me aan als een oude wond. Wat zij heeft gekregen is wat Franse koks medium zouden noemen, zeg ik beleefd; misschien wil ze het eerst proeven? Met taalgebruik dat eerder thuishoort in de Passage duwt de dame me het bord in handen en draagt me op me uit de voeten te maken. Je raakt er als ober al snel aan gewend dat mensen menen tegen je te kunnen praten alsof je tot een lagere soort behoort.

    In de Passage kan de timing niet slechter zijn. Bijna alle obers zijn er, en de sfeer is giftig. Je hebt Lucien, mijn onwillige Gallische gids; De Souza, een kleine, voormalige bokser met gebroken neus; Salvatore, een Siciliaan zo groot als een beer; Renaud, de beroepsober met het onbetrouwbare gezicht; Jamaal, scheel en bedrieglijk en natuurlijk Adrien, de maître d’ouvrage, met zijn vettige blonde haar, zijn puisterige gezicht en zijn bijbaantje als cokedealer van de directie.

    De beschuldigingen vliegen in het rond, Nimsath schreeuwt obsceniteiten in het Tamil, en De Souza en Renaud staan tegenover elkaar, met Adrien als bemiddelaar. De Souza zegt iets over Renaud, die opnieuw fooien zou hebben gestolen. Renaud lacht hem uit.

    Nimsath weigert botweg het vlees terug te sturen naar de keuken. De andere obers zijn het daarmee eens en ik word de Passage uitgewerkt en teruggeduwd naar het restaurant.

    Ik zal het vlees zelf naar de bovenkeuken moeten brengen, besluit ik. Daar ben ik nog nooit geweest. We moeten er uit de buurt blijven. Het kastenstelsel houdt ons strikt gescheiden. Uit de bovenkeuken komen de belangrijkste onderdelen van elk gerecht: het vlees en de vis. Ze worden met dienstliften naar beneden gestuurd. Daar voegen de Tamils ze met de rest van het gerecht samen.

    Bovenaan de trap tref ik een ruimte aan ter grootte van een cockpit, met aan alle kanten op vol gas vlammende kookplaten

    Ik stel me de bovenkeuken voor als een redelijk glamoureuze plek, gezien de prestige, vol hoogopgeleide mensen die belangrijk culinair werk verrichten op glanzende metalen werkbladen met behulp van chique apparatuur. Bovenaan de trap tref ik echter een ruimte aan ter grootte van een cockpit, met aan alle kanten op vol gas vlammende kookplaten.

    steven lasry m9 Igxe55nM unsplash
    © Unplash

    Het lawaai is oorverdovend, een aanhoudend kabaal van afzuigkappen, ventilatoren, sissend vlees, metaal dat tegen metaal klettert en geschreeuw. Boven de hoofden bevindt zich een klein raampje, dat gesloten is. De intensiteit van de hitte is onbeschrijfelijk. De zwarte muren en het plafond zijn bedekt met grote plekken condens. Tussen de vlammen staan vijf Afrikaanse mannen. Grote mannen in doorweekte, bevuilde kokskleren. Het lijkt hier meer op een ijzersmederij in een afgelegen Romeinse buitenpost dan op een Parijse keuken. Ik zie hoe stukken schroeiend vlees en sissende vis uit de pannen worden geschept en op borden worden gegooid om na een snelle veeg met een vuile doek met de liften naar beneden te worden gestuurd.

    De chef-kok zwaait de scepter over dit aardse inferno

    De chef-kok zwaait de scepter over dit aardse inferno. De enige witte man in de keuken. Een Corsicaan. Een reus van een man die een mes hanteert dat zo groot is dat het waarschijnlijk ooit van Hercules zelf is geweest. Hij wijst, prikt, snijdt, smeert met het mes, slaat ermee op metalen oppervlakken. Een man vol schuimbekkende woede. Niets is ooit goed genoeg. Een kleine printer spuugt aan één stuk door kaartjes uit die hij zo woest afscheurt dat de machine van de muur dreigt los te komen. De bestellingen schreeuwt hij bruut in de oren van de koks, alsof hij er intens behagen in schept hen met een dergelijke minachting te behandelen.

    ‘Deux poulets! Trois loups! Un filet – bien cuit!’ Hij buigt zich naar hen toe als hij in hun oren schreeuwt: ‘Heb je me verdomme gehoord?’

    ‘Oui, chef!‘ roepen ze als in trance eenstemmig terug. Ze nemen niet eens de moeite om zijn spuug van hun wangen te vegen.

    ‘Bon, espèce de connard. Encore! Deux magrets! Un loup! Trois saumons!’

    ‘Deux veaux!’

    Dan ziet hij mij. ‘Flikker op jij!’

    Ik sta daar als een idioot met het uitgestoken bord.

    Hij wijst op me met het reusachtige mes. ‘Heb je me niet begrepen? Va te faire foutre! Fils de pute!’

    Door de zenuwen laat mijn Frans me in de steek en ik stotter. Het voelt alsof ik me in een trainingsscène uit een film over de Vietnamoorlog bevindt.

    ‘Dégage! Deze biefstuk is medium. Jouw klant is niet speciaal. Ze is een pute!’

    Hij keert terug naar zijn personeel. Om de een of andere reden blijf ik staan waar ik sta, op de drempel. Vastbesloten om het vlees gegaard te krijgen.

    Als hij zich weer omdraait en mij nog steeds ziet staan met het bord biefstuk in de hand, zie ik voor mijn ogen gebeuren dat hij verteerd raakt door woede, door onvervalste, pure haat. In een oogwenk duwt hij me tegen de muur, met zijn vrije hand op mijn keel en de punt van het reusachtige mes vlak bij mijn oog.

    ‘Hoe durf je me te vertellen hoe ik moet koken!’ schreeuwt hij.

    Ik krijg geen lucht meer. Zijn bankschroefachtige greep vermorzelt mijn luchtpijp. Hij houdt mijn keel nog steeds vast, laat het mes zakken en trekt het bord uit mijn hand. De steak glijdt in een pan.

    ‘Cremeer het!’ schreeuwt hij naar de kok.

    ‘Oui, chef!’

    Ik voel paniek opkomen want ik krijg nog steeds geen lucht. Ik probeer me vergeefs te ontworstelen aan zijn greep, wat hem alleen maar bozer maakt, zodat hij nog harder knijpt. Zijn adem ruikt naar sigaretten en cognac, de muur ruikt naar vlees. Nog nooit is de tijd zo langzaam voorbijgegaan. Ik sta op het punt een black-out te krijgen en dan…

    ‘Cramé, chef!’ schreeuwt de kok die het dichtst bij ons staat. Verbrand.

    Nu laat de chef-kok eindelijk mijn keel los, pakt het stuk vlees met zijn blote hand, houdt het voor mijn gezicht zodat het mijn neus raakt, en smijt het dan op het bord, dat bijna uit mijn hand valt. Ik draai me om en haast me de trap af. Beneden raap ik mezelf bijeen. Het kost me moeite om adem te halen. Ik controleer mijn verschijning en strijk mijn haar glad. Met een servet dat aan de zijkant van het bord is blijven liggen veeg ik eerst het bord en daarna mijn gezicht af, waarna ik me een weg baan door de smalle gangen, richting het restaurant.

    In de eetzaal is niets veranderd. Ik ben nauwelijks een paar minuten weg geweest. Er klinkt nog steeds het gekletter van bestek tegen borden en het geroezemoes van beleefde gesprekken, obers zwermen nog steeds rond als vliegen. Ik ga rechtstreeks naar de tafel van de Amerikaanse dame en zet het vlees voor haar neer. Ze kijkt me niet aan en bedankt me niet. Ze prikt er simpelweg met haar vork in, laat weten dat het in orde is en gaat verder met eten. Als een speer begeef ik me naar de Passage, elke gast en ober negerend die mijn aandacht probeert te trekken. Ik schreeuw naar Nimsath om water, dat ik weer ophoest als ik drink. Yulia, een van de gastvrouwen, komt me achterna gesneld. ‘Wat heb je gedaan?’

    Ik kijk om. Geschrokken. ‘Wat?’

    ‘Je rug!’

    Ze draait me om en begint te wrijven met een doek. ‘Walgelijk.’

    Mijn jasje is bedekt met een laagje slijm. Vet, zweet en condens van de muren in de bovenkeuken. Gaat er nooit meer uit. En dat midden in mijn dienst. Als ik geen jasje heb, kan ik niet in de eetzaal werken en als ik niet kan werken, word ik ontslagen.

    Lucien, de ober die de weinig benijdenswaardige opdracht heeft ervoor te zorgen dat ik er geen zooitje van maak, stormt naar binnen. Als ik hem vertel wat er is gebeurd, is hij onvermurwbaar: ‘Wat heb ik je nou gezegd? Hè? Je mag nooit in de bovenkeuken komen. Nooit!’

    9781800960183 front

    Edward Chisholm, A Waiter in Paris: Adventures in the Dark Heart of the City, Octopus.

  • Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Mizrachim-feministen schudden mensenrechtensituatie in Israël op

    Een nieuwe beweging komt met een ander model om te strijden voor de rechten van de meest onzichtbare en gemarginaliseerde groepen binnen de Israëlische maatschappij. Heeft dat kans van slagen?

    Sapir Sluzker Amran werkte nog voltijds als advocaat toen ze Dalal Daoud leerde kennen. Dat was in November 2018. Zoals elk jaar was Sluzker Amran op zoek naar een manier om aandacht te besteden aan de komende International Day for the Elimination of Violence Against Women (Internationale Dag voor de Uitbanning van Geweld tegen Vrouwen).

    Destijds zat Daoud, een Palestijnse inwoner van Israël, een gevangenisstraf uit van vijfentwintig jaar in Israëls enige vrouwengevangenis, Neve Tirtza, voor de moord op haar man, die haar stelselmatig had mishandeld, verkracht en haar binnenshuis had geketend. Nadat Sluzker Amran had gehoord over Daouds verhaal, en ze haar aan de telefoon had gesproken, stond haar besluit vast: dit jaar zou ze geld inzamelen voor Daoud, zodat ze wat spullen zou kunnen kopen in het gevangeniswinkeltje. Op die manier wilde Sluzker Amran haar duidelijk maken dat er buiten de gevangenis vrouwen waren die zich haar lot aantrokken.

    Maar meteen bij hun eerste ontmoeting begreep Sluzker Amran dat geld voor het gevangeniswinkeltje slechts het begin was van hun relatie. Ze besloot een campagne op te zetten om Daoud vrij te krijgen en ging minder werken zodat ze één dag per week kon besteden aan de coördinatie van dit project.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij

    ‘Een kleine groep vrouwen en enkele organisaties sloten zich aan bij de campagne, en alle plannen werden samen met Dalal uitgewerkt,’ vertelt Sluzker Amran aan +972 Magazine. In de campagne werden straatprotesten gecombineerd met breed opgezette acties op social media en aandacht in de traditionele media, en daarnaast werd er gelobbyd in de Knesset – dit alles met de bedoeling om het verhaal van Dalal in een ander perspectief te plaatsen. De nadruk kwam te liggen op haar veerkracht en haar vermogen om zich te handhaven in een onmogelijke situatie.

    Het werkte. Na enkele maanden campagne voeren kwam Daoud in juni 2019 voorwaardelijk vrij. Niet alleen had het leven van Daoud een radicale wending genomen, het succes van de campagne betekende ook een keerpunt voor Sluzker Amran nadat ze bijna tien jaar lang had geprobeerd haar radicale activisme te combineren met haar carrière in de advocatuur. ‘Op de dag dat Daoud vrijkwam, besloot ik te stoppen met mijn werk als advocaat omdat ik merkte dat ik op deze manier meer effect kon sorteren,’ zegt ze.

    Formule voor succes

    Sluzker Amran beschikte over een formule voor succes, maar ze beschikte nog niet over de middelen om die formule ook op grotere schaal toe te passen. Daar had ze een beweging voor nodig, en ze wist precies tot wie ze zich zou moeten wenden om een dergelijke beweging van de grond te krijgen: Carmen Elmakiyes Amos, met wie ze al heel lang samen actievoerde. De beide vrouwen zetten zich in op verschillende terreinen die allemaal te maken hebben met armoede en huisvesting. Ze droomden er allebei van hun activisme naar ‘een hoger plan te tillen en meer te structureren’, zegt Elmakiyes Amos. 

    En zo zag eind 2019 een nieuwe beweging het licht: Shovrot Kirot (Hebreeuws voor ‘Muren neerhalen’, in de vrouwelijke vorm).

    De naam van de beweging is een hommage aan een gedicht van Vicki Shiran – een van de grondlegsters van het Mizrachim-feminisme [Mizrachim zijn Joden die uit Arabische of moslimlanden naar Israël zijn geëmigreerd]. Het gedicht vertelt het verhaal van een Mizrachim-vrouw uit de periferie die de muren waartussen ze gevangen zat neerhaalde en vervolgens wegvloog. De naam is ook bedoeld als een veeg uit de pan naar het traditionele ‘liberale’ feminisme, dat geen oog zou hebben voor racisme en de financiële problemen waar veel niet-witte vrouwen mee worstelen.

    ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken’

    ‘[Liberale feministen] hebben het altijd over het glazen plafond en over op het schild gehesen, geprivilegieerde vrouwen die een inspiratie voor ons zouden moeten zijn,’ zegt Sluzker Amran. ‘Wij hebben het over de vrouwen die muren moeten neerhalen voordat ze door welk glazen plafond ook kunnen breken – vrouwen die niet eens een huis hebben, of die geen geld hebben om de elektriciteitsrekening te betalen, of die bang zijn te worden vermoord door hun man. Dat zijn de meest inspirerende leiders die we hebben.’

    Het verhaal van Sluzker Amran en Elmakiyes Amos begint meer dan tien jaar geleden, in de zomer van 2011. De demonstraties in Israël voor ‘sociale rechtvaardigheid’ hebben zich uitgebreid naar de chique Rothschild Boulevard in Tel Aviv, midden in het financiële district, en in het hele land grijpt de onvrede in razend tempo om zich heen. Honderdduizenden mensen gaan de straat op en slaan tenten op, in reactie op de krapte op de woningmarkt en het onbetaalbare levensonderhoud op het platteland. Ze schreeuwen de bekende leuze die is geïnspireerd op de Arabische Lente: ‘Het volk eist sociale rechtvaardigheid!’

    Voor Sluzker Amran, die destijds twintig was, betekende de golf van protesten het begin van haar activistische reis: nadat ze had gelezen over de demonstraties, besloot ze naar de tenten op Rothschild Boulevard te gaan en zich aan te sluiten. Maar wat ze daar aantrof was geen radicale beweging die iets wilde doen aan de benarde omstandigheden van de meest gemarginaliseerde groeperingen binnen de samenleving, maar een groep van voornamelijk Ashkenazi-activisten uit de middenklasse, die op de allereerste plaats probeerden de huren in Tel Aviv naar beneden te krijgen. Gedesillusioneerd keerde ze huiswaarts. 

    Dezelfde financiële problemen

    In het belangrijkste tentenkamp van de demonstranten leek men zich niet bewust van het feit dat niet alle Israëli’s worstelen met dezelfde financiële problemen. De Mizrachim worden al tientallen jaren gediscrimineerd en gemarginaliseerd door het Ashkenazi-Zionistisch establishment, waardoor er binnen de Joods-Israëlische maatschappij een etnische onderklasse is ontstaan. De Mazrachim verzetten zich al sinds de oprichting van de staat tegen hun onderdrukking – van opstanden in de ma’abarot [doorgangskampen] begin jaren vijftig en de rebellie van 1959 in Wadi Salib, een wijk in Haifa, tot de protesten van de Black Panthers begin jaren zeventig. Maar de strijd voor enerzijds een eerlijke herverdeling van de natuurlijke rijkdommen en anderzijds de erkenning van het onrecht uit het verleden, gaat tot vandaag de dag door.

    Toen de protesten in 2011 om zich heen bleven grijpen, ging Sluzker Amran met een eigen tent terug naar de protesten en vond aansluiting bij een andere groep mensen, het zogenaamde ‘No Choice’-kamp, bestaande uit mensen die geen enkele andere vorm van onderdak hadden, een groep waarmee ze meer affiniteit voelde. ‘Ik vond niet per se aansluiting bij de studenten of bij mensen van mijn eigen leeftijd, maar veel meer bij de daklozen, de alleenstaande moeders, de mensen die net uit de gevangenis kwamen en een plek moesten hebben om te wonen,’ zegt ze. Geleidelijk vond Sluzker Amran haar weg naar de parallelle tentenkampen die waren opgeslagen in de over het algemeen armere en voornamelijk door Mizrachim bevolkte buurten in het zuiden van Tel Aviv, waar een gemeenschappelijke kennis haar in contact bracht met Elmakiyes Amos.

    ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd’

    Dat bleek een van de vele bepalende ontmoetingen te zijn tussen Mizrachim-activisten, in die zomer waarin overal de initiatieven uit de grond schoten. De vrouwen vonden elkaar in hun kijk op de mainstream protestkampen. ‘Wij wilden dat er ook gepraat zou worden over armoede, over sociale huisvesting, over kindertoeslagen – over allerlei kwesties die als een stuk minder sexy werden beschouwd,’ zegt Elmakiyes Amos. Zo stak ze op een avond met een groep activisten de koppen bij elkaar en werd er besloten een nieuwe beweging in het leven te roepen, Lo Nechmadim/Lo Nechmadot (‘niet aardig’, zowel mannelijk als vrouwelijk, een ironische verwijzing naar de beschrijving die de toenmalige premier Golda Meir had gegeven van de Israëlische Black Panthers, nadat ze die in de jaren zeventig had ontmoet).

