Tag: censuur

  • Topuitgeverij Rusland onder druk om ‘lhbt-literatuur’

    Topuitgeverij Rusland onder druk om ‘lhbt-literatuur’

    Lees ook het andere kort nieuws uit de buitenlandse pers van vandaag:

    » Meta schrapt achtduizend banen om hoge investeringen in AI te compenseren

    » De VS willen Rusland uitnodigen voor de G20-top in december in Miami

    De censuur rond ‘lhbt-literatuur’ verhardt

    De Russische autoriteiten hebben de CEO en meerdere leidinggevenden van uitgeverijgroep Eksmo ondervraagd, meldt The Insider. De autoriteiten verdenken het bedrijf ervan boeken te verspreiden die in strijd zouden zijn met de strenge Russische wetgeving rond ‘lhbt-propaganda’.

    Eksmo is de grootste uitgeverijgroep van Rusland en speelt een centrale rol in de distributie van boeken in het land. De zaak past binnen een bredere repressie van uitingen rond seksuele diversiteit, die de afgelopen jaren aanzienlijk is toegenomen.

    image
    360 aanbieding: 3 maanden digitaal voor maar 15 euro.

    Sinds de uitbreiding van de wetgeving tegen ‘lhbt-propaganda’ zijn publicaties, films en andere culturele uitingen steeds vaker doelwit van censuur. Critici stellen dat de vage formulering van de regels ruimte laat voor willekeurige vervolging en druk op uitgevers en auteurs.

    De ondervraging van de top van Eksmo onderstreept volgens waarnemers hoe de Russische overheid haar greep op de culturele sector verder verstevigt. Wat de juridische gevolgen voor het bedrijf zullen zijn, is vooralsnog onduidelijk.

  • De anonieme journalisten in Syrië

    De anonieme journalisten in Syrië

    Het Syrische journalistieke platform Sawt Suri brengt Syrische journalisten samen uit verschillende geografische contexten, die onder pseudoniem publiceren.

    ‘In Syrië riskeerde een journalist die in door het Assad-regime gecontroleerde gebieden woonde en voor de oppositie schreef zijn leven. Tegelijkertijd werd een oppositiejournalist die voor een ander platform schreef beschuldigd van ‘normalisering’. Teksten werden niet op hun inhoud beoordeeld, maar op de naam eronder. We beseften dat er geen plek was waar een journalist eerst werd gehoord alvorens te worden gecategoriseerd. Dus hebben we die plek zelf gecreëerd.’

    Dat zegt een redacteur en medeoprichter van het Syrische journalistieke platform Sawt Suri, die ervoor kiest anoniem te blijven omdat zijn verhaal volgens hem niet alleen maar gaat over één persoon, maar geldt voor velen.

    Sawt Suri brengt Syrische journalisten samen uit verschillende geografische contexten, die onder pseudoniem publiceren. Niet alleen vanuit veiligheidsoverwegingen, maar vanuit een principieel uitgangspunt: de inhoud moet vóór de naam komen. Het platform werd officieel gelanceerd in 2020, na een reeks ontmoetingen in 2017 in Beiroet, waarbij Syrische journalisten uit meerdere landen bijeenkwamen om de staat van de Syrische media en haar ethische uitdagingen te bespreken. Centraal stond de vraag hoe journalistiek zijn betekenis kan behouden in een samenleving die diep verdeeld is. Uit die gesprekken ontstond het idee voor het platform. Later werden een Britse expert van de FBU en andere specialisten betrokken bij het opstellen van ethische en veiligheidsrichtlijnen. Vanaf het begin werd veiligheid beschouwd als een integraal onderdeel van het redactionele proces. Dat betekende onder meer versleuteling, gescheiden opslag van data en duidelijke richtlijnen voor journalisten in Syrië over de bescherming van bronnen, materiaal en interviews.

    Pseudoniemen

    Gaandeweg werden pseudoniemen voor sommige auteurs meer dan een beschermingsmiddel: ze groeiden uit tot volwaardige professionele identiteiten. Na de val van Assad besloten enkele journalisten hun echte naam te gebruiken, terwijl anderen bewust onder hun pseudoniem bleven publiceren. De beslissing ligt volledig bij de journalist zelf.

    Het platform opereert in een context van beperkte financiering en instabiele middelen. Bovendien wordt het team geconfronteerd met een vermoeid en wantrouwig publiek, in een online omgeving waarin haatspraak en snelle oordelen domineren. Het opbouwen van vertrouwen is daardoor een langzaam en gelaagd proces.

    Toch wist Sawt Suri zijn positie te versterken. In 2021-’22 behoorde het platform tot de drie genomineerden voor de One World Media Award, geselecteerd uit zesentachtig inzendingen. Een erkenning voor ‘journalistiek werk dat met beperkte middelen maar met consistente professionele standaarden werd opgebouwd’. Na de val van het regime nam de concurrentie toe doordat internationale mediaorganisaties veel Syrische journalisten aantrokken.

    Maatschappelijke steun

    Het platform publiceert politieke, sociale en mensenrechtenverhalen, met bijzondere aandacht voor vrouwen, kinderen, vluchtelingen en ontheemden. Na de aardbeving van 2023 bracht het verhalen uit de getroffen gebieden, waaronder dat van een jonge vrouw die haar familie verloor en zorgt voor haar zus met een beperking. De publicatie leidde tot brede maatschappelijke steun, waardoor zij een klein project kon opstarten – een voorbeeld van de impact die journalistiek kan hebben wanneer ze dicht bij mensen blijft, zonder haar rol te overschrijden.

    Volgens de redacteur is de weg naar echte persvrijheid in Syrië nog lang, maar zijn de marges vandaag aanzienlijk ruimer dan voorheen. De huidige situatie kan niet worden vergeleken met de periode onder het Assad-regime, een van de meest repressieve systemen wereldwijd. Ondanks aanhoudende moeilijkheden ziet hij de recente toetreding van verschillende mediaorganisaties tot Syrië als een voorzichtige maar betekenisvolle opening.


  • De stem van Jemen in ballingschap

    De stem van Jemen in ballingschap

    De Jemenitische journalist Abdulkarem Al-Khayati woont in Brussel en werkt als freelance journalist voor Al Jazeera Net en verschillende Jemenitische nieuwswebsites. ‘Ik probeer de stem van mijn land te laten horen, dat ik vanwege de oorlog heb moeten verlaten,’ zegt hij.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Sinds 2014 werkt hij als oorlogscorrespondent voor Al Jazeera, hij was een van de eersten die de gevechten in de provincies Al-Jawf en Ma’rib versloeg. Volgens zijn eigen beschrijving voerde hij ‘echte professionele gevechten in conflictgebieden’ en kreeg hij bedreigingen van zowel de Houthi-beweging als van sommige partijen binnen de regering vanwege zijn moedige reportages vanaf de frontlinie.

    Tegen de stroom in

    Abdulkarem Al-Khayati belichtte in zijn werk het lijden van Jemenitische journalisten en de schendingen waaraan zij door verschillende partijen, vooral de Houthi-beweging, worden blootgesteld. Hij vestigde de aandacht op de onderdrukking van de persvrijheid in alle delen van Jemen.

    Hij publiceerde rapporten over Houthi-mijnen en hun humanitaire gevolgen, de verslechtering van de gezondheidszorg en de buitenlandse controle over Jemenitische eilanden. Daarnaast bekritiseerde hij in zijn reportages en Facebook-posts de fouten van de Jemenitische regering en de Arabische coalitie (een militaire alliantie van tien Arabische landen die de regering steunt) in hun oorlog met de door Iran gesteunde Houthi’s. De fouten die volgens Al-Khayati in journalistieke rapporten werden bekritiseerd, zoals de luchtaanvallen van de coalitie op Houthi-gebieden, leidden in veel gevallen tot de dood van onschuldige Jemenitische burgers die geen betrokkenheid hadden bij het gewapend conflict, of van soldaten van het Jemenitische leger.

    ‘Hierdoor werd ik een doelwit van meerdere strijdende partijen. Dat leidde tot grote druk en heeft me psychologisch geschaad. Uiteindelijk vluchtte ik uit Jemen en kreeg ik een verbod om sommige Arabische landen binnen te gaan.’

    CEN Al Khayati compressed
    © Abdulkarem Al-Khayati

    Na de overname van Sanaa door de Houthi’s in 2014 moest Al-Khayati onderduiken, waarna hij erin slaagde zijn gezin naar Maleisië te sturen. Zelf keerde hij daarna terug naar Ma’rib om zijn journalistieke werk voort te zetten. ‘Ik bleef de oorlog in de door de regering gecontroleerde provincies verslaan, totdat ik in 2018 definitief uit Jemen moest vertrekken,’ vertelt hij.

    Het Al Jazeera-team werd toen uit de regeringsgebieden verdreven door een verzoek van Jemenitische regering en onder druk van de regeringen van de Arabische coalitie, die geïrriteerd waren door de kritiek op hen in Jemen. In december 2022 kwam hij als vluchteling in België aan.

    Persvrijheid in Jemen

    Volgens een rapport van Reporters Without Borders blijft het beoefenen van journalistiek in Jemen uiterst moeilijk. Journalisten worden nog steeds bedreigd, terwijl onafhankelijke media kwetsbaarder zijn dan ooit.

    Al-Khayati: ‘Journalist zijn in Jemen is een van de gevaarlijkste beroepen, door de waarheid te vertellen kom je met vrijwel iedereen in conflict.’ Een gedwongen verdwijning of zelfs de dood kan hier een gevolg van zijn, legt hij uit, en de dreigingen stoppen nooit. ‘Het begint met arrestaties en verdwijningen in door de Houthi’s gecontroleerde gebieden, die soms uitmonden in doodvonnissen. In door de regering gecontroleerde gebieden moeten journalisten uiterst voorzichtig zijn om geen enkele politieke of militaire partij te provoceren. Daarnaast vormen Al Qaida-groepen een extra bedreiging voor journalisten.’

    Ondanks de risico’s en digitale bedreigingen door aanhangers van strijdende partijen in Europa, blijft Al-Khayati de waarheid vertellen en het belang van zijn werk benadrukken. Zo bewijst hij dat de missie van een journalist en de stem van diens land ook in ballingschap kunnen blijven bestaan.

  • ‘Elk verslag dat ik nu maak, kan straks een rechtszaak tegen mij betekenen’

    ‘Elk verslag dat ik nu maak, kan straks een rechtszaak tegen mij betekenen’

    Metin Yoksu is een Koerdische journalist in Turkije. Hij is verschillende keren gevangen genomen, soms zonder aanklacht, en ontvangt regelmatig bedreigingen van de autoriteiten en de politie.

    Metin Yoksu (1986) werd geboren in Kurtalan, een Koerdische stad in het oosten van Turkije. Hij begon zijn journalistieke carrière in 2008 en was van 2011 tot 2014 hoofdredacteur van het culturele tijdschrift Güney Kültür Sanat ve Edebiyat Dergisi. Daarna werkte hij voor diverse andere publicaties.

    De journalist vertelt over de moeilijkheden die hij tegenkomt als verslaggever. De twee belangrijkste risico’s die journalisten in het Koerdische gebied lopen zijn zware economische omstandigheden en veiligheidsproblemen. Koerdische journalisten kunnen slechts bij een beperkt aantal media werken, voor een laag salaris.

    Bovendien kunnen journalisten te maken krijgen met gevangenisstraf, geweld en bedreigingen. In 2016 fotografeerde Yoksu twee politieagenten die twee kinderen sloegen. Daarop werd hij achtervolgd, geslagen en gearresteerd door diezelfde agenten. In datzelfde jaar doorzocht de politie Yoksu’s huis. Hij zat ongeveer een maand vast. Later zouden er nog veel meer rechtszaken tegen hem volgen. In 2021 werden Yosku en vier andere journalisten veroordeeld tot een jaar en acht maanden cel omdat ze hadden bericht over gelekte e-mails van een oud-minister.

    JOURNALISTIEK IN TURKIJE

    Tussen januari en maart 2025 liepen er negentig rechtszaken in eerste aanleg tegen in totaal 157 journalisten. Van de 31 afgeronde zaken eindigden er negentien in veroordelingen en veertien in vrijspraak. Gezamenlijk kregen de 28 veroordeelde journalisten ruim 41 jaar gevangenisstraf opgelegd, plus een boete van 8850 Turkse lira (183 euro). Turkije staat op de 159e plaats (van de 180 landen) van de World Press Freedom Index 2025.

    Tot 2018 deed Yoksu verslag van de situatie van arbeiders in Istanboel. Daarna verhuisde hij naar Batman, van waaruit hij schreef over milieuzaken in heel Koerdistan. Hij werkte vanaf 2018 als freelance journalist voor Turkse oppositiemedia en als fotograaf voor internationale media als BBC, AFP, AP en EPA. Daarnaast maakte hij de documentaire Siya Avê! (schaduw van water) over Hasankeyf, een historische Koerdische stad die onder water is verdwenen door de bouw van een dam. Volgens Yoksu is AP gestopt met de samenwerking wegens de vele rechtszaken tegen hem. Hij werkt nog steeds als freelancer en publiceert zijn nieuws op zijn eigen website: www.asopress.com.

    Afgelopen juni viel de politie opnieuw Yoksu’s huis binnen. Toen hij naar het politiebureau ging om een verklaring af te leggen, werd hij gearresteerd en gevangengezet. Na een maand werd hij vrijgelaten, maar de zaak loopt nog steeds. Deze zaak heeft te maken met zijn verslaggeving over de grote aardbeving in Turkije begin 2023. Bij zijn vrijlating kreeg Yoksu een reisverbod en een meldplicht opgelegd.

    Volgens Yoksu lopen er op dit moment vier zaken tegen hem, onder meer wegens zijn verslag van volksprotesten in zijn woonplaats Batman. Hij is verschillende keren vastgezet, soms zonder aanklacht, en ontvangt bedreigingen van de autoriteiten en de politie. Momenteel schrijft Yoksu over het waterbeleid van de regering, mijnbouw en energieprojecten, ontbossing en bosbranden. Dit zijn lastige onderwerpen, omdat hij werkt in gebieden waar het leger, politie, en daaraan gelieerde groepen beperkingen hebben opgelegd. Yoksu is daarnaast meermaals aangeklaagd wegens vermeende propaganda voor de Koerdische Arbeiderspartij (PKK). Hij doet momenteel ook verslag van de vredesbesprekingen die gaande zijn tussen de PKK en Turkije. ‘Ik probeer vredesjournalistiek te beoefenen,’ zegt Yoksu. ‘Maar ik weet dat als dit proces stukloopt, elk verslag dat ik hier nu over maak weer een rechtszaak tegen mij kan betekenen.’

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten

  • De ondergang van de persvrijheid in Afghanistan

    De ondergang van de persvrijheid in Afghanistan

    De Afghaanse media bloeiden op na 2001. Er was ruimte voor vrijheid en diversiteit. Maar sinds de taliban in 2021 de macht grepen, is die ruimte vrijwel volledig verdwenen.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Na 2001, met de koerswijziging in de geschiedenis van Afghanistan en de brede betrokkenheid van de internationale gemeenschap, bloeide de persvrijheid in het land op een ongekende wijze op. Meer dan 500 mediakanalen waren actief in het land, en hoewel de persvrijheid relatief was, was deze acceptabel en werkbaar.

    Een opvallend kenmerk uit deze bloeiperiode was de prominente aanwezigheid van vrouwen en diversiteit binnen de media, die bijdroeg aan de dynamiek en rijkdom van de inhoud.

    Maar na augustus 2021 onderging het Afghaanse medialandschap een radicale transformatie. Volgens gegevens verzameld door Reporters Without Borders (RSF) en de Afghan Independent Journalists Association (AIJA) zijn sinds de machtsovername door de taliban 231 mediakanalen gesloten en hebben 6400 journalisten en ander mediapersoneel hun baan verloren. Vrouwelijke journalisten werden het zwaarst getroffen: vier op de vijf vrouwen verloren hun werk. Honderden journalisten vluchtten naar Europa, de VS, Canada en buurlanden zoals Iran en Pakistan.

    Voor de achtergebleven journalisten wordt de situatie met de dag moeilijker. In de afgelopen drie jaar zijn 220 arrestaties van journalisten geregistreerd, en alleen al in het afgelopen jaar zijn meer dan 50 journalisten gevangengezet, zonder enige hoop op vrijlating. Afghanistan is de afgelopen twee decennia altijd een gevaarlijk land geweest voor journalisten, vanwege oorlog en traditionele beperkingen; in deze periode zijn 120 journalisten om het leven gekomen.

    In ballingschap

    Na de ondergang van onafhankelijke media in Afghanistan zijn sommige mediakanalen in ballingschap actief gebleven. Afghanistan International TV en Amo TV zenden nu uit vanuit het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten. Kranten zoals 8 Sobh, Etilaat Roz en Rah-e-Madaniyat blijven online publiceren om het publiek van onafhankelijke informatie te voorzien. BBC Persian blijft verslag uitbrengen over Afghanistan en probeert de stemmen van de onderdrukten te laten horen.

    Ondertussen zijn sociale media een krachtig instrument geworden voor het onthullen van de waarheid. Informatie en video’s van gebeurtenissen binnen Afghanistan worden zonder tussenkomst en censuur gedeeld. Onlangs leidde de verspreiding van een video waarin een talibanfunctionaris in Herat een vrouw verkrachtte tot een golf van publieke verontwaardiging. Mensen blijven, zowel direct als indirect, verslag doen van de realiteit onder het talibanregime en weigeren de dictatuur te accepteren.

    De samenleving heeft behoefte aan professionele en onafhankelijke journalistiek, maar deze ruimte bestaat niet meer

    Toch is dit niet genoeg. De samenleving heeft behoefte aan professionele, vrije en onafhankelijke journalistiek, maar deze ruimte bestaat niet meer. Binnenlandse media mogen alleen nieuws publiceren na goedkeuring van de talibanleiding. Vrouwen verschijnen met bedekte gezichten op het scherm en nieuws wordt vervormd en gemanipuleerd naar hun wensen. Nooit eerder is de Afghaanse journalistiek zo diep vernederd en onderdrukt als nu. In deze verstikkende omgeving zijn alle amusementsprogramma’s en muziek geschrapt, en hun plaats is ingenomen door ideologische en religieuze programma’s van de taliban.

    In een land dat de afgelopen twintig jaar een van de snelst groeiende en meest dynamische mediasectoren van de regio had, is de persvrijheid nu volledig gegijzeld.  

    Saadat Mousavi is een van de journalisten in ballingschap die vroeger in Kaboel voor verschillende kranten schreef over vrouwenrechten en sociale rechtvaardigheid. Maar na de val van Afghanistan is hij naar Nederland gevlucht. Hier blijft hij schrijven over de vrijheid en bevrijding van vrouwen die in Afghanistan gevangenzitten, en probeert hij het leven van de oosterse mens te verbeelden voor het Nederlandse publiek. Zo hoopt hij een veiligere en kleurrijkere wereld te creëren.

  • De media in DR Congo staan onder druk

    De media in DR Congo staan onder druk

    De persvrijheid in de Democratische Republiek Congo (DRC) staat al jarenlang onder druk. Journalisten werken er onder vijandige omstandigheden, waarbij ze te maken hebben met overheidsrestricties, censuur en zelfs geweld.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    De Democratische Republiek Congo (DRC) staat op de 142e plaats van 180 landen op de Wereldpersvrijheidsindex. Deze lage positie weerspiegelt een klimaat van angst, repressie en geweld tegen journalisten. De situatie rond journalist Patrick Adonis Numbi Banze markeert daarbij een recent dieptepunt. Op dinsdag 7 januari 2025 werd hij vermoord toen hij vanuit zijn werk bij Pamoja Canal Television in Lubumbashi naar huis liep. Zijn collega-journalist Marianne Mujing Yav werd bedreigd nadat ze zich over de moord had ­uitgesproken.

    Ernstige beperkingen

    Het medialandschap in de DRC is zeer divers. Het land kent een mix van onafhankelijke en door de staat gereguleerde media, met radiostations, televisiezenders en kranten. Maar censuur en strenge overheidscontrole zorgen voor ernstige beperkingen van de redactionele vrijheid. De Congolese regering gebruikt wetten die bedoeld zijn om de pers te reguleren om kritische stemmen het zwijgen op te leggen. Haar interpretatie van de wet staat het lastigvallen en opsluiten van journalisten toe op basis van vage aanklachten in het kader van nationale veiligheid of opruiing.

    De staatsmedia zijn dominant en opereren vaak als spreekbuis van de overheid. Staatsmedium Radio Télévision Nationale Congolaise (RTNC) bericht in het Lingala, Frans en Engels via de radio en twee tv-zenders. Ondertussen worden onafhankelijke media geconfronteerd met talloze obstakels. In sommige gevallen zijn ze financieel afhankelijk van overheidsadvertenties. Ook zijn ze bang voor vergeldingsmaatregelen als ze aan kritische berichtgeving doen. Mediaorganisaties kunnen worden gesloten als ze kritiek uiten op de regering.

    Ondanks alle uitdagingen is er in de DRC een levendige scene van onafhankelijke media die streven naar objectieve berichtgeving

    Ondanks alle uitdagingen is er in de DRC een levendige scene van onafhankelijke media die streven naar objectieve berichtgeving. Radio Okapi biedt bijvoorbeeld een platform met nieuws en discussie en is een betrouwbare bron voor updates over de politieke, sociale en economische ontwikkelingen. De website Actualité.cd covert nationaal en internationaal nieuws, met nadruk op mensenrechten, bestuur en politieke ontwikkelingen in het land. En Le Soft International staat bekend om haar diepgaande rapportages en toewijding aan het blootleggen van corruptie en mensenrechten­schendingen in het land.

    Begin 2025 is er ook hoop: Reporters Without Borders constateert een lichte versoepeling van de beperkingen voor journalisten. Een aantal journalisten die onterecht in de gevangenis zitten, hebben nationaal en internationaal aandacht gekregen. Anderen worden evenwel nog steeds geplaagd door bedreigingen en geweld. Inspanningen om hen te beschermen en ervoor te zorgen dat zij hun cruciale rol in de samenleving kunnen vervullen, blijven dan ook hard nodig.  

    Kabola is een ervaren journalist uit DRC. Om veiligheidsredenen werkt hij onder pseudoniem.

  • ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    ‘Al zijn de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht’

    Mark Zuckerberg kiest voor een radicale koerswijziging op zijn socialemediaplatforms: minder moderatie, meer vrijheid. Hoewel de timing en motivatie dubieus zijn, kan deze stap de Amerikaanse democratie sterker maken in de turbulente tijden die komen gaan, aldus The Economist.

    Afgezien van het polshorloge van een miljoen dollar was het net een gijzelingsfilmpje. Op 7 januari postte Mark Zuckerberg een clip op Facebook en Instagram waarin hij veranderingen aankondigde in de contentmoderatie op zijn sociale netwerken, als reactie op wat hij het ‘culturele omslagpunt’ van de verkiezing van Donald Trump noemde. Volgens hem was er ‘te vaak sprake van fouten en censuur’, waaraan hij toevoegde dat Trumps terugkeer ‘een kans biedt om de vrijheid van meningsuiting te herstellen’. Ook benoemde hij Dana White, een medestander van Trump, tot lid van de raad van bestuur van Meta (evenals John Elkann, de baas van Exor, dat mede-eigenaar is van het moederbedrijf van The Economist).

    Ondanks al het gepraat over vrijheid illustreerde Zuckerbergs filmpje eens te meer hoe de aankomende president de Amerikaanse zakenwereld intimideert en in zijn greep heeft. Eerder noemde Trump Facebook een ‘vijand van het volk’ en dreigde hij ervoor te zorgen dat Zuckerberg ‘de rest van zijn leven achter de tralies zou doorbrengen’. Zuckerberg is niet de enige bestuurder die zich gewonnen geeft: iedereen, van Tim Cook van Apple tot Sam Altman van OpenAI, heeft naar verluidt gedoneerd aan Trumps ijdele inauguratiefonds. Deze week kondigde Amazon een veertig miljoen dollar kostende biopic aan over de aankomende First Lady.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers

    Al zijn de omstandigheden nog zo grotesk en de motieven nog zo dubieus, de radicale ommezwaai van Meta is terecht. De vrijheid van meningsuiting online moet hoognodig worden verruimd, om de Amerikaanse democratie bestand te maken tegen alles wat ze komende jaren voor haar kiezen zal krijgen. 

    Zuckerberg was ooit een vurig pleitbezorger van de vrijheid van meningsuiting, die content als holocaustontkenning ondanks talrijke protesten toestond. Maar na beweringen over Russische online-inmenging in de eerste verkiezing van Donald Trump in 2016 en een golf van desinformatie rond de covid-19-pandemie in 2020 trad het bedrijf hard op tegen een breed scala van ‘legale maar verwerpelijke’ content, van kwakzalverij tot bizarre groeperingen als QAnon.

    Wat eerst nog gezond verstand leek is steeds meer ten koste gegaan van de vrijheid van meningsuiting van gebruikers. Om nog maar te zwijgen van de vrijheid van vergissing; in enkele gevallen zijn volstrekt juiste beweringen geblokkeerd, zoals toen Facebook een New York Post-verhaal over Joe Bidens zoon Hunter tegenhield, dat waar bleek te zijn. De definitie van hatespeech is zodanig verruimd dat er bijvoorbeeld lang niet meer zo vrijelijk over transgenderrechten kan worden gedebatteerd. Geautomatiseerde filters zijn zo streng dat zelfs Meta toegeeft dat 10-20 procent van de verwijderde content ten onrechte is verwijderd. Het is dan ook verheugend dat Zuckerberg heeft toegezegd factchecking te vervangen door meldingen van gebruikers zelf en de regels voor gevoelige onderwerpen als gender te versoepelen.

    Risico’s

    Toch zijn er ook risico’s. Zuckerberg erkent dat moderatie vaak een kwestie van water bij de wijn is en dat zijn nieuwe regels voor meer ‘narigheid’ online zullen zorgen. Adverteerders, die gebrand zijn op ‘merkveilige’ content, zullen zich hiertegen verzetten. Een ander gevaar is dat platforms ‘vrijheid van meningsuiting’ als excuus gaan gebruiken om te beknibbelen op het indammen van illegale content, een kostbare en ingewikkelde procedure. Op X, waar Elon Musk een groot deel van het moderatieapparaat heeft ontmanteld, nam tijdens een recente reeks rellen in Groot-Brittannië het aantal posts dat aanzette tot geweld – een strafbaar feit – hand over hand toe. Telegram, een libertair netwerk dat populair is in Rusland, is vanwege zijn gebrek aan aanpak een toevluchtsoord geworden voor criminelen.

    De beste manier om je tegen deze gevaren te wapenen is door transparant te zijn over hoe de regels tot stand komen. De onafhankelijke raad van toezicht van Meta die sinds 2020 over de waarden en normen waakt, lijkt door de aankondiging van deze week op het verkeerde been gezet en heeft zijn zorgen over de maatregelen geuit na die eerst nog te hebben gesteund. De regels voor wat al dan niet online kan worden gezegd, moeten transparant worden uitgelegd en verdedigd, en niet al vóór de inauguratie door een paniekerige CEO worden afgeschaft.

    Desondanks heeft Meta een stap in de goede richting gezet. Sociale netwerken moeten illegale content weren. Met het oog op adverteerders en gebruikers willen ze het waarschijnlijk beschaafd houden. Maar ze moeten zich niet langer bezighouden met wat goed of fout is. Alleen een dwaas gelooft alles wat op zijn sociale netwerk verschijnt.

  • De strijd om persvrijheid in Iran

    De strijd om persvrijheid in Iran

    De Iraanse journalist en filmmaker Navid Nikkhah Azad schetst hoe censuur en repressie de Iraanse media hebben gevormd. Dat geeft een somber beeld, maar laat ook zien hoe creatief Iraniërs zijn in hun strijd voor vrije informatie.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    De persvrijheid in Iran is door de jaren heen sterk veranderd. Tijdens de Pahlavi-dynastie (1925-1979) kende de pers korte periodes van bloei, hoewel politieke beperkingen altijd aanwezig waren. Na de Islamitische Revolutie in 1979 eindigde die korte fase van relatieve vrijheid abrupt met de opdracht van de nieuwe machthebber Ayatollah Khomeini om ‘de pennen te breken’.

    Een publicatie als Zan-e Rooz (Woman of Today) weerspiegelt de verschuivingen voor en na de revolutie. Het tijdschrift veranderde van een roddelblad in westerse stijl naar een weekblad dat over vrouwenrechten gaat, maar dan wel binnen het islamitische kader. Na de revolutie werd de censuur niet alleen systematisch, maar ook ideologisch. Het autoritaire regime in Iran probeert actief de waarheid te manipuleren. Het presenteert verdraaide en vervalste gebeurtenissen aan het publiek via staatsnieuwsmedia, nationale televisie en radiostations. Iraniërs krijgen hun nieuws nu via staatsmedia als RNA, ISNA, Mehr News Agency, FARS, TASNIM en ILNA.

    Maar veel mensen gebruiken VPN om onafhankelijke media te kunnen volgen. Verschillende kanalen buiten Iran dienen als alternatieve nieuwsbron, zoals BBC Persian, IranWire, Radio Farda (de Perzisch-talige tak van Radio Free Europe/Radio Liberty), Iran International, DW Persian, Euro News Persian en Radio Zamaneh (gevestigd in Nederland).

    Onderdrukking

    De onderdrukking van de persvrijheid is wijdverbreid. Een recent voorbeeld daarvan is journalist Niloofar Hamedi. Zij werd opgepakt voor het naar buiten brengen van het nieuws over de dood van Mahsa Amini door de moraalpolitie in 2022. Ze zit nu een gevangenisstraf uit van vijf jaar, net als Elaheh Mohammadi, die verslag deed van de begrafenis van Amini. 11 februari 2025 kregen ze gratie van het regime.

    In het eerste kwartaal van 2024 legde Iran minstens 91 journalisten en mediaplatforms juridische en andere maatregelen op, zoals boetes, gedwongen landuitzettingen en beroepsverboden (bron: Defending Free Flow of Information Organization). Het regime veroordeelde 24 personen – 7 vrouwen en 17 mannen – tot meer dan 14 jaar gevangenisstraf. De Wereldpersvrijheidsindex van mei 2024 plaatst Iran op nummer 176. Met een score van 21,3 staat het land bijna onderaan de lijst. 

    De opkomst van burgerjournalistiek bemoeilijkte de pogingen van de regering om de waarheid te onderdrukken

    Zelf heb ik ook ervaring met repressie. Met alle beperkingen van de vrijheid van meningsuiting in Iran diende film voor mij als een medium om de werkelijkheid bloot te leggen en de censuur te omzeilen. Bij het uitbrengen van mijn korte, maatschappijkritische film The Recess in 2020 kreeg ik te maken met een mediaboycot en stond ik onder zware psychologische druk. Iraanse media publiceerden er nauwelijks over na de boycot. 

    Maar ondanks de uitgebreide censuur op de Iraanse pers in de afgelopen halve eeuw vonden sommige mediamakers manieren om de beperkingen te omzeilen. Zo kaarten ze taboes aan met gebruik van metaforen en indirecte manieren van vertellen. In de jaren negentig en de jaren nul bood de opkomst van blogs in Iran een platform om gedachten, vaak anoniem, te delen. De opkomst van digitale media en burgerjournalistiek bemoeilijkte de pogingen van de regering om de waarheid te onderdrukken. Veel activisten op sociale media (vooral X) verzetten zich nu tegen cyberagenten van het regime. Talrijke onafhankelijke Instagrampagina’s (waaronder ‘Khan e Cinema’) en andere online platforms verspreiden nieuws, geholpen door burgers die berichten en video’s delen.

    Navid Nikkhah Azad

    Navid Nikkhah Azad heeft een professionele achtergrond als filmregisseur, criticus en journalist. In november 2023 vluchtte hij naar Nederland na het produceren van No End, een film waarin de Iraanse regering en leider Ali Khamenei onder de loep worden genomen.

  • Journalisten in Jemen zitten gevangen tussen repressie en onzekerheid

    Journalisten in Jemen zitten gevangen tussen repressie en onzekerheid

    Zayd Saba kent de meedogenloze omstandigheden waarin Jemenitische journalisten moeten werken door en door. Hij schetst hoe de persvrijheid in Jemen systematisch wordt onderdrukt door alle strijdende partijen.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Sinds het uitbreken van het gewapende conflict in september 2014 is de persvrijheid in Jemen onderworpen aan systematische repressie en ernstige schendingen. In deze turbulente context worden journalisten niet beschouwd als onafhankelijke stemmen die de waarheid proberen te brengen, maar als vijanden. Het land is door de oorlog verscheurd en in beide delen is de situatie voor de pers slecht. 

    In gebieden die onder controle staan van de Ansar Allah-groep (de Houthi’s), worden verschillende vormen van repressie toegepast, waaronder willekeurige arrestaties, verdwijningen, martelingen en soms zelfs doodvonnissen. In de gebieden die onder controle staan van de Jemenitische regering en haar bondgenoten, zijn journalisten nog minder veilig. Zij worden geconfronteerd met gevangenisstraffen en andere vormen van zware onderdrukking, en worden vaker vermoord.

    Mijn ‘misdaad’ was het schrijven van een artikel dat de corruptie van de Jemenitische president en zijn zoon aan het licht bracht

    Sinds het begin van de oorlog zijn er meer dan drieduizend schendingen van journalisten gedocumenteerd, waaronder 49 moorden. Deze gewelddadige onderdrukking maakt het bijna onmogelijk om vrijuit journalistiek te bedrijven. Het is voor de burgers moeilijk om betrouwbare informatie te krijgen, vooral gezien de wijdverbreide desinformatie die door de strijdende partijen wordt verspreid. Volgens het rapport van Reporters Without Borders uit 2024 staat Jemen op de 154e plaats van de 180 landen, wat de slechte situatie van de persvrijheid in het land onderstreept. 

    Ik heb zelf in de zomer van 2018 hardhandig meegemaakt wat de gevolgen zijn als je te goeder trouw informatie deelt. Mijn ‘misdaad’ was het schrijven van een artikel dat de corruptie van de Jemenitische president en zijn zoon aan het licht bracht. Zij hadden miljoenen dollars verduisterd onder het mom van onderhoud van het presidentiële vliegtuig en valse medische uitkeringen. Dit deelde ik heimelijk met de lokale pers, omdat ik wilde dat de mensen dit wisten. Helaas voor mij kwam de regering erachter dat ik het lek was. Ik werd vervolgens gevangengezet, gemarteld en met de dood bedreigd. Met veel geluk ben ik uit de gevangenis bevrijd, maar heb daarna wel het land moeten ontvluchten.

    Vastberaden

    In Jemen weerspiegelen de diverse media­kanalen de belangen van de strijdende partijen. In het zuiden staat het agentschap Saba in dienst van de internationaal erkende regering, terwijl de krant Al-Masdar en het tv-kanaal Suhail de (streng islamitische) Islah-partij steunen. In het noorden is Al-Masirah, een Jemenitische tv-zender gezeteld in Libanon, de spreekbuis voor de Houthi’s. Dit medialandschap is diep doordrongen van politieke invloeden, waarbij regionale machten zoals Iran de Houthi-media onder­steunen, terwijl Saoedi-Arabië en de VAE de media financieren die gelieerd zijn aan de Jemenitische regering en de zuidelijke overgangsraad. Deze raad streeft naar onafhankelijkheid van Zuid-Jemen, in tegenstelling tot de regering.

    Ondanks deze uitdagende situatie zijn er moedige journalisten zoals Muhammad Abdel Wahab Al-Shaibani, Omar Al-Mikhlafi en Ashjan Al-Sharjabi, die vastberaden blijven rapporteren op onafhankelijke websites zoals Khuyut Platform en Almushahid Platform. Hun werk is op dit moment de enige betrouwbare bron van informatie voor de Jemenitische bevolking. En zelfs journalisten die buiten Jemen hun werk doen worden bedreigd, net als hun familie die nog in het land is. Hun werk laat zien hoe journalistiek een kracht kan blijven, zelfs onder de meest vijandige omstandigheden.  

    Zayd Saba (1988) studeerde Politieke wetenschappen aan de Sana’a-universiteit in Jemen en volgde daarna cursussen journalistiek en media. Zijn bijdragen werden gepubliceerd in lokale kranten en op internationale websites. Saba werkt om veiligheidsredenen onder een pseudoniem. Hij woont momenteel in Nederland.

  • Het medialeger houdt Ethiopië in zijn greep

    Het medialeger houdt Ethiopië in zijn greep

    In Ethiopië – met meer dan 100 miljoen inwoners – dreigt een crisis die de kern van de democratie bedreigt: de uitholling van persvrijheid. Journalisten zoals Fanuael Hailemariam hebben weinig keuze, het is zwijgen of ballingschap.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    In 2018 was er een sprankje hoop, toen Ethiopië gevangen journalisten vrijliet en honderden websites deblokkeerde. Dit moment van optimisme was echter van korte duur. Het uitbreken van de oorlog in Tigray, een semiautonome regio, gevolgd door conflicten en onrust in de regio’s Amhara en Oromia, bracht het land terug naar een harde mediacontrole. Op de Wereldpersvrijheidsindex van 2024 staat Ethiopië op de 141e plaats van de 180 landen, een daling ten opzichte van de 130e plaats in 2023.

    Internationale aandacht gaat vaak uit naar een paar bekende gevallen, maar talloze minder bekende journalisten worden dagelijks bedreigd. Deze onzichtbare helden, die onvermoeibaar achter de schermen werken, verdwijnen soms zonder dat iemand weet waar ze zijn, zonder erkenning of bescherming. De regering misbruikt de Wet tegen haatzaaiende uitspraken en desinformatie, die onafhankelijke journalistiek hindert. En sommige journalisten werken noodgedwongen voor de regering, gechanteerd met bedreigingen tegen hun familie of de angst dat hun privéleven openbaar wordt gemaakt.

    Mediasoldaten

    Een ander complex element in dit verhaal is de Yemidia Serawit, oftewel het medialeger. Dit is een door de regerende Prosperity Party georganiseerde groep journalisten die hun professionele ethiek hebben ingeruild voor politieke gunsten. Ze functioneren als propagandisten en activisten van de regering. Daardoor raakt waarheidsgetrouwe verslaggeving vertroebeld en worden collega’s die zich wel aan journalistieke principes houden onderdrukt. 

    Het medialeger vergroot de overwinningen van de regering uit, verspreidt desinformatie en coördineert aanvallen op onafhankelijke journalisten via sociale media. In ruil voor hun loyaliteit ontvangen ze financiële voordelen, waarmee een zorgvuldig samengesteld narratief van regeringssucces wordt gecreëerd, terwijl dissidente stemmen worden gesmoord. 

    Ik noem mijn situatie geen ballingschap, maar het ontsnappen aan de dood.

    Als journalist in Ethiopië heb ik zelf ook zware repressie van de overheid meegemaakt. Tijdens de oorlog in Tigray, waarbij volgens de VN 300.000 tot 600.000 mensen stierven, probeerde ik de waarheid over de wreedheden aan het licht te brengen. Mijn pogingen werden beantwoord met intimidatie, arrestatie en fysiek geweld. De veiligheidsdiensten van de regering martelden mij zowel lichamelijk als geestelijk, in een poging me het zwijgen op te leggen. Ik werd in ondergrondse cellen vastgehouden en met de dood bedreigd. In 2022 lukte het me om hieraan te ontvluchten. Daarom noem ik mijn situatie geen ballingschap, maar het ontsnappen aan de dood.

    Het medialandschap van Ethiopië wordt vandaag de dag voornamelijk gecontroleerd door staatsmedia, met weinig ruimte voor onafhankelijke stemmen. De meeste journalisten werken onder zware druk, wat leidt tot zelfcensuur en een gebrek aan kritische berichtgeving. Ondanks aanzienlijke beperkingen blijven verschillende onafhankelijke media vasthouden aan hun inzet voor waarheid en rechtvaardigheid, zoals platform The Reporter. Te midden van aanhoudende intimidatie blijven ze vechten voor persvrijheid in Ethiopië. 

    Fanuael Hailemariam is een Ethiopische journalist die censuur, gevangenschap en ballingschap heeft meegemaakt.

  • Onafhankelijke journalistiek in Syrië is bijna onmogelijk

    Onafhankelijke journalistiek in Syrië is bijna onmogelijk

    Het verhaal van de Syrische journalist Kamiran Sadoun is een voorbeeld van de immense risico’s waarmee journalisten in Syrië worden geconfronteerd. Sadoun belandde tweemaal in de gevangenis en werd gedwongen zijn land te ontvluchten.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Volgens Reporters Without Borders staat Syrië op de 179e plaats van 180 landen op de World Press Freedom Index. Dit benadrukt de extreme gevaren voor journalisten in het land, waar ik zelf ook mee te maken kreeg. Sinds het begin van de oorlog zijn er 717 journalisten en andere mediaprofessionals gedood, waaronder 53 door marteling, volgens de gegevens van ngo Syrian Network for Human Rights (SNHR).

    In het Syrië van vóór de burgeroorlog werd de media volledig gecontroleerd door de Ba’ath-partij en was er nauwelijks ruimte voor onafhankelijke journalistiek. Journalistiek studeren was voorbehouden aan staatsloyalisten, en Koerdische studenten werden uitgesloten van deze opleiding. 

    Media die beweren onafhankelijk te zijn, worden vaak gefinancierd door aanhangers van het regime

    Met het uitbreken van de burgeroorlog in 2011 nam de repressie verder toe. Internationale en onafhankelijke media werden uit Syrië geweerd, terwijl het medialandschap uiteenviel in drie controlegebieden: door Rusland gesteunde regeringstroepen, de door de VS gesteunde Koerdische autonome regio en door Turkije gesteunde oppositiegebieden.

    In door de overheid gecontroleerde gebieden functioneert de pers als spreekbuis voor het regime. Onafhankelijke journalistiek is er bijna onmogelijk. Media die beweren onafhankelijk te zijn, worden vaak gefinancierd door aanhangers van het regime. De mediawet van 2021 versterkte de overheidscontrole, waardoor journalisten het risico lopen vervolgd te worden op basis van vage aanklachten, zoals het verspreiden van nepnieuws.

    Daarnaast zijn er de oppositiegebieden. Die worden sterk beïnvloed door Turkije, en de meeste media opereren vanuit dit buurland. Ook hier lopen journalisten gevaar. Verschillende groeperingen uiten bedreigingen, waaronder islamitische groeperingen die aan Turkije gelieerd zijn. 

    Koerdische troepen arresteerden me voor het eerst in februari 2021, en opnieuw in juni van datzelfde jaar

    De situatie in de Koerdische autonome regio, bekend als Rojava, is iets beter. Hier zijn enkele onafhankelijke mediakanalen ontstaan, zoals Arta FM-radio en de krant Buyer. Rojava is ook de toegankelijkste regio voor internationale journalisten, hoewel ook hier risico’s bestaan, zoals intimidatie en arrestaties. Zelf werd ik daar ook twee keer mee geconfronteerd. Koerdische troepen arresteerden me voor het eerst in februari 2021, en opnieuw in juni van datzelfde jaar. Beide keren werkte ik voor De Volkskrant. 

    In februari deden we verslag van de dialoog tussen de twee grootste Koerdische partijen. De autoriteiten waren daar niet blij mee, vooral niet toen we politici interviewden over interpolitieke kwesties. De tweede keer werkte ik aan een artikel over milieuschade door provisorische olieraffinaderijen in de regio, een zeer gevoelig en verboden onderwerp in de Syrisch-Koerdische gebieden. 

    De laatste keer zat ik zes maanden vast, onder zeer zware omstandigheden. Ik zag dit als een boodschap om te vertrekken, en vroeg in 2022 asiel aan in Nederland. Vanuit hier monitor en documenteer ik nu schendingen tegen journalisten in Syrië voor een Koerdische vakbond. Want ondanks de onderdrukking blijven Syrische journalisten vastberaden om de waarheid naar buiten te brengen.  

    Kamiran Sadoun is een Koerdische journalist, researcher en fixer met uitgebreide expertise in conflict- en post-conflictcontexten in Irak en Syrië. Zijn werk werd bekroond met een Kurt Schork-award en hij werkte onder meer voor LA Times, The Independent, de Volkskrant, The Telegraph, The Washington Post en The New York Times.

  • Colombia: een democratie zonder persvrijheid

    Colombia: een democratie zonder persvrijheid

    In Colombia, een van de langst bestaande democratieën in Latijns-Amerika, is er voor een journalist geen enkele bewegingsruimte om de waarheid te onthullen. ‘Sommigen censureren zichzelf, anderen leven in gevaar.’

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Colombia heeft doorlopend te maken met aanzienlijke uitdagingen op het vlak van persvrijheid. Volgens Reporters Without Borders staat de persvrijheid in dit Zuid-Amerikaanse land momenteel op de 119e plaats van de 180. Onderwerpen als drugshandel, landonteigening, ontheemding en politiek-economische corruptie kunnen journalisten in groot gevaar brengen. 

    Paradoxaal genoeg is Colombia met zo’n tweehonderd jaar een van de langst bestaande democratieën in Latijns-Amerika. Vanaf 2022 bepaalt de linkse president Gustavo Petro er de koers. Hoewel het het op twee na meest biodiverse land ter wereld is, blijft het politieke landschap fragiel, met een sterke oppositie die lastercampagnes voert via sociale media. Colombia is volgens een rapport van adviesbureau een ‘sterk gepolariseerd’ land, waarin slechts 35 procent van de bevolking de media vertrouwt.  

    Solidariteit

    Twee van de drie grootste commerciële bedrijven bezitten de belangrijkste mediakanalen, die 85 procent van het hele land bereiken. Een groep uit het bankwezen heeft een groot deel van de kranten in handen. Ook is er een kanaal van de overheid, cultureel georiënteerd met eigen content voor tv, radio en platforms. 

    In 2019 werd een vooraanstaande journalist bij het in Colombia bekende Semana Magazine ontslagen na een publicatie over mensenrechtenschendingen door de overheid en het leger. Dit zorgde voor veel solidariteit onder onafhankelijke professionals, waarmee online platforms werden verstrekt. 

    Tegenwoordig publiceren gerenommeerde journalisten zoals Daniel Coronell, María Jimena Duzán en Margarita Rosa de Francisco online, sommigen vanuit ballingschap. Dit ondanks dat in 1991 de nieuwe grondwet perscensuur bestrafte. De Foundation for Press Freedom zet zich ondertussen in om de persvrijheid te behouden, door de Colombiaanse media in het oog te houden en te ondersteunen.

    Begin 2023 kwam ik erachter dat de twee getuigen door ‘een ongeluk’ om het leven waren gekomen

    Een van de uitdagingen voor een journalist is de financiering van zijn of haar werk – inclusief hoge kosten voor zelfbescherming en bescherming van materiaal. Ook is er veel sprake van intimidatie, bedreigingen en moord. Sommigen censureren zichzelf, anderen leven in gevaar. Bijna alle professionals betalen voor beveiligingsmaatregelen, zoals bodyguards. Veel journalisten, waaronder  ikzelf, verlieten het land.

    Ook ik kreeg te maken met intimidatie en bedreigingen. Zo deed ik in 2021 research naar de moord op een pasgetrouwd jong stel, Natalia en Rodrigo, die samenwerkten met de lokale gemeenschap om het ecosysteem te beschermen tegen groeperingen die bezig zijn met het witwassen van drugsgeld. Ik hield interviews met twee getuigen die informatie hadden over de dood van het stel. Daarna ontving ik doodsbedreigingen aan het adres van mij en mijn zoons. Begin 2023 kwam ik erachter dat de twee getuigen door ‘een ongeluk’ om het leven waren gekomen. 

    Duizenden doden in Colombia worden toegeschreven aan ongelukken of geïsoleerde misdaden. Veel journalisten verlieten het land. Zelf deed ik dat ook, eind 2021. Een jaar later vroeg ik asiel aan in Nederland dat in negen maanden werd verleend. Ik voel me hier veiliger dan ooit tevoren.  

    Johanna Aguillón is journalist en film- en televisiemaker, en produceerde o.a. de Netflix-serie Narcos. Ook werkte ze als artdirector in de filmindustrie. Ze woont tegenwoordig in Rotterdam.

  • In Oeganda betaal je voor het uiten van je mening een hoge prijs

    In Oeganda betaal je voor het uiten van je mening een hoge prijs

    Esther Muwombi stuurde een bericht naar familie en vrienden in Oeganda, maar kreeg geen antwoord. ‘Zijn ze soms van Facebook af?’ De waarheid was veel alarmerender: de Oegandese regering had Facebook verboden en het hele internet afgesloten.

    Free Press Unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Dit vond plaats tijdens de verhitte presidentsverkiezingen van 2021. Facebook had verschillende accounts verwijderd waarvan het vermoedde dat ze gelinkt waren aan de regerende National ­Resistance Movement (NRM). De Oegandese regering reageerde snel en beweerde dat oppositiegroepen sociale media gebruikten om onrust te zaaien, waardoor Facebook een veiligheidsrisico werd. Veel Oegandezen, onder wie ikzelf, waren verbijsterd: hoe kun je jezelf een democratisch land noemen en toch je burgers de vrijheid van meningsuiting op ’s werelds grootste socialemediaplatform ontzeggen? Tot op de dag van vandaag is Facebook niet toegankelijk in Oeganda. De digitale stilte die door de regering wordt afgedwongen, onderstreept een harde realiteit: voor het uiten van je mening kun je een hoge prijs betalen in Oeganda. De positie van het land op de World Press Freedom Index geeft dit al aan: het land staat op een beroerde 133ste plek van de 180, nog één plek lager dan vorig jaar.

    Intimidatie

    Oeganda heeft ruim driehonderd radiostations en dertig tv-stations, met het staatsbedrijf New Vision en het particuliere Daily Monitor als bekendste. Maar mensen die de programma’s voor deze kanalen produceren, hebben dagelijks te maken met intimidatie. In het beste geval worden Oegandese journalisten bedreigd; in het slechtste geval worden ze in elkaar geslagen, gearresteerd of wordt hun apparatuur in beslag genomen. Daarom kiezen velen voor zelfcensuur om gevaar te vermijden. Zelf kreeg ik ook te maken met spanningen. Toen ik werkte bij Signal FM, een radiostation in het oosten van Oeganda, werd ik geconfronteerd met een woedende man. Hij was net verkozen tot raadslid voor de National Resistance Movement en in een nieuwsbericht werd gesteld dat hij de verkiezingen had vervalst. ‘Waarom meld je nepnieuws?’ schreeuwde hij, en hij dreigde me aan te vallen. Ik wist te ontsnappen, maar de ontmoeting liet me geschokt achter.

    Beperkende wetten

    Ondanks de grondwettelijke belofte van persvrijheid worden de media in Oeganda verstikt door beperkende wetten. Zo is de Wet tegen computermisbruik gericht tegen de vrijheid van meningsuiting via traditionele media en digitale platforms. Dergelijke wetten dienen als instrument om afwijkende stemmen het zwijgen op te leggen, zoals die van journalist Farida Bikobere en schrijver Norman Tumuhimbise. Zij werden in 2022 gearresteerd, samen met zeven personeelsleden van Digital TV. Ze werden beschuldigd van aanstootgevende communicatie en online-intimidatie van president Museveni. Hoewel de Wet tegen computermisbruik in 2022 werd gewijzigd, is er niet veel veranderd. De wet legt critici van de regering opzettelijk het zwijgen op en zal worden gebruikt om de vrijheid van meningsuiting verder in te perken.   

    Esther Muwombi is een freelancejournalist uit Oeganda met ruim twaalf jaar ervaring in Oost-Afrika, waaronder in Oeganda, Rwanda, Kenia en Zuid-Soedan. Gepassioneerd door vrouwenrechten richtte ze in Zuid-Soedan het blad African Echoes op, dat werd stopgezet vanwege de burgeroorlog van 2013. Ze pleit voor inclusiviteit en medemenselijkheid, maar de onderdrukking van deze waarden dreef haar er in 2019 toe haar land te verlaten. Muwombi woont nu in Nederland en draagt bij aan mediaproducties voor onder meer The­Niles.org, Kulturaustausch en RefugeeHelp.

  • De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    De persvrijheid in Rusland bereikt een nieuw dieptepunt

    Journalist Sergej Gorboenov verliet Rusland drie jaar geleden uit angst voor politieke vervolging. Nu ziet hij hoe propaganda de vrijheid van meningsuiting heeft overwonnen en alle kritische stemmen gesmoord zijn.

    free press unlimited

    360 Magazine publiceert met ondersteuning van Free Press Unlimited elke maand een artikel over de staat van de persvrijheid in een bepaald land.

    RFG Magazine

    Dit artikel kwam tot stand in samenwerking met RFG, een organisatie voor gevluchte journalisten.

    Tegen de achtergrond van recente gebeurtenissen als de dood van Aleksej Navalny en Poetins ‘herverkiezing’ verkeert de Russische persvrijheid in zwaar weer. Volgens experts en journalisten in Rusland komt de vrijheid van meningsuiting sinds de verkiezingen van maart onder steeds grotere druk te staan. De verkiezingsuitslag zou de doodsklap kunnen zijn voor de onafhankelijke journalistiek, voor zover deze überhaupt nog functioneerde. Zo is Rusland in twee jaar oorlog met Oekraïne zeven plaatsen gezakt in de jaarlijkse persvrijheidsindex gepubliceerd door Reporters zonder Grenzen; het land staat nu op de 162e plaats van de 180. Direct na de presidentsverkiezingen dit jaar begonnen de Russische autoriteiten buitenlandse journalisten te arresteren, die voorheen als onaantastbaar werden beschouwd. Journalisten van Forbes, Associated Press en Deutsche Welle werden gearresteerd. Volgens mensenrechtenactivisten van OVD-Info zijn sinds het begin van de oorlog met Oekraïne meer dan 66.061 internetpublicaties geblokkeerd en 1152 journalisten vervolgd.

    Televisie en onlinemedia 

    In alle media zal alleen nog pro-Poetin-nieuws verspreid worden. Met onafhankelijke televisie heeft de Russische overheid al begin 2000 afgerekend, snel gevolgd door de radio-omroepen. De laatste onafhankelijke krant, Novaya Gazeta, hield het amper een halfjaar uit na de start van de oorlog in Oekraïne, hoewel de hoofdredacteur een jaar eerder de Nobelprijs voor de Vrede had ontvangen. Ook van Facebook, Instagram en Twitter moesten de Russen in 2022 afscheid nemen. Onafhankelijke journalisten, activisten, politici en zelfs gewone burgers kregen de status van ‘buitenlandse agent’, waardoor het officieel verboden werd met deze mensen samen te werken.  Nog voor de herverkiezing kondigde Poetin een nieuwe strijd aan, dit keer tegen VPN-diensten, waarmee het in Rusland aan banden gelegde internetverkeer omzeild kan worden. Onmiddellijk daarna werden kritische bloggers aangepakt, door ze als buitenlandse agenten te beschouwen en ze te verbieden advertenties in hun video’s te plaatsen, waardoor ze van hun inkomsten werden beroofd.

    Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen

    Veel Russische journalisten werken nu vanuit het buitenland. Volgens gegevens van RFI in december 2023 hebben tussen de 1500 en 1800 journalisten het land verlaten. De meeste media in ballingschap zijn geblokkeerd of als ongewenst bestempeld op Russisch grondgebied, en vermelding ervan kan leiden tot strafrechtelijke vervolging. Zo werd in mei 2023 de eerste zaak aangespannen voor het herposten van een nieuwsartikel van het als ‘ongewenst’ bestempelde medium Meduza. Ondanks de risico’s kunnen gewone Russen nog toegang krijgen tot onafhankelijke media in ballingschap via platforms als Telegram of YouTube, maar elke dag neemt het risico op repressie toe. Door lezers en kijkers van onafhankelijke media te bedreigen hoopt de staat hun aantal te verminderen. Russische media in het buitenland moeten voortdurend veiligheidsmaatregelen in acht nemen. Zo is de in Amsterdam gevestigde onafhankelijke tv-zender TV-Rain zelfs gestopt met het inzamelen van donaties van kijkers in Rusland om hun donateurs te beschermen. 

    Sergei Gorbunov (1988) is een journalist, politicoloog en redacteur bij Russischtalige media in ballingschap. Hij heeft een masterdiploma in politicologie (2019). In 2021 verliet hij Rusland vanwege politieke vervolging.

  • Betekent de sensitivityreader het einde van de literatuur?

    Betekent de sensitivityreader het einde van de literatuur?

    De sensitivityreader maakt opgang in de literatuur: iemand die een boek controleert op kwetsende passages voor minderheden. Voor de Spaanse auteur Carmen Domingo betekent dit ‘politiek correcte censuur’. Universitair docent Helen Young vindt juist dat sensitivityreaders auteurs kunnen behoeden voor blinde vlekken.

    Nee: ‘Ze maken het boek authentieker’

    Tegenwoordig is er steeds meer bewustzijn over de manier waarop minderheden worden gerepresenteerd, schrijft universitair docent communicatiewetenschap Helen Young in een opiniebijdrage op The Conservation. Ook in de literaire wereld. Daarom ‘wordt er nu routinematig een sensitivityreader‘ – oftewel een gevoeligheidslezer – ‘ingezet als de auteur schrijft over culturen die buiten zijn of haar belevingswereld liggen. (…) Een roman met een transgender inheems personage wordt dan idealiter eerst gelezen door een transgender inheems persoon, enzovoort’, aldus Young.

    ‘Tegenstanders van lezen op gevoeligheden suggereren vaak dat het een soort censuur is. In 2017 beweerde romanschrijver Lionel Shriver dat de praktijk “creativiteit de das omdoet”. Maar door sensitivityreaders te zien als experts, zoals de redacteuren met wie auteurs regelmatig werken, krijg je een heel ander beeld.’ Volgens Young dragen gevoeligheidslezers bij aan de artistieke kwaliteit van een werk ‘door details te ontdekken die niet kloppen en door scenario’s en verhaallijnen te herkennen die, om wat voor reden dan ook, iemand uit hun eigen gemeenschapn waarschijnlijk niet zouden overkomen. Dit maakt een boek authentieker.’

    ‘Sensitivityreaders hebben expertise vanuit hun ervaring’, stelt de universitair docent communicatiewetenschap. ‘Ze zijn beter in staat om onnauwkeurigheden en stereotypen over hun gemeenschap vast te stellen dan mensen die daar geen deel van uitmaken.’

    ‘Stereotypen kunnen schadelijk zijn, zelfs als ze positief lijken’

    ‘Lezen, of het nu fictie of non-fictie is,’ vervolgt ze, ‘is een van de manieren waarop we leren over de wereld buiten onze eigen ervaring. Fouten kunnen ons verkeerde indrukken en overtuigingen geven, dus het vermijden ervan is ethisch en moreel gezien belangrijk, maar ook esthetisch. Stereotypen kunnen schadelijk zijn, zelfs als ze positief lijken. Ze zijn gebaseerd op veronderstellingen en weerspiegelen niet de individualiteit en menselijkheid van mensen.’

    Young vergelijkt de sensitivityreader met een historicus die is ingeschakeld om advies te geven over een historische roman. Maar volgens haar is de taak van de gevoeligheidslezer van groter belang dan alleen het signaleren van fouten: ‘Een dertiende-eeuws harnas in een film die zich afspeelt in de vijftiende eeuw kan geen kwaad, maar een stereotiepe of anderszins onnauwkeurige weergave van een gemarginaliseerde groep wel’.

    Ze concludeert: ‘Sensitivityreaders kunnen niet garanderen dat een boek, film of game geen slechte representatie bevat of bekritiseerd wordt. Ze kunnen wel een belangrijk onderdeel zijn van het verbeteren van diversiteit en inclusie – maar alleen als auteurs en uitgevers hun inzichten, tijd en welzijn waarderen.’

    Helen Young is universitair hoofddocent aan de School of Communication and Creative Arts van de Australische Deakin-universiteit. Haar onderzoek omvat ras en witheid in populaire cultuur, mediëvistiek, en games.


    Ja: ‘Het is progressieve censuur’

    In een opiniestuk in El País vergelijkt de Spaanse auteur Carmen Domingo de sensitivityreader met de censor uit de tijd van de dictatuur van Franco (1939-1975). ‘We hebben de censor van vroeger geüpdatet naar een progressieve versie: de franquistische censor was niets anders dan de “sensitivityreader van het fascisme”.’

    Domingo is dan ook niet van mening dat sensitivityreaders bijdragen aan de literaire kwaliteit van een boek. ‘De realiteit is dat het er uiteindelijk om gaat meer exemplaren te verkopen – het draait altijd om geld. Hun commerciële theorie is dat als je niemand beledigt, je een grotere markt aanspreekt. Literaire kwaliteit is allang verleden tijd; wat telt is de hoeveelheid geld die een boek oplevert’, aldus Domingo, die recent een boek over cancelcultuur heeft geschreven: Cancelado (‘Gecanceld‘).

    ‘Deze gevoeligheidspolitie, geloof me, doet niets anders dan literaire creativiteit en spontaniteit belemmeren’, stelt Domingo, die veel vragen heeft over het fenomeen: ‘Wordt een roman er beter van als je politiek correct bent? Hoe komen ze op het idee dat het vóórkomen van racisme in een roman een excuus is voor racisme? Kan het inperken van de vrijheid van auteurs door censuur uiteindelijk een goed literair product opleveren? Zijn onbeschaamdheid en rebellie niet de manier om de kunst vooruit te helpen? Zijn we niet méér bezig met niemand kwetsen en geld verdienen dan met provoceren?’

    ‘Ik wil geen deel uitmaken van een literaire autocratie waarin alle afwijkende stemmen tot zwijgen zijn gebracht’

    De Britse auteur Rebecca Abrams deelt de mening van Domingo. In Financial Times schrijft ze: ‘Het wijdverbreide gebruik van lezen op gevoeligheden in alle fictie en non-fictie, hoe goed bedoeld ook, roept meer vragen op dan het beantwoordt.’ Abrams ziet maar al te vaak dat sensitivityreaders ‘ongevoelig zijn voor het schrijfproces zelf, toondoof voor ironie en intolerant voor dubbelzinnigheid’, en dat ze geen geduld hebben voor het concept dat een personage zich ontwikkelt.

    ‘Op deze manier lezen, ongeacht je ideologische perspectief, is in strijd met de relatie tussen schrijvers en lezers, die inherent consensueel is, vrijelijk aangegaan door beide partijen’, stelt ze. ‘De rol van uitgevers is niet om de verbeelding van auteurs in te tomen of de gevoelens van lezers te omzeilen, maar om hun schrijvers te steunen, discussie te stimuleren, met respect voor verschillen en zonder angst voor gevoeligheden.’

    De Britse auteur sluit haar opiniestuk af met een gloedvol betoog voor schurende literatuur. ‘Ik wil dat de boeken die ik lees me verontrusten, uitdagen – ja, zelfs beledigen. Ik wil dat ze me uit mijn metaforische luie stoel schudden. Ik wil geen sensatiezucht omwille van de sensatie, of hersenloze vulgariteit, of gratuite provocatie. Maar ik wil wel weten hoe de wereld eruitziet voor mensen die niet zijn zoals ik. Ik wil in fantasiewerelden wonen die verschillen van de mijne. Ik wil deel uitmaken van een wereld van lezers en schrijvers die het erover eens dat ze het met elkaar oneens zijn, niet in een literaire autocratie waarin alle afwijkende stemmen tot zwijgen zijn gebracht.‘

    Carmen Domingo Soriano (Barcelona, 1970) is een Spaanse filoloog en auteur. Haar essays, romans en toneelstukken gaan meestal over de geschiedenis van de vrouw in Spanje. Domingo’s laatste boek heet Cancelado: El nuevo Macartismo. (Gecanceld: Het nieuwe mccarthyisme).

    Lees ook: