Tag: censuur

  • Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Zo garandeert China een ‘gezonde internetomgeving’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit het hoogste censuurorgaan van China speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. De populaire chatroomapp Clubhouse binnen een mom van tijd offline – maar gaf gebruikers een uitzonderlijk gevoel van vrijheid.

    Toen de Amerikaanse audio-app Clubhouse op 8 februari in China werd geblokkeerd kwam dat, zoals wij eerder berichtten, voor niemand als een verrassing. Wat wel verbaasde reacties uitlokte op Weibo, het Chinese equivalent van Twitter, was het feit dat de autoriteiten er dit keer zo snel bij waren. Het exclusieve virtuele platform voor vrije discussie werd al na een paar dagen uit de lucht gehaald. ‘Ze reageerden zo snel, het is gewoon eng,’ aldus een van de commentatoren geciteerd door What’s on Weibo

    Inderdaad is Chinese internetcensuur bijzonder streng en effectief. Het uiterst complexe systeem maakt niet alleen gebruik van hoogstaande technologie, maar ook van heel veel menskracht.

    In een archieffilmpje over Chinese internetcensuur uit 2019 van de in Hongkong gevestigde South China Morning Post wordt het voorbeeld gegeven van een internetbedrijf dat wel twaalfhonderd ‘censoren’ in dienst heeft om het verkeer op hun servers in de gaten te houden en onwelgevallige inhoud te verwijderen; een van hen omschreef zijn functie als ‘vuilnisman in cyberspace’.

    Verder zijn socialemediabedrijven in China wettelijk verplicht alle persoonlijke gegevens van hun gebruikers op te slaan en hun posts te bewaren, zodat de overheid deze wanneer nodig kan controleren. Het Staatsinternetinformatiebureau, dat direct onder het Centraal Comité van de Chinese Communistische Partij valt en verantwoordelijk is voor het bewaken van ‘een gezonde internetomgeving’, maakt bovendien gebruik van tips van de honderden miljoenen internetgebruikers die China rijk is. 

    De hele maand februari zijn er speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’

    Onder het motto ‘Een fris begin van het Nieuwe Jaar’ ontplooit dit hoogste internetcensuurorgaan de hele maand februari speciale acties om het internet op alle niveaus ‘grondig te zuiveren’, om zo de ‘gebruikservaring en de veiligheid van de vele Chinese netizens te verbeteren’. Op die manier kan er in 2021, precies een eeuw na de oprichting van de Chinese Communistische Partij, ‘een eerste stap worden gezet op weg naar een in alle opzichten modern socialistisch land’, aldus het bulletin op haar website.

    Burgers worden aangespoord illegale content of valse nieuwsberichten te melden; in januari van dit jaar werden er iets meer dan elf miljoen klachten ingediend, overigens 15,2 procent minder dan in de maand december, en 3,3 procent minder dan in januari 2020.

    Het indienen van zo’n klacht is vrij gemakkelijk. Zo kun je bijvoorbeeld op de Chineestalige site van de grootste staatskrant, het Volksdagblad (Renminribao 人民日报), via het tabblad ‘aangifte’ direct doorklikken naar de desbetreffende pagina van het Staatsinternetinformatiebureau, de juiste categorie van overtreding aanvinken, en de klacht met bewijsmateriaal, zoals bijvoorbeeld screenshots, indienen. 

    De eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content zijn politiek van aard

    Wat opvalt in de toelichting op deze site, is dat de eerste vier van de in totaal negen genoemde categorieën van illegale content politiek van aard zijn. Het gaat daarbij om content die ‘schade toebrengt aan de veiligheid, de eer of het belang van de natie’, dan wel ‘aanzet tot de omverwerping van de regering en het socialistische systeem’, ‘oproept tot nationale verdeeldheid en regionale afscheiding’, of ‘terrorisme en extremisme bevordert’. Ook content van de vijfde categorie, berichten die ‘aanzetten tot rassenhaat en racisme’, ligt politiek gevoelig. De overige categorieën betreffen zaken als internetfraude, laster, en pornografie.  

    Alle onderwerpen van de zwarte lijst

    In de luttele twee dagen dat de Clubhouse-app in China toegankelijk was, zijn volgens The New York Times en South China Morning Post vrijwel alle onderwerpen op de zwarte lijst van de Chinese censoren de revue gepasseerd. Geen wonder dus dat deze app, die alleen toegankelijk is voor leden en daardoor in China extra aantrekkelijk was, zeker in deze periode van verscherpt toezicht in een mum van tijd werd geblokkeerd. 

    In een van de chatrooms bespraken de deelnemers bijvoorbeeld welke Chinese leiders verantwoordelijk waren geweest voor de onderdrukking van de protesten op het Plein van de Hemelse Vrede in 1989. In een andere virtuele discussieruimte ging het over persoonlijke confrontaties met de Chinese politie en ambtenaren van de veiligheidsdienst.

    Een derde groep nam een minuut stilte in acht om dr. Li Wenliang te herdenken, die een jaar eerder aan corona was overleden nadat hij de autoriteiten als eerste op de gevaren van het virus had gewezen en monddood was gemaakt.

    Weer andere groepen spraken over de verhouding tussen China en Taiwan, de inperking van de democratie in Hongkong, en de vraag of gesprekspartners uit de Chinese diaspora al dan niet bereid waren terug te keren naar het moederland. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen

    Ook het bijzonder gevoelige thema van de onderdrukking van de Oeigoeren in de provincie Xinjiang in het uiterste westen van China werd niet gemeden. Volgens What’s on Weibo deden honderden Chineessprekenden binnen en buiten China aan deze discussie mee.

    NYT citeert een Chinese man die zich afvroeg of hij de rapporten wel moest geloven over concentratiekampen in Xinjiang. Waarop een Oeigoerse vrouw het woord nam en rustig uitlegde dat zij er zeker van was dat deze kampen inderdaad bestonden, omdat een aantal van haar familieleden er had vastgezeten. Een Taiwanese man reageerde hier weer op met een pleidooi voor wederzijds begrip, terwijl iemand uit Hongkong de vrouw prees, omdat zij de moed had gehad haar ervaringen te delen. 

    Voor de deelnemers op het vasteland was het een bijzondere ervaring om met Chinezen aan de andere kant van de grens van gedachten te wisselen, omdat ze in veel opzichten van de virtuele buitenwereld zijn afgesloten door de alomaanwezige censuur. Ook het feit dat deze gesprekken verliepen volgens vaste regels, waardoor iedereen zijn zegje kon doen en met respect behandeld werd, kon op waardering rekenen, aldus What’s on Weibo

    Uiteraard bestonden op sociale media ook scepsis en kritiek op deze app. What’s on Weibo citeert een bekende blogger die stelt dat Clubhouse vooral zo’n hype was omdat Elon Musk er zojuist lid van was geworden, en dat de functionaliteit van de app niet veel verschilde van interactieve radio.

    Andere commentaren vergeleken deelname aan een chatroom met een virtuele vergadering of een lang en oersaai seminar. Maar feit blijft dat de Clubhouse-app velen even de gelegenheid gaf vrijelijk te spreken over omstreden onderwerpen.

  • Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuws in Australië | Schildpadden in Texas verlamd door kou

    Facebook blokkeert nieuwsartikelen in Australië

    Eerder berichtten we al over Googles dreigement om Australië te verlaten, vanwege een wetsvoorstel van de regering dat eist dat nieuwsuitgevers voor hun inhoud worden betaald. Sindsdien, meldt Sydney Morning Herald, sloot het bedrijf miljoenencontracten met grote Australische uitgevers.

    Zo niet Facebook. Als reactie op het voorstel verhindert het bedrijf persgroepen en gebruikers om nieuwsartikelen op het sociale netwerk in het land te delen of te bekijken. De Australische regering noemt de blokkade ‘autoritair’, de Sydney Morning Herald ‘onthutsend’.  

    De officiële reactie van Facebook luidt als volgt:

    ‘We staan ​​voor een onaangename keuze: proberen te voldoen aan een wet die de realiteit van de relatie [tussen het netwerk en de uitgevers] negeert, of stoppen met het toestaan ​​van nieuwsinhoud op onze diensten in Australië. Met een bezwaard hart kiezen we voor de tweede optie.’

    Fakebook

    Afgezien van de afname van het verkeer naar hun sites die de maatregel tot gevolg zal hebben, maken veel Australische media, zoals The Australian Financial Review, zich zorgen over het verdwijnen van betrouwbare informatie op het netwerk. De krant is van mening dat ‘Facebook de Australische waarheid opoffert (…) om te voorkomen dat er een duur wereldwijd precedent wordt geschapen’.

    Volgens een rapport van de Universiteit van Canberra over digitaal nieuws in 2020 gebruikt 39 procent van de Australiërs Facebook om het nieuws te raadplegen en 49 procent om informatie over de covid-19-epidemie te verkrijgen. 

    ‘Terwijl Australië zich voorbereidt op de lancering van het belangrijkste vaccinatieprogramma van ons leven, zullen de antivaxers, die zoals we hebben gezien verkeerde informatie op Facebook verspreiden, niet langer worden weersproken door een persbericht van lokale gezagsdragers’, aldus Financial Review.

    Met al dit nepnieuws, waarschuwt ook The Australian, ‘wordt Facebook “Fakebook”’ en zorgt Mark Zuckerberg ervoor dat zijn ‘Australische gebruikers machteloos staan ​​tegenover gevaarlijk nepnieuws’. 

    Lees ook ons bericht van 22 januari:


    ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’

    Meer dan veertig mensen zijn gearresteerd na gewelddadige protesten in Madrid, Barcelona en Granada tegen de opsluiting van Pablo Hasél, meldde El Mundo woensdag (17 februari). In de Spaanse hoofdstad verzamelden honderden mensen zich ’s middags bij Puerta del Sol om de rapper te steunen, na zijn veroordeling tot negen maanden gevangenisstraf vanwege tweets waarin hij de politie en de monarchie aanvalt. De ‘ongeoorloofde maar vreedzame’ demonstratie ontmondde tegen de avond in ‘een veldslag’.

    In Barcelona verzamelden honderden mensen zich voor de tweede dag op rij, wat uitliep op ‘het verbranden van containers en het opzetten van barricades’.

    El País sprak met enkele demonstranten. Jorge Gómez, 24, licht toe: ‘Er is een gebrek aan vrijheid van meningsuiting, alleen omdat Hasél vanzelfsprekende dingen heeft gezegd.’ [Hasél noemde voormalig koning Juan Carlos I een maffiabaas.] Gómez noemt de wetten die de rapper hebben veroordeeld ‘middeleeuws’. Julia Castro, 22, voert aan dat: ‘veel reggaetonliedjes denigrerende boodschappen over vrouwen bevatten en toch door miljoenen mensen worden gehoord, terwijl slechts een minderheid naar Hasél luistert.’

    De kreet die het meest is gehoord op het centrale plein van Madrid is ‘Nazi’s overdag en politie ’s nachts’ en ‘Hier zijn de antifascisten’. Op spandoeken staat de slogan ‘Ontvoerd door de staat, iedereen op straat! Laten we zijn vrijheid heroveren!’ en ‘Vrijheid voor Pablo Hasél. Weg met Franco’s rechtssysteem’. Volgens het Spaanse dagblad begonnen de bijeenkomsten in feestelijke sfeer, met liedjes waarin de vrijlating van de Catalaanse rapper wordt geëist.

    Ook Amnesty International veroordeelt de opsluiting van de rapper.


    In het VK worden vrijwilligers ingeënt met het coronavirus

    De Britse regering heeft besloten een experiment te financieren dat van plan is om ongeveer negentig vrijwilligers te ‘infecteren’ met covid-19 om informatie te verzamelen over de reactie van het immuunsysteem. De ethische instantie voor klinische proeven heeft groen licht gegeven voor het experiment. Over een paar weken zullen gezonde mensen tussen de 18 en 30 jaar door middel van druppels in de neus met het virus worden besmet.

    Deze wereldprimeur roept enkele vragen op. Zoals: wat is een gepaste beloning als je ermee instemt te worden geïnjecteerd met een virus dat wereldwijd al 2,4 miljoen mensen heeft gedood? Het antwoord is volgens The Times 4000 pond (4600 euro).  In het project is in totaal 33 miljoen pond geïnvesteerd.

    Op middellange termijn hopen de onderzoekers de tests te kunnen voortzetten om nog ambitieuzere doelen te bereiken, legt professor Peter Openshaw van Imperial College London uit in The Guardian. ‘Deze onderzoeken zijn uniek en kunnen ons in staat stellen om sneller vooruitgang te boeken, niet alleen bij het begrijpen van de ziekte, maar ook bij het vinden van geschikte behandelingen en vaccins’, aldus de wetenschapper. Deze hulp zou meer dan welkom zijn in een tijd waarin de verspreiding van nieuwe varianten de internationale wetenschappelijke gemeenschap zorgen baart.

    Balans

    Het wetenschappelijke Nature stelde al aan het begin van de pandemie de vraag of dergelijke ‘tests op mensen’ acceptabel zouden zijn. De media bevestigden vervolgens dat het noodzakelijk was ‘een redelijk evenwicht te vinden tussen de risico’s die deze mensen lopen en het belang dat deze inspanning vormt voor de gemeenschap. De onderzoeken brengen risico’s met zich mee, maar nemen ze ook weg.’


    Zeeschildpadden worden in Texas gered van de kou

    In Texas is een congrescentrum ingericht om de ‘laatste slachtoffers van het strenge winterweer op te vangen’, schrijft NBC News. Het gaat om duizenden door de kou verdoofde zeeschildpadden, die op het strand zijn aangespoeld.

    De verdoving houdt in dat de schildpadden hun flippers niet meer kunnen bewegen en vanzelf komen bovendrijven. Ze weten dat ze moeten bewegen om te kunnen overleven, maar zijn niet in staat om hun lichaam daartoe aan te zetten, legt een medewerker van het centrum uit in een filmpje op CNN. Als gevolg daarvan worden ze levenloos.

    Bewoners, van wie sommigen zelf geen warmte of basisvoorzieningen in hun eigen huis hebben vanwege het ongewoon koude weer, hebben de zeeschildpadden gered en naar het congrescentrum in een vakantieoord in het zuiden van Texas gebracht.

    ‘Zo ongeveer om de vijftien minuten komt er weer een pick-uptruck of SUV aanrijden’, zegt Ed Caum, uitvoerend directeur van de South Padre Island Convention and Visitors Bureau, geciteert door The Guardian.

    Hij vertelt dat mensen soms een of twee zeeschildpadden meebrengen, soms meer. ‘Gisteren kwamen er soms ook aanhangwagens vol met vijftig tot honderd stuks.’ Tot nu toe zijn er meer dan 3500 zeeschildpadden ‘verzameld’; Caum is terughoudend met de term gered, want ‘we weten dat we er enkele gaan verliezen’.

    Nu er opnieuw een koufront nadert, is niet bekend wanneer de zeeschildpadden weer het water in kunnen. De temperatuur in het gebied was op woensdagmiddag ongeveer 4 graden Celsius. De schildpadden kunnen pas teruggeplaatst worden in de Golf van Mexico als het kwik boven de 15 graden uitstijgt.

    Eerder beschreef The Guardian al hoe de winterstorm de ongelijkheid in toegang tot elektriciteit vergroot onder Texanen; hoewel de staat de meeste elektriciteit produceert in de VS, ‘bevonden miljoenen kansarme inwoners zich de afgelopen weken in kou en duisternis’.

  • Auckland op slot vanwege 2 coronagevallen | Clubhouse in China geblokkeerd

    Auckland op slot vanwege 2 coronagevallen | Clubhouse in China geblokkeerd

    Dodelijk aanval in Irak op het Amerikaanse leger

    Een raketvuur trof gisteren (15 februari) een luchtmachtbasis in Erbil in Iraaks Koerdistan, waar Amerikaanse troepen zijn gestationeerd. Een burgermedewerker kwam om het leven en zes mensen raakten gewond, waaronder een Amerikaanse soldaat. Amerikaanse kranten noemen het een eerste test voor nieuwe opperbevelhebber van het leger Joe Biden. De aanval werd online opgeëist door een weinig bekende groep die zichzelf Awliyaa Al-Dam (‘Wakers van het bloed’) noemt, schrijft Jerusalem Post.

    ‘Soortgelijke aanvallen in 2019 en 2020 zetten president Trump aan tot luchtaanvallen tegen een door Iran gesteunde militie die hij verantwoordelijk achtte’, schrijft The Wall Street Journal. Volgens The New York Times wilden de aanvallers ‘uitzoeken hoever ze kunnen gaan’ met de nieuwe regering. ‘De raketaanval op Erbil was ongewoon groot. Deze was hoogstwaarschijnlijk bedoeld om Amerikaanse soldaten of hun Koerdische bondgenoten te verminken of te doden’, aldus het dagblad.

    ‘Zeker, niet alle crises zijn een test voor de nieuwe regering-Biden, maar in dit specifieke geval is het duidelijk’

    ‘De Verenigde Staten zullen moeten beslissen of ze reageren of zwijgen. ​Zeker, niet alle crises zijn een test voor de nieuwe regering-Biden, maar in dit specifieke geval is het duidelijk dat Iran de Amerikaanse reactie zorgvuldig zal overwegen’, meent ook Jerusalem Post.

    Maandagavond zei de Amerikaanse minister van Buitenlandse Zaken, Antony Blinken, ‘verontwaardigd [te zijn] over de aanval’ en riep hij op tot een onderzoek, met de belofte dat Washington ‘de daders ter verantwoording zal roepen’, meldt Al Jazeera. De Iraakse president Barham Salih reageerde ’s avonds op Twitter door te waarschuwen voor een risico op ‘gevaarlijke escalatie’ in de regio.


    Auckland op slot vanwege twee coronagevallen

    De Nieuw-Zeelandse premier Jacinda Ardern gaf na de ontdekking van twee gevallen van de Britse covid-19-variant in één familie in Auckland, de grootste stad op het Noordereiland met een bevolking van ongeveer 2 miljoen, opdracht tot de drastische maatregel de stad te sluiten. Vanaf maandag zijn scholen en niet-essentiële bedrijven minimaal drie dagen gesloten. ‘In laboratoria (…) in het hele land zijn nu professionals aan het werk om te bepalen of Nieuw-Zeeland de beperkingen tegen woensdag kan beëindigen’, schrijft het Nieuw-Zeelaandse nieuwsportaal Stuff.

    De prestaties van Nieuw-Zeeland in de strijd tegen covid-19 worden in het buitenland geprezen; het land telde minder dan tweeduizend gevallen sinds het begin van de pandemie.


    Jaguar vanaf 2025 100 procent elektrisch 

    De Britse fabrikant van de Jaguar heeft maandag zijn nieuwe ‘groene’ strategie onthuld om tegen 2039 klimaatneutraal te zijn. De groep, die tot het Indiase Tata Motors behoort, zei in een verklaring zichzelf opnieuw te willen uitvinden onder leiding van een nieuwe algemeen directeur, voormalig Renault-CEO Thierry Bolloré. 

    ‘Deze radicale strategiewijziging toont aan hoeveel autofabrikanten nu proberen hun activiteiten aan te passen aan de emissienormen die wereldwijd voortdurend worden aangescherpt’, merkt The Hindustan Times op.


    Frankrijk afwezig bij G5 Sahel

    De Franse president Emmanuel Macron heeft besloten de reis naar de hoofdstad van Tsjaad, waar een cruciale G5 Sahel-top wordt gehouden over terrorisme in het gebied, niet te maken. Het Élysée voert als reden de gezondheidscrisis op, maar volgens de Afrikaanse pers speelt er iets anders.

    De andere leiders van G5 Sahel (Mali, Burkina Faso, Tsjaad, Mauritanië en Nigeria) zijn allemaal ingegaan op de uitnodiging om de toekomst van de strijd tegen het terrorisme te bespreken.

    De Afrikaanse pers is niet overtuigd van het officiële excuus: de sluiting van de Franse grenzen. Volgens Wakat Séra, een nieuwssite uit Burkina Faso, moet tussen de regels door worden gelezen. Verhelderend zouden vooral de plaats en context van de bijeenkomst zijn, zoals Le Pays die beschrijft‘[Een] top van de G5 Sahel tegen de achtergrond van Deby’s zesde termijn, zodat het ene kwaad het andere verbergt’.

    Gênant

    Gastland van de top van dit jaar is Tsjaad, waar president Idriss Deby, eenendertig jaar na zijn aantreden, is aangekondigd als kandidaat voor een zesde termijn voor de presidentsverkiezingen van april aanstaande. Demonstranten gingen op 13 februari, twee dagen voor de top, de straat op met leuzen als ‘Stop de dictatuur’, en werden onder andere besproeid met traangas, aldus Wakat Séra. De aanwezigheid op Tsjaadse bodem van de hoogste ambtenaar van een van de grootste democratieën ter wereld, zou gênant zijn geweest voor de Franse bondgenoot. Maar Macrons afwezigheid is volgens de site een vorm van minachting.


    Chinezen krijgen voorproefje van gratis sociaal netwerk

    Enkele dagen lang spraken duizenden Chineessprekenden uit China, Hongkong, Taiwan en elders live op een forum via de Amerikaanse app Clubhouse. Controversiële onderwerpen werden daarbij niet vermeden, schrijft The New York Times.

    Maar op de avond van 8 februari gebeurde het onvermijdelijke: de Chinese censuur kwam tussenbeide. Veel gebruikers op het vasteland meldden een foutmelding te hebben ontvangen toen ze probeerden naar het platform te gaan. Anderen konden alleen toegang krijgen door gebruik van een VPN (virtual private network) om digitale grenzen te omzeilen. Zoekopdrachten naar Clubhouse op het Chinese sociale netwerk Weibo zijn geblokkeerd.

    Voor veel Chinese gebruikers was dit een voorproefje van een gratis sociaal netwerk

    Voor veel Chinese gebruikers was dit een voorproefje van wat een gratis sociaal netwerk is. Onder leiding van Xi Jinping streven de autoriteiten ernaar om bijna volledige controle te krijgen over wat burgers online lezen en zeggen. Door de staat gesteunde commentatoren en nationalistische trollen overspoelen Chinese sociale netwerken regelmatig met propaganda en venijnige berichten die een open debat verhinderen over onderwerpen die door de autoriteiten als gevoelig worden beschouwd.

    De meeste westerse nieuwssites en sociale netwerken, zoals Twitter, Facebook en Instagram, worden volledig geblokkeerd en VPN’s zijn steeds moeilijker toegankelijk. Sociale netwerken die in China zijn ontwikkeld en geautoriseerd, bijvoorbeeld WeChat (Weixin, in het Chinees) en Weibo, zijn strikt gereguleerd en worden op de voet gevolgd door de autoriteiten.

    Zwarte markt

    Het aantal mensen in China dat bij Clubhouse is geregistreerd, is onbekend. Voordat de app werd geblokkeerd, was deze alleen toegankelijk via het besturingssysteem van Apple en dus buiten het bereik van de overgrote meerderheid van de Chinezen die Android gebruikt. Bovendien is Clubhouse alleen toegankelijk op uitnodiging. De afgelopen dagen was er een kleine zwarte markt voor uitnodigingscodes ontstaan. Vóór de blokkering kon de prijs van een code oplopen tot 300 yuan (€ 38 euro).

    Clubhouse werd vorig jaar opgericht door investeerders in Silicon Valley en had in december 600.000 al abonnees. Het platform was bedoeld als een exclusieve virtuele ruimte voor mensen om te socializen. Vooral toen Elon Musk zich vorige maand aanmeldde, begon de interesse in China te groeien. In Chinese digitale kringen wordt nu gepleit voor de lancering van soortgelijke forums.

  • YouTube verovert Afrika | Colombia beschermt vluchtelingen

    YouTube verovert Afrika | Colombia beschermt vluchtelingen

    YouTube verovert Afrika

    Waar een groot deel van de wereld stil ligt, is het succes van het videoplatform YouTube sinds het begin van de pandemie vertienvoudigd, meldt CNN. Voor het nieuwe jaar koos het platform de slogan: ‘Geef iedereen een stem en toon die aan de rest van wereld.’ Dit is hoe Alex Okosi, directeur van YouTube voor opkomende landen, het gevoel van het initiatief #YouTubeBlackVoices samenvatte in Okay Africa.

    Het platform heeft besloten om YouTubers van het Afrikaanse continent te steunen door een fonds van honderd miljoen dollar op te richten waarmee ze twintig kanalen met creatieve en originele content kunnen belonen. Het platform ziet Afrika als een veelbelovende markt en is van plan om de komende jaren meer dan 500 YouTubers financieel te ondersteunen.

    #YouTubeBlackVoices zou vooral zijn bedoeld om de inhoud die door Afrikaanse YouTubers is gemaakt, te democratiseren. Het aanbod is daarom breed en bevat ook politieke onderwerpen. Zo reflecteert Akah Bants, een acteur in opleiding, op de Nigeriaanse samenleving, en biedt hij aan zijn 42.000 abonnees bijvoorbeeld de ruimte voor een debat over vaccinatie tegen Covid-19 in Nigeria.


    Het nucleaire programma van Pyongyang

    Volgens een jaarverslag van VN-experts, dat maandag aan de Veiligheidsraad is voorgelegd, heeft Noord-Korea vorig jaar ‘splijtstof geproduceerd, kerncentrales onderhouden en zijn ballistische raketinfrastructuur verbeterd’, terwijl het op zoek was naar materialen en technologieën om uit het buitenland aan te schaffen. Volgens dit document zouden Pyongyang en Teheran in 2020 ook de samenwerking hebben hervat bij de ontwikkeling van langeafstandsraketten. 

    ‘Noord-Korea en Iran, vaak aan de rand van de internationale diplomatie, onderhouden al lang geheime en wederzijds voordelige betrekkingen’, schrijft Bloomberg. Het rapport werd enkele weken nadat Joe Biden aantrad als president van de VS doorgestuurd naar de VN-commissie die toezicht hield op de sancties die aan Noord-Korea werden opgelegd.

    Een woordvoerster van het Amerikaanse ministerie van Buitenlandse Zaken zei maandag dat de regering-Biden voornemens is een nieuwe aanpak met Pyongyang te bepalen, en ook met bondgenoten opnieuw zal kijken naar manieren om druk uit te oefenen.


    Colombia biedt bescherming aan Venezolaanse migranten

    Bogota zal een ‘tijdelijke beschermingsstatus’ creëren voor migranten zonder papieren die het land binnenkomen om de crisis in het naburige Venezuela te ontvluchten, kondigde de Colombiaanse president Iván Duque maandag aan. Colombia is de belangrijkste bestemming voor Venezolaanse vluchtelingen: ongeveer 1,7 miljoen Venezolanen trokken erheen, van wie meer dan de helft (56 procent) zonder papieren. 

    Venezolanen krijgen gedurende tien jaar een tijdelijke beschermingsstatus, waarin ze een verblijfsvisum kunnen aanvragen, licht het Colombiaanse dagblad El Tiempo toe. De aankondiging komt nadat president Duque in december zware kritiek kreeg te verduren vanwege zijn voornemen om migranten zonder papieren uit te sluiten van de massale vaccinatiecampagne tegen het coronavirus, die in Colombia op 20 februari van start gaat. De president heeft zich sindsdien teruggetrokken en besloten internationale hulp te vragen voor het vaccineren van deze illegale migranten.


    Chinese popster zingt over huiselijk geweld

    Het nieuwste nummer van de Chinese popster Tan Weiwei gaat niet over liefde of relaties, maar richt zich op vrouwelijke slachtoffers van huiselijk geweld, schrijft The New York Times in een portret. ‘Ken mijn naam en onthoud hem. Wanneer kunnen we een einde maken aan de tragedie?’ zingt ze zingt in haar nummer Xiao Juan, de Chinese equivalent van Jane Doe, gegeven aan onbekende of niet-geïdentificeerde vrouwelijke slachtoffers van misdrijven.

    Schermafbeelding 2021 02 09 om 11.03.31
    Still van Bilibili.

    Sinds het in december uitkwam, heeft het nummer weerklank gevonden bij miljoenen vrouwen in China. Op een videowebsite die populair is bij jonge Chinese internetgebruikers, Bilibili, is de video van het lied meer dan 1,1 miljoen keer bekeken.

    Hoewel China in 2015 een wet tegen huiselijk geweld heeft aangenomen, wordt deze niet goed gehandhaafd. Dat geldt vooral voor kleinere steden en landelijke gebieden. Volgens Beijing Equality, een vrouwenrechtengroep, berichtten Chinese media sinds de wet in 2016 werd aangenomen over de dood van meer dan 900 vrouwen die door hun partners zijn vermoord, maar ligt werkelijke aantal waarschijnlijk veel hoger.

    Tan Weiwei, ook wel bekend als Sitar Tan, is een van de weinige muzikanten die het taboe-onderwerp in China aansnijdt – en geen enkele andere Chinese muzikant doet dat zo direct en met zo veel weerklank. De autoriteiten in China hebben hard opgetreden tegen het feminisme en de #MeToo-beweging, en cultureel gezien wordt het niet gepast geacht om openlijk over deze kwesties te spreken, die door Chinezen worden beschouwd als ‘gezinsaangelegenheid’. Het is in de Chinese popcultuur niet gebruikelijk dat musici kritiek uiten op sociale kwesties.

  • Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Australië wil games subsidiëren | Velen ontvluchten Hongkong

    Uber doet aankoop voor $ 1.100.000.000

    Voor $1,1 miljard, circa €910 miljoen, koopt Uber de Amerikaanse alcoholbezorgdienst Drizly. Daarmee breidt Uber de tak voedsel- en andere bezorgdiensten verder uit, schrijft The Verge.

    Drizly bemiddelt online voor lokale slijterijen. Het bedrijf schakelt bezorgers in om voor lokale verkopers bezorging af te handelen, vergelijkbaar met Uber Eats. Drizly is nu in ruim 1400 Amerikaanse steden actief.


    Suzuki stopt in Myanmar 

    De Japanse autofabrikant Suzuki heeft de productie in zijn twee autofabrieken in Myanmar stopgezet om de veiligheid van zijn werknemers te kunnen waarborgen na de militaire staatsgreep in het land, een dag eerder. Andere grote Japanse bedrijven in Myanmar, zoals auto-onderdelenfabrikant Denso en Aeon, de grootste retailer in Azië, beraden zich nog.

    In de Suzuki-fabrieken in Yangon werken 400 mensen. Het bedrijf levert 60 procent van de auto’s in Myanmar. In 2019 werden er 13.200 verkocht, volgens Japan Times.

    Afgelopen maandag nam het leger van Myanmar de macht over van de democratisch gekozen regering van Aung San Suu Kyi. Nadat de partij van Suu Kyi in 2015 met grote overmacht de verkiezingen won en de eerste burgerregering in een halve eeuw aantrad, vestigden steeds meer Japanse bedrijven zich in het land, een groei die ook doorging ten tijde van de vervolging van de Rohingya-moslimminderheid.

    Aangetrokken door een potentiële markt van meer dan 50 miljoen mensen telt Myanmar momenteel zo’n 400 Japanse bedrijven.


    Twitteraars in India geblokkeerd

    In India zijn afgelopen maandag honderden Twitteraccounts, waaronder die van nieuwswebsites, activisten en acteurs, voor meer dan twaalf uur bevroren op verzoek van de regering. Die beschuldigt de gebruikers ervan inhoud te publiceren die aanzet tot geweld.

    Het verzoek van de regering aan Twitter kwam na wekenlange protesten van Indiase boeren tegen een nieuwe landbouwwet, aldus The Guardian. De protesten werden vorige week gewelddadig afgebroken toen de oproerpolitie werd ingezet. Een demonstrant werd gedood en honderden mensen raakten gewond, waaronder politieagenten.

    Opschorting

    Volgens een Indiase regeringswoordvoerder heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken om opschorting gevraagd van ‘bijna 250 Twitter-accounts’. ‘Het bevel werd uitgevaardigd tegen accounts die de hashtag #modiplanningfarmersgenocide [‘Modi plant genocide op boeren’] gebruikten sinds 30 januari’, aldus de overheidsbron.

    Onder de geblokkeerde accounts bevinden zich die van de onderzoekssite Caravan India, politiek commentator Sanjukta Basu, activist Hansraj Meena, acteur Sushant Singh en Shashi Shekhar Vempati, de CEO van staatsomroep Prasar Bharti.


    Australische gamesector wil steun 

    Door gebrek aan steun van de federale overheid loopt Australië ver achter bij de ontwikkelingen op het gebied van computergames. Buitenlandse investeerders blijven weg omdat Australië slechts goed is voor een extreem klein deel van een wereldmarkt, die nu zo’n €158 miljard bedraagt. Dit zegt Ron Curry, CEO van de Interactive Games & Entertainment Association in Australië, in Sydney Morning Herald.

    ‘Elke andere ontwikkelde natie in de wereld heeft stimuleringspakketten van de overheid voor game-ontwikkelaars. Behalve Australië’, aldus Curry.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames’

    In 2016 pleitte een Senaatscommissie voor belastingvoordelen en directe steun voor de game-industrie, vergelijkbaar met steun die aan andere media wordt gegeven. Belangenorganisaties deden soortgelijke aanbevelingen, maar er is volgens Curry niets van terechtgekomen.

    ‘Onze regering houdt van film, van tv, van theater. Maar niet van computergames.’ En dat terwijl de lokale industrie binnen tien jaar miljarden dollars waard zou kunnen zijn, als Australië hetzelfde niveau van ondersteuning zou kennen als andere ontwikkelde landen.


    Duizenden verlaten Hongkong

    Volgens de Amerikaanse nieuwszender ABC News hebben duizenden Hongkongers inmiddels besloten om naar Groot-Brittannië te verhuizen, sinds Beijing afgelopen zomer een strikte nationale veiligheidswet oplegde. Hun aantal zal naar verwachting toenemen tot honderdduizenden.

    Sommigen vertrekken uit angst gestraft te worden voor steun aan de prodemocratische protesten die de voormalige Britse kolonie in 2019 overspoelden. Anderen menen dat China’s inbreuk op hun levenswijze en burgerlijke vrijheden ondraaglijk is geworden, en willen in het buitenland op zoek naar een betere toekomst voor hun kinderen. De meesten zeggen dat ze niet van plan zijn ooit terug te gaan.

    Het proces zal naar verwachting versnellen nu 5 miljoen Hongkongers in aanmerking komen voor een visum voor Groot-Brittannië, waardoor ze daar kunnen wonen, werken en studeren en uiteindelijk aanspraak kunnen maken op Brits staatsburgerschap. Sinds zondag kunnen aanvragen officieel worden ingediend bij British National Overseas.


    Banenverlies in Spanje

    De derde coronagolf eist zijn tol op de Spaanse arbeidsmarkt, bericht El País. In januari gingen 218.953 banen verloren en raakten 76.216 mensen hun werk kwijt, zo blijkt uit cijfers die deze week werden gepubliceerd door de ministeries van Werkgelegenheid en Sociale Zaken.

    De cijfers suggereren dat de Spaanse economie nog lang zal blijven lijden onder de gevolgen van de pandemie. Bij Spaanse sociale diensten staan nu 3,9 miljoen mensen geregistreerd als werkloos. Daarnaast zijn nog eens 738.969 werkenden met verlof gestuurd. In Andalusië steeg het aantal werklozen in januari het sterkst, met 18.249 geregistreerden, gevolgd door Catalonië (10.470) en Valencia (10.094).


    Uruguay gunstige uitzondering

    Transparency International heeft de corruptie-index voor 2020 gepubliceerd en die is niet bijster positief over Latijns-Amerika. Uruguay is de grote uitzondering en volgt Canada als beste van Noord- en Zuid-Amerikaanse landen, schrijft MercoPress. Uruguay staat op plaats 21 van de lijst met 180 landen, met een score van 71 van de 100.  De eerstvolgende Latijns-Amerikaanse landen zijn Argentinië op plaats 78 en Brazilië (94).

    De kop van de ranglijst laat weinig veranderingen zien vergeleken met de vorige index. Nieuw-Zeeland is koploper, gevolgd door Denemarken, Finland, Zwitserland, Singapore, Zweden, Noorwegen, Nederland, Luxemburg, Duitsland, Canada, het VK en Australië.

  • Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Deze journalisten zitten vast omdat ze de moord op Rohingya’s onderzochten

    Twee Reuters-journalisten uit Myanmar onderzoeken een geheime tip over een tienvoudige moord op Rohingya’s. Het resultaat is baanbrekende onderzoeksjournalistiek, maar door hun eigen volk werden ze als verraders gezien.

    Dit artikel werd geselecteerd voor The Investigative Reporting Award van European Press Prize, en verscheen eerder in onze Reader #18.

    Over de auteurs

    Wa Lone werkt sinds 2016 voor Reuters en schreef een reeks diepgaande verhalen in Myanmar, inclusief landroof door het machtige leger en de moord op de prominente politicus Ko Ni, evenals het blootleggen van bewijs van moordpartijen door soldaten in het noordoosten. Zijn rapportage over de crisis die uitbrak in de noordwestelijke staat Rakhine in oktober 2016, bezorgde hem een ​​gezamenlijke eervolle vermelding van de Society of Publishers in Azië in zijn jaarlijkse prijzen. Eerder werkte hij voor Myanmar Times.

    Kyaw Soe Oo, zelf boeddhistisch en afkomstig uit Rakhine, werkt sinds september 2017 samen met Reuters uit Myanmar. Hij heeft de impact van de aanslagen van 25 augustus op politie- en legerplaatsen in de noordelijke Rakhine besproken en gerapporteerd vanuit het centrale deel van de staat waar lokale boeddhisten segregatie hebben afgedwongen tussen Rohingya en Rakhine gemeenschappen. Hij werkte eerder voor Root Investigation Agency, een lokaal nieuwscentrum gericht op Rakhine-kwesties. Kyaw Soe Oo begon zijn rapporteringscarrière met het online Rakhine Development News.

    Laat in de middag van 12 december 2017 gaat de mobiele telefoon van Wa Lone. Het is een zekere Naing Lin, vicekorporaal bij het 8ste bataljon van de veiligheidspolitie van Myanmar.

    De politieman wil Wa Lone op korte termijn persoonlijk ontmoeten en met hem afspreken bij de bataljonskazerne in een buitenwijk van Yangon. In de voormalige hoofdstad begint de avond al te vallen over de gouden pagodespitsen. ‘Hij zei dat als ik niet meteen kwam,’ zou Wa Lone naderhand vertellen in de rechtszaal, ‘ik hem misschien niet meer zou kunnen spreken omdat hij binnenkort werd overgeplaatst naar een andere regio.’

    Wa Lone – rond gezicht met een grote bril – heeft wekenlang onderzoek gedaan naar het 8ste bataljon. Hij werkt aan een artikel over de moord op tien leden van de islamitische Rohingya-minderheid tijdens een militaire operatie in de westelijke deelstaat Rakhine. Hij heeft de hand weten te leggen op explosief materiaal: foto’s van de tien mannen voordat en nadat ze zijn vermoord.

    Lees ook:

    Op één foto zijn de lijken van de mannen te zien, doodgestoken en doodgeschoten, in een ondiep graf. Op een andere foto, genomen toen ze nog in leven waren, zitten ze op hun knieën. Op de achtergrond veel leden van het 8ste bataljon met automatische geweren.

    Voordat hij naar zijn afspraak met de vicekorporaal gaat, neemt hij contact op met de bureauchef van Reuters, Antoni Slodkowski, die zegt dat hij nog een journalist mee moet nemen. Deze journalist, Kyaw Soe Oo (27), komt uit Rakhine en werkt nog maar kort voor het nieuwsagentschap.

    Onbereikbare wereld

    De twee mannen vertrekken om 18.00 uur in de witte Nissan-SUV van de zaak. Ze rijden over een viaduct vanwaar je uitzicht hebt op het Inyameer, waaromheen de villa’s van de elite van Myanmar liggen, zoals de woning van de feitelijke leider van het land, Nobelprijswinnares Aung San Suu Kyi. Het is een onbereikbare wereld voor Wa Lone, zoon van een rijstboer uit een dorpje van een paar honderd inwoners.

    Halverwege de route naar de kazerne komt de SUV vast te zitten in het verkeer. Wa Lone voelt zich ongemakkelijk: waarom heeft de politieman er zo op aangedrongen dat hij meteen naar hem toe kwam? De journalisten overleggen of ze zullen omkeren, maar ze besluiten door te rijden.

    Om ongeveer 20.00 uur komen ze aan bij de ingang van de kazerne. Nadat ze hebben kennisgemaakt met Naing Lin en nog een politieman, gaan ze met de agenten mee naar een biertuin verderop in de straat. De mannen bestellen bier en viscrackers. Ze spreken over Rakhine, verklaart Naing Lin later voor de rechter. Hij vertelt de journalisten dat op 25 augustus 2017 Rohingya-rebellen een aantal politiebureaus hebben aangevallen.

    Screen Shot 2021 02 05 at 12.39.44 PM 1
    Wa Lone en Kyaw Soe Oo.

    Als het tijd is om te gaan, aldus Wa Lone, geeft Naing Lin hem een exemplaar van de Myanmar Alin, een door de staat gerunde krant, waarin enkele documenten zitten opgerold. Als de journalisten het restaurant verlaten, worden ze omsingeld door mannen in burger. ‘Dat zijn geheime documenten!’ roept een van hen. Wa Lone krijgt handboeien om, net als Kyaw Soe Oo. Ze worden in twee geparkeerde auto’s geduwd.

    Naing Lin herinnert zich die ontmoeting anders. Hij verklaart later voor de rechter dat Wa Lone hem op 12 december heeft opgebeld om een afspraak te maken, en dat hij tijdens zijn ontmoeting alleen met de twee journalisten in de biertuin was. Ook ontkent hij dat hij Wa Lone documenten heeft gegeven.

    Met hun arrestatie kwamen de twee journalisten terecht in het schemergebied tussen militair bestuur en burgerbestuur in dit etnisch verscheurde land met vijftig miljoen inwoners. Voor leiders in westerse hoofdsteden, van paus Franciscus tot de voormalige president van de VS Bill Clinton, zou hun opsluiting een test worden voor de persvrijheid in Myanmar en zou hun procesgang ook laten zien in hoeverre het land al op weg was een opener samenleving te worden. Op 9 juli 2018 bepaalde een rechter dat ze de Wet op de Staatsgeheimen hadden overtreden, en daarop staat een maximumstraf van veertien jaar.

    Hoop op vrijheid

    Rond 2010 gloorde er in Myanmar hoop voor het democratische proces in Zuidoost-Azië, een regio die al lange tijd werd gekenmerkt door regimes van autocratische leiders. In 2010 werd Aung San Suu Kyi vrijgelaten na vijftien jaar huisarrest onder militair bewind. In 2015 won haar partij met grote overmacht de verkiezingen.

    Voor de jongeren van Myanmar, zoals Wa Lone, zorgde die ommekeer na tientallen jaren meedogenloos militair bewind voor een plotselinge en historisch gezien nogal onwaarschijnlijke hoop op vrijheid. Maar het leger heeft de macht nooit helemaal losgelaten: in 2008 werd een grondwet van kracht waarin voor de militairen veel macht en de controle over enkele sleutelministeries was vastgelegd.

    Maar er kwam geen vrede in Myanmar. Dodelijke etnische conflicten, verborgen voor de rest van de wereld, maar zeer wreed aanwezig in het eigen land, woekeren nog altijd voort.

    Velen van de boeddhistische meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië

    In 2017 gaf de wijdverbreide haat jegens de bekendste minderheid van het land, de islamitische Rohingya, aanleiding tot een meedogenloze militaire campagne waardoor zo’n zevenhonderdduizend mensen moesten vluchten naar Bangladesh. Nu wordt Myanmar door de VN beschuldigd van veel moordpartijen, verkrachtingen en etnische zuiveringen. Ondanks deze beschuldigingen heeft Suu Kyi geen openlijke kritiek geuit op de militairen.

    Een woordvoerder van Aung San Suu Kyi, Zaw Htay, en een legerwoordvoerder reageerden niet op verzoeken om commentaar op deze reportage. Volgens Zaw Htay zijn de rechters in Myanmar onafhankelijk en krijgen de journalisten een eerlijk proces. De militairen hebben ontkend dat hun troepen in 2017 hebben deelgenomen aan etnische zuiveringen in de deelstaat Rakhine.

    Het verslag van Wa Lone en Kyaw Soe Oo over de moord op tien Rohingya-mannen werd in februari 2018 door Reuters gepubliceerd. Het artikel wekte misnoegen op bij de boeddhistische meerderheid waartoe de journalisten, Aung San Suu Kyi en de hoogste militaire leiders behoren. Velen van die meerderheid minachten de Rohingya, ze zien ze als buitenlandse indringers uit Zuid-Azië.

    Het was baanbrekende onderzoeksjournalistiek in Myanmar. Maar voor hun eigen volk was de zoektocht naar de waarheid van de journalisten een vorm van verraad. De dag na hun arrestatie werd de politie door de toenmalige president opgedragen de twee journalisten in staat van beschuldiging te stellen. Vervolgens verdwenen Wa Lone en Kyaw Soe Oo twee weken compleet van de radar.

    De twee kregen gevangenisstraf en zaten voornamelijk in de Insein-gevangenis in Yangon, een kolossaal, negentiende-eeuws gebouw uit de Engelse koloniale tijd waar duizenden politieke gevangenen opgesloten hebben gezeten, onder wie Aung San Suu Kyi voor een korte periode. Sinds januari 2017 hebben de twee journalisten al meer dan dertig keer voor de rechter moeten verschijnen.

    Het verhaal van de twee mannen en hun rol in het experiment met de persvrijheid in Myanmar is gereconstrueerd uit hun verklaringen en die van de politie in de rechtbank. Het is ook gebaseerd op andere verslagen van Wa Lone en Kyaw Soe Oo en op interviews met collega’s, familieleden en vrienden van de twee.

    Over deze reeks: ‘Myanmar Burning‘

    Deze intro maakt onderdeel uit van de reeks ‘Myanmar Burning’ van Reuters International, over de massamoorden op Rohingya in Myanmar en de gevangenname van de twee journalisten die hierover geschreven. De serie bestaat uit tien verhalen die steeds een ander aspect van deze zaak belichten. Wij publiceren in deze Reader het artikel Hatebook. De andere artikelen leest u hier. (in het Engels).

    Het vervolg op dit introductieverhaal kunt u hier lezen.

    Voor deze reeks won Reuters de Pulitzer Prize, vanwege de ‘scherpe weergave van de militaire eenheden en boeddhistische dorpsbewoners die verantwoordelijk zijn voor de systematische uitwijzing en moorden op Rohingya-moslims, uit Myanmar en de moedige verslaggeving die de verslaggevers in de gevangenis deed belanden’.

  • ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden’

    De islamitische bevolking van Kasjmir wordt scherp in de gaten gehouden door de cyberpolitie. The Intercept sprak ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, over hoe zij werden geïntimideerd, geslagen, uitgescholden en bedreigd vanwege hun posts op sociale media.

    Op zijn hoede meldt Ahmed zich bij het politiebureau. Het oogt als een fort: de muren zijn afgezet met prikkeldraad, gewapende agenten houden de wacht. Een dag eerder heeft de student een telefoontje gekregen: de cyberpolitie van Jammu en Kasjmir wil dat hij zich op het bureau meldt. Reden onbekend. Ahmed – niet zijn echte naam, hij vreest represailles – is nooit eerder op een politiebureau ontboden.

    Hij wordt onmiddellijk overgebracht naar een ander, nabijgelegen bureau; zijn gsm moet hij bij de poort afgeven. In een wachtkamer treft hij vier andere jongeren aan. Na een nerveuze uitwisseling van blikken en wat gefluister beseffen de vijf dat ze elkaar kennen – niet persoonlijk, maar via sociale media.

    Deze eerste fysieke ontmoeting vindt plaats in Cargo, een politiecomplex dat een reputatie als martelcentrum hoog te houden heeft. Sinds augustus zou de faciliteit in Srinagar, de hoofdstad van het door India bestuurde Kasjmir, een plek zijn waar jonge gebruikers van sociale media worden ondervraagd en gemarteld als ze kritiek hebben geuit op het repressieve beleid dat de Indiase regering sinds vorig jaar in de regio voert.

    Jammu Kashmir Coalition of Civil Society, een groep mensenrechtenorganisaties, meldde in augustus dat de politie ruim tweehonderd gebruikers van socialemediaplatforms en virtuele privénetwerken heeft aangeklaagd. Met behulp van surveillancetechnologie en zich beroepend op antiterreur- en detentiewetten, heeft justitie hen opgespoord en opgeroepen zich op het bureau te melden.

    Ahmed en de jongeren die hij bij Cargo aantrof behoren tot de ruim twintig mannen en vrouwen, voornamelijk studenten, met wie The Intercept sprak over hun behandeling door de politie vanwege hun posts op sociale media.

    De cybereenheid had sommigen verzocht om op een lokaal politiebureau een niet-bindende verklaring te ondertekenen dat zij geen sociale media meer zouden gebruiken om kritiek te uiten op het gezag of op de strijdkrachten. Anderen werden, zo vertelden ze, geslagen, uitgescholden en met gevangenisstraf of de dood bedreigd nadat ze naar Cargo waren overgebracht.

    Politiek van aard

    Het recente politieoptreden tegen uitingen op sociale media maakt deel uit van een verhevigd censuurbeleid onder het bewind van de Indiase premier Narendra Modi, een hindoenationalist. In augustus 2019 besloot de regering eenzijdig om de semiautonome status van Jammu en Kasjmir te herroepen. Deze was tot dan toe vastgelegd in de Indiase grondwet. De staat is nu opgesplitst in twee gebieden die onder directe controle van het centrale gezag staan.

    De door de politie onderzochte berichten op – voornamelijk – Twitter en Facebook, zijn tot nu toe uitgesproken politiek van aard: ze bevatten kritisch commentaar op het Indiase optreden tegen Kasjmiri’s vóór en na de ontbinding van de speciale status. Mensenrechtenschendingen door Indiase veiligheidstroepen en het zwijgen van de media over dergelijke misstanden zijn eveneens aan de kaak gesteld. Twitter reageerde niet op een verzoek om commentaar.

    De slachtoffers zeggen dat de politie hun telefoons in beslag nam en pas dagen later terugbezorgde, nadat agenten de inloggegevens hadden gebruikt die ze tijdens ondervragingen hadden losgekregen om toegang te kunnen krijgen tot de socialemedia-accounts. Veel slachtoffers zeggen dat ze na hun vrijlating geen politieke boodschappen meer online hebben geplaatst of hun accounts hebben gedeactiveerd om te voorkomen dat ze zich opnieuw zouden moeten melden.

    Op enkele uitzonderingen na hebben alleen media in Kasjmir en India over het recente harde optreden bericht. Nadat hij een artikel over de kwestie  op de Indiase nieuwssite Artikel 14 had geplaatst, moest de Kasjmierse journalist Auqib Javeed zich eind september melden op het hoofdbureau van de cyberpolitie. Hij zou vijf uur lang in Cargo zijn vastgehouden en mishandeld – een verhaal dat overeenkomt met dat van de socialemediagebruikers.

    Intimidatie

    Al deze intimidatie is uiteraard bedoeld om critici het zwijgen op te leggen, zegt Gowhar Geelani, een journalist en auteur die zelf door de cyberpolitie is opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act, een controversiële Indiase antiterreurwet: ‘Het maakt deel uit van een breder beleid om meningen te criminaliseren.’

    Kasjmir wordt beschouwd als het meest gemilitariseerde gebied ter wereld. In augustus voerde de Indiase regering er een ongekende militaire lockdown in. Mobiele diensten en digitaal verkeer werden zonder voorafgaande kennisgeving geblokkeerd. Dat leidde tot de langste internetuitval, voor zover bekend, in een democratie ooit. In maart herstelde de Indiase regering de toegang tot internet en tot sociale media, maar met een snelheid van niet meer dan 2G.

    Die beperkte internettoegang gaat hand in hand met meer toezicht in de regio, zegt Devdutta Mukhopadhyay van de Internet Freedom Foundation, een Indiase internetbelangenorganisatie. Ze noemt een paar voorbeelden: WhatsApp-groepsbeheerders die zich moesten registreren bij het lokale gezag, een verbod op VPN-diensten en aanvullende verificatie-eisen voor prepaid mobiele internetgebruikers.

    Sommige Kasjmiri’s hebben sociale media ingezet om lucht te geven aan hun decennialange verzet tegen de Indiase overheersing – maar dat bleef niet zonder gevolgen.

    ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen’

    Nadat hij meer dan drie uur in een wachtkamer had doorgebracht, zijn vingerafdrukken waren afgenomen, hij was gefotografeerd en hij zijn persoonsgegevens, waaronder zijn bankgegevens, had moeten overleggen, ging Ahmed naar een verhoorkamer waar een stel agenten hem opwachtten. ‘Ze bleven maar roepen: Wie betaalt je om dit allemaal te posten? Een politieman sloeg en schopte me. Een ander schoof me een document toe met screenshots van mijn posts op Twitter. Ik moest mijn telefoon ontgrendelen, een agent scande hem. Een ander vroeg om de wachtwoorden van mijn e-mail- en socialemedia-accounts.’ 

    Verantwoording

    Agenten achter een desktopcomputer zochten Ahmeds Twitter-account op en ondervroegen hem over recente tweets. In sommige posts had hij de politie en het Indiase leger ter verantwoording geroepen vanwege mensenrechtenschendingen, zoals buiten-gerechtelijke executies van burgers in geënsceneerde vuurgevechten. Andere posts leken onschuldiger. ‘Ik moest uitleggen waarom ik Kasjmierse fotografen had gefeliciteerd die dit jaar de Pulitzerprijs hadden gewonnen,’ zegt Ahmed, ‘en waarom ik selectief dichters citeerde in mijn tweets.’

    Ook een andere student vertelde dat een politieagent tijdens zijn detentie in Cargo zijn telefoon in beslag had genomen en foto’s van zijn moeder en broers en zussen had bekeken. ‘Hij schold ze uit en dreigde dat ze dezelfde behandeling als ik zouden krijgen,’ aldus Bilal (die zijn echte naam niet in dit verhaal vermeld wil hebben uit angst voor represailles).

    Bilal en twee andere slachtoffers onthulden dat agenten hen hadden voorgesteld om in ruil voor vrijlating informant te worden en andere door de politie gemonitorde socialemediagebruikers te verraden. Ze kregen te horen dat ze anders gevangen zouden worden genomen of gedood in een geënsceneerd vuurgevecht.

    Bilal was verbijsterd door dit ‘aanbod’. Nooit had hij gedacht dat zijn tweets er nog eens toe zouden leiden dat de politie hem zou vragen spion te worden.

    ‘Ze gaven me uren de tijd om te beslissen,’ zegt hij, maar uiteindelijk kwam hij vrij. Zij het pas na het dreigement dat hij bij een volgende overtreding weer zou worden opgepakt op grond van de Unlawful Activities Prevention Act.

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt

    Kort na de lockdown van augustus werd de cyberpolitie van Kasjmir uitgebreid om cybercriminaliteit aan banden te leggen. Sindsdien is er sprake van een geavanceerde surveillance-eenheid, uitgerust met de modernste technologie voor het opsporen en monitoren van Kasjmiri’s, onder wie inmiddels ook degenen die covid-19 hebben opgelopen. Tahir Ashraf Bhatti, het hoofd van zowel Cargo als van de cybereenheid, ontving op Onafhankelijkheidsdag een medaille van de Indiase regering voor het werk van zijn afdeling.

    Hij vertelt dat het werk van de cybereenheid voornamelijk leidt tot aanklachten over financiële fraude en ‘cyberpesten’ – dat laatste wordt gebruikt als excuus om mensen aan te pakken die de regering op sociale media bekritiseren. Hij ontkent dat mensen zijn gedagvaard of gemarteld omdat ze online hun politieke opvattingen hebben geuit.

    Bhatti zelf is beschuldigd van mishandeling van ten minste één gebruiker van sociale media gedurende diens hechtenis. Het slachtoffer vertelde dat hij in augustus op het cyberpolitiebureau was ontboden nadat hij Bhatti op Twitter had bespot. Hij werd naar Cargo gebracht, waar Bhatti hem drie dagen lang herhaaldelijk met een leren riem op hetzelfde lichaamsdeel sloeg. ‘Als ik je vertel welk lichaamsdeel, geef ik mijn identiteit prijs,’ zegt Bilal. 

    Schrikeffect

    Bhatti ontkent alle beschuldigingen en weigert ook in detail te treden over de surveillancetechnologie die wordt gebruikt om informatie in te winnen over Kasjmiri’s in binnen- en buitenland. Meerdere mensen vertelden dat ondanks het gebruik van VPN’s –waarmee anonimiteit op sociale media normaal gesproken is gegarandeerd – de politie kon achterhalen wie ze waren.

    ‘Het kost ons een half uur om de locatie en gegevens van een gebruiker te bepalen,’ zegt Bhatti. Hij laat een WhatsApp-gesprek zien waarin een hoge officier hem vraagt naar de locatie en het adres van een persoon en diens antecedenten. ‘Mijn team had het binnen enkele minuten voor elkaar,’ zegt hij.

    Dat team bestaat uit veertig technisch onderlegde agenten. Moeilijkere zaken worden uitbesteed aan privébedrijven, waarover de chef van de cybereenheid geen bijzonderheden prijsgeeft.

    Het werk van Bhatti en zijn ondergeschikten heeft inmiddels wel een schrikeffect gehad op de socialemediagebruikers in Kasjmir. Veel accounts zijn verdwenen, andere zijn inactief, of er is geen politieke inhoud meer op te vinden.

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust

    Shefali Rafiq, een 22-jarige studente journalistiek, zegt dat ze voorzichtiger is geworden met wat ze publiceert. ‘Een aantal profielen volgde ik graag, maar ze hebben hun accounts gedeactiveerd of schrijven geen kritische posts meer.’

    Drie gebruikers van sociale media zeggen dat ze verdachte activiteit op hun accounts hebben opgemerkt sinds ze door de politie zijn vrijgelaten, zoals likes of retweets die niet van hen zijn, of het volgen en ontvolgen van andere accounts.

    Degenen die in aanvaring zijn gekomen met de cyberpolitie leven in angst. Ahmed werd vier dagen op rij verhoord en werd pas met rust gelaten nadat hij had beloofd te stoppen met het online bekritiseren van de Indiase regering en de veiligheidstroepen. 

    Sinds zijn vrijlating lijdt hij aan paniekaanvallen en heeft hij nog maar weinig eetlust. Hij durft sociale media niet meer te gebruiken zoals hij vroeger deed. ‘Soms schrijf ik een lang bericht. Aan het einde verwijder ik het weer en moet ik huilen,’ zegt hij. ‘Mijn telefoon is een nachtmerrie voor me geworden.’ 

    Openingsbeeld: Kasjmierse journalisten protesteren in Kunzer, een stad in de Indiase deelstaat Jammu en Kasjmir, tegen de censuur die hun wordt opgelegd. Fotografen werd onlangs tegen gehouden toen zij een demonstratie wilde vastleggen. – © Sajad Hameed / Pacific Press / Shutterstock

  • Algerije censureert internetmedia | Denemarken stopt per 2050 met olie en gas

    Algerije censureert internetmedia | Denemarken stopt per 2050 met olie en gas

    Vorige week werden in Algerije opnieuw verschillende nieuwssites gecensureerd. Nu het hardhandig optreden tegen journalisten de laatste maanden gestaag is toegenomen, zoeken Algerijnen naar andere manieren om onafhankelijke nieuwsites te raadplegen.

    De nieuwssite Observ’Algérie schrijft dat het land te maken heeft met een nieuwe golf van censuur, waarbij onafhankelijke online media het doelwit zijn van het regime. Het journalistieke platform Twala, dat onlangs door een groep journalisten is opgezet, werd zonder enige vorm van uitleg en zonder proces door de autoriteiten gecensureerd. Daarover zegt Twala in een verklaring: ‘Wij spreken ons krachtig uit tegen de arbitraire censuur die de afgelopen jaren verschillende Algerijnse media heeft geraakt. Het is een aanslag op de persvrijheid en op de vrijheid van informatie in Algerije.’

    Het zijn niet alleen pas opgerichte media die het slachtoffer zijn van de Algerijnse repressie. Nadat journalist Khaled Drareni (zie afbeelding) afgelopen augustus tot drie jaar gevangenisstraf werd veroordeeld voor ‘het aanzetten tot een ongewapende opstand en het ondermijnen van de nationale eenheid’, heeft het regime zijn greep nog verder verscherpt door de door hem in 2017 opgerichte website, Casbah Tribune, te blokkeren. Drareni leverde kritiek op de regering en berichtte bijvoorbeeld openlijk over de keren dat hij werd meegenomen voor verhoor.

    ‘Trieste dag’

    ‘Het is een trieste dag’, schreef het Algerijnse dagblad Liberté in augustus. ‘Door Khaled Drareni te veroordelen (…) heeft de regering zojuist op de meest brute wijze afstand gedaan van elke aanspraak op rechtvaardigheid en vrijheid.’

    Nadat Abdelaziz Bouteflika in 2019 aftrad als president, hoopten veel Algerijnse journalisten op een einde aan de mediarepressie. Maar zijn opvolger, voormalig eerste minister Abdelmadjid Tebboune, zette het beleid van Bouteflika, die al sinds 1991 aan de macht was, voort.

    Sinds het aantreden van Tebboune heeft de regering de toegang tot de sites als Observ’Algérie, Maghreb Émergent en Radio M afgesloten. Maar in het tijdperk van VPN, de vaak gratis tool waarmee gebruikers hun IP-adres kunnen wijzigen, lijkt de censuur een farce. Afgelopen juli rapporteerde Observ’Algérie een toename van het aantal bezoekers op haar site.

    Algerijnse journalisten en lezers hebben dus inmiddels geleerd om de censuur te omzeilen, aldus Twala. Maar de censuur heeft wel degelijk gevolgen voor de mate waarin een groot deel van de burgers toegang heeft tot informatie. Zolang er barrières zijn om bepaalde onafhankelijke nieuwssites te bezoeken, is er geen sprake van vrijheid van informatie.

    Zal olie- en gaswinning in Denemarken stoppen?

    De Deense regering en het parlement hebben een akkoord ondertekend dat het einde van de olie- en gasexploitatie in 2050 betekent. De Deense pers reageert overwegend positief op het akkoord, hoewel sommige commentatoren het besluit vooral zien als symboolpolitiek.

    De Deense regering kondigde op donderdag 3 december aan dat zij met het parlement een akkoord had bereikt over het stopzetten van de oliewinning in de Noordzee vanaf 2050. De regering presenteerde dit voornemen als een doorbraak op het gebied van klimaatbeleid, te meer nu Denemarken op 1 januari 2021, wanneer brexit van kracht gaat, de grootste producent van aardgas en aardolie van de EU zal worden.

    ‘Dit is een historisch besluit dat het in overeenstemming is met onze wens om tegen 2050 CO2-neutraal te zijn,’ aldus klimaatminister Dan Jørgensen tijdens de persconferentie na afloop, geciteerd door Information.

    Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering

    Het dagblad deelt deze mening en is ervan overtuigd dat dit besluit andere landen zal inspireren het voorbeeld van Denemarken te volgen. Zelfs Greenpeace zegt tegen de krant optimistisch te zijn: ‘Het kan over de hele wereld een domino-effect in gang zetten en groot respect afdwingen. Voor het eerst sinds de Klimaatwet zijn we oprecht trots op het vermogen van de regering en het parlement om internationale verantwoordelijkheid te nemen in de strijd tegen klimaatverandering.’

    Deze beslissing zal een flinke kostenpost vormen, schrijft Information. Sinds 1972 is meer dan 500 miljard DKK (55 miljard euro) verdiend met de exploitatie van aardolie en -gas. Door hiermee te stoppen laat Denemarken zo’n 13 miljard Deense kronen liggen en zullen 4000 mensen hun baan verliezen.

    ‘Omgekeerd heeft Denemarken nu 30 jaar om zich aan te passen aan nieuwe groene kansen, die andere inkomsten voor de staat kunnen creëren,’ zegt Sebastian Mernild, hoogleraar klimaatverandering, tegen de krant.

    Symbolische waarde

    Maar Politiken is sceptisch over het akkoord. Volgens de burgemeester van Esjberg, de stad met de belangrijkste haven van Denemarken, zal de olie- en gaswinning hiermee niet stoppen. Na 2050 kunnen de in de stad aanwezige olie- en gasbedrijven op basis van de bestaande vergunningen hun activiteiten gewoon voortzetten.

    Het akkoord heeft ‘een klein effect op het klimaat, maar een grote symbolische waarde’, aldus het conservatieve dagblad Berlingske. ‘Het concrete effect op het klimaat wordt nergens in het akkoord vermeld’, stelt de krant. Voorafgaand aan de onderhandelingen was er een advies uitgebracht door de onafhankelijke Klimaatraad. Conclusie: het effect op het milieu van het stoppen van de olie- en gaswinning op de Noordzee zou slechts ‘een licht positief effect hebben op het klimaat’. Het dagblad schrijft dat het aandeel van Denemarken in de wereldwijde olieproductie maar 0,1 procent bedraagt. De Verenigde Staten nemen ter vergelijking 15 procent voor hun rekening en Saoedi-Arabië is goed voor 12,9 procent.

  • De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

    De drie gouden regels van ‘Tatjana 911’

    Tatjana Sedych maakt al veertien jaar in haar eentje de onafhankelijke krant van de gemeente Vanino, in het Verre Oosten van Siberië. Dat leverde haar de Sacharovprijs op – maar ook een afgebrand huis en een aanslag op haar leven.

    Martijn Smiers, Rusland-correspondent van RTL4, tipte de redactie dit artikel: ‘Het verhaal van Tatjana viel mij op omdat dit Rusland in het klein is. Het land heeft uitstekende journalisten. Niet alleen in Moskou, maar ook in provinciesteden en dorpjes. Die journalisten verdienen weinig, worden vaak tegengewerkt door de plaatselijke autoriteiten en toch kiezen ze niet voor een comfortabel bestaan bij de staatsmedia. Zelfs niet als ze, zoals Tatjana, invalide zijn en een moordaanslag om hun oren krijgen.’

    In de markt tegenover de haven bedekken zo’n vijftien vrouwen hun houten kisten met een doek en leggen de eerste oogst erop: de nog niet opgegeten wintervoorraad jam, de door hun mannen gevangen vis en kiemplantjes. Ze verkopen puree van duindoornbessen, pijnboompitten in een schaal, gedraaide limoentakjes en blaadjes van rode bosbessen. Hun vis is een geschenk uit de Tatarski-baai: vandaag liggen er op de toonbank gedroogde komkommervisjes (die vangen ze in de winter en in de badkamer hangen ze de visjes aan een spijker te drogen), gedroogde regenboogspiering, gerookte roze zalm en krabben (tien euro voor een kilo). Al dagen wachten ze hier op de adelaarsvarens. Als de oogst begint, zijn ze er voor 30 cent per bos en worden ze in elk huis gebakken met ui en knoflook. Een deel van de varens wordt ingezouten voor de winter. De rest wordt opgestuurd naar de kinderen in Europees Rusland, in een pakketje, samen met gedroogde komkommervisjes.

    Langs de kraampjes, steunend op een wandelstok, loopt een vrouw. Ze begroet elke verkoper, vraagt of ze het niet koud hebben, hoe vandaag de handel gaat en ze deelt de krant uit. Dit is Tatjana Sedych, uitgever, redacteur en enig journalist van de plaatselijke krant Moje Poberezje (‘Mijn Kust’). Elke zaterdag heeft ze, hier op de markt, een ontmoeting met haar lezers.

    Een bevriende verkoper heeft de rolstoel al voor haar uitgeklapt. Die staat in de winkel ernaast en wacht daar op Tatjana, van zaterdag tot zaterdag. Ze bevestigt een blad met opschrift ‘Abonnement 2018’ aan haar wandelstok. De lezers komen non-stop naar Tatjana toe. De een klaagt over het leven, de ander vraagt of ze kan kijken naar haar lekkende dak, en weer een ander laat haar een medisch dossier zien.

    Moje Poberezje is een zwart-witte krant van aanvankelijk acht à tien pagina’s. Nu zijn het er vier: de drukkerij is duur. Het eerste nummer verscheen in januari 2004, en zowel toen als nu is dit de enige onafhankelijke krant in Vanino.

    Edelstenen

    Tatjana werd in 1958 geboren, op het eiland Sachalin, in een geologisch verkenningsdorp. Haar ouders waren opgeroepen om daar, in het Verre Oosten van Siberië, te werken. Ze woonden in het Noorden van Sachalin, in trailers, midden in de taiga. De bewoners noemden hun dorpje dan ook Razvedka (‘Verkenning’).

    In Razvedka was een medische post, een crèche en een schooltje met één grote klas voor alle kinderen. Om bij het station te komen, moest je eerst een aantal kilometer lopen over een onverharde weg. Als je geluk had kon je met de paardenslee. De trein – die bestond uit een locomotief en één wagon – ging één keer per dag: 28 kilometer naar het dorp Ocha en daarna nog eens 12 kilometer naar de haven Moskalvo, de rand van het eiland. Bussen waren er niet.

    Toen bij Tamara, de moeder van Tatjana, ’s nachts de weeën begonnen, werd ze in Razvedka op een paardenslee gezet en uit Razvedka naar het ziekenhuis in Moskalvo gebracht. Daar werd Tatjana geboren.

    Als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana zelf een antwoord. Iemand moest het doen

    Tatjana werd journalist na haar dertigste, toen ze al twee kinderen had. Ze verhuisde in 1991 naar Vanino met haar man, een militair die daarheen werd uitgezonden. Midden jaren negentig begon ze stukjes in te sturen bij de plaatselijke krant Voschod (‘Zonsopgang’). Later kwam de hoofdredacteur bij haar thuis langs en bood haar een baan aan.

    Ze werd aan het werk gezet bij de brievenrubriek. Daar moest ze ingezonden brieven lezen en interne memo’s schrijven met wat de lezers bezighoudt. Soms kwamen er artikelen naar aanleiding van een ingezonden brief. Soms werd een lezersbrief naar de plaatselijke autoriteiten gestuurd als alleen die het probleem konden oplossen.

    Maar als er een ingezonden brief was waarin stond dat de autoriteiten niets deden, zeiden ze Tatjana weleens dat de krant daarover niet ging schrijven. In die gevallen stuurde Tatjana dan maar zelf een antwoord. Iemand moest het doen.

    Toen Tatjana op een dag zag dat een collega haar artikel ter controle naar de autoriteiten stuurde, waarna het stuk niet gepubliceerd werd, besloot ze de krant te verlaten.

    Ze ging aan de slag bij een particuliere krant. Daar had ze weliswaar niet te maken met afhankelijkheid van de autoriteiten, maar wel met een baas en met zakelijke belangen. Om als journalist openlijk te kunnen schrijven over wat er aan problemen leefde onder de mensen, zag ze in, moest ze zelf een krant oprichten.

    Mama, brand!

    Het eerste nummer haalde ze zelf op bij de drukker. Ze slaagde erin om 900 exemplaren bij plaatselijke kraampjes te bezorgen. Om tien uur ’s avonds was ze thuis, bracht ze haar dochter naar bed, en schreef ze tot drie uur ’s nachts het tweede nummer. Om vier uur werd ze wakker van haar dochter, die schreeuwde. ‘Mama, brand!’

    De garage was in brand gestoken, het vuur verspreidde zich naar naar het huis. Toen ze wakker werden, stond de voordeur al in vuur en vlam. Voor alle ramen zaten tralies, behalve één: daardoor kropen ze naar buiten. Op de veranda lag het eerste nummer van de krant, een oplage van 10.000, die – net als de woning – in vlammen op ging. Van de auto bleef alleen een geraamte over.

    Na de brand ging Tatjana vaak naar de politie. Ze eiste een strafzaak, maar de daders zijn nooit gevonden.

    ‘Ik dacht: Daar sta je dan op straat en overal om je heen gaat het leven gewoon door. Maar er zijn toch daders? We hebben politie, de brandweer, justitie. Maar ze deden alsof er niets gebeurd was, alsof niemand het wat interesseerde, alsof iedereen het was vergeten.’

    Tatjana en haar dochter gingen noodgedwongen op de redactie wonen. Overdag werd er in het kantoor gewerkt; ’s avonds dweilden ze de vloer, legden ze een matras neer en gingen ze slapen.

    Aangezien de eerste oplage in de vlammen was opgegaan, was er geen omzet binnengekomen. Maar de drukkerij moest wel worden betaald. Tatjana had dus meteen een schuld.

    In die periode werd Tatjana gebeld door ‘De Jonge Verre Oosterling’, een loyale krant uit de stad Chabarovsk, die loyaal is aan de autoriteiten. Ze boden haar een baan aan, maar Tatjana weigerde resoluut: ‘Ik heb niet mijn eigen krant opgericht om mijn huis te laten afbranden en de boel te sluiten.’ Het tweede nummer kwam er, gewoon op tijd.

    Foto’s: © Viktoria Mikisja
    Foto’s: © Viktoria Mikisja

    Manifest

    De krant van Tatjana heeft een ongeschreven handvest, bestaande uit drie regels die Tatjana zelf heeft bepaald en nooit overtreedt.

    Regel 1: de mens, in voor- en tegenspoed, staat altijd voorop.

    Wanneer je in Vanino alles al hebt geprobeerd om je recht te halen en alle wegen zijn uitgeput, dan ga je naar Tatjana.

    Als je over het werk van Tatjana een actiefilm zou maken, dan zou zij de heldin zijn die strijdt tegen twee grote krachten: de autoriteiten van de gemeente Vanino en hun loyale pers. De autoriteiten hebben enorm veel macht. Gedurende de hele film proberen ze de heldin, die opkomt voor de plaatselijke bewoners die door de autoriteiten zijn vernederd, te gronde te richten. De machthebbers vinden dat een individu niets waard is, dat je er geen aandacht aan moet besteden. De heldin vecht voor de waarheid en voor de eer van de gewone man. Ze gelooft dat iedereen respect, aandacht en een stukje in de krant verdient. En ze wint keer op keer.

    Dat deed bijvoorbeeld een groep scholieren, die willen dat hun klas blijft bestaan, terwijl de autoriteiten hem willen sluiten aangezien het onrendabel is om zo weinig kinderen les te geven. Tatjana Sedych schrijft het ene artikel na het andere, plus nog een stuk of tien brieven naar alle instanties. Met vereende krachten lukt het de journalist, de ouders en activisten de klas te behouden. De kinderen kunnen nog steeds naar hun eigen dorpsschool.

    Er kwamen ook een keer vissers op de redactie die op de oever een kleine, gewonde zeehond hadden gevonden. Het beestje kruipt, schreeuwt van de pijn. Tatjana is al op zoek naar een auto en brengt hem naar een dierenarts.

    Wie beschermd wil worden tegen de politie, gaat ook naar Tatjana Sedych. Zelfs als dat de politie zelf is, zoals de agente die bij haar werk gewond raakte en daardoor vaak niet kan werken. Eerst kreeg ze een medische verklaring, daarna hebben ze haar ontslagen.

    Regel 2: schrijf de waarheid, wees nooit niet bang.

    De plaatselijke kranten zijn niet alleen afhankelijk van de autoriteiten omdat ze daar subsidie van krijgen, de journalisten wonen bovendien in dezelfde straat als de ambtenaren. Je relatie met hen verpesten, is zeer onverstandig. Als je vandaag iets verkeerds schrijft, geven ze morgen geen commentaar meer, word je niet meer uitgenodigd voor evenementen en heb je niets meer om over te schrijven. Bovendien ontmoet je de ambtenaren ’s avonds in de winkel of op de school van je kind.

    Maar Tatjana schrijft alles in haar kleine plaatselijke krant. Ze legt uit dat haar krant een informatieplatform is voor burgers die een beroep doen op de autoriteiten. Hier heerst geen enkele zelfcensuur, alles wordt afgedrukt opgeschreven zoals het is. Enkele voorbeelden van recente artikelen: ‘Wanneer gaan ze eindelijk een mensenleven op waarde schatten?’ – over het opheffen van een dorpsziekenhuis; ‘Ze zijn nog niet af of ze moeten al gerepareerd’ – over de nieuw aangelegde wegen; ‘Passagiers zijn slechts aanvullende lading’ – over de problemen met de veerboot tussen het vasteland en het eiland Sachalin.

    Regel 3: Kom in actie.

    Eigenlijk is dit een vreemde regel voor een journalist. In een land of regio waar de autoriteiten hun werk doen, hoeven journalisten geen actie te ondernemen. Maar Tatjana moet in Vanino een keuze maken: ofwel mengt ze zich in het leven van haar sprekers en biedt ze hulp, ofwel schrijft ze gewoon haar stukje. Tatjana heeft ervoor gekozen om in actie te komen.

    Nadat Tatjana stukken van de betreffende persoon heeft ontvangen gaat ze instanties schrijven en bellen. Hun antwoorden publiceert ze in haar krant. Ze gaat door tot het verhaal is afgerond.

    29

    In december werd ze gebeld door een vrouw die huilend vroeg: ‘Weet je nog dat er in januari op zee een zeilboot is gezonken? Daarbij is mijn zoon omgekomen.’ Het lichaam van haar zoon was aangespoeld in Japan. Sinds de ramp was er bijna een jaar verstreken, maar de ouders hadden het lichaam nog steeds niet terug.

    Het was een oude vissersboot. Alle opvarenden waren jongens uit de buurt. Op 7 januari vorig jaar, toen het schip begon te zinken, zond de kapitein een SOS-signaal uit. In de meldkamer hoorden ze de kapitein: ‘Aan iedereen, iedereen die mij hoort! We zijn in nood…’ De kapitein bleef nog een tijd aan de lijn – toen werd het stil. In de lokale media kwamen er berichten dat er een zeilschip was gezonken. Wat later werd gemeld dat de zoektocht naar de schippers was gestaakt.

    Igor Jasjin was negentien jaar, kwam net uit militaire dienst en besloot wat bij te verdienen als matroos op een zeilschip. Zijn lichaam spoelde aan op het noordelijkste puntje van Japan. In zijn duikpak werd zijn telefoon gevonden. Het Russische ministerie van Buitenlandse Zaken werd geïnformeerd en al snel werd duidelijk uit welk dorp de jongen kwam. Zijn ouders deden een DNA-test en er was een match.

    Dat was begin februari, maar er was al bijna een jaar voorbij en het lichaam van de zoon was nog altijd niet overgebracht naar Rusland. Wat zijn ouders ook deden, niets hielp, ook niet de talloze telefoontjes naar het ministerie van Buitenlandse Zaken. En toen belde Igors moeder Tatjana.

    Tatjana maakte een reportage en een paar dagen later kwam de gouverneur naar Vanino. ‘Toen ik hem dit verhaal vertelde, was hij verbijsterd: “Dit kan bij ons toch niet gebeuren?” Dat kan dus wel. Ik vroeg de gouverneur om deze zaak onder zijn hoede te nemen. Uiteindelijk konden de ouders een week later hun zoon begraven. Maar ik denk soms wel: Wat zijn we toch een geduldig volk, want die ouders hebben bijna een jaar gewacht. In die tijd heeft zijn vader een hartaanval gehad.’

    Spoorloos verdwenen

    In 2007 zat de redactie van Moje Poberezje in een kantoor naast het plaatselijke veteranenhuis. Tatjana zag dat daar vaak een oude vrouw kwam die altijd werd weggejaagd. Een van de leiders van dat Veteranenhuis schreeuwde dan tegen die kleine vrouw: ‘Ga weg, u heeft hier niets te zoeken!’ Ze ging weg, kwam weer terug, en werd opnieuw de deur gewezen. Op een dag zag Tatjana hoe ze op de stoep zat te huilen. Tatjana bracht haar naar de redactie, gaf haar een glaasje water en liet haar vertellen.

    De vrouw heette Kifaja Salachova. Haar man, Sachabtdin Salachov, was een gedecoreerd oorlogsveteraan die hoog in aanzien stond. Na de oorlog belandde hij in Vanino. Hij werkte in de haven als bewaker, hij zat in een klein hokje. In 1972 was hij in zijn hokje vergeten de kookplaat uit te zetten. Hij verbrandde op zijn werk, levend.

    Vanaf dat moment verdween zijn naam uit meerdere lijsten met veteranen, alsof hij nooit heeft had bestaan. Maar Kifaja mocht bij de veteranenraad niet naar binnen, ze werd niet uitgenodigd voor feestdagen en ze kreeg het nabestaandenpensioen voor veteranen niet. De herinnering aan haar man was verdwenen uit de archieven en zijzelf werd uit de gemeenschap gezet, weggejaagd, onzichtbaar gemaakt. Ze vertelde dit aan Tatjana en huilde.

    Tatjana werd boos en begon de informatie te checken. Ze vond het portret van Sachabtdin Salachov in het schoolmuseum onder een stapel van soortgelijke veteranenfoto’s. Op de achterkant van het portret was andermans naam geschreven.

    In de administratie van de lokale overheid waren er geen documenten die bevestigden dat veteraan Salachov in het district had gewoond. Toen vroeg Tatjana informatie op in het Centrale Archief van het ministerie van Defensie: heeft deze veteraan bestaan? Drie maanden later kwam het antwoord: ja, hij heeft bestaan en hij heeft die-en-die onderscheidingen gekregen. Tatjana stelde dezelfde vraag in Tatarstan, van waaruit Sachabtdin Salachov was vertrokken voor militaire dienst: ook hier daar was het antwoord bevestigend. Na een paar maanden stapelde het bewijs zich op. Sachabtdin Salachov was officier, had twaalf dankbetuigingen gekregen van de opperbevelhebber, was onderscheiden met een medaille voor militaire verdiensten en de Orde van de Rode Ster.

    Met alle documenten en brieven ging Tatjana naar de districtsraad van veteranen en naar het gemeentebestuur. Weduwe Salachova werd weer opgenomen in de plaatselijke Veteranenraad en ze kreeg het nabestaandenpensioen. Vanaf dat moment zat ze bij feestdagen op de eerste rij.

    De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld

    Tatjana ontving zelfs brieven uit de gevangenis. In de gemeente zijn er twee: ‘nummer een’ in Vanino en ‘nummer vijf’ in het naburige stadje Sovjetskaja Gavan. De gevangenen vroegen in hun brieven om hulp, klaagden, zochten een penvriend en vertelden verhalen uit hun leven. In de krant verscheen katern ‘de Rode Sneeuwbal’, met fragmenten uit die brieven.

    Op een dag kwam er een man naar de redactie die iets wilde vertellen: in zijn flat, op de begane grond, woonde een oude man zonder benen. Hij kon zijn huis niet uit. Dat deze invalide man zijn halve leven in de gevangenis had doorgebracht in de gevangenis, ontdekte Tatjana pas later, toen ze er langsging. In de kamer zaten mannen rond een tafel in het midden van de kamer kaart te spelen. Er hing een dikke laag sigarettenrook. Tatjana groette iedereen en stelde zich voor. Toen ze met de eigenaar van de kamer begon te praten, Pjotr, ging de rest van het gezelschap ervandoor. Met hem wilden ze niks te maken hebben. Hij woonde eigenlijk in een oude opslagruimte, maar aangezien er in de flat geen kamer vrij was, hadden de autoriteiten de invalide man nadat hij vrij was gelaten daar maar geplaatst.

    Maar de flat was zacht gezegd niet op rolstoelen ingesteld. Pjotr kon er de badkamer niet mee in en ook niet naar buiten. Hij ging nooit via de conciërgedeur naar buiten, maar klom in plaats daarvan uit het raam. Pal onder dat het raam had hij zijn oude auto geparkeerd. Hij klom op de vensterbank en daalde af, langs de muur, leunend op een trapladder, rechtstreeks zijn auto in. Hij liep al tegen de zestig. Tatjana hoorde zijn verhaal aan en beloofde na te denken over hulp.

    Toen Pjotr een keer in het ziekenhuis lag, huurde Tatjana twee klussers in. Ze kozen behang uit, kochten verf, kwasten en, plamuurmessen. De klussers verfden de meubels, poetsten de kroonluchter, plakten het behang, witten het plafond, vervingen het beddengoed en het servies. Het werd schoon en licht. En op de gang plaatsten de autoriteiten zelfs iets wat leek op een opritje voor rolstoelen.

    ‘Pjotr belde me later op. Hij was heel dankbaar en zei dat hij niet had verwacht dat iemand met zijn levensverhaal nog eens zou worden geholpen. Ze hadden me alles over hem verteld hoor, dat hij verschrikkelijke dingen heeft gedaan. Ik kreeg veel reacties op mijn onderneming in de trant van “Nou, ze heeft iemand gevonden om te helpen hoor…” De mensen begrepen niet waarom ik dat gedaan had. Deze man had zijn hele leven in de cel gezeten en wilde nu opeens menselijk worden behandeld. Dus schreef ik in mijn krant: “Waarom zou je iemand zelfs op die leeftijd niet kunnen laten begrijpen dat het leven ook anders kan zijn, dat je anders kan leven. En dat je op een menselijke manier kan worden behandeld.”’

    Hakken

    Tatjana’s onverzettelijkheid blijkt ook uit haar beslissing nooit in rolstoel over straat te gaan, ook al heeft ze sinds haar twaalfde geen linkerbeen meer. Ze loopt op krukken met een prothese. ‘Fysiek gezonde mensen en gehandicapten worden door anderen vaak als gelijken beschouwd. Maar we zijn niet gelijk, voor ons is alles zwaarder, elke beweging, elke verplaatsing. Veel mensen die iemand in een rolstoel zien, denken dat hij het zwaar heeft, maar wanneer ze iemand op krukken zien, denken ze er niet over na hoe zwaar hij het heeft. Diegene loopt immers. Maar iemand die loopt terwijl hij eigenlijk voor zijn gezondheid in een rolstoel zou moeten rijden, overwint zichzelf. Het is in Rusland onmogelijk om je in een rolstoel te verplaatsen.’

    Tatjana bestelt haar houten prothese in Chabarovsk, bij de enige prothesemaker in het Verre Oosten van Siberië, waar ze nog protheses maakten in de naoorlogse jaren. Haar prothese overleeft dienstreizen naar dorpjes en de taiga die ze op zoek naar verhalen bezoekt.

    Vroeger, wanneer de prothese het niet hield, vroeg Tatjana de havenarbeiders om hulp. Zij boorden een nieuw gaatje of schroefden de prothese weer vast. Later stopte ze in haar portemonnee een oude munt van drie kopeken – een grote sleutel meezeulen in haar handtas is onhandig – voor het geval de prothese losraakt of de voet eraf valt. Dan gaat ze een trappenhuis in, draait ze het met de munt weer vast en gaat weer verder.

    De prothese is als een pook: je kunt hem niet hoger of lager zetten. Toen Tatjana op hoge hakken wilde lopen, bedacht ze een oplossing – en ze vroeg een havenarbeider die te maken. Aan de onderkant van het scheenbeen zaagde hij twee stukjes eraf. Als Tatjana nu op hakken wil lopen, zet ze aan de achterkant van de prothese een kleine inham erop, waardoor er een hak ontstaat.

    Als je Tatjana naar haar gezondheid vraagt, fronst ze haar wenkbrauwen en verandert snel het gespreksonderwerp.

    12

    Haar zoon, Timur, noemt zijn moeder ‘Tatjana 911’, omdat ze altijd te hulp schiet. Samen met zijn zus, Zjanna, dringt hij erop aan dat ze dichterbij gaat wonen, in Europees Rusland. Timur woont aan de andere kant van het land, waar hij films maakt en een gezin heeft. Dochter Zjanna is stewardess in Moskou en heeft eveneens een kind. Beiden moedigen ze haar aan de krant te sluiten. ‘Je hebt genoeg mensen gered, je hebt lang genoeg over het mijnenveld gelopen, kom naar ons.’ Tatjana stelt de beslissing al lange tijd uit.

    ‘Ga je verhuizen?’ vraag ik haar.

    ‘Ik snap ook wel dat ik een dagje ouder word en dat mijn gezondheid niet meer is zoals vroeger, maar durf niet te stoppen. Ik hou van mijn papieren krant. Ook al is hij zwart-wit en primitief. De grootste groep lezers zit in kleine dorpjes, langs de spoorlijn, zij lezen de papieren krant, ze zitten niet op internet, ze hebben zelfs geen computer.’

    ‘Maar je kan toch verhuizen en op afstand werken?’

    ‘Waarom? In Europees Rusland barst het van de journalisten en media. Hier ben ik nodig.’

    ‘Je komt oorspronkelijk niet uit Vanino. Hoe komt het dat je van deze omgeving bent gaan houden?’

    ‘Misschien komt het door de liefde voor het vak. Daardoor leer je de omgeving kennen. Je wordt er verliefd op. Bijvoorbeeld op het uitzicht vanuit mijn raam. Daar wil ik eigenlijk nooit afscheid van nemen.’

    Vanuit haar raam heeft ze het mooiste uitzicht op de baai van Vanino.

    Auteur: Viktoria Mikisha
    Vertaler: Martijn Smiers

    Takie Dela
    Rusland | website | ruim 2 miljoen bezoekers per maand

    Takie Dela (‘Van die dingen’) is een Russische nieuwssite die in 2015 werd opgericht door een liefdadigheidsorganisatie. De website brengt dagelijks reportages over sociale problemen in Rusland, vaak longreads met foto’s, meestal aan de hand van persoonlijke verhalen. Bij sommige artikelen kunnen lezers direct doneren aan een goed doel dat met het verhaal te maken heeft.

  • In de cel vanwege een tweet

    In de cel vanwege een tweet

    President Xi Jinping is een nieuwe campagne gestart tegen onlinekritiek van Chinese burgers. Vooral Twitteraars worden opgepakt, bedreigd en zelfs gevangengezet. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken.’

    Sjanghai. Eén man zat vijftien dagen in de cel. De familie van een ander werd door de politie bedreigd. Een derde zat acht uur vastgeketend in de verhoorkamer. Hun misdaad: iets op Twitter zetten. In 
een fikse aanscherping van de Chinese internetcensuur wordt een groeiend aantal twitteraars door de politie opgepakt voor verhoor. Ook al is Twitter in China geblokkeerd en voor de overgrote meerderheid van de internetters daar dus onzichtbaar. Deze harde politieaanpak is de nieuwste uiting van Xi Jinpings campagne tegen ongewenste internetactiviteiten. De autoriteiten verstevigen hun greep op het onlineleven van de Chinese burgers, ook als de berichten die zij posten in het land zelf nauwelijks te zien zijn. ‘Met Twitter verliezen we een van de laatste plekken waar we ons nog kunnen uitspreken,’ zegt mensenrechtenactivist Wang 
Aizhong, die zegt dat de politie hem opdroeg berichten met kritiek op de Chinese overheid te verwijderen.

    Als de regering de activisten er niet 
toe kan bewegen zelf de tweets te verwijderen, wordt het wel door anderen gedaan. Zo weigerde Wang zijn tweets te wissen, maar toen hij vorige maand een boek zat te lezen, meldde zijn 
telefoon ineens dat hij berichten binnenkreeg met backupcodes voor zijn Twitter-account. Een uur later waren drieduizend van zijn tweets gewist, zegt hij. Hij ziet er de hand in van aan de overheid gelieerde hackers, al valt dat niet te verifiëren. Een woordvoerder van Twitter wilde geen commentaar geven op de nieuwe overheidscampagne.

    China oefent natuurlijk al sinds jaar en dag strenge controle uit op wat zijn burgers mogen zien en zeggen, ook online. Maar uit dit nieuwe offensief blijkt dat de regering wereldwijd toezicht op sociale media wil houden. Tekstberichten op het in China eveneens geblokkeerde WhatsApp beginnen nu gebruikt te worden als bewijsmateriaal in rechtszaken. Steeds vaker eist de Chinese overheid dat Google en Facebook bepaalde inhoud offline halen, ook al zijn de sites van beide bedrijven op het Chinese internet niet te vinden. Toen de verbannen Chinese miljardair Guo Wengui op internet hooggeplaatste Chinese politici begon te beschuldigen van corruptie, werden zijn accounts op Facebook en Twitter tijdelijk afgesloten. Volgens de bedrijven gebeurde dit naar aanleiding van klachten van gebruikers en omdat hij persoonlijke informatie over anderen had verspreid.

    Debat

    Ondanks het Chinese verbod op Twitter speelt het platform een belangrijke rol in het politieke en maatschappelijke debat van het land. Een kleine maar actieve gemeenschap van internetters gebruikt speciale software om de overheidsrestricties te omzeilen en Twitter toch te kunnen bereiken. Op basis van een enquête onder 1627 
Chinese internetters schat Daniela Stockmann, hoogleraar aan de Berlijnse Hertie School of Governance, dat slechts 0,4 procent van de Chinese internetters gebruikmaakt van Twitter, oftewel zo’n 3,2 miljoen mensen.

    En Twitter mag voor normale burgers dan verboden zijn, officiële media zoals de partijkrant People’s Daily en persbureau Xinhua maken er wel gebruik van om de beeldvorming over China in het buitenland te beïnvloeden. ‘Aan de ene kant benutten de staatsmedia alle mogelijkheden van die platforms om miljoenen mensen te bereiken,’ zegt Sarah Cook, Oost-Azië-analist van Freedom House, een Amerikaanse onderzoeksgroep die ijvert voor de democratie in de wereld. ‘En aan de andere kant riskeren gewone Chinezen arrestatie en een gevangenisstraf als 
ze diezelfde platforms gebruiken om met elkaar en de buitenwereld te 
communiceren.’

    Het zakelijke netwerk LinkedIn, een van de weinige Amerikaanse sociale media die in China zijn toegestaan, schikt zich al lang naar de censor. Zo sloot het vorige maand korte tijd de account af van Peter Humphrey, een Britse bedrijfsrechercheur die ooit in China in de cel heeft gezeten, en deze maand die van Zhou Fengsuo, een mensenrechtenactivist. De mails waarin ze dit van LinkedIn te horen kregen, leken sterk op de mail die gebruikers krijgen als berichten worden verwijderd op grond van de Chinese censuurwetgeving. ‘Wat we 
de laatste weken zien, is een drastische verscherping van de censuur op sociale media door de autoriteiten,’ zegt Humphrey. ‘Ik vind het verbluffend dat LinkedIn aan dat achterbakse muilkorven van burgers meewerkt en probeert te voorkomen dat hun berichten in China gelezen kunnen worden.’ Beide accounts zijn inmiddels weer hersteld en LinkedIn heeft een verklaring uitgestuurd waarin het bedrijf excuses aanbiedt en zegt dat de accounts per ongeluk waren afgesloten. ‘Ons Trust and Safety Team buigt zich over de interne processen om dergelijke fouten in de toekomst te voorkomen,’ stelde de 
verklaring.

    Met Twitter richten de Chinese autoriteiten zich nu op een vitaal medium voor Chinese activisten. Uit gesprekken met negen door de politie verhoorde twitteraars en een vier uur durende geluidsopname van één zo’n verhoor komt een bepaald patroon naar voren: de politie legt de gebruikers een print met tweets voor en spoort ze aan die specifieke berichten of zelfs hun hele account te deleten. Dat betreft vaak berichten met kritiek op de Chinese overheid of op president Xi. De opgepakte twitteraars zeggen door de politie bedreigd of zelfs vastgeketend te zijn. Huang Chengcheng, een activist met meer dan achtduizend volgers op Twitter, zegt dat hij tijdens zijn verhoor in Chongqing acht uur lang met handen en voeten aan zijn stoel geketend zat. Na afloop heeft hij een schriftelijke toezegging getekend dat hij niet meer zal twitteren.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest

    De nieuwe aanpak is een initiatief van het machtige ministerie van Openbare Veiligheid, dat toeziet op justitie en de politieke veiligheid. Volgens diverse twitteraars werd in de verhoren expliciet verwezen naar de internetpolitie, de tak van het ministerie die het internetverkeer controleert. Die internetpolitie, die dit soort lokale acties omschrijft als ‘acties in het veld’, staat sinds afgelopen zomer onder leiding van een hardliner die bekend is geworden met zijn harde aanpak van telecomfraude in de zuidoostelijke kuststad Xiamen. Het ministerie en de Cyberspace Administration of China, de Chinese internetwaakhond, hebben niet op onze gefaxte vragen gereageerd.

    De politie heeft de activisten ervan doordrongen dat ze misschien wel berichten langs de Chinese censor kunnen smokkelen, maar dat deze toch meeleest. Een twitteraar met een klein aantal volgers die online over milieuvervuiling had geklaagd, kreeg na een verhoor van vier uur een dringend advies van een politieagent. Deze twitteraar, die uit angst voor represailles niet bij naam genoemd wil worden, had een opname van het verhoor gemaakt, die hij ons liet horen.

    ‘Verwijder al je tweets en sluit je account af,’ zei de agent. ‘Alles op internet kan worden gevolgd, zelfs ongepaste opmerkingen in WeChat-groepen.’ WeChat is een populaire Chinese berichtendienst. ‘Ik geef je dit welgemeende advies,’ zei de agent. ‘Als 
dit nog een keer gebeurt, zullen de gevolgen ernstiger zijn. Dan krijgen je ouders er ook mee te maken. Je bent nog zo jong. Als je later trouwt en 
kinderen krijgt, houden die er ook 
last van.’

    Deze harde aanpak zet een domper op het Chinese debat op Twitter, zegt Yaqiu Wang van Human Rights Watch, die in november over het offensief berichtte. Maar nog niet alle gebruikers laten zich het zwijgen opleggen. ‘Veel activisten willen vrijheid van meningsuiting,’ zegt Wang. ‘Ook al worden ze lastiggevallen en geïntimideerd, ze blijven dapper tweeten. Als daad van verzet tegen censuur en onderdrukking.’

    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images
    Chinese ondernemers in een gedeelde werkruimte in Zhongguancun, het Silicon Valley van Beijing. – © Getty Images

    Het zijn niet alleen de twitteraars met de meeste volgers die voor verhoor worden opgepakt. Pan Xidian, een 47-jarige werknemer van een bouwbedrijf in Xiamen, heeft er zo’n vierduizend. Hij tweette een strip van de dissidente cartoonist Rebel Pepper met kritiek op het mensenrechtenbeleid. 
In november werd hij door de politie twintig uur lang verhoord. Na enkele tweets te hebben verwijderd mocht hij naar huis en dacht hij dat de kous af was. Maar kort daarna werd hij op zijn werk bezocht door agenten die hem in een auto smeten. Ze vroegen hem een document te ondertekenen waarin hij bekende dat hij de maatschappelijke orde had verstoord. Dat deed hij. Toen toonden ze hem een ander document op basis waarvan hij werd aangehouden. Hij heeft twee weken in een cel gezeten met tien anderen, waar ze 
propagandafilmpjes te zien kregen.

    
‘In deze tijd zijn we wel bang, maar ik kan mezelf niet bedwingen,’ zei een huilende Pan na zijn vrijlating over de telefoon. ‘We leven in onderdrukking.’ En hij voegde eraan toe: ‘We zijn net lammetjes. De een na de ander wordt opgepakt. We kunnen ons niet verweren.’

    De handhavingscampagne is buitengemeen breed en hard. Bij het censureren van binnenlandse sociale media namen de autoriteiten in het verleden vooral prominente gebruikers op de korrel. Slechts sporadisch werden gewone burgers opgepakt en ondervraagd. Bij het huidige offensief lijken de inspanningen van lokale en nationale opsporingsinstanties ook goed 
op elkaar afgestemd, zegt Xiao Qiang, hoogleraar aan de University of California. ‘Zo’n landelijke actie, waarbij zo veel mensen echt worden opgepakt, dat hebben we nog nooit gezien,’ zegt hij.

    Auteur: Paul Mozur

    The New York Times
    Verenigde Staten | dagblad | oplage 570.000

    Verreweg de grootste en meest gezaghebbende krant van Amerika, met 1300 journalisten, 13 buitenlandredacties en reeds 125 Pulitzer-prijzen op zijn naam. Opgericht in 1851 en sinds 1896 in handen van de familie Ochs Sulzberger. De krant 
is links van het midden georiënteerd.

  • Studeren in Xinjiang:  ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Studeren in Xinjiang: ‘Ik was bezorgd over de
 verdwijning van docenten’

    Een Chinese student Oeigoers, lang woonachtig in Xinjiang, is naar het buitenland gevlucht omdat hij niet meer kon leven met de permanente controle in deze autonome regio. In deze reportage schrijft hij over de manier waarop alles, maar dan ook alles in de gaten wordt gehouden.

    ‘Het Xinjiang zoals ik het gekend heb als student lijkt in niets meer op het Xinjiang van vandaag. Voordat ik voor mijn studie naar de provincie trok, had ik wel gehoord dat de sfeer er gespannen was, en ik zag er wel een beetje tegen op om me er te vestigen. Maar toen ik arriveerde, werd me eigenlijk geen strobreed in de weg gelegd. Tot 
in 2016 [na een reeks aanslagen die de autoriteiten als terroristisch hebben bestempeld], toen de situatie plotseling erg veranderde, vooral omdat er allerlei controles werden ingevoerd.

    Op het instituut waar ik studeerde, werden de veiligheidsregels buitenproportioneel aangescherpt. Je kon onmogelijk het gebouw, de collegezalen of 
de slaapzalen binnen zonder een pasje met een magneetstrip, en alle avonden werden onze kamers geïnspecteerd. Voor de Han-Chinezen [een meerderheidsgroep in China] liep het nog wel los. Als je je pas vergeten was, kon je altijd aan een medestudent of kamergenoot vragen een foto van je pas of je studentenkaart te maken en die dan door te sturen. Maar onze Oeigoerse medestudenten konden dat wel vergeten.

    In Ürümqi, de hoofdstad van de regio Xinjiang, werden de veiligheidsmaatregelen ook strenger, met overal wachthokjes – soms zat er amper honderd meter tussen. In de straten die uitkomen op de grote markt Erdaoqiao, sloten politieagenten de weg af om je smartphone te controleren, of je nou Han-Chinees was of iemand die tot een etnische minderheid behoorde. Er werden ook veiligheidscontroles ingevoerd in de winkelcentra – om nog maar te zwijgen van de luchthavens 
en de treinstations. In winkelstraten stond op elk kruispunt en voor elke grote winkel een mitrailleur opgesteld. En dan heb ik het nog niet eens over de oproerpolitie die, met de vinger aan 
de trekker, overal in de stad op wacht stond. Ik heb nog nooit zo veel mitrailleurs en tanks gezien als in Xinjiang.

    Alleen 3G

    Bovendien was er geen 4G in Xinjiang. Er is alleen 3G, zodat de internetsnelheid veel te wensen overliet. Al die dingen, die ingrijpende gevolgen hadden voor mijn dagelijkse bestaan, vond ik erg hinderlijk, maar je moest ermee leren leven. Veel van mijn vrienden uit Xinjiang hadden zin om hun provincie te verlaten. Oeigoerse studenten kunnen Xinjiang momenteel op zich vrij gemakkelijk verlaten, maar het is voor hen erg ingewikkeld om naar het buitenland te gaan.

    Er bestaat op landelijk niveau een ‘selectieprogramma voor talenten afkomstig uit nationale minderheden’. Voor de geselecteerden geldt bij het toelatingsexamen een veel lagere onvoldoende dan voor Han-Chinezen. Dit programma schrijft trouwens ook voor dat de gediplomeerden, als ze zijn afgestudeerd, naar hun provincie van herkomst terugkeren. Op die manier kunnen talenten uiteraard niet naar het buitenland vertrekken.

    Voor Oeigoeren is het bepaald niet eenvoudig om zich buiten hun provincie te begeven. En zelfs op nationaal grondgebied gaat dat niet zonder complicaties.

    Bij een van mijn vriendinnen, een jong Hui-meisje [een etnische minderheid die hoofdzakelijk in het noordwesten van China voorkomt en in meerderheid bestaat uit moslims] dat voor een concert naar Sjanghai was gegaan, deed de politie om twee uur ’s nachts een inval in het hotel waar ze verbleef. De agenten wilden haar kamer inspecteren, alleen omdat ze een identiteitskaart had uit Xinjiang! Ze vertelde me dat ze op de rand van haar bed in huilen was uitgebarsten. Als het de Hui al zo vergaat, kunt u zich indenken hoe de Oeigoeren worden behandeld [na meerdere aanslagen, medio jaren 2000, hebben de autoriteiten hen als islamisten gebrandmerkt]. Oeigoerse belangengroepen protesteren tegen het keiharde beleid van gedwongen culturele assimilatie.

    Zelfs als studenten van etnische minderheden uit andere regio’s van Xinjiang in Ürümqi een appartement moeten huren, levert dat heel ingewikkelde situaties op. De verhuurder kan regelmatig telefoontjes van de politie krijgen om allerlei dingen te controleren. Uiteindelijk hebben deze studenten waarschijnlijk geen andere keuze dan terug te gaan naar waar ze vandaan komen. Een tijdje geleden heb ik in een dorp lesgegeven als vrijwilliger. Een van de onderwijzers van de lagere school was een Oeigoer, die was afgestudeerd aan een grote Chinese universiteit maar, ongetwijfeld omdat hij tot een etnische minderheid behoorde, geen andere keus had gehad dan les 
te geven in dit kleine dorp.

    Hoewel ze diep van binnen Xinjiang willen verlaten, wil de meerderheid van de studenten van een etnische minderheid met wie ik omging, zich 
de problemen die je moet overwinnen om dat te bereiken liever niet op de hals halen. De afgestudeerden van ons instituut vinden probleemloos werk in Xinjiang en ze krijgen een goed salaris.

    Als ze het instituut verlaten kunnen ze een salaris ontvangen van meer dan 5000 yuan [620 euro] in een van de vier prefecturen in het zuiden van de provincie (Kaxgar, Hotan, Aksu en de autonome Kirgizische prefectuur Kizilsu). Afgestudeerden die gerekruteerd worden door de diensten van de prefectuur van de autonome regio, belast met openbare veiligheid, kunnen meer dan 10.000 yuan verdienen [1240 euro] als aanvangssalaris. Van zo’n salaris kun je heel goed leven.

    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images
    Oeigoerse kinderen dollen met een politieagent in Kashgar, een van de laatste steden in Xinjiang waar nog traditionele Oeigoerse cultuur te vinden is. – © Getty Images

    Voor mij waren de politieke lessen die we iedere week gedwongen moesten volgen een ramp. In mijn hele leven heb ik me nog nooit zo intensief beziggehouden met politiek. Vanaf het eerste studiejaar moesten we die lessen volgen, alle studenten moesten er één keer in de week een middag aan meedoen. Afgezien van de laatste toespraken van de partijleiders, gingen die lessen ook altijd over de actualiteit van iedere provincie, van ieder ministerie en van iedere commissie, en over artikelen die in de officiële media waren verschenen. Ze werden hardop voorgelezen door de docent, die op een podium zat.

    Als de lezing voorbij was moesten we nog ‘gedachtenverslagen’ schrijven van 1500 tot 2000 karakters [ca. 800 tot 1000 woorden in het Nederlands]. We moesten eerst opschrijven wat we onthouden hadden, en vervolgens nagaan of we zelf soms iets te maken hadden met de problemen die in de les aan de orde waren gesteld. Hadden we bijvoorbeeld audio- of videobestanden bewaard van terroristische aanslagen? Hadden we geen last van de neiging om te denken als een ‘persoon met twee gezichten’, namelijk dat je enerzijds wel de maatregelen van de partij steunde, maar anderzijds, stiekem, ook mensen met extremistische opvattingen? Het meeste wat we schreven ging over die ‘personen met twee gezichten’.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    En dat was niet alles. De eerste dagen van ieder semester had je geen gewone colleges. We moesten een politieke cursus volgen. Maar wat de docent 
daar op het podium stond te vertellen was oersaai, zodat de meesten op hun smartphone zaten te spelen. Het pedagogisch materiaal bestond uit drie dikke delen die hoofdzakelijk gingen over de buitenlandse reizen van onze leiders, hun redevoeringen, de laatste beleidsmaatregelen, et cetera. Als die lezingen achter de rug waren, moesten we verslagen schrijven over wat we geleerd hadden, en aan het eind van iedere studiecyclus moesten we weer 
de balans opmaken. Die sessies verliepen altijd volgens hetzelfde stramien, en als we onze verslagen moesten schrijven, schreven we ze gewoon van elkaar over. Voor ons was het volstrekt zinloos.

    Het kwam erop neer dat ze toegang hadden tot alles wat er op onze smartphones en onze laptops stond

    Omdat de studenten van onze studierichting na hun afstuderen terecht zouden komen in gevoelige sectoren, ondergingen ze een strenge politieke scholing. Maar volgens mij maakt dat van onze studierichting een rampgebied. Als je Oeigoers studeert, wordt niet getolereerd dat je manier van denken ook maar enigszins afwijkt 
van de officiële lijn.

    Ik herinner me een docent die terugkwam uit het buitenland. Omdat zijn smartphone veel buitenlandse apps bevatte, hebben ze hem een hele maand afgesloten. En de inspectiediensten hebben zijn smartphone niet alleen gecontroleerd, maar ook zijn telefoonnummer gewijzigd. Toen pas kon hij er weer normaal gebruik van maken. Zelfs wetenschappelijke uitwisseling met het buitenland is verboden.

    Er bestaan wel degelijk heropvoedingskampen in Xinjiang. Toen ik in China was, wist ik niet dat in het buitenland zo veel ruchtbaarheid aan het bestaan ervan was gegeven. Gewoonlijk worden ze ‘opleidingskampen’ genoemd. Maar zelfs onder die naam blijft het daar een taboeonderwerp. In onze slaapzaal zat ook een partijlid, een opgewonden standje. Soms deden we de deuren van de slaapzaal dicht om ‘ons te beklagen’ over het feit dat we in ons dagelijks leven zo veel last ondervonden van de veiligheidsmaatregelen, of om het fluisterend te hebben over een docent die plotseling was verdwenen. Dan probeerde hij te verhinderen dat we daarmee doorgingen, kreeg een woedeaanval, en zei dat hij ons zou aangeven als we niet ophielden met die onzin.

    Verdwijningen

    Om eerlijk te zijn was ik als Han-Chinees niet bang om in een kamp te worden geïnterneerd. Ik was vooral bezorgd over de plotselinge verdwijningen van docenten. Een van hen 
was van de een op de andere dag verdwenen. Toen studenten kwamen vragen waar hij naartoe gegaan was, zeiden zijn collega’s dat ze die vraag niet moesten stellen. Ik heb me later laten vertellen dat hij naar een kamp gestuurd was omdat hij in het Midden-Oosten onroerend goed bezat. Als je naar een kamp wordt gestuurd, weet je zeker dat je politieke carrière definitief voorbij is en misschien zelfs dat je nooit meer zult mogen lesgeven. Ik heb me laten vertellen dat een Oeigoerse vader van een gezin geïnterneerd was omdat ze erachter waren gekomen dat hij geld had overgemaakt naar een rekening in het Midden-Oosten, waar zijn zoon studeerde.

    De situatie is niet alleen moeilijk voor Oeigoeren, maar ook voor Han-Chinezen. Alle studenten van onze studierichting, ongeacht hun etnische herkomst, moeten hun paspoort afgeven bij de administratie wanneer ze op het instituut beginnen. Als je later naar het buitenland wilt, moet je eerst een aanvraag indienen om je paspoort terug te krijgen. Ik herinner me een docent wiens zoon in het buitenland studeerde: hij kon hem niet bezoeken, en zijn zoon had niet de mogelijkheid om hem te komen bezoeken. Een echte nachtmerrie.

    Voor ik begon met de studie had ik wel gehoord over deze regel. Maar ik heb mijn paspoort gewoon nooit afgegeven bij de administratie. De eisen die de administratie stelde aan studenten die niet afkomstig waren uit Xinjiang waren minder streng. Voor een student uit Xinjiang was zoiets volstrekt onmogelijk geweest.

    Natuurlijk wist de administratie heel goed of je de provincie had verlaten en wanneer. Ik heb een vriend die, net als ik, in Xinjiang heeft gestudeerd. Vóór zijn studie was hij naar Khorgos, de dry port van de prefectuur Ili, gegaan [in de buurt van de grens met Kazachstan]. Daar is een enorme winkel met taxfreeartikelen. Als je een simpel pasje voor die dry port hebt, kun je naar die winkel. Zelfs van dat soort uitstapjes was het instituut op de hoogte. Natuurlijk hadden ze die informatie ontvangen van de staatsveiligheidsdiensten. Dus vroeg het instituut aan mijn vriend: ‘Wat had jij daar te zoeken?’

    Verdeeld

    Maar tijdens al mijn jaren in Xinjiang ben ik geen enkele extremist tegengekomen – of de mensen in kwestie hebben er niets over gezegd. Het is wel zo dat er erg vrome moslims zijn. Ik herinner me een jongen die heel graag lekker at, maar die tijdens de ramadan niet eens zijn eigen speeksel durfde door te slikken.

    Ik heb gezien hoe bang Oeigoeren waren voor etnische assimilatie. Normaal gesproken mogen ze niet trouwen met Han-Chinezen. Enkele jaren geleden had de beroemde Oeigoerse actrice Gulnuzar een relatie met acteur Hans Zang, een Han-Chinees, waarvoor ze door veel Oeigoeren scherp werd veroordeeld. In hun ogen gedroeg zij zich als een schaamteloze vrouw.

    De Oeigoerse samenleving is trouwens zeer verdeeld. Oeigoeren die hoger onderwijs hebben gehad zijn volgens mij wat opener. Enkele jaren geleden had ik een Oeigoerse docent Engels die ons klaarstoomde voor de IELTS-test. Zijn mondelinge beheersing was uitstekend. Deze man, die een goede opleiding had en een goede baan, vond veel Han-gewoonten en -gebruiken niet indruisen tegen zijn principes.

    149 china

    Ik heb privélessen gegeven bij mensen thuis. Als leerling had ik een jonge Oeigoerse. Haar moeder was ambtenaar. Eens per maand moest zij een week naar het zuiden van Xinjiang. Alle Oeigoerse kaderleden zijn daartoe verplicht. Ze moeten iedere maand naar Oeigoerse gezinnen in het zuiden van de provincie om hun [Chinese] karakters te leren lezen en hun een ambacht te leren.

    De goede vooruitzichten voor specialisten in de Oeigoerse taal was voor mij een van de belangrijkste redenen om me in deze taal te verdiepen. Met dit specialisme heb je een zeer goede uitgangspositie op de arbeidsmarkt. Grote webondernemingen zoals Tencent [ontwikkelaar van WeChat] en NetEase [die een zeer populaire Chinese site exploiteert] werven studenten met dit profiel aan zodra ze zijn afgestudeerd. In China is Oeigoers, na Mandarijn, op WeChat de meest gebruikte taal om te communiceren.

    Op WeChat kun je nu een boodschap dicteren in Mandarijn, en wat je zegt wordt onmiddellijk getranscribeerd in karakters. Maar voor het Oeigoers werkt dat niet. De mensen die aangeworven worden door deze ondernemingen, worden voornamelijk aangenomen om het Oeigoers in lettergrepen op te delen, om de kwaliteit van de spraakherkenning te verbeteren. Maar alleen mensen die het Oeigoers niet als moedertaal hebben, mogen zich inschrijven voor het examen dat toegang verschaft tot de studierichting Oeigoers. Onze docenten zijn allemaal Oeigoeren, maar alle studenten hebben een andere etnische herkomst.

    Afgezien van de grote webondernemingen komen de meeste specialisten Oeigoers terecht bij de verschillende veiligheidsdiensten, zowel op nationaal als op provinciaal niveau. De mensen die hiervoor kiezen, worden belast met inspectie en controle, uiteraard van mensen van Oeigoerse herkomst. Veel nationale en provinciale openbare veiligheidsdiensten werven studenten van ons instituut aan.

    Juist omdat de functies die een groot aantal van ons geacht wordt uit te 
oefenen zo vertrouwelijk van aard zijn, wordt ons politieke denken zo gedrild. Bovendien verleent de autonome regio Xinjiang studenten die gespecialiseerd zijn in het Oeigoers belangrijke steun. Voor een master Oeigoers, waarvoor 
het collegegeld 5000 yuan [620 euro] bedraagt, krijgen we een studietoelage die twee keer zo hoog is.

    En dat is dan alleen nog maar de studiebeurs. Je kunt ook nog in aanmerking komen voor toelagen wegens verdiensten. De staat verleent ook talrijke subsidies aan ons instituut. Aan de ene kant wordt er een ultrastrenge controle uitgeoefend, aan de andere kant worden er royale subsidies verstrekt – om de pil te vergulden.

    Toezicht

    Vanaf dit jaar kunnen studenten Oeigoers nog ergens anders aan de slag. 
De staat heeft net een nieuwe beleidsmaatregel afgekondigd: een Han-Chinees moet toezicht houden op drie studenten die tot een etnische minderheid behoren. Zodat veel opleidingen mensen zullen moeten aannemen die gediplomeerd zijn in het Oeigoers om toezicht te houden op Oeigoerse studenten. De moeilijkste voorwaarde voor dit werk is dat je je politiek moet conformeren: je kunt alleen maar solliciteren als je lid bent van de partij.

    Nu heb ik er spijt van dat ik Oeigoers heb gekozen. Om eerlijk te zijn: ik heb een redelijk niveau en ik was er zeker van dat ik zou worden toegelaten tot de master. Toch heb ik de studie vaarwel gezegd, ik kon het gewoon niet meer opbrengen door te gaan. Ik had geen zin meer om in Xinjiang te blijven. Daarom ben ik naar het buitenland 
vertrokken.’

    Auteur: Jia Biming

    • Een ‘gedachtenverslag’ is een soort bekentenis waarin iemand, onder dwang of vrijwillig, aan zijn meerderen of in het openbaar zijn politieke gedachten en ideeën kenbaar maakt. Een praktijk die associaties oproept met de Culturele Revolutie (1966-1970).

    CONTEXT: 1.000.000

    China zou bijna een miljoen Oeigoeren naar geheime ‘heropvoedingskampen’ hebben gestuurd onder het mom van bestrijding van religieus extremisme, zo heeft de mensenrechtenadvocaat Gay McDougall gezegd tijdens een hoorzitting van de commissie tot bestrijding van rassendiscriminatie van de VN op 10 augustus in Genève.

    In de autonome Oeigoerse regio Xinjiang bestaat de bevolking voor 45 procent uit Oeigoeren. Volgens Rian Thum, hoogleraar geschiedenis aan de Loyola University van New Orleans, heeft China sinds 2016 680 miljoen yuan (86 miljoen euro) uitgegeven aan de bouw van detentiecentra, zo meldt The New York Times.

    Duanchuanmei 
(The Initium)
    China | nieuwssite | theinitium.com

    Onafhankelijke nieuwssite opgericht in augustus 2015 in Hong Kong, om te ontsnappen aan de Chinese censuur. Wil ‘Chinezen over de hele wereld’ informeren en richt zich hierbij met name op onderzoek en datajournalistiek. Er is ook een wekelijkse papieren versie.

  • Censuur in Egypte: kranten zonder kop

    Censuur in Egypte: kranten zonder kop

    Met de overname van de liberale krant Al-Masri Al-Youm heeft het regime de vrije pers definitief de nek omgedraaid. Zelfs een kop kan gevaarlijk zijn.

    Salah Diab, een van de eigenaren van Al-Masri Al-Youm (‘Egypte vandaag’) liet onlangs geen misverstand bestaan over de nieuwe koers van het Egyptische dagblad: ‘Wij staan zij aan zij met de staat, met de president. Vanaf nu willen wij geen enkel probleem hebben met de overheid,’ zo liet hij de redacteuren weten tijdens een korte toespraak waarin hij hun nieuwe chef Hamdi Rizk voorstelde.

    Rizk neemt de plaats in van Mohamed Al-Sayed Saleh, die was ontslagen vanwege een kop op de derde en laatste dag van de presidentsverkiezingen, die het ongenoegen van het bewind had gewekt: ‘De staat probeert de kiezers massaal naar de stembureaus te lokken’.

    Die kop kwam de krant te staan op een lastercampagne in andere Egyptische media. Rizk lijkt nu het dagblad te moeten redden. De aandeelhouders hebben hem gekozen vanwege zijn connecties binnen het staatsapparaat, en nog belangrijker: hij heeft ook voeling met het volk. Tegelijkertijd weet hij perfect het joviale heerschap uit te hangen dat in de hoogste machtskringen wordt gewaardeerd.

    ‘Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd’

    Rizk, een columnist en oudgediende bij de krant, toonde moeiteloos aan berekend te zijn op de hem toegewezen taak. De eerste voorpagina onder zijn leiding bevatte geen koppen. In plaats daarvan verschenen er foto’s van twee dames, vergezeld van slogans in Egyptisch dialect. Onmiddellijk was duidelijk dat hij het traditionele, dwarse karakter van de krant volledig de kop wilde indrukken, zowel wat berichtgeving als wat koppen betrof. Kortom, onder Rizk is de krant veranderd van spreekbuis van de oppositie tot poedel van het regime.

    ‘Elke redacteur weet dat we in een overgangsperiode zitten. Niet alleen wat de voorpagina en de lay-out betreft, maar ook ten aanzien van de journalistieke koers,’ zegt een van de geïnterviewde journalisten, die al vijf jaar voor de krant werkt. ‘We snijden geen politieke onderwerpen meer aan, hebben het niet langer over mensenrechten of democratie. Het beetje vrijheid dat we na de revolutie van 25 januari 2011 hadden bevochten, is in één keer weggevaagd.’

    De crisis van Al-Masri Al-Youm weerspiegelt het lot van de hele Egyptische pers. De tweede termijn van president Abdel Fattah al-Sisi is nauwelijks begonnen of de detentie van journalisten en de boetes die de onafhankelijke pers treffen zijn weer terug van nooit werkelijk weggeweest. De zaak van Mohamed Aboe Zeid spreekt boekdelen. De winnaar van de UNESCO-prijs voor de persvrijheid in 2018 kwijnt al bijna vijf jaar weg in de gevangenis en het Openbaar Ministerie heeft de doodstraf tegen hem geëist. Hij werd gearresteerd terwijl hij verslag deed van de evacuatie van de sit-in op het plein Rabaa Al-Adawiya, tussen 14 en 16 augustus 2013, kort nadat de islamistische president Mohamed Morsi was afgezet. Die ontruiming mondde uit in een bloedbad.

    Al-Masri Al-Youm, hier met koppen, bij een kiosk in Cairo. – © Getty Images
    Al-Masri Al-Youm, hier met koppen, bij een kiosk in Cairo. – © Getty Images

    Tijdens de eerste termijn van Sisi (2014-2018) was het medialandschap al ingrijpend veranderd. Bedrijven die behoorden tot ‘soevereine organen’ – dat wil zeggen: het leger – namen bezit van particuliere televisiezenders, zo’n vijfhonderd websites werden gecensureerd, en Egyptische en buitenlandse journalisten kwamen voor de rechter. Het doel was om pro-revolutionaire stemmen het zwijgen op te leggen.

    En zo vond Egypte zichzelf in 2017 terug op de 161ste plaats van de 180 op de persvrijheidsranglijst van Reporters Without Borders. En het lijkt erop dat de situatie na Sisi’s herverkiezing alleen maar zal verergeren. Kranten hebben de opdracht gekregen meer redactionele ruimte te besteden aan ‘vrije tijd’, wat uiteraard ten koste zal gaan van politieke onderwerpen.

    Showbizz

    Al-Masry Al-Youm en Al-Shorouk, ooit sieraden van de Egyptische onafhankelijke pers, ooit spreekbuizen van liberale krachten in het land, hebben hun journalisten duidelijk gemaakt dat ze zich moeten richten op kunst en cultuur, inclusief showbizz, en op human interest, en dat zij de politiek moeten mijden.

    Onlangs haalde het maandblad Al-Hilal alle exemplaren van zijn laatste nummer van de schappen. Vier journalisten werden voor twee weken geschorst. Wat ze verkeerd hadden gedaan? In een artikel over ‘moeders van presidenten’ werd de naam van de moeder van president Sisi onder de verkeerde foto geplaatst.

    Toen Hosni Moebarak nog president was, hadden de media ‘de rode lijnen geïnternaliseerd’, in de woorden van Khaled Dawoud, journalist bij staatskrant Al-Ahram. ‘Je wist dat je het niet moest hebben over de president, het leger, de Palestijnse kwestie, de sektarische conflicten tussen moslims en kopten.’ Aan de andere kant hadden privémedia de ruimte om ruimte te geven aan figuren van de oppositie en op die manier ministers te bekritiseren. Sinds de overname van Sisi ‘kan het geringste blijk van een eigen mening zeer ernstige gevolgen hebben’.

    Auteur: Ahmed Hassan
    Vertaler: Carl Stellweg

    CONTEXT: Journalisten opgepakt

    ‘Het aantal arrestaties neemt de laatste drie weken snel toe’, aldus de Egyptische site Mada Masr. Zo zijn videoblogger Shadi Abouzeid, de politieke activisten Amal Fathi en Shadi al-Ghazali Harb, en de advocaat Haitham Mohamedine, die ook lid is van de beweging van Revolutionaire Socialisten, opgepakt. Daarnaast is Wael Abbas, een van de laatst overgebleven bloggers van de Tahrir-generatie, gearresteerd op beschuldiging van banden met een terroristische groep. Op basis van dezelfde beschuldiging werd een andere journalist, Ismail Alexandrani, veroordeeld tot tien jaar gevangenisstraf. In totaal worden momentel ten minste 33 journalisten, burgerjournalisten en bloggers momenteel vastgehouden in Egypte, meldt Mada Masr op gezag van Reporters Without Borders. Mada Masr, de enige onafhankelijke Egyptische website, wordt momenteel geblokkeerd.

    Daraj
    Libanon | daraj.com

    Daraj (‘Trap’) werd in 2017 in Beiroet opgericht en richt zich op onderzoek, reportages en onderwerpen die bij andere media in de regio ondergeschoven kindjes zijn: burgerrechten, gender, homoseksualiteit.

  • 2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    2. Santiago Sierra Middelpunt 
van controverse

    Begin dit jaar werd het werk van de Spaanse kunstenaars Santiago Sierra tot grote ontsteltenis verwijderd van de kunstbeurs ARCO omdat leiders van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging als politieke gevangenen werden afgebeeld.

    De productie van de kunstenaar Santiago Sierra (Madrid, 1966), die gisteren voor de zoveelste keer het middelpunt van een 
controverse werd, valt in drie categorieën uiteen: werken in privécollecties, werken in openbare 
collecties en polemische werken. Wat er op de 
Internationale Beurs voor Hedendaagse Kunst in Madrid met zijn werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’ gebeurde is een nieuwe episode in zijn creatieve carrière, die gekenmerkt wordt 
door steeds terugkerende provocaties.

    Misschien het eerste werk dat negatieve reacties binnen en buiten de kunstwereld opriep was ‘Lijn van 30 cm getatoeëerd op iemand die ervoor betaald werd’ (Mexico, 1998). Het was het begin van een reeks performances waarvoor de kunstenaar betaalde: mensen die zich lieten tatoeëren, die een korte tekst van buiten leerden of die voor 20 dollar (16 euro) voor de camera masturbeerden. Wat de kunstenaar wilde was kanttekeningen plaatsen bij onze omgang met arbeid en onderzoeken hoe ver mensen bereid zijn 
te gaan voor geld, maar de manier waarop hij dat deed zette kwaad bloed in de kunstwereld, die meer geporteerd is voor subtiele metaforen in werken 
met een politieke lading.

    Sierra overschreed de grens van het betamelijke nog verder toen hij in 2000, in San Juan, Puerto Rico, twee heroïneverslaafden een lijntje heroïne betaalde om een 10 centimeter lange strook op hun hoofd 
kaal te mogen scheren. Daarna waren nog maar 
weinigen verbaasd over zijn installatie op de Biënnale van Venetië in 2003, ‘Afgedekt woord’ genaamd, waarmee hij de toegang tot het Spaans paviljoen afsloot voor iedereen die geen Spaanse legitimatie kon tonen. Daarmee wilde hij de Europese immi-
gratiepolitiek aan de kaak stellen, tot grote verontwaardiging van veel bezoekers, inclusief Spanjaarden.

    De woedende reacties op zijn werk hebben Santiago Sierra er niet van weerhouden op dezelfde voet verder te gaan. In 2006 verbood de Duitse stad 
Pulheim zijn installatie ‘245 kubieke meters’, een nagebouwde gaskamer in een synagoge die dienstdeed als cultureel centrum. Het werk verwees 
volgens de kunstenaar naar ‘de geïndustrialiseerde en geïnstitutionaliseerde moord op Europeanen, in het verleden en in het heden’.

    ‘Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd’

    Die polemieken waren geen beletsel om hem in 
2010 de Nationale Prijs voor Plastische Kunst toe te kennen, een onderscheiding die hij, samen met het eraan verbonden geldbedrag, weigerde door middel van een brief die hij op de ARCO, de Internationale Beurs voor Hedendaagse kunst, verkocht voor 
30.000 euro, hetzelfde bedrag als de geweigerde geldprijs, die anders uit de algemene middelen betaald zou moeten worden.

    De opschudding na het verwijderen van Sierra’s 
werk bereikte ook de politieke arena. De woordvoerder van de PSOE in het parlement, 
Margarita Robles, sprak haar steun uit voor de maatregel: ‘We dienen waardering te hebben voor elke maatregel die de spanning vermindert.’ De gemeente Madrid, gedomineerd door de Christelijke Volkspartij (PP), staat ook achter de beslissing. Juan Carlos Girauta van Ciudadanos oefende kritiek uit op de beslissing van IFEMA (de jaarbeurs van Madrid) met zijn stelling dat kunst ‘fictie’ is en ‘volkomen vrij’ 
en dat binnen de kunst ‘alles is toegestaan’. Pablo Iglesias van Podemos zei dat het ‘onverenigbaar is met de democratie dat bepaalde thema’s niet aangeroerd mogen worden’. Joan Tardà van Esquerra Republicana de Catalunya (‘Catalaans Links’) nam het woord ‘censuur’ in de mond.

    De staatssecretaris van Cultuur, Fernando Benzo, distantieerde zich van de kwestie: ‘Het valt niet binnen onze competentie in dezen oordelend of 
handelend op te treden.’

    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty
    Santiago Sierra staat de pers te woord tijdens een presentatie van zijn serie ‘Politieke gevangenen in hedendaags Spanje’. – © Pablo Blazquez Dominguez / Getty

    El País: Wat is uw kijk op wat er gebeurd is met uw werk ‘Politieke gevangenen in het hedendaagse Spanje’?

    Sierra: IFEMA heeft mijn laatste werk laten 
verwijderen omdat de bezoekers van de ARCO het niet mochten zien. Dat is te gek voor woorden, dat is een daad van censuur die niet van deze tijd is, op z’n minst internationaal gezien. Voor de cultuurwerkers in Spanje is het dagelijkse kost.

    El País: Wilt u met uw werk zeggen dat u 
gelooft dat Oriol Junqueras en ‘Los Jordis’ 
(Jordi Cuixart en Jordi Sànchez, twee voorstanders van Catalaanse onafhankelijkheid die door de 
Spaanse centrale overheid wegens hoogverraad zijn gearresteerd) politieke gevangenen zijn?

    Sierra: Dat beweer ik precies, ja. En ik zou niet weten waarom ik dat niet mag zeggen en ik zou ook niet weten waar IFEMA het lef vandaan haalt me de mond te snoeren. Of om Helga de Alvear [zijn galeriehoudster] voor te schrijven wat ze wel en niet in haar 
galerie tentoon mag stellen. Het is allemaal je reinste waanzin, maar het schijnt volkomen normaal te zijn. Niemand kijkt er nog van op. Vervolging op grond van overtuiging is genormaliseerd.

    El País: Wat gaat u er nu aan doen?

    Sierra: Het is nog maar pas gebeurd en ik weet nog niet wat ik ga doen. Ik stel me voor dat ik ga proberen het koste wat kost tentoongesteld te krijgen. Ik kan haast niet geloven dat er niets aan te doen is.

    Een van de gecensureerde werken van Sierra.
    Een van de gecensureerde werken van Sierra.

    El País: Op de ARCO van 2010 was u ook het voorwerp van een polemiek omdat u de brief waarmee u de Nationale Prijs voor Plastische Kunst weigerde, te koop aanbood. Is de kunstbeurs een podium voor u om de polemiek 
te zoeken, in de wetenschap dat uw boodschap in deze context de meeste weerklank vindt?

    Sierra: Alles wat het systeem niet naar de mond praat is volgens de media polemiek. Maar het 
kunstpubliek is heus niet achterlijk, hoor, dat vindt iets niet snel een schandaal. Schandalen worden 
in de pers bekokstoofd.

    El País: Vindt u een kunstbeurs een geschikt podium voor politieke stellingnames?
    Sierra: Jazeker, maar die lui van IFEMA willen alleen maar l’art pour l’art, dat hebben ze al zo vaak laten zien. De ARCO zou zich eens goed moeten bezinnen 
of ze in de toekomst de beurs nog bij IFEMA wil houden. Over de vraag wat kunst is gaat alleen de kunstenaar.

    ‘Political Prisoners in Contemporary Spain’ werd 
verkocht voor 96 duizend euro aan een Catalaanse ondernemer die het per direct beschikbaar stelt aan musea. De posters hangen tijdens het forum op verschillende lokaties in Amsterdam.

    Auteur: Juan José Santos Mateo
    Vertaler: Jos den Bekker

    Santiago Sierra
    31 mei, De Balie, 21.00

    Openingsbeeld: Demonstranten eisen de vrijlating van rapper Valtonyc (hij kreeg een celstraf van drieënhalf jaar voor aanstootgevende teksten in zijn songs) en vrijheid van meningsuiting nadat het werk van Santiago Sierra 
werd verwijderd van de kunstbeurs ARCO. – 
© Marcos del Mazo / Getty Images

    El País
    Spanje | dagblad | oplage 180 770

    Opgericht in 1976, is van doorslaggevende betekenis geweest voor de overgang van dictatuur naar democratie. Prachtige tabloidkrant met exquise journalisten en bijdragen van grote Spaanse schrijvers.

  • Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Westen bekritiseert wetswijziging Xi Jinping

    Het Westen heeft hem verwelkomd, gevoed, opgeleid en gefinancierd, in de hoop een stuk van de Chinese markt te veroveren. Met de komst van keizer Xi realiseert het Westen zich, zij het een beetje laat, dat het een tijger aan de borst heeft gedrukt.

    Sinds Xi Jinping te kennen heeft gegeven dat hij de grondwet wilde wijzigen om voor onbeperkte tijd ‘keizer Xi’ te kunnen blijven, is de Chinese bevolking verontwaardigd zonder dat openlijk te durven uiten. Men ziet zich gedwongen zijn woede in te slikken en te accepteren dat de officiële pers deze ‘restauratie’, het in ere herstellen van het keizerschap, van harte onderschrijft. De internationale media daarentegen nemen geen blad voor de mond om deze maatregel te bekritiseren. De felste kritiek is waarschijnlijk afkomstig van The Economist. Het Britse blad herinnert in een hoofdartikel allereerst aan alle moeite die de westerse landen zich de afgelopen tien jaar hebben getroost om China onderdeel te laten worden van het globale politieke en economische systeem. Door Beijing te helpen bij zijn hervormingsbeleid en zijn pogingen zich meer open te stellen voor de buitenwereld, zo vervolgt het artikel, is het Westen een verkeerde weg ingeslagen, omdat het daarmee een monster heeft gecreëerd dat zijn greep op de samenleving onophoudelijk verstevigt en westerse beschavingswaarden als economische vrijheid, openheid en respect voor de mensenrechten opnieuw ter discussie stelt.

    Wolf tussen schapen

    Het verwijt dat men, zoals The Economist het uitdrukt, ‘een wolf tussen de schapen heeft gezet’, dekt misschien niet helemaal de lading, maar het scheelt niet veel. Ook al gaat het om een westers gezichtspunt, helemaal ongegrond is het niet. Toen Deng Xiaoping in 1979 zijn hervormingsbeleid lanceerde en naar meer openheid streefde, begaf hij zich allereerst naar de Verenigde Staten om contact te leggen met de Amerikaanse leiders; op die manier wilde hij zijn land gemakkelijker laten integreren in het internationale economische systeem dat werd gedomineerd door het Westen om zo de technologie, het kapitaal, de managementmethodes en de toegang tot de gigantische buitenlandse markt te verwerven waar China zo dringend behoefte aan had. Dat het Westen, en met name de VS, zich bereid toonde China te helpen zich open te stellen voor de markteconomie, was allereerst bedoeld om tegenwicht te bieden aan de invloed van de Sovjet-Unie en zowel het Westen als het Oosten onder druk te zetten.

    Na de ineenstorting van de Sovjet-Unie en het Oostblok begin jaren negentig hoopte het Westen, met de Verenigde Staten voorop, op een vreedzame ontwikkeling in China. Men rekende erop dat dankzij de nieuwe middenklasse, ontstaan als gevolg van de markthervormingen, China het communistische bestel zou inruilen voor een liberale markteconomie en politieke liberalisering. Om die reden ondersteunde het Westen krachtig de toetreding van China tot de Wereldhandelsorganisatie (WHO), waardoor de Chinese export een hoge vlucht heeft genomen. Als het westerse kamp de Chinese toetreding tot de WHO zou hebben belet, zou het land veel meer moeite hebben gehad om de ‘werkplaats’ van de wereld te worden.

    Maar de grote westerse mogendheden hebben de snelheid van de ontwikkelingen in China onderschat, evenals de diepe politieke en sociale verankering van het autoritaire regime. De eerste jaren na zijn aansluiting bij de WHO 
(in 2001) respecteerde China als een gehoorzaam kind de internationale regels; het liet multinationals toe tot zijn binnenlandse markt zonder ze al te veel te dwarsbomen. Kortom, China was nog van zins een ‘goede leerling’ van het Westen te zijn en de voordelen van verwestersing en universele waarden te onderschrijven’.

    Maar sinds China zich als redder van ontwikkelingslanden heeft ontpopt en van internationale financiële instellingen die waren getroffen door de bancaire tsunami van 2007, is de situatie drastisch veranderd. China is zijn plaats in de economische en politieke wereldorde gaan opeisen, wat het 
land met name meer stemrecht in het Internationaal Monetair Fonds heeft opgeleverd en de mogelijkheid om daarvoor mensen te nomineren. Sinds 2012, toen Xi Jinping aan de macht kwam, probeert China niet langer een plaats in de bestaande orde te bemachtigen, maar die orde juist omver te werpen en het evenwicht tussen de bestaande machten te veranderen, 
met de bedoeling daarvoor een andere grondslag te leggen.

    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images
    Het Chinese parlement stemt over de historische wetswijziging. – 
© Getty Images

    De oprichting in 2001 van de Sjanghai-samenwerkingsorganisatie, die met name Rusland en diverse Centraal-Aziatische landen verenigt, was voor Beijing slechts een voorgerecht. Rond China gestructureerde projecten als de in 2013 gelanceerde implementatieplan OBOR (One Belt, One Road), dat moet voorzien in een nieuwe ‘zijderoute’, vormen de werkelijke uitdaging. Het beleid om zijn binnenlandse markt wijdopen te stellen voor buitenlandse bedrijven heeft het land snel laten varen; inmiddels worden aan die bedrijven steeds meer beperkingen opgelegd en moeten ze zich conformeren aan de regels van de Chinese overheid, op straffe van een boete of uitsluiting van de Chinese markt. Ook de beloofde openstelling van zijn financiële markten laat nog steeds op zich wachten; de greep van de regering en de Partij daarop is juist sterker dan ooit.

    Politiek gezien staat het er nog slechter voor. Het op hervormingen en meer openheid gerichte beleid uit de jaren tachtig had de weg gebaand voor buitenlandse ideeën. In geletterde en universitaire kringen kon redelijk vrij worden gedebatteerd zonder dat men bang hoefde te zijn voor repercussies. Binnen de Partij konden hervormers en afwijkende stemmen zich nog laten horen. De oppositie en apolitieke verdedigers van de mensenrechten, die met name tegen de speculatieve praktijken en de corruptie van plaatselijke leiders streden, werden nog getolereerd; ook maatschappelijke organisaties konden in een grijs gebied hun activiteiten ontplooien zonder door de regering in de ban te worden gedaan.

    The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet

    De afgelopen vijf jaar, sinds Xi Jinping aan de macht is, kenmerken zich door een ernstige politieke teruggang: de sfeer van openheid en pluralisme is een halt toegeroepen; dissidenten hebben het zwaarder te verduren dan ooit; reformistische of progressieve stemmen binnen de Partij is het zwijgen opgelegd, want iedereen dient zich 
aan de richtlijnen te houden van het Centraal Comité, oftewel ‘keizer Xi’. 
Op de universiteiten kan niet langer vrijelijk over politieke kwesties worden gedebatteerd; universele waarden zoals mensenrechten, vrijheid en democratie zijn inmiddels taboe. Wie daar nog aan refereert dreigt ontheven te worden van zijn functie als docent en zelfs in de gevangenis te belanden.
    Ondanks alle goede zorgen waarmee het China tientallen jaren heeft omringd blijkt het Westen uiteindelijk alleen maar een ‘kwaadaardige tijger’ te hebben gevoed die vrije concurrentie en politieke openheid de rug toekeert. Diezelfde tijger begint zich zelfs op te werpen als een alternatief voor de westerse waarden door overal op de wereld zijn ‘soft power’ uit te oefenen. The Economist betreurt dus terecht, zonder dat met zo veel woorden te zeggen, dat het Westen een wolf (in 
dit geval een tijger) tussen de schapen heeft gezet. Het probleem is dat die ‘kwaadaardige tijger’ springlevend is, en helemaal volwassen, met zijn scherpe klauwen en zijn puntige hoektanden die blinken dat het een aard heeft. Het Westen kan niet meer betreuren dat het hem heeft gevoed, en als het nog denkt hem tot economische en politieke liberalisering te kunnen verleiden, is dat een volstrekte illusie.

    Auteur: Lu Feng

    Apple Daily
    China | oplage 200.000

    Krant uit Hongkong die in 1995 werd opgericht. Staat bekend om zijn anti-regeringskoers, maar ook om zijn sensationele verslaggeving.

    CONTEXT I: Een nieuwe grootinquisiteur

    Het Chinese parlement, in Beijing bijeen voor zijn jaarvergadering, heeft niet alleen elke wettelijke grens overschreden door het presidentiële mandaat te vernieuwen en Xi Jinping absolute macht te verschaffen, maar ook een verstrekkende reorganisatie van de regeringsorganen in gang gezet. Minder ministeries en meer concentratie van bevoegdheden, dat lijkt het belangrijkste argument voor deze reorganisatie te zijn. Vijftien ministeries en staatssecretariaten verdwijnen. Diverse daarvan zijn in een superministerie van Ecologie en Milieu ondergebracht en er is een ministerie van Natuurlijke Hulpbronnen gecreëerd, dat de beslissing over het toewijzen van hulpbronnen voortaan in handen van lokale overheden zal leggen, aldus webzine The Diplomat. Ook wordt een nieuw anticorruptieorgaan in het leven geroepen dat meer macht zal krijgen dan politie en justitie.

    CONTEXT II: Machtig anticorruptieorgaan

    Het is vooral de oprichting van een ‘Nationale Toezichtscommissie’, belast met de strijd tegen corruptie, die de aandacht van commentatoren trekt en zelfs tot enkele kritische opmerkingen in juridische kringen leidt. De Toezichtscommissie, die rechtstreeks onder de regering ressorteert en hoger in hiërarchie is dan het opperste volksparket en volkstribunaal, zal worden geregeld bij een wet die werd bekrachtigd op 20 maart, de sluitingsdag van de parlementszitting. Ze zal de strijd tegen corruptie, die in 2012 door Xi Jinping in gang is gezet, naar een hoger plan tillen. Deze strijd, die tot dusver onder de verantwoordelijkheid van de Disciplinaire Commissie van de Communistische Partij viel, heeft sinds 2012 al tot het ontslag 
van tientallen hoge functionarissen geleid en tot sancties tegen honderdduizenden ambtenaren.

    CONTEXT III: De openbare diensten als mikpunt

    De interne disciplinaire Partijcampagne, die in de ernstigste gevallen tot gerechtelijke vervolging heeft geleid, was echter ‘beperkt’ tot Partijleden. De nieuwe commissie zal ook naar anderen een onderzoek kunnen instellen: ‘ambtenaren, leidinggevenden van staatsbedrijven, scholen en medische instellingen, plaatselijke bestuurders, kortom iedereen die een openbare functie vervult’, aldus het Singaporese dagblad Lianhe Zaobao. Bovendien zal de nieuwe wet de commissie de bevoegdheid verlenen mensen gevangen te zetten. ‘Mensen die ervan worden verdacht zich schuldig te hebben gemaakt aan ernstige misdrijven of nalatigheden in de uitoefening van hun beroep, en bij wie de mogelijkheid bestaat dat ze vluchten of zelfmoord plegen, kunnen voor de duur van maximaal zes maanden in hechtenis worden genomen.’

    De instelling van deze nieuwe vorm van hechtenis hangende een onderzoek is een manier om een praktijk te wettigen die al bestond maar tot nu toe in een grijze zone verkeerde, schrijft de South China Morning Post.

    CONTEXT IV: Ongerustheid over het recht der verdediging

    Ook al is hun de afgelopen jaren door de steeds zwaardere repressie het zwijgen opgelegd, juristen die opkomen voor de mensenrechten blijven kritiek uiten op het detentiesysteem dat buiten ieder juridisch kader wordt gehanteerd. Het wetsontwerp inzake het toezicht voorziet in maatregelen die de rechten van verdachten garanderen, maar juristen zijn van mening dat deze maatregelen tekortschieten. Zo zou het wetsontwerp niet voorzien in het recht van verdediging in de aanwezigheid van een advocaat bij het verhoor van iemand naar wie een onderzoek wordt ingesteld.

    CONTEXT V: Anoniem gedicht

    anoniem gedicht

    Ik ben tegen
    Ik ben tegen de noordenwind
    Ik ben tegen de smog
    Ik ben tegen de bedekte en regenachtige ochtenden
    Ik ben tegen de sombere en decadente schemer
    Ik ben tegen de ontregelde jaargetijden
    Ik ben tegen de door elkaar gegooide uren
    Ik ben tegen de gordijnen voor de ramen, tegen de ijzeren deuren
    En die hoge muren
    Ik ben tegen de gecementeerde wegen waar geen bloem of boom kan groeien
    Ik ben tegen de vijvers die zwanen gevangenhouden
    En het prikkeldraad dat ze omgeeft
    Tegen de schoenen die om de voeten knellen
    En de uniforme kleur van hun leer
    Ik ben tegen de mannen die hun vrouwen slaan
    Ik ben tegen de ouders die hun kinderen mishandelen
    Ik ben tegen de kille en plotselinge scheidingen
    Ik ben tegen het verraad
    Ik ben tegen de ondankbaarheid
    Ik ben tegen het voldane gelach
    Ik ben tegen de doordringende kreten
    Ik ben tegen de machteloze snikken
    Ik ben tegen de afstotelijke gezichten
    En die vulgaire liederen die uit hun mond komen
    Ik ben tegen de wind die die liederen verspreidt
    Ik ben tegen het gras dat door de wind wordt platgedrukt
    Ik ben ook tegen mezelf
    Ik ben tegen mijn onbeholpenheid, mijn hebzucht en mijn lafheid
    Maar ik ben niet tegen het schrijven van dit gedicht
    Waarin ik zeg dat ik tegen ben
    Ik ben tegen het geschreeuw van de wereld
    Ik ben tegen de geveinsde kalmte
    Ik ben tegen de grandiositeit
    Ik ben tegen de onderdrukking ervan
    Ik ben tegen de gecensureerde waarheid
    Ik ben tegen de pure onnozelheid
    Ik ben tegen de volgende dagen die zingen
    Ik wil maar één ding: dat jullie samen met mij heel hard roepen
    ‘Ik ben tegen!’

    Ondanks de censuur proberen Chinese internetgebruikers in het geweer te komen tegen de ‘zelfbenoeming’ van keizer Xi. Dit anonieme gedicht heeft veelvuldig gecirculeerd.

  • Wereldbeeld: Bansky protesteert

    Wereldbeeld: Bansky protesteert

    De Britse, nog altijd anonieme straatkunstenaar Banksy heeft na 
vijf jaar weer van zich laten horen. 


    Dit keer protesteert hij tegen de opsluiting van Zehra Dogan met een meer dan 21 meter lang fresco in Houston Street en Bowery, Manhattan. De Turkse kunstenares werd vorig jaar veroordeeld tot een celstraf van bijna drie jaar voor haar schilderij over Nusaybin, een door de overheid verwoest Turks dorp vlak bij de Syrische grens. Talloze turfjes tellen de dagen van haar gevangenschap en staan tegelijkertijd voor de tralies van haar cel.

    © Sam Simmonds / Polaris
    © Sam Simmonds / Polaris