    Nadat de mainstream protesten van 2011 weer waren geluwd, bleef Lo Nechmadim/Lo Nechmadot jaren onvermoeibaar strijd leveren voor sociale huisvesting in Israël, samen met een aantal andere grassrootsbewegingen en -organisaties. Deze groeperingen demonstreerden geregeld voor de deur van ministers; in hun ogen waren de privéwoningen van gekozen bestuurders legitieme plekken om te demonstreren als deze politici er verantwoordelijk voor waren dat andere mensen uit hun huis werden gezet. Maar al hun inspanningen leverden frustrerend weinig resultaat op en zowel Sluzker Amran als Elmakiyes begreep dat, zoals de eerste het formuleerde, ‘de manier waarop we ons hadden georganiseerd in het begin prima had gewerkt, maar dat het nu tijd werd voor iets anders’.

    Geen enkele link

    Terugkijkend op hun ervaringen met ngo’s, en in het besef dat ze niet in staat waren gebleken de gewenste veranderingen binnen de Israëlische maatschappij te realiseren, zagen Sluzker Amran en Elmakiyes Amos een structureel probleem, dat zij de ‘ngo-driehoek’ noemden. Er is geen enkele link, betogen zij, tussen de ‘experts’ die werkzaam zijn binnen mensenrechtenorganisaties; hun cliënten binnen de gemarginaliseerde groepen in de samenleving, die vaak afhankelijk zijn geworden van de steun van de ngo’s; en diegenen die het werk van de ngo’s financieren, meestal grote internationale stichtingen, rijke buitenlandse geldschieters of zelfs buitenlandse regeringen.

    Het Shovrot Kirot-model beoogt deze drie categorieën samen te voegen tot één: de ‘cliënten’ zouden zelf het voortouw moeten nemen in de strijd voor hun rechten, goeddeels gefinancierd door kleine donaties die de beweging in staat stellen haar onafhankelijkheid te bewaren. ‘Mensen die ooit dit soort werk hebben gedaan weten precies hoe wezenlijk die vrijheid is,’ zegt Elmakiyes Amos. Na twee jaar zijn de eerste successen van dit model al zichtbaar: ‘We zien vrouwen die een jaar geleden nog door ons werden geholpen, maar die nu partner kunnen worden in de beweging – als donor of als activist – omdat ze het hoofd boven water kunnen houden,’ voegt ze eraan toe.

    ‘Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt’

    Daoud is hier een uitstekend voorbeeld van. Nadat ze was vrijgelaten uit de gevangenis sloot ze zich als activist aan bij Shovrot Kirot, en inmiddels geeft ze leiding aan een ‘community’ (de naam die binnen de beweging wordt gebruikt voor een groep activisten die strijden voor een specifiek doel) die zich bezighoudt met gevangenisstraffen en rehabilitatie, specifiek van vrouwen. ‘De mensen buiten de gevangenis hebben geen idee wat zich daar afspeelt,’ zegt Daoud tegen +972. ‘Maar ik weet nu hoe ik mensen kan helpen als ze in de gevangenis zitten, en nadat ze zijn vrijgekomen – met zaken als geld, zorg en opvang. Er zijn wezenlijke dingen die we kunnen doen zodat deze vrouwen een nieuwe start kunnen maken en niet afhankelijk hoeven te zijn. Mijn streven is dat niemand hoeft door te maken wat ik heb doorgemaakt.’

    Maar ondertussen blijkt het niet eenvoudig om de beweging gaande te houden met alleen kleine donaties. Elmakiyes Amos legt uit dat het met name bij dit soort projecten moeilijk is om financiering te krijgen. Er zijn namelijk maar weinig mensen die zich hiervoor willen inzetten als ze er niet zelf direct mee te maken hebben gekregen – omdat ze bijvoorbeeld in sociale huurwoningen zitten, de elektriciteitsrekening niet kunnen betalen of zelf ooit hebben vastgezeten. Deze situatie werd nog eens verergerd door de uitbraak van de corona-epidemie kort na het opzetten van hun beweging. ‘We houden het hoofd nog net boven water, maar als we nog langer willen doorgaan, zal ons maandelijkse budget van kleine donaties omhoog moeten,’ zegt Elmakiyes Amos.

    ‘Dat vrouwen in armoede leven, en dan met name Mizrachim of vrouwen uit Ethiopië, laat de meeste mensen min of meer koud,’ vervolgt ze. ‘Het lijkt erop dat veel mensen die zich mensenrechtenactivist noemen zich niet zo graag bezighouden met onze problemen en onze mensen. Het is echt lastig om mensen ervan te doordringen dat kwesties als armoede, het recht op onderdak en het recht op elektriciteit een onlosmakelijk deel zijn van de strijd voor mensenrechten in Israël, en dat deze kwesties even belangrijk zijn als de strijd tegen de bezetting en de strijd voor democratie. Natuurlijk is die strijd belangrijk, maar er spelen ook nog andere dingen die volkomen uit beeld zijn verdwenen.’

    Speerpunt

    Voor Shovrot Kirot blijft de strijd voor sociale woningbouw een speerpunt, in navolging van Lo Nechmadim/Lo Nechmadot en andere bewegingen die daaraan voorafgingen. Momenteel staan er in Israël meer dan dertigduizend gezinnen op een wachtlijst voor sociale huurwoningen, terwijl duizenden andere gezinnen zich niet eens kunnen inschrijven vanwege de stringente criteria die de regering heeft opgesteld. En omdat binnen dit systeem arme Mizrachim-vrouwen het sterkst worden uitgebuit, is het een strijd met een uitgesproken feministisch en Mizrachim-karakter.

    Nog los van het gebrek aan sociale huurwoningen en het feit dat het ongekend moeilijk is zo’n woning te bemachtigen, hebben de huurders nauwelijks een poot om op te staan als de autoriteiten besluiten ze uit hun huis te zetten, waardoor hun woonsituatie zeer hachelijk is. In de afgelopen jaren is Givat Amal, een buurt in het noorden van Tel Aviv, uitgegroeid tot een krachtig symbool van dit verrotte systeem en van de strijd voor rechtvaardigheid – een strijd waarin Shovrot Kirot weer haar unieke organisatiemodel heeft ingezet.

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat’

    ‘In 2011 gingen mensen de straat op omdat ze het gevoel hadden dat ze geen steun meer kregen van de staat,’ zegt Ronit Aldouby, die lid is van het actiecomité van Givat Amal, en die in de buurt heeft gewoond totdat in november 2011 de laatste bewoners met geweld uit hun huis werden gezet, waarna de huizen met de grond gelijk werden gemaakt.

    Het verhaal van Givat Amal is een verhaal van uitbuiting, verwaarlozing en verbroken beloften. Givat Amal is ontstaan in 1947, oorspronkelijk vanuit een Ashkenazi-Zionistisch establishment dat de Mizrachim beschouwde als ‘menselijk materiaal’ voor de kolonisatie van Palestina. De eerste Joodse inwoners vestigden zich daar om te voorkomen dat de Palestijnse vluchtelingen uit al-Jammasin al-Gharbi zouden terugkeren. Maar het werd de Mizrachim-families wettelijk onmogelijk gemaakt om de panden te kopen waarin ze woonden. 

    Ondanks veelvuldige beloften dat de inwoners van Givat Amal niet uit hun huis zouden worden gezet zonder volledig te worden gecompenseerd en zonder dat er voor andere woonruimte werd gezorgd, werd het land waarop ze woonden herhaaldelijk doorverkocht. Totdat de huidige eigenaar, onroerend goed tycoon Yitzhak Tshuva, in 2005 uiteindelijk instemde met een grootschalig project waarmee hun uitzetting een feit werd. De inwoners hebben jaren strijd geleverd, wat heeft geresulteerd in een pakket compensatiemaatregelen waarmee de laatst overgebleven inwoners uiteindelijk akkoord zijn gegaan vlak voordat ze zouden worden uitgezet. Maar het geld is blijven steken op het ministerie van Justitie onder Gideon Sa’ar (wiens New Hope-partij tegenwoordig ook het ministerie van Huisvesting in handen heeft).

    Sleutelrol

    Shovrot Kirot heeft een sleutelrol gespeeld in wat Aldouby de ‘Sisyfusstrijd’ van de inwoners heeft genoemd, een strijd die ze voeren sinds de oprichting van de groep in 2019 – al zijn de oprichters en de activisten al bij de strijd betrokken sinds 2014, het jaar waarin zo’n tachtig gezinnen in deze buurt uit hun huis werden gezet. ‘Die jaren leverden we strijd om een einde te maken aan de uitzettingen, en Carmen en Sapir begeleidden ons bij alle protestacties. Ze waren ook bij de uitzettingen – Sapir is zelfs een keertje opgepakt.’

    Tijdens een demonstratie begin februari, mede georganiseerd door Shovrot Kirot, om rechtvaardigheid te eisen voor de bewoners die uit hun huis waren gezet, blokkeerden zo’n honderd actievoerders het drukke kruispunt tussen Givat Amal en het appartement van Gideon Sa’ar – een appartement dat, wrang genoeg, uitkijkt op wat nu de ruïnes van een platgegooide buurt zijn. Met bordjes, megafoons en trommels, en met in hun kielzog tientallen agenten, scandeerden de actievoerders: ‘Criminele regering, maak een einde aan de uitzettingen!’ en ‘We blijven strijden voor compensatie!’ Bij de toegang tot Givat Amal, naast een tiental waxinelichtjes die zo waren neergezet dat ze de woorden ‘We zullen niet vergeven’ vormden, stond een handgeschreven bord met daarop de naam Shovrot Kirot, en als tekst: ‘Het beleid om mensen uit hun huis te zetten is geweld tegen vrouwen.’

    Hoewel de vrouwen nog altijd wachten op de door de regering toegezegde compensatie, putten ze er kracht uit dat ze er in ieder geval in zijn geslaagd de regering onder druk te zetten. Het feit dat ze, op instigatie van Shovrot Kirot, nieuwe tactieken hebben ingezet – en vooral het besluit om het juridische strijdperk te betreden, naast het organiseren van demonstraties en het werven van steun via nieuwe én traditionele media – heeft hier ook een rol gespeeld.

    ‘Carmen en Sapir gingen met andere activisten naar de debatten in de Knesset,’ zegt Aldouby. ‘Ze zitten zelfs in de WhatsAppgroep van het buurtcampagneteam, ontvangen alle updates en denken met ons mee over wat de volgende stappen moeten zijn. Ze staan naast ons, bij alles wat er gebeurt en bij elke beslissing die er wordt genomen.’ 

    Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid

    Hoewel Shovrot Kirot zichzelf bestempelt als Mizrachim-feministische beweging, zit de beweging zo in elkaar dat er makkelijk aansluiting kan worden gevonden tussen de strijd van de Mizrachim en de strijd van andere onderdrukte bevolkingsgroepen in Israël – zoals de Palestijnse inwoners. De afgelopen maanden is de beweging steeds actiever geworden in Jaffa, waar als gevolg van een agressieve gentrificatie het leven onbetaalbaar wordt voor de Palestijnen die er na de Nakba zijn blijven wonen. Ook hier worden alleenstaande moeders het zwaarst getroffen door het overheidsbeleid en het feit dat het gemeentebestuur niet in sociale woningbouw investeert.

    In november 2021, in de week dat de laatste inwoners van Givat Amal uit hun huis werden gejaagd, besloot Farida Najar, een alleenstaande Palestijnse moeder die al vier jaar op de wachtlijst stond voor een woning, een tent op te zetten in een park in Jaffa, en daar met haar vier kinderen te gaan wonen. Al snel kreeg Najar gezelschap van acht andere moeders met hun kinderen, die ook hun tent opzetten in het park om te protesteren tegen het falende stadbestuur van Tel Aviv-Jaffa, dat geen oplossing had weten te vinden voor hun nijpende situatie. Uiteindelijk werd er een tijdelijke oplossing overeengekomen.

    Ohad Amar, een sociaal-advocaat die in de raad van bestuur zit van Shovrot Kirot, ging naar het park om met de moeders te praten, en zette zich vanaf dat moment in om rechtsbijstand voor hen te regelen. ‘Toen ik de vrouwen sprak, werd me duidelijk dat ze geen van allen hebben waar ze recht op hebben, in termen van sociale zekerheid of huisvesting. Ze hebben geen van allen een advocaat, ze hebben niemand die hen kan helpen met het aanvragen van een uitkering,’ zegt hij tegen +972.

    ‘We proberen een groep vrijwilligers samen te stellen om dat te regelen, want het is ongekend moeilijk voor mensen om hun recht te halen,’ vervolgt hij. Voor de negen vrouwen in Jaffa die op deze manier hulp hebben gekregen is er een tijdelijke oplossing gevonden, en hun bijstandsaanvragen zijn ingediend. Maar, zo zegt Amar, zelfs als dat allemaal is geregeld, ‘leven deze vrouwen nog altijd in armoede’.

    Ethiopische vrouwen

    Ook Ethiopische vrouwen zijn oververtegenwoordigd in sociale woningbouwprojecten in Israël. Elmakiyes Amos herinnert zich een episode waarin een Mizrachim-vrouw, Rachel Levy, met haar kinderen uit huis werd gezet nadat haar moeder was overleden, omdat ze niet langer voldeed aan de voorwaarden voor een sociale huurwoning. ‘De autoriteiten wezen de woning toe aan een andere Ethiopische vrouw,’ zegt Elmakiyes Amos. ‘Toen zij Rachel zag, die na haar uithuisplaatsing een tent had opgezet in het gras voor de deur, bood ze haar verontschuldigingen aan. Maar Rachel antwoordde: “Jij kunt hier niets aan doen. We zouden niet hoeven te vechten om dit appartement; er zou een appartement voor jou moeten zijn en een appartement voor mij.” Naar mijn idee is dat de essentie van deze tragedie. Toen ik dat zag, werd me duidelijk hoe intrinsiek kwalijk dit beleid is, waarmee verzwakte groepen tegen elkaar op worden gezet. Het illustreert ook perfect de noodzaak voor verzwakte bevolkingsgroepen om samen op te trekken en dit soort verbonden aan te gaan.’

    Het bevorderen van solidariteit tussen onderdrukte groepen is zeker een van de ambities van de activisten van Shovrot Kirot, al is het momenteel slechts een neveneffect van hun inspanningen. Voor nu is Amar ervan overtuigd dat er nog altijd spanning bestaat tussen mensen die strijden voor ‘sociale rechtvaardigheid’ en mensen die ‘politieke rechten’ propageren – hoofdzakelijk de Palestijnse strijd.

    Een deel van deze spanning is terug te voeren op de aard van de links/rechts-dichotomie in Israël, waarin wat als ‘links’ wordt gezien – en dan met name als ‘zionistisch links’ – grotendeels wordt gelijkgesteld aan de rijkere, voornamelijk Ashkenazi-delen van de samenleving; terwijl dat wat als ‘rechts’ wordt beschouwd van oudsher het armere deel van de samenleving is, voornamelijk Mizrachim.

    ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme’

    ‘We hebben nog niet de basis gevonden om samen op te trekken in alle campagnes en voor alle strijdpunten,’ zegt Amar. ‘Ik weet niet of we er al aan toe zijn om te zeggen dat er een verband is tussen de rechten van de Palestijnen en het verzet tegen het kapitalisme, en of we onze krachten al moeten bundelen. Links Israël kan zich makkelijker verhouden tot de bezette gebieden dan tot mensen die bijvoorbeeld zijn afgesneden van de elektriciteit, waarbij zij zich de vraag moeten stellen: “Tja, wil dat zeggen dat ik meer belasting zou moeten betalen?”’

    ‘Aan de andere kant,’ vervolgt hij, ‘staat onze gemeenschap open voor het idee van sociale rechtvaardigheid, dus we willen het graag in één en hetzelfde gesprek kunnen hebben over het debat over de rechten van de Palestijnen en het recht op sociale huisvesting. Volgens mij is dat de functie van Shovrot Kirot: mensen meer bewust maken van sociale rechtvaardigheid, zodat we strijd kunnen voeren tegen zowel het kolonialisme als kapitalisme.’

    Eigen gemeenschap

    Sluzker Amran is ervan overtuigd dat het strategische waarde heeft om je allereerst op de eigen gemeenschap te richten. ‘Niet dat we ons verzet tegen de bezetting opgeven – ik denk dat de Palestijnen een einde zullen maken aan de bezetting,’ benadrukt ze. ‘Maar tegelijkertijd kunnen we ervoor zorgen dat onze eigen gemeenschappen sterker worden. En we kunnen er samen over praten op een manier waar iedereen zich in kan vinden en waarbij we de overeenkomsten benoemen.’

    ‘Mij staat geen “vredeskamp” voor ogen, waarin de meeste mensen zeer geprivilegieerd zijn en afkomstig uit een milieu dat al behoorlijk links is,’ vervolgt Sluzker Amran. ‘Ik richt me op mensen die weten hoe het is om met politiegeweld te maken te krijgen, mensen die niet verbaasd opkijken als de politie Iyad al-Hallaq vermoordt [een 32-jarige autistische Palestijnse man die werd neergeschoten en gedood door de Israëlische politie toen hij niet stopte bij de controlepost Lions’ Gate in Jeruzalem], of als ze zien hoe de politie zich opstelt tegenover de Bedoeïenen in de Negev-woestijn of bij de vrijdagse demonstraties in het bezette Oost-Jeruzalem. In Givat Amal, maar ook op andere plekken, zien ze de uitzettingen in Sheikh Jarrah en in de Negev-woestijn, ze zien de foto van een oude vrouw die de agenten of de soldaten smeekt om in haar huis te mogen blijven.’

    ‘Het is niet hetzelfde,’ verduidelijkt Sluzker Amran. ‘Maar mensen zien de gelijkenissen. Dat is niet de reden dat ik dit doe, maar ik heb wel het idee dat ik me op deze manier verzet tegen de bezetting.’

