Tag: Canada

  • De nikab verdeelt – ook in Canada

    De nikab verdeelt – ook in Canada

    Net als in Nederland is 
de boerka – of liever: de nikab – een heikel onderwerp in Canada, waar 2 procent van de bevolking moslim is. Is het een non-issue, of precies het soort emotioneel beladen thema dat de verkiezingen kan doen kantelen?

    Als de regering-Harper uiteindelijk haar zin krijgt – en immigranten die een nikab dragen voor even worden gedwongen die af te doen op de dag dat ze als burger van Canada worden beëdigd – op hoeveel vrouwen zou die maatregel dan van toepassing zijn? Enkele tientallen per jaar? Honderd misschien? Hoe dan ook, het zou een minuscuul aantal zijn in vergelijking met alle aandacht die de kwestie heeft gekregen.

    Praktisch gesproken zou het plan van de Conservative Party inbreuk maken op de rechten van een miniem percentage: een paar mensen, gedurende een paar minuten van hun leven. De Conservatieven proberen geen wettelijk verbod van de islamitische gezichtsbedekking in te voeren. Zij zeggen alleen dat als een vrouw in een nikab Canadese wil worden (of in de woorden van 
premier Stephen Harper: deel wil gaan uitmaken van de nationale ‘familie’), zij bereid moet zijn zichzelf te tonen tijdens de officiële burgerschapsceremonie. Als de plechtigheid is afgelopen, staat het haar vrij zichzelf weer te bedekken.

    In een land dat met veel belangrijker problemen kampt – onze wankele economie bijvoorbeeld – is het redelijk om je af te vragen waarom de verkiezingscampagne zich zo concentreert op iets wat vrijwel op geen enkele stemgerechtigde van invloed is. National Post-columnist Andrew Coyne was een van degenen die niet kon bevatten waarom de vraag ‘of enkele tientallen vrouwen’ een sluier mogen dragen tijdens een burgerschapsplechtigheid zoveel zendtijd in beslag nam in het Franse leidersdebat van vorige week. ‘Het is bespottelijk,’ zei hij in een verhit moment van het At Issue-panel op The National van CBC. ‘Het is geen relevant probleem voor de toekomst van dit land. In het grote geheel is het een triviale kwestie.’


    Afleidingswapen

    Maar ís het wel zo triviaal? Is het echt een ‘verkeerd debat’, om de leider van de Groenen, Elizabeth May, te citeren? Een ‘weapon of mass distraction’ (massa-
afleidingswapen), zoals NDP (New Democratic Party)-leider Tom Mulcair het beschreef? Of geeft dat symbolische beeld – een moslimvrouw die haar gezicht mag bedekken terwijl ze de burgerschapseed aflegt – een kijkje in een veel diepgaander debat over de kernwaarden die Canadezen koesteren? Met andere woorden: is het zo’n zeldzaam soort emotionele, gevoelsmatige kwestie die een zwevende kiezer over de streep kan trekken?

    ‘Dit zijn zelden kwesties waarover je in het stemhokje staat te dubben, maar ze kunnen wel het algemene gevoel bepalen van: “Waar sta ik in het politieke spectrum?”’ zegt Frank Graves, voorzitter van het onderzoeksbureau Ekos Research Associates. ‘Ik denk niet dat mensen zeggen: “Ik ga alleen stemmen vanwege de nikab-kwestie.” Maar ik denk wel dat het een factor is. Het is verkeerd om te zeggen dat het de mening van de kiezer niet beïnvloedt. Echt waar.’

    Het debat dat nu wordt gevoerd, heeft zijn oorsprong in 2011, toen de toenmalige minister van Immigratie, Jason Kennedy, plotseling een nieuw beleid introduceerde dat mensen verbood hun gezicht te bedekken tijdens burgerschapsceremonies. Zunera Ishaq, een negenentwintigjarige Pakistaanse, betwistte die beslissing voor het Federale Hof, waarbij ze aanvoerde dat de Citizenship Act alle kandidaten verzekert van de grootst mogelijke religieuze vrijheid als ze de eed afleggen. (Ze benadrukt dat ze er geen bezwaar tegen zou hebben haar gezicht vóór de plechtigheid aan een ambtenaar te laten zien, maar dat ze er om religieuze redenen op staat haar eed af te leggen in een nikab.)

    Het is het eerste, openlijke, politieke debat over normen en waarden dat we sinds een tijdje in Canada voeren

    Het Federale Hof stelde Ishaq in het gelijk, maar Ottawa tekende meteen beroep aan. De nikab ‘heeft zijn oorsprong in een cultuur die anti-vrouw is’, zei Stephen Harper tegen het Canadese Lagerhuis. Toen de regering eind september weer verloor – en meteen nogmaals beroep aantekende, dit keer bij het Hooggerechtshof – werd de 
discussie onvermijdelijk onderdeel van de verkiezingscampagne.

    ‘Eigenlijk zijn het de grenzen van de tolerantie die hier op de proef worden gesteld,’ zegt Darrell Bricker, opiniepeiler bij Ipsos Global. ‘Er is één groep, advocaten en vrijzinnige burgers, die zeggen dat dit riekt naar intolerantie. Maar het probleem is dat dit het soort intolerantie is dat door de overgrote meerderheid van de Canadezen niet wordt gezien als intolerantie. Zij zien het als het vaststellen van de grenzen van aanvaardbare sociale normen.’

    Dat wordt beslist bevestigd door de laatste peilingen. Het ene onderzoek, door Forum Research uitgevoerd in maart, kwam tot de conclusie dat tweederde van de Canadezen (67 procent) tegen het dragen van een nikab bij een burgerschapsceremonie is, terwijl een peiling van Ipsos aantoonde dat maar liefst 88 procent achter het regeringsstandpunt staat. Een onderzoek van Leger, waarvoor afgelopen winter opdracht werd gegeven, maar dat pas vorige week is gepubliceerd, kwam tot dezelfde resultaten: 82 procent van de ondervraagde drieduizend mensen was het eens met het geen-nikabbeleid.

    ‘De deelnemers waren van mening dat mensen die aanwezig waren bij dat soort plechtigheden duidelijk herkenbaar moesten zijn en vonden het vreemd dat iemand haar gezicht mocht verbergen’, bleek uit het Leger-rapport. ‘Andere deelnemers vonden dat dit vooral een kwestie was van 
normen en waarden. Voor hen ging dit over nieuwe immigranten die Canadese normen en waarden omarmen bij hun intrede als nieuwe burgers. Het afdoen van de nikab of boerka werd in Canada als normaal beschouwd en daarom was de eis van de Canadese regering dat vrouwen hun gezicht moesten laten zien terecht.’

    Zunera Ishaq werd na haar proces op 15 september jl. in het gelijk gesteld, maar Ottawa tekende meteen beroep aan. © The Canadian Press / Patrick Doyle
    Zunera Ishaq werd na haar proces op 15 september jl. in het gelijk gesteld, maar Ottawa tekende meteen beroep aan. © The Canadian Press / Patrick Doyle

    Hoewel de maatregel slechts van toepassing is op een gering aantal mensen, wijst de controverse duidelijk op een dieperliggend probleem, zegt Bricker. Zoals elke peiling heeft bevestigd, beschouwt meer dan de helft van de Canadezen de islamitische sluier als een symbool van onderdrukking, ondanks het feit dat veel vrouwen die een nikab dragen het daar niet mee eens zijn. En volgens één Leger-onderzoek uit maart (niet het onderzoek waarvoor opdracht was gegeven door Ottawa) zei 60 procent van de ondervraagden dat nikabs verboden moesten worden, niet alleen tijdens de burgerschapseed, maar ook in openbare ruimten zoals overheidsgebouwen en rechtbanken.

    ‘Voor de gewone burger suggereert de nikab, ongeacht de uitleg die de draagster eraan geeft, een vorm van vrouwenonderdrukking,’ zegt Bricker. ‘Of dat zo is of niet, is een ingewikkelde kwestie, en die discussie laat ik over aan mensen die slimmer zijn dan ik. Maar de gemiddelde Canadees kijkt ernaar en zegt: “Daar is iets mis mee.” Als je in een vrije, democratische maatschappij leeft, vooral een die zo’n enorme vooruitgang heeft geboekt op het gebied van de positie van vrouwen en de noodzaak van gelijkheid, strijkt het je tegen de haren in als je zoiets ziet.’

    Zichtbare minderheden

    Het is niet verbazingwekkend dat het anti-nikabsentiment samenvalt met een duidelijke verschuiving in de 
algemene houding van Canadezen tegenover immigratie. Tien jaar geleden vond slechts een kwart van de bevolking dat er te veel immigranten naar Canada kwamen. Het aantal mensen dat het eens is met die uitspraak is, volgens een rapport van 
EKOS uit maart, gestegen tot bijna de helft (46 procent), terwijl 41 procent vindt dat de overheid te veel zichtbare minderheden toelaat. ‘Wij hebben 
niet hetzelfde soort verhitte debatten over immigratie en rassenkwesties gehad als in Europa en de VS, maar er zijn aanwijzingen dat we misschien een beetje die richting uitgaan,’ zegt Graves. ‘De allergie voor pluralisme en multiculturalisme, die vrij recent is, neemt op het moment toe.’

    En dat zou kunnen verklaren waarom zo’n ogenschijnlijk triviaal stukje beleid – het verbod op nikabs tijdens een burgerschapsceremonie – zulke hartstochtelijke reacties oproept. ‘Het valt niet te ontkennen dat het de kiezers op dit moment meer verdeelt dan kwesties die ze zelf van groter belang achten, in het bijzonder de zieltogende economie,’ concludeerde het EKOS-onderzoek. ‘Maar het is wel het eerste, openlijke, politieke debat over 
normen en waarden dat we sinds een tijdje in Canada voeren.’

    Maar is de nikabkwestie urgent genoeg om in een bepaald kiesdistrict de doorslag te geven? Zou het op 19 oktober werkelijk verschil maken? Misschien wel in Quebec, waar de NDP de meeste steun heeft, hoewel hun oppositie tegen het geen-nikabstandpunt van de Conservatieven niet strookt met de opvatting van de meeste inwoners. In Ontario? Waarschijnlijk niet, vooral niet omdat het provinciale bestuur gezworen heeft in het geweer te komen tegen de nationale regering als de zaak-Ishaq voor het Hooggerechtshof komt. ‘In de Prairies is het misschien van invloed,’ zegt Lorne Bozinoff, directeur van Forum Research. ‘Maar daar stemmen ze toch op de Conservatieven. Of die nu 45 of 50 of 55 procent van de stemmen krijgen, wat maakt dat uit?’

    Toen Forum zijn onderzoek in maart uitbracht (het onderzoek waaruit bleek dat 67 procent van de Canadezen tegen gezichtsbedekking tijdens burgerschapsplechtigheden is), zei Bozinoff dat de nikabkwestie ‘niet meer dan een bijzaak’ zou zijn bij de verkiezingen, omdat de maatregel ‘slechts direct van invloed zou zijn op een almaar kleiner wordend aantal vrouwen’. Een half jaar later blijft hij bij zijn voorspelling, ondanks de toenemende heftigheid van het debat.
    ‘Bij een lange campagne zoals deze is het niet waarschijnlijk dat zo’n even oplaaiende kwestie een omkering veroorzaakt, omdat er zo veel over gedebatteerd wordt,’ zegt hij. Neem bijvoorbeeld het proces tegen senator Mike Duffy of de Syrische vluchtelingencrisis. ‘Uiteindelijk is men erover uitgepraat en gaat het weer over iets anders. We hebben nog een hele tijd te gaan, zo’n drie weken, bijna even lang als een gewone campagne. Het is moeilijk voorstelbaar dat we het over drie weken nog steeds over nikabs hebben.’

    Michael Friscolanti

    Maclean’s
    Canada, weekblad, oplage 350.000
    Weekblad voor politiek, actualiteiten, onderwijs en cultuur. Jaarlijks in maart verschijnt bovendien Maclean’s Guide to Canadian Universities, in november gevolgd door Maclean’s University Rankings, bedoeld voor middelbarescholieren in hun laatste jaar.

    Kader – Vreemde recessie

    Technisch gezien verkeert Canada na twee opeen-volgende kwartalen van economische krimp in een
 recessie, maar veel economen kijken naar de cijfers 
van StatsCan en zien iets heel anders dan een recessie. De optimisten – waaronder de grote banken – zien tekenen dat de Canadese economie in het derde 
kwartaal alweer is gegroeid dankzij een goedkopere Canadese dollar en een sterkere Amerikaanse economie. Pessimisten menen dat de gevolgen van een dalende olieprijs nog zal doorwerken in de Canadese economie, gekoppeld aan de tragere groei in China.

    Maar beide groepen zijn het erover eens: dit is een vreemde recessie. En waarom dan? Omdat ondanks 
het feit dat de maakindustrie, de bouw, de olie-, gas- 
en mijnsector allemaal krimpen, de recessie Canada nog niet heeft getroffen daar waar het werkelijk pijn doet: in de werkgelegenheid. Die is het afgelopen jaar met 0,9 procent of 161.000 banen gegroeid, hoewel er in de provincie Alberta in de olie-industrie 35.000 banen verloren gingen.

    Ook econoom Avery Shenfeld van de Canadian Imperial Bank of Commerce (CIBC) voorziet een groei in het derde kwartaal, en de Bank of Montreal durft daar al een percentage van 2,5 tot 3 op te plakken. Dat moet premier Stephen Harper als muziek in de oren klinken. Zijn verkiezingscampagne is er vooral op gericht de grootst mogelijke positieve draai te geven aan al het slechte economische nieuws van de voorbije maanden.

    (Huffington Post, Toronto)


  • Is Canada nog het beste land ter wereld?

    Is Canada nog het beste land ter wereld?

    Verkiezingen in Canada zijn voor de wereld gewoonlijk reden om de schouders op te halen. In het brave Canada gebeurt toch nooit iets? Maar onder de Conservatieve premier Stephen Harper is het land volgens kenner Rudi Rotthier steeds ‘harder, vervuilender, en minder gericht op vrede’ geworden. De onvrede hierover is zo groot dat de stembusgang op 19 oktober ongemeen spannend lijkt te worden. De erfenis van 9,5 jaar Stephen Harper.

    Je hoeft tegenwoordig niet lang te zoeken naar mensen die zeggen dat de internationale reputatie van Canada een forse deuk heeft opgelopen tijdens het negenenhalfjarige premierschap van Stephen Harper.

    Volgens critici heeft de Canadese regering door haar lakse houding inzake klimaatverandering, haar mondelinge steun aan Israël, haar slechte aanpak van de Syrische vluchtelingencrisis en haar bezuinigingen op ontwikkelingshulp het imago van een vriendelijk land dat op de bres stond voor wereldvrede en een groter milieubewustzijn veranderd in dat van een tweedracht zaaiende wereldwijde vervuiler die alleen aan zijn eigen belang denkt.

    Nu de federale verkiezingen voor de deur staan, hebben voormalige premiers als Joe Clark en Jean Chrétien geklaagd dat Canada zijn aanzien in de wereld heeft verspeeld. Deze maand citeerde het internationale opinieblad The Economist een studie waarin werd geconstateerd dat ‘Canada’s zelfbeeld als medeoplosser van wereldproblemen al een paar decennia achterhaald is’ als gevolg van twintig jaar lang bezuinigen op ontwikkelingshulp en defensie (waarmee zowel de Conservatieve als de Liberale regeringen een veeg uit de pan kregen). Afgelopen maand stond in een hoofdredactioneel commentaar in de Britse krant The Guardian dat de verkiezingen van komende maand ‘Canada de kans geven om zijn beste tradities in ere te herstellen. Internationaal heeft Harper van Canada een land gemaakt dat meningsverschillen niet uit de weg gaat (met Groot-Brittannië over Suez, met Amerika over Vietnam). Het Canada dat een steunpilaar was voor de wereldvrede en de Verenigde Naties is nog maar een vage herinnering,’ aldus The Guardian. ‘En door Harpers hartstochtelijke vereenzelviging met Israël heeft Canada de reputatie van “eerlijke bemiddelaar” verloren die het land vroeger met recht in het Midden-Oosten genoot.’

    In een veelgelezen artikel in The New York Times, ‘De Canadese geest zit op slot’ getiteld, klaagt de uit Toronto afkomstige romanschrijver en politiek commentator Stephen Marche dat de regering federale wetenschappers monddood maakt, vooral degenen die de opwarming van de aarde bestuderen, om de olie-industrie van het land te beschermen. (Het artikel van Stephen Marche staat ook in deze editie van 360 Magazine.)

    ‘Canada heeft lange tijd een beleid gevoerd dat meer gericht was op het vermijden van kritiek dan op het bereiken van concrete doelen’

    Gunstig

    Desondanks wordt Canada in tal van internationale vergelijkingen consequent aangemerkt als een van de beste landen om in te wonen, voornamelijk omdat de omstandigheden op het gebied van milieu, economie en landsbestuur zo gunstig zouden zijn.

    Wie met Canadezen spreekt die in het buitenland wonen, krijgt te horen dat de mensen daar maar weinig idee hebben van wat er zich op het politieke vlak afspeelt, maar dat het Canadese imago onverdeeld gunstig blijft: een vriendelijk land met bergen, welvaart en ijzige kou.

    ‘De Engelsen zien ons als een betrekkelijk knus, klein-groot land waarin niet veel gebeurt,’ aldus de Canadese expat Michelle Bobb die al elf jaar in Londen woont.

    Dus zijn we een veilige haven of een paria? En als het beeld inderdaad negatief is, is dat dan erg? Heeft het gevolgen voor onze economie, ons welzijn of onze invloed in de wereld?

    Academische waarnemers en voormalige diplomaten zeggen dat beide beelden, dat van het goede Canada en het slechte Canada, bestaan en dat het negatieve beeld inderdaad gevolgen heeft voor de mate waarin het land in staat is – en waarin de Canadezen in staat zijn – de wereld vorm te geven.

    En negatieve beelden zijn wel degelijk erg, zeggen ze, omdat een land met een voorliefde voor vredig multiculturalisme zijn kennis zou moeten kunnen delen in een tijd van wereldwijde etnische strijd. Maar dat lukt niet als niemand wil luisteren.

    ‘Ze zien ons nog steeds als een land dat de vrede helpt handhaven’

    Een trots verleden

    In zijn boek How We Lead: Canada in a Century of Change betoogt de voormalige premier en leider van de Progressief-Conservatieve Partij Joe Clark dat het land zijn traditionele vermogen is kwijtgeraakt om de machtigste naties van de wereld ‘vanaf de zijlijn te leiden’. Dat was een vaardigheid ‘waardoor wij mede aan de wieg stonden van tal van multilaterale instituties en die de kern vormde van het idee van vredeshandhaving’. Zo kon een kleine natie een buitensporig grote rol spelen in de internationale diplomatie.

    Canada hielp bij het opstellen bij de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens van de Verenigde Naties. Zijn minister van Buitenlandse Zaken en toekomstige premier Lester B. Pearson kreeg een Nobelprijs voor zijn rol in het oplossen van de Suezcrisis in 1956. Canada speelde een sleutelrol in het beëindigen van de apartheid in Zuid-Afrika en nam zestigduizend Vietnamese vluchtelingen op in de periode 1979-1980.

    Nu, schrijft Clark, is de hulp aan arme landen verlegd naar landen die commercieel aantrekkelijker zijn. Waar het vroeger toonaangevend was op milieugebied, is Canada in 2011 als eerste land uit het Kyotyo Protocol gestapt. (De regering-Harper betoogde dat het protocol nutteloos was omdat de VS en China er niet aan meededen, en dat het de concurrentiepositie van Canada onevenredig zou hebben geschaad.) In 2013 stond het land 58ste op de lijst van landen die manschappen meestuurden op vredesmissies van de VN. In augustus 2015 stuurde Canada 116 militairen en politiemensen mee op vredesmissies. Bangladesh stuurde er 9432. Een voormalige hoofdrolspeler in multilaterale instituties is nu voornamelijk afwezig in de VN, als hij al geen tweedracht zaait, aldus Clark.

    De buitenlandse politiek van een land dient niet alleen het thuisbelang door het bevorderen van vrede en welvaart, schrijft Clark, het zegt ook iets over wie we zijn. ‘De dingen die we in de wereld doen weerspiegelen en versterken het beeld van wie we thuis zijn.’

    In 2010 liep Canada een zetel mis in de VN-Veiligheidsraad. Dat was volgens waarnemers een duidelijk bewijs van het verzwakte aanzien in de internationale gemeenschap.

    Maar niet iedereen is het daarmee eens. Dat de regering-Harper in 2011 de meerderheid kreeg bewees dat het land een slagvaardiger aanpak wenste, schreef columnist Kelly McParland van de National Post na de overwinning. De manier waarop Harpers regering de gezondheidszorg, de wapenregistratie, Israël en de klimaatverandering aanpakte betekende volgens hem een breuk met het mislukte beleid uit het verleden.

    ‘Canada heeft lange tijd een beleid gevoerd dat meer gericht was op het vermijden van kritiek dan op het bereiken van concrete doelen,’ aldus McParland. Harper heeft zich tegen dat beleid afgezet en zich daarmee de woede van de weifelaars op de hals gehaald. De populariteit van de regering bewijst dat veel Canadezen genoeg hebben van dat geweifel en het niet langer gevaarlijk vinden dat het land er een eigen mening op nahoudt.’

    Volgens columnist Scott Gilmore van Macleans is de positie van Canada in de wereld verbeterd sinds Harper aan de macht is. Sinds 2005 is de export met 8 procent gestegen, zijn de buitenlandse investeringen met 73 procent toegenomen en is de concurrentiepositie stabiel gebleven. Hoewel Clark stelt dat Harper de diplomatieke positie heeft uitgehold, is de begroting van het ministerie van Buitenlandse Zaken met eenderde gestegen, schrijft Gilmore. En de bijdragen aan de VN en andere multilaterale instituties stegen met 73 procent.

    ‘Is het tijdperk Stephen Harper voorbij?’

    Top drie

    Ook in diverse internationale vergelijkingen blijft Canada uit de bus komen als het beste land om te wonen, te werken en te studeren. Volgens de jaarlijkse peiling van de BBC World Service staat Canada al tien jaar in de top drie van best beoordeelde landen ter wereld.

    ‘Voor de gemiddelde Duitser of Japanner zullen de recente politieke ontwikkelingen weinig uitmaken,’ zegt Sébastien Jodoin, die als milieuwetenschapper verbonden is aan McGill University in Canada en Yale University in de VS. ‘Ze zien ons waarschijnlijk nog steeds als een land dat de vrede helpt handhaven, dat redelijk is en misschien wel milieuvriendelijk. Ik geloof niet dat Harper de reputatie van Canada over het algemeen heeft geschaad.’

    Toch zijn er drie gebieden – klimaatverandering, buitenlandse politiek en ontwikkelingshulp – waarop het beleid van de regering-Harper onze reputatie heeft geschaad en een negatief effect heeft gehad, zegt Jodoin, vooral onder diplomaten, wetenschappers en NGO’s.

    ‘Bij die groep hebben we ongetwijfeld een slechte naam,’ zegt Jodoin, als gevolg van de ‘lakse houding’ ten aanzien van de opwarming van de aarde en de loze beloftes om de olie- en gasindustrie aan banden te leggen.

    Jodoin zegt dat Canada’s reputatie op het gebied van klimaat en olie schadelijke gevolgen heeft voor de plannen voor de Keystone-pijpleiding waardoor gas uit Alberta naar de VS moet worden getransporteerd, een topprioriteit voor de regering-Harper. Als Canada actiever was opgetreden tegen de klimaatverandering zou de pijpleiding bij president Obama makkelijker doorheen zijn gekomen, aldus Jodoin. ‘Als de Conservatieve regering zich gematigder had opgesteld zouden ze hun olie makkelijker kwijtraken in Europa en de VS. In plaats daarvan hebben we de milieuactivisten in de kaart gespeeld. We zijn de perfecte boeven.’

    In ontwikkelingshulpkringen heeft Canada flink aan reputatie ingeboet terwijl de onverbloemde steun aan het huidige beleid van Israël het land een zetel in de VN-Veiligheidsraad heeft gekost, aldus Jodoin, en daarmee de mogelijkheid om de internationale veiligheid te beïnvloeden.

    De voormalige Liberale premier Jean Chrétien publiceerde vorig weekend een vernietigende kritiek op het buitenlandbeleid van Harper. ‘In minder dan tien jaar heeft de regering-Harper onze zestigjarige reputatie als bevorderaar van vrede en vooruitgang ongedaan gemaakt,’ schreef hij. De voormalige Liberale en Progressief-Conservatieve regeringen werkten samen met alle wereldleiders, ook als ze het niet met hen eens waren, schreef Chrétien, die zich kortgeleden heeft aangesloten bij het Liberale campagneteam. De regering-Harper, zei hij, beledigt hen liever.
    De Conservatieve Partij reageerde niet op verzoeken om een interview voor dit artikel.

    De onwil van Canada om zich met bepaalde wereldleiders in te laten is een ernstige vergissing, zegt de gepensioneerde Canadese diplomaat Jeremy Kinsman, die tijdens zijn veertigjarige carrière zowel Canadese Hoge Commissaris in het Verenigd Koninkrijk als Canadese ambassadeur bij de Europese Unie was. De wereld benijdt Canada nog steeds, aldus Kinsman, ‘met name omdat ons iets lukt waar iedereen problemen mee heeft, namelijk het runnen van een pluralistische maatschappij zonder al die etnische bullshit die je elders tegenkomt.’

    De gevolgen

    Maar buitenlande regeringen zijn zich bewust van de veranderingen in Canada en beschouwen die niet als positief. En dat heeft zijn gevolgen.

    ‘Canada vervulde in de wereld ooit de rol van verzoener – we zaten alles voor, omdat we als onpartijdig werden gezien, we waren niet ideologisch en we hadden enorm veel contacten vanwege het Gemenebest en de Franstaligheid en onze Aziatische bevolking,’ zegt Kinsman. ‘En we waren Noord-Amerika, maar niet de Verenigde Staten. De secretaris-generaal van de VN kon altijd naar Canada komen voor een oplossing. Nu geeft Canada niet thuis.’

    Recente verklaringen van Harper of zijn ministers dat ze ‘twijfels’ hebben over zwaarbevochten internationale overeenkomsten over Oekraïne of over het nucleaire akkoord met Iran, gegeven om het politieke thuisfront naar de mond te praten, kunnen de belangen van Canada alleen maar schaden, zegt Kinsman. ‘Dat is het enige wat politici je nooit vergeven. Dat wordt je fataal.’
    Voormalige Canadese leiders – Clark, Chrétien, Brian Mulroney, Pierre Trudeau – stonden bekend om hun goede relaties met de meest uiteenlopende wereldleiders.

    ‘Als die lui ergens anders over denken dan jij, dan luister je naar ze, en zij luisteren naar jou, en op die manier kom je tot een oplossing,’ zegt Kinsman. Open dialoog helpt de plaatselijke economie en bevordert de veiligheid thuis. Uiteindelijk wordt een betrekkelijk kleine speler op het wereldtoneel erdoor in staat gesteld de ideologie en praktijk van vreedzame co-existentie te bevorderen, waarin Canada een wereldleider is.

    ‘Het is geen kwestie van aardig gevonden worden, maar van tot een gemeenschap behoren die hulp kan bieden bij het vinden van oplossingen die de wereld nodig heeft,’ zegt Kinsman. ‘Canada, en tot op zekere hoogte ook Montreal, is een microkosmos van de wereld. Als mensen op Park Avenue goed met elkaar kunnen opschieten, dan willen ze dat mensen elders dat ook kunnen.’

    René Bruemmer

  • Veel op het spel, veel te kiezen

    Veel op het spel, veel te kiezen

    Nooit eerder had Canada verkiezingen met kandidaten die elkaar zo weinig ontlopen – en die zo veel van elkaar verschillen.

    Er is heel wat ophef geweest over het feit dat de federale verkiezingscampagne van 2015 de langste uit de Canadese geschiedenis zal zijn sinds de negentiende eeuw, toen de stembiljetten nog met paarden werden vervoerd wat noopte tot verkiezingsperiodes van enkele maanden. Maar ook al is de technologie verbeterd, een elf weken durende campagne kan in de eenentwintigste eeuw nog altijd nuttig zijn.

    De federale verkiezingen van 2015 beloven een van de interessantste campagnes uit de Canadese geschiedenis te worden met de grootste consequenties. Dit land heeft nooit verkiezingen gehad waarbij de kandidaat-premiers zo goed bij elkaar pasten – of zo duidelijk verschilden qua persoonlijkheid. Maar zelden zijn er zulke scherpe tegenstellingen geweest in de visie van de grote partijen als nu. De stemming kan ook belangrijke gevolgen hebben voor de internationale rol en reputatie van Canada. Gezien wat er op het spel staat moeten de Canadezen alle tijd nemen die ze nodig hebben om op 19 oktober hun keus te bepalen.

    De eerste verklaringen die door de leiders sinds de aankondiging van de verkiezingen zijn afgelegd kunnen als miniatuurversies van hun campagneplannen worden beschouwd. De Liberale leider Justin Trudeau had het alleen maar over zijn blijvende belangstelling voor de middenklasse. ‘Als het de middenklasse goed gaat, gaat ’t het hele land goed,’ zei hij. Thomas Mulcair, de leider van de New Democratic Party (NDP) en de gedoodverfde koploper, spendeerde de meeste tijd aan een aanval op het fiscale beleid van de huidige regering en wees op een lange reeks tekorten en de wijdverbreide onzekerheid op de arbeidsmarkt. Ook deed hij hard zijn best om de hele tijd te blijven glimlachen.

    Premier Stephen Harper op zijn beurt benadrukte de prestaties van zijn regering op het gebied van belastingbesparingen en fiscale rechtvaardigheid binnen de landsgrenzen. Maar hij wijdde ook heel wat tijd aan kwesties buiten die grenzen. ‘Jihadterroristen hebben Canada en de Canadezen expliciet de oorlog verklaard,’ bracht hij stemmers in herinnering. Hij noemde herhaaldelijk de invasie in Oekraïne door de Russische president Poetin. En tijdens mediavragen na afloop sprak hij opnieuw zijn steun uit voor het TTIP-verdrag. Trudeau daarentegen had niets over buitenlands beleid te melden in zijn eerste verkiezingsuitspraken. Mulcair wilde weinig anders kwijt over buitenlandse zaken dan dat hij ervoor zou zorgen dat Canada’s ‘reputatie als land in het buitenland zal worden gerespecteerd’; maar een van zijn beleidsvoornemens is terugtrekking uit de internationale coalitie die tegen Islamitische Staat vecht.

    Vaste prik

    Harpers opzettelijke nadruk op buitenlands beleid is tekenend voor misschien wel het grootste verschil tussen de zittende premier en zijn rivalen. Het is vaste prik dat leiders bij de aanvaarding van hun ambt gefixeerd zijn op de problemen thuis en bij hun afscheid verwikkeld zijn in mondiale kwesties, en dat geldt in zekere zin ongetwijfeld ook voor de politieke loopbaan van Harper. Maar het is evenzeer waar dat het succes en de veiligheid van Canada sterk afhankelijk zijn van internationale omstandigheden, waar leiderschap en ervaring het zwaarste tellen. Dat is ongetwijfeld de grootste pre van Harper.

    Natuurlijk zijn er tal van nationale kwesties die eveneens inzicht geven in de grote politieke verschillen tussen de partijen, vooral op het gebied van gezinsbeleid. Mulcair heeft beloofd een nieuw grootscheeps kinderopvangprogramma te lanceren, waarbij op den duur een miljoen opvangplekken van vijftien dollar per dag moeten worden gecreëerd. Trudeau is voorstander van een gematigder oplossing, waarbij een bijdrage naar draagkracht wordt betaald.

    Op het bredere politieke vlak wil de NDP de regering in Ottawa een grotere rol geven in het dagelijks leven van de Canadezen, door middel van ingrijpende veranderingen op de arbeidsmarkt en in het fiscale beleid. De Conservatieven, die negen jaar de tijd hebben gehad om het binnenlandse beleid naar hun hand te zetten, blijven hameren op een kleinere en minder bemoeizieke overheid, belastingverlagingen en een beperktere overlap tussen federale en provinciale jurisdictie. En nadat hij het afgelopen jaar in de peilingen snel van koploper naar de derde plaats is gedegradeerd, presenteert Trudeau zich nu als een felle underdog die erop gebrand is het ideologische verschil tussen Harper en Mulcair met doelgerichte sociale beleidsvoornemens te vergroten. Door deze verschillen in aanpak kunnen de Canadezen straks een duidelijke keus maken waar het de omvang, de armslag en de doelstellingen van de federale regering betreft.

    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images
    Justin Trudeau (links), Thomas ‘Tom’ Mulcair en Stephen Harper (rechts) voor het tweede leidersdebat in Calgary, Alberta (17 september). – © Ben Nelm / Bloomberg via Getty Images

    lang onderschrift bij foto

    Canadezen moeten alle tijd nemen die ze nodig hebben om hun keus te bepalen

    Imago

    Behalve over beleid zal het bij deze verkiezingen ook gaan over de indruk die de stemmers hebben van de persoonlijkheid van de leiders. De ongedwongen charme van Trudeau is duidelijk zijn grootste voordeel. Mulcair doet verwoede pogingen om van zijn vroegere imago van boze populist af te komen, terwijl Harper zich erbij lijkt te hebben neergelegd dat hij door zijn kille en berekenende benadering van het landsbestuur veel Canadezen van zich heeft vervreemd. Oppositieleiders hebben deze antipathie aangegrepen om op de noodzaak van verandering te wijzen. Zij hebben nu alle tijd om de stemmers ervan te overtuigen dat hij of zij het meest geschikt is om die verandering in gang te zetten. (Al bedoelen ze wanneer ze het over verandering hebben vaak alleen maar dat ze ongedaan willen maken wat Harper al heeft gedaan. Zowel Mulcair als Trudeau belooft bijvoorbeeld de post weer aan huis te laten bezorgen en de leeftijd voor federale pensioenvoorzieningen terug te brengen van 67 naar 65. Beide beleidsherzieningen zouden een vorm van financiële dwaasheid zijn.)

    Hoezeer het vooruitzicht van een langdurige verkiezingscampagne ook een vervelend corvee lijkt voor de Canadezen die nu vooral van hun zomer willen genieten, de verkiezingen van 2015 zijn een belangrijke gebeurtenis die gepaste aandacht verdient. Gezien de grote verschillen in stijl en gedachtegoed van de partijleiders zal deze campagne niet alleen historisch van groot belang zijn, maar ook een enorme amusementswaarde hebben. We zullen al die elf weken hard nodig hebben.

    Canada is lid van het Britse Gemenebest, en het politieke stelsel lijkt als twee druppels water op dat van het Verenigd Koninkrijk. Het land is sinds 2012 verdeeld in 338 districten (daarvoor in 308), die in het Engelstalige deel ‘Ridings’ genoemd, in het Franstalige ‘Comtés’. Elk district kiest een afgevaardigde voor het Lagerhuis (House of Commons).

    Er is een Senaat of Hogerhuis van 105 leden, die op voordracht van de zittende premier voor het leven (althans tot de leeftijd van 75 jaar) worden benoemd door de Gouverneur-Generaal als vertegenwoordiger van het staatshoofd, de Britse vorstin. Bij gebrek aan adel bestaat de Senaat uit verdienstelijke Canadezen, die bovendien in de gunst staan bij de zittende premier. Er gaan al jaren stemmen op om ook de senatoren rechtstreeks te laten verkiezen. De Senaat kan wetten die door het Lagerhuis zijn aangenomen alsnog verwerpen (dat gebeurt gemiddeld één of twee keer per jaar), maar heeft niet de bevoegdheid het vertrouwen in de regering op te zeggen.

    Verkiezingen voor het Lagerhuis worden eens in de vijf jaar gehouden, maar kunnen worden vervroegd indien de regering in het Lagerhuis ten val wordt gebracht of op verzoek van de premier. Dit jaar werden de verkiezingen met enkele maanden vervroegd op verzoek van de Conservatieve premier Stephen Harper. De Gouverneur-Generaal kondigde op 4 augustus officieel die verkiezingen aan voor 19 oktober. Daardoor ontstond een verkiezingscampagne van elf weken, de langste in de parlementaire geschiedenis van het land.

  • De premier die zijn volk graag dom hield

    De premier die zijn volk graag dom hield

    Met zijn controledrang en weerzin tegen openheid joeg premier Stephen Harper zowel de journalistiek als de wetenschap tegen zich in het harnas. In een van de meest besproken opiniestukken van deze campagne haalt schrijver Stephen Marche keihard uit.

    De Canadese premier, Stephen Harper, heeft verkiezingen uitgeroepen voor 19 oktober, maar hij wil niet dat erover wordt gesproken.

    Hij heeft besloten niet deel te nemen aan de traditionele debatten op de landelijke televisie. Liever gaat hij de confrontatie met zijn opponenten aan in kleinere, meer besloten settings, zoals bijvoorbeeld bij de academische Munk Debates en bij CPAC, het Canadese equivalent van C-SPAN [Amerikaans kabel- en satelliettelevisienetwerk dat rechtstreeks verslag doet van politieke gebeurtenissen, zonder commentaar of toevoegingen]. Over zijn eigen campagnebijeenkomsten mocht niets naar buiten komen, totdat hij zich door de publieke verontwaardiging gedwongen zag de zwijgplicht van zijn aanhangers op te heffen.

    Harpers campagne voor herverkiezing is tot nog toe volkomen in lijn met dé karaktereigenschap die model staat voor zijn ambtsperiode als premier: zijn opmerkelijke weerzin om informatie naar buiten te brengen.

    Amerikanen hebben Canada altijd gezien als een progressief bolwerk, met een strenge wapenwetgeving, een goede gezondheidszorg en dito onderwijs.

    In de Harperjaren is Canada langzaam een beetje de duisternis in geschoven

    Sluier van geheimzinnigheid

    Maar in de negenenhalf jaar dat Harper nu aan het roer staat, hebben we gezien dat die reputatie voor een open, verantwoordelijke manier van regeren langzaam is afgebrokkeld. Harper heeft zijn anti-intellectuele conservatisme, waarom hij altijd al bekendstond, zeer effectief en op brede schaal ingezet. Hij heeft consequent de mogelijkheden van het volk ingeperkt om inzicht te krijgen in wat de regering doet, waarmee hij zijn Conservatieve Partij in een sluier van geheimzinnigheid heeft gehuld en het land in onwetendheid heeft gedompeld.

    Zijn houding tegenover de pers is ronduit vijandig te noemen. Bij zijn vermaard korte persconferenties lichten zijn medewerkers alle journalisten door en bepalen vervolgens geheel naar eigen inzicht wie al dan niet vragen mag stellen. In het spel van geven en nemen tussen journalisten en politici, onontbeerlijk in een gezonde democratie, heeft Harper het geven domweg geschrapt.

    Doordat Harper de oorlog lijkt te hebben verklaard aan de wetenschap, hebben de Canadezen nóg minder zicht op wat de overheid doet. De premier geniet de meeste steun in Alberta, een westelijke provincie die voor een groot deel afhankelijk is van olie-inkomsten, en Harper wil voorkomen dat er onderzoek wordt gedaan waaraan de petrochemische industrie aanstoot zou kunnen nemen.

    Harper heeft consequent de mogelijkheden van het volk ingeperkt om inzicht te krijgen in wat de regering doet

    In 2012 heeft hij geprobeerd de subsidies stil te zetten van onderzoekscentra op de Arctische Eilanden, en Canadese milieuwetenschappers kregen een spreekverbod opgelegd. In dat jaar mochten de leden van het National Research Council niet met de pers praten over hun onderzoek naar sneeuwval. Wetenschappers van de overheidsdienst Environment Canada mochten niet zonder politieke toestemming over hun onderzoek praten, op straffe van ontslag. In de Canadese pers wordt inmiddels tachtig procent minder melding gemaakt van onderzoek naar klimaatverandering. De vakbond van wetenschappers in overheidsdienst en andere specialisten heeft, voor het eerst in zijn geschiedenis, de neutraliteit laten varen en voert nu campagne tegen Harper.

    Het actief proberen te vergroten van onwetendheid heeft ook zijn weerslag op de regering zelf. Met als dieptepunt het afschaffen van de verplichte vijfjaarlijkse volkstelling. Tegen dit besluit zijn bijna vijfhonderd organisaties in het geweer gekomen, waaronder de Canadian Medical Association, de Canadese Kamer van Koophandel en het Canadese verbond van bisschoppen. In dit informatietijdperk heeft Harper Canada de middelen uit handen genomen om informatie over zichzelf te verzamelen. In de Harperjaren is Canada langzaam een beetje de duisternis in geschoven.

    Door die duisternis wordt deze Canadese regering, haast als vanzelf, achtervolgd door meer schandaaltjes dan enige andere regering. Onder Harpers ambtstermijn kenden we het schandaal van Rob Ford, de burgemeester van Toronto die opbiechtte dat hij op het werk crack rookte en wiens geheime leven pas aan het licht kwam toen Gawker, een Amerikaanse website, het verhaal naar buiten bracht. In een inmiddels beroemde video-opname tijdens een barbecue bij Ford thuis, roemde Harper de familie Ford als een ‘conservatieve politieke dynastie’.

    Stephen Harper op Remembrance Day in 2014 in Ottawa. Meer dan 50,000 mensen gaan elk jaar precies om 11 uur de straat op voor de 11 november parade en herdenken de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog bij het Nationale Herdenkingsmonument in de hoofdstad
    Stephen Harper op Remembrance Day in 2014 in Ottawa. Meer dan 50,000 mensen gaan elk jaar precies om 11 uur de straat op voor de 11 november parade en herdenken de gevallenen van de Eerste Wereldoorlog bij het Nationale Herdenkingsmonument in de hoofdstad
    Harper lijkt het idee te hebben dat hij op de wereld is om de democratie te dwarsbomen

    Volledige controle

    Uit Harpers benoemingen in de senaat – in Canada een goddank krachteloos lichaam dat enkel en alleen dient voor politiek gemarchandeer – spreekt nog meer inhaligheid dan gebruikelijk. Harpers stafchef zag zich gedwongen een senator af te kopen die met declaraties had gesjoemeld. De Mounties hebben een aanklacht ingediend.

    Na de verkiezingen van 2011 werd een campagnemedewerker van de conservatieve partij, Michael Sona, veroordeeld omdat hij in Guelph, Ontario, de computer mensen had laten bellen en ze naar een verkeerd stembureau had gestuurd. Hij had zich schuldig gemaakt aan een ‘stuitende en kille minachting van het recht van mensen om te stemmen,’ om de woorden van de rechter te gebruiken. Voorafgaand aan de verkiezingen hadden de Conservatieven, in plaats van dit soort kinderachtige trucjes, de Fair Elections Act doorgedrukt. Deze wet, waarvan de naam door Orwell bedacht had kunnen zijn, stelt volkomen overbodige strenge eisen aan stemgerechtigden, en legt tevens het hoofd van Elections Canada aan banden, die juist tot taak heeft mensen naar de stembus te krijgen. Harper lijkt het idee te hebben dat hij op de wereld is om de democratie te dwarsbomen.

    Maar het ergste van de Harper-jaren is misschien nog wel dat al deze geheimzinnigheid en controledwang geen deel uitmaakt van een groots plan voor Canada. De maatregelen die hij heeft genomen zijn in zekere zin marginaal – eerder irritante regeltjes dan wezenlijke veranderingen. Hij is voor een ‘harde aanpak’ van de criminaliteit, en dus heeft hij meer gevangenissen gebouwd – uitgerekend op het moment dat het zelfs in rechtse kringen in Amerika begint te dagen dat lange gevangenisstraffen alleen maar tot meer problemen leiden. En dan is er nog de nieuwe wet die het mogelijk maakt om mensen met een dubbele nationaliteit die zijn veroordeeld voor terrorisme of hoogverraad het Canadese staatsburgerschap te ontnemen – waarmee in de praktijk verschillende gradaties van Canadees-zijn ontstaan, wat leidt tot problemen die voorheen niet bestonden.

    Voor iemand die zo is gebrand op volledige controle, heeft de premier maar bitter weinig onder controle. Het argument dat werd aangevoerd voor alle geheimzinnigheid was een technocratische sprong voorwaarts – Harper zag Canada voor zich als een soort Singapore, alleen dan beschaafder en gereglementeerder.

    Recessie

    Harpers voornaamste doel in de buitenlandpolitiek was de aanleg van de volledige Keystone Pipeline, wat hij uiteindelijk niet voor elkaar heeft weten te krijgen. De Canadese dollar is weer terug op de lage koers van weleer, die hem destijds de bijnaam van ‘de noordelijke peso’ opleverde. Hoewel hij na de mondiale recessie in een betrekkelijk sterke en daarmee luxe positie verkeerde, zette Harper in op wat hem het meest vertrouwd was: olie. In de aanloop naar de verkiezingen heeft de Bank of Canada laten weten dat Canada net twee kwartalen van krimp achter de rug heeft – de technische definitie van een recessie. Hij heeft zich in alle opzichten een slechte manager getoond.

    In de recente peilingen trekt Harper aan het kortste eind, maar hij heeft eerder de peilingen het nakijken gegeven. Er is een reden dat hij al bijna tien jaar premier is: Hij heeft de kiezers een rustig en stabiel leven beloofd, zonder pijnlijke problemen. En dat is precies wat de Harper-jaren kenmerkt: kleurloos en doelloos. Harper staat symbool voor een oogkleppenpolitiek. Dat heeft een zekere bekoring.

    Of hij nou wint of niet, hij laat Canada naïever achter dan hij het heeft aangetroffen. De ware vraag voor de komende verkiezingen is dan ook eenvoudig, maar fundamenteel: Willen de Canadezen in zo’n land leven?

    Stephen Marche

    Stephen Marche is een Canadese schrijver. Hij schrijft een maandelijkse column voor Esquire, en publiceert ook geregeld in The New York Times en The Atlantic.