Tag: buitenlandse media

  • Hoop op vrijstelling patent coronavaccins na akkoord binnen WTO

    Hoop op vrijstelling patent coronavaccins na akkoord binnen WTO

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Nieuwe aanval van Al-Shabaab in Somalië

    » Haast om noodanticonceptie in Oekraïne te krijgen na toename meldingen verkrachting

    Productie coronavaccins zonder betaling licenties

    De machtigste leden van de Wereldhandelsorganisatie (WTO) verklaarden dinsdag dat zij een overeenstemming hebben bereikt over een voorstel tot de vrijstelling van de intellectuele-eigendomsrechten voor Covid-19-vaccins, in de hoop de wereldwijde uitrol ervan te versnellen, meldt The Guardian. De directeur-generaal van de WTO, Ngozi Okonjo-Iweala, heeft sinds zij in 2021 in functie trad van vaccinatiegelijkheid haar topprioriteit gemaakt.

    Het voorstel van de zogenaamde Quad (de Europese Unie, India, Zuid-Afrika en de Verenigde Staten) moet nog aan de voltallige Raad worden voorgelegd, maar China heeft aangegeven dat het bereid is voor te stemmen. Als het voorstel wordt aangenomen, zouden de ontwikkelingslanden Covid-vaccins kunnen produceren zonder licenties te hoeven betalen aan Pfizer, Moderna en andere farmaceutische bedrijven.

    Meer dan dertig landen hebben minder dan 10 procent van hun bevolking ingeënt

    De vaccinatiegraad in rijke landen ligt nu tussen 70 procent en 90 pocent, en in veel landen wordt gesproken over een vierde ronde injecties. In armere landen blijft de vaccinatiegraad laag, als gevolg van de kosten en een gebrek aan aanbod. Meer dan dertig landen hebben minder dan 10 procent van hun bevolking ingeënt, volgens de Multilateral Leaders Taskforce on Covid-19.

    Lees ook:

  • Haast om noodanticonceptie in Oekraïne te krijgen na toename meldingen verkrachting

    Haast om noodanticonceptie in Oekraïne te krijgen na toename meldingen verkrachting

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Hoop op vrijstelling patent Covid-vaccins na akkoord binnen Wereldhandelsorganisatie

    » Nieuwe aanval van Al-Shabaab in Somalië

    Duizenden morningafterpillen onderweg naar Oekraïne

    Er wordt hard aan gewerkt om noodanticonceptie zo snel mogelijk in Oekraïense ziekenhuizen te krijgen, nu het aantal meldingen van verkrachting na de Russische invasie blijft stijgen. De International Planned Parenthood Federation (IPPF) heeft ongeveer 2880 pakjes van de medicijnen, ook bekend als de morning-afterpil, naar Oekraïne gestuurd. Een netwerk van vrijwilligers heeft donaties van de medicijnen verzameld en aan ziekenhuizen geleverd, aldus The Guardian.

    ‘Het tijdschema voor de behandeling van slachtoffers van seksueel geweld is echt essentieel,’ zei Julie Taft van de IPPF. ‘Als een vrouw binnen vijf dagen na een gebeurtenis wordt gezien, dan moet ze de medicatie automatisch kunnen krijgen.’ Taft geeft aan dat de IPPF ook medische abortuspillen stuurt, die tot 24 weken zwangerschap gebruikt kunnen worden.

    Noodanticonceptie was altijd op grote schaal beschikbaar in Oekraïne, maar door de oorlog is de toelevering gestopt, zijn zorgverleners op de vlucht en is het aantal seksuele aanrandingen flink gestegen, waardoor de behoefte alleen maar groter wordt.

    ‘De gemelde gevallen van geweld, waaronder verkrachting, zijn waarschijnlijk slechts het topje van de ijsberg’

    ‘Er is vraag naar noodanticonceptie, maar zeer zelden vanuit ziekenhuizen in het westen van het land. Het zijn vooral de ziekenhuizen in het oosten, in Charkov, Marioepol, die regio’s,’ zei Joel Mitchell van Paracrew, een humanitaire hulporganisatie die voedsel en medische apparatuur levert aan Oekraïne. Het is niet duidelijk hoeveel van de ontvangers van de medicatie slachtoffers van seksueel geweld zijn.

    Jamie Nadal van het Bevolkingsfonds van de Verenigde Naties (UNFPA) geeft aan dat in een crisissituatie de gemelde gevallen van geweld, waaronder verkrachting, waarschijnlijk ‘slechts het topje van de ijsberg’ zijn.

    Lees ook:

  • Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Expansieplannen van Erdogan in Afrika

    » Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Concreet zullen 28 miljoen Italianen 200 euro ontvangen

    De Italiaanse Premier Mario Draghi maakte bekend dat de regering, na de reeds 15,5 miljard euro, nogmaals 14 miljard euro uittrekt om de stijgende energieprijzen het hoofd te bieden, aldus Corriere della Sera. ‘Het doel is om de productiecapaciteit van bedrijven en de koopkracht van gezinnen en zwaksten te verdedigen’, verklaarde premier Mario Draghi. De regering moet de meest kwetsbaren steunen en de vertraging van het economisch herstel binnen de perken houden.

    Concreet zullen 28 miljoen Italianen die minder dan 35.000 euro per jaar verdienen, 200 euro ontvangen. Premier Draghi vreest dat zonder deze ‘uitzonderlijke actie’ de economie verzwakt zal worden en dat de armoede zal toenemen. Ook zal de belasting op de winsten van energiebedrijven worden verhoogd van 10% tot 25%, aldus het dagblad.

    Lees ook:

  • Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Expansieplannen van Erdogan in Afrika

    » Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Ook Russische paviljoen op Biënnale van Venetië blijft leeg

    Vorig jaar opende GES-2, een enorm kunstcentrum dat de Italiaanse architect Renzo Piano ontwierp in een voormalige elektriciteitscentrale dicht bij het Kremlin als de Moskouse variant van Tate Modern. Het centrum, met een oppervlak van 54.400 vierkante meter, heeft momenteel een probleem: er is geen kunst, aldus The Guardian. ‘We kunnen niet doen alsof het leven normaal is,’ zegt Evgeny Antufiev, een Russische kunstenaar die zijn werk uit GES-2 weghaalde kort nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen op 24 februari. ‘We moeten een einde maken aan de illusie dat de dingen weer worden zoals ze waren voor de oorlog. Cocktails drinken bij kunstopeningen terwijl mensen worden vermoord, voelt crimineel.’ 

    Samen met oligarch Leonid Mikhelson, die de miljoenen dollars voor het centrum financierde, bezocht Vladimir Poetin vorig jaar de openingstentoonstelling van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson. Kjartansson en andere Russische en buitenlandse kunstenaars distantieerden zich van GES-2 toen duidelijk werd dat het museum zich niet zou uitspreken tegen de Russische invasie.

    ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden’

    Ook het nationale paviljoen van Rusland op de Biënnale van Venetië, die 23 april opende, zal leeg blijven. Daags nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen, verklaarden twee Russische kunstenaars dat zij hun land niet zouden vertegenwoordigen in het paviljoen, en ook de in Litouwen geboren tentoonstellingsmaker Raimundas Malašauskas stapte op. 

    De Russische kunstverzamelaar en columnist Marat Gelman vreest dat naarmate de oorlog zich voortsleept, alleen nog Russische kunstenaars in Europa welkom zullen zijn die openlijk tegen de oorlog protesteren. ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden. Ik geloof niet dat er ruimte zal zijn voor een compromis.’ Vladimir Poetin zei eind vorige maand van mening te zijn dat Rusland ook verwikkeld is in een culturele strijd met het Westen. Hij vergeleek de behandeling van de Russische cultuur in het buitenland met het verbranden van ‘ongewenste literatuur’ door nazi-Duitsland.

    Lees ook:

  • Erdogan heeft grote expansieplannen in Afrika

    Erdogan heeft grote expansieplannen in Afrika

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Kunstenaars halen werk weg uit Russisch museum

    » Italië: Nogmaals 14 miljard euro steun om stijgende energieprijzen hoofd te bieden

    Turkije versterkt zijn positie in Afrika

    In de Somalische hoofdstad Mogadishu staat het Recep Tayyip Erdogan-ziekenhuis, vernoemd naar de Turkse president. Dat is opmerkelijk, want gezien het geweld trekt Mogadishu weinig buitenlanders aan. Behalve Turken dus. Een Turks bedrijf renoveerde de haven en exploiteert die nu. Een ander Turks bedrijf runt een hotel en de internationale luchthaven. Met Turks ontwikkelingsgeld hebben Turkse bedrijven het parlementsgebouw en verkeersaders in de stad hersteld. Turkse officieren hebben meer dan 5000 Somalische soldaten en politiecommando’s opgeleid en uitgerust. Het zijn allemaal voorbeelden van de expansieplannen van Erdogan, meldt The Economist

    Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid

    In 2009 had Turkije slechts enkele diplomatieke missies in Afrika. Nu zijn het er 43. Turkish Airlines vloog in 2004 op vier Afrikaanse steden, nu zijn dat er ruim 40. De handel met het continent steeg tot 29 miljard dollar vorig jaar, waarvan 11 miljard dollar met Afrika bezuiden de Sahara: een bijna achtvoudige toename sinds 2003. Hetzelfde geldt voor de bouwsector, waar Turkse bedrijven knabbelen aan de dominante positie van Chinese bedrijven. Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid, waaronder luchthavens, stadions en moskeeën. Vorig jaar verwierf een Turks bedrijf een contract van 1,9 miljard dollar van Tanzania voor de aanleg van een spoorlijn.

    Twee decennia geleden keek Turkije amper naar dat continent en droomde het van toetreding tot de Europese Unie. Naarmate de betrekkingen met het Westen bekoelden, is Turkije zich steeds meer gaan richten op Afrika. 

    Lees ook:

  • Vuurwapens belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse jongeren

    Vuurwapens belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse jongeren

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Reserveren voor Venetië wordt verplicht

    » Arbeidsmigranten in China vinden werk in groeiende coronasector

    In 2020 overleden meer dan 4300 jongeren door vuurwapens

    Niet auto-ongelukken maar vuurwapens waren de belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse kinderen en tieners in 2020, zo blijkt uit nieuw onderzoek, aldus BBC. Gegevens van de Centers for Disease Control and Prevention wijzen uit dat in 2020 meer dan 4300 jonge Amerikanen zijn overleden aan vuurwapen-gerelateerde verwondingen. In dat aantal zijn ook zelfmoorden verdisconteerd, maar moorden vormen de meerderheid van deze sterfgevallen. 

    Volgens het onderzoek, dat onlangs werd gepubliceerd in het New England Journal Medicine, maakt de stijging van het aantal sterfgevallen door vuurwapens onder Amerikanen tussen één en negentien jaar, deel uit van de algehele stijging met 33,4 procent van het aantal vuurwapen-gerelateerde sterfgevallen in het land, maar worden jonge Amerikanen onevenredig zwaar getroffen.

    Het totale aantal doden onder kinderen en tieners door alle oorzaken van vuurwapengebruik – zelfmoord, doodslag, onopzettelijk en toedracht onbekend – steeg met 29,5 procent. Dat is ruim twee keer zoveel als onder de rest van de bevolking. Inmiddels zijn ruim 390 miljoen vuurwapens in de VS in omloop.

    Lees ook:

  • Reserveren voor Venetië wordt verplicht

    Reserveren voor Venetië wordt verplicht

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vuurwapens belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse jongeren

    » Arbeidsmigranten in China vinden werk in groeiende coronasector

    Vanaf 2023 moeten bezoekers entreegeld betalen

    Reizigers naar Venetië zullen hun bezoek aan het historische centrum vanaf deze zomer moeten gaan reserveren, aldus burgemeester Luigi Brugnaro, meldt The Local. Tegen het einde van de zomer wordt het verplicht om te reserveren en vanaf volgend jaar moeten bezoekers entreegeld betalen.

    Brugnaro deed zijn uitspraken nadat op paaszondag zo’n 140.000 mensen Venetië binnenstroomden en op paasmaandag nog eens bijna 100.000. ‘Vandaag hebben velen de kans gehad om in te zien dat een boekingssysteem de meest geschikte manier is om het massatoerisme te beheersen,’ zei hij. Brugnaro wil beginnen met een ‘experimentele’ fase waarin dagjesmensen worden aangemoedigd om hun bezoek via een website te boeken. Dagjesmensen zullen tussen de drie en tien euro entree moeten gaan betalen, afhankelijk van het seizoen.

    Lees ook:

  • De angst van Rusland: aan deze grenzen dreigen nieuwe fronten te ontstaan

    De angst van Rusland: aan deze grenzen dreigen nieuwe fronten te ontstaan

    De wapenstilstand die vanaf 2020 gold in Nagorno-Karabach tussen Armenië en Azerbeidzjan is recent door de Azeri’s geschonden. Daardoor groeit in Rusland de vrees dat het troepen zal moeten inzetten in gevoelige regio’s die onder Russische verantwoordelijkheid vallen. Een scenario waar Oekraïne op hoopt.

    Het grootste deel van de Russische strijdkrachten is momenteel in Oekraïne om versterking te bieden aan de ‘speciale operaties’. En daarvan heeft Azerbeidzjan geprofiteerd. Eind maart begonnen Azerbeidzjaanse troepen voor het eerst sinds het staakt-het-vuren waartoe in 2020 was besloten een klein offensief in Nagorno-Karabach. Met succes, want Rusland heeft momenteel geen tijd voor enige vorm van vredeshandhaving.

    Het dorp waar het om draait heet in het Armeens Parukh. De Azeri’s, die het Farukh noemen, vielen het op 24 en 25 maart binnen, en hebben zich verschanst op een nabijgelegen heuvel om het gebied beter in de gaten te kunnen houden. De leiding van de niet-erkende republiek Nagorno-Karabach kondigde op 25 maart aan dat de vijand een aanval op haar grondgebied had uitgevoerd met Bayraktar-drones. Die drones werden twee jaar geleden ook al gebruikt, maar zijn inmiddels bekend als een van de belangrijkste wapens van de Oekraïners in hun verzet tegen de Russische inval.

    Russische generaals ten einde raad

    Het Westen juicht het gebruik van deze Turkse Bayraktars in Oekraïne toe, omdat ze de tanks van de bezetter op verantwoorde wijze vernielen. Maar in Karabach wordt er met afgrijzen naar gekeken. En die verdeling symboliseert hoe complex de huidige internationale betrekkingen liggen, en maakt duidelijk dat er nieuwe bondgenootschappen en conflicten ontstaan. De ontreddering onder de Russische generaals is ondertussen groot; zij weten niet langer tot wie ze zich kunnen wenden en wie er klaar staat om Rusland een mes in de rug te steken. Het is voor hen een moeilijke situatie – en daarvoor is Rusland in de eerste plaats zelf verantwoordelijk.

    De bezetting van het dorp werd uiteindelijk bevestigd door Jerevan en Bakoe. De Armeniërs spraken van agressie, terwijl de Azeri hun actie een hergroepering noemden. Hoewel de Armeniërs zelfs verscheidene doden aan beide zijden meldden, grepen de Russen niet in en lieten ze de Azeri’s het dorp zonder slag of stoot innemen.

    Het dorp ligt in een gebied dat door Russische vredeshandhavers wordt gecontroleerd

    Toch is dit een serieus probleem. Het dorp ligt in een gebied dat door Russische vredeshandhavers wordt gecontroleerd; zij moeten ervoor te zorgen dat de twee partijen niet weer tegenover elkaar komen te staan. Ook zijn ze er verantwoordelijk voor dat de grens, die na het staakt-het-vuren van 9 november 2020 werd vastgesteld, niet wordt verplaatst.

    Maar de Russen hebben wel wat anders aan hun hoofd. Het Armeense ministerie van Buitenlandse Zaken wendde zich vergeefs tot Moskou met het verzoek de orde in Nagorno-Karabach te herstellen: ‘Wij verwachten dat de Russische strijdkrachten maatregelen nemen om de onmiddellijke terugtrekking te bewerkstelligen van Azerbeidzjaanse strijdkrachten die een gebied zijn binnengedrongen dat onder Russische verantwoordelijkheid valt.’

    Hoewel het Russische ministerie van Defensie erkent dat Azerbeidzjan de overeenkomst heeft geschonden, reageerde het met een vage oproep aan beide partijen om de vredesakkoorden te respecteren.

    Moskou bekommert zich niet om een vredesmissie, aangezien alle beschikbare strijdkrachten in Oekraïne nodig zijn

    Bakoe [de hoofdstad van Azerbeidzjan] antwoordde dat de Armeniërs hysterisch deden, dat niemand iets bezet had en dat het slechts ging om een tactische hergroepering van Azerbeidzjaanse troepen. In feite hebben de Russen niets gedaan om hen tegen te houden. Meer in het algemeen toont dit voorval aan dat Moskou zich op dit moment niet bekommert om een vredesmissie, aangezien alle beschikbare strijdkrachten in Oekraïne nodig zijn. Het is geenszins de bedoeling om nu verwikkeld te raken in een gewapend conflict in de zuidelijke Kaukasus.

    Toen de Veiligheidsraad van Nagorno-Karabach op 26 maart het Russische ministerie van Defensie vroeg om het aantal troepen in de regio uit te breiden, werd duidelijk dat Rusland dat niet van plan is. ‘Deze vraag moet aan onze soldaten worden gesteld‘, reageerde Kremlin-woordvoerder Dmitri Peskov, die als het om de oorlog in Oekraïne gaat vaker namens het leger spreekt.

    Tweede front

    Turkije, de voornaamste bondgenoot van Azerbeidzjan, wordt er door sommige pro-Kremlinmedia van beschuldigd opzettelijk een tweede front te hebben geopend in Karabach. Dat zou niet alleen in hun eigen voordeel zijn, maar tot doel hebben Oekraïne te helpen. Ankara stuurt zijn Bayraktar-drones immers naar beide fronten, zo luidt de redenering.

    ‘Bovendien is Turkije lid van de NAVO’, benadrukte Tsargrad TV, dat eraan herinnert dat Rusland niet alleen tegen Oekraïne vecht, maar tegen het hele Westen. ‘Dit is echt niet het juiste moment voor kleine lokale conflicten’, aldus het nationalistische Russische tv-kanaal.

    Vandaar dat de Zuidelijke Kaukasus Moskou momenteel veel zorgen baart. Iets dergelijks is in Karabach niet meer voorgevallen sinds de herfst van 2020. Er is regelmatig sprake geweest van wapengekletter, waarbij de ene partij de andere de schuld gaf. Maar niet eerder lanceerde Azerbajdzjan een tegenaanval ondanks de aanwezigheid van Russische soldaten. Karabach is weliswaar bijna 600 kilometer verwijderd van Vladikavkaz, de dichtstbijzijnde grote Russische stad, maar rust in de regio is momenteel van het grootste belang voor Moskou.

    Vooralsnog hebben de Oekraïners hun hoop gevestigd op Karabach

    Rusland zit sowieso niet te wachten op gewapende conflicten elders. Niet aan de Tadzjieks-Afghaanse grens, die geen Russische grens is maar toch door Russische grenswachten wordt bewaakt, en ook niet in Abchazië en Zuid-Ossetië, de Georgische gebieden die door het Russische leger worden bezet. En al helemaal niet in Transnistrië, een autonome regio binnen de internationaal erkende grenzen van Moldavië, waar een plaatselijke Russische ‘vredeshandhavingseenheid’ als het ware een openluchtmuseum uit het Sovjettijdperk in stand houdt.

    In Kyiv juicht men daarentegen het ontstaan van andere fronten toe. Vooralsnog hebben de Oekraïners hun hoop gevestigd op Karabach. In Georgië, dat zij rechtstreeks hebben benaderd, is hun nogal gedurfde verzoek in die richting niet goed onthaald.

    De secretaris van de Oekraïense Nationale Veiligheids- en Defensieraad, Oleksy Danilov, verklaarde zelfs dat als Georgië en Moldavië militaire operaties zouden starten met het doel de bezette gebieden Zuid-Ossetië, Abchazië en Transnistrië op de Russen te heroveren, de uitkomst van de oorlog in Oekraïne een uitgemaakte zaak zou zijn.

    Want Rusland kan het zich niet veroorloven zijn bezettingsmacht in de voormalige Sovjetrepublieken aan te spreken om ze in te zetten in Oekraïne. Veel deskundigen, waaronder Russen, zijn van mening dat Rusland niet opgewassen zal zijn tegen een oorlog op meerdere fronten – die het land in het verleden zelf heeft gecreëerd om zijn militaire en politieke invloed uit te breiden.

    Riskante strategie

    Maar noch Tbilisi, noch Chisinau [de hoofdsteden van respectievelijk Georgië en Moldavië] zijn voorlopig van plan van de situatie te profiteren, omdat zij dit niet in hun belang achten. Georgië heeft zich zelfs niet aangesloten bij de sancties tegen Rusland en Russische burgers kunnen gewoon Georgisch grondgebied betreden. Hoewel Georgië gedeeltelijk door Rusland is bezet, is het land geen bondgenoot van Oekraïne geworden.

    Rusland is daarom overgegaan op een nogal riskante strategie. Op Russischtalige sociale media zijn inmiddels video’s verschenen waarop te zien is hoe troepen die in Zuid-Ossetië en Abchazië gelegerd waren, naar het westen trekken. Die informatie is bevestigd door de onderzoeksjournalistieke website Russia Insider en door The Washington Post, die bronnen uit het Pentagon citeren. Het exacte aantal soldaten en materieel dat de Russen uit de Kaukasus terugtrekken is onbekend. Manschappen en materieel zullen aan het Oekraïense front worden toegevoegd, waarschijnlijk via de Krimbrug en het bezette schiereiland, om daarna deel te nemen aan de gevechten in Zuid-Oekraïne.

    Ondertussen maken Russische media melding van toenemende spanningen aan de Tadzjieks-Afghaanse grens, die wordt bewaakt door Russische grenswachten en soldaten van de 201e Divisie, die in Tadzjikistan zijn gestationeerd. Islamisten zouden een conflict willen uitlokken in de regio Gorno-Badachsjan (de oostelijke autonome provincie van Tadzjikistan). Deze informatie zou afkomstig zijn van een geheim rapport van de buitenlandse inlichtingendienst en werd zeer recentelijk verspreid op Russischtalige sociale netwerken.

    Uiteraard kan niet al deze informatie door onafhankelijke bronnen worden geverifieerd. Maar het vooruitzicht van dit mogelijke nieuwe front wordt vanuit Kyiv niettemin met enige hoop gevolgd.

    Lees ook:

  • Arbeidsmigranten in China vinden werk in groeiende coronasector

    Arbeidsmigranten in China vinden werk in groeiende coronasector

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Vuurwapens belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse jongeren

    » Reserveren voor Venetië wordt verplicht

    Seizoensarbeiders vinden werk als coronacontroleur

    De Chinese economie was jarenlang afhankelijk van zo’n 300 miljoen rondtrekkende arbeiders, die allerlei soorten tijdelijk en vaak gevaarlijk werk deden. Het was deze ‘zwervende bevolking’ die telefoonnetten aanlegde, in restaurants werkte of wolkenkrabbers bouwde. Door de economische neergang en toegenomen regelgeving zijn veel van die sectoren gekrompen, meldt NPR. Daarom zijn uitzendbureaus gaan omschakelen. Ze werven nu op grote schaal werknemers voor een nieuwe niche: coronacontroleur. Het is de enige sector in China waarin het aantal tijdelijke banen nog steeds groeit. 

    Net zoals de vorige generatie migrerende werknemers van stad naar stad trok om aan de vraag naar seizoenarbeiders te voldoen, reizen nu tienduizenden Chinezen door het land om afdelingen in door de overheid opgezette isolatiecentra te bemannen en om grootschalige testcampagnes uit te voeren. Ze worden dabai, of ‘grote witten’ genoemd vanwege hun witte beschermende kleding.

    Lees ook:

  • Zuid-Afrika: hulporganisaties leveren drinkwater aan overstromingsgebied

    Zuid-Afrika: hulporganisaties leveren drinkwater aan overstromingsgebied

    » Russische inlichtingendienst zit achter chemische aanval op journalist Dmitri Moeratov

    » Spaans dorp bestrijdt ontvolking met boekwinkels

    Kwazulu Natal is zwaar getroffen door overstromingen

    Door de hevige overstromingen in de Zuid-Afrikaanse provincie Kwazulu-Natal (KZN), zitten veel mensen zonder drinkwater en moeten ze leven tussen lekke of overstroomde riolen. De afgelopen week heeft de Gift of the Givers Foundation in een congresgebouw in Kaapstad water verzameld voor de getroffen gemeenschappen, schrijft Daily Maverick. Het initiatief, dat op 22 april van start ging, had een halve week later al vijf vrachtwagens met vijfliterflessen, die samen ruim 127 duizend liter bevatten, naar het overstromingsgebied gestuurd.

    De donaties stroomden binnen. Woensdagochtend, toen Daily Maverick ter plaatse was en een zesde vrachtwagen werd ingeladen, kwam er een gestage stroom auto’s bij voorrijden, die vijfliterflessen kwamen brengen voor het goede doel. Vaak hingen er aan de flessen kaartjes met persoonlijke berichten voor de getroffen mensen.

    ‘De mensen in Kaapstad willen op deze manier hun steun betuigen aan de inwoners van KZN’

    ‘Hier is de geest van Ubuntu [goddelijke geest van goedheid] werkzaam,’ zegt Imtiaz Sooliman, CEO van Gift of the Givers. De mensen in Kaapstad willen op deze manier hun steun betuigen aan de inwoners van KZN (dat meer dan 1300 kilometer van Kaapstad verwijderd is). ‘Het water wordt niet alleen gebruikt om ervan te drinken maar brengt ook waardigheid aan de doden, die ermee gewassen kunnen worden,’ zegt Sooliman. Op 21 april meldde persbureau Reuters dat er minstens 435 doden werden geborgen en een onbekend aantal mensen vermist werd. De overstromingen zijn een van de ergste die Zuid-Afrika de afgelopen veertig jaar hebben getroffen.

    Lees ook:

  • Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Zo schuift Nayib Bukele de mensenrechten in El Salvador aan de kant

    Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, vraagt zich hardop af hoe ver de staat mag gaan om de geweldscrisis het hoofd te bieden. ‘Is Bukele het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?’

    Keuze uit het archief

    Afgelopen week werd Nayib Bukele met duidelijke cijfers herkozen als president van El Salvador. Hij is in eigen land uiterst populair vanwege zijn meedogenloze strijd tegen de bendes die de bevolking voorheen terroriseerden. Buiten El Salvador is zijn imago wat minder rooskleurig: sinds hij in maart 2022 de noodtoestand heeft uitgeroepen om het bendegeweld aan te pakken, zijn willekeurige arrestaties, martelingen en het doden van gevangenen aan de orde van de dag.

    In dit artikel van Sinembargo van april 2022 legt Carlos Pérez Ricart van het CIDE, de Commissie voor Waarheidsvinding en Historische Opheldering, uit wat de opkomst van leiders zoals Bukele betekent. ‘Wat er in El Salvador gebeurt, lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat.’ 

    Op het Twitteraccount van de president is een fotoverzameling te vinden: honderden afbeeldingen van getatoeëerde mannen. Allemaal zonder hemd en met vastgebonden handen; niemand die lacht. Sommigen staan met hun gezicht naar de muur, anderen kijken strak in de camera. Van de meesten zien we amper hoe hun rug zich ongemakkelijk kromt naar de knieën. Het zijn gevangenen; ze zijn zojuist gearresteerd. Op hun lichaam zie je de sporen van de klappen en zweepslagen die hun zijn toegediend: door het leven en door de politie.

    De video’s op het Twitteraccount van de president zijn nog schokkender: personen die lange tijd gehurkt moeten staan in afwachting van hun beurt om te worden kaalgeschoren, kennelijke oproerkraaiers, in een kleine ruimte opeengepakt. Er staan summiere aanduidingen bij de beelden, 280 lettertekens, die niet voldoende zijn om de vreselijke hitte, de strontlucht en het zweet waarmee de opsluiting gepaard gaan te beschrijven. 

    Op het Twitteraccount wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’

    Het gaat hier om het Twitteraccount van de populairste president van Latijns-Amerika, Nayib Bukele, de opperbevelhebber van het leger van El Salvador. Op het account wordt ‘de oorlog verklaard aan de gangsters’ en de ‘noodtoestand’ uitgeroepen in het kleinste land van Midden-Amerika. Het gaat hier om het drukst bezochte account over Latijns-Amerikaanse politiek, waar honderden aspirant-tirannen op het hele continent zich met bewondering aan vergapen. 

    De tweets van de laatste week geven een inkijkje in de relatie tussen Bukele en de bendes in zijn land. Niet dat ze het hele verhaal vertellen, daarvoor is een bezoek aan het kranten- en tijdschriftenarchief nodig. Nauwelijks kwam Bukele in juni 2019 aan de macht of hij begon een reeks geheime onderhandelingen met drie van de belangrijkste straatbendes (maras) van het land, de Mara Salvatrucha-1, Barrio 18 Revolucionario en Barrio 18 Sureños, berucht om hun tatoeëringen. Bukele beloofde verbetering van de gevangenisomstandigheden van de bendeleiders in ruil voor de toezegging dat hun criminele cellen het aantal moorden terug zouden brengen en dat ze de partij van de president electoraal zouden steunen. 

    De regering heeft het bestaan van zulke onderhandelingen altijd ten stelligste ontkend; niettemin is er een flink aantal door de nieuwssite El Faro opgeduikelde geluidsopnames, foto’s, geschriften en getuigenissen die onze bewering staven.

    Akkoorden

    Het werkte. De akkoorden tussen de regering van El Salvador en de straatbendes vormen de meest voor de hand liggende verklaring voor de daling van het aantal moorden in het land. Werden er voor de wapenstilstand gemiddeld tien mensen per dag vermoord, de laatste maanden staat het cijfer op iets minder dan drie. Een enorm succes voor een land dat tot voor kort werd beschouwd als het gewelddadigste ter wereld.

    Zoals dat meestal gaat met dit soort experimenten functioneerde het pact… tot het ophield te functioneren.

    Op zaterdag 26 maart werden er zestig moorden gepleegd in El Salvador. Volgens de eerste artikelen die hierover beginnen te verschijnen bereikte duizenden gangstergroeperingen in alle hoeken en gaten van El Salvador hetzelfde bevel. De boodschap bestond uit één enkel woord: ‘Adelante’ (Voorwaarts). Het was het begin van wat uiteindelijk zal worden aangeduid als de gewelddadigste dag uit de moderne geschiedenis van het land (en dat wil wat zeggen).

    Wat ging er mis? Was de regering een van haar beloftes niet nagekomen? Werd de wapenstilstand opgeheven en is wat wij het weekend van 26 maart hebben gezien slechts een voorproefje van een criminele explosie zonder weerga? We weten het niet. Uit de eerste berichten valt in ieder geval op te maken dat de meeste slachtoffers toevallige passanten waren: bakkers, kooplieden, surfers. De stop die een poos op de moorden had gezeten is er weer af. 

    Nayib Bukele

    President Nayib Bukele van El Salvador is een spektakelpoliticus die graag zijn toevlucht zoekt tot ophef en grilligheden. Dat zie je wel vaker bij naar autocratie neigende leiders: veel aandacht voor het imago.

    Presidente Bukele cropped

    In dat licht moet waarschijnlijk ook de videoboodschap worden gezien die hij op 5 juni 2021 overbracht tijdens een conferentie in Miami over cryptocurrencies en bitcoin. ‘Mijn naam is Nayib Bukele, ik ben de president van El Salvador,’ begon hij. Vervolgens legde hij in het Engels uit dat mensen vaker hun lot in eigen hand moeten nemen en dat hij daarom bitcoin tot officiële munteenheid van zijn land zou maken. ‘Welkom in de toekomst.’ 

    El Salvador, het armste land van Latijns-Amerika, bekend om zijn koffie en de hoogste moordcijfers ter wereld. Een land waar zeventig procent van de inwoners niet eens een bankrekening heeft. Dat zou opeens voorop gaan lopen in de financiële revolutie? 

    Bukele liet er echter geen gras over groeien. Kort na zijn videotoespraak nam het Salvadoraanse parlement met een versnelde procedure een nieuwe wet aan, en sinds een half jaar is bitcoin nu het officiële betaalmiddel, naast de Amerikaanse dollar, die in 2001 als nationale munt werd ingevoerd. 

    Iedereen die dat wil, zou zijn boodschappen of belastingen nu moeten kunnen betalen met bitcoin. De regering belooft zoveel nieuwe banen en investeringen dat er een aparte stad voor gebouwd zal moeten worden: Bitcoin City. En ze gaan natuurlijk zelf ook cryptomunten minen, met computers die worden aangedreven door groene geothermische energie, afkomstig uit vulkanen.

    Maar het slaat allemaal nog niet echt aan. Veel Salvadoranen zijn ontevreden over de bitcoinwet en ze beschuldigen Bukele van gokken met staatsmiddelen. Toen de overheid geldautomaten liet neerzetten waar je dollars en bitcoins kunt wisselen, staken demonstranten ze in brand. Sindsdien staan er zwaarbewapende soldaten naast. Digitaal betalen in het land lukt vooralsnog bijna nergens.

    Noodtoestand

    Bukele’s reactie – een mengeling van geschiedschrijving via de media en harde hand – liet niet op zich wachten. Diezelfde 26 maart nog, om acht uur ’s avonds, gaf hij op eigen gezag de Nationale Assemblee bevel in het hele land de noodtoestand af te kondigen. Een paar uur later al waren de eerste individuele basisrechten (het recht op vrijheid van meningsuiting en op samenscholing) opgeschort. De dagen erna werd een reeks hervormingen goedgekeurd die de politie de bevoegdheid gaven om zonder gerechtelijke toestemming telefoons af te tappen en de termijn dat iemand zonder voor de rechter te zijn geleid kan worden vastgehouden te verlengen van drie naar vijftien dagen. Andere maatregelen waren het instellen van gevangenisstraffen tot wel zestig jaar voor bendeleden en de mogelijkheid minderjarigen tot wel tien jaar van hun vrijheid te beroven. Er werd een raad van anonieme rechters ingesteld om deze gevallen af te handelen, een constructie die de weg vrijmaakt voor allerhande vormen van misbruik. 

    Alle nieuwe maatregelen gingen vergezeld van dreigementen aan het adres van rechters die ‘delinquenten bevoordelen’ met hun vonnissen en die de politie ‘niet hun werk laten doen’. Slachtoffers van de theatrale vertoning van Bukele waren ook de ngo’s die ‘angelitos’ (engeltjes) ‘beschermen’ en ‘romantisch afschilderen’ en zelfs het Inter-Amerikaans Hof voor de Mensenrechten, een orgaan dat ‘bendeleden verdedigt’ en waaruit Bukele nu heeft gedreigd zich terug te trekken.

    ‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’

    Wat volgde was het verbale geweld op Twitter: dreigementen om de maaltijden in de gevangenissen te schrappen (‘Ik zweer bij God dat ze geen hap rijst meer krijgen, en dan eens kijken hoelang ze het volhouden’), geen sanitaire benodigdheden meer te verstrekken, de opdracht om leden van vijandige bendes in dezelfde cel te stoppen. ‘Ze zullen op de grond slapen en ze zullen zelf het leed ondergaan dat zij het volk hebben aangedaan,’ aldus Bukele. Toen de noodtoestand negen dagen van kracht was meldde de regering de arrestatie van bijna zesduizend vermeende bendeleden. Het gaat om massa-arrestaties, waarbij het er niet toe doet of er belastend bewijs is. 

    Het is moeilijk te voorspellen hoe dit zal aflopen. Zoals meestal het geval is met dit soort ontwikkelingen die in het teken staan van improvisatie en machtsmisbruik, roepen ze meer vragen dan antwoorden op.

    Voorbeeldfunctie  

    Mag de staat zijn voorbeeldfunctie opgeven om een crisis van deze omvang het hoofd te bieden? Stel dat de middelen effectief zijn, dan nog kun je je afvragen wat de prijs is als staatsinstellingen de gewelddadige praktijken van degenen die zij vervolgen overnemen. Hoeveel jaar achteruitgang betekent dit voorstel van de president van El Salvador wel niet? Wat kunnen de pers, de oppositie en de rest van de bevolking van de staat verwachten als met zo veel gemak de individuele vrijheden opzij worden geschoven? 

    Vanuit een ruimer perspectief bezien: loopt El Salvador voorop met een politiek programma dat de mensenrechten negeert en een beleid bepleit waarin de onafhankelijkheid van de rechtspraak met voeten wordt getreden? Is dat niet – met wat kleine veranderingen – dezelfde weg die Guatemala nu gaat?

    Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur?

    Tot slot moeten we serieus stilstaan bij de vraag wat het leiderschap van Bukele inhoudt. Hebben we hier te maken met het prototype van een nieuw Latijns-Amerikaans leiderschap van rechtse signatuur? In hoeverre is het onvermogen van de regeringen in deze regio om een structurele oplossing te vinden voor de geweldsproblematiek de reden van het echec? Er is geen keus: of we beginnen eindelijk te zoeken naar een samenhangend antwoord op deze vragen, of we zijn gedoemd op dit heilloze pad verder te gaan.

    Het is de hoogste tijd om het te hebben over wat nu in El Salvador aan de hand is. We moeten dat kleine land goed onder de loep nemen, want wat daar gebeurt lijkt niet zozeer een erfenis van het verleden – een typisch teken van onderontwikkeling –, maar een beeld van wat ons in de toekomst te wachten staat. Een heel somber beeld. 

    Lees ook:

  • Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Tabakslobby richt zich op Afrika. ‘We koersen af op een dodelijke pandemie van rokers’

    Wereldwijd slinkt het aantal rokers, maar in Afrika neemt het juist toe. De tabaksindustrie ziet groeikansen en deinst er niet voor terug om politici om te kopen.

    Mahooana Khati, de belangrijkste politicus op economisch gebied in Lesotho, zit in de tuin van een hotel en maakt zich zorgen over zijn herverkiezing. Nerveus schuift hij heen en weer op een witte plastic stoel.  De hele ochtend heeft de parlementariër in het gebouw ernaast met andere parlementariërs gedebatteerd over een wet die hij eigenlijk niet wilde. De accijns op tabak moet ingevoerd worden. Eindelijk – Lesotho is een van de laatste landen in Afrika waar sigaretten verkocht worden zonder tabaksaccijns, waardoor ze ongekend goedkoop zijn.

    In zijn land bestaat een eenvoudige regel, zegt Kathi, voorzitter van de economiecommissie in het parlement. ‘Wie de sigaretten duur maakt, wordt niet herkozen.’ Op dit moment kost een pakje omgerekend 1 euro 50. Via criminele kanalen worden ze op straat zelfs vaak voor de helft van de prijs aangeboden.  Maar ten slotte hadden de wetgevers van Lesotho geen andere keuze. Het land heeft tijdens de pandemie het IMF om financiële steun verzocht. Het viel de experts van het IMF op dat Lesotho vrijwel geen gebruik maakt van de accijns op tabak als instrument om de overheidskas te vullen, waarna een snelle invoering als voorwaarde voor steun werd gesteld.

    Vijf ontmoetingen met lobbyisten

    In een eerste wetsontwerp van de regering was een accijns van 30 procent voorzien. Ten slotte bedroeg hij slechts 6 procent. Waarom? Kathi geeft toe dat er in de laatste maanden vijf ontmoetingen zijn geweest tussen de economiecommissie en vertegenwoordigers van de tabakslobby. Hij wil niet op details ingaan. Maar overleg met vertegenwoordigers van gezondheidsorganisaties zijn er niet geweest, hoewel die er sterk op aangedrongen hebben. Blijkbaar hebben grote tabaksconcerns er zelfs in kleine Afrikaanse landen als Lesotho met zijn 2 miljoen inwoners veel voor over om te groeien.

    Het aantal rokers in Afrika nam de laatste 20 jaar van 64 miljoen tot 73 miljoen toe

    Afrika geldt voor sigarettenfabrikanten als een belangrijke markt voor de toekomst. De bevolking van het continent groeit jaarlijks met 2,4 procent, ze zal zich naar verwachting in 2050 hebben verdubbeld. Terwijl de afzetmarkt in geïndustrialiseerde landen krimpt, lokken in Afrika aanzienlijke groeicijfers. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) is het aantal rokers in de laatste twintig jaar wereldwijd gedaald tot nu nog ongeveer 1,3 miljard. In Afrika nam het ondertussen toe van 64 miljoen tot 73 miljoen. Weliswaar wordt op het continent nog altijd minder gerookt dan in andere werelddelen, maar er is sprake van een opwaartse trend – en veel tabaksfabrikanten zien hierin een kans.

    Activiste vindt geen gehoor

    In een vervallen gebouw in Lesotho’s hoofdstad Maseru heeft Mphonyane Mofokeng haar kantoor. Toen haar vader, een kettingroker, aan kanker overleed, richtte ze een ngo op die de bevolking onder andere wil waarschuwen voor de risico’s van het gebruik van tabak. De zestigjarige wil daarmee vooral bij jongeren bereiken wat haar bij haar vader niet is gelukt: dat ze de gevaren van het roken gaan inzien.

    Maar de laatste dagen begint ze te betwijfelen dat dit een haalbaar doel is. Tevergeefs verzocht ze de economiecommissie om een gesprek. Ze hoopte op hogere prijzen, grotere hindernissen voor de toegang tot sigaretten. Ze wilde vertellen over de jongen die op achtjarige leeftijd in het ziekenhuis belandde – met longkanker. Zijn ouders hadden in huis gerookt. Ze wilde vertellen over de ontelbare herdersjongens voor wie het roken op de velden nog altijd dagelijkse praktijk is. Tevergeefs.

    ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie als de tabak niet duurder wordt’

    Op een bepaald moment nodigde ze zichzelf maar uit en ging naar een vergadering van de commissie. Die werd geschorst. ‘Wij koersen af op een dodelijke pandemie van rokers als de tabak niet duurder wordt,’ aldus de activiste. Bovendien zou men de bestaande wetten, zoals de rookverboden in openbare gebouwen of verkoopverboden in de buurt van scholen, ook eens moeten gaan handhaven. Dat gebeurt nauwelijks.

    Een insider die de andere kant koos

    Toen ze er ten slotte achter kwam dat de politici maar een vijfde van de oorspronkelijk geplande accijns op tabak wilden invoeren, dacht ze meteen aan corruptie. ‘Altijd als er zoiets gebeurt, zit daar iets achter,’ zegt ze. Er zou in Lesotho een bepaalde manier bestaan waarop de tabakslobby dat aanpakt. Daarbij wordt ook wel eens een stuk land gekocht voor een politicus. Bewijzen heeft ze niet. Maar het zijn geen nieuwe beschuldigingen tegen de tabaksindustrie in Afrika. In 2015 zond de BBC een programma uit over Paul Hopkins. De Brit had in Kenia dertien jaar gewerkt voor het tabaksconcern British American Tobacco (BAT) – en werd daarna klokkenluider. ‘BAT koopt mensen om, en ik organiseerde dat,’ zei hij in een interview. ‘Als ze daarvoor de regels moeten overtreden, dan overtreden ze de regels.’

    Hopkins liet documenten zien die volgens de BBC bewijzen dat het concern via hem illegale betalingen deed aan volksvertegenwoordigers van een antitabakscampagne van de WHO. In Burundi zou een hoge ambtenaar zijn omgekocht van wie men blijkbaar hoopte dat hij een antirookwet zou afzwakken. De zender maakte bovendien een stiekem gemaakte geluidsopname openbaar waarop te horen zou zijn hoe een BAT-advocaat smeergeldbetalingen goedkeurt. BAT sprak de beschuldigingen tegen en het afgelopen jaar oordeelde het Britse Openbaar Ministerie na langdurig onderzoek dat er niet genoeg bewijs was voor een aanklacht. 

    De gezondheidseffecten van het toegenomen tabaksgebruik in Lesotho zijn te zien in het ziekenhuis van Mafeteng, een provinciestadje 80 kilometer ten zuiden van Maseru. Hier heeft de vrouwelijke arts Waheeba Madani weer eens te maken met patiënten met longproblemen. Ze heeft zojuist de 71-jarige Moshao Setlaba behandeld, die bijna vijftig jaar lang dagelijks rookte. Niet veel, zoals hij zegt; vijf tot tien sigaretten. Ook toen de mijnwerker tweemaal tbc kreeg, hield hij niet op. In de mijnen hoort tabak er gewoon bij. Een poosje geleden was hij toch maar gestopt met roken. ‘Ik hoest de hele nacht en heb pijn in de borst,’ klaagt de vermagerde gepensioneerde.

    80 procent van dokter Madani’s mannelijke patiënten zijn actieve of voormalige rokers. Onder de vrouwen zijn het er, zoals in de meeste landen, duidelijk minder. Alles bij elkaar schat de regering van Lesotho het aantal rokers nu op wel 47,9 procent van de volwassenen. Ter vergelijking: in Duitsland rookt 23,8 procent, in Zwitserland 27 procent. ‘We hebben steeds meer patiënten met zware luchtwegaandoeningen,’ zegt Madani. De mensen beginnen als kind al te roken en vaak verergert dat andere aandoeningen, zoals tuberculose en hiv, of de gevolgen van ondervoeding.’

    Nama Woman Smoking Kalahari Desert Namibia Luca Galuzzi 2004 kopie.JPG
    © Luca Galuzzi / Wikimedia

    Precieze diagnose is niet mogelijk

    Vroeger zouden de artsen in Lesotho luchtwegaandoeningen bij mijnwerkers als Setlaba automatisch geweten hebben aan de zware omstandigheden onder de grond. ‘Intussen is het duidelijk dat roken bij de meeste patiënten de belangrijkste factor is,’ zegt Madani. Dat is een van de grootste gezondheidsrisico’s voor de bevolking – veel meer dan de hart- en vaatziekten die in geïndustrialiseerde landen de belangrijkste doodsoorzaak zijn.

    In het ziekenhuis van Mafeteng ontbreken de middelen en de apparaten voor een nauwkeurige diagnose. De arts zal Setlaba daarom naar de hoofdstad Maseru sturen. Maar ook daar zijn de mogelijkheden beperkt. Uiteindelijk moet de patiënt zijn hoop vestigen op een afspraak in een overheidsziekenhuis in het buurland Zuid-Afrika, waar af en toe patiënten uit Lesotho opgenomen worden. Voordat een precieze diagnose is gesteld, zullen er dus weken voorbijgaan. Op z’n minst.

    Zuidelijk Afrika ontwikkelt zich maar langzaam tot een relevante afzetmarkt voor tabak. Maar zijn geschiedenis als regio van tabaksteelt gaat eeuwen terug. Ook op dit terrein is de reputatie van de branche op z’n zachtst gezegd dubieus. Een paar maanden geleden maakte de BBC documenten openbaar die aannemelijk maken dat er door medewerkers van British American Tobacco smeergeld is betaald aan de Zimbabwaanse regeringspartij ZANU-PF. Het gaat om betalingen van 300.000 dollar, bedoeld om de sluiting van concurrerende sigarettenfabrieken te bewerkstelligen. Bovendien heeft het Britse bedrijf andere fabrikanten laten bespioneren.

    Ingecalculeerde schandalen

    Johann van Loggerenberg is niet verbaasd over deze praktijken. Hij deed lang onderzoek voor de Zuid-Afrikaanse belastingdienst naar smokkelaars en tabaksconcerns die belasting ontduiken. ‘Dat zal geen consequenties hebben, dat kan ik u verzekeren,’ zegt de 52-jarige Loggerenberg als we hem in Johannesburg spreken. ‘Zulke schandalen en de negatieve pr zijn in het businessmodel van deze bedrijven ingecalculeerd. Gewoon even een slechte werkdag, en dan weer door.’

    In geïndustrialiseerde landen worden topmanagers volgens Van Loggerenberg al evenmin persoonlijk ter verantwoording geroepen. In het ergste geval krijgt het bedrijf een boete – ‘en dan weer over tot de orde van de dag’. Als dit in geïndustrialiseerde landen al normaal is, dan kun je je wel voorstellen hoe het er in ontwikkelingslanden aan toegaat. ‘Ze zijn te machtig, te groot, hebben te goede relaties.’

    Dit onderzoek werd gefinancierd door het European Journalism Centre, via het ‘Global Health Journalism Grant Program for Germany’.

  • Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Deze jonge Myanmarezen verruilen de stad voor de jungle om hun vrijheid te bevechten

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht greep – waarbij meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen – woedt er een oorlog in het land. Tienduizenden jonge stadsbewoners hebben de wapens opgepakt. The New York Times ging langs bij een rebellenkamp in de jungle.

    Op een heuveltop in de jungle, zo’n anderhalve kilometer van de frontlinie in het oosten van Myanmar, laat een voormalig manager van een banketzaal zijn wijsvinger langs de trekker van een automatisch geweer glijden. Een tandarts vertelt hij hoe larven uit de ontstoken kogelwond van een jonge strijder heeft gehaald. Een marketingmanager vertelt over de aangepaste commerciële drones die ze gebruikt om de vijand te bestoken.

    Meer dan een jaar nadat het leger van Myanmar de volledige macht in handen kreeg door een coup te plegen – waarbij de gekozen leiders van het land gevangen werden gezet, meer dan zeventienhonderd burgers om het leven kwamen en er minstens dertienduizend werden opgepakt – woedt er een oorlog in het land, waarbij enkele onverwachte partijen het strijdtoneel hebben betreden. Aan de ene kant is er een militaire junta die, afgezien van een korte tussenpauze van semidemocratisch bestuur, al een halve eeuw met grof geweld regeert. Aan de andere kant zijn er tienduizenden jonge stadsbewoners die de wapens hebben opgepakt, die colleges, videogames en glitternagellak hebben verruild voor een leven (en mogelijke dood) in de jungle.

    Onlangs hebben verslaggevers van The New York Times een bezoek gebracht aan een kamp in het regenwoud van oostelijk Myanmar, waar zo’n drieduizend leden van een onlangs gevormde militie verblijven in geïmproviseerde hutten van bamboe of teerdoek. Ze leveren vrijwel elke dag strijd. Terwijl ze in aantal maar een fractie vormen van een van de grootste staande legers van Zuidoost-Azië, zijn deze Generatie-Z-krijgers erin geslaagd dit leger, dat al lange tijd een schrikbewind voert, te ontregelen. En het conflict blijft maar escaleren, ook nu de woede van de wereld zich richt op andere verwerpelijke daden, zoals de Russische invasie in de Oekraïne. 

    ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen‘

    Momenteel is het leger van Myanmar, ook wel de Tatmadaw genoemd, allesbehalve in staat zijn greep op het land te verstevigen. De Tatmadaw ziet zich gedwongen om op tientallen fronten strijd te leveren, niet alleen in de grensgebieden in de buurt van India, China en Thailand, maar ook in de dorpen en steden in het binnenland. Vrijwel dagelijks vinden er schermutselingen plaats, waarbij ook slachtoffers vallen. ‘Ik vecht omdat ik niet accepteer dat de militairen de macht hebben gegrepen, en ik accepteer niet dat ze ons de democratie willen afnemen,’ zegt een vroedvrouw in een stad in het zuiden van Myanmar. Net als zovele anderen wil ze niet met haar naam in de krant om haar familieleden thuis niet in gevaar te brengen.

    Sneeuwwitje, zoals haar nom de guerre luidt, is vorig jaar mei naar een gebied getrokken dat wordt gecontroleerd door een bewapende etnische groepering die al tientallen jaren strijdt voor autonomie. Sindsdien heeft ze van de etnische rebellen en deserteurs uit het leger geleerd hoe je een geweer moet laden, hoe je zelf een handgranaat in elkaar kunt zetten en hoe je op het slagveld triage toepast. ‘Onze generatie heeft idealen,’ zegt ze. ‘We geloven in vrijheid.’ Haar driejarige zoontje blijft in de stad. Hij weet niet waar zijn moeder naartoe is, zegt ze. Sneeuwwitje aait een puppy die door het kamp scharrelt en bij verschillende strijders op schoot terechtkomt. ‘Iets om van te houden,’ zegt ze.

    ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt’

    In reactie op aanvallen van burgermilities, die samen optrekken met etnische rebellengroepen, is de Tatmadaw een tegenoffensief begonnen. De Tatmadaw voert luchtaanvallen uit, brandt dorpen plat en terroriseert mensen die zich verzetten tegen zijn greep naar de macht. ‘De Tatmadaw doet niets anders dan moorden,’ zegt Ko Thant, die vertelt dat hij kapitein was voordat hij vorig jaar deserteerde uit de 77e Lichte Infanterie Divisie. Sindsdien heeft hij honderden burgers getraind in gevechtstechnieken. ‘Wij zijn al die tijd gehersenspoeld, maar sommigen van ons zijn nu ontwaakt.’

    Verzet

    Het verzet tegen de militaire coup van februari 2021 begon met miljoenen mensen die de straat op gingen, overal in Myanmar, in grote en kleinere steden. Door het hele land werd geweldloos gedemonstreerd voor een terugkeer van de gekozen leiders – op slippers, hoge hakken of, in het geval van de boeddhistische monniken, op blote voeten. Binnen enkele weken verviel de Tatmadaw tot het oude scenario. Sluipschutters van het leger schakelden de demonstranten uit met een gericht schot door het hoofd.

    Sommige jonge mensen, die volwassen waren geworden in het decennium van hervormingen in Myanmar, zagen weinig heil in de boodschap van geweldloos verzet van de doorgewinterde pleitbezorgers van de democratie. Ze wilden terugvechten. ‘Als de vijand je wil vermoorden, bereik je niets met geweldloze protesten,’ zegt Naw Htee, een maatschappelijk werkster die militiesergeant is geworden. ‘We moeten onszelf verdedigen.’ Ze wijst naar stukken van mortiergranaten en naar artilleriescherven, het oorlogspuin dat is neergedaald over het junglekamp waar ze woonde. Een jonge man zit ineengedoken naast haar, op zijn schouder een kartelige wond van een vuurgevecht een maand eerder.

    Er zijn inmiddels honderden burgermilities in Myanmar, losjes georganiseerd in het volksbevrijdingsleger, de People’s Defence Force. Elke militie zweert trouw aan een schaduwregering vanuit de bevolking, de Nationale Eenheidsregering, die na de staatsgreep is opgericht. Sommige bataljons worden geleid door afgezette wetgevers. De Nationale Eenheidsregering zegt meer dan dertig miljoen dollar te hebben ingezameld voor de oorlogsinspanningen, merendeels donaties van burgers. Die geldstroom heeft geleid tot een merkwaardige ongelijkheid. Terwijl veteranen van gewapende etnische groeperingen strijden met oude geweren die bij elkaar worden gehouden met duct tape, lopen er bij de People’s Defense Force mensen te pronken met nieuwe wapens, met een peperduur vizier, hoewel er over het algemeen nog steeds een tekort aan wapens is.

    Voor stadskinderen met fijne handjes is het niet niks om te overleven in een door malaria geteisterde en van slangen vergeven jungle, laat staan om niet ten prooi te vallen aan Tatmadaw-sluipschutters, mortiergranaten en luchtaanvallen. ‘De People’s Defence Force in de jungle, dat zijn mensen die hun leven hebben gegeven voor het land, en ik heb uitzonderlijk veel respect voor hen,’ zegt U Yee Mon, een voormalig dichter die nu minister van Defensie is in de Nationale Eenheidsregering.

    Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend

    Sommige van de jonge strijders waren op de vlucht voor een arrestatiebevel omdat ze hadden deelgenomen aan de protesten na de coup. Vluchten was min of meer hun enige optie. In een mensenrechtenrapport van 15 maart beschuldigden de Verenigde Naties de militaire junta ervan in de nadagen van de putsch oorlogsmisdaden te hebben gepleegd tegen de eigen bevolking.

    Maar afgezien van wat financiële sancties en woorden van afkeuring, heeft de internationale gemeenschap weinig gedaan om de junta van Myanmar te straffen. Niet één land heeft de Nationale Eenheidsregering erkend, al bestaat deze regering voor een groot deel uit gekozen politici. Zonder al te veel hoop op hulp van buitenaf heeft de schaduwregering aansluiting gezocht bij de etnische groeperingen die gebieden in handen hebben in de grensstreken van Myanmar. Samen hebben ze een zogeheten ondergrondse spoorlijn gevormd om jonge mensen in veiligheid te brengen – en om ze de eerste beginselen van oorlogsvoering bij te brengen.

    Geen kogelvrij vest

    Op een ochtend rukt een groep verzetsstrijders, geen van allen ouder dan 26, op naar de loopgraven aan de frontlinies in het oosten van Myanmar. Ze ontwijken de geïmproviseerde landmijnen die ze hebben geplaatst om hun terrein te verdedigen, aangezien de legerposten zo dichtbij zijn. Hun ademhaling is gejaagd. Een van de strijders struikelt over een tak en zijn slipper ketst met een knal tegen zijn voet. Een aantal militieleden draagt een kogelvrij vest, maar zonder de harde, ballistische platen die eventueel hun leven zouden kunnen redden. 

    ‘Ik kan niet zo goed tegen bloed,’ zegt Ko Kyaw, een negentienjarige student, die een kogel in zijn hand houdt. ‘Ik word er duizelig van.’ Een paar uur laten bestoken een paar Tatmadaw-aanvalshelikopters de loopgraven van de rebellen, al zijn de schuttersputjes verlaten omdat de rebellen lucht hadden gekregen van de ophanden zijnde aanval. Vrijwel elke nacht nemen Tatmadaw-sluipschutters alles onder vuur wat ze maar in het oog krijgen: de gloed van een mobieltje van iemand die misschien even op Facebook keek, of de opgloeiende askegel van een joint.

    Diezelfde dag worden, in het noorden, een docent en een medicijnenstudent gedood die zich bij het verzet hadden aangesloten. De een krijgt een kogel van een sluipschutter in het hoofd, de ander wordt geveld door een mortiergranaat. Volgens de Nationale Eenheidsregering zou de People’s Defence Force, die samen optrekt met de meer ervaren strijders van de etnische milities, tussen juni 2021 en februari 2022 zo’n negenduizend Tatmadaw-soldaten hebben gedood. (Volgens de schaduwregering zijn er zo’n 300 militiestrijders gesneuveld in de strijd.) Een woordvoerder van het Myanmarese leger zegt dat het feitelijke dodental lager ligt, en dat de aantallen van de schaduwregering niet kunnen worden bevestigd. Maar militaire bronnen hebben toegegeven dat de Tatmadaw zich zorgen maakt over het toegenomen aantal slachtoffers.

    Gedeserteerd

    De gewonde verzetsstrijders worden behandeld in een kliniek in de jungle, met operatietafels van bamboe en een medische post die is opgetrokken uit gevlochten bamboe. Ko Mon Gyi, een militielid, ligt op een houten platform, zijn been in het verband vanwege een schotwond die hij een maand eerder heeft opgelopen in de strijd. Die dag zijn er nog acht strijders gewond geraakt.

    Aung San Suu Kyi is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd. Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Zes jaar

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten. ‘Zodra ik ben opgeknapt, ga ik weer vechten,’ zegt hij. ‘Dat is mijn taak.’

    ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken’

    De kliniek wordt geleid door een arts die bijna tien jaar bij de Tatmadaw heeft gezeten. Als legerarts heeft dokter Drid, zoals hij zichzelf noemt, Tatmadaw-soldaten behandeld die gewond waren geraakt in de strijd tegen de etnische rebellen die nu onderdak bieden aan zijn bataljon van de People’s Defence Force. ‘Ik geloof in mensenrechten en democratie,’ zegt dokter Drid. ‘Dat is waar de Tatmadaw voor zou moeten vechten, wat ze zou moeten beschermen.’ De stem van de voormalig legerarts breekt even en zijn handen trillen als hij vertelt over de dag, nu een jaar geleden, dat hij huis en haard verliet en deserteerde. Hij vertelde zijn familie niet waar hij naartoe ging uit angst dat de Tatmadaw wraak op hen zou nemen; sommige familieleden van gedeserteerde soldaten zijn gevangengezet en gemarteld. Zijn kind weet misschien niet beter dan dat hij in de strijd is omgekomen, zegt hij. ‘Het zijn lafaards,’ zegt hij over de gewapende troepen waar hij zich op zijn vijftiende bij had aangesloten. ‘Het zijn robots die niet zelfstandig kunnen denken.’

    Quasidemocratie en de Tatmadaw

    Een militaire staatsgreep. Na een militaire staatsgreep op 1 februari 2021 werd Myanmar gegrepen door onrust. Vreedzame demonstraties voor democratie maakten plaats voor opstanden tegen de Tatmadaw, het lokale leger, dat de burgerlijke leider van het land, Daw Aung San Suu Kyi, verdreef.

    Aung San Suu Ky is een omstreden figuur. Als dochter van een van de helden van de onafhankelijkheidsstrijd van Myanmar blijft ze in het binnenland ongekend populair. Internationaal gezien heeft haar reputatie een behoorlijke deuk opgelopen nadat ze in zee is gegaan met dezelfde generaals die haar eerder hadden afgezet.

    De coup maakte een einde aan een korte periode van quasidemocratie. In 2011 voerde de Tatmadaw enkele hervormingen door en organiseerde verkiezingen. In 2016 kwam Aung San Suu Kyi aan de macht als Adviseur van Staat, waarmee ze de facto het staatshoofd werd.

    Voorafgaand aan de coup had er een omstreden verkiezing plaatsgevonden. De partij van Aung San Suu Kyi won 83 procent van de beschikbare zetels. De aan het leger gelieerde partij leed een verpletterende nederlaag, maar weigerde zich neer te leggen bij de verkiezingsuitslag.

    Aung San Suu Kyi kreeg een lange gevangenisstraf. De afgezette leider is tot nog toe veroordeeld tot zes jaar, maar er lopen nog talloze aanklachten tegen haar. De Verenigde Naties, buitenlandse regeringen en de advocaten van Aung San Suu Kyi hebben die aanklachten afgedaan als politiek gemotiveerde aantijgingen.

    Het regime treedt hard op tegen afwijkende meningen. Een rechtenorganisatie die onderzoek doet in Myanmarese gevangenissen liet in maart weten dat de militaire junta die na de coup de macht heeft gegrepen momenteel tienduizend politieke gevangenen vasthoudt, en voegt eraan toe dat velen van hen zijn gemarteld en onder mensonterende omstandigheden vastzitten

    Ondenkbaar verleden

    Voor Myanmars jongere generatie betekende de coup een terugkeer naar een vrijwel ondenkbaar verleden, zonder Facebook en buitenlandse investeringen. Onder een eerdere legerleiding was Myanmar een van de meest geïsoleerde landen ter wereld. Sinds de putsch heeft de nieuwe junta, onder leiding van senior generaal Min Aung Hlaing, alle social media verbannen, de economie te gronde gericht en een heel land weer naar de rand van de afgrond gevoerd. ‘De generaals hebben ons onze toekomst afgenomen,’ zegt Ko Arkar, die tot aan de coup werkzaam was als kok in een hotel in Yangon, de grootste stad van Myanmar.

    Voorheen was hij de hele dag bezig met het trekken van heldere runderbouillon en het bereiden van de perfecte medium-rare steak. Nu patrouilleert hij aan de frontlinie, samen met een netwerkengineer, iemand die in een kledingfabriek werkte en iemand die op de Southeast Asian Games een medaille heeft gewonnen met zeilen. Ook andere generaties jonge Myanmarezen hebben geprobeerd vanuit de jungle het militaire regime omver te werpen. Dat was in 1962, na de eerste coup van het leger, en vervolgens in 1988, nadat de Tatmadaw de massale demonstraties had neergeslagen – in een Myanmarese versie van het bloedige neerslaan van het Tiananmenprotest. Een kleine 35 jaar geleden vluchtten studenten en intellectuelen naar dezelfde bossen als waar zich nu de People’s Defence Force schuilhoudt.

    Ook zij zochten aansluiting bij de etnische rebellen die al tientallen jaren strijden voor zelfbestuur. Na enkele jaren viel die door studenten geleide gewapende beweging uiteen. De etnische groeperingen die hun onderdak boden kwamen tot de ontdekking dat de studenten en hun kompanen het idee van etnische gelijkheid niet zo hoog in het vaandel hadden staan als zij hadden gehoopt. De militairen bleven aan de macht.

    Dit keer is het verzet beter georganiseerd en beter gefinancierd. Het heeft de energie weten te kanaliseren van jonge mensen verspreid over het hele land, die zowel in stedelijke als landelijke omgevingen strijd leveren. En het verzet onderhoudt nu warmere banden met gewapende etnische groeperingen, zoals de groepen die de Karen-minderheid vertegenwoordigen, die verwikkeld is in een van de langstlopende burgerconflicten ooit. ‘We weten hoe slecht de Tatmadaw is omdat de soldaten onze mensen vermoorden en onze vrouwen verkrachten,’ zegt Saw Bu Paw, een bataljonscommandant van de Karen National Liberation Army, een van de tientallen etnische rebellengroepen. ‘De coup heeft iedereen in het land duidelijk gemaakt hoe slecht ze zijn.’

    Onderzoekers van de Verenigde Naties hebben gezegd dat de manier waarop het leger omgaat met enkele van de etnische minderheden in Myanmar, het stempel draagt van genocide. Onlangs hebben de Verenigde Staten de Tatmadaw-campagne tegen de Rohingya-moslimminderheid ook bestempeld tot genocide. Hoewel er geen harde gegevens zijn, lijkt op basis van alle verhalen het aantal Tatmadaw-deserteurs een stijgende lijn te vertonen. Zelfs vóór de coup waren de soldaten overbelast en onderbetaald. ‘Wie wil er nu nog soldaat worden?’ zegt dokter Wai, een andere Tatmadaw-arts die is gedeserteerd en zich heeft aangesloten bij de People’s Defence Force in de jungle. ‘Het is een beschamende baan.’

    ‘Doden is een zonde, maar niet in een rechtvaardige oorlog’

    Elke oorlog is smerig, en ook de rebellen worden beschuldigd van wreedheden. In de steden hebben leden van de People’s Defence Force een reeks moordpartijen en bombardementen uitgevoerd die de vraag opriep of er misschien persoonlijke rekeningen worden vereffend onder het mom van de strijd voor democratie. Maar ondertussen blijft het verzet groeien, en trekt het de meest onwaarschijnlijke leden aan.

    John Henry Newman, die door het leven gaat onder zijn doopnaam, studeerde tot vorig jaar aan het rooms-katholieke seminarie in Yangon. Zijn vingers, die in het verleden veelvuldig een bidsnoer beroerden, hebben inmiddels keer op keer de trekker van een geweer overgehaald. Tijdens gevechten vorig jaar in december in Myanmar was de vijand zo dichtbij, zegt hij – hij heeft geschoten, maar hij weet niet of zijn kogels iemand hebben geraakt. ‘Doden is een zonde,’ zegt hij, ‘maar niet in een rechtvaardige oorlog.’

  • Wat zij zeggen over de uitslag van de Franse Verkiezingen

    Wat zij zeggen over de uitslag van de Franse Verkiezingen

    Internationale commentatoren en opiniemakers over de herverkiezing van Emmanuel Macron.

    David A. Andelman – buitenlandcorrespondent

    CNN

    ‘Frankrijk, Europa en de vrije wereld hebben een aanzienlijke aanval op hun collectieve welzijn overleefd. Voor de Russische president is het een zware slag dat Emmanuel Macron zijn extreemrechtse uitdager Marine Le Pen heeft weten te verslaan. Voorlopig heeft het Westen een trouwe bondgenoot met democratische aspiraties en principes die een anker zou kunnen zijn voor de toekomst van Europa – de regering Biden was zeer bezorgd dat Le Pen wellicht haar weg zou vinden naar het presidentiële paleis.’


    David Leonhardt – columnist en redacteur

    The New York Times

    ‘Het resultaat van Le Pen was aanzienlijk beter dan bij de vorige verkiezingen in 2017, toen ze 34 procent behaalde in de tweede ronde. Toen haar vader in 2002 de laatste ronde haalde, won hij slechts 18 procent van de stemmen. De afgelopen twee decennia is een groeiend deel van de Franse burgers afgegleden naar de nationalistische politiek van Le Pen, met zijn vijandigheid tegenover moslims en scepsis tegenover instellingen die West-Europa sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels vreedzaam 
    en verenigd hebben gehouden.’


    Ellen Ehni – hoofdredacteur

    WDR Fernsehen

    ‘Eind goed, al goed? Nee. Het politieke midden is uitgehold. De traditionele partijen zijn irrelevant geworden. En Marche van Macron is grotendeels de presidentiële verkiezingsclub gebleven die niet diep geworteld is in de regio’s. Een partij voor welgestelden in de steden, maar niet voor de gemarginaliseerden op het platteland. Ondertussen is het politieke discours in het land naar rechts verschoven. Het is Marine Le Pen gelukt wat haar vader Jean-Marie niet was gegeven: “présidentiable” te worden geacht, ofwel geschikt voor het presidentschap.’


    Sophie Louet – columnist

    Reuters

    ‘De Franse president Emmanuel Macron kreeg geen respijt na zijn herverkiezing. Zijn politieke tegenstanders riepen hun kiezers onmiddellijk op ervoor te zorgen dat hem geen parlementaire meerderheid wordt geboden. Als Macron er niet in slaagt om bij de parlementsverkiezingen van 12 en 19 juni opnieuw een overwinning te behalen, dan zal het voor de pro-Europese, centristische president moeilijk worden om zijn probusiness-agenda door te voeren, met daarop onder andere impopulaire plannen om de pensioenleeftijd te verhogen.’

  • Wereldnieuws: Culturele kaalslag in Rusland & Meer

    Wereldnieuws: Culturele kaalslag in Rusland & Meer

    Vuurwapens belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse jongeren

    Niet auto-ongelukken maar vuurwapens waren de belangrijkste doodsoorzaak voor Amerikaanse kinderen en tieners in 2020, zo blijkt uit nieuw onderzoek, aldus BBC. Gegevens van de Centers for Disease Control and Prevention wijzen uit dat in 2020 meer dan 4300 jonge Amerikanen zijn overleden aan vuurwapen-gerelateerde verwondingen. In dat aantal zijn ook zelfmoorden verdisconteerd, maar moorden vormen de meerderheid van deze sterfgevallen. 

    Volgens het onderzoek, dat onlangs werd gepubliceerd in het New England Journal Medicine, maakt de stijging van het aantal sterfgevallen door vuurwapens onder Amerikanen tussen één en negentien jaar, deel uit van de algehele stijging met 33,4 procent van het aantal vuurwapen-gerelateerde sterfgevallen in het land, maar worden jonge Amerikanen onevenredig zwaar getroffen.

    Het totale aantal doden onder kinderen en tieners door alle oorzaken van vuurwapengebruik – zelfmoord, doodslag, onopzettelijk en toedracht onbekend – steeg met 29,5 procent. Dat is ruim twee keer zoveel als onder de rest van de bevolking. Inmiddels zijn ruim 390 vuurwapens in de VS in omloop.

    maxim potkin J5yXIQnmYhM unsplash
    © Unsplash

    Reserveren voor Venetië wordt verplicht

    Reizigers naar Venetië zullen hun bezoek aan het historische centrum vanaf deze zomer moeten gaan reserveren, aldus burgemeester Luigi Brugnaro, meldt The Local. Tegen het einde van de zomer wordt het verplicht om te reserveren en vanaf volgend jaar moeten bezoekers entreegeld betalen. Brugnaro deed zijn uitspraken nadat op paaszondag zo’n 140.000 mensen Venetië binnenstroomden en op paasmaandag nog eens bijna 100.000. ‘Vandaag hebben velen de kans gehad om in te zien dat een boekingssysteem de meest geschikte manier is om het massatoerisme te beheersen,’ zei hij. Brugnaro wil beginnen met een ‘experimentele’ fase waarin dagjesmensen worden aangemoedigd om hun bezoek via een website te boeken. Dagjesmensen zullen tussen de drie en tien euro entree moeten gaan betalen, afhankelijk van het seizoen.

    damiano baschiera hFXZ5cNfkOk unsplash
    © Unsplash

    De grote witten

    De Chinese economie was jarenlang afhankelijk van zo’n 300 miljoen rondtrekkende arbeiders, die allerlei soorten tijdelijk en vaak gevaarlijk werk deden. Het was deze ‘zwervende bevolking’ die telefoonnetten aanlegde, in restaurants werkte of wolkenkrabbers bouwde. Door de economische neergang en toegenomen regelgeving zijn veel van die sectoren gekrompen, meldt NPR. Daarom zijn uitzendbureaus gaan omschakelen. Ze werven nu op grote schaal werknemers voor een nieuwe niche: coronacontroleur. Het is de enige sector in China waarin het aantal tijdelijke banen nog steeds groeit. 

    Net zoals de vorige generatie migrerende werknemers van stad naar stad trok om aan de vraag naar seizoenarbeiders te voldoen, reizen nu tienduizenden Chinezen door het land om afdelingen in door de overheid opgezette isolatiecentra te bemannen en om grootschalige testcampagnes uit te voeren. Ze worden dabai, of ‘grote witten’ genoemd vanwege hun witte beschermende kleding.


    Turken in Afrika

    In de Somalische hoofdstad Mogadishu staat het Recep Tayyip Erdogan-ziekenhuis, vernoemd naar de Turkse president. Dat is opmerkelijk, want gezien het geweld trekt Mogadishu weinig buitenlanders aan. Behalve Turken dus. Een Turks bedrijf renoveerde de haven en exploiteert die nu. Een ander Turks bedrijf runt een hotel en de internationale luchthaven. Met Turks ontwikkelingsgeld hebben Turkse bedrijven het parlementsgebouw en verkeersaders in de stad hersteld. Turkse officieren hebben meer dan 5000 Somalische soldaten en politiecommando’s opgeleid en uitgerust. Het zijn allemaal voorbeelden van de expansieplannen van Erdogan, meldt The Economist.

    Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid

    In 2009 had Turkije slechts enkele diplomatieke missies in Afrika. Nu zijn het er 43. Turkish Airlines vloog in 2004 op vier Afrikaanse steden, nu zijn dat er ruim 40. De handel met het continent steeg tot 29 miljard dollar vorig jaar, waarvan 11 miljard dollar met Afrika bezuiden de Sahara: een bijna achtvoudige toename sinds 2003. Hetzelfde geldt voor de bouwsector, waar Turkse bedrijven knabbelen aan de dominante positie van Chinese bedrijven. Turkse bedrijven hebben naar schatting voor 78 miljard dollar aan projecten in Afrika voltooid, waaronder luchthavens, stadions en moskeeën. Vorig jaar verwierf een Turks bedrijf een contract van 1,9 miljard dollar van Tanzania voor de aanleg van een spoorlijn.

    Twee decennia geleden keek Turkije amper naar dat continent en droomde het van toetreding tot de Europese Unie. Naarmate de betrekkingen met het Westen bekoelden, is Turkije zich steeds meer gaan richten op Afrika. 


    Culturele kaalslag in Rusland

    Vorig jaar opende GES-2, een enorm kunstcentrum dat de Italiaanse architect Renzo Piano ontwierp in een voormalige elektriciteitscentrale dicht bij het Kremlin als de Moskouse variant van Tate Modern. Het centrum, met een oppervlak van 54.400 vierkante meter, heeft momenteel een probleem: er is geen kunst, aldus The Guardian. ‘We kunnen niet doen alsof het leven normaal is,’ zegt Evgeny Antufiev, een Russische kunstenaar die zijn werk uit GES-2 weghaalde kort nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen op 24 februari. ‘We moeten een einde maken aan de illusie dat de dingen weer worden zoals ze waren voor de oorlog. Cocktails drinken bij kunstopeningen terwijl mensen worden vermoord, voelt crimineel.’ 

    Samen met oligarch Leonid Mikhelson, die de miljoenen dollars voor het centrum financierde, bezocht Vladimir Poetin vorig jaar de openingstentoonstelling van de IJslandse kunstenaar Ragnar Kjartansson. Kjartansson en andere Russische en buitenlandse kunstenaars distantieerden zich van GES-2 toen duidelijk werd dat het museum zich niet zou uitspreken tegen de Russische invasie.

    ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden’

    Ook het nationale paviljoen van Rusland op de Biënnale van Venetië, die 23 april opende, zal leeg blijven. Daags nadat Rusland Oekraïne was binnengevallen, verklaarden twee Russische kunstenaars dat zij hun land niet zouden vertegenwoordigen in het paviljoen, en ook de in Litouwen geboren tentoonstellingsmaker Raimundas Malašauskas stapte op. 

    De Russische kunstverzamelaar en columnist Marat Gelman vreest dat naarmate de oorlog zich voortsleept, alleen nog Russische kunstenaars in Europa welkom zullen zijn die openlijk tegen de oorlog protesteren. ‘Kunstenaars zullen in hun werk ofwel protesteren tegen de oorlog, ofwel hun mond houden. Ik geloof niet dat er ruimte zal zijn voor een compromis.’ Vladimir Poetin zei eind vorige maand van mening te zijn dat Rusland ook verwikkeld is in een culturele strijd met het Westen. Hij vergeleek de behandeling van de Russische cultuur in het buitenland met het verbranden van ‘ongewenste literatuur’ door nazi-Duitsland.

    vladimir fedotov aEIhwPn0DZY unsplash
    GES, Moskou © Unsplash