    Sivan Tahel, een activist van Shovrot Amran die zich voornamelijk bezighoudt met politiegeweld, ziet er geen meerwaarde in als de beweging zich zou voegen naar traditionele politieke labels. ‘Zeggen dat ik een Mizrachim-vrouw ben is al een politieke stellingname,’ betoogt ze, ‘omdat daarmee de machtsverhoudingen worden benoemd; niet of ik tot het “linkse” of het “rechtse” kamp behoor.’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk, want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur’

    ‘Daarom zijn bewegingen als de onze ook zo belangrijk,’ vervolgt ze. ‘Want wij hebben eigenlijk geen politieke kleur. En wat is er zo radicaal aan om binnen het systeem op zoek te gaan naar een politieke kleur? Wij zijn activisten, waar wij naar streven is een verandering van het hele systeem, niet alleen van de mensen aan de top.’

    Maar hoewel Tahel de overeenkomsten ziet tussen verschillende gemarginaliseerde groepen die met dezelfde sociale problemen worstelen, waarschuwt ze ook dat de verschillen niet moeten worden uitgevlakt. ‘Door bevolkingsgroepen met elkaar te verbinden, creëer je een mechanisme dat de tactiek van verdeel-en-heers ondermijnt,’ zegt ze. ‘Maar als we ons willen verenigen in de strijd, is het belangrijk om te onderkennen dat elke bevolkingsgroep uniek is.’

    Ze licht toe: ‘Het is schadelijk om de Mizrachim-strijd altijd te zien als een poort naar de strijd van een andere gemeenschap die een zwakkere positie zou hebben dan wij, aangezien de Mizrachim meer dan zeventig jaar lang zijn onderdrukt en uitgesloten zonder dat er ook maar sprake is van enige rechtvaardigheid of compensatie. Als Mizrachim moet je constant strijd leveren om je plek op te eisen, en je moet mensen er voortdurend van overtuigen dat je de waarheid vertelt over het feit dat je wordt onderdrukt. Dus de Mizrachim hebben een eigen strijd, die ook gevoerd moet worden. En Shovrot Kirot geeft ons daar de kracht voor.’

  • Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Hoe Uruguay een voorbeeld voor de rest van Zuid-Amerika werd

    Uruguay heeft, in tegenstelling tot veel buurlanden, een grote maatschappelijke consensus en een stabiel partijenstelsel. Het land produceert ook nog eens 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide.

    Luister dit artikel:

    Direct na aankomst in Montevideo wordt duidelijk dat je hier een ander Zuid-Amerika binnenkomt. Op de stijlvolle luchthaven in de voorstad Carrasco vind je geen mensenmassa’s, geen rijen bij immigratie of de douane. De rit naar het stadscentrum 20 kilometer verderop langs de Atlantische kust verloopt rustig, zonder file. In vergelijking met het chaotische, overvolle São Paulo of Buenos Aires krijg je – ondanks de 1,8 miljoen inwoners – het gevoel in een kuuroord te zijn beland.

    In tegenstelling tot de meeste Zuid-Amerikaanse miljoenensteden staan hier weinig glinsterende kantoor- of woontorens. Zelfs de zakenwijken worden regelmatig afgewisseld door wijken met huizen of kleinere woon- of bedrijfsgebouwen. Het centrum rond de haven en de oude binnenstad zijn hier en daar gerestaureerd. Maar het oude stadsgedeelte is gedeeltelijk ook aan renovatie toe en straalt met zijn bric-à-bracwinkeltjes een charme uit van vijftig jaar geleden. Het is tekenend dat er hier trots op gewezen wordt dat tijdschrift Readers Digest, dat zijn beste dagen heeft gehad, Uruguay het leefbaarste en groenste land van Noord- en Zuid-Amerika noemde. 

    Twee derde is middenklasse

    De statistieken bevestigen deze indruk van een conservatieve middenklasse. Anders dan in de meeste Latijns-Amerikaanse samenlevingen bestaat Uruguay niet uit enkele superrijken, een kleine middenklasse en heel veel armen. Twee derde van de 3,6 miljoen Uruguayanen behoort tot de middenklasse. Weinig mensen leven onder de armoedegrens. De verhouding rijk-arm is de laagste in Latijns-Amerika. Het inkomen per hoofd van de bevolking is met 17.000 dollar per jaar het hoogste in de regio.

    Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’

    In de straten van Montevideo ontbreken luxeauto’s zoals in de metropolen van de buurlanden, waar de rijken graag met hun rijkdom pronken. Net als in Zwitserland hecht men waarde aan discretie en ‘low profile’. Zo kan het gebeuren dat de nationale voetbalster Diego Forlán ongestoord tussen de andere gasten in een café zit – iets wat bij een Neymar in Brazilië totaal ondenkbaar zou zijn.

    Je vraagt je af hoe dit voor Zuid-Amerika kleine land – half zo groot als Duitsland, met nauwelijks half zoveel inwoners als Zwitserland – het voor elkaar krijgt sociaal en economisch succesvol te zijn in de onmiddellijke nabijheid van zulke grote en politiek verscheurde staten als Brazilië en Argentinië. Hoe is dit land erin geslaagd zich te isoleren en te onderscheiden van zijn buurlanden, ondanks een sterk overeenkomstige samenleving, geschiedenis en geografie?

    Populisten zijn kansloos

    Eén antwoord levert de politiek. Uruguay is een van de stabielste democratieën ter wereld. Op de democratie-index van de Economist Intelligence Unit (EIU) staat Uruguay op de dertiende plaats, drie plaatsen onder Zwitserland en twee boven Duitsland. Volgens deze index is Uruguay de enige volwaardige democratie in Zuid-Amerika, een continent waar de EIU al enkele jaren een gestage achteruitgang in de kwaliteit van democratieën vaststelt. Uruguay gaat in tegen de regionale trend, aldus de EIU. Het land is een van de weinige staten ter wereld die hun democratie al meer dan vijftien jaar voortdurend verbeteren. Op de corruptie-index van Transparency International staat Uruguay met zijn achttiende plaats van de honderdtachtig landen eenzaam aan de top in Latijns-Amerika, twee plaatsen boven Frankrijk.

    Politicoloog Sebastian Grundberger van de Konrad-Adenauer-Stiftung constateert in Uruguay in tegenstelling tot in de rest van Latijns-Amerika een grote maatschappelijke consensus, het stabielste partijenstelsel in de regio, met sterkere democratische afweerkrachten dan in de buurlanden. Populisten hebben hier geen kans, zegt Grundberger.

    Hoe soepel de politiek in Uruguay functioneert, werd eind maart duidelijk bij een referendum. Toen stemden de Uruguayanen over de vraag of 135 van in totaal 476 wetsartikelen ongeldig moeten worden verklaard. Deze waren onderdeel van een wetgevingspakket dat de centrumrechtse regering van president Luis Lacalle Pou kort na haar aantreden in 2020 in het Congres had aangenomen. Centrale thema’s waren veiligheid en onderwijs; thema’s die de regering doortastender wil aanpakken. Bovendien moet de macht van de vakbonden worden ingeperkt en de dominantie van staatsmonopolies, bijvoorbeeld in de telecommunicatie, worden teruggedrongen.

    Populaire president

    Het invloedrijke verbond van vakverenigingen had zich hiertegen gemobiliseerd. Maar anders dan in de buurlanden waren er in de aanloop naar het referendum geen woedende protesten en zelfs geen gewelddadige confrontaties. Ook op de zondag van de stemming wandelden gezinnen met kalebaskommetjes over de Rambla, de boulevard van Montevideo, om hun maté te drinken.

    Dat de regering zich met een flinterdunne marge heeft kunnen handhaven en de wetten dus geldig blijven, is vooral te danken aan de populariteit van de president. De 49-jarige jurist Lacalle Pou is telg uit een politieke familie die sinds het begin van de vorige eeuw de Uruguayaanse politiek bepaalt. Zijn vader was president van 1990 tot 1995. Maar Lacalle Pou ging zelf pas de politiek in toen hij al bijna dertig was. Hij had lange tijd de reputatie van surfboy; pas bij zijn tweede poging in 2019 slaagde hij erin met een nipte meerderheid te worden gekozen.

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt

    Vooral de bedachtzame manier waarop hij de pandemie managede heeft Pou populair gemaakt. Herhaaldelijk legde hij de nadruk op vrijheid en burgerlijke verantwoordelijkheid. Een lockdown is er nooit geweest. Soms werd thuisonderwijs voorgeschreven. Het land beschikte al over een goede breedbandvoorziening en een digitale infrastructuur. Bars en restaurants hoefden pas om middernacht te sluiten. Uruguay werd na Chili al snel het land met de meeste gevaccineerde mensen in Latijns-Amerika. Halverwege zijn ambtstermijn beoordeelde 52 procent van de bevolking Lacalle Pou positief. Daarmee was hij de populairste president sinds lange tijd. Ook de groei van de economie na enkele jaren van stagnatie geeft Pou een steuntje in de rug.

    Referentiepunt voor burgerkrachten

    Voor de president is het referendum vergelijkbaar met het winnen van tussentijdse verkiezingen. De kans is groot dat Pou samen met de presidenten van Ecuador en Paraguay aan het eind van het jaar tot het selecte clubje conservatieve staatshoofden in Zuid-Amerika behoort. In een regio die politiek gezien naar links afdrijft, wordt hij steeds meer een referentiepunt voor burgerkrachten, zegt politicoloog Grundberger. 

    Dit geldt ook voor ondernemingen in Zuid-Amerika; de stabiliteit van Uruguay trekt ze aan. De laatste jaren staken vooral veel ondernemers uit Argentinië de Río de la Plata over. Bijvoorbeeld Marcos Galperín, oprichter van Mercado Libre, het succesvolste internetplatform van Latijns-Amerika, met zijn hele managementteam. Venancio Trigo, advocaat bij advocatenkantoor Guyer & Regules in Montevideo, meldt dat nu ook detailhandelaren uit Chili overwegen hun hoofdkantoor naar Uruguay te verplaatsen. In Chili zijn ondernemers verontrust door de groeiende linkse tendens in de politiek.

    In het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig

    Het wordt spannend om te zien wat Pou, nu het referendum zijn beleid heeft bekrachtigd, de resterende twee jaar zal doen. Op de agenda staan hervormingen van het pensioenstelstel en het onderwijs. Vooral in het schoolsysteem verlopen de ontwikkelingen traag: 40 procent van de leerlingen verlaat school voortijdig. Verouderde leerplannen en een personeelsbeleid voor leraren waarbij de vakbonden de banen volgens het senioriteitsprincipe invullen zouden hiervan de voornaamste redenen zijn.

    Software als exportproduct

    Voor Uruguay is dit een tikkende tijdbom. Het land exporteert een recordhoeveelheid software per inwoner. Het is een belangrijke vestigingsplaats voor startende ondernemingen in de regio geworden. Fintechbedrijf dLocal uit Uruguay is op Wall Street nu zo’n 10 miljard dollar waard. Bezorgdienst PedidosYa is inmiddels overgenomen door de Duitse Delivery Hero. Maar er is een groeiend tekort aan ingenieurs en programmeurs. ‘Uruguay zou met zijn geavanceerde digitalisering het Estland van Zuid-Amerika kunnen worden,’ zegt Mischa Goh, directeur van de Duits-Uruguayaanse Kamer van Koophandel en Fabrieken.

    Econoom Augustín Iturralde hoopt op verdergaande economische hervormingen. De directeur van het Centro de Estudios para el Desarrollo, een liberaal economisch instituut, is kritischer over het concurrentievermogen dan de meeste gesprekspartners. Institutioneel gezien is Uruguay een hoogontwikkelde democratie, maar in de economie regeert de middelmaat. Het land heeft een achterstand op het gebied van zakendoen, het is niet ondernemersvriendelijk. Staatsmonopolies in de telecommunicatie worden getolereerd. Uruguay is dus een dure vestigingsplaats. De productiviteit moet hoger, anders verliest Uruguay zijn aantrekkelijkheid. ‘We zijn een klein land,’ zegt Iturralde, ‘we moeten meer bieden.’

    97 procent groene stroom

    Maar Uruguay zou wel eens geluk kunnen hebben. De wereldwijde energietransitie en de geopolitieke verschuivingen zijn in het voordeel van het land aan de Río de la Plata. Want Uruguay heeft zijn elektriciteitssysteem met massale investeringen in windmolenparken in tien jaar omgevormd tot een van de duurzaamste ter wereld. Sindsdien draaien er windturbines op de heuvels in het verlaten binnenland. Tegenwoordig produceert het land 97 procent van zijn elektriciteit duurzaam, zonder uitstoot van kooldioxide. Dit betekent ook dat Uruguay binnenkort een strategisch belangrijke leverancier van groene waterstof kan worden, als vervanger van de energiebronnen olie, kolen en gas. 

    ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren’

    De Duitse ingenieur en econoom Aram Sander, die in Uruguay al windmolenparken heeft opgezet en operationeel gemaakt, zegt: ‘Door het Oekraïneconflict komen er met de vraag naar voorzieningszekerheid geheel nieuwe argumenten op tafel.’ Vertrouwen is daar een van. Er is geen land in de regio dat zijn contracten zo betrouwbaar nakomt als Uruguay, volgens Sander, die nu wereldwijd waterstofprojecten promoot voor het Duitse bedrijf Enterdreg. Het grote vertrouwen in Uruguay is af te meten aan de lage rentetarieven. In Zuid-Amerika heeft alleen Chili een hogere kredietwaardigheid. Ontwikkelingsbanken verstrekken Uruguay graag kredieten. Sander is er zeker van: ‘Uruguay zou snel een relevant substituut voor Russisch gas kunnen leveren.’

    Een andere aanwijzing voor de stabiliteit waarom Uruguay bij beleggers bekendstaat, is de groeiende belangstelling van family offices, rijke vermogensbeheerders, uit Duitsland, Oostenrijk en Zwitserland in Uruguay, constateert financieel adviseur Thomas Logemann uit Hamburg. Ze waren niet op zoek naar weekendhuisjes in het mondaine vakantieoord Punta del Este, zegt Logemann, die opgroeide in Uruguay. Ze wilden professioneel investeren in boerderijen en landerijen.

  • Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    Het wonder van Indiase ‘open gevangenissen’

    In deze Indiase gevangenis kunnen gedetineerden twaalf uur per dag in- en uitlopen om te gaan werken of familie te bezoeken. De gedetineerde keert aan het eind van de dag vrijwel altijd terug.

    In de elf jaar die Arjiram in een conventionele Indiase gevangenis doorbracht, heeft de numbardar – de man die dagelijks de aanwezigen controleert – niet één keer zijn naam genoemd. ‘Hij telde simpelweg onze hoofden,’ aldus Arjiram, die is veroordeeld voor moord. ‘Het gevoel van anonimiteit was zo extreem,’ zegt hij, ‘dat ik in de gesloten gevangenis zelfs mijn eigen naam begon te vergeten.’

    Dergelijke vernederingen kenmerkten Arjirams gevangenschap, die hij beschrijft als een jarenlang proces van ontmenselijking. En zijn ervaring is typerend voor het gevangenisleven in India. Hij verbleef in krappe, vieze ruimtes, waar het ontbrak aan basisvoorzieningen. Hij sliep op overvolle vloeren en deelde van insecten krioelende dekens met andere gevangenen. ‘Om mezelf af te leiden van de nare herinneringen aan de gesloten gevangenis, ben ik op een gegeven moment tijdens het appel in de open gevangenis mieren gaan voeren. Zo had ik geen last van de verstoorde gemoedstoestand die bij mij opspeelt wanneer ik aan de gesloten gevangenis moet denken,’ zegt hij. ‘Door de mieren te voeren verdreef ik een gevoel van doelloosheid en leerde ik elk schepsel met respect te behandelen.’

    In 2014 vond een grote verandering plaats in Arjirams leven als gedetineerde. Hij werd overgeplaatst naar een ander type penitentiaire inrichting: de Sanganer Open Prison.

    ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden’

    Hoewel de gedetineerden in de open gevangenis van Sanganer wettelijk opgesloten zitten, kunnen ze de inrichting overdag verlaten en mogen ze zich binnen de stadsgrenzen bewegen. Vrijwel direct na zijn aankomst voelde Arjiram zijn gevoel van eigenwaarde terugkeren. ‘Het voelde niet langer alsof ik in een gevangenis zat,’ vertelt hij. ‘Ik kon vertrekken om te gaan werken en dan weer terugkomen. En het beste was dat ze me vertrouwden.’ Na meer dan tien jaar zonder naam en identiteit voelde hij zich weer een volwaardig mens.

    Volgens het National Crime Records Bureau van India zijn er ongeveer 88 open gevangenissen in het land. De meeste bevinden zich in de deelstaat Rajasthan, waar het concept voor het eerst werd geprobeerd. De Indiase open gevangenissen worden minimaal beveiligd. Ze worden bestuurd en onderhouden door de staat en de gevangenen kunnen gaan en staan waar ze willen. In Sanganer is de gevangenis twaalf uur per dag geopend. Elke avond moeten de gevangenen terugkomen en worden ze tijdens het dagelijkse appel geteld.

    Resocialisatie

    Het systeem heeft niet straffen maar resocialisatie tot doel en is gebaseerd op de overtuiging dat vertrouwen aanstekelijk werkt. Het veronderstelt en stimuleert zelfdiscipline bij de gevangenen. En het heeft praktische voordelen: doordat gedetineerden kunnen werken, verdienen ze geld voor zichzelf en hun gezin, doen ze nieuwe vaardigheden op en onderhouden ze contacten in de buitenwereld die van nut kunnen zijn als ze vrijkomen.

    Dit gevangenismodel gaat al ver terug in India. Een van de eerste open gevangenissen werd opgericht in 1953 om gevangenen te laten meewerken aan de bouw van een dam in Uttar Pradesh. In de daaropvolgende decennia ontwikkelde het concept zich tot een systeem gericht op rehabilitatie, dat in het bijzonder werd gepromoot door Sampurnanand, de gouverneur van Rajasthan in de jaren zestig.

    Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het

    Open gevangenissen zijn in India tot op heden niet de norm – ze huisvesten minder dan drie procent van de gevangenisbevolking. Toch neemt het aantal toe en vertegenwoordigen ze een opmerkelijk progressieve opvatting over opsluiting. India behoort tot een kleine groep landen die open gevangenissen kennen. Hiertoe behoort bijvoorbeeld ook Finland, dat vaak geroemd wordt om zijn vooruitstrevende rechtssysteem. Maar Finland is een klein, welvarend land met iets meer dan 5 miljoen inwoners en relatief weinig gewelddadige criminaliteit: er worden slechts een paar honderd moorden per jaar geregistreerd. In India daarentegen wonen 1,4 miljard mensen en vinden tienduizenden moorden, verkrachtingen en aanrandingen plaats. Door de grootte van het land lijkt het succes van een open gevangenissysteem dus onwaarschijnlijk. En toch werkt het.

    open jail 23455
    In een open gevangenis is resocialisatie het doel, uitgaand van het idee dat vertrouwen aanstekelijk werkt. – © Wikimedia Commons

    Het toelatingsproces tot de open gevangenissen van India is vergelijkbaar met de voorwaardelijke vrijlating in veel andere landen. Gevangenen worden van conventionele gevangenissen overgeplaatst naar open gevangenissen als ze voldoen aan een reeks criteria, zoals goed gedrag, bereidheid te resocialiseren en lichamelijke en geestelijke gezondheid.

    De open gevangenissen zijn niet alleen bedoeld voor gevangenen die lichte misdrijven hebben begaan. Hari Singh (niet zijn echte naam) was veroordeeld voor moord en werd, nadat hij zijn tijd had uitgezeten in een gesloten gevangenis, vijf jaar geleden overgebracht naar de open gevangenis van Sanganer. Vóór zijn gevangenschap werkte hij in de bouw. ‘Nu rijd ik op een e-riksja en verdien ik 600 tot 700 roepies (7,50 tot 8,50 euro) per dag,’ zegt hij. ‘Ik heb acht jaar in de gesloten gevangenis gezeten, waar we van de wereld waren afgesloten en ons voortdurend zorgen maakten. Hier leiden we een zorgeloos bestaan – kamao aur khao (verdienen en eten).’

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien

    Los van het feit dat open gevangenissen gedetineerden in hun eigen onderhoud laten voorzien, is er minder personeel nodig en bedragen de operationele kosten maar een fractie van wat gesloten gevangenissen aan gedetineerden kwijt zijn – gemiddeld zo’n 7000 tot 10.000 roepies (87 tot 123 euro) per maand. In India zijn er weinig betrouwbare gegevens over recidive beschikbaar, maar de recidivecijfers van Scandinavische landen met open gevangenissen behoren tot de laagste ter wereld.

    Menswaardige omstandigheden

    Maar het meest opmerkelijk aan open gevangenissen zijn de menswaardige omstandigheden. Net als in veel andere landen is overbevolking in Indiase gevangenissen een groot probleem, wat ingrijpende gevolgen heeft voor de lichamelijke en geestelijke gezondheid van de ingezetenen. Open gevangenissen kunnen een oplossing bieden.

    ‘Wat we missen in een traditionele gevangenis, is kleur,’ zegt Pooja Chabra, die in 2015 vanuit een gesloten gevangenis werd overgeplaatst naar de open gevangenis van Sanganer. Zodra ze in Sanganer kwam, begon Chabra bloemen te planten. ‘Ik heb vóór mijn onderkomen in de Sanganer Open Prison wat goudsbloemen geplant,’ zegt ze. ‘Die gaven plotseling kleur aan mijn leven.’

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen

    En dat was niet het enige goede wat Chabra hier overkwam: ze ontmoette ook haar geliefde, Kishan Devagowda. ‘Er is een nieuwe fase voor me aangebroken en het zijn misschien wel de gelukkigste jaren van mijn leven,’ aldus Devagowda.

    Alleenstaande vrouwen worden over het algemeen niet toegelaten in open gevangenissen, maar sommigen vinden toch een manier om te worden overgeplaatst. Soms besluit een groep alleenstaande vrouwen bijvoorbeeld een familie te zijn. ‘Vanaf het moment dat we dat besloten, veranderde ons leven,’ zegt Geeta Sharma, die samen met haar ‘familie’ naar de open gevangenis in Sanganer werd overgeplaatst.

    GettyImages 88870346 kopie
    Urmila Jain (42) verblijft sinds zeven jaar in de open gevangenis van Sanganer, Rajasthan, India. Ze helpt in de crèche voor kinderen van medegedetineerden en verdient daar iets meer dan twintig euro per maand mee. – © Purushottam Diwakar/ The India Today Group via Getty Images

    Andere soorten

    India kent ook andere soorten open gevangenissen. De open gevangenis van Cherlapally in Hyderabad in Telangana is verspreid over 120 hectare weidegrond. De ingezetenen worden betaald om gewassen te telen, te vissen en kippen te fokken. De gevangenis in Cherlapally biedt iets minder vrijheid dan de open gevangenis van Sanganer, maar stelt gevangenen wel in staat om verschillende vaardigheden te ontwikkelen, familie te ontvangen en al met al een normaler, minder opgesloten leven te leiden.

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee’

    ‘De gevangenen werken op de boerderijen en met het pluimvee,’ zegt een plaatsvervangend opzichter van de Cherlapally Open Prison, die anoniem wil blijven. ‘Ze leren nieuwe teelttechnieken, die na vrijlating de kans op een baan vergroten.’ Het Telangana State Prisons Department heeft op de All India Industrial Exhibition, die onlangs in Hyderabad plaatsvond, zelfs een verkooppunt opgezet met de naam My Nation. Hier worden artikelen verkocht als beddenlakens, handdoeken, deurmatten, stalen voorraadkasten, krukken, schoonmaak- en bakkerijproducten. Alle producten worden gemaakt door de gevangenen, die daarvoor betaald krijgen.

    Na meer dan een decennium met gedetineerden te hebben gewerkt richtte Smita Chakraborty in 2018 Prison Aid and Action Research (PAAR) op, een organisatie die zich inzet voor gevangenishervorming. Ze is misschien wel de grootste voorvechter van de open gevangenis in India. ‘Als ze een voorwaardelijk-vrijlatingssysteem kunnen bedenken,’ zegt ze, ‘kunnen ze ook een opengevangenissysteem bedenken.’

    Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen

    En haar inzet heeft geloond: het aantal open gevangenissen in India neemt toe. In 2017 heeft het Indiase Hooggerechtshof de centrale regering opgedragen gesprekken te organiseren met autoriteiten in heel het land, met als doel meer open gevangenissen op te zetten. Sinds die uitspraak zijn er in het hele land dertig nieuwe open gevangenissen opgezet.

    Chakraborty wijst erop dat minder dan 1 procent van de mensen in open gevangenissen van India veelplegers zijn, en dat de overgrote meerderheid niet gewelddadig is en weinig bedreiging vormt voor de samenleving. Bovendien komt het maar zelden voor dat iemand uit een open gevangenis ‘ontsnapt’. Het vertrouwen waarop het model is gebaseerd lijkt wederzijds respect af te dwingen tussen de staat en de ingezetenen.

    Te conservatief

    Als er al kritiek is, dan is het vooral dat het systeem juist te conservatief is – vooral waar het aankomt op de gevangenen die worden toegelaten. Volgens sommige critici zijn de toelatingscriteria onnodig streng, waardoor veel gevangenen die waarschijnlijk geen bedreiging vormen, in gesloten gevangenissen moeten blijven. In 2021 had India de capaciteit om 6213 mensen in zijn open gevangenissen te huisvesten, maar werden er slechts 3075 toegelaten.

    Dat het probleem niet bovenaan de agenda staat, is misschien te wijten aan algemene onverschilligheid ten aanzien van gevangenen, die vaak als sociaal uitgerangeerd worden gezien. Maar naarmate open gevangenissen een groter aandeel vormen van het Indiase rechtssysteem, neemt de kans toe dat daar verandering in komt. ‘Dit concept zou wel eens kunnen uitgroeien tot een van de belangrijkste ontwikkelingen van de eenentwintigste eeuw,’ zegt Ajit Singh, voormalig directeur-generaal van de gevangenissen in Rajasthan.

  • Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Oekraïne als wereldwijde doorvoerhaven voor sigarettensmokkel

    Volgens politie en justitie maken Oekraïense bedrijven deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld.’

    Vier jaar geleden reed een vrachtwagen met 12,5 miljoen sigaretten de Oekraïense havenstad Odessa binnen. Het leek een doodgewone lading tabak die vanuit Europa werd ingevoerd in Oekraïne, een van de landen met de hoogste aantallen rokers ter wereld. Maar een aantal dingen klopte niet. De sigaretten, van de merken Regina Blue en Regina Red waren niet voorzien van een accijnszegel. De waarschuwende teksten op de pakjes waren niet in het Oekraïens. En op de zijkant stond in kleine lettertjes: ‘For Duty Free Sale Only’. De autoriteiten vermoedden dat deze sigaretten voor de smokkel waren bedoeld.

    In het kort

    • Regina is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden.

    • China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, maar houdt zich daar niet aan.

    • ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld.’

    • Het overgrote deel van de geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen.

    Regina, herkenbaar aan de grote witte R met een gouden of zilveren kroontje, is lang niet zo’n bekend merk als Marlboro of Lucky Strike, maar het is de afgelopen jaren een van de meest gesmokkelde sigarettenmerken in Europa geworden. Het is een product van de China National Tobacco Corporation, kortweg China Tobacco of CNTC genoemd, een Chinees staatsbedrijf dat bijna de helft van alle sigaretten ter wereld produceert. Het heeft zich jarenlang alleen op de binnenlandse markt gericht, maar is de laatste tijd begonnen zijn sigaretten ook elders in de wereld nadrukkelijk aan de man te brengen. En die nieuwe markten zijn niet altijd legale markten, zo blijkt uit onderzoek van het Organized Crime and Corruption Reporting Project (OCCRP) en de Kyiv Post.

    Vanuit de enige Europese fabriek van China Tobacco, op een paar uur rijden ten noorden van Boekarest, is Oekraïne de afgelopen zeven jaar overspoeld met minstens een half miljard sigaretten. Volgens de fiscus en de vakvereniging van de grootste tabaksproducenten van Oekraïne worden de Chinese merken nergens legaal aangeboden. Uit aan het OCCRP gelekte Roemeense overheidsgegevens blijkt dat de fabriek beweerde de tabak legaal te exporteren naar veertien verschillende bedrijven in Oekraïne. Maar naar ten minste drie van deze bedrijven loopt een onderzoek wegens grootschalige sigarettensmokkel, zo werd door journalisten geconstateerd. Volgens politie en justitie maken ze deel uit van een netwerk waarin grote hoeveelheden tabak vanuit Roemenië, Belarus en de Verenigde Arabische Emiraten via Oekraïne naar EU-landen worden gesmokkeld. ‘Zo werkt die smokkel overal ter wereld,’ zegt Luk Joossens, deskundige op het gebied van tabaksontmoediging. ‘Internationale bedrijven die exporteren naar plaatsen waar de markt niet lijkt aan te sluiten op de vraag.’ 

    Oekraïne als doorvoerhaven voor de smokkel naar Europa

    Oekraïne heeft al langer een slechte naam als doorvoerhaven voor illegale sigaretten, en het is nog steeds een van de grootste bronnen van sigarettensmokkel naar de EU.

    Door zijn ligging aan de oostelijke rand van het handelsblok en zijn tabaksprijzen, die veel lager zijn dan in de EU, is het land een paradijs voor smokkelaars.

    Daar komt bij dat de smokkel van tabak in Oekraïne wel verboden is, maar geen zwaar misdrijf. Onder jarenlange druk van de EU om de straffen te verhogen heeft president Volodymyr Zelensky in april eindelijk een wetsvoorstel ingediend om smokkel te bestraffen met maximaal twaalf jaar cel en een fikse boete.

    Het International Consortium of Investigative Journalists onthulde in 2009 dat grote sigarettenfabrikanten het jaar daarvoor bijna 130 miljard sigaretten hadden geproduceerd en ingevoerd: dertig procent meer dan in Oekraïne zelf kan worden geconsumeerd. Al die miljarden sigaretten zijn verdwenen op de markt, en dus mogelijk via illegale handel in de EU terechtgekomen.

    Protocol

    China heeft het Protocol tot uitbanning van illegale handel in tabaksproducten van de WHO ondertekend, waarin is vastgelegd wat overheden moeten doen om de smokkel en namaak van tabak tegen te gaan. Volgens dat protocol mogen tabaksproducenten bijvoorbeeld pas exporteren als ze hebben bewezen dat er op een bepaalde markt werkelijk vraag naar hun product bestaat. Verder moeten ze hun afnemers aan een achtergrondcheck onderwerpen en controleren of ze over de nodige registraties en vergunningen beschikken. China Tobacco lijkt dit allemaal niet te doen. Het heeft niet gereageerd op vragen. Maar de Roemeense dochteronderneming China Tobacco International Europe Company zegt zich wel aan alle relevante Roemeense en Europese wetgeving te houden en ‘onze risicobeheersingsmaatregelen te verbeteren’, bijvoorbeeld met een in 2019 ingevoerd track-and-tracesysteem om smokkel tegen te gaan. Het bedrijf gaat niet in op vragen over zijn Oekraïense afnemers en de aantijgingen daartegen.

    Het Oekraïense justitieonderzoek tegen de tabakssmokkel liep van 2017 tot eind december 2020, toen het werd afgesloten omdat fiscus en justitie geen verdachten hadden die ze konden vervolgen. Het onderzoek werd op 29 april [2021] heropend, een week nadat journalisten er vragen over hadden gesteld aan het OM. Hoewel de opsporingsdiensten vier jaar lang hebben geprobeerd klaarheid in de zaak te brengen, lijkt het erop dat ze belangrijke verbanden over het hoofd hebben gezien. Het is ook nooit gelukt hun onderzoek te coördineren met dat van de Roemeense politie, die aan haar kant van de grens de smokkel van sigaretten uit deze fabriek onderzocht.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat

    Na de vondst in Odessa in mei 2017 bezwoer een directeur van Duty Free Odessa, het bedrijf dat de lading illegale Regina’s had gekocht, dat zij nog nooit eerder Chinese sigaretten had ingevoerd. Dat is niet waar. Uit Roemeense exportgegevens blijkt dat Duty Free Odessa een maand eerder, in april 2017, 12,5 miljoen Regina-sigaretten in Oekraïne had ingevoerd – een lading die blijkbaar aan de aandacht van de autoriteiten was ontsnapt. En een bedrijf met dezelfde eigenaar en directeur, Travel Retail Ukraine, importeerde in juli 2015 bijna 15,5 miljoen Chinese sigaretten. Maar justitie lijkt naar dat bedrijf helemaal geen onderzoek te hebben ingesteld, of zelfs maar te hebben opgemerkt dat een en dezelfde persoon eigenaar is van twee bedrijven die allebei grote hoeveelheden Chinese sigaretten hebben ingevoerd zonder daarvoor een importvergunning te hebben.

    Volgens de gegevens van het OCCRP geeft de overheid vaker blijk van zo’n blinde vlek als het om China Tobacco gaat. Opsporingsdiensten noemen Chinese sigaretten vaak ‘cheap whites’ (een aanduiding voor illegaal in kleinere fabrieken gemaakte en voor de illegale export bedoelde sigaretten), zonder te erkennen dat ze geproduceerd worden door de grootste sigarettenfabrikant ter wereld, in een periode waarin die zijn internationale afzet probeert te vergroten.

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld’

    ‘Oekraïne is allang een van de voornaamste herkomstlanden van sigaretten die de EU in worden gesmokkeld,’ zegt Allen Gallagher van de Tobacco Control Research Group aan de universiteit van Bath. ‘Uit onderzoek blijkt dat dit mede komt doordat grote internationale tabaksbedrijven het land overspoelen met een overmaat aan producten, die dan doorsijpelen naar de EU. Door de verfijnde methoden waarmee de smokkelaars illegale producten verbergen, kan het voor de autoriteiten lastig zijn om daar paal en perk aan te stellen.’

    Zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine is ten dele eigendom van Vadym Sljoesarjev, een invloedrijke oud-medewerker van de grenswacht die nauwe banden onderhoudt met de huidige president van het land. Daarnaast heeft hij ook een naam opgebouwd met minder frisse praktijken. In april werd hij door de voormalige Georgische president Micheil Saakasjvili betiteld als ‘de grootste smokkelaar van de regio Charkiv’ – de noordoostelijke grensregio die een van de belangrijkste smokkelroutes van het land is. ‘Waarom staat hij niet op de lijst?’ vroeg hij zich op de Oekraïense tv af. (Sinds 2015 is Saakasjvili Oekraïens staatsburger en hij is korte tijd gouverneur van Odessa geweest.) Daarmee doelde hij op de aankondiging van sancties tegen vermeende smokkelaars. Wellicht, opperde hij, genoot Sljoesarjev ‘een zekere mate van immuniteit vanwege zijn politieke sympathieën’.

    Vadym Sljoesarjev, dienaar van het volk?

    Sljoesarjev werd in 2019 campagnemedewerker voor Zelensky, de voormalige tv-ster die eerst een president speelde in een tv-serie, om vervolgens echt president te worden.

    Om onduidelijke redenen werd Sljoesarjevs betrokkenheid bij de partij aanvankelijk stilgehouden. Lokale media kwamen erachter en noemden hem een ‘schaduworganisator’ van Zelenky’s team in de regio Charkiv, waar hij stemmen ronselde voor de verkiezingen van 2019. Het Oekraïense programma Schemes van Radio Free Europe/Radio Liberty (RFE/RL) legde verbanden bloot tussen zijn bedrijven en vier parlementskandidaten van Zelensky’s partij. De website Censor.Net onthulde verder dat Sljoesarjev twee hotels zou bezitten op de Krim en daar via Rusland naartoe zou zijn gevlogen, ondanks het Oekraïense verbod.

    Dit lijkt zijn politieke carrière allemaal niet te hebben gehinderd. Zelensky bevestigde uiteindelijk aan journalisten van RFE/RL dat Sljoesarjev had samengewerkt met Pavlo Soesjko, het hoofd van zijn campagneteam in Charkiv. Sljoesarjev en Soesjko hebben allebei gewerkt bij het Oekraïense grenswachtagentschap. Na de verkiezingen trad Sljoesarjev uit de schaduw. Eerst werd hij freelance-adviseur voor Serhi Trofimov, adjunct-hoofd van Zelensky’s staf. Momenteel werkt Sljoesarjev niet meer voor Zelensky, aldus de voorlichters van de president. Sinds maart zit hij wel in een nieuwe politieke raad die de politieke strategie voor Zelensky’s partij Dienaar van het Volk moet uitstippelen. De partij heeft niet gereageerd op vragen.

    Nauwe banden met Zelensky

    Sljoesarjev heeft nauwe banden met president Zelensky, voor wie hij werkt sinds hij in 2015 opstapte als hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van het Oekraïense grenswachtagentschap. Tot die tijd had hij voor verschillende afdelingen van dat agentschap in de regio Charkiv gewerkt. Bij navraag door een journalist benadrukten opsporingsambtenaren dat ze geen bewijs hebben dat Sljoesarjev persoonlijk weet heeft van de smokkel, ook al zijn er bedrijven van hem bij betrokken. Hij is in 2017-2018 mede-eigenaar geworden van beide bedrijven, en hun betrokkenheid bij sigarettensmokkel dateert van voor die tijd. De andere mede-eigenaar, Ksenia Jabloekovska, verwierf al aandelen in beide bedrijven in 2015 of 2016, toen ze Chinese sigaretten in Oekraïne importeerden. Sljoesarjevs bedrijven hebben niet op vragen gereageerd. Ook pogingen om contact met hem te krijgen via de regeringspartij Dienaar van het Volk zijn op niets uitgelopen.

    Cig2
    De enige fabriek van China Tobacco in Europa bevindt zich op enkele uren rijden van de Roemeense hoofdstad Boekarest.

    Sljoesarjev werd officieel pas mede-eigenaar van de bedrijven nadat ze zich met smokkel hadden ingelaten, maar hun opkomst in de sigarettensmokkel valt wel samen met zijn loopbaan bij de Oekraïense grenswacht. Travel Retail Ukraine opende in 2012 een taxfreewinkel bij de douanepost in Hoptivka, aan de grens met Rusland. Sljoesarjev was destijds hoofd van de afdeling binnenlandse veiligheid van de regio oost in het grenswachtagentschap, dat meer dan veertig van zulke grensovergangen naar Rusland beheert. In 2017, na zijn ontslag bij de grenswacht, werd hij mede-eigenaar van Travel Retail Ukraine. Datzelfde jaar kocht hij ook het bedrijf Frontera, eigenaar van het gebouw bij de grensovergang dat door de grenswacht van Charkiv wordt geleased, zo bleek uit onderzoek van het radioprogramma Schemes van de radiozender Radio Free Europe/Radio Liberty. Volgens de verslaggevers bezit dit bedrijf van Sljoesarjev ook panden bij de grensovergang van Hoptivka, waarin nu supermarkten en verzekeringsloketten zijn gevestigd. 

    ‘Het is veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen’

    Het OCCRP en de Kyiv Post hebben geen bewijs gevonden dat Sljoesarjev deze winkels voor smokkelpraktijken gebruikt, maar de sigaretten die bij de inval in Odessa in beslag zijn genomen, waren wel aangemerkt als bestemd voor taxfreeverkoop. Dat is een veelgebruikte list om verboden sigaretten het land in te smokkelen, volgens een rapport uit 2020 van consultancybureau Kantar. Volgens een rechercheur die de lading heeft onderzocht, waren die sigaretten duidelijk niet voor de verkoop in taxfreewinkels bedoeld. Hij sprak met de Kyiv Post en het OCCRP op voorwaarde van anonimiteit, omdat hij de media eigenlijk niet te woord mag staan. ‘Taxfreewinkels verkopen zulke sigaretten niet,’ legt hij uit, want de klanten van zulke winkels willen duurdere merken. ‘Waarom taxfree? Omdat je dan geen invoerheffing betaalt. Zo van: we slaan dit in voor onszelf. Maar ze verkopen die sigaretten niet zelf.’

    Kostjantyn Krasovsky, hoofd van de afdeling tabakscontrole van het Instituut voor Strategische Studies van het Oekraïense ministerie van Volksgezondheid, zegt dat het officiële toezicht op taxfreewinkels in Oekraïne ‘heel, heel zwak is’. Ze zijn daarom een ideaal kanaal voor de tabakssmokkel. ‘Op papier worden die sigaretten wel verkocht, zo komen ze in de boeken,’ legt hij uit. ‘Maar in werkelijkheid is het veel interessanter om deze sigaretten, die veel goedkoper zijn, tegen contanten aan smokkelaars te verkopen. Die rijden er dan mee naar Polen, Hongarije, Roemenië enzovoort.’ 

    Rivera Grand en Motor Sich

    Een van de aandeelhouders van Rivera Grand, Oleh Polisjtsjoek, is betrokken bij een bedrijf dat verwikkeld is in een van de grootste Oekraïense controverses rond de invloed van China in het land.

    Hij is mede-eigenaar van Motor Sich Trade, een dochter van Motor Sich, een van de grootste strategischedefensiebedrijven van Oekraïne. In 2015 sloot een Chinees luchtvaartbedrijf met Motor Sich een samenwerkingsovereenkomst die onder meer de overdracht van Oekraïense technologie aan China behelsde. Dat werd een hele rel. Pogingen om een meerderheidsbelang in het bedrijf aan de Chinezen te verkopen zijn uiteindelijk verhinderd door de Oekraïense staatsveiligheidsdienst. In maart is de leiding van Motor Sich overgenomen door de regering, die zegt het bedrijf te willen nationaliseren. Motor Sich heeft niet gereageerd op vragen naar eventuele banden met Polisjtsjoek.

    Zwarte markt

    Of ze worden in Oekraïne op de zwarte markt verkocht. Verslaggevers hebben online en bij tabakshandelaren in Oekraïne tal van pakjes Regina-sigaretten kunnen kopen waarop stond dat ze ‘For Duty Free Sale Only’ waren. Ze leken allemaal te zijn geïmporteerd door een man die al in mei 2017 samenwerkte met Duty Free Odessa, de in Odessa woonachtige Georgische zakenman Turki Khalaf. 

    Khalafs bedrijf Global Tobac Co was de leverancier van de in 2017 in Odessa onderschepte lading. Ene Maksym Khalaf, die hetzelfde adres gebruikt als Turki, is eigenaar van weer een ander bedrijf dat tabak importeert, Empire Tobacco, dat in 2019 en 2020 meer dan 66 ton ruwe tabak kocht van China Tobacco’s Roemeense dochter. Op sommige illegale sigaretten troffen verslaggevers het logo van Empire Tobacco aan, met op de zijkant van het pakje een klein etiket met de tekst: ‘Made under authority of Global Tobac Co., Ltd Hong Kong.’ Khalaf wilde geen vragen beantwoorden.

    Cig4
    Hoptivka-checkpoint aan de grens van Oekraïne en Rusland. © dutyfreeunite.com

    Het is niet duidelijk wat Duty Free Odessa met de in 2017 onderschepte Regina’s van plan was, maar het bedrijf lijkt over de douane-inval te zijn getipt. Toen de agenten van de fiscale opsporingsdienst in mei met hun huiszoekingsbevel bij de grenspost aankwamen, had de directeur van het bedrijf, Joelja Tymosjenko, op het nippertje een manier gevonden om zelf de dans te ontspringen. Ze had per mail een brief verstuurd waarin ze de sigaretten weigerde aan te nemen en de lading doorverwees naar een Canadees bedrijf. Dat bedrijf zou de sigaretten naar de Georgische havenstad Batoemi hebben willen importeren, zo blijkt uit gerechtelijke stukken. Zo stuurde ze de opsporingsdiensten met een kluitje in het riet. Het Canadese bedrijf zei van niets te weten. En zonder duidelijke ontvanger kon er niemand voor deze contrabande worden vervolgd. ‘We hadden geen verdachten,’ zegt de betrokken rechercheur Jan Streljoek. 

    De fiscale rechercheurs werden ook gehinderd door collega’s van de staatsveiligheidsdienst. Op het moment dat ze de vrachtwagen wilden openmaken, kwamen zij vragen waar ze mee bezig waren, aldus een rechercheur die niet wil worden genoemd. Vervolgens weigerde de douane in Odessa de voor het onderzoek benodigde documenten af te staan, zodat de rechercheurs daarvoor eerst een gerechtelijk bevel moesten aanvragen. (De rechter stelde ze in het gelijk en beval de douane de documenten te overhandigen.) De staatsveiligheidsdienst ontkent deze aantijgingen.

    Toen de rechercheurs de documenten dan eindelijk in handen hadden, bleek Tymosjenko’s handtekening op de brief waarin ze de lading afwijst te zijn vervalst. Tymosjenko ‘zou een overeenkomst hebben gesloten met een directeur van China Tobacco, hun contract met de Chinezen. Maar de handtekening op de afwijzingsbrief verschilde van die op dat contract,’ zegt de rechercheur die anoniem wil blijven.

    Verslaggevers zijn afgereisd naar Dnipro, de Oekraïense stad op de centrale steppen waar zowel Duty Free Odessa als Travel Retail Ukraine geregistreerd staat. Bij het flatgebouw waar ze officieel staan ingeschreven, was van enige bedrijfsactiviteiten niets te bespeuren – nog geen naambordje. De man die de deur opendeed, wilde de journalisten niet te woord te staan. Joelja Tymosjenko en mede-eigenaar Ksenia Jabloekovska waren allebei niet thuis toen journalisten van de Kyiv Post bij hen langsgingen. Op herhaalde vragen hebben ze niet gereageerd. Ook de staatsveiligheidsdienst wilde geen commentaar geven.

    Geneeskunde is androcentrisch

    ‘In Spanje zijn hart- en vaatziekten de belangrijkste doodsoorzaak bij vrouwen, vóór borstkanker. Vrouwen hebben twee keer zoveel kans om aan een hartaanval te overlijden: het sterftecijfer aan hartinfarcten is 9% bij mannen en 18% bij vrouwen. Daar zijn verschillende redenen voor. Vrouwen wachten langer voordat ze naar het ziekenhuis gaan en hun symptomen worden vaak verward met angsten.’ 

    Dit schrijven Lara Bonilla, Ricard Marfà en Idoia Longan in Woman’s body, man’s medicine, het opmerkelijke artikel waarmee ze dit jaar The Special Award van The European Press Prize wonnen.

    Geneeskunde is androcentrisch, ofwel: de man staat centraal. Dat betekent dat de resultaten van onderzoek naar verschijnselen bij mannen, worden geëxtrapoleerd naar vrouwen. Gaandeweg wordt echter steeds meer duidelijk dat dat op z’n zachtst gezegd een rare gang van zaken is, want symptomen, behandelingen en genezing voor eenzelfde ziekte zijn voor mannen en vrouwen misschien niet hetzelfde. Niet alleen hart- en vaatziekten en voortplantingsorganen verschillen, maar bijvoorbeeld ook mentale gezondheid, luchtwegaandoeningen, gewrichten en auto-immuunziekten.

    Het is een artikel dat je met stijgende verbazing leest: Huh? Was dit niet al veel langer bekend? Of, zoals een vroedvrouw stelt: ‘De mate van onwetendheid over het lichaam van de vrouw is ontstellend, zelfs bij sommige praktiserend artsen.’

    Honderden miljoenen sigaretten

    De onderschepte lading Regina’s is uiteindelijk vernietigd. Maar dat was maar een druppel in de zee aan Chinese sigaretten die Oekraïne voortdurend overspoelt. Van 2014 tot 2020 zijn honderden miljoenen sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao, afkomstig uit de Europese fabriek van China Tobacco, verscheept naar twee Oekraïense bedrijven die geen vergunning voor de import of distributie van tabak hebben. Naar beide bedrijven werd onderzoek gedaan in het kader van dezelfde grote smokkelzaak waarvoor Duty Free Odessa werd onderzocht. De onderzoekers verdenken ze ervan te worden ‘gebruikt als kopers of vervoerders’ van Chinese sigaretten voor andere landen.

    Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken

    Het is moeilijk na te gaan wat er met deze sigaretten na de invoer in Oekraïne is gebeurd, omdat ze niet via legale kanalen zijn verkocht. Maar sinds 2016 is het aantal inbeslagnames van sigaretten van merken van China Tobacco in Italië explosief gestegen – en veel van die sigaretten waren afkomstig uit Oekraïne. Volgens aan het OCCRP verstrekte gegevens van de Italiaanse opsporingsdiensten werd in Italië tussen 2017 en 2019 zo’n 41 ton aan gesmokkelde sigaretten van de merken Regina, D&B en Dubao in beslag genomen, waarvan 17 procent afkomstig uit Oekraïne. Oekraïne was al een broeinest van de sigarettensmokkel voordat in 2014 de vijandelijkheden met Rusland uitbraken, maar daarna is de situatie verder verslechterd, met name in de bezette gebieden, waar beide verdachte afnemers van China Tobacco gevestigd waren.

    Cig7
    De grenswacht bij de doorlaatpost Novotroitsk, zo’n 45 kilometer ten zuiden van het door Rusland bezette Donetsk. – © Yevgen Honcharenko

    De grootste afnemer, het bedrijf Rivera Grand Ltd., is gevestigd op de Krim. Het overgrote deel van de door Rivera Grand geïmporteerde sigaretten is gekocht in de chaotische eerste maanden na de Russische annexatie van de Krim: alleen al in 2014 tweehonderd miljoen. Sommige waren voorzien van het etiket ‘For Duty Free Sale Only’. De andere afnemer, Doninvest-99, is gevestigd in Donetsk, de grootste stad in de opstandige Donbas, waar al sinds maart 2014 een gewapend conflict woedt tussen door Rusland gesteunde separatisten en Kyiv-gezinde loyalisten. Bedrijven die op de Krim of in de Donbas waren geregistreerd werden het jaar daarna door Oekraïne verplicht te verhuizen naar gebied dat in handen was van de regering, om hun activiteiten daar wettelijk voort te zetten en belasting te betalen. Dat hebben Rivera Grand en Doninvest-99 niet gedaan. Beide bedrijven waren niet bereikbaar voor commentaar.

  • Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Peter Pomerantsev: ‘De journalistiek moet weer op zoek naar een verbindend verhaal’

    Ooit waren er ‘grote verhalen’ die alles verklaarden, van het morele gedrag van staten tot aan literatuur. Met het wegvallen van overkoepelende verhaallijnen is er behoefte ontstaan aan een nieuwe manier van denken over wat ons verbindt, van Manilla tot Silicon Valley tot aan Moskou, aldus de Russisch-Britse journalist.

    ‘Beste Peter. Ik heb lang gewacht voor ik je schreef, maar het laatste nieuws maakt duidelijk dat het eenvoudigweg gevaarlijk is om nog langer te zwijgen.

    Mijn ex-collega’s zitten in de gevangenis. Maandenlang hebben mijn vrienden en ik moeite gehad om ook maar enige aandacht van de media te krijgen. Nu is er iets gebeurd dat wel degelijk de aandacht van de belangrijkste nieuwsagentschappen heeft getrokken – maar ik vraag me af hoelang het zal duren. Is er een manier om die aandacht vast te houden? Ik heb het gevoel dat wij allemaal gijzelaars zijn hier – en het is angstaanjagend. Alles, iedere misdaad, is hier mogelijk geworden.’

    Ik kreeg deze boodschap deze zomer van een vriend in Belarus, een paar dagen nadat de dictator van het land, Alexander Loekasjenka, een MIG-straaljager had ingezet om een internationale passagiersvlucht te onderscheppen bij de doorkruising van ‘zijn’ luchtruim en een journalist uit Belarus en zijn vriendin, die in vermeende veiligheid in Litouwen hadden gewoond, van boord had gehaald. Een paar dagen later verscheen de gevangengenomen journalist, Roman Protasevitsj, met duidelijke sporen van marteling op de staatstelevisie. In een setting die de showprocessen onder Stalin in herinnering roept, bekende hij verraad.

    In het kort

    • De stuitende ontvoering van een journalist uit Belarus en zijn vriendin door Loekasjenka is alweer in de vergetelheid geraakt.

    • De reden is dat Loekasjenka’s schandelijke misdaden niet in een ruimere betekenisketen terecht zijn gekomen.

    • Alles is onderdeel van één samenhangende geschiedenis.

    Er was sprake van enige verontwaardiging in wat we graag de internationale gemeenschap noemen; de woorden ‘kaping’ en zelfs ‘terroristische daad’ vielen. En vervolgens raakte, zoals mijn vriend al vreesde, het voorval in vergetelheid. Loekasjenka kreeg te maken met milde represailles, zoals een verbod aan de staatsluchtvaartmaatschappij van Belarus om op Europa te vliegen. Zijn boodschap aan iedereen die het waagde hem tegen te werken was krachtiger: ik kan met je doen wat ik wil, waar je ook bent. 

    Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader

    Het kostte me moeite het verzoek van mijn vriend te beantwoorden. Een gebeurtenis wordt pas onthouden als het past binnen een breder kader. Iedereen die weleens een geheugenspelletje heeft gedaan weet dat je afzonderlijke dingen onthoudt door ze in een reeks te plaatsen, zodat ze betekenis krijgen als onderdeel van een groter geheel. Zo is het ook in de media en politiek: een voorval krijgt pas zeggingskracht als onderdeel van een brede narratief.

    Maar Loekasjenka’s schandelijke misdaden zijn niet in een ruimere betekenisketen terechtgekomen. En dit geldt niet alleen voor Belarus. Van Birma tot Syrië, van Jemen tot Sri Lanka hebben we meer bewijs dan ooit van misdaden jegens de menselijkheid – van marteling, chemische aanvallen, clusterbombardementen, verkrachting, repressie en willekeurige vrijheidsberoving. Maar de verhalen dwingen maar moeizaam aandacht af, laat staan consequenties. We hebben meer mogelijkheden om te publiceren dan ooit; er zijn geen geografische beperkingen; ons publiek behelst in potentie de hele wereld. Toch komt op de meeste onthullingen of onderzoeken geen respons. Hoe kan dat? 

    DE SELECTIE VAN 360

    360 selecteerde dit jaar drie verhalen, uit de categorieën Distinguished Reporting, Public Discourse en Investigative Reporting.

    In deze en in alle andere tijden hebben we een journalistiek nodig die ons informeert over wat er buiten ons blikveld gebeurt, over wat politici proberen geheim te houden, en die regeringen dwingt verantwoording af te leggen over beslissingen die de welvaart van gewone mensen bedreigen. En daar hoort geen enkel ander streven bij dan het zo gewetensvol mogelijk de werkelijkheid proberen te beschrijven. Of zoals Peter Pomerantsev het in zijn artikel beschrijft: ‘We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou.’

    Instorting

    De instorting van de Sovjet-Unie had moeten aanzetten tot bespiegeling en ons moeten aanmoedigen niemand uit te sluiten van het grotere mensenrechtenverhaal tegen politieke repressie. En in de jaren negentig leek dit ook even mogelijk. Toen de democratiseringsgolf zowel de pro-Sovjet- als de pro-Amerika-dictaturen over de hele wereld omverwierp; toen in 1998 het Internationaal Hof van Strafrecht in Den Haag werd opgericht; toen met succes humanitaire interventies werden uitgevoerd van in de westerse Balkanlanden tot in Oost-Afrika. Even leek het er inderdaad op dat de rechtvaardigheid eerlijker zou worden verdeeld. 

    Maar er gebeurde iets anders. In plaats van dat er meer deelnemers werden toegelaten in het mensenrechtenverhaal, stortte het hele verhaal in elkaar. Eerst kregen sommige slachtoffers meer aandacht dan andere, geleidelijk aan kregen geen enkele slachtoffers meer langdurige aandacht. De verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog hadden de wereld gedwongen de Verklaringen van de Rechten van de Mens van de VN te onderschrijven, althans in principe, en de post-Koude Oorlog-rampen in Srebrenica en Rwanda hadden humanitaire interventies in de hand gewerkt en de weg geopend naar het ‘recht op bescherming’.

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus

    Bij vorige misdaden tegen de menselijkheid gold altijd onwetendheid als excuus. Van Auschwitz tot Srebrenica tot Rwanda konden leiders beweren dat ze zich ofwel niet bewust waren van de feiten, ofwel dat de feiten twijfelachtig waren of de gebeurtenissen te snel gingen om in te grijpen. Maar inmiddels hebben we toegang tot alwetende media, die vaak met overvloedig en ogenblikkelijk bewijsmateriaal komen. En toch hebben die minder effect dan ooit. Het misdaadportret bestaat nog altijd uit allemaal losse beelden. 

    Dat voelde in de Koude Oorlog anders. Toen leek er een verband te bestaan tussen de arrestatie van één enkele Sovjet-dissident en een bredere geopolitieke, institutionele, morele, culturele en historische strijd. In de media, boeken en films uit die tijd werden de verhalen van afzonderlijke politiek gevangenen en mensenrechtenschendingen verteld als onderdeel van een breder, overkoepelend verhaal over de algemene vrijheidsstrijd tegen dictatuur, een strijd met de ziel van de geschiedenis als inzet. En dankzij dat complete verhaal voelden inwoners van democratieën zich deel uitmaken van een identiteit: wij staan aan de kant van de vrijheid versus de tirannie. Er waren instanties die dit narratief en deze identiteit ondersteunden. Politiek gevangenen voelden zich minder kwetsbaar wanneer informatie over hun arrestatie bekend werd gemaakt op de BBC of Radio Free Europe, of opgepikt door Amnesty International, in de Verenigde Naties ter sprake kwam, naar voren werd gebracht door Amerikaanse presidenten in bilateraal topoverleg met het Sovjetleiderschap. 

    Hierdoor hielden we onze aandacht erbij. En toen de zonden van het Westen zelf werden onthuld, zoals het CIA-programma met Koude Oorlog-gerelateerde heimelijke moorden en coups in de jaren zeventig, ontstond er bovendien een kader om de aandacht en de verontwaardiging van het westerse publiek te kanaliseren. 

    GettyImages 1236842805
    In protest tegen het regime van Alexander Loekasjenka zijn posters van de politieke gevangenen Andzelika Borys en Andrzej Poczobut opgehangen in het centrum van Bialystok, Polen. © Beata Zawrzel / NurPhoto / Getty

    Er was wat je een ‘groot verhaal’ zou kunnen noemen, dat alles omvatte: van het morele gedrag van staten tot aan literatuur en kunst en hoe de mensen zichzelf zagen. Het was verbonden met verlichtingsidealen aangaande ‘vooruitgang’ en ‘bevrijding’, waarbij feiten en bewijzen iets waren om gerespecteerd, bevestigd of verworpen te worden met redelijke argumenten of verifieerbaar bewijs. Zelfs het Sovjetregime maakte deel uit van een taal en wereldbeeld waarin rechten – de rechten van gekoloniseerde of voorheen economisch onderdrukte volken – er althans in theorie toe deden. Het zette zelfs een handtekening onder mensenrechtenbeloftes, die Sovjet-dissidenten in staat stelden van de Kremlinleiders te eisen ‘hun eigen wetten te eerbiedigen’. 

    In deze strijd tussen verheven ideeën, waarin beide partijen hun idealen superieur verklaarden, ontstond ruimte voor dissidenten om van de macht te eisen dat ze haar idealen na zou leven. In de periferie werden deze idealen aangeheven om steun te vragen voor vrijheidsbewegingen van een van beide kampen.

    Haken en ogen

    Natuurlijk zaten er haken en ogen aan die grote verhalen. Vaak werden slachtoffers van rivaliserende ideologieën bevoorrecht terwijl er continentwijde blinde vlekken bleven bestaan. Priesters die in Polen door de communisten waren vermoord kregen meer aandacht in de westerse media dan priesters die door bondgenoten van de VS waren vermoord in El Salvador. Het Rode Leger dat opstanden in Boedapest en Praag neersloeg werd oneindig intensiever gevolgd dan de neergeslagen antikoloniale opstanden in Kenia.

    Vooralsnog worden ‘de cheques die in 1945 werden uitgeschreven aan de kwetsbaarste volken in de wereld – aangeduid als “internationale humanitaire wet” – niet verzilverd’, aldus David Miliband, de voormalig Britse minister van Buitenlandse Zaken en het huidige hoofd van het IRC (International Rescue Committee). Wij zijn wat hij noemt het Straffeloze Tijdperk ingegaan: ‘Een tijd waarin militairen, milities en huurlingen in conflicten over de hele wereld menen met alles weg te komen. En omdat ze met alles wegkomen, doen ze ook alles.’ 

    Het verval kwam deels van binnenuit. De taal voor rechten en vrijheden werd uitgehold door leiders die haar misbruikten en lege hulzen achterlieten. Het Sovjetregime versjacherde de taal die bestemd was voor economische gerechtigheid en gelijkheid – tegenwoordig klinkt alleen al het woord ‘socialist’ velen in het voormalige communistische blok als een vloek in de oren. In het Westen werden verheven begrippen als vrijheid en tirannie ingezet als excuus voor niet-uitgelokte oorlogen en bezoedeld door de onvermijdelijke consequenties van de oorlog. In 2003 koppelde president George W. Bush voorafgaand aan de invasie van de Verenigde Staten in Irak doelbewust de tweespalt uit de Koude Oorlog aan zijn visie op het Midden-Oosten door beloftes te maken als ‘de democratie zal overwinnen’ en ‘vrijheid kan de toekomst zijn van ieder land’. In werkelijkheid had de invasie een burgeroorlog tot gevolg en honderdduizenden doden, werd de macht van Iran vergroot en veranderde Syrië in een vazalstaat van een nieuwe autoritaire as. Onder de bevolking in rijke democratieën leidde de invasie tot cynisme en een verbitterde zoektocht naar de eigen identiteit. Woorden die in Oost-Berlijn en Praag nog volop betekenis hadden, verloren in Bagdad hun strekking. En voor beelden gold dat net zo goed. 

    Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel

    Dit rottingsproces van binnenuit ging gepaard met de aanval van buitenaf. Het grote leidmotief van de huidige Russische en nu ook Chinese propaganda is dat het verlangen naar vrijheid en de strijd voor mensenrechten niet leiden tot voorspoed maar tot ellende en bloedvergieten. Russische propagandakanalen koppelen graag flitsen van volksopstanden in Syrië of Oekraïne aan beelden van de daaruit voortvloeiende conflicten in die landen, alsof de oorlog het onvermijdelijke gevolg van de revoltes was en niet de reactie van dictaturen om ze neer te slaan. Anders dan democratie – luidt de weinig subtiele boodschap – is dictatuur sterk en stabiel. 

    Nobelprijs

    De Nobelprijs voor de Vrede werd vorig jaar toegekend aan twee journalisten: Maria Ressa, de uitgever van Rappler, uit de Filippijnen, en Dmitri Moeratov, de uitgever van Novaja Gazeta, uit Rusland. Als we goed naar hun werk kijken, tekent zich iets interessants af.

    Maria Ressa’s situatie had heel goed zo’n ver-van-mijn-bedshow voor de rest van de wereld kunnen zijn. Ze staat als journalist bloot aan kritiek van de Filippijnse regering, omdat ze de wederrechtelijke moorden aan de kaak stelt die onder president Rodrigo Duterte zijn gepleegd. Journalisten in de hele wereld staan dag in dag uit bloot aan kritiek en in de Filippijnen worden ze regelmatig vermoord zonder dat er veel aandacht in het buitenland voor is. Zelfs de massamoorden door proregeringbendes, waar Maria (die zitting heeft in de Raad van Commissarissen van Coda Story) verslag van deed, zijn nauwelijks goed voor een krantenkop in het buitenland. Toch wist Maria onze aandacht vast te houden. Hoe?

    GettyImages 1238670441
    Anna Nikitina van de muziek- en theatergroep Dakh Daughters neemt deel aan een protest ter ondersteuning van de politieke gevangenen voor de Russische ambassade in Kyiv. © Olena Khudiakova/ Ukrinform/ Future Publishing/Getty.

    Toen ze zich verdiepte in wat haar overkwam, merkte Maria dat iets aan Duterte’s aanvallen – zijn gebruik van trollenlegers en cybermilitia’s om zijn tegenstanders te intimideren, bekladden en breken – zowel nieuw was als universeel. Hij paste niet alleen censuur toe, hij zorgde daarnaast voor een hoop heisa op de sociale media, zodat de waarheid werd overstemd en de werkelijkheid vervormd. Maria beperkte haar onderzoek niet tot de Filippijnen, maar breidde het uit naar Facebook, de schadelijke kanten van de sociale media, de rechteloosheid van digitale misinformatie. Haar campagne en de manier waarop ze haar verhaal vertelde voerden niet alleen naar het presidentieel paleis in Manilla maar ook naar Silicon Valley, naar iedere verkiezing waarmee online was gesjoemeld, naar ieder conflict dat werd gevoed door digitale haatcampagnes, naar iedere vrouw of minderheid die werd getiranniseerd of getreiterd op sociale media, naar iedere ouder die bezorgd was over wat hun kinderen online overkwam. Haar verhaal kreeg belang voor iedere wetgever en civiel ambtenaar die zich afvragen hoe ze deze nieuwe grens moeten trekken. Het actualiseerde ons denken over vrijheid van meningsuiting in het digitale domein en dwong technologiebedrijven om op z’n minst toe te geven dat illegaal gecoördineerde campagnes geen rechtmatige uitingsvorm waren maar een vorm van censuur. Eén bestaand persoon die iets onaangenaams zegt, alla. Maar als een handvol trollen pretendeert dat duizenden niet-bestaande personen hetzelfde zeggen, ligt dat anders. 

    Maria bracht in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht

    Daarnaast bracht Maria in haar onderzoek landen met elkaar in verband die nooit onder één noemer waren gebracht. Niemand had ooit Rusland en de Filippijnen op één lijn gezien. Hun dissidenten ontmoeten elkaar niet. Ze stonden in de Koude Oorlog aan verschillende kanten. Maar inmiddels zijn deze twee prominente gebieden op het gebied van online manipulatie onderdeel van een samenhangend verhaal geworden. Maria bekeek research van Russische journalisten om te begrijpen wat in haar eigen land gaande was en begon Rusland en de Filippijnen te zien als één frontlinie van digitaal autoritarisme. 

    Wereldomspannend narratief

    In Rusland ontstond bovendien nog een andere schijnbaar lokale kwestie die uitgroeide tot een wereldomspannend narratief. Toen Russische activisten en journalisten voor het eerst, in het vroege Poetin-tijdperk, de wereld probeerden duidelijk te maken dat het regime stoelde op diefstal uit staatsbezittingen en witwaspraktijken in westerse landen, haalden de meesten hun schouders op. Wat kan het schelen? Het was misschien niet goed voor Rusland, maar Londen en New York werden er rijker van en het Kremlin zwakker. Het kostte tien jaar moeizaam argumenteren en bewijs verzamelen om te laten zien dat het bij de corruptie in Rusland en Afrika, Centraal-Azië en het Midden-Oosten niet alleen ging om een lokale tragedie. Wij werden er net zo goed door geraakt. Corruptie was ook een manier om democratieën te infiltreren en ondermijnen, onze buitenlandpolitiek in opspraak te brengen, politici om te kopen, uiterst rechtse politiek een podium te geven. Er werd een elite gecreëerd die haar invloed en macht aanwendde om oorlogen te beginnen en ermee weg te komen, omdat westerse landen inmiddels afhankelijk waren van de onrechtmatige investeringen. Er werd een wereld gecreëerd waarin de rijken der aarde er andere regels op na houden, niet geplaagd door het binnenlandse recht waar dan ook. En zo werden de ongelijkheid en woede gevoed waardoor het geloof van burgers in democratische instellingen werd ondermijnd. En de vijand zat niet alleen in het Kremlin, het betrof ook tussenpersonen en witwassers op achtenswaardige kantoren in New York en Londen.

    Het was een hele klus om aan te tonen dat de tragedie van een ziekenhuis in Noord-Rusland, dat door bureaucraten was geplunderd om vastgoed in Londen te kopen, ook de mensen in het Pentagon aanging. Tegenwoordig staat corruptie (of preciezer: kleptocratie en witwasserij) centraal op de veiligheidsagenda van de nieuwe regering van de VS. Maar het heeft jaren hard werken gekost om de verbanden bloot te leggen die begraven liggen onder al het nepnieuws en de narcistische blik van de sociale media, en om van iets wat op het eerste oog een randverschijnsel leek een verhaal te maken dat in al onze levens speelt. 

    GettyImages 1235618775
    Pro-democratie-activisten van de politieke partij Liga van Sociaal-Democraten houden foto’s van politieke gevangenen vast tijdens een protest in Hongkong vorig jaar. © Anthony Kwan / Getty

    Dus dat is de opdracht: de als ranken ineengrijpende geschillen aan het licht brengen, de vervlochten wortels van de problemen die de wereld heviger dan ooit teisteren en waarvan de diepere betekenis nog moet worden onthuld. Vroeger bestond het grote verhaal van de democratie ergens boven ons hoofd, als een vliegtuig waar je in kon stappen vanaf een platform dat ‘mensenrechten’ heette. Nu gebruiken we schoppen. We gaan een hobbel te lijf die slechts een onregelmatigheid in een hoek van de tuin leek, maar als we hem uitgraven leiden de wortelstokken ons naar de tuin van de buren. Dit is een nieuwe missie van de journalistiek. Uitzoeken waarom een kwestie in Manilla ook te maken heeft met Silicon Valley en Moskou en jou. Het onverwachte raakpunt vinden tussen landen waarvan niemand ooit eerder dacht als onderdeel van een en dezelfde kaart. Want deze nieuwe lijnen bestaan. Ze hoeven niet te worden gecreëerd – ze moeten worden opgediept. En dan kan één afzonderlijk voorval staan voor vele andere en kan één krantenartikel over de grenzen resoneren. Nieuwe kijkers en lezers, die er nooit bij stilstonden dat ze iets gemeen hadden, kunnen worden bijeengebracht. En deze nieuwe journalistiek moet meer doen dan alleen nieuwe verbanden leggen en nieuwe kijkers en lezers verbinden – ze moet de contouren aangeven van de discussie die de oplossing aanreikt voor de blootgelegde kwesties en haar publiek de kans bieden om van passieve spelers te veranderen in deelnemers aan een herformulering van een toekomst. 

    We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was

    Want hoewel het oude verhaal over ‘democratiseringsgolven’, over makkelijk gedefinieerde en herkenbare ‘mensenrechtenverklaringen’ is verbleekt, riskeren mensen nog steeds hun leven en levensonderhoud om te protesteren en te vechten voor… ja, waarvoor? We hebben de laatste jaren over de hele wereld meer protesten gezien dan in decennia het geval was. Van Hongkong tot Tbilisi, van Soedan tot Chili. En in Belarus natuurlijk. Belarus dat altijd werd weggezet als tevreden met z’n ontaarde dictator, met het compromis tussen stabiliteit en eenmansbewind. En toen ineens, hoe bestaat het, kwam het hele land in opstand. Niet alleen stedelijke liberalen, maar ook gepensioneerden en fabrieksarbeiders lieten van zich horen.

    Maar anders dan in 1989 denken we bij al deze protesten over de hele wereld niet aan een geheel. We zien ze niet als onderdeel van één onvermijdelijke, samenhangende Geschiedenis. De rechten waarvoor wordt opgekomen zijn erg verschillend. De regimes waartegen wordt gevochten houden zich niet per se aan de oude verschillen tussen democratieën en dictaturen. En toch kriebelt er nog steeds iets. Een soort onderliggende urgentie, een behoefte die niet kan worden bevredigd. Wat verbindt al deze uiteenlopende bewegingen? Wat zullen we aantreffen tijdens ons graafproces? Misschien houdt zich daarbeneden wel iets samenhangends schuil en leiden alle ranken naar een allesomvattend geheugen, iets levends, enorms, globaals, vreselijks – dat zich klaarmaakt om de epische bewijsschatten, de gigantische hoeveelheid data die getuigen van misbruik en misdaden jegens de menselijkheid, een doel én een betekenis te geven. 

  • Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Thomas Piketty: ‘De sociale kwestie moet weer de kern vormen van het politieke debat’

    Naar aanleiding van de Franse verkiezingen afgelopen juni schreef de Franse stereconoom over de huidige situatie in zijn land, waar volgens hem te weinig aandacht is voor de sociale kwestie. Onder andere omdat de identiteitskwestie de overhand kreeg.

    Is het mogelijk, zowel in Frankrijk als op Europese en internationale schaal, de uit drie lagen bestaande democratie achter ons te laten en opnieuw een kloof tussen links en rechts te creëren waarbij herverdeling en sociale ongelijkheid centraal staan? Dat was de inzet van de jongste Franse parlementsverkiezingen.

    Laten we om te beginnen de contouren van de drielagendemocratie nog eens onder de loep nemen die zich tijdens de eerste ronde van de Franse presidentsverkiezingen hebben afgetekend. Tellen we de uitslagen van de verschillende linkse en groene partijen bij elkaar op, dan komt dit sociaal-ecologische blok uit op 32 procent van de stemmen. Kijken we naar de stemmen die zijn uitgebracht op Macron en Pécresse, dan zien we dat het liberale of centrumrechtse blok ook 32 procent van de stemmen heeft behaald. De drie kandidaten van het nationalistische of extreemrechtse blok (Le Pen, Zemmour, Dupont-Aignan) haalden precies dezelfde score van 32 procent. Als we de 3 procent die plattelandskandidaat Lasalle behaalde gelijkelijk over de drie blokken verdelen, komen we uit op drie vrijwel gelijke lagen.

    Deze driedeling is deels verklaarbaar vanwege de specifieke kenmerken van het Franse kiesstelsel en de politieke geschiedenis van het land, maar er liggen ook algemenere redenen aan ten grondslag. Laten we vooropstellen dat de drielagendemocratie geenszins het einde betekent voor de politieke kloof die is gebaseerd op uiteenlopende sociale klassen en economische belangen, integendeel zelfs. Het liberale blok behaalt veruit de beste resultaten bij de sociaal meest bevoorrechte kiezers, welk criterium ook wordt gehanteerd (inkomen, erfenis, opleiding), met name bij de oudsten onder hen. Als dit ‘bourgeoisblok’ een derde van de stemmen weet te vergaren, is dat ook voor een groot deel het gevolg van het feit dat de oudste en welvarendste Fransen de afgelopen decennia in groteren getale naar de stembus gaan dan de rest van de bevolking, iets wat eerder niet zo was.

    De facto heeft dit blok de synthese bewerkstelligd van de economische elite met oud of nieuw geld die van oudsher centrumrechts stemt en de gediplomeerde elite die sinds 1990 vrijwel overal de scepter heeft gezwaaid over centrumlinks. Als dit blok evenredig over alle sociaaldemografische groeperingen was verdeeld, zou het toch maar nauwelijks een kwart van de stemmen binnenhalen en nooit in zijn eentje kunnen regeren. Het linkse blok daarentegen zou ruimschoots aan kop gaan omdat dat het beste scoort bij het gewone volk, en vooral bij de jongsten onder hen. Ook het nationalistische blok zou vooruitgang boeken maar in mindere mate, omdat het gewone volk dat daarop stemt evenwichtiger over de leeftijdsgroepen zijn verdeeld.

    Links en het triomferende liberalisme

    In zekere zin zou je kunnen zeggen dat deze driedeling de drie grote ideologische families weerspiegelt die het Franse politieke leven al meer dan twee eeuwen bepalen: het liberalisme, het nationalisme en het socialisme. Sinds de industriële revolutie steunt het liberalisme op de markt en de sociale verschuivingen die de economie teweegbrengt en trekt het voornamelijk mensen aan die baat hebben bij het systeem. Het nationalisme is een antwoord op de sociale crisis die het gevolg is van de ontpersoonlijking van het land en de etno-nationale solidariteit, terwijl het socialisme niet zonder moeite universele emancipatie probeert te bevorderen door middel van onderwijs, kennis en het delen van de macht.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt

    In meer algemene zin hebben we altijd al geweten dat het politieke conflict structureel instabiel en multidimensioneel is (de identitaire en religieuze kloof, de kloof tussen stad en platteland, de sociaaleconomische kloof et cetera) en niet kan worden teruggebracht tot een eendimensioneel links-rechtsconflict dat zich in de loop van de tijd opnieuw zal voordoen. Toch voerde in talrijke configuraties die we in het verleden hebben kunnen waarnemen, of in elk geval in die welke ons zijn bijgebleven, de sociale kwestie de boventoon en was die de belangrijkste spil in het sociale conflict door het tegenover elkaar zetten van een sociaal-internationalistisch links en een liberaal-conservatief rechts.

    Het nieuwe aan de huidige situatie is dat de sociale kwestie niet zo heftig meer speelt, deels omdat links toen het aan de macht kwam zijn hervormingsambities heeft gematigd en vaak het liberalisme heeft omarmd dat na de val van het communisme in zwang raakte, met als gevolg dat de identiteitskwestie de overhand heeft.

    Een riskante gok

    Wat kenmerkend is voor de drielagendemocratie is allereerst dat de werkende klasse sterk verdeeld is over migratie en de postkoloniale kwestie: stedelijke jongeren hebben minder moeite met integratie en stemmen over het algemeen links. Het minder jonge electoraat op het platteland daarentegen voelt zich in de steek gelaten en wendt zich tot het nationalistische blok. Het bourgeoisblok hoopt zich voor altijd te kunnen handhaven dankzij deze tweedeling, maar dat is een riskante gok, want de retoriek waarvan het nationalistische blok zich bedient, vaak aangemoedigd door het bourgeoisblok, is allesbehalve constructief en verergert het conflict alleen maar. In tegenstelling tot wat de andere blokken beweren is het linkse blok allerminst blind voor de veiligheidskwestie, maar wil het juist belastinggeld bestemmen voor de versterking van politie en justitie.

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme is volstrekt ongerijmd

    De beschuldiging dat er bij links sprake zou zijn van communautarisme, dat niet markt of staat centraal stelt maar de samenleving, is volstrekt ongerijmd. Dat jongeren met een migratieachtergrond massaal op het linkse blok stemmen is omdat dat hen als enige tegen het heersende racisme beschermt en het discriminatievraagstuk serieus neemt. Het wordt hoog tijd dat de sociale kwestie weer de kern vormt van het politieke debat in Frankrijk, niet omdat het volksblok per definitie gelijk heeft en het bourgeoisblok ongelijk (de noodzakelijke mate van herverdeling is nooit eenvoudig te bepalen), maar omdat sociale klassenconflicten meer stof tot nadenken bieden en de democratie in staat stellen te functioneren. Laten we hopen dat deze verkiezingen daarbij zullen helpen.

  • Wereldbeeld: Indiase tunnelkunst

    Wereldbeeld: Indiase tunnelkunst

    De 1,3 km lange Pragati Maidan-tunnel in Delhi is volgens premier Narenda Modi niet alleen een verkeerstraject maar ook een kunstgalerie. De ondergrondse gang telt om de 250 meter een nieuw kunstwerk.

    De 1,3 km lange Pragati Maidan-tunnel, die een aantrekkelijk voorproefje moet vormen voor bezoekers van het nieuwe tentoonstellings- en congrescentrum in de Indiase hoofdstad Delhi, telt om de 250 meter een nieuw kunstwerk.

    Onlangs werd besloten de tunnel op zondag te sluiten voor verkeer zodat voetgangers de versierde Transit Corridor op hun gemak kunnen bekijken. Premier Narendra Modi heeft gezegd dat de tunnel niet alleen moet worden gezien als een traject voor woon-werkverkeer, maar ook als een educatief centrum en kunstgalerie.

    GettyImages 1241405333
    © Getty Images

  • Wat zij zeggen over het terugdraaien van het recht op abortus

    Wat zij zeggen over het terugdraaien van het recht op abortus

    Internationale commentatoren en opiniemakers over het terugdraaien van het recht op abortus door het Amerikaanse Hooggerechtshof.

    John Oliver – Presentator Last Week Tonight

    The Guardian

    ‘De verklaring van Mike Pence dat “vandaag het leven heeft gewonnen” is moeilijk te aanvaarden, aangezien voor sommigen een gedwongen zwangerschap een doodvonnis kan zijn. Het Hooggerechtshof heeft een afschuwelijke beslissing genomen. De boodschap die het Hooggerechtshof heeft gestuurd is duidelijk: het kan ons niet schelen of je zwangerschap je dood wordt, het kan ons niet schelen of je niet zwanger wilt zijn, je kunt ons überhaupt niets schelen.’


    Alexandria Ocasio-Cortez – Congreslid VS

    Business Insider

    ‘Ik ben zelf, toen ik ongeveer tweeëntwintig of drieëntwintig jaar oud was, verkracht toen ik hier in New York woonde. Ik was helemaal alleen. Ik voelde me helemaal alleen. Ik was zelfs zo alleen dat ik een zwangerschapstest moest doen in een openbaar toilet in het centrum van Manhattan. Toen ik daar zat te wachten op de uitslag, kon ik alleen maar denken: Godzijdank kan ik tenminste kiezen voor abortus als het zou moeten. Godzijdank heb ik tenminste de vrijheid om mijn lot te bepalen.


    Joe Manchin – Democratisch senator

    Twitter

    ‘Ik ben diep teleurgesteld dat het Hooggerechtshof heeft gestemd voor de verwerping van Roe v. Wade. Ik vertrouwde op rechters Neil Gorsuch en Brett Kavanaugh toen ze [tijdens de hoorzittingen voorafgaand aan hun benoeming tot opperrechter] onder ede getuigden dat ze van mening waren dat Roe v. Wade een gevestigd juridisch precedent was en ik vind het alarmerend dat ze ervoor hebben gekozen om de stabiliteit te verwerpen die dat arrest heeft geboden aan twee generaties Amerikanen.’


    Alexandria Ocasio-Cortez – Congreslid VS

    NBC-Meet the Press

    ‘Gorsuch en Kavanaugh hebben gelogen. Liegen onder ede is een strafbare overtreding en ik vind dat dit zeer serieus bekeken moet worden. Als we toestaan dat genomineerden voor het Hooggerechtshof liegen onder ede, zou dat een duidelijk signaal zijn voor alle toekomstige genomineerden dat ze vrijelijk kunnen liegen tegen gekozen leden van de Senaat van de Verenigde Staten om te worden benoemd in het Hooggerechtshof. Er moeten gevolgen zijn voor dergelijk vergaand destabiliserend gedrag.

  • Wereldnieuws: Hittegolf in de Middellandse Zee & Meer

    Wereldnieuws: Hittegolf in de Middellandse Zee & Meer

    Canada doet plastic in de ban

    Canada heeft eind juni bekendgemaakt dat er een definitief verbod komt op plastic zakjes, rietjes, verpakkingen voor afhaalmaaltijden en ander wegwerpplastic, meldt The Guardian. ‘Slechts 8 procent van het plastic afval wordt gerecycled,’ aldus de Canadese minister van Volksgezondheid Jean-Yves Duclos. Hij voegde eraan toe dat jaarlijks 43.000 ton plastic voor eenmalig gebruik in het milieu terechtkomt, voornamelijk in waterwegen. Het verbod op de productie en invoer van plastic wegwerpzakjes, bestek, rietjes, roerstaafjes, bekertrays en meeneemverpakkingen gaat december dit jaar in en het verbod op de verkoop daarvan een jaar later. Eind 2025 gaat Canada ook de uitvoer verbieden; het is daarmee het eerste land dat dit internationaal doet, volgens een persbericht van de regering.

    In de nieuwe regelgeving ontbreekt een verbod op plastic verpakkingen voor consumptiegoederen – de belangrijkste bron van plastic afval wereldwijd – maar Canada belooft ervoor te zorgen dat alle plastic verpakkingen in 2030 voor zeker de helft uit gerecycleerd materiaal zullen bestaan.

    tanvi sharma 4bD2p5zbdA unsplash kopie
    © Unsplash

    Oekraïners keren terug naar huis

    Ondanks het aanhoudende bloed-vergieten in het oosten van hun land, keren veel Oekraïners terug naar huis, aldus de vluchtelingenorganisatie van de VN, die bijhoudt hoeveel vluchtelingen de grenzen zijn overgestoken. Op 16 juni bedroeg het aantal migraties vanuit Oekraïne naar de buurlanden 7,7 miljoen. Maar het aantal teruggekeerden bedraagt 2,6 miljoen, wat suggereert dat een derde van degenen die waren vertrokken, weer is teruggekeerd, aldus The Economist.

    De VN denkt dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen

    De cijfers vertellen niet het hele verhaal, want soms gaat het om snelle bezoekjes om de situatie ter plaatse te beoordelen, familieleden te bezoeken of andere mensen te helpen om te vertrekken. Hulporganisatie International Rescue Committee meldt dat sommige werknemers pendelen tussen Moldavië en Odessa. Toch denkt de VN dat mensen terugkeren naar delen van het land waar de gevechten zijn afgenomen, omdat deze veilig genoeg worden geacht om in ieder geval tijdelijk te verblijven.


    Hittegolf in de Middellandse Zee

    Het Middellandse Zeegebied wordt geteisterd door een mariene hittegolf (MHW): de temperatuur was op 10 mei vier graden hoger dan het gemiddelde in de periode 1985-2005, meldt ANSA. De temperatuur van het oppervlaktewater bereikte pieken van meer dan 23° Celsius. Dit blijkt uit de eerste resultaten van het CAREHeat-project dat wordt gefinancierd door het Europees Ruimteagentschap. Het project heeft tot doel MHW’s te identificeren en het effect ervan te onderzoeken op mariene ecosystemen en op economische activiteiten zoals de visserij.

    De resultaten bevestigen de bevindingen van het rapport Mare Caldo (Hete zee) van Greenpeace, waarin staat dat de gevolgen van de klimaatcrisis sterk voelbaar zullen zijn in de zeeën rond Italië, onder meer omdat stijgende watertemperaturen drastische veranderingen in de mariene biodiversiteit zullen veroorzaken.

    freddie marriage o7 oinSBcfo unsplash kopie
    © Unsplash


    Alexa bootst stemmen van overledenen na

    Amazon werkt aan een techniek waarbij gebruikers via spraakassistent Alexa met familieleden kunnen spreken, zelfs nadat deze zijn overleden. Op een conferentie van Amazon in Las Vegas presenteerde Rohit Prasad, senior vicepresident en hoofd wetenschap van het Alexa-team, een functie die de spraakassistent in staat stelt om een specifieke menselijke stem na te bootsen, meldt CNBC.

    Alexa kan op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren

    In een demonstratievideo zegt een kind: ‘Alexa, can Grandma finish reading me the Wizard of Oz?’ Dat verzoek wordt door Alexa eerst beantwoord met de standaard robotachtige stem en daarna met een zachtere, menselijkere stem, die het familielid van het kind lijkt te imiteren. Volgens Prasad heeft zijn team een model ontwikkeld waarmee Alexa op basis van geluidsopnames van ‘minder dan een minuut’ een stem van hoge kwaliteit produceren. Het is niet bekend wanneer die functie beschikbaar zal zijn voor het publiek. 

    Hoewel de techniek gebruikt kan worden om elke stem te imiteren, suggereerde Prasad dat deze zou kunnen worden toegepast als hulpmiddel om een overleden familielid te herdenken. Kunstmatige intelligentie natuurlijker en gezelliger maken, is een belangrijk aandachtspunt geworden, vooral gezien het feit dat ‘zo velen van ons een geliefde hebben verloren’ tijdens de pandemie, aldus Prasad.

    Het bedrijf wil conversaties met Alexa in het algemeen natuurlijker maken, en heeft al een reeks functies uitgerold die de spraakassistent in staat stellen om menselijkere gesprekken te voeren, waarbij Alexa zelfs vragen zal kunnen stellen aan gebruikers.


    Achterstallig onderhoud dreigt voor westerse vliegtuigen in Rusland

    Internationale luchtvaartexperts zullen steeds sneller aarzelen om in Rusland aan boord van een vliegtuig te gaan omdat ze weten wat er mis kan gaan, aldus Wired. Dat zit zo. Eind mei telde de Russische commerciële luchtvaart 876 vliegtuigen, eind februari waren dat er nog 968. De meeste zijn van Airbus of Boeing, en beide bedrijven hebben vanwege sancties de levering van reserveonderdelen aan Russische luchtvaartmaatschappijen stopgezet. ‘Ze kunnen geen enkel onderdeel van Boeing of Airbus krijgen,’ aldus Bijan Vasigh, van de Embry-Riddle Aeronautical University in Florida. ‘En ook het leveren van technische expertise is verboden.’ 

    En dat terwijl vliegtuigen voortdurend onderhoud en reparaties nodig hebben, sommige onderdelen moeten zelfs zeer regelmatig worden vervangen. Banden bijvoorbeeld moeten om de 120 tot 400 landingen worden vervangen. Voor binnenlandse vluchten betekent dat om de een, twee of drie maanden. Boeing stopte de levering aan de Russische markt op 1 maart, Airbus volgde een dag later. ‘Die banden gaan slijten,’ zegt Max Kingsley-Jones, van Ascend by Cirium, een adviesbureau voor de luchtvaart, ‘en ze kunnen niet aan vervanging komen; dat is een potentieel risico.’

    ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur’

    Ook computersystemen vereisen regelmatig onderhoud, evenals vliegtuigmotoren en hulpaggregaten. ‘Sommige van die onderdelen hebben een beperkte levensduur,’ zegt Kingsley-Jones. ‘Ze moeten letterlijk uit het vliegtuig worden gehaald en worden vervangen, na een bepaalde tijd of een bepaald aantal vluchten.’

    De Russische capaciteit op het gebied van luchtvaarttechniek moet niet worden onderschat, voegt hij eraan toe. ‘Ze zijn zeer capabel, hebben een eigen luchtvaartindustrie en zijn goed in staat om hun vliegtuigen te onderhouden.’ Maar naarmate de voorraad officiële reserveonderdelen van de Russische luchtvaartmaatschappijen slinkt, zullen zij gedwongen worden tot alternatieve maatregelen. Als de situatie de komende twee, drie maanden niet verandert, zouden vliegtuigen ofwel aan de grond moeten worden gehouden, ofwel de lucht in moeten met niet-goedgekeurde of niet-geautoriseerde onderdelen, voorspelt Vasigh.

    ANP 449691676
    Sjeremetjevo International Airport is na Luchthaven Domodedovo de grootste luchthaven van Moskou en Rusland. ©  Ivan Vodop’janov/Kommersant/Sipa

  • Waarom de Britten na brexit ook af willen van de meter en de kilo

    Waarom de Britten na brexit ook af willen van de meter en de kilo

    Voor zijn vertrek pleitte Boris Johnson voor de herinvoering van pounds en ounces in het VK. Volgens deze auteur was dat het nieuwste salvo in een onzinnige strijd die al tweehonderd jaar woedt. ‘Het metrieke stelsel werd afgekraakt als een onnatuurlijke, atheïstische uitvinding van bloeddorstige revolutionairen.’

    Volgens historicus Eric Hobsbawm is ‘het metrieke stelsel het meest blijvende, universele gevolg van de Franse revolutie’. Toch lijkt het Verenigd Koninkrijk vastbesloten het metrologische tij te keren. Waar andere landen het metrieke stelsel hebben omarmd als universele wetenschaps- en handelstaal, wil de regering in ‘Global Britain’ met de herinvoering van het imperiaal stelsel weer terug naar het lokale dialect. Dat is ijdele hoop.

    Vechten tegen het metrieke stelsel lijkt in eerste instantie donquichotesk

    Vechten tegen het metrieke stelsel lijkt in eerste instantie donquichotesk. Wat maakt het per slot van rekening uit of je je groenten en fruit in ponden of kilo’s koopt, zolang de prijs maar gunstig is? Toch is macht over maatsystemen al millennia ongelooflijk belangrijk voor landen, en deze relatie tussen metrologie en soevereiniteit bestaat vandaag de dag nog steeds. Decreten die uniforme maatvoering voor eerlijke internationale handel veiligstellen zijn terug te vinden in ’s werelds oudste juridische documenten, van de Babylonische Codex Hammurabi tot onze eigen Magna Carta. Boris Johnson maakt – bewust of onbewust – gebruik van deze historische traditie. 

    Vijandigheid tegenover metrische maten en gewichten is niets nieuws, ze bestond vermoedelijk al voor het definitieve stelsel zelf. Nog voordat de Franse intellectuele elite het metrieke systeem in 1798 rond had, vreesden wetenschappers en politici dat de nieuwe eenheden de bevolking tegen zich in het harnas zouden jagen en dat de definitie van de meter – afgeleid van de meridiaan van Parijs en gedefinieerd als een tienmiljoenste van de afstand tussen de noordpool en de evenaar – te Frans was om te worden overgenomen door andere landen. Dit was inderdaad precies de reden waarom Thomas Jefferson, die het gebruik van het metrieke stelsel voor de VS overwoog, het systeem als ‘onwerkbaar’ afserveerde. Hij klaagde dat de definitie van de meter ‘ipso facto elk land op aarde uitsluit van een gemeenschappelijk maatsysteem’.

    Afgekraakt

    In het Verenigd Koninkrijk werden deze argumenten kracht bijgezet door een mengsel van nativistische verontwaardiging en pseudowetenschappelijke overtuigingen. Het metrieke stelsel werd niet alleen afgekraakt als een opgedrongen buitenlandse uitvinding die de eenvoudige Britten zou verwarren en ontstemmen, maar ook als een onnatuurlijke, atheïstische uitvinding van bloeddorstige revolutionairen. 

    De duim verwerpen, zei hij, stond gelijk aan het negeren van Gods voorzienigheid

    De suggestie dat maateenheden een spirituele dimensie hebben lijkt misschien een wonderlijke, maar in de negentiende eeuw was dit idee algemeen aanvaard. De theorie dat de inch, de Engelse duim, niet louter een handige lengtemaat was met een rijke geschiedenis, maar een gift van God, raakte rond 1860 in zwang dankzij de Schotse hofastronoom Charles Piazzi Smyth. Deze beweerde, na zijn reis naar Egypte om de afmetingen van de grote piramide van Gizeh vast te leggen, dat de monumenten waren gebouwd met behulp van een ‘heilige el’ [lengte van onderarm] en ‘pyramideduim’, bedacht door de Grote Maker zelf. Deze theorie was niet noodzakelijk nieuw – Isaac Newton had zich langdurig in de heilige el verdiept – maar door de metingen van Smyth leek het idee wetenschappelijk onderbouwd. Zoals God Adam taal had geschonken, betoogde Smyth, zo was de grote piramide ‘ontworpen voor de metrologie van alle landen’. De duim verwerpen, zei hij, stond gelijk aan het negeren van Gods voorzienigheid.

    Terug naar nu. Hoewel argumenten tegen de invoering van het metrieke stelsel niet zo vaak op piramidologie zijn gebaseerd, getuigen ze hier en daar van een spirituele insteek. Tijdens het onderzoek voor mijn nieuwe boek over maatstelsels maakte ik kennis met een groep die bekendstaat als Active Resistance to Metrication (ARM): guerrillastrijders in de onzichtbare metrologische oorlog in Groot-Brittannië. Hun doel? ‘Verzet bieden tegen de gedwongen overstap naar het metrieke stelsel.’ Hun methode? Nou, voornamelijk aanvallen op metrische verkeersborden en wegwijzers: ze ’s nachts losschroeven of met verf bekladden. Toen ik een ARM-actie bijwoonde in Thaxted, Essex, vertelde de leider van de groep, voormalig UKIP-kandidaat Tony Bennett, dat hij deels werd gemotiveerd door de wens om de vorming van een wereldregering tegen te gaan. God ziet namelijk het liefst dat mensen in ‘aparte landen’ leven, stelde Bennet, zoals duidelijk blijkt uit het lot van de Toren van Babel.

    Utopisch project

    Ondanks zulke bezwaren geloof ik dat het metrieke stelsel over het geheel genomen een waarlijk utopisch project is. Het is een bureaucratisch succes dat door de verschaffing van een gemeenschappelijke taal de wereldhandel en het wetenschappelijk onderzoek heeft doen opbloeien. De invoering van imperiale maten (als het plan meer blijkt te zijn dan een afleidingsmanoeuvre in het kader van de jubileumweek) zal dit werk niet hinderen maar slechts ongemak veroorzaken en de meerderheid van de Britten die al aan het metrieke stelsel gewend is, vijandig stemmen.

    Opmerkelijk genoeg is het metrieke stelsel vaak door landen ingevoerd in tijden van politieke onrust. Kennelijk kan zoiets fundamenteels als het veranderen van maateenheden alleen worden overwogen wanneer oude zekerheden in het leven wankelen. Johnson hoopt dat dit zo’n moment is voor het Verenigd Koninkrijk. Maar laat de revolutie nou voorbij zijn: het metrieke stelsel heeft al lang gewonnen.

    9780571354214

    James Vincent, Beyond Measure: The Hidden History of Measurement

  • Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Gokken met graan: hoe westerse speculanten verdienen aan honger in Afrika

    Amerikaanse en Europese handelaren proberen hoge winsten te behalen met tarwespeculatie. De wereldwijde voedselprijzen zijn dan ook nog nooit zo hoog geweest. Met als gevolg dat miljoenen mensen verhongeren.

    Egypte importeert het grootste deel van zijn tarwe. De explosie van de broodprijs in 2011 zorgde voor protesten die uiteindelijk de regering omver zouden werpen. In april van dit jaar kocht de Egyptische staat 350.000 ton tarwe voor 450 dollar per ton, 427 euro. In februari was dat nog 252 dollar voor tarwe van dezelfde kwaliteit.

    In die tussenliggende twee maanden viel Rusland Oekraïne binnen. Beide landen behoren tot ’s werelds belangrijkste graanproducenten. Sancties en oorlog betekenen minder graan. Maar andere landen zijn in het gat gesprongen en verbouwen nu meer graan. Dus er moeten andere factoren in het spel zijn die de prijs van graan en andere basisvoedingsmiddelen opdrijven.

    Onderzoek door de Europese non-profitorganisatie voor onderzoeksjournalistiek Lighthouse Reports, waar The Continent aan deelnam, wijst uit dat een van de belangrijkste oorzaken van de hoge voedselprijzen ongebreidelde speculatie is. Enkele investeerders hebben handig gebruik gemaakt van de mazen in de Europese en Amerikaanse wetgeving.

    Meer voedsel maar hogere prijzen

    Volgens de FAO, de Voedsel- en Landbouworganisatie van de Verenigde Naties, zijn de voedselprijzen gemiddeld een derde hoger dan vorig jaar. Ze liggen zelfs op het hoogste niveau sinds de organisatie in 1990 de gegevens begon bij te houden. Het Wereldvoedselprogramma verwacht dat hun voedselkosten dit jaar met 50 procent zullen stijgen. Alleen al in West-Afrika nemen die kosten dit jaar toe met 136 miljoen dollar.

    GettyImages 1395731677

    Een officier van het Oekraïense leger inspecteert een graanopslagplaats die door Russische troepen werd beschoten nabij de
    frontlinies van Cherson in Novovorontsovka, Oekraïne. – © John Moore/Getty Images

    Dit is de derde voedselprijzencrisis in vijftien jaar. Een stijging van de voedselprijzen met 1 procentpunt zorgt er volgens de Wereldbank voor dat het aantal mensen dat in extreme armoede leeft met zo’n 10 miljoen toeneemt. Opmerkelijk genoeg is de wereldvoedselproductie in diezelfde vijftien jaar juist toegenomen. Wereldwijd is er momenteel ongeveer een derde meer graan voorradig dan nodig is om iedereen te voeden. En dat ondanks politieke instabiliteit en klimaatverandering.

    Een aanwijzing voor wat er aan de hand is, komt van de Parijse markt voor maaltarwe, de grootste graanmarkt in Europa. In 2018 was ongeveer een kwart van de voedselcontracten op deze markt gericht op speculatie. Dat aantal is inmiddels verdrievoudigd tot driekwart.

    Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken

    Deze markten maken het mogelijk om de toekomstige voedselvoorraad nu al te verkopen. Gewoonlijk verwacht een boer aan het eind van het seizoen een bepaalde hoeveelheid tarwe te oogsten. Een molenaar gaat ermee akkoord om zijn graan tegen een bepaalde prijs te kopen. De boer krijgt geld en kan zo betalen voor kunstmest en alle andere zaken die hij nodig heeft voor het verbouwen van het graan. Uiteindelijk wordt de tarwe geleverd. Maar aan deze gang van zaken is een risico verbonden. Gewassen kunnen mislukken. Oorlogen kunnen uitbreken. Een recordoogst kan tot een prijsval leiden.
    Om dat risico te beheersen kan de molenaar zijn contract voor de hoeveelheid graan verkopen op de termijnmarkt, de markt voor zogenoemde futures. En daar kunnen speculanten opduiken: een investeerder die meteorologische patronen of vraagcycli bestudeert en die erop gokt dat de prijs zal stijgen tegen de tijd van de oogst, koopt dan het contract van de molenaar. Een gezonde mate van speculatie stelt landbouwers en graankopers in staat om hun risico’s af te dekken en hun inkomens minder wisselvallig te maken dan het weer.

    Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen
    Maar speculatie kan ook te ver gaan. Als er ‘buitensporig’ veel wordt gespeculeerd, kan de stijgende vraag van speculanten die proberen te profiteren van een voorspelde prijsstijging de prijzen van futures dermate doen stijgen dat deze niet meer worden bepaald door vraag en aanbod van het voedsel zelf. En omdat de prijzen van futures worden gebruikt als maatstaf voor de werkelijke tarweprijzen, heeft dit invloed op de prijs van levensmiddelen.

    Vraag en aanbod zijn dan niet langer de belangrijkste arbiters voor de prijs

    Dergelijke speculatie betekent dat een ander soort logica wordt losgelaten op de kosten van levensmiddelen. Als een zogenaamde hefboom tegen inflatie hebben institutionele beleggers zoals pensioenfondsen sinds de millenniumwisseling steeds meer geïnvesteerd in de futuresmarkten voor grondstoffen. Volgens deskundigen betekent dit dat de prijs van futures wordt gedicteerd door hun investeringsbeslissingen, die niets te maken hebben met fundamentele marktontwikkelingen.

    Normaal gesproken wordt voedsel gekocht in de verwachting dat het daarna met winst kan worden doorverkocht. Hoe meer voedsel er is, hoe goedkoper het wordt en des te minder winst er wordt gemaakt. Dat betekent dat voedselprijzen geleidelijk van jaar tot jaar veranderen doordat droogte en overstromingen wereldwijd worden afgewisseld met recordoogsten. Maar door te veel speculatie van beleggers die voedsel als handelswaar beschouwen, verandert dat. Vraag en aanbod zijn dan niet langer doorslaggevend voor de prijs. In de afgelopen vijftien jaar heeft dit ertoe geleid dat de voedselprijzen schommelden, terwijl het mondiale aanbod ondertussen stabiel bleef.

    ‘Gokken op honger’

    In gesprek met het consortium van nieuwsredacties zei Olivier De Schutter, de speciale VN-rapporteur voor extreme armoede en mensenrechten en medevoorzitter van het internationale panel van deskundigen inzake duurzame voedselsystemen, dat bepaalde fondsen ‘gokken op honger, waardoor de honger verergert’. Tussen januari en april werd ten minste 1,3 miljard dollar gestort in twee van die fondsen onder beheer van Teucrium en Invesco; 589 miljoen dollar daarvan kwam in de eerste week van maart binnen. Ter vergelijking: vorig jaar brachten ze 200 miljoen dollar op. De vraag naar aandelen in Teucrium explodeerde en The New York Times meldde dat er geen aandelen meer beschikbaar waren voor mensen die wilden meeprofiteren.

    Afgelopen oktober schreef de tarwefondsmanager van Teucrium op de website van het bedrijf: ‘Terwijl voedselinflatie de wereldeconomie negatief dreigt te beïnvloeden, kunnen goed geïnformeerde beleggers mogelijk profiteren van een trend van stijgende prijzen.’ In een rapport over voedselprijzen dat deze week werd gepubliceerd wijst het panel voor voedselsystemen van De Schutter erop dat de hoge prijzen worden opgedreven door ‘roofzuchtige financiers die weddenschappen afsluiten op voedsel’ en ‘gokken met voedselprijzen’.

    In reactie op de vragen van het consortium zei Teucrium slechts: ‘Investeringsstromen op het gebied van grondstoffen stimuleren de productie, de efficiëntie en de investeringen, wat uiteindelijk resulteert in een betrouwbaarder aanbod van basis(voedsel)producten en verminderde prijsschommelingen op termijn.’

    In Congo verkeren 21 miljoen mensen in een voedselcrisis en nog eens 7 miljoen in een noodsituatie

    Invesco wees extreem weer aan als aanjager van prijsschommelingen en zei: ‘Fundamentele economische factoren zoals marktvraag en aanbodvoorwaarden, bieden de meest consistente verklaring voor de recente prijsontwikkelingen van grondstoffen.’

    Deze week verscheen het zesde Global Report on Food Crises, een samenwerkingsverband van organisaties zoals het Wereldvoedselprogramma. Uit dit rapport blijkt dat van de 90 miljoen mensen in de Democratische Republiek Congo er bijna 21 miljoen zijn die kunnen worden geclassificeerd als ‘verkerend in een voedselcrisis’. Dat houdt in dat mensen maaltijden overslaan en al hun spaargeld moeten aanspreken om te kunnen eten. Nog eens 7 miljoen mensen verkeren in een noodsituatie, wat betekent dat mensen sterven van de honger. De verwachting is dat de stijgende voedselprijzen de honger dit jaar nog zullen verergeren, vooral in Noord-Nigeria, Burkina Faso, Niger, Kenia, Zuid-Soedan en Somalië.

    In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger
    Het effect van voedselspeculatie op de stijging van de voedselprijzen is niet volledig duidelijk, want de voornamelijk westerse markten die gokken met de mogelijkheid van mensen om hun gezin te voeden, zijn niet verplicht hun gegevens in detail te overleggen.

    Toen zich in 2007 een soortgelijke crisis rond de voedselprijzen voordeed, kwamen regelgevers in Europa en de Verenigde Staten in actie. Maar de industrie reageerde door intensief te lobbyen en rechtszaken aan te spannen. De regelgeving die aanvankelijk al zwak was, werd in 2020 nog verder afgezwakt. Het gevolg daarvan is dat voedsel duurder wordt en er weinig mogelijkheden zijn om dat tegen te gaan. In de tussentijd profiteert een kleine minderheid en lijden nog veel meer mensen honger.

    Lees ook: