Tag: CO2

  • Overheden moeten bedrijven en investeerders helpen bij de vergroening

    Overheden moeten bedrijven en investeerders helpen bij de vergroening

    Zogeheten groene knelpunten, zoals snelle prijsstijgingen en grondstoftekorten, zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk in de praktijk wordt gebracht. Ze kunnen alleen worden overkomen als overheden zich ‘activistisch’ opstellen, zonder er een tweede nationale agenda op na te houden.

    Terwijl de wereldeconomie aantrekt, hebben tekorten en snelle prijsstijgingen een alomvattende invloed: van de levering van Taiwanese chips tot de kosten van een Frans ontbijtje. Eén knelpunt verdient echter speciale aandacht: problemen aan de aanbodzijde, zoals schaarste aan metalen en beperkende regels voor grondgebruik die de hausse op het gebied van groene energie dreigen te vertragen. 

    Deze knelpunten zijn geenszins tijdelijk. Ze zouden de komende jaren een terugkerend probleem kunnen vormen in de wereldeconomie, doordat de overgang naar een schoner energiestelsel nog in de kinderschoenen staat. Aan overheden de taak om op deze signalen van de markt te reageren en de komende tien jaar een forse investeringsstijging in de particuliere sector mogelijk te maken. Doen ze dat niet, dan blijft capaciteitsvergroting uit en kunnen beloften van ‘nulemissies’ waarschijnlijk niet worden nagekomen.

    Gekanteld

    Wetenschappers en activisten maken zich al tientallen jaren zorgen over klimaatverandering. Sinds kort lijkt de boodschap bij politici te zijn aangekomen: landen die goed zijn voor meer dan 70 procent van het mondiale bbp én verantwoordelijk voor een even hoog percentage aan uitstoot van broeikasgassen, hebben nu doelstellingen voor nulemissies geformuleerd. De meeste moeten rond 2050 zijn gerealiseerd. 

    De houding van het bedrijfsleven is daarmee gekanteld. Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, aangespoord door de nieuwe realiteit dat schone technologieën goedkoper zijn. De reuzen van het fossiele-brandstoftijdperk, zoals Volkswagen en Exxonmobil, moeten hun investeringsplannen aanpassen, terwijl de pioniers op het gebied van schone energie hun kapitaaluitgaven snel opdrijven. Orsted, leider op het gebied van windmolenparken, voorziet dit jaar een stijging van 30 procent; Tesla, fabrikant van elektrische auto’s, maakt een sprong van 62 procent. Ondertussen stroomde in het eerste kwartaal van 2021 niet minder dan 178 miljard dollar naar inmiddels groene investeringsfondsen.

    Beleggers eisen dat bedrijven het roer omgooien, ook omdat schone technologieën goedkoper zijn

    Deze plotselinge verschuiving veroorzaakt de nodige spanningen, aangezien de vraag naar grondstoffen stijgt en er om de weinige wettelijk goedgekeurde projecten wordt gestreden. Uit berekeningen blijkt dat een samenstel van vijf mineralen voor gebruik in elektrische auto’s en elektriciteitsnetten het afgelopen jaar met 139 procent in prijs is gestegen. Houtmaffia’s stropen de Ecuadoraanse bossen af, op zoek naar balsahout voor verwerking in windturbinebladen. In februari bracht een Britse veiling van zeebodemrechten voor offshore windparken 12 miljard dollar op, omdat energiebedrijven gespitst zijn op exposure, ongeacht de kosten. 

    Ook tekenen zich financieringstekorten af: terwijl een handvol bedrijven op het gebied van hernieuwbare energie onder geld wordt bedolven, beginnen de waardebepalingen behoorlijk te zwabberen. Hoewel de hernieuwbare energiesector, getuige de indexcijfers van de consumptieprijzen, nog steeds weinig gewicht in de schaal legt, vrezen sommige financiers dat tekorten aan de aanbodzijde op den duur tot hogere inflatie kunnen leiden.

    Tien keer zo hoog

    Opvallend aan deze tekenen van overbelasting is dat er nu al sprake van is, terwijl de energietransitie nog voor geen 10 procent is voltooid (gemeten naar het aandeel reeds gepleegde cumulatieve energie-investeringen dat in 2050 nodig is). Weliswaar zijn sommige noodzakelijke technologieën nog nauwelijks gerealiseerd, zodat er niet in kan worden geïnvesteerd. Ook daarom zijn onderzoek en ontwikkeling bittere noodzaak. En op andere gebieden is het hersenwerk grotendeels gedaan, zodat dit decennium spijkers met koppen moet worden geslagen en veel kapitaal uitgegeven, waardoor gevestigde technologieën een hoge vlucht kunnen nemen.

    Cijfermatig blijkt hoe ontzaglijk de opgave de komende tien jaar is. Om op koers te blijven voor een netto uitstoot van nul, moet in 2030 de jaarlijkse productie van elektrische voertuigen tien keer zo hoog zijn als vorig jaar en moeten er eenendertig keer meer laadstations langs de weg staan dan nu het geval is. Duurzame energieopwekking moet verdrievoudigen en internationale mijnbouwbedrijven dienen de jaarlijkse productie van essentiële mineralen met 500 procent te verhogen. En misschien zal het nodig zijn om twee procent van het Amerikaanse grondgebied met turbines en zonnepanelen te bedekken.

    Energiebedrijven zijn gespitst op exposure, ongeacht de kosten

    Dit alles vergt het komende decennium zo’n 35 biljoen dollar, ofwel een derde van de activa waarover de vermogensbeheersector op dit moment wereldwijd beschikt. Het beste systeem om dit te realiseren is via het netwerk van grensoverschrijdende toeleveringsketens en kapitaalmarkten dat sinds de jaren negentig een wereldwijde revolutie teweeg heeft gebracht. Maar zelfs dit systeem schiet tekort. De energie-investeringen liggen op ongeveer de helft van het vereiste niveau, en vertonen een scheefgroei: ze komen grotendeels voor rekening van een aantal rijke landen en China. Ondanks de stijgende metaalprijzen, bijvoorbeeld, zijn mijnbouwbedrijven huiverig voor een verruiming van het aanbod.

    De voornaamste reden voor het investeringstekort is dat het te lang duurt om projecten goedgekeurd te krijgen, en dat het verwachte risico en rendement ondoorzichtig zijn. Overheden maken het er niet beter op door klimaatbeleid te gebruiken als vehikel voor andere politieke doeleinden. De Europese Unie streeft naar strategische autonomie op het gebied van batterijen, en met haar groene agenda sluist ze een deel van haar begroting naar achtergestelde gebieden. China overweegt binnenlandse prijsplafonds voor grondstoffen in zijn volgende vijfjarenplan op te nemen. Evenzo geeft het klimaatplan in wording van president Joe Biden prioriteit aan vakbondsbanen en lokale industrieën. Deze mix van vage doelen en protectionisme ‘light’ belemmert noodzakelijke investeringen.

    Snelheid van handelen

    Overheden moeten meer standvastigheid aan de dag leggen. Er is een cruciale rol weggelegd voor een activistische staat die helpt om essentiële infrastructuur zoals transmissielijnen te realiseren, en om onderzoek en ontwikkeling te stimuleren. Het aanjagen van particuliere investeringen heeft echter de allerhoogste prioriteit. 

    Dat moet op twee manieren gebeuren. In de eerste plaats door de regels voor planning te versoepelen. Wereldwijd kost het gemiddeld zestien jaar om een mijnbouwproject goedgekeurd te krijgen; bij een doorsnee windenergieproject in de VS zijn leaseovereenkomsten en vergunningen na ruim tien jaar rond – een van de redenen dat de offshorewindcapaciteit er nog geen honderdste van de Europese bedraagt. Snelheid van handelen vereist gecentraliseerde besluitvorming, waarbij lokale natuurbeschermers en bewakers van de eigen achtertuin het nakijken zullen hebben.

    In de tweede plaats kunnen overheden bedrijven en investeerders helpen om risico’s te beheersen. Bijvoorbeeld door bepaalde zekerheden te bieden, zoals gegarandeerde minimumprijzen voor elektriciteitsopwekking. Westerse regeringen hebben ook de plicht om goedkope financiering te verlenen waarmee ze investeringen in armere landen stimuleren. 

    Het allerbelangrijkste is echter dat er koolstofprijzen worden ingevoerd die marktsignalen verankeren in miljoenen dagelijkse zakelijke beslissingen, en dat ondernemers en investeerders een breder perspectief op de lange termijn krijgen. Vandaag de dag wordt slechts 22 procent van de uitstoot van broeikasgassen in de wereld gedekt door tariefregelingen, en die zijn niet geharmoniseerd. Groene knelpunten zijn een teken dat CO2-vermindering eindelijk van theorie naar praktijk verschuift. Een krachtige stoot voorwaarts is nu nodig om de revolutie werkelijk tot stand te brengen.

  • Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    Een wodkaatje van CO2 – en andere manieren om koolstof te benutten

    CO2 is de belangrijkste boosdoener voor de opwarming van de aarde, maar zou het helpen als producten konden worden gemaakt van CO2 zelf? Die vraag is niet zo gek; CO2 werd al gebruikt om dranken te carboniseren, tomaten te bemesten en cosmetica te maken. Inmiddels produceert een groeiende carbontechindustrie van alles, uiteenlopend van sokken en beton tot wodka.

    Voor de site Reasons to be cheerful maakte Michaela Haas een rondje langs geavanceerde bedrijven in de snelgroeiende carbontechindustrie die koolstofdioxide opvangen voordat het in de atmosfeer ontsnapt. Die afgevangen CO2 gebruiken ze vervolgens om er van alles en nog wat mee te maken.

    Voedsel 

    Landbouw is wereldwijd verantwoordelijk voor 24 procent van de broeikasgassen, dus andere manieren van voedselproductie zouden een grote stap kunnen betekenen. En dat is precies wat de Fin Pasi Vainikka probeert met zijn food-tech startup Solar Foods, gevestigd in de buurt van Helsinki: voedselproductie loskoppelen van agricultuur.

    Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering

    ‘Wij maken eten van lucht!’ zegt hij. ‘We hebben geen landbouwgrond nodig, hoeven geen bossen te kappen en hebben zelfs nauwelijks water nodig.’ Solar Foods produceert eiwitpoeder van microben, die zijn bedrijf uit de bodem en mariene ecosystemen in de Finse wildernis haalt. In een fermentatieapparaat zoals ook in brouwerijen wordt gebruikt, voegt het bedrijf vervolgens water, waterstof, vitamines en CO2 uit de atmosfeer toe om de microben te laten groeien tot Solein, een geelachtig eiwit dat kan worden gedroogd en hetzij in een shake, hetzij als meel, hetzij in pilvorm kan worden ingenomen.

    Samen met de European Space Agency ontwikkelt Solar dit voedselconcept voor een missie naar Mars. Hier op aarde zou het eiwitpoeder kunnen helpen in de strijd tegen klimaatverandering. 

    Tapijt

    Op het eerste gezicht ziet tapijt van het bedrijf Interface eruit als elke andere vloerbedekking die je op luchthavens en in kantoorgebouwen tegenkomt: grijze, vezelige vierkanten. Maar dit grijze tapijt is feitelijk een koolstofopslag. De ‘Climate Takeback’-technologie, ontwikkeld door het bedrijf dat in Atlanta is gevestigd, resulteert in koolstofnegatieve vloeren. De onderkant van het tapijt is gemaakt van latex dat bestaat uit CO2 afkomstig van de rook uit schoorstenen, gecombineerd met gerecycled vinyl en bioafval. Het oppervlak bestaat uit gerecycled nylon. Volgens Interface haalt het bekleden van een vergaderruimte met dit product het equivalent van zo’n 5,5 kilo koolstof uit de atmosfeer. ‘Stop met koolstof als de vijand te zien’, zegt het bedrijf, ‘en gebruik het als een hulpbron of bouwsteen om betere producten te ontwikkelen.’

    Beton

    Volgens Marcius Extavour, CEO van non-profit Carbon XPrize, is cement verantwoordelijk voor zeven procent van de wereldwijde CO2-uitstoot. Zijn Canadese bedrijf CarbonCure in Halifax, Nova Scotia, gebruikt gerecycleerde, vloeibare CO2 die wordt opgevangen uit fabrieksuitlaatgassen, en injecteert deze in vers beton. ‘Eenmaal geïnjecteerd, ondergaat de CO2 een chemische reactie waardoor het wordt omgezet in een mineraal dat permanent wordt ingebed’, aldus de ingenieurs van CarbonCure.

    Het proces vermindert niet alleen de uitstoot met vijf tot acht procent in vergelijking met conventionele betonmengsels maar het maakt het beton ook sterker. CarbonCure zegt meer dan 120.000 ton CO2 te hebben afgevangen en heeft onlangs de Carbon XPrize gewonnen. Dat is een wereldwijde wedstrijd die deelnemers uitdaagt baanbrekende technologieën te ontwikkelen om koolstofdioxide om te zetten in bruikbare producten. Het bedrijf deelt de prijs met CarbonBuilt, een bedrijf uit Los Angeles dat technologie inzet die is ontwikkeld door het Institute for Carbon Management aan de UCLA, om de CO2-uitstoot in beton met bijna 50 procent te verminderen. ‘De wereldwijde voorraad aan gebouwen zal naar verwachting in 2060 verdubbelen’, aldus Extavour, ‘dus het is van vitaal belang dat oplossingen zoals die van CarbonCure snel kunnen opschalen.’

    Matrassen, sokken en panty’s

    Fossiele brandstoffen zitten in de vorm van kunststoffen in vrijwel elk gefabriceerd product. Maar afgevangen koolstofdioxide kan in plaats daarvan als bouwsteen voor veel van deze producten worden gebruikt. In samenwerking met de Tech University Aachen (RTWH) heeft het Duitse bedrijf Covestro met succes CO2 en andere gasmengsels die vrijkomen bij de productie van staal, omgezet in polyolen, een organisch composiet dat gewoonlijk wordt gewonnen uit niet-hernieuwbare bronnen. Covestro gebruikt deze polyolen om een op koolstof gebaseerd materiaal te maken, cardyon genaamd, voor de productie van schuim voor isolatie, matrassen, interieurs van voertuigen, deurpanelen en bekleding van autostoelen.

    ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’

    Het materiaal is gebruikt voor ’s werelds eerste ondervloer van koolstofdioxide in een onlangs geopende hockeyfaciliteit in het Duitse Krefeld. Niet ver daarvandaan, in Leverkusen, pronkt Covestro-chemicus Liv Adler met oranje sokken die gemaakt zijn van op CO2 gebaseerde draad. ‘Het is niet alleen een klimaatveranderend gas, maar ook een hulpbron’, zegt ze. Adler is coördinator van Carbon4Pur, een EU-initiatief om industriële afvalgassen om te zetten in waardevolle hulpbronnen. Haar sokken zijn nog niet klaar voor massaproductie, maar een grote fabrikant van panty’s maakt al prototypes van de vezel, in de hoop de elasticiteit te verbeteren en deze uiteindelijk in de productie te integreren.

    Diamanten

    ‘Diamonds are not the planet’s best friend’, schrijft Michaela Haas. Mijnbouw vereist een enorme hoeveelheid hulpbronnen, energie en vervuiling. Maar een diamant is in wezen een gewone kristallijne koolstof. Dit jaar zijn twee bedrijven begonnen met de productie van diamanten gemaakt van koolstof die is afgevangen: Aether in de VS en Sky Diamond in het VK. ‘Alles wat nodig is om een Sky-diamant te maken, komt uit de lucht’, zegt Dale Vince, die tevens eigenaar is van ’s werelds groenste voetbalclub.

    ‘Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden’

    ‘De koolstof wordt uit de atmosfeer gehaald, wind en zon leveren al onze energie en het water dat we gebruiken is opgevangen regen. Het enige dat we terug in de wereld brengen, is lucht die schoner is dan hoe we haar eruit haalden.’ 

    De diamanten zijn fysiek en chemisch ‘identiek aan gedolven diamanten, behalve dan dat ze niet van diep uit de aarde komen’, aldus Aether. Wat normaal gesproken miljoenen of zelfs miljarden jaren duurt, wordt in een paar weken bereikt door extreem hoge temperaturen en druk van hernieuwbare energiebronnen op CO2 los te laten. Ryan Shearman, CEO van Aether, verkoopt zijn sieraden als ‘bling without a sting’ en beweert dat een diamant van één karaat ongeveer 20 ton CO2 uit de atmosfeer haalt, wat meer zou compenseren dan wat de gemiddelde Amerikaan in een jaar produceert, hoewel zijn bewering moeilijk valt te verifiëren. ‘Dit past perfect bij onze boodschap dat groen leven niet betekent dat je dingen moet opgeven’, zegt Dale Vince. ‘Of het nu gaat om hamburgers, auto’s, voetbal of zelfs diamanten, belangrijk is dat we ze op een andere manier produceren.’

    Wodka

    Air Company, een jonge New Yorkse startup, biedt de kans om emissievrij aan de drank te gaan. Hun wodka bestaat uit slechts twee ingrediënten: CO2 en water. En zon, aldus de website.

    Meestal wordt alcohol gedistilleerd na het vergisten van fruit of graan. Bij de productie van een fles wodka gemaakt van tarwe wordt ongeveer zes kilo aan klimaatgassen uitgestoten die worden gegenereerd bij het telen, oogsten en transporteren van de granen. De wodka van Air Company absorbeert daarentegen evenveel CO2 als acht bomen, zegt medeoprichter Gregory Constantine. Vanwege het bedrijfsgeheim weigert hij het recept te geven, maar het productieproces gebruikt in wezen zonne-energie om CO2 om te zetten in pure ethanol, vergelijkbaar met de manier waarop planten fotosynthese gebruiken om CO2 in voedsel om te zetten.

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’

    ‘Onze wodka is zelfs zuiverder dan conventionele wodka omdat het geen verontreiniging of bijproducten van granen bevat’, aldus medeoprichter Stafford Sheehan. Hij studeerde scheikunde aan Yale en daar slaagde hij er voor het eerst in om CO2 om te zetten in alcohol. Het patent van Air Company heeft prijzen gewonnen van NASA en de Verenigde Naties.

    Marktpotentieel

    Je zal heel veel van deze CO2-negatieve wodka moeten drinken om je CO2-uitstoot van vliegreizen te compenseren. Om een retourvlucht van Los Angeles naar New York te compenseren, in totaal zo’n 8000 kilometer, zijn dat meer dan vierduizend flessen. Anders gezegd: de meeste van deze producten verbruiken niet genoeg CO2 om de klimaatcrisis wezenlijk aan te pakken. Maar het is een begin en nieuwe technologie begint altijd klein. 

    De nonprofitdenktank Carbon180 schat het jaarlijkse marktpotentieel voor carbontech op meer dan 1 biljoen dollar in de VS en bijna 6 biljoen dollar wereldwijd. Net als Klaus Lackner en andere pioniers op het gebied van koolstofafvang, denkt Carbon180 dat brandstofproductie met 85 procent uiteindelijk het grootste segment van de carbontechmarkt zal uitmaken, gevolgd door bouwmaterialen en kunststoffen. ‘Carbontech biedt marktwaarde voor CO2 die anders de klimaatverandering zou verergeren’, aldus Carbon180.

  • ‘Mogelijk bod’ op Chinese vastgoedreus Evergrande  | Cv-ketel is grote vervuiler in VK

    ‘Mogelijk bod’ op Chinese vastgoedreus Evergrande | Cv-ketel is grote vervuiler in VK

    Gasketel is grote vervuiler in VK

    Volgens een analyse van de Britse ngo Possible produceren de miljoenen particuliere gasketels in het Verenigd Koninkrijk twee keer zoveel CO2 als alle gasgestookte elektriciteitscentrales van het land samen. Dat onderstreept de dringende behoefte aan krachtig overheidsbeleid om snel koolstofarme verwarming door bijvoorbeeld warmtepompen te introduceren, aldus de onderzoekers. Warmtepompen werken op elektriciteit en zijn efficiënter, maar kosten veel meer om te installeren dan gasboilers. Het VK loopt achter op de meeste Europese landen als het gaat om warmtepompen, aldus The Guardian.

    Het energieverbruik thuis zorgt voor ongeveer 15 procent van alle broeikasgassen in het VK

    Voor de analyse werden overheidsgegevens gebruikt om CO2-emissies en luchtvervuiling te schatten die worden geproduceerd door particuliere gasboilers en door elektriciteitscentrales. Zo bleek dat particuliere gasketels in een stad als Leeds dezelfde hoeveelheid CO2 uitstoten als een gascentrale. Het energieverbruik thuis zorgt voor ongeveer 15 procent van alle broeikasgassen in het VK.

    Uit de gegevens blijkt ook dat gasketels thuis acht keer zoveel stikstofdioxide produceren als elektriciteitscentrales. NO2 is een luchtverontreinigende stof die in het VK jaarlijks tienduizenden vroegtijdige sterfgevallen veroorzaakt.

    Lees ook:


    Evergrande schorst handel op beurs van Hongkong op

    De Chinese vastgoedgigant Evergrande, die op de rand van het faillissement staat, heeft volgens South China Morning Post maandag de handel in zijn aandelen op de beurs van Hongkong opgeschort ‘in afwachting van een mogelijke verkoop van een meerderheidsbelang in de vastgoedbeheertak’. Evergrande is de vastgoedontwikkelaar met de ‘hoogste schulden ter wereld’ – maar liefst 300 miljard dollar –, aldus de krant.

    Een mogelijk faillissement van Evergrande zou een groot effect hebben op de Chinese vastgoedsector en banken

    De financiële gemeenschap heeft al enkele weken geen vertrouwen meer in de capaciteiten van het bedrijf om aan zijn betalingsverplichtingen te voldoen, en de Chinese regering lijkt niet bereid de groep uit de brand te helpen. Een mogelijk faillissement van Evergrande, dat het op één na grootste vastgoedbedrijf is van China, zou een groot effect hebben op de Chinese vastgoedsector en banken.

    De vastgoedtak van Evergrande verklaarde tegenover SCMP dat ze in afwachting is van een ‘mogelijk algemeen bod’ op haar aandelen.

    Lees ook:


    7000 stappen per dag voor een langer leven

    Om kansen op een lang leven te vergroten moeten we minstens 7000 stappen per dag zetten of meer dan 2,5 uur per week sporten beoefenen als tennis, fietsen, zwemmen, joggen of badminton, zo blijkt uit twee grootschalige nieuwe onderzoeken. De twee onderzoeken, die samen meer dan 10.000 mannen en vrouwen decennialang volgden, tonen aan dat de juiste soort en hoeveelheid lichaamsbeweging het risico op vroegtijdig overlijden met maar liefst 70 procent vermindert. Activiteit boven een bepaald plafond voegt waarschijnlijk geen jaren aan onze levensduur toe en kan in extreme gevallen zelfs schadelijk zijn, schrijft The New York Times.

    Eerder onderzoek suggereerde al dat actieve mensen langer leven dan degenen die zelden bewegen. Maar wetenschappers stelden niet eerder vast in hoeverre beweging al dan niet kan worden geassocieerd met een langere levensduur.

    De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg

    Mannen en vrouwen die ten minste 7000 dagelijkse stappen zetten toen ze aan het onderzoek deelnamen, hadden ongeveer 50 procent minder kans om te overlijden dan degenen die minder dan 7000 stappen zetten. De sterfterisico’s bleven dalen naarmate het aantal stappen steeg, tot wel 70 procent minder kans op vroegtijdig overlijden bij degenen die meer dan 9000 stappen zetten. Bij 10.000 stappen vlakken de voordelen af. ‘Er was een punt van afnemende meeropbrengst,’ zegt Amanda Paluch, universitair docent kinesiologie aan de Universiteit van Massachusetts Amherst, die een van de twee studies leidde. Mensen die meer dan 10.000 stappen per dag zetten, leefden zelden langer dan degenen die minstens 7000 stappen deden.

  • Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse ex-premier gearresteerd in Italië | Dubbel zoveel CO2 door vlees

    Catalaanse separatist Carles Puigdemont gearresteerd in Italië

    Voorstander van onafhankelijkheid en voormalig regeringsleider van Catalonië, Carles Puigdemont, is op donderdag 23 september op Sardinië gearresteerd door de Italiaanse politie, meldt El Mundo. De Catalaanse leider werd gearresteerd in Alghero. Er liep een internationaal arrestatiebevel tegen de ex-premier.

    Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’

    ‘Gerechtelijke bronnen verklaren dat de rechtbank zal moeten beslissen of de Italiaanse autoriteiten ermee instemmen hem aan Spanje uit te leveren’, schrijft de Spaanse krant. Hij verblijft sinds de mislukte afscheidingspoging in 2017 in ballingschap in België om aan vervolging door de Spaanse justitie te ontkomen. Carles Puigdemont is aangeklaagd voor ‘opruiing’ en ‘verduistering van publieke middelen’.


    Dubbel zoveel CO2 door vlees

    De wereldwijde voedselproductie veroorzaakt een derde van alle door menselijke activiteit uitgestoten gassen die de planeet opwarmen, aldus een groot nieuw onderzoek. Vleesproductie zorgt voor zeker twee keer zoveel emissies als de productie van plantaardig voedsel. Het volledige systeem van voedselproductie, inclusief het gebruik van machines, kunstmest en transport, zorgt jaarlijks voor 17,3 miljard ton broeikasgas. Dat is ruim het dubbele van de totale uitstoot van de VS en vertegenwoordigt 35 procent van de wereldwijde uitstoot, schrijft The Guardian.

    Een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo

    ‘Dit is hoger dan we hadden verwacht’, aldus Atul Jain, van de Universiteit van Illinois en coauteur van het artikel, dat maandag werd gepubliceerd in Nature Food.

    Het verschil in uitstoot tussen vlees- en plantaardige productie is groot: de productie van bijvoorbeeld een kilo tarwe veroorzaakt 2,5 kilo broeikasgas, een kilo rundvlees 70 kilo. Volgens de onderzoekers moeten samenlevingen zich rekenschap geven van dit significante verschil bij de aanpak van de klimaatcrisis.


    Australië steunde de CIA in Chili

    Australië was in de jaren zeventig betrokken bij spionageoperaties in Chili, ter ondersteuning van de Amerikaanse CIA, die samenspande tegen de democratisch gekozen regering van de socialistische president Salvador Allende, die 48 jaar geleden door het leger werd afgezet, bericht MercoPress. De Australische geheime dienst runde een ‘station’ in Santiago van 1971 tot 1973 op verzoek van de CIA, zo blijkt uit documenten die zijn vrijgegeven door het National Security Archive (NSA), in Washington.

    ‘Vijftig jaar na dato vinden we nog steeds aanwijzingen van gezamenlijke geheime inspanningen om de democratisch gekozen regering van president Salvador Allende te destabiliseren’, aldus Peter Kornbluh van NSA.

  • Tigray: Afrikaanse academici roepen op tot dialoog | ‘Groen’ staal uit Zweden

    Tigray: Afrikaanse academici roepen op tot dialoog | ‘Groen’ staal uit Zweden

    Afrikaanse intellectuelen roepen op tot dialoog in Ethiopië

    ‘Ethiopië staat aan de rand van de afgrond, we moeten handelen.’ Zo luidde de noodkreet van bijna zestig Afrikaanse intellectuelen in het tijdschrift African Arguments op 26 augustus, twee weken na de oproep van premier Abiy Ahmed tot een algemene mobilisatie van de Ethiopische bevolking.

    ‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië’

    De auteurs, die zichzelf omschrijven als ‘Afrikaanse intellectuelen die zich bezighouden met het continent en de diaspora‘ en die ‘hun werkzame leven hebben gewijd aan het begrijpen van de oorzaken van en mogelijke oplossingen voor intra- en inter-Afrikaanse conflicten’, waarschuwen de internationale gemeenschap voor de dramatische ontwikkelingen in de oorlog in Tigray. ‘Wij zijn ontzet en geschokt door de steeds verder verslechterende situatie in Ethiopië.’

    In hun open brief roepen zij zowel de Ethiopische regering als de regionale regering van Tigray op om ‘positief te reageren op de herhaalde oproepen tot een politieke dialoog, ook met de betrokken groepen in de regio’s Amhara en Oromia’. Zij dringen er bij de buurlanden op aan ‘maximale druk’ uit te oefenen en bij de gehele internationale gemeenschap om het werk van de Intergouvernementele Ontwikkelingsautoriteit (IGAD) en de Afrikaanse Unie (AU) te steunen.

    Lees ook:


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.

  • Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    Volgens China is leegloop Hongkong ‘normaal’ | Maersk bestelt groenere schepen

    China: ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.

    Lees ook:


    Maersk bestelt groenere schepen

    Het Deense Maersk, de grootste rederij ter wereld, investeert 1 miljard Britse pond, circa 1,17 miljard euro, in CO2-neutrale containerschepen. Het bedrijf bestelt acht containerschepen die kunnen varen op groene methanol en op traditionele bunkerbrandstof, bericht The Guardian. Volgens Maersk, dat onder meer goederen verscheept voor H&M Group en Unilever, leidt de vervanging van oudere door fossiele brandstoffen aangedreven schepen, tot een vermindering van zeker 1 miljoen ton CO2 per jaar.

    ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’

    De bestelling van de schepen bij Hyundai Heavy Industries in Zuid-Korea, is vooralsnog de grootste stap om de scheepvaartindustrie, die verantwoordelijk is voor bijna 3 procent van de wereldwijde uitstoot van broeikasgassen, CO2-arm te maken. De scheepvaart reageerde relatief traag op oproepen om het gebruik van fossiele brandstoffen te verminderen, deels omdat schonere alternatieven schaars en duurder zijn. ‘Deze order bewijst dat er nu goede CO2-neutrale oplossingen beschikbaar zijn’, aldus Søren Skou, CEO van Maersk. De acht schepen, elk met een capaciteit van 16.000 containers, worden naar verwachting aan het begin van 2024 opgeleverd.

    Lees ook:

    10 miljard yuan voor Chinese boeren

    Pinduoduo, het grootste technologieplatform in China dat boeren en distributeurs rechtstreeks met consumenten verbindt, kondigde vorige week aan 10 miljard yuan, circa 1,3 miljard euro, te doneren aan de landbouwsector. Direct daarna steeg de beurskoers met 22 procent. De donatie komt overeen met instructies van president Xi Jinping om sociale ongelijkheid aan te pakken, schrijft Le Courrier International.

  • Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Wereldnieuws: Zweeds bedrijf produceert ‘groen’ staal & Meer

    Red een pelikaan met je paardenstaart

    Nadat je je haar hebt laten knippen bij Pitch, een kapsalon in het centrum van San Francisco, verzamelen de kappers de afgeknipte lokken en voeren die aan viltmachines die buiten staan. Deze veranderen het haar in strak geweven viltmatten die worden gebruikt om watervervuiling aan te pakken. Het is een idee van Phil McCrory, een haarstylist uit Huntsville, in Alabama, schrijft Reasons to be Cheerful. In 1989 zag hij beelden van de olieramp met de Exxon Valdez in Alaska. Hij wist hoe gemakkelijk olie zich aan haren hecht en vroeg zich af of je ook mensenhaar zou kunnen gebruiken om olie op te ruimen. Wetenschappers bevestigden zijn theorie: elke haar absorbeert drie tot negen keer zijn gewicht in olie. 

    Het idee van McCrory leidde tot een wereldwijde beweging. In 1998 ging hij een partnerschap aan met Matter of Trust, een non-profitorganisatie van Lisa Gautier uit San Francisco. Samen lanceerden ze het baanbrekende Clean Wave-programma om vezelmatten te produceren van mensenhaar uit kapsalons, dierenvacht uit salons voor huisdieren en zelfs pluisjes uit wasserettes.

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten

    Inmiddels doneren alleen al in de VS veertigduizend kapsalons hun haarresten. Elke kapsalon en dierentrimmer knipt ongeveer anderhalve kilo haar of vacht per dag, en dat levert een enorme hoeveelheid op aan natuurlijke vezels. De viltfabriek in San Francisco ontvangt nu dagelijks haar uit dertig landen.

    De haarmatten van Matter of Trust zijn inmiddels al met succes gebruikt bij grote olielozingen, zoals in Ecuador, waar Texaco tussen 1964 en 1992 meer dan 60 miljard liter giftig afvalwater dumpte, naast miljoenen liters ruwe olie. In 2010 leidde de lekkage van bijna 800 miljoen liter ruwe olie door BP in de Golf van Mexico tot een ongekende reactie: binnen vier dagen ontving Matter of Trust 340.000 kilo aan vezels. EPA, het milieuagentschap van de overheid, noemde het de grootste burgeractie die het ooit had gezien.


    De laatste zwaardmakers van Toledo

    De Carthaagse generaal Hannibal en de Romeinse legioenen waren ruim tweeduizend jaar geleden al fan van zwaarden uit het Spaanse Toledo. De reputatie van deze zwaarden was enorm; met honderden smeden was de stad een van ’s werelds belangrijkste centra voor dit ambacht. Nu zijn er nog maar twee ambachtelijke zwaardmakers over. Ze vormen de laatste schakel in de duizenden jaren oude traditie, aldus The Guardian.

    ‘Zwaarden maken is nauw verbonden met deze stad’, zegt Antonio Arellano van Artesania Arellanos. ‘Als we dat kwijtraken, is het een enorm verlies.’

    ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’

    Arellano is afkomstig uit een lange lijn van ijzerbewerkers en begon dertig jaar geleden met het maken van zwaarden. Klanten bestonden toen al niet meer uit edellieden en zwaardvechters; in plaats daarvan concentreerde het bedrijf zich op toeristen en verzamelaars die graag een beroemd stuk Toledo-staal wilden aanschaffen. ‘Toen ik begon zat het in en om het historische centrum van Toledo nog vol met werkplaatsen’, aldus Arellano, met zijn 69 jaar de laatste meester-zwaardsmid van Toledo. De afgelopen jaren moesten de lokale zwaardmakers concurreren met inferieure, massaal geproduceerde zwaarden uit Azië. Vervolgens kwam corona en bleven de toeristen weg.

    Toch zal Arellano’s zoon het bedrijf overnemen, want er is nog hoop, schrijf de Britse krant. Belangstelling voor geschiedenis heeft geleid tot een stroom aan opdrachten van tv-series en theaterproducties die op zoek zijn naar historisch nauwkeurig materiaal. En onlangs tekende Arellano een overeenkomst met een historisch themapark, waar zijn zoon ten overstaan van het publiek zwaarden zal gaan smeden.


    ‘Vertrek van tienduizenden is normaal

    Tijdens een bezoek aan Hongkong ontkende een hoge Chinese regeringsfunctionaris dat tienduizenden inwoners de stad hebben verlaten vanwege de door Beijing opgelegde nationale veiligheidswet. De regering van de stadstaat maakte eerder deze maand bekend dat ruim 89.000 mensen uit Hongkong zijn vertrokken sinds de invoering van de veiligheidswet, twaalf maanden geleden. Maar volgens Huang Liuquan, van het Bureau voor Zaken aangaande Hongkong en Macau, hebben de twee zaken niets met elkaar te maken, schrijft South China Morning Post.

    ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat en de sociale orde is hersteld’

    ‘Sommigen suggereren dat mensen Hongkong hebben verlaten omdat ze ontevreden zijn over de uitvoering van de nationale veiligheidswet en het vertrouwen in de ontwikkeling van de stad hebben verloren. Ik denk niet dat dat juist is’, aldus Huang. ‘Inwoners hebben hun rustige en veilige leven hervat, de principes van de rechtsstaat zijn duidelijk gemaakt en de sociale orde is hersteld. De ontwikkeling van Hongkong is weer op de goede weg. Dit zijn onmiskenbare feiten.’

    Huang beweerde dat een uittocht van tienduizenden inwoners normaal is voor een internationaal georiënteerde stad, zeker tijdens een pandemie.


    Groen staal uit Zweden

    De groene staalonderneming HYBRIT uit Zweden heeft ’s werelds eerste staal geleverd dat is geproduceerd zonder gebruik van steenkool. Het bedrijf wil een revolutie teweegbrengen in een industrie die goed is voor ongeveer 8 procent van de mondiale CO2-uitstoot. HYBRIT, eigendom van SSAB, Vattenfall en mijnbouwbedrijf LKAB, levert het ‘groene’ staal aan Volvo voor een testfase en mikt op volledige commerciële productie in 2026. Volgens SSAB, dat verantwoordelijk is voor 10 procent van de Zweedse en 7 procent van de Finse CO2-uitstoot, is de proeflevering een ‘belangrijke stap in de richting van een volledig fossielvrije keten’, aldus Reuters.

    ‘Ik ben blij de minister te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset

    HYBRIT startte vorig jaar met testactiviteiten in zijn proeffabriek in Luleå, in het noorden van Zweden. Ook het bedrijf H2 Green Steel werkt aan een fossielvrije staalfabriek in Noord-Zweden. ‘Ik ben blij de minister van Ondernemen en Energie te zijn in een land waar de industrie bruist van energie voor een groene reset’, was de reactie van Ibrahim Baylan, minister van Ondernemen, Industrie en Innovatie.


    Toch porno op OnlyFans

    Minder dan een week nadat OnlyFans had aangekondigd pornografie op zijn platform te verbieden, trok de Britse site die beslissing weer in, omdat het bedrijf ‘garanties heeft gekregen die nodig zijn om onze gemeenschap van diverse makers te kunnen ondersteunen’. Kennelijk zijn er nieuwe overeenkomsten afgesloten met banken, zodat makers die inhoud op OnlyFans plaatsen kunnen worden betaald, ook degenen die seksueel expliciet materiaal aanbieden, schrijft Variety.

    OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand

    Oprichter en directeur Tim Stokely legde de schuld voor het pornoverbod bij onder meer JP Morgan Chase, Bank of New York Mellon en Metro Bank. Het conflict met de banken is mogelijk opgelost door openbaar te maken hoeveel geld er door de site stroomt: OnlyFans doet zo’n 300 miljoen dollar aan uitbetalingen per maand. Ook de woedende reacties van sekswerkers die op de site vertrouwden voor hun onderhoud zullen doorslaggevend zijn geweest.

  • Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Baanbrekende transwet in Spanje | Noorwegen verbiedt geretoucheerde foto’s

    Verbod op aangepaste foto’s

    Strijdend tegen onrealistische schoonheidsnormen heeft Noorwegen een nieuwe wet aangenomen die influencers en adverteerders verplicht om aan te geven of foto’s zijn geretoucheerd. Voortaan moeten advertenties waarbij de vorm, grootte of huid van een lichaam is geretoucheerd, of met filters is gefotografeerd, worden voorzien van een gestandaardiseerd label van het Noorse ministerie van Kinderen en Gezinszaken. Voorbeelden zijn vergrote lippen, aangepaste tailles en overdreven spierbundels, maar het is niet duidelijk of de wet ook geldt voor ingrepen in belichting of kleurverzadiging, schrijft Vice.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’

    De wet geldt ook voor afbeeldingen van influencers en beroemdheden als ze ‘een betaling of ander voordeel ontvangen’ voor berichten op sociale media. Elke overtreding wordt bestraft met oplopende boetes en in extreme gevallen zelfs met gevangenisstraf.

    De wet is het gevolg van een aanhoudend publiek debat in Noorwegen rond ‘kroppspress’, letterlijk: ‘lichaamsdruk’, oftewel een ‘opgelegde schoonheidsnorm’. Volgens het ministerie van Kinderen en Gezinszaken blijkt die een factor te zijn die bijdraagt aan een negatief zelfbeeld bij jonge mensen.


    Toerismesector lijdt verlies van 4 biljoen dollar

    De ineenstorting van het internationale toerisme door corona zal voor de jaren 2020 en 2021 mogelijk leiden tot een wereldwijd verlies van meer dan 4 biljoen dollar, volgens een rapport dat UNCTAD deze week presenteerde samen met de Wereldtoerismeorganisatie van de VN. Herstel van het toerisme zal grotendeels afhangen van de wereldwijde vaccinatiegraad, schrijft Journal de Montreal.

    Lees ook:


    Baanbrekende wet in Spanje

    De Spaanse regering heeft een wetsvoorstel goedgekeurd dat burgers boven de 14 jaar het recht geeft om hun geslacht bij de burgerlijke stand te wijzigen zonder dat daarvoor bewijzen, getuigenissen of medische verklaringen nodig zijn.

    ‘We willen hiermee het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap rechtzetten’

    Het wetsvoorstel is goedgekeurd na maandenlange onderhandelingen en zal nu een reeks toetsen ondergaan voordat het aan het parlement wordt voorgelegd om erover te stemmen. In het voorstel is een mechanisme opgenomen om misbruik van het systeem te voorkomen. Degenen die hun geslacht bij de burgerlijke stand wijzigen, kunnen dit slechts één keer doen. Voor een eventuele volgende wijziging is rechterlijke toestemming nodig.

    ‘We willen hiermee stigmatisering en het gebrek aan erkenning voor de rechten van de LHBTI-gemeenschap proberen recht te zetten’, aldus regeringswoordvoerder María Jesús Montero tegen Euractiv. De wet, die door de LHBTIQ+-gemeenschap overwegend positief is ontvangen, verbiedt ook conversietherapie of andere pogingen om seksuele geaardheid, expressie en identiteit te beïnvloeden of te wijzigen.


    Canada wil af van benzineauto

    Alle nieuwe lichte voertuigen die vanaf 2035 in Canada worden verkocht, zullen emissievrij moeten zijn, zo maakte de federale minister van Transport Omar Alghabra deze week bekend. Vanaf dat jaar mogen er geen nieuwe personenauto’s of lichte vrachtwagens met verbrandingsmotor meer worden verkocht. meldt La Presse. De regering sluit zich hiermee aan bij de staat Quebec, die afgelopen herfst al de verkoop van voertuigen op benzine of diesel na 2035 verbood. De landelijke doelstelling was aanvankelijk vastgesteld voor 2040 en wordt dus met vijf jaar verkort, concludeert de Canadese krant.

    CO2-neutraal

    Voor 2025 en 2030 zullen tussentijdse doelstellingen worden vastgesteld, zodat de verkoop van nieuwe voertuigen met verbrandingsmotor geleidelijk afneemt, voordat ze volledig verboden worden. Ottawa zegt zijn ‘partners’ te willen raadplegen, met name de Verenigde Staten, waarmee het zijn regelgeving wil ‘harmoniseren’.

    Door de verkoop van nieuwe benzine- en dieselvoertuigen te verbieden, kan Canada in 2050 CO2-neutraal zijn, aldus Jonathan Wilkinson, minister van Milieu en Klimaatverandering.


    Britten hebben veel spaargeld

    Doordat lockdowns de mogelijkheden om geld uit te geven beperkten, bereikte het spaargeld dat Britse huishoudens begin dit jaar hadden opgebouwd het op één na hoogste niveau ooit, bericht The Guardian. Dit blijkt uit cijfers van het Office for National Statistics. Volgens het Britse statistiekbureau stegen de spaargelden in de eerste drie maanden van dit jaar sterk toen de derde nationale lockdown werd afgekondigd.

    De spaarquote, het percentage van het totale beschikbare inkomen dat huishoudens gebruiken om te sparen, steeg sinds eind december van 16,1 procent naar 19,9 procent en bereikte daarmee het op één na hoogste niveau sinds 1963. Het vorige record van 25,9 procent werd gevestigd in het tweede kwartaal van 2020 tijdens de eerste lockdown, die de Britse economie in een recessie stortte. In het decennium vóór de pandemie lag de spaarquote op een gemiddelde van 8,5 procent.

    Economen verwachten een hausse in de uitgaven als de beperkingen worden versoepeld.


    Nieuwe ontslagregeling in Italië

    Het kabinet van de Italiaanse premier Mario Draghi keurt een nieuw decreet goed dat het ontslag van werknemers regelt. De regering heeft overeenstemming bereikt met vakbonden en werkgeversorganisaties over een systeem dat in werking treedt wanneer het aan corona gekoppelde verbod op ontslagen afloopt. Aanvankelijk leek de regering van plan het ontslagverbod te willen verlengen voor kwetsbare sectoren, zoals de textiel. De vakbonden wilden juist verlenging van het algemene verbod tot aan oktober, uit angst voor massale ontslagen.

    Volgens de overeenkomst zullen bedrijven pas werknemers mogen ontslaan als alle beschikbare CIG-gelden, de Italiaanse inkomenssteun tijdens corona, zijn opgebruikt.


    Derde coronagolf in Zuid-Afrika

    Zuid-Afrika is verantwoordelijk voor bijna 40 procent van alle sterfgevallen door corona op het continent en telt tot dusver 60.038 officieel geregistreerde dodelijke slachtoffers. Het land wordt geteisterd door een derde golf, die is ontstaan door de snelle verspreiding van de Deltavariant schrijft Al-Jazeera. De provincie Gauteng, met Johannesburg – het financiële centrum van het land – en de administratieve hoofdstad Pretoria, is met ruim 60 procent van de nieuwe gevallen het epicentrum.

    In een televisietoespraak kondigde president Cyril Ramaphosa een reeks nieuwe beperkingen aan, waaronder een verbod op de verkoop van alcohol en bijeenkomsten, evenals uitbreiding van de avondklok van 21.00 uur tot 04.00 uur.

    Lees ook:

  • Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Duurzaam reizen zonder schuldgevoel

    Michael Allmaier vraagt zich af het nog kan: schaamteloos genieten van een vakantie zonder de planeet schade te berokkenen. Hij neemt de proef op de som door met advies van de wetenschap zo milieuvriendelijk en verantwoord mogelijk te reizen. ‘Hoe voelt het om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn?’

    Dossier Op reis

    De pandemie heeft het toerisme hard getroffen. De voorheen bloeiende sector was in 2019 nog goed voor 11 procent van het wereldwijde bbp. Het lijkt erop dat nu de vaccinatieprogramma’s op gang komen, vakantiereizen deze zomer weer mogelijk zijn. Maar was er niet jarenlang kritiek op het massatoerisme? Moet dat wel in ere worden hersteld?

    Dit artikel verscheen eerder in nummer 164, augustus 2019.

    In de haven van Barcelona staat een 60 meter hoog standbeeld van Christoffel Columbus. Het herinnert aan de verwelkoming van de ontdekkingsreiziger bij zijn thuiskomst. De zuil is hol; je kunt een lift nemen naar boven en uitkijken over de stad. Daar sta ik nu. In gedachten stel ik de man van brons hierboven een paar vragen.

    ‘Fantastisch, Christoffel, dat je je hele trip op windkracht hebt kunnen maken. Maar het afval, heb je dat echt in zee gegooid? En waarom moest je zo ver weg? Had je niet hier in de buurt iets kunnen ontdekken?’

    Onze houding ten opzichte van reizen verandert, de laatste jaren sterker dan in de vijf eeuwen daarvoor. De drang om verre reizen te maken werd lange tijd beschouwd als iets goeds, een weg naar avonturen en het opdoen van nieuwe ideeën. Tegenwoordig hoor je vaker dat het toegeven aan die drang pijn doet, namelijk bij alle andere mensen. Cruiseschepen die giftige dampen uitstoten. Reusachtige hotels die de kust verpesten. Golfbanen en tuinen in warme landen waaraan kostbaar water wordt verspild. En natuurlijk de vliegtuigen met hun CO2-uitstoot…

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen?

    We vinden het niet meer alleen een uitwas van het massatoerisme, maar een direct gevolg van ons verlangen overal ter wereld van onze vrijheid te genieten. Als je tegenwoordig terugkomt van een weekendje shoppen in New York of van een korte vakantie op de Seychellen, moet je oppassen aan wie je dat vertelt. Anders is het niet meer ‘Hoe was het?’ maar ‘Moest dat nou zo nodig?’

    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. - © Biblioteca Estense di Modena
    De Cantino-wereldkaart uit 1502 is de oudste bewaard gebleven kaart waarop de ontdekte gebieden door Columbus (Centraal-Amerika), Corte-Real (Newfoundland), Gama (India) en Cabral (Brazilië) staan afgebeeld. – © Biblioteca Estense di Modena

    Wordt het maken van verre reizen binnenkort ook iets om je voor te schamen, net zoals roken en het rijden in een SUV?

    Het is ingewikkeld. Bij dit conflict loopt de scheidslijn niet door de samenleving, maar dwars door bijna ieder individu. Ergens door je hoofd, je hart of je buik. De man die in een helikopter over de Grand Canyon vliegt, is thuis wellicht een zeer betrokken milieuactivist. Hij vindt alleen dat hij nu wel een keer de bloemetjes buiten mag zetten.

    Goede toerist

    Als je het de Duitsers vraagt, zegt meer dan de helft dat ze zo veel mogelijk milieuvriendelijk en verantwoord reizen. Maar de meerderheid doet dat helemaal niet. Waar dat aan ligt, kan ik ook zonder veldonderzoek wel vertellen. Tot een paar weken terug vond ik afzien van een verre vakantie nog paradoxaal. Net als suikervrije taart. Maar ik ga het toch proberen. Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn.

    Waarom dat me uitgerekend naar het overvolle Barcelona brengt, moet ik uitleggen. Want ik zag mezelf eerder langs Zweedse meren fietsen. Een cliché, ik weet het. Duurzaam toerisme bestaat al langer dan de biowinkel. Je kunt zelfs met een gerust hart naar het oog van de orkaan reizen, als je het goed aanpakt.

    Van een koud land naar een warm land gaan is al prima. Je hebt minder verwarming nodig, en dat beperkt emissie. Het is ook goed om in het laagseizoen te gaan, dat ontziet de infrastructuur. De tip van Catalonië dank ik aan Petra Thomas, de secretaris van het forum Anders Reisen. Dat is geen ngo, maar een brancheorganisatie van meer dan honderd milieubewuste reisorganisaties. Het is een invloedrijk forum, omdat het al actief was toen nog niemand het over klimaatverandering had. ‘Bij de Catalanen,’ zei ze, ‘is het leed groot. Daarom bedenken ze van alles om het toerisme beter vorm te geven.’

    Dat milieubewustzijn een prijs heeft, is ook zo’n cliché. Ik zie het bevestigd als het boeken van mijn treinreis van Hamburg naar Barcelona buitengewoon omslachtig blijkt te zijn. Het is twee keer zo duur als vliegen en duurt ook nog eens minstens zeven keer zo lang! Mijn eerste impuls is om de heenreis zo snel mogelijk achter me te hebben.

    Want zo doe je dat als je gaat vliegen. Maar dan heb je meteen de slechtst mogelijke start. Reispedagogisch gezien ben je, als je een korte vakantie neemt, een soort fastfoodjunkie. Je propt je snel vol met indrukken en krijgt even snel weer honger. Duurzaam reizen begint ermee dat je duurzame indrukken opdoet. Ik boek dus een rustige en trage verbinding door de Elzas en de Provence. ‘Maak de heenreis onderdeel van je reiservaring,’ had Petra Thomas me aangeraden.

    La durée du voyage

    ‘La durée du voyage’ gebruik ik voor het lezen van brochures vol goede adviezen. Daarvan zijn er meer dan sterren aan de hemel. En in wezen zeggen ze allemaal hetzelfde: blijf dichter bij huis, reis langzamer en langer. Maar dan wordt het verwarrend. Moet ik de man die op het strand sapjes verkoopt echt mijn waterfles geven om te laten vullen? En de buschauffeur vragen of hij zijn motor wil afzetten terwijl hij staat te wachten? Of zijn dat ‘puur symbolische duurzaamheidspraktijken’, waarmee ik wel mijn geweten, maar niet het milieu ontlast?

    Ik heb advies gevraagd bij het Instituut voor Technische Milieubescherming van de Technische Universiteit Berlijn. Annekatrin Lehmann en David Bossek werken daar aan een methode om mensen te helpen hun ecobalans te berekenen. Ze nemen de tijd om me gedurende mijn reis te coachen. Iedere avond zal ik hun verslag doen: van hoelang ik onder de douche heb gestaan tot aan het slaapmutsje uit de minibar. En dan berekenen zij hoeveel ik het milieu heb belast.

    Op de avond van de tweede dag bereik ik Barcelona. Mijn hotel is me aangeraden door de Catalaanse VVV. Het is aan alle kanten op duurzaamheid gericht. Overal wordt energie bespaard: het water uit de kraan wordt afgeknepen, shampoo en eten dat overblijft, wordt aan hulpbehoevende mensen gegeven.

    ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Prima allemaal, denk ik. Maar in Berlijn zijn ze niet enthousiast. Het zwembad op het dak belast mijn milieubalans. Waterverbruik, stroom voor de pomp, materiaal- en energiekosten voor bouw… ‘Waar heeft een ecohotel een zwembad voor nodig?’

    Gaudí was een recycler avant la lettre (Park Güell, Barcelona)
    ‘Gaudí was een recycler avant la lettre’ (Park Güell, Barcelona)

    Die twee zijn alleen zo streng omdat ik het ze gevraagd heb. Het doel van hun onderzoek is immers om ervoor te zorgen dat ik in de toekomst zelf let op mijn ecologische impact, omdat je je totale uitstoot net zo makkelijk kunt meten als het aantal kilometers dat je aflegt of je bloeddruk. ‘In elk geval verwarmen ze het water niet,’ schrijf ik timide terug.

    Na een verantwoord ontbijt (jam van restfruit en biologisch brood) wandel ik naar de ontmoetingsplek voor een rondleiding door de stad. De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden. Dat is helemaal niet meer zo erg, nu entreekaarten bijna alleen in de voorverkoop verkrijgbaar zijn en ordebewakers verdwaalde toeristen als verkeersbrigadiers de weg wijzen.

    Wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet

    Gaudí, dat was al een goede, zegt mijn gids Juan later: een recycler avant la lettre, die voor het bouwmateriaal voor zijn beroemde gevels gebruikmaakte van wat elders was overgebleven. Een overtuigd wandelaar en vegetariër bovendien. ‘Hij had altijd een handje pinda’s in zijn zak. Daaraan herkenden ze hem toen hij in 1926 een verkeersongeluk kreeg.’ Te laat helaas. Vanwege zijn excentrieke uiterlijk belandde Gaudí in het armenhospitaal. Drie dagen later was hij dood. ‘Als hij er niet als een zwerver bij had gelopen, zou hij absoluut langer hebben geleefd.’

    Juan mag dat zeggen: hij is zelf een hele tijd dakloos geweest. Een Duitse Spanjaard uit het Zwarte Woud. Hoe hij hier is terechtgekomen is een lang verhaal, met drugs in de hoofdrol. Nu werkt hij in een gaarkeuken en bij een touroperator die alleen bemiddelt voor stadsgidsen zoals hij, met straatervaring.

    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.  © Jonathan Ford / Unsplash
    Op een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona. © Jonathan Ford / Unsplash

    Ik wist niet wat me te wachten stond. Ik vond het voldoende te weten dat mijn geld naar hem ging en niet naar een groot toeristisch concern. Dat we te voet zouden gaan, weg van de belangrijkste attracties (daar mogen alleen gidsen met een vergunning naartoe). Wat wat ik dan te zien krijg, is duurzaam, omdat je het niet snel vergeet. Juan laat me een stad in de stad zien, vaak maar een paar passen verwijderd van Instagram-Barcelona.

    De rondleiding eindigt in het armenhospitaal waar Gaudí destijds lag. Tegenwoordig is de Catalaanse Staatsbibliotheek er ondergebracht. In de schaduw van de neogotische muren zit een groep jongeren met rugzakken en flesjes. Juan bekijkt ze eens goed. ‘Vakantiegangers en zwervers,’ zegt hij, ‘je kunt ze soms bijna niet uit elkaar houden.’

    Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.  © Jessica / Unsplash
    ‘Geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.’ © Jessica / Unsplash

    Ik had me erg verheugd op de avond: er stond een menu gourmet gepland bij een topkok. Maar nu ik de kaart nog eens bekijk: geïmporteerde groente, bedreigde vissoorten, rundvlees zelfs (methaan!). En ook nog eens kaas, wat milieutechnisch niet veel beter is. Vol weerzin annuleer ik. Ik moet ergens heen waar ik zonder bedenkingen kan eten en drinken.

    Milieubewust testlaboratorium

    Het is pijnlijk in een restaurant eerst naar het afval te vragen, maar de chef van Lasal del Varador laat het graag zien. Drie emmers, nauwelijks groter dan bij mij thuis, voor het hele bedrijf. Er ligt een stuk papier tussen het vuilnis dat gerecycled kan worden: Ricard Jornet ziet het meteen. Hij pakt het en legt het in de andere emmer.

    Voor mensen die liever naar de zee dan in een vuilnisemmer kijken, is Lasal del Varador aanvankelijk niets bijzonders. Een van de vele strandtenten aan de uitlopers van Barcelona, een halfuur met het boemeltje naar het noorden. Ricard ziet het meer als een testlaboratorium: hoe milieubewust kun je koken?

    Zijn waar koopt hij zo mogelijk onverpakt. Hij schenkt zijn gasten gratis gefilterd leidingwater. Hij verwarmt met zonne-energie, koelt met ventilatoren. Vlees is bijna helemaal van de kaart verbannen; vis komt van kleine bootjes uit de omgeving. Dat moet je steunen, vind ik. Met gegrilde inktvis, gestoomde mosselen en een prima paella.

    Weten de gasten zijn inzet te waarderen? Jazeker, zegt Ricard, alleen veel meer betalen willen ze niet. ‘Maar ik heb een oplossing gevonden.’ Hij tekent zijn businessmodel op mijn servet. Op stroom bijvoorbeeld bespaart hij geld. Eco is ook economisch. Maar zonder een beetje idealisme gaat het verhaal niet op: ‘Ik wil mijn kinderen geen varkensstal nalaten.’

    Ik heb met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt

    Ricard is geen zendelingstype. Wanneer ik over mijn treinreis vertel, knikt hij schuldbewust. ‘Vijf jaar heb ik het volgehouden.’ Vijf jaar zonder te vliegen. ‘Toen kreeg ik de kans Costa Rica te bezoeken. En ik vond het daar zo geweldig.’ Hij is in zijn oude fout vervallen. Maar het moet snel afgelopen zijn, voor altijd. Ik stel me een bijeenkomst voor van de Frequent Flyers Anonymous. Dit was toch wel een goede dag, denk ik op de terugweg.

    Berlijn zegt: ‘Een ecologisch restaurant steunen is natuurlijk prijzenswaardig en absoluut zinvol.’ Alleen heb ik met mijn treinreis meer CO2 veroorzaakt dan het beetje biovis goedmaakt. Vandaar dat het beter was geweest naar een restaurant in de buurt te gaan en daar een veganistische of vegetarische maaltijd te bestellen.

    Na drie dagen Barcelona denk ik dat ik de slag te pakken heb. Mijn ‘broeikaspotentieel’ beweegt zich tussen de 15 kilo CO2 in het begin naar ongeveer eenderde daarvan nu. Bovendien meten de onderzoekers ook mijn bijdrage aan de zomersmog en het verzuren van de zee. Ik heb geen idee wat die waarden betekenen. Maar ze zijn nu groen onderstreept, niet meer geel of rood.

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. © George Kedenbur / Unsplash
    ‘Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen.’ © George Kedenbur / Unsplash

    Is het leuk? Moeilijk te zeggen. Ik heb het te druk met het uit de weg gaan van alle verleidingen. Het wordt vast beter als ik de grote stad verlaat en het groen in ga.

    Ik moet maar een taxi bellen, zeggen ze in het ecoresort. Geen denken aan. Trots sleep ik vanaf de bushalte mijn koffer de laatste kilometers over het stoffige weggetje. Ik heb geen rekening gehouden met de zon die in mijn nek brandt. Als ik nu zonnebrandcrème koop, bederven de olie en de kunststof natuurlijk mijn dagbalans. Berlijn begrijpt mijn dilemma: ‘Een conflict tussen gezondheid en milieubelasting.’ Het goede nieuws: er is een oplossing, als ik uit de zon blijf. Ik koop de crème en eet in plaats daarvan die avond geen kaas.

    Airco

    Mas Salagros ligt goed verborgen in de heuvels van het Parc Natural Serralada Litoral. De eigenaar van een supermarktketen heeft deze middeleeuwse hofstede gekocht om een nieuwe norm te stellen: het eerste honderd procent ecologische hotel op het Iberisch Schiereiland.

    Het is hier prachtig. Bijen zoemen in bloeiende struiken, hagedissen glippen over het met leisteen belegde pad. De piccolo brengt me naar mijn kamer. Hij laat me zien wat hier allemaal voor het milieu wordt gedaan, van warmtewerende dakbedekking tot gerecyclede toegangsdeuren. Ik sta ervan versteld hoe vaak je het woordje ‘eco’ kunt gebruiken. Dan zijn we op mijn kamer. Hij zegt: ‘Het is hier warm’, en zet eerst de airco maar eens op 18 graden.

    Ik breng de tijd door met wandelen, lezen, afval voorkomen. En natuurlijk verklap ik alles aan Berlijn. Is het consequent om ecowijn uit Chili te halen en biozeep uit China? Hoort de sales manager niet te weten of het water in het hotel wordt gezuiverd? Of ben ik degene over wie men zich moet verbazen? Ik wil een vakantieganger met verantwoordelijkheidsbesef worden, geen eco-inquisiteur. Ik besluit te relaxen.

    Daarvoor ben ik aan het juiste adres. Het hotel heeft vijf sterren, maar adverteert daar niet mee. Ik krijg een vermoeden waarom, als ik een gesprek op het terras van het restaurant afluister. Een jong stel, Nederlanders, modieus gekleed. Ze drinken cava en kijken hoe de zon ondergaat achter de heuvels. Haar telefoon rinkelt. ‘Ja, we zijn nog onderweg, in een ecoresort.’ Die twee krijgen echt geen uitbrander als ze weer thuis zijn.

    In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen

    Kan luxe duurzaam zijn? Ik betwijfel het zo langzamerhand. Niet als je luxe ziet als zoete overvloed: meer ruimte dan je nodig hebt, meer keuze dan je kunt overzien, meer kans om je te laten gaan. In Mas Salagros zijn ze trots op hun wellnesscomplex in de stijl van een Romeins badhuis. Daar maak ik het me een middag gemakkelijk zonder lang na te denken wat Berlijn ervan zal vinden. Het zwembad in Barcelona was petieterig vergeleken met de zes bassins hier. In een ervan is het water op lichaamstemperatuur en verzadigd met zout. Ik laat me er ruggelings in zakken en voel hoe hoog ik drijf. Al mijn spieren ontspannen zich. Ik ben toch zelf ook een onderdeel van het milieu, denk ik nog, ook mijn welzijn is belangrijk. In mijn halfslaap verschijnt Greta Thunberg. Haar ogen kijken dwars door me heen.

    Twee dagen later zit ik weer in de trein, het eerste deel van de terugreis. Ik kijk uit over zee en zit een beetje te piekeren. Mijn ecobalans ken ik nu tot tien cijfers achter de komma. Hij staat helaas weer in het rood, zoals altijd op dagen dat je onderweg bent. Het plezier dat ertegenover staat kan ik niet kwantificeren. En zelfs als dat wel kon: wat zou mijn vluchtige geluk wegen tegenover mijn aandeel in de klimaatramp? Berlijn kan me niet meer helpen. Berlijn is op vakantie: een conferentie in Brazilië. Eén advies hebben ze me nog meegegeven: als je wilt zwemmen, doe dat dan in zee, natuurlijker kan het niet.

    Dat ga ik nu in praktijk brengen. Mijn doel is een camping in het noorden van de Costa Brava, in natuurpark Aiguamolls de l’Empordà. Daar zou ook het probleem van luxe niet meer zo groot hoeven zijn.

    Ecokrediet

    Castell Mar is op het eerste gezicht een strandcamping als duizend andere, met tenten en caravans dicht op elkaar. Alleen wie erop let, ziet de nestkastjes aan de lantaarnpalen en de plaatsen waar hagedissen en konijnen kunnen schuilen. Tijdens het avondeten zit ik wat met de eigenaar te praten. Vanaf het terras van zijn restaurant hebben we uitzicht op zee en op de gruwelijke nieuwbouw in een naburige gemeente. ‘De klimaatverandering heeft ook iets moois,’ zegt hij. ‘Ooit spoelt dat allemaal weg en nestelen er aalscholvers in de ruïnes.’

    Jordi Sargatal is niet een typische toerismeondernemer. Hij was nog geen achttien, ‘een hippie en vogelgek’, zegt hij, toen in 1976 het moeras voor zijn deur zou worden drooggelegd. Er was een jachthaven gepland, nog groter en nog mooier, zeiden ze, dan de betonkolossen eromheen. Maar in elk geval slecht voor de zoveel duizend trekvogels die in het riet overnachten op reis naar Afrika. Met slaapzakken en spandoeken versperden Jordi en een paar vrienden de bulldozers de weg. ‘Veel moed was er niet voor nodig. Franco was net dood en de politie moest laten zien dat ze democratisch was. Ze hebben ons zelfs beschermd tegen de boeren uit het dorp die gier over ons heen wilden gooien.’

    Of hij zelf vliegt? ‘Heel vaak.’ Alleen de laatste paar maanden al naar Canada en China, om vogels te kijken. En naar Mauritanië. Daar leven monniksrobben, die hij graag hiernaartoe wil halen. ‘Ik weet wel dat al dat vliegen niet goed is.’ Hij knikt in de richting van het moeras. ‘Ik moet maar hopen dat ik genoeg krediet heb.’

    Dat was een grapje. Maar later in mijn wooncontainer houdt het me toch bezig. Kun je met je ecobalans eigenlijk ooit in de plus komen? Of gaat het er je leven lang alleen om je eigen schuld kleiner te maken? En als ik iedereen er thuis nu van weet te overtuigen dat duurzaam vakantie houden leuk is, geeft me dat dan genoeg krediet om in de herfst naar Japan te gaan?

    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.   © Lucas Neves / Unsplash
    De Sagrada Familia, slechts één blok van het hotel verwijderd, neem ik voor kennisgeving aan. Voorbeeldtoeristen moeten de grootste drukte vermijden.  © Lucas Neves / Unsplash

    Het zwemmen in zee de volgende dag kan ik natuurlijk vergeten. Koud water is een van de nadelen van het laagseizoen. In plaats daarvan neemt Arnau, Jordi’s zoon, me mee op een excursie naar het natuurgebied. Hij studeert ecologie en heeft van zijn vader de liefde voor vogels geërfd. In het dorp gaan we naar Pau, die een bedrijf heeft dat ecoboten verhuurt.

    Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet

    Als je onderweg flink veel afval meeneemt, hoef je geen huur te betalen. Pau peddelt ons via het riviertje de Flavià door het moeras naar de kust. Een aardige vent, net als iedereen die ik op deze vakantie ontmoet. Dat is de mooiste verrassing van mijn week als goede toerist: hoeveel hartelijkheid je ontmoet.

    In het riet ontdekken we vogels die ik nog nooit gezien heb: bontgekleurde bijeneters, langssuizende ijsvogels, groene spechten, strandplevieren. Ook een purperreiger, die blijkbaar erg zeldzaam is: Arnau en Pau kijken elkaar stralend aan. ‘Waarom vogels?’ vraag ik ze. ‘De droom van de mens om te vliegen,’ zegt Arnau. ‘Bewondering,’ denkt Pau, ‘het zijn de koningen van de lucht.’ Ik kijk van de vogels aan de oever naar de condensstrepen in de lucht. Hebben we onze droom waargemaakt, of hebben we hem prijsgegeven?

    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. - © Amin Safaripour / Unsplash
    Ik wil weten hoe het voelt om na decennia als stratosfeerverpester een goede toerist te zijn. – © Amin Safaripour / Unsplash
  • George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    George Monbiot: ‘Red de levende wereld, niet de vervuilers’

    Deze crisis is een kans om onze economie te hervormen en in dienst te stellen van de mens. We hebben een ecologisch pact nodig, betoogt de Britse schrijver en klimaatactivist.

    Keuze uit het archief

    Het IPCC, het klimaatpanel van de Verenigde Naties, kwam eerder deze week met een rapport, waarin stond dat de aarde sinds 1990 ‘onomstotelijk’ door mensen is opgewarmd. De schade aan ecosystemen neemt toe en wie nu jong is zal over enkele decennia in een wereld leven waar de gevolgen van klimaatverandering steeds zwaarder gevoeld worden. Een alarmerend rapport, dat dit betoog van George Monbiot uit 2021 in de Guardian weer relevant maakt.

    ‘Niet Reanimeren’. Dat kaartje moet je de olie-, luchtvaart- en auto-industrie bij zich laten dragen. Overheden zouden aan het personeel van die bedrijven financiële steun moeten verlenen en tegelijkertijd de economie moeten veranderen om nieuwe banen in andere sectoren te creëren. Ze zouden alleen die sectoren overeind moeten houden die bijdragen aan het voortbestaan van de mensheid en de rest van de levende wereld. Ze zouden vervuilende industrieën moeten opkopen en die ombouwen tot schone technologieën, of doen wat ze vaak roepen maar nooit echt willen doen: het aan de markt overlaten. Met andere woorden: die bedrijven failliet laten gaan.

    Dit is onze tweede grote kans om de dingen anders te doen. Misschien wel onze laatste kans. De eerste, in 2008, werd spectaculair verknald. Grote hoeveelheden publiek geld werden uitgegeven om de vervuilende oude economie weer op te tuigen en tegelijkertijd werd ervoor gezorgd dat het geld in handen van de rijken bleef. Nu lijken veel overheden vastbesloten om die rampzalige vergissing te herhalen.

    Genationaliseerd risico

    De ‘vrije markt’ is altijd een product van overheidsbeleid geweest. Als de antitrustwetten zwak zijn, blijven slechts een paar molochs over en gaat de rest kapot. Als vervuilende industrieën strak gereguleerd worden, bloeien schone industrieën op. Zo niet, dan winnen de snelle jongens. Maar ondernemingen in kapitalistische landen zijn nu afhankelijker van de overheid dan ooit. Veel grote industrieën kunnen voor hun voortbestaan niet zonder de staat. Overheden hebben de olie-industrie in hun macht – de sector zit met honderden miljoenen onverkoopbare vaten in zijn maag – net zoals ze in 2008 de banken in hun macht hadden. Destijds hebben die overheden niet hun macht gebruikt om de sociaal destructieve praktijken van die sector met wortel en tak uit te roeien en de banken weer op te bouwen rondom de behoeften van de mens. En nu maken ze dezelfde fout.

    De Bank of Engeland heeft besloten om schulden op te kopen van oliebedrijven zoals BP, Shell en Total. De overheid heeft EasyJet zelfs 600 miljoen Britse pond geleend, ook al had het bedrijf nog maar een paar weken daarvoor 171 miljoen Britse pond in dividenden uitgekeerd: de winst is geprivatiseerd, het risico is genationaliseerd. De eerste reddingsoperatie van de VS hield onder meer 25 miljard dollar voor de luchtvaartmaatschappijen in. Al met al heeft die reddingsoperatie tot gevolg dat zo veel mogelijk olie in strategische oliereserves wordt opgeslagen en milieuwetten van tafel worden geveegd, terwijl duurzame energie wordt geboycot. Verscheidene Europese landen proberen hun luchtvaartmaatschappijen en autofabrieken te redden.

    ‘We hebben de consumptie te veel gestimuleerd’

    Je moet ze niet geloven als ze zeggen dat ze dat doen voor je bestwil. Een recent onderzoek door Ipsos in veertien landen laat zien dat 65 procent van de mensen wil dat bij het economische herstel de klimaatverandering prioriteit krijgt. Overal moet het electoraat de overheid zien over te halen om te handelen in het belang van het volk, in plaats van in het belang van de bedrijven en miljardairs die erin investeren en ervoor lobbyen. Het is een voortdurende democratische uitdaging om de nauwe banden te verbreken tussen politici en de economische sectoren die zij zouden moeten reguleren, of in dit geval zouden moeten sluiten.

    gettyimages 1223526592 1
    Op Avalon Airport in Melbourne staan de vliegtuigen aan de grond, als gevolg van de covid-19-maatregelen. – © Ingrid Hendriksen / Getty

    Zelfs als het parlement zich als pleitbezorger daarvoor probeert  op te werpen, zijn de pogingen vaak te zwak en naïef. De brief die een groep parlementsleden uit meerdere partijen aan de regering heeft geschreven, waarin ze vragen om aan de steun aan luchtvaartmaatschappijen de voorwaarde te verbinden dat ze ‘meer doen om de klimaatcrisis aan te pakken’, zou ook in 1990 geschreven kunnen zijn. De luchtvaart is inherent vervuilend. Er zijn geen realistische maatregelen die ook maar op de middellange termijn een significant verschil kunnen maken. 

    We weten nu dat de vraag van parlementsleden om de CO2-uitstoot te normeren zinloos is: iedere economische sector moet zijn uitstoot van broeikasgassen maximaal beperken, dus het verplaatsen van de verantwoordelijkheid van de ene sector naar de andere lost niets op. De enige effectieve hervorming is het verminderen van vluchten. Alles wat de inkrimping van de luchtvaartindustrie verhindert, verhindert de reductie van de vervuilende effecten.

    De crisis laat ons even zien hoeveel we moeten doen om af te stappen van de huidige, rampzalige koers. Ondanks de grote veranderingen die we al hebben doorgevoerd, zal de mondiale CO2-uitstoot slechts met 5,5 procent per jaar dalen. Een VN-rapport laat zien dat we, om een stijging van de opwarming van de aarde met 1,5 graad of meer te voorkomen, de komende tien jaar de uitstoot met 7,6 procent per jaar moeten verminderen. 

    Met andere woorden, de lockdown toont aan dat het effect van individuele acties beperkt is. Minder reizen helpt, maar is niet voldoende. Om de benodigde vermindering te bewerkstelligen is een structurele verandering noodzakelijk. Dat betekent een totaal nieuw industriebeleid, vormgegeven en geleid vanuit de overheid.

    Overbodig gereis

    Overheden als die van het Verenigd Koninkrijk zouden hun wegenbouwplannen moeten schrappen. In plaats van luchthavens uit te breiden moeten ze ervoor zorgen dat het aantal vluchten wordt beperkt. Ze moeten zich expliciet committeren aan het beleid om fossiele brandstoffen in de grond te laten zitten.

    Tijdens de pandemie beginnen velen van ons in te zien dat veel van ons gereis overbodig is. Overheden kunnen hierop voortborduren door plannen te maken voor het inperken van de noodzaak tot reizen en te investeren in lopen, fietsen en – als het afstand houden minder noodzakelijk wordt – het openbaar vervoer. Dat betekent bredere trottoirs, betere fietspaden en buslijnen die niet worden geëxploiteerd om winst te maken maar om een dienst te verlenen. Ze zouden veel moeten investeren in groene energie en nog meer in het terugbrengen van de energievraag – door bijvoorbeeld woningisolatie en zuinigere verwarming en verlichting.

    De pandemie laat zien dat de inrichting van een buurt verbeterd moet worden, met minder ruimte voor auto’s en meer ruimte voor mensen. Ook wordt duidelijk dat we een soort veiligheid willen die een land met een lichte belastingdruk en een gedereguleerde economie niet kan bieden.

    Met anderen woorden, het wordt tijd voor waar veel mensen al lang vóór deze ramp om vroegen: een nieuw, groen beleid. Maar laten we het alsjeblieft niet langer een stimuleringsplan noemen. We hebben de afgelopen honderd jaar de consumptie te veel gestimuleerd en daarom worden we nu geconfronteerd met een milieuramp. Laten we het een overlevingsplan noemen, waarvan het doel is dat iedereen een inkomen heeft, de 
    welvaart wordt verdeeld en rampen worden voorkomen, zonder dat een voortdurende economische groei wordt gestimuleerd. Red mensen, geen bedrijven. Red de levende wereld, niet de vervuilers. Laten we onze tweede kans niet verknallen.  

  • Coronasteunschandaal in Estland | Spaanse recordkou | Uitstoot VS op niveau 1990

    Coronasteunschandaal in Estland | Spaanse recordkou | Uitstoot VS op niveau 1990

    Estse premier treedt af na vastgoedfraude

    Minister-president Jüri Ratas van Estland is woensdagochtend afgetreden, meldt de Estse publieke omroep ERR. Hij nam ontslag nadat bekend werd dat zijn partij betrokken was bij een strafrechtelijk onderzoek naar leningen die door staatsagentschap KredEx aan een vastgoedproject in het havengebied in Tallinn waren verleend. Het geld moest naar bedrijven gaan die hard getroffen waren door de pandemie, maar dit project was nog in aanbouw, aldus ERR.

    De Estse openbaar aanklager beschuldigt de liberale Centrumpartij van Ratas er ook van steekpenningen te hebben aangenomen, bericht Euronews. De zakenman Hillar Teder zou zo’n miljoen euro hebben gedoneerd aan de partijkas in ruil voor het recht om een parkeergarage te bouwen.

    Een van de verdachten is wel Martin Helme, leider van de extreemrechtse EKRE-partij en coalitiegenoot van Rata

    Ratas verklaart dat hij noch op de hoogte was van de details van de lening noch van steekpenningen. Hij staat dan ook niet onder verdenking in het strafrechtelijk onderzoek, aldus ERR. ‘Ondanks het feit dat ik mijn politieke verantwoordelijkheid neem, kan ik met een gerust hart zeggen dat ik als minister-president geen enkel kwaadaardig of bewust verkeerd besluit heb genomen,’ verklaarde de minister-president in een persconferentie woensdagochtend.

    Een van de verdachten is wel Martin Helme, leider van de extreemrechtse EKRE-partij en coalitiegenoot van Ratas, schrijft The New York Times. Helme beschreef zijn migratiestandpunt ooit als: ‘Ben je zwart, ga dan terug.’

    De coalitieregering met de EKRE-partij van Helme, die het liberale imago van Estland ernstig heeft geschaad, volgde op de verkiezingen van 2019 waarin de Centrumpartij slecht presteerde, maar erin slaagde aan de macht te blijven door een verbond aan te gaan met extreemrechts en de rivaliserende conservatieve partij, aldus de NYT. Het aftreden van Ratas betekent ook het einde van het kabinet.

    President Kersti Kaljulaid heeft inmiddels gevraagd aan Kaja Kallas, de leider van de Hervormingspartij, om een nieuwe coalitie te vormen, meldt de ERR. De Hervormingspartij is met 34 van de 101 zetels de grootste partij van de Riigikogu, het Estse parlement.


    Einde recordkoudegolf Spanje nadert

    De poolkou die Spanje de afgelopen week teisterde lijkt ten einde, schrijft El País. ‘We kunnen vandaag [14 januari] of morgen een einde verwachten aan de koudegolf, hoewel de temperatuur nog steeds lager dan normaal zal zijn’, zegt de woordvoerder van de AEMET, de Spaanse KNMI, tegen het dagblad.

    De koudegolf volgde op sneeuwstorm Filomena, die vorige week een dik pak sneeuw in Centraal- en Oost-Spanje deponeerde en daarmee het openbare leven ernstig belemmerde met mensen die ’s nachts vastzaten in hun auto, omgevallen bomen, gevaarlijke situaties op de snelwegen, geblokkeerde straten, hulpdiensten die zich niet konden verplaatsen en essentiële werknemers die niet naar hun werk konden gaan, somt El País op.

    De nieuwe temperatuurrecords in Spanje.

    ‘Iedereen keek in 2020 uit naar de terugkeer naar het oude normaal en zodra 2021 begon kregen we te maken met de grootste sneeuwstorm in 50 jaar’, schrijft El Confidencial.

    Dinsdag had Spanje te maken met de koudste dag in twintig jaar, bericht El País, met minimumtemperaturen die in het hele land, behalve op de Canarische Eilanden, onder de nul lagen. De koudste temperatuur werd gemeten in het dorpje Bello, in de provincie Teruel in het midden van het land. De minimumtemperatuur was daar -25,4ºC. Ook in de rest van het land zijn lokale kouderecords dinsdagnacht gebroken.


    Uitstoot VS op niveau van 1990

    De pandemie heeft de uitstoot van broeikasgassen in de Verenigde Staten teruggebracht naar hetzelfde niveau als dertig jaar geleden. ‘De laatste keer dat de uitstoot van broeikasgassen in de VS zo laag was, zat George H.W. Bush [senior] in het Witte Huis en draaiden Ghost en Pretty Woman in de bioscoop’, schrijft het zakenblad Quartz.

    Volgens een nieuwe data-analyse van het Amerikaanse onderzoeksbureau Rhodium Group is in 2020 in de Verenigde Staten de uitstoot van gassen die leiden tot opwarming van de aarde met 10,3 procent gedaald ten opzichte van 2019. Dit zou het laagste niveau betekenen sinds 1990. Deze spectaculaire daling is terug te brengen tot de pandemie, waardoor het openbare leven ernstig is ingeperkt en een ongekende economische vertraging is ingezet.

    De meest opvallende reductie van vorig jaar was te zien in de transportsector

    Een uitzonderlijke situatie, waaruit niet per se af te leiden is dat er sprake is van een algemene neerwaartse trend, merken de deskundigen op. ‘De meest opvallende reductie van vorig jaar was te zien in de transportsector, die grotendeels afhankelijk blijft van fossiele brandstoffen’, zei Kate Larsen, directeur van Rhodium, tegen The New York Times. ‘Maar nu meer mensen worden gevaccineerd verwachten we, afhankelijk van hoe snel mensen zich voldoende beschermd voelen om weer aan boord van vliegtuigen en andere vormen van vervoer te stappen, een opleving van de uitstoot als er in de tussentijd geen grote beleidswijzigingen worden doorgevoerd.’

    Dinsdag schreven we al dat Duitsland dankzij de pandemie zijn klimaatdoelen haalt. De CO2-uitstoot bij onze Oosterburen is in 2020 met 42,3 procent is gedaald ten opzichte van het niveau van 1990.

  • Moet terrasverwarming worden verboden?

    Moet terrasverwarming worden verboden?

    Het verwarmen van terrassen, zodat we er ondanks de coronamaatregelen toch terecht kunnen, wordt vanwege het absurd hoge energieverbruik van de stralers niet door iedereen toegejuicht. Moeten we de CO2-uitstoot om de lieve vrede te bewaren maar ergens anders aanpakken, of gewoon ons thermo-ondergoed uit de kast halen?

    Nee

    Een van de mooiste momenten van dit jaar was toen de lente ten einde liep en iedereen eindelijk weer de straat op durfde te gaan.In de steden zaten de terrassen van cafés en restaurants overvol, er werd genoten en druk geconverseerd, ook als mensen niet per se samen ‘één huishouden’ vormden.

    De verplaatsing naar de openlucht van veel sociale activiteiten die normaal gesproken binnenskamers plaatsvinden, was een onverwacht prettig bijeffect van de strijd tegen corona. De zon en de – helaas weer erg droge – zomer zorgden voor de rest.

    Maar met de herfst in aantocht is het natuurlijk de vraag hoelang dit nog kan gaan duren. Voor de toch al aangeslagen horecasector, die de vorige lockdownfase nog niet te boven is, betekent het een nieuwe dreun. Vanwege het besmettingsgevaar in afgesloten ruimtes mijden veel mensen de cafés en restaurants liever. Minister-president Laschet van Noordrijn-Westfalen pleitte er daarom voor om de terrascultuur deze winter voort te zetten. Hij stelt voor om de terrasverwarming, die vanwege het absurd hoge energieverbruik in veel gemeentes verboden was, weer tevoorschijn te halen. Steeds meer politici sluiten zich bij hem aan en willen het verbod op z’n minst tijdelijk opheffen. En met goede reden.

    De strenge maatregelen van de afgelopen maanden hebben hun tol geëist, zowel in sociaal als in financieel opzicht. Allereerst was dat het directe resultaat van het wegvallen van een groot deel van de omzet in veel bedrijfstakken, maar ook het onderwijs en de mobiliteit werden hard geraakt. Pogingen om ondanks de coronamaatregelen de consumentenbestedingen toch nog enigszins op peil te houden, brengen kosten met zich mee, ook ecologische. Zo nam door de nadruk op hygiëne de toch al grote hoeveelheid verpakkingsmateriaal die we met z’n allen produceren, flink toe.

    Ook gooien we dagelijks miljarden mondkapjes weg. Moeten we ons dan echt druk maken over een beetje extra CO2-uitstoot? Als we de coronamaatregelen kunnen verzachten door daar even niet al te veel bij stil te staan, is dat dan niet gewoon wijsheid?

    Weliswaar is vanuit het klimaat geredeneerd het antwoord op de eerste vraag een eenduidig nee. Klimaatbeleid kun je beschouwen als de optelsom van een groot aantal symbolische handelingen, die samen voor een echte ommekeer moeten zorgen. Vanuit die gedachte geeft het volstrekt het verkeerde signaal wanneer je vanuit economische overwegingen, of om de lieve vrede te bewaren, een zwaarbevochten verbod opeens opheft. Als je van de horeca al niet verlangt het klimaat te sparen, hoe wil je de energiesector, de auto-industrie en andere grootuitstoters dan ooit tot medewerking bewegen?

    Daar komt bij dat het niet helemaal fair is om de terrasverwarming weer tevoorschijn te halen. Talloze mensen hebben er immers geen enkele baat bij, omdat ze noch warmpjes buiten een hapje eten, noch een café of restaurant uitbaten. Kinderen voorop: met elke overbodige ton uitgestoten CO2 wordt hun toekomst nog penibeler, terwijl ze op school vaak niet eens behoorlijke ventilatie hebben.

    Maar toch, het coronabeleid vraagt natuurlijk om zorgvuldige afwegingen, evengoed als voor het milieubeleid. De lieve vrede is een factor van betekenis en die is erbij gebaat als we elkaar in het openbaar veilig kunnen blijven ontmoeten. Bovendien helpt elke cent omzetbelasting die de horeca afdraagt ons om ons gekoesterde maatschappelijke leven in stand te houden. Heus niet alle cafés zullen gelijk een paddestoel des aanstoots voor de deur neerzetten: veel café- en restauranthouders geven om duurzaamheid en zijn uiterst milieubewust. En degenen die het wel doen, zullen de planeet echt niet een-twee-drie in het ongeluk storten, zeker niet als het maar tijdelijk is.

    Veel slechter voor de atmosfeer en het milieu dan terrasverwarming is nog altijd het autoverkeer. Een veel zinvollere politieke strijd zou daarom zijn, zowel in sociaal als ecologisch opzicht, om auto’s meer uit onze binnensteden te weren. Dat is pas een maatregel met toekomst.

    Meredith Haaf

    Meredith Haaf

    Ja

    Om de horeca de herfst en de winter door te helpen staat de ene stad na de andere uitbaters toe om weer terrasverwarming aan te brengen, die eigenlijk allang was verboden. Als een van de eersten sprak de groene(!) burgemeester van Innsbruck zich daarvoor uit, en inmiddels haalt ook het rode gemeentebestuur van Linz de stralers weer van stal. Kan het nog wereldvreemder?

    Wie graag op een terras een kopje koffie wil drinken, of zelfs de maaltijd wil gebruiken, heeft genoeg aan twee beproefde middelen tegen de kou: het ski-jack en de lange onderbroek.

    Vergeten dat die bestonden? Vooral in duistere coronatijden is afstand voorlopig het hoogste gebod – je kunt van tevoren voorspellen welk effect het neerzetten van die gloeiende paddestoelen zal hebben. Het zal druk worden rondom die dingen, wanneer scharen gasten bibberend de warmte opzoeken. Bron- en contactonderzoekers zullen overuren moeten draaien om al die samendrommende koukleumen zo snel mogelijk op het spoor te komen.

    Daar komt nog bij dat die stralers zo ongeveer gelden als de atoomwolken onder de elektrische apparaten: milieuactivisten hebben uitgerekend dat vijf van die ondingen in één winter evenveel stroom vreten als een gezinshuishouden in een heel jaar. Deze paddestoelen zijn dus hartstikke giftig, zowel voor de coronapandemie als voor het klimaat.

    Nina Weissensteiner

    Nina
  • Deze Zwitserse start-up staat voor een herculische opgave: het redden van de wereld

    Deze Zwitserse start-up staat voor een herculische opgave: het redden van de wereld

    Twee jonge ondernemers willen CO2 uit de lucht halen en opslaan, tegen prijzen die consumenten kunnen betalen. Als dat lukt, dan kan dat grote gevolgen hebben voor de toekomst van de mensheid. Maar hoe verkoop je iets wat nooit eerder heeft bestaan, wat misschien nooit goedkoop zal worden, op een markt die er nog niet is?

    Iets meer dan honderd jaar geleden verzamelde de Duitse wetenschapper Carl Bosch in Ludwigshafen een team technici om zich heen om te werken aan een nieuwe scheikundige techniek. Een andere Duitse scheikundige, Fritz Haber, had een jaar daarvoor een methode ontdekt om stikstof (N), uit de lucht te halen en te combineren met waterstof (H), en was er zo in geslaagd kleine hoeveelheden ammoniak (NH3) te produceren. Maar Habers methode was uiterst gevoelig, en vereiste hoge temperaturen en hoge druk. Bosch wilde een manier vinden om Habers ontdekking commercieel toepasbaar te maken – ‘op te schalen’, zoals we tegenwoordig zouden zeggen. Iedereen die de stand van de Europese industrie kende, kon zien dat dit een lastige opgave was: de technologie bestond gewoonweg niet.

    In de volgende tien jaar wisten Bosch en zijn team echter een groot aantal technische en metallurgische obstakels te overwinnen. Hij noemde ze op in zijn aanvaardingstoespraak voor de Nobelprijs voor Scheikunde – die hij won omdat het Haber-Bosch-proces, zoals zijn onderzoek uiteindelijk heette, de wereld veranderde. Zijn doorbraak maakte het mogelijk om op industriële schaal ammoniak te produceren, en zo de wereld te voorzien van een overvloed aan goedkope kunstmest.

    Wetenschapper en historicus Vaclav Smnil heeft Haber-Bosch ‘de belangrijkste uitvinding van de twintigste eeuw’ genoemd. Bosch was erin geslaagd om de beperkingen voor graanoogsten weg te nemen, en hij werd dan ook algemeen gezien als de man die ‘brood uit lucht’ maakte. Naar schatting heeft het werk van Bosch de afgelopen honderd jaar het leven van meer dan twee miljard mensen mogelijk gemaakt.

    Van het begin af aan was het grote voordeel voor het Haber-Bosch-proces dat er al een markt voor bestond. Er was al veel vraag naar kunstmest, maar die moest voornamelijk komen uit beperkte natuurlijke hulpbronnen op afgelegen plekken – vogelpoep die van verre eilanden in de buurt van Peru werd geschraapt, bijvoorbeeld, of minerale stikstofafzettingen die uit de Chileense woestijn werden opgegraven. Synthetische ammoniak ging de concurrentie aan met bestaande producten en kon daardoor een bestaand innovatietraject volgen. Zoals ledlampen de tl- en gloeilampen hebben verdrongen (die op hun beurt weer de plaats van kerosinelampen en waskaarsen hadden ingenomen), neemt een nieuw product of proces vaak de plaats in van iets waar al vraag naar is. Als het beter of goedkoper is – en vooral als het beter én goedkoper is – komt het meestal als overwinnaar uit de concurrentiestrijd. Dat gold ook voor Haber-Bosch.

    Het zou zomaar kunnen dat er nu opnieuw een gas, namelijk koolstofdioxide (CO2), uit de lucht kan worden gehaald voor commerciële doeleinden, en dat de verwijdering van dat gas grote gevolgen kan hebben voor de toekomst van de mensheid. Maar het is misschien nog te vroeg om dat met zekerheid te zeggen.

    Direct air capture

    Op een zonnige dag in oktober klim ik met technici van een Zwitsers bedrijf, Climeworks, naar het dak van een afval verbrandende energiecentrale in Hinwil, een dorp op zo’n halfuur rijden van Zürich. Voor ons zien we twaalf grote apparaten die lijken op uit hun krachten gegroeide voorlaadwasdrogers, opgestapeld in twee rijen van zes. Dit is een installatie voor een techniek die ‘direct air capture’ wordt genoemd, en die binnenkort moet gaan functioneren. Dan gaan deze apparaten via hun luchtfilter koolstofdioxide uit de lucht zuigen. Eenmaal afgevangen wordt de CO2 overgeheveld in grote tanks en per truck naar een plaatselijke bottelfabriek van Coca-Cola gebracht, waar het de prik in de limonade moet worden.

    De apparaten verbruiken een grote hoeveelheid energie. Ze hebben elektrische ventilatoren die lucht naar binnen zuigen over speciale absorberende korrels die een verbinding aangaan met CO2; vervolgens wordt er bij tussenpozen hete lucht in geblazen, waardoor het gevangen gas weer vrijkomt uit het absorberende materiaal. De hele cyclus van afvangen en vrijgeven wordt geregeld door speciaal hiervoor ontworpen software. Climeworks heeft de apparaten op het dak van een energiecentrale geïnstalleerd om gebruik te kunnen maken van de CO2-neutrale elektriciteit en de warmte van de vuilverbranding. Enkele tientallen meters van de nieuwe installatie bevindt zich nog een oudere stapel van acht Climeworks-apparaten, die al meer dan een jaar op dit zelfde dak staan te zoemen. In dat jaar hebben ze zo’n duizend ton koolstofdioxide uit de lucht gevangen en die via een pijpleiding geleverd aan een enorme kas in de buurt, waar de CO2 dient om tomaten, avocado’s en veldsla te kweken. Tijdens een rondleiding door de kas laat bedrijfsleider Paul Ruser mij de proef op de som nemen. ‘Hier, probeer maar eens,’ zegt hij, terwijl hij me een knapperige, rijpe komkommer voorhoudt die hij van een plant naast zich heeft geplukt. Het is de lekkerste direct-air-capture-komkommer die ik ooit heb geproefd.

    Deze dakinstallatie vertegenwoordigt een noviteit: Climeworks is de eerste direct-air-capture-onderneming in de geschiedenis die CO2 per ton wil gaan verkopen. Toen de oprichters van het bedrijf, Christoph Gebald en Jan Wurzbacher, een aantal jaren geleden de plannen voor hun bedrijf openbaarden, kregen ze een stortvloed van scepsis over zich heen. ‘Ik denk dat negen van de tien mensen kritisch reageerden,’ vertelt Gebald. ‘Eerst zei iedereen: “Dit gaat technisch nooit werken.” Nadat we in 2017 de grote installatie in Hinwil hadden gebouwd, konden we laten zien dat het technisch wél werkt. Maar toen zeiden ze: “Nou, economisch gaat het niet werken.”’

    © Climeworks
    © Climeworks

    Voorlopig hebben deze sceptici gelijk: het bedrijf maakt geen winst. De kosten voor de bouw en installatie van de achttien collectoren in Hinwil, die in de eigen werkplaats in Zürich met de hand zijn geassembleerd, liggen tussen de 3 en 4 miljoen dollar, en dat is de belangrijkste reden waarom het de onderneming tussen de 500 en 600 dollar kost om een ton CO2 uit de lucht te halen. Ook al heeft Climeworks bij particuliere investeerders en via subsidies zo’n 50 miljoen dollar opgehaald, het bedrijf staat voor een even lastige opgave als Carl Bosch een eeuw geleden: hoe ver kan het de kosten omlaag brengen? En hoe snel kan het opschalen?

    Gebald en Wurzbacher zijn ervan overtuigd dat ze commercieel voet aan de grond kunnen krijgen door hun dure CO2 te verkopen aan bedrijven in de landbouw- of drankensector. Niet alleen hebben deze bedrijven toch al CO2 nodig, maar bovendien willen sommige er kennelijk ook extra voor betalen, om zo hun producten als milieuvriendelijk te kunnen etaleren.

    Toch vormen kassen en limonadeprik samen wereldwijd maar een kleine markt – waar misschien 6 miljoen ton CO2 per jaar valt af te zetten. En Gebald en Wurzbacher zijn niet aan het CO2-vangen begonnen met als doel om veldsla te verbouwen of prik in Fanta te stoppen. Ze verwachten de komende zeven jaar de kosten zo ver omlaag te kunnen brengen dat ze hun CO2 ook op lucratievere markten kunnen afzetten. Uit de lucht gevangen CO2 kan gecombineerd worden met waterstof en dan kun je er elke soort vervanging voor fossiele brandstof van maken die je maar wilt: geen brood uit lucht, maar brandstof uit lucht. Climeworks en een Canadees bedrijf, Carbon Engineering, werken nu al hard aan dit idee; de Canadezen hebben zelfs investeerders (onder wie Bill Gates) gevonden voor de productie in grote industriële complexen van synthetische brandstof uit in de lucht gevangen CO2.

    Het uiteindelijk doel van direct air capture is echter niet om er een product van te maken – tenminste niet in de traditionele betekenis van het woord. Wat Gebald en Wurzbacher eigenlijk willen is grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen en voorgoed diep onder de grond stoppen, en deze service verkopen aan andere bedrijven en instellingen die hun uitstoot moeten verminderen. Door Climeworks gevangen CO2 is inmiddels al diep in rotsformaties onder IJsland geïnjecteerd; eind dit jaar wil de firma vijftig installaties in de buurt van Reykjavik in werking hebben om de operatie uit te breiden. Maar wanneer het zover is, betreedt het bedrijf onontgonnen economisch terrein – als leverancier van een dienst die wel dringend nodig lijkt als bijdrage aan een oplossing voor de klimaatverandering, maar die op dit moment geen vervanging biedt voor iets anders in het consumenten- of industriële landschap. Om het nog ingewikkelder te maken: een ton CO2 onder de grond is niet iets waar bij mensen of overheden veel vraag naar is. En dus bevinden bedrijven als Climeworks zich in een lastig parket: hoe verkoop je iets wat nooit eerder heeft bestaan, wat misschien nooit goedkoop zal worden, op een markt die er nog niet is?

    ‘Als je zou uitrekenen hoeveel de investeringen in wind- en zonne-energie hebben opgeleverd, zou de rest van je aandelenportefeuille daarbij in het niet vallen. Het is alsof je hebt geïnvesteerd in een vroege Apple’

    Zelfs de grootste adepten zullen direct air capture geen wondertechnologie noemen. Vaker ziet men het als een oud idee dat nu radicaal wordt verbeterd voor nieuwe toepassingen: in onderzeeërs gebruikt men al minstens sinds de jaren vijftig van de vorige eeuw ‘scrubbers’ om CO2 te verwijderen. Zeker is zelfs dat direct air capture beschouwd zal worden als een te dure mogelijkheid met een te bescheiden effect voor het verminderen van onze koolstofuitstoot. ‘Direct air capture kan alleen zinnig zijn als we alle andere dingen die we moeten doen, meteen doen,’ zegt de Californische energiedeskundige Hal Harvey, die onderzoek doet naar klimaatvriendelijke technologieën en beleidsmaatregelen. Harvey en anderen stellen dat we de grootste, snelste en goedkoopste vooruitgang in het uit de atmosfeer halen van koolstof kunnen boeken door geheel over te schakelen op hernieuwbare energie of stroom waarvoor weinig koolstof wordt verbruikt; door te kiezen voor elektrische voertuigen en door strengere regelgeving voor toegestane rijafstanden van auto’s en vrachtwagens die op gas rijden; en door meer energie-efficiënte gebouwen en apparaten verplicht te stellen. Kortom, miljoenen direct air capture-apparaten bouwen is op dit moment niet hét middel om vooruitgang te boeken op weg naar een wereld zonder CO2. Daarvoor moeten we in de eerste plaats stoppen met CO2 in de atmosfeer blazen.

    Maar er is niet veel tijd meer om die koolstofuitstoot terug te dringen, de CO2-concentraties in de atmosfeer nemen nog steeds toe. Als alle landen van de wereld op dezelfde weg voort gaan, wordt het onmogelijk om de doelen uit de Parijse klimaatakkoorden van 2016 te halen, waarin is afgesproken dat de aarde niet meer dan 2 graden Celsius, of liever nog 1,5, mag opwarmen. En dat brengt een wereld vol ellende en economische problemen met zich. Nu al zijn de temperaturen in bepaalde regio’s met meer dan 1 graad Celsius gestegen, volgens een rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC). Deze temperatuurstijgingen hebben geleid tot een toename van droogteperiodes, hittegolven, overstromingen en verlies van biodiversiteit en maken de chaos die zou ontstaan bij een opwarming van nog 2 of 3 graden onvoorstelbaar. Nog een probleem is dat te lang voortgaan op het huidige emissiepad het risico meebrengt dat de ecosystemen van de aarde onherstelbare schade oplopen – een schade die met geen enkele technologische innovatie meer te herstellen is. ‘Natuurlijke systemen hebben geen achteruit,’ zegt Harvey. ‘Als ze gaan, gaan ze. Als we de toendra ontdooien, is het einde verhaal.’

    Hetzelfde kun je zeggen voor de ijsplaten van Groenland en westelijk Antarctica, of van de koraalriffen. Deze natuurlijke hulpbronnen hebben een asymmetrie in hun opbouw: ze hebben zich in duizenden of miljoenen jaren gevormd, maar de afname kan binnen een paar decennia catastrofaal zijn.

    Op dit moment ligt de wereldwijde CO2-uitstoot rond de 37 miljard ton per jaar en koersen we af op een temperatuurstijging van 3 graden Celsius in 2100. Willen we een klimaat behouden waarin mensen kunnen leven, dan zullen de landen van de hele wereld de CO2-uitstoot waarschijnlijk drastisch moeten verlagen ten opzichte van het huidige niveau – tot misschien 15 miljard of 20 miljard ton per jaar in 2030. Vervolgens moeten we, middels een ongekende inspanning van politiek en bedrijfsleven, zorgen dat de koolstofemissies rond 2050 zijn teruggebracht tot nul. Als je het zo bekijkt, lijkt wat Climeworks doet – duizend ton CO2 verzamelen op een dak in de buurt van Zürich – misschien op een poging om met één emmertje de oceaan leeg te scheppen.

    Toch is het idee wel degelijk belangrijk. In het IPCC-rapport van vorig jaar stond dat een beperking van de opwarming tot 1,5 graden in 2100 misschien onhaalbaar is met alleen een snelle overschakeling op schone energie, elektrische auto’s en dergelijke. Misschien moeten we, om een leefbaar milieu te behouden, wel CO2 uit de atmosfeer halen. Zoals Wurzbacher het formuleert: ‘Tel je al die cijfers van het IPCC bij elkaar op, dan kom je uit op zo’n acht tot tien miljard ton – gigaton – CO2 die per jaar uit de atmosfeer gehaald moet worden, als we die 1,5 of 2 graden echt serieus nemen.’

    Nu is het zo dat er al een naam is voor manieren waarop dit soort werk, het uit de atmosfeer halen van CO2, wordt gedaan: negatieve-emissie-technologieën, oftewel NET’s. Sommige NET’s, zoals bomen en planten, waren er al eerder dan wij, en verdienen dit etiket waarschijnlijk niet. Via fotosynthese halen onze bossen buitengewoon grote hoeveelheden koolstofdioxide uit de atmosfeer, en als we meer ons best zouden doen om leeggekapte gebieden te herbebossen, zouden we in de toekomst miljarden tonnen meer koolstof kunnen opnemen. Daarbij zouden we ook speciale gewassen kunnen telen om CO2 op te nemen en die dan verbranden om energie op te wekken, waarbij we de uitstoot van de energiecentrales afvangen en die onder de grond pompen, een proces dat bekendstaat als ‘Bioenergy with carbon capture and storage’, oftewel BECCS. Andere negatieve-emissietechnologieën zijn het zo manipuleren van akkerland of moerassige kustgebieden dat die meer koolstof uit de atmosfeer vasthouden en het vergruizen van minerale formaties zodat die sneller CO2 opnemen, een proces dat ‘versnelde verwering’ wordt genoemd.

    Een miljard bomen planten

    Negatieve emissies kun je zien als een vorm van tijdreizen. Al sinds de Industriële Revolutie produceren menselijke samenlevingen een overschot aan CO2: ze nemen koolstofvoorraden uit het binnenste van de aarde – in de vorm van kolen, olie en gas – en van boven de grond (voornamelijk hout) en sturen die dan de atmosfeer in door ze te verbranden. Nu is het noodzakelijk geworden om dat proces om te keren, dus om de CO2 uit de lucht te halen en die ofwel weer diep in de aarde op te slaan, ofwel vast te houden binnen nieuwe ecosystemen aan het aardoppervlak. Dit is natuurlijk gemakkelijker gezegd dan gedaan. ‘Alle negatieve emissie is moeilijk – zelfs bebossing of herbebossing,’ legt Sally Benson, hoogleraar in energiebronnentechniek aan Stanford, uit. ‘Het is geen kwestie van zeggen “Ik wil een boom planten.” Het gaat erom dat je zegt: “We willen een miljard bomen planten.”’ Niettemin bieden dit soort praktijken een glimpje hoop dat de toekomstige emissiedoelen haalbaar zijn. ‘We moeten erkennen dat we te lang hebben gewacht en daardoor bepaalde mogelijkheden hebben uitgesloten,’ zegt Princeton-wetenschapper Michael Oppenheimer, die onderzoek doet naar klimaat en beleid. Vandaar dat NET’s niet langer alleen maar interessante ideeën lijken; ze lijken noodzakelijk. De apparaten van Climeworks op dat dak doen per jaar wel het werk van zo’n 36 duizend bomen.

    Afgelopen najaar publiceerden de National Academies of Sciences, Engineering and Medicine een uitgebreide studie over het verwijderen van koolstof. Volgens Princeton-hoogleraar Stephen Pacala, die de leiding had over het team van auteurs, hebben de diverse negatieve-emissietechnologieën allemaal eigen voor- en nadelen, en is een ‘portfolio-benadering’ – zet ze allemaal in en kijk dan welke de beste zijn – misschien de beste optie. Kunnen de kosten van direct air capture omlaag gebracht worden, dan ziet Pacala grote mogelijkheden in die techniek, zeker als de CO2-collectoren de emissies kunnen opvangen van economische sectoren die om technologische redenen langzamer de transitie naar koolstofneutraal kunnen maken dan andere. De commerciële luchtvaart, bijvoorbeeld, zal niet binnen afzienbare tijd op zonne-energie kunnen overstappen. Volgens Jennifer Wilcox, hoogleraar chemische techniek aan Worcester Polytechnic Institute in Massachusetts, zal direct air capture zo ook kunnen helpen de impact van verscheidene belangrijke industriële sectoren te verkleinen. ‘Bij het maken van ijzer en staal, cement en glas komen proces-emissies vrij,’ zegt ze. ‘Altijd als je die materialen maakt, is er een chemische reactie die CO2 uitstoot.’ Direct air capture zou zelfs de impact van de Haber-Bosch-processen voor het maken van kunstmest kunnen verkleinen; volgens schattingen neemt die industrie nu 3 procent van alle CO2-uitstoot voor haar rekening.

    Pacala vergelijkt de uitdagingen waar Climeworks en Carbon Engineering nu voor staan met die van de industrieën van wind- en zonne-energie in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw, toen die producten duur waren vergeleken met fossiele brandstoffen. Die industrieën konden niet overleven op alleen de vraag uit de private sector. Maar bepaalde beleidsmakers zagen grote voordelen voor het milieu en voor de maatschappij als deze sector over die horde wist te komen. Dankzij overheidsinvesteringen in onderzoek en belastingvoordelen konden de jonge industrieën uitbreiden. ‘Wind en zon zijn nu de goedkoopste vormen van energie op de juiste plekken,’ zegt Pacala. ‘Als je zou uitrekenen hoeveel die investeringen hebben opgeleverd, zou de rest van je aandelenportefeuille daarbij in het niet vallen. Het is alsof je hebt geïnvesteerd in een vroege Apple. Dus het is een spectaculair succesverhaal. En direct air capture is net zo’n soort verhaal, met als enige barrière dat het proces te duur is.’

    © Climeworks
    © Climeworks

    De zestig medewerkers van Climeworks werken voor het merendeel op een groot industrieterrein in Zürich, in een laag gebouw waarvan het bedrijf twee verdiepingen huurt van een Duits luchtvaartbedrijf. De productiewerkzaamheden vinden plaats op de begane grond; boven bevinden zich de onderzoekslaboratoria, een kleine verzameling gedeelde kantoren, een keukentje in een gang en een zitruimte. Er hangt de sobere, nonchalante sfeer van een tech-start-up, afgezien van één ding: de muren zijn behangen met bovenmaatse foto’s van sleutelmomenten in de korte geschiedenis van Climeworks: de lompe vroege prototypes, de opening van de eerste fabriek in Hinwil die CO2 verzamelde voor de kas.

    ‘Het is een beetje bij toeval dat we in Zwitserland zijn gevestigd,’ zegt Wurzbacher. Hij en Gebald zijn allebei opgegroeid in Duitsland en hebben elkaar leren kennen toen ze allebei studeerden aan de E.T.H, de technische hogeschool in Zürich. ‘Op dag één, 20 oktober 2003, leerden we elkaar kennen,’ vertelt Gebald. ‘En op dag één besloten we dat we een bedrijf zouden beginnen.’ Hun ambitie was om ondernemer te worden, niet per se om een direct air capture-bedrijf te beginnen, maar allebei hadden ze belangstelling voor onderzoek naar hernieuwbare energie en het reduceren van emissies.

    Nadat ze allebei hun masterproject hadden afgerond, besloten ze om een prototype van een direct air capture-apparaat te maken en een onderneming te starten. Allebei noemden ze zich directeur. Met steun van een aantal kleine subsidies werd Climeworks in 2009 officieel opgericht.

    Zij waren niet de enigen die wilden proberen iets af te knabbelen van tientallen jaren CO2-uitstoot. Een Amerikaanse start-up, Global Thermostat, die op dit moment de laatste hand legt aan een eerste commerciële fabriek in Alabama, begon in 2010 met het ontwerpen van direct air capture-apparaten. En al vrijwel vanaf het begin zijn Gebald en Wurzbacher in een vriendschappelijke concurrentieslag verwikkeld met David Keith, de hoogleraar techniek van Harvard die rond dezelfde tijd in Canada zijn bedrijf Carbon Engineering is begonnen.

    Het bedrijf van Keith richt zich op een andere direct air capture-technologie; hij gebruikt een proces met grotere hitte en een vloeibare oplossing om CO2 te vangen, waarvan hij vervolgens synthetische brandstoffen wil maken. Het grote voordeel van Climeworks is dat het al vroeg kleinere fabrieken kan bouwen, zegt Keith. ‘Daar ben ik stikjaloers op. Het komt doordat zij een modulair model gebruiken en wij niet.’

    Aan de andere kant denkt Keith dat zijn bedrijf dichter bij de bouw van een grote fabriek is, die tegen lagere kosten koolstof kan vangen en substantiële hoeveelheden brandstof kan produceren. ‘Ik zie niet hoe zij daar tegenop kunnen.’ Gebald zegt te denken dat beide bedrijven succes zullen hebben, elk met hun eigen benadering. Voorlopig hebben de oprichters één ding gemeen: ze zijn ervan overtuigd dat de kosten om een ton koolstof te vangen binnenkort sterk zullen dalen.

    Geen revolutie

    Sommige buitenstaanders denken daar anders over. Howard Herzog van het Massachusetts Institute of Technology (M.I.T.), die jaren heeft gekeken naar de mogelijkheden voor deze apparaten, denkt bijvoorbeeld dat de kosten tussen de 600 en 1000 dollar per ton blijven liggen. De redenen waarom hij zo sceptisch is, zijn voor een deel zeer technisch en hebben te maken met de natuurkundige kant van het scheiden van gassen. Andere zijn makkelijker te begrijpen. Om een ton CO2 te verzamelen, moeten direct air capture-apparaten enorme hoeveelheden lucht door een filter of een oplossing laten stromen. Want hoe groot de mondiale impact van dat gas ook is, het maakt maar zo’n 0,04 procent van onze atmosfeer uit. Dat betekent dat voor dit proces heel veel energie en grote apparaten nodig zijn. Bij vergelijkbare industrieën die gassen scheiden heeft Herzog gezien dat bij de vertaling van de papieren plannen voor het vangen van CO2 naar concrete toepassingen veel verborgen kosten naar boven komen. ‘Hier is veel publiciteit over geweest, maar ik denk niet dat het een revolutie teweeg zal brengen,’ zegt hij. ‘Andere negatieve-emissietechnologieën zullen waarschijnlijk goedkoper blijken. Op zijn best kan direct air capture een bijrolletje spelen.’

    Volgens de cijfers die David Keith en zijn collega’s bij Carbon Engineering vorig jaar naar buiten brachten, zou hun technologie voor het vangen van koolstof de kosten omlaag kunnen brengen tot slechts 94 dollar per ton, maar Herzog is niet overtuigd. Toch betoogt Keith tegenover mij dat twee investeerders in Carbon Engineering – Chevron Technology Ventures en een dochteronderneming van Occidental Petroleum – zijn cijfers uitputtend onder de loep hebben genomen en het erover eens waren dat het ondernemingsplan solide genoeg was om er aanzienlijke bedragen in te steken bij een investeringsronde van 60 miljoen dollar. De beide oprichters van Climeworks zeggen dat zij het eens zijn met de kosteninschattingen van Keith en voor hun eigen technologie een vergelijkbare dalende lijn voorzien.

    Op dit moment streeft Climeworks ernaar om halverwege de jaren twintig 1 procent van de mondiale jaarlijkse CO2-uitstoot te kunnen verwijderen. Maar om dat doel te kunnen halen, als het al mogelijk is, moeten ze de kosten van direct air capture bijna met een factor tien terugbrengen en tegelijkertijd hun klantenkring behouden en zelfs substantieel uitbreiden. Wurzbacher en Gebald hebben plannen voor verscheidene generaties Climeworks-apparaten, waarin elk nieuw model een verlaging van de kosten belooft. ‘We hebben een routekaart – van 600 dollar omlaag naar 400 dollar, omlaag naar 300 en 200 dollar per ton,’ zei Wurzbacher. ‘Dit geldt voor de komende vijf jaar. Tot 200 dollar per ton weten we vrij goed wat we doen.’ Voorbij die 200 dollar wordt de route minder duidelijk, bedoelt hij. Of de kosten nog lager kunnen, hangt af van ‘nieuwe ontwikkelingen’ in technologie of fabricage.

    De beide Climeworks-oprichters zeggen dat ze enorme kostenbesparingen verwachten te kunnen halen uit het opschalen van de productie – waardoor ze materialen goedkoper in het groot kunnen inkopen en geautomatiseerd apparaten kunnen bouwen met behulp van lopende banden in plaats van met de hand, zoals nu gebeurt. Verbeteringen in het ontwerp van de apparaten kunnen verdere kostenreductie opleveren.

    ‘Onderhoud is erg duur,’ zegt Wurzbacher. ‘Als we nu de filters in de collectoren willen vervangen, moeten we een kraan huren, en dat kost veel manuren. Bij de volgende generatie apparaten hebben we daarin veel verbetering gebracht: relatief kleine veranderingen in ontwerp zouden de kosten van onderhoud met een factor drie kunnen terugbrengen.’ Climeworks wil ook besparingen realiseren door verbeteringen van essentiële onderdelen, zoals het materiaal dat CO2 aan zich bindt. Op dit moment vereist de technologie van het bedrijf dat de temperatuur in de apparaten regelmatig wordt verhoogd naar zo’n 1000 graden Celsius, om de CO2 uit de absorberende stof te laten vrijkomen zodat die afgezogen en opgeslagen kan worden. Als dat te bereiken is bij een lagere temperatuur, zullen de collectoren minder energie gebruiken en kan de levensduur van de materialen langer worden, wat de kosten nog verder omlaag brengt.


    De ambities voor massaproductie van het bedrijf lijken nog steeds erg hoog gegrepen. Om daadwerkelijk 1 procent van de wereldwijde CO2-uitstoot te kunnen vangen zou Climeworks 250.000 direct air capture-installaties zoals die op het dak in Hinwil moeten bouwen. Dat zouden in totaal zo’n 4,5 miljoen CO2-collectoren zijn. Voor een bedrijf dat nog maar honderd collectoren heeft gebouwd (en veertien kleine installaties verspreid over Europa heeft staan), is dat een onthutsend groot aantal. De Climeworks-oprichters proberen hun product dan ook te zien zoals de auto-industrie dat zou doen – als een stuk in massa geproduceerde technologie en metaal, niet als de CO2 die ze hopen te verzamelen. ‘Wat wij doen is het scheiden van gassen,’ zei Wurzbacher, ‘en dat hoort traditioneel thuis in de procesindustrie, zoals olie en gas. Maar wij zien onszelf daar niet echt.’

    De twee oprichters wijzen erop dat Toyota meer dan tien miljoen auto’s per jaar maakt. ‘Elke CO2-collector heeft ongeveer hetzelfde gewicht en dezelfde afmetingen als een auto – ruwweg twee ton, en ruwweg twee bij twee bij twee meter,’ zei Gebald. ‘En alle methoden die worden gebruikt om de CO2-collectoren te bouwen zijn heel goed te automatiseren. Dus hebben wij de auto-industrie voor ogen als voorbeeld voor hoe je dingen in grote hoeveelheden tegen lage kosten produceert.’ De twee mannen hebben al advies gevraagd bij Audi. Ze zijn zich er ook van bewust dat de auto-industrie haar methoden in de loop van honderd jaar heeft geperfectioneerd. Wil Climeworks ook maar enige impact hebben, dan heeft het bij lange na niet zo veel tijd.

    Publieke goederen

    In 1954 kwam econoom Paul Samuelson met een theorie waarin hij onderscheid maakte tussen ‘particuliere consumptiegoederen’ – brood, auto’s, huizen en dergelijke – en goederen die buiten de gebruikelijke wetten van vraag en aanbod bestaan. De moderne mondiale markten slagen er goed in een prijskaartje te hangen aan de particuliere goederen die we nodig hebben en willen. Maar het andere type goederen dat Samuelson beschreef en dat we nu ‘publieke goederen’ noemen, is iets waarvan iedereen profiteert maar dat niet op die manier wordt gekocht, verkocht of geconsumeerd. De definities van publieke goederen lopen uiteen, maar vaak gebruikte voorbeelden zijn vuurtorens, defensie en schone lucht.

    Direct air capture kan ongetwijfeld particuliere consumptiegoederen opleveren, zoals koolzuur voor alcoholvrije dranken of brandstoffen. Wat de waarde van deze techniek zo moeilijk in te schatten maakt, is dat de leveranciers ervan met het begraven van CO2 voor een betere atmosfeer – en vrijwel zeker voor een betere toekomst – ook een publiek goed zouden creëren. ‘Als je alleen CO2 verzamelt en begraaft, is het probleem dat er nog geen markt is,’ zegt Julio Friedmann, een voormalig functionaris op het Amerikaanse ministerie van Energie, die nu aan de Columbia University werkt. ‘Waar het echt om gaat is dat je tegen betaling milieudienstverlening aanbiedt.’ En dat betekent, kort gezegd, dat het succes van direct air capture beperkt zou blijven tot de afmetingen van de markt voor particuliere goederen – prik in limonade, broeikasgas – tenzij overheden zouden besluiten om zich ermee te bemoeien en bij te dragen aan de financiering van het equivalent van verscheidene miljoenen (of meer) vuurtorens.

    Die bemoeienis kan verschillende vormen hebben. Te denken valt bijvoorbeeld aan ruime subsidies voor onderzoek naar betere absorberende materialen, wat te vergelijken zou zijn met de overheidsinvesteringen waarmee lang geleden de industrieën voor zonne- en windenergie zijn gevoed. Maar hulp kan ook komen door uitbreiding van de al bestaande regelgeving. Een nieuwe en onduidelijke Amerikaanse belastingmaatregel, die bekendstaat als 45Q en vorig jaar is ondertekend door president Trump, biedt lastenverlichting voor bedrijven die CO2 opslaan in geologische formaties. Die verlichting komt ten goede aan olie- en gasmaatschappijen die CO2 de grond in pompen bij boorwerkzaamheden, en aan energiecentrales die uitstoot rechtstreeks afvangen uit hun schoorsteenpijp. Ook Climeworks zou ervan kunnen profiteren, mocht het bedrijf installaties openen in de Verenigde Staten, maar alleen als het erin slaagt om honderdduizend ton CO2 per jaar te verwijderen en begraven.

    Ook kunnen overheden CO2 duurder maken. De oprichters van Climeworks geloven dat hun bedrijf alleen kan slagen op ‘klimaatimpact-schaal’, zoals zij het noemen, als de wereld aanzienlijke prijzen gaat rekenen voor emissies, in de vorm van een CO2-belasting of CO2-tarief. ‘Ons doel is het mogelijk te maken CO2 uit de lucht te vangen voor minder dan 100 dollar per ton,’ zegt Wurzbacher. ‘Niemand heeft een glazen bol, maar wij denken – en zijn er vrij zeker van – dat we zo tegen 2030 een mondiale gemiddelde prijs voor CO2 zullen hebben in de orde van 100 tot 150 dollar per ton.’ Dat is optimistisch gedacht, geeft hij toe; op dit moment hebben alleen nog maar enkele Europese landen vooruitgang geboekt met het vaststellen van een prijs voor CO2, en in de Verenigde Staten is de CO2-belasting onlangs in verkiezingen verworpen. Maar toch, als dat soort prijzen werkelijkheid zouden worden, zou dat op verschillende manieren de markt voor CO2-extractie stimuleren. Een bedrijf dat een product verkoopt of een proces gebruikt dat veel uitstoot oplevert – een luchtvaartmaatschappij bijvoorbeeld of een staalfabrikant – zou dan verplicht worden om bedrijven die CO2 verwijderen 100 dollar of meer per ton te betalen om hun uitstoot van CO2 te compenseren. Of een overheid zou de opbrengsten van de CO2-belasting kunnen gebruiken om bedrijven rechtstreeks te betalen voor het verzamelen en begraven van CO2. Bij gebrek aan een overheidsoptreden van betekenis, zou een miljardair die goed wil doen misschien al zijn geld kunnen stoppen in het vangen en begraven van CO2.

    Als koolstof een fatsoenlijke prijs zou hebben, zouden toezichthouders wereldwijd een CO2-boekhouding moeten bijhouden om erop toe te zien dat direct air capture-apparaten evenveel CO2 opzuigen en begraven als uitstoters produceren. Omdat CO2-emissies zich snel met de atmosfeer vermengen, zou de locatie van de installaties er weinig toe doen, afgezien van de noodzaak om ze in de buurt van schone energiebronnen en geschikte gebieden voor onderaardse opslag te plaatsen. Met andere woorden: een direct air capture-installatie in IJsland zou evenveel CO2 kunnen opnemen als een Boeing 747 in Australië uitstoot, en zo de impact daarvan op het milieu teniet kunnen doen. En het proces van onderaards opslaan levert geen beperkingen op. ‘Het kost niet zo veel om CO2 de grond in te pompen,’ zegt Sally Benson van Stanford. Bedrijven slaan per jaar al zo’n 34 miljoen ton CO2 op in de bodem, op een aantal plekken over de hele wereld, meestal ten behoeve van het olieboorproces. ‘De kosten lopen uiteen van 2 tot 15 dollar per ton. Dus de grootste kostenpost hiervoor zijn de kosten van het vangen van CO2.’

    ‘Je vliegt naar Europa en de app vertelt je dat je zojuist 1,7 ton CO2 hebt verbrand. Wil je die verwijderen? Nou, dat kan Climeworks voor je doen. Klik hier’

    In een denkbeeldige CO2-vrije toekomst, zouden de te verwachte inkomsten voor direct air capture-bedrijven enorm zijn. ‘Als we 100 tot 150 dollar per ton krijgen, zegt Wurzbacher, ‘dan is de markt vrijwel oneindig.’ Zo groot dat hij betwijfelt of zijn bedrijf alle potentiële klanten zou kunnen bedienen, zelfs al zou het een exponentiële expansie doormaken. Bij zulke lage prijzen zouden bedrijven mogelijk CO2-verwijdering in hun prijsstelling kunnen doorberekenen – of gedwongen kunnen worden om dat te doen – en dat zou leiden tot een explosie op de markt. ‘Christoph en ik zeggen altijd: als dit zich zo ontwikkelt als wij denken, zijn wij niet bezig met het oprichten van een bedrijf, maar van een hele bedrijfstak,’ zegt Wurzbacher. Hij noemt het werk in IJsland – een gezamenlijke inspanning die gedeeltelijk wordt gefinancierd door de Europese Unie – de eerste stap in de richting van die bedrijfstak. Op het ogenblik zuigt een enkele Climeworks-collector op een geothermisch veld in Reykjavik lucht binnen en haalt daar de CO2 uit; nadat het gas uit de filter van het apparaat is gespoeld, wordt het gemengd met water, waarbij het in feite warm prikwater vormt. Dan wordt de vloeistof geïnjecteerd in een basaltsteenlaag diep onder de grond. In zo’n twee jaar tijd mineraliseert de CO2, zodat het gas voorgoed ingesloten raakt.

    Op het hoofdkantoor van Climeworks in Zürich vraag ik Valentin Gutknecht, manager business development, of hij de uitstoot waarvoor ik verantwoordelijk ben door mijn vlucht van de VS naar Zürich, in IJsland kan begraven. Hij heeft daarvoor een geschreven overeenkomst die hij kan uitprinten en aan mij kan geven. Maar dat is niet goedkoop, waarschuwt hij. De prijs ligt nu op zo’n 600 dollar per ton, wat inhoudt dat mijn vlucht zo’n 700 dollar extra gaat kosten. Maar ik ben bepaald niet de eerste die dit aan hem vraagt. Vorig weekend, zo vertelt Gutknecht, heeft hij negenhonderd e-mails met verzoeken om informatie binnengekregen. Veel daarvan zijn van potentiële klanten die willen weten hoe snel Climeworks hun CO2-uitstoot kan begraven, of hoeveel een collector hun zou kosten. Ik heb het gevoel dat ik hier een glimp opvang van wat eraan komt: een hele gemeenschap – niet groot genoeg om een verschil te maken, maar daarom niet minder gemotiveerd – die kennelijk bereid is extra te betalen om haar CO2-uitstoot te terug te draaien.

    Later vertelt Wurzbacher me dat hij een ‘one click’-consumentenservice wil aanbieden, misschien over een jaar of twee, waarmee ze zouden uitbreiden wat ze nu al in IJsland doen voor individuele klanten en bedrijven. Op mijn telefoon zou ik dan een Climeworks-app kunnen installeren, legt hij uit, die wordt geactiveerd door de locatieservices op mijn mobiel. ‘Je vliegt naar Europa en de app vertelt je dat je zojuist 1,7 ton CO2 hebt verbrand. Wil je die verwijderen? Nou, dat kan Climeworks voor je doen. Klik hier. We verrekenen het met je creditcard. En dan krijg jij voor elke ton die je opslaat een steen van CO2.’ Hij leunt achterover en slaakt een zucht. ‘Dat is mijn droom.’

    Hoe paradoxaal het ook klinkt, waarschijnlijk bieden synthetische brandstoffen een praktischere weg naar een zakelijke toekomst voor direct air capture. De enorme en constante vraag van de markt naar brandstof is de reden waarom Carbon Engineering zijn kaarten voor de toekomst op synthetische brandstoffen heeft gezet. Op dit moment verbrandt de wereld zo’n honderd miljoen vaten olie per dag. David Keith denkt dat de vraag naar brandstoffen voor transport in 2050 vrijwel zeker zal zijn veranderd door de overschakeling naar elektrische voertuigen. ‘Dus laten we zeggen dat je in 2050 nog zo’n vijftig miljoen vaten brandstof per dag moet leveren,’ zegt hij. ‘Dat is nog steeds een megamarkt.’

    Volgens Steve Oldham, algemeen directeur van Carbon Engineering, hebben synthetische brandstoffen die worden gewonnen uit direct air capture een voordeel boven traditionele fossiele brandstoffen: ze kosten geen cent aan exploratie. ‘Wil je nu als splinternieuw bedrijf brandstof gaan produceren, dan krijg je te maken met enorme kosten voor het zoeken naar en winnen van fossiele brandstof,’ zegt hij. ‘Terwijl je onze installaties zo midden in Californië kunt bouwen, overal waar lucht en water is.’ Hij vertelt dat de eerste grootschalige fabriek van Carbon Engineering in 2022 in bedrijf moet zijn, en dan minstens vijfhonderd vaten brandstofgrondstof – het ruwe materiaal dat naar raffinaderijen gaat – per dag zal produceren.

    Een illustratie van Climeworks over de werking van hun product. Klink eronder voor nadere toelichting.
    Een illustratie van Climeworks over de werking van hun product. Klink eronder voor nadere toelichting.

    Lees hier de toelichting bij de illustratie.

    Ook Climeworks voorziet een grote markt voor brandstoffen. In een stad vlak bij Zürich, Rapperswil-Jona, heeft het bedrijf in een kleine fabriek op de lokale technische universiteit een collector geïnstalleerd om methaan te produceren. In een ruimte met ongeveer het formaat van een scheepscontainer zuigt het Climeworks-apparaat via een luchtfilter CO2 binnen en stuurt die door een netwerk van leidingen, om het gas te combineren met waterstof, die met behulp van zonne-energie uit water is gehaald. Als ik er ben, zal het nog een paar weken duren voor de fabriek operationeel wordt, maar het methaan uit de installatie kan als vervanging voor benzine dienen in zo’n beetje elke auto, bus of vrachtwagen die toegerust is om op aardgas te rijden. Bij een grotere fabriek in Italië is Climeworks ingestapt in een consortium van Europese landen om synthetische methaan te produceren, die gebruikt zal worden door een lokale vrachtwagenvloot. Met een paar veranderingen en verfijningen kan dit proces aangepast worden voor diesel, benzine of vliegtuigbrandstof of het methaan zou rechtstreeks via pijpleidingen naar plaatselijke wijken kunnen worden getransporteerd als brandstof voor de fornuizen in particuliere woningen.

    Vanuit economisch standpunt bekeken zouden producenten met deze synthetische brandstoffen gebruik kunnen maken van een enorme bestaande infrastructuur – raffinaderijen, benzinestations, auto’s, vliegtuigen, vrachtwagens, huizen, schepen – en zouden ze zo een product waar al vraag naar is, kunnen vervangen door iets wat duidelijk beter is. Maar de nieuwe brandstoffen zijn niet per se goedkoper. Carbon Engineering streeft ernaar om zijn product te leveren tegen een uiterste retailprijs van 1 dollar per liter, of 3,75 dollar per gallon (3,785 liter). Wat het product toch concurrerend zou maken zijn is de regelgeving in Californië, die nu bepaalt dat brandstofleveranciers brandstoffen moeten produceren met een lagere ‘koolstof-intensiteit’. Tot nu toe hield dit in dat benzine en diesel werden vermengd met een biobrandstof als ethanol, maar dat zou snel ook een synthetische brandstof uit opgevangen CO2 kunnen worden.

    In een zich uitbreidende markt zouden synthetische brandstoffen vreemde effecten kunnen hebben. Aangezien ze worden gemaakt van uit de lucht gevangen CO2 en waterstof en bijna overal te fabriceren zijn, zouden ze kunnen zorgen voor een herschikking van de geopolitieke orde – door de macht te verkleinen van het handjevol landen dat nu de markten voor aardgas en olie beheerst. Het methaanproject in Rapperswil-Jona is met name toegesneden op de behoeften van Zwitserland, vertelt Markus Friedl, hoogleraar thermodynamica, die de leiding heeft over het project. Dat land moet nu bijna al zijn aardgas importeren en kan in de koudere maanden slechts beperkt energie opwekken uit hernieuwbare bronnen. Brandstoffen van opgevangen CO2 zouden, als ze goedkoop genoeg worden, een vorm van energieopslag kunnen zijn – geproduceerd in de zomer met behulp van zonne- of windenergie, en gebruikt in de winter – die minder kost (en een langere levensduur heeft) dan batterijen.

    CO2-neutraal

    Vanuit milieu-oogpunt bekeken zijn brandstoffen uit direct air capture niet de utopische oplossing. Deze brandstoffen zijn CO2-neutraal, niet CO2-negatief. Ze kunnen geen CO2 van ons industriële verleden wegnemen en die dan weer terugstoppen in de aarde. Als alle auto’s, vrachtwagens en vliegtuigen van het jaar 2050 op deze synthetische brandstoffen draaien in plaats van op traditionele fossiele brandstoffen, moeten hun CO2-emissies uit de lucht worden gehaald, gerecycled tot hetzelfde product dat ze oorspronkelijk hebben opgebrand, en die cyclus zou zich tot in het oneindige moeten herhalen, wil de uitstoot niet groter worden. Toch zouden deze brandstoffen wel voor een enorme verbetering kunnen zorgen. Transport – op dit moment de grootste bron van uitstoot in de Verenigde Staten – zou niet langer een netto CO2-uitstoter zijn. Even belangrijk is dat de techniek van de direct air capture zou kunnen opschalen en zo beter en goedkoper zou worden.

    Een enorme uitbreiding kan ook enorme complicaties meebrengen. ‘Je zult echt heel grote uitdagingen tegenkomen als je op zo’n grote schaal gaat werken,’ zegt Glen Peters, onderzoeksdirecteur bij het internationaal centrum voor klimaatonderzoek Cicero in Oslo. ‘Als je één faciliteit voor CO2-opvang kunt inrichten, waar Carbon Engineering of Climeworks een grote fabriek kan bouwen, geweldig. Dat moet je vijfduizend keer doen. En wil je met direct air capture een miljoen ton CO2 vangen, dan heb je, alleen om die fabriek te laten draaien, een kleine energiecentrale nodig. Dus als je de komende dertig jaar één direct air capture-faciliteit per dag gaat bouwen om zo’n scenario uit te voeren, dan moet je daarbij ook elke dag een mini-energiecentrale bouwen.’ Het is ook zo dat je twee buitengewone problemen tegelijkertijd moet zien op te lossen, voegt Peters toe. ‘Om de 1,5 graden te halen, moeten we elke tien jaar onze uitstoot halveren.’ Dat zou betekenen dat landen als China en de Verenigde Staten overgehaald moeten worden om van het verbranden van kolen over te schakelen op het gebruik van hernieuwbare bronnen, juist op het moment dat we immense investeringen doen in negatieve-emissietechnologieën. En Peters wijst erop dat dit toch gedaan moet worden, ook als overheden een keus moeten maken die ten koste gaat van andere prioriteiten: gezondheidszorg, onderwijs, enzovoort.

    Het streven om direct air capture halverwege deze eeuw of later te verhogen tot 10 miljard ton is zo’n herculische opgave dat er een industriële opschaling voor nodig is die de wereld nooit eerder heeft gezien,’ zegt Stephen Pacala van Princeton. En toch staat hij er niet pessimistisch tegenover. Blijkbaar vindt hij het nodig dat de federale overheid een begin maakt met substantieel onderzoek en investeringen in de technologie – om te zien hoe ver en snel daarin vooruitgang kan worden geboekt, zodat ze zo snel mogelijk klaar is. Bij Climeworks zeggen Gebald en Wurzbacher iets dergelijks. Zij benadrukken dat de discussie rond klimaatuitdagingen verder gaat dan de keus tussen schone energie en CO2-verwijdering. Ze zijn allebei nodig.

    Auteur: Jon Gertner
    Vertaler: Annemie de Vries

    The New York Times

  • Is het Amazonewoud bestand tegen de Trump van de Tropen?

    Is het Amazonewoud bestand tegen de Trump van de Tropen?

    Koploper in de Braziliaanse presidentsverkiezingen is Jair Bolsonaro. Maar zijn aantreden zou volgens wetenschappers de grootste bedreiging voor het Amazonegebied betekenen sinds Brazilië een dictatuur was.

    Elke nieuwe hap die er uit het enorme Braziliaanse regenwoud wordt genomen, verkleint onze kans om de opwarming van de aarde tot 1,5° C te beperken. Dit woud is namelijk cruciaal om de hoeveelheid broeikasgas in de atmosfeer te verminderen. Naar het zich laat aanzien gaat de extreemrechtse Jair Bolsonaro, de ‘Trump van de Tropen’, de tweede ronde van de presidentsverkiezingen winnen, en dit betekent een acuut gevaar voor het Amazonegebied. Bolsonaro heeft gezegd dat hij mijnbouw in indianenreservaten wil toestaan en eventueel zelfs een geasfalteerde snelweg door het Amazonegebied wil aanleggen. Deze en andere plannen zouden de ‘grootste bedreiging voor het Amazonegebied betekenen sinds Brazilië een dictatuur was’, vertelt wetenschappelijk adviseur Doug Boucher van het Union of Concerned Scientists’ Tropical Forest and Climate Initiative. ‘Ze bedreigen het klimaat van de hele planeet.’

    Controversiële politicus

    Tussen 2005 en 2012 ging het best goed met het Braziliaanse oerwoud. Tijdens de regeerperiode van Luiz Inácio Lula da Silva nam de ontbossing met zo’n twee derde af – van twintigduizend vierkante kilometer per jaar vóór zijn aantreden tot slechts zesduizend vierkante kilometer per jaar bij zijn aftreden. En sindsdien is de ontbossing op ditzelfde relatief lage niveau gebleven, waardoor de CO2-uitstoot van Brazilië met ruim de helft afnam, vertelt Boucher.

    Een regeringswissel in het land zou deze vooruitgang in één klap teniet kunnen doen. Sowieso wordt er rondom Braziliaanse presidentsverkiezingen meestal meer gekapt, ongeacht welke kandidaat gekozen wordt, omdat er tijdelijk minder toezicht wordt gehouden. Maar Bolsonaro houdt er ook een uitzonderlijk beangstigende kijk op milieuzaken op na. Niet alleen staat hij bekend om zijn homofobe, racistische en misogyne opvattingen, maar de controversiële politicus heeft ook een lange staat van dienst als het gaat om weerstand tegen milieumaatregelen. Hij is gekant tegen elke vorm van actie tegen klimaatverandering en heeft daarom beloofd Donald Trumps voorbeeld te volgen en uit het klimaatakkoord van Parijs te zullen stappen.

    ‘In plaats van de ontbossing en de georganiseerde misdaad te bestrijden, richt Bolsonaro zijn pijlen op het ministerie van Milieu’

    Bolsonaro laat er ook geen misverstand over bestaan hoe hij het rassenvraagstuk ziet. Hij bekritiseerde de toezegging van de huidige Braziliaanse regering om grote stukken van het Amazonegebied voor inheemse volkeren te reserveren. Hij stelt dat hij ‘de indianen geen centimeter land meer zal geven’. Bovendien is Bolsonaro een alliantie aangegaan met het rechtse ruralista-blok, dat opkomt voor de belangen van landbouwbedrijven en grootgrondbezitters. Jarenlang ondersteunde hij initiatieven om beleidsmaatregelen tegen ontbossing op te heffen. De lijst van Bolsonaro’s milieudoelwitten is lang. Hij is van plan het ministerie van Milieu op te heffen en het onder te brengen bij het ministerie van Landbouw, dat door de landbouwsector wordt beheerst. ‘In plaats van de ontbossing en de georganiseerde misdaad te bestrijden, richt Bolsonaro zijn pijlen op het ministerie van Milieu, Ibama en ICMbio [Brazilië’s nationale milieuagentschappen]’, vertelt de huidige minister van Milieu Edson Duarte. ‘Dat is net zoiets als zeggen dat je de politie van straat wilt halen.’

    Het lijkt erop dat de oud-legerofficier Bolsonaro het Braziliaanse beleid ten aanzien van het Amazonegebied uit de tijd van de dictatuur in ere wil herstellen. Het land stimuleerde in die periode – tijdens de jaren zestig, zeventig en tachtig – een snelle ontwikkeling van het Amazonegebied, legde wegen aan en kapte bos om plaats te maken voor akkers en landerijen.

    De tinmijn Bom Futuro in een ontbost gebied binnen de Amazone. Bijna 2 miljoen acre van het woud is ontbost. – © Mario Tama / Getty Images
    De tinmijn Bom Futuro in een ontbost gebied binnen de Amazone. Bijna 2 miljoen acre van het woud is ontbost. – © Mario Tama / Getty Images

    Het wereldwijde gevecht tegen de catastrofale klimaatverandering is in een hogere versnelling terechtgekomen en bossen zijn een belangrijke schakel in die strijd. Volgens een somber nieuw VN-rapport van het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC) is het stoppen van ontbossing cruciaal als we de opwarming tot 1,5°C willen beperken. Bos kan immers grote hoeveelheden CO2 uit de atmosfeer halen en opslaan.

    ‘We kunnen er niet omheen koolstofdioxide uit de atmosfeer te halen. Dat is nodig om een zeer gevaarlijke temperatuurstijging te verhinderen, en een toename van het aantal overstromingen, zware stormen en hittegolven tegen te gaan’, zegt Boucher. ‘Verreweg de eenvoudigste manier om dat te doen, is door onze bossen te behouden en zelfs nieuwe te planten.’ Als je beschermt wat er nog over is van het Braziliaanse oerwoud, ben je al een heel eind. En zestig procent van het Amazonewoud – op afstand het grootste oerwoud ter wereld – ligt in Brazilië. Dit woud haalt het hele jaar door CO2 uit de lucht, dankzij het continu vochtige en warme klimaat.

    Bolsonaro kreeg tijdens de eerste ronde van de Braziliaanse presidentsverkiezingen bijna een absolute meerderheid van de stemmen, maar toch is het niet zeker dat hij de tweede ronde zal winnen. Zijn tegenstander is de linkse Fernando Haddad, die in de eerste ronde als tweede eindigde.

    ‘De samenleving moet druk blijven uitoefenen – en dat gebeurt ook’, vertelt Boucher. ‘Nu is het afwachten wat er verder gebeurt.’

    Auteur: Paola Rosa-Aquino
    Vertaling: Valentijn van Dijk

    Lees ook ‘Deze haat kennen we niet’ uit # 146, over de toegenomen kans voor Bolsonaro om president te worden na de aanslag op hem vorige maand.

    Grist
    VS | grist.org

    Laat zogenaamde fixers aan het woord: mensen die ‘opmerkelijke, ambitieuze oplossingen hebben voor de grootste uitdagingen van de mensheid’. De missie van Grist is om ons een goed gevoel te geven over de toekomst.

  • Het ei van Columbus in Venray?

    Het ei van Columbus in Venray?

    Een verslaggever van The Guardian reisde af naar het Limburgse Venray, waar kippenboer Ruud Zanders onlangs begon met de productie van het ‘Kipster-ei’. Volgens Zanders is zijn productiemethode niet alleen goed voor het dierenwelzijn, maar ook zo goed als klimaatneutraal.

    Bij eieren heb je de keuze uit exemplaren uit de legbatterij en duurdere biologische en vrije-uitloopvarianten. Maar in Nederland heb je nu ook Kipster-eieren, afkomstig van een gloednieuwe kippenfarm bij Venray die zich profileert als ‘’s werelds milieuvriendelijkste boerderij’. De naam Kipster is een samentrekking van ‘kip’ en ‘ster’ en het is geen toeval dat dit rijmt op ‘hipster’. Volgens Ruud Zanders, universitair docent en de kippenboer achter deze boerderij – met bezoekerscentrum, vergaderzaal en zelfs gratis cappuccino – is het tijd om de positie van dieren in de voedselketen te heroverwegen.

    Legbatterijen en andere grootschalige kippenboerderijen leveren goedkope eieren, maar dat gaat ten koste van het milieu en de dieren. Bovendien leidt deze manier van produceren geregeld tot voedselpaniek in Noord-Europa, zoals onlangs bij het fipronilschandaal.

    Biologische en vrije-uitloopeieren, waarbij boeren het welzijn van de kippen vooropstellen, worden voor een hogere prijs verkocht, maar gaan ook ten koste van het milieu omdat deze kippen dure, geïmporteerde maïs krijgen die beter kan worden gebruikt om mensen te voeden. ‘Het slaat nergens op dat we met dieren moeten concurreren voor ons eten,’ zegt Zanders. ‘De CO2-voetafdruk van eieren wordt voor zeventig procent bepaald door het kippenvoer.’ Zanders (44), die ooit zijn vaders traditionele eierbedrijf leidde met een omzet van 45 miljoen euro, gelooft heilig in zijn nieuwe onderneming, waar sinds vijf weken 24.000 kippen eieren leggen die worden verkocht bij supermarktketen Lidl.

    De eieren kunnen tegen betaalbare prijzen worden verkocht omdat het bedrijf niet probeert te voldoen aan een aantal volgens Zanders minder zinnige beperkingen die nodig zijn om het stempel biologisch of vrije uitloop te krijgen

    Zanders’ verkoopargument is dat zijn boerderij de hoogste dierenwelzijnsnormen, bevestigd door de Stichting Wakker Dier, combineert met de laagst mogelijke belasting voor het milieu. Dat laatste punt wordt onderschreven door Wageningen University, die de CO2-voetafdruk en uitstoot van fijnstof van het bedrijf onderzocht.

    De eieren kunnen tegen betaalbare prijzen worden verkocht omdat het bedrijf niet probeert te voldoen aan een aantal volgens Zanders minder zinnige beperkingen die nodig zijn om het stempel biologisch of vrije uitloop te krijgen.

    Elke ochtend om tien uur gaan op de Kipsterboerderij de luiken omhoog tussen de slaapvertrekken van de kippen en een overdekte binnenplaats. Druk fladderend wagen duizenden stevige witte kippen zich in het daglicht om zich, tot de luiken om half acht ’s avonds weer dichtgaan, in de bomen op hun speelterrein te verschansen of rond te scharrelen.

    Formeel zijn het geen vrije-uitloopkippen, want ze beschikken niet over de wettelijk verplichte tien hectare open veld. Volgens Zanders zijn kippen echter van nature bosdieren die vaak angstig worden van open, onbeschutte ruimtes, dus is een kleinere buitenruimte in combinatie met de overdekte binnenplaats voor de dieren volegns hem de beste setting. ‘Ook al heb je tien hectare, iedere boer met vrije-uitloopkippen weet dat de dieren er maar negen van gebruiken,’ zegt hij. ‘Wij hebben 6,7 kippen per vierkante meter. Een vrije-uitloopboerderij meestal negen.’

    Ondernemer Ruud Zanders tussen zijn kippen. – © Bart van Overbeeke / HH
    Ondernemer Ruud Zanders tussen zijn kippen. – © Bart van Overbeeke / HH

    Het dak boven de binnenplaats heeft de vorm van een onregelmatige driehoek en bestaat voor een derde uit glas, waardoorheen het daglicht binnenvalt. De rest is ondoorzichtig door de 1078 zonnepanelen die genoeg elektriciteit opleveren om de boerderij van stroom te voorzien. Wat over is wordt verkocht aan het elektriciteitsnet.

    Het voer van de kippen bestaat uit verwerkte gebroken beschuit en rijstwafels en andere ‘afvalstromen’ van bakkerijen uit de omgeving. De geproduceerde eieren zijn niet biologisch, omdat het voer niet biologisch is, maar op deze manier past het dier in de voedselketen in plaats van met mensen te concurreren om maïs, zegt Zanders. Ook door afvalproducten als voer te gebruiken, wordt de CO2-voetafdruk verkleind.

    ‘Door de CO2-voetafdruk te verkleinen en zonne-energie te verkopen, denken we op basis van voorlopige berekeningen van Wageningen University dat we CO2-neutrale eieren produceren,’ aldus Zanders. ‘Mocht in de toekomst blijken dat dit niet zo is, dan zullen we elders in zonnepanelen investeren om de CO2-uitstoot te verminderen.’

    Na zeventig weken worden de kippen geslacht, maar niet, in tegenstelling tot wat vaak gebeurt, op de Afrikaanse markt gedumpt, waardoor de kippenboeren dáár de hoop op een winstgevende onderneming kunnen opgeven. In plaats daarvan worden ze verwerkt tot kippenburgers en kipnuggets voor de lokale markt.

    Hanenburgers

    De Kipsterboerderij heeft ook een overeenkomst gesloten met de kippenfokker die de hennen levert. In Noord-Europa is het voor kippenfokkers gebruikelijk de mannelijke kuikens te vergassen als ze uitkomen; dat zijn er in totaal 350 miljoen per jaar. Ze worden dan gebruikt als voer in dierentuinen of ze worden, maar al te vaak, weggegooid.

    ‘Die van ons worden gedurende zeventien weken grootgebracht en dan geslacht om hanenburgers van te maken,’ zegt Zanders. ‘Mensen nemen misschien aanstoot aan de behandeling van hanen, maar we proberen tenminste een oplossing te vinden.’

    Auteur: Daniel Boffey
    Vertaler: Martinette Susijn

    The Guardian
    Verenigd Koninkrijk | dagblad | oplage 332.000

    Onafhankelijke kwaliteitskrant van linkse signatuur. Sinds 1821 thuisbasis van de meest gerespecteerde columnisten en journalisten. Altijd zeer kritisch ten opzichte van de overheid en andere instituten.